Nederlands tijdschrift voor

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Nederlands tijdschrift voor"

Transcriptie

1 35e jaargang Nederlands tijdschrift voor R e v a l i d a t i e g e n e e s k u n d e ö Een klinische blik op motivatie in de hersenletselrevalidatie ö Implementatie klinimetrie in de dagelijkse praktijk ö Systematisch beoordelen van de biologische prothesefit ö TOP-artikel: de keuze van prof. dr. Corry van der Sluis ö Interview met Michiel Reneman ö Slaapapneusyndroom bij CVA-patiënten ö Implementatie van het Capaciteitenprofiel

2 BETER LOPEN MET..DE HFAD De Hip Flexion Assist Device (HFAD) is bedoeld voor mensen met MS die last hebben van heupflexor zwakte. MS patiënten kunnen met de HFAD comfortabeler, sneller en langere tijd lopen. De HFAD bestaat uit een comfortabele heupband en twee elastieken banden die worden bevestigd aan de schoen. Gemakkelijk te dragen onder de kleding. Loth/Fabenim B.V. ORTHOPAEDIC AND REHAB SUPPLIES De Liesbosch 14-G 3439 LC Nieuwegein-Holland Tel. +31 (0) Fax. +31 (0)

3 Index Van het bestuur: Veranderingen 51 Bij de voorplaat Interview met Monique Velzeboer 52 Publicatie Is uw patiënt gemotiveerd voor behandeling? Een klinische blik op het concept motivatie in de hersenletselrevalidatie 55 Implementatie van klinimetrie in de dagelijkse praktijk 59 Het systematisch beoordelen van de biologische prothesefit 63 TOP-artikel De keuze van prof. dr. Corry van der Sluis: Intermanuele transfer na training met een myo-elektrische prothese simulator 69 Ipsen revalidatie jaarprijs voor innovatieve patiëntenzorg 76 Interview Tien vragen aan prof. dr. Michiel Reneman 77 Proefschrift Gezondheidsklachten en participatie bij volwassenen met cerebrale parese 80 Innovatie Revalidatie Pilot implementatie van het Capaciteitenprofiel (CAP) 83 Richtlijn voor screening en behandeling van slaapapneu bij patiënten met een beroerte 87 Actueel Jeanine Verbunt hoogleraar revalidatiegeneeskunde 90 IFMS in De Hoogstraat 91 Van MSRC naar RGS: wat gebeurt er nu? 93 Implementatie van het gebruik van tablet-pc s voor kinderen en volwassenen met beperkingen 95 VRA Annual Congress Rehabilitation Medicine UN LIMITED 98 Signalementen Nieuw expertisecentrum voor speciaal onderwijs en revalidatie 99 Project Tele-Nu! maakt thuis revalideren mogelijk 99 Project ROBAR afgerond 100 Anna-prijs 2013 uitgereikt 100 Bij de voorplaat Op de cover een foto gemaakt door de Nederlandse fotograaf Monique Velzeboer. Het is een foto uit de serie Ethiopia: Nasrdin en Eyasu, Ethiopië Monique Velzeboer behaalde als shorttracker op de Olympische Spelen in 1988 medailles in goud, zilver en brons. Toen ze tijdens een training in 1993 ten val kwam en een dwarslaesie opliep kwam er een abrupt einde aan haar schaatscarrière. Een opleiding aan de fotoacademie in Amsterdam gaf haar een nieuwe toekomst als fotograaf. Ze ging portretten fotograferen, onder andere van kinderen met een handicap in ontwikkelingslanden. Omdat ze voor die kinderen iets wilde doen richtte ze de Monique Velzeboer Foundation op. Opbrengsten van producten die via deze weg verkocht worden gaan naar het Liliane Fonds. Op pagina 52 van dit nummer vindt u een interview van het NTR met Monique Velzeboer. colofon Het Nederlands Tijdschrift voor Revalidatiegeneeskunde (NTR) The Netherlands journal of Physical and Rehabilitation Medicine Het NTR is een mededelingen- en informatieperiodiek van de Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA). De redactie wordt gevormd door Drs. Vera Baadjou Drs. Gerlof Balk Dr. Hans Bussmann Drs. Ben Drentje Hans Groen Dr. Lily Heijnen Drs. Esther Jacobs Dr. Clemens Rommers Dr. Ron Meijer Prof. dr. Rob Smeets Dr. Anne Visser-Meily Heidi Wals Hoofdredacteur Drs. Ben Drentje Coverfoto Monique Velzeboer Redactieadres Redactiesecretariaat t.a.v. Heidi Wals Nederlandse Vereniging voor Revalidatieartsen (VRA) Postbus GR Utrecht Tel: (030) Uitgever, advertenties en abonnementen dchg medische communicatie Hendrik Figeeweg 3G BJ Haarlem Tel. (023) Opmaak dchg medische communicatie, Haarlem Abonnement Jaarabonnement 90,00. Schriftelijke opzegging ten minste 4 weken voor het eind van de termijn. Het NTR verschijnt zesmaal per jaar. Inzending kopij Per met attachments. Complete tekst met eventuele afbeeldingen of tabellen in de tekst aanleveren. Teksten in Word (niet in pdf). Daarnaast tevens figuren, foto s of andere afbeeldingen, ook los van de tekst aanleveren als jpg of tiff. Richtlijnen voor auteurs Deze richtlijnen zijn te downloaden op Verschijning Februari, april, juni, augustus, oktober en december. Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder toestemming van de uitgever of de hoofdredacteur. De uitgever is niet aansprakelijk voor de inhoud van deze uitgave. 35e jaargang nummer 2 ISSN

4 veiligheid, vertrouwen en symmetrie Copyright Össur, April 2013 Loop vol vertrouwen met het eerste en enige geheel bionische been. SYMBIONIC LEG is de eerste, commercieel verkrijgbare prothese, waarin twee Bionic producten elkaar aanvullen met als resultaat een ongekende gecombineerde functionaliteit.

5 Van het bestuur: Veranderingen Van het bestuur Veranderingen Voor u ligt weer een fraai exemplaar van het Nederlands Tijdschrift voor Revalidatiegeneeskunde, tot voor kort nog Revalidata. Ik kan me herinneren dat ons tijdschrift als stapeltje gebundelde stencils werd rondgestuurd. In de huidige tijd is het een fraai tijdschrift met schitterende foto s en een wetenswaardige inhoud. Zo aan het einde van mijn carrière als secretaris bemerk ik dat er in de afgelopen acht jaren toch erg veel is veranderd. Tijd voor een terugblik, met het vizier op de toekomst gericht! Er is nu een professioneel, goed functionerend bureau ter ondersteuning van de vereniging, waarmee het bestuur met beleidsvoorbereiding en ontwikkeling flink wordt ondersteund. De belangrijke gremia zoals de WeCo, het Concilium, de Commissie Kwaliteit en de Beroepsbelangencommissie (BBC) worden op beleidsniveau, maar ook op secretarieel niveau, goed ondersteund door deskundige medewerkers. Op financieel vlak is de vereniging weer stabiel. U heeft dit onlangs op de algemene ledenvergadering kunnen vernemen,. De VRA heeft voldoende reserve opgebouwd om zwaar weer te kunnen overleven. De vereniging heeft naast goed werkende commissies de gemandateerde werkgroepen, die op inhoudelijk vlak garant staan voor verbeteren van inhoudelijke zorg. Er zijn ook veranderingen waarmee we vooral te dealen hebben, zoals de maatschappelijke tendensen en de gevolgen van de financiële recessie, die vooral invloed hebben op de financiering van de zorg. Het VRA bestuur wordt geconfronteerd met de marktwerking, die nog weinig te maken heeft met een echte marktwerking. Dit begint effecten te krijgen op de inhoud en kwaliteit van ons werk. Steeds meer zorgverzekeraars willen hun eigen manier van kwaliteitstoetsing opleggen, waarmee we voorzien dat het een onoverzichtelijk geheel van dataverzameling wordt. Alle mogelijke moeite wordt gedaan om toch af te stemmen. Het traject Inzicht in revalidatie is een mooi voorbeeld van hoe we als branche/revalidatiesector moeten proberen zelf de regie te houden in het transparant maken van kwaliteit. De ontwikkeling van de bekostiging, die uiteindelijk zal moeten leiden tot een prestatie bekostiging met medisch herkenbare en kostenhomogene producten, is een zeer snel verlopend proces. U heeft de afgelopen tijd de zorgvraagindex, een maat voor de geschatte zorgzwaarte, leren gebruiken. Verwacht wordt dat er komend jaar nog meer veranderingen worden ingevoerd, omdat de NZa en DBC-Onderhoud voorzien dat het proces naar prestatiebekostiging te traag verloopt, met mogelijk nog grote kans op niet behalen van de einddoelstel lingen. Kortom, we zijn er nog niet, en ondertussen hoop ik dat u de veranderingen kunt blijven bijbenen. U vraagt zich wellicht ook af: en waar staat de patiënt in dit geheel? Draait het niet allemaal om de patiënt? Vandaag, begin maart, las ik dat de zorgverzekeraars weer, net zoals vorig jaar, een flinke reserve hebben opgebouwd, omdat de verzekerden minder aanspraak maken op zorg in de veronderstelling dat ze een flink deel zelf moeten financieren. Ondertussen lezen we steeds vaker dat de zorginstellingen in de media verschijnen met de suggestie dat er sprake is van een graai-cultuur, waarin met creatief boekhouden de winstmarges worden vergroot. Daarmee kom ik tot de boodschap van mijn verhaal. Niet alle veranderingen zijn goed; natuurlijk, er zijn goede veranderingen bij, maar laten we vooral blijven kijken naar waar we als sector en branche voor staan: het bieden van goede zorg voor patiënten met ernstige gevolgen van een ziekte. Wellicht doen we er goed aan die patiënt meer te betrekken bij het blijven bieden van een goede kwaliteit. Ook kan het patiëntencollectief ons helpen bij het bieden van tegenwicht aan steeds grotere druk vanuit zorgverzekeraars om exclusieve gegevens voor hun eigen kwaliteitscontroles te leveren. Daarnaast denk ik dat we onze collega specialisten in het veld meer zouden moeten raadplegen en zou het goed zijn dat onze branche, van medisch specialisten, zich sterk maakt voor de gezamenlijke belangen van patiënten en zorgaanbieders, namelijk een optimale zorg bieden voor een redelijke prijs! Gerlof Balk 51

6 Bij de voorplaat Interview met Monique Velzeboer Bij de voorplaat Interview fotografe Monique Velzeboer Ik portretteer de Liliane Fondskinderen op een positieve manier E. van Laar Monique Velzeboer was een succesvol shorttrackster tot ze in 1993 een dwarslaesie opliep. Na haar revalidatieproces is ze zich gaan toeleggen op fotografie. En niet onverdienstelijk, ze maakte de fotoserie Gouden sporters en fotografeert al jaren kinderen met een handicap in revalidatiecentra in ontwikkelingslanden voor het Liliane Fonds. Deze jaargang zullen haar foto s op de cover van dit tijdschrift prijken. Tijd om haar aan het woord te laten over haar revalidatie, leven en fotografie. Kun je wat vertellen over je eigen revalidatieproces? Eind 1993 was ik ter voorbereiding op de Olympische Winterspelen van Hamar (februari 1994) aan het trainen in het Franse dorp Font Romeu in de Pyreneeën. Ik kwam daar ongelukkig ten val en wist eigenlijk al meteen dat het goed mis was. Ik had geen pijn, maar miste elk gevoel in mijn benen. Gelukkig kwam toevallig een buitenlandse arts langs toen ik op de baan lag, die heeft me rustig gehouden en geregeld dat er een helikopter kwam. Ik heb eerst een tijd in Toulouse in het ziekenhuis gelegen. Het was toen heel fijn dat Frans Nollet, destijds werkzaam als ploegenarts bij de KNSB (Koninklijke Nederlandsche Schaatsenrijders Bond) en nu hoogleraar Revalidatiegeneeskunde bij het Academisch Medisch centrum (AMC) in Amsterdam, naar Frankrijk kwam en mij antwoord kon geven op de vragen die ik had. Daardoor wist ik al direct waar ik aan toe was. Daarna ben ik naar het AMC overgebracht en vandaar ging ik naar het revalidatiecentrum Overtoom, midden in de stad. Ik ben blij dat ik vanaf het begin een goed en realistisch beeld van mijn herstel had. Tijdens mijn revalidatie moest ik veel dingen weer leren, en omdat ik een hoge dwarslaesie heb duurde het lang. Zelf leren zitten kostte in het begin al veel energie en het duurde lang voordat ik bijvoorbeeld in staat was om van mijn rug op mijn zij te rollen. Je moet er zelf mee leren omgaan en bovendien moet je lichaam wennen. Je lichaam is er niet op ingesteld om alleen je armen te gebruiken en daarnaast moet het zich aanpassen aan de nieuwe situatie (bloeddruk/hartslag/adem haling). Uiteindelijk heb ik Emma van Laar, MSc, wetenschapsjournalist, dchg medische communicatie, Haarlem Wie is Monique Velzeboer Is geboren op 18 oktober 1969 in Oud Ade. Was van 1985 tot 1993 lid van de nationale selectie shorttrack schaatsen. Heeft deelgenomen aan acht WK s en negen EK s. Behaalde op de Olympische Spelen in Calgary (1988) goud, zilver en brons. Kwam tijdens een training eind 1993 in Frankrijk ten val en liep een dwarslaesie op. Volgde na haar revalidatie de fotoacademie in Amsterdam en is sinds 2002 freelance f o t o g r a a f. Reisde tien keer naar revalidatiecentra in ontwikkelingslanden waar ze kinderen met een handicap gefotografeerd heeft. De opbrengst gaat via de Monique Velzeboer Foundation de verkoop van agenda s, kalenders en kaarten met foto s van gehandicapte kinderen naar het Liliane Fonds. Is sinds 2003 ambassadeur van het Liliane Fonds. Verzorgde in 2008 de fotoserie Gouden s p o r t e r s. Woont in een appartement in Noordwijk dat ze tevens als studio gebruikt. 52

7 Bij de voorplaat een maand in het ziekenhuis en tien maanden in het revalidatiecentrum gezeten. Gelukkig ging het herstel steeds sneller naar mate ik mijn kracht terugkreeg. Maar daarmee ben je er nog niet. Het kost vervolgens tijd om je aan je thuissituatie aan te passen. Waarom heb je voor fotografie gekozen na je revalidatie? Mijn nieuwe doel na schaatsen werd fotografie. Na mijn revalidatie pakte ik in eerste instantie mijn studie psychologie in Leiden weer op. En nog steeds vind ik het een interessant vakgebied, maar de studie was een weloverwogen aanvulling op mijn leven als topsporter. Ik heb altijd het idee gehad om me te specialiseren als mentale trainer in de sportwereld en me te focussen op processen binnen een team. Ik realiseerde me dat psychologie mijn sport niet kon vervangen en ik besloot te gaan doen wat ik echt leuk vond en waar ik energie van kreeg: fotograferen. Dat was iets wat ik van jongs af aan al leuk vond en boven dien vond ik het toen prettig om praktisch bezig te zijn in plaats van verder te studeren. Ik ben begonnen aan een fotoacademie in Amsterdam. Tijdens die opleiding kreeg ik in 2002 mijn eerste opdracht van de Schaatsbond, het maken van portretten van schaatsers voor een kalender. Hoe ben je gekomen tot het fotograferen van gehandicapte kinderen in ontwikkelingslanden in samenwerking met het Liliane Fonds? Via de schaatskalender ben ik in contact gekomen met het Liliane Fonds, de opbrengst van de kalender ging namelijk naar dat fonds. Het Liliane Fonds ondersteunt kinderen met een handicap in ontwikkelingslanden in Azië, Afrika en Zuid-Amerika. Op een gegeven moment kreeg ik de vraag of een filmploeg me mocht volgen voor het programma In de ban van de sport, waarin sporters na hun carrière gevolgd werden. Het idee ontstond om voor het Liliane Fonds naar Rwanda te gaan. Dat was in 2003 en is het begin geweest van een reeks bezoeken aan revalidatiecentra in ontwikkelingslanden. Dit was precies wat ik wilde, het fotograferen voor een goed doel en me zo inzetten voor kinderen met een handicap. Elk jaar reis ik zo n tien tot twaalf dagen naar verschillende revalidatiecentra om foto s te maken van revaliderende kinderen. Zo zijn we na Rwanda ook in Bangladesh, Peru, India, Ghana, Brazilië, Ethiopië en vorig jaar in Indonesië geweest. Wat is je doel met de foto s van deze kinderen? Wat wil je overbrengen? Ik probeer de Liliane Fonds kinderen op een positief weer te geven. We hebben er expres voor gekozen om proces en het resultaat van het revalideren te laten zien. Het Liliane Fonds helpt kinderen immers weer op eigen benen te staan. De kinderen die in het revalidatiecentrum worden geholpen zijn ook niet zielig. De meeste zijn vrolijk en hebben een goede tijd in het centrum. De sfeer in de revalidatie centra is dan ook goed. Het is net als op een gewoon schoolplein, al voetballen de kinderen met krukken. Tijdens de reis zitten we vaak op dezelfde locatie als de kinderen, dat is ook het leukste. Ik maak voor de jaarlijkse kalenderfoto s van de kinderen in het revalidatiecentrum. Meestal worden er van tevoren dertig of veertig kinderen benaderd met de vraag of ze gefotografeerd willen worden. Elk jaar wordt een thema als leidraad gekozen en hebben we al een idee hoe het eruit moet komen te zien. Het maken van de foto s voor de kalender en kaarten neemt vaak vier à vijf dagen in beslag. Daarnaast gaan we ook op huisbezoeken en fotograferen we de thuissituatie. Dit soort reportages zijn vaak lastiger om vanuit mijn rolstoel te doen, maar eigenlijk is er altijd wel een oplossing. De prioriteit ligt echter op de kalenderfoto s. Wat voor een fotografieopdrachten doe je nog meer? En wat zou je in de toekomst nog graag willen doen? Ik maak nu vooral familieportretten, bijvoorbeeld van kinderen of zwangere vrouwen. Maar ook is er steeds meer vraag naar professionele portretten om op LinkedIn of op een bedrijfswebsite te plaatsen. Ik doe veel vanuit huis, ik heb een licht appartement dat daar geschikt voor is. En mocht het nodig zijn dan huur ik een studio voor een opdracht. De meeste mensen komen bij me terecht via mijn website, daarnaast krijg ik veel opdrachten via mond-tot-mondreclame. Iedereen is welkom! De foto s voor het Liliane Fonds en van de sporters zijn overigens ook beschikbaar voor exposities of voor aankleding. Bedrijven kunnen de foto s huren. Zo hebben mijn foto s bijvoorbeeld een periode in revalidatiecentrum de Hoogstraat in Utrecht gehangen. De portret opdrachten die ik nu voornamelijk doe, vind ik leuk. Aan vrij werk daarnaast kom ik de laatste tijd niet toe, omdat het opvoeden van mijn twee kinderen Quincy (8) en Yara (2) ook veel tijd vergt. Het kost veel energie, maar ik beleef er ook ontzettend veel plezier aan. In de toekomst zou ik graag nog een vervolg op de serie Gouden sporters maken met de nieuwe gouden olympiërs die er inmiddels zijn. 53

8 Livit Orthopedie: dé partner in Nederland voor orthopedische hulpmiddelen Orthopedische schoenen Prothesen en orthesen Therapeutische elastische kousen Wij leveren snel en zijn een betrouwbare partner van talrijke ziekenhuizen en revalidatiecentra in Nederland. Met 40 eigen vestigingen en meer dan 300 spreekuurlocaties zijn we altijd dichtbij. Snelste levering Gegarandeerde kwaliteit Hedendaagse cosmetiek Kennis maken met Livit? Bel ons op of kijk op Wij begrijpen wat u beweegt.

9 Publicatie Een Is klinische uw patiënt blik op het gemotiveerd concept motivatie voor in de behandeling? Een klinische blik op hersenletselrevalidatie Is het uw concept patiënt motivatie gemotiveerd in de voor hersenletselrevalidatie behandeling? H. Boosman, C.M. van Heugten, I. Winkens, E.W.J. Agterhof, J.M.A. Visser-Meily Bij patiënten die zich niet volledig lijken in te zetten tijdens therapie, huiswerkopdrachten niet maken, of ongeïnteresseerd overkomen, wordt al snel getwijfeld aan hun motivatie voor behandeling. Maar hoe weet u of uw patiënt daadwerkelijk ongemotiveerd is? Naast de functionele prognose, de medische stabiliteit, en de leerbaarheid van een patiënt, wordt ook de motivatie van een patiënt meegewogen bij de indicatiestelling voor het type revalidatiezorg. 1 Van sommige patiënten wordt ingeschat dat ze minder of niet gemotiveerd zijn om te werken aan herstel. Hoe minder gemotiveerd een patiënt is, hoe meer tijd en energie er doorgaans nodig is om revalidatiedoelen te behalen. Dit beïnvloedt bovendien de kosten van de zorg. Verschillende factoren kunnen de motivatie van een patiënt beïnvloeden, waaronder sociale factoren en persoonlijkheidskenmerken. 2 Bij sociale factoren kan gedacht worden aan een gebrek aan sociale steun en eventuele ziektewinst. Bij persoonlijkheidskenmerken aan een externe locus of control, lage zelfeffectiviteit en weinig zelfwaardering. Bij patiënten met hersenletsel zijn er daarnaast nog verscheidene klinische factoren die een rol kunnen spelen in motivatie. Zo kan verminderde motivatie worden veroorzaakt door Drs. Hileen Boosman, promovendus, Rudolf Magnus Institute of Neuroscience en Kenniscentrum Revalidatiegeneeskunde Utrecht, Universitair Medisch Centrum Utrecht en De Hoogstraat Revalidatie, Utrecht Prof. dr. Caroline van Heugten, bijzonder hoogleraar Klinische Neuropsychologie, Universiteit Maastricht, afdeling Neuropsychologie en Psychofarmacologie, Faculteit Psychologie en Neurowetenschappen, en afdeling Psychiatrie en Neuropsychologie, School for Mental Health and Neuroscience, Maastricht Dr. Ieke Winkens, senior onderzoeker, Universiteit Maastricht, afdeling Psychiatrie en Neuropsychologie, School for Mental Health and Neuroscience, Maastricht Drs. Ellen Agterhof, revalidatiearts, De Hoogstraat Revalidatie, Utrecht Dr. Anne Visser-Meily, revalidatiearts en senior onderzoeker, Rudolf Magnus Institute of Neuroscience en Kenniscentrum Revalidatiegeneeskunde Utrecht, Universitair Medisch Centrum Utrecht en De Hoogstraat Revalidatie, Utrecht Abstract Brain injury sequelae may influence a patient s motivation for rehabilitation. To gain more knowledge about the importance and assessment of motivation for rehabilitation in the Netherlands, an online survey was sent to physicians, psychologists and therapists of three Dutch organizations for neuropsychology and rehabilitation. The survey enquired about factors important for the course and success of rehabilitation; whether clinicians assess motivation during rehabilitation; and what assessment tools they use to do so. The online survey was completed by 37 physicians, 83 psychologists and 43 therapists of different disciplines. In total, 63% of respondents reported that they assess patient motivation during rehabilitation. Motivation was mainly determined by means of conversation or observation. The results of this study suggest that, although motivation is considered important for rehabilitation, currently, in The Netherlands no tool is being used systematically that provides a standardized assessment of patient motivation. Trefwoorden Motivatie, Hersenletsel, Triage, Enquête, Revalidatie. het hersenletsel zelf (letsel frontaalkwab), alsook door secundaire (verminderd ziekte-inzicht) en tertiaire (depressie) gevolgen van het hersenletsel. 3 Er is nog relatief weinig bekend over de rol van motivatie in de revalidatie van patiënten met hersen letsel. Het doel van deze studie is dan ook om meer te weten te komen over het belang van motivatie voor de revalidatie van deze patiënten en over methoden die in Nederland worden gebruikt om motivatie in kaart te brengen. 55

10 Publicatie Tabel 1. Kenmerken van de respondenten (n=163) Gemiddelde leeftijd in jaren (SD) a 39.4 (9.9) Range Beroep, % (n) Arts 22.7 (37) Psycholoog 50.9 (83) Therapeut 26.4 (43) Gemiddeld aantal jaren ervaring (SD) b 9.0 (6.9) Type organisatie, % (n) ac Revalidatiecentrum 73.4 (119) Ziekenhuis 19.8 (32) Verpleeghuis 4.9 (8) Eerstelijn 3.7 (6) GGZ 2.5 (4) Patiënten populatie, % (n) b Volwassenen 81.6 (120) Volwassenen en ouderen 10.9 (16) Jeugd en volwassenen 4.1 (6) Jeugd 3.4 (5) a n=162 b n=147 c Meer dan één antwoord was mogelijk Methoden Een online enquête is verstuurd naar leden van de volgende drie organisaties: 1. Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) sectie neuropsychologie (482 leden) en sectie revalidatie psychologie (200 leden); 2. Werkgroep CVA Nederland (WCN) (40 leden); 3. Platform cognitieve revalidatie (112 leden). In de enquête werden respondenten onder andere gevraagd welke factoren het beloop en succes van de revalidatie kunnen beïnvloeden, of motivatie in kaart wordt gebracht tijdens de revalidatie, en, zo ja, op welke wijze dat wordt gedaan. Verder werden respondenten gevraagd naar hun leeftijd en beroepsmatige details (beroep, aantal jaar ervaring, type organi satie, patiënten populatie). Resultaten In totaal hebben 37 artsen (36 revalidatieartsen, 1 psychiater), 83 psychologen en 43 therapeuten (24 ergotherapeuten, 15 cognitief trainers/therapeuten, 3 fysiotherapeuten, 1 psychologisch mede werker) de enquête ingevuld. Het gemiddeld aantal jaren werkervaring was 9.0 jaar (SD 6.9, range 0-29 jaar). Zie tabel 1 voor de kenmerken van de respondenten. De respondenten mochten maximaal vijf factoren noemen die volgens hen van belang zijn voor het beloop en voor het succes van de revalidatie na hersenletsel. De factoren die het meest werden genoemd voor het beloop, respectievelijk het succes waren cognitie (77,9 resp. 65,6%), inzicht (71,2 resp. 69,3%), leerbaarheid (56,4 resp. 54,0%) en motivatie (47,9 resp. 55,2%). De meerderheid van de respondenten gaf aan motivatie tijdens de revalidatie in kaart te brengen, te weten 20 artsen (54,1%), 58 psychologen (69,9%) en 24 therapeuten (55,8%). Men maakte gebruik van gespreksgegevens (bijvoorbeeld anamnese, intake) en observaties (zie tabel 2). Specifieke antwoorden uit de categorie Overige methoden waren onder andere: Komt iemand opdagen?, Opdrachten geven, doet iemand hier thuis iets mee?, De patiënt zelf doelen laten opstellen en Indruk van het team. Verder zijn er twee specifieke meetinstrumenten genoemd, de Prestatie Motivatie Test (PMT) en de Hoensbroeckse Beperkingen Schaal Hersenletsel (HBS-H). 4,5 De PMT is een valide en betrouwbare lijst gericht op productiviteit en houding ten opzichte van werk. 7 De lijst bevat 90 meerkeuzevragen, verdeeld over drie schalen: 1. prestatiemotief (persoonlijkheidseigenschap die in bepaalde situaties leidt tot presteren); 2. positieve faalangst (angst en spanning die leidt tot beter functioneren); 3. negatieve faalangst (angst en spanning die leidt tot disfunctioneren). De validiteit en betrouwbaarheid van de PMT bij patiënten met hersenletsel is nog niet onderzocht. Tabel 2. Gerapporteerde meetmethoden om motivatie in kaart te brengen Meetmethode Totale groep (n=102) Artsen (n=20) Psychologen (n=58) Therapeuten (n=24) Gesprek, % (n) 62.7 (64) 40.0 (8) 74.1 (43) 54.2 (13) Observatie, % (n) 43.1 (44) 30.0 (6) 43.1 (25) 54.2 (13) Cognitieve test(s), % (n) 2.0 (2) (2) 0 Vragenlijst(en), % (n) 5.9 (6) 10.0 (2) 6.9 (4) 0 Overige, % (n) 18.6 (19) 30.0 (6) 13.8 (8) 20.8 (5) 56

11 Publicatie De HBS-H is een valide lijst om beperkingen van patiënten met niet-aangeboren hersenletsel (NAH) vast te stellen. 8 Het is een observatielijst met 59 meerkeuzevragen die zijn gericht op mentale, sociale, fysieke en communicatieve gevolgen van niet-aangeboren hersenletsel (NAH). De volgende zes factoren worden gemeten: cognitie, gedrag, activiteiten van het dagelijks leven (ADL), houding en beweging, communicatie en sociaal-maatschappelijk functioneren. Motivatie wordt niet expliciet gemeten met de HBS-H. Discussie Clinici zien motivatie als een belangrijke factor voor het beloop en succes van de revalidatie na hersenletsel. Het in kaart brengen van motivatie wordt vooral gedaan aan de hand van gespreksgegevens en observaties en niet door het gebruik van gestandaardiseerde meetinstrumenten. Het gebruik van een gestandaardiseerd meetinstrument zorgt voor een meer betrouwbare objectivering van motivatie. Dit biedt mogelijk ondersteuning bij de indicatiestelling en kan tevens aanknopingspunten bieden voor interventies gericht op het verhogen van de motivatie van een patiënt. In de huidige studie zijn slechts twee specifieke meetinstrumenten genoemd: de HBS-H en de PMT. De HBS-H bevat echter geen specifieke vragen over motivatie en de PMT is niet gevalideerd voor gebruik bij patiënten met hersenletsel. Toekomstig onderzoek zal moeten uitwijzen of deze instrumenten bruikbaar zijn bij het meten van motivatie voor de revalidatie. De PRPS is een betrouwbare en valide lijst om participatie van patiënten in de klinische revalidatie in kaart te brengen. 9 Ook van dit instrument is een Nederlandse versie beschikbaar. Meer onderzoek is nodig om vast te stellen welk motivatie-instrument het beste bruikbaar is in de hersenletselrevalidatie. Het feit dat niet alle respondenten de vraag over het meten van motivatie hebben beantwoord kan als een beperking worden gezien. Aangezien het een open vraag was weten we alleen dat de mate van motivatie wordt ingeschat tijdens het gesprek of op basis van observaties. Daarom is onbekend of er tijdens een dergelijk gesprek specifieke vragen worden gesteld of dat er specifieke situaties worden geobserveerd. Een tweede beperking is dat het aantal jaren ervaring van de respondenten uiteenliep van 0 tot 29 jaar. Respondenten met beperkte klinische ervaring hebben mogelijk nog onvoldoende kennis over meetmethoden of ervaring met het inschatten van motivatie. Echter, 73% van de respondenten had ten minste drie jaar werkervaring. Analyse van de resultaten zonder de data van respondenten met minder dan drie jaar ervaring zorgde niet voor andere resultaten. Op basis van onze resultaten kan geconcludeerd worden dat motivatie wordt gezien als een belangrijk concept in de revalidatie van patiënten met hersenletsel. Er wordt in Nederland nog geen instrument systematisch gebruikt dat op gestandaardiseerde wijze de mate van motivatie van een patiënt in kaart kan brengen. In de huidige wetenschappelijke literatuur zijn er slechts enkele instrumenten die specifiek zijn ontwikkeld voor het meten van motivatie van patiënten met hersenletsel, waaronder de Motivation for Traumatic Brain Injury Rehabilitation Questionnaire (MOT Q) 6 en de Pittsburgh Rehabilitation Participation Scale (PRPS). 9 De MOT-Q is een valide lijst om de houding van patiënten ten opzichte van hun ziekte en de revalidatie vast te stellen. 9 De lijst bevat 31 vragen en meet de volgende vier factoren: interesse in de revalidatie, vertrouwen in professionele hulp, ontkenning en boosheid. Aan de hand van deze lijst kan het niveau van motivatie worden geobjectiveerd en kan tevens worden vastgesteld welke van de vier factoren een rol spelen in de verminderde motivatie. Er is inmiddels ook een Nederlandse versie van de MOT-Q beschikbaar. De MOT-Q wordt door de patiënt zelf ingevuld. De PRPS wordt daarentegen door de therapeut(en) ingevuld. De PRPS is een observatielijst waarbij therapeuten na elke therapiesessie de deelname van de patiënt beoordelen op een schaal van 1 (geen deelname) tot 6 (uitstekende deelname). Klinische boodschap Bij patiënten met hersenletsel weegt motivatie zwaar mee bij de indicatiestelling voor revalidatiezorg. Het gebruik van een gestandaardiseerd instrument zorgt voor een meer betrouwbare meting van motivatie en kan een bijdrage leveren aan de triage zodat patiënten sneller op de juiste plek komen om te revalideren. Toekomst In de studie Motivation for Rehabilitation (MORE) gaan wij gedurende een jaar bij revalidanten met niet aangeboren hersenletsel de MOT-Q afnemen bij start en einde van de revalidatie. Wij relateren de bevindingen aan (neuro)psychologische problemen en uitkomst van de revalidatie op het niveau van participatie. De belangrijkste doelstelling van het project is inzicht te krijgen in de rol van motivatie bij het herstel na hersenletsel. Deze informatie kan mogelijk gebruikt gaan worden bij de indicatiestelling en bij de ontwikkeling van interventies gericht op het verhogen van de motivatie. 57

12 Publicatie Referenties 1. Verenso. Triage Instrument Revalidatiezorg. Versie 1, 1 juli Kerckhofs E, Lafosse C. Revalidatiepsychologie. Praktische psychologie voor hulpverleners. Standaard Uitgeverij Professional, Oddy M, Cattran C, Wood R. The development of a measure of motivational changes following acquired brain injury. J Clin Exp Neuropsychol 2008;30: Hermans HJM. Handleiding bij de Prestatie Motivatie Test, hernormering. Amsterdam: Swets & Zeitlinger, Hoenderdaal PL, Beers KA, Douma M. Hoensbroeckse beperkingenschaal hersenletsel (HBS-H). Hoensbroek: IEC/IRV, Chervinsky AB, Ommaya AK, Jonge M de, Spector J, Schwab K, Salazar AM. Motivation for traumatic brain injury rehabilitation questionnaire (MOT-Q): reliability, factor analysis, and relationship to MMPI-2 variables. Arch Clin Neuropsychol 1998;13: NIP (1993). Documentatie van tests en testresearch in Nederland. (6e editie) Amsterdam: Nederlands Instituut van Psychologen. 8. Torenbeek M, Heijden GJMG van der, Witte LP de, Bakx WGM. Construct validation of the Hoensbroeck Disability Scale for Brain Injury in acquired brain injury rehabilitation. Brain Inj 1998;12: Lenze EJ, Munin MC, et al. (2004). The Pittsburgh Rehabilitation Participation Scale: reliability and validity of a clinician-rated measure of participation in acute rehabilitation. Arch Phys Med Rehabil 85(3): Correspondentie J.M.A. Visser-Meily Universitair Medisch Centrum Utrecht, afdeling Revalidatie, Verplegingswetenschap en Sport; Rudolf Magnus Institute of Neuroscience, Utrecht 58

13 Publicatie Implementatie van klinimetrie in de dagelijkse praktijk C. Hofstad, J. Roelofs, R. v.d. Ploeg, A. de Fretes, N. Keijsers Bij het revalidatieproces is een multidisciplinair team betrokken om succesvolle re-integratie van de revalidant in de maatschappij mogelijk te maken. Met het zorgvuldig registreren van de resultaten van klinimetrische testen in het patiëntdossier hebben behandelaars op een objectieve manier de disciplinebrede prestaties van de patiënt tot hun beschikking. Deze kennis kan leiden tot een beter inzicht in de behandeling van de individuele revalidant om zo het behandelproces te verbeteren of aan te passen en het kan zorgen voor een beter inzicht in het totale revalidatieproces van de patiëntengroep. Ondanks de toegevoegde waarde van klinimetrie wordt het in de huidige praktijk niet met regelmaat toegepast. Metingen worden niet op vaststaande tijdstippen verricht, de uitvoering van testen door verschillende zorgverleners gebeurt niet op een eenduidige manier en de resultaten komen niet altijd in het patiëntdossier terecht. Als gevolg hiervan zijn de klinimetrische gegevens niet of minder goed bruikbaar wat resulteert in verdere afname van klinimetrie in de klinische praktijk. Wat in de praktijk doorgaans wordt verstaan onder routinematig toepassen van klinimetrie is het meten van gegevens én het invoeren hiervan in een database en het gebruik van de database tijdens de behandeling en voortgangsrapportages. Om het routinematig toepassen van klinimetrie te vergemakkelijken, zou standaardisatie van de klinimetrie met behulp van richtlijnen een oplossing kunnen zijn. In deze richtlijnen wordt beschreven welke klinimetrische testen wanneer, op welke manier en door wie uitgevoerd moeten worden. Daarnaast zullen klinische richtlijnen in de toekomst steeds belangrijker worden, niet alleen voor de zorgverleners en patiënten (die steeds meer betrokken willen worden in de besluitvorming over de zorg), maar ook voor de zorgverzekeraars en de overheid om overbodige en onnodig dure zorg te voorkomen. 1,2 Zorgverleners vinden het moeilijk om routines en gewoontes in de zorg te veranderen. 3 Daarom is het van belang om belemmerende en bevorderende Drs. Cheriel Hofstad, onderzoeker, Sint Maartenskliniek Nijmegen Jolanda Roelofs, stagiair-onderzoeker, Sint Maartenskliniek Nijmegen Rein v.d. Ploeg, fysiotherapeut, Sint Maartenskliniek Nijmegen Drs. Albert de Fretes, revalidatiearts, Sint Maartenskliniek Nijmegen Dr. Noël Keijsers, onderzoeker, Sint Maartenskliniek Nijmegen factoren in kaart te brengen om zo succesvolle verbeteringen in de zorg te implementeren. 2-4 Voor de behandelaars is het belangrijk dat men het gevoel heeft dat de verandering zinvol en haalbaar is én een toegevoegde waarde heeft ten opzichte van de huidige zorg. 2 Om de mogelijkheden van het routinematig toepassen van klinimetrie te inventariseren op de afdeling revalidatie van de Sint Maartenskliniek in Nijmegen is een vragenlijst ontwikkeld en verspreid onder alle (op de revalidatieafdeling werkzame) fysiotherapeuten, revalidatieartsen en artsen in opleiding tot specialisten (AIOS). Op deze manier is onderzocht wat het draagvlak is, welke praktische en organisatorische veranderingen noodzakelijk zijn en wat de eventuele knelpunten zijn om routinematige klinimetrie succesvol te kunnen implementeren. Methode Er werd een vragenlijst ontwikkeld met 40 stellingen die voornamelijk waren gebaseerd op een aantal implementatie-studies. 5-8 Respondenten konden op een 5-punts Likertschaal aankruisen in hoeverre zij het eens dan wel oneens waren met de stellingen. Per item werd berekend hoeveel procent van de respondenten het eens waren met een stelling (score 4 of 5 aan een item toekenden). Vervolgens werd de respondenten gevraagd factoren te noemen die belemmerend dan wel bevorderend werken om klinimetrie in de praktijk toe te passen. Resultaten De vragenlijst werd door 11 revalidatieartsen, 18 fysio therapeuten voor volwassenenrevalidatie (Fv) en 13 fysiotherapeuten voor kinderrevalidatie (Fk) ingevuld. Dit resulteerde in een respons rate van 49%, wat vergelijkbaar is met een soortgelijk onderzoek onder Duitse revalidatieklinieken (46%) en past binnen de resultaten van een respons rate onderzoek in academische studies (gemiddeld 56%). 9,10 De nonrespons werd in deze exploratieve studie niet nader geanalyseerd. Dit betekent, dat er geen zicht is op de redenen van deze non-respons. Het draagvlak om klinimetrie in de toekomst routinematig toe te passen was groot (98%) en dit draagvlak werd door 59

14 Publicatie respondenten ook aangemerkt als zijnde belangrijk voor een succesvolle implementatie. Daarnaast werd het routinematig toepassen van klinimetrie door 83% van de respondenten haalbaar geacht. Het merendeel van de respondenten (86%) was ervan overtuigd dat het routinematig toepassen zou leiden tot een betere kwaliteit van het multidisciplinair overleg. Klinimetrie in de huidige praktijk Over het algemeen werd de communicatie tussen de disciplines goed bevonden, alhoewel de Fv en Fk significant lager scoorden (2.9 en 3.1) dan de revalidatieartsen (3.8). Een opmerkelijk en belangrijk verschil tussen de ondervraagde disciplines was dat slechts 10% van de revalidatieartsen vond dat het aantal meetinstrumenten voldoende was, tegenover 78% en 85% van de Fv en Fk. Bijna driekwart van de huidige klinimetrische gegevens wordt daadwerkelijk opgeschreven, terwijl 70% van deze gegevens in het patiëntdossier komt. Klinimetrie in de toekomst De meerderheid van de respondenten (85%) verwachtte dat het routinematig toepassen van klinimetrie leidt tot een betere communicatie binnen de discipline. Daarnaast verwachtte 86% dat zowel de overdracht binnen de discipline als de externe overdracht verbeterd wordt wanneer klinimetrie routinematig wordt toegepast. Bovendien hadden bijna alle respondenten (88%) het idee dat routinematige klinimetrie leidt tot meer inzicht in het totale revalidatieproces van patiënten. Bijna alle respondenten achtten zichzelf in staat om klinimetrische gegevens te kunnen gebruiken in de behandeling (91%) en op basis van de klinimetrische gegevens een voortgangsrapportage te maken (88%). Van alle respondenten verwachtte 86% dat het routinematig toepassen van klinimetrie leidt tot een beter inzicht in het verloop van het revalidatieproces voor de patiënt. Bovendien verwachtte 76% dat het routinematig toepassen van klinimetrie motiverend werkt voor de patiënt. De revalidatieartsen (n=10) waren niet gemotiveerd om in de toekomst zelf metingen uit te voeren en zelf gegevens in te voeren in een database, terwijl bijna driekwart van de fysiotherapeuten hiertoe wel gemotiveerd was. De meeste respondenten waren echter goed gemotiveerd om een database met gegevens te gebruiken tijdens de behandeling (93%) en om een voortgangsrapportage te maken op basis van deze gegevens (83%). Alle respondenten waren overtuigd dat alle disciplines klinimetrie routinematig zouden moeten toepassen. Na een principal axis factor analyse werden de 40 stellingen onderverdeeld in zeven factoren, waarbij de concepten Belang van klinimetrie en Flexibiliteit in tijd het grootste deel van de variantie in de vragenlijst verklaarden. Deze factoren kwamen ook al duidelijk naar voren bij de belemmerende en bevorderende factoren, namelijk draagvlak en beschikbare tijd. Open vragen De respondenten noemden belemmerende en bevorderende factoren voor het routinematig toepassen van klinimetrie en gaven daar een cijfer van belangrijkheid aan (cijfer 10 was meest belangrijk). In tabel 1 staan de factoren gecategoriseerd onder 11 hoofdfactoren. Tabel 1. Belemmerende en bevorderende factoren voor het routinematig toepassen van klinimetrie gecategoriseerd onder 11 hoofdfactoren. Belemmerende/bevorderende factor Aantal keren genoemd Aantal personen Gemiddeld cijfer (sd) 1. Beschikbare tijd (het meten) ,2 (1,2) 2. Eenvoudige toegang tot computer en invullen van de gegevens ,4 (1,4) (verwerking van de gegevens) 3. Logistiek; op vaste momenten meten en planning (het meten) ,0 (1,1) 4. Eenduidigheid en kennis van meten (het meten) ,4 (1,6) 5. Beschikbaarheid van meetinstrumenten en ruimte (het meten) ,2 (1,0) 6. Communicatie naar collega s (communicatie) ,3 (0,9) 7. Draagvlak (communicatie) ,1 (0,9) 8. Overzichtelijke weergave van de klinimetrie ,7 (0,9) (verwerking van de gegevens) 9. Communicatie naar patiënt (communicatie) ,0 (0,5) 10. Aanwezigheid van een klinimetrist (het meten) ,9 (1,6) 11. Inzicht in het revalidatieproces (communicatie) ,6 (0,9) 60

15 Publicatie Discussie Uit de resultaten van de vragenlijst kwam duidelijk naar voren dat het draagvlak om klinimetrie in de toekomst routinematig toe te passen groot was; dit werd belangrijk en haalbaar bevonden. Bovendien was het merendeel van de respondenten ervan overtuigd dat hun discipline klinimetrie routinematig moet gaan toepassen. Daarnaast waren de meesten gemotiveerd om klinimetrische gegevens te gebruiken in de behandeling en voortgangsrapportage. Echter, belemmerende factoren zoals een gebrek aan tijd, snelle data invoer en logistieke ondersteuning kunnen implementatie bemoeilijken. De meest belangrijke belemmerende factor voor het routinematig kunnen toepassen van klinimetrie was tijd. Ruim driekwart van de Fk verwachtte dat de werkdruk te groot wordt en ongeveer de helft van de fysiotherapeuten verwachtte dat het moeilijk is om op vaststaande tijden metingen uit te voeren wanneer klinimetrie routinematig moet worden toegepast. Het probleem van tijd werd vooral bij fysiotherapeuten gevonden. Voor hen is het dus belangrijk dat er voldoende tijd wordt ingepland om klinimetrie routinematig te kunnen toepassen. Routinematige klinimetrie kan (als het is ingebed in vaste structuren) daarentegen ook tijdswinst opleveren. Indien een revalidant al weken niet meer of slechts mondjesmaat vooruitgaat (afgezien van gezondsheidsof technische redenen), zal er geen of slechts minimale winst te behalen zijn bij het voortzetten van de revalidatiebehandeling. De objectieve resultaten van de klinimetrische testen kunnen dan ondersteuning bieden bij de beslissing om wel of niet te stoppen met de behandeling. Dit kan het onnodig verder revalideren beperken en kan daarmee zowel tijd als geld opleveren. Om klinimetrische testen daadwerkelijk op vaste momenten te kunnen uitvoeren en dit onderdeel te maken van de routine zijn verschillende interventies noodzakelijk. Het is van uiterst belang dat de toegevoegde waarde van klinimetrie zichtbaar is voor revalidatieartsen, fysiotherapeuten, andere disciplines en patiënten. Dit kan bewerkstelligd worden door het toevoegen van klinimetrie op de voortgangsrapportages, zodat de resultaten (op vaste momenten) geëvalueerd worden tijdens teambesprekingen en meegenomen worden in de besluitvorming. Daarnaast moet een goede planning (bijvoorbeeld inroosteren van klinimetrie momenten) en beperking van de administratieve last (bijvoorbeeld door gegevens direct digitaal in te voeren of dmv ondersteuning van een klinimetrist) bijdragen aan het structureel kunnen uitvoeren van klinimetrie. Scholing kan bijdragen om eenduidigheid in het meten tussen de verschillende zorgverleners te krijgen. Dankwoord Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt door POM BV. Nijmegen. Referenties 1. Hofstad CJ, Linde H van der. Concept Protocol Voorschrift beenprothesen concept beslissingsondersteunend protocol Grol R, Wensing M. Implementatie Effectieve verbetering van de patiëntenzorg. Vierde, herziene druk, Feder G, Eccles M, Grol R, Griffiths C, Grimshaw J. Clinical guidelines: using clinical guidelines. BMJ 1999;318(7185): Grol R, Grimshaw J. From best evidence to best practice: effective implementation of change in patients care. Lancet 2003;362(9391): Brouwer M, Strating M, Bal R. Implementeren? Met beleid aan de slag! Onderzoek naar de implementatie van het nieuwe Protocol Seksuele Intimidatie en Seksueel Misbruik in de Divisie Wonen GZ van Pameijer. Erasmus MC Universitair Medisch Centrum Rotterdam, Francis JJ, Eccles MP, Johnston M, Walker A, Grimshaw J, Foy R, Kaner EFS, Smith L, Bonetti D. C Constructing questionnaires based on the theory of planned behavior a manual for health services researchers. Centre for Health Services Research, Helmink J, Cox V, Kremers F. Beweegkuur het beste recept voor uw gezondheid. Implementatie van de BeweegKuur: een pilot studie. Maastricht University, Plas M, Wensing M, Fleuren M, Friele R, Haaijer-Ruskamp F, Keijsers J, Klazinga N, Ravensbergen J. Begrippenkader voor implementatiestrategieën en beïnvloedende factoren bij implementatie in de gezondheidszorg. WOK Centre for quality of care research, Körner M. Interprofessional teamwork in medical rehabilitation: a comparison of multidisciplinary and interdisciplinary team approach. Clin Rehabil. 2010; 24(8): Baruch Y. Response Rate in Academic Studies-A Comparative Analysis. Human Relations 1999; 52( 4): Correspondentie Sint Maartenskliniek, afdeling Research Postbus GM Nijmegen De Vragenlijst implementatie routinematige klinimetrie is te downloaden op in het menu Vereniging/Nederlands Tijdschrift voor Revalidatiegeneeskunde. 61

16

17 Publicatie Het systematisch beoordelen van de biologische prothesefit E.C.T. Baars Na een transtibiale amputatie is het van groot belang dat de patiënt zo snel en goed mogelijk zijn loopvaardigheid terugkrijgt. Hiervoor is ten eerste een adequate pasvorm van de prothese onontbeerlijk. 1,2 Daarnaast is voor een optimaal gebruik van de prothese een goede fitting c.q. passing van de stomp in de koker essentieel. Dit laatste kan men de biologische prothesefit noemen. Deze fitting is afhankelijk van stompkenmerken als de vorm, de weke delen (waaronder vet- en spierweefsel) en de benige structuren. 3-5 Het doel van een goede fitting is, naast een optimale ophanging bij het liften en ondersteuning bij het belasten van de prothese, het in standhouden van de stompintegriteit en het verkrijgen van een optimaal comfort in de koker Eveneens is bij het lopen een efficiënte overbrenging van de stompbeweging naar de prothese van belang om met zo min mogelijke inspanning te kunnen lopen. Abstract A good biological socket fit of the prosthesis is a prerequisite for a good function with the prosthesis. A diversity of factors have an influence on the biological fit, i.e. prosthesis donning and doffing, stump-socket interface, suspension and weight bearing, and these should be systematically assessed when the amputee has stump complaints. This way problem can be identified and effectively treated and also potential problems can be dealt with in preventing stump complaints in the future. Trefwoorden beenamputatie, biologische fit, prosthese De biologische fit moet voldoen aan een grote hoeveelheid eisen. Om hieraan te kunnen voldoen is onder meer een strak passende kokerfitting noodzakelijk, waarbij er maar minimale beweging plaatsvindt tussen de stomp en de koker. 2,17 Het kiezen van de juiste fittingtechniek, waaronder Total-Surface-Bearing (TSB), met drukverdeling over de het gehele stompoppervlak, of Patellar-Tendon- Bearing (PTB), met plaatsing van de druk ter hoogte van de patellapees, is natuurlijk een belangrijke voorwaarde voor het verkrijgen van een goede biologische fit oftewel pasvorm. 18 Het systematisch beoordelen van de biologische fit door de revalidatiearts, fysiotherapeut en instrumentmaker is van groot belang om zo snel en trefzeker de oorzaak van fittingklachten op te sporen en een eventuele toename van stompproblemen, waaronder drukplekken en wonden, te voorkomen. Het is opvallend dat er in de literatuur geen sluitende definitie van de biologische fit voorhanden is. 19 De meeste studies onderzoeken deelaspecten van de biologische fit zonder alle aspecten in beschouwing te nemen (tabel 1). Erwin C.T. Baars, revalidatiearts In dit artikel hanteer ik de volgende aspecten in relatie tot de biologische fit: De relatie tussen stomp en koker, met daarbij de bewegingen van de stomp in relatie tot de koker, De stompintegriteit en het comfort. De prothese fixatie, met het oog op fixatie tijdens de beenzwaai en een goede stompopvang tijdens het belasten van de prothese. De prothese uitlijning. Een goede biologische fit zorgt voor handhaving van de stompintegriteit, geeft comfort en is een randvoorwaarde voor het optimaal functioneren met de prothese. Een slechte fit geeft problemen bijvoorbeeld in de vorm van wonden en pijn. Controle van de biologische fit Wanneer de patiënt zich presenteert met een klacht in relatie tot de prothesefit is het voor de zorgprofessional waaronder de revalidatiearts, fysiotherapeut en instrumentmaker, uitnodigend om zich meteen te storten op de meest waarschijnlijke oorzaak hiervan. De patiënt kan zich presenteren met bijvoorbeeld pijn in de stomp, waarbij de arts of instrumentmaker meteen zoekt naar een drukpunt veroorzaakt door de koker. Echter het probleem kan zijn dat de kokervorm adequaat is, maar de stomp door onvoldoende ophanging draait in de koker tijdens het liften van de prothese. Dit veroorzaakt drukplekken op de stomp 63

18 Publicatie Tabel 1. Beschrijvingen van de biologische fit in de literatuur. Studie Goede fit Slechte fit Isozaki et al Strakke fit; koker volgt stompcontouren adequaat Te ruime fit Commean et al Minimale vormverandering van stomp in koker Veel vormverandering van stomp in koker Klasson 1998 Goede kokervorm in relatie tot stomp contour en volume Minimale verticale verplaatsing tussen liften van prothese en volle belasting Minimale transversale verplaatsing en rotatie Stijve koppeling tussen prothese en skelet Geen blijvende weefselbeschadiging & goede comfort Te veel beweging van stomp in koker Stompweefsel beschadiging Slechte comfort in koker Lee et al Geen (stomp)pijn bij het dragen van de prothese Stomppijn bij het dragen van de prothese Mak et al Optimale drukverdeling Slechte drukverdeling Tanner et al Verminderde verplaatsing (pompen) van stomp in koker Toegenomen verplaatsing van stomp in koker Zhang et al Comfortabele koker Slechte comfort in koker Sanders et al Stabiliteit en goede stomp integriteit Instabiliteit en huidbeschadiging vanwege de veranderde positie van de stomp in de koker na het roteren en belasten. De oplossing is in dit geval dan ook het verbeteren van de ophanging (suspensie) en niet meer ruimte maken in de koker. Ook kunnen klachten van het slecht functioneren met de prothese veroorzaakt worden door een inadequate biologische fit. Te veel ruimte in de koker kan zorgen voor instabiliteit en een inefficiënte overbrenging van de stompbewegingen naar de prothese. In het laatste geval ontstaat er energieverlies dat onder meer kan resulteren in vermoeidheid bij het lopen. Bij het controleren van de biologische fit, bijvoorbeeld na het leveren van een nieuwe koker, is het van belang om, mede gezien de vaak beperkte beschik bare tijd op het prothesetechnisch spreekuur, systematisch te werk te gaan. Op deze wijze kunnen relevante aspecten, waaronder stomp integriteit, comfort en prothese functie, goed en efficiënt gecontroleerd worden. De volgende factoren zijn relevant bij het controleren van de biologische fit: De prothese hantering door de patiënt De stompconditie Stompniveau in de koker bij belasting van de prothese De prothese ophanging (suspensie) bij het liften van de prothese Stompbewegingen in de koker (rotatie, klepelen) Wijken van de condylsteunen van de koker De uitlijning van de prothese en controle van de lengte Stroomdiagram: systematisch beoordelen van de biologische prothesefit (volgorde variabel): 1. Beoordelen van de prothesehantering (patient zelf de prothese aan en uit laten doen) 2. Beoordelen van de stompconditie (controleren op wonden, blaren, drukpijn) 3. Beoordelen van stompniveau in koker ( hoogte van patella in uitsparing) 4. Beoordelen van de suspensie (pompen) (patella beweging bij liften en belasten van prothese) 5. Beoordelen of er sprake is van stomprotatie in de koker (orientatie van patella tov uitsparing) 6. Beoordelen of er sprake is van klepelen van de stomp in de koker (navraag bij patiënt of hij/zij de stomp in koker voelt bewegen) 7. Beoordelen stand condylsteunen (wijken) bij belasten van de prothese 8. Beoordelen van de prothese uitlijning en lengte 64

19 Publicatie Het beoordelen van de biologische fit Zie hiervoor het stroomdiagram. Prothesehantering Voordat men de biologische fit kan beoordelen is het essentieel dat er zekerheid bestaat over de juiste hantering van de prothese door de patiënt. De hantering is het aan en uitdoen van de prothese. Slechte liner hantering kan bijvoorbeeld zorgen voor luchtinsluiting onder de liner nadat deze is aangetrokken. Dit kan resulteren in een te hoog stompniveau in de koker, met daardoor een slechte functie van de prothese. Eveneens kan het luchtcompartiment blaar vorming veroorzaken bij het belasten van de prothese. 20 Bij een slechte handfunctie van de patiënt neemt het risico op inadequate prothesehantering toe. 21 Echter een goede hantering is zeker wel te bereiken met een beperkte handfunctie. 22,23 Ook kunnen cognitieve beperkingen een negatieve invloed hebben op het zelfstandig hanteren van de prothese. 24 Ik adviseer om tijdens de patiëntencontacten, bijvoorbeeld op het prothesetechnisch spreekuur, de patiënt zelf de prothese te laten aandoen om het hanteren te kunnen beoordelen. Foto 1. Koker met patella uitsparing. Stomp integriteit De stompintegriteit behelst het intact en vitaal houden van de stompweefsels. Tekenen van een slechte stompintegriteit zijn onder andere wonden, huidproblemen en diepe drukulcera. 10,25 De meest voorkomende klachten komen door wrijving en drukpunten veroorzaakt door de koker. Daarnaast kan een slechte prothesehantering fittingproblemen geven doordat de koker bijvoorbeeld gedraaid wordt aangetrokken waardoor drukplekken en wonden op de stomp kunnen ontstaan. Foto 2. Koker met inkeping voor patellapees. Stompniveau in de koker Het niveau van de stomp in de PTB koker kan men beoordelen aan de hand van de locatie van de patella in de patella uitsparing (foto 1). Het niveau is juist als de patella in de uitsparing palpabel is en de onderpool boven de inkeping voor de patellapees staat (foto 2). Bij een te laag niveau zal de patella deels achter en onder de inkeping voor de patellapees liggen en bij een te hoog niveau hier te ver boven uitstijgen. Als men twijfelt over het niveau is het aan te raden om te controleren voor een beenlengte verschil bij de patiënt. Deze controle geeft alleen informatie als men zeker is dat de prothese aanvankelijk op de juiste lengte is afgesteld. Bij de levering van een eerste prothese of na uitgebreide wijzigingen van de uitlijning zal het controleren van de beenlengte, ter bepaling van het stompniveau in de koker, van beperkte waarde zijn. Stomprotatie in de koker en het wijken van de condylsteunen De oriëntatie van de patella in relatie tot de patella uitsparing geeft eveneens een indicatie van een eventuele rotatie van de stomp in de koker. Deze rotatie kan ontstaan door een slechte passing of als gevolg van een slechte prothese hantering, waarbij de koker gedraaid is aangetrokken, maar ook van een eventuele slechte prothese suspensie. Het wijken van de condylsteunen is eveneens een teken van een slechte biologische fit. Dit geeft aan dat er sprake is van een varus- of valguskanteling van de koker in relatie tot de stomp. De fit van het proximaal deel van de koker is in dit geval te ruim en kan resulteren in instabiliteit ter hoogte van de knie tijdens het staan en lopen, vooral in de belastingsfase van de prothese. Hierdoor zal de patiënt een asymmetrisch looppatroon laten zien met een verkorte standfase op de prothese. 65

20 Publicatie Protheseophanging en het klepelen van de stomp De ophanging van de prothese is te boordelen tijdens het lopen van de patiënt. Het vertikaal bewegen van de stomp in de koker (pompen) is een teken van een slechte ophanging. 7,11,14,15 De patella beweegt in dit geval op en neer ten opzichte van de patella uitsparing. Daarnaast zijn er plooien in de liner zichtbaar zodra de prothese belast wordt. Bij navraag geeft de patiënt aan te ervaren dat de stomp in de koker beweegt. De patiënt kan meestal goed aangeven of de stomp in de koker klepelt, dat wil zeggen dat het distaal deel van de stomp van voor naar achteren of zijwaarts beweegt. Dit gebeurt tijdens het lopen en is het gevolg van te veel ruimte in het distaal deel van de koker. Door deze stompbewegingen ervaart de patiënt instabiliteit bij het staan en lopen alsook vermoeidheid door de inefficiënte bewegingsoverdracht van de stomp naar de prothese. Prothese-uitlijning De uitlijning van de prothese is de techniek die er voor zorgt dat de patiënt met een prothese bij het staan voldoende stabiliteit ervaart en bij het lopen een goede loopdynamiek (symmetrie, cadans) heeft. Dit wordt bereikt bij de transtibiale prothese door het juist instellen van de stand van de koker, de lengte van de buis en het afstellen van de prothesevoet. 25 De uitlijning van de prothese heeft eveneens een (indirecte) relatie met de biologische fit. Een slechte of afwijkende uitlijning kan namelijk zorgen voor stompklachten door wrijving en drukpijn aan de stomp als gevolg van een afwijkende positionering van de koker ten opzichte van de stomp tijdens het belasten. 6,26 Het contactvlak van de prothese met de grond bepaalt immers de stand die de prothese inneemt bij het belasten. Indien de prothese, en de koker, te ver kantelt ten opzichte van de stomp zal dit klachten veroorzaken ter hoogte van de overgang stomp-koker. Ook een onjuiste lengte van de prothese zal hier invloed op hebben. Het controleren van de biologische fit is een momentopname Het controleren van de biologische fit is een momentopname, dat afhankelijk is van in de tijd verlopende veranderingen. 9,27,28 Ten eerste is er bij veel stompen sprake van dagvolumeveranderingen, dat wil zeggen volumeveranderingen in de loop van de dag. Meestal is de stomp s ochtends voller en neemt het volume in de loop van de dag af doordat lichaamsvocht, waaronder bloed, plasma en lymfe, uit de stomp geperst wordt onder invloed van belasting. 28 Vervolgens zwelt de stomp s nachts, vanwege het ontbreken van externe druk, door ophoping van lichaamsvocht. Bij actieve patiënten is er in de regel sprake van de grootste volumeverandering in de loop van de dag. Daarnaast kunnen problemen met de interne vochthuishouding, bijvoorbeeld door nierinsufficiëntie, hier de oorzaak van zijn. Om deze reden is het aan te raden de patiënt altijd een elastische stompkous te laten dragen zodra de prothese niet gebruikt wordt. Doordat de stomp in de loop van de dag van volume verandert dient men te realiseren dat bij het controleren van de biologische fit er sprake is van een beoordeling gerelateerd aan dat moment van de dag. Het kan zijn dat de fit op andere tijdstippen anders is. Dit laatste is na te gaan door aan de patiënt te vragen hoe de koker aanvoelt gedurende de dag en hem of haar op een ander tijdstip te laten komen voor de volgende prothesecontrole. Eveneens verandert de stompvolume in de loop van de weken en maanden (week-/maandveranderingen) door onder meer atrofie van spier- en vetweefsel Vanwege deze atrofie is het raadzaam om, zeker in het eerste jaar na de amputatie, de biologische fit periodiek te controleren. Verder is het van belang om de patiënt te leren zelf de fit te beoordelen aan de hand van het voelen van de stomp in de koker. 27 Dit kan door de patiënt te laten herkennen dat klachten als een te strak gevoel van de stomp onder in de koker, drukpijn ter hoogte van de patella onderpool of caudale zijde van de patella, fantoompijn en het gevoel dat de prothese te kort is als signalen op te vatten zijn van een slechte biologische fit. De patiënt kan in een dergelijk geval zogenaamde vulkousen over de liner aantrekken om het verlies aan stomp volume te compenseren en zo zelfstandig de fit verbeteren. Conclusie Een goede biologische fit van de prothese is een essentiële voorwaard voor het optimaal functioneren met de onderbeenprothese. Meerdere factoren spelen een rol bij de biologische fit en deze dienen allen systematisch te worden gecontroleerd zodra de patiënt komt voor een controle van de prothese of zich presenteert met pijnklachten in de stomp. Een dergelijke werkwijze zorgt zowel voor preventie van een slechte biologische fit als ook voor een snelle en efficiënte opsporing van problemen, waardoor in het laatste geval de professional trefzeker de juiste oplossing kan bieden. Referenties 1. Collins DM, Karmarkar A, Relich R, Pasquina PF, Cooper RA. Review of research on prosthetic devices for lower extremity amputation. Critical Reviews in Biomechanical Engineering 2006,5: Isozaki K, Hosoda M, Masuda T, Morita S. CAD/CAM evaluation of the fit of trans-tibial sockets for trans-tibial amputation stumps. J Med Dent Sci 2006,53:

Dynamisch testen. Bruikbaar voor het inschatten van leerbaarheid? Hileen Boosman, Anne Visser-Meily, Caroline van Heugten

Dynamisch testen. Bruikbaar voor het inschatten van leerbaarheid? Hileen Boosman, Anne Visser-Meily, Caroline van Heugten Dynamisch testen. Bruikbaar voor het inschatten van leerbaarheid? Hileen Boosman, Anne Visser-Meily, Caroline van Heugten Leerbaarheid Leerbaarheid is de mate waarin iemand profijt heeft van leerervaringen.

Nadere informatie

Leerbaarheid. Le ren. Overzicht. HersenletselCongres 2015 4-11-2015. A5 Leerbaarheid: veel besproken, weinig onderzocht

Leerbaarheid. Le ren. Overzicht. HersenletselCongres 2015 4-11-2015. A5 Leerbaarheid: veel besproken, weinig onderzocht Disclosure belangen sprekers (Potentiële) belangenverstrengeling Geen A5 Leerbaarheid: veel besproken, weinig onderzocht Dr. Hileen Boosman De betrokken relaties bij dit project zijn: Financiering: Projectgroep:

Nadere informatie

Samenwerking en INnovatie in GEriatrische Revalidatie Ineke Zekveld LUMC

Samenwerking en INnovatie in GEriatrische Revalidatie Ineke Zekveld LUMC Resultaten monitor proeftuinen SINGER Samenwerking en INnovatie in GEriatrische Revalidatie Ineke Zekveld LUMC Inhoud presentatie Organisatie proeftuinen Vraagstelling SINGER Conclusies uit eerder onderzoek

Nadere informatie

Hoe is het revalidatie zorggebied op dit moment vormgegeven. Innovaties in de revalidatiezorg. Nieuwe vormen van revalidatie.

Hoe is het revalidatie zorggebied op dit moment vormgegeven. Innovaties in de revalidatiezorg. Nieuwe vormen van revalidatie. Inleiding in de revalidatiegeneeskunde 2011. Hoe is het revalidatie zorggebied op dit moment vormgegeven. De rol van de zorgverzekeraars. Innovaties in de revalidatiezorg. Wat is multidisciplinair. Pijnrevalidatie.

Nadere informatie

Helpt het hulpmiddel?

Helpt het hulpmiddel? Helpt het hulpmiddel? Het belang van meten Zuyd, Lectoraat Autonomie en Participatie Faculteit Gezondheidszorg Dr. Ruth Dalemans, Prof. Sandra Beurskens 08-10-13 Doelstellingen van deze presentatie Inzicht

Nadere informatie

ENERGIEK. Bewegingsprogramma bij chronische neurologische aandoeningen

ENERGIEK. Bewegingsprogramma bij chronische neurologische aandoeningen ENERGIEK Bewegingsprogramma bij chronische neurologische aandoeningen Achtergrond Bewegen is goed, voor iedereen! Dat is wat u vaak hoort en ziet in de media. En het is waar, bewegen houdt ons fit en

Nadere informatie

Visie op Geriatrische Revalidatie in Groot Amsterdam. Notitie gemaakt voor platform Sigra GRZ. Versie 1.5

Visie op Geriatrische Revalidatie in Groot Amsterdam. Notitie gemaakt voor platform Sigra GRZ. Versie 1.5 Visie op Geriatrische Revalidatie in Groot Amsterdam Notitie gemaakt voor platform Sigra GRZ Versie 1.5 Deze notitie heeft tot doel de transmurale visie op revalidatie te omschrijven aan de hand waarvan

Nadere informatie

23-1-2014. Classificeren en meten. Overzicht van de officiële definities van de meter sinds 1795. Raymond Ostelo, PhD. Klinimetrie

23-1-2014. Classificeren en meten. Overzicht van de officiële definities van de meter sinds 1795. Raymond Ostelo, PhD. Klinimetrie Raymond Ostelo, PhD Professor of Evidence-Based Physiotherapy Dept. Health Sciences EMGO+ Institute for Health and Care Research VU University Amsterdam, the Netherlands r.ostelo@vumc.nl 1 Classificeren

Nadere informatie

Poliklinische medisch specialistische revalidatie

Poliklinische medisch specialistische revalidatie Poliklinische medisch specialistische revalidatie Revalidatie verbetert uw leefsituatie Door middel van deze informatiefolder informeren wij u over de poliklinische medisch specialistische revalidatiebehandeling.

Nadere informatie

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Congres Focus op Onderzoek, 22 juni 2015 Gerda de Kuijper, AVG/senior senior onderzoeker CVBP/UMCG Dederieke Festen AVG/senior onderzoeker

Nadere informatie

Niet Rennen maar Plannen

Niet Rennen maar Plannen Niet Rennen maar Plannen Projectgroep: Caroline Van Heugten Anne Visser-Meily Annette Baars-Elsinga Chantal Geusgens Cognitieve revalidatie Consortium cognitieve revalidatie Protocollen voor cognitieve

Nadere informatie

Revalideren in het Roessingh. Vernieuwend - Attent - Samen

Revalideren in het Roessingh. Vernieuwend - Attent - Samen Revalideren in het Roessingh Vernieuwend - Attent - Samen Moderne middelen en maatwerk Ik heb het moeten leren accepteren. Af en toe zeggen: stop en niet verder. Daarmee kreeg ik weer een stukje van mijzelf

Nadere informatie

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening.

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening. amenvatting Elk jaar krijgen in Nederland zo n 45.000 mensen een beroerte, ook wel CVA (Cerebro Vasculair Accident) genoemd. Ongeveer 60% van hen keert na opname in het ziekenhuis of revalidatiecentrum

Nadere informatie

Revalidatie bij beenamputatie Revalidatiecentrum Breda

Revalidatie bij beenamputatie Revalidatiecentrum Breda Revalidatie bij beenamputatie Revalidatiecentrum Breda Informatie over de behandeling van revalidanten met een beenamputatie bij Revalidatiecentrum Breda. Elk jaar zijn er in Nederland rond de drieduizend

Nadere informatie

Revalidatie voor kinderen en jongeren. Poliklinische en klinische behandeling

Revalidatie voor kinderen en jongeren. Poliklinische en klinische behandeling Revalidatie voor kinderen en jongeren Poliklinische en klinische behandeling Revalidatie voor kinderen en jongeren Poliklinische en klinische behandeling Het doel is zo zelfstandig mogelijk worden Kinderen

Nadere informatie

Stap voor stap weer aan het werk

Stap voor stap weer aan het werk Stap voor stap weer aan het werk Re-integratie en diagnose van arbeidsbelastbaarheid Volwassenenrevalidatie Kinderrevalidatie Arbeidsrevalidatie Rijndam Rijndam is hét medisch geneeskundig revalidatiecentrum

Nadere informatie

Revalideren. op de Patiënteneenheid Dwarslaesie

Revalideren. op de Patiënteneenheid Dwarslaesie Revalideren op de Patiënteneenheid Dwarslaesie Inleiding U revalideert in de Sint Maartenskliniek of u gaat binnenkort revalideren in de Sint Maartenskliniek op de Patiënteneenheid (PE) Dwarslaesie. Tijdens

Nadere informatie

Revalidatie. Revalidatie & Herstel

Revalidatie. Revalidatie & Herstel Revalidatie Revalidatie & Herstel De afdeling Revalidatie in het BovenIJ ziekenhuis is een onderdeel van de afdeling Revalidatie en Herstel. Met deze folder willen wij u graag vertellen wat wij voor u

Nadere informatie

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur

Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur Invloed van het aantal kinderen op de seksdrive en relatievoorkeur M. Zander MSc. Eerste begeleider: Tweede begeleider: dr. W. Waterink drs. J. Eshuis Oktober 2014 Faculteit Psychologie en Onderwijswetenschappen

Nadere informatie

Snel in Beweging Ontwikkeling en implementatie van de zelf-oefengids

Snel in Beweging Ontwikkeling en implementatie van de zelf-oefengids Snel in Beweging Ontwikkeling en implementatie van de zelf-oefengids Deborah Zinger MSc, fysiotherapeut UMC Utrecht Identificeer probleem/ hulpvraag patiënt Formuleer klinisch relevante vraag ZSU Maak

Nadere informatie

SAMENVATTING. Samenvatting

SAMENVATTING. Samenvatting Samenvatting SAMENVATTING PSYCHOMETRISCHE EIGENSCHAPPEN VAN ADL- EN WERK- GERELATEERDE MEETINSTRUMENTEN VOOR HET METEN VAN BEPERKINGEN BIJ PATIËNTEN MET CHRONISCHE LAGE RUGPIJN. Chronische lage rugpijn

Nadere informatie

Afdeling revalidatie

Afdeling revalidatie Afdeling revalidatie Inleiding Als u op de revalidatie-afdeling komt, krijgt u te maken met één of meerdere medewerkers. Dit hangt vooral af van de reden van uw verwijzing naar de revalidatie-afdeling.

Nadere informatie

Revalidatie. Nederland

Revalidatie. Nederland Revalidatie Nederland Revalidatie richt zich op herstel of verbetering van mogelijkheden van mensen met blijvend lichamelijk letsel of een functionele beperking Wat is Revalidatie Nederland? Revalidatie

Nadere informatie

Lange termijn functioneren en participatie bij jongeren met chronische pijn en vermoeidheid. Tessa Westendorp

Lange termijn functioneren en participatie bij jongeren met chronische pijn en vermoeidheid. Tessa Westendorp Lange termijn functioneren en participatie bij jongeren met chronische pijn en vermoeidheid Tessa Westendorp 24 januari 2014 Hoofdthema s binnen mijn onderzoek: Revalidatiebehandeling Jongeren met chronisch

Nadere informatie

Uitgebreide toelichting van het meetinstrumenten

Uitgebreide toelichting van het meetinstrumenten 1 Uitgebreide toelichting van het meetinstrumenten Life Habits 22 September 2010 Review: 1) E. Bernges, M. Bertrand, L. Patelski 2) Sandra Joeris Invoer: Eveline van Engelen 1 Algemene gegevens Lichaamsregio

Nadere informatie

Poliklinische revalidatie voor kinderen en jongeren

Poliklinische revalidatie voor kinderen en jongeren Poliklinische revalidatie voor kinderen en jongeren 1 De revalidatiearts heeft uw kind een poliklinische revalidatiebehandeling voorgesteld. Wij kunnen ons voorstellen dat er veel vragen op u afkomen.

Nadere informatie

Behandelprogramma. Dwarslaesie

Behandelprogramma. Dwarslaesie Behandelprogramma Dwarslaesie Iedereen is anders. Elke situatie is anders en elk herstelproces verloopt anders. Dat realiseren wij ons heel goed. Om u voorafgaand aan uw opname en/of behandeling bij Adelante

Nadere informatie

Patiënt en Netwerk ontketenen Innovatie

Patiënt en Netwerk ontketenen Innovatie Patiënt en Netwerk ontketenen Innovatie Dr. Marten Munneke Afdeling Neurologie, Revalidatie en IQ Healthcare, UMC St Radboud MijnZorgNet Factsheet Parkinson Nederland: 50 duizend Patiënten Impact kwaliteit

Nadere informatie

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality

de Rol van Persoonlijkheid Eating: the Role of Personality De Relatie tussen Dagelijkse Stress en Emotioneel Eten: de Rol van Persoonlijkheid The Relationship between Daily Stress and Emotional Eating: the Role of Personality Arlette Nierich Open Universiteit

Nadere informatie

Multidimensional Fatigue Inventory

Multidimensional Fatigue Inventory Multidimensional Fatigue Inventory (MFI) Smets E.M.A., Garssen B., Bonke B., Dehaes J.C.J.M. (1995) The Multidimensional Fatigue Inventory (MFI) Psychometric properties of an instrument to asses fatigue.

Nadere informatie

Oncologische Revalidatie:

Oncologische Revalidatie: Oncologische Revalidatie: Verleden Heden - Toekomst dr. Jan Paul van den Berg, revalidatiearts Meander MC Doelstelling Oncologische Revalidatie Het verbeteren van de kwaliteit van leven van patiënten met

Nadere informatie

Werken in de revalidatie. Justine Aaronson

Werken in de revalidatie. Justine Aaronson Werken in de revalidatie Justine Aaronson 7 februari 2014 Opbouw Mijn achtergrond Algemene introductie revalidatie Heliomare Huidige trajecten Werkzaamheden psycholoog Veranderingen en toekomst Mijn achtergrond

Nadere informatie

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten?

Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten? De Modererende rol van Persoonlijkheid op de Relatie tussen Depressieve Symptomen en Overeten 1 Wat is de Modererende Rol van Consciëntieusheid, Extraversie en Neuroticisme op de Relatie tussen Depressieve

Nadere informatie

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen

De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen De Relatie tussen Dagelijkse Stress, Negatief Affect en de Invloed van Bewegen The Association between Daily Hassles, Negative Affect and the Influence of Physical Activity Petra van Straaten Eerste begeleider

Nadere informatie

UITKOMSTEN WAT IS EEN UITKOMST? 30/04/2013. A is beter dan B? C is goedkoper dan D? Uitkomst = Het effect van een bepaalde interventie op

UITKOMSTEN WAT IS EEN UITKOMST? 30/04/2013. A is beter dan B? C is goedkoper dan D? Uitkomst = Het effect van een bepaalde interventie op UITKOMSTEN WAT IS EEN UITKOMST? A is beter dan B? C is goedkoper dan D? Mijn innovatie is beter dan de concurrentie Uitkomst = Het effect van een bepaalde interventie op Bijvoorbeeld: Mortaliteit Kwaliteit

Nadere informatie

25 jaar whiplash in Nederland

25 jaar whiplash in Nederland 25 jaar whiplash in Nederland Vanuit een fysiotherapeutisch perspectief Maarten Schmitt M.Sc 1 2 Fysiotherapeut & manueeltherapeut Hoofd van de Divisie Onderwijs Stichting Opleidingen Musculoskeletale

Nadere informatie

POLIKLINIEK JONGVOLWASSENEN

POLIKLINIEK JONGVOLWASSENEN POLIKLINIEK JONGVOLWASSENEN Transitie van kind naar volwassene Mw.dr. Jetty van Meeteren revalidatiearts, Erasmus MC Waarom aandacht voor transitie? Zowel uit de klinische praktijk als uit het wetenschappelijk

Nadere informatie

Kinderrevalidatie: het bereiken van een optimale autonomie en participatie voor kinderen met beperkingen

Kinderrevalidatie: het bereiken van een optimale autonomie en participatie voor kinderen met beperkingen Kinderrevalidatie: het bereiken van een optimale autonomie en participatie voor kinderen met beperkingen Anke Meester-Delver, kinderrevalidatiearts, afd. revalidatie, AMC Definitie kinderrevalidatie Kinderrevalidatie

Nadere informatie

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen

Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Verstandelijke Beperking en Psychiatrie; praktijk richtlijnen Congres Focus op Onderzoek, 22 juni 2015 Gerda de Kuijper, AVG/senior senior onderzoeker CVBP/UMCG Dederieke Festen AVG/senior onderzoeker

Nadere informatie

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest.

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest. Samenvatting 152 Samenvatting Ieder jaar krijgen in Nederland 16.000 mensen een hartstilstand. Hoofdstuk 1 beschrijft de achtergrond van dit proefschrift. De kans om een hartstilstand te overleven is met

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Zoals beschreven in hoofdstuk 1, is artrose een chronische ziekte die vaak voorkomt bij ouderen en in het bijzonder

Nadere informatie

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch

Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Knelpunten in Zelfstandig Leren: Zelfregulerend leren, Stress en Uitstelgedrag bij HRM- Studenten van Avans Hogeschool s-hertogenbosch Bottlenecks in Independent Learning: Self-Regulated Learning, Stress

Nadere informatie

De toekomst van de pijnrevalidatie vanuit revalidatiegeneeskundig perspectief. Prof. dr. Rob J.E.M. Smeets

De toekomst van de pijnrevalidatie vanuit revalidatiegeneeskundig perspectief. Prof. dr. Rob J.E.M. Smeets De toekomst van de pijnrevalidatie vanuit revalidatiegeneeskundig perspectief Prof. dr. Rob J.E.M. Smeets Disclosure Lid adviesraad Philips Pain Management Synthese fysieke training reviews en metaanalyses

Nadere informatie

Autorijden na ziekte of met een handicap

Autorijden na ziekte of met een handicap Autorijden na ziekte of met een handicap 1 Inhoud Inleiding 3 Is mijn rijbewijs nog geldig? 4 Rijvaardigheid 4 Eigen verklaring 4 Verandering gezondheid 4 Wie beslist of ik weer mag autorijden? 5 Wat is

Nadere informatie

Poliklinische Revalidatie voor kinderen en jongeren met Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH) Revalidatiecentrum Breda

Poliklinische Revalidatie voor kinderen en jongeren met Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH) Revalidatiecentrum Breda Poliklinische Revalidatie voor kinderen en jongeren met Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH) Revalidatiecentrum Breda Informatie voor ouders/verzorgers Uw kind wordt aangereden door een auto, valt hard van

Nadere informatie

Hartpatiënten Stoppen met Roken De invloed van eigen effectiviteit, actieplannen en coping plannen op het stoppen met roken

Hartpatiënten Stoppen met Roken De invloed van eigen effectiviteit, actieplannen en coping plannen op het stoppen met roken 1 Hartpatiënten Stoppen met Roken De invloed van eigen effectiviteit, actieplannen en coping plannen op het stoppen met roken Smoking Cessation in Cardiac Patients Esther Kers-Cappon Begeleiding door:

Nadere informatie

Geriatrische revalidatie

Geriatrische revalidatie Geriatrische revalidatie Geriatrische revalidatie Geriatrische revalidatie biedt tijdelijke intensieve zorg aan kwetsbare ouderen om te herstellen en te reactiveren na een operatie, ongeval of ernstige

Nadere informatie

Mentaal Weerbaar Blauw

Mentaal Weerbaar Blauw Mentaal Weerbaar Blauw de invloed van stereotypen over etnische minderheden cynisme en negatieve emoties op de mentale weerbaarheid van politieagenten begeleiders: dr. Anita Eerland & dr. Arjan Bos dr.

Nadere informatie

Back2Basic. Groepsbehandeling voor kinderen en jongeren met chronische pijnklachten op het gebied van houding en beweging

Back2Basic. Groepsbehandeling voor kinderen en jongeren met chronische pijnklachten op het gebied van houding en beweging Back2Basic Groepsbehandeling voor kinderen en jongeren met chronische pijnklachten op het gebied van houding en beweging Inleiding Chronische pijnklachten op het gebied van houding en beweging zijn pijnklachten

Nadere informatie

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen

Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positieve, Negatieve en Depressieve Subklinische Psychotische Symptomen en het Effect van Stress en Sekse op deze Subklinische Psychotische Symptomen Positive, Negative and Depressive Subclinical Psychotic

Nadere informatie

Neuropsychologisch onderzoek

Neuropsychologisch onderzoek Neuropsychologisch onderzoek Inhoudsopgave Wat is neuropsychologie? 3 Wat doet de neuropsycholoog? 3 Hersenletsel 3 Waarom een neuropsychologisch onderzoek? 4 Neuropsychologisch onderzoek 5 Wat gebeurt

Nadere informatie

KBOEM-B voor kinderen. Verbeteren van looppatroon door botox en revalidatie

KBOEM-B voor kinderen. Verbeteren van looppatroon door botox en revalidatie KBOEM-B voor kinderen Verbeteren van looppatroon door botox en revalidatie Inhoudsopgave Inleiding 3 Waarom een opname? 3 Wat is KBOEM-B? 4 Voor wie? 4 Wat gaan we doen? 5 Wat kunt u als ouder doen? 6

Nadere informatie

Voordat tot een operatie wordt overgegaan bekijkt de arts zorgvuldig wat het optimale amputatieniveau is.

Voordat tot een operatie wordt overgegaan bekijkt de arts zorgvuldig wat het optimale amputatieniveau is. Wat zijn de oorzaken van een beenamputatie? Onder een amputatie wordt verstaan: het afzetten van een deel van het menselijk lichaam, bijvoorbeeld een hele teen, voet, been, vinger, hand etc. of een deel

Nadere informatie

Psychologie Inovum. Informatie en productenboek voor cliënten, hun naasten en medewerkers

Psychologie Inovum. Informatie en productenboek voor cliënten, hun naasten en medewerkers Psychologie Inovum Informatie en productenboek voor cliënten, hun naasten en medewerkers Waarom psychologie Deze folder is om bewoners, hun naasten en medewerkers goed te informeren over de mogelijkheden

Nadere informatie

Revalideren na een CVA

Revalideren na een CVA Revalideren na een CVA De kliniek voor houding en beweging Inhoud Inleiding 3 Wat is een CVA 3 Behandelvormen 3 Klinische behandeling 4 Behandeling via de CBU 4 Poliklinische behandeling 4 Behandeling

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Sinds enkele decennia is de acute zorg voor brandwondenpatiënten verbeterd, hetgeen heeft geresulteerd in een reductie van de mortaliteit na verbranding, met name van patiënten

Nadere informatie

Revalidatieprogramma

Revalidatieprogramma Revalidatiegeneeskunde Revalidatieprogramma Chronische pijn Deze folder geeft u algemene informatie over revalidatie bij chronische pijn. Uiteraard komt de folder niet in plaats van een gesprek met uw

Nadere informatie

Van Revalidatie naar thuissituatie

Van Revalidatie naar thuissituatie Van Revalidatie naar thuissituatie De inzet van mantelzorgers en ambulante begeleiding bij complexe NAH Projekt van Centrum voor Revalidatie De Vogellanden, in samenwerking met Interakt Contour en Professionals

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

Neuropsychologisch onderzoek bij ouderen

Neuropsychologisch onderzoek bij ouderen Neuropsychologisch onderzoek bij ouderen Inhoudsopgave Inleiding... 1 Wat is neuropsychologie en wat is een neuropsycholoog... 1 Mogelijke gevolgen van een hersenbeschadiging... 1 Wat is een neuropsychologisch

Nadere informatie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie

De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en. Discrepantie De Relatie tussen Betrokkenheid bij Pesten en Welbevinden en de Invloed van Sociale Steun en Discrepantie The Relationship between Involvement in Bullying and Well-Being and the Influence of Social Support

Nadere informatie

leef. In uw eigen ritme. Informatie over: Niet-aangeboren hersenletsel

leef. In uw eigen ritme. Informatie over: Niet-aangeboren hersenletsel leef. Informatie over: Niet-aangeboren hersenletsel In uw eigen ritme. Uw leven zo goed mogelijk oppakken met niet-aangeboren hersenletsel. Samen met Laurens. In deze folder leest u meer over het aanbod

Nadere informatie

HAND EN POLS: LETSELS, AANDOENINGEN EN REVALIDATIEGENEESKUNDE ARMAMPUTATIES EN REDUCTIEDEFECTEN

HAND EN POLS: LETSELS, AANDOENINGEN EN REVALIDATIEGENEESKUNDE ARMAMPUTATIES EN REDUCTIEDEFECTEN HAND EN POLS: LETSELS, AANDOENINGEN EN REVALIDATIEGENEESKUNDE ARMAMPUTATIES EN REDUCTIEDEFECTEN Locatie: Sint Maartenskliniek, Nijmegen Donderdag 12 en vrijdag 13 februari 2015 Toelichting De Nederlandse

Nadere informatie

Ervaren tevredenheid over de geboorte

Ervaren tevredenheid over de geboorte Ervaren tevredenheid over de geboorte een meetinstrument voor moeders na de bevalling Introductie Inzicht krijgen in moeders ervaringen over de geboorte van haar kind kan worden gerealiseerd door gebruik

Nadere informatie

Cognitieve revalidatie na niet-aangeboren hersenletsel voor patiënten met milde cognitieve problemen

Cognitieve revalidatie na niet-aangeboren hersenletsel voor patiënten met milde cognitieve problemen HersenletselCongres 2013 5 november A7 Niet Rennen maar Plannen Cognitieve revalidatie na niet-aangeboren hersenletsel voor patiënten met milde cognitieve problemen Chantal Geusgens Consortium cognitieve

Nadere informatie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie

De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een. Vergelijking met Rusten in Liggende Positie De Effectiviteit van een Mindfulness-gebaseerde Lichaamsscan: een Vergelijking met Rusten in Liggende Positie The Effectiveness of a Mindfulness-based Body Scan: a Comparison with Quiet Rest in the Supine

Nadere informatie

Congres Richtlijn Niet-aangeboren Hersenletsel en Arbeidsparticipatie

Congres Richtlijn Niet-aangeboren Hersenletsel en Arbeidsparticipatie Congres Richtlijn Niet-aangeboren Hersenletsel en Arbeidsparticipatie Academisch Medisch Centrum, Amsterdam 16 februari 2012 Ieder jaar weer wordt een grote groep werknemers getroffen door niet aangeboren

Nadere informatie

behoud. Uw zelfstandigheid. Informatie over: Een beroerte

behoud. Uw zelfstandigheid. Informatie over: Een beroerte behoud. Informatie over: Een beroerte Uw zelfstandigheid. Uw leven zo goed mogelijk oppakken na een beroerte. Samen met Laurens. Lees meer over wat Laurens voor u kan betekenen. meer dan zorg De medische

Nadere informatie

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS

De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij. Verslaafde Patiënten met PTSS Persoonskenmerken en ervaren lijden bij verslaving en PTSS 1 De Relatie Tussen Persoonskenmerken en Ervaren Lijden bij Verslaafde Patiënten met PTSS The Relationship between Personality Traits and Suffering

Nadere informatie

Zijn distress en ziektestatus gerelateerd aan lichamelijke en emotionele problemen bij vrouwen met ovariumkanker?*

Zijn distress en ziektestatus gerelateerd aan lichamelijke en emotionele problemen bij vrouwen met ovariumkanker?* Zijn distress en ziektestatus gerelateerd aan lichamelijke en emotionele problemen bij vrouwen met ovariumkanker?* Floor Ploos van Amstel, RN, MSc, verpleegkundig expert, afd. Medische Oncologie Maaike

Nadere informatie

Chronische pijn. Informatie en behandeling

Chronische pijn. Informatie en behandeling Chronische pijn Informatie en behandeling Chronische pijn Bij chronische pijn is meer aan de hand dan alleen lichamelijk letsel. We spreken van chronische pijn als pijnklachten langer blijven bestaan dan

Nadere informatie

Kennis- en behandelteam

Kennis- en behandelteam 0348-44 17 14 info@rijnhoven.nl Kennis- en behandelteam In goede handen met uw gezondheidsklachten Een thuis voor ouderen. Met zelfstandigheid waar mogelijk. En precies de zorg die nodig is. Welkom bij

Nadere informatie

NAH bij kinderen en jongeren: plasticiteit en herstel Caroline van Heugten

NAH bij kinderen en jongeren: plasticiteit en herstel Caroline van Heugten NAH bij kinderen en jongeren: plasticiteit en herstel Caroline van Heugten Universiteit Maastricht c.vanheugten@np.unimaas.nl Inhoud presentatie Plasticiteit van het brein Hersenletsel Schade en herstel

Nadere informatie

PATIËNTEN INFORMATIE. Pijnrevalidatie. Locatie Spijkenisse Medisch Centrum VAN WEEL-BETHESDA

PATIËNTEN INFORMATIE. Pijnrevalidatie. Locatie Spijkenisse Medisch Centrum VAN WEEL-BETHESDA PATIËNTEN INFORMATIE Pijnrevalidatie Locatie Spijkenisse Medisch Centrum VAN WEEL-BETHESDA In deze folder geven het Maasstad Ziekenhuis, het Spijkenisse Medisch Centrum en Het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis

Nadere informatie

Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA

Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA Het meten van de kwaliteit van leven bij kinderen met JIA Measuring quality of life in children with JIA Masterthese Klinische Psychologie Onderzoeksverslag Marlot Schuurman 1642138 mei 2011 Afdeling Psychologie

Nadere informatie

Lange termijn problemen. Active LifestyLe Rehabilitation Interventions in people with chronic Spinal Cord injury (ALLRISC) ALLRISC ALLRISC ALLRISC

Lange termijn problemen. Active LifestyLe Rehabilitation Interventions in people with chronic Spinal Cord injury (ALLRISC) ALLRISC ALLRISC ALLRISC ALLRISC Onderzoeksprogramma: Active LifestyLe Rehabilitation Interventions in people with chronic Spinal Cord injury (ALLRISC) De eerste resultaten 1999-2006: Onderzoeksprogramma: Herstel van mobiliteit

Nadere informatie

Mobiliteitspoli Nijmegen. Diagnostiek en behandeling op maat bij loop- en balansproblemen door een chronische neurologische aandoening

Mobiliteitspoli Nijmegen. Diagnostiek en behandeling op maat bij loop- en balansproblemen door een chronische neurologische aandoening Mobiliteitspoli Nijmegen Diagnostiek en behandeling op maat bij loop- en balansproblemen door een chronische neurologische aandoening Achtergrond De Mobiliteitspoli Nijmegen is opgericht door de afdeling

Nadere informatie

VERMOEIDHEID BIJ MS Oorzaken, werkingsmechanismen en revalidatiebehandeling VERMOEIDHEID DEFINITIE VERMOEIDHEID

VERMOEIDHEID BIJ MS Oorzaken, werkingsmechanismen en revalidatiebehandeling VERMOEIDHEID DEFINITIE VERMOEIDHEID VERMOEIDHEID BIJ MS Oorzaken, werkingsmechanismen en revalidatiebehandeling Mw.dr. Jetty van Meeteren, Revalidatiearts, Rijndam, RVE Erasmus MC VERMOEIDHEID Komt bij 60 tot 80% van de patienten voor Het

Nadere informatie

NAH-poli Heliomare en E-mental health. Mechteld Dijkman, klinisch psycholoog coördinator NAH-poli

NAH-poli Heliomare en E-mental health. Mechteld Dijkman, klinisch psycholoog coördinator NAH-poli NAH-poli Heliomare en E-mental health Mechteld Dijkman, klinisch psycholoog coördinator NAH-poli Opzet workshop Wat doet de NAH-poli Heliomare? E-mental health: waarom en hoe? Ervaringen patiënten Ervaringen

Nadere informatie

leven met vermoeidheid omgaan met de gevolgen van een beroerte

leven met vermoeidheid omgaan met de gevolgen van een beroerte leven met vermoeidheid omgaan met de gevolgen van een beroerte CVA Cerebro Vasculair Accident is de medische term voor een ongeluk in de vaten van de hersenen. In het dagelijks taalgebruik heet een CVA

Nadere informatie

Libra R&A locatie Blixembosch NAH/CVA. Poliklinische revalidatie

Libra R&A locatie Blixembosch NAH/CVA. Poliklinische revalidatie Libra R&A locatie Blixembosch NAH/CVA Poliklinische revalidatie U heeft niet-aangeboren hersenletsel (NAH) en bent verwezen naar Libra Revalidatie & Audiologie locatie Blixembosch voor poliklinische revalidatie.

Nadere informatie

Fysius werkt samen met u aan een leven zonder rugpijn.

Fysius werkt samen met u aan een leven zonder rugpijn. Rugpijn? Rugpijn is niet vanzelfsprekend Volgens het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) heeft 1 op de 5 volwassenen last van terugkerende rugklachten. Dit zijn 2,6 miljoen mensen die

Nadere informatie

FIA: Fibromyalgie In Actie

FIA: Fibromyalgie In Actie FIA: Fibromyalgie In Actie Groepsbehandeling fibromyalgie Sterk in beweging Inhoud Inleiding 3 Fibromyalgie 3 Voor wie is deze behandeling? 3 Wat is het doel van het behandelprogramma? 3 Screening 4 Intake

Nadere informatie

Better in, Better out, ervaringen uit de praktijk. Ellen Oosting, 2013

Better in, Better out, ervaringen uit de praktijk. Ellen Oosting, 2013 Better in, Better out, ervaringen uit de praktijk Ellen Oosting, 2013 Ziekenhuis Gelderse Vallei 650 gewrichtsvervangende operaties per jaar 6 orthopeden Zorgpad Joint Care : THP / TKA Opnameduur gemiddeld

Nadere informatie

Revalidatie. Informatie voor patiënten. Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl

Revalidatie. Informatie voor patiënten. Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl Revalidatie Informatie voor patiënten F1017-3135 september 2014 Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl MCH Antoniushove, Burgemeester Banninglaan 1 Postbus 411, 2260 AK Leidschendam 070 357 44

Nadere informatie

Leidraad beoordelingen behandelingen tot verzekerde pakket door Kenniscentrum GGZ van Zorgverzekeraars Nederland

Leidraad beoordelingen behandelingen tot verzekerde pakket door Kenniscentrum GGZ van Zorgverzekeraars Nederland Leidraad beoordelingen behandelingen tot verzekerde pakket door Kenniscentrum GGZ van Zorgverzekeraars Nederland Mei 2014 Aanleiding Het CVZ beschrijft in het Rapport geneeskundige GGZ deel 2 de begrenzing

Nadere informatie

Poliklinische revalidatie

Poliklinische revalidatie Poliklinische revalidatie Inleiding U bent aangemeld voor een poliklinische revalidatiebehandeling in Zuyderland Medisch Centrum Heerlen. Wij willen u met deze brochure informeren over de afdeling Revalidatie

Nadere informatie

Je bent jong, krijgt kanker en dan

Je bent jong, krijgt kanker en dan Nazorgproject jongeren en kanker Maril van Kimmenade 03 oktober 2014 Je bent jong, krijgt kanker en dan Nazorgproject jongeren en kanker Maril van Kimmenade Nazorgproject jongeren en kanker Maril van Kimmenade

Nadere informatie

Centrum Hersenletsel Limburg: een nieuw initiatief. Caroline van Heugten en Rudolf Ponds

Centrum Hersenletsel Limburg: een nieuw initiatief. Caroline van Heugten en Rudolf Ponds Centrum Hersenletsel Limburg: een nieuw initiatief Caroline van Heugten en Rudolf Ponds 11 juni 2014, Maastricht Dept NP&PP, FPN Dept P&N, FHML azm Psychologie Adelante hersenletsel Niet aaangeboren hersenletsel

Nadere informatie

POLIKLINISCHE REVALIDATIE BEHANDELING

POLIKLINISCHE REVALIDATIE BEHANDELING POLIKLINISCHE REVALIDATIE BEHANDELING In deze folder geeft het Ruwaard van Putten Ziekenhuis u algemene informatie over de poliklinische revalidatie behandeling. Wij adviseren u deze informatie zorgvuldig

Nadere informatie

Wat doet bewegen? Monique Berger. Hester van der Sloot. Over het belang en voorbeelden van stimuleren van bewegen tijdens en na revalidatie

Wat doet bewegen? Monique Berger. Hester van der Sloot. Over het belang en voorbeelden van stimuleren van bewegen tijdens en na revalidatie Wat doet bewegen? Over het belang en voorbeelden van stimuleren van bewegen tijdens en na revalidatie Monique Berger (lectoraat revalidatie, expertisecentrum Bewegingstechnologie) Hester van der Sloot

Nadere informatie

Circuittraining Een nieuwe groepstraining met een functioneel karakter

Circuittraining Een nieuwe groepstraining met een functioneel karakter Circuittraining Een nieuwe groepstraining met een functioneel karakter Drs. Lotte Wevers Dr. Ingrid van de Port Prof. Dr. Eline Lindeman Prof. Dr. Gert Kwakkel Kenniscentrum De Hoogstraat, Utrecht Overzicht

Nadere informatie

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior

De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag. The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior De Invloed van Perceived Severity op Condoomgebruik en HIV-Testgedrag The Influence of Perceived Severity on Condom Use and HIV-Testing Behavior Martin. W. van Duijn Student: 838797266 Eerste begeleider:

Nadere informatie

Leerbaarheid bij patiënten met hersenletsel; veel besproken, weinig onderzocht

Leerbaarheid bij patiënten met hersenletsel; veel besproken, weinig onderzocht Leerbaarheid bij patiënten met hersenletsel; veel besproken, weinig onderzocht H. Boosman, C.M. van Heugten, J.M.A. Visser-Meily Leren is de brug naar meer zelfstandigheid. Een patiënt met forse geheugenproblemen

Nadere informatie

Inhoud presentatie. Pijn in verpleeghuizen. Pijn in verpleeghuizen. A Closer Look at Pain in Nursing Home Residents

Inhoud presentatie. Pijn in verpleeghuizen. Pijn in verpleeghuizen. A Closer Look at Pain in Nursing Home Residents A Closer Look at Pain in Nursing Home Residents Inhoud presentatie Een betere kijk op pijn bij verpleeghuisbewoners Pijn in verpleeghuizen REPOS Ontwikkeling Implementatie Implementatie pijnmeting Conclusie

Nadere informatie

Op weg naar huis: samen revalideren in de keten. Revalidatie in de acute fase na een CVA in het Elkerliek ziekenhuis

Op weg naar huis: samen revalideren in de keten. Revalidatie in de acute fase na een CVA in het Elkerliek ziekenhuis Op weg naar huis: samen revalideren in de keten Revalidatie in de acute fase na een CVA in het Elkerliek ziekenhuis Revalidatie volgens de richtlijn diagnostiek, behandeling en zorg voor patiënten met

Nadere informatie

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and

Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch. en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa. Physical factors as predictors of psychological and Lichamelijke factoren als voorspeller voor psychisch en lichamelijk herstel bij anorexia nervosa Physical factors as predictors of psychological and physical recovery of anorexia nervosa Liesbeth Libbers

Nadere informatie

23-1-2014. Patient-Reported Outcome Measures in de fysiotherapiepraktijk. De presentatie op hoofdlijnen. Patiënt Reported Outcome (PRO) Het wat en hoe

23-1-2014. Patient-Reported Outcome Measures in de fysiotherapiepraktijk. De presentatie op hoofdlijnen. Patiënt Reported Outcome (PRO) Het wat en hoe Patient-Reported Outcome Measures in de fysiotherapiepraktijk Het wat en hoe Philip van der Wees Guus Meerhoff De presentatie op hoofdlijnen Introductie Patiënt Reported Outcome (Measure) (PRO(M)) Uitleg

Nadere informatie