Minima-effectrapportage Sociale Dienst Veluwerand 2015

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Minima-effectrapportage Sociale Dienst Veluwerand 2015"

Transcriptie

1 Minima-effectrapportage Sociale Dienst Veluwerand 2015 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens.

2

3 Minima-effectrapportage Sociale Dienst Veluwerand 2015 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens.

4

5 Voorwoord Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) is een onafhankelijke stichting. Het Nibud heeft tot doel particuliere huishoudens inzicht te laten verkrijgen in hun inkomsten en uitgaven, en vaardigheid aan te leren om planmatig met geld om te gaan. Het Nibud probeert dit doel te bereiken door rechtstreeks voorlichting te geven, zowel via de massamedia als via eigen brochures over diverse budgetonderwerpen, zoals kostgeld en alimentatie. Daarnaast wil het Nibud hetzelfde doel bereiken via professionals die zich bezighouden met vormen van financiële advisering en voorlichting. Dit zijn functionarissen uit zowel de maatschappelijke hulp- en dienstverlening als het financieel bedrijfsleven, en sectoren van het onderwijs. Het Nibud ondersteunt deze groepen met eigen publicaties (Budgethandboek, Prijzengids, Rekenprogramma s) en door deskundigheidsbevordering in de vorm van opleidingen en trainingen. Bij dit alles gaat het Nibud uit van een standaardmethode van begroten. Dit resulteert in een reeks voorbeeldbegrotingen met referentiecijfers die zijn gebaseerd op empirisch wetenschappelijk onderzoek. Het Nibud stelt de keuzevrijheid en de eigen verantwoordelijkheid van de huishoudens voorop. Het Nibud geeft gemeenten meer inzicht in het effect van hun minimabeleid. Door middel van een minima-effectrapportage (MER) helpt het Nibud gemeenten het geld bestemd voor minimabeleid, optimaal te besteden. Deze rapportage is uitgevoerd door het Nibud, in opdracht van de Sociale Dienst Veluwerand. Met dit onderzoek wil de Sociale Dienst Veluwerand zicht krijgen hoe het minimabeleid in de deelnemende gemeenten Ermelo, Harderwijk en Zeewolde er op dit moment voor staat. Utrecht, augustus 2015 Minima-effectrapportage Veluwerand / 5

6 Minima-effectrapportage Veluwerand / 6

7 Inhoud Voorwoord Inleiding Centrale vraag Kern minima-effectrapportage Leeswijzer Onderzoeksmethode: begrotingen Inleiding Basispakket Restpakket Inkomsten Uitgavensoorten De begrotingen Minimabeleid Landelijk minimabeleid Lokaal minimabeleid Kwijtscheldingsbeleid Collectieve (aanvullende) zorgverzekering Maatschappelijke bijdrageregeling Computer voor scholieren Individuele inkomenstoeslag (opvolger van de langdurigheidstoeslag) Kinderopvang en peuterspeelzaal Jeugdsportfonds en jeugdcultuurfonds Individuele bijzondere bijstand Huishoudens met een zorgvraag Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Collectieve zorgverzekering Uitgangspunten huishoudens met zorgvraag Resultaten Huishoudsamenstelling Vóór invulling van het Na invulling van het Inkomensniveau Vóór invulling van het Minima-effectrapportage Veluwerand / 7

8 4.2.2 Na invulling van het Individuele inkomenstoeslag Gemeenten Harderwijk, Ermelo en Zeewolde Conclusies en aanbevelingen Algemeen Regelingen Aandachtspunten Bijlage 1: Inkomsten Bijlage 2: Verantwoording uitgaven Bijlage 3: Resultaten per gemeente Bijlage 4: Begrotingen van huishoudens Minima-effectrapportage Veluwerand / 8

9 1. Inleiding 1.1 Centrale vraag Iedere gemeente beschikt over mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens. Dat kan bijvoorbeeld door het kwijtschelden van gemeentelijke heffingen en/ of door bijzondere bijstand. Het is echter niet direct zichtbaar wat in de praktijk de effecten van die maatregelen zijn op het budget van verschillende groepen huishoudens. De centrale vraag van dit onderzoek luidt: Wat is het effect van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen binnen de gemeenten Harderwijk, Ermelo en Zeewolde (deelnemende gemeenten van de Sociale Dienst Veluwerand)? Bekeken wordt welke groepen huishoudens in de gemeenten goed profiteren van de verschillende inkomensondersteunende maatregelen en welke groepen minder goed. Ook maakt deze rapportage een eventuele armoedeval inzichtelijk. Het doel van een minima-effectrapportage is inzicht te geven in de koopkracht van de armste groepen in de gemeenten en in de effecten van landelijke en gemeentelijke maatregelen daarop. De resultaten van de effectrapportage kunnen als basis dienen voor de verdere ontwikkeling van het minimabeleid van de Sociale Dienst Veluwerand (SDV). 1.2 Kern minima-effectrapportage In deze minima-effectrapportage wordt voor een aantal huishoudtypen de koopkracht inzichtelijk gemaakt. In overleg met de SDV is een keuze gemaakt voor de volgende zes voorbeeldsituaties zonder zorgvraag: 1. Een alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd; 2. Een alleenstaande van de AOW-gerechtigde leeftijd; 3. Een eenoudergezin met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar); 4. Een eenoudergezin met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar); 5. Een echtpaar met twee jongere kinderen (3 en 5 jaar); 6. Een echtpaar met twee inwonende kinderen (16 en 23 jaar). De rapportage laat zien welke effecten de landelijke en gemeentelijke maatregelen Minima-effectrapportage Veluwerand / 9

10 hebben op de koopkracht van de huishoudtypen bij verschillende inkomensniveaus. Voor elk van deze zes huishoudens worden berekeningen gemaakt bij de volgende inkomens: netto minimum inkomen (bijstand of AOW); 110 procent van het netto minimum inkomen; 120 procent van het netto minimum inkomen; 130 procent van het netto minimum inkomen. Daarnaast worden nog twee huishoudtypen onderzocht met een zorgvraag, te weten: 7. Een alleenstaande onder de AOW gerechtigde leeftijd met hoge zorgvraag; 8. Een alleenstaande boven de AOW gerechtigde leeftijd met hoge zorgvraag. Voor deze huishoudtypen worden berekeningen gemaakt bij dezelfde inkomens: netto minimum inkomen (bijstand of AOW); 110 procent van het netto minimum inkomen; 120 procent van het netto minimum inkomen; 130 procent van het netto minimum inkomen. Onder netto minimum inkomen verstaan we het toepasselijk minimum inkomen voor een specifiek type huishouden. Voor een alleenstaande onder de AOW-leeftijd is dit gelijk aan 50 procent van het wettelijk minimumloon aangevuld met de maximale toeslag van 20 procent van het wettelijk minimumloon. Voor een alleenstaande vanaf de AOW-leeftijd is dit gelijk aan de hoogte van de AOW. Bij 110, 120 en 130 procent van het netto minimum inkomen vermenigvuldigen we de toepasselijke bijstandsnorm met respectievelijk 1,1, 1,2 en 1,3. Het kan vóórkomen dat een huishouden met een inkomen op 120 procent van het minimum hiervan minder overhoudt dan een huishouden op 110 procent van het minimum, omdat de eerste groep huishoudens buiten de regelingen voor financiële ondersteuning valt. Dit rapport maakt dit effect, de armoedeval, inzichtelijk. Bij huishoudens boven de pensioengerechtigde leeftijd wordt officieel niet gesproken van een armoedeval, omdat ze gewoonlijk niet uitstromen van een uitkering naar betaald werk. Toch kan er bij hen ook sprake zijn van een geringere bestedingsmogelijkheid bij een hoger inkomen. Voor het gemak wordt dit ook als armoedeval aangemerkt. De huur vormt in de meeste huishoudens de hoogste uitgave op de begroting. De huurprijs die we hanteren is gebaseerd op de voorbeeldbedragen van het Nibud. Dit is Minima-effectrapportage Veluwerand / 10

11 427 euro per maand voor een- en tweepersoonshuishoudens en 506 euro voor huishoudens met drie of meer personen. 1.3 Leeswijzer Het rapport is als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 gaat in op de onderzoeksmethode waarbij tevens de methodiek van begroten staat beschreven. Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de lokale inkomensondersteunende regelingen die worden doorberekend in deze effectrapportage. Vervolgens geeft hoofdstuk 4 de onderzoeksresultaten weer. Tot slot staan in hoofdstuk 5 de conclusies en aanbevelingen. De begrotingen met toelichting staan in een aantal bijlagen. Ook wordt in de bijlage n meer informatie gegeven over bronnen van de referentiecijfers en de inkomensopbouw. Minima-effectrapportage Veluwerand / 11

12 2. Onderzoeksmethode: begrotingen 2.1 Inleiding Om het effect van inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens te berekenen, maakt het Nibud gebruik van begrotingen. Uit deze begrotingen zijn de inkomsten en uitgaven van de huishoudens af te lezen. De begrotingen in deze rapportage zijn gemaakt voor acht verschillende huishoudtypen op vier verschillende inkomensniveaus. Voor de zes huishoudtypen zonder zorgvraag geldt dat er met dezelfde inkomensniveaus wordt gerekend als bij de twee huishoudtypen met zorgvraag. We gaan er in de berekeningen van uit dat alle huishoudtypen op alle inkomensniveaus in een huurwoning leven. De begrotingen zijn voor groepen van huishoudens. De bedragen in de begrotingen zijn gemiddelden; in werkelijkheid zal de financiële situatie van de individuele huishoudens er anders uitzien. De begroting laat dus niet zien in hoeverre een individueel huishouden een sluitende begroting heeft. Wel wordt duidelijk in hoeverre een groep huishoudens een sluitende begroting heeft. Bij het opstellen van de begrotingen wordt geen rekening gehouden met schulden, omdat daarover niets algemeens te zeggen valt. Schulden komen echter vaak voor onder mensen met lage inkomens. De pakketten waarop de begrotingen zijn gebaseerd zijn sober maar voldoende. De inhoud en de prijzen worden jaarlijks zorgvuldig aangepast door het Nibud 1 en zijn ook gevalideerd door panels van consumenten 2. Dit wil echter niet zeggen dat ieder huishouden hieraan voldoende heeft of dat ieder huishouden rond kan komen. Alle begrotingen zijn maandbegrotingen, waarbij de inkomsten en uitgaven zijn omgerekend naar gemiddelde maandbedragen. In de praktijk kunnen er flinke verschillen zijn tussen de maanden van het jaar. Vakantiegeld 3 wordt bijvoorbeeld jaarlijks uitgekeerd, maar wordt in deze rapportage uitgedrukt in een maandelijks bedrag. Het inkomen is in iedere begroting een vast gegeven. De uitgavenkant vullen we in volgens de methode van het en het. 1 Zie Nibud Budgethandboek en Prijzengids, jaarlijkse uitgaven. 2 Stella Hoff et. al. Genoeg om van te leven, Focusgroepen in discussie over de minimale kosten van levensonderhoud, SCP/Nibud, Den Haag Te downloaden op de websites van het Nibud of SCP. 3 Veluwerand gebruikt in de communicatie de normbedragen met en zonder vakantietoeslag. De normbedragen zonder vakantietoeslag zijn goed bruikbaar voor de klanten: zij kunnen het norminkomen vergelijken met hun eigen inkomen zonder vakantietoeslag. Minima-effectrapportage Veluwerand / 12

13 2.2 Basispakket Het omvat alle uitgaven die als noodzakelijk kunnen worden beschouwd. Hierin zijn de kosten opgenomen die een huishouden moet maken voor wonen, kleden, voeden, gezondheid, zekerheid (verzekeringen) en informatie (telefoon, internet en tv). Het pakket wordt in overleg met anderen (bijvoorbeeld de Sociale Alliantie) regelmatig aangepast. Zo is vanaf 2014 de mobiele telefoon voor meerdere gezinsleden onderdeel van het. Vanaf 2006 maakte een computer met internetaansluiting al deel uit van het pakket voor alle huishoudens. Sinds 2002 was een computer al onderdeel van het voor gezinnen met kinderen vanaf zes jaar. Voor iedere kostenpost is een minimumprijs genomen. In bijlage 2 worden de diverse onderdelen van het nader beschreven. Naast de noodzakelijke uitgaven van het zijn er in individuele gevallen moeilijk of niet-vermijdbare uitgaven. Dit zijn uitgaven die voor een bepaald persoon onontkoombaar zijn. Bijvoorbeeld wanneer iemand een speciaal dieet moet volgen. Voor dit soort uitgaven is individuele bijzondere bijstand mogelijk. Dit is niet in de begrotingen opgenomen. 2.3 Restpakket Het bedrag dat overblijft nadat alle uitgaven uit het zijn gedaan, is bestemd voor vrije bestedingen. Alle vrije bestedingen vormen samen het. Huishoudens zijn vrij om het zelf in te vullen. Het geld kan besteed worden aan nieuwe uitgavenposten (vakantie of hobby) of aan extra uitgaven aan posten in het (extra voeding of kleding). De uitgaven in het worden in twee delen gesplitst: de uitgaven voor sociale participatie en de overige uitgaven. Onder sociale participatie vallen de posten contributies en abonnementen, op bezoek gaan, bezoek ontvangen, vakantie en uitgaan en vervoer. Sociale participatie wordt door velen als noodzakelijk beschouwd en is in veel gemeenten op de een of andere manier onderdeel van het minimabeleid. De overige uitgaven van het zijn andere uitgaven die niet in het en het pakket sociale participatie zitten. In dit onderzoek zijn dat kosten voor een huisdier, de kosten voor woon-werkverkeer en zakgeld voor de kinderen (bedragen zijn gebaseerd op regulier onderzoek van het Nibud). Het gekozen is sober; het omvat vrij elementaire uitgaven. Zie bijlage 2 voor de samenstelling van het. Minima-effectrapportage Veluwerand / 13

14 De kosten van het nemen toe, naarmate het inkomen stijgt. Dit komt door: hogere reiskosten. Iemand met een inkomen boven de bijstand zal vanwege een baan kosten voor woon-werkverkeer maken. Soms worden deze kosten door de werkgever vergoed, maar in deze rapportage wordt daar niet vanuit gegaan. hogere kosten voor sociale participatie. Veel gemeenten kennen een bijdrage voor sociaal-culturele uitgaven. Deze bijdrage wordt verstrekt tot een bepaald inkomensniveau. Boven dit inkomensniveau vervalt de bijdrage, waardoor de kosten van participatie hoger uitvallen en het dus duurder wordt. Het en het zijn op bepaalde punten verschillend voor de diverse huishoudtypen. Een alleenstaande staat immers voor andere kosten dan bijvoorbeeld een gezin met kinderen. 2.4 Inkomsten In deze rapportage worden op vier inkomensniveaus begrotingen opgesteld: voor de zes voorbeeldhuishoudens zonder zorgvraag: het minimuminkomen (bijstand/aow-uitkering), 110 procent, 120 procent en 130 procent van het netto minimuminkomen. Voor de twee huishoudens met zorgvraag dezelfde inkomensniveaus: het minimuminkomen (bijstand/aow-uitkering), 110 procent, 120 procent en 130 procent van het netto minimuminkomen. Uitgangspunt in deze rapportage is het totaal besteedbaar maandinkomen. Dat inkomen bestaat uit alle inkomsten van het huishouden, zoals netto salarissen, uitkeringen, kortingen op de belasting, huurtoeslag, vakantiegeld, kinderbijslag en kindgebonden budget. In de begrotingen is geen rekening gehouden met eigen vermogen of eventuele inkomsten daaruit. Hoe deze regelingen doorwerken in de begrotingen en wat de invloed is op het inkomen van de verschillende huishoudens is te zien in bijlage 4. In deze bijlage zijn alle acht begrotingen gevoegd. In bijlage 1 staat aanvullende informatie over de gekozen uitgangspunten bij de inkomens. In de rapportage wordt verondersteld dat de huishoudens maximaal gebruik maken van alle regelingen die op hen van toepassing zijn. Minima-effectrapportage Veluwerand / 14

15 2.5 Uitgavensoorten In alle begrotingen onderscheidt het Nibud drie soorten uitgaven: Vaste lasten Dit zijn uitgaven die regelmatig terugkomen. Er ligt meestal een contract aan ten grondslag. Voorbeelden zijn de huur, energiekosten en verzekeringen. Reserveringsuitgaven Dit zijn uitgaven die niet regelmatig voorkomen en waarvan de hoogte vooraf niet precies bekend is. Er moet in principe een bedrag voor gereserveerd worden. Voorbeelden hiervan zijn de kosten voor inventaris en kleding. Huishoudelijke uitgaven Dit zijn de steeds terugkerende uitgaven, zoals uitgaven aan voeding, reiniging, persoonlijke verzorging. In deze rapportage wordt gerekend met minimale bedragen die huishoudens nodig hebben om deze uitgaven te kunnen betalen. Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de tarieven voor heffingen, de premie van de collectieve zorgverzekering en de kosten van de peuterspeelzaal. De landelijke bedragen zijn gebaseerd op berekeningen van het Nibud. Meer informatie over de uitgaven staat in bijlage De begrotingen Volgens de methodiek die hierboven staat beschreven, worden de begrotingen opgesteld. Deze begrotingen staan in bijlage 4. Minima-effectrapportage Veluwerand / 15

16 3. Minimabeleid In dit hoofdstuk worden diverse landelijke en gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning van minima beschreven. Alleen de regelingen die voor iedere inwoner toegankelijk zijn, zijn in de berekeningen zijn meegenomen en komen in dit hoofdstuk aan bod. Regelingen waar inwoners onder bepaalde voorwaarden met een laag inkomen een beroep op kunnen doen (zoals -bedrijfs- particuliere of kerkelijke fondsen) zijn niet meegenomen. Per regeling wordt een korte beschrijving gegeven van de belangrijkste kenmerken en voorwaarden. 3.1 Landelijk minimabeleid Bij het opstellen van de begrotingen worden de landelijke heffingskortingen (algemene heffingskorting, arbeidskorting, inkomensafhankelijke combinatiekorting), landelijke toeslagen (zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag, kindgebonden budget) en de kinderbijslag in de berekeningen opgenomen. 3.2 Lokaal minimabeleid Naast de landelijke inkomensondersteunende maatregelen hebben de SDV en de deelnemende gemeenten voor huishoudens met een laag inkomen ook een lokaal minimabeleid. De regelingen die worden opgenomen in de berekeningen komen in de volgende paragrafen aan bod Kwijtscheldingsbeleid In de deelnemende gemeenten kan kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Voor de hondenbelasting is geen kwijtschelding mogelijk. De gemeenten Harderwijk, Ermelo en Zeewolde hanteren hierbij een norm van 100 procent, zoals bijna alle gemeenten doen. Dat wil zeggen: huishoudens met een inkomen op bijstandsniveau hoeven in principe - geen gemeentelijke heffingen te betalen, dit hangt nog af van de hoogte van het eigen vermogen; voor huishoudens met een hoger inkomen wordt betalingscapaciteit berekend. Bij deze berekening vindt er een correctie plaats voor de eigen uitgaven aan huur, aan zorgpremies en aan de kosten van kinderopvang. Minima-effectrapportage Veluwerand / 16

17 Bij het waterschap is kwijtschelding mogelijk voor de waterzuiveringsheffing en ingezetenenheffing. Bij de berekening van de kwijtschelding hanteert het wat erschap, net zoals de gemeente, de norm van 100 procent van de bijstandsnorm. De kwijtschelding voor de gemeentelijke heffingen en voor de waterschapsheffingen wordt apart berekend Collectieve (aanvullende) zorgverzekering Het verzekeren tegen ziektekosten is voor iedereen wettelijk verplicht. Onderdeel van het minimabeleid is dat inwoners in de deelnemende gemeenten van de SDV met een inkomen tot 110 procent van de geldende bijstandsnorm een collectieve aanvullende zorgverzekering (CAV) aanbiedt bij de zorgverzekeraar Zilveren Kruis Achmea. In de begrotingen wordt met dit pakket gerekend. Het gaat om een basisverzekering met een aanvullende verzekering. De kosten van de verzekering bedragen 147,90 euro per maand. Tandartskosten zijn meeverzekerd. De inkomensgrens voor deelname is 110 procent van de geldende bijstandsnorm. Collectieve verzekerden hebben recht op een bijdrage in de premie van de aanvullende verzekering. Deze bedraagt 15 euro per maand in Harderwijk (10 euro in Ermelo en Zeewolde). Voor alle huishoudens wordt een bedrag van 31,25 euro opgenomen onder de post eigen risico. Wij gaan ervan uit dat huishoudens met een laag inkomen voor het eigen risico moeten reserveren, omdat zij dit bedrag (mocht dit onverwachts nodig zijn), niet op de plank zullen hebben liggen. De kosten van de premies zijn in de begrotingen opgenomen onder de uitgaveposten zorgverzekering basis en zorgverzekering aanvullend. De bijdrage van gemeenten wordt verrekend binnen de post zorgverzekering aanvullend. De zorgtoeslag die huishoudens ontvangen is in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten Maatschappelijke bijdrageregeling De maatschappelijk bijdrage regeling (MBR) is een tegemoetkoming die minima financieel ondersteunt bij deelname aan sociaal culturele en sportieve activiteiten. Hieronder valt ook een eenmalige bijdrage als een kind van het huishouden voor het eerst naar het voortgezet onderwijs gaat. We gaan er in de berekeningen vanuit dat de voorbeeldhuishoudens maximaal gebruik maken van de regeling. De regeling is beschikbaar voor huishoudens met een inkomen tot 110 van de geldende bijstandsnorm. Minima-effectrapportage Veluwerand / 17

18 Er ontstaat recht op de bijdrage als men minimaal 2 jaar een laag inkomen heeft (1 jaar in de gemeenten Ermelo en Zeewolde). Ondanks deze voorwaarde, hebben we ervoor gekozen om de regeling wel mee te nemen in de begrotingen. De toeslag voor een kind dat voor het eerst naar het voortgezet onderwijs gaat wordt voor 20 procent op jaarbasis meegenomen in de berekeningen (een toeslag voor elke kind tussen de 12 en 18 jaar oud). We gaan er vanuit dat elk kind ongeveer vijf jaar op het voortgezet onderwijs zit. De vergoeding bedraagt eenmalig 290 euro in de gemeente Harderwijk en 300 euro in de gemeenten Ermelo en Zeewolde. De vergoeding zit in de begroting verwerkt in de post onderwijs. In onderstaande tabel staan de bijdragen voor sociale culturele activiteiten en sportieve activiteiten per gezinslid per jaar: Harderwijk Ermelo Zeewolde Volwassene 174 euro 180 euro 180 euro Kinderen 0 t/m 3 jaar 87 euro 90 euro 90 euro Kinderen 4 t/m 11 jaar 174 euro 180 euro 180 euro Kinderen 12 t/m 17 jaar 348 euro 360 euro 360 euro Deze vergoeding is op de begroting ingedeeld bij de post sociale participatie Computer voor scholieren Voor gezinnen met kinderen in de leeftijdscategorie 12 tot en met 17 jaar die een inkomen tot 110 procent van het bijstandsniveau hebben, bestaat een pc-regeling. Dit betekent dat eenmalig een vergoeding verstrekt wordt van maximaal 200 euro (Harderwijk) of 700 euro (Ermelo en Zeewolde) bij de aanschaf van een computer. We nemen dit bedrag voor 20 procent op jaarbasis mee in de berekeningen voor de betreffende huishoudens. We gaan uit van een afschrijftermijn van 5 jaar voor de computer en de bijbehorende toeslag. De computer en de eventuele toeslag zitten verwerkt in de post inventaris op de begroting Individuele inkomenstoeslag (opvolger van de langdurigheidstoeslag) De individuele inkomenstoeslag is bedoeld voor huishoudens jonger dan AOW-leeftijd, die gedurende 36 maanden (Harderwijk) of 24 maanden (Ermelo en Zeewolde) over een inkomen beschikken dat niet hoger is dan 110 procent van de geldende bijstandsnorm. De hoogte van de toeslag bedraagt 450 euro (Harderwijk en Ermelo) of 468 euro (Zeewolde) voor alleenstaanden en 600 euro (Harerwijk en Ermelo) of 624 euro (Zeewolde) voor koppels. Minima-effectrapportage Veluwerand / 18

19 Bij de resultaten van deze rapportage wordt een vergelijking gemaakt tussen huishoudens die in aanmerking komen voor de individuele inkomenstoeslag en huishoudens die hier geen recht op hebben Kinderopvang en peuterspeelzaal Op grond van de Wet Kinderopvang kunnen ouders van kinderen tot en met twaalf jaar een tegemoetkoming toegekend krijgen voor de kosten van kinderopvang. Vervolgens resteert een eigen bijdrage voor deze kosten. Voor deze kosten wordt in beginsel geen bijzondere bijstand verleend. De Wet Kinderopvang wordt gezien als een toereikende voorliggende voorziening. Alleen als kinderopvang noodzakelijk is in verband met deelname aan een re-integratietraject of inburgering is bijzondere bijstand mogelijk. Een alleenstaande ouder met een (bijstands)uitkering hoeft geen gebruik van de kinderopvang te maken, tenzij deze ouder een re-integratietraject volgt. Ouders in een re-integratietraject krijgen een aanvulling op hun kinderopvangtoeslag. In deze rapportage wordt ervan uitgegaan dat geen re-integratietraject wordt gevolgd. Daarom zijn in de begrotingen op 100 procent geen kosten voor kinderopvang opgenomen. Wel rekenen we een bedrag voor de peuterspeelzaal voor twee dagdelen per maand. Dit is 49,95 euro per maand in de gemeente Harderwijk. In de gemeenten Ermelo en Zeewolde ligt het gemiddelde tarief voor lage inkomens iets lager: 47,54 euro per maand. Bij een inkomen boven bijstandsniveau gaan we ervan uit dat de alleenstaande ouder enkele dagen per week werkt en wel gebruik maakt van de kinderopvang. Bij 110 procent van het minimuminkomen wordt gerekend met 20 uur kinderopvang per week, bij een inkomen op 120 en 130 procent wordt uitgegaan van 30 uur kinderop vang. De kosten voor kinderopvang en de peuterspeelzaal zijn in de begrotingen opgenomen onder de uitgavepost kinderopvang. De kinderopvangtoeslag die het betreffende huishouden ontvangt is in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten. Wanneer er sprake is van een sociaal medische indicatie kan bijzondere bijstand voor deze kosten worden verleend. Hier gaan we bij onze voorbeeldhuishoudens niet vanuit Jeugdsportfonds en jeugdcultuurfonds Naast de Maatschappelijke bijdrageregling, nemen de deelnemende gemeenten sinds kort deel aan het Jeugdsportfonds en het Jeugdcultuurfonds. Kinderen kunnen van beide fondsen gebruik maken. De maximale vergoeding voor sport is 225 euro en voor Minima-effectrapportage Veluwerand / 19

20 cultuur 450 euro. Een klant kan meerdere keren aanvragen, totdat het maximum is bereikt. De fondsen zijn bedoeld voor (kinderen van) inwoners met een inkomen van maximaal 110 procent van de geldende bijstandsnorm Individuele bijzondere bijstand In de deelnemende gemeenten wordt bijzondere bijstand verstrekt voor bijzondere en noodzakelijke kosten. Om in aanmerking te komen voor bijzondere bijstand wordt een draagkrachtberekening gehanteerd: - tot 120 procent geen draagkracht; - daarboven wordt 30 procent in aanmerking genomen als draagkracht. De individuele bijzondere bijstand wordt in dit onderzoek alleen meegenomen bij de huishoudens met een zorgvraag. Bij de overige huishoudtypen wordt de bijzondere bijstand niet meegenomen omdat deze sterk afhankelijk is van de persoonlijke situatie. 3.3 Huishoudens met een zorgvraag In dit onderzoek worden tevens twee huishoudens met een zorgvraag onderzocht. Hieronder wordt eerst dieper ingegaan op de regelingen van de deelnemende gemeenten voor huishoudens met een zorgvraag. Daarna wordt het profiel van deze huishoudtypen nader omschreven en wordt bekeken wat hiervan het effect is op de maandbegroting van deze huishoudens (een alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd en een alleenstaande vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd) Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zorgt ervoor dat mensen met een handicap, chronisch zieken of ouderen een zo normaal mogelijk dagelijks leven kunnen leiden. De gemeente bekijkt of hulp nodig is en waarmee iemand het beste is geholpen. Iedere gemeente regelt dit op zijn eigen manier. Huishoudens met een zorgvraag kunnen bij de deelnemende gemeenten terecht voor hulp in de huishouding, woonvoorzieningen, rolstoelen, andere vervoersmiddelen, en vervoer in en om de stad Collectieve zorgverzekering De Sociale Dienst Veluwerand kent een collectieve aanvullende zorgverzekering (zie paragraaf 3.2.2) waar huishoudens met extra zorgkosten veel profijt van kunnen hebben. De eigen bijdrage Wmo wordt vergoed tot maximaal 375 euro per jaar. Dit betekent dat de maximale eigen bijdrage Wmo vergoedt wordt voor de voorbeeldhuishoudens met een zorgvraag met een inkomen tot 110 procent van het bijstandsniveau. Minima-effectrapportage Veluwerand / 20

21 3.3.3 Uitgangspunten huishoudens met zorgvraag Voor de huishoudens met een zorgvraag wordt uitgegaan van het volgende profiel: Herstellende van herseninfarct Hartklachten Natriumbeperkt dieet Bril Gehoorapparaat Rollator Een medicijn dat door de (aanvullende) zorgverzekering vergoed wordt Lichte vorm van incontinentie Maakt gebruik van tafeltje-dek-je 3 uur huishoudelijke verzorging per week 12 uur persoonlijke verzorging per week 4 uur verpleging per week Personenalarmering Gebruik belbus/collectief vervoer Woningaanpassing (drempels weg, verhoogde wc) Gezien het bovenstaande, zal de begroting van de beide alleenstaanden met een zorgvraag op diverse punten afwijken van de standaardbegrotingen: Voor de huishoudelijke verzorging is de eigen bijdrage Wmo verschuldigd. De eigen bijdrage is afhankelijk van het bijdrageplichtige inkomen, leeftijd en huwelijkse staat. Het wettelijk toegestane maximum wordt in rekening gebracht. Bij een inkomen tot euro is dit 19,40 euro per vier weken ( voor niet AOW'ers). Bij een inkomen hierboven wordt de eigen bijdrage verhoogd met 15 procent van inkomen boven het bijdrage-plichtige inkomen. Binnen de CAV wordt de eigen bijdrage Wmo vergoed tot 375 euro per jaar. Dit betekent dat bij de zorghuishoudens, met drie uur huishoudelijke hulp, er geen eigen bijdrage Wmo resteert op bijstandsniveau en op 110 procent van het bijstandsniveau. Op 120 procent en op 130 procent is er wel een eigen bijdrage Deze uiteindelijke kosten worden verrekend met de uitgavenpost eigen bijdragen, zelfzorgmedicijnen. Ook de persoonlijke verzorging valt onder de eigen bijdrage Wmo, zoals hierboven beschreven. Er komen dan geen extra kosten meer bij. De verpleging zit in het van de zorgverzekering. Hiervoor komen er dus geen extra kosten bij. De huishoudens met een zorgvraag maken vijf dagen per week gebruik van een maaltijdvoorziening. Deze maaltijdvoorziening zorgt voor meerkosten van ongeveer 4 euro ten opzichte van de situatie waarin zelf de warme maaltijd zou Minima-effectrapportage Veluwerand / 21

22 zijn bereid. Voor de zorghuishoudens geldt een vergoeding via de bijzondere bijstand in de kosten voor zover die het bedrag van Nibud prijzengids te boven gaan. Bij een inkomen boven 120 procent wordt draagkracht berekend. Deze eigen bijdrage worden verrekend met de post eigen bijdragen, zelfzorgmedicijnen en geldt dus alleen voor de zorghuishoudens op 130 procent. De meerkosten en bijbehorende vergoeding zijn verwerkt in de post voeding. De personenalarmering wordt vergoedt binnen de collectieve zorgverzekering die de Sociale Dienst Veluwerand aanbiedt als er sprake is van specifieke zorg. De kosten van deze alarmering bedragen 15 euro per maand. Dit bedrag en de vergoeding (tot 110 procent) zijn opgenomen onder de post eigen bijdragen, zelfzorgmedicijnen. Voor de extra waskosten in verband met incontinentie gaan we uit van twee keer per week extra wassen, wat neerkomt op 8,25 euro per maand. De kosten kunnen worden vergoed via de bijzondere bijstand als er sprake is van medische omstandigheden. De draagkracht is al verbruikt voor de extra kosten aan voeding. Er komen dus geen extra kosten meer bij. Het huishouden maakt gebruik van aanvullend vervoer. Mensen met een Wmo-indicatie kunnen gebruik maken van collectief vraagafhankelijk vervoer, waarvan de eigen bijdrage 0,60 euro per zone is. We gaan uit van 18 zones per maand. We gaan er van uit dat er geen gebruik wordt gemaakt van de fiets. De extra vervoerskosten zijn opgenomen onder de post vervoer. Minima-effectrapportage Veluwerand / 22

23 4. Resultaten Dit hoofdstuk bevat de resultaten van het onderzoek. Eerst komen de verschillen tussen de huishoudtypen in de deelnemende gemeenten aan bod. Vervolgens worden de verschillende inkomensniveaus met elkaar vergeleken. Een en ander wordt schematisch weergegeven in tabel 1. Deze tabel geeft een overzicht van de bestedingsruimte die de onderzochte huishoudtypen hebben, nadat zij de uitgaven uit het en het hebben gedaan. In de laatste twee kolommen wordt het saldo weergegeven van huishoudens die in aanmerking komen voor de individuele inkomenstoeslag. Een negatief saldo op de maandbegroting is in rood weergegeven. Indien een hoger inkomen leidt tot minder bestedingsruimte (de zogenoemde armoedeval) dan is dit bij het betreffende inkomensniveau aangegeven met een rood pijltje. Minima-effectrapportage Veluwerand / 23

24 Tabel 1: Overzicht saldo inkomsten min uitgaven a. Alleenstaande basisen basisen 100% % % % b. Alleenstaande oudere basisen 100% % % % basis en c. Alleenstaande, 2 kinderen 3 & 5 jaar basisen basisen 100% % % % d. Alleenstaande, 2 kinderen 14 & 16 jaar basisen basisen 100% % % % e. Paar, 2 kinderen 3 & 5 jaar basisen basisen 100% % % % f. Paar, 2 kinderen 16 & 23 jaar basisen basisen 100% % % % Minima-effectrapportage Veluwerand / 24

25 4.1 Huishoudsamenstelling Vóór invulling van het Uit de tweede kolom ( ) blijkt dat alle onderzochte huishoudens voldoende inkomsten hebben om de noodzakelijke uitgaven uit het te bekostigen. Het huishouden met de minste bestedingsruimte is een paar met 2 jonge kinderen. Bij dit huishoudens resteert op bijstandsniveau nog 1 euro per maand. De alleenstaande onder de AOW-leeftijd heeft relatief weinig bestedingsruimte. De alleenstaande ouders houden meer over. Dit komt door de extra heffingskorting en toeslagen. Daarnaast spelen bij de huishoudens met oudere kinderen de gemeentelijke regelingen een rol. De oudere huishoudens houden het meeste over. Dat komt door de hogere AOW - en bijstandsuitkering Na invulling van het Als naast het ook naar de bestedingen in het wordt gekeken, dan krijgen een aantal huishoudens met tekorten op hun maandbegroting te maken. De alleenstaande kan tot en met een inkomensniveau van 120 procent van de norm niet alle uitgaven uit het betalen. De alleenstaande met oudere kinderen en de stellen met kinderen kunnen op geen van onderzochte inkomensniveaus het betalen. Alleen de alleenstaande met jonge kinderen en de alleenstaande oudere zonder zorgvraag kunnen alle uitgaven uit het betalen. Hieronder staan de uitkomsten per huishouden gedetailleerder beschreven. a. Alleenstaande Een alleenstaande met een inkomen tot en met 110 procent van de bijstandsnorm komt na invulling van het 64 euro per maand te kort. Bij 120 procent is het tekort nagenoeg verdwenen. Pas bij 130 procent wordt het saldo positief (58 euro). Alleenstaanden kunnen hun kosten niet delen met anderen en hebben dus niet de schaalvoordelen waar (eenouder)gezinnen wel van profiteren. Nadat alle noodzakelijke uitgaven uit het zijn bekostigd, houden alleenstaanden bij een inkomen tot 120 procent van de bijstandsnorm te weinig inkomen over voor sociale participatie. De bijdrage voor sociale en culturele activiteiten dekt niet alle uitgaven uit het pakket. Daarnaast houden we in het boven bijstandsniveau rekening met kosten in Minima-effectrapportage Veluwerand / 25

26 verband met werk (kleding/vervoer). Deze extra uitgaven zorgen ervoor dat het huishouden er in bestedingsruimte tot en met 110 procent niet op vooruit gaat. Ook niet op achteruit. Bij 120 procent blijft er wel meer over. Inkomensniveau en minimumloon Ter verduidelijking: Een inkomen van 110 procent van de bijstandsnorm van een alleenstaande komt overeen met het minimumloon van een 23-jarige die 24 tot 28 uur per week werkt. b. Alleenstaande oudere Alleenstaanden boven de AOW-gerechtigde leeftijd hebben voldoende bestedingsruimte om alle uitgaven te betalen. Zij houden, na invulling van het, 111 euro over om vrij te besteden als zij alleen een AOW -uitkering (100 procent) hebben. Het maandelijkse AOW bedrag is hoger dan de bijstand waardoor deze huishoudens meer ruimte om te besteden hebben. Ook is de bijstandsnorm van AOW ers hoger dan van niet AOW ers. Daardoor houden ouderen bij een inkomen boven bijstandsniveau meer over dan jongeren. c. Alleenstaande met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar) Ook het eenoudergezin met jonge kinderen heeft op alle inkomensniveaus voldoende bestedingsruimte om het te kunnen betalen. Op bijstandsniveau houdt dit huishouden 8 euro over. Het netto inkomen van werkende alleenstaande ouders is hoger dan van alleenstaanden. Dat komt door de inkomensafhankelijke combinatiekorting. Verder hebben alleenstaande ouders recht op een kinderbijslag en kindgebonden budget. Het kindgebonden budget is door de alleenstaande ouderkop hoger dan voor gezinnen met twee ouders. d. Alleenstaande met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar) Het eenoudergezin met twee oudere kinderen kan op geen enkel niveau alle uitgaven uit het betalen. Dat bij eenoudergezinnen met oudere kinderen tekorten ontstaan en bij een eenoudergezin met jongere kinderen niet, valt te verklaren doordat de kosten voor oudere kinderen hoger zijn dan voor jonge kinderen. Dat geldt bijvoorbeeld voor voeding, kleding, schoolkosten en zakgeld. De hogere kinderbijslag en het kindgebonden budget kunnen dit verschil niet compenseren. Dit scheelt ongeveer 90 tot 110 euro per maand. De hogere tegemoetkoming voor sociale en culturele activiteiten voor oudere kinderen kunnen dit niet helemaal compenseren. Minima-effectrapportage Veluwerand / 26

27 e. Paar met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar) Ook het paar met twee jonge kinderen kan het op geen van de onderzochte inkomensniveaus helemaal betalen. Een belangrijke oorzaak van dit tekort ligt in het feit dat een echtpaar de kosten van twee volwassenen moet dragen, zoals de kosten van de zorgverzekering, kleding en voeding. De hogere bijstandsnorm voor een echtpaar is niet voldoende om al deze extra kosten op te vangen. Ten opzichte van alleenstaande ouders met een laag inkomen heeft dit huishouden minder inkomsten uit landelijke regelingen. We gaan er bij dergelijke lage inkomens vanuit dat slechts één van de ouders werkt. Er is daardoor ook geen recht op inkomensafhankelijke combinatiekorting. Ook is de huurtoeslag lager door de hogere bijstandsnorm en het relatief hogere inkomen boven bijstandsniveau (110 procent van de bijstandsnorm is voor stellen hoger dan voor alleenstaande ouders). f. Paar met twee oudere kinderen (16 en 23 jaar) Het paar met twee oudere kinderen, waarvan één meerderjarig, niet-studerend kind, heeft meer bestedingsruimte dan het paar met twee jonge kinderen. Ondanks de kostendelersnorm is het gezamenlijke bijstandsinkomen hoger. Toch kan het huishouden tot en met een inkomen van 130 procent van de bijstandsnorm ook niet alle uitgaven uit het betalen. De tekorten nadat alle uitgaven uit het basis- en zijn gedaan zijn wel kleiner dan van paren met twee jonge kinderen. g. Alleenstaande met extra zorgkosten Zoals in paragraaf is aangegeven wijkt de begroting van de alleenstaande met een zorgvraag op diverse punten af van de standaardbegrotingen. Er zijn extra kosten door de zorgvraag en deze worden (deels) gecompenseerd via de collectieve zorgverzekering, de bijzondere bijstand en de Wmo. In de volgende tabel zijn de resultaten van de huishoudens met zorgvraag weergegevn. Minima-effectrapportage Veluwerand / 27

28 Tabel 2: Overzicht saldo inkomsten min uitgaven huishoudens met zorgvraag g. Alleenstaande met zorgvraag basisen basisen 100% % % % h. Alleenstaande oudere met zorgvraag basisen 100% % % % basis en Bij 120 procent is de bestedingsruimte van een jongere alleenstaande ongeveer 40 euro minder. Dat komt door de hogere inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor de Wmo en doordat de kosten voor alarmering niet meer door de collectieve aanvullende verzekering vergoed worden. Bij 130 procent is de bestedingsruimte 70 euro minder. Dat komt door de draagkracht voor de individuele bijzondere bijstand. h. Alleenstaande oudere met extra zorgkosten De oudere alleenstaande met extra zorgkosten heeft geen tekorten op de begroting na bekostiging van het. Vergeleken met de oudere alleenstaande zonder zorgvraag is er tot een inkomensniveau van 110 procent nauwelijks verschil. De extra zorgkosten worden grotendeels vanuit de zorgverzekering en de bijzondere bijstand vergoed. Vanaf 120 procent wordt het verschil met de alleenstaande zonder zorgkosten groter. Dit is vergelijkbaar met de alleenstaande onder de AOW -gerechtigde leeftijd met zorgvraag. Bij 130 procent is het verschil wat groter door de hogere eigen bijdrage Wmo. Effect van de Wmo korting van 50 procent op de basisbijdrage is te zien in de volgende tabel: Minima-effectrapportage Veluwerand / 28

29 Tabel 3b: Overzicht saldo inkomsten min uitgaven huishoudens met zorgvraag en 50% korting op Wmo g. Alleenstaande met zorgvraag 100% % % % 180 basis- en basis- en h. Alleenstaande oudere met zorgvraag 100% % % % 313 basis- en basis- en De huishoudens met een inkomen vanaf 120 procent hebben een voordeel van deze vergoeding van 10 euro per maand. Voor de lagere inkomens geldt een vergoeding van de eigen bijdrage Wmo via de collectieve zorgverzekering. De armoedeval die bij het jongere huishouden te zien was wanneer er recht is op IIT is verdwenen. Er is echter geen toename van het saldo te zien. 4.2 Inkomensniveau Voor elk huishoudtype zijn verschillende inkomensniveaus doorgerekend. Naast het sociaal minimum (bijstands- of AOW-niveau) zijn inkomens op 110, 120 en 130 procent van het bijstandsniveau gespecificeerd. Soms leidt een hoger inkomen tot een beperktere bestedingsmogelijkheid. Dit komt doordat landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen, zoals huurtoeslag en kwijtschelding van gemeentelijke heffingen afnemen bij een hoger inkomen, waardoor een huishouden per saldo minder te besteden heeft ondanks het hogere inkomen. In dat geval is sprake van een armoedeval. Deze situatie ontstaat vaak wanneer huishoudens vanuit een uitkering uitstromen naar (gedeeltelijk) betaald werk. Op dat moment nemen de kosten door werk toe en komen rechten op diverse inkomensondersteunende regelingen (gedeeltelijk) te vervallen Vóór invulling van het Als alleen gekeken wordt naar de uitgaven uit het, dan is er bij geen van de onderzochte huishoudens een grote armoedeval zichtbaar. Minima-effectrapportage Veluwerand / 29

30 Dat betekent dat de lokale tegemoetkomingen die van toepassing zijn op het niet zorgen voor grote armoedevallen. Dat zijn de collectieve aanvullende zorgverzekering, de bijdrage voor schoolkosten en de PC regeling Na invulling van het Als naast de uitgaven uit het ook gekeken wordt naar de uitgaven uit het, dan is er bij twee van de onderzochte huishoudens wel een kleine armoedeval zichtbaar. De alleenstaande met twee jonge kinderen heeft bij een inkomen van 110 procent van de bijstandsnorm 3 euro per maand minder te besteden dan op bijstandsniveau. Daar staat tegenover dat er bij de uitgaven in het rekening is gehouden met extra uitgaven aan bijvoorbeeld kleding en vervoer in verband met werk. Deze uitkomst betekent dat er in financieel opzicht geen stimulans is om aan het werk te gaan tegen een dergelijk inkomen. Bij 120 procent van het minimum is de bestedingsruimte wel hoger. Bij de alleenstaande ouder met oudere kinderen doet dit verschijnsel zich voor tot en met een inkomen van 120 procent van het minimum. Bij 130 procent is dit niet meer het geval. Het paar met twee jonge kinderen heeft bij een inkomen van 120 procent van de bijstandsnorm een groter tekort (205 euro) dan bij 110 procent (188 euro). Dat komt door lagere inkomensondersteunende regelingen en is beschreven in Dat betekent dat marginaal meer gaan verdienen dan 110 procent van de bijstandsnorm financieel niet aantrekkelijk is. Bij de alleenstaande oudere zonder en met zorgvraag is zichtbaar dat het saldo bij een inkomen van 110 procent van de bijstandsnorm lager is dan op 100 procent (AOWniveau). Dat komt doordat dit inkomensniveau marginaal hoger is dan de AOW - uitkering en omdat we ook extra uitgaven in het hebben meegerekend bij 110 procent net zoals we dat voor jongeren hebben gedaan. Omdat bij ouderen inkomensstijging maar weinig voorkomt noemen we dit geen armoedeval Individuele inkomenstoeslag Huishoudens die langdurig van een laag inkomen moeten rondkomen, kunnen in aanmerking komen voor de individuele inkomenstoeslag (IIT). In de deelnemende gemeenten van de SDV geldt dit voor huishoudens met een inkomen tot en met 110 procent van de bijstandsnorm. Minima-effectrapportage Veluwerand / 30

31 In tabel 1 staan in de laatste twee kolommen de saldi van de inkomsten min de uitgaven waarbij rekening is gehouden met de IIT. Uit de tabel valt af te lezen dat een alleenstaande jonger dan de AOW-gerechtigde leeftijd die de IIT ontvangt, maandelijks 75 euro over houdt nadat alle uitgaven uit het zijn gedaan en 27 euro te kort komt als ook alle uitgaven uit het zijn gedaan. Hiermee is het tekort dat een alleenstaande had zonder IIT (64 euro) kleiner geworden. Bij de alleenstaande ouder met jonge kinderen wordt nu een extra armoedeval zichtbaar op 120 procent. Anders gezegd, alleenstaande ouders met jonge kinderen en een inkomen op 110 procent van de norm, die in aanmerking komen voor de IIT, houden maandelijks meer over dan dezelfde huishoudens met een inkomen op 120 procent zonder IIT. Bij de alleenstaande met twee oudere kinderen is na invulling van alle uitgaven uit het een armoedeval zichtbaar. Op bijstandsniveau resteert een tekort van 59 euro, terwijl bij een inkomen van 120 procent een tekort van 97 euro zichtbaar is. Een armoedeval van ongeveer dezelfde orde van grootte is zichtbaar bij een paar met twee jonge kinderen. Bij de overige huishoudtypen ontstaan geen nieuwe armoedevallen, wel wordt het verschil in bestedingsruimte tussen 110 en 120 procent groter. Voor huishoudens die op 120 procent al met een armoedeval te maken hadden (terwijl er op 110 procent geen recht was op IIT), wordt deze armoedeval groter als er ook recht is op IIT op 110 procent. Het is de vraag in hoeverre er sprake is van een armoedeval als er vergeleken wordt met een situatie waarin er recht op de IIT bestaat. De IIT is bedoeld voor huishoudens die langdurig op het minimum leven en daardoor niet in staat zijn te reserveren voor grote uitgaven. Bij een inkomen op 120 procent van de norm wordt er vanuit gegaan dat de mogelijkheid om te reserveren wel aanwezig is. Bovendien zullen huishoudens die IIT ontvangen niet snel uitstromen naar werk. Criterium om voor de toeslag in aanmerking te komen is immers dat er geen uitzicht op inkomensverbetering bestaat. 4.3 Gemeenten Harderwijk, Ermelo en Zeewolde De drie gemeenten hebben dezelfde regelingen op het gebied van minimabeleid. Sommige regelingen kennen verschillende voorwaarden of andere bedragen. Uiteindelijk is het verschil op de begrotingen voor onze voorbeeldhuishoudens tussen de drie gemeenten minimaal. Alle financiële minimaregelingen zijn doorgerekend voor alle drie de gemeenten afzonderlijk. De uitkomsten voor de drie gemeenten afzonderlijk staan in bijlage 3. Minima-effectrapportage Veluwerand / 31

32 De verschillen tussen de uitkomsten zijn maximaal enkele euro s. In dezelfde situaties in Ermelo en Zeewolde zijn er tekorten en armoedevallen. Vergeleken met de uitkomsten van Harderwijk zijn er wel kleine verschillen. Op 110 procent van het bijstandsniveau zijn voor de alleenstaande (met of zonder zorgvraag) wel armoedevallen in de gemeenten Ermelo en Zeewolde, die niet in de gemeente Harderwijk zijn. Voor de alleenstaande met twee jonge kinderen (3 en 5 jaar) vice versa. Het verschil in bedragen is echter minimaal en wordt veroorzaakt door een verschil in de gemeentelijke heffingen die betaald moeten worden in de drie verschillende gemeenten. Dit heeft geen invloed op de analyse en het advies ten aanzien van het minimabeleid voor de drie gemeenten. Er zijn twee minimaregelingen die elk een verschil van minimaal 5 euro per maand op de begroting veroorzaken tussen Ermelo/Zeewolde en Harderwijk. In Ermelo en Zeewolde bedraagt de gemeentelijke bijdrage voor de collectieve zorgverzekering 10 euro en in Harderwijk 15 euro op maandbasis (voor huishoudens tot 110 procent van het bijstandsniveau). De bijdrage voor een computer bedraagt 700 euro in Ermelo en Zeewolde en 200 euro in Harderwijk. Er vanuit gaande dat de computer(bijdrage) in vijf jaar afgeschreven is levert dit een verschil op van 8 euro op de maandbegroting bij de post inventaris (voor voorhuishoudens met kinderen op de middelbare school). Dit leidt niet tot grote verschillen (bv. wel of geen armoedeval) tussen de drie gemeenten. Minima-effectrapportage Veluwerand / 32

33 5. Conclusies en aanbevelingen Dit hoofdstuk beschrijft, naar aanleiding van de resultaten in de vorige hoofdstukken, de conclusies. Daarnaast worden er verschillende adviezen gegeven voor de aanpassing van regelingen in het kader van minimabeleid van de deelnemende gemeenten van de sociale Dienst Veluwerand. 5.1 Algemeen De pakketten waarop de basisbedragen zijn gebaseerd zijn sober maar voldoende. De inhoud en de prijzen worden jaarlijks zorgvuldig aangepast door het Nibud 4 en zijn ook gevalideerd door panels van consumenten 5. Dit wil echter niet zeggen dat ieder huishouden hieraan voldoende heeft of dat ieder huishouden rond kan komen. Deze alinea ook graag opnemen onder 2.1 inleiding. Om rond te kunnen komen van een minimuminkomen is een goed financieel beheer van het huishouden noodzakelijk. Men reserveert om zo nodig grote uitgaven te kunnen doen voor de vervanging van inventaris. We gaan ervan uit dat het huishouden niet leent, zodat er niet nog extra kosten van rente bijkomen. Veel huishoudens die van een minimum inkomen moeten rondkomen, voeren een goed financieel beheer, maar een deel ook niet. Voor deze huishoudens is het aan te bevelen cursussen of begeleiding te organiseren. Het Nibud, en ook andere (lokale) organisaties, hebben hiervoor een uitgebreid aanbod. In de berekeningen is ervan uitgegaan dat alle aanspraken op landelijke en lokale regelingen zijn aangevraagd. Dat is echter niet voor ieder huishouden een vanzelfsprekendheid 6. De gemeente kan het gebruik van lokale regelingen stimuleren door hieraan publiciteit te geven en de toegang tot deze regelingen te vereenvoudigen. Uit onderzoek van het Nibud 7 blijkt dat de energielasten een steeds groter deel van de woonlasten en daarmee van de totale begroting van minima inneemt. Juist voor de huishoudens in een energie-onzuinige woning kan een besparing op deze kosten positief bijdrage aan de bestedingsruimte. Daarnaast blijkt uit dit onderzoek dat juist 4 Zie Nibud Budgethandboek en Prijzengids, jaarlijkse uitgaven. 5 Stella Hoff et. al. Genoeg om van te leven, Focusgroepen in discussie over de minimale kosten van levensonderhoud, SCP/Nibud, Den Haag Te downloaden op de websites van het Nibud of SCP. 6 Zie bijvoorbeeld Caren Tempelman, Aenneli Houkes en Jurriaan Prins, Niet-gebruik inkomensondersteunende maatregelen, SEO, Amsterdam, Te downloaden op 7 Onderzoek: Energielastenbeschouwing. Verschillen in energielasten tussen huishoudens nader onderzocht voor SenterNovem, december 2009 Minima-effectrapportage Veluwerand / 33

Minima-effectrapportage gemeente Ede 2016

Minima-effectrapportage gemeente Ede 2016 Minima-effectrapportage gemeente Ede 2016 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Ede 2016 De invloed

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2015. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2015. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2015 De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2015 Effecten

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeente Utrecht De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens

Minima-effectrapportage gemeente Utrecht De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Utrecht 2013 De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Utrecht 2013 De invloed

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeente Gouda 2015

Minima-effectrapportage gemeente Gouda 2015 Minima-effectrapportage gemeente Gouda 2015 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens. Minima-effectrapportage gemeente Gouda 2015

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeente Leidschendam- Voorburg 2013

Minima-effectrapportage gemeente Leidschendam- Voorburg 2013 Minima-effectrapportage gemeente Leidschendam- Voorburg 2013 De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Leidschendam-

Nadere informatie

Rapportages Nibud ten behoeve Onderzoek Armoedebeleid gemeente Roosendaal. Nibud/Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting

Rapportages Nibud ten behoeve Onderzoek Armoedebeleid gemeente Roosendaal. Nibud/Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting Rapportages Nibud ten behoeve Onderzoek Armoedebeleid gemeente Roosendaal Nibud/Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting 2 / Minima-effectrapportage gemeente Roosendaal Minima-effectrapportage gemeente

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeente Tiel 2015

Minima-effectrapportage gemeente Tiel 2015 Minima-effectrapportage gemeente Tiel 2015 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens. Minima-effectrapportage Gemeente Tiel / 0 Minima-effectrapportage

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeente Utrecht 2010. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens

Minima-effectrapportage gemeente Utrecht 2010. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Utrecht 2010 De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Utrecht 2010 De invloed van

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeente Venlo. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens

Minima-effectrapportage gemeente Venlo. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Venlo De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Venlo 2009 De invloed van gemeentelijke

Nadere informatie

Minima-effectrapportage Gemeente Maastricht. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens

Minima-effectrapportage Gemeente Maastricht. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage Gemeente Maastricht De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage Gemeente Maastricht De invloed van gemeentelijke

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeente Hilversum 2012. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens

Minima-effectrapportage gemeente Hilversum 2012. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Hilversum 2012 De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Hilversum 2012 De invloed

Nadere informatie

Rapportages Nibud ten behoeve Onderzoek Armoedebeleid gemeente Drimmelen

Rapportages Nibud ten behoeve Onderzoek Armoedebeleid gemeente Drimmelen Rapportages Nibud ten behoeve Onderzoek Armoedebeleid gemeente Drimmelen Nibud/Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting 2 / Minima-effectrapportage gemeente Drimmelen Inhoud 1. INLEIDING... 5 1.1 Centrale

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeente Wassenaar 2013. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens

Minima-effectrapportage gemeente Wassenaar 2013. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Wassenaar 2013 De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Wassenaar 2013 De invloed

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeente X. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens

Minima-effectrapportage gemeente X. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente X De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente X De invloed van gemeentelijke maatregelen

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2017

Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2017 Minima-effectrapportage gemeente Enschede 2017 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Enschede

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeente Veenendaal 2014

Minima-effectrapportage gemeente Veenendaal 2014 Minima-effectrapportage gemeente Veenendaal 2014 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Veenendaal

Nadere informatie

Rapportages Nibud ten behoeve Onderzoek Armoedebeleid gemeente Moerdijk. Nibud/Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting

Rapportages Nibud ten behoeve Onderzoek Armoedebeleid gemeente Moerdijk. Nibud/Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting Rapportages Nibud ten behoeve Onderzoek Armoedebeleid gemeente Moerdijk Nibud/Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting Inhoud 1. INLEIDING... 4 1.1 Centrale vraag... 4 1.2 Kern minima-effectrapportage...

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeente Voorschoten 2013. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens

Minima-effectrapportage gemeente Voorschoten 2013. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Voorschoten 2013 De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Voorschoten 2013 De

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeente Utrecht 2016

Minima-effectrapportage gemeente Utrecht 2016 Minima-effectrapportage gemeente Utrecht 2016 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Utrecht 2016

Nadere informatie

Rapportages Nibud ten behoeve Onderzoek Armoedebeleid gemeente Etten-Leur

Rapportages Nibud ten behoeve Onderzoek Armoedebeleid gemeente Etten-Leur Rapportages Nibud ten behoeve Onderzoek Armoedebeleid gemeente Etten-Leur Nibud/Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting 2 / Minima-effectrapportage gemeente Etten-Leur Inhoud 1. INLEIDING... 6 1.1

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeente Deurne De invloed van gemeentelijke ondersteuning op de financiële positie van inwoners met een laag inkomen

Minima-effectrapportage gemeente Deurne De invloed van gemeentelijke ondersteuning op de financiële positie van inwoners met een laag inkomen Minima-effectrapportage gemeente Deurne 2016 De invloed van gemeentelijke ondersteuning op de financiële positie van inwoners met een laag inkomen Minima-effectrapportage gemeente Deurne 2016 De invloed

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeente Apeldoorn 2016

Minima-effectrapportage gemeente Apeldoorn 2016 Minima-effectrapportage gemeente Apeldoorn 2016 De invloed van landelijke en gemeentelijke ondersteuning op de financiële positie van inwoners met een laag inkomen Minima-effectrapportage gemeente Apeldoorn

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2015

Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2015 Minima-effectrapportage gemeente Den Haag 2015 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens. Minima-effectrapportage gemeente Den Haag

Nadere informatie

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2016

Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2016 Minima-effectrapportage Sociale Dienst Drechtsteden 2016 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage Sociale

Nadere informatie

Minima-effectrapportage Regionale Sociale Dienst Pentasz Mergelland

Minima-effectrapportage Regionale Sociale Dienst Pentasz Mergelland Minima-effectrapportage Regionale Sociale Dienst Pentasz Mergelland De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage Regionale Sociale

Nadere informatie

BIJLAGE 5 INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE NOORDWIJK 2015

BIJLAGE 5 INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE NOORDWIJK 2015 BIJLAGE 5 INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE NOORDWIJK 2015 Inkomens Effect Rapportage gemeente Noordwijk 2015 Een onderzoek naar de effecten van het armoedebeleid op de inkomenspositie van minimahuishoudens

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeente Ede 2014

Minima-effectrapportage gemeente Ede 2014 Minima-effectrapportage gemeente Ede 2014 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Ede 2014 De invloed

Nadere informatie

EEffecten minimabeleid. Nibud Corinne van Gaalen

EEffecten minimabeleid. Nibud Corinne van Gaalen EEffecten minimabeleid Nibud Corinne van Gaalen Wat is het Nibud? Voorlichting Consumenten Professionals Onderzoek Opleiding Consumenten Professionals Nibud en onderzoek Minimum voorbeeldbegrotingen Onderzoek

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeenten Tilburg en Goirle 2011

Minima-effectrapportage gemeenten Tilburg en Goirle 2011 Minima-effectrapportage gemeenten Tilburg en Goirle 2011 De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeenten Tilburg en Goirle

Nadere informatie

Minima-effectrapportage Gemeente Waalwijk. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens

Minima-effectrapportage Gemeente Waalwijk. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage Gemeente Waalwijk De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage Gemeente Waalwijk De invloed van gemeentelijke

Nadere informatie

BIJLAGE 5 INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE NOORDWIJK 2015

BIJLAGE 5 INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE NOORDWIJK 2015 BIJLAGE 5 INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE NOORDWIJK 2015 Inkomens Effect Rapportage gemeente Noordwijk 2015 Een onderzoek naar de effecten van het armoedebeleid op de inkomenspositie van minimahuishoudens

Nadere informatie

Nibud minimumvoorbeeldbegrotingen

Nibud minimumvoorbeeldbegrotingen Nibud minimumvoorbeeldbegrotingen 2017 Het Nibud stelt elk jaar begrotingen op voor huishoudens met een minimum inkomen. We gaan uit van een inkomen op het niveau van het sociaal minimum. Dit is de bijstandsuitkering.

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeente Breda 2012

Minima-effectrapportage gemeente Breda 2012 Minima-effectrapportage gemeente Breda 2012 De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Breda 2012 4 Minima-effectrapportage

Nadere informatie

Nibud minimum-voorbeeldbegrotingen 2015 / 1

Nibud minimum-voorbeeldbegrotingen 2015 / 1 Nibud minimumvoorbeeldbegrotingen 2015 Het Nibud stelt elk jaar begrotingen op voor huishoudens met een minimum inkomen. We gaan uit van een inkomen op het niveau van het sociaal minimum. Dit is de uitkering

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeente Zaanstad 2012. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens

Minima-effectrapportage gemeente Zaanstad 2012. De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Zaanstad 2012 De invloed van gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Minima-effectrapportage gemeente Zaanstad 2011-2012 De invloed

Nadere informatie

Minima Effect Rapportage Gemeente Apeldoorn Robin Stoof & Sanne Lamers Nibud

Minima Effect Rapportage Gemeente Apeldoorn Robin Stoof & Sanne Lamers Nibud Minima Effect Rapportage Gemeente Apeldoorn 2016 Robin Stoof & Sanne Lamers Nibud Wat doet het Nibud? Onderzoek Voorlichting Consumenten Professionals Opleidingen Consumenten Professionals Minima-effectrapportage

Nadere informatie

Effecten van zorgmaatregelen uit het regeerakkoord

Effecten van zorgmaatregelen uit het regeerakkoord Effecten van zorgmaatregelen uit het regeerakkoord Een doorrekening van voorgenomen bezuinigingen op de bestedingsruimte van een aantal voorbeeldhuishoudens Effecten van zorgmaatregelen uit het regeerakkoord

Nadere informatie

Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015

Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Berekeningen Prinsjesdag 2014 Nibud, september 2014 Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Berekeningen Prinsjesdag 2014 Nibud, september 2014 In opdracht

Nadere informatie

INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE HATTEM

INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE HATTEM INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE HATTEM Inkomens Effect Rapportage gemeente Hattem Een onderzoek naar de effecten van het armoedebeleid op de inkomenspositie van minimahuishoudens en werkenden met lage

Nadere informatie

Onderzoek Armoedeval 2016 Zeist

Onderzoek Armoedeval 2016 Zeist Onderzoek Armoedeval 2016 Zeist 2 Onderzoek Armoedeval 2016 Zeist Sociaal Raadslieden Zeist Bergweg 1 3701 JJ Zeist T 030-6923857 M sora.zeist@planet.nl I www.sociaalraadsliedenzeist.nl 3 4 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Minimum-voorbeeld begrotingen en kostendelersnorm. Nibud, 2013

Minimum-voorbeeld begrotingen en kostendelersnorm. Nibud, 2013 Minimum-voorbeeld begrotingen en kostendelersnorm Nibud, 2013 Inhoud 1 INLEIDING... 3 2 INKOMSTEN... 4 3 MINIMALE UITGAVEN... 8 3.1 Minimum-voorbeeldbegrotingen... 8 3.2 Persoonlijk onvermijdbare uitgaven...

Nadere informatie

Onderwerp Vaststellen Minima-effectrapportage en besluit besteding middelen

Onderwerp Vaststellen Minima-effectrapportage en besluit besteding middelen Collegevoorstel Openbaar Onderwerp Vaststellen Minima-effectrapportage en besluit besteding middelen Programma / Programmanummer Werk & Inkomen / 1061 BW-nummer BW-01119 Portefeuillehouder T. Tankir Samenvatting

Nadere informatie

Benchmark Minimaeffectrapportages. Een vergelijking van de financiële positie van inwoners met lage inkomens in diverse gemeenten

Benchmark Minimaeffectrapportages. Een vergelijking van de financiële positie van inwoners met lage inkomens in diverse gemeenten Benchmark Minimaeffectrapportages 2012 Een vergelijking van de financiële positie van inwoners met lage inkomens in diverse gemeenten Benchmark Minimaeffectrapportages 2012 Een vergelijking van de financiële

Nadere informatie

INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE ARMOEDE BESTRIJDING GEMEENTE DOETINCHEM

INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE ARMOEDE BESTRIJDING GEMEENTE DOETINCHEM INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE ARMOEDE BESTRIJDING GEMEENTE DOETINCHEM Een onderzoek naar de effecten van gemeentelijke inkomensondersteuning op de inkomenspositie van minimahuishoudens en werkenden met lage

Nadere informatie

Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015

Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Berekeningen Prinsjesdag 2014 Nibud, september 2014 Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Berekeningen Prinsjesdag 2013 Nibud, september 2014 In opdracht

Nadere informatie

Koopkracht van 65-plussers

Koopkracht van 65-plussers Koopkracht van 65-plussers 2011-2012 Berekeningen Prinsjesdag 2011 In opdracht van de ouderenbonden Unie KBO, PCOB en NVOG Nibud, september 2011 Koopkracht van 65-plussers 2011-2012 Berekeningen Prinsjesdag

Nadere informatie

Koopkracht van 65-plussers 2012-2013

Koopkracht van 65-plussers 2012-2013 Koopkracht van 65-plussers 2012-2013 Berekeningen Prinsjesdag 2012 In opdracht van de ouderenbonden Unie KBO, PCOB en NVOG Nibud, september 2012 Koopkracht van 65-plussers in 2013 / 1 Koopkracht van 65-plussers

Nadere informatie

- 1 - RAADSVOOASTEL ------- J

- 1 - RAADSVOOASTEL ------- J - 1 - N,'0 (}11) I ~~ gemeente Barneveld Is 3 0 MEI 2013 Aan het college van burgemeester IAFD.I en wethouders RAADSVOOASTEL ------- J l I Onderwerp: Evaluatie minimaregelingen Ing(iKoman stukken Raad

Nadere informatie

Koopkracht van ouderen 2013-2014. Berekeningen Prinsjesdag 2013 Nibud, september 2013

Koopkracht van ouderen 2013-2014. Berekeningen Prinsjesdag 2013 Nibud, september 2013 Koopkracht van ouderen 2013-2014 Berekeningen Prinsjesdag 2013 Nibud, september 2013 Koopkracht van ouderen 2013-2014 Berekeningen Prinsjesdag 2013 Nibud, september 2013 In opdracht van de CSO, koepel

Nadere informatie

MEMO. Lokaal. Geachte raad,

MEMO. Lokaal. Geachte raad, MEMO Aan: De gemeenteraad Van: Het college van B&W Onderwerp: Overzicht van minimaregelingen 3 november 2015 Bijlage: bijstandsnormen hoogbijstand Afschrift aan: snor Geachte raad, Op uw verzoek, gedaan

Nadere informatie

INKOMENSEFFECTEN LANDELIJKE EN GEMEENTELIJKE MINIMAREGELINGEN

INKOMENSEFFECTEN LANDELIJKE EN GEMEENTELIJKE MINIMAREGELINGEN INKOMENSEFFECTEN LANDELIJKE EN GEMEENTELIJKE MINIMAREGELINGEN Versie 1.2 15 maart 2015 Inkomenseffecten landelijke en gemeentelijke minimaregelingen Onderzoek naar de effecten van de landelijke en gemeentelijke

Nadere informatie

Minima-effectrapportage gemeente Eindhoven

Minima-effectrapportage gemeente Eindhoven Minima-effectrapportage gemeente Eindhoven Onderzoek naar de stapeling van inkomenseffecten van landelijke beleidswijzigingen en de impact daarvan op de koopkracht van huishoudens met een laag inkomen

Nadere informatie

Minima-effectrapportage Bijlage I / 1

Minima-effectrapportage Bijlage I / 1 Tabel 1a Alleenstaande onder de 65 jaar (huur 357) WWB-uitkering 110% 120% 130% Inkomsten Netto inkomen (incl. kortingen) 920 1012 1104 1196 Kinderbijslag 0 0 0 0 Tegemoetkoming schoolkosten 0 0 0 0 Categoriale

Nadere informatie

Koopkrachtverandering van ouderen 2015-2016

Koopkrachtverandering van ouderen 2015-2016 Koopkrachtverandering van ouderen 2015-2016 Berekeningen Prinsjesdag 2015 Nibud, september 2015 Koopkrachtverandering van ouderen 2015-2016 Berekeningen Prinsjesdag 2015 Nibud, september 2015 In opdracht

Nadere informatie

INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE WAALWIJK 2014

INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE WAALWIJK 2014 INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE WAALWIJK 2014 Inkomens Effect Rapportage gemeente Waalwijk 2014 Een onderzoek naar de effecten van het armoedebeleid op de inkomenspositie van minimahuishoudens in de

Nadere informatie

Koopkracht bijstandsgerechtigden omhoog

Koopkracht bijstandsgerechtigden omhoog Koopkracht bijstandsgerechtigden omhoog Maar gemeentelijke ondersteuning blijft noodzakelijk Marcel Warnaar, Corinne van Gaalen Van alleen een bijstandsinkomen kun je niet rondkomen. Maar dat is ook niet

Nadere informatie

Koopkrachtberekeningen voor huishoudens met extra zorgkosten naar aanleiding van de Miljoenennota 2012

Koopkrachtberekeningen voor huishoudens met extra zorgkosten naar aanleiding van de Miljoenennota 2012 Koopkrachtberekeningen voor huishoudens met extra zorgkosten naar aanleiding van de Miljoenennota 2012 Nibud, 16 september 2011 Koopkrachtberekeningen voor huishoudens met extra zorgkosten naar aanleiding

Nadere informatie

Bijzondere bijstand en minimaregelingen

Bijzondere bijstand en minimaregelingen Bijzondere bijstand en minimaregelingen De gemeente Duiven kent vier vormen van inkomensondersteuning. In deze folder leest u informatie over. 1. Bijzondere bijstand 2. Minimabeleid 3. Individuele inkomenstoeslag

Nadere informatie

Koopkrachtveranderingen voor mensen met een beperking 2015-2016. Prinsjesdag 2015 Nibud, september 2015

Koopkrachtveranderingen voor mensen met een beperking 2015-2016. Prinsjesdag 2015 Nibud, september 2015 Koopkrachtveranderingen voor mensen met een beperking 2015-2016 Prinsjesdag 2015 Nibud, september 2015 Koopkrachtveranderingen voor mensen met een beperking 2015-2016 Prinsjesdag 2015 Nibud, september

Nadere informatie

Koopkrachtverandering van chronisch zieken en gehandicapten 2014-2015. Prinsjesdag 2014 Nibud, september 2014

Koopkrachtverandering van chronisch zieken en gehandicapten 2014-2015. Prinsjesdag 2014 Nibud, september 2014 Koopkrachtverandering van chronisch zieken en gehandicapten 2014-2015 Prinsjesdag 2014 Nibud, september 2014 Koopkrachtverandering van chronisch zieken en gehandicapten 2014-2015 Prinsjesdag 2014 Nibud,

Nadere informatie

*U * *U *

*U * *U * *U15.17519* *U15.17519* Raadscommissie Samenleving Postbus 1 2650 AA BERKEL EN RODENRIJS Verzenddatum 16 december 2015 Ons kenmerk U15.17519 Uw brief van Afdeling Economische & Maatschappelijke Ontwikkeling

Nadere informatie

Verandering van de koopkracht van chronisch zieken en gehandicapten in 2014. Nibud, september 2013

Verandering van de koopkracht van chronisch zieken en gehandicapten in 2014. Nibud, september 2013 Verandering van de koopkracht van chronisch zieken en gehandicapten in 2014 Nibud, september 2013 Verandering van de koopkracht van chronisch zieken en gehandicapten in 2014 Nibud, september 2013 In opdracht

Nadere informatie

Nibud Minima-effectrapportage Begrotingen 1 / 8

Nibud Minima-effectrapportage Begrotingen 1 / 8 Nibud Minima-effectrapportage Begrotingen 1 / 8 a. Alleenstaande onder de 65 jaar Netto inkomen (incl. kortingen) 926 1019 1112 Categoriale bijstand 0 0 0 Huurtoeslag 185 185 157 Zorgtoeslag 88 88 88 TOTAAL

Nadere informatie

Aanvraagformulier Bijdrageregeling minima en collectieve zorgverzekering 2016

Aanvraagformulier Bijdrageregeling minima en collectieve zorgverzekering 2016 Aanvraagformulier Bijdrageregeling minima en collectieve zorgverzekering 2016 N U N S P E E T ELSPEET HULSHORST VIERHOUTEN 1. PERSOONSGEGEVENS Uzelf Partner Voorletter(s) en achternaam Geboortedatum Burgerservicenummer

Nadere informatie

Waar heeft u recht op?

Waar heeft u recht op? KLIËNTËN RAAD ALMËLO Waar heeft u recht op? Minimawijzer 2015 01-01-2015 Kliënten Raad Almelo Grotestraat Zuid 174 7607 CZ Almelo www. klientenraadalmelo.nl Inhoudsopgave Korte inleiding p.3 Bijzondere

Nadere informatie

INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE WIJK BIJ DUURSTEDE 2015

INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE WIJK BIJ DUURSTEDE 2015 INKOMENS EFFECT RAPPORTAGE GEMEENTE WIJK BIJ DUURSTEDE 2015 Inkomens Effect Rapportage gemeente Wijk bij Duurstede 2015 Een onderzoek naar de effecten van het armoedebeleid op de inkomenspositie van minimahuishoudens

Nadere informatie

Nibud Minima-effectrapportage Begrotingen 1 / 7

Nibud Minima-effectrapportage Begrotingen 1 / 7 Nibud Minima-effectrapportage Begrotingen 1 / 7 a. Alleenstaande onder de 65 jaar Netto inkomen (incl. kortingen) 926 1019 1112 Huurtoeslag 201 201 173 TOTAAL INKOMSTEN 1216 1309 1373 Gas 60 60 60 Elektriciteit

Nadere informatie

Iedereen kan meedoen financieel steuntje in de rug voor inwoners met een minimaal inkomen

Iedereen kan meedoen financieel steuntje in de rug voor inwoners met een minimaal inkomen Iedereen kan meedoen financieel steuntje in de rug voor inwoners met een minimaal inkomen Voor mensen met een laag inkomen en weinig vermogen is het niet altijd gemakkelijk om rond te komen. Een keer een

Nadere informatie

Informatieblad. Ondersteuning bij een laag inkomen

Informatieblad. Ondersteuning bij een laag inkomen Informatieblad Ondersteuning bij een laag inkomen November 2016 Inhoud 1. Heeft u een laag inkomen? 3 2. Bijzondere bijstand 5 3. Bijdrageregeling Sociale Activiteiten 6 4. Collectieve verzekering ziektekosten

Nadere informatie

Nibud Minima-effectrapportage Begrotingen 1 / 10

Nibud Minima-effectrapportage Begrotingen 1 / 10 Nibud Minima-effectrapportage Begrotingen 1 / 10 a. Alleenstaande Netto inkomen (incl. kortingen) 948 1043 1138 Zorgtoeslag 72 72 72 Huurtoeslag 146 146 120 Kinderbijslag 0 0 0 Kindgebonden budget 0 0

Nadere informatie

Interne Memo nr. commissie MO G.E. Oude Kotte Datum: december 2014 Onderwerp: BOT-overleg armoedebeleid 2015 Afschrift aan: vul in

Interne Memo nr. commissie MO G.E. Oude Kotte Datum: december 2014 Onderwerp: BOT-overleg armoedebeleid 2015 Afschrift aan: vul in Interne Memo nr. Aan: commissie MO Van: G.E. Oude Kotte Datum: december 2014 Onderwerp: BOT-overleg armoedebeleid 2015 Afschrift aan: vul in Inleiding Per 1 januari 2015 wijzigen een aantal zaken binnen

Nadere informatie

Toekenningscriteria voor een aanvraag voor deelname aan Stichting De Vakantiebank

Toekenningscriteria voor een aanvraag voor deelname aan Stichting De Vakantiebank Toekenningscriteria voor een aanvraag voor deelname aan Stichting De Vakantiebank 1. Inleiding/Algemeen Kom ik in aanmerking voor een vakantie? Misschien heeft u net als veel andere inwoners van Nederland

Nadere informatie

Verordening bijdrageregeling minima gemeente Nunspeet 2015

Verordening bijdrageregeling minima gemeente Nunspeet 2015 Verordening bijdrageregeling minima gemeente Nunspeet 2015 De raad van de gemeente Nunspeet; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van; gelet op het bepaalde in artikel 147 van de Gemeentewet;

Nadere informatie

Koopkracht van 65-plussers

Koopkracht van 65-plussers Koopkracht van 65-plussers 2008-2010 In opdracht van de ouderenbonden UnieKBO, PCOB en NVOG Nibud, mei 2010 Koopkracht van 65-plussers 2008-2010 In opdracht van de ouderenbonden UnieKBO, PCOB en NVOG Nibud,

Nadere informatie

Aan de leden van de raad, raadscommissies, het college, genodigden en belangstellenden

Aan de leden van de raad, raadscommissies, het college, genodigden en belangstellenden Concept agenda Aan de leden van de raad, raadscommissies, het college, genodigden en belangstellenden Namens het Presidium nodig ik u uit voor de beeldvormende avond die wordt georganiseerd op: 30 september

Nadere informatie

Meedoen in Deurne. Armoedepreventie en minimaregelingen Deurne Datum : 8 maart Versie : versie 2.3

Meedoen in Deurne. Armoedepreventie en minimaregelingen Deurne Datum : 8 maart Versie : versie 2.3 Meedoen in Deurne Armoedepreventie en minimaregelingen Deurne 2017 Datum : 8 maart 2017 Versie : versie 2.3 1 1.1 Inleiding Minimabeleid gericht op armoedepreventie, meedoen in de maatschappij en stimuleren

Nadere informatie

KLIËNTEN RAAD ALMELO 01-07-2014. Kliënten Raad Almelo Grotestraat Zuid 176 7607 CZ Almelo www.klientenraadalmelo.nl

KLIËNTEN RAAD ALMELO 01-07-2014. Kliënten Raad Almelo Grotestraat Zuid 176 7607 CZ Almelo www.klientenraadalmelo.nl KLIËNTEN RAAD ALMELO 01-07-2014 Kliënten Raad Almelo Grotestraat Zuid 176 7607 CZ Almelo www.klientenraadalmelo.nl Inhoudsopgave Korte inleiding p.3 Bijzondere bijstand p.4 Langdurigheidstoeslag p.5 Minimaregeling/Almelo

Nadere informatie

Iedereen kan meedoen. Financieel steuntje in de rug voor inwoners met een minimaal inkomen

Iedereen kan meedoen. Financieel steuntje in de rug voor inwoners met een minimaal inkomen Iedereen kan meedoen Financieel steuntje in de rug voor inwoners met een minimaal inkomen Voor mensen met een laag inkomen en weinig vermogen is het niet altijd gemakkelijk om rond te komen. Een keer een

Nadere informatie

Bijzondere bijstand kunt u aanvragen binnen 12 maanden nadat u deze kosten hebt gemaakt. U moet wel alle rekeningen en nota s bewaren.

Bijzondere bijstand kunt u aanvragen binnen 12 maanden nadat u deze kosten hebt gemaakt. U moet wel alle rekeningen en nota s bewaren. Weet u hoe u een bijdrage kunt krijgen voor de kosten die u maakt? Verschillende vergoedingen van de gemeente zijn mogelijk als de kosten voor u te hoog oplopen. Dat is mooi, maar tegelijkertijd lastig.

Nadere informatie

Koopkrachtverandering van ouderen

Koopkrachtverandering van ouderen Koopkrachtverandering van ouderen 2016-2017 Berekeningen Prinsjesdag 2016 Nibud, september 2016 Koopkrachtverandering van ouderen 2016-2017 Berekeningen Prinsjesdag 2016 Nibud, september 2016 In opdracht

Nadere informatie

Koopkracht van 65-plussers

Koopkracht van 65-plussers Koopkracht van 65-plussers 2010-2011 Berekeningen Prinsjesdag 2010 In opdracht van de ouderenbonden Unie KBO, PCOB en NVOG Nibud, 6 oktober 2010 Koopkracht van 65-plussers 2010-2011 Berekeningen Prinsjesdag

Nadere informatie

De begroting als uitgangspunt

De begroting als uitgangspunt De begroting als uitgangspunt Onder begroting verstaan we zowel de jaarbegroting als de gemiddelde maandbegroting. In de jaarbegroting worden per maand de te verwachten inkomsten en uitgaven genoteerd.

Nadere informatie

Overzicht huidige minimaregelingen

Overzicht huidige minimaregelingen Datum 10 juni 2014 1 (7) Overzicht huidige minimaregelingen Auteur Eveline Bal, Beleidsadviseur Werk & Inkomen Het huidige minimabeleid van de gemeente Nieuwegein kent verschillende instrumenten ter bestrijding

Nadere informatie

Nibud Minima-effectrapportage Begrotingen 1 / 9

Nibud Minima-effectrapportage Begrotingen 1 / 9 Nibud Minima-effectrapportage Begrotingen 1 / 9 a. Alleenstaande Netto inkomen (incl. kortingen) 948 1043 1138 Zorgtoeslag 72 72 72 Huurtoeslag 156 156 130 Kinderbijslag 0 0 0 Kindgebonden budget 0 0 0

Nadere informatie

Datum: 26 oktober 2016 Betreft: Doorrekening standaardkoopkracht voorbeeldhuishoudens (actualisatie 2017)

Datum: 26 oktober 2016 Betreft: Doorrekening standaardkoopkracht voorbeeldhuishoudens (actualisatie 2017) CPB Notitie Aan: Ministerie van Financien Datum: 26 oktober 2016 Betreft: Doorrekening standaardkoopkracht voorbeeldhuishoudens (actualisatie 2017) Centraal Planbureau Van Stolkweg 14 Postbus 80510 2508

Nadere informatie

Financiële regelingen voor minima in Harderwijk

Financiële regelingen voor minima in Harderwijk Financiële regelingen voor minima in Harderwijk Heeft u langere tijd een laag inkomen? Dan komt u zeer waarschijnlijk in aanmerking voor financiële regelingen. Deze regelingen horen bij het minimabeleid

Nadere informatie

Acht financiële regelingen voor minima in Nunspeet

Acht financiële regelingen voor minima in Nunspeet Acht financiële regelingen voor minima in Nunspeet Heeft u langere tijd een laag inkomen? Dan komt u zeer waarschijnlijk in aanmerking voor financiële regelingen. Deze regelingen horen bij het minimabeleid

Nadere informatie

Bijlage 1 Opties voor gemeentelijke ondersteuning van chronisch zieken en gehandicapten en advies voor keuze uit opties

Bijlage 1 Opties voor gemeentelijke ondersteuning van chronisch zieken en gehandicapten en advies voor keuze uit opties Bijlage 1 Opties voor gemeentelijke ondersteuning van chronisch zieken en gehandicapten en advies voor keuze uit opties In deze bijlage behandelen we kort vijf opties die de gemeente kan inzetten bij de

Nadere informatie

Datum: 26 oktober 2016 Betreft: Doorrekening standaardkoopkracht voorbeeldhuishoudens (actualisatie 2017)

Datum: 26 oktober 2016 Betreft: Doorrekening standaardkoopkracht voorbeeldhuishoudens (actualisatie 2017) CPB Notitie Aan: Ministerie van Financien Datum: 26 oktober 2016 Betreft: Doorrekening standaardkoopkracht voorbeeldhuishoudens (actualisatie 2017) Centraal Planbureau Van Stolkweg 14 Postbus 80510 2508

Nadere informatie

Koopkrachtberekeningen Uitgewerkte voorbeelden januari 2017

Koopkrachtberekeningen Uitgewerkte voorbeelden januari 2017 Koopkrachtberekeningen 2016-2017 Uitgewerkte voorbeelden januari 2017 Op Prinsjesdag 2016 heeft het Nibud de koopkrachteffecten voor 100 verschillende huishoudens berekend. In januari 2017 zijn ze opnieuw

Nadere informatie

Informatie over minimaregelingen

Informatie over minimaregelingen Informatie over minimaregelingen 2017 DEZE FOLDER IS VOOR U Heeft u een laag inkomen en weinig vermogen? Dan is de kans groot dat het voor u soms moeilijk is om rond te komen. Een groot deel van het inkomen

Nadere informatie

Toekenningscriteria voor de. aanvraag van een voedselpakket

Toekenningscriteria voor de. aanvraag van een voedselpakket Toekenningscriteria voor de aanvraag van een voedselpakket per 1 juli 2015 Vastgesteld in de Algemene Ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Voedselbanken op 25 april 2015. 1. INLEIDING/ALGEMEEN

Nadere informatie

Informatie Collectieve zorgverzekering 2017

Informatie Collectieve zorgverzekering 2017 Informatie Collectieve zorgverzekering 2017 Een goede zorgverzekering is belangrijk. Voor mensen met een laag inkomen biedt Ferm Werk een collectieve zorgverzekering aan bij VGZ of Zorg en Zekerheid. Beide

Nadere informatie

Tynaarlo Versie 13, februari 2015. Extra financiële ondersteuning nodig? Kijk waarvoor u bij Werkplein Baanzicht terecht kunt. WAAR HEB IK RECHT OP?

Tynaarlo Versie 13, februari 2015. Extra financiële ondersteuning nodig? Kijk waarvoor u bij Werkplein Baanzicht terecht kunt. WAAR HEB IK RECHT OP? Tynaarlo Versie 13, februari 2015 Extra financiële ondersteuning nodig? Kijk waarvoor u bij Werkplein Baanzicht terecht kunt. WAAR HEB IK RECHT OP? AANVRAGEN U kunt onderstaande financiële vergoedingen

Nadere informatie

Toekenningscriteria voor de aanvraag van een voedselpakket

Toekenningscriteria voor de aanvraag van een voedselpakket Toekenningscriteria voor de aanvraag van een voedselpakket per 1 januari 2017 Vastgesteld in de Algemene Ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Voedselbanken op 19 november 2016. 1. INLEIDING

Nadere informatie

Koopkracht van 65-plussers

Koopkracht van 65-plussers Koopkracht van 65-plussers 2009-2010 Berekeningen Prinsjesdag 2009 In opdracht van de ouderenbonden UnieKBO en PCOB Nibud, september 2009 Koopkracht van 65-plussers 2009-2010 Berekeningen Prinsjesdag 2009

Nadere informatie

begrotingsformulier hypotheekadvies

begrotingsformulier hypotheekadvies Begrotingsformulier hypotheekadvies 1. Gegevens huishouden en woning Bestemd voor Naam: Postcode: Adres: Woonplaats: Huishoudsamenstelling Naam leeftijd 1 m / v jaar 2 m / v jaar 3 m / v jaar 4 m / v jaar

Nadere informatie

begrotingsformulier hypotheekadvies

begrotingsformulier hypotheekadvies Begrotingsformulier hypotheekadvies 1. GEGEVENS HUISHOUDEN EN WONING Bestemd voor Naam: Postcode: Adres: Woonplaats: Huishoudsamenstelling Naam leeftijd 1 m / v jaar 2 m / v jaar 3 m / v jaar 4 m / v jaar

Nadere informatie

Nieuwsbrief Minimabeleid 2010 Gemeente Schagen

Nieuwsbrief Minimabeleid 2010 Gemeente Schagen Nieuwsbrief Minimabeleid 2010 Gemeente Schagen JANUARI, 2010 In deze nieuwsbrief wordt u geïnformeerd over de volgende onderwerpen: de individuele bijzondere bijstand; de categoriale bijzondere bijstand;

Nadere informatie

In deze informatiefolder leest u meer over het minimabeleid van de gemeente Brummen.

In deze informatiefolder leest u meer over het minimabeleid van de gemeente Brummen. Informatie Minimabeleid 2013 In deze informatiefolder leest u meer over het minimabeleid van de gemeente Brummen. Alle inwoners van de gemeente Brummen met een laag inkomen kunnen een aanvraag indienen

Nadere informatie