De tijdstipneutraliteit van de fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de aanmerkelijkbelanghouder

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De tijdstipneutraliteit van de fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de aanmerkelijkbelanghouder"

Transcriptie

1 De tijdstipneutraliteit van de fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de aanmerkelijkbelanghouder Spant de bedrijfsopvolgingsfaciliteit nog altijd het paard achter de wagen? Naam: M.V. (Michiel) Meulenkamp Studierichting: Administratienummer: Fiscale Economie Datum: 9 april 2013 Examencommissie: Mr. dr. M.J. Hoogeveen Prof. dr. S.A. Stevens

2 Voor pap en mam II

3 Voorwoord Deze masterthesis is geschreven ter afsluiting van mijn (pre)masteropleiding fiscale economie aan de Universiteit van Tilburg. Het succesvol afronden van de overige onderdelen van de opleiding lukte me binnen de daarvoor gestelde termijn van twee jaar. Dit sluitstuk heeft vervolgens nog ongeveer 3,5 jaar op zich laten wachten. Ik kan dan ook volmondig beamen dat de laatste loodjes het zwaarst wegen. Als onderwerp heb ik gekozen voor de tijdstipneutraliteit van de fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de aanmerkelijkbelanghouder. Mijn interesse voor bedrijfsopvolging is ontstaan tijdens het schrijven van mijn afstudeerscriptie voor de hbo-opleiding fiscale economie aan de Fontys Hogeschool te Eindhoven. Onderwerp van mijn afstudeerscriptie was destijds de juridische splitsing. Later heb ik mijn bachelorthesis aan de universiteit geschreven over de antimisbruikbepaling bij fusie en splitsing. Bij het schrijven van beide stukken las ik veel literatuur die mede betrekking had op bedrijfsopvolging en werd mijn interesse voor dit onderwerp gewekt. Deze interesse werd nog verder versterkt door het volgen van het vak Fiscale aspecten van bedrijfsopvolging en concentraties. Toen ik vervolgens bij mijn werkzaamheden in de fiscale adviespraktijk ook nog te maken kreeg met bedrijfsopvolging, wist ik dat ik hier iets mee moest gaan doen. Het gekozen onderwerp is geen eenvoudig onderwerp. Enkele medestudenten adviseerde me zelfs om een ander onderwerp te kiezen vanwege de complexheid van de fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten. Als ik nu terugkijk ben ik blij dat ik toch voor dit onderwerp gekozen heb. De interesse voor het onderwerp is door het schrijven van deze masterthesis namelijk alleen maar groter geworden. Bij het schrijven van deze masterthesis ben ik vanuit de Universiteit van Tilburg begeleid door Mascha Hoogeveen en Stan Stevens. Ik ben hen erg dankbaar voor al hun geduld en alle opmerkingen en adviezen die zij me hebben gegeven. Mijn ouders hebben mij altijd gestimuleerd om door te studeren en hebben er ook altijd voor gezorgd dat ik de mogelijkheid had om te studeren. Ik ben hen daar erg dankbaar voor. Tevens gaat mijn dank uit naar mijn werkgever, Raoul Peulen. Hij heeft me de mogelijkheid gegeven om studie en werk te combineren. Tot slot wil ik mijn vriendin bedanken voor al haar steun en begrip tijdens de avonden, en vaak nachten, dat ik bezig was met het schrijven van deze masterthesis. Michiel Meulenkamp III

4 Inhoudsopgave 1. Inleiding Aanleiding probleemstelling Probleemstelling Opzet Fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de aanmerkelijkbelanghouder Inleiding Faciliteiten in de aanmerkelijkbelangsfeer tijdens leven Doorschuifregeling bij schenking aanmerkelijkbelangaandelen Uitstel van betaling bij schenking onderlangs Uitstel van betaling bij overdracht van aanmerkelijkbelangaandelen tegen schuldigerkenning Faciliteiten in de aanmerkelijkbelangsfeer bij overlijden Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de schenk- en erfbelasting Voorwaardelijke vrijstelling bij bedrijfsopvolging Ondernemingsvermogen Bezitstermijn Voortzettingstermijn Berekening van de vrijstelling Voorwaardelijk uitstel van betaling Overzicht Bedrijfsopvolgingsvarianten Inleiding Vererven van de aandelen zonder faciliteiten Gevolgen voor vader Gevolgen voor de zoon Vererven van de aandelen met faciliteiten Gevolgen voor vader Gevolgen voor de zoon Verkoop van de aandelen Holding Vader BV aan Holding Zoon BV Gevolgen voor vader Gevolgen voor de zoon Verkoop van de aandelen Werk BV aan Holding Zoon BV Gevolgen voor vader Gevolgen voor de zoon Schenken van de aandelen Holding Vader BV IV

5 3.6.1 Gevolgen voor vader Gevolgen voor de zoon Verkoop van de aandelen Holding Vader BV tegen 17% van de werkelijke waarde Gevolgen voor vader Gevolgen voor de zoon Cumulatief preferente aandelen Gevolgen voor vader Gevolgen voor de zoon Overzicht gebruikte faciliteiten Uitkomsten van het rekenmodel Inleiding Basisscenario De variabelen in het basisscenario Uitkomsten van het basisscenario Waardedaling Wijziging van de variabelen Percentage ondernemingsvermogen Marktrente Levensverwachting van vader De latente aanmerkelijkbelangheffing Vergelijking met het verleden Schenken of vererven van de aandelen Samenvatting Conclusie Faciliteiten voor de inkomstenbelasting Bedrijfsopvolgingsfaciliteit voor de schenk- en erfbelasting Bedrijfsoverdracht tijdens leven of bij overlijden Algehele conclusie Literatuurlijst Bijlagen V

6 1. Inleiding 1.1 Aanleiding probleemstelling Per 1 januari 2010 is de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet 1956 (hierna: SW 1956) verruimd. Zo is de voorwaardelijke vrijstelling voor ondernemingsvermogen in art. 35b, lid 1, SW 1956 verhoogd van 75% naar 100% voor ondernemingsvermogen tot een waarde van (per onderneming) en naar 83% voor het meerdere (per verkrijger). Verder is met ingang van 1 januari 2010 in art. 4.17c juncto art. 4.39c Wet Inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001) een doorschuiffaciliteit opgenomen voor de verkrijgingsprijs bij schenking van aandelen die tot een aanmerkelijk belang behoren. In de literatuur werd al geruime tijd gepleit voor een dergelijke doorschuiffaciliteit in de inkomstenbelasting. 1 Daarnaast is de doorschuiffaciliteit in de inkomstenbelasting voor de verkrijgingsprijs van aanmerkelijkbelangaandelen bij overlijden beperkt tot het ondernemingsvermogen (art. 4.17a juncto art. 4.39a Wet IB 2001). Uitgangspunt voor de verschillende fiscale faciliteiten die betrekking hebben op een bedrijfsopvolging is dat de fiscale heffingen geen beletsel mogen vormen voor economisch gewenste bedrijfsoverdrachten. 2 S.A. Stevens berekende in zijn bijdrage Bestaande bedrijfsopvolgingsfaciliteit spant paard achter de wagen in het Weekblad Fiscaal Recht in 2005 dat een overdracht van aanmerkelijkbelangaandelen tijdens leven in veel gevallen ongunstiger is dan bedrijfsoverdracht via vererving. Het verschil werd volgens Stevens ondermeer veroorzaakt door het ontbreken van een doorschuiffaciliteit in de sfeer van het aanmerkelijk belang bij een bedrijfsoverdracht tijdens leven. Door het uitstellen van de bedrijfsoverdracht ontstaat een wig tussen het economische belang (overnemer) en de zeggenschap (overdrager) in de onderneming. 3 Uit een enquêteonderzoek uit 2009 blijkt dat 47,9% van de fiscalisten hun klanten adviseert om de bedrijfsoverdracht uit te stellen tot overlijden vanwege de fiscale faciliteiten Probleemstelling Met de verruiming van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit voor de schenk- en erfbelasting en de invoering van de doorschuiffaciliteit bij schenking voor de inkomstenbelasting, heeft de wetgever getracht om 1 Zie bijvoorbeeld H.P.A.M. van Arendonk, Het nieuwe aanmerkelijk belangregime per 1 januari 1997, MBB 1997/1 en T. Blokland, Winst uit aanmerkelijk belang, FM, Deventer: Kluwer Voor een meer genuanceerdere mening zie M.J. Hoogeveen, De zin en onzin van een doorschuifregeling voor de bedrijfsopvolging, WFR 6397/ Bedrijfsoverdracht: continuïteit door fiscaliteit, Onderzoek naar de fiscale behandeling van bedrijfsoverdrachten ter uitvoering van de motie Vroonhoven c.s., blz. 9, Den Haag: Ministerie van Financiën S.A. Stevens, Bestaande bedrijfsopvolgingsfaciliteit spant paard achter de wagen, WFR 2005/ W. Burgerhart, M.J. Hoogeveen & J.I.M. Egger, Civiele en fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten: Een praktijkonderzoek, Tilburg: BDO Camps Obers 2009, paragraaf

7 zo min mogelijk verschil te maken tussen bedrijfsoverdrachten bij leven en die als het gevolg van overlijden. Vanwege het belang van een onbelemmerde voortzetting mag de claim die rust op het aanmerkelijk belang geen bedreiging vormen voor reële bedrijfsoverdrachten. Tevens ontstaat hierdoor een meer evenwichtige behandeling van schenken en vererven van aanmerkelijkbelangaandelen. 5 Het komen tot een meer neutrale regelgeving met betrekking tot het tijdstip van bedrijfsoverdracht is des te meer welkom, daar het uitstellen van bedrijfsoverdracht tot overlijden ongewenst is. De Wijkerslooth-Lhoëst geeft aan dat het maatschappelijk en economisch de voorkeur geniet dat een bedrijfsopvolging, waar mogelijk, tijdens leven plaatsvindt. 6 Naar mijn mening levert dit een goed moment op om het artikel van Stevens nieuw leven in te blazen en te onderzoeken of de bedrijfsoverdracht in de sfeer van het aanmerkelijk belang anno 2013 fiscaal gezien neutraal is met betrekking tot het tijdstip van overdracht. De probleemstelling voor mijn onderzoek is dan ook als volgt geformuleerd: In hoeverre zijn de huidige fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de aanmerkelijkbelanghouder neutraal met betrekking tot het tijdstip van de bedrijfsoverdracht? 1.3 Opzet Om een antwoord te vinden op deze probleemstelling zal in hoofdstuk 2 een beschrijving plaatsvinden van de huidige fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de aanmerkelijkbelanghouder. Er wordt daarbij uitsluitend gekeken naar de faciliteiten voor de inkomstenbelasting en de schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de winstsfeer blijven buiten beschouwing. In hoofdstuk 3 worden zeven verschillende bedrijfsopvolgingsvarianten uitgewerkt, waarbij de gehanteerde varianten zijn gebaseerd op de varianten die Stevens in 2005 heeft uitgewerkt. Per variant worden de gevolgen voor zowel de bedrijfsoverdrager als de bedrijfsopvolger besproken. De uitkomsten van de totaal verschuldigde belastingheffing op familieniveau bij de verschillende varianten van bedrijfsopvolging komen vervolgens in hoofdstuk 4 aan de orde. Tevens zullen daar de uitkomsten worden vergeleken met de uitkomsten van Stevens uit 2005 en worden de verschillen besproken tussen het schenken en het vererven van aanmerkelijkbelangaandelen. Deze masterthesis wordt in hoofdstuk 5 afgesloten met een conclusie, waarbij wordt getracht een antwoord te geven op de geformuleerde probleemstelling. 5 Kamerstukken II 2009/10, , nr. 3, p S.A.M. de Wijkerslooth-Lhoëst, Contouren nieuwe bedrijfsopvolgingsfaciliteit voor de nieuwe Wet schenken erfbelasting: geen afstel maar uitstel, WFR 2008/1113, paragraaf 3.1. Eerder ook al beschreven door W. Burgerhart en M.J. Hoogeveen, Bedrijfsopvolging: stel niet uit tot morgen, wat u vandaag kunt doen, WPNR 2001/

8 2. Fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de aanmerkelijkbelanghouder 2.1 Inleiding Voor een aanmerkelijkbelanghouder kent de Nederlandse fiscale wetgeving anno 2013 een veelvoud aan faciliteiten die betrekking hebben op een bedrijfsopvolging. De belangrijkste faciliteiten zijn opgenomen in de Wet IB 2001, de SW 1956 en de Invorderingswet 1990 (hierna: IW 1990). In paragraaf 2.2 en 2.3 zullen eerst de faciliteiten voor de inkomstenbelasting worden beschreven. Vervolgens worden in paragraaf 2.4 de faciliteiten voor de schenk- en erfbelasting beschreven. Tot slot zullen de verschillende faciliteiten in paragraaf 2.5 worden samengevat in een overzicht. In de sfeer van het aanmerkelijk belang (box 2) dient zowel bij bedrijfsopvolging bij overlijden als bij bedrijfsopvolging tijdens leven in beginsel te worden afgerekend voor de inkomstenbelasting. Afrekening vindt plaats over het verschil tussen de overdrachtsprijs en de verkrijgingsprijs. 7 In art. 4.16, lid 1, onderdeel e Wet IB 2001 wordt de overgang van aandelen krachtens erfrecht aangemerkt als een fictieve vervreemding. Daarnaast bepaalt art Wet IB 2001 dat de overdrachtsprijs moet worden gesteld op de waarde in het economische verkeer indien geen of een te lage tegenprestatie is bedongen. Zowel bij overlijden, bij schenking als bij normale verkoop dient dus te worden afgerekend over de waarde in het economische verkeer van de aandelen minus de geldende verkrijgingsprijs, waarbij de afrekening plaatsvindt bij de overdragende ondernemer. Omdat de fiscale heffing geen beletsel mag zijn voor economisch gewenste bedrijfsoverdrachten, heeft de wetgever in de Wet IB 2001 en de IW 1990 zowel voor een bedrijfsoverdracht bij overlijden als voor een bedrijfsoverdracht tijdens leven een aantal fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de inkomstenbelasting opgenomen. 8 In paragraaf 2.2 komen de faciliteiten voor een bedrijfsoverdracht tijdens leven aan de orde. Vervolgens komen in paragraaf 2.3 de faciliteiten voor een bedrijfsoverdracht bij overlijden ter sprake. 2.2 Faciliteiten in de aanmerkelijkbelangsfeer tijdens leven Doorschuifregeling bij schenking aanmerkelijkbelangaandelen Bij schenking van aandelen die behoren tot een aanmerkelijk belang is er sprake van een vervreemding in de zin van art. 4.12, onderdeel b, Wet IB 2001 en dient de schenker 25% inkomstenbelasting te betalen over de overdrachtsprijs minus de verkrijgingsprijs. Op grond van art. 4.22, lid 1, Wet IB 2001 wordt de overdrachtsprijs van de geschonken aandelen gecorrigeerd naar de waarde in het economische verkeer. Sinds 1 januari 2010 is de doorschuifregeling bij schenking van aanmerkelijkbelangaandelen in art. 4.17c juncto art. 4.39c in de Wet IB 2001 opgenomen. Hierbij 7 Art sub b juncto art Wet IB Bedrijfsoverdracht: continuïteit door fiscaliteit. Onderzoek naar de fiscale behandeling van bedrijfsoverdrachten ter uitvoering van de motie Vroonhoven c.s., Den Haag: Ministerie van Financiën 2004, p. 9. 3

9 wordt op gezamenlijk verzoek van de schenker en de overnemer de verkrijgingsprijs van de overdrager overgenomen door de verkrijger en wordt de latente aanmerkelijkbelangclaim op die manier doorgeschoven naar de bedrijfsopvolger. 9 Om gebruik te maken van deze doorschuifregeling dient aan de voorwaarden van art. 4.17c, lid 1, onderdeel a tot en met d Wet IB 2001 te worden voldaan: a: de vennootschap waarop de aandelen betrekking hebben, dient een onderneming te drijven in de zin van art. 3.2 Wet IB 2001 of een medegerechtigheid te houden in de zin van art. 3.3, lid 1, onderdeel a Wet IB 2001, b: de aandelen behoren niet tot een aanmerkelijk belang op grond van de meetrekregeling van art Wet IB 2001, c: de verkrijger is binnenlands belastingplichtig en de verkregen aandelen maken geen deel uit van het vermogen van een voor zijn rekening gedreven onderneming en behoren niet tot het resultaat uit een werkzaamheid van hem, en d: de verkrijger dient gedurende de voorafgaande 36 maanden in dienstbetrekking te zijn van de vennootschap waarop de aandelen betrekking hebben. De doorschuiffaciliteit van art. 4.17c Wet IB 2001 is uitsluitend van toepassing op het in de vennootschap aanwezige ondernemingsvermogen. Dit ondernemersvermogen bestaat uit de bezittingen en schulden die toerekenbaar zijn aan de onderneming als bedoeld in art. 4.17c, lid 1, onderdeel a, Wet IB 2001, vermeerderd met het aanwezig beleggingsvermogen tot maximaal 5% van de waarde van het ondernemingsvermogen. 10 Op het overige beleggingsvermogen is de doorschuiffaciliteit dus niet van toepassing. Doorschuiven van de verkrijgingsprijs bij preferente aandelen is op grond van art. 4.17c, lid 2 en 3 juncto art. 4.17a, lid 3, Wet IB 2001 onder nadere voorwaarden mogelijk. Zo moeten de preferente aandelen een omzetting vormen van een eerder gehouden aanmerkelijk belang van gewone aandelen. Daarnaast moet de omzetting tot preferente aandelen gepaard zijn gegaan met het toekennen van gewone aandelen aan een ander. 11 Op het moment van omzetten naar preferente aandelen moest de betrokken vennootschap een onderneming drijven in de zin van art. 3.2 Wet IB 2001 ofwel een medegerechtigheid houden als bedoeld in art. 3.3, lid 1, onderdeel a Wet IB 2001 en tot slot moet de verkrijger van de preferente aandelen reeds voor ten minste 5% aandeelhouder zijn van de gewone aandelen die ten tijde van de omzetting zijn toegekend. Samengevat komt het er op neer dat de preferente aandelen moeten zijn ontstaan in het kader van een bedrijfsopvolging. Indien de verkrijger niet binnenlands belastingplichtig is, wordt op 9 Het verzoek dient schriftelijk te worden gedaan bij de inspecteur die belast is met de aanslagregeling van de schenker (art. 26a, lid 2, Uitv.reg. IB 2001). 10 Art. 4.17c, lid 2 en 3 juncto art. 4.17a, lid 6, Wet IB De staatssecretaris heeft onder nadere voorwaarden een goedkeuring opgenomen voor gevallen waarin gewone aandelen vóór 1 januari 2010 zijn omgezet in preferente aandelen; Staatssecretaris van Financiën 4 september 2012, nr. BLKB2012/101M, onderdeel

10 gezamenlijk verzoek het inkomen uit aanmerkelijk belang bij schenking aangemerkt als te conserveren inkomen en wordt daarvoor een conserverende aanslag opgelegd (art. 2.8, lid 7 juncto art. 2.9 Wet IB 2001). 12 Voor deze conserverende aanslag wordt uiterlijk tien jaar uitstel van betaling verleend. Het uitstel wordt direct beëindigd bij vervreemding van de aandelen of in geval van staking van de onderneming. 13 Na tien jaar wordt de conserverende aanslag kwijtgescholden op grond van art. 26, lid 2, IW Met betrekking tot de laatste voorwaarde van art. 4.17c, lid 1, Wet IB 2001 kan nog worden opgemerkt dat in het geval de schenker ten minste één jaar voor 55% of meer arbeidsongeschikt is, failliet is verklaard, surséance van betaling heeft aangevraagd of onder curatele is gesteld, de termijn van 36 maanden van art. 4.17c, lid 1, Wet IB 2001 wordt verkort. Aan de termijn van 36 maanden is ook voldaan indien de verkrijger gedurende die termijn in dienst is bij een ander lichaam waarin de vennootschap een belang heeft. 15 Te denken valt aan de situatie waarbij de verkrijger in dienst is bij de werkmaatschappij en de aandelen in de holdingmaatschappij verkrijgt. Men dient er bedacht op te zijn dat er ook sprake is van een schenking indien de aandelen tegen een te lage prijs worden verkocht. In dat geval wordt voor het ondernemingsvermogen geen vervreemding geconstateerd op grond van art. 4.17c, lid 1 en 2, Wet IB 2001, voor zover geen tegenprestatie is ontvangen voor het ondernemingsvermogen. De tegenprestatie wordt daarbij altijd eerst aan het nietgefaciliteerde beleggingsvermogen toegerekend. Zover de schenker zijn eigen verkrijgingsprijs in aanmerking heeft genomen bij de berekening van zijn vervreemdingsvoordeel ex art Wet IB 2001, wordt deze niet doorgeschoven Uitstel van betaling bij schenking onderlangs De faciliteit van art. 4.17c Wet IB 2001 is niet van toepassing op een schenking onderlangs. Hierbij worden de aandelen in de werkmaatschappij door de holdingvennootschap van de schenker, overgedragen aan de (holdingvennootschap van de) verkrijger tegen een tegenprestatie lager dan de waarde in het economische verkeer van de aandelen. Dit levert voor de schenker een (verkapte) dividenduitkering op die belast is als regulier voordeel in de zin van art. 4.12, onderdeel a Wet IB De doorschuiffaciliteit van art. 4.17c Wet IB 2001 is niet van toepassing op reguliere voordelen. 16 Voor de verschuldigde aanmerkelijkbelangheffing kan onder voorwaarden tien jaar renteloos uitstel van betaling worden verkregen op grond van art. 25, lid 11, IW 1990 juncto art. 28, lid 2, IW Het uitstel houdt in dat de verschuldigde aanmerkelijkbelangheffing in tien termijnen 12 Art. 2, lid 2, Uitv.reg. IW 1990 schrijft voor dat het verzoek schriftelijk moet worden gedaan aan de ontvanger door de schenker en de verkrijger gezamenlijk. 13 Art. 25, lid 8, IW Voor kritiek op het automatisch vervallen van de Nederlandse claim na tien jaar goed gedrag zie: M.J. Hoogeveen, De kwaliteit van de fiscale bedrijfsopvolgingswetgeving, Den Haag: Sdu 2011, paragraaf Art. 4.17c, lid 4, Wet IB 2001 juncto art. 26c en 26d Uitv.reg. IB Zie ondermeer Kamerstukken II 2009/10, , nr. 8, p. 8. 5

11 kan worden voldaan. 17 Daartoe dient er voldoende zekerheid te worden gesteld, is de uitstelfaciliteit alleen van toepassing bij overdracht aan een natuurlijk persoon of rechtpersoon waarvan alle aandelen worden gehouden door een natuurlijk persoon, dienen de overgedragen aandelen minimaal 5% van het geplaatste kapitaal uit te maken en mogen de bezittingen van de vennootschap waarop de overgedragen aandelen betrekking hebben niet voor 30% of meer uit beleggingen bestaan. Het uitstel wordt beëindigd indien de verkrijger de aandelen vervreemd of daaruit reguliere voordelen van substantiële omvang geniet. Daarnaast kent art. 3 Uitv.reg. IW 1990 nog de aanvullende voorwaarden dat de overdrager schriftelijk dient te verzoeken om het uitstel en dat de verschuldigde aanmerkelijkbelangheffing meer moet bedragen dan Uitstel van betaling bij overdracht van aanmerkelijkbelangaandelen tegen schuldigerkenning Bij een overdracht van aanmerkelijkbelangaandelen waarbij de koopsom (gedeeltelijk) schuldig is gebleven, kan de verkoper onder voorwaarden gebruik maken van de uitstelfaciliteit van art. 25, lid 9, IW Net als bij de hiervoor besproken uitstelfaciliteit van art. 25, lid 11, IW 1990 houdt het uitstel in dat de verschuldigde inkomstenbelasting kan worden voldaan in tien termijnen. 18 Op grond van art. 28, lid 2, IW 1990 is over het uitstel geen invorderingsrente verschuldigd. Om gebruik te maken van de faciliteit dient te worden voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in art. 25, lid 9, IW 1990: - de verkoper dient voldoende zekerheid te stellen; - de aandelen moeten worden verkocht aan een natuurlijk persoon of aan een rechtpersoon waarvan alle aandelen worden gehouden door een natuurlijk persoon; - de koper dient de tegenprestatie schuldig te zijn gebleven; - de vervreemde aandelen dienen ten minste 5% van het geplaatste kapitaal van de vennootschap uit te maken, en - de bezittingen van de vennootschap waarop het aanmerkelijk belang betrekking heeft bestaan voor maximaal 30% uit beleggingen. De uitstelregeling van het negende lid van art. 25 IW 1990 is nader uitgewerkt in art. 3 Uitv.reg. IW Daarin zijn als aanvullende voorwaarden opgenomen dat de overdrager het uitstel schriftelijk dient te verzoeken en dat de verschuldigde belasting meer moet bedragen dan Zoals blijkt uit lid 4 van art. 3 Uitv.reg. IW 1990 wordt het uitstel beëindigd indien er substantiële aflossingen op de koopsom plaatsvinden, de verkrijger de aandelen vervreemdt of reguliere voordelen van substantiële omvang uit de aandelen geniet. Tot 2010 gold nog als voorwaarde dat het moest gaan om een vervreemding binnen de familiesfeer en gold de uitstelfaciliteit van art. 25, lid 9, IW 1990 ook bij schenking. Sinds 1 januari 2010 is dat niet meer het geval. 17 De eerste termijn vervalt zes weken na de dagtekening van de aanslag en elk van de volgende termijnen telkens een jaar later. 18 De eerste termijn vervalt zes weken na de dagtekening van de aanslag en elk van de volgende termijnen telkens een jaar later. 6

12 2.3 Faciliteiten in de aanmerkelijkbelangsfeer bij overlijden Wanneer aandelen die behoren tot een aanmerkelijk belang krachtens erfrecht overgaan, wordt dit in art. 4.16, lid 1, onderdeel e Wet IB 2001 aangemerkt als een fictieve vervreemding. De erflater dient in beginsel 25% inkomstenbelasting te betalen over de waarde in het economische verkeer (art Wet IB 2001) minus de verkrijgingsprijs. Om deze afrekening bij de erflater te voorkomen, kan men gezamenlijk verzoeken om de doorschuifregeling van art. 4.17a juncto art. 4.39a Wet IB Kern van deze doorschuifregeling is dat de fictieve vervreemding wordt teruggenomen op grond van art. 4.17a, lid 1, Wet IB 2001 en dat de verkrijgingsprijs van de erflater op grond van artikel 4.39a Wet IB 2001 wordt doorgeschoven naar de verkrijger. Net als bij de doorschuifregeling bij schenking (art. 4.17c Wet IB 2001) wordt de latente aanmerkelijkbelangclaim dan doorgeschoven naar de bedrijfsopvolger. Uiteraard moet hiervoor wel worden voldaan aan een aantal voorwaarden. Deze voorwaarden zijn opgenomen in art. 4.17a, lid 1, onderdeel a t/m d Wet IB De eerste drie voorwaarden zijn gelijk aan die van de doorschuifregeling bij schenking zoals hiervoor besproken in paragraaf Zo moet de vennootschap een materiële onderneming drijven, mogen de aandelen niet behoren tot een aanmerkelijk belang op grond van de meetrekregeling en moet de verkrijger binnenlands belastingplichtig zijn. 20 Als vierde voorwaarde wordt gesteld dat de overgang krachtens erfrecht onder bijzondere titel (legaten) dient plaats te vinden binnen twee jaar na het overlijden van de aanmerkelijkbelanghouder. Omdat de doorschuiffaciliteit uitsluitend van toepassing is op ondernemingsvermogen, dient bij overlijden altijd te worden afgerekend over beleggingsvermogen. 21 De opvatting van de wetgever is dat er geen economische redenen bestaan om uitstel te verlenen voor de aanmerkelijkbelangheffing over het aanwezige beleggingsvermogen. 22 Dat de voorwaarden van de doorschuiffaciliteit bij overlijden in overeenstemming zijn gebracht met de voorwaarden van de doorschuiffaciliteit bij schenking, heeft tot gevolg dat ook de doorschuiffaciliteit bij overlijden uitsluitend van toepassing is bij bedrijfsopvolging. 23 Doel daarbij was het voorkomen van verschil tussen de faciliteit bij leven (art. 4.17c Wet IB 2001) en de faciliteit bij overlijden (art. 4.17a Wet IB 2001) Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de schenk- en erfbelasting Indien aanmerkelijkbelangaandelen worden verkregen krachtens schenking of krachtens erfrecht, is de verkrijger in beginsel schenk- dan wel erfbelasting verschuldigd over de waarde in het economische 19 Het verzoek dient schriftelijk te worden gedaan bij de aangifte van de erflater (art. 26a, lid 1, Uitv.reg. Wet IB 2001). 20 Ook hier bestaat voor een buitenlands belastingplichtige de mogelijkheid om, op verzoek, het inkomen uit aanmerkelijk belang op te nemen op een conserverende aanslag (art. 2.8, lid 5 juncto art. 2.9 Wet IB 2001). 21 Beleggingsvermogen tot maximaal 5% van de waarde van de bezittingen en de schulden wordt daarbij als ondernemingsvermogen aangemerkt (art. 4.17a, lid 6, onderdeel b, Wet IB 2001). 22 Kamerstukken II 2009/10, , nr. 3, p Tot 2010 kende de doorschuiffaciliteit van art (oud) Wet IB 2001 deze beperking niet. 24 Zie bijvoorbeeld Kamerstukken II 2009/10, , nr. 3, p. 6. 7

13 verkeer van de aandelen. 25 Om te voorkomen dat de verschuldigde schenk- of erfbelasting een te grote belemmering vormt bij bedrijfsopvolging heeft de wetgever een aantal faciliteiten opgenomen met betrekking tot de schenk- en erfbelasting. 26 Bij de herziening van de SW 1956 is de bedrijfsopvolgingsfaciliteit op enkele punten grondig aangepast. Doel daarbij was niet alleen om de bedrijfsopvolgingsfaciliteit eenvoudiger, toegankelijker en evenwichtiger te maken, maar tevens om faciliteit toe te snijden op de overgang van echte ondernemingen. Tevens is getracht om zo min mogelijk verschil te maken tussen bedrijfsoverdrachten bij leven en die als gevolg van het overlijden. 27 De (herziene) bedrijfsopvolgingsfaciliteit is opgenomen in hoofdstuk IIIA van de SW In paragraaf wordt eerst de voorwaardelijke vrijstelling van art. 35b SW 1956 behandeld. Vervolgens komen het kwalificerend ondernemingsvermogen van art. 35c SW 1956, de bezitstermijn van art. 35d SW 1956 en de voortzettingstermijn van art. 35e SW 1956 aan de orde in paragraaf t/m In paragraaf wordt ingegaan op de berekening van de vrijstelling. Tot slot komen in paragraaf de uitstelfaciliteiten van art. 25, lid 12 en lid 13, SW 1956 aan de orde Voorwaardelijke vrijstelling bij bedrijfsopvolging In art. 35b, lid 1 SW 1956 is de kern van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit terug te vinden. Er wordt op verzoek van de verkrijger een voorwaardelijke vrijstelling verleend van 100% voor ondernemingsvermogen tot een waarde van en een vrijstelling van 83% voor het meerdere. 28 In beginsel wordt daarbij uitgegaan van de waarde going concern, maar wanneer de liquidatiewaarde van het ondernemingsvermogen hoger is dan de waarde going concern dient men uit te gaan van deze hogere waarde. In dat geval kan voor het verschil tussen de liquidatiewaarde en de lagere going concern waarde eveneens een voorwaardelijke vrijstelling van 100% worden verkregen. 29 De bedrijfsopvolgingsfaciliteit is blijkens art. 35b, lid 1, SW 1956 uitsluitend van toepassing op ondernemingsvermogen dat wordt verkregen in het kader van een bedrijfsopvolging. Lid 5 van art. 35b, SW 1956 geeft een nadere invulling van het begrip bedrijfsopvolging. Om te kwalificeren als bedrijfsopvolging dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a: verkrijging van ondernemingsvermogen als bedoeld in art. 35c SW 1956; b: van een erflater of schenker die voldoet aan de bezitstermijn als bedoeld in art. 35d SW 1956; en c: de verkrijger gedurende vijf jaren voldoet aan het voortzettingvereiste als bedoeld in art. 35e SW Art. 1, lid 1, SW 1956 juncto art. 21, lid 1, SW Kamerstukken II 2001/02, , nr. 3, p. 2 t/m Kamerstukken II 2008/09, , nr. 3, p. 4 t/m Tot 2010 gold een vrijstelling van 75%. 29 Art. 35b, lid 1, sub b, ten eerste, SW

14 2.4.2 Ondernemingsvermogen Om in aanmerking te komen voor de voorwaardelijke vrijstelling dient het aanmerkelijk belang te kwalificeren als ondernemingvermogen in de zin van artikel 35c, lid 1, onderdeel c, SW Ten eerste moet er daarbij sprake zijn van een aanmerkelijk belang in de zin van afdeling 4.3 van de Wet IB De meetrekregeling van artikel 4.10 Wet IB 2001 is echter uitgesloten voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteit. Er is sprake van een meegetrokken aanmerkelijk belang indien de belastingplichtige een aanmerkelijk belang verkrijgt doordat de partner of bloed- of aanverwant in de rechte lijn een aanmerkelijk belang heeft, terwijl de belastingplichtige zelf te weinig aandelen of winstbewijzen bezit om te kwalificeren als een aanmerkelijk belang. De meetrekregeling van art Wet IB 2001 is uitgesloten van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit omdat de wetgever heeft getracht alleen reële bedrijfsopvolgingen te faciliteren. Hiervan is sprake indien wordt verkregen van een ondernemer en als de opvolger als ondernemer de onderneming voortzet. Volgens de wetgever is de meetrek-aanmerkelijkbelanghouder geen ondernemer en is de faciliteit aldus niet van toepassing. Een fictief aanmerkelijk belang in de zin van artikel 4.11 Wet IB 2001 kwalificeert wel voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteit, omdat de aandelen van deze aanmerkelijkbelanghouder oorspronkelijk ondernemingsvermogen hebben gevormd. 30 Daarnaast dient het lichaam waarop het aanmerkelijk belang betrekking heeft een onderneming te drijven in de zin van artikel 3.2 Wet IB 2001 of een medegerechtigdheid te houden in de zin van artikel 3.3, lid 1, onderdeel a Wet IB Door aan te sluiten bij de regels voor de inkomstenbelasting heeft de wetgever getracht een uniforme toets aan te leggen, zodat de rechtsvorm van de onderneming tot zo min mogelijk verschil in fiscale behandeling leidt. 31 Of een lichaam een onderneming drijft in de zin van artikel 3.2 Wet IB 2001 zal telkens aan de hand van de feiten en omstandigheden moeten worden beoordeeld. De vraag is daarbij of de activiteiten van de vennootschap een materiële onderneming zouden vormen voor de inkomstenbelasting. Net als bij de doorschuifregelingen in de inkomstenbelasting bij schenking en overlijden, wordt uitsluitend het materiële ondernemingsvermogen gefacilieerd. 32 Het materiële ondernemingsvermogen bestaat uit de waarde van de vermogensbestanddelen voor zover die toerekenbaar zijn aan de onderneming, vermeerderd met het aanwezig beleggingsvermogen tot maximaal 5% van de waarde van het ondernemingsvermogen. De voorwaardelijke vrijstelling is aldus niet van toepassing op het overige beleggingsvermogen. In lid 4 van art. 35c SW 1956 zijn nadere voorwaarden gesteld met betrekking tot preferente aandelen. Deze voorwaarden komen overeen met de voorwaarden die bij preferente aandelen worden gesteld bij de doorschuifregelingen van art. 4.17a en art. 4.17c Wet IB 30 Kamerstukken II 2009/10, , nr. 13, p Kamerstukken II 2008/09, , nr. 3, p Zie voor de doorschuifregeling van art. 4.17c Wet IB 2001 paragraaf en voor de doorschuifregeling van art. 4.17a Wet IB 2001 paragraaf

15 2001. Samengevat komt het er op neer dat de preferente aandelen moeten zijn ontstaan in het kader van een bedrijfsopvolging. Zie paragraaf Bezitstermijn In tegenstelling tot de doorschuifregelingen van art. 4.17a en art. 4.17c Wet IB 2001 is voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de schenk- en erfbelasting een bezitsvereiste opgenomen in art. 35d SW 1956 juncto art. 9 Uitv.reg. schenk- en erfbelasting. Voor de schenkbelasting bedraagt de bezitstermijn vijf jaren en voor de erfbelasting bedraagt de bezitstermijn een jaar. Daarnaast moet de vennootschap waarop de aandelen betrekking hebben gedurende deze termijn de onderneming hebben gedreven of de medegerechtigheid hebben gehouden. Tot slot mag het 5% beleggingsvermogen dat in aanmerking komt voor de voorwaardelijke vrijstelling, niet gedurende deze termijn zijn ingebracht in de vennootschap. 33 In art. 9 Uitv.reg. schenk- en erfbelasting zijn enkele situaties opgenomen waarbij feitelijk niet wordt voldaan aan de bezitsperiode van één jaar, respectievelijk vijf jaren, maar waarbij de faciliteit toch doorgang kan vinden. In lid 3 is een nadere regeling gegeven met betrekking tot preferente aandelen in de zin van art. 35c, lid 4, SW De erflater c.q. schenker moet de gewone aandelen die zijn omgezet in preferente aandelen een jaar respectievelijk vijf jaren hebben gehouden. De bezitstermijn is in dat geval van toepassing op de voorafgaande gewone aandelen en na de omzetting in preferente aandelen begint geen nieuwe bezitstermijn te lopen Voortzettingstermijn De verkrijger van aanmerkelijkbelangaandelen voldoet niet aan de voortzettingstermijn van art. 35e, lid 1, onderdeel c, SW 1956 indien hij binnen vijf jaren na de verkrijging ophoudt winst te genieten uit de verkregen onderneming c.q. uit de verkregen medegerechtigdheid. Tevens wordt niet aan de voortzettingeis voldaan indien hij binnen vijf jaar na verkrijging de overgedragen aandelen vervreemdt, omzet in preferente aandelen of de vennootschap waar de aandelen betrekking op hebben ophoudt winst te genieten. Wanneer de verkrijger op enig tijdstip binnen vijf jaren na de verkrijging niet meer voldoet aan de voortzettingstermijn, wordt de voorwaardelijke vrijstelling teruggenomen (art. 35b, lid 6, SW 1956). In art. 10 Uitv.reg. schenk- en erfbelasting zijn enkele situaties opgenomen waarbij feitelijk niet wordt voldaan aan de voortzettingstermijn van vijf jaren, maar waarbij op verzoek van de verkrijger de voorwaardelijke vrijstelling niet wordt teruggenomen. In dat geval loopt de voortzettingstermijn van art. 35e SW 1956 door in de nieuw ontstane situatie. Men kan hierbij ondermeer denken aan het geval van een juridische fusie of een juridische splitsing Art. 35d, lid 1, onderdeel c, SW Zie de laatste volzin van het eerste lid van art. 10 Uitv.reg. schenk- en erfbelasting. 10

16 2.4.5 Berekening van de vrijstelling De hoogte van de voorwaardelijke 100%-vrijstelling van artikel 35b, eerste lid, SW 1956 kan berekend worden door het toepassen van de volgende formule; 35 Waarde van de verkrijging Waarde van de objectieve onderneming * De voorwaardelijke vrijstelling in de bedrijfsopvolgingsfaciliteit is van toepassing per onderneming en aldus niet per verkrijger. Indien er meerdere verkrijgers zijn, wordt de 100%-vrijstelling over alle verkrijgers verdeeld. Wanneer de verkrijger slechts een deel van de onderneming verkrijgt, is de 100%-vrijstelling ook slechts voor dat deel van toepassing. De uiteindelijke 100%-vrijstelling is hierdoor bij de verkrijging in meerdere stappen, gelijk aan bij verkrijging ineens. Om de waarde van de objectieve onderneming te bepalen, dient men te kijken naar het ondernemingsvermogen van de vennootschap. Om te bepalen wat tot het ondernemingsvermogen van de vennootschap behoort, dient men in beginsel aan te sluiten bij de vermogensetiketteringsregels zoals die gelden in de inkomstenbelasting. In art. 7 Uitv.reg. schenk- en erfbelasting zijn echter voor de bepaling van de waarde van de objectieve onderneming van een vennootschap enkele uitzonderingen opgenomen. De verkrijging van ondernemingsvermogen dat resteert na het toepassen van de voorwaardelijke 100%- vrijstelling, wordt op grond van art. 35b, lid 1, sub b, ten tweede, SW 1956 voorwaardelijk vrijgesteld voor 83%. Over de overige 17% van het ondernemingsvermogen is de verkrijger schenk- of erfbelasting verschuldigd Voorwaardelijk uitstel van betaling Wanneer er na toepassing van de hiervoor besproken voorwaardelijke vrijstelling een belaste verkrijging van ondernemingsvermogen resteert, is hierover schenk- of erfbelasting verschuldigd. Op verzoek van de verkrijger wordt hiervoor uitstel van betaling verleend voor de duur van tien jaren. Gedurende dit uitstel is invorderingsrente verschuldigd, maar hoeft geen zekerheid te worden gesteld. Om dit uitstel te bereiken wordt er een conserverende aanslag opgelegd voor de niet-vrijgestelde verkrijging. 36 Voor deze conserverende aanslag wordt op grond van art. 25, lid 12, IW 1990 voor de duur van tien jaren uitstel van betaling verleend. Het uitstel wordt echter direct beëindigd bij een faillissement van de verkrijger, indien de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op de verkrijger van toepassing wordt of als de verkrijger niet langer voldoet aan de voortzettingstermijn van art. 35e, lid 1, SW Het uitstel vangt aan op 1 januari van het jaar volgend op de verkrijging en de verkrijger dient in te stemmen met door de ontvanger nader te stellen voorwaarden 35 Kamerstukken I 2009/10, , nr. D, p Zie art. 35b, lid 2 en 3 juncto art. 37, lid 2, SW De verkrijger moet hierom gelijktijdig met de aangifte verzoeken (art. 35b, lid 7, SW 1956). 37 Voor de voortzettingstermijn verwijs ik naar paragraaf

17 (art. 6a Uitv.reg. IW 1990). Tot slot kan op grond van art. 25, lid 13, IW 1990 ook voorwaardelijk uitstel van betaling worden verkregen voor de verschuldigde schenk- of erfbelasting die kan worden toegerekend aan de verkrijging van een vordering op een medeverkrijger. De vordering moet daarvoor betrekking hebben op het door de medeverkrijger verkregen ondernemingsvermogen. Men kan hierbij denken aan een onderbedelingsvordering als gevolg van het feit dat de gehele onderneming wordt toebedeeld aan één kind. Het uitstel is rentedragend en is voor de duur van tien jaren, maar wordt direct beëindigd bij een faillissement van de verkrijger, indien de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op de verkrijger van toepassing wordt of als de medeverkrijger niet langer voldoet aan de voortzettingstermijn van art. 35e, lid 1, SW Het uitstel wordt tevens beëindigd voor zover de vordering wordt voldaan. Ook het voorwaardelijke uitstel van betaling ex art. 25, lid 13, SW 1956 vangt aan op 1 januari van het jaar volgend op de verkrijging en de verkrijger dient in te stemmen met door de ontvanger nader te stellen voorwaarden (art. 6b Uitv.reg. IW 1990). Men dient zich te realiseren dat, wanneer niet langer wordt voldaan aan de voortzettingstermijn, niet alleen de voorwaardelijke vrijstelling wordt teruggenomen, maar dat ook het verleende uitstel van betaling vervalt Overzicht De hiervoor besproken faciliteiten kunnen als volgt schematisch worden weergegeven: Overdracht tijdens leven Overdracht bij overlijden Inkomstenbelasting - Art. 4.17c jo. 4.39c Wet IB Art. 25, lid 8, jo. 26, lid 2, IW Art. 4.17a jo. 4.39a Wet IB Art. 25, lid 8, jo. 26, lid 2, IW Art. 25, lid 9, IW Art. 25, lid 11, IW 1990 Schenk- en erfbelasting - Art. 35b SW Art. 25, lid 12, IW Art. 25, lid 13, IW Art. 35b SW Art. 25, lid 12, IW Art. 25, lid 13, IW 1990 Tabel 1: Overzicht bedrijfsopvolgingsfaciliteiten voor de aanmerkelijkbelanghouder. 38 Dit geldt zowel voor het verleende uitstel op grond van art. 25, lid 12, SW 1956 als voor het verleende uitstel op grond van art. 25, lid 13, SW

18 3. Bedrijfsopvolgingsvarianten 3.1 Inleiding Om te beoordelen in hoeverre de huidige bedrijfsopvolgingsfaciliteiten neutraal zijn met betrekking tot het tijdstip van de bedrijfsoverdracht, is voor een zevental varianten van bedrijfsopvolging de totale belastingdruk op familieniveau berekend. In dit hoofdstuk wordt de theorie achter de verschillende varianten nader beschreven. Bij elke variant worden daartoe na een korte inleiding de gevolgen voor zowel de bedrijfsoverdrager als de bedrijfsovernemer besproken. Omdat hoofdstuk 4 specifiek gericht is op de uitkomsten van het rekenmodel, wordt bij de beschrijving van de verschillende varianten zo min mogelijk gebruik gemaakt van cijfermatige uitwerkingen. Uitgangspunt bij de verschillende varianten van bedrijfsopvolging is dat vader de bedrijfsoverdrager is. Vader bezit alle aandelen in de holdingvennootschap Holding Vader BV, die op haar beurt alle aandelen bezit in de over te dragen werkmaatschappij (Werk BV). Voor het overige bezit Holding Vader BV geen vermogen. De enig erfgenaam van vader is zijn zoon en dit is tevens de bedrijfsopvolger. In dit hoofdstuk wordt uitgegaan van een levensverwachting van vader van 20 jaar. De zoon is houder van alle aandelen in de holdingvennootschap Holding Zoon BV, welke verder geen vermogen bezit. Verder dient als uitgangspunt dat de zoon al vijf jaren in dienst is bij de over te nemen werkmaatschappij en dat vader voldoet aan de bezitstermijn van artikel 35d, lid 1, onderdeel c, SW Bij de varianten waarbij de koopsom schuldig wordt gebleven, wordt verondersteld dat tevens de rente hierover schuldig wordt gebleven. In alle varianten wordt uitgegaan van samengestelde interest. Schematisch kunnen deze uitgangspunten als volgt worden weergegeven: Vader 100% Holding Vader BV Zoon 100% Holding Zoon BV 100% Werk BV Schema 1: Uitgangspunt vóór bedrijfsopvolging. Met uitzondering van de eerste variant is er bij alle varianten sprake van een latente aanmerkelijkbelangclaim bij de zoon op het moment dat vader (over 20 jaar) komt te overlijden. Om de totale belastingdruk van de verschillende bedrijfsopvolgingsvarianten met elkaar te kunnen vergelijken wordt de latente aanmerkelijkbelangclaim van de zoon contant gemaakt tegen de marktrente voor een periode gelijk aan de levensverwachting van vader. Dit komt overeen met de situatie dat de zoon zijn 13

19 latente aanmerkelijkbelangclaim zou afrekenen op het moment dat vader komt te overlijden. In paragraaf 4.4 wordt ingegaan op de gevolgen indien de latente aanmerkelijkbelangclaim van de zoon buiten beschouwing wordt gelaten. 3.2 Vererven van de aandelen zonder faciliteiten Om een goede vergelijking te maken tussen de verschillende varianten van bedrijfsopvolging wordt allereerst gekeken naar de variant waar, bij het vererven van de aandelen, geen gebruik wordt gemaakt van de faciliteiten in de inkomstenbelasting en tevens geen gebruik wordt gemaakt van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit voor de schenk- en erfbelasting (variant 0.A). Tevens zal worden aangegeven wat de gevolgen zullen zijn bij de variant dat er geen gebruik wordt gemaakt van de faciliteiten in de inkomstenbelasting, maar wel gebruik wordt gemaakt van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit van art. 35b SW 1956 (variant 0.B). In paragraaf 3.3 wordt de variant besproken waarbij voor zowel de inkomstenbelasting als de schenk- en erfbelasting gebruik wordt gemaakt van de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten bij het vererven van de aandelen. Bij het vererven van de aandelen worden er tijdens het leven van vader geen maatregelen genomen met betrekking tot bedrijfsopvolging en zullen de aandelen Holding Vader BV bij het overlijden van vader (over 20 jaar) vererven naar de zoon. Na het overlijden van vader ontstaat de volgende structuur: Zoon 100% Holding Vader BV 100% Werk BV Schema 2: Situatie na overlijden van vader Gevolgen voor vader Bij het overlijden van de vader verkrijgt zijn zoon krachtens erfrecht alle aandelen in Holding Vader BV. Artikel 4.16, lid 1, onderdeel e, Wet IB 2001 merkt deze overgang krachtens erfrecht aan als een fictieve vervreemding door de vader. Dit heeft tot gevolg dat er bij vader in de sfeer van het aanmerkelijk belang moet worden afgerekend over de waarde in het economische verkeer van de aandelen ten tijde van het overlijden minus de voor de vader geldende verkrijgingsprijs van de aandelen. 39 Vader is over dit vervreemdingsvoordeel (postuum) 25% aanmekerlijkbelangheffing verschuldigd. 40 De door vader verschuldigde aanmerkelijkbelangheffing wordt contant gemaakt tegen 39 Art. 4.19, lid 1, Wet IB 2001 juncto art. 4.22, lid 1, Wet IB Art. 4.12, sub b, Wet IB 2001 juncto art Wet IB

20 de marktrente voor een periode gelijk aan de levensverwachting van vader. Daar er geen gebruik wordt gemaakt van de faciliteiten in de inkomstenbelasting zijn de gevolgen voor vader bij de varianten 0.A en 0.B volledig gelijk Gevolgen voor de zoon De verkrijgingsprijs van de aandelen in Holding Vader BV, die de zoon krachtens erfrecht heeft verkregen bij het overlijden van vader, wordt op grond van art. 4.22, lid 1, Wet IB 2001 gesteld op de waarde in het economische verkeer van de aandelen. Bij de zoon is hierdoor geen sprake van een latente aanmerkelijkbelangclaim. Ook bij variant 0.B is er geen sprake van een latente aanmerkelijkbelangclaim bij de zoon. Bij variant 0.A wordt geen gebruik gemaakt van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit van art. 35b SW 1956, zodat de zoon erfbelasting is verschuldigd over de waarde in het economische verkeer van de aandelen Holding Vader BV op het moment dat vader over 20 jaar komt te overlijden. 41 De door vader postuum verschuldigde aanmerkelijkbelangheffing komt volledig in mindering op de belaste verkrijging van de zoon. Per saldo is de zoon 20% erfbelasting verschuldigd over de waarde in het economische verkeer van de aandelen minus de verschuldigde aanmerkelijkbelangheffing. 42 De verschuldigde erfbelasting is verschuldigd bij het overlijden van vader en wordt contant gemaakt tegen de marktrente voor een periode gelijk aan de levensverwachting van vader (20 jaar). Bij de variant waarin wel gebruik wordt gemaakt van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit van art. 35b SW 1956 (variant 0.B), verkrijgt de zoon een voorwaardelijke vrijstelling voor het kwalificerende ondernemingsvermogen in de zin van art. 35c, lid 1, sub c, SW De voorwaardelijke vrijstelling bedraagt op grond van art. 35b, lid 1, SW 1956 voor de eerste aan ondernemingsvermogen 100% en 83% voor het overige ondernemingsvermogen. Ook hier komt de postuum verschuldigde aanmerkelijkbelangheffing van vader in mindering op de belaste verkrijging, zodat per saldo erfbelasting is verschuldigd over de waarde in het economische verkeer van de aandelen op het moment dat vader komt te overlijden, minus de voorwaardelijke vrijstelling van art. 35b, lid 1, SW 1956 en minus de verschuldigde aanmerkelijkbelangheffing. Het deel van het ondernemingsvermogen dat na toepassing van de voorwaardelijke vrijstelling is belast, wordt op verzoek van de zoon op grond van art. 35b, lid 2, SW 1956 aangemerkt als geconserveerde waarde. De belasting over deze geconserveerde waarde wordt bepaald op het verschil tussen de verschuldigde erfbelasting over de belaste verkrijging en de verschuldigde erfbelasting over de belaste verkrijging 41 Art. 21, lid 1, SW 1956 juncto art. 21, lid 12, SW In het rekenmodel wordt er van uitgegaan dat het overige vermogen van vader meer bedraagt dan , zodat het 20%-tarief van art. 24, lid 1, SW 1956 op het gehele ondernemingsvermogen van toepassing is. 43 Bij de bepaling van het ondernemingsvermogen worden de bezittingen en schulden van de werkmaatschappij toegerekend aan Holding Vader BV (art. 35c, lid 5, SW 1956). 15

21 minus de geconserveerde waarde. 44 Voor de verschuldigde erfbelasting over de geconserveerde waarde wordt op grond van art. 25, lid 12, IW 1990 juncto art. 6a Uitv.reg. IW 1990 op schriftelijk verzoek van de zoon tien jaar rentedragend uitstel verleend. De verschuldigde invorderingsrente wordt enkelvoudig berekend en is, sinds 1 januari 2013, gelijk aan de wettelijke rente voor niethandelstransacties. 45 Bij de zoon ontstaat hierdoor een voordeel voor het verschil tussen de verschuldigde enkelvoudige invorderingsrente en de samengestelde marktrente die verschuldigd zou zijn indien voor de financiering van de verschuldigde erfbelasting een lening zou worden afgesloten. Wanneer de waarde in het economische verkeer van de aandelen op het moment van overlijden van vader minus de verschuldigde aanmerkelijkbelangheffing, de bruto verkrijging, lager is dan de voorwaardelijke vrijstelling voor de erfbelasting, is er per saldo geen erfbelasting verschuldigd over de erfrechtelijke verkrijging van de aandelen in Holding Vader BV. Indien wel erfbelasting verschuldigd is, dient deze contant gemaakt te worden tegen de marktrente voor een periode gelijk aan de levensverwachting van vader. 3.3 Vererven van de aandelen met faciliteiten De variant waar bij het vererven van de aandelen Holdig Vader BV gebruik wordt gemaakt van zowel de faciliteiten voor de inkomstenbelasting als voor de schenk- en erfbelasting, wordt door Stevens ook wel aangeduid als de niets doen-variant. 46 Net als in de hiervoor besproken varianten verkrijgt de zoon bij het overlijden van vader (over 20 jaar) alle aandelen in Holding Vader BV krachtens erfrecht. Tijdens het leven van vader worden aldus geen specifieke maatregelen genomen met betrekking tot de bedrijfsopvolging. De ontstane structuur na het overlijden van vader is gelijk aan de structuur zoals weergegeven in paragraaf Gevolgen voor vader Zoals in paragraaf reeds beschreven wordt de overgang krachtens erfrecht van de aandelen Holding Vader BV naar de zoon op grond van art. 4.16, lid 1, onderdeel e, Wet IB 2001 aangemerkt als een fictieve vervreemding door de vader. In beginsel dient vader hierdoor bij zijn overlijden in de sfeer van het aanmerkelijk belang af te rekenen over de waarde in het economische verkeer van de aandelen ten tijde van het overlijden minus de voor vader geldende verkrijgingsprijs van de aandelen. 47 Bij de aangifte inkomstenbelasting van vader over het jaar van overlijden kan gezamenlijk worden verzocht om de doorschuiffaciliteit van artikel 4.17a Wet IB Op grond van het tweede lid van dit artikel wordt het deel van de overdrachtsprijs dat toerekenbaar is aan het ondernemingsvermogen 44 Art. 35b, lid 3, SW Art. 28, lid 2, IW Voor de hoogte van het percentage invorderingsrente verwijs ik naar art. 29 IW S.A. Stevens, Bestaande bedrijfsopvolgingsfaciliteit spant paard achter de wagen, WFR 2005/378, paragraaf Art. 4.19, lid 1, Wet IB 2001 juncto art. 4.22, lid 1, Wet IB Voor de voorwaarden voor het toepassen van de doorschuiffaciliteit van art. 4.17a Wet IB 2001 verwijs ik naar paragraaf

Bijlage: overzicht regelingen omtrent bedrijfsbeëindiging per 1 januari 2010

Bijlage: overzicht regelingen omtrent bedrijfsbeëindiging per 1 januari 2010 Bijlage: overzicht regelingen omtrent bedrijfsbeëindiging per 1 januari 2010 Onderstaand wordt een overzicht gegeven van de diverse regelingen omtrent bedrijfsbeëindiging in de Wet op de inkomstenbelasting

Nadere informatie

info &boon tips & boon

info &boon tips & boon tips & boon Bedrijf schenken of erven Nieuwe regels 2010 Om het voortbestaan van een onderneming niet in gevaar te brengen kent de Successiewet de bedrijfsopvolgingsregeling. Deze regeling is met de komst

Nadere informatie

Doorschuiffaciliteiten in het aanmerkelijkbelangregime

Doorschuiffaciliteiten in het aanmerkelijkbelangregime Doorschuiffaciliteiten in het aanmerkelijkbelangregime Mr. K. de Heus * en drs. A. Rozendal ** Indien aandelen die een aanmerkelijk belang vertegenwoordigen worden vervreemd, vindt op grond van art. 4.12

Nadere informatie

Alles onder Controle!

Alles onder Controle! Alles onder Controle! Bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet 20 oktober 2009 Onderwerpen Bedrijfsopvolging in Nederland Inkomstenbelasting Successiewet Bedrijfsopvolging in België Samenloop Nederland

Nadere informatie

Vergelijking doorschuiffaciliteiten

Vergelijking doorschuiffaciliteiten Carmen van Lier ANR: 646230 Fiscale Economie Examencommissie: drs. J.J.H. Gortzak prof. dr. J.A.G. van der Geld Vergelijking doorschuiffaciliteiten Wet IB 2001 November, 2013 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Nadere informatie

Aanpassingen in de inkomstenbelasting bij

Aanpassingen in de inkomstenbelasting bij Aanpassingen in de inkomstenbelasting bij schenking en vererving van aanmerkelijkbelangaandelen Mr. Maria de L. Monteiro 1 Ruim een jaar geleden schreef T.C. Hoogwout een lezenswaardig artikel in dit blad

Nadere informatie

32401 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2010)

32401 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2010) Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer afdeling Inhoudelijke Ondersteuning aan De leden van de vaste commissie voor Financiën datum 19 november 2010 Betreffende wetsvoorstel: 32401 Wijziging van enkele

Nadere informatie

Knelpunten in de bedrijfsopvolgingsregelingen

Knelpunten in de bedrijfsopvolgingsregelingen Knelpunten in de bedrijfsopvolgingsregelingen Mr. Sabine A.M. de Wijkerslooth-Lhoëst en Paul-Johan Swank LLM 1 Met de verschillende doorschuiffaciliteiten in de Wet IB 2001 2 en de bedrijfsopvolgingsregeling

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) Interne Cursus. Irma van der Zon

Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) Interne Cursus. Irma van der Zon Bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) Interne Cursus Irma van der Zon BOR / BOF BOR: bedrijfsopvolgingsregeling BOF: bedrijfsopvolgingsfaciliteit Verschillende benamingen voor hetzelfde onderwerp. BOR faciliteiten:

Nadere informatie

Bachelor thesis De (on)gerechtvaardige behandeling van preferente aandelen voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten

Bachelor thesis De (on)gerechtvaardige behandeling van preferente aandelen voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Bachelor thesis De (on)gerechtvaardige behandeling van preferente aandelen voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Auteur: F.H.J. Kruijssen Anr: s267272 Studie: Fiscale Economie Datum: 8 mei 2012 Examencommissie:

Nadere informatie

Preferente aandelen en de bedrijfsopvolgingsregelingen

Preferente aandelen en de bedrijfsopvolgingsregelingen Preferente aandelen en de bedrijfsopvolgingsregelingen Master scriptie Fiscaal Recht Door: W.P. Croonen Onder begeleiding van: Prof. mr. I.J.F.A. van Vijfeijken Preferente aandelen en de bedrijfsopvolgingsregelingen

Nadere informatie

Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting

Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting, Stcrt. 2009, 20619 HOOFDSTUK I ALGEMENE BEPALINGEN Reikwijdte Artikel 1. Reikwijdte en definitie 1. Deze regeling

Nadere informatie

2. Onder vernummering van het zevende tot en met negende lid tot achtste tot en met tiende lid wordt na het zesde lid een lid ingevoegd, luidende:

2. Onder vernummering van het zevende tot en met negende lid tot achtste tot en met tiende lid wordt na het zesde lid een lid ingevoegd, luidende: ARTIKEL I De Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 4.17a wordt als volgt gewijzigd: 1. In de aanhef van het vijfde lid wordt een belang heeft vervangen door: direct of indirect

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsregeling (IBondernemer

Bedrijfsopvolgingsregeling (IBondernemer Kennisdocument Bedrijfsopvolgingsregeling (IBondernemer agrarisch) Bij de overdracht van een onderneming komt veel kijken. Naast het vinden van de koper(s) en het bepalen van de overdrachtswaarde, moet

Nadere informatie

Inleiding HOOFDSTUK 1

Inleiding HOOFDSTUK 1 HOOFDSTUK 1 Inleiding Schenking en vererving van een IB-onderneming, van aanmerkelijkbelangaandelen en van ter beschikking gestelde onroerende zaken is met ingang van 1 januari 2010 ingrijpend gewijzigd,

Nadere informatie

Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon?

Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon? Het verzamelbesluit inkomstenbelasting en aanmerkelijk belang: een samenvoeging van oude besluiten of toch wat nieuws onder de zon? MR. MARGRIET G. EERENSTEIN 1 De minister van Financiën heeft op 23 november

Nadere informatie

DGA uit de loonheffing

DGA uit de loonheffing DGA uit de loonheffing Met ingang van 1 januari 2008 Art 6 lid 6 wet LB 1964 Degene tot wie uitsluitend één of meer directeuren-grootaandeelhouders als bedoeld in art. 6, eerste lid, onderdeel d, van de

Nadere informatie

De wijziging van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet

De wijziging van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet De wijziging van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Successiewet Bachelorscriptie Fiscale Economie Astrid van der Werff 5736781 19 juli 2011 Mw. dr. S.J. Mol-Verver Studiejaar 2010-2011 Fiscale Economie

Nadere informatie

Het begrip voortzetten binnen de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet 1956

Het begrip voortzetten binnen de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet 1956 Het begrip voortzetten binnen de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet 1956 S.C.B. Heller Koperwiek 2 5165 KK Waspik Waspik, 18 augustus 2008 Universiteit van Tilburg Afstudeerrichting: Fiscaal

Nadere informatie

Kluwer Online Research Vermogende Particulieren Bulletin Vastgoed binnen de onderneming en overlijden. Mw. mr. L. Verploegh[1] Inleiding

Kluwer Online Research Vermogende Particulieren Bulletin Vastgoed binnen de onderneming en overlijden. Mw. mr. L. Verploegh[1] Inleiding Vermogende Particulieren Bulletin Vastgoed binnen de onderneming en overlijden Auteur: Mw. mr. L. Verploegh[1] Inleiding Ondernemers houden met veel rekening maar vaak niet met hun eigen overlijden. Het

Nadere informatie

Het ondernemingsvermogen in de Successiewet 1956

Het ondernemingsvermogen in de Successiewet 1956 ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM Nadruk verboden Erasmus School of Economics Bachelorscriptie Het ondernemingsvermogen in de Successiewet 1956 Naam student: A.N. Klok Studentnummer: 320949 Begeleider: J.E.

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Nr. Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. 20619 31 december 2009 Uitvoeringsregeling schenk- en erfbelasting 17 december 2009 NR. DB 2009-175 Directoraat-Generaal

Nadere informatie

Bedrijfsopvolging bij schenken en erven

Bedrijfsopvolging bij schenken en erven Bedrijfsopvolging bij schenken en erven A.E.M. Loeffen 167138 Universiteit van Tilburg Faculteit der Rechtsgeleerdheid Fiscaal Recht Examencommissie: mr. S.A.M. de Wijkerslooth-Lhoëst prof. mr. I.J.F.A.

Nadere informatie

2014 -- Successiewet -- Deel 2

2014 -- Successiewet -- Deel 2 Successiewet les 2 programma Successierecht Wetsficties Bedrijfsopvolgingsfaciliteit Aangifte 1 Wetsficties 1 van 11 Schuldigerkenning niet-registergoederen art. 8-1 SW Om het ontgaan van successierecht

Nadere informatie

Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop!

Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop! Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop! Waar moet u op letten bij een bedrijfsoverdracht? Voor familiebedrijven is continuïteit één van de belangrijkste doelstellingen. Het

Nadere informatie

Bedrijfsoverdracht 20-4-2011. Schenk- en erfbelasting Inkomstenbelasting. 20 april 2011. Inleiding mr. C. (Kees) Goeman

Bedrijfsoverdracht 20-4-2011. Schenk- en erfbelasting Inkomstenbelasting. 20 april 2011. Inleiding mr. C. (Kees) Goeman Bedrijfsoverdracht Schenk- en erfbelasting Inkomstenbelasting 20 april 2011 www.inventivecontrol.com 1 Inleiding mr. C. (Kees) Goeman Sprekers: mr. J.J.G.M. (Jolanda) van Nunen mr. G.J. (Govert) Vorstenbosch

Nadere informatie

Advieswijzer. Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop. 20-08-2015 Denk ondernemend. Denk Bol.

Advieswijzer. Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop. 20-08-2015 Denk ondernemend. Denk Bol. Advieswijzer Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuïteit staat voorop 20-08-2015 Denk ondernemend. Denk Bol. Inhoudsopgave 1. Belastingclaims bij bedrijfsoverdracht... 3 1.1 Wordt een onderneming

Nadere informatie

Inhoud. Afkortingen 17 I INLEIDEND DEEL 19

Inhoud. Afkortingen 17 I INLEIDEND DEEL 19 Inhoud Afkortingen 17 I INLEIDEND DEEL 19 1 Positie van de DGA binnen het fiscale spectrum 21 1.1 Inleiding 21 1.2 De DGA fiscaal vergeleken met de IB-ondernemer 22 1.3 Vergelijking box 2 en box 3 Wet

Nadere informatie

Bedrijfsopvolging per 1 januari. 2010, nieuwe kansen en. beperkingen?

Bedrijfsopvolging per 1 januari. 2010, nieuwe kansen en. beperkingen? Faculteit Rechtswetenschappen Masterscriptie Bedrijfsopvolging per 1 januari 2010, nieuwe kansen en beperkingen? Helmond, 2010 Student: ANR: Studierichting: Scriptiebegeleider: S. H. Hamacher S745980 Fiscaal

Nadere informatie

Voortzettingsvereisten bij bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de fiscale wetgeving

Voortzettingsvereisten bij bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de fiscale wetgeving Voortzettingsvereisten bij bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de fiscale wetgeving Behoort een homogene regeling met betrekking tot de voortzettingsvereisten bij bedrijfsopvolgingsfaciliteiten tot de mogelijkheden?

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsregelingen voor het familiebedrijf onder druk

Bedrijfsopvolgingsregelingen voor het familiebedrijf onder druk Spotlight Bedrijfsopvolgingsregelingen voor het familiebedrijf onder druk Renate de Lange - Family Business/Private Wealth, Tax & Human Resource Services Jan Nieuwenhuizen - Family Business/Private Wealth,

Nadere informatie

De vernieuwde doorschuiffaciliteiten in de aanmerkelijk belangregeling: een stimulans of een knelpunt?

De vernieuwde doorschuiffaciliteiten in de aanmerkelijk belangregeling: een stimulans of een knelpunt? De vernieuwde doorschuiffaciliteiten in de aanmerkelijk belangregeling: een stimulans of een knelpunt? Student: mw. S.J.M.A. Peters Studentnummer: 990683 Begeleider: mw. mr. M.L.M. van Kempen Inhoudsopgave

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten bij vastgoedvennootschappen

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten bij vastgoedvennootschappen 2016 Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten bij vastgoedvennootschappen ONDER WELKE OMSTANDIGHEDEN OVERSCHRIJDEN DE ACTIVITEITEN VAN EEN VASTGOEDVENOOTSCHAP DE NORM NORMAAL VERMOGENSBEHEER VOOR TOEPASSING VAN

Nadere informatie

Nieuwe schenk- en erfbelasting in 2010

Nieuwe schenk- en erfbelasting in 2010 Nieuwe schenk- en erfbelasting in 2010 Nieuwe schenk- en erfbelasting De nieuwe Successiewet (deze wet regelt de schenk- en erfbelasting) is op 1 januari 2010 ingegaan en heeft gevolgen voor bijna iedereen!

Nadere informatie

VERERVING VAN AANDELEN IN EEN B.V. MET BELEGGINGSVERMOGEN

VERERVING VAN AANDELEN IN EEN B.V. MET BELEGGINGSVERMOGEN VERERVING VAN AANDELEN IN EEN B.V. MET BELEGGINGSVERMOGEN Vanaf 2010 kan overlijden met vererving van aandelen in een eigen B.V. met beleggingsvermogen (waaronder verhuurd onroerend goed) tot een onverwachte

Nadere informatie

info &boon tips & boon

info &boon tips & boon tips & boon Uw positie als DGA Fiscale actualiteiten 2010 Ruim één op de vijf ondernemers is directeur-grootaandeelhouder (dga). Voor het kabinet aanleiding om, zeker in het huidige economische klimaat,

Nadere informatie

Seminar. Fiscaal vriendelijk erven en schenken

Seminar. Fiscaal vriendelijk erven en schenken Seminar Fiscaal vriendelijk erven en schenken Estate planning Fiscale en juridische begeleiding overgang en instandhouding (familie)vermogen Vermogen zo goedkoop mogelijk naar volgende generatie Wensen

Nadere informatie

Page 1 of 6 Ondernemingsvermogen en tweetrapsbepalingen (deel II) NTFRB2011-41 Hoge Raad 16 januari 2004, nr.c02/150hr Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden Wetsartikelen NTFRB-art. 1 SW 1956-art. 35d SW 1956-art.

Nadere informatie

2017 Erf- en schenk belasting en de Bedrijfs opvolgingsregeling

2017 Erf- en schenk belasting en de Bedrijfs opvolgingsregeling Belastingdienst 2017 Erf- en schenk belasting en de Bedrijfs opvolgingsregeling Als u een onderneming erft of geschonken krijgt, dan moet u over de waarde van die onderneming erf- of schenkbelasting betalen.

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 2175 31 januari 2013 Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling 17 januari 2013 Nr. BLKB2012/1221M Belastingdienst/Landelijk

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2015:9034

ECLI:NL:RBDHA:2015:9034 1 van 5 17-8-2015 11:55 ECLI:NL:RBDHA:2015:9034 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 30-07-2015 Datum publicatie 06-08-2015 Zaaknummer AWB - 14 _ 9248 Rechtsgebieden Belastingrecht Bijzondere kenmerken

Nadere informatie

Kluwer Online Research Weekblad voor Fiscaal Recht Bedrijfsopvolging met preferente aandelen en indirecte aandelenbelangen

Kluwer Online Research Weekblad voor Fiscaal Recht Bedrijfsopvolging met preferente aandelen en indirecte aandelenbelangen Weekblad voor Fiscaal Recht Bedrijfsopvolging met preferente aandelen en indirecte aandelenbelangen Auteur: Mr. drs. M.G.H. van der Kroon[1] In dit artikel gaat de auteur in op de fiscale aandachtspunten

Nadere informatie

Fiscale zaken voor BV ondernemers

Fiscale zaken voor BV ondernemers Fiscale zaken voor BV ondernemers Countus accountants + adviseurs Apeldoorn 28 mei 2013 Henk-Jan Roersma FB Programma Introductie Aandelenoverdracht Activa/passiva transactie Bedrijfsopvolging Pensioenvoorzieningen

Nadere informatie

Dit besluit actualiseert het besluit van 4 april 2011, nr. BLKB2011/68M. Het

Dit besluit actualiseert het besluit van 4 april 2011, nr. BLKB2011/68M. Het Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling Belastingdienst/Landelijk Kantoor Belastingregio s, Brieven en beleidsbesluiten Besluit van 17 januari 2013, nr. BLKB2012/1221M De staatssecretaris van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 761 Wijziging van enige belastingwetten (herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting)

Nadere informatie

Verhuur van vastgoed:

Verhuur van vastgoed: Erasmus Universiteit Rotterdam Nadruk Verboden Erasmus School of Economics Masterscriptie Verhuur van vastgoed: Wel of geen onderneming? Naam: Janwillem den Hollander Examennummer: 332859 Begeleidster:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 24 761 Wijziging van enige belastingwetten (herziening regime ter zake van winst uit aanmerkelijk belang, consumptieve rente en vermogensbelasting)

Nadere informatie

Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuıẗeit staat voorop!

Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuıẗeit staat voorop! www.stolk-accountants.nl Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf: continuıẗeit staat voorop! Waar moet u op letten bij een bedrijfsoverdracht? Voor familiebedrijven is continuïteit één van de belangrijkste

Nadere informatie

Preferente aandelen in de doorschuifregelingen in de Wet inkomstenbelasting 2001 en de vrijstellingen in de Successiewet 1956

Preferente aandelen in de doorschuifregelingen in de Wet inkomstenbelasting 2001 en de vrijstellingen in de Successiewet 1956 Masterscriptie Fiscaal Recht Preferente aandelen in de doorschuifregelingen in de Wet inkomstenbelasting 2001 en de vrijstellingen in de Successiewet 1956 C.A.V Liebregts ANR: 976052 Universiteit van Tilburg

Nadere informatie

2014 -- Inkomstenbelasting - AB -- Deel 2

2014 -- Inkomstenbelasting - AB -- Deel 2 Inkomstenbelasting AB 2 programma Verdieping aanmerkelijk belang Fictieve vervreemding, doorschuifregeling en fictief AB Bijzondere regelingen Vruchtgebruik Vervreemdingsprijs bij betaling in termijnen

Nadere informatie

Successiewet 1956; bedrijfsopvolging

Successiewet 1956; bedrijfsopvolging Successiewet 1956; bedrijfsopvolging 1 Successiewet 1956; bedrijfsopvolging Belastingdienst/Centrum voor Proces- en Productontwikkeling, Domein Belastingen op arbeid en vermogen Besluit van 16 maart 2004,

Nadere informatie

Bedrijfsopvolging. Jolanda van Nunen. De successiewet in een notendop

Bedrijfsopvolging. Jolanda van Nunen. De successiewet in een notendop Bedrijfsopvolging Schenk- en erfbelasting Inkomstenbelasting Testamenten Andere civielrechtelijke zaken 0 Inleiding Mr. C. (Kees) Goeman Mr. E.J.Ph. (Ed) Bijnsdorp Sprekers: Mw. mr. J.J.G.M. (Jolanda)

Nadere informatie

HRo - Inkomstenbelasting - Aanmerkelijk belang -- Deel 2

HRo - Inkomstenbelasting - Aanmerkelijk belang -- Deel 2 Inkomstenbelasting AB 2 programma Verdieping aanmerkelijk belang Fictieve vervreemding, doorschuifregeling en fictief AB Bijzondere regelingen Vruchtgebruik Vervreemdingsprijs bij betaling in termijnen

Nadere informatie

DE BEDRIJFSOPVOLGINGS- FACILITEITEN. Een vrijstelling voor de verkrijger of voor de boedel?

DE BEDRIJFSOPVOLGINGS- FACILITEITEN. Een vrijstelling voor de verkrijger of voor de boedel? DE BEDRIJFSOPVOLGINGS- FACILITEITEN Een vrijstelling voor de verkrijger of voor de boedel? DE BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEITEN Een vrijstelling voor de verkrijger of voor de boedel? DE BEDRIJFSOPVOLGINGS-

Nadere informatie

Welke aandelen kwalificeren voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet?

Welke aandelen kwalificeren voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet? Mr. Almer M.A. de Beer 1 Welke aandelen kwalificeren voor de bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de Successiewet? Art. 4.6 Wet IB 2001 geeft antwoord op de vraag wie aanmerkelijkbelanghouder is De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten

Nadere informatie

Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf. whitepaper. Verzeker de continuïteit van uw bedrijf

Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf. whitepaper. Verzeker de continuïteit van uw bedrijf 07.06.16 Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf Verzeker de continuïteit van uw bedrijf whitepaper In dit whitepaper: Waar moet u op letten bij een bedrijfsoverdracht binnen de familie? Voor familiebedrijven

Nadere informatie

Bij familiebedrijven staat het ondernemerschap en de continuïteit van generatie op generatie centraal.

Bij familiebedrijven staat het ondernemerschap en de continuïteit van generatie op generatie centraal. Position Paper van FBNed September 2009 In zake T.b.v. : Wijzigingsvoorstellen op de Successiewet : rondetafelgesprek vaste commissie voor Financiën woensdag 23 september 2009 Samenvatting Rode draad Belastingplan

Nadere informatie

Bijlage I Berekening waarde vruchtgebruik en periodieke uitkeringen 191. Bijlage II Afgeronde overlevingstafel (GBM/GBV ) 193

Bijlage I Berekening waarde vruchtgebruik en periodieke uitkeringen 191. Bijlage II Afgeronde overlevingstafel (GBM/GBV ) 193 Inhoud Voorwoord 11 1 Erfrecht in vogelvlucht 13 1.1 Wettelijk erfrecht 13 1.2 Invloed huwelijk op nalatenschap 14 1.3 Wettelijke verdeling 15 1.3.1 Gevolgen van wettelijke verdeling voor erfbelasting

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten: nu reorganiseren of doorschuiven naar de volgende generatie?

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten: nu reorganiseren of doorschuiven naar de volgende generatie? Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten: nu reorganiseren of doorschuiven naar de volgende generatie? Mathieu Neve ANR: 410059 Scriptie Master Fiscaal Recht, Tilburg University Afstudeerdatum: 20 april 2011 Examinatoren:

Nadere informatie

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten uit de Successiewet 1956 en de Erbschaftsteuergesetz. Een rechtsvergelijkend onderzoek

De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten uit de Successiewet 1956 en de Erbschaftsteuergesetz. Een rechtsvergelijkend onderzoek De bedrijfsopvolgingsfaciliteiten uit de Successiewet 1956 en de Erbschaftsteuergesetz Een rechtsvergelijkend onderzoek Danny Das 761994 Tilburg University Tilburg School of Economics and Management Master

Nadere informatie

Advieswijzer: Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf 2016

Advieswijzer: Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf 2016 Advieswijzer: Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf 2016 Waar moet u op letten bij een bedrijfsoverdracht binnen de familie? Voor familiebedrijven is continuïteit één van de belangrijkste doelstellingen.

Nadere informatie

2. Geef aan wat de voor- en nadelen zijn van een verplicht wederkerig finaal verrekenbeding ten opzichte van een wettelijke gemeenschap.

2. Geef aan wat de voor- en nadelen zijn van een verplicht wederkerig finaal verrekenbeding ten opzichte van een wettelijke gemeenschap. EPN-EXAMEN EXAMEN 17 JUNI 2011 (OCHTENDGEDEELTE) I ONDERDEEL HUWELIJKSVERMOGENSRECHT 1. Geef aan welke vier varianten er bestaan op het geboed van finale verrekenbedingen en beschrijf de gevolgen voor

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 400 IX Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Financiën voor het jaar 2013 Nr. 6 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Nadere informatie

3. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid.

3. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid. WIJZIGING VAN DE SUCCESSIEWET 1956 EN ENIGE ANDERE BELASTINGWETTEN (VEREENVOUDIGING BEDRIJFSOPVOLGINGSREGELING EN HERZIENING TARIEFSTRUCTUUR IN DE SUCCESSIEWET 1956, ALSMEDE INTRODUCTIE VAN EEN REGELING

Nadere informatie

De herziene bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de schenk- en erfbelasting

De herziene bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de schenk- en erfbelasting De herziene bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de schenk- en erfbelasting Dr. S.A. Stevens 1. Inleiding Per 1 januari 2010 is de bedrijfsopvolgingsfaciliteit (hierna: BOF) in de SW 1956 gewijzigd. De BOF

Nadere informatie

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010)

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) VOORSTEL VAN WET Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging

Nadere informatie

32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) NOTA VAN WIJZIGING Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd: 1 Artikel I wordt als volgt gewijzigd:

Nadere informatie

Nieuwe schenk- erfbelasting Belangrijkste wijzigingen vanaf 2010

Nieuwe schenk- erfbelasting Belangrijkste wijzigingen vanaf 2010 . Nieuwe schenk- erfbelasting Belangrijkste wijzigingen vanaf 2010 Het successierecht is de meest onbegrepen belasting. Het kabinet wil deze belasting in stand houden, ondanks dat de schenker of erflater

Nadere informatie

Faciliteiten bedrijfsoverdracht gestroomlijnd

Faciliteiten bedrijfsoverdracht gestroomlijnd Faciliteiten bedrijfsoerdracht gestroomlijnd 1. Inleiding Bedrijfsopolging is meestal een lang proces dat zorguldig oorbereid moet worden. Daarbij spelen naast emotionele aspecten fiscale aspecten een

Nadere informatie

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van het CDA Fiscale positie directeur-grootaandeelhouder NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG Inleiding Met belangstelling heb ik kennisgenomen van de vragen en opmerkingen van de fracties van het CDA, de PvdA, de

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA 's-gravenhage. Datum 8 oktober 2012 Betreft Effectenrapportage DGA-pakket

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA 's-gravenhage. Datum 8 oktober 2012 Betreft Effectenrapportage DGA-pakket > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Page 1 of 7 Ondernemingsvermogen en tweetrapsbepalingen (deel I) NTFRB2011-35 Hoge Raad 16 januari 2004, nr.c02/150hr Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden Wetsartikelen NTFRB-art. 1 SW 1956-art. 35c SW 1956-art.

Nadere informatie

(Tekstselecties voor FsL geldend op: 09-03-2013) Wet van 30 mei 1990, inzake invordering van rijksbelastingen, andere dan invoerrechten en accijnzen

(Tekstselecties voor FsL geldend op: 09-03-2013) Wet van 30 mei 1990, inzake invordering van rijksbelastingen, andere dan invoerrechten en accijnzen Invorderingswet 1990 Wet van 30 mei 1990, inzake invordering van rijksbelastingen, andere dan invoerrechten en accijnzen Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,

Nadere informatie

Doorschuif- en bedrijfsopvolgingsregeling voor onroerende zaken

Doorschuif- en bedrijfsopvolgingsregeling voor onroerende zaken Vakblad Financiële Planning, Doorschuif- en bedrijfsopvolgingsregeling voor onroerende zaken Klik hier om het document te openen in een browser venster Vindplaats: VFP 2014/53 Bijgewerkt tot: 22-05-2014

Nadere informatie

Fiscale eindejaar tips. Ondernemers met een BV. Leg leningen schriftelijk vast

Fiscale eindejaar tips. Ondernemers met een BV. Leg leningen schriftelijk vast Fiscale eindejaar tips Ondernemers met een BV Belastingplan 2011: ook in 2011 een tariefsverlaging van de VPB Het tarief voor de vennootschapsbelasting wordt in 2011 verder verlaagd. Het tarief voor winsten

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2009 2010 32 129 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) A GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET 19 november

Nadere informatie

2009 -- Bedrijfsadministratie - GBE3.2 (FE) - Deel 2

2009 -- Bedrijfsadministratie - GBE3.2 (FE) - Deel 2 GBE3.2 (FE) les 4 programma Wat is een fusie Bedrijfsoverdracht en bedrijfsfusie Bedrijfsfusie Juridische fusie Een fusie is het samengaan van twee meer ondernemingen die daarna als economische eenheid

Nadere informatie

Fiscaal voorsorteren naar een bedrijfsoverdracht

Fiscaal voorsorteren naar een bedrijfsoverdracht Fiscaal voorsorteren naar een bedrijfsoverdracht Fiscale tips voor het verkoopproces Mr Roelof Oldenziel Accountants + Adviesgroep Los Spacelab 12 3824 MR AMERSFOORT Tel. 033-460 38 38 www.los.nl Wat is

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 930 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur

Nadere informatie

Fiscaal voordeling vermogen nalaten

Fiscaal voordeling vermogen nalaten Kennisdocument Estate planning Fiscaal voordeling vermogen nalaten U denkt er misschien liever niet aan, maar er komt ooit een moment dat u er niet meer zult zijn. Het is goed om daar nu al bij stil te

Nadere informatie

Minder belasting op erven en schenken, bedrijfsoverdracht eenvoudiger

Minder belasting op erven en schenken, bedrijfsoverdracht eenvoudiger DD-NR 0904-491 Regelingen en voorzieningen CODE 3.3.1.211 verwachte wijzigingen Minder belasting op erven en schenken, bedrijfsoverdracht eenvoudiger bronnen Nieuwsbericht ministerie van Financiën, 20.4.2009;

Nadere informatie

Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 10 juli 2013, nr. BLKB/2013/1130M.

Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 10 juli 2013, nr. BLKB/2013/1130M. Overdrachtsbelasting. Ondernemingsfaciliteiten Belastingdienst/Directie Vaktechniek Belastingen Besluit van 10 juli 2013, nr. BLKB/2013/1130M. De Staatssecretaris van Financiën heeft het volgende besloten.

Nadere informatie

Foederer. Advieswijzer Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf 2017

Foederer. Advieswijzer Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf 2017 Advieswijzer Bedrijfsoverdracht van het familiebedrijf 2017 Waar moet u op letten bij een bedrijfsoverdracht binnen de familie? Voor familiebedrijven is continuïteit één van de belangrijkste doelstellingen.

Nadere informatie

2013/2014. Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten ter zake van het schenken en vererven van een onderneming in Nederland en Vlaanderen

2013/2014. Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten ter zake van het schenken en vererven van een onderneming in Nederland en Vlaanderen 2013/2014 Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten ter zake van het schenken en vererven van een onderneming in Nederland en Vlaanderen Een rechtsvergelijkend onderzoek Auteur: Jeroen Smolenaers Tilburg School of

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 31 930 Wijziging van de Successiewet 1956 en enige andere belastingwetten (vereenvoudiging bedrijfsopvolgingsregeling en herziening tariefstructuur

Nadere informatie

FISCALE SIGNALEN OPINIE: ONHANDIGE WETGEVING

FISCALE SIGNALEN OPINIE: ONHANDIGE WETGEVING FISCALE SIGNALEN Jaargang 2010, nummer 1 In het eerste nummer van onze nieuwsbrief in 2010 geven wij een aantal signalen die voor u van belang kunnen zijn. Geheel fiscaal zijn deze signalen deze keer niet.

Nadere informatie

Eindejaarstips voor erf- en schenkbelasting

Eindejaarstips voor erf- en schenkbelasting Eindejaarstips voor erf- en schenkbelasting Schaap & Van Dijk wil u met het jaareinde in zicht graag attenderen op de vele mogelijkheden om nog dit jaar de belastingdruk in de zaak én in privé te verminderen.

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 6416 13 april 2011 Schenk- en erfbelasting. Bedrijfsopvolgingsregeling 4 april 2011 Nr. BLKB2011/68M Belastingdienst/Landelijk

Nadere informatie

bij overlijden Belastinglatenties 1 Inleiding Kennistoets 18 Nummer 3 juli 2015 www.pe-bedrijfsopvolging.nl

bij overlijden Belastinglatenties 1 Inleiding Kennistoets 18 Nummer 3 juli 2015 www.pe-bedrijfsopvolging.nl PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging Belastinglatenties bij overlijden 1 uur nettoonderwijs Chris Denneboom en Yvonne Tigelaar-Klootwijk Drs. C. Denneboom RV RAB is partner bij ValuePro bedrijfswaardering

Nadere informatie

A. In artikel 2.5, tweede lid, wordt 4.17, 4.18 vervangen door: 4.17, 4.17a, 4.17b, 4.17c, 4.18.

A. In artikel 2.5, tweede lid, wordt 4.17, 4.18 vervangen door: 4.17, 4.17a, 4.17b, 4.17c, 4.18. Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2010) VOORSTEL VAN WET Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging

Nadere informatie

(Tekstselecties voor FsL geldend op: ) Wet van 30 mei 1990, inzake invordering van rijksbelastingen, andere dan invoerrechten en accijnzen

(Tekstselecties voor FsL geldend op: ) Wet van 30 mei 1990, inzake invordering van rijksbelastingen, andere dan invoerrechten en accijnzen Invorderingswet 1990 Wet van 30 mei 1990, inzake invordering van rijksbelastingen, andere dan invoerrechten en accijnzen Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau,

Nadere informatie

Rechtsvergelijking van bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de schenk- en erfbelasting tussen Nederland en Vlaanderen

Rechtsvergelijking van bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de schenk- en erfbelasting tussen Nederland en Vlaanderen Rechtsvergelijking van bedrijfsopvolgingsfaciliteiten in de schenk- en erfbelasting tussen Nederland en Vlaanderen Afstudeerscriptie G.C.J. van Esterik ANR 171524 Examencommissie Mr. dr. M.J. Hoogeveen

Nadere informatie

1. Bedrijfsopvolging: wat en hoe? Een korte schets van de problematiek

1. Bedrijfsopvolging: wat en hoe? Een korte schets van de problematiek Voorwoord...IX 1. Bedrijfsopvolging: wat en hoe? Een korte schets van de problematiek 1.1. Waar hebben we het over?................................ 1 1.1.1. Cijfers... 1 1.1.2. Leven en dood..................................

Nadere informatie

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet; over latente inkomstenbelasting, tegenprestaties en het oppompen van de grondslag

Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet; over latente inkomstenbelasting, tegenprestaties en het oppompen van de grondslag Bedrijfsopvolgingsfaciliteiten Successiewet; over latente inkomstenbelasting, tegenprestaties en het oppompen van de grondslag MR. GEERT DE JONG MR. ALMER M.A. DE BEER 1 Bij de berekening van de grondslag

Nadere informatie

Tilburg University. Onbelast uitkeren van dividend in geval van overlijden Hoogeveen, Mascha. Published in: PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging

Tilburg University. Onbelast uitkeren van dividend in geval van overlijden Hoogeveen, Mascha. Published in: PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging Tilburg University Onbelast uitkeren van dividend in geval van overlijden Hoogeveen, Mascha Published in: PE-Tijdschrift voor de bedrijfsopvolging Publication date: 2015 Link to publication Citation for

Nadere informatie