Abstractboek. Hartelijk welkom! Maken het NNvT congres 2015 mede mogelijk! Abstract boek NNvT Congres 6 maart 2015

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Abstractboek. Hartelijk welkom! Maken het NNvT congres 2015 mede mogelijk! Abstract boek NNvT Congres 6 maart 2015"

Transcriptie

1 Abstract boek NNvT Congres 6 maart 05 Abstractboek Hartelijk welkom! Het Nederlands Netwerk voor Tabaksonderzoek (NNvT) is in 0 opgericht om een platform te bieden aan het wetenschappelijk tabaksonderzoek in Nederland. Het is een netwerk van onderzoekers uit verschillende wetenschappelijk disciplines, van (pre-)klinisch onderzoek en farmacologie van nicotineverslaving tot epidemiologische studies en beleidsonderzoek. Het netwerk wordt mogelijk gemaakt door financiële ondersteuning van KWF Kankerbestrijding, de Hartstichting en het Longfonds. Jaarlijks wordt er een wetenschappelijk congres georganiseerd, waarvan dit inmiddels het tweede is! Via de NNvT website kan je gericht zoeken naar individuele wetenschappers of collega wetenschappers die in Nederland actief zijn op het brede terrein van tabaksonderzoek ten behoeve van verbetering van de volksgezondheid. De aanvang van het congres is 9.0 u en de afsluiting is rond 8.5 u. De opening wordt verzorgd door de dagvoorzitter Prof. dr. Onno van Schayck, hoogleraar preventieve geneeskunde, en de voorzitter van het NNvT Prof. dr. Marc Willemsen, bijzonder hoogleraar tabaksontmoediging. Aan het einde van de dag om 7.5 uur wordt iedereen verwacht in de Oude Keuken voor de afsluitende borrel en de informele afsluiting van de dag, nadat we in de hal op e parterre de traditionele groepsfoto hebben gemaakt. Wij wensen je een inspirerende en leerzame dag toe! De Programma Commissie: Prof. dr. M. (Marc) Willemsen, UM Prof. dr. J. (Jacqueline) Vink, VU Dr. Z. (Zeena) Harakeh, UU Dr. D. (Daniel) Kotz, UM Dr. M. (Margriet) van der Laar, Trimbos instituut Dr. C. (Carlijn) van der Aalst, Erasmus MC Maken het NNvT congres 05 mede mogelijk!

2 Abstract boek NNvT congres 6 maart 05 Abstracts De sessies die tijdens dit congres worden gehouden zijn in het programma chronologisch genummerd. Deze nummering komt overeen met de nummering van de symposia en abstracts.. Keynote Het rokersbrein: neurocognitieve inzichten in tabaksverslaving en relevantie voor de praktijk Auteur: Ingmar Franken, Erasmus Universiteit Rotterdam, Door het toepassen van onderzoekstechnieken zoals fmri en EEG is er de laatste jaren een gestage toename in de kennis over neurocognitieve mechanismen van verslaving. In deze lezing zullen verschillende nieuwe neurocognitieve inzichten in tabaksverslaving aan bod komen, maar wordt bovenal ook stil gestaan bij de toepassing van deze kennis om uiteindelijk te komen tot een betere en meer science-based benadering van assessment en behandeling van tabaksverslaving. Hoewel nog een lange weg te gaan is zou deze kennis ook ingezet kunnen worden voor het verbeteren van behandelingen door meer te kijken naar de individuele kwetsbaarheden van rokers en toe te werken naar een behandeling op maat. Er zijn ook nog legio valkuilen en beperkingen bij dit soort onderzoek, deze zullen zeker ook aan bod komen. Het aantal tabaksgerelateerde publicaties in de Europese landen nam toe van 780 in 000 tot.499 in 0. In de presentatie zal een gedetailleerde beschrijving worden gegeven van inhoudelijke veranderingen binnen het Nederlandse tabaksonderzoek, in vergelijking met de andere Europese landen. Op basis van de resultaten van deze bibliometrische studie zullen aanbevelingen worden gedaan voor een Nederlandse tabaksonderzoeksagenda.. Keynote Stoppen met roken via tailored ehealth interventies Auteur: Hein de Vries, Maastricht University, Inleiding:: Sinds de eerste studie van Strecher c.s. zijn er veel computer tailored stoppen met roken studies ontwikkeld, die ook via het internet worden verspreid. Het doel van deze presentatie is een overzicht te geven van de verschillende studies die er de afgelopen 0 jaar zijn verricht mondiaal, alsook bij de Universiteit Maastricht op het gebied van computer tailored ehealth voor stoppen met roken, en in te gaan op de (kosten) effectiviteit in het algemeen, en voor hoog- en laag opgeleiden in het bijzonder. Methode: Naast een overzicht van een aantal studies in het buitenland, wordt een overzicht gegeven van een aantal studies uit Nederland die gebaseerd zijn op het I-Change Model, dat gebaseerd is op het ASE-model. Resultaten: De meeste studies laten significante effecten zien op het gebied van stoppen met roken. De Nederlandse resultaten zijn effectief en kosten effectief en verschillen niet voor hoog- en laag opgeleiden. Hoewel rekrutering via de huisartspraktijken relatief iets meer laagopgeleiden weet te werven, worden absoluut de meest laagopgeleiden via de massamedia gerekruteerd, en goedkoper. De studies laten tevens zien dat de interventies kosten effectief zijn. Videotailoring is effectiever dan tailoring via tekst. Conclusies en aanbevelingen: Advies op maat over stoppen met roken via computer tailoring en met gebruik making van een goed theoretisch model is effectief en kosten effectief. De volgende stap is de integratie van dit soort methodes in de reguliere gezondheidszorg.

3 Abstract boek NNvT Congres 6 maart 05. Keynote Actie en wetenschap: mijn ervaring van 7 jaar Tobacco control Auteur: Luk Joossens, Association of European Cancer Leagues, Stichting tegen Kanker (België), Sinds oktober 977 ben ik actief op het vlak van tabakspreventie en werd mijn doen en laten door de tabaksindustrie gevolgd. In deze voordracht behandel ik de Europese actie tegen het tabaksgebruik in een historisch perspectief, met aandacht voor het stand komen van Europese Richtlijnen, tabaksubsidies, de monitoring van nationale ontradingspolitiek, smokkel en lobbying. Als activist had ik de wetenschap nodig en heeft de wetenschap de actie tegen het tabaksgebruik ondersteund. Actie en wetenschap: mijn ervaring van 7 jaar Tobacco control. 4. Symposium: Angstaanjagende afbeeldingen op sigarettenpakjes: Verstandig of onverstandig? Inleider: Bas van den Putte, Trimbos instituut Ten gevolge van nieuwe Europese regelgeving komen in 06 in Nederland angstaanjagende afbeeldingen op sigarettenpakjes te staan. In de wetenschap circuleren hierover twee standpunten: () verstandig, () onverstandig. Vier wetenschappers is gevraagd om hierover hun licht te laten schijnen, met als doel aan het einde van de sessie meer inzicht te hebben in twee vragen. () Als het nu eenmaal toch gaat gebeuren, hoe kan dit dan zo effectief mogelijk? () Als jij het mag bepalen, hoe zou je sigarettenpakjes verstandiger kunnen gebruiken? Gera Nagelhout zal betogen dat de introductie van angstaanjagende afbeeldingen effectiever is indien dit wordt gecombineerd met een begeleidende massamediale campagne. Saar Mollen zal laten zien dat tekstboodschappen op sigarettenpakjes over de korte termijn positieve gevolgen van stoppen, meer effect hebben dan boodschappen over de lange termijn negatieve gevolgen. Vervolgens zal Arie Dijkstra dieper ingaan op de werking van angst en de consequenties hiervan voor de effectiviteit van angstcommunicatie. Tot slot zal Gjalt-Jorn Peters op basis van een literatuuronderzoek naar de gedragsdeterminanten van starten en stoppen met roken bespreken of angstcommunicatie een voor de hand liggende strategie is.

4 Abstract boek NNvT congres 6 maart Afbeeldingen op tabaksverpakkingen en begeleidende mediacampagnes: bevindingen vanuit Australië Auteurs: Gera Nagelhout, ; Amira Osman ; Hua-Hie Yong 4 ; Li-Ling Huang 5 ; Ron Borland 4 ; James F. Thrasher,6 Afdeling Gezondheidsbevordering, Universiteit Maastricht (CAPHRI), Maastricht, Nederland Alliantie Nederland Rookvrij, Den Haag, Nederland Department of Health Promotion, Education and Behaviour, University of South Carolina, Columbia, Verenigde Staten 4 VicHealth Centre for Tobacco Control, The Cancer Council Victoria, Carlton, Victoria, Australië 5 Center for Regulatory Research on Tobacco Communication, Lineberger Comprehensive Cancer Centre, University of North Carolina, Chapel Hill, Verenigde Staten Contactpersoon: Gera Nagelhout, Inleiding: In sommige landen wordt de invoering van nieuwe afbeeldingen op tabaksverpakkingen begeleid met een mediacampagne waarin dezelfde afbeeldingen terugkomen. De verwachting is dat de effecten van zulk nieuw beleid en de begeleidende mediacampagnes elkaar kunnen versterken. Ten tijde van de invoering van generieke verpakkingen ( plain packaging ) in Australië (december 0), werden ook nieuwe en grotere afbeeldingen op tabaksverpakkingen ingevoerd en werd een mediacampagne gevoerd over de gezondheidsschade van roken. Methode: In deze studie onderzochten we of Australische rokers die zich de mediacampagne herinnerden ook rapporteerden vaker aandacht te hebben voor en vaker te praten over de afbeeldingen op tabaksverpakkingen. We gebruikten longitudinale vragenlijstdata van rokers van 8 jaar en ouder (n=.579) op drie meetmomenten: september 0 (voormeting), januari 0 (eerste nameting) en mei 0 (tweede nameting). Resultaten: De aandacht voor de afbeeldingen op tabaksverpakkingen nam toe op de eerste nameting vergeleken met de voormeting, maar niet op de tweede nameting. Praten over de afbeeldingen nam toe op beide nametingen vergeleken met de voormeting. Campagneherinnering hing significant samen met meer aandacht voor de afbeeldingen en met meer praten over de afbeeldingen, ook wanneer gecorrigeerd werd voor de trends tussen de drie metingen. Discussie: De resultaten van deze studie suggereren dat de mediacampagne en het nieuwe tabaksverpakkingenbeleid in Australië onafhankelijke en positieve effecten hadden op de aandacht voor en het praten over de afbeeldingen op tabaksverpakkingen onder rokers. Het lijkt er dus op dat een mediacampagne die de afbeeldingen op tabaksverpakkingen inhoudelijk aanvult, het bereik van deze afbeeldingen kan vergroten. 6. Kort maar krachtig. De rol van framing en termijn in waarschuwingsboodschappen op sigarettenpakjes Auteurs: Saar Mollen ; Susanne Engelen ; Loes Kessels ; Bas van den Putte, Universiteit van Amsterdam, Amsterdam School of Communication Research ; Maastricht University, Work- & Social Psychology ; Trimbos Instituut Contactpersoon: Saar Mollen, 4

5 Abstract boek NNvT Congres 6 maart 05 Inleiding:. Om het aantal mensen dat rookt te verminderen, wordt in veel landen gebruik gemaakt van teksten op sigarettenpakjes. Veel van deze teksten benadrukken de negatieve gevolgen van roken voor de gezondheid op lange termijn, zoals: "roken veroorzaakt een langzame, pijnlijke dood". Framing theorie stelt daarentegen dat boodschappen waarin de voordelen van het gewenste gedrag worden benadrukt (winst frame) effectiever zijn dan boodschappen waarin de nadelen van het ongewenste gedrag (verlies frame) worden benadrukt, als je preventiegedrag wilt stimuleren. De rol van framing, zowel als de rol van termijn (d.w.z. korte- vs. Lange termijn gevolgen) werd onderzocht in een online experiment. Methode. Deelnemers (N = ) werden meermaals blootgesteld aan sigarettenpakjes met daarop een tekst met een winst of verlies frame. Daarnaast werd gevarieerd of de gevolgen betrekking hadden op de korte- of de lange termijn. Na blootstelling werd gevraagd naar stopattitude, stopintentie en informatiezoekgedrag. Resultaten & Discussie. Attitudes om te stoppen met roken waren positiever wanneer mensen werden blootgesteld aan een winst-, dan een verlies frame en wanneer mensen werden blootgesteld aan korte- versus lange termijn gevolgen. Met betrekking tot stopintentie werd een interactie gevonden tussen frame en termijn. Meer specifiek laten resultaten zien dat boodschappen die de positieve gevolgen van stoppen met roken op de korte termijn benadrukten leidden tot de hoogste stopintentie. Met betrekking tot informatiezoekgedrag werden geen significante verschillen tussen condities gevonden. De resultaten van het huidige onderzoek suggereren dat de communicatie van positieve korte termijn gevolgen van stoppen met roken mogelijk effectiever is dan de huidige focus op negatieve lange termijn gevolgen. 7. Een theoretische review over de effecten van angst bij stoppen met roken Auteur: Arie Dijkstra, Rijksuniversiteit Groningen, Inleiding: Angst is een essentiële bron van informatie over de realiteit, en het motiveert om de dreiging te vermijden. Ook leidt angst tot een sterkere bereidheid om te investeren in het uitoefenen van controle. Maar omdat angst aversief is leidt het ook tot defensieve emotie-regulatie; tot acties die bedoeld zijn om de angst verminderen. De effecten van angst zijn dus divers en complex. Echter, de huidige theorievorming over het scala aan positieve en negatieve effecten van angst op bijvoorbeeld stoppen met roken is matig ontwikkeld en slecht geïntegreerd. Methode: In deze lezing zullen enkele nieuwe theoretische invalhoeken worden gepresenteerd die meer zicht geven op hoe angst tot stoppen met roken kan leiden, hoe angst ook defensieve emotie-regulatie oproept, en hoe die emotie-regulatie werkt. Dit zal worden gedaan aan de hand van drie modellen, die waar mogelijk geïllustreerd worden met eigen empirische gegevens. Het eerste model brengt de brede effecten van angst in kaart. Angst is een essentieel motief om informatie te verzamelen over de realiteit. Het tweede model brengt de relatie tussen fear control en danger control in kaart. De ene sluit de andere niet uit. Het derde model is een aanzet tot een beter begrip van defensieve zelfregulatie. Er zijn meerdere mechanismen, geen daarvan is perfect en ze werken via een stepped-investment strategie. Conclusie: Om effectievere interventies te ontwikkelen voor stoppen met roken zijn nieuwe theoretische invalshoeken op angst en de effecten van angst nodig. 8. De risico s van roken: de rol van risicoperceptie als voorspeller van starten en stoppen met roken in relatie tot andere psychologische voorspellers Auteurs: Gjalt-Jorn Peters ; Robert Ruiter ; Gerjo Kok Psychology & Onderwijswetenschappen, Open Universiteit; Work & Social Psychology, Universiteit Maastricht Contactpersoon: Gjalt-Jorn Peters, 5

6 Abstract boek NNvT congres 6 maart 05 Inleiding: Roken is zeer schadelijk, en er worden terecht relatief veel middelen gestoken in preventie. Veel preventie is gebaseerd op het uitgangspunt dat risicoperceptie en subjectieve inschatting van de gevaren van roken de belangrijkste redenen zijn om niet te starten of om juist te stoppen met roken, en dat angst het effectiefste wapen is in deze preventie. Tegelijkertijd zijn er veel meer mogelijke voorspellers van starten of stoppen die een veel grotere rol kunnen spelen. Deze bijdrage geeft hier een overzicht van, gecomplementeerd met de eerste uitkomsten van een systematische review naar redenen en determinanten van starten en stoppen met roken. Methode: Het overzicht van mogelijke determinanten en beliefs is gebaseerd op de gedragsveranderings-literatuur. Voor de systematische review is een query uitgezet in bibliografische databases. Deze query was ontwikkeld om alle artikelen over beliefs en determinanten van starten en stoppen met roken te vinden. Hierna zijn de hits gescreend door twee onafhankelijke screeners in twee fasen: eerst op basis van titel en abstract, en daarna op basis van de volledige tekst. De resultaten uit de geïncludeerde artikelen zijn vervolgens geïntegreerd. Er is zowel naar kwalitatieve data (uit bijvoorbeeld interviewstudies) als naar kwantitatieve data (over de sterkte van het verband tussen determinanten en gedrag) gekeken. Conclusie: Risicoperceptie speelt een rol bij starten en stoppen met roken, maar veel andere psychologische variabelen doen dit ook. Angst is vaak niet de belangrijkste reden om niet te starten met roken; en vaak ook niet de beste voorspeller van of mensen succesvol stoppen. 9. Evaluation of laws prohibiting the sale of tobacco to minors in 0 EU countries: impact on adolescent smoking and the obtainability of tobacco Auteurs: Stephanie Brandhof ; Mirte Kuipers ; Karin Monshouwer, ; Anton Kunst Sociale Geneeskunde, Academisch Medisch Centrum, Universiteit van Amsterdam Trimbos Instituut Faculteit Sociale Wetenschappen, Universiteit van Utrecht Contactpersoon: Mirte Kuipers, Background: Many EU countries have introduced or raised age limits prohibiting retailers from selling tobacco to minors in the past decade. The main aim was to evaluate the effect of age restrictions on adolescent smoking behavior and the obtainability of cigarettes in the EU. The secondary aim was to examine potential differences in effect between high and low socioeconomic status (SES) groups. Methods 5,97 adolescents (5-6 years) from 0 EU countries were included from the 007 and 0 ESPAD surveys. Outcome measures were smoking status (weekly smoking) and perceived obtainability of tobacco (easy vs. difficult). A case control study design was used. Countries that raised the legal age to 8 years in the study period were case countries. Control countries had an age limit of 8 years since at least 004. In multilevel logistic regression analyses, differences in smoking and obtainability changes between case and control countries were assessed (time*case). For subgroups three-way interactions were tested. Results In the total study population, no significant association was found between age restrictions and weekly smoking prevalence. Age restrictions were associated with a significantly stronger decrease in perceived ease of obtainment of cigarettes. When stratified by SES, weekly smoking decreased significantly stronger in case countries than in control countries among low SES, but not high SES adolescents. The effects on obtainability did not differ significantly between high and low SES adolescents. Conclusion Age restriction laws seem to make the obtainment of cigarettes more difficult and may have reduced the growth in socioeconomic inequalities in adolescent smoking. 6

7 Abstract boek NNvT Congres 6 maart Bevindingen van een systematische review van onderzoek naar effecten van de dichtheid en nabijheid van tabaksverkooppunten en rookgedrag Auteurs: Jacqueline Verdurmen, Karin Monshouwer, Toine Ketelaars, Margriet van Laar Allen: Trimbos instituut Contactpersoon: Jacqueline Verdurmen, Inleiding: Internationaal zijn diverse studies verschenen naar de relatie tussen de dichtheid en/of nabijheid van verkooppunten van tabak en rookgedrag. In opdracht van het ministerie van VWS is de wetenschappelijke literatuur op dit gebied in kaart gebracht middels een systematische review. De kernvraag hierbij was of het verminderen van de dichtheid/nabijheid van verkooppunten een doeltreffende maatregel is om tabaksgebruik terug te dringen. Methode: De relevante literatuur tussen 00 en voorjaar 04 is verzameld middels een systematisch literatuuronderzoek in peer-reviewed tijdschriften. Titels en abstracts werden door de eerste en tweede auteur gescreend voor inclusie. Resultaten: Resultaten van de review laten het volgende zien ) Een mogelijk verband tussen dichtheid (maar niet nabijheid) van verkooppunten rond scholen en rookgedrag van jongeren, en meer specifiek een positief verband met beginnen met roken door jongeren. ) Een mogelijk verband bij volwassen rokers tussen nabijheid (en in mindere mate dichtheid) van verkooppunten en uitkomsten in gerelateerd aan stoppen met roken. ) Aanwijzingen op basis van analogie uit de (beperkte) alcoholliteratuut waarbij op basis van prospectieve studies een positieve relatie wordt gevonden tussen dichtheid van verkooppunten en alcoholgebruik. Discussie: Het bewijs voor een causale relatie tussen dichtheid/nabijheid van verkooppunten en rookgedrag van jongeren of volwassenen is op dit moment beperkt. Dit is deels te wijten aan het kleine aantal studies en deels aan de methodologische kwaliteit van de studies (de meeste studies zijn cross-sectioneel). Geadviseerd wordt om studies uit te voeren die daadwerkelijk longitudinale effecten van veranderingen in dichtheid/nabijheid van verkooppunten op rookgedrag kunnen meten.. Synthese van praktijk- en wetenschappelijke kennis over het effect van het beperken van de zichtbaarheid van tabaksproducten op rookgedrag Auteurs: Karin Monshouwer, Jacqueline Verdurmen, Toine Ketelaars, Margriet van Laar Allen: Trimbos-instituut Contactpersoon: Karin Monshouwer, Inleiding: Met steeds verdere beperkingen op tabaksreclame zijn displays van tabakswaren op het verkooppunt een van de belangrijkste kanalen geworden voor de tabaksindustrie om hun producten te promoten. Volgens pleitbezorgers voor de volksgezondheid zijn tabaksdisplays feitelijk tabaksreclame en zou dus verboden moeten worden. In opdracht van VWS is middels een systematische review de wetenschappelijke literatuur op dit gebied in kaart gebracht. De kernvraag hierbij was of een display ban een doeltreffende maatregel is om tabaksgebruik terug te dringen. Daarnaast zijn in een aantal landen die recentelijk beperkingen hebben ingevoerd, deskundigen gevraagd naar praktijkervaringen. Methode: De relevante literatuur tussen 00 en voorjaar 04 is verzameld middels een systematisch literatuuronderzoek in peer-reviewed tijdschriften. Titels en abstracts werden door de eerste en tweede auteur gescreend voor inclusie. Daarnaast zijn deskundigen uit 5 landen schriftelijk ondervraagd over ervaringen met de invoering van een display ban. 7

8 Abstract boek NNvT congres 6 maart 05 Resultaten: De resultaten van de review (9 studies) suggereren dat tabaksdisplays de kans dat iemand begint met roken vergroten en het stoppen met roken bemoeilijken, zowel direct als door indicatoren van rookgedrag. De enquête onder de deskundigen liet onder meer zien dat het draagvlak onder de bevolking over het algemeen hoog is, maatregelen specifiek moeten worden gedefinieerd om omzeiling te voorkomen, en de invoering (op korte termijn) slechts beperkte economische gevolgen heeft. Discussie: De resultaten suggereren dat een beperking van, of verbod op de display van tabaksproducten waarschijnlijk zal bijdragen aan een vermindering van tabaksgebruik. Er is echter geen informatie over de grootte van de effecten, die zich mogelijk pas na langere tijd zullen manifesteren.. Steken leerlingen op school wat op? Onderzoek naar de continuering van rookvrije schoolterreinen in het voortgezet onderwijs Auteurs: Andrea Rozema,, Jolanda Mathijssen, Hans van Oers, M.W.J. Jansen 4 Tilburg University, department Tranzo RIVM / Tilburg University, department Tranzo. 4 Academische Werkplaats Publieke Gezondheid Zuid Limburg/ Maastricht University, School for Public Health and Primary Care (CAPHRI) Contactpersoon: Andrea Rozema, Inleiding. De Tabakswet schrijft voor dat in Nederland in schoolgebouwen niet gerookt mag worden, echter scholen mogen zelf bepalen of er op het schoolterrein gerookt mag worden. Momenteel geeft 48% van alle schoollocaties in Nederland aan een rookvrij schoolterrein te hebben. Goede continuering van een rookvrij schoolterrein zou kunnen bijdragen aan het behoud van de mogelijke positieve effecten van een rookvrij schoolterrein. Het is echter onduidelijk hoe de continuering verloopt bij scholen die een rookvrij schoolterrein claimen te hebben en of dit van invloed is op wel of niet naleven van het rookverbod door leerlingen. Methode. Om de continuering van een rookvrij schoolterrein in kaart te brengen is een online survey uitgezet naar alle schooldirecties in het voortgezet onderwijs in Nederland. Items maten indicatoren van continuering van gezondheidsprogramma s. Resultaten. Het blijkt dat indicatoren van continuering van het rookvrije schoolterrein voor toename van naleving van het rookverbod zorgen. Verder blijkt er een relatie te bestaan tussen het vooraf aan de implementatie opzien tegen de handhaving en het overtreden van het huidige rookverbod door leerlingen.. Smoke-free legislation and perinatal health in the Netherlands Auteurs: Myrthe Peelen ; Aziz Sheikh, ; Marjolein Kok ; Luc Zimmerman 4 ; Boris Kramer 4 ; Ben Mol 5 ; Jasper Been,,4, Department of Obstetrics and Gynaecology, AMC, Amsterdam Centre for Population Health Sciences, The University of Edinburgh, Edinburgh, UK School for Public Health and Primary Care (CAPHRI), Maastricht University Medical Center, 4 Department of Paediatrics, Maastricht University Medical Center 5 The Robinson Institute, School of Paediatrics and Reproductive Health, University of Adelaide, Australia 8

9 Abstract boek NNvT Congres 6 maart 05 6 Division of Neonatology, Erasmus MC-Sophia Children s Hospital, Rotterdam 7 ErasmusMC, Radboud Universiteit Nijmegen, Universiteit Utrecht Contactpersoon: Jasper Been, Objective: To study the association between the biphasic introduction of smoke-free legislation in The Netherlands and perinatal outcome. Methods: We performed a national quasi-experimental study using data from the Netherlands Perinatal Registry between 000 and 0 to study the effects of phased introduction of smoke-free legislation in January 004 (workplaces) and mid- 008 (hospitality industry) on perinatal outcomes. The study population comprised all singleton births (gestational age weeks). Our primary outcome measures were perinatal mortality, preterm birth and small-for-gestational age (SGA). Pregnancies with unknown gestational age, neonates with a birth weight <500 grams and neonates with recognized chromosomal anomalies were excluded. Interrupted time series logistic regression analyses were performed using individual level data with adjustments of potential confounders Results: Among,069,695 singleton births,,07 (0.6%) cases of perinatal mortality (including 9,6 (0.4%) stillbirths), 6,04 (5.6%) cases of preterm birth and 87,966 (9.%) cases of SGA were observed. Introduction of the 004 smoking ban in workplaces was not followed by significant changes in any of the primary outcomes. A significant decrease in odds of 4.4% (95%CI.4-6.4, p<0.00) of being born SGA was observed after the 008 ban on smoking in bars and restaurants. Using a counterfactual scenario it was estimated that,975 cases of SGA had been averted over.5 years by implementing smokefree legislation. Conclusion: Implementation of smoke-free bars and restaurants in the Netherlands was followed by a reduction in SGA. In contrast to several other countries, where smoke-free legislation has been particularly comprehensive, no impact on preterm birth or perinatal mortality was observed. 4. Rookbeleid en tabaksontmoediging in de GGZ Auteurs: Matthijs Blankers, Renate Buisman, Margriet van Laar Allen: Trimbos instituut Contactpersoon: Matthijs Blankers, Inleiding: Hoge rookprevalenties zijn een verklaring voor de kortere levensverwachting van mensen met een psychiatrische stoornis. Effectieve interventies om het roken terug te dringen zouden tot gezondheidswinst leiden. Tot op heden heeft de GGZ beperkt aandacht voor dit thema. In instellingen wordt bovendien volop gerookt. Deze presentatie gaat daarom in op de volgende vragen:. Wat voor rookbeleid wordt er in de GGZ gevoerd?. Welke factoren bepalen of behandelaars hun cliënten helpen met stoppen? Methode: Literatuuronderzoek, onderzoek naar het rookbeleid van de 65 bij GGZ Nederland aangesloten GGZ/VZ/RIBW instellingen, interviews, en vragenlijstonderzoek onder 600 medewerkers van GGZ-instellingen. Resultaten: In Nederland stellen instellingen hun rookbeleid op binnen de wettelijke kaders, maar er is veel variatie in het gevoerde beleid. Bijvoorbeeld ten aanzien van minderjarige cliënten, rookbeleid in privévertrekken van cliënten, stopondersteuning en aandacht voor brandveiligheid. Bepalend voor de intentie om cliënten te helpen met stoppen is of behandelaars in het verleden cliënten hebben ondersteund, hun attitude ten aanzien van de rol die een GGZ behandelaar heeft, de attitude ten aanzien van gezondheidseffecten van roken voor cliënten, en de ervaren ondersteuning door de instelling om roken aan de orde te stellen; of een medewerker zelf rookt, geslacht, en de (ervaren) strengheid van het rookbeleid binnen de instelling zijn opvallend genoeg niet bepalend. Discussie: Op basis van dit onderzoek zou kunnen worden voorgesteld: - Universeel rookbeleid voor de GGZ op te stellen i.s.m. instellingen. - Kennis, vaardigheden medewerkers rond (stoppen met) roken te verhogen. - Cliënten voor te lichten over (extra) schadelijkheid van roken voor hen. - Aanbod, bekendheid van (passende) interventies vergroten en effectiviteit beter onderbouwen 9

10 Abstract boek NNvT congres 6 maart Het verlenen en effect van stoppen met roken begeleiding door eerstelijns verloskundigen Auteurs: Sandra Oude Wesselink ; Hester Lingsma ; Paul Robben, ; Johan Mackenbach Erasmus MC, Inspectie voor de Gezondheidszorg, Erasmus Universiteit Rotterdam Contactpersoon: Sandra Oude Wesselink, Objective: Smoking-cessation counselling during pregnancy is crucial to prevent smoking-related harm to pregnant smokers and their babies. Dutch primary care midwives provide such counselling with a minimal intervention strategy. However, both its quality and effect are debatable. Therefore, we evaluated the provision of smoking-cessation counselling by midwives and its effect on smoking behaviour and birth weight. Methods: In this quasi-experimental study we collected information from pregnant smokers throughout their pregnancy and extracted data from electronic patient files. We included 85 participants treated in 5 primary care midwifery practices between 0 and 04. The primary outcome parameter was quit smoking by end of pregnancy. The secondary outcome parameter was birth weight. We used linear and logistic multilevel regression models adjusted for propensity scores to estimate the effect of smoking-cessation counselling on outcome. Results: At intake, 67% of the women smoked 9 cigarettes a day, % smoked 0 0 cigarettes a day and 4% more than 0 cigarettes a day. The midwives began counselling with 4% of the pregnant smokers, but seldom completed of all the counselling steps. Among pregnant smokers, the average quit rate was 0% and average birth weight of their babies was 00 grams. We found no difference in quit rate or birth weight between counselled women and those who were not. However, the data suggested that counselling is more effective when more steps of the minimal intervention strategy are completed. Conclusions: Smoking-cessation counselling had no effect on quit-smoking rate or birth weight. However, our study shows that provision of counselling can be improved. 6. Barrières en faciliterende factoren voor de implementatie van stoppen met roken richtlijnen door praktijkondersteuners Auteurs: Dennis de Ruijter, Eline Smit, Hein de Vries, Ciska Hoving Universiteit Maastricht/CAPHRI/Vakgroep Gezondheidsbevordering Universiteit van Amsterdam/ASCoR/Afdeling Communicatiewetenschap Universiteit Maastricht/CAPHRI/Vakgroep Gezondheidsbevordering Contactpersoon: Dennis de Ruijter, Inleiding: Stoppen met roken begeleiding is in de Nederlandse huisartsenpraktijk veelal de taak van praktijkondersteuners. Hierbij wordt echter geen optimaal gebruik gemaakt van op wetenschappelijk bewijs gebaseerde stoppen met roken richtlijnen. Om de impact van zulke richtlijnen in de praktijk te vergroten, is het essentieel te achterhalen in welke mate en onder welke omstandigheden deze nageleefd worden. Het doel van deze studie was daarom om factoren te identificeren die geassocieerd zijn met richtlijn naleving. Methode: Semigestructureerde interviews (N=9) gaven inzicht in barrières en faciliterende factoren die praktijkondersteuners ervaren tijdens het gebruiken van stoppen met roken richtlijnen. De interviewvragen waren gebaseerd op het I-Change Model en de Diffusion of Innovations Theory. De kwalitatieve data werd systematisch geanalyseerd volgens de Framework Method en diende als input voor een online vragenlijst om de impact van de geïdentificeerde factoren kwantitatief te toetsen onder een grotere groep praktijkondersteuners (resultaten verwacht in februari 05). 0

11 Abstract boek NNvT Congres 6 maart 05 Resultaten: De belangrijkste barrières voor de naleving van stoppen met roken richtlijnen waren een lage eigen-effectiviteit voor het motiveren van patiënten en een gebrek aan duidelijkheid over de inhoud van vervolgafspraken met patiënten. Visuele hulpmiddelen gebruiken tijdens een consult (bv. tijdslijn die voordelen van stoppen met roken weergeeft) ervoeren praktijkondersteuners als een faciliterende factor. Discussie: Praktijkondersteuners moeten handvaten worden geboden om de eigen-effectiviteit te verhogen voor het omgaan met motivatie problemen van patiënten. Concretere instructies over het houden van vervolgafspraken met patiënten en het verstrekken van visuele hulpmiddelen kunnen ervoor zorgen dat praktijkondersteuners de richtlijnen beter naleven in de praktijk. 7. Poster School smoking policies and educational inequalities in smoking behaviour of 4 to 7 year old adolescents in Europe Auteurs: Mirte Kuipers, Rosaline de Korte, Victoria Eugenia Soto, Matthias Richter, Irene Moor, Arja Rimpelä 4,5, Julian Perelman 6, Bruno Federico 7, Anton Kunst, Vincent Lorant Department of Public Health, Academic Medical Center, University of Amsterdam, Amsterdam, The Netherlands Institute of Health and Society, Université Catholique de Louvain, Brussels, Belgium Institute of Medical Sociology (IMS), Medical Faculty, Martin Luther University Halle-Wittenberg, Halle (Saale), Germany 4 School of Health Sciences, University of Tampere, Tampere, Finland 5 Department of Adolescent Psychiatry, Pitkäniemi Hospital, Nokia, Tampere University Hospital, Tampere, Finland 6 National School of Public Health, University of Lisbon, Lisbon, Portugal 7 Department of Human Sciences, Society and Health, University of Cassino and Southern Lazio, Cassino, Italy Contactpersoon: Mirte Kuipers, Objective: This study aimed to examine the association between school smoking policies and smoking behaviour of 4 to 7 year old adolescents, and to assess educational inequalities in observed associations. Methods: Data on 0,5 adolescents of 50 schools in six European cities were obtained from the 0 SILNE survey. Two smoking outcomes were used: daily smoking and, among daily smokers, smoking on school premises. Policies were measured in five variables: student perceived policy, staff reported total policy and its three subscales: regulations (smoking and advertising bans), communication on policies, and sanctions. Multilevel logistic regression analyses controlled for individual characteristics and for smoking in their environment. We tested for interaction between school policies and students academic achievement or parental educational level. Results: Daily smoking was not associated with school smoking policies (e.g. OR total policy:.04, 95%CI: and OR student perceived policy:.05, 95%CI: ). Smoking on school premises was less prevalent in schools with stronger staff reported total policy (OR:0.7, 95%CI: ). Other policy variables were also negatively associated with smoking on school premises, but not significantly (e.g. OR student perceived policy: 0.90, 95%CI: ). The associations of policy variables with smoking on school premises were stronger in the low education groups. However, none of the interactions tested were statistically significant. Conclusions: The results suggest that school smoking policies may not have a direct effect on daily smoking of students but may reduce the prevalence of smoking on the school premises. We did not find evidence for a differential effect of school policies between educational groups.

12 Abstract boek NNvT congres 6 maart Poster Rookvrije schoolterreinen in het voortgezet onderwijs Auteurs: Aart van Grootheest ; Liesbeth van der Woud ; Benjamin van Wijngaarden DUO Onderwijsonderzoek; Longfonds; Universiteit Tilburg (Tranzo) Contactpersoon: Benjamin van Wijngaarden, Inleiding: Eén manier om bij te dragen aan tabaksontmoediging is door meer rookvrije omgevingen te creëren. Het Longfonds doet een project waarin het scholen stimuleert en ondersteunt om een rookvrij schoolterrein in te richten. Als onderdeel van het project is onderzoek gedaan hoe scholen denken over een rookvrij schoolterrein en hoeveel schoollocaties zijn overgegaan naar een rookvrij schoolterrein. Om de gewenste inzichten te verkrijgen is in 0, 0 en 04 de Monitor Rookvrije Scholen opgesteld. Methode: De onderzoeksgroep bestond uit alle scholen in het voortgezet onderwijs, in totaal.77 locaties. Tot vijf contactpersonen per locatie zijn benaderd met een vaste prioritering in de functie van de contactpersoon. Een online vragenlijst opgesteld door het Longfonds, DUO Onderwijsonderzoek en (in 04) de Universiteit van Tilburg, is aan de respondenten voorgelegd. Het responspercentage lag in alle de jaren tussen de 5% en 56%. Er is een betrouwbaarheidsinterval van 95% aangehouden. Resultaten: Er is een significante stijging geweest in de afgelopen jaar, een stijging van 6% naar 4% in 0 en in 04 naar 48%*. De verschillen in provincies lopen uiteen van % tot 60%. Belangrijkste motief voor een rookvrij schoolterrein is het bieden van een gezonde leeromgeving. Belangrijkste barrière voor invoering is de angst dat jongeren buiten het plein niet zichtbaar zijn (en overlast veroorzaken). Discussie: Punten van discussie betreffen de factoren die oorzaak zijn van de regionale verschillen, de rol van mogelijke wetgeving om 00% rookvrije schoolterreinen te bereiken en het effect van rookvrije schoolterreinen op houding en gedrag van leerlingen betreffende roken. 9. Poster Meeroken in Nederland: blootstelling en attitude Auteurs: Wieke ter Weijde; Esther Croes, Jacqueline Verdurmen, Karin Monshouwer Allen: Trimbos instituut Contactpersoon: Wieke ter Weijde, Inleiding: De afgelopen decennia hebben studies naar de gevolgen van meeroken een ongemakkelijke waarheid aan het licht gebracht: de gezondheidsschade als gevolg van roken beperkt zich niet tot actieve rokers. Hoe groot in de blootstelling aan omgevingstabaksrook in Nederland en wat zijn hiervan de gevolgen? Methode: We hebben een literatuurstudie uitgevoerd rond het thema meeroken. Daarnaast zijn data uit 04 van het Continu Onderzoek Rookgewoonten omtrent blootstelling aan omgevingstabaksrook geanalyseerd en vergeleken met voorgaande jaren vanaf 008. Resultaten: Meeroken leidt onder meer tot een 0-0% grotere kans op longkanker en beroerten, een 5-0% grotere kans op coronaire hartziekten en een grotere kans op luchtwegklachten en wiegendood bij jonge kinderen. Rookverboden zijn effectief gebleken in het terugdringen van het aantal acute hartziekten. Van de Nederlanders houdt 80% het eigen huis rookvrij; ruim 60% vindt roken in het bijzijn van niet-rokers onacceptabel. Eén op de vijf (%) ondervindt regelmatig tot zeer

13 Abstract boek NNvT Congres 6 maart 05 vaak hinder van omgevingstabaksrook, met name in de buitenlucht. Er is tussen 008 en 04 een geleidelijke daling in het binnenshuis roken in gezinnen met kinderen. Discussie: De blootstelling aan omgevingstabaksrook is in Nederland de afgelopen jaren gedaald, hoewel nog steeds veel hinder wordt ervaren. Gezien de gezondheidseffecten is het van belang de blootstelling aan omgevingstabaksrook de komende jaren verder te reduceren, wellicht door uitbreiding van de bestaande rookverboden. 0. Poster 4 Het effect van tabaksbeleid op zoeken naar informatie over stoppen met roken: een Google Trends studie Auteurs: Sigrid Troelstra ; Jizzo Bosdriesz ; Michiel de Boer ; Anton Kunst Sociale Geneeskunde, AMC UvA Gezondheidswetenschappen VU Contactpersoon: Jizzo Bosdriesz, Inleiding: In studies naar effecten van tabaksbeleid op stoppen met roken hebben is weinig aandacht voor de duur van het effect. Deze studie onderzoekt de omvang en duur van het effect van Nederlandse tabaksbeleidsmaatregelen op trends in zoeken naar online informatie over stoppen met roken. Methode: Als uitkomstvariabele hebben we het relatief zoekvolume (RZV) naar stoppen met roken van GoogleTrends gebruikt. We hebben een seizoenscorrectie uitgevoerd en autoregressive integrated moving average (ARIMA) modellen gebruikt. We hebben voor het rookverbod in de horeca in 008, de vergoeding van stopondersteuning in 0 en opnieuw in 0 verschillende effectperioden onderzocht, 6 weken voor tot één jaar na invoering. We hebben dezelfde analyses uitgevoerd voor België als controlegroep. Resultaten: Er was een significante toename in RZV van -4%, één tot vier weken na de invoering van het rookverbod in de horeca. Bij de invoering van vergoeding voor stopondersteuning in 0 nam het RZV significant toe met 6-%, van drie weken tot één jaar na invoering. Na herinvoering van de vergoeding in 0 nam het RZV significant toe met 9-%, van drie weken tot weken na invoering. In de controlegroep, België, vonden we voor 008 en 0 geen effect, maar wel een significante toename in RZV bij de stopondersteuning in 0. Conclusie: Het effect van het rookverbod in de horeca was een shockeffect, waar de vergoeding van stopondersteuning een middellange-termijn effect had. Dit geeft ons meer inzicht in de duur van de effecten van tabaksbeleid en geschikte periodes om stop-campagnes in te zetten.. Poster 5 Lange-termijn effectiviteit van online multiple tailoring stoppen-met-roken interventie: de meerwaarde van video- boven tekstadviezen Auteurs: Catherine Bolman ; Nicola Stanczyk ; Hein de Vries, Jean Muris Open Universiteit, faculteit psychologie en onderwijswetenschappen Elkerliek ziekenhuis, programmabureau EPD (Elektronisch Patiënten Dossier) Universiteit Maastricht, faculteit Health, Medicine and Life Sciences Contactpersoon: Catherine Bolman,

14 Abstract boek NNvT congres 6 maart 05 Inleiding: Veel rokers willen stoppen met roken, maar een klein deel onderneemt een stoppoging en een nog kleiner deel stopt succesvol. Lager opgeleiden hebben de hoogste rookprevalentie, zijn minder gemotiveerd om te stoppen en slagen minder vaak in een stoppoging dan hoger opgeleiden. Doel van deze studie was het ontwikkelen en testen van een laagdrempelige online stoppen-met-roken advies-op-maat interventie die vooral attractief is voor lager opgeleide rokers met een lage stopmotivatie. Om rekening te houden met stopmotivatie en opleidingsniveau zijn in de ontwikkelde interventie verschillende routes opgenomen en is een tekst- en videovariant ontwikkeld. In het onderhavige onderzoek werden de effecten op stoppen-met-roken getoetst. Methode: Een gerandomiseerd experiment met volwassen rokers die wilden stoppen (condities: video tailoring (VT, n=670); tekst tailoring (TT, n=708); controlegroep (CC, n=7). Primaire uitkomstmaat was geprolongeerde abstinentie. Resultaten: De -maanden (multiple imputation) gedragsmeting laat geen interactie-effecten zien, enkel hoofdeffecten op geprolongeerde abstinentie. VT is effectief tegenover CC en TT (VT - CC: OR.90, 95% CI.-.96, p=.005; VT - TT: OR.7, 95% CI.-.59, p=.0); stoppercentages resp. 9.9% (VT), 7.% (TT), 6.4% (CC). Vergelijkbare resultaten zijn gevonden in complete cases en intention-to-treat analyses. Discussie: Video gebaseerde online stoppen-met-roken ondersteuning is effectiever dan tekst gebaseerde ondersteuning. Er zijn geen differentiële effecten voor subgroepen qua stopmotivatie en opleiding. De video gebaseerde interventie is derhalve effectief in het ondersteunen van die groepen die normaliter minder snel stoppen met roken. Vervolgstappen zijn het realiseren van grootschalige verspreiding en na te gaan of combineren met face--face counseling wenselijk is.. Poster 6 Is er een causaal verband tussen roken en cafeïnegebruik? Auteurs: Jorien Treur, Amy Taylor, Jen Ware, Jouke-Jan Hottenga, Bart Baselmans, Dorret Boomsma, Marcus Munafo, Jacqueline Vink Vrije Universiteit Amsterdam, afdeling Biologische Psychologie University of Bristol, department of Experimental Psychology Contactpersoon: Jorien Treur, Introductie: Epidemiologische studies laten een positieve relatie tussen roken en koffie drinken zien: rokers drinken meer koffie. De oorzaak van dit verband is onduidelijk. Gaat men meer koffie drinken door de nicotine? Of andersom? Of worden cafeïnegebruik en rookgedrag beïnvloed door dezelfde onderliggende (mogelijk genetische) factoren? Methode: Vragenlijst en genotype gegevens waren beschikbaar voor ~4.600 deelnemers van het Nederlands Tweelingen Register (66,% vrouw, gemiddelde leeftijd 47,) en ~6.000 deelnemers van het Avon Longitudinal Study of Parents and Children (00% vrouw, gemiddelde leeftijd 4,). Rookstatus (roker/ex-roker/niet-roker) werd bepaald uit vragenlijstgegevens en rokers werd gevraagd hoeveel sigaretten zij dagelijks roken. Cafeïnegebruik werd bepaald a.d.h.v. het aantal eenheden koffie, thee, cola en voor het NTR overige (fris)dranken zoals energiedrank per dag. De causaliteitsvraag wordt onderzocht met een Mendelian Randomization analyse waarbij wordt getest of genetische risicoscores voor roken geassocieerd zijn met cafeïnegebruik (causaal effect op cafeïne) en of genetische risicoscores voor cafeïne geassocieerd zijn met roken (causaal effect op roken). Genetische risicoscores worden voor alle deelnemers berekend m.b.v. de resultaten van het Tobacco and Genetics Consortium en het Coffee and Caffeine Genetics Consortium. Hoe hoger de score, hoe meer genetische risicovarianten iemand heeft voor roken of cafeïnegebruik. Analyses worden gecorrigeerd voor sekse, leeftijd en opleidingsniveau. Resultaten & conclusies: Rokers gebruiken gemiddeld meer cafeïne per dag (70mg) dan ex-rokers (6mg) en niet-rokers (57mg) (p-waarde<0,00). Hoe meer sigaretten rokers roken, hoe hoger hun cafeïne-inname (correlatie 0,0,p<0,00). Mendelian Randomization analyses zullen uitwijzen of roken cafeïnegebruik causaal beïnvloed of andersom (resultaten worden gepresenteerd op het NNvT-congres). 4

15 Abstract boek NNvT Congres 6 maart 05. Poster 7 Preoperatief Stoppen met Roken bij electieve operaties Auteur: Monique Croes, Trimbos instituut, Inleiding: Roken is de belangrijkste factor in de ontwikkeling van postoperatieve complicaties bij electieve heup- en knie operaties en voor het ontstaan van postoperatieve cardiopulmonale en wondcomplicaties. Rokers hebben dan ook een zes keer grotere kans op postoperatieve complicaties(,,,4,). Vier tot acht weken met behulp van verschillende intensieve interventies voor stopondersteuning voorafgaand aan een operatie stoppen blijkt deze risico s te reduceren en vermindert de kans op verlengd verblijf in het ziekenhuis(,,,4). Acht procent van de rokers die in het kader van een operatie waren gestopt, zijn uiteindelijk blijvend gestopt.(5). Binnen verschillende ziekenhuizen in Nederland zijn in 04 initiatieven gestart om preoperatief stoppen met roken te bevorderen, waarbij gebruik gemaakt wordt van intensieve begeleiding Vraagstelling: Op welke wijze is preoperatief SMR ingericht en welke ervaringen zijn hiermee opgedaan? Doel: van het onderzoek is om verschillende best practices te beschrijven, die ziekenhuizen kunnen ondersteunen bij het implementeren van preoperatief SMR. Methode: Het Trimbos-instituut zal hiertoe in 05 in 5 ziekenhuizen 5 tot 0 semi-gestructureerde interviews gehouden met anesthesisten, specialisten, zoals orthopedisch chirurgen, verpleegkundig specialisten en medewerkers van de rookstoppoli. Hierbij worden zowel ziekenhuizen met een rookstoppoli, als ziekenhuizen zonder dit aanbod betrokken. De interviews worden verwerkt conform de richtlijnen voor kwalitatief onderzoek(amcogg). Resultaten: De eerste resultaten kunnen op het NvTT-congres gepresenteerd worden. De resultaten zullen worden verwerkt in een flowchart (opgeleverd sept 05) Preoperatief SMR met een beschrijving van verschillende manieren waarop ziekenhuizen preoperatief stoppen met roken kunnen implementeren, gebruik makend van bewezen effectieve stopondersteuning. 4. Poster 8 A comparative study of smokers with and without COPD regarding factors associated with tobacco smoking Auteurs: Eva van Eerd ; Carolien van Rossem ; Mark Spigt, ; Geertjan Wesseling; Onno van Schayck ; Daniel Kotz Maastricht University Medical Centre, Department of Family Medicine, CAPHRI School for Public Health and Primary Care General Practice Research Unit, Department of Community Medicine, UiT The Arctic University of Norway, Tromsø, Norway Maastricht University Medical Centre, Department of Pulmonology, CAPHRI School for Public Health and Primary Care Contactpersoon: Eva van Eerd, Background: The prevalence of cigarette smoking in patients with chronic obstructive pulmonary disease (COPD) is high. It is assumed that this group of smokers has more difficulties quitting than smokers without COPD. In order to increase the effectiveness of smoking cessation treatments in smokers with COPD it is important to identify any smoking-related factors which are specific in this group of smokers. 5

16 Abstract boek NNvT congres 6 maart 05 Aim: To compare smokers with COPD with smokers without COPD regarding factors associated with tobacco smoking and quitting. Methods: We conducted a questionnaire survey in all smoking patients with a recorded diagnosis of COPD from a large Dutch primary healthcare network. We compared this group with twice as many age-, sex-, and healthcare centre-matched smokers without COPD. Results: Respondents were 07 smokers with COPD and 86 smokers without COPD. The number of quit attempts was similar in both groups but more smokers with COPD had ever used pharmacological, behavioural and alternative smoking cessation treatments. Furthermore, smokers with COPD more often received triggers to quit from their environment and from their general practitioner, and they were more concerned about, and aware of, the health risks of smoking. Importantly, smokers with COPD reported higher levels of depression and cigarette dependence and a lower self-efficacy to refrain from smoking than smokers without COPD. Conclusion: Smokers with COPD differ from smokers without COPD on several factors which are associated with cigarette smoking and quitting. Taking into account these differences may help to increase the effectiveness of smoking cessation treatments for the specific group of smokers with COPD. 5. Symposium De aantrekkingskracht van de e-sigaret. En hoe zit het met de risico s? Inleider: Esther Croes, Trimbos instituut, De discussie over de pro s and cons van de e-sigaret is nog niet beslecht en ondanks toenemende wettelijke eisen aan de eigenschappen van dit product neemt het aantal vapers in Nederland toe. Waar zit de aantrekkingskracht van de e-sigaret nu eigenlijk in? In dit symposium wordt geëxploreerd wat het effect is van de vele smaakjes, het nicotinegehalte en het type e-sigaret, worden de expliciete verwachtingen van jongeren en impliciete processen gerelateerd aan gebruik onderzocht en wordt de relatieve invloed van erfelijke factoren op het gebruik geschat met behulp van tweelingdata. Is de genetische risicoscore van traditionele sigarettenrokers ook geassocieerd is met het gebruik van e-sigaretten? De laatste presentatie richt zich op de vraag of het gebruik van de e-sigaret wel zo veilig is Een recente risicobeoordeling van het RIVM werpt hier nieuw licht op. 6. Gebruik van e-sigaretten in Nederland: associaties tussen producteigenschappen, tevredenheid en (veranderingen in) tabaksgebruik Auteurs: Suzanne Heijndijk¹; Gera Nagelhout¹, ²; Marc Willemsen¹, ² ¹ Alliantie Nederland Rookvrij ² Universiteit Maastricht, vakgroep Gezondheidsbevordering Contactpersoon: Suzanne Heijndijk, Inleiding: Elektronische sigaretten (e-sigaretten) spelen een controversiële rol in hedendaagse discussies over tabaksontmoediging. Hoewel potentiële voordelen en risico s breed zijn uitgemeten, blijft onduidelijk wat het werkelijke effect is van deze producten op tabaksgebruik. Producteigenschappen, zoals smaakjes, nicotinegehalte en type e-sigaret, spelen een belangrijke rol bij het onderbouwen van voordelen en risico s. Methode: Data van het International Tobacco Control (ITC) Netherlands Tobacco and Nicotine Products onderzoek (n=0), verzameld in februari-maart 04, zijn gebruikt om het gebruik van e-sigaretten onder rokers, ex-rokers en nooitrokers in kaart te brengen. Vervolgens hebben we associaties onderzocht tussen producteigenschappen van de e- sigarettenen, tevredenheid over het gebruik en veranderingen in het roken van conventionele tabaksproducten. 6

17 Abstract boek NNvT Congres 6 maart 05 Resultaten: Zo n één op de vier huidige (7%) en ex-rokers (%) had ooit een e-sigaret gebruikt. Ooit-gebruik onder jonge nooit-rokers was nihil (%). De meeste ooit-gebruikers rapporteerden als laatst een met vloeistof navulbare e-sigaret te hebben gebruikt (49%), met nicotine (65%) en met een tabak en/of menthol smaak (6%). Ruim 80% van de (ex-)rokende ooit-gebruikers gaf aan e-sigaretten minder bevredigend te vinden dan conventionele sigaretten. De mate van ervaren voldoening was gerelateerd aan het type e-sigaret (p<.00) en aan smaak (p<.05), maar niet aan de aanwezigheid van nicotine in de vloeistof. Gebruikers die een hogere mate van tevredenheid rapporteerden, gaven vaker aan minder te zijn gaan roken of te zijn gestopt met roken tijdens het gebruik van e-sigaretten (p<.00). Discussie: Op februari 05 is het Tijdelijk warenwetbesluit elektronische sigaret in werking getreden. Vooruitlopend op de Nederlandse invoering van de Europese Tabaksproductenrichtlijn, stelt dit besluit eisen aan de eigenschappen van e- sigaretten. Tijdens de presentatie worden de onderzoeksresultaten beschouwd in het kader van deze veranderende wettelijke context. ikel 0 van de FCTC benadrukt het belang van research en surveillance ter ondersteuning van het tabaksbeleid. In deze presentatie zal ik uiteen zetten waar de uitdagingen liggen voor monitoring van tabaksbeleid en roken in Nederland. 7. E-sigaretten: trends en de invloed van erfelijke factoren Auteurs: Jacqueline Vink; Jorien Treur; Lannie Ligthart; Jouke Jan Hottenga; Dorret Boom Allen: Afdeling Biologische Psychology, Vrije Universiteit Amsterdam Contactpersoon: Jacqueline Vink, Inleiding: De afgelopen jaren is het gebruik van e-sigaretten enorm toegenomen. Net als in traditionele sigaretten is nicotine in e-sigaretten verslavend. Zijn het voornamelijk (ex-)rokers die e-sigaretten gebruiken? Wordt het gebruik van e-sigaretten beïnvloed door erfelijke factoren, en zijn dit dezelfde erfelijke factoren als bij het roken van sigaretten? Methode: In 0/04 zijn data verzameld over het gebruik van e-sigaretten en het roken van traditionele sigaretten bij ruim volwassen deelnemers van het Nederlands Tweelingen Register (inclusief ~400 eeneiige en ~4500 twee-eiige tweelingen). Voor een sub sample (N~4800) zijn DNA data beschikbaar. De trends in het gebruik van e-sigaretten zullen in kaart gebracht worden binnen leeftijdsgroepen en sekse. De relatieve invloed van erfelijke factoren op e-sigaretten gebruik wordt geschat met behulp van tweelingdata. We berekenen ook hoeveel genetische risicovarianten voor het roken van traditionele sigaretten de deelnemers hebben op basis van de resultaten van het Tobacco and Genetics Consortium en testen of deze genetische risicoscore geassocieerd is met het gebruik van e-sigaretten. Resultaten & Discussie: In het totale sample heeft 5,6% van de deelnemers wel eens een e-sigaret gebruikt (geen sekse verschillen): het betrof 6,5% van de rokers,,6% van de ex-rokers en,5% van de nooit-rokers. Om te bepalen of erfelijke factoren een rol spelen bij het gebruik van e-sigaretten, zal gekeken worden of eeneiige tweelingparen meer op elkaar lijken wat betreft hun e-sigaretten gebruik dan twee-eiige tweelingparen of andere familieleden. Vervolgens worden genetische risicoscores gebruikt om te onderzoeken of de genetische factoren die een rol spelen bij e-sigaret gebruik hetzelfde zijn als bij het roken van traditionele sigaretten. 8. De rol van impliciete en expliciete motivationele processen betreffende de e-sigaret bij jongeren Auteur: Helle Larsen ; Elske Salemink ; Bas van den Putte ; Milou Bedijn ; Reinout Wiers Universiteit van Amsterdam, Ontwikkelingspsychologie Amsterdam School of Communications Research, ASCoR, University of Amsterdam Contactpersoon: Helle Larsen, 7

18 Abstract boek NNvT congres 6 maart 05 Inleiding : Het gebruik van de e-sigaret door jongeren in Nederland is stijgend terwijl we weinig weten over de motivationele factoren die een rol spelen bij dit gebruik. In de huidige studie werden impliciete en expliciete processen gerelateerd aan de e-sigaret en conventionele sigaret onderzocht. De voorspellende waarde van deze processen op e-sigaret gebruik werd tevens onderzocht. Methode: Middelbare scholieren (N=78; Mleeftijd=6.4, SD=.85; 54.8% meisjes) in Amsterdam maakten een Impliciete Associatie Test (IAT) waarmee de impliciete valentie associaties van de e- en conventionele sigaret werd gemeten (associaties tussen de e-sigaret en leuk/niet leuk; en tussen de conventionele sigaret en leuk/niet leuk). Expliciete motivationele processen werden gemeten met de Outcome Expectancy Scale, hetgeen de verwachtingen ten aanzien van e- sigaret gebruik vaststelde. Resultaten: Van de deelnemers gebruikten 5 de e-sigaret en 77 waren conventionele rokers. De resultaten lieten zien dat e- sigaret gebruikers positiever impliciete associaties hadden met de e-sigaret dan niet-gebruikers, terwijl er geen verschil was in de impliciete associaties met de conventionele sigaret tussen de twee groepen. Conventionele rokers hadden positiever impliciete associaties met de conventionele sigaret dan niet-rokers, terwijl er geen verschil was in de impliciete associaties met de e-sigaret tussen deze twee groepen. Positieve impliciete associaties met de e-sigaret verhoogde de kans op dagelijks e-sigaret gebruik naast de effecten van expliciete verwachtingen. Impliciete associaties met de conventionele sigaret voorspelde niet e-sigaret gebruik. Interacties tussen impliciete en expliciete cognities met de e-sigaret waren niet significant. Discussie: De resultaten tonen aan dat naast expliciete verwachtingen, impliciete processen belangrijke motivationele factoren zijn die een rol lijken te spelen in e-sigaret gebruik door jongeren. 9. De gezondheidsrisico s van e-sigaret gebruik Auteurs: Wouter Visser ; Liesbeth Geraets ; Walther Klerx ; Lya Hernandez ; Esther Croes ; Paul Schwillens ; Hans Cremers ; Peter Bos ; Reinskje Talhout RIVM ; Centrum voor Gezondheidsbescherming (GZB) Trimbos instituut; Drug-monitoring Contactpersoon: Wouter Visser, Het gebruik van e-sigaretten is sterk toegenomen. Veel e-sigaret gebruikers ( dampers ) rookten voorheen gewone tabakssigaretten, of doen dit nog, maar zijn om (veronderstelde) gezondheidsvoordelen overgestapt op e-sigaretten. Echter, het is niet goed bekend wat de gezondheidseffecten van e-sigaret gebruik zijn. Het RIVM heeft literatuuronderzoek uitgevoerd naar de stoffen die in de damp van e-sigaretten en shisha pennen voorkomen. Resultaten hiervan en van het recent opgezette signaleringssysteem worden gepresenteerd. 8

19 Abstract boek NNvT Congres 6 maart Roken en sociaal-economische status: het belang van identiteit als voorspeller van stopintentie Auteurs: Eline Meijer, Winnie Gebhardt, Ramin Kawous, Sarah Beijk, Colette van Laar Universiteit Leiden, Gezondheids-, Medische en Neuropsychologie Universiteit Leiden, Sociale en Organisatiepsychologie KU Leuven, Sociale en Culturele Psychologie Contactpersoon: Eline Meijer, Inleiding: Er zijn grote verschillen in rookgedrag tussen mensen met een lagere of hogere sociaaleconomische status (SES). Lagere SES rokers hebben zwakkere stopintenties dan hogere SES rokers en stoppogingen van lagere SES rokers zijn minder succesvol. Hiernaast identificeren lagere SES rokers zich in mindere mate met niet-roken als gedrag dan hogere SES rokers. In het algemeen hebben rokers met een sterkere niet-rokersidentiteit een sterkere stopintentie. Methode: Longitudinale online studie onder 9 dagelijkse rokers met lagere, midden en hogere SES, waarin zelfidentiteit en groepsidentiteit (als roker, niet-roker, stopper) en stopintentie zijn gemeten. De huidige analyses maakt gebruik van de baseline gegevens. Resultaten: Lagere SES rokers gaven aan vaker na te denken over de vraag of zij bij de groep van stoppers zouden horen. Met andere woorden, de groep van stoppers was centraler in de identiteit van lagere SES rokers dan hogere SES rokers. Hiernaast werd gevonden dat rokers die zich sterker identificeerden met zichzelf als een stopper (zelfidentiteit) en met nietrokers (groepsidentiteit) een sterkere stopintentie hadden, terwijl de rokersidentiteit niet significant gerelateerd was aan stopintentie. Deze effecten werden gevonden terwijl gecontroleerd werd voor andere belangrijke invloeden zoals nicotineafhankelijkheid. Er werden geen interactie-effecten tussen identiteit en SES gevonden. Discussie: Het toekomstige zelf als stopper of niet-roker lijkt belangrijker voor stopintenties dan het huidige zelf als roker. Het is belangrijk om manieren te ontwikkelen waarmee identificatie met stoppen en met niet-rokers kan worden versterkt.. Self-affirmatie onder hardcore rokers Auteurs: Jeroen Bommelé a b, Tim Schoenmakers a b, Marloes Kleinjan c, Gjalt-Jorn Peters d, Enny Das e, Arie Dijkstra f, Dike van de Mheen a b g a IVO Rotterdam b Erasmus Medical Centre c Trimbos Instituut d Open Universiteit e Radboud Universiteit f Universiteit Groningen g Universiteit Maastricht Contactpersoon: Jeroen Bommelé, Inleiding: Hardcore rokers zijn rokers die al vele jaren roken en niet van plan zijn om te stoppen. Om deze groep rokers te kunnen bereiken, hebben we speciale interventies nodig. Voor de ontwikkeling van een online interventie voor hardcore rokers, testten we de effectiviteit en bruikbaarheid van een self-affirmatie manipulatie en van een self-efficacy manipulatie. Een self-affirmatie manipulatie benadrukt dat iemand meer is dan alleen een roker (bijvoorbeeld dat iemand ook sociaal is). Hierdoor zien hardcore rokers tabaksontmoedigende informatie mogelijk als minder bedreigend en zullen zij meer openstaan voor dit soort informatie. De self-efficacy manipulatie moet hardcore rokers het vertrouwen geven dat ze zouden kunnen stoppen. Methode: In Experiment testten we onder 04 hardcore rokers of de self-affirmatie manipulatie het zelf meer bevestigde dan de controlemanipulatie. In Experiment onderzochten we onder 44 hardcore rokers wat de invloed van de self- 9

20 Abstract boek NNvT congres 6 maart 05 affirmatie manipulatie en een self-efficacy manipulatie is op attitude, waargenomen self-efficacy, stopintentie en deelname aan vervolginterventies. We deden dit in een (self-affirmatie vs. controle) x (self-efficacy vs. controle) tussen personen experimentele opzet. Resultaten: Voorlopige analyses laten zien dat de self-affirmatie manipulatie in Experiment onder hardcore rokers inderdaad het zelf meer bevestigde dan de controlemanipulatie. Voorlopige analyses op Experiment lieten niet de verwachtte effecten zien. Wel vonden we een effect van de self-affirmatie manipulatie op waargenomen self-efficacy. Discussie: De self-affirmatie manipulatie is een goed hulpmiddel om hardcore rokers open te stellen voor bedreigende informatie. We adviseren deze manipulatie te gebruiken in online interventies voor deze groep.. Trends en sociaal-economische verschillen in het noemen van tabaksbeleidsmaatregelen als stimulans om na te denken over stoppen met roken Auteurs: - Karin Hummel: Maastricht University (CAPHRI) - Gera Nagelhout: Maastricht University (CAPHRI); Alliantie Nederland Rookvrij - Marc Willemsen: Maastricht University (CAPHRI), Alliantie Nederland Rookvrij - Pete Driezen: University of Waterloo, Department of Psychology - Linda Springvloet: Maastricht University (CAPHRI) - Ute Mons: German Cancer Research Center, Division of Clinical Epidemiology and Aging Research & Unit Cancer Prevention - Anton Kunst: Academic Medical Centre, University of Amsterdam - Romain Guignard: National Institute for Health Promotion and Health Education, Scientific Affairs Department - Shane Allwright: Trinity College Dublin - Bas van den Putte: University of Amsterdam (ASCoR), Trimbos Institute - Ciska Hoving: Maastricht University (CAPHRI) - Geoffrey Fong: University of Waterloo, Department of Psychology - Ann McNeill: King's College London, Institute of Psychiatry, Psychology and Neuroscience, UK Centre for Tobacco and Alcohol - Mohammad Siahpush: University of Nebraska Medical Center - Hein de Vries: Maastricht University (CAPHRI) Contactpersoon: Karin Hummel, Introductie: Tabaksbeleidsmaatregelen kunnen rokers stimuleren om na te denken over stoppen met roken. Het doel van deze studie was om trends en sociaaleconomische verschillen in beleidsgerelateerde, zelfgerapporteerde redenen om over stoppen na te denken te onderzoeken. Methode: We hebben data van het International Tobacco Control (ITC) Netherlands onderzoek gebruikt. Rokers werden gevraagd in welke mate nadenken over stoppen beïnvloed werd door vier verschillende beleidsmaatregelen (sigarettenprijs, rookverbod in openbare ruimtes, vergoeding van stoppen-met-roken medicatie en waarschuwingen op sigarettenpakjes). We hebben Generalized Estimating Equation analyses gebruikt om trends in het noemen van deze maatregelen tussen 008 en 0 en sociaaleconomische verschillen te analyseren. Resultaten: Sigarettenprijs werd het vaakst genoemd als reden om over stoppen na te denken en steeds vaker door de tijd heen. Het rookverbod in openbare ruimtes werd steeds minder vaak genoemd. Er waren geen significante veranderingen door de tijd heen met betrekking tot de andere maatregelen. Rokers met een laag inkomen noemden sigarettenprijs, vergoeding van stoppen-met-roken medicatie en waarschuwingen op sigarettenpakjes vaker in vergelijking met rokers met een hoog inkomen. Rokers met een gemiddeld opleidingsniveau noemden vergoeding van stoppen-met-roken medicatie vaker dan rokers met een hoog opleidingsniveau. We hebben geen verschillen tussen sociaaleconomische groepen gevonden met betrekking tot het rookverbod in openbare ruimtes en voor alle maatregelen geen sociaaleconomische verschillen door de tijd heen. 0

Hartpatiënten Stoppen met Roken De invloed van eigen effectiviteit, actieplannen en coping plannen op het stoppen met roken

Hartpatiënten Stoppen met Roken De invloed van eigen effectiviteit, actieplannen en coping plannen op het stoppen met roken 1 Hartpatiënten Stoppen met Roken De invloed van eigen effectiviteit, actieplannen en coping plannen op het stoppen met roken Smoking Cessation in Cardiac Patients Esther Kers-Cappon Begeleiding door:

Nadere informatie

Effecten Omgevingsinterventie en Fysieke Activiteit 1. Hoofdeffecten en Mediators van een Omgevingsinterventie op Maat ter Bevordering van

Effecten Omgevingsinterventie en Fysieke Activiteit 1. Hoofdeffecten en Mediators van een Omgevingsinterventie op Maat ter Bevordering van Effecten Omgevingsinterventie en Fysieke Activiteit 1 Hoofdeffecten en Mediators van een Omgevingsinterventie op Maat ter Bevordering van Fysieke Activiteit bij Ouderen Main Effects and Mediators of a

Nadere informatie

De Invloed van Familie op

De Invloed van Familie op De Invloed van Familie op Depressie- en Angstklachten van Verpleeghuisbewoners met Dementie The Influence of Family on Depression and Anxiety of Nursing Home Residents with Dementia Elina Hoogendoorn Eerste

Nadere informatie

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positive, Negative and Depressive Subclinical Psychotic

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effects of Contact-oriented Play and Learning in the Relationship between parent and child with autism Kristel Stes Studentnummer:

Nadere informatie

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Met opmaak: Links: 3 cm, Rechts: 2 cm, Boven: 3 cm, Onder: 3 cm, Breedte: 21 cm, Hoogte: 29,7 cm Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Stigmatisation of Persons

Nadere informatie

Running head: BREAKFAST, CONSCIENTIOUSNESS AND MENTAL HEALTH 1. The Role of Breakfast Diversity and Conscientiousness in Depression and Anxiety

Running head: BREAKFAST, CONSCIENTIOUSNESS AND MENTAL HEALTH 1. The Role of Breakfast Diversity and Conscientiousness in Depression and Anxiety Running head: BREAKFAST, CONSCIENTIOUSNESS AND MENTAL HEALTH 1 The Role of Breakfast Diversity and Conscientiousness in Depression and Anxiety De Rol van Gevarieerd Ontbijten en Consciëntieusheid in Angst

Nadere informatie

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind.

Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Pesten onder Leerlingen met Autisme Spectrum Stoornissen op de Middelbare School: de Participantrollen en het Verband met de Theory of Mind. Bullying among Students with Autism Spectrum Disorders in Secondary

Nadere informatie

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten

Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Verschil in Perceptie over Opvoeding tussen Ouders en Adolescenten en Alcoholgebruik van Adolescenten Difference in Perception about Parenting between Parents and Adolescents and Alcohol Use of Adolescents

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Emotioneel Eten: de Rol van Persoonlijkheid The Relationship between Daily Stress and Emotional Eating: the Role of Personality Arlette Nierich Open Universiteit

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

Determinanten en Barrières van Seksuele Patiëntenvoorlichting. aan Kankerpatiënten door Oncologieverpleegkundigen

Determinanten en Barrières van Seksuele Patiëntenvoorlichting. aan Kankerpatiënten door Oncologieverpleegkundigen Determinanten en Barrières van Seksuele Patiëntenvoorlichting aan Kankerpatiënten door Oncologieverpleegkundigen Determinants and Barriers of Providing Sexual Health Care to Cancer Patients by Oncology

Nadere informatie

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar

Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen. bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Sekseverschillen in Huilfrequentie en Psychosociale Problemen bij Schoolgaande Kinderen van 6 tot 10 jaar Gender Differences in Crying Frequency and Psychosocial Problems in Schoolgoing Children aged 6

Nadere informatie

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders

Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy. Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Invloed van Mindfulness Training op Ouderlijke Stress, Emotionele Self-Efficacy Beliefs, Aandacht en Bewustzijn bij Moeders Influence of Mindfulness Training on Parental Stress, Emotional Self-Efficacy

Nadere informatie

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren

INVLOED VAN CHRONISCHE PIJN OP ERVAREN SOCIALE STEUN. De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren De Invloed van Chronische Pijn en de Modererende Invloed van Geslacht op de Ervaren Sociale Steun The Effect of Chronic Pain and the Moderating Effect of Gender on Perceived Social Support Studentnummer:

Nadere informatie

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen The Association between Daily Hassles, Negative Affect and the Influence of Physical Activity Petra van Straaten Eerste begeleider

Nadere informatie

De Effecten van de Kanker Nazorg Wijzer op Psychologische Distress en Kwaliteit van. Leven

De Effecten van de Kanker Nazorg Wijzer op Psychologische Distress en Kwaliteit van. Leven De Effecten van de Kanker Nazorg Wijzer op Psychologische Distress en Kwaliteit van Leven The Effects of the Kanker Nazorg Wijzer on Psychological Distress and Quality of Life Miranda H. de Haan Eerste

Nadere informatie

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten The relationship between depression symptoms, anxiety symptoms,

Nadere informatie

De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking

De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking Kenmerken van ADHD en de Theory of Mind 1 De Invloed van Kenmerken van ADHD op de Theory of Mind: een Onderzoek bij Kinderen uit de Algemene Bevolking The Influence of Characteristics of ADHD on Theory

Nadere informatie

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource.

Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: The Manager as a Resource. Open Universiteit Klinische psychologie Masterthesis Emotioneel Belastend Werk, Vitaliteit en de Mogelijkheid tot Leren: De Leidinggevende als hulpbron. Emotional Job Demands, Vitality and Opportunities

Nadere informatie

icoach, een Web-based en Mobiele Applicatie voor Stoppen-met-roken: Verschillen tussen Gebruikersgroepen, Beïnvloedende Factoren voor Adherence,

icoach, een Web-based en Mobiele Applicatie voor Stoppen-met-roken: Verschillen tussen Gebruikersgroepen, Beïnvloedende Factoren voor Adherence, icoach, een Web-based en Mobiele Applicatie voor Stoppen-met-roken: Verschillen tussen Gebruikersgroepen, Beïnvloedende Factoren voor Adherence, en het Verband tussen Adherence en Effect icoach, a Web-based

Nadere informatie

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility.

De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit. The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility. RELATIE ANGST EN PSYCHOLOGISCHE INFLEXIBILITEIT 1 De Relatie tussen Angst en Psychologische Inflexibiliteit The Relationship between Anxiety and Psychological Inflexibility Jos Kooy Eerste begeleider Tweede

Nadere informatie

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere

Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women. Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere Psychological Determinants of Absenteeism at Work by Pregnant Women Psychologische determinanten van uitval uit het arbeidsproces door zwangere vrouwen: Onderzoek naar de relatie tussen angst, depressieve

Nadere informatie

Rookbeleid in de GGZ. Verkenning van beleid en praktijk. Dr. Matthijs Blankers Renate Buisman MSc Dr. Margriet van Laar.

Rookbeleid in de GGZ. Verkenning van beleid en praktijk. Dr. Matthijs Blankers Renate Buisman MSc Dr. Margriet van Laar. Improving Mental Health by Sharing Knowledge Rookbeleid in de GGZ Verkenning van beleid en praktijk Dr. Matthijs Blankers Renate Buisman MSc Dr. Margriet van Laar 11 februari 2015 In deze workshop: - Roken

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen.

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. The Relationship between Intimacy, Aspects of Sexuality and Attachment

Nadere informatie

Tahnee Anne Jeanne Snelder. Open Universiteit

Tahnee Anne Jeanne Snelder. Open Universiteit Effecten van Gedragstherapie op Sociale Angst, Zelfgerichte Aandacht & Aandachtbias Effects of Behaviour Therapy on Social Anxiety, Self-Focused Attention & Attentional Bias Tahnee Anne Jeanne Snelder

Nadere informatie

Het Effect van Assertive Community Treatment (ACT) op het. Sociaal Functioneren van Langdurig Psychiatrische Patiënten met. een Psychotische Stoornis.

Het Effect van Assertive Community Treatment (ACT) op het. Sociaal Functioneren van Langdurig Psychiatrische Patiënten met. een Psychotische Stoornis. Het Effect van Assertive Community Treatment (ACT) op het Sociaal Functioneren van Langdurig Psychiatrische Patiënten met een Psychotische Stoornis. The Effect of Assertive Community Treatment (ACT) on

Nadere informatie

Samenvatting (Dutch summary)

Samenvatting (Dutch summary) De SMOKE studie Achtergrond Chronisch obstructief longlijden, ook wel Chronic Obstructive Pulmonary Disease (COPD) genoemd, word gezien als een wereldwijd gezondheidsprobleem. Ten gevolge van onder andere

Nadere informatie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een Vergelijking met Rusten in Liggende Positie The Effectiveness of a Mindfulness-based Body Scan: a Comparison with Quiet Rest in the Supine

Nadere informatie

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5)

Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometrische Eigenschappen van de Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Psychometric Properties of the Youth Anxiety Measure for DSM-5 (YAM-5) Hester A. Lijphart Eerste begeleider: Dr. E. Simon Tweede

Nadere informatie

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Bottlenecks in Independent Learning: Self-Regulated Learning, Stress

Nadere informatie

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS Persoonskenmerken en ervaren lijden bij verslaving en PTSS 1 De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij Verslaafde Patiënten met PTSS The Relationship between Personality Traits and Suffering

Nadere informatie

Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA

Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA Measuring quality of life in children with JIA Masterthese Klinische Psychologie Onderzoeksverslag Marlot Schuurman 1642138 mei 2011 Afdeling Psychologie

Nadere informatie

Therapietrouw aan coaching en nicotinepleisters bij hartpatiënten. in hun poging te stoppen met roken

Therapietrouw aan coaching en nicotinepleisters bij hartpatiënten. in hun poging te stoppen met roken Therapietrouw aan coaching en nicotinepleisters bij hartpatiënten in hun poging te stoppen met roken Adherence to coaching and nicotine replacement by heart disease patients in their attempt to stop smoking

Nadere informatie

FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2013

FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2013 FACTSHEET MAART 2014 FACTSHEET CONTINU ONDERZOEK ROOKGEWOONTEN 2013 KERNPUNTEN Een kwart (25%) van de Nederlandse bevolking vanaf 15 jaar rookt in 2013: 19% rookt dagelijks en 6% niet dagelijks. Het percentage

Nadere informatie

Running Head EXECUTIEVE FUNCTIES EN EXTERNALISEREND GEDRAG BIJ ADOLESCENTEN

Running Head EXECUTIEVE FUNCTIES EN EXTERNALISEREND GEDRAG BIJ ADOLESCENTEN 1 Zelf Gerapporteerde Alledaagse Executieve Functies en Externaliserende Gedragsproblemen bij Adolescenten in en buiten de Jeugdhulpverlening Self-reported Everyday Executive Functioning and Externalising

Nadere informatie

Het effect van een verkorte mindfulness training bij ouderen op mindfulness, experiëntiële vermijding, self-efficacy in het omgaan met emoties,

Het effect van een verkorte mindfulness training bij ouderen op mindfulness, experiëntiële vermijding, self-efficacy in het omgaan met emoties, Het Effect van een Verkorte Mindfulness Training bij Ouderen op Mindfulness, Experiëntiële Vermijding, Self-Efficacy in het Omgaan met Emoties, Zelftranscendentie, en Quality of Life The Effects of a Shortened

Nadere informatie

Stress en Psychose 59 Noord. Stress and Psychosis 59 North. A.N.M. Busch

Stress en Psychose 59 Noord. Stress and Psychosis 59 North. A.N.M. Busch Stress en Psychose 59 Noord Stress and Psychosis 59 North A.N.M. Busch Prevalentie van Subklinische Psychotische Symptomen en de Associatie Met Stress en Sekse bij Noorse Psychologie Studenten Prevalence

Nadere informatie

De Rol van Sociale Identiteit in de Effectiviteit van Angstcommunicaties: Invloed op Kwetsbaarheid en Moderatie bij Roken en Alcoholgebruik

De Rol van Sociale Identiteit in de Effectiviteit van Angstcommunicaties: Invloed op Kwetsbaarheid en Moderatie bij Roken en Alcoholgebruik SOCIALE IDENTITEIT IN ANGSTCOMMUNICATIES 1 De Rol van Sociale Identiteit in de Effectiviteit van Angstcommunicaties: Invloed op Kwetsbaarheid en Moderatie bij Roken en Alcoholgebruik The Role of Social

Nadere informatie

De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Stemming met Modererende Invloed van Coping stijl

De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Stemming met Modererende Invloed van Coping stijl De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Stemming met Modererende Invloed van Coping stijl The Relation between Daily Stress and Affect with Moderating Influence of Coping Style Bundervoet Véronique Eerste

Nadere informatie

CSRQ Center Rapport over onderwijsondersteunende organisaties: Samenvatting voor onderwijsgevenden

CSRQ Center Rapport over onderwijsondersteunende organisaties: Samenvatting voor onderwijsgevenden CSRQ Center Rapport over onderwijsondersteunende organisaties: Samenvatting voor onderwijsgevenden Laatst bijgewerkt op 25 november 2008 Nederlandse samenvatting door TIER op 5 juli 2011 Onderwijsondersteunende

Nadere informatie

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties

Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als. Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Testattitudes van Sollicitanten: Faalangst en Geloof in Tests als Antecedenten van Rechtvaardigheidspercepties Test-taker Attitudes of Job Applicants: Test Anxiety and Belief in Tests as Antecedents of

Nadere informatie

Stop Meisjesbesnijdenis Determinanten van Intentie van Jeugdprofessionals ter Bestrijding van Meisjesbesnijdenis

Stop Meisjesbesnijdenis Determinanten van Intentie van Jeugdprofessionals ter Bestrijding van Meisjesbesnijdenis Stop meisjesbesnijdenis 1 Stop Meisjesbesnijdenis Determinanten van Intentie van Jeugdprofessionals ter Bestrijding van Meisjesbesnijdenis Stop Female Genital Mutilation Determinants of Intention in Providing

Nadere informatie

De Invloed van Vaktherapeutische Interventies op Angst- en Depressiesymptomen bij

De Invloed van Vaktherapeutische Interventies op Angst- en Depressiesymptomen bij De Invloed van Vaktherapeutische Interventies op Angst- en Depressiesymptomen bij Mensen met een Psychiatrische Stoornis de Modererende Invloed van de Therapeutische Alliantie The Effect of Arts Therapies

Nadere informatie

De Invloed van Cognitieve Stimulatie in de Vorm van Actief Leren op de Geestelijke Gezondheid van Vijftigplussers

De Invloed van Cognitieve Stimulatie in de Vorm van Actief Leren op de Geestelijke Gezondheid van Vijftigplussers De Invloed van Cognitieve Stimulatie in de Vorm van Actief Leren op de Geestelijke Gezondheid van Vijftigplussers The Influence of Cognitive Stimulation in the Form of Active Learning on Mental Health

Nadere informatie

Verbeteren van gezondheidsvaardigheden van ouderen in Europa EU-FP7-IROHLA. NCVGZ April 2013 Andrea de Winter. Jaap Koot & Menno Reijneveld

Verbeteren van gezondheidsvaardigheden van ouderen in Europa EU-FP7-IROHLA. NCVGZ April 2013 Andrea de Winter. Jaap Koot & Menno Reijneveld Verbeteren van gezondheidsvaardigheden van ouderen in Europa NCVGZ April 2013 Andrea de Winter EU-FP7-IROHLA Jaap Koot & Menno Reijneveld Omvang en aard van problemen met gezondheidsvaardigheden Doelen

Nadere informatie

De Relatie tussen Existential Fulfilment, Emotionele Stabiliteit en Burnout. bij Medewerkers in het Hoger Beroepsonderwijs

De Relatie tussen Existential Fulfilment, Emotionele Stabiliteit en Burnout. bij Medewerkers in het Hoger Beroepsonderwijs De Relatie tussen Existential Fulfilment, Emotionele Stabiliteit en Burnout bij Medewerkers in het Hoger Beroepsonderwijs The Relationship between Existential Fulfilment, Emotional Stability and Burnout

Nadere informatie

The Effect of Gender, Sex Drive and Autonomy. on Sociosexuality. Invloed van Sekse, Seksdrive en Autonomie. op Sociosexualiteit

The Effect of Gender, Sex Drive and Autonomy. on Sociosexuality. Invloed van Sekse, Seksdrive en Autonomie. op Sociosexualiteit The Effect of Gender, Sex Drive and Autonomy on Sociosexuality Invloed van Sekse, Seksdrive en Autonomie op Sociosexualiteit Filiz Bozkurt First supervisor: Second supervisor drs. J. Eshuis dr. W. Waterink

Nadere informatie

(In)effectiviteit van Angstcommunicaties op Verminderen van Lichamelijke Inactiviteit: Rol van Attitudefuncties, Self-Monitoring en Self-Esteem

(In)effectiviteit van Angstcommunicaties op Verminderen van Lichamelijke Inactiviteit: Rol van Attitudefuncties, Self-Monitoring en Self-Esteem (In)effectiviteit van Angstcommunicaties 1 (In)effectiviteit van Angstcommunicaties op Verminderen van Lichamelijke Inactiviteit: Rol van Attitudefuncties, Self-Monitoring en Self-Esteem (In)effectiveness

Nadere informatie

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim.

Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Pesten op het werk en de invloed van Sociale Steun op Gezondheid en Verzuim. Bullying at work and the impact of Social Support on Health and Absenteeism. Rieneke Dingemans April 2008 Scriptiebegeleider:

Nadere informatie

Depressieve Klachten bij Adolescenten: Risicofactoren op School en de Invloed. van Geslacht, Coping, Opleiding en Sport

Depressieve Klachten bij Adolescenten: Risicofactoren op School en de Invloed. van Geslacht, Coping, Opleiding en Sport Depressieve Klachten bij Adolescenten: Risicofactoren op School en de Invloed van Geslacht, Coping, Opleiding en Sport Depressive Complaints in Adolescents: Risk Factors at School and the Influence of

Nadere informatie

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering The Relationship between Daily Hassles and Depressive Symptoms and the Mediating Influence

Nadere informatie

Cognitive behavioral therapy for treatment of anxiety and depressive symptoms in pregnancy: a randomized controlled trial

Cognitive behavioral therapy for treatment of anxiety and depressive symptoms in pregnancy: a randomized controlled trial Cognitive behavioral therapy for treatment of anxiety and depressive symptoms in pregnancy: a randomized controlled trial dr. T. Verbeek arts-epidemioloog Afd. Huisartsgeneeskunde en Epidemiologie 22 januari

Nadere informatie

LinkedIn Profiles and personality

LinkedIn Profiles and personality LinkedInprofielen en Persoonlijkheid LinkedIn Profiles and personality Lonneke Akkerman Open Universiteit Naam student: Lonneke Akkerman Studentnummer: 850455126 Cursusnaam en code: S57337 Empirisch afstudeeronderzoek:

Nadere informatie

Eelco Over Talitha Feenstra Boukje van Gelder

Eelco Over Talitha Feenstra Boukje van Gelder Doelmatigheid van tabaksontmoedigingsbeleid gespecificeerd naar sociaal economische status: evaluatie van vergoedingen en accijnzen 1 Eelco Over Talitha Feenstra Boukje van Gelder Tabaksmaatregelen 2011

Nadere informatie

De Effecten van Lichaamsgerichte Interventies op. Lichaamsbeleving, Hyperarousal, Vermijding en Herbeleving bij

De Effecten van Lichaamsgerichte Interventies op. Lichaamsbeleving, Hyperarousal, Vermijding en Herbeleving bij De Effecten van Lichaamsgerichte Interventies op Lichaamsbeleving, Hyperarousal, Vermijding en Herbeleving bij Mensen met een Post Traumatische Stress Stoornis. The Effects of Body Oriented Interventions

Nadere informatie

KERNCIJFERS ROKEN IN NEDERLAND

KERNCIJFERS ROKEN IN NEDERLAND 26% rookt 28% doet stoppoging 80% van plan om te stoppen 19 duizend sterfgevallen door roken KERNCIJFERS ROKEN IN NEDERLAND Een overzicht van recente Nederlandse basisgegevens over rookgedrag 2012 Roken

Nadere informatie

HersenletselCongres 2015 4-11-2015

HersenletselCongres 2015 4-11-2015 Disclosurebelangen sprekers (potentiële) belangenverstrengeling Wetenschappelijk directeur Vision2Health (onbezoldigd) A4b -Advies op maat voor patientenmet hersenletsel, hoe zou zoiets er uit kunnen zien?

Nadere informatie

Lieke van der Scheer, Department of Philosophy Lieke van der Scheer ISOQOL

Lieke van der Scheer, Department of Philosophy Lieke van der Scheer ISOQOL Lieke van der Scheer, Department of Philosophy Lieke.vanderScheer@utwente.nl Lieke van der Scheer ISOQOL 14-11-2014 1 De stem van patiënten Elisa Garcia Simone van der Burg (Nijmegen) Lieke van der Scheer

Nadere informatie

impact from intervention strategies A case example from the baking industry

impact from intervention strategies A case example from the baking industry Prospective evaluation of the health impact from intervention strategies A case example from the baking industry Samenwerking Nick Warren, Health and Safety Laboratory Dick Heederik, IRAS, Utrecht University

Nadere informatie

Introduction Henk Schwietert

Introduction Henk Schwietert Introduction Henk Schwietert Evalan develops, markets and sells services that use remote monitoring and telemetry solutions. Our Company Evalan develops hard- and software to support these services: mobile

Nadere informatie

Het Welbevinden van Mantelzorgers in Vlaanderen: Relaties tussen Sociale Steun, Sense of Coherence, Bevlogenheid en Welbevinden.

Het Welbevinden van Mantelzorgers in Vlaanderen: Relaties tussen Sociale Steun, Sense of Coherence, Bevlogenheid en Welbevinden. Het Welbevinden van Mantelzorgers in Vlaanderen: Relaties tussen Sociale Steun, Sense of Coherence, Bevlogenheid en Welbevinden. Well-being of Family Caregivers in Flanders: The Relationships between Social

Nadere informatie

Pilotonderzoek behandeltraject constitutioneel eczeem Pilot research Treatment path atopic eczema

Pilotonderzoek behandeltraject constitutioneel eczeem Pilot research Treatment path atopic eczema Pilotonderzoek behandeltraject constitutioneel eczeem Pilot research Treatment path atopic eczema Kinderen in een krabpak Esther Metting Mei 2010 Bachelorthese Opleiding psychologie Faculteit Gedrags-

Nadere informatie

Is valpreventie kosteneffectief?

Is valpreventie kosteneffectief? Is valpreventie kosteneffectief? Prof. Dr. Lieven Annemans Ghent University, Brussels University Lieven.annemans@ugent.be Lieven.annemans@vub.ac.be Maart 2014 1 Reactie van de overheden op de crisis Jaarlijkse

Nadere informatie

Alcohol policy in Belgium: recent developments

Alcohol policy in Belgium: recent developments 1 Alcohol policy in Belgium: recent developments Kurt Doms, Head Drug Unit DG Health Care FPS Health, Food Chain Safety and Environment www.health.belgium.be/drugs Meeting Alcohol Policy Network 26th November

Nadere informatie

PERSOONLIJKHEID EN OUTPLACEMENT. Onderzoekspracticum scriptieplan Eerste begeleider: Mw. Dr. T. Bipp Tweede begeleider: Mw. Prof Dr. K.

PERSOONLIJKHEID EN OUTPLACEMENT. Onderzoekspracticum scriptieplan Eerste begeleider: Mw. Dr. T. Bipp Tweede begeleider: Mw. Prof Dr. K. Persoonlijkheid & Outplacement: Wat is de Rol van Core Self- Evaluation (CSE) op Werkhervatting na Ontslag? Personality & Outplacement: What is the Impact of Core Self- Evaluation (CSE) on Reemployment

Nadere informatie

Effectiviteit en economische impact van beweegprogramma s op de werkplek

Effectiviteit en economische impact van beweegprogramma s op de werkplek Effectiviteit en economische impact van beweegprogramma s op de werkplek Karin Proper Afdeling Sociale Geneeskunde, EMGO+ Instituut, VUmc, Amsterdam Body@Work, Onderzoekscentrum Bewegen, Arbeid en Gezondheid

Nadere informatie

Kerncijfers roken in Nederland

Kerncijfers roken in Nederland 20.000 sterfgevallen door roken Kerncijfers roken in Nederland Een overzicht van recente Nederlandse basisgegevens over rookgedrag 28% rookt 27% doet stoppoging 25 miljard verkochte sigaretten 2009 Inhoudsopgave

Nadere informatie

INFOKAART OUDEREN EN ROKEN

INFOKAART OUDEREN EN ROKEN INFOKAART OUDEREN EN ROKEN Roken Roken is de risicofactor die de meeste sterfte en het meeste gezondheidsverlies met zich brengt en zodoende ook zorgt voor veel verlies aan kwaliteit van leven (1). Vijftien

Nadere informatie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en Discrepantie The Relationship between Involvement in Bullying and Well-Being and the Influence of Social Support

Nadere informatie

Cognitieve Bias Modificatie van Interpretatiebias bij Faalangstige Studenten

Cognitieve Bias Modificatie van Interpretatiebias bij Faalangstige Studenten Cognitieve Bias Modificatie van Interpretatiebias bij Faalangstige Studenten Cognitive Bias Modification of Interpretation Bias in Students with Anxiety Janneke van den Heuvel Eerste begeleider: Tweede

Nadere informatie

KERNCIJFERS ROKEN IN NEDERLAND

KERNCIJFERS ROKEN IN NEDERLAND 25% rookt 26% doet stoppoging 23 miljard verkochte sigaretten 19 duizend sterfgevallen door roken KERNCIJFERS ROKEN IN NEDERLAND Een overzicht van recente Nederlandse basisgegevens over rookgedrag 2011

Nadere informatie

Verschillen in het Gebruik van Geheugenstrategieën en Leerstijlen. Differences in the Use of Memory Strategies and Learning Styles

Verschillen in het Gebruik van Geheugenstrategieën en Leerstijlen. Differences in the Use of Memory Strategies and Learning Styles Verschillen in het Gebruik van Geheugenstrategieën en Leerstijlen tussen Leeftijdsgroepen Differences in the Use of Memory Strategies and Learning Styles between Age Groups Rik Hazeu Eerste begeleider:

Nadere informatie

MINDFULNESS, ZELFASPECTEN EN WELZIJN 1. Bewust (wel)zijn? De mediërende rol van het zelf in de relatie tussen mindfulness en psychologisch welbevinden

MINDFULNESS, ZELFASPECTEN EN WELZIJN 1. Bewust (wel)zijn? De mediërende rol van het zelf in de relatie tussen mindfulness en psychologisch welbevinden MINDFULNESS, ZELFASPECTEN EN WELZIJN 1 Bewust (wel)zijn? De mediërende rol van het zelf in de relatie tussen mindfulness en psychologisch welbevinden Mindful (well)being? The mediating role of the self

Nadere informatie

De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner

De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner De Relatie tussen Momentaan Affect en Seksueel Verlangen; de Modererende Rol van de Aanwezigheid van de Partner The association between momentary affect and sexual desire: The moderating role of partner

Nadere informatie

Positieve psychologie in de praktijk

Positieve psychologie in de praktijk Welbevindentherapie Positieve psychologie in de praktijk Prof. dr. E.T. Bohlmeijer Dr. L. Christenhusz Dr. P. Meulenbeek VCGT 2015 Programma 1. Achtergrond & relevantie welbevindentherapie en positieve

Nadere informatie

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers ummery amenvatting Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers 207 Algemene introductie Werkgerelateerde arm-, schouder- en nekklachten zijn al eeuwen

Nadere informatie

Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9. Samenvatting

Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9. Samenvatting Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9 Samenvatting 155 Chapter 9 Samenvatting SAMENVATTING Richtlijnen en protocollen worden ontwikkeld om de variatie van professioneel handelen te reduceren, om kwaliteit van

Nadere informatie

Cognitive self-therapy A contribution to long-term treatment of depression and anxiety

Cognitive self-therapy A contribution to long-term treatment of depression and anxiety Cognitive self-therapy A contribution to long-term treatment of depression and anxiety Uitgave in de RGOc-reeks, nummer 12 Copyright 2006 Peter C.A.M. den Boer, Groningen Cognitive self-therapy. A contribution

Nadere informatie

Het Effect van een Mindfulnesstraining gericht op Informeel Oefenen en Lopen

Het Effect van een Mindfulnesstraining gericht op Informeel Oefenen en Lopen Het Effect van een Mindfulnesstraining gericht op Informeel Oefenen en Lopen op Mindfulness, Stressbeleving, Interne Locus of Control, Self-Efficacy in het Omgaan met Emoties en Kwaliteit van Leven The

Nadere informatie

Samenwerking en communicatie binnen de anderhalvelijnszorg

Samenwerking en communicatie binnen de anderhalvelijnszorg Samenwerking en communicatie binnen de anderhalvelijnszorg Een beschrijvend/ evaluatief onderzoek naar de samenwerking en communicatie tussen huisartsen en specialisten binnen de anderhalvelijnszorg ZIO,

Nadere informatie

. Preventie van alcoholgebruik tijdens de zwangerschap. Nickie van der Wulp

. Preventie van alcoholgebruik tijdens de zwangerschap. Nickie van der Wulp . Preventie van alcoholgebruik tijdens de zwangerschap Nickie van der Wulp 7-02-2014 Disclosure belangen spreker (potentiële) belangenverstrengeling Zie hieronder Voor bijeenkomst mogelijk relevante relaties

Nadere informatie

Ik voel niets maar eigenlijk alles: Verbanden tussen Alexithymie, Somatisatiestoornis en Depressie. I feel nothing though in essence everything:

Ik voel niets maar eigenlijk alles: Verbanden tussen Alexithymie, Somatisatiestoornis en Depressie. I feel nothing though in essence everything: Ik voel niets maar eigenlijk alles: Verbanden tussen Alexithymie, Somatisatiestoornis en Depressie I feel nothing though in essence everything: Associations between Alexithymia, Somatisation and Depression

Nadere informatie

Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit

Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit 1 Intercultural Mediation through the Internet Hans Verrept Intercultural mediation and policy support unit 2 Structure of the presentation - What is intercultural mediation through the internet? - Why

Nadere informatie

Hechting en Psychose: Attachment and Psychosis:

Hechting en Psychose: Attachment and Psychosis: Hechting en Psychose: Bieden Hechtingskenmerken een Verklaring voor het Optreden van Psychotische Symptomen? Attachment and Psychosis: Can Attachment Characteristics Account for the Presence of Psychotic

Nadere informatie

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen

De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de. Lichaamsbeweging van Ouderen Running head: ACTIEVE OUDEREN EN BEWEGEN 1 De Invloed van Identificatie met Actieve Ouderen en Welbevinden op de Lichaamsbeweging van Ouderen The Influence of Identification with 'Active Elderly' and Wellbeing

Nadere informatie

E-sigaret, hulpmiddel of nieuw probleem?

E-sigaret, hulpmiddel of nieuw probleem? Roken staat gelijk aan harddrugs Uitspraak Wim van den Brink, hoogleraar verslavingsgeneeskunde AMC 20-01-2015 E-sigaret, hulpmiddel of nieuw probleem? Trudi Tromp-Beelen verslavingsarts KNMG, Jellinek/Arkin

Nadere informatie

Mentaal Weerbaar Blauw

Mentaal Weerbaar Blauw Mentaal Weerbaar Blauw de invloed van stereotypen over etnische minderheden cynisme en negatieve emoties op de mentale weerbaarheid van politieagenten begeleiders: dr. Anita Eerland & dr. Arjan Bos dr.

Nadere informatie

Externe validering van een chronic obstructive pulmonary disease (COPD) diagnostische vragenlijst

Externe validering van een chronic obstructive pulmonary disease (COPD) diagnostische vragenlijst Externe validering van een chronic obstructive pulmonary disease (COPD) diagnostische vragenlijst Daniel Kotz Maastricht University Department of General Practice School for Public Health and Primary Care

Nadere informatie

NEDERLANDSTALIGE SAMENVATTING

NEDERLANDSTALIGE SAMENVATTING Het International Tobacco Control Policy Evaluation Project ITC nationaal rapport Nederland Resultaten van meting 1-8 (2008-2014) SEPTEMBER 2015 NEDERLANDSTALIGE SAMENVATTING Het bevorderen van een op

Nadere informatie

Cognitieve Bias Modificatie van Interpretatiebias bij Faalangstige Studenten

Cognitieve Bias Modificatie van Interpretatiebias bij Faalangstige Studenten CBM-I bij Faalangst in een Studentenpopulatie 1 Cognitieve Bias Modificatie van Interpretatiebias bij Faalangstige Studenten Cognitive Bias Modification of Interpretation Bias for Students with Test Anxiety

Nadere informatie

Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie. Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M.

Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie. Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M. Innovaties in de chronische ziekenzorg 3e voorbeeld van zorginnovatie Dr. J.J.W. (Hanneke) Molema, Prof. Dr. H.J.M. (Bert) Vrijhoef Take home messages: Voor toekomstbestendige chronische zorg zijn innovaties

Nadere informatie

The downside up? A study of factors associated with a successful course of treatment for adolescents in secure residential care

The downside up? A study of factors associated with a successful course of treatment for adolescents in secure residential care The downside up? A study of factors associated with a successful course of treatment for adolescents in secure residential care Annemiek T. Harder Studies presented in this thesis and the printing of this

Nadere informatie