11:53:04 AM

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "http://overheid-op.sdu.nl/cgi-bin/search/session=anonymous@3a1904059707/action=search04-jun-04 11:53:04 AM"

Transcriptie

1 Overheid.nl Zoekresultaten In onderstaand overzicht zijn de Officiële Publicaties 1 t/m 10 van 27 gesorteerd op publicatiedatum weergegeven, die beantwoorden aan uw zoekopdracht. Pagina's volgende 1 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 280d herdruk, Eerste Kamer (14 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Eindverslag 2 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 280d, Eerste Kamer (14 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Eindverslag 3 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 280c, Eerste Kamer (35 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Memorie van antwoord 4 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 280b, Eerste Kamer (32 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Voorlopig verslag 5 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 280a, Eerste Kamer (13 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Nota van verbetering 6 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 16, Tweede Kamer (13 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Amendement om de positie van het vak maatschappijleer vast te leggen 7 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 20, Tweede Kamer (15 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Amendement om de inwerkingtreding van de wet met één jaar uit te stellen 8 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 280, Eerste Kamer (37 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Gewijzigd voorstel van wet 9 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 17, Tweede Kamer (13 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Motie om 'zelfstandig leren werken' als een zelfstandig en ondersteunend specialisme te laten ontwikkelen 10 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 18, Tweede Kamer (13 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Motie met verzoek om de vrijstellingsmogelijkheid van het centraal examen in het Eindexamenbesluit te houden Pagina's volgende Om een publicatie te bekijken is Acrobat Reader nodig. U kunt dit programma hier gratis downloaden. 11:53:04 AM

2 Overheid.nl Zoekresultaten In onderstaand overzicht zijn de Officiële Publicaties 11 t/m 20 van 27 gesorteerd op publicatiedatum weergegeven, die beantwoorden aan uw zoekopdracht. Pagina's vorige volgende 11 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 19, Tweede Kamer (13 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Motie om via beschikking binnen de tabellen 80 uur weg te halen en toe te voegen ten gunste van geschiedenis/ maatschappijleer 12 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 14, Tweede Kamer (15 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Brief staatssecretaris inzake gedifferentieerde invoering van de profielvoorstellen (afwijkingsmogelijkheid van invoeringsdatum 1 augustus 1998) 13 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 15, Tweede Kamer (16 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Derde nota van wijziging inzake gedifferentieerde invoering van de profielvoorstellen (afwijkingsmogelijkheid van invoeringsdatum 1 augustus 1998) 14 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 7, Tweede Kamer (15 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Amendement om de inwerkingtreding met één jaar uit te stellen 15 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 8, Tweede Kamer (15 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Amendement om de invoering van de profielen in de tweede fase van het voortgezet onderwijs met één jaar uit te stellen 16 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 13, Tweede Kamer (18 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Brief staatssecretaris inzake de mogelijkheid om het voorstel van het Procesmanagement Voortgezet Onderwijs uit te voeren 17 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 11, Tweede Kamer (34 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Brief staatssecretaris met voorstel betreffende het vwo-profiel C+M in relatie tot wiskunde 18 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 12, Tweede Kamer (16 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Tweede nota van wijziging 19 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 10, Tweede Kamer (330 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Verslag wetgevingsoverleg over de Wet profielen voortgezet onderwijs 20 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 9, Tweede Kamer (14 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Motie over de mogelijkheid om het voorstel van het PMVO uit te voeren Pagina's vorige volgende Om een publicatie te bekijken is Acrobat Reader nodig. U kunt dit programma hier gratis downloaden. 11:53:10 AM

3 Overheid.nl Zoekresultaten In onderstaand overzicht zijn de Officiële Publicaties 21 t/m 27 van 27 gesorteerd op publicatiedatum weergegeven, die beantwoorden aan uw zoekopdracht. Pagina's vorige Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 5, Tweede Kamer (102 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Nota n.a.v. het verslag 22 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 6, Tweede Kamer (18 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Nota van wijziging 23 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 4, Tweede Kamer (67 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Verslag van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen 24 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 1-2, Tweede Kamer (36 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Voorstel van wet 25 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. 3, Tweede Kamer (75 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Memorie van toelichting 26 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. A, Tweede Kamer (23 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Oorspronkelijke tekst 27 Toegevoegd op , Kamerstuk , 25168, nr. B, Tweede Kamer (23 Kb) Wijziging enige onderwijswetten in verband met profielen voortgezet onderwijs; Advies en nader rapport Pagina's vorige Om een publicatie te bekijken is Acrobat Reader nodig. U kunt dit programma hier gratis downloaden. 11:53:16 AM

4 Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar Nr. 280d HERDRUK* Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met verbetering van de aansluiting van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en het hoger algemeen voortgezet onderwijs op het hoger onderwijs (profielen voortgezet onderwijs) EINDVERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ONDERWIJS 1 Vastgesteld 24 juni 1997 Na kennisneming van de memorie van antwoord acht de Commissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel voldoende voorbereid. De voorzitter van de commissie, Jaarsma De griffier van de commissie, Hordijk 1 Samenstelling Grol-Overling (CDA), Jaarsma (PvdA) (voorzitter), Holdijk (SGP), Tuinstra (D66), Veling (GPV), Werner (CDA), Roscam Abbing-Bos (VVD), Schoondergang-Horikx (GL), Hofstede (CDA), De Jager (VVD), Dees (VVD) en Linthorst (PvdA). * Herdruk i.v.m. vermelding niet juiste commissie. 7K2259 ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 1997 Eerste Kamer, vergaderjaar , , nr. 280d

5 Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar Nr. 280d Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met verbetering van de aansluiting van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en het hoger algemeen voortgezet onderwijs op het hoger onderwijs (profielen voortgezet onderwijs) EINDVERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR WETEN- SCHAPSBELEID EN HOGER ONDERWIJS 1 Vastgesteld 24 juni 1997 Na kennisneming van de memorie van antwoord acht de Commissie de openbare behandeling van dit wetsvoorstel voldoende voorbereid. De voorzitter van de commissie, Ginjaar De griffier van de commissie, Hordijk 1 Samenstelling Glastra van Loon (D66), Ginjaar (VVD) (voorzitter), Grol-Overling (CDA), Schuurman (RPF), Postma (CDA), Boorsma (CDA), Roscam Abbing-Bos (VVD), Schoondergang-Horikx (GroenLinks), Jurgens (PvdA), Lycklama à Nijeholt (PvdA) en De Jager (VVD). 7K2144 ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 1997 Eerste Kamer, vergaderjaar , , nr. 280d

6 Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar Nr. 280c Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met verbetering van de aansluiting van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en het hoger algemeen voortgezet onderwijs op het hoger onderwijs (profielen voortgezet onderwijs) Nr. 280c MEMORIE VAN ANTWOORD Ontvangen 20 juni 1997 Ondergetekende zegt de vaste commissie voor Onderwijs, mede namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, dank voor de vragen en opmerkingen in het voorlopig verslag met betrekking tot het wetsvoorstel. De vragen en opmerkingen vanuit de vaste commissie zijn in het voorlopig verslag gerangschikt per fractie. Omdat diverse vragen en opmerkingen door meer dan één fractie zijn gesteld respectievelijk gemaakt, zijn de reacties daarop in deze memorie van antwoord samengenomen. 1. Uitgangspunten van het wetsvoorstel Met genoegen stelt ondergetekende vast dat de leden van alle fracties instemmen met de noodzaak om te komen tot vernieuwing van de bovenbouw van havo/vwo overeenkomstig de lijnen die in het wetsvoorstel zijn neergelegd. Daarbij gaat het om de twee aspecten: de profielen (de samenhangende vakkenpakketten) en het studiehuis. De leden van de fractie van de VVD merken op dat het onderwijsveld hard toe is aan de invoering van de voorgestelde profielen. Ook de leden van de fractie van het CDA zijn het eens met de noodzaak tot vernieuwing van het voortgezet onderwijs. Zij vragen zich echter af, gegeven het feit dat het wetsvoorstel onder andere tot doel heeft scholen meer ruimte te geven in de keuze van de werkvormen, of de scholen in het bestaande systeem deze ruimte dan niet hadden. De scholen hadden deze ruimte slechts in beperkte mate. De bestaande wetgeving kent immers strikt genomen maar één didactische werkvorm: de klassikale les met een duur van 50 minuten. Weliswaar zijn afwijkingen daarvan mogelijk, maar de wetgeving (ook de uitwerking in regels met betrekking tot bekostiging, personeel enz.) stimuleert deze niet en werkt in een aantal opzichten beperkend. Het studiehuis biedt meer mogelijkheden voor didactische werkvormen. In die zin is er niet langer sprake van het 7K2085 ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 1997 Eerste Kamer, vergaderjaar , , nr. 280c 1

7 voorschrijven van één werkvorm, maar van het stimuleren van het gebruik maken van meer werkvormen. Tevens vragen de leden van de fractie van het CDA zich af, of minder gediplomeerden dan voorheen het havo/vwo zullen verlaten, omdat nu eenmaal niet alle docenten/leerlingen even vaardig zijn in het zelfstandig (leren) studeren. De docenten zullen hierin moeten worden begeleid (zie onderdeel 2 van deze memorie van antwoord). Als dat goed gebeurt, zullen in het studiehuis leerlingen kunnen léren om zelfstandig te studeren: dat is de inzet. Vaardiger leerlingen geven minder uitval in het vervolgonderwijs. De leden van de fractie van de PvdA stellen vast dat er een breed draagvlak voor de voorstellen is. Ze verwijzen naar de doelstelling van een betere voorbereiding op het hoger onderwijs en stellen dan de vraag, op grond van welke gegevens (waaronder onderzoek) de profielstructuur en -invulling zijn vastgesteld. Deze leden brengen dit ook in verband met de wijzigingen die in de profielen zijn aangebracht naar aanleiding van het overleg met de Tweede Kamer. Het is goed om vast te stellen dat de keuze van de profielen, zoals die destijds is vastgesteld in de eerste profielnota, was gebaseerd op uitvoerig empirisch onderzoek. Het was met name het onderzoeksrapport van het LICOR (van Dyck, M., H. C. Schneider en R. A. J. Baks, Vakkenpakketten en de kwalificatie voor hbo en wo, De Lier, 1989) waaruit op grond van de uitvoerige inventarisatie van ervaringen en wensen in het hoger onderwijs die daarin is aangegeven in de eerste profielnota de conclusie werd getrokken dat een clustering van vakken en vakonderdelen tot vier profielen zou leiden tot de meest doelmatige voorbereiding op brede sectoren in het hoger onderwijs. Deze hoofdindeling staat in de voorstellen nog steeds overeind. Er is echter een nadere invulling aan gegeven vooral op grond van de uitvoerige discussies die de Stuurgroep Profiel onder leiding van mevr. drs. N. J. Ginjaar-Maas met (onder andere) het hoger onderwijs heeft gevoerd. Vervolgens heeft in verschillende stadia overleg plaatsgevonden met de Tweede Kamer. Dat overleg heeft geleid tot een aantal aanpassingen, met name in het profiel cultuur en maatschappij. De plaats die nu in dat profiel (vwo) is gegeven aan filosofie en wiskunde is een versterking, bezien vanuit de functie van dat profiel in de voorbereiding op «gamma» (= sociale en gedragswetenschappelijke) studierichtingen. Een en ander is dus in overeenstemming met de oorspronkelijke (empirisch vastgestelde) uitgangspunten. De leden van de fractie van de PvdA brengen dit alles terecht in verband met de keuze van een bepaalde richting in het hoger onderwijs. In reactie op de desbetreffende vraag van deze leden moet echter toch worden opgemerkt dat de keuze van een bepaald profiel niet mag worden opgevat als de keuze voor een bepaalde beroepsrichting. Er is sprake van een zekere selectie, maar bij de keuze van elk profiel gaat het nog steeds om een brede doorstroommogelijkheid: daarmee wordt de fuikwerking voorkomen die de leden van de fractie van de PvdA terecht willen weren. De profieldiploma s zijn dus polyvalent. De keuze van het profiel natuur en gezondheid zal bijvoorbeeld kunnen worden gemaakt door een leerling die van plan is een (para)medische vervolgstudie te kiezen. Maar het profiel bereidt ook voor op agrarische opleidingen, en, met enige aanvulling in het vrije deel, eveneens op een aantal natuurwetenschappelijke en technische studierichtingen. Het profiel geeft tevens toelating tot bijna alle culturele en sociale studierichtingen. De relatie met een bepaald beroepenveld is minder direct. De directe relatie van havo/vwo is die met de (beroeps)opleidingen in het hbo en wo. Als gevolg daarvan zullen de toelatingsvoorwaarden voor het hoger onderwijs in principe worden geformuleerd in termen van een relatie profiel/studierichting hoger onderwijs. Deze toelatingsvoorwaarden zullen bij ministeriële regeling worden vastgesteld, op grond van de voorstellen die hiervoor door VSNU Eerste Kamer, vergaderjaar , , nr. 280c 2

8 en HBO-Raad zijn gedaan. Het bovenstaande relativeert dus het belang van de directie relatie met een beroepenveld: de relatie is die met de opleiding in het hoger onderwijs. De leden van de fractie van de PvdA vragen of gegevens bekend zijn over de mate waarin afgestudeerden in het hoger onderwijs daadwerkelijk terechtkomen in het beroepenveld waarvoor zij zijn opgeleid. Naar aanleiding daarvan wordt opgemerkt dat exacte gegevens hierover moeilijk zijn te geven. Bij sommige studierichtingen is de relatie met een beroepenveld zeer sterk (bijvoorbeeld de medische opleiding in het wetenschappelijk onderwijs) en vinden verreweg de meeste afgestudeerden werk in de desbetreffende sector. Andere studierichtingen (bijvoorbeeld sociologie in het wetenschappelijk onderwijs) zijn bewust veel breder. Het is ook moeilijk om exacte indicatoren vast te stellen voor een meetbare rendementsverhoging als gevolg van de profielvoorstellen als zodanig. Verbetering van het rendement is een doelstelling en het bereiken daarvan zal door monitoring (onder andere via de inspectie) worden nagegaan. Indicatoren daarbij zijn vooral de uitval, de slaagpercentages, de duur van de opleiding en de mate van (succesvolle) doorstroming naar het hoger onderwijs. Ondergetekende kan echter instemmen met de opmerking van de leden van de fractie van de PvdA dat rendementsdoelstellingen in termen van slaagpercentages niet het enige richtsnoer moeten zijn. Een goede begeleiding van leerlingen is in elk geval nodig. Daartoe behoren de leraren goed te zijn voorbereid op het werken in het studiehuis. In onderdeel 2 van deze memorie van antwoord wordt daarop ingegaan. Ook de leden van de fractie van D66 staan positief tegenover de vernieuwingen. Ondergetekende neemt met genoegen kennis van de waardering die deze fractie heeft uitgesproken voor de plaats die het vak filosofie nu inneemt in de voorstellen. De leden van deze fractie benadrukken het belang van het studiehuis en stellen vast dat leraren gefaciliteerd moeten worden om hieraan vorm te geven. In onderdeel 2 van deze memorie van antwoord wordt daarop ingegaan. De leden van de fractie van GroenLinks beoordelen de voorstellen positief. Het is goed dat deze leden nog eens benadrukken dat het een vernieuwing betreft die in meer dan één opzicht gunstig is: niet alleen voor de leerling, maar ook voor de leraar. Ook de leden van de fracties van GPV, SGP en RPF menen dat de profielen kunnen bijdragen tot het verbeteren van de aansluiting op het hoger onderwijs. De leden van die fracties leggen er wel de nadruk op dat het vergroten van de zelfstandigheid een doel is om na te streven, maar dat er dan ook sprake moet zijn van een goede begeleiding. Met die opvatting wordt nadrukkelijk ingestemd. De garantie die daarvoor in het wetsvoorstel is opgenomen, wordt gevormd door het «in schooltijd verzorgd onderwijsprogramma». Deze leden vragen daarop een toelichting. Dat in schooltijd verzorgde onderwijsprogramma is het geheel van de «contacttijd». Het omvat tenminste 1000 per jaar: méér dan de helft dus van de totale studielast van 1600 uur. Daardoor is er sprake van een goed evenwicht tussen begeleiding en zelfstandig werk in de wet zelf. De omschrijving «in schooltijd verzorgd onderwijsprogramma» brengt bovendien tot uitdrukking dat de begeleiding uit meer bestaat dan (passief) «contact». Een verscheidenheid van vormen van begeleiding is mogelijk: in grotere en kleinere groepen. De flexibilisering die het studiehuis/de studielastbenadering met zich meebrengt, maakt dit ook daadwerkelijk mogelijk. Met de opmerking van de leden van de genoemde fracties dat daarvoor óók een cultuurverandering nodig is, wordt van Eerste Kamer, vergaderjaar , , nr. 280c 3

9 harte ingestemd. Het zijn de professionals in de school die deze verandering moeten realiseren. Op de mogelijkheden daarvoor gaat ondergetekende hierna in. 2. De leraren en de middelen Alle fracties stellen, impliciet of expliciet, dat de voorgestelde veranderingen een grote omslag betekenen voor de leraren. Zij zijn het die het studiehuis moeten vormgeven. Daarvoor is een aantal zaken nodig: de bereidheid bij de leraren, een aanbod van begeleiding/(na)scholing en de mogelijkheid (tijd) voor de leraren om daarvan gebruik te maken. Wat de bereidheid bij de leraren betreft, is het goed dat de fracties nog eens hebben vastgesteld dat het maatschappelijke en politieke draagvlak voor de voorgestelde vernieuwingen groot is. Uit de enquête van Het Onderwijsblad waarop de leden van de fractie van de PvdA wijzen, blijkt dat de meeste leraren de aanpak in het studiehuis zien als een verbetering en zich dus daarvoor willen inzetten. Bovendien zullen nieuwe didactische werkvormen het lesgeven aantrekkelijker maken. Ondergetekende beseft heel goed dat nieuwe programma s veel van de mensen in de school vragen. In verschillende bewoordingen hebben verschillende fracties gevraagd naar het aanbod van begeleiding/(na)scholing. Dat dit aanbod soms nog onvoldoende wordt geacht, zoals de leden van de fractie van de PvdA vermelden, is juist. Maar hier geldt dat de duidelijkheid die nu geschapen is een stimulans zal zijn voor de begeleidings- en nascholingsinstellingen. Voor een deel moet het aanbod nog op gang komen. Schoolleiders als organisatoren van het geheel hebben zich als eersten moeten oriënteren op het studiehuis en wat daarvoor nodig is. De cursus «Schetsen van het studiehuis» is afgesloten, werd door een groot aantal schoolleiders gevolgd, en ontving in het algemeen een positieve waardering. De omscholing voor het vak algemene natuurwetenschappen komt op gang: de belangstelling daarvoor is boven verwachting. De aanpak van de cursus maakt dat deze ook bijdraagt tot het aanleren van de vaardigheden die nodig zijn voor het studiehuis. Bijna alle scholen voor havo/vwo hebben inmiddels deelgenomen aan een netwerk van scholen waarin, onder regie van een begeleidings- of scholingsinstelling, wordt gewerkt aan aspecten van de introductie van het studiehuis, inclusief de begeleidingsvaardigheden. Maar ook het PMVO heeft, mede op grond van de discussie in de Tweede Kamer, geconcludeerd dat een aanvullende, gerichte inspanning nu nodig is. Het PMVO heeft inmiddels met de LPC overeenstemming bereikt over een project om de begeleiding van het zelfstandig werken in het studiehuis te versterken. Op deze wijze zullen de leraren de komende tijd de vaardigheden kunnen opdoen die nodig zijn voor de begeleiding van leerlingen in het studiehuis, waarnaar de fracties van PvdA, D66, GroenLinks en GPV/SGP/RPF vragen. Dit is een goede grondslag voor het formuleren van het beleid voor nascholing/ begeleiding in het algehele schoolbeleid. De leden van de fractie van de PvdA informeren naar de mate waarin in het voortgezet onderwijs het nascholingsbeleid is ingekaderd in dat algehele schoolbeleid. Een concreet antwoord daarop, toegespitst op de profielvoorstellen, is op dit moment niet goed te geven: scholen bereiden juist nu hun plannen voor, dan wel passen ze aan, op grond van de meest recente ontwikkelingen (beschikbaarheid f 50 mln., keuzemogelijkheid wat de datum van invoering betreft). De leden van de fractie van GroenLinks vragen terecht aandacht voor de opleiding van leraren filosofie. Daarover is overleg gaande met de vereniging van leraren filosofie, en via deze met de faculteiten filosofie. Eerste Kamer, vergaderjaar , , nr. 280c 4

10 Voor een goede voorbereiding is het tenslotte noodzakelijk dat leraren hiervoor ook faciliteiten ter beschikking staan in de vorm van tijd. Daarvoor zijn middelen nodig. De leden van de fracties van VVD, CDA, PvdA, D66, GroenLinks en GPV/SGP/RPF hebben hierover vragen gesteld. Ondergetekende heeft begrip voor de kanttekeningen die door alle fracties hierbij zijn geplaatst. In de loop van de recente discussie zijn immers steeds meer, steeds wisselende, maar globaal gesproken ook steeds hogere en meer «absolute» claims voorgelegd. In hoeverre zijn die gerechtvaardigd? Allereerst merkt ondergetekende op dat zij er op zichzelf wel begrip voor heeft dat organisaties aanvullende middelen vragen bij de invoering van een dergelijke vernieuwing. Maar er kan daardoor een beeld ontstaan («er is veel te weinig, invoering is daardoor niet mogelijk») dat niet stimulerend is voor al die leraren het zijn er veel, zie de door de leden van de fractie van de PvdA genoemde enquête die in principe bereid zijn zich in te zetten. Daarmee wordt het proces van cultuurverandering waaraan schoolleiders leiding moeten geven, niet geholpen. En dat is te betreuren omdat het beeld dat is geschetst in de loop van de argumentatie, onvermijdelijk vertekend is. In de eerste plaats gaat dit beeld eraan voorbij dat bij de invoering van het studiehuis sprake is van een geleidelijk proces. Niet alles kan tegelijk, elke school zal de invoering voor zichzelf moeten «plannen». Het beeld is ook vertekend omdat het voorbij gaat aan de middelen (ook in de vorm van tijd) waarover scholen voor de vernieuwing al beschikken. Ondergetekende wil graag verwijzen naar het financiële schema dat is gevoegd bij de brief van 20 mei 1997 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer (kamerstukken II 1996/97, , nr. 13). Daaruit blijkt bijvoorbeeld (dit als antwoord op de desbetreffende vraag van de leden van de fractie van de PvdA) dat de scholen elk jaar over ruim f 45 mln. beschikken als regulier nascholingsgeld. Dit is weliswaar voor eerste en tweede fase samen, maar nu de basisvorming is ingevoerd, moet de prioriteit verschuiven naar de tweede fase. Over de gehele periode 1995 tot en met 2001 gaat het om f 300 mln. Deze gelden kunnen ook (ten dele) worden omgezet in tijd. Verder is er het zogenaamde schoolprofielbudget: ook dat is mede bedoeld voor de vernieuwingen, en het is in de periode 1995 tot en met 1999 verhoogd. Uit het schema blijkt bovendien dat in de jaren 1995 tot en met 2001 aan aanvullende middelen specifiek voor de nieuwe tweede fase f 147 mln. beschikbaar is. Daartoe behoren ook middelen voor aanpassingen van de gebouwen. Wat uit het schema tenslotte niet blijkt is dat 10% van de taakomvang van docenten bedoeld is voor deskundigheidsbevordering. In geld uitgedrukt gaat het hierbij voor de tweede fase alleen om circa f 100 mln. per jaar: 10% van de personele bekostiging die is toe te rekenen aan de bovenbouw havo/vwo (circa f 1 mld. per jaar). Over de genoemde periode komt dit op f 700 mln. in totaal. In het niet-personele (materiële) vlak komen daar de voorziene ICT-middelen bij. Bij al deze middelen is nu een bedrag gevoegd van f 50 mln. Het is voldoende om in een jaar leraren in de bovenbouw voor 2 klokuren vrij te roosteren. Een dergelijke investering van f 50 mln. aanvullend, acht ondergetekende in de huidige financiële situatie substantieel. Het gaat om f 260 per leerling in de bovenbouw van havo/vwo. Hoe verhouden zich deze bedragen nu tot de door de VVO en het PMVO genoemde bedragen, zo werd gevraagd. In de VVO-berekeningen wordt naar de mening van ondergetekende te weinig rekening gehouden met de middelen die scholen regulier voor vernieuwing ter beschikking staan. Van scholen mag worden verwacht dat zij in de besteding daarvan prioriteiten stellen, en dat een prioriteit zou moeten liggen bij de profielvoorstellen/het studiehuis. Een soortgelijke opmerking kan worden gemaakt bij de berekening door het PMVO. Die berekening gaat overigens uit van het verouderde systeem van (twee) taakuren, en is bovendien bedoeld als zeer globaal: het bedrag van f 50 mln. dat ter beschikking is gesteld, is daarentegen exact voldoende voor Eerste Kamer, vergaderjaar , , nr. 280c 5

11 het «vrijroosteren» gedurende twee klokuren. Als overigens ook rekening wordt gehouden met de ICT-middelen, dan zijn de in totaal beschikbaar gestelde middelen globaal goed te vergelijken met de destijds door de Stuurgroep Profiel onder leiding van mevr. drs. N. J. Ginjaar-Maas voorgestelde middelen (advies «De Tweede Fase vernieuwt», oktober 1994). 3. Diversen De fracties van CDA, D66 en GPV/SGP/RPF maken opmerkingen over de datum van invoering. De leden van de CDA-fractie vrezen onduidelijkheid nu een keuzemogelijkheid is geboden voor het tijdstip van invoering. De leden van de fractie van D66 achten het beter wanneer de invoering zou zijn bepaald op één moment, en wel 1 augustus Deze leden wijzen daarbij op een verdeeldheid binnen het over de vernieuwing zelf juist zo eensgezind positieve veld. De leden van de fracties van GPV/SGP/RPF vragen of de regering niet de verantwoordelijkheid zou moeten nemen voor de invoering op één bepaald tijdstip, bijvoorbeeld om samenwerking tussen scholen en de mogelijkheid van overstap van leerlingen niet onnodig te frustreren. Met begrip voor de argumentatie van de leden van de genoemde fracties moet ondergetekende toch vaststellen dat de uiteindelijk in het wetsvoorstel opgenomen mogelijkheid van keuze van de datum van invoering het duidelijke voordeel heeft dat die mogelijkheid aansluit bij de feitelijke verdeling van voorkeuren in het onderwijsveld. En het nu bieden van een keuzemogelijkheid doet niet af aan het meest wezenlijke: dat de vernieuwingen zelf worden gedragen door het veld. De vrees van onduidelijkheid die de leden van de CDA-fractie uiten, deelt ondergetekende niet. De scholen worden immers goed geïnformeerd over de keuzemogelijkheid. Zij kunnen zelf een afweging maken en vervolgens kiezen voor de ene of voor de andere datum. De nadelen van een invoering in twee «tranches» zijn voorts zeker overkomelijk. De leden van de fractie van de PvdA gingen in op de relatie tussen het «jeugdonderwijs» en het vavo. Zij vroegen of leerlingen die uitvallen dan wel in een later stadium op hun keuze terugkomen, geen beroep meer kunnen doen op de vangnet-functie, vavo als tweede kans, maar genoodzaakt zijn af te stromen naar het mavo (of de school ongediplomeerd verlaten). In antwoord hierop merkt ondergetekende op dat het vavo ook na invoering van de profielen in het voortgezet onderwijs een functie kan blijven houden voor schoolverlaters van 18 jaar en ouder, zij het dat het beleid er in algemene zin op is gericht dat potentiële schoolverlaters zoveel mogelijk binnen het reguliere jeugdonderwijs naar een diploma worden geleid. Om die reden behoort voor deze leerlingen in eerste instantie de mogelijkheid te worden onderzocht, door te stromen naar een andere school voor voortgezet onderwijs of naar het secundair beroepsonderwijs. Het behalen van een startkwalificatie staat hierbij voorop. Pas wanneer deze «onderwijsroute» niet in het belang zou zijn van de leerling, is een doorverwijzing naar het vavo aan de orde. Hierbij is een belangrijk aandachtspunt dat een te gemakkelijke overstap een verdringing van gemeentelijke achterstandsgroepen tot gevolg kan hebben, terwijl die laatste groepen juist prioriteit verdienen in het lokale onderwijsbeleid. Binnenkort zal de Tweede Kamer een brief ontvangen waarin het standpunt zal worden uiteengezet over de vorm en de aard van de voorwaarden die zullen worden gesteld aan de overstap van het reguliere dagonderwijs naar het vavo. De leden van de fractie van het CDA stellen een vraag naar de positie van de bovenbouw van het mavo na de basisvorming. De toekomstige regeling hiervan is neergelegd in het afzonderlijke wetsvoorstel met betrekking tot de herstructurering van het mavo/vbo Eerste Kamer, vergaderjaar , , nr. 280c 6

12 (regeling leerwegen mavo en vbo; invoering leerwegondersteunend en praktijkonderwijs), dat op 19 juni 1997 is ingediend bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal (kamerstukken II 1996/97, ). Naar aanleiding van de opmerking van de leden van de fracties van VVD en CDA over de kwaliteit en de kwaliteitsbewaking van de examens wordt geantwoord dat de centrale examens blijven bestaan, inclusief de zogenaamde tweede correctie. Daarnaast zal in verband met de inhoudelijke kwaliteitsbewaking ook het schoolexamen aan stringentere normen worden gebonden. Voor de leerlingen leidt dit tot een grotere rechtsgelijkheid. Ondergetekende stelt vast dat de leden van de Eerste Kamer een aantal principiële aspecten van het wetsvoorstel aan de orde hebben gesteld. Zij vertrouwt erop met het vorenstaande voldoende te zijn ingegaan op de gestelde vragen en de gemaakte opmerkingen. Dat nog voor het einde van het nu aflopende schooljaar aan het onderwijsveld duidelijkheid kan worden gegeven, vindt zij een belangrijk signaal. De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, T. Netelenbos Eerste Kamer, vergaderjaar , , nr. 280c 7

13 Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar Nr. 280b Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met verbetering van de aansluiting van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en het hoger algemeen voortgezet onderwijs op het hoger onderwijs (profielen voortgezet onderwijs) VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ONDERWIJS 1 Vastgesteld 19 juni 1997 Het voorbereidend onderzoek gaf de commissie aanleiding tot het formuleren van de volgende opmerkingen en vragen. De leden van de VVD-fractie hadden met belangstelling kennis genomen van dit wetsvoorstel. Het onderwijsveld is hard toe aan de invoering van de voorgestelde profielen. Er zijn ook weinig tegenstanders van invoering van dit wetsvoorstel. Terecht maken de schoolleiders de opmerking dat invoering van deze wet structurele maatregelen vraagt ter uitvoering hiervan. De leden hier aan het woord toonden zich uitermate bezorgd over de uitvoering van deze wet vanwege het ontbreken van voldoende financiële middelen. Kan de staatssecretaris nog eens duidelijk maken hoeveel geld er nodig is voor uitvoering van deze wet? Kan de staatssecretaris dit nog eens afzetten tegen de bedragen die genoemd zijn in de brief 2 van de VVO (de vereniging voor management in het voortgezet onderwijs)? Ook het door de minister ingestelde Procesmanagement voortgezet onderwijs (PMVO) heeft aangegeven dat er extra middelen noodzakelijk zijn. Zij hebben het over vier keer 90 miljoen. Wat is de mening daarover van de staatssecretaris? Kan de staatssecretaris nog eens duidelijk maken hoe de mediatheek, aanschaf computers, afschrijving computers, nascholing docenten, aanstellen systeembeheerder e.d. betaald moet worden door de scholen? Hoe is de kwaliteit van de examens te garanderen na invoering van deze wet? 1 Samenstelling: Grol-Overling (CDA), Jaarsma (PvdA) (voorzitter), Holdijk (SGP), Tuinstra (D66), Veling (GPV), Werner (CDA), Roscam Abbing-Bos (VVD), Schoondergang-Horikx (GL), Hofstede (CDA), De Jager (VVD), Dees (VVD), Linthorst (PvdA). 2 Deze brief is ter kennis gebracht van de regering en ter inzage gelegd op het Centraal Informatiepunt onder griffienr De leden van de CDA-fractie zeiden het eens te zijn met de noodzaak tot vernieuwing van het voortgezet onderwijs en een betere voorbereiding op verdere opleidingen in HBO en Wetenschappelijk Onderwijs (WO). Deze leden toonden zich minder gelukkig met de beoogde facultatieve invoering òf in 1998 òf in Zij waren bevreesd voor onduidelijkheid. Deze leden hadden een principiële vraag t.a.v. de opmerking in de considerans met betrekking tot de tweede doelstelling van de wet: «scholen meer ruimte te geven in de keuze van de werkvormen». Hadden 7K2060 ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 1997 Eerste Kamer, vergaderjaar , , nr. 280b 1

14 scholen die ruimte dan niet? Heeft de regering het recht om de werkvorm «studiehuis» voor te schrijven aan alle scholen? Zullen door deze werkwijze niet minder gediplomeerden dan voorheen het vwo/havo verlaten omdat nu eenmaal niet alle docenten en niet alle leerlingen even vaardig zijn in het zelfstandig (leren) studeren? Mag met de geplande hoeveelheid extra geld, 50 miljoen éénmalig, verwacht worden dat de plannen gerealiseerd kunnen worden, mede gezien de becijfering van de benodigde gelden door het Procesmanagement voortgezet onderwijs dat voor 4 jaar 90 miljoen per jaar nodig acht? Welke plaats zullen de centrale examens innemen in het nieuwe bestel? Zal de inhoudelijke kwaliteitsbewaking beter geregeld zijn dan nu? Is voorzien in een kwalitatief goede opzet van een systeem van eerste en tweede correctie bij de eindexamens? Wat is de positie van de bovenbouw van de mavo na de basisvorming? De leden van de fractie van de PvdA hadden met belangstelling kennisgenomen van het wetsvoorstel dat een majeure verandering van de tweede fase van het voortgezet onderwijs beoogt in te voeren. Zij hadden geconstateerd dat er in zowel de Tweede Kamer als in het onderwijsveld een breed draagvlak voor aanwezig is. Zij wilden hun inbreng beperken tot enkele principiële punten. Het wetsvoorstel beoogt door de invoering van de profielen het rendement van de opleidingen in het hoger beroepsonderwijs en het wetenschappelijk onderwijs te vergroten. De profielprogramma s moeten, beter dan voorheen, een goede voorbereiding geven op het hoger onderwijs en de afronding moet mede dienst doen als selectiemiddel voor de toelating tot het hoger onderwijs. In dit verband vroegen zij naar de correlatie tussen de inhoud van de profielen en de voorspelbaarheid van succes in het HBO en WO. Is er in het verleden onderzoek gedaan naar de mate waarin vakken(pakketten) samenhangen met succes in het hoger en wetenschappelijk onderwijs? Welke empirisch gefundeerde overwegingen hebben ten grondslag gelegen aan de inhoud van de oorspronkelijk in het wetsvoorstel voorgestelde profielen? Gelden deze overwegingen nog onverkort nu de inhoud van de profielen tijdens de behandeling in de Tweede Kamer is gewijzigd? De profielen beogen ook te preluderen op een te kiezen richting in het vervolgonderwijs en pretenderen derhalve ook op de keuze van een bepaalde beroepsrichting vooruit te lopen. Zijn er gegevens bekend over de mate waarin afgestudeerden in het hoger onderwijs daadwerkelijk terechtkomen in het beroepenveld waarvoor zij zijn opgeleid? De aan het woord zijnde leden stelden deze vragen omdat de beperking van de keuzemogelijkheden in de tweede fase van het voortgezet onderwijs (die overigens hun instemming heeft) niet tot fuikwerking mag leiden zonder dat er enig zicht bestaat op de realiteitswaarde van de aangeboden profielen. Hun vragen werden mede ingegeven door het Onderwijsverslag over 1996, waaruit blijkt dat de inspectie bij een onderzoek bij zes instellingen voor hoger beroepsonderwijs heeft moeten constateren dat geen van deze instellingen beschikt over een opleidingsprofiel dat is gebaseerd op een beroepsprofiel met kwalificatie-eisen die afkomstig zijn uit de beroepenvelden. Dit gegeven leek de leden van de fractie van de PvdA aanleiding tot enige nuancering van de nadruk die in de memorie van toelichting wordt gelegd op de selecterende functie van de tweede fase van het voortgezet onderwijs. Zij vroegen of het HBO en WO is toegestaan consequenties te trekken uit de profielen van aankomende studenten voor hun feitelijke toelaatbaarheid tot bepaalde studierichtingen. Zij vroegen voorts of het Eerste Kamer, vergaderjaar , , nr. 280b 2

15 kabinet zichzelf output-doelstellingen heeft gesteld naar aanleiding van de herstructurering van de tweede fase voortgezet onderwijs in termen van meetbare rendementsverhoging in het vervolgonderwijs. Zo ja, welke indicatoren worden hierbij gehanteerd? De flexibilisering van de tweede fase van het voortgezet onderwijs in de vorm van uiteindelijk het studiehuis laat de scholen grote vrijheid in de vormgeving daarvan. Dit is, zo erkenden de leden van de PvdA-fractie, een logisch gevolg van het eerder ingezette traject naar autonome scholen. Tegelijkertijd wordt meer selectiviteit binnen het voortgezet onderwijs na de basisvorming geïntroduceerd. Het studiehuis doet een groot beroep op de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van leerlingen en op de professionaliteit van de begeleidende leraren. De aan het woord zijnde leden hadden al bij eerdere gelegenheden naar voren gebracht beducht te zijn voor teveel nadruk op rendementsdoelstellingen van het onderwijs in termen van slaagpercentages alleen. Niet alleen in cognitief opzicht zwakkere leerlingen, maar ook leerlingen met psycho-sociale en/of gedragsproblemen kunnen hierdoor in de knel komen. Zij hadden dan ook met enige zorg kennisgenomen van de beschrijving in het Onderwijsverslag over 1996 van de studiehuismodellen-in-uitvoering waarin gewag wordt gemaakt van het feit dat een adequate leerlingbegeleiding die rekening houdt met verschillen in leerstijlen, in veel projecten ontbreekt, evenals een passende voorbereiding op het studiehuis in de leerjaren 1 3. Zij zouden een beschouwing terzake van de zijde van het kabinet op prijs stellen en vroegen daarbij tevens om een reactie op de uitkomsten van een door Het Schoolblad gehouden enquête waaruit blijkt dat 37% van de leraren denkt dat ze wel zijn toegerust om in de tweede fase les te geven en dat ruim 40% weinig of geen vertrouwen heeft in de kwaliteit van de nascholing op dit gebied. Zij vroegen ook of de bewindslieden van OC&W volharden in hun mening dat leerlingen die uitvallen dan wel in een later stadium op hun keuze terugkomen, geen beroep meer kunnen doen op de vangnetfunctie, VAVO als tweede kans, maar genoodzaakt zijn af te stromen naar het mavo (of de school ongediplomeerd verlaten). Kan, zo vroegen zij tenslotte, een inzicht worden gegeven in de mate waarin in het voortgezet onderwijs het nascholingsbeleid is ingekaderd in het algehele schoolbeleid? Wat is de omvang van het nascholingsbudget binnen de lumpsum-bekostiging (zo mogelijk gespecificeerd naar basisvorming en tweede fase) in het voortgezet onderwijs en welk deel daarvan wordt daadwerkelijk aan dit doel besteed? De aan het woord zijnde leden stelden deze vraag gezien het belang van de professionalisering van leraren voor het succes van deze herstructurering en het feit dat hen berichten bereikten over onvoldoende financiële middelen. De leden van de fractie van D66 stonden positief ten aanzien van de vernieuwingen die in het onderhavige wetsvoorstel besloten liggen. Zij waren er ook over verheugd dat het onderwijsveld eveneens voorstander is van deze voorstellen. Des te meer betreurden deze leden het dat deze vernieuwingen zo weinig tijd krijgen om in het veld, in praktijk te worden omgezet. Gelukkig hebben diverse scholen een en ander met voortvarendheid ter hand genomen en hebben het vernieuwingsproces reeds in gang gezet. Het was volgens de leden hier aan het woord beter geweest wanneer de hele operatie op hetzelfde moment, te weten 1 augustus 1999, in gang gezet was. Nu is het veld verdeeld, terwijl het omtrent de vernieuwing zelf juist zo eensgezind positief was. Omtrent de vak-inhoudelijke kant wilden deze leden kort zijn na alles wat in de Tweede Kamer daarover is gezegd. Wel wilden zij hun uitdrukkelijke waardering uitspreken voor de plaats die het vak filosofie thans in het curriculum inneemt. Eerste Kamer, vergaderjaar , , nr. 280b 3

16 Het grote onderwijsvernieuwende belang van het onderhavige wetsvoorstel zagen de leden van de fractie van D66 met name in het studiehuis. Juist de overgang naar het tertiair onderwijs baart grote zorgen en brengt verlies voor individu en maatschappij, door de grote uitvalpercentages in het tertiair onderwijs. Welke faciliteiten heeft de regering nu beschikbaar voor het studiehuis? Deze faciliteiten dienen betrekking te hebben op zowel de gebouwen, als op de docenten. De inrichting van een studiehuis brengt een andere inrichting van de school met zich mee. Dat ligt voor de hand maar het gaat niet alleen om technische zaken als inrichting van gebouwen. Het gaat om een attitudeverandering, een gedragsverandering van de docenten. Zij moeten ruimte hebben om vaardigheden te ontwikkelen om straks de leerlingen meer zelfstandigheid en planning bij te kunnen brengen. Hoe denkt de regering deze ruimte te creëren? Is zij bereid financiën ter beschikking te stellen gedurende enkele jaren achtereen zodat vervangende docenten aangesteld kunnen worden? De betreffende docenten dienen toch intern te overleggen met elkaar, af te stemmen met andere vakken en planningsmethoden aan te leren. De toegezegde vijftig miljoen zal in de praktijk onvoldoende blijken te zijn om deze voorstellen te doen slagen. Heeft de regering kennis genomen van de mening van het PMVO dat voor de noodzakelijke broed- en ontwikkelingstijd voor de betrokken docenten gedurende 4 jaar een extra impuls van 90 miljoen gulden per jaar noodzakelijk is? Is de regering niet met de leden van de fractie van D66 van mening dat een dergelijk voorstel van dit onafhankelijke instituut aandacht verdient? Moet niet voorkomen worden dat het thans positieve veld deze vernieuwing moe wordt en gaat zien als een bezuinigingsoperatie? Overigens wilden deze leden nog opmerken dat de uitval in het tertiaire onderwijs de gemeenschap momenteel ook miljoenen kost. Is de regering bereid meer geld dan de aangekondigde f 50 mln te voteren? In de eerste plaats wilden de leden van de fractie van GroenLinks het belang van onderwijs in het maatschappelijk bestel benadrukken. De inrichting van de leerstof in de bovenbouw van vwo en havo in vier profielen om een betere aansluiting te krijgen op het hoger onderwijs beoordeelden zij positief. Het Schevenings Beraad had o.a. tot doel het te revitaliseren leraarschap. Een neveneffect van de onderwijsvernieuwing waarvan in deze wet sprake is, is een revitalisering van het leraarschap. Deze onderwijsvernieuwing is derhalve in meerdere opzichten gunstig. Echter wil de onderwijsvernieuwing een kans van slagen krijgen, dan is een zorgvuldige invoering noodzakelijk. Onderdeel van de onderwijsvernieuwing is het instellen van het fenomeen studiehuis. Aandacht moet worden besteed aan de kosten van de invoering van de leerprofielen en aan het opbouwen van het studiehuis. Leraren moeten worden omgeschoold. Niet alleen t.a.v. de wijziging van het onderwijsaanbod ten gunste van de invoering van de profielen, maar ook om in het studiehuis als docent over te kunnen stappen van kennis overhevelen naar begeleiding van zelf kennis vergaren. Daarvoor is geld nodig. Geld voor de invoering maar ook geld uitgedrukt in lesuren. Indien er geen geld aanwezig is om b.v. vervangers aan te stellen zal dat òf de werkdruk verhogen, wat weer ziekteverzuim tot gevolg zal hebben òf de onderwijsvernieuwing komt zelfs niet van de grond. Voor het eerste jaar wordt wel geld beschikbaar gesteld, maar voor de langere termijn is nog niets geregeld. Indien op die termijn geen extra geld beschikbaar komt is het gevaar groot dat de onderwijsvernieuwing stokt en dus mislukt. Ook het PMVO wees op de noodzaak om meer geld dan de huidige 50 miljoen beschikbaar te stellen. De fractie verwijst ook naar de Eerste Kamer, vergaderjaar , , nr. 280b 4

17 brieven die de VVO aan de staatssecretaris en de leden van de Eerste Kamer heeft geschreven. Wordt ook gedacht aan het terugbrengen van het aantal taakuren van een volledige baan naar minder dan 28 uur? De leden van de fractie van GroenLinks wilden weten of de staatssecretaris het met bovenstaande redenering eens is. Hoe kan de onderwijsvernieuwing in de komende jaren financieel worden begeleid? De laatste vraag van deze leden heeft betrekking op de opleiding filosofie. Hoeveel docenten filosofie zullen nodig zijn? Is daar onderzoek naar gedaan en is de opleiding filosofie op de universiteiten daarop toegerust? Met veel belangstelling hadden de leden van de fracties van GPV, SGP en RPF kennisgenomen van het wetsvoorstel. De ordening van het onderwijsprogramma in de bovenbouw van havo en vwo volgens profielen kan ook naar het oordeel van deze leden bijdragen tot verbetering van de aansluiting op het hoger onderwijs. Ter voorbereiding van de plenaire behandeling van het wetsvoorstel wilden zij nog enkele vragen stellen. Dat de eisen die aan het onderwijsprogramma in de «tweede fase» worden gesteld, worden uitgedrukt in uren studielast en in duur van «een in schooltijd verzorgd onderwijsprogramma» geeft de scholen ruimte voor de inrichting van het zogenaamde studiehuis. Nu is het voor het welslagen van dit studiehuis van belang dat een goede combinatie wordt gevonden van zelfstandigheid van de leerling en coaching door de docent. Vergroting van zelfstandigheid is een nastrevenswaardige doelstelling, maar het is naar het oordeel van de leden hier aan het woord van groot belang dat leerlingen individueel en ook in groepsverband daarbij intensief worden begeleid. De vraag is of het voorliggende wetsvoorstel volgens de bewindslieden voldoende waarborgen bevat voor zo n evenwichtige inrichting van het onderwijs. Speciaal zouden zij willen vragen om een toelichting op het begrip «een in schooltijd verzorgd onderwijsprogramma». De verschillende onderwijsprofielen zijn bedoeld om de aansluiting van het voortgezet onderwijs op het hoger onderwijs te verbeteren. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat de belangrijkste oorzaak van falen in het hoger onderwijs is het ontbreken van een goede instelling ten opzichte van de studie. Het welslagen van de «operatie studiehuis» hangt dus in belangrijke mate af van de onderwijskundige invulling van de tweede fase in de scholen zelf. Dit onderstreept nog eens het belang van veranderingen in de onderwijscultuur in het voortgezet onderwijs. Zijn de bewindslieden ervan overtuigd dat de middelen en de nascholing beschikbaar zijn om deze verandering te realiseren? Ter ondersteuning van de invoering van het studiehuis is een extra bedrag van f 50 miljoen beschikbaar. Kan de staatssecretaris uitleggen waarop haar vertrouwen is gebaseerd dat dit bedrag toereikend is? Dit tegen de achtergrond van berekeningen van bij voorbeeld de VVO? Tenslotte wilden de leden van de fracties van GPV, SGP en RPF een vraag stellen over de mogelijkheid die scholen wordt geboden om te kiezen voor invoering in 1998 dan wel in Zou de regering niet de verantwoordelijkheid moeten nemen voor de invoering op één bepaald tijdstip, bij voorbeeld om samenwerking tussen scholen en de mogelijkheid van overstap van leerlingen niet onnodig te frustreren? De voorzitter van de commissie, Jaarsma De griffier van de commissie, Hordijk Eerste Kamer, vergaderjaar , , nr. 280b 5

18 Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar Nr. 280a Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met verbetering van de aansluiting van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en het hoger algemeen voortgezet onderwijs op het hoger onderwijs (profielen voortgezet onderwijs) Nr. 280a NOTA VAN VERBETERING 13 juni 1997 In het gewijzigd voorstel van wet, EKnr. 280, , dient de overweging als volgt gelezen te worden: Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is, de aansluiting van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en het hoger algemeen voortgezet onderwijs op het hoger onderwijs te verbeteren; dat het in het bijzonder met het oog daarop gewenst is het onderwijsprogramma in de hogere leerjaren van deze onderwijssoorten te moderniseren en leerlingen in beter herkenbare en meer samenhangende programma s gerichter voor te bereiden op bepaalde opleidingen in het hoger onderwijs; dat het gelet op deze doelstellingen en gelet op de noodzaak van het vergroten van de autonomie van scholen gewenst is, scholen meer ruimte te geven in de keuze van werkvormen in het onderwijsprogramma voor de hogere leerjaren; dat het in verband daarmee noodzakelijk is, wijzigingen aan te brengen in de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet educatie en beroepsonderwijs; 7K1954 ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 1997 Eerste Kamer, vergaderjaar , , nr. 280a

19 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met verbetering van de aansluiting van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en het hoger algemeen voortgezet onderwijs op het hoger onderwijs (profielen voortgezet onderwijs) Nr. 16 AMENDEMENT VAN HET LID VAN DE CAMP Ontvangen 28 mei 1997 De ondergetekende stelt het volgende amendement voor: I In artikel I, onderdeel D, wordt in artikel 13, tweede lid, onderdeel d, onder 2, voor «of filosofie» ingevoegd: maatschappijleer,. II In artikel I, onderdeel D, vervalt in artikel 13, derde lid, onder b, het woord: maatschappijleer,. Toelichting Dit amendement beoogt de positie van het vak maatschappijleer vast te leggen. Na een uitgebreide discussie is maatschappelijke overeenstemming bereikt over de waarde van het vak maatschappijleer en in het profiel Cultuur en Maatschappij als doorstroom relevant. Van de Camp 7K1762 ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 1997 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 16

20 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met verbetering van de aansluiting van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en het hoger algemeen voortgezet onderwijs op het hoger onderwijs (profielen voortgezet onderwijs) Nr. 20 AMENDEMENT VAN DE LEDEN VAN DE CAMP EN RABBAE Ontvangen 28 mei 1997 De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: I Artikel VII wordt als volgt gewijzigd: A. In onderdeel B, onder a, wordt «1 augustus 1998» vervangen door: 1 augustus B. In onderdeel B, onder b, wordt «1 augustus 1999» vervangen door: 1 augustus C. In onderdeel B, onder c, wordt «1 augustus 2000» vervangen door: 1 augustus D. In onderdeel C, onder 1, wordt het gedeelte na «ingevolge deze wet» vervangen door: omvat tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip het gemeenschappelijk deel van elk profiel in plaats van «de combinatie geschiedenis en maatschappijleer»: maatschappijleer, geschiedenis. E. In onderdeel C, onder 2, wordt het gedeelte na «ingevolge deze wet» vervangen door: omvat tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip het gemeenschappelijk deel van elk profiel in plaats van «de combinatie geschiedenis en maatschappijleer»: maatschappijleer. F. In onderdeel C vervalt het derde lid. G. In onderdeel D, onder 1, wordt «31 juli 1998» vervangen door: 31 juli H. In onderdeel D, onder 2, wordt «het schooljaar » vervangen door: het schooljaar Tevens wordt «31 juli 1998» vervangen door: 31 juli Voorts wordt «1 augustus 1998» vervangen door: 1 augustus I. In onderdeel D, onder 3, wordt «het schooljaar » vervangen door: het schooljaar Tevens wordt «31 juli 1998» vervangen door: 31 juli Voorts wordt «1 augustus 1998» vervangen door: 1 augustus J. In onderdeel D, onder 4, wordt «31 juli 1998» vervangen door: 31 juli K1762 ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 1997 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 20 1

1.Inleiding. 2.Profielen per 1 augustus 2007

1.Inleiding. 2.Profielen per 1 augustus 2007 logoocw De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Den Haag Ons kenmerk VO/OK/2003/53723 Uw kenmerk Onderwerp tweede fase havo/vwo 1.Inleiding In het algemeen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 24 578 MAVO/VBO/VSO Nr. 26 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 187 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs ter aanpassing van de profielen in de tweede fase van het vwo en het havo (aanpassing profielen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 356 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met het treffen van een overgangsmaatregel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 681 Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met versnelde invoering toets nieuwe opleiding Nr.

Nadere informatie

EXAMENPROGRAMMA S VMBO MAATSCHAPPIJLEER EN KUNSTVAKKEN I

EXAMENPROGRAMMA S VMBO MAATSCHAPPIJLEER EN KUNSTVAKKEN I EXAMENPROGRAMMA S VMBO MAATSCHAPPIJLEER EN KUNSTVAKKEN I De Onderwijsraad is een onafhankelijk adviescollege, ingesteld bij wet van 15 mei 1997 (de Wet op de Onderwijsraad). De Raad adviseert, gevraagd

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 472 Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op het onderwijstoezicht in verband met de versterking

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 34 010 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet medezeggenschap op scholen en de Wet voortgezet onderwijs

Nadere informatie

De leden van de SP-fractie sluiten zich aan bij de vragen van de D66-fractie.

De leden van de SP-fractie sluiten zich aan bij de vragen van de D66-fractie. EERSTE KAMER DER STATEN-GENERAAL Vergaderjaar 2014/15 34 010 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet medezeggenschap op scholen en de Wet voortgezet onderwijs

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 031 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het regelen van de mogelijkheid een deel van

Nadere informatie

EXAMENBESLUIT HAVO/VWO

EXAMENBESLUIT HAVO/VWO EXAMENBESLUIT HAVO/VWO De Onderwijsraad is een onafhankelijk adviescollege, ingesteld bij wet van 15 mei 1997 (de Wet op de Onderwijsraad). De Raad adviseert, gevraagd en ongevraagd, over hoofdlijnen van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 31 568 Staatkundig proces Nederlandse Antillen Nr. 172 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 4 maart 2016 De vaste commissie voor Onderwijs,

Nadere informatie

Deze memorie van toelichting is opgesteld mede namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Deze memorie van toelichting is opgesteld mede namens de Minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. 33 356 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voorgezet onderwijs BES in verband met het treffen van een overgangsmaatregel ten behoeve van (oud)studenten van de lerarenopleiding omgangskunde

Nadere informatie

ARTIKEL I WIJZIGING VAN DE WET OP HET VOORTGEZET ONDERWIJS

ARTIKEL I WIJZIGING VAN DE WET OP HET VOORTGEZET ONDERWIJS Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met het vervangen van de verplichte maatschappelijke stage door een facultatief programmaonderdeel VOORSTEL VAN WET Allen, die deze zullen zien

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 20418 Wijziging van de Wet op het hoger beroepsonderwijs (Stb. 1986, 289) betreffende een aantal bepalingen ten aanzien van nascholing Nr. 3 MEMORIE

Nadere informatie

Voorstel. Iedere opleiding zal vanaf aug 2014 36 weken onderwijs programmeren met 28 uur onderwijsprogrammering per week Waarbij de regel geldt 36+1+1

Voorstel. Iedere opleiding zal vanaf aug 2014 36 weken onderwijs programmeren met 28 uur onderwijsprogrammering per week Waarbij de regel geldt 36+1+1 Doelmatige leerwegen en modernisering bekostiging. Wet van 26 juni 2013 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs ten behoeve van het bevorderen van doelmatige leerwegen in het beroepsonderwijs

Nadere informatie

Informatieboekje Voortgezet Onderwijs

Informatieboekje Voortgezet Onderwijs Informatieboekje Voortgezet Onderwijs 1 2 Voorwoord Dit informatieboekje geeft een overzicht van de belangrijkste gegevens over het VMBO, Havo en VWO. Hoe het VMBO is opgebouwd, welke vakken in de onderbouw

Nadere informatie

schoolleiders, besturen, decanen, leerlingen, universiteiten en hogescholen. Er is gewezen op andere manieren om de kunstvakken de positie te laten

schoolleiders, besturen, decanen, leerlingen, universiteiten en hogescholen. Er is gewezen op andere manieren om de kunstvakken de positie te laten leraren Verslag van een gesprek van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Maria J.A. van der Hoeven met vertegenwoordigers van de organisaties van de in de kunstvakken en van het brede onderwijsveld

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2001 2002 Nr. 199e 27 728 Wijziging van de Wet op de expertisecentra, de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 971 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op het onderwijstoezicht

Nadere informatie

Regeling experimenten herontwerp kwalificatiestructuur mbo 2005-2006

Regeling experimenten herontwerp kwalificatiestructuur mbo 2005-2006 OCenW-Regelingen Bestemd voor: een insteling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b en artikel 1.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB); een instituut als bedoeld in artikel 12.3.8. van de

Nadere informatie

Onderwijsraad. Aan de minister van onderwijs. 2700 LZ Zoetermeer. Tel. 070-6379 55. vy/eb d.d. 2k november 1988

Onderwijsraad. Aan de minister van onderwijs. 2700 LZ Zoetermeer. Tel. 070-6379 55. vy/eb d.d. 2k november 1988 Onderwijsraad Aan de minister van onderwijs en vetenschappen, Nassaulaanß Postbus 25000, 2514 JS 's-gravenhage 2700 LZ Zoetermeer. Tel. 070-6379 55 Ons kenmerk Uw kenmerk, _ 's-gravenhage,2 H JAN, laöa

Nadere informatie

Datum 24 april 2015 Wijziging van diverse onderwijswetten in verband met het aanbrengen van enkele inhoudelijke wijzigingen van diverse aard (34146)

Datum 24 april 2015 Wijziging van diverse onderwijswetten in verband met het aanbrengen van enkele inhoudelijke wijzigingen van diverse aard (34146) >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Wetgeving en Juridische Zaken Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500

Nadere informatie

Verslag internetconsultatie wetsvoorstel bovenbouw havo-vwo. (edoc 512410, projectgroep Profielen)

Verslag internetconsultatie wetsvoorstel bovenbouw havo-vwo. (edoc 512410, projectgroep Profielen) Verslag internetconsultatie wetsvoorstel bovenbouw havo-vwo (edoc 512410, projectgroep Profielen) 1 Verslag internetconsultatie wetsvoorstel bovenbouw havo-vwo 1. Inleiding Op 20 september 2012 is de openbare

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 23 900 VIII Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 645 Aanpassing van een aantal OCW-wetten voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba voornamelijk in verband met wijzigingen in de equivalente onderwijswetten

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2015 390 Wet van 14 oktober 2015 tot wijziging van onder meer de Wet educatie en beroepsonderwijs in verband met het regelen van keuzedelen waarop

Nadere informatie

Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad

Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad ÜT? R>2 3 Advies niet-ambtelijke adviescommissie WOB. Onderwijsraad Aan de minister van onderwijs en wetenschappen, de heer drs. W.J. Deetman, Postbus 25000, 2700 LZ Zoetermeer. Nassaulaan 6 2514 JS 's-gravenhage

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 733 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet medezeggenschap onderwijs 1992 ten behoeve van meer

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 740 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met het vervangen van de verplichte maatschappelijke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 1988-1989 20 629 Wijziging van de Wet op het hoger beroepsonderwijs en de Invoeringswet W.H.B.O. onder meer met betrekking tot de titulatuur Nr. 7 MEMORIE

Nadere informatie

Protocol vrijstelling/aanpassing van onderwijs Frans/Duits op het Strabrecht College

Protocol vrijstelling/aanpassing van onderwijs Frans/Duits op het Strabrecht College Protocol vrijstelling/aanpassing van onderwijs Frans/Duits op het Strabrecht College Inleiding Dit protocol geldt voor het Strabrecht College, met ingang van het schooljaar 2010/2011. Scholen zijn verplicht

Nadere informatie

logoocw De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag BVE/IenI/2006-43667

logoocw De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag BVE/IenI/2006-43667 logoocw De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Den Haag Ons kenmerk BVE/IenI/2006-43667 Onderwerp Inspectierapport 'Nederlands in het mbo' Bijlage(n) Rapport

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 0 0 33 050 Wijziging van de Wet op de medische keuringen in verband met het opnemen van de mogelijkheid tot onderbrenging van de klachtenbehandeling bij aanstellingskeuringen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 576 Wijziging van de Advocatenwet, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten ter versterking van de cassatierechtspraak (versterking

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 134 Wijziging van enige onderwijswetten inzake samenwerkingsscholen Nr. 7 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 19 april 2010 Het voorstel van wet wordt

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 498 Wijziging van de arbeidsongeschiktheidswetten in verband met de wijziging van de systematiek van de herbeoordelingen (Wet wijziging systematiek

Nadere informatie

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten: [concept 23 april 2014, versie t.b.v. internetconsultatie] wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en enkele aanverwante wetten in verband met het invoeren van profielen in het voorbereidend beroepsonderwijs

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 975 Wijziging van de Wet werk en bijstand teneinde de eis tot beheersing van de Nederlandse taal tot te voegen aan die wet (Wet taaleis WWB)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 819 Tijdelijke regels betreffende experimenten in het hoger onderwijs op het gebied van vooropleidingseisen aan en selectie van aanstaande studenten

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Zitting 1982-1983 Nr. 51 16106 Wijziging van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs, de Wet universitaire bestuurshervorming 1970 en de Wet van 12 november 1975, Stb.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG a 1 > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.minocw.nl 112303 Betreft Antwoorden

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 451 Wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten in verband met de vorming

Nadere informatie

Informatie voor ouders groep 8 over: Overgang van PO naar VO

Informatie voor ouders groep 8 over: Overgang van PO naar VO Informatie voor ouders groep 8 over: D De E O Overstap V E R S T A P Overgang van PO naar VO Let op! Informatie over de procedure aanmelding wordt tijdens de decemberavonden in het VO aan de ouders gegeven.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 31 907 Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met de invoering van een nieuwe regeling voor de plaats van dienst voor de heffing

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 17910 De grote-stedenproblematiek Nr. 21 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

5. Onderwijs en schoolkleur

5. Onderwijs en schoolkleur 5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone

Nadere informatie

TOETSINGSKADER INNOVATIEPLANNEN LERARENOPLEIDINGEN HB0 1999-2004

TOETSINGSKADER INNOVATIEPLANNEN LERARENOPLEIDINGEN HB0 1999-2004 TOETSINGSKADER INNOVATIEPLANNEN LERARENOPLEIDINGEN HB0 1999-2004 De Onderwijsraad is een onafhankelijk adviescollege, ingesteld bij wet van 15 mei 1997 (de Wet op de Onderwijsraad). De Raad adviseert,

Nadere informatie

Informatieboekje Voortgezet Onderwijs

Informatieboekje Voortgezet Onderwijs Informatieboekje Voortgezet Onderwijs 1 2 Voorwoord Dit informatieboekje geeft een overzicht van de belangrijkste gegevens over het VMBO, Havo en VWO. Hoe het VMBO is opgebouwd, welke vakken in de onderbouw

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 059 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht en de Faillissementswet, alsmede enige andere wetten in verband met de introductie van aanvullende

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

WOORD VOORAF. Leny Pet

WOORD VOORAF. Leny Pet WOORD VOORAF Voor de leerlingen uit de derde klassen en hun ouders of verzorgers is dit boekje gemaakt. Het eerste deel geeft informatie over de diverse keuzemogelijkheden en de belangrijkste veranderingen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 25 168 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet educatie en beroepsonderwijs

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 031 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het regelen van de mogelijkheid een deel van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 973 Wijziging van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 (verhoging maximaal bedrag tuchtrechtelijke boete en wijziging samenstellingseisen

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. RMC-wet 2001. Jaargang 2001 Staatsblad 2001 636 1

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. RMC-wet 2001. Jaargang 2001 Staatsblad 2001 636 1 RMC-wet 2001 636 Wet van 6 december 2001 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met de invoering van de verplichting

Nadere informatie

2016D20723 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

2016D20723 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG 2016D20723 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben enkele fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen over de

Nadere informatie

Algemeen verbindend voorschrift. Bestemd voor: Besluit. Paragraaf 1

Algemeen verbindend voorschrift. Bestemd voor: Besluit. Paragraaf 1 OCenW-Regelingen 2001 voor scholen voor vwo, Bestemd voor: scholen voor vwo, havo, mavo, lwoo en voorzover deel I van de WVO daarop van toepassing is; Scholengemeenschappen waarin één of meer van deze

Nadere informatie

Thema s voor het centraal examen kklassieke taal en letterkunde 2002 Gele Katern 14, 24 mei 2000, p. 26-36.

Thema s voor het centraal examen kklassieke taal en letterkunde 2002 Gele Katern 14, 24 mei 2000, p. 26-36. (oud) OVERZICHT WET- & REGELGEVING TWEEDE FASE (Bijgewerkt tot en met Gele Katern 14 van 24 mei 2000). Thema s voor het centraal examen kklassieke taal en letterkunde 2002 Gele Katern 14, 24 mei 2000,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 397 Vernieuwing studiefinanciering Nr. 12 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Welke wettelijke regelingen zijn er voor leerlingen met dyslexie in het VO?

Welke wettelijke regelingen zijn er voor leerlingen met dyslexie in het VO? Welke wettelijke regelingen zijn er voor leerlingen met dyslexie in het VO? Binnen het voortgezet onderwijs zijn er voor leerlingen die niet in staat zijn het volledige onderwijsprogramma te volgen, mogelijkheden

Nadere informatie

UITSLAG, HERKANSING EN DIPLOMERING. Artikel 23 Eindcijfer eindexamen

UITSLAG, HERKANSING EN DIPLOMERING. Artikel 23 Eindcijfer eindexamen HOOFDSTUK V UITSLAG, HERKANSING EN DIPLOMERING Artikel 23 Eindcijfer eindexamen 1. Het eindcijfer voor alle vakken van het eindexamen wordt uitgedrukt in een geheel cijfer uit de reeks 1 tot en met 10.

Nadere informatie

2014D37348. Inbreng verslag van een schriftelijk overleg

2014D37348. Inbreng verslag van een schriftelijk overleg 2014D37348 Inbreng verslag van een schriftelijk overleg Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben enkele fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen over de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 376 Wijziging van de Wet op de studiefinanciering in verband met het onder de prestatiebeurs brengen van de reisvoorziening Nr. 3 MEMORIE VAN

Nadere informatie

KEUZEBEGELEIDING KLAS 3

KEUZEBEGELEIDING KLAS 3 KEUZEBEGELEIDING KLAS 3 2013-2014 Afdelingsleiders Decanen dhr. drs. G.C. Zijlstra (vwo) en dhr. R de Boef (havo) mw. E. de Neef en mw. drs. A.C.R.I. Govaarts Mentoren 3A mw. E.A.M. van Veen 3GA dhr.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 558 Regels voor subsidiëring van landelijke onderwijsondersteunende activiteiten (Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 740 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met het vervangen van de verplichte maatschappelijke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 28 447 Regeling met betrekking tot tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang en waarborging van de kwaliteit van kinderopvang (Wet kinderopvang)

Nadere informatie

KEUZEBEGELEIDING & PROFIELKEUZE KLAS 3

KEUZEBEGELEIDING & PROFIELKEUZE KLAS 3 KEUZEBEGELEIDING & PROFIELKEUZE KLAS 3 2014-2015 Belangrijke data i.v.m. profielkeuze schooljaar 2014 2015 9 dec. Ouderavond 10 dec. Mentoravond 26-30 jan. Elke derde klas gaat één dag op keuzedag 2 feb

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 31 288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid Nr. 360 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

30 300 VIII Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2006

30 300 VIII Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2006 30 300 VIII Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2006 Nr. Verslag van een schriftelijk overleg Vastgesteld d.d. Binnen de vaste

Nadere informatie

logoocw De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag 11 oktober 2005 VO/OK/05/42708 lichamelijke opvoeding

logoocw De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag 11 oktober 2005 VO/OK/05/42708 lichamelijke opvoeding logoocw De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Den Haag Ons kenmerk 11 oktober 2005 VO/OK/05/42708 Onderwerp lichamelijke opvoeding 1. Inleiding In mijn brief

Nadere informatie

- 1 - De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

- 1 - De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, - 1 - Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 3 augustus 2012, nr. JOZ/378065, houdende regels voor het verstrekken van aanvullende bekostiging ten behoeve van het stimuleren

Nadere informatie

De fungerend voorzitter van de commissie Aptroot

De fungerend voorzitter van de commissie Aptroot 30 187 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs ter aanpassing van de profielen in de tweede fase van het vwo en het havo (aanpassing profielen tweede fase vwo en havo) Nr. Verslag van een schriftelijk

Nadere informatie

Verslag MBO conferentie Betere zorg, minder uitval

Verslag MBO conferentie Betere zorg, minder uitval Verslag MBO conferentie Betere zorg, minder uitval Lunteren, 22 april 09 Presentatieronde 1: Flex College het Nijmeegse model in de strijd tegen voortijdig schoolverlaten. Presentator Jeroen Rood, directeur

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 230 Besluit van 18 mei 2009, houdende wijziging van het Besluit afbreking zwangerschap (vaststelling duur zwangerschap) Wij Beatrix, bij de gratie

Nadere informatie

30 januari 2001 Nr. 2001-1.644, IWW Nummer 4/2001

30 januari 2001 Nr. 2001-1.644, IWW Nummer 4/2001 Commissie Welzijn, Zorg en Cultuur 30 januari 2001 Nr. 2001-1.644, IWW Nummer 4/2001 Voordracht van Gedeputeerde Staten aan Provinciale Staten van Groningen inzake het integraal advies herschikking VMBO

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2008 2009 30 432 Voorstel van wet van de leden Depla en Blok houdende wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 en van enige andere wetten inzake fiscale

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1988-1989 Rijksbegroting voor het jaar 1989 20 800 Hoofdstuk VIM Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen Nr. 95 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS

Nadere informatie

Bestuurlijke afspraken over ontvlechting van de Educatieve Faculteit Amsterdam

Bestuurlijke afspraken over ontvlechting van de Educatieve Faculteit Amsterdam Bestuurlijke afspraken over ontvlechting van de Educatieve Faculteit Amsterdam Bijlage bij brief HO/BL/2005/6586 1. Preambule Het College van Bestuur van de Hogeschool van Amsterdam en het College van

Nadere informatie

Informatie voor ouders groep 8 over: Overgang van PO naar VO

Informatie voor ouders groep 8 over: Overgang van PO naar VO Informatie voor ouders groep 8 over: Overgang van PO naar VO De Overstap Let op! Informatie over de procedure aanmelding wordt tijdens de decemberavonden in het VO aan de ouders gegeven. Inrichting van

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving Afdeling Wetgeving Staatsinrichting en Bestuur Turfmarkt

Nadere informatie

2015D42193 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

2015D42193 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG 2015D42193 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG De vaste commissie voor Financiën heeft op 5 november 2015 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over zijn brief

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2000 2001 Nr. 152a 27 084 Wijziging van de titels 6 en 8 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (rechten en plichten echtgenoten en geregistreerde partners)

Nadere informatie

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG Hoger Onderwijs en Studiefinanciering Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 27 020 Aanpak onderwijsachterstanden Nr. 46 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETEN- SCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet

Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet Algemeen Verbindend Voorschrift Betreft de sector(en) Informatie CFI/ICO Voorgezet vo 079-3232.444 Regeling aanvullende bekostiging maatschappelijke stage in het voortgezet Bestemd voor scholen voor voortgezet.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 597 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs ter bestendiging en actualisering

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 814 Wijziging van de Arbeidsomstandighedenwet 1998 in verband met een gewijzigde organisatie van de deskundige bijstand bij het arbeidsomstandighedenbeleid

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2007 348 Besluit van 17 september 2007, houdende wijziging van het Besluit samenwerking VO-BVE in verband met het verruimen van de kring van leerlingen

Nadere informatie

vra2001ocw.022 Bekostigingsbesluit WHW in verband met het kunstonderwijs

vra2001ocw.022 Bekostigingsbesluit WHW in verband met het kunstonderwijs vra2001ocw.022 Bekostigingsbesluit WHW in verband met het kunstonderwijs Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen hebben enkele fracties de behoefte over de brief van de Staatssecretaris

Nadere informatie

2011D63989. Inbreng verslag van een schriftelijk overleg

2011D63989. Inbreng verslag van een schriftelijk overleg 2011D63989 Inbreng verslag van een schriftelijk overleg Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben enkele fracties de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen over de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 403 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2013) Nr. 12 TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 31 568 Staatkundig proces Nederlandse Antillen Nr. 145 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 600 VIII Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor het jaar 2003 Nr. 127 BRIEF

Nadere informatie

4-12-2015. Bedoeling infoavond. Welkom INFORMATIEAVOND 3 vwo de Tweede Fase. Historische achtergronden. Tweede fase. Merkbare veranderingen

4-12-2015. Bedoeling infoavond. Welkom INFORMATIEAVOND 3 vwo de Tweede Fase. Historische achtergronden. Tweede fase. Merkbare veranderingen Bedoeling infoavond Na afloop heeft u een beeld van: Welkom INFORMATIEAVOND 3 vwo de Tweede Fase de Tweede Fase als onderwijssysteem het keuzeproces van uw zoon/dochter Tweede fase Voortgezet Onderwijs

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 656 Samenvoeging van de gemeenten Buren, Lienden en Maurik Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING Inhoudsopgave Het advies van de Raad van State wordt

Nadere informatie