NEDERLANDSTALIGE VERHUIZERS VAN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "NEDERLANDSTALIGE VERHUIZERS VAN"

Transcriptie

1 Brussels Informatie-, Documentatieen Onderzoekscentrum NEDERLANDSTALIGE VERHUIZERS VAN EN NAAR BRUSSEL EEN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK NAAR DE VERHUISBEWEGINGEN VAN DE NEDERLANDSTALIGE BEVOLKINGSGROEP IN EN UIT HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST DR. RUDI JANSSENS Een onderzoek in opdracht van VUB -BRIO Pleinlaan 2 15 Brussel Contact:

2 Inhoud Inleiding 4 Hoofdstuk 1. Onderzoeksbenadering Verhuizen in en rond Brussel, een referentiekader Theoretische benadering van verhuisbewegingen Verhuisbewegingen in en om Brussel Onderzoeksopzet en meetinstrument Response 13 Hoofdstuk 2. Algemene evolutie van de verhuisbewegingen 16 Hoofdstuk 3. Verhuisbewegingen van Nederlandstaligen, een schatting Schatting op basis van welkomstpakketten Schatting op basis van Taalbarometer Impact van de taalachtergrond 27 Hoofdstuk 4. De inwijking vanuit Vlaanderen Inwijking: een overzicht Inwijking van Nederlandstaligen: een schatting Inwijkelingen versus pendelaars: een korte beschrijving Verhuismotieven: huidige versus vroegere situatie Veranderende gezinssituatie Evaluatie woning Evaluatie buurt Evaluatie gemeente Rol van de arbeidssituatie Wat doet Nederlandstaligen naar Brussel verhuizen? Enkele factoren tegenover elkaar afgewogen Verhuisredenen per leeftijdscategorie Vlaamse inwijking: enkele concluderende bedenkingen 69 Hoofdstuk 5. De uitwijking van Brussel naar Vlaanderen Uitwijking: een overzicht Uitwijkelingen versus interne verhuizers: een korte beschrijving Verhuismotieven uitwijkelingen: huidige versus vroegere situatie Veranderende gezinssituatie Evaluatie woning Evaluatie buurt Evaluatie gemeente Wat doet Brusselaars naar Vlaanderen verhuizen? Enkele factoren tegenover elkaar afgewogen Verhuisredenen per leeftijdscategorie Vlaamse uitwijking: enkele concluderende bedenkingen 15 Hoofdstuk 6. Perceptie van de Brusselse realiteit Algemene perceptie van Brussel Evaluatie van de perceptie Vergelijking tussen de onderscheiden verhuisgroepen Gedetailleerde analyse perceptie Een geslaagde perceptie: de functies van Brussel 113 2

3 Hoofdstuk 7. Onderzoeksconclusies en beleidsrelevantie Taal en verhuizen Aanknopingspunten voor het beleid 119 Uitgebreide bibliografie 121 Appendix 1. In- en uitwijkingvan en naar Vlaanderen per gemeente 123 Appendix 2. Vragenlijst: verhuizen naar, van en binnen Brussel 142 3

4 Inleiding De bedoeling van dit onderzoek, in opdracht van de VGC, is meer inzicht te verwerven in de motivaties achter de verhuisbeweging van Nederlandstaligen van en naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 1. Deze elementaire beschrijving van de opdracht verbergt echter een vrij complexe en ambivalente relatie tussen geografische lokaties en taalgebruik (zie bijvoorbeeld ook Janssens, 21). Bewust spreken we hier niet over verhuisbewegingen tussen Vlaanderen en het BHG of over het verhuispatroon van Vlamingen van en naar Brussel. Alhoewel politiek-juridisch Vlaanderen een eentalig gewest is met het Nederlands als enige officiële taal kan men haar inwoners wel als Vlamingen bestempelen maar is het voorbarig hen meteen ook als Nederlandstaligen te beschouwen. Uit voorgaand onderzoek met een eerder verkennend karakter op dit vlak (Janssens, 21), blijkt duidelijk dat niet alle Brusselaars die vanuit Vlaanderen in Brussel zijn komen wonen Nederlandstaligen zijn. Omgekeerd is het ook duidelijk dat niet alle Brusselaars die vanuit het BHG naar Vlaanderen komen wonen Nederlandstaligen zijn, kijken we maar naar de commoties in de faciliteitengemeenten en de geregeld opduikende polemieken over en met de Franstaligen in de Brusselse Rand. Wanneer we het over Nederlandstaligen hebben kunnen we in de Brusselse context een onderscheid maken tussen een strikt linguïstische en een politiek-maatschappelijke manier van definiëren. In enge linguïstische zin kan men Nederlandstaligen zien als diegenen die uitsluitend in het Nederlands zijn opgevoed binnen het gezin waarin ze opgroeiden, eventueel verruimd tot diegenen die opgroeiden in een gezin waar het Nederlands als thuistaal werd gesproken, eventueel naast een andere taal of talen. In brede zin kan men Nederlandstaligen vertalen als het doelpubliek van het beleid van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel, met name iedereen die een bepaalde band heeft met het Nederlands, hetzij als Nederlandstalige in enge zin, hetzij als deelnemer aan de initiatieven georganiseerd of ondersteund door de Vlaamse Gemeenschap of als gebruiker van haar infrastructuur. In dit onderzoek werd getracht beide aspecten in zekere mate te incorporeren. Het merendeel van de ondervraagden werd geselecteerd via de beschikbare kanalen van de VGC los van enige kennis van de taalachtergrond van de betrokkenen, maar het meetinstrument werd uitsluitend in het Nederlands ontwikkeld en afgenomen. Op die manier werd de nadruk vooral op de linguïstische aspecten gelegd en werd niet vertrokken van de afkomst of zelfidentificatie van de ondervraagden. In dit rapport wordt in een eerste hoofdstuk stilgestaan bij de onderzoeksbenadering zelf, het theoretische referentiekader en de concrete realisatie van het onderzoek. Het tweede hoofdstuk schetst de algemene evolutie van de verhuisbewegingen van en naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. In een derde hoofdstuk wordt een poging gedaan deze evolutie aan het taalaspect te koppelen en de impact van de Nederlandstaligen binnen het geheel van de verhuisbewegingen te duiden. De volgende twee hoofdstukken behandelen de inwijking en uitwijking. Hierbij worden enerzijds de verhuismotieven bevraagd maar anderzijds ook gepeild naar de elementen die hierbij een indirecte rol spelen, dit door de verhuizers te vergelijken met een controlegroep van 1 Makkelijkheidshalve en om de leesbaarheid van de tekst te verhogen wordt de term Brussels Hoofdstedelijk Gewest in dit rapport ook afgekort als BHG of als Brussel. De gemeente Brussel wordt met Brussel-stad aangeduid. Brussel centrum verwijst dan weer naar de gemeente Brussel zonder de deelgemeenten Laken, Neder-over-Heembeek en Haren. 4

5 pendelaars en verhuizers binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zelf. In een zesde hoofdstuk wordt de perceptie van Brussel zelf als bepalende factor voor de onderscheiden groepen beschreven. Hoofdstuk zeven tracht op basis van de puzzelstukken uit de drie vorige hoofdstukken tot een conclusies over de verhuismotieven te komen. Het onderzoek steunt op twee bronnen: de bestaande cijfergegevens en onderzoeksresultaten die de globale verhuisbewegingen tussen Vlaanderen en Brussel duiden, en op de resultaten van een concrete bevraging van de doelgroep waarbij gepeild werd naar de verhuismotieven zelf. Ik wil hierbij toch nog eens benadrukken dat de gegevens afkomstig zijn van personen die effectief verhuisd zijn of van leden van referentiegroepen die voor dit onderzoek zijn geselecteerd. De visies en antwoorden van deze groepen zijn zeker niet veralgemeenbaar naar alle Nederlandstalige Brusselaars. Het gaat om een evaluatie van een aantal kenmerken gesitueerd binnen de optiek van een verhuisbeslissing door mensen die ook effectief verhuisd zijn. Tot slot wil ik nog een aantal mensen bedanken voor hun medewerking aan dit onderzoek. In de eerste plaats Didier Willaert van de Interface Demography van de VUB voor alle tijd die hij heeft gestopt in het verzamelen van de gedetailleerde gegevens over de algemene evolutie van de verhuisbewegingen. Ook de mensen aan de VUB die mee hielpen aan het verspreiden van de vragenlijsten, de afname van de telefonische interviews en de ontwikkeling van de webenquête droegen in belangrijke mate bij tot het welslagen van het project, net als de personeelsleden van de VGC-administratie en de Vlaamse Gemeenschap die hebben geholpen met de selectie van de te ondervragen personen en de verspreiding van de vragenlijsten. En uiteraard willen wij ook al diegenen bedanken die de tijd hebben genomen om de vragenlijsten in te vullen of de telefoonenquêtes te beantwoorden. De tientallen brieven met persoonlijke ervaringen die ik mocht ontvangen tonen eveneens aan hoe na dit onderwerp de Nederlandstalige Brusselaars aan het hart ligt. Rudi Janssens, februari 27 5

6 Hoofdstuk 1. Onderzoeksbenadering. Het aantal mensen dat zijn hele leven in hetzelfde huis blijft wonen en ook sterft in het huis waarin hij of zij is opgegroeid is verwaarloosbaar klein. Bijna iedereen is ooit verhuisd. Toch ligt het antwoord waarom mensen verhuizen en dan nog net naar die plek trokken waar ze nu wonen niet voor de hand. Mensen kunnen omwille van verschillende redenen eenzelfde verhuispatroon vertonen, net als eenzelfde motivatie kan resulteren in verschillende verhuispatronen. In dit eerste hoofdstuk trachten we in eerste instantie een beknopt overzicht te geven van de verschillende theoretische benaderingen van de studie van verhuisbewegingen, de werkwijze nader toe te lichten en kort in te gaan op de opbouw van het analyse-instrument Verhuizen in en rond Brussel, een referentiekader Theoretische benadering van verhuisbewegingen In de verschillende onderzoeken naar verhuisbewegingen en verhuismotieven 2 staan twee aspecten centraal: de demografische positie van de verhuizer en zijn of haar arbeidspositie. Keuzes die naar aanleiding van beide situaties worden gemaakt bepalen in grote mate waar iemand woont. Het is dan ook vooral binnen de demografische en economische onderzoekstradities dat men tracht deze verhuisbewegingen te modelleren. Verhuisbewegingen kunnen onmogelijk los gezien worden van de leeftijd en de hieraan gerelateerde familiale transitiemomenten: het ouderlijke huis verlaten, samenwonen, huwen, kinderen krijgen, echtscheiding, de dood van de partner... Alhoewel deze momenten op persoonlijk vlak nogal kunnen verschillen in de tijd is er toch een duidelijk patroon in de relatie leeftijd-verhuizen. In figuur 1 tekent Willaert (1999) deze relatie uit op basis van de verhuisbewegingen van de Brusselaars voor de periode Deze figuur is zeker niet uniek voor Brussel maar quasi-identiek aan deze die Clark (1996) als grafiek voor de algemene relatie tussen leeftijd en mobiliteit uittekent. De meest mobiele groep is deze tussen 2 en 3, met enerzijds de mensen die het ouderlijke huis verlaten en alleen gaan wonen of met een partner gaan samenleven en anderzijds het oudere deel van deze groep die met partner en jonge kinderen (zie ook de hoge mobiliteit van de leeftijdscategorie van pasgeborenen) met nieuwe woonbehoeften worden geconfronteerd. Hierna ligt de mobiliteit vrij laag om dan vanaf de leeftijd van 7 jaar opnieuw te stijgen (verhuis naar rust- en verzorgingsinstellingen). 2 Voor een relevant overzicht van de literatuur over verhuisbewegingen en verhuismotivaties verwijs ik de lezer graag naar de uitgebreide bibliografie. 6

7 14 Mobiliteit per 1 inw oners Leeftijd + Figuur 1: Gemiddelde jaarlijkse mobiliteit (immigratie plus emigratie per 1 inwoners) naar leeftijd voor de periode Bron: Rijksregister (uit Willaert 1999) Door het koppelen van de leeftijd aan de gezinssamenstelling kan men een demografisch profiel van de verhuizer opbouwen. Een voorbeeld daarvan is de indeling naar LIPRO-huishoudensposities op basis van de individuele posities (van Imhoff & Keilman, 1991): alleenstaande, kind in een éénoudergezin, ouder in een éénoudergezin, gehuwde persoon in tweepersoonshuishouden zonder kinderen, kind bij gehuwd paar, gehuwde volwassene met kinderen, ongehuwd samenwonende volwassene met kinderen, samenwonende persoon zonder kinderen, kind bij samenwonend paar, samenwonende zonder familierelaties en een restcategorie. Afhankelijk van de situatie kan men hierop uiteraard een aantal variaties bedenken. Het hoeft geen betoog dat deze verschillende situaties resulteren in verschillende woonbehoeften: alleenstaanden zijn op zoek naar een ander type woning dan gezinnen met kinderen die op hun beurt andere woonbehoeften hebben dan tweepersoonshuishoudens... Een tweede aspect is de arbeidssituatie. Mensen verhuizen niet alleen omwille van een veranderende gezinssituatie maar de regio naar waar ze verhuizen wordt ook bepaald door de plaats en de aard van de tewerkstelling. Sommige regio s worden gekenmerkt door specifieke industriële activiteiten, andere dan weer door een grote diversiteit. Voor de arbeidssituatie gelden andere factoren die bij een beslissing tot al dan niet verhuizen een rol spelen zoals ondermeer de bereikbaarheid van de arbeidsplaats en de werkuren. Dergelijke variabelen lenen zich uiteraard veel beter tot een mathematische benadering van verhuisbewegingen. Rouwendal (24) bijvoorbeeld tracht op basis van de search-theory deze beslissingen te modelleren. Aan de hand van een analyse van de lokale tewerkstellingssituatie en het evenwicht tussen het inkomen en de pendelinspanningen tracht hij tot een voorspellend mathematisch model voor pendelarbeid te komen In hun socio-economische benadering van de verhuisproblematiek integreren Martens, Kunsch en Despontin (24) zowel demografische als jobgerelateerde aspecten (zie figuur 2). 7

8 globale ontevredenheid ontevredenheid mbt woning ontevredenheid mbt woonomgeving ontevredenheid mbt pendelafstand reële woning wensen mbt woning reële pendelafstand wensen mbt pendelafstand reële woonomgeving wensen mbt woonomgeving kosten mbt pendel demografische situatie beschikbaar inkomen lokatie werkplaats werk WONING kosten mbt verhuis woningaanbod overheidsbeleid Figuur 2: Formalisering invloeden verhuisbeweging (uit Martens e.a. 24) 8

9 In dit schema wordt naast de demografische en arbeidssituatie ook de impact van het overheidsbeleid als belangrijk sturend element weerhouden. In hun analyse van residentiële mobiliteit geven van der Vliet, Gorter, Nijkamp en Rietveld (21) een mooi voorbeeld van de hefbomen die de overheid op dat vlak ter beschikking heeft om verhuisbewegingen mee te sturen. Hierbij dient een onderscheid gemaakt tussen de koop- en huurmarkt. Binnen de koopmarkt kan men twee segmenten onderkennen: de bestaande woningen die op de markt komen en de nieuwbouwwoningen. De markt van bestaande koopwoningen is vooral een vrije markt waar de overheid slechts in beperkte mate vat op heeft. Vooral op de verhuiskosten kan de overheid via belastingen en beschrijfkosten ingrijpen en voor mensen die voldoen aan bepaalde voorwaarden (inkomen, vorige woonplaats, committment met de lokale situatie) via fiscale of andere financiële stimuli de aankoop van een woning aantrekkelijk maken. Uiteraard heeft de overheid meer impact op de nieuwbouwwoonmarkt omdat ze enerzijds de gebieden waarin aan nieuwbouw kan worden gedaan kan afbakenen en anderzijds aan de individuele bouwplannen een aantal strikte reglementeringen kan opleggen. De private huurmarkt is de meest vrije markt, de overheid kan enkel via het al dan niet beperken van verbouwingen en de huurwetgeving deze markt mee sturen. Tenslotte is er de sociale huurmarkt waarbij de overheid zelf regels van inkomen en gezinsgrootte kan opleggen en eventuele banden met de lokale gemeenschap als voorwaarde kan stellen. Meestal worden deze voorwaarden wel toegepast bij het aantrekken van bewoners maar eens ze zich in een dergelijke woning hebben gevestigd en de familiale of financiële situatie niet langer met de opgelegde voorwaarden overeen komen is het evenwel zelden de praktijk hen ook effectief opnieuw te laten verhuizen om plaats te maken voor nieuwe gezinnen die wel aan de gestelde voorwaarden voldoen. Voor beide huurmarkten geldt: hoe hoger het diplomaniveau, en dus ook hoe hoger het inkomen, hoe groter de mobiliteit. Vooral op de koopmarkt is het inkomen de decisieve factor inzake mobiliteit. De overheid kan hier de mobiliteit trachten te beperken door een hoger committment met de buurt te creëren, door de verhuiskosten te doen stijgen en door flexibeler om te gaan met de wensen van de bewoners tot het aanpassen van de woning. Hoe hoger de proportie van huurwoningen, hoe hoger de prijs van de koopwoningen in die regio zal zijn. Een grote huursector, en in vele omstandigheden een grote sociale huursector, doen de residentiële mobiliteit verhogen vermits deze meestal samengaan met een lage huurkwaliteit en de mensen zich vanaf het ogenblijk dat ze het zich kunnen veroorloven naar een beter huurhuis op zoek gaan. Via het verlenen van huursubsidies kan de overheid hier trachten de mobiliteit in te dijken doch deze maatregel is er eerder op gericht mensen met lagere inkomens aan een geschikte woning te helpen. Een laatste aspect dat in de theoretische benadering van verhuisbewegingen niet mag ontbreken is het suburbanisatieproces. Historisch zien we in verschillende steden een duidelijke evolutie van specifieke bevolkingsgroepen die van de kernstad naar de agglomeratie verhuizen en verder naar de banlieu en de forensengemeenten. Het zijn vooral de grond- en woningprijzen van de koopwoningen die als motor van dit proces worden gezien. Het zijn de hogere inkomens die de drukke stad ontvluchten en de zich de meer comfortabele woonomstandigheden in de periferie kunnen permitteren. Uiteraard speelt hierbij ook de graad van verkeersontsluiting een rol. De saturatie van de randgemeenten rond Brussel zijn een perfecte illustratie van de actualiteit van deze stadsvlucht -benadering. Door de recente aandacht die bepaalde 9

10 gentrificatieprocessen in de media krijgen (cfr de Dansaert-Vlamingen ) en de culturele dynamiek die van het stadsleven uitgaat, krijgt men de indruk dat hier de kiem van een omgekeerde beweging naar het stadscentrum toe zou kunnen liggen. Bootsma (1998) noemt, op basis van zijn uitgebreid onderzoek in Nederland, deze tendens evenwel een mythe. Wie zijn nu diegenen die naar de stad trekken? Eerst en vooral zoeken diegenen die in de stad opgroeien er hun eerste woonst. Van de jongvolwassenen uit de suburbane gebieden trekt slechts een minderheid naar de stad. Een groep die buiten de stad woont zoekt er een woonst omwille van jobredenen. Ook mensen na een echtscheiding, eenoudergezinnen of mensen in vergelijkbare (zwakke) familiale posities zoeken de stad op. Tenslotte is er ook een beperkte groep die omwille van de stedelijke permissiviteit de periferie voor het centrum inruilt, al groeit die permessiviteit ook in de suburbane gebieden. Het zijn dus vooral mensen met eerder beperkte financiële middelen die de stad opzoeken. Vanaf het ogenblik dat de gezinssituatie wijzigt stellen zich andere woonnoden en gaat men weer op zoek naar een andere woning. De beslissing om in de stad te blijven wonen wordt steeds vaker door het woonaanbod bepaald en steeds minder door werkgelegenheid en specifieke diensten Verhuisbewegingen in en om Brussel Een element dat in de theoretische benadering niet aan bod kon komen, en we in het schema van Martens (figuur 2) onder de noemer woonomgeving kunnen onderbrengen, is het aspect Brussel. Door haar specifieke constitutionele en demografische positie als tweetalig gewest met 19 gemeenten en een bevolking gekenmerkt door culturele en linguïstische diversiteit kan deze stad op sommigen dan ook een specifieke aantrekkingskracht uitoefenen terwijl anderen hierdoor de woonomgeving net als minder aantrekkelijk gaan ervaren. In eerste instantie kijken we naar de verhuis van en naar urbane gebieden in het algemeen. De leeftijdsgebonden indeling zoals deze in de vorige paragraaf werd geschetst kan ook gelinkt worden aan de neiging om naar de stad of het platteland te verhuizen (Willaert, Surkyn en Lesthaeghe, 2). Zo domineert bij de jarigen vooral de stadinwaardse beweging, neemt de leeftijdsgroep een aanvang met de staduitwaardse beweging die samenvalt met de overgang van een huur- naar een koopwoning, op middelbare leeftijd domineert de suburbanisatie waarna voor de leeftijdscategorie van 5-7 jaar de stadsrand weer aantrekkelijker wordt, uiteindelijk moet men op zoek naar meer collectieve huishoudens hetgeen uiteraard helemaal afhankelijk is van de beschikbare welzijnsvoorzieningen. Brussel is evenwel een atypische regio in de Belgische context. Wanneer we naar de verschillende migratiebekkens kijken, d.i. de invloedssfeer van een stad wat betreft binnenlandse verhuisbewegingen, dan is de verhuisactiviteit in het Brusselse bekken veel intenser dan in de andere bekkens. Ook de taalgrens is in het Brusselse veel minder een verhuisgrens zoals dit voor de rest van het land het geval is. De Brusselse kernstad kunnen we in twee delen opsplitsen (Lesthaeghe, Deboosere & Willaert, 21) in een inner city (Anderlecht, Brussel-stad, Molenbeek, St-Gillis, Elsene, St-Joost en Schaarbeek) of een eerste kroon die vooral wordt gekenmerkt door etnische verdeeldheid en de outer city of tweede kroon met een culturele mix en een meer gemengde internationale bevolking. Toch kan men deze niet als uniforme gebieden beschouwen, Brussel is altijd al 1

11 een regio geweest van armere en rijkere gemeenten. Met uitzondering van een aantal gentrificatieprocessen (Smith, 1996; Van Crieckingen, 26), d.i. een opwaardering van een goedkopere opgeknapte wijk die op die manier de hogere en middenklasse aantrekt en de lagere klassen verdringt, neemt met een verhoogd inkomen de suburbanisatietendens toe. Naast armer migrantengemeenschappen en oudere inwoners vinden vooral jonge alleenstaanden en eenoudergezinnen hun weg naar de binnenstad, gehuwden met kinderen verhuizen het liefst naar de randgemeenten. Gegeven het feit dat bij de mensen die zich in de Rand gaan vestigen de hogergeschoolden met kinderen die in de Brusselse dienstensector tewerkgesteld zijn oververtegenwoordigd zijn, brengt deze uitwijking ook een verhoogde pendel, een verlaagd rendement van het openbaar vervoer, een sociale fiscale en financiële verzwakking van de stad en een verdere doorgedreven segregatie tussen Brussel en de Rand met zich mee. Het zijn vooral de dure grond- en woningprijzen die deze verhuisbeweging sturen (zie o.a. De Corte e.a., 23). Brussel kende na de Tweede Wereldoorlog een duidelijke stadsvlucht naar de groene randgemeenten. Hiervoor zagen we vooral een verstedelijking van de tweede kroon optreden. Halverwege de jaren 9 zijn ook deze randgemeenten verzadigd, ondermeer door het opdrogen van het aantal bouwpercelen, en verschuift de bevolkingsdruk naar verder afgelegen gemeenten. Die druk wordt niet alleen veroorzaakt door Belgen (cfr het verfransingsdiscours) die van Brussel naar de Rand verhuizen. Ook vele buitenlanders zien Brussel als een tussenstation om zich na verloop van tijd in de Rand te vestigen. Tevens trekt de luchthaven als belangrijke economische groeipool Belgen van het platteland aan om zich in de Brusselse periferie te komen vestigen (zie bijvoorbeeld Pelfrene, 24). Beperken we ons tot de Belgische verhuizers dan zien we nog steeds een duidelijk patroon van stadsvlucht zoals in de andere Belgische steden het geval is, er zijn nog steeds meer Belgen die Brussel inruilen voor de Vlaamse Rand dan omgekeerd, al daalt het uitwijkoverschot. Het is vooral de immigratie vanuit het buitenland die verantwoordelijk is voor de Brusselse bevolkingsaangroei. De meeste onderzoeken naar de verhuisbewegingen tussen Brussel en de Rand zijn gebaseerd op demografische gegevens en trachten te achterhalen wie naar waar verhuist. De onderzoeken naar de motieven achter deze verhuisbewegingen zijn zeldzamer. In het Cosmopolisonderzoek (De Corte e.a., 23) komen de onderzoekers tot besluit dat de vertrekmotieven gezocht moeten worden in de aspecten van de woning, familiale redenen, de woonomgeving en aspecten die te maken hebben met het werk. Bij de vestigingsmotieven spelen het werk en het vinden van een grotere woning de belangrijkste rol. Ook de sociale woonomgeving speelt een rol: men tracht een omgeving met mensen met lage inkomens en migranten te vermijden en zo dicht mogelijk bij zijn vrienden te wonen. Het centrale motief is evenwel eigenaar worden van een woning. Het is duidelijk dat bij een beslissing om te verhuizen een veelheid van factoren een rol spelen. Dit onderzoek wil naast een aantal van de reeds aangehaalde motieven ook het effect van taalachtergrond en de impact van het taalgebruik in de dagelijkse leefomgeving bij het onderzoek naar migratiemotieven betrekken. 11

12 1.2. Onderzoeksopzet en meetinstrument Voor de afbakening van de doelgroep kan men uitgaan van een minimale of een maximale benadering. De minimale benadering beperkt zich tot de groep die effectief de transitie van Vlaanderen naar Brussel maakt en omgekeerd. Dit leidt evenwel slechts tot een oppervlakkige analyse en beperkt zich tot het bepalen van netto-migratieindicatoren. We willen niet zozeer weten wat maakt dat mensen verhuizen maar wat hen doet verhuizen naar Brussel of wat maakt dat ze Brussel juist verlaten. Wil men meer gefundeerde uitspraken kunnen doen over deze groepen dan is het noodzakelijk twee controlegroepen bij het onderzoek te betrekken van personen die in een vergelijkbare situatie een andere beslissing hebben genomen. Zo blijken uit bestaande onderzoeken vooral arbeidsmotieven een cruciale rol te spelen om zich in een stad te vestigen. We gaan voor dit onderzoek dan ook de mensen die van Vlaanderen naar Brussel verhuisden en in Brussel werken vergelijken met Nederlandstaligen die eveneens in Brussel werken maar dagelijks van Vlaanderen naar het BHG pendelen. Zo dient eveneens het profiel van diegenen die de omgekeerde migratiebeweging maken vanuit Brussel naar Vlaanderen vergeleken te worden met dit van de Nederlandstaligen die het voorwerp zijn van interne migraties binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zelf. Deze groep, die niet tevreden is over haar woonsituatie in Brussel, besluit in tegenstelling tot de uitwijkelingen een alternatief te zoeken binnen de stad zelf. Alle officiële cijfers over verhuisbewegingen van en naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest houden geen rekening met de taalachtergrond van de betrokkenen. Via een steekproeftrekking uit het Rijksregister is het theoretisch vrij eenvoudig op basis van een aantal gekende achtergrondsvariabelen een representatief sample verhuizers te selecteren die dan kunnen bevraagd worden naar hun motieven om naar Brussel te verhuizen of de stad te verlaten. Een dergelijke steekproeftrekking zou in Brussel slechts een beperkt percentage Nederlandstaligen opleveren en dan blijft de groep van pendelaars nog buiten beschouwing. De link tussen de Nederlandstalige achtergrond van de verhuizers in confrontatie met de Brusselse realiteit vormt net het uitgangspunt van dit onderzoek. Daarom dienden we op een alternatieve manier te werk te gaan. Hiertoe werden de mogelijke respondenten op drie manieren benaderd. In eerste instantie werd door contacten met verschillende administraties een lijst opgesteld met vermoedelijke Nederlandstalige verhuizers van en naar Brussel. Via internet werd getracht hun huidig adres en telefoonnummer te achterhalen. In eerste instantie werden diegenen van wie het telefoonnummer gekend was op die manier benaderd. Omdat het bezit van een telefoontoestel sterk aan leeftijd gerelateerd is en jongeren, die toch een belangrijke deel van de verhuizers uitmaken veelal alleen per gsm bereikbaar zijn, en een grote groep mensen over een privénummer beschikken, werd aan diegenen van wie het telefoonnummer niet gekend was een brief gestuurd naar hun laatst gekende adres met het verzoek aan een webenquête deel te nemen. Voor alle duidelijkheid, hierbij werd getracht alle personen te bereiken en werd er geen voorafgaandelijke selectie gemaakt binnen de groep Nederlandstaligen. In tweede instantie werden een aantal grote Brusselse werkgevers benaderd die voornamelijk Nederlandstaligen tewerkstellen (VGC, Vlaamse Gemeenschap, VUB,...) en die via hun intern communicatiesysteem het personeel de mogelijkheid gaven de webenquête in te vullen. Uiteindelijk werd ook via de media (Brussel Deze Week en de digitale versie Brusselnieuws) een oproep gelanceerd om aan de bevraging deel te nemen. Tevens namen een aantal mensen ook spontaan aan de bevraging deel 12

13 omdat ze via andere kanalen op de hoogte waren gebracht van het onderzoek. De bevraging werd uitsluitend in het Nederlands gehouden zodat anderstaligen die het Nederlands niet of slecht beheersten automatisch werden uitgesloten. In de vragenlijst (zie bijlage 2) wordt de huidige leef- en woonsituatie vergeleken met de vorige. De leefsituatie peilt naar de gezinssamenstelling, taalgebruik en inkomen. De woonsituatie bevat een vraagbatterij over de woning zelf, over de buurten en over de gemeente. Zowel de evaluatie van de feitelijke situatie, eventuele toekomstaspiraties als de effectieve verhuisredenen komen hierbij aan bod. Uiteraard wordt er extra aandacht besteed aan het unieke van Brussel en aan de taalsituatie. De relevante aspecten van de arbeidssituatie werden eveneens in de bevraging opgenomen Response Een essentiële vraag is deze naar de representativiteit van het onderzoek. Transitiemomenten kunnen duidelijk gedefinieerd en afgebakend worden maar wat men onder Nederlandstaligen verstaat is veel minder eenduidig. Ook vanuit de overheid worden naargelang het beleidsdomein en het onderwerp verschillende definities gehanteerd om iemand als lid van de Vlaamse Gemeenschap of doelgroep van een specifieke overheidsmaatregel te duiden. Daar er geen duidelijke criteria zijn, en indien men al tot een eenduidige beschrijving kan komen deze groep bij gebrek aan officiële taalaanhorigheid of vergelijkbare indicatoren niet uit de totale groep verhuizers kan worden geïsoleerd, kan de representativiteit uiteraard moeilijk bepaald worden. Representativiteit verwijst naar de relatie tussen de kenmerken van de totale (Nederlandstalige) populatie en deze van de steekproefpopulatie, en vermits de eerste niet gekend zijn is een toetsing eveneens uitgesloten. We kunnen deze representativiteit dus enkel op het aantal ondervraagden en niet op hun respectievelijke kenmerken baseren. Daarom zijn we hier aangewezen op de manier van dataverzameling. Niettegenstaande deze moeilijkheid zijn de adressenlijsten uit de verschillende administraties ons inziens toch de beste garantie inzake representativiteit, dit in combinatie met de taal van het onderzoeksinstrument. De verhuisintensiteit binnen Brussel maakt evenwel dat de uitval hier vrij groot is en dat we vooral mensen konden bereiken die vrij recent zijn verhuisd. Omdat men zonder het kanaal van de werkgevers evenmin conclusies kan trekken over de inwijking, waarbij we er van uit gaan dat niet de aard van de job maar andere aspecten zoals afstand en jobvooruitzichten de verhuismotivaties zullen sturen, blijven er twee elementen over die de representativiteit zullen bepalen: het aantal responses en het aandeel dat uit eigen beweging aan het onderzoek deelneemt. Het komt er dus op aan een maximaal aantal personen te bevragen en tegelijk het aandeel van de personen die uit eigen beweging aan het onderzoek deelnemen in te perken. 13

14 In totaal namen 1657 mensen aan het onderzoek deel. De verdeling van deze groep op basis van de manier van contactname wordt in tabel 1 samengevat. Manier contactname Aantal Aandeel Persoonlijke brief , % Telefoon ,3% Werkgever ,8% Media 112 6,8% Spontane deelname 36 2,2% Tabel 1. Onderzoeksgroep naar contactname De meerderheid van de respondenten (bijna 7%) werd dus persoonlijk gecontacteerd. De groep die spontaan aan de bevraging deelnam of via de media hiertoe werden aangezet vormt nog geen 1% van het aantal deelnemers zodat het gevaar van vertekening door deelname van de meest gemotiveerde mensen of door specifieke groepen vermeden werd. We mogen er bijgevolg van uit gaan dat dit onderzoek toch wel een vrij accuraat beeld van de realiteit schetst. Tabel 2 geeft een overzicht van de verdeling van de respondenten over de beoogde groepen. Deelgroepen Aantal Aandeel Inwijkelingen uit Vlaanderen 81 48,3% Uitwijkelingen naar Vlaanderen ,% Interne verhuizers BHG 32 18,2% Pendelaars ,4% Tabel 2. Verdeling respondenten naar deelgroepen Bij de groep die via de overheid werd gecontacteerd dient uiteraard een onderscheid gemaakt te worden tussen de in- en uitwijkelingen. Waar op basis van de totale cijfers de uitwijkelingen de grootste groep zouden moeten uitmaken is dit hier niet het geval. Verschillende redenen liggen aan de basis van deze verhouding. Zo komen mensen in contact met de instellingen van de Vlaamse Gemeenschap in Brussel wanneer ze er komen wonen, maar heeft men zelden weet van wie na een verloop van tijd Brussel opnieuw verlaat, laat staan waar naartoe. Hiernaast is het overwicht van inwijkelingen te verklaren door hun bereikbaarheid via telefoon- en webgidsen. Het feit dat ze in Brussel wonen maakt ze relatief eenvoudig opspoorbaar. Van diegenen die bijvoorbeeld van Brussel naar Vlaanderen verhuisden en waarvan we enkel een naam en een oud adres hadden in Brussel was het veel moeilijker hun huidig adres in Vlaanderen te achterhalen, zeker indien ze niet meer in de gemeente wonen waar ze in eerste instantie zijn naartoe getrokken. 14

15 De categorisering zoals die in tabel 2 wordt gepresenteerd lijkt op het eerste zicht vrij duidelijk maar toch waren er een aantal respondenten die zich niet in deze objectieve indeling konden vinden. Zo was er een niet onbelangrijke groep studenten die in Brussel op kot zijn geweest, en officieel dus tot de groep van inwijkelingen behoren, die zichzelf nooit als Brusselaar hebben beschouwd en er van uit gaan dat ze steeds in Vlaanderen hebben gewoond, ongeacht hun officiële domiciliëring in Brussel tijdens hun studententijd. Deze werden evenmin in het onderzoek weerhouden. 15

16 Hoofdstuk 2. Algemene evolutie van de verhuisbewegingen Om tot een gefundeerd inzicht te komen in de verhuisbewegingen van Nederlandstaligen van, naar en binnen Brussel is een schets van de globale verhuisbewegingen onontbeerlijk. Uit recente literatuur (o.a. Lesthaeghe, Deboosere & Willaert, 21; Henau, 22) blijkt dat het leeuwenaandeel van de verhuisbewegingen van en naar Brussel zich tussen Brussel en de omliggende regio s afspeelt. Vertrekkende van dit gegeven wordt in dit onderzoek de volgende categorisering naar 7 regio s vooropgesteld: het Brussels Hoofdstedelijke Gewest, het arrondissement Halle-Vilvoorde, het arrondissement Leuven 3, de rest van Vlaanderen, Waals Brabant, de rest van Wallonië en het buitenland. Op basis van de beschikbare gegevens werd beslist de analyse van de verhuisbewegingen te beperken tot de laatste 5 jaren waarvoor op het moment van de aanvang van het project volledige gegevens beschikbaar waren, namelijk en tot twee referentiejaren 199 en Het is op basis van deze twee variabelen dat volgende tabellen werden geconstrueerd. Tenzij anders vermeld werd geopteerd voor twee types tabellen. In een eerste type wordt enerzijds de evolutie in absolute cijfers geschetst met anderzijds tussen haakjes de respectievelijke verhoudingen binnen de geselecteerde jaartallen. Een tweede type vertrekt van 199 als basisjaar en schetst op basis van het indexsysteem de verhoudingen over de tijd, hetgeen eveneens een onderlinge vergelijkbaarheid op basis van de relatieve toename of afname van de verhuisbewegingen tussen de geselecteerde regio s mogelijk maakt. De globale bevolkingsevolutie op basis van absolute cijfers voor de onderscheiden regio s worden in tabel 3 weergegeven. 3 De 64 gemeenten van wat statistisch als het Brussels stadsgewest wordt beschouwd situeren zich binnen de grenzen van deze twee Vlaamse arrondissementen en Waals-Brabant, vandaar deze keuze. 16

17 Regio België BHG (9.69) (9.39) (9.37) (9.4) (9.49) (9.58) (9.62) (9.64) Halle-Vil (5.37) (5.24) (5.45) (5.46) (5.46) (5.46) (5.47) (5.48) Leuven (4.32) (4.4) (4.46) (4.47) (4.46) 4628 (4.46) (4.45) (4.45) Rest Vl (48.2) (48.8) (48.11) (48.8) (48.1) (47.97) (47.94) (47.92) W-Bra (3.17) (3.32) (3.42) (3.43) (3.45) (3.46) (3.47) (3.48) Rest Wa (29.44) (29.38) (29.2) (29.18) (29.13) (29.7) (29.5) (29.3) Tabel 3. Bevolkingsevolutie in absolute getallen Om een vergelijking van de evolutie binnen en tussen de verschillende regio s mogelijk te maken schetst tabel 4 de evolutie op basis van het bevolkingscijfer van 199. Regio België BHG H-Vil Leuven Rest Vl W-Bra Rest Wall Tabel 4. Bevolkingsevolutie op basis van index 199 De onderlinge verhoudingen tussen de onderscheiden regio s worden gekenmerkt door een grote stabiliteit. Toch illustreren beide tabellen een weliswaar beperkte stijging in de Brusselse periferie. In vergelijking met 199 en zelfs met 2 nam het relatieve belang van Halle-Vilvoorde en de rest van Vlaams-Brabant toe. Het is duidelijk dat de Brusselse evolutie afwijkt van deze in de rest van het land. Waar alle onderscheiden regio s tussen 199 en 2 een duidelijke groei vertonen daalt de bevolking van het BHG om vanaf 21 een inhaalbeweging te maken. Dit brengt hen op basis van de cijfers van 199 opnieuw op het niveau van de rest van België. Rond Brussel situeert zich dus de grootste bevolkingsaangroei met vooral Waals-Brabant als groeipool (+15%, zie tabel 4) en in mindere mate Leuven en Halle-Vilvoorde. Samen met het BHG vertegenwoordigen ze bijna een kwart van de Belgische bevolking. 17

18 Deze groei wordt voornamelijk door twee elementen bepaald: het migratiesaldo en het geboorteoverschot (het verschil tussen vruchtbaarheids- en sterftecijfers). Dit onderzoek beperkt zich tot het eerste element, maar om een idee te hebben van de impact van beide evoluties wordt in onderstaande tabel het aandeel van het geboorteoverschot op de groei van de bevolking weergegeven 4. Tabel 5 bekijkt enkel de evolutie binnen het BHG en Vlaams- en Waals-Brabant. Regio BHG H-Vil Leuven W-Bra Tabel 5. Aandeel geboorteoverschot in aangroei bevolking Alhoewel de cijfers een grillig patroon vormen is het duidelijk dat Brussel, met een recentelijk hoger aandeel van geboortes, significant afwijkt van de omliggende arrondissementen. Op basis van de laatste 5 jaren mag men concluderen dat het geboorteoverschot verantwoordelijk is voor ongeveer 2% van de aangroei van de populatie van Halle-Vilvoorde en voor zo n 3% van de aangroei in Leuven met Waals Brabant qua aangroei tussen beide Vlaamse arrondissementen in. Hoe kleiner dit geboorteoverschot, hoe belangrijker de impact van migratie en in- en uitwijking. In dit rapport wordt op dit laatste fenomeen gefocust. Hierbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen de interne verhuisbewegingen, de immigratie en inwijking en de emigratie en uitwijking. Interne verhuisbewegingen verwijzen naar diegenen die van een gemeente in het BHG naar een andere Brusselse gemeente verhuizen. Inwijking is de transitie van Vlaanderen of Wallonië naar Brussel, uitwijking verwijst naar de omgekeerde beweging. Immigratie beschrijft de verhuisbeweging van het buitenland naar Brussel, emigratie van Brussel naar het buitenland. De tabellen 6 en 7 illustreren de grootte, onderlinge verhoudingen en evoluties van bovenstaande transities met betrekking tot het BHG. 4 Deze werd als volgt berekend: (Σg t - Σo t ) / (Σn t - Σn t-1 ) met g het aantal geboortes, o het aantal overlijdens, n de totale populatie en t het jaar waarop het resultaat betrekking heeft. Blanco s in de tabel verwijzen naar een negatief geboortesaldo. 18

19 Transitie Intern 4194 (36.45) (38.64) 4846 (37.31) (36.29) 5288 (36.26) (37.53) (36.71) Inwijking (15.15) 224 (17.42) (16.58) 2153 (15.99) (15.46) 2155 (14.81) (14.45) Uitwijking 3734 (26.71) (23.38) (21.14) 2799 (21.2) (21.3) 3119 (21.93) (22.6) Immigratie (15.35) (14.44) (17.6) (19.27) (19.85) (18.59) (19.26) Emigratie 7284 (6.33) 7748 (6.12) 1184 (7.91) 9534 (7.24) 9881 (7.12) 1159 (7.14) 138 (6.98) Totaal Tabel 6. Verhouding tussen verschillende verhuisbewegingen BHG Transitie Intern Inwijking Uitwijking Immigratie Emigratie Totaal Tabel 7. Evolutie verhuisbewegingen op basis van index 199 BHG Het aantal verhuisbewegingen in Brussel gaat in stijgende lijn. Verhoudingsgewijze vindt het grootste aantal verhuizingen binnen het BHG zelf plaats. Parallel met de algemene groei van de verschillende verhuisbewegingen bestaat zo n 36% hiervan uit interne verhuisbewegingen. De tweede grootste groep zijn diegenen die Brussel verlaten voor een ander adres in België. Alhoewel telkens ruim 2% hiervoor kiest neemt hun aantal verhoudingsgewijze af in vergelijking met de globale evolutie. Immigratie is de sterkst stijgende trend en maakt bijna 2% van de verhuisbewegingen uit. Op zo n 15 jaar tijd is het aantal immigranten in Brussel met ruim 6% gestegen. De inwijkelingen zijn de volgende groep, al stijgt hun aantal verhoudingsgewijze minder sterk dan de algemene Brusselse tendens zou doen vermoeden. Zo n 7% verlaat Brussel jaarlijks voor het buitenland. Op basis van deze eerste cijfers zou men Brussel als een populaire woonplaats kunnen bestempelen. Van al diegenen die reeds in het BHG wonen en naar een andere woning verhuizen blijft het grootste deel in Brussel zelf wonen, en ook vanuit het buitenland is er een duidelijk migratieoverschot in het voordeel van Brussel. Enkel bij het saldo tussen in- en uitwijking slaat de balans in het nadeel van Brussel door. Uit de verder analyse zal blijken in hoeverre deze op het eerste zicht logische conclusie door andere feiten wordt ondersteund. 19

20 Van zij die naar Brussel zijn komen wonen (zie tabel 8 en 9) vertegenwoordigen diegenen die hiervoor in het buitenland woonden de grootste en nog stijgende groep. Ruim de helft van de nieuwe Brusselaars komt uit het buitenland. Vanuit Vlaanderen komen de inwijkelingen vooral uit Halle-Vilvoorde. Hun aantal overstijgt zelfs het aandeel van alle andere Vlaamse gemeenten samen. Voor Wallonië is dit niet het geval maar toch vertegenwoordigen de Walen uit de directe Brusselse omgeving (Waals-Brabant) zo n derde van alle Waalse inwijkelingen terwijl toch minder dan 1% van alle Waalse inwoners in Waals- Brabant wonen. Regio H-Vil 5361 (15.28) 664 (16.38) 6225 (14.37) 6116 (13.18) 6389 (13.4) 6384 (13.44) 6418 (12.89) Leuven 941 (2.68) 153 (2.61) 124 (2.36) 11 (2.18) 184 (2.21) 945 (1.99) 125 (2.6) Rest Vl 2536 (7.23) 3326 (8.25) 3434 (7.92) 3388 (7.3) 351 (7.15) 3278 (6.9) 345 (6.93) W-Bra 342 (8.67) 483 (1.13) 3858 (8.9) 386 (8.32) 3988 (8.14) 3829 (8.6) 3987 (8.) Rest Wall 5551 (15.82) 6974 (17.3) 6816 (15.73) 6679 (14.39) 6486 (13.24) 6619 (13.94) 6474 (13.) Buitenland (5.32) (45.33) (5.71) (54.65) (56.22) (55.67) (57.13) Totaal Tabel 8. De nieuwe Brusselaars naar vorige woonplaats. Tabel 9 nuanceert evenwel vorige bevindingen. De inwijking uit de rest van Vlaanderen neemt verhoudingsgewijze sneller toe dan deze uit Halle-Vilvoorde en zeker dan die uit Leuven die heel beperkt is. Vanuit Wallonië kwam het merendeel van buiten de provincie Waals-Brabant maar het is net in deze laatste provincie dat de inwijking naar Brussel verhoudingsgewijze sterker stijgt. Toch valt niet te ontkennen dat het vooral de migranten van buiten België zijn die verantwoordelijk zijn voor de aangroei van de Brusselse bevolking. Regio H-Vil Leuven Rest Vl W-Bra Rest Wall Buitenland Totaal Tabel 9. Evolutie nieuwe Brusselaars op basis van index 199 2

TOELICHTING BIJ DE KUBUS "AANTAL MIGRATIES NAAR PLAATS VAN HERKOMST EN PLAATS VAN BESTEMMING PER LEEFTIJD, GESLACHT EN NATIONALITEIT"

TOELICHTING BIJ DE KUBUS AANTAL MIGRATIES NAAR PLAATS VAN HERKOMST EN PLAATS VAN BESTEMMING PER LEEFTIJD, GESLACHT EN NATIONALITEIT TOELICHTING BIJ DE KUBUS "AANTAL MIGRATIES NAAR PLAATS VAN HERKOMST EN PLAATS VAN BESTEMMING PER LEEFTIJD, GESLACHT EN NATIONALITEIT" 1. Algemeen Deze tabellen geven aantallen migraties. In de "Inleiding

Nadere informatie

EEN ANALYSE VAN DE TAALSITUATIE IN DE RAND ROND BRUSSEL OP BASIS VAN DE BRIO-TAALBAROMETER. Rudi Janssens

EEN ANALYSE VAN DE TAALSITUATIE IN DE RAND ROND BRUSSEL OP BASIS VAN DE BRIO-TAALBAROMETER. Rudi Janssens EEN ANALYSE VAN DE TAALSITUATIE IN DE RAND ROND BRUSSEL OP BASIS VAN DE BRIO-TAALBAROMETER Rudi Janssens 1.1. BRIO-onderzoek en de Vlaamse Rand 1993 Frans/Nederlandse codewisseling 2002 Taalgebruik in

Nadere informatie

BAROMETER. Taalgebruik in de Vlaamse Rand

BAROMETER. Taalgebruik in de Vlaamse Rand FEBRUARI 2015 BAROMETER Taalgebruik in de Vlaamse Rand Deze nieuwe editie van de barometer gaat in op het onderzoek Taalgebruik in de Vlaamse Rand dat Brussels Informatie-, Documentatie- en Onderzoekscentrum

Nadere informatie

Vraag nr. 351 van 26 februari 2013 van PAUL DELVA

Vraag nr. 351 van 26 februari 2013 van PAUL DELVA VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN PASCAL SMET VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS, JEUGD, GELIJKE KANSEN EN BRUSSEL Vraag nr. 351 van 26 februari 2013 van PAUL DELVA Nederlandstalig onderwijs Brussel Capaciteit

Nadere informatie

EEN ANALYSE VAN DE TAALSITUATIE IN DE RAND ROND BRUSSEL OP BASIS VAN DE BRIO-TAALBAROMETER. Rudi Janssens

EEN ANALYSE VAN DE TAALSITUATIE IN DE RAND ROND BRUSSEL OP BASIS VAN DE BRIO-TAALBAROMETER. Rudi Janssens EEN ANALYSE VAN DE TAALSITUATIE IN DE RAND ROND BRUSSEL OP BASIS VAN DE BRIO-TAALBAROMETER Rudi Janssens 1. De Rand als onderzoeksobject 1.1. BRIO-onderzoek en de Vlaamse Rand 1993 Frans/Nederlandse codewisseling

Nadere informatie

Inburgeringsbeleid: taaldiversiteit als politieke uitdaging voor Brussel en de Vlaamse Rand

Inburgeringsbeleid: taaldiversiteit als politieke uitdaging voor Brussel en de Vlaamse Rand Nederlands Home BRIO-matrix BRIO Home > BRIO-matrix > FICHE - Inburgeringsbeleid Inburgeringsbeleid: taaldiversiteit als politieke uitdaging voor Brussel en de Vlaamse Rand Download FICHE Inburgeringsbeleid:

Nadere informatie

Een verkenning van de relatie tussen taal en identiteit in Brussel en de Vlaamse Rand. Rudi Janssens

Een verkenning van de relatie tussen taal en identiteit in Brussel en de Vlaamse Rand. Rudi Janssens Een verkenning van de relatie tussen taal en identiteit in Brussel en de Vlaamse Rand Rudi Janssens Inhoud Identiteit: een actueel debat Taal en identiteit: een referentiekader De groei van een meertalige

Nadere informatie

De kustgemeenten vergrijzen

De kustgemeenten vergrijzen Oostende panoramazaal CC De Grote Post 29 mei 2015 De kustgemeenten vergrijzen Niels De Luyck SumResearch Studiedag Ook de aangespoelden blijven! Woon- en zorgperspectieven van pensioenmigranten aan de

Nadere informatie

Verhuisplannen en woonvoorkeuren

Verhuisplannen en woonvoorkeuren Verhuisplannen en woonvoorkeuren Burgerpeiling Woon- en Leefbaarheidsmonitor Eemsdelta 2015 Bevolkingsdaling ontstaat niet alleen door demografische ontwikkelingen, zoals ontgroening en vergrijzing of

Nadere informatie

NOVEMBER 2014 BAROMETER

NOVEMBER 2014 BAROMETER NOVEMBER 2014 BAROMETER In deze nieuwe editie van de barometer staan we stil bij de Census 2011 die afgelopen maand werd gepubliceerd door Statistics Belgium, onderdeel van de FOD Economie. We vertalen

Nadere informatie

Toekomstige demografische veranderingen gemeente Groningen in een notendop

Toekomstige demografische veranderingen gemeente Groningen in een notendop VLUGSCHRIFT Bevolkingsprognose gemeente Groningen - Toekomstige demografische veranderingen gemeente Groningen in een notendop Inleiding De omvang en samenstelling van de bevolking van de gemeente Groningen

Nadere informatie

Welzijnsbarometer 2015

Welzijnsbarometer 2015 OBSERVATOIRE DE LA SANTÉ ET DU SOCIAL BRUXELLES OBSERVATORIUM VOOR GEZONDHEID EN WELZIJN BRUSSEL "Cultuur aan de macht" de sociale rol van cultuur en kunst 26 november 2015 Welzijnsbarometer 2015 Marion

Nadere informatie

Onderwijs in een meertalige Brusselse omgeving Inhoud Stad en onderwijs: topdown bottom up

Onderwijs in een meertalige Brusselse omgeving Inhoud Stad en onderwijs: topdown bottom up Onderwijs in een meertalige Brusselse omgeving BEO-studiedag 16 maart 212 - Rudi Janssens Inhoud Stad en onderwijs Politiek-institutionele context Pedagogische context Demografisch-geografische context

Nadere informatie

Migratieprofielen naar leeftijd voor de migratiebekkens en zones in de nieuwe ruimtelijke indeling

Migratieprofielen naar leeftijd voor de migratiebekkens en zones in de nieuwe ruimtelijke indeling Migratieprofielen naar voor de migratiebekkens en zones in de nieuwe ruimtelijke indeling Didier Willaert E-mail: dwillaer@vub.ac.be Interface Demography Vakgroep Sociaal Onderzoek (SOCO) Vrije Universiteit

Nadere informatie

Gent in cijfers reeks

Gent in cijfers reeks Gent in cijfers reeks Jaarlijkse publicatiereeks Data-Analyse & GIS 2007: omgevingsanalyse 2008: verhuisbewegingen naar, uit en binnen Gent 2009: wijkmonitor Indicatorenrapport Armoede 2009: 'Met meer

Nadere informatie

Sociale Groene Lening 12 oktober 2010

Sociale Groene Lening 12 oktober 2010 Persconferentie Sociale Groene Lening 12 oktober 2010 Bijlage 1. Geografische spreiding van de aanvragen Sinds het begin van de activiteit (september 2008) zijn er 160 leningen toegekend die als volgt

Nadere informatie

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996 Dit deel van het onderzoek omvat alle personen tussen de 18 en 55 jaar oud (leeftijdsgrenzen inbegrepen) op 30 juni 1997, wiens dossier van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met

Nadere informatie

De honden en katten van de Belgen

De honden en katten van de Belgen ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 31 juli 2007 De honden en katten van de Belgen Highlights Ons land telde in 2004 1.064.000 honden en 1.954.000 katten; In vergelijking

Nadere informatie

Kinderen en de gezinsvorm waarin ze opgroeien: een schets van de veranderingen tussen 1990 en 2008

Kinderen en de gezinsvorm waarin ze opgroeien: een schets van de veranderingen tussen 1990 en 2008 2/14 Kinderen en de gezinsvorm waarin ze opgroeien: een schets van de veranderingen tussen 199 en 28 Edith Lodewijckx D/2/3241/326 Vraagstelling Maatschappelijke en culturele ontwikkelingen hebben ingrijpende

Nadere informatie

De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt

De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt Kusttoerisme West-Vlaanderen Werkt 3, 28 De positie van de Vlaamse kust op de Belgische reismarkt Foto: Evelien Christiaens Rik De Keyser bestuurder-directeur en hoofd afdeling toerisme, WES Evelien Christiaens

Nadere informatie

Zeeuwse Verhuisatlas deel III

Zeeuwse Verhuisatlas deel III Zeeuwse Verhuisatlas deel III Verhuizen meer mensen naar de stad of naar het platteland? Zeeuws-Vlaanderen Middelburg, augustus 2012 Sociale Staat van Zeeland Colofon SCOOP 2012 Samenstelling Ankie Smit

Nadere informatie

Persconferentie Capaciteitsuitbreiding in het Nederlandstalig Brussels basisonderwijs

Persconferentie Capaciteitsuitbreiding in het Nederlandstalig Brussels basisonderwijs Persconferentie Capaciteitsuitbreiding in het Nederlandstalig Brussels basisonderwijs Woensdag 9 november 2011 BIP Minister Jean-Luc Vanraes Situatieschets Brussels onderwijs: Onderzoek prof. dr. Rudi

Nadere informatie

Verhuizers onder in- en uitstroom WWB

Verhuizers onder in- en uitstroom WWB Verhuizers onder in- en uitstroom WWB Februari 2013 Afdeling Onderzoek en Statistiek i.o.v. afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling 1 omvang onbekend Conclusie: rol van verhuizingen in ontwikkeling WWB-bestand

Nadere informatie

2011/4 Ze leefden lang (en gelukkig) en scheidden dan Echtscheiding op latere leeftijd en na langere huwelijksduur

2011/4 Ze leefden lang (en gelukkig) en scheidden dan Echtscheiding op latere leeftijd en na langere huwelijksduur 2011/4 Ze leefden lang (en gelukkig) en scheidden dan Echtscheiding op latere leeftijd en na langere huwelijksduur Martine Corijn D/2011/3241/019 Inleiding FOD ADSEI-cijfers leidden tot de krantenkop Aantal

Nadere informatie

PERSBERICHT CIM 22/04/2015

PERSBERICHT CIM 22/04/2015 PERSBERICHT CIM 22/04/2015 Nieuwe CIM studie over kijkgedrag op nieuwe schermen Belgen keken nooit eerder zoveel naar TV-content Het CIM, verantwoordelijk voor kijkcijferstudies in België, volgt sinds

Nadere informatie

«WELZIJNSBAROMETER 2010» SAMENVATTING EN CONCLUSIES

«WELZIJNSBAROMETER 2010» SAMENVATTING EN CONCLUSIES «WELZIJNSBAROMETER 2010» SAMENVATTING EN CONCLUSIES Brussel wordt gekenmerkt door een grote concentratie van armoede in de dichtbevolkte buurten van de arme sikkel in het centrum van de stad, met name

Nadere informatie

2011/5 De (in)stabiliteit van huwelijken in België

2011/5 De (in)stabiliteit van huwelijken in België 2011/5 De (in)stabiliteit van huwelijken in België Martine Corijn D/2011/3241/020 Inleiding Het dalende aantal huwelijken en het stijgende aantal echtscheidingen maakt dat langdurende huwelijken soms minder

Nadere informatie

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam

Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Campagne Eenzaamheid Bond zonder Naam Leen Heylen, CELLO, Universiteit Antwerpen Thomas More Kempen Het begrip eenzaamheid Eenzaamheid is een pijnlijke, negatieve ervaring die zijn oorsprong vindt in een

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013

PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 PERSBERICHT Brussel, 20 december 2013 Werkgelegenheid stabiel, werkloosheid opnieuw in stijgende lijn Arbeidsmarktcijfers derde kwartaal 2013 Na het licht herstel van de arbeidsmarkt in het tweede kwartaal

Nadere informatie

Bevolkingsprognose Deventer 2015

Bevolkingsprognose Deventer 2015 Bevolkingsprognose Deventer 2015 Aantallen en samenstelling van bevolking en huishoudens Augustus 2015 augustus 2015 Uitgave : team Kennis en Verkenning Naam : John Stam Telefoonnummer : 0570 693298 Mail

Nadere informatie

Migratie en pendel Twente. Special bij de Twente Index 2015

Migratie en pendel Twente. Special bij de Twente Index 2015 Migratie en pendel Twente Special bij de Twente Index 2015 Inhoudsopgave Theorieën over wonen, verhuizen 3 Kenmerken Twente: Urbanisatiegraad en aantal inwoners 4 Bevolkingsgroei grensregio s, een vergelijking

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR DE MIGRATIEBEWEGINGEN VAN DE GROTE STEDEN IN DE DRIE GEWESTEN VAN BELGIË

ONDERZOEK NAAR DE MIGRATIEBEWEGINGEN VAN DE GROTE STEDEN IN DE DRIE GEWESTEN VAN BELGIË POD MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE, CEL GROOTSTEDENBELEID ONDERZOEK NAAR DE MIGRATIEBEWEGINGEN VAN DE GROTE STEDEN IN DE DRIE GEWESTEN VAN BELGIË EINDRAPPORT Stefan De Corte Peter Raymaekers Karen Thaens

Nadere informatie

Migratiestromen en inkomensontwikkelingen in de provincie Groningen

Migratiestromen en inkomensontwikkelingen in de provincie Groningen Migratiestromen en inkomensontwikkelingen in de provincie Groningen Mensen verhuizen om allerlei redenen. Om samen te wonen, voor werk of studie of vanwege de woning zelf. Deze verhuizingen spelen een

Nadere informatie

Situering op kaart. WIJKFICHES Bloemekenswijk. statistische sectoren Bloemekenswijk. 1,67 km 2 (1,1% van Gent) Oude Lieve. Rustoord.

Situering op kaart. WIJKFICHES Bloemekenswijk. statistische sectoren Bloemekenswijk. 1,67 km 2 (1,1% van Gent) Oude Lieve. Rustoord. 9 Bloemekenswijk In dit document staan een hele reeks data uit verschillende bronnen vermeld. Meer uitleg over de gehanteerde bronnen en begrippen vind je in Bronnen en Begrippen. WIJKFICHES Bloemekenswijk

Nadere informatie

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 28 oktober 67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk Tegen 2020 moet 75% van de Europeanen van 20 tot en met 64 jaar aan het werk zijn.

Nadere informatie

SPECIFIEKE OMGEVINGSANALYSE VOOR GEZIN

SPECIFIEKE OMGEVINGSANALYSE VOOR GEZIN SPECIFIEKE OMGEVINGSANALYSE VOOR GEZIN TASK FORCE BRUSSEL, 2011 Deze omgevingsanalyse wil in eerste instantie de sociale voorzieningen op het gebied van welzijn, gezondheid en gezin in het Brusselse Hoofdstedelijke

Nadere informatie

Artikelen. Een terugblik op het ouderlijk gezin. Arie de Graaf

Artikelen. Een terugblik op het ouderlijk gezin. Arie de Graaf Artikelen Een terugblik op het ouderlijk gezin Arie de Graaf Driekwart van de kinderen die in de jaren zeventig zijn geboren, is opgegroeid bij twee ouders. Een op de zeven heeft een scheiding van de ouders

Nadere informatie

BRIO-taalbarometer(s): taalkennis en taalgebruik in Brussel IN HET KORT:

BRIO-taalbarometer(s): taalkennis en taalgebruik in Brussel IN HET KORT: BRIO-taalbarometer(s): taalkennis en taalgebruik in Brussel IN HET KORT: In 1961 werden de gecontesteerde talentellingen afgeschaft. Nadien doken op tijd en stond schattingen op van de omvang van het aantal

Nadere informatie

1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.

1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft. ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 8 november 2006 1,9 miljoen Belgen hebben nog nooit een computer gebruikt; 2,6 miljoen Belgen hebben nog nooit op het internet gesurft.

Nadere informatie

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 17 oktober 2008. Armoede in België

ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 17 oktober 2008. Armoede in België ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 17 oktober 2008 Armoede in België Ter gelegenheid van de Werelddag van Verzet tegen Armoede op 17 oktober heeft de Algemene Directie Statistiek

Nadere informatie

S t e d e n f o n d s 2008-2013

S t e d e n f o n d s 2008-2013 S t e d e n f o n d s 28-213 maatschappelijke effecten en indicatoren Team Stedenbeleid TURNHOUT Studiedienst van de Vlaamse Regering I N H O U D S T A F E L TURNHOUT Inleiding 1 1 Maatschappelijke effecten

Nadere informatie

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011)

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Verkeerskundige interpretatie van de belangrijkste tabellen (Analyserapport) D. Janssens, S. Reumers, K. Declercq, G. Wets Contact: Prof. dr. Davy

Nadere informatie

Bevolkingsprojecties voor de 13 grote en regionale steden van Vlaanderen, en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2000-2020

Bevolkingsprojecties voor de 13 grote en regionale steden van Vlaanderen, en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2000-2020 Bevolkingsprojecties voor de 13 grote en regionale steden van Vlaanderen, en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, 2-22 Didier Willaert en Ron Lesthaeghe Steunpunt Demografie, Vakgroep Sociaal Onderzoek

Nadere informatie

Kinderarmoede in het Brussels Gewest

Kinderarmoede in het Brussels Gewest OBSERVATOIRE DE LA SANTÉ ET DU SOCIAL BRUXELLES OBSERVATORIUM VOOR GEZONDHEID EN WELZIJN BRUSSEL Senaat hoorzitting 11 mei 2015 Kinderarmoede in het Brussels Gewest www.observatbru.be DIMENSIES VAN ARMOEDE

Nadere informatie

Verhuis- en woonwensen van starters

Verhuis- en woonwensen van starters Verhuis- en woonwensen van starters Gemeente Amersfoort Sector Concernmiddelen Onderzoek en Statistiek Marc van Acht Uitgave en rapportage in opdracht van afdeling Economie en Wonen Onderzoek en Statistiek,

Nadere informatie

Opleidings- en begeleidingscheques

Opleidings- en begeleidingscheques Opleidings- en begeleidingscheques De Maatregel Om werknemers ertoe aan te zetten een leven lang te leren, draagt de Vlaamse overheid financieel een steentje bij. Sinds september 2003 1 kunnen werknemers

Nadere informatie

Doel van het onderzoek Inzicht bieden in de gevolgen van de Wet kinderopvang voor de verschillende gebruikersgroepen.

Doel van het onderzoek Inzicht bieden in de gevolgen van de Wet kinderopvang voor de verschillende gebruikersgroepen. SAMENVATTING 1. Doel en onderzoeksopzet De invoering van de Wet kinderopvang per 1 januari 2005 heeft veel veranderingen gebracht voor de gebruikers van formele kinderopvang in kinderdagverblijven (KDV),

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 22 oktober 2014

PERSBERICHT Brussel, 22 oktober 2014 PERSBERICHT Brussel, 22 oktober 2014 Census 2011, een volkstelling voor de eenentwintigste eeuw Een schat aan gegevens over leven, werk en wonen in België 11.000.638 inwoners, gemiddeld 40,8 jaar oud en

Nadere informatie

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau.

4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes. In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. 4.2. Evaluatie van de respons op de postenquêtes 4.2.1. Algemeen In dit deel gaan we in op de respons op instellingsniveau en op respondentenniveau. Instellingsniveau (vragenlijst coördinator) provincie,

Nadere informatie

7. Effect crisis op de woningmarkt- dynamiek. Auteur Remco Kaashoek

7. Effect crisis op de woningmarkt- dynamiek. Auteur Remco Kaashoek 7. Effect crisis op de woningmarkt- dynamiek Auteur Remco Kaashoek De dynamiek op de koopwoningmarkt is tussen 2007 en 2011 afgenomen, terwijl die op de markt voor huurwoningen licht is gestegen. Het aantal

Nadere informatie

Zeeuwse Verhuisatlas deel II. Waar gaan mensen van buiten Zeeland wonen?

Zeeuwse Verhuisatlas deel II. Waar gaan mensen van buiten Zeeland wonen? Zeeuwse Verhuisatlas deel II Waar gaan mensen van buiten Zeeland wonen? Middelburg, maart 2012 Sociale Staat van Zeeland Colofon Scoop 2012 Samenstelling Ankie Smit Han Schellekens Scoop Zeeuws instituut

Nadere informatie

Demografische ontwikkeling Gemeente Hoorn 2011-2025

Demografische ontwikkeling Gemeente Hoorn 2011-2025 Demografische ontwikkeling Gemeente Hoorn 211-225 Inhoud blz. Colofon 1. Bevolkingsontwikkeling 1 1.1 Aantal inwoners 1 1.2 Componenten van de groei 3 2. Jong en oud 6 3. Huishoudens 8 Uitgave I&O Research

Nadere informatie

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen in 2005: emigratie stopt groei Amsterdamse bevolking

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen in 2005: emigratie stopt groei Amsterdamse bevolking Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet nummer 7 november 2006 Demografische ontwikkelingen in 2005: emigratie stopt groei Amsterdamse bevolking Na een aantal jaren van groei is door een toenemend vertrek

Nadere informatie

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Suzanne Peek Gescheiden moeders stoppen twee keer zo vaak met werken dan niet gescheiden moeders. Ook beginnen ze vaker met werken. Wanneer er

Nadere informatie

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau

4. Resultaten. 4.1 Levensverwachting naar geslacht en opleidingsniveau 4. Het doel van deze studie is de verschillen in gezondheidsverwachting naar een socio-economisch gradiënt, met name naar het hoogst bereikte diploma, te beschrijven. Specifieke gegevens in enkel mortaliteit

Nadere informatie

5.1. Impact van de wijzigingen van het nationaliteitswetboek

5.1. Impact van de wijzigingen van het nationaliteitswetboek 5. Verkrijgen en toekennen van de Belgische nationaliteit 1 5.1. Impact van de wijzigingen van het nationaliteitswetboek Sinds het ontstaan van het Koninkrijk stijgt het aantal vreemdelingen dat Belg wordt

Nadere informatie

Woningkwaliteit en woontevredenheid: resultaten van de bevraging bij bewoners

Woningkwaliteit en woontevredenheid: resultaten van de bevraging bij bewoners Woningkwaliteit en woontevredenheid: resultaten van de bevraging bij bewoners Katleen Van den Broeck* & Isabelle Pannecoucke** *HIVA KU Leuven **KU Leuven campus Sint-Lucas Studiedag Wonen in Vlaanderen

Nadere informatie

Resultaten voor België Roken Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor België Roken Gezondheidsenquête, België, 1997 6.1.1. Inleiding Het tabaksgebruik is een van de voornaamste risicofactoren voor longkanker, ischemische hartziekten en chronische ademhalingsaandoeningen (1). Men schat dat er in Europa niet minder dan

Nadere informatie

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin

Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin Verdere evolutie van de geharmoniseerde werkloosheid in ruime zin ruime zin in België, Duitsland, Frankrijk en Nederland in 2014 Directie Statistieken, Begroting en Studies stat@rva.be Inhoudstafel: 1

Nadere informatie

Diensten voor thuiszorg en sociale en preventieve diensten

Diensten voor thuiszorg en sociale en preventieve diensten Diensten voor thuiszorg en sociale en preventieve diensten Edith Hesse Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat, 14 B - 1050 Brussel

Nadere informatie

Achtergrondcijfers WELZIJNSZORG VZW HUIDEVETTERSSTRAAT 165 1000 BRUSSEL 02 502 55 75 WWW.WELZIJNSZORG.BE INFO@WELZIJNSZORG.BE

Achtergrondcijfers WELZIJNSZORG VZW HUIDEVETTERSSTRAAT 165 1000 BRUSSEL 02 502 55 75 WWW.WELZIJNSZORG.BE INFO@WELZIJNSZORG.BE Achtergrondcijfers WELZIJNSZORG VZW HUIDEVETTERSSTRAAT 165 1000 BRUSSEL 02 502 55 75 WWW.WELZIJNSZORG.BE INFO@WELZIJNSZORG.BE NATIONAAL SECRETARIAAT Huidevettersstraat 165 1000 Brussel T 02 502 55 75 F

Nadere informatie

Onderzoek over het spreken van het Frans door de inwoners van Vlaanderen

Onderzoek over het spreken van het Frans door de inwoners van Vlaanderen Onderzoek over het spreken van het Frans door de inwoners van Vlaanderen Onderzoek uitgevoerd voor de vzw: Association pour la Promotion de la Francophonie en Flandre September 2009 Dedicated Research

Nadere informatie

HYPOTHEEK INDEX 2E KWARTAAL 2016

HYPOTHEEK INDEX 2E KWARTAAL 2016 HYPOTHEEK INDEX 2E KWARTAAL 2016 De Hypotheek Index geeft ieder kwartaal inzicht in het consumentengedrag op het gebied van hypotheken. De kerncijfers zijn afkomstig van De Hypotheker die met ruim 10 procent

Nadere informatie

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 2014/6 Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 Dirk Hoorelbeke D/2014/3241/218 Samenvatting Dit artikel geeft een bondig overzicht van enkele resultaten uit de nieuwe Regionale economische vooruitzichten

Nadere informatie

Bijlage 1, bij 3i Wijkeconomie

Bijlage 1, bij 3i Wijkeconomie Bijlage 1, bij 3i Wijkeconomie INHOUD 1 Samenvatting... 3 2 De Statistische gegevens... 5 2.1. De Bevolkingsontwikkeling en -opbouw... 5 2.1.1. De bevolkingsontwikkeling... 5 2.1.2. De migratie... 5 2.1.3.

Nadere informatie

De invloed van de residentiële mismatch op het verplaatsingsgedrag in Vlaanderen

De invloed van de residentiële mismatch op het verplaatsingsgedrag in Vlaanderen De invloed van de residentiële mismatch op het verplaatsingsgedrag in Vlaanderen De laatste decennia is het autogebruik sterk toegenomen. Het toenemende gebruik van de wagen brengt echter negatieve gevolgen

Nadere informatie

Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h

Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h TNS Nipo Grote Bickersstraat 74 1013 KS Amsterdam t 020 5225 444 e info@tns-nipo.com www.tns-nipo.com Rapport Monitoring gebruikerstevredenheid invoering 130 km/h Rick Heldoorn & Matthijs de Gier H1630

Nadere informatie

PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013

PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013 PERSBERICHT Brussel, 25 juni 2013 Meer 55-plussers aan het werk Arbeidsmarktcijfers eerste kwartaal 2013 66,7% van de 20- tot 64-jarigen is aan het werk. Dat percentage daalt licht in vergelijking met

Nadere informatie

Splitsing kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde in Vraag en Antwoord

Splitsing kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde in Vraag en Antwoord Splitsing kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde in Vraag en Antwoord Inleiding Een zuivere splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde De splitsing van de kieskring BHV is ruim 50 jaar de eis van de

Nadere informatie

LaboXX 2. Bijlage E1: Bevolkingsprognoses Antwerpen 2011-2030. Studiedienst stadsobservatie Bestuurszaken stad Antwerpen

LaboXX 2. Bijlage E1: Bevolkingsprognoses Antwerpen 2011-2030. Studiedienst stadsobservatie Bestuurszaken stad Antwerpen A B C D E F G 1 LaboXX 2 Bijlage E1: Bevolkingsprognoses Antwerpen 2011-2030 3 Studiedienst stadsobservatie Bestuurszaken stad Antwerpen 4 5 6 7 8 9 Inhoudstafel Inhoudstafel... 1 1 Inleiding: evaluatie

Nadere informatie

Gedrag en ervaringen van huishoudelijke afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT

Gedrag en ervaringen van huishoudelijke afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT Gedrag en ervaringen van huishoudelijke afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT 10 september 2014 INHOUDSOPGAVE 1. TECHNISCH RAPPORT...3 1.1. Universum en steekproef...

Nadere informatie

2010-2. De recente interna*onalisering van het Brussels gewest en de Vlaamse Rand. Interface Demography Working Paper.

2010-2. De recente interna*onalisering van het Brussels gewest en de Vlaamse Rand. Interface Demography Working Paper. Interface Demography Working Paper 2010-2 De recente interna*onalisering van het Brussels gewest en de Vlaamse Rand Didier Willaert Didier.Willaert@vub.ac.be Interface Demography, Vrije Universiteit Brussel,

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen

Instituut voor de nationale rekeningen Instituut voor de nationale rekeningen 2015-02-17 Links: Publicatie BelgoStat Online Algemene informatie Broos herstel in 2013 na krimp in 2012 in Brussel en Wallonië; verdere groeivertraging in 2013 in

Nadere informatie

Waardering van leefbaarheid en woonomgeving

Waardering van leefbaarheid en woonomgeving Waardering van leefbaarheid en woonomgeving Burgerpeiling Woon- en Leefbaarheidsmonitor Eemsdelta 2015 In de Eemsdelta zijn verschillende ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de leefbaarheid.

Nadere informatie

Gedrag en ervaringen van professionele afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT

Gedrag en ervaringen van professionele afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT Gedrag en ervaringen van professionele afnemers op de vrijgemaakte Vlaamse energiemarkt VREG - TECHNISCH RAPPORT 10 september 2014 INHOUDSOPGAVE 1. TECHNISCH RAPPORT...3 1.1. Universum en steekproef...

Nadere informatie

Januari 2013. Krediet en overmatige schuldenlast: wat leren wij uit de cijfers 2012 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren?

Januari 2013. Krediet en overmatige schuldenlast: wat leren wij uit de cijfers 2012 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren? Januari 2013 Krediet en overmatige schuldenlast: wat leren wij uit de cijfers 2012 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren? Analyse uitgevoerd voor het Observatorium Krediet en Schuldenlast Duvivier

Nadere informatie

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen: blijvende groei Amsterdamse bevolking

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen: blijvende groei Amsterdamse bevolking Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet nummer 7 november 2005 Demografische ontwikkelingen: blijvende groei Amsterdamse bevolking Het inwonertal van Amsterdam is in 2004 met ruim 4.000 personen tot 742.951

Nadere informatie

BRUSSELS ARMOEDERAPPORT 2015 Welzijnsbarometer: samenvatting

BRUSSELS ARMOEDERAPPORT 2015 Welzijnsbarometer: samenvatting BRUSSELS ARMOEDERAPPORT 2015 Welzijnsbarometer: samenvatting De Welzijnsbarometer verzamelt jaarlijks een reeks indicatoren die verschillende aspecten van armoede in het Brussels Gewest belichten. De sociaaleconomische

Nadere informatie

Bijlage Visie Oost : Cijfers & trends bevolking en woningvoorraad Hilversum

Bijlage Visie Oost : Cijfers & trends bevolking en woningvoorraad Hilversum Bijlage Visie Oost : Cijfers & trends bevolking en woningvoorraad Hilversum 1. Ontwikkeling bevolking naar leeftijd De Primos huishoudensprognose (2011) voor de periode 2010-2040 schetst het volgend beeld:

Nadere informatie

10 SAMENVATTING 23. 10.1 Schets van de steekproef. 10.2 Kencijfers huishoudens. 10.3 Kencijfers personen

10 SAMENVATTING 23. 10.1 Schets van de steekproef. 10.2 Kencijfers huishoudens. 10.3 Kencijfers personen 10 SAMENVATTING 23 10.1 Schets van de steekproef Van december 2000 tot december 2001 werd er in Vlaams-Brabant een onderzoek naar het verplaatsingsgedrag uitgevoerd. Het onderzoeksgebied Vlaams-Brabant

Nadere informatie

VOORUITZICHTEN. Bevolkingsvooruitzichten 2010-2060. Federaal Planbureau. Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie

VOORUITZICHTEN. Bevolkingsvooruitzichten 2010-2060. Federaal Planbureau. Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Bevolkingsvooruitzichten 2010-2060 Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie December 2011 Vooruitzichten Een van de belangrijkste

Nadere informatie

Profiel en tevredenheid van uitzendkrachten. In samenwerking met

Profiel en tevredenheid van uitzendkrachten. In samenwerking met Profiel en tevredenheid van uitzendkrachten. 2012 In samenwerking met 1 547.259 uitzendkrachten 547.259 motieven 2 Inhoudstafel 1. Uitzendarbeid vandaag 2. Doel van het onderzoek 3. De enquête 4. De verschillende

Nadere informatie

5. De inkomens. 1. Er is inkomen en inkomen

5. De inkomens. 1. Er is inkomen en inkomen 5. De inkomens 1. Er is inkomen en inkomen Benjamin WAYENS, Sophie VAN CUTSEM, Pierre MARISSAL, Julie CHARLES Institut de Gestion de l Environnement et d Aménagement du Territoire - ULB Het inkomen van

Nadere informatie

Woningvoorraad en woningbehoefte in Nederland

Woningvoorraad en woningbehoefte in Nederland Wonen in Hilversum Woningvoorraad en woningbehoefte in Nederland De Nederlandse woningmarkt staat momenteel in het middelpunt van de belangstelling. Deze aandacht heeft vooral betrekking op de ordening

Nadere informatie

FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN

FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN FONDS VOOR ARBEIDSONGEVALLEN Juli 2014 Statistisch verslag van de arbeidsongevallen van 2013 - Privésector 1 Aanpassing van de formule van de gevolgen van arbeidsongevallen 1.1 EVOLUTIE IN DE OVERDRACHT

Nadere informatie

Fact sheet. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. Eigen woningbezit 1e en 2e generatie allochtonen. Aandeel stijgt, maar afstand blijft

Fact sheet. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. Eigen woningbezit 1e en 2e generatie allochtonen. Aandeel stijgt, maar afstand blijft Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Fact sheet nummer 1 januari 211 Eigen woningbezit 1e en Aandeel stijgt, maar afstand blijft Het eigen woningbezit in Amsterdam is de laatste jaren sterk toegenomen. De

Nadere informatie

1.1 Aantal levend geborenen dat bij geboorte woont in het Vlaamse Gewest sinds 2001

1.1 Aantal levend geborenen dat bij geboorte woont in het Vlaamse Gewest sinds 2001 Bijlage bij het persbericht dd. 08/06/15: 1 Vrouwen krijgen hun kinderen in toenemende mate na hun dertigste verjaardag 1. Het geboortecijfer volgens Kind en Gezin 67 875 geboorten in 2014, daling van

Nadere informatie

Antwoorden. 32-jarige vrouwen op 1 januari Zo gaan we jaar per jaar verder en vinden

Antwoorden. 32-jarige vrouwen op 1 januari Zo gaan we jaar per jaar verder en vinden Antwoorden 1. De tabel met bevolkingsaantallen is niet moeilijk te begrijpen. We zullen gebruik maken van de bevolkingsaantallen volgens geslacht en leeftijdsklassen van 1 jaar (de cijfers die in het midden

Nadere informatie

VERDELING VAN PERSONEN VOLGENS RIJBEWIJSBEZIT (VANAF 6 JAAR)

VERDELING VAN PERSONEN VOLGENS RIJBEWIJSBEZIT (VANAF 6 JAAR) 3 RIJBEWIJSBEZIT TABEL 1 VERDELING VAN PERSONEN VOLGENS RIJBEWIJSBEZIT (VANAF 6 JAAR) Cumulative Cumulative RYBEWYS Frequency Percent Frequency Percent ƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒ

Nadere informatie

Omgevingsanalyse Oostende Ifv nieuwe locatie kinderdagverblijf In opdracht van CM Oostende

Omgevingsanalyse Oostende Ifv nieuwe locatie kinderdagverblijf In opdracht van CM Oostende Omgevingsanalyse Oostende Ifv nieuwe locatie kinderdagverblijf In opdracht van CM Oostende 1 Inleiding In deze analyse worden een aantal cijfers meegegeven die van belang kunnen zijn in het kader van de

Nadere informatie

Verhuisonderzoek Drechtsteden

Verhuisonderzoek Drechtsteden Verhuisonderzoek Kenmerken van de verhuizingen en de verhuisredenen? Inhoud: 1. Conclusies 2. Verhuissaldo 3. Huishoudengroepen 4. Inkomensgroepen 5. Kenmerk en prijs woning 6. Woningvoorraad 7. Vertrekredenen

Nadere informatie

Mondgezondheidsrapport

Mondgezondheidsrapport Mondgezondheidsrapport sensibiliseringproject Glimlachen.be 2014 Effectevaluatie van een 4-jaar longitudinaal sensibiliseringproject in scholen in Vlaanderen Samenvatting J Vanobbergen Glimlachen - Souriez

Nadere informatie

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29).

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29). In het kader van het onderzoek kreeg de RVA de vraag om op basis van de door het VFSIPH opgestelde lijst van Rijksregisternummers na te gaan welke personen op 30 juni 1997 als werkloze ingeschreven waren.

Nadere informatie

ROOKGEDRAG IN BELGIË 2014

ROOKGEDRAG IN BELGIË 2014 ROOKGEDRAG IN BELGIË 2014 Een rapport aan Stichting tegen Kanker GfK Belgium 2014 Rookgedrag in België 20 August 2014 1 Inleiding: Achtergrond en doelstellingen Onderzoeksmethode GfK Belgium 2014 Rookgedrag

Nadere informatie

Taalgebruik in de faciliteitengemeenten

Taalgebruik in de faciliteitengemeenten 1 Taalgebruik in de faciliteitengemeenten 1. Inleiding Hoewel de dagelijkse taalpraktijk in de Vlaamse Rand rond Brussel vaak aanleiding geeft tot politieke wrijvingen tussen de twee grootste taalgemeenschappen,

Nadere informatie

Het beroep van loontrekkende kinesitherapeut in de sector van de gezondheidszorg

Het beroep van loontrekkende kinesitherapeut in de sector van de gezondheidszorg 2013 Het beroep van loontrekkende kinesitherapeut in de sector van de gezondheidszorg Ipsos Public Affairs 24/06/2013 1 Het beroep van loontrekkende kinesitherapeut in de sector van de gezondheidszorg

Nadere informatie

Inhoudsopgave hoofdstuk 2

Inhoudsopgave hoofdstuk 2 -46- Inhoudsopgave hoofdstuk 2 Samenvatting hoofdstuk 2 Tabellen: 2.1 Loop van de bevolking 2.2 Loop van de bevolking in Haaglanden per gemeente, Zuid-Holland en Nederland in 2013 2.3 Loop van de bevolking

Nadere informatie

Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering

Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering Stadsmonitor 2014 Een samenwerking tussen het Agentschap Binnenlands Bestuur en de Studiedienst van de Vlaamse Regering Situering Opdracht: minister, bevoegd voor het Stedenbeleid De stadsmonitor is een

Nadere informatie

5 VERDELING VAN GEZINNEN VOLGENS

5 VERDELING VAN GEZINNEN VOLGENS 5 VERDELING VAN GEZINNEN VOLGENS VERVOERMIDDELENBEZIT-INDEX (VMB-INDEX) TABEL 8 VERDELING VAN GEZINNEN VOLGENS VMB-INDEX Cumulative Cumulative VMB Frequency Percent Frequency Percent ƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒƒ

Nadere informatie