Plan. de toekomst. Achtergronddossier Campagne Broederlijk Delen 2014

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Plan. de toekomst. Achtergronddossier Campagne Broederlijk Delen 2014"

Transcriptie

1 Achtergronddossier Campagne Broederlijk Delen 2014 Plan de toekomst Het is een mythe dat er exportgerichte industriële landbouw nodig is om de wereld te kunnen voeden. Wanneer je naar landbouw kijkt vanuit het perspectief van armoedebestrijding en wereldvoedselzekerheid, dan blijkt dat we een multifunctionele landbouw nodig hebben, waarbij de focus ligt op de kleine boer. Conclusie uit het IAASTD rapport (VILT, 2009)

2 Inhoud Wat staat er op het spel? 3 Meer voedsel? 3 Goedkoper voedsel? 4 De echte uitdaging 5 Familiale landbouw 6 Wat is familiale landbouw? 6 Wat stelt die familiale landbouw voor op wereldvlak? 8 Moderne landbouw of industriële landbouw? 9 Waarom investeren in familiale landbouw? 11 Terug naar de landbouw van vroeger? 13 Hoe duurzaam is landbouw? 14 Is familiale landbouw duurzaam? 15 Biologische landbouw 15 Agro-ecologie 18 Kan kleinschalige duurzame landbouw voldoende voedsel produceren? 20 Beleid 23 Handel 24 Coördinatie 24 Misschien zonder familiale landbouwers? 25 Praktijk 27 Senegal 27 Guatemala 28 Vlaanderen 29 Conclusie 31 Begrippenlijst 32 colofon Auteur Jo Dalemans Medewerkers Muriel Burgers, Siska Kockelberg, Suzy Serneels, Eva Vanneste, Karen Vandevyvere, Patricia Verbauwhede Vormgeving Liesbet Van Huffelen Foto s Jo Dalemans, Liesbet De Pooter, FAO/Giulio Napolitano 2013 Broederlijk Delen 2

3 Wat staat er op het spel? Hoe gaan we in de toekomst voedsel produceren? Nadenken over hoe een land/stad aan voedsel zal geraken is van alle tijden. Weinig zaken zijn voor een overheid zo cruciaal, als de zorg om voldoende voedsel voor haar onderdanen te voorzien. Door veroveringen in Carthago en Egypte kreeg Rome toegang tot de kust van Noord-Afrika, waar niet alleen soldaten en ambtenaren naartoe werden gestuurd, maar ook boeren die graan moesten verbouwen. 1 Meer dan jaar later moest Parijs mensen dagelijks van voedsel voorzien. Aangezien Parijs bijna 300 kilometer van zee ligt, was het hiervoor afhankelijk van zijn achterland. Een heksentoer waarvoor de stad de plattelandseconomie van Noord-Frankrijk in een wurggreep hield. 2 Voedselkilometers speelden altijd al een rol in het bevoorraden van steden. Vóór de komst van de spoorwegen was een ligging aan zee cruciaal voor een stad om te kunnen groeien. Terwijl London, Rome, Antwerpen of Venetië een vruchtbaar achterland hadden, importeerden ze allemaal voedsel van overzee, om de eenvoudige reden dat het veel goedkoper was. Wie controle had over voedsel, kon er ook geld mee verdienen. De graanhandel met gebieden rond de Oostzee in de 16 e eeuw, maakte Amsterdam groot en legde mee de economische basis voor de Gouden Eeuw 100 jaar later. Geen voedsel betekent een boze bevolking, die zich snel tegen de overheid keert. De geschiedenis is dan ook bezaaid met voedselopstanden of broodrellen. Heel recent, na de voedselprijsstijgingen in zagen we dit fenomeen terugkeren in steden als Port-au-Prince, Mogadishu, Dakar en vele andere. De crisis in 07-08, die zich nog eens 2 jaar later herhaalde, gaf wel aan waar het om draait. Door snel gestegen wereldvoedselprijzen, was basisvoedsel voor veel mensen niet meer betaalbaar. Terwijl het globale aanbod niet dramatisch gedaald was, waren de prijzen wel dramatisch gestegen en de toegang tot voedsel werd onzeker voor miljoenen arme mensen. Er was voldoende voedsel, maar niet voor de mensen die het nodig hadden. Nadenken over de toekomst van voedselproductie kan pas als men start bij een correcte analyse van het probleem. Wat is de voedsel-uitdaging vandaag en morgen? Hebben we meer voedsel nodig, beter voedsel of vooral duurzamer voedsel? Is goedkoper voedsel de oplossing of net deel van het probleem? Is het belangrijk waar dit voedsel vandaan komt en wie het produceerde? De vraag bepaalt voor een groot deel het antwoord. Wie de uitdaging interpreteert als hoe produceren we zo veel mogelijk voedsel aan de laagste prijs? zal een heel ander antwoord krijgen dan wanneer het doel is om voor zo veel mogelijk mensen voedselzekerheid te bereiken. Wie voedselsoevereiniteit betrekt in de formulering, zal naar nog andere oplossingen moeten zoeken. Meer voedsel? In 2009 stelde de FAO in haar rapport How to feed the world in 2050?, dat er 70 % meer voedsel zal moeten geproduceerd worden, voor een wereldbevolking die tegen dan 9 miljard zal bedragen. Een boodschap die is aangekomen en ontelbare keren werd geciteerd, niet in het minst door pleitbezorgers van grootschalige industriële landbouwproductie. Met deze boodschap werd alles herleid tot meer productie. Toch was er ook kritiek op deze eenzijdige voorstelling van de feiten. De FAO-cijfers nemen de verspilling van voedsel mee als gegeven, niet als een punt waar werk van gemaakt moet worden. Men gaat er dus van uit dat we in 2050 nog altijd een derde van het geproduceerde voedsel verspillen. Ook de toename van vleesconsumptie en een gestegen vraag naar voedselgewassen om er brandstof van te maken, zitten in deze 70 % toename. Olivier De Schutter, de speciale rapporteur van de VN voor het recht op voedsel, stelt zich terecht vragen bij de veronderstelling dat 50 % van de wereldwijde graanproductie in 2050 zou gebruikt worden als veevoeder. 3 Verder wordt aangevoerd dat maatregelen die enkel inzetten op een verhoogde productie, totaal ontoereikend zijn om voedselonzekerheid tegen te gaan. 4 Dit blijkt vandaag al en er is geen reden om aan te nemen dat dit in 2050 anders zal zijn. Om enkele feiten kan je niet heen. De laatste jaar is de voedselproductie per persoon wereldwijd blijven stijgen. Dit wil zeggen dat in die periode de voedselproductie sneller steeg dan de bevolkingsgroei. Het aantal mensen met honger daalde jaar na jaar. De 1 Carolyn Steel, De Hongerige Stad, Steven L. Kaplan, Provisioning Paris: Merchants and Millers in the Grain and Flour Trade During the Eighteenth Century, Landbouw is wat anders dan T-shirts maken, De Standaard (19/02/2011). 4 Grethe, H., Dembélé, A. and N. Duman, How to Feed the World s Growing Billions? Understanding FAO World Food Projections and their Implications,

4 daling stopte rond En toch waren er in 2012 wereldwijd 868 miljoen mensen met honger. Niemand trekt in twijfel dat er vandaag wereldwijd meer dan voldoende voedsel wordt geproduceerd om iedereen te voeden. Een stijgend aandeel van dit voedsel beland ook nooit op iemands bord. Het gaat verloren of er wordt brandstof of veevoeder van gemaakt. Een beleid dat zich enkel richt op meer produceren zal dus nooit soelaas brengen. Honger is een probleem van armoede, geen productieprobleem. Dit werd 40 jaar geleden al met zoveel woorden gezegd tijdens de Wereldvoedselconferentie. Dit wil niet zeggen dat er geen aandacht moet geschonken worden aan productiestijgingen, maar de context en voorwaarden waarin die productie moet stijgen, is ontzettend veel belangrijker. Meer voedsel produceren zal nodig zijn in de toekomst, maar enkel hier aandacht aan schenken is totaal ontoereikend. Traditioneel volgt landbouwontwikkeling twee mogelijke paden. Enerzijds de oppervlakte land waarop geteeld wordt uitbreiden en anderzijds de productie per hectare verhogen in exportlanden, zodat meer voedsel kan getransporteerd en verkocht worden. De eerste optie is maar beperkt toepasbaar, zonder grote ecologische nadelen te veroorzaken. Het is duidelijk dat ontbossen om landbouwgrond te creëren een keuze is die we ons in de 21 e eeuw niet meer kunnen permitteren. De productie per hectare verhogen in exportlanden, is een recept dat lange tijd werd toegepast. Toch zien we dat de groei van opbrengst per hectare al geruime tijd afneemt. De productie van basisgewassen als rijst, maïs, tarwe en soja stagneert op vele plaatsen. 5 Het lijkt erop dat de voordelen die irrigatie, mechanisering, kunstmest en veredeling van gewassen boden, maximaal zijn gebruikt. Recepten uit het verleden zijn hun houdbaarheidsdatum dus voorbij. Niemand twijfelt eraan dat er in 2050 meer voedsel nodig zal zijn om de wereldbevolking te voeden. Maar het is vele bruggen te ver om te stellen dat productieverhogingen de enige relevante factor zijn bij het nadenken over voedselproductie in de toekomst. Oplossingen die terug te leiden zijn tot enkel een hogere voedselproductie, moeten daarom heel kritisch bekeken worden. Goedkoper voedsel? Afgaande op de berichtgeving van de laatste 5 jaar zou men vermoeden dat de voedselcrisis begon in 2007 toen de prijzen op de wereldmarkt de hoogte in gingen. Hierbij wordt even vergeten dat er vóór die sterke prijsstijgingen ook al meer dan 800 miljoen mensen chronisch honger hadden. Decennia van dalende voedselprijzen (met hier en daar een piek) bleken geen garantie om dit voedsel beschikbaar te maken voor miljoenen armen. Dalende voedselprijzen waren voor een groot deel een gevolg van productiestijgingen per capita. Maar even- Dalende trend van wereldvoedselprijzen tot enkele jaren geleden. Bron: FAO 5 Ray D. et al, Recent patterns of crop yield growth and stagnation,

5 zeer van een beleid om van voedsel een economisch goed te maken, als ware het auto s of computers. De efficiëntie van voedselproductie wordt dan gemeten in opbrengst per eenheid geïnvesteerd kapitaal. Vooruitgang wordt dan méér productie met hetzelfde kapitaal. Kosten worden gedrukt door werkkrachten te vervangen door machines en externe kosten (milieu, sociaal) niet mee te rekenen. Zo kom je tot een productiesysteem dat inderdaad gigantische productiviteitssprongen maakte in enkele decennia. Maar je komt ook tot een systeem dat tegen economische, ecologische en sociale grenzen botst. In dit hoogproductieve, efficiënte landbouwmodel moeten vele Europese boeren hun producten onder de kostprijs verkopen. De markt is blijkbaar niet bereid om de boer te vergoeden voor zijn werk, laat staan dat milieukosten ergens meegerekend worden. Ook met aanzienlijke Europese subsidies, komen vele Europese boeren amper rond. De echte uitdaging Een focus op productie of prijs is dus te beperkt. Uiteindelijk gaat het over voedselzekerheid voor iedereen en die is nog altijd niet gegarandeerd als de productie verdubbelt of de prijs halveert, zo blijkt. Voedsel is niet zomaar een product zoals een auto of een computer, waarvan de beschikbaarheid kan fluctueren naargelang koopkracht of voorkeur. Wie geen nieuwe auto kan kopen, kan wachten tot hij voldoende gespaard heeft. Bij voedsel ligt dat even anders. Voedselproductie in de toekomst moet aan drie voorwaarden voldoen. Het moet zoveel mogelijk mensen voedselzekerheid bieden, het moet de ecologische grenzen respecteren en het moet economisch leefbaar zijn voor de producenten van voedsel. Dit wil ook zeggen dat het debat veel ruimer moet gaan dan over de opbrengst per hectare van enkele specifieke gewassen. Voedselprijzen zijn ook een tweesnijdend zwaard. Hoge of lage prijzen zijn positief of negatief voor producenten of consumenten. Er zijn altijd winnaars en verliezers, maar doorgaans valt er weinig te winnen voor groepen met weinig economische macht, ook al zitten ze zogezegd in het winnende kamp. De veronderstelling dat boeren in het algemeen voordeel deden wanneer de voedselprijzen in enorm stegen, bleek niet te kloppen. Door structuren van landeigendom en productiepatronen konden in de meeste arme landen slechts een minderheid van de boeren en landbouwbedrijven profiteren van de hogere prijzen. 6 Het is ook een vals dilemma om overheden voor de keuze te stellen om producenten dan wel consumenten te steunen bij stijgende/dalende voedselprijzen. Overheden kiezen doorgaans voor de meer mondige stedelijke bevolking, terwijl een groter deel van de verliezers in rurale gebieden woont. Het gaat erom dat arme producenten én consumenten geholpen worden om beter bestand te zijn tegen prijsfluctuaties. 7 6 Julia Compton, Steve Wiggins and Sharada Keats, Impact of the global food crisis on the poor: what is the evidence?, ODI, Double-Edged Prices, Lessons from the food prices crisis, Oxfam International,

6 Familiale landbouw Broederlijk Delen promoot duurzame familiale landbouw. We steunen partners die dit in de praktijk zetten en trachten beleidsaandacht te krijgen voor steun aan dit landbouwmodel. We doen dit al langer dan vandaag en we zijn ook niet de enigen die dit doen. Sinds de voedselprijscrisis in wijzen steeds meer actoren op het belang van aandacht te hebben voor familiale landbouwers in het Zuiden. Een zeer diverse groep observatoren en actoren, van de Wereldbank en VN-instellingen tot Bill Gates en de G8, zien allemaal een belangrijke rol weggelegd voor de familiale landbouwer. Over de manier waarop die landbouwer zijn toekomst best uitstippelt bestaat minder eensgezindheid. Het spreekt voor zich dat boerenorganisaties in het Zuiden dit momentum trachten te gebruiken om positieve beleidswijzigingen te verkrijgen werd door de VN uitgeroepen tot International Year of Family Farming. Het is de bedoeling om dit internationale jaar aan te grijpen om te pleiten voor een beleid dat actieve steun geeft aan duurzame familiale landbouw. Er wordt gewezen op de significante rol van deze familiale landbouw in het terugdringen van armoede en honger. De FAO kreeg de opdracht om dit internationale jaar te plannen in overleg met overheden, internationale ontwikkelingsorganisaties, boerenorganisaties, VN-organisaties en ngo s. Wat is familiale landbouw? En welke andere vormen van landbouw bestaan er dan allemaal? Is die familiale landbouw automatisch duurzaam en is het hetzelfde als kleinschalige landbouw? Zijn het verschillende termen voor hetzelfde en wordt er onder elke term wel overal hetzelfde verstaan? De discussie over een naam en omschrijving is niet overbodig. Een juiste omschrijving bepaalt immers de groep die eronder valt. Over hoeveel mensen gaat het? Wie zijn dat, waar wonen ze en wat doen ze juist? Een duidelijk omschrijving helpt ook om te oordelen welk beleid en welke investeringen er nodig zijn. In het Engels gebruikt men doorgaans de term smallholder. Dit is iemand die een smallholding een klein landbouwbedrijf heeft. Hierbij wordt doorgaans een maximale grootte van 2 hectare 8 aangenomen. Een smallholder is iemand die aan kleinschalige landbouw doet. Ook de term peasant duikt dikwijls op. Van oorsprong is dit een historische term waarmee de klasse van boeren (eigenaars of landarbeiders) werd aangeduid in de middeleeuwen. Ook vandaag wordt die term nog gebruikt om bewoners van het platteland aan te duiden. De term omvat naast (kleinschalige) landbouwers ook andere mensen die op het platteland leven en van dit platteland afhankelijk zijn voor hun levensonderhoud. Het gaat dan over veehouders 9, jagers en verzamelaars, landlozen,... Kleinschalige landbouwbedrijven zijn doorgaans familiebedrijven, waarbij een familie ruimer wordt gezien dan één huishouden. Het bedrijf gebruikt daarbij alleen (of voornamelijk) arbeid uit familiale kring. Een groot deel van het familie-inkomen komt uit deze landbouw, zowel in natura als in geld. 10 Wanneer we het dus hebben over kleinschalige landbouw in het Zuiden, dan gaat dit ook over familiale landbouw. Familiale landbouwbedrijven in Europa zijn nauwelijks te vergelijken met deze kleinschalige landbouwbedrijven in het Zuiden. Toch zijn er wel degelijk belangrijke overeenkomsten tussen familiale landbouw in Vlaanderen/Europa en in het Zuiden. Toen 8 De overgrote meerderheid van Afrikaanse boerderijen zijn kleiner dan 2 ha. In vele landen neigt het gemiddelde naar 1 ha. 9 Zie begrippen achteraan. 10 CFS, Investing in smallholder agriculture for food security, HLPE report 6, June

7 VODO 11 en Boerenbond in 2011 een gemeenschappelijke visietekst rond het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid van de Europese Unie (GLB) uitwerkten, werd er over familiale landbouw in Vlaanderen en Europa het volgende geschreven: Familiale landbouw wordt gekenmerkt door de structurele verwevenheid tussen de economische activiteiten en de gezinsstructuur. Deze verwevenheid beïnvloedt de bedrijfskeuzes, de organisatie van het werk in het gezin, het beheer van de productiefactoren en de overdracht van het patrimonium. Arbeid wordt niet gescheiden van controle en beheer van het bedrijf. Dit impliceert een directe band tussen de eigen arbeid en de financiering van het familiale bedrijf. Deze kenmerken komen ook heel sterk naar voor bij familiale landbouwbedrijven in het Zuiden. Kleinschalige landbouw is de meest voorkomende vorm van landbouw in ontwikkelingslanden, in het bijzonder in de minst ontwikkelde landen. Er bestaan zo n 500 miljoen kleinschalige landbouwbedrijven in het Zuiden, waar zo n 2 miljard mensen wonen en werken. In vele delen van Afrika en Zuid-Azië zorgt deze landbouw nog altijd voor het grootste deel van de landbouwproductie 12. Over kleinschalige landbouwers bestaan verschillende meningen. Sommige auteurs gaan er vanuit dat deze vorm van landbouw zal/moet verdwijnen. De nadruk op kleinschalige landbouwers staat volgens hen de noodzakelijke productiviteitsgroei in de weg. 13 Na decennia van verwaarlozing van deze groep, is er de laatste 6-7 jaar ontegensprekelijk meer aandacht voor hen. In realiteit blijkt dat de oppervlakte die wereldwijd door kleinschalige boeren wordt bewerkt, toeneemt. Familiale landbouw wordt zeker niet alleen gedefinieerd door de grootte van het bedrijf. Een aantal kenmerken onderscheidt dit landbouwtype van andere vormen. 10 De familie staat centraal in het landbouwbedrijf. Ze levert arbeid, consumeert een deel van de productie en investeert in het bedrijf. Het familiegegeven zorgt ook voor beperkingen. Risico s die eigen zijn aan elk landbouwbedrijf, kunnen gevolgen hebben voor de hele familie. Activiteiten naast de boerderij zijn dikwijls een belangrijke bron van extra inkomen en zijn in die zin belangrijk om aan risicospreiding te doen. Kleinschalige boeren zijn vandaag zo goed als altijd op één of andere manier gelinkt aan een afzetmarkt. De volledig geïsoleerde producent is een grote uitzondering. Toch bestaan er overal nog vele landbouwers die voor hun voedselzekerheid in grote mate afhankelijk zijn van hun eigen voedselproductie. Ze verdienen daarnaast een klein inkomen uit hun arbeid. Familiale landbouwers zijn allesbehalve geïsoleerd. Ze zijn een deel van sociale netwerken die dikwijls op elkaar kunnen rekenen, bijvoorbeeld in de vorm van arbeid. Indien mogelijk organiseren ze zich in organisaties die economische functies kunnen vervullen of hun belangen kunnen verdedigen. Toch blijft een duidelijke scheidingslijn moeilijk. In Brazilië worden bedrijven onder de 50 hectare als klein beschouwd, terwijl een bedrijf van 5 hectare in Indië als een groot landgoed wordt gezien. In sommige landen worden andere criteria onderzocht om te bepalen wanneer een bedrijf familiaal en kleinschalig is. Zo wordt in Argentinië ook naar de legale registratie gekeken, naar het geïnvesteerde kapitaal en naar de arbeidscontracten van niet-familieleden. In Tanzania wordt gekeken naar de oppervlakte en het aantal dieren. Ivoorkust maakt een onderscheid tussen moderne en traditionele grootschalige landbouw. Kleinschalige landbouw is ook geen stilstaand gegeven. Kleinschalige landbouwbedrijven leveren bepaalde producten aan lokale markten en zijn constant in transformatie om in te spelen op signalen van die markten. Familiale landbouw wordt ook gedefinieerd als tegenhanger van grootschalig geïndustrialiseerde landbouw. Industriële landbouw is geen verschijnsel dat zich tot industrielanden beperkt. In vele landen in verschillende regio s in het Zuiden bestaat een grootschalig, kapitaalsintensief landbouwmodel dat zeer sterk op 11 Het Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling was een overlegplatform tussen ngo s (Noord-Zuid, milieu, vredesbeweging,...). 12 IFAD Conference on new directions for smallholdersagriculture, January P. Collier, S. Dercon, African Agriculture in 50 years, Smallholders in a rapidly changing world?, FAO Expert meeting on how to feed the world in 2050, June

8 de export gericht is. De wortels van dit systeem gaan vaak terug tot de kolonisatieperiode. In bepaalde landen is dit model veel sterker aanwezig dan in andere. Wat stelt die familiale landbouw voor op wereldvlak? Familiale of kleinschalige landbouw heeft het beeld voorbijgestreefd te zijn. Dit beeld is begrijpelijk vanuit een Europese context. Landbouwbedrijven zijn hier groter geworden, meer gemechaniseerd, commerciëler en marktgerichter. Dit gebeurde onder meer uit noodzaak om zich aan te passen aan de veranderende context. Het was ook het gevolg van een landbouwbeleid dat grootschaligheid bevorderde. Maar het landbouwbedrijf zoals we het kennen in Vlaanderen of België is helemaal niet de norm van hoe er wereldwijd aan landbouw wordt gedaan. Vooreerst zijn er enorme verschillen in grootte tussen boerderijen in de verschillende continenten. Een gemiddeld landbouwbedrijf in Europa is 17 x groter dan een bedrijf in Afrika of Azië. Een Noord-Amerikaans bedrijf is nog 4,5 x groter dan het Europese gemiddelde. In Latijns-Amerika beïnvloeden de enorme plantages en extensieve veeteeltbedrijven de gemiddelde grootte van een boerderij. Verhoudingen kleinschalige/industriële bedrijven. Bron: ETC group (2009) Er bestaat ook een grote regionale diversiteit inzake grootte van landbouwbedrijven. De zeer kleine bedrijven (kleiner dan 1 hectare) vind je zeer frequent in China en Indië. Bedrijven boven de 100 hectare zijn een fenomeen van Noord- en Zuid-Amerika en Oceanië. Regio Gemiddelde grootte boerderij (ha) Afrika 1,6 Azië 1,6 Latijns-Amerika, Caraïben 67 West-Europa 27 Noord-Amerika 121 Bron: IAASTD Global Report, 2008 Daarnaast zijn die kleinschalige bedrijven veel talrijker dan de bedrijven die we hier kennen. Wereldwijd zijn er zo n 525 miljoen landbouwbedrijven, die rechtstreeks een inkomen bezorgen aan 40 % van de wereldbevolking. Bijna 90 % van al deze bedrijven zijn kleine bedrijven die minder dan 2 hectare land bezitten. Deze kleine bedrijven bewerken 60 % van het hele landbouwareaal. 14 Regionale verdeling landbouwbedrijven volgens grootte. Bron: HLPE report 6 (2013) Meer dan 3 miljard mensen (bijna 50 % van de wereldbevolking) produceert voedsel via kleinschalige landbouw, stedelijke tuinbouw, jagen en verzamelen, vee hoeden, of kleinschalige visserij. Ze produceren op een manier die totaal los staat van grootschalige industriële productie. 15 En levert dit ook nog wat voedsel op? Verschillende cijfers wijzen alvast in die richting. ETC-group maakte de schatting dat tot 70 % van alle voedsel door bovenstaande mensen geproduceerd. 30 % komt uit de industriële voedselketen IAASTD, Global Report, ETC group, Who will feed us? Questions for the food and climate crisis,

9 kleinschalige boeren industriële landbouw jagers, verzamelaars, artisanale visserij stedelijk tuinbouw Verdeling voedselproductie, bron ETC group (2009). Volgens het IAASTD rapport komt in Afrika 90 % van de landbouwproductie van kleinschalige boerderijen (< 2 ha). 14 Twee derde van de wereldbevolking is voor zijn voedsel afhankelijk van landbouwbedrijven die veeteelt en gewassen combineren en integreren 16. De meer dan 1 miljard arme mensen (inkomen < 1 US$/dag) eten hoofdzakelijk voedsel van kleinschalige landbouwers. 17 Samengevat: er zijn op de wereld véél meer kleinschalige landbouwbedrijven dan industriële bedrijven, en ze produceren véél meer voedsel. Het is dus allesbehalve een uitstervende vorm van landbouw die in de geschiedenisboeken thuis hoort. Moderne landbouw of industriële landbouw? Kleinschalige of familiale landbouw wordt dikwijls getypeerd als tegenhanger van grootschalige industriële landbouw (zie hierboven). Het laatste model wordt dan als modern gepresenteerd. Maar wanneer is landbouw modern? Wat modern is, is voor een groot deel een waardeoordeel. Het is dus subjectief. Ook wanneer het over landbouw gaat, zegt het voorzetsel modern vooral iets over wat men van die landbouw vindt. De evolutie van landbouw in ons land wordt als ijkpunt genomen. Onze landbouw zoals die vandaag is, wordt modern genoemd. Landbouwsystemen met minder mechanisatie, minder grote oppervlaktes en meer handenarbeid worden als achterhaald beschouwd. Maar als je de landbouw in Vlaanderen vergelijkt met systemen in pakweg Noord-Amerika, Australië of Argentinië, dan is onze landbouw achterhaald en kleinschalig. Naast de stempel van modern te zijn, wordt er ook vanuit gegaan dat zo n modern landbouwsysteem beter is. Onder beter wordt dan verstaan productiever en efficiënter. Economische termen die de output (opbrengst van de productie) vergelijken met de input (kapitaal). Voor externe investeerders is het logisch dat investeringen in landbouw worden vergeleken met investeringen in andere sectoren en dat kan het best met economische indicatoren. Voor de eigenaar van een landbouwbedrijf zijn er andere niet-economische factoren die ook meetellen. Voor een kleinschalige landbouwer in pakweg Vietnam is er weinig reden om de productie van zijn graan, groenten, fruit of kleinvee te gaan vergelijken met een mega-stal in Argentinië, 16 M. Herero et al., Smart Investments in Sustainable Food Production: Revisiting Mixed Crop-Livestock Systems, Science, M. Herero et al., Drivers of change in crop livestock systems and their potential impacts on agro-ecosystems, services and human wellbeing to 2030, CGIAR Systemwide Livestock Programme,

10 Industriële landbouw is soms moeilijk herkenbaar als landbouw (foto: EPA) een akker in Oekraïne of een plantage in Honduras. De Vietnamese boer wil een inkomen verdienen waarmee hij zijn kinderen naar school kan sturen en hij wil wellicht beroep doen op de arbeid van familieleden. Hij wil kunnen investeren in zijn bedrijfje en voorbereid zijn op tegenslagen (hij wil dus zijn risico spreiden). Hij wil dat zijn overheid hem steunt en hem beschermd tegen dumping uit het buitenland. Zijn belangen zijn dus veel diverser dan de economische afweging over welk gewas hem de hoogste return on investment zal opleveren. En er zijn ook nog andere belanghebbenden die hun mening kunnen hebben over wat beter is. Voor wie naast een akker woont, is het beter dat er niet te kwistig met pesticiden in het rond wordt gespoten. Dit kan banaal lijken in onze context, maar is dit helemaal niet wanneer hele dorpen afhankelijk zijn van water dat vervuild is door landbouwactiviteiten. Deze modern-achterhaald voorstelling is geen exclusief Westerse kijk. Het SAGCOT 18 programma wil het Zuiden van Tanzania ontwikkelen door er massaal in grootschalige landbouw te investeren. In het investeringsdocument wordt commerciële landbouw omschreven als landbouw die gebruik maakt van moderne planning, productie, verwerking en marketingtechnieken. Commerciële landbouw wordt dus als modern gedefinieerd (en al wat niet commercieel is als voorbijgestreefd). In plaats van over moderne landbouw te spreken, lijkt industriële landbouw een betere term. Dit landbouwsysteem is een economisch geoptimaliseerde manier om veel producten aan een lage prijs te produceren. Producten die valoriseerbaar zijn als voedsel, maar ook als brandstof, veevoeder of grondstof voor een andere toepassing. Het doel van industriële landbouw is om met een bepaald kapitaal, zoveel mogelijk winst te maken. Dit leidde tot schaalvergroting. Zo konden kosten gedeeld worden over een grotere productie. Die schaalvergroting gaf de mogelijkheid tot specialisatie in enkele gewassen (monoculturen), maar ook specialisatie in hoogtechnologische machines. Deze evolutie speelde zich af in de loop van vorige eeuw. Een gevolg hiervan was dat het aantal land- en tuinbouwbedrijven continu daalde. De totale oppervlakte van alle bedrijven samen neemt echter minder snel af. De land- en tuinbouwbedrijven worden met andere woorden gemiddeld alsmaar groter. Een proces 18 Southern Agricultural Growth Corridor of Tanzania. Een partnerschap tussen overheid en privésector om in Tanzania grootschalige landbouwproductie te promoten. 10

11 dat nog altijd verder duurt. In dertig jaar tijd is de gemiddelde oppervlakte van de Belgische landbouwbedrijven meer dan verdubbeld, zowel in Vlaanderen (van 8,4 ha in 1980 naar 21,8 ha in 2010) als in Wallonië (van 20,8 ha naar 51,1 ha). 19 Een ander gevolg is het feit dat werkgelegenheid in de landbouw stelselmatig afnam. In België zijn in die 30 jaar 45 % van de banen verloren gegaan. In andere regio s (Noord- Amerika, Australië) is dit concentratieproces nog veel verder gegaan en dit resulteerde in enorm grote bedrijven. Dit werd mee mogelijk gemaakt door de lokale geografie en de geringe bevolkingsdichtheid. Dit industriële landbouwmodel heeft een aantal voordelen. Bij dit model steeg de productiviteit per hectare de afgelopen 40 jaar zeer sterk. Dit leidde ook tot steeds goedkopere voedselprijzen op de wereldmarkt (tot aan de voedselprijscrisis in 2007). Vele landen stemden daarom hun voedselvoorziening af op goedkope import. Dit werkte zolang de prijzen laag waren, maar veranderde drastisch met de voedselprijscrisis. Het industriële landbouwmodel wordt door de meeste overheden sterk ondersteund met o.a. infrastructuursteun, opleidingen, belastingvoordelen, subsidies,... Ook op vlak van wetenschappelijk onderzoek krijgt deze landbouw alle aandacht met als gevolg dat 96 % van alle onderzoek rond voedsel en landbouw plaats heeft in geïndustrialiseerde landen. Ook opmerkelijk: 80 % van dit onderzoek gaat over verwerking en verkoop van voedsel en niet over het landbouwaspect zelf. Op economisch vlak is het succes van dit model discutabel. Voor leveranciers van inputs (zaden, meststoffen, pesticiden, landbouwmachines,...) is het een zeer lucratief model gebleken. Voor landbouwers zelf klinkt het verhaal anders. Enerzijds zijn er door de concentratiebeweging enorm veel landbouwers uit de sector verdwenen. Dit kan bij sommigen een keuze geweest zijn maar velen werden economisch verplicht om te stoppen. Enkel door meer en efficiënter te produceren kan een bedrijf overleven en hiervoor heeft het gigantische investeringen nodig. Boeren bij wie het water aan de lippen staat, zijn gedwongen om hun bedrijf te verkopen. Wie wel blijft produceren, doet dit soms noodgedwongen aan een prijs die de kosten niet dekt. Zoals hierboven reeds vermeld, bestaat ook in veel landen in het Zuiden een industrieel landbouwmodel gericht op de export. Waarom investeren in familiale landbouw? Familiale landbouw is vandaag de hoeksteen van voedselzekerheid in vele landen. Het is de grootste bron van voedselproductie en de grootste vorm van werkgelegenheid in rurale gebieden. Maar deze landbouw is tegelijkertijd onderhevig aan grote veranderingen en wordt geconfronteerd met grote uitdagingen. Kleinschalige landbouw heeft voordelen inzake duurzaamheid, maar die komen niet vanzelf. Er is een enorm potentieel om de voedselproductie op te krikken en voedselzekerheid te verbeteren, maar dit komt ook niet zomaar uit de lucht vallen. De evolutie in landbouw in de laatste 5 decennia, was niet echt gunstig voor de familiale landbouwsector. Integendeel, vele overheden zagen wel heil in een grootschalige commerciële landbouwsector die exportgewassen produceerde. Een traditie die aansloot bij het koloniale verleden van vele landen. Vele Zuiderse landen werden verplicht hun steun aan hun landbouwsector af te bouwen. Publieke middelen voor familiale landbouw zijn sinds de jaren 80 enorm gedaald. Ten gevolge van structurele aanpassingsprogramma s (opgelegd door de Wereldbank) werd er gesnoeid in opleidingen, kredietverlening, opslag, transportinfrastructuur, toegepast onderzoek en adviesverlening. In dezelfde periode bleven industrielanden en opkomende economieën (China, Brazilië, Indië) volop hun landbouwsector steunen. De toekomst van landbouw werd enkel gezien in de richting van grootschalige industriële landbouw, met onder meer als gevolg dat millenniumdoelstelling 1 20 niet meer haalbaar is. 21 En toch is de wereldwijde productiestijging van de afgelopen 50 jaar voor een groot deel te danken aan kleine familiale landbouwers, in het bijzonder in Azië. 22 Vietnam werd van een voedselimporteur een belangrijke voedselexporteur, dankzij de ontwikkeling van zijn kleinschalige landbouwsector. De armoedegraad nam af van 58 % in 1979 tot onder de 15 % in % van de Vietnamezen leeft in rurale gebieden en landbouw is hun belangrijkste broodwinning. 23 Om doelstellingen rond voedselzekerheid, armoedereductie en economische ontwikkeling te halen, moet er dan ook zwaar geïnvesteerd worden in kleine familiale landbouwers FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie, Kerncijfers landbouw Millenniumdoelstelling 1: Terugdringen van honger en extreme armoede. 21 Sustainable agricultural productivity growth and bridging the gap for small family farms, Interagency Report to the Mexican G20 Presidency, April Steve Wiggins & Sharada Keats, Smallholder agriculture s contribution to better nutrition, ODI, IFAD, Food prices: Smallholder farmers can be part of the solution,

12 Kleinschalige landbouwers kunnen voedselzekerheid positief beïnvloeden op verschillende manieren: 22 - door meer voedsel te produceren is er meer voedsel lokaal beschikbaar - het verhoogde aanbod zal de lokale voedselprijs drukken, waardoor dit bereikbaar wordt voor meer mensen - het inkomen van landbouwers en landarbeiders kan stijgen. Dit wordt ten dele terug in het landbouwbedrijf geïnvesteerd. - een toegenomen productie en consumptie zal andere activiteiten stimuleren in de lokale economie (handel, verwerking van producten, opslagvoorzieningen bouwen,...). Wanneer familiale landbouw de nodige steun krijgt van overheid inzake beleid en investeringen, kan het effectief bijdragen aan voedselzekerheid en voedselsoevereiniteit en een significante bijdrage leveren aan de economische groei in een land. Deze landbouw kan ook in belangrijke mate bijdragen aan de instandhouding van biodiversiteit en aan de bescherming van natuurlijke hulpbronnen. De belangrijkste investeringen in familiale landbouw gebeuren vandaag door de kleinschalige boeren zelf. In de eerste plaats in de vorm van arbeid (kleine infrastructuurwerken), maar ook door verbeteringen van werktuigen en selectie van zaden en dieren. Een zeer belangrijke investering is die in bodemvruchtbaarheid. Door jarenlang volgehouden oordeelkundige ingrepen en beschermingsmaatregelen tracht men landbouwgrond te verbeteren en de vruchtbaarheid in stand te houden, wat een belangrijk aspect van kapitaalsvorming inhoudt. 10 Om de productiviteit per hectare van de nu al hoge graanproductie in Europa met 1 ton omhoog te krijgen moeten enorme investeringen gedaan worden, met wellicht grote ecologische gevolgen. Met een fractie van die middelen kan de lage productiviteit in Afrika op een duurzame manier omhoog gebracht worden. Eén ton meer per hectare betekent daar een verdubbeling van de graanproductie. En het voedsel kan er geproduceerd worden door wie het nodig heeft. 65 Investeren in familiale landbouw mag dan wel een groot potentieel hebben, de realiteit leert dat er heel wat hindernissen bestaan die deze investeringen verhinderen of minder interessant maken. Toegang tot vruchtbaar land en water is cruciaal en net die toegang is dikwijls problematisch. Voor vrouwen is het bovendien nog moeilijker dan voor mannen. Ook toegang tot krediet, werktuigen, kwalitatief zaaigoed is dikwijls niet gegarandeerd. Afzetmarkten zijn dikwijls onbereikbaar. Wanneer markten toch bereikbaar zijn, is er dikwijls een groot onevenwicht tussen de marktpartijen in het nadeel van kleinschalige boeren. Handelaars hebben meer kennis over de marktprijzen of hebben gewoon meer economische macht en kunnen verkopers dwingen om hun voorwaarden te aanvaarden. Dit moedigt investeringen niet aan. Het is voor familiale landbouwers dus cruciaal om zich te kunnen/mogen verenigen, wat in vele regio s problematisch is. Heel wat overheden staan immers niet te wachten op boeren die voor hun rechten opkomen. Lukt het toch, dan is er nog geen garantie dat het beleid ook rekening houdt met hun standpunten. 12

13 Terug naar de landbouw van vroeger? Het is hierboven al aangehaald wanneer werd vastgesteld dat industriële landbouw wordt gelijkgesteld met moderne landbouw. Kleinschalige familiale landbouw wordt voorgesteld als iets van het verleden. Dit is een verkeerde voorstelling. Wanneer we stellen dat we kleinschalige familiale landbouw moeten promoten, wil dit niet zeggen dat we een lans breken voor een soort overlevingslandbouw. Het is duidelijk dat Niemand wil terug naar een achterhaald, niet-productief landbouwsysteem. Maar kleinschalige familiale landbouw is niet noodzakelijk achterhaald en is ook niet gedoemd om minder productief te zijn. die kleinschalige familiale landbouw vandaag dikwijls helemaal niet productief genoeg is. Opbrengsten per hectare zijn vandaag te laag in heel wat plaatsen. Dit is zeker het geval in Afrika, waar de laatste 50 jaar de hoeveelheid lokaal geproduceerd voedsel per persoon gelijk bleef, daar waar het in alle andere continenten toenam. Dit hoeft ook niet te verbazen als blijkt dat die familiale landbouw meer tegenwerking dan steun kreeg. Zeker de Afrikaanse landbouw kende decennia van alsmaar afnemende investeringen in landbouw en minder en minder toegepast onderzoek door overheden en donoren. 24 We willen wel aangeven dat die landbouw nog heel wat potentieel heeft om te groeien, om productiever te worden. En we stellen vast (zie ook hieronder) dat dit op een duurzame wijze kan: zonder de biodiversiteit te ondermijnen, zonder het grondwater te vervuilen en zonder bij te dragen aan klimaatverandering. Het duurzaam verbeteren van die familiale landbouw is dus een veel modernere visie dan het voortborduren op niet-duurzame recepten van 70 jaar geleden. Kleinschalige landbouwers kunnen het voortouw nemen in de noodzakelijke transformatie van landbouw in de wereld The Government Office for Science, Foresight Project on Global Food and Farming Futures, Synthesis Report C9: Sustainable intensification in African agriculture analysis of cases and common lessons, IFAD, UNEP, Smallholders, food security, and the environment,

14 Hoe duurzaam is landbouw? Als er één constante is in alle toekomstplannen voor landbouw, althans op papier, dan is het dat die toekomst duurzaam moet zijn. Vandaag is de landbouwsector op een aantal vlakken geen toonbeeld van duurzaamheid (de sector is hierin natuurlijk niet uniek). We hebben het dan zowel over ecologische als over socio-economische duurzaamheid. Voor landbouw is ecologische duurzaamheid wel cruciaal. Biodiversiteit, zuiver water, stabiliteit van het klimaat, vruchtbare grond,... zijn elementen die veel belangrijker zijn voor de landbouw dan voor andere sectoren. Het is in het belang van heel de landbouwsector dat die natuurlijke hulpbronnen niet ondergraven worden. Het industriële landbouwmodel zit met een groot probleem op dit vlak en kreeg heel wat terechte kritiek te verwerken. De huidige praktijken in de industriële landbouw ondermijnen de ecologische onderbouw van alle landbouw en bedreigen zo de toekomstige voedselproductie. Op sociaaleconomisch vlak zorgde de industriële landbouw voor een concentratiebeweging. Vele kleine en middelgrote landbouwbedrijven verdwenen en werden overgenomen door grotere bedrijven (zie hierboven). In bepaalde regio s resulteerde dit in gigantisch grote bedrijven. Deze beweging gaat vandaag nog altijd verder. De sociaaleconomische impact van industriële landbouw in het Zuiden is nog een stuk groter. Toen de mechanisatie van de landbouw bij ons werd ingezet (begin 20 e eeuw) ging dit samen met een grote vraag naar arbeid in de industrie. Landarbeiders en boerenknechten vertrokken naar beter betaalde banen in fabrieken. Een gelijkaardige uitstoot van arbeid vindt plaats in regio s in het Zuiden waar helemaal geen alternatief is inzake werkgelegenheid. Boeren die niet meer kunnen concurreren met goedkope grootschalige productie (dikwijls ingevoerd) hebben geen mogelijkheden in een andere sector die op zoek is naar arbeid. Ook de Europese voedselexport heeft zo landbouwsectoren in het Zuiden ontwricht. 26 De arbeiders op grootschalige landbouwbedrijven werken dikwijls in onzekere en gevaarlijke omstandigheden. Jaarlijks sterven mensen door blootstelling aan pesticiden en 3 miljoen mensen krijgen hierdoor te maken met vergiftiging, kanker of achteruitgang van de vruchtbaarheid. 65 Grootschalige landbouw maakt in toenemende mate gebruik van gastarbeid. In vrijwel alle regio s in Noord en Zuid wordt gezocht naar arbeid die goedkoper is dan het plaatselijke aanbod. Migrerende arbeiders blijken dikwijls veel kwetsbaarder te zijn voor uitbuiting, zeker wanneer ze niet aan alle migratiewetten voldoen. 27 Dikwijls gaat het over seizoensarbeid, waardoor werkzekerheid maar voor een beperkte periode geldt. Op ecologisch vlak zijn de problemen gelinkt aan industriële landbouw gekend. Landbouw is de belangrijkste oorzaak van ontbossing. De industriële palmoliecultuur is vandaag verantwoordelijk voor 22 % van de wereldwijde boskap. 28 Grootschalige landbouw is enorm afhankelijk van fossiele brandstoffen, zowel voor de mechanisatie, de productie van kunstmest als voor het transport van de productie. Omwille van die ontbossing en het energiegebruik is de bijdrage van de industriële landbouw aan de toename van broeikasgassen enorm. 13,5 tot 15 % van de jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen wordt direct aan landbouw toegeschreven. 29 Monoculturen putten de bodem uit, waardoor steeds meer kunstmest nodig is. Op wereldschaal is 25 % van de landbouwgrond in grote mate gedegradeerd. 30 Bijna de helft van de vervuiling in Noord- Amerikaanse waterlopen is afkomstig van industriële landbouw. 31 Pesticidegebruik in de V.S. veroorzaakt een jaarlijkse kost van 1,1 miljard dollar aan volksgezondheid. 32 Door bovenstaande vervuiling en door de specialisatie in één gewas op enorme oppervlaktes, ondermijnt grootschalige landbouw de biodiversiteit. Landbouw is nochtans gebaat bij voldoende biodiversiteit. Zo zijn vele gewassen in de fruit-, groenten- en zaadteelt afhankelijk van bestuiving door insecten. 26 Jean Ziegler: The E.U. is 100 % responsible for agricultural dumping, which is actively supported by France, 25/11/2011, Presseurop. 27 ILO, Decent Work in Agriculture, Jeremy Hance, Tropical deforestation is one of the worst crises since we came out of our caves, IPCC, Climate Change, Synthesis Report, CFS- High Level Panel of Experts, Food Security and Climate Change, Andere bronnen (Grain, Greenpeace) gebruiken een veel bredere berekeningsbasis en komen aan veel hogere percentages. 30 OECD-FAO Agricultural Outlook, U.S. Environmental Protection Agency. Rivers and Streams, in National Water Quality Inventory: Report U.S. EPA. August Pimentel, D.. Environmental and economic costs of the application of pesticides primarily in the United States. Environment, Development and Sustainability 7: ,

15 Een rapport, gepubliceerd door de CGIAR in , maakt een uitgebreid en beangstigend overzicht van de negatieve gevolgen van industriële landbouwtechnieken gericht op productiviteitsverbetering. De industriële vleesproductie tenslotte, is een uiterst inefficiënte manier om schaarse middelen als landbouwgrond en water te gebruiken. Vandaag wordt al 70 % van alle landbouwgrond (inclusief weides) of 33 % van het akkerland gebruikt voor vleesproductie. 34 De EU heeft voor de netto-invoer van voedingsmiddelen een oppervlakte van 35 miljoen hectare grond buiten Europa nodig. Dit komt overeen met de oppervlakte van Duitsland. Landbouw gebruikt wereldwijd 70 % van het zoet water. Water dat in sommige regio s schaars is en dikwijls nog schaarser wordt. Is familiale landbouw duurzaam? Maar wat stelt kleinschalige familiale landbouw hier tegenover? Het is wat simpel om te stellen dat het duurzaam is omdat het kleinschalig is. Toch zijn een heel aantal voordelen aan dit kleinschalige karakter gelinkt. Door de nadruk op arbeid i.p.v. kapitaal is familiale landbouw vandaag dé sector die werk verschaft in rurale gebieden. Het is dé manier bij uitstek voor honderden miljoenen armen om rond te komen en om hun voedselzekerheid veilig te stellen. Familiale landbouw is de basis van de rurale samenleving in heel veel landen. Maar het is ook een tweesnijdend zwaard, omdat die familiale landbouw in vele gevallen op termijn weinig zekerheid kan bieden. Door klimaatveranderingen wordt het op vele plaatsen moeilijker om aan landbouw te doen. Een gebrek aan infrastructuur, ondersteuning en toegang tot afzetmarkten speelt hen parten. Concurrentie met grootschalige landbouw en met goedkope import maakt het nog moeilijker en leidde in verschillende regio s tot een afbraak van lokale kleinschalige productie. Is kleinschalige landbouw ecologisch duurzamer? Heel dikwijls wel. Door minder mechanisatie, minder gebruik van kunstmest en omwille van het feit dat het overgrote deel van de productie lokaal geconsumeerd wordt, is deze landbouw veel minder afhankelijk van fossiele brandstoffen en draagt ze veel minder bij aan de klimaatopwarming. Familiale landbouw richt zich doorgaans op verschillende culturen. Er wordt afgewisseld, minder pesticides en kunstmest worden gebruikt, wat de biodiversiteit ten goede komt. Ggo s spelen nauwelijks een rol bij kleinschalige familiale landbouwers. Een belangrijke nuance is dat deze ecologische voordelen er niet altijd zijn en dat ze ook niet altijd het gevolg zijn van bewuste keuzes. Het mindere gebruik van kunstmest en pesticides, heeft dikwijls te maken met de kostprijs ervan. Voor veel familiale boeren is dit gewoon te duur. Ggo s zijn al helemaal onbetaalbaar. Daarnaast zijn er aardig wat voorbeelden van kleinschalige landbouwers die er niet bepaald duurzame landbouwpraktijken op nahouden. Wanneer familiale boeren worden ingeschakeld in contractteelt 35, en zo de mogelijkheid hebben om inputs aan te kopen, is het bijvoorbeeld goed mogelijk dat er zeer royaal met pesticiden en kunstmest wordt rondgestrooid. Het is daarom juister om te stellen dat kleinschalige landbouw het potentieel heeft om véél duurzamer om te gaan met bodem, water en lucht. En op vele plaatsen wordt dit vandaag al succesvol in de praktijk gebracht. Biologische landbouw De landbouw van de toekomst moet duurzamer zijn. In onze context maken we dan heel snel de link naar biolandbouw. Biologische landbouw is als term goed ingeburgerd. Maar het is niet altijd duidelijk wat eronder valt en wat niet. Is dit de landbouw van de toekomst? Is het totaal anders? Of is het een nichemarkt die voedsel vooral duurder maakt? Oorsprong De biologische landbouwbeweging ontstond in Europa na WO I. Dit is vóór de grote doorbraak van mechanisering, chemische bestrijdingsmiddelen en kunstmest 36 (na WO II). De pioniers van de biolandbouw zagen in dat de traditionele landbouw vernieuwing nodig had aan het einde van de 19 e eeuw. Zij zagen die vernieuwing uitdrukkelijk niet in de richting van het stroomlijnen van landbouw in een industrieel proces, maar in een vergaande wetenschappelijke verdieping van de kennis over levensprocessen, ecosystemen en agro-ecologie. 37 De Engelse botanist Sir Albert Howard ( ) wordt beschouwd als de vader van de moderne biolandbouw. 33 Maredia M., Pingali P., Environmental Impacts of Productivity-Enhancing Crop Research: A Critical Review, TAC secretariat FAO, Vlaams Parlement, 1628 ( ) Nr. 1, Gedachtenwisseling met de heer O. De Schutter, 22/05/ Zie begrippenlijst achteraan. 36 Zie begrippenlijst achteraan. 37 Biologische landbouw, pionier in de transitiebeweging,

16 De mainstream landbouw in de industrielanden is duidelijk een andere richting ingeslagen. In de plaats van een focus op een evenwichtig systeem, koos men voor een focus op één facet van het systeem: een bepaald product. Het doel was de opbrengst van dat ene product te maximaliseren, ongeacht de gevolgen voor de rest van het ecosysteem. Het zijn de gevolgen van dit landbouwsysteem die - samen met milieuschandalen gelinkt aan andere industrieën - de biolandbouw in de tweede helft van de 20 e eeuw van een aanbodgestuurde markt in een vraaggestuurde markt veranderde. Consumenten kozen voor bio omwille van gezondheidsredenen, vertrouwen, ecologische overtuiging,... In 1972 werd IFOAM 38 opgericht. Pas in 1986 werd voor het eerst een bundel voorschriften en een controleplan door een overheid gehomologeerd. De EU volgde later met een erkenning en regulering van de biologische landbouw. Principes Biologische landbouw en voeding is een verzamelnaam voor landbouwmethoden en voedingsmiddelen die voldoen aan bepaalde eisen op het gebied van milieu, natuur en landschap, het welzijn van dieren en productiemethoden. Waaraan deze methoden moeten voldoen is internationaal beschreven, vastgelegd in wetgeving en wordt ook nauwgezet gecontroleerd. Toch worden op verschillende plaatsen principes gehanteerd die licht verschillen. In het Strategisch Plan Biologische Landbouw luidt het: De biologische productie is een alomvattend systeem van landbouwbeheer en levensmiddelenproductie waarbij de beste praktijken op milieugebied worden gecombineerd met een hoog niveau van biodiversiteit, de instandhouding van natuurlijke hulpbronnen, de toepassing van strenge normen op het gebied van dierenwelzijn en een productie die is afgestemd op de voorkeur van bepaalde consumenten voor producten die worden vervaardigd met natuurlijke stoffen en procedés. Het Plan heeft als doelstelling om de bio-sector te laten groeien en te laten aansluiten op de markt om zodoende tot verduurzaming van landbouw en maatschappij te komen. IFOAM gebruikt een bredere definitie die verder gaat dan enkel aandacht voor de manier van produceren: Biologische landbouw is een systeem van landbouwproductie dat streeft naar de productie van gezonde voeding en textiel. Biologische producten worden geteeld en geoogst op een manier die het hele ecosysteem onderhoudt en verbetert. Het sluit gebruik uit van synthetische meststoffen, pesticiden, groeiregulatoren, additieven in dierenvoer en genetisch gewijzigde organismen. Dieren die biologisch worden gekweekt zitten in een omgeving die hun gezondheid ten goede komt. Gezond vanuit ecologisch, maar ook vanuit sociaal en economisch standpunt. Respect en eerlijkheid zijn belangrijk in de hele keten van landbouwer tot consument. De hele biologische productieketen (dit gaat veel verder dan wat er op een veld groeit), van boer tot winkelier, moet zich houden aan de regels van de EU-verordening (EG 834/2007). Voor de biologische productie van primaire landbouwproducten, levensmiddelen, veevoeder, zaaizaad en aquacultuur is er een officieel erkend lastenboek gebaseerd op de productieregels, vastgelegd bij Europese regelgeving. Alle partijen worden onderworpen aan inspecties. Zo wordt de naleving van de regels verzekerd. Conventionele boeren moeten eerst een omschakelingsperiode van minstens twee jaar doorlopen voordat ze landbouwproducten kunnen gaan produceren die als biologisch op de markt worden gebracht. 40 Het gebruik van de term bio op deze producten zoals vlees, groenten, bier, brood en koffie is wettelijk beschermd. Landbouwers en andere bedrijven die deze producten telen, verwerken of verhandelen staan onder controle van een door de overheid erkend controleorgaan. De markt voor bioproducten is vandaag een zeer klein deeltje van de totale markt in landbouwproducten, maar het is wel een groeimarkt. In België hadden bioproducten in 2010 Evolutie biolandbouw in België. Bron: Kerncijfers landbouw IFOAM (International Federation of Organic Agricultural Movements) is de koepelorganisatie van biologische landbouwbewegingen. IFOAM telt vandaag 800 leden in 120 landen. 39 Ondertekend op 7 februari 2013 door de Vlaamse Minister van Landbouw en vertegenwoordigers van BioForum Vlaanderen, Boerenbond, het Algemeen Boerensyndicaat en VLAM. Zie: pdf 40 Europese Commissie, Landbouw en Plattelandsontwikkeling. 16

17 een marktaandeel van 1,8 %. 41 Dit ligt net onder het gemiddelde in de industrielanden. Het aantal ondernemingen dat aan biolandbouw doet, en de oppervlakte die ervoor gebruikt wordt, nemen toe. Maar dit blijkt voornamelijk in Wallonië het geval te zijn. In de EU-27 groeide het biologisch areaal verder met 7 % en bedroeg 9,2 miljoen hectares (2010). In het Zuiden Biolandbouw is niet gelijkmatig verdeeld over de verschillende continenten. Oceanië en Europa hebben verhoudingsgewijs heel wat meer hectare erkende biolandbouwgrond dan de andere continenten. In Azië, Afrika en Zuid-Amerika gaat het om minder dan 1 % van de landbouwgrond. 42 Bioproducten uit het Zuiden worden voor het overgrote deel geconsumeerd in het Noorden. Het is dus een exportmarkt bij uitstek. De vraag én koopkracht voor deze producten is vele malen groter in het Noorden. Zuid-Amerika exporteert voornamelijk biologische bananen, koffie en cacao. Azië exporteert voornamelijk biorijst en biothee terwijl Afrika vooral biologisch exotisch vers fruit, gedroogde groenten, koffie en oliën uitvoert. Biologische landbouw biedt ontwikkelingskansen voor landbouwers in het Zuiden. In het Noorden blijft de sterke vraag naar deze producten ook in tijden van crisis overeind. De prijs die betaald wordt voor bioproducten ligt aanzienlijk hoger dan die van de niet-bio varianten. Biologisch produceren spaart enerzijds kosten (pesticiden, kunstmest, zaaigoed), maar is duurder aan arbeidskrachten. Een belangrijke kost is de prijs die verbonden is aan controle en certificering. Als bioproducten bijvoorbeeld naar Europa worden geëxporteerd, moeten die voldoen aan alle EU-criteria inzake biolandbouw. Hiertoe zijn controle en een certificeringssysteem ter plaatse nodig, en dat kost geld. Ook geldt er, zoals voor Europese boeren, een overgangsperiode waarin men nog niet kan profiteren van een hogere bioverkoopprijs, maar wel al bepaalde investeringen moet doen. Om deze kosten te delen, verenigen producenten zich vaak in coöperatieven. Biologische landbouw biedt de boeren ook het voordeel om onafhankelijk te blijven van de agribusiness, die dikwijls een grote machtspositie verwierf in de verkoop van zaden, meststoffen en pesticiden. Biolandbouw verschaft meer werk en vermijdt blootstelling van werknemers aan pesticiden. Toch is biologische landbouw zoals we die hier kennen wellicht niet dé oplossing in alle regio s in het Zuiden. Het dure certificeringssysteem heeft (voorlopig) enkel nut wanneer de productie gelinkt is aan een exportmarkt. Produceren voor de export vraagt een niveau van organisatie, kwaliteit en continuïteit die niet voor iedereen haalbaar is, zeker niet op korte termijn. Terwijl het overgrote deel van de familiale landbouwers in het Zuiden tenminste een deel van hun productie tracht te verkopen, gaat dit bij een zeer kleine minderheid over export. Het kan ook nooit de bedoeling zijn om elke boer in het Zuiden in te schakelen in een exportmarkt. Maar uiteraard blijft het heel zinvol om boeren die wel gelinkt zijn aan een exportmarkt, of die het potentieel hebben om voor zo n markt te produceren, te ondersteunen om de stap naar biolandbouw te zetten. De certificering van bioproducten is een systeem dat toelaat om producten van biolandbouw te kunnen onderscheiden van andere producten. Door dit onderscheid te maken, kan er een meerprijs gevraagd worden. Cijfers van een Peruviaanse coöperatie. Bron: BTC 41 VLAM, Verdere groei van biobestedingen in BTC, Biologische landbouw in landen van het Zuiden, kansen voor duurzame ontwikkeling,

18 Maar ook zonder de certificering blijven natuurlijk veel positieve elementen van biolandbouw overeind. Biolandbouw slaagt erin om traditionele kennis en praktijken te combineren met een modern, ecologisch landbouwsysteem zonder het gebruik van kunstmest, pesticiden of ggo s. Biolandbouw gebruikt hiertoe technieken zoals gewasdiversificatie, stikstofbindende gewassen (en andere gewassen die synergieën opleveren), gewasrotatie, biologische plaagbestrijding, lokaal aangepaste zaden en rassen,... Op deze manier wordt het lokale ecosysteem versterkt en weerbaarder gemaakt, terwijl mainstream landbouw dit ecosysteem afbreekt met een overdaad aan externe inputs. 43 Gezondheidsvoordelen, werkgelegenheid, onafhankelijkheid, diversiteit in gewassen, ecologische voordelen,... kunnen ook zonder de hogere verkoopprijs een motivatie zijn om duurzamer te produceren. Agro-ecologie Als begrip is biolandbouw redelijk goed ingeburgerd, bioproducten behoren nu tot het normale aanbod in de winkels. Maar biolandbouw is niet de enige manier om duurzaam aan landbouw doen. Sommige (bv. biodynamische landbouw) gaan verder dan de vereisten van biologische landbouw en hanteren bijkomende voorwaarden, met een extra keurmerk. 44 Maar landbouw kan ook duurzaam zijn door het volgen van een aantal principes, zonder dat daar een keurmerk bij komt kijken. In dit licht krijgt agro-ecologie de afgelopen jaren steeds meer aandacht. Agro-ecologie is de toepassing van ecologie op het bestuderen, ontwerpen en beheren van voedselsystemen. Agro-ecologie verbetert het landbouwsysteem door natuurlijke processen na te bootsen en zo te zorgen voor gunstige wisselwerkingen in het landbouw-ecosysteem. 45 Deze wetenschap zoekt naar een optimalisering van het hele landbouwsysteem, niet enkel naar een manier om uit die ene plant een zo groot mogelijke opbrengst te halen. Agro-ecologie gaat uit van het verhaal van het genoeg dat stelt dat er ecologische en sociale grenzen zijn die moeten gerespecteerd worden. Aanvankelijk was agro-ecologie vooral een wetenschappelijke discipline die onderzoek deed naar de toepassing van ecologisch methodes in landbouw. Een invulling die vandaag ook nog geldig is. Agro-ecologie werd meer toegepast in de jaren 60 en 70, deels als reactie op de groene revolutie. 46 Vanaf de jaren 70 Principes van Agro-ecologie Recyclage van voedingsstoffen (nutriënten) op het landbouwbedrijf, in plaats van telkens opnieuw voedingsstoffen (kunstmest) toe te voegen. Gunstige groeiomstandigheden voor planten waarborgen door het humusgehalte in de bodem te verhogen en het bodemleven te verbeteren. Dat veronderstelt een sterke vermindering van het gebruik van externe chemische middelen. Zonlicht, water en bodem worden maximaal als hulpbron gebruikt en zo weinig mogelijk verspild. Genetische diversiteit, zowel binnen gewassen en rassen (verschillende soorten van een gewas) als tussen gewassen en rassen (niet enkel granen, maar ook groenten, bomen, ) wordt gepromoot. Dit staat haaks op de monocultuursystemen waar genetische diversiteit zo veel mogelijk wordt beperkt. Goedaardige interacties (zoals een boom die schaduw geeft aan het gewas eronder) tussen verschillende elementen van de agrobiodiversiteit worden gestimuleerd. wordt agro-ecologie ook gedefinieerd als een beweging. In de jaren 90 vond agro-ecologie haar weg naar onderwijs en onderzoek aan Amerikaanse en Europese universiteiten. 47 Nog recenter was de focusverschuiving van enkel landbouw naar het hele voedselsysteem (productie, verdeling en consumptie). Agro-ecologie werd zo de studie van de ecologie van het voedsel- 43 Nadia El-Hage Scialabba, Organic agriculture and foods security in Africa, FAO, Demeter is het keurmerk voor biodynamische productie. 45 Bioforum Vlaanderen, Zie begrippenlijst achteraan. 47 Zie bijvoorbeeld de Groupe Interdisciplinaire Belge de Recherche en Agroécologie du FNRS (GIRAF): 18

19 systeem, waaronder, naast ecologische, ook sociale en economische dimensies vallen. 49 Agro-ecologie is zeer kennis-intensief en is gebaseerd op technieken die verkregen werden door praktijkkennis en experimenten van landbouwers. Agro-ecologie is complementair aan bepaalde andere technieken zoals gewasverbetering, maar het gaat verder. Terwijl gewasverbetering bijvoorbeeld gericht kan zijn op het produceren van meer droogteresistente gewassen, zal agro-ecologie ook die betere gewassen zoeken, maar tegelijkertijd ook nagaan hoe die droogteresistentie kan verbeterd worden door de bodem te verbeteren en de plantwijze aan te passen. Het doel is hier om tot droogteresistente landbouwsystemen te komen, veeleer dan enkel droogteresistente gewassen. 48 Het begrip is dus niet echt nieuw 49, maar zeker in het Noorden bleef het lange tijd ondergesneeuwd door het productieverhaal. Agro-ecologie geniet zeker niet de bekendheid van biolandbouw. Er zijn ook nergens agro-ecologische wortelen te koop. Toch duikt het begrip meer en meer op als alternatieve manier om aan landbouw te doen en voedsel te produceren. Het IAASTD rapport 50 brak in 2008 een lans voor agro-ecologie. In het rapport onderzoeken meer dan 400 experten uit meer dan 50 landen hoe we beter gebruik kunnen maken van landbouwwetenschap, -kennis en -technologie om honger en armoede te bestrijden en een evenwichtige en duurzame ontwikkeling te bevorderen. Bij het rapport waren zowel beleidsmakers als boeren, industrie, consumenten, wetenschappers, ngo s en andere middenveldorganisaties betrokken. Agro-ecologie wordt naar voor geschoven als methode die het potentieel heeft om armoede terug te dringen en op een duurzame manier voldoende voedsel te produceren. Ook Olivier de Schutter 51, speciaal rapporteur over het recht op voedsel bij de VN, is een groot pleitbezorger van agro-ecologie. Internationale boerenbewegingen als Via Campesina 52 hebben de methode omarmd. We spreken hier niet enkel over de toekomst: agroecologie wordt vandaag al toegepast op heel wat plaatsen. Agroforestry in Malawi of Tanzania, erosiebestrijding in West-Afrika of ecologische pestbestrijding bij rijstteelt in China, India en de Filippijnen leiden tot significant hogere opbrengsten. Agro-ecologische velden bleken ook veel minder schade opgelopen te hebben na de doortocht van de orkaan Mitch in 1998 in Nicaragua en Guatemala O. De Schutter, Agroecology and the right to food, UN, Wezel et al., Agroecology as a science, a movement and a practice. A review, International Assessment of Agricultural Knowledge, Sciene and Technology, Agriculture at a crossroads, O. De Schutter, G. Van Locqueren, The New Green Revolution: How Twenty-First-Century Science Can Feed the World,

20 Agro-ecologie en biolandbouw Agro-ecologie en biolandbouw zijn duidelijk verwant aan elkaar. Beiden trachten landbouwproductie te verzoenen met ecologische en sociale grenzen. Bioforum Vlaanderen noemt biologische landbouw een gecertificeerde vorm van agro-ecologische landbouw. Niet iedereen is het daarmee eens. Voor een deel is biolandbouw ook geïndustrialiseerd. Onder druk van supermarkten wordt ook in de bio-sector grootschalige productie gestimuleerd. Producenten worden verplicht om aan steeds lagere prijzen te produceren. Daardoor kunnen de biologische productieregels zwaar onder druk komen te staan. 54 Onderzoek in de V.S. toonde aan dat biologische productie niet voldeed aan de agro-ecologische principes. Voornaamste oorzaak was de competitieve economische en marketing-omgeving waarin geproduceerd moest worden. Boeren haalden als voorbeeld de eis naar esthetisch perfecte producten aan. 55 Sommigen voeren aan dat biolandbouw het potentieel van duurzame landbouw helemaal niet goed benut. Biolandbouw concentreert zich op het weren van chemische inputs, zonder het monocultuursysteem in vraag te stellen. Door enkel ecologische problemen aan te pakken, biedt biolandbouw geen alternatief voor sociaal-economische problemen van het industriële landbouwsysteem. 56 Hierbij moet opgemerkt worden dat het niet de principes van biolandbouw op zich die een probleem vormen. De brede definitie van IFOAM (zie hierboven) zit helemaal in de lijn van agro-ecologie. Maar biologische landbouw produceert vandaag in een commerciële logica waardoor een deel van de principes onder druk komen te staan. Multifunctionaliteit van landbouw Mensen doen aan landbouw om gewassen te produceren. Die gewassen zijn nodig voor voedsel, maar ook voor vezels (bv. katoen) en hout. Ze kunnen verkocht worden en zijn dus handelswaar. Maar landbouw doet meer dan het produceren van handelswaar en verschilt hierin sterk van andere economische sectoren. Landbouw is multifunctioneel. Naast de productie van handelswaar zijn er ook een reeks andere gevolgen. Het gaat hier bijvoorbeeld om milieubescherming, het behoud van een landschap, het tegengaan van klimaatverandering, rurale werkgelegenheid of voedselzekerheid, maar ook sociale cohesie, culturele diversiteit,... Naast deze positieve elementen, die vaak de vorm van publieke goederen 57 aannemen, kan landbouw ook negatieve effecten of externaliteiten 57 produceren. Landbouw kan de biodiversiteit vernietigen, het grondwater vervuilen, CO² uitstoten, werkgelegenheid aantasten, de gezondheid van landarbeiders aantasten,... Agro-ecologie houdt expliciet rekening met deze multifunctionaliteit. Wanneer industriële landbouw het grondwater vervuilt door overbemesting, moeten er bijkomende maatregelen genomen worden om dat grondwater weer te zuiveren. Maatregelen die vaak door derden (de belastingbetaler) worden gefinancierd. Die klassieke landbouw wordt immers verondersteld zoveel mogelijk te produceren aan een lage prijs. Agro-ecologie zal trachten om zowel veel te produceren als de kwaliteit van het grondwater te beschermen. In de klassieke landbouw draait de hele maatschappij op voor deze externaliteiten. In de agroecologie worden deze externaliteiten van bij de opzet van het systeem zoveel mogelijk vermeden. Positieve effecten worden zoveel mogelijk nagestreefd. Kan kleinschalige duurzame landbouw voldoende voedsel produceren? Familiale landbouw, al dan niet biologisch gecertificeerd en al dan niet nauwgezet volgens agro-ecologische principes, biedt duidelijk heel wat voordelen. Maar een belangrijk punt is hoe productief die systemen zijn. Grootschalige industriële landbouw heeft het imago veel productiever te zijn. Hieruit wordt afgeleid dat enkel die grootschalige landbouw in de toekomst de gestegen wereldbevolking zal kunnen voeden. In één beweging wordt gesteld dat het dus die kleinschalige landbouw is die ontbossing veroorzaakt, omdat die veel meer ruimte zou nodig hebben. Dit beeld is een grote misvatting en volgt uit een reductionistische visie dat biologische of duurzame landbouw een soort conventionele landbouw is maar dan zonder de kunstmest en pesticiden. Kleinschalige landbouwbedrijven moeten qua productiviteit in principe niet onderdoen voor grotere bedrijven. Heel wat onderzoeken tonen aan dat 54 Landwijzer, Schaalgrootte in de landbouw: grootschalig versus kleinschalig, Julie Guthman, Raising organic: An agro-ecological assessment of grower practices in California, Rosset & Altieri, Agroecology versus input substitution: a fundamental contradiction of sustainable agriculture, Zie begrippenlijst achteraan. 20

Arm en Rijk. Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten

Arm en Rijk. Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten Arm en Rijk Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten 2.1 Rijk en arm in de Verenigde Staten De rijke Verenigde Staten Je kunt op verschillende manieren aantonen dat de VS een rijk land is. Het BNP

Nadere informatie

PLANTAGELANDBOUW IN LATIJNS-AMERIKA

PLANTAGELANDBOUW IN LATIJNS-AMERIKA PLANTAGELANDBOUW IN LATIJNS-AMERIKA 0 Lesschema 1 WAT IS PLANTAGELANDBOUW? 1.1 Bestudeer de afbeeldingen en satellietbeelden van plantages 1.2 Input, proces en output 2 WAAR DOET MEN AAN PLANTAGELANDBOUW?

Nadere informatie

Paradoxaal genoeg hebben juist veel landarbeiders geen toegang tot betaalbaar groenten en fruit

Paradoxaal genoeg hebben juist veel landarbeiders geen toegang tot betaalbaar groenten en fruit DAAR PLUKKEN DE BOEREN DE VRUCHTEN VAN HET SUCCES VAN GRUPO HUALTACO Groenten en fruit zijn niet alleen gezond voor ons lichaam, maar ook voor de wereldeconomie. De groente- en fruitsector is een van de

Nadere informatie

Eindtermen Sociale vaardigheden, burgerzin, ICT, vakoverschrijdend, samenwerken, kritisch denken

Eindtermen Sociale vaardigheden, burgerzin, ICT, vakoverschrijdend, samenwerken, kritisch denken LES 5: Landbouw 1 Les 5: landbouw Vakken PAV, economie, humane wetenschappen Eindtermen Sociale vaardigheden, burgerzin, ICT, vakoverschrijdend, samenwerken, kritisch denken Materiaal Artikels (zie links

Nadere informatie

WE FEED THE WORLD. Achtergronden bij. Een film van Erwin Wagenhofer, Oostenrijk, 2005 www.wefeedtheworld.nl

WE FEED THE WORLD. Achtergronden bij. Een film van Erwin Wagenhofer, Oostenrijk, 2005 www.wefeedtheworld.nl Achtergronden bij WE FEED THE WORLD Een film van Erwin Wagenhofer, Oostenrijk, 2005 www.wefeedtheworld.nl Meer weten over We feed the world? Zelf bijdragen aan een mens-, dier- en milieuvriendelijke landbouw?

Nadere informatie

Chocomelk. van eerlijke handel, biologische landbouw en lokale boeren! www.oww.be. Handel, uit respect.

Chocomelk. van eerlijke handel, biologische landbouw en lokale boeren! www.oww.be. Handel, uit respect. Chocomelk van eerlijke handel, biologische landbouw en lokale boeren! > Handel, uit respect. We slaan de brug tussen boeren uit Noord & Zuid! www.oww.be > Kiezen Kiezen voor nóg meer duurzaamheid Oxfam

Nadere informatie

Banking for Food en de Bij. Food & Agri

Banking for Food en de Bij. Food & Agri 1 Banking for Food en de Bij Ruud Paauwe Lambert van Horen Sectormanager Tuinbouw Accountmanager Grootzakelijk, Food & Agri Agenda Strategie Rabobank Banking for Food Bij eeuwen lang betrokken De bezige

Nadere informatie

Malthus (1766 1834) Kan landbouw de wereld blijven redden? Het ongelijk van Malthus. An essay on the principle of population 25/11/2013

Malthus (1766 1834) Kan landbouw de wereld blijven redden? Het ongelijk van Malthus. An essay on the principle of population 25/11/2013 Kan landbouw de wereld blijven redden? Malthus (1766 1834) Piet VANTHEMSCHE Voorzitter Boerenbond KULeuven Universiteit 3 e Leeftijd 03-12-2013 An essay on the principle of population Het ongelijk van

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013 Internationale varkensvleesmarkt 212-213 In december 212 vond de jaarlijkse conferentie van de GIRA Meat Club plaats. GIRA is een marktonderzoeksbureau, dat aan het einde van elk jaar een inschatting maakt

Nadere informatie

Oekraïne (foto s zijn terug te vinden op www.liba.be)

Oekraïne (foto s zijn terug te vinden op www.liba.be) Landbouw in Oekraïne 12/05/2011 Oekraïne (foto s zijn terug te vinden op www.liba.be) Oekraïne is groter dan elk land van de EU. De goede ligging van het land, gecombineerd met de vruchtbare bodems, geeft

Nadere informatie

Wereldvoedselvoorziening en mondiale voedselzekerheid als uitdaging

Wereldvoedselvoorziening en mondiale voedselzekerheid als uitdaging Wereldvoedselvoorziening en mondiale voedselzekerheid als uitdaging Prof. Dr Ir Rudy Rabbinge Universiteitshoogleraar Duurzame Ontwikkeling & Voedselzekerheid, Wageningen UR Debatreeks De toekomst van

Nadere informatie

Samen Ondernemen met de Natuur

Samen Ondernemen met de Natuur Samen Ondernemen met de Natuur Henk Gerbers Kleinschalig maakt gelukzalig, of is bulk beter? Naar een Voedselbeleid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) Verhaal over Ondernemen

Nadere informatie

Hoog tijd voor een écht duurzame landbouw

Hoog tijd voor een écht duurzame landbouw nnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn... Hoog tijd voor een écht duurzame landbouw een visie over de hervormingen in de landbouw Oktober 2013 nnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn... Inleiding Landbouwbeleid heeft grote invloed op

Nadere informatie

Wat is vandaag de dag nog duurzaam?

Wat is vandaag de dag nog duurzaam? Wat is vandaag de dag nog duurzaam? Duurzame voeding Schaal als spanningsveld VU Amsterdam 3 oktober 04 Inderdaad... Bron: NRC 7/0/04 Harry Aiking Overzicht Duurzaamheid is dynamisch Duurzaamheid en voedselzekerheid

Nadere informatie

20160210 Verslag avond over Voedsel en Voedsel zekerheid

20160210 Verslag avond over Voedsel en Voedsel zekerheid 20160210 Verslag avond over Voedsel en Voedsel zekerheid Marijke de Graaf, werkzaam bij ICCO houdt een lezing over Voedsel en Voedsel zekerheid OPrganisatie ZWO-groep wijkgemeente Eindhoven-Zuid. We beginnen

Nadere informatie

Biodieselproductie uit palmolie en jatropha in Peru en impact voor duurzaamheid.

Biodieselproductie uit palmolie en jatropha in Peru en impact voor duurzaamheid. Biodieselproductie uit palmolie en jatropha in Peru en impact voor duurzaamheid. Een Levens Cyclus Duurzaamheids Analyse Auteur: Baukje Bruinsma November 2009 Samenvatting. Door het verbranden van fossiele

Nadere informatie

WERELD. 5 havo 1 Globalisering 14-16

WERELD. 5 havo 1 Globalisering 14-16 WERELD 5 havo 1 Globalisering 14-16 Melkprijzen wereldwijde concurrentie Hoog: centrumlanden Middel, semi-periferie Laag, periferie Globalisering = concurrentie.. 3 factoren? 1. Opkomst MNO s, mondiale

Nadere informatie

Biodiversiteit visie Boerenbond. Symposium biodiversiteit 4 november 2010

Biodiversiteit visie Boerenbond. Symposium biodiversiteit 4 november 2010 Biodiversiteit visie Boerenbond Symposium biodiversiteit 4 november 2010 1 Landbouw en biodiversiteit Domesticatie leidde tot 1000den variëteiten en soorten Heel wat biodiversiteit is er omwille van landbouw

Nadere informatie

LANDBOUW EN VOEDING IN

LANDBOUW EN VOEDING IN LANDBOUW EN VOEDING IN VERLEDEN, HEDEN EN TOEKOMST Joris Relaes Kabinetschef Landbouw Kabinet minister-president Kris Peeters Agribex, Brussel 6 december 2013 De Vlaamse landbouw aan de vooravond van de

Nadere informatie

Minder dierlijke producten, meer verantwoord. EVA vzw St.-Pietersnieuwstraat 130, 9000 Gent info@vegetarisme.be 09/329.68.51 - www.vegetarisme.

Minder dierlijke producten, meer verantwoord. EVA vzw St.-Pietersnieuwstraat 130, 9000 Gent info@vegetarisme.be 09/329.68.51 - www.vegetarisme. Minder dierlijke producten, meer verantwoord EVA vzw St.-Pietersnieuwstraat 130, 9000 Gent info@vegetarisme.be 09/329.68.51 - www.vegetarisme.be Inhoud Even over EVA Het globale plaatje De milieucrisis

Nadere informatie

Rabobank Food & Agri. Druk op varkensvleesmarkt blijft. Kwartaalbericht Varkens Q2 2015

Rabobank Food & Agri. Druk op varkensvleesmarkt blijft. Kwartaalbericht Varkens Q2 2015 Rabobank Food & Agri Kwartaalbericht Varkens Q2 2015 Druk op varkensvleesmarkt blijft De vooruitzichten voor de Nederlandse varkenshouderij voor het tweede kwartaal 2015 blijven mager. Ondanks de seizoensmatige

Nadere informatie

Vergelijking met buitenland

Vergelijking met buitenland Vergelijking met buitenland Michel de Haan Wageningen UR - LR USA NL Our Mission: Create a better understanding of milk production world-wide India China Ethiopia Argentinië Brazil Waarom vergelijking

Nadere informatie

Workshop 2 Duurzame landbouw en infrastructuur 5 juni 2015

Workshop 2 Duurzame landbouw en infrastructuur 5 juni 2015 Workshop 2 Duurzame landbouw en infrastructuur 5 juni 2015 Organisatie : Stichting Duurzame Ontwikkeling Nederland Suriname Inleider : Trusty Green, Loes Trustfull, directeur Trusty Green Begeleider :

Nadere informatie

En de boerin uit Namibië? (Uit: RECHT-vaardig, menswaardig)

En de boerin uit Namibië? (Uit: RECHT-vaardig, menswaardig) En de boerin uit Namibië? (Uit: RECHT-vaardig, menswaardig) In een rollenspel ervaren de deelnemers de invloed van beleidsbeslissingen in het ene land op het leven van mensen in een ander land. De meerderheid

Nadere informatie

Meer met minder. Waterschaarste en grotere vraag naar voedsel. Laan van Staalduinen, Algemeen directeur LEI. 6 juni 2012

Meer met minder. Waterschaarste en grotere vraag naar voedsel. Laan van Staalduinen, Algemeen directeur LEI. 6 juni 2012 Meer met minder Waterschaarste en grotere vraag naar voedsel Laan van Staalduinen, Algemeen directeur LEI 6 juni 2012 Inhoud presentatie Mondiale trends die van invloed zijn op toekomstige watervraag Nationale

Nadere informatie

Globalisering: Uitdagingen voor Food en Agri-business Nijenrode, 24 november 2014

Globalisering: Uitdagingen voor Food en Agri-business Nijenrode, 24 november 2014 Globalisering: Uitdagingen voor Food en Agri-business Nijenrode, 24 november 2014 Inhoud 1 2 3 Bedrijfsprofiel Agrifirm Globalisering Risico s en kansen voor de Food en Agri-business Vragen Bedrijfsprofiel

Nadere informatie

Wat stelt De Nationale DenkTank 2012 voor om de voedselketen te verduurzamen*?

Wat stelt De Nationale DenkTank 2012 voor om de voedselketen te verduurzamen*? Samenvatting van de bevindingen van de Nationale DenkTank 2012 boer Consument Wat stelt De Nationale DenkTank 2012 voor om de voedselketen te verduurzamen*? verwerker *De voorstellen van de denktank voor

Nadere informatie

ik deel daar wordt iedereen beter van eten

ik deel daar wordt iedereen beter van eten daar wordt iedereen beter van eten 1 Achtergrond 2 Onderzoek en Reflectie 3 Acties 4 Activiteiten in het Schooljaar ikdeel.be Een project van Met de steun van De Vlaamse overheid kan niet verantwoordelijk

Nadere informatie

Max Havelaar: 25 jaar ontwikkeling. Persontmoeting 28 augustus 2014 Lily Deforce Directeur

Max Havelaar: 25 jaar ontwikkeling. Persontmoeting 28 augustus 2014 Lily Deforce Directeur Max Havelaar: 25 jaar ontwikkeling Persontmoeting 28 augustus 2014 Lily Deforce Directeur Agenda 25 jaar Fairtrade: van de boer in het Zuiden tot op ons bord - Evolutie van 1989 tot 2014 - Trade not aid

Nadere informatie

Hoe negen miljard mensen voeden? Vera Dua 27.03.2012

Hoe negen miljard mensen voeden? Vera Dua 27.03.2012 Hoe negen miljard mensen voeden? Vera Dua 27.03.2012 groeiende wereldbevolking stad - platteland HONGER VOEDSELPRIJZEN MILIEU-IMPACT INVLOED KLIMAAT- PROBLEEM BIJDRAGE KLIMAAT- PROBLEEM Landbouw en voedselsysteem

Nadere informatie

Inleiding Het spel Algemeen doel van het spel

Inleiding Het spel Algemeen doel van het spel Brochure Inleiding Boerenbusiness van grond tot mond, is ontwikkeld door jonge vrijwilligers van verschillende kinderboerderijen in Vlaanderen. Ze verdiepten zich in het thema Voedsel, ontwikkelden er

Nadere informatie

Leiden is een typische studentenstad en heeft dus veel kamerbewoners.

Leiden is een typische studentenstad en heeft dus veel kamerbewoners. EC 01. EEN KAMER HUREN IN LEIDEN. Leiden is een typische studentenstad en heeft dus veel kamerbewoners. Vermoedelijk blijft het aanbod van kamers achter bij de vraag, waardoor er gemakkelijk prijsopdrijving

Nadere informatie

Agri Investment Fund. Studienamiddag Bio Economie 9 November 2015. Marc Rosiers Nicolas De Lange

Agri Investment Fund. Studienamiddag Bio Economie 9 November 2015. Marc Rosiers Nicolas De Lange Agri Investment Fund Studienamiddag Bio Economie 9 November 2015 Marc Rosiers Nicolas De Lange Inhoudstafel 1. Agri Investment Fund 2. Actiedomeinen FromFarm tofood Smart Farming Sustainable Farming Biobased

Nadere informatie

Samenvatting. Indicatoren voor ecologische effecten hangen sterk met elkaar samen

Samenvatting. Indicatoren voor ecologische effecten hangen sterk met elkaar samen Samenvatting Er bestaan al jaren de zogeheten Richtlijnen voor goede voeding, die beschrijven wat een gezonde voeding inhoudt. Maar in hoeverre is een gezonde voeding ook duurzaam? Daarover gaat dit advies.

Nadere informatie

Het GLB en dierenwelzijn: hoge normen in de EU

Het GLB en dierenwelzijn: hoge normen in de EU Het GLB en dierenwelzijn: hoge normen in de EU De Europese Unie mikt hoog Europese Commissie Landbouw en plattelandsontwikkeling Bijdrage van het landbouwbeleid Het GLB biedt landbouwers een aantal stimuli

Nadere informatie

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering.

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering. Top 100 vragen. De antwoorden! 1 Als de lonen stijgen, stijgen de productiekosten. De producent rekent de hogere productiekosten door in de eindprijs. Daardoor daalt de vraag naar producten. De productie

Nadere informatie

Investeer in zuiver water en sanitaire voorzieningen

Investeer in zuiver water en sanitaire voorzieningen Investeer in zuiver water en sanitaire voorzieningen Betere sanitaire voorzieningen en drinkbaar water in 15 dorpen in en rond Businga op het Congolese platteland. Het tekort aan zuiver water is schrijnend

Nadere informatie

> Inzet: CO 2 reductie en eerlijke carbonhandel

> Inzet: CO 2 reductie en eerlijke carbonhandel > Ketenaanpak en -verantwoordelijkheid > Inzet: CO 2 reductie en eerlijke carbonhandel > Doel: boeren ondersteunen bij de impact van klimaatverandering en ontbossing tegen te gaan. Ons klimaat verandert

Nadere informatie

Jullie hebben met jullie groep één dag geen vlees gegeten. Hierdoor moet er minder vlees geproduceerd worden.

Jullie hebben met jullie groep één dag geen vlees gegeten. Hierdoor moet er minder vlees geproduceerd worden. Gebeurteniskaarten positieve gebeurteniskaarten Jullie hebben met jullie groep één dag geen vlees gegeten. Hierdoor moet er minder vlees geproduceerd worden. Jullie hebben samen betoogd tegen het kappen

Nadere informatie

Voedsel en Landbouw: tijd om te kiezen!

Voedsel en Landbouw: tijd om te kiezen! Voedsel en Landbouw: tijd om te kiezen! Friends of the Earth Europe Europese campagne voor duurzame landbouw en voedsel Milieudefensie, Friends of the Earth Netherlands Internationale campagne voor duurzame

Nadere informatie

Vergroening van de landbouw: hoe maken we stappen/ hoe maken we sprongen? Jolanda Wijsmuller, BCS

Vergroening van de landbouw: hoe maken we stappen/ hoe maken we sprongen? Jolanda Wijsmuller, BCS Vergroening van de landbouw: hoe maken we stappen/ hoe maken we sprongen? Jolanda Wijsmuller, BCS Markt trends Vraag naar veilig en duurzaam geteeld voedsel Sterkere focus op voedselkwaliteit en gezonde

Nadere informatie

2014 PROTOS en Solidagro met de medewerking van Dwagulu Dekkente Lay-out door MadebyHanna.com - ontwikkeld door Mediaraven vzw

2014 PROTOS en Solidagro met de medewerking van Dwagulu Dekkente Lay-out door MadebyHanna.com - ontwikkeld door Mediaraven vzw 2014 PROTOS en Solidagro met de medewerking van Dwagulu Dekkente Lay-out door MadebyHanna.com - ontwikkeld door Mediaraven vzw 1. ALLES IS WATER Alles is water. We zijn letterlijk omringd door water. Water

Nadere informatie

Lezing door Olivier De Schutter, 24 mei 2011, samenwerking BioForum Vlaanderen Triodos Bank

Lezing door Olivier De Schutter, 24 mei 2011, samenwerking BioForum Vlaanderen Triodos Bank Lezing door Olivier De Schutter, 24 mei 2011, samenwerking BioForum Vlaanderen Triodos Bank De Schutter start met een mogelijk verrassende statistiek: er zijn 1 miljard mensen die honger leiden. En toch

Nadere informatie

Deltaplan Agro-Ecologie

Deltaplan Agro-Ecologie Deltaplan Agro-Ecologie Dr. Ir. Henk Tennekes Drs. Claudia Külling Dr. Henk Tennekes, ETS Drs. Claudia Külling, Servaplant Dr. Ir. H. A. Tennekes, E Waarom een Deltaplan Agro-Ecologie? Grondlegger van

Nadere informatie

Samenvatting. - verlies van biodiversiteit, door ontbossing, vervuiling en monocultures;

Samenvatting. - verlies van biodiversiteit, door ontbossing, vervuiling en monocultures; 1. Inleiding 1.1 Dierlijke voedselproducten en milieu Dierlijke voedselproducten zoals, vlees, melk en eieren, zijn voor de meeste mensen een vast onderdeel van het menu. Deze producten leveren belangrijke

Nadere informatie

PARITAIRE PARLEMENTAIRE VERGADERING ACS-EU

PARITAIRE PARLEMENTAIRE VERGADERING ACS-EU PARITAIRE PARLEMENTAIRE VERGADERING ACS-EU Commissie economische ontwikkeling, financiën en handel 14.2.2008 APP100.205/AM1-37 AMENDEMENTEN 1-37 Ontwerpverslag (APP100.205/A) Alain Hutchinson en Mohamed

Nadere informatie

Strategisch Beleidsplan 2013-2015

Strategisch Beleidsplan 2013-2015 Strategisch Beleidsplan 2013-2015 Switch, samen naar duurzaam en rechtvaardig Switch stimuleert gedrag dat bijdraagt aan een duurzame en rechtvaardige wereld. Hier én daar, nu én in de toekomst. Switch

Nadere informatie

Mevrouw de voorzitter, Geachte leden van het Bureau, Dames en heren,

Mevrouw de voorzitter, Geachte leden van het Bureau, Dames en heren, Vrijdag 10 september 2010 Toespraak van JOKE SCHAUVLIEGE VLAAMS MINISTER VAN LEEFMILIEU, NATUUR EN CULTUUR Comité van de Regio s Resource Efficient Europa Mevrouw de voorzitter, Geachte leden van het Bureau,

Nadere informatie

Sluit je aan bij GROW, genoeg te eten heeft..

Sluit je aan bij GROW, genoeg te eten heeft.. Sluit je aan bij GROW, de campagne voor een wereld waarin iedereen genoeg te eten heeft.. In 2050 zijn we met 9 miljard mensen op deze planeet. Om straks al die monden te kunnen voeden, moeten we samen

Nadere informatie

Internationale handel H7 1. Internationale handel. Waarom importeren: 25-2-2013. Waar komt het vandaan?

Internationale handel H7 1. Internationale handel. Waarom importeren: 25-2-2013. Waar komt het vandaan? Internationale handel H7 1 Waar komt het vandaan? Economie voor het vmbo (tot 8,35 m.) Internationale handel Importeren = invoeren (betalen) Exporteren = uitvoeren (verdienen) Waarom importeren: Meer keuze

Nadere informatie

Kansendossier Biologische producten en landbouw. België

Kansendossier Biologische producten en landbouw. België Kansendossier Biologische producten en landbouw België Biologische producten en landbouw in België De vraag naar bioproducten zit in België al enkele jaren in de lift en blijkt bovendien bijzonder crisisbestendig.

Nadere informatie

De Drievoudige Bottom Line, een noodzakelijke economische innovatie

De Drievoudige Bottom Line, een noodzakelijke economische innovatie De Drievoudige Bottom Line, een noodzakelijke economische innovatie Feike Sijbesma, CEO Royal DSM In de loop der tijd is het effect van bedrijven op de maatschappij enorm veranderd. Vijftig tot honderd

Nadere informatie

Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010

Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010 Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010 Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie: Conferentie over Biodiversiteit in een veranderende wereld 8-9 september 2010 Internationaal Conventiecentrum

Nadere informatie

BOSATLAS VRAGENSET ANTWOORDMODEL VAN HET VOEDSEL NOORDHOFF ATLASPRODUCTIES

BOSATLAS VRAGENSET ANTWOORDMODEL VAN HET VOEDSEL NOORDHOFF ATLASPRODUCTIES DE BOSATLAS VAN HET VOEDSEL VRAGENSET ANTWOORDMODEL NOORDHOFF ATLASPRODUCTIES I. Voeding en welvaart 1. De Human Development Index (HDI) geeft aan hoe welvarend een land is. Vergelijk de HDI met de andere

Nadere informatie

Export-update Noord- en Zuid-Amerika - juli 2014

Export-update Noord- en Zuid-Amerika - juli 2014 Export-update Noord- en Zuid-Amerika - juli 2014 1. Samenvatting en conclusies De Nederlandse uitvoerwaarde is in 2013 met 1,0% gestegen t.o.v. dezelfde periode in 2012 tot 433,8 miljard euro. De bescheiden

Nadere informatie

Kleine boeren oogsten succes dankzij zaden op krediet

Kleine boeren oogsten succes dankzij zaden op krediet Kleine boeren oogsten succes dankzij zaden op krediet Bestemd voor: Wim Klein Nagelvoort, ZWO Ontmoetingskerk te Rijssen Aansluitend bij het thema: voedselzekerheid, landbouw, duurzaamheid en klimaat.

Nadere informatie

economische mogelijkheden sociale omgeving ecologisch kapitaal verborgen kansen

economische mogelijkheden sociale omgeving ecologisch kapitaal verborgen kansen economische mogelijkheden sociale omgeving ecologisch kapitaal verborgen kansen REDD+ een campagne voor bewustwording van suriname over haar grootste kapitaal Wat is duurzaam gebruik van het bos: Duurzaam

Nadere informatie

Het kleine boerenspel

Het kleine boerenspel Het kleine boerenspel Inclusief nabespreking Eventueel kan het ook in een grote zaal of open terrein. Zorg dan wel voor hindernissenparcours. Leerdoelen: - de leerlingen kunnen in een niet conflict geladen

Nadere informatie

Stellingen over de uitdagingen voor de boeren in de Cordillera

Stellingen over de uitdagingen voor de boeren in de Cordillera Stellingen over de uitdagingen voor de boeren in de Cordillera MIJNBOUW AKKOORD OF NIET AKKOORD? STELLING 1 Bodemrijkdommen moeten ingezet worden voor de ontwikkeling van het land De overheid in de Cordillera:

Nadere informatie

ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA

ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA ENERGIEPRIORITEITEN VOOR EUROPA Presentatie door de heer J.M. Barroso, Voorzitter van de Europese Commissie, voor de Europese Raad van 4 februari 2011 Inhoud 1 I. Waarom energiebeleid ertoe doet II. Waarom

Nadere informatie

BIJLAGE. Bron 1 A. Oxfam, Globo juni 2011. familiale landbouw. BIJlage: Voedsel voor de Brein

BIJLAGE. Bron 1 A. Oxfam, Globo juni 2011. familiale landbouw. BIJlage: Voedsel voor de Brein 1 A familiale landbouw Oxfam, Globo juni 2011 1 1 A familiale landbouw Familiale landbouw kan de wereldbevolking voeden en doet dat grotendeels al! Een voorbeeld ter illustratie uit een recent landbouwonderzoek

Nadere informatie

FAIRTRADE. Een beter leven. Wat is Fairtrade

FAIRTRADE. Een beter leven. Wat is Fairtrade Wat is Fairtrade EERLIJKE HANDEL STAAT VOOROP KEURMERK INTERNATIONALE SAMENWERKING HANDEL GEMEENTE DUURZAAMHEID Een beter leven Met Fairtrade krijgen boeren en arbeiders in ontwikkelingslanden een eerlijke

Nadere informatie

Welke oude en nieuwe beperkingen houden de melkproductie op het spoor?

Welke oude en nieuwe beperkingen houden de melkproductie op het spoor? Welke oude en nieuwe beperkingen houden de melkproductie op het spoor? Erwin Wauters Senior Onderzoeker Melle, 27 maart 2015 WAT IS DE VRAAG EIGENLIJK Wat na de quota Wit goud of zwarte sneeuw?* De meningen

Nadere informatie

Docentenvel opdracht 19 (campagne voor een duurzame wereld en een samenwerkend Europa)

Docentenvel opdracht 19 (campagne voor een duurzame wereld en een samenwerkend Europa) Docentenvel opdracht 19 (campagne voor een duurzame wereld en een samenwerkend Europa) Lees ter voorbereiding onderstaande teksten. Het milieu De Europese Unie werkt aan de bescherming en verbetering van

Nadere informatie

voetafdrukrekeningen, herbe rekend

voetafdrukrekeningen, herbe rekend De Belgische voetafdrukrekeningen, herbe rekend 2 april 2009 Lies Janssen Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie De ecologische voetafdruk van België + Luxemburg Tot 2007 publiceerde Global

Nadere informatie

Armoede en ongelijkheid in de wereld. Inleiding tot een eenvoudig én complex onderwerp Francine Mestrum, 27 maart 2016

Armoede en ongelijkheid in de wereld. Inleiding tot een eenvoudig én complex onderwerp Francine Mestrum, 27 maart 2016 Armoede en ongelijkheid in de wereld Inleiding tot een eenvoudig én complex onderwerp Francine Mestrum, 27 maart 2016 Wat gaan we bestuderen? Wanneer en hoe zijn armoede en ongelijkheid op de agenda van

Nadere informatie

PERSINFORMATIE Oktober 2014

PERSINFORMATIE Oktober 2014 PERSINFORMATIE Oktober 2014 De wereldwijde levensmiddelenbranche goes bio Wereldwijd groeiende omzet in de branche van biologische levensmiddelen Een positieve internationale balans in de eerste helft

Nadere informatie

en de koe StellEn voor steek niet alles Op de koe (En zijn scheetjes)! koeien En kleinschalige veehouders spelen Een cruciale rol in De strijd Tegen de klimaatverandering dankzij de financiële ondersteuning

Nadere informatie

Meer biologische en duurzame landbouw in Noord-Holland

Meer biologische en duurzame landbouw in Noord-Holland Meer biologische en duurzame landbouw in Noord-Holland PvdA Noord-Holland Werkplan voor 2019 PvdA Noord-Holland Werkplan biologische landbouwgrond 2019 Manifest voor meer biologische en duurzame landbouw

Nadere informatie

Educatie voor Duurzame Ontwikkeling. Systeemdenken in de klaspraktijk

Educatie voor Duurzame Ontwikkeling. Systeemdenken in de klaspraktijk Educatie voor Duurzame Ontwikkeling Systeemdenken in de klaspraktijk Ecocampus LNE 1 Wereldburgerschap en duurzame ontwikkeling Van kleuter tot hoger onderwijs Aanbod gericht op leerlingen, schoolteams,

Nadere informatie

Naam : Klas : Datum :

Naam : Klas : Datum : Duurzame ontwikkeling Over duurzame ontwikkeling circuleren inmiddels honderden definities. Vaak wordt de internationaal aanvaarde definitie uit het rapport "Our Common Future" (Brundtland-rapport, 1987)

Nadere informatie

BELEID OP VLAK VAN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: IN BELGIË EN DAARBUITEN

BELEID OP VLAK VAN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: IN BELGIË EN DAARBUITEN BELEID OP VLAK VAN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING: IN BELGIË EN DAARBUITEN KAMER VAN VOLKSVERTEGENWOORDIGERS 1. Het landbouwdossier Het feit dat Westerse landbouwproducten de lokale markten in het Zuiden verstoren.

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-BB 2004

Examenopgaven VMBO-BB 2004 Examenopgaven VMBO-BB 2004 tijdvak 2 dinsdag 22 juni 11.30 13.00 uur ECONOMIE CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Dit examen bestaat uit 30 vragen. Voor dit

Nadere informatie

Cleantech Markt Nederland 2008

Cleantech Markt Nederland 2008 Cleantech Markt Nederland 2008 Baken Adviesgroep November 2008 Laurens van Graafeiland 06 285 65 175 1 Definitie en drivers van cleantech 1.1. Inleiding Cleantech is een nieuwe markt. Sinds 2000 heeft

Nadere informatie

Meander. Aardrijkskunde WERKBOEK

Meander. Aardrijkskunde WERKBOEK 7 Meander Aardrijkskunde WERKBOEK 7 Meander Aardrijkskunde WERKBOEK Eindredactie: Carla Wiechers Leerlijnen: Mark van Heck Auteurs: Meie Kiel, Jacques van der Pijl, Maril Rijks THEMA 4 thema 4 les 1 Volop

Nadere informatie

Werkboekje. Natuur en milieu educatie. Groep 7. Naam: Fruit in de mix. Dit is een product van Stichting Vogelpark Avifauna

Werkboekje. Natuur en milieu educatie. Groep 7. Naam: Fruit in de mix. Dit is een product van Stichting Vogelpark Avifauna Werkboekje Natuur en milieu educatie Naam: Groep 7 Fruit in de mix Dit is een product van Stichting Vogelpark Avifauna Werkblad 1 Waar komt ons fruit vandaan? Vul 1. Teken het klassikale woordenweb die

Nadere informatie

Perspectives and Key Arguments in the Food - Fuel Debate BIOFUELS

Perspectives and Key Arguments in the Food - Fuel Debate BIOFUELS Perspectives and Key Arguments in the Food - Fuel Debate BIOFUELS Master Thesis by Anouke de Jong VU supervisor B.J. Regeer Introductie Biobrandstoffen; brandstoffen gemaakt van biomassa 1 ste generatie

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Globalisering Paragraaf 15 t/m 19

Hoofdstuk 1 Globalisering Paragraaf 15 t/m 19 Hoofdstuk 1 Globalisering Paragraaf 15 t/m 19 inhoud Patronen van de landbouw in de EU (par. 15) Veranderingsprocessen in de EU-landbouw (par. 16) Oostenrijk - Nederland: overeenkomsten en verschillen

Nadere informatie

Water crisis - kunnen ingenieurs nog iets bijbrengen?

Water crisis - kunnen ingenieurs nog iets bijbrengen? Water crisis - kunnen ingenieurs nog iets bijbrengen? James.Leten@siwi.org Wereldwijds Opportuniteiten Regionaal - Stroomgebied Lokaal: checklist 2000 2015 millennium ontwikkelingsdoelstellingen 2000 2015

Nadere informatie

U geniet van goede en eerlijke producten. U hebt oog voor mens en milieu bij Langerak de Jong

U geniet van goede en eerlijke producten. U hebt oog voor mens en milieu bij Langerak de Jong U geniet van goede en eerlijke producten U hebt oog voor mens en milieu bij Langerak de Jong Voor mens en milieu Steeds meer organisaties willen in de bedrijfsvoering een balans vinden tussen planet, people

Nadere informatie

Stadsboeren in Nederland

Stadsboeren in Nederland Stadsboeren in Nederland Door: ir. Rosanne Metaal Directie Europees Landbouwbeleid &Voedselzekerheid DG AGRO, Ministerie Economische Zaken Presentatie Alumni-netwerk, 12 november 2013, Uit Je Eigen Stad

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2005-II

Eindexamen economie 1 vwo 2005-II Opgave 1 Quartaire sector onder vuur In de periode 1998-2001 steeg de arbeidsproductiviteit in de Nederlandse economie. Die productiviteitsstijging was niet in iedere sector even groot, zoals blijkt uit

Nadere informatie

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU?

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Als gevolg van de wereldwijde economische en financiële crisis heeft de EU met een laag investeringsniveau te kampen. Alleen met gezamenlijke gecoördineerde

Nadere informatie

Het kleine boerenspel

Het kleine boerenspel Het kleine boerenspel 11.11.11 jongerenwerking - Vlasfabriekstraat 11-1060 Brussel - 02/536.11.60 evie.vandevyvere@11.be 1 Inleiding Momenteel leeft één vierde van de wereldbevolking in absolute armoede.

Nadere informatie

Feiten & cijfers. Banking for Food. Februari 2015

Feiten & cijfers. Banking for Food. Februari 2015 Feiten & cijfers Banking for Food Februari 2015 Banking for Food: overzicht in feiten & cijfers De Rabobank wil nu en in de toekomst ondernemers in de landbouw en voedselketen ondersteunen en faciliteren

Nadere informatie

Beleggen in de toekomst. de kansen van beleggen in klimaat en milieu

Beleggen in de toekomst. de kansen van beleggen in klimaat en milieu Beleggen in de toekomst de kansen van beleggen in klimaat en milieu Angst voor de gevolgen? Stijging van de zeespiegel Hollandse Delta, 6 miljoen Randstedelingen op de vlucht. Bedreiging van het Eco-systeem

Nadere informatie

Visie op het EU zuivelbeleid na de quota

Visie op het EU zuivelbeleid na de quota Jan Maarten Vrij Indeling presentatie 1. De zuivelsector in Nederland 2. Hoog Niveau Expert Groep Zuivel 3. Discussiepunten Gemeenschappelijk Landbouwbeleid 4. Standpunten Nederlandse Zuivelindustrie 2van

Nadere informatie

De groei voorbij. Jaap van Duijn september 2007

De groei voorbij. Jaap van Duijn september 2007 De groei voorbij Jaap van Duijn september 2007 1 Een welvaartsexplosie Na WO II is de welvaart meer gestegen dan in de 300 jaar daarvoor Oorzaken: inhaalslag, technologische verandering en bevolkingsgroei

Nadere informatie

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 vrijdag 13 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk.

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 vrijdag 13 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk. Examen HAVO 2016 tijdvak 1 vrijdag 13 mei 9.00-12.00 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk. Dit examen bestaat uit 32 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Bilaterale handel Vlaanderen - Colombia

Bilaterale handel Vlaanderen - Colombia Bilaterale handel Vlaanderen - Colombia Handelsbalans Vlaanderen - Colombia Onze handel met Colombia is steevast in een handelstekort geëindigd. Dat tekort was op zijn hoogst in 2008: zowat een half miljard

Nadere informatie

Veelgestelde Vragen voor Biogarantie-winkeliers

Veelgestelde Vragen voor Biogarantie-winkeliers Veelgestelde Vragen voor Biogarantie-winkeliers Deze leidraad met vraag en antwoord bevat de basiskennis voor biowinkeliers en verkoopspersoneel. Een goede kennis van bio geeft immers vertrouwen aan jouw

Nadere informatie

België: een belangrijke speler in minerale meststoffen. Belfertil

België: een belangrijke speler in minerale meststoffen. Belfertil België: een belangrijke speler in minerale meststoffen Belfertil Belfertil Belgian Luxemburg Mineral Fertilizer Association Belfertil vertegenwoordigt de minerale meststoffensector. N, P, K Basis minerale

Nadere informatie

Kruip in de rol van een duurzame bosbeheerder

Kruip in de rol van een duurzame bosbeheerder Kruip in de rol van een duurzame bosbeheerder Leerdoel: De leerlingen kunnen illustreren dat de mens de aanwezigheid van organismen beïnvloedt. De leerlingen kunnen met concrete voorbeelden uit hun omgeving

Nadere informatie

Datum 25 november 2011 Betreft Reactie op nota SP "Maatregelen tegen hoge voedselprijzen, honger en speculatie"

Datum 25 november 2011 Betreft Reactie op nota SP Maatregelen tegen hoge voedselprijzen, honger en speculatie > Retouradres Postbus 20401 2500 EK DEN HAAG De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Postbus 20401 2500 EK DEN HAAG www.rijksoverheid.nl/eleni T 070-3786868

Nadere informatie

1,6 miljoen. Fairtrade in het Zuiden 87,7% 12,3% leden. kleinschalige boeren. arbeiders. kleinschalige boeren en arbeiders binnen Fairtrade.

1,6 miljoen. Fairtrade in het Zuiden 87,7% 12,3% leden. kleinschalige boeren. arbeiders. kleinschalige boeren en arbeiders binnen Fairtrade. Jaarcijfers Fairtrade in het Zuiden arbeiders en Dit zijn cijfers die verzameld zijn in op basis van auditrapporten van FLO Cert. Ze zijn verwerkt door Fairtrade International in en gepubliceerd begin

Nadere informatie

Toekomst agri & foodsector. Dirk Duijzer, directeur Food en Agri

Toekomst agri & foodsector. Dirk Duijzer, directeur Food en Agri Toekomst agri & foodsector in Neder Dirk Duijzer, directeur Food en Agri Agenda Nieuwe situatie na crisis 2007 Wereldbevolking, economie, voedsel Nederse positie niet vergelijkbaar Opgave voor het wereldwijde

Nadere informatie

LES 2: Klimaatverandering

LES 2: Klimaatverandering LES 2: Klimaatverandering 1 Les 2: Klimaatverandering Vakken PAV, aardrijkskunde Eindtermen Sociale vaardigheden, burgerzin, ICT, vakoverschrijdend, samenwerken, kritisch denken Materiaal Computer met

Nadere informatie

Internationale handel visproducten

Internationale handel visproducten Internationale handel visproducten Marktmonitor ontwikkelingen 27-211 en prognose voor 212 Januari 213 Belangrijkste trends 27-211 Ontwikkelingen export De Nederlandse visverwerkende industrie speelt een

Nadere informatie