EM Technologie op Weiden: Invloed op het Organische Stofgehalte van de Bodem

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "EM Technologie op Weiden: Invloed op het Organische Stofgehalte van de Bodem"

Transcriptie

1 HOMEPAGE EMRO Nederland Agriton.com EM Technologie op Weiden: Invloed op het Organische Stofgehalte van de Bodem M.G.M. Bruggenwert oud medewerker Vakgroep Bodemkunde en Plantenvoeding Landbouwuniversiteit Wageningen September EM TECHNOLOGIE OP WEIDEN: EFFECT OP HET ORGANISCHE STOFGEHALTE VAN DE BODEM Inhoud Inleiding Pag 3 Samenvatting " 4 Doel " 4 Toelichting " 4 Uitvoering " 4 1/9

2 Resultaten " 5 Invloed van EM op C-gehalte van de grond " 6 Invloed van EM op de CEC van de grond " 7 Invloed van EM op het N-gehalte van de grond " 7 Invloed van EM op het P-gehalte van de grond " 8 Samenvatting van de resultaten " 9 Discussie en conclusie " 9 Literatuur " 9 EM-technologie op weiden: effect op het organische stofgehalte van de bodem. Inleiding Microorganismen spelen een uiterst belangrijke rol in de bodem. Zeer veel processen die in de bodem plaatsvinden en bepalend zijn voor de bodemvruchtbaarheid verlopen onder invloed van microorganismen zoals bacterieën en schimmels. De vruchtbaarheid van een bodem hangt nauw samen met de activiteit van aanwezige microorganismen. Als het bacterie- en schimmelleven in de bodem niet op peil is dan staat ook de vruchtbaarheid van de bodem onder druk. Sedert vele decennia tracht men de activiteit van microorganismen in de bodem te verhogen door bepaalde bacterieën aan de bodem toe te voegen. Het succes hiervan was vaak onzeker aangezien de omstandigheden in de bodem niet optimaal zijn voor het betreffende microorganisme. Met andere woorden, of het toegevoegde microorganisme ook daadwerkelijk tot de gewenste ontwikkeling en activiteit komt, wordt in hoge mate bepaald door de eigenschappen van de bodem. Toch blijft het voor onderzoekers een aantrekkelijke optie om door toediening van microorganismen te trachten het microbiële leven de vruchtbaarheid van de bodem te vergroten. Zo komt Higa in Japan midden zeventiger jaren tot de conclusie dat de microbiële activiteit in de bodem en daarmee de bodemvruchtbaarheid belangrijk kan worden opgevoerd door een uitgebalanceerd mengsel van microorganismen toe te voegen. In verscheidene studies (o.a. Higa 1998) licht deze onderzoeker toe dat de organismen in het mengsel elkaar stimuleren waardoor hun afhankelijkheid van de bodemeigenschappen sterk vermindert. Het mengsel dat Higa ontwikkelde omvat 10 families en 80 species. M deze microorganismen komen in de natuur voor. In navolging van Higa is inmiddels door veel onderzoekers in veel landen aangetoond dat het door Higa samengestelde mengsel van microorganismen de plantengroei sterk kan bevorderen. Higa (1998) noemt zijn mengsel EM naar Effectieve Microorganismen. In Nederland is EM sinds enige jaren bekend. Nelemans en van Beusichem (1997) tonen door middel van een potproef aan dat ook onder Nederlandse omstandigheden EM effect kan hebben op de droge stofproductie van Engels Raaigras. Bij de eerste snede vinden deze onderzoekers bij drie van de zes toegepaste bemestingsregimes een significant effect van EM op de droge stof productie van het Engels Raaigras. Bij de tweede snede werd deze significantie niet gevonden. Ketel (1998) meet een verhoogde fotosynthese in percelen die met EM zijn behandeld. 2/9

3 Aangezien bij herhaling een positief effect op de plantengroei is vastgesteld, is het begrijpelijk dat de vraag wordt gesteld in hoeverre EM ook een belangrijk effect op de eigenschappen van de bodem zou kunnen hebben. Daarbij wordt in het bijzonder gedacht aan een invloed op het organische stofgehalte van de bodem. Aan dit onderwerp wordt in dit onderzoek aandacht besteed. Samenvatting Teneinde een globale indruk te krijgen of EM een ingrijpende invloed heeft op het organische stofgehalte van de bodem zijn in twee opeenvolgende jaren het C, N en P-gehalte aismede de CEC gemeten van grondmonsters afkomstig van een EM-proefveld op blijvend grasland op rivierklei. Op dit proefveld van de Landbouwuniversiteit in Wageningen is het effect gemeten van de EM behandeling in combinatie met al of niet kunstmest en al of niet drijfmest. Onder de heersende proefomstandigheden kon geen significante invloed van de EM behandeling op het C- N- en P-gehalte en de CEC worden vastgesteld. Doel Nagaan of toepassen van de EM-technologie een ingrijpende invloed heeft op het organische stofgehalte van de bodem. Toelichting In onderzoek is reeds aangetoond dat verse organische materialen (mest, plantenresten e.d.) in waterige oplossingen van EM versneld mineraliseren (Piyadasa et al 1995). De vraag is of EM de mineralisatie van organische stoffen in de bodem ook versnelt. Zo ja dan zou het voordeel hiervan zijn dat een groter gedeelte van verse organische stoffen tijdens het groeiseizoen mineraliseert. Daardoor zouden meer nutriënten tijdens het groeiseizoen beschikbaar komen hetgeen de plantengroei bevordert. Bovendien zouden er minder nutriënten van deze verse organische mest tijdens de winterperiode uitspoelen. Veel onderzoekers (Ahmad et al 1995; Zacharia 1995; Anuar et al 1995; Wibisono et al 1996) tonen aan dat behandeling met EM een sterke toename van de plantengroei tot gevolg kan hebben. Dit is in het bijzonder het geval indien de EM wordt gegeven in combinatie met organische stof Dit wijst mogelijk op een versnelde afbraak van deze verse organische stof De vraag komt daarbij op of EM invloed heeft op het organische stofgehalte van de bodem. Versnelde mineralisatie zou het evenwicht tussen aanmaak en afbraak van organische componenten in de bodem kunnen verstoren waardoor het organische stofgehalte van de bodem zou dalen. Anderzijds zou onder invloed van EM door toename van de planten- en wortelgroei het organische stofgehalte ook juist kunnen toenemen. Effecten van EM op de bodem zijn slechts in zeer beperkte mate onderzocht. Dit onderzoek is een eerste oriëntatie betreffende de vraag of EM-technologie onder Nederlandse omstandigheden een ingrijpend effect heeft op het organisch stofgehalte van de bodem. Uitvoering In het voorjaar van 1997 is op het proefbedrijf de Ossenkampen van de LUW in een bestaand weideperceel met Engels raaigras een proefveld met 32 proefveldjes van 100 m 2 aangelegd. Aan deze veldjes werd gedurende het groeiseizoen al of niet de gebruikelijke hoeveelheid kunstmest, al of niet 2 3/9

4 soorten drijfmest (gebruikelijke hoeveelheden) en al of niet EM (1 L/ha voor elke snede) toegevoegd. Elke combinatie van deze behandelingen werd 3 maal herhaald: in totaal 32 proefveldjes. Alvorens deze behandelingen begonnen, werden in maart van elk proefveldje 4 grondmonsters (0-20cm) genomen. Monsters afkomstig van veldjes met dezelfde behandeling werden samengevoegd. Zo werden 12 mengmonsters verkregen. De monstername werd in maart 1998 herhaald. Teneinde een eerste indicatie te krijgen van een mogelijke invloed van EM behandeling op het organisch stofgehalte van de bodem zijn de volgende bepalingen gedaan: * C totaal volgens Kurmies. * de CEC (kationen omwissel capaciteit) volgens Bascomb: ph op 8.1 gebufferd met TEA. * N en P totaal spectrofotometrisch na destructie met H 2 S0 4 - Salicylzuur-H en Se. Resultaten: Tabel 1 geeft een overzicht van de analyse resultaten van de 24 mengmonsters (12 monsters genomen in maart 1997 en 12 monsters genomen in maart 1998). Tabel 1. Analyseresultaten van de grondmonsters genomen in maart 1997 en in maart Behandeling veldjes 1 ): CEC cmol(+) per kg C g/kg N g/kg P g/kg KM EM DM 0/1 0/1 0/1/A A A A A ) KM=kunstmest: 0= geen kunstmest; 1= gebruikelijke hoeveelheid kunstmest. EM = Effectieve Micro-organismen: 0= geen EM; 1= 4 maal 1L/ha. DM= drijfmest: 0= geen drijfmest; 1= gebruikelijke hoeveelheid mest; A= gebruikelijke hoeveelheid drijfmest welke tijdens de stalperiode is behandeld volgens het Agriton procédé (toevoegen van kleimineralen en EM) Teneinde het effect van EM vast te stellen, worden veranderingen in CEC, en het C-, N- en P-gehalte van de grondmonsters van proefveldjes welke behandeld zijn met EM vergeleken met de 4/9

5 overeenkomstige analyse resultaten van de monsters waaraan geen EM is toegevoegd. Invloed van EM op het C-gehalte van de grond. Het koolstofgehalte is gekoppeld aan het organische stofgehalte. Tabel 2 geeft het verschil in C-gehalte van de monsters gemeten in maart 1998 t.o.v. het C-gehalte van de monsters genomen in maart Tabel 2. Resultaten grondanalyses proefveldjes Ossenkampen: verschil in C-gehalte (g/kg) in maart 1998 t.o.v. maart 1997 KM0 KM1 EM (+6%) (+6%) (+10%) (+8%) (+13%) (+10%) EM (+8%) (+4%) (+6%) (+18%) (+14%) (+10%) Toelichting om het lezen van de tabel te verduidelijken, zie arcering: het C-gehalte van het mengmnonster van de drie identiek behandelde proefveldjes waaraan geen kunstrnest is toegevoegd (KMO), geen drijfmest (DM0) en ook geen EM (EMO) is in g/kg, ofwel 6% hoger dan in Zoals uit tabel 2 kan worden berekend, is het C-gehalte van de mengmonsters afkomstig van de proefveldjes die niet met EM zijn behandeld in 1998 gemiddeld 4.3 g/kg (ofwel 8.8%) hoger dan in 1997 Het C-gehalte van de mengmonsters afkomstig van veldjes die wel met EM zijn behandeld blijkt in 1998 gemiddeld 5.0 g/kg (ofwel 10.0%) hoger te zijn dan in Statistische analyse (F- en t-test) toont aan dat het verschil tussen deze gemiddelde waarden (8.8% en 10.0%) niet significant is. Conclusie: het is voor minstens 95% zeker dat EM behandeling in deze proef geen effect heeft op het C-gehalte. Invloed van EM op de CEC. Tabel 3 geeft het verschil in de CEC gemeten in maart 1998 t.o.v. maart /9

6 Tabel 3. Resultaten grondanalyses proefveldjes Ossenkampen: verschil in CEC cmol (+)/kg in maart 1998 t.o.v. maart 1997 KM0 KM1 EM (+12%) (+0%) (-5.4%) (-3.5%) (-11.3%) (-7.8%) EM (-3.7%) (-8.6%) (-2.8%) (-9.4%) (-5.9%) (-0%) Toelichting om het lezen van de tabel te verduidelijken (zie gearceerd veld): De CEC van het mengmonster van de drie identiek behandelde proefveldjes waaraan geen kunstmest is toegevoegd (aangeduid met KM0) en geen drijfmest (DM0) en geen EM (EM0) is in cmol(+)/kg ofwel 12% hoger dan in De CEC wordt bepaald door het kleigehalte en het organische stofgehalte. Verandering in organisch stofgehalte komt aldus gemakkelijk tot uiting in een verandering in de CEC. Zoals aan de hand van tabel 3 kan worden berekend, blijkt dat de CEC van de monsters afkomstig van de veldjes zonder EM in 1998 gemiddeld 1,2 cmol(+)/kg (ofwel 2.7%) lager is dan De CEC van de veldjes die wel met EM zijn behandeld blijkt in 1998 gemiddeld 1.9cmol(+)/kg (ofwel 5.1%) lager dan in Statistische analyse (F- en t-test) wijst uit dat het verschil tussen deze gemiddelde waarden (2.7% resp 5.1% cmol(+)/kg) niet significant is. Conclusie: het is voor minstens 95% zeker dat de EM behandeling in deze proef geen effect heeft op de CEC. Invloed van EM op het stikstof gehalte van de grond. Tabel 4 geeft het verschil in N-gehalte van de monsters die genomen zijn in maart 1998 t.o.v. het N- gehalte van de monsters die genomen zijn in maart Tabel 4. Resultaten grondanalyses proefveldjes Ossenkampen: verschil in N-gehalte (g/kg) in maart 1998 t.o.v. maart 1997 KM0 KM1 EM /9

7 (-2%) (-9%) (-6%) (-9%) (0%) (-4%) EM (-6%) (-2%) (-4%) (+4%) (-2%) (0%) Toelichting, zie gearceerd veld: Het N-gehalte van het mengmonster van de drie identiek behandelde proefveldjes waaraan geen kunstmest is toegevoegd (KM0) en geen drijfmest (DM0) en geen EM (EM0) is in g/kg lager (ofwel 2%) dan in Tabel 4 laat zien dat het N-gehalte van de monsters afkomstig van de veldjes die niet met EM zijn behandeld in 1998 gemiddeld 0.23 g/kg (ofwel 5.0%) lager is dan in Het N-gehalte van de veldjes die wel met EM zijn behandeld blijkt in 1998 gemiddeld 0.08 g/kg (ofwel 1.7%) lager te zijn. Statistische analyse (F-en t-test) toont aan dat het verschil tussen deze gemiddelde waarden (5.0% en 1.7%) niet significant is. Conclusie het is voor 95 % zeker dat de EM behandeling in deze proef geen effect heeft op het N-gehalte. Invloed van EM op het fosfaatgehalte van de grond. Tabel 5 geeft het verschil in P-gehalte gemeten in maart t.o.v. maart Tabel 5. Resultaten grondanalyses proefveldjes: verschil in P-gehalte (mg/kg) maart 1998 t.o.v. maart 1997 KM0 KM1 EM (-7%) (-8%) (-1%) (-9%) (-4%) (+2%) EM (-9%) (0%) (-6%) (+2%) (+10%) (-2%) Toelichting, zie arcering: het P-gehalte van het mengmonster afkomstig van de drie identiek behandelde proefveldjes waaraan geen kunstmest is toegevoegd (KM0) en geen drijfmest (DM0) en geen EM (EM0) is in mg/kg (ofwel 7%) lager dan in Het P-gehalte van de mengmonsters waaraan geen EM is toegevoegd blijkt volgens tabel 5 in 1998 gemiddeld 50 mg/kg (otwel 4.5%) lager te zijn dan in Van de mengmonsters afkomstig van de veldjes die wel met EM zijn behandeld blijkt dit 12 7/9

8 mg/kg (ofwel 0.8%) te zijn. Statistische analyse wijst uit (F-en t-test) dat het gevonden verschil tussen deze gemiddelden (4.5% resp 0.8% ) niet significant is. Conclusie: het is voor minstens 95% zeker dat EM behandeling in deze proef geen effect heeft op het P-gehalte van de grond. Samenvattend overzicht van de resultaten. Tabel 6. Resultaten grondanalyses proefveldjes Ossenkampen. Verschil tussen de gemiddelde waarden van resp. de C-, N-, P-gehalten alsmede de CEC in maart 1998 en de overeenkomstige waarden gemeten in maart EM0 EM1 C-gehalte g/kg % g/kg +10 % CEC cmol/kg % cmol/kg % N-gehalte g/kg -5 % g/kg % P-gehalte - 50 mg/kg -4.5 % - 12 mg/kg % Discussie en conclusie Statistische analyse toont aan dat er onder de heersende proefomstandigheden geen significant effect is van de behandeling met EM op C-, N-, en P-gehalte alsmede op de CEC van de grond. Deze eerste oriëntatie toont aan dat er onder de heersende proefomstandigheden door behandeling met EM geen aanwijsbare verstoring heeft plaats gevonden in het evenwicht tussen afbraak en opbouw van organische stof in de bodem. Mocht de EM behandeling organische stof versneld hebben afgebroken dan is het effect hiervan gecompenseerd door extra nieuwvorming van organische stof (betere wortelgroei,..). Teneinde het effect van EM-technologie op eigenschappen van de bodem verder te leren kennen, moet het onderzoek worden uitgebreid: meer grondsoorten en gewassen, langere perioden, uitgebreidere analyses (mineralisatie tijdens seizoenen). Literatuur Ahmad, R., T. Hussain, G. Jilani, S.A. Shahid, S. NaheedAkhtar and M.A. Abbas Use of EM for sustainable crop production in Pakistan. Proc. Second Conf on EM. Organised by INFRC, Atami, Japan and APNAN, Bangkok, Thailand. Anuar, A.R., H.A.R. Sharifuddin, M.F. Shahbudin and A.R. Zaharah Effectiveness of EM on maize grown on sandy tin tailings. Proc. Second Conf on EM. Organised by INFRC, Atami, Japan and APNAN, Bangkok, Thailand. 8/9

9 Higa, T Effectieve Microorganismen, voor een duurzame landbouw en een gezond milieu. Uitgeverij J. Van Arkel. Ketel, J Chlorofyl-fluorescentie metingen op percelen grasland en mais (Zea mays) AB-DLO Wageningen. Nelemans, J. en M.L. van Beusichem De invloed van Effectieve Microben op opbrengst en NPK-opname door Engels Raaigras in een potproef Vakgroep Bodemkunde en Plantenvoeding, Landbouwuniversiteit Wageningen. Piyadasa, E.R., K.B. Attanayake, A.D.A. Ratnayake and U.R. Sangakkara The role of Effective Microorgasnisms in releasing nutrients from organic matter. Proc. Second Conf on EM. Organised by INFRC (International Nature Farming Research Centre), Atami, Japan and APNAN (Asia Pasific Natural Agriculture Network) Bangkok Thailand. Wibisono, A., T. Buwonowati, and G.N. Wididana Effect of EM on the growth of Citrus Medica. Proc. Third Conf on EM. Organised by INFRC, Atami, Japan and APNAN, Bangkok, Thailand. Zacharia P.P Studies on the application of EM in Paddy, Sugarcane and Vegetables in India. Proc. Second Conf on EM. Organised by INFRC, Atami, Japan and APNAN, Bangkok, Thailand. Dankwoord Aan de uitvoering van de proef werd onder leiding van de heren L. Bijl en P.Mekking een belangrijke bijdrage geleverd door de staf van de proefboerderij de Ossenkampen van de Landbouwuniversiteit te Wageningen, alsmede door de heer H.T.A. Peters van de firma Agriton. De financiën voor het onderzoek werden beschikbaar gesteld door de firma Agriton te Noordwolde-Zuid. 9/9

Organische stof in de bodem

Organische stof in de bodem Organische stof in de bodem Theorie C1 Wat is organische stof in de bodem? Organische stof in de bodem bestaat uit materiaal zoals bv. oogst- en plantenresten, compost en mest, maar ook het bodemleven

Nadere informatie

Eigen Eiwit Eerst. Onderzoeksrapport. Meer graseiwit voor een duurzamere melkveehouderij

Eigen Eiwit Eerst. Onderzoeksrapport. Meer graseiwit voor een duurzamere melkveehouderij Eigen Eiwit Eerst Onderzoeksrapport Meer graseiwit voor een duurzamere melkveehouderij Niek Konijn Jelle Koopman Bart Kistemaker Januari 2012 Meer graseiwit voor een duurzamere melkveehouderij Auteurs:

Nadere informatie

Voorwoord. 30 vragen. en antwoorden. over bodemvruchtbaarheid

Voorwoord. 30 vragen. en antwoorden. over bodemvruchtbaarheid Voorwoord 30 vragen en antwoorden over bodemvruchtbaarheid Voorwoord 30 vragen en antwoorden over bodemvruchtbaarheid René Schils 2012 2 Voorwoord Voorwoord Bodemvruchtbaarheid is een klassiek thema in

Nadere informatie

Groenbemesters en nitraatresidu

Groenbemesters en nitraatresidu Groenbemesters en nitraatresidu Deze brochure kadert in het demoproject Beheersing van nitraatresidu in de akkerbouw: een permanente uitdaging. Dit project wordt medegefinancierd door de Europese Unie

Nadere informatie

En de boer, hij ploegde niet meer?

En de boer, hij ploegde niet meer? En de boer, hij ploegde niet meer? Literatuurstudie naar effecten van niet kerende grondbewerking versus ploegen. Rommie van der Weide, Frans van Alebeek & Rob van den Broek Praktijkonderzoek Plant & Omgeving

Nadere informatie

Animal Sciences Group

Animal Sciences Group Animal Sciences Group Kennispartner voor de toekomst Rapport 12 process for progress Hydrologische en landbouwkundige effecten van gebruik 'onderwaterdrains' op veengrond December 2 Colofon Uitgever Animal

Nadere informatie

Handleiding goed koolstofbeheer

Handleiding goed koolstofbeheer Handleiding goed koolstofbeheer Januari 2013 Petra Rietberg (LBI) Boki Luske (LBI) Anneloes Visser (CLM) Peter Kuikman (Alterra) Project Credits for Carbon Care wordt uitgevoerd door het Louis Bolk Instituut

Nadere informatie

Terug naar de graswortel Een betere nutriëntenbenutting door een intensievere en diepere beworteling

Terug naar de graswortel Een betere nutriëntenbenutting door een intensievere en diepere beworteling I N S T I T U U T Terug naar de graswortel Een betere nutriëntenbenutting door een intensievere en diepere beworteling Nick van Eekeren, Joachim Deru, Herman de Boer, Bert Philipsen Verantwoording Deze

Nadere informatie

TECHNISCH RAPPORT KLEI VOOR DIJKEN. Wfl >-^?- dviescommissie voor de J aterkeringen

TECHNISCH RAPPORT KLEI VOOR DIJKEN. Wfl >-^?- dviescommissie voor de J aterkeringen TECHNISCH RAPPORT KLEI VOOR DIJKEN Wfl >-^?- I echnische ' / '.;,' '.«v dviescommissie voor de J aterkeringen Delft, mei 1996 Technisch rapport klei voor dijken Inhoud 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel

Nadere informatie

Regenwormen op het melkveebedrijf Handreiking voor herkennen, benutten en managen Nick van Eekeren, Jan Bokhorst, Joachim Deru, Jan de Wit

Regenwormen op het melkveebedrijf Handreiking voor herkennen, benutten en managen Nick van Eekeren, Jan Bokhorst, Joachim Deru, Jan de Wit I N S T I T U U T Regenwormen op het melkveebedrijf Handreiking voor herkennen, benutten en managen Nick van Eekeren, Jan Bokhorst, Joachim Deru, Jan de Wit Verantwoording Deze brochure is onderdeel van

Nadere informatie

Het veen verdwijnt uit Drenthe

Het veen verdwijnt uit Drenthe Het veen verdwijnt uit Drenthe Omvang, oorzaken en gevolgen Alterra-rapport 1661 ISSN 1566-7197 Het veen verdwijnt uit Drenthe Omvang, oorzaken en gevolgen Folkert de Vries Rob Hendriks Rolf Kemmers Ria

Nadere informatie

De invloed van de groei van vrachtwagenverkeer op het gedrag van ander verkeer bij in- en uitvoegstroken op snelwegen. Een Simulatoronderzoek

De invloed van de groei van vrachtwagenverkeer op het gedrag van ander verkeer bij in- en uitvoegstroken op snelwegen. Een Simulatoronderzoek De invloed van de groei van vrachtwagenverkeer op het gedrag van ander verkeer bij in- en uitvoegstroken op snelwegen Een Simulatoronderzoek Dick de Waard, Anje Kruizinga, & Karel A. Brookhuis. Rijksuniversiteit

Nadere informatie

Begeleidende maatregelen bij een te hoog nitraatresidu. staalnamecampagne 2011/ maatregelenpakketten 2012

Begeleidende maatregelen bij een te hoog nitraatresidu. staalnamecampagne 2011/ maatregelenpakketten 2012 Begeleidende maatregelen bij een te hoog nitraatresidu staalnamecampagne 2011/ maatregelenpakketten 2012 VOORWOORD Elk najaar laat de Mestbank het nitraatresidu in de bodem meten op een gerichte selectie

Nadere informatie

Geochemische bodematlas van Nederland. Redactie: Gerben Mol Job Spijker Pauline van Gaans Paul Römkens

Geochemische bodematlas van Nederland. Redactie: Gerben Mol Job Spijker Pauline van Gaans Paul Römkens Geochemische bodematlas van Nederland Redactie: Gerben Mol Job Spijker Pauline van Gaans Paul Römkens Geochemische bodematlas van Nederland Geochemische bodematlas van Nederland Wageningen Academic P

Nadere informatie

Biologisch telen doe je in de grond Handleiding voor een vruchtbare kasbodem Leen Janmaat en Bart Willems

Biologisch telen doe je in de grond Handleiding voor een vruchtbare kasbodem Leen Janmaat en Bart Willems I N S T I T U U T Biologisch telen doe je in de grond Handleiding voor een vruchtbare kasbodem Leen Janmaat en Bart Willems Verantwoording Deze brochure is het resultaat van samenwerking tussen biologische

Nadere informatie

Nota van Toelichting. 1 Inleiding

Nota van Toelichting. 1 Inleiding 1 Nota van Toelichting 1 Inleiding Het Besluit gebruik meststoffen (hierna: Bgm) heeft tot doel om de belasting van de bodem en het water door fosfaat- en stikstofverbindingen afkomstig uit dierlijke meststoffen,

Nadere informatie

Drie vragenlijsten voor het opsporen van psychosociale problemen bij kinderen van zeven tot twaalf jaar. Samenvatting

Drie vragenlijsten voor het opsporen van psychosociale problemen bij kinderen van zeven tot twaalf jaar. Samenvatting Nederlandse Organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek / Netherlands Organisation for Applied Scientific Research TNO-rapport KvL/JPB 2005 087 Drie vragenlijsten voor het opsporen van

Nadere informatie

Wageningen UR Livestock Research

Wageningen UR Livestock Research Wageningen UR Livestock Research Partner in livestock innovations Rapport 577 Invloed van drie dagen kunstmelk na spenen en van voersamenstelling op energieopname en Streptococcus suis verschijnselen bij

Nadere informatie

Biologische appels en peren

Biologische appels en peren Biologische appels en peren Teeltmaatregelen voor kwaliteitsfruit Joke Bloksma (redactie, 2003) met medewerking van: Pieterjans Jansonius (LBI), Marleen Zanen (LBI), Jan Peeters (FCH), Gerjan Brouwer (DLV),

Nadere informatie

Bestaat er een kwaliteitsmaat voor voedsel?

Bestaat er een kwaliteitsmaat voor voedsel? meluna.wijk@wxs.nl 17 > Inleiding Kwaliteit van mensen beoordelen aan hun stoffelijke samenstelling betekent dat we maar moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Er is ook nog zoiets als persoonlijkheid

Nadere informatie

Opties voor reductie van fijn stof emissie uit de veehouderij

Opties voor reductie van fijn stof emissie uit de veehouderij Opties voor reductie van fijn stof emissie uit de veehouderij A.J.A. Aarnink (A&F) K.W. van der Hoek (RIVM) Rapport 289 Colofon Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van en gefinancierd door het Ministerie

Nadere informatie

Profielwerkstuk Terraforming hoogmoed of mogelijk?

Profielwerkstuk Terraforming hoogmoed of mogelijk? Een werkstuk van: Rob Stalpers Joni van der Ceelen Max Robben, www.havovwo.nl INHOUDSOPGAVE Titelpagina... 1 Inhoudsopgave... 2 Voorwoord... 3 Inleiding... 3 De geschiedenis van Mars...4-6 De mens als

Nadere informatie

Frank Verhoeven en Jet Proost. Werkboek studiegroepen melkveehouders. Samen werken. Gebaseerd op ervaringen van milieucoöperaties VEL en VANLA

Frank Verhoeven en Jet Proost. Werkboek studiegroepen melkveehouders. Samen werken. Gebaseerd op ervaringen van milieucoöperaties VEL en VANLA Werkboek studiegroepen melkveehouders Frank Verhoeven en Jet Proost Samen werken Gebaseerd op ervaringen van milieucoöperaties VEL en VANLA De eerste keer: opstart 1 colofon Inhoudsopgave pagina 7 Samen

Nadere informatie

KOSTEN PER SW-PLAATS. Peter van Nes. Hassel Kroes. Jaap de Koning

KOSTEN PER SW-PLAATS. Peter van Nes. Hassel Kroes. Jaap de Koning KOSTEN PER SW-PLAATS Peter van Nes Hassel Kroes Jaap de Koning Datum Februari 2005 Contactpersoon Peter van Nes Adres SEOR, Erasmus Universiteit Rotterdam Postbus 1738 3000 DR ROTTERDAM Telefoon +31-10-4082696

Nadere informatie

Wat weten we over vroeg Engels op de basisschool?

Wat weten we over vroeg Engels op de basisschool? Wat weten we over vroeg Engels op de basisschool? Effecten van vroeg vreemde talenonderwijs op de moedertaal en de leerprestaties in de vreemde taal: review van de onderzoeksliteratuur Wat weten we over

Nadere informatie

Als er niets meer valt te winnen

Als er niets meer valt te winnen Als er niets meer valt te winnen Onderzoek naar de gevolgen van het afbouwen en beëindigen van de aardgaswinning voor de ruimtelijk economische structuur van Noord-Nederland Lisa van der Molen s1888315

Nadere informatie

Beoordeling Goed Onderbouwd en Effectief

Beoordeling Goed Onderbouwd en Effectief Beoordeling Goed Onderbouwd en Effectief Criteria en procedure Datum Movisie Utrecht, maart 2015, versie 1.1 Utrecht, maart 2015, versie 1.1 * Beoordeling Goed Onderbouwd en Effectief, Criteria en procedure

Nadere informatie

IT-gebruik door topmanagers

IT-gebruik door topmanagers 39 IT-gebruik door topmanagers Dr. ir. drs. A.G.M. Pijpers RE Het gebruik van IT in een organisatie groeit nog steeds. Topmanagers die niet met IT kunnen omgaan, geven een slecht voorbeeld en missen daardoor

Nadere informatie

Natuurlijke Afbraak: Het is niet niks!

Natuurlijke Afbraak: Het is niet niks! SKB De Stichting Kennisontwikkeling Kennisoverdracht Bodem draagt zorg voor kennisontwikkeling en kennisoverdracht die eigenaren en beheerders van percelen en terreinen nodig hebben om de kwaliteit van

Nadere informatie

Gebruik- en waarderingsonderzoek Sutu Court in Diezerpoort, Zwolle Onderzoeksverslag

Gebruik- en waarderingsonderzoek Sutu Court in Diezerpoort, Zwolle Onderzoeksverslag Gebruik- en waarderingsonderzoek Sutu Court in Diezerpoort, Zwolle Onderzoeksverslag 28-2-2014 Eindredactie: Ingrid Bakker Nicky van den Bosch Astrid kroes Cheyenne Ligtenberg Léon Pereboom Gebruik- en

Nadere informatie