Instantie. Onderwerp. Datum

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Instantie. Onderwerp. Datum"

Transcriptie

1 Instantie Hof van Beroep te Gent Onderwerp Meerwaarde op aandelen. Vrijstellingsvoorwaarden. Beleggingsfonds zonder rechtspersoonlijkheid Datum 18 september 2007 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document onderworpen kan zijn aan rechten van intellectuele eigendom, die toebehoren aan bepaalde betrokkenen, en dat er u geen recht wordt verleend op die desbetreffende rechten. M&D Seminars wil u met dit document de nodige informatie verstrekken, zonder dat de in dit document vervatte informatie bedoeld kan worden als een advies. Bijgevolg geeft M&D Seminars geen garanties dat de informatie die dit document bevat, foutloos is, zodat u dit document en de inhoud ervan op eigen risico gebruikt. M&D Seminars, noch enige van haar directieleden, aandeelhouders of bedienden zijn aansprakelijk voor bijzondere, indirecte, bijkomstige, afgeleide of bestraffende schade, noch voor enig ander nadeel van welke aard ook betreffende het gebruik van dit document en van haar inhoud. M&D Seminars M&D CONSULT BVBA Eikelstraat DE PINTE Tel. 09/ Fax 09/

2 Arrest van het Hof van Beroep te Gent dd Meerwaarde op aandelen - Vrijstellingsvoorwaarden - Beleggingsfonds zonder rechtspersoonlijkheid De meerwaarden die appellante boekte op haar aandelen in het Nederlandse beleggingsfonds komen niet in aanmerking voor vrijstelling op grond van art. 192 WIB 92. Om art. 192 WIB 92 te kunnen toepassen moet er sprake zijn van aandelen van rechtspersonen. Het Nederlandse beleggingsfonds heeft geen rechtspersoonlijkheid en dus geen afgescheiden vermogen, zodat er geen maatschappelijk kapitaal en dus ook geen aandelen, die het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen, in de vennootschapsrechtelijke zin van het woord kunnen zijn. Ander gevolg van het gebrek aan rechtspersoonlijkheid van het Nederlandse beleggingsfonds is dat de fiscale toestand van de inkomsten die appellante uit het beleggingsfonds heeft bekomen, moet worden behandeld alsof het beleggingsfonds niet zou bestaan (fiscale transparantie). Vermits het beleggingsfonds slechts een (weliswaar contractueel geregelde) onverdeeldheid is die in rechte geen afzonderlijke entiteit uitmaakt, moet bij de vraag aan welk stelsel de inkomsten die appellante vanwege (eigenlijk via) het beleggingsfonds ontvangt, onderworpen zijn, worden gehandeld alsof die inkomsten rechtstreeks afkomstig zijn van de bronnen waaruit het beleggingsfonds zijn inkomsten put. Gelet op het vrij verkeer van vestiging en van diensten (art. 43 e.v. en 49 E.G.-Verdrag) kan art W op de financiële transacties en de financiële markten, die de fiscale transparantie (alleen) voorzag voor de Belgische beleggingsfondsen die bij de CBF werden ingeschreven, niet tot gevolg hebben dat geen fiscale transparantie zou mogen worden toegepast om de enkele reden dat het hier geen Belgisch maar een Nederlands beleggingsfonds betreft. VOLLEDIGE TEKST Hof van beroep te Gent 5e kamer terechtzitting van BELASTINGEN Nr.2005/AR/1185

3 in de zaak van: C.A.D. B.V., een Nederlandse vennootschap, met maatschappelijke zetel te, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Amsterdam onder nummer, opgericht op 1 augustus 1985 te Nederland en ten tijde van het aanslagjaar waarop het geschil betrekking heeft, P. BVBA genoemd, die voor de noden van huidige procedure woonplaats kiest bij haar raadslieden te, appellante, ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. V.B.S. loco mr. G.G.D., beiden advocaat te tegen: DE BELGISCHE STAAT, FOD Financiën, Vetstraat 12 te 1000 Brussel, directie Gent - Taxatie, met kantoren te 9050 LEDEBERG (GENT), Gaston Crommenlaan 6 postbus 604, geïntimeerde, ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L.G. loco rnr. V.A.E., advocaat te spreekt het Hof het volgend arrest uit: 1. Procedure Bij verzoekschrift van 21 januari 2005 heeft de appellante hoger beroep ingesteld tegen het vonnis dat door de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent, zesde kamer, op 17 november 2004 werd uitgesproken. In het bestreden vonnis werd de vordering van de appellante ontvankelijk verklaard maar als ongegrond afgewezen met verwijzing van de appellante in de gerechtskosten. Het hoger beroep strekt ertoe het bestreden vonnis teniet te doen en van het Hof te bekomen dat de op naam van de appellante gevestigde aanslag in de vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 1999 met kohierartikel zou vernietigd of ontheven worden en dat geïntimeerde zou veroordeeld worden tot terugbetaling van alle onverschuldigde sommen, vermeerderd met de wettelijke interest, voorzien in artikel 418 WIB92. De appellante vraagt bovendien dat de geïntimeerde zou veroordeeld worden tot het betalen van de gerechtskosten van de beide aanleggen. Daarenboven vraagt de appellante dat het Hof voor recht zou zeggen dat, indien nalatigheidinteresten zouden verschuldigd zijn op de bestreden aanslag, die interesten geschorst zouden zijn tot 30 juni 2003.

4 De geïntimeerde vordert de bevestiging van het bestreden vonnis en vraagt dat het Hof de appellante zou veroordelen tot het betalen van de: gerechtskosten van deze aanleg. 2. Feitelijke gegevens De appellante heeft eerst op 31 december deelbewijzen gekocht in " D.Z.", een beleggingsfonds zonder rechtspersoonlijkheid naar Nederlands recht. Ze verkocht die deelbewijzen op 14 september Op 27 oktober 1998 kocht ze opnieuw deelbewijzen in " D.Z.", deze keer ; op 26 mei 1999 deed ze die deelbewijzen van de hand. De beide verkopen deden zich voor in het boekjaar van de appellante dat liep van 1 juli 1998 tot 2 juni Ze boekte voor die twee verkopen een gezamenlijke meerwaarde van frank ( ,41 euro). Omdat de appellante aanspraak wilde maken op een vrijstelling van die meerwaarde, voegde zij in haar aangifte in de vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 1999 het bedrag van frank bij de begintoestand van de reserves. Met een bericht van wijziging van de aangifte van 2 augustus 2001 kondigde de taxatiedienst aan dat hij de vermelde aanpassing in meer van de begintoestand van de reserves zou verwerpen omdat de voorwaarden van artikel 192 WIB92 niet zouden vervuld zijn. Hoewel de appellante te kennen gaf daarmee niet akkoord te zijn, werd uiteindelijk toch overgegaan tot het vestigen van de aanslag overeenkomstig het bericht van wijziging van de aangifte. Het betreft de aanslag in de vennootschapsbelasting voor het aanslagjaar 1999 met kohierartikel voor een nominaal bedrag van ,84 euro. Op 4 maart 2002 diende de appellante tegen die aanslag een bezwaarschrift in dat bij directeursbeslissing van 26 maart 2003 integraal werd afgewezen. Met een verzoekschrift van 24 juni 2003 stelde de appellante haar vordering voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent in. Die vordering, die dezelfde is als deze die de appellante nu stelt in graad van beroep, werd bij vonnis van 17 november 2004 ontvankelijk verklaard maar als ongegrond afgewezen. Het is tegen dat vonnis dat de appellante hoger beroep instelde. 3. Grieven en argumenten van de partijen 3.1. Standpunt van de appellante In hoofdorde voert de appellante aan dat artikel 192 WIB92 wel toepasselijk is op de deelbewijzen in D.Z., zelfs al is het een fonds zonder rechtspersoonlijkheid, in het bijzonder omdat D.Z. onderworpen is aan de Nederlandse vennootschapsbelasting. In die redenering gaat de appellante niet uit van de fiscale transparantie maar worden de deelbewijzen in D.Z. als de eigenlijke aandelen beschouwd waarop een meerwaarde is gerealiseerd en dus niet op de onderliggende aandelen die D.Z. in haar

5 portefeuille als actiefbestanddelen beheerde. Omdat de toename in waarde van aandelen geacht wordt recht te geven op een dividend voor de aandeelhouder en dat dividend al een bronbelasting ondergaat, zou er dubbele belasting ontstaan, mocht aan de appellante geen vrijstelling verleend worden op die meerwaarde (zoals art. 192 WIB92 beoogt). Dat een deel van de inkomsten van D.Z. feitelijk van een deelnemingsvrijstelling kon genieten, zou niet relevant zijn omdat het zou volstaan dat haar inkomsten principieel normaal belastbaar zijn, terwijl de vrijstelling slechts onder bepaalde voorwaarden genoten wordt. De appellante bestrijdt dan ook de stelling van de eerste rechter als zouden voor de toepassing van artikel 192 WIB92 alleen meerwaarden op aandelen in aanmerking komen op voorwaarde dat het om aandelen in rechtspersonen gaat. In de Administratieve Commentaar zou de vrijstelling (DBI-aftrek) ook voor inkomsten van certificaten van beleggingsfondsen aanvaard worden, wat zou aantonen dat niet altijd een rechtspersoonlijkheid vereist is. Vermits de administratie in de jaren voorafgaand aan het betwiste aanslagjaar steeds de vrijstelling heeft toegestaan, ziet de appellante in elk geval een schending van het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel. Het legaliteitsbeginsel zou hier niet zonder meer primeren omdat de wetgeving onduidelijk zou zijn. Subsidiair beroept de appellante zich op de fiscale transparantie, wat inhoudt dat haar fiscale toestand in die zin moet bekeken worden als zou zij niet via D.Z. maar rechtstreeks de opbrengsten uit de aandelen die D.Z. in portefeuille hield, ontvangen hebben. Waar de eerste rechter - die de fiscale transparantie toepasselijk achtte - vaststelde dat de appellante niet bewees in de voorwaarden van artikel 192 WIB92 te zijn, voert de appellante aan dat zij nu wel de nodige bewijzen voorbrengt. Volgens de appellante moet D.Z., ook al is het een Nederlands fonds voor gemene rekening, op dezelfde manier behandeld worden als de Belgische beleggingsfondsen zoals bedoeld in de Wet van 4 december Op grond van artikel van die wet, moet de fiscale transparantie hier dan ook toegepast worden. Dat het fonds niet erkend is door het CBF, zou geen beletsel zijn omdat er anders een ongeoorloofde discriminatie zou gemaakt worden, namelijk in strijd met het Europees gemeenschapsrecht dat het recht van vrije vestiging voorschrijft. Ook het dubbelbelastingverdrag tussen België en Nederland zou in die lijn liggen omdat een beleggingsinstelling zich op de voordelen van het verdrag kan beroepen, terwijl de belegger het kan doen mocht de beleggingsinstelling die voordelen niet gevraagd hebben. Wat het bewijs betreft dat aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, benadrukt de appellante dat haar bewijslast relatief eenvoudig is omdat D.Z. in de betreffende periode aandelen van slechts 3 vennootschappen in portefeuille had: A.A.H. NV;

6 B. NV en I.R. Il NV. Naast de aandelen zou D.Z. slechts een beperkt bedrag liquiditeiten, een klein bedrag aan vorderingen en immateriële activa op het actief van de balans gehad hebben. De aandelen zouden ongeveer 97% van haar activa hebben uitgemaakt. De appellante stelt dat er geen betwisting over bestaat dat de vennootschappen waarvan D.Z. de aandelen had, aan de vennootschapsbelasting onderworpen zijn. Zij stelt dat haar bewijslast voor het overige in alle redelijkheid moet worden ingevuld. Volgens de appellante toont zij (nu) in haar stukken afdoende aan dat en voor welk bedrag zij vrijgestelde inkomsten realiseerde (vrijgestelde meerwaarden: art. 192 WIB92; en vrijgestelde dividenden; art. 202 WIB92). Zij voert aan dat zij nu het detail van de aan- en verkoopdata van de onderliggende aandelen uitgewerkt heeft in haar berekeningen maar dat dit het resultaat van de vrij te stellen meerwaarde niet wijzigt. De latente minderwaarden op de aandelen zouden geen invloed hebben op de gerealiseerde en vrij te stellen meerwaarden, precies omdat ze maar latent zijn. Volgens de appellante blijkt uit haar stukken duidelijk welke aandelen D.Z. in de betreffende periode precies in bezit heeft gehad en dat er geen minderwaarden waren. De appellante erkent dat, gelet op de concrete waarde van de onderliggende aandelen, er slechts een minderwaarde zou voortvloeien (in plaats van een meerwaarde) wanneer enkel rekening wordt gehouden mei: de latente meer- en minderwaarde van die aandelen tussen de aankoop- en verkoopdata, maar in dat geval zou volgens de appellante de discussie over de vrijstelling zich niet (kunnen) voordoen bij gebrek aan gerealiseerde meerwaarde. De appellante stelt dat een meerwaarde trouwens ook kan voortvloeien uit andere elementen die de prijs van een aandeel bepalen; de globale waarde zou in aanmerking komen, zelfs wanneer niet alle onderliggende aandelen effectief een waardevermeerdering zouden hebben ondergaan in de periode tussen aankoop en verkoop. Hoe dan ook zou ook met andere inkomsten van de onderliggende aandelen (in het bijzonder, dividenden) en niet alleen met de meerwaarden erop moeten rekening gehouden worden wanneer de fiscale transparantie wordt toegepast. Nog meer subsidiair vraagt de appellante om tot gedeeltelijke vernietiging of ontheffing van de bestreden aanslag te besluiten op basis van berekeningen waarin vastgesteld is welk gedeelte van de geboekte meerwaarde, toe te wijzen is aan de onderliggende aandelen door de verkoopwaarde van het onverdeeld aandeel in de activa van D.Z. op het ogenblik van de vervreemding te vergelijken met de aanschaffingswaarde van diezelfde activa; per onderliggend aandeel zouden zowel de verwezenlijkte als de latente meer- en minderwaarden geïndividualiseerd zijn; de andere inkomsten (interesten en dividenden) zouden eruit geventileerd zijn zodat de niet-vrijgestelde inkomsten (interesten) en de

7 gedeeltelijk vrijgestelde (dividenden die t.b.v. 95% aftrekbaar zijn wegens DBI) afgezonderd zouden zijn; er zou ook een detail van de kosten worden gegeven. Aldus komt de appellante tot de vaststelling dat de door D.Z. gerealiseerde meerwaarden, dividenden en interesten, verminderd met de kosten in de betreffende periode samen ,73 euro bedroegen. Het aandeel van de appellante daarin zou ,92 euro bedragen en daarvan zou minstens de (op de aandelen B.) gerealiseerde meerwaarde van 500,33 euro en 95% van de dividenden, zijnde ,87 euro, vrijgesteld zijn (het Hof merkt evenwel op dat in de berekening op pag. 20 van de syntheseconclusie van de appellante blijkt dat zij niet alleen de genoemde meerwaarde van 500,33 euro als vrijgesteld behandelt, maar een totaal bedrag van 8.025,02 euro, wat er op wijst dat zij ook de door D.Z. gerealiseerde meerwaarde op de aandelen I.R. II NV t.b.v ,70 euro als vrijgesteld in rekening brengt). Als er al een deel van de inkomsten belastbaar zou zijn, dan bedraagt dat volgens de appellante slechts ,62 euro (zijnde 5% van de dividenden en de interesten, verminderd met de kosten). Dat bedrag zou - in deze subsidiaire redenering - van devrijstelling mogen uitgesloten worden. Verder voert de appellante aan dat de geïntimeerde ten onrechte inroept dat voor de aandelen in I.R. II NV niet voldaan is aan de vereisten van artikel 202 2, 10 WIB92 om reden dat de participatiedrempel van 5% niet werd bereikt en dat de aanschaffingswaarde van het pakket aandelen niet minstens 50 miljoen frank bedroeg; zelfs al is die stelling correct, toch zou ze irrelevant zijn omdat de NV I.R. li geen dividenden zou uitkeren waardoor de voorwaarden van artikel 202 2, 1 WIB92 niet zouden moeten vervuld zijn. De geïntimeerde zou voorts ten onrechte concluderen dat geen vrijstelling krachtens artikel 192 WIB92 mogelijk is om reden dat de eventuele toekomstige dividenden niet voor DBI-aftrek in aanmerking komen. Volgens de appellante gaat dit voorbij aan het feit dat de NV I.R. II ook in de toekomst geen dividenden zal uitkeren én dat artikel 192 WIB92 niet verwijst naar artikel 202 2, maar naar artikel WIB92 (de participatievoorwaarde zou dus niet spelen voor de toepassing van art. 192 WIB92). Ten aanzien van de opmerkingen van de geïntimeerde omtrent de concrete uitvoering van de berekeningen, laat de appellante gelden dat zij haar berekening heeft overgedaan op de wijze die de geïntimeerde voorstelt, maar dat zij tot dezelfde conclusies komt. De berekeningen zouden wel degelijk gedaan zijn door de verkoopwaarde van de onderliggende aandelen te vergelijken met de aanschaffingswaarde van die aandelen. Ten aanzien van de opmerking van de geïntimeerde dat de verkoop door D.Z. van de aandelen in I.R. II NV gebeurd is na de periode waarin de appellante deelbewijzen in D.Z. bezat, stelt de appellante dat, (95% van) de dividenden uit de A.A.H. NV en B. NV nog steeds een groter bedrag opleveren dan de geboekte meerwaarde van ,41 euro. Het meest subsidiair vraagt de appellante de schorsing van de nalatigheidinteresten te laten lopen tot 30 juni 2003 vermits de

8 gerechtelijke vordering voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent op 24 juni 2003 werd ingesteld (art WIB92) Standpunt van de geïntimeerde De geïntimeerde stelt dat artikel 192 WIB92 niet kan worden toegepast omdat D.Z. geen vennootschap is zodat er geen sprake is van aandelen in de zin van het genoemde wetsartikel. D.Z. zou naar Belgisch recht het best kunnen vergeleken worden met een beleggingsfonds zoals gedefinieerd in de Wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten. Bovendien zou de "affectio societatis" (de bedoeling om samen geld in te brengen om een activiteit uit te voeren of laten uitvoeren en het risico ervan te delen) ontbreken. Tegenover het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel stelt de geïntimeerde het eenjarigheidsbeginsel (art. 171 GW) en het legaliteitsbeginsel (art. 170 GW). Bovendien zou de administratie de kwestie van de meerwaarden in de vorige jaren nooit onderzocht hebben. Er zou bij de appellante nooit het vertrouwen zijn gewekt dat de administratie haar werkwijze goedkeurde. Volgens de geïntimeerde kan de fiscale transparantie niet worden toegepast omdat D.Z. niet erkend was door de CBF, terwijl artikel van de Wet van 4 december 1990 daar van uitgaat. In zoverre de fiscale transparantie wordt ingeroepen, is de geïntimeerde van oordeel dat door de appellante nog altijd niet het vereiste bewijs geleverd wordt dat door de eerste rechter in zijn vonnis wordt bedoeld. De voorgelegde stukken zouden op zijn minst onduidelijk zijn, zeer complex en moeilijk begrijpbaar. Hoe dan ook, zo stelt de geïntimeerde, moet de appellante het bewijs leveren door de verkoopwaarde van het onverdeeld deel in de activa van D.Z. - op het ogenblik van de vervreemding van de deelbewijzen in D.Z. - te vergelijken met de aanschaffingswaarde van diezelfde activa. Zelfs de bijkomende berekeningen zouden niet gedaan zijn aan de hand van de waarde van de onderliggende aandelen op het moment van de data waarop de appellante haar deelbewijzen in D.Z. aankocht en weer verkocht. Ook zou de berekening slechts mogen gebeuren aan de hand van concrete stukken zoals aan- en verkoopdocumenten, koersnoteringen, terwijl de appellante geen dergelijke stukken zou verstrekken. Die bewijslast zou niet onredelijk zijn; de geïntimeerde wijst op de bewaarplicht van boekhoudkundige bescheiden en stukken naar Belgisch recht waarvan volgens hem allicht een equivalent bestaat in Nederland. Bovendien laat de geïntimeerde gelden dat de aandelen I.R. II NV niet voldoen aan de vereisten van artikel WIB92 omdat de participatiedrempel van 5% niet zou zijn bereikt en de aanschaffingswaarde van het pakket aandelen niet minstens 50 miljoen frank ( ,62 euro) bereikte. Die voorwaarde zou volgens de geïntimeerde evenzeer gelden als die vennootschap nog geen dividenden heeft uitgekeerd; het zou volstaan dat dit in de toekomst kan gebeuren.

9 De meerwaarde op de aandelen I.R. II NV zouden om die reden alvast niet kunnen vrijgesteld worden op grond van artikel 192 WIB92. In de berekeningen zou volgens de geïntimeerde in elk geval de aftrek van de DBI's pas in een latere bewerking mogen gebeuren dan de aftrek van kosten, namelijk na bepaling van de belastbare opbrengsten. Naar het oordeel van de geïntimeerde is het wel degelijk een probleem dat de appellante geen meer gedetailleerde gegevens over de waarde van de aandelen heeft en er dus moet van uitgaan dat zij telkens voor een volledig jaar deelbewijzen had in D.Z.. Aan de hand van de door de appellante verstrekte gegevens komt de geïntimeerde tot de berekening dat eigenlijk alleen op de aandelen van I.R. II NV een meerwaarde werd gerealiseerd omdat de aandelen van A.A.H. NV en B. NV beide een neerwaartse trend volgden in de periode waarin de appellante deelbewijzen in D.Z. bezat. Volgens de geïntimeerde is het dus twijfelachtig dat er nog sprake kan zijn van een vrij te stellen fiscale meerwaarde vermits het onverdeelde deel van de appellante in de activa van D.Z. globaal bekeken uit een minderwaarde bestond. De minderwaarde op de aandelen van A.A.H. NV en B. NV - waarvan de geïntimeerde stelt dat ze niet exact kunnen berekend worden bij gebrek aan concrete gegevens - zouden zelfs bij de belastbare grondslag van de appellante moeten gevoegd worden; vermits de meerwaarde op de aandelen I.R. II NV veel lager is dan die minderwaarde op de andere aandelen zou er globaal bekeken een fiscaal te belasten minderwaarde zijn. In zoverre de appellante grotendeels een vrijstelling op dividenden inroept, laat de geïntimeerde gelden dat D.Z. krachtens artikel 13 van de Nederlandse Wet op de vennootschapsbelasting 1969 een beroep kon doen op de deelnemingsvrijstelling. De geïntimeerde vermoedt dat D.Z. aan een stelsel van vennootschapsbelasting onderworpen was waarbij een soort belastingvrijstelling kan verleend worden. Het zou onduidelijk zijn in hoever dit systeem gelijkaardig is aan het systeem van de DBI-aftrek in de Belgische vennootschapsbelasting. Ook hier zou de appellante in haar bewijslast falen. Naar het oordeel van de geïntimeerde berekent de appellante het belastbare deel van de opbrengsten (dividenden en interesten) van D.Z. en brengt zij dit rechtstreeks in verband met de gerealiseerde meerwaarden op de deelbewijzen van de appellante in D.Z.. Dat is volgens de geïntimeerde een verkeerde benadering omdat die berekeningsmethode thuis zou horen in het kader van het vermijden van dubbele belasting op de "inkomsten" uit de deelbewijzen (naar analogie met de DBI-aftrek) en niet in het kader van het vermijden van dubbele belasting op gerealiseerde meerwaarden op aandelen. Bovendien zouden dividenden niets te maken hebben met meerwaarden, terwijl de appellante die dividenden in haar berekening betrekt. Ook laat de geïntimeerde gelden dat geen rekening kan gehouden worden met de meerwaarden door D.Z. gerealiseerd op de aandelen I.R. II NV door de verkoop op 17 november 1999 omdat die verkoop zich situeert buiten de periode waarin de appellante deelbewijzen had in D.Z.. Volgens

10 de geïntimeerde laat de appellante ook na om rekening te houden met de latente minderwaarden op de aandelen A.A.H. en B.. Er zou ook moeten rekening gehouden worden met het feit dat de appellante nooit gedurende een vol jaar houder was van deelbewijzen in D.Z., in het bijzonder bij het berekenen van de dividenden vermits deze op een volledig jaar betrekking hebben. Ten slotte houdt de geïntimeerde voor dat de meerwaarde die de appellante realiseerde door de verkoop van haar deelbewijzen in D.Z., voor een deel ook bestond uit bestanddelen die voortvloeien uit het bijeenbrengen, het verzamelen van aandelen. Die bijkomende potentiële waarde zou moeten afgezonderd worden bij het toepassen van de transparantie. 4. Beoordeling 4.1. Juridisch statuut van D.Z. en de gevolgen Begrip 'aandelen' in artikel 192 WIB92 De eerste rechter heeft met reden beslist dat de deelbewijzen die de appellante bezat in D.Z. niet als aandelen in de zin van artikel 192 WIB92 kunnen beschouwd worden. Artikel stelt uitdrukkelijk als voorwaarde dat het moet gaan om meerwaarden op aandelen waarvan de eventuele inkomsten in aanmerking komen om krachtens de artikelen en 203 WIB92 van de winst te worden afgetrokken. De laatste twee artikelen slaan uitsluitend op vennootschappen. Artikel 2, 50 a) WIB92 verduidelijkt dat in dat wetboek onder het begrip 'vennootschap' alleen rechtspersonen worden verstaan. Om artikel 192 WIB92 te kunnen toepassen, moet er dus sprake zijn van aandelen van rechtspersonen. D.Z. heeft geen rechtspersoonlijkheid. Zij heeft dus geen afgescheiden vermogen en zij maakt in rechte geen afzonderlijke entiteit uit: het vermogen van D.Z. op een bepaald moment is niets anders dan het samenraapsel van het totaal van alle parten van elk van de 'deelgenoten in onverdeeldheid'. Er is dus ook geen 'maatschappelijk kapitaal' in de vennootschapsrechtelijke zin van het woord, zodat er geen 'aandelen' in vennootschapsrechtelijke zin kunnen zijn vermits deze het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigen. De meerwaarden die de appellante boekte op haar 'aandelen' in D.Z., komen dan ook niet in aanmerking voor vrijstelling op grond van artikel 192 WIB92. Dat D.Z. naar Nederlands recht onderworpen is aan de Nederlandse vennootschapsbelasting - waaromtrent geen enkele discussie meer bestaat - verandert daaraan niets. De appellante kan zich ook niet met gunstig gevolg beroepen op het vertrouwens- of rechtszekerheidsbeginsel. De enkele vaststelling dat de appellante al in de vorige boekjaren meerwaarden boekte op haar deelgerechtigheden in D.Z. en daarvoor een vrijstelling opnam in haar aangifte zonder dat de belastingadministratie in dat verband ooit een opmerking maakte, brengt nog niet mee dat de belastingadministratie

11 deze praktijk bewust zou goedgekeurd hebben. De appellante bewijst dan ook niet dat bij haar door een gedraging van de belastingadministratie het vertrouwen zou zijn gewekt dat zij in rechte aanspraak kon maken op de vrijstelling krachtens artikel 192 WIB92 op de haar op de 'aandelen' van D.Z. geboekte meerwaarden. Op grond van het eenjarigheidsbeginsel kan de geïntimeerde voor het betreffende boekjaar voor het eerst inroepen dat de vrijstelling niet toepasselijk is. Bovendien zou de geïntimeerde met reden het legaliteitsbeginsel kunnen inroepen. Het gebrek aan rechtspersoonlijkheid belet immers wettelijk de toepassing van artikel 192 WIB92 zodat het eventuele vertrouwen dat de appellante zich zou toegemeten hebben, onrechtmatig zou geweest zijn omdat het niet te rijmen valt met een duidelijke wet. Deze grief is dus ongegrond. Fiscale transparantie Ander gevolg van het gebrek aan rechtspersoonlijkheid van D.Z. is dat de fiscale toestand van de inkomsten die de appellante uit D.Z. bekomen heeft, behandeld moet worden alsof D.Z. niet zou bestaan (fiscale transparantie). Vermits D.Z. slechts een (weliswaar contractueel geregelde) onverdeeldheid is die in rechte geen afzonderlijke entiteit uitmaakt, moet bij de vraag aan welk regime de inkomsten die de appellante vanwege (eigenlijk via) D.Z. ontvangt, onderworpen zijn, gehandeld worden alsof die inkomsten rechtstreeks afkomstig zijn van de bronnen waaruit D.Z. haar inkomsten put. Terecht laat de appellante gelden dat het zonder belang is dat artikel van de Wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten de fiscale transparantie (alleen) voorzag voor de Belgische beleggingsfondsen die bij de CBF ingeschreven werden. Gelet op het vrij verkeer van vestiging en van diensten (artn. 43 e.v. en 49 e.v. E.G.-verdrag) kan artikel van de Wet van 4 december 1990 niet tot gevolg hebben dat geen fiscale transparantie zou mogen toegepast worden om de enkele reden dat D.Z. geen Belgisch maar een Nederlands beleggingsfonds was waardoor het als zodanig niet kon voldoen aan de vereiste van het betreffende artikel. Overigens toont de appellante met haar bijkomend stuk 19 aan dat D.Z. in Nederland onder toezicht staat van DNB, wat vergelijkbaar is met de CBF. Bovendien vloeit de toepassing van de fiscale transparantie op zich al voort uit de vaststelling dat D.Z. geen rechtspersoonlijkheid heeft. De eerste rechter heeft dus met reden de fiscale transparantie toepasselijk verklaard Concrete uitwerking van de fiscale transparantie - bewijsproblematiek De fiscale transparantie brengt met zich dat de vraag of de appellante recht heeft op fiscale vrijstelling, moet beantwoord worden door na te gaan of haar gerechtigdheden in de vennootschappen waarvan D.Z. aandelen bezat, aanleiding kunnen geven tot fiscale vrijstelling als zou de appellante die aandelen zelf rechtstreeks in eigendom hebben gehad. Het

12 betreft concreet de aandelen in de NV A.A.H., de NV B. en de NV I.R. 11, zijnde de enige aandelen die D.Z. in portefeuille hield in de periode waarin de appellante deelgerechtigheden bezat in D.Z.. Het betreft Nederlandse vennootschappen waarvan niet betwist is dat ze onderworpen zijn aan de Nederlandse vennootschapsbelasting. Zelfs al heeft de appellante economisch een meerwaarde geboekt op haar deelgerechtigheden in het beleggingsfonds D.Z., toch moet nu, als gevolg van de fiscale transparantie, niet worden onderzocht of er recht is op vrijstelling van die meerwaarde. In de plaats daarvan moet onderzocht worden of de appellante recht op vrijstelling heeft op eventuele meerwaarden die zouden gerealiseerd zijn op de aandelen van de drie genoemde Nederlandse vennootschappen (toepassing van artikel 192 WIB92 op die meerwaarden). Daarenboven moet onderzocht worden of er dividenden ontvangen werden die recht geven op 95% vrijstelling van belasting als gevolg van de DBI-aftrek (artn. 202 e.v. WIB92). De appellante heeft berekeningen gemaakt. Deze berekeningen geven op een correcte wijze weer welk het breukgetal is waarvoor de appellante de activa die D.Z. in portefeuille had, als de hare mag beschouwen, althans op de data van het afsluiten van de boekjaren, namelijk 9,36% op 31 december 1997, 8,81% op 31 december 1998 en 8,87% op 31 december Zoals appellante doet, kan voor de gehele periode uitgegaan worden van een afgerond gemiddeld van 9%. Anders dan in de berekeningen van de appellante moeten - zoals de geïntimeerde met reden laat gelden - de meerwaarden uitgerekend worden door het verschil in waarde na te gaan tussen de data waarop de appellante deelgerechtigheden in D.Z. heeft verworven en de data waarop ze die deelgerechtigheden weer verkocht. Het is zonder belang dat op die manier geen werkelijke maar latente meer- of minderwaarden worden berekend. De fiscale transparantie moet immers consequent gevolgd worden, wat inhoudt dat moet verondersteld worden dat de appellante aan- en verkopen van aandelen in de drie genoemde Nederlandse vennootschappen deed op de data waarop ze aanen verkopen deed van deelgerechtigheden in D.Z.. Hoewel de appellante die berekeningen niet zelf maakte, legt zij de gegevens voor die toelaten die meerwaarden te bepalen voor A.A.H. NV en B. NV. Dat geeft het volgende resultaat: A.A.H. NV AANKOOP datum beginaantal waarde/ aandeel NLG aangroeiaantal kostprijs beginaantal NLG kostprijs beginaantal EUR 31/12/ , ,09 van historische kostprijs aangroei EUR totale kostprijs EUR 01/01/ ,89

13 tot 13/09/ /10/ , , ,98 van 27/10/1998 tot VERKOOP 25/05/ ,29 datum aantal waarde/ aandeel NLG waarde/ aandeel EUR Verkoopwaarde NLG Verkoopwaarde EUR ,25 totale verkoopwaarde EUR 14/09/ , ,78 26/05/ , , ,44 SALDO = MEER- OF MINDERWAARDE EUR ,80 AANDEEL APPELLANTE IN MEER- of MINDERWAARDE EUR (9%) ,80 B. NV AANKOOP datum beginaantal waarde/ aandeel NLG aangroeiaantal kostprijs beginaantal NLG kostprijs beginaantal EUR 31/12/ , , ,73 van historische kostprijs aangroei EUR totale kostprijs EUR 01/01/1998 tot 13/09/ ,34 27/10/ , , ,96 van 27/10/1998 tot VERKOOP 25/05/ ,83 datum aantal waarde/ aandeel NLG waarde/ aandeel EUR Verkoopwaarde NLG Verkoopwaarde EUR ,85 totale verkoopwaarde EUR 9/02/ , ,18 14/09/ , ,27 26/05/ , , ,52 SALDO = MEER- OF MINDERWAARDE EUR ,33 AANDEEL APPELLANTE IN MEER- of MINDERWAARDE EUR (9%) ,22 Zoals de geïntimeerde laat opmerken en door de appellante erkend wordt, blijkt dat er op de aandelen van A.A.H. NV en B. NV geen meerwaarden

14 maar een (latente) minderwaarde te boeken valt. Er kan hier dus geen sprake zijn van meerwaarden die krachtens artikel 192 WIB92 voor vrijstelling in aanmerking komen. Meteen is ook duidelijk dat er door de toepassing van de fiscale transparantie geen rekening moet gehouden worden met de door D.Z. geboekte meerwaarde (t.b.v ,36 euro, waarvan het aandeel van de appellante 500,33 euro zou zijn) ingevolge de verkoop op 9 februari 1998 van aandelen in de NV B.. De fiscale toestand moet immers vanuit het standpunt van de appellante en niet vanuit het standpunt van D.Z. bekeken worden. Anders dan de geïntimeerde stelt, is er geen enkele reden om de latente minderwaarden toe te voegen aan de belastbare basis. Dat er minderwaarden waren, wordt geacht vanzelf tot uiting te zijn gekomen in het resultaat van de appellante en dus een verlaging van de winst met zich te brengen. Dat is met name het geval doordat de appellante alle opbrengsten uit de drie genoemde Nederlandse vennootschappen slechts via D.Z. ontving: die latente minderwaarden hebben feitelijk de inkomsten van de appellante verminderd vermits hierna zal blijken dat de meerwaarde die de appellante op haar deelgerechtigheden in D.Z. boekte, een behoorlijk stuk lager ligt dan de dividenden die verbonden zijn aan het breukdeel van de appellante in de aandelen in de drie genoemde Nederlandse vennootschappen die D.Z. in portefeuille hield. Voor de NV I.R. II zijn er geen marktwaarden beschikbaar op de data van aankoop en verkoop van de deelgerechtigheden in D.Z. (behoudens 31 december 1997). In tegenstelling tot wat geldt voor de aandelen in A.A.H. NV en B. NV, heeft D.Z. in de periode tussen 31 december 1997 (datum van eerste aankoop van deelgerechtigheden in D.Z. door de appellante) en 26 mei 1999 (datum waarop de appellante haar deelgerechtigheden in D.Z. van de hand deed) immers geen aandelen in I.R. II NV meer gekocht. In redelijkheid moet worden aangenomen dat de appellante geen nadere gegevens meer kan voorleggen zodat een zo getrouw mogelijke berekening wordt gemaakt. De appellante maakt een berekening waarin ze kennelijk uitgaat van een verkoopwaarde van de aandelen in I.R. li NV van 10,00 euro per aandeel. Dat is evenwel de koers vanaf november 1999, terwijl de koers die het dichtst bij 26 mei 1999 gelegen is en bekend is, 9,92 euro bedraagt (stuk 8 dossier appellante). Bovendien gaat de appellante ervan uit dat er een aangroei is van die aandelen, terwijl uit het stuk 8 van de appellante blijkt dat pas op 5 oktober 1999, dus nadat de appellante haar deelgerechtigheden in D.Z. van de hand had gedaan, door D.Z. bijkomende aandelen in I.R. II NV aangekocht werden. Het aantal aandelen van die vennootschap die D.Z. in portefeuille had, is dus onafgebroken op gebleven. Wanneer vertrokken wordt van de marktwaarde van die aandelen op 31 december 1997 van ,27 euro (stuk 8 dossier appellante) en de verkoopwaarde op 26 mei 1999 geacht wordt te kunnen berekend worden aan de gekende koers die het dichtst bij die datum ligt, namelijk 9,92 euro, en dus van een

15 verkoopwaarde van ,00 euro, dan is er een meerwaarde gerealiseerd van ,73 euro, waarvan het gedeelte dat aan de appellante toekomt (9%) gelijk is aan ,81 euro. Dat is dan ook de enige meerwaarde die in aanmerking komt voor een vrijstelling met toepassing van artikel 192 WIB92. De geïntimeerde werpt op dat niet voldaan is aan de vereiste dat een minimale participatie van 5% moet bestaan of dat de aandelen minstens frank ( ,76 euro) moesten bedragen. Deze vereiste voor de DBI-aftrek geldt evenwel niet voor de vrijstelling van de meetwaarden onder artikel 192 WIB92 vermits die voorwaarden in de tweede paragraaf van artikel 202 WIB92 staan (zie ook Com.IB, nr. 192/13). De door D.Z. geboekte meerwaarde van ,57 euro (waarin het deel van de appellante 7.524,70 euro zou vertegenwoordigen) ingevolge de verkoop van aandelen in I.R. II NV waarvan de appellante in haar stuk 6 melding maakt, komt niet in aanmerking voor vrijstelling, omdat de verkoop dateert van 17 november 1999, zijnde op een ogenblik waarop de appellante geen deelgenoot meer was in D.Z.. Zelfs mocht die meerwaarde gerealiseerd zijn toen de appellante wel nog deelgenoot was, dan zou zij als gevolg van de fiscale transparantie niet op zich in rekening moeten komen (zie hoger). Naast de vrijstelling op de meerwaarde bekomen op de aandelen in de NV I.R. li, zijn er de volgende dividenden uitgekeerd door de drie betreffende Nederlandse vennootschappen waarvan moet worden nagegaan of ze voor DBI-aftrek in aanmerking komen: in de periode tussen 31 december 1997 en 14 september 1998: door A.A.H.: ,00 gulden ,90 euro door B.: ,00 gulden ,38 euro in de periode tussen 27 oktober 1998 en 26 mei 1999: door A.A.H.: ,27 euro door B.: euro In het totaal: ,91 euro Waarvan het aandeel van de appellante (9%): ,32 euro Vermits het om dividenden gaat waarvoor de voorwaarden voor de DBIaftrek vervuld zijn (artn. 202 e.v. WIB92), komt 95% van dat bedrag voor aftrek in aanmerking, zijnde voor ,41 euro. Aan de hand van de berekende cijfers die recht op vrijstelling geven door ervan uit te gaan dat de appellante de aandelen in de drie betreffende Nederlandse vennootschappen rechtstreeks (zelf) in portefeuille zou

16 gehouden hebben, (samen al , ,41 = ,22 euro) is duidelijk dat er geen reden bestond om de vrijstelling ten bedrage van ,41 euro die de appellante had aangegeven, te verwerpen. De benadering - in bepaalde argumentatieonderdelen door de beide partijen - waarbij nog wordt uitgegaan van het in rekening brengen van de inkomsten (interesten en, zoals al vermeld, gerealiseerde meerwaarden) die de appellante vanwege D.Z. ontving, is niet consequent met de toepassing van de fiscale transparantie. Hoe dan ook maakt een dergelijke cijfermatige benadering duidelijk dat, zelfs wanneer op de voor vrijstelling van belasting in aanmerking te nemen bedragen (50.983,81 ± ,41 = ,22 euro) voldoende hoog zijn om het breukdeel van de appellante in de door D.Z. gerealiseerde interesten en meerwaarden, meer de 5% niet aftrekbare dividenden (23.334, ,02 = ,07 euro) te overtreffen en dat het saldo ( , ,07 = ,15 euro) zelfs nog voldoende is om na aftrek van de latente meerwaarden op de aandelen A.A.H. NV en B. NV ( , ,22 = ,02 euro), nog meer rest ( ,13 euro) dan de met betrekking tot de aanslag betwiste vrijstelling ( ,11 euro). Zelfs in die benadering blijkt dat de vrijstelling voor ,41 euro volkomen cijfermatig verantwoord is. De oorspronkelijke vordering van de appellante is dan ook gegrond. OP DIE GRONDEN, HET HOF, recht doende op tegenspraak; gelet op artikel 24 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken; gehoord in openbare terechtzitting de partijen in hun middelen en conclusies, verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond, vernietigt het bestreden vonnis, behoudens waar het de vordering ontvankelijk verklaarde; beveelt de ontheffing van de bestreden aanslag en beveelt de terugbetaling van het eventueel reeds teveel betaalde, te vermeerderen met de moratoriumintresten; veroordeelt de geïntimeerde tot het betalen van de gerechtskosten van de beide aanleggen, vastgesteld als volgt. - aan de kant van de appellante: rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg: 349,53 EUR

17 uitgavenvergoeding hoger beroep: 60,73 EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep: 485,87 EUR - aan de kant van de geïntimeerde: rechtsplegingsvergoeding eerste aanleg: 0,00 EUR rechtsplegingsvergoeding hoger beroep: 485,87 EUR Aldus gewezen en uitgesproken in openbare terechtzitting van het Hof van beroep te Gent, vijfde. kamer, recht doende in burgerlijke zaken, op ACHTTIEN SEPTEMBERTWEEDUIZEND EN ZE\/EN. Aanwezig de Heren: A.D.M., Kamervoorzitter, Voorzitter, G.T. en D.V., Raadsheren, M.V., griffier. ALS BIJLAGE: Rechtbank van Eerste Aanleg te Gent dd RECHTBANK EERSTE AANLEG GENT - ZESDE KAMER - OPENBARE TERECHTZITTING VAN 17 NOVEMBER Nr. A.R. 03/2528/A de zaak van B.V. C.A.D., Nederlandse vennootschap (voorheen B.V.B.A. P., HR Antwerpen, nr., ondernemingsnummer ) met maatschappelijke zetel te, ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Amsterdam onder nummer ; EISERES, raadslieden : meester G.G. en meester S.V.B., advocaten te ; Tegen De BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de Minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is aan de Wetstraat 12 te 1000 BRUSSEL, voor wie optreedt de heer G.D.S., ambtenaar bij de Gewestelijke Directie Gent- Taxatie, te 9000 GENT, Savaanstraat 11/1; VERWEERDER, ter terechtzitting vertegenwoordigd door de heer G.D.S., e.a. inspecteur bij een fiscaal bestuur,

18 Vonnist de rechtbank als volgt 1. PROCEDURE 1.1. Partijen werden gehoord in hun middelen en conclusies op de openbare terechtzitting van deze rechtbank en kamer van 20 oktober 2004; Het debat werd gesloten en de zaak werd in beraad genomen; 1.2. Het dossier van de rechtspleging en de overtuigingsstukken werden ingezien, in het bijzonder het gedinginleidend verzoekschrift, de onderscheiden conclusies van partijen evenals de onderscheiden dossiers van partijen; 2. DE VORDERING Eiseres verhaalt zich tegen de directoriale beslissing van de Gewestelijke Directie Gent dd. 26 maart 2003 inzake de in haren hoofde gevestigde aanslag in de vennootschapsbelasting voor de gemeente Gent, aanslagjaar 1999, kohierartikel, verschuldigde belasting ,84 EUR; De vordering zoals laatst gelibelleerd in besluiten luidt meerbepaald als volgt De vordering van eiser ontvankelijk en gegrond te verklaren. Bijgevolg 1. De lastens eiser gevestigde aanslag in de vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 1999 (artikelnummer kohierartikel, gemeente Gent ten bedrage van ,84 EUR) te vernietigen en minstens de integrale ontheffing ervan te bevelen; 2. Verweerder te veroordelen tot de terugbetaling van alle sommen die op grond van deze aanslag zouden zijn geïnd.of ingehouden, verhoogd met de moratoriumintresten overeenkomstig artikel 418 WIB. 3. Verweerder te veroordelen tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding. 3. FEITEN EN GESCHIL 3.1. In het litigieuze belastbaar tijdperk (boekjaar van 1 juli 1998 tot 2 juli 1999) realiseerde eiseres een meerwaarde ten bedrage van ,41 EUR ( BEF) naar aanleiding van de verkoop van alle in haar bezit zijnde participaties van het Fonds "D.Z.". In de aangifte in de vennootschapsbelasting - aanslagjaar 1999, werd de voormelde meerwaarde aangegeven door een aanpassing in meer van de begintoestand van de belastbare gereserveerde winst ten bedrage van

19 ,41 EUR ( BEF) (begrepen in code 006 van de aangifte); 3.2. In een bericht van wijziging van 2 augustus 2001 verwerpt de administratie de vrijstelling van de meerwaarde overwegende dat de voorwaarden van artikel 192 WIB92 niet vervuld zijn daar het in casu geen "aandelen" betreft in de zin van voormeld artikel, doch deelnemingsrechten in een gemeenschappelijk beleggingsfonds; Aldus wordt de belastbare basis verhoogd tot ,92 EUR ( BEF),dit door verwerping van ,41 EUR ( BEF) ten titel van "aanpassing in meer aan de begintoestand der reserves"; Na een antwoord vanwege eiseres op 30 augustus 2001, bevestigt de administratie in haar wederantwoord van 6 september 2000 de belastbare basis zoals voorzien in het bericht van wijziging van 2 augustus 2000; Op het wederantwoord heeft eiseres op 4 oktober 2000 geantwoord; Op 13 december 2001 wordt de bijkomende aanslag nogmaals bevestigd door de administratie en op 19 december 2001 wordt het aanslagbiljet aan eiseres toegezonden; 3.3. Tegen deze aanslag heeft eiseres op 4 maart 2002 bezwaar ingediend, hetgeen ontvankelijk doch ongegrond werd verklaard; De betwiste bijkomende belasting bedraagt ,04 EUR, te verhogen met nalatigheidsintresten ten bedrage van ,80 EUR; De totale betwiste belastingschuld bedraagt derhalve ,84 EUR; Eiseres betaalde inmiddels onder alle voorbehoud; 4. BESPREKING 4.1. Eiseres stelt dat zij er bij de invulling van haar aangifte vanuit ging dat de meerwaarden vrijgesteld waren op grond van artikel 192 WIB92: (1) omdat de aandelen van D.Z. aandelen betreffen waarvan de inkomsten in aanmerking komen voor de DBI-aftrek daar de Z. onderworpen is aan de normale regels van de Nederlandse vennootschapsbelasting; (2) of - indien artikel 192 WIB92 niet van toepassing zou zijn op de aandelen van D.Z. zelf - omdat de aandelen die gehouden worden door D.Z. aandelen betreffen waarvan de eventuele inkomsten in aanmerking komen voor de DBI - aftrek (fiscale transparantie); Bovendien was het naar zeggen van eiseres zo dat de administratie in het verleden de vrijstelling van de meerwaarden op de aandelen van D.Z. of de verwerping als aftrekbare kost van de minderwaarden erop nooit betwist heeft;

20 4.2. Ten onrechte verwijst eiseres naar de aanvaarding door verweerder in de voorgaande jaren van het door eiseres beweerde toegepaste systeem; Het eenjarigheidsbeginsel laat verweerder toe om voor elk aanslagjaar afzonderlijk de situatie te (her)bekijken; In casu gaat verweerder niet retroactief te werk en het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel kunnen verweerder niet dwingen om in voorkomend geval een met de wet strijdige situatie naar de toekomst toe te blijven gedogen; 4.3. Een eerste punt van betwisting betreft of het Nederlandse beleggingsfonds nu te beschouwen is als een vennootschap of niet; Volgens eiseres is dit wel het geval; Volgens verweerder niet; Het Nederlandse beleggingsfonds "D.Z.", gevestigd te Amsterdam,, heeft de rechtsvorm van een "closed end fonds voor gemene rekening" naar Nederlands recht; Het fonds heeft naar Nederlands recht geen rechtspersoonlijkheid; Volgens eiseres is het fonds niettemin onderworpen aan de normale regels inzake vennootschapsbelasting (ter terechtzitting geeft eiseres toe dat er evenwel geen daadwerkelijke belasting dient te worden betaald); Bij uitkering van winsten wordt volgens eiseres bovendien roerende voorheffing ingehouden; Naar Belgische begrippen kan volgens eiseres de deelneming in een fonds voor gemene rekening worden gelijkgesteld met een deelname in een vereniging in deelneming, zoniet met een Belgische vennootschap; Verweerder van zijn kant verwijst naar het "informatiememorandum" (stuk 19 A.D.) van het desbetreffende fonds en stelt dat hieruit afgeleid kan worden dat de Z. te beschouwen is als wat men in de Belgische wetgeving definieert als een "beleggingsfonds" zonder meer - het gaat om een onverdeeld vermogen dat een beheersvennootschap beheert voor rekening van de deelnemers van wie de rechten zijn vertegenwoordigd door op naam of aan toonder gestelde rechten van deelneming.

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Beroep te Brussel Onderwerp Dagvaarding van een tijdelijke vereniging/vennootschap. Ontbreken van rechtspersoonlijkheid Datum 26 oktober 2009 Copyright and disclaimer Gelieve er nota

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Beroep te Antwerpen Onderwerp Faillissement. Afsluiting. Geldsommen ontdekt na afsluiting. Deposito- en Consignatiekas. Vordering tot vrijgave door schuldeiser. Te richten tegen vereffenaars

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Aftrek aankoopkosten grond Datum 2 oktober 2003 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document onderworpen kan zijn aan rechten

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling hof van beroep Brussel Onderwerp Gerechtelijke vereffening-verdeling. Artikel 1207 e.v. Ger. W. Deelakkoorden: geldigheid en bindende kracht. Artikel 1447 BW betreffende de overname van de gezinswoning

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Bedrijfsvoorheffing. Niet-doorstorting. Aansprakelijke bestuurders of zaakvoerders. Onrechtmatige daad. Datum 5 september 2013 Copyright and disclaimer De inhoud van

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Jaarlijkse vakantie - Vakantiegeld - Bedienden - Veranderlijk loon - Enkel en dubbel vakantiegeld - Berekening - Art. 39, K.B. 30 maart 1967 Datum 15 januari 1996 Copyright

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Fiscaal recht. Tijdelijke handelsvennootschap. Geen rechtspersoonlijkheid. Geen vestiging van gemeentebelasting Datum 14 februari 2008 Copyright and disclaimer Gelieve

Nadere informatie

DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN:

DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN: DE BURGERLIJKE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG, ZITTING HOUDENDE TE HASSELT, ELFDE KAMER, HEEFT HET VOLGENDE VONNIS UITGESPROKEN: IN ZAKE A.R. nr. 03.0250.A N.V. [...] met zetel te [...] ingeschreven in het

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Beroep te Gent Onderwerp Vennootschappen. Vereffening. Sluiting van de vereffening. Gevolgen. Procedures aanhangig vóór de sluiting van de vereffening Datum 5 oktober 2009 Copyright and

Nadere informatie

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen dd. 16 december 2005

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen dd. 16 december 2005 Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen dd. 16 december 2005 Rol nr 02-6031-A-02-6439-A - Aanslagjaar 1998 Des frais professionnels effectués en vue de réduire le montant des impôts ne

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Successierechten Dwaling in de aangifte Datum 13 september 2002 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document onderworpen kan

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Arbeidsrechtbank Brugge Onderwerp Handvest van de sociaal verzekerde. Beroepsziekten Datum 01 februari 2005 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling hof van beroep Brussel Onderwerp I. Artikelen 792 en 1448 BW. Heling: toepassingsvoorwaarden. II. Artikelen 1446 en 1447 BW. Toewijzing bij voorrang. Moet het huisraad overgenomen worden met

Nadere informatie

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van. Financiën, wiens kabinet gevestigd is te Brussel, Wetstraat 12,

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van. Financiën, wiens kabinet gevestigd is te Brussel, Wetstraat 12, 6 OKTOBER 2000 F.97.0038.N/1 F.97.0038.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, wiens kabinet gevestigd is te Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de directeur der directe

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling hof van cassatie Onderwerp Huwelijksvermogensrecht. Wettelijk stelsel. Ontbinding. Vereffening. Vergoeding door het gemeenschappelijk vermogen Datum 21 januari 2011 Copyright and disclaimer

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 15 DECEMBER 2006 F.05.0019.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.05.0019.N 1. S.W., en zijn echtgenote, 2. O.W., eisers, vertegenwoordigd door mr. Pierre van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Federale Overheidsdienst Financiën Onderwerp Voorafgaande beslissing 400.374. Interest. Afkoopwaarde. Kapitaal. Levensverzekering. Beleggingsfonds. Datum 21 april 2005 Copyright and disclaimer

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Rechtbank van Eerste Aanleg Mechelen Onderwerp Vertegenwoordiging door voorlopig bewindvoerder in een echtscheidingsprocedure Datum 19 september 2013 Copyright and disclaimer De inhoud van dit

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Faillissement, Faillissementsakkoord en gerechtelijk akkoord - Gevolgen (personen, goederen, verbintenissen) - Verbintenissen - Schuldvordering - Aangifte Gevolg -

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Handelsvennootschappen. Marktmanipulatie. Bevoorrechte informatie. Koersbeïnvloeding. Criterium van redelijk handelende belegger. Toepassing Datum 16 mei 2006 Copyright

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Beroep te Gent Onderwerp Bij de waardebepaling van aandelen bij gedwongen overname kan de rechter rekening houden met de winstverwachtingen die de aandeelhouders zich stellen Datum 5

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Feitelijke scheiding. Vermoeden van toerekenbaarheid. Omkering Datum 22 december 2008 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Verlies maatschappelijk kapitaal N.V. Opdrachten openbaar ministerie Datum 17 oktober 2014 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document kan onderworpen zijn

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 12 JUNI 2015 F.14.0043.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.14.0043.N A.E. & T. nv, met zetel te 9255 Buggenhout, Mandekensstraat 25, eiseres, met als raadsman mr. Ruffin Coppens, advocaat bij

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling hof van beroep Brussel Onderwerp Bewijs van eigendomsrecht op basis van dertigjarige verjaring wegens dertig jaar deugdelijk bezit. Bewijslast (artikel 1315 BW en artikel 870 Ger. W.). Dubbelzinnig

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling hof van cassatie Onderwerp Valsheid in geschriften. Conclusie neergelegd in een procedure tot echtscheiding. Conclusie houdende een vordering tot onderhoudsgeld op grond van valse beweringen.

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Lijfrente Kanscontract Datum 6 september 2002 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document onderworpen kan zijn aan rechten

Nadere informatie

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Gent dd. 12 januari 2005

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Gent dd. 12 januari 2005 Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Gent dd. 12 januari 2005 Aanslagjaar 2000 Rol nr 03-2097-A Advocaten: Meester Marc DE BOEL - voor de eiseres 3. FEITEN EN GESCHIL. 3.1. De betwisting handelt

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Beroep te Antwerpen Onderwerp Overdracht eenmanszaak. Boeking op R/C. Geldlening. Herkwalificatie van interesten in dividenden Datum 11 september 2007 Copyright and disclaimer Gelieve

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Rechtbank van Eerste Aanleg Brugge Onderwerp Fiscaal recht. Beroepskosten. Aftrek. Voorwaarden. Beroepskarakter. Investeringen in onroerend goed. Band met maatschappelijk doel. Vruchtgebruik

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Faillissement. Curator. Vorderingsrecht. Vennootschap onder firma. Uittredende vennoten. Gedifferentieerde gehoudenheid Datum 7 november 2013 Copyright and disclaimer

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Rechtbank van Eerste Aanleg te Hasselt Onderwerp Art. 64,2de lid W.Succ.. Duo-legaat Datum 19 september 2013 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document kan onderworpen zijn aan rechten

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen Onderwerp Schatting van aandelen. Controleschatting. Vonnis. Exceptie van gewijsde Datum 27 juni 2007 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Overeenkomst - Bestanddelen - Toestemming - Gebrek - Geweld - Morele dwang - Gebrekkige wil - Voorwaarde - Artt. 1109 en 1112, BW Datum 23 maart 1998 Copyright and

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Beroep te Antwerpen Onderwerp Antirechtsmisbruikbepaling. Herkwalificatie Datum 17 april 2007 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document onderworpen

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Ministerie van Justitie Onderwerp Wet betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen. Datum 15 juli 1998 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Bewijs. Strafzaken. Bewijsvoering. Onrechtmatig verkregen bewijs. Toelaatbaarheid. Beoordeling door de rechter Datum 23 maart 2004 Copyright and disclaimer Gelieve

Nadere informatie

Auteur. Onderwerp. Datum

Auteur. Onderwerp. Datum Auteur FOD Financiën Onderwerp 19 vragen en antwoorden omtrent de fiscale aftrek voor de enige eigen woning Datum februari 2005 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling My Lawyer Info Monard D Hulst www.monard-dhulst.be Onderwerp De vereffening van vennootschappen vereenvoudigd Datum 7 juni 2012 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document kan onderworpen

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Faillissement. Faillissementsakkoord en gerechtelijk akkoord. Rechtspleging. Derdenverzet van zaakvoerders en vennoten. Datum 9 februari 2007 Copyright and disclaimer

Nadere informatie

Auteur. Federale Overheidsdienst Financiën. http://minfin.fgov.be. Onderwerp

Auteur. Federale Overheidsdienst Financiën. http://minfin.fgov.be. Onderwerp Auteur Federale Overheidsdienst Financiën http://minfin.fgov.be Onderwerp Circulaire nr. Ci.RH.26/586.459 (AOIF 43/2007). Aftrek voor enige woning. Belastingvermindering voor het lange termijnsparen. Kapitaalaflossing

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Beroep te Gent Onderwerp Faillissement. Bevrijding kosteloze zekerheidsteller. Geen economisch belang. Verbintenis in verhouding tot inkomsten en vermogen Datum 17 november 2008 Copyright

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Faillissement. Bevoegdheid curator ad hoc ter zake van na de sluiting van het faillissement opgedoken activa. Geen rol voor de vereffenaars van de vennootschap. Onjuiste

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Echtscheiding. Hulpplicht tussen echtgenoten. Voorlopige maatrgeleen t.o.v. de echtgenoten m.b.t. het levensonderhoud Datum 5 juni 2014 Copyright and disclaimer De

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 12 JUNI 2015 F.14.0080.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.14.0080.N SAINT-GOBAIN CONSTRUCTION PRODUCTS BELGIUM nv, met zetel te 9130 Beveren, Sint-Jansweg 9, eiseres, vertegenwoordigd door mr.

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling FOD FINANCIËN Onderwerp Voorafgaande beslissing nr. 700.096. Personenbelasting.Vrijgesteld inkomen. Sociaal voordeel aan het personeel. Thuisoppas van zieke kinderen. Beroepskosten. Niet-aftrekbare

Nadere informatie

Relevante feiten. Beoordeling. RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996

Relevante feiten. Beoordeling. RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG VAN ANTWERPEN Vonnis van 09 oktober 2002 - Rol nr 00/2654/A - Aanslagjaar 1996 Relevante feiten Als kaderlid van M heeft eerste eiser in 1993 aandelenopties verkregen op aandelen

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Koophandel. Handelsagentuur. Concurrentiebeding. Aard. Verbintenis. Vordering. Verjaring. Termijn. Aanvang Datum 18 mei 2006 Copyright and disclaimer Gelieve er nota

Nadere informatie

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Leuven dd. 4 maart 2005 - Rol nr 02-1580-A - Aanslagjaar 1994

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Leuven dd. 4 maart 2005 - Rol nr 02-1580-A - Aanslagjaar 1994 Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Leuven dd. 4 maart 2005 - Rol nr 02-1580-A - Aanslagjaar 1994 Une indemnité de non concurrence est-elle une indemnité de préavis déguisée? Arrêt Advocaten:

Nadere informatie

Meerwaarden op aandelen: Vindt u uw weg in de praktijk?

Meerwaarden op aandelen: Vindt u uw weg in de praktijk? Meerwaarden op aandelen: Vindt u uw weg in de praktijk? De programmawet van 27 december 2012 heeft een nieuwe belasting op meerwaarden op aandelen ingevoerd. Meer dan één jaar na de inwerkingtreding, blijven

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 17 DECEMBER 2015 F.14.0073.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.14.0073.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Beroep te Gent Onderwerp Faillissement. Schuldvergelijking na faillissement tussen rekening-courant. Vordering van de vennoot met volstortingsverplichting voor het nog niet volstorte

Nadere informatie

A.R. nr. 2011/AB/663. rep.nr. 2012/1332 ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST. OPENBARE TERECHTZITTING VAN 10 MEl 2012

A.R. nr. 2011/AB/663. rep.nr. 2012/1332 ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST. OPENBARE TERECHTZITTING VAN 10 MEl 2012 1e blad. rep.nr. 2012/1332 ARBEIDSHOF TE BRUSSEL ARREST OPENBARE TERECHTZITTING VAN 10 MEl 2012 7e KAMER SOCIALE ZEKERHEIDSRECHT WERKNEMERS - bijdragen werkgevers tegensprekelijk definitief in de zaak:

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Duur. Bijzondere verjaringstermijnen. Vijfjarige verjaring. Geregeld betaalbare schulden. Verstrekken van mobiele telefonie Datum 25 januari 2010 Copyright and disclaimer

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Beroep te Gent Onderwerp Overdracht van niet volstorte aandelen van een B.V.B.A. Is de vennootschap aan derden vanaf de inschrijving in het aandelenregister tegenstelbaar? (art.250 Vennootschapswet)

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Beroep te Gent Onderwerp Art. 18, 2e lid WIB 1992. Herkwalificatie intrest en dividend. Geldlening. Rekening-courant Datum 17 april 2007 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Bewijskracht onderhandse akte. Conventionele borgtocht. Vertegenwoordiging vennootschap. Bevoegdheden en vertegenwoordiging Datum 29 september 2014 Copyright and disclaimer

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 22 MEI 2014 F.12.0188.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.12.0188.N BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling arbeidshof Brussel Onderwerp Arbeidsovereenkomsten. Ontslag. Afstand concurrentiebeding door werkgever. Vormvoorwaarden Datum 11 februari 2011 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 24 MEI 2012 F.11.0053.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.11.0053.N STAD BRUSSEL, vertegenwoordigd door het college van burgemeester en schepenen, met kantoor te 1000 Brussel, Grote Markt 1, eiseres,

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Arbeidshof te Antwerpen Onderwerp Arbeidsreglementering. Havenarbeid. Principe. Havenarbeid door erkende havenarbeiders. Vordering tot nietigverklaring van de intrekking van de vergunning van

Nadere informatie

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof van beroep te Gent op heeft de appellante hoger beroep ingesteld.

Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het Hof van beroep te Gent op heeft de appellante hoger beroep ingesteld. Gent, 9 september 2003, 5e K. V.M.M. / n.v. S.E.L. (...) Bij vonnis van 21.2.2002 van de rechtbank van eerste aanleg te Gent, zesde kamer, werd de vordering van de geentimeerde ontvankelijk en gegrond

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Moore Stephens Informatief 148 www.moorestephens.be Onderwerp Welke interest mag u nu betalen op uw rekening-courant? Datum 24 september 2014 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document

Nadere informatie

Auteur. Elfri De Neve. www.elfri.be. Onderwerp. Anatocisme. Copyright and disclaimer

Auteur. Elfri De Neve. www.elfri.be. Onderwerp. Anatocisme. Copyright and disclaimer Auteur Elfri De Neve www.elfri.be Onderwerp Anatocisme Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document onderworpen kan zijn aan rechten van intellectuele eigendom,

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Misdrijf. Toerekenbaarheid. Rechtspersonen. Strafrechtelijke verantwoordelijkheid Datum 20 december 2005 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document kan onderworpen

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling FOD FINANCIËN Onderwerp Circulaire nr. Ci.RH.241/575.580 (AOIF 33/2007). Bericht aan de vennootschappen.. Zelfstandige bedrijfsleider. Sociaal voordeel aan het personeel.. Voordeel van alle

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Veroordeling tot betaling van een uitkering tot onderhoud. Voorwaarde. Voorafgaande ingebrekestelling van de schuldenaar Datum 3 november 2009 Copyright and disclaimer

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Overeenkomst Bestanddelen - Toestemming - Dwaling over de zelfstandigheid - Begrip - Art. 1110, BW Datum 27 oktober 1995 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van

Nadere informatie

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Leuven 4 februari 2005 Aanslagjaar 1999

Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Leuven 4 februari 2005 Aanslagjaar 1999 Vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg van Leuven 4 februari 2005 Aanslagjaar 1999 Requalification d intérêts en dividendes - notion de prêt d argent - compte courant Arrêt Advocaten: Meester De Wolf

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Cassatie Onderwerp Scheepvaart. Averijregeling. Aard. Hypothecaire schuldeiser. Rechten Datum 29 september 2006 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van

Nadere informatie

Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis?

Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis? Abnormale of goedgunstige voordelen toch geen minimale belastbare basis? Aan de hand van bepaalde transacties wordt binnen groepen van vennootschappen soms gepoogd om winsten te verschuiven naar de vennootschappen

Nadere informatie

Onderwerp. Copyright and disclaimer

Onderwerp. Copyright and disclaimer Onderwerp Ontvangen reacties op ontwerp-advies 126/18 Aanschaffingswaarde bij inbreng in natura Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document onderworpen kan zijn

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Duur. Burenhinder. Herstel. Rechtsvordering. Algemene verjaringstermijnen. Termijn buitencontractuele aansprakelijkheid Datum 20 januari 2011 Copyright and disclaimer

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Beroep te Antwerpen Onderwerp Beroepskosten - Interesten betaald aan een buitenlandse holding Datum 2 maart 2004 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 30 NOVEMBER 2006 F.05.0066.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.05.0066.F 1. G. R. en 2. V. G., Mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen BELGISCHE STAAT, Minister van Financiën,

Nadere informatie

Rolnummer 5942. Arrest nr. 156/2014 van 23 oktober 2014 A R R E S T

Rolnummer 5942. Arrest nr. 156/2014 van 23 oktober 2014 A R R E S T Rolnummer 5942 Arrest nr. 156/2014 van 23 oktober 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 218, 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals van toepassing op

Nadere informatie

Instantie. Onderwerp. Datum

Instantie. Onderwerp. Datum Instantie Hof van Beroep te Gent Onderwerp Facturen en hun aanvaarding. Stilzwijgen en omkeerbaar vermoeden Datum 4 december 2006 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van

Nadere informatie

Auteur. Federale Overheidsdienst Financiën. minfin.fgov.be. Onderwerp

Auteur. Federale Overheidsdienst Financiën. minfin.fgov.be. Onderwerp Auteur Federale Overheidsdienst Financiën minfin.fgov.be Onderwerp Circulaire nr. Ci.RH.26/582.830 (AOIF 17/2008). AFTREKBARE BESTEDING. Aftrek voor enige eigen woning. INTEREST VAN EEN HYPOTHECAIRE LENING.

Nadere informatie

Auteur. Federale Overheidsdienst Financiën. minfin.fgov.be. Onderwerp

Auteur. Federale Overheidsdienst Financiën. minfin.fgov.be. Onderwerp Auteur Federale Overheidsdienst Financiën minfin.fgov.be Onderwerp Circulaire nr. Ci.RH.241/567.657 (AOIF 7/2008). BEROEPSINKOMEN. Anciënniteitspremie. Bezoldiging. Sociaal voordeel. Vrijgesteld inkomen.

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 7 OKTOBER 2013 S.11.0122.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.11.0122.N RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11, eiser, vertegenwoordigd

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Handelshuur. Huur kleinhandel binnen een grootwarenhuis. Toepassing handelshuurwetgeving Datum 20 maart 2014 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document kan

Nadere informatie

Aftrek voor risicokapitaal

Aftrek voor risicokapitaal Opgave 275C 1/2 Benaming :............... Ondernemingsnummer :... Federale Overheidsdienst FINANCIEN Algemene administratie van de FISCALITEIT Inkomstenbelastingen Aftrek voor risicokapitaal AANSLAGJAAR

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling hof van beroep Antwerpen Onderwerp Gerechtelijk recht. Gerechtskosten. RPV. Curator met bijstand van advocaat zelfde advocatenassociatie Datum 27 februari 2012 Copyright and disclaimer De inhoud

Nadere informatie

, geboren te op ' met ondernemingsnummer ~ wonende te. eisende p a r tij: vertegenwoordigd door mr te

, geboren te op ' met ondernemingsnummer ~ wonende te. eisende p a r tij: vertegenwoordigd door mr te 18-04-2014 REP. NR. UITGIFTE AFGELEVERD AAN OP BUR NR; KOSTEN BLZ; X 1.75 EUR = EUR HET VREDEGERECHT VAN HET DERDE KANTON TE BRUGGE HEEFT HET HIERNAVOLGEND VONNIS VERLEEND : IN DE ZAAK INZAKE :, geboren

Nadere informatie

Instelling. Hof van Cassatie. Onderwerp. Valsheid in geschrifte - Wegverkeer, algemeen. Datum. 17 juni 2014

Instelling. Hof van Cassatie. Onderwerp. Valsheid in geschrifte - Wegverkeer, algemeen. Datum. 17 juni 2014 Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Valsheid in geschrifte - Wegverkeer, algemeen Datum 17 juni 2014 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document kan onderworpen zijn aan rechten van intellectuele

Nadere informatie

De Fairness Tax: nieuwe minimumbelasting voor grote vennootschappen?

De Fairness Tax: nieuwe minimumbelasting voor grote vennootschappen? De Fairness Tax: nieuwe minimumbelasting voor grote vennootschappen? Op 30 juli 2013 werd de wet houdende diverse bepalingen omtrent de nieuwe fiscale maatregelen in het kader van de begrotingscontrole

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 24 SEPTEMBER 2015 F.14.0133.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.14.0133.N VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering in de persoon van de Vlaamse Minister en Begroting, Financiën

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Bewijs van verbintenissen. Gegrond op de bedoeling van de partijen Datum 22 april 2010 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document kan onderworpen zijn aan

Nadere informatie

I. INLEIDING. http://ccff02.minfin.fgov.be/kmweb/document.do?method=printselecteddocuments&i...

I. INLEIDING. http://ccff02.minfin.fgov.be/kmweb/document.do?method=printselecteddocuments&i... Page 1 of 12 Home > Circulaire AAFisc Nr. 13/2014 (nr. Ci.RH.421/630.788) dd. 03.04.2014 Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Operationele Expertise en Ondersteuning Dienst VENB Vennootschapsbelasting/Belasting

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Beroep - Gent Onderwerp Passiefpost nalatenschap niet-rijksinwoner na verstrijken indieningstermijn. Onroerend goed. Hypothecaire volmacht. Artikelen 18 en 41 W.Succ Datum 22 december

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling hof van cassatie Onderwerp Arbeidsovereenkomst. Arbeidsduur deeltijds tewerkgestelde werknemer. Socale inspectie Datum 2 mei 2011 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document kan onderworpen

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Federale Overheidsdienst Financiën www.minfin.fgov.be Onderwerp Circulaire nr. Ci.RH 241/605.665 (AOIF 55/2010). Personenbelasting. Onderhoudsuitkering. Voorwaarde van aftrekbaarheid van een

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 14 OKTOBER 2016 F.15.0103.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. F.15.0103.N EMS PRODUCTIONS bvba, met zetel te 2980 Zoersel, Nachtegalendreef 24, eiseres, bijgestaan door mr. Guy Poppe, advocaat bij

Nadere informatie

RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, openbare instelling met. rechtspersoonlijkheid, waarvan de zetel gevestigd is te 1000

RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, openbare instelling met. rechtspersoonlijkheid, waarvan de zetel gevestigd is te 1000 21 MEI 2001 S.00.0164.N/1 Nr. S.00.0164.N RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING, openbare instelling met rechtspersoonlijkheid, waarvan de zetel gevestigd is te 1000 Brussel, Keizerslaan 7, eiser tot cassatie

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 12 SEPTEMBER 2008 C.07.0394.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. C.07.0394.N L. J.-P., eiser, vertegenwoordigd door mr. Lucien Simont, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1050

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp

Instelling. Onderwerp Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Schuldvergelijking. Mogelijkheid Datum 15 mei 2014 Copyright and disclaimer De inhoud van dit document kan onderworpen zijn aan rechten van intellectuele eigendom

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 16 DECEMBER 2013 S.10.0111.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. S.10.0111.N RIJKSDIENST VOOR SOCIALE ZEKERHEID, openbare instelling, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Victor Hortaplein 11, eiser, vertegenwoordigd

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN

COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN COMMISSIE VOOR BOEKHOUDKUNDIGE NORMEN CBN-advies 2015/XXX - Boekhoudkundige verwerking van de liquidatiereserve bedoeld in artikel 541 WIB 92 (Programmawet van 10 augustus 2015) en de bijzondere aanslag

Nadere informatie

Instelling. Onderwerp. Datum

Instelling. Onderwerp. Datum Instelling Hof van Cassatie Onderwerp Wegens een zelfde misdrijf veroordeelde personen. Hoofdelijke gehoudenheid tot teruggave en schadevergoeding. Ontslag van rechtsvervolging wegens verjaring Datum 27

Nadere informatie

Fke: 2009/AR/296I EINDAR~~ST. Rep. rif.: Zitting van: 7.12.2009. Nummer:

Fke: 2009/AR/296I EINDAR~~ST. Rep. rif.: Zitting van: 7.12.2009. Nummer: Nummer: Rep. rif.: Zitting van: 7.12.2009 Het HOF VAN BEROEP, zitting houdend te ANTWERPEN, 15te bis KAMER, recht doende in burgerlijke zaken, heeft volgend arrest gewezen: Fke: 2009/AR/296I EINDAR~~ST

Nadere informatie