Taalachterstand onder jongeren in Utrecht. Een onderzoek naar de stand van zaken

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Taalachterstand onder jongeren in Utrecht. Een onderzoek naar de stand van zaken"

Transcriptie

1 Taalachterstand onder jongeren in Utrecht Een onderzoek naar de stand van zaken Juli 2014

2 Inhoudsopgave Voorwoord... 4 Inleiding Onderzoeksopzet. 6 Aanleiding.. Doelstelling. Methode.. Eindresultaat Jongeren en taalachterstand 11 Taalachterstand. Taalachterstand: een definitie... Taalachterstand: taal als kapitaal. Ontstaan van een taalachterstand... Starten met een taalachterstand... Taalachterstand onder jongeren. Jongeren en taalachterstand: een beeld. Hoe ziet een taalachterstand er uit? Gevolgen van taalachterstand bij jongeren. Taalachterstand onder jongeren: waar eindigt het?

3 3. Stakeholders: wie doet wat met taal en jongeren in Utrecht? 23 Wie doet wat met taal en jongeren in Utrecht?.. Organisaties die zich met behulp van vrijwillige inzet richten op jongeren en taal... Andere non-profit organisaties.. Huiswerkinstituten en bijlesgevers Welzijn en jongerenwerk Taal in het onderwijs. De Utrechtse onderwijsagenda Het Utrechts Taalcurriculum.. Taal in de onderwijsloopbaan Actueel: invoering passend onderwijs Aanbod voor jongeren met een taalachterstand in Utrecht: wat valt op? Oplossingen: vier thema s ter inspiratie 34 Thema 1: Bewustzijn en samenwerking Thema 2: Aandacht voor adolescenten. Thema 3: Ouders betrekken..... Thema 4: Lezen stimuleren Conclusies en aanbevelingen.. 44 Taalachterstand aanpakken is cruciaal. Aanbevelingen Tot besluit Bronnen

4 Voorwoord Taal is niet moeilijk. Althans, dat zei mijn vader altijd, wanneer we op vakantie waren in het buitenland of wanneer iemand een taalgrapje maakte. Thuis was altijd taal: kranten op tafel, boeken met Sinterklaas en Suske en Wiskes voor elke gewisselde kies of tand. Zelf spaar ik mooie woorden en schrijf ik regelmatig en met plezier over de dingen die ik meemaak. Terwijl taal voor mij dus iets is waar ik veel plezier uit haal, weet ik dat taal is niet moeilijk niet voor iedereen geldt. Om die reden was ik enthousiast om voor Taal doet meer aan de slag te gaan als trainee om taalachterstand onder jongeren in Utrecht te onderzoeken: wat betekent het als taal niet vanzelfsprekend is? Voor u ligt nu het verslag van dit onderzoek naar taalachterstand onder jongeren, dat ik heb uitgevoerd tussen februari en juli In het onderzoek wordt aandacht besteed aan de achtergrond, de oorzaken en de gevolgen van taalachterstand, maar vooral aan de situatie in Utrecht en de mogelijke oplossingen om taalachterstand tegen te gaan. Taal is namelijk voor veel jongeren in Utrecht inderdaad moeilijk, maar door goede samenwerking met alle betrokken kan het (bij-) leren van goed Nederlands voor hen gemakkelijker worden gemaakt en kan taalachterstand onder jongeren worden bestreden. Dat samenwerking belangrijk is heb ik ook zelf ervaren. Ik heb dit onderzoek niet alleen gedaan en ik wil daarom graag de volgende mensen bedanken voor het mee denken, werken en helpen in de afgelopen periode. in de eerste plaats Merlijn van Oortmerssen, zonder wiens begeleiding ik nu niet zo tevreden zou kunnen terugkijken op een mooi resultaat en een heel leerzame tijd als ik dat nu doe. Lineke Maat, voor haar scherpe feedback en inspiratie op het juiste moment. Collega s en trainees bij Taal doet meer die soms een frisse kijk op mijn werk konden geven wanneer dat nodig was. Alle betrokkenen die hebben bijgedragen door middel van interviews en het delen van hun kennis, in het bijzonder de jongeren onder hen. En tot slot mijn vader, voor zijn taal is niet moeilijk, wat mij aan het denken zette en me uiteindelijk tot dit traineeship heeft gebracht. Ik heb in korte tijd veel geleerd, mensen ontmoet en interessante gesprekken gevoerd. Daarvoor wil ik Taal doet meer hartelijk bedanken. Net zoals ik dit onderzoek niet alleen kon doen, kan Taal doet meer niet alleen de taalachterstand onder jongeren in Utrecht bestrijden. Ik wens de lezers van dit rapport veel plezier tijdens het lezen, maar vooral ook de inspiratie om mee te denken wat, op welke manier en hoe u zelf wellicht zou kunnen bijdragen aan het aanpakken van taalachterstand in Utrecht. Gemma de Wit, Utrecht, juli

5 Inleiding Taal verbindt mensen Wij verbinden mensen met taal Want taal doet meer dan schrijven, spreken, lezen Het is de sleutel naar een nieuwe toekomst! (www.taaldoetmeer.nl) Taal is onmisbaar om mee te doen in de samenleving. Zeker voor jongeren, die op hun leeftijd keuzes maken die de rest van hun leven mede kunnen bepalen, is een goede basis voor de toekomst belangrijk. Voor jongeren met een taalachterstand betekent het dan ook dat investeren in hun taalontwikkeling essentieel is. Andersom heeft ook de samenleving als geheel baat bij jongeren die de taal goed beheersen en zich daardoor goed kunnen ontwikkelen. Taal doet meer wil daarom meer aandacht voor taalachterstand onder jongeren Utrecht. De eerste stap hierin was het verzamelen van meer kennis over het onderwerp, wat heeft geresulteerd in dit onderzoek. De aftrap werd gegeven tijdens een Denktank in februari. Bij deze Denktank waren deelnemers aanwezig die vanuit diverse invalshoeken te maken hebben met jongeren met een taalachterstand. Hun ervaringen gaven een beeld van de problemen die een taalachterstand met zich meebrengt. Maar daarnaast leidde de Denktank ook tot een viertal thema s waar de aanpak van taalachterstand zich op zou kunnen richten. Het verzamelen van kennis alleen is nog niet voldoende om taalachterstand op de kaart te zetten. De volgende stap is dus het delen van deze kennis met alle partijen in Utrecht die betrokken zijn bij jongeren met een taalachterstand. Taal doet meer doet dit tijdens het Taal doet meer College in juli 2014, waarbij de uitkomsten van dit onderzoek worden gedeeld, maar nog belangrijker: de aanwezigen worden uitgenodigd om na te gaan wat hun bijdrage kan zijn aan het tegengaan van taalachterstanden. Wanneer dit onderzoek is afgerond vormt het zo eigenlijk pas het begin: de aanleiding om samen taalachterstand onder jongeren in Utrecht aan te pakken. Dit rapport dient dan als een overzicht van de stand van zaken en als basis om met elkaar in gesprek te gaan. De opzet van het onderzoek is als volgt. Als eerste wordt de aanleiding van dit onderzoek toegelicht, gevolgd door de onderzoeksopzet en de gevolgde methode. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de oorzaken en de gevolgen die een taalachterstand heeft voor jongeren. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van de partijen in Utrecht die betrokken zijn bij de aanpak van taalachterstand onder jongeren in Utrecht. In hoofdstuk 4 worden vier thema s besproken ter inspiratie om taalachterstanden tegen te gaan en hoofdstuk 5 sluit af met conclusies van het onderzoek en aanbevelingen voor de aanpak van taalachterstand. 5

6 1. Onderzoeksopzet Aanleiding Taal doet meer werkt samen met 350 vrijwilligers om meer dan 600 cursisten op een laagdrempelige manier te ondersteunen bij het leren van het Nederlands. Mannen, vrouwen, in groepsverband en op maat, allemaal vanuit het idee dat taal nodig is voor een goed bestaan. Bij de oprichting van Taal doet meer in 1985, toen nog als ISKB, was het doel het organiseren van een laagdrempelige en duurzame ontmoeting tussen Nederlandse Utrechters en Utrechters die van oorsprong niet Nederlands zijn om elkaar beter te leren kennen. Taal is daarbij onmisbaar. Taal is geen technisch instrument, maar een middel om mee te doen in de samenleving: om vriendschappen te sluiten, om een baan te vinden, met de leerkracht van je kinderen te praten, met een computer te werken of je huiswerk te maken (Taal doet meer, jaarbeeld 2013). Met taal maken mensen contact en als nieuwe inwoner van een stad of land heb je de taal nodig om je weg en je plek te vinden. De meeste cursisten van Taal doet meer zijn volwassenen die oorspronkelijk niet uit Nederland komen en voor wie Nederlands de tweede taal is. Maar ook voor mensen die al wel in Nederland wonen en (deels) met het Nederlands opgroeien, is taal belangrijk: kinderen en jongeren hebben taal nodig om zich te kunnen ontwikkelen. Wanneer taal echter een belemmering vormt kunnen er problemen ontstaan. Om die reden richt Taal doet meer zich sinds enkele jaren ook op een jongere doelgroep, met een aantal projecten specifiek gericht op taal en jongeren in Utrecht. School s cool Het mentorproject School s Cool koppelt leerlingen van groep acht die graag willen leren maar daarvoor niet in ideale omstandigheden leven, voor een periode van anderhalf jaar aan een vrijwillige mentor. Deze leerlingen krijgen zo extra steun bij de overgang naar het voortgezet onderwijs: de mentoren gaan wekelijks bij de leerlingen op bezoek en begeleiden hen met het ontwikkelen van studievaardigheden, het maken van huiswerk, maar ook op individueel en sociaal vlak door te luisteren, inspireren of hen mee op pad te nemen. Het doel is om deze leerlingen vanaf de start van de middelbare school een stevige basis te geven, zowel wat betreft schoolprestaties als op persoonlijk vlak. Op basis van het succes van School s cool in Amsterdam is Taal doet meer in het voorjaar van 2008 volgens dezelfde formule gestart met een project in Utrecht, met daarbij bovendien bijzondere aandacht voor de taalvaardigheid van de leerlingen. Inmiddels zijn er meerdere mentorkoppels verspreid over de hele stad. Huiswerkhulp Utrecht Sinds 2013 is Taal doet meer met een nieuw project gestart: Huiswerkhulp Utrecht, laagdrempelige en betaalbare huiswerkhulp voor middelbare scholieren, die wordt georganiseerd en begeleid door jongeren. Leerlingen kunnen twee middagen per week in een rustige omgeving huiswerk maken, waarbij ze vragen kunnen stellen aan de vrijwillige huiswerkcoaches. Deze helpen hen met de vakken waar ze aan willen werken, maar ook met het ontwikkelen van belangrijke studievaardigheden zoals het maken van een goede planning. Daarnaast is er in de huiswerkklas ook extra aandacht voor taal. Taalbegrip blijkt voor veel leerlingen een belemmerende factor om hun huiswerk te snappen en te kunnen maken. Leerlingen hebben niet alleen moeite met taal bij Nederlands, maar taal komt terug in alle vakken. Door hier extra aandacht aan te besteden wordt taal als extra belemmering verkleind en kunnen leerlingen zich meer op het schoolwerk zelf richten. Na de vestiging in Kanaleneiland zal later dit jaar een derde klas in Zuilen volgen. 6

7 Jongeren en taal Zowel School s cool als Huiswerkhulp Utrecht houden zich bezig met de ontwikkeling van jongeren op een heel breed vlak. Veel van wat jongeren tegenkomen in de eerste jaren van het voortgezet onderwijs heeft een plek in de projecten: schoolprestaties, persoonlijke en sociale ontwikkeling, het leren leren en het maken van keuzes. Taal is een belangrijk ontwikkelpunt voor veel van de leerlingen waar School s cool en Huiswerkhulp Utrecht; bij een groot aantal van hen is er zelfs sprake van een taalachterstand. De achtergrond van deze jongeren verschilt; sommige van hen zijn nog niet lang in Nederland, andere zijn er geboren of in elk geval getogen. In veel gevallen beheersen de ouders de Nederlandse taal onvoldoende en is het thuis niet de eerste taal. Het gevolg is dat jongeren het Nederlands onvoldoende beheersen op het niveau dat door het onderwijs en de maatschappij van hen wordt verwacht. Zowel de jongeren zelf als de vrijwilligers die hen begeleiden ervaren taalachterstand als een belemmering. Taal is in de eerste plaats belangrijk om op school goed mee te komen. Maar ook naast school en daarna, als leerlingen gaan solliciteren voor een stage of een (bij-)baan is een goede taalbeheersing belangrijk. Tot slot is ook op sociaal en persoonlijk vlak taal een belangrijk middel om uit te drukken hoe je je voelt, wie je bent en hoe je je presenteert naar de wereld. In alle projecten van Taal doet meer wordt het belang benadrukt van het beheersen van de taal om maatschappelijk mee te kunnen doen. Maar Taal doet meer heeft voornamelijk ervaring met volwassenen en minder met jongeren. Een korte zoektocht naar informatie en mogelijkheden voor deze doelgroep om hun taalvaardigheid te verbeteren leek er echter op te wijzen dat het aanbod voor jongeren in Utrecht beperkt en versnipperd is. Dit leidde tot de behoefte aan meer kennis en expertise op het gebied van taalachterstand en jongeren. Doelstelling Taalachterstand vormt landelijk een probleem voor 14,3 % van de Nederlandse 15-jarigen (www.lezenenschrijven.nl). Utrecht is een stad met relatief veel jongeren, waarvan circa één derde van allochtone afkomst is. Tegelijkertijd is het aanbod gericht op taal en jongeren in Utrecht relatief beperkt. Taal doet meer wil daarom nu jongeren en taalachterstand op de kaart zetten. Taal doet meer streeft er daarnaast naar Utrechters te mobiliseren zich als vrijwilliger in te zetten om taalvaardigheid van inwoners van Utrecht te vergroten. Dit leidt tot de volgende vraag: Wat is de stand van zaken wat betreft taalachterstand onder jongeren in Utrecht en wat zijn de mogelijkheden om dit door middel van vrijwillige inzet aan te pakken? Een eerste stap richting het beantwoorden van deze vraag is het vergroten van kennis over het onderwerp en vervolgens ook het delen van deze kennis met alle belanghebbenden. Om te zorgen dat taalachterstand van jongeren afneemt en zij zich zo goed mogelijk kunnen ontwikkelen, moet er eveneens iets veranderen. Naast het verzamelen van kennis is het daarom belangrijk dat er op basis hiervan actie wordt ondernomen om taalachterstand tegen te gaan. Taal doet meer wil daarom expert en aanjager worden in Utrecht op het gebied van het terugdringen van taalachterstand bij jongeren door middel van vrijwillige inzet. 7

8 De volgende doelen zijn opgesteld om richting te geven aan het onderzoek: Kennis vergroten 1. Wat is er: De stand van zaken beschrijven wat betreft taalachterstand bij jongeren in Utrecht. Wat is het probleem, wat zijn oorzaken en gevolgen? Welke doelgroepen verdienen aandacht? Wat werkt: wat zijn succesfactoren en knelpunten? Resultaat: een overzicht met de stand van zaken, best practices en een aantal focusgebieden om de aanpak van taalachterstand onder jongeren in Utrecht door middel van vrijwillige inzet op te richten. 2. Wie doet wat: Inventariseren welke partijen betrokken zijn bij het tegengaan van taalachterstand onder jongeren in Utrecht. Welke organisaties werken (met vrijwilligers) met taal en jongeren in Utrecht? Welke doelgroepen worden bereikt en welke niet? Wat wordt er gedaan en waar zijn (nog) hiaten? Resultaat: overzicht van betrokken partijen en aanwezige initiatieven om taalachterstand bij jongeren in Utrecht tegen te gaan. Aanjager zijn 3. Dit is er: Aandacht vragen voor taalachterstand en bijbehorende problemen. Tijdens een Taal doet meer College in juli 2014 met taalachterstand onder jongeren als thema, wordt het onderzoek met daarin de stand van zaken gepresenteerd en het probleem onder de aandacht gebracht bij partners en partijen in Utrecht. Op basis hiervan willen we samen op zoek gaan naar mogelijke oplossingen. Resultaat: kennis bij betrokken partijen over de achtergrond, oorzaken en gevolgen van taalachterstand, bewustzijn en erkenning van het probleem dat taalachterstand vormt en inzicht in de mogelijkheden hier met vrijwillige inzet iets aan te doen. 4. Dit moet er gebeuren: Aanbevelingen doen wat Taal doet en samenwerkingspartners in Utrecht kunnen doen om het probleem tegen te gaan. Dit geldt zowel voor eigen, bestaande projecten als voor nieuwe projecten van Taal doet meer en in samenwerking met andere organisaties. o Wat is er nodig om taalachterstand onder jongeren in Utrecht tegen te gaan? o Wat werkt? o Wie doet wat? Resultaat: taalachterstand tegengaan op de agenda zetten en het formuleren van acties om taalachterstand te bestrijden, zowel op de korte als de lange termijn, zowel door Taal doet meer zelf als samenwerkingspartners. 8

9 Methode Dit onderzoek beoogt een overzicht te geven van de stand van zaken wat betreft taalachterstand onder jongeren in Utrecht op basis van een combinatie van literatuur- en praktijkonderzoek. De start van dit onderzoek werd gevormd door een Denktank in februari 2014, waar vrijwilligers en experts van Taal doet meer, leden van partnerorganisaties en professionals uit het onderwijs en de hulpverlening samen kwamen om tot meer kennis en verdieping te komen op het gebied van taalachterstand onder jongeren. De denktank vormde een inventarisatie van ideeën over problemen en oplossingen rondom taalachterstand. Er werd gesproken over de invloed op andere schoolvakken, motivatie om te lezen en te leren, talent en toekomstperspectief en mogelijke bijdragen die met de inzet van vrijwilligers kunnen worden geleverd aan het tegengaan van taalachterstand. Op basis hier van ontstonden de vier thema s die verderop in dit onderzoek centraal staan: bewustzijn van taalachterstand, aandacht voor adolescenten, de rol van ouders en tijd en aandacht voor lezen. Voor een beschrijving van de oorzaken, gevolgen en feiten wat betreft taalachterstand is gebruik gemaakt van literatuur, recent onderzoek, bestaande kennis van partners en berichtgeving uit de actualiteit. Input vanuit de praktijk werd vervolgens gebruikt om deze algemene schets nader toe te lichten voor de situatie in Utrecht. Er zijn interviews gehouden met betrokkenen bij jongeren met een taalachterstand in Utrecht: vrijwilligers, docenten, partnerorganisaties en jongeren zelf. Begrippen: In dit onderzoek worden een aantal begrippen met regelmaat gebruikt. Aan de hand van de vraagstelling, wat is de stand van zaken wat betreft taalachterstand onder jongeren in Utrecht en wat zijn de mogelijkheden om dit door middel van vrijwillige inzet aan te pakken, volgt een toelichting op de meest gebruikte begrippen: o o o Jongeren: dit onderzoek kijkt naar jongeren in de leeftijd tussen de 10 en de 20 jaar. Enerzijds is dit een categorie die wordt gemarkeerd door een absolute begin- en een eindleeftijd, anderzijds wordt de groep vooral gedefinieerd door de fase waarin ze zich bevinden. Op deze leeftijd leggen jongeren de basis voor hun toekomst. Tijdens deze periode maken jongeren een aantal belangrijke overgangsfasen mee: van de basisschool naar het voortgezet onderwijs, van het voortgezet onderwijs naar een vervolgopleiding en van een studerend naar een werkend leven. Jongeren leren veel tijdens deze jaren en komen te staan voor het maken van keuzes. Ze worden ze zelfstandig en volwassen, en tegelijkertijd hebben ze ook nog regelmatig ondersteuning nodig. De termen jongeren en adolescenten worden in dit onderzoek door elkaar gebruikt om deze leeftijdscategorie aan te duiden. Wanneer het gaat over kinderen worden hiermee kinderen tot 10 jaar bedoeld. Vanaf 18 jaar is iemand in principe volwassen, maar in dit onderzoek is de leeftijd van de doelgroep opgerekt tot 20 jaar omdat rond het 18 e levensjaar jongeren vaak ook nog in ontwikkeling zijn. Utrecht: In dit onderzoek wordt gekeken naar de gemeente Utrecht, met de verschillende wijken en alle partijen die daarin actief bezig zijn met taal en jongeren. Taal: Taal is het middel waarmee mensen communiceren met de wereld om zich heen en waarmee men gedachten en gevoelens kan uiten en ordenen (Damhuis & Litjens, 2003). De definitie van de Onderwijsinspectie van taal met betrekking tot het onderwijs is 9

10 tekstbegrip, woordenschat, luistervaardigheid, technisch lezen, grammatica, spelling, spreekvaardigheid, schrijven en informatieverwerking (www.onderwijsinspectie.nl). o o o Taalvaardigheid: het vermogen om gesproken en geschreven taal te begrijpen en om zelf te luisteren, spreken en schrijven. Geletterdheid: het beschikken over lees- en schrijfvaardigheden die nodig zijn om te functioneren thuis, op het werk of in de maatschappij. Laaggeletterdheid houdt in dat iemand onvoldoende over deze vaardigheden beschikt en daardoor problemen ondervindt in het functioneren. Taalachterstand: er is sprake van een taalachterstand als iemand het Nederlands onvoldoende beheerst op het niveau dat verwacht wordt vergeleken met de leeftijdsgroep of het onderwijsniveau. Een taalachterstand kan er toe leiden dat iemand minder kan presteren in het onderwijs en daar buiten en heeft zodoende ook invloed op iemands ontwikkelingskansen. Eindresultaat Het eindresultaat van dit onderzoek is een duidelijk beeld van de stand van zaken wat betreft taalachterstand onder jongeren en handvaten voor actie in de praktijk, gericht op vrijwillige inzet: Er is actuele kennis verzameld over de huidige stand van zaken wat betreft taalachterstand onder jongeren in Utrecht en welke organisaties daar bij betrokken zijn. Er is extra expertise binnen Taal doet meer op het onderwerp taal en jongeren. Deze expertise is gedeeld met de samenwerkingspartners tijdens het Taal doet meer College in juli Er is een vergroot bewustzijn bij Taal doet meer en partners in Utrecht van het probleem dat taalachterstand onder jongeren is. Er zijn handvaten voor oplossingen van taalachterstand in de praktijk. Er is een aanzet gegeven om actie te ondernemen door middel van samenwerking met andere organisaties, zowel voor de korte als de lange termijn in bestaande en nieuwe projecten. 10

11 2. Jongeren en taalachterstand Taalachterstand Taalachterstand: een definitie Wanneer het gaat over een onvoldoende of beperkte taalontwikkeling, zijn er twee termen die regelmatig gebruikt worden. Laaggeletterdheid is een begrip dat vaak wordt gebruikt om een groep volwassenen aan te duiden die over onvoldoende lees- en schrijfvaardigheden beschikken om te functioneren thuis, op het werk of in de maatschappij (www.lezenenschrijven.nl). Dit houdt in dat iemand onvoldoende in staat is dagelijkse taal te lezen of begrijpen -zoals verkeersborden, formulieren en post- en daarmee om te functioneren zoals het merendeel van de mensen in de maatschappij. Bovendien zijn de eisen die in de maatschappij worden gesteld aan met name leesvaardigheid tegenwoordig hoog, wat om een hoog niveau van geletterdheid vraagt om mee te kunnen doen. Laaggeletterdheid is meestal een gevolg van verschillende factoren: kenmerken van de thuissituatie, het onderwijssysteem en individuele problemen. Van alle inwoners van Nederland tussen de 16 en de 74 jaar is 13% laaggeletterd (Gijsberts, 2005). Hierbij gaat het om circa één miljoen autochtonen en een half miljoen allochtonen (Houtkoop, 2001). Een deel van deze volwassenen is niet of nauwelijks naar school geweest dit zijn meer allochtonen dan autochtonen-, en een deel van deze volwassenen is wel naar school geweest maar heeft onvoldoende leren omgaan met schriftelijke taal (Lezen en Schrijven, 2014). Behalve volwassenen, zijn er ook kinderen die moeite hebben met taalvaardigheden. Het begrip taalachterstand wordt vaker in de context van kinderen en jongeren gebruikt. Jongeren zijn, zeker in de periode dat zij naar school gaan, nog volop in ontwikkeling en daarbij hoort ook de ontwikkeling van hun taalniveau. Het begrip taalachterstand omvat dan ook twee belangrijke elementen: o een ontwikkeling: het begrip achterstand wijst er op dat er sprake is van groei - iemand leert en ontwikkelt en heeft hierin een bepaald tempo, dat in dit geval onvoldoende is; o een vergelijking: deze ontwikkeling wordt vergeleken met het gemiddelde van een normgroep of bepaald niveau. De normgroep die vaak wordt gebruikt om taalachterstand te meten is de leeftijdsgroep: wie te ver onder het gemiddelde niveau zit vergeleken met leeftijdsgenoten, heeft een achterstand. Daarnaast wordt in het onderwijs gemeten met een absolute maatstaf: de taalvaardigheid waarover leerlingen minimaal moeten beschikken om op school te kunnen leren. Per leerjaar zijn drempelniveaus vastgesteld. Leerlingen die onder deze drempel vallen hebben een taalachterstand: ze halen niet het niveau dat ze zouden moeten halen om goed mee te kunnen komen op school. Als een jongere de achterstand niet inhaalt en blijvend een te laag taalniveau houdt kan het er toe leiden dat iemand in zijn volwassen leven laaggeletterd blijft. Uitgedrukt in cijfers loopt 13% van de kinderen in Nederland het risico om laaggeletterd te worden (Lezen en Schrijven, 2014). 11

12 Taalachterstand: taal als kapitaal Kortweg houdt taalachterstand in dat iemand een ander, lager taalniveau heeft dan gemiddeld. Dat op zich is geen probleem: als men zou kunnen functioneren met het taalniveau dat hij of zij heeft, is er immers niets aan de hand. Het probleem is wat een beperkt ontwikkelde geletterdheid met zich meebrengt. Geletterdheid is een factor die mede van invloed is op sociaal economische status: de plaats op de maatschappelijke ladder die wordt bepaald door onder andere onderwijsniveau, werk en inkomen. Iemands sociaal economische status kan vervolgens maatschappelijk succes en de beleving van persoonlijk geluk bepalen (Lezen en Schrijven, 2014). Het uitgangspunt hierbij is dat kapitaal bepalend is voor maatschappelijk succes (Ultee, Arts & Flap, 2003). Kapitaal kan worden omschreven als de hulpbronnen die iemand heeft. Er zijn verschillende soorten kapitaal: economisch kapitaal (geld en bezit), sociaal kapitaal (relaties en netwerken) en cultureel kapitaal (kennis, vaardigheden en opleiding). Deze drie vormen van kapitaal geven mensen een bepaalde positie binnen de samenleving. Een hulpbron die steeds belangrijker is geworden is cultureel kapitaal: het geheel van kennis, cognitieve vaardigheden en opleiding dat iemand heeft weten te vergaren, voornamelijk door middel van het volgen van onderwijs. Met de rol die opleidingsniveau tegenwoordig speelt om een goede baan te vinden is presteren op school steeds belangrijker geworden. Wie beter presteert op school kan een hogere vervolgopleiding volgen en daardoor uiteindelijk in beter betaalde functies terechtkomen. Om die reden wordt cultureel kapitaal ook wel aangeduid als onderwijskapitaal: de opbrengst van de schoolperiode, die geldt als startbewijs voor maatschappelijk functioneren. Schoolsucces is dus een belangrijke voorwaarde voor maatschappelijk succes. Taalvaardigheid is echter een grote voorspeller van dit schoolsucces. Het onderwijs veronderstelt vanaf de start een bepaalde taalvaardigheid bij leerlingen, waarop de aangeboden lesstof is aangepast. Wanneer een leerling dit niveau echter niet heeft vormt de taal een belemmering bij het begrijpen van de lesstof (van Beek & Verhallen, 2004). Wie onvoldoende vaardig is in de taal kan op school niet optimaal leren: een leerling met taalachterstand loopt op deze manier ook een onderwijsachterstand op en verzamelt dus minder schoolkapitaal dan andere leerlingen. Deze achterstand in kapitaal is cumulatief, en zo loopt een leerling uiteindelijk het risico om blijvend in een achterstandspositie terecht te komen. Zodoende heeft een taalachterstand op jonge leeftijd zowel directe als indirecte gevolgen. Een direct gevolg van taalachterstand is dat de kans bestaat dat iemand op latere leeftijd laaggeletterd blijft. Hierbij is het voornaamste probleem dat iemand de taal onvoldoende beheerst om talige informatie in de wereld te kunnen begrijpen en daardoor minder goed functioneert. Maar de indirecte gevolgen van taalachterstand zijn veel uitgebreider. Taalachterstand kan betekenen dat op een veel breder niveau het functioneren en presteren belemmerd wordt: via het onderwijs bepaalt het taalniveau mede het schoolsucces en daarmee iemands positie in de maatschappij. Een achterstand in taal kan uiteindelijk leiden tot een achterstand op meerdere gebieden. Hoewel taal niet de enige factor is die van invloed is op iemands uiteindelijke maatschappelijke positie, is het wel een factor die al heel vroeg van invloed is. 12

13 Om duidelijk te maken dat taalachterstand breder is dan een beperkt taalbegrip en het probleem juist te maken heeft met de gevolgen van een taalachterstand, is er voor gekozen om taalachterstand onder jongeren als volgt te definiëren: Er is sprake van taalachterstand als een jongere het Nederlands onvoldoende beheerst op het niveau dat verwacht wordt vergeleken met de leeftijdsgroep of het onderwijsniveau. Hierdoor kan een jongere onvoldoende presteren binnen het onderwijs, met als gevolg een belemmering bij het verzamelen van voldoende kennis en kunde. Taalachterstand is zo ook van invloed op iemands ontwikkelingskansen. Ontstaan van een taalachterstand Jongeren met een taalachterstand hebben niet het niveau van taalvaardigheid dat van hen wordt verwacht vergeleken met leeftijdsgenoten en met de norm op het onderwijsniveau dat ze volgen. Een taalachterstand kan verschillende oorzaken hebben. Een deel van de oorzaken van een taalachterstand vindt zijn oorsprong in een verstoorde ontwikkeling of een beperking van het kind. Zo kan de taalontwikkeling worden belemmerd als gevolg van een gelimiteerde intelligentie, een fysieke beperking zoals problemen met het gehoor, een stoornis in de taalontwikkeling zelf of waarbij een taalstoornis het gevolg is van een andere ontwikkelingsstoornis (www.onderwijsinspectie.nl). Bij een groot deel van de kinderen dat een taalachterstand heeft is echter sprake van een redelijke gezonde ontwikkeling. Desondanks ontwikkelen zij een achterstand in taal. Het is deze vorm van taalachterstand waar dit onderzoek zich op richt en ook hier is sprake van meerdere factoren. Thuistaal en schooltaal Taalachterstand is relatief: er is pas een taalachterstand als de taal die iemand beheerst niet voldoet aan wat er door de omgeving wordt verwacht. Kinderen groeien de eerste jaren van hun leven op in een omgeving waarin de taal die ze leren en toepassen past bij de context waarin ze leven, een zogenaamde thuistaal. Dit betekent dat kinderen uit verschillende achtergronden thuis een verschillende variant van het standaard Nederlands gebruiken of soms zelfs helemaal geen Nederlands spreken, maar in de eigen context voldoet deze taalvorm uitstekend. Pas vanaf het moment dat kinderen in een omgeving komen waarin een andere taal of taalgebruik dominant is, valt het verschil met de thuistaal op. In veel gevallen is dit het moment waarop kinderen naar school gaan: vergeleken met het gemiddelde van hun leeftijdsgroep en het startniveau van het onderwijs valt op dat hun taalbeheersing van het Nederlands anders is. Op school worden leerlingen geconfronteerd met heel veel talige input. In de eerste plaats is dit het gebruik van het Nederlands in de vorm die wordt geaccepteerd als de standaardtaal in de maatschappij. Er wordt een minimum woordenschat en taalbegrip van leerlingen verwacht die gemiddeld is voor een moedertaalspreker van het Nederlands. Maar onder schooltaal valt ook het gebruik van het Nederlands: hoe men de taal gebruikt om met elkaar te communiceren, instructie te geven, zich uit te drukken, vragen te beantwoorden et cetera. Over het verschil tussen schooltaal en thuistaal, merkt een middelbare scholier op: de meeste woorden ken ik wel, maar ik moet lang nadenken, want ik gebruik ze in het dagelijks leven nauwelijks. Die woorden leer je op school en gebruik je op school. De taalvariant die in het onderwijs wordt gehanteerd vertoont meer overeenkomsten met de thuistaal van sommige leerlingen dan van andere. De mate waarin iemands taalbeheersing afwijkt van de taal zoals gebruikt op school, bepaalt zodoende de ernst van de taalachterstand. 13

14 Redenen waarom de thuistaal niet overeenkomt met de schooltaal, en die dus ten grondslag liggen aan de taalachterstand, zijn onder andere: o Blootstelling: om de Nederlandse taal te leren heeft een kind de gelegenheid nodig om in contact te komen met de taal. De ontwikkeling van taal is een belangrijk deel van de algemene ontwikkeling van een kind, en beleeft een piek tijdens de kritische periode. Dit is de fase in de ontwikkeling waarin kinderen het meest ontvankelijk zijn voor het leren van een taal. De ontwikkeling gaat natuurlijk en kinderen leren een taal gemakkelijk en snel: dit wordt hun eerste taal. Kenmerkend voor het leren van deze eerste taal is dat alle kennis onbewust is en de toepassing impliciet plaatsvindt. Na deze periode wordt het opdoen van een nieuwe taal steeds lastiger en moet men steeds meer bewust en expliciet de regels en kenmerken van de nieuwe taal leren (Sijs, van der, N., Stroop, J., & Weerman, F., 2009). Maar naast deze biologische factor is er een belangrijke rol weggelegd voor omgevingsfactoren: wat een kind leert is afhankelijk van stimuli die het vanuit de omgeving krijgt. Dit betekent dat als kinderen niet voldoende gestimuleerd worden met talige interactie er een achterstand in hun taalontwikkeling kan ontstaan. Deze kennis over taalontwikkeling is van belang voor kinderen die meertalig opgroeien, zoals het geval is voor veel kinderen in Nederland met ouders die van oorsprong ergens anders vandaan komen. Meertalig opgroeien hoeft geen belemmering te zijn in de ontwikkeling van de taal: het kan zowel een beschermende factor als een risicofactor zijn. Als ouders beide talen gelijkmatig en op een hoog niveau gebruiken kunnen opgroeiende kinderen beide talen machtig worden en zelfs andere talen eenvoudiger leren. Maar als het taalniveau bij één van de talen of beide talen lager is, kan het resultaat zijn dat beide talen niet goed worden aangeleerd. Kinderen die opgroeien met ouders die weinig of geen Nederlands spreken of het niet gebruiken in de thuissituatie, komen minder in aanraking met het Nederlands. Dit geldt vooral voor Turkse en Marokkaanse kinderen van wie de ouders vaak de eerste generatie migranten vormen (Gijsberts & Dagevos, 2005). Zij spreken vaak beperkt Nederlands of gebruiken thuis helemaal geen Nederlands met de kinderen. Dit betekent dat kinderen weinig tot geen blootstelling hebben aan het Nederlands en het zodoende vaak niet ontwikkelen als eerste taal. Behalve de plek die het gebruik van de Nederlandse taal inneemt in de thuissituatie, stelt onderzoek dat contact met de autochtone Nederlandse bevolking een rol speelt: wanneer hier meer contact mee is verbetert de taalbeheersing (Gijsberts & Dagevos, 2005). Wanneer men echter meer op de eigen familie of groep gericht is, zoals sommige migrantengroepen, is het minder noodzakelijk om goed Nederlands te leren. Pas vanaf het moment dat kinderen uit meertalige gezinnen waarin Nederlands niet de moedertaal is vaker buitenshuis komen, in veel gevallen dus vanaf de schoolleeftijd, komen zij meer in contact met het Nederlands. Nederlands zoals het als school- en omgangstaal wordt gebruikt, geldt voor hen dan in feite als het leren van een tweede taal (van Buuren & Lucassen, 2010). o Geletterdheid: de wijze waarop thuis taal wordt gebruikt door de leden van het gezin en waar een kind in de opvoeding mee te maken krijgt zijn bepalend voor het ontwikkelen van taalbegrip. Waar taalontwikkeling een natuurlijk proces is dat ieder kind doorloopt, is de ontwikkeling van geletterdheid juist kunstmatig (van Buuren & Lucassen, 2010). Geletterdheid gaat om het verwerken van taal in de vorm van symbolen letters- en de vaardigheden deze te begrijpen 14

15 lezen en schrijven. Voor deze ontwikkeling is blootstelling alleen niet voldoende, maar is ook expliciete instructie nodig. Het meest voor de hand liggende voorbeeld van expliciete instructie is het lees- en schrijfonderwijs. Voor kinderen naar school gaan, waar de formele geletterdheid in de vorm van leren lezen en schrijven begint, maken ze echter een periode door van ontluikende geletterdheid: de fase waarin kinderen in contact komen met geschreven taal (Teale & Sulzby, 1986). Tijdens deze fase leren kinderen de meeste vaardigheden op een informele manier. Hieronder vallen activiteiten als (voor-)lezen, maar ook samen praten, schrijven of spelletjes doen. Door deze dagelijkse ervaringen krijgen kinderen een idee van wat taal en lezen is en wat het nut is van geschreven taal. De invloed van vroege activiteit met taal op de taalontwikkeling van kinderen is zichtbaar in de omvang van de woordenschat, nieuwsgierigheid naar woorden, taalinzichten, kennis van zinsstructuren en verhaal structuren, inzicht in het belang van leren lezen en vooral ook het plezier in lezen. De ontluikende geletterdheid is een voorloper die het daadwerkelijk leren lezen en schrijven vergemakkelijkt (Loman, 2006). Veel kleuters hebben de functies van geschreven taal al ontdekt wanneer ze de basisschool binnenkomen en het onderwijs is dan ook ingesteld op dit niveau. Maar kinderen uit achterstandssituaties hebben de fase van ontluikende geletterdheid vaak nog niet of slechts beperkt doorlopen. Vaak is het gebruik van taal thuis beperkt; of dit nu in het Nederlands of in de moedertaal van de ouders is: er wordt minder met kinderen gepraat over taal of gespeeld met taal en er wordt bijvoorbeeld minder voorgelezen (Pels, 1991). Ook wijzen enkele onderzoeken op de manier waarop taal wordt gebruikt in het gezin: volwassenen uit de middenklasse passen hun taalgebruik aan op het taalniveau van hun kind en stellen vragen om het taalgebruik te stimuleren ( Waarom eet je je boterham niet op? ). In lagere sociale milieus wordt vaak directiever gecommuniceerd door middel van concrete opdrachten die van het kind geen uitgebreide talige reactie vragen ( Eet je bord eens leeg. ). Kinderen uit de middenklasse in de leeftijd van 3 jaar hebben op deze manier twee keer zo veel taal gehoord als kinderen uit een lagere klasse op dezelfde leeftijd ( CINOP, 2011). Kinderen hebben hierdoor van huis uit veel minder ervaring met geschreven en gesproken taal dan hun leeftijdsgenoten, waardoor de algemene taalontwikkeling achterloopt en ze minder vertrouwd zijn met en voorbereid op de taal die op school wordt gebruikt. o Linguïstisch kapitaal: geletterdheid en taalvaardigheid hebben niet alleen te maken met de taalachtergrond thuis maar hangen ook samen met het taalgebruik van de ouders en het gezin. Er zijn verschillen in taalgebruik die samenhangen met sociaal economische status. Hierbij gaat het om aspecten als woordenschat, maar ook om de complexiteit van de gebruikte taal. Naast sociaal, cultureel en economisch kapitaal is er ook zoiets als linguïstisch kapitaal te onderscheiden, wat kan worden omschreven als de beheersing van de taal van de dominante cultuur. Het beheersen van deze dominante taal is net als andere vormen van kapitaal van invloed op iemands maatschappelijke positie. Het taalgebruik van de hogere sociaal economische klassen is invloedrijk: het is het taalgebruik dat als de norm wordt gezien in het onderwijs en andere maatschappelijke instituties. Taalgebruik in het onderwijs is zodoende over het algemeen beter afgestemd op kinderen uit midden- of hogere milieus. Dit heeft tot gevolg dat leerlingen die niet uit een hoger sociaal economisch milieu komen zich moeten aanpassen aan een andere taalgebruik en op die manier een achterstand hebben. Kinderen van allochtone afkomst komen vaker uit een achtergrond met een lagere sociaal economische status (Van Buuren & Lucassen, 2010), en dit is tevens een reden die vaak wordt gegeven om de taalachterstand te verklaren bij autochtone kinderen die in principe wel met het Nederlands opgroeien. 15

16 Samengevat betekent het dat hoe groter de kloof is tussen de thuistaal en de schooltaal, en hoe minder ervaring een leerling dus heeft met het Nederlands zoals dat op school gebruikt wordt, hoe groter de kans dat een taalachterstand ontstaat. Starten met een taalachterstand Zowel allochtone als autochtone kinderen komen de school binnen met een taalachterstand. De overheid stelt dat ruim 13% van de kinderen in Nederland risico heeft op het ontwikkelen van een taalachterstand. Uit cijfers van het CBS (CBS, 2010) blijkt dat in groep 2 van het basisonderwijs allochtone leerlingen één tot twee jaar achterstand hebben op autochtone leerlingen. Kinderen met een Turkse achtergrond presteren het slechts, gevolgd door Marokkaanse kinderen en daarna door kinderen met een Antilliaanse en Surinaamse achtergrond. Voor een succesvolle schoolloopbaan zijn de belangrijkste onderdelen van de taalontwikkeling technisch lezen, woordenschat en begrijpend lezen. De reden hiervoor is eenvoudig: elk van deze drie onderdelen is een voorwaarde om kennis uit teksten te verwerven. Wanneer kinderen met een taalachterstand starten op de basisschool hebben ze niet zo zeer moeite met technisch lezen: ze kunnen even goed leren om letters te verklanken en te schrijven als andere leerlingen. Kinderen met een taalachterstand hebben vaak echter een beperktere woordenschat en minder kennis van het Nederlands als omgangs- en instructietaal. Het probleem zit met name in het begrijpend lezen en taalbegrip: een voldoende woordenschat is voorwaarde voor voldoende taalvaardigheid (Verhallen, 2003). Woorden en kennis over hun betekenis zijn belangrijk om gedachten en ideeën mondeling en schriftelijk te kunnen overbrengen en begrijpen. Met een te beperkte woordenschat is talige informatie minder toegankelijk. Hierdoor lezen leerlingen met meer moeite, terwijl lezen juist belangrijk is voor de taalontwikkeling. Taalachterstand is dus ook een vicieuze cirkel: wie niet genoeg woorden begrijpt, kan geen boeken lezen die bij het niveau passen en wie niet kan lezen kan zijn woordenschat niet vergroten. Door deze moeite met tekstbegrip volgt dat niet alleen Nederlands - taal, lezen en schrijven - lastig is voor deze leerlingen, maar ook alle andere vakken (van Beek & Verhallen, 2004). Taal wordt immers gebruikt als instructiemiddel. Bovendien zijn lesmethoden afgestemd op een startniveau en een basiswoordenschat waarvan wordt verwacht dat kinderen die tot hun beschikking hebben. Wanneer dit echter niet het geval is sluiten de methoden niet aan bij het niveau van de leerlingen. Hierdoor hebben kinderen met een taalachterstand vanaf de start van het onderwijs ook al gauw een achterstand bij het leren. Door dit besef, en vanuit het idee voorkomen is beter dan genezen, wordt er momenteel veel geïnvesteerd in preventief beleid om alle kinderen bij de start van het primair onderwijs zo veel mogelijk gelijke kansen te geven. Met het VVE-beleid, een landelijk beleid gericht op de vroege en voorschoolse educatie, wordt geprobeerd de achterstand zo snel mogelijk in te lopen. De kinderen die er voor in aanmerking komen lopen een groot risico een taalachterstand te ontwikkelen: ze hebben ouders die de taal niet goed spreken, komen uit een achterstandssituatie of in de ontwikkeling valt al op dat hun taalontwikkeling achterloopt. Vanaf de peuterspeelzaal en de kinderopvang tot en met de eerste twee jaren van de basisschool wordt een programma aangeboden voor twee- tot en met vijfjarigen, waarmee kinderen op een speelse manier hun achterstand kunnen inhalen en daarmee een goede start maken op de basisschool. Programma s als Kaleidoscoop, Piramide en Opstap zijn speciaal voor dit doel ontwikkeld (www.kijkoponderwijs.nl). 16

17 De voor- en vroegschoolse educatie wordt uitgevoerd door de gemeente, waaronder ook in Utrecht. De gemeente streeft er naar dat alle kinderen met een risico op een (taal)achterstand naar de voorschoolse en vroegschoolse educatie gaan. Het doel is om 95% van alle doelgroepkinderen in 2015 te bereiken met het vve-aanbod (www.kijkoponderwijs.nl). Ook van buiten het onderwijs zijn er initiatieven die zich richten op taalontwikkeling in het primair onderwijs. Een voorbeeld is Uitgeverij Zwijsen die streeft naar leesbevordering in alle groepen van het primair onderwijs en het doel heeft gesteld om voorlezen en vrij lezen in het onderwijs te stimuleren. Daarnaast zijn er ook maatschappelijke initiatieven die zich richten op de taalontwikkeling van jonge kinderen, waarvan de Voorlees Express de bekendste is. Deze projecten laten succes zien en kinderen met een aanvankelijke achterstand ontwikkelen met extra tijd en aandacht hun Nederlandse taalvaardigheid snel (van Buuren & Lucassen, 2010). Door aandacht te besteden aan leesondersteuning wordt leren lezen vergemakkelijkt. Hierdoor krijgen kinderen met een aanvankelijke achterstand meer leesplezier, wat leidt tot meer motivatie om te lezen, wat weer zorgt voor een hoger taalniveau. Op deze manier worden negatieve ervaringen met taalontwikkeling vervangen door positieve ervaringen. Maar leeftijdsgenootjes ontwikkelen zich in dezelfde tijd eveneens, waardoor de kinderen met een achterstandspositie ondanks hun eigen ontwikkeling regelmatig toch een relatieve achterstand blijven houden. Taalachterstand is hiermee cumulatief en het gevolg is dat veel leerlingen aan het einde van de basisschool nog altijd een achterstand van circa twee jaar hebben (Inspectie voor Onderwijs, 2004). Omdat taalachterstand ook van invloed is op schoolprestaties betekent dit dat veel kinderen hierdoor eveneens een onderwijsachterstand hebben opgelopen. Het gevolg daarvan is dat kinderen eind groep acht een schooladvies krijgen dat lager is dan het niveau dat ze eigenlijk aan kunnen. Wanneer deze jongeren het basisonderwijs verlaten en naar het voortgezet onderwijs vertrekken, verhuist hun taalachterstand bovendien met ze mee. Een docente zegt hierover: We proberen bij ons op school zo veel mogelijk te doen aan taalontwikkeling. We besteden er regelmatig apart aandacht aan en verwerken taal zo veel mogelijk in de andere vakken. Onze leerlingen maken vorderingen vergeleken met andere scholen en daar zijn we trots op. Maar het werk is nog niet klaar als ze bij ons weg gaan: veel leerlingen hebben nog altijd een achterstand als ze naar het voortgezet onderwijs doorstromen. Wat er dan gebeurt ik heb geen idee Samengevat: circa 15% van de Nederlandse kinderen start in het basisonderwijs met een taalachterstand. Hun woordenschat is onvoldoende ontwikkeld om de op school aangeboden lesstof te begrijpen. Om taalachterstand zo vroeg mogelijk te voorkomen is het beleid preventief en er op gericht om kinderen zo snel mogelijk op een hoger taalniveau te krijgen. Maar kinderen met een achterstandspositie blijven ondanks hun eigen ontwikkeling regelmatig toch een achterstand houden. Taalachterstand is hiermee cumulatief en het gevolg is dat veel leerlingen aan het einde van de basisschool nog altijd een achterstand hebben van circa twee jaar. 17

18 Taalachterstand onder jongeren Taalontwikkeling begint al vroeg en vooral op jonge leeftijd zijn kinderen nog erg beïnvloedbaar. Op het gebied van taal is het zo vroeg mogelijk goed aanleren van een (tweede) taal zelfs cruciaal: hoe jonger het kind, hoe gemakkelijker ze een (tweede) taal leren. Op latere leeftijd wordt het leren van een taal steeds lastiger en zijn ook achterstanden lastiger te repareren (van der Sijs, Stroop & Weerman, 2009). Om die reden is het taalachterstandenbeleid voornamelijk preventief en er op gericht om taalachterstand zo vroeg mogelijk aan te pakken. Desondanks blijven veel kinderen een achterstand houden en lopen ze deze niet in gedurende het basisonderwijs. Dit betekent dat taalachterstand en de bijbehorende gevolgen een probleem blijven voor veel jongeren, ook in de periode na het primair onderwijs. Dit onderzoek richt zich op leeftijdsgroep tussen de 10 en de circa 20 jaar: een fase waarin jongeren de basis leggen voor hun toekomstige bestaan door het volgen van een opleiding en het maken van keuzes voor een beroep. Hierdoor is het een leeftijdsfase die bepalend is voor het vervolg van hun leven. De meeste jongeren met een taalachterstand functioneren voldoende om het voortgezet onderwijs af te maken en dus een startkwalificatie te hebben. Maar tegelijkertijd zouden juist deze jongeren met een beetje extra ondersteuning op taalgebied wel vooruitgang kunnen boeken. Jongeren en taalachterstand: een beeld Hoewel exacte cijfers ontbreken, kan aan de hand van cijfers en onderzoek een beeld worden geschetst een beeld van taalachterstand onder jongeren tussen de 10 en de 20 jaar: Eind groep 8 scoort 10% van de leerlingen niet hoger dan de gemiddelde leerling in groep 6, waardoor ze dus een taalachterstand van twee jaar hebben vergeleken met leeftijdsgenoten (Inspectie voor Onderwijs, 2004). Volgens Stichting Lezen en Schijven is 5% van de jongeren tussen de 16 en de 24 jaar laaggeletterd. Dit betekent dat ze presteren op het allerlaagste niveau van geletterdheid. Los daarvan is er echter ook een groep die de basisvaardigheid beheerst maar nog altijd moeite heeft met taal. Zo heeft 14,3 % van de 15-jarigen moeite met het lezen en begrijpen van schoolboeken (Lezen en Schrijven, 2014). Het tweejaarlijks terugkerende Programme for International Student Assessment (PISA) onderzoekt eveneens de prestaties van 15-jarigen in een internationaal vergelijkend onderzoek. Op het gebied van leesvaardigheid onderzoekt PISA in hoeverre leerlingen de inhoud van teksten begrijpen, maar ook in hoeverre ze teksten kunnen gebruiken in hun dagelijks leven. Op basis van dit onderzoek beschouwt PISA 13,8% van de Nederlandse 15- jarigen als laaggeletterd (CITO, 2013). Uit landelijk onderzoek (van Buuren & Lucassen, 2010) blijkt dat de taalscores van Turkse leerlingen het laagst zijn. Marokkaanse en Antilliaanse kinderen doen het iets beter, maar over het algemeen hebben jongeren uit deze groepen een taalachterstand van minstens twee leerjaren. Dit betekent dat zij in elk schooljaar eigenlijk twee jaar extra nodig hebben om hun taalachterstand weg te werken. Voor Surinaamse en andere allochtone kinderen is de taalachterstand één à anderhalf jaar. In Utrecht is ongeveer een derde van de jongeren van een afkomst met een risico op taalachterstand, waarvan 18% Marokkaanse en 9% Turkse kinderen (www.cbsstatline.nl), Taalachterstanden vallen vooral op bij de overgang van onderwijsvorm: veelal hebben leerlingen dan niet het taalniveau dat van ze wordt verwacht bij de start van een opleiding, wat er vaak op wijst dat het eindniveau van de vorige opleiding niet is behaald. 18

19 Uit onderzoek onder 1300 startende mbo ers die de overstap maakten uit het vmbo, kwam naar voren dat een groot deel van de mbo-leerlingen bij binnenkomst niet over het leesvaardigheidsniveau beschikt dat voor onderwijs en diplomering in het mbo wel nodig is (Snel, T., 2008). Er wordt gebruik gemaakt van het Common European Framework voor taalniveaus, met oplopend van laag naar hoog A1, A2, B1, B2 en C1. Mbo ers blijven massaal steken halverwege de schaal van het CEF, terwijl de geldende norm is dat mbo ers aan het einde van hun opleiding niveau B1 of B2 hebben. Uit ander onderzoek komt bovendien naar voren dat 60 tot 70 % van de ondervraagde docenten vindt dat het taalniveau van de studenten tekortschiet om met succes de opleiding te kunnen volgen (Inspectie voor Onderwijs, 2004). Vanuit het mbo is het vervolgens lastig aanhaken op het hbo als het gaat om taal. Door het competentiegerichte onderwijs is op het mbo steeds minder aandacht voor taal over gebleven en is het dus voor veel studenten ruim vier jaar geleden dat ze intensief met taal bezig zijn geweest. Anders dan het mbo vraagt het hbo om veel hoger taalniveau, zowel bij het begrijpen van het studiemateriaal als wanneer het gaat om het schrijven van verslagen. Tot slot heeft een recent promotieonderzoek van de Universiteit van Groningen de aandacht gevestigd op het taalvaardigheidsniveau van hbo ers en wo ers door te letten op het aantal taalfouten per geschreven pagina. Hoewel dit onderzoek al snel als niet representatief werd bestempeld, geeft het wel aan dat het idee leeft dat er zelfs in de hoogste onderwijsniveaus sprake is van moeite met Nederlands. Een docent aan de Universiteit Utrecht, schrijft hierover: Met enige regelmaat wordt er geklaagd over het gebrek aan taalvaardigheid van studenten. Zij zondigen in hun werkstukken tegen de meest elementaire regels van de Nederlandse taal, maar ze hebben bovendien de grootste moeite om een helder en goed onderbouwd betoog te schrijven. (www.dub.uu.nl) Deze klacht is ook veelgehoord in de media als het gaat om het taalniveau van jongeren, die op alle niveaus ondermaats zouden presteren. Onder andere pabo-studenten en medewerkers in het peuter- en kleuteronderwijs liggen regelmatig onder vuur als het gaat over taalvaardigheid. Deze aandacht voor taal heeft er toe geleid dat veel opleidingen een taaltoets zijn gaan invoeren bij de start van de studie; aanvankelijk alleen voor studenten die zelf worden opgeleid tot onderwijzer, maar in navolging hiervan ook op andere mbo, hbo en wo opleidingen. De uitslagen van deze testen vormen vaak weer aanleiding tot nieuwe klachten over het taalniveau. Taalachterstand is een hardnekkig probleem. Zowel uit de cijfers, als uit ervaringen van zowel jongeren zelf, docenten en de maatschappij- blijkt dat ondanks hard werken aan taal leerlingen gedurende verschillende schoolniveaus en opleidingen een achterstand blijven houden. Hoe ziet een taalachterstand er uit? Een taalachterstand impliceert dat een jongere niet het gewenste taalniveau heeft. Voor veel jongeren met een taalachterstand is Nederlands niet de moedertaal. Ook is er een groep die zowel de moedertaal als het Nederlands spreekt, maar beide onvoldoende: Ik ben opgevoed met Nederlands en Turks, maar eigenlijk kan ik beide niet goed. In Nederland is mijn Nederlands te slecht, maar in Turkije mijn Turks weer niet goed genoeg. Ik weet voor heel veel dingen het woord niet, en ja, dat is best wel lastig. -studente, mbo. Hoe dan ook betekent het dat deze jongeren op latere leeftijd nog extra moeten werken aan het (bij-) leren van hun Nederlands. Het leren van Nederlands is voor hen daardoor verglijkbaar met de verwerving van een tweede taal, met de bijbehorende problemen: meer moeite om regels 19

20 onder de knie te krijgen en een minder impliciete taalvaardigheid. Dit uit zich met name in woordenschat, uitspraak, zinsbouw en woordvolgorde. In de praktijk betekent het meestal een te kleine woordenschat en daarmee samenhangend een beperkt tekstbegrip. Begrijpend lezen en het verklaren van woorden zorgen zodoende voor de meeste problemen. Jongeren lopen vervolgens op school tegen diverse problemen aan op het gebied van lezen, schrijven en luisteren in het Nederlands. Het meest genoemde probleem is het begrijpen van lesmateriaal, waarbij veel studieboeken een taalniveau veronderstellen dat ze niet beheersen. Vaak is het woordgebruik en de complexiteit van de tekst te ingewikkeld, is het materiaal daardoor boven hun niveau en kunnen ze de stof zodoende niet optimaal begrijpen (van Beek & Verhallen, 2004). Dit heeft niet alleen gevolgen voor het lezen van studieboeken en leren van de lesstof, maar ook als het aankomt op presteren: schriftelijke presentaties en tentamens vormen dan een probleem (Beijer, 2007). Een veel voorkomend voorbeeld is van leerlingen die in principe goed zijn in wiskunde en andere technische vakken, maar door de taligheid van de som de opgave niet goed kunnen begrijpen. Hierdoor lijkt het alsof het wiskundeniveau eveneens laag is, maar het is de taal die een belemmering vormt. Een ieder jaar tijdens de eindexamenperiode veelgehoorde klacht is dat de eindexamens voor vmbo en havo te talig zouden zijn: leerlingen zouden de vraag niet begrijpen en daardoor extra fouten hebben maken in hun examens. In een onderzoek onder studieproblemen van allochtone studenten in het mbo, worden naast lezen en tekstbegrip ook nog problemen genoemd bij participatie in werkgroepen en discussiegroepen en mondeling presenteren als gevolg van onvoldoende taalvaardigheid. Deze moeite met woorden op school valt ook medestudenten op: Als ik een keer een moeilijk woord gebruik in een presentatie, word ik meteen uitgemaakt voor betweter. Terwijl het volgens mij een normaal woord is, maar blijkbaar kent de meerderheid van mijn studiegenoten het dan niet. studente, mbo. Jongeren worden belemmerd door hun taalachterstand. Het taalniveau in het onderwijs is vaak hoger dan het taalniveau dat ze beheersen. Het grootste probleem komt door een beperkte woordenschat, waardoor hun tekstbegrip vaak minder is. Hierdoor hebben ze moeite bij alle vakken op school en met presteren op het gebied van lezen, schrijven en presenteren. Gevolgen van taalachterstand bij jongeren De nauwe band tussen taalvaardigheid en schoolprestaties is eerder al toegelicht. Taal speelt een belangrijke rol, het is immers het instrument waarmee leerkrachten alle kennis en vaardigheden doorgeven aan leerlingen. Wie een achterstand heeft op het vlak van taalvaardigheid, komt moeilijker tot leren in alle andere vakken en riskeert dan ook een onderwijsachterstand op alle vlakken. Met een taalachterstand van twee jaar aan het einde van de basisschool, betekent dit dat veel jongeren met een taalprobleem ook een onderwijsachterstand hebben. Dit betekent dat ze nog niet het kennisniveau hebben van hun leeftijdsgenoten, terwijl ze al wel voor de keuze voor een verdere opleiding staan. Het is bekend dat jongeren met een taalachterstand vaker een lager onderwijsniveau volgen, minder vaak kiezen voor een vervolgopleiding en nog minder vaak doorstromen naar het hbo of wo (onderwijsinspectie). Mede als gevolg van de taalachterstand aan het einde van het basisonderwijs zijn allochtone leerlingen bij de doorstroom naar het voortgezet onderwijs zwaar ondervertegenwoordigd in de hogere onderwijsvormen. Zo gaat van de autochtone leerlingen 47% naar havo of vwo, terwijl van de Turkse en Marokkaanse leerlingen 20

Taal verbindt mensen Wij verbinden mensen met taal Want Taal doet meer dan schrijven, spreken en lezen Het is de sleutel naar een nieuwe toekomst!

Taal verbindt mensen Wij verbinden mensen met taal Want Taal doet meer dan schrijven, spreken en lezen Het is de sleutel naar een nieuwe toekomst! Taal verbindt mensen Wij verbinden mensen met taal Want Taal doet meer dan schrijven, spreken en lezen Het is de sleutel naar een nieuwe toekomst! Taal doet meer In Utrecht wonen meer dan 15.000 volwassenen

Nadere informatie

School s cool Utrecht helpt brugklassers een goede start te maken in het voortgezet onderwijs

School s cool Utrecht helpt brugklassers een goede start te maken in het voortgezet onderwijs School s cool Utrecht helpt brugklassers een goede start te maken in het voortgezet onderwijs In Utrecht verlaten jaarlijks zo n 600 risicojongeren de basisschool. Dit zijn jongeren die om verschillende

Nadere informatie

Hoofdstuk 8 Kenmerken van de thuisomgeving

Hoofdstuk 8 Kenmerken van de thuisomgeving Hoofdstuk 8 Kenmerken van de thuisomgeving De relatie tussen leesvaardigheid en de ervaringen die een kind thuis opdoet is in eerder wetenschappelijk onderzoek aangetoond: ouders hebben een grote invloed

Nadere informatie

Sociaal kapitaal: slagboom of hefboom? Samenvatting. Wil van Esch, Régina Petit, Jan Neuvel en Sjoerd Karsten

Sociaal kapitaal: slagboom of hefboom? Samenvatting. Wil van Esch, Régina Petit, Jan Neuvel en Sjoerd Karsten Sociaal kapitaal: slagboom of hefboom? Samenvatting Wil van Esch, Régina Petit, Jan Neuvel en Sjoerd Karsten Colofon Titel Auteurs Tekstbewerking Uitgave Ontwerp Vormgeving Bestellen Sociaal kapitaal in

Nadere informatie

Digitale grenzen en mogelijkheden van laaggeletterden en laagopgeleiden

Digitale grenzen en mogelijkheden van laaggeletterden en laagopgeleiden Digitale grenzen en mogelijkheden van laaggeletterden en laagopgeleiden Presentatie voor We leren altijd!, 10 jaar ETV.nl 5 maart 2014 Willem Houtkoop (willem.houtkoop@ecbo.nl Waar hebben we het over Verschillende

Nadere informatie

De bieb in De buurt 2

De bieb in De buurt 2 De bieb in de buurt 2 Inleiding De bibliotheek is een plek waar kennis, informatie, mooie verhalen en inspiratie voor het oprapen liggen. De bibliotheek dient als trefpunt in de buurt. Het is een plek

Nadere informatie

Uitgegeven: 3 februari 2010. 2010, no. 10 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLAN

Uitgegeven: 3 februari 2010. 2010, no. 10 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLAN Uitgegeven: 3 februari 2010 2010, no. 10 PROVINCIAAL BLAD VAN FRYSLAN BELEIDSREGEL voor het verkrijgen van een partiële ontheffing voor het vak Fries in het primair en voortgezet onderwijs in de provincie

Nadere informatie

Samen voor taal in Arnhem

Samen voor taal in Arnhem Samen voor taal in Arnhem nataliekuypers.nl Een overzicht voor professionals Inleiding In Arnhem groeien niet alle kinderen op in een taalrijke omgeving; een omgeving waarin praten en boeken een belangrijke

Nadere informatie

Doorlopende leerlijnen taal: ervaringen met 3 scholen

Doorlopende leerlijnen taal: ervaringen met 3 scholen Ronde 5 Bert de Vos APS, Utrecht Contact: b.devos@aps.nl Doorlopende leerlijnen taal: ervaringen met 3 scholen 1. Over de drempels met taal Het rapport Over de drempels met taal is al ruim een jaar oud.

Nadere informatie

Mbo, toets je taal! Taalvaardigheid Nederlands beoordelen in competentiegericht onderwijs

Mbo, toets je taal! Taalvaardigheid Nederlands beoordelen in competentiegericht onderwijs . Competentieleren Hajer, M. & T. Meestringa (2004). Handboek taalgericht vakonderwijs. Bussum: Coutinho. Ministerie van OC&W (2004). Van A tot Z betrokken. Aanvalsplan Laaggeletterdheid 2006-2010 (http://taalinmbo.kennisnet.nl/bronnen/aanvalsplan).

Nadere informatie

Beleidsplan 2014-2018 SITRO

Beleidsplan 2014-2018 SITRO Beleidsplan 2014-2018 SITRO 1 Inleiding... 3 2 Doel... 4 2.1 Doelgroep... 4 2.2 Doelstelling... 4 2.3 Uitgangspunten... 4 3 Organisatie... 5 3.1 Werkzaamheden... 5 3.1.1 Toekomst... 5 3.2 Vermogen en bestuur...

Nadere informatie

Verplicht toetsen en bijspijkeren of eigen verantwoordelijkheid? De basisvaardigheden Nederlands van eerstejaars VU-studenten

Verplicht toetsen en bijspijkeren of eigen verantwoordelijkheid? De basisvaardigheden Nederlands van eerstejaars VU-studenten 7.Taalbeleid hoger onderwijs Ronde 8 Marloes van Beersum & Eline van Straalen Taalcentrum-VU, Vrije Universiteit Amsterdam Contact: mvanbeersum@taalcentrum-vu.nl evanstraalen@taalcentrum-vu.nl Verplicht

Nadere informatie

Omgaan met. meer- en anderstaligheid. op school

Omgaan met. meer- en anderstaligheid. op school Omgaan met meer- en anderstaligheid op school Omgaan met meer- en anderstaligheid op school 1 Basisvoorwaarden Een school die goed weet om te gaan met meer-/anderstaligheid neemt een open houding aan tegenover

Nadere informatie

Meedoen met de Monitor

Meedoen met de Monitor Meedoen met de Monitor Een school die deelneemt aan de Monitor de Bibliotheek op school wil doelgericht samenwerken met de bibliotheek om de taalontwikkeling van de leerlingen te stimuleren. Dat gebeurt

Nadere informatie

Help ik ben geslaagd, wat nu? Thijs van der Heijden

Help ik ben geslaagd, wat nu? Thijs van der Heijden Help ik ben geslaagd, wat nu? Thijs van der Heijden Kwetsbare doelgroep. Extra verantwoordelijkheid. Welke extra vaardigheden zijn nodig om de kansen te vergroten? Niet alleen studievaardigheden, ook sociale

Nadere informatie

Bruggenbouwers Linko ping, Zweden

Bruggenbouwers Linko ping, Zweden Bruggenbouwers Linko ping, Zweden Het Bruggenbouwers project wordt in de Zweedse stad Linköping aangeboden en is één van de succesvolle onderdelen van een groter project in die regio. Dit project is opgezet

Nadere informatie

tieve En Ect Educa traj

tieve En Ect Educa traj Educatieve trajecten Educatieve trajecten In opdracht van gemeentes verzorgt het ROC Kop van Noord- Holland opleidingen voor volwassenen om participatie in de samenleving of op het werk te vergroten: de

Nadere informatie

Ontwikkelingen rond VVE in kort bestek

Ontwikkelingen rond VVE in kort bestek Ontwikkelingen rond VVE in kort bestek Inleiding De Voor- en Vroegschoolse Educatie en de daarmee te behalen opbrengsten in de ontwikkeling van kinderen staan volop in de belangstelling vanwege het maatschappelijk

Nadere informatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333 44 44 F 070 333 44 00 www.rijksoverheid.

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333 44 44 F 070 333 44 00 www.rijksoverheid. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333 44 44 F 070 333 44 00 www.rijksoverheid.nl Betreft Reactie op schriftelijke inbreng van de vaste

Nadere informatie

Argumentatiekaart Bibliotheek VANnU Themagroep jeugd

Argumentatiekaart Bibliotheek VANnU Themagroep jeugd Argumentatiekaart Bibliotheek VANnU Themagroep jeugd Onderdeel van toolkit Nieuw Delen 4.e Argumentatiekaart Bibliotheek VANnU Themagroep Jeugd Wanneer je gaat netwerken is het handig om je verhaal scherp

Nadere informatie

Didactische verantwoording. Allemaal taal. Taal en communicatie voor pedagogisch medewerkers in de kinderopvang en op de peuterspeelzaal

Didactische verantwoording. Allemaal taal. Taal en communicatie voor pedagogisch medewerkers in de kinderopvang en op de peuterspeelzaal Didactische verantwoording Allemaal taal Taal en communicatie voor pedagogisch medewerkers in de kinderopvang en op de peuterspeelzaal Jenny van der Ende Taalondersteuning bij kinderen Naast behoefte aan

Nadere informatie

CPS 2015 1. Onderzoekplan Geletterdheid op Bonaire

CPS 2015 1. Onderzoekplan Geletterdheid op Bonaire Onderzoekplan Geletterdheid op Bonaire Inleiding De Stichting Lezen & Schrijven Bonaire is in het voorjaar van 2015 opgericht en is een initiatief van Rotary Club Bonaire. De Stichting Lezen & Schrijven

Nadere informatie

Onderwijs in Amsterdam

Onderwijs in Amsterdam Onderwijs in Amsterdam Verslag van het symposium van de dienst Onderzoek en Statistiek op 25 november 2010 Verbeteraanpak voor zwarte vmbo s? Goed onderwijs is goed voor de sociaal-economische ontwikkeling

Nadere informatie

Leren begint bij lezen,

Leren begint bij lezen, Leren begint bij lezen, 1 Het voorkomen van taalachterstanden: een maatschappelijke uitdaging voor Gemeente, Onderwijs en Bibliotheek. 2014_debieb_notitie_v01.indd 1 09-10-14 14:48 Inhoud 2 03 05 06 07

Nadere informatie

Protocol Doublure. Doublure protocol Basisschool De Zonnewijzer Diepenveen

Protocol Doublure. Doublure protocol Basisschool De Zonnewijzer Diepenveen Protocol Doublure 1.Inleiding Het doel van doublure is in eerste instantie dat een opgelopen achterstand het komende schooljaar wordt ingehaald zodat het kind in ieder geval de minimumdoelen van de basisschool

Nadere informatie

Basisschooladviezen en etniciteit Onderzoeksverslag, 29 januari 2007

Basisschooladviezen en etniciteit Onderzoeksverslag, 29 januari 2007 Afdeling Onderwijs Team Monitoring & Bedrijfsvoering Basisschooladviezen en etniciteit Onderzoeksverslag, 29 januari 2007 Verwijderd: Bassischooladv iezen Vraagstelling Dit onderzoek is uitgevoerd om antwoord

Nadere informatie

Verlegen om woorden Lesbrief voor vmbo

Verlegen om woorden Lesbrief voor vmbo Verlegen om woorden Lesbrief voor vmbo Voor de lessen Nederlands, PSO en LOB. Verlegen om woorden is een pakket met tips en handvatten om een ouderbijeenkomst te organiseren over ouderbetrokkenheid en

Nadere informatie

5. Onderwijs en schoolkleur

5. Onderwijs en schoolkleur 5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone

Nadere informatie

Versterking van LOB in de doorlopende leerlijn vmbo-mbo

Versterking van LOB in de doorlopende leerlijn vmbo-mbo Stimuleringsproject LOB in het mbo Versterking van LOB in de doorlopende leerlijn vmbo-mbo Visie ontwikkelen in regionale inspiratiebijeenkomsten Wat verstaan we eigenlijk onder loopbaanoriëntatie en -begeleiding

Nadere informatie

ENGELS als Tweede Taal

ENGELS als Tweede Taal ENGELS als Tweede Taal o.b.s. De Drift de Pol 4a 9444 XE Grolloo 0592-501480 drift@primah.org Inhoudsopgave Inhoud: 1. Inleiding 2. Keuze voor de Engelse taal (Why English?) 3. Vroeg vreemde talenonderwijs

Nadere informatie

Lezen in het PRO en BBL. Wat is PRO? Wat lezen leerlingen in PRO? Wat helpt hen om het lezen te verbeteren? Wat kunnen bibliotheken nog meer doen?

Lezen in het PRO en BBL. Wat is PRO? Wat lezen leerlingen in PRO? Wat helpt hen om het lezen te verbeteren? Wat kunnen bibliotheken nog meer doen? Lezen in het PRO en BBL Wat is PRO? Wat lezen leerlingen in PRO? Wat helpt hen om het lezen te verbeteren? Wat kunnen bibliotheken nog meer doen? Stand van zaken 1. Wat is succesvol in contact met de scholen?

Nadere informatie

Onderzoek Ouderbetrokkenheid in het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en het mbo

Onderzoek Ouderbetrokkenheid in het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en het mbo factsheet Onderzoek Ouderbetrokkenheid in het, het en het mbo Het Sociaal en Cultureel Planbureau heeft in 2012 een enquête over ouderbetrokkenheid gehouden onder ouders in het, het en het middelbaar beroepsonderwijs.

Nadere informatie

INBURGEREN IS MEER DAN INBURGERINGEXAMEN HALEN

INBURGEREN IS MEER DAN INBURGERINGEXAMEN HALEN INBURGEREN IS MEER DAN INBURGERINGEXAMEN HALEN Welk aanbod is er voor inburgeraars en doorburgeraars? Een greep uit het aanbod Voor niet-inburgeringsplichtigen (autochtoon en allochtoon) Alfabetisering

Nadere informatie

Schriftelijke en digitale (laag)geletterdheid

Schriftelijke en digitale (laag)geletterdheid Schriftelijke en digitale (laag)geletterdheid Presentatie voor landelijke dag laaggeletterdheid en digitale vaardigheden 13 november 2014 Willem Houtkoop (willem.houtkoop@ecbo.nl Vooruitblik Laaggeletterden

Nadere informatie

Begrijpend Lezen 1 JV is gemaakt voor jongeren en (jong)volwassenen met een laag leesniveau

Begrijpend Lezen 1 JV is gemaakt voor jongeren en (jong)volwassenen met een laag leesniveau Begrijpend Lezen 1 JV is gemaakt voor jongeren en (jong)volwassenen met een laag leesniveau. Met behulp van dit programma leren leerlingen/cursisten onder andere informatie uit eenvoudige teksten te halen,

Nadere informatie

Advies Rapport Zoek ieders Talent & Excelleer! Hoe excellentie ook in het hoger onderwijs kan worden gestimuleerd

Advies Rapport Zoek ieders Talent & Excelleer! Hoe excellentie ook in het hoger onderwijs kan worden gestimuleerd Advies Rapport Zoek ieders Talent & Excelleer! Hoe excellentie ook in het hoger onderwijs kan worden gestimuleerd Samenvatting Excellentie kan het beste worden gestimuleerd door het coachen van de persoonlijke

Nadere informatie

Visie Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) gemeente Goirle 2011-2014

Visie Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) gemeente Goirle 2011-2014 Visie Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) gemeente Goirle 2011-2014 1. Inleiding Kinderen ontplooien zich later beter in onderwijs en maatschappij als hun start goed is. Als een kind in de voor- of vroegschoolse

Nadere informatie

2013-2017. Huiswerkbeleid

2013-2017. Huiswerkbeleid 01-017 Huiswerkbeleid Inhoudsopgave Beschrijving doelgroep Visie op onderwijs Basisvisie Leerinhouden/Activiteiten De voor- en nadelen van het geven van huiswerk Voordelen Nadelen Richtlijnen voor het

Nadere informatie

Voorstel programma educatie

Voorstel programma educatie Voorstel programma educatie 2013 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Landelijke ontwikkelingen 3. Regio Rivierenland 4. Opdracht ROC Rivor 5. Opleidingsbehoefte per gemeente 6. Voorwaarden cursusaanbod 2013

Nadere informatie

De Brede School Academie Utrecht

De Brede School Academie Utrecht OOK IN uw wijk! De Brede School Academie Utrecht Er gebeurt iets nieuws in Utrecht. Iets bijzonders. Basisscholen uit de wijken Overvecht, Hoograven, Ondiep/Zuilen, Kanaleneiland en Lombok/Oog in Al werken

Nadere informatie

EEN SCHOOL MET TALENTUITDAGEND ONDERWIJS

EEN SCHOOL MET TALENTUITDAGEND ONDERWIJS EEN SCHOOL MET TALENTUITDAGEND ONDERWIJS Een school met talentuitdagend onderwijs Een basisschool kiezen is moeilijk. Er is zoveel om op te letten. Is de school wat zij lijkt? Van buiten kan een schoolgebouw

Nadere informatie

Betekenis van vaderschap

Betekenis van vaderschap Betekenis van vaderschap Conferentie vader-empowerment G.O.Helberg Kinder-en Jeugdpsychiater Materiaal ontleed aan onderzoek: Prof. dr. Louis Tavecchio Afdeling POWL, Universiteit van Amsterdam Een paar

Nadere informatie

Onderwijs. Hoofdstuk 10. 10.1 Inleiding

Onderwijs. Hoofdstuk 10. 10.1 Inleiding Hoofdstuk 10 Onderwijs 10.1 Inleiding Leiden kennisstad heeft een hoog opgeleide bevolking en herbergt binnen haar grenzen veel onderwijsinstellingen. In dit hoofdstuk gaat het zowel om de opleiding die

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 9. 5 Planning 83 5.1 Leerdoelen en persoonlijke doelen 84 5.2 Het ontwerpen van het leerproces 87 5.3 Planning in de tijd 89

Inhoud. Inleiding 9. 5 Planning 83 5.1 Leerdoelen en persoonlijke doelen 84 5.2 Het ontwerpen van het leerproces 87 5.3 Planning in de tijd 89 Inhoud Inleiding 9 1 Zelfsturend leren 13 1.1 Zelfsturing 13 1.2 Leren 16 1.3 Leeractiviteiten 19 1.4 Sturingsactiviteiten 22 1.5 Aspecten van zelfsturing 25 1.6 Leerproces vastleggen 30 2 Oriëntatie op

Nadere informatie

EEN GOEDE WOORDENSCHAT: DE BASIS VOOR EEN GOEDE SCHOOLLOOPBAAN

EEN GOEDE WOORDENSCHAT: DE BASIS VOOR EEN GOEDE SCHOOLLOOPBAAN EEN GOEDE WOORDENSCHAT: DE BASIS VOOR EEN GOEDE SCHOOLLOOPBAAN Leren als een op taal gebaseerde activiteit is sterk afhankelijk van woordkennis. Lezers begrijpen niet wat ze lezen als ze de betekenis van

Nadere informatie

Opleidingsniveau stijgt

Opleidingsniveau stijgt Opleidingsniveau stijgt Grote doorstroom naar hogere niveaus Meer leerlingen vanuit vmbo naar havo Grote groep mbo ers naar het hbo 10 Jongens groeien gedurende hun onderwijsloopbaan Jongens na een diploma

Nadere informatie

Dichter bij de jeugd. Beleidsplan Jeugd Drents Netwerk Bibliotheken. Februari 2011. www.bibliothekendrenthe.nl

Dichter bij de jeugd. Beleidsplan Jeugd Drents Netwerk Bibliotheken. Februari 2011. www.bibliothekendrenthe.nl 1 Nieuwe taken in een veranderende samenleving Internet heeft de samenleving veranderd. Lezen als vrijetijds besteding is voor de generatie van na 1990 niet vanzelfsprekend meer. Kinderen en jongeren houden

Nadere informatie

Ouders, het verborgen kapitaal van de school. Hans Christiaanse

Ouders, het verborgen kapitaal van de school. Hans Christiaanse Ouders, het verborgen kapitaal van de school Hans Christiaanse Initiatief OCW vanaf januari 2012 www.facebook.com/oudersenschoolsamen Samenwerken Noem wat erin je opkomt, als je denkt aan een goede samenwerking

Nadere informatie

Taalbeleidsplan Sisa Kinderopvang Kinderdagverblijven en Peuterspeelplaatsen

Taalbeleidsplan Sisa Kinderopvang Kinderdagverblijven en Peuterspeelplaatsen 1 Taalbeleidsplan Sisa Kinderopvang Kinderdagverblijven en Peuterspeelplaatsen 2 Voorwoord Door middel van dit taalbeleidsplan wordt zichtbaar hoe onze voorschoolse voorzieningen bijdragen aan de taalontwikkeling

Nadere informatie

Deel 2. Gevolgd onderwijs pag. 9 2.1 onderwijs op dit moment pag. 10

Deel 2. Gevolgd onderwijs pag. 9 2.1 onderwijs op dit moment pag. 10 Van: Klas: 1 Inhoud: Handleiding Portfolio pag. 3 Deel 1. Dit ben ik pag. 6 Deel 2. Gevolgd onderwijs pag. 9 2.1 onderwijs op dit moment pag. 10 Deel 3. Ervaringen pag. 11 3.1 stage (binnen schooltijd)

Nadere informatie

Informatie over de deelnemers

Informatie over de deelnemers Tot eind mei 2015 hebben in totaal 45558 mensen deelgenomen aan de twee Impliciete Associatie Testen (IATs) op Onderhuids.nl. Een enorm aantal dat nog steeds groeit. Ook via deze weg willen we jullie nogmaals

Nadere informatie

Samenvatting Leidse Monitor 2010-2011

Samenvatting Leidse Monitor 2010-2011 Samenvatting Leidse Monitor 2010-2011 De Leidse Monitor verzamelt informatie over de ontwikkeling van Leidse kinderen vanaf het moment dat zij en/of hun ouders deelnemen aan een voor- en vroegschools programma

Nadere informatie

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

Hieronder volgt een beknopte uitleg van de begrippen die u in het rapport zult tegenkomen.

Hieronder volgt een beknopte uitleg van de begrippen die u in het rapport zult tegenkomen. Onderbouwrapport In het onderbouwrapport waarderen wij alle genoemde aspecten ten opzichte van de leeftijd. Een waardering wordt uitgedrukt in een cijfer. U kunt via de beknopte omschrijvingen in het rapport

Nadere informatie

1.1 Omgaan met verschillen

1.1 Omgaan met verschillen 12 1 Verantwoording Sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw besteedt het onderwijs in toenemende mate structureel aandacht aan faalangst. Nadat het begrip faalangst gedefinieerd en uitgewerkt was, volgden

Nadere informatie

Piramide. Dé educatieve methode voor alle jonge kinderen

Piramide. Dé educatieve methode voor alle jonge kinderen Voor- en vroegschoolse educatie Piramide Piramide Dé educatieve methode voor alle jonge kinderen Geeft jonge kinderen de kans zich optimaal te ontwikkelen Biedt houvast en ruimte voor pedagogisch medewerkers,

Nadere informatie

Informatiefolder voor ouders 2012 Activiteiten voor kinderen van 0 tot 12 jaar en hun ouders

Informatiefolder voor ouders 2012 Activiteiten voor kinderen van 0 tot 12 jaar en hun ouders Informatiefolder voor ouders 2012 Activiteiten voor kinderen van 0 tot 12 jaar en hun ouders Jeugd Toeleidingsactiviteiten Mijn kind is groep 3 Naschoolse activiteiten Weerbaarheid Opvoeden doe je niet

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Vragenlijst leergeschiedenis lees- en spellingvaardigheid bestemd voor school / groepsleerkracht en interne leerlingenbegeleider

Vragenlijst leergeschiedenis lees- en spellingvaardigheid bestemd voor school / groepsleerkracht en interne leerlingenbegeleider Vragenlijst leergeschiedenis lees- en spellingvaardigheid bestemd voor school / groepsleerkracht en interne leerlingenbegeleider Gegevens leerling Naam leerling :.. 0 jongen 0 meisje Geboortedatum Groep

Nadere informatie

Rotterdam, februari 2013 Betreft: Verandering invoering nieuwe eisen m.b.t. Nederlands en rekenen. Geachte ouders/verzorgers en leerlingen,

Rotterdam, februari 2013 Betreft: Verandering invoering nieuwe eisen m.b.t. Nederlands en rekenen. Geachte ouders/verzorgers en leerlingen, Postbus 57613 3008 BP Rotterdam Aan de ouders/verzorgers en leerlingen van CSG Calvijn Rotterdam, februari 2013 Betreft: Verandering invoering nieuwe eisen m.b.t. Nederlands en rekenen Bezoekadres Centrale

Nadere informatie

Jong geleerd. Beatrijs Brand en Saskia Snikkers

Jong geleerd. Beatrijs Brand en Saskia Snikkers Jong geleerd. Beatrijs Brand en Saskia Snikkers Programma Kennismaken Presentatie Jong geleerd Warming-up Pauze Praktische oefening Afsluiting Jong geleerd over het belang van actieve stimulering van ontluikende

Nadere informatie

Woordenschatverwerving & taalontwikkelend lesgeven

Woordenschatverwerving & taalontwikkelend lesgeven Woordenschatverwerving & taalontwikkelend lesgeven Wilma van der Westen Project Docenten aan zet bij taal in alle vakken Utrecht 7 november 2012 Even voorstellen: Bestuurslid Het Schoolvak Nederlands HSN

Nadere informatie

Cambridge. Engels VWO. www.staring.nl. 1039042 Staring A5 brochure Cambridge Engels.indd 1

Cambridge. Engels VWO. www.staring.nl. 1039042 Staring A5 brochure Cambridge Engels.indd 1 Cambridge Engels VWO www.staring.nl 1039042 Staring A5 brochure Cambridge Engels.indd 1 19-01-16 13:33 Wat is Cambridge Engels? De Universiteit van Cambridge heeft een serie cursussen en examens Engelse

Nadere informatie

Uitwerking Leerlijn ICT Ogtb Titus Brandsma

Uitwerking Leerlijn ICT Ogtb Titus Brandsma Algemeen Uitwerking Leerlijn ICT Ogtb Titus Brandsma Maart 2015 o Groep 0/instroom: Afhankelijk van de ontwikkeling van het kind kunnen de muisvaardigheden geoefend worden door het programma Spelen met

Nadere informatie

EEN KRACHTIGE LEEROMGEVING

EEN KRACHTIGE LEEROMGEVING EEN KRACHTIGE LEEROMGEVING Informatie voor scholen, leerlingen en ouders Wat is de Kopklas? De Kopklas is een extra schooljaar, aansluitend op de basisschool. Het onderwijs is gericht op een extra aanbod

Nadere informatie

Loont VVE? Paul Leseman

Loont VVE? Paul Leseman Loont VVE? Paul Leseman Waar gaat VVE over? Extra kindplaatsen in peuterspeelzalen en kinderdagverblijven voor kinderen die anders niet aan zo n voorziening zouden deelnemen. Verbetering van de structurele

Nadere informatie

Ontwikkelen/schrijiven methodiek Nederlands (geschreven door Jalal Al Baz) Kennis voor een gevulde winkelwagen / 2004/EQC/0021

Ontwikkelen/schrijiven methodiek Nederlands (geschreven door Jalal Al Baz) Kennis voor een gevulde winkelwagen / 2004/EQC/0021 Ontwikkelen/schrijiven methodiek Nederlands (geschreven door Jalal Al Baz) Kennis voor een gevulde winkelwagen / 2004/EQC/0021 Beschrijving van de methodiek Nederlands op de boulevard Inleiding In het

Nadere informatie

CONCLUSIE Aantal niveaus te laag

CONCLUSIE Aantal niveaus te laag Bijlage 1. Opening door Gelbrich Feenstra. Zij werkt als onderwijsadviseur bij APS in Utrecht en sinds ruim een jaar is zij projectleider Engels bij het VLC. Wat was de aanleiding voor deze conferentie?

Nadere informatie

Inge Test 07.05.2014

Inge Test 07.05.2014 Inge Test 07.05.2014 Inge Test / 07.05.2014 / Bemiddelbaarheid 2 Bemiddelbaarheidsscan Je hebt een scan gemaakt die in kaart brengt wat je kans op werk vergroot of verkleint. Verbeter je startpositie bij

Nadere informatie

Culemborgs VVE beleid 2011-2014

Culemborgs VVE beleid 2011-2014 Culemborgs VVE beleid 2011-2014 Wat is VVE? VVE staat voor voor- en vroegschoolse educatie. VVE is een programmatisch aanbod dat er op gericht is om taal- en ontwikkelingsachterstanden bij kinderen te

Nadere informatie

Meer (voor)lezen, beter in taal. De Bibliotheek en basisvaardigheden Kunst van Lezen 0-18 jaar

Meer (voor)lezen, beter in taal. De Bibliotheek en basisvaardigheden Kunst van Lezen 0-18 jaar Meer (voor)lezen, beter in taal De Bibliotheek en basisvaardigheden Kunst van Lezen 0-18 jaar Adriaan Langendonk Miniconferentie Flevoland 23 september 2015 de Bibliotheek en basisvaardigheden 1 Inhoud

Nadere informatie

Opvoeden na partner geweld Trees Pels Katinka Lunneman Jodi Mak Susanne Tan Meta Flikweert Marjolijn Distelbrin Majone Steketee

Opvoeden na partner geweld Trees Pels Katinka Lunneman Jodi Mak Susanne Tan Meta Flikweert Marjolijn Distelbrin Majone Steketee Opvoeden na partner geweld Trees Pels Katinka Lunneman Jodi Mak Susanne Tan Meta Flikweert Marjolijn Distelbrin Majone Steketee Financiers: Gemeente Rotterdam Gemeente Amsterdam Gemeente Utrecht Gemeente

Nadere informatie

PROTOCOL. DYSLEXIE en DYSCALCULIE

PROTOCOL. DYSLEXIE en DYSCALCULIE PROTOCOL DYSLEXIE en DYSCALCULIE Vastgesteld 10 februari 2014 Inleiding In dit protocol zet het Montessori College Eindhoven in grote lijnen uiteen: - hoe leerlingen met leerstoornissen als dyslexie en

Nadere informatie

Schets van het onderwijsprogramma. Route 2, 16+ mbo entree. april 2016

Schets van het onderwijsprogramma. Route 2, 16+ mbo entree. april 2016 Schets van het onderwijsprogramma De leerlingen in route 2 uitstroomprofiel entreeopleiding worden voorbereid op instroom in de entreeopleiding in het mbo. De entreeopleiding is drempelloos en duurt een

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE VISIEONTWIKKELING OP LEESONDERWIJS

GEMEENSCHAPPELIJKE VISIEONTWIKKELING OP LEESONDERWIJS AANSLUITING PO-VO ONTWIKKELING/ DIFFERENTIATIE GEMEENSCHAPPELIJKE VISIEONTWIKKELING OP LEESONDERWIJS Dit document bevat de procesbeschrijving van de leergemeenschap taal uit de ketenverbinding van Openbaar

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 31 568 Staatkundig proces Nederlandse Antillen Nr. 145 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

logoocw De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag BVE/IenI/2006-43667

logoocw De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag BVE/IenI/2006-43667 logoocw De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Den Haag Ons kenmerk BVE/IenI/2006-43667 Onderwerp Inspectierapport 'Nederlands in het mbo' Bijlage(n) Rapport

Nadere informatie

SAMEN STA JE STERK S U P P O R T F R Y S L Â N B E L E I D S P L A N 2 0 1 5-2 0 1 7

SAMEN STA JE STERK S U P P O R T F R Y S L Â N B E L E I D S P L A N 2 0 1 5-2 0 1 7 SAMEN STA JE STERK SUPPORT FRYSLÂN BELEIDSPLAN 2015-2017 INLEIDING Maatjesproject Support Fryslân startte in 2001 als onderdeel van Solidair Fryslân. Per 1 januari 2014 is Support Fryslân een zelfstandige

Nadere informatie

l m n o p q r s t u v w x y z Taalprogramma s Stroomschema Taalprogramma s gericht op preventie en ontwikkelingsstimulering leeswijzer en stroomschema

l m n o p q r s t u v w x y z Taalprogramma s Stroomschema Taalprogramma s gericht op preventie en ontwikkelingsstimulering leeswijzer en stroomschema a b c d e Deelnemende organisaties TAALPROGRAMMA S VOOR 0 TOT 8 JAAR - LEESWIJZER EN STROOMSCHEMA Taalprogramma s f voor g 0 tot h 8 i jaar j k l m n o p q r s t u leeswijzer en stroomschema Stroomschema

Nadere informatie

de Bibliotheek en basisvaardigheden Kunst van Lezen 0-18 jaar

de Bibliotheek en basisvaardigheden Kunst van Lezen 0-18 jaar de Bibliotheek en basisvaardigheden Kunst van Lezen 0-18 jaar Jos Debeij Gerlien van Dalen Adriaan Langendonk VNG regionale conferenties 15 en 16 april 2015 de Bibliotheek en basisvaardigheden 1 Inhoud

Nadere informatie

VRAGENLIJST LEERKRACHT ONDERBOUW TUSSENDOELENMONITOR

VRAGENLIJST LEERKRACHT ONDERBOUW TUSSENDOELENMONITOR VRAGENLIJST LEERKRACHT ONDERBOUW TUSSENDOELENMONITOR INHOUDSOPGAVE Beginnende geletterdheid Doelen blz. 3 Activiteiten blz. 3 Evaluatie blz. 4 Speciale leerbehoeften blz. 4 Mondelinge communicatie Doelen

Nadere informatie

voor Maatschappelijk Werkers en Ouderconsulenten

voor Maatschappelijk Werkers en Ouderconsulenten voor Maatschappelijk Werkers en Ouderconsulenten Maatschappelijk werkers en ouderconsulenten kunnen aan de hand van TOLK praten met je kind!: Ouders bewust maken van het belang van veel praten. Ouders

Nadere informatie

Opvoeden en opgroeien doen we samen

Opvoeden en opgroeien doen we samen s a m e n met ouders Opvoeden en opgroeien doen we samen Dé brede taalschool Het Kompas Het Kompas vindt het belangrijk dat de kinderen zich welkom, veilig, gesteund en gewaardeerd voelen. Op iedere basisschool

Nadere informatie

Samen maken. mogelijk. wij meedoen voor jeugd ONDERSTEUNING BIJ LEVEN MET EEN BEPERKING

Samen maken. mogelijk. wij meedoen voor jeugd ONDERSTEUNING BIJ LEVEN MET EEN BEPERKING Samen maken wij meedoen voor jeugd mogelijk Kinderen en jongeren met een beperking moeten de kans krijgen zich optimaal te ontwikkelen, zodat zij zo zelfstandig mogelijk mee kunnen doen in de maatschappij.

Nadere informatie

OVO Talentontwikkeling

OVO Talentontwikkeling OVO Talentontwikkeling www.stichtingovo.nl Stichting OVO: Samen werken aan talent Samen gaan wij een nog mooiere toekomst tegemoet Stichting OVO vormt het bovenschools bestuur voor acht basisscholen en

Nadere informatie

Evaluatie pilots ouderprogramma s VVE. Criteria voor het ouderprogramma. Resultaten evaluatieonderzoek

Evaluatie pilots ouderprogramma s VVE. Criteria voor het ouderprogramma. Resultaten evaluatieonderzoek Evaluatie pilots ouderprogramma s VVE In 2011 heeft Marant, in opdracht van de gemeente Arnhem, onderzoek gedaan naar de bestaande ouderprogramma s VVE; in hoeverre die passen bij het VVE-beleid en aansluiten

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

In de meeste gevallen moet uw kind een taaltest afleggen. Een vrijstelling hiervan is in sommige gevallen mogelijk, wanneer:

In de meeste gevallen moet uw kind een taaltest afleggen. Een vrijstelling hiervan is in sommige gevallen mogelijk, wanneer: Diplomawaardering Met een diploma dat niet-nederlands is, krijgt uw kind soms moeilijk toegang tot het hoger onderwijs in Nederland. Daarvoor verschillen de onderwijssystemen van de diverse landen te veel.

Nadere informatie

Samen de Wereld Kleuren. Pedagogische visie

Samen de Wereld Kleuren. Pedagogische visie Samen de Wereld Kleuren Pedagogische visie 2 SWK-Kinderopvang Samen de Wereld Kleuren Samen de Wereld Kleuren SWK-Kinderopvang: Samen de Wereld Kleuren Onze kinderopvangorganisaties hebben aandacht voor

Nadere informatie

SAMENVATTING. Aanleiding

SAMENVATTING. Aanleiding SAMENVATTING Aanleiding Op verzoek van de staatssecretaris voor primair onderwijs en kinderopvang heeft de Inspectie van het Onderwijs in 2008 de kwaliteit van het basisonderwijs in de drie noordelijke

Nadere informatie

Achtergrondinformatie bij de opdrachtenserie netwerken. Landelijk Stimuleringsproject LOB in het mbo

Achtergrondinformatie bij de opdrachtenserie netwerken. Landelijk Stimuleringsproject LOB in het mbo Achtergrondinformatie bij de opdrachtenserie netwerken Landelijk Stimuleringsproject LOB in het mbo 2 Achtergrondinformatie bij de opdrachtenserie netwerken Met dit document geven wij docenten en loopbaanbegeleiders

Nadere informatie

Opgave 3 Een nieuwe klassenmaatschappij?

Opgave 3 Een nieuwe klassenmaatschappij? Opgave 3 Een nieuwe klassenmaatschappij? 19 maximumscore 4 een beschrijving van twee moderniseringsprocessen op economisch gebied (per proces 1 scorepunt) 2 het aangeven van het gevolg: vraag naar hogeropgeleide

Nadere informatie

De Schoolwerkplaats school van nu

De Schoolwerkplaats school van nu 2015 De Schoolwerkplaats school van nu Visie en uitgangspunten Manon van der Linde Ilse Overzier Marjan van Baekel- Kan 1. Waar de Schoolwerkplaats voor staat Missie Wat we willen is dat alle kinderen

Nadere informatie

Advies voor goed onderwijs, organiseer je samen

Advies voor goed onderwijs, organiseer je samen Advies voor goed onderwijs, organiseer je samen KB BB GL/TL Een handreiking voor leerkrachten van groep 7 en 8 in het basisonderwijs, leerkrachten in het speciaal basisonderwijs en de docenten vmbo onderbouw

Nadere informatie

Voor en vroegschoolse educatie

Voor en vroegschoolse educatie Organisatie Voor en vroegschoolse educatie Hoe zit het nu precies? S K S G Centraal Bureau Heresingel 10 9711 ES Groningen Telefoon: (050) 313 77 27 E-mail: algemeen@sksg.nl Wat is VVE? De afkorting VVE

Nadere informatie