Verslag over de doorlichting van het Centrum voor leren en werken van het V.T.I. 1 te Roeselare

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Verslag over de doorlichting van het Centrum voor leren en werken van het V.T.I. 1 te Roeselare"

Transcriptie

1 Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan BRUSSEL Verslag over de doorlichting van het Centrum voor leren en werken van het V.T.I. 1 te Roeselare Hoofdstructuur dbso Instellingsnummer Instelling V.T.I. 1 directeur J. DECOCK adres Leenstraat ROESELARE telefoon fax website/url Bestuur van de instelling VZW Scholengroep Sint-Michiel te ROESELARE adres Kattenstraat ROESELARE Scholengemeenschap SGKSO Sint-Michiel te ROESELARE adres Kattenstraat ROESELARE CLB Vrij CLB Roeselare te ROESELARE adres Kattenstraat ROESELARE Dagen van het doorlichtingsbezoek 27/02/2012, 28/02/2012, 29/02/2012, 01/03/2012, 02/03/2012 Einddatum van het doorlichtingsbezoek 27/03/2012 Datum bespreking verslag met de 27/03/2012 instelling Samenstelling inspectieteam Inspecteur-verslaggever Gabriël Poppe Teamleden Johanna Coeman Monique Van der Straeten Deskundige(n) behorend tot de administratie nihil Externe deskundige(n) nihil CLW V.T.I. 1 te Roeselare 1

2 INHOUDSOPGAVE INLEIDING SAMENVATTING FOCUS VAN DE DOORLICHTING Leerprestaties in de focus Procesindicatoren of -variabelen in de focus VOLDOET HET CENTRUM AAN DE ERKENNINGSVOORWAARDEN? Project algemene vakken Metaal en kunststoffen - Bediener werktuigmachines (Lineair) Metaal en kunststoffen - Lasser en Lasser-Monteur (Lineair) Personenzorg - Logistiek helper in de zorginstellingen (Lineair) Modulair stelsel - Dakdekker leien en pannen (Modulair) Modulair stelsel - Keukenmedewerker (Modulair) Modulair stelsel - Machinaal houtbewerker (Modulair) Modulair stelsel - Winkelbediende (Modulair) Modulair stelsel - Zaalmedewerker (Modulair) BEWAAKT HET CENTRUM DE EIGEN KWALITEIT? Begeleiding Evaluatie ALGEMEEN BELEID VAN HET CENTRUM STERKTES EN ZWAKTES VAN HET CENTRUM Wat doet het centrum goed? Wat kan het centrum verbeteren? Wat moet het centrum verbeteren? ADVIES REGELING VOOR HET VERVOLG CLW V.T.I. 1 te Roeselare

3 INLEIDING Dit verslag is het resultaat van de doorlichting van uw instelling 1 door de onderwijsinspectie van de Vlaamse Gemeenschap. Het decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs van 8 mei 2009 geeft haar de opdracht hiertoe. Tijdens een doorlichting gaat de onderwijsinspectie na of de instelling de erkenningsvoorwaarden respecteert, of ze op systematische wijze haar eigen kwaliteit bewaakt en of ze zelfstandig de tekorten kan remediëren. Het advies in dit verslag heeft betrekking op alle erkenningsvoorwaarden uitgezonderd de voorwaarden betreffende hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid. Vanaf het schooljaar vindt de controle op de erkenningsvoorwaarden betreffende bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne gelijktijdig met de doorlichting plaats. Deze controle op bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne resulteert in een afzonderlijk verslag. Alle verslagen worden gepubliceerd op Het referentiekader dat de onderwijsinspectie gebruikt bij een doorlichting is opgebouwd rond de componenten context, input, proces en output: context: de omgevingskenmerken en de kenmerken van administratieve, materiële, bestuurlijke en juridische aard die de instelling karakteriseren input: kenmerken van het personeel en van de leerlingen of cursisten van de instelling proces: initiatieven die een instelling neemt om output te realiseren, rekening houdend met haar context en input output: de resultaten die de instelling met haar leerlingen of cursisten bereikt. Meer info over het CIPO-referentiekader vindt u op De doorlichting bestaat uit drie fases: het vooronderzoek, het doorlichtingsbezoek en de verslaggeving. Tijdens het vooronderzoek selecteert de onderwijsinspectie de onderwijsdoelstellingen en de procesindicatoren of -variabelen die het inspectieteam onderzoekt tijdens het doorlichtingsbezoek. Tijdens het doorlichtingsbezoek verzamelt het inspectieteam bijkomende informatie via observaties, gesprekken en analyse van documenten. Het resultaat van de doorlichting is het doorlichtingsverslag. Het doorlichtingsverslag vangt aan met een voor het brede publiek toegankelijke samenvatting. Het vervolgt met een beschrijving van de doorlichtingsfocus. Tijdens een doorlichting zoeken de onderwijsinspecteurs een antwoord op drie onderzoeksvragen: In welke mate voldoet de instelling aan de onderwijsdoelstellingen? (het erkenningsonderzoek) In welke mate onderzoekt en bewaakt de instelling op een systematische manier de kwaliteit van de processen zodat deze bijdragen tot het bereiken/nastreven van de onderwijsdoelstellingen? (het kwaliteitsonderzoek) Is er in de instelling een algemeen beleid dat het mogelijk maakt om zelfstandig tekorten weg te werken? (het onderzoek algemeen beleid ) In drie hoofdstukken geeft de onderwijsinspectie een antwoord op deze vragen. 1 Instelling: onderwijsinstelling of CLB (Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs, artikel 2, 11 ). Onderwijsinstelling: een pedagogisch geheel waar onderwijs georganiseerd wordt en waaraan een uniek instellingsnummer toegekend is (Decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs, artikel 2, 13 ) CLW V.T.I. 1 te Roeselare 3

4 Om de kwaliteit van de processen in kaart te brengen gebruikt de onderwijsinspectie een kwaliteitswijzer. Het inspectieteam gaat met de kwaliteitswijzer na of de instelling bij haar activiteiten aandacht heeft voor doelgerichtheid: welke doelen stelt de instelling voorop? ondersteuning: welke ondersteunende initiatieven neemt de instelling om efficiënt en doelgericht te werken? doeltreffendheid: worden de doelen bereikt en gaat de instelling dit na? ontwikkeling: heeft de instelling aandacht voor nieuwe ontwikkelingen? Meer informatie over de kwaliteitswijzer vindt u eveneens op Wat de instelling goed doet, wat de instelling kan verbeteren en wat de instelling moet verbeteren komt aan bod bij Sterktes en zwaktes van de instelling. Het doorlichtingsverslag eindigt met een advies dat betrekking heeft op alle of op afzonderlijke structuuronderdelen van de instelling. De onderwijsinspectie kan drie adviezen uitbrengen: een gunstig advies: het inspectieteam adviseert gunstig over de verdere erkenning van de instelling of van structuuronderdelen een beperkt gunstig advies: het inspectieteam adviseert gunstig over de erkenning van de instelling of van structuuronderdelen als de instelling binnen een bepaalde periode voldoet aan de voorwaarden vermeld in het advies een ongunstig advies: het inspectieteam adviseert om de procedure tot intrekking van de erkenning van de instelling of van structuuronderdelen op te starten. Bij een ongunstig advies beoordeelt de onderwijsinspectie bovendien of de instelling de vastgestelde tekorten zelfstandig kan wegwerken. Binnen een termijn van dertig kalenderdagen na ontvangst van het definitieve verslag informeert de directeur van de instelling leerlingen, ouders en/of cursisten over de mogelijkheid tot inzage. De directeur van het centrum voor leerlingenbegeleiding informeert de centrumraad. Binnen de dertig kalenderdagen na ontvangst moet de directeur van de instelling het verslag volledig bespreken tijdens een personeelsvergadering. Het bestuur van de instelling of zijn gemandateerde tekent het verslag voor gezien. Het bestuur stuurt het binnen dertig kalenderdagen na ontvangst terug naar de onderwijsinspectie en maakt eventueel melding van zijn opmerkingen. De instelling mag het verslag niet gebruiken voor publicitaire doeleinden. Meer informatie? en CLW V.T.I. 1 te Roeselare

5 1. SAMENVATTING Het centrum voor leren en werken (CLW), verbonden aan het Vrij Technisch Instituut te Roeselare, organiseert zowel opleidingen binnen de harde als de zachte sector. Het centrum is ingeplant op de campus te Roeselare waar ook het voltijds onderwijs en het volwassenenonderwijs zijn gehuisvest. De bouwopleidingen worden in een tweede vestigingsplaats van de voltijdse school te Rumbeke georganiseerd. Het CLW is in beide vestigingsplaatsen geïntegreerd in de voltijdse school waardoor de up-to-date infrastructuur voor de nijverheidsgerichte opleidingen (beurtelings) gemeenschappelijk gebruikt wordt. Het rendement betreffende de aanwezigheden, de invulling van het voltijds engagement, de tewerkstelling en het leer- en leefklimaat zijn, rekening houdend met het groot aantal minderjarige leerlingen (66 %), heel goed. Kenmerkend voor het centrum en opmerkelijk zijn het groot aantal leerlingen (99 van de 126 leerlingen of 78 %) die voldoen aan het voltijds engagement en die regulier (49 %) of via een brugproject (15 %) tewerkgesteld zijn. Voor 56 % van het totaal aantal leerlingen sluit de tewerkstelling bovendien nauw aan bij de gevolgde opleiding. Nagenoeg 5,5 % volgt een persoonlijk ontwikkelingstraject, 9 % een voortraject en 21,5 % zijn nog te oriënteren of niet onmiddellijk beschikbaar. Er wordt via een adequate opvolging en het organiseren van een aangenaam leer- en leefklimaat, voor gezorgd dat de aanwezigheidsgraad van de leerlingen vrij goed is. De centrummissie en het einddoel van een duurzame tewerkstelling in een bedrijf worden voor de meeste leerlingen effectief gerealiseerd. Het erkenningsonderzoek op basis van de geselecteerde vakken en opleidingen wijst uit dat het centrum, voor beroepsgerichte vorming (BGV) in de nijverheidsopleidingen, de opleidingsdoelstellingen in voldoende mate realiseert. Voor de BGV in de andere opleidingen en voor project algemene vakken (PAV) werden nog tekorten vastgesteld die aanleiding geven tot een in de tijd beperkt gunstig advies. Aan de grondslag van deze tekorten op opleidingsniveau liggen factoren die vooral gerelateerd zijn aan een te klassikaal (voor PAV) en onvoldoende maat- en competentiegericht opleidingsaanbod (voor BGV). Het gebrek aan interne kwaliteitsbewaking en het ontbreken van een systematische opvolging zijn eveneens oorzaken van de vastgestelde tekorten. Uit het onderzoek van de geselecteerde opleidingen en procesvariabelen blijkt dat het centrum nog te weinig initiatieven neemt om de kwaliteit te bewaken. Recent is er wel een werkgroep interne kwaliteitszorg opgericht, maar voor de ontwikkelde centrumeigen visie ontbreken nog concrete doelen en uitvoeringsplannen met duidelijke afspraken t.a.v. de algemene en de beroepsgerichte vorming in de diverse opleidingen. Voor het kwaliteitsonderzoek werd gefocust op de procesvariabelen loopbaanbegeleiding, evaluatiepraktijk en rapporteringspraktijk. De overwegend op het dagdagelijkse functioneren gerichte centrumorganisatie en de sterke focus op een snelle en kwaliteitsvolle inschakeling van de jongere in het arbeidsproces leidt nog niet voor alle opleidingen tot een goede afstemming van de onderwijs- en begeleidingsprocessen op de verscheidenheid van opdrachten binnen het stelsel van leren en werken. Het competentie-ontwikkelend leren wordt voor een aantal opleidingen nog in onvoldoende mate ondersteund en de evaluatie- en rapporteringspraktijk is nog onvoldoende afgestemd op het stelsel van leren en werken. De loopbaanbegeleiding verloopt via drie gescheiden sporen (algemene vorming, beroepsgerichte vorming en werkplekleren). De dwarsverbindingen tussen deze drie componenten van de opleiding verdienen meer aandacht. Tijdens de screening brengt men de schoolloopbaan volledig in beeld en worden de leerlingen vooral op basis van hun vooropleiding of interesse ingedeeld in opleidingsgroepen (apart voor BGV en PAV). Nadien krijgen ze een leertraject aangeboden waarvan de aard en de duur soms erg verschillend zijn omdat deze niet altijd overeenstemmen met de verworven competenties en/of getuigschriften en/of met de CLW V.T.I. 1 te Roeselare 5

6 moeilijkheidsgraad van de module of opleiding. De mate waarin de beroepsgerichte competenties in kaart gebracht worden en deze gegevens aangewend worden om het individueel leertraject bij te stellen, is sterk opleidingsafhankelijk. De screening resulteert voor de meeste opleidingen nog niet in kwaliteitsvolle geïntegreerde trajecten en individueel maatwerk. Een behoorlijk aantal leerlingen kiest voor een voortijdige stopzetting van hun opleiding of voor een andere opleiding in het centrum. De samenhang tussen de verschillende opleidingscomponenten (AV, BGV, tewerkstelling) is eerder zwak. Het tewerkstellingsrendement en het rendement van het voltijds engagement zijn heel goed en er worden goede contacten onderhouden met werkgevers en tewerkstellingsplaatsen. Opvolging van oud-leerlingen gebeurt nog niet. In de evaluatiepraktijk ontbreekt een visie met richtlijnen betreffende validiteit en competentiegerichtheid. Het centrumbeleid stuurt dit nog niet aan en volgt het evenmin op. Daar voor verscheidene doorgelichte opleidingen bepaalde componenten in het aanbod ontbreken en er onduidelijkheid is over de criteria voor het verwerven van competenties, kan de evaluatie moeilijk valide zijn. Wat PAV betreft, is de evaluatie onvoldoende eindtermgericht. De criteria die het niveau van de verworven competentie moeten bepalen, zijn onvoldoende geconcretiseerd. Tevens ontbreken concrete stappenplannen die leerprocessen met zelfevaluatie en bijsturing door de leerling moeten mogelijk maken. Aan het bijsturen van de lespraktijk op basis van de leerprestaties is men nog niet toe. De rapporteringspraktijk is onvoldoende informatief voor wat de fases/vorderingen in het leertraject betreft. De maandrapporten vermelden enkel een beoordeling van de houding en attitude. Rapportcommentaren zijn meestal aanmoedigend, maar zelden voorzien van analytische informatie over het leerproces, remediërende acties of aandachtspunten. Duidelijke criteria voor deliberatie en voor de formulering van de verworven competenties in de attesten ontbreken en er is onvoldoende informatie over de leerprestaties, de al of niet verworven competenties en de remediëringsactiviteiten. De zwakke of ontbrekende onderbouwing van de studiebekrachtiging en daarmee verbonden adviezen stemt niet overeen met de regelgeving. De sterkte van het centrum ligt vooral in de goede resultaten van het voltijds engagement en de bij de opleiding aansluitende tewerkstelling. De zorg voor de sociale en emotionele begeleiding van de leerlingen en de taakgerichte en gemoedelijke omgang met de leerlingen dragen bij tot een respectvol leer- en leefklimaat. De beleidsmatige aansturing en opvolging van de samenhang tussen de verschillende componenten van het leren en het werkplekleren en de leerdoelgerichtheid (aanbod, evaluatie en rapportering) van de leertrajecten daarin zijn de belangrijkste werkpunten. Indien het centrum in zijn kernopdracht wil slagen, dan zal het een verbetertraject moeten opzetten om de vastgestelde tekorten weg te werken en om een nieuwe dynamiek in de centrumwerking en -organisatie op gang te brengen. 2. FOCUS VAN DE DOORLICHTING Op basis van het vooronderzoek en in het kader van een gedifferentieerde doorlichting heeft de inspectie leerprestaties en procesindicatoren/procesvariabelen geselecteerd voor onderzoek tijdens de doorlichtingsbezoeken. De resultaten van de controle op de erkenningsvoorwaarden betreffende bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne, vindt u terug in een afzonderlijk verslag 2.1 Leerprestaties in de focus Ople iding pe r ste lse l PAV BGV/Specifiek gedeelte Lineair Bediener werktuigmachines ja ja Lineair Lasser ja ja Lineair Lasser-monteur ja ja Lineair Logistiek helper in de zorginstellingen ja ja CLW V.T.I. 1 te Roeselare

7 Modulair Dakdekker leien en pannen ja ja Modulair Keukenmedewerker ja ja Modulair Machinaal houtbewerker ja ja Modulair W inkelbediende ja ja Modulair Zaalmedewerker ja ja 2.2 Procesindicatoren of -variabelen in de focus Logistiek Welzijn Veiligheid Gezondheid en hygiëne Milieu Werken/stages Onderwijs Begeleiding Loopbaanbegeleiding Evaluatie Evaluatiepraktijk Rapporteringspraktijk 3. VOLDOET HET CENTRUM AAN DE ERKENNINGS- VOORWAARDEN? Het onderzoek naar het voldoen aan de erkenningsvoorwaarden levert voor de geselecteerde leerprestaties het volgende op: 3.1 Project algemene vakken Voldoet niet Motivering De leerplandoelstellingen voor project algemene vakken en moderne vreemde talen(leerplan D/2010/7841/087) worden in de tweede en de derde graad en het derde leerjaar van de derde graad niet in voldoende mate gerealiseerd. De algemene vorming speelt te weinig in op de belangstelling, de noden en de verwachtingen van de individuele jongere. In het algemeen is er voor de keuze en uitwerking van thema s weinig samenhang met de beroepsgerichte vorming en het werkplekleren wat uitdrukkelijk de bedoeling is van het stelsel van, leren en werken 2. Bij de instap van de leerlingen wordt steeds een instaptoets georganiseerd om de reeds verworven cognitieve competenties te meten. Deze toets is erg uitgebreid waardoor de uitvoering een aantal weken in beslag neemt. Ook de vraagstelling sluit onvoldoende aan bij de leerplandoelstellingen. De behaalde resultaten dienen overwegend om het trimestrieel rapport te voeden. Deze toets leidt niet tot het uittekenen van een aangepast leertraject voor die jongeren, die op basis van hun aanleg en capaciteiten in aanmerking komen voor het behalen van een getuigschrift van de tweede graad, een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad en een diploma van het secundair onderwijs. 2 De theorie en praktijk onderwezen in het centrum en de confrontatie met de dagdagelijkse realiteit van de werkvloer vullen elkaar aan. 10/07/2008 Decreet betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap (B.S. 03/10/2008), artikel 29; omzendbrief SO/2008/08 - Stelsel van leren en werken, rubriek CLW V.T.I. 1 te Roeselare 7

8 Het is duidelijk dat men inspanningen levert om doelgericht te werken. Met het oog op het beter in kaart brengen van het individueel ontwikkelingstraject van de jongere wordt elke week in de planning per item concreet verwezen naar de betrokken categorieën leerplandoelen die aan bod komen en heeft men een beeld van de frequentie waarin ze werden aangereikt. Bepaalde leraren kunnen daarbij ook aantonen in welke mate die doelstellingen door de individuele leerling verworven werden en aan welke doelstellingen nog extra aandacht besteed moet worden. Dit onderstreept de groeiende aandacht voor een leerplanrealisatie op maat van elke leerling, doch de individuele remediëringen worden nog niet geregistreerd. Een meer gelijkgerichte operationalisering van de centrumspecifieke visie dringt zich op. De meeste leraren werken leerplangericht, maar de afstemming van het onderwijsleerproces en uitwerking van de thema s op de leerplanvereiste criteria gebeurt nog te weinig. Inhouden, vaardigheden en toepassingen worden vaak onvoldoende geïntegreerd en buiten functionele contexten aangeleerd: bijv. weinig functionele taal- en rekenoefeningen, te theoretische of feitengerichte uitwerking van bepaalde inhouden. Er is differentiatie tussen de tweede graad en derde graad via uitbreiding van de leerinhouden, complexere opdrachten en meer zelfstandig werk doch de differentiatie en het geïntegreerd aanbieden van bepaalde leerinhouden gebeurt situationeel en hangt af van het initiatief van de leraar. De vakgroep is nog niet toe aan differentiatie volgens uitgetekende leerlijnen per leerjaar binnen de respectieve graden, noch tussen de graden. Ook rond het geïntegreerd aanbieden van de leerinhouden en thema s bestaan weinig afspraken. De uitgewerkte thema s hebben een voldoende vormende waarde en hebben voldoende betrekking op de leefwereld van de leerlingen en de sociaalmaatschappelijke redzaamheid. De samenwerking met de beroepsgerichte vorming en het werkplekleren biedt hierbij evenwel nog heel wat groeimogelijkheden. Wat betreft de belangstelling voor het volgen en duiden van de actualiteit en de grote wereldproblematieken, overweegt het anekdotische (jaaroverzicht) of het theoretische (bv. de staatshervorming, de wereldoorlogen) en wordt eerder weinig gepeild naar onderliggende structuren en gelijklopende mechanismen of vergelijkbare situaties. Themabundels en verzorgd, zelf samengesteld cursusmateriaal ondersteunen een leerlingenactief onderwijsleerproces, doch de oefeningen en opdrachten worden niet steeds voldoende leerdoelgericht geformuleerd of uitgewerkt. Zo eindigen groepsgesprekken steevast in het invullen van werkblaadjes zonder aandacht voor de mogelijkheden en niveau s van communicatie of het verwoorden van de verschillende argumentaties. Bij actieve werkvormen is de expliciete toepassing van de OVURmethode of andere leer- en werkstrategieën ook nog niet algemeen. Mede daardoor worden ook de doelstellingen betreffende organisatiebekwaamheid niet overal voldoende op grond van duidelijke criteria aangebracht en geëvalueerd. Vooral het geïntegreerd en gedifferentieerd aanbieden van moderne vreemde talen toont dat de vakgroep zoekt naar gelijkgericht werken en meer samenhang. Vanaf dit leerjaar wordt Frans aangeboden in de tweede graad en heeft men geopteerd voor Engels in de derde graad, in tegenstelling tot vroeger waar de leerlingen alleen Frans kregen. De vroegere indeling van de groepen op basis van voorkennis vervalt daardoor voorlopig, wat de differentie hypothekeert, en in het geïntegreerd aanbieden van de moderne vreemde taal met het oog op functionele toepassingsmogelijkheden, is men zeker nog zoekende. Ook de noodzakelijke afstemming van het leerproces op een leerdoelgerichte leerlingenevaluatie is nog niet voldoende gelijkgericht afgerond. De leerlingenevaluatie vertoont leraarafhankelijk verschillen en is overwegend productgericht. Vormen van procesevaluatie en geïntegreerde evaluatie gekoppeld aan functionele contexten komen voor in taken en opdrachten als zelfstandig werk of groepswerk in de derde graad, doch dit gebeurt onvoldoende frequent. De evaluatiecriteria zijn weinig transparant en leerprocesgerichte feedback is in elke lesgroep minimaal. Daardoor heeft de leerling geen zicht op zijn individuele leervordering CLW V.T.I. 1 te Roeselare

9 De proefwerken peilen in vele gevallen te overwegend naar reconstructie van aangeleerde kennisinhouden en vaardigheden waardoor er een gebrek is aan validiteit. Wat de objectiviteit betreft streeft men naar het aanbieden van een aantal gelijke toetsen in de verschillende lesgroepen per graad. Wat men nu invult als permanente evaluatie is eerder het klassieke systeem van taken, toetsen en proefwerken en sluit bijgevolg onvoldoende aan bij de aard en inhoud van de leerplandoelen en de aanbevelingen over evaluatie in de leerplannen. De vakgroep heeft nog steeds geen duidelijke en gelijkgerichte evaluatiecriteria verbonden aan de verschillende categorieën leerplandoelen, leer- en werkstrategieën, attitudes, enz. en het ontbreekt zeker in de tweede graad aan normstelling. Als gevolg daarvan is de studiebekrachtiging onvoldoende onderbouwd. De lessen worden met documentatie, naslagwerken en ICT ondersteund. De infrastructuur en de materiële vereisten rond audiovisuele leermiddelen en multimedia zijn voldoende en worden ook door leerlingen voldoende aantoonbaar gebruikt. De leraren werken voldoende leerlinggericht en creëren dankzij hun betrokkenheid de noodzakelijke basisvoorwaarden om zelfs met moeilijke leerlingen een gestructureerd klasmanagement te voeren. De vakgroep streeft naar meer graadoverstijgende samenwerking, maar nog niet iedereen is overtuigd van de meerwaarde van de samenwerking en engageert zich om de gemaakte afspraken na te komen. Het ontbreekt bepaalde leraren aan gerichte professionalisering om de reeds voorgestelde bijsturing voldoende leerdoelgericht te implementeren en verder te ontwikkelen met het oog op valide en transparante evaluatie. 3.2 Metaal en kunststoffen - Bediener werktuigmachines (Lineair) Voldoet Motivering De opleidingsdoelstelling om aan de hand van werktekeningen en een werkvoorbereiding zelfstandig werkstukken te maken met behulp van diverse werktuigmachines wordt in voldoende mate gerealiseerd. Het verschil tussen aangeboden en verworven competenties kan nog niet transparant aangetoond worden waardoor er nog geen duidelijk overzicht is van het beheersingsniveau van de leerling (aangeboden, ingeoefend, zelfstandig uitgevoerd, verworven). De vijf leerlingen uit deze opleiding hebben een reguliere tewerkstelling die nauw aansluit bij hun opleiding in het centrum. Het bedrijf waar vier van de vijf leerlingen werken, investeert bovendien in een goede alternerende cnc 3 -opleiding, naast de cnc-initiatie in het centrum. Voor kunststoffen maakt men enkele keren gebruik van de opleidingsmogelijkheden en infrastructuur van een school in Brugge. Uit lesobservaties, tekeningen van werkopdrachten, werkstukken en gesprekken blijkt dat de leerlingen gemotiveerd werken aan de goed uitgewerkte draai- en freesopdrachten en men een goed studiepeil behaalt. De begeleiding verloopt gemoedelijk, respectvol en taakgericht. Voor de theoretische onderbouwing en de werkopdrachten beschikt men over goed uitgewerkte en motiverende opdrachten, degelijk cursusmateriaal en een goed overzicht van wat de leerlingen al hebben uitgevoerd. De begeleiding op de tewerkstellingsplaats en het overleg met het centrum gebeuren kwaliteitsvol en krijgen voldoende aandacht. De werkplaatsuitrusting, die ook gebruikt wordt door het voltijds onderwijs, is voorbeeldig en voldoet voor de opleiding. Men beschikt over voldoende en degelijke werktuigmachines en cnc-machines voor het aanleren en inoefenen van de verschillende technieken. De evaluatie is valide en in voldoende mate gebaseerd op de te verwerven competenties, maar de registratie van de verworven competenties is niet transparant. 3 cnc: computer numerical control CLW V.T.I. 1 te Roeselare 9

10 De trimesteriele rapportering bestaat uit de opsomming van de verworven competenties of aangeboden leerinhouden, de attitude en houding in het centrum en op de tewerkstellingsplaats. De maandelijkse rapportering is enkel op attitude en houding gericht. De rapportering van de verworven competenties op rapporten en attesten is nog voor verbetering vatbaar. 3.3 Metaal en kunststoffen - Lasser en Lasser-Monteur (Lineair) Voldoet Motivering De opleidingsdoelstellingen worden in voldoende mate gerealiseerd. De opleiding Lasser wordt als vervolgopleiding aangeboden na de basisopleiding Lasser-monteur. In de opleiding Lasser-monteur worden de basistechnieken i.v.m. halfautomatisch lassen en lassen met beklede elektrode aangeleerd en ingeoefend. In de opleiding Lasser worden deze technieken verder ingeoefend en ligt de klemtoon vooral op TIG 4 - lassen. In de steekkaarten, die weinig houvast bieden, is er nauwelijks verschil tussen beide opleidingen. Op basis van de steekkaarten worden werkopdrachten aangeboden die kunnen opgevolgd worden in een overzichtelijk leerlingvolgtraject. Het verschil tussen aangeboden en verworven competenties kan nog niet transparant aangetoond worden waardoor er nog geen duidelijk overzicht is van het beheersingsniveau van de leerling (aangeboden, ingeoefend, zelfstandig uitgevoerd en verworven). Autogeenlassen en snijbranden worden niet systematisch ingeoefend, maar de meeste leerlingen hebben dit al via een vooropleiding gekregen. Occasioneel kan men hiervoor ook de werkplaatsuitrusting van de voltijdse school gebruiken. Uit gesprekken, lesobservaties en werkstukken blijkt een voldoende studiepeil voor de leerlingen die alternerend tewerkgesteld zijn. Van de dertien leerlingen uit de opleiding Lasser-monteur zijn er slechts vijf tewerkgesteld waarvan één in een niet bij de opleiding aansluitend brugproject. Twee leerlingen volgen een persoonlijk ontwikkelingstraject, vier leerlingen een voortraject en voor twee leerlingen is er (nog) geen invulling van het voltijds engagement. Van de twee leerlingen uit de opleiding Lasser heeft er één een reguliere tewerkstelling, de andere leerling is tewerkgesteld via een niet bij de tewerkstelling aansluitend brugproject. Het aantal problematische afwezigheden in deze opleiding is opmerkelijk hoog omwille van persoonlijke en/of familiale problematieken. De begeleiding verloopt gemoedelijk, respectvol en taakgericht. Voor de theoretische onderbouwing en de werkopdrachten beschikt men over goed uitgewerkte opdrachten, degelijk cursusmateriaal en verzorgd naslagwerk. De begeleiding op de tewerkstellingsplaats en het overleg met het centrum gebeuren kwaliteitsvol en krijgen voldoende aandacht. De werkplaatsuitrusting voldoet voor het aantal leerlingen. Er is evenwel geen afbakening van de loop- en werkzone, individuele beschermingsmiddelen worden vaak niet gebruikt en de rookgasafzuiging voldoet op sommige plaatsen niet aan de vigerende reglementering. De evaluatie is valide en in voldoende mate gebaseerd op de te verwerven competenties. De rapportering van de verworven competenties op rapporten en attesten is nog voor verbetering vatbaar. 4 TIG: Tungsten Inert Gas CLW V.T.I. 1 te Roeselare

11 3.4 Personenzorg - Logistiek helper in de zorginstellingen (Lineair) Voldoet Motivering De competenties voor de opleiding Logistiek helper in de zorginstellingen worden in voldoende mate gerealiseerd, dankzij de partiële invulling van de BGV op de werkvloer, het hoge rendement van het werkplekleren en de stimulerende omgang met de leerlingen. Deze vaststellingen vormen een zekere compensatie voor het niet implementeren van alle competenties conform de vernieuwde opleidingskaart, die sinds het schooljaar officieel van toepassing is, en voor de gebreken in verband met de infrastructuur en de leermiddelen. De leertrajecten van de leerlingen bevatten de competenties en de deelcompetenties en geven de selectie van leerinhouden en opdrachten weer waarmee ze worden ontwikkeld. Voor de individuele trajectbepaling ontbreekt een doelgerichte samenwerking met PAV. Bovendien wordt met de leerlingenkenmerken weinig rekening gehouden. Er wordt een instaptest afgenomen, die vooral naar reproduceerbare kennis peilt en daardoor niet valide is om de eerder verworven competenties in kaart te brengen. Alle jongeren doorlopen hetzelfde traject, enkel de mate van inoefening kan verschillen. Het traject vormt vooral een instrument om de mate waarin kennis, vaardigheden en attitudes worden aangeboden, ingeoefend en verworven zijn, te inventariseren. Deze vaststellingen tonen aan dat er voor het competentie-ontwikkelend leren en voor het individueel maatwerk nog een ruime groeimarge is. In het teken van de competentie-ontwikkeling is de samenhang tussen de selectie van functionele kennis, oefeningen en werkopdrachten veeleer gering en bovendien is de wisselwerking tussen de BGV en het werkplekleren niet altijd in voldoende mate gegarandeerd. Zo worden heel wat competenties te weinig ondersteund, o.m. met een doelgericht instrumentarium, of te weinig ontsloten met functionele kennis. De competenties die gericht zijn op het opmaken van bedden, het onderhoud van de zorginstelling, de maaltijdzorg en afgeleiden, het begeleiden van de zorgvrager en daaraan verbonden attitudes, worden op de werkvloer goed ontwikkeld. De overige competenties worden ofwel niet evenwichtig of niet volledig behandeld zoals in de opleidingskaart is voorzien. Het gaat hier over een onvoldoende gerichte ontwikkeling van de beroepsgerichte competenties die terug te brengen zijn tot het systematisch leren handelen als voorbereiding van het systematisch verzorgend handelen (SVH) in de vervolgopleiding Verzorgende. Meer bepaald over de competenties i.v.m. het organiseren van de eigen werkzaamheden en het werken in team die niet planmatig worden ontwikkeld, bijvoorbeeld aan de hand van een stappenplan om het inoefenen van vaardigheden sneller te laten uitgroeien tot een automatisme. De competenties voor het beheersen van de vereiste beroepshoudingen, het hanteren van passende omgangsvormen, de hulp in noodsituaties, de linnenzorg, en het leren observeren en rapporteren worden ook nog te weinig doelgericht ontwikkeld en ondersteund. De opleiding vertoont ook enkele hiaten, o.m. op het vlak van het ondersteunen van animatie-activiteiten en het uitvoeren van administratieve taken. Klein verzorgingsmateriaal en -producten zijn voorhanden, maar stromend water, functionerende toestellen, voldoende bedden en functionele opbergmogelijkheden o.m. voor producten en onderhoudsmateriaal ontbreken. De infrastructuur is ook te klein, ze straalt bovendien niet de sfeer van zorg en zorginstellingen uit en ze sluit evenmin aan bij de eisen van de beroepssector. De betrokkenheid en de omgang met de leerlingen zijn respectvol en aanmoedigend. Hun opdrachten worden goed begeleid, waardoor ze in staat zijn eenvoudige taken onder toezicht uit te voeren. De persoons- en beroepsgebonden attitudevorming krijgen ruime aandacht, maar voor een doelgerichte ontsluiting is er nog een weg te gaan. De leerbegeleiding is gering omdat heel wat (deel)competenties in oefeningen en praktijkopdrachten worden vertaald, zonder het aanreiken van gepaste functionele kennis. Hierdoor missen de leerlingen zowel een toetsingskader als het nodige inzicht CLW V.T.I. 1 te Roeselare 11

12 om aan de verwachtingen te kunnen voldoen. Het cursusmateriaal draagt evenmin bij tot het leren leren: het is onvolledig, weinig gestructureerd en het sluit inhoudelijk niet altijd in voldoende mate aan bij de competenties. De invulling van het voltijds engagement is uitstekend. Op het ogenblik van de doorlichting participeren vier leerlingen aan een sector gerelateerd brugproject en twee leerlingen zijn regulier en alternerend tewerkgesteld. Ze vormt in deze opleiding ook een basisvoorwaarde voor het behalen van een certificaat. Het gaat om ten minste vijfhonderd uren opleiding, waarvan ten minste tweehonderd vijftig uren alternerende werkplekopleiding in de zorginstellingen. Deze voorwaarde wordt echter door de klassenraad niet effectief gecontroleerd bij de toekenning van het certificaat. De tewerkstelling wordt zowel door de tewerkstellingsverantwoordelijke als door de leraar BGV opgevolgd, wat bijdraagt tot het geïntegreerd doorlopen van de component leren en werkplekleren. De evaluatiepraktijk is in onvoldoende mate afgestemd op de competenties en op de kernopdracht van de Logistiek helper. Een eerste knelpunt heeft te maken met de validiteit. Aangezien de opleiding niet volledig competentie-dekkend is, is de evaluatie evenmin representatief, waardoor ze ook niet valide is. Het tweede knelpunt betreft de transparantie van de evaluatie. De partiële beoordeling van functionele kennis en praktijkopdrachten is niet aan criteria gebonden en de evaluatie is daardoor niet voldoende evenwichtig en betrouwbaar. De rapporteringspraktijk brengt in het verlengde van de zwakke evaluatiepraktijk de mate waarin de jongeren de competenties verwerven en in hun leertraject vorderen, niet in kaart. De huidige fragmentaire en partiële rapportering over attitudes, inhouden en werkopdrachten met cijfers en scores voldoet niet. Leerlingen die op het einde van het schooljaar een module niet met succes hebben afgerond, ontvangen een attest van verworven competenties dat op het niveau van de deelcompetenties werd opgemaakt en daardoor aan relevantie inboet. Over de doeltreffendheid van de opleidingsprocessen en de invulling van het werkplekleren wordt niet systematisch gereflecteerd. Daardoor wordt het proces van interne kwaliteitszorg nog niet doorlopen en worden tekorten niet bijgestuurd. 3.5 Modulair stelsel - Dakdekker leien en pannen (Modulair) Voldoet Motivering De voorgeschreven competenties van deze modulaire opleiding die bestaat uit de modules voorbereiding dakwerken, plaatsing pannen en plaatsing leien worden in voldoende mate gerealiseerd. Voor de basismodules worden de betrokken basistechnieken ingeoefend aan de hand van een aantal consecutief uitgewerkte basisopdrachten in een hiervoor voldoende uitgeruste werkplaats die echter niet voldoet aan de eisen van hedendaags onderwijs. Voor de module plaatsing leien is het niet duidelijk of alle voorgeschreven competenties systematisch bij elke leerling aan bod komen. Het gebruik van machines voor het plaatsen van dakbedekking wordt op de tewerkstellingsplaats aangeboden. De tewerkstellingsresultaten zijn uitstekend: de acht leerlingen uit deze opleiding zijn alternerend tewerkgesteld als dakdekker of dakwerker. De leerlingen worden individueel begeleid voor de praktijkopdrachten aan de beschikbare dakconstructies. De alterneringsplannen worden niet of nauwelijks ingevuld waardoor het niet aantoonbaar is of alle leerlingen de voorgeschreven leerinhouden aangeboden krijgen en de betrokken competenties verwerven. Uit lesobservaties, werkboekjes en gesprekken met leraar en leerlingen blijkt echter wel dat de meeste competenties in voldoende mate aan bod komen. De infrastructuur en de uitrusting voldoen qua ruimte en beschikbare dakconstructies. Het veiligheidsaspect verdient meer aandacht. Een afbakening van loop- en werkzone CLW V.T.I. 1 te Roeselare

13 ontbreekt, de temperatuur in de werkplaats is vaak ontoereikend en individuele beschermingsmiddelen worden niet gebruikt. De evaluatie en de rapportering zijn in onvoldoende mate gebaseerd op de te verwerven competenties. Verworven competenties worden nadien terug aangeboden alsof het nieuwe activiteiten betreft. De behaalde competenties worden noch correct geregistreerd, noch correct geëvalueerd. Voor de alternering worden gedurende een volledig schooljaar slechts twee of drie activiteiten aangeduid. De administratie m.b.t. de opvolging van het leertraject verdient meer aandacht. Het proces van interne kwaliteitszorg is nog niet opgestart. 3.6 Modulair stelsel - Keukenmedewerker (Modulair) Voldoet niet Motivering De competenties voor de modulaire opleiding Keukenmedewerker worden niet in voldoende mate gerealiseerd. Op het ogenblijk van de doorlichting volgen zeven leerlingen de opleiding Keukenmedewerker. Op organisatorisch vlak wordt deze opleiding samen met de opleiding Zaalmedewerker georganiseerd en groepsafhankelijk ook nog met de opleiding Grootkeukenmedewerker, Hulpkok of Medewerker kamerdienst. Dit betekent dat steeds drie opleidingen gelijktijdig worden aangeboden en dat in principe minstens vijf modules aan bod komen, waarin Keukenmedewerker de dominante plaats inneemt. De twee modules worden gelijktijdig aangeboden. Sommige competenties worden mede daardoor ofwel niet evenwichtig, niet volledig, of niet met de vereiste diepgang ontwikkeld. De niet opdrachten-gestuurde competentie-ontwikkeling ligt aan de basis van het tekort. Los van de complexe opdracht van de betrokken leraar, werd de overstap van het lineair naar het modulair systeem op 1 september 2010 onvoldoende voorbereid en ondersteund. Uit de documentenstudie, observaties en gesprekken blijkt dat de voorbereiding van de modularisering en de implementatie van het decreet leren en werken, namelijk de toepassing van de principes van individueel maatwerk en van geïntegreerde trajecten, nog in de aanvangsfase zitten. De modulaire leertrajecten bevatten, zonder doelgerichte samenwerking met PAV, alle competenties en de deelcompetenties en geven via een codesysteem de menu s weer waarmee in principe de competentieontwikkeling gebeurt. Bij de individuele trajectbepaling wordt in beperkte mate rekening gehouden met de kenmerken van de leerlingen (onder meer de beginsituatie met betrekking tot eerdere vorming en opleiding, psychosociale situatie, arbeidsattitudes) en met eerder verworven competenties. Alle jongeren doorlopen hetzelfde traject, enkel de graad van inoefening kan verschillen. Het leertraject vormt vooral een instrument om de mate waarin de opdrachten worden aangeboden, ingeoefend en verworven zijn, te inventariseren. Het valt op, zelfs bij het begin van het traject, dat vrij veel deelcompetenties gelijktijdig aan bod komen. Het is ook vreemd dat wanneer een module op het einde van het schooljaar niet is afgerond, het trajectplan het volgende schooljaar niet verder wordt gebruikt. Deze vaststellingen tonen aan dat er voor het competentie-ontwikkelend leren en voor het individueel maatwerk nog een ruime groeimarge is. Hoewel deze modulaire opleiding consecutief is opgebouwd, worden beide modules 5 gelijktijdig aangeboden. Hierdoor worden de principes van de modularisering op de helling geplaatst, en tegelijk worden de aangeboden opdrachten in onvoldoende mate op de eigenheid van de modules afgestemd. De vier algemene competenties, die van de beide modules deel uitmaken, worden niet doeltreffend ontwikkeld. Voor 5 Module initiatie keuken en module keukentechnieken CLW V.T.I. 1 te Roeselare 13

14 competentie één 6 ontbreekt een leerlijn, waardoor o.m. op het ergonomisch, economisch, veilig, hygiënisch en milieubewust werken te weinig doel- en contextgericht wordt gefocust. Deze vaststelling is teleurstellend, omdat de infrastructuur en de uitrusting niet aan de hedendaagse eisen inzake voedselveiligheid voldoen, temeer omdat daarmee gerelateerde doelen in onvoldoende mate met gepaste functionele kennis worden ondersteund en evenmin procesmatig worden ontwikkeld in de praktijk. Dat geldt ook voor de daarmee gepaard gaande attitudes die weinig doelgericht worden ontplooid. Zo worden de regels van voedselveiligheid weinig nauwgezet toegepast. Competentie twee 7 wordt niet met functionele kennis ondersteund en wordt in praktijk evenmin doelgericht ontwikkeld. Voor competentie drie 8 ontbreekt een doelmatige samenwerking met PAV om (deel-)competenties bij te brengen of te ondersteunen en in BGV gebeurt de gerichte ontwikkeling evenmin. Competentie vier 9, die onder meer op het systematisch handelen aanstuurt, wordt evenmin doelbewust in de praktijkopdrachten ingebed, bijvoorbeeld via het gebruik van een stappenplan. Dat is nochtans noodzakelijk opdat de organisatie van de eigen werkzaamheden tot een automatisme zouden kunnen uitgroeien. De selectie van werkopdrachten via de bereiding van menu s is niet doelmatig om competentie vijf 10 en zes 11 van de module initiatie keuken te ontwikkelen, in te oefenen en te verwerven. De keuze van de gerechten en van de toegepaste technieken is onvoldoende afgestemd op de specificiteit van de beide competenties. Binnen competentie zeven 12 wordt de vaat structureel aangeleerd en ingeoefend, al getuigde de voorbereiding en de uitvoering niet van efficiëntie. Binnen de module keukentechnieken worden inspanningen gedaan om de specifieke competenties, namelijk vijf en zes 13 op een creatieve en doordachte wijze in te vullen. Dat gebeurt via de bereiding van gevarieerde gerechten in menuvorm waarvan enkel de recepturen vooraf worden besproken, terwijl de eigenlijke keuken- en snijtechnieken en de organisatie van de werkzaamheden te weinig aandacht krijgen. Hoewel de infrastructuur en uitrusting niet aan eisen inzake voedselveiligheid voldoen, bieden ze aan de jongeren toch kansen om zich op de horecasector te oriënteren. Daarnaast zijn de organisatorische omstandigheden niet bevorderend voor een veilig en taakgericht leer- en leefklimaat. Toch worden heel wat inspanningen gedaan om de leerlingen in de lessen praktijk zo goed mogelijk te begeleiden. Dit leidt tot een resultaat met twee sporen. Zo zijn de meest geïnteresseerde leerlingen reeds in staat eenvoudige en sommigen zelfs al wat meer complexe opdrachten in de keuken te organiseren en ze vrij autonoom uit te voeren. Aan de andere kant stappen behoorlijk wat leerlingen in de loop van het schooljaar uit de opleiding en het centrum. Dit gebeurt mede omdat in de gegeven omstandigheden de individuele begeleiding heel moeilijk is. Hierdoor waren op het ogenblik van de doorlichting nog slechts zeven van de negen leerlingen (tijdstip vooronderzoek) ingeschreven. Van die zeven leerlingen participeerde een leerling aan een persoonlijk ontwikkelingstraject, een leerling werkte in een opleiding gerelateerd brugproject, drie leerlingen waren alternerend tewerkgesteld, terwijl nog twee leerlingen te oriënteren waren. Bijgevolg zijn de invulling van het voltijds engagement en het rendement van de opleiding eerder matig. De evaluatiepraktijk is in onvoldoende mate afgestemd op de competenties en op de kernopdracht van Keukenmedewerker. Een eerste knelpunt heeft te maken met de validiteit. Aangezien de opleiding niet volledig competentie-dekkend is, is de evaluatie evenmin representatief, waardoor ze ook niet valide is. Het tweede knelpunt betreft de 6 Veilig, hygiënisch en milieubewust werken conform de nota welzijn op het werk en de geldende regelgeving 7 Noodzakelijke houdingen voor het beroep aannemen 8 Functionele vaardigheden voor de uitoefening van het beroep toepassen 9 Eigen werkzaamheden organiseren 10 Voorbereidende werkzaamheden (mise en place) volgens bedrijfseigen procedures toepassen 11 Elementaire technieken volgens bedrijfseigen procedures toepassen 12 De vaat volgens bedrijfseigen procedures toepassen 13 Snijtechnieken volgens bedrijfseigen procedures toepassen; elementaire technieken volgens bedrijfseigen procedures toepassen; keukentechnieken volgens bedrijfseigen procedures toepassen CLW V.T.I. 1 te Roeselare

15 transparantie van de evaluatie. Enkel de praktijkopdrachten worden beoordeeld met behulp van een instrument waarmee de leerlingen via zelfevaluatie participeren. Wegens het gebrek aan criteria, is de evaluatie niet evenwichtig en niet betrouwbaar. De rapporteringspraktijk brengt in het verlengde van de zwakke evaluatiepraktijk evenmin de mate waarin de jongeren de competenties verwerven en in hun leertraject vorderen, in kaart. De huidige rapportering heeft nagenoeg uitsluitend betrekking op attitudes. Bovendien is de mate waarin het werkplekleren bijdraagt tot de verwerving van competenties diffuus, waardoor de besluitvorming over de toekenning van certificaten nog niet berust op objectieve criteria. Het geïntegreerd doorlopen van de component leren en werkplekleren vormt overigens geen voorwaarde voor het toekennen van de certificaten, ondanks de vermelding in de modules. Leerlingen die op het einde van het schooljaar een module niet met succes hebben afgerond, ontvangen een attest van verworven competenties dat op het niveau van de deelcompetenties werd opgemaakt en daardoor inboet aan relevantie. Over de doeltreffendheid van het opleidingsaanbod en de invulling van het werkplekleren wordt niet systematisch gereflecteerd. Daardoor wordt het proces van interne kwaliteitszorg nog niet doorlopen en worden de tekorten niet bijgestuurd. 3.7 Modulair stelsel - Machinaal houtbewerker (Modulair) Voldoet Motivering De voorgeschreven competenties van deze modulaire opleiding die bestaat uit de modules manuele houtbewerking en machinale houtbewerking worden in voldoende mate gerealiseerd. Voor de basismodules worden de betrokken basistechnieken ingeoefend aan de hand van een aantal motiverende werkopdrachten in hiervoor goed uitgeruste werkplaatsen die gedeeld worden met het voltijds onderwijs. De dagen waarop de leerlingen van het centrum les hebben, is er een lage bezetting vanuit het voltijds onderwijs. Elf van de vijftien leerlingen uit deze opleiding hebben een bij hun opleiding aansluitende tewerkstelling, waarvan drie via een brugproject. Twee leerlingen volgen een persoonlijk ontwikkelingstraject, één een voortraject en voor één leerling is er nog geen invulling van het voltijds engagement. Bij aanvang van de opleiding wordt er een screeningtoets afgenomen i.v.m. theoretische voorkennis van het vakgebied. Wanneer de resultaten goed zijn, kunnen de leerlingen via een praktische proef aantonen welke competenties ze al hebben verworven zodat ze kunnen ingeschaald worden in het nog af te leggen vervolgtraject (en de nog te volgen modules). Theorie wordt zo veel mogelijk geïntegreerd aangeboden, maar geregeld zijn er ook voorbereidende of ondersteunende klassikale verwerkingsmomenten. Afgewerkte werkstukken, werkopdrachten, tewerkstellingsgegevens en gesprekken met leraren en leerlingen getuigen van een kwaliteitsvolle opleiding. De leerlingen worden goed, respectvol en individueel begeleid bij het uitvoeren van motiverende, bruikbare en uitdagende werkopdrachten die representatief zijn voor de te behalen competenties. De begeleidings- en planningsdocumenten getuigen van een degelijke voorbereiding en opvolging van de leerlingen. De alterneringsplannen zijn minder goed ingevuld en kunnen nog beter afgestemd worden op de uitgevoerde activiteiten op de tewerkstellingsplaats. De infrastructuur en de uitrusting zijn voorbeeldig. Men beschikt over de nodige werkruimte en men kan gebruik maken van een up-to-date machinepark van de voltijdse school. Er is voldoende aandacht voor veiligheid. De evaluatie bestaat uit toetsen en beoordelingen van houding, attitude en afgewerkte producten. De vorderingen m.b.t. de te verwerven competenties worden nauwkeurig geregistreerd en de rapportering van deze resultaten is voldoende transparant, hoewel er nog mogelijkheden zijn om de mate waarin de competenties verworven zijn duidelijker te rapporteren CLW V.T.I. 1 te Roeselare 15

16 3.8 Modulair stelsel - Winkelbediende (Modulair) Voldoet niet Motivering De competenties voor de modulaire opleiding Winkelbediende worden niet in voldoende mate gerealiseerd. Uit gesprekken en uit het ter inzage gestelde materiaal wordt afgeleid, dat niet alle competenties van de behandelde modules worden aangereikt en ingeoefend en dat de evaluatiepraktijk niet valide, representatief en betrouwbaar is. De overstap van het lineair naar het modulair systeem op 1 september 2010 werd onvoldoende voorbereid en ondersteund. Uit de documentenstudie, observaties en gesprekken blijkt dat de voorbereiding van de modularisering en de implementatie van het decreet leren en werken, namelijk de toepassing van de principes van individueel maatwerk en van geïntegreerde trajecten, nog in de aanvangsfase zitten. De opleidingsstructuur voor Winkelbediende bestaat uit vijf los van elkaar staande modules, waarvan een gerichte clustering leidt tot de opleidingscertificaten van Aanvuller, Kassier en Verkoper. Uit de documentenstudie blijkt dat doorgaans de competenties uit de verschillende modules gelijktijdig worden aangeboden. Het niet consecutief aanbieden van gehele modules staat het principe van tussentijdse succesbeleving in de weg, o.m. omdat de leerlingen tijdens het opleidingstraject ervan worden weerhouden deelcertificaten te behalen. De uitgewerkte leertrajecten bevatten alle competenties en deelcompetenties van de aangeboden modules en geven tegelijk de weinig doelmatige selectie van functionele kennis, oefeningen en opdrachten weer. In het teken van de individuele trajectbepaling wordt een test afgenomen, die vooral naar reproduceerbare kennis peilt en daardoor weinig valide is om de eerder verworven competenties in kaart te brengen. Een aanverwante studieloopbaan in het voltijds onderwijs wordt doorgaans in het traject verrekend, maar dat gebeurt weinig nauwgezet. Er ontbreekt ook een doelgerichte samenwerking met PAV om (deel-)competenties te ontwikkelen of te ondersteunen. Aangezien nagenoeg alle leerlingen hetzelfde traject volgen, beperkt het individueel maatwerk zich tot een differentiatie in werktempo en in de complexiteit van de opdrachten. Het leertraject vormt vooral een instrument om de mate waarin de opdrachten worden aangeboden, ingeoefend en verworven zijn, te inventariseren. Het valt op, zelfs bij het begin van het traject, dat vrij veel deelcompetenties gelijktijdig aan bod komen. Daarnaast is het ook vreemd, dat wanneer een module op het einde van het schooljaar niet is afgerond, het trajectplan het volgende schooljaar niet verder wordt gebruikt. Deze vaststellingen tonen aan dat er voor het competentieontwikkelend leren en voor het individueel maatwerk nog een ruime groeimarge is. Vorig schooljaar werden de vier 14 algemene competenties die deel uitmaken van alle modules, onvolledig, niet evenwichtig en niet met de nodige diepgang ontwikkeld en evenmin module-specifiek ingekleurd. Daarnaast werden weinig doelgerichte leerinhouden aangeboden, soms aangevuld met oefeningen en opdrachten. Met dat aanbod werden alle module-specifieke competenties voor de modules aanvulwerk, kassa, klantencontact en presentatiewerk zogenaamd ontwikkeld. Uit het leerlingenmateriaal blijkt dat zowel de inhoud als de keuze van de oefeningen en de opdrachten doorgaans van een ondermaats niveau zijn en vaak niet getuigen van de nodige relevantie. De notities missen bovendien structuur en een helder taalgebruik. M.a.w. het aangereikte opleidingsaanbod is niet volledig, niet evenwichtig en onvoldoende realiteitsgericht. Op basis van dat resultaat werden vorig schooljaar toch certificaten voor Aanvuller en Kassier en heel wat deelcertificaten uitgereikt. 14 Veilig, hygiënisch en milieubewust werken conform de nota welzijn op het werk en de geldende regelgeving; noodzakelijke houdingen voor het beroep aannemen; functionele vaardigheden voor de uitoefening van het beroep toepassen; eigen werkzaamheden organiseren CLW V.T.I. 1 te Roeselare

17 Sinds dit schooljaar werd uit organisatorische overwegingen de volgorde van de modules vastgelegd voor startende leerlingen. Omdat de module klantencontact deel uitmaakt van de drie eerder genoemde opleidingen, vormt ze de vaste aanvangsmodule van de drie opleidingen. Nadien is de taakinhoud op het werk bepalend voor de volgorde waarin de overige modules aan bod komen. Dit is alleszins een verdienstelijk initiatief om meer structuur in het opleidingsaanbod te krijgen. Anderzijds werd deze beslissing wel erg letterlijk genomen. In die mate dat aan leerlingen, die al eerder een deelcertificaat voor klantencontact verwierven, vanaf september tot op heden enkel die module-inhouden werden aangeboden. Deze vaststelling toont aan, dat aan de betrokken leerlingen niet de vorming wordt aangeboden waarop recht hebben, en ze daardoor mogelijk een deel- of opleidingscertificaat missen. Voor de module aanvulwerk werden de vier algemene en de module specifieke competenties recentelijk bijgestuurd. De uitwerking heeft betrekking op oefenfiches waarin functionele kennis en concrete opdrachten elkaar afwisselen. Op de uitwerking van competentie vier na (de eigen werkzaamheden organiseren), lijkt het resultaat belovend, al dient het product nog de toets van de interne kwaliteitszorg te doorstaan. De begeleiding van de leerlingen verloopt taakgericht. Tijdens de lessen heerst een respectvol en gemoedelijk klimaat. Leerlingen worden aangezet de eigen werkervaringen (bijv. omtrent bedrijfseigen procedures en technieken) onder begeleiding uit te wisselen. Deze elementen verhogen het realiteitsgerichte karakter van de opleiding en bevorderen de taakbetrokkenheid bij de leerlingen. In het vrij ruime leslokaal zijn de nodige computers en een summiere simulatie van aanvulruimte en winkelhoek voorzien. De competenties worden ingeoefend a.d.h.v. opzoekings-, verwerkings- en andere opdrachten, al worden de computers maar partieel gebruikt. Hierdoor wordt de ICT-integratie in de opleiding beperkt gerealiseerd, maar tegelijk wordt de onderwijstijd niet optimaal benut. Alle leerlingen vervulden op het moment van de doorlichting een voltijds engagement. Van de zestien leerlingen waren zeven leerlingen alternerend en één leerling via een op bij de opleiding aansluitend brugproject tewerkgesteld. Verder volgen drie leerlingen een voortraject, één leerling een persoonlijk ontwikkelingstraject en twee leerlingen hebben nog verdere oriëntering nodig. De evaluatiepraktijk is in onvoldoende mate afgestemd op de competenties en op de kernopdracht van Aanvuller en Kassier. Een eerste knelpunt heeft te maken met de validiteit. Aangezien de opleiding niet volledig competentie-dekkend is, is de evaluatie evenmin representatief, waardoor ze ook niet valide is. Het tweede knelpunt betreft de transparantie van de evaluatie. Er worden geen criteria gehanteerd om te beslissen wanneer een competentie verworven is, waardoor de evaluatie niet evenwichtig en niet betrouwbaar is. De rapporteringspraktijk brengt, in het verlengde van de zwakke evaluatiepraktijk, de mate waarin de jongeren de competenties verwerven en in hun leertraject vorderen niet in kaart. De huidige rapportering heeft nagenoeg uitsluitend betrekking op attitudes. Bovendien is de mate waarin het werkplekleren bijdraagt tot de verwerving van competenties diffuus, waardoor de besluitvorming over de toekenning van (deel- )certificaten niet op objectieve criteria is gebaseerd. Het geïntegreerd doorlopen van de component leren en werkplekleren vormt overigens geen voorwaarde voor het toekennen van de (deel-)certificaten, ondanks de vermelding in de modules. Leerlingen die op het einde van het schooljaar een module niet volledig hebben afgerond, ontvangen een attest van verworven competenties dat op het niveau van de deelcompetenties werd opgemaakt en daardoor aan relevantie inboet. Over de doeltreffendheid van het opleidingsaanbod en de invulling van het werkplekleren wordt niet systematisch gereflecteerd. Daardoor wordt het proces van interne kwaliteitszorg nog niet doorlopen en worden de tekorten niet bijgestuurd CLW V.T.I. 1 te Roeselare 17

18 3.9 Modulair stelsel - Zaalmedewerker (Modulair) Voldoet niet Motivering De competenties voor de modulaire opleiding Zaalmedewerker worden niet in voldoende mate gerealiseerd. De vaststellingen zijn nagenoeg dezelfde zoals voor de opleiding Keukenmedewerker. Op het ogenblijk van de doorlichting volgen acht leerlingen de opleiding Zaalmedewerker. Op organisatorisch vlak wordt deze opleiding samen met de opleiding Keukenmedewerker georganiseerd en groepsafhankelijk ook nog met de opleiding Grootkeukenmedewerker, Hulpkok of Medewerker kamerdienst. Dit betekent dat steeds drie opleidingen gelijktijdig worden aangeboden en dat in principe minstens vijf modules aan bod komen. Voor Zaalmedewerker worden de twee modules gelijktijdig aangeboden aan de leerlingen. Mede daardoor worden sommige competenties ofwel niet volledig, niet evenwichtig of niet met de nodige diepgang ontwikkeld. Aan de basis van het tekort ligt de niet opdrachten-gestuurde competentieontwikkeling. Los van de complexiteit van deze opdracht, werd de overstap van het lineair naar het modulair systeem op 1 september 2010 onvoldoende voorbereid. Uit observaties, gesprekken en de documentenstudie blijkt dat de voorbereiding van de modularisering en de implementatie van het decreet leren en werken, nl. de toepassing van de principes van individueel maatwerk en van geïntegreerde trajecten, nog in de aanvangsfase zitten. De beide modulaire leertrajecten bevatten, zonder doelgerichte samenwerking met PAV, alle competenties en deelcompetenties en geven de opdrachten weer waarmee in principe de competentieontwikkeling gebeurt. Bij de individuele trajectbepaling wordt amper rekening gehouden met de kenmerken van leerlingen (onder meer de beginsituatie met betrekking tot eerdere vorming en opleiding, psychosociale situatie, arbeidsattitudes) en met eerder verworven competenties. Zo doorlopen alle jongeren hetzelfde traject, enkel de mate van inoefening kan verschillen. Daarnaast vormt het leertraject vooral een instrument om de mate waarin de opdrachten worden aangeboden, ingeoefend en verworven zijn, te inventariseren. Het valt op, zelfs bij het begin van het traject, dat vrij veel deelcompetenties gelijktijdig aan bod komen. Het is ook vreemd wanneer een module op het einde van het schooljaar niet is afgerond, het trajectplan het volgende schooljaar niet verder wordt gebruikt. Deze vaststellingen tonen aan dat er voor het competentie-ontwikkelend leren en voor het individueel maatwerk nog een ruime groeimarge is. De beide modules van de opleiding worden gelijktijdig aangeboden, waardoor het principe van tussentijdse succesbeleving wordt genegeerd, o.m. omdat de leerlingen in de loop van het opleidingstraject ervan worden weerhouden een deelcertificaat te behalen. De vier algemene competenties die van de beide modules deel uitmaken, worden niet doeltreffend ontwikkeld. Voor competentie één 15 ontbreekt een leerlijn, waardoor o.m. op het ergonomisch, economisch, veilig, hygiënisch en milieubewust werken te weinig doel- en contextgericht wordt gefocust. Deze vaststelling is teleurstellend, omdat de nodige uitrusting voor de module initiatie bar ontbreekt en daarmee gerelateerde doelen niet volledig en niet met de vereiste diepgang aan bod komen en evenmin procesmatig worden ontwikkeld. Dat geldt ook voor de daarmee gepaard gaande attitudes die weinig doelgericht worden ontplooid. Competentie twee 16 wordt in de praktijk niet doelgericht ontwikkeld en wordt evenmin met functionele kennis ondersteund. Voor competentie drie 17 ontbreekt een doelmatige samenwerking 15 Veilig, hygiënisch en milieubewust werken conform de nota welzijn op het werk en de geldende regelgeving 16 Noodzakelijke houdingen voor het beroep aannemen 17 Functionele vaardigheden voor de uitoefening van het beroep toepassen CLW V.T.I. 1 te Roeselare

19 met PAV en in de BGV gebeurt evenmin een gerichte ontplooiing van de beroepsattitudes. Competentie vier 18, die onder meer op het systematisch handelen aanstuurt, wordt evenmin doelbewust in de praktijkopdrachten ingebed, bijvoorbeeld via het gebruik van een stappenplan opdat de organisatie van de eigen werkzaamheden tot een automatisme zou kunnen uitgroeien. Voor de module zaal- en tafelschikking wordt de kerncompetentie vijf 19 in voldoende mate ontwikkeld, met uitzondering van het professioneel decoreren van de tafels en het opmaken van de menu s. Voor de module initiatie bar en bediening staan de specifieke en context gebonden vaardigheidsgerichte competenties vijf en zes 20 onder druk, mede omdat in het restaurant een bar ontbreekt. Hierdoor kunnen de betrokken deelcompetenties niet worden ontwikkeld, waardoor de jongeren onvoldoende kansen krijgen om zich op dit segment van de sector te oriënteren of om de competenties van het werkplekleren te ondersteunen. Anderzijds worden de deelcompetenties voor bediening ontwikkeld op basis van de gevarieerde menu s die in keukenpraktijk worden bereid. Het is vooral de bespreking van de recepturen die een goede ondersteuning vormen voor het werk in het restaurant. Ook hier krijgen de organisatie van de werkzaamheden en de eigenlijke zaaltechnieken nog te weinig aandacht. Hoewel de organisatorische omstandigheden niet bevorderend zijn voor een veilig en taakgericht leer- en leefklimaat, worden toch heel wat inspanningen gedaan om de leerlingen te begeleiden in de lessen praktijk. Dit leidt tot een resultaat met twee sporen. Zo zijn de meest geïnteresseerde leerlingen al in staat om eenvoudige, sommigen zelfs al wat meer complexe opdrachten in het restaurant te organiseren en ze vrij autonoom uit te voeren. Aan de andere kant verlaten ook heel wat leerlingen in de loop van het schooljaar de opleiding en het centrum. Dit gebeurt mede omdat in de gegeven omstandigheden de individuele begeleiding niet mogelijk is. Hierdoor waren op het ogenblik van de doorlichting nog acht leerlingen ingeschreven. Van die acht leerlingen participeerde een leerling aan een persoonlijk ontwikkelingstraject, een leerling nam deel aan een voortraject, drie leerlingen waren alternerend tewerkgesteld, terwijl nog drie leerlingen te oriënteren waren. Bijgevolg zijn de invulling van het voltijds engagement en het rendement van de opleiding vrij matig. De evaluatiepraktijk is in onvoldoende mate afgestemd op de competenties en op de kernopdracht van Zaalmedewerker. Een eerste knelpunt heeft te maken met de validiteit. Aangezien de opleiding niet volledig competentie-dekkend is, is de evaluatie evenmin representatief en is ze bijgevolg niet valide. Het tweede knelpunt betreft de transparantie van de evaluatie. Enkel de praktijkopdrachten worden beoordeeld met behulp van een instrument waarmee de leerlingen via zelfevaluatie participeren. Wegens het gebrek aan criteria, is de evaluatie niet evenwichtig en niet betrouwbaar. De rapporteringspraktijk brengt in het verlengde van zwakke evaluatiepraktijk evenmin de mate waarin de jongeren de competenties verwerven en in hun leertraject vorderen in kaart. De huidige rapportering heeft nagenoeg uitsluitend betrekking op attitudes. Bovendien is de mate waarin het werkplekleren bijdraagt tot de verwerving van competenties diffuus, waardoor de besluitvorming over de toekenning van (deel- )certificaten niet berust op objectieve criteria. Het geïntegreerd doorlopen van de component leren en werkplekleren vormt overigens geen vooraarde voor het toekennen van de (deel-)certificaten, ondanks de vermelding in de modules. Leerlingen die op het einde van het schooljaar een module niet met succes hebben afgerond, ontvangen een attest van verworven competenties dat op het niveau van de deelcompetenties werd opgemaakt en daardoor aan relevantie inboet. Over de doeltreffendheid van de opleidingsprocessen en de invulling van het werkplekleren wordt niet systematisch gereflecteerd. Daardoor wordt het proces van interne kwaliteitszorg niet doorlopen en worden tekorten niet bijgestuurd. 18 Eigen werkzaamheden organiseren 19 Zaal- en zaalschikking volgens bedrijfseigen procedures uitvoeren 20 Bardienst volgens bedrijfseigen procedures uitvoeren: onthaal en bediening van klanten volgens bedrijfseigen procedures uitvoeren CLW V.T.I. 1 te Roeselare 19

20 4. BEWAAKT HET CENTRUM DE EIGEN KWALITEIT? Het onderzoek naar de kwaliteit en de kwaliteitsbewaking van de geselecteerde procesindicatoren of -variabelen levert het volgende op: 4.1 Begeleiding Loopbaanbegeleiding De vaststellingen wijzen op redelijke tot sterke aandacht voor: - ondersteuning - ontwikkeling. Motivering Het centrum ontwikkelde nog geen doelgerichte visie op de loopbaanbegeleiding van de leerlingen. Het centrumreglement en de bijzondere bepalingen bij het beleidscontract tussen de school en het CLB bevatten informatie en afspraken. In de praktijk verloopt de loopbaanbegeleiding nog onvoldoende doeltreffend. In het centrumreglement wordt de procedure voor inschrijving, intake, onthaal, individuele screening, inschaling, trajectplan en trajectbegeleiding toegelicht. De uitvoering van de procedure gebeurt hoofdzakelijk door de trajectbegeleiders. De praktijk wijst uit dat de verscheidene fasen nog te weinig doelgericht verlopen, maar dat een tijdige inschrijving van de jongeren in het trajectvolgsysteem van de VDAB en een spoedige inschrijving in een graad, een opleiding en een module worden nagestreefd. Bij de inschrijving krijgen de leerlingen en hun ouders toelichting over het doel en de organisatie van het stelsel van leren en werken en meer in het bijzonder over de verwachtingen en de invulling van de leerplicht via het opnemen van een voltijds engagement. De opvolging van aanwezigheden verloopt nauwgezet. Nagenoeg één leerling op drie kampte het vorige schooljaar met problematisch afwezigen. Tijdens het schooljaar verandert ook ongeveer 10 % van de leerlingen van opleiding en bovendien verlaten ook heel wat leerlingen het centrum. Deze gegevensverzameling werd echter nog niet geanalyseerd, waardoor niet op de oorzaken wordt geanticipeerd. De screening en inschaling van de leerlingen gebeuren op grond van intakegesprekken, informatie over de vooropleiding, een assessment, en gerichte observaties al dan niet met gebruik van een gevalideerd instrumentarium. Het zijn vooral de trajectbegeleiders die de screening uitvoeren en de inschaling bepalen, terwijl het CLB enkel tussenkomt bij complexe aanmeldingen. De inbreng van beroepsgerichte en algemene vorming is beperkt. De observaties en tests die daar plaatsvinden, gebeuren zelden binnen de toegemeten tijd en leveren ook weinig of geen diagnostische informatie op voor een wezenlijke bijdrage aan het trajectadvies. Voor de inschaling wordt veeleer teruggevallen op ervaring en aanvoelen dan wel op criteria gebonden analyses. In het verleden werd nochtans een doelmatig instrument gebruikt om de inschaling te objectiveren. De inschaling heeft enkel betrekking op de component werkplekleren, terwijl de leercomponent bij gebrek aan relevante gegevens buiten beschouwing wordt gelaten. Daarnaast wordt de gegevensanalyse en het resultaat van inschaling niet teruggekoppeld naar de leden van de klassenraad. Deze tekorten hebben ook gevolgen voor de daarop aansluitende fases van de trajectbepaling en -invulling. De leertrajecten voor beroepsgerichte en algemene vorming worden los van het trajectadvies door de individuele leraren bepaald. In algemene vorming (AV) bepalen de vooropleiding en de resultaten van de tests de niveaus met het oog op de studiebekrachtiging. De leerplangerichtheid van de tests en van de differentiatie tussen de niveaus staat weliswaar nog niet op punt. Voor sommige opleidingen worden voor de beroepsgerichte vorming (BGV) ook tests afgenomen die bijna enkel naar reproduceerbare kennis peilen en daardoor niet valide zijn om de eerder verworven competenties in kaart te brengen. In andere opleidingen gaan CLW V.T.I. 1 te Roeselare

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van het CLW Don Bosco Technisch Instituut te Halle

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van het CLW Don Bosco Technisch Instituut te Halle Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Gemeentelijke Basisschool - De Start te Kluisbergen

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Gemeentelijke Basisschool - De Start te Kluisbergen Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van GO! basisschool Hofkouter Sint-Lievens-Houtem te Sint-Lievens-Houtem

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van GO! basisschool Hofkouter Sint-Lievens-Houtem te Sint-Lievens-Houtem Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van K.T.A. Pro Technica te Halle

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van K.T.A. Pro Technica te Halle Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Vrij Instituut voor Secundair Onderwijs te Gent

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Vrij Instituut voor Secundair Onderwijs te Gent Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Gitok bovenbouw te Kalmthout

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Gitok bovenbouw te Kalmthout Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van K.A. te Schoten

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van K.A. te Schoten Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van het. V.z.w. Hoger Technisch Instituut Sint-Antonius te Gent. Centrum voor leren en werken te Gent

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van het. V.z.w. Hoger Technisch Instituut Sint-Antonius te Gent. Centrum voor leren en werken te Gent Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van het Sint- Barbaracollege te Gent

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van het Sint- Barbaracollege te Gent Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de doorlichting van Technisch Instituut Sint-Lodewijk te GENK

Verslag over de doorlichting van Technisch Instituut Sint-Lodewijk te GENK Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Steinerschool Antwerpen Middelbare School te Antwerpen

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Steinerschool Antwerpen Middelbare School te Antwerpen Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Basisschool van het Gemeenschapsonderwijs - De zandloper - te Zomergem

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Basisschool van het Gemeenschapsonderwijs - De zandloper - te Zomergem Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van. Technisch Instituut Heilige Familie

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van. Technisch Instituut Heilige Familie Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de doorlichting van KOGEKA 4 - Centrum voor Deeltijds Onderwijs te Geel

Verslag over de doorlichting van KOGEKA 4 - Centrum voor Deeltijds Onderwijs te Geel Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Gemeentelijke School Buitengewoon Secundair Onderwijs 't Schoolhuis te OPWIJK

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Gemeentelijke School Buitengewoon Secundair Onderwijs 't Schoolhuis te OPWIJK Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de doorlichting van het Centrum voor werken en leren van het Don Bosco Technisch Instituut te Antwerpen

Verslag over de doorlichting van het Centrum voor werken en leren van het Don Bosco Technisch Instituut te Antwerpen Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Gemeentelijke Basisschool - Albrecht Rodenbachschool te Hove

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Gemeentelijke Basisschool - Albrecht Rodenbachschool te Hove Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Kwaliteitstoezicht in het DBSO. 14 december 2009

Kwaliteitstoezicht in het DBSO. 14 december 2009 Kwaliteitstoezicht in het DBSO 14 december 2009 Voorbereiding op onze taak in een CDO complexiteit begrijpen complexiteit hanteren MAATWERK screenen Input en proces evaluatie en studiebekrachtiging trajectbegeleiding

Nadere informatie

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Gemeentelijke Basisschool te Antwerpen

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Gemeentelijke Basisschool te Antwerpen Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Vrije Kleuterschool - De Kangoeroe te Sint-Laureins

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Vrije Kleuterschool - De Kangoeroe te Sint-Laureins Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Vrije Basisschool - Boekt te Heusden-Zolder

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Vrije Basisschool - Boekt te Heusden-Zolder Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Vrije Technische School Leuven te LEUVEN

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Vrije Technische School Leuven te LEUVEN Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van het KTA te Liedekerke

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van het KTA te Liedekerke Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Vrije Gemengde Lagere School College van Melle te Melle

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Vrije Gemengde Lagere School College van Melle te Melle Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Infobrochure CLW VTI Beringen Centrum voor Leren en Werken (Deeltijds onderwijs)

Infobrochure CLW VTI Beringen Centrum voor Leren en Werken (Deeltijds onderwijs) Infobrochure CLW VTI Beringen Centrum voor Leren en Werken (Deeltijds onderwijs) Geachte ouders, Beste jongere, Aan alle andere geïnteresseerden, Deze informatiebrochure heeft als bedoeling een kort inzicht

Nadere informatie

Verslag over de doorlichting van K.A. te Oudenaarde

Verslag over de doorlichting van K.A. te Oudenaarde Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van het Instituut Sancta Maria te Ruiselede

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van het Instituut Sancta Maria te Ruiselede Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Immaculata Maria Instituut te Roosdaal

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Immaculata Maria Instituut te Roosdaal Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van GVB School met de Bijbel Den Akker te Lommel

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van GVB School met de Bijbel Den Akker te Lommel Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van het Heilig-Grafinstituut te Turnhout

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van het Heilig-Grafinstituut te Turnhout Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Vrije Handelsschool Sint-Joris te GENT

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Vrije Handelsschool Sint-Joris te GENT Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Basisschool Molenveld te Denderhoutem

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Basisschool Molenveld te Denderhoutem Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van de Gemeentelijke Basisschool te Merksem, Antwerpen

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van de Gemeentelijke Basisschool te Merksem, Antwerpen Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van het Katholiek Instituut voor Technisch Onderwijs te Vilvoorde

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van het Katholiek Instituut voor Technisch Onderwijs te Vilvoorde Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van De Sportschool te Gentbrugge

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van De Sportschool te Gentbrugge Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

De kwaliteitswijzer van de Vlaamse onderwijsinspectie

De kwaliteitswijzer van de Vlaamse onderwijsinspectie De kwaliteitswijzer van de Vlaamse onderwijsinspectie Focus op kwaliteitsbewaking 1 1. Kwaliteitsbewaking 2. Onderzoek en beoordeling van kwaliteitsbewaking door de onderwijsinspectie 3. Onderzoeksmethode

Nadere informatie

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Vrije Kleuterschool te Herent

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Vrije Kleuterschool te Herent Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Actieplan deeltijds leren & deeltijds werken in de ouderenzorg. Mevrouw Betsy Jansen, Coördinator CDO Provil

Actieplan deeltijds leren & deeltijds werken in de ouderenzorg. Mevrouw Betsy Jansen, Coördinator CDO Provil Actieplan deeltijds leren & deeltijds werken in de ouderenzorg Mevrouw Betsy Jansen, Coördinator CDO Provil Campus Provil Duinenstraat 1 3920 Lommel DEELTIJDS BEROEPSSECUNDAIR ONDERWIJS Welkom in het deeltijds

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van het Provinciaal CLB te Antwerpen.

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van het Provinciaal CLB te Antwerpen. Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Hoe kijkt de Vlaamse onderwijsinspectie naar evalueren in scholen?

Hoe kijkt de Vlaamse onderwijsinspectie naar evalueren in scholen? Hoe kijkt de Vlaamse onderwijsinspectie naar evalueren in scholen? Mechelen 25 september 2015 Angelsaksische landen Evaluation Assessment Nederlands Assessment als deel van evaluatie Alternatieve evaluatie

Nadere informatie

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Gemeentelijke Basisschool te Londerzeel

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Gemeentelijke Basisschool te Londerzeel Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Gemeentelijke Basisschool De Vlinders - De Vlindertuin te 2060 Antwerpen

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Gemeentelijke Basisschool De Vlinders - De Vlindertuin te 2060 Antwerpen Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

LEREN EN WERKEN. Jaarlijks rapport van de onderwijsinspectie ONDERWIJSSPIEGEL

LEREN EN WERKEN. Jaarlijks rapport van de onderwijsinspectie ONDERWIJSSPIEGEL LEREN EN WERKEN [ Jaarlijks rapport van de onderwijsinspectie ONDERWIJSSPIEGEL 2013 [ 2 ] [ Onderwijsspiegel 2013 ] Leren en werken INHOUDSTAFEL 1. Inleiding op het thema leren en werken 3 1.1 De opdracht

Nadere informatie

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Basisschool van het Gemeenschapsonderwijs Mol-Balen te Mol

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van Basisschool van het Gemeenschapsonderwijs Mol-Balen te Mol Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

2 Situering van beleidsvoerend vermogen binnen het referentiekader en instrumentarium van de doorlichting

2 Situering van beleidsvoerend vermogen binnen het referentiekader en instrumentarium van de doorlichting B ELEIDSVOEREND VERMOGEN ALS CRITERIUM BIJ EEN DOORLICHTING 1 Inleiding De beleidskracht van scholen en centra zal vanaf het schooljaar 2008-2009 een belangrijke rol spelen als criterium voor de kwaliteit

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van de MS Sint-Rembert 2 te Torhout

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van de MS Sint-Rembert 2 te Torhout Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van De Wijnpers te Leuven

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van De Wijnpers te Leuven Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Mogelijke opdrachten voor een vakwerkgroep geschiedenis en/of esthetica

Mogelijke opdrachten voor een vakwerkgroep geschiedenis en/of esthetica Mogelijke opdrachten voor een vakwerkgroep geschiedenis en/of esthetica In kolom 1 vind je 69 items waaraan je eventueel kan werken in de vakgroep geschiedenis/esthetica. Ze zijn ingedeeld in 8 categorieën.

Nadere informatie

WIJ ZIJN AAN DE BEURT! DE ONDERWIJSINSPECTIE KOMT. Informatie voor leerkrachten en medewerkers Schooljaar 2011-2012

WIJ ZIJN AAN DE BEURT! DE ONDERWIJSINSPECTIE KOMT. Informatie voor leerkrachten en medewerkers Schooljaar 2011-2012 1 WIJ ZIJN AAN DE BEURT! DE ONDERWIJSINSPECTIE KOMT Informatie voor leerkrachten en medewerkers Schooljaar 2011-2012 INFORMATIE OVER DE DOORLICHTING - SCHOOLJAAR 2011-2012 2 COLOFON Samenstelling: Vlaams

Nadere informatie

Opleiding: KEUKENMEDEWERKER

Opleiding: KEUKENMEDEWERKER Opleiding: KEUKENMEDEWERKER Deze opleiding is bedoeld om te kunnen meewerken in de keuken van een restaurant. Je zorgt voor de mise-en-place : dit is het voorbereidend werk voor de kok. Als je werkt in

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Vrije Basisschool 't Nieuwland te Tielt

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Vrije Basisschool 't Nieuwland te Tielt Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

11): Uittreksel uit Referentie SLT-APT1 (RITS Brussel)

11): Uittreksel uit Referentie SLT-APT1 (RITS Brussel) BIJLAGE 1 (Zie 11): Uittreksel uit Referentie SLT-APT1 (RITS Brussel) 1 BIJLAGE 2 (Zie 12, 33): Uittreksel uit Specifieke lerarenopleiding. Documenten ter ondersteuning van het assessment. LIO-traject

Nadere informatie

OPLEIDINGENSTRUCTUUR KEUKENMEDEWERKER. HORECASECTOR Beroepenstructuur (SERV/Centrum voor Vorming en Vervolmaking in de Horecasector, april 2000)

OPLEIDINGENSTRUCTUUR KEUKENMEDEWERKER. HORECASECTOR Beroepenstructuur (SERV/Centrum voor Vorming en Vervolmaking in de Horecasector, april 2000) OPLEIDINGENSTRUCTUUR KEUKENMEDEWERKER 1. BESCHRIJVING Referentiekaders: WELZIJN OP HET WERK Beroepsprofielen (SERV, oktober 2004) HORECASECTOR Beroepenstructuur (SERV/Centrum voor Vorming en Vervolmaking

Nadere informatie

SCHOOLEIGEN VISIE OP KWALITEITSVOLLE VAKGROEPWERKING

SCHOOLEIGEN VISIE OP KWALITEITSVOLLE VAKGROEPWERKING SCHOOLEIGEN VISIE OP KWALITEITSVOLLE VAKGROEPWERKING SCHOOLJAAR 2015-2016 1. Visie op kwaliteitsvolle vakgroepwerking Een school beschikt over voldoende beleidsvoerend vermogen als ze in staat is om zelfstandig

Nadere informatie

Basiseducatie LEERGEBIED Maatschappijoriëntatie

Basiseducatie LEERGEBIED Maatschappijoriëntatie RLLL-RLLL-EXT-ADV-007bijl7 Basiseducatie LEERGEBIED Maatschappijoriëntatie Opleiding AO BE 024 (Ontwerp) Versie {1.0} (Ontwerp) Pagina 1 van 11 Inhoud Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming 15 januari

Nadere informatie

aangeleerde kennis functioneel te gebruiken en zelfstandig te functioneren in de doeltaal.

aangeleerde kennis functioneel te gebruiken en zelfstandig te functioneren in de doeltaal. aangeleerde kennis functioneel te gebruiken en zelfstandig te functioneren in de doeltaal. Uitrusting De leerbegeleiding is doelgericht en afgestemd op de noden van de leerlingen. De initiatieven hebben

Nadere informatie

Advies over het voorstel van opleidingenstructuren voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs

Advies over het voorstel van opleidingenstructuren voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs ADVIES Raad Secundair Onderwijs 24 maart 2009 RSO/ADV/JVR/011 Advies over het voorstel van opleidingenstructuren voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs VLAAMSE ONDERWIJSRAAD, KUNSTLAAN 6 BUS 6,

Nadere informatie

Warme keukenbereidingen. Koude keukenbereidingen. Keukenprocessen

Warme keukenbereidingen. Koude keukenbereidingen. Keukenprocessen Opleiding: HULPKOK Deze opleiding is bedoeld om te kunnen meewerken in een restaurant. Je zorgt voor de mise-en-place, de voorbereidende werken voor de kok. In deze opleiding zal je koken voor anderen,

Nadere informatie

Mogelijke opdrachten voor de vakwerkgroep Personenzorg (component verzorgende vakken)

Mogelijke opdrachten voor de vakwerkgroep Personenzorg (component verzorgende vakken) Mogelijke opdrachten voor de vakwerkgroep Personenzorg (component verzorgende vakken) De vakgroep kan bestaan uit : 1 leraren die vak geven vanuit dezelfde discipline (vb. gezondheidsopvoeding, verzorging,

Nadere informatie

VAKGROEP. Schooljaar 2014-2015, 2015-2016, 2016-2017

VAKGROEP. Schooljaar 2014-2015, 2015-2016, 2016-2017 VAKGROEP. Schooljaar 2014-2015, 2015-2016, 2016-2017 SAMENSTELLING VAN DE VAKGROEP KEUZE WERKPUNTEN BESLISSINGEN VAN DE VAKGROEP PLANNING VERGADERINGEN 2014-2015 PLANNING VERGADERINGEN 2015-2016 PLANNING

Nadere informatie

De doelstellingen van directie en personeel worden expliciet omschreven in een beleidsplan en worden jaarlijks beoordeeld door de directie.

De doelstellingen van directie en personeel worden expliciet omschreven in een beleidsplan en worden jaarlijks beoordeeld door de directie. FUNCTIE: Directeur POC AFKORTING: DIR AFDELING: Management 1. DOELSTELLINGEN INSTELLING De doelstellingen staan omschreven in het beleidsplan POC. Vermits de directie de eindverantwoordelijkheid heeft

Nadere informatie

Verslag over de doorlichting van Centrum Leren en Werken Technicum Noord- Antwerpen te BORGERHOUT

Verslag over de doorlichting van Centrum Leren en Werken Technicum Noord- Antwerpen te BORGERHOUT Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

BEWAREN VAN LEERLING- EN LERAARGEBONDEN DOCUMENTEN

BEWAREN VAN LEERLING- EN LERAARGEBONDEN DOCUMENTEN BEWAREN VAN LEERLING- EN LERAARGEBONDEN DOCUMENTEN B WAAROVER GAAT HET? Het uitoefenen van een lerarenopdracht blijft niet beperkt tot het voorbereiden en geven van lessen, het bijbenen van (vak)kennis

Nadere informatie

OPLEIDINGENSTRUCTUUR HULPKOK. HORECASECTOR Beroepenstructuur (SERV/Centrum voor Vorming en Vervolmaking in de Horecasector, april 2000)

OPLEIDINGENSTRUCTUUR HULPKOK. HORECASECTOR Beroepenstructuur (SERV/Centrum voor Vorming en Vervolmaking in de Horecasector, april 2000) OPLEIDINGENSTRUCTUUR HULPKOK 1. BESCHRIJVING Referentiekaders: WELZIJN OP HET WERK Beroepsprofielen (SERV, oktober 2004) HORECASECTOR Beroepenstructuur (SERV/Centrum voor Vorming en Vervolmaking in de

Nadere informatie

Specifieke lerarenopleiding ECTS-fiches. ECTS-Fiche Vakdidactische oefeningen 1 Code: 10374 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 6

Specifieke lerarenopleiding ECTS-fiches. ECTS-Fiche Vakdidactische oefeningen 1 Code: 10374 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 6 Specifieke lerarenopleiding ECTS-fiches ECTS-Fiche Vakdidactische oefeningen 1 Code: 10374 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 6 Studietijd: 120 à 150 uur Deliberatie: mogelijk Vrijstelling: niet

Nadere informatie

Opleiding: MEDEWERKER SNACKBAR - TAVERNE

Opleiding: MEDEWERKER SNACKBAR - TAVERNE Opleiding: MEDEWERKER SNACKBAR - TAVERNE Een snackbarmedewerker maakt bereidingen in de keuken, verzorgt de bardienst en bedient de klanten in een snackbar-taverne of sneldienstrestaurant. Stressbestendigheid

Nadere informatie

Opleiding: LOGISTIEK HELPER IN DE ZORGINSTELLINGEN

Opleiding: LOGISTIEK HELPER IN DE ZORGINSTELLINGEN Opleiding: LOGISTIEK HELPER IN DE ZORGINSTELLINGEN Als logistiek helper ga je vooral werken in rust - en verzorgingstehuizen. Het is dus heel belangrijk dat je goed kan omgaan met bejaarden en gehandicapten.

Nadere informatie

Opleiding: MEDEWERKER KAMERDIENST

Opleiding: MEDEWERKER KAMERDIENST Opleiding: MEDEWERKER KAMERDIENST Je moet voor deze opleiding zeer graag met mensen werken, je komt tenslotte altijd in contact met zakenmensen of mensen op vakantie. In deze opleiding krijg je heel wat

Nadere informatie

OPLEIDINGENSTRUCTUUR ZAALMEDEWERKER. HORECASECTOR Beroepenstructuur (SERV/Centrum voor Vorming en Vervolmaking in de Horecasector, april 2000)

OPLEIDINGENSTRUCTUUR ZAALMEDEWERKER. HORECASECTOR Beroepenstructuur (SERV/Centrum voor Vorming en Vervolmaking in de Horecasector, april 2000) OPLEIDINGENSTRUCTUUR ZAALMEDEWERKER 1. BESCHRIJVING Referentiekaders: WELZIJN OP HET WERK Beroepsprofielen (SERV, oktober 2004) HORECASECTOR Beroepenstructuur (SERV/Centrum voor Vorming en Vervolmaking

Nadere informatie

Verslag over de doorlichting van GO! atheneum Emanuel Hiel te SCHAARBEEK

Verslag over de doorlichting van GO! atheneum Emanuel Hiel te SCHAARBEEK Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Departement Onderwijs & Vorming

Departement Onderwijs & Vorming Leren en werken Departement Onderwijs & Vorming Inhoud Huidig stelsel leren en werken Stand van zaken: Duaal Leren. Een volwaardig kwalificerende leerweg. Stelsel leren en werken Deeltijds leerplichtige

Nadere informatie

Advies over de voorstellen van opleidingsprofielen voor het secundair volwassenenonderwijs

Advies over de voorstellen van opleidingsprofielen voor het secundair volwassenenonderwijs Raad Levenslang en Levensbreed Leren 28 april 2015 RLLL-RLLL-ADV-14-15-005 Advies over de voorstellen van opleidingsprofielen voor het secundair volwassenenonderwijs Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van het Sint-Jozefinstituut te Kontich

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van het Sint-Jozefinstituut te Kontich Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

OPLEIDINGENSTRUCTUUR HULPKELNER. HORECASECTOR Beroepenstructuur (SERV/Centrum voor Vorming en Vervolmaking in de Horecasector, april 2000)

OPLEIDINGENSTRUCTUUR HULPKELNER. HORECASECTOR Beroepenstructuur (SERV/Centrum voor Vorming en Vervolmaking in de Horecasector, april 2000) OPLEIDINGENSTRUCTUUR HULPKELNER 1. BESCHRIJVING Referentiekaders: WELZIJN OP HET WERK Beroepsprofielen (SERV, oktober 2004) HORECASECTOR Beroepenstructuur (SERV/Centrum voor Vorming en Vervolmaking in

Nadere informatie

10/05/2012. Project evalueren studenten in het UZA. Hoe is dit gegroeid?? Wat is de achtergrond en het doel van evalueren

10/05/2012. Project evalueren studenten in het UZA. Hoe is dit gegroeid?? Wat is de achtergrond en het doel van evalueren Project evalueren studenten in het UZA Nancy Van Genechten Katrien Van den Sande Yvonne Gilissen Werkgroep mentoren en Hogescholen Hoe is dit gegroeid?? Mentorendag 2010 Hoe verder na vraag Mentoren hadden

Nadere informatie

OPLEIDINGENSTRUCTUUR GROOTKEUKENMEDEWERKER

OPLEIDINGENSTRUCTUUR GROOTKEUKENMEDEWERKER OPLEIDINGENSTRUCTUUR GROOTKEUKENMEDEWERKER 1. BESCHRIJVING Referentiekaders: WELZIJN OP HET WERK Beroepsprofielen (SERV, oktober 2004) GEMEENSCHAPSRESTAURATIE Beroepenstructuur (SERV/ASFORCOL/VVG/VGRB/

Nadere informatie

Verslag over de doorlichting van Vrije Basisschool - De Schakel te Houthalen-Helchteren

Verslag over de doorlichting van Vrije Basisschool - De Schakel te Houthalen-Helchteren Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

SECTOR: HANDEL EN ADMINISTRATIE in de MODULAIRE STRUCTUUR. De opleiding ADMINISTRATIEF MEDEWERKER KERNTAKEN

SECTOR: HANDEL EN ADMINISTRATIE in de MODULAIRE STRUCTUUR. De opleiding ADMINISTRATIEF MEDEWERKER KERNTAKEN SECTOR: HANDEL EN ADMINISTRATIE in de MODULAIRE STRUCTUUR De opleiding ADMINISTRATIEF MEDEWERKER De administratief medewerker staat in voor het onthaal, het bedienen van de telefoon, het verwerken van

Nadere informatie

Basiseducatie LEERGEBIED Informatie- en communicatietechnologie (ICT)

Basiseducatie LEERGEBIED Informatie- en communicatietechnologie (ICT) Basiseducatie LEERGEBIED Informatie- en communicatietechnologie (ICT) Modulaire opleiding Informatie- en communicatietechnologie AO BE 001 Versie 2.0 - BVR Pagina 1 van 12 Inhoud 1 Opleiding... 3 1.1 Relatie

Nadere informatie

Opleiding: HULPKELNER

Opleiding: HULPKELNER Opleiding: HULPKELNER Deze opleiding is bedoeld om te kunnen werken in een restaurant. Je zorgt voor het opdekken en afdekken van de tafels. Je zorgt voor een vlotte bediening en bent klantvriendelijk.

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Basisschool van het Gemeenschapsonderwijs De Hoeksteen Krekeltje te Boom

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van Basisschool van het Gemeenschapsonderwijs De Hoeksteen Krekeltje te Boom Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van het Sint-Jozefinstituut - Normaalschool te Herentals

Verslag over de controle van bewoonbaarheid, veiligheid en hygiëne van het Sint-Jozefinstituut - Normaalschool te Herentals Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van de vrije basisschool Vroenhof te 3300 Kumtich Tienen

Verslag over de opvolgingsdoorlichting van de vrije basisschool Vroenhof te 3300 Kumtich Tienen Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

De competenties die prioritair aan bod komen tijdens dit opleidingsonderdeel zijn:

De competenties die prioritair aan bod komen tijdens dit opleidingsonderdeel zijn: Specifieke lerarenopleiding C ECTS-fiche opleidingsonderdeel vakdidactische oefeningen 2 Code: 10375 Academiejaar: 2015-2016 Aantal studiepunten: 6 Studietijd: 120 à 150 uur Deliberatie: mogelijk Vrijstelling:

Nadere informatie

BSO TWEEDE GRAAD. vak 2000/095 TV AUTOTECHNIEKEN / CARROSSERIE. (vervangt 97323) 1 u/w. IT-o

BSO TWEEDE GRAAD. vak 2000/095 TV AUTOTECHNIEKEN / CARROSSERIE. (vervangt 97323) 1 u/w. IT-o BSO TWEEDE GRAAD vak TV AUTOTECHNIEKEN / CARROSSERIE 1 u/w IT-o 2000/095 (vervangt 97323) TV AUTOTECHNIEK / CARROSSSERIE INHOUDSOPGAVE Beginsituatie voor het vak... 2 Specifieke visie... 2 Leerplandoelstellingen

Nadere informatie

RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL 'PATER VAN DER GELD'

RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL 'PATER VAN DER GELD' RAPPORT ONDERZOEK REKENEN-WISKUNDE BASISSCHOOL 'PATER VAN DER GELD' School : basisschool 'Pater van der Geld' Plaats : Waalwijk BRIN-nummer : 13NB Onderzoeksnummer : 94513 Datum schoolbezoek : 12 juni

Nadere informatie

Verslag over de doorlichting van Vrije Basisschool - De Wassenaard te Jabbeke

Verslag over de doorlichting van Vrije Basisschool - De Wassenaard te Jabbeke Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming Onderwijsinspectie Hendrik Consciencegebouw Koning Albert II-laan 15 1210 BRUSSEL doorlichtingssecretariaat@ond.vlaanderen.be www.onderwijsinspectie.be Verslag

Nadere informatie

OPLEIDINGENSTRUCTUUR KELNER. HORECASECTOR Beroepenstructuur (SERV/Centrum voor Vorming en Vervolmaking in de Horecasector, april 2000)

OPLEIDINGENSTRUCTUUR KELNER. HORECASECTOR Beroepenstructuur (SERV/Centrum voor Vorming en Vervolmaking in de Horecasector, april 2000) OPLEIDINGENSTRUCTUUR KELNER 1. BESCHRIJVING Referentiekaders: WELZIJN OP HET WERK Beroepsprofielen (SERV, oktober 2004) HORECASECTOR Beroepenstructuur (SERV/Centrum voor Vorming en Vervolmaking in de Horecasector,

Nadere informatie

Onderzoekscompetenties. Schooljaar 2015-2016. GO! atheneum Campus Kompas Noordlaan 10 9230 Wetteren 09 365 60 60

Onderzoekscompetenties. Schooljaar 2015-2016. GO! atheneum Campus Kompas Noordlaan 10 9230 Wetteren 09 365 60 60 GO! atheneum Campus Kompas Noordlaan 10 9230 Wetteren 09 365 60 60 Schooljaar 2015-2016 E-mail: ka.wetteren@g-o.be atheneum@campuskompas.be Website: www.campuskompas.be/atheneum Scholengroep Schelde Dender

Nadere informatie

elk kind een plaats... 1

elk kind een plaats... 1 Elk kind een plaats in een brede inclusieve school Deelnemen aan het dagelijks maatschappelijk leven Herent, 17 maart 2014 1 Niet voor iedereen vanzelfsprekend 2 Maatschappelijke tendens tot inclusie Inclusie

Nadere informatie

Evaluatiebeleid maakt op zijn beurt deel uit van het onderwijskundig beleid van een school.

Evaluatiebeleid maakt op zijn beurt deel uit van het onderwijskundig beleid van een school. Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel MEDEDELING referentienr. : M-VVKSO-2014-025 datum : 2014-04-07 gewijzigd : 2014-12-01 contact : Dienst leren en onderwijzen,

Nadere informatie

Infobrochure SLO SPECIFIEKE LERARENOPLEIDING

Infobrochure SLO SPECIFIEKE LERARENOPLEIDING Infobrochure SLO SPECIFIEKE LERARENOPLEIDING INHOUD Voor wie? Waar staan wij voor? Opleidingsstructuur en diploma Inhoud van de modules Studiepunten Studieduur en modeltraject Flexibiliteit Waar en wanneer

Nadere informatie

RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP BASISSCHOOL 'T MÊÊTJE

RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP BASISSCHOOL 'T MÊÊTJE RAPPORT ONDERZOEK IN HET KADER VAN HET VIERJAARLIJKS BEZOEK OP BASISSCHOOL 'T MÊÊTJE School : basisschool 't Mêêtje Plaats : Ellemeet BRIN-nummer : 05ZJ Onderzoeksnummer : 112723 Datum schoolbezoek : 28

Nadere informatie

Een doelgericht en efficiënt handelingsplan bevat wenselijk de volgende onderdelen:

Een doelgericht en efficiënt handelingsplan bevat wenselijk de volgende onderdelen: HULPMIDDEL WERKEN MET EEN HANDELINGSPLAN Een mogelijke manier om de planmatige aanpak op school efficiënt te organiseren is het werken met een handelingsplan. Dat beschrijft de concrete aanpak en de interventies

Nadere informatie

Inschrijvingsbeleid KBA Een mix van nationale en internationale leerlingen Volgende beleidsnota s vormen één geheel:

Inschrijvingsbeleid KBA Een mix van nationale en internationale leerlingen Volgende beleidsnota s vormen één geheel: Inschrijvingsbeleid KBA Een mix van nationale en internationale leerlingen Volgende beleidsnota s vormen één geheel: Auditiebeleid Inschrijvingsbeleid Criteria om te slagen in de geschiktheidsproef Inleiding

Nadere informatie

Aanvraag tot vrijstelling van een of meerdere modules

Aanvraag tot vrijstelling van een of meerdere modules Aanvraag tot vrijstelling van een of meerdere modules Algemene informatie De directie van het centrum kan je vrijstellingen verlenen van opleidingsonderdelen (modules). Dat betekent dat je bepaalde modules

Nadere informatie

- het CLB beschikt over een visie van zijn werking in een continuüm van zorg (samenwerking school-clb)

- het CLB beschikt over een visie van zijn werking in een continuüm van zorg (samenwerking school-clb) Sterkte zwakte analyse CLB GO! Gent Sterkte : Strategy System Structure - het CLB beschikt over een visie op leerlingenbegeleiding - het CLB beschikt over een visie van zijn werking in een continuüm van

Nadere informatie