E-learning: het vervagen van grenzen.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "E-learning: het vervagen van grenzen."

Transcriptie

1 E-learning: het vervagen van grenzen. Auteurs: Dr. J. Riemersma, Dr. A. Veerman TNO-TM Drs. L. Pennings, Drs. D. Hoving TNO-STB 1

2 SAMENVATTING INLEIDING TRENDS IN SOCIAAL-MAATSCHAPPELIJKE ONTWIKKELINGEN INLEIDING INDIVIDUALISERING FLEXIBILISERING VERGRIJZING EN ONTGROENING INFORMATISERING INTERNATIONALISERING TRENDS IN DE ONTWIKKELING VAN INFORMATIE- EN COMMUNICATIETECHNOLOGIE INLEI DING TRENDS IN COMPUTERKRACHT ICT-TRENDS GERELATEERD AAN OSI-MODEL COMMUNICATIE-APPLICATIES CONTENT GERELATEERDE ASPECTEN (DE DATA IN HET OSI MODEL) MAATSCHAPPELIJKE ASPECTEN VAN ICT-TOEPASSINGEN VAN LEREN VOOR HET LEVEN NAAR LEVENSLANG LEREN: DE GEWENSTE OPBRENGSTEN VAN HET NIEUWE LEREN SOCIAAL-MAATSCHAPPELIJKE TRENDS EN LEREN GEWENSTE LEEROPBRENGSTEN LEREN EN LEERACTIVITEITEN LEEROMGEVINGEN EN E-LEARNING INLEIDING E-LEARNING SCENARIO S VOOR DE TOEKOMST VAN E-LEARNING INLEIDING ACHTERGRONDTRENDS SCENARIO S Onderwijs als zetbaas MS OnderwijsTM Learning Communities

3 3

4 Samenvatting I don t think I would get on very well in my ideal school because I am too used to being told what to do. Frances, 15 years. 1 De samenleving verandert door informatisering in een hoog tempo van een industriële productiemaatschappij naar een dynamische, op kennis gebaseerde diensten- en informatiemaatschappij. Dit heeft mede tot gevolg dat sociaal-maatschappelijke processen anders worden vorm gegeven en steeds sneller evolueren. Hierin speelden al processen als onder meer de voortgaande individualisering, flexibilisering en globalisering maar deze veranderingsprocessen worden door de technologische mogelijkheden nog verder versterkt. Demografisch gezien is de meest kenmerkende verandering de vergrijzing en ontgroening. Tezamen leiden deze ontwikkelingen tot de noodzaak van levenslang leren. Is dat leuk, een leven lang leren? Daar kun je van mening over verschillen. Noodzaak om te leren is er altijd, maar motivatie is een belangrijke factor om ook daadwerkelijk te leren. In dit onderzoek willen we dan ook vooral ingaan op de lerende en diens leerprocessen en ingaan op de gewenste leeropbrengsten en daarvoor motiverende leeromgevingen maar tegelijkertijd willen we aangeven dat leerprocessen niet zomaar tot de gewenste uitkomsten leiden. Het is een soort spagaat want enerzijds stellen we dat de lerende vooral verantwoordelijk wil en moet zijn voor zijn eigen leerprocessen en anderzijds willen we dat hij wordt behoedt voor al te inefficiënte leerpaden, bijvoorbeeld door te verdwalen in cyberspace. Dit is de essentie van dit onderzoek, waarin we nagaan wat de geschetste veranderingen betekenen voor lerenden en diens leerprocessen en wat de manieren zijn om leerprocessen beter te faciliteren. Centraal staat hierin uiteindelijk de vraag wat e-learning daarin kan betekenen. Waar gaat het onderzoek eigenlijk over? Technologische innovaties in informatie en communicatie dringen steeds dieper door in alle bereiken en niveaus van het maatschappelijk leven. In de jaren 90 is het gebruik van informatie en communicatietechnologie (ICT) gemeengoed geworden. Krachtiger computers, onverwacht snelle groei van het gebruik van onder meer mobiele telefonie, de ontwikkeling van steeds snellere vormen van datacommunicatie en nieuwe opslagmedia en vooral ook de ontwikkeling van steeds beter bruikbare programmatuur hebben dit mogelijk gemaakt. Door ICT kunnen processen van menselijke interactie, creativiteit en denken steeds beter worden ondersteund. In een samenleving waarin de productie van data, informatie en kennis de belangrijkste drijvende kracht van de economie is geworden en de productie van materiele goederen grotendeels is overstegen door de productie van immateriële diensten, is de ontwikkeling en inzet van ICT tools de belangrijkste bron van verdere productiviteitsontwikkeling. Een gevolg van deze ontwikkelingen is een toename van technologische, economische en maatschappelijke keuzemogelijkheden en een daarmee gepaard gaande toename van onzekerheden, deels ook gevoed door een toenemende individualisering en flexibilisering van keuzes in bijvoorbeeld werkcontracten. Nieuwe mogelijkheden en nieuwe concepten dienen zich in steeds hoger tempo aan. Beleidsvorming, onderzoeksprogrammering en het opstellen van investeringsplannen zijn al niet eenvoudig omdat de vragen van de toekomst nog niet echt bekend zijn. Enerzijds kunnen ze niet gemakkelijk worden afgeleid uit vragen uit het verleden en anderzijds kunnen ze door de inherent bewegende doelen in de toekomst ook moeilijk pro-actief worden ingeschat. Dat geeft ook onzekerheden over de doelen van en de manieren waarop het formele en informele leren zou moeten worden vormgegeven. Een oplossing moet worden gezocht in het verkrijgen van nieuwe inzichten en concepten over de samenhang tussen technologische ontwikkelingen in informatie en communicatie (technology push), het sociaal-economisch-maatschappelijk kader waarbinnen deze ontwikkelingen zich afspelen (technology 1 Dit citaat komt uit: Blishen, E.(editor) (1969) The school that I d like. Penguin books Ltd. Harmondsworth, UK. Dit boek is een compilatie van inzendingen door kinderen op het voortgezet onderwijs op een vraag van The Observer, naar wat zij een ideale school zouden vinden. Op zich is dit soort onderzoek zeldzaam. 4

5 pull) en de eisen die aan de nieuwe werk(onder)nemer zullen worden gesteld. Naast een meer algemene bekwaamheid om deel te kunnen nemen aan het sociale verkeer en leeractiviteiten, onder de noemer van geletterdheden, lijkt het erop dat er behalve het nastreven van gerichte beroepscompetenties meer expliciet nadruk gelegd moet worden op leervaardigheden, loopbaanvaardigheden en burgerschapscompetenties. Deze verbreding, en de grotere nadruk op competentie-gericht opleiden, vereist een andere invulling van het soort leeractiviteiten dat moet worden aangeboden. Niet het louter memoriseren van gecodificeerde kennis, maar het als lerende deelnemen aan een community of practice en het gaandeweg leren bijdragen aan kennisproductie en -toepassing lijkt daarvoor een noodzakelijke voorwaarde. Hierbij spelen echter normen, waarden, drijfveren, sociale- en communicatieve vaardigheden en zelfconcept een veel belangrijker rol dan in de meeste huidige leeractiviteiten wordt onderkend. Word eens wat duidelijker. Om dit beter in beeld te brengen zijn allereerst lijnen doorgetrokken naar de betekenis die de veranderende technologische en sociaal-maatschappelijke processen hebben op de gewenste noodzakelijke leeropbrengsten. De kern hierbij is dat het leren tot doel zal moeten hebben om mensen meer employable maar ook gelukkiger te maken en om hun participatie in maatschappelijke processen te ondersteunen met voldoende basiskennis. Mensen moeten zich flexibel kunnen gedragen, zich kunnen aanpassen aan snel wisselende eisen binnen of aanpalend aan het eigen vakgebied, beroepsoverstijgend kunnen denken en kunnen omgaan met een steeds groter wordende mate van complexiteit en onzekerheid binnen de context waarin zij leven, leren en werken. Hiervoor is het nodig dat mensen zich ook instellen op de noodzaak om een leven lang te leren en hiervoor de benodigde competenties te ontwikkelen om dit ook daadwerkelijk te kunnen en te willen doen. Een leven lang kunnen leren vereist niet zozeer veel kennis maar meer adequate leercompetenties. Daarnaast moet je ook het vermogen verwerven om je eigen loopbaan vorm te kunnen geven in een onzeker toekomstperspectief. Leer- en loopbaancompetenties vormen daarmee een meer duurzame component van de bagage die lerenden zouden moeten willen verwerven. De nu nog steeds eenzijdige nadruk op beroepskennis of beroepscompetenties moet daarom worden gerelativeerd. Hoewel burgerschapscompetenties, het kunnen deelnemen aan democratische besluitvormingsprocessen altijd wel een leerdoelstelling van het reguliere onderwijs waren, wordt dit door de invloed van ICT ook anders. Informatievergaring en het reageren erop vereisen aanvullende vaardigheden. Hoe verwerf je competenties? Wat zeker is, is dat er uitleg over krijgen niet voldoende is. Ook het kunnen waarnemen hoe iemand zich competent gedraagt is niet voldoende. Learning by doing en het leren van de gevolgen van minder optimale beslissingen of gedragingen passen bij een constructivistische opvatting van leerprocessen. Dan moet je wel leeractiviteiten uit kunnen voeren in een leersituatie die lijkt op een echte situatie. Want alleen dan wordt je geconfronteerd met dilemma s, ambiguïteiten en de onzekerheden die in de praktijk altijd spelen. In zo n situatie leeractiviteiten kunnen uitvoeren hebben we benoemd als het kunnen beschikken over een rijke leeromgeving. Willen mensen wel leren? Het antwoord hangt af van de definitie van leren. Of mensen willen of niet, ze leren altijd en overal omdat ze nieuwe ervaringen een plaats moeten geven. Of ze daar wat aan hebben in hun verdere leven, hangt af van het gegeven of het geleerde hun competenties versterkt; daarvoor is nodig dat zij reflecteren op die ervaringen. En dat is geen eenvoudig proces. Ouderwets gesteld kun je alleen door inductie van uiteenlopende ervaringen transfereerbare kennis opdoen. Schools leren, in de klassieke zin van het ondergaan van frontaal onderwijs, is een vorm van een leersituatie die daarom steeds minder aanspreekt. Zo n arme leeromgeving, gericht op kennisoverdracht volgens een transmissiemodel, werkt niet meer, als het al ooit wel gewerkt heeft. Ontdekkend leren, experimenterend leren, fouten kunnen maken en er ook nog van kunnen leren, zijn veel meer het soort leeractiviteiten van de huidige generatie (jonge) lerenden. En dan liefst in authentieke omgevingen. De keerzijde is dat de maatschappij moet investeren in het mogelijk maken van de geschetste leeractiviteiten, dus niet alleen initieel maar voor een leven lang. Waarom een (aparte) leeromgeving? Dat heeft alles te maken met het feit dat de meeste werkomgevingen nog niet ingericht zijn als leeromgevingen en dat het vaak efficiënter is om bepaalde leeractiviteiten in een aparte leeromgeving te faciliteren. 5

6 Dat volgt uit kenmerkende verschillen tussen beginners en experts. Door hun gebrek aan ervaring en een ontwikkeld referentiekader daarvoor, is het voor beginners lastig om nieuw aangeboden informatie meteen op de juiste wijze in te schatten en te integreren. Dat blijkt al uit het feit dat ze moeilijk hoofdzaken van bijzaken kunnen onderscheiden en nieuwe informatie vaak interpreteren vanuit nog bestaande misconcepties over een bepaald domein. Leren is een onmiskenbaar moeizaam proces, dat in het begin veel ondersteuning vergt. Die steun moet wel gaandeweg, bij het bereiken van zekere expertise niveaus, worden afgebouwd. Waar moet een leeromgeving aan voldoen? Een leeromgeving kan worden opgevat als een doelbewust ingerichte situatie waarin iemand taken of opdrachten maakt en tot leren kan komen. Vanuit een socio-constructivistische visie op leren volgen een aantal eisen aan wat als rijke, flexibele en gepersonaliseerde leeromgevingen kunnen worden aangeduid. De functionaliteiten van een leeromgeving moeten hierbij aansluiten. Het kunnen aanbieden van leren op maat. Het individu formuleert de leerbehoefte in termen van leerdoelstellingen die worden afgestemd op kenmerken, voorkeuren en context. Hiervoor zijn metacognitieve vaardigheden nodig. Wanneer het individu niet in staat is dit proces zelfstandig te doorlopen kan hier vanuit de leeromgeving adaptieve begeleiding en ondersteuning voor worden aangeboden. De vorm waarin dat het beste kan gebeuren, hangt af van de uitwerking van en de relaties tussen de diverse actoren en componenten uit de leeromgeving. Het aanbieden en personaliseren van leertrajecten in relatie tot de gestelde leerbehoefte stelt eisen aan de samenstelling van leerinhoud en de vormen van begeleiding die kunnen worden geleverd. Deze zullen zodanig moeten worden gemodulariseerd en gestandaardiseerd dat clusters van leerinhoud en begeleiding op flexibele wijze kunnen wo rden ingezet. Het kunnen aanbieden van leertrajecten onafhankelijk van tijd en plaats. Het individu moet aangeven wat gezien de leerbehoefte en afstemming op de context de meest wenselijk organisatie van het leertraject is en welke prioriteiten daarbij moeten worden aangegeven. Hiervoor zullen passende cognitieve vaardigheden moeten worden ingezet, zoals het (elektronisch of Engels) spreken luisteren, lezen en schrijven, informatieverwerking, analytisch denken en probleemoplossen. Daarnaast spelen metacogni tieve en sociale vaardigheden als ook houdingsaspecten een belangrijke rol. Vanuit de leeromgeving kan hierbij ondersteuning op maat worden geleverd. (Multimediale) leerinhoud (informatie en ervaringen) moet op elk moment en vanaf elke plek toegankelijk zijn, makkelijk distribueerbaar en flexibel op maat kunnen worden samengesteld. Dit vereist digitalisering, structurering, fragmentering, indexering en hergebruik van inhoud. Om met dit soort informatie goed om te gaan, zal de lerende hiervoor ICT vaardigheden moeten hebben ontwikkeld; ook sociale vaardigheden zullen nodig zijn om samen met anderen aan de meeste informatie te komen en deze op een effectieve wijze te kunnen delen. Rekening houdend met context/ netwerk van de gebruiker. Netwerken dragen bij aan informele en formele leerprocessen. Een individu moet een netwerk effectiever kunnen benutten door het stellen van vragen, het voeren van discussie en het aanpakken van problemen. Communiceren, participeren, presenteren, netwerken en samenwerken zijn hiervoor nodig. Ook is algemene en specifieke literacy (ICT, Engels en Science) van belang, evenals cognitieve en metacognitieve competenties en een passende houding. Vanuit een leeromgeving kan ondersteuning worden geboden, waarbij de specifieke vorm afhangt van het individu, andere mensen, (netwerk) tools, taken, rollen, voorschriften, en organisatiestructuren. Vanuit de aanbodkant moeten lerenden vanaf elke plaats en op elk tijdstip toegang hebben tot een passend netwerk. De doelen, criteria, gedragscodes, voorwaarden en stand van zaken betreffende het proces moeten vanuit de leeromgeving inzichtelijk worden gemaakt, bijvoorbeeld door duidelijke informatie en procesgerichte feedback. In een vraaggestuurde organisatie van leren met veel keuzevrijheid en diversiteit is het daarnaast wel belangrijk om vraag en aanbod op een bewuste manier op elkaar af te stemmen, er is zowel behoefte aan opleidingen op maat als aan standaardisatie en certificering van opleidingen. De kwaliteit van opleidingen moet immers wel gewaarborgd blijven. Wat zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden van e-learning? 6

7 De inzetbaarheid en wenselijkheid van e-learning zijn ingeschat tegen de achtergrond van de geschetste criteria. Het is niet zo dat e-leaning gemakkelijk aan alle geschetste eisen kan voldoen. Daarvoor zijn er nog beperkingen aan te geven. Technologisch gezien kan er al heel veel maar vaak ontbreekt nog de wil om die mogelijkheden in de eigen opleidingsituatie volledig uit te willen buiten. In het reguliere onderwijs speelt parten dat onderwijs geven nog veel te veel als een individueel vorm te geven opgave wordt gezien met weinig hergebruik (not-invented-here) van elders verworven good-practices. Maar ook lerenden worden gehinderd door stereotiepe concepties van leersituaties, gebaseerd op frontaal onderwijs, waardoor hun leergedrag passief en infantiel kan overkomen. E-learning kan helpen bij het vormgeven van rijke leeromgevingen, waarin ondersteuning door reële, maar ook gesimuleerde actoren en informatiebronnen wordt waargemaakt. We staan redelijk aan het begin van het ontwikkelen van nieuwe leerconcepten en de daarbij behorende nieuwe didactiek, die recht doen aan de veranderende eisen en eigenschappen van de nieuwe maar hopelijk ook de oude lerende. Wat zal de toekomst bieden? In dit onderzoek zijn een drietal haalbare scenario s geïdentificeerd. Kort gezegd verschillen ze vooral in wie bepaalt wat er geleerd wordt en wie de leeromgevingen beheerst. In het Onderwijs als zetbaas scenario behouden de huidige opleidingsinstituties hun monopolie, al worden ze in na te streven eindtermen gevoeliger voor maatschappelijke veranderingen en daaruit voortvloeiende leerdoelen, die vooral door instituties worden bepaald. Sleutelwoord is adaptatie. In het MS Onderwijs TM neemt de software industrie de fakkel over omdat leerprocessen dominant door web-based leeromgevingen worden gefaciliteerd, maar de vereisten worden nog steeds door organisaties bepaald. Sleutelwoord is innovatie. In het derde scenario: Learning communities wordt voorzien dat een groot aantal werkvormen als groepsgesprekken, driloefeningen, geprogrammeerde oefeningen, zelfstudie-opdrachten, duale trajecten, bedrijfsoriëntaties, groepsopdrachten et cetera binnen een decentrale organisatie mogelijk zijn. De keuze ligt echter bij de lerende. Het sleutelwoord is transformatie. Bij dit wenselijke scenario passen enige kanttekeningen. In de eerste plaats is er de noodzaak om tot een algemene awareness en acceptatie van dit scenario te komen binnen de maatschappij en het onderwijsveld. In de tweede plaats moet op ICT gebied en binnen de leeromgevingen nog aan allerlei voorwaarden worden vervuld om het scenario uit te kunnen voeren. Een belangrijk probleem is het gebrek aan standaardisatie, zowel binnen het ICT-veld als geheel maar zeker ook voor wat betreft de standaardisatie op het gebied van e-learning systemen en platforms.. In de derde plaats zijn er ook nog onderwijs-organisatorische problemen die opgelost moeten worden Het huidige onderwijs is onvoldoende ingericht op blended learning, daarvoor zouden de docenten verder geprofessionaliseerd moeten worden. Financieel gezien kunnen hier belemmeringen optreden. Bovendien bestaat er binnen het onderwijs over het algemeen een zekere weerstand tegen innovatie en ontwikkelt de technologie zich niet zo snel om mensen daarbij op de juiste manier te kunnen ondersteunen. Tenslotte moet worden vastgesteld dat de noodzaak van een levenslang leren wel wordt erkend, maar dat de condities daarvoor bij lange na niet zijn vervuld. 7

8 1. Inleiding Achtergrond Technologische innovaties in informatie en communicatie dringen steeds dieper door in alle bereiken en niveaus van het maatschappelijk leven. In de jaren 90 is gebruik van informatie en communicatietechnologie (ICT) gemeengoed geworden. Krachtiger computers, onverwacht snelle groei van het gebruik van onder meer mobiele telefonie, de ontwikkeling van steeds snellere vormen van datacommunicatie en nieuwe opslagmedia en vooral ook de ontwikkeling van steeds beter bruikbare programmatuur hebben dit mogelijk gemaakt. Door ICT kunnen processen van menselijke interactie, creativiteit en denken worden ondersteund door apparatuur en programmatuur. In een samenleving waarin de productie van data, informatie en kennis de belangrijkste drijvende kracht van de economie is geworden en de productie van materiële goederen grotendeels is vervangen door de productie van immateriële diensten, is de ontwikkeling en inzet van ICT tools de belangrijkste bron van verdere productiviteitsontwikkeling. De mogelijkheden voor verdere technologische ontwikkelingen in ICT en veel meer nog de verdere mogelijkheden tot gebruik daarvan in sociaal-maatschappelijke processen zijn nauwelijks te overzien of te voorspellen. Soms lijkt het alsof alles wat denkbaar is, ook gemaakt zal kunnen worden. Maar er worden vaak ook beperkingen zichtbaar, bijvoorbeeld de tegenvallende ontwikkelingen op het gebied van artificiële intelligentie. De grote economische en maatschappelijke implicaties zijn daardoor eveneens moeilijk te vatten. Een aantal voorbeelden kan dit illustreren. Verschillende vormen van convergentie van telecommunicatie, media en informatietechnologie onder meer op het niveau van infrastructuur, diensten en randapparatuur zijn waarneembaar en samen met de snelle opkomst van multimedia toepassingen leidt dit tot een situatie waarbij de grenzen tussen verschillende domeinen in markt en regelgeving gaan bewegen en vervagen. Het aantal en de diversiteit van diensten en netwerken neemt in een hoog tempo toe, waardoor enerzijds hoge eisen worden gesteld aan het vermogen om samen te werken en om pre-competitief gemeenschappelijke oplossingen te vinden en anderzijds de druk op vernieuwing en creativiteit door de toenemende, internationale concurrentie groter wordt. De groei van het aantal communicatiemogelijkheden en vooral van het gebruik van mobiele communicatie (inclusief die via satelliet) gaat sneller dan verwacht. Het gebruik van Internet en WWW groeit in hoog tempo en het Internet heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een leidend model voor netwerkarchitectuur en diensten. Een gevolg van deze ontwikkelingen is een toename van technologische, economische en maatschappelijke keuzemogelijkheden en een daarmee gepaard gaande toename van onzekerheden. Nieuwe mogelijkheden en nieuwe concepten dienen zich in steeds hoger tempo aan. Beleidsvorming, onderzoeksprogrammering en het opstellen van investeringsplannen zijn dan ook niet eenvoudig omdat de vragen van de toekomst nog niet echt bekend zijn. Enerzijds kunnen ze niet gemakkelijk worden afgeleid uit vragen uit het verleden en anderzijds kunnen ze bij bewegende doelen ook moeilijk worden ingeschat voor de toekomst. Een oplossing moet worden gezocht in het verkrijgen van een gedegen inzicht in de dynamiek en onzekerheden van economische en maatschappelijke systemen en processen in relatie tot de ontwikkeling van ICT. Op basis van dit inzicht kunnen nieuwe inzichten en concepten worden ontwikkeld over de samenhang tussen technologische ontwikkelingen in informatie en communicatie (technology push), het sociaal-economisch-maatschappelijk kader waarbinnen deze ontwikkelingen zich afspelen (technology pull) en de wenselijkheid van nieuwe leeropbrengsten en inzet van nieuwe vormen van leren die daaruit voortvloeien en die hun weg kunnen vinden naar het reguliere en niet-reguliere onderwijs zoals dit wordt vorm gegeven door de overheid, het bedrijfsleven en allerlei maatschappelijke instituties. Daartoe zijn allereerst lijnen doorgetrokken naar de betekenis die de veranderende technologische en sociaalmaatschappelijke processen hebben op de gewenste noodzakelijke leeropbrengsten. Op basis van een identificatie van gewenste leeropbrengsten is een inschatting gemaakt van wat mensen nodig hebben om zich nu en in de toekomst goed in onze maatschappij staande te houden en zich optimaal te ontwikkelen. De kern hierbij is dat het leren tot doel zal moeten hebben om mensen meer employable maar ook gelukkiger te maken en om hun participatie in maatschappelijke processen te ondersteunen met voldoende basiskennis. Mensen moeten zich flexibel kunnen gedragen, zich kunnen aanpassen aan snel wisselende 8

9 eisen binnen of aanpalend aan het eigen vakgebied, beroepsoverstijgend kunnen denken en kunnen omgaan met een steeds groter wordende mate van complexiteit en onzekerheid binnen de context waarin zij leven, leren en werken. Hiervoor is het nodig dat mensen zich instellen op de noodzaak om een leven lang te leren en dat zij hiervoor de benodigde competenties ontwikkelen om dit ook daadwerkelijk te kunnen en te willen doen. Doelstelling Dit rapport heeft tot doel om de sociaal-maatschappelijke en technologische ontwikkelingen en de onzekerheden daarin te schetsen voor de periode van de komende tien jaar en op basis daarvan te bepalen welke gevolgen dit kan of moet hebben voor leerdoelstellingen, de uitvoering van leeractiviteiten en de gewenste aard van de inrichting van leeromgevingen. Tegen deze achtergrond kan de bijdrage en wenselijkheid van e-learning worden gepositioneerd. Aanpak Hiertoe wordt allereerst een beschrijving gegeven van de verandering in vormgeving van sociaalmaatschappelijke processen, gevolgd door een beschrijving van functionele ontwikkelingen rond het Internet. Daarna worden mogelijke consequenties voor wenselijke leeropbrengsten geschetst. Leeropbrengsten zijn altijd een gevolg van leeractiviteiten die zowel in formele als informele leersituaties kunnen worden uitgevoerd. Uit de aard van de gewenste leeropbrengsten volgt de aard van de benodigde leeractiviteiten en de eisen die hieruit voortvloeien voor leer- maar ook werkomgevingen om deze activiteiten mogelijk te maken. Het achterliggende doel van dit onderzoek is om vanuit de geschetste veranderingen die zich kunnen voordoen in manieren van leren en leeromgevingen van mensen, de rol en waarde van e-learning te onderzoeken. De resultaten van het onderzoek zijn verder vertaald in een drietal scenario s, gericht op de mogelijke werkelijkheid over tien jaar. Deze scenario s zijn in een expert meeting gekozen als belangrijk, mogelijk maar onzeker. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van deskresearch, enkele interne workshops die de mogelijkheden boden om de binnen de twee betrokken TNO instituten aanwezige kennis optimaal te benutten en door middel van een expert meeting. De resultaten van de verkennende studie en het daarop voortbouwende symposium zijn bedoeld als onderbouwing van een door de Onderwijsraad uit te brengen advies op het gebied van e-learning. Indeling Dit rapport is als volgt ingedeeld. In dit hoofdstuk is kort de achtergrond van het onderzoek geschetst en is tegen deze achtergrond het aandachtsgebied afgebakend. In hoofdstuk 2 wordt een schets gegeven van sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op gewenste leeropbrengsten, leeractiviteiten en de organisatie daarvan in leeromgevingen, nu en in de komende tien jaar. Deze schets bestaat uit een beschrijving van een 5-tal trends die nu waarneembaar zijn in onze maatschappij. Elke trend wordt aangeduid met een term die als label fungeert voor deze trend. Vervolgens worden ter verduidelijking van de trend enkele karakteristieken en componenten ervan besproken. In hoofdstuk 3 worden belangrijke ICT-ontwikkelingen geïdentificeerd. Deze ontwikkelingen beïnvloeden de sociaal-maatschappelijke processen, waarbij onderscheid kan worden gemaakt tusen technologische ontwikkelingen die een sturende (technology-push) ofwel een volgende (technology-pull) rol innemen. In hoofdstuk 4 worden de geschetste veranderingen op sociaal-maatschappelijk en technologisch gebied doorgetrokken naar verwachte veranderingen in de gewenste dan wel noodzakelijke opbrengst van leerprocessen (leerdoelstellingen) en wordt op basis van deze identificatie van gewenste leeropbrengsten vervolgens ingegaan op de na te streven (georganiseerde) leeractiviteiten. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de leeromgevingen die nodig zijn voor de leeractiviteiten om de leerdoelstellingen te verwezenlijken en wordt nader ingegaan op de inzet van e-learning daarbij. Het geheel wordt in hoofdstuk 6 afgerond met een beschrijving van de op basis van de resultaten van een expertmeeting gekozen drietal scenario s. 9

10 2. Trends in sociaal-maatschappelijke ontwikkelingen 2.1. Inleiding In dit hoofdstuk staat de volgende vraag centraal: wat zijn belangrijke sociaal-maatschappelijke trends in de informatiesamenleving aan het begin van de 21 e eeuw en wat zijn de kenmerken van deze trends? Om deze vraag te beantwoorden is allereerst nagegaan welke verschillende trends door verschillende organisaties en auteurs worden onderkend. Vervolgens zijn de resultaten hiervan geclusterd en zijn op basis daarvan vijf belangrijke trends geïdentificeerd. Wat hierbij precies onder informatiesamenleving moet worden verstaan is allerminst duidelijk. Infodrome 2 verstaat onder een informatiesamenleving: een samenleving waarin informatie, communicatie, digitale netwerken en globalisering een cruciale rol spelen. Deze definitie zullen wij aanhouden. In verschillende studies en rapporten worden sociaal-maatschappelijke trends in de informatiesamenleving beschreven. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Planbureau (CPB) identificeren de volgende vijf hoofdtrends voor de samenleving van de 21 ste eeuw 3 : - vergrijzing van de bevolking; - individualisering, informalisering, vergroting van de heterogeniteit in de samenleving, en welvaartsgroei; - vergroting van de mobiliteit en toenemende druk op de beschikbare ruimte; - snelle technologische ontwikkeling (ICT) en verhoging van het algemene opleidingsniveau; - internationalisering, liberalisatie en versterking van de invloed van de Europese Unie. In een studie van Prick 4 worden de volgende brede maatschappelijke ontwikkelingen beschreven als achtergrond voor de invloed van ICT op onderwijs: - culturele diversificatie; - individualisering, verzwakking sociaal verband; - internationalisering, harmonisering van regelingen en de behoefte aan een eigen culturele identiteit; - demografische ontwikkeling, zowel algemeen als betreffende het onderwijspersoneel. In een publicatie van het ministerie van OC&W 5 worden maatschappelijke ontwikkelingen als volgt genoemd: - individualisering en culturele pluriformiteit; - informatisering; - internationalisering; - vergrijzing en ontgroening; - vervlechting van voorzieningen (samenwerking met markt). De drijvende krachten achter het nieuwe leren volgens Learnframe 6 zijn: - veranderende demografie; - technologische revolutie; - globalisatie; - merken ( branding ); - outsourcing en privatisering. 2 Infodrome is een denktank voor de overheid op het gebied van samenleving en ICT 3 Persbericht: Volledige publicatie: 'Trends, dilemma's en beleid: Essays over ontwikkelingen op langere termijn' 4 Prick, L. (2000) Opvoeding, Onderwijs en ICT. Infodrome 5 OCenW, Onderwijs in stelling, kracht en creativiteit voor de kennissamenleving: 6 Een organisatie die zich bezighoudt met het ontwikkelen van een manier om alle verschillende typen curricula in de markt op een centrale manier te managen 10

11 Uit deze veelheid van opsommingen hebben wij de volgende vijf belangrijke sociaal maatschappelijke trends van de informatiemaatschappij uitgekozen om verder te onderzoeken: - individualisering; - flexibilisering; - vergrijzing en ontgroening; - informatisering; - internationalisering; Deze keuze is het resultaat van een selectie en clustering van die trends die ons het meest van belang lijken voor veranderingen in het leren en de lerende mens. Deze trends worden in het vervolg elk toegelicht Individualisering Aan het begin van de 21 ste eeuw zien we een verder voortgaande individualisering. Men onderscheidt zich van anderen door leefstijl, voorkeuren en activiteiten. De meeste mensen zijn blij met wat de individualisering ons al aan verworvenheden heeft gebracht: een ieder kan en eigen beroep en eigen levenspartner kiezen; een ieder vult zijn vrije tijd naar eigen inzichten in. Het maken van deze persoonlijke keuzes wordt dus steeds minder beïnvloed door buren, (voor)ouders of de (wisselende) referentiegroepen waartoe men behoort. Allerlei vaste relatiepatronen waaraan mensen eerder hun identiteit ontleenden zijn doorbroken en vervangen door permanente wisseling van netwerken en actuele contexten. Een voorbeeld is de ontzuiling. Dit brengt ook de noodzaak van een grotere zelfredzaamheid met zich mee. Als tegenhanger van de geschetste voordelen, wordt individualisering ook geassocieerd met negatieve tendensen in de samenleving: afnemende sociale cohesie, afnemende onderlinge solidariteit, toenemend egocentrisme en egoïsme. Het meest negatief uit zich dit in vereenzaming en toenemend (zinloos) geweld. Vroeger werden kinderen globaal gesproken dezelfde waarden, normen en manieren bijgebracht. Dit gebeurde in het gezin, op school en het verenigingsleven. Vaak speelde de kerk of een vergelijkbare zuil daarbij een belangrijke rol. Tegenwoordig zijn gezinnen kleiner, werken vaak beide ouders, woont men in grotere steden, kwijnt het verenigingsleven, en is de invloed van de kerk minimaal 7. Er is steeds minder sprake van grote groepen mensen met vergelijkbare kenmerken en achtergrond, waardoor een massale, uniforme benadering van groepen mensen in steeds meer gevallen niet langer werkt. Op het niveau van de maatschappij leidt individualisering tot diversifiëring, bijvoorbeeld wat betreft hetgeen jongeren aan bagage meekrijgen. Een negatief gevolg is dat niet langer iedereen vanzelfsprekend bepaalde zaken leert die wenselijk of noodzakelijk zijn voor een goed verloop van het onderlinge maatschappelijke verkeer. De diversificatie heeft ook te maken met een toenemende keuzevrijheid. Door de grote verschillen tussen mensen in achtergrond en identiteit, hebben ze ook heel specifieke behoeften. Het vermogen om zelf te kunnen kiezen draagt bij aan een grotere zelfstandigheid en besef van verantwoordelijkheid. Om dat te stimuleren wordt er voor gezorgd dat er in de samenleving ook wat te kiezen valt. Dit hangt samen met een omslag van aanbodgestuurd naar vraaggestuurd leveren van producten en diensten. Tussen het collectieve aanbod van de samenleving en de individuele vraag van mensen moet echter wel een balans gevonden worden Flexibilisering Flexibilisering is het onafhankelijk van tijd, plaats, tempo en inhoud handelen, of zoals de Van Dale 8 zegt: zich gemakkelijk aanpassend aan wisselende omstandigheden. Waar individualisering zich kan manifesteren door meer keuzevrijheid, is de toename van flexibilisering een gevolg van de grotere keuzemogelijkheden. De keuzes zijn meer toegesneden op de behoeften van de individuele mens. In de huidige samenleving is flexibilisering een containerbegrip voor andere werkvormen, andere organisatievormen, andere werktijden, andere taakverdelingen en andere tijdsbestedingen. 7 Deze dalende belangstelling voor het kerkelijk leven wordt doorgaans als secularisatie aangeduid. In dit onderzoek scharen we secularisatie onder de trend diversificatie

12 Andere werkvormen ontstaan enerzijds doordat werknemers de vrijheid en flexibiliteit willen genieten om hun dag naar eigen wens in te delen en anderzijds door de trend van het toe groeien naar een 24- uursecononomie. Mogelijke implicaties hiervan zijn vermindering van woon-werkverkeer en reistijd, geconcentreerder werken, vervaging van grenzen tussen privé en werk. De gedachte achter dit flexibel werken is dat de beste prestaties worden geleverd wanneer medewerkers goed zijn gemotiveerd, dat veel medewerkers beter presteren wanneer ze (een zekere) vrijheid in hun functie-uitvoering ervaren, en wanneer er heldere resultaatafspraken zijn gemaakt. De plaats waar men werkt en de tijd waarop, doen er dan niet meer zo toe. Flexibel werken kan dus een aanleiding zijn om de eigen organisatie scherper en meer toekomstgericht te ontwikkelen. Bij flexibel werken is de oriëntatie op de taak leidend in het werkgedrag en niet het toevallige huidige aanbod van huisvesting en beschikbare faciliteiten. Dankzij de moderne faciliteiten kan iedereen zeer goed bereikbaar zijn, dat wil zeggen via mobiele telefoon, via voice mail en e- mail. De meeste informatie op het bedrijfsnetwerk is tegenwoordig ook op afstand benaderbaar. Organisatie van het werk naar plaats en tijd wordt dus flexibeler. Van één vaste werkplek is hierdoor steeds minder sprake. Men heeft steeds meer wisselende werkplekken: bij de moederorganisatie, bij relaties en klanten, op strategische plaatsen in het land en thuis. De manier waarop organisaties intern georganiseerd zijn, verandert hierdoor. Steeds meer organisaties veranderen van statisch en procesgericht naar dynamisch en projectgestuurd. Het gaat ook om het platter worden van de organisaties, horizontalisering en informalisering van interne verhoudingen en outputgerichtheid van individuele of groepsprestaties. Deze veranderingen hebben nieuwe bevoegdheids-, en participatiestructuren met zich mee gebracht die op de zeggenschapsverhoudingen en -rechten van de verschillende organen van de organisatie ingrijpende invloed hebben. Flexibilisering en daarmee decentralisatie zijn centrale begrippen geworden. De traditionele ondernemingsvormen zoals we die nu kennen, kunnen zich steeds minder staande houden in een snel veranderende omgeving. Concurrentie en competitie worden steeds sterker en nieuwe technologieën volgen elkaar steeds sneller op. De continuïteit en autonomie van ondernemingen kunnen met traditionele organisatievormen niet langer gewaarborgd worden. Om op die veranderende omgeving te kunnen inspelen, ontstaan daarom andere organisatievormen met de kenmerken van een netwerk organisatie. In extreme vorm spreekt men van een virtuele organisatie. De aansturing van het werk verandert dus wezenlijk: meer decentraal en meer outputgericht. In veranderende organisaties zien we ook meer flexibele werkcontracten, bijvoorbeeld flexibele werktijden, deeltijdbanen, werken op oproepbasis en het kunnen kopen of verkopen van vrije dagen. Veel bedrijven hanteren al flexibele werktijden. Wie vroeg begint, kan eerder naar huis. Wie later begint, werkt gewoon ook wat later door. Of men kiest voor de 4x9 uur per week invulling van werktijd. Dit biedt de kans werk en privé beter te combineren, waardoor werknemers beter in hun vel komen te zitten. Mensen die in relatieve vrijheid hun arbeidstijden kunnen vaststellen, hebben een lager ziekteverzuim en een hogere productiviteit. Ook voelen zij zich meer betrokken bij hun organisatie. Flexibel werken stimuleert de eigen verantwoordelijkheid door outputgerichte sturing: veel mensen voelen zich daar prettig bij. De mogelijkheid tot flexibel werken is een krachtig wervingspunt voor organisaties. Bijna 40 procent van alle werkenden in ons land heeft nu een deeltijdbaan, tegen nog geen 20 procent in de rest van Europa 9. Het zijn nu nog voornamelijk vrouwen met kinderen die in deeltijd werken. Het éénkostwinnerhuishouden is niet langer dominant in Nederland. Bij meer dan de helft van alle paren werken beide partners. Vaak is hier sprake van een anderhalfverdienersmodel: in tweederde van de gevallen werkt de man meer dan de vrouw. Bij paren die wel een redelijk evenwichtige verdeling van betaald werk kennen, hebben beide partners vrijwel altijd voltijdbanen (dubbelverdieners) 10. De opmars van vrouwen op de arbeidsmarkt is gaande. Hoger opgeleide vrouwen zetten op dit moment al de trend: bijna 70% van hen heeft een baan. Ook als ze kinderen krijgen, blijven hoger opgeleide vrouwen werken. De belangrijkste reden hiervoor is dat ze werken leuk vinden. Een andere reden voor de opmars van vrouwen heeft te maken met economische noodzaak. Rond 2000 ontstond een schaarste aan arbeidskrachten, zodat bedrijven in de rij stonden om vrouwen te werven. Bovendien ontstond de schaarste juist in sectoren waar vrouwen al goed vertegenwoordigd waren: de dienstensector en de kwartaire sector (onderwijs en gezondheidszorg) SCP (2000), De kunst van het combineren, taakverdeling onder partners

13 2.4. Vergrijzing en ontgroening Vergrijzing van de Nederlandse bevolking is in de eerste plaats het gevolg van een sterke absolute groei van het aantal ouderen. Dit komt doordat verbeterde gezondheidsomstandigheden en hogere welvaart steeds meer mensen in staat stelt steeds hogere leeftijden te bereiken. We noemen dit wel 'vergrijzing aan de top van de leeftijdspiramide. Er vindt hierdoor een toenemende 'grijze druk' binnen de totale bevolking plaats. Deze grijze druk is de afgelopen jaren nog meer versterkt doordat er door dalende geboorteaantallen ook ontgroening' heeft plaats gevonden. De vergrijzing van Nederland raakt ook jonge mensen. Hoe meer oude mensen er zijn en hoe ouder ze worden, des te duurder wordt de samenleving. De pensioenlasten en de medische en verzorgingskosten zullen de komende jaren aanzienlijk stijgen. Aangezien we in een verzorgingsmaatschappij leven die deels is gebaseerd op solidariteit tussen de generaties, draaien jonge mensen deels voor de extra kosten op terwijl hun aantal relatief daalt. De vraag is of dit systeem in de toekomst nog houdbaar en rechtvaardig is. De Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR) is bezig hier een aantal maatregelen voor op te stellen. Hierbij vraagt de Raad zich af of bijvoorbeeld elke oudere wel een AOW uitkering moet hebben. Ook beveelt de Raad aan om mensen zo lang mogelijk door te laten werken en ook de VUT af te schaffen. Daarnaast zouden ook meer vrouwen aan het werk moeten gaan dan nu het geval is, zouden mensen die kinderen willen krijgen en opvoeden meer steun moeten krijgen en mensen zouden in de gelegenheid gesteld moeten worden om zelf aanvullende pensioenverzekeringen te kopen. Werknemers die over 20 jaar jaar zijn en op die leeftijd nog arbeidsproductief zouden moeten zijn, zijn nu tussen de 40 en 50 jaar oud. Als oudere werknemers volgen ze echter nauwelijks opleidingen, laat staan dat ze opleidingen aangeboden krijgen door het bedrijf waar ze werken. Oudere mensen denken zelf ook veelal: het zal mijn tijd wel duren. Statistieken geven hen op dit moment geen ongelijk: van de groep jaar heeft slechts een derde betaald werk. Om arbeidsparticipatie van ouderen te vergroten is daarom een gerichte ontwikkelingsstrategie nodig. Als belangrijkste instrument van een dergelijke ontwikkelingsstrategie geldt een periodiek loopbaanonderzoek, gericht op het identificeren van haalbare ontwikkelingskansen, ook gelet op zowel de persoonsgebonden als de arbeidsgebonden belastbaarheid. Het loopbaanonderzoek dient niet slechts een curatief maar met name ook een preventief doel. Het gaat er vooral om een vaak met de leeftijd toenemende ervaringsconcentratie te voorkomen of tenminste te beperken. Dit door Thijssen 12 voor het eerst beschreven verschijnsel is in de tweede helft van de loopbaan vaak waar te nemen. Ervaringsconcentratie komt tot uitdrukking in: de leeractiviteiten (beperkte scholing), de functievervulling (beperkte mobiliteit) en in de networking (weinig interne en externe contacten). De voornaamste negatieve effecten die hiermee gepaard gaan zijn het teruglopen van de bredere inzetbaarheid en een verminderde motivatie om door scholing of anderszins nog nieuwe kwalificaties te verwerven Informatisering De komst van allerlei nieuwe informatie- en communicatie-technologieën in onze maatschappij, zorgt voor veel veranderingen. Het gaat om elkaar wederzijds beïnvloedende krachten; zowel de maatschappij verandert de technologieën (en de manier waarop technologieën gebruikt worden), maar ook de technologieën veranderen de maatschappij. In deze studie onderscheiden we de volgende veranderingen: nieuwe informatie- en communicatiemogelijkheden, toenemend gebruik van Internet, informatie overload en informatie kloof, nieuwe beroepen, een op kennis gebaseerde economie met een grote verschuiving van producten naar diensten. Pas in het begin van de jaren vijftig werden de eerste (stand-alone) computers ontwikkeld voor commerciële toepassingen. De ontwikkeling van computers is sinds die tijd stormachtig verlopen en is voornamelijk te omschrijven als 'steeds sneller en kleiner en steeds interactiever'. Vòòr 1970 waren de mogelijkheden voor informatie uitwisseling en communicatie via computernetwerken vrijwel nihil. Naast 12 Thijssen, J.G.L. (1987). Het leren van de verouderende werknemer in veranderende organisaties. Paper Congres Onderzoeks -Thema-Groep Onderwijsleerprocessen, Katholieke Universiteit Nijmegen, december Later verschenen in: J.M. Pieters (1988) (Ed.), Onderzoek naar leren en instructie in arbeidsorganisaties. Enschede: Universiteit Twente (reeks Toegepaste Onderwijskunde). 13

14 schriftelijke communicatie waren de telefoon en telex de enige gereedschappen voor dit doel. Computers werden bijna alleen voor wetenschappelijke toepassingen gebruikt en werden vooral ingezet als rekenaars (number crunchers). Het waren veelal elektro-mechanische systemen van een grote fysieke omvang. In de jaren tachtig zijn door de technologische ontwikkelingen bijna alle primaire en ondersteunende bedrijfsprocessen direct afhankelijk geworden van het naar behoren functioneren van computers en computernetwerken. Natuurlijk speelt de mens nog steeds een belangrijke rol in het bedrijfsproces, maar computers zijn niet meer weg te denken in de informatiesamenleving. Veel routinewerk is tegenwoordig geautomatiseerd, waardoor werknemers ook andere rollen krijgen. Mensen worden steeds meer ingezet voor complex-cognitief werk en worden steeds meer kenniswerkers. Dat laatste hangt ook samen met een verschuiving in de economie van producten naar diensten. Veel mensen hebben inmiddels toegang tot Internet, in huis, op het werk of op school. In Nederland maken volgens het bureau ProActive 13 2,3 miljoen mensen ofwel 19% van de bevolking van 15 jaar en ouder gebruik van het Internet (peiling maart 1999; volgens een peiling in oktober 1998 waren dit er 1,8 miljoen). Op jaarbasis is dit een stijging van 59%. Naar verwachting zal het percentage mensen met toegang tot het Internet in 2002 de 50% overschrijden. Overigens is dit laatste al het geval voor de mensen met een inkomen van tweemaal modaal of hoger. Vanaf de start van het World Wide Web in 1994 zal in ongeveer 8 jaar een penetratiegraad van 50% gehaald worden. Televisie heeft er in Nederland ruim 20 jaar over gedaan om een dergelijke penetratiegraad te halen en de telefoon nog veel langer. De penetratiegraad stijgt zo snel omdat de kosten van de Internettoegang sterk dalen en Internetverbindingen beter en sneller worden. Wat betreft het gebruik van Internet zijn de volgende bijzondere groepen te onderscheiden. Ze zijn onderscheiden op grond van de bepaling van een gemiddelde achterstand in de betreffende groep (SCP, 2000): personen in huishoudens met een laag inkomen (die gemiddeld de grootste achterstanden hebben); (alleenstaande) vrouwen. Het aantal vrouwen dat Internet gebruikt neemt snel toe. De bijna 6 miljoen Nederlanders die regelmatig online zijn, bestaat nu al voor 40 procent uit vrouwen (NIPO, november 2000); Senioren. Ook het aantal senioren dat Internet gebruikt neemt snel toe. Bijna 20 procent van de Nederlanders boven de 50 jaar logt regelmatig in (ten opzichte van 5 procent in 1998, Pro Active International, 2000); mensen met een lagere (voortgezette) opleiding; werkelozen; allochtonen (in het minderhedenbeleid worden drie grote doelgroepen onderscheiden, te weten Turken, Marokkanen en Surinamers + Antillianen) (geen gegevens bekend over hun achterstand); mindervaliden; het betreft onder meer (visueel, verstandelijk, auditief) gehandicapten die voor toegang tot Internet dervices afhankelijk zijn van specifiek ontwikkelde interfaces als: aangepaste lay-out, tekstloos, herkenning van gesproken tekst et cetera. Van nieuwe ongelijkheden kan voor de toegang tot Internet nauwelijks worden gesproken. Het zijn eerder oude ongelijkheden die gereproduceerd worden dan nieuwe ongelijkheden die geschapen worden (SCP, 2000). Volgens Van Breemen en Terstroot (1999, in: Frissen, 2000) zijn de volgende factoren van invloed op adoptie en gebruik van computers en Internet: financiële factoren, kennis en vaardigheden, psychologische factoren, gepercipieerd nut / functionaliteit van ICT, gebruiksvriendelijkheid en sociale factoren. De ongelijkheden in adoptie en gebruik staan waarschijnlijk in relatie tot de mate waarin minderheden zelf op Internet vertegenwoordigd zijn 14. In een kenniseconomie gaat het steeds meer om diensten dan om producten. Kenmerken van diensten zijn in de eerste plaats het niet tastbaar zijn ervan en de heterogeniteit. Meer nog dan voor producten geldt voor diensten dat ze aangepast moeten worden aan de wensen van een klant ( customisation ). Diensten lenen zich er ook voor om via technologieën (CD-Roms, Internet) geleverd te worden, vaak onafhankelijk van plaats en tijd. Begrippen als e-commerce (elektronische handel) en e-government (elektronische overheid) 13 zie ook: 14 zie ook TNO-STB (2001), Publieke Diensten 14

15 kunnen ook als diensten worden omschreven. Bij e-government gaat het dan bijvoorbeeld om democratische processen als beleidsvorming en inspraak die veel interactiever vormgegeven kunnen worden. Niet alleen staat en politiek bepalen hoe beleid er uit gaat zien (top-down) maar ook burgers en belangengroepen kunnen dan steeds beter over beleidsvraagstukken meepraten (bottom-up). Informatie en communicatie technologieën zijn hier een enabler voor Internationalisering In deze inventarisatie van trends in de informatiesamenleving roept internationalisering de volgende associaties op: globalisering en grote netwerken, culturele pluriformiteit en Engels als tweede taal, concurrentie en standaardisatie. Globalisering betekent letterlijk: verspreid raken over de hele wereld. Door de moderne communicatiemiddelen weten mensen veel sneller wat er aan de andere kant van de wereld gebeurt. Wereldburgers raken in toenemende onderlinge verbondenheid en afhankelijkheid van elkaar. De wereld is daardoor steeds meer een dorp ( global village ). Dit komt omdat netwerken steeds grotere fysieke afstanden overbruggen. Het proces van globalisering zou ertoe kunnen leiden dat straks iedereen op de wereld dezelfde cultuur heeft. Op dit moment lijkt de Amerikaanse cultuur erg dominant: Hollywood-films, Nike-schoenen en Coca Cola zijn overal ter wereld te koop. Maar de meningen verschillen of bestaande culturen daardoor echt onder de voet gelopen worden en of regionale gewoonten en tradities verdwijnen. Sommigen denken van wel (en protesteren daartegen: anti-globalisten ). Er lijkt ook een trend te zijn dat groepen en volken steeds meer op zoek gaan naar het 'eigene', het nationale, regionale of zelfs lokale ( glocalisering en think global, act local ). Internationalisering brengt dan de behoeft met zich mee van meer behoud van eigen identiteit. De erkenning van streektalen, de toenemende belangstelling voor genealogie en lokale historie illustreren deze behoefte. Integratie met behoud van eigen identiteit speelt niet alleen internationaal, maar heeft ook consequenties voor de wijze waarop gestalte wordt gegeven aan de multiculturele samenleving. Een belangrijke bindende factor in deze smeltkroes van culturen en nationaliteiten is het Engels als tweede taal. Steeds meer mensen beheersen het Engels, waardoor steeds meer mensen in staat zijn met elkaar te communiceren, elkaar te informeren en met elkaar te handelen. Doordat producten en diensten in het Engels ook voor een meer internationale markt geschikt zijn, dient Nederland meer en meer rekening te houden met concurrentie uit het buitenland. Toenemende concurrentie ontstaat wanneer voor meer binnenlandse bedrijven Europa of zelfs de wereld de relevante markt gaat vormen of wanneer buitenlandse bedrijven nationale markten gaan betreden. Nieuwe marketingtechnieken, nieuwe computersoftware, call-centers en flexibele productiemethoden openen belangrijke nieuwe mogelijkheden om nauwer aan te sluiten bij behoeften van klanten, om nieuwe klanten te winnen en om bestaande banden met klanten te versterken. Nieuwe wegen naar de klant, zoals e-commerce, betere en goedkopere distributie faciliteiten en goedkopere productie of research & development lokaties, kunnen leiden tot verschuivingen en hergroeperingen binnen bestaande organisaties of in nieuwe ketenstructuren. Dit alles wordt in de hand gewerkt door het gebruik van Internet, waardoor fysieke afstanden gemakkelijker en sneller worden overbrugd en internationale netwerken omvangrijker kunnen worden. Mede door informatisering en internationalisering veranderen de taken van de overheid. De overheid lijkt marktwerking te moeten of te willen bevorderen, maar moet daar tegelijkertijd wel randvoorwaarden voor scheppen. Binnen de nieuwe informatiemaatschappij gaat het dan met name om het bevorderen van de betrouwbaarheid van het elektronisch verkeer, het wegnemen van belemmeringen in de bestaande (juridische) infrastructuur en het stimuleren van ondersteunende voorzieningen, zoals standaardisatie. Standaardisatie is in principe niets anders dan het bevorderen van uitwisseling en hergebruik waardoor een hogere kwaliteit dienstverlening tegen lagere kosten geboden kan worden. 15

16 3. Trends in de ontwikkeling van informatie- en communicatietechnologie 3.1. Inleiding Informatie- en communicatietechnologie (ICT) is een overkoepelend begrip voor verschillende (digitale) technologieën die gebruikt worden voor het verzamelen, opslaan, ordenen, bewerken, verwerken, overdragen en verspreiden van informatie. Deze informatie kan verschillende vormen hebben zoals numerieke data, teksten, beelden en geluid. Vaak worden voor combinaties van deze vormen termen als multimedia-componenten gehanteerd. De revolutionaire ontwikkeling van de informatie- en communicatietechnologie (ICT) heeft verstrekkende gevolgen voor de economie en de samenleving. ICT is daarbij zowel de driver als de enabler voor vele ingrijpende veranderingen in onze samenleving. Omdat informatie een meer centrale plaats inneemt of zal innemen in onze samenleving vergelijkbaar met de plaats van grondstoffen en energie in de industriële samenleving, spreken we van een informatiemaatschappij. De wijze waarop bedrijven, organisaties, overheden en burgers in staat zijn om met informatie om te gaan wordt steeds meer bepalend voor succesvolle participatie in samenleving, cultuur en economie. De uiteindelijke impact van ICT op toekomstige maatschappelijke en economische constellaties wordt waarschijnlijk in hoge mate beïnvloed door reeds bestaande gewoontes en machtsverhoudingen. Deze invloed kan de verdere ontwikkeling naar de informatiesamenleving daarom op een specifieke manier kleuren. Op haar beurt kan ICT ook bepaalde eerder ingezette ontwikkelingen versterken en versnellen. Zo is ICT een drijvende kracht achter globalisering en werkt ICT stimulerend op de verdere ontwikkeling van de dienstensector. Tegen deze achtergrond worden in dit hoofdstuk enkele belangrijke trends in ICT-ontwikkelingen geschetst. Het is echter, omdat de ontwikkelingen op dit gebied in hoog tempo plaatsvinden, vrijwel onmogelijk om trends te identificeren in de ontwikkeling en toepassing van ICT die een doorloop hebben van meer dan enkele jaren. In dit licht dienen de volgende beschouwingen dan ook te worden bezien Trends in computerkracht Het meest in het oog springend is de geweldige miniaturisering, toename in processorcapaciteit en daarbij een sterke prijsdaling van de centrale processor units in computers. De toenemende proceskracht per oppervlakte maakt deze drie trends mogelijk. Hierbij wordt vaak de Wet van Moore gehanteerd. Deze Wet, genoemd naar Gordon Moore, een van de oprichters van Intel, zegt dat het aantal transistors op een processor chip elke achttien maanden met een factor twee toeneemt. Een zelfde ontwikkeling hebben ook geheugens en externe datadragers ondergaan. Hierop steunt de evolutie van mainframes, via midi- naar minicomputers, en vervolgens de ontwikkelingen rond de personal computer zoals we die nu kennen. Een gelijktijdige ontwikkeling laten de besturingsssytemen zien: de software die het gebruik van computers en randapparatuur mogelijk maakt. Hierin is de ontwikkeling van meer intuitieve interfaces als het Windows concept bepalend geweest voor de democratisering en popularisering van computergebruik. Meer onzichtbaar is de door de ontwikkeling van computerchips mogelijk gemaakte digitalisering van de besturing van tal van gebruiksystemen als wasmachines, auto s, magnetrons en dergelijke maar ook van het betalingsverkeer, automaten, procesbeheersingssystemen, communicatiesystemen en tools. Dit wordt wel ubiquitous computing 15 genoemd. Ubiquitous computing betekent letterlijk alom aanwezige computertechnologie door de integratie van microprocessoren in alledaagse goederen als witgoed, meubels, kleding, speelgoed en zelfs verf. Door ubiquitous communication kunnen deze processoren met elkaar en met de gebruiker communiceren door middel van ad-hoc en wireless netwerken. Door middel van een intelligent user interface kunnen de gebruikers deze omgeving controleren en ermee interacteren op een natuurlijke en gepersonaliseerde wijze. 15 Cahil, E., Scapolo, F. (1999) The Futures Project. Technology Map, European Commission, EUR 19031EN 16

17 De combinatie van ubiquitous computing en communication en intelligente interfaces wordt ook wel ambient intelligence genoemd. 16 De aanwezigheid overal wil zoveel zeggen als: computers versmelten met toepassingen die we al kennen zoals de dingen van alle dag die nu met elkaar in verbinding gaan staan en simpel gezegd het leven verder veraangenamen of het comfort vergroten, zowel thuis, op het werk als onderweg. In het algemeen is er sprake van het kleiner en lichter worden van alle benodigde devices en van mogelijkheden om die met elkaar te verbinden (interconnectiviteit). Interconnectiviteit wordt vooral mogelijk gemaakt door korte afstand wireless communication 17. Communicatie tussen apparaten, die gebaseerd is op korteafstandsradiotechnologie, zoals bijvoorbeeld de Bluetooth-technologie, biedt nieuwe mogelijkheden voor betrouwbare, draadloze signaaloverdracht binnen wat tegenwoordig een personal area network (PAN) heet. Bluetooth en de nog veel krachtiger, nu in ontwikkeling zijnde technologieën als Ultrawideband, maken het mogelijk allerlei apparaten draadloos te verbinden. De verschillende apparaten en devices als (lap-top) computer, toetsenbord, muis, printer, fax, audio- en videospelers, digitale camera en camcorder, Personal Digital Assistents, joysticks, hoofdtelefoons, mobiele telefoons en andere randapparatuur hoeven daarbij niet in elkaars gezichtsveld te staan zoals bij infra-rood verbindingen nog wel nodig is. Een geavanceerde mobiele telefoon kan zo met een computer worden verbonden voor het uitwisselen van informatie. Ook kan er lokale toegang worden verschaft tot bestaande netwerken (bijv. Internet). De ontwikkelingen op dit lokale niveau zijn te karakteriseren als het realiseren van een geïntegreerde digitale omgeving waarin een enkele gebruiker een veelvoud aan computertoepassingen tegelijk gebruikt, zonder dat dit direct zichtbaar is. Dit kleinschalige niveau is deels representatief voor het grootschalige niveau van grote computernetwerken als intra- en Internet ICT-trends gerelateerd aan OSI-model ICT-trends kunnen gerelateerd worden aan het OSI-model. Het Open Systems Interconnection Model dat is ontwikkeld in 1977 en herzien in 1984 geeft een conceptueel kader voor het begrijpen van de interacties die plaats vinden tussen de verschillende devices op een netwerk. Het OSI-referentiemodel gaat uit van de volgende 7 lagen: Laag 7. Applicatie laag Laag 6. Presentatie laag Laag 5. Sessie laag Laag 4. Transport laag Laag 3. Netwerk laag Laag 2. Datalink laag Laag 1. Fysieke laag Figuur 1 Het OSI-model 16 Ahola, J. (2001) Ambient intelligence. Ercim news, 47. Special theme: Ambient intelligence. 17 Bouwman, H., Hes, R., La Porte, T., Weterveld, R.(2000) ICT in huis: de magnetron als informatiebron. Trends in informatie- en communicatietechnologie in de huiselijke omgeving in het jaar 2010, Werkdocument Sociaal Cultureel Planbureau, Den Haag 17

18 Het OSI-model Het OSI-model is vooral een conceptueel model om over de technologieën waarop communicatienetwerken zijn gebaseerd te kunnen praten. Het beschrijft niet de ICT of Internet werkelijkheid omdat die veel chaotischer in elkaar zit. Maar het biedt een kader waarin allerhande trends beter van elkaar kunnen worden onderscheiden, waardoor ook afhankelijkheden conceptueel beter kunnen worden begrepen. Een primitieve analogie kan het OSI-model verduidelijken. Een applicatie als een scheerapparaat biedt de service van het verwijderen van baardharen. Hoe het apparaat dat doet (snijden, uittrekken, afbranden) is niet van belang. Van belang is dat het apparaat vermogen nodig heeft om de service te kunnen bieden en dus moet worden aangesloten op iets dat dat levert: de vermogen leverende laag, bijvoorbeeld het electriciteitsnet. Toegang tot die laag wordt in dit geval heel fysiek geboden door een stopcontact en een stekker, de interface tussen apparaat en vermogen leverend net. Iedereen die vroeger wel eens internationaal reisde, kende de beperkingen: de stekker paste elders niet. Nog erger: de spanning kon bovendien wel eens afwijkend zijn bijvoorbeeld 110 volt in plaats van de benodigde 220 volt of als gelijkstroom in plaats van als wisselstroom (of er was gewoon geen stroom). In veel situaties kon de service dus niet worden geleverd omdat het met de vermogenleverende laag wat betreft dit scheerapparaat niet klikte. Als we nu het scheerapparaat vervangen door twee walkie-talkies met versleuteling dan hebben we de situatie: de service is private verbale communicatie-overdracht, de onderliggende laag is een radiografische verbinding maar hier is nog een tussenlaag nodig die versleuteling mogelijk maakt. Dus er zijn nodig een coder en een decoder die kunnen samen werken omdat ze een versleutel protocol hebben afgesproken. Die communiceren niet rechtstreeks maar via de radiografische laag. Welk protocol ze gebruiken is niet zo belangrijk, als de sleutel maar (deels) geheim blijft vanwege de eis van private communicatie, maar dat er een gedeeld protocol over de versleuteling moet zijn is evident. De versleuteling werkt hier als een soort primitieve adressering: alleen de andere eigenaar van het protocol kan het bericht daadwerkelijk ontcijferen ook al kunnen velen het versleutelde bericht in principe ontvangen. In feite geldt conceptueel dat elke laag in het OSI model een service biedt aan een bovenliggende laag waarmee het via een interface is verbonden, Hoe in de eigen laag de communicatie via een protocol wordt afgehandeld hoort alleen bij die laag en heeft geen invloed op de hogere lagen. Natuurlijk geldt wel dat beperkingen in de ene laag invloed hebben op de services die in hogere lagen geboden kunnen worden. Wat zijn nu de conceptuele lagen van het OSI-model: - de fysieke laag: deze zorgt voor de feitelijke verbinding waarover bits (enen en nullen) kunnen worden getransporteerd van zender naar ontvanger. Dat kan mechanisch (klopsignalen), elektrisch (wire), elektro-magnetisch (ether) of optisch (fiber) worden gerealiseerd. De service is transmissie. - de data link layer Stel je zit in een gevangenis en probeert te commniceren via klopsignalen met een mede-gevangene, maar er wordt ook verbouwd en ook anderen zijn bezig zo te communiceren. Dan is het handig wat extra controle informatie in het communicatie-kanaal in te bouwen. Je kunt bijvoorbeeld afspreken dat jouw enen (twee kloppen) en nullen (een klop) altijd eerst voorafgegaan worden door drie kloppen. Of dat je na elke tien bits een controle boodschap van vijf kloppen zult geven. Als de telling bij de ontvanger afwijkt van tien kan die door kloppen aangeven, dat je opnieuw met de laatste tien bits moet beginnen. Dit garandeert dat wat deze layer doorlaat vrijwel foutloos is en levert dus als service betrouwbare transmissie. - De network layer; deze heeft als service de posterijen functie. Een (betrouwbaar) setje van enen en nullen is geadresseerd. Langs welke weg het precies op zijn plaats van bestemming komt maakt verder niet uit. Dat hangt er onder meer van af of de meest directe posttreinen wel of niet rijden (congestion control) De service is routing - De transport layer De post kan zelfs beslissen om het setje enen en nullen in meerdere kleinere pakketjes te splitsen die mogelijk zelfs via verschillende routes en niet in de oorspronkelijke volgorde weer tezamen komen op het bestemmingsadres. Maakt door deze service niet uit: uiteindelijk wordt door deze service het oorspronkelijke bericht in zijn originele gedaante gereconstrueerd en afgeleverd. De service is whole message delivery and receipt control. - Session layer: Als twee mensen willen communiceren via een netwerk dan zullen ze een communicatiekanaal moeten kunnen openen en ervoor moeten zorgen dat ze afwisselend informatie zenden en ontvangen. Een telefonische communicatie werkt ook niet als beide partijen voortdurend aan het woord zijn, dus dan zeg je: luister eens even. De session layer opent het kanaal tussen twee partijen, regelt de dialoog, bijvoorbeeld door te zorgen dat steeds slechts één partij kan zenden, zorgt er 18

19 bij storingen voor dat je niet helemaal opnieuw hoeft te beginnen maar kunt verder gaan waar je bij de storing gebleven was, en sluit het kanaal ook weer keurig af als de sessie beeindigt wordt. De service is dialog setup, control and closure. - Presentation layer Als er geen audio (telefonie) maar tekst- of andere informatie wordt uitgewisseld, dan wordt deze vaak ontdaan van de toevallige presentatiewijze en meer generiek of zelfs via compressietechnieken meer efficiënt getransporteerd, samen met gegevens over de oorspronkelijke wijze van weergeven. Na ontvangst zorgt deze layer voor reconstructie van de verschijningsvorm van de oorspronkelijke informatie. De service is dus look alike presentation. - Application layer Dit is de toplaag en biedt als service het ondersteunen van toepassingen. Dit kan door het leveren van interfaces aan applicaties waardoor deze van network services gebruik kunnen maken. Voorbeelden zijn Internet, , file transfer, netwerk management en vele andere applicaties. Het model kan gebruikt worden om de verschillende trends te ordenen omdat het bijdraagt aan het je realiseren dat bijvoorbeeld de ontwikkelingen op het gebied van breedband vooral gepositioneerd moeten worden in de 1 e laag (fysieke laag) terwijl bijvoorbeeld ontwikkelingen op het gebied van nieuwsgroepen of community building zich afspelen in de 7 e laag (applicatie laag). Het zal duidelijk zijn dat veranderingen in de fysieke laag doorwerken in alle andere lagen en dat veranderingen in de onderste lagen van het OSImodel een grote impact hebben op verschillende spelers in de keten. Dat geeft ook het belang aan van de noodzaak en kracht van standaardisatie van ontwikkelingen in al deze lagen Trends in lagen 1-4 De trend is naar meer intelligente netwerksystemen op basis van verdere verbeteringen in de hard- en software. Voorbeelden van trends die zich afspelen op het niveau van laag 1-4 van het OSI-model zijn: - Toename in bandbreedte van de netwerk infrastructuur (lijn en draadloos); - Overgang van circuit-schakelen (per tijdseenheid) naar pakket-schakelen (per hoeveelheid data). Omdat steeds minder gebruik van vaste (point-to-point) verbindingen wordt gemaakt maar meer van wisselende routing over een netwerk wordt ook afgerekend per pakketje data in plaats van de beschikbaarheid van een verbinding. Deze trend resulteert daardoor in de mogelijkheid om continu verbonden te zijn met het netwerk ( always on ofwel via lijnverbindingen, bijvoorbeeld kabelnet, of draadloos). - Invoering van nieuwe compressietechnieken. Deze reduceren de omvang van grote bestanden, waardoor deze bestanden sneller en gemakkelijker kunnen worden uitgewisseld. Breedband 18 Met bandbreedte wordt de overdrachtscapaciteit (transmissiecapaciteit) per tijdseenheid van een netwerk aangegeven. Hoe groter de bandbreedte hoe sneller het gegevenstransport. Dit wordt uitgedrukt in het aantal (kilo (1000), mega (1000 kilo) of giga (1000 mega) bytes dat per seconde kan worden overgebracht. In deze context wordt het begrip breedband gehanteerd, alhoewel er nog geen echte consensus bestaat over een eenduidige definitie. Daar komt bij dat het begrip zelf ook aan verandering onderhevig is. Zo werd bijvoorbeeld ISDN bij de introductie destijds getypeerd als een breedbandige infrastructuur. Inmiddels is ISDN door de introductie van nieuwe technieken min of meer smalbandig geworden. De basis van breedband ligt in de techniek. In Europa is de Digital Video Broadcasting (DVB) standaard de belangrijkste standaard voor digitale beeld- cq. data-transmissie. De drie belangrijkste breedbandinfrastructuren (kabel, satelliet en aards mobiel netwerk) werken allemaal met subsets van deze standaard. Daarnaast zijn belangrijke infrastructuren xdsl en UMTS. In de afgelopen jaren zijn technieken ontwikkeld die datatransmissie met hoge snelheid over de koperen telefoonlijnen mogelijk maken. Deze technieken zijn allen varianten van de Digital Subscriber Line en worden aangegeven met de naam xdsl. De bekendste hiervan is Asymmetric Digital Subscriber Line (ADSL). Deze techniek maakt gebruik van de bestaande telefonieverbinding van een abonnee. Bij ADSL is 18 VECAI (2000) Breedbandmonitor, Vecai, Den Haag 19

20 de capaciteit asymmetrisch verdeeld, waardoor de beschikbare bandbreedte naar de abonnee toe vele malen groter is (1 8 Mb/s) dan die van de abonnee naar buiten ( Kb/s). ADSL is in Nederland gestart in maart 2000, maar medio 2002 nog niet overal beschikbaar. Het Universal Mobile Telecommunication System (UMTS) is een derde generatie draadloos systeem voor mobiele communicatie en kan als opvolger van GSM (en GPRS) worden gezien. GSM (Global System for Mobile Communication) is een wereldwijde standaard voor smalband digitale mobiele communicatie. Met GSM kunnen teksten worden ontvangen en kunnen data met een snelheid van 9,6 Kb/s worden verstuurd. UMTS is in tegenstelling tot GSM zeer geschikt voor datatransmissie. Het UMTS systeem werkt met een transmissie snelheid van 144 Kb/s oplopend tot 2 Mb/s. De UMTS frequenties zijn in Nederland in de zomer van 2000 geveild. Een vrij robuuste trend is dus de ontwikkeling van breedbandige, hoge snelheidsnetwerken en de ontwikkeling van mobiele (draadloze) communicatienetwerken. Overigens is de markt voor breedband nog steeds sterk in ontwikkeling. Nieuwe xdsl-technieken dienen zich aan en breedband glasvezel wordt steeds dichter tot de huiskamer gebracht ( fiber to the home ). Elke techniek is geschikt voor bepaalde diensten, maar in het algemeen kan worden gesteld dat de ontwikkeling van nieuwe diensten voor breedband toepassingen achterblijft bij de verwachtingen. Ook dient te worden bedacht dat niet voor elke applicatie een breedbandinfrastructuur nodig is. Het is bijvoorbeeld heel wel denkbaar dat voor bepaalde applicaties een grote hoeveelheid van de benodigde data (bijv. video-toepassingen) op een off-line medium wordt vastgelegd (bijvoorbeeld CD-ROM of DVD), terwijl voor de actuele data of voor updating gebruik wordt gemaakt van een online verbinding. Dergelijke hybride systemen zijn vooral goed inzetbaar op het moment dat breedbandverbindingen nog niet of slechts in beperkte mate voorhanden zijn. Ook de voortgang in het ontwikkelen van datacompressie technieken biedt op dit gebied kansen. Breedband biedt meer mogelijkheden voor tweeweg communicatie en maakt multimedia-toepassingen mogelijk die een hoge transmissiecapaciteit vereisen (bijvoorbeeld video-conferenties, streaming audio en video) De telecommunicatiewereld is de laatste jaren sterk veranderd. De liberalisering van de telecommarkt heeft geleid tot vele nieuwe (internationale) toetreders in de vaste en mobiele infrastructuur en diensten. Het belang van de penetratie van de mobiele infrastructuur is hierbij zeer sterk toegenomen. De diensten van deze netwerken beperken zich allang niet meer tot telefonie en value added network services (VAN s). Met name door de groei van het Internetgebruik treden verschuivingen op in techniek, markt en regelgeving. De kabelbedrijven leveren naast de standaard TV en radiokanalen ook spraak- en internetdiensten over de kabelinfrastructuur. De elektronische snelweg bestaat hierdoor uit een aaneenschakeling van een groot aantal heterogene infrastructuren onder beheer van diverse beheerders. Het is duidelijk dat door deze trends de mobiliteit kan toenemen omdat ze een gegarandeerde toegang tot de infrastructuur mogelijk maken. Deze ontwikkelingen bevorderen tevens de flexibiliteit en schaalbaarheid. De laatste jaren worden er grote inspanningen verricht om te komen tot een optimale interoperabiliteit van informatie- en communicatiesystemen en applicaties. Op dit niveau, waaraan sinds 1995 de term interoperabiliteit verbonden is, betreft het er voor zorgen dat systemen (bijvoorbeeld telefoniesystemen) daadwerkelijk met elkaar in real time kunnen samen werken. Bij een gebrek aan interoperabiliteit in deze betekenis, kan er geen communicatie tussen systemen plaats vinden Middleware ontwikkelingen in lagen 5-6 De trends die zich binnen OSI-laag 5-6 afspelen hebben vooral te maken met verdere middleware ontwikkelingen die er voor moeten zorgen dat applicaties steeds gemakkelijker van allerlei diensten gebruik kunnen maken en ook beter van het ene systeem naar het andere systeem kunnen worden overgezet (portabiliteit). Middleware is de software tussen de applicatie programma s en de netwerken. In analogie zou men kunnen zeggen dat middleware het mogelijk maakt om een computer met hetzelfde gemak aan een informatie utiliteit te koppelen (ondanks de grote diversiteit in hard- en software), als waarmee men een telefoon inplugt in een telefoonstekkerdoos. Middleware vormt een soort interface tussen applicatie programma en operating- en netwerksystemen, waarbij een onderscheid kan worden gemaakt tussen: applicatie programma interfaces, systeemprogramma interfaces, communicatie interfaces, gebruikers interfaces en data interfaces. 20

Flexibel werken en organiseren

Flexibel werken en organiseren Flexibel werken en organiseren Flexibel werken en organiseren Inhoud Inhoud Inleiding De kracht van flexibiliteit Differentiatie in ontwikkeling en doorstroom gebaseerd op organisatieverschillen Aspecten

Nadere informatie

21st Century Skills Training

21st Century Skills Training Ontwikkeling van competenties voor de 21 e eeuw - Vernieuwend - Voor werknemers van nu - Met inzet van moderne en digitale technieken - - Integratie van social media - Toekomstgericht - Inleiding De manier

Nadere informatie

E-participatie via sociale media: hoe doe je dat? Door: Janine Bake

E-participatie via sociale media: hoe doe je dat? Door: Janine Bake E-participatie via sociale media: hoe doe je dat? Door: Janine Bake Kijkt u eens om u heen, zit u ook met een computer, mobiele telefoon, misschien wel twee en mogelijk ook nog andere type computer zoals

Nadere informatie

2013-2017. Huiswerkbeleid

2013-2017. Huiswerkbeleid 01-017 Huiswerkbeleid Inhoudsopgave Beschrijving doelgroep Visie op onderwijs Basisvisie Leerinhouden/Activiteiten De voor- en nadelen van het geven van huiswerk Voordelen Nadelen Richtlijnen voor het

Nadere informatie

Competentieprofiel voor coaches

Competentieprofiel voor coaches Competentieprofiel voor coaches I. Visie op coaching Kwaliteit in coaching wordt in hoge mate bepaald door de bijdrage die de coach biedt aan: 1. Het leerproces van de klant in relatie tot diens werkcontext.

Nadere informatie

Examenprogramma beeldende vorming

Examenprogramma beeldende vorming Examenprogramma beeldende vorming Informatiewijzer Preambule 1 Leeswijzer 2 beeldende vorming 3 1. Preambule De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo gelden, zijn 1

Nadere informatie

Voor wie verstandig handelt! Daling personeel

Voor wie verstandig handelt! Daling personeel Daling personeel Trendsamenvatting Naam Definitie Scope Invloed Conclusie Bronnen Daling personeel Het aantal medewerkers dat werkzaam is in de sector / branche zal gemiddeld genomen hoger opgeleid zijn,

Nadere informatie

Sociale innovatie. Integraal op weg naar topprestaties in teams en organisaties

Sociale innovatie. Integraal op weg naar topprestaties in teams en organisaties Sociale innovatie Integraal op weg naar topprestaties in teams en organisaties DATUM 1 maart 2014 CONTACT Steef de Vries MCC M 06 46 05 55 57 www.copertunity.nl info@copertunity.nl 2 1. Wat is sociale

Nadere informatie

Leeftijdbewust personeelsbeleid De business case

Leeftijdbewust personeelsbeleid De business case Leeftijdbewust personeelsbeleid De business case Inleiding Binnen de sector ziekenhuizen is leeftijdsbewust personeelsbeleid een relevant thema. De studie RegioMarge 2006, De arbeidsmarkt van verpleegkundigen,

Nadere informatie

De kracht van een sociale organisatie

De kracht van een sociale organisatie De kracht van een sociale organisatie De toegevoegde waarde van zakelijke sociale oplossingen Maarten Verstraeten. www.netvlies.nl Prinsenkade 7 T 076 530 25 25 E mverstraeten@netvlies.nl 4811 VB Breda

Nadere informatie

De motor van de lerende organisatie

De motor van de lerende organisatie De motor van de lerende organisatie Focus op de arbeidsmarkt Naast het erkennen van leerbedrijven is Calibris verantwoordelijk voor ontwikkeling en onderhoud van kwalificaties in de sectoren zorg, welzijn

Nadere informatie

Make it work! Virtuele mobiliteit in internationale stages integreren: een snelgids

Make it work! Virtuele mobiliteit in internationale stages integreren: een snelgids Make it work! Virtuele mobiliteit in internationale stages integreren: een snelgids Wat? Internationale stages worden steeds belangrijker in de context van de internationalisering van hoger onderwijs en

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer vwo 2003-II

Eindexamen maatschappijleer vwo 2003-II Opgave 1 Armoede en werk 1 Het proefschrift bespreekt de effecten van het door twee achtereenvolgende kabinetten-kok gevoerde werkgelegenheidsbeleid. / De titel van het proefschrift heeft betrekking op

Nadere informatie

Vernieuwing geeft méér waarde aan medezeggenschap

Vernieuwing geeft méér waarde aan medezeggenschap 10 Vernieuwing geeft méér waarde aan medezeggenschap Vernieuwing geeft méér waarde aan medezeggenschap Kim van der Hoeven 1. Inleiding Ontwikkelingen in maatschappij en samenleving denk met name aan de

Nadere informatie

Examenprogramma geschiedenis en staatsinrichting vmbo

Examenprogramma geschiedenis en staatsinrichting vmbo Examenprogramma geschiedenis en staatsinrichting vmbo Informatiewijzer Preambule 1 Leeswijzer 2 geschiedenis en staatsinrichting 3 1. Preambule De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren

Nadere informatie

De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo gelden, zijn

De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo gelden, zijn Examenprogramma dans Informatiewijzer Preambule 1 Leeswijzer 2 dans 3 1. Preambule De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo gelden, zijn 1 Werken aan vakoverstijgende

Nadere informatie

HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS. Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics

HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS. Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics HET NIEUWE WERKEN IN RELATIE TOT PERSOONLIJKE DRIJFVEREN VAN MEDEWERKERS Onderzoek door TNO in samenwerking met Profile Dynamics 1 Inleiding Veel organisaties hebben de afgelopen jaren geïnvesteerd in

Nadere informatie

Bewegen tot leren: Perspectieven voor een krachtige leeromgeving

Bewegen tot leren: Perspectieven voor een krachtige leeromgeving Bewegen tot leren: Perspectieven voor een krachtige leeromgeving Jouw ervaring Neem iets in gedachten dat je nu goed kunt en waarvan je veel plezier hebt in je werk: Vertel waartoe je in staat bent. Beschrijf

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

Leer Opdrachten ontwerpen voor Blended Learning

Leer Opdrachten ontwerpen voor Blended Learning Leer Opdrachten ontwerpen voor Blended Learning Helder &Wijzer Mijn opdrachten In een kort, blended programma In het kort Voor wie docenten/trainers die blended opdrachten willen leren ontwerpen en ontwikkelen

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer vwo 2006-I

Eindexamen maatschappijleer vwo 2006-I Opgave 4 Mens en werk: veranderingen op de arbeidsmarkt tekst 9 5 10 15 20 25 30 35 Volgens de auteurs van het boek Weg van het overleg? komen de nationale overheid en de sociale partners steeds verder

Nadere informatie

Samen voor een sociale stad

Samen voor een sociale stad Samen voor een sociale stad 2015-2018 Samen werken we aan een sociaal en leefbaar Almere waar iedereen naar vermogen meedoet 2015 Visie VMCA 2015 1 Almere in beweging We staan in Almere voor de uitdaging

Nadere informatie

Zelfdiagnostische vragenlijst verandercompetenties

Zelfdiagnostische vragenlijst verandercompetenties Zelfdiagnostische vragenlijst verandercompetenties Het gaat om de volgende zeven verandercompetenties. De competenties worden eerst toegelicht en vervolgens in een vragenlijst verwerkt. Veranderkundige

Nadere informatie

Digitale Ongelijkheid

Digitale Ongelijkheid Digitale Ongelijkheid klantenservice via digitale media Dr. Alexander van Deursen Vakgroep Media, Communicatie en Organisatie Toegang tot digitale media Motivatie 5% niet gemotiveerd om internet te gebruiken

Nadere informatie

De elektronische leeromgeving in 2014

De elektronische leeromgeving in 2014 De elektronische leeromgeving in 2014 1 Wat is de ELO De elektronische leeromgeving is gericht op het ondersteunen, uitlokken en stimuleren van het leren en de leerprocessen van studenten en docenten door

Nadere informatie

Samenwerking. Betrokkenheid

Samenwerking. Betrokkenheid De Missie Het Spectrum is een openbare school met een onderwijsaanbod van hoge kwaliteit. We bieden het kind betekenisvol onderwijs in een veilige omgeving. In een samenwerking tussen kind, ouders en school

Nadere informatie

Managers en REC-vorming ----- GEEN VOORUITGANG ZONDER VOORTREKKERS

Managers en REC-vorming ----- GEEN VOORUITGANG ZONDER VOORTREKKERS @ ----- Managers en REC-vorming ----- AB ZONDER VOORTREKKERS GEEN VOORUITGANG De wereld van de REC-vorming is volop beweging. In 1995 werden de eerste voorstellen gedaan en binnenkort moeten 350 scholen

Nadere informatie

Het Management Skills Assessment Instrument (MSAI)

Het Management Skills Assessment Instrument (MSAI) Het Management Skills Assessment Instrument (MSAI) Het zelfbeoordelingsformulier Het doel van deze evaluatie is om u te helpen bij het bepalen van de belangrijkste aandachtsvelden van uw leidinggevende

Nadere informatie

Tot slot. Aanbevelingen. Inleiding. Naar een lerende economie Investeren in het verdienvermogen van Nederland synopsis van WRR - rapport 90

Tot slot. Aanbevelingen. Inleiding. Naar een lerende economie Investeren in het verdienvermogen van Nederland synopsis van WRR - rapport 90 Hoe ziet dat er on de praktijk uit? (per sector / organisatie / afdeling / functie) Natuurlijke hulpbronnen en mensen zullen schaars zijn en de beschikbaarheid van kapitaal is niet te voorspellen. Met

Nadere informatie

Opleiden in het digitale tijdperk Mary Dankbaar

Opleiden in het digitale tijdperk Mary Dankbaar Opleiden in het digitale tijdperk Mary Dankbaar Online learning is the single biggest change in education since the printing press John Chubb and Terry Moe Inhoud Online leren Voordelen en aandachtspunten

Nadere informatie

Het Nieuwe Werken Expertmeeting HDR-De Bijenkorf

Het Nieuwe Werken Expertmeeting HDR-De Bijenkorf Het Nieuwe Werken Expertmeeting HDR-De Bijenkorf Performa-beurs 13-10-2010 Thijs Edelkoort en Maaike Korenstra Het Nieuwe Werken Definitie volgens AT Osborne: Door maatschappelijke ontwikkelingen en de

Nadere informatie

Leergang Leiderschap voor Professionals

Leergang Leiderschap voor Professionals Leergang Leiderschap voor Professionals Zonder ontwikkeling geen toekomst! Leergang Leiderschap voor Professionals Tijden veranderen. Markten veranderen, organisaties en bedrijven veranderen en ook de

Nadere informatie

Vastgesteld november 2013. Visie op Leren

Vastgesteld november 2013. Visie op Leren Vastgesteld november 2013. Visie op Leren Inhoudsopgave SAMENVATTING... 3 1. INLEIDING... 4 1.1 Aanleiding... 4 1.2 Doel... 4 2. VISIE OP LEREN EN ONTWIKKELEN... 6 2.1 De relatie tussen leeractiviteiten

Nadere informatie

Examenprogramma Engelse taal

Examenprogramma Engelse taal Examenprogramma Engelse taal Informatiewijzer Preambule 1 Leeswijzer 2 Engelse taal 3 1. Preambule De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo gelden, zijn 1 Werken aan

Nadere informatie

Visie op duurzaam Veranderen

Visie op duurzaam Veranderen Visie op duurzaam Veranderen Ruysdael Ruysdael is een gerenommeerd bureau dat zich sinds haar oprichting in 1994 heeft gespecialiseerd in het managen van veranderingen. Onze dienstverlening kent talloze

Nadere informatie

Ziekenhuisorganisatie Nieuwe Stijl

Ziekenhuisorganisatie Nieuwe Stijl Ziekenhuisorganisatie Nieuwe Stijl Ziekenhuizen bevinden zich in roerige tijden. De uitdaging voor ziekenhuizen is hoe op langere termijn kwalitatief hoogwaardige en doelmatige zorg te kunnen blijven bieden

Nadere informatie

INHOLLAND Lectoraat elearning Innoveren in onderwijs 1. Innoveren in onderwijs? Investeer in mensen!

INHOLLAND Lectoraat elearning Innoveren in onderwijs 1. Innoveren in onderwijs? Investeer in mensen! Innoveren in onderwijs? Investeer in mensen! Dr. Guus Wijngaards INHOLLAND Lector elearning 8 oktober 2006 De wil om het onderwijs te vernieuwen wordt breed gedragen. Scholen worstelen immers met dropout-

Nadere informatie

PrOmotie, Hét leermiddelenpakket voor het praktijkonderwijs

PrOmotie, Hét leermiddelenpakket voor het praktijkonderwijs Hét leermiddelenpakket voor het praktijkonderwijs hét leermiddelenpakket voor het praktijkonderwijs De leeromgeving biedt het praktijkonderwijs, zijn leerlingen en docenten een volwaardig en betaalbaar

Nadere informatie

examenprogramma s vo AANVULLING BEROEPSGERICHTE VAKKEN VOORTGEZET ONDERWIJS vmbo

examenprogramma s vo AANVULLING BEROEPSGERICHTE VAKKEN VOORTGEZET ONDERWIJS vmbo en mma s examenprogramma s vo AANVULLING BEROEPSGERICHTE VAKKEN VOORTGEZET ONDERWIJS vmbo 0. Inhoud 1. Preambule 2 2. Examenprogramma per vak. 4 2.0 Leeswijzer. 4 2.1 Techniek-breed *) 2.2 ICT-route *)

Nadere informatie

Fontys Educational Designer Mindz (FED Mindz) Projectplan. Visie

Fontys Educational Designer Mindz (FED Mindz) Projectplan. Visie Visie We leven in een wereld die sterk veranderlijk is. Er ligt een grote verantwoordelijkheid bij docenten om de nieuwe generaties als competente rebellen klaar te stomen voor een onbekende toekomst waarin

Nadere informatie

Verslag denktank 2013/2014

Verslag denktank 2013/2014 Verslag denktank 2013/2014 Deelnemers: HKU team: Salome Nobel, Jolanda Schouten, Nelly van de Geest; UCK: Haike de Visser; Culturele partners: KOPA: Manja Eland en Linda Rosink; Click F1: Alice Erens.

Nadere informatie

Functieprofiel Young Expert

Functieprofiel Young Expert 1 Laatst gewijzigd: 20-7-2015 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1 Ervaringen opdoen... 3 1.1 Internationale ervaring in Ontwikkelingssamenwerkingsproject (OS)... 3 1.2 Nieuwe vaardigheden... 3 1.3 Intercultureel

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

Verantwoordingsdocument September 2014 PERSONEELSPLAN

Verantwoordingsdocument September 2014 PERSONEELSPLAN Verantwoordingsdocument September 2014 PERSONEELSPLAN Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Organisatiestructuur... 4 2.1 Rollen binnen de Netwerkschool (zie bijlage)... 4 2.2 Het kernteam... 5 2.3 De Interne flexibele

Nadere informatie

VEILIG EN GEZOND WERKEN IN EEN VERANDERENDE ARBEIDSMARKT. Jos Sanders & collega s, TNO

VEILIG EN GEZOND WERKEN IN EEN VERANDERENDE ARBEIDSMARKT. Jos Sanders & collega s, TNO VEILIG EN GEZOND WERKEN IN EEN VERANDERENDE ARBEIDSMARKT Jos Sanders & collega s, TNO MEGATRENDS & ONTWIKKELINGEN ARBEID 1. Demografie: meer en diverser 2. Economie: grilliger en globaler 3. Sociaal-cultureel:

Nadere informatie

Leergang Allround Leiderschap

Leergang Allround Leiderschap Leergang Allround Leiderschap Zonder ontwikkeling geen toekomst! Leergang Allround Leiderschap Tijden veranderen. Markten veranderen, organisaties en bedrijven veranderen en ook de kijk op leiderschap

Nadere informatie

Opleidingsprogramma DoenDenken

Opleidingsprogramma DoenDenken 15-10-2015 Opleidingsprogramma DoenDenken Inleiding Het opleidingsprogramma DoenDenken is gericht op medewerkers die leren en innoveren in hun organisatie belangrijk vinden en zich daar zelf actief voor

Nadere informatie

2012-2016. Zelfstandig Leren

2012-2016. Zelfstandig Leren 2012-2016 Zelfstandig Leren 0 Inhoud Beschrijving doelgroep... 2 Visie op onderwijs... 2 Basisvisie... 2 Leerinhouden/ activiteiten... 2 Doelen voor het zelfstandig leren... 3 Definitie zelfstandig leren...

Nadere informatie

Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak

Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak Inhoud Inleiding 3 Stap 1 De noodzaak vaststellen 4 Stap 2 De business case 5 Stap 3 Probleemverdieping 6 Stap 4 Actieplan 8 Stap 5

Nadere informatie

Welkom. TOP-leren. Programma. Wat is Blended learning. Waarom blended learning. Onderdelen blended learning. Mixen (70-20-10) Ontwerpstappen

Welkom. TOP-leren. Programma. Wat is Blended learning. Waarom blended learning. Onderdelen blended learning. Mixen (70-20-10) Ontwerpstappen Mareen van Londen van de Beek Opleidingskundige & e-learningadviseur www.kies-advies.nl Welkom Mareen van Londen Opleidingskundige & (e)learning adviseur Blended learning design Interne adviseur Externe

Nadere informatie

CREATIEF DENKEN in ONDERWIJS Worskhops, training, begeleiding en materialen.

CREATIEF DENKEN in ONDERWIJS Worskhops, training, begeleiding en materialen. in NDERWIJS Creativiteit en Creatief Denken Creativiteit is een unieke eigenschap van de mens. Kijk om je heen, alles wat verzonnen en gemaakt is, vindt zijn oorsprong in het menselijk brein. Dat geldt

Nadere informatie

Prof.dr. Henk W. Volberda Rotterdam School of Management, Erasmus University Wetenschappelijk directeur INSCOPE

Prof.dr. Henk W. Volberda Rotterdam School of Management, Erasmus University Wetenschappelijk directeur INSCOPE Prof.dr. Henk W. Volberda Rotterdam School of Management, Erasmus University Wetenschappelijk directeur INSCOPE Bevindingen Erasmus Innovatiemonitor Zorg Eindhoven, 5 oktober 2012 TOP INSTITUTE INSCOPE

Nadere informatie

Zelfstandig werken = actief en zelfstandig leren van een leerling. Het kan individueel of in een groep van maximaal 6 leerlingen.

Zelfstandig werken = actief en zelfstandig leren van een leerling. Het kan individueel of in een groep van maximaal 6 leerlingen. Zelfstandig werken Zelfstandig werken = actief en zelfstandig leren van een leerling. Het kan individueel of in een groep van maximaal 6 leerlingen. Visie Leerlinggericht: gericht op de mogelijkheden van

Nadere informatie

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Algemene vorming op het einde van de derde graad secundair onderwijs Voor de sociale

Nadere informatie

Meedoen& Meetellen. Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals

Meedoen& Meetellen. Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals Meedoen& Meetellen Wat betekent het voor mensen met een verstandelijke beperking? Trainingsmodules voor professionals Samenstelling trainingsmodule Eline Roelofsen Roel Schulte www.verwondering.nu Illustratie

Nadere informatie

Tijdbesparing in de zorg met apps

Tijdbesparing in de zorg met apps De alles-in-1 Zorgapp Efficiënt en veilig Tijdbesparing in de zorg met apps Zorgapps maken al het coördinerende en administratieve werk eenvoudiger en efficiënter zodat tijd overblijft Moderne technologie

Nadere informatie

Actieve ouderen: feiten, mogelijkheden en belemmeringen

Actieve ouderen: feiten, mogelijkheden en belemmeringen Actieve ouderen: feiten, mogelijkheden en belemmeringen Symposium: Senioren in actie!? 11 oktober 2012 Prof. dr. M.J.M. Kardol Leerstoelhouder Active Ageing Vrije Universiteit Brussel 1. Waarom is het

Nadere informatie

ONDERWIJSONTWIKKELING - ACTIVERENDE DIDACTIEK

ONDERWIJSONTWIKKELING - ACTIVERENDE DIDACTIEK ONDERWIJSONTWIKKELING - ACTIVERENDE DIDACTIEK Iedereen heeft er de mond van vol: Het beste uit de leerling halen Recht doen aan verschillen van leerlingen Naast kennis en vaardigheden, aandacht voor het

Nadere informatie

middelbaar beroepsonderwijs Brainport regio Eindhoven Onderwijsvisie Onze kijk op onderwijs

middelbaar beroepsonderwijs Brainport regio Eindhoven Onderwijsvisie Onze kijk op onderwijs middelbaar beroepsonderwijs Brainport regio Eindhoven Onderwijsvisie Onze kijk op onderwijs Summa College maart 2013 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: De vijf onderwijspijlers 4 Hoofdstuk 2: De vijf onderwijspijlers

Nadere informatie

Competentieprofiel. kaderlid LGB Beroepsinhoud Zorg

Competentieprofiel. kaderlid LGB Beroepsinhoud Zorg Competentieprofiel kaderlid LGB Beroepsinhoud Zorg Generieke Competenties... 2 Affiniteit met kaderlidmaatschap... 2 Sociale vaardigheden... 2 Communicatie... 2 Lerend vermogen... 3 Initiatiefrijk... 3

Nadere informatie

Nieuwe verbindingen. Inspiratie voor innovatie. Van Kenniscreatie naar Kenniscirculatie. Peter Koudstaal 3 juni 2010

Nieuwe verbindingen. Inspiratie voor innovatie. Van Kenniscreatie naar Kenniscirculatie. Peter Koudstaal 3 juni 2010 Nieuwe verbindingen Inspiratie voor innovatie Van Kenniscreatie naar Kenniscirculatie Peter Koudstaal 3 juni 2010 2 Inhoud 1. Hoe behoeften leiden tot nieuwe verbindingen 2. Aan de slag met nieuwe verbindingen

Nadere informatie

Aan de slag met duurzame inzetbaarheid 3 november 2015

Aan de slag met duurzame inzetbaarheid 3 november 2015 Duurzame inzetbaarheid uitgangspunt personeelsbeleid Het voorstel is duurzame inzetbaarheid centraal te stellen in het personeelsbeleid om medewerkers van alle levensfasen optimaal inzetbaar te houden

Nadere informatie

Strategisch bedrijfsplan 2013-2016. Het Algemeen Maatschappelijk Werk werkt voor mens en maatschappij

Strategisch bedrijfsplan 2013-2016. Het Algemeen Maatschappelijk Werk werkt voor mens en maatschappij Strategisch bedrijfsplan 2013-2016 Het Algemeen Maatschappelijk Werk werkt voor mens en maatschappij 1 2013-2016 Maatschappelijk werk beweegt zich van oudsher tussen de vragen van de lokale maatschappij

Nadere informatie

Advies aan de staatssecretarissen van Veiligheid en Justitie en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap inzake cybersecurity in het onderwijs en het

Advies aan de staatssecretarissen van Veiligheid en Justitie en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap inzake cybersecurity in het onderwijs en het Advies aan de staatssecretarissen van Veiligheid en Justitie en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap inzake cybersecurity in het onderwijs en het bedrijfsleven. 3 Excellenties, De wereld digitaliseert in hoog

Nadere informatie

Presentatie VTOI 8 april 2016. Paul Schnabel

Presentatie VTOI 8 april 2016. Paul Schnabel Presentatie VTOI 8 april 2016 Paul Schnabel Visie Ingrediënten voor het eindadvies Resultaten dialoog Wetenschappelijke inzichten Internationale vergelijkingen Huidige wet- en regelgeving en onderwijspraktijk

Nadere informatie

ATLEC. Ondersteunende Technologie Leren via Eenvormig Curriculum. State of the Art en Onderzoeksanalyse Samenvatting

ATLEC. Ondersteunende Technologie Leren via Eenvormig Curriculum. State of the Art en Onderzoeksanalyse Samenvatting ATLEC Ondersteunende Technologie Leren via Eenvormig Curriculum State of the Art en Onderzoeksanalyse Samenvatting WP nummer WP titel Status WP2 State of the Art en Onderzoeksanalyse F Project startdatum

Nadere informatie

Zelfsturend leren met een puberbrein

Zelfsturend leren met een puberbrein Zelfsturend leren met een puberbrein Jacqueline Saalmink In het hedendaagse voortgezet onderwijs wordt een groot beroep gedaan op zelfsturend leren. Leerlingen moeten hiervoor beschikken over vaardigheden

Nadere informatie

1. Preambule De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo gelden, zijn

1. Preambule De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo gelden, zijn Eamenprogramma lichamelijke opvoeding 2 Informatiewijzer 1. Preambule 2. Leeswijzer 3. Lichamelijke opvoeding 2 1. Preambule De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo

Nadere informatie

solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd?

solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd? Bijdrage prof. dr. Kees Goudswaard / 49 Financiering van de AOW: solidariteit van jong met oud, of ook omgekeerd? Deze vraag staat centraal in de bij drage van bijzonder hoogleraar Sociale zekerheid prof.

Nadere informatie

De maatschappelijke stage als onderdeel van burgerschapsvorming

De maatschappelijke stage als onderdeel van burgerschapsvorming De maatschappelijke stage als onderdeel van burgerschapsvorming Jeroen Bron en Minke Bruning, 27 november 2014 27-11-2014 SLO projectgroep burgerschap; Jeroen Bron CPS Onderwijsontwikkeling en advies;

Nadere informatie

Basiseducatie LEERGEBIED Maatschappijoriëntatie (MO)

Basiseducatie LEERGEBIED Maatschappijoriëntatie (MO) Basiseducatie LEERGEBIED Maatschappijoriëntatie () Opleiding Maatschappijoriëntatie - Rechten en plichten 028 Versie 1.0 BVR Pagina 1 van 18 Inhoud 1 Opleiding... 3 1.1 Relatie opleiding referentiekader...

Nadere informatie

Ondersteuning en certificering van digitaal leren voor laagopgeleiden

Ondersteuning en certificering van digitaal leren voor laagopgeleiden Ondersteuning en certificering van digitaal leren voor laagopgeleiden Kaders voor een digitale leer- en oefenomgeving Onderzoekssamenvatting Drs. Maurice de Greef Onderzoeker, Adviseur en Trainer Artéduc

Nadere informatie

VALT HIER NOG WAT TE LEREN? EEN EDUCATIEF PERSPECTIEF OP DUURZAAMHEID Gert Biesta Universiteit Luxemburg. een populair recept

VALT HIER NOG WAT TE LEREN? EEN EDUCATIEF PERSPECTIEF OP DUURZAAMHEID Gert Biesta Universiteit Luxemburg. een populair recept VALT HIER NOG WAT TE LEREN? EEN EDUCATIEF PERSPECTIEF OP DUURZAAMHEID Gert Biesta Universiteit Luxemburg een populair recept een maatschappelijk probleem add some learning opgelost! deze bijdrage een perspectief

Nadere informatie

Inhoud. Deel 1 Inleiding. Deel 2 De context

Inhoud. Deel 1 Inleiding. Deel 2 De context Inhoud Deel 1 Inleiding 1 en scenario s 1.1 Wat is consumentengedrag? 1.1.1 Beschrijven, verklaren en voorspellen van consumentengedrag 1.1.2 Waarop heet consumentengedrag betrekking? 1.1.3 Veranderend

Nadere informatie

Trends in onderwijs. Interview met Coen Free

Trends in onderwijs. Interview met Coen Free Trends in onderwijs Interview met Coen Free Welke trends doen er toe? Trends in het onderwijs: welke zijn van belang en welke niet? Waar kan uw onderwijsinstelling haar voordeel mee doen en welke kun je

Nadere informatie

Bijlage 2 Inventarisatie trends

Bijlage 2 Inventarisatie trends Bijlage 2 Inventarisatie trends In de motie van de Raad wordt gevraagd de belangrijkste trends en de impact daarvan op de Utrechtse Heuvelrug te beschrijven. Hieronder wordt dit verder uitgewerkt. Trends

Nadere informatie

Competentieprofiel. Instituut voor Interactieve Media. Competentieprofiel studenten Instituut voor Interactieve Media vastgesteld juni 2006

Competentieprofiel. Instituut voor Interactieve Media. Competentieprofiel studenten Instituut voor Interactieve Media vastgesteld juni 2006 Competentieprofiel Instituut voor Interactieve Media Competentieprofiel studenten Instituut voor Interactieve Media vastgesteld juni 2006 Aangepast in maart 2009 Inleiding De opleiding Interactieve Media

Nadere informatie

Het nieuwe werken. gedragsverandering is de succesfactor

Het nieuwe werken. gedragsverandering is de succesfactor Het nieuwe werken gedragsverandering is de succesfactor Kees Froeling, Bart Atema Overheidsorganisaties willen een aantrekkelijke werkgever zijn, nu en in de toekomst. Daarbij hoort een virtuele werkomgeving

Nadere informatie

ECTS-fiche. 1. Identificatie. Module. Lestijden 160

ECTS-fiche. 1. Identificatie. Module. Lestijden 160 ECTS-fiche 1. Identificatie Opleiding Marketing Module Algemene Marketing Code A5 Lestijden 160 Studiepunten n.v.t. Ingeschatte totale studiebelasting (in uren) 1 Mogelijkheid tot JA aanvragen vrijstelling

Nadere informatie

Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht

Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht Naam: School: Daltoncursus voor leerkrachten Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht Inleiding: De verantwoordelijkheden van de leerkracht zijn samen te vatten door vier beroepsrollen te

Nadere informatie

De wereld van overmorgen

De wereld van overmorgen De wereld van overmorgen Nederland en de wereld over 10 jaar Hans Stegeman 27 januari 2016 2 Agenda Niet te voorspellen Vijf megatrends in de wereld Het Nederland van overmorgen: van handelsland naar kennisland?

Nadere informatie

De paradox van de burger als uitgangspunt

De paradox van de burger als uitgangspunt GEMEENTE WINTERSWIJK De paradox van de burger als uitgangspunt De dialoog als methodiek Rhea M. Vincent 1-11-2013 In het nieuwe zorgstelsel staat de vraag van de burger centraal. De professional en de

Nadere informatie

Vacatures Raad van Toezicht CVO Noord-Fryslân

Vacatures Raad van Toezicht CVO Noord-Fryslân Vacatures Raad van Toezicht CVO Noord-Fryslân Inleiding CVO Noord-Fryslân is een Vereniging voor Christelijk Voortgezet Onderwijs in het noorden van Friesland. De Vereniging bestaat uit drie scholen: Christelijk

Nadere informatie

Wij, de overheid - samenvatting

Wij, de overheid - samenvatting Wij, de overheid - samenvatting Inleiding: de complexe overheid Overal waar een grens wordt gelegd, ontstaat behoefte aan samenwerking en kennisuitwisseling over die grens heen, binnen organisaties, tussen

Nadere informatie

Paradigmashift in kantelperiode

Paradigmashift in kantelperiode Paradigmashift in kantelperiode Van aanbodgericht naar vraaggericht Van grootschalig naar kleinschalig Centraal naar Decentraal Van landelijk naar lokaal Van hiërarchisch naar zelforganiserend Van bureaucratisch

Nadere informatie

WERKEN MET FREELANCERS IN JOUW ORGANISATIE?

WERKEN MET FREELANCERS IN JOUW ORGANISATIE? WERKEN MET FREELANCERS IN JOUW ORGANISATIE? Freelancen, interimmen, contracting zijn allemaal verschillende benamingen voor een zeer sterk groeiend verschijnsel in de economie. Steeds meer industrieën

Nadere informatie

Examenprogramma Nederlandse taal vmbo vanaf het CE 2014

Examenprogramma Nederlandse taal vmbo vanaf het CE 2014 Informatiewijzer: 1. Preambule 2. Leeswijzer 3. Nederlands vmbo 1. Preambule De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren in het vmbo gelden, zijn 1. Werken aan vakoverstijgende thema's

Nadere informatie

Basiseducatie LEERGEBIED Maatschappijoriëntatie

Basiseducatie LEERGEBIED Maatschappijoriëntatie RLLL-RLLL-EXT-ADV-007bijl7 Basiseducatie LEERGEBIED Maatschappijoriëntatie Opleiding AO BE 024 (Ontwerp) Versie {1.0} (Ontwerp) Pagina 1 van 11 Inhoud Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming 15 januari

Nadere informatie

Secundaire arbeidsvoorwaarden van primair belang. Sandra Terwolbeck, Amstelveen 8 oktober 2008

Secundaire arbeidsvoorwaarden van primair belang. Sandra Terwolbeck, Amstelveen 8 oktober 2008 Secundaire arbeidsvoorwaarden van primair belang Sandra Terwolbeck, Amstelveen 8 oktober 2008 Secundaire arbeidsvoorwaarden van primair belang Huidige uitdagingen voor organisaties Veranderd werknemersperspectief

Nadere informatie

1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs

1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs 1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs Het Vlaams parlement legde de basiscompetenties die nagestreefd en gerealiseerd moeten worden tijdens de opleiding vast. Basiscompetenties zijn een

Nadere informatie

Vergrijzing, verkleuring en individualisering. Voor wie verstandig handelt!

Vergrijzing, verkleuring en individualisering. Voor wie verstandig handelt! Vergrijzing, verkleuring en individualisering Trendsamenvatting Naam Definitie Scope Conclusies Invloed Impact Bronnen Vergrijzing, verkleuring en individualisering De wereldbevolking neemt toe, waarbij

Nadere informatie

Het nieuwe leren. Het Nieuwe Leren Concurrentie analyse

Het nieuwe leren. Het Nieuwe Leren Concurrentie analyse Het nieuwe leren Het Nieuwe Leren Concurrentie analyse Conclusies (I) Het Nederlandse begrip Het nieuwe leren is niet zo n bekend begrip, is vooral gefocused op onderwijs. Het nieuwe leren wordt vooral

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE - 2 -

INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE - 2 - Workshops Top Secretaries 2012 INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE - 2-1 TRAININGSCARROUSEL - 3-1.1. Projectmanagement - 3-1.2. Overtuigend beïnvloeden - 4-1.3. Communiceren met NLP - 5-1.4. Effectiever met emotionele

Nadere informatie

Junior medewerker Bezwaar en Beroep

Junior medewerker Bezwaar en Beroep Kennis van de Overheid Junior medewerker Bezwaar en Beroep Talentprogramma voor jonge professionals Investeer in de toekomst van uw afdeling Junior talenten kunnen een bijzondere rol spelen bij de transformatie

Nadere informatie

Opleidingsgids Zorg en Welzijn

Opleidingsgids Zorg en Welzijn zelforganiserende teams relaties Opleidingsgids Zorg en Welzijn implementatiekunst kwaliteit cultuur sociaal kapitaal 2015 organisatienetwerken MVO projecten Leren & ontwikkelen bij Bureau de Bont Medewerkers

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie Nr. 1249 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE

Nadere informatie