Richtlijnen voor behandeling van. Letsels van het steun- en bewegingsapparaat

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Richtlijnen voor behandeling van. Letsels van het steun- en bewegingsapparaat"

Transcriptie

1 Richtlijnen voor behandeling van Letsels van het steun- en bewegingsapparaat

2 Februari 2013 Voor u ligt de eerste versie van de regionale traumaprotocollen in Regio West. De protocollen zijn gebaseerd op bestaande richtlijnen en waar mogelijk gereviseerd aan de hand van recente literatuur. Daarnaast zijn alle bij de trauma betrokken specialismen geconsulteerd. Het boekje bevat lokale richtlijnen waar op goede indicatie van afgeweken kan worden. Deze richtlijnen zijn bedoeld om uw eigen oordeelsvorming te ondersteunen, niet om die te vervangen. De richtlijnen komen niet in mindering op uw verantwoordelijkheid als medische professional. In tegendeel; zij beogen u overwegingen aan te reiken die het behandelbeleid waarvoor u verantwoordelijk bent, rationeler en transparanter maken. Namens de protocolcommissie van Traumaregio West hopen wij dat u met veel plezier gebruik zult maken van dit boekje. Ties Molenaar Inger Schipper Protocolcommissie Traumacentrum West: - Inger Schipper - Frits van der Linden - Hub. van der Meulen - Mark de Vries - Steven Rhemrev - Jochem Nagels - Kees Bartlema - Huub van der Heide - Jephta van den Bremer - Sander Dijkstra Met dank aan Rineke Dedding

3 1. ALGEMEEN ALGEMENE RICHTLIJNEN FRACTUURCLASSIFICATIE WEKE DELEN PROBLEMATIEK Open/gecompliceerde fracturen Gesloten fractuur Compartiment Syndroom RADIOLOGIE Standaard opnames Facultatieve opnames NIET OPERATIEVE BEHANDELING Algemene richtlijnen Pijnstilling bij fracturen Controle TROMBOSEPROFYLAXE BIJ FRACTUURBEHANDELING OSTEOPOROSESCREENING BIJ FRACTUUR PATHOLOGISCHE FRACTUREN LANGE PIJPBEENDEREN SCHOUDER STERNOCLAVICULAIRE LUXATIE CLAVICULAFRACTUUR ACROMIO-CLAVICULAIRE (AC) LUXATIE SCHOUDERLUXATIE SCAPULA BLAD FRACTUUR SCAPULA NEK FRACTUUR ACROMION FRACTUUR CORACOID FRACTUUR GLENOID FRACTUUR FLOATING SHOULDER PROXIMALE HUMERUSFRACTUUR BOVENARM HUMERUSSCHACHT FRACTUUR ELLEBOOG

4 4.1 CONDYLAIRE HUMERUSFRACTUUR (SUPRA- EN TRANSCONDYLIAR). FOUT! BLADWIJZER NIET GEDEFINIEERD. 4.2-A RADIUSKOPFRACTUUR LUXATIE ELLEBOOG PROSECCUS CORONOIDEUS FRACTUUR OLECRANONFRACTUUR ONDERARM ANTEBRACHII FRACTUUR SCHACHT RADIUSSCHACHTFRACTUUR, GEÏSOLEERD; ULNASCHACHTFRACTUUR, GEÏSOLEERD MONTEGGIA FRACTUUR GALEAZZI FRACTUUR ESSEX LOPRESTI FRACTUUR POLS DISTALE RADIUSFRACTUUR PERI-LUNAIRE LUXATIE FRACTUREN HAND ALGEMENE EVALUATIE VAN HANDTRAUMA OP DE SEH FRACTUUR BASIS MC-1, BENNETT S & ROLANDO S FRACTUUR METACARPALIA 2-5: SCHACHT FRACTUREN (SUB)CAPITALE METACARPALE 2-5 FRACTUUR CAPUT METACARPALE 2-5 FRACTUUR (INTRA-ARTICULAIR) BASIS METACARPALE 2-5 FRACTUUR EN CMC LUXATIES LUXATIE MCP-GEWRICHT LUXATIE MCP-1 GEWRICHT MCP-1 GEWRICHT: SKIDUIM, WACKELDAUM VINGERFRACTUREN: SCHACHTFRACTUUR CENTRALE SLIP LAESIE ( BOUTONNIÈRE ) EXTENSORPEES INTRA-ARTICULAIRE VINGERFRACTUREN PIP/DIP- GEWRICHT

5 7.14 MALLET FINGER TOPLETSELS SUBUNGUAAL HAEMATOOM/NAGELBEDLACERATIE WERVELKOLOM CERVICALE, THORACALE EN LUMBALE WERVELKOLOM FRACTUREN ROMP BEKKENRINGFRACTUUR ACETABULUMFRACTUUR HEUP HEUPLUXATIE COLLUMFRACTUUR PERTROCHANTERE FEMURFRACTUUR SUBTROCHANTERE FEMURFRACTUUR BOVENBEEN FEMURSCHACHTFRACTUUR DISTALE FEMURFRACTUUR KNIE KNIE DISTORSIE KNIELUXATIE PATELLA LUXATIE PATELLA FRACTUUR TIBIAPLATEAU FRACTUUR (INCL. EMINENTIA FRACTUUR) QUADRICEPSPEES RUPTUUR PATELLAPEES RUPTUUR ONDERBEEN TIBIASCHACHT FRACTUUR CRURISFRACTUUR PILON TIBIALE FRACTUUR

6 14. ENKEL ENKELFRACTUUR (INCL. MAISONNEUVE FRACTUUR) ENKELDISTORSIE ACHILLESPEES RUPTUUR VOET TALUSFRACTUUR CALCANEUS FRACTUUR SUBTALAIRE LUXATIE NAVICULARE FRACTUUR CUBOID FRACTUREN METATARSALE 5 BASIS FRACTUUR METATARSALE FRACTUUR LISFRANC LUXATIE-FRACTUUR HALLUX FRACTUUR TEEN (2-5) FRACTUUR FRACTUURCHIRURGIE BIJ KINDEREN INLEIDING EN ALGEMENE ASPECTEN TIBIA FRACTUREN: EPI- EN APOFYSIOLYSE VAN DE PROXIMALE TIBIA PROXIMALE HUMERUSFRACTUUR SUPRACONDYLAIRE HUMERUSFRACTUUR EPIFYSIAIR FRACTUUR DISTALE HUMERUS (MEDIALE EN LATERALE CONDYL = INTRA-ARTICULAIRE FRACTUUR) LATERALE CONDYLFRACTUUR KINDEREN MEDIALE CONDYLFRACTUUR MEDIALE EPICONDYLFRACTUUR HUMERUS RADIUSHALS FRACTUUR ANTEBRACHII FRACTUUR SCHACHT DISTALE RADIUSFRACTUUR FEMURSCHACHTFRACTUUR DISTALE FEMURFRACTUUR, METAFYSAIR DISTALE FEMURFRACTUUR EPIFYSAIR EMINENTIAFRACTUREN

7 16.16 EPIPHYSIOLYSE DISTALE TIBIA EPIPHYSIOLYSIS LATERALE MALLEOLUS

8 1. ALGEMEEN 1.1 Algemene richtlijnen Registreer bij iedere patiënt met een letsel van het bewegingsapparaat: Traumamechanisme Lichamelijk onderzoek Fractuursymptomen Vaat en Zenuw status Toestand huid en weke delen (zie indeling aldaar) Bevindingen röntgen onderzoek Diagnose & fractuurclassificatie (AO of anders) Voorstel voor behandeling en Nabehandeling en controle Bij overleg achterwacht: noteren met wie overlegd is! Policontroles: Accepteer geen inadequate foto s! Noteer voor het volgende bezoek te verrichten handelingen zoals gipsverwijdering, controlefoto met of zonder gips. Noteer functies van relevante gewrichten volgens de Neutral-O-Methode (AO richtlijn). Noteer werk, hobby s en dominante hand van patiënt. Start fysiotherapie bij patiënten die 2-3 weken na osteosynthese of verwijderen gips onvoldoende progressie boeken of eerder indien dit op voorhand verwacht kan worden. Hechtingen na osteosynthese worden na 1-3 weken verwijderd. K-draden die uit de huid steken en kunnen op de gipskamer worden verwijderd. 1.2 Fractuurclassificatie Classificeren van fracturen doen we voornamelijk om 4 redenen: - heldere communicatie; - bepalen van behandeling; - bepalen van prognose; 7

9 - onderzoek naar behandeling en uitkomst van(vergelijkbare) fracturen. Er bestaan meerder fractuurclassificaties, en vele specifieke classificaties voor specifieke onderdelen van het lichaam. De AO-classificatie is een classificatie die wereldwijd gebruikt wordt en 95% van alle fracturen benoemd. Basisprincipe AO classificatie Het basisprincipe van deze classificatie is de verdeling van alle fracturen in drie types en hun verdere onderverdeling in drie groepen en hun subgroepen. Daarbij wordt geclassificeerd op toenemende mate van ernst, de complexiteit van de fractuur, de moeilijkheden inherent aan hun behandeling, en hun prognose. Welk type (complexiteit)?... Welke groep?... Welke subgroep? De antwoorden op deze drie vragen zijn de sleutel aan de classificatie. Dit wordt gedaan nadat de lichaamsregio, en het zogenaamde segment van het bot, benoemd is. De classificatie bestaat uit 5 cijfers en letters:. Bot Segment Type Groep Subgroep In de praktijk gebruiken we meestal alleen de eerste 4 vakjes. Regels: 1) Elk bot is genummerd: 1 Humerus 2 Onderarm 3 Femur 4 Onderbeen/enkel 5 Wervelkolom 6 Bekkenring en acetabulum 7 Hand 8 Voet 9 Schedel 8

10 91 Cranio / midden gelaat 92 Mandibula 14 Scapula 15 Clavicula 2) Ieder diafysair bot is verdeelt in een midden segment (diafyse of schacht) en twee meta/epifysaire segmenten. De grootte van het metafysaire deel is gelijk aan breedte 9

11 van het metafysaire deel (vierkant). Het proximale segment heeft nummer 1, de diafyse nummer 2, de distale metafyse nummer 3. Bijvoorbeeld: 11 Subcapitale humerus 12 Humerusschacht 13 Supracondylaire humerus 3) De complexiteit wordt voor diafysaire fracturen onderverdeeld in types A = simpel B= vlinderfragment C= multifragmentair (> 3 fragmenten) Voor metafysaire fracturen: A= extra-articulair B=intra-articular, unilateraal verlopend C=intra-articulair, bilateraal verlopend 4) De complexiteit wordt verder onderverdeeld in groepen: voor diafysaire type A fracturen: 1 = spiraal 2 = oblique > 30 3 = dwars < 30 10

12 voor diafysaire type B fracturen 1 = spiraal 2 = 1 vlinderfragment 3 = multiple fragmenten voor diafysaire type C fracturen 1 = spiraal 2 = 1 fragment 3 = multipele fragmenten ( o-my-goodness-mass ) voor metafysaire type A fracturen: 1 = spiraal 2 = 1 vlinderfragment 3 = multiple fragmenten voor metafysaire type B fracturen 1 = laterale fractuur 2 = mediaal 3 = in frontaal vlak voor metafysaire type C fracturen 1 = articulair simpel en metafysair simpel 2 = articulair simpel en metafysair multipele fragmenten 3 = articulair en metafysair multipele fragmenten ( o-my-goodness-mass ) 5) Er zijn uitzonderingen!! Bijvoorbeeld de heup en enkel. 6) Digitale handleidingen op: Voorbeeld. Bot Segment Type Groep Subgroep A 1 Humerus Schacht Eenvoudig Spiraal 11

13 1.3 Weke delen problematiek De mate van het weke delen letsel is extreem belangrijk voor interpretatie van de ernst van het letsel, de behandeling en de prognose Open/gecompliceerde fracturen Indeling volgens Gustilo: Open 1 fractuur met huidlaceratie 1-2 cm Open 2 fractuur met huidlaceratie 2-5 cm Open 3 fractuur met forse weke delen schade en: 3A - bot adequaat te bedekken met weke delen ondanks forse huidlaceraties. 3B - grotere weke delen letsel met contaminatie en periost stripping en/of weke delen gap 3C - 3b en tevens vaatletsel en/of zenuw Gesloten fractuur Indeling volgens Tscherne: Gesloten 0 onbetekenend weke delen letsel, indirect traumamechanisme Gesloten 1 schaafwond of huidcontusie door druk van binnen uit Gesloten 2 diepe gecontamineerde schaafwond, huid en spiercontusie door direct trauma, communitieve fractuur door direct geweld Gesloten 3 uitgebreide contusie van huid, subcutaan decollement, spierletsel, evt. vaat / zenuwletsel en/of compartimentsyndroom! Patiënten met gecompliceerde fracturen krijgen direct na binnenkomst: 1. Tetanusprofylaxe: (volgens lokale richtlijnen). 2. Antibioticaprofylaxe: 1x 1 gram kefzol bij volwassenen (uitzondering: vingerfracturen P3, teenfracturen). 3. Reeds aanwezige verbanden rond de complicatiewonden worden op de SEH niet verwijderd. 12

14 4. Niet verbonden wonden worden onmiddellijk met een droog steriel verband verzorgd. 5. Alle open fracturen worden op de operatiekamer behandeld. 6. Bij fors weke delen letsel (Gustilo gr 3) consult plastisch chirurg op de shockroom. Op de operatiekamer wordt: 7. De wond onder steriele omstandigheden chirurgisch verzorgd. 8. De huid in principe niet primair gesloten. 9. Gestreefd naar bedekken van bot met weke delen, echter steeds zonder spanning op de huid. 10. Wonden die niet met huid bedekt kunnen worden, met Bioguard of VAC bedekt. 11. De fractuur gestabiliseerd op een manier die afhankelijk is van de lokalisatie van de fractuur en de mate van het weke delen letsel Compartiment Syndroom Een compartiment syndroom kan in elk afgesloten compartiment voorkomen, het meest frequent in het onderbeen maar ook in de onderarm en het bovenbeen, voet, bekken, hand en zelfs abdomen en schedel. Het ontstaat door een toename van de druk in een loge door contusie (oedeem) en/of bloeding. Wanneer de loge druk de capillaire perfusiedruk overstijgt, neemt de weefselpersfusie af en ontstaat ischaemie van de weefsels. Acute symptomen worden veroorzaakt door ischemieverschijnselen van de spieren en sensibele zenuwen in de betreffende loge. Spier ischemie leidt tot pijn die, bij het betreffende letsel, als ongebruikelijk veel wordt ervaren en progressief is ondanks pijnstilling en elevatie. Zenuwweefsel is het meest gevoelig voor ischemie en geeft als eerste sensibiliteitsstoornissen, later parese. 13

15 Het spontane beloop leidt tot irreversibele schade van de spier en zenuwen, fibrose en ernstige invaliditeit door contracturen. In het onderbeen is de anticus loge en de diepe flexoren loge het vaakst aangedaan. Voor de anticusloge in het onderbeen: Zeer veel spontane pijn anterieur. Sensibiliteit vermindering in de eerste web space (N. peroneus profundus). Pijn bij passieve plantairflexie van hallux (uitrekken van de m. ext. hall. longus). Pijn bij actieve dorsiflexie van de hallux (aanspannen van de m. ext. hall. longus). De diagnose is klinisch dus kan zo alleen gesteld worden bij een heldere, aanspreekbare patiënt. Comateuze patiënt: logedrukmeting. Logedrukmeting: Een druk van meer dan 30 mmhg is afwijkend, de meting is echter niet altijd 100% betrouwbaar. Druk naald op de monitor op de ICU is bruikbaar. Essentieel voor een goede meting is geen luchtbellen in het systeem/drukkamer. Behandeling: spoedindicatie, géén uur uitstel. Dermatofasciotomie: voor het onderbeen altijd alle 4 loges openen: Dit kan via een enkele laterale- of twee incisies waarbij ook de mediale kant wordt geopend. Bij ernstig weke letsel bij een patiënt die wordt geopereerd aan een cruris fractuur kan een profylactische fasciotomie worden overwogen. Cave: Postoperatieve pijnstilling met epiduraal katheter kan symptomen van een compartiment syndroom maskeren (zowel pijn als sensibiliteit) en is na acuut onderbeen letsel gecontraïndiceerd. 14

16 1.4 Radiologie Standaard opnames Altijd een standaard AP en een zuiver laterale opname; heup, scapula en calcaneus een axiale opname i.p.v. laterale opname. Houd er rekening mee dat een foto van de schacht gecentreerd is op het midden van het bot en geen goed beeld geeft van het gewrichtoppervlak. Eventueel aanvullende gewrichtsfoto s. Bij schachtfracturen moet op deze opnamen het volledige bot met de aangrenzende gewrichten afgebeeld te zijn. Na elke repositie wordt een controlefoto dóór gips in beide richtingen herhaald. Ook na ingipsen of gipswissel van fracturen of luxaties, die kunnen disloceren wordt een CONTROLEFOTO nà ingipsen herhaald. Bij elke gereponeerde of instabiele fractuur wordt na 5-8 dagen een CONTROLEFOTO gemaakt. N.B. Accepteer nooit foto s, ook na repositie of aanleggen gips, die niet aan bovengenoemde criteria voldoen! Facultatieve opnames Stressfoto s zijn niet geïndiceerd, instabiliteit klinisch beoordelen! (uitzondering MCP-gewricht) Functieopnames: CWK in overleg met orthopaedie/neurochirurgie Specifieke opnames: Radiuskop scaphoïd serie hand Loose opname posterior luxatie schouder 20 endorotatieopname enkelvork CT-scan: Wervels Acetabulum Bekkenring (SI-gewricht) Tibiaplateau Pilon tibiale Calcaneus Luxatie/fractuur handwortel en voetwortel 15

17 MRI-scan: bij wervelletsel volgens protocol orthopaedie Wervelletsel met neurologische uitvalt in overleg met orthopaedie/neurologie/neurochirurgie; secundair op poli, in geselecteerde gevallen bij acuut knieletsel en verdenking op scaphoïd fractuur van de hand (onderzoeksopzet SOS studie). Scintigrafie: scaphoïd fractuur, klinische verdenking, fractuur niet aangetoond bij herhaald (10-14 dagen na letsel) röntgenonderzoek. DEXA: osteoporose, zie protocol osteoporose. 1.5 Niet operatieve behandeling Conservatieve behandeling is een intensieve behandeling Algemene richtlijnen Niet-gedisloceerde stabiele fracturen worden met gipsimmobilisatie gestabiliseerd en uitbehandeld volgens de richtlijnen. Gedisloceerde stabiele fracturen worden met gesloten repositie onder lokaal anaesthesie gereponeerd en met gips gestabiliseerd en uitbehandeld volgens de richtlijnen. Niet-gedisloceerde instabiele fracturen, kunnen soms met gipsimmobilisatie worden behandeld. Overleg eventueel met de achterwacht, en indien geïndiceerd, frequent controleren (X-foto) op secundaire dislocatie, meestal al na enkele dagen tot een week. Gedisloceerde en/of instabiele fracturen worden doorgaans operatief, c.q. gesloten, op de OK behandeld en gestabiliseerd met (percutaan)osteosynthese materiaal. Het doel van operatief behandelde fracturen is in principe: Repositie Stabilisatie Oefenmogelijkheid Belastbaarheid 16

18 Repositie 1. Als een repositiepoging goede kans van slagen heeft is een poliklinische behandeling geïndiceerd. Bij kinderen echter steeds individueel het kind en de ouders beoordelen, bij de geringste twijfel opname-indicatie (bij kinderen veelal een dagopname) voor repositie onder narcose stellen. 2. Als de kans op slagen van de 1e repositie op voorhand klein geacht wordt, moet een andere vorm van verdoving (plexus, epiduraal, narcose) en repositie onder doorlichting op de OK overwogen te worden (opname-indicatie). 3. Locaalanaesthesie volgens Böhler: strikt steriele infiltratie van het fractuurhaematoom met max. 20 ml lidocaïne 1%. 4. Böhler anesthesie is gecontraïndiceerd bij open fracturen en belangrijke contusie van de weke delen. 5. Eventueel dormicum i.v., zie locaal PSA protocol. 6. Repositie zo elegant en geleidelijk mogelijk, let op de huid bij dreigende perforatie, ouderen en prednison gebruik! 7. Immobilisatie met gips: zie richtlijnen aanleggen gipsverband. 8. Angulatie is in toenemende mate acceptabel, naarmate het kind jonger is en de fractuur dichter bij het gewricht is. 9. Na repositie altijd CONTROLEFOTO (2 richtingen), controle sensibiliteit en vascularisatie. 10. Nooit zonder overleg met achterwacht een 2e repositie doorvoeren, bij kinderen nooit meer dan 1 repositie onder locaal anesthesie! 11. Patiënt met gips van de arm gedurende 3-7 dagen mitella, 12. bij bovenarmsgips gedurende de gehele gipsimmobilisatie mitella of collar and cuff voorschrijven. let op de knoop en de hals bij een mitella en het draagcomfort bij een collar and cuff (juiste hoogte). 13. Patiënt met gips van het been gedurende 3-7 dagen (bed)rust, been hoog leggen, oefen-instructies voor omliggende vrij te bewegen gewrichten geven, instructies geven en uitleggen m.b.t. gips (gipsfolder meegeven)! 17

19 1.5.2 Pijnstilling bij fracturen De hoeksteen van de pijnbehandeling na fracturen zijn paracetamol en NSAIDs eventueel aangevuld met een morfinomimeticum. Praktisch Paracetamol 4 dd 1000 mg in combinatie met Diclofenac 3 dd 50 mg (aangevuld met maag-bescherming of vervangen door COX-2 selectief middel op indicatie) of tramadol 3 dd50 mg. Op de spoedeisende hulp kunnen ook opiaten gegeven worden, bij de poliklinische nabehandeling is hier zelden een indicatie voor. Vooralsnog is er onvoldoende bewijs dat NSAIDs een relevant klinisch effect hebben op de botgenezing. Achtergrond De laatste jaren is er veel geschreven over het effect van NSAIDs en met name COXIBs op fractuurgenezing, vandaar een korte uiteenzetting. Er is zowel experimenteel als klinisch bewijs dat NSAIDs (zowel selectieve als niet selectieve) botvorming kunnen remmen. NSAIDs remmen bot ingroei in poreuze implantaten(1) en vertragen fractuur genezing(2-4). Ondanks de aanwijzingen dat NSAIDs botgroei remmen in een laboratorium, zijn er maar weinig studies die dit effect ook klinisch aantonen(5). Twee belangrijke klinische studies betreffen een vertraagde genezing van diafysaire fracturen in multitraumapatiënten die voor hun operatief behandelde acetabulum fractuur gerandomiseerd wel of geen indomethacine kregen(6). In de indomethacine groep kwamen beduidend meer pseudarthroses voor dan in de placebo groep. Ondanks deze aanwijzingen dat NSAIDs botgroei remmen is het moeilijk aan te nemen dat in een klinische setting het negatieve effect groot is. Miljoenen patiënten over de hele wereld gebruiken NSAIDs na een fractuur en de associatie tussen het gebruik van deze medicatie en vertraagde fractuurgenezing is geen duidelijk klinisch probleem (7). Er zijn ook verschillende studies die geen effect aantonen van NSAIDs op botgenezing en botingroei(7-8), belangrijk om u zich te realiseren is dat er veel studies gedaan zijn met Knockout muizen, deze situatie is niet te vergelijken met een farmacologische remming. Een van de belangrijkste artikelen die vaak genoemd worden om de negatieve invloed van NSAIDs op botgenezing aan te tonen laat wel een associatie zien tussen NSAID 18

20 gebruik en pseudarthrose, maar in deze studie is de associatie waarschijnlijk andersom, mensen met een pseudarthrose blijven langer NSAIDs gebruiken, de belangrijkste associatie die ze vonden was namelijk na 30 dagen en die associatie was er ook voor opiaten(9). Voor wat betreft de gastro-intestinale bijwerkingen is het van belang u zich te realiseren dat hoewel grofweg de helft maagklachten krijgt, dit geen verband houdt met complicaties zoals perforatie, bloeding of ulcus(10). Minstens zo belangrijk: 80% van de patiënten die een perforatie, ulcus of bloeding krijgt heeft GEEN voorgeschiedenis van maagklachten of symptomen(11)! Afhankelijk van de afspraken in uw kliniek en (contra)indicaties is het dus verstandig om (zeker bij oudere patiënten) een protonpompremmer of een selectief middel voor te schrijven. Conservatieve behandeling Functioneel vs immobilisatie: functioneel behandelen wil zeggen dat een patiënt zijn aangedane lichaamsdeel gebruikt op geleide van pijn. Dit om een beter eind resultaat te verkrijgen zoals bij een intra articulaire radiuskop fractuur of een fractuur die niet te immobiliseren is met een gips, en ook geen operatie behoeft. Scapula, clavicula, rib, wervel en bekkenfracturen zijn hier voorbeelden van. Gipsbehandeling: gips wordt gebruikt om een fractuur te fixeren zodat hij in een acceptabele stand vast kan groeien. Dit kan gebruikt worden als een fractuur geen reden tot open repositie en interne fixatie heeft. Elke specifieke fractuur heeft zijn eigen indicatie tot wel of niet operatief behandelen Controle Na SEH bezoek en aanleggen van een gips wordt niet standaard een controle voor de volgende dag op de gipskamer afgesproken. Op indicatie kan dit natuurlijk wel. Goede indicaties zijn bijvoorbeeld: Twijfel over de weke delen. Herbeoordeling wonden (al dan niet onder gips). Twijfel over kwaliteit gips. Twijfel over behoud repositie. 19

21 Dit heeft een aantal belangrijke implicaties: Een gips moet altijd zo optimaal mogelijk worden aangelegd. De patiënt moet goed worden geïnformeerd over alarmsymptomen en wat dan te doen. Als een patiënt belt met gipsklachten dan moet deze altijd worden gezien en het gips moet altijd worden verwijderd of geopend. Alarmsymptomen zijn: Toenemende pijn of knellend gevoel in het gips. Toenemende zwelling of verkleuring vingers of tenen. Sensibiliteit veranderingen. Let bij onderzoek op: Drukplekken. Stuwing. Sensibiliteit. Tekenen van compartiment syndroom. Tekenen van Sudekse dystrofie/crps-1 (complex regionaal pijn syndroom). De patiënt krijgt altijd het voordeel van de twijfel. Twijfel betekent dus: komen en kijken. Normale nacontrole Na een conservatieve behandeling moet de eerste fractuurcontrole na 5-8 dagen (bij voorkeur op werkdag) afgesproken te worden, CONTROLEFOTO afhankelijk van het fractuurtype: Als bijvoorbeeld bij een polsfractuur een secundaire ingreep tot de mogelijkheden behoren liever controle na 5 en niet na 8 dagen. Vermelden in de status wat met patiënt is besproken en laagdrempelig overleg. Overleg door de SEH-arts, arts assistent chirurgie/ orthopedie en physician assistant met de achterwacht over: Alle patiënten met fracturen, die een mogelijke opname en/of operatie-indicatie vormen (zie speciale fractuurleer). Alle repositiefoto s, waarbij de stand onvoldoende gecorrigeerd is, of waarover twijfel bestaat. 20

22 Alle intra-articulaire fracturen, die na repositie een trap of defect in het gewrichtsoppervlak houden (i.v.m. eventuele operatie-indicatie). Alle pathologische fracturen. Alle kniebandletsels/haemarthros knie waarbij er enige twijfel over de klinische diagnose bestaat. Alle onbegrepen of ongewone letsels. 1.6 Tromboseprofylaxe bij fractuurbehandeling Algemeen Er bestaat momenteel geen eensluidend bewijs voor de toegevoegde waarde en duur van antistolling bij traumapatiënten. Onderstaand beleid is gebaseerd op de bestaande regionale protocollen en de best evidence available (CBO-richtlijn tromboseprofylaxe). Indicatie - Klinisch: alle patiënten > 16 jaar. - Poliklinisch: alle patiënten > 16 jaar: met gipsimmobilisatie van de onderste extremiteit; die meer dan 5 dagen een extremiteit niet belasten. Laag moleculair heparine (LMWH) 1 dd : afhankelijk van instelling verschillend. Contra-indicaties: overgevoelig voor heparine. Duur - Gedurende de periode van gipsimmobilisatie. - Na heupchirurgie: 6 weken - Na bekkenfractuurchirurgie: 3 maanden - Gedurende de periode waarin onvolledig of inadequaat belast wordt. - Na longembolie: 6 maanden orale anticoagulantia Dosering Fraxiparine 1dd 2850 E subcutaan. Indien >100 kg: 1dd 5600 E of vergelijkbaar (enkele dosis/dubbele dosis instelling) 21

23 Hoog risico patiënt 1dd 5600 E. (dubbele dosis). Algemeen wetenswaardig Voor het prikken van axiale anesthesie (epiduraal en spinaal) geldt een venster voor de punctie van 10 uur na Fraxiparine tot twee uur voor de volgende toediening (bv iemand krijgt op maandag om uur fraxiparine en op dinsdag ook; dan loopt het punctieventer van dinsdagochtend 4.00 uur tot dinsdagmiddag uur). Bjj dagbehandeling patiënten wordt fraxiparine 2 uur postoperatief toegediend. In geval van een hoog tromboserisico, zoals bij een mechanische kunstklepprothese, stolling afwijking met verhoogde stolneiging of een recente longembolie, zal na het couperen van de orale antistolling kort voor de ingreep profylactisch en zo spoedig mogelijk erna LMWH in een dubbele dosering worden gegeven. De orale antistolling wordt hervat en de LMWH kan gestopt worden als de INR stabiel en binnen de streefwaarden (afhankelijk van de indicatie 2,0 of 2,5). Eventueel kan de LMWH poliklinisch worden voortgezet. Patiënten die tevoren voor een andere indicatie orale anticoagulantia gebruikten weer instellen op oude medicament, mits indicatie nog steeds valide. CBO richtlijn: tromboseprofylaxe. 1.7 Osteoporosescreening bij fractuur Deze tekst is gebaseerd op de CBO-richtlijn osteoprosescreening 2011, de hele richtlijn kunt u nalezen op de website Praktisch Bij ALLE patiënten boven de 50 jaar met een fractuur (en postmenopauzale vrouwen onder de 50) wordt een DXA en VFA aangevraagd bij de nucleaire geneeskunde. Indien in uw ziekenhuis nog geen VFA-methode beschikbaar is, wordt in deze bovengenoemde patiëntencategorie een laterale röntgenfoto van de thoracolumbale wervelkolom geadviseerd. 22

24 Alle patiënten met osteoporose komen voor vitamine D suppletie in aanmerking, in principe 800 IE/dag tenzij uit bloedonderzoek blijkt dat de 25(OH)D spiegel hoog genoeg is ( s winters hoger dan 50 nmol/l). Het is wenselijk dat patiënten met osteoporose een calciumsupplement van 500 of 1000 mg per dag gebruiken wanneer de inname van calcium met de voeding lager is dan mg per dag. De suppletiedosis van 1000 mg geldt vooral wanneer de patiënt helemaal geen zuivelproducten gebruikt. Bij alle patiënten boven de 50 jaar met een heupfractuur wordt gestart met bisfosfonaten. 1e polikliniekbezoek: aanvragen DXA en VFA, start Calcium/ vit D (Calcichew-D3 500; 2 dd 2). Bij uitslag DXA Z< -2.5 start bisfosfonaat via huisarts, zorg voor correspondentie! Bij uitslag DXA Z < -3.5 verwijzing internist-endocrinoloog. Achtergrond Bij patiënten van 50 jaar en ouder met een recente fractuur, is het risico op een nieuwe fractuur verhoogd. Bij deze patiënten moet adequate diagnostiek plaatsvinden om zodoende de patiënten met een hoog fractuurrisico op te sporen, omdat voor deze patiënten effectieve en veilige medicatie beschikbaar is. De leeftijdsgrens van 50 is ietwat arbitrair, bij vrouwen gaat het om postmenopauzale vrouwen die zich presenteren met een fractuur (die kunnen dus jonger zijn dan 50!!) en mannen die zich presenteren met een fractuur na de leeftijd van 50 jaar. Bij patiënten uit deze groep ontstaat na een wervelfractuur in ongeveer 15% een nieuwe wervelfractuur binnen drie jaar, de kans dat iemand een wervelfractuur oploopt die al eerder een wervelfractuur heeft gehad is ongeveer 5 x zo groot als bij mensen die niet eerder een wervelfractuur hebben gehad. De kans om een fractuur buiten de wervelkolom op te lopen na een eerdere wervelfractuur is ongeveer 2 x zo groot als bij mensen die niet eerder een wervelfractuur hebben gehad. De kans op een heupfractuur is zelfs een factor 3-4. Andersom wordt bij patiënten met een fractuur buiten de wervelkolom in 25% van de gevallen een oude wervelfractuur gevonden. Het doormaken van een niet-wervel fractuur bij postmenopauzale vrouwen en mannen ouder dan 50 jaar geeft ongeveer een verdubbeling van het risico op een volgende fractuur. 23

25 Bij patiënten met osteoporose zijn er frequent (30-60%) secundaire oorzaken aanwezig. Deze zijn soms al bekend, maar in veel gevallen toont nader onderzoek nog nieuwe onderliggende oorzaken aan. Het is aan te bevelen om bij een patiënten van 50 jaar en ouder met een fractuur en een behandelingsindicatie op grond van T-score en/of wervelfractuur corrigeerbare oorzaken van 30 secundaire osteoporose op te sporen en te behandelen, alvorens te starten met medicamenteuze behandeling ter preventie van fracturen. Risicofactor Risicoscore Gewicht <60 kg en/of BMI <20 kg/m 2 $ 1 Leeftijd > 60 jaar 1 Leeftijd > 70 jaar (dan risicoscore > 60 jaar niet extra meetellen) 2 Eerdere fractuur na het 50e leversjaar # 1 Heupfractuur bij een ouder 1 Verminderde mobiliteit ** 1 Reumatiöde artritis 1 Meer dan 1 keer vallen in het laatste 1 Aandoening of situatie geassocieerd met secundaire osteoporose 1 Gebruik van glucocorticoïden (>3 maanden; 7,5 mg/dag) 4 $ Bij een lengte < 1.73 meter is de BMI te prefereren boven het absolute gewicht van 60 kg (bij een lengte < 1.73 meter heeft iedereen met een gewicht van < 60 kg een BMI van < 20 kg/m 2 ) # Bij recente fractuur (korter dan 1 jaar geleden) zie subvraag 1 CBO-richtlijn ** Gedefineerd als hulmiddel bij lopen of > 4 weken niet lopen in het laatste Bij regelmatig vallen(> 1 keer in het laatste jaar): zie hoofdstuk 3 voor nadere toelichting Laboratoriumonderzoek (aangezien we de uitslagen niet kunnen interpreten wordt dit door de internist-endocrinoloog verricht) vóór de start van medicatie is een bepaling zinvol van: - BSE, serum calcium, albumine, creatinine, TSH en 25(OH)D; - serum alkalische fosfatasen (indien geen recente fractuur); - op indicatie: eiwitspectrum, coeliakie-serologie, PTH (bij hypercalcemie); - bij mannen: serum testosteron, en op indicatie 24u urine calcium en creatinine. Valgerelateerde risicofactoren dragen significant en onafhankelijk van botgerelateerde risicofactoren en osteoporose bij tot het ontstaan van een volgende klinische fractuur. Het is dus ook van belang om voor een valneiging behandelbare oorzaken te zoeken. Inschatting van het fractuurrisico kan gedaan worden met behulp van de FRAX-tool van de WHO: 24

Luxaties van schouder elleboog en vingers. Compagnonscursus 2012

Luxaties van schouder elleboog en vingers. Compagnonscursus 2012 Luxaties van schouder elleboog en vingers Compagnonscursus 2012 De schouder - Epidemiologie Meest gedisloceerde gewricht: NL 2000/jaar op SEH 45% van alle luxaties betreffen schouder 44% in de leeftijdsgroep

Nadere informatie

Richtlijn Osteoporose en fractuurpreventie Nederlandse Vereniging voor Reumatologie Derde herzien druk, 2011

Richtlijn Osteoporose en fractuurpreventie Nederlandse Vereniging voor Reumatologie Derde herzien druk, 2011 Richtlijn Osteoporose en fractuurpreventie Nederlandse Vereniging voor Reumatologie Derde herzien druk, 2011 Stroomdiagram van diagnostiek,behandeling en follow-up bij patiënten van 50 jaar en ouder met

Nadere informatie

4-4-2012. traumatology. M.Holla orthopaedisch chirurg. doel van het onderwijs: - kennis van veelvoorkomende termen bij traumatologie

4-4-2012. traumatology. M.Holla orthopaedisch chirurg. doel van het onderwijs: - kennis van veelvoorkomende termen bij traumatologie orthopaedisch chirurg traumatology UMC St Radboud doel van het onderwijs: - kennis van veelvoorkomende termen bij traumatologie - inzicht in de behandeling van fracturen en luxaties: - van de bovenste

Nadere informatie

Afdeling Handchirurgie

Afdeling Handchirurgie Europees erkend Hand Trauma Centrum Medisch Protocol Proximale phalanx schacht fracturen v.2-07/2013 Fracturen van de proximale phalangen van de hand komen veel voor. Deze fracturen zijn berucht om hun

Nadere informatie

De schouder. Dirk van Oostveen Orthopaedisch chirurg. Jeroen Bosch Ziekenhuis Orthopedie en Traumatologie s-hertogenbosch

De schouder. Dirk van Oostveen Orthopaedisch chirurg. Jeroen Bosch Ziekenhuis Orthopedie en Traumatologie s-hertogenbosch De schouder Dirk van Oostveen Orthopaedisch chirurg Jeroen Bosch Ziekenhuis Orthopedie en Traumatologie s-hertogenbosch DE Schouder? Aandoeningen Traumatologische afwijkingen fracturen Instabiliteit

Nadere informatie

Fracturen en luxaties hand

Fracturen en luxaties hand Fracturen en luxaties hand phalanx fracturen hand veel voorkomende fracturen op EHBO indien verkeerde behandeling: aanzienlijk functieverlies kans op arbeidsongeschiktheid goede behandeling: anatomische

Nadere informatie

Schouder instabiliteit

Schouder instabiliteit Schouder instabiliteit 16 maart 2011 SchouderWerkgroep Groene Hart Ron Onstenk Shoulder stabilizers 1. Statisch 2. Dynamisch Shoulder stabilizers 1. Statisch: - ossaal - capsulair --Labrum --GH ligamenten

Nadere informatie

Fracturen van de hand. Mark de Vries Kim Wilhelm

Fracturen van de hand. Mark de Vries Kim Wilhelm Fracturen van de hand Mark de Vries Kim Wilhelm Epidemiologie: waar hebben we t over? 15-20 % van alle fracturen: Fracturen van carpalia, metacarpalia & phalangen Hand fracturen: 59 % phalanx fracturen

Nadere informatie

Bewegingsapparaat schouder glenohumeraal Pagina 1 van 5

Bewegingsapparaat schouder glenohumeraal Pagina 1 van 5 Pagina 1 van 5 Glenohumerale artropathie Luxatie Glenohumerale instabiliteit index Glenohumerale artropathie arthrose glenohumuraal Capsulair patroon Closed packed patroon delta prothese Frozen shoulder

Nadere informatie

Auteur: Dr. C.J.M. van Loon

Auteur: Dr. C.J.M. van Loon Deze uitgebreide informatiefolder wordt u aangeboden door de Maatschap Chirurgen & Orthopeden Arnhem. Deze maatschap maakt deel uit van de Alysis Zorggroep. Proximale humerusfractuur - een gebroken schouder

Nadere informatie

Schouderinstabiliteit

Schouderinstabiliteit Schouderinstabiliteit Dr. Hans Van der Bracht www.orthopedie-web.be Opbouw Anatomie Classificaties Anamnese / KO / beeldvorming Behandeling Anterieure Schouderluxatie Posterieure schouderinstabiliteit

Nadere informatie

Afdeling Handchirurgie

Afdeling Handchirurgie Europees erkend Hand Trauma Centrum Medisch Protocol PIP hyperextensie (volaire plaat) letsel v.2-07/2013 Het hyperextensie letsel van het PIP gewricht is de meest voorkomende luxatie in de hand. - Instabiliteit

Nadere informatie

Schouderpathologie voorde huisarts

Schouderpathologie voorde huisarts Schouderpathologie voorde huisarts Linda Cervenka Ellen de Wit Ron Onstenk April 2012 Schouderklachten?? Nekklachten Radiculaire klachten CTS Infectieus Polymyalgia Schouder/POB klachten Gecombineerd Schouder

Nadere informatie

Schouderprothesiologie bij een cuff insufficiëntie. Max Hoelen Orthopedisch chirurg Reinier de Graaf Gasthuis

Schouderprothesiologie bij een cuff insufficiëntie. Max Hoelen Orthopedisch chirurg Reinier de Graaf Gasthuis Schouderprothesiologie bij een cuff insufficiëntie Max Hoelen Orthopedisch chirurg Reinier de Graaf Gasthuis klinisch beeld Neer 1983: arthrose ten gevolge van een massale cufflesie: cuff tear arthropathy

Nadere informatie

Handleiding: Inclusiecriteria 1 Preoperatieve handelingen 1 Peroperatieve handelingen 2 Postoperatieve handelingen 3 Follow up 3 Appendix 4

Handleiding: Inclusiecriteria 1 Preoperatieve handelingen 1 Peroperatieve handelingen 2 Postoperatieve handelingen 3 Follow up 3 Appendix 4 Handleiding: Inhoud: blz Inclusiecriteria 1 Preoperatieve handelingen 1 Peroperatieve handelingen 2 Postoperatieve handelingen 3 Follow up 3 Appendix 4 Fractuurklassificatie.4 Gustillo-Anderson klassificatie

Nadere informatie

Diagnostiek aan de schoudergordel. Model orthopedische geneeskunde ( James Cyriax) (Dos winkel)

Diagnostiek aan de schoudergordel. Model orthopedische geneeskunde ( James Cyriax) (Dos winkel) Diagnostiek aan de schoudergordel Model orthopedische geneeskunde ( James Cyriax) (Dos winkel) Doorsnede art. humeri bicepspees, loopt door bovenkant van kapsel en voorkomt inklemming van kapsel in gewrichtsspleet

Nadere informatie

Heupartroplastieken en chirurgische interventies na collumfractuur. Ellis Bos Physician assistant orthopedie

Heupartroplastieken en chirurgische interventies na collumfractuur. Ellis Bos Physician assistant orthopedie Heupartroplastieken en chirurgische interventies na collumfractuur. Ellis Bos Physician assistant orthopedie Epidemiologische gegevens bij heup# Er zijn +/- 2,2 miljoen ouderen in Nederland (> 65 jaar).

Nadere informatie

POST-OPERATIEVE BEHANDELING VAN COURANTE FRACTUREN BOVENSTE LIDMAAT GROEP ORTHOPEDIE OLV JENS FRANÇOIS

POST-OPERATIEVE BEHANDELING VAN COURANTE FRACTUREN BOVENSTE LIDMAAT GROEP ORTHOPEDIE OLV JENS FRANÇOIS POST-OPERATIEVE BEHANDELING VAN COURANTE FRACTUREN BOVENSTE LIDMAAT GROEP ORTHOPEDIE OLV JENS FRANÇOIS ALAN APLEY (1914-1996) FRACTURE HEALING IS LIKE SEX: It s natural Needs 2 parts and a bit of movement

Nadere informatie

17 Letsels van de extremiteiten

17 Letsels van de extremiteiten 17 Letsels van de extremiteiten N.W.L. Schep, I.B. Schipper Inleiding Bij een gesloten verwonding van een extremiteit zijn er vier mogelijkheden: Contusie (kneuzing) Distorsie (verstuiking) Luxatie (ontwrichting)

Nadere informatie

4.3 Schouderletsel. Specifiek lichamelijk onderzoek. Specifieke anamnese

4.3 Schouderletsel. Specifiek lichamelijk onderzoek. Specifieke anamnese 08-Chirurgie 4.3 01-06-2005 09:50 Pagina 55 55 4.3 Schouderletsel K.W. Wendt Een 40-jarige man wordt door de ambulance het ziekenhuis binnengebracht. Hij is met zijn motor, met een snelheid van 60 km/uur

Nadere informatie

Osteoporose profylaxe bij 80+

Osteoporose profylaxe bij 80+ Osteoporose profylaxe bij 80+ Emilie Gieling, AIOS Ziekenhuisfarmacie, CWZ Prof. Dr. Joop van den Bergh, internist-endocrinoloog, VieCurie MC Noord-Limburg, Maastricht UMC & UHasselt België (potentiële)

Nadere informatie

Heup, knie en schouder : wat als alles begint te kraken? Bie Velghe Medische Beeldvorming Zaterdag 21 september 2013

Heup, knie en schouder : wat als alles begint te kraken? Bie Velghe Medische Beeldvorming Zaterdag 21 september 2013 Heup, knie en schouder : wat als alles begint te kraken? Bie Velghe Medische Beeldvorming Zaterdag 21 september 2013 Fysiologische veranderingen MSK BOT OSTEOPOROSE Matrix van vooral type 1 collageen,

Nadere informatie

Protocol Letsels van het steun- en bewegingsapparaat. April 2006

Protocol Letsels van het steun- en bewegingsapparaat. April 2006 Protocol Letsels van het steun- en bewegingsapparaat April 2006 1 Inhoudsopgave Voorwoord.. 3 Protocol steun- en bewegingsapparaat bij volwassenen Bovenste extremiteit.. 4 Onderste extremiteit.. 68 Protocol

Nadere informatie

Hand en Polscentrum Delft

Hand en Polscentrum Delft Hand en Polscentrum Delft Michiel Schuringa, plastisch chirurg Mark de Vries, traumachirurg Gerald Kraan, orthopedisch chirurg Uit de kom, aan het werk? Vingerluxaties IP / DIP PIP MCP CMC Handletsels

Nadere informatie

Rotator cuff scheur. De meeste scheuren treden op in de supraspinatus maar andere delen van de pees kunnen ook zijn aangedaan.

Rotator cuff scheur. De meeste scheuren treden op in de supraspinatus maar andere delen van de pees kunnen ook zijn aangedaan. Rotator Cuff Scheur Rotator cuff scheur Inleiding Een rotator cuff scheur is een vaak voorkomende oorzaak van pijn en ongemak in de schouder bij een volwassene. De rotator cuff bestaat uit 4 spieren en

Nadere informatie

Arthroscopische subacromiale decompressie van de schouder (Neerplastiek) Inleiding

Arthroscopische subacromiale decompressie van de schouder (Neerplastiek) Inleiding Arthroscopische subacromiale decompressie van de schouder (Neerplastiek) Inleiding Uw behandelend arts heeft u geadviseerd om uw schouderklachten operatief te behandelen met behulp van een kijkoperatie

Nadere informatie

Klinisch uur orthopedie: de knie

Klinisch uur orthopedie: de knie Klinisch uur orthopedie: de knie (zinvol onderzoek door de huisarts ) Rob Ariës, orthopeed, Peter van der Lugt, Mariët Bosselaar, huisartsen Leerdoel Beter inzicht in differentiaal diagnostiek Beter inzicht

Nadere informatie

Afdeling Handchirurgie

Afdeling Handchirurgie Paramedisch Extensorpeesletsel zone 3 & 4 Boutonnière v.1-01/2013 Een boutonnière deformiteit (knoopsgatdeformiteit) beschrijft een 'zigzag'-collaps van een vinger of duim waarbij het PIP gewricht in flexie

Nadere informatie

Klinische revalidatie van de post-traumatische schouder

Klinische revalidatie van de post-traumatische schouder Klinische revalidatie van de post-traumatische schouder Post- ok de ins & outs Stap voor stap Fysiologie vs (gecreëerde) pathofysiologie van bindweefsel Schouderoperaties Protocol of logische redenering

Nadere informatie

De casus is bedoeld voor medisch studenten in de doctoraalfase van de opleiding.

De casus is bedoeld voor medisch studenten in de doctoraalfase van de opleiding. Casus 12L Fase A Titel Tak op de weg. Onderwerp Radiuskopfractuur Inhoudsdeskundige Dr. P.A. van Luijt, traumatoloog Technisch verantwoordelijke E. Beekhuizen, COO ontwikkelaar Opleidingsniveau studenten

Nadere informatie

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/19021 holds various files of this Leiden University dissertation.

Cover Page. The handle http://hdl.handle.net/1887/19021 holds various files of this Leiden University dissertation. Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/19021 holds various files of this Leiden University dissertation. Author: Rhemrev, Stephanus Jacobus Title: The non-displaced scaphoid fracture : evaluation

Nadere informatie

Reversed schouderprothese

Reversed schouderprothese Reversed schouderprothese Inhoud Inleiding 3 Het schoudergewricht 3 Normaal schoudergewricht 3 Gescheurde pezen en/of een versleten schoudergewricht 4 De operatie 5 Verwachtingen en risico s 6 Verwachtingen

Nadere informatie

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie,19e jrg 2001, no.6 (pp. 315 322)

Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie,19e jrg 2001, no.6 (pp. 315 322) Auteur(s): Titel: A. Lagerberg De beperkte schouder. Functie-analyse van het art. humeri met behulp van een röntgenfoto Jaargang: 19 Jaartal: 2001 Nummer: 6 Oorspronkelijke paginanummers: 315-322 Deze

Nadere informatie

Rotator cuff impingement. Beate Dejaco-Lanz Sportfysiotherapeute MSc Orthopedisch manueel therapeute Sport Medisch Centrum Papendal

Rotator cuff impingement. Beate Dejaco-Lanz Sportfysiotherapeute MSc Orthopedisch manueel therapeute Sport Medisch Centrum Papendal Rotator cuff impingement Beate Dejaco-Lanz Sportfysiotherapeute MSc Orthopedisch manueel therapeute Sport Medisch Centrum Papendal introductie definitie impingement classificatie impingement diagnostiek

Nadere informatie

Impingement van de schouder

Impingement van de schouder Impingement van de schouder anatomie pathofysiologie diagnostiek behandeling conclusie Peer Poelmann Anatomie Ossaal Musculair Gewricht Anatomie Ossaal Musculair Gewricht posterieur zij aanzicht Anatomie

Nadere informatie

Acute Knie en Enkel in de huisartsenprak3jk. Huisartsendag LangeLand ziekenhuis 19 april 2011

Acute Knie en Enkel in de huisartsenprak3jk. Huisartsendag LangeLand ziekenhuis 19 april 2011 Acute Knie en Enkel in de huisartsenprak3jk Huisartsendag LangeLand ziekenhuis 19 april 2011 De acute knie Knie: anatomie Knie: anamnese Tijds3p en aard trauma (mate inwerkend geweld, rota3e vs hyperextensie

Nadere informatie

1 Epidemiologie en case finding

1 Epidemiologie en case finding 1 Epidemiologie en case finding Postmenopauzale osteoporose is de meest voorkomende metabole botziekte. Volgens recente gegevens van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft 17% van

Nadere informatie

Revalidatie Schouder na een labrum reconstructie. www.groningensportrevalidatie.nl

Revalidatie Schouder na een labrum reconstructie. www.groningensportrevalidatie.nl Revalidatie Schouder na een labrum reconstructie Groningen Sport Revalidatie (sport) fysiotherapie praktijk locatie Alfa - Kardingerweg 48 9735 AH Groningen locatie Hanze - Eyssoniusplein 18 9714 CE Groningen

Nadere informatie

De Schouder. Schouderartroscopie en de rotator-cuff. Artrose en breuken. Eenmalige of recidiverende luxatie. Schouder artroscopie.

De Schouder. Schouderartroscopie en de rotator-cuff. Artrose en breuken. Eenmalige of recidiverende luxatie. Schouder artroscopie. De Schouder Schouderartroscopie en de rotator-cuff. Artrose en breuken. Eenmalige of recidiverende luxatie. Schouder artroscopie. Behandeling van de schouder. Pagina 1 van 8 Schouderartroscopie en de rotator-cuff

Nadere informatie

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Instabiliteit van de schouder

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Instabiliteit van de schouder Instabiliteit van de schouder INSTABILITEIT VAN DE SCHOUDER Inleiding De schouder is een zeer beweeglijk gewricht. De kom is klein en vlak en de kop relatief groot, zodat grote bewegingsuitslagen mogelijk

Nadere informatie

Afdeling Handchirurgie

Afdeling Handchirurgie Paramedisch Proximale phalanx schacht fracturen v.2-07/2013 Dit protocol betreft de nabehandeling van fracturen van de schacht van de proximale phalanx. Bij fracturen van de schacht in combinatie met een

Nadere informatie

Botbreukoperatie afdeling Chirurgie

Botbreukoperatie afdeling Chirurgie Botbreukoperatie afdeling Chirurgie Albert Schweitzer ziekenhuis afdeling Chirurgie september 2013 pavo 0323 Inleiding In het menselijk lichaam zitten zeer veel verschillende botten, die op verschillende

Nadere informatie

BEHANDELING VAN FRACTUREN

BEHANDELING VAN FRACTUREN BEHANDELING VAN FRACTUREN 25733 Inleiding Deze folder geeft u een globaal overzicht van de klachten en de behandeling van een gebroken bot. Het is goed u te realiseren dat bij het vaststellen van een aandoening

Nadere informatie

Fractuur behandeling. Chirurgie. Beter voor elkaar

Fractuur behandeling. Chirurgie. Beter voor elkaar Fractuur behandeling Chirurgie Beter voor elkaar 2 Inleiding Deze folder geeft u een globaal overzicht van de klachten en de behandeling van een gebroken bot. Het is goed u te realiseren dat voor u persoonlijk

Nadere informatie

Inhoud workshop. BONE workshop. calcium. Voeding-Leefstijl. calcium. calcium. Calcium Vitamine D Oefenen met FRAX Casus 1 Casus 2 Casus 3

Inhoud workshop. BONE workshop. calcium. Voeding-Leefstijl. calcium. calcium. Calcium Vitamine D Oefenen met FRAX Casus 1 Casus 2 Casus 3 Inhoud workshop BONE workshop Voeding Leefstijladvies FRAX DEXAscan Calcium Vitamine D Oefenen met FRAX Casus 1 Casus 2 Casus 3 Voeding-Leefstijl Calcium 1000-1200 mg/dag (=4-5 EH/dag) Voeding of suppletie

Nadere informatie

Schouderexploratie. Orthopedie. Ingreep aan de schouder. Schoudergewricht

Schouderexploratie. Orthopedie. Ingreep aan de schouder. Schoudergewricht Orthopedie Schouderexploratie Ingreep aan de schouder Inleiding U heeft met uw behandelend arts afgesproken dat een schouderoperatie (schouderexploratie) wordt verricht. Tijdens deze ingreep wordt uw schouder

Nadere informatie

Update schouderpathologie 2013

Update schouderpathologie 2013 Update schouderpathologie 2013 Symposium orthopedie Sint-Truiden 30 november 2013 Echografie: Sherpa van de eerste lijn Stefaan Verhamme Symposium orthopedie: update schouderchirurgie 2013 Anatomie Beenderige

Nadere informatie

Mevrouw B., 72 jaar, komt bij u omdat ze in de Libelle iets heeft gelezen over botontkalking.

Mevrouw B., 72 jaar, komt bij u omdat ze in de Libelle iets heeft gelezen over botontkalking. Casusschets 1 Mevrouw B., 72 jaar, komt bij u omdat ze in de Libelle iets heeft gelezen over botontkalking. Vraag 1: welke anamnestische punten zijn van belang om al dan niet tot een DEXA over te gaan?

Nadere informatie

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Resectie laterale/distale clavicula

Refaja Ziekenhuis Stadskanaal. Resectie laterale/distale clavicula Resectie laterale/distale clavicula RESECTIE LATERALE/DISTALE CLAVICULA INLEIDING U wordt binnenkort geopereerd aan de schouder. Deze operatie heet een laterale/distale clavicularesectie (= weghalen van

Nadere informatie

Schouderdecompressie

Schouderdecompressie Schouderdecompressie Open schouder decompressie. Uw behandelend arts heeft u geadviseerd uw schouderklachten operatief te behandelen. Uw klachten ontstaan door inklemming van een pees (supraspinatuspees)

Nadere informatie

Afdeling Handchirurgie

Afdeling Handchirurgie Europees erkend Hand Trauma Centrum Medisch Protocol SL ligamentletsel v.1-04/2013 Het scapholunaire ligament (SL) kan geheel of gedeeltelijke scheuren bij een val op de uitgestrekte hand. Het kan een

Nadere informatie

Afdeling Handchirurgie

Afdeling Handchirurgie Europees erkend Hand Trauma Centrum Medisch Protocol MC1 Bennett- en Rolandofracturen v.1-05/2014 Een Bennettfractuur is een intra-articulaire luxatiefractuur van de ulnaire basis van het os metacarpale

Nadere informatie

Cuff Repair. Orthopedie. Operatie aan het schoudergewricht

Cuff Repair. Orthopedie. Operatie aan het schoudergewricht Orthopedie Cuff Repair Operatie aan het schoudergewricht Inleiding In overleg met uw behandelend arts heeft u besloten tot een operatie aan uw schoudergewricht. Uw behandelend arts en de orthopedie-consulent

Nadere informatie

Achtergrond. capitatum lunatum. trapezoideum. duim scafoïd. pink. trapezium

Achtergrond. capitatum lunatum. trapezoideum. duim scafoïd. pink. trapezium Chapter 11 Samenvatting Achtergrond Het scafoïd (scaphoideum) is een van de 8 handwortelbeenderen en vormt de belangrijkste schakel tussen de hand en pols (Figuur 11.1). Scafoïdfracturen komen veel voor

Nadere informatie

Instabiliteit van de schouder

Instabiliteit van de schouder Instabiliteit van de schouder Instabiliteit van de schouder De schouder is een zeer beweeglijk gewricht. De kom is klein en vlak en de bol relatief groot, zodat grote bewegingsuitslagen mogelijk worden.

Nadere informatie

SAMENVATTING. Schouder pijn na een beroerte.

SAMENVATTING. Schouder pijn na een beroerte. SAMENVATTING Schouder pijn na een beroerte. Schouderpijn na een beroerte is een veelvoorkomend bijverschijnsel bij patiënten met een hemiplegie (halfzijdige verlamming) en het voorkomen ervan wordt geschat

Nadere informatie

Nascholing Traumachirurgie 2015 Diagnostiek en behandeling van letsels rond de pols en voet. Donderdag 22 januari 2015

Nascholing Traumachirurgie 2015 Diagnostiek en behandeling van letsels rond de pols en voet. Donderdag 22 januari 2015 Nascholing Traumachirurgie 2015 Diagnostiek en behandeling van letsels rond de pols en voet Donderdag 22 januari 2015 Van enkelletsel tot complex voetletsel Introductie Letsels van de enkel en voet komen

Nadere informatie

Post-Op braces S t a b i l i s e r e n e n i m m o b i l i s e r e n p r o d u c t i n f o r m a t i e

Post-Op braces S t a b i l i s e r e n e n i m m o b i l i s e r e n p r o d u c t i n f o r m a t i e Post-Op braces t a b i l i s e r e n e n i m m o b i l i s e r e n p r o d u c t i n f o r m a t i e OT TO BOCK POT- OP BRCE --------------------------- eer en meer worden bij postoperatieve of posttraumatische

Nadere informatie

Lichamelijk onderzoek

Lichamelijk onderzoek Hoofdstuk 3 Lichamelijk onderzoek Het lichamelijk onderzoek omvat de volgende onderdelen: -- inspectie in rust -- passief en actief uitgevoerd onderzoek naar de beweeglijkheid van de cervicale wervelkolom,

Nadere informatie

Verdiepingsmodule. Vaardigheid schouderonderzoek. Schoudersklachten: Vaardigheid schouderonderzoek. 1. Toelichting. 2. Doel, doelgroep en tijdsduur

Verdiepingsmodule. Vaardigheid schouderonderzoek. Schoudersklachten: Vaardigheid schouderonderzoek. 1. Toelichting. 2. Doel, doelgroep en tijdsduur Schoudersklachten: 1. Toelichting Deze verdiepingsmodule is gebaseerd op de NHG Standaard van oktober 2008 (tweede herziening). De anatomie van de schouder is globaal wel bekend bij de huisarts. Veelal

Nadere informatie

De casus is bedoeld voor medisch studenten in de doctoraalfase van de opleiding.

De casus is bedoeld voor medisch studenten in de doctoraalfase van de opleiding. Casus 08L Fase A Titel Hand op schouder Onderwerp Habituele schouderluxatie Inhoudsdeskundige Drs. P.A. van Luijt, chirurg LUMC Technisch verantwoordelijke S. Eggermont Opleidingsniveau studenten De casus

Nadere informatie

C. Wervelkolom. Inhoudsopgave 01 C 02 C 03 C 04 C 05 C 06 C 07 C 08 C 09 C

C. Wervelkolom. Inhoudsopgave 01 C 02 C 03 C 04 C 05 C 06 C 07 C 08 C 09 C C. Wervelkolom nhoudsopgave 1 C 2 C 3 C 4 C 5 C 6 C 7 C 8 C 9 C Congenitale aandoeningen... 1 Myelopathie (excl. trauma s van de wervelkolom)... 1 Mogelijke atlanto-axiale subluxatie... 1 Nekpijn... 1

Nadere informatie

Hoogenergetisch trauma Wervelletsels kunnen ook voorkomen na val van een paard of van een huishoudtrapje

Hoogenergetisch trauma Wervelletsels kunnen ook voorkomen na val van een paard of van een huishoudtrapje Gerian Huitema orthopedisch chirurg Komen minder vaak voor dan letsels van het perifere skelet Leiden tot aanzienlijke invaliditeit en de slechtste functionele uitkomsten (Hu et al 1996, Fisher et al 2006).

Nadere informatie

Sprains en Fracturen van de Enkel. Debbie Van Renterghem 19-01-2013

Sprains en Fracturen van de Enkel. Debbie Van Renterghem 19-01-2013 Sprains en Fracturen van de Enkel Debbie Van Renterghem 19-01-2013 Anatomie Complex gewricht : congruentie tibia fibula talus Mediaal en lateraal ligamentair complex Dynamische vs statische stabiliteit

Nadere informatie

VGN immobilisatieprotocollen

VGN immobilisatieprotocollen VGN immobilisatieprotocollen VGN immobilisatieprotocollen INLEIDING De VGN immobilisatieprotocollen bevatten de richtlijnen die bepalen waar een correct aangelegd gipsverband aan hoort te voldoen. De immobilisatieprotocollen

Nadere informatie

Percutane vertebroplastiek

Percutane vertebroplastiek Percutane vertebroplastiek Inleiding Patiënten die wervelbreuken hebben ten gevolge van osteoporose, hebben vaak veel last van rugpijn. In enkele gevallen is er ook sprake van neurologische uitval. Vroeger

Nadere informatie

Enkel artrose (bovenste spronggewricht)

Enkel artrose (bovenste spronggewricht) Enkel artrose (bovenste spronggewricht) Artrose (slijtage) is een aandoening van het kraakbeen in gewrichten. Bij enkel artrose is er sprake van slijtage in het bovenste spronggewricht (ook wel tibiotalaire

Nadere informatie

Update in de behandeling van heupfracturen. Dr Thomas De Geest Week van de Orthopedie, AZ Damiaan Oostende 26/2/2014

Update in de behandeling van heupfracturen. Dr Thomas De Geest Week van de Orthopedie, AZ Damiaan Oostende 26/2/2014 Update in de behandeling van heupfracturen Dr Thomas De Geest Week van de Orthopedie, AZ Damiaan Oostende 26/2/2014 Heupfracturen in België Jaarlijks > 12 000 heupfracturen in België vooral ouderen, gemiddeld

Nadere informatie

Antwoordformulieren open vragen

Antwoordformulieren open vragen Antwoordformulieren open vragen Bloktoets : 5O07 Datum : 9 april 0 Aanvang : Studentnummer : Studentnaam :. 9 APRIL 0 Sint Radboud Een coronale doorsnede Een transversale doorsnede 9 APRIL 0 Sint Radboud.

Nadere informatie

Skillslab handleiding

Skillslab handleiding Skillslab handleiding Faculteit Geneeskunde & Gezondheidswetenschappen Inleiding tot het orthopedisch onderzoek Academiejaar 2012-2013 Dr. Francis Hugelier - Dr. Jan Reniers Dr. Hans Van den Abbeele Met

Nadere informatie

Vertebroplastiek behandeling. Centrumlocatie

Vertebroplastiek behandeling. Centrumlocatie Centrumlocatie Uw behandelend specialist heeft u geadviseerd om een vertebroplastiek behandeling te ondergaan. In deze folder vindt u informatie over deze behandeling. Wat is vertebroplastiek Vertebroplastiek

Nadere informatie

JAARVERSLAG 2002 MAATSCHAP ORTHOPEDIE. Medisch Centrum Haaglanden

JAARVERSLAG 2002 MAATSCHAP ORTHOPEDIE. Medisch Centrum Haaglanden JAARVERSLAG 2002 MAATSCHAP ORTHOPEDIE In het jaar 2002 functioneert de afdeling orthopedie in dezelfde samenstelling als in 2001. Overheid: De desastreuze bemoeizucht van de overheid en het enorme tekort

Nadere informatie

Injecties in en rondom grote gewrichten. Bas Knobben Orthopedisch chirurg

Injecties in en rondom grote gewrichten. Bas Knobben Orthopedisch chirurg Injecties in en rondom grote gewrichten Bas Knobben Orthopedisch chirurg Injecties, waarom? Pijnafname Ontstekingsremmend Diagnosticum Waar injecteren? Bursa Peesschede Gewricht Op de pijnlijke plek? Wat

Nadere informatie

Duimbasis arthrose of rhizartrose

Duimbasis arthrose of rhizartrose Duimbasis arthrose of rhizartrose Algemeen De duim is het meest gebruikte onderdeel van de hand. Duimbasis artrose (ook wel duimbasisslijtage, rhizartrose of CMC 1 artrose genoemd) is daarom de meest voorkomende

Nadere informatie

Orthopedie. Schouderprothese

Orthopedie. Schouderprothese Orthopedie Schouderprothese Inleiding Binnenkort wordt u geopereerd aan uw schouder. Er wordt een schouderprothese geplaatst. In deze folder vindt u informatie over het schoudergewricht, de aanleiding

Nadere informatie

Lieven De Wilde, MD, PhD Alexander Van Tongel, MD Department of Orthopedic Surgery Gent University Hospital

Lieven De Wilde, MD, PhD Alexander Van Tongel, MD Department of Orthopedic Surgery Gent University Hospital Klinisch onderzoek van de schouder Lieven De Wilde, MD, PhD Alexander Van Tongel, MD Department of Orthopedic Surgery Gent University Hospital Klinisch onderzoek van de schouder 12 stappen Stap 1: Anamnese

Nadere informatie

Anatomische schouderprothese

Anatomische schouderprothese Anatomische schouderprothese Inhoud Inleiding 3 Het schoudergewricht 3 Normaal schoudergewricht 3 Versleten schoudergewricht 4 De operatie 4 Verwachtingen en risico s 5 Verwachtingen 5 Risico s 6 Na de

Nadere informatie

Fracturen. (Gebroken botten) Chirurgie

Fracturen. (Gebroken botten) Chirurgie Fracturen (Gebroken botten) Chirurgie Inhoudsopgave Inleiding 6 Wat is een fractuur en wat merkt u ervan? 6 De behandeling 6 Er is eigenlijk geen behandeling nodig 7 De gips behandeling 7 De operatieve

Nadere informatie

Arthroscopische Stabilisatie (Bankart herstel)

Arthroscopische Stabilisatie (Bankart herstel) Labrum scheuren Het schoudergewricht wordt gezien als een kop en kom gericht. De kom (cavitas glenoidalis) hiervan is zeer oppervlakkig en smal en bedekt slechts een derde van de kop (humeruskop). De kom

Nadere informatie

HAND EN POLS. CFM Welters Regiomaatschap Plastische Reconstructieve en Handchirugie

HAND EN POLS. CFM Welters Regiomaatschap Plastische Reconstructieve en Handchirugie HAND EN POLS CFM Welters Regiomaatschap Plastische Reconstructieve en Handchirugie Maatschap plastische chirurgie Hand- en Polsklachten - Voorkomen - 125 per 1000 personen - Huisarts ziet gemiddeld 8 op

Nadere informatie

Carpale tunnelsyndroom

Carpale tunnelsyndroom RKZ Afdeling Handchirurgie Carpale tunnelsyndroom informatie voor patiënten T: 0251-265355 plstsec@rkz.nl www.afdelinghandchirurgie.nl Informatiefolder De informatie in deze folder is een aanvulling op

Nadere informatie

TWA Osteoporose, fractuur- en valpreventie Apeldoornse Standaard Revisie 2013

TWA Osteoporose, fractuur- en valpreventie Apeldoornse Standaard Revisie 2013 TWA Osteoporose, fractuur- en valpreventie Apeldoornse Standaard Revisie 2013 Deze transmurale werkafspraak betreft de volgende categorieën patiënten patiënten die vragen hebben over osteoporose, zonder

Nadere informatie

Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006.

Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006. Theorie-examen Anatomie 13 januari 2006. 1. Wat is de diafyse van een pijpbeen? A. Het uiteinde van een pijpbeen. B. Het middenstuk van een pijpbeen. C. De groeischijf. 2. Waar bevindt zich de pink, ten

Nadere informatie

BIJLAGE 1: PROTOCOLLEN AMBULANCEZORG

BIJLAGE 1: PROTOCOLLEN AMBULANCEZORG BIJLAGE 1: PROTOCOLLEN AMBULANCEZORG Airway en CWK-immbolisatie, Breathing, Circulation, Disability en Exposure (5 protocollen) Wervelkolom indicaties fixatie en bevrijding (2 protocollen) Triage en keuze

Nadere informatie

Aanpak van acute knieletsels in de eerste lijn. Dr. Bex Steven Huisarts/sportarts KSTVV Lotto-Belisol

Aanpak van acute knieletsels in de eerste lijn. Dr. Bex Steven Huisarts/sportarts KSTVV Lotto-Belisol Aanpak van acute knieletsels in de eerste lijn Dr. Bex Steven Huisarts/sportarts KSTVV Lotto-Belisol Anatomie Anatomie Anatomie Anatomie Algemeen Goede anamnese! ontstaansmechanisme van het letsel begrijpen

Nadere informatie

Diagnostiek Kliniek: anamnese: aard letsel (hoogenergetisch?), pre-existente afwijkingen, aard en tijdsduur zwelling, belastbaarheid

Diagnostiek Kliniek: anamnese: aard letsel (hoogenergetisch?), pre-existente afwijkingen, aard en tijdsduur zwelling, belastbaarheid T-III Acuut enkelletsel Inleiding Het inversietrauma van de enkel is met een geschatte incidentie van 425.000 gevallen per jaar in Nederland waarschijnlijk het meest voorkomende letsel van het bewegingsapparaat.

Nadere informatie

Haperende vinger (trigger finger) Behandeling door de plastisch chirurg

Haperende vinger (trigger finger) Behandeling door de plastisch chirurg Haperende vinger (trigger finger) Behandeling door de plastisch chirurg Inleiding De plastisch chirurg heeft met u besproken dat u behandeld wordt aan uw haperende vinger, ook wel trigger finger genoemd.

Nadere informatie

Orthopedie. Enkelprothese

Orthopedie. Enkelprothese Orthopedie Enkelprothese Inleiding Binnenkort wordt u geopereerd aan uw enkel. Er wordt een enkelprothese geplaatst. In deze folder vindt u informatie over de enkel, de aanleiding voor de operatie, de

Nadere informatie

SAMENVATTING RICHTLIJN NEURAXISBLOKKADE EN ANTISTOLLING

SAMENVATTING RICHTLIJN NEURAXISBLOKKADE EN ANTISTOLLING SAMENVATTING RICHTLIJN NEURAXISBLOKKADE EN ANTISTOLLING Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie 1 INLEIDING Een neuraxiaal hematoom na neuraxisblokkade is een zeldzame, maar ernstige complicatie. Onder

Nadere informatie

Orthopedie. CMC 1 prothese/ Duimbasis prothese

Orthopedie. CMC 1 prothese/ Duimbasis prothese Orthopedie CMC 1 prothese/ Duimbasis prothese Inleiding Binnenkort wordt u geopereerd aan uw duim. Er wordt een prothese in het duimbasisgewricht geplaatst. In deze folder vindt u informatie over het duimbasisgewricht,

Nadere informatie

Patiënteninformatie locatie Blaricum. Schouderinstabiliteit. Informatie over een schouder uit de kom en de mogelijke behandelingen

Patiënteninformatie locatie Blaricum. Schouderinstabiliteit. Informatie over een schouder uit de kom en de mogelijke behandelingen Patiënteninformatie locatie Blaricum Schouderinstabiliteit Informatie over een schouder uit de kom en de mogelijke behandelingen Schouderinstabiliteit Informatie over een schouder uit de kom en de mogelijke

Nadere informatie

Richtlijnen CMC - I artrose behandeling Versie 11-6-2012

Richtlijnen CMC - I artrose behandeling Versie 11-6-2012 Richtlijnen CMC - I artrose behandeling Versie 11-6-2012 1. Beleid behandeling CMC I artrose Bij de keuze voor de behandeling van CMC I problematiek wordt uitgegaan van de classificatie volgens Eaton en

Nadere informatie

SNT KLINISCHE TESTS. Dia 1 / 64

SNT KLINISCHE TESTS. Dia 1 / 64 SNT KLINISCHE TESTS Tests letsels rotator cuff (lag tests): dia s 2 9. Tests scapula diskinesie: dia s 10-14. (Klassieke) Tests bij impingement: dia s 15 28. Tests voor lengte dorsale kapsel: dia s 29

Nadere informatie

Hevige pijn ter hoogte van de schoudertop als gevolg van een forse schouderduw, bij een 23-jarige topvoetballer

Hevige pijn ter hoogte van de schoudertop als gevolg van een forse schouderduw, bij een 23-jarige topvoetballer 9 2 Hevige pijn ter hoogte van de schoudertop als gevolg van een forse schouderduw, bij een 23-jarige topvoetballer Dos Winkel en Koos van Nugteren Introductie Het verhaal van een topvoetballer met acute

Nadere informatie

Maatschap Orthopedie Zaans Medisch Centrum

Maatschap Orthopedie Zaans Medisch Centrum mini symposium voor verwijzers Maatschap Orthopedie Zaans Medisch Centrum Miguel Sewnath Even voorstellen Miguel Sewnath 5 jaar orthopedisch chirurg Opleiding OLVG/ UMCU Fellowship Trauma Engeland Vlietland

Nadere informatie

Artrose in de hand en pols (N)iets aan te doen?

Artrose in de hand en pols (N)iets aan te doen? Artrose in de hand en pols (N)iets aan te doen? Johan Vehof Plastisch chirurg / handchirurg FESSH 23 okt 2013 Inhoud Anatomie hand pols skelet Gewrichtsklachten Artrose vs Rheumatoide artritis Welke gewrichten?

Nadere informatie

CERVICALE LETSELS EN WERVELLETSELS. Prof. dr. Hugo De Boeck AZ - VUB

CERVICALE LETSELS EN WERVELLETSELS. Prof. dr. Hugo De Boeck AZ - VUB CERVICALE LETSELS EN WERVELLETSELS Prof. dr. Hugo De Boeck AZ - VUB Brevet Acute Geneeskunde Academiejaar 2004-2005 1 WERVELKOLOM Fracturen en/of dislocaties van de wervelkolom zijn frequente letsels.

Nadere informatie

C. Wervelkolom. Inhoudsopgave 01 C 02 C 03 C 04 C 05 C 06 C 07 C 08 C 09 C 10 C

C. Wervelkolom. Inhoudsopgave 01 C 02 C 03 C 04 C 05 C 06 C 07 C 08 C 09 C 10 C C. Wervelkolom nhoudsopgave 1 C 2 C 3 C 4 C 5 C 6 C 7 C 8 C 9 C 1 C Congenitale aandoeningen... 1 Myelopathie (excl. trauma s van de wervelkolom)... 1 Mogelijke atlanto-axiale subluxatie... 1 Nekpijn...

Nadere informatie

HALLUX VALGUS OPERATIE

HALLUX VALGUS OPERATIE HALLUX VALGUS OPERATIE 1. Inleiding. Deze brochure heeft tot doel U nadere uitleg te verstrekken over de operatie die U kortelings zal ondergaan. Deze informatie heeft u ongetwijfeld al besproken met de

Nadere informatie