61993J0381. Jurisprudentie 1994 bladzijde I Zweedse bijz. uitgave bladzijde I Finse bijz. uitgave bladzijde I-00225

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "61993J0381. Jurisprudentie 1994 bladzijde I-05145 Zweedse bijz. uitgave bladzijde I-00223 Finse bijz. uitgave bladzijde I-00225"

Transcriptie

1 Beheerd door Avis het juridique Publicatiebureau important 61993J0381 ARREST VAN HET HOF VAN 5 OKTOBER COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN TEGEN FRANSE REPUBLIEK. - BEROEP WEGENS NIET-NAKOMING - ZEEVERVOER - VRIJ VERRICHTEN VAN DIENSTEN. - ZAAK C-381/93. Jurisprudentie 1994 bladzijde I Zweedse bijz. uitgave bladzijde I Finse bijz. uitgave bladzijde I-00225

2 Samenvatting Partijen Overwegingen van het arrest Beslissing inzake de kosten Dictum Trefwoorden ++++ Vervoer Zeevervoer Vrij verrichten van diensten Beperkingen Nationale regeling, ongeacht nationaliteit van dienstverrichter van toepassing op alle vaartuigen, die onderscheid maakt tussen binnenlands vervoer en vervoer naar andere Lid-Staten en binnenlands vervoer bevoordeelt Ontoelaatbaarheid in optiek van doelstellingen van interne markt (Verordeningen nrs. 4055/86 en 3577/92 van de Raad) Samenvatting Een nationale regeling die, ofschoon zonder onderscheid van toepassing op alle vaartuigen, ongeacht of zij worden gebruikt door nationale dienstverrichters of dienstverrichters uit andere Lid-Staten, onderscheid maakt, bij voorbeeld ten aanzien van de belastingen die worden geheven wanneer vaartuigen gebruik maken van haveninstallaties, naargelang die vaartuigen worden gebruikt voor binnenlands vervoer of voor vervoer naar andere Lid-Staten, en die aldus de binnenlandse markt en het binnenlands vervoer van de betrokken Lid-Staat specifiek bevoordeelt, moet als een beperking van de vrije dienstverrichting inzake zeevervoer worden beschouwd, die is verboden door verordening nr. 4055/86 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer tussen de Lid-Staten onderling en tussen de Lid-Staten en derde landen. In de optiek van de interne markt en om de verwezenlijking van de doelstellingen daarvan mogelijk te maken, verzet de vrijheid van dienstverrichting zich immers tegen de toepassing van een nationale regeling die ertoe leidt, dat het verrichten van diensten tussen Lid-Staten moeilijker wordt dan het verrichten van diensten binnen een enkele Lid-Staat. Zouden de Lid-Staten op grond van het feit dat de vrijheid van dienstverrichting slechts geleidelijk en overeenkomstig het in verordening nr. 3577/92 vastgestelde tijdschema toepasselijk wordt op het zeevervoer binnen de Lid-Staten, gedurende de voor dit type van vervoer bepaalde overgangstermijn het zeevervoer tussen Lid-Staten zwaarder mogen belasten dan het binnenlands vervoer, dan zou dat erop neerkomen dat aan de bij verordening nr. 4055/86 geregelde toepassing van de vrije dienstverrichting op het zeevervoer tussen de Lid-Staten een groot deel van haar nuttig effect werd ontnomen. Partijen In zaak C-381/93, Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door X. Lewis, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg bij G. Kremlis, lid van haar juridische dienst, Centre Wagner, Kirchberg, verzoekster, tegen Franse Republiek, vertegenwoordigd door C. de Salins, onderdirecteur juridische zaken bij het Ministerie van Buitenlandse zaken, en H. Renié, adjunct-hoofdsecretaris bij de directie juridische zaken van dit ministerie, als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg ter Franse ambassade, Boulevard Prince Henri 9, verweerster, betreffende een verzoek aan het Hof om vast te stellen dat de Franse Republiek de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 1 van verordening (EEG) nr. 4055/86 van de Raad van 22 december 1986 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van

3 diensten op het zeevervoer tussen de Lid-Staten onderling en tussen de Lid-Staten en derde landen (PB 1986, L 378, blz. 1), door een regeling in stand te houden op grond waarvan, wanneer schepen gebruik maken van haveninstallaties op haar grondgebied (vasteland of eilanden), belastingen worden geheven bij inscheping of ontscheping van passagiers die van of naar havens in een andere Lid-Staat reizen, terwijl deze belastingen in het geval van vervoer tussen twee op het nationale grondgebied gelegen havens enkel worden geheven bij inscheping in een haven op dat vasteland of eiland, alsmede door deze belastingen volgens een hoger tarief te heffen wanneer de passagiers van of naar havens in een andere Lid-Staat reizen dan wanneer zij naar een op het nationale grondgebied gelegen haven reizen, wijst HET HOF VAN JUSTITIE, samengesteld als volgt: O. Due, president, G. F. Mancini, J. C. Moitinho de Almeida, M. Diez de Velasco en D. A. O. Edward, kamerpresidenten, C. N. Kakouris, R. Joliet, F. A. Schockweiler (rapporteur), G. C. Rodríguez Iglesias, F. Grévisse, M. Zuleeg, P. J. G. Kapteyn en J. L. Murray, rechters, advocaat-generaal: C. O. Lenz griffier: L. Hewlett, administrateur gezien het rapport ter terechtzitting, gehoord de pleidooien van partijen ter terechtzitting van 8 juni 1994, gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 12 juli 1994, het navolgende Arrest Overwegingen van het arrest 1 Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof op 3 augustus 1993, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EEG-Verdrag verzocht vast te stellen, dat de Franse Republiek de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 1 van verordening (EEG) nr. 4055/86 van de Raad van 22 december 1986 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer tussen de Lid-Staten onderling en tussen de Lid-Staten en derde landen (PB 1986, L 378, blz. 1; hierna: "verordening nr. 4055/86"), door een regeling in stand te houden op grond waarvan, wanneer schepen gebruik maken van haveninstallaties op haar grondgebied (vasteland of eilanden), belastingen worden geheven bij inscheping of ontscheping van passagiers die van of naar havens in een andere Lid-Staat reizen, terwijl deze belastingen in het geval van vervoer tussen twee op het nationale grondgebied gelegen havens enkel worden geheven bij inscheping in een haven op dat vasteland of eiland, alsmede door deze belastingen volgens een hoger tarief te heffen wanneer de passagiers van of naar havens in een andere Lid-Staat reizen dan wanneer zij naar een op het nationale grondgebied gelegen haven reizen. 2 Ingevolge artikel R van de Franse Code des ports maritimes wordt een belasting geheven voor elke passagier die in een zeehaven op het Franse grondgebied in Europa inscheept, ontscheept of verscheept. Deze belasting, die wordt geheven van de reder, kan door deze op de passagiers worden afgewenteld. 3 Artikel R van de Code des ports maritimes, zoals gewijzigd bij decreet nr. 92/1089 van 1 oktober 1992 tot wijziging van het tarief van de belasting die als havenrecht wordt geheven voor passagiers van handelsvaartuigen (JORF van ), luidt als volgt: "In de zeehavens op het Franse vasteland wordt voor de passagiers van een hovercraft of enig ander handelsvaartuig als havenrecht de volgende belasting geheven: 1. Passagiers die naar een haven op het Franse vasteland of Corsica reizen: 8,28 FF (met 50 % reductie voor passagiers vierde klas). Voor de heffing van de belasting worden passagiers van een hovercraft of van een vaartuig met één klas gelijkgesteld met passagiers tweede klas; 2. Passagiers die reizen van of naar een haven op de Britse eilanden of de Kanaaleilanden: 17,52 FF; 3. Passagiers die reizen van of naar een haven in Europa (uitgezonderd de hiervoor, sub 1 en 2, genoemde) of in een land van het Middellandse-Zeebekken: 21,01 FF; 4. Passagiers die reizen van of naar eender welke andere haven: 74,81 FF. (...)."

4 4 Artikel R bepaalt vervolgens: "In de zeehavens op Corsica wordt voor de passagiers van een hovercraft of enig ander handelsvaartuig als havenrecht de volgende belasting geheven: 1. Passagiers die naar een haven op Corsica, het Franse vasteland of Sardinië reizen: 8,28 FF (met 50 % reductie voor passagiers vierde klas); 2. Passagiers die reizen van of naar een haven in Europa (uitgezonderd de hiervoor, sub 1, genoemde) of in Noord-Afrika: 8,28 FF; 3. Passagiers die reizen van of naar eender welke andere haven: 49,88 FF. (...)." 5 Volgens de Commissie levert dit belastingstelsel een dubbele discriminatie op: enerzijds is het tarief van de belasting lager voor het vervoer van passagiers naar een Franse haven dan voor het vervoer naar een haven in een andere Lid-Staat (uitgezonderd het vervoer vanuit Corsica naar Sardinië); anderzijds wordt de belasting in geval van vervoer tussen Franse havens slechts bij inscheping geheven, terwijl zij in het geval van vervoer tussen een Franse haven en een haven in een andere Lid-Staat (uitgezonderd het vervoer tussen Corsica en Sardinië) zowel bij inscheping als bij ontscheping wordt geheven. 6 De Commissie is van mening, dat ofschoon de Franse regeling geen discriminatie bevat op grond van de nationaliteit van degene die de betrokken vervoerdiensten verricht, zij een belemmering vormt voor de vrijheid van dienstverrichting, die in strijd is met artikel 1 van verordening nr. 4055/86, doordat zij onderscheid maakt tussen vervoerdiensten binnen Frankrijk en vervoerdiensten naar of uit een andere Lid-Staat, hoewel de dienstverlening in de haven, waarvoor de retributie wordt geheven, in beide gevallen dezelfde is. 7 De Franse regering brengt daartegen in, dat verordening nr. 4055/86 de vrijheid van dienstverrichting in het zeevervoer slechts ten dele realiseert, daar zij slechts betrekking heeft op het zeevervoer tussen Lid-Staten onderling en tussen Lid-Staten en derde landen, en niet op het zeevervoer binnen Lid-Staten, dat wil zeggen de cabotage in het zeevervoer. Zij beklemtoont, dat artikel 6, lid 1, van verordening (EEG) nr. 3577/92 van de Raad van 7 december 1992 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer binnen de Lid-Staten (cabotage in het zeevervoer) (PB 1992, L 364, blz. 7; hierna: "verordening nr. 3577/92"), die op 1 januari 1993 in werking is getreden, bepaalt dat de vrijheid van dienstverrichting inzake geregelde passagiers- en veerdiensten in de Middellandse Zee en langs de Franse kust slechts geldt vanaf 1 januari De naleving door Frankrijk van de regeling inzake vrije dienstverrichting, aldus de Franse regering, moet derhalve voor elk van die twee soorten dienstverrichtingen afzonderlijk worden beoordeeld. In beide gevallen voldoet Frankrijk aan de vereisten van het gemeenschapsrecht, daar wat het zeevervoer tussen Lid-Staten vanuit of naar een Franse haven betreft, geen enkele discriminatie tussen Franse ondernemers en ondernemers uit andere Lid-Staten bestaat, en met betrekking tot cabotage alle ondernemers uit andere Lid-Staten zich ten aanzien van de toepasselijke Franse regeling in dezelfde situatie bevinden. 9 Teneinde de gegrondheid van de grief van de Commissie te kunnen beoordelen, zij in de eerste plaats herinnerd aan het bepaalde in artikel 1, lid 1, van verordening nr. 4055/86: "Het vrij verrichten van diensten inzake zeevervoer tussen de Lid-Staten onderling en tussen de Lid-Staten en derde landen is van toepassing op de onderdanen van de Lid-Staten die in een andere Lid-Staat zijn gevestigd dan in die van degene voor wie de diensten worden verricht." 10 In zijn arrest van 14 juli 1994 (zaak C-379/92, Peralta, Jurispr. 1994, blz. I-0000, r.o. 39) overwoog het Hof, dat deze bepaling in termen die in wezen niet verschillen van die van artikel 59 van het Verdrag, omschrijft wie in aanmerking komt voor het vrij verrichten van diensten inzake zeevervoer tussen de Lid-Staten onderling en tussen de Lid-Staten en derde landen. 11 Voorts bepaalt artikel 8 van verordening nr. 4055/86: "Onverminderd de bepalingen van het Verdrag betreffende het recht van vestiging, kan degene die een dienst inzake zeevervoer verricht, zijn activiteit in de Lid-Staat waar de dienst wordt verricht daartoe tijdelijk voortzetten onder dezelfde voorwaarden als die welke door de betrokken Staat worden opgelegd aan zijn eigen onderdanen." Daarmee maakt artikel 8 het beginsel van artikel 60, derde alinea, van het Verdrag van toepassing op het gebied van het zeevervoer tussen de Lid-Staten. 12 Ten slotte zijn volgens artikel 1, lid 3, van verordening nr. 4055/86 de artikelen 55 tot en met 58 en 62 van het Verdrag van toepassing op dergelijke vormen van zeevervoer. 13 Verordening nr. 4055/86 maakt aldus de gehele verdragsregeling inzake het vrij verrichten van diensten van toepassing op de sector van het zeevervoer tussen de Lid-Staten. 14 Krachtens deze regeling kan op de vrijheid van dienstverrichting niet enkel een beroep worden

5 gedaan door onderdanen van de Lid-Staten die gevestigd zijn in een andere Lid-Staat dan die waarin degene is gevestigd voor wie de dienst wordt verricht, maar ook door een onderneming tegenover de staat waar zij is gevestigd, wanneer zij diensten verricht ten behoeve van in een andere Lid-Staat gevestigde personen (arrest van 17 mei 1994, zaak C-18/93, Corsica Ferries Italia, Jurispr. 1994, blz. I-1783, r.o. 30), en meer in het algemeen, in alle gevallen waarin een dienstverrichter zijn diensten aanbiedt op het grondgebied van een andere Lid-Staat dan die waar hij is gevestigd (arrest van 26 februari 1991, zaak C-154/89, Commissie/Frankrijk, Jurispr. 1991, blz. I-659, r.o. 9 en 10; arrest Peralta, reeds aangehaald, r.o. 41). 15 Diensten inzake zeevervoer tussen Lid-Staten worden niet alleen vaak verricht ten behoeve van personen die gevestigd zijn in een andere Lid-Staat dan de dienstverrichter, maar worden althans ten dele per definitie aangeboden op het grondgebied van een andere Lid-Staat dan die waar de dienstverrichter is gevestigd. 16 Waar vaststaat, dat de dienstverrichtingen waarom het in deze zaak gaat, onder artikel 59 van het Verdrag vallen, moet eraan worden herinnerd, dat artikel 59 volgens de rechtspraak van het Hof in de weg staat aan de toepassing van een nationale regeling die de mogelijkheid voor een dienstverrichter om daadwerkelijk van die vrijheid gebruik te maken, zonder objectieve rechtvaarding beperkt (arrest van 25 juli 1991, zaak C-288/89, Collectieve Antennevoorziening Gouda, Jurispr. 1991, blz. I-4007). 17 In de optiek van de interne markt en om de verwezenlijking van de doelstellingen daarvan mogelijk te maken, verzet die vrijheid zich ook tegen de toepassing van een nationale regeling die ertoe leidt, dat het verrichten van diensten tussen Lid-Staten moeilijker wordt dan het verrichten van diensten binnen een enkele Lid-Staat. 18 Derhalve mag het verrichten van diensten inzake zeevervoer tussen Lid-Staten niet worden onderworpen aan strengere voorwaarden dan die welke gelden voor vergelijkbare binnenlandse dienstverrichtingen. 19 De door de Franse regering ingeroepen omstandigheid, dat de vrijheid van dienstverrichting ingevolge verordening nr. 3577/92 slechts geleidelijk en binnen de in deze verordening bepaalde termijnen toepasselijk wordt op het zeevervoer binnen de Lid-Staten, is in dit verband irrelevant. Verordening nr. 3577/92 betreft immers enkel de toegang van dienstverrichters uit andere Lid-Staten tot de cabotage in het zeevervoer; zij stelt niet de regels vast die in acht moeten worden genomen bij het zeevervoer tussen Lid-Staten. 20 Zo deze omstandigheid de Lid-Staten toestond het zeevervoer tussen Lid-Staten zwaarder te belasten dan het binnenlands vervoer, dan zou dat erop neerkomen, dat aan de bij verordening nr. 4055/86 geregelde toepassing van de vrije dienstverrichting op het zeevervoer tussen de Lid-Staten een groot deel van haar nuttig effect werd ontnomen. 21 Als een door verordening nr. 4055/86 verboden beperking van de vrije dienstverrichting inzake zeevervoer moet derhalve worden beschouwd een nationale regeling die, ofschoon zonder onderscheid van toepassing op alle vaartuigen, ongeacht of zij worden gebruikt door nationale dienstverrichters of dienstverrichters uit andere Lid-Staten, onderscheid maakt naargelang die vaartuigen worden gebruikt voor binnenlands vervoer of voor vervoer naar andere Lid-Staten, en die aldus de binnenlandse markt en het binnenlands vervoer van de betrokken Lid-Staat specifiek bevoordeelt. 22 Vastgesteld moet worden, dat de gewraakte Franse regeling een ongunstiger belastingregeling bevat voor vervoerdiensten tussen een Franse haven en een haven van een andere Lid-Staat dan voor vervoerdiensten tussen Franse havens. 23 Mitsdien moet het beroep van de Commissie worden toegewezen en moet de niet-nakoming worden vastgesteld in de termen van haar conclusies. Beslissing inzake de kosten Kosten 24 Ingevolge artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering moet de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden verwezen. Aangezien de Franse Republiek in het ongelijk is gesteld, dient zij in de kosten te worden verwezen. Dictum

6 HET HOF VAN JUSTITIE rechtdoende, verklaart: 1) Door een regeling in stand te houden op grond waarvan, wanneer schepen gebruik maken van haveninstallaties op haar grondgebied (vasteland of eilanden), belastingen worden geheven bij inscheping of ontscheping van passagiers die van of naar havens in een andere Lid-Staat reizen, terwijl deze belastingen in het geval van vervoer tussen twee op het nationale grondgebied gelegen havens enkel worden geheven bij inscheping in een haven op dat vasteland of eiland, alsmede door deze belastingen volgens een hoger tarief te heffen wanneer de passagiers van of naar havens in een andere Lid-Staat reizen, dan wanneer zij naar een op het nationale grondgebied gelegen haven reizen, is de Franse Republiek de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 1 van verordening (EEG) nr. 4055/86 van de Raad van 22 december 1986 houdende toepassing van het beginsel van het vrij verrichten van diensten op het zeevervoer tussen de Lid-Staten onderling en tussen de Lid-Staten en derde landen. 2) De Franse Republiek wordt verwezen in de kosten.

ARREST VAN HET HOF 17 november 1993 "

ARREST VAN HET HOF 17 november 1993 COMMISSIE / FRANKRIJK ARREST VAN HET HOF 17 november 1993 " In zaak C-68/92, Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur T. F. Cusack en E. Buissart, lid van

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611

JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1987 BLADZIJDEN 3611 ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 24 SEPTEMBER 1987. BESTUUR VAN DE SOCIALE VERZEKERINGSBANK TEGEN J. A. DE RIJKE. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING,

Nadere informatie

http://eur-lex.europa.eu/lexuriserv/lexuriserv.do?uri=celex:61992...

http://eur-lex.europa.eu/lexuriserv/lexuriserv.do?uri=celex:61992... 1 van 5 20/11/2008 15:07 Beheerd door Avis het juridique Publicatiebureau important 61992J0394 ARREST VAN HET HOF (ZESDE KAMER) VAN 9 JUNI 1994. - STRAFZAAK TEGEN MARC MICHIELSEN EN GEYBELS TRANSPORT SERVICE

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF 15 maart 1990*

ARREST VAN HET HOF 15 maart 1990* ARREST VAN HET HOF 15 maart 1990* In zaak C-339/87, Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door T. van Rijn, lid van haar juridische dienst, als gemachtigde, domicilie gekozen hebbende

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 13 juli 1989*

ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 13 juli 1989* SKATTEMINISTERIET / HENRIKSEN ARREST VAN HET HOF (Derde kamer) 13 juli 1989* In zaak 173/88, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Højesteret, in het aldaar aanhangig

Nadere informatie

A. VERHOLEN EN ANDEREN TEGEN SOCIALE VERZEKERINGSBANK AMSTERDAM. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: RAAD VAN BEROEP'S-HERTOGENBOSCH - NEDERLAND.

A. VERHOLEN EN ANDEREN TEGEN SOCIALE VERZEKERINGSBANK AMSTERDAM. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: RAAD VAN BEROEP'S-HERTOGENBOSCH - NEDERLAND. ARREST VAN HET HOF VAN 11 JULI 1991. A. VERHOLEN EN ANDEREN TEGEN SOCIALE VERZEKERINGSBANK AMSTERDAM. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: RAAD VAN BEROEP'S-HERTOGENBOSCH - NEDERLAND. GELIJKE BEHANDELING

Nadere informatie

betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Arbeidsrechtbank te Brussel, in het aldaar aanhangig geding tussen

betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Arbeidsrechtbank te Brussel, in het aldaar aanhangig geding tussen JURISPRUDENTIE VAN HET HVJEG 1991 BLADZIJDEN I-1401 ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 20 MAART 1991. ERMINIA CASSAMALI TEGEN OFFICE NATIONAL DES PENSIONS. VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: TRIBUNAL

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 13 december 2001 *

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 13 december 2001 * ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 13 december 2001 * In zaak C-206/00, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 234 EG van het Tribunal administratif de Châlons-en-Champagne (Frankrijk), in

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 8 maart 2001 (1)

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 8 maart 2001 (1) BELANGRIJKE JURIDISCHE KENNISGEVING Op de informatie op deze site is verklaring van afwijzing van aansprakelijkheid en een verklaring inzake het auteursrecht van toepassing. ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer)

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 16 mei 1989 *

ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 16 mei 1989 * ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 16 mei 1989 * In zaak 382/87, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de cour d'appel te Parijs (Negende correctionele kamer), in de

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 9 juli 1992 *

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 9 juli 1992 * K" LINE AIR SERVICE EUROPE ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 9 juli 1992 * In zaak C-131/91, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel,

Nadere informatie

Jurisprudentie van het Hof van Justitie 1995 bladzijden I-3551

Jurisprudentie van het Hof van Justitie 1995 bladzijden I-3551 Jurisprudentie van het Hof van Justitie 1995 bladzijden I-3551 ARREST VAN HET HOF (VIJFDE KAMER) VAN 26 OKTOBER 1995. S. E. KLAUS TEGEN BESTUUR VAN DE NIEUWE ALGEMENE BEDRIJFSVERENIGING. VERZOEK OM EEN

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF VAN 12 DECEMBER 1974.

ARREST VAN HET HOF VAN 12 DECEMBER 1974. ARREST VAN HET HOF VAN 12 DECEMBER 1974. B. N. O. WALRAVE, L. J. N. KOCH TEGEN ASSOCIATION UNION CYCLISTE INTERNATIONALE, KONINKLIJKE NEDERLANDSCHE WIELREN UNIE EN FEDERATION ESPANOLA CICLISMO. (VERZOEK

Nadere informatie

ZVK. ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 23 november 2006*

ZVK. ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 23 november 2006* ZVK ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 23 november 2006* In zaak C-300/05, betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door het Bundesfinanzhof (Duitsland)

Nadere informatie

61986J0289. Trefwoorden. Samenvatting. Partijen

61986J0289. Trefwoorden. Samenvatting. Partijen pagina 1 van 6 Avis juridique important 61986J0289 ARREST VAN HET HOF (ZESDE KAMER) VAN 5 JULI 1988. - VERENIGING HAPPY FAMILY TEGEN INSPECTEUR DER OMZETBELASTING. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING,

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF 4 oktober 1991 *

ARREST VAN HET HOF 4 oktober 1991 * SOCIETY FOR THE PROTECTION OF UNBORN CHILDREN IRELAND ARREST VAN HET HOF 4 oktober 1991 * In zaak C-159/90, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de High Court te Dublin,

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 26/05/2014

Datum van inontvangstneming : 26/05/2014 Datum van inontvangstneming : 26/05/2014 Vertaling C-189/14-1 Zaak C-189/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 16 april 2014 Verwijzende rechter: Eparchiako Dikastirio Lefkosias

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF 30 juni 1998 (1)

ARREST VAN HET HOF 30 juni 1998 (1) BELANGRIJKE JURIDISCHE KENNISGEVING Op de informatie op deze site is verklaring van afwijzing van aansprakelijkheid en een verklaring inzake het auteursrecht van toepassing. ARREST VAN HET HOF 30 juni

Nadere informatie

BESCHIKKING VAN HET GERECHT (Vijfde kamer) 5 juli 1993 *

BESCHIKKING VAN HET GERECHT (Vijfde kamer) 5 juli 1993 * BESCHIKKING VAN 5. 7.1993 ΖΑΛΚ T-S4/91 DEP komst van een advocaat soms zijn nut hebben voor het verloop van de precontentieuze procedure, toch zijn de honoraria voor de in de precontentieuze fase verrichte

Nadere informatie

Jurisprudentie. ARREST VAN HET HOF (Achtste kamer) 7 juni 2012 *

Jurisprudentie. ARREST VAN HET HOF (Achtste kamer) 7 juni 2012 * Jurisprudentie ARREST VAN HET HOF (Achtste kamer) 7 juni 2012 * Sociale zekerheid van migrerende werknemers Toepasselijke wetgeving Werknemer met Nederlandse nationaliteit die buiten grondgebied van Europese

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 februari 2008 (07.02) (OR. en) 5952/08 JUR 25 COUR 1 BEGELEIDENDE NOTA van: de heer V. SKOURIS, Voorzitter van het Hof van Justitie d.d.: 4 februari 2008 aan: de heer

Nadere informatie

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op:

2. In het arrest van 20 september 2001 heeft het Hof uitspraak gedaan over twee prejudiciële vragen die respectievelijk betrekking hadden op: Conseil UE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 11 juni 2002 (26.06) (OR. fr) PUBLIC 9893/02 Interinstitutioneel dossier: 2001/0111 (COD) LIMITE 211 MI 108 JAI 133 SOC 309 CODEC 752 BIJDRAGE VAN DE IDISCHE

Nadere informatie

RITTER-COULAIS. ARREST VAN HET HOF (Grote kamer) 21 februari 2006 *

RITTER-COULAIS. ARREST VAN HET HOF (Grote kamer) 21 februari 2006 * RITTER-COULAIS ARREST VAN HET HOF (Grote kamer) 21 februari 2006 * In zaak C-152/03, betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door het Bundesfinanzhof

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF 28 januari 1992 *

ARREST VAN HET HOF 28 januari 1992 * ARREST VAN HET HOF 28 januari 1992 * In zaak C-204/90, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Belgische Hof van Cassatie, in het aldaar aanhangig geding tussen H.-M.

Nadere informatie

ZAAK NO. 143/79. Eiser Margaret Walsh. Gedaagde National Insurance Officer

ZAAK NO. 143/79. Eiser Margaret Walsh. Gedaagde National Insurance Officer ARREST VAN HET HOF (TWEEDE KAMER) VAN 22 MEI 1980. MARGARET WALSH TEGEN NATIONAL INSURANCE OFFICER. ("SOCIALE ZEKERHEID - MOEDERSCHAPSUITKERINGEN"). (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 27 januari 2000 *

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 27 januari 2000 * ARREST VAN 27. 1. 2000 ZAAK C-8/98 ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 27 januari 2000 * In zaak C-8/98, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens het Protocol van 3 juni 1971 betreffende de uitlegging

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Zevende kamer) 11 september 2014 (*)

ARREST VAN HET HOF (Zevende kamer) 11 september 2014 (*) ARREST VAN HET HOF (Zevende kamer) 11 september 2014 (*) Prejudiciële verwijzing Inkomstenbelasting Wetgeving ter voorkoming van dubbele belasting Belasting van in een andere lidstaat dan de woonstaat

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Justitie Onderwerp Niet-nakoming. Vrijheid van vestiging en vrij verrichten van diensten. Concessie voor openbare diensten. Hernieuwing van 329 concessies voor beheer en aanneming van

Nadere informatie

(" ZIEKTEVERZEKERING VOOR BEJAARDEN "). (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE NATIONAL INSURANCE COMMISSIONER TE LONDEN).

( ZIEKTEVERZEKERING VOOR BEJAARDEN ). (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE NATIONAL INSURANCE COMMISSIONER TE LONDEN). ARREST VAN HET HOF (DERDE KAMER) VAN 24 APRIL 1980. UNA COONAN TEGEN INSURANCE OFFICER. (" ZIEKTEVERZEKERING VOOR BEJAARDEN "). (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR DE NATIONAL INSURANCE

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF. 10 februari 2000 (1) Fitzwilliam Executive Search Ltd, handeldrijvend onder de naam Fitzwilliam Technical Services (FTS),

ARREST VAN HET HOF. 10 februari 2000 (1) Fitzwilliam Executive Search Ltd, handeldrijvend onder de naam Fitzwilliam Technical Services (FTS), ARREST VAN HET HOF 10 februari 2000 (1) Sociale zekerheid van migrerende werknemers - Vaststelling van toepasselijke wetgeving - In een andere lidstaat tewerkgestelde uitzendkrachten In zaak C-202/97,

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 3 april 2008 (*)

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 3 april 2008 (*) ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 3 april 2008 (*) Ouderdomsverzekering Werknemer die onderdaan is van lidstaat Socialezekerheidspremies Verschillende tijdvakken Verschillende lidstaten Berekening van

Nadere informatie

~ A 98/2/21. Arrest van 1 december 2004 in de zaak A 98/2 BENELUX MERKENBUREAU. Arrêt du 1 er décembre 2004 dans l'affaire A 98/2

~ A 98/2/21. Arrest van 1 december 2004 in de zaak A 98/2 BENELUX MERKENBUREAU. Arrêt du 1 er décembre 2004 dans l'affaire A 98/2 COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ A 98/2/21 Arrest van 1 december 2004 in de zaak A 98/2 Inzake : CAMPINA tegen BENELUX MERKENBUREAU Procestaal : Nederlands Arrêt du 1 er décembre 2004 dans l'affaire

Nadere informatie

1. BEROEP WEGENS NIET-NAKOMING - OBJECTIEF KARAKTER - INAANMERKINGNEMING VAN DOOR COMMISSIE NAGESTREEFDE DOELSTELLINGEN - UITGESLOTEN

1. BEROEP WEGENS NIET-NAKOMING - OBJECTIEF KARAKTER - INAANMERKINGNEMING VAN DOOR COMMISSIE NAGESTREEFDE DOELSTELLINGEN - UITGESLOTEN Downloaded via the EU tax law app / web @import url(./../../../../css/generic.css); EUR-Lex - 61985J0416 - NL Avis juridique important 61985J0416 ARREST VAN HET HOF VAN 21 JUNI 1988. - COMMISSIE VAN DE

Nadere informatie

DOLLOND & AITCHISON. ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 23 februari 2006 *

DOLLOND & AITCHISON. ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 23 februari 2006 * DOLLOND & AITCHISON ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 23 februari 2006 * In zaak C-491/04, betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door het VAT and Duties

Nadere informatie

Vertaling C-291/13-1. Zaak C-291/13. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus)

Vertaling C-291/13-1. Zaak C-291/13. Verzoek om een prejudiciële beslissing. Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus) Vertaling C-291/13-1 Zaak C-291/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 27 mei 2013 Verwijzende rechter: Eparchiako Dikastirio Lefkosias (Cyprus) Datum van de verwijzingsbeslissing:

Nadere informatie

Zaak C-524/04. Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue

Zaak C-524/04. Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue Zaak C-524/04 Test Claimants in the Thin Cap Group Litigation tegen Commissioners of Inland Revenue [verzoek van de High Court of Justice (England & Wales), Chancery Division, om een prejudiciële beslissing]

Nadere informatie

http://eur-lex.europa.eu/lexuriserv/lexuriserv.do?uri=celex:62001...

http://eur-lex.europa.eu/lexuriserv/lexuriserv.do?uri=celex:62001... 1 van 8 12/11/2009 16:55 Beheerd door Avis het juridique Publicatiebureau important 62001J0228 Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 7 november 2002. - Strafzaken tegen Jacques Bourrasse (C-228/01) en

Nadere informatie

P. E. Hoy er tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen

P. E. Hoy er tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen ARREST VAN HET GERECHT (Vierde kamer) 17 maart 1994 Zaak T-43/91 P. E. Hoy er tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen Tijdelijke functionarissen - Intern vergelijkend onderzoek - Samenstelling en

Nadere informatie

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau

BENELUX COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF Zaak A 98/2 Campina Melkunie / Benelux-Merkenbureau Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 98/2/17) GRIFFIE REGENTSCHAPSSTRAAT 39 1000 BRUSSEL

Nadere informatie

ARREST VAN 12-6-1980 ZAAK 88/79

ARREST VAN 12-6-1980 ZAAK 88/79 70/357 niet is toegestaan het gebruik van de in de lijsten in bijlage ervan vermelde conserveermiddelen of antioxydantia in voor menselijke voeding bestemde waren volstrekt te verbieden en de verhandeling

Nadere informatie

(verzoek om een prejudiciële beslissing,

(verzoek om een prejudiciële beslissing, ARREST VAN HET HOF VAN 3 JULI 1974 1 Reiniera Charlotte Brouerius van Nidek tegen Inspecteur der Registratie en Successie (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het Gerechtshof 's-gravenhage)

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 26 mei 2005 *

ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 26 mei 2005 * BURMANIER U.A. ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 26 mei 2005 * In zaak C-20/03, betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door de Rechtbank van eerste aanleg

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (TWEEDE KAMER) VAN 21 JUNI 1984 1

ARREST VAN HET HOF (TWEEDE KAMER) VAN 21 JUNI 1984 1 ARREST VAN HET HOF (TWEEDE KAMER) VAN 21 JUNI 1984 1 Belgisch Bureau van de Autoverzekeraars VZW tegen A. Fantozzi en De Volksverzekering NV (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het

Nadere informatie

Datum van inontvangstne ming : 24/05/2012

Datum van inontvangstne ming : 24/05/2012 Datum van inontvangstne ming : 24/05/2012 C-181/12-1 Zaak C-181/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 18 april 2012 Verwijzende rechter: Finanzgericht Düsseldorf (Duitsland) Datum

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 26 november 2009 (*)

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 26 november 2009 (*) ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 26 november 2009 (*) Sociale zekerheid van migrerende werknemers Kinderbijslag Weigering Staatsburger die met kind in andere lidstaat is gevestigd terwijl vader van kind

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 18 juli 2007 *

ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 18 juli 2007 * ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 18 juli 2007 * In zaak C-277/05, betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 234 EG, ingediend door de Conseil d'état (Frankrijk) bij beslissing

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 20 juni 2013 (*)

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 20 juni 2013 (*) Page 1 of 7 ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 20 juni 2013 (*) Zesde btw-richtlijn Artikel 4, leden 1 en 2 Begrip economische activiteiten Aftrek van voorbelasting Exploitatie van fotovoltaïsche installatie

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 7 november 2000 *

ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 7 november 2000 * FIRST CORPORATE SHIPPING ARREST VAN HET HOF (Zesde kamer) 7 november 2000 * In zaak C-371/98, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EG-Verdrag (thans artikel 234 EG) van de High Court

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 03/07/2012

Datum van inontvangstneming : 03/07/2012 Datum van inontvangstneming : 03/07/2012 C-275/12-1 Zaak C-275/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 4 juni 2012 Verwijzende rechter: Verwaltungsgericht Hannover (Duitsland) Datum

Nadere informatie

Raad van de Europese Unie Brussel, 30 januari 2015 (OR. en)

Raad van de Europese Unie Brussel, 30 januari 2015 (OR. en) Raad van de Europese Unie Brussel, 30 januari 2015 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2015/0001 (E) 5420/15 PECHE 23 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESLUIT VAN DE RAAD houdende

Nadere informatie

Niet-nakoming Btw Dienstverrichting Executeur Plaats van uitvoering van dienst Zesde richtlijn Artikel 9, lid 1 Artikel 9, leden 1 en 2, sub e

Niet-nakoming Btw Dienstverrichting Executeur Plaats van uitvoering van dienst Zesde richtlijn Artikel 9, lid 1 Artikel 9, leden 1 en 2, sub e Downloaded via the EU tax law app / web CONCLUSIE VAN ADVOCAAT-GENERAAL Y. BOT van 13 september 2007 (1) Zaak C?401/06 Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Bondsrepubliek Duitsland Niet-nakoming

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Europees Hof van Justitie Onderwerp Richtlijn 89/104/EEG - Aanpassing van de wetgevingen inzake het merkenrecht - Verwarringsgevaar, dat associatiegevaar insluit Datum 11 november 1997 Copyright

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 29 september 2011 (*)

ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 29 september 2011 (*) ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer) 29 september 2011 (*) Associatieovereenkomst EEG-Turkije Besluit nr. 1/80 van de Associatieraad Artikel 6, lid 1, eerste streepje Turks onderdaan Verblijfsvergunning Gezinshereniging

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 01/02/2013

Datum van inontvangstneming : 01/02/2013 Datum van inontvangstneming : 01/02/2013 Vertaling C-603/12-1 Zaak C-603/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 21 december 2012 Verwijzende rechter: Verwaltungsgericht Hannover

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF 26 februari 1986 *

ARREST VAN HET HOF 26 februari 1986 * ARREST VAN HET HOF 26 februari 1986 * In zaak 151/84, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de Court of Appeal of England and "Wales, in het aldaar aanhangig geding

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 11/03/2014

Datum van inontvangstneming : 11/03/2014 Datum van inontvangstneming : 11/03/2014 Vertaling C-58/14-1 Zaak C-58/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 6 februari 2014 Verwijzende rechter: Bundesfinanzhof (Duitsland) Datum

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1995 466 Besluit van 7 september 1995, houdende wijziging van het Besluit goederenvervoer over de weg en het Besluit personenvervoer in verband met

Nadere informatie

BENELUX ~ A 2006/2/11 COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. ARREST van 19 maart 2007. Inzake METABOUW BOUWBEDRIJF B.V. tegen BELGISCHE STAAT

BENELUX ~ A 2006/2/11 COUR DE JUSTICE GERECHTSHOF. ARREST van 19 maart 2007. Inzake METABOUW BOUWBEDRIJF B.V. tegen BELGISCHE STAAT COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ A 2006/2/11 ARREST van 19 maart 2007 Inzake METABOUW BOUWBEDRIJF B.V. tegen BELGISCHE STAAT Procestaal : Nederlands ARRET du 19 mars 2007 En cause METABOUW BOUWBEDRIJF

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 12 juni 2003 (1)

ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 12 juni 2003 (1) ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 12 juni 2003 (1) Inkomstenbelasting - Niet-ingezetenen - Artikelen 59 EG-Verdrag (thans, na wijziging, artikel 49 EG) en 60 EG-Verdrag (thans artikel 50 EG) - Belastingvrije

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 10/01/2014

Datum van inontvangstneming : 10/01/2014 Datum van inontvangstneming : 10/01/2014 Vertaling C-623/13-1 Zaak C-623/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 28 november 2013 Verwijzende rechter: Conseil d État (Frankrijk)

Nadere informatie

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag, P5_TA(2002)0591 Verblijfstitel met een korte geldigheidsduur * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de verblijfstitel met een korte

Nadere informatie

Arrest van 25 juni 2002 in de zaak A 2000/3 ------------------------- Arrêt du 25 juin 2002 dans l affaire A 2000/3 ------------------------------

Arrest van 25 juni 2002 in de zaak A 2000/3 ------------------------- Arrêt du 25 juin 2002 dans l affaire A 2000/3 ------------------------------ COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF A 2000/3/7 Arrest van 25 juni 2002 in de zaak A 2000/3 ------------------------- Inzake : VLAAMS GEWEST tegen JECA N.V. Procestaal : Nederlands Arrêt du 25 juin 2002

Nadere informatie

(verzoek van het Tribunal administratif de Lyon om een prejudiciële beslissing)

(verzoek van het Tribunal administratif de Lyon om een prejudiciële beslissing) Downloaded via the EU tax law app / web Zaak C?368/06 Cedilac SA tegen Ministère de l'économie, des Finances et de l'industrie (verzoek van het Tribunal administratif de Lyon om een prejudiciële beslissing)

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 2 JANUARI 2014 C.12.0463.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.12.0463.N 1. WIBRA BELGIË nv, met zetel te 9140 Temse, Frank Van Dyckelaan 7A, 2. WIBRA HOLDING bv, vennootschap naar Nederlands recht,

Nadere informatie

PUBLIC LIMITE L RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 22 maart 2006 (29.03) (OR. fr) 7645/06 LIMITE JUR 119 JUSTCIV 77 CODEC 272

PUBLIC LIMITE L RAAD VA DE EUROPESE U IE. Brussel, 22 maart 2006 (29.03) (OR. fr) 7645/06 LIMITE JUR 119 JUSTCIV 77 CODEC 272 Conseil UE RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 22 maart 2006 (29.03) (OR. fr) PUBLIC 7645/06 LIMITE 119 JUSTCIV 77 CODEC 272 ADVIES VA DE IDISCHE DIE ST * Betreft: Voorstel voor een verordening van het Europees

Nadere informatie

Rolnummer 5314. Arrest nr. 7/2014 van 23 januari 2014 A R R E S T

Rolnummer 5314. Arrest nr. 7/2014 van 23 januari 2014 A R R E S T Rolnummer 5314 Arrest nr. 7/2014 van 23 januari 2014 A R R E S T In zake : het beroep tot vernietiging van de artikelen 174/1 en 313 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals gewijzigd bij

Nadere informatie

Raad van de Europese Unie Brussel, 27 oktober 2014 (OR. en)

Raad van de Europese Unie Brussel, 27 oktober 2014 (OR. en) Raad van de Europese Unie Brussel, 27 oktober 2014 (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2014/0214 (E) 14260/14 STAT 23 FIN 739 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: VERORDENING VAN DE RAAD

Nadere informatie

Samenvatting van het arrest

Samenvatting van het arrest Zaak C-458/03 Parking Brixen GmbH tegen Gemeinde Brixen en Stadtwerke Brixen AG [verzoek van het Verwaltungsgericht, Autonome Sektion für die Provinz Bozen (Italië), om een prejudiciële beslissing] Overheidsopdrachten

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 14/09/2012

Datum van inontvangstneming : 14/09/2012 Datum van inontvangstneming : 14/09/2012 Resumé C-371/12-1 Zaak C-371/12 Resumé van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 104, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Europees Hof van Justitie Onderwerp Hogere voorziening Ontvankelijkheid Gemeenschapsmerk Verordening (EG) nr. 40/94 Absolute weigeringsgrond Onderscheidend vermogen Merken die uitsluitend bestaan

Nadere informatie

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag

Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Richtlijn 98/59/EG van de Raad van 20 juli 1998 betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten inzake collectief ontslag Publicatieblad Nr. L 225 van 12/08/1998 blz. 0016-0021 DE RAAD VAN

Nadere informatie

het college van bestuur van de Universiteit Maastricht, gevestigd te Maastricht, verweerder.

het college van bestuur van de Universiteit Maastricht, gevestigd te Maastricht, verweerder. Zaaknummer : 2010/071 Rechter(s) : mrs. Mollee, Borman, Kleijn Datum uitspraak : 8 augustus 2011 Partijen : Appellant tegen Universiteit Maastricht Trefwoorden : Algemeen verbindend voorschrift, [instellings]collegegeld,

Nadere informatie

HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE

HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE HET HOF VAN JUSTITIE VAN DE EUROPESE UNIE Het Hof van Justitie van de Europese Unie is een van de zeven instellingen van de EU. Zij omvat drie rechtscolleges: het Hof van Justitie, het Gerecht en het Gerecht

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 27/10/2015

Datum van inontvangstneming : 27/10/2015 Datum van inontvangstneming : 27/10/2015 Samenvatting C-518/15-1 Zaak C-518/15 Samenvatting van het verzoek om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 98, lid 1, van het Reglement voor de procesvoering

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Achtste kamer) 7 november 2013 (*)

ARREST VAN HET HOF (Achtste kamer) 7 november 2013 (*) ARREST VAN HET HOF (Achtste kamer) 7 november 2013 (*) Rechtsbijstandverzekering Richtlijn 87/344/EEG Artikel 4, lid 1 Vrije advocaatkeuze door verzekeringnemer Beding in algemene voorwaarden van toepassing

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 23/08/2012

Datum van inontvangstneming : 23/08/2012 Datum van inontvangstneming : 23/08/2012 C-347/12-1 Datum van indiening: 20 juli 2012 Verwijzende rechter: Zaak C-347/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Cour de cassation du Grand-Duché de Luxembourg/

Nadere informatie

Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Koninkrijk België

Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Koninkrijk België ARREST VAN HET HOF VAN 26 MEI 1982» Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Koninkrijk België Vrij verkeer van werknemers" Zaak 149/79 Samenvatting Vrij verkeer van personen Uitzonderingen Betrekkingen

Nadere informatie

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T

Rolnummer 4560. Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T Rolnummer 4560 Arrest nr. 21/2009 van 12 februari 2009 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 13 van de wet van 21 april 2007 betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en de kosten

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Achtste kamer)

ARREST VAN HET HOF (Achtste kamer) NL ARREST VAN HET HOF (Achtste kamer) ARREST VAN 7. 11. 2013 ZAAK C-442/12 7 november 2013 * Rechtsbijstandverzekering Richtlijn 87/344/EEG Artikel 4, lid 1 Vrije advocaatkeuze door verzekeringnemer Beding

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF 18 januari 2001 *

ARREST VAN HET HOF 18 januari 2001 * ARREST VAN HET HOF 18 januari 2001 * In zaak C-361/98, Italiaanse Republiek, vertegenwoordigd door U. Leanza als gemachtigde, bijgestaan door I. M. Braguglia en P. G. Ferri, avvocati dello Stato, domicilie

Nadere informatie

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom

Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom COUR DE JUSTICE BENELUX GERECHTSHOF ~ Zaak A 2005/1 - Bovemij Verzekeringen N.V. / Benelux-Organisatie voor de Intellectuele Eigendom Nadere conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda (stuk A 2005/1/13)

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 26/07/2012

Datum van inontvangstneming : 26/07/2012 Datum van inontvangstneming : 26/07/2012 Vertaling C-303/12-1 Zaak C-303/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 21 juni 2012 Verwijzende rechter: Rechtbank van eerste aanleg te

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 05/08/2014

Datum van inontvangstneming : 05/08/2014 Datum van inontvangstneming : 05/08/2014 Vertaling C-321/14-1 Zaak C-321/14 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 4 juli 2014 Verwijzende rechter: Landgericht Krefeld (Duitsland)

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP 02/2895 AOW en 05/6118 AOW in het geding tussen: [appellant], wonende te Spanje, appellant, en U I T S P R A A K de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 21 februari 2013 (*)

ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 21 februari 2013 (*) ARREST VAN HET HOF (Eerste kamer) 21 februari 2013 (*) Directe levensverzekering Jaarlijkse taks op verzekeringsverrichtingen Richtlijn 2002/83/EG Artikelen 1, lid 1, sub g, en 50 Begrip,lidstaat van verbintenis

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Europees Hof van Justitie Onderwerp Richtlijn 89/104/EEG - Merkenrecht - Verwarringsgevaar - Auditieve gelijkenis Datum 22 juni 1999 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat

Nadere informatie

Zaaknummer : CBHO 2015/033 Rechter(s) : mrs. Olivier, Lubberdink en Troostwijk Datum uitspraak : 7 augustus 2015 Partijen : Appellant en

Zaaknummer : CBHO 2015/033 Rechter(s) : mrs. Olivier, Lubberdink en Troostwijk Datum uitspraak : 7 augustus 2015 Partijen : Appellant en Zaaknummer : CBHO 2015/033 Rechter(s) : mrs. Olivier, Lubberdink en Troostwijk Datum uitspraak : 7 augustus 2015 Partijen : Appellant en Rijksuniversiteit Groningen Trefwoorden : EU/EER nationaliteit gelijkheidsbeginsel

Nadere informatie

Date de réception : 01/03/2012

Date de réception : 01/03/2012 Date de réception : 01/03/2012 Vertaling C-44/12-1 Zaak C-44/12 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 30 januari 2012 Verwijzende rechter: Court of Session, Scotland (Verenigd Koninkrijk)

Nadere informatie

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 704 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen.

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 704 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen. Rolnummer 2268 Arrest nr. 29/2002 van 30 januari 2002 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 704 van het Gerechtelijk Wetboek, gesteld door het Arbeidshof te Antwerpen. Het Arbitragehof,

Nadere informatie

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen

Nadere informatie

Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden '" 13 februari 2015 Eerste Kamer in naam des Konings 10/02162 LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: l. LEIDSEPLEIN BEHEER B.V., gevestigd te Amsterdam, 2. Hendrikus Jacobus Marinus DE VRIES,

Nadere informatie

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken. van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken EUROPEES PARLEMENT 2009-2014 Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken 27.10.2010 2010/0067(CNS) ONTWERPADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken

Nadere informatie

Datum van inontvangstneming : 22/02/2013

Datum van inontvangstneming : 22/02/2013 Datum van inontvangstneming : 22/02/2013 Vertaling C-32/13-1 Zaak C-32/13 Verzoek om een prejudiciële beslissing Datum van indiening: 22 januari 2013 Verwijzende rechter: Sozialgericht Nürnberg (Duitsland)

Nadere informatie

ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 7 september 1999 *

ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 7 september 1999 * ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer) 7 september 1999 * In zaak C-61/98, betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EG-Verdrag (thans artikel 234 EG) van de Tariefcommissie, in het aldaar aanhangig

Nadere informatie