Les 2 Uit welk land kom jij?

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Les 2 Uit welk land kom jij?"

Transcriptie

1 00:00 19:27 15/10/14 1 Uit welk land kom jij? heeft 14 pagina s. Dit is pagina 1. Naam: Hugo Van de Voorde achternaam: Van de Voorde voornaam: Hugo Adres: straat: Frans Pauwelslei nummer: 35 plaats: Mechelen postcode: 2800 Telefoon: privé: gsm: werk: Geboortedatum: (dag / maand / jaar) 10 maart 1978 Nationaliteit: Belgische 02:17 21:40 Dag Brenda. Uit welk land kom jij? Ik kom uit Engeland. Welke nationaliteit heb jij? Ik heb de Engelse nationaliteit. Hoelang woon je al in België? Ik woon al vier jaar in België. 02:58 22:19 Hoe oud ben je? Wat is je leeftijd? Ik ben eenendertig (31) jaar. Wanneer ben je geboren? Ik ben geboren op 12 juni En waar ben je geboren? Ik ben geboren in Londen, Engeland. 03:45 23:02 Woon je alleen? Ik woon niet alleen. Woon je bij vrienden of woon je misschien bij familie? Nee, ik woon niet bij vrienden. Ik ben getrouwd. Ben je getrouwd met een Nederlander? Nee, ik ben getrouwd met een Belg. Wat is een Belg? Een Belg is een meneer met de Belgische nationaliteit.

2 04:44 23:58 15/10/14 Wat is jouw achternaam of familienaam, Brenda? Mijn familienaam is Robson. Mijn man heet Van de Voorde. Zijn familienaam is Van de Voorde. En waar wonen jullie? We wonen in Mechelen. Wonen jullie in het centrum van Mechelen? Nee, we wonen buiten het centrum van Mechelen. We wonen in een grote flat, een groot appartement. O, en hebben jullie ook kinderen? Ja, we hebben twee kinderen, een jongen van twee jaar en een meisje van 10 maanden. 2 06:16 25:25 Waar komt Brenda vandaan? Brenda komt uit Engeland. Zij is 31 jaar. Ze is getrouwd en ze heeft een zoon en een dochter. Ze woont al vier jaar met haar man Hugo in Mechelen. Hoe heten haar kinderen? Haar zoon heet Marco en haar dochter heet Suzanne. Wat is de nationaliteit van de kinderen? Wat is hun nationaliteit? De kinderen hebben de Belgische nationaliteit. En zij hebben de familienaam van hun papa. Wat is een papa? Brenda is de moeder (mama) en Hugo is de vader (papa) van Marco en Suzanne. Brenda en Hugo zijn de ouders van Marco en Suzanne, zij zijn hun ouders. Suzanne is de zus van Marco. Marco is de broer van Suzanne. De ouders van Brenda en van Hugo zijn de grootouders (de oma's en de opa's) van Marco en Suzanne. 08:57 27:56 Wat is Brenda van Hugo? Brenda is de vrouw van Hugo. Brenda is zijn vrouw. Wat is Hugo van Brenda? Hugo is de man van Brenda. Hugo is haar man. Zij zijn getrouwd in België. Hugo, Brenda en hun kinderen zijn een familie, een gezin. 09:53 28:45 Heeft Ruben Geuns ook kinderen? Ruben Geuns heeft één kind.

3 10:05 28:56 15/10/14 Hij is niet getrouwd, hij is gescheiden. Zijn vrouw is nu zijn ex-vrouw. Zij woont in Brussel en hij woont in Antwerpen. Waar woont hun kind? Hun kind, een zoon, woont bij hem. 3 10:48 29:34 de punt de komma het vraagteken het uitroepteken.,?! de punten de komma s de vraagtekens de uitroeptekens.,,,,????!!!! Nu pagina 4 Oefening 1 Wat komt er op de punten? Dag Brenda. Uit.... land kom jij? Ik kom uit..... Welke.... heb jij? Ik.... de.... nationaliteit. H.... woon je al in België? Ik woon al vier.... in..... Hoe.... ben je? Wat is je leeftijd? Ik ben.... (31) jaar. Wanneer ben je....? Ik.... geboren juni En waar.... je geboren? Ik ben.... in Londen, Engeland. Woon je....? Ik woon.... alleen. Woon je bij.... of woon je.... bij familie? Nee, ik woon niet bij vrienden. Ik ben..... Ben je getrouwd met een Nederlander? Nee, ik ben getrouwd.... een..... Wat is een Belg? Een Belg is een meneer met de.... nationaliteit. Wat is jouw achternaam of...., Brenda? Mijn familienaam is Robson. Mijn man.... Van de Voorde..... familienaam is Van de Voorde. En waar wonen....? We wonen.... Mechelen. Wonen jullie in het.... van Mechelen?

4 4 Nee, we wonen.... het centrum van Mechelen. We wonen in een grote flat, een groot..... O, en hebben jullie ook....? Ja, we hebben twee kinderen, een.... van drie jaar en een meisje van 10 maanden. Waar komt Brenda vandaan? Brenda komt.... Engeland. Zij is 31 jaar. Ze is.... en ze heeft een.... en een..... Ze woont.... vier jaar met haar.... Hugo in Mechelen..... heten haar kinderen? Haar.... heet Marco en haar.... heet Suzanne. Wat is de.... van de....? Wat is.... nationaliteit? De kinderen hebben de.... nationaliteit. En zij hebben de.... van hun papa. Wat is een papa? Brenda is de.... (mama) en Hugo is de.... (papa) van Marco en Suzanne. Brenda en Hugo zijn de.... van Marco en Suzanne; zij zijn.... ouders. Suzanne is de.... van Marco. Marco is de.... van Suzanne. De ouders van Brenda en van Hugo zijn de grootouders (de.... en de.... ) van Marco en Suzanne. Wat is Brenda van Hugo? Brenda is de.... van Hugo. Brenda is.... vrouw. Wat.... Hugo van Brenda? Hugo is de.... van Brenda. Hugo is.... man getrouwd in België. Hugo, Brenda en hun kinderen zijn een familie, een..... Heeft Ruben Geuns ook....? Ruben Geuns heeft één..... Hij is niet getrouwd: hij is..... Zijn vrouw is nu zijn..... Zij.... in Brussel en.... woont in Antwerpen..... woont hun kind?.... kind, een zoon, woont bij :33 30:14 Hoe schrijven de Belgen en de Nederlanders? Zij schrijven zo: a ma am aam o mo om oom u mu um uum uw i mi mie im iem ieuw e me!! em eem eeuw e me- mee

5 12:50 31:29 15/10/14 a amme ame o omme ome u umme ume i imme ieme ime e emme eme Docent, Deze oefening ook doen met andere medeklinkers a.u.b. 5 au auw ou ouw oe ui ij ei eu ang ong ung ing eng ank onk unk ink enk 14:18 32:57 Welke pagina is dit? Dit is..... het cijfer Hoe heten de cijfers 0 tot en met 9? de cijfers het getal Een getal heeft één of twee of 3 of.... cijfers. de getallen Het woord is 15:24 34:01 16:42 35:20 0 nul 1 één 11 elf 21 eenentwintig twee 12 twaalf 22 tweeëntwintig drie 13 dertien 23 drieëntwintig vier 14 veertien 24 vierentwintig 5 vijf 15 vijftien 25 vijfentwintig 6 zes 16 zestien 26 zesentwintig 7 zeven 17 zeventien 27 zevenentwintig 8 acht 18 achttien 28 achtentwintig 9 negen 19 negentien 29 negenentwintig 10 tien 20 twintig 30 dertig 40 veertig 100 honderd 42 tweeënveertig 101 honderdeneen 50 vijftig 102 honderdentwee 112 honderdentwaalf 53 drieënvijftig 113 honderddertien honderdnegentien 60 zestig 152 honderdtweeënvijftig 66 zesenzestig 200 tweehonderd 70 zeventig 211 tweehonderdenelf 77 zevenenzeventig 300 driehonderd 80 tachtig 341 driehonderdeenenveertig 88 achtentachtig 400 vierhonderd 90 negentig 500 vijfhonderd 600, 700, 800, vierennegentig duizend 99 negenennegentig duizend vierhonderdentwaalf

6 18:28 37:16 15/10/ duizend achthonderdtweeënnegentig tienduizend tienduizend zeshonderdzevenennegentig honderdduizend honderdendrieduizend en tien één miljoen één miljoen driehonderdnegentienduizend tweehonderdeneen 6 19:14 38:00 Zijn we nu in het jaar 2012 (tweeduizendentwaalf) of 2013 (tweeduizenddertien)? Einde Oefening 2 Jij schrijft in woorden: 13 dertien Oefening 3 met : ik, jij/je, u, hij, zij/ze, wij/we, jullie, zij/ze en... jij? 1. (hebben) Ik heb de Belgische nationaliteit. Jij hebt geen kinderen. Heb jij ook een vriend uit Engeland? (wonen) 3. (komen) 4. (getrouwd zijn) 5. (heten) 6. (gescheiden zijn, alleen met ik, jij, en jullie) het jaar de maand de week de dag de jaren de maanden de weken de dagen Hoelang is een jaar? Hoeveel dagen heeft een jaar? Een jaar heeft 365 dagen. Hoeveel maanden heeft een jaar? Een jaar heeft 12 maanden. De maanden van het jaar zijn: januari, februari, maart, april, mei, juni, juli, augustus, september, oktober, november, december. Januari is maand nummer 1, december is maand nummer 12. In welke maand zijn we nu? Wij zijn nu in de maand.....

7 7 Hoeveel dagen heeft een maand? Een maand heeft 28 dagen (februari), of 30 dagen (april, juni, september, november) of 31 dagen (januari, maart, mei, juli, augustus, oktober, december). Hoeveel weken heeft een jaar? Een jaar heeft 52 weken. Hoeveel dagen heeft een week? Een week heeft 7 dagen. Hoe heten de weekdagen? De weekdagen heten: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, vrijdag, zaterdag, zondag. Wat zijn de werkdagen? Er zijn 5 werkdagen: maandag, dinsdag, woensdag, donderdag, en vrijdag. Wat is vandaag? Vandaag is de dag van nu. Welke dag is het vandaag? Is het vandaag dinsdag of donderdag? Het is vandaag..... Wat is de datum van vandaag? Het is vandaag..... En wat is het weekend? Het weekend is op zaterdag en zondag. Weekend is een Engels woord. de zin het woord de letter zin: de zinnen de woorden de letters Ik ben al vier jaar in België. De zin heeft 7 woorden. woorden letters Ik I, k ben b, e, n al a, l vier v, i, e, r jaar j, a, a, r in i, n België B, e, l, g, i, ë ( ë : e met trema / 2 punten op de e ) de vraag de vragen het antwoord de antwoorden Een zin met een vraagteken is een vraag. Op de vraag komt het antwoord. vraag: antwoord: Waar woon jij? Ik woon in Antwerpen.

8 Een woord heeft letters: a, b, c, d, e, f, g,...: kleine letters. Klein is: niet groot. Het woord vrouw heeft 5 letters. 8 De eerste letter van het eerste woord van de zin is een grote letter, een hoofdletter: A, B, C... vraag antwoord eerste letter v a laatste letter g d Ook de naam van een meneer, mevrouw, jongen, meisje, een land, een stad is met een hoofdletter: Brenda Robson, Engeland, België, Antwerpen. het werk Heb jij werk? Ja, mijn werk is in Mechelen. werken Werk jij ook in Mechelen? Nee, ik werk in Antwerpen. Maar hij werkt in een supermarkt in Mechelen. Wij werken nu met les 2. werken schrijven min en en + en of plus ik werk schrijf + t + t jij/je, zij/ze, hij werkt schrijft werk jij/je? schrijf jij/je? (GEEN t!!) we/wij, jullie, zij /ze werken schrijven komen heten wonen hebben zijn wer-ke schrij-ve ko-me he-te wo-ne heb-be Oefening 4 Jij schrijft de vraag en ook het antwoord op jouw papier. Jouw antwoord is een lange zin, niet een zin met één of twee woorden, alsjeblieft. Een zin met één of twee woorden is een korte zin. Vraag 5 is lang. Vraag 15 is kort. 1. Wat is de eerste letter van het woord 'telefoon'? 2. Wat is de laatste letter van het woord 'telefoon'? 3. Wat is de eerste dag van de week? 4. Wat is de laatste dag van de week? 5. Is woensdag de tweede dag of de derde dag van de week? 6 Ben jij het eerste kind van jouw ouders of het laatste kind? 7. Welke werkdagen hebben een eerste letter d? 8. Welke dag is het vandaag? 9. Is de datum van vandaag misschien 19 juli 2006? 10. Op welke datum ben jij geboren? 11. Woon jij alleen? 12. Heb jij een vrouw of man en kinderen?

9 13. Hoe heten jouw broers en zussen? 14. Woont jouw familie ook in België? 15. Heb jij werk? 16. Hoe heet het land waar jij vandaan komt? 17. Is jouw land groot? 18. Heb jij al de Belgische nationaliteit? 19. Welke nationaliteit heb jij nu? 20. Heb jij al Belgische vrienden? 21. Woon jij in het centrum van Antwerpen? 9 De vrouw is buiten. uit De mannen gaan naar binnen. in 22. Schrijf jij jouw zinnen nu buiten of binnen? 23. Hoeveel dagen heeft het jaar 2013? 24. Hoeveel weken heeft een maand? 25. Hoelang ben jij al in België? Is dat kort of lang? 26. Wat is de zesde maand van het jaar? 27. Hoeveel dagen komen er nog in de maand van nu? 28. Schrijf jij de eerste letter van de zin met een hoofdletter? 29. Schrijven jullie naar jullie familie in het buitenland? (Het buitenland zijn de landen buiten België.) de mens 2 mensen het dier 2 dieren Hoeveel mensen wonen er in België? De koe is een dier. In België wonen 11 miljoen mensen. De vis is een dier. Wij wonen in België. De kip is een dier. Wij zijn inwoners van België. De vlieg is een dier. Een mens heeft een hoofd. Een dier heeft een kop. De hoofden van veel mensen zijn op de foto op pagina 9. Zijn de woorden en de zinnen van les 1 en van les 2 al in jouw hoofd? Waar is het ei van de kip? Welke foto's zien we op pagina 9? Wij zien: 2 foto's met mensen, een koe, een vlieg, een vis, en een kip met een ei. De kip kijkt naar het ei. Zij ziet haar ei. Jij kijkt nu naar pagina 9. Wij kijken naar de foto's. Wat zie jij nog op pagina 9 en op pagina 10?

10 Ik zie een vlieg. Hij ziet drie kippen. Wij zien veel vissen. Zie jij Hugo vandaag? Ik kijk naar mijn les 2. Jij kijkt naar buiten. Jullie kijken naar de lerares. Kijk jij veel televisie? Ik ga nu naar buiten en jij komt binnen. 10 gaan (naar) zien kijken (naar) n n en ik gaa zie kijk jij/u/hij/zij + t + t + t gat ziet kijkt gaat wij/we, jullie, zij/ze gaan, zien, kijken Oefening 5 Jij schrijft nu zinnen met ga, gaat, gaan, zie, ziet, zien, kijk, kijkt, kijken, en ook met trouw, trouwt, trouwen. Jij schrijft ook vraagzinnen. Hoeveel zinnen ga je schrijven? de vrouw 2 vrouwen mijn man mijn ex-man de man 2 mannen mijn vrouw mijn ex-vrouw Een leraar is een man. Een lerares is een vrouw. Wat ben jij? Ben jij een man of ben je een vrouw? Ik ben een vrouw, maar ik ben niet 'jouw vrouw'. Ik ben een man, maar ik ben niet 'jouw man'. Zij is niet getrouwd met een man, maar met een vrouw. Hij is niet getrouwd met een vrouw, maar met een man. Is hij haar man? Is hij zijn man? Is zij zijn vrouw? Is zij haar vrouw? trouwen = huwen Ik ben getrouwd = Ik ben gehuwd. Zij trouwt met hem op 7 mei. Zij gaat met hem trouwen op 7 mei. Wanneer is jouw trouwdag? Mijn trouwdag is 15 september. Mijn huwelijksdag is op 15 september. Hoelang zijn jullie getrouwd? Wij zijn al 25 jaar getrouwd. En jij? Ik ben gescheiden in 2008.

11 de vriendin 10 vriendinnen de vriend 9 vrienden 11 Een vriendin is een vrouw. Laura is mijn vriendin. Ik ga met mijn vriendin naar Spanje. Wij gaan met de auto. Een vriend is een man. Ruben is mijn vriend. Wij twee gaan nu naar buiten. Ga je met mij naar de supermarkt? Oefening 6 Wat is de vraag? Wat is jouw antwoord op de vraag? Schrijf de vraag en het antwoord op jouw papier. 1. (hebben).... u familie in Antwerpen? Heeft u familie in Antwerpen? Nee, ik heb geen familie in Antwerpen. Mijn ouders en broers en zussen wonen in Kameroen. 2. (zijn).... jij getrouwd? 3. (wonen) Waar.... je vrouw of je man? 4. (komen).... jij nu alleen naar de les of met een vriend(in)? 5. (zijn) Hoelang.... jullie al in België? 6. (hebben).... jullie al werk? 7. (zijn) Jouw broers.... zij nog getrouwd of al gescheiden? 8. (trouwen).... hij in mei of in september? 9. (werken) Wij.... in België, maar wonen in Nederland. Jij ook? 10. (zijn).... haar familienaam misschien Nieuwland? 11. (hebben).... je ook je les 1 bij je?.... jij ook jouw les 1 bij jou? je = jij je = jouw je = jou!! 12. (komen) Uit welk land.... jullie? Wij (wonen) Waar.... jouw ouders? 14. (hebben).... u broers of zussen? 15. (wonen) Waar.... zij? 16. (zijn) Wat.... de leeftijd van uw broer? 17. (zijn).... zijn zussen getrouwd? 18. (wonen).... ze buiten België? 20. (hebben).... jullie ook kinderen? 21. (hebben).... u zonen of dochters? 22. (zijn).... zijn grote zoon al gescheiden? 23. (wonen) Hoelang.... jullie al gescheiden? 24. (werken).... jouw ex-vrouw in een supermarkt? 25. (zien) Hoeveel mensen.... jij nu? En hoeveel leraars en leraressen? 26. (hebben) Hoeveel maanden of weken.... jij al les?

12 olifant muis 15/10/14 groot Vader is groot. Jouw land is groot. Mijn zoon is al groot. Mijn grote zoon woont bij mij. klein Zijn zoon is nog klein. België is klein. Mijn appartement is klein. Het kleine appartement is in Antwerpen. 12 Een woord + -je of -tje of -pje = klein + en / plus = is / of de straat, de naam, het nummer de stad, de telefoon, het appartement, het kind de jongen, het meisje, de zoon de dochter, de man, de vrouw De zus van Ruben werkt niet. Het kind is bij haar. het straatje, naampje, nummertje, stadje mevrouwtje, meneertje, telefoontje, appartementje, kindje, jongetje, meisje, zoontje, dochtertje, mannetje, vrouwtje, vriendje, vriendinnetje, zusje, broertje, lesje. Het zusje van Ruben woont in Engeland. Suzanne is niet haar kindje. Een woord is met 'de' of 'het'. Een woord + je is met 'het'!! het enkelvoud = 1 het meervoud = 2, 3, 4... het woord in het enkelvoud het woord in het meervoud het land de zoon de week de jongen het zusje de papa de pagina de landen de zonen (met één o!! zo-nen) de weken (we-ken) de jongens de zusjes de papa's de pagina's Een woord in het meervoud is alleen met de! Het meervoud = het enkelvoud + en of het enkelvoud + s of het enkelvoud + 's Ik drink koffie. Drink jij thee? Ja, thee met melk. En een koekje? Ja, graag! Alsjeblieft! Dankjewel! Zij drinkt water uit de fles. En waar is: de tafel, het bord, de lepel, het servet, het glas met de koffie, het kannetje met de melk (het melkkannetje) en de suiker (de suikerklontjes)? niet met = zonder Ik drink mijn koffie en thee zonder suiker.

13 ik mijn gsm mijn gsm's jij/je jouw appartement jouw appartementen u uw vrouw, uw man uw ex-vrouwen, uw ex-mannen hij zijn kind zijn kinderen ze/zij haar kip, haar koe haar kippen, haar koeien we/wij onze zus, ons broertje onze zussen, onze broertjes jullie jullie papa, jullie mama jullie papa's, jullie mama's zij/ze hun land, hun stad hun landen, hun steden 13 van / bij / met / zonder / naar mij. van / bij / met / zonder / naar jou. van / bij / met / zonder / naar u. van / bij / met / zonder / naar hem. van / bij / met / zonder / naar haar. van / bij / met / zonder / naar ons. van / bij / met / zonder / naar jullie. van / bij / met / zonder / naar hen. Waar is mijn zus? Mijn zus is niet bij mij. Waar is jouw fles water? Is de fles water bij Hugo misschien van jou? Waar is uw vrouw? Is zij niet met u in Antwerpen-centrum? Waar is zijn dochter. Hij komt nooit zonder haar. Waar is haar zoon? Is zij met hem in China? Wij kijken naar Marco. Wij kijken naar hem. Wanneer komt onze oma? Wij gaan niet zonder haar naar Mechelen. Wanneer komt ons kind? Wij gaan met haar/hem naar Engeland. Wat is jullie postcode? Is de postcode van jullie misschien 2970? Waar zijn hun dieren? Zijn de dieren niet van hen? Wij gaan zondag naar onze ouders. Wij gaan zaterdag niet naar hen. Wanneer schrijven we 'ons'? het kind, flesje, land, adres, appartement => ons kind, flesje, land, adres, appartement Wanneer schrijven we 'onze'? de lerares, koffie, vader, vrienden => onze lerares, koffie, vader, vrienden Ook in les 1: het kind, flesje, land, adres, appartement => welk kind, flesje, land, adres, appartement? de lerares, koffie, vader, vrienden => welke lerares, koffie, vader, vrienden Oefening 7 mijn /mij jouw/jou uw/u zijn/hem haar onze/ons jullie hun/hen zonder met bij van uit in op naar 1. Ik woon met Mona in een groot appartement in Brussel. Mona woont bij Woont hij in mijn straat? Ja, hij woont bij.... in de straat. 3. U bent een lerares. We gaan naar.... les. Wij komen bij..... Wij hebben vandaag les van Dong komt niet.... de les. Dong is niet.... de les. 5. Hij komt in het centrum wonen. Zijn kinderen ook. Hij komt met.... in het centrum wonen. 6. Monita, is het appartement van....? Nee, het appartement is niet van.... maar van.... broer. 7. Zij werkt in een supermarkt. Wij niet. De supermarkt is.... haar. Wij werken niet bij.....

14 8. Opa en oma wonen in een appartement..... appartement is groot. Zij gaan nu.... het centrum van Antwerpen. Zij kijken.... een klein appartement. 9. Wij wonen.... nummer elf. Komen jullie bij.... koffie drinken? 10. Jullie trouwen op 1 juli. Zij zijn.... vrienden. Zijn zij juli niet bij....? 11. Wij hebben twee dochters..... dochters wonen niet bij Ik heb geen gsm. De gsm is niet van Hij en.... ex-vrouw komen.... Marokko. Hij woont nu.... haar.... een klein appartement.... Antwerpen. 14. Ik drink.... jou koffie in het café van Elcker-Ik. In.... koffie is melk, maar in.... koffie is geen melk. 15. Ik kom vandaag niet.... mijn appartement. 16. Ga jij.... jouw vrouw ook.... Brussel? 14 Oefening 8 Wat is de vraag? Wat is jouw antwoord op de vraag? Schrijf de vraag en het antwoord op jouw papier. 1. (zijn) Wat.... een meisje? 2. (zijn) En wat.... kindjes? 3. (hebben).... jij nog grootouders en waar wonen zij? 4. (zijn) Hoe oud.... ze? 5. (wonen).... jouw grootouders bij jouw ouders? 6. (zijn).... jouw ouders inwoners van België? 7. (hebben).... jij Belgische vrienden of vriendinnen? 8. (hebben) Welke nationaliteit.... een Belgische vrouw? 9. (zijn) Wat.... een jongen? 10. (hebben) Hoelang.... u het appartement al? 11. (zijn) Wat.... uw geboortedatum? 12. (wonen).... jullie in of buiten het centrum van Antwerpen? 13. (wonen).... zij alleen of bij haar vriend? 14. (werken).... jij vandaag in een supermarkt? 15. (kijken).... jouw vriendin naar de televisie van haar land? 16. (zijn) De ouders van jouw papa en mama.... jouw groot (hebben) ouders. Hoeveel kinderen.... ze? 17. (drinken) Wat.... u graag? Koffie, of thee, of melk, of water? 18. (zijn) Wat.... jouw postcode en wat.... jouw nationaliteit? 19. (zijn).... u nu buiten of binnen? 20. (zijn) Wat.... een Belg? 21. (zijn) Wanneer.... u Belg of Belgische? Een Belg is een man. Een Belgische is een vrouw. 22. (zijn) Wanneer.... de ouders van jouw man getrouwd? 23. (zien).... jij nu misschien dieren op straat? 24. (trouwen).... hij in oktober met een Belgische vrouw? 25. (komen).... u nu niet binnen? 26. (drinken).... jullie kippen geen water? 27. (welk/welke).... meisje heet Suzanne? (Kijk op pagina 2.) 28. (welk/welke) In.... maand bent u geboren en op.... dag? 29. (welk/welke).... vriend van hem woont nog bij zijn ouders? 30. (welk/welke).... familie van jou woont in het buitenland?

Les 2 Uit welk land kom jij? TESTEN TEST 1

Les 2 Uit welk land kom jij? TESTEN TEST 1 15/10/14 1 Les 2 Uit welk land kom jij? TESTEN TEST 1 1. (komen) Waar.... jij vandaan? 2. Uit welk land.... u? 3. Brenda.... vandaag uit Engeland. 4. Wij.... uit België. 5. Wanneer.... zij thee drinken?

Nadere informatie

LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1

LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1 12/11/14 1 LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1 1. (lezen) Ik.... een lange tekst. 2 Hij.... een moeilijk boek. 3. Zij.... een gemakkelijk tekstje. 4..... jullie veel? Ja, wij.... graag kinderboeken.

Nadere informatie

Dag! kennismaken. Ik ben Eric.

Dag! kennismaken. Ik ben Eric. Vocabulaire Oefening 1 Woordweb Dag! Waar kom je vandaan? groeten Goedemorgen! de ontmoeting Hoe heet je? kennismaken Hoi! mensen Hallo! Ik ben Eric. nieuw Ik kom uit Engeland. Hallo, ik ben Mila. Ik ben

Nadere informatie

Voorwoord 6. Woordenlijst 283

Voorwoord 6. Woordenlijst 283 Inhoud Voorwoord 6 Thema s 1 Kennis maken en afspreken 10 2 Feesten 30 3 Boodschappen doen en winkelen 52 4 Vervoer 74 5 Vrije tijd 94 6 Wonen 116 7 Gezondheid 138 8 Uiterlijk en karakter 162 9 Opleiding

Nadere informatie

Auteur: Mirjam Wind, docent en coördinator NT2, Educatie Video s: Gabe Dijkstra en Rick Biemolt, studenten Alfa-college, MultiMedia en Design

Auteur: Mirjam Wind, docent en coördinator NT2, Educatie Video s: Gabe Dijkstra en Rick Biemolt, studenten Alfa-college, MultiMedia en Design Woord voor Woord is een programma mondelinge vaardigheden NT2 voor analfabete beginners. Het omvat 12 lessen. De ontwikkeling van het programma en de daarbij behorende video s is mogelijk gemaakt door

Nadere informatie

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30 Inhoud Deel 1 Grammaticale vormen Les 1 Letter, woord, zin, getal, cijfer 12 Les 2 Zinnen 14 Les 3 Persoonlijke voornaamwoorden (1) 16 Les 4 Hij / het / je / we / ze 18 Herhalingstoets 1 20 Les 5 Werkwoorden

Nadere informatie

Les 3 Ik leer Nederlands

Les 3 Ik leer Nederlands 00:00 12:32 12/11/14 1 Ik leer Nederlands heeft 16 bladzijden. de bladzijde = de pagina Dag Mohammed. Goedemorgen, Anita. Anita is een voornaam van een vrouw. 00:43 13:13 Wat is goed of goede en wat is

Nadere informatie

Wie is dat? thema. Hoe heet jij? Ik weet het niet! Beatriz. Marco. Hallo, ik heet Jürgen. Dag mevrouw. Dag meneer. Hoi! Ik heet Bushra. En jij?

Wie is dat? thema. Hoe heet jij? Ik weet het niet! Beatriz. Marco. Hallo, ik heet Jürgen. Dag mevrouw. Dag meneer. Hoi! Ik heet Bushra. En jij? thema 1 Ik weet het niet! 1 Hoe heet jij? Beatriz Hoe heet jij? Ik heet Jürgen. Dag meneer. Dag mevrouw. Hallo, ik heet Jürgen. Hoi! Ik heet Bushra. En jij? Jürgen, dit is Lei San. Leuk met je kennis te

Nadere informatie

Les 1 Hoe heet jij? - Taalonthaal - AUDIOLESSEN..

Les 1 Hoe heet jij?  - Taalonthaal - AUDIOLESSEN.. 1 00:00 07:25 Hoe heet jij? http://www.elcker-ik.be - Taalonthaal - AUDIOLESSEN.. Naam: Laura Nieuwland Adres: Straat: Rooibosstraat Nummer: 9 Plaats: Antwerpen Telefoon: 036842591 GSM: 0475123689 nul

Nadere informatie

Thema 2 Boodschappen. Inhoudsopgave

Thema 2 Boodschappen. Inhoudsopgave Thema 2 Boodschappen Inhoudsopgave 2.1 Eten en drinken 131 2.2 Ontbijt, lunch en avondeten 133 2.3 Ik drink melk. 135 2.4 Aard-ap-pel 136 2.5 Maanden en seizoenen 138 2.6 Op de markt 140 2.7 In de supermarkt

Nadere informatie

Dutch survival kit. Vragen hoe het gaat en reactie Asking how it s going and reaction. Met elkaar kennismaken Getting to know each other

Dutch survival kit. Vragen hoe het gaat en reactie Asking how it s going and reaction. Met elkaar kennismaken Getting to know each other Dutch survival kit This Dutch survival kit contains phrases that can be helpful when living and working in the Netherlands. There is an overview of useful sentences and phrases in Dutch with an English

Nadere informatie

Goedendag! Ik, ik ben. Ben jij? En jij? Jij bent! nee. één. twee. drie. vier. vijf. zes. zeven. acht. negen. tien. Gaat het? Het gaat goed.

Goedendag! Ik, ik ben. Ben jij? En jij? Jij bent! nee. één. twee. drie. vier. vijf. zes. zeven. acht. negen. tien. Gaat het? Het gaat goed. Vocabulaire En Action 5 : Nederlans naar Frans Unité 1 Goedendag! Ik ben Ik, ik ben ja Ben jij? En jij? Jij bent! nee één twee drie vier vijf zes zeven acht negen tien Unité 2 Gaat het? Het gaat goed.

Nadere informatie

Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten

Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten www.edusom.nl Opstartlessen Les 3. Familie, vrienden en buurtgenoten Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren over familie, vrienden en buurtgenoten. Antwoord geven op vragen. Veel succes! Deze les

Nadere informatie

Les 4: Les conversatie + grammatica Nederlands Conversatie Les 2 A-klas

Les 4: Les conversatie + grammatica Nederlands Conversatie Les 2 A-klas Les 4: Les conversatie + grammatica Nederlands Conversatie Les 2 A-klas Leraar: Dag Jef. Jef: Dag mevrouw. Hoe gaat het met u? Leraar: Goed, dank je. En met jou? Jef: Ook goed. ----------- Mark: Hallo

Nadere informatie

- je kan me wat - module 4. docere delectare movere

- je kan me wat - module 4. docere delectare movere - je kan me wat - module 4 docere delectare movere je kan me wat ROCvA - educatie nt2taalmenu.nl - ROCvAmodule 4 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 je kan me wat nt2taalmenu.nl module 4 1 1 2 3

Nadere informatie

Wie ben jij? HOOFDSTUK 1 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik... Paula. a heet b naam. 2... kom je vandaan? a Hoe b Waar

Wie ben jij? HOOFDSTUK 1 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik... Paula. a heet b naam. 2... kom je vandaan? a Hoe b Waar 5 5 HOOFDSTUK 1 Wie ben jij? WOORDEN 1 1 Ik... Paula. a heet b naam 2... kom je vandaan? a Hoe b Waar 3 Ik ga... mijn vriend naar het restaurant. a uit b met 2 1 Mijn... is Derek. a huisnummer b naam 2

Nadere informatie

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin.

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin. 61 61 REGELS 1 Onderstreep de pluralisvorm in de zin. 1 Ik woon met mijn gezin in een rijtjeshuis met vier slaapkamers. 2 De vijf appartementen in deze flat zijn heel klein. 3 Hij heeft een groot huis

Nadere informatie

Opstartles 10. EXTRA Oefenen met woorden bij de lessen

Opstartles 10. EXTRA Oefenen met woorden bij de lessen www.edusom.nl Opstartles 10. EXTRA Oefenen met woorden bij de lessen Het is belangrijk om veel woorden te leren. In deze extra les vindt u extra woorden bij de Opstartlessen 1 t/m 5. Kijk ook eens naar

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 4 Wonen

Spreekopdrachten thema 4 Wonen Spreekopdrachten thema 4 Wonen Opdracht 1 bij 4.1 ** Uitleg voor de docent: Op de volgende pagina vind je een blad met plaatjes. Knip de plaatjes uit en doe ze in een envelop. Geef elk tweetal een envelop.

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen

Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen Spreekopdrachten thema 1 Voorstellen Opdracht 1 bij 1.2 * Doe de opdracht met de groep. Uitleg voor de docent: De cursisten lopen door elkaar door het lokaal. Laat de cursisten elkaar in tweetallen begroeten,

Nadere informatie

Wat mevrouw verteld zal ik in schuin gedrukte tekst zetten. Ik zal letterlijk weergeven wat mevrouw verteld. Mevrouw is van Turkse afkomst.

Wat mevrouw verteld zal ik in schuin gedrukte tekst zetten. Ik zal letterlijk weergeven wat mevrouw verteld. Mevrouw is van Turkse afkomst. Interview op zaterdag 16 mei, om 12.00 uur. Betreft een alleenstaande mevrouw met vier kinderen. Een zoontje van 5 jaar, een dochter van 7 jaar, een dochter van 9 jaar en een dochter van 12 jaar. Allen

Nadere informatie

TELLEN EN REKENEN MET TIG

TELLEN EN REKENEN MET TIG TELLEN EN REKENEN MET TIG 2 Tellen en rekenen met tig Een voorbeeld van de aardige getallen Thomas Colignatus Samuel van Houten Genootschap 3 Voor M. op zijn zesde verjaardag in 2012 ISBN: 978-946318906-4

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema 3

Nadere informatie

- je kan me wat - module 5. docere delectare movere. je kan me wat nt2taalmenu.nl module 5. tekeningen -

- je kan me wat - module 5. docere delectare movere. je kan me wat nt2taalmenu.nl module 5. tekeningen - - je kan me wat - module 5 docere delectare movere tekeningen - 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 je kan O p e me n wat S c h o o l nt2taalmenu.nl A m s t e r d module a m Z u 5i d - O o s t 1

Nadere informatie

1.1 De vorm van het personaal pronomen: subject, object en na prepositie. 1 ik me mij. 2 je jij je jou. 3 hij hem ( m) hem.

1.1 De vorm van het personaal pronomen: subject, object en na prepositie. 1 ik me mij. 2 je jij je jou. 3 hij hem ( m) hem. Hoe gaat het? Uitleg 1 Het personaal pronomen In tekst 1 en 2 is het personaal pronomen vetgedrukt. Tekst 1 (het personaal pronomen is subject van de zin) Mira en Bert wonen in Utrecht. Ze kennen elkaar

Nadere informatie

- je kan me wat - module 4. docere delectare movere

- je kan me wat - module 4. docere delectare movere - je kan me wat - module 4 docere delectare movere je kan me wat ROCvA - educatie nt2taalmenu.nl - ROCvAmodule 4 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 je kan me wat nt2taalmenu.nl module 4 1 1 2 3

Nadere informatie

INSTRUCTIES BEGRIJPEN

INSTRUCTIES BEGRIJPEN INSTRUCTIES BEGRIJPEN Je volgt een cursus. De docent geeft je mondeling instructies. Kan jij ze begrijpen? Wat moet je doen? 1. Luister naar het geluidsfragment. Neem blad 2 en volg de instructies. Je

Nadere informatie

Uitgebreide basisgrammatica NT2 Jenny van der Toorn-Schutte Boom, Amsterdam

Uitgebreide basisgrammatica NT2 Jenny van der Toorn-Schutte Boom, Amsterdam Klare taal! Uitgebreide basisgrammatica NT2 Klare taal! Jenny van der Toorn-Schutte Boom, Amsterdam Tweede herziene druk, vijfde oplage, 2010 2006, Jenny van der Toorn-Schutte, Houten Behoudens de in

Nadere informatie

Kies uit: schiet op jarig ziekenhuis sport laat. 1 Morgen is mijn dochter. Ze wordt zes jaar. 3 Ik op maandag, woensdag en vrijdag.

Kies uit: schiet op jarig ziekenhuis sport laat. 1 Morgen is mijn dochter. Ze wordt zes jaar. 3 Ik op maandag, woensdag en vrijdag. 21 21 HOOFDSTUK 2 Te laat! WOORDEN 1 Kies uit: schiet op jarig ziekenhuis sport laat 1 Morgen is mijn dochter. Ze wordt zes jaar. 2 Ron,! De bus komt bijna! 3 Ik op maandag, woensdag en vrijdag. 4 We komen

Nadere informatie

Van dinsdag 11 augustus t/m vrijdag 14 augustus

Van dinsdag 11 augustus t/m vrijdag 14 augustus kindvriendelijkgoor@gmail.com www.kindvriendelijkgoor.nl kindvriendelijkgoor.facebook.com mei/juni 2015 Van dinsdag 11 augustus t/m vrijdag 14 augustus Is er weer jullie leukste week van het jaar het kinderkamp!!!

Nadere informatie

Nederlands in beeld bevat een tekstboek met een cd en een cd-rom. Op www.nederlandsinbeeld.nl vindt u extra informatie.

Nederlands in beeld bevat een tekstboek met een cd en een cd-rom. Op www.nederlandsinbeeld.nl vindt u extra informatie. Nederlands in beeld Nederlands in beeld bevat een tekstboek met een cd en een cd-rom. Op www.nederlandsinbeeld.nl vindt u extra informatie. Vervolgmogelijkheid: Basiscursus 1 ISBN 9789461057228 www.nt2.nl

Nadere informatie

Les 4 Wanneer heb ik les?

Les 4 Wanneer heb ik les? M: 00:00 V: 08:38 24/03/14 1 Wanneer heb ik les? Les vier heeft 16 bladzijden. Dit is bladzijde 1. Twee mensen spreken met elkaar = Twee mensen hebben een gesprek. Dit is een gesprek tussen Asna en Farid:

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Lesbrief. De familieblues Yvonne Kroonenberg

Lesbrief. De familieblues Yvonne Kroonenberg Lesbrief De familieblues Yvonne Kroonenberg Doe meer met Leeslicht! Bij een aantal boeken in de serie Leeslicht kunt u een gratis lesbrief downloaden van www.eenvoudigcommuniceren.nl. In deze lesbrief

Nadere informatie

Kijk op YouTube spreekvaardigheid A1

Kijk op YouTube spreekvaardigheid A1 Kijk op YouTube spreekvaardigheid A1 Oefenexamen Ad Appel Spreekvaardigheid A1 10 vragen serie A 1. Hoe vaak doet u boodschappen? 2. Wanneer bent u geboren? 3. Wat drinkt u het liefst? 4. Wat vindt u van

Nadere informatie

Antwoorden Thema 2 Feesten

Antwoorden Thema 2 Feesten Antwoorden Thema 2 Feesten Lezen Oefening 2 1 c Simone. 2 b Zaterdagavond. Luisteren Oefening 3 1 b Een boek. 2 b Een kopje koffie en taart. 3 b Op Simone. 4 c Haar zus woont bij haar vader. 5 b 7 jaar

Nadere informatie

Wat eten we vanavond?

Wat eten we vanavond? 35 35 HOOFDSTUK 3 Wat eten we vanavond? WOORDEN 1 Kies uit: jam school slager boodschappen vegetariër 1 Dorien eet geen vlees. Ze is. 2 Moniek houdt van zoet. Ze eet graag op brood. 3 Johan, ik ga naar

Nadere informatie

Wat staat er in dit boekje?

Wat staat er in dit boekje? Wat staat er in dit boekje? Informatie voor ouders (scheur t maar uit voor ze!) 7 Even uitleggen 11 Ik & Zo! Dit ben ik! 15 Ik & Zo! Handig om te weten 17 Weekschema co-ouderschap 29 Planning weekenden,

Nadere informatie

- je kan me wat - module 3. docere delectare movere. je kan me wat nt2taalmenu.nl module 3. tekeningen -

- je kan me wat - module 3. docere delectare movere. je kan me wat nt2taalmenu.nl module 3. tekeningen - - je kan me wat - module 3 docere delectare movere tekeningen - 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 je kan me wat ROCvA nt2taalmenu.nl - educatie - ROCvA module 3 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 5

Nadere informatie

SOCIALE VAARDIGHEDEN MET AFLATOUN

SOCIALE VAARDIGHEDEN MET AFLATOUN SOCIALE VAARDIGHEDEN MET AFLATOUN Dit thema is opgesplitst in drie delen; gevoelens, ruilen en familie. De kinderen gaan eerst aan de slag met gevoelens. Ze leren omgaan met de gevoelens van anderen. Daarna

Nadere informatie

BIJLAGEN LESPAKKET 1.2

BIJLAGEN LESPAKKET 1.2 BIJLAGEN LESPAKKET 1.2 BIJLAGE 1 A4 BLADEN THEMA S BIJLAGE 2 DOMINO EMOTIES BIJLAGE 3 MATCHING OEFENING GEVOELENS BIJLAGE 4 VRAGENLIJST FILM BIJLAGE 5 VRAGENSTROOKJES HOEKENWERK BIJLAGE 6 ANTWOORDENBLAD

Nadere informatie

Eetgewoonten van schoolkinderen Vragenlijst voor kinderen

Eetgewoonten van schoolkinderen Vragenlijst voor kinderen september 2003 Eetgewoonten van schoolkinderen Vragenlijst voor kinderen 630101 Hoe vul je de vragenlijst in? Beste leerling, Deze vragenlijst gaat over voeding. We willen graag weten hoe je daarover denkt.

Nadere informatie

HEB JE HUISWERK VANDAAG?

HEB JE HUISWERK VANDAAG? BLAD 1 HEB JE HUISWERK VANDAAG? Je kind moet thuis werken voor school. In de agenda kan je kijken wat je kind moet doen. Wat moet je doen? 1 Maak oefening 1 op blad 2: Wat doet je kind na de school? 2

Nadere informatie

Het is de familieblues. Je kent dat gevoel vast wel. Je zit aan je familie vast. Voor altijd ben je verbonden met je ouders, je broers, je zussen.

Het is de familieblues. Je kent dat gevoel vast wel. Je zit aan je familie vast. Voor altijd ben je verbonden met je ouders, je broers, je zussen. De familieblues Tot mijn 15e noemde ik mijn ouders papa en mama. Daarna niet meer. Toen noemde ik mijn vader meester. Zo noemde hij zich ook als hij lesgaf. Hij was leraar Engels op een middelbare school.

Nadere informatie

Dinie Ea van Oort Verhaalland Taalleerlijn www.verhaalland.nl

Dinie Ea van Oort Verhaalland Taalleerlijn www.verhaalland.nl E1. De werkwoorden 1. horen: ik hoor 2. zien: ik zie jij hoort jij ziet u hoort u ziet hij hoort hij ziet zij hoort zij ziet het hoort het ziet wij horen jullie horen zij (meer) horen wij zien jullie zien

Nadere informatie

werkbladen thema 6 feestdagen en vrije tijd

werkbladen thema 6 feestdagen en vrije tijd werkbladen thema 6 feestdagen en vrije tijd 6.0 vragen bij de film alleen Kijk naar de film. Geef antwoord op de vragen. eerste ronde filmkijken Badria wordt vandaag 5 jaar. Jan koopt een boek voor Badria.

Nadere informatie

Schrijven: formulieren 2

Schrijven: formulieren 2 OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

- je kan me wat - module 2. docere delectare movere. tekeningen -

- je kan me wat - module 2. docere delectare movere. tekeningen - - je kan me wat - module 2 docere delectare movere je O kan ROC p e me n van S wat Amsterdam c h o o l - A nt2taalmenu.nl educatie m s t e r - d ROC a m van module Z Amsterdam u i d - O 2 o s t tekeningen

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Luisterteksten en instructies bij de oefen-cd 201. Grammaticaoverzicht 233. Correctiesymbolen schrijfvaardigheid 269.

Inhoudsopgave. Luisterteksten en instructies bij de oefen-cd 201. Grammaticaoverzicht 233. Correctiesymbolen schrijfvaardigheid 269. Inhoudsopgave Thema 1 Wie is dat? 7 Thema 2 Hoe spel je dat? 33 Thema 3 Hoeveel? 47 Thema 4 Hoe laat is het? 55 Thema 5 Wanneer ben jij jarig? 67 Thema 6 Wanneer zijn de winkels open? 75 Thema 7 Kun je

Nadere informatie

je schrijft het woord zoals je het hoort je schrijft het woord zoals je het hoort je schrijft het woord zoals je het hoort

je schrijft het woord zoals je het hoort je schrijft het woord zoals je het hoort je schrijft het woord zoals je het hoort Groep 4 Spelling Thema 1 Een nieuw huis aan het begin (klas) aan het eind (tent) met st aan het eind (kist) met ts aan het eind (muts) aan het begin en aan het eind (krant) Thema 2 Wat word jij later?

Nadere informatie

Klankgroep en lettergreep

Klankgroep en lettergreep Spellingwijzers groep 4 Voor de ouders Klankgroep en lettergreep Een klankgroep is een soort hulpmiddel bij het aanleren van spellingregels. Wat hoor je als je een woord langzaam in stukjes uitspreekt.

Nadere informatie

Schrijven OPDRACHTKAART. U leert formulieren in te vullen. www.nt2taalmenu.nl

Schrijven OPDRACHTKAART. U leert formulieren in te vullen. www.nt2taalmenu.nl OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

TAAL WERKT BETER. Werkboek Nederlands voor arbeidsmigranten. Lieske Adèr & Margreet Verboog

TAAL WERKT BETER. Werkboek Nederlands voor arbeidsmigranten. Lieske Adèr & Margreet Verboog Taal werkt beter TAAL WERKT BETER Werkboek Nederlands voor arbeidsmigranten Lieske Adèr & Margreet Verboog 2013 Uitgeverij Boom, Amsterdam Vormgeving en opmaak: JACKY-O, Rotterdam Fotografie: p. 8: Yobro10

Nadere informatie

Programma Nederlands Praten

Programma Nederlands Praten Nederlands Praten 1 / Basisvaardigheden, hoofdstuk 3 Oefeningen werkwoorden hebben en zijn Oefening 1: Wat is het juiste werkwoord? (zijn) Jij ben/bent een leerling (zijn) Hij is/bent een man (zijn) Zij

Nadere informatie

1b nr. 1 Wie of wat?

1b nr. 1 Wie of wat? OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

werkboek groep 4 blok 7 en 8 naam

werkboek groep 4 blok 7 en 8 naam 1 2 3 4 5 6 werkboek groep 4 7 8 9 11 12 naam 10 blok 7 en 8 blok 8 x les xx 8 1 Hoeveel schroeven liggen hier? Vul in.... 2 34 Het konijnenhok x 4 schroeven is... schroeven. Reken uit. 2 groepjes van

Nadere informatie

Dat is een koopje! HOOFDSTUK 8 WOORDEN. Kies het goede woord. Ik ga even naar de... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager

Dat is een koopje! HOOFDSTUK 8 WOORDEN. Kies het goede woord. Ik ga even naar de... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager 119 119 HOOFDSTUK 8 Dat is een koopje! WOORDEN 1 2 3 1 Ik ga even naar de.... Ik ga sla en tomaten halen. a groenteman b slager 2 Wil je wat drinken? Ja graag, een... koffie alsjeblieft. a fles b beker

Nadere informatie

Thema Gezondheid. Lesbrief 1. Een afspraak maken

Thema Gezondheid. Lesbrief 1. Een afspraak maken Thema Gezondheid. Lesbrief 1. Een afspraak maken Deze les gaat over een afspraak maken. Een afspraak met de dokter. U gaat naar de huisarts. Eerst moet u een afspraak maken. U praat met de assistente.

Nadere informatie

Lesdoelen De kinderen kunnen aanhalingstekens gebruiken.

Lesdoelen De kinderen kunnen aanhalingstekens gebruiken. groep 8 vakantie instaples 1 taal Lesdoelen De kinderen kunnen aanhalingstekens gebruiken. Materiaal Oefenblad instaples 1 taal Antwoordblad instaples 1 taal Verlengde instructie: Per kind een blad met

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek

Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek Taban gaat met zijn dochter voor het eerst naar de bibliotheek. Hij schrijft haar in bij de bibliotheek. Dan laat Soumiya aan Taban en Ama

Nadere informatie

2c nr. 1 zinnen met want en omdat

2c nr. 1 zinnen met want en omdat OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

NASCHOOLSE DAGBEHANDELING. Figaro. Welkom! Waarom kom jij naar de groep? Informatieboekje voor kinderen die komen kennismaken. Dit boekje is van:

NASCHOOLSE DAGBEHANDELING. Figaro. Welkom! Waarom kom jij naar de groep? Informatieboekje voor kinderen die komen kennismaken. Dit boekje is van: NASCHOOLSE DAGBEHANDELING Figaro Welkom! Binnenkort kom je kennismaken op Figaro. In dit boekje leggen we je alvast wat dingen uit. Het boekje is gemaakt voor kinderen die hier voor de eerste keer komen,

Nadere informatie

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden

Nadere informatie

Les 35. Een nieuw paspoort

Les 35. Een nieuw paspoort http://www.edusom.nl Thema Het stadhuis Les 35. Een nieuw paspoort Wat leert u in deze les? Informatie over het aanvragen en verlengen van uw paspoort of identiteitskaart. Vragen stellen bij het loket.

Nadere informatie

Te huur HOOFDSTUK 4 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik woon in een flat op de vierde... a verdieping b appartement

Te huur HOOFDSTUK 4 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik woon in een flat op de vierde... a verdieping b appartement 51 51 HOOFDSTUK 4 Te huur WOORDEN 1 1 Ik woon in een flat op de vierde.... a verdieping b appartement 2 Het is een rijtjeshuis met een grote woonkamer en drie.... a tuinen b slaapkamers 3 Mijn woonkamer

Nadere informatie

TELEFONEREN NAAR DE BIBLIOTHEEK

TELEFONEREN NAAR DE BIBLIOTHEEK Patrick studeert aan de universiteit. Hij zoekt een rustige plaats om te studeren. Hij wil in de bibliotheek gaan studeren. In de bibliotheek kan je ook de computers. Hij weet niet wanneer de bibliotheek

Nadere informatie

Thema Gezondheid Beginnerslessen

Thema Gezondheid Beginnerslessen http://www.edusom.nl Thema Gezondheid Beginnerslessen Les 1. Een afspraak maken Deze les gaat over een afspraak maken. Een afspraak met de dokter. U gaat naar de huisarts. Eerst moet u een afspraak maken.

Nadere informatie

Lou en Lena in Ecuador

Lou en Lena in Ecuador Mijn prentenboek Prentenboek voor leerlingen 1 e en 2 e leerjaar Lou en Lena in Ecuador Mijn naam:... Mijn klas:... Mondiale Vorming - Plan België Hallo, wij zijn Lou en Lena! Kom, we nemen je mee naar

Nadere informatie

Veilig Thuis. Werkboekje voor kinderen en ouders bij een tijdelijk huisverbod

Veilig Thuis. Werkboekje voor kinderen en ouders bij een tijdelijk huisverbod Veilig Thuis Werkboekje voor kinderen en ouders bij een tijdelijk huisverbod Een stukje uitleg Dat je samen met papa/mama, of een andere persoon in dit boekje gaat werken is niet zo maar. Dat komt omdat

Nadere informatie

Naam cursist:. Bronnenboekje 1 maandag 18 juni 2012

Naam cursist:. Bronnenboekje 1 maandag 18 juni 2012 Naam cursist:. Bronnenboekje 1 maandag 18 juni 2012 Inhoud: NAW gegevens 3-4 Kijk naar het plaatje en kijk naar het voorbeeld. Schrijf de zinnen. 5 Vraagwoorden 6 Je en u 7 Oefenblad vraagwoorden A 8-9

Nadere informatie

OPA EN OMA DE OMA VAN OMA

OPA EN OMA DE OMA VAN OMA Hotel Hallo - Thema 4 Hallo opdrachten OPA EN OMA 1. Knip de strip. Strip Knip de strip los langs de stippellijntjes. Leg de stukken omgekeerd en door elkaar heen op tafel. Draai de stukken weer om en

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek

Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek www.edusom.nl Thema Kinderen en school. Lesbrief 19. Samen naar de bibliotheek Taban gaat met zijn dochter voor het eerst naar de bibliotheek. Hij schrijft haar in bij de bibliotheek. Daarna laat Soumiya

Nadere informatie

Feestelijke dagen. Marlies Uyttersprot

Feestelijke dagen. Marlies Uyttersprot Feestelijke dagen Taak 1 : o Zoek op in het woordenboek - feestdag: o Zeg met eigen woorden wat een feestdag is. o Maak 3 samenstellingen met : - - dag voorbeeld verjaardag... - feest- voorbeeld feestmenu

Nadere informatie

NIEUWSBRIEF Jaargang 25, extra aflevering 22 juni 2015 www.basisschooldeboemerang.nl e-mail: info@basisschooldeboemerang.nl

NIEUWSBRIEF Jaargang 25, extra aflevering 22 juni 2015 www.basisschooldeboemerang.nl e-mail: info@basisschooldeboemerang.nl NIEUWSBRIEF Jaargang 25, extra aflevering 22 juni 2015 www.basisschooldeboemerang.nl e-mail: info@basisschooldeboemerang.nl DOORSCHUIVEN GROEPEN Op maandag 29 juni en donderdag 2 juli worden de groepen

Nadere informatie

Thema 1 Nederland. Inhoudsopgave

Thema 1 Nederland. Inhoudsopgave Thema 1 Nederland Inhoudsopgave 1.1 Koffie? 11 1.2 Raam-ramen, vol-volle 12 1.3 Willen en kunnen 13 1.4 U of jij? 16 1.5 Kindje, treintje, armpje 19 1.6 Typisch Nederlands! 20 1.7 Wat vind jij? 22 1.8

Nadere informatie

Jezus vertelt, dat God onze Vader is

Jezus vertelt, dat God onze Vader is Eerste Communieproject 26 Jezus vertelt, dat God onze Vader is Jezus als leraar In les 4 hebben we gezien dat Jezus wordt geboren. De engelen zeggen: Hij is de Redder van de wereld. Maar nu is Jezus groot.

Nadere informatie

[ volgende > ] [ Sociale relaties / thuis op school / mijn familie / mijn stamboom (een lessenserie voor groep 4) 'Ik heb twee oma's en drie opa's '

[ volgende > ] [ Sociale relaties / thuis op school / mijn familie / mijn stamboom (een lessenserie voor groep 4) 'Ik heb twee oma's en drie opa's ' [ volgende > ] [ Sociale relaties / thuis op school / mijn familie / mijn stamboom (een lessenserie voor groep 4) 'Ik heb twee oma's en drie opa's ' Kern: De leerlingen brengen hun familie op een eigen

Nadere informatie

Onderzoek Inwonerspanel Jongerenonderzoek: alcohol

Onderzoek Inwonerspanel Jongerenonderzoek: alcohol 1 (19) Onderzoek Inwonerspanel Auteur Tineke Brouwers Respons onderzoek Op 5 december kregen de panelleden van 12 tot en met 18 jaar (280 personen) een e-mail met de vraag of zij digitaal een vragenlijst

Nadere informatie

Nederlands. Contenido del curso Contenu du cours Kursinhalt Contenuto del corso. Holandés. Course Content. Level 1 VERSION 3

Nederlands. Contenido del curso Contenu du cours Kursinhalt Contenuto del corso. Holandés. Course Content. Level 1 VERSION 3 Nederlands Level 1 Dutch Holandés Néerlandais Niederländisch Olandese Course Content Contenido del curso Contenu du cours Kursinhalt Contenuto del corso VERSION 3 Nederlands Level 1 Dutch Holandés Néerlandais

Nadere informatie

- je kan me wat - module 2. docere delectare movere. tekeningen -

- je kan me wat - module 2. docere delectare movere. tekeningen - - je kan me wat - module 2 docere delectare movere je O kan ROC p e me n van S wat Amsterdam c h o o l - A nt2taalmenu.nl educatie m s t e r - d ROC a m van module Z Amsterdam u i d - O 2 o s t tekeningen

Nadere informatie

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets.

Werkwoorden. Hebben en zijn. De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets. Werkwoorden Hebben en zijn De twee belangrijkste werkwoorden in het Nederlands zijn hebben en zijn. Ik ben Thomas. Ik heb een fiets. persoon onderwerp hebben zijn 1 enk. ik heb ben 2 enk. jij/u hebt bent

Nadere informatie

a a Leg 3 getallen van 2 cijfers en tel ze op. b d Bedenk sommen waar 180 uitkomt. Meer antwoorden. b Uit welke som komt 103?

a a Leg 3 getallen van 2 cijfers en tel ze op. b d Bedenk sommen waar 180 uitkomt. Meer antwoorden. b Uit welke som komt 103? les 4 blok 5 4 Hoeveel kilogram samen? Eerst schatten. a a 64 kg b 164 kg 3 2 k g 232 kg 1 5 k g 115 kg 1 1 1 k g 511 kg c 8 kg 32 kg 125 kg 244 kg b d 16 kg 185 kg 143 kg 495 kg CD2 Maak sommen met deze

Nadere informatie

Wat heb je gisteren gedaan?

Wat heb je gisteren gedaan? Wat heb je gisteren gedaan? Uitleg 1 Het perfectum (I) In de volgende tekst zijn de vormen van het perfectum vetgedrukt. Gisteren heb ik een drukke dag gehad. s Morgens heb ik hard gewerkt. Daarna heb

Nadere informatie

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet.

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Bezoek op kantoor Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Ton en Toya hebben wat problemen thuis.

Nadere informatie

Schrijven. U leert een kaartje te schrijven OPDRACHTKAART. www.nt2taalmenu.nl

Schrijven. U leert een kaartje te schrijven OPDRACHTKAART. www.nt2taalmenu.nl OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

Groeten. Wie groet je? Hoe laat? Welke woorden gebruik je?

Groeten. Wie groet je? Hoe laat? Welke woorden gebruik je? Groeten Je gaat deze week heel veel mensen groeten. Schrijf op wie je groet, hoe laat het is en wat je zegt. Groeten Tijden/morgen/middag/avond Het schrijven van de woorden Wie groet je? Hoe laat? Welke

Nadere informatie

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden.

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden. 1 Werkwoord (wonen, werken, lopen,...) wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden. 8 Grammatica is niet moeilijk 1.1 woon, woont, wonen Ik woon nu in Nederland. Jij woont nu in Nederland. U woont nu

Nadere informatie

Streekproducten en eten uit de buurt

Streekproducten en eten uit de buurt Spreekbeurt of werkstuk Streekproducten en eten uit de buurt Inhoud Stap 1. Ga zelf op onderzoek uit Stap 2. Streekproducten of gewoon producten uit de buurt Stap 3. Waarom zijn streekproducten zo bijzonder?

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Elke middag loopt Fogg van zijn huis naar de Club. Om een spelletje kaart te spelen. Er wordt altijd om geld gespeeld. En als Fogg wint, geeft hij

Elke middag loopt Fogg van zijn huis naar de Club. Om een spelletje kaart te spelen. Er wordt altijd om geld gespeeld. En als Fogg wint, geeft hij Rijk Phileas Fogg is een vreemde man. Hij is erg rijk. Maar niemand weet hoe hij aan zijn geld komt. Een baan heeft hij namelijk niet. Toch woont hij in een groot huis, midden in Londen. In zijn eentje.

Nadere informatie

Cursus Maak een uniek geboorteboek Over de geboorte van je gezin!

Cursus Maak een uniek geboorteboek Over de geboorte van je gezin! Cursus Maak een uniek geboorteboek Over de geboorte van je gezin! Tijdens een zwangerschap en na een bevalling komen er veel emoties los en beleef je unieke ervaringen. In deze cursus kijken we naar deze

Nadere informatie

Eigen Kracht-conferentie. Samen met Eigen Kracht... een plan maken voor jouw toekomst!

Eigen Kracht-conferentie. Samen met Eigen Kracht... een plan maken voor jouw toekomst! Eigen Kracht-conferentie Samen met Eigen Kracht... een plan maken voor jouw toekomst! 13 Heb je een probleem? Is er iets aan de hand, wat jij niet leuk vindt? Wil je erover praten? Lukt het niet thuis,

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein

Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein brengt zijn dochter Ama naar school. Hij praat met een moeder van een ander kind op het schoolplein. De moeder heet. Waar werkt? Wat leert u in

Nadere informatie

Hoe stel je prioriteiten?

Hoe stel je prioriteiten? Hoe stel je prioriteiten? Wat heb je eraan? In deze les leer je hoe je prioriteiten stelt, dus te kiezen welke dingen het belangrijkst zijn om te doen. Dat is handig als je meer moet doen dan waar je eigenlijk

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema 3

Nadere informatie

4 Verbonden spraak. Werkblad 26. Da s... 5 jaar getrouwd. Uitspraaktrainer in de les. 2009 Afd. NT2 VU / Boom, Amsterdam

4 Verbonden spraak. Werkblad 26. Da s... 5 jaar getrouwd. Uitspraaktrainer in de les. 2009 Afd. NT2 VU / Boom, Amsterdam Werkblad 26 Da s... Anna Ramon Irene Daan 34 35 3 2 5 jaar getrouwd Werkblad 27 Overzicht van veelvoorkomende functiewoorden met hun sterke en zwakke vorm NB: Zwakke vormen worden vaak als sterke vormen

Nadere informatie

Mijn huis, mijn thuis

Mijn huis, mijn thuis Les 5: Mijn huis, mijn thuis (A-klas) Mijn huis, mijn thuis 1. Mijn huis Mijn naam is Ik ben jaar oud. Ik woon in Ik woon samen met... mensen. Heb je een broer? JA / NEE Heb je een zus? JA / NEE Mijn huis

Nadere informatie