Duurzaamheid in een nieuwbouwkoopwoning: hoe kun je dit vermarkten? Comfort People, Planet, Prosperity Merk

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Duurzaamheid in een nieuwbouwkoopwoning: hoe kun je dit vermarkten? Comfort People, Planet, Prosperity Merk"

Transcriptie

1 Duurzaamheid in een nieuwbouwkoopwoning: hoe kun je dit vermarkten? Ziel Waarden Duurzaamheid Gezondheid Imago Consument Missie Integriteit Hart Objectief Visie EPC Prijsbesef Product Koopmotieven Veiligheid Comfort People, Planet, Prosperity Merk Hoofd Identiteit Marketing 3.0 Subjectief Milieubesef Verschil maken Een kwalitatief onderzoek naar de integratie van duurzaamheid als koopmotief in de marketingstrategie van projectontwikkelaars van nieuwbouwwoningen. Master Thesis januari 2011 Amsterdam School of Real Estate Master of Studies in Real Estate, profiel Projectontwikkeling Ir. R.J. Klein

2 Plaats : Leimuiden Datum : 23 januari 2011 Naam Bedrijf Onderdeel Robert Klein : Grontmij Nederland BV : Divisie Planning&Design, Team Vastgoed Consultancy : / 1 ste Beoordelaar ASRE : dhr. Prof.dr. E.F. Nozeman (gasthoogleraar Vastgoedontwikkeling) 2 de Beoordelaar ASRE : dhr. Drs. F. de Vor (vakcoördinator ASRE) Externe begeleider : dhr. Ir. O. Zwart (commercieel directeur Grontmij Randstad Zuid)

3 Voorwoord Deze masterthesis is geschreven ter afsluiting van mijn opleiding tot Master of Studies in Real Estate aan de Amsterdam School of Real Estate. Voor deze opleiding heb ik het profiel Projectontwikkeling doorlopen. Bij aanvang van deze studie had ik als belangrijkste doel verder inzicht te krijgen in de rollen en opvattingen van de diverse actoren in het vastgoedontwikkelingsproces. Het omgaan met de verschillende belangen, tegenstrijdigheden en het adequaat inspelen op veranderende marktomstandigheden zijn dan ook aspecten die ik gedurende de opleiding verder heb kunnen ontwikkelen. Gedurende mijn studietijd heeft het begrip duurzaamheid zich in de samenleving genesteld. Iedereen spreekt erover, maar wat houdt het precies in en hoe wordt dit begrip nu concreet toegepast? Mijn speciale interesse heeft hierbij de integratie van duurzaamheid in de markt van nieuwbouwkoopwoningen. Als het in deze conservatieve markt kan, lukt het vast ook in andere markten. De woningbouwsector bevindt zich momenteel als gevolg van de economische crisis in een transitiefase: van aanbodgedreven naar vraaggestuurd. Een uitdaging leek het me om te onderzoeken in hoeverre het begrip duurzaamheid hierin een rol speelt en of dit begrip als een soort katalysator van deze transitie kan fungeren. Al vrij snel kwam ik tot de conclusie dat mijn thesis pas echt relevant zou worden als ik hierbij de juiste balans kon vinden tussen de begrippen duurzaamheid, koopmotieven en marketing. Vanuit mijn liberale opvatting heb ik hierbij het standpunt gekozen van de commerciële projectontwikkelaar als hoofdactor van mijn thesis. Vol overtuiging ben ik begonnen aan deze thesis, vele momenten ging dat voorspoedig, andere momenten iets minder. De motivatie heb ik altijd gehouden, vooral ook vanuit de ideële beginselen achter het begrip duurzaamheid. Ik ben ervan overtuigd geraakt dat duurzaamheid blijvend is en dat alleen partijen die vanuit intrinsieke overtuiging denken en handelen de winnaars van de toekomst zijn. De uitdaging is duurzaamheid op een integrale wijze conform de eisen en wensen van de consument te integreren in bedrijfsprocessen en producten en dit op een natuurlijke en efficiënte wijze te vermarkten. De integratie van duurzaamheid vraagt om een omslag in het denken van de doorsnee projectontwikkelaar. Deze thesis biedt handvatten om duurzaamheid in de marketingstrategie van projectontwikkelaars te integreren. Het resultaat was niet zonder de waardevolle bijdrage van een aantal personen tot stand gekomen. Van deze ruimte wil ik gebruik maken om een aantal van deze personen te bedanken. Allereerst wil ik mijn begeleider Ed Nozeman bedanken voor zijn constructief kritische en enthousiaste houding met betrekking tot deze thesis. Hoewel inmiddels vertrokken bij Grontmij, wil ik mijn (ex)collega en interne begeleider Onno Zwart bedanken voor zijn tijd en inspiratie. Wim en Sander, bedankt voor de inhoudelijke en redactionele opmerkingen. Ook wil ik de personen bedanken die hun kostbare tijd beschikbaar hebben gesteld voor het geven van een interview en het beschikbaar stellen van informatie. Als laatste wil ik Anne-Marie bedanken voor het geduld dat ze heeft opgebracht om drie jaar lang mij de ruimte te geven voor deze studie, maar vooral voor haar morele en liefdevolle ondersteuning. Robert Klein Leimuiden, januari Wilt u deze thesis printen? Graag dubbelzijdig en bij voorkeur op FSC gecertificeerd papier.

4 Managementsamenvatting Projectontwikkelaars van nieuwbouwkoopwoningen passen in projecten, mede vanuit aangescherpte regelgeving, in toenemende mate duurzame en energiebesparende maatregelen. Naast de vraag welk effect dit heeft op de kosten voor een nieuwbouwwoning is het voor een projectontwikkelaar van belang te weten hoe duurzaamheid op zodanige wijze kan worden vermarkt, dat het bijdraagt aan een positieve koopbeslissing van de consument. Inzicht ontbreekt op welke wijze duurzaamheid kan worden geïntegreerd in de marketingstrategie van een projectontwikkelaar van nieuwbouwkoopwoningen en de waarop deze integratie verder kan worden geoptimaliseerd. De hoofdvraag voor dit onderzoek luidt dan ook: In hoeverre is duurzaamheid als koopmotief van de woningconsument in de huidige marketingstrategie van Nederlandse projectontwikkelaars van nieuwbouwkoopwoningen geïntegreerd en hoe kan dit verder worden geoptimaliseerd? Duurzaamheid in nieuwbouwkoopwoningen De overheid legt als grootste stimulator van duurzaamheid de toepassingseisen steeds hoger door deze in wetgeving te verankeren, maar ook door duurzaamheidakkoorden met marktpartijen te sluiten. De aanscherping van de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) per 1 januari 2011 leidt ertoe, dat marktpartijen duurzaamheid en energie als een integraal concept in het ontwerp van de nieuwbouwwoning moeten opnemen. Dit leidt tot meerkosten, voor een referentietussenwoning minimaal Deze extra investering is binnen redelijke termijn niet terug te verdienen. In de huidige woningmarkt waarin de VON prijzen als gevolg van de economische crisis toch al onder druk staan, kan de ontwikkelaar deze meerkosten niet neerleggen bij de consument. De geïnterviewde ontwikkelaars zoeken naar alternatieven om deze noodzakelijke duurzaamheidmaatregelen toch gedekt te krijgen. Enerzijds door kosten neer te leggen bij partners in de bouwketen (samenwerking en inkoop), overheden (lagere residuele grondprijzen) en de eigen organisatie (lagere winstmarge), anderzijds door op drie niveaus optimalisatiemaatregelen door te voeren: kostenbesparingen, interne financiering en externe financiering. Duurzaamheid als koopfactor voor consumenten van nieuwbouwkoopwoningen De belangrijkste koopmotieven voor woningconsumenten zijn nog altijd locatie, prijs en woningtype. Duurzaamheid volgt op gepaste afstand, de geïnterviewde ontwikkelaars zijn hiervan op de hoogte. De woningconsument verkiest een duurzame nieuwbouwwoning voornamelijk op basis van financiële overwegingen. Uit onderzoek blijkt dat circa een derde van de consumenten bereid is tot extra voor duurzame maatregelen in de nieuwbouwwoning te betalen, zolang de terugverdientijd maar kort is en de maatregelen zich bewezen hebben. Door marktonderzoek en klantcontacten trachten ontwikkelaars de achterliggende factoren achter de koopmotieven van consumenten te achterhalen. De klant centraal stellen en hierop het product ontwikkelen is bij de geïnterviewde ontwikkelaars een hoofddoelstelling, al zit men hiervoor nog in een transitiefase. De geïnterviewde ontwikkelaars ervaren de factoren prijsbesef, comfort en veiligheid als belangrijke beslissingsfactoren achter het koopmotief duurzaamheid. De beoordeling van deze factoren is echter per consument verschillend. Bij consumenten is er een sterke behoefte aan extra informatie over duurzaamheid en toelichting over het gebruiksgemak van installaties. Duurzaamheid in de marketingstrategie van Nederlandse projectontwikkelaars Vastgoedmarketing staat nog in de kinderschoenen. De huidige transitie van een aanbodgedreven naar een vraaggestuurde markt noodzaakt ontwikkelaars tot (nog) meer consumentgericht ontwikkelen en vermarkten van projecten. Als theorie voor integratie van duurzaamheid in de marketingstrategie is uitgegaan van de adoptietheorie van Rogers (2003) en de theorie van Marketing 3.0 van Kotler e.a. (2010), als afgeleide van de maatschappelijk verantwoorde marketing in het holistische marketingconcept. Verondersteld is dat de marketingstrategie van een projectontwikkelaar kan worden opgedeeld in twee hoofdcategorieën: corporate marketing en locatiemarketing. In de corporate marketing is duurzaamheid of hieraan gerelateerde begrippen in de missie, visie en kernwaarden bij nagenoeg alle geïnterviewde ontwikkelaars zowel op het niveau van het product (1.0) als de klant (2.0) geïntegreerd. Duurzaamheid in waardengestuurde (3.0) aspecten maakt slechts (bewust) in beperkte mate deel uit van corporate marketing. In de locatiemarketing is duurzaamheid uitgedrukt in attitudefactoren prijsbesef, milieubesef, comfort en gezondheid in beperkte mate geïntegreerd. Afhankelijk van het project zijn deze aspecten voornamelijk op het niveau van product (1.0) en klant (2.0) opgenomen. Op waardengestuurde aspecten (3.0) is duurzaamheid nog niet in projecten geïntegreerd, ook omdat dit als minder relevant wordt beschouwd.

5 De geïnterviewde ontwikkelaars geven aan wat betreft de integratie van duurzaamheid in bedrijfsprocessen en projecten nog in een transitiefase te zitten. Volgens de geïnterviewde ontwikkelaars zal de integratie van duurzaamheid in de marketingstrategie hierop volgen. Leerpunten case-study buiten de vastgoedsector Als case-study buiten de vastgoedsector is de Triodosbank geanalyseerd. De Triodosbank is een organisatie die geheel volgens de theorie van Marketing 3.0 opereert. Op basis van de case-study kan worden geconcludeerd dat de toepassing en integratie van duurzaamheid alleen maar zinvol is, als deze integraal, oprecht en puur plaatsvindt in alle geledingen van het bedrijf en de bedrijfsvoering. Met inachtneming van de verschillen tussen de bankensector en de vastgoedsector realiseren de projectontwikkelaars zich dat mede vanuit de aangescherpte wetgeving de tijden van het duurzaamheidsausje voorbij zijn. Duurzaamheid dient vanuit het DNA van de projectontwikkelaar in de genen van het project te worden ingebracht. Dan ook kan de ontwikkelaar duurzaamheid in de marketing op corporate en projectniveau oprecht en integer integreren. Zolang duurzaamheid hierbij naast andere verkoopmotieven wordt gebruikt, blijft de organisatie als geheel en het nieuwbouwproject voor een breed segment aantrekkelijk. Noodzakelijke omslag Een omslag in het denken en handelen van projectontwikkelaars is hiervoor noodzakelijk. Dit stelt de ontwikkelaar voor dilemma s waarover standpunten ingenomen en keuzes gemaakt moeten worden. Corporate marketing dient volgens het 3i-model (identiteit, imago en integriteit) op orde te zijn en geïntegreerd te worden missie, visie en kernwaarden. In de locatiemarketing dienen de factoren achter het koopmotief duurzaamheid (prijsbesef, comfort, milieubesef, gezondheid en veiligheid) in concreet aantoonbare en op heldere en transparante wijze te worden gecommuniceerd naar de consument. Leerpunten voor integratie van duurzaamheid in de marketingstrategie van projectontwikkelaars Op basis van de afgenomen interviews en de case-study van de Triodosbank (rekening houdende met de verschillen tussen de bankensector en de vastgoedsector) zijn de volgende leerpunten geformuleerd voor optimalisatie van de integratie van duurzaamheid in de marketingstrategie van Nederlandse projectontwikkelaars van nieuwbouwkoopwoningen: Corporate marketing Geen sausje maar DNA. Integrale toepassing van duurzaamheid in bedrijfsprocessen en projecten. Consument centraal stellen. Klantwensen formuleren en hierop ontwikkelen. Transparantie en eerlijkheid: naast voordelen ook nadelen vermelden. Consequent zijn door te tijd. Communiceer interactief met de consument om deze te bereiken. Opereer hierbij multimediaal. Verleen service, bij voorkeur niet alleen op (uitgeklede) garanties, maar langjarig. Locatiemarketing Positioneer het project aan de randen van het middensegment, hier is nog ruimte. Kwaliteit dient altijd goed te zijn en de prijsstelling marktconform. Maandlasten inzichtelijk maken en aantonen. De consument koopt nu nog alleen op VON-prijs. Toekomstwaarde en/of restwaarde inzichtelijk maken en indien mogelijk aantonen. Bewezen technieken gebruiken. Consument zit niet te wachten op innovatieve technieken. Zichtbaarheid en status. Schenk aandacht aan vormgeving en zichtbaarheid van duurzaamheid. Biedt ruimte voor individuele keuzes, varianten onderbouwen in termen van costs of ownership. Gebruik een energielabel, aangevuld met certificering of onafhankelijk keurmerk. Simpel en gebruiksvriendelijk. Geen ingewikkelde technieken met uitgebreide gebruiksinstructies. Informatie (1): geef duidelijkheid over prijsconsequenties, comfort en gebruiksgemak. Geen technische informatie verstrekken, de consument verwacht gewoon dat het werkt. Informatie (2): concrete voordelen benoemen van factoren milieu, gezondheid en sociale veiligheid. Koperservaringen opnemen in marketinguitingen. Demonstratiewoningen / proefopstellingen laten zien, voelen, horen en ruiken aan de consument.

6 Inhoudsopgave Managementsamenvatting 1 Inleiding Probleemstelling Doelstelling... 1 Hoofdvraag en deelvragen Begrippenkader en onderzoeksafbakening... 2 Onderzoeksaanpak en -methoden Relevantie van het onderzoek: theoretisch en praktisch... 4 Ethische aanvaardbaarheid van het onderzoek Leeswijzer Duurzaamheid Het begrip duurzaamheid... 5 Overheid en duurzaamheid Energiekosten in woonlasten: huidig en toekomstig aandeel Duurzaamheid in nieuwbouwkoopwoningen Effect van duurzaamheid- en energieconcepten op de prijs van nieuwbouwkoopwoningen Naar een nieuw verdienmodel: costs of ownership benadering Conclusies Koopmotieven van woningconsumenten De woningmarkt De consument van nieuwbouwkoopwoningen Het gedrag van woningconsumenten Koopmotieven van woningconsumenten Duurzaamheid als koopmotief van woningconsumenten Invloedsfactoren achter het koopmotief duurzaamheid voor de woningconsument Conclusies Marketing van nieuwbouwkoopwoningen Het begrip marketing Vastgoedmarketing en duurzaamheid Het holistische marketingconcept De theorie van Marketing Duurzaamheid in de marketingstrategie van een projectontwikkelaar Conclusies Hypothesen Toetsing van hypothesen aan de praktijk Selectie Nederlandse projectontwikkelaars en referentieprojecten Keuze voor een case-study buiten de vastgoedsector Toelichting op verificatie en falsificatie van hypothesen Overzicht van gehanteerde begrippen Hypothesen duurzaamheid in nieuwbouwkoopwoningen Hypothesen duurzaamheid als koopmotief van de woningconsument Hypothesen duurzaamheid in marketingstrategie van Nederlandse projectontwikkelaars Hypothesen case-study: duurzaamheid in marketingstrategie buiten vastgoedsector Conclusies Conclusies, toepasbaarheid, bevindingen en aanbevelingen voor vervolgonderzoek Conclusies Toepasbaarheid Bevindingen Aanbevelingen voor vervolgonderzoek Bijlagen 1. Bibliografie 2. Lijst van geïnterviewde personen en vragenlijst 3. Duurzaamheid in marketingstrategie van geïnterviewde projectontwikkelaars 4. Duurzaamheid in marketingstrategie van case-study (Triodosbank)

7 1 Inleiding De woningmarkt heeft de afgelopen jaren door de kredietcrisis flinke klappen gekregen. De tijd van schaarste is voorbij: het woningaanbod is flink toegenomen en de woningprijzen zijn over de gehele linie gedaald. De woningmarkt is hiermee getransformeerd van een aanbodgedreven markt naar een vraaggestuurde markt (Sentel en Wijnhoven, 2010). Voor aanbieders van nieuwbouwwoningen vergt dit een omslag in denken: waar vroeger door de schaarste op de woningmarkt bij iedere aangeboden nieuwbouwwoning altijd wel een koper gevonden kon worden, moet de ontwikkelaar nu vanuit de vraag het aanbod bepalen. Duurzaamheid en energiebesparing zijn de laatste jaren een belangrijkere rol gaan spelen op de woningmarkt. De overheid stelt steeds strengere eisen aan de duurzaamheid en energiezuinigheid van nieuwbouwwoningen. Zo gaat per 1 januari 2011 de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) omlaag van 0,8 naar 0,6. De EPC geeft aan hoe energiezuinig een woning is, waarbij geldt dat hoe lager de EPC, hoe energiezuiniger de woning is. Deze verlaging van de EPC leidt tot extra investeringen, terwijl de huizenprijzen toch al onder druk staan. De consument ondergaat dit allemaal, maar heeft natuurlijk ook wensen, eisen en verwachtingen. Voordat de consument tot de koop van een woning overgaat, zal hij een afweging maken of er voor hem voldoende motieven zijn die een koopbeslissing rechtvaardigen. De vraag is in hoeverre duurzaamheid ook een koopmotief is voor de consument. Is de consument ook bereid hiervoor extra te betalen of zijn er wellicht nog achterliggende factoren achter het aspect duurzaamheid waarmee de consument kan worden verleid een nieuwbouwwoning te kopen? Volgens Fokkema&Nozeman (2010) is een projectontwikkelaar een persoon of organisatie die voor eigen risico initieert en investeert in de ontwikkeling en realisatie van vastgoedobjecten voor de markt en niet voor eigen gebruik. De projectontwikkelaar kent de marktbehoeften en heeft de creativiteit om deze kennis en de vraag van gebruikers om te zetten in nieuwe en/of bestaande vastgoedprojecten. In de huidige veranderende markt staat de projectontwikkelaar voor een complexe opgave: de wens van de klant wordt steeds belangrijker en op het gebied van duurzaamheid worden de eisen strenger. De projectontwikkelaar moet zijn aanbod hierop afstemmen en vervolgens dit aanbod vermarkten. 1.1 Probleemstelling De transformatie op de woningmarkt van aanbodgericht naar vraaggestuurd vergt een omslag in het denken en doen van projectontwikkelaars als aanbieders van nieuwbouwkoopwoningen. De projectontwikkelaar moet weten wat voor de woningconsument doorslaggevende koopmotieven zijn om hierop zijn aanbod te kunnen afstemmen en zijn marketingstrategie te kunnen inrichten. Parallel aan dit proces dient de projectontwikkelaar mede vanuit aangescherpte regelgeving - extra duurzame en energiebesparende maatregelen in nieuwbouwprojecten toe te passen. Naast de vraag welk effect dit heeft op de kosten voor een nieuwbouwwoning is het voor een projectontwikkelaar van belang in hoeverre duurzaamheid in zijn marketingstrategie kan worden geïntegreerd, zodanig dat duurzaamheid als koopmotief ook een (positieve) rol speelt in de koopbeslissing van de consument. Met deze aspecten in het achterhoofd luidt de centrale probleemstelling van deze thesis: Er is geen inzicht hoe duurzaamheid als koopmotief van de woningconsument kan worden geïntegreerd in de marketingstrategie van een projectontwikkelaar van nieuwbouwkoopwoningen en hoe deze integratie verder kan worden geoptimaliseerd. 1.2 Doelstelling De doelstelling van deze thesis is te komen tot het bieden van inzicht hoe duurzaamheid als koopmotief van de woningconsument in de marketingstrategie van Nederlandse projectontwikkelaars van nieuwbouwkoopwoningen kan worden geïntegreerd en het formuleren van leerpunten hoe deze integratie verder kan worden geoptimaliseerd. 1

8 1.3 Hoofdvraag en deelvragen De hoofdvraag voor dit onderzoek luidt: In hoeverre is duurzaamheid als koopmotief van de woningconsument in de huidige marketingstrategie van Nederlandse projectontwikkelaars van nieuwbouwkoopwoningen geïntegreerd en hoe kan dit verder worden geoptimaliseerd? De hoofdvraag is opgedeeld in vijf deelvragen: 1. Wat bepaalt de toepassing van duurzaamheid in nieuwbouwkoopwoningen, wat zijn hiervan de meerkosten en hoe kan de betaalbaarheid voor de consument worden geoptimaliseerd? 2. Welke koopmotieven zijn van invloed op het beslissingsproces van de consument van nieuwbouwkoopwoningen en ervan uitgaande dat duurzaamheid een koopmotief is, welke achterliggende factoren zijn in dit beslissingsproces bepalend voor het koopmotief duurzaamheid? 3. Hoe kan duurzaamheid worden geïntegreerd in de marketingstrategie van Nederlandse projectontwikkelaars van nieuwbouwkoopwoningen? 4. In hoeverre is duurzaamheid volgens de geformuleerde theorie geïntegreerd in de marketingstrategie van Nederlandse projectontwikkelaars van nieuwbouwkoopwoningen? 5. Welke leerpunten kunnen worden benoemd om de integratie van duurzaamheid in de marketingstrategie van Nederlandse projectontwikkelaars mede op basis van een case-study van buiten de vastgoedsector en ervan uitgaande dat de marketing in deze sector beter is ontwikkeld verder te optimaliseren? 1.4 Begrippenkader en onderzoeksafbakening De belangrijkste begrippen voor de context van dit onderzoek zijn duurzaamheid, woningconsument, projectontwikkelaar en marketing. Deze begrippen worden aan het begin van de hoofdstukken 2, 3 en 4 nader toegelicht. Voor afbakening van het onderwerp wordt gebruik gemaakt van eigenschapbegrippen, zijnde: kenmerk van bepaalde personen, object, situatie of proces (Baarda, 2009) en eenheidsbegrippen, zijnde: aan wie of wat een eigenschapbegrip toebehoort (Baarda, 2009). Onderstaande tabel geeft voor beide begrippen de belangrijkste die van toepassing zijn op dit onderzoek. Tabel 1.1 Onderscheiden eigenschap- en eenheidsbegrippen. Eigenschapbegrippen Kenmerken van personen, objecten, situaties of processen (Baarda, 2009) Duurzaamheid Koopmotieven Marketing Eenheidsbegrippen Aan wie of wat een eigenschapbegrip toebehoort (Baarda, 2009) Nieuwbouwkoopwoningen Consumenten van nieuwbouwkoopwoningen Verkopende partijen van nieuwbouwkoopwoningen Verdere afbakening van dit onderzoek: Binnen de vastgoedbranche richt dit onderzoek zich op woningbouwsector, andere sectoren (retail, kantoren, bedrijfsonroerend goed) zijn niet in dit onderzoek betrokken. In de woningbouwsector is een verdere afbakening gemaakt naar nieuwbouwkoopwoningen. In het onderzoek zijn bestaande bouw en/of renovatie/herontwikkeling van woningen niet meegenomen. Duurzaamheid is voor dit onderzoek afgebakend op project- en objectniveau in de nieuwbouwkoopwoningensector. Van toepassing zijnde regelgeving is hierin meegenomen. Duurzaamheid op een hoger schaalniveau valt hierbuiten. Ten aanzien van de case-study is buiten de vastgoedsector gekeken hoe in dat geval duurzaamheid is geïntegreerd in de marketingstrategie. Wat betreft koopmotieven richt dit onderzoek zich op de (potentiële) consumenten van nieuwbouwkoopwoningen. Koopmotieven van consumenten van bestaande koopwoningen alsmede motieven van consumenten voor de huur van woningen vallen buiten de kaders van dit onderzoek. Alleen commerciële Nederlandse projectontwikkelaars als producenten van nieuwbouwkoopwoningen zijn in het onderzoek betrokken, geen woningbouwcorporaties of hieraan gelieerde organisaties. Bij deze laatste groep kan vanwege hun maatschappelijk georiënteerde doelstelling de afweging voor toepassing van duurzaamheid op andere dan commerciële motieven plaatsvinden, waardoor een reële vergelijking met commerciële projectontwikkelaars niet geheel kan opgaan. 2

9 Wanneer in dit onderzoek gesproken wordt over marketing heeft dit betrekking op de verkoopstrategieën van Nederlandse projectontwikkelaars van nieuwbouwkoopwoningen. Hieronder vallen ook makelaars waar deze projectontwikkelaars mee samenwerken. De marketing blijft hierbij beperkt tot het signaleren van marktkansen (duurzaamheid), de selectie van doelmarkten (koopmotieven van het brede marktsegment) en de integratie van duurzaamheid als koopmotief in de marketingstrategie van Nederlandse projectontwikkelaars van nieuwbouwkoopwoningen. De ontwikkeling van marketingprogramma s en het managen van de marketinginspanning vallen hier buiten. Van de geïnterviewde projectontwikkelaars is een inventarisatie gemaakt in hoeverre duurzaamheid is geïntegreerd in de huidige marketingstrategie. Van deze inventarisatie is een totaalbeeld gevormd (als er al over een totaalbeeld gesproken kan worden) en over dit totaalbeeld is een oordeel gegeven in hoeverre duurzaamheid is geïntegreerd in de huidige marketingstrategie. Er is geen oordeel gegeven in hoeverre de ene projectontwikkelaar duurzaamheid meer of zelfs beter heeft geïntegreerd in zijn marketingstrategie dan de ander. Hiervoor zouden naar mijn mening ook andere overeenkomsten en verschillen (bijvoorbeeld organisatorisch, financieel) tussen de geselecteerde Nederlandse projectontwikkelaars moeten worden onderzocht. Pas in dat geval kan het onderwerp in de juiste context worden geplaatst om oordeel te kunnen vellen tussen de projectontwikkelaars onderling. Daarnaast zou hiervoor meer interne en dus bedrijfsgevoelige marketinginformatie moeten worden geanalyseerd en met meer dan één of persoon van de geselecteerde projectontwikkelaars via interviews of wellicht zelfs via enquête moeten worden getoetst. De onderzochte nieuwbouwprojecten zijn afkomstig van de geïnterviewde projectontwikkelaars. 1.5 Onderzoeksaanpak en -methoden De onderzoeksaanpak is empirisch kwalitatief van aard. Empirisch wil zeggen dat door waarneming wordt vastgesteld wat zich in werkelijkheid (empirie) afspeelt (Baarda, 2009). De onderzoeksvraag heeft een verklarend karakter. Eerst wordt nagegaan welke factoren van invloed zijn op duurzaamheid als koopmotief van de woningconsument en hoe dit kan worden ingepast in een marketingstrategie. Daarna wordt aan de hand van interviews binnen de vastgoedsector en een case-study buiten de vastgoedsector de opgestelde theorie c.q. hypothesen getoetst aan de empirie. Door de theorie op deze twee manieren te toetsen aan de empirie is getracht de validiteit, transparantie en geloofwaardigheid van het onderzoek zoveel als mogelijk te waarborgen en optimaliseren. Figuur 1.1 geeft een schematische weergave van de onderzoeksaanpak. Figuur 1.1 Onderzoeksaanpak Literatuuronderzoek Praktijk- c.q. casusonderzoek Duurzaamheid (hfst 2) Theoretisch kader Koopmotieven (hfst 3) Marketing (hfst 4) Hypothesen (hfst 5) Toetsing aan de empirie (hfst 6) Interviews vastgoedsector Case-study buiten vastgoedsector Conclusies, reflecties, bevindingen en aanbevelingen vervolgonderzoek (hfst 7) 3

10 1.6 Relevantie van het onderzoek: theoretisch en praktisch De theoretische relevantie is gericht op aspecten van duurzaamheid die van invloed zijn op het beslissingsproces van de consument van nieuwbouwkoopwoningen en hoe een marketingstrategie hierop kan worden ingericht. Aspecten van zowel de verkopende partij (projectontwikkelaars), het product (duurzaamheid in nieuwbouwkoopwoningen) als de kopende partij (consument) zijn hierin meegenomen. De praktische relevantie is gericht op een oordeel in hoeverre projectontwikkelaars duurzaamheid in hun huidige marketingstrategie hebben geïntegreerd en dit kan worden geoptimaliseerd. Bekeken is in hoeverre de invloedsfactoren die voor de consument van nieuwbouwkoopwoningen op het gebied van duurzaamheid bepalend zijn, zijn geïntegreerd in de huidige marketingstrategieën van projectontwikkelaars. Mede op basis van een analyse van een praktijkcase buiten de vastgoedsector is inzichtelijk gemaakt hoe projectontwikkelaars de integratie van duurzaamheid in hun marketingstrategie verder kunnen optimaliseren en hiermee wellicht zelfs het verschil kunnen maken met de concurrentie. 1.7 Ethische aanvaardbaarheid van het onderzoek Zowel consumenten als verkopende partijen van nieuwbouwkoopwoningen hebben belang bij het optimaal toepassen van duurzaamheidconcepten in nieuwbouwkoopwoningen. Hiermee dragen beide hun steentje bij aan het maatschappelijk debat over de toekomst van de aarde en meer concreet het terugdringen van de CO2-uitstoot. Vraag naar en aanbod van duurzaamheid in nieuwbouwkoopwoningen dienen op elkaar te worden afgestemd. Zowel voor de consument als voor de verkopende partij is goede voorlichting als onderdeel van een marketingstrategie wenselijk. Consumenten weten in dat geval wat ze kopen en verkopende partijen kunnen hun marktkansen beter benutten. Teneinde de ethische aanvaardbaarheid van het onderzoek te waarborgen zijn de volgende uitgangspunten gedurende het onderzoek gewaarborgd: Onafhankelijke positie van de onderzoeker en diens werkgever (advies- en ingenieursbureau). Realistische weergave van duurzaamheid- en energieproducten bij nieuwbouwkoopwoningen. Vrijwillige medewerking van geïnterviewde interviewen personen. Onafhankelijkheid en objectiviteit ten aanzien van de onderzochte case-study. Openbaarheid van alle beschikbaar gestelde onderzoeksgegevens en hieruit afgeleide resultaten. 1.8 Leeswijzer De rapportage van deze thesis is opgebouwd uit een inleidend, een theoretisch, een empirisch en een afsluitend gedeelte. Deze onderdelen zijn als volgt verdeeld over de verschillende hoofdstukken: Het inleidende gedeelte van hoofdstuk 1 geeft de intenties van het onderzoek weer: de probleemstelling, doelstelling, vraagstelling, onderzoeksaanpak en relevantie van het onderzoek. Het theoretische gedeelte is weergegeven in de hoofdstukken 2 tot en met 5: Hoofdstuk 2 beschrijft de toepassing van duurzaamheid in nieuwbouwkoopwoningen. Hoofdstuk 3 geeft inzicht in de mate waarin duurzaamheid als koopmotief wordt aangemerkt door de consument van nieuwbouwkoopwoningen. Hoofdstuk 4 geeft een toelichting op de integratie van duurzaamheid in een marketingstrategie Hoofdstuk 5 geeft een afsluiting van het theoretische gedeelte aan de hand van hypothesen. In het empirische gedeelte in hoofdstuk 6 wordt verslag gedaan van de resultaten van de toetsing van de hypothesen aan de praktijk. Per hypothese wordt nauwkeurig nagegaan of die bij toetsing aan de praktijk stand houdt of dat de hypothese moet worden verworpen of aangescherpt. De afsluiting van het onderzoek is opgenomen in hoofdstuk 7. In dit hoofdstuk worden overeenkomsten en verschillen tussen theorie en praktijk met elkaar vergeleken. Hierbij wordt bij tien geselecteerde Nederlandse projectontwikkelaars geïnventariseerd hoe duurzaamheid in de marketingstrategie is geïntegreerd. Daarnaast wordt mede op basis van de case-study buiten de vastgoedpraktijk - bekeken in hoeverre de integratie van duurzaamheid in de marketingstrategie van Nederlandse projectontwikkelaars verder kan worden geoptimaliseerd. Op basis van analyse worden conclusies getrokken. Als laatste worden aanpak en resultaten van het onderzoek geanalyseerd op interpretatie en gebruik, aangevuld met bevindingen die tijdens het onderzoek en het schrijven van de thesis zijn opgedaan. Ter afronding worden aanbevelingen voor vervolgonderzoek gegeven. 4

11 2 Duurzaamheid Het zijn uitdagende tijden voor de vastgoedsector. In de diepe sporen van de economische crisis wordt van de sector verwacht dat ze medeverantwoordelijkheid neemt in de sluimerende energiecrisis. Deze verantwoordelijkheid wordt ook opgelegd in de vorm van aangescherpte regelgeving voor energieprestaties van nieuwbouwwoningen. Daarnaast hebben de bouwsector en de overheid in diverse duurzaamheidakkoorden afspraken gemaakt over verdergaande energiebesparing door de gebouwde omgeving. Geheel onzinnig is dit niet, aangezien de gebouwde omgeving circa een derde van het totale energieverbruik in ons land voor haar rekening neemt. 19% hiervan is toe te schrijven aan het verbruik door Nederlandse huishoudens (CBS, 2009). Veel aanbieders van nieuwbouwkoopwoningen hebben al dan niet gedwongen vanuit regelgeving of vanuit commerciële overwegingen - reeds de nodige duurzaamheidmaatregelen toegepast in nieuwbouwkoopwoningen. Met de genoemde aangescherpte regelgeving op het gebied van duurzaamheid is het de vraag of deze huidige maatregelen voldoende zijn of dat drastischere maatregelen noodzakelijk zijn. Daarnaast is het natuurlijk de vraag wat hiervan de voordelen zijn voor zowel het milieu als de portemonnee in de vorm van lagere energiekosten. Als laatste maar zeker niet onbelangrijkste punt kan de vraag worden gesteld welke mogelijkheden er zijn om, met in het achterhoofd de gewijzigde situatie op de woningmarkt met ruim aanbod en lage prijzen, deze extra duurzaamheidmaatregelen te financieren. Is een nieuw verdienmodel noodzakelijk? In dit hoofdstuk wordt antwoord gegeven op Deelvraag 1: Wat bepaalt de toepassing van duurzaamheid in nieuwbouwkoopwoningen, wat zijn hiervan de meerkosten en hoe kan de betaalbaarheid voor de consument worden geoptimaliseerd? Het hoofdstuk is als volgt opgebouwd: na een korte toelichting op het begrip duurzaamheid wordt ingegaan op de rol van de overheid met betrekking tot duurzaamheid. Vervolgens wordt geïnventariseerd welk aandeel de energielasten uitmaken van de woonlasten van de consument. Als laatste wordt de toepassing en de extra kosten van duurzaamheid in nieuwbouwkoopwoningen beschreven en de mogelijkheden voor een nieuw verdienmodel van duurzaamheid in nieuwbouwkoopwoningen. 2.1 Het begrip duurzaamheid Diverse definities van duurzaamheid zijn in de loop der jaren geformuleerd. Voor deze thesis wordt aangesloten bij de definitie van Van der Ven (2008): duurzaamheid is een concept waarin een balans wordt gezocht tussen ecologische, economische, technische en sociale belangen. Resultaten op gebouwniveau kunnen als volgt worden uitgedrukt: kostenbesparing, energiebesparing, comfort en gezondheid. Een duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder daarmee voor toekomstige generaties de mogelijkheid in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien (bron: Brundtland, VN-conferentie Rapport 'Our common future'). Als vertaalslag naar de bouwsector wordt onder duurzaam bouwen verstaan: Het streven om zo efficiënt mogelijk gebruik te maken van oppervlak, grondstoffen en energiebronnen om zo een maximaal mogelijk (materiaal en materieel) rendement te behalen voor eigenaren, gebruikers en voor de samenleving, economie en het ecosysteem als geheel (Rakhorst, 2008). Duurzaam bouwen heeft een grotere reikwijdte dan energiezuinig bouwen, zoals bijvoorbeeld energieneutraal of klimaatneutraal bouwen. Energiezuinig bouwen is wel een belangrijk onderdeel van duurzaam bouwen, maar het gaat bij duurzaam bouwen ook om een gezond binnenmilieu, materiaalkeuze, comfort en behaaglijkheid en het voorkomen van uitputting van grondstoffen. En dat niet alleen voor gebouwen, maar ook voor wijken en steden. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de milieueffecten, maar ook naar gezondheid en welbevinden van mensen in het interieur en exterieur van de gebouwde omgeving (www.vrom.nl). Een bedrijf dat maatschappelijk verantwoord onderneemt volgens het Triple P principe houdt naast het streven naar winst (profit) ook rekening met het effect van de activiteiten op het milieu (planet) en heeft oog voor menselijke aspecten binnen en buiten het bedrijf (people) (Regieraad voor de Bouw, 2007). De term Triple P komt voort uit het concept van de triple bottom-line zoals uitgewerkt door John 5

12 Elkington in zijn boek Cannibals with Forks (Elkington,1998). De triple bottom-line geeft aan dat een organisatie in haar bedrijfsvoering gelijkwaardig rekening moet houden met de volgende drieaspecten: People (mensen): de sociale consequenties van haar handelen; Planet (milieu): de ecologische gevolgen; Profit (winst): de economische rentabiliteit. Voor de Wereldtop over duurzame ontwikkeling te Johannesburg in 2002 werd Profit veranderd in Prosperity (welvaart) om naast economische winst ook de maatschappelijke winst in de afwegingen te betrekken. De laatste jaren is het besef gegroeid dat duurzaam bouwen zich niet alleen dient bezig te houden met de P van Planet (milieu), maar dat de P s van People en Prosperity eveneens betrokken moeten worden bij het ontwikkelen van een duurzaam gebouwde omgeving (www.vrom.nl, 2010). De drie P s nader bestuderend kan de vraag worden gesteld of Elkington s oorspronkelijke intentie tot het in onderlinge gelijkwaardig toepassen van de drie P s ook daadwerkelijk plaatsvindt. De P s van Planet en Profit (in mindere mate Prosperity) zijn goed in concrete eenheden uit te drukken en hierdoor gelijkwaardig te vergelijken, voor de P van People geldt dit minder. Zo kunnen er bijvoorbeeld vraagtekens worden gezet bij de wijze waarop de laatste jaren milieucompensatie zijn intrede heeft gedaan en de invloed hiervan op de P van People. Het is natuurlijk vreemd dat in Nederland aangerichte milieuschade met de portemonnee elders in de wereld gecompenseerd kan worden. Is de Nederlandse bevolking bijvoorbeeld gediend met de realisatie van grote velden met zonnepanelen elders in de wereld als compensatie van de uitbreiding van Schiphol? En de bevolking van het land waar de zonnepanelen worden geplaatst? Is dit gelijkwaardig aan de P s van Planet en Profit/Prosperity? Aangezien dit onderwerp buiten de kaders valt van deze thesis, wordt hier niet verder op ingegaan. Om te komen tot een duurzame gebiedsontwikkeling en/of een duurzame nieuwbouwwoning kan iedere pijler uit Triple P nader worden ingevuld. Hier zijn verschillende methoden voor. Hieronder worden er twee toegelicht: Trias Energetica en Cradle to Cradle (C2C). Trias Energetica is in 1996 ontwikkeld door de TU Delft en Novem en gaat uit van drie stappen: 1. Beperken van de energiebehoefte. Deze eerste stap bestaat uit het besparen op energiegebruik. Dit kan zowel vanuit het gebouwontwerp (goede isolatie, passieve zonne-energie, etc.), maar ook door een verantwoord gebruik van het gebouw. 2. Duurzaam opwekken van energie. De tweede stap is het gebruiken van duurzame energie. Zonnecellen en windmolens zijn bekende voorbeelden van energie opwekken uit duurzame bronnen. Maar er zijn meer mogelijkheden, zoals het gebruiken van de warmte die in de bodem zit. 3. Optimale inzet van fossiele brandstoffen. De derde stap is energie van 'eindige' bronnen zo slim mogelijk gebruiken. Eindige energiebronnen zijn grondstoffen voor energie die op kunnen raken, zoals aardgas of kolen om elektriciteit op te wekken. Deze energiebronnen raken op en zijn bovendien belastend voor het milieu. Deze energie moet zo verstandig mogelijk worden gebruikt. Cradle to Cradle (van wieg tot wieg of afval = voedsel) is een manier van ontwerpen, bedacht door architect William McDonough en chemicus Michael Braungart (2007). Zij ontwerpen producten als in een ecosysteem: een geheel van dieren en planten waarin ieder onderdeel een functie heeft voor de andere onderdelen. Producten moeten zo worden gemaakt dat ze na gebruik van waarde zijn en als voeding of grondstof kunnen dienen voor nieuwe producten. Een product is dan na gebruik geen afval meer, maar een grondstof van een nieuw product. Dat gaat verder dan recycling, omdat bij C2C geen sprake is van restafval en omdat er bij C2C geen kwaliteit verloren gaat. De bedenkers van het concept noemen de huidige vorm van recycling downcycling. Bij het ontwikkelen en ontwerpen volgens C2C is volgens McDonough en Braungart het belangrijk om biologische en technische grondstoffen gescheiden te houden. Gebouwen die ontworpen zijn volgens het C2C-principe, voegen iets toe (=meerwaarde) aan de omgeving waarin ze staan. Voorbeelden hiervan zijn: het afgevoerde water is schoner dan het toegevoerde water; de gebouwen leveren meer energie dan ze gebruiken; de onderdelen waarmee het gebouw gemaakt is kunnen na gebruik weer terugkeren in de (biologische of technologische) kringloop. 6

13 De keuze voor duurzaamheid heeft grote invloed op de verdere ontwikkeling van een gebied en/of een woonwijk. Voor een ontwikkelaar is het dan ook noodzakelijk om al in een zo vroeg mogelijk stadium de duurzaamheidambitie voor een gebied te formuleren. Dit voorkomt dat duurzaamheid als een sausje over de wijk wordt gestrooid maar dat het op de juiste wijze is geïntegreerd in het ontwerpconcept. Overigens kan worden gesteld dat een vroegtijdige formulering van de duurzaamheidambitie ook kansen voor de ontwikkelaar biedt: er kan tijdig worden geanticipeerd op de eventuele meerkosten als gevolg van de geformuleerde duurzaamheidambitie en duurzaamheid kan worden geïntegreerd in de marketingstrategie van het project. 2.2 Overheid en duurzaamheid De oliecrisis uit 1973 vormt de oorsprong van energiebesparingprogramma s in de woningbouw en hieruit volgend de begrippen duurzaamheid en duurzaam bouwen. Vanaf het begin is de centrale overheid sterk betrokken geweest bij de verdere ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid en duurzaam bouwen. Tot 2000 was het beleid vooral gericht op innovaties en energiezuinig bouwen. Na 2000 is op basis van een beleidsevaluatie besloten de beleidsdoelstellingen te verplaatsen naar stimulering van kennisuitbreiding en -verspreiding (Ravesloot, 2005). Het aanbod aan nieuwbouwwoningen (koop en huur) wordt, naast de kansen en mogelijkheden die de markt biedt, door beleid op het gebied van ruimtelijke ordening en wet- en (bouw)regelgeving gestuurd door de overheid. De ambitie van de overheid is om het energieverbruik van nieuw te bouwen woningen via beleid, stimuleringsubsidies en certificering te verlagen om zodoende de CO2-uitstoot te reduceren Beleidskaders De overheid wil van Nederland een van de schoonste en zuinigste energielanden in Europa maken. Hoe het dat wil doen, staat in diverse wetten, regels en beleidsprogramma s verwoord en verankerd. Marktpartijen en overheden hebben hier in diverse duurzaamheidakkoorden invulling aan gegeven. Het feit dat overheden en marktpartijen hierin samen optrekken, kan als positief worden beoordeeld. Tabel 2.1 geeft een overzicht van de belangrijkste kaders waarbinnen duurzaamheid in bestaande bouw en nieuwbouwwoningen is vastgelegd. Met nadruk wordt gemeld, dat dit overzicht een greep is uit de diverse beschikbare stukken. Dit overzicht is dan ook niet uitputtend. Tabel 2.1 Beleidskaders Nederlandse overheid (niet uitputtend) Programma Jaar Ambitie Sectoren Betrokken partijen Werkprogramma Schoon en Zuinig (Cramer e.a., werkprogramma 2007) Energiebesparing nieuwbouw (Lenteakkoord) (Vogelaar e.a., 2008) Antwoord aan de samenleving (Aedes, 2007) Klimaatakkoord Rijk en gemeenten (Cramer e.a. klimaatakkoord, 2007) Energiebesparing bestaande gebouwenbouw: meer met minder (Cramer e.a., 2008) Regeling Energieprestatie Gebouwen (label) % reductie broeikasgassen in Energie, industrie, verkeer en vervoer, land- en tuinbouw, gebouwde omgeving Overheden en bedrijfsleven % reductie energieverbruik Nieuwbouwwoningen Rijksoverheid, Bouwend nieuwbouwwoningen Nederland, Neprom en in NVB % reductie gasverbruik Bestaande huurwoningen Woningbouwcorporaties binnen 10 jaar 2007 Nieuwbouw klimaatneutraal Nieuwe overheidsgebouwen Rijksoverheid en VNG in bestaande woningen Bestaande woningen en uti- Rijksoverheid, energie- en bedrijfsgebouwen liteitsgebouwen bedrijven, woningcorpo- 30% zuiniger maken in raties, bouwbedrijven 2011 en 2,4 mln. in en installatiebedrijven Inzicht in energiezuinigheid Woningbouw en utiliteitsbouw Rijksoverheid, uitvoe- /2010 van een gebouw (bestaand en nieuw) ring door marktpartijen. EPC 2008 Nieuwbouwwoningen: EPC Nieuwbouw van diverse Rijksoverheid = 0,0 in 2020 (energieneutrale gebouwtypen, w.a. wonin- woning) gen, kantoren, winkels, etc. De Rijksgebouwendienst werkt aan energiebesparing in de rijkshuisvesting. Uitgangspunt is om in de periode ten minste tot een energiebesparing van 2% per jaar te komen, en dat in

14 30% CO2-reductie is gerealiseerd ten opzichte van Daarnaast wordt verkend of in samenwerking met ambitieuze gemeenten, vastgoedontwikkelaars, bouwbedrijven, installatiebedrijven, ICTontwikkelaars, wetenschappers en adviseurs een nog hoger besparingsniveau bereikt kan worden Door dit voorbeeldgevende gedrag wil de overheid haar steentje bijdragen aan de realisatie van de ambities en gestelde doelen (Cramer e.a., 2007). Het nieuwe kabinet Rutte heeft in het regeerakkoord (VVD&CDA, 2010) een beperkte passage opgenomen over het toekomstige kabinetsbeleid op het gebied van klimaat, duurzaamheid en energie. Hierbij richt het kabinet zich op onafhankelijkheid in de energievoorziening. De opwekking van duurzame energie moet zo snel mogelijk concurrerend worden, maar dient in de overgangsfase gestimuleerd te worden. Hiertoe wordt de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE) geleidelijk omgevoerd in een SDE+ regeling. Financiering vindt plaats door een opslag op de energierekening. De SDE+ middelen worden direct ingezet voor duurzame energieprojecten. De SDE+ regeling kent geen open einde. Meer beleidsvoornemens over klimaat, duurzaamheid en energie staan niet vermeld in regeerakkoord (VVD&CDA, 2010) en gedoogakkoord (VVD&CDA&PVV, 2010) Subsidies In Nederland vormt AgentschapNL (ontstaan uit EVD, Octrooicentrum Nederland en SenterNovem) het centrale punt voor programma s, regelingen en wetten in het kader van duurzaamheid, innovatie en internationaal. AgentschapNL (ca fte s) is onderdeel van het ministerie van Economische Zaken houdt zich ook bezig met de monitoring en effectmeting van de beleidsuitvoering. AgentschapNL heeft voor Stichting Meer met Minder in opdracht van de voormalige ministeries VROM en WWI de Energiesubsidiewijzer ontwikkeld. De Energiesubsidiewijzer is voor woningeigenaren, woningcorporaties en marktpartijen een wegwijzer voor energiebesparing en de mogelijkheden die er zijn om subsidie te ontvangen van bijvoorbeeld de rijksoverheid, provincie of gemeente. In het kader van deze thesis is het ondoenlijk alle subsidieregelingen en financieringsmogelijkheden te benoemen. Volstaan wordt met een vermelding dat er regelingen zijn voor de volgende categorieën: Duurzame energie (o.a. kleine windturbine, warmtekoude opslag, warmtepomp, zonneboiler, zonnepanelen); Energielabel verbeteren (o.a. 2 labelstappen, 20/30% energiebesparing, maatwerkadvies, verbeteren naar A/B label); Installaties (o.a. douche-warmteterugwinning, lage temperatuurverwarming, ventilatie); Isoleren (o.a. dak, gevel, glas, leiding, muur en vloer); Verwarming (o.a. houtgestookte cv-ketel, HR(e)-ketel (met zonneboiler), inregelen verwarmingsinstallatie); Overig (o.a. binnenmilieu, energiebox, energiezuinige verlichting, groene daken, kleine maatregelen). Figuur 2.1 Het doolhof aan duurzaamheid- en energiesubsidies voor een woning Bron: Het Financiële Dagblad van 20 januari 2010 Bovenstaande figuur (FD, 2010) geeft op grafische wijze het doolhof aan subsidies weer dat (mogelijk) voor een woning verkregen kan worden. De typering doolhof raakt direct de kern van het probleem voor veel woningeigenaren: het subsidielandschap is zo groot, dat het voor de gemiddelde particulier heel lastig is de juiste regeling te vinden en daarna ook nog eens door de strenge criteria te benutten. Bovendien zijn er door wisselend beleid van de overheid veel wijzigingen in het subsidielandschap, waardoor ontwikkelaars en consumenten niet kunnen bouwen op een subsidieregeling. 8

15 De ervaring leert dat populaire regelingen vaak binnen zeer korte tijd na openstelling alweer overtekend zijn. Een goed voorbeeld hiervan is de regeling voor PV-zonnepanelen. De afgelopen jaren was deze subsidieregeling bij openstelling binnen een dag alweer uitverkocht. Een goed teken natuurlijk, want hieruit blijkt dat de consument zijn weg wel degelijk weet te vinden in het doolhof. Aan de andere kant kan de kanttekening worden geplaatst of de overheid de beschikbare middelen wel juist inzet. Immers, tegelijkertijd met de uitverkoop van deze regeling zijn er nog diverse subsidiepotjes waar nog voldoende middelen in zitten, maar waarvoor de consument geen belangstelling heeft. Uiteraard is hierbij voorzichtigheid geboden, omdat dit niet ten koste mag gaan van geldend overheidsbeleid om zodoende de continuïteit en betrouwbaarheid in beleid te waarborgen. Wellicht dat de overheid een voorbeeld aan Duitsland zou moeten nemen, waar door langjarige continuïteit in regelingen, criteria en middelen de toepassing van duurzaamheid in nieuwbouwwoningen een groot succes is? Certificering Met behulp van methoden en rekenkundige instrumenten kunnen de milieueffecten van gebieden en gebouwen worden bepaald. Probleem is dat door de veelheid van methoden en methodieken uniformiteit ontbreekt, waardoor uitkomsten niet vergelijkbaar zijn. Een eerste stap naar uniformiteit is gezet in de vorm van de bepaling van de rekenmethode voor de milieueffecten van het materiaalgebruik binnen de bestaande certificeringmethoden, in 2008 resulterend in de Handleiding Milieuprestaties Gebouwen. Gezien de veelheid aan certificeringmethoden zou een logische volgende stap het samenvoegen van enkele methoden kunnen zijn. Overigens zijn vanuit GPR gebouw en GreenCalc+ gesprekken gaande met Dutch Green Building Council (DGBC) over één certificeringmethode. De verwachting is dat, mede vanwege het internationaal aansprekende karakter, gekozen wordt voor één Breeam systematiek, waarin de specifieke kenmerken en voordelen van GPR gebouw en GreenCalc+ worden ondergebracht. Tot die tijd zijn binnen Nederland de volgende certificeringmethoden leidend (niet uitputtend): EPC (Energieprestatie Coëfficiënt) EPBD (Europa, de energielabels A t/m G). GreenCalc+ GPR gebouw Breeam-NL (kantoren, scholen, winkels en industrie), oorspronkelijk uit Groot Brittannië. Internationaal aansprekende methoden zijn: Envest (gedetailleerd rekenprogramma, aanvullend aan Breeam in Groot Brittannië), Casbee (Comprehensive Assessment System for Building Environment Efficiency), GB Tool, Green Globes TM US, Leed (Leadership in Energie and Environmental Design), Haute Qualité Environnement (Frankrijk) en Green Star Rating (Australië). De energieprestatiecoëfficiënt geeft aan hoe energiezuinig een woning of een utiliteitsgebouw is, waarbij geldt dat hoe lager de EPC, hoe energiezuiniger de woning is. In het Bouwbesluit is aangegeven hoe hoog de EPC maximaal mag zijn. De overheid richt zich voor de nieuwbouw op aanscherping van de nationale normen die al bestaan (de EPC). Voor woningbouw gaat de EPC van 0,8 naar 0,6 in 2011 en naar 0,4 in 2015 met als doel de energieneutrale woning (EPC = circa 0,0) in Tabel 2.2 Overzicht aanscherping EPC eisen naar gebouwtype EPC eis Woning 1,2 1,0 0,8 0,8 0,6 0,4 neutraal Bijeenkomstgebouw 3,4 2,4 2,2 2,0 nb nb nb Celgebouw 2,3 2,2 1,9 1,8 nb nb nb Gezondheidszorg niet klinisch 2,0 1,8 1,5 1,0 nb nb nb Gezondheidszorg klinisch 4,7 3,8 3,6 2,6 nb nb nb Kantoren 1,9 1,6 1,5 1,1 nb nb nb Logiesgebouw 2,4 2,1 1,9 1,8 nb nb nb Onderwijs 1,5 1,5 1,4 1,3 nb nb nb Sportgebouw 2,8 2,2 1,8 1,8 nb nb nb Winkels 3,6 3,5 3,4 2,6 nb nb nb Bron: AgentschapNL, NEN 5128, NEN 2916, NPR 5129 en NPR

16 Overheid en bedrijfsleven zijn het erover eens dat de huidige methodiek van energie prestatie normering aan een grondige herziening toe is. Partijen hebben afgesproken om in gezamenlijkheid te komen tot een nieuwe vorm van energie prestatie normering. Conform het Lenteakkoord wordt gestreefd deze nieuwe norm per 2011 in te voeren in het bouwbesluit en dat de aanscherping conform de oude systematiek komt te vervallen (Vogelaar e.a., 2008). Overigens is per 1 juli 2011 (beoogde datum) met de EPG een nieuwe rekenmethodiek van kracht, ter vervanging van de EPC. De EPG houdt ook rekening met een meer reële binnentemperatuur, interne warmtelast, tapwaterbehoefte en luchtdichtheid. Toevallig of niet, precies aspecten die van toepassing zijn op de pijler people uit MVO. 2.3 Energiekosten in woonlasten: huidig en toekomstig aandeel Uit onderzoek van Griess (2009) blijkt dat consumenten de term woonlasten voornamelijk associëren met hypotheeklasten (81%) en in mindere mate met gebruikerslasten (9%) en energielasten (6%). Een opmerkelijke constatering, aangezien volgens de Woonlastenmonitor 2010 van de Rijksuniversiteit Groningen (2010) de hypotheeklasten voor een gemiddeld huishouden in werkelijkheid 58% van de totale woonlasten uitmaken. Het resterende deel van de woonlasten bestaat uit energie en water incl. belastingen (19%), overige belastingen (15%), heffingen (5%) en waterschap (3%). Figuur 2.2 Woonlasten van een koopwoning 2010 (Rijksuniversiteit Groningen) Hypotheek: Bijkomende woonlasten: Totaal woonlasten Als er wordt gekeken naar de relatieve stijging van de diverse woonlasten is deze constatering des te opmerkelijker. De prijs voor gas en elektra voor een gemiddeld huishouden stijgt harder dan de andere woonlasten, al is de afgelopen jaren een lichte daling waarneembaar (zie onderstaande figuur). Figuur 2.3 Energieprijzen Nederlandse huishoudens ( ) Bron: Energiened (tot 2009) en Energiecircle (vanaf 2009), gezien op: 10

17 Uit de energielastenbeschouwing van het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud, 2009) blijkt het aandeel van de energielasten in de totale huishoudlasten sterk wordt bepaald door het besteedbaar inkomen, het woningtype en het aantal kinderen. Het Nibud geeft hierbij aan dat het gaat om huishoudens met een besteedbaar inkomen dat tot de 20% laagste inkomens van Nederland behoort, om laagopgeleiden en in iets mindere mate om huurders. Bij deze groepen huishoudens is het aandeel energielasten tussen 2000 en 2006 duidelijk meer toegenomen dan dat van andere huishoudens. Het Nibud geeft hierbij de waarschuwing dat als de energieprijzen meer stijgen dan het inkomen, deze groepen een risicogroep vormen als het gaat om de betaalbaarheid van hun energielasten. Als aanbevelingen geeft het Nibud enerzijds het toespitsen van voorlichting op deze groepen met betrekking tot gedragsverandering. Anderzijds geeft het Nibud aan dat aan deze groepen financiële ondersteuning moet worden geboden voor het doorvoeren van energiebesparende maatregelen. Als voorbeelden geeft het Nibud stimuleringsmaatregelen als energieboxen, gratis energieadviseurs, subsidies en (fiscale) tegemoetkomingen. De vraag is of het huidige aandeel van de energielasten in de totale woonlasten van een gemiddeld huishouden in de toekomst zal wijzigen. Naast de prijsontwikkelingen op de energiemarkt is dit ook afhankelijk van de ontwikkelingen van overige factoren die van invloed zijn op de woonlasten, zoals bijvoorbeeld de ontwikkelingen op de kapitaalmarkt en het beleid van lokale overheden op belastingen. De prognose van energieprijzen laten een schommelend beeld zien. Dit resulteert in fluctuaties in de jaarlijkse energiekosten voor huishoudens, iets wat een gevoel van onzekerheid kan opleveren. Op basis van diverse prognoses kan worden gesteld dat op termijn de energieprijzen zullen stijgen. In welke mate en tot welk niveau is lastig te voorspellen, ook omdat onbekend is in hoeverre opkomende economieën gebruik zullen maken van fossiele brandstoffen, of over zullen gaan op duurzame energie. Onderstaande figuur geeft een prognose van de toekomstige ontwikkeling van energieprijzen, afkomstig van het Milieu- en Natuurplanbureau. Figuur 2.4 Prognose ontwikkeling energieprijzen Bron: Tweede Duurzaamheidverkenning (MNP, 2007) Op basis van bovenstaande prognose van energieprijzen kan worden verondersteld dat de recente daling van energieprijzen als tijdelijk mag worden verondersteld. Op termijn zullen de energieprijzen gestaag stijgen, waarbij het Milieu- en Natuurplanbureau aangeeft dat er jaarlijkse schommelingen in energieprijzen kunnen optreden. Zowel deze stijging als schommelingen bieden kansen om ditzelfde bedrag als budget voor investeringen in maatregelen en concepten voor duurzaamheid en energie aan te merken. Een en ander is natuurlijk wel afhankelijk van de (relatieve) stijging van de andere woonlasten en in hoeverre dit budgetruimte afneemt of toevoegt voor duurzaamheidinvesteringen. 11

Groen? Het is te doen! Audit.Tax.Consulting.Financial Advisory.

Groen? Het is te doen! Audit.Tax.Consulting.Financial Advisory. Groen? Het is te doen! Audit.Tax.Consulting.Financial Advisory. Een uitdagend klimaat 20 20 2020 In 2020 moet de uitstoot van CO 2 in de EU met 20% zijn teruggebracht ten opzichte van het 1990 niveau.

Nadere informatie

Rapport energiecijfers kantoren

Rapport energiecijfers kantoren Rapport energiecijfers kantoren Dit rapport is aangemaakt op 08/31/10 om 11:31. De website Energiecijfers van NL Energie en Klimaat levert u actuele gegevens over energieprijzen en alle aspecten van energiegebruik

Nadere informatie

Energieke Zorgbouw. 5 oktober 2011. Wijnanda Willemse (Agentschap NL) Stefan van Heumen (TNO)

Energieke Zorgbouw. 5 oktober 2011. Wijnanda Willemse (Agentschap NL) Stefan van Heumen (TNO) Energieke Zorgbouw 5 oktober 2011 Wijnanda Willemse (Agentschap NL) Stefan van Heumen (TNO) Introductie Wijnanda Willemse adviseur NL Energie & Klimaat - Agentschap NL Voorheen SenterNovem Energiebesparing

Nadere informatie

23-10-2009 MiddenBeemster. Aanpak tussen gemeente en huurders. Duurzaam Woonbron

23-10-2009 MiddenBeemster. Aanpak tussen gemeente en huurders. Duurzaam Woonbron 23-10-2009 MiddenBeemster Aanpak tussen gemeente en huurders Duurzaam Woonbron Even voorstellen Jan Willem Croon, ambassadeur duurzaamheid Woonbron Ir. Bouwkunde TU Delft 10 jaar Stork contracting. 10

Nadere informatie

PROJECTPLAN METERS MAKEN IN DE ESHOF

PROJECTPLAN METERS MAKEN IN DE ESHOF PROJECTPLAN METERS MAKEN IN DE ESHOF De Eshof op weg naar energie neutraal! = woningen Eshof naar nul op de meter = Inhoud 1. Ambitie: naar meest duurzame wijk van Elst? 2. Meten is weten: per wijk per

Nadere informatie

Een goede jas: schoon, gezond en zuinig. Frank te Poel 10 oktober 2007

Een goede jas: schoon, gezond en zuinig. Frank te Poel 10 oktober 2007 Een goede jas: schoon, gezond en zuinig Frank te Poel 10 oktober 2007 Inhoud 1. Klimaatverandering is een urgent probleem 2. Er zijn drastische maatregelen nodig 3. Waar staat Nederland nu? 4. Spaar Het

Nadere informatie

Januari 2011 Vereniging van Bouwkunst Tilburg Workshop Duurzame Stedenbouw. sebas.veldhuisen@terristories.nl

Januari 2011 Vereniging van Bouwkunst Tilburg Workshop Duurzame Stedenbouw. sebas.veldhuisen@terristories.nl Januari 2011 Vereniging van Bouwkunst Tilburg Workshop Duurzame Stedenbouw sebas.veldhuisen@terristories.nl programma 29 januari 2011 Duurzame Stedenbouw10:00 - Ontvangst met koffie en thee 10:15 - Presentatie

Nadere informatie

SUGGESTIES VOOR INHOUD PRESTATIE-AFSPRAKEN. TUSSEN GEMEENTE en WONINGCORPORATIES en HUURDERS

SUGGESTIES VOOR INHOUD PRESTATIE-AFSPRAKEN. TUSSEN GEMEENTE en WONINGCORPORATIES en HUURDERS SUGGESTIES VOOR INHOUD PRESTATIE-AFSPRAKEN TUSSEN GEMEENTE en WONINGCORPORATIES en HUURDERS Colofon Meer informatie over mogelijke ondersteuning op de verschillende onderwerpen: Ieke Benschop, NMU (i.benschop@nmu.nl;

Nadere informatie

Achtergrondinformatie Woonsymposium WONEN IN STAD.NL SESSIE DUURZAAMHEID

Achtergrondinformatie Woonsymposium WONEN IN STAD.NL SESSIE DUURZAAMHEID Achtergrondinformatie Woonsymposium WONEN IN STAD.NL SESSIE DUURZAAMHEID donderdag 19 maart 2015 Duurzaamheid Duiding en context Groningen heeft de ambitie om in 2035 een energieneutrale stad te zijn.

Nadere informatie

VNG Raadsledencampagne

VNG Raadsledencampagne Duurzaam Drimmelen VNG Raadsledencampagne Klimaat niet zonder de Raad Invloed raadsleden Borging beleid Collegiaal bestuur Collegeakkoord 2010-2014 Duurzame ontwikkeling: Een ontwikkeling die kan voorzien

Nadere informatie

Trends in duurzaam bouwen

Trends in duurzaam bouwen Trends in duurzaam bouwen De ontwikkeling naar energie neutraal bouwen en duurzaam materiaalgebruik auteur ir. W.D. Wormgoor ZOETERMEER - MOOK - GRONINGEN - ROERMOND - DÜSSELDORF - BONN - BERLIJN - PARIJS

Nadere informatie

Het energiebeleid van Habeko wonen Martin Bogerd directeur bestuurder.

Het energiebeleid van Habeko wonen Martin Bogerd directeur bestuurder. Verslag bijeenkomst 21 januari 2015 van Stichting Bewonersbelangen Habeko Wonen (SBHW) in samenwerking met Habeko wonen en gastspreekster Antoinette Vunderink van Het Energiehuis over Hoe houd ik mijn

Nadere informatie

Energiebesparing in de bouw

Energiebesparing in de bouw Energiebesparing in de bouw - Overheidsbeleid - Wettelijke kaders - Praktische omzetting Bijdragen van: ing. W.Baartman ir. J.Ouwehand Wetgeving en overheidsbeleid Transitie naar een duurzame energiehuishouding

Nadere informatie

Energiezuinige Nieuwbouw woonlasten voor huurder en koper. Symposium 22 april 2010

Energiezuinige Nieuwbouw woonlasten voor huurder en koper. Symposium 22 april 2010 woonlasten voor huurder en koper Symposium 22 april 2010 Harm van Papenrecht Adviseur & Interim Manager Focus op Woonlasten Duurzaamheid Energie Werkzaam voor: Woningcorporaties Gemeenten Instellingen

Nadere informatie

Helmonds Energieconvenant

Helmonds Energieconvenant Helmonds Energieconvenant Helmondse bedrijven slaan de handen ineen voor een duurzame en betrouwbare energievoorziening. Waarom een energieconvenant? Energie is de drijvende kracht Energie is de drijvende

Nadere informatie

Gebieden Energie Neutraal

Gebieden Energie Neutraal Gebieden Energie Neutraal Kennismaken met het programma GEN Liesbeth Schipper 27 september 2012 Inhoud Achtergrond Opzet GEN programma GEN Nieuwbouw Energieconcept Ontwikkel en businessmodel Omgeving GEN

Nadere informatie

Energieambities in strategisch voorraadbeleid

Energieambities in strategisch voorraadbeleid TEN KROODE & VAN ZEE ORGANISATIE-ADVISEURS Energieambities in strategisch voorraadbeleid Artikel 090.003 12 februari 2008 In opdracht van SenterNovem Ten Kroode & Van Zee, organisatie-adviseurs www.tkvz.nl

Nadere informatie

SUGGESTIES VOOR INHOUD PRESTATIE-AFSPRAKEN. TUSSEN GEMEENTE en WONINGCORPORATIES en HUURDERS

SUGGESTIES VOOR INHOUD PRESTATIE-AFSPRAKEN. TUSSEN GEMEENTE en WONINGCORPORATIES en HUURDERS SUGGESTIES VOOR INHOUD PRESTATIE-AFSPRAKEN TUSSEN GEMEENTE en WONINGCORPORATIES en HUURDERS Colofon Meer informatie over mogelijke ondersteuning op de verschillende onderwerpen: Ieke Benschop, NMU (i.benschop@nmu.nl;

Nadere informatie

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Vóór dat u beleid ontwikkelt is het van belang om de vraag: Waaròm zou ik MVO beleid ontwikkelen? te beantwoorden. Het antwoord op deze vraag bepaalt hóe u het MVO

Nadere informatie

Energietransitie. Bouw op onze kennis

Energietransitie. Bouw op onze kennis Energietransitie Bouw op onze kennis Programma Introductie Energieverbruik van een woning Energieverbruik in de praktijk Energieneutraal + Opslag van energie Bewoner centraal Wat doen wij? Een greep uit

Nadere informatie

Energieprestatie. Energieprestatie van gebouwen en de rol van de installatiesector. Kees Arkesteijn (ISSO)

Energieprestatie. Energieprestatie van gebouwen en de rol van de installatiesector. Kees Arkesteijn (ISSO) Energieprestatie Energieprestatie van gebouwen en de rol van de installatiesector Kees Arkesteijn (ISSO) Programma 1. Inleiding Energieprestatie gebouwen 2. Methoden bepaling Energieprestatie 3. Wet en

Nadere informatie

Bijlage I 20111278-07 Investeringen en energielasten Energiesprong woningbouw Maria van Bourgondiëlaan te Eindhoven. 1 Inleiding

Bijlage I 20111278-07 Investeringen en energielasten Energiesprong woningbouw Maria van Bourgondiëlaan te Eindhoven. 1 Inleiding Bijlage I 20111278-07 Investeringen en energielasten Energiesprong woningbouw Maria van Bourgondiëlaan te Eindhoven Datum Referentie Behandeld door 13 december 2011 20111278-07 P. Smoor/LSC 1 Inleiding

Nadere informatie

juli 2013 Extra hypotheek voor energieneutrale woningen

juli 2013 Extra hypotheek voor energieneutrale woningen juli 2013 Extra hypotheek voor energieneutrale woningen Auteurs Marcel Warnaar Jasja Bos Inhoudsopgave 1 INLEIDING... 3 2 METHODE... 4 2.1 Inleiding... 4 2.2 Energielasten in de standaard berekening...

Nadere informatie

Noodzaak: energielasten beheersbaar houden voor Titel lagere inkomens

Noodzaak: energielasten beheersbaar houden voor Titel lagere inkomens Noodzaak: energielasten beheersbaar houden voor Titel lagere inkomens Subtitel >> Als Cover het voetregel gaat om energie en klimaat De kosten voor gas en elektriciteit drukken steeds zwaarder op het besteedbare

Nadere informatie

Duurzame ontwikkeling:

Duurzame ontwikkeling: Duurzaam Tynaarlo Duurzame ontwikkeling: Een ontwikkeling die kan voorzien in de behoeften van de huidige generaties zonder die van de toekomstige generaties in gevaar te brengen. (Our common future 1987)

Nadere informatie

Prestatiecontracten sleutel tot duurzaamheid

Prestatiecontracten sleutel tot duurzaamheid Prestatiecontracten sleutel tot duurzaamheid Workshop Prestatiecontracten 7 december 2009 Albert Hulshoff, programma-adviseur adviseur Utiliteitsbouw SenterNovem Albert Hulshoff innovatie, energie, klimaat,

Nadere informatie

Markt functioneert nu mondjesmaat, er is meer potentieel dan nu wordt gerealiseerd, want:

Markt functioneert nu mondjesmaat, er is meer potentieel dan nu wordt gerealiseerd, want: Marktanalyse Markt functioneert nu mondjesmaat, er is meer potentieel dan nu wordt gerealiseerd, want: Onbekendheid gebouweigenaren & gebruikers met de mogelijkheden en winst die te behalen valt Ondoorzichtige

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 30 196 Duurzame ontwikkeling en beleid Nr. 50 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR WONEN, WIJKEN EN INTEGRATIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der

Nadere informatie

Energiebesparing bij nieuwbouw

Energiebesparing bij nieuwbouw Bas van de Griendt* en Jos de Vries** Energiebesparing bij nieuwbouw Als het gaat om energiebesparing staat de nieuwbouw in Nederland voor een opgave die er niet om liegt. Sinds 2011 immers moeten nieuwbouwwoningen

Nadere informatie

Onze Ambitie : De gemeente OOsterhOut wil een DuurzAme gemeente zijn en een Actieve bijdrage leveren AAn een schone, veilige

Onze Ambitie : De gemeente OOsterhOut wil een DuurzAme gemeente zijn en een Actieve bijdrage leveren AAn een schone, veilige duurzaam bouwen in duurzaam bouwen in U overweegt om een kavel te kopen in de Contreie. Overweeg dan vooral ook om dat energiezuinig en duurzaam te doen. De gemeente Oosterhout heeft namelijk een regeling

Nadere informatie

Duurzaam bouwen is innovatief denken... slim clubhuis.nl

Duurzaam bouwen is innovatief denken... slim clubhuis.nl Duurzaam bouwen is innovatief denken... Duurzaam bouwen =toekomstbestendig bouwen Duurzaam bouwen is goed voor mens, milieu en portemonnee: * mens; comfort, gezondheid, welzijn * milieu; biodiversiteit,

Nadere informatie

De keuze voor duurzaam bouwen

De keuze voor duurzaam bouwen De keuze voor duurzaam bouwen Ad Stas Woonbelang Veghel Wat aan de orde? Woonbelang Veghel beleid duurzaam (ver)bouwen en ervaringen instrumentarium, dilemma s en procesgang duurzaam concept; houtskeletbouw

Nadere informatie

Bouwen is Vooruitzien

Bouwen is Vooruitzien Bouwen is Vooruitzien Energie van visie tot projecten Peter Op t Veld Inhoud Waar staan we? Europees energie en klimaatbeleid Tegenstelling collectief belang individueel belang Waar gaan we naar toe?

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Woononderzoek Nederland 2009

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Woononderzoek Nederland 2009 Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB10-020 22 maart 2010 9.30 uur Woononderzoek Nederland 2009 Totale woonlasten stijgen in dezelfde mate als netto inkomen Aandeel en omvang aflossingsvrije

Nadere informatie

Workshop J De kracht van een klimaatfonds. 05 april 2011

Workshop J De kracht van een klimaatfonds. 05 april 2011 Workshop J De kracht van een klimaatfonds 05 april 2011 Presentatie Ad Phernambucq Zeeuws Klimaatfonds: Klimaatneutraal met Zeeuwse Projecten Nationaal Energie- en klimaatbeleid Doelstelling: Duurzame

Nadere informatie

Wijzer worden van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

Wijzer worden van Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen De Meeuw Nederland Industrieweg 8 Postbus 18 5688 ZG Oirschot T +31 (0)499 57 20 24 F +31 (0)499 57 46 05 info@demeeuw.com www.demeeuw.com De Meeuw en MVO Wijzer worden van Maatschappelijk Verantwoord

Nadere informatie

Duurzaamheid in Boswinkel Oost

Duurzaamheid in Boswinkel Oost Programma Waarom energiezuinig en duurzaam (ver)bouwen? Waarom energiemonitoring Duurzaamheid in Boswinkel Oost Energiemonitoring Velve Lindenhof, Enschede De energiezuinigste wijk van Enschede De uitvraag

Nadere informatie

Slimme energie-oplossingen voor bestaande en nieuwe woningen

Slimme energie-oplossingen voor bestaande en nieuwe woningen Slimme energie-oplossingen voor bestaande en nieuwe woningen Samen verduurzamen Uitdagingen op de Nederlandse markt De Nederlandse woningbouw staat voor een fikse uitdaging. De tijd van grote nieuwbouwprojecten

Nadere informatie

Ontwerp Gezonde Systemen

Ontwerp Gezonde Systemen Ontwerp Gezonde Systemen Het huidige zonne-inkomen gebruiken De cycli van de natuur worden aangedreven door de energie van de zon. Bomen en planten vervaardigen voedsel op zonlicht. De wind kan worden

Nadere informatie

Energielabel voor woningen. Antwoorden op de meest gestelde vragen

Energielabel voor woningen. Antwoorden op de meest gestelde vragen Energielabel voor woningen Antwoorden op de meest gestelde vragen Energielabel voor woningen Antwoorden op de meest gestelde vragen 02 Inhoud 1. Waarom deze brochure? 03 2. De feiten op een rij 05 3.

Nadere informatie

Beleggen in de toekomst. de kansen van beleggen in klimaat en milieu

Beleggen in de toekomst. de kansen van beleggen in klimaat en milieu Beleggen in de toekomst de kansen van beleggen in klimaat en milieu Angst voor de gevolgen? Stijging van de zeespiegel Hollandse Delta, 6 miljoen Randstedelingen op de vlucht. Bedreiging van het Eco-systeem

Nadere informatie

Duurzaamheid - enquête Bo-Ex Panel

Duurzaamheid - enquête Bo-Ex Panel Duurzaamheid - enquête Bo-Ex Panel Duurzaamheid speelt een steeds belangrijkere rol in onze maatschappij. Vaak vanuit het besef dat het verstandig is om anders om te gaan met onze aarde. Op het gebied

Nadere informatie

Energie neutrale Gebiedsontwikkeling

Energie neutrale Gebiedsontwikkeling Energie neutrale Gebiedsontwikkeling Dag van de Projectontwikkeling Pieter Hameetman, directeur 23 mei 2013 Koninklijke BAM Groep nv Energie neutrale gebiedsontwikkeling Energienota = 0 Betekend communiceren

Nadere informatie

Het kan minder! ing. P. Hameetman

Het kan minder! ing. P. Hameetman Het kan minder! ing. P. Hameetman manager innovatie BAM Vastgoed bv Inleiding Afbakening: Presentatie is toegespitst op woningbouw Verdieping van technische mogelijkheden 2 Klimaatakkoord Gemeenten en

Nadere informatie

Notitie energiebesparing en duurzame energie

Notitie energiebesparing en duurzame energie Notitie energiebesparing en duurzame energie Zaltbommel, 5 juni 2012 Gemeente Zaltbommel Notitie energiebesparing en duurzame energie 1 1. Inleiding Gelet op de ambities in het milieuprogramma 2012-2015

Nadere informatie

Van duurzaam denken naar duurzaam doen

Van duurzaam denken naar duurzaam doen Van duurzaam denken naar duurzaam doen Onze welvaart gaat ten koste van onze planeet en generaties na ons. Wij kunnen daar iets aan doen. Als we onze verantwoordelijkheid nemen. Maar hoe? Verantwoording

Nadere informatie

Naar Energie-nul in 2020: Renoveren of nieuw bouwen?

Naar Energie-nul in 2020: Renoveren of nieuw bouwen? Naar Energie-nul in 2020: Renoveren of slopen en nieuw bouwen? Verschenen in Vastgoedmarkt, juni 2011 John Mak, W/E adviseurs Naar Energie-nul in 2020: Renoveren of nieuw bouwen? Kiezen voor nieuwbouw

Nadere informatie

Maak werk van zon & wind Schone energie voor heel Tynaarlo. Tynaarlo

Maak werk van zon & wind Schone energie voor heel Tynaarlo. Tynaarlo Maak werk van zon & wind Tynaarlo Aanleiding Najaarsnota 2008 aankondiging plannen voor duurzame energie Voorjaar 2009 ontwikkelen scenario s Mei 2009 raadpleging inwoners Tynaarlo Juni 2009 voorstellen

Nadere informatie

Maatschappelijk Jaarverslag 2012

Maatschappelijk Jaarverslag 2012 Maatschappelijk Jaarverslag 2012 Inhoudsopgave Blad Voorwoord 2 1. Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) 3 2. MVO en Prins Bouw 3 3. Beleid 4 4. Speerpunten 5 5. Duurzaam bouwen 9 6. Toekomst 10

Nadere informatie

Energieprestatie van gebouwen

Energieprestatie van gebouwen Energieprestatie van gebouwen Caleffi Academy Pieter Nuiten Maart 2014 Planadvies W/E adviseurs Een betrouwbare partner in duurzaam vastgoed www.w- e.nl! Voor opdrachtgevers met ambi8e! 25 medewerkers!

Nadere informatie

ROMS interieur & display makers

ROMS interieur & display makers Gespreksverslag januari 2013 Duurzaamheid ROMS interieur & display makers Waarderveldseweg 97 Dhr. O. Meijer 023-5347284 oscar@roms.nl Rinco Bakker 06 532 95 684 energiecoach@parkmanagement.nl Aanleiding:

Nadere informatie

Verduurzamen van monumentaal vastgoed. Rianne Koster 30 juni 2011

Verduurzamen van monumentaal vastgoed. Rianne Koster 30 juni 2011 Verduurzamen van monumentaal vastgoed Rianne Koster 30 juni 2011 1 Agenda 1. Inleiding Triodos Bank 2. Triodos & Duurzaam Vastgoed 3. Villa Rusthoek Baarn 4. Uitgangspunten vastgoedfinanciering door Triodos

Nadere informatie

Energiezuinige woningen en de financieringslasttabellen 2011

Energiezuinige woningen en de financieringslasttabellen 2011 Energiezuinige woningen en de financieringslasttabellen 2011 Energiezuinige woningen en de financieringslasttabellen 2011 / 2 Energiezuinige woningen en de financieringslasttabellen 2011 Nibud, 2011 3

Nadere informatie

Duurzaam, mvo, energiezuinig & klimaatneutraal

Duurzaam, mvo, energiezuinig & klimaatneutraal Duurzaam, mvo, energiezuinig & klimaatneutraal Huidge situatie aarde Het klimaat verandert, de aarde warmt op Huidge situatie energie Energievoorraad stagneert Huidge situatie bevolking De arbeidsmarkt

Nadere informatie

Energiebesparing. Handleiding en stappenplan voor huurdersorganisaties

Energiebesparing. Handleiding en stappenplan voor huurdersorganisaties Energiebesparing Handleiding en stappenplan voor huurdersorganisaties Eerste druk, november 2007 ENERGIEBESPARING Handleiding en stappenplan voor huurdersorganisaties Eerste druk, november 2007 2007, Nederlandse

Nadere informatie

WERKWIJZE WERKTERREIN

WERKWIJZE WERKTERREIN Het merendeel van de bedrijfsgebouwen stamt uit een tijd dat we ons nog geen zorgen maakten over energieverbruik. De kosten waren laag en investeren in energiebesparing was niet of nauwelijks rendabel.

Nadere informatie

Extra hypotheek voor energieneutrale woningen

Extra hypotheek voor energieneutrale woningen Extra hypotheek voor energieneutrale woningen Extra hypotheek voor energieneutrale woningen Nibud, 2011 Samenvatting In de Gedragscode Hypothecaire Financieringen bestaat er sinds 1 augustus 2011 de

Nadere informatie

Bouwlokalen: Energieplus Bouwen en Renoveren. Haico van Nunen

Bouwlokalen: Energieplus Bouwen en Renoveren. Haico van Nunen : Energieplus Bouwen en Renoveren Haico van Nunen 2013 BOUWHULPGROEP: advies en architectuur Architectuur en stedenbouw: de bestaande stad Advisering: wijk- en locatieontwikkeling Innovatie: energie, milieu

Nadere informatie

Energieprestaties grondgebonden woningen

Energieprestaties grondgebonden woningen Energieprestaties grondgebonden woningen Meer wooncomfort met minder energie Het slimme duurzame bouwconcept. Van VolkerWessels Stap voor stap naar minder energiegebruik De overheid stelt steeds scherpere

Nadere informatie

http://enquete.groenepeiler.nl/admin/statistics.aspx?inquiry=47 1 van 13 5-7-2011 17:03

http://enquete.groenepeiler.nl/admin/statistics.aspx?inquiry=47 1 van 13 5-7-2011 17:03 1 van 13 5-7-2011 17:03 Enquête Enquête beheer Ingelogd als: aqpfadmin Uitloggen Enquête sta s eken Enquête beheer > De Klimaat Enquête van het Noorden > Statistieken Algemene statistieken: Aantal respondenten

Nadere informatie

Steek Energie in je huis

Steek Energie in je huis Steek Energie in je huis 9 oktober 2012 Breda 1 Bouwbedrijf Boot B.V. Bouwbedrijf Boot is actief in de woningbouw (particulier, ontwikkeling), zorg huisvesting en utiliteit (scholen, kantoren, bedrijfsgebouwen).

Nadere informatie

energiebesparing bestaande bouw Harderwijk 26 mei 2015

energiebesparing bestaande bouw Harderwijk 26 mei 2015 energiebesparing bestaande bouw Harderwijk 26 mei 2015 Marc Smijers M 06-23924330 www.smijers-energieadvies.nl info@smijers-energieadvies.nl 1 Onderwerpen Relatie tussen energielabel en energiegebruik

Nadere informatie

Volledige uitleg oproep Tools voor EnergielinQ

Volledige uitleg oproep Tools voor EnergielinQ Volledige uitleg oproep Tools voor EnergielinQ Inleiding Energiesprong is een programma dat de Stichting Experimenten Volkshuisvesting (SEV) uitvoert in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken

Nadere informatie

GO 12. Bewonerscampagne vervolg Steek energie in je huis

GO 12. Bewonerscampagne vervolg Steek energie in je huis GO 12 Bewonerscampagne vervolg Steek energie in je huis Achtergrond Het doel van de campagne is om het voor bewoners - eigenaar/bewoners in dit geval, aantrekkelijk te maken om daadwerkelijk te investeren

Nadere informatie

Duurzaam Ondernemen en DGMR. 1. Inleiding. 1.1 Algemene missie DGMR. Betreft : Beleidsvisie Datum : 10 december 2012

Duurzaam Ondernemen en DGMR. 1. Inleiding. 1.1 Algemene missie DGMR. Betreft : Beleidsvisie Datum : 10 december 2012 Duurzaam Ondernemen en DGMR Betreft : Beleidsvisie Datum : 10 december 2012 1. Inleiding Deze DuOn-beleidsvisie is het overkoepelende document voor het beleid en de initiatieven van DGMR op het gebied

Nadere informatie

I. Duurzame Overheid. Michael Boddeke Wethouder Apeldoorn

I. Duurzame Overheid. Michael Boddeke Wethouder Apeldoorn In gesprek: I. Duurzame Overheid Michael Boddeke Wethouder Apeldoorn Duurzame gemeente is: hoe de stad er een generatie later uit ziet! Niet afwentelen maar zelf doen Dit kan: want we zijn grote gemeente!

Nadere informatie

Nationaal Energiebesparingsplan

Nationaal Energiebesparingsplan Nationaal Energiebesparingsplan van energieleveranciers en organisaties actief in de gebouwde omgeving Projectbeschrijving Bedrijfsleven en overheid geven mega impuls aan energiebesparing in gebouwen 23

Nadere informatie

Wie zijn wij? Van 0-meting tot haalbare business case. Programma. De methode. Meten van duurzaamheid. Heldere kijk op duurzaamheid.

Wie zijn wij? Van 0-meting tot haalbare business case. Programma. De methode. Meten van duurzaamheid. Heldere kijk op duurzaamheid. Van 0-meting tot haalbare business case Meer informatie: www.w-e.nl www.gprsoftware.nl ir. Janny Stevens (stevens@w-e.nl) ir. Saskia van Hulten (hulten@w-e.nl) Wie zijn wij? W/E adviseurs www.w-e.nl Saskia

Nadere informatie

Building4life. Wilt u weten hoe? Building4life. Jan van Polanenkade 26B1 4811 KM Breda Postbus 1069 4801 BB Breda

Building4life. Wilt u weten hoe? Building4life. Jan van Polanenkade 26B1 4811 KM Breda Postbus 1069 4801 BB Breda Wilt u weten hoe? Ga stap voor stap door onze aanpak: - Kennismaking Building4life - De Building4life werkwijze - Uitgewerkte case Amarant Tilburg Building4life Jan van Polanenkade 26B1 4811 KM Breda Postbus

Nadere informatie

Energieverspilling is zinloos

Energieverspilling is zinloos Aan de slag in de Bestaande Bouw Energieverspilling is zinloos in het verleden en daarna samengesteld door: Martin Liebregts Haico van Nunen Donderdag 13 september 2007 Milieu - Aandacht in de tijd 2/31

Nadere informatie

Energie Merenwijk. Wie ben ik?

Energie Merenwijk. Wie ben ik? Energie Merenwijk Wie ben ik? Marcel van Ewijk Makelaar & Taxateur SCVM Eigen kantoor Aangesloten bij VBO Makelaar Seniorkeur Makelaar EPA Adviseur Energielabel Woningbouw Erkend deskundige Energielabel

Nadere informatie

Hernieuwbare energie: noodzaak, visie op 2050 en beleid

Hernieuwbare energie: noodzaak, visie op 2050 en beleid Hernieuwbare energie: noodzaak, visie op 2050 en beleid Remko Ybema Lezing Den Bosch 12 oktober 2010 www.ecn.nl Inhoud Noodzaak van duurzame energie Een duurzame energievoorziening in 2050 Doelen van het

Nadere informatie

Raadscommissievoorstel

Raadscommissievoorstel Raadscommissievoorstel Status: Voorbereidend besluitvormend Agendapunt: 7 Onderwerp: Meerjarenprogramma Duurzaamheid 2014-2015 Datum: 12 november 2013 Portefeuillehouder: dhr. N.L. Agricola Decosnummer:

Nadere informatie

Energieneutraal via de Passief bouwen route

Energieneutraal via de Passief bouwen route Energieneutraal via de Passief bouwen route ing. J.J.P. (Jan Pieter) van Dalen Slotsymposium 14 september 2015 Verbouw monument Verbouw van een monument Monument als bedoeld in art. 1 onder d (Monumentenwet

Nadere informatie

Klimaat- en energiebeleid Gemeente Nijmegen

Klimaat- en energiebeleid Gemeente Nijmegen Klimaat- en energiebeleid Gemeente Nijmegen Fons Claessen sr.adviseur klimaat, energie & duurzaamheid Gemeente Nijmegen Waarom moeten we iets doen?? 1: Klimaatverandering 2: Energie en grondstoffen 3.

Nadere informatie

Ir. G.N. Sweringa (Truus)

Ir. G.N. Sweringa (Truus) Verduurzaming Woningmarktdebat woningbestand Apeldoorn 15 april 2010 Ir. G.N. Sweringa (Truus) Directeur Bestuurder 7-5-2010 1 MISSIE OFW Het bieden van een kansrijke woon- en leefomgeving voor mensen

Nadere informatie

Movares Duurzaamheidsscan

Movares Duurzaamheidsscan Movares Duurzaamheidsscan Innovatief procesinstrument Grip op duurzaamheid in elke projectfase Grip op duurzaamheid van A tot Z. Dat is de ambitie van Movares. Voor veel mensen en partijen is duurzaamheid

Nadere informatie

Rapport. Energievisie herontwikkeling zorgcentrum Merenhoef. projectnaam Zorgcentrum Merenhoef Maarssen projectnummer 11.0984

Rapport. Energievisie herontwikkeling zorgcentrum Merenhoef. projectnaam Zorgcentrum Merenhoef Maarssen projectnummer 11.0984 Rapport Aveco de Bondt Energievisie herontwikkeling zorgcentrum Merenhoef bezoekadres postbus postcode telefoon telefax e-mail internet Reggesingel 2 202 7460 AE Rijssen (0)548 51 52 00 (0)548 51 85 65

Nadere informatie

Marsaki: Het projectmanagementbureau van de woningcorporaties en voor IEDEREEN! Onze aandeelhouders: RWS partner in wonen. L escaut woonservice

Marsaki: Het projectmanagementbureau van de woningcorporaties en voor IEDEREEN! Onze aandeelhouders: RWS partner in wonen. L escaut woonservice Marsaki: Het projectmanagementbureau van de woningcorporaties en voor IEDEREEN! Onze aandeelhouders: RWS partner in wonen L escaut woonservice Woonburg Zeeuwland 1 De Wooneco-alliantie 2 Minder dan een

Nadere informatie

Energiereductie met een ESCo. Jan-Maarten Elias Unica Ecopower

Energiereductie met een ESCo. Jan-Maarten Elias Unica Ecopower Energiereductie met een ESCo Jan-Maarten Elias Unica Ecopower Inhoud 1. Over Unica Ecopower 2. Huidige en toekomstige energie wetgeving 3. Wat is een ESCo 4. Europese Gedragscode voor ESCo s 5. Voorbeeld

Nadere informatie

Energiebesparing bestaande koopwoningen. Effecten stimuleringspakket

Energiebesparing bestaande koopwoningen. Effecten stimuleringspakket Energiebesparing bestaande koopwoningen Effecten stimuleringspakket Notitie Delft, juli 2013 Opgesteld door: Cor Leguijt Frans Rooijers 2 2 juli 2013 3.B17.1 Energiebesparing bestaande koopwoningen 1 Inleiding

Nadere informatie

Verkoopbaarheid en verhuurbaarheid van vastgoed verhogen door Duurzame Energieopwekking

Verkoopbaarheid en verhuurbaarheid van vastgoed verhogen door Duurzame Energieopwekking Verkoopbaarheid en verhuurbaarheid van vastgoed verhogen door Duurzame Energieopwekking Erik van der Steen HYS legal 1 HYS Legal Inleiding Triodos Bank: Waarom we graag duurzaam vastgoed financieren Jones

Nadere informatie

Betaalbaarheid en duurzaamheid

Betaalbaarheid en duurzaamheid Bijlage 1 Advies Bewoners Advies Groep Betaalbaarheid en duurzaamheid Juli 2009 John van Veen Senioradviseur WKA Inleiding In de maanden mei en juni is een groep betrokken huurders van Nijestee in een

Nadere informatie

KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIE BIJ HERSTRUCTURERING VAN NAOORLOGSE WIJKEN

KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIE BIJ HERSTRUCTURERING VAN NAOORLOGSE WIJKEN April 2002 ECN-RX--02-013 KANSEN VOOR DUURZAME ENERGIE BIJ HERSTRUCTURERING VAN NAOORLOGSE WIJKEN Nieuw Den Helder Centrum als praktijkvoorbeeld J.C.P. Kester E. Sjoerdsma H. van der Veen (Woningstichting

Nadere informatie

u kunt er niet omheen

u kunt er niet omheen EPA-W Advies Het energielabel: u kunt er niet omheen Eigenaren van woningen zijn bij de verkoop of verhuur verplicht om een Energielabel te overhandigen aan de koper of huurder. Als erkend EPA-W Adviseur

Nadere informatie

WORKSHOP ENERGIEVISIE

WORKSHOP ENERGIEVISIE WORKSHOP ENERGIEVISIE STELLING 1 Wij werken al vanuit een energievisie WAT ZIT ER IN EEN ENERGIEVISIE Hoe gaan we om met energie in bestaande bouw en in nieuwbouw, in zowel woningbouw als utiliteit en

Nadere informatie

Collectief Particulier Opdrachtgeverschap en Energiezuinig Wonen waar liggen verbindingen?

Collectief Particulier Opdrachtgeverschap en Energiezuinig Wonen waar liggen verbindingen? Collectief Particulier Opdrachtgeverschap en Energiezuinig Wonen waar liggen verbindingen? DNA in de bouw De Nieuwe Aanpak in de bouw DNA in de bouw staat voor: transitie in de bouw vanuit de basis, de

Nadere informatie

energiebesparing bestaande bouw Noord-West Veluwe

energiebesparing bestaande bouw Noord-West Veluwe energiebesparing bestaande bouw Noord-West Veluwe Marc Smijers M 06-23924330 www.smijers-energieadvies.nl info@smijers-energieadvies.nl 1 Onderwerpen Hoe komt energielabel tot stand Relatie (of niet!)

Nadere informatie

Hoe werkt conceptueel bouwen? Verschillende standaarden

Hoe werkt conceptueel bouwen? Verschillende standaarden Conceptueel Bouwen 40 Tekens van Transitie Hoe werkt conceptueel bouwen? Bij conceptueel bouwen ontwikkelen architecten, projectontwikkelaars, bouwbedrijven en toeleveranciers samen een standaardconcept

Nadere informatie

Implementatie. stand van zaken. Harry Boschloo, Plv. hoofd Energiebeleid Gebouwde Omgeving. Energielabel-ontbijt, Renovatiebeurs, 6 maart 2012

Implementatie. stand van zaken. Harry Boschloo, Plv. hoofd Energiebeleid Gebouwde Omgeving. Energielabel-ontbijt, Renovatiebeurs, 6 maart 2012 Implementatie herziene EPBD: een stand van zaken Harry Boschloo, Plv. hoofd Energiebeleid Gebouwde Omgeving Energielabel-ontbijt, Renovatiebeurs, 6 maart 2012 8 maart 2012 Inhoud Context energiebeleid

Nadere informatie

ENERGIEAKKOORD. Gevolgen, verplichtingen en kansen THOMAS KOKSHOORN

ENERGIEAKKOORD. Gevolgen, verplichtingen en kansen THOMAS KOKSHOORN ENERGIEAKKOORD Gevolgen, verplichtingen en kansen THOMAS KOKSHOORN 2 - Wie zijn wij? - Visie Ekwadraat - Beleid - Doelstellingen - Middelen - Financiering Inhoud - Conclusies en aanbevelingen 3 INLEIDING

Nadere informatie

Waarom inzicht in de energieketen noodzakelijk is.

Waarom inzicht in de energieketen noodzakelijk is. Energieverbruik binnen de voedingen drankensector. Waarom inzicht in de energieketen noodzakelijk is. Deze whitepaper licht toe waarom het voor organisaties binnen de belangrijk is om inzicht te hebben

Nadere informatie

Auteurs: Martin Liebregts en Haico van Nunen

Auteurs: Martin Liebregts en Haico van Nunen 1 Auteurs: Martin Liebregts en Haico van Nunen V A N L E V E N S D U U R D E N K E N N A A R M I L I E U W A A R D E N A N A L Y S E ( M I W A ) Bij duurzaamheid gaat het om doen of laten. De praktijk

Nadere informatie

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen 2015-2016

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen 2015-2016 Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen 2015-2016 Van verbruik naar gebruik Pagina 1 van 5 Inleiding: Voor u ligt het MVO beleid van ABIRD Industrial Rental Services. Maatschappelijk Verantwoord en Duurzaam

Nadere informatie

Duurzaamheidsonderzoek en subsidiescan Combibad De Vliet te Leiden. 11 februari 2016

Duurzaamheidsonderzoek en subsidiescan Combibad De Vliet te Leiden. 11 februari 2016 Duurzaamheidsonderzoek en subsidiescan Combibad De Vliet te Leiden 11 februari 2016 1 Managementsamenvatting Inleiding De gemeente Leiden heeft in haar duurzaamheidsambitie doelen gesteld voor de korte

Nadere informatie

Concept Ecovision. Il sole come partner. Concept Ecovision. schermature solari Colt

Concept Ecovision. Il sole come partner. Concept Ecovision. schermature solari Colt Il sole come partner Concept Ecovision schermature solari Colt Concept Ecovision Verantwoord ondernemen, zorgvuldig omgaan met natuurlijke hulpbronnen en gebruik maken Energie besparen: een visie Energie

Nadere informatie

Beleidsnotitie. Kleine Windturbines in de Gemeente Oude IJsselstreek

Beleidsnotitie. Kleine Windturbines in de Gemeente Oude IJsselstreek Beleidsnotitie Kleine Windturbines in de Gemeente Oude IJsselstreek Aanleiding De afgelopen periode is de interesse voor kleine windturbines in Nederland toegenomen. Verwacht wordt dat de komende jaren

Nadere informatie

De Lokale Duurzame Energie Coöperatie. EnergieCoöperatieBoxtel WWW.ECBOXTEL.NL. Betaalbaar, duurzaam, eigen en onafhankelijk

De Lokale Duurzame Energie Coöperatie. EnergieCoöperatieBoxtel WWW.ECBOXTEL.NL. Betaalbaar, duurzaam, eigen en onafhankelijk De Lokale Duurzame Energie Coöperatie EnergieCoöperatieBoxtel Betaalbaar, duurzaam, eigen en onafhankelijk WWW.ECBOXTEL.NL LDEC: Waarom en waartoe leidt het Samen met leden realiseren van betaalbare, duurzame,

Nadere informatie

agendapunt B.04 Aan Verenigde Vergadering BELEIDSKADER DUURZAAMHEID

agendapunt B.04 Aan Verenigde Vergadering BELEIDSKADER DUURZAAMHEID agendapunt B.04 851617 Aan Verenigde Vergadering BELEIDSKADER DUURZAAMHEID Gevraagd besluit Verenigde Vergadering 28-10-2010 In te stemmen met de beleidsuitgangspunten, genoemd in hoofdstuk 5 van het Beleidskader

Nadere informatie