Onderzoek naar de opzet van het nationaal onafhankelijk Kennis- en informatiecentrum Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Onderzoek naar de opzet van het nationaal onafhankelijk Kennis- en informatiecentrum Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen."

Transcriptie

1 Onderzoek naar de opzet van het nationaal onafhankelijk Kennis- en informatiecentrum Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Eindrapport Den Haag, 18 September 2001

2 Inhoudsopgave Samenvatting Inleiding Kabinetstandpunt maatschappelijk verantwoord ondernemen Het Kennis- en informatiecentrum maatschappelijk verantwoord ondernemen Verschillende visies op meerwaarde kennis- en informatiecentrum Adviesvraag, onderzoeksaanpak en opbouw van dit rapport Doelgroepen van het Kennis- en Informatiecentrum Belang duidelijke keuze doelgroep Informatiebehoefte bedrijven Stand van zaken en toekomstige ontwikkelingen MVO Aanbod MVO informatie Meningen stakeholders over doelgroepen Opties voor primaire doelgroepen Advies keuze primaire doelgroep Dienstenaanbod van het Kennis- en Informatiecentrum Mening bedrijven en andere stakeholders over aan te bieden diensten Doorverwijzen en actief aanbieden van informatie Makel- en schakelfunctie ten behoeve van lerende netwerken Inventariseren en initiëren van onderzoek Initiëren van samenwerkingsprojecten Non-interferentie met commerciële activiteiten Distributiekanalen Passief verstrekken van informatie Actief verstrekken van informatie Initiëren van onderzoek- en samenwerkingsprojecten Organisatie, bestuur en mensen van het Kennis- en informatiecentrum Organisatie Bestuur Directeur en medewerkers Relatie met het NCP en overige kenniscentra en -instellingen Implementatie en evaluatie Implementatie Evaluatie Afsluitende opmerkingen Bijlage A1: Geïnterviewde organisaties en personen Bijlage A2: Samenvatting visie stakeholders Bijlage B1: Overzicht van de onderzochte aanbieders MVO informatie Bijlage B2: Belangrijkste kenmerken van aanbieders MVO informatie

3 Samenvatting De oprichting van een nationaal, onafhankelijk kennis- en informatiecentrum MVO is één van de zes kabinetsinitiatieven om maatschappelijk verantwoord ondernemen te stimuleren. Een zeer ruime meerderheid van het Nederlands bedrijfsleven staat positief ten opzichte van de oprichting van een kennis- en informatiecentrum MVO. Ook andere stakeholders zijn positief over de oprichting van het kenniscentrum, al wordt verschillend gedacht over de invulling. Het is van groot belang om tot een duidelijke keuze met betrekking tot de doelgroep(en) van het kennis- en informatiecentrum te komen. Een organisatie zonder duidelijke focus heeft een kleine kans van slagen. Het centrum zal daarom niet alle wensen en verwachtingen van alle stakeholders kunnen verwezenlijken. De meeste bedrijven geven aan dat zij actief zijn op het gebied van MVO. Een groeiend aantal bedrijven is, mede als gevolg van de veranderingen in het krachtenveld rond de onderneming, bezig om een onderbouwde visie en strategie op MVO-gebied te formuleren. Met name het krachtenveld rond grote, internationale bedrijven ontwikkelt zich in sterke mate autonoom. Er mag dan ook worden verwacht dat ook volgers en achterblijvers op termijn invulling zullen (moeten) geven aan MVO. Uit het onderzoek van EIM blijkt dat middelgrote - en kleine bedrijven de grootste informatievraag hebben (informatiebehoefte minus informatieaanbod). Dit betreft zowel het op verzoek doorverwijzen naar specialisten als de voorziening van informatie met betrekking tot een veelheid aan MVO-thema s. De grote - en multinationale ondernemingen hebben naar eigen zeggen voldoende inzicht in de meeste relevante MVO-thema s en weten de weg naar de voor hun relevante informatieaanbieders te vinden. Wel is er behoefte aan kennisontwikkeling op specifieke onderwerpen en bestaat bij bedrijven die actief zijn op het gebied van MVO de bereidheid om kennis te delen. Ook de meeste van de geraadpleegde stakeholders verwachten dat het MKB de grootste behoefte aan MVO-informatie heeft. Een aantal stakeholders noemt de rijksoverheid en lokale overheden als mogelijke doelgroep voor het kenniscentrum. Maatschappelijke organisaties geven aan behoefte te hebben aan de ontwikkeling van onafhankelijk toetsbare standaarden op het gebied van MVO en willen meer inzicht in de milieu- en sociale aspecten van internationale productketens. Een ruime meerderheid van kennisdragers en aanbieders van informatie op het gebied van MVO richt zich op de ontwikkelingen in het krachtenveld rond multinationale ondernemingen. Slechts een beperkt aantal kennisdragers en informatieaanbieders richt zich op middelgrote - en kleine bedrijven, (lokale) overheden en investeerders. Gegeven de wensen en verwachtingen van stakeholders zijn er voor de primaire doelgroepen van het kenniscentrum meerdere opties. Wij adviseren dat het kennis- en informatiecentrum zich in de eerste twee jaar van zijn ontwikkeling primair richt op ondernemingen. Het centrum dient met name middelgrote - en kleine bedrijven actief te voorzien in hun informatiebehoefte en hen op verzoek effectief door te verwijzen naar specialisten. In de tweede plaats dient het kenniscentrum zich te richten op grote, internationale bedrijven om te voorzien in de behoefte aan kennisontwikkeling op specifieke thema s. Deze groep bedrijven is tevens van groot belang om opgedane kennis en ervaring te vertalen naar middelgrote - en kleine bedrijven. Het kennis- en informatiecentrum kan naar verwachting in een later stadium van zijn ontwikkeling ook een nuttige rol vervullen voor de rijksoverheid (beleidsignalerende rol), voor lokale overheden (samenwerking met MKB bedrijven op het gebied van MVO) en maatschappelijke organisaties (onderzoek- en samenwerkingsprojecten op het gebied van internationale productketens). Met betrekking tot de dienstverlening adviseren wij dat het kenniscentrum grote, middelgrote - en kleine bedrijven kan doorverwijzen naar bestaande kennisdragers en aanbieders van MVO-informatie, actief en gericht informatie aanbiedt aan middelgrote - en kleine bedrijven, in samenwerking met bestaande netwerken bijdraagt aan de verdere ontwikkeling van lerende netwerken van kleine -, 3

4 middelgrote - en grote bedrijven, in samenwerking met bestaande kennisinstellingen onderzoeksprogramma s op specifieke MVO-thema s ontwikkelt en samenwerkingprojecten tussen bedrijven en andere stakeholders tot stand brengt op het gebied van internationale productketens in specifieke sectoren. Hiermee wordt een combinatie van een agendavolgende of vraaggestuurde en agendabepalende rol voorgesteld. De distributie van kennis moet zowel passief (op afroep) als actief (op initiatief van het centrum) verlopen. De passieve distributie zal naar verwachting met name via het internet verlopen. Voor een effectieve en efficiënte actieve distributie van informatie moet zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van intermediaire organisaties. Teneinde samenwerkingsprojecten te inventariseren en initiëren moet het centrum zich richten op brancheverenigingen, kennisinstellingen, NGOs en grote internationale bedrijven. Wij adviseren dat het centrum een onafhankelijk bestuur krijgt waarvan de leden zijn geselecteerd op basis van hun kennis en netwerken en niet namens een bepaalde organisatie optreden. Het financieel toezicht moet worden uitgeoefend door een vertegenwoordiger van het Ministerie van Economische Zaken. Voorzien wordt dat het centrum uit een directeur/meewerkend voorman en vijf medewerkers zal bestaan. Het kennis- en informatiecentrum dient nauwe relaties te onderhouden met het NCP en het Kenniscentrum Grote Steden (KCGS). Wij adviseren om als doel te stellen dat het centrum vijf maanden nadat het politieke en ambtelijke besluitvormingsproces is afgerond van start gaat. De voorbereidingen hiertoe worden gedaan door het bestuur (te benoemen direct na het oprichtingsbesluit) en de (twee maanden later te benoemen) directeur. Voorgesteld wordt om het functioneren van het centrum na een jaar te evalueren. Na twee jaar volgt een diepgaande evaluatie en wordt besloten tot voortzetting, bijsturing of, in geval het centrum niet in een reële behoefte blijkt te voorzien, stopzetting. 4

5 1 Inleiding 1.1 Kabinetstandpunt maatschappelijk verantwoord ondernemen Het kabinet wil de verdere ontwikkeling van maatschappelijk verantwoord ondernemen actief ondersteunen 1. Het kiest daarbij voor een stimulerende rol die erop is gericht om partijen bij elkaar te brengen, kennis te ontwikkelen en te verspreiden en de transparantie van het maatschappelijk gedrag van ondernemingen te bevorderen vanuit het perspectief van de stakeholders: De SER stelt dat maatschappelijk verantwoord ondernemen zich van onderop ontwikkelt: bij de individuele onderneming. Er blijken ook uiteenlopende manieren te zijn waarop ondernemingen er invulling aan kunnen geven. De combinatie van deze belangrijke kenmerken eigen initiatief en diversiteit- maakt generieke regelgeving niet tot een geschikt instrument om maatschappelijk verantwoord ondernemen te ondersteunen. Het kabinet kiest voor een aanpak die maatwerk mogelijk maakt: partijen bij elkaar brengen, kennis ontwikkelen en verspreiden en vooral de transparantie bevorderen, zodat stakeholders zich een goed oordeel kunnen vormen over het maatschappelijk ondernemerschap van bedrijven. In het kabinetstandpunt wordt een overzicht gegeven van de wijze waarop het kabinet invulling heeft gegeven aan deze rol. Tevens worden een zestal nieuwe initiatieven aangekondigd: 1. Bevorderen lokale partnerships 2. Oprichting van een onafhankelijk kennis- en informatiecentrum op het gebied van MVO 3. Adviesvraag aan de Raad voor de Jaarverslaglegging over de integratie van maatschappelijke aspecten in de verslaglegging van bedrijven 4. Opstellen leidraad voor maatschappelijke aspecten van internationaal inkopen en aanbesteden door de overheid 5. Verzoek om bijdrage van bedrijven bij het oplossen van grote milieuproblemen in de context van NMP4 6. Onderzoek naar wenselijkheid nieuwe internationale afspraken ter voorkomen van milieudelicten in het buitenland Dit advies heeft betrekking op punt 2: De oprichting van het Kennis- en informatiecentrum maatschappelijk verantwoord ondernemen. 1.2 Het Kennis- en informatiecentrum maatschappelijk verantwoord ondernemen Ten opzichte van het SER advies ligt in het kabinetsstandpunt het ambitieniveau van het kennis- en informatiecentrum hoger en dient het breder te worden opgevat: Het informatiecentrum dient actief informatie op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen te verzamelen, te analyseren en te verspreiden en gebruik te maken van de bestaande kennis en expertise op het gebied van MVO: 1 Maatschappelijk verantwoord ondernemen: het perspectief van de overheid, maart

6 Op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen zijn tal van samenwerkingsverbanden actief, al dan niet met betrokkenheid van de overheid. Zij bestrijken met elkaar het brede spectrum van maatschappelijk verantwoord ondernemen, maar richten zich vaak op een onderdeel ervan. Daarom acht de SER de oprichting van een informatiecentrum wenselijk. Het kabinet is het hiermee eens. De oprichting van een kenniscentrum kan pas geschieden na zorgvuldige analyse van de behoeften van de doelgroepen. De SER heeft een kenniscentrum voor ogen dat een spin in het (ww)web is en links naar alle relevante informatiebronnen legt. Het kabinet meent dat daarmee niet kan worden volstaan. Zijn ambitie is dat er een onafhankelijk kennis en informatiecentrum maatschappelijk verantwoord ondernemen komt dat actief algemene informatie verzamelt, analyseert en verspreidt. Essentieel is dat een nieuw kenniscentrum goed wordt afgestemd met reeds bestaande kenniscentra waar raakvlakken mee bestaan, zoals bijvoorbeeld de kenniscentra PPS en GSB. Het is de bedoeling dat het Kennis- en informatiecentrum begin 2002 wordt opgericht. Het Ministerie van Economische Zaken is voornemens om de opstartkosten van het centrum te dragen en het centrum gedurende 5 jaar financieel te ondersteunen. De voorbereidingen voor de oprichting van het kennis- en informatiecentrum valt onder de verantwoordelijkheid van het Directoraat-Generaal Ondernemingsklimaat en vinden, vanwege de internationale dimensie van MVO, plaats in samenwerking met het Directoraat-Generaal Buitenlandse Economische Betrekkingen. 1.3 Verschillende visies op meerwaarde kennis- en informatiecentrum De visie op de meerwaarde en rol van het kennis- en informatiecentrum MVO is in het SER-advies en het kabinetstandpunt nog niet in detail uitgewerkt. De meerwaarde wordt bepaald door de huidige en toekomstige behoefte van de specifieke doelgroepen, de mate waarin en wijze waarop het kennis- en informatiecentrum waarde kan toevoegen aan het bestaande aanbod op MVO-gebied en de mate waarin het centrum invulling kan geven aan de wensen en verwachtingen van de verschillende stakeholders. Op het moment dat het onderzoek van start ging hadden diverse stakeholders zich inmiddels uitgelaten over hun visie op het kennis- en informatiecentrum MVO. De meeste stakeholders stonden in principe positief tegenover de oprichting van een kennis- en informatiecentrum MVO. Uitzondering zijn de werkgeversorganisaties. Deze vroegen zich af wat de toegevoegde waarde van dergelijk centrum is ten opzichte van de reeds bestaande infrastructuur waarvan bedrijven gebruik kunnen maken. Al snel bleek achter deze positieve houding een breed spectrum aan visies te bestaan met betrekking tot de primaire doelgroepen, de producten en diensten en het bestuur en de organisatie van het centrum. Over de distributiekanalen, implementatie en evaluatie van het centrum bestonden in juni 2001 nog weinig concrete ideeën. 1.4 Adviesvraag, onderzoeksaanpak en opbouw van dit rapport Het Ministerie van Economische Zaken heeft dit onderzoek naar het Kennis- en informatiecentrum ingesteld om op basis van de resultaten de daadwerkelijke oprichting te kunnen voorbereiden. Daartoe moet het onderzoek inzicht geven in de informatiebehoefte bij het bedrijfsleven en andere stakeholders en de wenselijkheid en mogelijke vormen van samenwerking met het centrum (vraagkant). Tevens moet het onderzoek een duidelijk beeld geven van informatie die op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen reeds bestaat (aanbodkant). Op basis van verschillende opties moet vervolgens de concrete vormgeving van het op te richten kenniscentrum en de mogelijkheden voor samenwerking met bestaande kennisdragers worden uitgewerkt. Het onderzoek dient bij te dragen aan de verzakelijking van het maatschappelijke en politieke debat met betrekking tot het kenniscentrum maatschappelijk verantwoord ondernemen. De onderzoeksbronnen die in dit advies gebruikt zijn: Het door het (EIM) Economisch Instituut voor het Midden- en Kleinbedrijf uitgevoerde onderzoek onder ruim driehonderd bedrijven 2 (vraagkant bedrijven) 2 Kennis- en informatiecentrum MVO, onderzoek naar de kennisbehoeften en het oordeel van ondernemers. 6

7 Interviews met vertegenwoordigers van overheden, maatschappelijke organisaties en werkgeversen werknemersorganisaties (vraagkant overige stakeholders, zie Bijlage A) Inventarisatie en analyse van het bestaande aanbod van informatie en diensten op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen (aanbodkant, zie Bijlage B) Interviews met MVO kennisdragers om bestaande ideeën in kaart te brengen en de onderzoeksbevindingen te toetsen (vormgeving). Bij de analyse en interpretatie van de onderzoeksgegevens en de daaropvolgende compilatie van resultaten tot een concreet advies over de vormgeving van het Kennis- en informatiecentrum hebben vijf vragen centraal gestaan: Wat zijn de doelgroepen waar het centrum zich op gaat richten? (zie Hoofdstuk 2) Wat zijn de producten en diensten die het centrum zal gaan aanbieden? (zie Hoofdstuk 3) Middels welke distributiekanalen gaat het centrum de diensten aanbieden? (zie Hoofdstuk 4) Hoe ziet het centrum er uit qua organisatie- en bestuursstructuur? (zie Hoofdstuk 5) Hoe moeten de implementatie en evaluatie van het centrum verlopen? (zie Hoofdstuk 6) De gekozen volgorde van onderwerpen is niet willekeurig. De keuze voor de primaire doelgroepen van het kennis- en informatiecentrum is sterk bepalend voor de te maken keuzes met betrekking tot de producten en diensten en distributiekanalen. Het geheel aan antwoorden op bovenstaande vragen vormt de basis voor het ondernemingsplan van het Kennis- en informatiecentrum. 7

8 2 Doelgroepen van het Kennis- en Informatiecentrum Tijdens het onderzoek kwamen vier opties voor de primaire doelgroepen van het kennis- en informatiecentrum naar voren. Wij adviseren dat het kenniscentrum zich in zijn beginfase primair richt op middelgrote - en kleine bedrijven (doorverwijzen, actief informatie aanbieden en ontwikkeling lerende netwerken) en grote internationale bedrijven (doorverwijzen, onderzoek- en samenwerkingsprojecten gericht op internationale productketens). Dit advies is gebaseerd op: de analyse van de informatiebehoefte van bedrijven de wijze waarop bedrijven momenteel invulling geven aan MVO het huidige aanbod van MVO-informatie de visie van de meerderheid van de geraagdpleegde stakeholders. Schema 2.1 geeft een overzicht hoe het advies tot stand is gekomen met bijhorende paragraafnummers. Schema 2.1 Keuze primaire doelgroep kennis- en informatiecentrum Duidelijke keuze primaire doelgroep van groot belang (2.2) Keuze doelgroep bepaald door: informatiebehoefte bedrijven (2.3) ontwikkelingen mvo (2.4) aanbod mvo-informatie (2.5) visie stakeholders (2.6) Opties primaire doelgroep (2.7): kleine - en (middel)grote ondernemingen multinationale ondernemingen maatschappelijke organisaties overheden Advies (2.8) Primaire doelgroep: bedrijven MKB bedrijven: voorzien in informatiebehoefte grote internationale ondernemingen: kennisontwikkeling en samenwerkingsprojecten 2.1 Belang duidelijke keuze doelgroep Maatschappelijk verantwoord ondernemen heeft vele verschijningsvormen. De concrete invulling die ondernemingen hieraan gegeven verschilt en wordt onder meer bepaald door het type kernactiviteiten en de plaats in de waardeketen, de bedrijfsomvang, de landen en regio s waarin het bedrijf opereert en de eisen die de verschillende spelers in het krachtenveld rond de onderneming stellen. De grote diversiteit wordt mede geïllustreerd door de veelheid aan thema s waarover met name middelgrote en - kleine bedrijven behoefte aan informatie blijken te hebben. Tegelijkertijd staat het kennis- en informatiecentrum voor de uitdaging om overzicht te creëren in het grote en diverse aanbod aan MVO-informatie. Dit om gericht door te kunnen verwijzen, actief kwalitatief goede informatie aan te bieden, onderzoek te initiëren en samenwerkingen tussen ondernemingen en andere partijen tot stand te brengen.als het kenniscentrum, zeker in het begin van zijn ontwikkeling, wil voorzien in de informatiebehoefte van bedrijven, overzicht wil creëren in de bestaande kennisdragers en aanbieders van MVO-informatie én invulling wil geven aan de wensen en verwachtingen van alle stakeholders bestaat het gevaar dat het centrum zich verliest in de veelheid van 8

9 MVO-thema s en doelgroepen die het zou moeten bedienen. De middelen in termen van budget en daarmee menskracht zijn immers totnogtoe beperkt. Het belang van een duidelijke keuze voor een primaire doelgroep wordt ook benadrukt door de directeur van het Kenniscentrum Grote Steden en herkend door de meerderheid van de geraagdpleegde stakeholders. Op basis van bovenstaande overwegingen adviseren wij dat het centrum een duidelijk gedefinieerde doelgroep kiest. De keuze voor de primaire doelgroep is mede bepalend voor de producten en diensten die het kennis- en informatiecentrum gaat aanbieden en de verdere vormgeving van het kenniscentrum, met name de te kiezen distributiekanalen en de specifieke kennis en expertise van de directeur en de andere medewerkers. 2.2 Informatiebehoefte bedrijven De informatiebehoefte van bedrijven op het gebied van MVO is geïnventariseerd door het EIM. Er is een onderzoek uitgevoerd onder 300 bedrijven, evenredig verdeeld over de relevante grootteklassen 3. Dit onderzoek kan volgens het EIM als representatief worden beschouwd voor het MKB en grotere bedrijven. In aanvulling op dit onderzoek zijn interviews gehouden onder 16, door Triple Value geselecteerde, multinationals. Dit deel van het onderzoek, waarvoor dezelfde vragenlijst (zie Tabel 1) is gebruikt, dient als indicatief te worden beschouwd. De door de SER en het kabinet gehanteerde definitie van MVO diende als uitgangspunt voor het opstellen van de vragenlijst: de onderneming als waardescheppende organisatie die systematisch de belangen van de belangrijkste stakeholders afweegt vanuit milieu-, sociaal en financieel perspectief. Deze opvatting impliceert dat MVO-beleid dient te worden vormgegeven vanuit de kernactiviteiten van de onderneming. Vanuit dit perspectief is gezocht naar een optimum tussen het strategisch gehalte van de vragenlijst, het type en het aantal vragen en de beschikbare tijd en het kennisniveau op het gebied van MVO van de gemiddelde ondernemer 4. Tijdens het onderzoek bleek dat de meeste ondernemers geen problemen hebben ondervonden bij het beantwoorden van de vragen en dat de telefonische enquête voldoende informatie opleverde om conclusies te kunnen trekken met betrekking tot het inzicht in de relevante MVO-thema s, de behoefte aan informatie, de bekendheid met bestaande kennisdragers en de heersende mening over het oprichten van een kennis- en informatiecentrum op het gebied van MVO. Tabel 1: Selectie van items uit de vragenlijst van het EIM onderzoek: Informatiebehoefte van ondernemingen en bekendheid met bestaande kennisdragers Krachtenveld rond onderneming Implementatie MVO-beleid Kennisdragers/aanbieders Milieu- en sociale eisen klanten Beleid banken bij kredietverlening Belang dat werknemers hechten aan MVO-prestatie bedrijf MVO-prestatie en concurrenten Beleid en activiteiten overheden en maatschappelijke organisaties Voordelen MVO-beleid Opstellen van gedragscodes Concrete vormgeving MVO-beleid Communicatie over MVO-prestatie Recent informatie over MVO ingewonnen? Bekendheid met MVO-beleid en activiteiten overheden, koepel- en intermediaire organisaties 5 Bekendheid met kennisdragers en aanbieders van MVO-informatie bedrijven met minder dan 10 werknemers, 98 met werknemers, 111 met meer dan 100 werknemers en 16 multinationale, beursgenoteerde bedrijven. 4 Op dit punt hebben Triple Value en het EIM intensief samengewerkt. Triple Value vanuit de kennis van strategievorming op MVO-gebied, het EIM vanuit de kennis van de praktijk van veldonderzoek. 5 Ministeries van EZ, VROM en SZW, provincies en gemeenten, VNO-NCW, MKB Nederland, Kamer van Koophandel, Syntens, brancheorganisaties 6 Kenniscentrum duurzaam ondernemen (website), Nationaal Initiatief Duurzame Ontwikkeling, Stichting Samenleving & Bedrijf, NOVEM, Nationaal Contact Punt Multinationale Ondernemingen, milieuwinst.nl, schoner produceren.nl. Nota bene: Er is gekozen voor een selectie van kennisdragers en aanbieders om een indruk te krijgen van de bekendheid van ondernemingen met deze organisaties. 9

10 De belangrijkste conclusies van het EIM onderzoek 7 voor wat betreft de visie op de voorgenomen oprichting van het kenniscentrum en de informatiebehoefte van bedrijven op MVO gebied zijn 8 : Een zeer ruime meerderheid van alle geïnterviewde bedrijven staat positief ten opzichte van de oprichting van een kennis- en informatiecentrum maatschappelijk verantwoord ondernemen. Een argument dat vaak wordt genoemd is dat het centrum zal bijdragen aan het vergroten van het bewustzijn over de betekenis van MVO en de manier waarop bedrijven voordelen kunnen ontlenen aan gestructureerd MVO-beleid. Een tweede argument is de behoefte aan een organisatie die overzicht heeft in de veelheid en diversiteit van MVO-aanbod en -aanbieders. Van de multinationale en MKB/grotere bedrijven verwacht 94 % respectievelijk 63% gebruik te maken van het kennis- en informatiecentrum Alle multinationale ondernemingen en vrijwel alle grotere bedrijven zijn (naar eigen zeggen) actief op MVO gebied (zie Schema 2.2). Verreweg de meeste ondernemingen hebben inzicht in de belangrijkste MVO-thema s. Van deze ondernemingen geeft bijvoorbeeld slechts een kleine minderheid aan geen inzicht te hebben in de voordelen van MVO (Schema 2.3). De multinationals zijn goed op de hoogte van het beleid van de overheid en de diverse regelingen op milieu- en sociaal gebied. Dat geldt ook voor de MVO-activiteiten van koepel- en intermediaire organisaties en de kennisdragers en informatieaanbieders op MVO-gebied. Middelgrote - en kleine bedrijven zijn relatief minder actief op MVO gebied. Het inzicht in de belangrijke MVO-thema s bij zowel het MKB als de grotere ondernemingen is aanzienlijk minder dan bij de multinationals. Een meerderheid zegt bijvoorbeeld geen of weinig inzicht te hebben in de voordelen van MVO-beleid. Wel is er, net als bij de andere thema s, een duidelijke behoefte aan kennis- en informatie op MVO-gebied. Het inzicht in het beleid van de rijksoverheid en met name de lokale overheden is beperkt. De bekendheid met het MVO-beleid en de MVO-activiteiten van koepel- en intermediaire organisaties is vrij groot. De bekendheid met gespecialiseerde aanbieders en kennisdragers op het gebied van MVO is laag tot zeer laag. Dit verklaart de bovengenoemde behoefte aan een centraal punt met overzicht over MVO kennis en - expertise. 7 De conclusies zijn gebaseerd op uitspraken van vertegenwoordigers van de ondernemingen zelf. De resultaten van het onderzoek geven naar verwachting een accurate reflectie van de werkelijkheid. Wel dient bij de interpretatie van de gegevens rekening te worden gehouden met het geven van sociaal wenselijke antwoorden. 8 Wij beperken ons hier tot die zaken die direct relevant zijn voor de keuzes met betrekking tot de doelgroepen van het kenniscentrum. Voor details wordt verwezen naar het rapport Kennis en informatiecentrum MVO, onderzoek naar de kennisbehoeften en het oordeel van ondernemers van het EIM. 10

11 Schema 2.2 MVO activiteiten van bedrijven van verschillende omvang Multinationale bedrijven Grote bedrijven Middelgrote bedrijven Kleine bedrijven Toekomstig actief Nu reeds actief Percentage van geïnterviewde bedrijven Bron: EIM Enquete Schema 2.3 Informatiebehoefte van bedrijven Inzicht in en behoefte aan informatie over voordelen MVO Kleine bedrijven Middelgrote bedrijven Grote bedrijven Multinationale bedrijven Percentage van geïnterviewde bedrijven Geen of weinig inzicht in voordelen MVO Behoefte aan informatie over voordelen MVO Bron: EIM Enquete 11

12 2.3 Stand van zaken en toekomstige ontwikkelingen MVO Zoals blijkt uit Schema 2.2 houden de meeste bedrijven zich, naar eigen zeggen, bezig met MVO. Slechts een beperkt aantal bedrijven is niet actief op dit gebied en is dit in te toekomst ook niet van plan. Deze groep is bewust inactief. De in het EIM onderzoek door bedrijven genoemde milieu-activiteiten hebben voornamelijk betrekking op zaken als afvalscheiding en recycling. Met name (middel)grote bedrijven zijn bezig met de ontwikkeling en implementatie van milieumanagementsytemen en verslaglegging. De ontwikkeling op deze gebieden is sinds begin jaren negentig in een stroomversnelling gekomen en zal zich naar verwachting doorzetten: Steeds meer bedrijven beschikken over volgens ISO norm gestructureerde managementsystemen. Ook de kwaliteit van de milieuverslaglegging neemt toe. Onderwerpen die te maken hebben met de volgende fase van milieumanagement, zoals milieugericht ketenmanagement, de integratie van milieuaspecten in de ondernemingsstrategie worden vrijwel niet genoemd. Hiervan zijn overigens wel voorbeelden te vinden bij grotere Nederlandse bedrijven die actief zijn in onder meer de chemie, olie&gas, luchtvaart, voedingsmiddelen en retail. De door de ondernemingen genoemde sociale activiteiten hebben vooral betrekking op de veiligheid van werknemers, secundaire arbeidsvoorwaarden, ontwikkelingsmogelijkheden van medewerkers en het in dienst nemen van WAO-ers en allochtonen. Hoewel deze onderwerpen nog volop in ontwikkeling zijn, zijn de belangrijkste thema s geadresseerd, is gericht beleid ontwikkeld en wordt via bestaande kanalen voorzien in de informatiebehoefte. Deze onderwerpen zijn, vanuit het perspectief van het kennis- en informatiecentrum MVO, wellicht minder relevant. De externe sociale dimensie van MVO krijgt vooralsnog vooral vorm via sponsoring, bijdragen aan goede doelen en vrijwilligerswerk. De nadruk ligt in de meeste gevallen op initiatieven in het Nederlandse speelveld die niet of in beperkte mate zijn gerelateerd aan de kernactiviteiten van de onderneming. Net als bij de milieudimensie van MVO ontbreekt in de door de ondernemers genoemde voorbeelden het ketenperspectief. Hierover bestaan voorzover bekend geen specifieke gegevens. Wel bestaat de indruk bij een aantal van de geraadpleegde stakeholders dat slechts een beperkt aantal bedrijven (olie&gas, voeding, kleding en retail) systematisch aandacht besteedt aan de sociale aspecten aan de grondstoffen- en leveranciers kant van de productketen. Dit is niet verrassend omdat ook bij de milieudimensie van MVO systematisch ketenmanagement nog volop in ontwikkeling is 9. De meeste gedragscodes en richtlijnen op het gebied van MVO 10 omvatten systematische aandacht voor de sociale aspecten van internationale productketens. Met name maatschappelijke organisaties benadrukken de noodzaak om dit aspect in de context van het kennis- en informatiecentrum verder te ontwikkelen. De resultaten van dit EIM onderzoek zijn op hoofdlijnen vergelijkbaar met de Ondernemerschapsmonitor MVO, het eveneens door EIM in de winter van 2000/2001 voor het Ministerie van Economische Zaken uitgevoerde onderzoek naar de aard en omvang van de activiteiten op het gebied van MVO. Ook daaruit bleek dat een ruime meerderheid van het Nederlands bedrijfsleven invulling geeft aan maatschappelijk verantwoord ondernemen. Echter, de invulling van MVO is meeromvattend dan de in het kader van dit onderzoek genoemde voorbeelden op milieu- en sociaal gebied. Zoals eerder opgemerkt staat in de door de SER gebruikte definitie, waar ook in het kabinetstandpunt naar wordt verwezen, een meer strategische, geïntegreerde benadering centraal waarbij MVO wordt vormgegeven vanuit de kernactiviteiten van de onderneming. Bezien vanuit deze opvatting van MVO, die overigens door een snel toenemend aantal multinationals 9 Novem voert bijvoorbeeld de Stimuleringsregeling Productgerichte Milieuzorg (pmz) uit. Ondernemingen krijgen tot 2004 de tijd om pmz in te voeren. Een groot aantal sectoren oriënteert zich op dit instrument of is bezig om de eerste concrete stappen te zetten. Ook hier geldt dat met name MKB bedrijven moeite hebben om milieugericht ketenmanagement te ontwikkelen en te implementeren. 10 Social Audit 8000, AA 1000, de OESO- en ILO- richtlijnen. 12

13 wordt onderschreven 11, ligt de maatlat aanzienlijk hoger dan de stand van zaken die in Schema 2.2 is beschreven. Tegelijkertijd leert een snelle inventarisatie van best practices 12 dat ook erkende voorlopers nog bezig zijn om antwoorden te formuleren op de vragen die een meer strategische benadering van MVO oproepen. Een diepgaande analyse van de mate waarin Nederlandse ondernemingen MVO strategisch en geïntegreerd vormgeven zou één van de onderzoeksthema s van het kenniscentrum kunnen zijn (zie 3.4). 2.4 Aanbod MVO informatie Zowel de SER als het kabinet signaleren een veelheid en grote diversiteit aan kennisdragers op het gebied van MVO. Het doorverwijzen van bedrijven en andere doelgroepen van het kenniscentrum met vragen op het gebied van MVO is een dienst waaraan grote behoefte is (zie 2.2) en waarover grote mate van overeenstemming bestaat onder de stakeholders ( maak gebruik van bestaande kennis en expertise ).Vanuit het perspectief van het op te richten kennis- en informatiecentrum is het van groot belang dat er overzicht wordt gecreëerd in het aanbod aan MVO-kennis en -informatie. In het kader van dit onderzoek zijn ruim 110 aanbieders van MVO diensten geïdentificeerd en zijn de belangrijkste kenmerken in kaart gebracht (zie Tabel 2). Schema 2.4 geeft een overzicht van de doelgroepen waarop de onderzochte aanbieders zich richten Tabel 2: Onderzochte kenmerken kennisdragers en informatieaanbieders MVO Algemeen Naam, omvang staf, website, geografische focus, reputatie en invloed Doelgroepen Thema s (milieu, sociaal, business focus) Type dienstverlening Financiering Multinationals/grote bedrijven, MKB, investeerders, overheden, maatschappelijke organisaties MVO-gedreven ontwikkelingen in afzetmarkten, financiële markten, arbeidsmarkt Strategische meerwaarde MVO, gedragscodes/standaarden, product- en procesontwikkeling, community investing, rapportage Digitale bibliotheek, zoekfunktie op website, weblinks, onderzoek, advies, training, -service en nieuwsbrieven Non-profit/for-profit, lidmaatschap, betaalde diensten, subsidies, sponsoring Aanbod gericht op grote, internationale bedrijven De meeste kennisdragers en aanbieders richten zich op de ontwikkelingen in het krachtenveld rond grote, internationale ondernemingen. Het brede scala aan kwalitatief hoog aanbod van kennis en informatie verklaart mede de relatief beperkte behoefte aan MVO-informatie van multinationals. Dit type MVO-informatie wordt aangeboden door onder meer de volgende spelers: Commerciële adviesbureaus: De meeste grotere adviesbureaus bieden diensten aan die zich richten op de ondersteuning van bedrijven bij het vormgeven van MVO-beleid en strategie, de ontwikkeling en implementatie van gedragscodes en managementsystemen en de publicatie van milieu-, sociale- of geïntegreerde duurzaamheidverslagen. Ook het aantal kleinere adviesbureaus op dit terrein is de laatste jaren sterk toegenomen. De adviesbureaus beschikken over een grote kennis en ervaring op het gebied van MVO. Een aantal bureaus heeft aangegeven in principe bereid 11 Zie onder meer de publicaties van de World Business Council for Sustainable Development voor de definitie en interpretatie van Corporate Social Responsibility. 12 Bijvoorbeeld op basis van de Nederlandse bedrijven die vaak worden geselecteerd door de toonaangevende onderzoeksbureaus die worden geraadpleegd door duurzame beleggers (Dow Jones Sustainability Index Group, Innovest Strategic Value Advisors, EIRIS en KLD). 13

14 te zijn (een deel van) de opgebouwde kennis (database met MVO informatie, ontwikkeling websites, etc) beschikbaar te stellen. Dit kan aan de concrete vormgeving en operationalisering van het kennis- en informatiecentrum een grote impuls geven. Schema 2.4 Doelgroepen waarop de onderzochte aanbieders van MVO diensten zich richten Aanbieders van MVO diensten per doelgroep NL kleinere bedrijven NL overheden Krachtenveld rondom kleine bedrijven Maatschappelijke organisaties Internationale grote bedrijven Krachtenveld rondom grote bedrijven Investeerders 0% 20% 40% 60% 80% 100% Percentage aanbieders van MVO diensten die zich richten op doelgroep MVO Kernactiviteit aanbieder MVO geen kernactiviteit aanbieder Bron: Triple Value analyse van 114 aanbieders van MVO diensten Noot: Aanbieders kunnen zich op meer dan één doelgroep richten Business netwerken (internationaal): Een snel groeiend aantal grote, internationale bedrijven is aangesloten bij een of meerdere business networks. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan de World Business Council for Sustainable Development (WBCSD), European Partners for the Environment (EPE), het Global Reporting Initiative (GRI), de UN Global Compact (UN), CSR Europe, het Social Venture Network (SVN). Deze netwerken, waarin ook maatschappelijke organisaties als Amnesty en Greenpeace zijn vertegenwoordigd, zijn een zeer rijke en toegankelijke bron van kennis en expertise op het gebied van MVO. Business netwerken en MVO-specialisten (nationaal): Nederlandse kennisdragers die zich vooral richten op (Nederlandse werkmaatschappijen van) grote internationale bedrijven zijn onder meer de Stichting Samenleving & Bedrijf, de Stichting Maatschappij en Onderneming, het Nationaal Initiatief Duurzame Ontwikkeling, het Kenniscentrum duurzaam ondernemen (website). Ook bij uitvoerders van diverse overheidregelingen, zoals Senter en Novem, zit de nodige kennis en ervaring op MVO-gebied. Alle genoemde partijen zijn gesproken in het kader van dit onderzoek en zijn in principe bereid om bij te dragen aan de ontwikkeling van het kenniscentrum (inbreng van kennis, ideeën en netwerken, samenwerking). Universiteiten: Diverse Nederlandse universiteiten hebben de afgelopen jaren onderzoeksprogramma s gestart en hoogleraren benoemd op het gebied van MVO. Vooral Universiteit Nyenrode (duurzaam ondernemen en -beleggen), de Universiteit Groningen (definitie en meetbaarheid duurzaamheid) en de Erasmus Universiteit (milieustrategie, -management en gedragscodes) zijn actief op dit gebied. De onderzoeken vinden deels plaats in samenwerking met grotere ondernemingen. Ook van de kennis- en expertise van deze kennisinstellingen kan het kennis- en informatiecentrum gebruik maken. 14

15 Zoals opgemerkt in 2.3 neemt het aantal ondernemingen dat systematisch aandacht besteed aan MVO gestaag toe. De voorlopers zijn goed op de hoogte van het zojuist beschreven aanbod. Er mag worden verwacht dat ook de volgers en achterblijvers op termijn invulling zullen geven aan MVO-beleid. Grote, internationale ondernemingen: krijgen steeds meer zicht op de voordelen van systematisch MVO-beleid, ontwikkelen en implementeren gedragscodes waarin de business values en principles expliciet worden gemaakt, volgen in hoeverre de wensen van afnemers (business to business) en consumenten (business to consumer) op milieu- en sociaal gebied veranderen en spelen hier op in, verschuiven de aandacht langzaam maar zeker van bedrijfsintern milieu (en sociaal) management naar (internationaal) ketenmanagement, worden diepgaand geanalyseerd door duurzame beleggers (retail, private banks en in toenemende mate pensioenfondsen) en communiceren actief met de onderzoeksbureaus op dit terrein, hebben belang bij een goede reputatie op de arbeidsmarkt en bij het grote publiek (bescherming of versterking van de merknamen en de corporate brand), ervaren in een aantal sectoren dat concurrenten zich actief profileren op MVO-gebied, staan blijvend in de belangstelling van maatschappelijke organisaties, hebben steeds meer aandacht voor communicatie met stakeholders (dialoog en rapportage). In het SER advies worden deze zaken samengevat onder de noemer reputatiemechanisme. Zoals eerder opgemerkt maken de grote, internationale ondernemingen gebruik van het bestaande aanbod op dit terrein. Het is dan ook niet noodzakelijk dat het kennis- en informatiecentrum zich richt op het actief aanbieden van informatie aan multinationale ondernemingen. Door het creëren van overzicht in de veelheid van aanbod en het gericht doorverwijzen naar bestaande kennisdragers kan het centrum wellicht voor volgers en achterblijvers binnen deze groep een nuttige functie vervullen. Aanbod gericht op MKB bedrijven Het reputatiemechanisme werkt naar alle waarschijnlijkheid minder sterk in het krachtenveld rondom MKB bedrijven. Dit komt door het ontbreken van twee belangrijke stakeholders: NGOs (omdat zij zich veelal richten op grote bedrijven die zich bewust zijn van hun reputatierisico) en investeerders (omdat een beursnotering voor kleinere bedrijven vaker uitzondering dan regel is). Ook buitenlandse overheden spelen niet in alle gevallen een rol. Het aanbod van informatie aan MKB bedrijven staat aan het begin van zijn ontwikkeling. Slechts een zeer beperkt deel van de kennisdragers en aanbieders op het gebied van MVO richt zich expliciet op MKB bedrijven. Ook de kwaliteit van het aanbod is, in vergelijking met de kwaliteit van de hierboven genoemde kennisdragers, beperkt. Het aanbod bestaat vooral uit spelers die MVO niet, of in beperkte mate als kernactiviteit hebben. Daarbij moet onder meer worden gedacht aan de Kamers van Koophandel, provincies en gemeenten, branches en MKB Nederland (Stichting Maatschappelijk Ondernemen). Ook Novem, Senter en Syntens en enkele regionale ontwikkelingsmaatschappijen zijn actief richting MKB bedrijven. Het kennis- en informatiecentrum kan voor deze doelgroep van grote toegevoegde waarde zijn door actief informatie aan te bieden (van voorlichting tot specifieke instrumenten ter ondersteuning bij de ontwikkeling en implementatie van MVO beleid). Tevens kan het centrum een belangrijke rol spelen bij het vertalen van de kennis die is opgebouwd door grotere bedrijven en andere spelers in dit krachtenveld. De bovengenoemde organisaties zijn bezig om gestalte te geven aan het eigen MVObeleid en de wijze waarop zij de aangesloten bedrijven/klanten kunnen ondersteunen. De meesten hebben aangegeven bereid te zijn om hierbij een actieve rol te spelen. Uiteraard is ook hier de doorverwijsfunctie van belang. Deze wordt enigszins beperkt door het lage aantal aanbieders en het relatief lagere kwaliteitsniveau. 15

16 Aanbod gericht op lokale overheden Ook het kennis- en informatieaanbod voor lokale overheden is nog beperkt ontwikkeld. Uit de inventarisatie van het MVO-aanbod blijkt dat slechts een beperkt aantal kennisdragers zich op deze groep richt. Daarbij kan worden gedacht aan het Kenniscentrum Grote Steden, de Stichting Samenleving & Bedrijf, Business in the Community, de regionale ontwikkelingsmaatschappijen en de provincies. Dit beeld wordt bevestigd door verschillende stakeholders. Om die reden worden lokale overheden dan ook regelmatig genoemd als doelgroep voor het kenniscentrum. Het gaat hierbij dan voornamelijk om MVO activiteiten in samenwerking met regionaal opererende bedrijven die zijn gericht op de lokale omgeving. Het kenniscentrum kan, zodra specifieke kennis is opgebouwd voor middelgrote en kleine bedrijven een nuttige rol vervullen bij het formuleren van lokaal MVO-beleid en het tot stand brengen van samenwerkingen tussen lokale overheden en het MKB. Aanbod gericht op vermogensbeheerders De vraag van professionele vermogensbeheerders (retail funds, private banking en pensioenfondsen) naar informatie over de milieu- en sociale prestatie van ondernemingen groeit. De laatste jaren is er, in navolging van en aanvulling op de pioniers zoals Kinder, Lydenberg & Domini in de Verenigde Staten en EIRIS in het Verenigd Koninkrijk een veelheid van informatieaanbieders en onderzoeksbureaus ontstaan op dit terrein. De toonaangevende nieuwe internationale spelers zijn de Dow Jones Sustainability Group Index/Dow Jones Sustainable Asset Management (DJ SAM) en Innovest Strategic Value Advisors. In Nederland is een internationaal samenwerkingsverband op dit terrein opgericht door Triodosbank: het Sustainable Investment Research Initiative (SIRI). Het Triple P Performance Center, dat is aangesloten bij het IVM en jaarlijks de Triple Bottom Line Investing Conference organiseert, heeft een goed overzicht over de internationale ontwikkelingen op dit gebied. Ook de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling (VBDO) is actief. De VBDO, die bezig is om een database op te zetten met de milieu- en duurzaamheidverslagen van grotere bedrijven, is gaarne bereid om de mogelijkheden om met het kennis- en informatiecentrum samen te werken te onderzoeken. De genoemde onderzoeksbureaus richten zich momenteel voornamelijk op grote internationale bedrijven, bijvoorbeeld de top 2000 wereldwijd. De beleggingsfondsen worden samengesteld op basis van de best in class per sector. In de toekomst kan worden verwacht dat een graduele verschuiving zal optreden naar grotere en MKB bedrijven. Als gevolg daarvan, in aanvulling op de AEX-fondsen ook de mid en small caps door deze spelers worden geanalyseerd op hun milieu- en sociale prestatie. De ontwikkeling van het aanbod richting vermogensbeheerders is vraaggedreven en voltrekt zich in grote mate autonoom. De onderzoeksbureaus professionaliseren zich in hoog tempo en ontwikkelen omvangrijke, kwalitatief hoogwaardige databases. Ook de kwaliteit van de analysemethoden wordt steeds beter. De beperkte beschikbaarheid van kwalitatief goede verslaglegging op MVO-gebied is een breed gesignaleerde belemmering. Echter, als de markt voor duurzaam beleggen verder groeit en daarmee het aantal toonaangevende financiële partijen dat milieu- en sociale aspecten integreert in het beleggingsbeleid toeneemt, mag worden verwacht dat ondernemingen worden gestimuleerd tot kwalitatief goede verslaglegging op MVO-gebied. Om bovengenoemde redenen vormen vermogensbeheerders en de genoemde onderzoeksbureaus niet de primaire doelgroep van het kenniscentrum. Wel dient het kenniscentrum zeer goed op de hoogte te zijn van de zojuist samengevatte ontwikkelingen op het gebied van duurzaam- en maatschappelijk verantwoord beleggen. Maatschappelijke organisaties Maatschappelijke organisaties op het gebied van milieu en mensenrechten beschikken over ruime kennis en expertise op MVO-gebied en zijn actief betrokken in de nationale en internationale netwerken (zie aanbod gericht op grote internationale bedrijven ). Zij bepalen mede de MVO-agenda. Hun wensen en verwachtingen (zie bijlage A en 2.5) vormen een vrij goede indicatie van de 16

17 ontwikkelingsrichting op MVO-gebied. Om beide redenen kunnen de NGO s een nuttige rol vervullen voor het kennis- en informatiecentrum MVO. Verschil tussen behoefte en aanbod MVO diensten Uit de analyses van behoefte en aanbod is af te leiden waar het grootste verschil bestaat aan MVO diensten. In Schema 2.5 is een indicatief overzicht gegeven van informatiebehoefte, -aanbod en het verschil tussen beiden. Het schema bevat de informatie die eerder gegeven is in Schema 2.3 en 2.4. De informatiebehoefte van lokale overheden, NGOs en investeerders is ingeschat ten opzichte van de kleinere en grote bedrijven met behulp van de informatie verkregen uit de interviews. Uit Schema 2.5 blijkt dat het grootste verschil tussen informatieaanbod en -behoefte ligt bij kleine - en middelgrote bedrijven en lokale overheden. Schema 2.5 Informatiebehoefte, -aanbod en -gap per doelgroep Doelgroep Informatiebehoefte, -aanbod en gap Kleine/middelgrote bedrijven Lokale overheden Maatschappelijke organisaties Grote bedrijven Investeerders Bron: EIM enquete; Triple Value Strategy Consulting analyse (1) Behoefte uit EIM enquete en interviews (2) Aanbod is percentage van huidge aanbieders afwezig (0-15%) klein (15-30%) redelijk (30-45%) aanzienlijk (45-60%) groot (60-75%) Informatie behoefte aanbod en verschil zeer groot (>75%) behoefte (1) aanbod (2) verschil 2.5 Meningen stakeholders over doelgroepen Tijdens het onderzoek zijn 4 interviews gehouden met werkgevers- en werknemersorganisaties en de voorzitter van de SER, 8 interviews met NGOs, 6 vertegenwoordigers van ministeries en 9 interviews met kennisdragers en intermediaire organisaties. Voor een overzicht van geïnterviewde organisaties en een samenvatting van de visie van de stakeholders wordt verwezen naar Bijlage A. Met uitzondering van de Consumentenbond, die vind dat het centrum zich primair moet richten op maatschappelijke organisaties en overheden, vinden alle stakeholders dat bedrijven de primaire doelgroep van het centrum moeten zijn. De meeste stakeholders herkennen de zich relatief snel voltrekkende, autonome ontwikkelingen in het krachtenveld rond grote internationale bedrijven. Zij verwachten dat het centrum waar het de actieve informatievoorziening op MVO-gebied betreft de grootste meerwaarde heeft voor middelgrote - en kleine bedrijven. Met name de maatschappelijke organisaties benadrukken echter dat de internationale dimensie van MVO duidelijke aandacht verdiend en dat (grote) bedrijven met internationale productketens en multinationale ondernemingen daarom ook tot de doelgroep behoren. Ook vinden de meesten dat het 17

18 centrum zich niet uitsluitend op bedrijven moet richten, maar ook op andere doelgroepen. Over welke deze zouden moeten zijn lopen de meningen uiteen. 2.6 Opties voor primaire doelgroepen Op basis van de informatiebehoefte van bedrijven, het bestaande aanbod aan kennis- en informatie op het gebied van MVO en de visie van de verschillende stakeholders komen een viertal mogelijke doelgroepen vrij prominent naar voren. Dit zijn middelgrote - en kleine bedrijven, multinationals en grote bedrijven, NGO s en de overheid. De vermogensbeheerders zijn niet als mogelijke doelgroep opgenomen omdat de ontwikkeling op het gebied van duurzaam beleggen zich autonoom voltrekt én dit type spelers door de meeste stakeholders niet als doelgroep wordt genoemd. De verschillende opties die mogelijk zijn voor de keuze van de doelgroep(en) van het kennis- en informatiecentrum zijn samengevat in Schema 2.6. Voor de mogelijke primaire doelgroepen genoemd in de opties zijn de meest relevante stakeholders, onderwerpen, het type informatiebehoefte en daarmee de aard van het bijbehorende Kennis- en informatiecentrum verschillend. Schema 2.6 Vier opties voor het Kennis- en infomatiecentrum Primaire doelgroep MKB Kleine - en middelgrote bedrijven Multinationals/ grootbedrijf Multinationale bedrijven NGOs Maatschappelijke organisaties Overheid Overheden Meest relevante stakeholders Lokale overheden Maatschappelijke organisaties, Investeerders Multinationale bedrijven Bedrijven en maatschappelijke organisaties Relevante onderwerpen Lokale - en nationale dimensie MVO Internationale dimensie MVO Internationale dimensie MVO Lokale/nationale en Internationale dimensie MVO Informatiebehoefte Best practices, doorverwijzingen, samenwerkingen Best practices, doorverwijzingen MVO prestatie bedrijven en benchmarking MVO prestatie bedrijven en beleidsimplicaties Aard van KIC Kennis verspreidend Kennis verdiepend en inventariserend Transparantie vergrotend en projectinitiërend Onderzoekend en beleidsvoorbereidend 2.7 Advies keuze primaire doelgroep In Schema 2.7 zijn de vier opties, op basis van de bevindingen zoals beschreven in de voorgaande paragraven, kwalitatief gewaardeerd op de volgende aspecten: informatiebehoefte het aanbod van MVO-informatie gericht op de betreffende doelgroep het verschil tussen informatiebehoefte en bestaand aanbod de mate van autonome ontwikkeling 18

19 Schema 2.7 Prioriteitstelling van doelgroepen voor actieve informatievoorziening MKB Multinationals/ grootbedrijf NGOs Overheid Aanwezige behoefte (1) Aanzienlijk Zeer groot Groot Redelijk Bestaand aanbod (1) Klein Groot Aanzienlijk Klein/afwezig Verschil behoefte en aanbod (1) Autonome ontwikkeling Aanmerkelijk Klein Klein Redelijk Gering Toenemend Aanwezig Gering Voorkeur (1) Zie Schema 2.5 Op grond daarvan adviseren wij dat het kennis- en informatiecentrum zich in het begin van zijn ontwikkeling primair richt op ondernemingen. Het centrum dient met name middelgrote - en kleine bedrijven actief te gaan voorzien in hun informatiebehoefte en moet op verzoek effectief kunnen doorverwijzen naar specialisten. In de tweede plaats dient het kenniscentrum zich te richten op grote, internationale bedrijven om te voorzien in de behoefte aan doorverwijzingen en aan kennisontwikkeling op specifieke thema s (zie 3.4). Deze groep bedrijven is, ondanks de beperkte behoefte aan actieve informatievoorziening van de bedrijven zelf, tevens van groot belang als bron van best practices en om opgedane kennis en ervaring te vertalen naar middelgrote - en kleine bedrijven (zie 3.3 en 3.5). Het kennis- en informatiecentrum kan naar verwachting in een later stadium van zijn ontwikkeling ook een nuttige rol vervullen voor de rijksoverheid (beleidsignalerende rol), lokale overheden (samenwerking met middelgrote - en kleine bedrijven op het gebied van MVO) en maatschappelijke organisaties (kennisontwikkeling en projecten op het gebied van internationale productketens). 19

20 3 Dienstenaanbod van het Kennis- en Informatiecentrum De informatiebehoefte van bedrijven, het gebrek aan overzicht in het aanbod van MVO kennis en informatie en de wensen en verwachtingen van de verschillende stakeholders wijzen uit dat het kennisen informatiecentrum in ieder geval actief informatie moet aanbieden aan middelgrote - en kleine bedrijven en zowel deze bedrijven als grote, internationale bedrijven effectief moet kunnen doorverwijzen naar kennisdragers en informatieaanbieders. Deze dienst is te beschouwen als respons van het centrum op de vragen die leven bij de primaire doelgroepen en is daarmee vraaggestuurd/agendavolgend. Over andere rollen, zoals het creëren van lerende netwerken en het initiëren van onderzoek- en samenwerkingsprojecten lopen de meningen uiteen. Dit type diensten is op te vatten als mede kennisontwikkelend en agendabepalend. Een ruime meerderheid van de geraadpleegde stakeholders is het erover eens dat trainingen en cursussen en de organisatie van congressen in voldoende mate in de markt tot stand zullen komen. Wij adviseren dat het kennis- en informatiecentrum de volgende diensten gaat aanbieden: Het op afroep doorverwijzen zowel van middelgrote - en kleine bedrijven als grote, internationale ondernemingen naar gespecialiseerde kennisdragers en informatieaanbieders, Het actief aanbieden van informatie op het gebied van MVO richting middelgrote - en kleine bedrijven, Het, in nauwe samenwerking met bestaande netwerken op dit terrein en intermediaire organisaties, verder ontwikkelen van lerende netwerken van middelgrote - en kleine bedrijven en grotere bedrijven, Het, in nauwe samenwerking met bestaande kennisinstellingen, identificeren van witte vlekken in kennis om op basis daarvan onderzoeksprogramma s op te zetten, Het opzetten van samenwerkingsprojecten gericht op sectoren en internationale productketens. Deze projecten hebben een kennisontwikkelingfunctie en zijn primair gericht op groepen bedrijven die met dezelfde problematiek worden geconfronteerd. Hier spelen grote bedrijven en maatschappelijke organisaties een belangrijke rol. 3.1 Mening bedrijven en andere stakeholders over aan te bieden diensten De diensten die het Kennis- en informatiecentrum aan kan gaan bieden variëren van het (passief) verschaffen van informatie tot het (actief) adviseren van bedrijven. Daartussen liggen activiteiten als het zelfstandig uitvoeren van onderzoek en benchmarking, het initiëren van projecten en het verzorgen van trainingen en events. In Schema 3.1 wordt een overzicht gegeven van de verschillende meningen met betrekking tot de specifieke diensten die het centrum zou moeten gaan aanbieden. De algemene trend is dat NGOs het breedste takenpakket voor ogen staat en dat de belangenorganisaties van werkgevers de voorkeur geven aan een beperkt takenpakket. Opvallend is dat de werkgeversorganisaties behoudender zijn dan hun leden aangeven in het onderzoek van het EIM. Over het feit dat het centrum in ieder geval een informatie verschaffende en doorverwijzende functie heeft zijn nagenoeg alle partijen het eens. Tevens zijn alle partijen van mening dat het centrum geen activiteiten moet verrichten daar waar activiteiten op commerciële basis tot stand komen. Vooral het verzorgen van trainingen aan en het adviseren van individuele bedrijven worden gezien als taken die aan de markt kunnen worden overgelaten. 20

Normalisatie: de wereld op één lijn. ISO 26000. Maatschappelijke Verantwoordelijkheid van Organisaties (MVO) Zet goede bedoelingen om in goede acties

Normalisatie: de wereld op één lijn. ISO 26000. Maatschappelijke Verantwoordelijkheid van Organisaties (MVO) Zet goede bedoelingen om in goede acties Normalisatie: de wereld op één lijn. ISO 26000 Maatschappelijke Verantwoordelijkheid van Organisaties (MVO) Zet goede bedoelingen om in goede acties 2 Inhoudsopgave ISO 26000: een richtlijn voor iedereen

Nadere informatie

Duurzaam Bankieren in 2015: hoogtepunten en vooruitblik. Waarde creëren voor onze stakeholders

Duurzaam Bankieren in 2015: hoogtepunten en vooruitblik. Waarde creëren voor onze stakeholders Duurzaam Bankieren in 2015: hoogtepunten en vooruitblik Waarde creëren voor onze stakeholders Duurzaam bankieren bij ABN AMRO ABN AMRO levert een scala aan producten en diensten aan particuliere, private

Nadere informatie

Managementsamenvatting

Managementsamenvatting Managementsamenvatting Erasmus Universiteit Rotterdam: CSR paper De route naar Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen in algemene ziekenhuizen. De strategische verankering van MVO in de dagelijkse activiteiten

Nadere informatie

IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM

IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM IN ZES STAPPEN MVO IMPLEMENTEREN IN UW KWALITEITSSYSTEEM De tijd dat MVO was voorbehouden aan idealisten ligt achter ons. Inmiddels wordt erkend dat MVO geen hype is, maar van strategisch belang voor ieder

Nadere informatie

4 Internationaal mvo en ketenbeheer: een korte stand van zaken

4 Internationaal mvo en ketenbeheer: een korte stand van zaken 4 Internationaal mvo en ketenbeheer: een korte stand van zaken 4.1 Inleiding Waar staat het bedrijfsleven momenteel als het gaat om rapportage over internationaal mvo en ketenbeheer in het bijzonder? Dit

Nadere informatie

Business Continuity Management conform ISO 22301

Business Continuity Management conform ISO 22301 Business Continuity Management conform ISO 22301 Onderzoek naar effecten op de prestaties van organisaties Business continuity management gaat over systematische aandacht voor de continuïteit van de onderneming,

Nadere informatie

inspireren en innoveren in MVO

inspireren en innoveren in MVO inspireren en innoveren in MVO Inleiding Gert Van Eeckhout Beleidsondersteuner MVO - Departement WSE Wat is MVO? Waarom MVO? Beleidslijnen Vlaamse overheid MVO? een proces waarbij ondernemingen vrijwillig

Nadere informatie

Klant. Pensioen life cycle indicators

Klant. Pensioen life cycle indicators Pensioen life cycle indicators Klant Rapport om een gefundeerde keuze te maken tussen verschillende premiepensioenproducten. Gebaseerd op analyses op het gebied van beleggingsbeleid, duurzaamheid, rendement

Nadere informatie

Managementsamenvatting adviesrapport

Managementsamenvatting adviesrapport Managementsamenvatting adviesrapport Onderzoek succesfactoren, knelpunten en ondersteuningsbehoeften van Nederlandse Gemeenten rond MVO-stimulering, verduurzaming van de bedrijfsvoering en duurzaam inkopen

Nadere informatie

Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandelindustrie september 2015

Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandelindustrie september 2015 Maatschappelijk verantwoord beleggen Stichting bedrijfstakpensioenfonds voor de Houthandelindustrie september 2015 Beleid ten aanzien van Maatschappelijk verantwoord beleggen Inleiding BPF Houthandel draagt

Nadere informatie

ISO 26000, wereldwijde MVO richtlijn

ISO 26000, wereldwijde MVO richtlijn ISO 26000, wereldwijde MVO richtlijn Zet goede bedoelingen om in goede acties Ingeborg Boon NEN met dank aan Hans Kröder 1 Europees: 30 leden Wereldwijd: 159 leden ruim 60 jaar 18.000 publicaties Missie:

Nadere informatie

Internationaliseringsdesk regio Zwolle

Internationaliseringsdesk regio Zwolle Internationaliseringsdesk regio Zwolle Rapportage over de mogelijke behoefte aan een internationaliseringsdesk/duitslanddesk voor de regio Zwolle Lectoraat International Business Kenniscentrum Strategisch

Nadere informatie

Duurzaam ondernemen Musea

Duurzaam ondernemen Musea Duurzaam ondernemen Musea Kunst voor bedrijfsvoering Rob van Tilburg Mei 2012 DHV 2012 All rights reserved Alleen voor intern gebruik Welkom en agenda Definitie en duiding duurzaam ondernemen Omgang bedrijven

Nadere informatie

6e Sustainability Congres 17 maart 2005. Jacqueline Cramer (EUR) Dick Hortensius (NEN) Louise Bergenhenegouwen (NEN)

6e Sustainability Congres 17 maart 2005. Jacqueline Cramer (EUR) Dick Hortensius (NEN) Louise Bergenhenegouwen (NEN) 6e Sustainability Congres 17 maart 2005 Jacqueline Cramer (EUR) Dick Hortensius (NEN) Louise Bergenhenegouwen (NEN) Programma Voorstel voor ISO Guidance on Social Responsibility Resultaten eerste vergadering

Nadere informatie

Duurzaamheidverslag: ook voor u? Koen Vanbrabant FEBEM, 10 maart 2015

Duurzaamheidverslag: ook voor u? Koen Vanbrabant FEBEM, 10 maart 2015 Duurzaamheidverslag: ook voor u? Koen Vanbrabant FEBEM, 10 maart 2015 Mission: Creating Responsible Business in society Vision: Sustainability Coach Values: Responsibility & Respect Ons Engagement geïntegreerd

Nadere informatie

MVO en MBO in Haarlem

MVO en MBO in Haarlem MVO en MBO in Haarlem Wendy Stubbe 3 november 2010 Today s to do list Over CSR Academy Wat is Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen? Verantwoord en Betrokken Ondernemen? MVO & MBO in Haarlem MVO BlikOpener

Nadere informatie

Notitie. Inleiding. Stakeholderindentificatie

Notitie. Inleiding. Stakeholderindentificatie Notitie Datum: 19 maart 2012 Project: NEN zelfverklaring ISO 26.000 Uw kenmerk: - Locatie: Holten Ons kenmerk: V076381aa.00002.jlv Betreft: Stakeholderanalyse Versie: 01_002 Inleiding In deze notitie wordt

Nadere informatie

Advies van de commissie Burgmans over maatschappelijk verantwoord ondernemen en corporate governance

Advies van de commissie Burgmans over maatschappelijk verantwoord ondernemen en corporate governance Advies van de commissie Burgmans over maatschappelijk verantwoord ondernemen en corporate governance Advies De commissie vindt dat integratie van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) in de bedrijfsvoering

Nadere informatie

Waar staat Ondernemers voor Ondernemers voor?

Waar staat Ondernemers voor Ondernemers voor? 8 Ondernemers voor Ondernemers Jaarverslag 2014 9 Waar staat Ondernemers voor Ondernemers voor? Missie De missie van de vzw Ondernemers voor Ondernemers (opgericht in 2000) is het bevorderen van duurzame

Nadere informatie

M200616. De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB

M200616. De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB M200616 De winstpotentie van personeelsbeleid in het MKB dr. J.M.P. de Kok drs. J.M.J. Telussa Zoetermeer, december 2006 Prestatieverhogend HRM-systeem MKB-bedrijven met een zogeheten 'prestatieverhogend

Nadere informatie

STAKEHOLDERS. Hoe gaan we daar mee om? Jacques van Unnik Manager Personnel Certification & Training 3 december 2015 BUSINESS ASSURANCE

STAKEHOLDERS. Hoe gaan we daar mee om? Jacques van Unnik Manager Personnel Certification & Training 3 december 2015 BUSINESS ASSURANCE BUSINESS ASSURANCE STAKEHOLDERS Hoe gaan we daar mee om? Jacques van Unnik Manager Personnel Certification & Training 3 december 2015 1 DNV GL 2014 Stakeholders 19 November 2015 SAFER, SMARTER, GREENER

Nadere informatie

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma

Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Evaluatie National Contact Point-werking van het Vlaams Contactpunt Kaderprogramma Departement Economie, Wetenschap en Innovatie Afdeling Strategie en Coördinatie Koning Albert II-laan 35 bus 10 1030 Brussel

Nadere informatie

Meet the global leader with the personal touch

Meet the global leader with the personal touch Meet the global leader with the personal touch Wereldwijd toonaangevend op het gebied van werving & selectie Sinds Michael Page in 1976 in Londen werd opgericht, heeft zij zich ontwikkeld tot een toonaangevende

Nadere informatie

Dutch Sustainability Research

Dutch Sustainability Research Dutch Sustainability Research Helpt u beter geïnformeerd beleggen ANP 2002/FOTO: PICTOR UNIPHOTO Dutch Sustainability Research Helpt u beter geïnformeerd beleggen Uw klant, bestuur of management vraagt

Nadere informatie

Datum 03 juli 2014 Betreft Beantwoording vragen over regeldruk in de kappersbranche en andere bedrijven in de ambachtseconomie

Datum 03 juli 2014 Betreft Beantwoording vragen over regeldruk in de kappersbranche en andere bedrijven in de ambachtseconomie > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag

Nadere informatie

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Maatschappelijk verantwoord ondernemen Maatschappelijk verantwoord ondernemen Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) wint aan terrein in het bedrijfsleven en in de samenleving als geheel. Het verwachtingspatroon

Nadere informatie

Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants t.a.v. Adviescollege voor Beroepsreglementeting Postbus 7984 1008 AD AMSTERDAM

Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants t.a.v. Adviescollege voor Beroepsreglementeting Postbus 7984 1008 AD AMSTERDAM E Ernst & Young Accountants LLP Telt +31 88 407 1000 Boompjes 258 Faxt +31 88407 8970 3011 XZ Rotterdam, Netherlands ey.corn Postbus 2295 3000 CG Rotterdam, Netherlands Nederlandse Beroepsorganisatie van

Nadere informatie

Datum 3 maart 2014 Betreft Beantwoording vragen van het lid Voordewind over het rapport Working on the Right Shoes

Datum 3 maart 2014 Betreft Beantwoording vragen van het lid Voordewind over het rapport Working on the Right Shoes Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Directie Internationale Marktordening en Handelspolitiek Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Duurzaam beleggen Een nieuwe rol voor investeerders?

Duurzaam beleggen Een nieuwe rol voor investeerders? Duurzaam beleggen Een nieuwe rol voor investeerders? Carolus van de Ven Hoofd vermogensadvies 18 december 2006 Agenda - Definitie duurzaam beleggen - Hoofdvormen - Historie / Huidige situatie - Corporate

Nadere informatie

VERSLAG KPN STAKEHOLDERDIALOOG. Datum: 28 oktober 2010 Plaats: KPN Network Operations Center, Hilversum

VERSLAG KPN STAKEHOLDERDIALOOG. Datum: 28 oktober 2010 Plaats: KPN Network Operations Center, Hilversum VERSLAG KPN STAKEHOLDERDIALOOG Datum: 28 oktober 2010 Plaats: KPN Network Operations Center, Hilversum Op 28 oktober 2010 ging KPN voor de derde keer in gesprek met verschillende stakeholders. De belangrijkste

Nadere informatie

Peiling over Europa en EDIC

Peiling over Europa en EDIC Peiling over Europa en EDIC Peiling over Europa en EDIC Datum: september 2013 Colofon Gemeente Nijmegen Onderzoek en Statistiek contactpersoon: Ad Manders tel.: (024) 329 98 89 emailadres: onderzoek.statistiek@nijmegen.nl

Nadere informatie

Lange termijn betrokken aandeelhouderschap bij small cap ondernemingen. Lars Dijkstra 11 februari 2014, Amsterdam

Lange termijn betrokken aandeelhouderschap bij small cap ondernemingen. Lars Dijkstra 11 februari 2014, Amsterdam bij small cap ondernemingen Lars Dijkstra 11 februari 2014, Amsterdam Lange termijn betrokken aandeelhouderschap bij small cap ondernemingen Agenda De rol van aandeelhouders Betrokken aandeelhouderschap

Nadere informatie

Afspraken over de rol van de OR bij (I)MVO

Afspraken over de rol van de OR bij (I)MVO Bijlage C Afspraken over de rol van de OR bij (I)MVO 1. MVO als basiskenmerk van hedendaags ondernemen Wat is (I)MVO? Het thema van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) staat steeds dui-delijker

Nadere informatie

Even voorstellen: Historie

Even voorstellen: Historie Postbus 33 5160 AA Sprang-Capelle T 0416 280 880 F 0416 273 322 E info@vanscholladvies.nl I www.vanscholladvies.nl BTW-nr NL8057.27.826.B.01 K.v.K. Tilburg nr. 18047302 Rabobank 33.42.24.578 Even voorstellen:

Nadere informatie

Bijlage bij brief OenI/O/5022346 OVERZICHT VAN DEPARTEMENTALE (BETROKKENHEID BIJ) MVO-INITIATIEVEN

Bijlage bij brief OenI/O/5022346 OVERZICHT VAN DEPARTEMENTALE (BETROKKENHEID BIJ) MVO-INITIATIEVEN Bijlage bij brief OenI/O/5022346 OVERZICHT VAN DEPARTEMENTALE (BETROKKENHEID BIJ) MVO-INITIATIEVEN INTERNATIONAAL Omschrijving Primair betrokken departement(en) Stand van zaken/planning OESO-richtlijnen

Nadere informatie

Hierbij treft u ons subsidieverzoek in het kader van onze activiteiten ter beperking en voorkoming van regeldruk voor alle kappersbedrijven.

Hierbij treft u ons subsidieverzoek in het kader van onze activiteiten ter beperking en voorkoming van regeldruk voor alle kappersbedrijven. HBA T.a.v. de heer drs. J.W. Nelson Postbus 895 2700 AW ZOETERMEER Huizen, 20 oktober 2014 Afdeling : ANKO Directie Ons kenmerk : HBA-2014 subsidies/ E-mail : gdeben@anko.nl Uw kenmerk : Betreft : subsidie

Nadere informatie

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen Vóór dat u beleid ontwikkelt is het van belang om de vraag: Waaròm zou ik MVO beleid ontwikkelen? te beantwoorden. Het antwoord op deze vraag bepaalt hóe u het MVO

Nadere informatie

Aanpak arbeidsmarkt Zuidoost-Nederland 2016-2020. Illustratie regionaal arbeidsmarkt dashboard. Inleiding

Aanpak arbeidsmarkt Zuidoost-Nederland 2016-2020. Illustratie regionaal arbeidsmarkt dashboard. Inleiding Aanpak arbeidsmarkt Zuidoost-Nederland 2016-2020 Illustratie regionaal arbeidsmarkt dashboard. Inleiding Wil Zuidoost-Nederland als top innovatie regio in de wereld meetellen, dan zal er voldoende en goed

Nadere informatie

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen?

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen? Samenvatting Aanleiding en onderzoeksvragen ICT en elektriciteit spelen een steeds grotere rol bij het dagelijks functioneren van de maatschappij. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: Ministerie

Nadere informatie

Deelnameprotocol Transparantiebenchmark 2015

Deelnameprotocol Transparantiebenchmark 2015 Deelnameprotocol Transparantiebenchmark 2015 Maart 2015 De Transparantiebenchmark is een jaarlijks onderzoek van het Ministerie van Economische Zaken naar de inhoud en kwaliteit van externe verslaggeving

Nadere informatie

Kenmerk : B/09/2459/TW 21 december 2009 Onderwerp : Inventarisatie verantwoord beleggen

Kenmerk : B/09/2459/TW 21 december 2009 Onderwerp : Inventarisatie verantwoord beleggen Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid T.a.v. de heer mr J.P.H. Donner Postbus 90801 2509 LV DEN HAAG Kenmerk : B/09/2459/TW Onderwerp : Inventarisatie verantwoord beleggen Geachte heer Donner,

Nadere informatie

RAPPORTAGE NAZORGONDERZOEK REÏNTEGRATIEBELEID GEMEENTE MOERDIJK.

RAPPORTAGE NAZORGONDERZOEK REÏNTEGRATIEBELEID GEMEENTE MOERDIJK. RAPPORTAGE NAZORGONDERZOEK REÏNTEGRATIEBELEID GEMEENTE MOERDIJK. 1. Aanleiding: rekenkameronderzoek 2009 In 2009 heeft de Rekenkamer West-Brabant een onderzoek uitgevoerd naar het onderwerp Reïntegratiebeleid.

Nadere informatie

COMMUNICATIEPLAN CO 2 PRESTATIELADDER. VERSIE 2, 2015 Attero, afdeling Communicatie

COMMUNICATIEPLAN CO 2 PRESTATIELADDER. VERSIE 2, 2015 Attero, afdeling Communicatie COMMUNICATIEPLAN CO 2 PRESTATIELADDER VERSIE 2, 2015 Attero, afdeling Communicatie Inleiding CO 2 -prestatieladder 1.0 Doel prestatieladder 3 2.0 Transparantie 3 3.0 Organisatie 3 4.0 Communicatiestrategie

Nadere informatie

Opening Majesteit, dames en heren, ook ik heet u vandaag van harte welkom op het jaarlijkse pensioenseminar van DNB.

Opening Majesteit, dames en heren, ook ik heet u vandaag van harte welkom op het jaarlijkse pensioenseminar van DNB. Speech Joanne Kellermann Pensioenseminar 2014 Opening Majesteit, dames en heren, ook ik heet u vandaag van harte welkom op het jaarlijkse pensioenseminar van DNB. Voor mij is dit een bijzonder moment:

Nadere informatie

Convenant Metropoolregio Amsterdam, FNV Finance, kennisinstellingen en cluster Financiële en Zakelijke Dienstverlening

Convenant Metropoolregio Amsterdam, FNV Finance, kennisinstellingen en cluster Financiële en Zakelijke Dienstverlening Convenant Metropoolregio Amsterdam, FNV Finance, kennisinstellingen en cluster Financiële en Zakelijke Dienstverlening Aanleiding Op 10 februari 2014 heeft, onder leiding van burgemeester Van der Laan,

Nadere informatie

Profielschets Raad van Commissarissen

Profielschets Raad van Commissarissen Profielschets Raad van Commissarissen Vastgesteld door de Raad van Commissarissen op 18 maart 2009 en laatstelijk gewijzigd in 2014. 1. Doel profielschets 1.1 Het doel van deze profielschets is om uitgangspunten

Nadere informatie

Stand van zaken MVO in Nederland medio 2007 Veel dynamiek, beperkte verankering

Stand van zaken MVO in Nederland medio 2007 Veel dynamiek, beperkte verankering BEZOEKADRES Waterstraat 47, 3511 BW Utrecht POSTADRES Postbus 48, 3500 AA Utrecht TELEFOON (030) 236 33 22 FAX (030) 231 28 04 Stand van zaken MVO in Nederland medio 2007 Veel dynamiek, beperkte verankering

Nadere informatie

Delta Lloyd Groep. Duurzaam ondernemen bij Delta Lloyd Groep. Nyenrode Business Universiteit, 28 mei 2010

Delta Lloyd Groep. Duurzaam ondernemen bij Delta Lloyd Groep. Nyenrode Business Universiteit, 28 mei 2010 Delta Lloyd Groep Duurzaam ondernemen bij Delta Lloyd Groep Nyenrode Business Universiteit, 28 mei 2010 Aanwezige leden van de Raad van Bestuur Niek Hoek CEO Emiel Roozen CFO Voorzitter van de Raad van

Nadere informatie

MVO-PROFIEL Bedrijf X

MVO-PROFIEL Bedrijf X MVO-PROFIEL Bedrijf X 2008 BouwMVO De in deze uitgave vermelde gegevens zijn strikt vertrouwelijk en alle hierop betrekking hebbende auteursrechten, databankrechten en overige (intellectuele) eigendomsrechten

Nadere informatie

MVO en MKB in Duitsland

MVO en MKB in Duitsland MVO en MKB in Duitsland MVO (gesellschaftliche Verantwortung) en MKB ontdekken meten en aantonen in Duitsland 1 EQT e.v en MVO Vereniging van Duitse en Nederlandse organisaties uit de ambachten en de industrie

Nadere informatie

Kenniscentrum Duurzaam Verpakken

Kenniscentrum Duurzaam Verpakken Kenniscentrum Duurzaam Verpakken 1. Aanleiding In de Raamovereenkomst 2013-2022 is in Artikel 4 afgesproken een Kennisinstituut op te richten (verder te noemen Kenniscentrum Duurzaam Verpakken [KCDV]).

Nadere informatie

Aanvulling op Stakeholdersanalyse Duurzaam inkopen Standpunten van politieke partijen over duurzaam inkopen. Januari 2010

Aanvulling op Stakeholdersanalyse Duurzaam inkopen Standpunten van politieke partijen over duurzaam inkopen. Januari 2010 Aanvulling op Stakeholdersanalyse Duurzaam inkopen Standpunten van politieke partijen over duurzaam inkopen Januari 2010 Ten behoeve van: Directie Communicatie, Prioteam Markten voor Duurzame Producten

Nadere informatie

MVO-Control Panel. Instrumenten voor integraal MVO-management. Intern MVO-management. Verbetering van motivatie, performance en integriteit

MVO-Control Panel. Instrumenten voor integraal MVO-management. Intern MVO-management. Verbetering van motivatie, performance en integriteit MVO-Control Panel Instrumenten voor integraal MVO-management Intern MVO-management Verbetering van motivatie, performance en integriteit Inhoudsopgave Inleiding...3 1 Regels, codes en integrale verantwoordelijkheid...4

Nadere informatie

Teslin Capital Management BV. Fatsoenlijk Ondernemen en Investeren

Teslin Capital Management BV. Fatsoenlijk Ondernemen en Investeren Teslin Capital Management BV Fatsoenlijk Ondernemen en Investeren Versie november 2014 2 Onze visie: Een onderneming heeft als doel waarde te creëren op de lange termijn, met inachtneming van de belangen

Nadere informatie

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE

Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Workspace Design Onderzoeksopzet voor SOZAWE Datum: 16 december 2010 Ir. Jan Gerard Hoendervanger Docent-onderzoeker Lectoraat Vastgoed Kenniscentrum Gebiedsontwikkeling NoorderRuimte Hanzehogeschool Groningen

Nadere informatie

Duurzaamheidsverklaring

Duurzaamheidsverklaring DUURZAAMHEIDSVERKLARING Ondergetekende: [Naam Leverancier en rechtsvorm [ ], statutair gevestigd te [plaats], aan de [straat, nummer en postcode] (KvK ), hierna te noemen Leverancier, hierbij rechtsgeldig

Nadere informatie

Tabel 1 Aanbevelingen om de relatie met FoodValley te versterken. Overige betrokkenen ICT bedrijven, ICT Valley, BKV. situatie

Tabel 1 Aanbevelingen om de relatie met FoodValley te versterken. Overige betrokkenen ICT bedrijven, ICT Valley, BKV. situatie Samenvatting De gemeente maakt sinds 2011 onderdeel uit van de bestuurlijke regio FoodValley. In de regio FoodValley heeft elke gemeente een economisch profiel gekozen dat moet bijdragen aan de doelstelling

Nadere informatie

Toonaangevend in accountancy en fiscale adviezen

Toonaangevend in accountancy en fiscale adviezen Blömer accountants en adviseurs Toonaangevend in accountancy en fiscale adviezen Als professional op het gebied van accountancy en fiscale advisering zijn we u graag van dienst. Deskundig en betrokken

Nadere informatie

MVO-Control Panel. Instrumenten voor integraal MVO-management. Extern MVO-management. MVO-management, duurzaamheid en duurzame communicatie

MVO-Control Panel. Instrumenten voor integraal MVO-management. Extern MVO-management. MVO-management, duurzaamheid en duurzame communicatie MVO-Control Panel Instrumenten voor integraal MVO-management Extern MVO-management MVO-management, duurzaamheid en duurzame communicatie Inhoudsopgave Inleiding... 3 1 Duurzame ontwikkeling... 4 1.1 Duurzame

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500EA Den Haag > Retouradres Postbus 20011 2500 EA 's-gravenhage Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500EA Den Haag Directie Arbeidszaken Publieke Sector Arbeidsvoorwaarden en Overleg

Nadere informatie

Auditrapportage 2014. Bijlage 1 Typologieën en het fasemodel. Dynamiek onderweg

Auditrapportage 2014. Bijlage 1 Typologieën en het fasemodel. Dynamiek onderweg Auditrapportage 2014 Bijlage 1 Typologieën en het fasemodel Dynamiek onderweg De vier geïdentificeerde typologieën van de Centra co-creator; incubator; transformator; facilitator - zijn hieronder kort

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 26 485 Maatschappelijk verantwoord ondernemen Nr. 178 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Duurzaamheidsverslaggeving

Duurzaamheidsverslaggeving Duurzaamheidsverslaggeving MVO-contactdag - Gent 20 oktober 2010 Frank Van Damme - Commotie Agenda Duurzaamheidsverslaggeving Situering? Wat? Waarom? Global Reporting Initiative - GRI Inhoud Materialiteit

Nadere informatie

Projectplan MKB Roadmaps 3.0

Projectplan MKB Roadmaps 3.0 Projectplan MKB Roadmaps 3.0 In 2013 is MKB Roadmaps voor het eerst opgestart, met als doelstelling om (aspirant) ondernemers te helpen om de zakelijke kant van hun innovatie te ontwikkelen. Wegens succes

Nadere informatie

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Maatschappelijk verantwoord ondernemen Maatschappelijk verantwoord ondernemen Kruispunten tussen (maatschappelijk verantwoord) ondernemen en het (jeugd)welzijnswerk 25 november 2011 Prof. Dr. Aimé Heene Universiteit Gent Universiteit Antwerpen

Nadere informatie

ALTERNATIEVE FINANCIERINGSMODELLEN

ALTERNATIEVE FINANCIERINGSMODELLEN ALTERNATIEVE FINANCIERINGSMODELLEN Lectoraat Sustainable Finance and Accounting (SFA), presentative Kick-off ESB 30 September 2015 SFA DEFINITIE VAN DUURZAAMHEID Duurzaamheid is het vergroten van de weerbaarheid

Nadere informatie

Positionering in de onderwijssector

Positionering in de onderwijssector Positionering in de onderwijssector INHOUDSOPGAVE 1. Strategie en ambitie... 3 2. Succesfactor... 4 2.1. Algemeen... 4 2.2. Betrokken aanpak... 4 2.3. Deskundigheid... 5 2.4. Vaste teams... 5 3. Kennis

Nadere informatie

De haperende groeimotor van het Nederlands kleinbedrijf

De haperende groeimotor van het Nederlands kleinbedrijf De haperende groeimotor van het Nederlands kleinbedrijf Januari 2016 Justin Jansen, Erasmus Universiteit Rotterdam Occo Roelofsen, McKinsey & Company Poll: Hoe gaat het met ondernemerschap in Nederland?

Nadere informatie

MVO actieplan HKV 2015-2016

MVO actieplan HKV 2015-2016 MVO actieplan HKV 2015-2016 November 2015 November 2015 MVO actieplan HKV Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Onze MVO doelen en actiepunten... 5 3 Implementatie, review en communicatie... 8 4 Verantwoording...

Nadere informatie

Beleidsplan MVO 2015-2017

Beleidsplan MVO 2015-2017 Beleidsplan MVO 2015-2017 CB Concreet Duurzaam April 2015 Inleiding Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) speelt een belangrijke rol binnen de prestatie- en groeistrategie van Cementbouw. Als een

Nadere informatie

Highlights resultaten partnerenquête DNZ

Highlights resultaten partnerenquête DNZ Highlights resultaten partnerenquête DNZ Peter Brouwer 28 mei 2015 1 van 8 Inleiding Jaarlijks organiseert De Normaalste Zaak (DNZ) een enquête onder haar leden. De enquête levert nuttige informatie op

Nadere informatie

HoE kwam dit duurzaamheids- verslag tot StAnd?

HoE kwam dit duurzaamheids- verslag tot StAnd? hoofdstuk 2 Hoe kwam dit duurzaamheidsverslag tot stand? Voor de opmaak van dit duurzaamheidsverslag heeft AWDC beroep gedaan op de richtlijnen voor duurzaamheidsrapportering van Global Reporting Initiative

Nadere informatie

Rabobank Utrechtse Heuvelrug, de bank die ambities waarmaakt... Het is tijd voor de Rabobank.

Rabobank Utrechtse Heuvelrug, de bank die ambities waarmaakt... Het is tijd voor de Rabobank. Rabobank Utrechtse Heuvelrug, de bank die ambities waarmaakt... Het is tijd voor de Rabobank. Een dynamische bank in een dynamische regio De Rabobank is één van de grootste financiële dienstverleners van

Nadere informatie

Communicatieplan WTH Vloerverwarming in het kader van de CO2-Prestatieladder

Communicatieplan WTH Vloerverwarming in het kader van de CO2-Prestatieladder Communicatieplan WTH Vloerverwarming in het kader van de CO2-Prestatieladder Communicatieplan, 22 Augustus 2014 1 Voorwoord Duurzaamheid is geen trend, het is de toekomst. Het is niet meer weg te denken

Nadere informatie

MVO Aantoonbaar maken. Frank de la Bey - MKBduurzaam

MVO Aantoonbaar maken. Frank de la Bey - MKBduurzaam MVO Aantoonbaar maken Frank de la Bey - MKBduurzaam Programma 1. Introductie 2. Wat is MVO? 3. MVO: Voorbeelden uit de praktijk 4. MVO aantoonbaar maken Introductie Frank de la Bey Adviseur Maatschappelijk

Nadere informatie

Op weg naar een robuust businessmodel in de sociale werkvoorziening, WWB re-integratie en arbeidsmatige dagbesteding

Op weg naar een robuust businessmodel in de sociale werkvoorziening, WWB re-integratie en arbeidsmatige dagbesteding Op weg naar een robuust businessmodel in de sociale werkvoorziening, WWB re-integratie en arbeidsmatige dagbesteding Sint-Michielsgestel, september 2013 door Kevin de Haas & Drs. Tom de Haas CMC Inhoudsopgave

Nadere informatie

ISO 26000 Jaarcongres 2013

ISO 26000 Jaarcongres 2013 ISO 26000 Jaarcongres 2013 Workshop: Zelfverklaring en GRI als communicatiemiddel bij stakeholderdialoog Dick Hortensius NEN, Senior Consultant managementsystemen Hans Kröder Internationaal Expert ISO

Nadere informatie

1. Overzicht rappelabele toezeggingen SZW (Rappel juli 2015)

1. Overzicht rappelabele toezeggingen SZW (Rappel juli 2015) 1. Overzicht rappelabele toezeggingen SZW (Rappel juli 2015) 1. Toezegging Verdringing op de arbeidsmarkt (31.767) (T01000) De minister van SZW zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid

Nadere informatie

Bantopa Terreinverkenning

Bantopa Terreinverkenning Bantopa Terreinverkenning Het verwerven en uitwerken van gezamenlijke inzichten Samenwerken als Kerncompetentie De complexiteit van producten, processen en services dwingen organisaties tot samenwerking

Nadere informatie

Wat is belang thema MVO voor 2010-2015? SWOT analyse UMC Utrecht

Wat is belang thema MVO voor 2010-2015? SWOT analyse UMC Utrecht Wat is belang thema MVO voor 2010-2015? SWOT analyse UMC Utrecht stap 1 Interne & externe analyse Onderzoeksvragen Eindproducten STAP 1: INTERNE & EXTERNE ANALYSE STAP 1: INTERNE & EXTERNE ANALYSE STAP

Nadere informatie

Maximale transparantie voor Stichtingen en Instellingen

Maximale transparantie voor Stichtingen en Instellingen Maximale transparantie voor Stichtingen en Instellingen WMP heeft zowel de UN PRI als de UN Global Compact getekend Wealth Management Partners is actief als vermogensbeheerder en vermogensregiseur (investment

Nadere informatie

Media Relations. UBS Asset Management noteert 52 ETF's aan de Euronext Amsterdam Stock Exchange

Media Relations. UBS Asset Management noteert 52 ETF's aan de Euronext Amsterdam Stock Exchange Media Relations 27 januari 2016 Persbericht UBS Asset Management noteert 52 ETF's aan de Euronext Amsterdam Stock Exchange UBS is hiermee gelijk goed voor 25% van het totale aantal ETF s genoteerd in Amsterdam

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1990-1991 Het midden en kleinbedrijf in hoofdlijnen BRIEF VAN DE MiNISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Maatschappelijke verantwoord ondernemen door het Midden en KleinBedrijf. Theo Aalbers en Kees Vringer

Maatschappelijke verantwoord ondernemen door het Midden en KleinBedrijf. Theo Aalbers en Kees Vringer Maatschappelijke verantwoord ondernemen door het Midden en KleinBedrijf Theo Aalbers en Kees Vringer Samenvatting Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO) is belangrijk voor het Midden en KleinBedrijf

Nadere informatie

Strategische review 2013-2017. 14 mei 2013

Strategische review 2013-2017. 14 mei 2013 Strategische review 2013-2017 14 mei 2013 Samenvatting Duidelijke keuze voor positionering als gespecialiseerde, onafhankelijke wealth manager Ons doel is behoud en opbouw van vermogen voor klanten Wij

Nadere informatie

Visie op duurzaam Veranderen

Visie op duurzaam Veranderen Visie op duurzaam Veranderen Ruysdael Ruysdael is een gerenommeerd bureau dat zich sinds haar oprichting in 1994 heeft gespecialiseerd in het managen van veranderingen. Onze dienstverlening kent talloze

Nadere informatie

ALGEMENE EISEN Van elk lid van de Raad van Commissarissen wordt verwacht dat hij of zij beschikt over:

ALGEMENE EISEN Van elk lid van de Raad van Commissarissen wordt verwacht dat hij of zij beschikt over: SAMENSTELLING EN FUNCTIEPROFIEL RAAD VAN COMMISSARISSEN DE RAAD VAN COMMISSARISSEN De Raad van Commissarissen staat het bestuur met raad ter zijde (adviestaak), houdt toezicht op het beleid van het bestuur

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag. Datum 19 november 2014. Betreft MVO Sector Risico Analyse

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag. Datum 19 november 2014. Betreft MVO Sector Risico Analyse Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 Den Haag Ministerie van Buitenlandse Bezuidenhoutseweg 67 2594 AC Den Haag Postbus 20061 Nederland www.rijksoverheid.nl Datum 19 november

Nadere informatie

Habilis Executive Search. Banking & Finance

Habilis Executive Search. Banking & Finance Habilis Executive Search Banking & Finance Oog voor mens en organisatie Habilis mens en organisatie BV is een brede dienstverlener op het gebied van HRM en arbeidsmarktvraagstukken. De activiteiten die

Nadere informatie

Inhoud. Onderwijseenheid 1 Inkoopbehoefte 9. Onderwijseenheid 2 Kwaliteit 45

Inhoud. Onderwijseenheid 1 Inkoopbehoefte 9. Onderwijseenheid 2 Kwaliteit 45 Inhoud Onderwijseenheid 1 Inkoopbehoefte 9 1 Onderzoek inkoopmarkt 9 1.1 Opzet van het marktonderzoek 10 1.2 Desk research 12 1.3 Field research 12 2 Inkoop en leverancierskeuze 15 2.1 Doelstellingen van

Nadere informatie

Bantopa (Samen)werken aan Samenwerken

Bantopa (Samen)werken aan Samenwerken Bantopa (Samen)werken aan Samenwerken Masterclass - Alliantievaardigheden Een praktische leidraad voor toekomstige alliantiemanagers Samenwerken als Kerncompetentie De complexiteit van producten, processen

Nadere informatie

Wat is Sales Benchmarking?

Wat is Sales Benchmarking? benchmarking Wat is Sales Benchmarking? Sales Benchmarking vergelijkt de belangrijkste Sales prestatie indicatoren van uw organisatie met die van uw directe- en indirecte concurrenten. Benchmarking vindt

Nadere informatie

artikel SUSTAINGRAPH TECHNISCH ARTIKEL

artikel SUSTAINGRAPH TECHNISCH ARTIKEL SUSTAINGRAPH TECHNISCH ARTIKEL SUSTAINGRAPH is een Europees project, gericht (op het verbeteren van) de milieuprestaties van Europese Grafimediabedrijven binnen de productlevenscyclus van hun grafimedia

Nadere informatie

Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens Nemas Middle Management wordt geadviseerd.

Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens Nemas Middle Management wordt geadviseerd. Diplomalijn Examen Niveau Management HRM hbo Versie 1.0 Geldig vanaf 1 september 2014 Vastgesteld op 26 september 2013 Vastgesteld door Veronderstelde voorkennis Bestuur Nederlandse Associatie voor Praktijkexamens

Nadere informatie

van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen Directeur onderwijsinstituut

van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen Directeur onderwijsinstituut Opleidingsmanager Doel Ontwikkelen van programma( s) van wetenschappenlijk onderwijs en (laten) uitvoeren en organiseren van onderwijs en onderwijsondersteuning binnen de faculteit, uitgaande van een faculteitsplan

Nadere informatie

Tilburg University 2020 Toekomstbeeld. College van Bestuur, april 2013

Tilburg University 2020 Toekomstbeeld. College van Bestuur, april 2013 Tilburg University 2020 Toekomstbeeld College van Bestuur, april 2013 Strategie in dialoog met stakeholders Open voor iedere inbreng die de strategie sterker maakt Proces met respect en waardering voor

Nadere informatie