Wetenschap. Onze lieve. Beademing van de pasgeborene. Epidemiologica. Promotie. Evidence Based Practice in de Arabische wetenschap.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Wetenschap. Onze lieve. Beademing van de pasgeborene. Epidemiologica. Promotie. Evidence Based Practice in de Arabische wetenschap."

Transcriptie

1 Onze lieve Wetenschap Onze Lieve Wetenschap is het wetenschapsblad van het onze lieve vrouwe gasthuis te amsterdam jaargang 5 nummer 2 oktober 2012 Beademing van de pasgeborene Critically Appraised Topic Epidemiologica Wat is een goede vragenlijst? Promotie Dotteren via de pols bij het acute hartinfarct Evidence Based Practice in de Arabische wetenschap Avicenna Onze lieve wetenschap, oktober

2 inhoud 4 Avicenna: Evidence Based Practice in de Arabische wetenschap Avicenna Ibn Sina. Wie was deze man, wat heeft hij bijgedragen aan de medische wetenschap en hoe verhoudt zijn kennis zich tot het heden? IC-verpleegkundige Willemke Stilma neemt ons mee naar het Perzië van de 11 de eeuw. 14 Critically Appraised Topic: Beademing van de pasgeborene: nasale canule of beademingsmasker? Op 9 mei 2012 vond de derde OLVG CATwalk plaats. Tien aios presenteerden op ludieke wijze hun CAT s op een echte CATwalk in de kerkzaal van hotel Arena. Lotte Hendrikx, aios kindergeneeskunde, ging er vandoor met de eerste prijs. fotovraag Een 72-jarig vrouw met een gedisloceerde proximale femurfractuur krijgt een kophalsprothese. Vanwege de belaste cardiale voorgeschiedenis besluit de anesthesioloog de patiënt uitgebreid te monitoren met behulp van slokdarm-echocardiografie. De procedure verloopt ongecompliceerd tot het moment van cementeren. Direct aansluitend hierop daalt de bloeddruk, de zuurstofsaturatie en de koozuurdioxidespanning in de uitademingslucht. Op het zelfde moment laat de slokdarmecho het volgende beeld zien. Wat ziet u hier? fotovraag ANTWOORD U ziet hier een echo-opname van het hart vanuit de slokdarm, een zogenaamde vierkamerblik. Opvallend is dat zowel de rechterboezem als de rechterkamer volledig gevuld zijn met echorijk materiaal. Dit materiaal is afkomstig van de femurschacht en bestaat uit cement, lucht, vet-embolieën en botweefsel. In de longen aangekomen, kan dit materiaal het beeld geven van longembolieën. Bij deze patiënte zijn ze waarschijnlijk de oorzaak van de hemodynamische veranderingen. Erik Krommendijk, Bart Rademaker, anesthesiologen OLVG 2 Onze lieve wetenschap, oktober 2012

3 redactioneel De waarde van onderzoek 18 Promotie Twintig jaar geleden werd in het OLVG de eerste dotterbehandeling via de pols uitgevoerd. Uitgevonden en ontwikkeld door interventiecardioloog Ferdinand Kiemeneij. Op 21 juni 2012 promoveerde Maarten Vink aan de UVA. In het eerste deel van zijn proefschrift beschrijft hij het gebruik van de slagader in de pols bij het acute hartinfarct als alternatief voor de traditionele werkwijze via de lies. En verder 6 Publicaties: Kwaliteit of kwantiteit? 8 Hoe loods ik mijn onderzoek door de METC? 9 Kwartet onderzoekers 16 Epidemiologica; Wat is een goede vragenlijst? 19 Het vertalen en valideren van de Nederlandse versie van de Simple Shoulder Test 20 Uitkomst conversie na een laparoscopische cholecystectomie: is het nodig om de chirurg van tevoren te selecteren? 21 Is peri-operatieve SDD van de spijsverteringskanaal effectief bij electieve gastro-intestinale operaties? 22 Wegwijs met Bert 23 Statistieken 24 Korte berichten Nowadays people know the price of everything and the value of nothing schreef Oscar Wilde. De waarde van wetenschappelijk onderzoek in ziekenhuizen wordt door velen onderschat. Het kost tijd, het kost geld en aan beide hebben we gebrek. Echter: onderzoek leidt tot betere argumenten voor het beste medische en verpleegkundige beleid, het bevordert de kwaliteit van denken en handelen en het dwingt respect af bij de burger. Vroeger waren het alleskunners die de geneeskunde vooruit hielpen. Dit nummer schenkt aandacht aan Avicenna, een Perzische medicus, wetenschapper en filosoof die beroemd werd met zijn werk Canon van de geneeskunde. Hij hoort thuis in de rij van toonaangevende medici als Hippocrates, Galenus en Vesalius, en was een van de grote universele denkers als Aristoteles, Leonardo da Vinci, Copernicus en Francis Bacon. Medisch wetenschappelijk onderzoek is niet voorbehouden aan universiteiten. Juist de STZ-ziekenhuizen, dragen met hun grote patiëntenaantallen enorm bij aan het klinisch onderzoek. In dit nummer staat een verslag over wetenschappelijke prestaties van de STZ-ziekenhuizen. Ook in het OLVG wordt hard gewerkt aan verbetering van het onderzoeksklimaat: Begin dit jaar verscheen het Beleidsplan Wetenschap ; Het VSC heeft verplegen op basis van wetenschappelijk onderzoek opgenomen in haar verpleegkundige visie. Er ligt dan ook een projectplan evidence based practice (EBP) voor de verpleegkunde; In mei vond weer een succesvolle CATwalk plaats; de winnende CAT (Critically Appraised Topic) vindt u in dit nummer; In september was het OLVG gastheer van de jaarlijkse Santeon-wetenschapsdag, Woensdag 12 december vindt de OLVG-wetenschapsdag plaats en 13 december de uitreiking van de verpleegkundige scriptieprijs. Nowadays people know the price of everything and the value of nothing : hoewel onderzoek in het OLVG een prijs heeft die we niet kennen is de waarde ervan, die we ook niet precies kennen, zonder twijfel groot. Laat dit nummer u informeren en inspireren. Maarten Schutte, directeur Teaching Hospital Onze lieve wetenschap, oktober

4 Evidence based practi in de Arabische weten Canon Medicinae Avicenna schreef vele boeken, maar zijn belangrijkste werk was Kitab al-qannun fil al-tibb, zijn Canon van de geneeskunde. Aanvankelijk schreef hij dit in het Arabisch, later vertaalde hij het naar het Latijn. Dit werk omvat een overzicht van de kennis der geneeskunde in 5 delen. De kracht van zijn Canon ligt vooral in het stelselmatig overzicht van de Perzische, hellenistische en Indiase kennis die op dat moment beschikbaar was. Hoe belangrijk het laatste deel was, blijkt uit de overlevering waarin Paracelsius, een omstreden wetenschapper in de 15 e eeuw, na een conflict met de Duitse universiteit de Canon Medicinae in het Johistorisch: Avicenna (Ibn Sina ) Terwijl ik luister naar de klanken van Ghazal, verdiep ik mij in Avicenna Ibn Sina. Wie was deze man, wat heeft hij bijgedragen aan de medische wetenschap en hoe verhoudt zijn kennis zich tot het heden? Willemke Stilma, IC-verpleegkundige, OLVG Willemke Stilma Avicenna, in 980 in Balkh (Afghanistan) geboren als zoon van een hooggepositioneerde ambtenaar, was zeer begaafd. Het verhaal gaat dat hij al op tienjarige leeftijd de Koran kon opzeggen. Al vroeg legde hij zich toe op de wijsbegeerte, wiskunde en geneeskunde en op zijn 21 ste had hij al enige belangrijke boeken op zijn naam staan. Naast al deze intelligentie bleek hij ook een wispelturig karakter te hebben. Naast het beoefenen van zijn taken als lijfarts van vooraanstaande sultans en emirs in Bagdad, bemoeide hij zich soms ook met staatkundige zaken. Dit werd echter niet gewaardeerd zodat hij regelmatig moest vluchten en zelfs gevangenschap niet kon ontlopen. Indiase geneeskunde werd onderwezen. Het was in deze periode, de elfde eeuw, dat Avicenna een belangrijke bijdrage leverde aan de ontwikkeling van de geneeskunde. Brug tussen oost en west Avicenna leefde in een tijd waarin de volgelingen van Mohammed zich verspreidden over Europa via Griekenland en Egypte. Er ontstond een uitwisseling tussen met name hellenistische en Arabische wetenschap, waarbij de Arabische wetenschap ook invloeden vanuit China en India meenam. Teksten werden over en weer in het Grieks en Arabisch vertaald. Deze uitwisseling van kennis bracht een nieuwe ontwikkeling aan universiteiten en scholen met zich mee. In Godishapur, in de huidige provincie Khuzestan, ontstond zo een geneeskunde universiteit waar zowel de hellenistische als de 4 Onze lieve wetenschap, oktober 2012

5 ce schap hannesvuur heeft gegooid. Hierna barstten de apothekers in woede uit, want hoe moesten zij nu de medicijnen bereiden zonder de receptuur? Het belang van de Canon blijkt ook uit de behoefte om dit boek eeuwen later na de uitvinding van de boekdrukkunst te vertalen en te verspreiden. Vertalingen in het Hebreeuws (1491) en het Vlaams (1658) werden in verschillende landen gebruikt. Bloedsomloop Het is voor ons nauwelijks meer voor te stellen, maar halverwege de 16 e eeuw begreep men niet hoe lucht zich kon verenigen met bloed. In 1555 dacht men dat het septum doorgankelijk was voor lucht ook al was dit niet met het blote oog waar te nemen. De enige man die toen wist dat de arterialisatie van het bloed in de longen geschiedt en niet door het septum van de rechterkamer naar de linkerboezem gaat, was Michael Servet. Of hij dit zelf heeft ontdekt is echter niet duidelijk. Mogelijkerwijze maakte hij gebruik van kennis die toen al drie eeuwen beschikbaar was. Ibn an Nafis beschreef namelijk in een commentaar op het werk van Avicenna al precies hoe de longcirculatie in elkaar steekt! Pokken Toen in de 18 e eeuw in Europa pokken uitbrak, greep men terug op de kennis vanuit de Arabische geneeskunde. Hier stond al beschreven dat iemand zelden twee keer pokken kreeg en het was toen al gebruikelijk om de ziekte in lichte mate op te roepen. Zo probeerden artsen al eeuwenlang blaasjes door te prikken en hier een draad doorheen te halen. Door deze vervolgens in contact te brengen met huid of neusslijmvliezen, ontstonden slechts lichte verschijnselen en was de patiënt vervolgens beschermd tegen de ernstige ziekte. Avicenna nu Zelfs nu levert een zoekopdracht in Pubmed recente resultaten op. Er is een overzichtsartikel waarin de huidige kennis over nefrologie wordt vergeleken met beschikbare kennis van vooraanstaande wetenschappers in het verleden. Volgens de au- teurs komt de beschrijving van Avicenna over de anatomie en functie van nieren en blaas, ziekten en behandeling van nier- en blaasstenen nauwkeurig overeen met de huidige stand van zaken. Ook wordt zijn kennis aangehaald in een artikel over de relatie tussen de milt en arteriosclerose. Het uitgangspunt dat ziekte vaak ontstaat wanneer de balans tussen de verschillende lichaamsvochten is verstoord, biedt wellicht nieuwe inzichten voor de huidige geneeskunde. Het stelselmatig onderzoeken en beschrijven van beschikbare kennis en dit gieten in een vorm die voor iedereen toegankelijk is, maakt Avicenna tot een goede voorloper van de huidige ontwikkelingen in evidence based practice. 1 G.A. Lindeboom, Inleiding tot de geschiedenis der geneeskunde, uitgeverij Erasmus, Rotterdam S.C.Ashtiyani, M.Shamsi, A Critical review of the works of pioneer physicians on kidney diseases in ancient Iran, IJKD 2011, 5: M.Emtiazy, et al, Atheroprotector role of the spleen based in the teaching of avicenna (Ibn Sina), IJCA, 2012, doi: /j.ijcard Onze lieve wetenschap, oktober

6 Publicaties: kwaliteit In het OLVG hebben we veel enthousiaste onderzoekers. Maar hoeveel publiceren we nu ten opzichte van andere ziekenhuizen? En hoe hoog is eigenlijk de impactfactor van al onze publicaties bij elkaar? Lea Dijksman, onderzoekscoördinator OLVG Elke maand verschijnen er talloze publicaties van specialisten en AIOS van het OLVG. Maar hoeveel zijn het er? En hoe doen we het ten opzichte van andere ziekenhuizen? Onze Lea Dijksman informatiespecialist Bert Berenschot heeft een antwoord op deze vragen. Hij verzamelt voor elke editie van Onze Lieve Wetenschap de publicaties van de afgelopen periode. Voor het actuele overzicht van de OLVG-publicaties: scan de QR-code of ga naar wetenschappelijk_onderzoek/wetenschappelijk_ publicaties. Hier vind je publicaties vanaf Overigens heeft het OLVG al veel langer een traditie van publiceren van wetenschappelijke artikelen. Al ver voor 1998 wordt bijgehouden hoeveel artikelen er per afdeling worden gepubliceerd. Een prima bron dus om te onderzoeken hoe de medewerkers van het OLVG het doen ten opzichte van de STZ 1 -collega s. gemaakt, staan per ziekenhuis de aantallen publicaties, alsmede de impactfactoren behorende bij deze publicaties. Ook is er weergegeven welke publicaties er in samenwerkingsverband met een universiteit zijn geschreven. De onderzochte jaren beslaan de jaren 1998 tot en met Over deze jaren zijn indicatoren berekend met wegingsfactoren (o.a. Journal Citation Score, welke gebruik maakt van type publicatie, en Field Citaton score, waarin wordt gekeken naar de citatiescore binnen het onderzoeksveld). Hierbij is niet alleen gekeken naar kwantiteit, maar ook naar de kwaliteit van de artikelen. Om de kwaliteit te kunnen wegen is er gebruik gemaakt van de wegingsfactor Mean Normalized Citation Score (=MNCS) 2. Impact compared to worlfd field average /2010 STZ Hospitals Hoe te werk? De STZ en de Nederlandse Federatie van Universitaire medische centra (NFU) hebben gezamenlijk de onderzoeksprestaties van de STZ-ziekenhuizen in kaart laten brengen. Daarnaast zijn de raakvlakken op dit terrein tussen universitair medische centra (UMC s) en STZ onderzocht. De opdracht hiertoe is verstrekt aan het Centre for Science and Technology Studies (CWTS). In het rapport dat zij hierover hebben figuur 1 6 Onze lieve wetenschap, oktober 2012

7 of kwantiteit? Deze score vergelijkt het aantal citaties per individuele publicatie binnen een bepaald vakgebied met de internationale referentiekaders. In deze score is de 1 een referentie: dit staat voor het gemiddelde dat in de wereld behaald wordt. Bij deze score geldt: hoe hoger de score, hoe hoger de kwaliteit van de publicaties. Research profile Output and impact per field /2010 OLVG Amsterdam Uit het onderzoek blijkt dat de STZ-ziekenhuizen gezamenlijk met een score van 1,28 hoger scoren dan het wereldgemiddelde (van 1). Het OLVG scoort hierop zelfs een 1,51. In figuur 1 staat een overzicht van het aantal publicaties tegen de gemiddelde MNCS-score per ziekenhuis. Je ziet dat het OLVG tot de betere ziekenhuizen behoort, niet alleen qua aantallen maar ook qua impactscore! De topper op zowel impact als aantallen is het Catharina ziekenhuis in Eindhoven. In vergelijking met de universitaire ziekenhuizen: circa de helft van de STZ-ziekenhuizen zit in dezelfde range als de UMC s ( ). De totale opbrengst van artikelen van de 28 STZziekenhuizen in de periode is ; het OLVG heeft hieraan 595 artikelen bijgedragen. De totale productie van de UMC s in deze periode was Als deze aantallen worden afgezet tegen het onderzoeksbudget, zien we dat de UMC s deze output hebben behaald met een budget voor onderzoek van circa 750 miljoen, en de STZ-huizen met een budget van circa 20 à 25 miljoen. Omgerekend laat dit zien dat de STZ-ziekenhuizen ongeveer 2500 euro uitgeven per publicatie, en de UMC s 6200 euro per publicatie. In figuur 2 staat voor het OLVG uitgesplitst welke vakgebieden het beste (MNCS-score) en het meeste (aantallen) scoorden. Cardiologie, Chirurgie en Interne scoren hoog, zowel kwantitatief als kwalitatief. Het complete rapport is te vinden op het leerportaal (www.mijnleerportaal.olvg.nl). Ten slotte nog de recente cijfers van het OLVG. Op pagina 23 van deze editie staat een figuur met de aantallen publicaties, uitgesplitst per vakgebied, van 2010 en Hierin valt op dat er over het algemeen een stijgende lijn is in het aantal publicaties. Hopelijk blijft deze trend doorzetten, zodat we figuur 2 bij een volgende analyse nog steeds tot de top behoren (en misschien zelfs nog beter dan nu)! 1 STZ- Stichting Topklinische Ziekenhuizen 2 MNCS- impact van een artikel vanuit een onderzoeksveld, vergelegen met het citatiegemiddelde van de wereld in het subgebied waarin dit onderzoeksveld actief is. Scan de QR-code voor het actuele overzicht van de OLVG-publicaties. Onze lieve wetenschap, oktober

8 Hoe loods ik mijn onderzoek door de METC? Je hebt een briljant onderzoeksidee en niets lijkt de uitvoering hiervan in de weg te staan. Publicatie in een tijdschrift met hoge impact factor ligt in het verschiet. Het onderzoeksvoorstel moet alleen nog even langs de Medisch Ethische Toetsingscommissie. Wat is dat voor een commissie? En hoe pak je dit aan? Eva van Werven, ambtelijk secretaris en jurist MEC OLVG Saskia Rijkenberg, klinisch epidemioloog Bureau Wetenschap Eva van Werven Wanneer je als onderzoeker in het OLVG zelf een studie wil opzetten, moet je rekening houden met de volgende commissies; de Medisch-ethische Commissie(MEC) OLVG, een Centrale Medisch-ethische Toetsingscommissie (bijvoorbeeld de VCMO of het Erasmus MC) en de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) Hieronder volgt een korte introductie van deze commissies en adviezen over het indienen van het onderzoek. WMO-plichtig? Het type onderzoek bepaalt welke commissie(s) het onderzoek gaan toetsen. Van belang hierbij is het onderscheid tussen WMO-plichtig en niet- WMO-plichtig onderzoek. WMO-plichtig betekent dat het onderzoek onder de reikwijdte van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) valt. WMO-plichtig onderzoek in het OLVG wordt getoetst door de VCMO. In de VCMO zitten ook leden van de MEC-OLVG. Zij beoordelen direct de lokale uitvoerbaarheid van het onderzoek. Als het onderzoek geneesmiddelenonderzoek betreft, vindt er tevens een extra marginale toetsing plaats door de CCMO. Dit is de overkoepelende organisatie die toezicht houdt op de toetsing van medischwetenschappelijk onderzoek in Nederland. Op de websites in kader 1 vind je alle informatie over MEC-OLVG: wetenschappelijk_onderzoek/mec_olvg VCMO: CCMO: Leerportaal: mijnleerportaal.olvg.nl/ Tips en Tricks voor het indienen bij de MEC-OLVG Check de website van de MEC-OLVG voor de vereiste documenten. Schrijf een goed onderzoeksprotocol en overleg met een klinisch epidemioloog (Bureau Wetenschap OLVG) en een medisch specialist. Op het Leerportaal staat een voorbeeldprotocol. Denk aan de financiering van je onderzoek. Maak een begroting. Bescherm de privacy van de patiënt. De hoofdonderzoeker (altijd een staflid) ondertekent alle documenten. Enquêtes: denk ook aan informatiebrief voor de patiënt. Dien je onderzoek op tijd in (zie het vergaderschema op de website van de MEC-OLVG). deze onderwerpen en de vereiste documenten. Vanaf 1 maart 2012 geldt een nieuwe procedure voor het indienen van multicenter onderzoek. De grootste wijziging is dat dit onderzoek door één erkende METC wordt getoetst. Daarnaast is er een extra verplicht document: de Onderzoeksverklaring. Meer informatie staat op de diverse websites (zie kader 1). Wat is de taak van de MEC-OLVG? Als ziekenhuiscommissie adviseert de MEC-OLVG de Raad van Bestuur over medisch ethische vraagstukken. Dit omvat ook het advies over de lokale uitvoerbaarheid van (niet-)wmo-plichtig onderzoek. De MEC-OLVG toetst het onderzoek aan de Code Goed Gedrag en de Code Goed Gebruik. Onderzoekers van het OLVG zijn verplicht om alle onderzoeken in te dienen bij de MEC-OLVG; ook retrospectief dossieronderzoek. Twijfel je of je onderzoek WMO-plichtig is? Wil je meer weten over de nieuwe procedure multicenter onderzoek? Of heb je andere vragen? Neem contact op met het secretariaat van de MEC: of (020) Onze lieve wetenschap, oktober 2012

9 Kwartet onderzoekers in het OLVG In deze editie van Onze Lieve Wetenschap worden weer vier uiteenlopende onderzoeken belicht. Aan het woord komen nurse practitioner Mariëtte van Nes, stagiair master Management en beleid in de zorg Evelien Brascamp, internist Willem Blok en student Technische Geneeskunde Matthijs Hendriks. Judith Vocking Onze lieve wetenschap, oktober

10 kwartet onderzoekers in het olvg Mariette van Nes, Nurse practitioner Psychiatrische screening voor patiënten met chronische hepatitis C? Naam: Mariëtte van Nes Functie: Nurse practitioner Specialisme: Maag- Darm- Leverziekten Waarom dit onderzoek? Als patiënten met chronische hepatitis C gaan starten met antivirale therapie, worden ze voorafgaand gescreend door een psychiater. Dat gebeurt op de polikliniek MDL sinds Reden hiervoor is dat de (peg)interferon, onderdeel van de therapie, vaak psychiatrische bijwerkingen geeft. De psychiater schat in of de patiënt hier een verhoogd risico op heeft. Zodoende kan er profylactisch een antidepressivum worden voorgeschreven, of de psychiater houdt de patiënt tijdens de behandeling nauwlettend onder controle. Vóór 2009 was er geen gestandaardiseerd beleid. Keuzes werden gemaakt op basis van de klinische blik van de MDL-arts. Bij patiënten met al bestaande psychiatrische problemen werd soms profylactisch een antidepressivum gestart. In geval van verergering van bestaande of ontstaan van nieuwe psychiatrische klachten, werd ad hoc doorverwezen naar de psychiater. In het kader van mijn afstuderen voor de masteropleiding Advanced Nursing Practice, heb ik gekeken of de psychiatrische screening door de psychiater een meerwaarde heeft ten opzichte van de voormalige behandeling door de MDL-arts. Hoe heb je het aangepakt? In een retrospectief dossieronderzoek heb ik twee groepen patiënten vergeleken: de interventiegroep van 35 personen, die behandeld werden tussen 2009 en 2011 en standaard werden gescreend door de psychiater, en de controlegroep van 85 personen, behandeld in de periode Ik heb gekeken naar het verschil in patiëntkarakteristieken, psychiatrische bijwerkingen, interventies naar aanleiding van de psychiatrische bijwerkingen en het voortijdig staken van de behandeling vanwege psychiatrische bijwerkingen. Omdat het een retrospectief onderzoek betreft, zijn er enkele beperkingen. Zo kan er informatiebias zijn opgetreden omdat niet alle gegevens goed waren gedocumenteerd en psychiatrische bijwerkingen niet structureel waren vastgelegd met gevalideerde vragenlijsten. Ook is er niet gevraagd naar de ernst van de psychiatrische bijwerkingen en subtiele verschillen in kwaliteit van leven. Wat zijn je bevindingen? In de interventiegroep kwamen meer psychiatrische bijwerkingen voor dan in de controlegroep. Met name onder patiënten met een psychiatrische voorgeschiedenis en patiënten die door de psychiater als hoog risicopatiënt werden ingeschat. Ook werden in de interventiegroep meer interventies verricht. Een verrassende uitkomst is, dat er tussen beide groepen geen verschil bestaat in het aantal patiënten dat is gestaakt met de therapie vanwege psychiatrische bijwerkingen. Het standaard betrekken van een psychiater blijkt hierin dus geen verschil te maken. Wat betekent dit voor de patiëntenzorg? Naar aanleiding van de resultaten van mijn onderzoek hebben we ons protocol aangepast. Patiënten met hepatitis C en een behandelindicatie worden niet meer standaard doorverwezen naar de ziekenhuispsychiater. Om een goede inschatting te maken van de psychosociale status van de patiënt voor start van de antivirale therapie, nemen we in week nul een HADS-screening af. Deze herhalen we na twaalf weken therapie. Het ligt echter voor de hand patiënten met psychiatrische klachten vóór start van de behandeling, door een ziekenhuispsychiater te laten beoordelen en de psychiater vroegtijdig in consult te roepen als er psychiatrische bijwerkingen optreden. Ga je je resultaten nog presenteren? Hopelijk krijg ik de mogelijkheid mijn resultaten te presenteren tijdens het landelijk MDL-congres in het najaar. En uiteraard zal ik binnenkort mijn onderzoek moeten presenteren voor de afstudeercommissie. Naar aanleiding van de resultaten van mijn onderzoek hebben we ons protocol aangepast 10 Onze lieve wetenschap, oktober 2012

11 kwartet onderzoekers in het olvg Hoe zetten we wetenschap in het OLVG op een hoger plan? Naam: Evelien Brascamp Functie: stagiair master Management en beleid in de zorg Afdeling: directoraat Teaching Hospital Waarom dit onderzoek? Op zoek naar een plek voor een wetenschappelijk stage in het kader van mijn studie, klopte ik onder andere bij het OLVG aan. Teaching Hospital gaf aan het wetenschappelijk onderzoek op een hoger plan te willen trekken. Samen hebben we besloten twee aspecten onder de loep te nemen: de wetenschapscultuur en de motivatie van medewerkers om onderzoek te doen. Het doel was te kijken wat nodig is om een wetenschapscultuur te creëren en de motivatie van medewerkers te stimuleren. Hoe ben je te werk gegaan? Op basis van literatuuronderzoek heb ik een theoretisch kader geschetst voor de twee concepten cultuur en motivatie. Vervolgens heb ik bij vijf units negen medewerkers geïnterviewd die met onderzoek te maken hebben. Ik heb gevraagd naar hun visie op wetenschappelijk onderzoek en hoe zij het in combinatie met hun werk zien. Daarnaast heb ik onderwijscoördinatoren en beleidsmedewerkers gesproken in drie andere STZ-ziekenhuizen om een beeld te krijgen van hoe het wetenschappelijk onderzoek bij hen geregeld is. Tot slot heb ik ook een medewerker van de afdeling Communicatie en Patiëntenvoorlichting geïnterviewd over hun mogelijke bijdrage aan het wetenschapsklimaat. De interviews waren semi-gestructureerd met open vragen. Alle uitspraken van de geïnterviewden heb ik gecategoriseerd met behulp van een coding sheet. Hieruit kon ik conclusies trekken. Om dit zo objectief mogelijk te houden, zijn deze gebaseerd op theorieën en quotes. Toch heb ik mijn eigen interpretatie hierbij niet volledig weg kunnen filteren. Iets wat inherent is aan kwalitatief onderzoek. Wat waren je bevindingen? Wetenschap is een klein maar groeiend aandachtsgebied in het OLVG. Medewerkers zijn er in het algemeen positief over en zien de mogelijkheden. Er werd echter aangegeven dat wetenschap geen duidelijke positie heeft binnen het ziekenhuis en dat Evelien Brascamp, stagiair master Management en beleid in de zorg de wetenschappelijke cultuur binnen veel units beter kan. Als de Raad van Bestuur ervoor kiest onderzoek een prominentere plek te geven, moet die bereid zijn te investeren in een organisatiestructuur die onderzoek beter mogelijk maakt. En dat moet dan duidelijk naar buiten worden uitgestraald. Anderzijds moet Teaching Hospital investeren in faciliteiten afgestemd op de wens van de onderzoekers. Teaching Hospital zou een intern netwerk moeten creëren, zodat onderzoekers elkaar beter kunnen vinden. Dan zal de rol van Teaching Hospital wat de wetenschap betreft op termijn zichtbaarder worden binnen de organisatie. Onderzoekers in het OLVG zijn enthousiast en gemotiveerd, maar vinden niet altijd de juiste ondersteuning. Motivatie kan worden omgezet in gedrag, maar daarvoor zijn tijd, faciliteiten, samenwerking en dus ook geld nodig. Gedrag is op zijn beurt onderdeel van een organisatiecultuur; hier raken de aspecten motivatie en cultuur elkaar. Overigens is het goed om te realiseren dat de patiëntenzorg in het OLVG op nummer 1 staat en de wetenschap altijd een tweede plek zal innemen. Wetenschap is een groeiend aandachtsgebied in het OLVG Onze lieve wetenschap, oktober

12 kwartet onderzoekers in het olvg Waarom dit onderzoek? Voor het vaststellen van hartfalen (decompensatio cordis) bestaat een aantal betrouwbare technieken. Vandaag de dag vormen het echocardiogram en de laboratoriumbepaling NT-proBNP daarbij de gouden standaard. Nog niet eens zo heel lang geleden werd tijdens ieder lichamelijk onderzoek bij patiënten met benauwdheidsklachten en gezwollen voeten, de veneuze boog gebruikt om de centraal veneuze druk te meten. De veneuze boog is een soort waterpas die de hoogte van de bloedkolom in de vena jugularis meet. Dit zegt iets over de mate van stuwing voor het hart en dus over de werking van het hart. Het gebruik van de veneuze boog, ontwikkeld begin jaren 50 door Nederlandse internisten, is verdrongen door de moderne diagnostische technieken. Ik vroeg mij af hoe betrouwbaar de meting met de veneuze boog eigenlijk is. Een interessante vraag, want het is een eenvoudige methode en bovendien heel goedkoop. Dat laatste is belangrijk in Nederland, maar hartfalen komt ook in derdewereldlanden steeds vaker voor. In de literatuur konden we geen eenduidig bewijs vinden voor de veneuze boog als betrouwbaar meetinstrument. Daarom hebben we besloten zelf een diagnostisch dubbelblind onderzoek op te zetten, waarbij we de veneuze boog vergelijken met de gouden standaard. Cardiologen in opleiding Jelena Bijelic en Edske ter Pals verrichtten het onderzoek. Willem Blok, Internist Kan de veneuze boog hartfalen betrouwbaar vaststellen? Naam: Willem Blok Functie: Internist Afdeling: Interne Geneeskunde Persoonlijk heb ik goede hoop dat de veneuze boog een betrouwbaar meetinstrument blijkt Hoe zijn jullie te werk gegaan? Met een powerberekening is het aantal te includeren patiënten op 125 gesteld. Vervolgens hebben we met de afdeling Cardiologie afgesproken dat alle patiënten die bij hen komen voor een echocardiogram met als vraagstelling hartfalen, vlak daarvoor of daarna een meting met de centraal veneuze boog krijgen. Ook wordt er dan een buisje bloed afgenomen ter bepaling van de NT-proBNP. Vooraf zijn de arts-assistenten getraind in het gebruik van de veneuze boog. Die training is heel belangrijk, want je moet de patiënt goed neerleggen en zorgvuldig te werk gaan. Ik denk dat dit een van de redenen is dat het instrument in diskrediet is geraakt. De meting gebeurde vaak teveel hapsnap, waardoor de uitkomsten niet betrouwbaar waren. In deze studie moet ook bij iedere meting genoteerd worden of de arts-assistent om bepaalde redenen moeite had met de meting of dat er bijvoorbeeld technische problemen waren. Dat kunnen we dan naderhand evalueren en een uitspraak doen over omstandigheden die een meting negatief kunnen beïnvloeden. Is er al resultaat? Ongeveer 80 van de 125 patiënten zijn momenteel geïncludeerd. Naar verwachting ronden we in oktober de inclusiefase af. Dan kunnen we de gegevens analyseren en hebben we hopelijk eind dit jaar de eerste resultaten. Wat verwacht u zelf? Persoonlijk heb ik goede hoop dat de veneuze boog een betrouwbaar meetinstrument blijkt. Wel is het afwachten of het in alle gevallen bruikbaar is. Ik denk daarbij aan de vele mensen met overgewicht tegenwoordig. Hoe dan ook, als blijkt dat het een betrouwbare methode is, dan gaan we het natuurlijk wijd verspreiden en hopen we dat deze methode weer in zwang raakt. Blijkt uit de studie dat het om een onbetrouwbaar instrument gaat, dan kunnen we er definitief een streep onder zetten. 12 Onze lieve wetenschap, oktober 2012

13 kwartet onderzoekers in het olvg Hoe bepaal ik de correcte plaats van de femorale tunnel? Naam: Matthijs Hendriks Functie: student Technische Geneeskunde Afdeling: Orthopedie Waarom dit onderzoek? Een belangrijke oorzaak van falen van een voorste-kruisbandreconstructie is een verkeerde positie van de femorale tunnel. Om de locatie van de tunnel vast te kunnen stellen, wordt er nu gebruikgemaakt van een liniaal in het kniegewricht of plaatsbepaling met behulp van röntgenapparatuur. Bij de laatste methode wordt tijdens de operatieve procedure een röntgenfoto van de knie gemaakt. Over deze röntgenfoto wordt een sjabloon gelegd waarop de orthopedisch chirurg een raster tekent. De positie van de femorale tunnel kan dan zo exact bepaald worden. Een groot nadeel is dat de chirurg het steriele werkveld moet verlaten om dit raster te tekenen en dat dit veel tijd vergt. De vraag rees of dat niet anders kon. Daarom heb ik drie alternatieve methoden ontwikkeld. Hoe heb je het aangepakt? In eerdere studies is aangetoond dat de positie van de femorale tunnel te definiëren is aan de hand van bepaalde verhoudingen in de knie. Gebruikmakend van deze verhoudingen kan op het raster het ideale punt voor de te boren tunnel worden gemarkeerd. Aan de hand van deze verhoudingen heb ik drie nieuwe methoden ontwikkeld: een doorontwikkeld raster waarop de verhoudingen reeds staan aangegeven, een schuifmaat met daarop de verhoudingen en als laatste een computerondersteunde techniek waarbij de computer op het röntgenapparaat wordt aangesloten waarmee het ideale punt kan worden gemarkeerd. De voordelen van alle drie de nieuwe methoden zijn dat de orthopedisch chirurg niet meer tijdens de operatie het steriele werkveld hoeft te verlaten en niet meer zelf een ingewikkelde berekening hoeft uit te voeren. Hoe gaat het onderzoek nu verder? De eerste test, waarbij de toepasbaarheid van de drie methoden werd geanalyseerd, is reeds uitgevoerd, maar wij staan nog aan het begin van het onderzoek. Allereerst gaan wij de drie nieuwe methoden verder valideren en vergelijken met de hui- Matthijs Hendriks, student Technische Geneeskunde dige methode. Het idee is dat in eerste instantie op kadavers te doen. Mocht dit aan onze verwachting voldoen, dan vervolgen we de studie in een grotere trial met patiënten. Het idee om de positie van de femorale tunnel met de computer te laten bereken, heeft daarnaast nog nieuwe inzichten en ideeën opgeleverd die wij nog verder willen doorontwikkelen. Wat zijn jouw toekomstplannen? Ik heb deze drie methoden ontwikkeld in het kader van de vijfdejaars stage van mijn studie. Vanaf september keer ik terug in het OLVG om het project verder vorm te gaan geven. Een interessant en uitdagend onderzoek, omdat ik daarnaast ook afgestudeerd ben in de informatica. Het is een mooie combinatie van geneeskunde, techniek en informatica. Het is een mooie combinatie van geneeskunde, techniek en informatica Onze lieve wetenschap, oktober

14 Critically Appraised Topic Beademing van pasgeborene Nasale canule of beademingsmasker? Is beademing van de pasgeborene direct post partum met een nasale canule efficiënter (gemeten in behaalde teugvolumes) dan beademing met een masker? Lotte Hendrikx, AIOS kindergeneeskunde, OLVG Achtergrond: Tijdens de geboorte verandert er veel in het lichaam van de neonaat. Het vruchtwater dat intrauterien de longen vult, moet in korte tijd geklaard worden, zodat lucht de longen kan vullen en de ademhaling kan beginnen. In 95% van alle pasgeborenen verloopt dit proces zonder problemen. 5% heeft echter ondersteuning nodig, hoofdzakelijk in de vorm van beademen. Om de longen goed te ontplooien is het opbouwen van positieve druk in de longen essentieel. Bij de meeste pasgeborene wordt dit bereikt door het huilen. Wanneer de pasgeborene respiratoire ondersteuning nodig heeft, is het cruciaal om deze positieve druk te bewerkstelligen. Het beademen bij pasgeborenen gebeurt in de meeste gevallen met de zogenaamde Neopuff waarbij de beademingsdrukken en gas flow vooraf worden ingesteld. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat het beademen via het masker, dat over 14 Onze lieve wetenschap, oktober 2012

15 neus en mond wordt geplaatst, vaak niet effectief verloopt en er geen goede teugvolumes worden gehaald. Luchtweglekkage komt veel voor waardoor de ingestelde inspiratoire (PIP)- en expiratoire (PEEP)- drukken niet worden gehaald. Daarnaast treedt vaak ook obstructie van de luchtwegen op, doordat het masker te hard op het gezicht van de neonaat wordt gedrukt. Het inbrengen van een nasopharyngeale tube zou deze problemen kunnen overbruggen. Dit leverde de volgende PICO op: P pasgeborenen, direct post partum I beademing via masker C beademing via nasale canule O efficiëntere beademing waardoor betere uitkomst (gemeten in behaalde teugvolumes).daarnaast spelen hartmassage, intubatie, de Apgar scores en opnames op de neonatale intensive care (NICU) mee in het bepalen van de uitkomst. Zoek strategie en uitkomst: PubMed zoekstrategie: Neonatal resuscitation: n=3455. Neonatal resuscitation AND nasal tube : n=12. Nasal cannullae: n=484. Met limits newborn-1 month: n=43. Nasal cannullae AND birth : n=18 Proefschrift Kim Schilleman improving neonatal resuscitation at birth: technique and devices. Inclusie criteria artikelen: neonates, direct post partum, nasal cannula mask. Exclusie criteria artikelen: not direct post birth en intubation directly post partum. Twee artikelen voldeden aan de in- en exclusiecriteria en heb ik in mijn zoekvraag meegenomen. Conclusie: Segedin et al hebben aangetoond dat bij kinderen beademing met een masker via de neus efficiënter is dan via de mond. Dit is conform de bekende anatomie en fysiologie van het kind bij wie de nasale luchtweg de route voor luchtintrede is. Bij kinderen, en vooral bij pasgeborenen, is de tong relatief groot in vergelijking met de mondholte, zodat de tong makkelijk tegen het posterieure palatum komt. Daarnaast geeft ook de veelvoorkomende verbinding tussen de epiglottis en het palatum een verhoogde kans op obstructie van lucht die via de mondholte binnenkomt. Er is weinig onderzoek gedaan naar het verschil tussen masker- en nasale canulebeademing. Wanneer neonaten enkele uren tot dagen na de geboorte respiratoire ondersteuning nodig hebben, krijgen zij over het algemeen ondersteuning met een nasaal CPAP-systeem. Verschillende studies tonen aan dat er met maskerbeademing veel luchtweglekkage en obstructie voorkomt. Toch is er direct post partum opvallend weinig onderzoek gedaan naar de nasale route van respiratoire ondersteuning bij de eerste opvang van de neonaat. De Italiaanse trial laat zien dat de nasale vorm van beademen veelbelovend is en wellicht een grote rol kan spelen in de opvang van de neonaat. Level of recommendation: A. Commentaar: Er moet verder onderzoek komen naar het gebruik van een masker in vergelijking met het gebruik van een nasale canule voor beademing van de neonaat direct post partum. Daarin moet men kijken naar drie zaken: de efficiëntie van de beademing, naar de eventuele complicaties die kunnen optreden door de nasale canule (zoals nasale septum trauma) en naar de complicaties die beademing via het masker met zich mee kan brengen (zoals het gevolg van verhoogde druk op het hoofd wanneer het masker hard aangeduwd wordt). Klinische relevantie: Het gebruik van een masker of nasale canule voor beademing van de neonaat in de eerste levensminuten is direct toepasbaar in de kliniek. Wanneer de beademing met het masker onvoldoende resultaat geeft, kan een nasale canule uitkomst bieden om effectieve positieve drukbeademing te geven. Auteur & datum Patient groep Studie type Interventie Vergelijking Uitkomstmaat Resultaten Studie zwakheden Level Capasso et al 2005 Segedin et al 1995 N=617 neonates with moderate asphyxia N=20 infants presenting for routine surgery under general anesthesia Prospective RCT Observational study Nasal cannulae Nose ventilation with Laerdal infant mask mask Mouth ventilation with Laerdal infant mask Primary: chest compressions, intubations, airleak syndromes, birthweight, gestational age, use of prenatal steroids, deaths Secondary: Apgar scores, admission rates to NICU Chest expansion, capnography, stomach insufflation Nasal cannula: 5/303 chest compressions, 2/303 intubation Mask: 26/314 chest compressions, 20/314 intubations 20/20 infants were successfully ventilated by the nasal route 4/20 were successfully ventilated by oral route (10/20 gastric distension) Bias: mask group non-sign more AD<34wk, GG<2000gr, sectio s à heeft invloed op uitkomstmaat Low number (Not in neonates) 1b 2b Onze lieve wetenschap, oktober

16 EPIDEMIOLOGICA Wat is een goede vragenlijst? Vragenlijsten zijn een belangrijk onderdeel van onderzoek. In het OLVG worden vragenlijsten in toenemende mate gebruikt als evaluatie binnen patiëntenzorg. De kwaliteit van een vragenlijst bepaalt de kwaliteit van de uiteindelijke verzamelde data. Daarom bespreken we hier hoe je de juiste vragenlijst kiest en de kwaliteit ervan bepaalt. dr. Vanessa A.B. Scholtes, onderzoekscoordinator, Joint Research Orthopedie, OLVG dr. Vanessa A.B. Scholtes Waarom een vragenlijst? Typerend voor een vragenlijst is dat deze wordt ingevuld door de patiënt zelf. Het geeft dus een beeld vanuit het patiëntenperspectief. Een veelgebruikte andere term voor een vragenlijst is daarom patient reported outcome measure (PRO of PROM). Een bijkomend voordeel van vragenlijsten is dat ze vaak weinig belastend en goedkoop zijn. Hoe kies ik de juiste vragenlijst? Het is niet gemakkelijk de juiste vragenlijst te kiezen; het is een tijdrovende klus om alle vragenlijsten te bekijken. Daarom is het belangrijk om jezelf eerst de volgende twee vragen te stellen: Wat wil je meten (pijn, kwaliteit van leven)? Met welk doel (diagnostisch, prognostisch, evaluatief)? Het antwoord op deze vragen geeft je een richting voor de keuze van een vragenlijst. Wanneer je een richting hebt, zijn de volgende aspecten belangrijk: Welke vragenlijst is hiervoor het meest geschikt? Wat is de kwaliteit? En niet te vergeten: is er een valide Nederlandse vertaling van deze vragenlijst? Kwaliteit van een vragenlijst Drie zaken bepalen de kwaliteit van een vragenlijst: de betrouwbaarheid, validiteit en responsiviteit. Deze kwaliteitseigenschappen zijn soms goed gedocumenteerd; vaker is de kwaliteit onduidelijk. Dit maakt het wellicht noodzakelijk om zelf onderzoek te doen naar de kwaliteit van vragenlijsten. Hiervoor bestaat een speciaal vakgebied: klinimetrie. Hierin is een aantal min of meer gevestigde methoden beschikbaar. Daarnaast doen zich nieuwe ontwikkelingen voor. Een nieuwe ontwikkeling is bijvoorbeeld de internationale consensus-based checklist waarmee je de kwaliteit van studies naar meeteigenschappen kunt beoordelen of onderzoeken: de COSMIN checklist (www.cosmin.nl). COSMIN checklist De COSMIN checklist geeft duidelijke handvatten hoe je de drie belangrijkste kwaliteitseigenschappen betrouwbaarheid, validiteit en responsiviteit bepaalt. Hieronder volgt een korte begripsbeschrijving: in het recent verschenen boek Measurement in Medicine 1 staat op een zeer heldere wijze beschreven hoe je deze kwaliteitseigenschappen bepaalt. Betrouwbaarheid beschrijft de nauwkeurigheid van de meting. Een vragenlijst is betrouwbaar, als de uitkomsten bij herhaling van de meting binnen een bepaalde periode hetzelfde zijn. Het begrip betrouwbaarheid kent een aantal aspecten. Bij een vragenlijst zijn alleen de interne consistentie, de test-hertest betrouwbaarheid en test-hertest meetfout belangrijk. Responsiviteit verwijst naar de mate waarin een vragenlijst werkelijke veranderingen kan detecteren. Logischerwijs is responsiviteit met name belangrijk bij evaluatieve vragenlijsten. Validiteit verwijst naar de mate waarin een vra- Tips en Tricks Gebruik de COSMIN checklist (www.cosmin.nl) 16 Onze lieve wetenschap, oktober 2012

17 genlijst werkelijk meet wat het beoogt te meten. Bij vragenlijsten is dit vaak complex. Kwaliteit van leven bijvoorbeeld is niet rechtstreeks observeerbaar. Daarom bepaal je vaak meerdere vormen van validiteit. Voor vragenlijsten zijn dat met name de inhoudsvaliditeit (zijn alle vragen relevant) en de construct-validiteit (in hoeverre komt de score op de vragenlijst overeen met de score op een gelijksoortig instrument). Een specifiek onderdeel hiervan is de cross-culturele validiteit. De meeste vragenlijsten zijn namelijk oorspronkelijk ontwikkeld in een andere taal. Om die in Nederland te gebruiken, is een adequate cross-culturele vertaling nodig. Aangezien dit nogal eens tekortschiet, volgt hieronder een extra toelichting. Vertaling van een vragenlijst Voor een vertaling lijkt een online vertaaltool zoals Google Translate misschien een uitkomst. Dit is inderdaad handig voor een enkel woordje, maar niet Box 1: Richtlijnen vertalen van een vragenlijst Laat de vragenlijst door twee onafhankelijke personen vertalen van de brontaal (bv. Engels) naar de doeltaal (bv. Nederlands). Dit noem je forward vertalen. De vertalers moeten de doeltaal als moedertaal hebben (in dit voorbeeld dus Nederlands). Eén vertaler heeft verstand van het concept, één vertaler niet en ook geen medische achtergrond. Samen met een onafhankelijk persoon volgt hieruit één forward vertaling. Laat de forward vertaling vervolgens door 2 onafhankelijke personen terugvertalen. Dit noem je backward vertalen. Deze personen moeten de brontaal als moedertaal hebben (in dit voorbeeld dus Engels). Beide vertalers hebben geen kennis van het concept dat de vragenlijst meet en geen medische achtergrond. De definitieve vertaling wordt gemaakt door een expert comité (de vertalers, methodologen en medische professionals), in overleg met de oorspronkelijke makers van de vragenlijst. Voer een pilotstudie uit bij mensen uit de doelgroep waarin je het instrument wilt gaan gebruiken. Leerpunten Wat een goede vragenlijst is hangt af van hoe goed jij weet wat je wilt meten en hoe goed de vragenlijst dat kan meten. Speerpunten Denk goed na over wat je precies wilt meten Let goed op betrouwbaarheid, validiteit, responsiviteit Vertaal nooit zomaar een vragenlijst, maar doe dit op systematisch wijze. Bepaal indien mogelijk vervolgens zelf opnieuw de betrouwbaarheid, validiteit en responsiviteit. voor het vertalen van een vragenlijst. Denk hierbij maar aan de productverpakkingen bij producten uit China, die vaak vol staan met vertaalblunders. Aangezien er altijd taal- en cultuurverschillen zijn tussen landen, moet je een vragenlijst kundig vertalen. Bij het vertaalproces is het belangrijk dat de vragenlijsten niet alleen taalkundig vergelijkbaar zijn, maar vooral ook conceptueel. Dat wil zeggen dat de vragen hetzelfde moeten betekenen. Bijvoorbeeld: de Engelse vraag do you feel down and blue, moet niet letterlijk vertaald worden met voelt u zich naar beneden en blauw?. Een betere vertaling is voelt u zich neerslachtig?. Richtlijnen voor het vertalen van vragenlijsten zijn beschreven in het artikel van Beaton et al, Een samenvatting hiervan staat in box 1. Let op! Een goede vertaling geeft geen garantie dat de vragenlijst daadwerkelijk betrouwbaar, valide en responsief is in de nieuwe populatie. Daarom moeten meeteigenschappen van de vertaalde vragenlijst altijd nog worden onderzocht in een representatieve Nederlandse steekproef van de populatie waarin je de vragenlijst wilt gebruiken. Referenties: 1. Measurement in Medicine: A Practical Guide (Practical Guides to Biostatistics and Epidemiology), Henrica C. W. de Vet, Caroline B. Terwee, Lidwine B. Mokkink, Dirk L. Knol. Cambridge University Press. 2. Beaton DE, Bombardier C, Guillemin F, Ferraz MB. Guidelines for the process of cross-cultural adaptation of self-report measures. Spine (Phila Pa 1976 ) 2000;25: Onze lieve wetenschap, oktober

18 de promotie Controversen in de behandeling van het acute myocardinfarct In het OLVG is de benadering via de polsslagader al 15 jaar de standaard. Vink onderzocht meer dan dotterprocedures in het OLVG, waaruit bleek dat de benadering via de pols bijna altijd slaagt en er via de pols goede behandelresultaten worden bereikt. Bij een acuut hartinfarct is een percutane coronaire interventie, oftewel dotteren de aangewezen therapie. Sinds de introductie van deze therapie is de prognose van de patiënt verbeterd, maar er bestaat nog steeds een hoog risico op sterfte. In dit proefschrift onderzoekt Maarten Vink verschillende aspecten die de prognose kunnen beïnvloeden. Maarten Vink, AIO cardiologie OLVG Promotores: prof. dr. R.J. de Winter, prof. dr. J.G.P. Tijssen Co promotores: dr. G.J. Laarman, dr. M.T. Dirksen Universiteit van Amsterdam In het eerste deel van zijn proefschrift bespreekt Vink het gebruik van de slagader in de pols (in plaats van die in de lies) bij het acute hartinfarct. Weliswaar is inmiddels bewezen dat er een lager risico is op bloedingen bij dotteren via de pols, toch gebeuren wereldwijd de meeste dotterbehandelingen nog altijd via de liesslagader. In het OLVG is het dotteren via de polsslagader al 15 jaar de standaard In het tweede deel van zijn proefschrift beschrijft Vink de toegevoegde waarde van trombusaspiratie (wegzuigen van stolsel uit de kransslagader). Er is veel discussie over het toevoegen van deze behandeling bij het hartinfarct, aangezien eerdere onderzoeken tegenstrijdige resultaten gaven van het klinisch nut hiervan. Aan de hand van drie verschillende onderzoeken (zowel prospectief gerandomiseerd als in retrospectieve opzet) zag Vink geen vermindering van het risico op sterfte of op een nieuw hartinfarct na trombusaspiratie, in vergelijking met dotteren zonder trombusaspiratie. Ten slotte bespreekt Vink een groot gerandomiseerd onderzoek naar het gebruik van drug-eluting (medicijnafgevende) stents, waarvan de vroege resultaten in 2006 in The New England Journal of Medicine werden gepubliceerd. Het gebruik van drugeluting stents bij het hartinfarct staat nog steeds ter discussie, aangezien het voordeel van vermindering van terugkeer van vernauwing (ten opzichte van gewone metalen stents) mogelijk niet opweegt tegen een verhoogde kans op stent-trombose op de langere termijn. Stent-trombose is een ernstige complicatie en betreft een acute afsluiting in de stent door een stolsel, hetgeen leidt tot een nieuw hartinfarct of tot acute dood. Na vervolgen van de patiënten tot 5 jaar na stent-implantatie was er inderdaad geen voordeel van drug-eluting stents ten aanzien van terugkeer van de vernauwing, terwijl er een licht verhoogd risico (zij het statistisch niet significant) bestond op stent-trombose bij het gebruik van drug-eluting stents. Maarten Vink concludeert uit zijn onderzoek, dat bij het acute myocardinfarct het dotteren via de pols nauwelijks beperkingen kent en vanwege het lagere bloedingsrisico de voorkeur verdient boven de lies. Verder bleek dat trombusaspiratie en drugeluting stents van de eerste generatie de prognose niet verbeteren. 18 Onze lieve wetenschap, oktober 2012

19 Abstract Het vertalen en valideren van de Nederlandse versie van de Simple Shoulder Test D.A. van Kampen a, L.W.A.H. van Beers a, V.A.B. Scholtes a, C.B. Terwee b, W.J. Willems a a Orthodpedie OLVG, b EGMO instituut, VUMC Derk van Kampen, AIOS orthopedie, OLVG Achtergrond De Simple Shoulder Test (SST) is een zogenaamde patient reported outcome (PROM of vragenlijst). De SST wordt binnen de orthopedie internationaal veel gebruikt, zowel binnen de klinische praktijk als binnen onderzoek. De SST is ontwikkeld om functionele beperkingen van de aangedane schouder te meten bij patiënten met schouderklachten. De vragenlijst bestaat uit twaalf vragen (ja/nee) en kan binnen drie minuten ingevuld worden. Tot op heden was alleen de Engelse versie van de SST gevalideerd. Het doel van onze studie was om de SST te vertalen naar het Nederlands, en vervolgens de betrouwbaarheid en validiteit te bepalen van de Nederlandse SST. Materiaal en methode De SST werd vertaald naar het Nederlands door middel van heen- en terugvertalingen. Een opeenvolgend cohort van patiënten met schouderklachten die de polikliniek Orthopedie van het OLVG bezochten werd gevraagd de Nederlandse SST twee maal in te vullen, met een tussenliggende periode van twee weken. Tevens werden de Nederlands gevalideerde versies van de Disabilities of the Arm, Shoulder and Hand (DASH), Oxford Shoulder Score (OSS), en Constant-Murley shoulder assessment (CM) afgenomen om de constructvaliditeit te bepalen. Resultaten 110 Patiënten met een gemiddelde leeftijd van 39 jaar (SD, 14 jaar), 72% man, hebben de vragenlijsten ingevuld. De interne consistentie was hoog: (Cronbach 0.78). De test-hertest betrouwbaarheid was heel goed (intraclass correlation coefficient, 0.92) (n = 55). De meetfout uitgedrukt als de standard error of measurement (SEM) was 1.18, en de smallest detectable change (SDC) was 3.3 op een schaal van 0 to 12. De constructvaliditeit werd ondersteund door de hoge verwachte correlaties tussen de Nederlandse SST en de DASH (r = -0.74); tussen de Nederlandse SST en de OSS (r = -0.74); en een verwachte matige correlatie tussen de Nederlandse SST en de CM (r = -0.59). Conclusie De Nederlandse versie van de SST is een betrouwbare en valide vragenlijst om functionele beperkingen te meten bij patiënten met schouderklachten. De vakgroep orthopedie van het OLVG heeft de vragenlijst inmiddels in gebruik genomen. Van Kampen et al, J Shoulder Elbow Surg.2012 Jun;(6): Derk van Kampen Onze lieve wetenschap, oktober

20 Abstract Risicofactoren voor conversie na laparoscopische cholecystectomie S.C. Donkervoort, L.M. Dijksman, L.C.F. de Nes, P.G. Versluis, J. Derksen, M.F. Gerhards OLVG Sandra Donkervoort, chirurg OLVG Lea Dijksman, onderzoekscoördinator OLVG Laparoscopische cholystectomie Achtergrond Een laparoscopische benadering voor een cholecystectomie is de gouden standaard: het herstel is korter, met als gevolg een verkorting van de opnameduur. Soms is het echter niet mogelijk of veilig om de ingreep laparoscopisch af te ronden, meestal door verklevingen. In dat geval vindt er een conversie plaats naar een open operatie. Het pre-operatief identificeren van risicofactoren voor conversie in cholecystectomie is mogelijk van klinische waarde. In deze studie hebben wij onderzocht of een set van risicofactoren gebruikt kan worden om de preoperatieve strategie te bepalen om de best mogelijke uitkomst te krijgen met betrekking tot conversie. Methode Wij hebben alle gegevens van patiënten die een laparoscopische ingreep ondergingen tussen januari 2004 en december 2008 retrospectief geanalyseerd. We identificeerden factoren voor conversie en construeerden hieruit een preoperatief strategiemodel. Resultaten Wij analyseerden 1126 patiënten. Risicofactoren die conversie (bij 65 patiënten) voorspelden waren het mannelijk geslacht (OR 2.3; 95% BI, ; p = 0.004, leeftijd boven de 65 (OR, 2.6; 95% BI, ; p = 0.002), BMI >25 kg/m 2 (OR, 3.4; 95% BI, ; p<0.001), voorgeschiedenis van gecompliceerde biliaire ziekte (HCBD) (OR, 5.6; 95% BI, ; p <0.001) en chirurgie door een nietgastrointestinaal gespecialiseerde chirurg (OR, 4.9; 95% BI, ; p<0.001). Het conversiepercentage van de niet-gastrointestinaal gespecialiseerde chirurg is significant hoger dan van de gastrointestinaal gespecialiseerde chirurg, afhankelijk van de risicofactoren bij de patiënten (man, BMI of leeftijd). Bij patiënten zonder een voorgeschiedenis van gecompliceerde biliaire ziekte, is het conversiepercentage significant verhoogd indien de patiënt twee of meer risicofactoren heeft. Bij patiënten mét een voorgeschiedenis van gecompliceerde biliaire ziekte is dat significant verhoogd bij een of meer risicofactoren. Conclusie Voorspellers voor conversie zijn mannelijk geslacht, leeftijd boven de 65 jaar, BMI boven de 25 kg/m 2, HCBD, en chirurgie door een niet-gastrointestinaal gespecialiseerde chirurg. Wij stellen dat een preoperatieve triage voor selectie van de chirurg gebaseerd op de risicofactoren van de patiënt en een HCBD de uitkomst kan optimaliseren. Donkervoort et al, Surg Endosc Aug;26(8): Onze lieve wetenschap, oktober 2012

Welke vragenlijst voor mijn onderzoek?

Welke vragenlijst voor mijn onderzoek? Welke vragenlijst voor mijn onderzoek? NHG wetenschapsdag 2010 Caroline Terwee Kenniscentrum Meetinstrumenten VUmc Afdeling Epidemiologie en Biostatistiek VU medisch centrum Inhoud 1. Presentatie 2. Kritisch

Nadere informatie

Inleiding Deel I. Ontwikkelingsfase

Inleiding Deel I. Ontwikkelingsfase Inleiding Door de toenemende globalisering en bijbehorende concurrentiegroei tussen bedrijven over de hele wereld, de economische recessie in veel landen, en de groeiende behoefte aan duurzame inzetbaarheid,

Nadere informatie

Samenvatting Deel I Onderzoeksmethodologie in onderzoek naar palliatieve zorg in instellingen voor langdurige zorg

Samenvatting Deel I Onderzoeksmethodologie in onderzoek naar palliatieve zorg in instellingen voor langdurige zorg Samenvatting Palliatieve zorg is de zorg voor mensen waarbij genezing niet meer mogelijk is. Het doel van palliatieve zorg is niet om het leven te verlengen of de dood te bespoedigen maar om een zo hoog

Nadere informatie

Evidence Based Practice in de alledaagse praktijk. Definitie EBP 16-4-2015

Evidence Based Practice in de alledaagse praktijk. Definitie EBP 16-4-2015 Evidence Based Practice in de alledaagse praktijk Lies Braam, verpleegkundig specialist neurologie 26 maart 2015 V &VN neurocongres Definitie EBP Bij EBP gaat het om klinische beslissingen op basis van

Nadere informatie

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers ummery amenvatting Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers 207 Algemene introductie Werkgerelateerde arm-, schouder- en nekklachten zijn al eeuwen

Nadere informatie

23-1-2014. Classificeren en meten. Overzicht van de officiële definities van de meter sinds 1795. Raymond Ostelo, PhD. Klinimetrie

23-1-2014. Classificeren en meten. Overzicht van de officiële definities van de meter sinds 1795. Raymond Ostelo, PhD. Klinimetrie Raymond Ostelo, PhD Professor of Evidence-Based Physiotherapy Dept. Health Sciences EMGO+ Institute for Health and Care Research VU University Amsterdam, the Netherlands r.ostelo@vumc.nl 1 Classificeren

Nadere informatie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Zoals beschreven in hoofdstuk 1, is artrose een chronische ziekte die vaak voorkomt bij ouderen en in het bijzonder

Nadere informatie

Standard Operating Procedure

Standard Operating Procedure Standard Operating Procedure STZ SOP: A4 Publicatie Distributielijst : STZ Datum : 20-03-2014 Revisiedatum : 20-03-2015 Veranderingen ten opzichte van eerdere versies Versiedatum Opmerkingen Versiedatum

Nadere informatie

SAMENVATTING. Samenvatting

SAMENVATTING. Samenvatting Samenvatting SAMENVATTING PSYCHOMETRISCHE EIGENSCHAPPEN VAN ADL- EN WERK- GERELATEERDE MEETINSTRUMENTEN VOOR HET METEN VAN BEPERKINGEN BIJ PATIËNTEN MET CHRONISCHE LAGE RUGPIJN. Chronische lage rugpijn

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en toekomstvisie

Samenvatting, conclusies en toekomstvisie Samenvatting, conclusies en toekomstvisie Overbelasting van Spoedeisende Hulpafdelingen wordt een steeds groter probleem in Nederland. Lange wachttijden zijn het gevolg, met een toegenomen werkdruk voor

Nadere informatie

Substantial Clinical Important Benefit van de CMS en SST!! Toepassing van schoudervragenlijsten bij patiënten van het Schoudernetwerk Twente

Substantial Clinical Important Benefit van de CMS en SST!! Toepassing van schoudervragenlijsten bij patiënten van het Schoudernetwerk Twente Substantial Clinical Important Benefit van de CMS en SST!! Toepassing van schoudervragenlijsten bij patiënten van het Schoudernetwerk Twente Donald van der Burg Onderzoek naar responsiviteit van de CMS/SST

Nadere informatie

Samenvatting*en*conclusies* *

Samenvatting*en*conclusies* * Samenvatting*en*conclusies* * Kwaliteitscontrole-in-vaatchirurgie.-Samenvattinginhetnederlands. Inditproefschriftstaankwaliteitvanzorgenkwaliteitscontrolebinnende vaatchirurgie zowel vanuit het perspectief

Nadere informatie

Systematic Reviews Dr. Hester Vermeulen

Systematic Reviews Dr. Hester Vermeulen Systematic Reviews Dr. Hester Vermeulen Amsterdam School of Health Professionals / HvA Amsterdam Kwaliteit en Proces Innovatie / AMC Amsterdam Goede zorg Effectief Doelmatig Veilig Tijdig Toegankelijk

Nadere informatie

Helpt het hulpmiddel?

Helpt het hulpmiddel? Helpt het hulpmiddel? Het belang van meten Zuyd, Lectoraat Autonomie en Participatie Faculteit Gezondheidszorg Dr. Ruth Dalemans, Prof. Sandra Beurskens 08-10-13 Doelstellingen van deze presentatie Inzicht

Nadere informatie

Standard Operating Procedure

Standard Operating Procedure Standard Operating Procedure STZ SOP: U4 Registratie /randomisatie procedure Distributielijst : STZ Datum : 19-06-2014 Revisiedatum : 19-06-2015 Veranderingen ten opzichte van eerdere versies Versiedatum

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Kransslagadervernauwing en hartklachten Kransslagadervernauwing is een van de belangrijkste ziekten in de westerse wereld. De kransslagaderen zijn de bloedvaten die het hart van

Nadere informatie

Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3

Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3 Opleiding Verpleegkunde Stage-opdrachten jaar 3 Handleiding Voltijd Jaar 3 Studiejaar 2015-2016 Stage-opdrachten Tijdens stage 3 worden 4 stage-opdrachten gemaakt (waarvan opdracht 1 als toets voor de

Nadere informatie

Samenvatting Samenvatting

Samenvatting Samenvatting Samenvatting Samenvatting Binnen het domein van hart- en vaatziekten is een bypassoperatie de meest uitgevoerde chirurgische ingreep. Omdat bij een hartoperatie het borstbeen wordt doorgesneden en er meestal

Nadere informatie

Multidimensional Fatigue Inventory

Multidimensional Fatigue Inventory Multidimensional Fatigue Inventory (MFI) Smets E.M.A., Garssen B., Bonke B., Dehaes J.C.J.M. (1995) The Multidimensional Fatigue Inventory (MFI) Psychometric properties of an instrument to asses fatigue.

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Sinds enkele decennia is de acute zorg voor brandwondenpatiënten verbeterd, hetgeen heeft geresulteerd in een reductie van de mortaliteit na verbranding, met name van patiënten

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Zowel beleidsmakers en zorgverleners als het algemene publiek zijn zich meer en meer bewust van de essentiële rol van kwaliteitsmeting en - verbetering in het verlenen van

Nadere informatie

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Toelichting bij de criteria voor het beoordelen van de kwaliteit van een

Nadere informatie

Dr. Hilde Verbeek 15 april 2014. Department of Health Services Research Focusing on Chronic Care and Ageing 1

Dr. Hilde Verbeek 15 april 2014. Department of Health Services Research Focusing on Chronic Care and Ageing 1 Dr. Hilde Verbeek 15 april 2014 Department of Health Services Research Focusing on Chronic Care and Ageing 1 Doelstelling Nurses on the Move Bijdragen aan verbetering kwaliteit van zorg in verpleeg- en

Nadere informatie

Voorbeeld adviesrapport MedValue

Voorbeeld adviesrapport MedValue Voorbeeld adviesrapport MedValue (de werkelijke naam van de innovatie en het ziektebeeld zijn verwijderd omdat anders bedrijfsgevoelige informatie van de klant openbaar wordt) Dit onafhankelijke advies

Nadere informatie

PROMIS. De nieuwe gouden standaard voor PROMs. Kenniscentrum Meetinstrumenten Afdeling Epidemiologie en Biostatistiek VU Medisch Centrum

PROMIS. De nieuwe gouden standaard voor PROMs. Kenniscentrum Meetinstrumenten Afdeling Epidemiologie en Biostatistiek VU Medisch Centrum PROMIS De nieuwe gouden standaard voor PROMs Dr. Caroline Terwee Dutch-Flemish PROMIS group Kenniscentrum Meetinstrumenten Afdeling Epidemiologie en Biostatistiek VU Medisch Centrum Dr. Dolf de Boer Vraaggestuurde

Nadere informatie

Bij gebrek aan bewijs

Bij gebrek aan bewijs Bij gebrek aan bewijs kennis is macht! internet in de spreekkamer P.A. Flach Bedrijfsarts Arbo- en milieudienst RuG 09-10-2006 1 3 onderdelen 1. Wat is EBM 2. Zoeken in PubMed 3. Beoordelen van de resultaten

Nadere informatie

hoofdstuk 3 hoofdstuk 4

hoofdstuk 3 hoofdstuk 4 Samenvatting Samenvatting Veneuze trombose is een veel voorkomende ziekte. Jaarlijks krijgt ongeveer 1 op de 1000 mensen een trombosebeen of een longembolie wat neerkomt op ongeveer 16 duizend gevallen

Nadere informatie

Nederlanse Samenvatting. Nederlandse Samenvatting

Nederlanse Samenvatting. Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting 197 198 Samenvatting In het proefschrift worden diverse klinische aspecten van primaire PCI (Primaire Coronaire Interventie) voor de behandeling van een hartinfarct onderzocht.

Nadere informatie

Samenvatting. Inleiding

Samenvatting. Inleiding 214 Inleiding Als werknemers door ziekte twee jaar niet hebben kunnen werken of maar gedeeltelijk hebben kunnen werken, kunnen zij een arbeidsongeschiktheidsuitkering aanvragen bij UWV. Mede op basis van

Nadere informatie

Standard Operating Procedure

Standard Operating Procedure Standard Operating Procedure STZ SOP: VC9 Proefpersonen- en aansprakelijkheidsverzekering (centraal) Distributielijst : STZ Datum : 10-03-2014 Revisiedatum : 10-03-2015 Veranderingen ten opzichte van eerdere

Nadere informatie

Japans-Nederlandse wetenschappelijke publicaties. Paul op den Brouw, 3 juli 2014, meer informatie: www.ianetwerk.nl

Japans-Nederlandse wetenschappelijke publicaties. Paul op den Brouw, 3 juli 2014, meer informatie: www.ianetwerk.nl Japans-Nederlandse wetenschappelijke publicaties Paul op den Brouw, 3 juli 2014, meer informatie: www.ianetwerk.nl Samenvatting Elf Japanse top-onderzoeksuniversiteiten spraken tijdens zijn bezoek aan

Nadere informatie

17/04/2013. 1. Epidemiologische studies. Children should not be treated as miniature men and women Abraham Jacobi

17/04/2013. 1. Epidemiologische studies. Children should not be treated as miniature men and women Abraham Jacobi Aanpak en interpretatie van een epidemiologische studie Aanpak en interpretatie van een epidemiologische studie Katia Verhamme, MD, PhD Epidemioloog OLV Ziekenhuis-Aalst Erasmus MC Rotterdam 20 april 2013

Nadere informatie

Samenwerking in academisch netwerkenrken

Samenwerking in academisch netwerkenrken Home no. 3 Juni 2015 Juridische aspecten Eerdere edities Verenso.nl Samenwerking in academisch netwerkenrken Goed gedrag in wetenschappelijk onderzoek Dr. Anke Persoon, coördinator UKON, afdeling ELG,

Nadere informatie

samenvatting 127 Samenvatting

samenvatting 127 Samenvatting 127 Samenvatting 128 129 De ziekte van Bechterew, in het Latijn: Spondylitis Ankylopoëtica (SA), is een chronische, inflammatoire reumatische aandoening die zich vooral manifesteert in de onderrug en wervelkolom.

Nadere informatie

SEMINAR 4 NOVEMBER 2014

SEMINAR 4 NOVEMBER 2014 SEMINAR 4 NOVEMBER 2014 Professioneel opzetten en uitvoeren van klinisch onderzoek www.deresearchmanager.nl Striksteeg 7 7411 KR Deventer 0570 594 789 info@deresearchmanager.nl Ontwikkeling Afdeling Innovatie

Nadere informatie

Roland Disability Questionnaire

Roland Disability Questionnaire Roland 1983 Nederlandse vertaling G.J. van der Heijden 1991 Naampatiënt...Datum:. Uw rugklachten kunnen u belemmeren bij uw normale dagelijkse bezigheden. Deze vragenlijst bevat een aantal zinnen waarmee

Nadere informatie

PROMs in de orthopedie

PROMs in de orthopedie PROMs in de orthopedie Liza van Steenbergen, epidemioloog LROI NFU symposium 7 november 2014 LROI Landelijke Registratie Orthopedische Implantaten 2007: Start registratie van heup- en knieimplantaten 2013:

Nadere informatie

Plastische chirurgie. Bovenbeenlift. www.catharinaziekenhuis.nl

Plastische chirurgie. Bovenbeenlift. www.catharinaziekenhuis.nl Plastische chirurgie Bovenbeenlift www.catharinaziekenhuis.nl Patiëntenvoorlichting: patienten.voorlichting@catharinaziekenhuis.nl PLA004 / Bovenbeenlift / 13-11-2015 2 Bovenbeenlift U hebt met de plastisch

Nadere informatie

Geachte heer/mevrouw,

Geachte heer/mevrouw, Titel onderzoek: Kosteneffectiviteit van vroege chirurgie versus fysiotherapie met optionele verlate meniscectomie in oudere patiënten. Een gerandomiseerde multicenter studie. Geachte heer/mevrouw, Via

Nadere informatie

Handhygiëne in Nederlandse ziekenhuizen

Handhygiëne in Nederlandse ziekenhuizen Handhygiëne in Nederlandse ziekenhuizen Elise van Beeck Maatschappelijke Gezondheidszorg & Medische Microbiologie en Infectieziekten Erasmus MC Rotterdam Overzicht presentatie Introductie: waar is het

Nadere informatie

Wetenschappelijke vorming in de huisartsopleiding

Wetenschappelijke vorming in de huisartsopleiding Versiedatum: 0-0-06 Pagina van 5 De wetenschappelijke onderbouwing van het huisartsgeneeskundig handelen vormt een belangrijke leidraad voor de huisarts. Deze moet een wetenschappelijke onderbouwing kunnen

Nadere informatie

development of sucking patterns in preterm infants

development of sucking patterns in preterm infants 9 Samenvatting 123 Dit proefschrift gaat over de ontwikkeling van zuigpatronen bij premature pasgeborenen. Deze baby s hebben vaak problemen met het leren drinken uit de borst of de fles en het is niet

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Inleiding.

Hoofdstuk 1. Inleiding. 159 Hoofdstuk 1. Inleiding. Huisartsen beschouwen palliatieve zorg, hoewel het maar een klein deel van hun werk is, als een belangrijke taak. Veel ongeneeslijk zieke patiënten zijn het grootse deel van

Nadere informatie

Sciatica MED Trial resultaten na 1 jaar

Sciatica MED Trial resultaten na 1 jaar Sciatica MED Trial resultaten na 1 jaar Micro endoscopische operatie (buisjesmethode) voor lage rughernia minder effectief U doet mee aan de Sciatica MED Trial, het doelmatigheidsonderzoek naar de behandeling

Nadere informatie

Behandeling van een trigger finger. Loes van Boxmeer & Emma Wassenaar

Behandeling van een trigger finger. Loes van Boxmeer & Emma Wassenaar Behandeling van een trigger finger Loes van Boxmeer & Emma Wassenaar Overzicht Inleiding PICO Zoekstrategie & Flowchart Artikelen Chirurgie Anatomie Open vs percutaan Conclusie Inleiding Klinische symptomen

Nadere informatie

PILOT. TOETSINGSKADER NIET-WMO-PLICHTIG (nwmo) ONDERZOEK

PILOT. TOETSINGSKADER NIET-WMO-PLICHTIG (nwmo) ONDERZOEK PILOT TOETSINGSKADER NIET-WMO-PLICHTIG (nwmo) ONDERZOEK Stuurgroep nwmo Prof. Dr. Herman Pieterse (Voorzitter) Profess Medical Consultancy B.V. Dhr. Drs. Pieter Kievit Dhr. Dr. Eric Hoedemaker Mevr. Tanja

Nadere informatie

E-health4Uth: extra contactmoment vanuit de Jeugdgezondheidszorg voor 15/16 jarigen

E-health4Uth: extra contactmoment vanuit de Jeugdgezondheidszorg voor 15/16 jarigen E-health4Uth: extra contactmoment vanuit de Jeugdgezondheidszorg voor 15/16 jarigen Effectevaluatie Door: Rienke Bannink (Erasmus MC) E-mail r.bannink@erasmusmc.nl i.s.m. Els van As (consortium Rivas-Careyn),

Nadere informatie

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Samenvatting Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Hoofdstuk 1 bevat de algemene inleiding van dit proefschrift. Dit hoofdstuk

Nadere informatie

Standard Operating Procedure

Standard Operating Procedure Standard Operating Procedure STZ SOP: U9 Monitoren Distributielijst : STZ Datum : 15-10-2012 Revisiedatum : 15-10-2013 Veranderingen ten opzichte van eerdere versies Versiedatum Hoofdstuk Versiedatum Hoofdstuk

Nadere informatie

Patiënteninformatiefolder

Patiënteninformatiefolder Patiënteninformatie bij het wetenschappelijk onderzoek naar het nut van het routinematig controleren van alvleesklier cysten. Geachte heer/mevrouw, Uw behandelend arts heeft u deze informatie gegeven,

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING In het eerste gedeelte van dit proefschrift worden verschillende coagulatie instrumenten tijdens laparoscopische ingrepen geëvalueerd ter voorkoming van bloedingen en gerelateerde

Nadere informatie

PROMIS Een integraal systeem voor het meten van patientgeraporteerde

PROMIS Een integraal systeem voor het meten van patientgeraporteerde PROMIS Een integraal systeem voor het meten van patientgeraporteerde uitkomsten in de zorg Dr. Caroline Terwee Dutch-Flemish PROMIS group VU University Medical Center Department of Epidemiology and Biostatistics

Nadere informatie

218 SAMENVATTING De prevalentie van overgewicht en obesitas bij kinderen is de laatste jaren sterk toegenomen. In Nederland hebben 12.8% van de jongen

218 SAMENVATTING De prevalentie van overgewicht en obesitas bij kinderen is de laatste jaren sterk toegenomen. In Nederland hebben 12.8% van de jongen Samenvatting 217 218 SAMENVATTING De prevalentie van overgewicht en obesitas bij kinderen is de laatste jaren sterk toegenomen. In Nederland hebben 12.8% van de jongens en 14.8% van de meisjes overgewicht,

Nadere informatie

Evidence based nursing: wat is dat?

Evidence based nursing: wat is dat? Evidence based nursing: wat is dat? Sandra Beurskens Lector kenniskring autonomie en participatie van mensen met een chronische ziekte Kenniskring autonomie en participatie EBN in de praktijk: veel vragen

Nadere informatie

Het nagaan van het verloop van borstvoeding bij de pasgeborene

Het nagaan van het verloop van borstvoeding bij de pasgeborene INFANT BREASTFEEDING ASSESSMENT TOOL (IBFAT) Matthews M.K. (1988) Developing an instrument to assess infant breastfeeding behavior in early neonatal period. Midwifery, 4, 154-165. Meetinstrument Afkorting

Nadere informatie

Patienteninformatiebrief. De Rapid studie

Patienteninformatiebrief. De Rapid studie Patienteninformatiebrief De Rapid studie Studie waarin de standaard dotter behandeling met stent voor een vernauwde of afgesloten bovenbeenslagaders wordt vergeleken met een Paclitaxel gecoate dotter ballon

Nadere informatie

Beleidsplan Wetenschap 2011-2013

Beleidsplan Wetenschap 2011-2013 Beleidsplan Wetenschap 2011-2013 Namens de Commissie Wetenschappelijk Onderzoek OLVG : Dr P.S. van Dam, internist, voorzitter Namens het bureau Wetenschap van Teaching Hospital: Drs L.M.C. Overtoom, hoofd

Nadere informatie

Fast Track Het ontwikkelen van een database: orthopedie TKA en THA.

Fast Track Het ontwikkelen van een database: orthopedie TKA en THA. Fast Track Het ontwikkelen van een database: orthopedie TKA en THA. Isala Anouk Spijkerman & Marieke Hollewand 24 september 2014 Introductie Veel voorkomende operaties in Nederland: Totale knie prothese:

Nadere informatie

Een survey naar post-interventie management van Percutane Transhepatische Cholangiografie drains

Een survey naar post-interventie management van Percutane Transhepatische Cholangiografie drains Een survey naar post-interventie management van Percutane Transhepatische Cholangiografie drains Chulja Pek RN, MN Verpleegkundig specialist Pancreatobiliaire chirurgie Erasmus MC Rotterdam Masterclass

Nadere informatie

Evidence-Based Nursing. Bart Geurden, RN, MScN

Evidence-Based Nursing. Bart Geurden, RN, MScN Evidence-Based Nursing Bart Geurden, RN, MScN Trends in Verpleegkunde Jaren 1980: Systematisch werken Focus op proces Jaren 1990: Verpleegkundige diagnostiek Focus op taal Aandacht verschuift van proces

Nadere informatie

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Congres Focus op Onderzoek, 22 juni 2015 Gerda de Kuijper, AVG/senior senior onderzoeker CVBP/UMCG Dederieke Festen AVG/senior onderzoeker

Nadere informatie

Hartfalen bij verpleeghuisbewoners; waar liggen de uitdagingen?

Hartfalen bij verpleeghuisbewoners; waar liggen de uitdagingen? Hartfalen bij verpleeghuisbewoners; waar liggen de uitdagingen? Drs. Mariëlle AMJ van der Velden-Daamen Prof. Dr. Jan PH Hamers Prof. Dr. Hans Peter Brunner la Rocca Dr. Frans ES Tan Prof. Dr. Jos MGA

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING (DUTCH SUMMARY)

NEDERLANDSE SAMENVATTING (DUTCH SUMMARY) NEDERLANDE AMENVATTING (DUTCH UMMARY) 189 Nederlandse amenvatting (Dutch ummary) trekking van proefschrift Patiënten met een chronische gewrichtsontsteking, waaronder reumatoïde artritis (RA), de ziekte

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord prof. dr. P.H. Dejonckere bij de eerste druk 10. Woord vooraf bij de tweede, geheel herziene druk 12

Inhoud. Voorwoord prof. dr. P.H. Dejonckere bij de eerste druk 10. Woord vooraf bij de tweede, geheel herziene druk 12 Inhoud Voorwoord prof. dr. P.H. Dejonckere bij de eerste druk 10 Woord vooraf bij de tweede, geheel herziene druk 12 1 Inleiding 14 1.1 Wat is evidence-based handelen? 14 1.2 Evidentie in de logopedie

Nadere informatie

Citatie analyse Walaeus Bibliotheek (LUMC) 2014

Citatie analyse Walaeus Bibliotheek (LUMC) 2014 Citatie analyse Walaeus Bibliotheek (LUMC) 2014 Dit is de algemene introductie citatie analyse, bedoeld voor onderzoekers en academici die interesse hebben in het publiceren van een (wetenschappelijk)

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting. Chapter 11

Nederlandse samenvatting. Chapter 11 Nederlandse samenvatting Chapter 11 Chapter 11 Samenvatting Dit proefschrift beschrijft de resultaten van een groot vragenlijstonderzoek over de epidemiologie van chronisch frequente hoofdpijn in de Nederlandse

Nadere informatie

Zoeken naar evidence

Zoeken naar evidence Zoeken naar evidence Faridi van Etten-Jamaludin Clinical librarian Medische Bibliotheek AMC 2 december 2008 Evidence Based Practice? Bij EBP worden klinische beslissingen genomen op basis van het best

Nadere informatie

Perspectief van de zorgondernemer. Prof. dr. Robert Slappendel, anesthesioloog Manager kwaliteit en Veiligheid Amphia Ziekenhuis

Perspectief van de zorgondernemer. Prof. dr. Robert Slappendel, anesthesioloog Manager kwaliteit en Veiligheid Amphia Ziekenhuis Perspectief van de zorgondernemer Prof. dr. Robert Slappendel, anesthesioloog Manager kwaliteit en Veiligheid Amphia Ziekenhuis Heeft dit zorgstelsel adequate prikkels om kwalitatief goede zorg te leveren?

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting De levensverwachting van mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) is gemiddeld 13-30 jaar korter dan die van de algemene bevolking. Onnatuurlijke doodsoorzaken zoals

Nadere informatie

Nurse versus physician-led care for the management of asthma

Nurse versus physician-led care for the management of asthma TRAM onderzoek Nurse versus physician-led care for the management of asthma Maarten C Kuethe1, Anja A P H Vaessen-Verberne1, Roy G Elbers2, Wim MC Van Aalderen3 1. Paediatrics, AMPHIA Hospital, Breda,

Nadere informatie

(Industrie geïnitieerd) Onderzoek in de STZ Omgeving' Joep Dille (j.dille@isala.nl) Manager wetenschapsbureau Isala klinieken, Zwolle

(Industrie geïnitieerd) Onderzoek in de STZ Omgeving' Joep Dille (j.dille@isala.nl) Manager wetenschapsbureau Isala klinieken, Zwolle (Industrie geïnitieerd) Onderzoek in de STZ Omgeving' Joep Dille (j.dille@isala.nl) Manager wetenschapsbureau Isala klinieken, Zwolle Take home message Ga op zoek naar wat mensen drijft en sluit daarbij

Nadere informatie

More than lung cancer: automated analysis of low-dose screening CT scans

More than lung cancer: automated analysis of low-dose screening CT scans Onno Mets More than lung cancer: automated analysis of low-dose screening CT scans Er zijn sterke aanwijzingen dat de sterfte als gevolg van longkanker zal afnemen wanneer zware rokers gescreend worden

Nadere informatie

Het begrijpelijk communiceren van een gezondheidsrisico

Het begrijpelijk communiceren van een gezondheidsrisico Het begrijpelijk communiceren van een gezondheidsrisico Dr. Olga Damman Dr. Maaike van den Haak Nina Bogaerts, Msc Amber van der Meij, Bsc Prof.dr. Danielle Timmermans Quality of Care EMGO Institute for

Nadere informatie

WORKSHOP 21ste symposium voor verpleegkundigen en paramedici Donderdag 11 juni 2015

WORKSHOP 21ste symposium voor verpleegkundigen en paramedici Donderdag 11 juni 2015 WORKSHOP 21 ste symposium voor verpleegkundigen en paramedici Donderdag 11 juni 2015 H.Tefsen, MANP verpleegkundig specialist hoofd-hals oncologie J. de Heij-van den Tweel, hoofd- hals/oncologieverpleegkundige

Nadere informatie

Paul Brand Kinderarts Amalia kinderafdeling Isala klinieken Zwolle Hoogleraar klinisch onderwijs UMC Groningen 1

Paul Brand Kinderarts Amalia kinderafdeling Isala klinieken Zwolle Hoogleraar klinisch onderwijs UMC Groningen 1 Opleiden in de klinische praktijk Paul Brand Kinderarts Amalia kinderafdeling Isala klinieken Zwolle Hoogleraar klinisch onderwijs UMC Groningen 1 Leerdoelen Aan het einde van deze middag: Kent u de principes

Nadere informatie

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Congres Focus op Onderzoek, 22 juni 2015 Gerda de Kuijper, AVG/senior senior onderzoeker CVBP/UMCG Dederieke Festen AVG/senior onderzoeker

Nadere informatie

Evidence Based Care coaching Ann Van den Bruel Academic Clinical Lecturer, University of Oxford

Evidence Based Care coaching Ann Van den Bruel Academic Clinical Lecturer, University of Oxford Evidence Based Care coaching Ann Van den Bruel Academic Clinical Lecturer, University of Oxford Evidence Based Medicine 1 Evidence Based Medicine Levels of Evidence for Eminence-based medicine Level I:

Nadere informatie

Pijn-Coping-Inventarisatielijst (PCI) Kraaimaat, Bakker & Evers (1997)

Pijn-Coping-Inventarisatielijst (PCI) Kraaimaat, Bakker & Evers (1997) Pijn-Coping-Inventarisatielijst (PCI) Kraaimaat, Bakker & Evers (1997) Achtergrond In de literatuur over (chronische)pijn wordt veel aandacht besteed aan de invloed van pijncoping strategieën op pijn.

Nadere informatie

1 e Post EAUN Meeting. Richtlijnen. Mirjam Kappert Verpleegkundig specialist Slingeland ziekenhuis

1 e Post EAUN Meeting. Richtlijnen. Mirjam Kappert Verpleegkundig specialist Slingeland ziekenhuis 1 e Post EAUN Meeting Richtlijnen Mirjam Kappert Verpleegkundig specialist Slingeland ziekenhuis Nurses guidelines Nurses guidelines Nurses guidelines Nurses guidelines Wordt herzien Planning was congres

Nadere informatie

Functieomschrijving Circulation Practitioner

Functieomschrijving Circulation Practitioner Functieomschrijving Circulation Practitioner Landelijke Vakgroep van Circulation Practitioners Definitie functie specialistisch verpleegkundige IC 1 /CC 2 specialisatie binnen het aandachtsgebied van de

Nadere informatie

Een holistische benadering door klinisch redeneren

Een holistische benadering door klinisch redeneren Een holistische benadering door klinisch redeneren Barbara van der Meij (Links), Halime Ozturk (rechts) Publicatiedatum: 14-02-2014 Klinisch redeneren lijkt hét middel om de diëtetiek naar een hoger niveau

Nadere informatie

Wel of geen AOA in het JBZ?

Wel of geen AOA in het JBZ? Wel of geen AOA in het JBZ? Maartje van de Vrugt CHOIR seminar 13 november 2015 Facts and figures JBZ Topklinisch ziekenhuis 4000 medewerkers 240 medisch specialisten 730 bedden Incl. Intensive care: 26

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting 198 Het eerste deel van dit proefschrift beschrijft de effectiviteit van clopidogrel en tirofiban in patiënten met een acuut hart infarct verwezen voor een spoed dotter behandeling. In hoofdstuk 1 werd

Nadere informatie

Dr. Asiong Jie. Hoe krijg ik als patiënt de beste zorg?

Dr. Asiong Jie. Hoe krijg ik als patiënt de beste zorg? Dr. Asiong Jie Hoe krijg ik als patiënt de beste zorg? Hoe krijg ik als patiënt de beste zorg? 1. Wat is beste zorg volgens dokters/ ziekenhuizen patiënten 2. Hoe kunnen we patiënten hierbij helpen? Patiëntenparticipatie:

Nadere informatie

Klinisch onderzoek bij kinderen en jongeren met kanker. wat is het en hoe werkt het?

Klinisch onderzoek bij kinderen en jongeren met kanker. wat is het en hoe werkt het? Klinisch onderzoek bij kinderen en jongeren met kanker wat is het en hoe werkt het? De behandeling van kinderen en jongeren met kanker vindt meestal plaats in combinatie met een klinisch onderzoek. We

Nadere informatie

The Disability Assessment Structured Interview

The Disability Assessment Structured Interview RIJKSUNIVERSITEIT GRONINGEN The Disability Assessment Structured Interview Its reliability and validity in work disability assessment Proefschrift ter verkrijging van het doctoraat in de Medische Wetenschappen

Nadere informatie

PROMs en PROMIS. Colloqium NIVEL 27 jan 2014

PROMs en PROMIS. Colloqium NIVEL 27 jan 2014 PROMs en PROMIS Colloqium NIVEL 27 jan 2014 Dr. Caroline Terwee Dutch-Flemish PROMIS group VU University Medical Center Department of Epidemiology and Biostatistics Inhoud 1. PROs 2. PROMs 3. PROMIS 2

Nadere informatie

UITKOMSTEN WAT IS EEN UITKOMST? 30/04/2013. A is beter dan B? C is goedkoper dan D? Uitkomst = Het effect van een bepaalde interventie op

UITKOMSTEN WAT IS EEN UITKOMST? 30/04/2013. A is beter dan B? C is goedkoper dan D? Uitkomst = Het effect van een bepaalde interventie op UITKOMSTEN WAT IS EEN UITKOMST? A is beter dan B? C is goedkoper dan D? Mijn innovatie is beter dan de concurrentie Uitkomst = Het effect van een bepaalde interventie op Bijvoorbeeld: Mortaliteit Kwaliteit

Nadere informatie

Screening en behandeling van psychische problemen via internet. Viola Spek Universiteit van Tilburg

Screening en behandeling van psychische problemen via internet. Viola Spek Universiteit van Tilburg Screening en behandeling van psychische problemen via internet Viola Spek Universiteit van Tilburg Screening en behandeling van psychische problemen via internet Online screening Online behandeling - Effectiviteit

Nadere informatie

Evidence Based Practice

Evidence Based Practice Hoe lees je als verpleegkundige een artikel? Anne-Margreet van Dishoeck en Marjolein Snaterse Namens de Werkgroep Wetenschappelijk onderzoek; Mattie Lenzen Ingrid Schiks Henri van de Wetering Ellen van

Nadere informatie

Samenvatting in. het Nederlands

Samenvatting in. het Nederlands 11 Samenvatting in het Nederlands Chapter Samenvatting 1 in het Nederlands Naast therapeutische effectiviteit zijn kostenbeheersing en het verminderen van onnodig antibioticumgebruik belangrijke aspecten

Nadere informatie

Evidence zoeken @ WWW

Evidence zoeken @ WWW Evidence zoeken @ WWW Dirk Ubbink Evidence Based Surgery 2011 Informatie Jaarlijks: >20.000 tijdschriften en boeken MEDLINE: >6.700 tijdschriften Jaarlijks 2 miljoen artikelen gepubliceerd 5500 publicaties

Nadere informatie

Standard Operating Procedure

Standard Operating Procedure Standard Operating Procedure STZ SOP: U10 Audit Distributielijst : STZ Datum : 19-06-2014 Revisiedatum : 19-06-2015 Veranderingen ten opzichte van eerdere versies Versiedatum Opmerkingen Versiedatum Opmerkingen

Nadere informatie

Medischwetenschappelijk onderzoek. Algemene informatie voor de proefpersoon

Medischwetenschappelijk onderzoek. Algemene informatie voor de proefpersoon Medischwetenschappelijk onderzoek Algemene informatie voor de proefpersoon Inhoud Inleiding 3 Medisch-wetenschappelijk onderzoek 4 Wat is medisch-wetenschappelijk onderzoek? Wat zijn proefpersonen? Hoe

Nadere informatie

SAMENVATTING. Samenvatting

SAMENVATTING. Samenvatting SAMENVATTING. 167 Met de komst van verpleegkundigen gespecialiseerd in palliatieve zorg, die naast de huisarts en verpleegkundigen van de thuiszorg, thuiswonende patiënten bezoeken om te zorgen dat patiënten

Nadere informatie

PATIENTEN INFORMATIE

PATIENTEN INFORMATIE Thrombofilie, ontsteking en waarden in het bloed van hart- en vaatziekten in HIV-geïnfecteerde patiënten. Protocol title: INF-BEAST PATIENTEN INFORMATIE Informatiebrief INF-BEAST pagina 1 van 7 Titel van

Nadere informatie

Dutch summary. Nederlandse samenvatting

Dutch summary. Nederlandse samenvatting Dutch summary Nederlandse samenvatting 127 Kinderen die te vroeg geboren worden, dat wil zeggen bij een zwangerschapsduur korter dan 37 weken, worden prematuren genoemd. Na de bevalling worden ernstig

Nadere informatie

Thuiswerktoets Filosofie, Wetenschap en Ethiek Opdracht 1: DenkTank De betekenis van Evidence Based Practice voor de verpleegkunde

Thuiswerktoets Filosofie, Wetenschap en Ethiek Opdracht 1: DenkTank De betekenis van Evidence Based Practice voor de verpleegkunde Thuiswerktoets Filosofie, Wetenschap en Ethiek Opdracht 1: DenkTank De betekenis van Evidence Based Practice voor de verpleegkunde Universitair Medisch Centrum Utrecht Verplegingswetenschappen cursusjaar

Nadere informatie