Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a Den Haag. FEZ/B&B/01/71428a

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a Den Haag. FEZ/B&B/01/71428a"

Transcriptie

1 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a Den Haag Postbus LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) Telefax (070) Uw brief Onderwerp Kamervragen SZW-begroting 2002 Ons kenmerk FEZ/B&B/01/71428a Datum 8 november 2001 U ontvangt hierbij in drievoud het Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden op de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, (W.A. Vermeend)

2 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2002 Nr. VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden. Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid. De voorzitter van de commissie, Terpstra De griffier van de commissie, Nava Nr Vraag Blz van tot

3 3 1 Wilt u voor ieder van de vier grote gemeenten aangeven: a. hoeveel tijd gemiddeld ligt tussen de heronderzoeken; b. hoeveel procent van de heronderzoeken wordt afgedaan zonder dat een gesprek met betrokkene plaatsvond; c. hoeveel procent van de bijstandscliënten een vrijstelling van de sollicitatieplicht heeft; d. hoeveel procent van de bijstandscliënten een de facto-vrijstelling van de sollicitatieplicht heeft, en e. hoeveel bijstandscliënten er zijn en in welke fase zij zijn ingedeeld? 0 a. Gemeenten moeten zich jaarlijks verantwoorden of zij de heronderzoeken binnen de wettelijk termijn hebben uitgevoerd. b. Een nadere specificatie is alleen vereist indien en voorzover de wettelijke termijn niet in alle gevallen gehaald is. Voor de vier grote gemeenten geldt dat Den Haag en Utrecht ter zake geen tekortkomingen kennen, dat Rotterdam door middel van het verbetertraject de achterstanden op 1 januari 2002 weggewerkt moet hebben en dat Amsterdam achterstand kent en daarvoor sinds 2000 een financiële maatregel krijgt. c. In het toezichtsonderzoek Uitvoeringspraktijk ontheffingen van sollicitatieplicht zal ingegaan worden op de (de facto-)ontheffingen van de sollicitatieplicht. d. Volgens planning (zie de u bij brief van 31 augustus 2001, kenmerk TZ/TG/2001/48315a, toegezonden onderzoeksprogrammering Toezicht Gemeenten voor de tweede helft van 2001) zullen de onderzoeksresultaten in maart 2002 gepubliceerd worden. e. In de G4 waren ultimo 2000 in totaal bijstandsgerechtigden (tot 65 jaar). De fasering in de G4 ziet er medio 2001 als volgt uit: Fase 1 Fase 2/3 Fase 4 Niet gefaseerd uitgezonderd Amsterdam 6% 8% 87% 0% Rotterdam 12% 16% 29% 46% Den Haag 5% 8% 86% 1% Utrecht 5% 8% 86% 1% Per medio 2001 Fase1 Fase2 Fase 3 Fase 4 Geen (nog) arbeids- niet verplichting/ gefaseerd ontheffing Amterdam 6% 2% 9% 52% 31% Rotterdam 12% 6% 9% 28% 45% Den Haag 4% 1% 6% 21% 57% 11% Utrecht 3% 1% 7% 88% 1%

4 4 2 Kunt u zowel voor de 4 grote gemeenten als voor kleinere gemeenten aangeven of in de gevallen waarin terugvordering of verhaal is geïndiceerd die terugvordering of verhaal vervolgens ook daadwerkelijk plaatsvindt? 0 Voor de 4 grote gemeenten geldt dat hun recente jaaropgaven over 2000 geen ernstige tekortkomingen vertonen voor wat betreft de besluitvorming inzake terugvordering en verhaal. Wel zijn er op onderdelen aandachtspunten geconstateerd. Eveneens op basis van de jaaropgaven 2000 wordt beoordeeld of de overige gemeenten zich houden aan de verplichting tot terugvordering en verhaal. Op dit moment is nog niet alle informatie geanalyseerd (onder meer omdat een deel van de recentelijk ingezonden jaarinformatie aan gemeenten is geretourneerd vanwege geconstateerde vormfouten), zodat thans nog geen actuele informatie verstrekt kan worden voor de overige gemeenten. Mochten bij de analyse ernstige tekortkomingen blijken, dan kan dat aanleiding geven voor een quick scan. Zie verder vraag 26. Na de formele besluitvorming is het van belang dat gemeenten tot daadwerkelijke incasso overgaan. Dit aspect komt aan de orde in het toezichtsonderzoek Debiteuren, waarvan de verwachting is dat de resultaten eind 2001 aan de Tweede Kamer kunnen worden aangeboden. Daarnaast zal in de Integrale Handhavingsrapportage, die zeer binnenkort aan de Tweede wordt aangeboden, ingegaan worden op enkele indicatoren inzake de gemeentelijke incassoactiviteiten. 3 Welke criteria worden gehanteerd voor verbeterplannen van de uitvoering van de Abw door gemeenten? Zijn de criteria die gelden voor de verbeterplannen hetzelfde voor de grote gemeenten als voor de kleinere gemeenten? Zo niet, waaruit bestaan die verschillen en wat is de reden voor die verschillen? 0 De criteria voor verbeterplannen, die voor alle gemeenten hetzelfde zijn, zijn vastgelegd in de Beleidsregels verbetertraject en zelfstandig beroep en gepubliceerd in de Staatscourant van 28 december 2000, nr Deze regels gelden voor alle gemeenten. 4 Welke afhandelingstermijnen gelden voor aanvragen van levensonderhoud en voor beëindigingsverzoeken? Binnen welke termijn vinden de aanvragen van levensonderhoud en beëindigingsverzoeken daadwerkelijk plaats zowel binnen de 4 grote gemeenten, als binnen kleinere gemeenten? 0 Voor een aanvraag levensonderhoud geldt een beslistermijn van 8 weken (artikel 68, eerste lid, Abw). Indien een gemeente deze termijn overschrijdt kan de aanvrager daartegen in bezwaar en beroep gaan. Omdat hierbij sprake is van een zelfregulerend mechanisme, stelt het toezicht zich terughoudend op. Dat wil zeggen dat aangenomen wordt dat tekortkomingen in de uitvoering een incidenteel karakter dragen en dat zonder contra-indicaties geen toezichtsactiviteiten ontplooid worden. Met ingang van 1 januari 2001 is de termijn voor beëindigingsonderzoeken verlengd van 3 naar 6 maanden. 5 In de begroting staat dat voor mensen zonder arbeidsmarktperspectief die langdurig in de bijstand verblijven in 2002 aanvullende inkomensmaatregelen getroffen zullen worden. Geldt dit ook voor andere categorieën uitkeringsgerechtigden die een uitkering op minimumniveau ontvangen? 9 Ja, de regeling geldt voor alle uitkeringsgerechtigden zonder arbeidsmarktperspectief, die een uitkering op minimum niveau ontvangen en jonger zijn dan 65 jaar. Voor personen die 65 jaar of ouder zijn is al voorzien in een hoger sociaal minimum via de ouderenkortingen.

5 5 6 Wat wordt bedoeld met 'het bevorderen dat de loonkostenontwikkeling zich de komende tijd aanpast aan de gewijzigde omstandigheden'? Waaraan wordt gerelateerd: aan het prijsindexcijfer, de loonkosten per eenheid product of de economische groei? 9 De ontwikkeling van de lonen bepaalt, tezamen met de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit en de opbrengstprijzen van de productie, in belangrijke mate de ontwikkeling van de arbeidsinkomensquote (AIQ). Zodra een evenwichtige ontwikkeling van lonen en prijzen wordt doorbroken en sprake is van een duidelijk stijgende AIQ, noopt dit tot aanpassing van de loonkostenontwikkeling op straffe van een stijging van de werkloosheid. De geraamde stijging van de AIQ die volgend jaar tot uitdrukking komt in een stijging van de werkloosheid met personen hangt mede samen met onze verslechterde concurrentiepositie in termen van loonkosten per eenheid product (conform actualisatiecijfers CPB d.d. 1 november 2000; ten tijde van de MEV is uitgegaan van personen). Deze verslechtering legt beperkingen op aan de mogelijkheden om loonstijgingen door te berekenen in hogere opbrengstprijzen van de productie. De stijging van de AIQ is een indicatie van gewijzigde omstandigheden die de beleidsopgave bepalen gericht op het bevorderen van een verantwoorde loon(kosten)ontwikkeling. 7 In welke sectoren is met name een stijging van werkloosheid te verwachten? 9 Het Centraal Planbureau voorspelt een toename van de werkloosheid van personen (circa 3¼% van de beroepsbevolking) in 2001 naar (3¾% van de beroepsbevolking) in 2002 (ten tijde van de MEV werd nog uitgegaan van personen in 2001 en personen in 2002). De omvang van de werkloosheid is nauwelijks te relateren aan de specifiek sectorale ontwikkeling van de economie. In het algemeen zal een stijging van de werkloosheid zich in de eerste plaats manifesteren in een toename van de werkloosheid onder personen met een zwakke positie op de arbeidsmarkt. Wel kan op basis van kwartaalinformatie van het CBS worden aangegeven dat de economische groei met name in de commerciële dienstverlening en industrie aan het afnemen is: de groei in de commerciële dienstverlening bedraagt in de eerste helft van 2001 nog niet de helft van de gemiddelde groei van vorig jaar. Dit geldt zowel voor handel en transport als voor de financiële en zakelijke dienstverlening. In de industrie is nauwelijks nog sprake van groei. In de bouw stagneert de productiegroei en in de landbouw doet zich een duidelijke daling voor. De landbouw had te maken met de negatieve gevolgen van MKZ en BSE. Alleen voor de niet-commerciële dienstverlening is sprake van een ander beeld: het groeitempo is hier verdubbeld ten opzichte van vorig jaar. Een en ander wordt ook weerspiegeld in de ontwikkeling van het aantal openstaande vacatures (CBS-persbericht PB van 27 september 2001). Eind juni 2001 stonden 218 duizend vacatures open, evenveel als eind juni Het aantal openstaande vacatures daalde vooral in de industrie ( , ofwel met bijna een kwart) en de handel ( , ofwel met 5%). Het aantal vacatures in de zorgsector steeg met (33%). 8 Wat wordt bedoeld met 'automatische stabilisatoren'? Kan een opsomming worden gegeven? 9 Automatische stabilisatoren betreft de systematiek waarbij mutaties in inkomsten en\of uitgaven van de overheid als gevolg van conjuncturele ontwikkelingen volledig in het begrotingssaldo tot uitdrukking komen en dus niet leiden tot beleidsmatige budgettaire aanpassingen. Dit betekent dat een tegenvallende conjunctuur niet tot extra ombuigingen en\of lastenverzwaringen leidt; netzomin als een meevallende conjunctuur aanleiding is tot intensiveringen of lastenverlichting. Doel hiervan is te voorkomen dat de overheid met haar budgettair beleid het conjunctuurverloop versterkt en dat het conjunctuurverloop tot veel adhoc besluitvorming leidt.

6 Waar zijn de beschikbare bedragen ter uitvoering van de motie Noorman Den Uyl vanaf 2002 op gebaseerd? Hoe groot is de verwachte doelgroep? Waarom is voor de uitvoering van de motie Noorman-den Uyl in ,5 mln uitgetrokken en in ,3 mln, maar in de tussenjaren slechts 11,3 mln? Betalen de gemeenten ook mee aan deze extra uitkering voor wie geen kans heeft op de arbeidsmarkt? op de vragen 9 en 11 Zie antwoord vraag 11 naar aanleiding van de Sociale Nota Welke maatregelen wil het kabinet hanteren om te bereiken dat er een 'accentverschuiving plaatsvindt van een vraagbepaalde arbeidsmarkt naar een meer aanbodbepaalde arbeidsmarkt'? 10 Het arbeidsmarktbeleid was in de jaren tachtig en negentig sterk gericht op het aan het werk helpen van langdurig werklozen via het stimuleren van de vraag naar - vooral laagbetaalde - arbeid. Gelet op de loon(kosten)ontwikkeling, de arbeidsmarktknelpunten en de noodzaak de sterk toenemende vergrijzing op te vangen heeft een accentverschuiving plaatsgevonden naar de versterking van het (potentiële) arbeidsaanbod. Algemene maatregelen om de arbeidsdeelname te verhogen zijn; een verdere verkleining van de armoedeval, een toetreders korting en het verbeteren van de mogelijkheden om arbeid en zorg te combineren en flexibele beloningsvormen. Een opsomming van de instrumenten die hiervoor worden ingezet, treft u aan op pagina 11 en 12 van de begroting. Voor het verhogen van de arbeidsparticipatie van specifieke groepen worden, naast de bovengenoemde generieke maatregelen, maatregelen ingezet op de groepen ouderen, laagopgeleiden en etnische minderheden. Deze maatregelen varieren van fiscale voordelen voor werkende ouderen en fiscale voordelen voor werkgevers die hun werknemers opscholen tot startkwalificatieniveau tot het afsluiten van MKB-convenanten ter bevordering van de arbeidsinpassing van etnische minderheden. Naast deze meer preventieve maatregelen wordt ook het activerings- en reïntegratiebeleid versterkt met o.a. bestuurlijke afspraken in de Agenda voor de Toekomst, het Fonds Werk en Inkomen, de wijziging van de Wet Rea en de rapporten van de Commissie Donner, die een aantal aanbevelingen heeft gedaan over hoe om te gaan met de WAO-problematiek. 12 Waarom is in het overzicht van beleidsprioriteiten voor de chronisch zieken slechts voor 2 jaar (2002 en 2003) een fiscaal bedrag van 45 mln opgenomen, en voor de jaren daarna niets? 10 Het gaat om fiscale lastenverlichting. Evenals bij enkele andere onderdelen van deze tabel had ook hier de betreffende voetnoot moeten worden aangehaald, die luidt dat het bedrag vanaf 2003 als structureel moet worden beschouwd.

7 7 13 Wat is het te verwachten negatieve effect van de toetrederskorting i.v.m. de wachttijd van één jaar op de uitstroom van uitkeringsgerechtigden, Wiw-ers en I/D-ers naar reguliere banen? 11 Met ingang 2002 wordt voorgesteld om uitkeringsgerechtigden die langer dan een jaar in de regeling zitten (uitgezonderd WW-ers), personen met een gesubsidieerde baan en personen zonder of gesubsidieerde baan een fiscaal voordeel te geven als zij op een ongesubsidieerde baan gaan werken. De groei van de arbeidsparticipatie die met de toetreders korting wordt beoogd moet voornamelijk komen van toetreding van laagopgeleiden en vrouwen tot de arbeidsmarkt, die in verhouding thans veel minder participeren dan hoogopgeleiden en van uitkeringsgerechtigden. Hoe hoger het opleidingsniveau is, hoe hoger het inkomenspotentieel en dus hoe aantrekkelijker het verrichten van betaalde arbeid. Laagopgeleiden hebben over het algemeen een inkomenspotentieel dat gevoeliger is voor de armoedeval. De schaal waarop deze groep de duur van inactiviteit verlengt om in aanmerking te komen voor dit voordeel zal naar verwachting klein zijn. Dat wil zeggen dat het weinig aannemelijk is dat de toetrederskorting zal leiden tot een substantiële verlenging van de uitkeringsduur. Het positieve effect op de participatiebeslissing overheerst. Hiervoor zijn twee redenen. In de eerste plaats is het merendeel van de inactieven en uitkeringsgerechtigden met een lage opleiding al langer dan een jaar zonder werk. Ten tweede is de toetrederskorting slechts één onderdeel van een pakket maatregelen gericht op vermindering van de armoedeval. Van andere maatregelen, zoals verhoging van de arbeidskorting, de combinatiekorting en verhoging van kinderopvangsubsidies, kunnen laag geschoolden eveneens profiteren indien zij betaald werk zullen accepteren. Genoemde maatregelen zullen naar verwachting leiden tot extra aanbod van laag geschoolde/laag betaalde arbeidskrachten. 14 Staat de fiscale faciliteit om flexibele beloningsvormen te stimuleren alleen open voor de profit-sector? 12 Ja. Hier is om twee redenen voor gekozen. Ten eerste is het meeademen van loonkosten met de conjunctuur vooral in de profit-sector van belang. In deze sector zullen te hoge kosten immers kunnen leiden tot gedwongen ontslagen en sluitingen. Ten tweede ontbreekt in de collectieve en non-profitsector een objectieve, goed meetbare maatstaf die gebruikt kan worden voor de waardering van het presteren van de organisatie. Het begrip winst in de marktsector is hiervoor wel geschikt. 15 Wat zou het effect zijn op de participatie van herintreders als het budget voor de fiscale heffingskorting voor herintreders gebruikt zou worden voor uitbreiding van de kinderopvang? 12 Beide maatregelen, de fiscale heffingskorting en de kinderopvang, dragen bij aan een grotere participatie van herintreders. Er kan niet worden aangegeven welk instrument per definitie effectiever is om dit doel te bereiken. Er wordt reeds fors geïnvesteerd in de uitbreiding van de kinderopvang.via de Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang wordt de kinderopvangcapaciteit tot en met 2002 uitgebreid met nieuwe kinderopvangplaatsen. Kinderopvanginstellingen geven aan dat eind 2002 de verdubbeling van de capaciteit ten opzichte van eind 98 zal worden gerealiseerd. Die capaciteit komt ongeveer overeen met de behoefte aan kinderopvang zoals geraamd door SEO/SCP (zie antwoord vraag 40). Om de participatie te vergroten heeft het kabinet daarom voor de heffingskorting gekozen, als aanvulling op de uitbreiding van de kinderopvang.

8 8 16 Waarom is het kabinet voorstander van meer flexibele beloningsvormen? Wat zijn de voor- en nadelen? 12 Het kabinet wil met flexibele beloningsvormen bewerkstelligen dat loonkosten meeademen met de conjunctuur. Het flexibele beloningsbestanddeel zal afnemen als de bedrijfsresultaten minder worden. Nu kan een economische teruggang door neerwaarts rigide lonen tot een stijging van de werkloosheid leiden. Als nadeel kan genoemd worden dat de inkomensonzekerheid kan toenemen. Hier staat echter een grotere baanzekerheid tegenover. 17 In 2002 verwacht het CPB een stijging van de werkloosheid met personen. Is er voor de jaren daarna ook een voorspelling te doen? Hoe verhoudt zich dit tot de overschotten in de sociale fondsen? Hoeveel jaren volstaan de overschotten om verminderde premie-inkomsten en meer werkloosheidsuitkeringen te compenseren zonder premieverhoging? 12 Het CPB heeft in de MEV 2002 een stijging van de werkloosheid geraamd met personen in De werkloosheid voor de jaren na 2002 is moeilijk in te schatten; deze is sterk afhankelijk van de, zeker op dit moment moeilijk te voorspellen, economische ontwikkelingen. Het CPB heeft overigens wel berekeningen gemaakt over de budgettaire ruimte (CPB document nummer 3; juni 2001). De werkloze beroepsbevolking stijgt hierin met De werkloze beroepsbevolking zou dan uitkomen op het evenwichtsniveau in Dit betreffen echter louter boekhoudkundige berekeningen. In november 2001 zal het CPB een verkenning voor de volgende kabinetsperiode publiceren met een beeld van de macroeconomische ontwikkeling van de Nederlandse economie en de ontwikkeling van de werkloosheid. De overschotten bij het werkloosheidsfonds zouden, geïsoleerd bezien, bij sterk tegenvallende economische ontwikkelingen, een groot aantal jaren stijgende uitgaven en verminderde premie-inkomsten kunnen opvangen. Daarbij moet wel worden bedacht dat de fondsvermogens onderdeel zijn van de (geconsolideerde) EMU-schuld. 18 Waarom verlaagt het kabinet de premies sociale fondsen met een 1/4 miljard euro, terwijl de komende tijd onderzocht wordt hoe ten principale op langere termijn moet worden omgegaan met premiestelling en sociale fondsen? Was het niet beter geweest daarop te wachten, en vooralsnog geen premieverlaging toe te passen? 12 Een beperkte premieverlaging past in het integrale lasten- en koopkrachtbeeld. Een forse premieverlaging is met het oog op inpassing in het budgettaire beeld en de ruimte voor lastenverlichting niet wenselijk. Het kabinet heeft bij de vormgeving van het lastenpakket 2002 nog in deze kabinetsperiode een stap willen zetten ter verlaging van de premies en daarmee een vermindering van de exploitatiesaldi. Dit vermindert de omvang van de problematiek waarvoor momenteel een oplossing voor de langere termijn wordt gezocht. Een verlaging van de premies staat een eventuele verandering in de systematiek van de premiestelling niet in de weg. Derhalve was het niet noodzakelijk om de uitkomsten van dit onderzoek af te wachten.

9 9 19 De aangekondigde maatregelen voor 2002 gericht op ouderen zijn veelal financiële prikkels. Het gaat hier echter vaak ook om randvoorwaarden, bereidheid en cultuur. Is het daarom niet te overwegen om hier ook het convenanteninstrument in te zetten? 13 Het kabinet beoogt een verhoging van de arbeidsdeelname van ouderen te realiseren met een samenhangend pakket van maatregelen, gericht op zowel het beperken van de uitstroom uit arbeid als op het bevorderen van de instroom. Ter ondersteuning van het beleid heeft de minister van SZW een Taskforce Ouderen en Arbeid in het leven geroepen, die de inschakeling van ouderen op de arbeidsmarkt zal stimuleren en oplossingen zal aandragen voor het wegnemen van eventuele belemmeringen. Het slotdocument van de Taskforce wordt naar verwachting medio 2003 uitgebracht. Verwacht wordt dat deze Taskforce, zonodig, goede additionele aanbevelingen zal doen om het beoogde doel te bereiken. 20 Wanneer worden de resultaten van het onderzoek naar de arbeidsmarktpositie van oudere deelnemers verwacht? 13 Eind dit jaar worden een aantal onderzoeken afgerond. Begin 2002 zal de Tweede Kamer worden ingelicht over de resultaten. 21 Kan ook de groep laaggeschoolden die nooit werkloos zijn geweest in aanmerking komen voor extra scholing; bijvoorbeeld een schoolverlater die meteen aan het werk is gegaan en inmiddels al 7 jaar werkt? 13 Ja, er zijn diverse fiscale mogelijkheden voor zowel de werkgever als de werknemer om een deel van de gemaakte scholingskosten vergoed te krijgen. Werkgevers kunnen voor hun werknemers gebruik maken van een scholingsaftrek en er is een een afdrachtsvermindering onderwijs. Individuele werknemers kunnen o.a. hun scholingskosten aftrekken van de inkomstenbelasting. Daarnaast biedt de Wet Financiering Loopbaanonderbreking werknemers financiële ondersteuning voor het opnemen van verlof voor zorg of studie. De in 2001 ingevoerde verlofspaarregeling biedt werknemers mogelijkheden om het ontbreken van loon tijdens het educatief verlof te dekken.

10 10 22 Is onderzoek gedaan naar mogelijke motieven bij ouderen om langer door te werken? Wat is bekend over de vraag of een financiële prikkel wel een substantieel onderdeel van de motivatie vormt om langer door te werken? Bestaat ook hier het gevaar (net als bij REA subsidies) dat geld wordt gegeven zonder de zekerheid dat het enig effect sorteert? 13 In het onderzoek 'Bevordering arbeidsparticipatie ouderen' heeft prof. Nelissen onderzoek gedaan naar de preferenties van individuen ten aanzien van de uittredingsleeftijd. De rol van financiële prikkels heeft daarbij voorop gestaan, met name de vraag in hoeverre omzetting van VUT-regelingen naar meer actuarieel neutrale uittredingsregelingen tot veranderingen in het uittredingsgedrag leidt. Het onderzoek laat zien dat de werkgelegenheidsgraad onder jarigen met circa 7 tot 12 procent kan stijgen indien een financiële prikkel wordt toegepast in de vorm van het vervangen van de VUT-regeling door een prepensioen- of flexpensioenregeling. Uit het onderzoek blijkt ook dat zo'n overgang substantiële invloed kan hebben op het uittredingsgedrag in de vorm van een hogere uittredingsleeftijd. Door Prof. J.Theeuwes en M. Zijl is onderzoek gedaan naar de factoren die invloed hebben op de uittredingskans van oudere werknemers (OSA-onderzoek "Determinanten van vervroegde uittreding"). Hieruit bleek dat bij vervanging van de VUT door een prepensioenregeling, vrijwillig vervroegde uittreding door 60-minners vrijwel verdwijnt en dat voor werkende 60-plussers de kans dat zij twee jaar later nog steeds werkzaam zijn toeneemt van 68% naar 90%. Derhalve is het de verwachting dat de door het kabinet voorgestelde financiële prikkels ouderen zullen motiveren om langer door te werken. Bij de introductie van financiële prikkels in de vorm van actuarieel neutrale vervroegde uittredingsregelingen zijn - in tegenstelling tot bijvoorbeeld REA subsidies - geen extra overheidsuitgaven gemoeid. 23 Welke instrumenten worden gehanteerd om het werkloosheidspercentage onder allochtonen te verlagen bij een verslechterende economie, en hoeveel allochtonen zijn doorgestroomd naar reguliere banen? 14 Het gehele arbeidsmarktinstrumentarium voor etnische minderheden is beschreven in de kabinetsnota Arbeidsmarktbeleid voor etnische minderheden - plan van aanpak (Kamerstukken II, vergaderjaar 1999/00, , nr. 1). De instrumenten in het kader van het specifieke arbeidsmarktbeleid voor etnische minderheden worden ingezet in aanvulling op het algemene arbeidsmarktbeleid, waarbij het uitgangspunt is dat etnische minderheden, ook in geval van een verslechterende economie, naar evenredigheid zullen participeren. Deze specifieke maatregelen krijgen onder meer vorm door het MKB-minderhedenconvenant en het Raamconvenant Grote Ondernemingen. De in de afgelopen jaren genomen maatregelen hebben geleid tot een aanzienlijke versterking van de arbeidsparticipatie onder etnische minderheden. De toegenomen instroom van etnische minderheden op de arbeidsmarkt heeft geleid tot een afname van het werkloosheidspercentage onder etnische minderheden van 16 procent in 1998 tot 10 procent in het jaar In het kader van het MKB-minderhedenconvenant zijn inmiddels, sinds mei 2000, etnische minderheden ingestroomd op de arbeidsmarkt. Het betreft daarbij in alle gevallen reguliere banen. De in het kader van het MKBminderhedenconvenant gehanteerde één-op-één-bemiddeling en intensieve dienstverlening aan etnische minderheden zal in 2002 eveneens worden voortgezet.

11 11 24 Worden er met nog meer steden afspraken gemaakt over de activering van bijstandgerechtigden? 14 Uitgangspunt is dat er afzonderlijke bestuurlijke afspraken worden gemaakt met de G4 en de G26. Met de gemeenten Den Haag en Utrecht zijn reeds individuele afspraken gemaakt. Deze zijn op respectievelijk 19 juni (BZ/BU/01/40203) en 14 september (BZ/BU/01/57232) naar de Tweede Kamer verzonden. De verwachting is dat op afzienbare termijn kaderafspraken worden gemaakt met de G21 en met vijf gemeenten die zich bij dit overleg hebben aangesloten. Op basis van deze kaderafspraak zullen vervolgens individuele afspraken met de G26-gemeenten worden gemaakt. 25 De motie Melkert over de inkomenspositie van chronisch zieken wordt onder andere uitgevoerd door vermenigvuldigingsfactoren in te voeren voor de aftrekpost buitengewone uitgaven. Waarom heeft het kabinet voor dit instrument gekozen, en niet voor een heffingskorting? Op welke verschillende heffingskortingen en aftrekposten kunnen chronisch zieken recht hebben? In welke situaties is de kans groot dat het bedrag aan kortingen op de belasting de te betalen belasting overtreft? Kan specifiek ingegaan worden op de situatie van Wajong-gerechtigden? 15 Uit onderzoeken blijkt dat chronisch zieken en gehandicapten relatief lage inkomens hebben. Dit hangt onder andere samen met een geringere verdiencapaciteit en een geringere mogelijkheid tot arbeidsdeelname. Extra uitgaven in verband met ziekte of handicap kunnen daarom minder goed worden opgevangen. Dat is een belangrijke reden om voor het toekennen van de vermenigvuldigingsfactoren een inkomensgrens toe te passen. Aangezien een heffingskorting in veel gevallen niet (volledig) zal kunnen worden geëffectueerd (omdat te weinig belasting wordt betaald), is niet voor dat instrument gekozen. Chronisch zieken kunnen in beginsel recht hebben op alle bestaande heffingskortingen. Naarmate het inkomen lager en het aantal toepasbare heffingskortingen groter is, wordt de kans groter dat (een deel van) de heffingskortingen niet kan worden geëffectueerd. In mijn brief van 18 juni jl. (szw 0565) ter aanbieding van het rapport van de IGCZ heb ik aangegeven welke maatregelen het kabinet neemt ter verbetering van de positie van chronisch zieken en gehandicapten. In het rapport is uitgebreid ingegaan op de afwegingen die moeten worden gemaakt ter zake van het eventueel ongetoetst kunnen uitbetalen van heffingskortingen. Daarbij werd tevens verwezen naar de in voorbereiding zijnde premie- en belastingverkenningen. Zie in dit verband de passage op pagina 34 van de verkenningen Belastingen en Premies. Wajong-gerechtigden hebben in de belastingsfeer recht op de speciale Wajong toeslag. Voorts hebben zij recht op de arbeidsongeschiktheidsaftrek in de regeling voor de aftrek van buitengewone uitgaven. Dit houdt in dat zij (ongetoetst) een extra bedrag van f 1560,- (in 2001) bij hun uitgaven voor ziektekosten kunnen optellen om te bezien of de inkomensgrens wordt gehaald. Omdat het inkomen van Wajong-gerechtigden in de meeste gevallen laag is zal de grens vaak worden gehaald. 26 Op welke gronden wordt er besloten een quick scan uit te voeren, en bij welke gemeenten? 16 Tijdens het Algemeen Overleg van 4 juli jl inzake de bijstandsverlening Amsterdam heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gemeld dat hij de Rijksconsulenten Sociale Zekerheid de opdracht heeft gegeven om voor alle gemeenten te beoordelen of een quick scan uitgevoerd moet worden. Indien de resultaten daartoe aanleiding geven, kan de quick scan gevolgd worden door een verdiepend onderzoek. Deze werkzaamheden zijn in volle gang en voor 1 december as wordt de Tweede Kamer geïnformeerd over de aanpak, de voor alle gemeenten geldende criteria en de eerste resultaten van de doorwerkingen.

12 12 27 Waarom is zwarte fraude moeilijk te detecteren, en wat wil het kabinet doen om dit wel beter op te sporen? 19 In algemene zin is gesteld dat het lastig is om zwarte fraude te detecteren. Dit is onder meer het gevolg van het feit dat zwarte fraude, anders dan witte fraude, niet uit bestandsvergelijkingen is af te leiden. Daardoor is men bijvoorbeeld afhankelijk van fraudetips, die niet altijd concreet of volledig zijn. Ook is het lastig te bewijzen dat iemand zwarte fraude pleegt. Ter vergroting van de effectiviteit van de opsporing van zwarte fraude worden de volgende initiatieven genomen: start meerjarige aanpak ter vergroting van het inzicht in en de pakkans van zwarte fraude; afspraken Lisv-OM om vanaf 2001 zwarte fraudezaken boven witte fraudezaken te prioriteren; meer opsporing zwarte fraude door gemeenten door o.a. nieuwe regionale samenwerkingsverbanden; onderzoek naar de werking van samenwerkingsverbanden tussen de AI en het OM; start van de SIOD per ; verdubbeling Waarnemingen Ter Plaatse Uvi's/UWV; extra capaciteitsinzet UWV op zwarte fraude. 28 Uit het volledig invoeren van de Wet Beperking Export Uitkeringen per 1 januari 2003 wordt een extra besparing van 34 verwacht. Waar is dat op gebaseerd? Wordt verwacht dat met veel landen dan nog geen verdrag is afgesloten? Hoeveel mensen zal dit globaal treffen? 20 De Wet beperking export uitkeringen schrijft voor dat binnen twee jaar verslag dient te worden gedaan over de effecten van de wet in de praktijk en de doelmatigheid. Ter voldoening van deze verplichting zal Staatssecretaris Hoogervorst de evaluatie van deze wet voor het komend kerstreces aan de Staten-Generaal aanbieden. Deze evaluatie wordt thans voorbereid, waardoor het op dit moment nog niet mogelijk is de gevraagde gegevens te verstrekken. 29 Hoeveel CWI's zijn per 1 januari 2002 werkelijk operationeel; in de zin van volledig klaar voor integrale dienstverlening? Bij hoeveel is het proces dan nog niet veel verder dan het ophangen van een ander bord op de gevel van het arbeidsbureau? 22 Op 1 januari 2002 voeren alle 131 CWI-vestigingen op een gestandaardiseerde wijze de werkintake en de uitkeringsintake uit. Tevens vindt hier de publieke bemiddeling van werkzoekenden plaats; verder is er overal een beursvloer. Ook voor werkgevers zijn de publieke bemiddelingstaken gegarandeerd. Kortom, de wettelijke taken zoals in SUWI beschreven, worden allemaal uitgevoerd en wel aan de hand van het zogeheten Referentiewerkproces CWI. Vanaf het begin wordt zowel door de CWI-organisatie als door SZW bewaakt, hoe de dienstverlening wordt geleverd en wat er nog moet worden verbeterd. Duidelijk moge zijn dat volledige en kwalitatief hoogwaardige implementatie van het referentiewerkproces en daarbij behorend dienstverleningsconcept niet op 1 januari overal een feit zal zijn. Medewerkers zullen nog opleidingen moeten doorlopen en worden getraind op onderdelen van het referentiewerkproces. Ook de ICT-ondersteuning zal nog niet volledig op peil zijn.

13 13 30 Waarop is het percentage van 40% vervullinsquote gebaseerd? 23 Het genoemde percentage is gebaseerd op de door Arbeidsvoorziening in 2000 gerealiseerde vervullingsquote van 40%. De formulering De streefwaarde voor de vervullingsquote moet tenminste 40% zijn impliceert een verhoging van het aandeel van vervulde vacatures op het totaal van in behandeling genomen vacatures. Het bedrijfsplan CWI zal op dit punt een (hogere) streefwaarde bevatten. 31 Hoeveel CWI s doen niet aan actieve bemiddeling van fase-1 cliënten en wanneer komen de cijfers beschikbaar van de resultaten van deze bemiddelingsactiviteiten met daarbij de streefwaarden? 25 Actieve bemiddeling van fase-1 cliënten wordt nu al uitgevoerd bij de Arbeidsbureaus. Per 1 januari 2002 wordt de actieve bemiddeling standaard en intensief uitgevoerd bij alle 131 CWI s. Het bedrijfsplan 2002 zal de uitstroom naar werk van fase 1 werkzoekenden binnen 6 maanden na de werkintake als prestatie-indicator worden opgenomen, met daaraan gekoppeld een streefpercentage. In de kwartaalrapportages van de CWI zal over de mate van realisatie worden gerapporteerd. 32 Zijn er streefwaarden bekend van andere EU-landen voor de gemiddelde duur dat een vacature openstaat? Kunnen deze streefwaarden worden gebruikt voor Nederland? 25 Voor zover bekend hebben andere EU-landen (nog) geen streefwaarden op dit punt geformuleerd. 33 Welke invloed heeft het rapport `Aan de slag en/of de verwachte situatie op de arbeidsmarkt van 2002 gehad op de verdeling van middelen op de beleidsartikelen 2, 3 en 4? Het rapport Aan de slag heeft daarop geen invloed gehad. Het rapport behelst voorstellen voor de toekomstige inrichting van het arbeidsmarktinstrumentarium. Met betrekking tot de benodigde middelen voor artikel 2 en 3 is rekening gehouden in de ramingen met de situatie op de arbeidsmarkt. Bij artikel 2 is dit voornamelijk terug te vinden bij het aantal dienstbetrekking in het kader van de Wiw en bij artikel 3 in het aantal RSP arbeidsplaatsen en de mate van vervulling van de ID-banen. De situatie op de arbeidsmarkt heeft geen rol gespeeld bij de raming van de benodigde middelen voor artikel 4 (de Wsw).

14 14 34 Op welke wijze zal het sanctie-instrument effectief ingezet gaan worden? 27 Met de VNG zijn afspraken gemaakt over de totstandkoming van een sluitende keten van reïntegratie. Hierbij gaat het er om dat met de cliënt afspraken worden gemaakt over hetzij uitstroom, hetzij activeringstrajecten, hetzij maatschappelijke participatie. Deze afspraken worden schriftelijk vastgelegd en bij de uitkeringsbeschikking gevoegd. Ook worden de afspraken met de cliënt - en de daarbij behorende rechten en plichten - bewaakt; regelmatige klantcontacten (activerings- en controlegesprekken) en een heldere voortgangsbewaking van de afspraken met de cliënt zijn hierbij onontbeerlijk. Het sanctiebeleid maakt van dit geheel een wezenlijk onderdeel uit. De hierbedoelde sluitende aanpak moet waar nodig ondersteund worden door een consistent en consequent gebruik van het sanctie-instrumentarium. Met het oog op de gewenste harmonisatie tussen het maatregelenbeleid Abw c.s en het maatregelenbeleid in de socialeverzekeringssector, is een wijziging van het Maatregelenbesluit Abw, IOAW en IOAZ in voorbereiding, waarbij tevens een betere proportionaliteit tussen het verwijtbare gedrag en de op te leggen sanctie zal worden bewerkstelligd. Een van de wijzigingen van het Maatregelenbesluit Abw, Ioaw en Ioaz zal inhouden dat op het niet-nakomen van reintegratie-afspraken als maatregel wordt gesteld: een weigering van de uitkering van in principe 60 % gedurende 1 maand dan wel 20 % gedurende 3 maanden. Dit is een aanmerkelijk zwaardere sanctie dan er nu nog op gesteld is (nl.een weigering van de uitkering van 20% gedurende 1 maand). Hiervan wordt een sterke preventieve en dus effectieve werking verwacht. Daarnaast zijn afspraken met de gemeenten gemaakt ter verbetering van de uitvoering van de wet- en regelgeving in het kader van de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid. Ook daarvan wordt op termijn een effectieve(re) inzet van het sanctieinstrumentarium verwacht. 35 Hoeveel procent van de langdurig werkloze bijstandsgerechtigden met arbeidsplicht is inmiddels benaderd voor een sluitende aanpak? 27 Uit het onderzoek van het SGBO (januari 2000) bleek dat 28% van de langdurig werklozen in een traject zat en dat de afgelopen 2 jaar 14% in een traject gezeten had. Eind september 2000 heeft het kabinet aangekondigd niet alleen de sluitende aanpak voor nieuwe werklozen, maar ook die voor langdurig werklozen te willen realiseren. Er zijn nog geen cijfers beschikbaar over de voortgang in Maar over het jaar 2001 zal niet alleen over de nieuwe instroom, maar ook over het zittend bestand worden gerapporteerd. 36 Wat zijn de wachttijden binnen de KOA-regeling? 28 In het merendeel van de gemeenten staan kinderen gemiddeld 3 tot 6 maanden op de wachtlijst voor kinderopvang via de KOA-regeling. Dit blijkt uit de quickscan die SZW in de zomer 2000 heeft uitgevoerd naar het gebruik van de KOA-regeling. In gemeenten tot inwoners zijn de wachttijden gemiddeld wat korter (1 tot 3 maanden), in de grotere gemeenten zijn de wachttijden, met name voor buitenschoolse opvang, in een aantal gevallen langer (6 tot 12 maanden).

15 15 37 Waarom is voor de toetrederskorting niet ook - net als uiteindelijk bij de arbeidskorting - gekozen voor een toepassing vanaf 0% WML? Waarom is niet gekozen voor de grootte van de baan in uren als basis, in plaats van het inkomen? 28 Bij de vormgeving van de toetrederskorting is gepoogd de regeling zo eenvoudig mogelijk te houden. Met het stellen van de voorwaarde dat een bepaald inkomen moet worden verdiend om voor de toetrederskorting in aanmerking te komen is niet beoogd een eis voor een minimum aantal uren te introduceren. Een dergelijke eis zou de uitvoeringslast kunnen verzwaren aangezien het de registratie van een urencriterium tot gevolg zou hebben. Bovendien moet worden bedacht dat de voorwaarde dat een toetreder ten minste 50% WML moet gaan verdienen mede is ingegeven door de overweging dat op deze wijze de economische zelfstandigheid wordt bevorderd. 38 Werkgevers krijgen een afdrachtsvermindering voor toetreders vanaf 20% WML, omdat de inspanningen voor iemand met een inkomen van 20% WML niet afwijkt van die voor een werknemers met een hoger inkomen. Geldt niet dezelfde argumentatie voor inspanningen van een toetreder richting arbeidsmarkt, ongeacht het inkomen dat men gaat verdienen? 28 Er is sprake van verschillende omstandigheden. De voorwaarde dat een toetreder ten minste 50% WML moet gaan verdienen, is ingegeven door de overweging dat op deze wijze de economische zelfstandigheid wordt bevorderd. Voor een werkgever geldt dat deze de afweging moet maken iemand wel of niet in dienst te nemen. 39 Waarom krijgen uitsluitend de G25 middelen om te voorzien in bijkomende kosten van kinderopvang? 28 Alle gemeenten krijgen in 2002 extra middelen voor kinderopvang via de toevoeging van 9 mln. aan het budget voor de KOA-regeling. Dit vormt voor alle gemeenten de basis om in het kader van de Agenda voor de Toekomst een antwoord te kunnen geven op de noodzaak om kinderopvang aan te bieden aan bijstandsgerechtigden. Met de gemeenten zijn bestuurlijke afspraken gemaakt over de uitvoering van de Abw. Deze afspraken worden specifiek vertaald in met hen afzonderlijk overeengekomen prestatieafspraken. Genoemde prestatie-afspraken bevatten een relatief hoge taakstelling voor uitstroom en geven daarmee een nog grotere druk op de kinderopvangproblematiek. Om die reden ontvangen deze gemeenten bovenop de algemene verhoging van het KOAbudget extra middelen ten behoeve van kinderopvang. Hiervoor is 18,2 mln beschikbaar in 2002.

16 16 40 Wat wil het kabinet gaan doen aan de wachtlijsten bij de kinderopvang? Wat zijn de effecten van het wegwerken van deze wachtlijsten voor de arbeidsparticipatie van vrouwen t.o.v. de effecten van het invoeren van een toetrederskorting voor herintreedsters. 28 Met behulp van de Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang moet de kinderopvangcapaciteit tot en met 2002 uitgebreid worden met nieuwe kinderopvangplaatsen. Daarmee zou het totale aantal kinderopvangplaatsen in Nederland stijgen tot plaatsen. Dat is een verdubbeling ten opzichte van De nadruk ligt hierbij op uitbreiding van het aantal plaatsen voor buitenschoolse opvang. Door Deloitte & Touche is eind vorig jaar de tussenstand opgemaakt van deze uitbreidingsoperatie. Geconstateerd werd dat toen bijna de helft van de beoogde uitbreiding van extra opvangplaatsen was gerealiseerd. Kinderopvanginstellingen gaven aan dat eind 2002 de uitbreiding van de capaciteit zeker zal worden gerealiseerd. Die capaciteit komt min of meer overeen met de behoefte aan kinderopvang zoals geraamd door SEO/SCP. De verwachting is, dat het wegwerken van de wachtlijsten in de kinderopvang een positief effect zal hebben op de arbeidsparticipatie van vrouwen. Immers, zo wordt één van de belemmeringen die vrouwen ondervinden bij hun herintrede, beperkt. Door de toetrederskorting wordt een andere belangrijke belemmering aangepakt die herintredende vrouwen ervaren, nl. de armoedeval. Daar de beide genoemde maatregelen aangrijpen op verschillende belemmeringen kunnen hun effecten niet zonder meer met elkaar in verband gebracht worden. In onderlinge samenhang zullen zij versterkend werken op de arbeidsparticipatie van vrouwen. 41 Met de gemeenten is afgesproken dat ook alleenstaande ouders met een bijstandsuitkering en kinderen jonger dan 5 jaar gestimuleerd worden een (deeltijd)baan te accepteren. Waarom komen ze dan niet in aanmerking voor de toetrederskorting als de aanvaarde baan gecombineerd wordt met een restuitkering? Zou voor de groep alleenstaande ouders in de bijstand niet dezelfde regeling moeten gelden als voor arbeidsongeschikten die niet geheel uitstromen uit de uitkering? 28 Alleenstaande ouders met een kind jonger dan vijf jaar die in deeltijd werken en daarnaast een gedeeltelijke Abw-uitkering hebben komen thans op grond van de Abw in aanmerking voor vrijlating van inkomsten. Wanneer de toetrederskorting ook voor deze groep van toepassing zou worden, ligt het in de rede dat genoemde vrijlatingsregeling voor hen niet meer zou gelden. In dat geval zouden zij erop achteruitgaan ten opzichte van de huidige situatie. Daarnaast kan de toetrederskorting nu voor bijstandsgerechtigden met een restuitkering een extra stimulans vormen om uiteindelijk volledig onafhankelijk te worden van de uitkering.

17 17 42 Waarom kan de toetrederskorting slechts eenmaal in het leven verkregen worden, wetende dat langdurig werklozen, arbeidsongeschikten en vrouwen die toetreden op de arbeidsmarkt als eersten ook weer terugvallen op een uitkering als het economische tij tegenzit? Zou een regel "een keer in de 5/of 8/of 10 jaar" dan niet meer voor de hand liggen? 28 Voor het eens per leven toekennen van de toetrederskorting is bewust gekozen. De toetrederskorting is bedoeld om toetreders te stimuleren duurzaam op de arbeidsmarkt toe te treden. Daarin ligt bijvoorbeeld ook de reden voor het vervallen van de toetrederskorting op het moment dat de toetreder niet langer aan de voorwaarden voldoet. De toetrederskorting bestaat uit een substantieel bedrag; daar mag de inspanning van de toetreder tegenover staan om gedurende langere tijd aan het werk te blijven. In deze optiek past het niet om de toetreder de mogelijkheid te geven meermalen per leven van de toetrederskorting gebruik te maken. Ook het laten herleven van de toetrederskorting zou afbreuk doen aan deze doelstelling van duurzame participatie op de arbeidsmarkt. Overigens voorkomt het feit dat de toetrederskorting slechts eenmaal per leven kan worden toegekend tevens dat via de zogenoemde draaideurconstructie oneigenlijk gebruik van de regeling wordt gemaakt. 43 Welke bureaucratische drempels kunnen er op rekenen te worden geslecht als het gaat om projecten voor etnische minderheden? Zal dit op parallelle wijze het geval zijn voor drempels voor met name langdurig werklozen en (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten? 30 Met name werkgevers blijken behoefte te hebben aan ondersteuning bij de werving van allochtoon arbeidspotentieel. Werkgevers geven aan bereid te zijn etnische minderheden in dienst te willen nemen, maar ondervinden hierbij moeilijkheden, bijvoorbeeld als het gaat om het vinden van geschikt arbeidsaanbod. Daarnaast zijn werkgevers niet altijd op de hoogte van de mogelijkheden voor (bij)scholing van personeel, de mogelijkheden die er zijn om ondersteuning te krijgen bij het (in)voeren van intercultureel personeelsbeleid e.d. en de afspraken die hierover kunnen worden gemaakt met gemeenten. Ook op het terrein van duale trajecten - combinaties van werken, (beroeps)opleiding en Nederlandse taalcursussen, al of niet al ingezet tijdens het inburgeringsprogramma is bij betrokken partijen (werkgevers, gemeenten, ROC s) behoefte aan ondersteuning bij het maken van afspraken. Binnen het ministerie van SZW is het bureau Ruim Baan voor Minderheden ingesteld, om bedrijven en andere betrokken partijen te stimuleren dergelijke initiatieven te nemen en hen hierbij waar nodig te ondersteunen. Dit initiatief staat los van het beleid ten aanzien van langdurig werklozen en (gedeeltelijk) arbeidsongeschikten. 44 Wat zijn concrete resultaten van de projecten voor allochtone jongeren tot nu toe? Kan een opsomming worden gegeven? Hoe verhouden de resultaten zich tot de doelstelling? In welke mate is er sprake van samenval tussen deze doelgroepen en de doelgroepen van Wiw en I/Dbanen? 30 Op 21 mei jl. zijn aan de Voorzitter van de Tweede Kamer twee rapporten aangeboden die de resultaten bevatten van het onderzoek naar de mate waarin de 39 stimuleringsprojecten voor allochtone jongeren hun doelen hebben bereikt. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen en naar het algemene overleg van 26 september hierover. Er is geen directe samenloop met de doelgroepen van de Wiw en I/D-banen. Wel is het zo dat de projectdeelnemers doorgeleid kunnen worden naar Wiw-dienstbetrekkingen, werkervaringsplaatsen of I/D-banen. Naar aanleiding van een verzoek van uw Kamer in het algemeen overleg van 26 september jl. zal bezien worden in hoeverre een verbinding gelegd kan worden tussen deze projecten en het MKB-convenant.

18 18 45 Waarom is er in 2002 maar 681 beschikbaar voor sluitende reïntegratie tegen 865 in 2001? Vanwaar deze forse daling? Waarom staat er onderaan pag. 31 dat er voor het subartikel sluitende reïntegratie 726 mln beschikbaar is, een afwijkend bedrag t.o.v. de tabellen? Het lagere beschikbare bedrag van sluitende reïntegratie wordt veroorzaakt door de vorm van presentatie. In de jaren 2000 en 2001 staat het volledige budget voor arbeidsvoorziening onder sluitende reïntegratie. Vanaf 2002 staat een deel van deze middelen op artikel 1 basisdienstverlening werk en inkomen. Het op pagina 31 genoemde bedrag van 726 mln euro is onjuist. Het in de tabel genoemde bedrag van 681 mln euro is correct. Dit is opgenomen in de Nota van Verbetering. 46 Op welke wijze draagt gesubsidieerde arbeid concreet bij aan de oplossing van de problematiek van de krapte op de arbeidsmarkt en aan de duurzame plaatsing van lageropgeleiden in reguliere arbeid? 32 In het kabinetsstandpunt over het IBO-rapport "Toekomst van het arbeidsmarktbeleid" heeft het kabinet aangegeven in te stemmen met de aanbeveling van de IBO-werkgroep om het arbeidsmarktbeleid nadrukkelijker in te richten op doorstroming uit ondersteunende regelingen naar reguliere banen. Dit is reeds staand beleid, genomen initiatieven op dit gebied zijn o.m. vastgelegd in de 'Agenda voor de Toekomst'. Gesubsidieerde arbeid fungeert vanuit de reïntegratiedoelstelling als opstap naar de reguliere arbeidsmarkt voor personen voor wie directe aansluiting op de reguliere arbeidsmarkt niet haalbaar is. Het werken op een gesubsidieerde arbeidsplaats draagt bij aan het opdoen van werkervaring wat de kans op (duurzame) uitstroom naar de reguliere arbeidsmarkt vergroot. Als gevolg hiervan wordt het aanbod op de arbeidsmarkt op termijn (enigszins) vergroot. 47 Is de conclusie juist dat het scheppen van reguliere banen via b.v. gesubsidieerde arbeid een gedateerd instrument is? 32 Gesubsidieerde arbeid biedt de mogelijkheid om werkervaring op te doen om de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen. Gesubsidieerde arbeid fungeert dan als benodigde opstap naar de arbeidsmarkt. Het verkrijgen van werk op de reguliere arbeidsmarkt is echter niet voor iedereen haalbaar. Gesubsidieerde arbeid biedt dan de mogelijkheid om duurzame arbeid te kunnen verrichten, al dan niet onder aangepaste omstandigheden. Daarnaast blijft, zoals in het kabinetsstandpunt bij het IBO-rapport Aan de slag is opgemerkt, gesubsidieerde arbeid vanuit de reïntegratiedoelstellling noodzakelijk. 48 Welke trajecten, naast gesubsidieerde banen, zijn er nog meer om cliënten op weg te helpen naar werk? 32 Een traject kan bestaan uit een combinatie van activiteiten en voorzieningen, maar ook uit een enkele voorziening of activiteit. Het kan gaan om onder andere scholing, sociale activering, zorg, kinderopvang en het verstrekken van premies. Voor een aantal cliënten volstaat het enige ondersteuning te bieden in de vorm van een sollicitatietrianing.

19 19 49 Hoeveel extra kindplaatsen ontstaan door de intensivering van 27,2 mln in 2002? 33 Met de toevoeging van 9 mln aan het KOA-budget kunnen door de gemeenten ten minste 1000 extra kindplaatsen ingekocht worden. Het bedrag van 18,2 mln dat ingezet wordt in het kader van de bestuurlijke afspraken met de gemeenten is niet direct terug te rekenen naar aantallen kindplaatsen. Enerzijds omdat aanwending van het geld voor bijkomende kosten soms vooral bedoeld is om het gebruik van een reeds bestaande kindplaats mogelijk te maken (bv. bij vervoer van/naar de kinderopvanginstelling) en deels bedoeld is om te voorzien in vormen van kinderopvang die niet direct te herleiden zijn naar traditionele hele kindplaatsen (bv. collectieve kinderopvang bij de scholingsinstelling, maar ook de experimentele kinderopvangvormen). 50 Hoeveel kinderen maken er precies gebruik van kinderopvang op basis van de KOA-regeling? 33 Met het KOA-budget voor 2001, 59,4 mln, kunnen ongeveer volledige kinderopvangplaatsen ingekocht worden. Naar schatting maken daar à kinderen gebruik van. 51 Waarom wordt er ruim tweederde van de intensivering besteed aan casemanagement? Wat houdt dit concreet in? Ziet ook het kabinet casemanagement als herschikking van werk van de medewerkers van de sociale dienst; iets dat met het huidige personeelsbestand gedaan kan worden en waarvoor geen extra geld nodig is? 33 De Agenda voor de Toekomst omvat een breed scala van afspraken over de volle breedte van werk en inkomen. De gezamenlijk ambitie van rijk en gemeenten is een extra inspanning te leveren voor om elke (bijstands)client in het arbeidsproces op te nemen hetzij maatschappelijk te laten participeren. Deze extra inspanning c.q. intensivering reikt dan ook verder dan de financiele impuls voor casemanagement, temeer van gemeenten wordt verwacht dat ook reguliere financieringsbronnen worden ingezet. Dat neemt niet weg dat casemanagement een belangrijke bijdrage levert aan een efficiënte aanpak van de uitstroom en activering van bijstandsgerechtigden. Gemeenten geven hieraan steeds meer invulling. Een financiële impuls is beschikbaar gesteld voor het op sterkte brengen van het casemanagement bij gemeenten, mits de betrokken gemeente bereid is een resultaatsverplichting af te spreken. Het is aan gemeenten om in het kader van gemeentelijk personeelsbeleid te beoordelen personele capaciteit in te zetten. Onderdeel van de bestuurlijke afspraken is wel dat SZW en VNG via projecten de ontwikkeling van casemanagement zal bevorderen en nader onderzoek zal doen in hoeverre deskundigheid aangewezen is. 52 Welke overwegingen liggen ten grondslag aan de beperkte benutting van de verplichtingenruimte van het RWI-budget? 34 De inzet van de subsidieregeling is om beschikbare kas ook daadwerkelijk volledig te benutten. Daarvoor zal voor een hoger bedrag aan verplichtingen aangegaan worden aangezien ingecalculeerd wordt dat er bij de afrekening op basis van resultaten geen 100%- score optreedt. Meer concreet: de verplichtingenruimte is gesteld op 90.8 mln euro per jaar met de veronderstelling dat daarvan 75% wordt benut. Derhalve is een kasbedrag van 68 mln euro per jaar beschikbaar

20 20 53 Wat moet worden verstaan onder "projecten etc." in tabel 9 over casemanagement/agenda voor de Toekomst en welk resultaat moet met deze "projecten etc" worden behaald? 34 In de bestuurlijke afspraken die op 24 april tussen SZW en VNG zijn gemaakt is geconstateerd dat het van belang is dat vernieuwende initiatieven nader worden uitgewerkt. Zo zijn er onder meer afspraken gemaakt over het bevorderen van experimenten, het stimuleren van gemeentelijke samenwerking en optimalisering van cliëntenparticipatie. Bij het uitvoeren van projecten is er ruimte voor maatwerk. Hieraan wordt invulling gegeven middels de bestuurlijke afspraken met gemeenten. De gemeente Utrecht wil speciale aandacht besteden aan de groep allochtonen. De gemeente Den Haag is voornemens een aantal experimenten en projecten te entameren op het terrein van migrantenproblematiek, handhaving, schuldhulpverlening en kinderopvang. Het resultaat dat hiermee bereikt wordt, zal per project vooraf worden vastgesteld. 54 De minister stelt extra middelen ter beschikking aan gemeenten i.v.m. het casemanagement. Is het niet zo dat casemanagement zal leiden tot lagere bijstandsuitgaven en dus tot besparingen ook voor gemeenten? Waarom dan toch extra geld voor dit doel aan de gemeenten ter beschikking stellen? 34 Het kabinet vindt casemanagement van groot belang, omdat het een belangrijke bijdrage levert aan een efficiënte aanpak van de uitstroom en activering van bijstandsgerechtigden. Om het casemanagement te bevorderen, wordt er de komende jaren een extra financiële impuls beschikbaar gesteld, mits de betrokken gemeente bereid is een resultaatsverplichting af te spreken. Er dient sprake te zijn van een extra inspanning op het terrein van activering/ uitstroom; bovenop de reguliere activiteiten die thans reeds door gemeenten worden uitgevoerd en gefinancierd. Uiteraard hebben gemeenten los van deze extra middelen zelf belang bij een effectieve organisatie waarbij zoveel mogelijk bijstandsgerechtigden uitstromen naar werk. Door de invoering van 25% budgettering leidt dit ook tot besparingen voor gemeenten. 55 Welk budget is er nu beschikbaar voor gemeenten om de Abw uit te voeren? Kunt u het relatieve belang aangegeven van de extra middelen voor casemanagement door deze extra middelen af te zetten tegen het huidige budget dat voor gemeenten beschikbaar is om de Abw uit te voeren? 34 Voor de uitvoering van de Abw ontvangen gemeenten middelen via het gemeentefonds. Deze middelen zijn niet geoormerkt. Het afzetten van de middelen voor casemanagement tegen de middelen die de gemeenten via het gemeentefonds krijgen, verhoudt zich niet tot de bestedingsvrijheid voor gemeenten van de (ongeoormerkte) financiering via het gemeentefonds.

Tijdens het begrotingsonderzoek heb ik toegezegd u nog aanvullende informatie toe te zenden.

Tijdens het begrotingsonderzoek heb ik toegezegd u nog aanvullende informatie toe te zenden. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a Den Haag Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 729 Evaluatie Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Nr. 1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter

Nadere informatie

vra2001szw.020 VRAGEN

vra2001szw.020 VRAGEN vra2001szw.020 Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2002 VRAGEN De vaste commissie voor Sociale Zaken

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA Den Haag. BZ/ACT/01/64814c

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA Den Haag. BZ/ACT/01/64814c Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA Den Haag Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

REÏNTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND RIJSWIJK 2005

REÏNTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND RIJSWIJK 2005 -1.833.52 REÏNTEGRATIEVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND RIJSWIJK 2005 HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet : de WWB b. WWB:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 30 545 Uitvoering Wet Werk en Bijstand Nr. 41 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 31 322 Kinderopvang Nr. 137 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

./. Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid Bussemaker (PvdA) over doorstroming bij gesubsidieerde arbeid.

./. Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid Bussemaker (PvdA) over doorstroming bij gesubsidieerde arbeid. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Voortgangsrapportage Sociale Zaken

Voortgangsrapportage Sociale Zaken Voortgangsrapportage Sociale Zaken 2e e half 2013 gemeente Landsmeer [Geef tekst op] [Geef tekst op] [Geef tekst op] Afdeling Zorg en Welzijn April 2014 1. Inleiding Voor u ligt de voortgangsrapportage

Nadere informatie

Re-integratieverordening Wet werk en bijstand Gemeente Ede 2012

Re-integratieverordening Wet werk en bijstand Gemeente Ede 2012 Re-integratieverordening Wet werk en bijstand Gemeente Ede 2012 De raad van de gemeente Ede; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20-12-2011; gelet op artikel 147, eerste

Nadere informatie

Onderwerp: inzicht in uitgaven en bereik re-integratiemiddelen gemeenten Onze ref.: 100211

Onderwerp: inzicht in uitgaven en bereik re-integratiemiddelen gemeenten Onze ref.: 100211 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid T.a.v. de minister mr J.P.H. Donner Postbus 90801 2509 LV DEN HAAG Utrecht, 10 mei 2010 Onderwerp: inzicht in uitgaven en bereik re-integratiemiddelen gemeenten

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a DEN HAAG BZ/IW/01/63399

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a DEN HAAG BZ/IW/01/63399 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a DEN HAAG Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 29 544 Arbeidsmarktbeleid Nr. 617 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Wijziging Re-integratieverordening Wet werk en bijstand

Wijziging Re-integratieverordening Wet werk en bijstand AAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE TEN BOER Raadsvergadering: 19 december 2012 Registratienummer: TB 12.3407403 Agendapunt: 8 Onderwerp: Voorstel: Toelichting: Wijziging Re-integratieverordening Wet werk en bijstand

Nadere informatie

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 oktober, nr. ;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 oktober, nr. ; DE RAAD DER GEMEENTE HAREN, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5 oktober, nr. ; gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet, de artikelen 7 en 8 en 10, tweede

Nadere informatie

10. Veel ouderen in de bijstand

10. Veel ouderen in de bijstand 10. Veel ouderen in de bijstand Niet-westerse allochtonen ontvangen 2,5 keer zo vaak een uitkering als autochtonen. Ze hebben het vaakst een bijstandsuitkering. Verder was eind 2002 bijna de helft van

Nadere informatie

Wajongers aan het werk met loondispensatie

Wajongers aan het werk met loondispensatie Wajongers aan het werk met loondispensatie UWV, Directie Strategie, Beleid en Kenniscentrum Dit memo gaat in op de inzet van loondispensatie bij Wajongers en op werkbehoud en loonontwikkeling. De belangrijkste

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Financiële regeling voor langdurige minima: langdurigheidstoeslag

Financiële regeling voor langdurige minima: langdurigheidstoeslag Agendanr. : Doc.nr : B2003 14372 Afdeling: : Sociale Zaken en Werkgelegenheid B&W-VOORSTEL Onderwerp : Langdurigheidstoeslag 2003 Financiële regeling voor langdurige minima: langdurigheidstoeslag Algemeen:

Nadere informatie

Rechten en plichten van cliënten bij het persoonsgebonden reïntegratiebudget

Rechten en plichten van cliënten bij het persoonsgebonden reïntegratiebudget Rechten en plichten van cliënten bij het persoonsgebonden reïntegratiebudget Aanleiding Met deze notitie wordt voldaan aan de motie van het lid Noorman - den Uyl (Kamerstukken II, vergaderjaar 2000-2001,

Nadere informatie

Quick scan re-integratiebeleid. Een oriënterend onderzoek door de rekenkamercommissie

Quick scan re-integratiebeleid. Een oriënterend onderzoek door de rekenkamercommissie Quick scan re-integratiebeleid Een oriënterend onderzoek door de rekenkamercommissie Doetinchem, 16 december 2011 1 1. Inleiding De gemeenteraad van Doetinchem heeft op 18 december 2008 het beleidsplan

Nadere informatie

Discussienota Naar een socialere bijstand GroenLinks Den Haag November 2015

Discussienota Naar een socialere bijstand GroenLinks Den Haag November 2015 Discussienota Naar een socialere bijstand GroenLinks Den Haag November 2015 Inleiding Er is veel in beweging rond de bijstand. Sommige gemeenten experimenteren met een andere uitvoeringspraktijk, met minder

Nadere informatie

Bijlage: Vaststelling eigen bijdrage en besteedbaar inkomen voor een aantal categorieën.

Bijlage: Vaststelling eigen bijdrage en besteedbaar inkomen voor een aantal categorieën. Bijlage: Vaststelling eigen bijdrage en besteedbaar inkomen voor een aantal categorieën. Beschrijving van de eigen bijdrage systematiek Deze bijlage geeft een beschrijving van de wijze waarop de eigen

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 34051 1 december 2014 Regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 24 november 2014, 2014-0000134709,

Nadere informatie

31 706 Regeling van een tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten (Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten)

31 706 Regeling van een tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten (Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten) 31 706 Regeling van een tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten (Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten) NOTA VAN WIJZIGING Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 1

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 268 Wijziging van de Werkloosheidswet in verband met afschaffing van de vervolguitkering Nr. 4 ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT 1 Hieronder

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

B. In te dienen evaluaties

B. In te dienen evaluaties B. In te dienen evaluaties Evaluatie Wet Eenmalige Uitvraag De Wet Eenmalige Uitvraag beoogt via een groeipad de uitvraag van reeds bekende gegevens in het SUWI-domein te verminderen. De wet is per 1-1-2008

Nadere informatie

Deelplan Participatiewet Beleidsplan sociaal domein 2015-2018

Deelplan Participatiewet Beleidsplan sociaal domein 2015-2018 Deelplan Participatiewet Beleidsplan sociaal domein 2015-2018 Gemeente Noordoostpolder 19 augustus 2014 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1. Inleiding... 3 2. groep... 4 3. en en uitgangspunten... 5 3.1.

Nadere informatie

Personeel op peil. Onderzoek naar de positie van mkb-werknemers

Personeel op peil. Onderzoek naar de positie van mkb-werknemers Personeel op peil Onderzoek naar de positie van mkb-werknemers Personeel op peil, onderzoek naar de positie van mkb-werknemers Personeel op peil Onderzoek naar de positie van mkb-ondernemers MKB-Nederland

Nadere informatie

Wet stimulering arbeidsparticipatie

Wet stimulering arbeidsparticipatie Wet stimulering arbeidsparticipatie Op 1 januari 2009 is de Wet stimulering arbeidsparticipatie (STAP) in werking getreden (Stb. 2008, 590 en 591). In deze wet wordt een aantal wijzigingen met betrekking

Nadere informatie

/ bbô~d22j42ja ~9 _/ 12J 513 gemeente werkendam

/ bbô~d22j42ja ~9 _/ 12J 513 gemeente werkendam / bbô~d22j42ja ~9 _/ 12J 513 gemeente werkendam de leden van de gemeenteraad van Werkendam Raadhuisplein 1 4251 VZ Werkendam Postbus 16 4250 DA Werkendam Telefoon: (0183) 5072 00 Fax: (0183) 507300 6-mail:

Nadere informatie

Gemeente Ede. Memo. Aan : Gemeenteraad. Van : College van Burgemeester en Wethouders. Opgesteld door : Rob Albersnagel. Datum : 15 maart 2016

Gemeente Ede. Memo. Aan : Gemeenteraad. Van : College van Burgemeester en Wethouders. Opgesteld door : Rob Albersnagel. Datum : 15 maart 2016 Memo Aan : Gemeenteraad Van : College van Burgemeester en Wethouders Opgesteld door : Rob Albersnagel Datum : 15 maart 2016 Zaaknummer : 45134 Onderwerp : Bijverdienen in de bijstand 1. Aanleiding De gemeenten

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Raadsbesluit De raad van de gemeente Heerde; gelezen het voorstel van het college d.d. 31 maart en 14 april 2009; gelet op artikel 7 en 8, lid 1 onderdeel a van de Wet werk en bijstand; besluit vast te

Nadere informatie

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren d.d.

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren d.d. De raad van de gemeente Echt-Susteren, Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren d.d. Gelet op het bepaalde in de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet inkomensvoorziening oudere

Nadere informatie

Beleidsregels uit beleidsplan re-integratie en voorzieningen. I. Doelgroepen

Beleidsregels uit beleidsplan re-integratie en voorzieningen. I. Doelgroepen Beleidsregels uit beleidsplan re-integratie en voorzieningen I. Doelgroepen 1. Jongeren < 23 jaar. I.1.1. De gemeente wil jongeren uit de bijstand houden; dit is mogelijk door het instellen van een (virtueel)

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage. Kamervraag van het lid De Wit

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage. Kamervraag van het lid De Wit Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

./. Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid Bussemaker (PvdA) over de arbeidsproductiviteit van oudere werknemers.

./. Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het lid Bussemaker (PvdA) over de arbeidsproductiviteit van oudere werknemers. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Wet werk en bijstand. Zo snel mogelijk weer aan het werk

Wet werk en bijstand. Zo snel mogelijk weer aan het werk Wet werk en bijstand Zo snel mogelijk weer aan het werk Wet werk en bijstand Inhoudsopgave Wanneer hebt u recht op bijstand? 3 Hoe vraagt u een bijstandsuitkering aan? 4 Hoe hoog is uw bijstandsuitkering?

Nadere informatie

Doorwerken na 65 jaar

Doorwerken na 65 jaar CvA-notitie februari 2008 Doorwerken na 65 jaar De levensverwachting en het gemiddelde aantal gezonde jaren na het bereiken van de 65-jarige leeftijd is toegenomen. Een groeiende groep ouderen heeft behoefte

Nadere informatie

Aan de raad AGENDAPUNT 3. Doetinchem, 10 december 2008. Beleidsplan Re-integratiebeleid 2009-2011

Aan de raad AGENDAPUNT 3. Doetinchem, 10 december 2008. Beleidsplan Re-integratiebeleid 2009-2011 Aan de raad AGENDAPUNT 3 Beleidsplan Re-integratiebeleid 2009-2011 Voorstel: 1. De kaders uit het beleidsplan 'Werken werkt!' vaststellen, zijnde: a. als doelstellingen: - het bevorderen van de mogelijkheden

Nadere informatie

Besluit van (datum) tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang

Besluit van (datum) tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang Besluit van (datum) tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van (datum), Directie

Nadere informatie

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 januari 2011;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 13 januari 2011; De raad van de gemeente Schiermonnikoog; overwegende, dat het noodzakelijk is het verstrekken van toeslagen en het verlagen van uitkeringen van bijstandsgerechtigden jonger dan 65 jaar bij verordening

Nadere informatie

Beleidsregels Loonkostensubsidie Wwb, Ioaw, Ioaz

Beleidsregels Loonkostensubsidie Wwb, Ioaw, Ioaz Beleidsregels Loonkostensubsidie Wwb, Ioaw, Ioaz 1 Beleidsregels Loonkostensubsidie Wwb, Ioaw, Ioaz van de gemeente Hulst Het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst (hierna: het college)

Nadere informatie

4. Werkloosheid in historisch perspectief

4. Werkloosheid in historisch perspectief 4. Werkloosheid in historisch perspectief Werkloosheid is het verschil tussen het aanbod van arbeid en de vraag naar arbeid. Het arbeidsaanbod in Noord-Nederland hangt samen met de mate waarin de inwoners

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333

Nadere informatie

Van Martin Heekelaar m.heekelaar@berenschot.nl 030-2916814 Datum 30 oktober 2012 Betreft

Van Martin Heekelaar m.heekelaar@berenschot.nl 030-2916814 Datum 30 oktober 2012 Betreft Van Martin Heekelaar m.heekelaar@berenschot.nl 030-2916814 Datum 30 oktober 2012 Betreft Financiële gevolgen Regeerakkoord i.v.m. gemeentelijke regelingen W&I Op 29 oktober presenteerden de VVD en de PvdA

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 29 817 Sociale werkvoorziening Nr. 99 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Besluit:

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Besluit: Regeling van de Minister van Sociale Zaken van 14 juli 2009,, tot wijziging van het Ontslagbesluit betreffende verruiming van de mogelijkheid tot afwijking van het afspiegelingsbeginsel De Minister van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 26 448 Toekomstige structuur van de uitvoering werk en inkomen (SUWI) Nr. 39 BRIEF VAN DE MINISTER EN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE. Werkplan CWP 2006-2007 en Arbeidsgehandicaptenmonitor 2004

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE. Werkplan CWP 2006-2007 en Arbeidsgehandicaptenmonitor 2004 De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333 44 44 Fax (070) 333 40 33

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 600 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333

Nadere informatie

De Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand

De Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand De Reïntegratieverordening Wet werk en bijstand Artikel 1. Begrippen 1. de belanghebbende: het lid van de doelgroep dat aanspraak maakt op ondersteuning of aan wie ondersteuning wordt geboden; 2. jongere:

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Betreft cie-mo: Commissienotitie inzake Uitvoering motie 22 van de raadsvergadering van 28 oktober 1999, betreffende kinderopvang

Betreft cie-mo: Commissienotitie inzake Uitvoering motie 22 van de raadsvergadering van 28 oktober 1999, betreffende kinderopvang gemeente Eindhoven Concernstaf Bestsarssecretariaat Retouradres Postbus 90150, 5600 RB Eindhoven Voorzitter en leden van de commissie voor maatschappelijke ontwikkeling Behandeld door M. Honing Telefoon

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Sociaal akkoord aow en Witteveenkader Op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Sociaal akkoord aow en Witteveenkader Op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid CPB Notitie 10 juni 2011 Sociaal akkoord aow en Witteveenkader Op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. CPB Notitie Aan: Ministerie van SZW Centraal Planbureau Van Stolkweg

Nadere informatie

Vraag 2 De premieopbrengst Awf is opwaarts bijgesteld en die voor de arbeidsongeschiktheidsfondsen neerwaarts, wat is hiervoor de verklaring?

Vraag 2 De premieopbrengst Awf is opwaarts bijgesteld en die voor de arbeidsongeschiktheidsfondsen neerwaarts, wat is hiervoor de verklaring? Vraag 1 Wat is de achtergrond van de tegenvallende ontvangsten in de loon- en inkomstenbelasting in relatie tot de ontwikkeling van de contractlonen? De tegenvallende ontvangsten in de loon- en inkomstenbelasting

Nadere informatie

Participatiewet en Quotumheffing White Paper

Participatiewet en Quotumheffing White Paper Participatiewet en Quotumheffing White Paper 6 oktober 2015 Participatiewet Wat is de Participatiewet? Heeft uw onderneming meer dan 25 werknemers, dan moet u aan de slag met de Participatiewet. Deze wet

Nadere informatie

Convenant omzetten gesubsidieerde arbeid naar reguliere banen in de kinderopvang

Convenant omzetten gesubsidieerde arbeid naar reguliere banen in de kinderopvang Convenant omzetten gesubsidieerde arbeid naar reguliere banen in de kinderopvang 1. Inleiding In het Strategisch Akkoord is afgesproken dat gemeenten vanaf 2003 op het reïntegratiebudget een bedrag van

Nadere informatie

gemeente Eindhoven Raadsvoorstel Wijziging Subsidieverordening Gemeente Eindhoven 2002 inzake gesubsidieerde arbeid (flexvergoeding en opstapbaan)

gemeente Eindhoven Raadsvoorstel Wijziging Subsidieverordening Gemeente Eindhoven 2002 inzake gesubsidieerde arbeid (flexvergoeding en opstapbaan) gemeente Eindhoven gemeente Eindhoven Raadsnummer Inboeknummer Beslisdatum B&W Dossiernummer Raadsvoorstel Wijziging Subsidieverordening Gemeente Eindhoven 2002 inzake gesubsidieerde arbeid (flexvergoeding

Nadere informatie

Beleidsregels activeringspremies gemeente Best. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen. Artikel 1 Begripsbepalingen

Beleidsregels activeringspremies gemeente Best. Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen. Artikel 1 Begripsbepalingen Beleidsregels activeringspremies gemeente Best Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen 1. Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt, hebben dezelfde betekenis als in

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Nota no claimcompensatie en eenmalige tegemoetkoming in de schoolkosten van 12 tot en met 17-jarigen, Minimabeleid, gemeente Helmond, 2007

Nota no claimcompensatie en eenmalige tegemoetkoming in de schoolkosten van 12 tot en met 17-jarigen, Minimabeleid, gemeente Helmond, 2007 Nota no claimcompensatie en eenmalige tegemoetkoming in de schoolkosten van 12 tot en met 17-jarigen, Minimabeleid, gemeente Helmond, 2007 1. Inleiding..... 2 2. Aanleiding..... 2 3. De juridische basis...

Nadere informatie

Ons kenmerk Rfv/1999079288 Doorkiesnummer 070-3027232

Ons kenmerk Rfv/1999079288 Doorkiesnummer 070-3027232 De staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20011 2500 EA DEN HAAG Bijlagen Inlichtingen bij G.A. van Nijendaal Onderwerp Stimulering kinderopvang Uw kenmerk DJB/PJB-993207 Ons kenmerk

Nadere informatie

Vrijwillige overstap naar nieuwe Wajong mogelijk vanaf 2013

Vrijwillige overstap naar nieuwe Wajong mogelijk vanaf 2013 Regelingen en voorzieningen CODE 1.3.3.37 Vrijwillige overstap naar nieuwe Wajong mogelijk vanaf 2013 bronnen www.rijksoverheid.nl, nieuwsbericht d.d. 2.11.2012 Hulp bij vinden baan voor mensen in oude

Nadere informatie

./. Hierbij bied ik u de memorie van antwoord inzake het bovenvermelde voorstel aan.

./. Hierbij bied ik u de memorie van antwoord inzake het bovenvermelde voorstel aan. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 22 2513 AA Den Haag Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

NAAR EEN TOEKOMST DIE WERKT Visuele samenvatting rapport Commissie Arbeidsparticipatie Juni 2008. OPLOSSINGEN Hoe kan de. arbeidsparticipatie

NAAR EEN TOEKOMST DIE WERKT Visuele samenvatting rapport Commissie Arbeidsparticipatie Juni 2008. OPLOSSINGEN Hoe kan de. arbeidsparticipatie Spoor 1 Zo snel mogelijk meer mensen aan het werk ANALYSE Waarom moet de arbeidsparticipatie omhoog en waarom gaat dit niet vanzelf? OPLOSSINGEN Hoe kan de arbeidsparticipatie omhoog tot 80 procent? Spoor

Nadere informatie

Een loonkostensubsidie kan worden ingezet ten behoeve van de re-integratie van:

Een loonkostensubsidie kan worden ingezet ten behoeve van de re-integratie van: Richtlijn Loonkostensubsidie Gemeente Doetinchem Inleiding Het bieden van ondersteuning bij arbeidsinschakeling is voor bepaalde doelgroepen als taak voor het college vastgelegd in de Wet Werk en Bijstand.

Nadere informatie

Koopkrachteffecten en de nieuwe compensatieregeling chronisch zieken en gehandicapten. Nibud, juni 2008

Koopkrachteffecten en de nieuwe compensatieregeling chronisch zieken en gehandicapten. Nibud, juni 2008 Koopkrachteffecten en de nieuwe compensatieregeling chronisch zieken en gehandicapten Nibud, juni 2008 Koopkrachteffecten en de nieuwe compensatieregeling chronisch zieken en gehandicapten Nibud, juni

Nadere informatie

D e n H a a g 12 juni 2012

D e n H a a g 12 juni 2012 Aan de voorzitter en de leden van de Vaste Commissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG B r i e f n u m m e r 12/10.937/12-017/MF/Gau

Nadere informatie

Participatiewet / Wsw. Raadsinformatieavond - 3 juli 2013

Participatiewet / Wsw. Raadsinformatieavond - 3 juli 2013 Participatiewet / Wsw Raadsinformatieavond - 3 juli 2013 Bespreekpunten Wat is de huidige situatie in Wwb en Wsw? Wat zijn de belangrijkste contouren van de Participatiewet? Welke effecten heeft de Participatiewet

Nadere informatie

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Heerhugowaard Officiële naam regeling verordening tegenprestatie gemeente Heerhugowaard 2015 Citeertitel Verordening Tegenprestatie

Nadere informatie

Kortetermijnontwikkeling

Kortetermijnontwikkeling Artikel, donderdag 22 september 2011 9:30 Arbeidsmarkt in vogelvlucht Het aantal banen van werknemers en het aantal openstaande vacatures stijgt licht. De loonontwikkeling is gematigd. De stijging van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 26 447 Arbeid en zorg Nr. 37 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELE- GENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA Den Haag ASEA/LIV/2004/37584

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA Den Haag ASEA/LIV/2004/37584 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA Den Haag Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Afdeling Samenleving Richtlijn 3.2 WORK FIRST (SPORENMODEL)

Afdeling Samenleving Richtlijn 3.2 WORK FIRST (SPORENMODEL) Afdeling Samenleving Richtlijn 3.2 WORK FIRST (SPORENMODEL) Algemeen Met ingang van 1 januari 2004 is de Wet Werk en Bijstand (WWB) in werking getreden. In de WWB staat de eigen verantwoordelijkheid van

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

TOELICHTING op de Bijstandsverordening / Toeslagenverordening gemeente Oegstgeest 2004

TOELICHTING op de Bijstandsverordening / Toeslagenverordening gemeente Oegstgeest 2004 TOELICHTING op de Bijstandsverordening / Toeslagenverordening gemeente Oegstgeest 2004 Algemene toelichting Tot 1 januari 1996 gold voor de bijstandsverlening een uiterst gedifferentieerde normensystematiek.

Nadere informatie

Wet werk en bijstand. Zo snel mogelijk weer aan het werk

Wet werk en bijstand. Zo snel mogelijk weer aan het werk Wet werk en bijstand Zo snel mogelijk weer aan het werk Wet werk en bijstand Iedere Nederlander moet zelf in zijn levensonderhoud voorzien. Lukt u dat niet én zijn er geen andere voorzieningen, dan helpt

Nadere informatie

Nota aan burgemeester en wethouders

Nota aan burgemeester en wethouders Nota aan burgemeester en wethouders Vergadering: 08-01-2013 Portefeuillehouder: mw. M. Hamberg Onderwerp Wetswijzigingen kinderopvang 2013, vaststellen hoogte compensatie ouderbijdrage Samenvatting De

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 932 Wijziging van de Wet werk en bijstand en enige andere wetten in verband met het verstrekken van een koopkrachttegemoetkoming aan lage inkomens

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkgelegenheid commerciële sector daalt. Minder banen in industrie en zakelijke dienstverlening

Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Werkgelegenheid commerciële sector daalt. Minder banen in industrie en zakelijke dienstverlening Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB02-196 26 september 2002 9.30 uur Werkgelegenheid commerciële sector daalt Voor het eerst sinds 1994 is het aantal banen van werknemers in commerciële bedrijven

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 330 Wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964 en van enige andere wetten (Wet aanvullend overgangsrecht fiscale behandeling pensioen) Nr.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 200 XV Jaarverslag en slotwet Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2014 Nr. 5 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Nadere informatie

REGLEMENT LOONKOSTENSUBSIDIE. Stimuleren mobiliteit en voorkomen van werkloosheid van werknemers ouder dan 55 jaar

REGLEMENT LOONKOSTENSUBSIDIE. Stimuleren mobiliteit en voorkomen van werkloosheid van werknemers ouder dan 55 jaar REGLEMENT LOONKOSTENSUBSIDIE Stimuleren mobiliteit en voorkomen van werkloosheid van werknemers ouder dan 55 jaar Maatregel 2 in het kader van het sectorplan bouw & infra (versie 7-3-2014) Inhoudsopgave

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2013 386 Besluit van 15 oktober 2013 tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag in verband met aanpassing van de kinderopvangtoeslagtabel voor

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

Wet Werk en Bijstand de belangrijkste punten op een rij. Letterlijke teksten uit het wetsvoorstel

Wet Werk en Bijstand de belangrijkste punten op een rij. Letterlijke teksten uit het wetsvoorstel Wet Werk en Bijstand de belangrijkste punten op een rij. Letterlijke teksten uit het wetsvoorstel 1. inleiding Het wetsvoorstel omvat een aantal maatregelen die de vangnetfunctie van de WWB en van de Wet

Nadere informatie

CPB Notitie. Samenvatting. Aan: Ministerie van SZW

CPB Notitie. Samenvatting. Aan: Ministerie van SZW CPB Notitie Aan: Ministerie van SZW Centraal Planbureau Van Stolkweg 14 Postbus 80510 2508 GM Den Haag T (070) 3383 380 I www.cpb.nl Contactpersoon M.H.C. Lever Datum: 10 juni 2011 Betreft: Sociaal akkoord

Nadere informatie

REGLEMENT LOONKOSTENSUBSIDIE. Realiseren banen voor (langdurig) werklozen tot 55 jaar. Maatregel 5 in het kader van het sectorplan bouw & infra

REGLEMENT LOONKOSTENSUBSIDIE. Realiseren banen voor (langdurig) werklozen tot 55 jaar. Maatregel 5 in het kader van het sectorplan bouw & infra REGLEMENT LOONKOSTENSUBSIDIE Realiseren banen voor (langdurig) werklozen tot 55 jaar Maatregel 5 in het kader van het sectorplan bouw & infra (versie 7-3-2014) Inhoudsopgave Artikel 1 Definities... 2 Artikel

Nadere informatie

Overheidsbemoeienis versus maatschappelijk verantwoord ondernemen. Wat betekent deze wet voor u als werkgever?

Overheidsbemoeienis versus maatschappelijk verantwoord ondernemen. Wat betekent deze wet voor u als werkgever? De Participatiewet Overheidsbemoeienis versus maatschappelijk verantwoord ondernemen Wat betekent deze wet voor u als werkgever? De Participatiewet het juridische plaatje Met ingang van 1 januari 2015

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting 31 200 XV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van

Nadere informatie

Verordening tegenprestatie participatiewet 2015 Documentnummer INT-14-13314

Verordening tegenprestatie participatiewet 2015 Documentnummer INT-14-13314 Verordening tegenprestatie participatiewet 2015 Documentnummer INT-14-13314 VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET 2015 GEMEENTE BEVERWIJK De raad van de gemeente Beverwijk; gelet op artikel 8a, eerste

Nadere informatie