ABCDE Een systematische benadering van de acuut zieke of gewonde patiënt

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ABCDE Een systematische benadering van de acuut zieke of gewonde patiënt"

Transcriptie

1 ABCDE Een systematische benadering van de acuut zieke of gewonde patiënt

2

3 ABCDE Een systematische benadering van de acuut zieke of gewonde patiënt A.J. Alkemade, SEH arts KNMG

4 2010 A.J. Alkemade Cover: MaxSlenterArts, Eindhoven Drukwerk: Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën of opnamen, hetzij op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor het overnemen van (een) gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Samensteller en uitgever zijn zich volledig bewust van hun taak een betrouwbare uitgave te verzorgen. Niettemin kunnen zij geen aansprakelijkheid aanvaarden voor drukfouten en andere onjuistheden die eventueel in deze uitgave voorkomen. ISBN NUR 876 ABCDE training & consult Postbus CA Nootdorp

5 Inhoud 1. ABCDE-methodiek 1 2. Airway 8 3. Breathing Circulatie Disability Exposure Samenvatting ABCDE Wervelkolom-trauma De benauwde patiënt Thoraxtrauma De patiënt in shock Buik/bekkentrauma De suffe patiënt De koude patiënt Praktische vaardigheden Zuurstoftoediening Immobilisatie wervelkolom Luchtweg maneuvres Mayo/guedel Masker en ballon beademing Intubatie Larynxmasker Spoedconiotomie Decompressie spanningspneumothorax Intraossale toegang Beoordeling bloedgas Beoordeling X-Thorax ECG beoordeling 115

6

7 1 ABCDE methodiek De traditionele benadering van een patiënt begint met een uitgebreide anamnese en lichamelijk onderzoek, gevolgd door gericht aanvullend onderzoek en uiteindelijk het stellen van een diagnose. Dit is een goede en beproefde manier voor de benadering en behandeling van een stabiele patiënt. De meeste ziekten ontwikkelen zich aanvankelijk volgens een uniek patroon, waardoor het stellen van een diagnose ook mogelijk en zinvol is. Alle ernstige ziektebeelden eindigen echter onafhankelijk van de onderliggende diagnose in een common final pathway. Hierbij treden fysiologische veranderingen in de ademhaling, circulatie en het bewustzijn op die uiteindelijk leiden tot stoornissen in de vitale functies en de dood. Soms is één blik voldoende om een (dreigend) instabiele patiënt te herkennen, vaak blijkt het toch niet direct duidelijk te zijn dat een patiënt ernstig ziek is. Oorzaken hiervoor zijn vaak de (relatieve) onervarenheid van de dokter en het gebrek aan systematiek in de benadering van een acute patiënt waardoor problemen over het hoofd worden gezien of minder ernstig worden ingeschat. Ook kan op een spoedeisende hulp waar 1

8 geen 24/7 pediatrie aanwezig is ineens een ernstig ziek kind door de ouders binnengebracht worden. Van de aanwezige dokter zal dan toch verwacht worden dat deze het kind stabiliseert. Bewezen is dat vroegtijdige herkenning en stabilisatie van instabiele patiënten belangrijk is om morbiditeit en mortaliteit te voorkómen. De initiële benadering van een patiënt op de spoedeisende hulp (SEH) zal snel en efficiënt moeten verlopen, zodat de vitale functies zo snel mogelijk gestabiliseerd kunnen worden. De traditionele benadering neemt bij een respiratoir, hemodynamisch of neurologisch instabiele patiënt te veel tijd in beslag waardoor irreversibele gezondheidsschade kan optreden. Op de spoedeisende hulp presenteren patiënten zich over het algemeen met een symptoom, niet met een diagnose. De initiële beoordeling en stabilisatie van een patiënt moet dus uitgaan van symptomen of klinische problemen en niet van oorzaken of diagnoses. Een traditionele anamnese is op de SEH soms niet uitvoerbaar, bijvoorbeeld als de patiënt een verlaagd bewustzijn heeft. Een uitgebreide anamnese en lichamelijk onderzoek zijn vaak niet essentieel voor het starten van een symptoomgerichte behandeling. Het ontbreken van een (al dan niet definitieve) diagnose mag dus ook niet leiden tot uitstel van noodzakelijke tijdige behandeling. Om de kwaliteit en veiligheid van de patiëntenzorg op de spoedeisende hulp te garanderen is het essentieel om alle patiënten op een gestructureerde manier te benaderen, en hierbij een duidelijke prioritering 2

9 in het oog te houden: treat first what kills first. De meest gebruikte en internationaal geaccepteerde methode hierbij is het ABCDE concept. De ABCDE-methodiek is in de zeventiger jaren van de vorige eeuw ontwikkeld in de Verenigde Staten om de traumazorg in de kleinere ziekenhuizen op een acceptabel niveau te brengen. In 1995 is het concept van de advanced trauma life support (ATLS ) cursus ook in Nederland geïntroduceerd. Inmiddels is het ABCDE concept de basis van een aantal andere internationaal geaccrediteerde cursussen (zoals ALS, advanced life support en APLS, advanced pediatric life support) en het vakgebied van de Spoedeisende Geneeskunde. De ABCDE-methode bestaat uit twee fases: 1. de primary assessment omvat de stabilisatie van de vitale functies van de patiënt 2. de secondary assessment omvat de meer traditionele benadering met de bedoeling een diagnose te stellen en verdere behandeling in te zetten Primary assessment Het doel van de primary assessment is het snel beoordelen, herkennen en behandelen van direct levensbedreigende afwijkingen. In principe zal elke arts en verpleegkundige deze beoordeling al onbewust en intuïtief maken, elke keer als men een patiënt benaderd. Echter, dit is weinig sensitief: lang niet altijd zal met deze onbewuste methode een (dreigend) instabiele patiënt herkend worden. Het is van belang om deze beoordeling bij elke acuut zieke of gewonde patiënt expliciet en op een systematische manier te maken, zodat geen aanwijzingen over het hoofd gezien worden. In de 3

10 primary assessment wordt een strikte hiërarchische volgorde aangehouden, met als doel de meest levensbedreigende problemen meteen te onderkennen en te behandelen. Daarbij gaat de luchtweg (A, airway) vóór de ademhaling (B, breathing) en de circulatie (C). Daarna komen het bewustzijn (D, disability) en omgeving (E, exposure) aan de orde. Bij de beoordeling komt steeds de vraag aan de orde: Is deze functie instabiel, bedreigd of stabiel?. In deze eerste fase worden al belangrijke beslissingen met betrekking tot medisch beleid genomen op basis van soms minimale informatie, aangezien gegevens over voorgeschiedenis, medicatiegebruik en verloop van de klachten nog niet bekend zijn. Na (en deels tijdens) de stabilisatie komen een aantal handelingen (ook wel adjuncts genoemd) aan de orde die van belang zijn voor het verdere beleid. Hieronder vallen bijvoorbeeld het maken van een ECG of röntgenfoto s en het afnemen van bloed. Als de stabiliserende behandeling ingezet is, vangt de secondary assessment aan. Secondary assessment De secondary assessment vangt pas aan als de patiënt gestabiliseerd is, en verloopt volgens een meer traditionele benadering. Het doel is de klinische problemen te inventariseren en uiteindelijk een diagnose te stellen. Hierbij komt het gericht uitvragen van de anamnese en het lichamelijk onderzoek van top tot teen en gericht aanvullend onderzoek aan de orde. In deze fase wordt ook aandacht besteed aan de aanwezigheid van pijn en de toediening van adequate pijnstilling. Nota bene: de beoordeling van een (acute) buik is geen contra-indicaties voor pijnstilling. 4

11 Reassessment Door deze twee fases heen loopt een ander belangrijk uitgangspunt van de ABCDE-methode: de reassessment. Dit wil zeggen dat frequent de toestand van de patiënt wordt herbeoordeeld via de structuur van de primary assessment. Het doel is om een klinische verslechtering (of verbetering) tijdig te ontdekken. Er zijn een aantal punten in de opvang waarop een reassessment verricht wordt: ná elke interventie om het effect te beoordelen op het moment dat de opvang vast loopt vóór de overgang naar de vóórdat de arts de behandelkamer verlaat bij de overdracht aan een andere arts 5

12 Samenvatting hoofdstuk 1 De ABCDE methode is een veilige en bruikbare methode voor de initiële beoordeling en behandeling van elke acuut zieke of gewonde patiënt. Er zijn twee fases: de primary assessment waarbij de vitale functies beoordeeld en gestabiliseerd worden, en de secondary assessment waarbij een meer traditionele benadering gevolgd wordt om tot een probleemdefinitie en diagnose te komen. Reassessment moet frequent uitgevoerd worden om klinische veranderingen te bemerken. 6

13 7

14 2 De A van Airway Het veilig stellen van de luchtweg heeft de hoogste prioriteit bij de beoordeling en stabilisatie van patiënten van alle leeftijden en in alle situaties. Bij een totale obstructie van de luchtweg zullen de zuurstofreserves van de patiënt slechts voldoende zijn voor enkele ogenblikken. Artsen en verpleegkundigen die patiënten in een acute situatie behandelen moeten dus bekwaam zijn in het herkennen, vrijmaken en -houden van een bedreigde luchtweg. Indien een luchtwegobstructie niet behandeld wordt, treedt hypoxemie in het bloed en dus hypoxie in de hersenen en het hart op. Dit leidt tot morbiditeit en mortaliteit. Overweeg altijd of er nekletsel zou kunnen zijn, en of de CWK geïmmobiliseerd dient te worden. Dit is bijvoorbeeld het geval als de patiënt onderaan de trap is gevonden, bij een collaps met hoofdwond of een verdrinking na een duik in ondiep water. Tijdens het vrijmaken van de luchtweg kunnen namelijk handelingen toegepast worden die bij nekletsel een dwarslaesie tot gevolg kunnen hebben. Bij een verdenking op nekletsel kunnen in de primary assessment manuele stabilisatietechnieken toegepast worden. Belangrijk is wel dat de luchtweg prioriteit blijft houden boven de wervelkolom. 8

15 Primary assessment luchtweg Het onderzoek van de luchtweg berust op observatie: kijken en luisteren. Dit kan al starten tijdens de overdracht van de ambulance en het aansluiten aan de monitor. Bij elke ernstig zieke of gewonde patiënt moeten de vitale functies gemeten worden, en wordt een non-rebreather masker (NRM) met een hoge inspiratoire zuurstof concentratie aangebracht. Bij elke (mogelijk) instabiele patiënt: Zuurstof l met NRB masker Saturatiemeter Bloeddrukmanchet Ritmebewaking (3 kanalen) Overweeg een nekkraag Kijk naar de kleur van de patiënt en de aanwezigheid van cyanose. Beoordeel de beweging van de thoraxwand: is er beweging aanwezig en is die gerelateerd aan de inademing of de uitademing? Bij een totale obstructie kan de borstkas paradoxaal intrekken bij poging tot inademing. Spreek de patiënt aan zonder direct een uitgebreide anamnese af te nemen, hierbij kan de stem en het vermogen een hele zin te spreken direct beoordeeld worden. Heesheid en afonie wijzen op oedeem van de glottis 9

16 en dus op een bedreigde/geobstrueerde ademweg. Een patiënt die met een heldere stem spreekt heeft een intacte ademweg. Luister (zonder stethoscoop) naar de ademhaling. Bij een volledige obstructie is er geen ademgeruis aan de mond hoorbaar. Bedenk dat een apneu veroorzaakt kan worden door zowel een afgesloten luchtweg als door afwezigheid van ademhaling. Bij een gedeeltelijke obstructie van de luchtwegen treden vaak luidruchtige geluiden op bij de ademhaling, zoals rochelen (secreties), snurken (verslapping larynxmusculatuur), kraaien (laryngospasme), piepen (bronchospasme) of gieren (inspiratoire stridor, hoge luchtweg obstructie) op. Als laatste wordt de mond geïnspecteerd op de aanwezigheid van losse elementen zoals tanden, kauwgom, oedeem, bloed of secreet. Een kunstgebit dat goed past en intact is, laat men het beste in situ zodat de contour van de mond gevuld is tijdens eventueel beademen met masker en ballon. Stabiliserende acties luchtweg Overweeg om laagdrempelig een specialist op het gebied van de luchtweg in te schakelen. Afhankelijk van de klinische situatie en de afspraken binnen het ziekenhuis kan dit een anesthesioloog, KNO-arts of intensivist zijn. 10

17 Immobiliseer de nek als nekletsel niet uitgesloten is. Tijdens de primary assessment kan het best direct het hoofd manueel gefixeerd worden en zo spoedig mogelijk een nekkraag en headblocks aangelegd worden (zie 15.2). Immobilisatie is alleen toepasbaar als de patiënt coöperatief is. Als de patiënt in verzet treedt moet een keuze gemaakt worden tussen alleen manueel fixeren, sedatie en immobilisatie of geheel afzien van immobilisatie. De uitkomst van deze keuze zal afhangen van de toestand van de patiënt en de kans op nekletsel. Als intubatie geïndiceerd is, moet tijdens de intubatie zélf het hoofd weer manueel gefixeerd worden. Indien mogelijk kan in de secondary assessment de nek rustig onderzocht worden, en aanvullend onderzoek verricht worden. Uitzuigen van secreties in de mond/ keelholte is soms voldoende om de luchtweg vrij te maken. Gebruik hierbij in principe een starre zuigcanule ( Yankauer, figuur 2) vanwege het gemakkelijke gebruik en de grotere opening. Wees bedacht dat uitzuigen kan lijden tot braken, en als men te diep (in de larynx) komt met de zuigcanule kan een vagale reactie met bradycardie of laryngospasme optreden. Figuur 2. Yankauer zuigcanule Vooral bij kinderen is het van belang bedacht te zijn op een corpus alienum bij luchtwegobstructie of reanimatiesituatie. Door Figuur 3. Magill tang 11

18 middel van laryngoscopie kunnen de farynx en de larynx tot aan de glottis (stembanden) geïnspecteerd erd worden. Met hulp van een Magill tang (figuur 3) kan het corpus alienum soms verwijderd worden. Ook kan de Heimlich manoeuvre uitgevoerd worden. Schakel laagdrempelig een KNO-arts en/of anesthesioloog in. Door middel van een aantal simpele handgrepen kan in geval van een A-probleem op basis van een D-probleem (bv. bewustzijnsdaling bij een intoxicatie of post-ictaal beeld, zie figuur 4) de luchtweg vrijgemaakt worden. Deze handgrepen zijn de chin lift, head tilt en jaw thrust (zie 15.3). Figuur 4. Obstructie van de luchtweg door verslapping van de larynxmusculatuur. Bij een patiënt die verdacht wordt van nekletsel wordt de head tilt niet uitgevoerd in verband met het risico op het ontstaan van een dwarslaesie. De jaw thrust en de chin lift kunnen dan overigens wel uitgevoerd worden. Een correct ingebrachte mayo tube (ook wel Guedel) kan bij een bewustzijnsdaling voorkomen dat de tongbasis de larynx obstrueert (zie 15.4). Stabiele zijligging (figuur 5) is een goede houding voor een patiënt met een A-probleem op basis van bewustzijnsdaling, waarbij geen andere 12

19 Figuur 5. Stabiele zijligging ernstige problemen (cave nekletsel) zijn vastgesteld. Voor de uitvoer van de primary en secondary assessment is het echter praktischer om de patiënt op de rug te laten liggen. Als de diagnose duidelijk is en de toestand van de patiënt het toelaat, kan tijdens een periode van observatie stabiele zijligging gebruikt worden. Als het met bovengenoemde handelingen niet lukt om een vrije ademweg te verkrijgen of te behouden, dan is intubatie meestal noodzakelijk (zie 15.6). In de reanimatiesetting is het vaak mogelijk om zonder medicatie (sedatie en verslapping) te intuberen, de situatie is dan zo nijpend dat ook een minder ervaren arts mag intuberen. Als de patiënt echter nog bij bewustzijn is en medicatie dus noodzakelijk zal zijn bij de intubatie, laat dan de handeling over aan een ervaren arts (anesthesioloog, intensivist). De indicaties voor spoed-intubatie zijn over het algemeen: 1. falen van de luchtweg (inclusief verhoogd aspiratierisico) 2. falen van ventilatie of oxygenatie ondanks ondersteuning 3. verwachte klinische verslechtering 13

20 Een spoedconiotomie moet overwogen worden bij een geobstrueerde ademweg op basis van een corpus alienum boven de glottis of aangezichtsletsel waarbij intubatie niet lukt. Gebruik het liefst een speciale canule (bv. Quicktrach ) omdat die een grote diameter hebben en dus een hogere flow toelaten (zie 15.8). Een alternatief is de chirurgische cricothyroidotomie, echter alléén bij patiënten > 12 jaar en door getraind personeel (ICC chirurgie). 14

21 Samenvatting hoofdstuk 2 AIRWAY beoordeling Kleur Thoraxbeweging Ademgeluid Stemgeluid Mondholte Cyanose? Apneu? Toegevoegde geluiden? Afwijkend stemgeluid? Corpus alienum? AIRWAY stabiliserende acties Altijd zuurstof 15 L/min NRM 15.1 Overweeg immobilisatie CWK 15.2 Uitzuigen Luchtweg manoeuvres 15.3 Mayo tube 15.4 Corpus alienum manueel verwijderen, Heimlich manoeuvre of laryngoscoop en Magill tang Overweeg noodzaak intubatie 15.6 Spoedconiotomie 15.8 Stabiele zijligging figuur 5 15

22 3 De B van breathing Een probleem met de ademhaling kan bestaan uit een probleem met de oxygenatie of de ventilatie. Oorzaken kunnen echter ook buiten de thorax liggen, een apneu kan bijvoorbeeld door een larynxobstructie veroorzaakt worden, en hypoventilatie kan door pijn, metabole en neurologische aandoeningen veroorzaakt worden. Indien een probleem met de ademhaling niet behandeld wordt, treedt hypoxemie in het bloed en dus hypoxie in de hersenen en het hart op. Dit leidt uiteindelijk tot de final common pathway. De eerste en meest belangrijke handeling bij de stabilisatie van een acuut zieke of gewonde patiënt is dan ook altijd het toedienen van een hoge concentratie zuurstof, óók als de patiënt een saturatie van 100% heeft, of bekend is met ernstig COPD. De ratio achter deze actie is drieledig: 1. Bij een ernstige zieke patiënt kan de toestand snel veranderen, en als er ineens een ademstilstand optreed is er in ieder geval een hoge concentratie zuurstof in de lucht die nog in de longen aanwezig is. Dan daalt de saturatie minder snel en is er dus meer tijd om te reageren. Bij 16

23 een gezonde volwassene zou de apneu-tijd tot desaturatie met hoge oxygenatie op kunnen lopen tot ongeveer 7 minuten (zie figuur 6). 2. De totale hoeveelheid zuurstof die door het bloed getransporteerd wordt bestaat uit Hb-gebonden O 2 (gemeten met de saturatie) én opgelost O2 (gemeten als PaO 2 ). In een gezonde volwassene die kamerlucht inademt wordt slechts ongeveer 1,5% van de zuurstof in de opgeloste vorm vervoerd, echter in geval van een anemie of een COintoxicatie zal dit percentage al hoger uitvallen. Het toedienen van een hoge concentratie zuurstof kan dit percentage doen stijgen, waardoor de totale hoeveelheid getransporteerd O 2 toeneemt en hypoxie zoveel mogelijk voorkomen of behandeld wordt. 3. Slechts een klein percentage van de patiënten die bekend zijn met COPD hebben een hypoxic drive, dat wil zeggen dat de ademprikkel niet door een verhoogd CO 2 maar door een verlaagd O 2 wordt aangestuurd. Deze patiënten kunnen reageren met ademdepressie op de toediening van een hoge concentraties zuurstof. In het acute moment is hypoxie echter schadelijker dan hypercapnie door een verminderde ademprikkel. De angst voor het wegvallen van de hypoxic drive mag dus geen reden zijn om een patiënt die respiratoir insufficiënt is zuurstof te onthouden in het acute moment. Ook een COPD patiënt krijgt dus een hoge concentratie zuurstof om te proberen de saturatie boven de 90% (8 kpa/60 mmhg) te houden. Bij dit soort patiënten dient wel de ademfrequentie, de saturatie en het bewustzijnsniveau continu gemonitord te worden. In of na de secondary assessment kan met de uitgebreidere gegevens over de 17

24 patiënt en de uitslagen van een (herhaalde) bloedgasanalyse een beslissing genomen worden over de optimale zuurstoftoediening bij deze patiënt. Gezond kind Zieke patiënt Gezonde volwassene Obese patiënt Tijd (min) Figuur 6. Tijd tot desaturatie door apneu bij een maximaal geoxygeneerde patiënt. Primary assessment ademhaling Het onderzoek van de ademhaling bestaat uit observatie, palpitatie, percussie, auscultatie en meetwaarden. Voorafgaand aan de beoordeling van de ademhaling moet de luchtweg beoordeeld zijn. Uiteindelijk is het de bedoeling om bij de beoordeling van de ademhaling iets over de ADEMARBEID (ademfrequentie, uitputting, hulpademhalingsspieren) en het ADEMEFFECT (saturatie, bewustzijn, kleur) te kunnen zeggen. 18

25 Observeer eerst: wat is de indruk van de patiënt? Kijk naar: houding, uitputting, gebruik van hulpademhalingsspieren, is er sprake van intrekkingen of neusvleugelen? Kan de patiënt een hele zin spreken zonder naar lucht te happen? Beoordeel de kleur van de huid van de patiënt. Cyanose is een blauwpaarse verkleuring van de huid door een verlaagde zuurstofspanning van het bloed. Bij centrale cyanose kleuren de lippen en de mond blauw (figuur 7) door aanvoer van hypoxaemisch bloed, waarvan de oorzaak meestal in hart of longen gelegen is. De zuurstofsaturatie is meestal kleiner dan 85%. Perifere cyanose (figuur 8) ontstaat door een trage perifere circulatie, waardoor de zuurstofextractie uit het bloed verhoogd is. De oorzaak ligt meestal in shock, koude of perifere obstructie. Beoordeel ook de symmetrie van de thoraxexcursies, bij asymmetrische thoraxbewegingen denk aan spanningspneumothorax, corpus alienum in een hoofdbronchus of multipele ribfracturen. Figuur 7. Centrale cyanose Figuur 8. Perifere cyanose 19

26 De ademfrequentie is een ondergewaardeerde vitale functie. De gemeten ademfrequentie op de monitor is erg gevoelig voor storing bij bewegen en hoesten, de enige betrouwbare meting is het zelf tellen. De normale ademhalingsfrequentie is afhankelijk van de leeftijd, bij volwassenen ligt het tussen de 12 en 20 maal per minuut, bij kinderen hoger. Daarna moet door palpatie in de suprasternale ruimte beoordeeld worden of de trachea in de midline zit, en niet naar lateraal verschoven is zoals bij een spanningspneumothorax. Kijk gelijk ook naar uitgezette halsvenen, die op een spanningspneumothorax, longembolie of harttamponade kunnen duiden. Percussie is zinvol om asymmetrische of afwijkende percussietonen te ontdekken, welke op de aanwezigheid van vocht, bv pleuravocht (demping) of lucht, bv pneumothorax ( hypersonore percussie) te beoordelen. Dit heeft echter alleen zin als er weinig omgevingsgeluid is. Bij de auscultatie wordt de aanwezigheid en symmetrie van het ademgeruis beoordeeld, en de aanwezigheid van bijgeluiden zoals crepitaties en piepen. De arteriële zuurstofsaturatie wordt gemeten in de periferie (vinger/teen/oor) door de absorptie van twee verschillende golflengtes rood licht te meten. Deze methode is onbetrouwbaar bij lage weefselperfusie, koude omgeving, CO-intoxicatie, nagellak, rillen/insulten 20

27 en lage saturatie (<60%). De saturatie geeft géén informatie over de ventilatie of de afgifte van zuurstof aan de weefsels. Een normale saturatie is > 95%, probeer bij de opvang van een acuut zieke of gewonde patiënt de zuurstofsaturatie altijd boven de 90% te houden. De vorm van de zuurstofsaturatiecurve (figuur 9) bepaalt dat onder een kritische grens van 90% de zuurstofsaturatie snel kan dalen. % saturatie PaO2 (kpa) Figuur 9. De zuurstofdissociatiecurve Stabiliserende acties ademhaling Overweeg om laagdrempelig een specialist op het gebied van de ademhaling in te schakelen. Afhankelijk van de klinische situatie en de afspraken binnen het ziekenhuis kan dit een anesthesioloog, longarts of intensivist zijn. 21

28 Elke ernstig zieke of gewonde patiënt heeft bij het begin van de beoordeling recht op toediening van hoge concentratie zuurstof, óók als hij (nog) een goede saturatie heeft of bekend is met (ernstig) COPD. Indien de saturatie niet op een acceptabel niveau gebracht kan worden met zuurstoftherapie, moet de noodzaak van beademing overwogen worden. Houdt bij patiënten zonder COPD de saturatie zo dicht mogelijk tegen de 100%, en bij een COPD-patiënt boven de 90%. Aanwijzingen voor een spanningspneumothorax zijn bijvoorbeeld dyspnoe, tachypnoe en hypotensie bij een deviatie van de trachea naar de gezonde zijde. Er dient dan direct gehandeld te worden, in principe zonder eerst een X thorax te maken. De hoge druk in de aangedane thoraxhelft dient opgeheven te worden door naalddecompressie, dwz. door een directe verbinding met de buitenlucht te maken door middel het inbrengen van een infuuscanule door de thoraxwand (zie 15.9). Wheezing is een aanwijzing voor bronchoconstrictie en moet behandeld worden met salbutamol (5 mg) en ipratropiumbromide (0,5 mg) verneveling. Crepitaties zijn een aanwijzing voor longoedeem en dienen bij een systolische bloeddruk boven 100 mmhg behandeld te worden met furosemide mg IV (zie voor behandeling astma cardiale 9.5). 22

29 Samenvatting hoofdstuk 3 BREATHING beoordeling Kleur Indruk Ademfrequentie Thoraxbeweging Tracheastand Halsvenen Ademgeruis Saturatie Cyanose? Uitputting? Hulpademhalingsspieren? Hypo/hyperventilatie? Symmetrisch/asymmetrisch? Deviatie? Stuwing? Afwezig/crepitaties/wheezing? <90%? BREATHING stabiliserende acties Altijd zuurstof 15 L/min NRM 15.1 Spanningspneumothorax: naalddecompressie 15.9 Wheezing: vernevelen salbutamol/atrovent. Overweeg beademing met masker & ballon 15.5 Overweeg intubatie 15.6 en ventilatie. 23

30 4 De C van circulation Een probleem met de circulatie kan bestaan uit een probleem met de pompfunctie van het hart of de vulling van de vaten. Indien een probleem met de circulatie niet behandeld wordt, treedt verminderde perfusie en hypoxie in de weefsels (hersenen, nieren en hart) op. Dit leidt uiteindelijk tot de final common pathway. Voordat een lage bloeddruk optreedt zijn er vaak al aanwijzingen voor een bedreiging van de circulatie, bijvoorbeeld een hoge polsfrequentie, een verlaagde polsdruk en een daling van de urineoutput. De bloeddruk (mean arterial pressure, MAP) is afhankelijk van het hartminuut volume (cardiac output, CO) en de totale perifere vaatweerstand (systemic periferal resistance, SVR). Het hartminuutvolume zelf is weer afhankelijk van het slagvolume (SV) en de hartfrequentie (heart rate, HR). 24

31 Figuur 10. Factoren die van invloed zijn op de bloeddruk De preload is de vullingsdruk van het Bloeddruk verlagend hart (linker ventrikel einddiastolische lagere hartfrequentie druk, LVEDP) en vooral afhankelijk van verminderde contractiliteit het bloedvolume (centraal veneuze verminderd bloedvolume druk, CVD) en de klepfunctie (zie figuur klepproblemen 10). Door een groter bloedvolume in de ventrikel worden de hartvezels meer vasodilatatie uitgerekt en volgens de wet van Frank- parasympathische activatie Starling (figuur 11) heeft dat een positief effect op de CO. Er is echter een maximum aan verbonden, waarboven verhoogde preload leidt tot een verminderde slagkracht. Bij het gebruik van inotropica zal de slagkracht 25

32 vergroten waardoor het hartminuut volume toeneemt. Het gebruik van negatief inotrope medicatie of een slecht functionerende linker ventrikel (LV) zal het tegengestelde effect hebben. De afterload is afhankelijk van de aortaklepfunctie, de arteriële bloeddruk en de perifere vaatweerstand. Het vegetatief zenuwstelsel reguleert de hartfrequentie en de perifere vaatweerstand, deze laatste is ook afhankelijk van hormonale invloeden. Inotropica Cardiac output Normaal Slechte LV Figuur 11. Frank-Starling curve. Linker ventrikel eind diastolische druk Primary assessment circulatie De beoordeling van de circulatie bestaat uit observatie, palpitatie, auscultatie en meetwaarden. 26

33 Observeer de patiënt: maakt de patiënt een zieke indruk, hoe is het bewustzijn, is er hevig uitwendig bloedverlies? Kijk naar de huidskleur (bleek, rood, of blauw). Beoordeel de centraal veneuze druk aan de hand van de v. jugularis en tel de ademfrequentie. Palpeer de centrale en perifere pulsaties op symmetrie, kracht, regelmaat en frequentie. Beoordeel de temperatuur perifeer op gevoel (koud/warm). De capillaire refill wordt beoordeeld door met een vingertop twee seconden druk te geven op het sternum, en dan te tellen hoe lang het duurt tot de lokale bleekheid verdwenen is. Normaal duurt dat maximaal 2 seconden. Een vertraagde capillary refill is een teken van systemische vasoconstrictie en een vroeg teken van shock. Ausculteer het hart voor een nieuwe souffle als uiting van een acuut klepvitium, extra tonen bij een galopritme, of zachte tonen bij een harttamponade. Meet de bloeddruk met behulp van een sphygnomanometer of een automatische bloeddrukmeter. Gebruik hierbij een manchet waarvan de breedte in verhouding is met de armomvang van de patiënt, zodat een correcte meting verkregen wordt. Beoordeel ook de polsdruk (= het verschil tussen systolische en diastolische bloeddruk), deze ligt normaal rond 40 mmhg. Een lage polsdruk is een vroeg teken van problemen met de circulatie. Sluit ook de hartritme monitor (3 afleidingen) aan. 27

34 Stabiliserende acties circulatie Overweeg om laagdrempelig een specialist op het gebied van de circulatie in te schakelen. Afhankelijk van de klinische situatie en de afspraken binnen het ziekenhuis kan dit een intensivist, cardioloog of chirurg zijn. Hoewel de onderliggende oorzaken zeer divers zijn, wordt de behandeling van (dreigende) shock gekenmerkt door overeenkomsten. In het geval van hypovolemie op basis van een bloeding betekent het ook dat de zuurstoftransportcapaciteit van het bloed aangetast is. De optimalisatie van de zuurstoftoevoer aan de weefsels staat centraal bij de stabilisatie. Over het algemeen betekent dit dat er wordt ingegrepen op de arteriële zuurstofsaturatie en het hartminuutvolume. Een patiënt in shock dient dus altijd zuurstoftherapie te krijgen ( 15.1). Als er geen centrale pulsaties voelbaar zijn en er zijn geen tekenen van leven (spreken, bewegen, normale ademhaling) dan moet Basic Life Support worden gestart. Begin met hartmassage en beademing in een verhouding van 30:2, roep om hulp en volg verder het lokale protocol. Eén van de prioriteiten is het verkrijgen van intraveneuze toegang in een groot bloedvat, bij voorkeur in de elleboogsplooi. Echter ook de v. jugularis externa kan een goede locatie zijn. Prik het liefst zo snel mogelijk een tweede infuus en vergeet niet gelijk bloed af te nemen voor laboratoriumonderzoek. In het geval van een (dreigende) circulatoire 28

ABCDE methodiek Biedt een vaste volgorde van het benaderen van het slachtoffer

ABCDE methodiek Biedt een vaste volgorde van het benaderen van het slachtoffer ABCDE methodiek Biedt een vaste volgorde van het benaderen van het slachtoffer Indien een stoornis in de vitale functie wordt waargenomen direct handelen (Treat as you go) A AIRWAY AND C-SPINE (= vrije

Nadere informatie

Gestructureerde benadering van het zieke kind door de huisarts

Gestructureerde benadering van het zieke kind door de huisarts Gestructureerde benadering van het zieke kind 15 mei 2013 Elkerliek ziekenhuis - Helmond Eric Brouwer, kinderarts HUISARTS & WETENSCHAP 2011 Wat is anders Nummer 1 Maart 2011 Obstructie ademweg Ademdepressie

Nadere informatie

BIJLAGE 1: PROTOCOLLEN AMBULANCEZORG

BIJLAGE 1: PROTOCOLLEN AMBULANCEZORG BIJLAGE 1: PROTOCOLLEN AMBULANCEZORG Airway en CWK-immbolisatie, Breathing, Circulation, Disability en Exposure (5 protocollen) Wervelkolom indicaties fixatie en bevrijding (2 protocollen) Triage en keuze

Nadere informatie

Respiratoire complicaties bij thoraxchirurgie. Bart van Silfhout Ventilation Practitioner

Respiratoire complicaties bij thoraxchirurgie. Bart van Silfhout Ventilation Practitioner Respiratoire complicaties bij thoraxchirurgie Bart van Silfhout Ventilation Practitioner Doel & inhoud Het uitwisselen van ideeën, kennis en gedachten en vooral een leuke voordracht!!! Gasuitwisseling

Nadere informatie

Uitvoering van de ABCDE methode

Uitvoering van de ABCDE methode Uitvoering van de ABCDE methode Deze pagina beschrijft de uitvoering van de ABCDE methodiek. Om deze pagina goed te kunnen gebruiken, lees eerst de andere pagina's over het protocol, te beginnen bij de

Nadere informatie

Kinderen met acute neurologische problematiek

Kinderen met acute neurologische problematiek Kinderen met acute neurologische problematiek Thomas van Veen, Kinderarts 06-07-2015 Anne, 9 jaar aangereden door een auto Zij is aangereden door een auto voor het ziekenhuis Vader draagt haar de SEH op

Nadere informatie

De gestructureerde benadering van de trauma patiënt

De gestructureerde benadering van de trauma patiënt Trauma Opvang Volwassene De gestructureerde benadering van de trauma patiënt Primary en secondary assessment ABCDE (primary assessment) A airway en cervicale wervelkolom B breathing en ventilatie C circulation

Nadere informatie

Ademweg en ademhaling

Ademweg en ademhaling Ademweg en ademhaling Module acute zorg Hans ter Haar voor UMCU 2009 (A)irway Controle en zo nodig vrijmaken van de ademweg met inachtneming van bescherming cervicale wervelkolom (CWK) Praat de patiënt?

Nadere informatie

Maatschappelijk handelen

Maatschappelijk handelen (Ambulance) Thema : Primary Survey Opvang van de laag complexe patiënt Januari 2014 - Het controleren van de vitale functies ( bloeddruk, saturatie, hartritme) - Het toedienen van O2 opgeleide van gegevens

Nadere informatie

1 Het acuut zieke kind

1 Het acuut zieke kind 1 Het acuut zieke kind C.M.P. Buysse, E.N. de Jager, M. de Hoog 1.1 Inleiding In de acute kindergeneeskunde is de grootste uitdaging niet een succesvolle reanimatie, wél de tijdige herkenning en adequate

Nadere informatie

MAAR OOK ABCDE ELDERS

MAAR OOK ABCDE ELDERS VANDAAG CIRCULATIE SHOCK Stukje herhaling ABCDE Shock Bewaking hemodynamiek Jan Hoefnagel IC-verpleegkundige Canisius Wilhelmina Ziekenhuis 1 Monique Bonn (IC-verpleegkundige UMCN) Jeroen Verwiel (Intensivist

Nadere informatie

Als het mis gaat. Stoornissen bewustzijn. Frans Rutten Anesthesioloog/spoedarts

Als het mis gaat. Stoornissen bewustzijn. Frans Rutten Anesthesioloog/spoedarts Als het mis gaat. Stoornissen bewustzijn Frans Rutten Anesthesioloog/spoedarts Casus 1 Vrouw, 74 jaar diep bewusteloos gevonden in de tuin Bekend met diabetes type II Langzame snurkende ademhaling Langzame

Nadere informatie

OVBK: Initial assessment

OVBK: Initial assessment OVBK: Initial assessment -1- Initial assessment. Herkennen van levensbedreigingen Determineren overig letsel Bepalen zorgprioriteit SEH opleiding UMCN 2-1- Initial assessment. -1- Initial assessment. Bestaat

Nadere informatie

De gestructureerde benadering van de

De gestructureerde benadering van de Trauma Opvang Volwassene De gestructureerde benadering van de trauma patiënt Primary en secondary assessment ABCDE (primary assessment) Immobilisatie traumapatiënt A airway en cervicale wervelkolom B breathing

Nadere informatie

het kind in acute nood 11

het kind in acute nood 11 bsl - ongevallen bij kinderen 02-03-2007 12:56 Pagina 11 1 Het kind in acute nood Definitie en etiologie Incidentie Acuut overlijden bij kinderen is meestal het gevolg van hypoxie door (a) luchtwegobstructie,

Nadere informatie

INHOUD Dit protocol is gebaseerd op de NVN richtlijn 2011 Prognose van post-anoxisch coma. 1 september 2012

INHOUD Dit protocol is gebaseerd op de NVN richtlijn 2011 Prognose van post-anoxisch coma. 1 september 2012 INHOUD Dit protocol is gebaseerd op de NVN richtlijn 2011 Prognose van post-anoxisch coma. 1 september 2012 Inleiding: Een post-anoxisch coma wordt veroorzaakt door globale anoxie of ischemie van de hersenen,

Nadere informatie

Zuurbase evenwicht. dr Bart Bohy http://www.medics4medics.com

Zuurbase evenwicht. dr Bart Bohy http://www.medics4medics.com Zuurbase evenwicht 1 Zuren 2 Base 3 4 5 6 7 oxygenatie / ventilatie 8 9 Arteriële bloedgaswaarden Oxygenatie PaO2: 80-100mmH2O SaO2: 95-100% Ventilatie: PaCO2: 35-45mmHg Zuur-base status ph: 7.35-7.45

Nadere informatie

1 Primary assessment

1 Primary assessment 1 Primary assessment 11 ABCDE-methodiek In de spoedeisende geskunde presenteren patiënten zich over het algemeen met een symptoom, niet met een diagnose Opvang van een patiënt op de spoedeisende hulp moet

Nadere informatie

Reanimatie van de pasgeborene

Reanimatie van de pasgeborene Reanimatie van de pasgeborene Anne Debeer, neonatale intensieve zorgen, UZ Leuven Katleen Plaskie, neonatale intensieve zorgen, St Augustinus Wilrijk Luc Cornette, neonatale intensieve zorgen, AZ St-Jan

Nadere informatie

ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE

ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE HET VITAAL BEDREIGDE KIND Doel van de bijeenkomst Kennis en inzicht in de specifieke zorgbehoefte van een kind met een acute aandoening / trauma op de SEH en de bijbehorende interventies. Programma 09.00

Nadere informatie

WAT ZOU JIJ DOEN? Interactieve groepsdiscussie over beslissingen op de SEH

WAT ZOU JIJ DOEN? Interactieve groepsdiscussie over beslissingen op de SEH WAT ZOU JIJ DOEN? Interactieve groepsdiscussie over beslissingen op de SEH LEREN VAN ELKAAR Op SEH grijs gebied in opvang, diagnostiek en behandeling Praktijkvariatie Ga naar govote.at Gebruik code 73

Nadere informatie

Bloedgassen. Homeostase. Ronald Broek

Bloedgassen. Homeostase. Ronald Broek Bloedgassen Homeostase Ronald Broek Verstoring Homeostase Ziekte/Trauma/vergiftiging. Geeft zuur-base en bloedgasstoornissen. Oorzaken zuur-base verschuiving Longemfyseem. Nierinsufficientie Grote chirurgische

Nadere informatie

SAMENVATTING ONDERWIJSDAG PRESHOPITALE ZORG 2-4-2015

SAMENVATTING ONDERWIJSDAG PRESHOPITALE ZORG 2-4-2015 SAMENVATTING ONDERWIJSDAG PRESHOPITALE ZORG 2-4-2015 ZIROP SBAR I-GEL CPAP- FLOWSAFE T-POD VACUUM MATRAS LUNGULTRASOUND (CAT) TOURNIQUETTE (CAT) ZiROP Afspraken (convenant) tussen OLVG (en andere ketenpartners)

Nadere informatie

Presentatie Casus 1b. Victoria Janes & Yvonne Poel

Presentatie Casus 1b. Victoria Janes & Yvonne Poel Presentatie Casus 1b Victoria Janes & Yvonne Poel Casusbeschrijving Vrouw: 55 jaar wordt door de ambulance naar de SEH gebracht, waar u als arts-assistent assistent werkzaam bent. Dezelfde ochtend heeft

Nadere informatie

De kwantitatieve meeting is bv. bij de Corpuls 3 of de Corpuls 08/16 in de hoofdstroom en bij de Lifepak 12 in de sidestream.

De kwantitatieve meeting is bv. bij de Corpuls 3 of de Corpuls 08/16 in de hoofdstroom en bij de Lifepak 12 in de sidestream. 4.6. CO 2 en capnografie: Het afblazen van CO 2 is naast de oxygenatie de tweede component van de ventilatie en kan op verschillende manieren gemeten worden. Alleen kwalitatief bijvoorbeeld via de Easycap

Nadere informatie

Klinisch redeneren D. Michel van Megen

Klinisch redeneren D. Michel van Megen Klinisch redeneren D Michel van Megen SEH/IC vpk CWZ Begrippen: Intracraniële infecties» meningitis» encefalitis Ruimte innemende processen» hersenabces» hersentumoren brughoektumor astrocytomen hypofysetumor

Nadere informatie

Non-Invasieve Beademing

Non-Invasieve Beademing Non-Invasieve Beademing cursus Pulmonologie Hans Verberne Teamleider Intensive care Non - invasieve Beademing Wat is het? Wanneer? Waarom? Hoe? Waar? Beademing Mechanische Ventilatie Beademingsindicaties

Nadere informatie

Behandeling Volgens protocol*

Behandeling Volgens protocol* Doel 1. Gestandaardiseerde opvang en behandeling van alle polytraumapatiënten en patiënten met een hoog energetische trauma, die voor de behandeling naar het Laurentius ziekenhuis gebracht worden. 2. Vastleggen

Nadere informatie

Een$kind$ontwaakt. Adam%Tompkins% Anesthesieverpleegkundige/docent. Sunday, 23 March 14

Een$kind$ontwaakt. Adam%Tompkins% Anesthesieverpleegkundige/docent. Sunday, 23 March 14 Een$kind$ontwaakt Adam%Tompkins% Anesthesieverpleegkundige/docent U$ook? Adam%Tompkins% Anesthesieverpleegkundige/docent Leukste kinderziekenhuis;) Leukste kinderziekenhuis;) www.pollev.com/acamedic Opvang

Nadere informatie

Ventilatie en oxygenatie

Ventilatie en oxygenatie Published on Medics4medics.com (http://www.medics4medics.com) Home > Pneumologie > Ventilatie en oxygenatie Videos VIDEO http://www.medics4medics.com/sites/default/files/styles/thumb/public/video_embed_field_thumbnails/youtube/vniitxul0za.jpg?itok=9ih5sl2s

Nadere informatie

Basisreanimatie volwassenen. CPR-werkgroep Heilig Hart Ziekenhuis Mol

Basisreanimatie volwassenen. CPR-werkgroep Heilig Hart Ziekenhuis Mol Basisreanimatie volwassenen CPR-werkgroep Heilig Hart Ziekenhuis Mol Overlevingsketen is de basis voor Advanced Life Support en een goede en snel begonnen is doorslaggevend voor het succes van de ALS en

Nadere informatie

Neurotraumatologie. Prof. Dr. J.G. van der Hoeven UMC ST Radboud Nijmegen 12.05-12.50

Neurotraumatologie. Prof. Dr. J.G. van der Hoeven UMC ST Radboud Nijmegen 12.05-12.50 Neurotraumatologie Prof. Dr. J.G. van der Hoeven UMC ST Radboud Nijmegen 12.05-12.50 1 Primair letsel A-B-C-D-E Uitsluiten chirurgisch letsel Voorkomen secundaire schade Beperken O2 verbruik hersenen Normo-/hypothermie

Nadere informatie

TRIVIANT BLAUW (uitprinten op blauw papier) Stoornissen in het bewustzijn, de ademhaling en de bloedsomloop

TRIVIANT BLAUW (uitprinten op blauw papier) Stoornissen in het bewustzijn, de ademhaling en de bloedsomloop TRIVIANT BLAUW (uitprinten op blauw papier) Stoornissen in het bewustzijn, de ademhaling en de bloedsomloop Welke drie functies zijn van direct levensbelang en hoe noemen we deze functies? Hersenfunctie

Nadere informatie

Reanimatie van pasgeboren baby s

Reanimatie van pasgeboren baby s Reanimatie van pasgeboren baby s Introductie Dit hoofdstuk bevat de richtlijnen reanimatie van pasgeboren baby's. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op de uitgave van de European Resuscitation Council, gepubliceerd

Nadere informatie

Verdrinking: oorzaken, proces en gevolgen

Verdrinking: oorzaken, proces en gevolgen Verdrinking: oorzaken, proces en gevolgen A. Oorzaken van verdrinking Primair Onderdompeling Bewustzijnsverlies Verdrinking Secundair Bewustzijnsverlies Onderdompeling Verdrinking 75 % 25% 1. Primaire

Nadere informatie

Klinische les Links Hartfalen. IC/CC specialisatie Marco van Meer

Klinische les Links Hartfalen. IC/CC specialisatie Marco van Meer Klinische les Links Hartfalen IC/CC specialisatie Marco van Meer Inhoud Definitie Gradaties Oorzaken (patho)fysiologie Gevolg Diagnostiek en monitoring Therapie Er komt een man bij de dokter: Definitie

Nadere informatie

De Kindercarrousel voor huisartsen en kinderartsen 15-05-2013

De Kindercarrousel voor huisartsen en kinderartsen 15-05-2013 De Kindercarrousel voor huisartsen en kinderartsen 15-05-2013 Bovenste luchtweginfectie Peter Verbruggen, huisarts Marianne Faber, kinderarts Leerdoelen Herkennen en benoemen van ernst van dyspnoe bij

Nadere informatie

Hemodynamische op/malisa/e op de IC. Jasper van Bommel Intensive Care - Erasmus MC Rotterdam

Hemodynamische op/malisa/e op de IC. Jasper van Bommel Intensive Care - Erasmus MC Rotterdam Hemodynamische op/malisa/e op de IC Jasper van Bommel Intensive Care - Erasmus MC Rotterdam Circulatoir falen Definitie SHOCK! Levensbedreigende toestand waarin te weinig bloed met zuurstof naar de organen

Nadere informatie

Erratum Manschap a Levensreddend handelen. Versie: 1.0, 31 december 2015

Erratum Manschap a Levensreddend handelen. Versie: 1.0, 31 december 2015 Erratum Manschap a Levensreddend handelen Versie: 1.0, 31 december 2015 Inleiding Op 1 januari 2016 is versie 3 van het Landelijke protocol levensreddend handelen door de brandweer (LPLHB 3.0) gepubliceerd.

Nadere informatie

Reanimatie van pasgeborenen

Reanimatie van pasgeborenen Reanimatie van pasgeborenen 88 Nederlandse Reanimatie Raad / Belgische Reanimatieraad Introductie De richtlijn voor reanimatie van pasgeborenen is bedoeld voor het kind direct na de geboorte, ook wel omschreven

Nadere informatie

PPHN pathofysiologie en ontwikkelingen. Robin van der Lee Kinderarts neonatoloog AMC

PPHN pathofysiologie en ontwikkelingen. Robin van der Lee Kinderarts neonatoloog AMC PPHN pathofysiologie en ontwikkelingen Robin van der Lee Kinderarts neonatoloog AMC Q s Hoe zit de pathofysiologie in elkaar? Waarom is dit ziektebeeld zo uitdagend? Wat zijn de ontwikkelingen de laatste

Nadere informatie

College. Beademing 1. Opleiding Intensive Care Fontys Hogescholen. Hans Verberne Teamleider Intensive care Docent respiratie/beademing

College. Beademing 1. Opleiding Intensive Care Fontys Hogescholen. Hans Verberne Teamleider Intensive care Docent respiratie/beademing College Beademing 1 Opleiding Intensive Care Fontys Hogescholen Hans Verberne Teamleider Intensive care Docent respiratie/beademing Beademing Kunst of Kunde? Respiratie Functie van de ademhaling en longen

Nadere informatie

Thorax trauma. Casus GM. Demeyer I. OLV Ziekenhuis Aalst. 8 dec 2012 Met eigen middelen naar spoedgevallen > uren: stamp van paard op de borst

Thorax trauma. Casus GM. Demeyer I. OLV Ziekenhuis Aalst. 8 dec 2012 Met eigen middelen naar spoedgevallen > uren: stamp van paard op de borst 1 Thorax trauma Demeyer I. OLV Ziekenhuis Aalst Casus GM 8 dec 2012 Met eigen middelen naar spoedgevallen > uren: stamp van paard op de borst Blanco voorgeschiedenis 1 GM, man, 3/5/1951 Observatie: Zweet

Nadere informatie

12 Langdurige epileptische aanvallen

12 Langdurige epileptische aanvallen 12 Langdurige epileptische aanvallen Definitie en etiologie Incidentie Anamnese Lichamelijk onderzoek Epileptische aanvallen duren van enkele seconden tot hooguit enkele minuten. In de literatuur wordt

Nadere informatie

SCORELIJST TRAUMATOLOGIE

SCORELIJST TRAUMATOLOGIE 1 SCORELIJST TRAUMATOLOGIE Eigen veiligheid en groot ongeval c.q. ramp: + vraagt naar risico s eigen veiligheid + draagt handschoenen + neemt noodzakelijke materialen mee + geeft zo spoedig mogelijk ETHA

Nadere informatie

Ik ben zo benauwd. Titia Klemmeier/Josien Bleeker

Ik ben zo benauwd. Titia Klemmeier/Josien Bleeker Ik ben zo benauwd Titia Klemmeier/Josien Bleeker dyspneu ademnood kortademigheid benauwdheid Bemoeilijkte ademhaling Programma Inventarisatie leerdoelen Kennis over de praktijk? Alarmsymptomen Achtergrond

Nadere informatie

10-9-2014. r.ars 2013 1. Leerdoelen. BLS/Assisteren ALS module 1. Vaststellen circulatiestilstand. Circulatiestilstand vastgesteld.

10-9-2014. r.ars 2013 1. Leerdoelen. BLS/Assisteren ALS module 1. Vaststellen circulatiestilstand. Circulatiestilstand vastgesteld. BLS/Assisteren ALS module 1 Volgens de laatste richtlijnen van de ERC en NRR 2010 Leerdoelen Belang van vroegtijdige herkenning verslechterende patiënt/ ABCDE benadering Het ALS algo Belang van goed uitgevoerde

Nadere informatie

AG eerste hulp opleidingen Best 0499-397404 agopleiding@gmail.com

AG eerste hulp opleidingen Best 0499-397404 agopleiding@gmail.com AG eerste hulp opleidingen Best 0499-397404 agopleiding@gmail.com Algemeen De mens kan ongeveer normaal 1 minuut zonder zuurstof. Hersenen zijn het meest gevoelig voor een tekort aan zuurstof. Typerend

Nadere informatie

Betreft: kinderen (1 tot 3 maanden) met koorts, verdacht van een infectie, met uitsluiting van de gehospitaliseerde neonaat.

Betreft: kinderen (1 tot 3 maanden) met koorts, verdacht van een infectie, met uitsluiting van de gehospitaliseerde neonaat. Koorts bij kinderen van 1 tot 3 maanden (28 dagen tot en met 12 weken) (n.a.v. Richtlijn koorts bij kinderen NVK aangepast voor Medisch Centrum Alkmaar) Betreft: kinderen (1 tot 3 maanden) met koorts,

Nadere informatie

Anatomie. Anatomie. Bloedtoevoer. Cerebrum Cerebellum Hersenstam. Schedel Hersenvliezen. Liquor cerebrospinalis Bloedvoorziening

Anatomie. Anatomie. Bloedtoevoer. Cerebrum Cerebellum Hersenstam. Schedel Hersenvliezen. Liquor cerebrospinalis Bloedvoorziening Anatomie Anatomie Cerebrum Cerebellum Hersenstam Schedel Hersenvliezen Liquor cerebrospinalis Bloedvoorziening Bloedtoevoer 1 Bewustzijnsdaling Verandering van: Bewust waarnemen van de omgeving Reactie

Nadere informatie

ZO STIJF ALS EEN PLANK

ZO STIJF ALS EEN PLANK ZO STIJF ALS EEN PLANK Een casus vanuit de ambulancewereld 28 november 2010 C. Barendsen M. de le Lijs B. Huybrechts Ambulanceverpleegkundigen GGD Amsterdam 28 november 2010 2 ACHTERGROND INHOUD ABCDE

Nadere informatie

Handboek voor SIGMA leden

Handboek voor SIGMA leden Handboek voor SIGMA leden info@sigmahandboek.nl Versie 1.41 28 november 2008 Daan Weerheijm Inhoud - Voorwoord p. 3 Deel 1: ATLS en de ABCDE methode p. 5 - Inleiding in de ATLS - Inleiding in de ABCDE

Nadere informatie

Verpleegkundig handelen bij acuut respiratoir falen. Olivier Wynant

Verpleegkundig handelen bij acuut respiratoir falen. Olivier Wynant Verpleegkundig handelen bij acuut respiratoir falen Olivier Wynant Inleiding Roses are red Violets are blue And whitout your lungs Your blood would be too 2 10-12-2014 CORRECTIE Tijdens mijn voordracht

Nadere informatie

Anatomie / fysiologie Circulatie. Stellingen n.a.v. vorig college. Stellingen, vervolg. Bloeddruk

Anatomie / fysiologie Circulatie. Stellingen n.a.v. vorig college. Stellingen, vervolg. Bloeddruk Anatomie / fysiologie Circulatie Bloeddruk 1 Stellingen n.a.v. vorig college Het ventrikelseptum van het hart is dikker dan het atriumseptum van het hart. Een hart dat over de top van de Frank Starling-curve

Nadere informatie

OPVANG. De Zwaar Gekwetste Patiënt TRAUMA. Soorten Traumata

OPVANG. De Zwaar Gekwetste Patiënt TRAUMA. Soorten Traumata OPVANG De Zwaar Gekwetste Patiënt Prof Dr Marc Sabbe Dienst Urgentiegeneeskunde UZ Gasthuisberg - KU Leuven TRAUMA Soorten Mortaliteit-morbiditeit Benadering patiënt Prehospitaal traumazorg In-hospitaal

Nadere informatie

GEVORDERDE EERSTE HULP

GEVORDERDE EERSTE HULP GEVORDERDE EERSTE HULP Eerste Hulp op evenementen en in specifieke bedrijfsomgevingen Pim de Ruijter Wie? Pim de Ruijter Instructeur Eerste Hulp en (P)BLS Intensive Care arts Oprichter Eerste Hulp Wiki

Nadere informatie

(n.a.v. Richtlijn koorts bij kinderen NVK aangepast voor Medisch Centrum Alkmaar)

(n.a.v. Richtlijn koorts bij kinderen NVK aangepast voor Medisch Centrum Alkmaar) Koorts bij kinderen van 0 tot 1 maand (0-28 dagen) (n.a.v. Richtlijn koorts bij kinderen NVK aangepast voor Medisch Centrum Alkmaar) Betreft: kinderen (jonger dan 1 maand) met koorts, verdacht van een

Nadere informatie

Piet van Wijk docent coördinator Care

Piet van Wijk docent coördinator Care Piet van Wijk docent coördinator Care Casus dhr. C. Pulmonaal Piet van Wijk, docent coördinator care opleiding Albeda College Stap 1 Oriëntatie op de situatie en het klinisch beeld Stap 1: SBAR Dhr. C.

Nadere informatie

Reanimatie volwassene. Richtlijnen 2010

Reanimatie volwassene. Richtlijnen 2010 Reanimatie volwassene Richtlijnen 2010 Inhoud Inleiding Belangrijkste wijzigingen voor de hulpverlener-ambulancier ALS-schema Aandachtspunten Vragen Waarom nieuwe richtlijnen? Reanimatie anno 1767 (richtlijnen

Nadere informatie

Inhoud. Dwarslaesie. Wervelkolom. Ruggenmerg zenuwen. Oorzaken. Wat is een dwarslaesie. Fasen na de dwarslaesie ABCD

Inhoud. Dwarslaesie. Wervelkolom. Ruggenmerg zenuwen. Oorzaken. Wat is een dwarslaesie. Fasen na de dwarslaesie ABCD Dwarslaesie Inhoud Wat is een dwarslaesie Fasen na de dwarslaesie ABCD Marlene Schalken Voskamp IC verpleegkundige RadboudUMC Complicaties/ verpleegkundige aandachtspunten Wervelkolom Ruggenmerg zenuwen

Nadere informatie

Moeilijke intubatie bij kinderen

Moeilijke intubatie bij kinderen situaties bij pasgeborenen en oudere kinderen Moeilijke intubatie bij kinderen Hans Hoeve KNO arts Sophia Kinderziekenhuis Erasmus MC Rotterdam Intuberen, niet intuberen? noodzakelijk? onverstandig? intubatie

Nadere informatie

Reanimatie richtlijnen. 25 mei 2002 Utrecht

Reanimatie richtlijnen. 25 mei 2002 Utrecht Reanimatie richtlijnen 25 mei 2002 Utrecht Reanimatie richtlijnen Marcel Bontje BHV Plus Simpel(er) Noodzakelijke handelingen Hogere retentie Verbeteren uitkomst Evidence Based Niveau van bewijsvoering:

Nadere informatie

De behandeling van hartfalen bij de oudere patiënt. Loes Klieverik WES 11-03-2010

De behandeling van hartfalen bij de oudere patiënt. Loes Klieverik WES 11-03-2010 De behandeling van hartfalen bij de oudere patiënt Loes Klieverik WES 11-03-2010 Wat is oud?? Definitie Hartfalen Tekortschieten van de pompwerking van het hart en veranderingen in de neurohumorale activatie

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Hyperventilatie, een adembenemend verschijnsel. Wat is hyperventilatie, wat zijn symptomen en hoe bestrijd je een aanval?

Patiënteninformatie. Hyperventilatie, een adembenemend verschijnsel. Wat is hyperventilatie, wat zijn symptomen en hoe bestrijd je een aanval? Patiënteninformatie Hyperventilatie, een adembenemend verschijnsel Wat is hyperventilatie, wat zijn symptomen en hoe bestrijd je een aanval? Hyperventilatie, een adembenemend verschijnsel Wat is hyperventilatie,

Nadere informatie

GEVORDERDE. EERSTE HULP. ABCDE-methodiek. Pim de Ruijter. vrijdag 18 oktober 13

GEVORDERDE. EERSTE HULP. ABCDE-methodiek. Pim de Ruijter. vrijdag 18 oktober 13 GEVORDERDE. EERSTE HULP ABCDE-methodiek Pim de Ruijter Wie? Wie? Pim de Ruijter Instructeur Eerste Hulp en (P)BLS IC-arts Oprichter Eerste Hulp Wiki Auteur Gevorderde Eerste Hulp Programma Programma Introductie

Nadere informatie

Specialistische Reanimatie

Specialistische Reanimatie Reader Specialistische Reanimatie St. Antonius Ziekenhuis Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Het beleid in het ziekenhuis 2.1 Het reanimatiebeleid 4 2.2 Doelgroep reanimatietrainingen 5 2.3 Inschrijving 5

Nadere informatie

(n.a.v. Richtlijn koorts bij kinderen NVK aangepast voor Medisch Centrum Alkmaar)

(n.a.v. Richtlijn koorts bij kinderen NVK aangepast voor Medisch Centrum Alkmaar) Koorts bij kinderen > 3 maanden ( > 12 weken oud) (n.a.v. Richtlijn koorts bij kinderen NVK aangepast voor Medisch Centrum Alkmaar) Betreft: kinderen (vanaf 3 maanden) met koorts, verdacht van een infectie.

Nadere informatie

CONVULSIES BIJ KINDEREN: EEN GEWONE KOORTSSTUIP?

CONVULSIES BIJ KINDEREN: EEN GEWONE KOORTSSTUIP? CONVULSIES BIJ KINDEREN: EEN GEWONE KOORTSSTUIP? O. F. Brouwer Afdeling Neurologie Universitair Medisch Centrum Groningen EPILEPSIE Waarom ontstaat een epileptische aanval? Afwijkende prikkelbaarheid van

Nadere informatie

Het Spoed Interventie Team

Het Spoed Interventie Team Het Spoed Interventie Team Peter Tangkau, internist - intensivist Mariska van Scheijndel, IC-verpleegkundige Harriët van Dijk, IC-verpleegkundige/kwaliteitsfunctionaris Werkgroep Educatieve Symposia Het

Nadere informatie

EERSTE HULP. Georganiseerde. Wie? Inhoud. De eerstehulpverlener. Pim de Ruijter. Pim de Ruijter

EERSTE HULP. Georganiseerde. Wie? Inhoud. De eerstehulpverlener. Pim de Ruijter. Pim de Ruijter Georganiseerde EERSTE HULP De eerstehulpverlener Pim de Ruijter Wie? Instructeur Eerste Hulp en BLS/PBLS Arts, in opleiding tot anesthesioloog Oprichter Eerste Hulp Wiki Auteur Gevorderde Eerste Hulp Evenementenhulp

Nadere informatie

Les 15 Ademhaling 2. Ademhalingsstimulatie

Les 15 Ademhaling 2. Ademhalingsstimulatie Les 15 Ademhaling 2 Ademhalingstimulatie,cyanose, stridor, dyspnoe, hoesten, hyperventilatie ANZN 1e leerjaar - Les 15 - Matthieu Berenbroek, 2000-2011 1 Ademhalingsstimulatie Ventilatiebehoefte wordt

Nadere informatie

voldaan Datum: Handtekening Datum: Handtekening

voldaan Datum: Handtekening Datum: Handtekening Thema : ABCDE Aansluiten volwassen patiënt bewakingsapparatuur i.e. ECG, RR en SaO2 in laagcomplexe situatie Oktober 2013 - Controleert of bewakingsapparatuur bedrijfsklaar is en kan bewakingsapparatuur

Nadere informatie

Bloedgasanalyse. Doelstelling. Bloedgasanalyse. 4 mei 2004 Blad 1. Sacha Schellaars IC centrum UMC Utrecht. Zuur base evenwicht Oxygenatie

Bloedgasanalyse. Doelstelling. Bloedgasanalyse. 4 mei 2004 Blad 1. Sacha Schellaars IC centrum UMC Utrecht. Zuur base evenwicht Oxygenatie Bloedgasanalyse Sacha Schellaars IC centrum UMC Utrecht Doelstelling De student kan de 4 stoornissen in het zuurbase evenwicht benoemen. De student kan compensatiemechanismen herkennen en benoemen. De

Nadere informatie

Palliatieve zorg bij COPD

Palliatieve zorg bij COPD Palliatieve zorg bij COPD Joke Hes Longverpleegkundige Palliatieve zorg bij COPD 26/06/2014 Joke Hes Inhoud presentatie Welkom Wat is COPD Wanneer is er sprake van palliatieve zorg bij COPD Ziektelast

Nadere informatie

Ballistiek en schotwonden

Ballistiek en schotwonden Wij kunnen te maken krijgen met schotwonden. De aard van het wapen en de kogel kunnen een invloed hebben op de aard van de wonde. Wat moet een arts weten over wapens en ballistiek? 1. Ballistiek 2. Schotwonden

Nadere informatie

Case-report: Een vrouw met een onbegrepen coma...

Case-report: Een vrouw met een onbegrepen coma... Case-report: Een vrouw met een onbegrepen coma... H.J.Jansen, E.S. Louwerse, C.P.C. de Jager Intensive Care, Jeroen Bosch Ziekenhuis, lokatie: Groot Ziekengasthuis Nieuwstraat 34, 5211 NL, s-hertogenbosch

Nadere informatie

NVZF Jaarcongres 2011 Inspanningstesten en hun klinische betekenis bij COPD

NVZF Jaarcongres 2011 Inspanningstesten en hun klinische betekenis bij COPD NVZF Jaarcongres 2011 Inspanningstesten en hun klinische betekenis bij COPD dr. A.J. van t Hul Schoondonck-centrum voor Longrevalidatie Brabantlaan 1 4817 JW Breda 076-533 14 54 a.vanthul@rcbreda.nl Basis

Nadere informatie

De P, RR, adh,t, en vochtbalans

De P, RR, adh,t, en vochtbalans De P, RR, adh,t, en vochtbalans Een lezing Presentatie: Alfons Huisintveld Principe van de pols? Hart contractie linker ventrikel Slagvolume 70 100 ml Meten vd pulsatie Pols = a.r Hals = a.c Lies = a.f

Nadere informatie

Beademing. Afdeling Intensive Care Locatie Veldhoven

Beademing. Afdeling Intensive Care Locatie Veldhoven Beademing Afdeling Intensive Care Locatie Veldhoven Inleiding Bij ziektes zoals longontsteking en andere ernstige infecties, maar ook na ongevallen of grote operaties kan de ademhaling tijdelijk onvoldoende

Nadere informatie

Obesitas op de recovery

Obesitas op de recovery Obesitas op de recovery Marlous Huijzer AIOS anesthesiologie UMC Utrecht Inzichten Toegenomen arbeid hart en longen Verhoogde kans metabool syndroom Verhoogde kans op DVT of longembolie Obesitas hypoventilatie

Nadere informatie

Standaardhandeling Beademde patiënt, Differentiële LongVentilatie (DLV), intubatie t.b.v.

Standaardhandeling Beademde patiënt, Differentiële LongVentilatie (DLV), intubatie t.b.v. Definitie Het onafhankelijk van elkaar kunnen beademen van de longen door middel van een dubbel-lumen tube (DLT). Doel Het optimaliseren van de gasuitwisseling door beide longen, onafhankelijk van elkaar,

Nadere informatie

bloedgassen Snelle interpretatie

bloedgassen Snelle interpretatie bloedgassen Snelle interpretatie Wat is de Ph Het aantal waterstofionen (H+) geteld per ml water. Hoeveel waterstofionen komen er bij een reactie vrij of gaan er verloren en/of hoeveel waterstofionen worden

Nadere informatie

Bij een metabole acidose is er een daling van de ph en het bicarbonaatgehalte. Compensatoir kan het CO2 gehalte in het bloed dalen.

Bij een metabole acidose is er een daling van de ph en het bicarbonaatgehalte. Compensatoir kan het CO2 gehalte in het bloed dalen. ZUUR BASE EVENWICHT Afwijkingen in het zuur base evenwicht worden onderverdeeld in respiratoire en metabole acidose, respiratoire en metabole alkalose en gemengde aandoeningen. 1.1 Respiratoire acidose

Nadere informatie

Hoofdstuk 2: De eerste minuten. Ronald Ackermans - Pascale Buytaert Verpleegkundige spoedgevallen/ M.U.G Lesgever P.I.BA.

Hoofdstuk 2: De eerste minuten. Ronald Ackermans - Pascale Buytaert Verpleegkundige spoedgevallen/ M.U.G Lesgever P.I.BA. Hoofdstuk 2: De eerste minuten Ronald Ackermans - Pascale Buytaert Verpleegkundige spoedgevallen/ M.U.G Lesgever P.I.BA. Inhoud voordracht. Aankomst ter plaatse Beoordeling slachtoffer Onderzoek van het

Nadere informatie

Richtlijn behandeling van ernstige sepsis en septische shock volwassenen. Medische protocollencommissie Intensive Care

Richtlijn behandeling van ernstige sepsis en septische shock volwassenen. Medische protocollencommissie Intensive Care Titel Richtlijn behandeling van ernstige sepsis en septische shock volwassenen Datum vaststelling: 02-2013 Datum revisie: 02-2015 Verantwoording: Bron document: Medische protocollencommissie Intensive

Nadere informatie

Een ieder betrokken bij de toediening van remifentanil PCA (arts en klinisch verloskundige) is opgeleid en heeft kennis van:

Een ieder betrokken bij de toediening van remifentanil PCA (arts en klinisch verloskundige) is opgeleid en heeft kennis van: DISCLAIMER Protocollen geven aan hoe lokaal uitvoering wordt gegeven aan beroepskaders, -normen, standpunten en richtlijnen. Protocollen worden lokaal/plaatselijk vastgesteld, rekening houdend met de typische

Nadere informatie

Do s and Don ts bij de acute opvang van een prematuur. Odile Frauenfelder MA-ANP Verpleegkundig Specialist Neonatologie

Do s and Don ts bij de acute opvang van een prematuur. Odile Frauenfelder MA-ANP Verpleegkundig Specialist Neonatologie Do s and Don ts bij de acute opvang van een prematuur Odile Frauenfelder MA-ANP Verpleegkundig Specialist Neonatologie Wat kunt u verwachten Verschillen tussen term en preterm Consequenties voor de opvang

Nadere informatie

BLS en ALS bij kinderen. Laatste richtlijnen: ILCOR 2005

BLS en ALS bij kinderen. Laatste richtlijnen: ILCOR 2005 BLS en ALS bij kinderen Laatste richtlijnen: ILCOR 2005 ILCOR RICHTLIJNEN 2005 DOELSTELLINGEN Kort en eenvoudig Voor kinderen en volwassenen meer uniformiteit BLS (basic life support) AED (automated external

Nadere informatie

Respiratoir falen Pathofysiologie en behandeling

Respiratoir falen Pathofysiologie en behandeling Respiratoir falen Pathofysiologie en behandeling Dr. Nicolas Müller Anesthesie en reanimatie Urgentiegeneeskunde en Intensieve zorgen AZ St. Jan Brugge Oostende, campus St. Jan Leerdoelen Ademhaling: anatomie

Nadere informatie

Hyperventilatie, een adembenemend verschijnsel

Hyperventilatie, een adembenemend verschijnsel Patiënteninformatie Hyperventilatie, een adembenemend verschijnsel Wat is hyperventilatie, wat zijn symptomen en hoe bestrijd je een aanval? 1234567890-terTER_ Inhoudsopgave Pagina Algemeen 4 Wat zijn

Nadere informatie

Decompensatio cordis. Frans de Neijs IC/CCU verpleegkundige

Decompensatio cordis. Frans de Neijs IC/CCU verpleegkundige Decompensatio cordis Frans de Neijs IC/CCU verpleegkundige Gevolgen van het infarct Patiënt bleek een infarct te hebben. Deel van het hart functioneert niet goed meer Pompfunctie is achteruit gegaan Patiënt

Nadere informatie

Inhoud. Verpleegkunde Cardiologie. Symptomen. Diagnose. Verpleegkunde Cardiologie 1. Indeling New York Heart Association (NYHA)

Inhoud. Verpleegkunde Cardiologie. Symptomen. Diagnose. Verpleegkunde Cardiologie 1. Indeling New York Heart Association (NYHA) Inhoud Verpleegkunde Cardiologie Han van der Borgh Verpleegkundige aspecten bij: Angina Pectoris Acuut coronair syndroom Prinz Metal Decompensatie cordis Cardiogene shock P.C.I./STENT/ spoed CABG in perifeer

Nadere informatie

De geriatrische patiënt op de SEH. SEH onderwijsdag Sigrid Wittenberg, aios klinische geriatrie

De geriatrische patiënt op de SEH. SEH onderwijsdag Sigrid Wittenberg, aios klinische geriatrie De geriatrische patiënt op de SEH SEH onderwijsdag Sigrid Wittenberg, aios klinische geriatrie Relevante onderwerpen Delier Symptoomverarming Medicatie op de SEH Duur aanwezigheid patiënt op de SEH Delier

Nadere informatie

HET ERNSTIG ZIEKE KIND

HET ERNSTIG ZIEKE KIND DEEL III HET ERNSTIG ZIEKE KIND 7:1 Hoofdstuk 7 De gestructureerde aanpak van het ernstig zieke kind Leerdoelen In dit hoofdstuk leer je hoe een ernstig ziek kind te herkennen een gestructureerde aanpak

Nadere informatie

Snurken en slaapapneu

Snurken en slaapapneu Snurken en slaapapneu Gevolgen Eén op de tien volwassenen snurkt. Dit is hinderlijk voor de omgeving maar heeft verder geen nadelige lichamelijke gevolgen. Dit kan wel het geval zijn als er sprake is van

Nadere informatie

MyAirvo bij COPD: Hoge flow in combinatie met optimale bevochtiging, een ideale combinatie? Hoe werkt het: Theorie en Praktijk

MyAirvo bij COPD: Hoge flow in combinatie met optimale bevochtiging, een ideale combinatie? Hoe werkt het: Theorie en Praktijk MyAirvo bij COPD: Hoge flow in combinatie met optimale bevochtiging, een ideale combinatie? Hoe werkt het: Theorie en Praktijk K. Cové BDM Ventilation & Respiratory Care Agenda COPD in het kort MyAivo

Nadere informatie

Disclosure belangen spreker. (poten'ële) belangenverstrengeling

Disclosure belangen spreker. (poten'ële) belangenverstrengeling Disclosure belangen spreker (poten'ële) belangenverstrengeling Geen Diagnose nieuwe diabeet: (h)erkennen is van levensbelang! W.H.Stokvis- Brantsma, kinderarts- endocrinoloog Diabeter Petra Schram, kinderarts

Nadere informatie

RESPIRATOIR SYNCYTIEEL VIRUS BIJ KINDEREN

RESPIRATOIR SYNCYTIEEL VIRUS BIJ KINDEREN RESPIRATOIR SYNCYTIEEL VIRUS BIJ KINDEREN 17241 Wat is het RS virus? Respiratoir Syncytieel Virus, kortweg RS virus genoemd, is een virus dat infecties veroorzaakt aan de luchtwegen (neus, oren, keel,

Nadere informatie

RSV Risicogroep Oorzaak Symptomen van RSV

RSV Risicogroep Oorzaak Symptomen van RSV RS virus Uw kind is opgenomen op de kinderafdeling van het VUmc in verband met een infectie van RSV. Opname in het ziekenhuis vindt plaats bij ernstige benauwdheid en als zich voedingsproblemen voordoen.

Nadere informatie

Operatie aan de bijschildklier(en)

Operatie aan de bijschildklier(en) Operatie aan de bijschildklier(en) Waarom een operatie Een operatie aan de bijschildklieren wordt gedaan, omdat één of meerdere bijschildklier(en) te hard werken, omdat deze vergroot zijn of omdat er sprake

Nadere informatie