Antwoorden op de meest gestelde vragen over......trombose en de behandeling

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Antwoorden op de meest gestelde vragen over......trombose en de behandeling"

Transcriptie

1 Antwoorden op de meest gestelde vragen over......trombose en de behandeling

2 2

3 Inhoudsopgave HOE WERKT DE TROMBOSEDIENST? 4 WISSELENDE INR? HOE KOMT DAT? 6 VAKANTIE EN ANTISTOLLING, EEN AANTAL TIPS 9 BOEZEMFIBRILLEREN DEEL 1 11 BOEZEMFIBRILLEREN DEEL 2: CARDIOVERSIE 12 KINDERWENS EN ORALE ANTISTOLLINGSBEHANDELING 13 ORALE ANTISTOLLING BIJ HET GEBRUIK VAN ANDERE MEDICIJNEN 16 DUUR VAN DE ANTISTOLLINGSBEHANDELING 18 ANTISTOLLING EN UW LEVENSSTIJL 19 INFORMATIE OVER STOLLING EN ANTISTOLLING 21 DE TROMBOSEDIENST EN HET GEBRUIK VAN ZELFMEETAPPARATUUR 26 DE MEEST GESTELDE VAKANTIE VRAGEN OVER TROMBOSE 28 HOE KUNT Ù DE TROMBOSESTICHTING NEDERLAND FINANCIEEL STEUNEN? 34 3

4 HOE WERKT DE TROMBOSEDIENST? Wanneer uw arts u antistollingsmiddelen (fenprocoumon of acenocoumarol) voorschrijft, moet uw bloed regelmatig gecontroleerd worden. De Trombosedienst verzorgt deze controles. De Trombosedienst heeft in bijna iedere stad - en in veel dorpen - een prikpost. Als dat medisch noodzakelijk is kan de bloedafname zonodig bij u aan huis plaatsvinden. De dosering van een antistollingsmiddel is individueel. Aan de hand van laboratoriumtests en de medische informatie wordt een persoonlijke dosering vastgesteld. Een regelmatige controle van het bloed is echter noodzakelijk, omdat allerlei andere medicijnen, ziektes en uw levensstijl de bloedstolling kunnen beïnvloeden. Niet alleen bloedcontrole is van belang, maar ook het persoonlijke contact dat u met onze medewerkers heeft. Hierdoor blijven we op de hoogte van (wijzigingen in) uw persoonlijke situatie en kunnen daar rekening mee houden bij de doseringsadviezen. Het is daarom ook belangrijk dat u veranderingen in uw gezondheidssituatie (bv. ziektes, opnames, ingrepen, medicijnwijzigingen, bloedingen) spontaan meldt aan de Trombosedienst wanneer deze tussen twee controles plaatsvinden. Zonodig kan dan extra controle ingelast worden. 4

5 In het laboratorium van de Trombosedienst wordt in het bloedmonster de INR*-waarde bepaald (maat voor de bloedstolling). De arts van de Trombosedienst bepaalt vervolgens aan de hand van de laboratoriumuitslag en de actuele medische gegevens van de patiënt de juiste hoeveelheid van het antistollingsmiddel en de controletermijn. Binnen 24 uur verstuurt de Trombosedienst het doseringsadvies samen met een datum waarop weer een controle moet plaatsvinden. Als het nodig is, wordt u telefonisch op de dag van de bloedafname benaderd. Advies over ziektes, gebruik van andere medicijnen, bloedingen, ingrepen en andere problemen of vragen met betrekking tot de antistollingsbehandeling? De Trombosedienst is ook telefonisch bereikbaar en de medewerkers staan u graag te woord. * Wat is INR? De eenheid waarin de uitslag van de stollingsbepaling wordt weergegeven heet INR (International Normalized Ratio). De INR is een maat waarmee de mate van antistolling wordt weergegeven. Deze maat is internationaal vastgesteld. De INR moet zich altijd binnen een bepaalde marge bevinden. Deze marge is afhankelijk van de aandoeningen waarvoor u bij de trombosedienst onder behandeling bent. 5

6 WISSELENDE INR? HOE KOMT DAT? Waarom schommelen de uitslagen? Als u onder behandeling van de Trombosedienst bent weet u uit eigen ervaring dat de INR kan variëren. Soms is de oorzaak duidelijk, bijvoorbeeld als vergeten wordt de tabletten in te nemen. In andere gevallen is de oorzaak minder duidelijk. Omdat bij iedereen tijdens de behandeling de INR kan variëren is het noodzakelijk de instelling regelmatig te controleren. Bij stabiele instelling zal de controle mogelijk eens per zes weken kunnen plaatsvinden en bij een mindere stabiele instelling vaker (soms zelfs twee maal per week). De volgende factoren hebben invloed op de INR: Dagelijkse inname: De dagelijkse inname is vaak dermate vanzelfsprekend dat deze nauwelijks in het geheugen blijft hangen. Juist daarom is het goed direct na inname de dosis op de kalender door te strepen, zodat u bij een te lage INR er zeker van kunt zijn dat alle tabletten zijn ingenomen. Mocht u de tabletten eens vergeten zijn dan is het belangrijk dit te melden aan de Trombosedienst (tijdens kantooruren zodra u dit gemerkt hebt). Zonodig kan dan uw dosering aangepast worden, zodat u toch binnen de streefwaarden blijft. 6

7 Tijdstip van inname: Acenocoumarol is na een uur of tien grotendeels uit het lichaam verdwenen. Hoewel het effect van acenocoumarol langer dan een dag aanhoudt, is het medicijn zelf gedurende een deel van de dag dus niet actief! Voor een stabiele instelling is het noodzakelijk dat deze perioden zo gelijkmatig mogelijk zijn, daarom is het belangrijk acenocoumarol op een vast tijdstip van de dag in te nemen (bij voorkeur bij het avondeten). Hoewel fenprocoumon veel langer actief blijft adviseren we ook daarvoor inname op een vaste tijd rond de avondmaaltijd (18.00 uur). Zonodig kan dan nog dezelfde dag de dosering aangepast worden als op de dag van controle door de Trombosedienst een afwijkende uitslag wordt gevonden. Andere geneesmiddelen: Geneesmiddelen kunnen de werking van fenprocoumon en acenocoumarol versterken of verzwakken. Daarom is het van belang dat u het gebruik van andere geneesmiddelen, ook de geneesmiddelen die u bij de drogist kunt verkrijgen, meldt bij uw Trombosedienst. 7

8 Voeding: De gevoeligheid voor antistolling is afhankelijk van de hoeveelheid vitamine K in de voeding. Wij adviseren om die reden dagelijks en gevarieerd verse groenten te eten, dan zal de invloed op de antistolling gering zijn. (Zie Antistolling en uw levensstijl). Alcohol: De lever produceert stollingseiwitten. Alles wat de lever beïnvloedt, beïnvloedt daarom de stolling. Alcoholgebruik dus ook. Een gezonde lever kan een stootje hebben. Een gematigde alcoholinname (1-2 consumpties per dag) kan dus bij een antistollingsbehandeling. Wanneer de lever ziek is, is alcohol van grotere invloed. U moet uw alcoholgebruik dan sterk beperken of stoppen. (Zie Antistolling en uw levensstijl). Lichamelijke en geestelijke gesteldheid: Ernstige ziektes of ziektes met koorts en operaties vergroten de gevoeligheid voor antistolling. Ook bij stress en spanning vermindert de behoefte aan antistolling. Bij veel lichaamsbeweging wordt de behoefte aan antistolling juist groter. Heftige diarree kan de INR sterk verstoren, waardoor de behoefte groter wordt. Bij een verminderde werking van hart, lever of nieren is de afbraak van de antistolling vertraagd, waardoor de behoefte kleiner wordt. 8

9 VAKANTIE EN ANTISTOLLING, EEN AANTAL TIPS Op vakantie heeft u vaak een ander leefpatroon, waardoor uw INR verstoord kan raken. Uitgangspunt van de Trombosedienst: ook op vakantie een veilige behandeling. Wees voorbereid Informeer uw Trombosedienst tijdig over uw vakantieplannen. Alleen dan kunnen controles goed worden gepland en is een controle op uw vakantie-adres wellicht te voorkomen. Is een verre bestemming verstandig als u net met de behandeling bent begonnen en nog vaak gecontroleerd wordt? Overleg hierover met uw huisarts of specialist én met uw Trombosedienst. Kalender mee Neem altijd uw doseerkalender mee voor de gegevens over uw behandeling en vraag de Trombosedienst om een vakantiebrief in de taal van het land van bestemming. Zo kan een buitenlandse arts u helpen bij controles of problemen. Prikken tijdens vakantie In eigen land kunt u doorverwezen worden naar een andere Trombosedienst. In het buitenland zijn vrijwel geen trombosediensten. Voor controle in het buitenland zult u zich meestal moeten wenden tot een ziekenhuis of een laboratorium, waar controle van de INR kan plaatsvinden en mogelijk een doseringsadvies kan worden afgegeven. U kunt ook vanuit het buitenland de gevonden INR doorbellen of faxen aan uw Trombosedienst in Nederland. 9

10 Uw eigen Trombosedienst geeft u dan een doseringsadvies. Indien u voor dit laatste kiest is het het beste dit tevoren met uw Trombosedienst te overleggen. Veranderende INR tijdens vakantie Tijdens de vakantie is er vaak een ontregeling van de antistolling. Let op de volgende zaken: Fouten met innemen: Houd op een vreemde plek toch de juiste tijd en dosering aan. Hoogteverschillen: Langdurig verblijf boven de 3000 meter kan de INR beïnvloeden. Tijdsverschillen: Als er grote tijdsverschillen bestaan kan dat een probleem zijn bij het goed en regelmatig innemen. Afhankelijk van het tijdsverschil en de tijd dat u op uw vakantiebestemming blijft kunt u òf de Nederlandse tijd van inname aanhouden of in de loop van enkele dagen steeds meer de lokale tijd aanhouden. Temperatuurverschillen: Hogere temperaturen kunnen gevolgen hebben voor de INR. Alcoholgebruik: Op vakantie drinken we vaak meer, wat leidt tot schommelingen van de INR. Drink daarom ongeveer dezelfde hoeveelheid als thuis (maximaal 2 consumpties per dag). Darminfecties: Heftige diarree kan de INR sterk verstoren. Wanneer dit langer dan 2-3 dagen duurt, moet u zeker de INR extra laten controleren. Bloedingen tijdens uw vakantie? Krijgt u ineens blauwe plekken, heftige bloedneuzen of andere onverwachte bloedingen? Dan is uw INR misschien te hoog. Laat deze direct controleren. 10

11 BOEZEMFIBRILLEREN DEEL 1 Wat is boezemfibrilleren? Het hart heeft twee harthelften. De rechter harthelft pompt zuurstofarm bloed naar de longen. In de longen wordt dit bloed van zuurstof voorzien. Daarna gaat het via de longader naar de linker harthelft. De linker harthelft pompt vervolgens het zuurstofrijke bloed door het lichaam. Iedere harthelft heeft een boezem en een kamer. Normaal pompen zowel de boezem als de kamer met ongeveer slagen per minuut. Het hart wordt dan bij iedere slag volledig leeggepompt. Soms beweegt de boezem echter zo snel dat het niet meer lukt om deze volledig leeg te pompen in de kamer. De kamer klopt dan in een ander (onregelmatig) ritme dan de boezem. Dit noemen we boezemfibrilleren. Waarom antistollingsmedicijnen? Wanneer het hart zichzelf niet meer volledig leegpompt, blijft er wat bloed in het hart stilstaan. In dat bloed kan makkelijker een stolsel ontstaan. Als er eenmaal een stolsel in het hart zit, kan de bloedstroom het meenemen en ergens een slagader verstoppen. Meestal gaat zo n stolsel naar het hoofd, waardoor een hersenberoerte (CVA) kan ontstaan. Antistolling verkleint de kans op een stolsel en dus ook de kans op een CVA. 11

12 BOEZEMFIBRILLEREN DEEL 2: CARDIOVERSIE Hoe kun je boezemfibrilleren opheffen? De cardioloog kan het hart weer in een normaal ritme laten kloppen met medicijnen en / of cardioversie (een stroomstoot door het hart). Na enige tijd is antistolling dan vaak niet meer nodig. Deze behandeling slaagt bij ongeveer de helft van de patiënten. In de overige gevallen is antistolling levenslang nodig om stolsels te voorkomen. Hoe en waar vindt cardioversie plaats? Bij cardioversie wordt met een elektrische schok geprobeerd de ritmestoornissen van het hart op te heffen, zodat het hart zijn natuurlijke ritme kan hervatten. De cardioversie vindt plaats in het ziekenhuis en wordt onder een lichte narcose uitgevoerd. Cardioversie en uw antistolling Het is zeer belangrijk dat u bij de cardioversie goed op de antistolling bent ingesteld. In de laatste weken voor de behandeling wordt uw bloed daarom vaak extra gecontroleerd. Doorgaan met antistolling na cardioversie? Na een geslaagde cardioversie moet u meestal nog een aantal weken doorgaan met antistolling. Als het hartritme na de cardioversie normaal blijft, kan de cardioloog u adviseren om de antistolling te stoppen. De beëindiging van uw antistolling moet echter altijd in overleg plaatsvinden, dus nooit op eigen initiatief! 12

13 KINDERWENS EN ORALE ANTISTOLLINGSBEHANDELING Antistollingsmiddelen zoals Marcoumar (fenprocoumon) en Sintrom Mitis (acenocoumarol) kunnen via de placenta het kind bereiken en aangeboren afwijkingen veroorzaken. Dat geldt met name tijdens de eerste 3 maanden van de zwangerschap. Daarna is dit risico veel kleiner. Heparine en laag moleculair gewicht heparine (LMWH) passeren de placenta niet en kunnen tijdens de zwangerschap worden gebruikt. Bij zwangerschapswens moet u contact opnemen met uw huisarts, specialist en de arts van de Trombosedienst. In onderling overleg kan het beste beleid worden vastgesteld. Als u Marcoumar (fenprocoumon) gebruikt dan kan dat het beste worden omgezet in Sintrom Mitis (acenocoumarol). Zodra u overtijd bent moet een zwangerschapstest worden gedaan om de zwangerschap vast te stellen. Bij zwangerschap moet de Sintrom Mitis (acenocoumarol) worden gestopt en moet de antistolling worden geregeld met heparine of LMWH. Dit moet in ieder geval worden voortgezet tot de 14e zwangerschapsweek. Daarna kan van de 14e tot de 36e week weer Sintrom Mitis (acenocoumarol) worden gebruikt. Vanaf de 36e week moet weer heparine of LMWH worden gebruikt tot de bevalling. 13

14 Het is ook goed mogelijk en misschien ook wel beter om de gehele zwangerschap door te gaan met de LMWH. Dit moet u goed overleggen met uw arts. Zwanger tijdens antistollingsbehandeling? Het is verstandig een ongewenste of onverwachte zwangerschap te voorkomen als u antistolling gebruikt. Mocht u tijdens antistollingsbehandeling toch onverwacht zwanger geworden zijn, dan moet u in ieder geval direct stoppen met Marcoumar (fenprocoumon) of Sintrom Mitis (acenocoumarol) en overgaan op heparine of LMWH. Ook het gebruik van vitamine K om het antistollingseffect tegen te gaan is dan nodig. Verder kan hetzelfde beleid als hierboven beschreven worden gevolgd. Trombose tijdens uw zwangerschap? Als u tijdens een zwangerschap trombose krijgt of om een andere reden antistollingsmiddelen moet gebruiken overleg dan goed met uw arts. Dezelfde uitgangspunten als hierboven aangegeven gelden ook dan. 14

15 In het onderstaande staat meer informatie: Welke gevolgen hebben antistollingsmiddelen tijdens een zwangerschap? 1. Heparine.Wordt per infuus toegediend bij de behandeling van een trombosebeen of longembolie. Passeert de placenta niet en komt dus niet bij het kind terecht. Botontkalking kan bij langdurig gebruik een lastige bijwerking zijn. 2. Laag Moleculair Gewicht Heparine (LMWH) wordt bijvoorbeeld geïnjecteerd bij de behandeling van een trombosebeen. LMWH passeert de placenta niet en heeft geen gevolgen voor het kind. 3. Antistollingsmiddelen in tabletvorm zoals acenocoumarol (Sintrom Mitis ) of fenprocoumon (Marcoumar ) passeren de placenta wel. In de eerste 3 maanden van de zwangerschap kunnen ernstige afwijkingen bij het kind ontstaan. Daarna is dit risico veel kleiner. 4. Bloedplaatjesremmers zoals acetylsalicylzuur (Aspirine, Ascal, Aspro-Cardio) kunnen tijdens de zwangerschap op voorschrift van een specialist gebruikt worden. 15

16 ORALE ANTISTOLLING BIJ HET GEBRUIK VAN ANDERE MEDICIJNEN Veel medicijnen kunnen de werking van antistollingsmiddelen beïnvloeden. Een aantal medicijnen versterkt het effect van de antistollingsmiddelen, terwijl juist andere het effect verminderen. Daarnaast zijn er ook geneesmiddelen die nooit samen met antistollingsmiddelen gebruikt mogen worden. Ook kan de ziekte (bijv. koorts, diarree), waarvoor het medicijn gegeven wordt de antistollingsbehandeling ontregelen. Daarom is het noodzakelijk dat u de Trombosedienst op de hoogte stelt van het starten en staken van alle geneesmiddelen die u gebruikt. Bij het starten van een medicijn dat invloed heeft op de antistolling zal extra controle van de INR plaatsvinden en kan de dosering van het antistollingsmiddel op geleide van de INR worden aangepast. Indien u medicijnen zonder recept koopt, dient u te informeren of ze samen met antistollingsmiddelen gebruikt kunnen worden. 16

17 Neem nooit op eigen initiatief andere medicijnen in. Ook geen onschuldige huis- tuin- en keukenmiddelen als hoestdranken, vitaminepreparaten, laxeermiddelen en kruidenmiddelen. En zeker geen aspirine of andere pijnstillers. Wilt u toch iets innemen tegen koorts of pijn, neem dan alléén paracetamol. Ook het stoppen met bepaalde medicijnen kan invloed hebben. Meld dit dus ook altijd bij de Trombosedienst, daar extra controle noodzakelijk kan zijn. Alle Trombosediensten en apotheken beschikken over een naslagwerk waarin alle medicijnen, die daadwerkelijk de antistollingsmiddelen beïnvloeden, vermeld staan en zij hebben afspraken met elkaar gemaakt over de wijze van afhandeling in de apotheek en van melding aan de Trombosedienst. 17

18 DUUR VAN DE ANTISTOLLINGSBEHANDELING Reden voor de antistollingsbehandeling Wanneer schrijft een arts een antistollingsbehandeling voor? Een antistollingsbehandeling wordt voorgeschreven wanneer er sprake is van een (verhoogde kans op) stolselvorming in hart of bloedvaten (trombose of embolie). Voorbeelden: onregelmatige hartslag, kunstklep in het hart, sommige andere hartafwijkingen, vaatvernauwing, vaatoperaties, (kans op) een trombosebeen of longembolie. Hoe lang? Een antistollingsbehandeling stopt pas als de kans op trombose of embolie heel klein is geworden, of verdwenen. Een andere reden voor beëindiging is de kans op een bloeding. Over de duur van de behandeling wordt beslist door uw behandelend arts en niet door de Trombosedienst. Levenslang Bij sommige aandoeningen is een levenslange antistollingsbehandeling noodzakelijk. Voorbeelden: boezemfibrilleren, mechanische kunstklep in het hart, sommige andere hartafwijkingen en vaatoperaties en herhaald optreden van een trombosebeen of longembolie. Tijdelijk Een tijdelijke antistollingsbehandeling komt o.a. voor na een orthopedische operatie (zes weken tot drie maanden), een trombosebeen (drie tot zes maanden) of een longembolie (zes maanden). Bij een erfelijke risicofactor bekijkt de arts individueel of (en hoe lang) de antistollingsbehandeling moet doorgaan. 18

19 Stoppen van de antistollingsbehandeling De behandelend arts meldt aan de Trombosedienst wanneer een patiënt mag stoppen met de antistollingsbehandeling. Soms gebeurt dit al direct bij de aanmelding bij de Trombosedienst. Antistollingsmedicijnen hoeven niet te worden afgebouwd. De behandeling kan probleemloos van het ene op het andere moment stoppen. ANTISTOLLING EN UW LEVENSSTIJL Voeding Voeding heeft invloed op de antistollingsbehandeling en is gedeeltelijk verantwoordelijk voor de dagelijkse schommelingen van de INRwaarden. Vitamine K bijvoorbeeld, werkt antistollingsmiddelen tegen. Aangezien we iedere dag anders eten, varieert ook de inname van vitamine K. Dit kan eventueel schommelingen van de INR tot gevolg hebben. Met name groene groenten (sla, broccoli, spinazie, enz.) en koolachtige groenten (kool, spruiten, bloemkool, enz.) bevatten veel vitamine K. Tomaten, komkommer, pepers en aardappelen bevatten weinig vitamine K. Over het algemeen consumeren we in Nederland s winters meer vitamine K dan s zomers. Het is verstandig om dagelijks en gevarieerd verse groenten te eten in ongeveer gelijke hoeveelheden. Dan zal de antistolling zo min mogelijk door uw voeding beïnvloed worden. De Oosterse keuken bevat weinig vitamine K. 19

20 Houd daar rekening mee bij lange vakanties in het Verre Oosten. Ook een dieet beïnvloedt de antistolling, omdat het lichaam vitamine K alleen opneemt in combinatie met vet. Wanneer u dus minder vet eet, kan de INR omhoog gaan. Alcohol De lever produceert stollingseiwitten. Alles wat de lever beïnvloedt, beïnvloedt daarom de stolling. Alcoholgebruik dus ook. Een gezonde lever kan een stootje hebben. Een gematigde alcoholinname (1 2 consumpties per dag) kan dus bij een antistollingsbehandeling. Wanneer de lever ziek is, is alcohol van grotere invloed. U moet uw alcoholgebruik dan sterk beperken of stoppen. Patiënten die antistollingsmiddelen gebruiken moeten oppassen met verwondingen. Bij dronkenschap is de kans op ongelukken en het verkeerd gebruik van medicijnen groter. Excessief alcoholgebruik of alcoholisme brengt de lever in ernstige problemen. Bovendien eet een stevige drinker vaak minder, waardoor het lichaam minder vitamine K opneemt, waarmee de INR verder stijgt. Stress De invloed van stress op de INR is moeilijk te onderzoeken. Vaak ziet de Trombosedienst een stijging van de INR in stresssituaties. Mogelijk zorgen stresshormonen voor verstoring van de leverfunctie, waardoor de productie van stollingseiwitten of de verwerking van de antistollingsmedicijnen verandert. Ook kunnen stresshormonen de opname van vitamine K in de darmen beïnvloeden. 20

21 INFORMATIE OVER STOLLING EN ANTISTOLLING Bloedstolling Bloed levert zuurstof en voedingsstoffen aan weefsels en verwijdert afvalproducten. Bloed stolt onder bepaalde omstandigheden om wonden binnen en buiten het lichaam te sluiten. Bloedstolsel Om te verhinderen dat we doodbloeden bij kleine verwondingen, wordt een wond gesloten door een bloedstolsel. Bij sommige ziektes schiet de stolling haar doel voorbij, bijvoorbeeld als het bloed in het vaatsysteem stolt. Stolsels kunnen dan bijvoorbeeld ontstaan in de hartkamers, slagaders of aders (trombose). De oorzaak kan een afwijking aan het stollingssysteem zijn, maar ook bijvoorbeeld een vreemdlichaam zoals een kunstklep in het hart. Embolie Bloedstolsels kunnen losschieten, vervolgens in de bloedbaan meegevoerd worden en een ander bloedvat afsluiten. Dan spreken we van een embolie. Dit kan leiden tot weefselschade. In de hersenen veroorzaakt het een beroerte. Preventie van trombose en embolie Om een stolsel of een embolie te voorkomen krijgen patiënten medicijnen. Die maken het bloed 'minder stolbaar'. Ze maken stolling echter niet onmogelijk. 21

22 Anticoagulantia Als antistollingsmiddelen (anticoagulantia) om in te nemen worden cumarines of cumarinederivaten gebruikt. Cumarines komen ook in de natuur voor, onder andere in een aantal planten. Werking van cumarines Cumarines gaan de werking van vitamine K tegen.vitamine K is nodig voor de productie van stollingsfactoren in de lever. Als de werking van vitamine K geremd wordt, worden er minder stollingsfactoren aangemaakt. De verschillende stollingsfactoren moeten samenwerken om tot een stolsel te komen. Als er minder stollingsfactoren zijn, kan het bloed minder goed stollen en zijn de stollingstesten verlengd. De mate waarin de stollingstesten verlengd zijn, is afhankelijk van de mate waarin de productie van de stollingsfactoren wordt verminderd en dus van de hoeveelheid van de medicijnen die ingenomen worden. Lang- en kortwerkende cumarines Cumarines verschillen in de snelheid waarmee de lever ze afbreekt. Daardoor bestaan er kortwerkende en langwerkende cumarines. Met kortwerkende cumarines (zoals acenocoumarol, Sintrom Mitis ) is de stolling weer normaal binnen enkele dagen na het stoppen van de medicatie. Bij langwerkende cumarines (zoals Marcoumar ) kan dit tot 14 dagen duren. Langwerkende cumarines hebben het voordeel dat de antistolling stabieler is, minder schommelingen vertoont. De werking van al de cumarines kan vrij snel gestopt worden door het geven van vitamine K. 22

23 Controle van de antistollingsbehandeling We controleren een antistollingsbehandeling door bloed uit een ader of capillair bloed (vingertop) te vermengen met een stof die de stolling activeert. De tijd tot de vorming van een stolsel heet de Prothrombine Tijd (PT). PT-tijden van verschillende laboratoria verschillen onderling. Tegenwoordig drukken we daarom het antistollingseffect uit in de INR (International Normalised Ratio). De INR-waarden van verschillende laboratoriummethodes zijn met elkaar vergelijkbaar. Streefwaarden - Therapeutische range De antistollingswaarden die hoog genoeg zijn om een embolie te verhinderen en laag genoeg om geen bloedingscomplicaties te krijgen, noemen we streefwaarden of therapeutische range. Deze kunnen verschillen per patiënt. De FNT (Federatie van Nederlandse Trombosediensten) onderscheidt afhankelijk van de reden van het antistollingsgebruik twee streefwaardes: 2,5-3,5 INR en 3,0-4,0 INR. De juiste dosis De INR bepaalt de dagelijkse dosis cumarines. Bij aanvang van de behandeling meten we de INR vaak, omdat we nog een evenwicht moeten vinden. Als de INR stabiel is, krijgt u een doseringsschema voor langere tijd. Bijwerkingen Een onprettige, maar onschuldige bijwerking van cumarines is haarverlies. 23

24 Zwangerschap Cumarines kunnen afwijkingen aan de foetus veroorzaken tijdens de eerste 3 maanden van de zwangerschap. Waarschuw dus onmiddellijk uw arts en de Trombosedienst als u zwanger bent of wilt worden. Er moeten dan tijdelijk andere antistollingsmedicijnen gebruikt worden. Borstvoeding Cumarines zijn niet gevaarlijk bij borstvoeding. Wel bevat de moedermelk minder vitamine K. Als het kind geen bijvoeding krijgt, geeft u het kind eventueel extra vitamine K. Overleg hierover met uw arts. Vaccinaties en antistolling Vermijd de kans op bloedingen of beschadiging van spieren en zenuwen door injecties in spieren. Injecties in aders en onderhuidse injecties zijn geen probleem. Bijna elk vaccin kan onderhuids worden toegediend in de bovenarm of dij. Moet een injectie beslist in de spier gegeven worden, dan moet de antistolling tijdelijk onderbroken worden. Alcohol Matig alcoholgebruik kan de afbraak van de cumarines versnellen (en dus de werking verminderen). Grotere hoeveelheden alcohol verstoren de werking van de lever en de aanmaak van stollingsfactoren. Daardoor ontstaat er juist een verhoogde bloedingsneiging. Beperkte alcoholconsumptie (1 2 consumpties per dag) is geen probleem, maar voorkom excessen. Ook al om ongelukjes onder invloed te voorkomen. 24

25 Bloeding Door antistollingsmedicijnen bloedt u makkelijker, blauwe plekken zijn sneller zichtbaar en vrouwen kunnen heviger menstrueren. Als dit vaak voorkomt of ernstig is, kan het betekenen dat de INR te hoog is. Daarom moet u de INR extra controleren. Dan kunnen we eventueel maatregelen nemen. Aanwijzingen voor bloeding kunnen bijvoorbeeld zijn: langdurige bloedneus of uitgebreide bloeding van mondslijmvliezen; grote blauwe plekken zonder aanwijsbare reden; bruine urine of bloed in de urine; zwarte ontlasting of bloed bij de ontlasting; het braken of ophoesten van bloed; zicht-, spraak-, gevoelsstoornissen; verlammingsverschijnselen; andere onverklaarbare ziekteverschijnselen. Helaas kunnen bloedingen ook optreden bij INR-waarden in het streefgebied! In zo n geval is het belangrijk om de oorzaak van de bloeding te vinden. 25

26 Trombo-embolie Zicht-, spraak- en gevoelsstoornissen, acute pijn, zwakte en verlamming van ledematen, of plotselinge zwakte met hartkloppingen, bleekheid, kortademigheid en transpireren kunnen duiden op een stolsel in een orgaan (trombo-embolie). Raadpleeg bij zulke verschijnselen direct een arts! Hoe stabieler de antistolling is, hoe lager de kans op complicaties. Controleer de INR dus regelmatig. Antistolling en verwondingen De meeste vleeswonden met beschadigde oppervlakkige aders bloeden niet ernstig. Neem een doek en druk de wond dicht tot de bloeding stopt. Grotere wonden moeten gehecht worden. Bij een slagaderlijke bloeding kan ernstig bloedverlies optreden. Druk in zo n geval hard op de wond en ga direct naar het ziekenhuis. DE TROMBOSEDIENST EN HET GEBRUIK VAN ZELFMEETAPPARATUUR Trombosediensten bieden tegenwoordig ook de mogelijkheid van begeleiding bij zelfcontrole van antistolling. Dit kan een oplossing zijn wanneer het moeilijk is om regelmatig een Trombosedienst te bezoeken. Bijvoorbeeld door werkzaamheden of veelvuldig verblijf in het buitenland. 26

27 Ook wanneer bloedafname uit een ader moeilijk is, kan zelfcontrole met een vingerprik plezierig zijn. Sommige mensen doen alleen de bloedcontrole zelf. De Trombosedienst geeft vervolgens het advies voor de hoeveelheid antistollingsmedicijnen. Anderen regelen ook zelf de hoeveelheid in te nemen medicijnen en vragen alleen bij problemen advies aan de Trombosedienst. Wanneer u voor deze wijze van antistollingscontrole in aanmerking wilt komen, dient u eerst een training te volgen. Tijdens deze training leert u bloed af te nemen met een vingerprik en krijgt u instructies over de INRbepaling. Daarnaast krijgt u uitgebreid informatie over de achtergronden van de antistollingsbehandeling, situaties die de antistolling kunnen beïnvloeden en de wijze waarop u de hoeveelheid medicijnen moet aanpassen. De training bestaat uit 2 tot 3 bijeenkomsten die plaatsvinden met ongeveer een week tussenpauze. Elke bijeenkomst duurt 2 tot 3 uur. Na de training maakt u met uw eigen Trombosedienst afspraken voor de verdere begeleiding. Meestal betekent dit, dat u minimaal één keer per 3 maanden bij de Trombosedienst komt voor rapportage en controle. Uw eigen Trombosedienst kan u er meer over vertellen. 27

28 De meest gestelde vakantie vragen over trombose 1. Kan ik met vakantie als ik trombose heb? Ja, overleg met uw arts bij recente trombose. Hebt u een recente trombose dan is het verstandig overleg te plegen met uw arts over of en wanneer u met vakantie kunt gaan omdat veelvuldige controle van de INR in de beginfase van de antistollingsbehandeling noodzakelijk is. Bent u reeds enige tijd onder behandeling van de trombosedienst en is de instelling op het antistollingsmiddel stabiel dan is er geen bezwaar tegen vakantie. Kennis van mogelijke complicaties van trombose en de antitrombotische behandeling is van belang. Laat u zich daarover tijdig voorlichten door uw huisarts en/of uw specialist. 2. Waar kan ik informatie krijgen over controleadressen in het buitenland? Bij uw trombosedienst. Vrijwel alle ziekenhuizen in het buitenland kunnen een INR bepalen. Stelt u zich op de hoogte van de adressen van de ziekenhuizen dicht bij uw vakantieplaats. U kunt in het ziekenhuis een INR laten bepalen, daarna kunt u de INR doorgeven aan uw trombosedienst in Nederland. U krijgt dan een advies over de verdere behandeling. Ook in het buitenland zijn er sinds kort een aantal trombosediensten (Noord-Italië en twee diensten aan de kust in Spanje (Benidorm en Torremolinos)). De adressen van deze diensten zijn bekend bij uw trombosedienst. 28

29 3. Mag ik vliegen als ik onder behandeling sta van de trombosedienst? Ja, als u goed bent ingesteld. Als u goed bent ingesteld op de antistollingsbehandeling bestaat er geen bezwaar tegen vliegen. 4. Ook lange vluchten? Ja, drink voldoende water tijdens de vlucht. Nauwkeurig opvolgen van de voorschriften van de trombosedienst is daarbij van belang. Drink tijdens lange vluchten voldoende water en drink weinig alcohol. 5. Mag ik na een doorgemaakte trombose in de zon liggen. Zo ja, mag dit langdurig? Er bestaan bezwaren. Ten aanzien van de trombose is er geen bezwaar. Er bestaan evenwel wel andere bezwaren tegen langdurig zonnebaden. Onderbreek het zonnebaden door regelmatig in beweging te gaan. 6. Kan ik alles eten en drinken tijdens de vakantie? Volg zo veel mogelijk uw normale patroon. In het algemeen is het verstandig niet al te veel af te wijken van het normale patroon waar u aan gewend bent. Vermijd grote, wisselende hoeveelheden alcohol. 29

Behandeling voor trombose en anti-stolling

Behandeling voor trombose en anti-stolling Behandeling voor trombose en anti-stolling 2 Waarom behandeling met een anti-stollingsmiddel? Als bloed in een bloedvat stolt, wordt dit bloedvat afgesloten. Het bloed kan het achterliggende orgaan dan

Nadere informatie

Uitgebreide informatie over antistollingsbehandeling

Uitgebreide informatie over antistollingsbehandeling Uitgebreide informatie over antistollingsbehandeling Bloedsomloop In het menselijk lichaam stroomt het bloed door een uitgebreid stelsel van bloedvaten, de bloedsomloop. Het hart pompt het bloed rond.

Nadere informatie

Nuttige. informatie. voor Trombosepatiënten. Trombose

Nuttige. informatie. voor Trombosepatiënten. Trombose Nuttige informatie voor Trombosepatiënten Trombose De trombosedienst controleert uw bloed. Waarom zijn er trombosediensten? Uw arts heeft u antistollingsmiddelen voorgeschreven: fenprocoumon (Marcoumar

Nadere informatie

Trombosedienst Leiden en omstreken

Trombosedienst Leiden en omstreken Trombosedienst Leiden en omstreken Saskia van Foeken Verpleegkundige Trombosedienst Leiden Doelstelling Met deze voorlichting willen we bereiken: Dat de cliënt een zo optimaal mogelijke antistollingsbehandeling

Nadere informatie

Trombose en Antistolling

Trombose en Antistolling 1/6 Trombosedienst Trombose en Antistolling Inleiding In deze folder kunt u informatie lezen over trombose en antistolling. Tevens is de werkwijze van de trombosedienst beschreven. Bloedstolling Een bloeding

Nadere informatie

Informatie. voor mensen onder antistollingsbehandeling

Informatie. voor mensen onder antistollingsbehandeling Informatie voor mensen onder antistollingsbehandeling 2 Inhoudsopgave Inleiding 4 Informatie over trombose 5 Wat is trombose? 5 De bloedsomloop 5 Ziekten door trombose 6 De behandeling van trombose 7 De

Nadere informatie

Trombosedienst Inleiding Hoe u bij de trombosedienst terecht komt Wat de trombosedienst voor u doet Het kiezen van een prikpost

Trombosedienst Inleiding Hoe u bij de trombosedienst terecht komt Wat de trombosedienst voor u doet Het kiezen van een prikpost Trombosedienst Inleiding Uw arts heeft u antistollingstabletten voorgeschreven. Bij het gebruik van dit soort medicijnen is het noodzakelijk dat uw bloed regelmatig wordt gecontroleerd. De trombosedienst

Nadere informatie

Informatie over de antistollingsbehandeling

Informatie over de antistollingsbehandeling Informatie over de antistollingsbehandeling INLEIDING ANTISTOLLING Bloedstolling Trombose Embolie Het voorkómen van trombose en embolie Antistollingsmiddelen Soorten Cumarines Werking van cumarines CONTROLE

Nadere informatie

Algemeen Gebruik van Bloedverdunners Sintrom Mitis, marcoumar en acenocoumarol

Algemeen Gebruik van Bloedverdunners Sintrom Mitis, marcoumar en acenocoumarol Algemeen Gebruik van Bloedverdunners Sintrom Mitis, marcoumar en acenocoumarol 2 Inleiding Bloedverdunners (antistollingsmiddelen) vertragen de stolling van het bloed of wel in de volksmond genoemd, het

Nadere informatie

Thuis in de antistolling

Thuis in de antistolling Thuis in de antistolling met orale anticoagulantia Informatiebrochure patiënten 2 Thuis in de antistolling 3 1. Wat zijn anticoagulantia?...4 2. Hoe neemt u anticoagulantia?...5 2.1 De dosis...5 2.2 Het

Nadere informatie

Antistollingsbehandeling

Antistollingsbehandeling Infobrochure Antistollingsbehandeling mensen zorgen voor mensen 2 Inleiding Deze brochure werd opgemaakt voor patiënten die om de ene of de andere medische reden antistollingsmiddelen of bloedverdunners

Nadere informatie

Nascholing Antistolling

Nascholing Antistolling Nascholing Antistolling Algemene module nivo 1 en 2 Een initiatief van de Stuurgroepketen Antistollingsbehandeling Dr. R. Fijnheer, versie 1, november 2011 doel antistollings therapie behandelen van arteriële

Nadere informatie

Een longembolie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

Een longembolie. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee! Een longembolie U heeft een longembolie gehad en bent hiervoor opgenomen bij Rijnstate. In deze folder leest u meer over een longembolie, de behandeling ervan en adviezen voor thuis. Neem altijd uw verzekeringsgegevens

Nadere informatie

longembolie patiënteninformatie

longembolie patiënteninformatie patiënteninformatie longembolie Bij u is het vermoeden van en longembolie, of is de diagnose longembolie gesteld. Wat is een longembolie eigenlijk? Hoe ontstaat een longembolie en hoe kan het worden behandeld?

Nadere informatie

Trombose en Longembolie

Trombose en Longembolie Trombose en Longembolie 2 De arts heeft bij u trombose en/of een longembolie geconstateerd. Deze folder geeft algemene informatie over trombose, longembolie en de behandeling. Het is goed u te realiseren

Nadere informatie

Trombosebeen en/of longembolie. Behandeling en begeleiding op de Trombosepolikliniek

Trombosebeen en/of longembolie. Behandeling en begeleiding op de Trombosepolikliniek Trombosebeen en/of longembolie Behandeling en begeleiding op de Trombosepolikliniek Inleiding U heeft van de arts gehoord dat u een trombosebeen en/of longembolie heeft waarvoor u behandeld gaat worden

Nadere informatie

Longembolie. Albert Schweitzer ziekenhuis december 2014 pavo 1117

Longembolie. Albert Schweitzer ziekenhuis december 2014 pavo 1117 Longembolie Albert Schweitzer ziekenhuis december 2014 pavo 1117 Inleiding U bent in het ziekenhuis opgenomen met een longembolie. In deze folder leest u meer over wat een longembolie is en hoe uw behandeling

Nadere informatie

Diep Veneuze Trombose Informatie over de aandoening en de behandeling

Diep Veneuze Trombose Informatie over de aandoening en de behandeling Er is bij u een diep veneuze trombose vastgesteld. In deze folder vindt u informatie over de oorzaak, verschijnselen, behandeling en medicijngebruik bij deze aandoening. Wat is diep veneuze trombose Een

Nadere informatie

Fenprocoumon Trainingscentrum Zelfcontrole Trombosedienst

Fenprocoumon Trainingscentrum Zelfcontrole Trombosedienst Handleiding Zelfdoseren Fenprocoumon Trainingscentrum Zelfcontrole Trombosedienst Deze instructie is speciaal geschreven voor trombosedienstcliënten die, na te hebben geleerd zelf de controletest (INR)

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Orale anticoagulantia Vitamine K-antagonisten Marcoumar, Marevan, Sintrom

Patiënteninformatie. Orale anticoagulantia Vitamine K-antagonisten Marcoumar, Marevan, Sintrom Patiënteninformatie Orale anticoagulantia Vitamine K-antagonisten Marcoumar, Marevan, Sintrom 2 Inhoud Inleiding... 4 Werking vitamine K-antagonisten... 4 Hoe wordt het geneesmiddel ingenomen?... 4 Wanneer

Nadere informatie

Antistolling & vitamine K, hoe zit dat?

Antistolling & vitamine K, hoe zit dat? Even tijd voor uw gezondheid! Antistolling & vitamine K, hoe zit dat? Vitamine-K-wijzer voor mensen die acenocoumarol of fenprocoumon gebruiken Boerenkool Snijbiet Rapen Broccoli Spruitjes Botersla Peterselie

Nadere informatie

Zelf meten & zelf doseren van orale antistolling

Zelf meten & zelf doseren van orale antistolling Bladnr. :1/13 Zelf meten & zelf doseren van orale antistolling Algemene informatie: Naam: Patiëntnummer: Cumarine: Type toestel: Geboortedatum: Streefwaarden: Serienummer: Trainingscentrum Openingstijden

Nadere informatie

Trombosezorg Informatiefolder voor patiënten

Trombosezorg Informatiefolder voor patiënten Trombosezorg Informatiefolder voor patiënten Patiëntnummer A a n d a c h t s p u n t e n Algemene aanwijzingen: Neem de tabletten in op een vast tijdstip rond het avondeten Blijf op de controledag telefonisch

Nadere informatie

Diep veneuze trombose

Diep veneuze trombose Diep veneuze trombose Inleiding In verband met uw klachten is er een echo van uw bloedvaten gemaakt. De echo heeft bevestigd dat een diep gelegen ader afgesloten wordt door een bloedprop. In medische termen

Nadere informatie

LabWest TROMBOSEDIENST. www.labwest.nl

LabWest TROMBOSEDIENST. www.labwest.nl TROMBOSEDIENST Patiënteninformatie www.labwest.nl Inleiding est Dit patiënten informatieboekje bevat specifieke informatie over de trombosezorg van est. Voor alle algemene patiënten informatie heeft de

Nadere informatie

Boekje over de nieuwe orale anticoagulantia. Wat u moet weten voor het veilig gebruik ervan

Boekje over de nieuwe orale anticoagulantia. Wat u moet weten voor het veilig gebruik ervan Boekje over de nieuwe orale anticoagulantia Wat u moet weten voor het veilig gebruik ervan GEGEVENS PATIËNT Naam Adres Tel HUISARTS Naam Adres Tel SPECIALIST Naam Ziekenhuis Tel ANTISTOLLINGSMEDICATIE

Nadere informatie

Te doen: -Tandvleesbloedingen. -Neusbloedingen

Te doen: -Tandvleesbloedingen. -Neusbloedingen Patiëntenfolder 1. Inleiding Dit boekje is bedoeld voor patiënten die antistollingsmiddelen (zogenaamde bloedverdunners ) zoals Sintrom, Marevan of Marcoumar nemen. Het tracht een aantal veel voorkomende

Nadere informatie

Maatschap Cardiologie. Boezemfibrilleren en cardioversie

Maatschap Cardiologie. Boezemfibrilleren en cardioversie Maatschap Cardiologie Boezemfibrilleren en cardioversie Datum en tijd U wordt (dag), (datum) om uur verwacht op de afdeling hartbewaking (CCU). Voorbereiding Wij verzoeken u twee dagen voor de elektrische

Nadere informatie

Samenvatting Vitamine K antagonisten zijn antistollingsmiddelen in tabletvorm. Ze worden voorgeschreven voor de behandeling en preventie van trombose.

Samenvatting Vitamine K antagonisten zijn antistollingsmiddelen in tabletvorm. Ze worden voorgeschreven voor de behandeling en preventie van trombose. 1 Samenvatting Samenvatting Vitamine K antagonisten zijn antistollingsmiddelen in tabletvorm. Ze worden voorgeschreven voor de behandeling en preventie van trombose. Zowel arteriële trombose (trombose

Nadere informatie

Longembolie Onderzoek en behandeling. www.nwz.nl

Longembolie Onderzoek en behandeling. www.nwz.nl Longembolie Onderzoek en behandeling www.nwz.nl Inhoud Wat is een longembolie? 3 Welke onderzoeken krijgt u? 4 Behandeling van een longembolie 5 Behandeling met bloedverdunnende medicijnen 7 Naar huis

Nadere informatie

Informatie Trombosedienst

Informatie Trombosedienst Trombosedienst Informatie Trombosedienst Noord-Limburg (TNL) Telefoon: (0478) 52 23 48 Fax: (0478) 52 24 22 Email: trombosedienst@viecuri.nl 1 Inleiding Uw arts heeft u antistollingstabletten voorgeschreven:

Nadere informatie

U bent opgenomen in het ziekenhuis met een longembolie. In deze folder krijgt u meer informatie over een longembolie.

U bent opgenomen in het ziekenhuis met een longembolie. In deze folder krijgt u meer informatie over een longembolie. Longembolie U bent opgenomen in het ziekenhuis met een longembolie. In deze folder krijgt u meer informatie over een longembolie. Wat is een longembolie? Een longembolie is een afsluiting van een longslagader.

Nadere informatie

Langdurige behandeling van diep veneuze trombose bij patiënten met kanker (Longheva) Academisch Medisch Centrum, Amsterdam (AMC)

Langdurige behandeling van diep veneuze trombose bij patiënten met kanker (Longheva) Academisch Medisch Centrum, Amsterdam (AMC) Titel studie: Opdrachtgever: Langdurige behandeling van diep veneuze trombose bij patiënten met kanker (Longheva) Academisch Medisch Centrum, Amsterdam (AMC) Hoofdonderzoeker: Dr. K. Meyer Introductie

Nadere informatie

Patiënten informatie boekje

Patiënten informatie boekje Stichting Trombosedienst Delft en omstreken Patiënten informatie boekje Arial italic PMS kleu Arial italic en Arial italic Bold PMS kleur 312 en zwart stichting trombosedienst Aandachtspunten Algemene

Nadere informatie

Methotrexaat REUMATOLOGIE. Gebruik van methotrexaat

Methotrexaat REUMATOLOGIE. Gebruik van methotrexaat REUMATOLOGIE Methotrexaat Gebruik van methotrexaat Deze folder is een gezamenlijke uitgave van de poli reumatologie van het Laurentius Ziekenhuis Roermond en het Sint Jans Gasthuis te Weert. Inleiding

Nadere informatie

Hoofdstuk 4: Aanvraag Trombosedienst

Hoofdstuk 4: Aanvraag Trombosedienst 4 Aanvraag trombosedienst 4.1 Identificatie trombosedienst Vraag naam en geboortedatum en controleer dit op het doserings- of (her)aanmeldingsformulier. Plak op de afgenomen buis van een trombosedienstpatiënt

Nadere informatie

Veelgestelde vragen 01/2015

Veelgestelde vragen 01/2015 Inleiding 3 1. Ik ben mijn antistollingstabletten gisteravond vergeten. 4 2. Ik weet niet zeker of ik mijn antistollingstabletten heb ingenomen. 4 3. Ik heb een verkeerde hoeveelheid antistollingstabletten

Nadere informatie

onderdeel van Atal-Medial Trombosedienst Patiënten informatieboekje

onderdeel van Atal-Medial Trombosedienst Patiënten informatieboekje onderdeel van Atal-Medial Trombosedienst Patiënten informatieboekje Patiëntnummer A a n d a c h t s p u n t e n Algemene aanwijzingen: Neem de tabletten in op een vast tijdstip rond het avondeten Blijf

Nadere informatie

Patiënten informatie poli HVC

Patiënten informatie poli HVC Patiënten informatie poli HVC Wat is diep veneuze trombose? Diep veneuze trombose (ongewenste stolselvorming in de aderen van een been), ook wel trombosebeen genoemd, is een aandoening die bij ongeveer

Nadere informatie

Geneesmiddelen bij zwangerschap en borstvoeding

Geneesmiddelen bij zwangerschap en borstvoeding Geneesmiddelen bij zwangerschap en borstvoeding Geneesmiddelen en zwangerschap Enige tientallen jaren geleden dacht men nog dat ongeboren kinderen in de baarmoeder goed beschermd waren tegen schadelijke

Nadere informatie

Cardiologie. Boezemfibrilleren. Het Antonius Ziekenhuis vormt samen met Thuiszorg Zuidwest Friesland de Antonius Zorggroep

Cardiologie. Boezemfibrilleren. Het Antonius Ziekenhuis vormt samen met Thuiszorg Zuidwest Friesland de Antonius Zorggroep Cardiologie Boezemfibrilleren Het Antonius Ziekenhuis vormt samen met Thuiszorg Zuidwest Friesland de Antonius Zorggroep Uw cardioloog heeft vastgesteld dat er bij u sprake is van boezemfibrilleren. Dit

Nadere informatie

SPOEDEISENDE HULP / INTERNE GENEESKUNDE / DERMATOLOGIE. Trombosebeen

SPOEDEISENDE HULP / INTERNE GENEESKUNDE / DERMATOLOGIE. Trombosebeen SPOEDEISENDE HULP / INTERNE GENEESKUNDE / DERMATOLOGIE Trombosebeen Trombosebeen Er is bij u een trombosebeen vastgesteld. Uw behandelend arts heeft u al een en ander uitgelegd, maar vaak blijven er toch

Nadere informatie

Glucophage 500 bijsluiter 21-2-200127-2-2001 blz. 1 / 6

Glucophage 500 bijsluiter 21-2-200127-2-2001 blz. 1 / 6 Glucophage 500 bijsluiter 21-2-200127-2-2001 blz. 1 / 6 Glucophage 500, omhulde tabletten 500 mg Lees deze bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik van dit geneesmiddel. Bewaar deze bijsluiter,

Nadere informatie

Methotrexaat. Poli Reumatologie

Methotrexaat. Poli Reumatologie 00 Methotrexaat Poli Reumatologie 1 U heeft in overleg met uw arts besloten Methotrexaat te gaan gebruiken. Deze folder geeft informatie over dit geneesmiddel. Heeft u na het lezen nog vragen dan kunt

Nadere informatie

TIA en dan. Transient ischemisch attack

TIA en dan. Transient ischemisch attack TIA en dan Transient ischemisch attack Een TIA (transient ischemisch attack) is een plotseling optredende neurologische uitval (voorbijgaande beroerte). Dit komt door een tijdelijke afsluiting van een

Nadere informatie

Medicijnen thuis Radboud universitair medisch centrum

Medicijnen thuis Radboud universitair medisch centrum Medicijnen thuis Deze folder geeft u informatie over het medicijngebruik in de thuissituatie na ontslag uit het ziekenhuis. Er kunnen zich verschillende situaties voordoen. Hieronder is aangekruist welke

Nadere informatie

Prednison (corticosteroïden)

Prednison (corticosteroïden) Prednison (corticosteroïden) Medicatie bij de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa MDL-centrum IJsselland Ziekenhuis www.mdlcentrum.nl Uw MDL-arts (maag-, darm- en leverarts) heeft u Prednison voorgeschreven

Nadere informatie

Antistollings boekje 1

Antistollings boekje 1 Antistollingsboekje 1 Gegevens patiënt Naam Geboortedatum Adres Tel Huisarts Naam Adres Tel Specialist Naam Ziekenhuis Tel Antistollingsmedicatie Reden voor antistolling Voorziene duur van de behandeling

Nadere informatie

Maag-, Darm- en Leverziekten. Methotrexaat.

Maag-, Darm- en Leverziekten. Methotrexaat. Maag-, Darm- en Leverziekten Methotrexaat www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud Het effect van methotrexaat... 3 Gebruik... 3 Bijwerkingen... 4 Wanneer neemt u direct contact op?... 5 Controles... 6 Aanvullende

Nadere informatie

Prednison of Prednisolon

Prednison of Prednisolon Prednison of Prednisolon Prednison of Prednisolon Uw maag, darm- en leverarts heeft in overleg met u besloten u te gaan behandelen met Prednison. Dit geneesmiddel dient ter behandeling van de ziekte van

Nadere informatie

Chirurgie Vaatchirurgie Weer naar huis

Chirurgie Vaatchirurgie Weer naar huis Chirurgie Vaatchirurgie Weer naar huis Informatie voor vaatpatiënten in de ontslagperiode Chirurgie Vaatchirurgie Inleiding U heeft van de arts gehoord dat u binnenkort met ontslag mag. Als voorbereiding

Nadere informatie

PREDNISON BIJ REUMATISCHE AANDOENINGEN

PREDNISON BIJ REUMATISCHE AANDOENINGEN PREDNISON BIJ REUMATISCHE AANDOENINGEN 1137 Inleiding Uw reumatoloog heeft u Prednison voorgeschreven voor de behandeling van uw reumatische aandoening. Om dit medicijn goed te kunnen gebruiken, is het

Nadere informatie

Eprex oplossing voor injectie 40.000 IE/1,0 ml

Eprex oplossing voor injectie 40.000 IE/1,0 ml J-C 2006 Ned. Informatie voor de patiënt Het is belangrijk dat u eerst deze gebruiksaanwijzing leest, ook als u Eprex al vaker heeft gebruikt. Er kan nieuwe belangrijke informatie in staan. Uw arts of

Nadere informatie

Nieuwe Orale Anti- Coagulantia (NOAC s) Bij atriumfibrilleren

Nieuwe Orale Anti- Coagulantia (NOAC s) Bij atriumfibrilleren Nieuwe Orale Anti- Coagulantia (NOAC s) Bij atriumfibrilleren Albert Schweitzer ziekenhuis november 2014 pavo 1176 Inleiding De cardioloog heeft u verteld dat u last heeft van atriumfibrilleren. U heeft

Nadere informatie

Glucophage 850 bijsluiter 12-2-200127-2-2001 blz. 1 / 6

Glucophage 850 bijsluiter 12-2-200127-2-2001 blz. 1 / 6 Glucophage 850 bijsluiter 12-2-200127-2-2001 blz. 1 / 6 Glucophage 850, omhulde tabletten 850 mg Lees deze bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik van dit geneesmiddel. Bewaar deze bijsluiter,

Nadere informatie

Azathioprine. Bij de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa

Azathioprine. Bij de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa Azathioprine Bij de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa 2 Uw maag-, darm- en leverarts (MDL-arts) heeft u azathioprine (merknaam Imuran ) voorgeschreven voor de behandeling van de ziekte van Crohn of

Nadere informatie

Tia Service Radboud universitair medisch centrum

Tia Service Radboud universitair medisch centrum Tia Service Inleiding In overleg met uw behandelend arts bent u doorverwezen naar de TIA poli op de polikliniek Neurologie of Spoedeisende Hulp van het Radoudumc. Dit omdat u kortgeleden mogelijk kortdurend

Nadere informatie

Trombose. Een klein bloedpropje met (soms) grote gevolgen

Trombose. Een klein bloedpropje met (soms) grote gevolgen Trombose Een klein bloedpropje met (soms) grote gevolgen Bijna een op de twee Nederlanders sterft direct of indirect aan de gevolgen van trombose. Sommigen krijgen trombose als gevolg van hun leefstijl,

Nadere informatie

Inleiding Wat is een cardioversie? Voorbereiding thuis

Inleiding Wat is een cardioversie? Voorbereiding thuis CARDIOVERSIE 884 Inleiding U komt naar het Sint Franciscus Gasthuis voor cardioversie. Dit vindt plaats op de Dagbehandeling. In deze folder leest u meer over cardioversie. Wat is een cardioversie? Cardioversie

Nadere informatie

De trombosedienst ALGEMEEN. Werkwijze trombosedienst Roermond

De trombosedienst ALGEMEEN. Werkwijze trombosedienst Roermond ALGEMEEN De trombosedienst Werkwijze trombosedienst Roermond Deze folder is bedoeld voor patiënten die worden begeleid door de Trombosedienst Roermond, kortweg trombosedienst genoemd. In deze folder vindt

Nadere informatie

Hoe wordt het normale hartritme tot stand gebracht?

Hoe wordt het normale hartritme tot stand gebracht? Boezemfibrilleren De cardioloog heeft vastgesteld dat u een ritmestoornis heeft of heeft gehad, die boezemfibrilleren, ofwel atriumfibrilleren wordt genoemd. In deze folder kunt u hierover meer lezen.

Nadere informatie

Trombosebeen of trombosearm

Trombosebeen of trombosearm Spoedeisende Hulp / Spoedpost Trombosebeen of trombosearm www.catharinaziekenhuis.nl Afspraken O Polikliniekafspraak: maak op de eerstvolgende werkdag een afspraak voor over 2 weken op de polikliniek Inwendige

Nadere informatie

Prednison (corticosteroïden)

Prednison (corticosteroïden) Prednison (corticosteroïden) Uw behandelend maag-darm-leverarts heeft u Prednison voorgeschreven in verband met een ontstekingsziekte van de darm. Deze folder geeft informatie over dit geneesmiddel. Heeft

Nadere informatie

Prednison (corticosteroïden) Voorgeschreven door de reumatoloog

Prednison (corticosteroïden) Voorgeschreven door de reumatoloog Prednison (corticosteroïden) Voorgeschreven door de reumatoloog Albert Schweitzer ziekenhuis juli 2013 pavo 0907 Inleiding De reumatoloog heeft met u besproken dat u prednison gaat gebruiken. In deze folder

Nadere informatie

PATIËNTENBIJSLUITER. CRESTOR (rosuvastatine) Lees deze bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik van dit geneesmiddel.

PATIËNTENBIJSLUITER. CRESTOR (rosuvastatine) Lees deze bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik van dit geneesmiddel. PATIËNTENBIJSLUITER CRESTOR (rosuvastatine) Lees deze bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik van dit geneesmiddel. Bewaar deze bijsluiter, het kan nodig zijn om deze nogmaals door te

Nadere informatie

Medicatie bij de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa Prednison (corticosteroïden)

Medicatie bij de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa Prednison (corticosteroïden) Medicatie bij de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa Prednison (corticosteroïden) Maag-, Darm- en Leverziekten IJsselland Ziekenhuis Uw MDL-arts (maag-, darm- en leverarts) heeft u Prednison voorgeschreven

Nadere informatie

Boezemfibrilleren. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee!

Boezemfibrilleren. Neem altijd uw verzekeringsgegevens en identiteitsbewijs mee! Boezemfibrilleren De cardioloog heeft vastgesteld dat u een ritmestoornis heeft of heeft gehad, die boezemfibrilleren wordt genoemd. In deze brochure kunt u hierover meer lezen. Neem altijd uw verzekeringsgegevens

Nadere informatie

Hart- en vaatziekten

Hart- en vaatziekten 400015 Hart- en vaatziekten folder_400015 Hart- en vaatziekten 27-03-12 09:50 Pag Hart- en vaatziekten WAT ZIJN HART- EN VAATZIEKTEN WAT KUNT U ZELF DOEN MEDICIJNEN BIJ HART- EN VAATZIEKTEN WAT KAN UW

Nadere informatie

Adalimumab (Humira) bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Maag-Darm-Levercentrum. Beter voor elkaar

Adalimumab (Humira) bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Maag-Darm-Levercentrum. Beter voor elkaar Adalimumab (Humira) bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Maag-Darm-Levercentrum Beter voor elkaar 2 Inleiding Uw behandelend arts heeft met u gesproken over het gebruik van Adalimumab (Humira).

Nadere informatie

Behandeling met Methotrexaat

Behandeling met Methotrexaat Behandeling met Methotrexaat Informatie voor patiënten F0865-3129 juli 2015 Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl MCH Antoniushove, Burgemeester Banninglaan 1 Postbus 411, 2260 AK Leidschendam

Nadere informatie

Medicijnen na een TIA

Medicijnen na een TIA Medicijnen na een TIA Inleiding In deze folder leest u meer over medicijnen die vaak worden voorgeschreven na een TIA. Een TIA is een kortdurende beroerte waarbij de uitvalsverschijnselen, zoals een verlamming

Nadere informatie

Wilhelmina Ziekenhuis Assen. Vertrouwd en dichtbij. Informatie voor patiënten. Boezemfibrilleren

Wilhelmina Ziekenhuis Assen. Vertrouwd en dichtbij. Informatie voor patiënten. Boezemfibrilleren Wilhelmina Ziekenhuis Assen Vertrouwd en dichtbij Informatie voor patiënten Boezemfibrilleren z Boezemfibrilleren is een hartritmestoornis waarbij in de hartboezems sprake is van een snelle en onregelmatige

Nadere informatie

Trombosebeen. Dagbehandeling interne geneeskunde Polikliniek dermatologie/flebologie. mca.nl

Trombosebeen. Dagbehandeling interne geneeskunde Polikliniek dermatologie/flebologie. mca.nl Trombosebeen Dagbehandeling interne geneeskunde Polikliniek dermatologie/flebologie mca.nl Inhoudsopgave Wat is een trombosebeen? 3 Onderzoek en behandeling op verschillende afdelingen van MCA 4 Algemene

Nadere informatie

Boezemfibrilleren. (Atriumfibrilleren) Cardiologie

Boezemfibrilleren. (Atriumfibrilleren) Cardiologie Boezemfibrilleren (Atriumfibrilleren) Cardiologie Als het hart op hol slaat Vrijwel ieder mens krijgt in zijn leven wel eens te maken met hartritmestoornissen. Het hart gaat dan anders, meestal sneller,

Nadere informatie

Handleiding Tropaz zelfcontrole

Handleiding Tropaz zelfcontrole Handleiding Tropaz zelfcontrole Met deze handleiding maakt u kennis met Tropaz. Tropaz is een webportal waarmee u informatie met uw trombosedienst uit kunt wisselen. Via Tropaz kunt u uw doseringskalender

Nadere informatie

Zorgeenheid Reumatologie en Klinische Immunologie, locatie AZU. Langwerkende antireumatische middelen: Methotrexaat

Zorgeenheid Reumatologie en Klinische Immunologie, locatie AZU. Langwerkende antireumatische middelen: Methotrexaat Zorgeenheid Reumatologie en Klinische Immunologie, locatie AZU Langwerkende antireumatische middelen: Methotrexaat In overleg met uw behandelend arts heeft u besloten het geneesmiddel methotrexaat te gaan

Nadere informatie

Moet jij ook bloedverdunners nemen?

Moet jij ook bloedverdunners nemen? Moet jij ook bloedverdunners nemen? Dit boekje is bedoeld om de patiënt aan te moedigen correct om te gaan met zijn medicijnen, niet om tussen te komen in de relatie tussen de patiënt en zijn arts. Je

Nadere informatie

Morfine Feiten en fabels. Apotheek

Morfine Feiten en fabels. Apotheek 00 Morfine Feiten en fabels Apotheek In overleg met uw arts gaat u morfine gebruiken. Morfine behoort tot een groep geneesmiddelen, die morfineachtige pijnstillers of opioïden worden genoemd. Inleiding

Nadere informatie

Het antifosfolipiden syndroom (APS)

Het antifosfolipiden syndroom (APS) Het antifosfolipiden syndroom (APS) NVLE www.nvle.org Het antifosfolipiden syndroom Het antifosfolipiden syndroom is een auto-immuunziekte en kenmerkt zich door verhoogde bloedstolling, waadoor trombose

Nadere informatie

PATIËNTEN INFORMATIE. Methotrexaat. (ledertrexate)/ MTX

PATIËNTEN INFORMATIE. Methotrexaat. (ledertrexate)/ MTX PATIËNTEN INFORMATIE Methotrexaat (ledertrexate)/ MTX 2 PATIËNTENINFORMATIE Uw reumatoloog heeft u methotrexaat voorgeschreven voor de behandeling van uw reumatische aandoening. Om dit medicijn goed te

Nadere informatie

Instructies voor het gebruik van Enbrel (etanercept)

Instructies voor het gebruik van Enbrel (etanercept) Instructies voor het gebruik van Enbrel (etanercept) Inhoudsopgave 1 Inleiding... 1 2 Voor wie is deze therapie geschikt?... 1 3 Voor het starten met de behandeling... 1 4 Starten met Enbrel... 2 5 Toediening...

Nadere informatie

SPREEKUUR ATRIUMFIBRILLATIE

SPREEKUUR ATRIUMFIBRILLATIE SPREEKUUR ATRIUMFIBRILLATIE 17873 Inleiding In deze folder vindt u informatie over atriumfibrilleren en het spreekuur atriumfibrillatie. Spreekuur atriumfibrillatie Atriumfibrilleren komt steeds vaker

Nadere informatie

Atriumfibrilleren. Uitleg, adviezen, telefoonnummers en zaken die voor u van belang zijn. Afdeling Cardiologie

Atriumfibrilleren. Uitleg, adviezen, telefoonnummers en zaken die voor u van belang zijn. Afdeling Cardiologie Atriumfibrilleren Uitleg, adviezen, telefoonnummers en zaken die voor u van belang zijn. Afdeling Cardiologie Informatiebrochure Atriumfibrilleren Uitleg, adviezen, telefoonnummers en zaken die voor u

Nadere informatie

Azathioprine (Imuran)

Azathioprine (Imuran) Azathioprine Azathioprine (Imuran) Uw reumatoloog heeft u Azathioprine voorgeschreven voor de behandeling van uw reumatische aandoening. Om dit medicijn goed te kunnen gebruiken, is het belangrijk dat

Nadere informatie

Fabels en feiten over morfine

Fabels en feiten over morfine Fabels en feiten over morfine Beter voor elkaar Fabels en feiten over morfine Inleiding In overleg met uw arts gaat u morfine gebruiken. Morfine behoort tot een groep geneesmiddelen, die morfineachtige

Nadere informatie

RVG 28359. Version 2010_11 Page 1 of 5 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. ACETYLSALICYLZUUR APOTEX NEURO 30 MG Acetylsalicylzuur

RVG 28359. Version 2010_11 Page 1 of 5 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. ACETYLSALICYLZUUR APOTEX NEURO 30 MG Acetylsalicylzuur Version 2010_11 Page 1 of 5 1.3.1.3 PATIENT INFORMATION LEAFLET BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER ACETYLSALICYLZUUR APOTEX NEURO 30 MG Acetylsalicylzuur Lees goed de hele bijsluiter voordat

Nadere informatie

Methotrexaat bij reumatische aandoeningen. Maatschap Interne Geneeskunde IJsselland Ziekenhuis

Methotrexaat bij reumatische aandoeningen. Maatschap Interne Geneeskunde IJsselland Ziekenhuis Methotrexaat bij reumatische aandoeningen Maatschap Interne Geneeskunde IJsselland Ziekenhuis Inleiding U heeft van uw behandelend arts het medicijn methotrexaat voorgeschreven gekregen. Om dit medicijn

Nadere informatie

Endoscopische Mucosale Resectie (EMR) slokdarm

Endoscopische Mucosale Resectie (EMR) slokdarm Endoscopische Mucosale Resectie (EMR) slokdarm Maatschap Gastro-Enterologie IJsselland Ziekenhuis Datum opname: Datum onderzoek: Wat is een EMR? Op advies van uw behandelend arts zult u een Endoscopische

Nadere informatie

elektrische cardioversie (ECV)

elektrische cardioversie (ECV) patiënteninformatie elektrische cardioversie (ECV) U heeft een hartritmestoornis en u komt binnenkort naar het OLVG voor een elektrocardioversie (ECV). Bij deze behandeling proberen we het ritme van het

Nadere informatie

Prednison bij huidziekten

Prednison bij huidziekten Prednison bij huidziekten In overleg met uw behandelend arts heeft u besloten of overweegt u het geneesmiddel prednison te gaan gebruiken. Deze folder geeft informatie over dit geneesmiddel. Heeft u na

Nadere informatie

Azathioprine (Imuran) bij de ziekte van Crohn, colitis ulcerosa en auto-immuun hepatitis

Azathioprine (Imuran) bij de ziekte van Crohn, colitis ulcerosa en auto-immuun hepatitis Azathioprine (Imuran) bij de ziekte van Crohn, colitis ulcerosa en auto-immuun hepatitis Uw behandelend arts heeft met u gesproken over het gebruik van Azathioprine (Imuran). In deze folder krijgt u informatie

Nadere informatie

Nascholing Antistolling

Nascholing Antistolling Nascholing Antistolling Algemene module nivo 3 Een initiatief van de Stuurgroepketen Antistollingsbehandeling Dr. R. Fijnheer, versie 4, juli 2012 de stollingsbalans trombose te veel stolling antistolling

Nadere informatie

Behandeling met Bisfosfonaat bij kanker

Behandeling met Bisfosfonaat bij kanker Behandeling met Bisfosfonaat bij kanker Inleiding Samen met uw arts heeft u besloten dat u wordt behandeld met een Bisfosfonaat per infuus of tablet. Een Bisfosfonaat wordt voorgeschreven om de botten

Nadere informatie

BIJSLUITER. THALIDOMIDE 50 mg en 100 mg tablet

BIJSLUITER. THALIDOMIDE 50 mg en 100 mg tablet BIJSLUITER THALIDOMIDE 50 mg en 100 mg tablet Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze bijsluiter. Misschien

Nadere informatie

Antwoord op veelvoorkomende vragen over medicijnen

Antwoord op veelvoorkomende vragen over medicijnen Antwoord op veelvoorkomende vragen over medicijnen Poeders, pillen, druppels, drankjes, tabletten, zalven, capsules en wat al niet meer... we slikken, smeren en druppelen heel wat a{ Of dat altijd verstandig

Nadere informatie