An historical overview of the development of community health network in Louisiana since the Katrina Flooding k.b. desalvo

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "An historical overview of the development of community health network in Louisiana since the Katrina Flooding k.b. desalvo karen.desalvo@gmail."

Transcriptie

1 S-1 An historical overview of the development of community health network in Louisiana since the Katrina Flooding k.b. desalvo Louisiana s health care sector has historically been as one of the most poorly performing, at a high cost, and with a population health profile that is the worst in the nation. The financing encouraged the production of specialists and a density of hospital beds well above national norms. The near complete devastation of the health sector from Hurricane Katrina flooding in 2005 provided an unprecedented opportunity to redesign this poorly performing sector in to a model for rapid development of high quality, affordable primary care with a strong role for community and a path for more rational workforce development. The initial seeds were planted by volunteer providers seeking to meet the immediate disaster needs of the population and laid the philosophical foundation for the new model of care. Through a mixture of grass roots efforts and cooperation and deliberate policy actions at the state and federal level, the redesign effort has seen tremendous success evolving it from one dominated by a single safety-net provider to 25 organizations working cooperatively in a community health network. Together they provide access to primary care and outpatient mental health services across neighborhoods in the New Orleans area and serve approximately 20% of the population or 175,000 people. Nearly half of those served are uninsured, working adults caught in the policy gap of American health system financing. The new community health network provides not only better care than available prior to the Katrina flooding, but better care than the average American. This new community health network, grounded in the immediate disaster response, provides a critical foundation for a reinvented health sector for Louisiana. The payment and delivery innovations encourage team based care and a population approach that encourages value over volume. The presenter will provide an historical overview of the development of this innovative community health network since the disaster and give insight in to the key challenges and policy changes needed for this health care innovation success story to be replicated and sustained. S-2 The role of institutions in medical professionalism in the 21st century d. bhugra Medical professionalism emerged in the Western Europe a few hundred years ago where the role of the doctor was partly controlled by professional guilds which gave way to self-regulation. In the mid to late 20th century certainly in the uk and the us many medical scandals occurred which changed the perception of self-regulation and the perception of the role of the doctors. Although in most surveys doctors are still the most trusted group say compared with politicians and journalists, this trust has to be earned. In the uk there were some serious scandals in the last quarter of last century in pathology, surgery and psychiatry which shook the medical establishment. As a result various institutions including the Royal College of Psychiatrists the role of medical professionalism is being redefined. In the last year the College has worked with stake holders including politicians, journalists, employers, other professionals and patients and carers in identifying core concepts of psychiatric professionalism. With changing patient expectations and an increase in patient knowledge base through the use of the internet and other sources, the earlier notions of doctors having all the knowledge is not sustainable. This also means that we need to work some- tijdschrift voor psychiatrie 53 (2011) suppl. 1 S9

2 what differently with patients and carers. Some of these challenges along with other advances in treatment such as pharmacogenomics will lead to a major shift in relationship between patients, their families and psychiatrists including changes in ethical expectations. Some of these issues will be highlighted and discussed in the presentation. Potential problems and some solutions will be brought together so that the profession can work together with other stake holders in delivering standards of service which will be acceptable to the society at large. S-3 The changing face of medicine, the next generation of psychiatrists c. bernstein There are currently four generations in the workplace in the us. While differences between generations have been in play for centuries, longer life spans and a healthier population in the western world have meant that those in their 20s are working alongside those in their 60s and 70s far more routinely than has been true in the past. In addition, the communication transformation brought about by the world-wide web, cell phones, ipads and other digital devices have radically altered not only views of leadership, authority and work-life balance, but how individuals relate to each other. This presentation will focus on characteristics of the different generations (the World War II generation ( ), the Baby Boomers ( ), Generation X ( ) and the Millennials ( ) and the challenges their different approaches (more women, recruitment of future specialists) will bring to the psychiatric/medical environment of the 21 st century. S-4 Autismespectrumstoornissen bij volwassenen in de forensische psychiatrie n. bayat, h.l. van, e. sikkens toelichting Autismespectrumstoornissen (ass) komen, vaker dan men tot enkele jaren geleden dacht, ook voor bij volwassenen in de forensische psychiatrie. Deze groep wordt vaak niet geïdentificeerd of anders gediagnosticeerd. Tijdige diagnostiek hiervan is cruciaal voor adequate behandeling en voor het verkleinen van recidivekans. Tijdens dit symposium zullen verschillende aspecten van autismespectrumstoornissen in de forensische psychiatrie worden belicht. Prevalentie en relatie met het ten laste gelegde delict worden besproken, tezamen met de resultaten van een systematische review over dit onderwerp. Daarnaast wordt het diagnostisch aspect besproken en ten slotte zal er uitgebreid aandacht worden besteed aan de therapeutische mogelijkheden binnen de forensische setting. leerdoelen De deelnemer zal inzicht verwerven over de prevalentie van autismespectrumstoornissen en de meest gepleegde delicten door deze groep. Verder zal men kennis opdoen over de diagnostische en therapeutische mogelijkheden daarvan. Autismespectrumstoornissen bij volwassenen in de forensische psychiatrie: prevalentie en type delict n. bayat achtergrond De laatste decennia is de aandacht voor het voorkomen van autismespectrumstoornissen (ass) bij volwassenen sterk toegenomen. Er zijn aanwijzingen dat ass bij forensische psychiatrische patiënten vaker voorkomt dan werd gedacht. Bovendien lijkt er een relatie te zijn tussen ass en het type gepleegde delict. S10 tijdschrift voor psychiatrie 53 (2011) suppl. 1

3 doel Het doel van deze presentatie is om op basis van een review van de literatuur na te gaan wat de prevalentie is van ass bij volwassenen binnen de forensische psychiatrie en wat de relatie is tussen ass en het type gepleegde delict. Deze gegevens worden vergeleken met Nederlandse data. methoden 1. Systematische review naar de prevalentie van ass bij volwassenen binnen de forensische psychiatrie en de relatie met het type gepleegde delict. 2. Op basis van het databestand van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (nifp) wordt bepaald hoe vaak de diagnose ass werd gesteld tussen en of er een relatie bestaat met het type delict. resultaten Er werden in totaal 29 studies gevonden waarvan negen zich voor nadere analyse leenden. Prevalentiecijfers varieerden van 1,5-18%. Uit de literatuurstudies blijkt met name een relatie te bestaan tussen ass en brandstichting. Het databestand van het nifp bestaat uit patiënten met justitiële rapportages. Bij 1320 (1,65%) is bij de diagnose een stoornis van het autismespectrum vastgesteld. Geweldpleging was het meest voorkomende delict, namelijk 177 (13,4%). conclusie Alhoewel uit de literatuur sterk uiteenlopende cijfers blijken, is duidelijk dat de prevalentie van ass bij volwassenen binnen de forensische psychiatrie hoger is dan in de normale bevolking. Voorts lijken bepaalde typen delicten vaker voor te komen. Dit illustreert de klinische relevantie van ass voor de forensisch psychiater. Autismediagnostiek bij volwassenen h.m. geurts er het risico dat comorbide stoornissen over het hoofd worden gezien. Vaak hebben volwassenen bij wie er een vraag is naar ass-diagnostiek al een lange hulpverlenergeschiedenis. Dit roept de vraag op of specifieke dossierinformatie behulpzaam kan zijn bij de diagnostiek van ass in de volwassenheid. doel Een overzicht geven over ass-diagnostiek bij volwassen bij wie er speciale aandacht is voor de vraag of de diagnostische voorgeschiedenis van belang is voor de ass-diagnostiek. methoden Een kort literatuuroverzicht en een dossieranalyse van 89 mannen en 36 vrouwen die verwezen zijn naar een specialistisch autismeteam in verband met ass-diagnostiek. Deze volwassenen hadden voor het eerst contact met de ggz toen ze tussen de 2 tot 78 jaar waren, maar waren tussen de 18 tot 82 jaar toen ze verwezen werden naar het autismeteam. Vier groepen worden met elkaar vergeleken: autisme (n = 27), syndroom van Asperger (Asp: n = 28), pdd-nos (n = 50) en Geen ass-diagnose (n = 20). resultaten De groepen verschillen in het aantal en type as I-diagnosen die ze in het verleden hadden ontvangen. Stemmingsstoornissen komen vaker voor in de Asp en de groep waarbij geen ass-diagnose is gesteld. De groepen verschillen eveneens in het type As II-diagnosen. Intellectuele beperkingen zijn prevalenter in de autismegroep, maar er zijn geen verschillen in de prevalentie van persoonlijkheidsstoornissen. conclusie Er is geen evidentie voor het heersende klinische idee dat volwassenen met assdiagnose een rijkere historie van klinische diagnosen hebben in vergelijking met mensen zonder ass. Toch kunnen uit een gedegen dossieronderzoek aanwijzingen naar voren komen die nuttig zijn voor de diagnostiek van ass bij volwassenen. achtergrond Er is steeds meer aandacht voor gedegen diagnostiek van autismespectrumstoornissen (ass) bij volwassenen. De grote hoeveelheid aandacht kan er voor zorgen dat ass sneller wordt herkend, maar de diagnose kan ook sneller ten onrechte worden gesteld. Daarnaast is tijdschrift voor psychiatrie 53 (2011) suppl. 1 S11

4 Behandeling van mensen met autismespectrumstoornissen in de forensische psychiatrie a. bartels achtergrond Autismespectrumstoornissen (ass) komen in de forensische psychiatrie veel voor. Het is daarom belangrijk dat hiervoor specifieke behandelprogramma s worden ontwikkeld die in deze context uitvoerbaar zijn. doel Het doel van deze presentatie is te beschrijven op welke wijze ass in een forensische setting behandeld kan worden. methoden Op basis van een zorgprogramma zoals dat voor ass is ontwikkeld, wordt beschreven wat de kernbestanddelen zijn en hoe het kan worden geïmplementeerd. resultaten Gezien de manifestatie van de verschijnselen van autisme op relationeel niveau vergt het opbouwen van een werkrelatie specifieke vaardigheden van de behandelaren. In de fase van risicotaxatie komt de vraag aan de orde in hoeverre het type delict en de uitvoering gerelateerd zijn aan de symptomen van autisme. Een wezenlijk onderdeel is psycho-educatie. Dit blijft het hele programma doorlopen en draagt er toe bij dat de patiënt zijn omstandigheden en levensgeschiedenis beter leert begrijpen. Trainen van vaardigheden is nodig op het gebied van communicatie, intimiteit en seksualiteit, impuls- en emotieregulatie. Bij voorkeur wordt het netwerk van de patiënt hierbij betrokken. Op indicatie maken aangepaste vormen van cognitieve gedragstherapie, psychomotore therapie en creatieve therapie deel uit van het programma. Tot slot is van belang dat comorbiditeit behandeld wordt. Met name geldt dit voor verslaving, die anders het risico op terugval en recidief vergroot. conclusie Gezien het voorkomen en de relevantie van ass voorziet de ontwikkeling van een specifiek zorgprogramma in de context van de forensische psychiatrie in een duidelijke behoefte. De eerste indruk is dat daarmee de prognose ten aanzien van recidivekansen en beloop wordt verbeterd. S-5 Beloop en behandeling van bipolaire stoornissen: een longitudinaal perspectief r.w. kupka toelichting Bipolaire stoornissen worden gekenmerkt door een langdurig, recidiverend en heterogeen beloop. Behandeling is daarom zowel gericht op acute stemmingsepisoden als op profylaxe. Het beloop is zeer variabel, zowel tussen patiënten als in verschillende levensfasen. Dit plaatst de behandelaar vaak voor een opeenvolging van complexe beslissingen. In dit symposium wordt een aantal aspecten hiervan nader belicht: de huidige behandelpraktijk in ons land, de risicofactoren rondom de bevalling en in de post-partumperiode, specifieke aandachtspunten bij oudere patiënten en de ontwikkeling van een elektronisch lifechartprogramma waarmee het langetermijnbeloop gevolgd en geëvalueerd kan worden. leerdoel Aan het einde van het symposium heeft de deelnemer inzicht in de stand van zaken met betrekking tot de behandeling van bipolaire stoornissen in ons land, in risicofactoren rondom de bevalling en de specifieke aspecten bij de diagnostiek en behandeling van ouderen en is geïnformeerd over de mogelijkheden van het elektronische lifechartprogramma De behandeling van bipolaire stoornissen in Nederland j.w. renes, w.a. nolen, r.w. kupka achtergrond In de afgelopen jaren zijn er diverse nationale en internationale behandelrichtlijnen gepubliceerd om de kwaliteit van zorg voor patiënten met een bipolaire stoornis te verbeteren. Onderzoek naar implementatie van deze richtlijnen in de dagelijkse praktijk heeft echter nog nauwelijks plaatsgevonden. Internatio- S12 tijdschrift voor psychiatrie 53 (2011) suppl. 1

5 naal en in Nederland is er weinig bekend over de behandeling van patiënten met een bipolaire stoornis in de dagelijkse praktijk. doel Inzicht verkrijgen in de behandeling van patiënten met een bipolaire stoornis in de dagelijkse praktijk in Nederland en onderzoeken in welke mate de Nederlandse behandelpraktijk correspondeert met de NVvP-richtlijn Bipolaire stoornissen (2008), welke factoren van invloed zijn op implementatie van deze richtlijn, of behandeling volgens de richtlijn geassocieerd is met betere uitkomsten en welke aspecten van de zorg verder verbeterd kunnen worden. methoden Een observationeel onderzoek naar de behandeling van bipolaire stoornissen in Nederland. In drie opeenvolgende jaren wordt middels vragenlijsten onder psychiaters onderzocht hoe de behandeling van patiënten met een bipolaire stoornis is georganiseerd. Bij patiënten wordt middels vragenlijsten onderzocht welke behandeling zij in het voorafgaande jaar hebben ontvangen. Het onderzoek vindt plaats in een samenwerkingsverband van Altrecht ggz, umc Groningen, ggz ingeest/vumc, de Hogeschool Inholland en het Kenniscentrum Bipolaire Stoornissen (KenBis). resultaten Alle leden van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) ontvingen eind 2009 en begin 2010 een eerste korte vragenlijst over de behandelsetting waarin zij werken, of zij patiënten met een bipolaire stoornis behandelen en of deze behandeling multidisciplinair plaatsvindt. Van de 2525 psychiaters hebben 1521 gerespondeerd. De uitkomsten van deze vragenlijst zullen tijdens het congres worden gepresenteerd. conclusie Deze volgt tijdens het congres. Risicofactoren voor psychopathologie in de perinatale en post-partumperiode a.w.m.m. stevens achtergrond De periode rond de geboorte van een kind is een periode met een hoog risico voor het ontstaan van psychiatrische symptomen bij de moeder, vooral bij vrouwen met (een kwetsbaarheid voor) een bipolaire stoornis. doel Inzicht verschaffen in de verschillende risicofactoren, samenhangend met een eerste of recidief stemmingsepisode in de post-partumperiode. methoden Literatuuronderzoek en presentatie van een gepland onderzoeksproject naar de invloed van slaapverstoring en andere risicofactoren op de post-partumpsychopathologie bij vrouwen met een bipolaire stoornis. resultaten In de post-partumperiode is het aantal psychiatrische opnamen significant toegenomen. Er zijn verschillende risicofactoren, waarbij de hypothese wordt geopperd dat slaapstoornissen de final common pathway zijn naar het uitbreken van een episode. conclusie Slaapverstoring is een belangrijke, mogelijk te beïnvloeden, risicofactor voor het ontstaan van psychopathologie in de post-partumperiode bij vrouwen met een bipolaire stoornis. Specifieke aandachtspunten bij ouderen met een bipolaire stoornis a. dols, s. schouws, r.w. kupka, m.l. stek achtergrond De bipolaire stoornis is uitgebreid onderzocht bij jongere volwassenen, maar nog heel beperkt bij patiënten ouder dan 60 jaar. Dit is van belang omdat deze groep groter zal worden door de vergrijzing. Uit Amerikaans onderzoek is bekend dat ouderen met een bipolaire stoornis meer en andere zorg nodig hebben dan jongere volwassenen. tijdschrift voor psychiatrie 53 (2011) suppl. 1 S13

6 doel Inventariseren van de zorgbehoefte van ouderen met een bipolaire stoornis. methoden Op poliklinieken wordt met behulp van vragenlijsten het volgende onderzocht wat betreft ouderen: psychopathologie, bijwerkingen van medicatie, somatische comorbiditeit, cognitief functioneren, sociaal functioneren, kwaliteit van leven en ervaren druk voor naastbetrokkene. resultaten De aandachtpunten in de behandeling van ouderen met een bipolaire stoornis die in wetenschappelijk onderzoek geïdentificeerd zijn, zoals bijwerkingen en toxiciteit van medicatie, somatische comorbiditeit, sociale contacten en activiteiten en ervaren druk door naastbetrokkene, zullen belicht worden. conclusie Een zorgprogramma voor ouderen met een bipolaire stoornis kan op hoofdlijnen gebaseerd zijn op de richtlijn Bipolaire stoornissen. Specifieke aandachtspunten voor de behandeling van ouderen met een bipolaire stoornis, zoals gedefinieerd in de literatuur, zullen beknopt worden besproken. methoden In een gezamenlijk project van umc Groningen, Altrecht en ggz ingeest/ vumc is het lifechartprogramma ontwikkeld. resultaten De elektronische lifechart omvat een retrospectieve en een prospectieve versie die zowel door de behandelaar (in het epd) als door de patiënt (via internet) zijn in te vullen en in te zien. De retrospectieve versie wordt door de behandelaar rechtstreeks in het epd ingevuld, de prospectieve versie wordt door de patiënt via internet ingevuld en kan dan door de behandelaar met eventuele aanpassingen worden overgenomen in het epd. Na goedkeuring door de patiënt kunnen alle gegevens ook geanonimiseerd worden opgeslagen in een centrale onderzoeksdatabase. Tijdens de presentatie zullen de eerste ervaringen worden gedemonstreerd en besproken. conclusie De lifechartmethode is nu beschikbaar als elektronisch programma en kan worden ingebouwd in het epd. Daarnaast kunnen geanonimiseerde data gebruikt worden voor wetenschappelijk onderzoek. De ontwikkeling van een elektronisch lifechartprogramma w.a. nolen, r.w. kupka, j.h. smit achtergrond Volgens de NVvP-richtlijn Bipolaire stoornissen (2008) wordt de lifechartmethode waarmee het beloop van de bipolaire stoornis in kaart kan worden gebracht, aanbevolen als bijdrage aan de diagnostiek, om het effect van behandelingen te evalueren en om het inzicht van de patiënt in zijn ziekte te bevorderen. Tot nu toe werd daarbij vooral van formulieren gebruik gemaakt. doel Een softwareprogramma dat ingevuld en geraadpleegd kan worden door zowel de patiënt als de behandelaar en dat onderdeel uitmaakt van het elektronisch patiëntendossier (epd). S-6 Bewegingsstoornissen als symptoom en als bijwerking d.e. tenback toelichting Lange tijd werden bewegingsstoornissen bij psychosen voornamelijk gezien als een bijwerking van antipsychotica. Dat dit echter niet geheel juist is, wordt geïllustreerd door werk van Emil Kraepelin, die reeds bewegingsstoornissen beschreef bij de dementia praecox lang voor de antipsychotica werden geïntroduceerd. Recentelijk werd er aangetoond dat ook bewegingsstoornissen voorkomen bij patiënten met schizofrenie die nog nooit met antipsychotica behandeld zijn. Dit geeft aanleiding om het concept bewegingsstoornissen en de relatie met antipsychotica of psychosen nog eens kritisch tegen S14 tijdschrift voor psychiatrie 53 (2011) suppl. 1

7 het licht te houden. Aan de hand van onderzoeksgegevens worden meerdere aspecten van bewegingsstoornissen bij psychosen besproken, alsook de consequenties voor de differentiële diagnostiek en het beleid ten aanzien van farmacotherapie. leerdoel Aan het einde van de sessie heeft de deelnemer wetenschappelijk onderbouwde kennis over de verschillende aspecten van bewegingsstoornissen als symptoom en als bijwerking en over de implicatie hiervan voor de behandeling, de diagnostiek en de prognose. De deelnemer kan deze kennis integreren in het dagelijkse beleid. Is er beweging bij langdurig opgenomen psychiatrische patiënten? p.r. bakker, j. van os, p.n. van harten achtergrond Ondanks de trend naar minder opnamen en een kortere opnameduur, is er nog altijd een aantal patiënten dat langdurige zorg nodig heeft, vanwege chronisch ernstig psychiatrische problematiek. De verwachting is dat de prevalentie van bewegingsstoornissen door antipsychotica hoog zal zijn binnen deze populatie. doel Het doel van deze studie was het bepalen van de prevalentie van bewegingsstoornissen, tardieve dyskinesie (td), parkinsonisme, akathisie en tardieve dystonie in een representatieve steekproef van lang opgenomen patiënten met chronische, ernstige psychiatrische stoornissen. methoden Het betrof een naturalistische studie, uitgevoerd in een algemeen psychiatrisch ziekenhuis onder 209 patiënten behandeld met antipsychotica. Deze patiënten werden over een periode van vier jaar, minimaal tweemaal onderzocht op td, parkinsonisme, akathisie en tardieve dystonie, met gevalideerde schalen door dezelfde onderzoeker. resultaten De prevalentiecijfers van persisterende bewegingsstoornissen (blank 85%, diagnose psychotische stoornis 75%) waren 26,6% voor td, 52,2% voor parkinsonisme, 4,4% voor akathisie en 5,3% voor tardieve dystonie. Tweederde van de patiënten had een bewegingsstoornis. conclusie De persisterende bewegingsstoornis blijft de norm bij lang opgenomen patiënten met een chronische psychiatrische stoornis en een lange voorgeschiedenis van antipsychoticabehandeling. Systematisch onderzoek is noodzakelijk omdat preventie en efficiënte behandelingsstrategieën vaak haalbaar zijn. Het effect op bewegingsstoornissen na een switch van first naar second generation antipsychotica bij patiënten die langdurige zorg nodig hebben p.n. van harten, m.r.h. van den oever, g.e. matroos, h.w. hoek, j. van os achtergrond Epidemiologisch is de Curaçao extrapyramidal syndromes studie uniek vanwege de aanwezigheid van een psychiatrisch ziekenhuis (dr. D.R. Capriles kliniek) in een afgegrensde regio, waardoor alle patiënten die opgenomen waren binnen deze regio in het onderzoek kwamen. In 1992 was de eerste meting van de antipsychoticageïnduceerde bewegingsstoornissen (n = 194; man vrouw ratio 2,7; gemiddelde leeftijd 53 jaar; negroïd 94%; gemiddelde opnameduur 20 jaar; diagnose schizofrenie 77%). De prevalentiecijfers van tardieve dyskinesie, tardieve dystonie, parkinsonisme en akathisie waren in 1992 respectievelijk 39,7, 13,4, 36,1 en 19,3%. Tussen 1993 en 2000 werd deze groep nog zesmaal onderzocht. Dit gaf een schat aan follow-updata, onder meer over het beloop en de incidentie van bewegingsstoornissen. Over deze studie zijn nu tien internationale publicaties verschenen, genummerd als the Curaçao extrapyramidal syndromes study I-X. Rond het jaar 2000 werden de second generation antipsychotica (sga) op grotere schaal ingevoerd in Curaçao. tijdschrift voor psychiatrie 53 (2011) suppl. 1 S15

8 Het effect van een switch van first generation antipsychotica (fga) naar sga op acute antipsychoticageïnduceerde bewegingsstoornissen wordt vaak snel zichtbaar. Het effect van deze switch op tardieve bewegingsstoornissen wordt veelal na een veel langere follow-upperiode zichtbaar. doel Een vergelijking van het beloop van acute en tardieve bewegingsstoornissen bij patiënten die respectievelijk fga s bleven gebruiken versus die overgegaan zijn naar sga s. methoden In deze naturalistische prospectieve studie werd 17 jaar na baseline (2009/2010) een nieuwe meting gedaan met dezelfde onderzoekers volgens dezelfde methode. Veel patiënten gebruikten toen al geruime tijd sga s. resultaten De resultaten zijn net binnen en zullen tijdens het congres gepresenteerd worden. In de 17 jaar follow-up zijn 97 (41%) patiënten overleden. Van de nog in leven zijnde patiënten werden in deze follow-up 106 (45%) opnieuw onderzocht. conclusie De resultaten geven duidelijkheid of bij patiënten die langdurige zorg nodig hebben met persisterende bewegingsstoornissen, een switch van fga naar sga vermindering van zowel de acute als de tardieve bewegingsstoornissen geeft. Associatie tussen bewegingsstoornissen en schizotypie bij broers en zussen van patiënten met een niet-affectieve psychose j.p. koning, d.e. tenback, r.s. kahn, m.g. vollema, w. cahn, p.n. van harten achtergrond Bewegingsstoornissen en schizotypie komen beide voor bij gezonde broers en zussen van patiënten met schizofrenie en zijn elk afzonderlijk geassocieerd met het risico op een psychotische stoornis. Echter, er is geen onderzoek gedaan naar de relatie tussen beide risicofactoren bij personen met een verhoogd genetisch risico op schizofrenie. doel De relatie bepalen tussen bewegingsstoornissen en schizotypie bij personen met een verhoogd genetisch risico op schizofrenie. methoden In een cross-sectionale studie bepaalden we de prevalentie en de onderlinge samenhang van bewegingsstoornissen (dyskinesie, parkinsonisme, akathisie of dystonie) en schizotypie bij gezonde broers en zussen (n = 115) en gezonde controles (n = 100). resultaten Gezonde broers en zussen hadden significant meer bewegingsstoornissen dan gezonde controles (10% versus 1%, p < 0,01). Er was geen significant verschil in schizotypie. Broers en zussen met een bewegingsstoornis hadden significant meer positieve en totale schizotypie dan broers en zussen zonder een bewegingsstoornis (p = 0,02 en p = 0,03 respectievelijk). conclusie De significante associatie tussen bewegingsstoornissen en schizotypie bij gezonde broers en zussen wijst op een clustering van bepaalde risicofactoren bij een subgroep van personen met een verhoogd genetisch risico op een psychose. Het vóórkomen van antipsychoticageïnduceerde bewegingsstoornissen bij patiënten met een borderlinepersoonlijkheidsstoornis a.e. willems, d.e. tenback, t.j.m. ingenhoven, p.n. van harten achtergrond Bij patiënten met borderlinepersoonlijkheidsstoornis (bps) worden steeds vaker (off-label) antipsychotica voorgeschreven, met name atypische antipsychotica. Het afgelopen decennium zijn systematische reviews en meta-analyses verschenen over de effectiviteit van antipsychotica bij bps, waarbij echter weinig aandacht is gegeven aan het optreden van bewegingsstoornissen als bijwerking. doel Een inschatting maken van de kans op het ontwikkelen van een bewegingsstoornis indien een patiënt met bps behandeld wordt met antipsychotica. S16 tijdschrift voor psychiatrie 53 (2011) suppl. 1

9 methoden Meta-analyse van placebogecontroleerde rct s waarin bewegingsstoornissen gemeten zijn met gestructureerde vragenlijsten. resultaten Van 1980 tot maart 2010 zijn 14 rct s naar de effectiviteit van antipsychotica bij bps verschenen. In 50% van de studies zijn bewegingsstoornissen niet gestructureerd gemeten. Van de overige studies werd in 71% geen verhoogde incidentie van bewegingsstoornissen gevonden en is er in 29% niet duidelijk over gerapporteerd. De studielengte varieerde van 12 tot 26 weken (gemiddeld 15,7 weken). In de meeste studies werd olanzapine onderzocht, de dosering daarvan bedroeg 2,5 tot 20 mg/dag (gemiddeld 5,9 mg/dag). De eerste analyses laten geen verschil zien in de incidentie van bewegingsstoornissen tussen de groep bps-patiënten met olanzapine en placebo. conclusie Deze meta-analyse laat geen verschil zien in de kans op bewegingsstoornissen tussen placebo en lage doseringen antipsychotica. Echter, de duur van de geïncludeerde studies was te kort om de incidentie van tardieve dyskinesie te meten die immers pas na maanden tot jaren antipsychoticagebruik ontstaat. Daarnaast zijn in onze meta-analyse voornamelijk studies naar olanzapine geïncludeerd en is er nog nauwelijks informatie over het ontstaan van bewegingsstoornissen bij gebruik van andere antipsychotica bij bps. Een langdurige studie naar verschillende antipsychotica is nodig om een inschatting te maken van de kans op bewegingsstoornissen bij bps. Bewegingsstoornissen als A-criterium voor schizofrenie d.e. tenback achtergrond De aanwezigheid van bewegingsstoornissen bij volwassenen zonder gebruik van antipsychotica lijkt voorbehouden aan patiënten met schizofrenie (neurologische ziekten zoals M. Wilson uitgezonderd). doel Bespreken of bewegingsstoornissen voldoen als A-criterium voor schizofrenie. methoden Aan de hand van de gepresenteerde data van de vorige sprekers, een metaanalyse en group-data zal beargumenteerd worden waarom bewegingsstoornissen theoretisch kunnen voldoen als A-criterium van schizofrenie. resultaten Bewegingsstoornissen komen voldoende voor indien instrumenteel gemeten, er lijkt sprake van specificiteit indien antipsychotica naïef, er is een biologische basis en er lijkt een predictieve waarde te zijn. conclusie Bewegingsstoornissen zijn een goede kandidaat als A-criterium voor schizofrenie en de enige objectief vast te stellen maat. S-7 Body image dissatisfaction and body dysmorphic disorder n.c.c. vulink explanation It has become widely recognised that body image dissatisfaction is a significant issue for both women and men. Almost half of the people are dissatisfied with their appearance and two thirds considers cosmetic procedures. Extreme cases of body image dissatisfaction can lead to the onset of debilitating body image disorders such as body dysmorphic disorder (bdd). Patients with bdd are obsessed with a particular part of their appearance or their whole appearance without having a defect or only a small defect (dsm-iv). bdd is an often severe and disabling condition, affecting up to 2% of the population These patients prefer help from a dermatologist or plastic surgeon to treat this imaginary or exaggerated defect. Different authors will discuss body image dissatisfaction in the general population, psychopathology and etiology of bdd, prevalence of bdd tijdschrift voor psychiatrie 53 (2011) suppl. 1 S17

10 at the department of dermatology together with its diagnostic problems, and new treatment modalities. aim At the end of the session the participant will be presumed to know more about the development of body image dissatisfaction, the psychopathology of bdd, the prevalence of bdd at the departments of dermatology together with its diagnostic problems, and new treatment modalities. What is body dysmorphic disorder? s. mulkens background Patients with body dysmorphic disorder (bdd) suffer from increased selffocused attention (sfa). This is characterised by excessively focusing towards the own body (e.g. by mirror gazing) instead of focusing towards external information. By acting thus, they presumably concentrate too much on potential bodily defects and the accompanying thoughts, feelings and consequences. Therefore, it is likely that they assess their own body in a negative way. In line with that, Mulkens and Jansen (2009) found that students who were unsatisfied about their appearance tended to evaluate themselves as more unattractive after mirror gazing whereas students who were satisfied about their appearance showed increased levels of attractiveness about their own face after mirror gazing. aim The authors conclude that attention towards themselves in a mirror may be a maintaining factor for disorders like bdd, perhaps because of a focus on ugly facial parts. By means of task concentration training (tct), it is attempted to retrain bdd patients to focus their attention more on the task and less on themselves. method To this end, a series of case studies was undertaken in which tct (5 sessions) was added to cognitive therapy (ct, 10 sessions), in variable orders, and after a baseline of 5 weeks. Pre and post treatment measurements of bdd symptoms, mood and general psychopathology were taken, as well as continuous measurements (daily registrations of feelings, behaviours, the direction of attention, and the conviction of cognitions were registered by the patients). results For each case, graphs were made for the various continuous measurements to investigate whether conviction of negative cognitions decreases especially during ct whereas the direction of attention specifically changes during tct. The results of these case studies will be discussed at the conference. conclusion The conclusion will follow at the conference. Body dysmorphic disorder and dermatology v. sigurdsson background Body dysmorphic disorder (bdd) is a severe disease with delusional content about defects in appearance and patients with bdd seek dermatological or surgical help instead of psychiatric treatment. aim This is the first, large, European study on a general dermatology outpatient clinic, in which the half-year prevalence of bdd was determined. In addition, diagnostic problems and predictors of bdd will be discussed. method 530 dermatological outpatients completed a validated self-report questionnaire, the bddq-dermatology version. A staff member of dermatology scored dermatological defects on a defect severity scale. results 8.5% (95% ci ) of the dermatological outpatients screened positive on bdd. conclusion Our study confirms a high prevalence of bdd in patients on a general dermatology outpatient clinic. Furthermore, clear criteria are needed to define exaggerated concerns about physical defects (Vulink 2006). S18 tijdschrift voor psychiatrie 53 (2011) suppl. 1

11 Pharmacotherapy of body dysmorphic disorder n.c.c. vulink background Research on the pharmacotherapy of body dysmorphic disorder (bdd) is increasing but still limited. To obtain an effective treatment is very important since bdd occurs frequently with a prevalence around 2% in the population, causes severe distress and functional impairment, and is associated with high suicide attempt rates and poor quality of life. Patients will prefer help from plastic surgeons, dermatologists, dentofacial surgeons and gynaecologists to treat their imagined defects. aim To summarise evidence from pharmacotherapy trials in patients with bdd. method English-language literature cited in Medline, PsycINFO ( ) and Embase ( ) was searched for open-label trials and (double-blind) randomised clinical trials (rcts) using the following keywords: treatment, pharmacotherapy, medication, and body dysmorphic disorder. results Available pharmacotherapy research will be reviewed, with a focus on selective serotonin-reuptake inhibitors (ssris), which are currently considered the medication of choice for bdd. Practical issues will be discussed like dosing, length of treatment, and potential side-effects associated with the use of srris. Other pharmacotherapy approaches, like addition with antipsychotics and buspirone or antiepileptics, show promising results if srri treatment alone is not adequately helpful. conclusion ssris are the medication of choice for bdd, but the number RCTs is low. Almost two thirds of bdd patients will respond to ssris when ssris are highly dosed during weeks. Addition with antipsychotics and buspirone or levetiracetam show promising results. Special cognitive behavioural treatment for body dysmorphic disorder c.a.b. molenaar background Body dysmorphic disorder (bdd) is a severe psychiatric disorder with egosyntonic and sometimes delusional beliefs, extensive rituals and extensive avoidance behaviours. Though guidelines prescribe individual cognitive behavioral therapy (cbt), this treatment is often time-consuming, with experienced therapists difficult to find and waiting lists rising. aim This study evaluates the efficacy of a combination treatment consisting of group cbt (gcbt) and pharmacotherapy for bdd. Since group therapy is a novel approach, efficacy of gcbt alone will be evaluated as well. method Fourteen patients with bdd after receiving a stable dose of sri for a period of 16 weeks enrolled in an 18-week cbt group program. This included four group sessions a week consisting of 1. Psycho education 2. Exposure and response prevention (erp) 3. Cognitive therapy (ct) and 4. mirror retraining and refocusing. Severity of bdd symptoms (bdd-ybocs), depressive (ham-d) and anxiety (ham-a) symptoms as well as degree of insight versus delusionality (babs) were assessed at baseline, pre and post gcbt. Results were analysed using a one-way repeated-measures anova for the Intent-To-Treat (itt) and completer set of patients for both the combination of gcbt and pharmacotherapy and gcbt alone. results Significant improvements from baseline to end of cbt group treatment in bddsymptoms were found on the bdd-ybocs in the itt and Completer analysis (p <.000). Furthermore, results show significant reductions in depressive (p <.000) and anxiety (ham-a (p <.001) symptoms and delusionality (babs) (p <.004). For the gcbt condition alone we also found significant reductions from pre to post gcbt on all outcome measurements (bdd-ybocs, p <.000; hamd, p <.009; ham-a, p <.0.47 and babs, p <.0.18). tijdschrift voor psychiatrie 53 (2011) suppl. 1 S19

12 conclusion The results of this study indicate that weekly gcbt with or without pharmacotherapy is very effective in treating severe bdd. Remarkably, only gcbt and not medication contributed to an increase in levels of insight. Body image and media e.m. woertman background Many people, especially young girls, are insecure and dissatisfied with their appearance. The cult of the body has become a mass phenomenon which has taken on an important social dimension in a society where norms and images are broadcast widely by the media. A recent meta-analysis confirmed that social comparison was related to higher levels of body dissatisfaction. The effect for social comparison and body dissatisfaction was stronger for women than men and inversely related to age. The trend towards body-modification by cosmetic surgery at an early age is increasing dramatically. aim To present the results of an online survey of Dutch people assessing body image (dis)satisfaction, media influences and desire for cosmetic changes. method Online survey consisting of the body size drawings, the body areas satisfaction scale (BASS), appearance evaluation, appearance orientation and exposure to mass media. results Most of the Dutch women prefer the thin-ideal, but they are rather satisfied with the appearance of their body and face. Women do read more frequently women magazines and spend more hours watching appearance-related television programs compared to men. When they spend less hours per day watching manipulated ideal images, they will judge their appearance more positively. conclusion Women who suffer from their appearance are advised to watch less beautyrelated television programs or magazines. To improve judgement of one s appearance, it is important to decrease social comparison, especially with manipulated ideal images. Appearance is more important for women compared to men. S-8 Causaliteitsbeoordeling van delicten bij ssri-gebruik a.j.m. loonen, a.h. wijnberg, r.c. brouwers, t.i. oei toelichting Door de recente berichtgeving over delicten die (zouden) zijn gepleegd naar aanleiding van het starten of het stoppen van het gebruik van selectieve serotonine heropnameremmers (ssri), bestaat behoefte aan expertise voor het inschatten van de casuale samenhang. Hier wordt eerst een overzicht gegeven van de literatuur over de meldingen van (auto)agressie-incidenten. Daarna worden de mogelijke mechanismen besproken waarlangs het starten of stoppen van ssri-gebruik tot agressie zou kunnen leiden. Hierna wordt ingegaan op de juridische implicaties die het bestaan van een (mede)causale relatie kan hebben in het strafrecht. Ten slotte wordt aan de hand van een casus uitgewerkt hoe op wetenschappelijke verantwoorde wijze tot een causaliteitsschatting kan worden gekomen. leerdoel Aan het einde van de sessie moet de deelnemer in staat zijn om bij juridische rapportages tot een inschatting te komen van de kans dat het gebruiken of het stoppen van een ssri een bijdrage heeft geleverd bij het tot stand komen van het verweten gedrag. Aan het einde van de sessie wordt de deelnemer geacht dat hij deze werkwijze kan overdragen naar andere geneesmiddelencategorieën. S20 tijdschrift voor psychiatrie 53 (2011) suppl. 1

13 S-9 Chronische en therapieresistente depressie en angst; een beweging naar rehabilitatie a.j.l.m. van balkom, i.m. van vliet toelichting Therapieresistentie is een frequent voorkomend probleem in de psychiatrie, zeker bij angst- en stemmingsstoornissen. Definities wat therapieresistentie is, verschillen. Therapieresistent gelabelde patiënten blijken echter niet altijd voldoende adequate behandeling gehad te hebben. Als vervolgens rehabilitatie in beeld komt, zijn er nauwelijks modellen beschikbaar hoe dit te doen. leerdoel Aan het eind van de sessie is de deelnemer in staat te kunnen bepalen of er sprake is van therapieresistentie en is hij op de hoogte van de nieuwe modellen met betrekking tot rehabilitatie. Chronische depressie: de rol van rehabilitatie a.h. schene achtergrond Als het in de psychiatrie over rehabilitatie gaat, betreft het meestal mensen met een chronische aandoening in het psychosespectrum. Voor deze groep is de afgelopen decennia veel methodiek ontwikkeld, die goed is onderzocht op toepasbaarheid en effectiviteit. In het gebied van de stemmingsstoornissen, met name de unipolaire beelden, kent een minderheid van ongeveer 10% van de patiënten echter ook een chronisch beloop met ernstig disfunctioneren, waarbij het gevaar voor verdere terugval steeds op de loer ligt. Het is deze zeer kwetsbare en gehandicapte groep patiënten waarvoor technieken uit de rehabilitatie aan de orde zijn. doel Het beschrijven van: een interventie gericht op patiënten met chronische depressie en sterk beperkt functioneren; wat mensen met depressie zelf kunnen bijdragen aan hun herstel en, in geval verdere behandeling weinig zinvol lijkt, wat mensen met een chronische depressie zelf kunnen doen om zo goed mogelijk met hun aandoening om te gaan (zelfmanagement). methoden Interventie: binnen het Programma Stemmingsstoornissen van het amc is voor deze groep rehabilitatie als methode ontwikkeld. Dit heeft geresulteerd in een geprotocolleerde interventie, die inmiddels soms in aangepaste vorm op meerdere plaatsen in het land wordt toegepast. Zelfmanagement: kwalitatief onderzoek (diepte-interviews en concept mapping). resultaten De inhoud van de interventie zal kort worden samengevat waarbij de veronderstelde werkzame factoren zullen worden toegelicht. Resultaten van het kwalitatief onderzoek zullen onder meer in de vorm van een concept map worden besproken. conclusie Uit de beschrijving van de interventie en de resultaten van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat chronische en recidiverende depressie mensen ernstig belemmeren in hun functioneren, maar dat de interventie in samenhang met technieken van zelfmanagement de kwaliteit van leven van deze groep duidelijk kan verbeteren. Praktische instrumenten voor het vaststellen en stageren van chronische depressie en therapieresistentie h.g. ruhé achtergrond Therapieresistentie wordt veel besproken, maar de definities variëren aanzienlijk. De vraag is in hoeverre deze definities daadwerkelijk toekomstige therapieresistentie voorspellen. tijdschrift voor psychiatrie 53 (2011) suppl. 1 S21

14 doel Doel van deze voordracht is om een praktisch hulpmiddel voor het definiëren van therapieresistentie te identificeren. Met een dergelijk instrument kan duidelijker worden bij wie verdere, op genezing gerichte interventies waarschijnlijk weinig effect zullen hebben, zodat overgegaan kan worden op een rehabilitatiemodel. methoden Het geven van een overzicht van gebruikte definities van therapieresistentie. resultaten In de presentatie zal een overzicht worden gegeven van de bestaande definities van therapieresistentie, waarbij een evolutie op blijkt te treden van eenvoudige stagering op basis van het aantal gebruikte antidepressiva naar een meer multidimensionele benadering. conclusie Het definiëren en vastleggen van therapieresistentie in de praktijk is mogelijk en biedt een opstap naar rehabilitatie. Een checklist voor de indicatiestelling voor rehabilitatie bij depressie m.j. steinebach-wolters, j. spijker achtergrond Voordat depressieve patiënten geïndiceerd worden voor rehabilitatie, moet eerst beoordeeld worden of ze voldoende behandeling gevolgd hebben. doel Een checklijst ontwerpen en valideren om de indicatiestelling uit te voeren. methoden Aan de hand van de literatuur is een lijst opgesteld. De lijst is gevalideerd aan de hand van 27 dossiers van patiënten die door hun behandelaren geschikt waren geacht voor rehabilitatie. resultaten 24 patiënten kwamen in aanmerking voor rehabilitatie bij depressie. Bij acht patiënten was nog geen additiestap toegepast en zes hadden onvoldoende psychotherapie gevolgd. Compliance problemen spelen hierin een rol. conclusie De screeningslijst helpt om de verschillende aspecten, zoals die uit de literatuur bekend zijn over therapieresistente bij depressie, inzichtelijk te maken. De lijst is daarmee behulpzaam voor de behandelaren om de indicatiestelling voor rehabilitatie te verrichten. Een module rehabilitatie bij angst en depressie c. exterkatte, j. spijker achtergrond Er zijn nauwelijks voorbeelden bekend van een rehabilitatieaanpak bij chronische depressie en angst, terwijl er veel cliënten zijn in de specialistische zorg die van zo n aanpak kunnen profiteren. doel Een bestaande amc-module voor rehabilitatie bij chronische depressie aanpassen en ook toepasbaar maken voor patiënten met angstklachten en de nieuwe module onderzoeken op bruikbaarheid. methoden Ontwikkeling van de nieuwe module en een pilotonderzoek opzetten. Resultaten: de module bestaat uit 13 sessies bij een sociaalpsychiatrisch verpleegkundige en heeft een cognitieve basis. Omgaan met klachten en toename van (sociale) activiteiten staan centraal. Na afronding van de module wordt de specialistische zorg afgesloten en overgedragen naar de eerste lijn. resultaten De resultaten van de pilot bij zo n 20 patiënten zullen gepresenteerd worden. conclusie De module rehabilitatie bij chronische angst en depressie lijkt toepasbaar. Vervolgonderzoek is nodig naar de kosteneffectiviteit. Dat onderzoek is inmiddels in Nedkad-verband gestart. Nedkad is het Nederlands Kenniscentrum Angst en Depressie. S22 tijdschrift voor psychiatrie 53 (2011) suppl. 1

15 S-10 Collaborative care: effecten en implementatie naar de praktijk c.m. van der feltz-cornelis toelichting Binnen het Depressie- Initiatief zijn verschillende onderzoeken gedaan naar de behandeling van depressie en angstklachten. Drie onderzoeken richtten zich op de effectiviteit van collaborative care voor de behandeling van depressie, uitgevoerd in de eerstelijnssetting, bedrijfsgeneeskundige setting en ziekenhuissetting. Het vierde onderzoek richtte zich op de effectiviteit van collaborative care voor de behandeling van angstklachten in de eerste lijn. Voor deze vier onderzoeken, gestart in 2006, zijn patiënten met depressie of angst een jaar lang gevolgd. De helft van de patiënten ontving de collaborative carebehandeling, de andere helft ontving de in Nederland gebruikelijke zorg. De resultaten, gebaseerd op de eerste drie maanden waarin de patiënten gevolgd zijn, lijken veelbelovend. Begin 2011 worden de resultaten over de zes- en twaalf-maandsgegevens verwacht en deze zullen worden gepresenteerd op het Voorjaarscongres. leerdoel Kennis opdoen over wat collaborative care is. Kennis opdoen over de (kosten)effectiviteit van de vier studies naar collaborative care. Informatie vergaren over hoe collaborative care in de eigen praktijk ingezet kan worden. De effectiviteit van collaborative care voor depressie in de eerste lijn in Nederland; resultaten en praktische implicaties van onderzoek k.m.l. huijbregts, f.j. de jong, h.w.j. van marwijk, a.t.f. beekman, h.j. adèr, l. hakkaart-van roijen, j. unützer achtergrond De ziektelast van depressie is hoog, zowel vanuit het perspectief van patiënten als uit dat van de maatschappij als geheel. Voor huisartsen is de behandeling van depressie problematisch omdat zij weinig tijd beschikbaar hebben per consult en omdat meerdere klachten (bijvoorbeeld lichamelijke klachten die naast de depressie voorkomen) ook aandacht opeisen. Goede samenwerking met de tweede lijn, maar bijvoorbeeld ook met een casemanager in de huisartsenpraktijk, kan deze problemen mogelijk ondervangen. Het in de vs ontwikkelde collaborative caremodel optimaliseert systematische samenwerking tussen deze partijen. Doel van de kosteneffectiviteitstrial aanpak collaborative care in de eerste lijn (cc:dip) was het onderzoeken van de effectiviteit van het collaborative caremodel in Nederland. doel Het presenteren van de resultaten van het onderzoek en de praktische implicaties daarvan voor behandelaren in de eerste en tweede lijn. methoden 18 gezondheidscentra werden willekeurig ingedeeld in een collaborative caregroep en een gebruikelijke zorggroep. Collaborative care bestond uit een zelfhulpmodule, Problem Solving Treatment (pst, een kortdurende gespreksbehandeling), zo nodig antidepressiva volgens een evidence-based protocol, monitoring van de behandeling met behulp van een korte vragenlijst (de phq9), bewaking van het stepped careprincipe door een caremanager (deze gaf ook pst) en supervisie en consultatie door een psychiater. Dit werd ondersteund door een online patiëntvolgsysteem waar de huisarts, de caremanager en de psychiater toegang toe hadden. De uitkomst maten van de tijdschrift voor psychiatrie 53 (2011) suppl. 1 S23

16 studie waren behandelresponse, een daling van 50% of meer op de phq9 na drie maanden, de phq9-totaalscore en kwaliteit van leven gemeten met Short Form-36 (sf36). resultaten In totaal warden 150 patiënten geïncludeerd in de studie. Collaborative care bleek effectiever dan gebruikelijke zorg. In de collaborative caregroep knapten drie keer zoveel patiënten op (een daling van 50% of meer op de phq9) na drie maanden behandeling. conclusie Tijdens het congres worden de langetermijnresultaten gepresenteerd. Daarnaast zal worden ingegaan op de praktische implicaties van de bevindingen Collaborative care in de behandeling van depressieve werknemers met ziekteverzuim m.c. vlasveld, c.m. van der feltz-cornelis, h.j. adèr, j.r. anema, r. hoedeman, w. van mechelen, a.t.f. beekman achtergrond Depressie gaat vaak gepaard met langdurig verzuim, hetgeen grote individuele en maatschappelijke gevolgen heeft. Om naast klachtvermindering een snellere en meer duurzame terugkeer naar werk te bewerkstelligen, is een focus op terugkeer naar werk in de behandeling essentieel. In de huidige behandeling van depressieve werknemers ontbreekt dit echter vaak. In deze voordracht wordt collaborative care als behandelmodel besproken voor depressieve werknemers met ziekteverzuim. doel Het evalueren van de effectiviteit van collaborative care bij depressieve werknemers met ziekteverzuim in 1. het verminderen van depressieve symptomen en 2. het versnellen van duurzame terugkeer naar werk. methoden In een gerandomiseerde gecontroleerde trial (rct) met randomisatie op patiëntniveau, werd de effectiviteit van collaborative care vergeleken met de gebruikelijke zorg. 126 depressieve werknemers met 4-12 weken verzuim werden geïncludeerd in de studie. Speciaal getrainde bedrijfsartsen vervulden de rol van caremanager. Verzuimbegeleiding werd in dit onderzoek gescheiden van de behandeling. resultaten In deze voordracht wordt besproken hoe het collaborative carenetwerk er in de bedrijfsgeneeskundige setting uitziet, in vergelijking met collaborative care in de huisartsen- of ziekenhuissetting. Bovendien zullen de eerste resultaten besproken worden van de rct. De kortetermijnresultaten zien er positief uit. Zo hadden op drie maanden na baseline meer werknemers in de collaborative caregroep respons (minstens 50% daling in depressieve klachten) dan in de gebruikelijke zorggroep. Langetermijnresultaten worden momenteel geanalyseerd en zullen worden besproken in dit symposium. conclusie De toepasbaarheid en effectiviteit van collaborative care in de bedrijfsgeneeskundige setting zullen worden besproken. Collaborative care voor de behandeling van depressie in het ziekenhuis: de eerste resultaten k.m. van steenbergen-weijenburg, c.m. van der feltz-cornelis, a.t.f. beekman, h.j. adèr, f.f.h. rutten, l. hakkaart-van roijen achtergrond Depressie komt vaak voor in Nederland, met name bij patiënten met chronische lichamelijke ziekten. Om zowel verbetering van depressieve klachten als een gunstige invloed op de behandeling van de chronisch lichamelijke ziekte te bereiken, is een behandeling van chronisch lichamelijk zieke patiënten met comorbide depressie in de ziekenhuissetting essentieel. Een veelbelovend behandelmodel voor depressie is het collaborative caremodel. doel Het onderzoeken van de effectiviteit van collaborative care voor de behandeling van depressie bij chronisch zieke patiënten op de polikliniek van het ziekenhuis. methoden Na randomisatie op patiëntniveau in de behandelgroep of gebruikelijke zorggroep, werden de deelnemers aan het onderzoek S24 tijdschrift voor psychiatrie 53 (2011) suppl. 1

17 een jaar gevolgd door middel van vragenlijsten. De behandelgroep kreeg een behandeling genaamd collaborative care. Dit is een samenwerkingsmodel met als kernelementen de inzet van een psychiatrisch verpleegkundige (caremanager), continue monitoring van de voortgang van de behandeling en inzet van een consulent psychiater ter ondersteuning van de caremanager. Primaire uitkomstmaat was de respons, gedefinieerd als een daling van 50% in de depressiescore ten opzichte van baseline. Ook werden somatische parameters gemeten. In totaal deden 82 personen mee aan het onderzoek. resultaten De primaire uitkomstmaat (respons op de depressievragenlijst phq-9) na twaalf maanden, worden gepresenteerd op het congres. conclusie Op grond van de nameting na drie maanden is in de bestudeerde populatie als geheel geen significant verschil in effectiviteit gemeten ten opzichte van de gebruikelijke zorg. Wanneer gecorrigeerd werd voor ernst van de lichamelijke klachten, verbeterden de collaborative carepatiënten wel significant. Op het Voorjaarscongres zullen de gegevens over twaalf maanden die dan bekend zijn, worden gepresenteerd. Waarna geconcludeerd kan worden of collaborative care effectief is voor ziekenhuispatiënten. Collaborative stepped care voor angststoornissen in de eerste lijn: resultaten van een gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek a.d.t. muntingh, c.m. van der feltz-cornelis, h.w.j. van marwijk, p.h. spinhoven, h.j. adèr, a.j.l.m. van balkom achtergrond Slechts 30-50% van de angstklachten wordt adequaat behandeld in de eerste lijn. De organisatie van zorg lijkt hierin een grote rol te spelen. Collaborative stepped care is een behandelmodel dat samenwerking tussen professionals stimuleert, waardoor evidence-based behandeling in de eerste lijn mogelijk is. doel Het onderzoeken van de effectiviteit van collaborative stepped care voor de behandeling van paniekstoornis en gegeneraliseerde angststoornis in de eerste lijn. methoden In dit cluster gerandomiseerde onderzoek werkte de helft van de huisartspraktijken en caremanagers volgens het collaborative caremodel, de andere helft leverde hun gebruikelijke zorg. In de collaborative caregroep werkten caremanager (sociaalpsychiatrisch verpleegkundige of psycholoog), huisarts en psychiater samen, waarbij de caremanager en huisarts verantwoordelijk waren voor de behandeling en de psychiater beschikbaar was voor advies. De behandeling bestond uit drie stappen: 1. begeleide zelfhulp, 2. cognitieve gedragstherapie, 3. medicatie. Andere elementen uit de interventie waren monitoring van klachten en terugvalpreventie. Primaire uitkomstmaat was de afname van angstklachten, gemeten met de Beck Anxiety Inventory. Klachten werden gemeten bij 180 patiënten (114 collaborative care, 66 gebruikelijke zorg) op baseline en na drie, zes, negen en twaalf maanden. resultaten De resultaten (afname van angstklachten) na drie en zes maanden worden gepresenteerd op het congres. conclusie De resultaten van dit onderzoek zullen inzicht geven in de effectiviteit van collaborative stepped care voor patiënten met een angststoornis in de eerste lijn. Implicaties voor onderzoek en praktijk zullen in het symposium worden besproken. S-11 Controversies in the treatment of adhd j.k. buitelaar explanation The merits and demerits of the treatment of adhd with medication are tijdschrift voor psychiatrie 53 (2011) suppl. 1 S25

18 strongly debated in both the media and professional journals and meetings. Since adhd is often a chronic condition with a strong persistence over time, medication treatment typically is continued over longer periods of time. It is unclear however whether extended use of medication provides longterm benefits beyond control of the key symptoms, and how long medication treatment should continued. There is further growing concern about the long-term safety of adhd medication. The objective is to address these issues and provide a state-of-the-art overview of long-term efficacy and safety of adhd medication in two key presentations that will lead to clinical recommendations. Then a number of experts from different areas will provide a brief and critical discussion. The symposium is concluded by a general discussion including all speakers and the audience. aim At the end of this symposium, the audience should be able to make considerate and evidence-based decisions about extended use of adhd medication and its monitoring results Data of placebo-controlled discontinuation studies and of prospective long-term treatment studies, including the multimodal treatment study of adhd (mta) provide evidence that intensive medication management leads to a strong reduction of adhd symptoms for a period of two years or so, and also less impairment of functioning. For the majority of children with adhd, however, long-term follow-up data fail to provide support for long-term advantage of medication treatment beyond symptom control, i.e. for improved social functioning, academic achievement, employment status and less adverse psychiatric outcome. conclusion Clinical decisions about starting, continuing, and stopping adhd medication have to be made on an individualised basis. Periodic, at least yearly, medication discontinuations should be implemented to check for need and ongoing benefit, and unfounded assumptions about continuing benefit of medication use should be abandoned. How long should medication treatment in adhd be extended j.k. buitelaar background adhd is a common neuropsychiatric disorder with a strong persistence over time. After an initial clinical response, adhd medication is typically prescribed for months to years. It is unclear however whether extended use of medication provides long-term benefits beyond control of the key symptoms, and how long medication treatment should continued. aim To address these issues in a systematic review and provide recommendations about the decision to stop or not to stop adhd medication. method A systematic review was performed on papers retrieved from PubMed using the search terms adhd and/or psychostimulants, stimulants, methylphenidate, amphetamine, clinical trials, atomoxetine. Long-term safety issues of adhd medication a systematic review by the adhd European Guidelines group d. coghill background The safety of adhd medications is not fully known. Concerns have arisen about both a lack of contemporary-standard information about medications first licensed several decades ago, and signals of possible harm arising from more recently researched medications. These relate to both relatively minor adverse effects and extremely serious issues such as sudden cardiac death and suicidality. aim To perform a systematic review of safety issues around long-term use of adhd medication, and to provide clinical recommendations. methods The adhd European guidelines group has reviewed the literature, recruited renowned clinical subspecialists and consulted as S26 tijdschrift voor psychiatrie 53 (2011) suppl. 1

19 a group to examine these concerns. Side-effects studied include cardiac adverse events, suicidality, growth, sleep problems, emergence of tics, substance use and misuse, seizures, and psychotic symptoms. results In general, many of the effects examined appeared to be minimal in impact or difficult to distinguish from risk to untreated populations. Long-term effects of adhd medication on growth, blood pressure and heart rate are minor, and the occurrence of suicidality and psychotic and manic symptoms is rare. Animal data about neurotoxic effects of psychostimulants cannot be extrapolated to humans given marked species differences in vulnerability to these neurotoxic effects. conclusion Long-term safety of adhd medication is not fully known, and further research is needed. In clinical practice, careful and systematic monitoring of side-effects during acute and long-term treatment is necessary and should be able to detect early alarming signals. A critical appraisal of the concept of adhd and implications for diagnosis and treatment e. nieweg background The field of diagnosing and treating adhd is fraught with controversies and inconsistent research findings. Some examples are: is adhd a brain disorder or a behavioral variation? Where are the boundaries of adhd? Is there under- or overdiagnosis? Does adhd persist into adulthood? Does adhd-medication stop to be effective after 2-3 years? Should we focus treatment on symptoms or rather on impairments? Does medication cure underlying brain deficits? aim To clarify our thinking and to further a critical, scientific attitude towards adhd-controversies. method We will briefly discuss some of these controversies and underlying assumptions, and illustrate this on the basis of empirical studies. results These issues are mostly discussed in terms of empirical data. Usually, less attention is paid to conceptual and valuational issues, and to the basic assumptions underlying our thinking about adhd. For example, discussion of under- versus overdiagnosis and the boundaries of adhd in terms of the true prevalence of the disorder presupposes that adhd is a natural category, as opposed to a social construct. It disregards the role of current societal values and conceptual problems, that largely determine which behaviours are subsumed under the label adhd. conclusion Disregard of conceptual issues easily leads to mistaken ideas and flawed reasoning about adhd. Efficacy and safety of medication treatment of adhd: comments by a pediatrician r. pereira background About 80% of children diagnosed with adhd show a favorable response to stimulant medication. The compliance in different age groups can vary, especially depending on the attitude of the parents, the mode of action of the medication (efficacy, long-acting, adverse events) and of the psycho -ducation and demystification of the medication by the doctor. aim To comment on the efficacy and safety of adhd medication. method The comments draw from empirical evidence and the clinical experience of a pediatrician. results In many children the dose must be adjusted several times in the beginning of the treatment. In puberty the dose must be adjusted again. In puberty the acceptance of the medication especially depends on the autonomy of the youngster. If he or she becomes aware of therapeutic benefits of the medication, and is stimulated to finetune the dose depending on the context and demands to be met, the compliance will be very tijdschrift voor psychiatrie 53 (2011) suppl. 1 S27

20 much promoted. Side-effects must lead to changes in dose or medication immediately. Regular contact via text messages or will enhance the compliance. If in puberty the dose is not adjusted regularly, the end point will be like the mta study: no more effect than care as usual. Long-term safety aspects that bother patients and clinicians comprise concerns about growth of the body and about the maturation of the brain, development of substance use disorders (sud), or changes in mood or character. conclusion In general practice, concerns about long-term efficacy and safety are not clinically relevant problems. It is important that that there are regular contacts between the doctor and the patient and his or her parents, that treatment continuation is discussed regularly, and that patients and their parents are very well informed about potential adverse events. It is important to balance the potential side-effects versus the risk of the disorder, when untreated. Long-term efficacy and safety of adhd medications from a clinical perspective on adults j.j.s. kooij background In most children with adhd, the disorder has a chronic course into adulthood, leading to continued symptoms and impairment through the lifespan. Treatment with stimulants and atomoxetine has been shown effective in controlled studies in both children and adults. Long-term efficacy and safety studies however are lacking. Based on the lifespan perspective of adhd, questions have arisen about the impact of the disorder versus the impact of medication treatment in the long term. aim To contribute to the discussion with the two speakers and the audience about longterm efficacy and safety of medications for adhd in adults. method Based on 17 years of clinical experience with the medical and psychological treatment of adults with adhd, comments and experiences will be shared. results In clinical practice, adults with adhd respond in a similar favourable way to treatment with stimulants and atomoxetine. Based on the long-term follow-up of many individual patients with adhd, the efficacy of especially stimulants is maintained over time. When a patient complains about loss of efficacy of the medication, the medication usually is no longer taken in the right dose or at the right time(s). Concordance to prescribed medications for adhd seems to be a bigger problem than the efficacy of the medication itself. Regarding the long-term safety of stimulants in adults, this is neither a big issue in clinical practice. From the start, the physician must check risk factors and (relative) contraindications for the medication and later on continue to monitor eventual side-effects, like increased blood pressure, or loss of weight. During adult life, other medical diseases may occur that can complicate continued treatment. conclusion Decisions about extended treatment in adults with adhd should be made on a case-by-case base, by the responsible clinician in communication with the patient. S-12 Dankzij rom kan echt in de praktijk worden onderzocht r.r.j.m. vermeiren toelichting Routine outcome monitoring (rom) biedt de unieke mogelijkheid praktijk en wetenschap te integreren. Alle inspanningen ten spijt, moeten we vaststellen dat beide nog te ver van elkaar gescheiden werelden gebleven zijn. rom kan hierin verandering brengen. Omdat degelijke rom-software de behandelaar ondersteunt in het evalueren van lopende behandelin- S28 tijdschrift voor psychiatrie 53 (2011) suppl. 1

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering The Relationship between Daily Hassles and Depressive Symptoms and the Mediating Influence

Nadere informatie

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen The Association between Daily Hassles, Negative Affect and the Influence of Physical Activity Petra van Straaten Eerste begeleider

Nadere informatie

Het Effect van Assertive Community Treatment (ACT) op het. Sociaal Functioneren van Langdurig Psychiatrische Patiënten met. een Psychotische Stoornis.

Het Effect van Assertive Community Treatment (ACT) op het. Sociaal Functioneren van Langdurig Psychiatrische Patiënten met. een Psychotische Stoornis. Het Effect van Assertive Community Treatment (ACT) op het Sociaal Functioneren van Langdurig Psychiatrische Patiënten met een Psychotische Stoornis. The Effect of Assertive Community Treatment (ACT) on

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positive, Negative and Depressive Subclinical Psychotic

Nadere informatie

De Invloed van Familie op

De Invloed van Familie op De Invloed van Familie op Depressie- en Angstklachten van Verpleeghuisbewoners met Dementie The Influence of Family on Depression and Anxiety of Nursing Home Residents with Dementia Elina Hoogendoorn Eerste

Nadere informatie

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility.

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility. RELATIE ANGST EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility Jos Kooy Eerste begeleider Tweede

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten The relationship between depression symptoms, anxiety symptoms,

Nadere informatie

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Emotioneel Eten: de Rol van Persoonlijkheid The Relationship between Daily Stress and Emotional Eating: the Role of Personality Arlette Nierich Open Universiteit

Nadere informatie

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effects of Contact-oriented Play and Learning in the Relationship between parent and child with autism Kristel Stes Studentnummer:

Nadere informatie

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere vrouwen: Onderzoek naar de relatie tussen angst, depressieve

Nadere informatie

Tahnee Anne Jeanne Snelder. Open Universiteit

Tahnee Anne Jeanne Snelder. Open Universiteit Effecten van Gedragstherapie op Sociale Angst, Zelfgerichte Aandacht & Aandachtbias Effects of Behaviour Therapy on Social Anxiety, Self-Focused Attention & Attentional Bias Tahnee Anne Jeanne Snelder

Nadere informatie

Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA

Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA Measuring quality of life in children with JIA Masterthese Klinische Psychologie Onderzoeksverslag Marlot Schuurman 1642138 mei 2011 Afdeling Psychologie

Nadere informatie

Running head: BREAKFAST, CONSCIENTIOUSNESS AND MENTAL HEALTH 1. The Role of Breakfast Diversity and Conscientiousness in Depression and Anxiety

Running head: BREAKFAST, CONSCIENTIOUSNESS AND MENTAL HEALTH 1. The Role of Breakfast Diversity and Conscientiousness in Depression and Anxiety Running head: BREAKFAST, CONSCIENTIOUSNESS AND MENTAL HEALTH 1 The Role of Breakfast Diversity and Conscientiousness in Depression and Anxiety De Rol van Gevarieerd Ontbijten en Consciëntieusheid in Angst

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

Mentaal Weerbaar Blauw

Mentaal Weerbaar Blauw Mentaal Weerbaar Blauw de invloed van stereotypen over etnische minderheden cynisme en negatieve emoties op de mentale weerbaarheid van politieagenten begeleiders: dr. Anita Eerland & dr. Arjan Bos dr.

Nadere informatie

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Bottlenecks in Independent Learning: Self-Regulated Learning, Stress

Nadere informatie

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS Persoonskenmerken en ervaren lijden bij verslaving en PTSS 1 De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij Verslaafde Patiënten met PTSS The Relationship between Personality Traits and Suffering

Nadere informatie

Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit

Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit 1 Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit 2 Structure of the presentation - What is intercultural mediation through the internet? - Why

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5)

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Hester A. Lijphart Eerste begeleider: Dr. E. Simon Tweede

Nadere informatie

Hechting en Psychose: Attachment and Psychosis:

Hechting en Psychose: Attachment and Psychosis: Hechting en Psychose: Bieden Hechtingskenmerken een Verklaring voor het Optreden van Psychotische Symptomen? Attachment and Psychosis: Can Attachment Characteristics Account for the Presence of Psychotic

Nadere informatie

Stress en Psychose 59 Noord. Stress and Psychosis 59 North. A.N.M. Busch

Stress en Psychose 59 Noord. Stress and Psychosis 59 North. A.N.M. Busch Stress en Psychose 59 Noord Stress and Psychosis 59 North A.N.M. Busch Prevalentie van Subklinische Psychotische Symptomen en de Associatie Met Stress en Sekse bij Noorse Psychologie Studenten Prevalence

Nadere informatie

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Difference in Perception about Parenting between Parents and Adolescents and Alcohol Use of Adolescents

Nadere informatie

Determinanten en Barrières van Seksuele Patiëntenvoorlichting. aan Kankerpatiënten door Oncologieverpleegkundigen

Determinanten en Barrières van Seksuele Patiëntenvoorlichting. aan Kankerpatiënten door Oncologieverpleegkundigen Determinanten en Barrières van Seksuele Patiëntenvoorlichting aan Kankerpatiënten door Oncologieverpleegkundigen Determinants and Barriers of Providing Sexual Health Care to Cancer Patients by Oncology

Nadere informatie

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren Sociale Steun The Effect of Chronic Pain and the Moderating Effect of Gender on Perceived Social Support Studentnummer:

Nadere informatie

Rouw bij mensen met het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS)

Rouw bij mensen met het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) Rouw bij mensen met het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) Mourning in people with chronic fatigue syndrome (CFS) Masterthese Klinische Psychologie Onderzoeksverslag Lisanne Fischer S1816071 Mei 2012

Nadere informatie

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2

Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 167 Appendix A: List of variables with corresponding questionnaire items (in English) used in chapter 2 Task clarity 1. I understand exactly what the task is 2. I understand exactly what is required of

Nadere informatie

De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking

De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking Kenmerken van ADHD en de Theory of Mind 1 De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking The Influence of Characteristics of ADHD on Theory

Nadere informatie

SAMENVATTING Depressie en verzuim Voorspellers voor verzuim en werkhervatting hoofdstuk 2 hoofdstuk 3

SAMENVATTING Depressie en verzuim Voorspellers voor verzuim en werkhervatting hoofdstuk 2 hoofdstuk 3 Samenvatting SAMENVATTING SAMENVATTING Depressie en verzuim Ongeveer 15% van de Nederlandse bevolking krijgt eens in zijn of haar leven een depressie. Het hebben van een depressie beïnvloedt het leven

Nadere informatie

De Effecten van Lichaamsgerichte Interventies op. Lichaamsbeleving, Hyperarousal, Vermijding en Herbeleving bij

De Effecten van Lichaamsgerichte Interventies op. Lichaamsbeleving, Hyperarousal, Vermijding en Herbeleving bij De Effecten van Lichaamsgerichte Interventies op Lichaamsbeleving, Hyperarousal, Vermijding en Herbeleving bij Mensen met een Post Traumatische Stress Stoornis. The Effects of Body Oriented Interventions

Nadere informatie

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Met opmaak: Links: 3 cm, Rechts: 2 cm, Boven: 3 cm, Onder: 3 cm, Breedte: 21 cm, Hoogte: 29,7 cm Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Stigmatisation of Persons

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

De Effecten van de Kanker Nazorg Wijzer op Psychologische Distress en Kwaliteit van. Leven

De Effecten van de Kanker Nazorg Wijzer op Psychologische Distress en Kwaliteit van. Leven De Effecten van de Kanker Nazorg Wijzer op Psychologische Distress en Kwaliteit van Leven The Effects of the Kanker Nazorg Wijzer on Psychological Distress and Quality of Life Miranda H. de Haan Eerste

Nadere informatie

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016

Ius Commune Training Programme 2015-2016 Amsterdam Masterclass 16 June 2016 www.iuscommune.eu Dear Ius Commune PhD researchers, You are kindly invited to attend the Ius Commune Amsterdam Masterclass for PhD researchers, which will take place on Thursday 16 June 2016. During this

Nadere informatie

Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie. Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M.

Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie. Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M. Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M. (Bert) Vrijhoef Take home messages: Voor toekomstbestendige chronische zorg zijn innovaties

Nadere informatie

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Influence of Mindfulness Training on Parental Stress, Emotional Self-Efficacy

Nadere informatie

De Invloed van Vaktherapeutische Interventies op Angst- en Depressiesymptomen bij

De Invloed van Vaktherapeutische Interventies op Angst- en Depressiesymptomen bij De Invloed van Vaktherapeutische Interventies op Angst- en Depressiesymptomen bij Mensen met een Psychiatrische Stoornis de Modererende Invloed van de Therapeutische Alliantie The Effect of Arts Therapies

Nadere informatie

Hartpatiënten Stoppen met Roken De invloed van eigen effectiviteit, actieplannen en coping plannen op het stoppen met roken

Hartpatiënten Stoppen met Roken De invloed van eigen effectiviteit, actieplannen en coping plannen op het stoppen met roken 1 Hartpatiënten Stoppen met Roken De invloed van eigen effectiviteit, actieplannen en coping plannen op het stoppen met roken Smoking Cessation in Cardiac Patients Esther Kers-Cappon Begeleiding door:

Nadere informatie

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource.

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource. Open Universiteit Klinische psychologie Masterthesis Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: De Leidinggevende als hulpbron. Emotional Job Demands, Vitality and Opportunities

Nadere informatie

De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Stemming met Modererende Invloed van Coping stijl

De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Stemming met Modererende Invloed van Coping stijl De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Stemming met Modererende Invloed van Coping stijl The Relation between Daily Stress and Affect with Moderating Influence of Coping Style Bundervoet Véronique Eerste

Nadere informatie

Het Signaleren van Problemen 3 Maanden na Ontslag van de Intensive. Care en de Noodzaak van een Nazorgprogramma

Het Signaleren van Problemen 3 Maanden na Ontslag van de Intensive. Care en de Noodzaak van een Nazorgprogramma Running head: HET SIGNALEREN VAN PROBLEMEN NA EEN IC-OPNAME 1 Het Signaleren van Problemen 3 Maanden na Ontslag van de Intensive Care en de Noodzaak van een Nazorgprogramma The Screening of Problems 3

Nadere informatie

Depressie bij ouderen Herstel als voorwaarde voor rehabilitatie?

Depressie bij ouderen Herstel als voorwaarde voor rehabilitatie? Depressie bij ouderen Herstel als voorwaarde voor rehabilitatie? Rob Kok, psychiater, epidemioloog Parnassia Bavo Groep Den Haag Waarom rehabilitatie? Eerherstel van wie? Over welke ouderen hebben we het

Nadere informatie

Depressieve Klachten bij Adolescenten: Risicofactoren op School en de Invloed. van Geslacht, Coping, Opleiding en Sport

Depressieve Klachten bij Adolescenten: Risicofactoren op School en de Invloed. van Geslacht, Coping, Opleiding en Sport Depressieve Klachten bij Adolescenten: Risicofactoren op School en de Invloed van Geslacht, Coping, Opleiding en Sport Depressive Complaints in Adolescents: Risk Factors at School and the Influence of

Nadere informatie

SAMENVATTING. Achtergrond en doelstellingen van dit proefschrift

SAMENVATTING. Achtergrond en doelstellingen van dit proefschrift 153 SAMENVATTING Achtergrond en doelstellingen van dit proefschrift Angst en depressie zijn de meest voorkomende psychische stoornissen, de ziektelast is hoog en deze aandoeningen brengen hoge kosten met

Nadere informatie

PERSOONLIJKHEID EN OUTPLACEMENT. Onderzoekspracticum scriptieplan Eerste begeleider: Mw. Dr. T. Bipp Tweede begeleider: Mw. Prof Dr. K.

PERSOONLIJKHEID EN OUTPLACEMENT. Onderzoekspracticum scriptieplan Eerste begeleider: Mw. Dr. T. Bipp Tweede begeleider: Mw. Prof Dr. K. Persoonlijkheid & Outplacement: Wat is de Rol van Core Self- Evaluation (CSE) op Werkhervatting na Ontslag? Personality & Outplacement: What is the Impact of Core Self- Evaluation (CSE) on Reemployment

Nadere informatie

De behandeling van chronische angst en depressie (resultaten van de ZemCAD studie)

De behandeling van chronische angst en depressie (resultaten van de ZemCAD studie) Improving Mental Health by Sharing Knowledge De behandeling van chronische angst en depressie (resultaten van de ZemCAD studie) Jan Spijker, Annemein Kemps, Henny Sinnema VGCT najaarscongres 2013 INHOUD

Nadere informatie

Invloed van Bewegen op Depressieve Klachten in de. Fysiotherapie Praktijk. Influence of Movement on Depression in the. Physiotherapy Practice

Invloed van Bewegen op Depressieve Klachten in de. Fysiotherapie Praktijk. Influence of Movement on Depression in the. Physiotherapy Practice Invloed van Bewegen op Depressieve Klachten in de Fysiotherapie Praktijk Influence of Movement on Depression in the Physiotherapy Practice J.A. Michgelsen Eerste begeleider: dr. A. Mudde Tweede begeleider:

Nadere informatie

LinkedIn Profiles and personality

LinkedIn Profiles and personality LinkedInprofielen en Persoonlijkheid LinkedIn Profiles and personality Lonneke Akkerman Open Universiteit Naam student: Lonneke Akkerman Studentnummer: 850455126 Cursusnaam en code: S57337 Empirisch afstudeeronderzoek:

Nadere informatie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een Vergelijking met Rusten in Liggende Positie The Effectiveness of a Mindfulness-based Body Scan: a Comparison with Quiet Rest in the Supine

Nadere informatie

De Invloed van Religieuze Coping op. Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie. Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria

De Invloed van Religieuze Coping op. Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie. Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria De Invloed van Religieuze Coping op Internaliserend Probleemgedrag bij Genderdysforie Religious Coping, Internal Problems and Gender dysphoria Ria de Bruin van der Knaap Open Universiteit Naam student:

Nadere informatie

Samenvatting SAMENVATTING Hoofdstuk 1 is de algemene introductie over de inhoud van dit proefschrift. Depressie en angststoornissen zijn de meest voorkomende psychische stoornissen en brengen een grote

Nadere informatie

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Test-taker Attitudes of Job Applicants: Test Anxiety and Belief in Tests as Antecedents of

Nadere informatie

Cognitive behavioral therapy for treatment of anxiety and depressive symptoms in pregnancy: a randomized controlled trial

Cognitive behavioral therapy for treatment of anxiety and depressive symptoms in pregnancy: a randomized controlled trial Cognitive behavioral therapy for treatment of anxiety and depressive symptoms in pregnancy: a randomized controlled trial dr. T. Verbeek arts-epidemioloog Afd. Huisartsgeneeskunde en Epidemiologie 22 januari

Nadere informatie

Verschillen in het Gebruik van Geheugenstrategieën en Leerstijlen. Differences in the Use of Memory Strategies and Learning Styles

Verschillen in het Gebruik van Geheugenstrategieën en Leerstijlen. Differences in the Use of Memory Strategies and Learning Styles Verschillen in het Gebruik van Geheugenstrategieën en Leerstijlen tussen Leeftijdsgroepen Differences in the Use of Memory Strategies and Learning Styles between Age Groups Rik Hazeu Eerste begeleider:

Nadere informatie

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Gender Differences in Crying Frequency and Psychosocial Problems in Schoolgoing Children aged 6

Nadere informatie

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten

De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk. en Lichamelijke Gezondheidsklachten De Modererende Invloed van Sociale Steun op de Relatie tussen Pesten op het Werk en Lichamelijke Gezondheidsklachten The Moderating Influence of Social Support on the Relationship between Mobbing at Work

Nadere informatie

Cognitieve Bias Modificatie van Interpretatiebias bij Faalangstige Studenten

Cognitieve Bias Modificatie van Interpretatiebias bij Faalangstige Studenten Cognitieve Bias Modificatie van Interpretatiebias bij Faalangstige Studenten Cognitive Bias Modification of Interpretation Bias in Students with Anxiety Janneke van den Heuvel Eerste begeleider: Tweede

Nadere informatie

CSRQ Center Rapport over onderwijsondersteunende organisaties: Samenvatting voor onderwijsgevenden

CSRQ Center Rapport over onderwijsondersteunende organisaties: Samenvatting voor onderwijsgevenden CSRQ Center Rapport over onderwijsondersteunende organisaties: Samenvatting voor onderwijsgevenden Laatst bijgewerkt op 25 november 2008 Nederlandse samenvatting door TIER op 5 juli 2011 Onderwijsondersteunende

Nadere informatie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en Discrepantie The Relationship between Involvement in Bullying and Well-Being and the Influence of Social Support

Nadere informatie

Cognitieve stoornissen bij patiënten met een bipolaire stoornis

Cognitieve stoornissen bij patiënten met een bipolaire stoornis Cognitieve stoornissen bij patiënten met een bipolaire stoornis Marieke J. van der Werf-Eldering, psychiater Overige werkgroepleden: Nienke Jabben, Baer Arts en Siegried Schouws Overzichtsartikel Cognitieve

Nadere informatie

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen.

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. The Relationship between Intimacy, Aspects of Sexuality and Attachment

Nadere informatie

De begeleiding bij chronische angst en depressie (resultaten van de ZemCAD studie)

De begeleiding bij chronische angst en depressie (resultaten van de ZemCAD studie) Improving Mental Health by Sharing Knowledge De begeleiding bij chronische angst en depressie (resultaten van de ZemCAD studie) Jan Spijker, Maringa de Weerd, Henny Sinnema, Bauke Koekkoek, Ton van Balkom,

Nadere informatie

SURFnet User Survey 2006

SURFnet User Survey 2006 SURFnet User Survey 2006 Walter van Dijk Madrid, 21 September 2006 Agenda A few facts General picture resulting from the survey Consequences for the service portfolio Consequences for the yearly innovation

Nadere informatie

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt The role of mobility in higher education for future employability

Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt The role of mobility in higher education for future employability The role of mobility in higher education for future employability Jim Allen Overview Results of REFLEX/HEGESCO surveys, supplemented by Dutch HBO-Monitor Study migration Mobility during and after HE Effects

Nadere informatie

Healthy people want everything, sick people want only one thing. would love to see a Hospital Teacher

Healthy people want everything, sick people want only one thing. would love to see a Hospital Teacher Healthy people want everything, sick people want only one thing. would love to see a Hospital Teacher Consultant Education Sick Pupils Educational Service Centre University Medical Centre The Netherlands

Nadere informatie

Behandeling van eerste psychose (waar de richtlijn niet over spreekt) Dr H.J. Gijsman, psychiater Hoofd Zorgprogramma Psychose Pro Persona

Behandeling van eerste psychose (waar de richtlijn niet over spreekt) Dr H.J. Gijsman, psychiater Hoofd Zorgprogramma Psychose Pro Persona Behandeling van eerste psychose (waar de richtlijn niet over spreekt) Dr H.J. Gijsman, psychiater Hoofd Zorgprogramma Psychose Pro Persona Environment Genotype Phenotype Omgeving Gen Psychose Omgeving

Nadere informatie

Introduction Henk Schwietert

Introduction Henk Schwietert Introduction Henk Schwietert Evalan develops, markets and sells services that use remote monitoring and telemetry solutions. Our Company Evalan develops hard- and software to support these services: mobile

Nadere informatie

Understanding and being understood begins with speaking Dutch

Understanding and being understood begins with speaking Dutch Understanding and being understood begins with speaking Dutch Begrijpen en begrepen worden begint met het spreken van de Nederlandse taal The Dutch language links us all Wat leest u in deze folder? 1.

Nadere informatie

Het effect van een verkorte mindfulness training bij ouderen op mindfulness, experiëntiële vermijding, self-efficacy in het omgaan met emoties,

Het effect van een verkorte mindfulness training bij ouderen op mindfulness, experiëntiële vermijding, self-efficacy in het omgaan met emoties, Het Effect van een Verkorte Mindfulness Training bij Ouderen op Mindfulness, Experiëntiële Vermijding, Self-Efficacy in het Omgaan met Emoties, Zelftranscendentie, en Quality of Life The Effects of a Shortened

Nadere informatie

Disclosure belangen spreker

Disclosure belangen spreker Disclosure belangen spreker (potentiële) belangenverstrengeling Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven Sponsoring of onderzoeksgeld Honorarium of andere (financiële) vergoeding Aandeelhouder

Nadere informatie

Ontwikkeling, Strategieën en Veerkracht van Jongeren van Ouders met Psychische Problemen. Een Kwalitatief Onderzoek op Basis van Chats.

Ontwikkeling, Strategieën en Veerkracht van Jongeren van Ouders met Psychische Problemen. Een Kwalitatief Onderzoek op Basis van Chats. Ontwikkeling, Strategieën en Veerkracht van Jongeren van Ouders met Psychische Problemen. Een Kwalitatief Onderzoek op Basis van Chats. Development, Strategies and Resilience of Young People with a Mentally

Nadere informatie

De Invloed van Werkeisen en Hulpbronnen op de. Psychische Vermoeidheid en het Plezier in het Werk bij Werknemers. and Work Satisfaction of Employees

De Invloed van Werkeisen en Hulpbronnen op de. Psychische Vermoeidheid en het Plezier in het Werk bij Werknemers. and Work Satisfaction of Employees De Invloed van Werkeisen en Hulpbronnen op de Psychische Vermoeidheid en het Plezier in het Werk bij Werknemers The Influence of Job Demands and Job Resources on Psychological Fatigue and Work Satisfaction

Nadere informatie

Effectiviteit van antidepressiva; implicaties van twee meta-analysen voor de klinische praktijk

Effectiviteit van antidepressiva; implicaties van twee meta-analysen voor de klinische praktijk k o r t e b i j d r a g e Effectiviteit van antidepressiva; implicaties van twee meta-analysen voor de klinische praktijk s. t h i o, a. j. l. m. v a n b a l k o m achtergrond Regelmatig ontstaat er in

Nadere informatie

Het Welbevinden van Mantelzorgers in Vlaanderen: Relaties tussen Sociale Steun, Sense of Coherence, Bevlogenheid en Welbevinden.

Het Welbevinden van Mantelzorgers in Vlaanderen: Relaties tussen Sociale Steun, Sense of Coherence, Bevlogenheid en Welbevinden. Het Welbevinden van Mantelzorgers in Vlaanderen: Relaties tussen Sociale Steun, Sense of Coherence, Bevlogenheid en Welbevinden. Well-being of Family Caregivers in Flanders: The Relationships between Social

Nadere informatie

Train uw Brein: Cognitieve Training als een behandeling voor depressie. Marie-Anne Vanderhasselt

Train uw Brein: Cognitieve Training als een behandeling voor depressie. Marie-Anne Vanderhasselt Train uw Brein: Cognitieve Training als een behandeling voor depressie Marie-Anne Vanderhasselt Vanderhasselt, M.A., De Raedt, R., Namur, V., Lotufo, P.A., Bensenor, Vanderhasselt, M.A., De Raedt, R.,

Nadere informatie

Auteur Bech, Rasmussen, Olsen, Noerholm, & Abildgaard. Meten van de ernst van depressie

Auteur Bech, Rasmussen, Olsen, Noerholm, & Abildgaard. Meten van de ernst van depressie MAJOR DEPRESSION INVENTORY (MDI) Bech, P., Rasmussen, N.A., Olsen, R., Noerholm, V., & Abildgaard, W. (2001). The sensitivity and specificity of the Major Depression Inventory, using the Present State

Nadere informatie

Ik voel niets maar eigenlijk alles: Verbanden tussen Alexithymie, Somatisatiestoornis en Depressie. I feel nothing though in essence everything:

Ik voel niets maar eigenlijk alles: Verbanden tussen Alexithymie, Somatisatiestoornis en Depressie. I feel nothing though in essence everything: Ik voel niets maar eigenlijk alles: Verbanden tussen Alexithymie, Somatisatiestoornis en Depressie I feel nothing though in essence everything: Associations between Alexithymia, Somatisation and Depression

Nadere informatie

Effecten Omgevingsinterventie en Fysieke Activiteit 1. Hoofdeffecten en Mediators van een Omgevingsinterventie op Maat ter Bevordering van

Effecten Omgevingsinterventie en Fysieke Activiteit 1. Hoofdeffecten en Mediators van een Omgevingsinterventie op Maat ter Bevordering van Effecten Omgevingsinterventie en Fysieke Activiteit 1 Hoofdeffecten en Mediators van een Omgevingsinterventie op Maat ter Bevordering van Fysieke Activiteit bij Ouderen Main Effects and Mediators of a

Nadere informatie

1. In welk deel van de wereld ligt Nederland? 2. Wat betekent Nederland?

1. In welk deel van de wereld ligt Nederland? 2. Wat betekent Nederland? First part of the Inburgering examination - the KNS-test Of course, the questions in this exam you will hear in Dutch and you have to answer in Dutch. Solutions and English version on last page 1. In welk

Nadere informatie

Ir. Herman Dijk Ministry of Transport, Public Works and Water Management

Ir. Herman Dijk Ministry of Transport, Public Works and Water Management Policy Aspects of Storm Surge Warning Systems Ir. Herman Dijk Ministry of Transport, Public Works and Water Contents Water in the Netherlands What kind of information and models do we need? Flood System

Nadere informatie

(In)effectiviteit van Angstcommunicaties op Verminderen van Lichamelijke Inactiviteit: Rol van Attitudefuncties, Self-Monitoring en Self-Esteem

(In)effectiviteit van Angstcommunicaties op Verminderen van Lichamelijke Inactiviteit: Rol van Attitudefuncties, Self-Monitoring en Self-Esteem (In)effectiviteit van Angstcommunicaties 1 (In)effectiviteit van Angstcommunicaties op Verminderen van Lichamelijke Inactiviteit: Rol van Attitudefuncties, Self-Monitoring en Self-Esteem (In)effectiveness

Nadere informatie

Diabetespatiënten in Verpleeghuizen De Relatie tussen Diabetes, Depressieve Symptomen en de Rol van Executieve Functies

Diabetespatiënten in Verpleeghuizen De Relatie tussen Diabetes, Depressieve Symptomen en de Rol van Executieve Functies Diabetespatiënten in Verpleeghuizen De Relatie tussen Diabetes, Depressieve Symptomen en de Rol van Executieve Functies Diabetic Patients in Nursing Homes The Relationship between Diabetes, Depressive

Nadere informatie

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim.

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Bullying at work and the impact of Social Support on Health and Absenteeism. Rieneke Dingemans April 2008 Scriptiebegeleider:

Nadere informatie

Is valpreventie kosteneffectief?

Is valpreventie kosteneffectief? Is valpreventie kosteneffectief? Prof. Dr. Lieven Annemans Ghent University, Brussels University Lieven.annemans@ugent.be Lieven.annemans@vub.ac.be Maart 2014 1 Reactie van de overheden op de crisis Jaarlijkse

Nadere informatie

Het Effect van een Mindfulnesstraining gericht op Informeel Oefenen en Lopen

Het Effect van een Mindfulnesstraining gericht op Informeel Oefenen en Lopen Het Effect van een Mindfulnesstraining gericht op Informeel Oefenen en Lopen op Mindfulness, Stressbeleving, Interne Locus of Control, Self-Efficacy in het Omgaan met Emoties en Kwaliteit van Leven The

Nadere informatie

Tijdelijk en Toch Bevlogen

Tijdelijk en Toch Bevlogen De Invloed van Taakeisen, Ontplooiingskansen en Intrinsieke Arbeidsoriëntatie op Bevlogenheid van Tijdelijke Werknemers. The Influence of Job Demands, Development Opportunities and Intrinsic Work Orientation

Nadere informatie

De Invloed van Cognitieve Stimulatie in de Vorm van Actief Leren op de Geestelijke Gezondheid van Vijftigplussers

De Invloed van Cognitieve Stimulatie in de Vorm van Actief Leren op de Geestelijke Gezondheid van Vijftigplussers De Invloed van Cognitieve Stimulatie in de Vorm van Actief Leren op de Geestelijke Gezondheid van Vijftigplussers The Influence of Cognitive Stimulation in the Form of Active Learning on Mental Health

Nadere informatie

Socio-economic situation of long-term flexworkers

Socio-economic situation of long-term flexworkers Socio-economic situation of long-term flexworkers CBS Microdatagebruikersmiddag The Hague, 16 May 2013 Siemen van der Werff www.seo.nl - secretariaat@seo.nl - +31 20 525 1630 Discussion topics and conclusions

Nadere informatie

Alcohol policy in Belgium: recent developments

Alcohol policy in Belgium: recent developments 1 Alcohol policy in Belgium: recent developments Kurt Doms, Head Drug Unit DG Health Care FPS Health, Food Chain Safety and Environment www.health.belgium.be/drugs Meeting Alcohol Policy Network 26th November

Nadere informatie

POSITIEVE VERBEELDING EN INTERPRETATIEBIAS BIJ FAALANGST

POSITIEVE VERBEELDING EN INTERPRETATIEBIAS BIJ FAALANGST Trainen van Positieve Verbeelding: Invloed op Interpretatiebias bij Faalangst Training of Positive Imagery: Effect on Interpretive Bias in Fear of Failure Maria M.E. Boersen Eerste begeleider: dr. Eva

Nadere informatie

Running head: EMPOWERMENT OUDERS BIJ ASS MET AANPAK GEEF ME DE 5 1. Empowerment Ouders van Kinderen met een Autisme Spectrum Stoornis

Running head: EMPOWERMENT OUDERS BIJ ASS MET AANPAK GEEF ME DE 5 1. Empowerment Ouders van Kinderen met een Autisme Spectrum Stoornis Running head: EMPOWERMENT OUDERS BIJ ASS MET AANPAK GEEF ME DE 5 1 Empowerment Ouders van Kinderen met een Autisme Spectrum Stoornis na Oudercursus met Methode Geef me de 5 Empowerment Parents of Children

Nadere informatie

De Relatie tussen Zelfzorg, Glycemieregeling en Depressieve Symptomen bij Diabetespatiënten

De Relatie tussen Zelfzorg, Glycemieregeling en Depressieve Symptomen bij Diabetespatiënten De Relatie tussen Zelfzorg, Glycemieregeling en Depressieve Symptomen bij Diabetespatiënten The Relationship between Self-Care, Glycemic Regulation and Depressive Symptoms in Diabetic Patients Jeff Bernaerts

Nadere informatie

Aim of this presentation. Give inside information about our commercial comparison website and our role in the Dutch and Spanish energy market

Aim of this presentation. Give inside information about our commercial comparison website and our role in the Dutch and Spanish energy market Aim of this presentation Give inside information about our commercial comparison website and our role in the Dutch and Spanish energy market Energieleveranciers.nl (Energysuppliers.nl) Founded in 2004

Nadere informatie

Nonrespons en ernstige klachten bij OCD: richtlijnen herzien? Else de Haan PhD Lidewij Wolters PhD Amsterdam, the Netherlands

Nonrespons en ernstige klachten bij OCD: richtlijnen herzien? Else de Haan PhD Lidewij Wolters PhD Amsterdam, the Netherlands Nonrespons en ernstige klachten bij OCD: richtlijnen herzien? Else de Haan PhD Lidewij Wolters PhD Amsterdam, the Netherlands Behandeling OCS bij kinderen Cognitieve gedragstherapie (CGT) Combinatie CGT

Nadere informatie

Onderzoek naar werkzaamheid schematherapie bij borderline persoonlijkheidsstoornis en alcoholafhankelijkheid

Onderzoek naar werkzaamheid schematherapie bij borderline persoonlijkheidsstoornis en alcoholafhankelijkheid Onderzoek naar werkzaamheid schematherapie bij borderline persoonlijkheidsstoornis en alcoholafhankelijkheid presentatie ESPRi Symposium 26-11-2015 Michiel Boog, klinisch psycholoog, psychotherapeut Titel:

Nadere informatie