Journalistieke competenties in Vlaanderen: een crossmediale competentiematrix

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Journalistieke competenties in Vlaanderen: een crossmediale competentiematrix"

Transcriptie

1 Journalistieke competenties in Vlaanderen: een crossmediale competentiematrix Maarten Corten (K.U.Leuven), Michaël Opgenhaffen (Lessius Antwerpen), Leen d Haenens (K.U.Leuven) Deze paper vertrekt vanuit de vaststelling dat het journalistieke métier sterk veranderd is onder invloed van enkele belangrijke ontwikkelingen. Vooral door de digitalisering zijn werkcontext en middelen van een journalist vandaag niet meer dezelfde als pakweg 20 jaar geleden. Aan de hand van een kwalitatief (expertinterviews) en kwantitatief (online survey bij beroepsjournalisten) onderzoek willen we een antwoord vinden op de vraag welke competenties vandaag de dag belangrijk en minder belangrijk zijn voor Vlaamse journalisten, en dit rekening houdend met het platform waarvoor de journalisten werken. De (crossmediale) competentiematrix die op basis van deze resultaten werd opgemaakt stelt ons in staat om over de platformen heen de verschillende types van competentie volgens belang in te schatten. Bij de attitudes blijken vooral kritisch denken en stress coping skills als erg belangrijke competenties naar voor te komen. Bij de competenties die onder nieuwsgaring vallen zijn Franse en Engelse taalvaardigheid en (online) zoekvaardigheden erg belangrijk. Kennis van Duits en openbaarheidswetgeving lijken dan weer minder belangrijk. De competenties die onder de categorie nieuwsproductie vallen, worden gemiddeld gezien als minst belangrijk beschouwd. Deze matrix kan gebruikt worden om de curricula van opleidingen journalistiek af te toetsen aan de noden uit het beroepsveld en om nieuwe ontwikkelingen en de invloed hiervan op de journalistieke competenties in kaart te brengen. 1. Inleiding: de veranderende journalistieke praktijk Nieuwsgaring na de digitale revolutie De journalist vertolkt nog steeds een belangrijke rol in de nieuwsgaring, ook op het internet. Doordat veel informatie nu ook toegankelijk is voor het grote publiek, is de journalist niet zozeer een gatekeeper, maar wel een informatiemanager die de overvloed aan informatie filtert, structureert en zo context biedt (Hermans, Vergeer, d Haenens & Joniaux, 2009). Dit gebeurt aan de hand van specifieke nieuwsgaringscompetenties, die de nieuwsconsument (nog) niet meester is. De journalistieke stiel is geen beschermd beroep, waardoor iedereen journalist kan zijn (Deltour, 2010). Burgerjournalistiek lijkt vandaag echter nog geen substantiële concurrentie te vormen voor de beroepsjournalistiek. Een gebrek aan tijd, competenties en de behoefte om zelf aan nieuwsgaring te doen leiden de meeste nieuwsconsumenten nog steeds naar de traditionele nieuwsmerken. Vandaag blijkt dat de online nieuwsconsument informatie inderdaad uit een beperkt aantal bronnen delft, ondanks het oneindige online aanbod. In Amerika zegt de helft van de online nieuwsconsumenten het nieuws te halen uit twee tot vijf websites. Twintig procent heeft zelfs aan één bron genoeg (Purcell, Rainie, Mitchell, Rosenstiel & Olmstead, 2010). Journalisten zijn dus ook in het prille digitale tijdperk de dominante nieuwsmaker. Desondanks zullen zij die rol op een andere manier moeten waar maken. Onder impuls van de digitale revolutie komen er nieuwe mogelijkheden en moeilijkheden. Zo voorspelde Heinonen (1999) dat doorgedreven technologische vooruitgang de journalist zal dwingen om zich meer technische competenties toe te eigenen. Vandaag bestaat het nieuwsgaringsproces ongeveer voor de helft uit dit zogenaamd computer-assisted research (Machill & Beiler, 2009). Dit omvat meer dan enkel het slimme gebruik van online zoekmachines. Een journalist kan op twee manieren aan CAR

2 doen: via de internetroute en via de analyseroute (Paulussen, 2007). Bij de internetroute staat het efficiënt zoeken naar informatie centraal. Dit valt verder uiteen in relevante onderwerpen zoeken, informatie dubbelchecken en extra informatie zoeken (Machill & Beiler, 2009). Om deze taken uit te voeren hebben journalisten een resem internettoepassingen tot hun beschikking. , websites en zoekmachines worden het vaakst ingezet, terwijl blogs, fora, usenet, RSS, instant messaging en chat een pak minder worden toegewend (Hermans, et al., 2009; Van Heeswijk, 2007). is de belangrijkste internettool en de derde belangrijkste tool binnen de totale nieuwsgaring (Machill & Beiler, 2009). Het gebruik van zoekmachines vindt de hedendaagse journalist zeer belangrijk (pp. 197), al kan de efficiëntie van hun zoekstrategieën als matig worden omschreven (Machill & Beiler, 2009). Journalisten staan positief tegenover het internet als onuitputtelijke informatiebron, maar zien in de twijfelachtige betrouwbaarheid van online bronnen een groot nadeel (Fortunati, et al., 2009; Van Heeswijk, 2007). Ze geven te kennen betrouwbare en onbetrouwbare bronnen niet of moeilijk te kunnen onderscheiden. De tweede poot van computer-assisted research is de analyseroute. Het betreft de optimale inzet van informatietechnologie, voornamelijk om aan databeheer te doen. Door zelf data te verzamelen, te bewerken en te analyseren kunnen journalisten trends of informatie blootleggen die ze anders niet op het spoor zouden komen (Paulussen, 2007). De journalist wordt door het eigenhandig verzamelen van ruwe data ook minder afhankelijk van secundaire bronnen die reeds bewerkte data leveren. Secundair aangeleverde datasets kunnen echter ook herbekeken en herbewerkt worden. Deze precision journalism (Van Eijss & Van Ess, 2003, p. 10) leunt dicht aan bij sociaal-wetenschappelijk onderzoek. Een specifiek segment binnen CAR bestaat uit het raadplegen van sociale media zoals sociale netwerksites en blogs. In een internationaal onderzoek zegt ongeveer de helft van de bevraagde journalisten (micro)blogs in te zetten tijdens de nieuwsgaring en maakt bijna 70% gebruik van sociale netwerksites (McClure & Middleberg, 2009). Bij Vlaamse journalisten is slechts een minderheid overtuigd van het nut van een professioneel gebruik van sociale media, al is dit aantal op een jaar tijd sterk gestegen (Quadrant, 2010). Ook Amerikaanse financiële journalisten lijken niet warm te lopen voor sociale media. In een enqûete vinden de meeste respondenten sociale media niet belangrijk, geen enkele reden voor het gebruik ervan scoort hoog en 30% zegt er nooit gebruik van te maken (Lariscy, et al., 2009). Nieuwsorganisaties zoals CNN, BBC en Reuters zijn zich echter bewust van de mogelijkheden en moedigen hun journalisten aan hiervan gebruik te maken Nieuwsproductie na de digitale revolutie De doorgedreven digitalisering heeft mediaconvergentie mogelijk gemaakt via de crossmediale inwisselbaarheid van content. Naast de multimediale organisatie heeft diezelfde evolutie ook de weg vrij gemaakt voor multimediale journalistiek op het niveau van de journalist. De toegenomen gebruiksvriendelijkheid van allerhande communicatie- technologieën maakt dat een werkgever nu meer technische competenties verwacht dan voorheen (Musschoot & Lombaerts, 2008). In de praktijk kan het takenpakket van een individuele journalist op twee manieren verbreden: multimodaal en multimediaal. Dit onderscheid is niet altijd even duidelijk, daar sommige mediaplatformen overeenkomen met een bepaalde modaliteit, zoals televisie en video (Opgenhaffen, 2009). De multimodale journalist staat zelf in voor verschillende modaliteiten waaruit het nieuwsproduct zal bestaan. Hoewel dit geen nieuw fenomeen is, werd het wel versterkt door de digitale revolutie. Zo kan een printjournalist met een digitaal fototoestel zelf foto s nemen voor het eigen krantenartikel. Een televisiereporter kan eigen beelden opnemen, het verslag monteren en de voice-over inspreken. De journalist wordt meer en meer verondersteld alle facetten of modaliteiten binnen één productieproces of één mediaplatform te beheersen. De multimediale journalist is in staat om nieuws te maken voor verschillende mediaplatformen. Voorbeelden zijn een printjournalist die content levert voor de online

3 krant en een radioreporter die een verslag maakt voor het televisiejournaal. Naast specifieke technische competenties vereist elk mediaplatform een unieke medialogica, die de multimediale journalist zich eigen moet maken. Het takenpakket van een multimediale journalist hangt in grote mate af van de structuur en cultuur van een nieuwsorganisatie. In een mediabedrijf dat het geïntegreerde model van Avilés en Carvajal volgt, vervaagt het onderscheid tussen pakweg een printjournalist en een online journalist. De verschillende mediaredacties convergeren tot één journalistieke cultuur, waarin een nieuwsproduct aanvankelijk medianeutraal is (Avilés & Carvajal, 2008). Dit betekent dat een journalist in staat moet zijn om tijdens de nieuwsgaring bruikbaar materiaal te verzamelen voor verschillende mediaplatformen. In sommige mediabedrijven stelt men multimediale teams samen rond een bepaalde topic. De nieuwsgaring verloopt grotendeels gemeenschappelijk, terwijl elke journalist het nieuwsproduct publiceert op het eigen mediaplatform (Verweij, 2009). Zo wordt een nieuwsverhaal multimediaal verspreid en kunnen journalisten gespecialiseerd te werk gaan. Ondanks de dominantie van specialisatie vinden journalisten basiskennis over de andere media en hun logica zeer belangrijk (Dupagne & Garrison, 2006). Onlinejournalisten vormen een specifieke groep binnen de journalisten. Onlinejournalisten verschillen op verschillende punten van de meer traditionele journalisten. Vooreerst is een website doorlopend toegankelijk en bestaat er bijgevolg geen deadline. Wel heerst er een constante sense of urgency, waarbij inhoud zo snel mogelijk gepubliceerd moet worden. Dit werkt een minder diepgaand bronnenonderzoek in de hand, zowel wat dubbelchecken betreft als zoeken naar primaire bronnen (Machill & Beiler, 2009; Steensen, 2009). Ten tweede is online journalistiek een bureaubaan (Steensen, 2009). De online journalist zal zelden op pad gaan en haalt zijn informatie voornamelijk bij persagentschappen en andere nieuwsmedia, wat op zijn beurt resulteert in tertiaire journalistiek (Machill & Beiler, 2009). Ten derde wordt de online journalist steeds vaker de rol van community manager toegeschreven, waarbij deze de rechtstreekse communicatie tussen lezers en nieuwsmerk coördineert (Chung, 2007). Dit vereist naast een aantal technische vaardigheden vooral een open attitude tegenover interactiviteit (Lewis, et al., 2010). Hoe die interactiviteit wordt ingevuld en hoe ver men daar in wil gaan, verschilt weliswaar van redactie tot redactie (Chung, 2007). Ten vierde kenmerkt het internet zich door de vele modaliteiten, waaruit een nieuwsproduct kan bestaan binnen het platform. Of de online journalist daarom een multimediale specialist moet zijn, is niet duidelijk. Binnen de literatuur bestaan er twee stromingen. Enerzijds blijkt uit bevragingen van het werkveld dat online journalisten multimediale content moeten kunnen monteren en publiceren; ze moeten wat van HTML en fotobewerking weten, en indien mogelijk zijn ze ook vertrouwd met Flash (Steensen, 2009; Thurman & Lupton, 2008; Chung, 2007). Andere resultaten wijzen dan weer op het belang van algemene journalistieke vaardigheden: schrijfvaardigheid en een algemeen gevoel voor taal lijken, net als bij de andere profielen, de kern uit te maken van online journalistiek (Steensen, 2009, pp ; Thurman & Lupton, 2008). Bovenstaand hebben we een summier overzicht gegeven van het belang en de invloed van de digitalisering op competenties die met nieuwsgaring en nieuwsproductie te maken hebben. Het toont aan dat de journalistiek vandaag de dag enorm veranderd is in vergelijking met 20 of 10 jaar geleden. Er zijn echter ook nog andere journalistieke competenties (zoals algemene kennis, nieuwsgierigheid, kennis van vreemde talen, ) die verdienen om onderzocht te worden als we een overzicht willen geven van de hedendaagse journalistieke competenties. Ook deze werden in de uitgebreide competentielijst opgenomen.

4 2. Het onderzoek De kernvraag van dit onderzoek betreft de vereiste competenties bij een (beginnende) journalist, volgens het werkveld. Om deze vraag te beantwoorden wordt een competentiematrix samengesteld. Elke competentie krijgt een beoordeling per mediaprofiel, oftewel de combinatie van mediaplatformen waarvoor een journalist werkt. Deze beoordelingen komen van de online survey, waarbij een vijfhonderdtal journalisten naar hun mening werd gevraagd over een vijftigtal competenties. De competentielijst is gebaseerd op de bevindingen van een reeks diepte-interviews met experts uit het veld. De experts werd naar hun mening gevraagd over een aantal competentiedomeinen, die uit de literatuur en het gezond verstand naar voor kwamen als relevante thema s. De primaire doelstelling van deze expertinterviews is dan ook het voorafgaandelijk peilen naar en toetsen van journalistieke competenties. Ten tweede dienen de geleverde getuigenissen als illustratie bij de resultaten uit de online survey. Zo versterkt het kwalitatief onderzoek de kwantitatieve bevraging zowel voorafgaandelijk (door de aanlevering van de competentielijst) als post factum (door de kwantitatieve data te illustreren). Expertinterviews Het hoofddoel van de expertinterviews omhelst de samenstelling van een competentielijst. Deze lijst hoort alle mogelijke competentiedomeinen te bestrijken, die van belang kunnen zijn voor de journalistieke praktijk. De resultaten van de interviews moeten een totaalbeeld opleveren, waarbij alle facetten binnen verschillende werkcontexten vanuit verschillende standpunten aan bod komen. Daarom is de diversiteit van de sample belangrijker dan de representativiteit. Anders gezegd trachtten we tijdens de selectie van de experts geen gewogen vertegenwoordiging van het werkveld te realiseren. Wel hebben we geprobeerd het journalistieke werk te benaderen vanuit een verscheidenheid aan perspectieven. Om dit te bekomen dient de sample gedifferentieerd te zijn op een aantal dimensies. Een eerste dimensie betreft het mediaplatform. De sample bestaat uit journalisten, die werken voor een dag- of weekblad, een online (only) publicatie, radio en/of televisie. Zo wordt de unieke werkcontext binnen elk medium bestreken. Ten tweede wordt er niet gediscrimineerd op basis van type journalistiek. Naast de kwaliteitspers worden ook nieuwsmerken met een eerder populariserende aanpak inbegrepen. Daarnaast zijn er ook een aantal recente nieuwsinitiatieven die zich distantiëren van de mainstream nieuwsproductie. Ten slotte vertegenwoordigt het Fonds Pascal Decroos de niche onderzoeksjournalistiek. De vzw is geen nieuwsmedium, maar kent subsidies toe aan onderzoeksjournalistieke projecten. Elk van deze strekkingen vult de informatieopdracht anders in, waardoor ook de concrete competenties een ander gewicht kunnen krijgen. Een derde dimensie waarborgt diversiteit in termen van hiërarchie. Naast redacteurs komen ook redactiechefs en hoofdredacteurs aan het woord. Terwijl de redacteur meer de klemtoon zal leggen op de praktische kant van het dagdagelijkse werk, kan de hoofdredacteur een toekomstbeeld uit de doeken doen in termen van beleid, visie en (internationale) trends. Een laatste dimensie betreft de opdeling werkveld onderzoeksveld. Naast een meerderheid van praktiserende journalisten wordt ook een aantal onderzoekers gehoord. Deze onderzoekers bekwamen zich in diverse domeinen als journalism studies, mediabeleid, ICT, en doelgroepencommunicatie. Zij kunnen het journalistieke werk benaderen met enige afstand en onafhankelijkheid, terwijl hun rechtstreekse en actuele expertise borg staat voor relevante inzichten. Daarenboven zijn zij perfect geplaatst om vanuit hun vakdomein een licht te werpen op toekomstige ontwikkelingen in en rond de journalistiek. Als bijlage 1 zit een lijst vervat met alle geraadpleegde experts. De experts werden in november en december 2009 telefonisch gecontacteerd of per aangeschreven. In totaal zijn er 23 interviews afgenomen, waarvan één interview werd bijgewoond

5 door twee journalisten. Alle interviews werden in december 2009 en januari 2010 afgenomen en vonden plaats op de redactie of in het kantoor van de geïnterviewde. De gesprekken werden, met goedkeuring van de geïnterviewde, opgenomen met een digitale dictafoon en de interviewer schreef simultaan de grote lijnen van het gesprek uit. Vervolgens werden de geluidsopnames getranscribeerd. Uit deze transcripten (bijlage 3) zijn de competenties verzameld voor de online survey. Dit gebeurde in twee stappen. Eerst wordt elke stelling over een belangrijke competentie gemarkeerd. De competentie in kwestie wordt opgenomen in een lijst, samen met een link naar de desbetreffende stelling. Zo ontstaat er een lijst met competenties, met elk minstens één en meestal meerdere links naar een corresponderende stelling. De concepten komen daardoor volledig voort uit de antwoorden. In een tweede stap dunnen we deze lijst uit door een aantal gelijkaardige competenties te groeperen. Vaak betreft het competenties die licht van elkaar verschillen, maar waarvan de nuancering niet relevant lijkt. Bij deze afweging staat steeds de finaliteit van het project centraal, met name de communicatie van het werkveld naar het onderwijssysteem. Als een onderscheid tussen twee competenties niet relevant lijkt vanuit onderwijskundig oogpunt, wordt dat onderscheid opgeheven. Naast individuele competenties is er ook gekeken naar de competentiebundels, met in het bijzonder het onderscheid op basis van diploma en de mate van multiskilling. De antwoorden over deze materie werden eveneens gemarkeerd en geïnventariseerd. Uit de 24 expertinterviews zijn 42 competenties gedistilleerd, aangevuld met 15 competenties tot een lijst met 57 items. Deze competenties worden in de online survey gegroepeerd onder drie noemers: attitudes en persoonskenmerken, nieuwsgaring en nieuwsproductie. Onder de noemer attitudes en persoonskenmerken vallen drie soorten competenties. Ten eerste omvatten attitudes alles wat met de instelling van de journalist te maken heeft. Attitudevorming impliceert leerbaarheid, waardoor de journalist zich actief kan verbeteren rond deze competenties. Deze attitudes kunnen een algemene ingesteldheid inhouden, maar kunnen evenzeer betrekking hebben op specifieke thema s zoals ethiek of communicatiemanagement. Ten tweede verwijzen persoonskenmerken naar statische competenties, die relatief vast liggen en geënt zijn op een persoon. Ondanks de (schijnbare) onmogelijkheid om deze kenmerken actief te beïnvloeden, worden ze opgenomen in de lijst om een zo volledig mogelijk beeld te vormen (zie eerste hoofdstuk). Ten derde valt ook kennis binnen deze categorie, in zover die geen rechtstreekse link heeft met nieuwsgaring en nieuwsproductie. Voorbeelden zijn kennis over nieuwseffecten, het medialandschap, specialistische kennis over een thema of louter algemene kennis. Competenties onder de twee laatste noemers hebben rechtstreeks betrekking op het nieuwsgarings- en nieuwsproductieproces. Het betreft hier voornamelijk kennis en vaardigheden. Online survey De eerste onderzoeksvraag peilt naar het mediaprofiel van de journalist. Dit profiel kan de journalist samenstellen uit vier mogelijke mediaplatformen: print, radio, televisie en web. Deze opdeling is niet exhaustief. Het mobiele netwerk wordt niet opgenomen; onder print vallen zowel dagbladen als tijdschriften en het web bundelt verschillende submedia, waartussen geen onderscheid wordt gemaakt. De beperking tot vier mogelijkheden is ingevoerd om het overzicht te bewaren. Met vier bouwstenen kan men reeds een veelheid aan mediaprofielen genereren. Een versnipperde opdeling op basis van mediaprofiel verkleint de kracht van de beoordelingen per competentie. Daarom is geopteerd voor deze vier mediaplatformen. De journalist wordt gevraagd voor welk medium of welke media hij of zij werkt. Aangezien werken voor een medium veel ruimte voor interpretatie laat, wordt geëxpliciteerd dat de journalist zelf content moet gemaakt hebben met het medium in kwestie voor ogen. Als iemand anders de content herwerkt en publiceert op een ander platform, werkt de journalist zelf niet voor dat andere platform. Content maken voor een ander medium moet geen intensief werk zijn en het moet geen significant deel van de arbeidstijd in beslag nemen. Op die manier trachten we zo veel mogelijk

6 multimediale profielen te detecteren, zonder dat de journalist zichzelf ten onrechte als multimediaal bestempelt. Belangrijk om op te merken is dat hier gepeild wordt naar multimediale nieuwsproductie, en niet multimediale nieuwsgaring. De verschillende mogelijkheden tot nieuwsgaring zitten vervat in de competentielijst. Een opdeling van mediaprofielen op basis van nieuwsproductie wordt gebruikt als ordenende variabele, zoals dat ook gebeurt in het huidige onderwijslandschap en het werkveld. De vraag is weliswaar of de opdeling in beide domeinen nog dezelfde is en of dezelfde competenties worden toegeschreven aan de verschillende profielen. Een tweede onderzoeksvraag peilt naar de modaliteiten die de journalist gebruikt. De formulering is hier van cruciaal belang: Welke bouwstenen gebruikt u geregeld in uw nieuwsberichten? Bouwstenen slaat op de negen modaliteiten, waaruit de journalist kan kiezen. De term bouwsteen staat vermoedelijk wat dichter bij de journalistieke praktijk dan de eerder academische term modaliteit. Het volstaat dat de journalist een bouwsteen gebruikt in een nieuwsbericht; hij moet ze niet zelf aanmaken. Zo kan een internetjournalist beweren de bouwsteen video te gebruiken, van zodra deze een extern Youtube-filmpje integreert in een nieuwsbericht. De gebruikte modaliteiten worden in de analyse gelinkt aan het mediaprofiel, opdat kan worden nagegaan hoe multimediaal de berichtgeving is binnen dat mediaprofiel. Nieuwsproductievaardigheden zelf worden bevraagd aan de hand van de competentielijst. Er wordt wel een beperking ingebouwd door het bijwoord geregeld. Als diezelfde internetjournalist nog maar één keer een Youtube-filmpje plaatste in een artikel, dient de bouwsteen video niet aangeduid te worden. De derde onderzoeksvraag betreft de beoordeling van de 57 competenties en bestaat uit twee delen. Het eerste deel heeft betrekking op de bevraagde journalist zelf. Er wordt de journalist gevraagd om aan te geven hoe belangrijk elke competentie is binnen de persoonlijke werksituatie. De persoonlijke werksituatie wordt gekenmerkt door het mediaprofiel dat de journalist heeft gekozen. Daarom wordt de journalist uitdrukkelijk herinnerd aan de mediakeuze. Na elke competentie beoordeeld te hebben moet de journalist aangeven hoe belangrijk hij of zij elke competentie vindt voor een starter binnen de persoonlijke werksituatie. Beide beoordelingen gebeuren aan de hand van een vijfpunt Likertschaal, waarbij 1 staat voor geheel niet belangrijk en 5 voor zeer belangrijk. De lijst met 57 competenties wordt opgedeeld in drie categorieën: attitudes en persoonskenmerken, nieuwsgaring en nieuwsproductie. Elke categorie wordt op een aparte pagina gepresenteerd. Zoals eerder vermeld zijn ook competenties toegevoegd die vermoedelijk wegens hun specifieke karakter niet ter sprake kwamen tijdens de interviews. Zo telt de volledige lijst 57 competenties, waarvan elk item twee keer werd bevraagd: een eerste keer vanuit het perspectief van de journalist, een tweede keer vanuit het perspectief van de starter. De sample werd samengesteld op basis van de journalistendatabank van de Algemene Vereniging van Beroepsjournalisten in België (AVBB). Uit deze databank maakte elke Nederlandstalige beroepsjournalist, woonachtig in België met een beschikbaar adres deel uit van onze sample. Daaraan werden ook journalisten van beroep 1 toegevoegd aan de hand van een vrij toegankelijke ledenlijst van de Vereniging van de Journalisten van de Periodieke Pers (VJPP). Op basis van de voornaam en achternaam werd automatisch een adres samengesteld, dat elk lid automatisch krijgt toegewezen. Dit zijn, in tegenstelling tot de adressen uit de journalistendatabank, geen persoonlijke adressen. De kans bestaat dat niet elk adres actief wordt gebruikt. Alles samen bestaat de sample uit 2387 contacten, waarvan 1889 beroepsjournalisten en 498 journalisten van beroep. Deze sample kreeg op 20, 26 en 30 april 2010 per een uitnodiging toegestuurd om 1 Een beroepsjournalist werkt voor een algemeen nieuwsmedium. Een journalist van beroep werkt voor een gespecialiseerd medium. In de praktijk komt dit onderscheid vaak overeen met de tweedeling tussen dagblad en tijdschrift. Hoewel de twee titels naar elkaar toe groeien, worden ze nog door verschillende organisaties vertegenwoordigd.

7 deel te nemen aan een online survey over gewenste competenties binnen de journalistiek. Naast deze mailing verscheen in deze periode ook een uitnodiging op de website van de AVBB, het Fonds Pascal Decroos en in de nieuwsbrief van Journalinks.be. Deze extra kanalen dienden om journalisten te bereiken, die niet zijn ingeschreven als beroepsjournalist, zoals bijv. freelancers. In totaal vulden 597 respondenten de survey volledig of gedeeltelijk in. Dit levert een responsgraad van 25,01% op. 3. De resultaten Mediaprofielen en modaliteiten De journalisten konden aan de hand van vier mediaplatformen (print, radio, tv en web) een mediaprofiel samenstellen. Dit resulteerde in 14 mediaprofielen in Vlaanderen (tabel 1). Om zinvolle uitspraken te doen over de competenties, zijn een aantal kleinere mediaprofielen samengevoegd. De lijst, waarmee verdere analyses worden uitgevoerd, telt zeven mediaprofielen, waarvan vier monomediale (print, radio, tv en web) en drie multimediale. Het multimediale profiel met de meeste journalisten is print-web en omvat journalisten die uitsluitend voor de geschreven pers werken in combinatie met een online publicatie. Het tweede multimediale profiel is een cluster die alle journalisten verzamelt die voor de combinatie radio-tv werken, eventueel aangevuld met een of meerdere mediaplatformen. Deze cluster steunt op het vermoeden dat in zulke combinaties de klemtoon ligt op de audiovisuele as radio-tv. Zo heeft elke combinatie binnen deze cluster een voldoende gemeenschappelijk audiovisueel karakter om binnen het profiel resultaten te veralgemenen. De overige mediaprofielen zijn geclusterd in een restcategorie. Gezien de uiteenlopende combinaties kan deze categorie vooral haar nut bewijzen vanuit het multimediale karakter. Competenties, waarvan verwacht wordt dat deze voornamelijk van belang zijn binnen een multimediale werkcontext, kunnen worden getoetst op basis van de restcategorie. In tabel 2 staan de zeven mediaprofielen opgelijst van groot naar klein. Mediaprofiel % Mediaprofiel % Print 36,01 TV-Web 2,01 TV 21,44 Print-Radio-TV-Web 1,68 Print-Web 13,74 Radio-TV-Web 1,51 Radio 10,05 Print-TV 1,34 Web 5,36 Print-TV-Web 1,01 Radio-TV 2,51 Print-Radio-TV 0,67 Radio-Web 2,35 Print-Radio-Web 0,34 Totaal 100,00 Tabel 1: Percentage journalisten per mediaprofiel (n=597).

8 Mediaprofiel Frequentie Print 36,01 TV 21,44 Print-web 13,74 Radio 10,05 Rest 7,04 Radio-TV + 6,37 Web 5,36 Totaal 100 Tabel 2: Percentage journalisten per gecorrigeerd mediaprofiel (n=597). Meer dan een derde van de geraadpleegde journalisten definieert zichzelf als monomediale printjournalist. Als we het print-web profiel daarbij optellen, komen we net niet aan de helft van onze sample. Mogelijk speelt de keuze voor een online survey een vertekening in de hand, in het voordeel van (online) printjournalisten. Het tweede grootste profiel is het monomediale tv-profiel (21,44%). Eén op twintig journalisten geeft aan uitsluitend voor een online publicatie te werken, wat van het monomediale webprofiel de kleinste categorie maakt. In de lijst met 14 mediaprofielen is deze categorie weliswaar groter dan elk ander multimediaal profiel, op de print-web combinatie na. De vier monomediale profielen bestrijken bijna drie kwart van de sample (72,86%). We kunnen stellen dat er in Vlaanderen vooralsnog overwegend monomediaal wordt gewerkt. Het meest voorkomende multimediale profiel, print-web, is volgens de literatuur een logische combinatie met een lage drempel. Vaak betreft het louter de redactie van teksten voor de online publicatie. De vraagstelling sluit niet uit dat ook in dit profiel de mate van multimedialiteit vaak beperkt blijft tot het schrijven van online teksten. Zonder print-web bestaat de sample slechts uit 14% multimediale profielen. De meeste journalisten worden dus monomediaal ingezet. Deze bevinding zegt echter niets over multimediale nieuwsgaring of het crossmediale karakter van een journalistieke loopbaan. Een bespreking van het gebruik van modaliteiten is niet zinvol zonder deze te koppelen aan een mediaprofiel. Tabel 3 geeft het percentage journalisten weer per mediaprofiel dat een bepaalde modaliteit geregeld gebruikt. De data zijn geen indicatie over de mate van gebruik door een individuele journalist. De journalisten werd enkel gevraagd om een modaliteit aan te vinken, indien ze deze geregeld gebruiken. Ze moesten geen kwalificatie koppelen aan het gebruik en dus geven de percentages het aandeel fequent users weer. De formulering het gebruik van modaliteit X betekent hier het percentage journalisten dat geregeld gebruik maakt van modaliteit X ; dit ter bevordering van de leesbaarheid. Het valt op dat de modaliteit geschreven tekst binnen elk mediaplatform door een grote meerderheid geregeld wordt gebruikt. Enkel binnen het televisieprofiel wordt geschreven tekst door slechts de helft van de respondenten geregeld ingezet. Een mogelijke conclusie is dat geschreven taalvaardigheid binnen elk profiel van groot belang is. Deze bevinding moet en kan worden gestaafd door de resultaten uit de competentielijst.

9 Print Print- Web Web Radio TV-Radio + TV Rest Geschreven tekst 97,1 94,7 96,7 72,4 86,5 55,7 92,5 Foto's 73,1 84,2 90 1,7 37,8 37,7 60 Video 3,4 22,4 86,7 8,6 56,8 95,1 60 Illustraties 41,8 47,4 46,7 0 18,9 33,6 20 Infografieken 43,8 47,4 23,3 3, ,4 12,5 Gesproken tekst 3,3 7,9 36, ,3 80 Niet-verbaal geluid 0 3,9 3,3 77,6 37, Muziek 0,5 2,6 6,7 62,1 32, ,5 Animatievideo 0, ,6 39,3 15 Tabel 3: Aandeel journalisten per mediaprofiel dat modaliteit X geregeld gebruikt (n=597). Journalistieke competenties De journalisten moesten het belang van 57 competenties beoordelen aan de hand van een vijfpunt Likertschaal, waarbij 1 geheel niet belangrijk en 5 zeer belangrijk betekende. Deze lijst moest de journalist tweemaal doorlopen: eerst vanuit eigen perspectief, vervolgens vanuit het perspectief van de starter. In de bespreking van de competentielijst gaan we als volgt te werk. We beginnen met de globale beoordelingen per competentie, om deze daarna te vergelijken vanuit het perspectief van een starter. Ten slotte bekijken we de verschillende scores tussen de mediaprofielen. Dit doen we achtereenvolgens met de attitudes en persoonskenmerken, de competenties rond nieuwsgaring en de competenties rond nieuwsproductie. Van de 57 bevraagde competenties hebben er 41 een significant andere beoordeling gekregen vanuit een startersperspectief, waarvan 31 op niveau p<,001. De meeste verschillen zijn echter zo klein, dat ze geen zinvol onderscheid blootleggen tussen een ervaren journalist en een starter. Als het verschil groter is dan 0,3 beoordelingspunt, wordt het als zinvol beschouwd. Deze scores zijn in de competentielijsten (infra) reeds aangepast en worden aangeduid met een asterisk. Competenties, waarbij het verschil groter is dan een half beoordelingspunt, worden aangeduid met twee asterisken. Zo is maximaal gebruik gemaakt van de grotere n uit de eerste competentielijst, terwijl elke beoordeling betrekking heeft op een beginnende journalist. Binnen de categorie attitudes en persoonskenmerken (tabel 4) scoren overwegend stabiele persoonskenmerken en attitudes beter dan leerbare competenties. Leergierigheid, nieuwsgierigheid, accuratesse, een kritische instelling en stressbestendigheid benaderen de maximumscore. Leergierigheid en omgaan met kritiek zijn extra belangrijk voor starters, zo oordeelt de sample. Competenties rond kennisdomeinen staan onderaan de lijst en scoren allemaal onder het middelste beoordelingspunt. Algemene kennis scoort daarentegen wel zeer goed. Hiermee lijkt algemene kennis verkozen te worden boven specialisatie, wat bovendien een half beoordelingspunt minder belangrijk wordt ingeschat voor starters (M=2,84; SE=,05) dan voor ervaren journalisten (M=3,46; SE=,05)

10 (t(389)=1,27; p<,001). Kennisdomeinen, die doorgaans worden behandeld in theoretische cursussen rond journalistiek en communicatie, scoren matig en zijn bovendien minder belangrijk voor starters. Tijdens de kwalitatieve interviews brachten de experts deze kennisdomeinen ook zelden spontaan ter sprake. Kennis van de journalistieke deontologie scoort wel een stuk beter, al wordt ook deze competentie belangrijker geacht voor ervaren journalisten (M= 4,25; SE=,04) dan voor starters (M=3,87; SE=,05) ( t(389)= 8,77; p<,001 ). Mogelijk gaat hier eveneens de voorkeur uit naar learning on the job, al ligt de score voor starters ook tamelijk hoog. Zoals verwacht kon worden, is leiderschap geen belangrijke competentie voor een starter. Voor meer ervaren journalisten scoort deze competentie rond het middenpunt. Competentie Score Leergierig zijn(*) 4,85 Nieuwsgierig zijn 4,73 Accuraat zijn 4,66 Kritisch zijn 4,58 Omgaan met stress en tijdsdruk 4,55 Met kritiek omgaan(*) 4,55 Gedreven zijn 4,47 Een brede algemene kennis bezitten 4,38 Sociaal vaardig zijn 4,18 Een teamspeler zijn(*) 4,15 Assertief zijn 4,13 De journalistieke deontologie kennen(*) 3,87 Kennis over andere culturen bezitten 3,37 Jezelf willen profileren en netwerken binnen de journalistieke wereld 3,20 Inzicht hebben in het medialandschap(*) 2,97 Vertrouwd zijn met auteursrecht 2,86 Specialistische kennis bezitten over één thema(**) 2,84 Bewust zijn van technieken binnen PR en communicatiemanagement(*) 2,79 Kennis bezitten over de verschillende statuten waaronder een journalist kan werken 2,68 Kennis hebben van de commerciële aspecten van een mediabedrijf(*) 2,55 Een teamleider zijn(**) 2,26 Tabel 4: Belang van competenties: attitudes en persoonskenmerken (n=498) 2. 2 Beoordelingen vanuit startersperspectief (*) (**): n=399.

11 Als we op zoek gaan naar significante verschillen op basis van mediaprofielen, blijkt dat de meningen over attitudes en persoonskenmerken niet mediumspecifiek zijn. Alle competenties krijgen een zelfde beoordeling binnen elk mediaprofiel. Enkel bij de competentie vertrouwd zijn met auteursrecht wordt een significant verschil opgetekend (F(6, 491)= 2,79; p<,05). Uit de post-hoc test 3 blijkt dat auteursrecht een grotere rol speelt binnen het print-webprofiel (M= 3,17; SE=,12) dan bij radio (M= 2,51; SE=,14) en tv (M= 2,73; SE=,09). De beoordelingen van de andere profielen situeren zich tussen deze waarden, maar lijken verdeeld te zijn over de voordien gedefinieerde statische en dynamische stroming. De overige competenties krijgen mediabreed dezelfde beoordeling. Een factoranalyse kon geen zuivere factoren blootleggen, wat een zinvolle interpretatie bemoeilijkt. Er zijn daarom geen competentiebundels gedefinieerd binnen de categorie attitudes en persoonskenmerken. Competentie Score Engels beheersen 4,17 Grote hoeveelheden informatie analyseren en synthetiseren 4,11 Netwerken, contacten leggen 4,02 Frans beheersen 4,00 Online informatie zoeken op een gevorderd niveau 3,98 Interviewtechnieken beheersen(*) 3,93 Nieuws zoeken en bronnen checken zonder internet 3,90 Nieuws plaatsen in een historisch perspectief 3,69 Archieven raadplegen 3,60 Statistische data en grafieken interpreteren 3,40 Sociale netwerksites gebruiken (Facebook, Twitter,...) 2,96 Academische publicaties interpreteren 2,96 Duits beheersen 2,87 Openbaarheidswetgeving kennen 2,80 Een andere vreemde taal beheersen 2,78 Het Office-pakket op een gevorderd niveau gebruiken 2,42 Peilingen opstellen 2,14 Tabel 5: Belang van competenties: nieuwsgaring (n=485) 4. Wat betreft nieuwsgaring (tabel 5) kijken we eerst naar de kennis van vreemde talen. Frans en Engels worden heel belangrijk bevonden, maar Duits of een andere vreemde taal scoren een heel beoordelingspunt minder, waardoor ze net onder de middengrens belanden. Deze bevinding strookt met de interviews, waar Frans en Engels steevast naar voren kwamen als nodige competenties. Een 3 Bij alle analyses wordt Bonferroni als post-hoc test gebruikt. 4 Beoordelingen vanuit startersperspectief (*) (**): n=388.

12 derde vreemde taal werd voornamelijk als extra voordeel aanzien, maar leek niet noodzakelijk te zijn voor de nieuwsgaring. Wat betreft computer-assisted research blijkt online informatie zoeken een cruciale competentie te zijn. Deze competentie komt ook als aandachtspunt naar voren binnen de literatuur. Statistische data en grafieken interpreteren krijgt met 3,40 ook een relatief hoge score. Anderzijds moeten journalisten het Office-pakket niet op een gevorderd niveau kunnen gebruiken en moeten ze ook geen peilingen kunnen opstellen. Beide competenties scoren laag. Academische publicaties interpreteren en het gebruik van sociale netwerksites benaderen het middelste beoordelingspunt. Opmerkelijkerwijze scoren alle offline nieuwsgaringstechnieken zoals netwerken, interviewen en archieven raadplegen bovengemiddeld, met uitzondering van kennis van de openbaarheidswetgeving. De meeste scoren zelfs een (half) beoordelingspunt beter dan wat breed omschreven kan worden als CAR-technieken. De offline vaardigheid interviewtechnieken beheersen is overigens de enige competentie, die significant anders wordt beoordeeld vanuit het startersperspectief (t(386)= 6,73; p<,001). Bij meer ervaren journalisten zijn interviewtechnieken belangrijker (M= 4,22; SE=,05), wat opnieuw kan betekenen dat volgens het werkveld deze competentie best in de praktijk wordt verworven. Een andere mogelijke verklaring is dat de opdrachten voor een startende journalist nog geen gevorderde interviewvaardigheden vereisen. Alle andere competenties zijn even belangrijk voor een startende als voor een ervaren journalist. Competentie df (between / within groups) F Sig. Netwerken, contacten leggen 6 / 477 3,73,001 Online informatie zoeken op een gevorderd niveau 6 / 478 4,01,001 Interviewtechnieken beheersen 6 / 381 3,15,005 Nieuws zoeken en bronnen checken zonder internet 6 / 478 5,72,001 Sociale netwerksites gebruiken (Facebook, Twitter,...) 6 / 477 4,56,001 Tabel 6: F-statistieken nieuwsgaringscompetenties, die crossmediaal significant verschillen. Als we de globale competenties opsplitsen volgens mediaprofiel, treedt er wel heel wat significante variatie op (tabel 6). Er vormt zich een scheidingslijn tussen het webprofiel en de overige profielen. Interviewtechnieken, netwerkvaardigheden, nieuws zoeken en dit controleren zonder internet zijn allemaal een heel beoordelingspunt minder belangrijk binnen het online profiel. Anderzijds zijn het gebruik van sociale netwerksites en online zoekvaardigheden wel significant belangrijker voor een online journalist dan voor de overige profielen. Die laatste competentie is dan weer minder belangrijk binnen het audiovisuele radio-tv+-profiel. Blijkbaar bestaat er een verband tussen het ingeschatte belang van bepaalde nieuwsgaringstechnieken en het mediaplatform, waarvoor de journalist content produceert. Anders gezegd bestaat er een zekere vorm van congruentie tussen nieuwsgarings- en nieuwsproductiekanalen, in zoverre deze worden opgedeeld in offline en online kanalen. Het is verleidelijk om hierin een causaal verband te herkennen, waarbij het mediaprofiel een effect heeft op het ingeschatte belang van bepaalde nieuwsgaringstechnieken. Een schijnverband is evenwel mogelijk, waarbij bijv. een derde variabele leeftijd of ervaring een invloed heeft op de beoordeling van de garingstechnieken. Wanneer deze variabalen echter als covariaat worden toegevoegd aan de analyse,

13 wijzigt het effect van mediaprofiel niet. Uit een factoranalyse kwamen drie factoren binnen de categorie nieuwsgaring. Deze waren echter inhoudelijk weinig zinvol, dus werden er geen verdere analyses uitgevoerd. Competentie Score Een vlotte schrijfstijl hebben 4,60 Foutloos schrijven 4,50 Verschillende vormen van tekstopbouw en argumentatie beheersen 4,24 Doelgroepgericht denken en werken 3,89 Spreekvaardigheid beheersen (articulatie, dictie,...) 3,51 Aangepast schrijven voor online publicaties 3,23 Gevoel hebben voor lay-out en gebruiksvriendelijkheid(*) Weet hebben van de werking en logica van alle verschillende mediaplatformen Inzetbaar zijn binnen alle verschillende mediaplatformen 3,08 3,06 3,05 Gespecialiseerd zijn in één medium(**) 2,46 Audio opnemen (apparatuur, geluidssterkte, achtergrondgeluid,...) 2,37 Audio monteren 2,36 Werken met HTML 2,28 Video monteren 2,11 Fotograferen (apparatuur, compositie, licht,...) 2,09 Filmen (apparatuur, beeld, geluid,...) 2,02 Discussiefora of reacties modereren 1,97 Foto's bewerken (Photoshop,...) 1,91 Werken met authoring software (Publisher, Dreamweaver,...) 1,84 Tabel 7: Belang van competentie: nieuwsproductie (n=475) 5. 5 Beoordelingen vanuit startersperspectief (*) (**): n=386.

14 De competenties omtrent nieuwsproductie krijgen, zoals verwacht, verschillende beoordelingen naargelang het mediaprofiel (tabel 7). Ondanks de versnipperde resultaten komen er een aantal duidelijke tendensen naar voren. Ten eerste worden de drie niveaus in schrijfvaardigheid bij elk mediaplatform zeer hoog aangeschreven. Zowel spelling, schrijfstijl als tekstopbouw scoren alle drie hoog. Zelfs bij de audiovisuele profielen zoals televisie worden deze schrijfvaardigheden als belangrijkste competenties aanzien. Deze resultaten liggen in het verlengde van het veelvuldige en mediabrede gebruik van de modaliteit geschreven tekst. Verder in de rangschikking staan voornamelijk algemene competenties zoals doelgroepgerichtheid en gevoel voor lay-out. Gevoel voor lay-out is minder belangrijk voor een starter dan voor een ervaren journalist (t(384)=7,00; p<,001). In deze reeks zaten ook drie competenties vervat die peilen naar de vereiste mate van multimediale flexibiliteit. De journalisten hebben multimediale inzetbaarheid een zelfde quotering gegeven als een multimediale mindset. Aangezien binnen elk individueel mediaprofiel ook hetzelfde resultaat voor de twee competenties werd opgegeven, is het vermoeden ontstaan dat het door ons bedoelde onderscheid niet duidelijk genoeg is geformuleerd. Een T-test bevestigt het vermoeden dat de gemiddeldes van de twee items niet significant van elkaar verschillen (t(476)=-,11; p>,05). Bovendien toont een kruistabel aan dat de meeste journalisten een zelfde beoordeling geven aan beide variabelen. Het bedoelde nuanceverschil was dus niet duidelijk. De expertinterviews tonen echter een duidelijke voorkeur voor de multimediale mindset boven het allrounder -model. Terwijl de multimediale competenties beiden rond het middenpunt liggen, scoort gespecialiseerd zijn in één medium een half beoordelingspunt minder. Dit is trouwens een startersscore, die op zijn beurt half beoordelingspunt lager ligt dan de normale score (t(381)=10,86; p<,001). De mediumspecifieke nieuwsproductiecompetenties zelf doen het ook niet zo goed. Op spreekvaardigheid en online schrijfstijl na scoren alle nieuwsproductietechnieken tussen 1,5 en 2,5. De twee uitzonderingen zijn talige vaardigheden, terwijl de andere competenties een concrete technische vaardigheid impliceren. Gezien het mediumspecifieke karakter van deze competenties zijn de algemene beoordelingen enkel zinvol, als men ook de beoordelingen per mediaprofiel meeneemt in de analyse. Ten eerste wordt doelgroepgericht denken in elk profiel even hoog ingeschat (F(6,47)=1,14; p>,05). Wat betreft schrijfvaardigheid is een foutloze spelling ook even belangrijk voor elk mediaprofiel. Bij het audiovisuele en het tv-profiel zijn een vlotte schrijfstijl en tekstopbouw minder belangrijk dan bij de overige profielen (F(6,47)=4,29; p<,001) (F(6,47)=5,81; p<,001). Desalniettemin situeren deze lagere beoordelingen zich nipt onder het vierde beoordelingspunt, wat nog steeds een hoge score is. Anders is het bij online schrijfstijl en spreekvaardigheid, waarbij extreme waarden elkaar uitmiddelen. Een online schrijfstijl is, zoals verwacht, significant belangrijker bij de profielen web (M=4,54), print-web (M=4,06) en de restcategorie (M=3,97) (F(6,472)=19,48; p<,001). Bij de overige profielen scoort deze competentie rond het derde, dus middelste beoordelingspunt. Spreekvaardigheid is, wederom logischerwijs, beduidend belangrijker binnen de dynamische stroming (tv, radio, tv-radio+, rest) dan bij de geschreven en online profielen, waar de competentie een score tussen 2,5 en 3 krijgt (F(6,468)=55,08; p<,001). Bij de andere mediumspecifieke vaardigheden treedt in sommige gevallen een gelijkaardige uitmiddeling op. Eerder werd gemeld dat de beoordeling van deze vaardigheden nergens de grens van 2,5 overschrijdt. Gesplitst over de mediaprofielen heen scoren enkele vaardigheden alsnog bovengemiddeld. Binnen het webprofiel scoren werken met HTML (M=3,54), websites modereren (M=3,29) en fotobewerking (M=3,87) overwegend goed tot heel goed, terwijl bij de andere profielen deze competenties maar sporadisch boven de twee beoordelingspunten geraken 6. Audio en video monteren en opnemen scoren alle boven de drie beoordelingspunten bij het tv-profiel en de restcategorie; bij het radioprofiel is audio monteren en opnemen met scores als 4,5 en hoger 6 Werken met HTML: F(6,468)=11,15; p<,001. Discussiefora of reacties modereren: F(6,469)=11,08; p<,001). Foto s bewerken: F(6,467)=18,74; p<,001.

15 uitermate belangrijk. Gebruiksvriendelijkheid en lay-out zijn minder belangrijk binnen het tv-profiel (M=2,59; SE=,11) in vergelijking met het printprofiel (M=3,22; SE=,10), wat op zijn beurt minder belang hecht aan de competentie dan het print-webprofiel (M=3,61; SE=,15) en het webprofiel (M=3,76; SE=,19) (F(6,378)=7,98; p<,001). Ondanks significante verschillen overstijgen competenties rond authoring software en fotografie de grens van 2,5 niet: in geen enkel mediaprofiel worden deze competenties belangrijk geacht. Ten slotte zijn er de competenties die peilen naar de nood aan multimediale flexibiliteit. Eerder stelden we vast dat de globale score voor de multimediale competenties neutraal was (M=3,06; M=3,07). Bij een opsplitsing volgens mediaprofiel wordt duidelijk dat er binnen het webprofiel meer vraag is naar multimediale flexibiliteit (M= 3,79; M=3,67) dan bij het printprofiel (M=2,73; M=2,75) (F(6,471)=7,85; p<,001) (F(6,470)=5,49; p<,001). Ook binnen het multimediale restprofiel hecht men meer belang aan multimedialiteit dan bij de traditionele monomediale profielen. De vraag naar specialisatie is dan weer bij het radioprofiel (M=2,93) groter dan bij het printprofiel (M=2,28), al is ook dat geen hoge score. Specialisatie is blijkbaar geen vereiste voor een startende journalist. Een factoranalyse werd uitgevoerd om eventuele onderliggende factoren bloot te leggen. Deze worden sterk bepaald door de soort modaliteit, waartoe elke competentie betrekking heeft. De factoren leveren daarom geen nieuwe inzichten op en worden uit de analyse gelaten. 4. Conclusie Mediaprofielen en modaliteiten Net als in het buitenland blijkt er in het Vlaamse nieuwsmedialandschap overwegend monomediaal te worden gewerkt. Drie op vier journalisten werken uitsluitend voor één medium. Bovendien bestaat een groot deel van het multimediale werk binnen het print-webprofiel waarschijnlijk uit online tekstredactie. Zoals Russial (2009) reeds aangaf, worden in dat geval geen nieuwe competenties ingezet, maar wenden journalisten bestaande kerncompetenties aan (in casu schrijfvaardigheid) om verschillende mediaplatformen te dienen. Uit de survey blijkt eveneens dat journalisten met een printen een print-webprofiel met een nagenoeg identieke regelmaat de verschillende modaliteiten gebruiken in hun nieuwsproducten. Als we op basis van deze redenering het print-webprofiel rekenen bij de vier monomediale profielen, werken bijna negen op tien journalisten in een (quasi) monomediale werkcontext. Een momentopname van het werkveld levert dus een relatief traditioneel beeld op inzake multimedialiteit. Enige nuancering dringt zich echter op. Deze momentopname brengt niet de verschillende mediaplatformen in kaart, waarvoor een journalist mogelijk zal werken tijdens zijn loopbaan. Evenmin zegt de survey iets over de eventuele crossmediale samenwerking tussen monomediale redacties, waarbij nieuwsproducten van het ene platform naar het andere vertaald moeten worden. Het gebruik van modaliteiten kan hier inzichten leveren. Ten slotte wordt hier enkel multimedialiteit in de nieuwsproductiefase omschreven, terwijl een journalist ook tijdens de nieuwsgaring verschillende kanalen kan benutten. De verschillende instrumenten binnen nieuwsgaring komen later nog aan bod. Uit de beoordeling van de competenties blijkt dat specialisatie in één mediaplatform minder belangrijk wordt bevonden voor starters dan multimediale flexibiliteit, al wordt ook deze laatste competentie niet als prioritair bestempeld (rond het middelste beoordelingspunt). Verregaande voorafgaandelijke specialisatie wordt dus afgeraden. De resultaten bevestigen evenmin het idee van the multimedia beast, die eigenhandig een nieuwsfeit moet kunnen verslaan en klaarstomen voor een resem mediaplatformen. De overgrote meerderheid van Vlaamse journalisten werkt voor één mediaplatform tegelijk. In de expertinterviews kwam al vaker naar voren dat het idee van de multimediale journalist stilaan wordt verlaten of minstens genuanceerd wordt ingevuld.

16 Naast mediaplatformen kan nieuwsproductie ook worden geëvalueerd op basis van de gebruikte modaliteiten. Geschreven tekst wordt over alle mediaprofielen heen door zeer veel journalisten geregeld ingezet. Dat maakt van geschreven tekst voor elke journalist een heel belangrijke modaliteit. Enkel binnen het televisieprofiel zetten wat minder journalisten geschreven tekst geregeld in als modaliteit. Op basis van de negen bevraagde modaliteiten lijken er zich twee tot drie stromingen af te tekenen. Het verwantschap tussen het printprofiel, het webprofiel en het print-webprofiel is zeer duidelijk en laat zich kenmerken door het geregeld gebruik van statische modaliteiten zoals geschreven tekst, foto s en infografieken. Het webprofiel wijkt af van de twee andere mediaprofielen door het lagere gebruik van infografieken en de exponentieel grotere inzet van video en, weliswaar in mindere mate, gesproken tekst. Daarom kan het webprofiel als een hybride categorie aanzien worden, die vooral lijkt aan te leunen bij de statische stroming. Om deel uit te maken van de dynamische stroming maakt de gemiddelde webjournalist te weinig gebruik van dynamische modaliteiten als muziek, animatievideo en gesproken tekst, zoals dat wel het geval is binnen het radio-, televisie-, audiovisuele en multimediale restprofiel. De vraagstelling laat overigens een webjournalist toe om video als modaliteit aan te vinken bij de integratie van Youtube-filmpjes in het nieuwsbericht. Van autonome video-opname is vermoedelijk geen sprake. De vaststelling dat er minstens twee duidelijke stromingen te onderscheiden zijn, versterkt het idee van de monomediale journalist, die enkel gebruik maakt van de modaliteiten binnen het eigen mediaplatform. Hoewel de digitalisering de toegang tot modaliteiten voor verschillende media heeft vergroot, komt ook hier een eerder traditioneel beeld naar voren. We besluiten daarom dat het eerder geformuleerde vermoeden stand houdt: Een Vlaamse journalist moet monomediaal kunnen werken en multimediaal denken. Zo kan hij samenwerken met andere mediaplatformen en doorheen de loopbaan van het ene naar het andere platform groeien. Competenties De bevraagde competenties zijn in drie categorieën opgedeeld: attitudes en persoonskenmerken, nieuwsgaring en nieuwsproductie. In bijlage 2 is de samenvattende crossmediale competentiematrix opgenomen met de scores van de verschillende competenties die vallen onder de drie hoofdcategorieën. Over de individuele competenties valt heel wat te zeggen, maar ook de verhouding tussen de categorieën is informatief. De gemiddelde score per categorie bedraagt respectievelijk 3,76; 3,31 en 2,82. De eerste categorie haalt een hogere score dan nieuwsgaring, die op haar beurt beduidend beter scoort dan nieuwsproductie. De lagere verwachtingen over technische competenties versterken het idee dat een starter zulke vaardigheden in de praktijk hoort op te bouwen. Een starter moet deze competenties niet volledig verworven hebben, nog voor hij het werkveld betreedt. Die boodschap kwam alvast naar voren in de expertinterviews. Ondanks de hoge gemiddelde score zijn er duidelijke verschillen zichtbaar binnen de eerste categorie. De absolute topcompetenties slaan op abstracte en overkoepelende attitudes en persoonskenmerken, terwijl de concreet leerbare competenties binnen deze pool een eerder bescheiden en neutrale score krijgen. De toppers zijn nieuwsgierigheid, leergierigheid, stressbestendigheid, accuratesse, een kritische houding alsook zelf kunnen omgaan met kritiek. Leerbare competenties scoren eerder matig en handelen vooral rond journalistieke kennis en communicatiewetenschap. Twee kenniscompetenties doen het wel beduidend beter: kennis van de journalistieke deontologie en algemene kennis. Een brede maatschappelijke achtergrond wordt, zeker voor een starter, een stuk belangrijker geacht dan specialistische kennis. De vraag naar een brede fond weerklonk al eerder bij de commentaren en de expertinterviews, en wordt nu dus bevestigd door de voltallige sample. Voltallig, want over het belang van deze competenties bestaat een mediabrede consensus. Of een journalist nu voor een algemeen nieuwsmerk of een gespecialiseerde publicatie werkt, algemene kennis is voor een starter altijd van groot belang. Er kunnen bijgevolg drie conclusies worden getrokken betreffende attitudes en persoonskenmerken: Vooral abstracte of overkoepelende attitudes worden zeer belangrijk geacht. Indien alle 57 competenties worden gerangschikt volgens belang, zijn elf van de vijftien belangrijkste

17 competenties afkomstig uit de eerste categorie. Tien van deze elf competenties slaan op abstracte, overkoepelende attitudes en persoonskenmerken. De enige concrete kenniscompetentie uit deze elf is een brede algemene kennis. Dat is vervolgens de tweede conclusie. Een brede algemene kennis wordt heel belangrijk geacht en bovendien een stuk belangrijker dan specialistische kennis. Ook een goede kennis van deontologie vinden journalisten belangrijk bij een starter. Voor deze beoordelingen bestaat een groot draagvlak. Naast het veelvuldig ter sprake komen tijdens de expertinterviews en in de commentaren, worden de beoordelingen binnen deze categorie gedragen door alle mediaprofielen. In de tweede categorie zitten een aantal vaardigheden rond nieuwsgaring gebundeld zoals talenkennis, computer-assisted reporting en meer klassieke, offline nieuwsgaringsmethoden. Journalisten uit elk mediaprofiel zijn het erover eens dat een gedegen kennis van Engels en Frans onontbeerlijk is. Engels is zelfs de nieuwsgaringscompetentie met de hoogste score. Opvallend is dat Duitse taalbeheersing pas op de dertiende plaats staat in de lijst met zeventien nieuwsgaringscompetenties. In absolute termen krijgt Duits, net als een andere vreemde taal, een beoordeling onder het middenpunt. Hoewel oudere journalisten en freelancers iets betere scores toekennen, vindt het werkveld Duitse taalbeheersing duidelijk geen prioriteit. De survey correspondeert ook op dit punt met de expertinterviews, waar Engels en Frans vaak spontaan werden opgenoemd als belangrijke talen, terwijl Duits zelden ter sprake kwam. Hoewel een extra taal naast Frans en Engels niet cruciaal lijkt te zijn, kan ze wel een meerwaarde vormen, zoals tijdens de interviews vaak werd gesteld. Een andere bevinding betreft de verschillende scores tussen enerzijds typische CAR-technieken (online zoekstrategieën, gevorderd gebruik van Office, gebruik van sociale netwerksites en peilingen opstellen) en anderzijds typische offline nieuwsgaringstechnieken (interviewtechnieken, netwerken, archieven raadplegen en offline bronnenonderzoek). De gemiddelde scores van de competenties uit beide groepen verschillen een heel beoordelingspunt, waarbij offline nieuwsgaring sterk scoort (M=3,86) en CAR eerder neutraal (M=2,88). Online zoekstrategieën vinden journalisten wel een heel belangrijke competentie, maar verder ligt de klemtoon op eerder klassieke en algemene competenties als analyse- en synthesevaardigheden, netwerken en interviewtechnieken. Op academische vaardigheden als statistische analyse en wetenschappelijke publicaties analyseren wordt maar koeltjes gereageerd. Peilingen opstellen en het gevorderd gebruik van Officetoepassingen scoren bijzonder laag. De meningen over het belang van nieuwsgaringscompetenties worden mediabreed gedeeld, op het webprofiel na. De webjournalist vindt de klassieke offline nieuwsgaringstechnieken als netwerken, interviewen en offline bronnenonderzoek minder belangrijk en zet sterk in op online zoekstrategieën en sociale netwerksites. Dit versterkt het beeld van de online journalist als een deskredacteur, die naast nieuwsproductie ook al zijn nieuwsgaring langs het internet uitvoert. Deze online only benadering op nieuwsgaring onderscheidt het webprofiel van de rest van het werkveld. We brengen ter herinnering dat dit onderzoek het belang van competenties volgens het werkveld in kaart brengt en geen analyse inhoudt van het reële werk van een (web)journalist. Desalniettemin wijzen de prioriteiten van het webprofiel in de richting van een dergelijke werkwijze. Er kan alleszins gesteld worden dat het webprofiel uniek is in zijn manier van nieuwsgaring. Samengevat trekken we bij deze tweede categorie drie conclusies: Franse en Engelse taalbeheersing zijn volgens onze sample cruciaal tijdens de nieuwsgaring. Duits of een andere vreemde taal vormt geen vereiste. Het werkveld hecht meer belang aan algemene en traditionele nieuwsgaringstechnieken dan aan wat breed omschreven kan worden als CAR-technieken. De nieuwe instrumenten, die een journalist na de digitale revolutie ter beschikking heeft, zijn niet alleen ondergeschikt aan algemene nieuwsgaringsprincipes, maar ook aan de traditionele informatiekanalen en nieuwsgaringstechnieken.

18 Journalisten uit het webprofiel vinden deze traditionele technieken minder belangrijk dan hun collega s en zetten zwaar in op online informatiekanalen. De derde categorie groepeert een aantal competenties rond nieuwsproductie: zowel mediumspecifieke als algemene competenties en een drietal stellingen die peilen naar de vereiste multimediale flexibiliteit. Deze laatste zijn reeds besproken in de vorige paragraaf over mediaprofielen en modaliteiten. Zoals verwacht krijgen de items uit deze categorie uiteenlopende beoordelingen, afhankelijk van het mediaprofiel. Een constante is evenwel de zeer hoge scores voor de drie schrijfvaardigheden: spelling, stijl en tekstopbouw. Ter illustratie: dit zijn de enige nieuwsproductiecompetenties in de top 15 van alle 57 bevraagde items, waarvan de laagste schrijfvaardigheid (tekstopbouw) de elfde plaats bezet. Schrijfvaardigheid is zo binnen elk mediaprofiel de belangrijkste competentiebundel. In de expertinterviews werd al aangegeven dat een startende journalist zonder taalgevoel weinig kans maakt om aangenomen te worden of door te groeien. Een aantal experts stelt zelfs dat iemand met onmiskenbare expertise geen goede journalist kan zijn, als deze niet de vertaalslag van expertise naar een aantrekkelijke, toegankelijke en begrijpelijke tekst kan maken. Schrijfvaardigheid lijkt, meer zelfs dan algemene kennis, een conditio sine qua non te zijn voor het ganse werkveld. Doelgroepgerichtheid wordt ook mediabreed als zeer belangrijk ervaren. Zowel journalisten uit de algemene nieuwsmedia als de gespecialiseerde merken hechten veel belang aan deze competentie. De andere nieuwsproductiecompetenties zijn beduidend minder belangrijk. De meeste items krijgen een score rond het tweede beoordelingspunt. Sommige items krijgen binnen de individuele mediaprofielen een iets betere, maar nog steeds neutrale beoordeling. Een enkele keer wordt een nieuwsproductiecompetentie als erg belangrijk ervaren binnen een individueel mediaprofiel. Aangezien de scores aanzienlijk verschillen tussen de individuele mediaprofielen, stippen we per profiel een opvallende bevinding aan: Printjournalisten hechten in vergelijking met hun collega s het minste belang aan mediumspecifieke nieuwsproductievaardigheden. Het print-webprofiel lijkt sterk op het printprofiel, met uitzondering van een hogere score voor HTML, gebruiksvriendelijkheid en online schrijven. Binnen het webprofiel krijgen de meeste competenties een relatief hoge score. Ook hier verschilt het webprofiel van alle andere profielen. Aangezien webjournalisten ook andere prioriteiten leggen bij de nieuwsgaring, lijkt online journalistiek in Vlaanderen op een fundamenteel andere manier beoefend te worden dan journalistiek voor de andere mediaplatformen. Het radioprofiel hecht bijzonder veel belang aan spreekvaardigheid, audio opnemen en audio monteren. Als we terugdenken aan het smalle gebruik van modaliteiten, kan worden gesteld dat het radioprofiel het meest gespecialiseerde profiel is. De radiojournalist concentreert zich namelijk rond een beperkt aantal nieuwsproductievaardigheden en modaliteiten, maar het is zeer belangrijk dat de journalist deze goed beheerst. Zelfs een startende journalist moet kennelijk voorafgaandelijk een aantal technische vaardigheden beheersen om het vak te beoefenen. Het televisieprofiel concentreert zich op audiovisuele competenties, al situeren de scores ook hier rond het neutrale middenpunt. Videomontagetechnieken worden wel als belangrijk beschouwd. Op montagetechnieken na zijn de scores binnen het multimediale audiovisuele profiel identiek aan die van het televisieprofiel. Binnen het multimediale restprofiel krijgen de meeste competenties dan weer een neutraal oordeel, vermoedelijk als gevolg van uitmiddeling door de geclusterde mediaprofielen. Opmerkelijk is dat fotografie over het ganse werkveld een lage score krijgt. Foto s bewerken krijgt zelfs een bijzonder lage score, behalve binnen het webprofiel. Zo is fotografie de minst gewaardeerde competentiecluster. Freelancers vormen de uitzondering op de regel en geven fotografie als competentie een neutrale score. Wat betreft de hypothese over een online paradox leveren deze

19 resultaten geen duidelijke bevestiging. De hypothese stelde dat gevorderde technische vaardigheden geen vereiste zijn om als online journalist multimediale content te verspreiden. Dit zou mogelijk zijn dankzij verhoogde gebruiksvriendelijkheid van softwarepakketten, technische ondersteuning en de jonge leeftijd van online journalisten (cfr. digital natives). Hoewel binnen het webprofiel een groot aantal nieuwsproductiecompetenties beter scoort dan bij de andere profielen, zijn ook deze scores doorgaans matig. Slechts een paar items worden duidelijk belangrijk geacht. Veel audiovisuele competenties blijken echter niet belangrijk te zijn binnen het webprofiel. Van een ware multimedia editor is dus in Vlaanderen geen sprake. De definitie van de hybride stroming blijft gehandhaafd, waarbij het webprofiel meer aanleunt bij de statische stroming dan bij de dynamische stroming. In plaats van een online paradox lijkt de term online mythe gepaster. De online paradox verenigt enerzijds de schijnbaar benodigde expertise om aan multimediale journalistiek te doen en anderzijds de daadwerkelijke multimediale output. Gelet op de resultaten van dit onderzoek over gebruikte modaliteiten en benodigde nieuwsproductiecompetenties binnen het webprofiel, blijken zowel de inzet van verschillende modaliteiten als de vereiste expertise om deze in te zetten relatief beperkt te zijn. Men kan stellen dat er binnen het webprofiel niet in die mate multimediaal wordt gewerkt om te spreken van een schijnbare discrepantie tussen competenties en output. Het lijkt gepaster om te spreken van een online mythe, waarbij zowel de technische competenties als de multimediale output binnen het webprofiel niet gespecialiseerd zijn. Samengevat trekken we drie conclusies bij deze laatste categorie. Schrijfvaardigheid is absoluut onontbeerlijk binnen eender welk mediaprofiel. Ook doelgroepgerichtheid is van crossmediaal belang. De andere mediumspecifieke nieuwsproductievaardigheden zijn minder belangrijk. Ook binnen de individuele mediaprofielen halen de meeste competenties niet meer dan een neutrale score. Fotografie en fotobewerking zijn de minst belangrijke productietechnieken, die een starter onder de knie moet hebben. Zowel de gebruikte modaliteiten als de gevraagde nieuwsproductiecompetenties zijn binnen het webprofiel niet van een gevorderd niveau. Daarom lijkt het correcter om niet te spreken van een online paradox, maar van een online mythe. Het gebruik van de verschillende modaliteiten is beperkt en ligt in de lijn van de statische stroming. Webjournalisten vinden een aantal nieuwsproductiecompetenties weliswaar belangrijker dan hun collega s, maar volleerde multimediaspecialisten worden niet gevraagd.

20 BIJLAGE 1: geraadpleegde experts 1. WERKVELD 1. Mieke Berendsen voormalig directeur media VRT 2. Ides Debruyne voorzitter Fonds Pascal Decroos 3. Dominique Deckmyn redactiechef DeStandaard.be 4. Annelien De Greef printjournalist De Standaard 5. Mieke Geysmans journalist online She 6. Eric Goens directeur informatie VMMa 7. Lisbeth Imbo radiojournalist Radio 1 8. Pascal Kerkhove hoofdredacteur Gazet van Antwerpen 9. Stefan Kölgen coördinator Stampmedia 10. Ann Lemmens journalist online Flair 11. Dirk Reynaers redactiechef online VRT 12. Pieter Rombouts videojournalist GVA 13. Han Soete hoofdredacteur De Wereld Morgen, toen Indymedia 14. Koen Stuyck hoofdredacteur Stampmedia 15. Georges Timmerman hoofdredacteur Apache, toen DeWerktitel 16. Ann Van den Broek redactiechef Nieuwsblad.be 17. Peter Vandermeersch voormalig algemeen hoofdredacteur Het Nieuwsblad en De Standaard 18. Sven Van Haezendonck chef online Gazet van Antwerpen 19. Klaus Van Isacker voormalig algemeen hoofdredacteur De Morgen 20. Mick Van Loon redactiechef online De Persgroep 2. ONDERZOEKSVELD 21. Annet Daems coördinator Media Expertise Centre Lessius Mechelen 22. Dirk De Grooff hoogleraar in de communicatiewetenschappen KUL 23. Steve Paulussen doctor in de communicatiewetenschappen UGent 24. Hilde Van den Bulck hoogleraar in de communicatiewetenschappen UA

Uitdagingen en mogelijkheden voor journalisten in de crossmediale en multimediale omgeving

Uitdagingen en mogelijkheden voor journalisten in de crossmediale en multimediale omgeving Journalistiek 2.0? Uitdagingen en mogelijkheden voor journalisten in de crossmediale en multimediale omgeving Op het ritme van een aantal ingrijpende technologische veranderingen is er de laatste jaren

Nadere informatie

Op de vraag of men de artikelen zelf in het Engels schrijft, gaf één wetenschapper het volgende aan:

Op de vraag of men de artikelen zelf in het Engels schrijft, gaf één wetenschapper het volgende aan: NEDERLANDS, TENZIJ Onderzoek Vakgroep Marktkunde en Marktonderzoek RUG In dit onderzoek zijn de volgende vragen geformuleerd: Welke factoren zijn op dit moment van invloed op de beslissing of Nederlandse

Nadere informatie

Master in de journalistiek

Master in de journalistiek ANTWERPEN t Master in de journalistiek Faculteit Sociale Wetenschappen Master in de journalistiek De master in de journalistiek vormt kritische journalisten die klaar zijn voor de arbeidsmarkt. De weloverwogen

Nadere informatie

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97

Methoden van het Wetenschappelijk Onderzoek: Deel II Vertaling pagina 83 97 Wanneer gebruiken we kwalitatieve interviews? Kwalitatief interview = mogelijke methode om gegevens te verzamelen voor een reeks soorten van kwalitatief onderzoek Kwalitatief interview versus natuurlijk

Nadere informatie

De staat van de Vlaamse nieuwsmedia. Vier jaar onderzoek van het Steunpunt Media Stefaan Walgrave en Julie De Smedt

De staat van de Vlaamse nieuwsmedia. Vier jaar onderzoek van het Steunpunt Media Stefaan Walgrave en Julie De Smedt De staat van de Vlaamse nieuwsmedia Vier jaar onderzoek van het Steunpunt Media Stefaan Walgrave en Julie De Smedt Beleidsrelevant onderzoek in opdracht van de minister van Media 2012-2015 Universiteiten

Nadere informatie

Docentendag 2015. Welkom collega s. Mediaredactie, is dat eigenlijk wel voor mbo ers?

Docentendag 2015. Welkom collega s. Mediaredactie, is dat eigenlijk wel voor mbo ers? Docentendag 2015 Welkom collega s Mediaredactie, is dat eigenlijk wel voor mbo ers? Wie ben ik Jan Smit (1955) Docent journalistieke vaardigheden Voorheen freelance docent Nieuws en Informatie bij Saxion

Nadere informatie

Master in de journalistiek

Master in de journalistiek BRUSSEL t Master in de journalistiek Faculteit Sociale Wetenschappen Welkom aan de KU Leuven, de grootste en oudste universiteit van België. Je kunt hier je studietraject verderzetten en verrijken, ook

Nadere informatie

Verslag 10 december 2014

Verslag 10 december 2014 Verslag 10 december 2014 Op 10 december vond, in Het Communicatiehuis te Gent, de eerste vergadering van de gebruikersgroep plaats. Er waren 25 bedrijven aanwezig. Voorstelling IWT De heer Filip Van Isacker

Nadere informatie

Maurice Jongmans is Adviseur Social Media en Zoekmachineoptimalisatie bij Webtechniek in Delft.

Maurice Jongmans is Adviseur Social Media en Zoekmachineoptimalisatie bij Webtechniek in Delft. Maurice Jongmans is Adviseur Social Media en Zoekmachineoptimalisatie bij Webtechniek in Delft. Webtechniek is gespecialiseerd in technische oplossingen voor internet en applicaties. Sinds 2000 is het

Nadere informatie

Taal en Connector Ability

Taal en Connector Ability Taal en Connector Ability Nico Smid Taal en Intelligentie Het begrip intelligentie gedefinieerd als G ( de zogenaamde general factor) verwijst naar het algemene vermogen om nieuwe problemen in nieuwe situaties

Nadere informatie

Mediawijsheid. Informatiekaart 08. leren vernieuwen

Mediawijsheid. Informatiekaart 08. leren vernieuwen Informatiekaart 08 leren vernieuwen Mediawijsheid Mediawijsheid is actueel in het onderwijs. Kinderen worden geconfronteerd met steeds meer verschillende media; naast de krant en de televisie worden kinderen

Nadere informatie

Samenvatting. Clay Shirky Iedereen Hoofdstuk 4 Eerst publiceren, dan filteren. Esther Wieringa - 0817367 Kelly van de Sande 0817383 CMD2B

Samenvatting. Clay Shirky Iedereen Hoofdstuk 4 Eerst publiceren, dan filteren. Esther Wieringa - 0817367 Kelly van de Sande 0817383 CMD2B Samenvatting Clay Shirky Iedereen Hoofdstuk 4 Eerst publiceren, dan filteren Esther Wieringa - 0817367 Kelly van de Sande 0817383 CMD2B Deze samenvatting gaat over hoofdstuk 4; eerst publiceren dan filteren,

Nadere informatie

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Monitoring Rapport: Januari 2012 Jan van Nispen Inleiding Sinds 2008 zijn woorden zoals crisis, financieringsproblemen, waarborgen en bailouts niet meer uit de

Nadere informatie

HOOFDSTUK 6 Samenvattende conclusies

HOOFDSTUK 6 Samenvattende conclusies 6 pagina 97 HOOFDSTUK 6 Samenvattende conclusies 6.1 Nieuws 6.1.1 Content: Zijn jongeren in nieuws geïnteresseerd? 6.1.2 Waarde: Is nieuws volgen belangrijk? 6.1.3 Oordeel: Hoe beoordelen jongeren nieuws?

Nadere informatie

Recruitment anno 2005 Recruitment anno 2005 Handvatten ter verbetering van het recruitmentproces Inhoud Wederzijdse verwachtingen Ontvangstbevestiging Uitnodiging Gehele proces Motivaties Keuzes Veldwerk:

Nadere informatie

De resultaten van een online campagne

De resultaten van een online campagne De resultaten van een online campagne Het einde nadert voor de wedstrijd van Gentse Ondernemer van het jaar, de mogelijkheid tot stemmen is reeds afgelopen. Deze voorbije aantal weken heeft Rgbscape dan

Nadere informatie

Onderzoek: Het gebruik van Social Media in bibliotheken

Onderzoek: Het gebruik van Social Media in bibliotheken Onderzoek: Het gebruik van Social Media in bibliotheken Persoonlijk gebruik van Social Media is de afgelopen jaren explosief gestegen. Op professioneel vlak worden Social Media gezien als een nieuwe manier

Nadere informatie

Internet Marketing Termen

Internet Marketing Termen Internet Marketing Termen Als beginnend Internet Marketeer ga je veel termen tegen komen, die je in verwarring zullen brengen. Hieronder heb ik een lijst met termen voor je samengesteld om jouw leven als

Nadere informatie

Formuleren van de onderwijsdoelen van de bacheloropleidingen aan de UA

Formuleren van de onderwijsdoelen van de bacheloropleidingen aan de UA Formuleren van de onderwijsdoelen van de bacheloropleidingen aan de UA Inleiding Tijdens de eerste studiedag van de BAMA-werkgroep op 10 oktober l.l. werd aan de BAMAcoördinatoren de opdracht gegeven om

Nadere informatie

Thomas Voorbeeld. Thomas Leiderschap Vragenlijst. Persoonlijk & Vertrouwelijk

Thomas Voorbeeld. Thomas Leiderschap Vragenlijst. Persoonlijk & Vertrouwelijk 360-rapport Thomas Voorbeeld Thomas Leiderschap Vragenlijst Persoonlijk & Vertrouwelijk Inhoud Inleiding Toelichting bij het 360-rapport Gemiddelde per competentie Weergave van de 5 hoogste en 5 laagste

Nadere informatie

Zelftest communityvaardigheden voor bibliotheekmedewerkers

Zelftest communityvaardigheden voor bibliotheekmedewerkers Zelftest communityvaardigheden voor bibliotheekmedewerkers Onderdeel van toolkit Nieuw Delen 2. Zelftest Werken met Communities Wat kan ik met de zelftest? Hieronder tref je een test aan waarmee je een

Nadere informatie

IMPACT VAN SOCIAL MEDIA OP HET NIEUWS

IMPACT VAN SOCIAL MEDIA OP HET NIEUWS #SMING14 IMPACT VAN SOCIAL MEDIA OP HET NIEUWS EEN INTERNATIONAAL ONDERZOEK DOOR ING NAAR DE IMPACT VAN SOCIAL MEDIA OP DE WERKZAAMHEDEN VAN PR PROFESSIONALS & JOURNALISTEN, NIEUWS & NIEUWSVERSPREIDING

Nadere informatie

Structurele ondernemingsstatistieken

Structurele ondernemingsstatistieken 1 Structurele ondernemingsstatistieken - Analyse Structurele ondernemingsstatistieken Een beeld van de structuur van de Belgische economie in 2012 en de mogelijkheden van deze databron De jaarlijkse structurele

Nadere informatie

Resultaten enquête Een nieuwe invulling voor het Beekstraatkwartier

Resultaten enquête Een nieuwe invulling voor het Beekstraatkwartier Resultaten enquête Een nieuwe invulling voor het Beekstraatkwartier KLANT IS KONING Resultaten Om een beter beeld te krijgen over de meningen omtrent de nieuwe invulling van het Beekstraatkwartier in Weert

Nadere informatie

gegevens analyseren Welk onderzoekmodel gebruik je? Quasiexperiment ( 5.5) zonder controle achtergronden

gegevens analyseren Welk onderzoekmodel gebruik je? Quasiexperiment ( 5.5) zonder controle achtergronden een handreiking 71 hoofdstuk 8 gegevens analyseren Door middel van analyse vat je de verzamelde gegevens samen, zodat een overzichtelijk beeld van het geheel ontstaat. Richt de analyse in de eerste plaats

Nadere informatie

NOM op weg naar het bereik van totale mediamerken

NOM op weg naar het bereik van totale mediamerken NOM op weg naar het bereik van totale mediamerken September 2015 De grens tussen de traditionele media print, televisie en radio is in de afgelopen jaren steeds meer aan het vervagen. Digitale activiteiten

Nadere informatie

ENQUÊTE: toetsing op maat

ENQUÊTE: toetsing op maat ENQUÊTE: toetsing op maat Bezoekers van de website van de PO-Raad konden hun mening geven over toetsing op maat. Tussen 22 januari en 6 februari 2013 hebben 201 mensen de enquête volledig ingevuld. De

Nadere informatie

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011)

Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Onderzoek Verplaatsingsgedrag Vlaanderen 4.3 (2010-2011) Verkeerskundige interpretatie van de belangrijkste tabellen (Analyserapport) D. Janssens, S. Reumers, K. Declercq, G. Wets Contact: Prof. dr. Davy

Nadere informatie

Minder nieuws voor hetzelfde geld?

Minder nieuws voor hetzelfde geld? www.nieuwsmonitor.net Minder nieuws voor hetzelfde geld? Van broadsheet naar tabloid Meer weten? Onderzoekers Nieuwsmonitor Carina Jacobi Joep Schaper Kasper Welbers Kim Janssen Maurits Denekamp Nel Ruigrok

Nadere informatie

Social media workshop

Social media workshop Social media workshop Doel van vandaag: Een introductie, wat is social media. Verdieping binnen een Facebook fanpage. Wat is Social Media Social media zijn communicatiekanalen op internet waarop informatie,

Nadere informatie

Digitale (r)evolutie in België anno 2010.

Digitale (r)evolutie in België anno 2010. ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 23 februari 2011 Digitale (r)evolutie in België anno 2010. De digitale revolutie zet zich steeds verder door in België: 73% van de Belgische

Nadere informatie

Communicatiemiddelen. Voor bedrijven en organisaties. www.komon.nl www.twitter.com/_komon

Communicatiemiddelen. Voor bedrijven en organisaties. www.komon.nl www.twitter.com/_komon Communicatiemiddelen Voor bedrijven en organisaties www.komon.nl www.twitter.com/_komon Communicatiemiddelen Ieder communicatiemiddel heeft een eigen effect. Het is belangrijk te bepalen welke communicatiemiddelen

Nadere informatie

Team Mirror. Handleiding - Jezelf online registreren. Vertrouwelijk document uitgegeven door www.unicorngroup.be

Team Mirror. Handleiding - Jezelf online registreren. Vertrouwelijk document uitgegeven door www.unicorngroup.be Team Mirror Handleiding - Jezelf online registreren Vertrouwelijk document uitgegeven door www.unicorngroup.be Handleiding Jezelf online registreren In deze handleiding leiden we je als facilitator door

Nadere informatie

!"#$%&'()*+,"#"-. 70-&6+*%"#"-!"#$%&'()*+)&#,#-.#/)01*1 +"7"#""- 9"#)&7(7:'3#)$#:;#/8#$)"$<#),"$:',:#$=) %'-#$;#/87$()#$)"/('$7%':7#%)>#/'$&#/#$?

!#$%&'()*+,#-. 70-&6+*%#-!#$%&'()*+)&#,#-.#/)01*1 +7#- 9#)&7(7:'3#)$#:;#/8#$)$<#),$:',:#$=) %'-#$;#/87$()#$)/('$7%':7#%)>#/'$&#/#$? 23'4)567/84 9"#)&7(7:'3#)$#:;#/8#$)"$#/'$&#/#$? /01"-20%%+-3&45567$%(8&9!"#$%&'()*+,"#"-. +"7"#""- 70-&6+*%"#"-!"#$%&'()*+)&#,#-.#/)01*1 D)E#'-)F!"#$$%&'($&!")*

Nadere informatie

TH-MI Motivation Indicator. Brown Jeremy Manager Brainwave Ltd.

TH-MI Motivation Indicator. Brown Jeremy Manager Brainwave Ltd. Brown Jeremy Manager Brainwave Ltd. TH-MI Motivation Indicator Dit rapport werd gegenereerd op 30-08-2013 door White Alan van Brainwave Ltd.. De onderliggende data dateren van 30-08-2013. OVER DE MOTIVATION

Nadere informatie

Technische nota. Brussel, december 2011

Technische nota. Brussel, december 2011 Technische nota Werkbaar werk en de inschatting van zelfstandige ondernemers om hun huidige job al dan niet tot hun pensioen verder te kunnen zetten. Resultaten uit de werkbaarheidsmetingen 2007 en 2010

Nadere informatie

Factsheet Competenties Ambtenaren

Factsheet Competenties Ambtenaren i-thorbecke Factsheet Competenties Ambtenaren Competenties van gemeenteambtenaren - nu en in de toekomst kennis en bedrijf Gemeenten werken steeds meer integraal en probleemgestuurd aan maatschappelijke

Nadere informatie

INHOUD. IQ LEADS Adres: Curieweg 8E Postcode: 2408 BZ Plaats: ALPHEN AAN DEN RIJN Telefoon: (0172) 421411 Email: info@iq-leads.

INHOUD. IQ LEADS Adres: Curieweg 8E Postcode: 2408 BZ Plaats: ALPHEN AAN DEN RIJN Telefoon: (0172) 421411 Email: info@iq-leads. INHOUD INLEIDING... 3 TIP 1: DOELGROEPOVERZICHT... 4 TIP 2: WAAR KOMEN UW BEZOEKERS BINNEN?... 5 TIP 3: HOE KOMEN BEZOEKERS BINNEN?... 8 TIP 4: FILTERS... 9 TIP 5: GOAL TRACKING... 10 TIP 6: INTELLIGENCE

Nadere informatie

Toelichting op de resultaten van de korte enquête (quick scan) René Alberts juni 2011

Toelichting op de resultaten van de korte enquête (quick scan) René Alberts juni 2011 Toelichting op de resultaten van de korte enquête (quick scan) René Alberts juni 2011 Inleiding In deze toelichting wordt eerst een kopie van de korte enquête getoond zodat helder is welke vragen aan de

Nadere informatie

Referentieniveaus uitgelegd. 1S - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1S rekenen. 1F - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1F rekenen

Referentieniveaus uitgelegd. 1S - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1S rekenen. 1F - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1F rekenen Referentieniveaus uitgelegd De beschrijvingen zijn gebaseerd op het Referentiekader taal en rekenen'. In 'Referentieniveaus uitgelegd' zijn de niveaus voor de verschillende sectoren goed zichtbaar. Door

Nadere informatie

#SMING12 IMPACT SOCIAL MEDIA 2012

#SMING12 IMPACT SOCIAL MEDIA 2012 #SMING12 IMPACT SOCIAL MEDIA 2012 2 OVER DIT ONDERZOEK Berichten op online en social media over financiële instellingen nemen toe. Ook ING heeft de afgelopen jaren de online buzz rond het merk sterk zien

Nadere informatie

ICO 2020: meer dan 1 op 3 bedrijven voert een strategisch competentiebeleid

ICO 2020: meer dan 1 op 3 bedrijven voert een strategisch competentiebeleid ICO 2020: meer dan 1 op 3 bedrijven voert een strategisch competentiebeleid Delagrange, H. 2011. IOA 2011: Indicatoren voor het Pact 2020: ICO 2020 en product- of dienstinnovatiecijfer. Sociaal-Economische

Nadere informatie

De digitale customer journey

De digitale customer journey De digitale customer journey 1 Inhoudsopgave Search Informatie zoeken voor aankoop p.3 Belangrijkste informatiebron p.4 Gezochte informatie tijdens oriëntatieproces p.5 Shop Voorkeur voor manier van aankoop

Nadere informatie

ONDERZOEK ONLINE INFLUENCERS

ONDERZOEK ONLINE INFLUENCERS ONDERZOEK ONLINE INFLUENCERS 2 Voorwoord Marketeers worden zich er steeds meer van bewust wat de invloed is van social media op de (online) reputatie van hun bedrijf. Mede daarom zetten zij ook steeds

Nadere informatie

Zit de online burger wel online op u te wachten? Door: David Kok

Zit de online burger wel online op u te wachten? Door: David Kok Zit de online burger wel online op u te wachten? Door: David Kok Veel gemeenten zijn inmiddels actief op sociale media kanalen, zoals ook blijkt uit het onderzoek dat is beschreven in hoofdstuk 1. Maar

Nadere informatie

Verkoopprospecting en -ontwikkeling. Onderzoeksrapport - januari 2010

Verkoopprospecting en -ontwikkeling. Onderzoeksrapport - januari 2010 Verkoopprospecting en -ontwikkeling Onderzoeksrapport - januari 2010 Onderzoek naar verkoopprospecting en -ontwikkeling Dit rapport vat de resultaten samen van een onderzoek naar de opinies van zakelijke

Nadere informatie

Vacature. Research Director

Vacature. Research Director Vacature Research Director Januari 2014 Wat is de core-business van ivox? ivox is actief op vlak van marktonderzoek en online marketing. ivox specialiseert zich in consumenten data- en informatieverzameling,

Nadere informatie

x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x

x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x Jaarplan GESCHIEDENIS Algemene doelstellingen Eerder gericht op kennis en inzicht 6 A1 A2 A3 A4 A5 Kunnen hanteren van een vakspecifiek begrippenkader en concepten, nodig om zich van het verleden een wetenschappelijk

Nadere informatie

IWT KLANTENTEVREDENHEIDSONDERZOEK 2013 Executive summary redactie door IWT. Uitgevoerd door: GfK Belgium Opgesteld voor:

IWT KLANTENTEVREDENHEIDSONDERZOEK 2013 Executive summary redactie door IWT. Uitgevoerd door: GfK Belgium Opgesteld voor: IWT KLANTENTEVREDENHEIDSONDERZOEK 2013 Executive summary redactie door IWT Uitgevoerd door: GfK Belgium Opgesteld voor: 1 Onderzoeksopzet Om bij de verdere ontwikkeling van zijn werking beter rekening

Nadere informatie

Meer Merkbeleving door Merkextensies Een onderzoek naar de invloed van merkextensies op de merkbeleving van de consument

Meer Merkbeleving door Merkextensies Een onderzoek naar de invloed van merkextensies op de merkbeleving van de consument Meer Merkbeleving door Merkextensies Een onderzoek naar de invloed van merkextensies op de merkbeleving van de consument - Marieke van Westerlaak 2007 - 1. Inleiding Libelle Idee, Libelle Balans, Libelle

Nadere informatie

BS It Pertoer/ Weidum Samenvatting Resultaten Oudertevredenheidspeiling (OTP) BS It Pertoer Ouders vinden 'De leerkracht' op school het belangrijkst

BS It Pertoer/ Weidum Samenvatting Resultaten Oudertevredenheidspeiling (OTP) BS It Pertoer Ouders vinden 'De leerkracht' op school het belangrijkst BS It Pertoer/ Weidum Samenvatting Resultaten Oudertevredenheidspeiling (OTP) BS It Pertoer Enige tijd geleden heeft onze school BS It Pertoer deelgenomen aan de oudertevredenheidspeiling. In heel Nederland

Nadere informatie

Eindbeoordeling Stage 1. Code: ST1

Eindbeoordeling Stage 1. Code: ST1 Eindbeoordeling Stage 1 CIJFER: Code: ST1 Studiepunten: 17 Naam student: eeske van eenendaal Stagebedrijf: De elderlander, Redactie Rivierenland, standplaats Tiel Docentbegeleider: Trudy Braber Praktijkbegeleider:

Nadere informatie

1: De toon is gezet 3. 2: De Homo zappiëns 11. 3: Websites, webdiensten, weblogs, microblogs en meer 23. 4: Lekker Leesbaar Nederlands 53

1: De toon is gezet 3. 2: De Homo zappiëns 11. 3: Websites, webdiensten, weblogs, microblogs en meer 23. 4: Lekker Leesbaar Nederlands 53 Inhoud 1: De toon is gezet 3 1.1 Over tekst 3 1.2 Over het web 5 1.3 Over techniek 6 1.4 Over sociale media 7 2: De Homo zappiëns 11 2.1 Verleiding 11 2.2 Lezer, gedraag je! 12 2.3 AIDA 12 2.4 Ken de doelgroep

Nadere informatie

Het Nieuwe Werken is vooral nog een mannenzaak

Het Nieuwe Werken is vooral nog een mannenzaak Het Nieuwe Werken is vooral nog een mannenzaak Enquêteresultaten Kluwer Opleidingen 2011 Dit document bevat de enquêteresultaten over het onderzoek rond Het Nieuwe Werken dat in België werd gevoerd. Kluwer

Nadere informatie

Onderzoek naar het huidige Content Marketing landschap Mogelijk gemaakt door Logeion, Scripta Communicatie en MediaTest

Onderzoek naar het huidige Content Marketing landschap Mogelijk gemaakt door Logeion, Scripta Communicatie en MediaTest De effectiviteit van klantcommunicatie Maart 2016 Onderzoek naar het huidige Content Marketing landschap Mogelijk gemaakt door Logeion, Scripta Communicatie en MediaTest Opzet Beeld organisatie afgelopen

Nadere informatie

Pagina 1 - opsomming van de verschillende vragen

Pagina 1 - opsomming van de verschillende vragen Pagina 1 - opsomming van de verschillende vragen Praktische organisatie - inschrijving 1. Wie kan inschrijven? Zijn er selectiecriteria? 2. Wanneer kan ik inschrijven? 3. Tot wanneer kan ik inschrijven?

Nadere informatie

Sociale Media & Onderwijs The future is now invissible

Sociale Media & Onderwijs The future is now invissible Sociale Media & Onderwijs The future is now invissible Michaël Opgenhaffen, KU Leuven - Antwerpen Houffalize - 16 okt 2013 - Colloquium secundair onderwijs Michael.Opgenhaffen@soc.kuleuven.be www.twitter.com/michopgenhaffen

Nadere informatie

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29%

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29% 26 DISCRIMINATIE In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vóórkomen en melden van discriminatie in Leiden en de bekendheid van en het contact met het Bureau Discriminatiezaken. Daarnaast komt aan de orde

Nadere informatie

Opmerking: deze les is combineerbaar met de les Sociale wetenschappen - Opruimactie als sociaal gebeuren

Opmerking: deze les is combineerbaar met de les Sociale wetenschappen - Opruimactie als sociaal gebeuren Opmerking: deze les is combineerbaar met de les Sociale wetenschappen - Opruimactie als sociaal gebeuren Doelstelling(en) Leerplandoelen Leerplan informaticabeheer Competentie 4: functionaliteit van een

Nadere informatie

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

Experience Tracker is de eerste praktische tool op dit vlak in Vlaanderen en vermoedelijk ook in Europa. Deze tool zal zorgen dat:

Experience Tracker is de eerste praktische tool op dit vlak in Vlaanderen en vermoedelijk ook in Europa. Deze tool zal zorgen dat: De opportuniteit In de huidige productmaatschappij hebben consumenten doorgaans de keuze uit een ruim assortiment producten om een bepaalde behoefte te bevredigen. Bijgevolg is het product op zich niet

Nadere informatie

Aanvulllende info Workshop Social Media Humanitas district Noord

Aanvulllende info Workshop Social Media Humanitas district Noord Aanvulllende info Workshop Social Media Humanitas district Noord Defintie SocialMedia is een verzamelbegrip voor online platformen waar de gebruikers, zonder of met minimale tussenkomst van een professionele

Nadere informatie

ASO - studierichtingen in VIA-TIENEN

ASO - studierichtingen in VIA-TIENEN ASO - studierichtingen in VIA-TIENEN De onderwijsvorm ASO is een breed algemeen vormende doorstroomrichting waarin de leerlingen zich voorbereiden op een academische of professionele bacheloropleiding.

Nadere informatie

Heb ik die blog, Facebook, Twitter en RSS feed echt nodig in mijn communicatiemix?

Heb ik die blog, Facebook, Twitter en RSS feed echt nodig in mijn communicatiemix? Heb ik die blog, Facebook, Twitter en RSS feed echt nodig in mijn communicatiemix? Enkele quotes die we de afgelopen jaren te horen kregen op directiecomités en bij verschillende communicatiedepartementen:

Nadere informatie

Onderzoek Social Media in Transport & Logistiek

Onderzoek Social Media in Transport & Logistiek Onderzoek Social Media in Transport & Logistiek 19 maart 2014 2 Inleiding Na een aantal zware crisisjaren lijkt de sector transport & logistiek begin 2014 weer uit het dal te klimmen. De eerste signalen

Nadere informatie

STUDIE (F)050908-CDC-455

STUDIE (F)050908-CDC-455 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel. : 02/289.76.11 Fax : 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS STUDIE

Nadere informatie

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Standaard Eurobarometer 80 DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Opiniepeiling besteld en gecoördineerd door de Europese Commissie, Directoraat-generaal Communicatie.

Nadere informatie

Stichting SQPN Jaarverslag voor 2010

Stichting SQPN Jaarverslag voor 2010 Stichting SQPN Jaarverslag voor 2010 Inhoudsopgave Voorwoord... 3 Activiteiten... 4 Publiciteit... 5 Externe Contacten... 5 Interne Organisatie... 5 Conclusies en aanbevelingen... 6 Stichting SQPN - Jaarverslag

Nadere informatie

RAPPORT ENQUETE Verantwoord hout en papiergebruik bij Vlaamse lokale besturen

RAPPORT ENQUETE Verantwoord hout en papiergebruik bij Vlaamse lokale besturen RAPPORT ENQUETE Verantwoord hout en papiergebruik bij Vlaamse lokale besturen Over de enquête Deze enquête werd verstuurd naar de milieudiensten van alle Vlaamse Steden en Gemeenten, alsook naar de duurzaamheidsambtenaren

Nadere informatie

Onderzoek naar de informatiehuishouding. Twee vragenlijsten vergeleken

Onderzoek naar de informatiehuishouding. Twee vragenlijsten vergeleken Onderzoek naar de informatiehuishouding Twee vragenlijsten vergeleken Wat zijn de verschillen tussen een informatie audit vragenlijst en een e-discovery checklist en maak je een keuze of kunnen ze elkaar

Nadere informatie

Slotwoord Jongerenmediadag

Slotwoord Jongerenmediadag Slotwoord Jongerenmediadag Woensdag 7 november 2012 Hallo iedereen! Het is nu mijn beurt om samen met jullie deze Jongerenmediadag stilaan af te ronden. De Jongerenmediadag kadert in de uitvoering van

Nadere informatie

Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen)

Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen) Operationaliseren van variabelen (abstracte begrippen) Tabel 1, schematisch overzicht van abstracte begrippen, variabelen, dimensies, indicatoren en items. (Voorbeeld is ontleend aan de masterscriptie

Nadere informatie

Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw

Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw Dit document beschrijft kort de bevindingen uit het onderzoek over biseksualiteit van het AmsterdamPinkPanel.

Nadere informatie

Nieuwsmonitor 6 in de media

Nieuwsmonitor 6 in de media Nieuwsmonitor 6 in de media Juni 2011 Nieuws - Europa kent geen watchdog ANTWERPEN/BRUSSEL - Het Europese beleidsniveau krijgt in de Vlaamse TV-journaals gemiddeld een half uur aandacht per maand. Dat

Nadere informatie

TIJDSCHRIFT VOOR WOONBELEID IN DE REGIO AMSTERDAM. Lezersonderzoek. juni 2013

TIJDSCHRIFT VOOR WOONBELEID IN DE REGIO AMSTERDAM. Lezersonderzoek. juni 2013 TIJDSCHRIFT VOOR WOONBELEID IN DE REGIO AMSTERDAM Lezersonderzoek juni 2013 Inleiding NUL20 is een initiatief van de Dienst Wonen, de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties, de stadsdelen en het Amsterdams

Nadere informatie

Vacature. Client & Sales Support

Vacature. Client & Sales Support Vacature Client & Sales Support Januari 2014 Wat is de core-business van ivox? ivox is actief op vlak van marktonderzoek en online marketing. ivox specialiseert zich in consumenten data- en informatieverzameling,

Nadere informatie

To read or not to read

To read or not to read To read or not to read Een onderzoek naar nieuwsconsumptie in Nederland Mijke Slot (TNO) Fleur Munniks de Jongh Luchsinger (EUR) 3D Academy bijeenkomst 18 maart 2011 Inhoud Inleiding Theorieën over nieuwsconsumptie:

Nadere informatie

De Vlaamse overheid b(r)ouwt een diverse werkvloer

De Vlaamse overheid b(r)ouwt een diverse werkvloer De Vlaamse overheid b(r)ouwt een diverse werkvloer Holebi s & transgenders als collega s DIENST DIVERSITEITSBELEID Resultaten online enquête Om de situaties van homo s, lesbiennes, biseksuelen (holebi

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Docenten in het hoger onderwijs zijn experts in wát zij doceren, maar niet noodzakelijk in hóe zij dit zouden moeten doen. Dit komt omdat zij vaak weinig tot geen training hebben gehad in het lesgeven.

Nadere informatie

Brown Jeremy Manager Brainwave Ltd. CUBES Competency Profile / Expert Standaard Rapport

Brown Jeremy Manager Brainwave Ltd. CUBES Competency Profile / Expert Standaard Rapport Brown Jeremy Manager Brainwave Ltd. CUBES Competency Profile / Expert Standaard Rapport Dit rapport werd gegenereerd op 11-11-2015 door White Alan van Brainwave Ltd.. De onderliggende data dateren van

Nadere informatie

Communicatie voor iedereen

Communicatie voor iedereen Communicatie voor iedereen 7 basiselementen: 1. Kies bewust de communicatiemix 2. Zorg dat iedereen de informatie vindt 3. Bouw de communicatie logisch op 4. Gebruik een toegankelijke lay-out 5. Zorg voor

Nadere informatie

Managementsamenvatting

Managementsamenvatting Managementsamenvatting Achtergrond De Koninklijke HIBIN wenst het arbeidsmarktimago van de branche in kaart gebracht te hebben. Het centrale doel is hierbij als volgt: Het construeren van een beeld over

Nadere informatie

Irene Koster Curriculum vitae

Irene Koster Curriculum vitae Irene Koster Curriculum vitae Personalia Irene Bernice Alexandra 24-04-1987 Naëll Tynnegieterstraat 54 6821 EZ Arnhem 06-50602964 irene@irenekoster.nl In bezit van rijbewijs B Creatief, leergierig en enthousiast,

Nadere informatie

Mag het wat meer (ervaring) zijn? - Werkloze 45-plussers bevraagd -

Mag het wat meer (ervaring) zijn? - Werkloze 45-plussers bevraagd - Mag het wat meer (ervaring) zijn? - Werkloze 45-plussers bevraagd - Karel, Annie, Eddy en Martine Oudere werknemers haken te vlug af. Dit is één van de pijnpunten van de Vlaamse arbeidsmarkt. Deze algemene

Nadere informatie

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen

Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Kredietverlening aan Vlaamse ondernemingen Monitoring Rapport: Mei 212 Jan van Nispen Inleiding De start van de financiële crisis ligt nu al enkele jaren achter ons, maar in 211 voelden we nog steeds de

Nadere informatie

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996

Tabel 2.1 Overzicht van de situatie op de arbeidsmarkt van de onderzochte personen op 30/06/97. Deelpopulatie 1996 Dit deel van het onderzoek omvat alle personen tussen de 18 en 55 jaar oud (leeftijdsgrenzen inbegrepen) op 30 juni 1997, wiens dossier van het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met

Nadere informatie

Bijlage nr 10 aan ZVP 2014-2017 BIJLAGE 10 LOKALE VEILIGHEIDS- BEVRAGING 2011

Bijlage nr 10 aan ZVP 2014-2017 BIJLAGE 10 LOKALE VEILIGHEIDS- BEVRAGING 2011 BIJLAGE 10 LOKALE VEILIGHEIDS- BEVRAGING 2011 Lokale veiligheidsbevraging 2011 Synthese van het tabellenrapport Pz Blankenberge - Zuienkerke Inleiding De lokale veiligheidsbevraging 2011 is een bevolkingsenquête

Nadere informatie

/ 34. Prosumer. Prosumer Database

/ 34. Prosumer. Prosumer Database 1 Prosumer 2 Table of Contents 1 Inleiding... 4 2 Algemeen... 5 2.1 Socio demografische variabelen... 5 2.2 Interesses en vrije tijd... 6 2.3 Ervaring... 6 2.4 Drijfveren om media te maken... 9 2.5 Redactie/radiostation/medialab...

Nadere informatie

Monitoring en Engagement met BeSocialEasy.

Monitoring en Engagement met BeSocialEasy. Monitoring en Engagement met BeSocialEasy. De online tool BeSocialEasy vindt voor jou berichten die worden gepubliceerd op weblogs, fora, nieuws sites, blogs en verschillende social media platformen (zoals

Nadere informatie

Check Je Kamer Rapportage 2014

Check Je Kamer Rapportage 2014 Check Je Kamer Rapportage 2014 Kwantitatieve analyse van de studentenwoningmarkt April 2015 Dit is een uitgave van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Voor vragen of extra informatie kan gemaild worden

Nadere informatie

Resultaten internetpanel Dienst Regelingen

Resultaten internetpanel Dienst Regelingen Resultaten internetpanel Dienst Regelingen Resultaten peiling 15: gebruik social media juli 2012 1. Inleiding Tussen 1 juni en 10 juni konden panelleden van het internetpanel Dienst Regelingen een peiling

Nadere informatie

Kiezen voor All In Content betekent dat u over kennis van een compleet team beschikt in plaats van afhankelijk te worden van één enkele consultant:

Kiezen voor All In Content betekent dat u over kennis van een compleet team beschikt in plaats van afhankelijk te worden van één enkele consultant: Over ons All In Content begeleidt IT & New Media projecten in het domein van Enterprise 2.0 portals en contentmanagement. Onze focus ligt in het bijzonder op het gebied van duurzaam werken met toepassingen

Nadere informatie

WORKSHOP ONDERZOEKSMETHODEN

WORKSHOP ONDERZOEKSMETHODEN WORKSHOP ONDERZOEKSMETHODEN INHOUD Kwantitatieve onderzoeksmethoden Algemene kenmerken Enquête Experiment Kwalitatieve onderzoeksmethoden Algemene kenmerken Observatie Interview Kwaliteit van het onderzoek

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Dit proefschrift gaat over de invloed van inductieprogramma s op het welbevinden en de professionele ontwikkeling van beginnende docenten, en welke specifieke kenmerken van inductieprogramma s daarvoor

Nadere informatie

Om Facebook, Twitter, Instagram en LinkedIn zakelijk goed te kunnen inzetten, organiseren wij de onderstaande 3 workshops.

Om Facebook, Twitter, Instagram en LinkedIn zakelijk goed te kunnen inzetten, organiseren wij de onderstaande 3 workshops. Social media zijn niet meer weg te denken in de huidige wereld. De ontwikkelingen gaan razend snel en de mogelijkheden zijn onbegrensd. We hebben allemaal wel een Facebook, Twitter of Linkedin account.

Nadere informatie

Mijn Natuurlijke Werk Stijl (NWS)

Mijn Natuurlijke Werk Stijl (NWS) Mijn Natuurlijke Werk Stijl (NWS) Gegevens van de referentiegroep: Uw unieke logincode: Bewaar deze code goed, u kan ze gebruiken voor het aanvragen van bijkomende rapporten. Copyright 2011-2013 Pontis

Nadere informatie

Pascal Smet reageert op gebrek aan kennis in onderwijs - Belg...

Pascal Smet reageert op gebrek aan kennis in onderwijs - Belg... Pascal Smet reageert op gebrek aan kennis in onderwijs (http://www.knack.be/auteurs/simon-demeulemeester/author- Simon Demeulemeester demeulemeester/author-4000174167085.htm) woensdag 23 januari 2013 om

Nadere informatie

Transfer en toegang tot Universele Grammatica in tweedetaalverwerving door volwassenen

Transfer en toegang tot Universele Grammatica in tweedetaalverwerving door volwassenen Samenvatting Transfer en toegang tot Universele Grammatica in tweedetaalverwerving door volwassenen Negen casestudies naar de verwerving van het Engels, Duits en Zweeds door volwassen moedertaalsprekers

Nadere informatie

Reclamecode Social Media (RSM)

Reclamecode Social Media (RSM) Reclamecode Social Media (RSM) De achtergrond van en een toelichting op de totstandkoming van deze code is als bijlage bij deze code opgenomen. 1. Reikwijdte De Reclamecode Social Media ( de Code ) heeft

Nadere informatie

Verdieping profiel veiligheidsdeskundige, ter voorbereiding op de inrichting van het assessment ten behoeve van het nieuwe register NVVK

Verdieping profiel veiligheidsdeskundige, ter voorbereiding op de inrichting van het assessment ten behoeve van het nieuwe register NVVK Verdieping profiel veiligheidsdeskundige, ter voorbereiding op de inrichting van het assessment ten behoeve van het nieuwe register NVVK. Aanleiding Met betrekking tot het eindniveau van veiligheidsopleidingen

Nadere informatie