Kennisportfolio Anas Yousfi Klas 1BV

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Kennisportfolio Anas Yousfi Klas 1BV"

Transcriptie

1 Kennisportfolio Anas Yousfi Klas 1BV

2 P1 Communicatie Identiteit van organisatie 1. Gedrag = 2. Communicatie = 3. Symboliek = Identeit & imago moet zo dicht mogelijk opelkaar lijken/overeenkomen

3 Basiselementen huisstijl Logo: woordmerk + beeldmerk Kleur: symbolische waarde emotionele waarde signaalwaarde Typografie Fotobeleid

4 Monolistich identiteit = dat een onderneming haar eigen naam consequent gebruikt als merknaam, met hantering van een visuele stijl en merknaam Endorsed identiteit = dat elk dochteronderneming een eigen naam/merk heeft, maar de onderneming achter het product is zichtbaar op het product denk aan unliver

5 Branded identiteit = dit is als elk dochternonderneming haar eigen merk/naam heeft, maar de onderneming die achter het product zit niet zichtbaar is op het product denk hierbij aan producten van Sara lee terugkoppeling zender encoderen boodschap medium decoderen ontvanger feedback

6 One step flow = dat de media veel invloed heeft, net als dat je een naald in een spons duwt en alles inspuit en het zuigt alles op Two step flow = als er een opinieleider wordt gebruikt om de boodschap over te brengen, omdat mensen eerder aannemen van een bekende persoon Agendasettingtheorie = Het bepalen van de onderwerpen waarover men praat The medium is the message = niet de boodschap, maar het medium waarmee de boodschap wordt overgebracht, mensen veranderen met de tijd mee van nieuwe technologie, nieuwe mediums. Uses and gratifications = dat het publiek de media gebruikt voor vervuling van haar eigen behoeftes, dus de ontvanger is geen weerloze spons meer! Selectieve preceptie = Is dat het publiek zelf bepaalt wat zij waarnemen en hoe zij het waarnemen naar eigen invulling. 1. Probleem 2. Analyse 3. Communicatiedoelgroepen 4. Communicatiedoelstellingen 5. Boodschap 9. Budget 6. Communicatiestrategie 7. Communicatiemiddelen 8. Tijdsplanning 10. Evaluatie

7 Geografisch o Waar is doelgroep gelokaliseerd? Land, regio, gemeente of postcodegebied o o Demografisch Persoons- of huishoudengebonden kenmerken zoals: Leeftijd Geslacht Burgerlijke staat Gezinssamenstelling Woonsituatie Socio-economisch o Kenmerken die een indeling naar welstand mogelijk maken Inkomen, beroep, opleiding, sociale klasse Psychografisch (lifestyle) Houding, interesse en opinie van een persoon o.a. politieke overtuiging, milieu, geloof, informatiebehoefte, mediaconsumptie Gebruik/verbruik o Vaste gebruikers/klanten versus potentiële gebruikers/klanten wat betreft koop- en gebruikgedrag

8 o Levenscyclus Samenlevingsvorm in combinatie met inkomen en leeftijd. Elke fase staat voor een ander marktsegment! Kennis -> iets weten - kennis merk, naamsbekendheid Houding -> iets vinden - imago, betrokkenheid Gedrag -> iets doen - actie Taakstellende methode Uitgaven in voorgaande jaren

9 Omzetpercentagemethode Concurrentiegeoriënteerde methode Anticyclische methode Sluitpostmethode Effectevaluatie Zijn de communicatiedoelstellingen bereikt? Wat kan volgende keer beter? Procesevaluatie Hoe is het proces verlopen? Coördinatie? Productevaluatie Wat is de waardering van de doelgroep voor de communicatie-uiting?

10 Recht P1-P2 Objectief recht = De rechtsregels die we onder andere in wetten en verdragen vinden vormen samen het objectieve recht Subjectief recht = De rechten en bevoegdheden die mensen aan dit objectieve recht ontlenen is subjectieve rechten Overheidsorganen met wetgevende bevoegdheid: regering en volksvertegenwoordiging samen, de regering alleen, de minister, het provinciebestuur, het gemeentebestuur en het bestuur van het waterschap. Wet in formele zin = is een besluit afkomstig van regering en volksvertegenwoordiging samen, dat volgens een vaste procedure tot stand is gekomen (bij wet in formele zin is de aandacht gericht op de procedure en op de maker van de wet). Regering en staten generaal worden formele wetgever genoemd. Wet in materiele zin = verzamelnaam voor alle wetten ongeacht door welk wetgevend overheidsorgaan het voorschrift is gemaakt! worden gemaakt door de regering en de volksvertegenwoordiging samen, de regering alleen, door de minister, de provinciale staten, de gemeenteraad, het bestuur van waterschap en besturen van het openbare lichamen bv. Sociaal economische raad. Wet in formele en materiele zin overlappen elkaar vaak doordat een wet door de regering en volksvertegenwoordiging is gemaakt en een algemene werking heeft. Maar er zijn ook wetten die alleen formeel zijn of alleen materieel zie p. 32 Jurisprudentie = de verzameling van alle rechterlijke uitspraken die onze rechters in de loop van de jaren hebben gedaan. Uitspraken van Europese rechters tellen ook mee! Kiesstelsel evenredige vertegenwoordiging is als iedere partij een deel van de zetels krijg afhankelijk van het aantal geldige stemmen die ze hebben gehad bij de vrije verkiezingen en het totaal geldige stemmen. Berekening gaat als volgt totaal aan geldig uitgebrachte stemmen delen door de kamer zetels ( tweede kamer is 150) uitkomst is kiesdeler en om uit te rekenen hoeveel zetels een partij krijgt in de kamer moet je de totaal aantal geldige uitgbrachte stemmen op deze partij delen door de kiesdeler uitkomst is het aantal zetels. Meestal komen de kandidaten in de kamer op volgorde van de kieslijst, anders is als een kandidaat lager staat op de kieslijst maar minstens een kwart van de kiesdeler aan stemmen heeft binnengebracht. Dan wordt hij/zij wel in de kamer geplaatst. Districtenstelsel is als een land opgedeeld wordt in districten en er per district stemmen wordt uitgebracht voor de partijen. De partij met de meeste stemmen in een district dat wint. Dus een nadeel voor kleine partijen met aanhang verspreid over een land.

11 Parlementaire stelsel = een regeringsstelsel en deze regeringsstelsel beschrijft verhouding tussen de regering en de volksvertegenwoordiging. Een kenmerk is dat een minister verantwoordelijk is voor zijn daden en alles wat op zijn terrein door de overheid wordt gedaan. Als een verantwoording van een minister leidt tot vertrouwensbreuk dan moet deze betreffende minister zijn ontslag aanbieden aan het staatshoofd, dit geld overigens voor alle ministers. Dit noemt men de vertrouwensregel Stelsel van Nederland wordt genoemd constitionele monarchie met parlementaire stelsel. Monarchie = staatshoofd door erfopvolging Artikel 1 t/m 18 lid 1 grondwet zijn klasieke grondrechten en artikel 23 is mengeling van klasiek en sociaal. Horizontale werking is als een wet tussen burger en burger is Verticaal is als een wet tussen overheid en burger is Leden van Om worden staande magistruur genoemd Rechters zijn zittend magistruur Anticiperende interpretatie = als een rechter zich laat leiden door toekomstige wetgeving Teleologish = als een rechter een wettekst uitlegt door naar de maatschappelijke context te kijken waarin de wet functioneert. Gramaticaal = dan kijkt de rechter naar de taalkundige betekenis Systematisch = is vooral de plaats die de wetsartikel inneemt in de totale wet van belang zie p. 93 Het privaatrecht is grotendeels regelend recht. Blote rechtsfeiten zijn rechtsfeiten waar de mens geen rechtstreekse invloed op heeft, zoals geboorte, dood etc. Feitelijke handelingen en rechtshandelingen = als iemand rechtshandelingen verricht is het de bedoeling om rechten en plichten te scheppen.

12 Bij feitelijke handelingen onstaat er onbedoeld rechten en plichten, zoals bijv. een automobilist tegen een andere auto aanrijd is de plicht dat hij het meld en schade vergoed en recht van de ander is dat hij schade vergoed krijgt. De absolute rechten op goederen beschrijven de zeggenschap die een persoon heeft over een bepaald goed (eigendomsrecht) Relatieve rechten beschrijven de rechtsverhouding tussen personen, zoals bij een verkoop rechten en plichten ontstaan. Absolute competentie = Bij absolute competentie gaat het om het type rechterlijke instantie dat bevoegd is de zaak te behandelen (bv de rechtbank of gerechtshof). Relatieve competentie = komt nadat is vastgesteld wat de welke rechterlijke instantie de zaak mag behandelen (absolute competentie), dan gaan ze kijken waar de rechtszaak plaats dient te vinden. Hierbij wordt gekeken naar waar de gedaagde woont. Een rechter die een zaak voorgelegd krijgt waar hij niet voor bevoegd is, verklaart zich onbevoegd en stuurt het door naar het gerecht dat wel bevoegd is. Organieke wet = een organieke wet is een wet die in opdracht van de grondwet een bepaald onderwerp nader regelt, zoals de kieswet, de gemeentewet, de rijks wet en vreemdelingenwet. Decentralisatie = dat de wetgevende en bestuurlijke macht wordt verspreid over verschillende overheidsniveaus zodat slechts een deel van de macht in handen van de centrale overheid is en de rest in de handen van de lagere overheid. Functionele decentralisatie = dan liggen de publieke bevoegdheden bij een overheidsorgaan dat zich door het gehele land met een onderdeel van de overheidstaak bezighoud. Bijv. product en bedrijfschappen p 69 Mengvorm = een mengvorm van territoriale en functionele decentralisatie is het waterschap dat zich bezig houd met de waterhuishouding in een bepaald deel van het land Nederland is een gedecentraliseerde staat, omdat de overheidstaken en bevoegdheden over verschillende overheidsniveaus zijn verdeeld. Nationaal internationaal Aantal begrippen: Soevereiniteit, EG-verdrag, EVRM, Monistisch systeem

13 Formeel materieel aard aard Materieel: Regels die betrekking hebben op de rechten en plichten/wat mag en niet mag inhoudelijk van Formeel: Regels die zorgen dat de procedure voor het materiële recht goed gevoerd worden procesmatig van Publiek privaat Publiek: Overheid Burger staatsrecht, bestuursrecht en strafrecht, Privaat: Burger Burger rechtspersonenrecht, personen en familierecht, vermogensrecht, Verticale werking: tussen overheid en burger Horizontale werking: tussen burgers onderling Klassieke grondrechten (zie volgende sheet) Sociale grondrechten Beperking van grondrechten Botsing van grondrechten Klassieke grondrechten Vereisen terughoudendheid van de staat Bescherming van de burger

14 Verticale en horizontale werking Rechtsbescherming Sociale grondrechten Vereisen optreden van de staat Ontwikkeling van de burger Alleen verticale werking Opdracht aan regering Waar kunnen we recht vinden? 1. Wet 2. Jurisprudentie 3. Gewoonte 4. Verdragen Je kunt aan de naam van een wet zien, wie die wet heeft gemaakt: - wet : door regering en SG (=w.i.f.z.) - besluit : door regering (=a.m.v.b) - verordening : door lagere overheid (prov./gem.) of waterschap De volgorde van wetten waarin ze gelden

15 1. Verdragen/EG-recht 2. Grondwet 3. Wetten in formele zin 4. AMvB s 5. Ministeriele regelingen 6. Verordeningen van provincie 7. Verordeningen van gemeente/waterschap Hogere wet gaat voor lagere wet Latere wet gaat voor eerdere wet Bijzondere wet gaat voor algemene wet Sprake van een arbeidsverhouding (art 7:610 BW) als: Er een gezagsverhouding is, Arbeid wordt verricht gedurende zekere tijd Loon wordt betaald 4 manieren einde arbeidsovereenkomst

16 1. Van rechtswege 2. Wederzijds goedvinden (wn. moet duidelijk en ondubbelzinnig verklaren het eens te zijn met de beëindiging) 3. Opzegging/ontslag 4. Rechterlijke ontbinding Belangrijke bronnen: Boek 7 BW en het Buitengewoon, Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA) belangrijk!

17 Door wie wijze Art. 1. Van rechtswege 2. wederzijds goedvinden - automatisch art. 7: :674 BW wg + wn wilsovereenstemming Boek BW Stappenplan oplossen case 1 Wie zijn de partijen? 2 Waar gaat het over? 3 Zoek het juiste artikel in de wet 3. Opzegging wg of wn gewoon dringende reden proeftijd art. 6 lid 1 BBA + art. 7:667 v. BW art. 7: : :679 BW art. 7: : 676 BW + artikel 6 lid 2 sub b BBA 4 (welke rechtspraak) 5 Noem criteria uit artikel 6 Toets aan deze criteria 7 Wat is de conclusie 8 Antwoord op vraag 4. Ontbinding kantonrechter gewichtige redenen art. 7:685 BW Maatschap Beheersdaden behoren tot de normale gang van zaken binnen de onderneming Beschikkingsdaden zijn handelingen die geen beheersdaden zijn Beheer: ieder der maten afzonderlijk bevoegd, maat kan andere maten binden (art. 7A: 1676 lid 1) Tenzij anders overeengekomen in maatschapsovereenkomst

18 Beschikken: (art. 7A:1679 BW en 7A:1681 BW) alle maten gezamenlijk; 1 maat kan de ander niet binden Wel binding bij: Volmacht (anderen geven vooraf toestemming) Bekrachtiging (anderen zeggen achteraf dat het goed is) Bij voordeel voor de maatschap De maat die de maatschap onbevoegd vertegenwoordigt, bindt niet de vennootschap, maar wel zichzelf (7A:1681 BW) geen afgescheiden vermogen geen hoofdelijke aansprakelijkheid (art. 7A:1679) aansprakelijkheid voor gelijke delen (art. 7A:1680); dus ook indien winst/verliesdeling intern anders is geregeld niet onder gemeenschappelijke naam naar buiten treden onder gemeenschappelijke naam naar buiten treden Beroep stil maatschap openbaar maatschap

19 Bedrijf stil maatschap VOF Een vrije beroepsbeoefenaar is iemand die wordt gevraagd vanwege zijn individuele, persoonlijke kwaliteiten, die liggen op artistiek of academisch/hbo-niveau juristen (jur. adviseur, notaris, advocaat) ( register)accountant / belastingadviseur alternatieve genezer belastingconsulent architect artsen (dieren-, huis-, tand-, specialisten) fysiotherapeut tolk huidtherapeut huisarts

20 juridisch adviseur kunstenaar leraar VOF Bevoegdheid van de vennoten afzonderlijk ieder der vennoten bevoegd tot beheer en beschikken (art. 17,eerste lid, WvK) Tenzij (artikel 17, tweede lid, WvK): buiten doel vennootschap of, afgesproken bevoegheidsbeperking artikel 29 WvK: beperkingen tweede lid gelden alleen naar derden indien ingeschreven in Handelsregister T.o.v. derden (schuldeisers) vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk (art. 18 WvK) (d.w.z.: ieder afzonderlijk kan voor 100% worden aangesproken!) de vof heeft een afgescheiden vermogen; schuldeisers van de vof hebben voorrang op dit vermogen boven privéschuldeisers ook verhaal op privévermogen van vennoten

21 B.V. BV is een kapitaalvennootschap Aandeelhouders verschaffen onderneming (eigen) vermogen Eigen vermogen: de door de aandeelhouders bijeengebrachte risicodragende waarden Bij overdracht aandelen geldt aanbiedingsregeling, tenzij anders geregeld in statuten Rechten van de aandeelhouder Vergaderrecht Stemrecht in de AVA (tenzij ) Financiële rechten (tenzij ) Besluitvorming In beginsel meerderheid van stemmen Gekwalificeerde meerderheid Statuten Bijeenroeping: Minimaal 1 AVA per jaar (art. 2:218 BW) Statuten moeten bevatten (art. 2:177 BW): De naam, de zetel en het doel van de vennootschap (art. 2:177 BW) Het nominale bedrag van de aandelen (art. 2:178 BW)

22 Statuten kunnen meer onderwerpen bevatten Dwingend/aanvullend recht Naamloze vennootschap Besloten vennootschap Soorten aandelen Zowel op naam als aan toonder Alleen op naam Beursnotering Mogelijk Niet mogelijk Overdracht aandelen Vrij Afhankelijk van statuten Kapitaalvereisten ja Nee Minimumkapitaal Geen minimumkapitaal Algemene vergadering van aandeelhouders (AvA) Kapitaalverschaffers Recht op dividend

23 (Beperkte) zeggenschap Bestuur Raad van Commissarissen (RvC) Facultatief Tenzij structuurvennootschap: dan verplicht door verwerping tijdsverloop Aanbod vervalt door aanbod met termijn: termijn: door verloop van de termijn mondeling: onmiddellijk termijn aanbod zonder schriftelijk: redelijke

24 Tekortkoming in de nakoming Voor rekening van de schuldenaar: wanprestatie Voor rekening van de schuldeiser: overmacht Aan zijn schuld te wijten (schuldaansprakelijkheid) Voor zijn risico krachtens: De wet (voor personen en zaken) Een rechtshandeling Verkeersopvatting (risicoaansprakelijkheid) Als niet nakomen van een verbintenis voor rekening van de betrokkenen partij komt spreken we van wanprestatie, dit komt voor rekening van de schuldenaar als het op grond van de schuld is van de schuldenaar of op grond van de wet, op grond van de inhoud van de overeenkomst of op grond van het maatschappelijk verkeer geldende opvattingen Er kan alleen op overmacht worden beroep gedaan wanneer het gaat om iets buiten de schuld van de schuldenaar bijv. als een schuldenaar niet kan leveren omdat er brand is uitgebroken in zijn magazijn. Schadevergoeding bij niet-nakoming Hoofdregel: art. 6:74 lid 1 BW Tekortkoming in nakoming Toerekenbaarheid (6:75 BW t/m 6:77 BW)

25 Schade Causaal verband Verkrijging onder algemene titel kan alleen onder drie vormen: erfopvolging, boedelmenging en fusie tussen bedrijven. Bij erfopvolging neemt de acceptant het gehele vermogen over dus inclusief schulden. En bij boedelmening gaat het om als twee personen bijv onder gemeenschap van goederen trouwt dan wordt het één vermogen. Eigenaar is beschikkingsbevoegd Geen eigenaar als: Er sprake is van diefstal Als er iets is misgegaan bij de vorige eigendomsoverdracht, bijv.: de overeenkomst is vernietigd: bijv. handelingsonbekwaamheid, bedreiging, dwaling je hebt de zaak van een beschikkingsonbevoegde gekregen Let op: een minderjarige kan wel eigendom hebben en dus ook beschikkingsbevoegd zijn!

26 Algemene economie P1-P2 Participanten betrokken bij of directe invloed op bedrijfsvoering Omgevingsfactoren: enge + Ruime zin ondernemingsklimaat of maatschappelijke context

27 Voordelen concurrentie lagere prijzen hogere kwaliteit betere service meer innovatie efficiëntere productie en meer keuze Monopolie = een aanbieder Oligopolie = weinig Monopolistische concurrentie = Veel aanbieders maar om een product Volkomen concurrentie = is het makkelijk de markt toetetreden de prijs is door de markt bepaalt vaste prijs dus diegene is alleen hoeveelheidsbepaler, kan geen invloed op de prijs uitoefenen. Polyopolie = erg veel aanbieders

28 Elastiteit berekenen = Gevolg = prijselastiteit, inkomenselastiteit en kruiselingse elastiteit Oorzaak Als uitkomst > 1 luxe goederen Bij negatieve uitkomst inferieure goederen

29 Management P1-P2 Een verandering in één van de S brengt veranderingen aan in de andere 6 S en. Een harde S is tastbaar of in een schema te zetten, de drie harde S en zijn Strategie, Structuur en Systemen

30 De overige S en zijn zachte die te maken hebben met de menselijke kant van de organisatie en de onderscheidende factoren ook wel niet tastbaar Mintzberg geeft vijf betekenissen van het begrip strategie: 1. Plan: een samenhangend geheel van doelen en richtlijnen 2. Patroon consistentie in het bereiken van gestelde doelen 3. Positie: de plaats van de organisatie in de omgeving 4. Perspectief: de richting waarin de organisatie zich beweegt 5. Politiek: de activiteiten die op korte termijnen worden uitgevoerd tegen de concurentie

31

32 Missie = waar de onderneming voor staat Visie = Een toekomstbeeld voor een onderneming/ waar de onderneming voor gaat Doelstelling = wat ze willen bereiken/ waar een onderneming voor gaat Strategie = Hoe een onderneming dit gaat bereiken/plan van aanpak

33 Verticaal organiseren: verdelen van de taken die wat betreft niveau verschillend zijn; het aanbrengen van hiërarchie (= leiding en uitvoering scheiden) Horizontaal organiseren: verdelen van taken en toewijzen van bevoegdheden op hetzelfde organisatieniveau 1. Lijnorganisatie 2. Lijn-/staf organisatie 3. Lijn-/functionele staf organisatie 4. 3 of 4 lagen is platte organisatie bij meer is steile organisatie Primair proces = mensen die het product maken en mee werken Secondair proces = het ondersteunende proces voor het primair proces Bestuurlijk proces = geeft alleen leiding, bijv. leidinggevenden

34 Effectief = doeltreffend /als het doel gehaald is. Efficiënt = doelmatig / is het proces zo slim mogelijk, zo goedkoop mogelijk, goed gedaan?

35 Plan vaststellen hoe het efficiënter kan Do, hoe het moet worden uitgevoerd Check dan ga je kijken of het snel genoeg gaat of het plan behaalt is. Act als plan niet gehaald word hoe je het wel kunt halen. Wat een werknemer nodig heeft om succesvol te kunnen zijn. = Kennis, vaardigheden, persoonskenmerken en motivatie

36 De onderwerpen die in het personeelsbeleid aan bod komen noemen we de personeelsinstrumenten De personeelsinstrumenten worden ingezet voor de concrete invulling van het personele proces. Er is een driedeling te onderscheiden: Instroominstrumenten Doorstroominstrumenten Uitstroominstrumenten

37 Symbolen zijn logo, bedrijfskleding, communicatie onderling en de kantoren hoe deze eruit zien netjes niet netjes. Helden of anti helden zijn vaak de grondleggers van de organisatie of een belangrijke persoon die een grote klant heeft binnengehaald staat meestal foto op muur. Maar het kan ook de anti held zijn die iets heeft gedaan wat de organisatie heeft aangetast, failliet of bijna of iets stoms heeft gedaan. Rituelen zie je pas als je wat langer werkt bij een organisatie is iets wat een organisatie altijd doet evenementen, borrels, bijeenkomsten etc. De normen en waarden zitten dieper verstopt in een organisatie. Normen zijn regels/concrete richtlijnen en waarde motieven van een organisatie. Hoe dichter iets is bij het midden van de ui hoe moeilijker het ook is om het te veranderen Acht kenmerken van excellente organisaties: 1. Actiegericht 2. Klantgericht 3. Innovatie 4. Inzet van mensen 5. Waarden 6. Core business 7. Eenvoud

38 8. Strak en los 1. Interne differentiatie: Alle taken en functies en relaties binnen het primaire proces zorgen allemaal samen dat het product/de dienst van de hele organisatie tot stand komt. Er zijn vaak veel mensen bij een primair proces betrokken. Het is daarom nodig te groeperen in een organisatie. Taken en functies worden ondergebracht in afdelingen. Voordelen interne differentiatie = dat een afdeling gespecialiseerd is in iets Dat werknemers elkaars taal gaan spreken 2. Interne specialisatie

39 Er zijn ook organisaties die wat complexer zijn. In dergelijke organisaties zijn meerdere primaire processen te ontdekken die steeds een ander product/een andere dienst leveren. De primaire processen vinden plaats in zelfstandige organisatorische eenheden (bedrijfsonderdelen) 2. Interne specialisatie Groepering op basis van het product/de dienst dat/die de organisatorische eenheid moet opleveren. Het kan gaan om een indeling naar Product, Markt(-segment) of Geografische plaats De (P)roduct-, (M)arkt(-segment)- of (G)eografische-indeling

40 De Matrixstructuur Vaak hoogopgeleide medewerkers afkomstig uit verschillende functionele gebieden (afdelingen) die in multidisciplinaire teams in productgroepen of in projecten samenwerken De medewerkers hebben wel een eigen afdeling maar ze zijn daar zelden, ze werken meestal in teams/projecten buiten de eigen afdeling onder leiding van een projectleider

41 De projectstructuur In dit soort gevallen is er in een organisatie sprake van projecten (veelal voor externe klanten) Het kenmerk van een project is dat een project eindig is Is een project klaar dan valt de projectgroep uit elkaar De multidisciplinaire leden van de projectgroep wachten op een nieuw project

42 Flowchart

43 Proces verbetering kwaliteit

44 ISO systeem Beleid vanuit directie Procedures Objectief meetsysteem Opleiding en training Klanttevredenheid

45 EFQM model Fase 1

46 Fase 2 Fase 3 Fase 4

47 Fase 5 Herschey en Blanchard

48 Bij machtscultuur gaat het vooral om de macht van de eigenaar of leidinggevenden, deze leidersstijl zie je vaak bij startende en kleine ondernemingen waar de eigenaar de belangrijkste baas is.

49 Rollencultuur gaat het vooral om orde en regels, de focus ligt dan ook op de procedures binnen een organisatie en deze zijn allemaal vast gelegd zowel de regels en rollen. Dit zie je vooral bij fabrieken etc. Personencultuur draait het vooral om de mens zelf, de medewerkers zijn vaak hoog opgeleid en hebben veel vrijheid, de leidinggevenden zijn er alleen zodat de professionals (de medewerkers) hun werk ongestoord kunnen doen. Dit zie je vaak bij ziekenhuizen, advocatenkantoren etc. Taakcultuur gaat het vooral om het oplossen van problemen, mensen gaan in groepen op zoek naar oplossingen voor problemen een taak. Creativiteit is van erg belang. Dit zie je vaak bij organisaties die op project basis werken. Een definitie van MVO:

50 Het voorzien in de behoeften van de huidige generatie op een manier die niet alleen economisch uitvoerbaar is, milieuvriendelijk is en sociaal rechtvaardig is, maar die ook toekomstige generaties in staat stelt hetzelfde te doen Een bedrijf moet bovendien voldoen aan het continuïteitsbeginsel: Er moeten nu en in de toekomst op een maatschappelijk en financieel-economisch verantwoorde manier gewenste producten / diensten worden aangeboden. People mensen/sociale rechtvaardigheid Planet aarde/ecologische grenzen Profit winst/economische groei

51 Marketing P2 Waar een bedrijf sterk in is moet je altijd vergelijken met een concurent Het 7S model kan je niet vergelijken met concurent Financieel meestal wel

52 Concurrent Inventariseer wie de (in)directe concurrenten zijn Mix concurrent Beschrijf bij alle concurrenten hun invulling van de 4P s Eigen Mix Inventariseer bij het eigen bedrijf de invulling van de 4P s Vergelijk Vraag aan de (potentiële) klanten waarin het eigen bedrijf beter of slechter is dan haar concurrenten. Indien dit niet lukt dan bevraag je andere mensen en/of schat je zelf in

53 Meso Beschrijf de Meso omgeving (algemene kenmerken, bedrijfskolom, bedrijfstak, 5 krachtenmodel) Macro Beschrijf de Macro omgeving (DESTEP) toekomst Benoem de algemene VERANDERINGEN die je verwacht in de komende 5 jaar Bij kansen beschrijf je alleen wat er extern gebeurt niet wat het bedrijf daarmee kan doen! Je gebruikt woorden die een verandering aangeven zoals groter/kleiner, minder/meer, hoger/lager, strenger/losser, beter/slechter, groei/krimpen, etc. Er staan geen dingen in die gaan over de situatie zoals die er op dit moment is of in het verleden zijn geweest. (bv er is/was hevige concurrentie)

54 De naam van jouw bedrijf komt hier niet voor, het gaat hier om algemene ontwikkelingen. (gelden dus ook voor je concurrent) De meso-omgeving van een onderneming kan ook worden aangeduid als de MARKT waarin de onderneming actief is. Beschrijf algemene kenmerken zoals grootte van de markt, groei, winstgevendheid, trends Beschrijf bedrijfskolom en bedrijfstak Beschrijf de invloed van andere schakels middels het vijfkrachten model van Porter Interne concurrentie tussen bedrijven binnen bedrijfstak Externe concurrentie leveranciers afnemers Potentiele concurrentie toetreders substituten

55 Concurentie intesiteit hoe aantrekkelijk is het om in je markt te opereren Wat is een product Definitie volgens Kotler: Alles dat op een markt kan worden gebracht of aangeboden voor verwerving, gebruik, verbruik of aandacht waarmee een specifieke behoefte kan worden voorzien.

56

57

58 Assortiment. Het geheel aan productlijnen Productlijn/ Productgroep/ Productcategorie. Een groep producten die nauw verwant zijn om dat ze min of meer:

59 - hetzelfde functioneren - aan dezelfde klanten groepen worden verkocht - via dezelfde verkooppunten verkocht worden - binnen dezelfde prijscategorie vallen. Breedte aantal productgroepen Diepte aantal productvarianten (binnen groep) Lengte totaal aantal artikelen (binnen groep) Consistentie mate van verwantschap artikelen 1. Product-line intensivation: uitbreiding binnen huidige productlijnen 2. Product-line extension: uitbreiden buiten huidige productlijnen

60

61 Lange termijn: themacommunicatie Merkbekendheid, merkvoorkeur en het imago vergroten

62 Korte termijn: actiecommunicatie Realiseren van probeeraankopen en directe omzetverhoging Reclame is elke betaalde vorm van niet persoonlijke presentatie en promotie van goederen of diensten Consumentenpromotie instrumenten zijn: Monsters weggeven is duurste optie maar effectiefste Kortingbonnen Geldterugcoupons hierbij krijgen ze van fabrikant terug niet retailler Voordeelpakketen Premiums zijn artikelen die gratis of tegen lage prijs weggeven worden Speciale reclame artikelen nuttige artikelen die naam van producent bevatten geschenken Beloning van vaste klanten Promotie op verkooppunt displays en demonstraties Wedstrijden loterijen en spelletjes geven de klant de kans iets te winnen reis ofzo Middelen Reclame (actie/thema) Marketing PR (corp. Imago)

63 Direct marketing Internet Beurzen Persoonlijke verkoop Sales promotion (actie!) Sponsoring (naambekendheid, imago, relatie) Winkelcommunicatie (schap, licht, kleuren etc.) Persoonlijke verkoop is dat je persoonlijk je producten en of diensten doet verkopen aan de klant Direct marketing is dat je in directe contact staat doormiddel van telefoon, etc. met je klanten om een duurzame klantrelatie op te bouwen Social media is een nieuwe vorm hiervan

64 Narrow/casting gaat het om een grote groep te bereiken met dezelfde boodschap door bijv een audiovisuele display in de winkel of bedrijf zelf! Out of home media gaat het om reclame buitenshuis, dus billboards op grote LCD tv s etc. In game advertising gaat het om reclame in een videospel

65 Bij viral buzz maken marketeers gebruik van internet en mond op mond reclame door een grappig filmpje te maken over hun product of een gek plaatje wat via via wordt doorgestuurt aan mensen en zo mensen met het product of merk in aanraking komt. Bij experience marketing gaat het vooral om de ervaring die de consument beleeft bij een product, dus als je een kop koffie pakt in een café in plaats van thuis zelf te maken, in het café is het duurder maar de ervaring is beter! Geurilla marketing dan doe je iets geks of bijzonders om de aandacht te trekken van consumenten, dit brengt veelal lage kosten mee maar zorgt wel voor een grote publiciteit met beperkte middelen Van SWOT naar Strategie 1) Analyseren 1) via Intern naar S en W 2) via Extern naar O en T 2) Confronteren 1) van buiten naar binnen (verticaal) 2) Waarderen (1, 3, 5) 3) Combineren 4) Strategie 1) 3 issues 2) SFA analyse 1) Passend in kwadrant 1) Groei

66 2) Consolidatie 3) Versterken 4) Terugtrekken

67 HRM P2 Topmanagement: verantwoordelijk voor HR-beleid HR-manager: ondersteunend en adviserend beleid aan top Manager: uitvoering van het beleid met instrumenten Instroom: werving, selectie, introductie, aanstelling en bepaling arbeidsvoorwaarden Doorstroom: beloning, beoordeling, begeleiding, loopbaanplanning, opleiding en training, kennismanagement Uitstroom: pensioen, aflopen tijdelijk contract, beëindigen uitzendovereenkomst, outplacement, ontslag, exitgesprekken Employer branding: verkrijgen en behouden van onderscheidende positie als werkgever voor potentiele werknemers en als doel aantrekken en behouden van juiste medewerkers. Wervingsmiddel: vacature met functie- en competentieprofiel Selectiemiddel: juiste kandidaat selecteren Arbeidsinhoud: wat doe je? Arbeidsomstandigheden: werkplek, temperatuur, stoel en bureau, je computer snelheid Arbeidsverhoudingen: relatie met collega s Arbeidsvoorwaarden: tijden, vakantie, loon Individuele arbeidsovereenkomst: proeftijd, concurrentiebeding, opzegtermijn Bepaalde tijd: hoe lang je contract strekt Onbepaalde tijd: vaste baan cao: geldt voor groepen medewerkers, voorwaarden die voor iedereen geldt. Bedrijfstak-cao: cao dat voor 1 bedrijfstak geldt Ondernemings-cao: een cao voor 1 bepaald bedrijf

68 Missie Strategie Personeelsmanagement/HRM Personeelsplanning Arbeidsmarkt W+S Prestati e Beloning Beoordeling Uitstroom Intro/Soc. Ontwikkeling

69 Instroom van medewerkers Doorstroom van medewerkers Uitstroom van medewerkers Functiebeschrijving: Taken Bevoegdheden Werving Selectie Introductie Aanstelling en bepaling arbeidsvoorwaarden Verantwoordelijkheden Beloning Beoordelin g Begeleiding Loopbaanplanning Opleiding en training Kennismanagement (Vervroegd) pensioen Aflopen tijdelijk contract Beëindigen uitzendovereenkomst Outplacemen t Ontslag Exitgesprekk en

70 + Competenties: Kennis Vaardigheden Houding Instroom van medewerkers Werving Selectie Introductie Aanstelling en bepaling arbeidsvoorwaarden

71 Doorstroom van medewerkers Beloning Beoordeling Begeleiding Loopbaanplanning Opleiding en training Kennismanagement Competentiemanagement Belangrijk bij loopbaanmanagement (moet je kennen voor tentamen) Arbeidsvoorwaarden Arbeidsomstandigheden Van belang bij loopbaanmanagement: 1. Motivatie 2. Arbeidsethos

72 3.Tevredenheid Wat is arbeidsethos = de betekenis die mensen aan arbeid toekennen Hoog arbeidsethos: sterk gevoel dat je behoort te werken en dat je ook wilt Laag arbeidsethos: tegenovergestelde Kennismanagement: Hoe zorg je ervoor dat de kennis binnen je organisatie op peil is en behouden blijft? Kennis = productiefactor! Competentiemanagement: Hoe manage en beoordeel je de ontwikkeling van de competenties van je medewerkers? Het invoeren van competentiemanagement gaat fasegewijs - Fase 1 vast stellen van de kerncompetenties voor de organisatie - Fase 2 bepalen van de relevante competentieprofielen per functie - Fase 3 meten van de individuele competenties - Fase 4 het gat dichten tussen bestaand en ideaal - Fase 5 werken met competenties (werven op basis van competenties) Uitstroommanagement 1. Behoud van kennis 2. Behoefte aan kwantitatieve en kwalitatieve flexibiliteit

73 3. Tegengaan van leegloop 4. Beperken van de kosten Outplacement = Hulp na ontslag! Voordelen voor het bedrijf: Goede verstandhouding Juridische voordelen Werkgeversmerk + internal brand!! Onderdeel Sociaal Plan

74 Bedrijfseconomie P2 Vaste activa Materiële vaste activa Immateriële vaste activa Financiële vaste activa Vlottende activa Eigen vermogen Vreemd vermogen lang Vreemd vermogen kort (of vlottende passiva) 1. Gewone aandelen dividend) (zeggenschap en

75 2. Preferente aandelen (bijzondere rechten) vóór alle overige aandelen recht op een vast dividend bij ontbinding van het bedrijf vóór de andere terugbetaald 3. Prioriteitsaandelen =>type preferent aandeel (meer zeggenschap) de houders van deze aandelen kunnen bijvoorbeeld een nieuw bestuurslid benoemen Nominale waarde waarde zoals die op het aandeel staat staat op balans als aandelenkapitaal Intrinsieke waarde Waarde van het eigen vermogen van een onderneming / het aantal geplaatste aandelen Rentabiliteitswaarde Gebaseerd op de contante waarde van de toekomstige geldstromen Beurswaarde Wordt bepaald door vraag en aanbod Reserves

76 Indeling volgens ontstaanswijze Agioreserve Winstreserve herwaarderingsreserve Indeling volgens afleiding uit de balans Open reserve Stille reserve Geheime reserve Winstverdeling B.V. aandeelhoudersvergadering beslist! Winst voor VPB (vennootschapsbelasting) VPB Winst na vpb Dividend (primair dividend) Overwinst * Dividend (secundair dividend) * Tantiemes

77 * Reserve Werkkapitaal Current ratio = VLA / VVK Quick ratio = (VLA voorraden) / VVK Solvabiliteitspercentage = EV / TV * 100% (weerstandsvermogen = EV / TV) Debt ratio = VV / TV * 100% (OF: EV / VV * 100%) omloopsnelheid van de voorraad : Inkoopwaarde van de omzet gemiddelde voorraad Omloopsnelheid = omzetsnelheid Deze berekening gebruik je om erachter te komen hoe vaak je je gemiddelde voorraad per jaar doet omzetten Omzetsnelheid totaal vermogen = omzet/gemiddeld totaal vermogen

78 Opslagduur van de voorraad: 365 dagen Omloopsnelheid van de voorraad Nadat je de omloopsnelheid van de voorraad hebt berekent kan je uitrekenen hoelang je voorraad gemiddeld in je opslag staat voordat het verkocht is. Als er in de opgave een ander aantal dagen dan 365 staat moet je die gebruiken! Gemiddelde krediettermijn debiteuren: Gemiddelde debiteurensaldo X 365 dagen Deze berekening gebruik je als je wilt uitrekenen hoelang je debiteuren er gemiddeld over doen om het openstaande saldo te voldoen Verkopen op rekening Als er in de opgave een ander aantal dagen dan 365 staat moet je die gebruiken! Gemiddelde krediettermijn crediteuren: Gemiddelde crediteurensaldo X 365 inkopen op rekening Deze berekening gebruik je als je wilt weten hoelang jouw onderneming er gemiddeld over doet om haar crediteuren af te lossen! Als er in de opgave een ander aantal dagen dan 365 staat moet je die gebruiken!

79 P3 Algemene economie Toegevoegde waarde (=Productie) Inkomen Productie is een door bij te dragen aan de productie. Bestedingen Schematische voorstelling van economische groei. reactie op bestedingen, die weer sterk afhangen van het inkomen. Dit inkomen wordt verdiend Nominale waarde van het bruto binnenlands product is het bedrag in euros uitgedrukt. In het reële cijfer van het bruto binnenlands product wordt de geldontwaarding en bevolkingsgroei meegenomen. Dit betekend dat dit de werkelijke koopkrachtverbetering is en het resultaat is de ontwikkeling in de tijd van de reële waarde van het binnenlands product per inwoner.

80 IB 3 4 uitkeringen lonen 2 consumptie 1 Overheidsbestedingen 5 6 Vpb investeringen 9 9 import 7 8 export Je hebt verschillende soorten investeringen die bedrijven kunnen doen: 1. Breedte investeringen: wanneer een onderneming nieuwe machines koopt, maar deze zijn precies hetzelfde als de oude, waardoor en niet met minder mensen hoeft gewerkt te worden dan is dit een breedte investering

81 2. Diepte investering: dit is wanneer een onderneming nieuwe machines aanschaft, maar deze machines hebben nieuwe technologische ontwikkelingen waardoor er met minder mensen hoeft gewerkt te worden dan noemen we dit een diepte investering 3. Hoeveelheidsinvestering: is dat wanneer doormiddel van de nieuwe aangeschafte machines je meer producten per tijdseenheid met hetzelfde aantal mensen kan maken, je kan ook wel spreken van dat de arbeidsproductiviteit is toegenomen 4. Wanneer er kapitaalgoederen worden aangeschaft om versleten machines te vervangen noemen we dit vervangingsinvesteringen 5. Wanneer er kapitaal goederen worden aangeschaft om de kapitaalgoederenvoorraad uit te breiden noemen we dit uitbreidingsinvesteringen 6. Wanneer de kapitaalgoederenvoorraad krimpt dan spreken we van desinvesteringen 7. Voorraden worden ook tot de kapitaalgoederen gerekend, zolang deze nog in de voorraden liggen van bedrijven en nog niet gekocht zijn door gezinnen. Wanneer inkomens van mensen toeneemt betekend dit niet per direct dat mensen meer kunnen consumeren, hiervoor moet je kijken hoeveel de koopkracht is toegenomen. Want er is ook altijd sprake van inflatie! De stijging van koopkracht noemen we reële stijging van het inkomen. Bij het nominaal inkomen wordt er geen rekening gehouden met de prijsstijging. Voorbeeld: wanneer het inkomen van mensen met 4% stijgt dit jaar en de inflatie met 3% dan is de koopkracht dus met 1% gestegen dus kunnen mensen 1% meer gaan consumeren! De marginale consumptiequote is hoeveel er van elke extra verdiende euro wordt uitgegeven. Dus bijvoorbeeld als er van elke extra euro 0,75 word uitgegeven dat is 0,75 de marginale consumptiequote. Wat vast staat is dat de marginale consumptiequote bij hoge inkomens lager is dan bij lagere inkomens. Dit komt doordat mensen met een lager inkomen minder geld ter beschikking hebben en vanzelfsprekend is dat deze

82 waarschijnlijk een groot deel van het extra geld wordt geconsumeerd. En bij hogere inkomens, zal het grote gedeelte van het extra geld gespaard worden, omdat er meer geld ter beschikking is. De reële rente is het verschil tussen de nominale rente en de inflatie. Wanneer de reële rente stijgt dan zal er minder geconsumeerd worden doordat het duurder wordt om te lenen. Hierdoor neemt het consumptief krediet af en ook de consumptieve bestedingen, het gaat hier vooral om luxe en dure goederen die minder worden gekocht. Een waardestijging van het vermogen van gezinnen leidt tot een consumptieve stijging van 8% dus van elke euro meer 8 cent aan consumptie. De export van Nederland is afhankelijk van een aantal factoren: De wereldeconomie: hoe het gaat in andere landen om ons heen, zoals andere Europese landen, de VS en Azië want dit zijn onze grootste afzetlanden. Ook is het afhankelijk van de wisselkoers van de euro, wanneer de euro goedkoper is dan zal er meer worden geëxporteerd, want dan is het aantrekkelijk voor buitenlandse bedrijven om in Europa in te kopen. Dit zorgt op zijn beurt wel weer voor meer vraag naar de Euro en zal de wisselkoers omhoog gaan. De export is ook afhankelijk van de concurrentiepositie van bedrijven, want Nederlandse bedrijven moeten concurreren met buitenlandsebedrijven. Dit ligt aan de kwaliteit, prijs en wisselkoers. De arbeidskosten per eenheid product is ook belangrijk voor de exportontwikkeling. Voorbeeld wanneer de arbeidsproductiviteit per werknemer met 2% stijgt en de loonkosten per werknemer met 3% stijgen nemen de kosten met 1% toe. Dit zal een onderneming in haar kostprijs doorberekenen aan de klant, de klant zal vervolgens een keuze maken door te vergelijken met andere bedrijven aan de hand van de prijs en een keuze maken. De omzet van een land kan gestegen zijn tegenover vorige jaren, maar dit nominale cijfer geeft geen goed beeld, want de prijsstijging van producten wordt niet in acht genomen. Want de verhoging kan veroorzaakt zijn door prijsstijging alleen en niet door groeiende productie, dus moet het cijfer altijd gecorigeerd worden met de prijsstijging dit noemen we defleren. Wanneer er sprake is van prijsinflatie dan zullen de producten duurder worden, maar ook voor buitenlanders die onze goederen importeren, dit kan ertoe leiden dat de export afneemt, maar dit

83 hoeft niet perse want wanneer de inflatie in Nederland gelijk of minder is dan in andere landen zit er geen verschil en zullen buitenlandse afnemers niet geneigd zijn deze producten in andere landen aan te schaffen, omdat ze goedkoper zijn. Dus het is vooral belangrijk dat de prijzen in Nederland niet te snel stijgen tegenover andere landen. Deflatie is vooral slecht voor mensen die hebben geleend en zeker ondernemers, want de prijs van zijn producten wordt lager, maar de rente die hij moet betalen blijft gelijk dus zet dit druk op zijn omzet. Je hebt verschillende redenen voor prijsinflatie: 1. bestedingsinflatie: wanneer er meer wordt besteed kan dit prijsstijgingen veroorzaken, dit komt door vraag en aanbod als er meer vraag is dan dat er kan worden geproduceerd dan zullen de ondernemers hun prijzen laten stijgen. 2. Loonkosteninflatie: dit is het geval wanneer de loonkosten per product omhoog gaan (dit is het geval wanneer de loonsverhoging hoger uitvalt dan de arbeidsproductiviteitsstijging). Ondernemers kunnen dan deze gestegen kosten in de prijs doorbereken, maar wanneer er veel concurrentie is zullen ze dit vaak niet doen en heeft dit gevolgen voor de winstmarge. Geimporteerde inflatie: dit is wanneer de wereldmarktprijzen van energie en andere grondstoffen oplopen dit zorgt ervoor dat deze kosten worden doorberekend in de prijspeil en hierdoor importeren we als het ware de inflatie van het buitenland. Quartaire sector is de niet-commerciële dienstverlening dat wordt gesubsidieerd door de overheid denk hierbij aan ziekenhuizen enz. De tertiaire sector is de sector van de economie dat zich bezighoud met commerciële dienstverlening denk hierbij aan accountants, kappers enz. Collectieve goederen daar zorgt de overheid voor want je kan mensen niet uitsluiten daarvan iedereen maakt hier gebruik van net zoals lantaarnpalen en defensie etc. Soms grijpt de overheid in in een bepaalde markt, omdat het vanzichzelf niet goed loopt, dit kan door de prijzen te controleren of bijvoorbeeld bedrijven aan te pakken die milieu vervuilen zodat hun prijzen gelijk blijven met die van andere bedrijven (zie p359) De activiteiten van de overheid kunnen een of meerdere functies hebben:

84 Allocatiefuntie: beslissingen van de overheid beinvloeden de samenstelling van de nationale productie (zie ook pagina 363) Stabilisatiefunctie: via overheidsmaatregelen kunnen beleidsmakers proberen omvang en bezettingsgraad van de nationale productiecapaciteit te sturen (zie ook pagina 365) Verdelingsfunctie: hiermee wordt bedoeld dat de overheid door tal van maatregelen probeert de verdeling van inkomens en vermogen te beinvloeden (zie ook pagina 367). Zie ik ook het filmpje Keynesiaanse visie:

85 Zij stelt dat de overheid verantwoordelijk is voor het bereiken van de doelstellingen van de economische politiek en zich zeer met de economie, vooral de conjunctuur, moet bemoeien. Zij zorgt voor volledige werkgelegenheid en groei. Klassieke visie: De overheid dient een zo klein mogelijke rol te spelen. Zij moet zich beperken tot het garanderen van veiligheid van de burgers, het beschermen van bezit en zorgen dat burgers hun contract naleven. Nationaal Inkomen = totaal verdiende inkomen in een land in één jaar. Nationaal Product = waarde van alle goederen en diensten die in één jaar door een bepaald land worden geproduceerd. welzijn (en ontwikkeling). Naarmate er meer welvaart is worden de hogere lagen in de pyramide bereikt en is er ruimte voor

86 Productiefactor natuur De grond, het water, de lucht en alles daarop en daarin voor zover niet door mensen geproduceerd. Natuur en arbeid zijn de oorspronkelijke productiefactoren Kapitaal is een afgeleide factor. Deze moet met behulp van natuur en arbeid (en eventueel ander kapitaal) worden vervaardigd. Groei ontstaat pas als er bedrijven meer gaan produceren en mensen mer uitgeven (dus niet als er alleen meer wordt uitgegeven want dit kan ook uit de voorraad komen van bedrijven) Er is pas een economische groei als er egt meer geproduceerd wordt (volumegroei) en niet alleen als de prijzen omhoog gaan! etalingsbalans is wat er een land binnenkomt en uitgaat aan geld. Op de lopende rekeningen staan vier deelrekeningen: Handelsbalans dit is de deelrekening waar de betalingen staan voor import en ontvangsten van export Dienstenrekening staan de ontvangsten van geleverde diensten aan buitenland en betalingen van diensten uit buitenland Inkomensrekening hier staat de betaalde en ontvangen primaire inkomens uit het buitenland (denk aan rente voor leningen en winst uit onderdenemingen) Inkomensoverdrachtenrekeningen is als een bijvoorbeeld een Marokkaan geld stuurt naar zijn famillie in Marokko, dit is betalingen aan het buitenland waar geen tegenprestatie tegenover staat. Deze laatste drie rekeningen vormen samen het onzichtbaar verkeer samen met het goederenverkeer vormen zij de lopende rekening. (p282) Er kan ook sprake zijn van een eenzijdige vermogenstransactie met het buitenland zonder tegenprestatie, dit is bij een schenking of kwijtschelding van schuld of dergelijk dit heet vermogensoverdrachtenrekening.

87 Je hebt ook nog de financiële rekening hierbij gaat het om investeringen die worden gedaan door ingezetenen van de EMU-landen om bijvoorbeeld een bedrijf in het buitenland over te nemen of een vestiging in het buitenland of een lening aan het buitenland. De wig is het invloed dat belastingen heeft op beslissingen van ondernemingen. Stel dat een werknemer een stijging van 100 van zijn loon krijgt dit kost de werkgever in totaal 200 ivm belastingen etc. Dus de marginale wig is 50% de werknemer rekent hier niet mee hij ziet alleen die 100, dus er is een verstoring. Dit kan ervoor zorgen dat arbeid duur wordt en er minder arbeid gevraagd wordt en meer met kapitaalgoederen zoals machines wordt gewerkt omdat dit aantrekkelijker is. Ook kan dit ervoor zorgen dat er minder arbeid aangeboden wordt dan dat wanneer er geen belasting zou zijn. (meer hierover p. 441)

88 Bezettings- Rente graad Afzet Verwachtingen Investeringen Producenten Vertrouwen Winst

89 Bedrijfseconomie P3 Soms kan het voorkomen dat een onderneming meer grondstoffen verbruikt of manuren etc. om een product te maken dit kan diverse redenen hebben door verspilling, lekkages etc. maar om erachter te komen of dit komt door prijsstijging van de grondstof of doordat er meer is verbruikt of beiden moet je de formules van prijsverschil en hoeveelheidsverschil gebruiken! Deze formules gebruik je alleen voor variabele kosten en implementeer je in de geanalyseerde resultatenrekening. Voor de vaste kosten daar het verschil uitrekenen gebruik je de bezettingsresultaat! Om het prijsverschil uit te rekenen = (standaartprijs werkelijke prijs) x werkelijkehoeveelheid Om hoeveelheidsverschil uit te rekenen= standaarthoeveelheid werkelijkehoeveelheid) x standaartprijs Soms is standaarthoeveelheid niet gegeven dan kan je dit uitrekenen door na te gaan hoeveel mag ik gebruiken voor 1 product dit is (A) en de werkelijke productie is (B) en dan doe je hoeveel je mag gebruiken voor 1 product (A) x de werkelijke productie (b) en dan heb je de standaarthoeveelheid dat je mag gebruiken, dus AxB= SH Een technische voorraad is hoeveel je werkelijk in je magazijn hebt, en een deel kan al voorverkocht zijn maar nog niet afgeleverd en een deel heb je bijvoorbeeld al besteld en moet nog binnen komen dus de economische voorraad is technische voorraad + voorraad inkomend voorraad nog af te leveren De intergrale kostprijs is niet afhankelijk van de bezetting van een bepaalde periode maar over een lange periode (de normale bezetting) Daarom bereken je dit door de kosten te delen over de normale bezetting en niet de werkelijke bezetting. En dit doe je voor de variabele kosten en de vaste kosten en dan heb je de intergrale kostprijs per product zie ook 212 voor voorbeelden Formule intergrale kostprijsmethode: Vaste kosten bij normale productie (c) / normale productie (n) + variabele kosten bij normale productie (Vn) / normale productie (n) Bij proportioneel variabel is het iets anders: Vaste kosten bij normale productie (c) / normale productie (n) + variabele kosten bij begrote werkelijke productie (Vb)/ begrote werkelijke productie (Wb)

90 Bij klassieke resultatenrekening moet je voorraadmutatie toepassen, want je kan namelijk meer produceren dan dat je werkelijk verkoopt en dus de kosten van die producten moeten niet meegenomen worden in de resultatenrekening, dus dan gebruik je de formule (afzet-productie) x fabricage kostprijs. En je zet de producten altijd tegen fabricagekostprijs in het magazijn! Bij geanallyseerde resultatenrekening moet je de bezettingsresultaat uitrekenen om het resultaat te corigeren met de bezetting dit is alleen voor de vaste kosten! Dit doe je voor productie met volgende formule (werkelijke productie normale productie) x constante kosten productie / normale productie Voor de afzet (werkelijke afzet normale afzet) x constante kosten afzet / normale productie Als je er min uitkomt moet je het eraf halen en als positief erbij optellen! Bij geanalysseerde resultatenrekening moet je ook het budgetresultaat uitrekenen de formule luidt: Constantekosten normaal(cn) Constantekosten werkelijk(cw) Grond- en hulpstoffen zijn bijv. plastic korreltjes om een product mee te maken (gaan ook maar 1 keer mee) en hulpstoffen bijv olie om machines te smeren kosten van uitval en afval van grondstoffen moeten ook worden meegenomen in de standaartkostprijsberekening teven de opslag,bestel en risicokosten Kosten van arbeid zijn kosten die verband houden met het personeel, als de arbeidsproductiviteit omhoog gaat dan gaat de kostprijs omlaag per product Pand hoort bij duurzame productiemiddelen = een productiemiddel dat meer dan één productieproces meegaat. Hierbij moet je ook rekeninghouden met complimentaire kosten (dus kosten van onderhoud, reparatie etc.), afschrijvingskosten en vermogenskosten (de kosten van financiering) Kosten van grond is bijvoorbeeld pacht (kosten die te maken hebben met grond bijvoorbeeld de huur, vermogenskosten van grond, meestal wordt er op grond niet afgeschreven!)

91 Kosten van diensten van derderen zij kosten die verband houden met het inhuren van externe partijen voor dienstverling zoals accountant, advocaat etc. Kostprijsverhogende belastingen is bijvoorbeeld accijns, moterrijtuigenbelasting (dus alle belastingen die de kostprijs verhogen en die je niet kan terugvorderen bij de fiscus DUS BTW IS GEEN KOSTPRIJSVERHOGENDE BELASTING) Kosten van vermogen zijn de kosten van het aantrekken van vreemd en eigen vermogen want deze vermogensverstrekkers willen hier iets voor terug in de vorm van rendement of interest Een technische voorraad is hoeveel je werkelijk in je magazijn hebt, en een deel kan al voorverkocht zijn maar nog niet afgeleverd en een deel heb je bijvoorbeeld al besteld en moet nog binnen komen dus de economische voorraad is technische voorraad + voorraad inkomend voorraad nog af te leveren Propotioneel variabele kosten zijn kosten de recht evenredig veranderen met een verandering in de bedrijfsdrukte (zullen per eenheid product hetzelfde blijven) Progeressief stijgende variabele kosten is dat de kosten meer dan evenredig stijgen ten gevolg van de toenemende bedrijfsdrukte (dus de kosten per eenheid product wordt steeds duurder) dit kan komen doordat de productie bijna aan max. zit en extra kosten komen ivm overuren meer slijtage van machines etc. Degressief stijgende variabele kosten is dat de kosten minder dan evenredig toenemen (dus dat den kosten per eenheid product minder wordt) dit kan komen doordat bij hogere productie je meer grondstoffen moet inkopen en dus schaalvoordelen kan behalen bij leverancier

92

93 Belastingrecht P3 Con su mpt ie Rente Consumenten Vertrouwen Vermogen Inflatie Gez ins con su mp tie Inkomen

94 Als iemand een privaatrechtelijke dienstbetrekking heeft bij een onderneming, dan is er een gezagsverhouding en er wordt loon betaald dus moet het werk persoonlijke worden uitgevoerd en moet er loonbelasting worden ingehouden. Fictieve dienstbetrekking is als het eigenlijk geen dienstbetrekking is maar de belastingdienst noemt het wel dienstbetrekking om loonbelasting te heffen, zoals stage etc. Eisen aan privaatrechtelijke dienstbetrekking: 1. Er moet sprake zijn van gezagsverhouding 2. Er moet gedurende tijd persoonlijke arbeid vericht worden (dus je kan niet je vriend in je plaats laten werken) 3. De werkgever is verplicht tot loonbetaling (beloning voor arbeid) onder beloningen verstaan we ook kados die werknemer krijgt zijn ook belast Tegenwoordige dienstbetrekking is als je nu een baan hebt dan moet je er nu loonbelasting over betalen. Vroegere dienstbetrekking is dat je als je in dienst was vroeger en nu pensioen hebt en daar moet je loonbelasting over betalen Uitkeringen of verstrekkingen uit een dienstbetrekking tot een ander is dat je bijvoorbeeld je vrouw overlijdt die een pensioen had en jij die nu krijgt daar moet je ook loonbelasting over betalen. Als je 5% of meer aandelen van een vennootschap in handen hebt heb je een aanmerkelijk belang en dan kom je zoiezo in aanmerking voor fictieve dienstbetrekking tochal ben je niet echt in dienst. Onderstaande dingen wordt geen belasting over betaald dus nihil wanneer verkregen van de werkgever: - Voorzieningen die elders niet kunnen worden gebruikt - Werkkleding - Consumpties op werkplek

95 - Hulpmiddelen voor werk - Mobiele communicatieapparatuur dus bijv. telefoon als deze meer dan 10% wordt gebruikt voor zakelijk doeleinde. - Belasting schijven: Eigenlijk drie belastingen in één wet: Box 1: inkomen uit werk en woning (H3 IB). Tarief: progressief. Schijventarief (art 2.10 Wet IB) Box 2: inkomen uit aanmerkelijk belang (H4 IB). Aanmerkelijk belang: o.a. aandelenbezit van minstens 5% in een BV/NV. Tarief: 25% (art 2.12 Wet IB) Box 3: inkomen uit sparen en beleggen (H5 IB). Er wordt geacht 4% rendement te zijn behaald (zélfs bij verlies!) van het vermogen op 1 januari minus het heffingvrije vermogen. Tarief: 30% (art 2.13 Wet IB) Kenmerken Onderneming kenmerken uit je hoofd kennen staan niet in de wet (rechtspraak)! Duurzame organisatie (bedoeling) (Kapitaal en) arbeid Deelname economisch verkeer Winstoogmerk (gericht op behalen van winst en op termijn een redelijke verwachting van winst)

96 - 0 t/m % t/m % t/m % % Vermogensvergelijking: Basis: Eindbalans beginbalans Balansposten volgens regels zojuist besproken! - Stortingen + onttrekkingen + beperkt en niet aftrekbare kosten -Vrijstellingen - Ondernemersfaciliteiten = Belastbare winst uit onderneming voor Box 1

97 Onttrekkingen zijn onterecht van de winst af gegaan dus dat moet gecorrigeerd (anders heel makkelijk 0 euro winst!!) Stortingen zijn onterecht toegevoegd aan de winst dus corrigeren! Realiteitsbeginsel: baten en lasten moeten worden toegerekend aan de jaren waarop zij betrekking hebben Voorzichtigheidsbeginsel: verliezen moeten in hetzelfde jaar worden genomen ookal zijn ze nog niet gerealiseerde dus als je voorraad hebt gekocht van 200 en de waarde ervan op de markt is gedaald naar 100 dan waardeer je op de balans af naar 100 Eenvoud: pas omzet boeken wanneer je het geld ook daadwerlijk hebt ontvangen niet daarvoor Drie categorieën voor vermogen (=vermogensetikettering): Verplicht privévermogen uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (= 90% of meer) wordt voor Vermogen dat privé. Verplicht ondernemingsvermogen uitsluitend of nagenoeg uitsluitend (= 90% of meer) wordt onderneming. Vermogen dat gebruikt binnen de Anders Keuzevermogen zowel binnen de onderneming als privé gebruikt wordt Vermogen dat Bij >10%, altijd zelf kiezen? NEE, niet bij pand!

98 Mag niet als: Pand technisch splitsbaar is Zo te splitsen dat de waarde voor het ondernemingsdeel en privé-deel te bepalen zijn (dan kan je niet kiezen maar moet het ondernemingsdeel aan de onderneming worden toegekend). Niet technisch splitsbaar dan keuze tussen: Administratieve splitsing naar overeenkomstig gebruik Hele pand is bedrijfsvermogen Hele pand is privé vermogen Sommige resultaten buiten de belasting (vaak andere motieven). De belangrijkste vrijstellingen zijn Bosbouwvrijstelling (art 3.11 Wet IB) Landbouwvrijstelling (art Wet IB) Kwijtscheldingsvrijstelling (Art lid 1 sub a Wet IB) Willekeurige afschrijving (art en 3.34 Wet IB) Investeringsaftrek/desinvesteringsbijtelling (art. 3.40, 3.41, 3.42, 3.42a en 3.47 Wet IB) Fiscale reserves, waaronder de herinvesteringsreserve en de oudedagsreserve (art. 3.53, 3.54 en 3.67 t/m 3.73 Wet IB)

99 Ondernemersaftrek (3.74 e.v. Wet IB) MKB-winstvrijstelling (art 3.79a Wet IB) Doteren (= toevoegen) aan de oudedagsreserve mag met 12% van de winst uit onderneming met maximum van Euro (art Wet IB) 1) Zelfstandigenaftrek (art Wet IB) 2) Startersaftrek (art lid 3 Wet IB) 3) Aftrek speur- en ontwikkelingswerk (art Wet IB) 4) Meewerkaftrek (art Wet IB) Belastingen voor DGA

100 Betalen vennootschapsbelasting over winst in BV Overgebleven winst uitkeren naar prive in vorm van dividend Betalen inkomstenbelasting over dividend (Box 2!) Netto winst na belasting

101 HRM P3 In een arbeidsmarktcommunicatie staan de volgende onderwerpen: 1. Probleemstelling ( wat is het probleem van de organisatie bv slechte imago) 2. Doelstelling (wat wil je bereiken) 3. Doelgroep (beschrijving van de doelgroep DUS GEEN SELECTIECRITERIA VOOR FUNCTIE) 4. Boodschap (wat voor boodschap wil je overbrengen aan deze doelgroep) 5. Strategie (de manier om je doel te bereiken, ga je rechtstreeks communiceren of via tussenpersoon etc.) 6. Media (welke middelen of media ga je gebruiken om je boodschap over te brengen) 7. Organisatie (welke medewerkers gaan helpen aan dit arbeidsmarktcommunicatie) 8. Budget (hoeveel wil je uitgeven) 9. Evaluatie (reflecteren hoe de campagne is gegaan zijn doelstellingen gehaald etc.) Doelstellingen van Employer Branding: Door werknemers gezien worden als gewilde werkgever Werknemers blij en trots maken dat ze bij het bedrijf werken Huidige goede werknemers behouden Betrokkenheid bij de organisatie kweken

102 Positief imago binnen de branche creëren Doelgroep(en): wie wil je bereiken? Je maakt een profielschets: een concrete, gedetailleerde (!) en levendige typering van de doelgroep > segmenteren: Geografisch Woonplaats, regio, bereid te verhuizen Demografisch Leeftijd, geslacht, burgerlijke staat, gezinssamenstelling/-fase Socio-economisch Opleidingsniveau, salarisniveau/wensen Lifestyle Interesses & hobby s, mediavoorkeur: online- en leesgedrag, politieke voorkeur, ideeën over geld en sparen Wervingsprocedure 1. Beslissen tot interne of externe vacaturestelling 2. Analyseren van benodigde competenties, opstellen van een functie- en competentieprofiel 3. Keuze voor een wervingsmethode een (of meerdere) kanaal en middel

103 4. Samenstellen van de boodschap en/of informatie (advertentietekst, criteria etc.) Wervingskanalen Internet Vacaturesites Nieuwe media Eigen (wervings)site Dag-, week- en vakbladen Face to face Banenmarkten Congressen Netwerk: zakelijk en privé Eigen medewerkers: referral recruitment Radio en TV Intermediairs (tussenpersonen) UWV (voorheen CWI) Uitzend-, W&S-bureaus, etc.

104 Selectiemiddelen: Sollicitatiebrieven CV s Sollicitatieformulieren Het gestructureerde sollicitatie-interview (STARR) Tests Assessmentcenter Online games Online profielcheck (Referenties) Keuze wervingsmethode(n) kanaal en middelen Afhankelijk van: Aard en het niveau van de functie

105 Profiel van de persoon (o.a. opleidingsniveau, ervaring, vaardigheden) > COMPETENTIES! Situatie op de arbeidsmarkt- > let op wet- en regelgeving Grootte van de organisatie Kosten van de methode/middelen Online werven 1. Eigen (recruitment)site 2. Vacaturesites: vier categorieën - vaak mix 3. Online exposure: bereiken en bewegen van latente baanzoekers 4. Online sociale netwerken: LinkedIn, Facebook, Twitter, communities Belangrijk: Zichtbaar en vindbaar Keuzes afhankelijk van de doelgroep Als er geen echte doelgroep is bij vacaturesite is het een generiek (voorbeeld jobbird) Groot en gespecialiseerd is dat zo een vacaturesite ook groot is als de generieke maar wel gespecialisseerd op een bepaalde doelgroep, zoals intermediair die is voor hoger opgeleiden

106 Niche is echt heel erg gespecialiseerd nog gespecialiseerder dan hiervoor, zoals alleen voor een bepaalde branche of regio Internationaal is grote gespecialiseerde sites voor internationale banen dus gespecialiseerd in internationaal Stap 1 De selectiecriteria en passend gedrag bepalen (incl. competenties) Stap 2 De selectievragen bepalen

107 Stap 3 Interviewtechniek afstemmen op de kandidaat Stap 4 Het gesprek evalueren STARR Methodiek Situatie Wat speelde er? Taak Wat was je taak/rol? Actie Welke acties heb je ondernomen? Resultaat Hoe er op je acties gereageerd? (Reflectie) Hoe kijk je erop terug? Veel persoonlijkheidsonderzoek wordt gebaseerd op de theorie van de Big Five Extraversie open persoonlijkheid Vriendelijkheid behulpzaam Zorgvuldigheid aan regels houden Emotionele stabiliteit tegen kritiek en spanning kunnen Intellectuele autonomie nieuwe ervaringen op willen doen

108 Onboarding/introductie betekent meer dan een voorstelrondje en wat uitleg om de nieuwe medewerker vervolgens aan zijn lot over te laten. Hier is een belangrijke rol weggelegd voor de lijnmanager. Drie doelen van onboarding 1. Snel operationeel worden van die nieuwe medewerker 2. Succesvol worden van de nieuwe medewerker 3. Medewerkers behouden

109 Management P3 Stadium 1: Bestaansopbouw (Acquisitie, nieuwe klanten opbouwen, eigenaar is het bedrijf) Stadium 2: Overleven (Balans inkomsten en uitgaven) Stadium 3: Succes (Handhaven of uitbreiden) Stadium 4: Expansie (Uitbreiden, liquiditeit zoeken) Stadium 5: Optimale verhoudingen (veel planning en processen) Stadium 6: Verstarring (risicovermijding) Stadium 7: Nieuwe vormen van groei (verschillende mogelijkheden, zoals fuseren of buy-out)

110 Evolutie: continue, geleidelijke ontwikkeling Revolutie: plotselinge, radicale verandering of omslag De groeifase is de groei binnen een stadium. Elke groeifase (evolutie) wordt altijd afgesloten met een revolutie. Alleen fase 1 t/m 7 leren voor tentamen-week!! Elke groeifase heeft haar eigen managementstijl. Wanneer er een fase overwonnen is en er wordt doorgegaan naar een volgende fase is er dus ook sprake van een verandering van de managementstijl. De manier van leidinggeven staat in figuur 10.4 gegeven. In het begin is het belangrijk om een uniek product aan te bieden en klanten te werven. Creativiteit is dus van belang. Je bedrijf groeit een klein beetje en je neemt nieuwe mensen aan. Er is sprake van dirigeren. De eigenaar heeft nog het overzicht en geeft zijn personeel taken die ze moeten vervullen. Wanneer je product een succes is ga je groeien en kun je niet alles zelf meer doen. Er worden taken gedelegeerd aan ondergeschikten, zodat de eigenaar zijn tijd kan besteden aan de belangrijkste taken binnen het bedrijf. Je organisatie wordt groter en groter. Er moeten dingen gecoördineerd worden om het overzicht te bewaren en alles in goede banen te leiden.

111 Tijdens de optimale verhoudingen zijn er veel nieuwe managers en functies bijgekomen. Deze moeten allemaal goed samenwerking en van elkaars bevindingen op de hoogte blijven om de optimale verhoudingen te blijven behouden. Samenwerking is dus noodzakelijk in deze fase. Het starten van een onderneming kan op verschillende manieren: - Een nieuw bedrijf opzetten - Een overname van een bedrijf - Het opvolgen van bijvoorbeeld een familiebedrijf - Intrapreneurschap - Een nieuw bedrijf opzetten Voordelen Zelf productie bepalen (productiemethode) Zelf kiezen vestigingsplaats Zelf vaststellen juridische vorm Zelf bepalen organisatiestructuur Nadelen Hoge aanloopkosten Weinig inkomsten Veel risico Bij nieuwe bedrijven zijn er een aantal faalfactoren waardoor een bedrijf niet van de grond wil komen. Dit zijn onder andere: - Het ontbreken van een goed ondernemingsplan - Beperkt startkrediet - Gebrek aan klanten

112 - Slecht betalende klanten - Concurrentie - Geen ondernemingsmentaliteit De conjunctuur speelt een grote rol bij het starten van een onderneming!!! - Overname Een overname kan op twee manieren geschieden: Of het bedrijf wordt overgenomen of de directie doet een management buy-out. Ze kopen hiermee het managementteam uit het bedrijf en gaan zelf het bedrijf runnen. Er zijn een aantal belangrijke aspecten bij een overname: - Fors geldbedrag ineens nodig. - Goede voorstelling van bedrijf maken (waarde) - Verlies klanten (geen zin in ander bedrijf) - Vernieuwing productenpakket nodig?) - Essentiële bedrijfsfuncties goed ingevuld?) - Bedrijfsopvolging Vaak relatie tussen opvolger en opgevolgde. Bedrijf blijft in feite hetzelfde. Gebruik van kennis en relaties van de vertrekkende ondernemer. Bij opvolging geldt hetzelfde als bij een overname: - Fors geldbedrag ineens nodig. - Goede voorstelling van bedrijf maken (waarde) - Verlies klanten (geen zin in ander bedrijf) - Vernieuwing productenpakket nodig?) - Essentiële bedrijfsfuncties goed ingevuld?) - Intrapreneurschap Er is sprake van een nieuw bedrijf dat gesticht is door één of meerdere personen met middelen van het bedrijf waaruit intrapreneur afkomstig is. Het heeft een innovatief karakter en de kernwoorden van het bedrijf zijn: Ondernemer, risico lopen, zelfstandigheid en trendgevoeligheid. Stadium 1: Bestaansopbouw Aandachtspunten: nakomen leveringsverplichtingen

113 verbreden van bestaansbasis voldoende geld? Strategie Overleven Deze fase overleven = levensvatbaar bedrijf Er is bij stadium 1 sprake van een eenvoudige structuur met een f-indeling. Eigenaar is het bedrijf. De groeifase is groei door creativiteit. De crisis (revolutie) is de leiderschapscrisis (aanname bedrijfsleider of adjunct-directeur) Stadium 2: Overleven Juiste balans inkomsten en uitgaven voldoende liquiditeit vervanging/reparatie kapitaalgoederen? voldoende cashflow stabilisatie/uitbreiding met lonend rendement? Organisatiestructuur Eenvoudige structuur / F-indeling eigenaar is (nog steeds) het bedrijf Strategie nog steeds gericht op overleven Er zijn bij stadium 2 nog geen procedures op richtlijnen. De beloning van het personeel is nog niet systematisch vastgelegd en paternalistisch (beetje op gevoel). Het nieuw operationeel management neemt nog geen grote beslissingen. De groeifase is groei door dirigeren. De crisis is de autonomiecrisis. Stadium 3: Succes Bedrijf stabiel Winstgevend houden of uitbreiden? Eigenaar leidinggevende blijven of terugtreden? Organisatiestructuur Functioneel Invoering van systemen (planning / budgetten) Strategie Handhaving status quo Management

114 Aannemen toekomstgerichte managers Aannemen specialistische managers (HRM, Verkoop) Richting expansie Op zoek naar middelen (investeringen) om verder uit te breiden De groeifase is groei door delegatie. De crisis is de beheerscrisis. Stadium 4: Expansie Bedrijf breidt uit vinden en verkrijgen financiële middelen verdere groei liquiditeit en cashflow randvoorwaardelijk Structuur verdere decentralisatie Interne specialisatie (P- G- of M-indeling) gevaar: alwetenheidssyndroom Strategie gericht op expansie of consolidatie Wellicht toetreding in andere bedrijfstakken gevaar: almachtigheidsyndroom R&D Afdeling R&D gaat op zoek naar nieuwe producten / diensten Prestatiemeting Inzichtelijk maken welk bedrijfsonderdeel winstgevend is Eigendom Scheiding tussen leiding en eigendom De groeifase is groei door coördinatie. De crisis is de bureaucratiecrisis.

115 Stadium 5: Optimale verhoudingen Volgroeid bedrijf consolideren en beheersen financiële winst behouden flexibiliteit en ondernemersgeest Structuur gedecentraliseerd Strategie gedetailleerde bedrijfsplanning strategische planning gevaar: verstarring Beheersing o Ondernemerschap vanuit de vestigingen o Management by objectives Eigendom Eigendom bij aandeelhouders De groeifase is groei door samenwerking. De crisis is de overlegcrisis. Stadium 6: Verstarring Goede onderneming: focus op sterke concurrentiepositie onderscheidende meerwaarde Minder goede onderneming: verstarring Oorzaak: vaak de overlegcrisis en door gebrek aan innovatiekracht Gevaar: risicovermijding en inslapen van de medewerkers Oplossing: resultaatgerichtheid (net als vroeger), kan door middel van deregulering Er is groei door verzakelijking en deregulering. De crisis is de identiteitscrisis. Stadium 7: Nieuwe vormen van groei - Overname of megafusie - Reorganisatie of verplatting

116 - Opsplitsing of unbundling - Intrapreneuring De groeifase is groei door geïntegreerd en mens- en omgevingsbewust beleid. De crisis is de verantwoordelijkheidscrisis. Theorie van Ezerman en Lewin: Personeel is niet bereid tot veranderingen. Het is nodig deze mensen te overtuigen van de noodzaak van de veranderingen. Er zijn verschillende stadia in deze theorie. Lewin: Unfreezing Losweken Kweken van bereidheid Mensen mobiliseren Consequenties duidelijk maken Afstand nemen van normale manier van doen: ontdooien Weerstand ontstaat, hoe minimaliseren? Betrekken Communiceren Motiveren Moving De gang naar de nieuwe toestand

117 Twee stappen vooruit, één terug Luisteren, ondersteunen, faciliteren Begeleiding / hulp door opleiding, training, vorming Beoordelings- en beloningssystemen aanpassen Freezing Verankeren Nagaan of verandering daadwerkelijk werkt Vertonen juist gedrag? Wanneer en hoe evalueren Ondersteunen Nieuw gedrag belonen: voorbeelden stellen Successen vieren Model van Lewin: In een veranderingsproces zijn 3 fases te onderscheiden: - Unfreezing - Moving - Freezing Bij unfreezing worden medewerkers voorbereid op de moeten afstand nemen (ontdooien) van hun oude werkwijzes gaan gelden. Dit stuit op weerstand onder de zitten. Ze houden het liever bij hun vertrouwde gewoontes. deze veranderingen te betrekken om zo de veranderingen veranderingen binnen het bedrijf. De medewerkers werkwijze en zich erbij neerleggen dat er nieuwe medewerkers, die nieuwe dingen helemaal niet zien Het is belangrijk het personeel zo vroeg mogelijk bij zo positief mogelijk te laten verlopen. Bij moving zijn de veranderingen geaccepteerd en kunnen de veranderingen geëffectueerd worden. De wijzigingen in bijvoorbeeld communicatiesystemen worden doorgevoerd en medewerkers krijgen door middel van trainingen de kans zich vertrouwd te maken met de nieuwe methodes.

118 Bij freezing zijn de veranderingen in de systemen vastgelegd en zijn een vast onderdeel van de organisatie geworden. Het ligt in onze natuur om terug te vallen op oude gewoontes, dus is het noodzaak extra aandacht te geven aan de nieuwe manier van werken. Veranderingsstrategieën van Ezerman Het doel is om de acceptatie van de verandering bij de betrokken medewerkers te vergroten. De volgende strategieën zijn ontwikkeld om zoveel mogelijk medewerking van de medewerkers te verkrijgen: - Ontwijken Als een manager op een ontwijkende manier omgaat met de veranderingen, hoopt hij dat de tijd in het voordeel zal werken. Er wordt niet snel gereageerd op geruchten, omdat er bijvoorbeeld hoop is dat externe factoren de zaak ten gunste zullen beïnvloeden. Er vindt dus geen communicatie plaats. - Faciliteren Er worden voorwaarden of faciliteiten geschapen om de veranderingen tot stand te brengen. Er wordt bijvoorbeeld een algehele koffiepauze ingevoerd om het contact tussen medewerkers te bevorderen. - Informeren Er wordt informatie verstrekt om de medewerkers over de veranderingen in te lichten. Op deze manier kunnen zij zich op de veranderingen instellen. - Ondersteunen Er worden mensen opgeleid en gecoacht met betrekking tot de veranderingen. Het kan gaan om instrueren over informatieoverdracht, het aanleren van vaardigheden of het veranderen van houding. - Onderhandelen Wanneer mensen zich niet zomaar neerleggen bij veranderingen kan er onderhandeld worden. Daarbij zal er over het algemeen gesproken een compromis volgen. - Overtuigen Er wordt getracht met argumenten en logica mensen te overtuigen van de noodzaak van veranderingen. Daarbij zullen de voordelen maximaal belicht worden en de nadelen minimaal. - Macht-, dwang- en pressiestrategie De nadruk ligt op beloning of straf na oplegging van de verandering. Hieronder worden de stadia nader toegelicht:

119 Stadium 1 en 2 Structuur Research en ontwikkeling Eigenaar ontwikkelt Prestatiemeting Persoonlijk Beloning Geen systeem, paternalistisch Beheersing Strategie Eigenaar bepaalt Managementstijl Direct (stadium 1) en dirigeren (stadium 2) Eigenaar Bedrijf en eigenaar zijn 1 Structuur Research en ontwikkeling Prestatiemeting Beloning Beheersing Strategie Managementstijl Eigenaar Eenvoudige structuur, centraalgestuurde F-indeling Geen procedures op papier, alles mondeling Stadium 3 Centraalgestuurde F-indeling Aparte afdeling Onpersoonlijker met criteria Systematisch, aantal dienstjaren Beginnende instructies en procedures Vergroting marktaandeel huidige markt Directie bepaalt Begin met scheiding eigenaar en bedrijf Structuur Research en ontwikkeling Prestatiemeting Beloning Beheersing Strategie Managementstijl Eigenaar Stadium 4 Interne specialisatie Aparte afdeling, op zoek naar nieuwe markten Onpersoonlijk met meer targets Systematisch, ook op basis van prestaties Werkmaatschappijen en filialen worden bevoegd Marktontwikkeling Meer lagen, top-down Scheiding eigenaar en bedrijf Structuur Research en ontwikkeling Prestatiemeting Beloning Beheersing Strategie Managementstijl Eigenaar Stadium 5 Interne specialisatie met meerdere divisies Aparte afdeling, op zoek naar nieuwe markten Onpersoonlijk met meer targets Systematisch, ook op basis van prestaties Op zoek naar synergie tussen divisies Top bepaalt het budget voor de divisies (prioriteit) Zorgen dat identiteit en cultuur uniform is Alleen aandeelhouders

120 P4 Innovatie (praktijk en theorie) Het businessmodel wordt ingevuld voor een onderneming om goed inzicht te krijgen in een onderneming. Dit doet een onderneming om te zien waar de kansen liggen om hier op in te kunnen spelen en te innoveren.

121 Voorbeeld ingevuld

122 Je kunt verschillende soorten verdienmodellen hanteren: Goederenverkoop = verkoop van goederen tegen betaling Gebruikersfee = per keer dat er van een dienst gebruik wordt gemaakt wordt ervoor betaald Abonementsgelden = wordt er een vast bedrag elke maand of jaar betaald voor toegang tot een dienst Uilenen/huren/leasen = tegen betaling krijgt iemand voor een bepaalde tijd het exclusieve recht een bepaald goed te gebruiken Licentieverlening = tegen betaling mag iemand een beschermde intellectuele eigendom gebruiken Brokerage fees = provisie Reclame = dat je geld krijgt voor het uitzenden van spotjes etc.

123 Vaste prijszetting Vooraf bepaalde prijzen zijn gebaseerd op statische variabelen Adviespr ijzen/ catalogu sprijzen Product kenmerk afhankel ijk Klantseg ment afhankel ijk Volume afhankel ijk Vaste prijzen voor individuele producten, diensten of andere waardeproposities Prijs afhankelijk van het aantal of de kwaliteit van de waardepropositie kenmerken Prijs afhankelijk van het type en kenmerken van het klantsegment Prijs als functie van de gekochte hoeveelheid Onderha ndelen Yield manage ment Real-time market Veilingen Dynamische prijszetting Prijzen veranderen op grond van marktvoorwaarden Prijs onderhandeld tussen twee of meer partners hangt af van onderhandelingsmacht en/of onderhandelingsvaardighede n Prijs is afhankelijk van voorraad en tijdstip van aankoop (meestal gebruikt voor vergankelijke resources zoals hotelkamers of vliegtuigstoelen Prijs wordt dynamisch bepaald op basis van vraag en aanbod Prijs bepaald door uitkomst van tegen elkaar opbieden

124 Fasen 1. Awareness 2. Evaluatie 3. Aankoop 4. Aflevering 5. After Sales Een klantrelatie gaat door 5 fasen. Voor elke fasen kunnen dezelfde maar ook andere kanalen relevant zijn. Bijvoorbeeld meubels. Voor fase 1 en 2 spelen internet een belangrijke rol maar vervolgens zal de aankoop nog grotendeels in een meubelzaak gebeuren. Et cetera. Oefening: bedenk van een aantal producten en leveranciers hoe de distributieketen is georganiseerd. Kunnen de studenten tot voorbeelden komen waarin de verschillende fasen duidelijk verschillende kanalen kennen. Zijn er voorbeelden waarvan de kanalen in de laatste jaren sterk veranderd zijn. Persoonlijke hulp = dit is persoonlijke klantcontact met een verkoper en klant. Dit geld dan ook voor aftersales kan ook via callcenter gaan Toegewezen persoonlijke hulp = hiermee wordt bedoeld persoonlijk klantcontact doormiddel van een toegewezen accountmanager, dit zie je vaak in het bankwezen Selfservice = hierbij is er geen persoonlijke klantcontact, maar bied het bedrijf de middelen aan dat de klant zichzelf verder kan helpen Geautomatiseerde diensten = dit is een geautomatiseerde dienst doormiddel van een software of dergelijke waarbij de klant zichzelf kan helpen, maar dit toch afgestemd is op de individuele behoefte van een klant

125 Communities = een platform, waarbij gebruikers elkaar kunnen helpen met tips en antwoorden op vragen (net als bij tweakers forum) Co-creatie = dat klanten recensies achterlaten over een bepaald product om anderen te helpen met kiezen Bijvoorbeeld belang milieu hoog Bijvoorbeeld individualisering Scenario 1 Scenario 2 laag hoog Scenario 3 Scenario 4 laag

126 Uitleg: Op basis van 2 criteria schets je 4 scenario's of mogelijke toekomsten. (periode kan bijvoorbeeld over 10 jaar zijn) De vraag is dan hoe ziet de wereld er over tien of twintig jaar uit? Hoe verschilt dat in de verschillende scenario s. Met dit model kan je toetsen hoeveel slagingskans je nieuwe bussinessmodel heeft doormiddel van verschillende scenario s. Dit beeld in je achterhoofd helpt je vervolgens weer om na te denken over hoe bepaalde trends invloed kunnen hebben op jouw als bedrijf. Wat is in de verschillende scenario s belangrijk, waar moet ik voor zorgen, wat is een gevaar etc etc Trechter model om van gebeurtenissen in je omgeving, naar concrete taken in je organisatie te komen om hier op in te spelen. Gebeurtenissen in de omgeving kunnen losse gebeurtenissen zijn maar als ze vaker voorkomen en/of samenvallen met andere gebeurtenissen dan kan sprake zijn van een trend. Die moet je herkennen. Vervolgens in kaart brengen. Welke zijn relevant, welke zijn niet relevant. Welke bieden kansen e.d. Vervolgens doelen stellen: hoe gaan we reageren op de trend. Waar willen we staan over x periode t.a.v. deze trend. Vervolgens uitvoeren en implementeren.

127 Concurrent ie Cultuur Economisch Productinnov atie Vroege toetreding Premiumprijzen introductiesnelhei d Klant relatie management Hoge kosten klantrelatie Hoog aandeel besteding klant Scopevoordelen Infrastructuur management Hoge vaste kosten Grote volumes t.b.v. Lage kosten per eenheid schaalvoordelen Strijd om talent Lage toetredingsdrempel Kleine spelers kansrijk Strijd om scope (verbreding) Consolidatie Grote spelers bepalen markt Strijd om schaal Snelle consolidatie Enkele grote spelers Werknemersgericht Creatieve sterren koesteren Productleaders hip Sterk service georiënteerd Klant staat centraal Customer Intimacy Focus op kostenbeheersing Standaardisatie Voorspelbaarheid Efficiency Operational Excellence

128 Productlevenscyclus laat de levenscyclus zien van een product van startfase tot de ondergang en wat de relatie is met de winst van een bedrijf.

129 Adoptiecurve rogers, laat zien dat er altijd mensen zijn die het eerst een product kopen. Die er voor in de rij staan. Daarna komen de early adaptors, dit zijn mensen die altijd nieuwste willen en komen net na de innovators. Daarna heb je de early majority zijn ook nog vrij innovatief en willen ook nieuwste dingen. Daarna heb je de late majority wat de meeste mensen zijn die schaffen het aan omdat vele anderen het ook hebben. Dan heb je nog de laggards die schaffen het pas aan als het echt nodig is en het oude vertrouwde hellemaal versleten is. Het is door nieuwe technologie, mogelijk om producten te personaliseren aan de wensen van specifieke klanten. Eerst was dit veelste duur om te doen en niet aantrekkelijk. Dit heet de long tail.

Kennisportfolio Anas Yousfi Klas 1BV

Kennisportfolio Anas Yousfi Klas 1BV Kennisportfolio Anas Yousfi Klas 1BV P1 Communicatie Identiteit van organisatie 1. Gedrag = 2. Communicatie = 3. Symboliek = Identeit & imago moet zo dicht mogelijk opelkaar lijken/overeenkomen Basiselementen

Nadere informatie

1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

Ruilen over de tijd (havo)

Ruilen over de tijd (havo) 1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009 PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 16 EN 17 JUNI 2009 FINANCIËLE ADMINISTRATIE COPERNICUS BV 1. 710 Inkopen 73.650,- 160 Te verrekenen omzetbelasting 13.993,50 Aan 130

Nadere informatie

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk Hoofdstuk 1. Inkomen verdienen 1.22 1.23 1.24 1.25 1.26 1.27 1.28 1.29 1.30 1.31 1.32 1.33 1.34 D A C C A D B A D D B C D 1.35 a. 1.000.000 425.000 350.000 40.000 10.000 30.000 = 145.000. b. 1.000.000

Nadere informatie

Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken.

Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken. Crowdfunding: publiek laten betalen, d.m.v. vermogen aan te trekken. Informal investors: informele investeerders, bv particulieren Gebruiken is vast. Verbruiken is vlot. Materieel: tastbaar Immaterieel:

Nadere informatie

H1: Economie gaat over..

H1: Economie gaat over.. H1: Economie gaat over.. 1: Belangen Geld is voor de economie een smeermiddel, door het gebruik van geld kunnen we handelen, sparen en goederen prijzen. Belangengroep Belang = Ze komen op voor belangen

Nadere informatie

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering.

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering. Top 100 vragen. De antwoorden! 1 Als de lonen stijgen, stijgen de productiekosten. De producent rekent de hogere productiekosten door in de eindprijs. Daardoor daalt de vraag naar producten. De productie

Nadere informatie

Relevantie/Te gebruiken voor de winst verdeling bij aandelen in een organisatie.

Relevantie/Te gebruiken voor de winst verdeling bij aandelen in een organisatie. Blok P2 Bedrijfseconomie Model/Theorie: Winstverdeling Auteur: Drs. A.W.W. Heezen. Vakgebied: Bedrijfseconomie Relevantie/Te gebruiken voor de winst verdeling bij aandelen in een organisatie. Model/Theorie:

Nadere informatie

TOELATINGSTOETS M&O. Datum 14-1-2016

TOELATINGSTOETS M&O. Datum 14-1-2016 TOELATINGSTOETS M&O VUL IN: Datum 14-1-2016 Naam en voorletters. Adres. Postcode. Woonplaats. Geboortedatum / / Plaats Land. Telefoonnummer. E-mail. Gekozen opleiding. OPMERKINGEN: Tijdsduur: 90 minuten

Nadere informatie

Hoofdstuk 9. Rechtsvormen. Voorbeelden: Eenmanszaak Vennootschap Onder Firma Besloten vennootschap Naamloze vennootschap Vereniging Stichting

Hoofdstuk 9. Rechtsvormen. Voorbeelden: Eenmanszaak Vennootschap Onder Firma Besloten vennootschap Naamloze vennootschap Vereniging Stichting www.jooplengkeek.nl Rechtsvormen Voorbeelden: Eenmanszaak Vennootschap Onder Firma Besloten vennootschap Naamloze vennootschap Vereniging Stichting 1 Rechtsvormen Natuurlijk persoon Een mens met rechten

Nadere informatie

H2: Economisch denken

H2: Economisch denken H2: Economisch denken 1 : Produceren Produceren: Het voortbrengen van goederen en diensten met behulp van de productiefactoren door bedrijven en de overheid. Alleen bedrijven en de overheid kunnen produceren

Nadere informatie

Hoe groot is het marktaandeel van onderneming B? Vul een geheel getal in (zonder decimalen).

Hoe groot is het marktaandeel van onderneming B? Vul een geheel getal in (zonder decimalen). Basiskennis Ondernemerschap Correctiemodel Vraag 1 Toetsterm 1.1 - Beheersingsniveau: B - Aantal punten: 1 In Alkmaar wordt elke vrijdag een kaasmarkt gehouden. De kazen worden aangeleverd door de producenten

Nadere informatie

ALGEMENE ECONOMIE /05

ALGEMENE ECONOMIE /05 HBO Algemene economie Raymond Reinhardt 3R Business Development raymond.reinhardt@3r-bdc.com 3R 1 Producenten: indeling M Bedrijven kunnen ingedeeld worden naar sector: F marktsector: G primaire sector:

Nadere informatie

a. Gemiddeld debiteurensaldo: ( 180.000 + 230.000) / 2 = 205.000 Verkopen op rekening inclusief omzetbelasting: 1.090.000 1,21 = 1.318.

a. Gemiddeld debiteurensaldo: ( 180.000 + 230.000) / 2 = 205.000 Verkopen op rekening inclusief omzetbelasting: 1.090.000 1,21 = 1.318. PDB Financiering Uitwerkingen Hoofdstuk 7 Opgave 7.1 a. Gemiddeld debiteurensaldo: ( 180.000 + 230.000) / 2 = 205.000 Verkopen op rekening inclusief omzetbelasting: 1.090.000 1,21 = 1.318.900 Krediettermijn

Nadere informatie

Deze examenopgaven bestaan uit 7 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn.

Deze examenopgaven bestaan uit 7 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn. Basiskennis Ondernemerschap Voorbeeldexamen Belangrijke informatie Deze examenopgaven bestaan uit 7 pagina s, inclusief het voorblad. Controleer of alle pagina s aanwezig zijn. Dit voorbeeldexamen bestaat

Nadere informatie

PROEFEXAMEN 2 Praktijkdiploma Boekhouden

PROEFEXAMEN 2 Praktijkdiploma Boekhouden PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden onderdeel Bedrijfseconomie Beschikbare tijd uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen met

Nadere informatie

Internationale Marketing H4. Week 1 1. Executive summary 2. Inhoudsopgave 3. Inleiding en achtergrond 4. Externe analyse

Internationale Marketing H4. Week 1 1. Executive summary 2. Inhoudsopgave 3. Inleiding en achtergrond 4. Externe analyse Internationale Marketing H4 Week 1 1. Executive summary 2. Inhoudsopgave 3. Inleiding en achtergrond 4. Externe analyse Executive summary Een samenvatting voor het management 1 à 2 pagina s belangrijkste

Nadere informatie

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD De macro-vraaglijn of geaggregeerde vraaglijn geeft het verband weer tussen het algemeen prijspeil en de gevraagde hoeveelheid binnenlands product. De macro-vraaglijn

Nadere informatie

Veel aanbieders Volkomen mededinging Monopolistische concurrentie

Veel aanbieders Volkomen mededinging Monopolistische concurrentie Blok P1 Algemene Economie (micro) Model/Theorie: participanten en omgevingsfactoren Auteur: Dr. R. Schöndorff Drs. J.F.B. Pleus Vakgebied: Algemene Economie Participanten: participanten zijn de partijen.

Nadere informatie

Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming.

Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming. www.jooplengkeek.nl Eigen vermogen bij een bv en een nv Het eigen vermogen is permanent dat wil zeggen voor onbepaalde tijd (blijvend)aanwezig in de onderneming. Het bestaat uit aandelenkapitaal en opgebouwde

Nadere informatie

2 Constante en variabele kosten

2 Constante en variabele kosten 2 Constante en variabele kosten 2.1 Inleiding Bij het starten van een nieuw bedrijf zal de ondernemer zich onder andere de vraag stellen welke capaciteit zijn bedrijf moet hebben. Zal hij een productie/omzet

Nadere informatie

1 De economische kringloop

1 De economische kringloop 1 De economische kringloop Wat is Marco-economonie? Studie van het verband tussen Gezinnen Bedrijven Overheid Buitenland Welke soorten economische vraagstukken hebben we? Productie Werkloosheid Inflatie

Nadere informatie

Eindexamen m&o vwo 2005-I

Eindexamen m&o vwo 2005-I 4 Beoordelingsmodel Opgave 1 1 volgens grafiek: 10% voor computers en 5% voor software 0,15 54 = 8,1 miljard 2 aan de verzadigingsfase gaat de volwassenfase (rijpheidsfase) vooraf, de neergangsfase (eindfase)

Nadere informatie

Aurington. Administratie en Advies

Aurington. Administratie en Advies Aurington Administratie en Advies Let op de houdbaarheidsdatum! Mei 5 Pincode 6 7 8 Boetes Dit jaar Deze maand De balans Tandorine B.V. Debet Activa Bezittingen Wat heb ik? Credit Passiva Vermogen Hoe

Nadere informatie

Financieel Management

Financieel Management Financieel Management Vorige week Introductie financieel management Investeringsplan, financieringsplan en exploitatiebegroting Balans Liquiditeitsbegroting (meer in week 6) Berekening inkomen en vermogen

Nadere informatie

TOETSVRAGEN ONDERDEEL JAARREKENINGLEZEN VAN DE BEROEPSOPLEIDING ADVOCATUUR. 17 februari 2010 13.30-14.30 UUR NAJAARSCYCLUS 2009 EN INHALERS

TOETSVRAGEN ONDERDEEL JAARREKENINGLEZEN VAN DE BEROEPSOPLEIDING ADVOCATUUR. 17 februari 2010 13.30-14.30 UUR NAJAARSCYCLUS 2009 EN INHALERS TOETSVRAGEN ONDERDEEL JAARREKENINGLEZEN VAN DE BEROEPSOPLEIDING ADVOCATUUR 17 februari 2010 13.30-14.30 UUR NAJAARSCYCLUS 2009 EN INHALERS Naam :..... Cursusgroep :..... a: U hebt voor deze toets 60 minuten

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 13. Noordhoff Uitgevers bv

Inhoud. Inleiding 13. Noordhoff Uitgevers bv Inhoud Inleiding 13 1 Enige grondbeginselen 15 1.1 Rechtsregels 16 1.1.1 Publiekrecht en privaatrecht 16 1.1.2 Dwingend en aanvullend (regelend) recht 17 1.1.3 Materieel en formeel recht 18 1.1.4 Objectief

Nadere informatie

I VERBINTENISSENRECHT 17

I VERBINTENISSENRECHT 17 I VERBINTENISSENRECHT 17 1 Inleiding in het recht 19 1.1 Inleiding 19 1.2 Recht en rechtsbronnen 20 1.2.1 Wetten 20 1.2.2 Verdragen 21 1.2.3 Jurisprudentie 22 1.2.4 Het gewoonterecht 23 1.3 Privaatrecht

Nadere informatie

Uitwerking opgaven Brugboek 19.3, 19.5, 19.6 t/m 19.20 en 19.22

Uitwerking opgaven Brugboek 19.3, 19.5, 19.6 t/m 19.20 en 19.22 Uitwerking opgaven Brugboek 19.3, 19.5, 19.6 t/m 19.20 en 19.22 T/m 19.12 zijn activiteitskengetallen. Vanaf 19.13 Rentabiliteitskengetallen Opgave 19.3 A. Bereken de gemiddelde voorraad over 2013 Q1 1-1

Nadere informatie

Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting

Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting Voor kandidaten die in beide modules examen doen, geldt dit gehele document (zowel de termen van module A. Boekhouden als module B.

Nadere informatie

www.jooplengkeek.nl Kostensoorten

www.jooplengkeek.nl Kostensoorten www.jooplengkeek.nl Kostensoorten Grondstoffen Arbeid Overige variabele kosten Duurzame productiemiddelen Grond Diensten van derden Belastingen Financiering 1 Kostensoorten Financiering Financieringskosten

Nadere informatie

OPEN VRAGEN 1. Welke ondernemingsvorm komt het meest voor in Nederland en wat zouden daarvoor de belangrijkste redenen kunnen zijn?

OPEN VRAGEN 1. Welke ondernemingsvorm komt het meest voor in Nederland en wat zouden daarvoor de belangrijkste redenen kunnen zijn? Vragen hoofdstuk 3: De onderneming nader bekeken OPEN VRAGEN 1. Welke ondernemingsvorm komt het meest voor in Nederland en wat zouden daarvoor de belangrijkste redenen kunnen zijn? 2. Noem minimaal drie

Nadere informatie

Kengetallen met betrekking tot de vermogensbehoefte. Opgave 3.6a hoort bij paragraaf 3.3, De gemiddelde opslagduur van de voorraad goederen.

Kengetallen met betrekking tot de vermogensbehoefte. Opgave 3.6a hoort bij paragraaf 3.3, De gemiddelde opslagduur van de voorraad goederen. Hoofdstuk 3 Kengetallen met betrekking tot de vermogensbehoefte Extra opgaven Opgave 3.6a hoort bij paragraaf 3.3, De gemiddelde opslagduur van de voorraad goederen. Opgave 3.6a Vazzo bv koopt en verkoopt

Nadere informatie

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 10 EN 11 JANUARI 2012

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 10 EN 11 JANUARI 2012 FINANCIËLE ADMINISTRATIE GRIMBERG BV PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 10 EN 11 JANUARI 2012 1. (2 punten) 300 Voorraad materialen 4.200,- 180 Te verrekenen omzetbelasting

Nadere informatie

Antwoorden stencils OPGAVE 1 11.313 pond. (36,41%) 1,48 miljard als het BNP in procenten harder is gestegen dan het bedrag in ponden in procenten

Antwoorden stencils OPGAVE 1 11.313 pond. (36,41%) 1,48 miljard als het BNP in procenten harder is gestegen dan het bedrag in ponden in procenten Antwoorden stencils OPGAVE 1 1. Nominaal Inkomen 1996 = 25,34 miljard pond x 1,536 = 38,92224 miljard pond Bevolkingsomvang 1996 = 3.340.000 x 1,03 = 3.440.200 Nominaal Inkomen per hoofd = 38,92224 miljard

Nadere informatie

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M)

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M) 1) Geef de omschrijving van trendmatige groei. 2) Wat houdt conjunctuurgolf in? 3) Noem 5 conjunctuurindicatoren. 4) Leg uit waarom bij hoogconjunctuur de bedrijfswinsten zullen stijgen. 5) Leg uit waarom

Nadere informatie

Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting

Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting Eindtermen en Toetstermen STIBEX Bedrijfseconomie en Periodeafsluiting Voor kandidaten die in beide modules examen doen geldt dit gehele document (zowel de termen van module A. Periodeafsluiting als module

Nadere informatie

Meerkeuzevragen: 5. Bereken voor dit jaar de totale constante kosten. A. 1.082.000,- B. 158.800,- C. 142.000,- D. 114.400,-

Meerkeuzevragen: 5. Bereken voor dit jaar de totale constante kosten. A. 1.082.000,- B. 158.800,- C. 142.000,- D. 114.400,- Meerkeuzevragen: 1. John maakt voetballen in Afrika. Hij verdient netto 45,- per week. Hij krijgt een loonsverhoging tijdens het WK voetbal van 1,5 %. Hoeveel verdient deze jongen dan netto per kwartaal?

Nadere informatie

De resultatenrekening

De resultatenrekening De resultatenrekening format resultatenrekening kosten/uitgaven en opbrengsten/ontvangsten afschrijvingen rente eindbalans Joop Lengkeek Kamer H0.012 Email: Lengkeek.J@NHTV.nl www.jooplengkeek.nl 1 De

Nadere informatie

Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt

Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt Ondernemingsvormen Samenvatting Economie Hoofdstuk 5: Produceren voor de markt De eenmanszaak = een onderneming met één eigenaar. De vennootschap onder firma (VOF) = een onderneming waarbij enkele mensen

Nadere informatie

DE EENMANSZAAK DEEL 2 VWO SAMENVATTING. Jannes Timmers. De Eenmanszaak deel 2 VWO

DE EENMANSZAAK DEEL 2 VWO SAMENVATTING. Jannes Timmers. De Eenmanszaak deel 2 VWO De Eenmanszaak deel 2 VWO DE EENMANSZAAK DEEL 2 VWO SAMENVATTING Jannes Timmers Copyright Jannes Timmers 2015 Niets uit deze samenvatting mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt op een

Nadere informatie

Goede tijden, slechte tijden. Soms zit het mee, soms zit het tegen

Goede tijden, slechte tijden. Soms zit het mee, soms zit het tegen Slides en video s op www.jooplengkeek.nl Goede tijden, slechte tijden Soms zit het mee, soms zit het tegen 1 De toegevoegde waarde De toegevoegde waarde is de verkoopprijs van een product min de ingekochte

Nadere informatie

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Ondernemerschap Diploma('s) Basiskennis Ondernemerschap Financieel Ondernemer Commercieel Ondernemer Examen

EXAMENPROGRAMMA. Diplomalijn(en) Ondernemerschap Diploma('s) Basiskennis Ondernemerschap Financieel Ondernemer Commercieel Ondernemer Examen EXAMENPROGRAMMA Diplomalijn(en) Ondernemerschap Diploma('s) Financieel Ondernemer Commercieel Ondernemer Eamen Niveau vergelijkbaar met mbo 2 Versie 0.2 Geldig vanaf 1-09-14 Vastgesteld op Vastgesteld

Nadere informatie

Bedrijfseconomische aspecten Examennummer: 91401 Datum: 28 juni 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

Bedrijfseconomische aspecten Examennummer: 91401 Datum: 28 juni 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Bedrijfseconomische aspecten Examennummer: 91401 Datum: 28 juni 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Dit examen bestaat uit 6 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 3 cases met in totaal 15 open

Nadere informatie

EXAMENPROGRAMMA. Financieel-Administratief Diploma('s) Diplomalijn(en)

EXAMENPROGRAMMA. Financieel-Administratief Diploma('s) Diplomalijn(en) EXAMENPROGRAMMA Diplomalijn(en) Financieel-Administratief Diploma('s) Praktijkdiploma Boekhouden (PDB ) Eamen Financiering niveau 4 Niveau 4 (vergelijkbaar met mbo 4) Versie 2-0 Geldig vanaf 1-01-16 Vastgesteld

Nadere informatie

Bedrijfseconomie. B-cluster BBBBEC2A.1

Bedrijfseconomie. B-cluster BBBBEC2A.1 Bedrijfseconomie B-cluster BBBBEC2A.1 Succes met leren Leuk dat je onze bundels hebt gedownload. Met deze bundels hopen we dat het leren een stuk makkelijker wordt. We proberen de beste samenvattingen

Nadere informatie

Financieel management

Financieel management Financieel management Tweede herziene druk Kees van Alphen Inhoud 1 inleiding 1 2 het verhaal achter de cijfers 3 2.1 Het besturen van een organisatie: ondernemingsmodel 3 Checklist 6 3 sturen op winst,

Nadere informatie

Management & Organisatie

Management & Organisatie Management & Organisatie Hoofdstuk 1 Managen = iemand iets laten doen waarvan jij vindt dat het nodig is. Dit gaat d.m.v. communicatie. Een organisatie is een samenwerkingsverband van mensen die bepaalde

Nadere informatie

Management & Organisatie VWO 5 Hoofdstuk 27 t/m 30. 15 juni 2009 proeftoets 100 minuten. In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing.

Management & Organisatie VWO 5 Hoofdstuk 27 t/m 30. 15 juni 2009 proeftoets 100 minuten. In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing. Management & Organisatie VWO 5 Hoofdstuk 27 t/m 30 15 juni 2009 proeftoets 100 minuten Opgave 1 In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing. Firma Balans produceert uitsluitend twee typen weegschalen,

Nadere informatie

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden onderdeel Bedrijfseconomie Beschikbare tijd 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen met

Nadere informatie

Rente de prijs van tijd. Als rente hoger is dan de opofferingskosten individuele prijs van tijd niet lenen maar sparen

Rente de prijs van tijd. Als rente hoger is dan de opofferingskosten individuele prijs van tijd niet lenen maar sparen Rente de prijs van tijd. Als rente hoger is dan de opofferingskosten individuele prijs van tijd niet lenen maar sparen Ruilen over de tijd Intertemporele substitutie Bedrijven lenen geld om te investeren

Nadere informatie

DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD. Module 4 Nu en later

DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD. Module 4 Nu en later DOMEIN E: RUILEN OVER DE TIJD Module 4 Nu en later Inflatie Definitie: stijging van het algemeen prijspeil Gevolgen van inflatie koopkracht neemt af Verslechtering internationale concurrentiepositie Bij

Nadere informatie

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden

PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden PROEFEXAMEN Praktijkdiploma Boekhouden onderdeel Bedrijfseconomie Beschikbare tijd 2 uur. Op de netheid van het werk zal worden gelet. Deze opgave is eigendom van de Examencommissie en dient, tezamen met

Nadere informatie

Vwo 3 deel H4 t/m 4.10. Ontwerp power point: Henk Douna

Vwo 3 deel H4 t/m 4.10. Ontwerp power point: Henk Douna Vwo 3 deel H4 t/m 4.10 Ontwerp power point: Henk Douna De komende weken: ondernemingen Consumenten De markt Producenten Bijvoorbeeld Goederenmarkt Arbeidsmarkt Vermogensmark t Overheid 2 Weten we het nog:

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: kosten van politie-inzet

Nadere informatie

Opgaven 4.4a en 4.4b horen bij paragraaf 4.2, Liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting.

Opgaven 4.4a en 4.4b horen bij paragraaf 4.2, Liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting. Hoofdstuk 4 Beoordeling van de liquiditeit Extra opgaven Opgaven 4.4a en 4.4b horen bij paragraaf 4.2, Liquiditeitsbegroting en resultatenbegroting. Opgave 4.4a De handelsonderneming Hartema vof heeft

Nadere informatie

4.1 De collectieve arbeidsovereenkomst

4.1 De collectieve arbeidsovereenkomst 4.1 De collectieve arbeidsovereenkomst De arbeidsvoorwaarden van veel werknemers zijn vastgelegd in een collectieve arbeidsovereenkomst. Dit is een overeenkomst die per bedrijf of bedrijfstak wordt afgesloten

Nadere informatie

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen 2015-2016

Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen 2015-2016 Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen 2015-2016 Van verbruik naar gebruik Pagina 1 van 5 Inleiding: Voor u ligt het MVO beleid van ABIRD Industrial Rental Services. Maatschappelijk Verantwoord en Duurzaam

Nadere informatie

Economie Samenvatting M4

Economie Samenvatting M4 Economie Samenvatting M4 Hoofdstuk 1 De prijs van tijd Ruilen over tijd is een belangrij onderdeel van economisch handelen. Dat geldt voor huishoudens, bedrijven en de overheid. Gezinnen sparen voor hun

Nadere informatie

Hoofdstuk 5 Ondernemingsrecht

Hoofdstuk 5 Ondernemingsrecht Hoofdstuk 5 Ondernemingsrecht Paragraaf 5.1 1. Ondernemingsrecht a. Wat is economisch en juridisch gezien het verschil in benadering bij de diverse ondernemersvormen? b. Waartoe dient het ondernemingsrecht?

Nadere informatie

Inhoud. 1 Inleiding. Markt of overheid. 1 wat is economie? 11 Productiefactoren 11 Schaarste en welvaart 12 2

Inhoud. 1 Inleiding. Markt of overheid. 1 wat is economie? 11 Productiefactoren 11 Schaarste en welvaart 12 2 Inhoud 1 Inleiding 1 wat is economie? 11 Productiefactoren 11 Schaarste en welvaart 12 2 modellen 12 2 Markt of overheid 1 de vraag 14 Prijzen en gevraagde hoeveelheid 14 D De vraagfunctie 14 D Verschuiving

Nadere informatie

Samenvatting Marketingcommunicatie

Samenvatting Marketingcommunicatie Samenvatting Marketingcommunicatie Week 1 Analyse van de situatie Corporate Communicatie Corporate communicatie is het coördineren van interne communicatie processen. Het bestaat uit marketing, intern

Nadere informatie

Deel I Omgevingsfactoren en micro-economie 1

Deel I Omgevingsfactoren en micro-economie 1 Inhoud Deel I Omgevingsfactoren en micro-economie 1 1 Omgevingsfactoren 3 1.1 Schaarste dwingt tot kiezen 3 1.2 De economische wetenschap 4 1.3 Produceren, productiefactoren 5 1.4 Participanten en omgevingsfactoren

Nadere informatie

Financieel Management

Financieel Management Financieel Management Beoordeling financieel Financiële kengetallen Activiteitskengetallen Rentabiliteitskengetallen Liquiditeitskengetallen Solvabiliteitskengetallen Productiviteitskengetallen Beleggingskengetallen

Nadere informatie

M&O VWO 2011/2012. www.lyceo.nl

M&O VWO 2011/2012. www.lyceo.nl Hoofdstuk 4: Balans M&O VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Overzicht H4: Balans Management & Organisatie Centraal Examen (CE) 1. Rechtsvormen 2. Prijsberekening 3. Resultaten 4. Balans 5. Liquiditeitsbegroting

Nadere informatie

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl)

Examen VWO. Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Economische wetenschappen II en recht (oude stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 30 mei 13.30 16.30 uur 20 02 Voor dit examen zijn maximaal 90 punten te behalen;

Nadere informatie

Antwoorden hoofdstuk 4

Antwoorden hoofdstuk 4 Antwoorden hoofdstuk 4 Opgave 4.1 Vaste activa Eigen Vermogen Pand 42.000 Aandelenvermogen 78.000 Inventaris 22.000 Reserves 37.000 Overige vaste activa 17.000 115.000 81.000 V.V. lang Vlottende activa

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

Bedrijfseconomische aspecten Examennummer: 73079 Datum: 29 maart 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur

Bedrijfseconomische aspecten Examennummer: 73079 Datum: 29 maart 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Bedrijfseconomische aspecten Examennummer: 73079 Datum: 29 maart 2014 Tijd: 10:00 uur - 11:30 uur Dit examen bestaat uit 5 pagina s. De opbouw van het examen is als volgt: - 10 open vragen (maximaal 70

Nadere informatie

20.1 Wat is economische groei?!

20.1 Wat is economische groei?! 20.1 Wat is economische groei? Om te beoordelen of er geproduceerd is, moet het BBP worden gecorrigeerd voor de inflatie. BBP is de totale product door binnenlandse sectoren. We vinden dan de toename van

Nadere informatie

Toets 3 HAVO 5 g Diagnostische toets 2012

Toets 3 HAVO 5 g  Diagnostische toets 2012 Uitwerkingen/waardering Toets 3 HAVO 5 20 12 MO Onderdeel 3.1 Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Diagnostische toets 2012 Uitwerkingen/waardering Voor deze toets zijn maximaal 35 punten te behalen; De

Nadere informatie

Hoeveel geld zit er in de bedrijfsvoering?

Hoeveel geld zit er in de bedrijfsvoering? Hoeveel geld zit er in de bedrijfsvoering? Een simpele vraag met een simpel en nuttig antwoord. Deze vraag is de eerste stap bij het opstellen van kristalheldere financiële overzichten. Hoeveel geld zit

Nadere informatie

Hoofdstuk 31. Ondernemingsplan. Persoonlijk plan Marketingplan Financieel plan Organisatieplan

Hoofdstuk 31. Ondernemingsplan. Persoonlijk plan Marketingplan Financieel plan Organisatieplan www.jooplengkeek.nl Ondernemingsplan Persoonlijk plan Marketingplan Financieel plan Organisatieplan Persoonlijk plan Persoonsgegevens Motivatie om ondernemer te worden Sterke punten & zwakke punten 1 Ondernemingsplan

Nadere informatie

Wet Flex-BV in vogelvlucht

Wet Flex-BV in vogelvlucht Wet Flex-BV in vogelvlucht Van Wim Eikendal en Janou Briaire Plaats/Datum Maastricht, 20 juni 2012 Op 1 oktober 2012 treedt de wetgeving inzake de vereenvoudiging en flexibilisering van het BV-recht in

Nadere informatie

Management & Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 3,9,12,14,16

Management & Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 3,9,12,14,16 Management & Organisatie VWO 4 Hoofdstuk 3,9,12,14,16 16 juni 2009 proeftoets 100 minuten Opgave 1 Hartenstijn bv heeft op 1 januari de volgende balans opgesteld: Balans 1 januari 2009 --------------------------------------------------------------

Nadere informatie

1 Kostprijsberekening en bezettingsresultaat

1 Kostprijsberekening en bezettingsresultaat 1 Kostprijsberekening en bezettingsresultaat 1.1 Inleiding In het Basisboek Bedrijfseconomie heb je al veel geleerd over hoe de prijs van een product tot stand komt. De eerste hoofdstukken in dat boek

Nadere informatie

Eigen vermogen ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid

Eigen vermogen ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid Eigen vermogen ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid Eenmanszaak: Persoonsvennootschap: Vennootschap Onder Firma: Commanditaire vennootschap (CV) Maatschap: Eigen vermogen: totaal eigen geld dat in

Nadere informatie

a. U hebt voor deze toets 75 minuten de tijd. VERGEET U NIET UW GEMAAKTE TOETS IN TE LEVEREN BIJ DE SURVEILLANT?

a. U hebt voor deze toets 75 minuten de tijd. VERGEET U NIET UW GEMAAKTE TOETS IN TE LEVEREN BIJ DE SURVEILLANT? TOETS JAARREKENINGLEZEN BEROEPSOPLEIDING ADVOCATUUR VOORJAARSSCYCLUS 2012 EN INHALERS 11 OKTOBER 2012 (12.00 13.15 UUR) Naam :..... Cursusgroep :..... a. U hebt voor deze toets 75 minuten de tijd. VERGEET

Nadere informatie

Junior company 2. Ondernemingsplan

Junior company 2. Ondernemingsplan Voortgezet onderwijs Junior company 2. Ondernemingsplan Stichting Stichting Jong Jong Ondernemen: Ondernemen: Postbus Postbus 93002 93002 2509 2509 AA AA Den Den Haag Haag Bezuidenhoutseweg Bezuidenhoutseweg1212

Nadere informatie

Eindexamen m&o vwo 2001-II

Eindexamen m&o vwo 2001-II 4 Antwoordmodel Opgave Het boekresultaat (winst of verlies) dat ontstaat bij verkoop van vaste activa /deelnemingen. Niet, want in een beoordelingsgesprek staat de beoordeling van de prestaties van de

Nadere informatie

PROEFEXAMEN Moderne Bedrijfsadministratie (MBA)

PROEFEXAMEN Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) PROEFEXAMEN Moderne Bedrijfsadministratie (MBA) onderdeel Bedrijfseconomie Dit examen bestaat uit 4 opgaven. De beschikbare tijd is 3¾ uur. De antwoorden dienen uitsluitend op de uitwerkingenvellen te

Nadere informatie

Proeftoets Economische Bedrijfsomgeving

Proeftoets Economische Bedrijfsomgeving Proeftoets Economische Bedrijfsomgeving 1. Schaarste heeft in de economie een andere betekenis dan in het normale spraakgebruik. We spreken in de economie van schaarste als: a. De behoeften beperkt en

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juist antwoord

Nadere informatie

a. U hebt voor deze toets 60 minuten de tijd. VERGEET U NIET UW GEMAAKTE TOETS IN TE LEVEREN BIJ DE SURVEILLANT?

a. U hebt voor deze toets 60 minuten de tijd. VERGEET U NIET UW GEMAAKTE TOETS IN TE LEVEREN BIJ DE SURVEILLANT? TOETS JAARREKENINGLEZEN BEROEPSOPLEIDING ADVOCATUUR NAJAARSCYCLUS 2011 EN INHALERS 10 FEBRUARI 2012 (12.00-13.00 UUR) Naam :..... Cursusgroep :..... a. U hebt voor deze toets 60 minuten de tijd. VERGEET

Nadere informatie

Wat is maatschappelijk verantwoord ondernemen?

Wat is maatschappelijk verantwoord ondernemen? Wat is maatschappelijk verantwoord ondernemen? Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) wordt ook wel maatschappelijk ondernemen, maatschappelijk betrokken ondernemen, duurzaam ondernemen of ethisch

Nadere informatie

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen.

Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Financiering niveau 4 Examenopgaven voorbeeldexamen Belangrijke informatie Dit voorbeeldexamen bestaat uit 27 vragen. De opbouw en het aantal vragen komt overeen met het online examen. Dit voorbeeldexamen

Nadere informatie

1. Nederlandse Mededingingsautoriteit (Nma). De Boer, Brouwers, Koetzier (2008), Basisboek Bedrijfseconomie, hfdst. 1.5, p. 41

1. Nederlandse Mededingingsautoriteit (Nma). De Boer, Brouwers, Koetzier (2008), Basisboek Bedrijfseconomie, hfdst. 1.5, p. 41 Antwoordmodel Aan dit antwoordmodel kunnen geen rechten worden ontleend. Het antwoordmodel dient als indicatie voor de corrector. De paginaverwijzingen in dit antwoordmodel zijn gebaseerd op het reguliere

Nadere informatie

Regels voor activa ; Waarderingsgrondslagen

Regels voor activa ; Waarderingsgrondslagen www.jooplengkeek.nl Regels voor activa ; Waarderingsgrondslagen De waarderingsgrondslag is de wijze waarop de activa (bezit) wordt gewaardeerd in de administratie (boekhouding, balans). Voor welke prijs?

Nadere informatie

Uitwerkingen hoofdstuk 4 Kostenindelingen en kostprijs

Uitwerkingen hoofdstuk 4 Kostenindelingen en kostprijs Uitwerkingen hoofdstuk 4 Kostenindelingen en kostprijs Opgave 4-2 Er is hier sprake van een onderneming die een bepaald type koffieautomaat produceert. Op grond van dit gegeven zal bepaald moeten worden

Nadere informatie

De wensen van mensen zijn onbegrensd. Hoe noemen we in de economie deze wensen? BEHOEFTEN. Categorie Vraag & Antwoord

De wensen van mensen zijn onbegrensd. Hoe noemen we in de economie deze wensen? BEHOEFTEN. Categorie Vraag & Antwoord Categorie Vraag & Antwoord De wensen van mensen zijn onbegrensd. Hoe noemen we in de economie deze wensen? BEHOEFTEN Er zijn te weinig middelen om in alle behoeften te kunnen voorzien. Hoe heet dit verschijnsel?

Nadere informatie

Rendement = investeringsopbrengst/ investering *100% Reëel rendement = Nominaal rendement / CPI * 100-100 Als %

Rendement = investeringsopbrengst/ investering *100% Reëel rendement = Nominaal rendement / CPI * 100-100 Als % Inflatie Stijging algemene prijspeil Consumenten Prijs Indexcijfer Gewogen gemiddelde Voordeel: Mensen met schulden Nadeel: Mensen met loon, spaargeld Reële winst bedrijven daalt Rentekosten bedrijven

Nadere informatie

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 11 EN 12 JANUARI 2011

PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 11 EN 12 JANUARI 2011 FINANCIËLE ADMINISTRATIE DERKSEN BV 1. De verkoopprijs van een kuubskist bedraagt: 154,- 100/70 1,19 = 261,80. PRAKTIJKDIPLOMA BOEKHOUDEN FINANCIAL & COST ACCOUNTING UITWERKINGEN 11 EN 12 JANUARI 2011

Nadere informatie

Blok P2 Managen. Overeenkomstenrecht en ondernemingsrecht

Blok P2 Managen. Overeenkomstenrecht en ondernemingsrecht Blok P2 Managen Overeenkomstenrecht en ondernemingsrecht - Nederlands recht begrepen, 3 e druk, mr Lydia Janssen - Recht voor organisaties, 1e druk, mr R. Westra (gepubliceerd op blackboard) - Wettenbundel

Nadere informatie

Module 4 Inzicht in cijfers

Module 4 Inzicht in cijfers Geleerd in vorige presentaties Module 4 Inzicht in cijfers Les 3. Begrijp de balans en stuur op kengetallen 1. Winst- en verliesrekening 2. Balans 3. Kasstroomoverzicht 4. Winst en belasting Les 3 Maak

Nadere informatie

De flexibilisering van het B.V. recht

De flexibilisering van het B.V. recht Seminar De flexibilisering van het B.V. recht 6 juni 2012 Dagvoorzitter: Kees Goeman Sprekers: Dirk School Lisan Vermeer Govert Vorstenbosch Sirik Goeman 1 www.bgadvocaten.nl Bogaerts & Groenen advocaten

Nadere informatie

Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43

Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43 Management en Organisatie VWO 6 Hst 31, 37 t/m 43 25 januari 2011 proeftoets 100 minuten Opgave 1 Handelsonderneming Astan bv heeft gegevens verzameld. Deze gegevens zijn nodig voor het opstellen van de

Nadere informatie

Juridische aspecten van de stichting administratiekantoor (STAK).

Juridische aspecten van de stichting administratiekantoor (STAK). Juridische aspecten van de stichting administratiekantoor (STAK). mr. dr. R.W.F. Hendriks, Willem II stadion te Tilburg 20 juni 2012 De STAK Certificering van aandelen is een in Nederland veel voorkomende

Nadere informatie

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12

2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12 Financiering niveau 5 Correctiemodel voorbeeldexamen 2015 Nederlandse Associatie voor Examinering Financiering niveau 5 1 / 12 Vraag 1 Toetsterm 6.4 - Beheersingsniveau: K - Aantal punten: 1 Voor welke

Nadere informatie