Het gebruik van AWBZ-begeleiding en aanknopingspunten voor de ontwikkeling van een passend aanbod

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Het gebruik van AWBZ-begeleiding en aanknopingspunten voor de ontwikkeling van een passend aanbod"

Transcriptie

1 Het gebruik van AWBZ-begeleiding en aanknopingspunten voor de ontwikkeling van een passend aanbod Een onderzoek onder cliënten met AWBZ-begeleiding in zorg in natura en PGB

2 Het gebruik van AWBZ-begeleiding en aanknopingspunten voor de ontwikkeling van een passend aanbod Een onderzoek onder cliënten met AWBZ-begeleiding in zorg in natura en PGB Stichting Mienskipssoarch Van Toepassing onderzoek en beleidsadvies Juli 2012

3 Inhoudsopgave 1. Inleiding 6 2. Methode van onderzoek 8 3. Resultaten begeleiding zorg in natura 13 Kenmerken van de onderzoeksgroep 13 Hoeveelheid begeleiding en waardering 16 Aansluiting begeleiding bij behoefte 21 Aanknopingspunten voor alternatieve invulling van begeleiding Resultaten begeleiding PGB 26 Kenmerken van de onderzoeksgroep 26 Hoeveelheid begeleiding en waardering 29 Aansluiting begeleiding bij behoefte 32 Aanknopingspunten voor alternatieve invulling van begeleiding Schatting gebruik in drie schatting gebruik in drie gemeenten Conclusies en aanbevelingen 38 Conclusies 38 Aanbevelingen 40 Bijlage: Schattingen gebruik begeleiding in populatie van drie gemeenten

4 1. Inleiding Het inmiddels demissionaire kabinet was voornemens in 2013 de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) -begeleiding over te hevelen naar de gemeenten en bij de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) onder te brengen. Hoewel de plannen zijn opgeschort, is het aannemelijk dat de ingeslagen beleidsrichting ook onder een nieuw kabinet wordt voortgezet. Gemeenten moeten dan bepalen hoeveel zorg ze gaan inkopen en in welke vorm. Daarbij is de verwachting dat vanwege de bezuinigingen minder dan voorheen kan worden verstrekt. Het is daarom van belang te weten hoeveel begeleiding momenteel wordt gebruikt en welke aanknopingspunten er zijn voor meer efficiënte inzet. Wanneer bekend is hoeveel begeleiding wordt gebruikt en op welke wijze, kan nagedacht worden over alternatieve vormgeving. Hierbij is het van belang mee te nemen of de huidige ondersteuning aan de behoefte van cliënten voldoet en cliënten zelf alternatieve mogelijkheden aandragen. De volgende vragen zouden daarom beantwoord moeten worden. 1. Hoeveel begeleiding is geïndiceerd; 2. Hoeveel begeleiding wordt momenteel ingezet en in welke vorm; 3. In welke combinaties met andere zorg en ondersteuning wordt de begeleiding momenteel verkregen; 4. Voldoet de huidige ondersteuning aan de behoefte van de cliënt? Voor het onderzoek zijn 126 cliënten met AWBZ begeleiding in de vorm van zorg in natura geïnterviewd en 119 cliënten met een persoonsgebonden budget (PGB). Het gaat om cliënten die wonen in de gemeenten Boarnsterhim, Heerenveen en Opsterland. Uit de groep cliënten met zorg in natura is een steekproef getrokken uit het cliëntenbestand van verschillende zorgaanbieders die in Friesland individuele en/of groepsbegeleiding bieden. De groep cliënten met een PGB is benaderd door Zorgkantoor Friesland. Zorgkantoor Friesland heeft de 750 cliënten uit de drie gemeenten met een PGB voor begeleiding een brief gestuurd waarin medewerking aan het onderzoek werd gevraagd. Voor de interviews heeft Mienskipssoarch zeven interviewers geselecteerd die ervaren zijn in de omgang met de verschillende doelgroepen. Het onderzoeksverslag is als volgt opgebouwd. Allereerst wordt de wijze waarop het onderzoek is uitgevoerd uitgebreid beschreven en worden conclusies getrokken over de representativiteit van de steekproef. Vervolgens worden achtereenvolgens de resultaten voor de groep cliënten met zorg in natura en de groep met een PGB beschreven. Beide hoofdstukken worden afgesloten met conclusies over aanknopingspunten voor de ontwikkeling van alternatieve vormgeving van de begeleidingsfunctie. Op basis van de steekproefgegevens wordt in hoofdstuk 5 berekend hoeveel de drie gemeenten aan begeleiding zouden moeten inkopen voor de hele populatie bij gelijkblijvend indicatiebeleid. Tot slot worden de conclusies samengevat en aanbevelingen voor vervolg besproken. Daarbij is het interessant te weten of verschillende deelgroepen zijn te identificeren, die zich op de verschillende factoren onderscheiden. Stichting Mienskipssoarch heeft in samenwerking met onderzoeksbureau Van Toepassing onderzoek gedaan naar het gebruik van AWBZ-begeleiding om inzicht te krijgen in de hoeveelheid begeleiding die wordt gebruikt en de aansluiting van de begeleiding bij de behoefte van cliënten. Skillslab, een samenwerkingsverband van bureau HHM, Frieslab, een aantal Friese gemeenten en zorgaanbieders, zal op basis van deze gegevens concreet vorm geven aan mogelijkheden voor invulling van het toekomstige aanbod. De gegevens kunnen daarnaast als nulmeting dienen. Wanneer de transitie wordt doorgevoerd, kan na enige tijd het onderzoek worden herhaald zodat vergelijkingen op een aantal kenmerken van de begeleiding en de effectiviteit ervan kunnen worden gemaakt. 6 7

5 2. Methode van onderzoek Twee steekproeven Voor het onderzoek naar het gebruik van de begeleidingsfunctie in de AWBZ is een steekproef getrokken uit het cliëntenbestand van verschillende aanbieders van zorg in natura die individuele en/of groepsbegeleiding bieden in Friesland, namelijk: Talant (zorg voor mensen met een verstandelijke beperking), Noorderbrug (zorg voor mensen met niet aangeboren hersenletsel), Meriant (ouderenzorg), Thuiszorg de Friese Wouden, Thuiszorg Het Friese Land (thuiszorg), ZuidOostZorg (verpleeghuiszorg, ouderenzorg en thuiszorg) en Mienskipssintrum Leppehiem (thuiszorg en ouderenzorg). Het streven was om in totaal 150 cliënten van deze organisaties te interviewen. Het gaat om cliënten die wonen in de gemeenten Boarnsterhim, Heerenveen en Opsterland. Medewerkers van de zorgaanbieders overhandigden de brief waarin om medewerking werd gevraagd aan de cliënten en gaven verdere toelichting. Als de cliënt geïnterviewd wilde worden, werd vervolgens een afspraak gemaakt. De steekproef die getrokken kon worden was bewust zeer ruim genomen, omdat bekend is dat het om kwetsbare mensen gaat die niet altijd medewerking kunnen verlenen aan onderzoek. Dat is ook naar voren gekomen in dit onderzoek. Een deel van de geselecteerde cliënten bleek niet mee te kunnen doen omdat de situatie bij deze cliënten veranderd was (cliënten waren bijvoorbeeld opgenomen of overleden). Er zijn uiteindelijk 126 cliënten geïnterviewd. Een aantal cliënten wilde nadat de afspraak was gemaakt alsnog niet meedoen of heeft de afspraak voor een interview om onbekende redenen afgezegd. Er zijn bij de benadering van respondenten geen aanwijzingen naar voren gekomen dat er systematische verschillen zijn tussen de cliënten die aan het onderzoek hebben meegewerkt en de cliënten die niet hebben meegewerkt. Omdat verder geen specifieker inzicht is in de redenen van het niet willen meewerken en de kenmerken van deze cliënten, bestaat er een kans dat specifieke deelgroepen ondervertegenwoordigd zijn in de steekproef. Cliënten die gebruik maken van een PGB zijn door Zorgkantoor Friesland benaderd. Het Zorgkantoor heeft de 750 cliënten uit de drie gemeenten met een PGB voor begeleiding een brief gestuurd waarin medewerking aan het onderzoek werd gevraagd. Cliënten konden met Mienskipssoarch bellen om een afspraak te maken. 119 cliënten zijn geïnterviewd. Omdat de groep PGB-houders door zelfselectie tot stand is gekomen, kunnen specifieke groepen ondervertegenwoordigd zijn in de steekproef, waardoor de resultaten vertekend kunnen zijn. Van de cliënten die gebruik maken van zorg in natura, maken 5 ook gebruik van een PGB. Van de cliënten met een PGB maken 16 ook gebruik van zorg in natura. Er is dus enige overlap tussen beide groepen. Representativiteit Doordat de steekproef uit de populatie van cliënten met een PGB door zelfselectie tot stand is gekomen, moet er rekening mee worden gehouden dat bepaalde categorieën cliënten of situaties niet of niet representatief in beeld zijn gekomen. De aanmeldingen voor medewerking aan het onderzoek vanuit de organisaties van zorg in natura bleven achter bij de verwachting. Ook voor deze steekproef geldt dat bepaalde categorieën cliënten of situaties mogelijk niet of niet representatief in beeld zijn gekomen. Het is daarom zinvol om met een aantal deskundigen na te gaan of, en zo ja welke, categorieën ontbreken. Omdat het onderzoek in plattelandsgemeenten is gehouden is het niet representatief voor de populatie in steden. In steden is een grotere concentratie van zwaardere problematiek. Betrouwbaarheid schatting gebruik Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) biedt via de website Begeleiding in beeld de mogelijkheid om gegevens van AWBZ-cliënten met een indicatie voor begeleiding op verschillende gebiedsniveaus te bekijken. Voor de drie onderzochte gemeenten zijn de CIZ-gegevens van peildatum 1 januari 2012 vergeleken met de gegevens uit de steekproef om inzicht te krijgen in de representativiteit van de gegevens. Hierbij zijn de cliënten die jonger zijn dan 18 jaar en een indicatie hebben met de hoofdgrondslag psychiatrische aandoeningen en gedragsproblematiek buiten beschouwing gelaten, omdat deze groep door Bureau Jeugdzorg wordt geïndiceerd. Het CIZ heeft hier geen gegevens over. Het gaat hierbij in de steekproef om 27 jongeren. Als het gaat om de gemeente waar cliënten wonen, dan blijkt dat de groep geïnterviewde cliënten (exclusief jeugdzorg) en de CIZ-populatie gelijk verdeeld zijn over de die gemeenten (tabel 1). De verdeling van cliënten over de hoofdgrondslagen verschilt bovendien niet significant tussen de drie gemeenten. 8 9

6 Tabel 1: Verdeling cliënten met AWBZ-begeleiding, geïndiceerd door CIZ, over de drie gemeenten in de populatie en in de steekproef Gemeente CIZ Steekproef Boarnsterhim 17% 19% Heerenveen 55% 48% Opsterland 28% 33% 100% (n=1355) 100% (n=192) In de steekproef zitten relatief veel cliënten van 65 jaar en ouder (tabel 2). Tabel 2: Verdeling cliënten met AWBZ-begeleiding, geïndiceerd door CIZ, naar leeftijd in de populatie en in de steekproef Leeftijd CIZ Steekproef < 18 jaar 15% 10% jaar 64% 56% > 65 jaar 21% 34% (Sign. p=.00) 100% (n=1355) 100% (n=197) Tabel 3: Verdeling cliënten met AWBZ-begeleiding, geïndiceerd door CIZ, naar hoofdgrondslag in de populatie en in de steekproef Hoofdgrondslag CIZ Steekproef SOM, LB, ZB 24% 37% PG 5% 13% PSY 32% 22% VB 39% 28% 100% (n=1345) 100% (n=195) (Sign. p=.00) SOM=somatische aandoening, LB=lichamelijke beperking, ZB=zintuiglijke beperking, PG=psychogeriatrische problematiek, PSY=psychiatrische problematiek, VB=verstandelijke beperking Interviews Voor de interviews heeft Mienskipssoarch zeven interviewers geselecteerd die ervaren zijn in de omgang met de verschillende doelgroepen. De interviews omvatten de volgende onderdelen: In de steekproef zitten relatief veel cliënten met aandoeningen op psychogeriatrisch gebied en lichamelijke aandoeningen (waarbij de hoofdgrondslagen somatische aandoening, lichamelijke en zintuiglijke beperking zijn samengenomen) en minder cliënten met een verstandelijke beperking en psychiatrische aandoeningen dan in de CIZ populatie (tabel 3). Dat er relatief veel cliënten met psychogeriatrische problematiek in de steekproef zitten komt overeen met de leeftijdsverdeling, namelijk relatief veel 65-plussers. Als een aantal deelgroepen mogelijk niet (voldoende) in beeld zijn, kunnen daar geen conclusies over getrokken worden. De conclusies over aanknopingspunten voor ontwikkeling van aanbod voor de groepen die wel vertegenwoordigd zijn, zijn echter wel betrouwbaar. De schattingen van het gebruik van de begeleiding moeten met voorzichtigheid worden gehanteerd. Er wordt daarom met betrouwbaarheidsintervallen gewerkt. - Persoonsgegevens - Leefsituatie, dagbesteding, uitkering - Aantal sociale contacten en activiteiten - Indicatie en grondslag - Individuele begeleiding: doel/functie, hoeveelheid gebruik, evt. oorzaak minder gebruik dan indicatie, frequentie, aantal begeleiders, wie geeft begeleiding, organisatie, aansluiting begeleiding bij behoefte - Groepsbegeleiding: idem - Logeren: idem (niet doel/functie) - Andere hulpverlening - Gebruik videobegeleiding en activiteitenhorloge - Tevredenheid met begeleiding als geheel en verbeteringsmogelijkheden - Ervaren zelfstandigheid/autonomie - Reden voorkeur PGB/zorg in natura 10 11

7 Daarbij hebben de interviewers aantekeningen gemaakt en voor elke cliënt nog eens kort samengevat waarvoor de begeleiding wordt gebruikt en wat de betekenis van de begeleiding voor de cliënt is. Hierdoor konden goede casusbeschrijvingen worden gemaakt, bijvoorbeeld voor het vervolgtraject van Skillslab. Bij de meeste gesprekken was een mantelzorger of begeleider aanwezig. De cliënt heeft in 21% van de interviews zelfstandig de vragen beantwoord en in 49% van de gevallen samen met een begeleider of mantelzorger. In 30% van de gevallen heeft de begeleider of mantelzorg de vragen voor de cliënt beantwoord. Er is bij de interviews aangetekend als begeleider en cliënt van mening verschilden. Dit kwam niet vaak voor. Het is echter van belang te realiseren dat begeleiders en mantelzorgers, vaak onbedoeld, deels vanuit een ander perspectief vragen zullen beantwoorden dan de cliënten zelf. Een aantal interviews is bij de dagbesteding gedaan, waardoor de indicatie niet bij de hand was. Bij de cliënten van Talant is deze naderhand opgevraagd. 3. Resultaten begeleiding zorg in natura Kenmerken van de onderzoeksgroep De groep geïnterviewde cliënten die begeleiding krijgt uit de AWBZ in de vorm van zorg in natura bestaat uit 126 personen. De woonplaats van de cliënten is evenredig verdeeld naar de inwonersaantallen van de drie geselecteerd gemeenten. De cliënt heeft in 23% van de interviews zelfstandig de vragen beantwoord en in 56% van de gevallen samen met een begeleider of mantelzorger. In 21% van de gevallen heeft de begeleider of mantelzorg de vragen voor de cliënt beantwoord. De gemiddelde leeftijd is 59 jaar. Tabel 4: Leeftijd cliënten met zorg in natura Aantal Percentage < 18 jaar 5 4,00% jaar 11 8,70% jaar 39 31,00% jaar 35 27,80% > 75 jaar 36 28,60% Totaal ,00% Ongeveer de helft van de cliënten woont samen met familie of partner. Van de cliënten tot 65 jaar met een uitkering, heeft 44% een Wajong uitkering en 33% een Wet arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO). Bij tweederde van de interviews was er een indicatiebesluit voorhanden waar gegevens uit konden worden gehaald. De verdeling naar hoofdgrondslag komt niet helemaal overeen met de verdeling van de totale aantallen indicaties in de drie gemeenten volgens de CAK-gegevens. Vooral de cliënten met een psychiatrische grondslag voor de indicatie zijn in deze steekproef ondervertegenwoordigd

8 Deze hoofdgrondslag komt meer voor in de groep PGB-houders. Dit geldt tevens voor de groep jongeren met een verstandelijke beperking en jongeren met psychiatrische stoornissen of gedragsproblematiek. Tabel 5: Verdeling cliënten naar hoofdgrondslag Frequentie Percentage somatisch 27 21,60% psychogeriatrisch 20 16,00% psychiatrische stoornis/gedragsproblematiek 17 13,60% verstandelijke beperking 38 30,40% lichamelijke beperking 22 17,60% jeugdzorg 1 0,80% Totaal ,00% onbekend 1 Totaal 126 Als wordt gekeken naar de cliënten met meerdere grondslagen, dan komt de combinatie psychogeriatrische aandoening met somatische aandoening het meest voor. Daarnaast komen de combinaties verstandelijke beperking met psychiatrische aandoening, psychiatrische stoornis met somatische aandoening en somatische aandoening met lichamelijke aandoening vaker voor. Somatische aandoening, leeftijd jaar: in deze categorie is een groep te onderscheiden die zelfstandig woont en gebruik maakt van dagbesteding of dagbehandeling. Leeftijd 65+: verschillende aandoeningen, geen ernstige beperkingen: deze groep cliënten maakt vaak gebruik van dagbesteding. Drie jonge mannen met een licht verstandelijke beperking, die alle drie een volledige werkweek hebben, wonen zelfstandig bij een steunpunt van een zorgaanbieder. Zij gaan zelfstandig naar hun werk met een auto of scooter. Zij krijgen gemiddeld 3,5 uur begeleiding per week en hebben een indicatie voor huishoudelijke hulp. Hun huis wordt schoongemaakt als ze aan het werk zijn. Het is de bedoeling dat ze zelf eten maken. Lukt dat niet dan is het mogelijk om bij het steunpunt te koken en te eten. Financiën worden bij alle drie door familie gedaan. Twee van de jongeren kunnen niet echt goed aangeven waar de begeleiding uit bestaat die zij krijgen. Zij gaan eigenlijk hun gang en geven aan dat ze het wel fijn vinden dat er af en toe even iemand komt om te vragen hoe het is en dat ze contacten hebben binnen de woonvorm. Bij één van hen gaat de begeleiding mee boodschappen doen. De derde jongere kan ook niet goed aangeven waar de begeleiding uit bestaat, hij geeft wel heel duidelijk aan dat hij hier goed zelfstandig kan wonen omdat er altijd iemand is. Deelgroepen De interviews zijn op basis van hoofdgrondslag, leeftijd en woonsituatie gegroepeerd. Daarbij is gezocht naar groepen met gelijksoortige problematiek en begeleiding. 1 Het is duidelijk dat ze alle drie belang hebben bij een aanspreekpunt, hun verhaal even kwijt kunnen. Alle drie geven ze aan het wonen op deze manier fijn te vinden. Licht verstandelijke beperking, leeftijd 18+: het gaat hier om cliënten met een licht verstandelijke beperking die zelfstandig wonen en gebruik maken van een steunpunt van Talant. Verstandelijke beperking, leeftijd 18+, sociaal-emotionele problematiek: bij deze groep cliënten met een verstandelijke beperking is sprake van sociaal-emotionele of psychiatrische problematiek. Er is behoefte aan individuele begeleiding om cliënt te ondersteunen bij het verwerken van ervaringen en oplossen van problemen. Psychiatrische stoornissen en gedragsproblematiek, leeftijd 18+: bij deze groep cliënten is vaak naast individuele begeleiding ook ondersteuning vanuit de GGZ. Psychogeriatrische problematiek, leeftijd 65+, en somatische aandoening, leeftijd 65+: het gaat hier om twee groepen cliënten die samenwonen met de partner. Er wordt gebruik gemaakt van groepsbegeleiding, vooral om de mantelzorger te ontlasten. Activiteiten, sociale netwerk en autonomie Uit tabel 6 blijkt dat de cliënten met zorg in natura het meeste contact hebben met familie. Meer dan drie kwart van de cliënten heeft minimaal eens per week contact met familie. Hierin zijn meegenomen de cliënten die nog bij hun ouders wonen en dus dagelijks familie zien. De jongeren tot 18 jaar zijn hierin echter niet meegenomen. 21% van de cliënten heeft minder dan één keer per week contact met familie

9 Tabel 6: Aantal contacten cliënten met zorg in natura Frequentie Contact familie (n=115) Contact vrienden (n=118) Contact kennissen/ buren (n=112) Percentage Minder dan 1 keer per week 21% 55% 52% 21,60% 1 tot 3 keer per week 38% 33% 38% 16,00% Vaker 41% 12% 10% 13,60% Bijna 60% van de cliënten heeft elke week dezelfde activiteiten en ontmoet daarbij dezelfde mensen. 20% van de cliënten heeft nauwelijks activiteiten waarbij hij/zij anderen ontmoet. Tabel 7: Activiteiten waarbij cliënten contacten hebben met anderen Activiteiten en contacten Frequentie Percentage verschillende activiteiten per week, contact met veel mensen 11 8,7 elke week een andere activiteit, redelijk veel mensen 8 6,3 dezelfde activiteiten, dezelfde mensen 74 58,7 nauwelijks activiteiten 25 19,8 Totaal ,7 onbekend 8 6,3 Totaal De schaal voor zelfstandigheid bleek vooral geschikt voor cliënten met een lichamelijke aandoening. Voor de andere deelgroepen had de schaal weinig onderscheidend vermogen. De resultaten worden daarom niet gebruikt. Hoeveelheid begeleiding en waardering Individuele begeleiding Tweederde van de cliënten met zorg in natura heeft individuele begeleiding. De indicatie is gemiddeld 4,3 uur per week (het gemiddelde van de indicatieklasse). Er wordt gemiddeld 4,1 uur individuele begeleiding ontvangen; gemiddeld tussen de 2 en 3 keer per week. In 60% van de gevallen wordt de maximale indicatie gebruikt. In ruim 10% van de gevallen wordt de indicatie niet gebruikt of minder dan de minimumgrens van de geïndiceerde klasse. Als de indicatie niet (volledig) wordt gebruikt, wordt meestal aangegeven dat het niet nodig is of dat het wisselend nodig is en op het moment wat minder. Een derde van de cliënten ontvangt de begeleiding van thuiszorgorganisaties, waaronder organisaties die tevens intramurale zorg bieden, en een derde van een organisatie voor mensen met een verstandelijke beperking. De begeleiding wordt verder gegeven door (al dan niet in combinaties): een zorgorganisatie voor mensen met niet aangeboren hersenletsel, GGZ en andere organisaties. Soms wordt de individuele begeleiding niet zozeer gebruikt voor de cliënt, maar meer om de mantelzorger te steunen. Dit is vooral het geval bij psychogeriatrische cliënten. Het komt een aantal keer voor dat het niet duidelijk is in hoeverre taken op persoonlijke verzorging of individuele begeleiding worden weggeschreven. Dit is vaak het geval bij cliënten met ernstiger lichamelijke aandoeningen waar veel persoonlijke verzorging is geïndiceerd en waar de individuele begeleiding gecombineerd wordt met persoonlijke verzorging. Cliënt is een vrouw van 78 jaar. Zij woont samen met haar echtgenoot. Zij heeft 3 jaar geleden een CVA (beroerte) gehad en is daardoor rechtzijdig verlamd. Zij kan nauwelijks meer praten (af en toe een paar woordjes). Ze krijgt logopedie en fysiotherapie. Het echtpaar heeft voornamelijk contact met kinderen en kleinkinderen. Er komt weinig bezoek, omdat er bijna geen gesprek te voeren is. Ze is veel thuis, leest, borduurt en kijkt tv. Er is een indicatie voor 3 dagen in de week voor groepsbegeleiding (met vervoer). Bij de dagopvang ontmoet ze andere mensen. Ze gaat er met plezier naar toe. Dagopvang biedt haar man ook gelegenheid om andere dingen te doen. De thuiszorg komt s ochtends en s avonds voor persoonlijke verzorging, verder helpt haar man haar met alles. Er is overal hulp bij nodig. Er is eveneens een alarmbel en tafeltje dekje. Bij problemen komt de thuiszorg. De thuiszorg kan vaker komen (de indicatie voor persoonlijke verzorging maakt hulp tot 4x per dag mogelijk), maar haar man doet het graag zolang het kan. Zij zijn tevreden met de ondersteuning. Bij tweederde van de cliënten zijn de doelen van begeleiding vooral praktisch gericht en bij ruim 60% op de regievoering. Bij de helft van de cliënten zijn beide doelen aan de orde. Het is opvallend dat een aantal keer (13%) geen duidelijkheid bestond over het doel van de individuele begeleiding en/of de frequentie waarmee de begeleiding wordt gegeven (12%). Op basis hiervan kan de vraag gesteld worden of er methodisch wordt gewerkt aan de hand van doelen en evaluaties. Vrijwel alle cliënten, al dan niet verwoord door een begeleider of mantelzorger, zijn tevreden met de individuele begeleiding

10 85% vindt dat er genoeg individuele begeleiding is; 10 respondenten (13%) geven aan dat het te weinig is. Enkele cliënten geven hierbij aan meer behoefte aan begeleiding te hebben om meer naar buiten te kunnen en voor bijvoorbeeld artsenbezoek. Het gaat hierbij om cliënten die door lichamelijke beperkingen of psychiatrische problematiek niet zonder begeleiding naar buiten kunnen. Een aantal respondenten heeft behoefte aan iemand om samen wat mee te doen en/of voor het sociale contact. Groepsbegeleidingen kortdurend verblijf Tweederde van de cliënten met zorg in natura maakt gebruik van groepsbegeleiding. Daarvan heeft 10% dagbehandeling. Er zijn gemiddeld 6,0 dagdelen geïndiceerd, waarvan gemiddeld 5,1 dagdelen worden gebruikt. Ook hier geldt dat als de indicatie niet volledig wordt benut, dat aangegeven wordt dat het niet of wisselend nodig is. Ook is het soms te druk voor de cliënt. Dit geldt bijvoorbeeld soms voor cliënten met niet aangeboren hersenletsel, die snel teveel prikkels krijgen. Mogelijk zijn hier ook alternatieve oplossingen voor te vinden die beter aansluiten bij de behoefte. Cliënt is een vrouw met een licht verstandelijk beperking en zij heeft veel meegemaakt. Ze zegt wat ze denkt, dat geeft wel eens spanningen. Ze krijgt 3 tot 5 uur per week individuele begeleiding voor de administratie en om haar hart te kunnen luchten. Ze gaat 1 dag in de week naar een zorgboerderij. Ze heeft een indicatie voor 9 dagdelen, maar dat kan ze niet aan; geeft teveel stress. Met 1 dag per week gaat het goed. Het gaat momenteel niet zo goed met haar. Ze heeft daarom 1 keer per maand een gesprek met maatschappelijk werk. Ze zou graag een vriendin hebben om samen dingen mee te doen. Ze zou ook in een woonvorm willen wonen, maar niet met laag verstandelijk beperkten. Dat sluit niet aan bij haar niveau. Kortom, de cliënten geven aan voor het merendeel tevreden zijn met de individuele begeleiding. Als gekeken wordt naar onvervulde wensen, dan gaat het om enkelingen en om uiteenlopende vragen. De situaties die wat regelmatiger voorkomen zijn de volgende: - Behoefte om meer naar buiten te kunnen - Behoefte aan meer sociaal contact - Onduidelijke doelstelling De aangegeven tevredenheid zegt overigens niet dat geen verbeteringen of alternatieven mogelijk zijn. Vaak heeft de klant geen of onvoldoende alternatieven aangeboden gekregen en wordt het bestaande aanbod van aanbieders aangeboden. De klant heeft bij de vraag naar tevredenheid dus een beperkt referentiekader. De meeste cliënten vinden het aantal dagdelen voldoende. Vrijwel alle cliënten zijn verder tevreden met de begeleiding. Cliënt is een man van 40 jaar. Hij heeft een hersenbeschadiging gekregen na operatie aan een tumor. Na deze operatie heeft hij zware epileptische aanvallen gekregen. Kan weinig stress aan, omdat hij anders vaker epileptische aanvallen krijgt. Woont alleen. Heeft goede contacten met vrienden en familie. Moeder helpt met administratie en communicatie. Zij belt hem elke morgen om hem te wekken, maar ook om te checken of het goed met hem is. De dagbesteding bevalt goed: hij gaat daar elke middag naar toe. Zo kan hij s morgens in zijn eigen tempo opstarten. De dagbesteding van de man bestaat uit: een spelletje doen met mede-cliënten, elkaar ontmoeten en zo nu en dan een andere activiteit (schilderen, timmeren etc). De activiteiten moeten hem vooral geen stress opleveren vanwege de epilepsie. Daarnaast doet hij aan sport. Als er geen dagbesteding zou zijn, zou hij dat heel erg vinden. Hij zou niet weten wat hij dan moest doen. Van kortdurend verblijf in de vorm van logeren maakt zes procent van de respondenten gebruik. Gemiddeld zijn 46,5 dagen per jaar geïndiceerd, deze worden ook gebruikt. De respondenten die hier gebruik van maken hebben een verstandelijke beperking of zijn jonger dan 18 jaar en hebben een indicatie op hoofdgrondslag psychiatrische stoornis of gedragsproblematiek. Twee moeders van ernstig beperkte kinderen (meervoudig) hebben nog geen geschikte logeervoorziening kunnen vinden

11 Combinatie met andere begeleiding Naast de begeleiding wordt vrijwel altijd andere zorg en ondersteuning geboden. De cliënten met een verstandelijke beperking hebben in een derde van de gevallen een indicatie die gebaseerd is op meerdere grondslagen. Zij maken veel gebruik van zowel individuele begeleiding (meer dan 90%) als groepsbegeleiding. De cliënten die zelfstandig wonen en gebruik maken van zowel individuele begeleiding als dagbesteding vormen meer dan de helft van de groep. Daarnaast is er soms budgetbeheer, zoals schuldhulpverlening of bewindvoering, maar budgetbeheer wordt ook vaak door de mantelzorg gedaan. Bijna de helft van de cliënten heeft mantelzorg. In enkele gevallen wordt de individuele begeleiding ook door de GGZ gegeven, naast de begeleiding van een organisatie voor mensen met een verstandelijke beperking of vanuit een PGB. Aansluiting begeleiding bij behoefte Cliënt met een verstandelijke beperking woont bij zijn broer. Dit verloopt soms moeizaam, omdat zijn broer graag de baas speelt. De begeleider komt 1 keer per week. Daarnaast komt zijn zus hem 1 keer in de week helpen met het financiële gedeelte van de administratie. Zij geeft hem ook steun. De steun van de begeleider en de zus is naar zijn zeggen hard nodig. Hij kan bij de begeleider terecht met problemen die hij zelf niet kan oplossen. De begeleider zorgt ervoor dat hij praat. Als hij dat niet doet kropt hij teveel op en wordt hij kwaad en zenuwachtig. Ook wat het werk betreft zou het niet goed gaan zonder de individuele begeleiding; hij zou er met de pet naar gooien. Cliënten met een somatische aandoening hebben minder vaak individuele begeleiding, maar wel vaak groepsbegeleiding. Daarnaast maken ze vaak gebruik van huishoudelijke hulp (HH1 of HH2) en persoonlijke verzorging. De cliënten met psychiatrische problematiek maken minder gebruik van groepsbegeleiding, maar wel van individuele begeleiding (ruim 90%). Ook wordt gebruik gemaakt van huishoudelijke hulp (HH1 of HH2) en budgetbeheer. De GGZ geeft vaak ook ambulante begeleiding. De cliënten met een psychogeriatrische aandoening maken vooral gebruik van groepsbegeleiding en minder vaak van individuele begeleiding. Daarnaast maken zij gebruik van huishoudelijke hulp (HH1) en persoonlijke verzorging (meer dan 90%). Een deel van de cliënten maakt daarbij gebruik van AWBZ- of Wmo-vervoer. Van overige zorg en ondersteuning wordt minder gebruik gemaakt. Opvallend is dat er nauwelijks gebruik wordt gemaakt van vrijwilligers voor begeleiding (gezelschap, maatje, praktische ondersteuning). Keuze voor zorg in natura De cliënten die de begeleiding in de vorm van zorg in natura hebben, hebben daar niet altijd voor gekozen (ruim een derde van de cliënten) en weten soms ook niet dat er alternatieven zijn. Tweederde heeft er wel voor gekozen. Vaak wordt genoemd dat het makkelijk is omdat alles geregeld is. Om inzicht te krijgen in de aansluiting van de begeleiding bij de behoefte van cliënten is gevraagd wat er zou gebeuren als de begeleiding weg zou vallen. De cliënten met zorg in natura (en/of hun begeleider of mantelzorger) hebben op deze wijze aangegeven wat zij de belangrijkste functies vinden van de begeleiding die zij krijgen. Voor de individuele begeleiding zijn 5 soorten behoeften te onderscheiden. Hieronder staan de vijf categorieën genoemd met voorbeelden uit de interviews. Tussen haakjes staat de hoofdgrondslag van de indicatie vermeld: verstandelijke beperking (VB), niet aangeboren hersenletsel (NAH) of overige somatisch (SOM), psychogeriatrisch (GER) en psychiatrische problematiek (PSY). Overigens bestaan er vaak verschillende behoeften naast elkaar. Behoeften individuele begeleiding Sociaal-emotionele ondersteuning: helpen bij verwerken van ervaringen en oplossen van problemen, zodat cliënt niet uit balans raakt Bijvoorbeeld: - Dan krijgt hij zijn leven niet op de rit. Hij heeft hulp nodig bij het verwerken van dingen (VB) - Dan blijven problemen in zijn hoofd rondtollen (VB) - Dan raakt cliënt in de war en de controle over zichzelf kwijt. Uiteindelijk kan er een psychose ontstaan (PSY) - Begeleider zorgt voor rust in het hoofd. Anders blijft hij malen en raakt hij overspannen (NAH) 20 21

12 Stimuleren, structuur bieden: activeren en voorkomen verwaarlozing Bijvoorbeeld: - Dan is de structuur en vastigheid weg en zou hij zich verwaarlozen (VB) - Dan zou hij in bed blijven en tv kijken (VB) - Dan zou het een grote rommel zijn (PSY) Ondersteuning administratie, regelzaken: voorkomen van problemen, waaronder schulden Bijvoorbeeld: - Dan zou hij verder in de schulden komen (VB) - Dan wordt de administratie een rommeltje (PSY) Sociaal contact Bijvoorbeeld: - Zonder steunpunt zou hij de sociale contacten missen en veel thuis zitten (VB) - Dan zou ze geen structuur hebben, zichzelf verwaarlozen en vereenzamen (VB) Naar buiten kunnen (iets minder vaak genoemd) Bijvoorbeeld: - Dan zou hij steeds minder contact hebben met de buitenwereld en letterlijk de deur niet meer uitkomen (PSY) - Dan zou ze de hele dag binnen zitten (SOM) Zinvolle tijdsbesteding Bijvoorbeeld: - Het is een fijne afleiding (GER) - Dan zou het wereldje wel klein zijn (NAH) - Hij heeft wel hobby s, maar zou zich dan toch gaan vervelen (VB) - De zorgboerderij is belangrijk voor zijn eigenwaarde, hij voelt zich daar nodig. Als hij daar niet naar toe kan sluit hij zich in het weekend op, wordt onbenaderbaar en depressief. Sociale contacten Bijvoorbeeld: - Dan zou mevrouw weinig contacten hebben (NAH) - Dan zou ze op haar kamer zitten om naar muziek te luisteren en weinig contacten hebben met anderen (VB) Ondersteuning mantelzorg Bijvoorbeeld: - Mantelzorger heeft rust nodig en moet ook boodschappen kunnen doen (GER) - Dan zou alles op mantelzorger neerkomen (SOM) In 20% van de gevallen is aangegeven dat de cliënt zonder begeleiding niet meer thuis kan wonen, maar opgenomen zou moeten worden. Voor de groepsbegeleiding zijn 4 functies te onderscheiden: Behoeften groepsbegeleiding Structuur, activering Bijvoorbeeld: - Begeleider helpt hem met grenzen stellen, afremmen als hij teveel hooi op de vork neemt (NAH) - Dan zou hij niet zoveel leren (VB) - Zonder dagbesteding gaat ze malen; dan komt ze in een neergaande spiraal (VB) Er is enige overlap in de behoefte aan individuele begeleiding en groepsbegeleiding, zoals bij de behoefte aan structuur of aan sociaal contact. Sociaal contact kan zowel met individuele begeleiding als met groepsbegeleiding worden geboden, maar ook door vrijwilligers. De specifieke combinatie van behoeften, omstandigheden en (ernst van) beperkingen kan verschillend aanbod geschikt maken

13 Aanknopingspunten voor alternatieve invulling begeleiding Cliënt is een vrouw van 90 jaar, weduwe, zij woont zelfstandig. Zij heeft een indicatie op grondslag somatisch, is beginnend dementerend en heeft onlangs een heupoperatie ondergaan. Zij belt elke dag met haar zoons. Zij werkt nog wat in de grote tuin die ze heeft, leest graag, gaat 1 keer per maand naar de plattelandsvrouwen en is lid van een tuinclub. Heeft indicatie voor 2 dagen groepsbegeleiding voor recreatie en sociale contacten. Gaat naar dagverzorging in een woonzorgcentrum. Zij gaat echter maar 1 dag in de week, dat vindt ze wel voldoende. Ze is wel tevreden met de dagbesteding, het is gezellig. Ze zou liever in de tuin werken, maar dat gaat niet meer door ouderdom en door de heup. Haar tuin is te groot om onderhouden te worden door haar. Zoons en buurvrouw geven mantelzorg. Verder is er nog huishoudelijke hulp, Wmo vergoeding voor taxi en tijdelijk persoonlijke verzorging vanwege de heupoperatie. Als de dagverzorging er niet zou zijn, zou ze andere dingen gaan doen. Ook kan hierbij o.a. de vraag gesteld worden of het huishoudelijke werk volledig van de cliënt moet worden overgenomen. Bij de steunpunten van Talant als organisatievorm van begeleiding kan de vraag worden gesteld of wonen en zorg hier wel zo gescheiden zijn en hier niet onbedoeld een afhankelijkheid van een intramurale setting is gecreëerd. De groep cliënten van 65 jaar en ouder met verschillende, niet ernstige aandoeningen, maakt vaak gebruik van dagbesteding. Daarbij kan de vraag gesteld worden of deze vorm het meest passend is en of additionele vormen van dagbesteding mogelijk zijn. Het is de vraag wat de toegevoegde waarde van dagbehandeling is boven behandeling in de eerste lijn. Daarnaast is het interessant om te reflecteren op de uitkomst dat er regelmatig onduidelijke doelstellingen zijn voor de individuele begeleiding en onduidelijkheid over de frequentie van de begeleiding. Mogelijk kan in deze situaties meer methodisch worden gewerkt. Uit het voorgaande zijn de volgende aanknopingspunten gevonden voor mogelijke verbetering van ondersteuning van cliënten. Het gegeven dat een derde van de cliënten niet gekozen heeft voor zorg in natura, roept de vraag op of de cliënt voldoende mogelijkheden heeft gehad om een optimale keuze te maken. Als gekeken wordt naar onvervulde wensen, dan wordt begeleiding in de volgende situaties wat regelmatiger gemist: - Begeleiding om meer naar buiten te kunnen - Begeleiding voor sociaal contact - Dagbesteding die beter aansluit bij behoefte Het is het opvallend dat er weinig gebruik wordt gemaakt van vrijwilligerswerk of andere additionele ondersteuning. Er zijn verschillende categorieën behoeften onderscheiden als het gaat om de betekenis van de begeleiding voor cliënten. De specifieke combinatie van behoeften, omstandigheden, (ernst van) beperkingen en aanwezigheid van andere voorzieningen kan verschillend aanbod geschikt maken. Het is interessant om te reflecteren op situaties die veel voorkomen, om te zien of er alternatieve invullingen mogelijk zijn. Bij de jongeren met een licht verstandelijke beperking die zelfstandig wonen en gebruik maken van een steunpunt van een zorgaanbieder is het doel van de individuele begeleiding niet altijd duidelijk

14 4. Resultaten begeleiding PGB Kenmerken van de onderzoeksgroep De groep geïnterviewde cliënten die begeleiding krijgt vanuit een PGB bestaat uit 119 personen. De woonplaats van de cliënten is evenredig verdeeld over de inwonersaantallen van de drie geselecteerde gemeenten. Vaker dan in de groep met zorg in natura heeft de begeleider of mantelzorger de interviewvragen voor de cliënt beantwoord, namelijk in 45% van de interviews. Dit hangt samen met het gegeven dat een groter deel van de groep bestaat uit kinderen en jongeren. De cliënt heeft in 16% van de gevallen zelfstandig de vragen beantwoord. De helft van de cliënten met een PGB is tussen de 18 en 65 jaar oud, daarnaast is er een grote groep jongeren. De cliënten van 65 jaar en ouder zijn in de minderheid (tabel 8). Tabel 8: Leeftijd cliënten met een PGB Leeftijd Frequentie Percentage ,7 dec , , , , ,5 Totaal Driekwart van de cliënten woont samen met familie of partner, ruim 40% gaat naar school (al of niet gecombineerd met begeleid werken), een kwart maakt gebruik van dagbesteding en 20% heeft geen gestructureerde dagbesteding. De helft van de cliënten met een uitkering heeft een Wajong uitkering en een kwart een uitkering vanuit de WAO. Bij ruim 80% van de interviews was er een indicatiebesluit voorhanden waar gegevens uit konden worden gehaald. De meest voorkomende hoofdgrondslag voor indicatie is een psychiatrische stoornis, zowel bij jongeren (23%) als bij cliënten van 18 jaar en ouder (26%), en verstandelijke beperking (24%). Er zijn relatief veel cliënten met een lichamelijke aandoening in de steekproef (lichamelijke beperking, somatische aandoening of zintuiglijke beperking) vergeleken met de CIZgegevens. Tabel 9: Verdeling cliënten naar hoofdgrondslag Grondslag Frequentie Percentage somatisch 8 6,8 psychogeriatrisch 5 4,2 psych. stoornis 31 26,3 verstandelijke beperking 29 24,6 zintuiglijke beperking 4 3,4 lichamelijke beperking 14 11,9 jeugdzorg 27 22,9 Totaal onbekend 1 Totaal 119 Bij de cliënten die een indicatie hebben gebaseerd op meerdere grondslagen, komt de combinatie van verstandelijke beperking met psychiatrische stoornissen het meest voor (bij 14 cliënten). Ook dit geldt voor zowel jongeren als cliënten van 18 jaar en ouder. Deelgroepen De cliënten met een PGB voor begeleiding zijn vaak jeugdigen met als hoofdgrondslag voor de indicatie een verstandelijke beperking of een psychiatrische stoornis. Bij psychiatrische stoornissen gaat het vooral om PDD-NOS, syndroom van Asperger, een andere autistische aandoening, ADHD en ODD. Een groot deel van de jeugdigen met een verstandelijke beperking heeft ook een psychiatrische stoornis. Daarnaast is er een groep volwassenen met een psychiatrische stoornis. Hierbij gaat het vaak eveneens om PDD-NOS en het syndroom van Asperger, maar ook om schizofrenie, depressie of een borderline syndroom. De cliënten met een verstandelijke beperking met een PGB zijn vaker jeugdigen en hebben vaker een combinatie van grondslagen voor de indicatie dan de groep cliënten met een verstandelijke beperking die zorg in natura krijgen. De cliënten met een verstandelijke beperking die zorg in natura krijgen wonen vaker zelfstandig. De jongere cliënten met psychiatrische aandoeningen met een PGB, geïndiceerd door Bureau Jeugdzorg, komen in de groep met zorg in natura nauwelijks voor

15 De oudere cliënten met een psychiatrische aandoening en een PGB onderscheiden zich niet duidelijk van de groep die zorg in natura ontvangt. De groep cliënten met een lichamelijke aandoening en een PGB hebben minder vaak een combinatie van grondslagen voor de indicatie, hebben vaker individuele begeleiding en minder vaak groepsbegeleiding dan de groep met zorg in natura. Tabel 10: Aantallen contacten cliënten met PGB Frequentie Contact familie (n=70) Contact vrienden (n=113) Contact kennissen/buren (n= 101) Minder dan 1 keer per week 27% 46% 57% 1 tot 3 keer per week 31% 40% 35% Vaker 42% 14% 8% Cliënt is een jongen van 6 jaar met autisme en een verstandelijke beperking. Het IQ is ongeveer 70, hij volgt ZMLK-onderwijs. In het gezin zijn nog twee kinderen. Hij heeft veel begeleiding nodig, moeder moet steeds aanwezig zijn. Er is veel structuur nodig en voorbereiding op wat komen gaat. Op woensdagmiddag is er een begeleider vanuit de PGB als oppas, daarnaast passen de ouders van de vader op. De indicatie voor individuele begeleiding is 4 tot 7 uur per week. Eén keer per maand gaat hij een weekend naar de zorgboerderij en één of twee zaterdagen per maand een dag. Momenteel gaat het niet goed en ervaart de moeder de zorg als te weinig. Hij zelf zou vaker naar het zwembad willen, maar is daarvoor afhankelijk van een ander. Als de begeleiding er niet was, zou hij volgens moeder niet thuis kunnen wonen. Dan schieten de andere kinderen erbij in en houden de ouders het niet vol. Als de mantelzorg uitvalt, kan vader het niet overnemen. Vader kan minder goed met hem omgaan. De keuze voor een PGB is volgens moeder gemaakt omdat de zorg anders niet is te realiseren. Zo kunnen ze zelf bepalen wie voor hem zorgt. Andere hulp sluit niet voldoende aan. Moeder vindt ook dat er te weinig ondersteuning is voor ouders; ze heeft behoefte aan lotgenotencontact. Activiteiten en sociaal netwerk Uit tabel 10 blijkt dat de cliënten het meeste contact hebben met familie. Bijna drie kwart van de cliënten heeft minimaal eens per week contact met familie. Hierin zijn meegenomen de cliënten die nog bij hun ouders wonen en dus dagelijks familie zien. De jongeren tot 18 jaar zijn hierin echter niet meegenomen. Als onderscheid wordt gemaakt naar leeftijd, dan blijken jongeren (jonger dan 18 jaar) vaker meer dan eens per week contact te hebben met vrienden dan de volwassenen (respectievelijk 66% en 47%). Meer dan de helft van de cliënten heeft elke week dezelfde activiteiten en ontmoet daarbij dezelfde mensen. 20% van de cliënten heeft nauwelijks activiteiten waarbij hij/zij anderen ontmoet. Tabel 11: Activiteiten waarbij cliënten contacten heeft met anderen Activiteiten en contacten Frequentie Percentage verschillende activiteiten per week, contact met veel mensen 20 16,8 elke week een andere activiteit, redelijk veel mensen 6 5 dezelfde activiteiten, dezelfde mensen 62 52,1 nauwelijks activiteiten 22 18,5 Totaal ,4 onbekend 9 7,6 Totaal Hoeveelheid begeleiding en waardering Vrijwel alle cliënten met een PGB (107 van de 119) hebben een indicatie voor individuele begeleiding. In bijna de helft van de situaties waar cliënten een PGB hebben voor individuele begeleiding, wordt de begeleiding door één of meer mantelzorgers gegeven. Het gaat om mensen in de eigen kring, meestal ouders en familie. Meestal neemt de moeder het merendeel van de begeleiding op zich. Bij één op de drie cliënten wordt de totale begeleiding (individuele en groepsbegeleiding) uitsluitend door de mantelzorg ingevuld. Dit is bij jongeren veelal de moeder en bij volwassenen de partner. De achtergrond daarvan is dat zij vaak weten hoe zij goed met de cliënt kunnen omgaan, moeders de begeleiding het liefst zelf willen geven en zij deze vaardigheid en de benodigde deskundigheid elders niet kunnen vinden

16 Ouders zijn soms minder gaan werken om voor hun kind te kunnen zorgen. Soms kiezen zij er ook juist voor om te blijven werken en de begeleiding uit te besteden om op deze wijze de dagelijkse belasting vanuit het gezin te verminderen. Als het PGB door derden wordt ingevuld kunnen dit begeleiders zijn die aangesloten zijn bij een organisatie of zelfstandig werken. Twintig procent van de cliënten vindt dat er te weinig individuele begeleiding is geïndiceerd. Soms hangt dit samen met de kosten voor de zorg. Deze zijn hoger dan waar een PGB op berekend is. Daar staat tegenover dat soms ook meer wordt gebruikt wanneer de kosten lager zijn dan waar een PGB op berekend is. Soms is er behoefte aan meer begeleiding om meer sociale contacten te kunnen aangaan, meer dingen te kunnen ondernemen of meer sociaal-emotionele ondersteuning of training te kunnen krijgen. Cliënt is een jongen van 24 jaar, die bij zijn ouders woont. Hij heeft PPD-NOS en was depressief. Het GGZ contact is afgesloten. Hij vertoont obsessief gedrag, computert veel, heeft risico op computerverslaving en isolement, maar heeft te weinig andere bezigheden. Het MBO is mislukt. Hij houdt van laswerk en begint met een opleiding. Het UWV financiert dat echter niet. Hij heeft veel sturing nodig, kan administratie niet doen (bewindvoering ouders) en kan niet zelfstandig wonen. Hij gaat 3 middagen in de week naar dagbesteding en werkt 2 middagen per week met begeleiding vanuit PGB. Hij ziet snel ergens tegenop en gaat dingen uit de weg. Er komt iemand vanuit de kerk voor individuele begeleiding. Een gedeelte van het budget voor individuele begeleiding en het budget voor persoonlijke verzorging wordt besteed aan de werkbegeleiding. Hij krijgt fysiotherapie bij de sport. Hij zou meer met lassen bezig willen zijn. Individuele begeleiding Ruim 90% van de cliënten met een PGB heeft een indicatie voor individuele begeleiding. Het gemiddelde gebruik, evenals de frequentie waarmee de begeleiding wordt gegeven, is voor de individuele begeleiding moeilijk vast te stellen doordat mantelzorg en begeleiding vaak door elkaar lopen. Er worden dan ook regelmatig meer uren voor individuele begeleiding gebruikt dan volgens de indicatie mogelijk is. Door het schuiven met uren voor verschillende functies, is dit mogelijk. Gemiddeld wordt 6,2 uur per week individuele begeleiding gegeven. Als de maximale uren van de indicatie worden aangehouden in die situaties waar het gebruik de maximale indicatie overschrijdt, dan wordt in totaal gemiddeld 5,1 uur begeleiding gegeven. In 80% van de situaties wordt de maximumindicatie benut. Wanneer de uren door de mantelzorg worden ingevuld worden meer uren gebruikt dan als de begeleiding bij derden wordt ingekocht. Voor zover de begeleiding niet verspreid over de hele dag wordt gegeven, ligt de gemiddelde frequentie bij 57 cliënten op 3 keer per week. Kleinere indicaties individuele begeleiding worden vooral bij de volwassenen met psychiatrische problematiek gevonden en grotere bij de cliënten met een verstandelijke beperking. Soms wordt er minder zorg gebruikt dan geïndiceerd. Hiervoor worden dezelfde redenen genoemd als bij de cliënten met zorg in natura: er is minder nodig of het gebruik wisselt. Bij 95% van de cliënten zijn de doelen van begeleiding vooral praktisch gericht en bij ruim 87% op de regievoering. Bij 80% van de cliënten zijn beide doelen aan de orde. Als het gaat om de waardering van de begeleiding dan wordt regelmatig aangetekend dat het moeilijk is passend aanbod te vinden en dat het een lange zoektocht is geweest om de begeleiding goed te regelen. Het gaat dan om de invulling van de individuele begeleiding, maar vaak wordt ook de combinatie met andere vormen van begeleiding en zorg bedoeld. Dit komt vooral voor in de groep met hoofdgrondslag psychiatrische problematiek (zowel de jongeren als de ouderen). Enkele ouders van jongeren met psychiatrische problematiek gaven aan ondersteuning te missen in die zoektocht. Ze hebben behoefte aan ondersteuning bij het zoeken van geschikte begeleiding en hulpverlening. Bij de jongeren en jongvolwassenen met psychiatrische stoornissen is het opvallend dat ouders deels ervoor kiezen, deels door gebrek aan aanbod ertoe worden gedwongen, zelf de begeleiding op zich te nemen. In ongeveer 5% van de situaties gaven ze daarbij expliciet aan, zonder dat ernaar gevraagd werd, de zorg zwaar of te zwaar te vinden. Wat het overdragen van begeleiding in deze situaties moeilijk maakt is enerzijds de gevarieerdheid en complexiteit van het gedrag. Het is moeilijk om begeleiders te vinden die hiermee om kunnen gaan en die, zoals de ouders het vaak benoemen, de klik met het kind of de jongvolwassene hebben. Soms accepteert de cliënt ook geen zorg van onbekenden. Daarnaast wordt een behoorlijke flexibiliteit van de begeleiders gevraagd. Omdat weinig wisselingen in begeleiding van belang is, is er behoefte aan continuïteit van begeleiding op verschillende tijdstippen en dagen, ook in vakanties

17 Groepsbegeleiding en kortdurend verblijf Bijna 60% van de cliënten heeft een indicatie voor groepsbegeleiding. Bij de groepsbegeleiding is het gemiddelde gebruik van 63 cliënten 3,9 dagdelen per week. De indicatie is gemiddeld 4,7 dagdelen per week. Groepsbegeleiding en kortdurend verblijf worden vooral gebruikt voor de jeugdigen met een verstandelijke beperking of psychiatrische stoornis. De indicatie wordt niet altijd benut. Bij 30 cliënten die van een indicatie voor kortdurend verblijf gebruik maken is het aantal logeerdagen 33 per jaar. De indicatie is gemiddeld 48,8 dagen per jaar. Ook hier wordt de indicatie niet altijd benut. Als de indicatie niet (volledig) wordt benut, is dat soms doordat geen passende dagbesteding of logeergelegenheid kan worden gevonden en/of het te belastend voor cliënt is, soms worden de uren ingezet voor individuele begeleiding. Soms vindt men de hoeveelheid begeleiding te weinig (ruim 5%) en een enkele keer teveel. Het kan teveel zijn als de groep te belastend is of om andere redenen niet passend (ruim 5%) of als er minder nodig is. In nog eens 5% van de gevallen worden de uren anders ingezet, om bijvoorbeeld uren te sparen voor vakantie. De begeleiding wordt als te weinig ervaren als er meer behoefte is aan ontlasting van de mantelzorg of het gezin. Combinatie met andere begeleiding Andere begeleiding die wordt ingezet is huishoudelijke hulp bij een kwart van cliënten, evenals vervoer Wmo (vooral bij cliënten met een lichamelijke aandoening) en vervoer AWBZ (meer bij cliënten met een verstandelijke beperking). Bij een derde van de cliënten wordt gebruik gemaakt van persoonlijke verzorging wanneer er een lichamelijke aandoening is en/of een verstandelijke beperking. Werkbegeleiding komt af en toe voor, vooral voor cliënten met een psychiatrische stoornis, en speciaal onderwijs of een rugzakje bij de jeugdigen. Wanneer daar voor een aantal uren begeleiding door anderen kan worden gegeven ontlast dat de ouders. Opvallend is dat vooral bij de jongeren met psychiatrische stoornissen werd aangegeven dat zonder de begeleiding (zowel de individuele als de groepsbegeleiding als kortdurend verblijf) het kind of de jongere niet thuis zou kunnen wonen vanwege de overbelasting van het gezin. Het gaat hierbij zowel om de overbelasting van de ouders als om benodigde aandacht voor andere kinderen in het gezin. Niet zelden zijn er ook meer gezinsleden met psychiatrische stoornissen, wat de situatie nog complexer maakt. Bij jongeren met psychiatrische stoornissen is de begeleiding eveneens van belang voor het bevorderen van de persoonlijke ontwikkeling. Bijvoorbeeld: Zonder de begeleiding kan hij niet de dingen doen die hij wil doen en wordt hij belemmerd in zijn ontwikkeling. Hij vindt minder aansluiting waardoor de maatschappelijke participatie in gevaar komt. Dan krijgt hij minder ondersteuning die nodig is voor zijn ontwikkeling. Bij cliënten met een lichamelijke aandoening (lichamelijke of zintuiglijke beperking of somatische aandoening) worden de zelfstandigheid van het functioneren en participatiemogelijkheden eveneens expliciet als doel genoemd. Voorbeelden hiervan zijn: Zonder de begeleiding wordt het een puinzooi en blijft er minder energie over om te werken (of vrijwilligerswerk) te doen. Het is makkelijker hulp te vragen aan mijn vrouw (of andere mantelzorger) als zij ervoor wordt betaald. Aansluiting begeleiding bij behoefte Als gevraagd wordt naar de betekenis van de begeleiding, dan worden door de cliënten en hun mantelzorger of begeleider dezelfde doelen genoemd als bij de cliënten met zorg in natura. Er zijn een paar aanvullingen. Bij de cliënten met een PGB wordt ook de individuele begeleiding soms gezien als een manier om de mantelzorger te ontlasten. Dit komt vooral bij de jongeren voor. De dagelijkse zorg van ouders voor kinderen met een mentale stoornis en/of verstandelijke beperking kost vaak veel tijd en energie. Het leven zou saaier en moeilijker worden. Bij de volwassen cliënten met psychiatrische stoornissen wordt de individuele en groepsbegeleiding vooral van belang gevonden voor het stimuleren, activeren en structuur aanbrengen in het dagelijkse leven

18 Cliënt is een vrouw van 36 jaar, ze woont alleen, heeft een reguliere baan aangevuld met een uitkering vanuit de Wajong, is lichamelijk ernstig beperkt. Ze kan moeilijk lopen, is spastisch, kan moeilijk praten en heeft energiebeperking. Ze heeft een aantal vrienden. Ze krijgt begeleiding voor praktische handelingen zoals opbergen papieren van administratie. De indicatie is 2 tot 4 uur per week. Daarnaast heeft ze indicaties voor persoonlijke verzorging, verpleging en huishoudelijke hulp. Zonder begeleiding zou het volgens haar een puinzooi worden en heeft ze minder energie om te werken. Daarbij is er bij sommige activiteiten valgevaar. Zorg in natura sloot volgens haar niet aan, want kon bijvoorbeeld niet op de avond worden ingezet. Keuze voor PGB Bij de keuze voor zorg in natura en PGB heeft 30% voor een PGB gekozen omdat het aanbod in zorg in natura te kort schiet. Het overgrote deel heeft voor een PGB gekozen om zelf de begeleiders en de invulling van de begeleiding te kunnen bepalen, zelf de regie te kunnen voeren. Er wordt benadrukt dat er een klik moet zijn tussen de begeleider en de cliënt. Ook wordt de mogelijkheid om zelf de tijden te kunnen bepalen en daarmee te kunnen schuiven genoemd en het voordeel om vaste begeleiders te hebben. Aanknopingspunten voor alternatieve invulling begeleiding De groep cliënten met een PGB onderscheidt zich van de groep cliënten met zorg in natura door leeftijd en aard van de problematiek. Jongeren met psychiatrische stoornissen, al dan niet in combinatie met een verstandelijke beperking, hebben vaak begeleiding in de vorm van een PGB. Er is vaak voor een PGB gekozen omdat de cliënten met psychiatrische problematiek geen geschikt aanbod in zorg in natura konden vinden. Van de groep cliënten met een lichamelijke aandoening lijken vooral de cliënten met minder complexe problematiek, die meer van individuele begeleiding dan van groepsbegeleiding gebruik maken een PGB te hebben. Voor deze groep lijkt vooral de zelfstandigheid die met een PGB wordt verkregen, de eigen regie van belang. Bij deze groep zouden mogelijkheden kunnen zijn voor alternatieve vormen van begeleiding. Een deel van de groep heeft complexe problematiek. Het zijn vooral de psychiatrische stoornissen die de omgang met de cliënten moeilijk maken. Psychiatrische stoornissen zijn niet standaard, bovendien komen verschillende stoornissen en beperkingen vaak samen voor. Er is altijd sprake van stoornissen in het sociale contact, met een grote diversiteit aan symptomen, waarbij de grens tussen normaal en afwijkend vaak onduidelijk is. Er wordt moeilijk begeleiding gevonden met voldoende deskundigheid, die betaalbaar is en aansluit bij de behoefte aan vaste medewerkers en flexibele inzet. Wanneer het gaat om mogelijkheden voor additionele inzet betekent de complexiteit van de problematiek niet dat alleen professionals begeleiding kunnen geven, maar wel dat het om maatwerk gaat. Bij één op de vier cliënten wordt het PGB voor begeleiding uitsluitend door mantelzorgers ingevuld. Enkele mantelzorgers (ook van de groep die wel een deel van de begeleiding aan anderen overlaat) voelt zich zwaar belast. Bij 20% van de cliënten wordt de individuele begeleiding te weinig gevonden. Bij een kleine 20% wordt de begeleiding van belang geacht voor het voorkomen van overbelasting van het gezin. Bij een deel van de PGB s wordt geschoven met de uren voor individuele begeleiding, groepsbegeleiding en kortdurend verblijf. Deels omdat geen passend aanbod kan worden gevonden, deels door uren of dagdelen in te zetten bij vakanties. Geconcludeerd kan worden dat bij een substantieel deel van de cliënten de ondersteuning niet optimaal is en gezocht moet worden naar betere ondersteuningsvormen voor zowel de cliënt als de mantelzorger. Een aantal ouders geeft aan behoefte te hebben aan ondersteuning bij het zoeken van geschikte begeleiding en hulpverlening. De zorgverzekeraar als verantwoordelijke voor de uitvoering van de AWBZ en, in de toekomst, de gemeenten (Wmo-loket en Centra voor Jeugd en Gezin) zouden hierin een ondersteunende rol moeten vervullen. Ook bij de groep cliënten met een PGB kan de vraag worden gesteld of uren doelmatig worden ingezet als niet methodisch wordt gewerkt en niet systematisch wordt geëvalueerd. De kwaliteit van de begeleiding is van belang voor de ontwikkelingsmogelijkheden van de cliënten (cq kinderen) en het voorkomen van achteruitgang. Aan organisaties die zorg in natura leveren worden vanuit de overheid kwaliteitseisen gesteld. Bij begeleiding vanuit een PGB ligt de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de zorg bij de PGB-houder. Omdat in een groot deel van de gevallen de keuze voor een PGB een gedwongen keuze was, is het de vraag of de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit bij de PGB-houder gelegd kan worden

19 5. Schatting gebruik begeleiding in drie gemeenten Met de gegevens over het gebruik van de begeleiding in de steekproef kan een begroting voor het gebruik van begeleiding in de totale populatie van de gemeenten worden gemaakt. Voor de totale steekproef (exclusief jongeren met een indicatie van Bureau Jeugdzorg) komen de gemiddelde indicaties niet overeen met die van het CIZ. Dit kan veroorzaakt worden doordat verschillende groepen niet evenredig vertegenwoordigd zijn in de steekproef en de mate waarin van begeleiding gebruik wordt gemaakt verschilt per groep cliënten met verschillende hoofdgrondslag. Daarom is voor de schatting van het gebruik van de begeleiding in de populatie een weging gemaakt om voor de verschillen in mate van vertegenwoordiging van de verschillende hoofdgrondslagen te corrigeren. In tabel 12 staan de resultaten. Van de jeugdzorgcliënten is de mate van vertegenwoordiging niet na te gaan, omdat het CIZ hiervan geen gegevens heeft en Bureau Jeugdzorg een andere telling hanteert. Hiervoor wordt daarom per gemeente een schatting gemaakt op basis van het gemiddelde aantal uren in de hele steekproef Uit tabel 12 is verder af te lezen dat er gemiddeld meer individuele begeleiding wordt gebruikt dan het gemiddelde van de indicatieklasse en dat er minder van groepsbegeleiding en kortdurend verblijf gebruik wordt gemaakt dan de indicatie mogelijk maakt. Tabel 12: Gewogen gemiddelden op basis van verdeling grondslag (uren per week) Gebruik individuele begeleiding Indicatie individuele begeleiding (gemiddelde van indicatieklasse) Gebruik groepsbegeleiding Indicatie groepsbegeleiding Gebruik kortdurend verblijf Steekproef (n=195) 4,6 4,1 4,9 5,9 0,5 0,7 CIZ (N=1345) 3,4 5 1,2 Steekproef zorg in natura 3,9 3,9 5,4 6,4 0,7 0,7 (n=71) CIZ zorg in natura (N=760) 3,2 5,6 1,3 Indicatie kortdurend verblijf Ook de gewogen gemiddelden voor de indicaties komen niet overeen met die van het CIZ. Voor individuele begeleiding en groepsbegeleiding zijn de gemiddelden in de steekproef hoger en voor kortdurend verblijf lager dan in de CIZ-populatie. Blijkbaar zijn cliënten met relatief weinig begeleiding en/of veel kortdurend verblijf ondervertegenwoordigd. Omdat de steekproef geen goede afspiegeling van de populatie is, worden de urenbegrotingen voor de drie gemeenten vermenigvuldigd met de factor waarin de indicatie over- of onderschat is. Daarbij wordt een betrouwbaarheidsinterval aangegeven. De begroting in de bijlage geeft op deze wijze een indicatie van de omvang van de begeleiding voor de drie gemeenten

20 6. Conclusies en aanbevelingen Om de te verwachten transitie van AWBZ begeleiding naar de gemeente voor te bereiden en een kwalitatief goed en doelmatig aanbod te kunnen ontwikkelen heeft Stichting Mienskipssoarch in samenwerking met het bureau Van Toepassing onderzocht hoe de begeleiding momenteel wordt ingevuld. Hiervoor zijn 126 cliënten met begeleiding vanuit zorg in natura en 119 cliënten met begeleiding vanuit een PGB geïnterviewd. Eén op de vijf cliënten heeft de vragen zelfstandig beantwoord. In de overige gevallen zijn de vragen beantwoord door de cliënt samen met de mantelzorger of begeleider samen of alleen door de mantelzorger of begeleider. Onderzocht is hoe de begeleiding vanuit de AWBZ wordt ingezet, of de begeleiding aansluit bij de behoefte en wat aanknopingspunten zijn voor alternatieve invulling van de begeleiding. Conclusies 1. Tweederde van de cliënten met zorg in natura heeft individuele begeleiding en tweederde van hen maakt gebruik van groepsbegeleiding. Meer dan de helft van deze groep maakt van beide soorten begeleiding gebruik. Een klein percentage van de cliënten maakt gebruik van kortdurend verblijf. 2. Bijna alle cliënten met begeleiding vanuit een PGB hebben individuele begeleiding, vaker dan in de groep met zorg in natura. De groep cliënten met begeleiding vanuit een PGB omvat de groep jonge cliënten (jonger dan 18 jaar) met psychiatrische problematiek, geïndiceerd door Bureau Jeugdzorg, en jongere cliënten met een verstandelijke beperking in combinatie met psychiatrische problematiek. Deze groepen maken naast de begeleiding gebruik van kortdurend verblijf. 3. Het gebruik van individuele begeleiding per cliënt is hoger dan de gemiddelde indicatie. Het gebruik van groepsbegeleiding en kortdurend verblijf ligt lager dan de indicaties. 4. De combinaties met huishoudelijke hulp en vervoer komen vaak voor. Bij cliënten met psychiatrische problematiek is er soms eveneens begeleiding van de GGZ. Beheer van financiën, schuldhulpverlening en bewindvoering komt vaak voor bij cliënten met een verstandelijke beperking met zorg in natura. Bij cliënten met een lichamelijke aandoening is ook vaak persoonlijke verzorging geïndiceerd. In die situaties zijn de uren voor individuele begeleiding en persoonlijke verzorging niet altijd goed uit elkaar te houden. Bij cliënten met een PGB die in eigen kring wordt ingevuld zijn de uren die vanuit de mantelzorg en de uren die vanuit het PGB aan begeleiding worden besteed niet goed te onderscheiden. Meer in zijn algemeenheid blijkt uit de interviews ook niet dat bij de begeleiding altijd methodisch wordt gewerkt. Wanneer niet methodisch wordt gewerkt, kan niet worden vastgesteld of de begeleiding doelmatig is en waar verbeteringspunten liggen. 5. In bijna de helft van de situaties waar cliënten een PGB hebben voor individuele begeleiding, wordt (een deel van) de begeleiding door één of meer mantelzorgers gegeven. Het gaat om mensen in de eigen kring, meestal ouders, partner en familie. 6. Voor ouders van jeugdigen met een psychiatrische aandoeningen is het vaak een lange zoektocht geweest om passende begeleiding te vinden. 7. De keuze voor zorg in natura of PGB wordt niet altijd als keus ervaren. Een deel van de cliënten met zorg in natura heeft hierin geen keuze gemaakt maar heeft het advies gevolgd. Een deel van de cliënten met een PGB heeft voor een PGB gekozen omdat er geen passend aanbod in zorg en natura was. 8. Als een positieve keuze wordt gemaakt, kiezen cliënten met zorg in natura voor het gemak en de cliënten met een PGB voor de keuzevrijheid in aan te stellen begeleiders. Hiermee kunnen ze invloed uitoefenen op de invulling van de begeleiding en is vaak meer continuïteit en flexibiliteit mogelijk. 9. De betekenis van de begeleiding is onderzocht door te vragen wat er zou gebeuren als de begeleiding weg zou vallen. De individuele begeleiding of groepsbegeleiding kunnen beiden in de verschillende behoeften voorzien. In de behoefte aan structuur, sociaal contact of ontlasting van de mantelzorg kan bijvoorbeeld worden voorzien door zowel individuele begeleiding als door groepsbegeleiding. Maar ook vrijwillige hulp kan op onderdelen mogelijk zijn. Afhankelijk van de aard van de problematiek en de situatie kunnen de verschillende begeleidingsvormen passend zijn

AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat?

AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat? AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat? AWBZ: zorg bij ziekte, handicap of ouderdom Als u zorg wilt die wordt betaald uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), onderzoekt het Centrum indicatiestelling

Nadere informatie

AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat?

AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat? AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat? AWBZ: zorg bij ziekte, handicap of ouderdom Als u zorg wilt die wordt betaald uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), onderzoekt het Centrum indicatiestelling

Nadere informatie

DECENTRALISATIE BEGELEIDING BIJEENKOMST VOOR FRIESE GEMEENTEN OVER DE DATA SET DE KLANT ALS KOMPAS. Zorgkantoor Friesland 15 december 2011

DECENTRALISATIE BEGELEIDING BIJEENKOMST VOOR FRIESE GEMEENTEN OVER DE DATA SET DE KLANT ALS KOMPAS. Zorgkantoor Friesland 15 december 2011 DECENTRALISATIE BEGELEIDING BIJEENKOMST VOOR FRIESE GEMEENTEN OVER DE DATA SET DE KLANT ALS KOMPAS Zorgkantoor Friesland 15 december 2011 WAT KUNT U VERWACHTEN 1. Aanleiding bijeenkomst 2. Begeleiding

Nadere informatie

Vragenlijst voor PGB houders regio Kop van Noord Holland

Vragenlijst voor PGB houders regio Kop van Noord Holland Vragenlijst voor PGB houders regio Kop van Noord Holland Met deze vragenlijst kunt u zich voorbereiden op het invullen van de digitale versie op www.hhm.nl/pgbregiodenhelder Volgens onze inschatting kost

Nadere informatie

Van AWBZ naar Wmo. Nieuwe Wmo

Van AWBZ naar Wmo. Nieuwe Wmo Van AWBZ naar Wmo Factsheet oktober 213 Nieuwe Wmo Gemeenten krijgen in de nieuwe Wmo-wetgeving (concept-wetvoorstel Wmo 215) meer zorgtaken. Het kabinet wil de AWBZ vanaf 215 ingrijpend hervormen. Dit

Nadere informatie

Hebt u zorg nodig? Informatie over de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en het aanvragen van zorg

Hebt u zorg nodig? Informatie over de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en het aanvragen van zorg Hebt u zorg nodig? Informatie over de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en het aanvragen van zorg JANUARI 2010 INHOUDSOPGAVE Waar gaat deze folder over? Welke zorg hoort bij de AWBZ? Vijf zorgfuncties

Nadere informatie

Decentralisatie begeleiding naar gemeenten. Wat houdt het in? Wat gaat er veranderen?

Decentralisatie begeleiding naar gemeenten. Wat houdt het in? Wat gaat er veranderen? Decentralisatie begeleiding naar gemeenten Wat houdt het in? Wat gaat er veranderen? Loes 10 jaar Basisschool sinds 4 e jaar Rugzakje Extra begeleiding gymles (PV) Broer/zus op zelfde school Gastgezin,

Nadere informatie

Budgetten en vergoedingen wat betreft zorgboerderijen

Budgetten en vergoedingen wat betreft zorgboerderijen Budgetten en vergoedingen wat betreft zorgboerderijen Deze notitie is bedoeld om meer inzicht te geven over de budgetten en vergoedingen die op zorgboerderijen betrekking kunnen hebben als het gaat om

Nadere informatie

Factsheet Veranderingen in de Zorg 2015 (AWBZ, LIZ, Zvw en Wmo):

Factsheet Veranderingen in de Zorg 2015 (AWBZ, LIZ, Zvw en Wmo): Factsheet Veranderingen in de Zorg 2015 (AWBZ, LIZ, Zvw en Wmo): Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ): Collectieve Volksverzekering voor ziektekostenrisico s, waarvoor je je niet individueel kunt

Nadere informatie

De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Research voor Beleid. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in

De verantwoordelijkheid voor de inhoud berust bij Research voor Beleid. Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in Achtergronden en motieven bij wachten op een pgb Eindrapport Een onderzoek in opdracht van het ministerie van VWS drs. L. Boer drs. M. Hollander Projectnummer: B3811 Zoetermeer, 16 december 2010 De verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Wat gaat er in de zorg veranderen en waarom?

Wat gaat er in de zorg veranderen en waarom? Wat gaat er in de zorg veranderen en waarom? Het ministerie van VWS heeft wee websites in het leven geroepen die hierover uitgebreid informatie geven www.dezorgverandertmee.nl en www.hoeverandertmijnzorg.nl

Nadere informatie

AWBZ zorg bij Bureau Jeugdzorg (BJz)

AWBZ zorg bij Bureau Jeugdzorg (BJz) AWBZ zorg bij Bureau Jeugdzorg (BJz) Waar gaan we het over hebben? Wie ben ik en waarom deze presentatie? Algemeen: beleidsregels en doelgroep Welke zorg valt voor onze doelgroep onder de AWBZ? Hoe wordt

Nadere informatie

U heeft zorg nodig. Hoe regelt u dat?

U heeft zorg nodig. Hoe regelt u dat? U heeft zorg nodig. Hoe regelt u dat? U wilt zorg die betaald wordt uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). U kunt daar altijd een aanvraag voor doen. Het CIZ (Centrum indicatiestelling zorg)

Nadere informatie

U heeft zorg nodig. Hoe regelt u dat?

U heeft zorg nodig. Hoe regelt u dat? U heeft zorg nodig. Hoe regelt u dat? U wilt zorg die betaald wordt uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). U kunt daar altijd een aanvraag voor doen. Het CIZ (Centrum indicatiestelling zorg)

Nadere informatie

Nieuwe wetten voor zorg en ondersteuning bij wonen en werken

Nieuwe wetten voor zorg en ondersteuning bij wonen en werken (in)formatieblad - eenvoudig verteld Nieuwe wetten voor zorg en ondersteuning bij wonen en werken november 2014 2 De Wet maatschappelijke ondersteuning 13 Ben je ouder dan 18 jaar? Woon je in je eigen

Nadere informatie

AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat?

AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat? AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat? AWBZ: zorg bij ziekte, handicap of ouderdom Als u zorg wilt die wordt betaald uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), onderzoekt het Centrum indicatiestelling

Nadere informatie

VRAGENLIJST OVER WOONBEHOEFTE VAN (JONG)VOLWASSENEN MET EEN STOORNIS BINNEN HET AUTISTISCH SPECTRUM

VRAGENLIJST OVER WOONBEHOEFTE VAN (JONG)VOLWASSENEN MET EEN STOORNIS BINNEN HET AUTISTISCH SPECTRUM VRAGENLIJST OVER WOONBEHOEFTE VAN (JONG)VOLWASSENEN MET EEN STOORNIS BINNEN HET AUTISTISCH SPECTRUM Inleiding: Deze enquête is bestemd voor toekomstige bewoners en hun ouders en verzorgers. Zij kunnen

Nadere informatie

Onderzoek naar wensen en behoeften op het gebied van dagbesteding van (kwetsbare) ouderen en hun mantelzorgers in het Schilderskwartier in Woerden

Onderzoek naar wensen en behoeften op het gebied van dagbesteding van (kwetsbare) ouderen en hun mantelzorgers in het Schilderskwartier in Woerden Onderzoek naar wensen en behoeften op het gebied van dagbesteding van (kwetsbare) ouderen en hun mantelzorgers in het Schilderskwartier in Woerden Voor wie is dit onderzoek? 1) Zelfstandig wonende ouderen

Nadere informatie

Analyse cliëntgegevens

Analyse cliëntgegevens Analyse cliëntgegevens AWBZ Begeleiding en Persoonlijke Verzorging gemeente Wijk bij Duurstede, januari 2013 Opsteller/contactpersoon: Suzanne van de Gein Inhoudsopgave 1. Inleiding...3 2. Cliënten AWBZ

Nadere informatie

AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat?

AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat? AWBZ-zorg aanvragen, hoe regelt u dat? AWBZ: zorg bij ziekte, handicap of ouderdom Als u zorg wilt die wordt betaald uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ), onderzoekt het Centrum indicatiestelling

Nadere informatie

Geachte mevrouw Mete en heer Spoeltman,

Geachte mevrouw Mete en heer Spoeltman, Aan de leden van Provinciale Staten, mevrouw F. Mete en de heer H. Spoeltman Datum : 23 juni 2009 Briefnummer : 2009-37.030/25/A.6, CW Zaaknummer : 181452 Behandeld door : R.J. Vos Telefoonnummer : (050)

Nadere informatie

Kinderen met een beperking van AWBZ naar Jeugdwet

Kinderen met een beperking van AWBZ naar Jeugdwet Kinderen met een beperking van AWBZ naar Jeugdwet Een presentatie over de factsheetvan de Werkgroep Jeugd met een Beperking van het Transitiebureau Jeugd De wetten De jeugdwet De Wet Langdurige Zorg (Wlz)

Nadere informatie

Aanvullende cliëntinformatie behorend bij de kwartaalrapportage AWBZ

Aanvullende cliëntinformatie behorend bij de kwartaalrapportage AWBZ Aanvullende cliëntinformatie behorend bij de kwartaalrapportage AWBZ De vierde MEE Signaal eindrapportage pakketmaatregel AWBZ geeft een totaalbeeld van de geleverde ondersteuning door MEE gedurende de

Nadere informatie

iedereen kan meedoen aan de maatschappij en zelfstandig kan blijven wonen. Het gaat bijvoorbeeld om mensen met beperkingen

iedereen kan meedoen aan de maatschappij en zelfstandig kan blijven wonen. Het gaat bijvoorbeeld om mensen met beperkingen Gemeente Almelo Gemeente Almelo De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) zorgt ervoor dat iedereen kan meedoen aan de maatschappij en zelfstandig kan blijven wonen. Het gaat bijvoorbeeld om mensen met

Nadere informatie

Dagbesteding Psychogeriatrie

Dagbesteding Psychogeriatrie Dagbesteding Psychogeriatrie Contact: Stichting Rosengaerde Pastoriestraat 1 7721 CT DALFSEN Telefoon algemeen (0529) 431541 Telefoon keuken (0529) 432514 Fax (0529) 432937 e-mail Internet Info@rosengaerde.nl

Nadere informatie

Voor cliënten. Mijn AWBZ-begeleiding vervalt of wordt minder. Wat nu?

Voor cliënten. Mijn AWBZ-begeleiding vervalt of wordt minder. Wat nu? Voor cliënten Mijn AWBZ-begeleiding vervalt of wordt minder. Wat nu? Veel mensen met een beperking krijgen begeleiding. Hiermee kunnen ze hun leven zoveel mogelijk zelf vormgeven en meedoen in de maatschappij.

Nadere informatie

De drie decentralisaties, Holland Rijnland en de gemeente Teylingen. Presentatie Commissie Welzijn 5 maart 2012

De drie decentralisaties, Holland Rijnland en de gemeente Teylingen. Presentatie Commissie Welzijn 5 maart 2012 De drie decentralisaties, Holland Rijnland en de gemeente Teylingen Presentatie Commissie Welzijn 5 maart 2012 Waar gaan we het over hebben? 1. Waarom decentraliseren? 2. Decentralisatie Jeugdzorg 3. Decentralisatie

Nadere informatie

Welzijn en (gezondheids)zorg

Welzijn en (gezondheids)zorg Hoofdstuk 14 Welzijn en (gezondheids)zorg 14.1 Inleiding Een belangrijke doelgroep voor het welzijns- en zorgbeleid zijn de ouderen. Dit hoofdstuk begint daarom met het in kaart brengen van deze groep

Nadere informatie

Project Invoering Begeleiding uit AWBZ naar Wmo

Project Invoering Begeleiding uit AWBZ naar Wmo Project Invoering Begeleiding uit AWBZ naar Wmo Inhoud Wat gaat er gebeuren? De huidige Begeleiding Invoering Begeleiding in de Wmo Project Invoering Begeleiding Uitkomsten oriëntatiefase Vervolg: visiefase

Nadere informatie

CONCEPT. Startdocument. AWBZ begeleiding

CONCEPT. Startdocument. AWBZ begeleiding CONCEPT Startdocument AWBZ begeleiding Gemeente Wijk bij Duurstede, maart 2012 Algemene informatie In het regeer- en gedoogakkoord van het huidige kabinet is overeengekomen dat de functies dagbesteding

Nadere informatie

Begeleiding in de thuissituatie

Begeleiding in de thuissituatie Begeleiding in de thuissituatie Wie zijn wij? Profila Zorg is een evangelische zorgorganisatie die naast de mogelijkheid voor wonen en dagbesteding ook begeleiding en ondersteuning biedt in de eigen woonomgeving

Nadere informatie

- mijn kind 74% - partner 4% - mijn vader/moeder 1% - cliënt die door mij geholpen wordt 12% - anders 9%

- mijn kind 74% - partner 4% - mijn vader/moeder 1% - cliënt die door mij geholpen wordt 12% - anders 9% Kortdurend verblijf Memo aanscherping kortdurend verblijf 3 juni 2011 Kortdurend verblijf is het tijdelijk logeren in een instelling, bijvoorbeeld een logeerhuis, zorghotel, verpleeg- of verzorgingshuis.

Nadere informatie

ZZP-Productenboek Verzorging en Verpleging

ZZP-Productenboek Verzorging en Verpleging ZZP-Productenboek Verzorging en Verpleging Informatie over zorgproducten van Amerpoort voor oudere mensen met een verstandelijke beperking met het accent op verzorging en verpleging Indicatiestelling Zorg)

Nadere informatie

Rapport Monitor decentralisaties Federatie Opvang

Rapport Monitor decentralisaties Federatie Opvang Rapport Monitor decentralisaties Federatie Opvang Amersfoort, maart 2015 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Respons en achtergrondkenmerken 3 Inkoop 4 Administratieve lasten en kwaliteitseisen 5 Gevolgen

Nadere informatie

Cliënttevredenheidsonderzoek Wmo 2014-2015

Cliënttevredenheidsonderzoek Wmo 2014-2015 Cliënttevredenheidsonderzoek Wmo 2014-2015 Afdeling: Maatschappelijke ontwikkeling Auteur : Nick Elshof Datum: 25-09-2015 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Samenvatting... 4 Verantwoording en achtergrond...

Nadere informatie

Meest gestelde vragen en antwoorden Van AWBZ naar WMO

Meest gestelde vragen en antwoorden Van AWBZ naar WMO Meest gestelde vragen en antwoorden Van AWBZ naar WMO In 2015 gaat er veel veranderen in de zorg. De gemeente krijgt er nieuwe taken bij. Wat betekenen deze veranderingen voor u? 1. Wat gaat er veranderen

Nadere informatie

Onafhankelijke ondersteuning bij langdurige zorg (Wlz)

Onafhankelijke ondersteuning bij langdurige zorg (Wlz) Onafhankelijke ondersteuning bij langdurige zorg (Wlz) Onafhankelijke ondersteuning bij langdurige zorg (Wlz) Heeft u een indicatie voor de Wet langdurige zorg (Wlz) en wilt u informatie en advies over:

Nadere informatie

Rapportage Enquête Mantelzorgondersteuning 2012

Rapportage Enquête Mantelzorgondersteuning 2012 Rapportage Enquête Mantelzorgondersteuning 2012 November 2012 Inhoudsopgave Samenvatting... 3 Inleiding... 4 Onderzoeksopzet... 4 Doel... 4 Aanpak... 4 Blok I: Algemene gegevens... 5 Figuur 1: Leeftijd...

Nadere informatie

Wat gaan we doen en voor wie? Cliënten, Transitie en Innovatie

Wat gaan we doen en voor wie? Cliënten, Transitie en Innovatie Wat gaan we doen en voor wie? Cliënten, Transitie en Innovatie Uitgangspunten Begeleiding Individueel, Groep Volwassenen Thuisbegeleiding Welzijnsvoorzieningen die hiermee samenhangen We verwachten samenwerking,

Nadere informatie

TOEKOMST IK BEN VERSTANDELIJK BEPERKT WAT HOUDT DAT IN?

TOEKOMST IK BEN VERSTANDELIJK BEPERKT WAT HOUDT DAT IN? TOEKOMST IK BEN VERSTANDELIJK BEPERKT WAT HOUDT DAT IN? CONCLUSIES OVER WELKE BURGERS HEBBEN WE HET? Sinds 2005 hebben ook burgers met een IQ < 85 recht op AWBZ zorg als: grondslag Verstandelijke Beperking

Nadere informatie

De Driestroom Ambulante dienstverlening

De Driestroom Ambulante dienstverlening voor mensen met een beperking De Driestroom Ambulante dienstverlening voor De Driestroom kinderen met een ontwikkelingsachterstand Inhoudsopgave Inleiding Inleiding Ambulante Dienstverlening - Pedagogische

Nadere informatie

Van AWBZ naar Jeugdwet. Een presentatie over de Factsheet Jeugd met een beperking Werkgroep Jeugd met een Beperking van het Transitiebureau Jeugd

Van AWBZ naar Jeugdwet. Een presentatie over de Factsheet Jeugd met een beperking Werkgroep Jeugd met een Beperking van het Transitiebureau Jeugd Van AWBZ naar Jeugdwet Een presentatie over de Factsheet Jeugd met een beperking Werkgroep Jeugd met een Beperking van het Transitiebureau Jeugd De wetten De Jeugdwet De Wet Langdurige Zorg (Wlz) De Zorgverzekeringswet

Nadere informatie

Begeleiding naar de Wmo?!

Begeleiding naar de Wmo?! Begeleiding naar de Wmo?! NAH-Conferentie in Heiloo 10 december 2012 Anja Hommel 22 maart 2012 10 januari 2012 Vorige kabinet: Decentralisatie AWBZ-begeleiding 1.0 Geleidelijke invoering (2013-2014) Géén

Nadere informatie

Dagactiviteiten in groepsverband. voor senioren in Ermelo, Harderwijk, Putten en Nunspeet

Dagactiviteiten in groepsverband. voor senioren in Ermelo, Harderwijk, Putten en Nunspeet Dagactiviteiten in groepsverband voor senioren in Ermelo, Harderwijk, Putten en Nunspeet Dagactiviteiten ouderen Zelfstandig wonende senioren zijn bij Dagactiviteiten ouderen aan het juiste adres voor

Nadere informatie

Ik krijg ondersteuning bij de opvoeding en zorg voor mijn kind. Wat verandert er in 2015?

Ik krijg ondersteuning bij de opvoeding en zorg voor mijn kind. Wat verandert er in 2015? Ik krijg ondersteuning bij de opvoeding en zorg voor mijn kind Wat verandert er in 2015? Meestal kunt u op eigen kracht of met hulp van familie, vrienden of buren uw leven prima organiseren. Maar soms

Nadere informatie

WONEN. Voor volwassenen met een verstandelijke beperking. Promens Care

WONEN. Voor volwassenen met een verstandelijke beperking. Promens Care WONEN Voor volwassenen met een verstandelijke beperking Promens Care Een eigen plek Wat hebt u nodig om u ergens thuis te kunnen voelen? Dat verschilt van mens tot mens. Dus ook voor mensen met een verstandelijke

Nadere informatie

JEUGDIGEN. Hulp na seksueel misbruik. vooruitkomen +

JEUGDIGEN. Hulp na seksueel misbruik. vooruitkomen + > vooruitkomen + Hulp na seksueel misbruik JEUGDIGEN Heb jij seksueel misbruik meegemaakt of iemand in jouw gezin, dan kan daarover praten helpen. Het kan voor jou erg verwarrend zijn hierover te praten,

Nadere informatie

Gebruik In de bijlage (volgt nog) zijn gegevens opgenomen over het gebruik dagactiviteiten in 2015 in de regio.

Gebruik In de bijlage (volgt nog) zijn gegevens opgenomen over het gebruik dagactiviteiten in 2015 in de regio. Startnotitie Dagactiviteiten Huidige situatie In de huidige uitvoering van dagactiviteiten is een onderscheid in drie segmenten : dagactiviteiten voor jeugd, volwassenen en ouderen. Zij worden gescheiden

Nadere informatie

Rol MEE AWBZ-pakketmaatregel

Rol MEE AWBZ-pakketmaatregel Rol MEE AWBZ-pakketmaatregel Wat individueel (AWBZ) en wat collectief (gemeente) De rol van MEE bij de pakketmaatregel Catrien Rijk Manager MEE Oost-Gelderland Wat is MEE? Een onafhankelijke stichting

Nadere informatie

Rapportage decentralisatie monitor Gemeente Eijsden-Margraten

Rapportage decentralisatie monitor Gemeente Eijsden-Margraten Rapportage decentralisatie monitor Gemeente Eijsden-Margraten 2013 2 Hoofdstuk 1: Totaaloverzichten (Begeleiding + Persoonlijke Verzorging) Totaaloverzichten (begeleiding + Persoonlijke Verzorging) Begeleiding

Nadere informatie

Ik heb een vraag over. zorg... ondersteuning... opvoeding... jeugdhulp... mijn arbeidsbeperking... mijn uitkering... werk...

Ik heb een vraag over. zorg... ondersteuning... opvoeding... jeugdhulp... mijn arbeidsbeperking... mijn uitkering... werk... Ik heb een vraag over zorg... ondersteuning... opvoeding... jeugdhulp... mijn arbeidsbeperking... mijn uitkering... werk... 1 Ik heb een laag inkomen en vind het moeilijk om werk te vinden... Ik wil me

Nadere informatie

Zorg, begeleiding, werk en inkomen. Hulp bij het Huishouden

Zorg, begeleiding, werk en inkomen. Hulp bij het Huishouden Zorg, begeleiding, werk en inkomen Hulp bij het Huishouden Wmo, Hulp bij het Huishouden Toch hulp nodig via de gemeente? Heeft u geprobeerd om zelf hulp te regelen maar lukt het niet om uw probleem zelf

Nadere informatie

Het indicatiebesluit

Het indicatiebesluit Het indicatiebesluit Deze folder hoort bij het indicatiebesluit. Dat is de brief die u van het CIZ heeft gekregen, waarin staat op welke zorg u aanspraak kunt maken. We leggen uit hoe u de zorg ontvangt,

Nadere informatie

Dagactiviteiten in groepsverband. voor senioren in Ermelo, Harderwijk, Putten en Nunspeet

Dagactiviteiten in groepsverband. voor senioren in Ermelo, Harderwijk, Putten en Nunspeet Dagactiviteiten in groepsverband voor senioren in Ermelo, Harderwijk, Putten en Nunspeet Dagactiviteiten ouderen Zelfstandig wonende senioren zijn bij Dagactiviteiten ouderen aan het juiste adres voor

Nadere informatie

Najaarscongres Decentralisatie AWBZ-begeleiding een kans om het anders te doen. Door: Carla van de Brake

Najaarscongres Decentralisatie AWBZ-begeleiding een kans om het anders te doen. Door: Carla van de Brake Najaarscongres Decentralisatie AWBZ-begeleiding een kans om het anders te doen Door: Carla van de Brake Wat gaat er veranderen Extramurale begeleiding (inclusief vervoer) van AWBZ naar WMO AWBZ WMO Individueel

Nadere informatie

Nieuwe Wmo: dagbesteding en individuele begeleiding

Nieuwe Wmo: dagbesteding en individuele begeleiding Nieuwe Wmo: dagbesteding en individuele begeleiding Wat verandert er in 2015? Veel mensen die niet meer alles zelf kunnen, lukt het prima om hun leven te organiseren met hulp van familie of buren. Maar

Nadere informatie

Vragen en antwoorden over het Persoonsgebonden budget (PGB) jeugdhulp, Inhoudsopgave

Vragen en antwoorden over het Persoonsgebonden budget (PGB) jeugdhulp, Inhoudsopgave Vragen en antwoorden over het Persoonsgebonden budget (PGB) jeugdhulp, Inhoudsopgave 1. Wijzigingen per 1 januari 2015 algemeen 2. Meest gestelde vragen van mensen die vóór 2015 een PGB hadden 3. PGB:

Nadere informatie

Wet langdurige zorg (Wlz) 2015

Wet langdurige zorg (Wlz) 2015 Wet langdurige zorg (Wlz) 2015 Hebt u langdurige zorg nodig? CZ zorgkantoor wijst u de weg Voordat u deze brochure leest Hebt u langdurige zorg nodig? Per 1 januari 2015 is er veel veranderd. In deze brochure

Nadere informatie

Wat biedt RIBW ZWWF? Voor wie?

Wat biedt RIBW ZWWF? Voor wie? Stichting RIBW Zaanstreek, Waterland en West-Friesland (RIBW ZWWF) begeleidt en ondersteunt mensen met langdurige psychiatrische of ernstige psychosociale problemen. We begeleiden hen in hun streven op

Nadere informatie

Factsheet AWBZ, 24 februari 2014. AWBZ naar Wmo: langdurige zorg per 1 januari 2015 naar gemeenten

Factsheet AWBZ, 24 februari 2014. AWBZ naar Wmo: langdurige zorg per 1 januari 2015 naar gemeenten Factsheet AWBZ, 24 februari 2014 AWBZ naar Wmo: langdurige zorg per 1 januari 2015 naar gemeenten Het Rijk draagt op 1 januari 2015 een deel van de zorg voor ouderen, chronisch zieken en gehandicapten

Nadere informatie

Het indicatiebesluit

Het indicatiebesluit Het indicatiebesluit Een budget of zorg in natura In de brief met het indicatiebesluit staat op welke zorg u aanspraak kunt maken. Hoe u de zorg ontvangt, kan per soort zorg verschillen en is afhankelijk

Nadere informatie

Wmo 2015 Gemeente Zeist

Wmo 2015 Gemeente Zeist Wmo 2015 Gemeente Zeist Het veranderende zorgaanbod voor ouderen, mantelzorgers en mensen met dementie. Dinsdag 14 oktober 2014 Even voorstellen Naam: Judith van Leeuwen Functie: accountmanager Wmo bij

Nadere informatie

Aantal cliënten per stelsel nu en. Straks 18.400. Figuur 1 - Aantal cliënten (18-) naar huidig en toekomstig stelsel

Aantal cliënten per stelsel nu en. Straks 18.400. Figuur 1 - Aantal cliënten (18-) naar huidig en toekomstig stelsel Gehandicaptenzorg van AWBZ naar Jeugdwet Vanaf 2015 worden gemeenten verantwoordelijk voor de volledige jeugdzorg. Vanuit verschillende domeinen wordt dan de zorg voor kinderen en jongeren onder de 18

Nadere informatie

Geschil over het niet indiceren van kortdurend verblijf

Geschil over het niet indiceren van kortdurend verblijf Onderwerp Zorgvorm Geschil over het niet indiceren van kortdurend verblijf Kortdurend verblijf Datum 25 april 2014 Uitgebracht aan Soort uitspraak Samenvatting CIZ Advies als bedoeld in artikel 58 AWBZ

Nadere informatie

Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit

Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit Wet langdurige zorg (Wlz) Van aanvraag tot besluit CiZ_A5_WLZ_WT_15-06-15_def#2.indd 1 19-06-15 10:58 Als u blijvend intensieve zorg nodig heeft, dan kan het zijn dat u in aanmerking komt voor zorg vanuit

Nadere informatie

1 Inleiding... 2. 2 Onderzoeksgroep en dataverzameling... 2. 3 Informatie... 4. 4 De aanvraag... 8. 5 Procedure... 14. 6 Wachttijd...

1 Inleiding... 2. 2 Onderzoeksgroep en dataverzameling... 2. 3 Informatie... 4. 4 De aanvraag... 8. 5 Procedure... 14. 6 Wachttijd... Inhoudsopgave Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Onderzoeksgroep en dataverzameling... 2 3 Informatie... 4 4 De aanvraag... 8 5 Procedure... 14 6 Wachttijd... 16 7 Bejegening... 19 7 Toegewezen aanvragen...

Nadere informatie

Ik heb hulp en ondersteuning thuis. Wat verandert er in 2015?

Ik heb hulp en ondersteuning thuis. Wat verandert er in 2015? Ik heb hulp en ondersteuning thuis Wat verandert er in 2015? Meestal kunt u met hulp van familie of buren uw leven prima organiseren. Maar soms heeft u hulp nodig. Voor ondersteuning in de huishouding.

Nadere informatie

met de wmo doet iedereen gewoon mee

met de wmo doet iedereen gewoon mee De Wet maatschappelijke ondersteuning eenvoudig verteld Dit boekje met informatie over de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) legt de belangrijkste onderdelen van de Wmo uit. Wilt u meer weten over

Nadere informatie

Aanvraagformulier voor GGZ AWBZ (her)indicatie Bureau Jeugdzorg Haaglanden/Zuid-Holland

Aanvraagformulier voor GGZ AWBZ (her)indicatie Bureau Jeugdzorg Haaglanden/Zuid-Holland Aanvraagformulier voor GGZ AWBZ (her)indicatie Bureau Jeugdzorg Haaglanden/Zuid-Holland Betreft de aanvraag een herindicatie? Nee Ja, huidige indicatiebesluit geldig tot 1. Jeugdige Voornamen: Roepnaam:

Nadere informatie

Passend Vertrouwd Dichtbij. Even voorstellen: Syndion

Passend Vertrouwd Dichtbij. Even voorstellen: Syndion Passend Vertrouwd Dichtbij Even voorstellen: Syndion Passend Vertrouwd Dichtbij Syndion ondersteunt mensen met een handicap; volwassenen en kinderen met een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of

Nadere informatie

Nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

Nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Opzet presentatie Wat zijn de veranderingen t.o.v. van huidige Wmo? Opdracht gemeente Maatwerkvoorzieningen specifiek begeleiding Vervolgstappen tot 1 januari

Nadere informatie

Nader door Bureau Jeugdzorg (BJz) uit te voeren onderzoek.

Nader door Bureau Jeugdzorg (BJz) uit te voeren onderzoek. Onderwerp: Samenvatting: Soort uitspraak: Nader door Bureau Jeugdzorg (BJz) uit te voeren onderzoek. Bij verzekerde is sprake van de grondslagen verstandelijke handicap en psychiatrische aandoening. Zowel

Nadere informatie

Antwoorden op vragen over veranderingen Wmo/Awbz

Antwoorden op vragen over veranderingen Wmo/Awbz Antwoorden op vragen over veranderingen Wmo/Awbz BEREIKBAARHEID EN INFORMATIE Hoe word ik als cliënt geïnformeerd over de veranderingen? Met een brief van de gemeente Met een persoonlijk gesprek in 2015

Nadere informatie

Vrijwillige hulp Maatjes Ontmoeten Mantelzorg

Vrijwillige hulp Maatjes Ontmoeten Mantelzorg Met elkaar, voor elkaar! Vrijwillige hulp Vrijwilligers zijn mannen en vrouwen die om een ander denken. Zij voelen zich betrokken bij hun medemens. Vrijwilligerswerk is voor hen een keuze. Ze zijn blij

Nadere informatie

(HH-algemeen) In de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Aan deze folder kunnen geen rechten worden ontleend.

(HH-algemeen) In de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) Aan deze folder kunnen geen rechten worden ontleend. Gemeente Hof van Twente De Höfte 7 Postbus 54, 7470 AB Goor Tel. 0547 85 85 85 Fax 0547 85 85 86 E-mail info@hofvantwente.nl Website: www.hofvantwente.nl (HH-algemeen) In de Wet maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

Figuur 1. Aantal cliënten naar huidig en toekomstig stelsel. Aantal cliënten per stelsel nu en straks. AWBZ Wmo jeugdwet overig

Figuur 1. Aantal cliënten naar huidig en toekomstig stelsel. Aantal cliënten per stelsel nu en straks. AWBZ Wmo jeugdwet overig Gehandicaptenzorg van AWBZ naar Wmo Inleiding Per 2015 vervalt de aanspraak op extramurale begeleiding, dagbesteding, kortdurend verblijf en persoonlijke verzorging uit de AWBZ. De cliënten vanaf 18 jaar

Nadere informatie

Welzijnsbezoek. Voorbeelden van aanpassingen aan het huis die nodig zijn:

Welzijnsbezoek. Voorbeelden van aanpassingen aan het huis die nodig zijn: Welzijnsbezoek 2014 Inhoud 1. Conclusies 2. Figuren en tabellen MEE Drechtsteden voerde in 2014 welzijnsbezoeken uit onder ouderen van 75, 80 en. Aan de hand van een vragenlijst komen zes onderwerpen aan

Nadere informatie

Veel mensen zijn kwetsbaarder dan ze lijken

Veel mensen zijn kwetsbaarder dan ze lijken Veel mensen zijn kwetsbaarder dan ze lijken Een onderzoek naar de inwoners van de gemeente Utrechtse Heuvelrug die Begeleiding vanuit de AWBZ ontvangen Uitgevoerd door: SCIO Consult, mei 2012 Voorwoord

Nadere informatie

ALGEMEEN WMO VEELGESTELDE VRAGEN OVER WMO EN JEUGDHULP

ALGEMEEN WMO VEELGESTELDE VRAGEN OVER WMO EN JEUGDHULP VEELGESTELDE VRAGEN OVER WMO EN JEUGDHULP Vanaf 2015 krijgt de gemeente er zorgtaken bij. Een deel van de zorg die nu via het zorgkantoor vanuit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) loopt, gaat

Nadere informatie

Maatschappelijke ondersteuning (AWBZ/Wmo)

Maatschappelijke ondersteuning (AWBZ/Wmo) Maatschappelijke ondersteuning (AWBZ/Wmo) Het kabinet wil dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven wonen. Daarvoor is het belangrijk dat zorg en maatschappelijke ondersteuning zo dicht mogelijk

Nadere informatie

Gebruikersgids jeugdigen met een licht verstandelijke beperking. Algemene informatie Informatie per zorgzwaartepakket (ZZP)

Gebruikersgids jeugdigen met een licht verstandelijke beperking. Algemene informatie Informatie per zorgzwaartepakket (ZZP) Gebruikersgids jeugdigen met een licht verstandelijke beperking Algemene informatie Informatie per zorgzwaartepakket (ZZP) Inhoud Samenvatting 3 Over welke problemen gaat het? 3 Voorbeelden 3 Welke hulp

Nadere informatie

Zorg en Ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking. Wat verandert er in de zorg in 2015

Zorg en Ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking. Wat verandert er in de zorg in 2015 Zorg en Ondersteuning aan mensen met een verstandelijke beperking Wat verandert er in de zorg in 2015 De zorg in beweging Wat verandert er in 2015? In 2015 verandert er veel in de zorg. Via een aantal

Nadere informatie

Bijlagen. Ga na wanneer de indicatie van de cliënt afloopt. Heeft hij recht op het overgangsrecht? Kan er een aanbod gedaan worden vanuit de gemeente?

Bijlagen. Ga na wanneer de indicatie van de cliënt afloopt. Heeft hij recht op het overgangsrecht? Kan er een aanbod gedaan worden vanuit de gemeente? Informatie voor mantelzorgers (en begeleiders) Mantelzorgers zijn alle mensen uit de omgeving van de cliënt die aan de cliënt hulp en zorg verlenen. Dat kan op verschillende gebieden en in verschillende

Nadere informatie

de behandelaar of huisarts mee te sturen. In deze verklaring moet het volgende worden vermeld: een

de behandelaar of huisarts mee te sturen. In deze verklaring moet het volgende worden vermeld: een Toelichting bij aanvraagformulier AWBZ-indicatie (PGB/ZIN) U dient deze aanvraag bij Bureau Jeugdzorg in, omdat u uw kind in aanmerking wilt laten komen voor zorg die bekostigd wordt op basis van de Algemene

Nadere informatie

waardering Zwolle Jonge mantelzorgers (jonger dan 18 jaar) zijn in de onderzoeken van de gemeente niet meegenomen,

waardering Zwolle Jonge mantelzorgers (jonger dan 18 jaar) zijn in de onderzoeken van de gemeente niet meegenomen, Zwolle Rapportage Mantelzorg in beeld Resultaten uit onderzoeken onder mantelzorgers 2012 en 2014 De gemeente Zwolle wil de positie van de mantelzorger versterken en hun taak verlichten. Met de komst van

Nadere informatie

MEE. Ondersteuning bij leven met een beperking. Algemene brochure. voor mensen met een beperking. MEE maakt meedoen mogelijk

MEE. Ondersteuning bij leven met een beperking. Algemene brochure. voor mensen met een beperking. MEE maakt meedoen mogelijk MEE Ondersteuning bij leven met een beperking Algemene brochure voor mensen met een beperking MEE maakt meedoen mogelijk 1 Colofon Tekst en samenstelling Eenvoudig Communiceren Amsterdam Afd. Communicatie

Nadere informatie

Het indicatiebesluit

Het indicatiebesluit Het indicatiebesluit Zorg in natura of een budget In de brief met het indicatiebesluit staat op welke zorg u aanspraak kunt maken. Hoe u de zorg ontvangt, kan per soort zorg verschillen: zorg in natura

Nadere informatie

Wat is zorg verandert?

Wat is zorg verandert? Zorg voor kinderen met een beperking? Huis ter Heide VG netwerken 7 November 2015 1 Wat is zorg verandert? Vier jarig samenwerkingsproject van aantal organisaties Bekostigd door VWS Samenwerking met Naar-Keuze

Nadere informatie

Vier wetten, drie loketten en één overgangsjaar

Vier wetten, drie loketten en één overgangsjaar Hoe de zorgwetgeving verandert Vier wetten, drie loketten en één overgangsjaar In de zorg gaat er veel veranderen. De AWBZ gaat verdwijnen. Een groot deel van de AWBZ-zorg gaat over naar de Wmo, de Jeugdwet

Nadere informatie

Wegwijzer naar de AWBZ

Wegwijzer naar de AWBZ Wegwijzer naar de AWBZ Kinderen met een psychiatrische stoornis hebben soms veel zorg nodig. Als dat bij uw kind het geval is, dan kunt u gebruikmaken van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Deze

Nadere informatie

Vragen en antwoorden over het Persoonsgebonden budget (PGB) jeugdhulp, Inhoudsopgave

Vragen en antwoorden over het Persoonsgebonden budget (PGB) jeugdhulp, Inhoudsopgave Vragen en antwoorden over het Persoonsgebonden budget (PGB) jeugdhulp, Inhoudsopgave 1. Wijzigingen per 1 januari 2015 Algemeen 2. Meest gestelde vragen van mensen die nu een PGB hebben 3. PGB trekkingsrecht

Nadere informatie

Tevredenheidsonderzoek Mantelzorgers

Tevredenheidsonderzoek Mantelzorgers Tevredenheidsonderzoek Mantelzorgers Uitgevoerd door Steunpunt Mantelzorg van Welstad In de gemeenten Stadskanaal en Vlagtwedde Onder alle geregistreerde mantelzorgers Sita Hes, Augustus 2014 Uitgevoerd

Nadere informatie

ONDERSTEUNING VAN MENSEN MET EEN LICHAMELIJKE HANDICAP EN/OF NIET-AANGEBOREN HERSENLETSEL

ONDERSTEUNING VAN MENSEN MET EEN LICHAMELIJKE HANDICAP EN/OF NIET-AANGEBOREN HERSENLETSEL Ondersteuning bij wonen ONDERSTEUNING VAN MENSEN MET EEN LICHAMELIJKE HANDICAP EN/OF NIET-AANGEBOREN HERSENLETSEL Voorpagina: Kjerke de Vries: Ik heb niet erg veel hulp nodig. Daarom verhuis ik van een

Nadere informatie

MEE Gelderse Poort MEE maakt meedoen mogelijk. Onafhankelijke cliëntondersteuning bij langdurige zorg (Wlz)

MEE Gelderse Poort MEE maakt meedoen mogelijk. Onafhankelijke cliëntondersteuning bij langdurige zorg (Wlz) MEE Gelderse Poort MEE maakt meedoen mogelijk Onafhankelijke cliëntondersteuning bij langdurige zorg (Wlz) Onafhankelijke cliëntondersteuning bij langdurige zorg Dankzij MEE kunnen we de zorg en hulp thuis

Nadere informatie

Questionnaire (in Dutch): LASAE189 / LASAF189 / LASAG189 / LASAH189

Questionnaire (in Dutch): LASAE189 / LASAF189 / LASAG189 / LASAH189 NB. Medical care indication is also asked in LASA*177 and LASA*178 (Med. Interview), and LASA *610, LASA*611, LASA*710 and LASA*711 (Tel. interview) LASAE189 L. Medische Indicatie De volgende vragen gaan

Nadere informatie

Persoonlijk plan voor PGB-houders

Persoonlijk plan voor PGB-houders Persoonlijk plan voor PGB-houders Versie 1.0 Datum: 17 juli 2014 Status: Definitieve versie 1 Ontwikkeld door: Janneke Haan, Sabine Timmer, Marjolein Herps 1 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Algemene gegevens...

Nadere informatie

Decentralisatie begeleiding

Decentralisatie begeleiding Decentralisatie begeleiding Zorgkantoor Delft Westland Oostland / Nieuwe Waterweg Noord 31 januari 2012 Inhoudsopgave pagina Inleiding 3 Leeswijzer 4 Bijlage: rapportage per gemeente Rapport decentralisatie

Nadere informatie

Beleid mantelzorg. Versie 031109 Herzieningsdatum 031112

Beleid mantelzorg. Versie 031109 Herzieningsdatum 031112 Beleid mantelzorg Herzieningsdatum 031112 Mantelzorgbeleid Cederhof Mantelzorg kan worden gedefinieerd als de extra zorg en begeleiding die mensen, vrijwillig, langdurig en onbetaald, verlenen aan personen

Nadere informatie