Hoofdstuk 7 Stroom, spanning, weerstand

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Hoofdstuk 7 Stroom, spanning, weerstand"

Transcriptie

1 Hoofdstuk 7 Stroom, spanning, weerstand 7.1 De wet van Ohm Je kent de begrippen spanning, stroomsterkte en weerstand. Aan de hand van een simpele schakeling halen we die kennis weer op. Elektrische spanning Het lampje gaat direct branden na het sluiten van de kring. Er loopt een stroom omdat de batterij voor een voortdurend druk verschil zorgt: een elektrische spanning tussen de polen A en B. In een metalen draad geeft de elektrische stroomsterkte aan hoeveel lading daar per seconde passeert. doorgestroomde lading doorgestroomde lading Dus: stroomsterkte =. verstreken tijd Een elektrische stroom loopt van de + (hoge druk) naar de (lage druk) van de batterij. Stroomsterkte geven we aan met I en lading met Q. De eenheid van lading heet de coulomb (C). Als er iedere seconde één coulomb door een draad passeert, zeggen we dat de stroomsterkte één ampère is (1 A). De batterij functioneert als een pomp, net als het hart bij de bloedsomloop. Het bloed blijft in je aderen stromen omdat je hart bij iedere slag voor voldoende drukverschil zorgt. Daardoor wordt de weerstand van de bloedvaten overwonnen. Een ventilator is ook zo'n pomp. Vóór en achter een ventilator heerst een andere druk en het drukverschil veroorzaakt een luchtstroom. Een elektrisch drukverschil heet spanning. Voor de bronspanning van een batterij of een andere spanningsbron schrijven we U b en de spanning tussen twee punten A en B geven we aan met U AB. De eenheid van spanning is de volt (V). Lading en stroomsterkte Als ergens langs de weg in 10 minuten tijd 80 auto s passeren, is de stroomsterkte daar ter plekke 480 auto s per uur. I Q t en 1 C 1 A = 1 s Weerstand De lampjes van het achterlicht en het voorlicht van een fiets zijn beide op dezelfde dynamo aangesloten, maar ze branden niet even fel. Door het achterlichtlampje gaat minder elektrische stroom omdat het een grotere weerstand heeft. Je moet het woord weerstand dus letterlijk nemen: een weerstand R (van resistance ) belemmert de stroom. Een formule voor /, U en R Spanning, stroomsterkte en weerstand hangen samen: I is kleine als R groot is I is groot als U b groot is.

2 Hoofdstuk 7 Stroom, spanning, weerstand 23 U b Dat kan je samenvatten in de formule I R. Die gebruiken we om het begrip weerstand te definiëren. De eenheid van weerstand is de ohm ( ). I U b R (of U b I R ; R U b I ) definitie van R grootheden eenheden spanning U volt V stroomsterkte I ampère A weerstand R ohm Kilo/milli mega/micro Vaak hebben we te maken met grote weerstanden waar dus kleine stromen door lopen. We gebruiken dan de kilo-ohm (k ) en de mega-ohm (M ) om de waarden van die weerstanden aan te geven. 1 k = 10 3 en 1 M = 10 6 Voor de bijbehorende stroomsterkten gebruiken we de milli-ampère en de micro-ampère. 1 ma= 10 3 A en 1 A = 10 6 A zie Voorbeeld 7-1 Meten van stroomsterkte Om hier de stroomsterkte door het lampje te meten, knippen we de kring open en plaatsen we een ampèremeter in het gat.(een stroomsterktemeter noemen we kortweg een ampèremeter, zoals we een spanningsmeter een voltmeter noemen). Je mag de kring ook aan de linker kant openknippen. Je meet daar dezelfde stroomsterkte. Als de stroom aan het begin groter zou zijn dan aan het eind, zou je ergens een opstopping van elektronen krijgen. Maar elektronen stoten elkaar af en geven met bijna de lichtsnelheid aan elkaar door dat er een file is. Daardoor wordt na het inschakelen de stroomsterkte in minder dan een miljoenste seconde overal even groot. Als je een ampèremeter aanbrengt, mag de stroom die je gaat meten niet veranderen. Zijn weerstand moet dus zo klein mogelijk zijn. Je kunt ook zeggen: de volle spanning van de bron moet beschikbaar zijn voor het lampje en er mag bijna geen spanning over de meter staan. Een meter die aan deze eis voldoet, noemen we een ideale meter. Een stroom slijt niet, maar is in een onvertakte kring overal precies hetzelfde. Een ideale ampèremeter heeft een weerstand nul. Er staat praktisch geen spanning over. Electronen Omstreeks 1800 heeft men een vrij willekeurige afspraak gemaakt, namelijk: Electrische stroom bestaat uit positieve deeltjes die van + naar lopen. Jammer genoeg bleek een kleine eeuw later dat in een metaaldraad de positieve deeltjes vastzitten en dat het juist de negatieve deeltjes, de electronen, zijn die bewegen. Omdat electronen die rechtsom lopen hetzelfde effect hebben als positieve deeltjes linksom, heeft men de afspraak maar zo gelaten. Er doen zoveel elektronen aan de stroomgeleiding mee dat hun snelheid zéér klein is (ze kruipen met ongeveer 0,1 mm/s). Later vond Millikan dat er 6, elektronen in één coulomb gaan; de lading van het electron is dus 1, C. Als een electrische stroom I in een metaaldraad van A naar B gaat, gaan de elektronen van B naar A.

3 24 Hoofdstuk 7 Stroom, spanning, weerstand Meten van spanning Om de spanning over het lampje te meten, sluit je de voltmeter met twee extra snoeren aan weerskanten van het lampje aanje hebt nu twee extra snoeren nodig, want we meten immers het verschil tussen de hoge elektrische druk links en de lage druk rechts. U I R R constant; wet van Ohm Een voorbeeld is constantaan, dat bestaat uit koper, nikkel en een beetje mangaan. Voor de constantaandraad uit de grafiek hiernaast is R = 10. Als je een voltmeter aanbrengt, mag de spanning die je gaat meten niet veranderen. Zijn weerstand moet dus zo groot mogelijk zijn. Je kunt ook zeggen: door een ideale voltmeter mag eigenlijk geen stroom door lopen. In de praktijk kan dat natuurlijk niet, want als er geen stroom door loopt, wijst hij ook niets aan. Weerstand en temperatuur De spanning over en de stroomsterkte door een lampje zijn gemeten bij oplopende bronspanning. Na verhogen van de spanning is steeds gewacht tot het lampje een nieuwe temperatuur had gekregen Een ideale voltmeter heeft een weerstand oneindig. Er loopt praktisch geen stroom door. Bepalen van weerstand Als je de spanning over en de stroomsterkte door een lampje meet, kun je de weerstand van het lampje uitrekenen. Gebruik een spanningsbron waarvan je de sterkte kunt regelen: Uover lampje R I door lampje Als de meters 6,0 V en 0,45 A aanwijzen, geldt voor het lampje: 6 V R 13 0,45 A De wet van Ohm Van sommige geleiders is de I(U)-grafiek een rechte lijn door de oorsprong. We zeggen dan dat zo n geleider voldoet aan de wet van Ohm: U = IR. Op zich is deze regel eenvoudig de definitie van het begrip weerstand. De wet van Ohm zegt dan ook méér, namelijk dat sommige geleiders een constante weerstand hebben. Aan de grafiek zie je dat de weerstand van het gloeidraadje niet constant is, maar oploopt. Bij hogere spanning brandt het lampje feller en is de gloeidraad heter. Hoe warmer het gloeidraadje wordt, hoe groter de weerstand ervan kennelijk is. Deze eigenschap heeft de gloeidraad (die gemaakt is van het metaal wolfraam) gemeen met alle metalen. De weerstand van een metaaldraad stijgt met de temperatuur.

4 Hoofdstuk 7 Stroom, spanning, weerstand 25 NTC- en PTC-materiaal Glas is normaal een isolator, maar als we het verhitten met een brander gaat het geleiden. Als de weerstand ver genoeg is afgenomen, gaat de lamp licht geven en kunnen we de brander weghalen. Het glas smelt op den duur door. De weerstand van zo'n draad is natuurlijk véél kleiner. Er passen namelijk 1 miljoen draadjes van 1 mm 2 in een draad van 1 m 2. De weerstand is dus 1 miljoen keer kleiner geworden. In BINAS vind je voor de weerstand van zo'n stuk koper Van glas neemt de weerstand dus af als de temperatuur stijgt. Ook grafiet (potloodstiften) en halfgeleiders zoals germanium en silicium hebben deze eigenschap. Zulke stoffen worden NTC-materialen genoemd. NTC is de afkorting van negatieve temperatuurcoëfficiënt. NTC-weerstanden worden vaak gebruikt in elektronische thermometers. Metalen, worden PTC-materiaal genoemd omdat de weerstand toeneemt als de temperatuur stijgt. Aan de R(T)-grafieken van koolstof en een metaaldraad kun je zien waar de afkortingen NTC en PTC vandaan komen. Bij koolstof is de richtingscoëfficiënt negatief en bij metaal positief. We willen een formule maken die R in verband brengt met de lengte l en het oppervlak van de doorsnede A. Zo 'n formule moet aan deze twee eisen voldoen: I Als l langer is, wordt de weerstand groter: II Als A groter is, wordt de weerstand kleiner: Ohm schreef daar dit voor op: R l A weerstand van een draad Opmerking Als we deze formule anders opschrijven begrijpen we ook de wat wonderlijke eenheid m voor de soortelijke weerstand: A m R m l m De wordt dubbel gebruikt Met de letter moet je oppassen want hij wordt zowel gebruikt voor de dichtheid (in kg/m 3 ) als voor de soortelijke weerstand (in m). Straal, diameter en doorsnee Bij vraagstukken over weerstanden krijg je vaak te maken met de straal r, de diameter D en (het oppervlak van) de doorsnee A. Soortelijke weerstand Als je de weerstand bepaalt van 1 m koperdraad met een doorsnede van 1 mm 2, dan vind je bij 20 C een waarde van 0,017. Voor goud vind je 0,022 en voor kwik 0,96. De koperdraad biedt dus de minste weerstand als er spanning op gezet wordt. In BINAS kun je deze waarden vinden, maar dan voor draden van 1 m lengte en 1 m 2 in doorsnee. We spreken dan van de soortelijke weerstand, aangeduid met de griekse letter. Wees er verder op bedacht dat je mm 2 en cm 2 nog naar m 2 moet omrekenen. 1 mm2 1 (10 3) m cm 1 (10 ) 1 10 m zie Voorbeeld 7-2 en 7-3

5 26 Hoofdstuk 7 Stroom, spanning, weerstand Opgaven bij Bereken de onbekende grootheden. Schrijf de antwoorden niet in de vorm 0,... maar gebruik de voorvoegsels k, m, M en of gebruik de wetenschappelijke notatie. a 60 V 0,06 A R. b 0,6 V 30 ma R c 20 V 4 A R d 5 ma 7 k U e 5 A 8M U f 40 V 2k I 2 De ampèremeter wijst hier 250 A aan. 6 Leg uit welke meter hier de ampèremeter moet zijn en welke de voltmeter. 7 Deze schakelingen zijn beide geschikt om de waarde van de weerstand R te bepalen. a Hoe loopt de elektrische stroom? b Hoe lopen de elektronen? c Hoe groot is de stroomsterkte in P? d Zoek in BINAS de lading van een elektron. e Hoeveel elektronen passen er in 1 C? f Hoeveel elektronen passeren P in 10 s? 3 Je sluit een lampje aan op een bron van 6 V. Je vermoedt dat het lampje een weerstand heeft in de orde van l00. a Hoe groot zal de stroomsterkte ongeveer worden? Je wilt dat een ampèremeter de stroomsterkte hoogstens 1 % vermindert. b Hoe groot mag de weerstand van de meter zijn? 4 Verbeter de volgende uitspraken: a Stroomstoten van 80 volt. b Die koelkast staat onder stroom. c Hoeveel volt gaat er door dat lampje? d Wat is de ampère van die dynamo? 5 Een lampje is aangesloten op een batterij. Je wilt de weerstandswaarde ervan bepalen met een voltmeter en een ampèremeter. Beide meters zijn ideaal. a Teken twee schakelingen waarmee dat lukt. b Hoeveel extra snoertjes moet je halen? Stel de meters zijn ideaal en wijzen links en rechts 12,0 V en 300 ma aan. a Bereken R. b Teken de I(U)-grafiek. De ampèremeter is niet ideaal; de voltmeter wel. Links wijzen de meters 12,0 V en 300 ma aan. b 1 Welke meter wijst rechts iets anders aan? b 2 Is die nieuwe waarde groter of kleiner dan links? c Welke schakeling kies je om R te bepalen? 8a Teken in één figuur de I(U)-grafieken voor weerstanden van 22 en 47. b Schets de I(U)-grafiek van een lamp waarbij I= 1,5 A als U = 12 V. 9 Naar welke kant moeten we het schuifcontact S verplaatsen om het lampje feller te laten branden?

6 Hoofdstuk 7 Stroom, spanning, weerstand Als je een lamp aansteekt, is de gloeidraad koud. a Leg uit dat je dan de meeste kans hebt dat hij stuk gaat. De gloeidraden in een straalkachel en in een kooldraadlamp zijn gemaakt van NTC-materiaal. b Hoe kun je dat zien als je ze inschakelt? 11a Leg uit dat je aan de I(U)-grafiek van een gloeilampje kunt zien dat de weerstandswaarde toeneemt bij hogere temperatuur. b Schets de I(U)-grafiek voor een kooldraadlamp; de gloeidraad hiervan is een NTC-weerstand. 12a Zoek in BINAS de soortelijke weerstanden van zilver, messing en diamant. Van een draad is: R= 8,3 ; l= 25,00 m; A= 1,80 mm 2 b Bereken. c Zoek in BINAS op van welke alliage deze draad gemaakt is. d Bereken de diameter van deze draad. 13a Bereken de weerstand van een koperdraad met lengte 1,30 km en diameter 0,60 cm. b Bepaal van welke alliage deze weerstand gemaakt is: R = 21 ; l = 30,00 m ; A = 1,6 mm 2 c Bereken de lengte van een draad constantaan met een diameter van 0,20 mm, die een weerstand van 100 heeft. 14 Als je een draad uitrekt, neemt de lengte toe ten koste van het oppervlak van de doorsnee. a Met welke factor neemt A toe als je een draad uitrekt tot hij drie keer zo lang is geworden? b Met welke factor verandert R dan? Je rekt een draad van 100 uit tot zijn weerstand 150 is geworden. c Hoeveel keer zo lang heb je de draad gemaakt? 15 Een vogel zit op een draad van 2, per meter. Schat de spanning tussen de poten.

7 28 Hoofdstuk 7 Stroom, spanning, weerstand 7.2 Serie en parallel Serieweerstanden vervangen Als een stroom zich nergens vertakt, spreken we van een serieschakeling: Alle apparaten staan dan achter elkaar in de rij. Omdat een stroom niet slijt, is de stroomsterkte overal gelijk. Als het lampje hier goed brandt (op 6 V bij 0,5 A) loopt er door de weerstand van 8 en de luidspreker van 4 ook 0,5 A. Over de weerstand staat 4 V en over de luidspreker 2 V: De grootste weerstand krijgt dus de meeste spanning. Als je weerstanden in serie zet, is de stroomsterkte overal gelijk. De spanning van de bron wordt verdeeld. De spanning over de weerstanden is evenredig met de weerstanden. I I I I U I R I R I R b U : U : U :... R : R : R : serie Een gat krijgt alle spanning Iedere keer als we in deze schakeling R veranderen, wordt de spanning van de bron anders verdeeld. We laten in gedachten R steeds groter worden en meten I, U 1 en U 2. Je zou hier het lampje (12 ), de weerstand (8 ) en de luidspreker (4 ) kunnen vervangen door één weerstand van 24 zonder dat de batterij het merkt. Zo n weerstand noemen we de vervangingsweerstand R v van de kring. Als je een stel weerstanden door Rv vervangt, verandert de stroom door de batterij niet. Om de vervangingsweerstand van een serie te berekenen moet je dus de weerstanden optellen. Rv R1 R2 R3... R serie Verdelen van spanning Over 12 staat in deze serie 6 V; over 8 staat 4 V en over 4 staat 2 V. De bronspanning van 12 V wordt dus zo verdeeld dat de spanningen evenredig zijn met de weerstanden. R ( ) I (A) U 1 (V) U 2 (V) U 1 + U 2 (V) , ,01 0,1 19, ,001 0,01 19, Je ziet dat de som van de twee spanningen steeds 20 V blijft, maar dat de verdeling van die 20 V steeds meer in het nadeel van U 1 uitpakt. Bij R = hebben we de weerstand verwijderd zodat er een gat in de keten zit. Er loopt dan geen stroom en de hele spanning van de bron staat over het gat. zie Voorbeeld 7-4 De spanningsdeler In deze schakeling verdeelt het contact S de schuifweerstand in twee delen. Als je met S van links naar rechts gaat, zie je U 1 oplopen van 0 V tot 12 V terwijl U 2 afneemt van 12 V tot 0 V. De som van de twee spanningen blijft 12 V

8 Hoofdstuk 7 Stroom, spanning, weerstand 29 Deze toepassing van de schuifweerstand wordt wel de potentioschakeling genoemd. We kunnen hiermee een lampje van 6 V toch op een accu van 12 V aansluiten. Met de volumeknop van een audioversterker bedien je ook een potentioschakeling. Het signaal van een tuner of een cd-speler gaat naar een voorversterker. Met het contact S bepaal je hoeveel spanning er op de eindversterker komt en dus hoeveel geluid er wordt geproduceerd. I A I A 24 I De stroom loopt ook door R v, dus: I Rv 8 24 Wanneer de weerstanden R 1, R 2, R 3, parallel staan, vinden we voor R y op dezelfde manier: A R R R R R v parallel zie Voorbeeld 7-5 Parallelle weerstanden vervangen Elektrische apparaten kunnen ook parallel worden aangesloten; dat wil zeggen evenwijdig naast elkaar. De stroom die een accu levert, heeft geen vaste waarde. Als we één weerstand van 6 op een accu van 12 V aansluiten, levert de accu een stroom van 2 A. Bij 4 loopt er 3 A en als we beide parallel aansluiten vinden we 5 A. Op parallelle weerstanden staat dezelfde spanning. Door de grootste weerstand gaat de kleinste stroom. Verdelen van stroom Bij twee parallelle weerstanden wordt de stroom van de bron verdeeld. Als je meer dan twee weerstanden parallel zet, wordt de hoofdstroom ook verdeeld. De spanning U PQ hoort bij iedere weerstand. Als je een stel weerstanden door één andere wilt vervangen, mag de hoofdstroom niet veranderen. Om de vervangingsweerstand van deze 8 en 24 uit te rekenen, sluiten we ze in gedachten aan op 1 V. Kortsluiting Een bijzonder geval is de kortsluiting. Als hierboven R 1 een draadje is met weerstand nul, dan gaat daar alle stroom door. De hoofdstroom neemt dan de kortste weg. R v van de kortsluiting is nul.

9 30 Hoofdstuk 7 Stroom, spanning, weerstand Serie en parallel gecombineerd Drie klossen geïsoleerd draad zijn op een accu van 12 V aangesloten. Een voltmeter wijst bij de bovenste 4 V aan. Wat wijst de meter aan bij de klos van 60 en wat bij de klos van 30? We onderzoeken de eigenschappen van de diode met deze schakeling. De bronspanning U b wordt in stapjes van 0,1 V verhoogd. Vergelijk deze schakeling eens met skiërs die met een lift (de accu) naar boven worden gebracht en daarna op twee manieren kunnen afdalen. Tussen A en B dalen ze 40 m. Daarna kunnen ze kiezen, maar welke weg ze ook nemen: langs beide wegen BC is het hoogteverschil 80 m. In de elektrische schakeling heb je tussen A en B een spanning van 4 V: In B splitst de stroom zich, maar op iedere tak staat 8 V. Pas als de spanning over de diode U d op 0,7V uitkomt, zien we de ampèremeter reageren. De 0,7 V noemen we de drempelspanning van de diode: bij deze spanning gaat het ventiel open. Als we U b verhogen, neemt U d nauwelijks toe. De spanning van de bron is verdeeld over de diode en de weerstand: U 0,7 U 0,7 I R b R U Dus b 0,7 I R De stroom-spanning karakteristiek van de diode ziet er dus zo uit: Voor Ud 0,7 V blijft de stroom nul; daarboven heeft de diode geen weerstand meer. Wat gebeurt er als je een wisselspanningsbron aansluit? Als U b negatief is, staat de diode in de sperrichting. Je ziet in de figuur het effect van de drempelspanning: ruim de helft van de tijd is de stroom geblokkeerd. zie Voorbeeld 7-6 en 7-7 De diode Een lampje brandt ook als je de polen van een batterij verwisselt. De diode daarentegen is een soort elektrisch ventiel, die laat slechts in één richting stroom door. Het symbool is In de linker schakeling wil de batterij de stroom met de wijzers van de klok laten rondgaan en wijst de diode in dezelfde richting; daar brandt het lampje. Rechts is de batterij omgedraaid en brandt het lampje niet.

10 Hoofdstuk 7 Stroom, spanning, weerstand 31 Opgaven bij Kies de goede woorden: Bij weerstanden die in serie staan is de vervangingsweerstand kleiner/groter dan de kleinste/grootste. 21a Wat wijzen de meters aan als S gesloten is? b Wat wijzen de meters aan als S open is? V 1 moet 8 V aanwijzen als S gesloten is. c Welke weerstand moet je dan in plaats van10 kiezen? 17 Bereken U, I, R 1 en R We schuiven S van links naar rechts. 22 In deze schakeling wordt het schuifcontact van punt 0 naar punt 4 gebracht. a In welke stand is de vervangingsweerstand van de kring het grootst? b Neem de tabel over en vul hem in. stand S R v ( ) I (A) U (V) links midden rechts 19 Bereken U b, R 1 en R 2. a l Leg uit dat links de ampèremeter steeds 0,1 A aanwijst. a 2 Schets de U(x)-grafiek van de linker voltmeter. b 1 Leg uit dat rechts de voltmeter tot op het laatst 8 V aanwijst. b 2 Leg uit dat je rechts bij grote x kans op schade hebt. b 3 Schets de I(x)-grafiek van de ampèremeter. 23 Kies de goede woorden: Bij parallelle weerstanden is de vervangingsweerstand kleiner/groter dan de kleinste/grootste. 24 Bereken R v : 20 De meters 1 en 2 zijn goed geschakeld. 25 Bereken de onbekende stromen. a Welke meter is de ampèremeter en welke de voltmeter? b Wat wijzen de meters aan? c Hoe groot moeten we de bovenste weerstand maken opdat de stroomsterkte 0,3 A wordt? a b d Wat wijst de voltmeter dan aan? e Wat wijzen de meters aan als we S openen?

11 32 Hoofdstuk 7 Stroom, spanning, weerstand 26a Kies de goede ongelijkheid: I 1 > 120 ma of I 1 < 120 ma b Bereken I 1 en U b. 30 Op een accu van 18 V willen we twee lampjes goed laten branden: één van12 V-1 A en één van 6 V-1,5 A. Dit is één mogelijkheid: 27a Wat weet je hier van I 1 + I 2 + I 3? b Bereken R v van de drie bekende weerstanden. c Bereken I 1, I 2, I 3,, U b en R. 28 Alle lampjes zijn gelijk. a Wat wijzen de meters aan? We draaien het lampje rechtsboven los. b 1 Hoe verandert de stroom in de onderste tak? b 2 Wat wijzen de meters dan aan? c Wat wijzen de meters aan als we in plaats van het lampje rechtsboven het lampje linksboven losdraaien? 29 Bereken de vervangingsweerstanden. Denk aan de afrondingsregels. a 1 Welke spanning staat over R? a 2 Hoeveel stroom moet door R lopen? a 3 Bereken R.. b Verzin andere oplossingen. 31a Leg uit hoe je aan de karakteristiek van de diode kunt zien dat je een diode makkelijk kunt vernielen. De drempelspanning van een germaniumdiode is 0,3 V. b Wat bedoelen we met die uitspraak? Zo'n diode is met 100 in serie aangesloten op 2,5 V. c Bereken de stroomsterkte. 32 Je gebruikt lampjes en weerstanden met deze I(U)- karakteristieken. a Hoe groot is R van de weerstand? b Bepaal de uitslag van de meter: c De meter wijst hier 800 ma aan. d Hoe groot zijn dan U 1, U 2 en U b? e Wat wijst de meter aan als U b = 6,0 V?

12 Hoofdstuk 7 Stroom, spanning, weerstand Vermogen Een lamp onttrekt elektrische energie aan het lichtnet en zet deze om in licht en warmte. Een elektrische motor levert arbeid. Het tempo waarin de energie wordt omgezet, noemen we het vermogen P, van power of prestatie. De eenheid van vermogen is de watt (W): Als in 1 seconde 1 joule wordt omgezet, is het vermogen 1 watt. Elektrisch vermogen Het voorlicht je en het achterlichtje van je fiets staan parallel geschakeld op de dynamo. Ze branden dus op dezelfde spanning. Toch brandt het voorlicht feller omdat daar meer stroom door loopt. Formules voor vermogen Als je de formule P U I combineert met U I R kun je twee nieuwe formules voor P afleiden: P ( I R) I I 2 U U R en P U 2 R R Voor de energie E die door de stroom I in de tijd t wordt omgezet in de weerstand R schrijven we: 2 E Pt E I Rt Vermogen bij serie en parallel Als weerstanden in serie staan, loopt door allemaal dezelfde stroom. Je gebruikt dan P I 2R. Je ziet aan de formule dat in de grootste weerstand de meeste warmte wordt opgewekt. Sluit je ze in serie aan op een bron van 6 V, dan brandt juist het achterlichtje feller (het voorlicht je gloeit nauwelijks). Nu gaat er door beide dezelfde stroom. Het achterlicht brandt feller omdat daar meer spanning over staat. De snoertjes gloeien zelfs helemaal niet terwijl daar toch ook dezelfde stroom door gaat. Bij parallelle weerstanden staat over ieder U 2 dezelfde spanning. Gebruik dus P R. Nu wordt in de kleinste weerstand de meeste warmte opgewekt. Uit deze schakelingen blijkt dat het vermogen P (om fel te branden) zowel van de spanning U als van de stroomsterkte I afhangt: P U I De bijbehorende eenheden watt, volt en ampère hangen als volgt samen: 1 watt = 1 volt 1 ampère Voor het vermogen van een apparaat geldt: P U I 1W = 1V 1A = 1VA zie Voorbeeld 7-8 zie Voorbeeld 7-9 en 7-10 De kilowattuur Hoeveel energie wordt in 5 uur openomen door een elektrische kachel van 2000 W? We passen E Pt toe en rekenen de 5 uur om naar seconde: 7 E ,6.10 J 36 MJ Een grotere eenheid van energie is de kilowattuur (kwh), die kost ongeveer 20 cent. De energie die de kachel afneemt, is: E = 2 kw 5 h = 10 kwh Het verband tussen de joule en de kilowattuur vind je als volgt: 1 kwh = 1 kw 1h = 1000 W 3600 s = 3,6.10

13 34 Hoofdstuk 7 Stroom, spanning, weerstand Opgaven bij Een sidderrog kan stroomstoten leveren van 40 A bij een spanning van 45 V. Welk vermogen levert die vis dan? 34 Deze lampen branden vrijwel normaal. De waarde van P is één van deze drie: 75 W, 100 W of 150 W. 39 De linker ketting bestaat uit ringen van afwisselend koperdraad en ijzerdraad. Alle draden zijn even lang en even dik. De rechter ketting bestaat uit ijzeren ringen afgewisseld door even dikke ijzeren staafjes. Op de foto is te zien dat sommige schakels van de eerste ketting gloeien als we de spanning hoog genoeg opvoeren. a Hoe groot is de stroomsterkte ongeveer? b Kies voor P de juiste waarde. 35 Een trein rijdt op een spanning van 1500 V. De stroom door de motoren is 313 A. a 1 Bereken het vermogen dat de trein afneemt. a 2 Bereken de energie voor een rit die een half uur duurt. Elektrische energie kost 20 cent per kwh. b Hoeveel kost die rit? Op de terugweg rijdt de trein op halve snelheid. De stroomsterkte is dan 67 A. c Bereken hoeveel de rit nu kost. 36a Bereken de weerstand van een lamp van 40 W die brandt op 230 V. b Bereken de maximale spanning die je op een weerstand van 22 0 mag aansluiten, als die tot 10 W belast mag worden. a Leg uit welke metaalsoort gloeit. b Voorspel welke schakels van de tweede ketting zullen gloeien. 40 Op een auto-accu van 12 V staat 45 Ah. Dat wil zeggen dat je 15 uur lang 3 A mag I afnemen of 9 A gedurende 5 uur. a Hoeveel energie zit er in zo n accu opgeslagen? b Hoelang kun je een lampje (12 V-I0 W) op die accu laten branden? 37a Bereken het vermogen van een weerstand van 1000 die is aangesloten op 230 V. b Hoeveel warmte (in J en in kwh) wordt in die weerstand in 24 uur opgewekt? 38 Je schakelt 20, 30 en 70 in serie. a Hoe verhouden zich de vermogens? b Hoe verhouden zich de vermogens als je ze parallel op de bron aansluit?

14 Hoofdstuk 7 Stroom, spanning, weerstand Veiligheid Beveiliging tegen elektriciteit Elektriciteit kan in ons lichaam schade aanrichten door chemische reacties (elektrolyse), verwarming en zenuwprikkeling. Dit laatste is het gevaarlijkst omdat de hartspier dan op hol kan slaan waardoor de bloedtoevoer naar de hersenen stopt. Ook de ademhaling kan gestoord worden. Er zijn gelukkig veel manieren om ons te beveiligen tegen elektriciteit: aarding, isolatie, een scheidingstransformator en een aardlekschakelaar. Aarding Het doel van aarding is dat bij gevaar de stroom snel wordt verbroken. Vanuit het transformatorhuisje komen twee draden onze huizen binnen: de fasedraad (bruin) en de nuldraad (blauw). De nuldraad is in het transformatorhuisje geaard, dat wil zeggen in verbinding gebracht met het grondwater. Gewone stopcontacten zijn alleen met deze bruine en blauwe draad verbonden. In geaarde, stopcontacten komt ook nog een geel! groene aansluiting uit die met het grondwater onder het huis in contact staat. Deze verbinding wordt tot stand gebracht via staven die soms wel tot 15 m diepte gaan. Geaarde stopcontacten herken je aan de opzij uitstekende pennetjes. Zodra de fasedraad door een slechte plek in de isolatie in contact komt met het 'huis' van de wasmachine, gaat er door deze 'kortsluiting' een stroom lopen via de aardedraad en slaat de zekering door. Tegen direct contact van jou met de fasedraad helpt aarding echter niet, want dan ben jij de aardedraad! De stroom die dan gaat lopen is meestal groot genoeg voor een ongeluk, maar te klein om de zekering door te laten slaan. Bij een vaste lamp moet de schakelaar de fasedraad onderbreken. Als de schakelaar uit staat, is de lamp alleen nog maar in contact met de nuldraad. De nuldraad wordt nooit beschouwd als een draad die je veilig kunt beetpakken want je moet er altijd vanuit gaan dat zelfs de zorgvuldigste elektriciën een fout kan maken. Daarom moet in natte ruimtes een dubbelpolige schakelaar gebruikt worden, zodat beide verbindingsdraden verbroken worden. De pennetjes van het geaarde stopcontact zijn dus verbonden met het grondwater onder het huis. Maar wij lopen ook op de aarde en niet altijd op droog, isolerend schoeisel. Wij zijn dus permanent verbonden met de nuldraad en de aardedraad. Je kunt ook zeggen: als je met een spijker in het stopcontact zou prikken, heb je een kans van 50% op een goede afloop. De pennetjes kun je zonder probleem aanraken. Waarom zijn twee van de drie draden met de aarde verbonden? Omdat de constructie met nul- faseen aardedraad de mogelijkheid geeft ons te beschermen tegen schokken. Neem deze situatie: De scheidingstransformator In douches wordt voor de scheeraansluiting een scheidingstransformator gebruikt. Zo'n transformator geeft wel de spanning van 230 V door, maar hij verhindert dat je een gesloten kring kunt vormen met het lichtnet door één van depolen beet te pakken. Pas als je met beide polen in contact komt, loop je gevaar.

15 36 Hoofdstuk 7 Stroom, spanning, weerstand Overbelasting Als je op een groep teveel apparaten (parallel!) aansluit, kan de stroomsterkte boven de 16 A komen en slaat de stop door. De aardlekschakelaar Een aardlekschakelaar vergelijkt de aan- en afvoerstroom naar apparaten in huis. Bij een verschil van 30 ma of meer wordt de stroom automatisch uitgeschakeld. Een verschil betekent immers dat er stroom langs een verboden weg naar aarde lekt. Zekering, overbelasting en kortsluiting De stroom die onze huizen binnenkomt, gaat eerst door een hoofdzekering van 35 A en door de kwh-meter. Deze twee zijn verzegeld. Daarna splitst de stroom zich in vier 'groepen', één voor de wasmachine en drie voor de rest. We tekenen alleen de fasedraden. Deze groepen zijn gezekerd op 16 A. Men gaat ervan uit dat de drie groepen nooit tegelijk tot hun maximum belast worden en samen niet meer dan 35 A afnemen. Kortsluiting Een zekering kan ook afslaan door kortsluiting. De spanningsbron is dan door een korte draad (met weinig weerstand) gesloten, zodat de stroomsterkte hoog is. In een broodrooster van 500 W zijn bijvoorbeeld door slechte isolatie twee metaaldraden met elkaar in contact gekomen. Normaal gaat er volgens P = U I een stroom van 2,2 A door. Nu kiest de stroom praktisch alleen de 'kortste weg' en komt de stroomsterkte ver boven de 16 A uit. Door de draden in de installaties in huis mag maar 16 A omdat ze anders te warm worden en er brand kan ontstaan. Als er toch meer stroom door de draden gaat, wordt de stroom afgesloten door een zekering. De smeltzekering In een smeltzekering (een 'stop') smelten twee zilverdraadjes door als de stroomsterkte te hoog wordt. De dikke draad is de eigenlijke zekering, de dunne laat bij smelten een veertje wegschieten, zodat je kunt zien welke zekering je moet vervangen.

16 Hoofdstuk 7 Stroom, spanning, weerstand 37 Opgaven bij Het glimlampje in een spanningszoeker gaat branden als de punt met de fasedraad van het lichtnet is verbonden en je vinger met de achterkant. a Reageert een aardlekschakelaar? b Kun je zo aantonen of er spanning op een scheidingstransformator staat? 42 In een spanningszoeker (zie p. 185) is de weerstand van 3 M door vocht nog maar 50 k. Het oppervlak van de achterkant is 10 mm 2. Stel de overgangsweerstand van 1 cm 2 natte huid op 5 k en de weerstand van één schoen op 150 k. Bereken de stroom die er dan door je gaat. 43 In Nederland wordt 42 V als veilige grens voor wisselspanning aangehouden. A. B en C zijn ten gevolge van een stommiteit met beide handen in contact geraakt met de blanke verbindingsdraden van een kerstboomsnoer met 14 lampjes. A zit in een bak met water, maar hij voelt slechts een lichte prikkeling. B overleeft het ook. 44a Hoeveel lampen van 150 W mag je aansluiten op één groep van de huisinstallatie? b Bereken de kleinste weerstand die je op het lichtnet mag aansluiten. 45 In een smeltzekering heb je een dikke en een dunne draad. De dikke draad vervangen we in gedachten door tien van die dunne die samen dezelfde dwarsdoorsnede hebben. a Leg met behulp van dit model uit dat de stroomdichtheden (stroomsterkte gedeeld door oppervlak van de doorsnede) in de dikke ende dunne draad even groot zijn. b Leg uit dat de dikke draad zijn warmte slechter kwijt kan en dus bij overbelasting eerder doorbrandt. a Op welke spanning brandt één lampje?.. b Hoe komt het dat A het overleeft? c Leg uit welke voorzorgsmaatregelen B kennelijk genomen heeft. d Leg uit of C gevaar loopt.

17 38 Hoofdstuk 7 Stroom, spanning, weerstand Uitgewerkte voorbeelden bij hoofdstuk 7 VOORBEELD 7-1 Je sluit achtereenvolgens 5, 5 k en aan op 15 V. a Wat worden dan de stroomsterktes? b Wat wordt de stroomsterkte als je 200 k aansluit op 10 V? a 15 V = I 5 I = 3 A 15 V = I 5 k I = 3 ma 15 V = I 5 M I = 3 A b I 10 V 200k 5, A 50µA VOORBEELD 7-2 Een hoogspanningskabel van aluminium is 13,5 km lang bij een diameter van 3,6 cm. Bereken zijn weerstand. Voor A geldt A = r 2 en = m vind je in BINAS. A R (1,8.10 ) 1,0.10 m ,5.10 1, ,36 VOORBEELD 7-3 Een constantaandraad van 200 cm heeft een weerstand van 12. Bereken de diameter van de draad. De diameter D vind je via A. Je begint dus met l de omgebouwde formule A R. In de tabel van de alliages vind je 6 0, m 2,00 12 A 0, , m2 r D 7, , m 4 2r 2 1,5 10 m 0,31cm VOORBEELD 7-4 We schroeven een van deze twee identieke lampjes los. Hoe reageert de meter? De voltmeter wees eerst 10 V aan. Daarna hangt het ervan af welk lampje we weghalen. Over het niet-weggehaalde lampje komt 10 V te staan en over het gat 20 V. L 1 weg de meter wijst 0 V aan L 2 weg de meter wijst 20 V aan VOORBEELD 7-5 De lampjes en de weerstanden hebben deze I(U)-karakteristieken. Wat wijzen de ampèremeters aan? In de eerste twee schakelingen wordt de bronspanning van 6 V verdeeld in 3 V voor elk onderdeel. Bij de weerstanden loopt er dus 0,15 A en bij de lampjes 0,31 A. In de derde schakeling kun je geen formules gebruiken omdat het lampje geen constante weerstand heeft. Je kunt dus geen vervangingsweerstand uitrekenen Pas de twee regels voor een serieschakeling toe: Overal loopt dezelfde stroom De som van de spanningen moet 6 V zijn.

18 Hoofdstuk 7 Stroom, spanning, weerstand 39 Je moet voor de stroomsterkte een gokje wagen. Begin bij 0,30 A, dan is de som van de spanningen 8,9 V, dat is te veel. Bij 0,20 A is de som 5,5 V, dat is te weinig. Ga nu met een horizontale lineaal omhoog tot de som 6,0 V is. Je vindt dan iets meer dan 0,21 A. VOORBEELD 7-6 a Bereken de hoofdstroom en de weerstand van de bovenste klos draad. Bereken de hoofdstroom en de uitslag van de voltmeter als we: b parallel aan R AB nog eens 10 plaatsen; c de weerstand van 30 kortsluiten. a Ga na dat de twee weerstanden tussen B en C vervangen kunnen worden door 20. De hoofdstroom is dus 8V 0,4A 20 Deze stroom gaat ook door R AB, dus 4V RAB 10 0,4A b Zodra de 10 is aangebracht, heeft zich in minder dan een miljoenste seconde een nieuwe toestand ingesteld. Zowel de hoofdstroom als de spanningen over AB en BC zijn gewijzigd. R AB is nu 5 zodat de totale vervangingsweerstand 25 is geworden. 12V I 0,48A 25 U AB 0,48 5 2,4V c Niet alleen de 30 wordt kortgesloten, maar de 60 ook. De vervangingsweerstand van BC is nu 0. De voltmeter wijst 12 V aan en de hoofdstroom is 3 A. VOORBEELD 7-7 Bereken de stromen en de waarde van R: We beginnen met de weerstand van 5 daar hebben we genoeg gegevens. want U 5 1,2 5 6,0V Voor de spanning tussen P en Q blijft over: U PQ V We passen twee keer de wet van Ohm toe: U 12V I 20 I 0,60A PQ 1 1 I2 30 I2 0, 40A Nu kunnen we I 3 bereken: I 3 1,2 0,60 0, 20 A Nog één keer de wet van Ohm tussen P en Q: 12 V 0,20 R R 60 VOORBEELD 7-8 Een lamp van 100 W is aangesloten op het lichtnet van 230 V. Hoe groot is zijn weerstand? Combineer P U I met U I R. P U I I I=0,43 A U I R 230 0, 43 R R 529 VOORBEELD 7-9 Een strijkijzer van 1000 W is een kwartier lang aangesloten op het lichtnet van 230 V. a Hoe groot is zijn weerstand? b Hoeveel energie wordt er omgezet? a Gebruik de formules P U I en U I R, of U 2 direct P R : R 53. R b Je moet eerst het kwartier omrekenen in secondes en daarna pas je E Pt toe: t s E ,0.10 J VOORBEELD 7-10 Na het stofzuigen merk je dat de pootjes van de stekker gloeiend heet zijn geworden. Wat kan de oorzaak zijn? In de stekker maken de draden waarschijnlijk slecht contact met de pootjes, zodat er een extra weerstand is ontstaan. Die weerstand staat in serie met de motor van de stofzuiger. Je moet 2 dus P I R voor de serie-weerstanden toepassen. Bij een goede stekker is R nul en wordt er geen warmte opgewekt. Na het vastzetten van de schroefjes is het probleem waarschijnlijk opgelost.

3.4.3 Plaatsing van de meters in een stroomkring

3.4.3 Plaatsing van de meters in een stroomkring 1 De stroom- of ampèremeter De ampèremeter is een meetinstrument om elektrische stroom te meten. De sterkte van een elektrische stroom wordt uitgedrukt in ampère, vandaar de naam ampèremeter. Voorstelling

Nadere informatie

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5)

Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) Uitwerkingen VWO deel 1 H2 (t/m par. 2.5) 2.1 Inleiding 1. a) Warmte b) Magnetische Energie c) Bewegingsenergie en Warmte d) Licht (stralingsenergie) en warmte e) Stralingsenergie 2. a) Spanning (Volt),

Nadere informatie

Elektriciteit thuis. Extra informatie Elektriciteit, Elektriciteit thuis, www.roelhendriks.eu

Elektriciteit thuis. Extra informatie Elektriciteit, Elektriciteit thuis, www.roelhendriks.eu Elektriciteit thuis Nuldraad, fasedraad In de elektriciteitskabel die je huis binnenkomt, bevinden zich twee draden: de fasedraad en de nuldraad. Zie de onderstaande figuur. De spanning tussen deze draden

Nadere informatie

Naam: Klas: Repetitie natuurkunde voor havo (versie A) Getoetste stof: elektriciteit 1 t/m 5

Naam: Klas: Repetitie natuurkunde voor havo (versie A) Getoetste stof: elektriciteit 1 t/m 5 Naam: Klas: Repetitie natuurkunde voor havo (versie A) Getoetste stof: elektriciteit 1 t/m 5 OPGAVE 1 Teken hieronder het bijbehorende schakelschema. Geef ook de richting van de elektrische stroom aan.

Nadere informatie

Naam: Klas Practicum elektriciteit: I-U-diagram van lampje Nodig: spanningsbron, schuifweerstand (30 Ω), gloeilampje, V- en A-meter, 6 snoeren

Naam: Klas Practicum elektriciteit: I-U-diagram van lampje Nodig: spanningsbron, schuifweerstand (30 Ω), gloeilampje, V- en A-meter, 6 snoeren Naam: Klas Practicum elektriciteit: I-U-diagram van lampje Nodig: spanningsbron, schuifweerstand (30 Ω), gloeilampje, V- en A-meter, 6 snoeren Schakeling In de hiernaast afgebeelde schakeling kan de spanning

Nadere informatie

Stevin havo deel 1 Uitwerkingen hoofdstuk 6 Stroom, spanning en weerstand (14-06-2012) Pagina 1 van 16

Stevin havo deel 1 Uitwerkingen hoofdstuk 6 Stroom, spanning en weerstand (14-06-2012) Pagina 1 van 16 Stevin havo deel itwerkingen hoofdstuk 6 Stroom, spanning en weerstand (4-06-0) Pagina van 6 Opgaven 6. De wet van Ohm a Het aantal ml komt overeen met de lading, dus het aantal ml per seonde met de stroomsterkte.

Nadere informatie

hoofdstuk 1 Elektriciteit.

hoofdstuk 1 Elektriciteit. hoofdstuk 1 Elektriciteit. 1.1 Lading. Veel toestellen op het laboratorium werken met elektriciteit. De werking van deze toestellen berust op elektrische lading die stroomt. We kennen twee soorten lading:

Nadere informatie

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8 HOEVEELHEID LADING Symbool Q (soms q) Eenheid C (Coulomb) Iedereen heeft wel eens gemerkt dat voorwerpen elektrische eigenschappen kunnen krijgen.

Nadere informatie

Inleiding 3hv. Opdracht 1. Statische elektriciteit. Noem drie voorbeelden van hoe je statische elektriciteit kunt opwekken.

Inleiding 3hv. Opdracht 1. Statische elektriciteit. Noem drie voorbeelden van hoe je statische elektriciteit kunt opwekken. Inleiding hv Opdracht Statische elektriciteit Noem drie voorbeelden van hoe je statische elektriciteit kunt opwekken Opdracht Serie- en parallelschakeling Leg van elke schakeling uit ) of het een serie-

Nadere informatie

Opgave 1 Er zijn twee soorten lading namelijk positieve en negatieve lading.

Opgave 1 Er zijn twee soorten lading namelijk positieve en negatieve lading. itwerkingen Opgave Er zijn twee soorten lading namelijk positieve en negatieve lading. Opgave 2 Een geleider kan de elektrische stroom goed geleiden. Metalen, zout water, grafiet. c. Een isolator kan de

Nadere informatie

Diktaat Spanning en Stroom

Diktaat Spanning en Stroom Diktaat Spanning en Stroom hoofdstuk 1 Elektriciteit. 1.1 Lading. Veel toestellen op het laboratorium werken met elektriciteit. De werking van deze toestellen berust op elektrische lading die stroomt.

Nadere informatie

hoofdstuk 1 Elektriciteit.

hoofdstuk 1 Elektriciteit. spanning 2007-2008 hoofdstuk 1 Elektriciteit. 1.1 Lading. Veel toestellen op het laboratorium werken met elektriciteit. De werking van deze toestellen berust op van elektrische lading die stroomt. We kennen

Nadere informatie

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie.

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie. Inhoud Basisgrootheden... 2 Verwarmingsinstallatie... 3 Elektrische schakelingen... 4 Definities van basisgrootheden... 6 Fysische achtergrond bij deze grootheden... 6 Opgave: Geladen bollen... 7 De wet

Nadere informatie

6.1 Afrondingsopdracht Goed en veilig werken van elektrische schakelingen

6.1 Afrondingsopdracht Goed en veilig werken van elektrische schakelingen 6. Afronding hoofdstuk 2 6.1 Afrondingsopdracht Goed en veilig werken van elektrische schakelingen Inleiding Bij de introductie van dit hoofdstuk heb je je georiënteerd op het onderwerp van dit hoofdstuk

Nadere informatie

Theorie: Energieomzettingen (Herhaling klas 2)

Theorie: Energieomzettingen (Herhaling klas 2) les omschrijving 12 Theorie: Halfgeleiders Opgaven: halfgeleiders 13 Theorie: Energiekosten Opgaven: Energiekosten 14 Bespreken opgaven huiswerk Opgaven afmaken Opgaven afmaken 15 Practicumtoets (telt

Nadere informatie

6.1 Afrondingsopdracht Goed en veilig werken van elektrische schakelingen

6.1 Afrondingsopdracht Goed en veilig werken van elektrische schakelingen 6. Afronding hoofdstuk 2 6.1 Afrondingsopdracht Goed en veilig werken van elektrische schakelingen Inleiding Bij de introductie van dit hoofdstuk heb je je georiënteerd op het onderwerp van dit hoofdstuk

Nadere informatie

Elektrische energie en elektrisch vermogen

Elektrische energie en elektrisch vermogen Elektrische energie en elektrisch vermogen Grootheid Symbool Eenheid Lading Q C: Coulomb Spanning U V: Volt Stroomsterkte I A: Ampère Energie E J: Joule Weerstand R Ω: Ohm Spanning: noodzakelijk om lading

Nadere informatie

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Elektrodynamica. 25 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn

Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Elektrodynamica. 25 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Elektrodynamica 25 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Atheneum van Veurne (http://www.natuurdigitaal.be/geneeskunde/fysica/wiskunde/wiskunde.htm),

Nadere informatie

R Verklaar alle antwoorden zo goed mogelijk

R Verklaar alle antwoorden zo goed mogelijk PROEFWERK TECHNOLOGIE VWO MODULE 6 ELECTRICITEIT VRIJDAG 19 maart 2010 R Verklaar alle antwoorden zo goed mogelijk 2P 2P 2P Opgave 1 Tup en Joep willen allebei in bed lezen. Ze hebben allebei een fietslampje.

Nadere informatie

Elektrische stroomnetwerken

Elektrische stroomnetwerken ntroductieweek Faculteit Bewegings- en evalidatiewetenschappen 25 29 Augustus 2014 Elektrische stroomnetwerken Dr. Pieter Neyskens Monitoraat Wetenschappen pieter.neyskens@wet.kuleuven.be Assistent: Erik

Nadere informatie

H2 les par2+4+3.notebook November 11, 2015. Elektriciteit in huis. Na de verbruiksmeter zit er een hoofdschakelaar en daarna

H2 les par2+4+3.notebook November 11, 2015. Elektriciteit in huis. Na de verbruiksmeter zit er een hoofdschakelaar en daarna Hoofdstuk 2 Elektriciteit in Huis Elektriciteit in huis Na de verbruiksmeter zit er een hoofdschakelaar en daarna wordt de huisinstallatie verdeeld in groepen met zekeringen. voor de extra veiligheid zijn

Nadere informatie

Hfd 3 Stroomkringen. Isolator heeft geen vrije elektronen. Molecuul. Geleider heeft wel vrije elektronen. Molecuul.

Hfd 3 Stroomkringen. Isolator heeft geen vrije elektronen. Molecuul. Geleider heeft wel vrije elektronen. Molecuul. Hfd 3 Stroomkringen Enkele begrippen: Richting van de stroom: Stroom loopt van de plus naar de min pool Richting van de elektronen: De elektronen stromen van de min naar de plus. Geleiders en isolatoren

Nadere informatie

Natuur- en scheikunde 1, elektriciteit, uitwerkingen. Spanning, stroomsterkte, weerstand, vermogen, energie

Natuur- en scheikunde 1, elektriciteit, uitwerkingen. Spanning, stroomsterkte, weerstand, vermogen, energie 4M versie 1 Natuur- en scheikunde 1, elektriciteit, uitwerkingen Werk netjes en nauwkeurig Geef altijd een duidelijke berekening of een verklaring Veel succes, Zan Spanning, stroomsterkte, weerstand, vermogen,

Nadere informatie

Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 6. 6.1 Elektrische lading; stroom, spanning en spanningsbron

Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 6. 6.1 Elektrische lading; stroom, spanning en spanningsbron itwerkingen opgaven hoofdstuk 6 6.1 Elektrische lading; stroom, spanning en spannings Opgave 5 a De wielen die het contact vormen tussen het vliegtuig en de grond zijn gemaakt van rubber, en rubber is

Nadere informatie

Signalen stroom, spanning, weerstand, vermogen AC, DC, effectieve waarde

Signalen stroom, spanning, weerstand, vermogen AC, DC, effectieve waarde Technologie 1 Elektrische en elektronische begrippen Signalen stroom, spanning, weerstand, vermogen AC, DC, effectieve waarde Opleiding Pop en Media Peet Ferwerda, januari 2002 Deze instructie wordt tijdens

Nadere informatie

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie.

Een elektrische schakeling is tot op zekere hoogte te vergelijken met een verwarmingsinstallatie. Inhoud Basisgrootheden... 2 Verwarmingsinstallatie... 3 Elektrische schakelingen... 4 Definities van basisgrootheden... 6 Fysische achtergrond bij deze grootheden... 6 Opgave: Geladen bollen... 7 De wet

Nadere informatie

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8

VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8 SAMNVATTING LKTICITIT VWO 4 kernboek B hoofdstuk 8 HOVLHID LADING Symbool Q (soms q) enheid C (Coulomb) Iedereen heeft wel eens gemerkt dat voorwerpen elektrische eigenschappen kunnen krijgen. Als je over

Nadere informatie

Elektriciteit. Wat is elektriciteit

Elektriciteit. Wat is elektriciteit Elektriciteit Wat is elektriciteit Elektriciteit kun je niet zien, niet ruiken, niet proeven, maar wel voelen. Dit voelen kan echter gevaarlijk zijn dus pas hier voor op. Maar wat is het dan wel? Hiervoor

Nadere informatie

Energie : elektriciteit : stroomkringen

Energie : elektriciteit : stroomkringen Energie : elektriciteit : stroomkringen De netspanning is uitgevallen! Pas dan merk je wat elektriciteit voor ons betekent. Geen licht, geen computer, geen playstation, het eten op het elektrisch fornuis

Nadere informatie

Elektriciteit Inhoud. Elektriciteit demonstraties

Elektriciteit Inhoud. Elektriciteit demonstraties Elektriciteit Inhoud Inleiding : Deze les Spanning: Wat is dat, hoe komt dat? Stroom(sterkte) : Wat is dat, hoe komt dat? Practicum: (I,)-diagram van een lampje en een weerstand Weerstand : Wet van Ohm

Nadere informatie

NASK1 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT. Wanneer loopt er stroom? Schakelingen

NASK1 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT. Wanneer loopt er stroom? Schakelingen NASK1 SAMENVATTING ELEKTRICITEIT Wanneer loopt er stroom? Elektrische apparaten werken alleen als er een stroom door loopt. Om de stroom te laten lopen is er altijd een spanningsbron nodig. Dat kan een

Nadere informatie

Project huisinstallatie voor de onderbouw

Project huisinstallatie voor de onderbouw Inhoudsopgave 1 Elektrische stroom.... 1 1.1 Waterstroom.... 1 1.2 Knikker stroom... 2 1.3 Geleiders en isolators.... 2 2 Elektrische schakeling... 3 2.1 Inleiding... 3 2.2 Zekering en aardlekschakelaar...

Nadere informatie

5 Weerstand. 5.1 Introductie

5 Weerstand. 5.1 Introductie 5 Weerstand 5.1 Introductie I n l e i d i n g In deze paragraaf ga je verschillende soorten weerstanden bestuderen waarvan je de weerstandswaarde kunt variëren. De weerstand van een metaaldraad blijkt

Nadere informatie

Welke wetmatigheden die gelden voor de elektrische schakeling kun je gebruiken om de werking van aarding, zekering en aardlekschakelaar te begrijpen?

Welke wetmatigheden die gelden voor de elektrische schakeling kun je gebruiken om de werking van aarding, zekering en aardlekschakelaar te begrijpen? 2 De elektrische schakeling 2.1 Introductie Inleiding In huis waar gewerkt wordt met een spanning van 230 volt, kunnen gevaarlijke situaties voorkomen, bijvoorbeeld kortsluiting, overbelasting, het aanraken

Nadere informatie

Hoe kun je de weerstand van voorwerpen vergelijken en bepalen?

Hoe kun je de weerstand van voorwerpen vergelijken en bepalen? werkblad experiment 4.5 en 5.4 (aangepast) naam:. klas: samen met: Hoe kun je de weerstand van voorwerpen vergelijken en bepalen? De weerstand R van een voorwerp is te bepalen als men de stroomsterkte

Nadere informatie

Practicum Zuil van Volta

Practicum Zuil van Volta Practicum Zuil van Volta Benodigdheden Grondplaat, aluminiumfolie, stuivers (munten van vijf eurocent), filtreerpapier, zoutoplossing, voltmeter, verbindingssnoeren, schaar Voorbereidende werkzaamheden

Nadere informatie

4.2 Het instapprobleem Een roodgloeiende metaaldraad onderdompelen in water

4.2 Het instapprobleem Een roodgloeiende metaaldraad onderdompelen in water 4 Elektrische energie 4.1 Introductie Inleiding Het hoofdstuk gaat over het goed en veilig functioneren van elektrische schakelingen en over wetmatigheden die gelden voor elektrische schakelingen. Je hebt

Nadere informatie

Elektriciteit (deel 1)

Elektriciteit (deel 1) Elektriciteit (deel 1) 1 Spanningsbronnen 2 Batterijen in serie en parallel 3 Stroomkring 4 Spanning, stroomsterkte, watercircuit 5 Lampjes in serie en parallel 6 Elektriciteit thuis 7 Vermogen van elektrische

Nadere informatie

Welke wetmatigheden die gelden voor de elektrische schakeling kun je gebruiken om de werking van aarding, zekering en aardlekschakelaar te begrijpen?

Welke wetmatigheden die gelden voor de elektrische schakeling kun je gebruiken om de werking van aarding, zekering en aardlekschakelaar te begrijpen? 2 De elektrische schakeling 2.1 Introductie Inleiding In huis waar gewerkt wordt met een spanning van 230 volt, kunnen gevaarlijke situaties voorkomen, bijvoorbeeld kortsluiting, overbelasting, het aanraken

Nadere informatie

Naam: Klas: Repetitie elektriciteit klas 2 1 t/m 6 HAVO (versie A)

Naam: Klas: Repetitie elektriciteit klas 2 1 t/m 6 HAVO (versie A) Naam: Klas: Repetitie elektriciteit klas 2 1 t/m 6 HAVO (versie A) OPGAVE 1 Welke spanning leveren de combinaties van 1,5 volt-batterijen? Eerste combinatie: Tweede combinatie: OPGAVE 2 Stel dat alle lampjes

Nadere informatie

6.0 Elektriciteit 1 www.natuurkundecompact.nl

6.0 Elektriciteit 1 www.natuurkundecompact.nl 6.0 Elektriciteit 1 www.natuurkundecompact.nl 6.1 a Stroomkring b Geleiders en isolatoren 6.2 Chemische spanningsbron 6.3 a Schakelingen b Schakelingen (Crocodile) 6.4 a Stroom meten (Crocodile) b Schakelingen

Nadere informatie

6.2 Elektrische energie en vermogen; rendement

6.2 Elektrische energie en vermogen; rendement 6.2 Elektrische energie en vermogen; rendement Opgave 9 Het rendement bereken je met E nuttig en E in. E nuttig is de hoeveelheid energie die nodig is het water op te warmen. E in is de hoeveelheid energie

Nadere informatie

5 Elektriciteit. 5.1 Elektriciteit om je heen

5 Elektriciteit. 5.1 Elektriciteit om je heen 5 Elektriciteit 5.1 Elektriciteit om je heen 2 Overeenkomst: beide leveren elektriciteit. Verschil: stopcontact levert een hoge spanning en een batterij levert een lage spanning 3 spanningsbron volt penlight

Nadere informatie

3 Slim met stroom. Inleiding

3 Slim met stroom. Inleiding 3 Slim met stroom Inleiding Hierboven zie je allerlei elektrische apparaten. Voor de een heb je batterijen nodig. De ander steek je met een stekker in het stopcontact. Al deze toestellen gebruiken stroom.

Nadere informatie

4.2 Het instapprobleem Een roodgloeiende metaaldraad onderdompelen in water

4.2 Het instapprobleem Een roodgloeiende metaaldraad onderdompelen in water 4 Elektrische energie 4.1 Introductie Inleiding Het hoofdstuk gaat over het goed en veilig functioneren van elektrische schakelingen en over wetmatigheden die gelden voor elektrische schakelingen. Je hebt

Nadere informatie

Impedantie V I V R R Z R

Impedantie V I V R R Z R Impedantie Impedantie (Z) betekent: wisselstroom-weerstand. De eenheid is (met als gelijkstroom-weerstand) Ohm. De weerstand geeft aan hoe goed de stroom wordt tegengehouden. We kennen de formules I R

Nadere informatie

Serie. Itotaal= I1 = I2. Utotaal=UR1 + UR2. Rtotaal = R1 + R2. Itotaal= Utotaal : Rtotaal 24 = 10 + UR2 UR2 = 24 10 = 14 V

Serie. Itotaal= I1 = I2. Utotaal=UR1 + UR2. Rtotaal = R1 + R2. Itotaal= Utotaal : Rtotaal 24 = 10 + UR2 UR2 = 24 10 = 14 V Om te onthouden Serieschakeling Parallelschakeling Itotaal= I = I2 Utotaal=U + U2 totaal = + 2 Itotaal=I + I2 Utotaal= U = U2 tot 2 enz Voor elke schakeling I totaal U totaal totaal Itotaal= I = I2 Utotaal=U

Nadere informatie

OPDRACHT 1 Vul zelf de juiste fase in.

OPDRACHT 1 Vul zelf de juiste fase in. Het technologisch proces. Om een technisch probleem op te lossen gaan we altijd werken volgens een bepaalde methode. OPDRACHT 1 Vul zelf de juiste fase in. FASE 1:.. We willen zelf een voorwerp maken om

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Elektrische weerstand

Hoofdstuk 1. Elektrische weerstand Hoofdstuk 1. Elektrische weerstand Alle materialen hebben elektrische weerstand. Soms is de weerstand laag en gaat elektrische stroom er gemakkelijk door. In andere gevallen is de weerstand hoog. Deze

Nadere informatie

Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3.

Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3. Opgave 5 Een verwarmingselement heeft een weerstand van 14,0 Ω en is opgenomen in de schakeling van figuur 3. figuur 3 De schuifweerstand is zo ingesteld dat de stroomsterkte 0,50 A is. a) Bereken het

Nadere informatie

Newton 4 vwo Natuur kunde

Newton 4 vwo Natuur kunde Newton 4 vwo Natuur kunde Hoofdstuk De elektrische huisinstallatie Hoofdstukvragen: Hoe wordt er voor gezorgd dat een elektrische schakeling goed en veilig werkt? Welke verschijnselen, eigenschappen en

Nadere informatie

Opgave 1. Voor de grootte van de magnetische veldsterkte in de spoel geldt: = l

Opgave 1. Voor de grootte van de magnetische veldsterkte in de spoel geldt: = l Opgave 1 Een kompasnaald staat horizontaal opgesteld en geeft de richting aan van de horizontale r component Bh van de magnetische veldsterkte van het aardmagnetische veld. Een spoel wordt r evenwijdig

Nadere informatie

Alles om je heen is opgebouwd uit atomen. En elk atoom is weer bestaat uit protonen, elektronen en neutronen.

Alles om je heen is opgebouwd uit atomen. En elk atoom is weer bestaat uit protonen, elektronen en neutronen. 2 ELEKTRICITEITSLEER 2.1. Inleiding Je hebt al geleerd dat elektriciteit kan worden opgewekt door allerlei energievormen om te zetten in elektrische energie. Maar hoe kan elektriciteit ontstaan? En waarom

Nadere informatie

Elektrische netwerken

Elektrische netwerken Deel 1: de basis H1 - H4: basisbegrippen gelijkspanning Opgaven bij hoofdstuk 1... 1 Opgaven bij hoofdstuk 2... 2 Opgaven bij hoofdstuk 3... 4 Opgaven bij hoofdstuk 4... 7 H5 - H8: basisbegrippen wisselspanning

Nadere informatie

3.2 Instapprobleem met demonstratie Schakelingen van drie lampjes

3.2 Instapprobleem met demonstratie Schakelingen van drie lampjes 3 Serie- en parallelschakeling 3.1 Introductie Inleiding In de vorige paragraaf heb je je beziggehouden met de elektrische huisinstallatie en de veiligheidsmaatregelen die daarvoor van belang zijn. Behalve

Nadere informatie

1.8 Stroomsterkte; geleiding.

1.8 Stroomsterkte; geleiding. 1.8 Stroomsterkte; geleiding. Met stroomsterkte (I) wordt bedoeld: de hoeveelheid lading die per seconde langs komt. De eenheid is dus coulomb per seconde (C/s) maar we werken meestal met de ampère (A)

Nadere informatie

DEEL 6 Serieschakeling van componenten. 6.1 Doel van de oefening. 6.2 Benodigdheden

DEEL 6 Serieschakeling van componenten. 6.1 Doel van de oefening. 6.2 Benodigdheden Naam: Nr.: Groep: Klas: Datum: DEEL 6 In de vorige oefeningen heb je reeds een A-meter, die een kleine inwendige weerstand bezit, in serie leren schakelen met een gebruiker. Door de schakelstand te veranderen

Nadere informatie

Weerstand. Bron: http://mediatheek.thinkquest.nl/~kl010/elektro/weerstand.htm. Cursus Radiozendamateur 1

Weerstand. Bron: http://mediatheek.thinkquest.nl/~kl010/elektro/weerstand.htm. Cursus Radiozendamateur 1 Bron: http://mediatheek.thinkquest.nl/~kl010/elektro/weerstand.htm Cursus Radiozendamateur 1 DOELSTELLINGEN: Kennis: - Inzicht in de fenomenen spanning, stroom, weerstand en vermogen. - De kleurcodes van

Nadere informatie

Basis Elektriciteit R = U/I. Gelijkstroom (Direct Current) Batterij of zonnecel; de elektronen stromen allemaal in 1 richting.

Basis Elektriciteit R = U/I. Gelijkstroom (Direct Current) Batterij of zonnecel; de elektronen stromen allemaal in 1 richting. Basis Elektriciteit Gelijkstroom (Direct Current) Wisselstroom (Alternating Current) Gesloten stroomkring (Closed circuit) DC AC Batterij of zonnecel; de elektronen stromen allemaal in 1 richting. Lichtnet;

Nadere informatie

Windmolenpark Houten. Project nask & techniek Leerjaar 2 havo/atheneum College de Heemlanden, Houten. Namen: Klas:

Windmolenpark Houten. Project nask & techniek Leerjaar 2 havo/atheneum College de Heemlanden, Houten. Namen: Klas: Namen: Klas: Windmolenpark Houten Project nask & techniek Leerjaar 2 havo/atheneum College de Heemlanden, Houten Ontwikkeld door: Geert Veenstra Gerard Visker Inhoud Probleem en hoofdopdracht Blz 3 Samenwerking

Nadere informatie

2 ELEKTRISCHE STROOMKRING

2 ELEKTRISCHE STROOMKRING 2 ELEKTRISCHE STROOMKRING Om elektrische stroom nuttig te gebruiken moet hij door een verbruiker vloeien. Verbruikers zijn bijvoorbeeld een gloeilampje, een motor, een deurbel. Om een gloeilampje te laten

Nadere informatie

Elektriciteit (deel 2)

Elektriciteit (deel 2) Elektriciteit (deel 2) 1 Elektrische lading 2 Eenvoudige stroomkring 3 Stroomsterkte en spanning 4 Serie- en parallelschakeling 5 Stroomsterkte en spanning meten 6 Weerstand, wet van Ohm 7 Energie en vermogen

Nadere informatie

8.1 Elektrische lading; stroom, spanning en spanningsbron

8.1 Elektrische lading; stroom, spanning en spanningsbron itwerkingen opgaven hoofdstuk 8 8.1 Elektrische lading; stroom, spanning en spanningsbron Opgave 1 Opgave 2 a Een atoom is een neutraal deeltje. De lading van een proton (+1 e) is gelijk aan de lading

Nadere informatie

inkijkexemplaar Energie voor de lamp Techniek 1

inkijkexemplaar Energie voor de lamp Techniek 1 Nota s: Energie voor de lamp 1. Probleemstelling 50 2. Transport van elektriciteit in een kring 50 2.1. Wat is een elektrische stroomkring? 50 2.2. Stromen van water - stromen van elektriciteit 51 2.3.

Nadere informatie

Blad 1. Voor het simulatiespel: 100 gele kaartjes (de energiepunten) 2 A6 met lampsymbool 1 A6 met batterijsymbool. Tijd Totaal 60 minuten.

Blad 1. Voor het simulatiespel: 100 gele kaartjes (de energiepunten) 2 A6 met lampsymbool 1 A6 met batterijsymbool. Tijd Totaal 60 minuten. Les in het kort De leerlingen onderzoeken op welke manieren je twee of meer lampjes op één batterij kunt aansluiten (parallel of serie) en welk effect dat heeft op de felheid van de lampjes. Ze gaan uitproberen

Nadere informatie

We hangen drie metalen bollen aan een draad en we geven ze alledrie een positieve of negatieve lading. Bol 1 en 2 stoten elkaar af en bol 2 en 3 stoten elkaar af. Wat kun je nu zeggen? 1. 1 en 3 hebben

Nadere informatie

6 Elektriciteit. Pulsar 1-2 vwo/havo uitwerkingen 2012 Noordhoff Uitgevers 1. 6.1 Elektriciteit om je heen. 1 Het juiste antwoord is D: 5000 V.

6 Elektriciteit. Pulsar 1-2 vwo/havo uitwerkingen 2012 Noordhoff Uitgevers 1. 6.1 Elektriciteit om je heen. 1 Het juiste antwoord is D: 5000 V. 6 Elektriciteit 6.1 Elektriciteit om je heen 1 Het juiste antwoord is D: 5000 V. 2 Overeenkomst: beide leveren elektrische energie. Verschil: stopcontact levert een hoge (wissel)spanning en een batterij

Nadere informatie

5 Elektriciteit. 1 Stroomkringen. Nova. 1 a de metalen b isolatoren c een schakelaar

5 Elektriciteit. 1 Stroomkringen. Nova. 1 a de metalen b isolatoren c een schakelaar 5 Elektriciteit 1 Stroomkringen 1 a de metalen b isolatoren c een schakelaar 2 a Een elektrische stroom bestaat uit kleine deeltjes die door geleidende materialen bewegen. b Met een stroommeter (ampèremeter)

Nadere informatie

UITWERKINGEN EXTRA OPGAVEN SCHAKELINGEN

UITWERKINGEN EXTRA OPGAVEN SCHAKELINGEN UITWERKINGEN EXTRA OPGAVEN SCHAKELINGEN U. Gegevens invullen: 24 0 24-0 4 V 2a R v2 R R 2. invullen gegevens: R v2 3 4 7 28 b R tot R v. invullen gegevens: 7 dus 4 A U U c R R. invullen gegevens: 3 dus

Nadere informatie

www.samengevat.nl voorbeeldhoofdstuk havo natuurkunde

www.samengevat.nl voorbeeldhoofdstuk havo natuurkunde www.samengevat.nl voorbeeldhoofdstuk havo natuurkunde www.samengevat.nl havo natuurkunde Ir..P.J. Thijssen Voorwoord Beste docent, Voor u ligt een deel van de nieuwe Samengevat havo natuurkunde. Dit katern

Nadere informatie

Een positief geladen stok wordt in de buurt gebracht van een metalen bol. Deze bol staat op een isolerende standaard, maar is via een koperdraad verbonden met de aarde. In de koperdraad loopt, 1. een stroom,

Nadere informatie

9 PARALLELSCHAKELING VAN WEERSTANDEN

9 PARALLELSCHAKELING VAN WEERSTANDEN 9 PARALLELSCHAKELING VAN WEERSTANDEN Een parallelschakeling komt in de praktijk vaker voor dan een serieschakeling van verbruikers. Denken we maar aan alle elektrische apparaten die aangesloten zijn op

Nadere informatie

Stevin vwo deel 1 Uitwerkingen hoofdstuk 6 Stroom, spanning en weerstand (09-06-2010) Pagina 1 van 26

Stevin vwo deel 1 Uitwerkingen hoofdstuk 6 Stroom, spanning en weerstand (09-06-2010) Pagina 1 van 26 Stevin vwo deel Uitwerkingen hoofdstuk 6 Stroom, spanning en weerstand (09-06-00) Pagina van 6 Opgaven 6. De wet van Ohm Geruik U = I of U U I = of = I a U 60 000 0 I 0,06 = = = = k U 0,6 = = = 0 = 0 I

Nadere informatie

Deel 1: Metingen Bouw achtereenvolgens de onderstaande schakelingen en meet de klemspanning en de stroomsterkte. VOORKOM STEEDS KORTSLUITING!!

Deel 1: Metingen Bouw achtereenvolgens de onderstaande schakelingen en meet de klemspanning en de stroomsterkte. VOORKOM STEEDS KORTSLUITING!! Practicum elektronica: Spanningsbron Benodigdheden: Niet-gestabiliseerde voeding of batterij, 2 multimeters, 5 weerstanden van 56 Ω (5 W), 5 snoeren, krokodillenklemmen. Deel : Metingen Bouw achtereenvolgens

Nadere informatie

INLEIDING. Veel succes

INLEIDING. Veel succes INLEIDING In de eerste hoofdstukken van de cursus meettechnieken verklaren we de oorsprong van elektrische verschijnselen vanuit de bouw van de stof. Zo leer je o.a. wat elektrische stroom en spanning

Nadere informatie

KeCo-opgaven elektricitietsleer VWO4

KeCo-opgaven elektricitietsleer VWO4 KeCo-opgaven eektricitietseer VWO4 1 KeCo-opgaven eektricitietseer VWO4 E.1. a. Wat is een eektrische stroom? b. Vu in: Een eektrische stroomkring moet atijd.. zijn. c. Een negatief geaden voorwerp heeft

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-BB 2004

Examenopgaven VMBO-BB 2004 Examenopgaven VMBO-BB 2004 2 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30 15.00 uur NATUUR- EN SCHEIKUNDE 1 CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Gebruik het BINAS tabellenboek.

Nadere informatie

Om een technisch probleem op te lossen gaan we altijd werken volgens een bepaalde methode. OPDRACHT 1 Vul zelf de juiste fase in. FASE 1:..

Om een technisch probleem op te lossen gaan we altijd werken volgens een bepaalde methode. OPDRACHT 1 Vul zelf de juiste fase in. FASE 1:.. et technologisch proces. 2,7 B T S 2,9 T S Om een technisch probleem op te lossen gaan we altijd werken volgens een bepaalde methode. OPDRACT 1 Vul zelf de juiste fase in. FASE 1:.. We willen zelf een

Nadere informatie

In deze proevenserie gaan we kijken wat elektriciteit is en wat je er mee kunt doen.

In deze proevenserie gaan we kijken wat elektriciteit is en wat je er mee kunt doen. In deze proevenserie gaan we kijken wat elektriciteit is en wat je er mee kunt doen. Als je onderdelen van een stroomkring aan elkaar vastmaakt, noem je dit schakelen of aansluiten. Sommige onderdelen

Nadere informatie

VMBO-B DEEL A LEERWERKBOEK. nask 1

VMBO-B DEEL A LEERWERKBOEK. nask 1 4 VMBO-B LEERWERKBOEK DEEL A nask 1 H8 Stoffen en hun eigenschappen Inhoudsopgave 1 Licht 1 Licht en schaduw 8 2 Het spectrum van wit licht 14 3 Lenzen 21 4 Een reëel beeld tekenen 31 5 Het oog 36 6 Straling

Nadere informatie

Opgave 2 Vuurtoren Natuurkunde N1 Havo 2001-II opgave 3

Opgave 2 Vuurtoren Natuurkunde N1 Havo 2001-II opgave 3 Deze 5 opgaven (21 vragen) met uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Et-stof: h4. Arbeid en energie, h5. Licht en h6. Elektriciteit Examentraining Havo 4 et2 Opgave 1 De waterkrachtcentrale van Itaipu

Nadere informatie

Elektriciteit. Hoofdstuk 2

Elektriciteit. Hoofdstuk 2 Elektriciteit Hoofdstuk 2 (het blijft spannend) Om de lamp te laten branden moet er een gesloten stroomkring zijṇ Om de lamp te laten branden moet er een gesloten stroomkring zijṇ Om de lamp te laten branden

Nadere informatie

Schakelingen Hoofdstuk 6

Schakelingen Hoofdstuk 6 Schakelingen Hoofdstuk 6 Een schakeling... I = 0,1 A = 100 ma U = 6 V Geen grote stroom door de lamp. Dit komt door de weerstand van die lamp. De weerstand kunnen we berekenen. Presentatie H6 1 De weerstand

Nadere informatie

Stroomkringen. opdracht 2

Stroomkringen. opdracht 2 Stroomkringen opdracht 8 Wat ga je doen? Je gaat een aantal stroomkringen maken. HIermee kun je bijvoorbeeld een lamp laten branden of een bel laten rinkelen. Lees eerst goed de opdracht en bekijk de illustratie

Nadere informatie

Elektriciteit. Elektriciteit

Elektriciteit. Elektriciteit Elektriciteit Alles wat we kunnen zien en alles wat we niet kunnen zien bestaat uit kleine deeltjes. Zo is een blok staal gemaakt van staaldeeltjes, bestaat water uit waterdeeltjes en hout uit houtdeeltjes.

Nadere informatie

4.0 Elektriciteit 2 www.natuurkundecompact.nl

4.0 Elektriciteit 2 www.natuurkundecompact.nl 4.0 Elektriciteit 2 www.natuurkundecompact.nl 4. Statische elektriciteit 4.2 Stroom in schakelingen 4.3 Wet van Ohm 4.4 a Weerstand in schakelingen b Weerstand in schakelingen (Crocodile) 4.5 Kilowattuurmeter

Nadere informatie

Elektronica. Voorvoegsels van eenheden. Schakeling van een simpele audioversterker met een opamp

Elektronica. Voorvoegsels van eenheden. Schakeling van een simpele audioversterker met een opamp Elektronica 1 Spanningsbronnen 2 Weerstanden en diodes in de elektronica 3 Spanningsdeler, potentiaal, opamp 4 Stroomsterkte en lading; condensator 5 Het op- en ontladen van een condensator 6 De 555 timer

Nadere informatie

Elektriciteit. Inlage

Elektriciteit. Inlage Elektriciteit Inlage Proef 1 Batterijen - Werkblad 1 - Potlood - Verschillende batterijen Bekijk de verschillende batterijen. Maak nu je werkblad. Proef 2 Brandend lampje - 1 Lampje (nr. 14) - Hittedraad

Nadere informatie

Fiche 7 (Analyse): Begrippen over elektriciteit

Fiche 7 (Analyse): Begrippen over elektriciteit Fiche 7 (Analyse): Begrippen over elektriciteit 1. Gelijkstroomkringen (DC) De verschillende elektrische grootheden bij gelijkstroom zijn: Elektrische spanning (volt) definitie: verschillend potentiaal

Nadere informatie

Werking van een zekering

Werking van een zekering Naam: Klas: Datum: Werking van een zekering Doelstelling Leerlingen moeten inzien dat een zekering de elektrische stroom kan onderbreken bij oververhitting als gevolg van een kortsluiting. Inleidende proef

Nadere informatie

Condensator. Het hellingsgetal a is constant. Dit hellingsgetal noemen we de capaciteit van de condensator C. Er geldt dus: C = Q U

Condensator. Het hellingsgetal a is constant. Dit hellingsgetal noemen we de capaciteit van de condensator C. Er geldt dus: C = Q U Inhoud Condensator... 2 Het laden van een condensator... 3 Het ontladen van een condensator... 5 Opgaven... 6 Opgave: Alarminstallatie... 6 Opgave: Gelijkrichtschakeling... 6 Opgave: Boormachine... 7 1/7

Nadere informatie

Probeer de vragen bij Verkennen zo goed mogelijk te beantwoorden.

Probeer de vragen bij Verkennen zo goed mogelijk te beantwoorden. 1 Formules gebruiken Verkennen www.math4all.nl MAThADORE-basic HAVO/VWO 4/5/6 VWO wi-b Werken met formules Formules gebruiken Inleiding Verkennen Probeer de vragen bij Verkennen zo goed mogelijk te beantwoorden.

Nadere informatie

Elektrische techniek

Elektrische techniek AOC OOST Almelo Groot Obbink 01-09-2013 . Zowel in huis als bij voertuigen heb je met elektriciteit te maken. Hoe zit een meterkast in elkaar? Hoe werkt een elektrisch ontstekingssysteem van een motor?

Nadere informatie

6.0 Elektriciteit 1 www.natuurkundecompact.nl

6.0 Elektriciteit 1 www.natuurkundecompact.nl 6.0 Elektriciteit 1 www.natuurkundecompact.nl 6.1 Stroom 6.2 Spanning 6.3 Schakelingen 6.4 Veiligheid 6.5 Energie Een netwerk van hoogspanningskabels: - Waar komen die kabels vandaan? - Waar gaan ze naar

Nadere informatie

Stroom uit batterijen

Stroom uit batterijen 00-Spanning WHO S3-HV 24-01-2005 12:01 Pagina 5 2 Stroom uit batterijen Je hebt gezien, dat je eigen gebouwde vruchtbatterij niet veel stroom levert. Zo n batterij past ook slecht in een diskman of MP3-speler...

Nadere informatie

STROOMKRING. STAP 1 Lees eerst de hele tekst door en bekijk de tekeningen en het montagepaneel.

STROOMKRING. STAP 1 Lees eerst de hele tekst door en bekijk de tekeningen en het montagepaneel. 1 WAT GA JE DOEN? Je gaat met stroom werken. Jullie gaan ontdekken wat je met schakelingen en stroom kunt doen en welk effect dat heeft op een lampje. Jullie moeten zelf de draden goed monteren en aansluiten.

Nadere informatie

LABO. Elektriciteit OPGAVE: De cos phi -meter Meten van vermogen in éénfase kringen. Totaal :.../20. .../.../ Datum van afgifte:

LABO. Elektriciteit OPGAVE: De cos phi -meter Meten van vermogen in éénfase kringen. Totaal :.../20. .../.../ Datum van afgifte: LABO Elektriciteit OPGAVE: De cos phi -meter Meten van vermogen in éénfase kringen Datum van opgave:.../.../ Datum van afgifte: Verslag nr. : 7 Leerling: Assistenten: Klas: 3.1 EIT.../.../ Evaluatie :.../10

Nadere informatie

Light Emitting Diode. Auteur: René Kok

Light Emitting Diode. Auteur: René Kok Light Emitting Diode. Auteur: René Kok Om zo compleet mogelijk te zijn met betrekking tot LED s en hun toepassingen zou ik ook graag enkele simpele elektrische berekeningen, en enkele begrippen de revue

Nadere informatie