Thema: Linnaeus Wetenschapssymposium. Sjoerd Euser. Promotie Astrid Vollebregt. Maarten Rook. Wetenschap momenteel zwaartepunt STZ-aandacht

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Thema: Linnaeus Wetenschapssymposium. Sjoerd Euser. Promotie Astrid Vollebregt. Maarten Rook. Wetenschap momenteel zwaartepunt STZ-aandacht"

Transcriptie

1 thema magazine Voortzetting van het Linnaeus Medisch Journaal (LMJ) 2012 jaargang 20 nummer 4 Sjoerd Euser Epidemiologie is geen hogere wiskunde Promotie Astrid Vollebregt Denk goed na voor je gaat matten Maarten Rook Wetenschap momenteel zwaartepunt STZ-aandacht Thema: Linnaeus Wetenschapssymposium 2013

2 3 Vooraf Symposiumnummer 4 In bedrijf Epidemioloog Sjoerd Euser 7 Actueel Martinus van Marumprijs voor Elske van Gils 8 Promotie SZ-gynaecoloog Astrid Vollebregt 11 Artikel Nicole Bakker en Matthijs Draijer: Studie naar de nauwkeurigheid van digitale rectaalthermometers 15 Actueel MUIS 16 Meester-leerling Jan van Dixhoorn met Nienke Huizenga en Sabrine Spithoven 18 Actueel promotie Daniël van Raalte en Greetje Tack 19 En verder Zwemmen, chloor en astma 20 Themadeel: Linnaeus Wetenschapssymposium Bij het WBL Tjeerd van der Ploeg 44 Wat ziet u? SPSS

3 Symposiumnummer Editie 2012/4 van ons magazine verschijnt begin 2013 omdat dit tevens het abstractbook is van het vierde Linnaeus Wetenschapssymposium dat op woensdag 16 januari plaatsvindt in het Spaarne Ziekenhuis. De abstracts die voor het symposium werden ingediend, vormen het themadeel van deze editie, samen met een drietal interviews. Wij vroegen STZ-bestuursvoorzitter Maarten Rook en de bestuursvoorzitters van het KG en het SZ, respectievelijk Peter van Barneveld en Willem Schreuder, naar hun visie op het belang van wetenschappelijk onderzoek in een niet-universitair ziekenhuis. thema magazine Maar eerst, zoals u dat gewend bent, onze gebruikelijke rubrieken in het magazine-deel. Graag stellen wij u Sjoerd Euser voor die als opvolger van Diana Grootendorst sinds 1 november, naast zijn werk voor het Streeklab, voor een dag per week als epidemioloog aan het Wetenschapsbureau verbonden is. Onze promovendus kwam in dit blad al eerder aan het woord als leermeester van een wetenschapsstagiair: SZ-gynaecoloog Astrid Vollebregt promoveerde op 28 november op het gebruik van mesh-materiaal in de prolapschirurgie. Nicole Bakker en Matthijs Draijer zijn beiden in opleiding tot klinisch fysicus bij de gemeenschappelijke afdeling Klinische Fysica van KG en SZ. Zij schreven het artikel voor deze editie en testten daarvoor een aantal rectaalthermometers op hun nauwkeurigheid. Het meester-leerlinggesprek voerden we ditmaal met Jan van Dixhoorn die zijn wetenschappelijke sporen inmiddels ruimschoots verdiend heeft met een stroom van publicaties over met name de ontspanningscomponent binnen de hartrevalidatie. Zijn twee leerlingen: Nienke Huizenga en Sabrine Spithoven gingen aan de slag met een omvangrijke database die hij in 13 jaar hierover opbouwde. Voorwoord Kinderarts Arnold Ketel ten slotte laat zien wat erbij komt kijken als je op zoek bent naar een mogelijk verband tussen het zwemmen in chloorwater en het krijgen van astma bij kinderen. In de rubriek Bij het WBL maakt u kennis met statisticus Tjeerd van der Ploeg die onder andere de cursussen medische statistiek met SPSS voor het WBL voor zijn rekening neemt. Over SPSS gaat ook onze achtercoverrubriek Wat ziet u? Wij wensen u veel leerzaam leesgenoegen! Namens de redactie, Amabel Vehmeijer, MDL-arts hoofdredacteur linnaeus wetenschapsmagazine 3

4 4 nr Epidemiologie is

5 geen hogere wiskunde thema magazine Sinds 1 november is Sjoerd Euser als opvolger van Diana Grootendorst voor één dag per week als epidemioloog verbonden aan het Wetenschapsbureau Linnaeusinstituut (WBL). Samen met hoofd WBL Richard Brohet ondersteunt en begeleidt hij specialisten, arts-assistenten en vooral studenten geneeskunde, die via het WBL een wetenschappelijke stage vervullen, bij het opzetten en uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek. Zijn werkkamer heeft hij in het Boerhaavegebouw. Theo Vos In bedrijf Sjoerd Euser studeerde bewegingswetenschappen aan de VU en werkte na zijn afstuderen in 2004 een halfjaar als datamanager. Tijdens zijn promotieonderzoek aan de Erasmus Universiteit werd hij definitief enthousiast gemaakt voor epidemiologie en statistiek. Voor zijn proefschrift Determinants of cognitive decline and dementia in the very old (Rotterdam, 2008) deed hij onderzoek naar de bepalende factoren van cognitieve achteruitgang bij ouderen. Opvallende conclusie In mijn onderzoek ben ik uitgegaan van ouderen die niet dement waren, maar al wel cognitieve achteruitgang vertoonden, vertelt Sjoerd. Ik onderzocht bij deze mensen de mogelijke determinanten van die achter uitgang: hoge bloeddruk, aanleg voor diabetes en genetische bepaaldheid. Een opvallende conclusie was bijvoorbeeld dat hoge bloeddruk in de groep ouderen tot verslechterde cognitie bleek te leiden terwijl dit in de groep alleroudsten omgekeerd was. In een streeklaboratorium komt een schat aan data binnen via routineonderzoek Mogelijke verklaring is dat hoge bloeddruk slecht is voor de vaten en daardoor de doorbloeding in de hersenen vermindert, terwijl bij de alleroudsten vanwege athero - s clerose een hogere perfusiedruk nodig is voor goede doorbloeding. Ik werkte met twee omvangrijke, bestaande databases op twee plekken en met twee begeleiders: in Leiden (LUMC) en in Rotterdam. Dat geeft al een brede onderzoekservaring. Bovendien was in Rotterdam iedere promovendus verplicht binnen het promotietraject epidemio logisch onderwijs te volgen bij het Netherlands Institute for Health Sciences (NIHES) en daar heb ik toen mijn master in clinical epidemiology gehaald. Onderzoeksvragen bedenken Nog tijdens de afronding van zijn promotieonderzoek kwam Sjoerd als klinisch epidemioloog te werken bij het Streeklaboratorium voor de Volksgezondheid Kennemerland (beter bekend als het 'Streeklab ) met als focus infectieziekten. Hij trof daar een ambitieuze groep collega s (arts-microbiologen, moleculair biologen, parasitoloog), die hij geacht werd te ondersteunen bij wetenschappelijk onderzoek en bij het valideren van nieuwe diagnostische tests. Sjoerd: In een streeklaboratorium komt natuurlijk een schat aan data binnen via routineonderzoek. De uitdaging is daar interessante onderzoeksvragen op los te laten. Mijn taak was dus onder meer onderzoeksvragen te bedenken en onderzoek mee te helpen opzetten linnaeus wetenschapsmagazine 5

6 Een onderzoekszwaartepunt is inmiddels alweer 10 jaar, sinds de Legionellapneumonieuitbraak in Bovenkarspel de Legionella-bacterie waarvoor wij het nationale referentielaboratorium zijn. In opdracht van het RIVM coördineren wij ook bronopsporing in Nederland (BronopsporingsEenheid Legionella-pneumonie (BEL)), waarbij we door het hele land bemonsteringen uitvoeren en uitgebreide databases en stammenbanken bijhouden en beheren. Dit werk blijft Sjoerd ook vier dagen per week doen, waardoor zijn onderzoekservaring gegarandeerd blijft. Trucje Het leuke van epidemiologie is dat je het op ontzettend veel vakgebieden kunt toepassen, vertelt Sjoerd. Epidemiologen hebben natuurlijk vaak een specifiek vakgebied waarin ze goed thuis zijn (in mijn geval dus het bewegingssysteem, ouderen en door mijn werk voor het Streeklab infectieziekten), maar het zijn over het algemeen allrounders. In de epidemiologie gaat het vooral over de methodologie van het wetenschappelijk onderzoek. Met welke factoren moet je rekening houden, wat zijn de valkuilen (sample size-problemen, confounding), hoe reken je met data en hoe analyseer je ze (statistiek), hoe schrijf je een artikel. Het begeleiden van studenten vindt hij een leuke afwisseling binnen zijn werk: het op jonge mensen overdragen van de opgedane expertise en het enthousiasme voor het vak. Je merkt dat al die droge theorie gaat leven wanneer die van toepassing is op je onderzoek Je merkt dat wetenschap voor studenten geneeskunde geen goede uitstraling heeft. Dat men het vaak als moeilijk en saai beschouwt. Maar iedereen onderkent gelukkig wel het belang van onderzoek en artsen komen in hun praktijk voortdurend relevante vragen tegen. Het is dan belangrijk dat methodologie en statistiek hen niet afschrikken van het opzetten van onderzoek. Kritisch Je merkt gewoon dat al die droge theorie gaat leven wanneer die van toepassing is op je eigen onderzoek en gefundeerde antwoorden oplevert. Epidemiologie is geen hogere wiskunde. Uiteindelijk zijn onderzoeksmethoden voor iedereen goed te begrijpen als men ze maar goed uitgelegd krijgt. Het is een denkwijze die iedere keer dezelfde is, los van het onderwerp, en die een bepaalde houding moet worden tegenover de vragen die je aanpakt. De epidemioloog is altijd de kritische instantie die bijvoorbeeld vraagt: is er niet per ongeluk een ongewenste selectie geweest binnen de geïncludeerde populatie, is er niet een groep uitgestapt waardoor het resultaat beïnvloed wordt, en gaat de onderzoeksopzet die je bedacht hebt wel echt antwoord geven op je onderzoeksvraag? Sport en geschiedenis In zijn vrije tijd stimuleert Sjoerd fanatiek zijn persoonlijke biomechanica door maar liefst elke dag te sporten bij de sportschool die een verdieping onder zijn werkplek in het Boerhaavegebouw gehuisvest is. Daarnaast fietst hij veel, squasht hij eenmaal per week en tennist hij in de zomer. De teamsporten die hij vroeger beoefende, voetbal en volleybal, vindt hij tegenwoordig te lastig in te plannen. Al tijdens zijn studie was hij geïnteresseerd in geschiedenis en volgde daarin ook colleges als bijvak. En nog steeds leest hij graag over historische onderwerpen 6 nr

7 De secretaris, tevens oprichter van de Stichting Martinus van Marum, de heer Guus Hulst, reikte op 12 oktober de Martinus van Marum Prijs uit aan de winnaar, dr. Elske van Gils. thema magazine Martinus van Marum Prijs voor arts-onderzoeker Elske van Gils Actueel De KNMG district Spaarne/Amstel heeft op 25 juni 2012 arts-onderzoeker Elske van Gils de Martinus van Marum Prijs toegekend voor haar (MINOES-) onderzoek: een onderzoek naar de effectiviteit van minder prikken met het pneumokokkenvaccin bij baby s. Hierop is Elske in 2011 gepromoveerd. Zij heeft aangetoond dat ook met drie of zelfs twee prikken, zestig procent minder pneumokokkentypen voorkomen in de neus-keelholte. Verminderd dragerschap van pneumokokkentypen bij jonge kinderen voorkomt verspreiding van deze bacterie naar ongevaccineerde mensen. Het succes van dit vaccin berust niet alleen op directe bescherming van de gevac cineerde jonge kinderen tegen pneumokokkenziekte, maar ook op indirecte bescherming van ongevaccineerde mensen in de samenleving. Het onderzoek werd vanuit het Spaarne Ziekenhuis in Hoofddorp uitgevoerd, onder supervisie van dr. Reinier Veenhoven (SZ) en Prof. dr. Lieke Sanders (UMCU) in samenwerking met het UMC Utrecht en het Nederlands Vaccin Instituut (thans RIVM). Jonge onderzoeker Eerder ontving Elske voor haar onderzoek de Young Investigator Award van de European Society for Pediatric Infectious Diseases en de derde prijs voor de Jonge Onderzoeker van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde. Haar artikelen zijn in meerdere tijdschriften gepubliceerd, waaronder tweemaal in de gezaghebbende JAMA (Journal of the American Medical Association). De uitreiking van de Martinus van Marum Prijs vond plaats op 12 oktober 2012 in het Oude Slot te Heemstede. Meer weten over MINOES? linnaeus wetenschapsmagazine 7

8 Astrid Vollebregt: Volg je hart wanneer er iets op je pad komt SZ-gynaecoloog Astrid Vollebregt promoveerde woensdag 28 november 2012 aan de Universiteit van Utrecht op haar proefschrift Polypropylene mesh in anterior vaginal prolapse surgery efficacy, safety and costs. In dit interview vertelt zij over haar belangstelling voor wetenschappelijk onderzoek en hoe dit proefschrift tot stand kwam. Enkele bijbehorende stellingen zijn (als tussenkopjes) in de tekst verwerkt. Feiten Elf procent van de vrouwen met een vaginale prolaps wordt ooit geopereerd aan die verzakking. Na een operatie voor een blaasverzakking met gebruik van eigen weefsel worden recidiefpercentages van 20-70% beschreven. Vollebregt bekeek in een aantal studies de werkzaamheid van een nieuwe operatietechniek waarbij een vaginale mesh (implantatie materiaal) wordt gebruikt. Els Heeremans Een snijdend vak zou het worden, maar alleen met vrouwe lijke patiënten werken? De keuze voor gynaecologie was voor Astrid niet vanzelfsprekend. Tot ze haar laatste coschappen bij de gynaecologie in het LUMC liep. Tot haar eigen verrassing bleek ze dit heel leuk te vinden. Astrid vertelt: Veel facetten van de geneeskunde komen samen in dit specialisme en dit zal iedere gynaecoloog beamen de verloskunde is een mooi vak! Medisch gezien is het heel afwisselend en je komt mensen in alle levensfasen tegen. En niet alleen vrouwen, lacht ze, ook hun mannen en kinderen! Speelde ik eerst nog met de gedachte aan KNO-heelkunde, na deze coschappen was dit gelijk van de baan. Nothing great was ever achieved without enthousiasm' (Emerson) Passie is een belangrijke voorwaarde om dingen goed te doen, vindt Astrid. "Na mijn artsexamen in 1998 twijfelde ik heel erg of ik het aanbod zou aannemen om promotieonderzoek rondom fertiliteit te doen in het LUMC. Het zou de weg vrijmaken om de opleiding gynaecologie te kunnen gaan volgen. Maar het onderwerp sprak mij niet aan. Op hetzelfde moment werd ik uitgenodigd voor een gesprek in het Spaarne Ziekenhuis. Ik besloot mijn hart te volgen en daar als agnio te gaan werken. Op mijn eigen manier moet ik er ook kunnen komen, vond ik. En daar kon ik ook aan wetenschap doen. Juiste plaats, juiste moment In 2000 kreeg Astrid een opleidingsplaats in het SLAZ en werkte vervolgens in het AMC en het OLVG. In het laatste jaar van haar opleiding (2005) raakte ze sterk geïnteresseerd in de operatieve kant van de gynaecologie. Astrid: Op hetzelfde moment werd ik gevraagd als gynaecoloog in het UMC Utrecht. Dat kwam als geroepen, want ik kon mijn werk daar mooi combineren met een fellowship urogynaecologie. In die periode was de mesh net in Nederland op de markt gebracht. Zij startte samen met prof. dr. C.H. van der Vaart van het UMC Utrecht een onderzoek naar het gebruik van de mesh (gevlochten matje van niet-oplosbaar synthetisch materiaal) bij prolapschirurgie. Dit onderzoek zette zij voort toen ze in 2006 terugkeerde in het Spaarne Ziekenhuis en lid werd van de maatschap gynaecologie. Lange adem Het voorwerk nam veel tijd in beslag, licht Astrid toe. Het heeft ruim een halfjaar geduurd voordat ik daadwerkelijk met het onderzoek kon starten. Eerst moest ik een uitgebreid protocol en patiënteninformatie schrijven volgens de richtlijnen van de CCMO. Vervolgens heb ik het naar de METC gestuurd. Daar wordt op alle slakken zout gelegd. Ik kreeg bijvoorbeeld alles weer terug omdat ik niet afzonderlijk briefpapier had gebruikt voor elk ziekenhuis (naast het SZ deden het Amphiaziekenhuis en het UMCU aan het onderzoek mee). Het duurde dan weer een tot twee 8 nr

9 thema magazine Uitreiking van de doctorsbul in de Senaatskamer Astrid Vollebregt maanden voordat het opnieuw op de agenda van de METC stond; een eindeloos proces. De lokale uitvoerbaarheidsverklaring verliep gelukkig wel soepel. Al met al heb ik zes jaar aan dit proefschrift gewerkt, omdat ik alles naast mijn (fulltime) werk deed. Op mijn compensatiedag of tijdens de weekenddienst hield ik de data bij en voerde ik telefonisch overleg. In die tijd heb ik ook samen met twee collega s een module ontwikkeld voor het consortium gynaecologie/ verloskunde. Dankzij deze module konden mijn hulptroepen, medewerkers die verspreid zaten over de drie ziekenhuizen, direct data invoeren die ik dan thuis weer kon verwerken. Maar ik reisde ook veel heen weer tussen Hoofddorp, Utrecht en Breda. In de beginfase is het doen van onderzoek gemakkelijker omdat je vooral organisatorische zaken regelt. Later, als je gaat schrijven, wordt het een ander verhaal. Dan moet je steeds omschakelen; pas na een halve dag zit je er weer goed in. Denk goed na voordat je gaat matten De mesh is effectiever in anatomisch herstel dan de klassieke chirurgische behandeling van een prolaps, maar even effectief op de bekkenbodemklachten en de kwaliteit van leven, concludeerde Astrid in haar proefschrift. Bovendien kunnen er door de mesh klachten op seksueel gebied optreden, vult zij aan. De mesh zal dan ook (vooralsnog) niet als primaire behandeling voorgesteld worden. Over de meshes is nogal ophef geweest in de (vooral Amerikaanse) media. De mesh zou te snel op de markt zijn uitgekomen. Een terechte kritische kanttekening, maar het moet ook weer niet de andere kant op slaan. Voordat je de mesh plaatst, weeg je de indicatie zorgvuldig af en spreek je alle voors en tegens goed door met de patiënt. De mesh kan een goede optie zijn voor vrouwen die al eens eerder geopereerd werden. Over vijf jaar zijn er meer onderzoeksgegevens bekend over recidieven en reoperaties. En ondertussen worden de materialen ook steeds beter. Om te kunnen promoveren naast een fulltime baan en gezin, moet je een beetje asociaal zijn Dat is een understatement: het is een asociale bezigheid, je doet het voor jezelf en voor de wetenschap. Als je aan het promoveren bent, is er altijd iets te doen, altijd iets dat af moet. Dan moet je wel eens een afspraak afzeggen. Ik probeerde niet te veel in de weekenden te werken, maar het promoveren is wel ten koste gegaan van onze vakanties. Dankzij de flexibiliteit van mijn man kon ik alles combineren. De laatste fase van het promotietraject, waarin ik veel moest schrijven, viel samen met het wennen op de basisschool van mijn dochter Julie. Het was fijn dat ik haar daardoor die eerste weken af en toe eerder van school kon halen. Als je niet in beweging bent, kom je niet vooruit Ik kan niet stilzitten, het is misschien wel lekker rustig, maar ik wil vooruitkomen, actie ondernemen. Ik vind heel veel dingen leuk, het is lastig dat ik niet alles kan en daardoor soms dingen moet laten. Sinds een jaar ben ik opleider, dit kwam eerder op mijn pad dan ik had gedacht. Nu ontstaat daar meer ruimte voor. Promoveren is een asociale bezigheid, je doet het voor jezelf en voor de wetenschap. De promovendus Astrid Vollebregt linnaeus wetenschapsmagazine 9

10 Taste buds and laughter are interrelated: the more you laugh the greater the taste for life (Scandinavian study) Er ligt een mooi resultaat op tafel. En nu? Het dagelijkse patiëntencontact zou ik absoluut niet willen missen, maar wetenschap geeft verdieping aan mijn werk, antwoordt Astrid. Het is een leuke combinatie. Ik ben nog bezig met de follow up, die verbonden is aan dit onderzoek. Samen met mijn collega Robert Hakvoort doe ik onderzoek naar de effectiviteit en het indicatiegebied van ringpessaria. Ik haal veel energie uit mijn werk, maar het is belangrijk dat je beseft dat er ook een leven daarnaast is. Ik houd van lachen en zie graag de humor van dingen in, ook al is het soms gekkenwerk! Eerder is in het Linnaeus Medisch Journaal 2011/2 en in het Linnaeus Wetenschapsmagazine 2012/2 aandacht besteed aan het onderzoek van Astrid Vollebregt. Deze artikelen én het proefschrift zijn in te zien op de website van het WBL: Astrid Vollebregt (1 februari 1972) studeerde geneeskunde en 1 jaar rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Leiden en behaalde in 1998 haar artsexamen. Van 1998 tot 2000 was zij werkzaam als agnio in het Spaarne Ziekenhuis te Haarlem. Zij volgde de opleiding tot gynaecoloog in het SLAZ, het AMC en het OLVG te Amsterdam. Aansluitend deed zij een fellowship urogynaecologie in het UMC Utrecht en vanaf 2006 is zij werkzaam in het SZ. Sinds 2011 is zij geregistreerd als subspecialist urogynaecologie en in 2012 werd zij opleider. Zij participeert in het SZ-bekkenbodemcentrum, dat in 2012 geopend is. In 2011 ontving zij de tweede prijs op het Linnaeus Wetenschapssymposium voor haar presentatie Seksualiteit van vrouwen en mannen na vaginale prolapschirurgie met en zonder implantaat: een gerandomiseerde studie. Feiten Een vaginale mesh bij een blaasverzakkingsoperatie is effectiever in anatomisch herstel en even effectief op het gebied van bekkenbodemklachten en kwaliteit van leven. Daarnaast kan er een verslechtering in seksueel functioneren optreden en zijn de kosten van de mesh hoger. Vooralsnog wordt het gebruik van mesh dan ook niet aanbevolen als primaire behandeling van een blaasverzakking. Het speciaal aangeschafte lettertype vormde de finishing touch voor het stijlvol uitgevoerde proefschrift. De voorkant is een gezamenlijk ontwerp van Astrid en haar man Marc. 10 nr

11 Een studie naar de nauwkeurigheid van digitale rectaalthermometers N.M. Bakker en M.J. Draijer thema magazine In het ziekenhuis wordt dagelijks vele malen de lichaamstemperatuur van patiënten gemeten. Binnen de gezondheidszorg is het meten van de temperatuur een maat voor de conditie van een patiënt. De temperatuursmeting wordt meegenomen in de diagnose en in het behandelplan. Er kunnen variaties in de lichaamstemperatuur optreden door natuurlijke variaties of door actieve en passieve processen. De afdeling Kraam en Verloskunde van het Spaarne Ziekenhuis (SZ) merkte verschil in gemeten temperatuur bij verschillende typen thermometers. Om de nauwkeurigheid en de betrouwbaarheid te bepalen, zijn de rectaalthermometers die in het SZ en het Kennemer Gasthuis (KG) worden gebruikt, onderzocht. De thermometers van de Kinderafdeling, de afdeling Neonatologie, de afdeling Kraam en Verloskunde en de Recovery zijn in het onderzoek meegenomen. Dit artikel presenteert de resultaten. Alvorens hierop in te gaan, geven wij achtergrondinformatie over lichaamstemperatuur en het meten daarvan met een rectaalthermometer. Achtergrondinformatie [1,2] Bij het meten van de rectaaltemperatuur zijn er variaties die veroorzaakt worden door de meting zelf (type thermo meter, wijze en diepte van inbrengen); deze zijn onder te verdelen in stochastische fouten (de variatie kan per meting verschillen) en systematische fouten (waarbij een afwijking van de meting optreedt die steeds gelijk is, bijvoorbeeld bij een vaste afwijking van een thermometer). Daarnaast zijn er variaties die veroorzaakt worden doordat de temperatuur van de patiënt zelf varieert. Deze laatste variaties wil je meten, terwijl de eerste variaties de metingen juist verstoren. Het is daarom van belang om de systematische en stochastische fouten zo klein mogelijk te houden. De thermometer zal bij het meten bij patiënten door dezelfde gebruiker niet altijd op dezelfde manier worden ingebracht (intra operability variation), en door verschillende gebruikers zal de thermometer anders worden ingebracht waardoor een variatie wordt geïntroduceerd (inter operability variation). Het aflezen van de thermometer zelf zorgt ook voor een stochastische fout: de temperatuur op het display wordt afgerond weer gegeven (meestal op 1 decimaal). Het menselijk lichaam heeft geen homogene temperatuur. Daarom wordt een kerntemperatuur gedefinieerd waarvoor verschillende definities kunnen worden gekozen. Wij hebben gekozen voor de temperatuur van de kern. Daaromheen bevinden zich als het ware schillen met lagere temperaturen. In de centrale kern blijft de temperatuur nagenoeg constant, de zogeheten kerntemperatuur. Onder andere het abdomen, de thoracale organen, het centrale zenuwstelsel en de ske let spieren bevinden zich binnen deze centrale kern (figuur 1). Figuur 1. De kern (core)-temperatuur is een nagenoeg constante temperatuur. De temperatuur van perifere weefsels, zoals vet en huid, zijn mede afhankelijk van de temperatuur van de omgeving. In extreme buitentemperaturen wisselt de grootte van de kern (core)/externe schil (shell) verhouding.[3] linnaeus wetenschapsmagazine 11 Artikel

12 De kerntemperatuur wordt nauwkeurig gereguleerd om de homeostase van het lichaam constant te houden. De weefsels en organen in de kern functioneren namelijk het best bij een constante temperatuur. In tegenstelling tot de constante, relatief hoge temperatuur in de kern is de temperatuur van de externe schil over het algemeen lager en deze kan substantieel variëren. Onder andere huid en vetweefsel bevinden zich in deze externe schil. Hoewel de kerntemperatuur nauwkeurig wordt gereguleerd, treden er variaties op, waaronder: - Variaties gedurende de dag (ongeveer 1 C, de laagste temperatuur treedt op in de ochtend en de hoogste in de late middag). Deze variatie is toe te kennen aan de biologische klok. - Vrouwen hebben een maandelijkse variatie van de kerntemperatuur, gerelateerd aan de menstruele cyclus (ongeveer 0,5 C). - De temperatuur neemt toe tijdens lichamelijke inspanningen. Tijdens zware inspanningen kan de kerntemperatuur stijgen tot ongeveer 40 C. - De gemiddelde temperatuur van een persoon in een mensenleven is 36,4 C. Ouderen hebben een lagere temperatuur dan jongeren. - De temperatuurregulatiemechanismen zijn niet 100% effectief, daarom kan de kerntemperatuur licht variëren bij blootstelling aan extreme temperaturen. De kerntemperatuur kan dus variëren bij extreme temperatuurswisselingen, maar in normale omstandigheden niet meer dan enkele graden. Het nauwkeurig reguleren van de kerntemperatuur wordt mogelijk gemaakt door temperatuurregulatiemechanismen, gecoördineerd door de hypothalamus. Hierbij is er een balans tussen warmteproductie en -afgifte. Het feedbackmechanisme wordt aangestuurd door temperatuurreceptoren. In de hypothalamus zitten koudegevoelige en warmtegevoelige neuronen. Men neemt aan dat deze neuronen functioneren als temperatuursensors voor het reguleren van de lichaamstemperatuur.[2] Daarnaast zijn er receptoren in de huid en in de organen aanwezig. Methoden om de temperatuur van ons lichaam te veranderen, kunnen worden onderscheiden in actieve en passieve (fysische) processen. Actieve processen zijn veranderingen in het metabolisme, vasometrie (vasodilatatie of vasoconstrictie in de huid), rillingen en zweetsecretie. Passieve processen die temperatuursveranderingen tot gevolg kunnen hebben, zijn radiatie (de afgifte van warmte door straling), conductie (afgifte van warmte via direct contact met de omgeving), convectie (afgifte van warmte aan de lucht) en evaporatie [afgifte van warmte door verdampen van water via huid (zweet) en longen (hijgen)]. Doel Het doel van dit onderzoek was de nauwkeurigheid en betrouwbaarheid te bepalen van de thermometers die worden gebruikt op de Kinderafdeling, de afdeling Neonatologie, de Figuur 2. Links: Van elk type thermometer zijn 3 exemplaren getest. De typen thermometers (van links naar rechtsonder): Braun PRT1000 (SZ), Omron MC343 (SZ), Microlife Schinkel MT200 (SZ), Scala SC43TM (KG) en de Terumo C402 (KG). Rechts: Een gekalibreerde droogblokkalibrator is gebruikt om de temperatuur te variëren van 34 C tot 42 C. Op de foto is een voorbeeld te zien van een meting op 38 C met de Microlife thermometer. afdeling Kraam en Verloskunde en op de Recovery in het SZ en het KG (figuur 2). Methode Als maat voor de nauwkeurigheid van de thermometer wordt de gemeten systematische fout genomen. Als maat voor de betrouwbaarheid nemen we de som van de gemeten stochastische fout en de afleesfout. Uit de specificaties van de 5 door ons onderzochte typen thermometer blijkt dat de meettijd varieert van ca. 10 tot 30 seconden, en het beoogd gebruik (de diepte waarop de thermometer moet worden ingebracht) van ruim 1 tot 3 cm. De meetnauwkeurigheid (de maximale afwijking van afgelezen en werkelijke temperatuur) is volgens de specificaties in de klinische range voor alle thermometers gelijk, namelijk ± 0,1 C. Van elk type thermometer zijn 3 exemplaren getest in de klinische range (34 C tot 42 C). Een gekalibreerde droogblokkalibrator (Type Tecal 140 F) werd gebruikt om de temperatuur te variëren tussen 34 C en 42 C (figuur 2). Met deze kalibrator kan de aangeboden temperatuur met een nauwkeurigheid van 0,05 C op een vaste waarde worden gehouden. De temperatuur werd ingesteld op een gegeven waarde en vervolgens werden de drie exemplaren van één type thermometer na elkaar in het blok geplaatst en werd de temperatuur afgelezen. Dit is herhaald voor de vijf verschillende typen thermometer. Vervolgens werd de ingestelde temperatuur verhoogd met 1 C en is dezelfde meting herhaald tot alle 9 temperaturen gemeten waren. Voor elke type thermometer is bij elke ingestelde temperatuur de gemiddelde waarde van de 3 gemeten waarden, en de variatie hierin (steekproef standaarddeviatie) bepaald. Resultaten De resultaten van de meting zijn weergegeven in figuur 3 en tabel nr

13 thema magazine a. b. Artikel c. d. e. f. Figuur 3. Gemeten temperatuur als functie van de ingestelde temperatuur voor (a) Braun, (b) Microlife, (c) Omron, (d) Scala, (e) Terumo, (f) alle vijf de thermometers gezamenlijk. linnaeus wetenschapsmagazine 13

14 Braun Microlife Omron Scala Terumo gemiddelde fout (μ) ( C) -0,66-2,28-1,08-0,67-0,04 gemiddelde standaardafwijking (s) ( C) 0,08 0,12 0,22 0,11 0,03 batches onb (2x) onb (1x) (2x) (1x) UF (3x) 03/011(3x) 2009 B2(3x) Tabel 1. De gemiddelde nauwkeurigheid (gemiddelde systematische fout (µ)) en de gemiddelde betrouwbaarheid - gemiddelde stochastische fout [standaardafwijking(s)] voor de 5 typen thermometer. Conclusie en discussie De metingen laten zien dat de thermometer van het merk Terumo (type C402) de grootste nauwkeurigheid en betrouwbaarheid heeft. De Scala (type SC43TM) en de Braun (type PRT1000) presteren nagenoeg gelijk. De nauwkeurigheid en de betrouwbaarheid van de Omron (type MC343) zijn lager dan die van de Scala en de Braun. De Microlife (type Schinkel MT200) heeft in vergelijking met deze thermometers een grote onnauwkeurigheid, namelijk -2,3 C. Daarom adviseren wij de Microlife niet te gebruiken voor de klinische praktijk. Nu deze tests laten zien dat niet alle typen thermometers even nauwkeurig en betrouwbaar zijn, is het van belang dat afdelingen standaardiseren op één type thermometer om de fout door variatie tussen verschillende thermometers uit te sluiten. Daarnaast moet men zich realiseren dat de thermometer bij het meten door dezelfde gebruiker elke keer op een net iets andere manier wordt ingebracht (intra operability variation), en ook door verschillende gebruikers zal de thermometer op een andere manier worden ingebracht (inter operability variation), waardoor een extra variatie wordt geïntroduceerd. Schattingen van deze variatie lopen uiteen van 0,1 tot 0,5 C. de onzekerheid die meestal wordt gehanteerd in de kliniek. De totale meetfout moet door de behandelend arts meegenomen worden bij het inzetten van een behandelplan op basis van de gemeten temperatuur. Referenties 1. Sherwood l. Human Physiology, from cells to systems. 8e ed. Amazon Digital Services, Guyton AC, Hall JE. Textbook of Medical Physiology. 9e ed. Philadelphia: W.B. Saunders Company, de Winter P. TEMP-studie, maart Ir. N.M. Bakker en dr. ir. M.J. Draijer zijn in opleiding tot klinisch fysicus bij de vakgroep Klinische Fysica van het Spaarne Ziekenhuis/Kennemer Gasthuis, Spaarnepoort 1, 2134 TM Hoofddorp. Contact via De beste thermometer in dit onderzoek heeft een systematische fout van 0,04 C en een stochastische fout van 0,06 C. Nota bene: Totale stochastische fout = (gemeten fout² + afleesfout²) (0,03² + 0,05²) = 0,06. Dit betekent dat met deze thermometer de temperatuur op maximaal 0,1 C nauwkeurig te bepalen is, mits interoperabiliteitsfouten worden geëlimineerd. Ir. N.M. Bakker dr. ir. M.J. Draijer Bovendien speelt in de gemeten temperatuur de natuurlijke variatie van de lichaamstemperatuur gedurende de dag een rol. s Ochtends zal over het algemeen een lagere temperatuur worden gemeten dan s avonds. Deze variaties zijn alleen te minimaliseren door goede afspraken te maken over de manier en het tijdstip van meten, zodat achtereenvolgende meetdata goed te vergelijken zijn. Ondanks dit soort afspraken zal de onzekerheid in temperatuur altijd 0,1 tot 0,5 C zijn; dit ligt in een orde van grootte hoger dan In elk nummer van LWM publiceren wij een artikel dat is geschreven door mensen die bij het KG, het SZ, het Streeklab, Medial of bij de SAHZ in opleiding zijn. 14 nr

15 Het MUIS-onderzoek Op 1 september 2012 werd vanuit het WBL in het Spaarne Ziekenhuis het MUIS-onderzoek gestart dat wordt uitgevoerd door een team van artsen, verpleegkundigen, doktersassistenten en administratief medewerkers. Giske Biesbroek en Astrid Bosch coördineren deze studie als arts-onderzoekers en werken hierbij samen met het team van het WBL. SZ-kinderarts Marlies van Houten is als hoofdonderzoeker eindverantwoordelijk. De resultaten van het onderzoek worden eind 2014 verwacht. thema magazine MUIS staat voor Microbiome Utrecht Infant Study: een cohortonderzoek naar de samenstelling van de bacteriënfauna die bij gezonde zuigelingen voorkomt op de huid, in de mond, in de neus en in de ontlasting. Door het beschikbaar komen van nieuwe technieken, weten we sinds enkele jaren dat er veel verschillende bacteriën samen voorkomen op de huid en de slijmvliezen van kinderen. We noemen al deze bacteriën tezamen het microbioom. Vanaf de geboorte komt een baby direct in aanraking met allerlei bacteriën vanuit de omgeving. De manier waarop een kind ter wereld komt, via een keizersnede of via een bevalling, bepaalt dan ook welke bacteriën als eerste bij een kind voorkomen. In het eerste levensjaar van de baby verandert er veel in de samenstelling van de bacteriënfauna wat betreft de voorkomende soorten. Deze opbouw van het microbioom wordt bepaald door verschillende factoren, zoals het geven van borstvoeding, het bezoeken van een kinderdagverblijf of het oplopen van een verkoudheid. Hierover is echter nog maar weinig bekend. Giske Wiesbroek Het MUIS-onderzoek wordt uitgevoerd als samenwerking van het WBL, de gynaecologieafdelingen van het Spaarne Ziekenhuis en het Kennemer Gasthuis, het Wilhelmina Kinderziekenhuis/Universitair Medisch Centrum Utrecht en het Streeklaboratorium voor de Volksgezondheid Kennemerland in Haarlem. Het wordt vanuit het WBL Spaarne Ziekenhuis gecoördineerd. Daar kunt u ook meer informatie over dit onderzoek krijgen: telefoon (023) Artikel In de MUIS-studie wordt onderzocht hoe het microbioom bij gezonde kinderen wordt opgebouwd in het eerste levensjaar. Mogelijk verandert het microbioom als het kind ziek wordt, bijvoorbeeld bij een infectie, na antibioticagebruik of bij het ontwikkelen van eczeem. 100 kinderen zullen deelnemen aan dit onderzoek. Gedurende het eerste levensjaar worden deze kinderen 11 keer thuis bezocht. We streven ernaar dat van de deelnemende kinderen er 50 vaginaal geboren zijn en 50 met een keizersnede. Tijdens de huisbezoeken zullen we een aantal vragen stellen en nemen we kweekwatjes af achter in de neus en van de huid en verzamelen we speeksel en ontlasting. Met deze gegevens hopen we beter te begrijpen wat de betekenis is van de samenstelling van het microbioom voor de gezondheid van baby s en voor de vatbaarheid voor infecties, allergieën en eczeem. Om op deze manier in de toekomst betere behandelingen voor infecties of allergieën te kunnen ontwikkelen linnaeus wetenschapsmagazine 15

16 Kritische vragen aan een in 13 jaar opgebouwde database In 1977 kwam dr. Jan van Dixhoorn het hartrevalidatieprogramma van het ziekenhuis St. Joannes de Deo (in 1991 door fusie opgegaan in het KG) verrijken met een ontspannings programma op basis van biofeedback. Uit een clinical trial die Van Dixhoorn in 1980 gefinancierd door de Hartstichting uitvoerde, bleek deze ontspanningstherapie een belangrijke toegevoegde waarde te hebben op de standaard gangbare inspanningstraining. Theo Vos Zo n 15 jaar lang was Van Dixhoorn supervisor van de integratie van beide therapievormen en de implementatie daarvan; in 1995 werd ontspanning opgenomen in de Richtlijn hartrevalidatie van de Hartstichting, die voor alle patiënten een tussentijdse evaluatie voorstelde. Na de implementatie daarvan bleek dat de meeste patiënten in het begin van het programma sterk verbeterden, maar dat de verbetering daarna afnam. Zou men ook met minder toe kunnen? Bovendien verliep het zorgproces niet naar wens. Er was geen sprake van zorg op maat en de gestructureerde evaluatie leidde niet tot een bijstelling van het programma. Patiënten konden veelal pas gemiddeld 39 dagen na ontslag uit het ziekenhuis aan hartrevalidatie beginnen en het programma was organisatorisch niet goed ingebed. Programma op maat Daarom werd in 1997 besloten dit zorgproces onder deskundige begeleiding van toen nog bureau Moret, Ernst & Young te herstructureren. Kern van de herstructurering was door screening en evaluatie vooraf en tussentijds te komen tot een meer op het individu toegesneden programma op maat. Na een voor iedereen standaardpreprogramma wordt nu bepaald of de lichamelijke en psychosociale conditie van de patiënt voldoende verbeterd is om te stoppen en of de patiënt tevreden is. Dat blijkt bij de helft van de patiënten het geval te zijn: een grote efficiencyslag! De andere patiënten wordt een vervolgprogramma-op-maat aangeboden. Soms wil men bijvoorbeeld alleen nog inspanningstraining, anderen hebben behoefte aan individuele begeleiding. Zo ontstaat differentiatie: er zijn patiënten die eerder stoppen, maar er zijn er ook die langer doorgaan dan het oude standaardprogramma voorzag. Door de efficiencyverbetering komt er ook meer ruimte voor de patiënten die meer aandacht nodig hebben. Met de cardiologen werden heldere afspraken gemaakt over doorverwijzing via een voorgestructureerd formulier, waardoor de gehanteerde criteria ook eenduidig zijn. Een speciaal daarvoor aangestelde planningsfunctionaris zorgt met behulp van een hiervoor ontwikkeld planningssysteem voor snelle inplanning (maximaal 14 dagen na ontslag) en afstemming van de beschikbare capaciteit van mensen en middelen, zodat geen oponthoud ontstaat Het hartrevalidatieprogramma behelst een complex, multidisciplinair proces waaraan medewerkers van verschillende afdelingen hun bijdrage leveren: fysiotherapie, maatschappelijk werk, cardiologie, ontspanningstherapeut. Er wordt gewerkt aan inspanning, ontspanning, informatie over de ziekte, coping, lotgenotencontact en leefstijl. De organisatorische samenhang tussen al deze facetten ontbrak. En ten slotte waren de cardiologen maar in beperkte mate betrokken en hanteerden zij verschillende criteria voor doorverwijzing. De meester in gesprek met zijn leerlingen: van links naar rechts Jan van Dixhoorn, Nienke Huizenga en Sabrine Spithoven. 16 nr

17 Voor het evalueren van de voortgang is het van belang dat de bevindingen van de verschillende betrokken behandelaars goed worden vastgelegd en daarvoor werd een computerprogramma ontwikkeld door Henri-Jan van Lint van de ict-afdeling van het ziekenhuis. Op 1 september 1999 ging het herontworpen hartrevalidatieprogramma officieel van start en intussen zijn dus 13 jaar lang in de genoemde database gegevens verzameld van zo n kleine 4000 patiënten. Bezemkast Jan van Dixhoorn is een gedreven wetenschapper die van meet af aan veel gepubliceerd heeft over zijn ontspanningsmethode, met name in het kader van revalidatie. Tweeën eenhalf jaar geleden besloot hij de opgebouwde database om te zetten in een wetenschappelijke vraagstelling en hij legde die voor aan hoofd WBL Richard Brohet. Deze adviseerde hem zijn onderzoeksvraag te adverteren op het VU-blackboard als onderwerp voor genees kundestudenten die een weten schappelijke stage moeten doen. Van Dixhoorn: Ik was daarmee kennelijk te vroeg, want aanvankelijk gebeurde er niets. Tot de coördinator wetenschapsstages Veerle Struben mijn onderwerp persoonlijk onder de aandacht bracht van studenten. En nu heb ik ineens twee belangstellenden, waarvan de een haar stage inmiddels heeft afgerond en de ander is nu, medio november, halverwege. Nienke Huizenga plande de wetenschappelijke stage aan het eind van haar studie en is inmiddels arts. Zij verrichtte een enorme klus door de digitaal opgeslagen data te vergelijken met de gegevens en verslagen in de bijbehorende patiëntendossiers (metingen, individuele beoordelingen, ontslagbrief, rapportages van diverse betrokken profes sionals) en het bestand op te schonen. Het had maar een haar gescheeld of een deel van de fysieke data die opgeslagen lagen in een 'bezemkast' volgens Nienke was opgeruimd, vertelt Van Dixhoorn. Met een smile: En dat moeten we in een tijd waarin zo veel wetenschap pelijke fraude aan het licht komt natuurlijk niet hebben. Voortborduren Om live mee te maken hoe het revalidatieproces werkt, woonde Nienke het multidisciplinair overleg (MDO) bij. In het systeem zitten gegevens over de screening aan het begin, na het standaardprogramma en aan het eind van het totale programma, vertelt zij. Ik heb de patiënten verdeeld over twee groepen: zij die halverwege besloten te stoppen en zij die doorgingen. Van al die patiënten is aan het begin bekend of zij man of vrouw zijn, van welke leeftijd, welke diagnose gesteld is, wat de beginwaarden quality of life en fitheid waren en welke doelen zij zich stelden. In de loop van de tijd is verder vastgelegd hoe zij zich fysiek en mentaal ontwikkelden en hoe zij de gestelde doelen al dan niet behaalden. Verder is bekend hoe vaak zij fitness deden, hoe vaak ontspanningstherapie en hoe vaak circuittraining. Sabrine Spithoven mag voortborduren op het voorbereidende werk van Nienke. Zij stelt de vraag op welke basis therapeuten de beslissing namen om met de therapie te stoppen of door te gaan, en onderzoekt aan de hand van de database of deze beslissing terecht was. Zelf ontdekken Nienke en Sabrine volgden de cursus medische statistiek met SPSS bij het WBL en ook verder zijn zij erg enthousiast over de begeleiding door het Linnaeusinstituut. In de hele geneeskundeopleiding heb ik nauwelijks te maken gehad met onderzoek. In het derde jaar was er een blokje focusonderwijs waar je de keuze had uit 10 onderwerpen om een literatuuronderzoekje te doen. Tijdens de coschappen werd een referaat over een PICO gevraagd. Dat deed je dan samen met de bibliothecaris, in mijn geval van het OLVG, die in zijn enthousiasme een complete zoekstrategie inclusief resultaten aanleverde. SPSS mochten we op een middagje zelf ontdekken aan de hand van een boekje. Daar is dus niets van blijven hangen. Sabrine: Pas hier leer ik wat het is zelf onderzoek te doen met data; in de VU is daar geen tijd voor. Je hebt zelf de neiging stappen over te slaan, ergens halverwege te beginnen, maar methodoloog Richard Brohet en statisticus Tjeerd van der Ploeg laten je zelf inzien dat je dan de fout in gaat. Toekomstplannen Wat zijn hun toekomstplannen? Sabrine: Ik wil cardioloog worden en zocht daarom een stage met een relatie tot dat vak. Eerder deed ik een stage op de afdeling hartrevalidatie van de VU, maar van de ontspanningstherapie die de Richtlijn van de Hartstichting voorschrijft, is daar weinig meer over: tweemaal groepsontspanning tijdens het hele traject is alles, afgezien van nog wat cassettebandjes met ontspanningsoefeningen voor thuis. De stage van Jan van Dixhoorn werd zowel onder het kopje cardiologie als onder revalidatie aangeboden. En onder dat tweede kopje vond Nienke haar onderwerp, want zij wil revalidatiearts worden. Zij prijst de inbreng van KG-revalidatiearts Janneke Haisma die bij de begeleiding betrokken is. Janneke kijkt toch weer op een andere manier naar dit onderwerp en weet onduidelijkheden vaak heel scherp en to the point bijvoorbeeld met een tekeningetje duidelijk te maken als je ze niet snapt. Het mooie bij Janneke, vult Jan van Dixhoorn aan, is dat procesmatig (be)handelen zoals dat in het herontwerp is voorzien, voor haar vanzelfsprekend is, al ligt dat niet vast in protocollen en is daar weinig literatuur over. In de rubriek meester-leerling laten wij ieder kwartaal een geneeskundestudent aan het woord die een wetenschapsstage doet via het Linnaeusinstituut, en zijn of haar leermeester. Meester en leerling thema magazine linnaeus wetenschapsmagazine 17

18 Cum laude voor aios Daniël van Raalte Bijwerkingen van prednison op de stofwisseling worden mede veroorzaakt door een verstoorde functie van de eilandjes van Langerhans. Dat blijkt uit het onderzoek waarop Daniël van Raalte, aios interne in het KG op vrijdag 23 november cum laude promoveerde aan de VU. Hij onderzocht de metabole bijwerkingen van prednison in cellijnen bij gezonde mensen en mensen met reumatoïde artritis. Van Raalte concludeert dat naast het ontstaan van resistentie voor de werking van het hormoon insuline, een gestoorde functie van de eilandjes van Langerhans een belangrijke rol speelt bij het optreden van deze bijwerkingen. Zo wordt er na een prednison behandeling te weinig insuline en te veel glucagon geproduceerd. Verder toont Van Raalte aan dat al bij lage, eerder veilig geachte doseringen, bijwerkingen op de stofwisseling kunnen optreden. Ook vond hij aanwijzingen dat nieuwe middelen in de behandeling van diabetes, glucagon-like peptide (GLP)-1 agonisten, de nadelige effecten van prednison op de suikerstofwisseling grotendeels kunnen voorkomen. De uitkomsten van dit onderzoek ondersteunen de huidige ontwikkeling van nieuwe veelbelovende glucocorticoïde medicijnen. Bron: Vrije Universiteit Amsterdam Daniël H. van Raalte: Diabetogenic effects of glucocorticoid drugs: the knowns and the unknowns. Promotie aios Greetje Tack over coeliakie Op 15 november promoveerde Greetje Tack, aios interne in het KG, aan de VU op haar proefschrift over nieuwe diagnostische en therapeutische aspecten rond coeliakie. Coeliakie is een chronische darmaandoening veroorzaakt door glutenintolerantie. Voor de diagnose zijn dunnedarmbiopten tot op heden de gouden standaard bij volwassenen. De enige doeltreffende behandeling tot nu toe is een strikt glutenvrij dieet. De beschreven pilot-studie naar een enzym dat gluten afbreekt voor het de dunne darm bereikt, laat zien dat dit een veilig alternatief is, maar meer onderzoek is vereist. Enkele patiënten hebben ondanks een adequaat dieet klachten en persisterende darmschade. Deze refractaire coeliakie (RCD) onderscheidt type I met <20% en type II met >20% afwijkende dunnedarmcellen. Deze cellen worden beschouwd als voorstadium van enteropathie-geas socieerd T-cellymfoom (EATL), met een ongunstige levensverwachting. In dit proefschrift worden nieuwe serologische parameters beschreven die mogelijk differentiëren tussen ongecompliceerde en gecompliceerde vormen van coeliakie. Maar dunnedarmbiopten blijven noodzakelijk om de diagnose te stellen. Op basis van DNA uit dunnedarmweefsel en oppervlakte -kenmerken, lijken deze afwijkende cellen van origine T-cellen te zijn die in hun ontwikkeling stagneren. Naar aanleiding van deze studie wordt aanbevolen om het (moleculair) diagnostisch onderzoek van RCD uit te breiden om EATL vroegtijdig te kunnen opsporen. Uitgebreide analyse van EATL-cellen toont nieuwe oppervlakte -kenmerken en chromosomale veranderingen van onbekende functionele betekenis. Op dit moment is er geen eenduidige behandeling voor RCD en EATL. De middelen 6-tioguanine bij RCD I, en cladribine en (autologe) stamceltransplantatie bij RCD II zijn veilig en mogelijk effectief. Stamceltransplantatie (allogeen) bij patiënten met EATL voorkomt een recidief echter niet. Ondanks de nieuwe inzichten met betrekking tot diagnose en behandeling, is verder onderzoek noodzakelijk. Greetje J. Tack: On te work-up of (Refractory) Coeliac Disease. 18 nr

19 Zwemmen, chloor en astma Wat erbij komt kijken om een mogelijk verband aan te tonen... In 2006 publiceerde de Leuvense hoogleraar toxicologie Alfred Bernard een studie waaruit zou blijken dat frequenter voorkomen van astma op de kinderleeftijd voor een deel toe te schrijven is aan het zwemmen in gechloreerde zwembaden. Dat onderzoek lokte ook kritiek uit. SZ-kinderarts Arnold Ketel besloot Bernards beweringen te evalueren met eigen onderzoek. 6-jarigen de luchtwegweerstand en de impedantie van het middenoor gemeten voor en na het zwemmen en heb ik de ouders een vragenlijst laten invullen: de LA Health Screening Survey. Als onderzoekspopulatie ga ik uit van 50 gezonde kinderen en 50 kinderen met een door een arts gediagnosticeerde astma, die zwemles hebben. Bij de groep van 7 en 8 jaar verrichtte ik een NO-meting (stikstofoxide) in de uitademingslucht en een flow-volumemeting, gecombineerd met de screeningsvragenlijst. En dat alles ook weer bij 50 gezonde kinderen en 50 kinderen met astma. thema magazine Theo Vos Hij noemt zijn onderzoek CHASE: CHloor-Astma-Syndrome: an Evaluation - Ik ben op jacht naar een al dan niet bestaande correlatie tussen chloordamp en astma, verduidelijkt Arnold Ketel de naamgeving. Is chloordamp een uitlokkende factor bij het krijgen van astma bij kinderen? Vanwege de hygiëne wordt in 99% van de zwembaden volgens wettelijk voorschrift chloor aan het badwater toegevoegd. Door urine, zweet en speeksel afkomstig van de kinderen in het water ontstaan chlooramines (chloordamp) die met name boven het wateroppervlak zweven. Hoe meer kinderen in het water zwemmen, hoe meer damp er ontstaat. Het ontwikkelen van astmaklachten zou men dus als een lifestyle-aandoening kunnen beschouwen. Zwemmen of verzuipen De luchtwegen van het jonge, zich ontwikkelende kind zijn aantoonbaar gevoeliger voor tabaksrook en ozon. Maar heeft chloordamp dit effect ook wanneer een kind bijvoorbeeld driemaal per week zwemles krijgt? Ketel besloot bij twee groepen kinderen van enerzijds 5 en 6 jaar en anderzijds 7 en 8 jaar metingen te verrichten vóór en na het zwemmen in chloorwater. Maar dat valt nog niet mee. Het heeft me eerst een jaar gekost om de medisch ethische toetsingscommissie (METC) uit te leggen dat ik kinderen niet speciaal voor mijn onderzoek drie kwartier tot een uur ging blootstellen aan chloordamp, maar dat het om kinderen gaat die toch al gaan zwemmen. Het is in dit land nu eenmaal zwemmen of verzuipen: ieder kind moet toch leren zwemmen? Er is echter geen sprake van een vergelijking met kinderen die in nietgechloreerd water zwemmen. Door voor en na de zwemles te meten bij hetzelfde kind zijn zij hun eigen controle. Onderzoekspopulatie Doel van mijn studie is de directe invloed van chloorverbindingen te meten op de bovenste en de lagere luchtwegen bij kinderen. Daartoe heb ik bij de groep 5- en Te weinig metingen Maar dan komt het lastigste van het onderzoek: het werven van proefpersonen. Ik heb per onderzoeksgroep immers 50 kinderen met en 50 zonder astma nodig. Ik heb geflyerd bij het zwembad, ouders aangesproken en twee jongens die als badmeester werkten medeplichtig gemaakt. Uiteindelijk heb ik voor 44 kinderen van de groep 5- en 6-jarigen toestemming verkregen. Daarvan vallen er 4 af door exclusiecriteria, resulterend in 5 kinderen met astma en 35 zonder. Ik realiseerde me dat meer dan 400 kinderen zouden moeten instemmen tot deelname aan mijn onderzoek om 50 astmaklanten te hebben. Bovendien kan ik maximaal 5 kinderen meten op zo n avond in het zwembad met een beperkte hoeveelheid apparatuur. Ik heb mij duidelijk verkeken op de massa. Voor de tweede groep verloopt de werving nog moeizamer. Daar heb ik 16 toestemmingen, waarvan 2 kinderen met astma. Conclusie: vooralsnog te weinig metingen. Eerste indruk: korte expositie aan chloordamp geeft geen verandering van de gemeten parameters in een bepaalde richting. En de animo tot deelname van kinderen lijkt beperkt, waardoor de doorlooptijd te lang wordt. Portaal Uiteindelijk heb ik besloten dit onderzoek te laten rusten tot volgend jaar en ben ik inmiddels een samenwerking aangegaan met het UMCU. Het UMCU-WKZ heeft een online database opgezet, een zogenaamd Portaal, om kinderen met luchtwegklachten, allergische klachten of eczeem beter in kaart te brengen. Daaraan doet inmiddels een 10-tal grote ziekenhuizen rond Utrecht mee. Deze database omvat tevens vragenlijsten die telkens moeten worden bijgewerkt. Dit leidt tot een goede stratificatie van kinderen met astma, en kan daardoor zeer dienstig zijn om chloorastma aan het licht te brengen. En verder... linnaeus wetenschapsmagazine 19

20 thema: 21 Richard Brohet Vooraf: Gevarieerd 21 STZ-bestuursvoorzitter Maarten Rook Wetenschap is momenteel een zwaartepunt van aandacht binnen de STZ 24 Peter van Barneveld Als je niet in onderwijs en wetenschap investeert, ga je achterlopen 25 Willem Schreuder Zelfreflectie is van belang voor de veiligheid van de patiënt 26 Programma Linnaeus Wetenschapssymposium Abstracts behorende bij de presentaties 32 Abstracts behorende bij de posters 37 Overige abstracts 20 nr

Wetenschappelijke stages in het Kennemer Gasthuis, Spaarne Ziekenhuis en het Streeklaboratorium voor de Volksgezondheid Kennemerland

Wetenschappelijke stages in het Kennemer Gasthuis, Spaarne Ziekenhuis en het Streeklaboratorium voor de Volksgezondheid Kennemerland Wetenschappelijke stages in het Kennemer Gasthuis, Spaarne Ziekenhuis en het Streeklaboratorium voor de Volksgezondheid Kennemerland Beste student, Je bent op zoek naar een plek voor een wetenschappelijke

Nadere informatie

SEMINAR 4 NOVEMBER 2014

SEMINAR 4 NOVEMBER 2014 SEMINAR 4 NOVEMBER 2014 Professioneel opzetten en uitvoeren van klinisch onderzoek www.deresearchmanager.nl Striksteeg 7 7411 KR Deventer 0570 594 789 info@deresearchmanager.nl Innovatief klinisch onderzoek,

Nadere informatie

Zwangerschap bij chronische ontstekingsziekten van de darm

Zwangerschap bij chronische ontstekingsziekten van de darm Zwangerschap bij chronische ontstekingsziekten van de darm Inleiding Zwanger worden als je een chronische ontstekingsziekte van de darm (IBD = inflammatory Bowel disease) hebt zoals de ziekte van Crohn

Nadere informatie

Waarom worden verzakkingsoperaties met een vaginaal implantaat (matje) verricht?

Waarom worden verzakkingsoperaties met een vaginaal implantaat (matje) verricht? Vragen en antwoorden vaginale implantaten ( matjes ) Waarom worden verzakkingsoperaties met een vaginaal implantaat (matje) verricht? Bij verzakkingsoperaties zonder een implantaat, wordt geopereerd met

Nadere informatie

Bent u gevraagd voor medisch wetenschappelijk onderzoek?

Bent u gevraagd voor medisch wetenschappelijk onderzoek? Bent u gevraagd voor medisch wetenschappelijk onderzoek? Inhoud Pagina Inleiding... 2 Medisch wetenschappelijk onderzoek... 3 Waarom zou u meedoen... 4 Onderzoeksfasen... 5 Medisch Ethische Commissie...

Nadere informatie

Zwangerschap bij een chronische darmziekte

Zwangerschap bij een chronische darmziekte Maag-, Darm- en Leverziekten Zwangerschap bij een chronische darmziekte www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud Vruchtbaarheid... 3 Erfelijkheid... 4 Medicijnen... 4 Invloed chronische darmziekte op de zwangerschap...

Nadere informatie

Patiënten informatie over een studie naar zwangerschaps-complicaties bij vrouwen met het Polycysteus Ovarium Syndroom:

Patiënten informatie over een studie naar zwangerschaps-complicaties bij vrouwen met het Polycysteus Ovarium Syndroom: Patiënten informatie over een studie naar zwangerschaps-complicaties bij vrouwen met het Polycysteus Ovarium Syndroom: Geachte mevrouw, de C opper studie Uw behandelend arts heeft u geïnformeerd over de

Nadere informatie

Longziekten. Behandeling van COPD / COPD pad. Afdeling: Onderwerp:

Longziekten. Behandeling van COPD / COPD pad. Afdeling: Onderwerp: Afdeling: Onderwerp: Longziekten / COPD pad 1 De behandeling van COPD Inleiding Deze folder geeft u informatie over het ziektebeeld en de behandeling van COPD en geeft stapsgewijs weer wat u de komende

Nadere informatie

- 172 - Prevention of cognitive decline

- 172 - Prevention of cognitive decline Samenvatting - 172 - Prevention of cognitive decline Het percentage ouderen binnen de totale bevolking stijgt, en ook de gemiddelde levensverwachting is toegenomen. Vanwege deze zogenaamde dubbele vergrijzing

Nadere informatie

PATIËNTINFORMATIE STUDIE NAAR HET EFFECT VAN INTRA ARTERIËLE

PATIËNTINFORMATIE STUDIE NAAR HET EFFECT VAN INTRA ARTERIËLE PATIËNTINFORMATIE STUDIE NAAR HET EFFECT VAN INTRA ARTERIËLE BEHANDELING OP DE GEZONDHEIDSTOESTAND BIJ EEN HERSENINFARCT Geachte heer / mevrouw, Wij vragen u vriendelijk om mee te doen aan een medisch

Nadere informatie

Studeren in Nijmegen Biomedische wetenschappen

Studeren in Nijmegen Biomedische wetenschappen Studeren in Nijmegen Biomedische wetenschappen Is biomedische wetenschappen studeren in Nijmegen misschien iets voor jou? Ik wil relevant zijn: bijdragen aan de gezondheid van mensen Gezondheidszorg heeft

Nadere informatie

BENAUWDHEID BIJ KINDEREN

BENAUWDHEID BIJ KINDEREN BENAUWDHEID BIJ KINDEREN 1009 Inleiding Uw kind heeft last van terugkomende benauwdheidaanvallen. Dit wordt astma genoemd of, als uw kind nog erg jong is, bronchiale hyperreactiviteit. Wij kunnen ons voorstellen

Nadere informatie

Informatie voor de ouder(s) /verzorger(s) voor de studie: Etiologie, beloop en lange termijn gevolgen van de ziekte van Kawasaki

Informatie voor de ouder(s) /verzorger(s) voor de studie: Etiologie, beloop en lange termijn gevolgen van de ziekte van Kawasaki Informatie voor de ouder(s) /verzorger(s) voor de studie: Etiologie, beloop en lange termijn gevolgen van de ziekte van Kawasaki Beste ouder(s) / verzorger(s), In het kader van onze studie naar de ziekte

Nadere informatie

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest.

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest. Samenvatting 152 Samenvatting Ieder jaar krijgen in Nederland 16.000 mensen een hartstilstand. Hoofdstuk 1 beschrijft de achtergrond van dit proefschrift. De kans om een hartstilstand te overleven is met

Nadere informatie

Achtergrond Aanvraag

Achtergrond Aanvraag Onderwerp Contactperso on Inleiding Uitvoering Electronisch afnemen en verwerken van vragenlijsten voor evaluatie van opleidingsklimaat en opleiders (2010) Prof. Dr. Paul Brand, kinderarts en hoofd medisch

Nadere informatie

onderzoek Invloed van UVB lichttherapie op huid en darmflora.

onderzoek Invloed van UVB lichttherapie op huid en darmflora. Uw behandelend arts of de onderzoeker heeft u geïnformeerd over het medisch-wetenschappelijk onderzoek Invloed van UVB lichttherapie op huid en darmflora. U beslist zelf of u wilt meedoen. Om deze beslissing

Nadere informatie

Onderzoek naar het functioneren van arts-assistenten in ziekenhuizen

Onderzoek naar het functioneren van arts-assistenten in ziekenhuizen Onderzoek naar het functioneren van arts-assistenten in ziekenhuizen BIJLAGE 1 Vragenlijst Vragen die betrekking hebben op de borging van de kwaliteit van de zorg. A. Algemeen Ik werk momenteel als arts

Nadere informatie

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening.

waardoor een beroerte kan worden gezien als een chronische aandoening. amenvatting Elk jaar krijgen in Nederland zo n 45.000 mensen een beroerte, ook wel CVA (Cerebro Vasculair Accident) genoemd. Ongeveer 60% van hen keert na opname in het ziekenhuis of revalidatiecentrum

Nadere informatie

Europa - Onderzoek naar vroege tekenen van astma bij kinderen 2

Europa - Onderzoek naar vroege tekenen van astma bij kinderen 2 EUROPA Onderzoek naar vroege tekenen van astma bij kinderen www.europastudie.nl Emma Kinderziekenhuis Amsterdam Flevoziekenhuis Almere VU Amsterdam Gesponsord door het Astma Fonds Nederland Patiënteninformatie

Nadere informatie

Sophia Kinderziekenhuis. Bronchopulmonale dysplasie. Kinderthoraxcentrum Afdeling Kinderlongziekten / Afdeling Neonatologie

Sophia Kinderziekenhuis. Bronchopulmonale dysplasie. Kinderthoraxcentrum Afdeling Kinderlongziekten / Afdeling Neonatologie Sophia Kinderziekenhuis Bronchopulmonale dysplasie Kinderthoraxcentrum Afdeling Kinderlongziekten / Afdeling Neonatologie Bij uw kind is bronchopulmonale dysplasie vastgesteld. In deze folder leest u meer

Nadere informatie

Chronische pijn als uitdaging: hedendaagse neurowetenschappelijke inzichten binnen de multidisciplinaire praktijk

Chronische pijn als uitdaging: hedendaagse neurowetenschappelijke inzichten binnen de multidisciplinaire praktijk TRANSCARE-pijn www.transcare.nl Transcare-pijn en de internationale onderzoeksgroep Pain in Motion organiseren een Symposium Chronische pijn als uitdaging: hedendaagse neurowetenschappelijke inzichten

Nadere informatie

Samen komen we verder. Draag bij aan onderzoek naar kanker, steun stichting VUmc CCA

Samen komen we verder. Draag bij aan onderzoek naar kanker, steun stichting VUmc CCA Samen komen we verder Draag bij aan onderzoek naar kanker, steun stichting VUmc CCA Uw bijdrage zorgt voor vooruitgang Juan Garcia, onderzoeker bij VUmc CCA: Ik studeerde geneeskunde omdat ik mensen wilde

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Sinds enkele decennia is de acute zorg voor brandwondenpatiënten verbeterd, hetgeen heeft geresulteerd in een reductie van de mortaliteit na verbranding, met name van patiënten

Nadere informatie

Vaginale Hygiëne Studie

Vaginale Hygiëne Studie Vaginale Hygiëne Studie Proefpersoneninformatie voor de evaluatie van het gebruik van een vaginale douche op de vaginale flora 1. Doel van deze studie Het gebruik van verschillende vaginale reinigingsproducten

Nadere informatie

Wetenschappelijke vorming in de huisartsopleiding

Wetenschappelijke vorming in de huisartsopleiding Versiedatum: 0-0-06 Pagina van 5 De wetenschappelijke onderbouwing van het huisartsgeneeskundig handelen vormt een belangrijke leidraad voor de huisarts. Deze moet een wetenschappelijke onderbouwing kunnen

Nadere informatie

Klinisch onderzoek bij kinderen en jongeren met kanker. wat is het en hoe werkt het?

Klinisch onderzoek bij kinderen en jongeren met kanker. wat is het en hoe werkt het? Klinisch onderzoek bij kinderen en jongeren met kanker wat is het en hoe werkt het? De behandeling van kinderen en jongeren met kanker vindt meestal plaats in combinatie met een klinisch onderzoek. We

Nadere informatie

Diabetes en zwangerschap

Diabetes en zwangerschap Afdeling: Onderwerp: Gynaecologie 1 In het kort Bij diabetes (suikerziekte) is er te veel suiker (glucose) in uw bloed: de bloedsuikerspiegel is te hoog. Diabetes kan al bestaan voordat u zwanger bent,

Nadere informatie

Zwangerschap en IBD. ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Maag-, darm- en leverziekten. Beter voor elkaar

Zwangerschap en IBD. ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Maag-, darm- en leverziekten. Beter voor elkaar Zwangerschap en IBD ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Maag-, darm- en leverziekten Beter voor elkaar 2 Inleiding U wilt zwanger worden en heeft de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa. Op dat moment

Nadere informatie

REGISTRATIE-EISEN VOOR WETENSCHAPPELIJK VOEDINGSKUNDIGE A en B

REGISTRATIE-EISEN VOOR WETENSCHAPPELIJK VOEDINGSKUNDIGE A en B Nederlandse Academie van Voedingswetenschappen REGISTRATIE-EISEN VOOR WETENSCHAPPELIJK VOEDINGSKUNDIGE A en B Opgesteld door de Nederlandse Academie van Voedingswetenschappen d.d.: 20 januari 2010 versie:

Nadere informatie

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Samenvatting Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Hoofdstuk 1 bevat de algemene inleiding van dit proefschrift. Dit hoofdstuk

Nadere informatie

Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten

Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten In dit proefschrift werd de relatie tussen depressie en het risico voor hart- en vaatziekten onderzocht in een groep

Nadere informatie

BENAUWDHEID BIJ KINDEREN

BENAUWDHEID BIJ KINDEREN BENAUWDHEID BIJ KINDEREN 1009 Inleiding Uw kind heeft last van terugkomende benauwdheidaanvallen. Dit kan astma genoemd worden of, als uw kind nog erg jong is, bronchiale hyperreactiviteit. Wij kunnen

Nadere informatie

Kim van de Ven kimvdven@gmail.com

Kim van de Ven kimvdven@gmail.com Kim van de Ven kimvdven@gmail.com September, 2012 BioMedische Technologie BMT 7 jaar gestudeerd (2000-2007) Begonnen met 5 jarige opleiding, uiteindelijk 6 jaar bachelor / 3 jaar master (2 jaar overlap)

Nadere informatie

Medischwetenschappelijk onderzoek. Algemene informatie voor de proefpersoon

Medischwetenschappelijk onderzoek. Algemene informatie voor de proefpersoon Medischwetenschappelijk onderzoek Algemene informatie voor de proefpersoon Inhoud Inleiding 3 Medisch-wetenschappelijk onderzoek 4 Wat is medisch-wetenschappelijk onderzoek? Wat zijn proefpersonen? Hoe

Nadere informatie

Samenvatting voor niet-ingewijden

Samenvatting voor niet-ingewijden voor niet-ingewijden Type 2 diabetes Diabetes is een ernstige chronische ziekte, die wordt gekenmerkt door te hoge glucosespiegels (de suikers ) in het bloed. Er zijn verschillende typen diabetes, waarvan

Nadere informatie

diabetes en zwangerschap

diabetes en zwangerschap diabetes en zwangerschap Inhoud Inleiding 3 1 Wat is diabetes? 3 2 Vormen van diabetes 3 3 Onderzoek 4 4 Behandeling 5 5 Zwangerschap 5 6 Wat betekent diabetes voor uw baby? 6 7 De bevalling 7 8 Na de

Nadere informatie

Patiënteninformatiefolder

Patiënteninformatiefolder Patiënteninformatie bij het wetenschappelijk onderzoek naar het nut van het routinematig controleren van alvleesklier cysten. Geachte heer/mevrouw, Uw behandelend arts heeft u deze informatie gegeven,

Nadere informatie

Buikgriep bij kinderen Informatie voor ouders. Maatschap Kindergeneeskunde IJsselland Ziekenhuis

Buikgriep bij kinderen Informatie voor ouders. Maatschap Kindergeneeskunde IJsselland Ziekenhuis Buikgriep bij kinderen Informatie voor ouders Maatschap Kindergeneeskunde IJsselland Ziekenhuis Uw kind is op de Spoedeisende Hulp gekomen omdat hij of zij buikgriep heeft. In deze folder krijgt u de nodige

Nadere informatie

RS-virus. Albert Schweitzer ziekenhuis Kinderafdeling januari 2015 pavo 0059

RS-virus. Albert Schweitzer ziekenhuis Kinderafdeling januari 2015 pavo 0059 RS-virus Albert Schweitzer ziekenhuis Kinderafdeling januari 2015 pavo 0059 Inleiding Uw kind is mogelijk besmet met het RS-virus. In deze folder leest u wat voor ziekte dit is en welke behandeling uw

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/21978 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/21978 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/21978 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Goeij, Moniek Cornelia Maria de Title: Disease progression in pre-dialysis patients:

Nadere informatie

Informatie aan patiënten opgenomen na een hartinfarct, pci of hartoperatie (CABG en/of klep)

Informatie aan patiënten opgenomen na een hartinfarct, pci of hartoperatie (CABG en/of klep) Informatie aan patiënten opgenomen na een hartinfarct, pci of hartoperatie (CABG en/of klep) Eigendom van Naam Adres Plaats Telefoonnummer Bij verlies wordt de vinder vriendelijk verzocht contact op te

Nadere informatie

Samenvatting. In hoofdstuk 1 wordt een algemene introductie gegeven over de onderwerpen die in dit proefschrift worden behandeld.

Samenvatting. In hoofdstuk 1 wordt een algemene introductie gegeven over de onderwerpen die in dit proefschrift worden behandeld. 155 Sport- en spelactiviteiten bevorderen over het algemeen de gezondheid. Deze fysieke activiteiten kunnen echter ook leiden tot blessures. Het proefschrift beschrijft de ontwikkeling en evaluatie van

Nadere informatie

Vroeg-detectie van Invasieve Aspergillose door middel van analyse van uitademingslucht. M.G. Gerritsen, arts-onderzoeker

Vroeg-detectie van Invasieve Aspergillose door middel van analyse van uitademingslucht. M.G. Gerritsen, arts-onderzoeker Vroeg-detectie van Invasieve Aspergillose door middel van analyse van uitademingslucht M.G. Gerritsen, arts-onderzoeker Invasieve Aspergillose Aspergillus Schimmel overal aanwezig in omgevingslucht Bij

Nadere informatie

INFORMATIEBRIEF HOSPITAL-ADL STUDIE

INFORMATIEBRIEF HOSPITAL-ADL STUDIE INFORMATIEBRIEF HOSPITAL-ADL STUDIE Titel van het onderzoek: Ontrafelen van het mechanisme achter ziekenhuis-gerelateerd functieverlies (Hospital-ADL studie). Geachte heer/mevrouw, Wij vragen u vriendelijk

Nadere informatie

Sciatica MED Trial resultaten na 1 jaar

Sciatica MED Trial resultaten na 1 jaar Sciatica MED Trial resultaten na 1 jaar Micro endoscopische operatie (buisjesmethode) voor lage rughernia minder effectief U doet mee aan de Sciatica MED Trial, het doelmatigheidsonderzoek naar de behandeling

Nadere informatie

NVOG Voorlichtingsbrochure GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP

NVOG Voorlichtingsbrochure GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP NVOG Voorlichtingsbrochure GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP 1. Inleiding 2. Wat zijn groep B streptokokken (GBS)? 3. Hoe vaak komen GBS voor bij zwangeren? 4.

Nadere informatie

Hartrevalidatie. Informatie

Hartrevalidatie. Informatie Hartrevalidatie Informatie Hartrevalidatie Cardiologie U wordt in Zuyderland Medisch Centrum behandeld voor uw hartklachten. Met deze folder willen wij u informeren over het hartrevalidatieprogramma waaraan

Nadere informatie

Groep B streptokokken en zwangerschap

Groep B streptokokken en zwangerschap Patiënteninformatie Groep B streptokokken en zwangerschap Informatie over een infectie met groep B streptokokken bij zwangerschap Inhoudsopgave Pagina Wat zijn groep B streptokokken (GBS)? 4 Hoe vaak

Nadere informatie

Diabetes en zwangerschap

Diabetes en zwangerschap Verloskunde/Gynaecologie Diabetes en zwangerschap Bij diabetes (suikerziekte) is er te veel suiker (glucose) in uw bloed: de bloedsuikerspiegel is te hoog. Diabetes kan al bestaan voordat u zwanger bent,

Nadere informatie

In deze folder leest u meer over het doel en de mogelijkheden van het programma en welke hulpverleners erbij betrokken zijn.

In deze folder leest u meer over het doel en de mogelijkheden van het programma en welke hulpverleners erbij betrokken zijn. Hartrevalidatie Inleiding De cardioloog, de hartfalenverpleegkundige of de ICD-verpleegkundige heeft u geadviseerd het poliklinische hartrevalidatieprogramma te gaan volgen. Het hartrevalidatie-programma

Nadere informatie

Groep-B-streptokokken en zwangerschap. Poli Gynaecologie

Groep-B-streptokokken en zwangerschap. Poli Gynaecologie 00 Groep-B-streptokokken en zwangerschap Poli Gynaecologie De inhoud van deze voorlichtingsfolder is samengesteld door de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). Deze folder is zeer

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting 11 Nederlandse samenvatting Chapter 11 156 Nederlandse samenvatting Dit proefschrift richt zich op nieuwe strategieën voor het identificeren, diagnosticeren, vervolgen en de preventie van coeliakie. Hoofdstuk

Nadere informatie

Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities. in Early Childhood Health. The Generation R Study. Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING

Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities. in Early Childhood Health. The Generation R Study. Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING Fetal Origins of Socioeconomic Inequalities in Early Childhood Health The Generation R Study Lindsay Marisia Silva SAMENVATTING Sociaal-economische gezondheidsverschillen vormen een groot maatschappelijk

Nadere informatie

Medischwetenschappelijk. onderzoek. Algemene informatie voor de proefpersoon

Medischwetenschappelijk. onderzoek. Algemene informatie voor de proefpersoon Medischwetenschappelijk onderzoek Algemene informatie voor de proefpersoon Inhoud Inleiding 5 Medisch-wetenschappelijk onderzoek 6 Wat is medisch-wetenschappelijk onderzoek? Wat zijn proefpersonen? Wie

Nadere informatie

Diabetes en zwangerschap

Diabetes en zwangerschap Diabetes en zwangerschap Inhoudsopgave In het kort Wat is diabetes? Vormen van diabetes Diabetes type 1 Diabetes type 2 Zwangerschapsdiabetes Onderzoek Glucosedagcurve Glucosetolerantietest HbA1C Behandeling

Nadere informatie

Hyperventilatie-provocatietest

Hyperventilatie-provocatietest Hyperventilatie-provocatietest 2 In overleg met uw behandelend arts heeft u besloten tot een longfunctie-onderzoek in het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ). Longfunctie-onderzoeken vinden plaats op

Nadere informatie

MES-6 / 2 14. Informatie voor en over Coassistenten

MES-6 / 2 14. Informatie voor en over Coassistenten MES-6 / 2 14 A6 A6 Informatie voor en over Coassistenten A5 A5 A4 A4 Informatie voor en over Coassistenten Medisch Spectrum Twente Medisch Spectrum Twente (MST) behoort tot de grootste niet-academische

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Diabetes en zwangerschap

Patiënteninformatie. Diabetes en zwangerschap Diabetes en zwangerschap Patiënteninformatie Diabetes en zwangerschap Inhoudsopgave: 1 Inleiding 2 Wat is diabetes 3 Vormen van diabetes 4 Onderzoek 5 Behandeling 6 Zwangerschap 7 Wat betekent diabetes

Nadere informatie

Wat is Cystic Fibrosis? Hoe krijg je Cystic Fibrosis? Hoeveel mensen hebben Cystic Fibrosis? Hoe ontdekken ze Cystic Fibrosis? Cystic Fibrosis in het

Wat is Cystic Fibrosis? Hoe krijg je Cystic Fibrosis? Hoeveel mensen hebben Cystic Fibrosis? Hoe ontdekken ze Cystic Fibrosis? Cystic Fibrosis in het 1 Wat is Cystic Fibrosis? Hoe krijg je Cystic Fibrosis? Hoeveel mensen hebben Cystic Fibrosis? Hoe ontdekken ze Cystic Fibrosis? Cystic Fibrosis in het kort 2 Cystic Fibrosis = CF = Taaislijmziekte Cystic

Nadere informatie

Ouder, Kind en Eten Onderzoek

Ouder, Kind en Eten Onderzoek Ouder, Kind en Eten Onderzoek Informatiebrochure Voorwoord Fijn dat u interesse heeft in het Ouder, Kind & Eten onderzoek. Op dit moment doen er al 165 ouders mee aan het onderzoek en we zoeken nog 40

Nadere informatie

Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie PATIËNTENVOORLICHTING

Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie PATIËNTENVOORLICHTING NVOG Nederlandse Vereniging voor PATIËNTENVOORLICHTING Diabetes en Zwangerschap No 16 2004 NVOG Het copyright en de verantwoordelijkheid voor deze folder berusten bij de Nederlandse Vereniging voor (NVOG)

Nadere informatie

Hoe kan het meten van oogbewegingen leiden tot betere diagnostiek bij gezichtsveldonderzoek?

Hoe kan het meten van oogbewegingen leiden tot betere diagnostiek bij gezichtsveldonderzoek? Hoe kan het meten van oogbewegingen leiden tot betere diagnostiek bij gezichtsveldonderzoek? Om die vraag te kunnen beantwoorden zoeken wij patiënten van 40 jaar en ouder. Een medisch wetenschappelijk

Nadere informatie

Stoppen of doorgaan met een sulfonylureumderivaat in combinatie met insuline glargine bij diabetes type 2 patiënten in de huisartspraktijk?

Stoppen of doorgaan met een sulfonylureumderivaat in combinatie met insuline glargine bij diabetes type 2 patiënten in de huisartspraktijk? Patiënteninformatie Stoppen of doorgaan met een sulfonylureumderivaat in combinatie met insuline glargine bij diabetes type 2 patiënten in de huisartspraktijk? Geachte heer/mevrouw, Hartelijk dank voor

Nadere informatie

Benauwdheid en piepen bij kinderen jonger dan 6 jaar

Benauwdheid en piepen bij kinderen jonger dan 6 jaar Benauwdheid en piepen bij kinderen jonger dan 6 jaar Afdeling kindergeneeskunde Veel kinderen hebben als baby, peuter of kleuter wel eens last van klachten als een piepende ademhaling met benauwdheid,

Nadere informatie

Patiënteninformatie locatie Blaricum. Diabetes mellitus bij kinderwens. Informatie over erfelijkheid en zwangerschap bij diabetes

Patiënteninformatie locatie Blaricum. Diabetes mellitus bij kinderwens. Informatie over erfelijkheid en zwangerschap bij diabetes Patiënteninformatie locatie Blaricum Diabetes mellitus bij kinderwens Informatie over erfelijkheid en zwangerschap bij diabetes Inhoudsopgave Bladzijde Welke soorten diabetes zijn er? 4 Is diabetes erfelijk?

Nadere informatie

Onderzoek naar de nazorg bij dikke darmkanker door de huisarts of de chirurg en het gebruik van een persoonlijke interactieve website (I CARE studie).

Onderzoek naar de nazorg bij dikke darmkanker door de huisarts of de chirurg en het gebruik van een persoonlijke interactieve website (I CARE studie). Onderzoek naar de nazorg bij dikke darmkanker door de huisarts of de chirurg en het gebruik van een persoonlijke interactieve website (I CARE studie). Verbetert de zorg na de behandeling van dikke darmkanker

Nadere informatie

Diabetes en zwangerschap

Diabetes en zwangerschap Diabetes en zwangerschap DIABETES EN ZWANGERSCHAP Bij diabetes mellitus is er te veel glucose in uw bloed: de bloedglucosewaarde is te hoog. Diabetes kan al bestaan voordat u zwanger bent, er is dan sprake

Nadere informatie

klinisch fysicus i.o. radiotherapie

klinisch fysicus i.o. radiotherapie + klinisch fysicus i.o. radiotherapie dr. ir. Ellen Brunenberg UMC St Radboud Beroepsoriëntatieavond Protagoras/Willem Einthoven 23 september 2013 + curriculum vitae n dr. ir. Ellen Brunenberg (29 jaar)

Nadere informatie

SEMINAR 4 NOVEMBER 2014

SEMINAR 4 NOVEMBER 2014 SEMINAR 4 NOVEMBER 2014 Professioneel opzetten en uitvoeren van klinisch onderzoek www.deresearchmanager.nl Striksteeg 7 7411 KR Deventer 0570 594 789 info@deresearchmanager.nl Ontwikkeling Afdeling Innovatie

Nadere informatie

Kindergeneeskunde. Kinderartsen:

Kindergeneeskunde. Kinderartsen: Kindergeneeskunde De kinderafdeling omvat de volgende onderafdelingen: Isolatie (Boxen) Grote kinderen en Kleuters (Algemeen) Medium Care Neonatale Intensive Care Unit (NICU) Dagbehandeling Poli Kindergeneeskunde

Nadere informatie

Depressie tijdens de zwangerschap uit de taboesfeer

Depressie tijdens de zwangerschap uit de taboesfeer Depressie tijdens de zwangerschap uit de taboesfeer Depressie en angstklachten tijdens de zwangerschap komen regelmatig voor. Toch wordt dit onderwerp nog vaak als taboe ervaren en is niet duidelijk welke

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting De levensverwachting van mensen met een ernstige psychiatrische aandoening (EPA) is gemiddeld 13-30 jaar korter dan die van de algemene bevolking. Onnatuurlijke doodsoorzaken zoals

Nadere informatie

Sophia Kinderziekenhuis. Darmfalen bij kinderen. Darmfalenteam Erasmus MC-Sophia

Sophia Kinderziekenhuis. Darmfalen bij kinderen. Darmfalenteam Erasmus MC-Sophia Sophia Kinderziekenhuis Darmfalen bij kinderen Darmfalenteam Erasmus MC-Sophia Uw kind heeft een probleem met de darm, waardoor de werking van de darm (tijdelijk) is verstoord. Dit noemen we darmfalen.

Nadere informatie

Biofotonen en de regulering van het lichaam met Prof. Fritz-Albert Popp van het International Institute of Biophysics in Neuss, Duitsland.

Biofotonen en de regulering van het lichaam met Prof. Fritz-Albert Popp van het International Institute of Biophysics in Neuss, Duitsland. Biofotonen en de regulering van het lichaam met Prof. Fritz-Albert Popp van het International Institute of Biophysics in Neuss, Duitsland. In de andere twee testen werd duidelijk dat de stem de activiteit

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting 99 Nederlandse Samenvatting Depressie is een veel voorkomend en ernstige psychiatrisch ziektebeeld. Depressie komt zowel bij ouderen als bij jong volwassenen voor. Ouderen en jongere

Nadere informatie

Screening en behandeling van psychische problemen via internet. Viola Spek Universiteit van Tilburg

Screening en behandeling van psychische problemen via internet. Viola Spek Universiteit van Tilburg Screening en behandeling van psychische problemen via internet Viola Spek Universiteit van Tilburg Screening en behandeling van psychische problemen via internet Online screening Online behandeling - Effectiviteit

Nadere informatie

Samenvatting. Griepvaccinatie: wie wel en wie niet?

Samenvatting. Griepvaccinatie: wie wel en wie niet? Samenvatting Griepvaccinatie: wie wel en wie niet? Griep (influenza) wordt veroorzaakt door het influenzavirus. Omdat het virus steeds verandert, bouwen mensen geen weerstand op die hen een leven lang

Nadere informatie

Algemene informatie kinderkanker

Algemene informatie kinderkanker Algemene informatie kinderkanker De behandeling van kinderen met kanker is in Nederland gecentraliseerd in 5 kinderkanker (kinderoncologische) centra en 2 beenmergtransplantatie centra. De 5 kinderkanker

Nadere informatie

Alles onder controle? Dr. J.J. Uil, MDL-arts

Alles onder controle? Dr. J.J. Uil, MDL-arts Alles onder controle? Dr. J.J. Uil, MDL-arts Aanleiding: Risico op kanker bij coeliakie; Kwartaal blad NCV 2014: Artikel van Frederico Biagi Controle intervallen worden verruimd kan dat ongestraft? N.B.

Nadere informatie

Informatie betreffende wetenschappelijk onderzoek getiteld:

Informatie betreffende wetenschappelijk onderzoek getiteld: Informatie betreffende wetenschappelijk onderzoek getiteld: Kunststof matje versus geen matje voor navelbreuken: een dubbel blind, prospectief gerandomiseerd onderzoek Engelse titel: Mesh versus suture

Nadere informatie

Nieuwsbrief voor ouders

Nieuwsbrief voor ouders Nieuwsbrief voor ouders De sociale ontwikkeling van kinderen Amsterdam, oktober 2012, jaargang 5, nr. 2 Universiteit van Amsterdam Beste ouders, Door middel van deze nieuwsbrief willen wij u op de hoogte

Nadere informatie

Inhoud. Mijn leven. ik leef gezond

Inhoud. Mijn leven. ik leef gezond Inhoud Inleiding...3 Hoofdstuk 1 Ziek... 4 Hoofdstuk 2 Koorts... 6 Hoofdstuk 3 Schoon... 8 Hoofdstuk 4 Conditie... 10 Hoofdstuk 5 Eten... 12 Hoofdstuk 6 Drinken... 14 Hoofdstuk 7 Houding... 16 Hoofdstuk

Nadere informatie

Hoofdpijn Blijf er niet mee lopen. Rob Bernsen en Marian van Zagten, neurologen Namens overige leden Multidisciplinaire Hoofdpijnpoli

Hoofdpijn Blijf er niet mee lopen. Rob Bernsen en Marian van Zagten, neurologen Namens overige leden Multidisciplinaire Hoofdpijnpoli Hoofdpijn Blijf er niet mee lopen Rob Bernsen en Marian van Zagten, neurologen Namens overige leden Multidisciplinaire Hoofdpijnpoli Inhoud Cijfers Wat gebeurt er in het ziekenhuis? Typen hoofdpijn Spanningshoofdpijn

Nadere informatie

Informatieboekje. GRIP- Studie GRoente Inname Peuters

Informatieboekje. GRIP- Studie GRoente Inname Peuters Informatieboekje GRIP- Studie GRoente Inname Peuters Contactgegevens Onderzoeksteam Prof. Dr. Ir. Kees de Graaf (hoofdonderzoeker Humane Voeding) Dr. Gerry Jager (Universitair Docent) Ir. Victoire de Wild

Nadere informatie

Onderzoek naar de beste behandeling van epilepsie-achtige hersenactiviteit na reanimatie

Onderzoek naar de beste behandeling van epilepsie-achtige hersenactiviteit na reanimatie TELSTAR: Treatment of ELectroencephalographic STatus epilepticus After cardiopulmonary Resuscitation (ABR 46296) Onderzoek naar de beste behandeling van epilepsie-achtige hersenactiviteit na reanimatie

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Zowel beleidsmakers en zorgverleners als het algemene publiek zijn zich meer en meer bewust van de essentiële rol van kwaliteitsmeting en - verbetering in het verlenen van

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting (Dutch summary)

Nederlandse samenvatting (Dutch summary) Nederlandse samenvatting (Dutch summary) 1 Vroeggeboorte na antenatale inflammatie bronchiale hyperreactiviteit als onderliggende oorzaak van Vroeggeboorte Over vroeggeboorte, ook wel prematuriteit genoemd,

Nadere informatie

Samenvatting Inleiding In veel landen is dikke-darmkanker een belangrijk volksgezondheidsprobleem; zo werden in 1997 ongeveer 8.500 nieuwe gevallen van dikke-darmkanker geconstateerd in Nederland en meer

Nadere informatie

Geachte heer, mevrouw,

Geachte heer, mevrouw, DIRECT trial Behandeling van persisterende klachten en recidieven bij diverticulitis: Operatief versus Conservatief. EEN GERANDOMISEERDE MULTICENTRISCHE KLINISCHE TRIAL Geachte heer, mevrouw, Uw behandelend

Nadere informatie

Informatie betreffende wetenschappelijk onderzoek getiteld:

Informatie betreffende wetenschappelijk onderzoek getiteld: Informatie betreffende wetenschappelijk onderzoek getiteld: Kunststof matje versus geen matje voor navelbreuken: een dubbel blind, prospectief gerandomiseerd onderzoek Engelse titel: Mesh versus suture

Nadere informatie

Patiënten kritisch over begeleiding bij sport en bewegen in behandeltraject Mirjam Stuij 1,2, Agnes Elling 2 & Tineke Abma 1

Patiënten kritisch over begeleiding bij sport en bewegen in behandeltraject Mirjam Stuij 1,2, Agnes Elling 2 & Tineke Abma 1 Patiënten kritisch over begeleiding bij sport en bewegen in behandeltraject Mirjam Stuij 1,2, Agnes Elling 2 & Tineke Abma 1 1. VU Medisch Centrum, Afdeling Metamedica en EMGO+ Instituut, Amsterdam. 2.

Nadere informatie

Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9. Samenvatting

Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9. Samenvatting Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9 Samenvatting 155 Chapter 9 Samenvatting SAMENVATTING Richtlijnen en protocollen worden ontwikkeld om de variatie van professioneel handelen te reduceren, om kwaliteit van

Nadere informatie

The Symphony triple A study

The Symphony triple A study Patiënten informatie en toestemmingsverklaring The Symphony triple A study USING SYMPHONY AS AN ADJUNCT TO HISTOPATHOLOGIC PARAMETERS WHEN THE DOCTOR IS AMBIVALENT ABOUT THE ADMINISTRATION AND TYPE OF

Nadere informatie

Hartrevalidatie. Poli Hartrevalidatie

Hartrevalidatie. Poli Hartrevalidatie 00 Hartrevalidatie Poli Hartrevalidatie Waarom hartrevalidatie? Een hartaandoening is een ingrijpende gebeurtenis. Het kan grote lichamelijke en psychische gevolgen hebben. Het vertrouwen in uw eigen lichaam

Nadere informatie