Hoofdstuk 1. 3 Grammatica. 3.1 Zinsontleding Herhaling. Opdracht wwg = hebben aangeboden. nwg = ond = De jongens.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Hoofdstuk 1. 3 Grammatica. 3.1 Zinsontleding Herhaling. Opdracht wwg = hebben aangeboden. nwg = ond = De jongens."

Transcriptie

1 Hoofdstuk 1 3 Grammatica 3.1 Zinsontleding Herhaling Opdracht 10 1 wwg = hebben aangeboden ond = De jongens lv = hun excuses mv = de klagende buurtbewoners bwb = bvb = klagende bij buurtbewoners, hun bij excuses 2 wwg = stonden te wachten ond = de reizigers lv = bwb = Op perron 2, op de internationale trein bvb = 2 bij perron, internationale bij trein 7 Antwoorden blok 1 3 wwg = nwg = zijn te dik ond = jonge kinderen lv =

2 bwb = Door slechte eetgewoontes, steeds vaker bvb = slechte bij eetgewoontes, jonge bij kinderen 4 wwg = worden verlaagd ond = De prijzen van veel artikelen lv = bwb = volgende week, door een paar supermarkten bvb = van veel artikelen bij prijzen, veel bij artikelen, volgende bij week, paar bij supermarkten 5 wwg = nwg = is een realistisch verhaal ond = dit verhaal over Job en Sanna lv = bwb = volgens jullie bvb = dit bij verhaal, over Job en Sanna bij verhaal, realistisch bij verhaal 6 wwg = moeten invullen ond = Alle reizigers lv = allerlei formulieren bwb = op de luchthaven van New York, van de douane bvb = Alle bij reizigers, van New York bij luchthaven, allerlei bij formulieren 7 wwg =

3 nwg = zijn te laag gebleven ond = de cijfers van Jamilla lv = bwb = Ondanks de extra begeleiding bvb = extra bij begeleiding, van Jamilla bij cijfers 8 wwg = Maak ond = lv = het verslag van ons interview mv = voor mij bwb = vanmiddag bvb = van ons interview bij verslag, ons bij interview 3.2 Zinsontleding Het voorzetselvoorwerp Opdracht 11 1 a voor b aan c voor d naar e tegen f voor g met h op 2 Je eigen werk. 3 Je eigen antwoord. De voorzetsels die je hebt ingevuld, zijn voorzetsels die je altijd bij deze werkwoorden gebruikt. Opdracht 12 1 Je eigen zinnen.

4 2-4 Je eigen werk. Opdracht 13 1 wwg = trakteerde ond = De jarige kleuter vzv = op muizenspekken 2 wwg = nwg = waren verbaasd ond = Mijn ouders vzv = over de uitslag van mijn beroepskeuzetest 3 wwg = worden verdacht ond = de leerlingen vzv = van de diefstal van een laptop 4 wwg = nwg = zijn erg nieuwsgierig ond = Veel aanstaande ouders vzv = naar het geslacht van hun ongeboren baby 5 wwg = hopen ond = de bewoners van Barcelona vzv = op een paar fikse regenbuien 6 wwg = maakt ond = De timmerman vzv = 7 wwg = nwg = is uitermate geschikt ond = Robert vzv = voor de functie van trainer 8 wwg = overladen

5 ond = Veel grootouders vzv = met allerlei cadeaus9 wwg = heeft gekregen ond = De overvaller vzv = 10 wwg = nwg = is verantwoordelijk ond = Welke docent vzv = voor de organisatie van het eindfeest 3.3 Zinsontleding De bijstelling Opdracht 14 1 a Op de website van het jeugdjournaal, b het inschrijfgeld, tien euro per persoon, c Joep Huizen, de neef van mijn vader, 2-4 Je eigen werk. Hoofdstuk 2 3 Grammatica 3.1 De bedrijvende en de lijdende vorm Opdracht 8 1 a De dieven = ond mijn laptop = lv b Mijn laptop = ond

6 door de dieven = bwb 2 In zin 1a is het een onderwerp en in zin 1b samen met door een bijwoordelijke bepaling. 3 In zin 1a. 4 5 a bedrijvende vorm b lijdende vorm Opdracht 9 1 lijdende vorm 2 bedrijvende vorm 3 bedrijvende vorm 4 lijdende vorm 5 bedrijvende vorm 6 lijdende vorm Opdracht 10 1 Zin 1: wwg = werd gemaaid ond = Het gras van onze tuin lv = vzv = bwb = door de hovenier bijst = bvb = van onze tuin bij gras, onze bij tuin Zin 2: wwg = heeft gemaakt ond = Timo lv = een mooie tekening vzv = bwb = tijdens de tekenles bijst = bvb = mooie bij tekening

7 Zin 3: wwg = wis ond = je lv = alle adressen van je oude vrienden vzv = bwb = uit je adressenbestand bijst = bvb = alle bij adressen, van je oude vrienden bij adressen, je bij vrienden, oude bij vrienden, je bij adresbestand Zin 4: wwg = is gecontroleerd ond = Het gebit van de patiënt lv = vzv = bwb = tijdens het consult, door de tandarts bijst = bvb = van de patiënt bij gebit Zin 5: wwg = vond ond = De rechercheur lv = bloedspetters vzv = bwb = op de muur van de keuken bijst = bvb = van de keuken bij muur Zin 6: wwg = is gemaakt ond = Dit werkstuk lv = vzv =

8 bwb = door vier leerlingen uit mijn klas bijst = bvb = vier bij leerlingen, uit mijn klas bij leerlingen, mijn bij klas. 2 3 Zin 1: De hovenier maaide het gras van onze tuin. Zin 4: De tandarts heeft tijdens het consult het gebit van de patiënt gecontroleerd. Zin 6: Vier leerlingen uit mijn klas hebben dit werkstuk gemaakt. 4-6 Je eigen werk. Opdracht 11 1 bedrijvende vorm, ovt De krater van de Vesuvius werd in de meivakantie door de twee broers bezocht. 2 lijdende vorm, ovt Esmeralda las het spannende boek in één keer uit. 3 bedrijvende vorm, ovt De kortste weg naar het strand werd de buschauffeur door de verdwaalde toeristen gevraagd. 4 lijdende vorm, ovt De vriendelijke ober serveerde de pizza zo snel mogelijk. 17 Antwoorden blok 2 5 lijdende vorm, vtt De werknemer van het hoveniersbedrijf heeft eindelijk het gras gemaaid.

9 3.2 Zinsontleding Het naamwoordelijk gezegde (uitbreiding) Opdracht 12 1 wwg = nwg = schijnt erg hoog te zijn ww.deel = schijnt te zijn nw.deel = erg hoog ond = de temperatuur in Griekenland 2 wwg = zal schijnen ond = de zon 3 wwg = Probeer te voorkomen ond = 4 wwg = nwg = lijkt niet avontuurlijk ww.deel = lijkt nw.deel = niet avontuurlijk ond = Een vakantie op het eiland Schiermonnikoog 5 wwg = nwg = komt bekend voor ww.deel = komt voor nw.deel = bekend ond = Deze weg 6 wwg = nwg = blijkt niet erg duidelijk te zijn ww.deel = blijkt te zijn nw.deel = niet erg duidelijk ond = Mijn rol in dit toneelstuk

10 Hoofdstuk 3 3 Grammatica 3.1 Zinsontleding Weet je het nog? Opdracht 7 1 van je lichaamstaal = vzv 2 veel Romeinse villa s = ond 3 is afschuwelijk = nwg 4 hun = mv 5 uit het dorp = bvb 6 het spannendste duel uit de competitie = bijst Opdracht 8 1 zin 1: ott zin 2: vtt zin 3: ott zin 4: vtt zin 5: ott zin 6: ovt 2 zin 2 en 5 3 zin 2: Archeologen hebben in Italië veel Romeinse villa s onder bestaande dorpen en steden ontdekt. zin 5: De loodgieter uit het dorp repareert de waterleiding. 3.2 Samengestelde zinnen Opdracht 9 1 samengesteld 2 samengesteld

11 3 samengesteld 4 samengesteld 5 enkelvoudig 6 samengesteld 7 enkelvoudig 8 samengesteld 9 samengesteld 10 samengesteld Opdracht a Omdat de leraar ziek is b gaat mijn presentatie vandaag niet door. onderschikking 2 a Nadat de journalist het nieuwsbericht had geschreven b mailde hij het direct naar de krant. onderschikking 3 a Mijn ouders willen weten b of je dit weekend blijft slapen. onderschikking 4 a Ik kan me niet voorstellen b dat je zo veel geld uitgeeft aan een kaartje voor een voetbalwedstrijd. onderschikking 6 a Van onze trainer moeten we vroeg naar bed b want morgen spelen we een belangrijke wedstrijd. nevenschikking 8 a Het blussen van een brand lijkt heel simpel b maar volgens brandweermannen is het meestal een lastig en gevaarlijk karwei.

12 nevenschikking 9 a Voordat je een strippenkaart koopt b moet je weten hoeveel strippen je voor je reis nodig hebt. onderschikking 10 a Hoewel de spelers hun coach vertrouwden b protesteerden ze tegen zijn laatste beslissing. onderschikking Opdracht 11 Je eigen zinnen. Voorbeeldzinnen: 1 Omdat ze zich gisteren verveelden, vernielden de jongens het bushokje. 2 Toen hij een probleem had, heb ik hem geholpen. 3 Als je een boek leest, kun je je eigen beelden bij het verhaal bedenken. 4 Als het vanavond onweert, moet je niet op de fiets komen. 5 Nadat hij de wedstrijd had gewonnen, heb ik hem de bloemen overhandigd. 6 Gisteren vertelde hij mij dat hij zijn werkstuk niet had gemaakt. 7 Als ik hem met mijn broer vergelijk, kan hij goed dansen.

13 Hoofdstuk 4 3 Grammatica 3.1 Weet je het nog? Opdracht 7 1 samengesteld Charlene gymmen / (want) ze gekneusd nevenschikking 2 samengesteld (Omdat) ik kwam / mocht binnen onderschikking 3 enkelvoudig 4 samengesteld Pedro kopen / (omdat) hij hebben onderschikking 5 samengesteld Mijn Canada / (maar) ze vliegen nevenschikking 6 enkelvoudig 7 samengesteld Veel gevoelens / (als) ze horen onderschikking 8 samengesteld Je opeten / (want) je eten nevenschikking 3.2 Hoofd- en bijzinnen Opdracht 8 1 hoofdzin: Weet jij

14 bijzin: (dat) een sms je vanuit het buitenland duurder is? 2 hoofdzin: Kevin moest naar het ziekenhuis, bijzin: (omdat) hij door meerdere bijen was gestoken. 3 hoofdzin: hoef ik van deze pizza geen hap. bijzin: (hoewel) ik graag pizza eet, 4 hoofdzin: Hulpverleners moeten hun medische kennis bijhouden, bijzin: (daarom) moeten ze elk jaar op een herhalingscursus. 5 hoofdzin: zal de politieagent jou een bekeuring geven. bijzin: (Als) de bijrijder zonder helm bij jou op de scooter zit, 6 hoofdzin: stuurt ze hem drie sms jes op een dag. bijzin: (Omdat) Loes haar vriend mist, 7 hoofdzin: begon het helaas te regenen. bijzin: (Toen) de toeristen een boottocht wilden maken, 8 hoofdzin: Je moet de Zelftoets maken, bijzin: (voordat) je de herhalings- of verdiepingsstof maakt. 9 hoofdzin: Elmar heeft donderdag zijn huiswerk voor maandag al gemaakt, bijzin: (zodat) hij in het weekend met de scouting naar de Ardennen kan. 10 hoofdzin: Heb je je mening over de tekst van dit lied veranderd, bijzin: (nadat) ik mijn commentaar erop heb gegeven?

15 Opdracht 9 1 Wie uitvoert 2 wat meemaakte 3 wat is 4 Wie kent 5 wat had Opdracht 10 1 of invallen. Vervangen door: dat. 2 Wie bedenken. Vervangen door: Hij/Zij/Peter/Die jongen, enzovoort. 3 Als onthouden. Vervangen door: Dan. 4 (aan) wie vindt. Vervangen door: hem/haar/die leuke jongen/dat leuke meisje. 5 zodat komen. Vervangen door: daarom. 6 Dat gaan. Vervangen door: Dat. 3.3 De bijvoeglijke bijzin Opdracht In het onderstreepte deel van zin b komen een onderwerp (dat) en een persoonsvorm (aanheeft) voor en in het onderstreepte deel van zin a niet. 3 een bijvoeglijke bepaling 4 bijvoeglijke bijzin 5 Opdracht 12 1 bijv.bep: De televisie van mijn ouders is gisteren kapot gegaan. bijv.bijzin: De televisie die in de slaapkamer staat, is gisteren kapot gegaan. 2 bijv.bep: Kocht jij je fototoestel bij die winkel in de Steenstraat?

16 bijv.bijzin: Kocht jij je fototoestel bij die winkel die onlangs in de Steenstraat is geopend? 3 bijv.bep: De reis van Karim bleek een succes te zijn. bijv.bijzin: De reis die Karim met zijn vrienden maakte, bleek een succes te zijn. Opdracht Je eigen werk. Opdracht 14 1 samengestelde zin hoofdzin: Vakantiegangers zijn bijvoeglijke bijzin: die reizen 2 enkelvoudige zin 3 samengestelde zin hoofdzin: In zeker bijzin: of doorgaat 4 samengestelde zin bijzin: wie weet hoofdzin: zal helpen 5 samengestelde zin hoofdzin: Mag gegeven bijvoeglijke bijzin: dat gegeven 6 samengestelde zin hoofdzin: Voor onvoldoende hoofdzin: (maar) voor zeven 7 enkelvoudige zin 8 samengestelde zin bijzin: Omdat vond hoofdzin: draaide slot 9 samengestelde zin hoofdzin: De vertraging

17 bijvoeglijke bijzin: met zat 10 samengestelde zin hoofdzin: Barry melden hoofdzin: (want) ze school 11 samengestelde zin bijzin: Aan knippen hoofdzin: heb zien 12 samengestelde zin hoofdzin: Denk jij bijzin: dat is Hoofdstuk 5 3 Grammatica 3.1 Weet je het nog? Opdracht 8 1 samengestelde zin hoofdzin: Je gebruikt bijv.bijzin: die gebruikt 2 samengestelde zin hoofdzin: Laura verdrietig hoofdzin: (want) haar vakantie 3 samengestelde zin hoofdzin: Ik gegeven bijv.bijzin: die optilde 4 samengestelde zin. hoofdzin: Vind vervelend bijzin: dat nagesynchroniseerd

18 5 enkelvoudige zin 6 samengestelde zin hoofdzin: Gistermiddag bezocht hoofdzin: (maar) het bezichtigen 7 samengestelde zin hoofdzin: Het onderzocht bijv.bijzin: dat geland 3.2 De beknopte bijzin Opdracht 9 In de a-zinnen staat geen bijzin en in de b-zinnen wel. Er is geen verschil in betekenis. Opdracht 10 1 beknopte bijzin: na de voorrondes gewonnen te hebben volledige bijzin:, nadat ze de voorrondes had gewonnen 2 beknopte bijzin: Blaffend volledige bijzin: Terwijl het blafte, 3 beknopte bijzin: verkeerd begrepen te worden volledige bijzin:,dat hij verkeerd wordt begrepen 4 beknopte bijzin: Volop genietend volledige bijzin: Terwijl hij volop genoot, 5 beknopte bijzin: Na in de zon gelegen te hebben volledige bijzin: Nadat hij in de zon had gelegen, 6 beknopte bijzin: Iedereen meegeteld volledige bijzin: Als we iedereen meetellen, Opdracht 11 1 bijzin: (Nadat) gewinkeld beknopte bijzin: Na de hele middag te hebben

19 gewinkeld 2 bijzin: (Terwijl) schreeuwde beknopte bijzin: Angstig schreeuwend 3 bijzin: (Nadat) stilgestaan beknopte bijzin: Na tien minuten te hebben stilgestaan 4 bijzin: dat doen beknopte bijzin: volgende week zijn theorieexamen te kunnen doen 5 bijzin: (Toen) namen beknopte bijzin: Afscheid nemend 6 bijzin: (Voordat) boeken beknopte bijzin: Alvorens de vakantie te boeken 3.3 Verkeerd aansluitende beknopte bijzinnen Opdracht 12 1 a Beknopte bijzin: Na de muziek te hebben gedownload Bijzin: Nadat ik de muziek had gedownload, b Beknopte bijzin: Zwijgend. Bijzin: Terwijl de leerlingen zwegen, 2 a ond bijzin: ik, ond hoofdzin: de internetverbinding b ond bijzin: de leerlingen, ond hoofdzin: de repetitie 3 In de hoofdzin staat een ander onderwerp dan in de bijzin. 4 Omdat het denkbeeldige onderwerp van de beknopte bijzin niet hetzelfde is als het onderwerp van de hele zin. 5 Je eigen werk.

20 Opdracht 13 1 Foutief beknopte bijzin: Na een kwartier gewacht te hebben Verbetering: Nadat we een kwartier hadden gewacht, 2 Foutief beknopte bijzin: Het weer in ogenschouw nemend Verbetering: Als we het weer in ogenschouw nemen, 3 Foutief beknopte bijzin: Alvorens de auto te starten Verbetering: Voordat je de auto start, 4 Foutief beknopte bijzin: Zwetend en puffend Verbetering: Terwijl ze zweetten en puften, 5 Foutief beknopte bijzin: Mijn tas pakkend Verbetering: Toen ik mijn tas pakte, 6 Foutief beknopte bijzin: Op de plaats van bestemming aangekomen Verbetering: Toen hij op de plaats van bestemming aankwam, 7 Foutief beknopte bijzin: Enthousiast zwaaiend Verbetering: Terwijl we enthousiast zwaaiden, 8 De zin is goed. 9 Foutief beknopte bijzin: Na een zonnebril gekocht te hebben Verbetering: Nadat ik een zonnebril had gekocht, 10 De zin is goed. 11 Foutief beknopte bijzin: Na het nieuws van acht uur te hebben gekeken Verbetering: Nadat we het nieuws van acht uur hadden gekeken,

21 12 Foutief beknopte bijzin: De cola inschenkend Verbetering: Toen de ober de cola inschonk, 3.4 Samentrekking Opdracht 14 1 Mijn broer Freddy handbalt graag en is de beste aanvaller. 2 We gaan de hele middag in Rotterdam winkelen of een museum bezoeken. 3 De leraar heeft het huiswerk tijdens de les besproken, maar is de opdracht over het voorzetselvoorwerp vergeten. 3.5 Foutieve samentrekking Opdracht 15 1 De spelcomputer was afgeprijsd en die heb ik toen maar gekocht. 2 De assistente had het vanmorgen er druk en had mijn boodschap niet aan de dokter doorgegeven. 3 Ik zal voor jou koffie zetten en voor mijn moeder de vuilnisbak aan de weg zetten. 4 Barry is door het hoofd van de afdeling ontslagen en hem is geen reden daarvoor gegeven. 5 Het meisje is erg verlegen en is niet tot klassenvertegenwoordigster gekozen. 6 De zin is goed. 7 Mijn oma wordt morgen vijftig en wordt door iedereen nieuwsgierig gemaakt naar de verrassing voor haar. 8 De brandweermannen hebben de brand gelukkig geblust en hun heb ik daarom een bedankje gestuurd. 9 De gearresteerde jongen was volgens de rechter

22 onschuldig en was onjuist behandeld. 10 De verhuiswagen was door de verhuizers volgeladen en was inmiddels op weg naar ons nieuwe huis. 11 Mijn mentor stelde ik een vraag maar hij beantwoordde deze niet. 12 De verontwaardigde klant werd een gratis drankje gegeven en hij verliet daarna tevreden het café. Hoofdstuk 6 3 Grammatica 3.1 Zinsontleding Herhaling Opdracht 8 1 wwg = moesten vragen ond = de wandelaars lv = de juiste route mv = een taxichauffeur vzv = bwb = Op het schiereiland, halverwege hun tocht bijst = bvb = hun bij tocht, juiste bij route 2 wwg = moeten blijven lopen ond = Jullie lv =

23 vzv = bwb = vanavond, in het donker, bij elkaar bijst = bvb = 3 wwg = zijn aangetast ond = de oude gebouwen lv = vzv = bwb = in Rome en andere steden, door de luchtverontreiniging bijst = bvb = andere bij steden, oude bij gebouwen 4 wwg = nwg = is geïnteresseerd ond = Mijn vader lv = vzv = in documenten over de Tweede Wereldoorlog bwb = al jaren bijst = bvb = Mijn bij vader, over de Tweede Wereldoorlog bij documenten 5 wwg = liet zien ond = de gids, een deskundige, lv = schitterende muurschilderingen mv = ons

24 vzv = bwb = In de grot, tijdens de rondleiding bijst = een deskundige bvb = schitterende bij muurschilderingen 6 wwg = nwg = blijken erg blij te zijn ond = De Nederlandse archeologen lv = vzv = met de vondst van de ijzeren werktuigen bwb = bijst = bvb = Nederlandse bij archeologen, van de ijzeren werktuigen bij vondst, ijzeren bij werktuigen 7 wwg = compenseren ond = Internetgebruikers lv = het ontbreken van non-verbale communicatie vzv = met symbolen en een speciaal taalgebruik bwb = bijst = bvb = van non-verbale communicatie bij ontbreken, non-verbale bij communicatie, speciaal bij taalgebruik 8 wwg = probeert te bewijzen ond = Sylvestro, de slimste van de klas lv = zijn gelijk mv = de leraar

25 vzv = bwb = bijst = de slimste van de klas bvb = van de klas bij slimste, zijn bij gelijk 3.2 Bijzinnen herkennen en vervangen Herhaling Opdracht 9 1 Bijzin: omdat weergegeven. Vervangen door: Daarom / om die reden. 2 Bijzin: Wie gestuurd. Vervangen door: Dat. 3 Bijzin: dat staken. Vervangen door: (Het bericht) over de staking. 4 Bijzin: Dat wedstrijd. Vervangen door: Dat / dat verhaal. 5 Bijzin: die zitten. Vervangen door: (De thrillerliefhebbers) uit onze klas. 6 Bijzin: als hebt. Vervangen door: Zo. 7 Bijzin: (aan) wie wilde. Vervangen door: (aan) iedereen. 8 Bijzin: wat hadden. Vervangen door: zo goed / zo mooi. Opdracht 10 1 dat hebt die vervoert omdat verloopt die houden Als is 2 geen internet = lv

26 gefrustreerd = bwb Flink wat mensen = ond via het vaste net = bwb het overgrote deel van de transacties = ond zal onmogelijk worden = nwg polders = lv met talloze problemen = vzv 3.3 Verkeerd aansluitende beknopte bijzin en samentrekking Herhaling Opdracht 11 1 Verkeerd aansluitende beknopte bijzin: Na mijn havo-opleiding voltooid te hebben. Verbetering: Nadat ik mijn havo-opleiding had voltooid, 2 Foutieve samentrekking: en wilde zij Verbetering: en dat wilde zij 3 Verkeerd aansluitende beknopte bijzin: Op de luchthaven aangekomen Verbetering: Toen wij op de luchthaven aankwamen, 4 Verkeerd aansluitende beknopte bijzin: Belangstelling tonend Verbetering: Toen ik belangstelling toonde, 5 Foutieve samentrekking: en daarom al Verbetering: en is daarom 6 Goede zin. 7 Foutieve samentrekking: en ook nog de koffie in. Verbetering: en schonk ook nog de koffie in. 8 Goede zin. 9 Verkeerd aansluitende beknopte bijzin: Na mijn gegevens te hebben opgegeven

27 Verbetering: Nadat ik mijn gegevens had opgegeven, 10 Foutieve samentrekking: en erg vol Verbetering: en is erg vol. 11 Goede zin. 12 Verkeerd aansluitende beknopte bijzin: Mijn favoriete soap kijkend Verbetering: Toen ik naar mijn favoriete soap keek,

1

1 3a www.mevrouwzus.wordpress.com 1 1. pv= persoonsvorm 2. = zinsdeel 3. wwg = werkwoordelijk gezegde 4. nwg = naamwoordelijk gezegd 5. ond = onderwerp 6. lv = lijdend voorwerp 7. mv = meewerkend voorwerp

Nadere informatie

Zinnen. Zinsontleding VOORBEELDPAGINA S. Bestelnr Het grote taalboek - oefenboek - Paragraaf 18 Zinsontleding.

Zinnen. Zinsontleding VOORBEELDPAGINA S. Bestelnr Het grote taalboek - oefenboek - Paragraaf 18 Zinsontleding. VOORBEELDPAGINA S Zinnen Zinsontleding Soorten zinnen Er zijn verschillende soorten zinnen. De meest gebruikte zijn: s MEDEDELENDE ZINNEN IN DE AANTONENDE WIJS )K GA VANDAAG NAAR HET STRAND s VRAGENDE

Nadere informatie

2 hv. 1

2 hv.  1 2 hv www.mevrouwzus.wordpress.com 1 1. pv= persoonsvorm 2. = zinsdeel 3. wwg = werkwoordelijk gezegde 4. nwg = naamwoordelijk gezegd 5. ond = onderwerp 6. lv = lijdend voorwerp 7. mv = meewerkend voorwerp

Nadere informatie

Grammatica. Op niveau onderbouw - Naslag

Grammatica. Op niveau onderbouw - Naslag Op niveau onderbouw - Naslag Grammatica In dit naslagdocument vind je de belangrijkste onderdelen van grammatica die in Op niveau onderbouw, leerjaar 1 t/m 3, worden behandeld. Als je wilt weten welke

Nadere informatie

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden.

Grammaticaboekje NL. Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden. 9 789082 208306 van Om een beeld te krijgen van de inhoud: De inhoudsopgave, een paar onderwerpen en de eerste bladzijde van de trefwoorden. Opzoekboekje voor leerlingen in klas 1 tot en met 3 in de onderbouw

Nadere informatie

- De zin in een andere tijd zetten (tijdproef). - De zin vragend maken. - Van enkelvoud meervoud maken of andersom (getalproef).

- De zin in een andere tijd zetten (tijdproef). - De zin vragend maken. - Van enkelvoud meervoud maken of andersom (getalproef). 2. Persoonsvorm pv Wat is de persoonsvorm? Daar draait in een zin eigenlijk alles om. De persoonsvorm is altijd een werkwoord. Hoe kun je de persoonsvorm vinden? - De zin in een andere tijd zetten (tijdproef).

Nadere informatie

Loopt vader met moeder in het park?

Loopt vader met moeder in het park? Oefening 3 Maak van de gewone zin een vraagzin. Kleur de persoonsvorm lichtblauw. 1. Vader loopt met moeder in het park. Loopt vader met moeder in het park? 2. Morgen ga ik boodschappen doen. Soms begint

Nadere informatie

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden.

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden. 1 Werkwoord (wonen, werken, lopen,...) wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden. 8 Grammatica is niet moeilijk 1.1 woon, woont, wonen Ik woon nu in Nederland. Jij woont nu in Nederland. U woont nu

Nadere informatie

Jan Heerze. Kortom. Nederlandse grammatica. Walvaboek

Jan Heerze. Kortom. Nederlandse grammatica. Walvaboek Jan Heerze Kortom Nederlandse grammatica Walvaboek WOORD VOORAF Kennis van de Nederlandse grammatica is geen doel in zichzelf, maar een hulpmiddel om tekortkomingen in eigen taalgebruik te corrigeren.

Nadere informatie

Zinsleer : Herhalingsoefeningen

Zinsleer : Herhalingsoefeningen Zinsleer : Herhalingsoefeningen Inhoudsopgave 1. Verdelen in zinsdelen... 3 1.1. Duid in de volgende zinnen de zinsdelen aan en geef aan hoeveel zinsdelen er zijn.... 3 1.2. Is het onderstreepte deel een

Nadere informatie

handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen

handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen handelingswijzer redekundig ontleden zinsdelen Naslagwerk Voor leerlingen en ouders INHOUD INHOUD... 2 REDEKUNDIGE ONTLEDING: ZINSDELEN... 3 PERSOONSVORM (pv)... 3 WERKWOORDELIJK GEZEGDE (ww gez)... 3

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 4 Wonen

Spreekopdrachten thema 4 Wonen Spreekopdrachten thema 4 Wonen Opdracht 1 bij 4.1 ** Uitleg voor de docent: Op de volgende pagina vind je een blad met plaatjes. Knip de plaatjes uit en doe ze in een envelop. Geef elk tweetal een envelop.

Nadere informatie

Wat gaan we doen? Kies uit: bijzondere dagelijks gratis aanstaande praktisch. 1 Dick en Anna gaan vrijdag trouwen. Dat is over twee dagen.

Wat gaan we doen? Kies uit: bijzondere dagelijks gratis aanstaande praktisch. 1 Dick en Anna gaan vrijdag trouwen. Dat is over twee dagen. 103 103 HOOFDSTUK 7 Wat gaan we doen? WOORDEN 1 Kies uit: bijzondere dagelijks gratis aanstaande praktisch 1 Dick en Anna gaan vrijdag trouwen. Dat is over twee dagen. 2 Op 22 november zijn we 25 jaar

Nadere informatie

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord

Woordsoorten. Nederlands. Aanwijzend voornaamwoord. Onderschikkend voegwoord. Persoonlijk voornaamwoord. Betrekkelijk voornaamwoord Woordsoorten Nederlands Aanwijzend voornaamwoord Betrekkelijk voornaamwoord Bezittelijk voornaamwoord Bijvoeglijk gebruikt werkwoord Bijvoeglijk naamwoord Bijwoord Bijzin Hoofdzin Hulpwerkwoord Koppelwerkwoord

Nadere informatie

Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad

Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad Niveauproef voor Nederlands in ASO 3 de graad Waarom? Voor Nederlands zijn er 3 modules van elk 4 uur per week. De uren worden aansluitend gegeven, het gaat dus om een volledige namiddag. De vaardigheden

Nadere informatie

In elke zin staat een werkwoord. Werkwoorden zijn woorden die aangeven welke handeling of toestand of welk proces in de zin centraal staat.

In elke zin staat een werkwoord. Werkwoorden zijn woorden die aangeven welke handeling of toestand of welk proces in de zin centraal staat. Grammatica: werkwoorden werkwoordsen uitleg Werkwoordsen 1. Persoonsvorm In elke zin staat een werkwoord. Werkwoorden zijn woorden die aangeven welke handeling of toestand of welk proces in de zin centraal

Nadere informatie

De laat gearriveerde koerier drinkt achter een bruin bureau koude koffie. Deze jonge verpleegster huppelt meestal vrolijk door de lange gangen.

De laat gearriveerde koerier drinkt achter een bruin bureau koude koffie. Deze jonge verpleegster huppelt meestal vrolijk door de lange gangen. Zinsdelen Nederlands Bijvoeglijke bepaling Bijwoordelijke bepaling Lijdend voorwerp Meewerkend voorwerp Naamwoordelijk gezegde Onderwerp Persoonsvorm Voorzetselvoorwerp Werkwoordelijk gezegde Bijvoeglijke

Nadere informatie

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3

CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3 CVO Tweedekansonderwijs Antwerpen NIVEAUBEPALING NEDERLANDS ASO 3 Voor Nederlands zijn er 3 modules van elk 4 uur per week. De uren worden aansluitend gegeven, het gaat dus om een volledige namiddag. De

Nadere informatie

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt.

Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt. DEEL 1: werkwoorden 1. Werkwoorden Werkwoorden zijn woorden die aangeven wat iets of iemand doet, is of wordt. Voorbeelden: komen, gaan, zwemmen, lopen, zijn enz. 1.1 Vormen van het werkwoord Werkwoorden

Nadere informatie

Ontkenning niet of geen

Ontkenning niet of geen Auteur Laatst gewijzigd Licentie Webadres Jenneke van der Craats 22 februari 2017 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/96998 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van

Nadere informatie

Grammatica - Zinsontleden h3. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Grammatica - Zinsontleden h3. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 22 August 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/80829 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Grammatica - Zinsontleden v3. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. https://maken.wikiwijs.nl/80879

Grammatica - Zinsontleden v3. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. https://maken.wikiwijs.nl/80879 Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 26 augustus 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/80879 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

2c nr. 1 zinnen met want en omdat

2c nr. 1 zinnen met want en omdat OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

Antwoordenmodel. Herhalingsoefeningen De Sprong, Thema 1. Oefening 1. studiejaar 2007/2008 studiejaar 2008/2009. 255 euro per maand 272 euro per maand

Antwoordenmodel. Herhalingsoefeningen De Sprong, Thema 1. Oefening 1. studiejaar 2007/2008 studiejaar 2008/2009. 255 euro per maand 272 euro per maand Antwoordenmodel Herhalingsoefeningen De Sprong, Thema 1 Oefening 1 1. studiejaar 2007/2008 studiejaar 2008/2009 255 euro per maand 272 euro per maand 182.000 studenten 200.000 studenten 5.800 Nederlandse

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 3 Kinderen

Spreekopdrachten thema 3 Kinderen Spreekopdrachten thema 3 Kinderen Opdracht 1 bij 3.2 Jullie zijn bij het consultatiebureau. Cursist A: je bent arts bij het consultatiebureau. Cursist B: je bent met je baby van twee maanden bij het consultatiebureau.

Nadere informatie

Inhoud. 1 Spelling 5. Noordhoff Uitgevers bv

Inhoud. 1 Spelling 5. Noordhoff Uitgevers bv Inhoud 1 Spelling 5 1 geschiedenis van de nederlandse spelling in vogelvlucht 11 2 spellingregels 13 Klinkers en medeklinkers 13 Spelling van werkwoorden 14 D De stam van een werkwoord 14 D Tegenwoordige

Nadere informatie

Z I N S O N T L E D I N G

Z I N S O N T L E D I N G - 1 - Z I N S O N T L E D I N G Waarom is zinsontleding zo belangrijk? Elke scholier op de middelbare school maar ook de kinderen op de lagere school, komen veelvuldig met zinsontleding in aanraking, eigenlijk

Nadere informatie

ANTWOORDEN TAALCOMPLEET A2 THEMA 7 WERKEN

ANTWOORDEN TAALCOMPLEET A2 THEMA 7 WERKEN ANTWOORDEN TAALCOMPLEET A2 THEMA 7 WERKEN Opdracht 1 de collega s de overeenkomst het werkoverleg de bedrijfsarts Opdracht 8 Rosmalen, 25 maart Hallo papa, Hoe gaat het met je? Met mij gaat het heel goed!

Nadere informatie

Zoals beloofd eerst nog een herhaling van de theorie van de lijdende en de bedrijvende vorm:

Zoals beloofd eerst nog een herhaling van de theorie van de lijdende en de bedrijvende vorm: Huiswerk klas 2 6 november 2014 Beste Eva en Yfke, Zoals beloofd eerst nog een herhaling van de theorie van de lijdende en de bedrijvende vorm: Wat betekent het als een zin in de bedrijvende vorm staat?

Nadere informatie

FORMULEREN Vragen + antwoorden

FORMULEREN Vragen + antwoorden FORMULEREN Vragen + antwoorden Dubbelopfouten Welke dubbelopfouten zijn er? (bij elke soort een voorbeeld) A. onjuiste herhaling (daarin heb ik nu geen zin in) B. foutief pleonasme (de ouderloze wees)

Nadere informatie

U leert in deze les om een mening vragen. U wilt dan weten wat iemand vindt.

U leert in deze les om een mening vragen. U wilt dan weten wat iemand vindt. UW MENING GEVEN spreken inleiding en doel Een mening is wat iemand denkt of vindt. U leert in deze les om een mening vragen. U wilt dan weten wat iemand vindt. U leert ook uw mening geven. Uw mening geven

Nadere informatie

Hiermee wijs je een speciaal iemand of iets aan. Je begint met de ene zinsstructuur en maakt de zin af in een andere zinsstructuur.

Hiermee wijs je een speciaal iemand of iets aan. Je begint met de ene zinsstructuur en maakt de zin af in een andere zinsstructuur. Kernwoordenlijst Kernwoord Uitleg Voorbeeld Aanwijzend Achtervoegsel Afleiding Anakoloet (ontspoorde zin) Beknopte bijzin Bepaling van gesteldheid Betrekkelijk Bezittelijk Bijstelling Bijvoeglijk naamwoord

Nadere informatie

Toets 1 35 Toets 2 36 Toets 3 37 Toets 4 38 Toets 5 39 Toets 6 40

Toets 1 35 Toets 2 36 Toets 3 37 Toets 4 38 Toets 5 39 Toets 6 40 Bloemlezing 25 bladzijden Inleiding 2 1 Zinsontleding 3 2 Persoonsvorm 4 3 Zinsdelen 8 4 Werkwoordelijk gezegde wwg 10 5 Onderwerp ond 13 6 Lijdend voorwerp lv 16 7 Meewerkend voorwerp mv 20 8 Bijwoordelijke

Nadere informatie

DE SAMENGESTELDE ZIN ONDERWERPSZIN. ( Wie niet sterk is ),( moet ) [ slim ] { zijn }.

DE SAMENGESTELDE ZIN ONDERWERPSZIN. ( Wie niet sterk is ),( moet ) [ slim ] { zijn }. 1 DE SAMENGESTELDE ZIN Voordat een zin als samengestelde zin ontleed kan worden, moet hij eerst als enkelvoudige zin ontleed zijn, d.w.z. in een zin met maar één persoonsvorm ( en andere zinsdelen). Een

Nadere informatie

De Samenleving: samen of ieder voor zich? Oefening 2. 1. b. Alle mensen zijn anders en dat moeten we respecteren. 2 Han van Eijk - Leef

De Samenleving: samen of ieder voor zich? Oefening 2. 1. b. Alle mensen zijn anders en dat moeten we respecteren. 2 Han van Eijk - Leef Thema 2 De Samenleving: samen of ieder voor zich? Oefening 2 1. b. Alle mensen zijn anders en dat moeten we respecteren. 2 Han van Eijk - Leef Niemand hoeft alleen maar goed of slecht te zijn. Niemand

Nadere informatie

Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8

Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8 Zinsontleden en woordbenoemen groep 7/8 Naam: 1 Inhoudsopgave: 3 - Onderwerp 4 - Persoonsvorm 5 - Gezegde 6 - Lijdend voorwerp 7 - Meewerkend voorwerp 8 - Werkwoorden 8 - Zelfstandig naamwoorden 9 - Bijvoeglijk

Nadere informatie

Grammatica - Standaard fouten v3. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Grammatica - Standaard fouten v3. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 26 August 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/80899 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Iris marrink Klas 3A.

Iris marrink Klas 3A. Iris marrink Klas 3A. 1 Inhoud. 1- Voorpagina 2- Inhoud, inleiding & mijn mening 3- Dag 1 4- Dag 2 5- Dag 3 6- Dag 4 7- Dag 5 Inleiding. Ik kreeg als opdracht om een dagverslag te maken over Polen. 15

Nadere informatie

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden

Nadere informatie

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop.

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. Woordenlijst bij hoofdstuk 4 de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. alleen zonder andere mensen Hij is niet getrouwd. Hij woont helemaal a, zonder familie.

Nadere informatie

Eigen vaardigheid Taal

Eigen vaardigheid Taal Eigen vaardigheid Taal Door middel van het beantwoorden van de vragen in dit blok heeft u inzicht gekregen in uw kennis en vaardigheden van de grammatica en spelling van de Nederlandse taal. In het overzicht

Nadere informatie

Actielessen. Les 5. Feest in de buurt! Wat leert u in deze les? Veel succes! http://www.edusom.nl

Actielessen. Les 5. Feest in de buurt! Wat leert u in deze les? Veel succes! http://www.edusom.nl http://www.edusom.nl Actielessen Les 5. Feest in de buurt! Wat leert u in deze les? Nieuwe woorden Grammatica: werkwoorden in de verleden tijd Veel succes! Deze les is ontwikkeld in opdracht van: Gemeente

Nadere informatie

AANWIJZEND VOORNAAMWOORD. A) Welk woord past in de zin? Kies uit die of dat. 1. Heb je het huiswerk gemaakt? 7. Ga je naar één van onze feestjes?

AANWIJZEND VOORNAAMWOORD. A) Welk woord past in de zin? Kies uit die of dat. 1. Heb je het huiswerk gemaakt? 7. Ga je naar één van onze feestjes? A) Welk woord past in de zin? Kies uit die of dat. 1. Heb je het huiswerk gemaakt? Ja, heb ik gedaan. 2. Komt Willem dit weekend? Nee, moet helaas werken. 3. Ga je met het vliegtuig naar Hamburg? Nee,

Nadere informatie

Juf is Ziek boekje. Groep 8

Juf is Ziek boekje. Groep 8 Juf is Ziek boekje Groep 8 Wanneer je dit boekje hebt is de juf of meester waarschijnlijk ziek. Met dit boekje kun je vandaag zelfstandig aan het werk. Er zitten verschillende opdrachten in voor rekenen,

Nadere informatie

IMMI Montjoie Montjoielaan, Ukkel

IMMI Montjoie Montjoielaan, Ukkel IMMI Montjoie Montjoielaan, 93-95 1180 Ukkel Opgelet: Voor de grammatica: Herhaal de theorie in je leerboek en doeboek Denk goed na bij iedere oefening Voor het schrijven Denk aan je grammatica! Varieer

Nadere informatie

Grammatica - Samengestelde zinnen vmbo-kgt34

Grammatica - Samengestelde zinnen vmbo-kgt34 Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 23 August 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/74602 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Redekundig ontleden. Arend van den Brink

Redekundig ontleden. Arend van den Brink Redekundig ontleden Arend van den Brink - Inhoudsopgave Redekundig ontleden... 3 Persoonsvorm... 3 Onderwerp... 4 Naamwoordelijk gezegde... 4 Werkwoordelijk gezegde... 7 Lijdend voorwerp... 8 Meewerkend

Nadere informatie

Antwoorden Thema 5 Vrije tijd

Antwoorden Thema 5 Vrije tijd Antwoorden Thema 5 Vrije tijd Luisteren Oefening 2 hobby Willem Linda hockeyen squashen tennissen voetballen bioscoop theater ballet kroegbezoek concertbezoek popmuziek jazz klassieke muziek Spreken Oefening

Nadere informatie

Grammatica. Inhoud. 1. De en het. 2. Meervoud. 3. Werkwoord. 4. Vraagwoorden. 5. Zinnen maken Zinnen maken 2. 7.

Grammatica. Inhoud. 1. De en het. 2. Meervoud. 3. Werkwoord. 4. Vraagwoorden. 5. Zinnen maken Zinnen maken 2. 7. Grammatica Inhoud 1. De en het 2. Meervoud 3. Werkwoord 4. Vraagwoorden 5. Zinnen maken 1 6. Zinnen maken 2 7. Zinnen maken 3 8. Zinnen maken 4 9. Niet en geen 10. Lange woorden 11. Het verkleinwoord 12.

Nadere informatie

Grammatica - Zinsontleding herhaling vmbo-kgt34

Grammatica - Zinsontleding herhaling vmbo-kgt34 Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 23 August 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/74611 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Leestoets 1 (heel proefwerk) Week 40. Spelling/grammatica/woordenschat 1 (heel proefwerk) Week 44

Leestoets 1 (heel proefwerk) Week 40. Spelling/grammatica/woordenschat 1 (heel proefwerk) Week 44 Jaarplanning 3 havo Periode 1 Leestoets 1 (heel proefwerk) Week 40 Blok 1 paragraaf 6.1 Blok 1 paragraaf 6.2 Blok 2 paragraaf 6.1 Blok 2 paragraaf 6.2 Tekstdoelen, tekstsoorten, tekstvormen Inleidingen

Nadere informatie

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46 Inhoud Inleiding 6 1 Wie? (mensen) Wat? (dieren en dingen) 10 π Het zelfstandig naamwoord (man, vrouw, Jan) 12 π Het zelfstandig naamwoord, meervoud (lepels, bloemen) 13 π Het zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

Nadere informatie

René op vakantie. 10-17 mei 2013 P U T T E N

René op vakantie. 10-17 mei 2013 P U T T E N René op vakantie 10-17 mei 2013 P U T T E N Begeleider Theo Vrijdag 10 mei Vertrek naar Landal Tegen 12 uur rijdt de Tendens bus de Ranonkelweg in en René straalt als hij mij ziet. Na de lunch nemen we

Nadere informatie

Pdf versie uitleg Grammatica

Pdf versie uitleg Grammatica Uitleg Grammatica Inleiding In deze zelfstudiemodule kun je grammatica oefenen. Grammatica betekent volgens de Van Dale Leer van het systeem van een taal, geheel van regels volgens welke woorden en zinnen

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen -b fl41..- 1 rair î ; : ; - / 0 t- t-, 9 S QURrz 71 1 t 5KM 1o r MALNBERG St 4) 4 instapkaarten ji - S 1,1 1 thema 5 1 les 2 S S S - -- t. Je leert hoe je van het hele werkwoord een voltooid deelwoord

Nadere informatie

Grammaticaoverzicht. Taaltalent deel 3. Methode Nederlands voor midden- en hoogopgeleide anderstaligen. Katja Verbruggen Henny Taks Eefke Jacobs

Grammaticaoverzicht. Taaltalent deel 3. Methode Nederlands voor midden- en hoogopgeleide anderstaligen. Katja Verbruggen Henny Taks Eefke Jacobs Taaltalent deel 3 Methode Nederlands voor midden- en hoogopgeleide anderstaligen Grammaticaoverzicht Katja Verbruggen Henny Taks Eefke Jacobs u i t g e v e r ij coutinho c bussum 2016 Dit grammaticaoverzicht

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Dit boekje bestaat uit drie delen:

Inhoudsopgave. Dit boekje bestaat uit drie delen: Inhoudsopgave Dit boekje bestaat uit drie delen: Deel 1: uitleg (stappenplan) blz. 2 t/m 5 Deel 2: oefenzinnen blz. 6 Deel 3: antwoorden blz. 7 t/m 12 Disclaimer Aan de inhoud van dit boekje kunnen geen

Nadere informatie

Grammatica - Zinsontleding vmbo-kgt34

Grammatica - Zinsontleding vmbo-kgt34 Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 19 september 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/76951 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Te huur HOOFDSTUK 4 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik woon in een flat op de vierde... a verdieping b appartement

Te huur HOOFDSTUK 4 WOORDEN. Kies het goede woord. 1 Ik woon in een flat op de vierde... a verdieping b appartement 51 51 HOOFDSTUK 4 Te huur WOORDEN 1 1 Ik woon in een flat op de vierde.... a verdieping b appartement 2 Het is een rijtjeshuis met een grote woonkamer en drie.... a tuinen b slaapkamers 3 Mijn woonkamer

Nadere informatie

Een retour Rotterdam

Een retour Rotterdam 71 71 HOOFDSTUK 5 Een retour Rotterdam WOORDEN 1 Wat hoort bij elkaar? 1 zebrapad a pinnen 2 auto b binnengaan 3 automaat c oversteken 4 ingang d parkeren 2 Kies uit: tram vertraging door de week strippenkaart

Nadere informatie

Antwoorden Thema 10 Verleden, heden, toekomst

Antwoorden Thema 10 Verleden, heden, toekomst Antwoorden Thema 10 Verleden, heden, toekomst Luisteren Oefening 2 1 c In een dorpje bij Lima. 2 a Dat ze haar ouders vaak moest helpen op het land. 3 b Ze werkte hard maar was ook altijd goed voor haar

Nadere informatie

Op hun knieën blijven ze wachten op het antwoord van Maria. Maar het beeld zegt niets terug.

Op hun knieën blijven ze wachten op het antwoord van Maria. Maar het beeld zegt niets terug. 1950 Het huilende beeld De zon schijnt met hete stralen op het kleine dorpje. Niets beweegt in de hitte van de middag. De geiten en koeien slapen in de schaduw. De blaadjes hangen stil aan de bomen. Geen

Nadere informatie

De PAAZ, wat is dat? Informatie voor kinderen van 8 tot 12 jaar

De PAAZ, wat is dat? Informatie voor kinderen van 8 tot 12 jaar De PAAZ, wat is dat? Informatie voor kinderen van 8 tot 12 jaar De afgelopen weken was het niet zo leuk bij Pim thuis. Zijn moeder lag de hele dag in bed. Ze stond niet meer op, deed geen boodschappen

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 1 Nederland

Spreekopdrachten thema 1 Nederland Spreekopdrachten thema 1 Nederland Opdracht 1 bij 1.3 ** Speel het spel met de groep. Uitleg voor de docent: De docent begint. Hij zegt wat hij kan. Bijvoorbeeld: Ik kan koken. Laat de eerste cursist herhalen

Nadere informatie

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46

π (spreek uit uiltje ): hulpwerkwoorden of modale hulpwerkwoorden 46 Inhoud Inleiding 6 1 Wie? (mensen) Wat? (dieren en dingen) 10 π Het zelfstandig naamwoord (man, vrouw, Jan) 12 π Het zelfstandig naamwoord, meervoud (lepels, bloemen) 13 π Het zelfstandig naamwoord, verkleinwoord

Nadere informatie

16. En nu vakantie! Vakantie. Waar ga jij het liefst naar toe op vakantie? Schrijf dat op. Wat doe jij het liefste in de vakantie? Schrijf dat ook op.

16. En nu vakantie! Vakantie. Waar ga jij het liefst naar toe op vakantie? Schrijf dat op. Wat doe jij het liefste in de vakantie? Schrijf dat ook op. Les 1 16. En nu vakantie! 1 Waar ga jij het liefst naar toe op vakantie? Schrijf dat op. Wat doe jij het liefste in de vakantie? Schrijf dat ook op. Les 2 Les 2. 1. Leuk! We gaan kamperen Vul in de zinnen

Nadere informatie

Grammatica zinsdelen GT 4

Grammatica zinsdelen GT 4 Grammatica zinsdelen GT 4 Auteurs Laatst gewijzigd Licentie Webadres Gerrie Pols ; Marion Kloppenburg 22 September 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie https://maken.wikiwijs.nl/80796 Dit lesmateriaal

Nadere informatie

1. Persoonsvorm, zinsdeel, hoofd- en bijzinnen, onder- en nevenschikking; voegwoord, beknopte bijzin

1. Persoonsvorm, zinsdeel, hoofd- en bijzinnen, onder- en nevenschikking; voegwoord, beknopte bijzin 1. Persoonsvorm, zinsdeel, hoofd- en bijzinnen, onder- en nevenschikking; voegwoord, beknopte bijzin 1. Wat is een zin? - een syntactisch geheel van zinsdelen die bij één persoonsvorm horen. 2. Persoonsvorm

Nadere informatie

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet.

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Bezoek op kantoor Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Ton en Toya hebben wat problemen thuis.

Nadere informatie

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 7. Werk vragen in een winkel

Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 7. Werk vragen in een winkel Thema Op zoek naar werk. Lesbrief 7. Werk vragen in een winkel Inleiding Deze les gaat over het zoeken naar werk. Over hoe je een baan kunt vinden. In deze les gaat een vrouw, Maria, naar een winkel om

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

1c nr. 1: zinnen maken

1c nr. 1: zinnen maken OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling

DPS. Communicatie. Werkblad: werkwoordspelling Werkstuk schrijven DPS Communicatie Werkblad: werkwoordspelling On line, korte, doelgerichte cursussen. Aan de slag wanneer het u uitkomt. Via Skype contact met een ervaren docent. Makkelijker was het

Nadere informatie

instapkaarten taal verkennen

instapkaarten taal verkennen 7 instapkaarten inhoud instapkaarten Taal verkennen thema 1 les 2 1 thema 1 les 4 2 thema 1 les 7 3 thema 1 les 9 4 thema 2 les 2 5 thema 2 les 4 6 thema 2 les 7 7 thema 2 les 9 8 thema 3 les 2 9 thema

Nadere informatie

Grammatica - Beknopte bijzin v3. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie.

Grammatica - Beknopte bijzin v3. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 26 August 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/80894 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein

Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein Thema Kinderen en school. Lesbrief 20. Op het schoolplein brengt zijn dochter Ama naar school. Hij praat met een moeder van een ander kind op het schoolplein. De moeder heet. Waar werkt? Wat leert u in

Nadere informatie

Speech tijdens opening tentoonstelling Oorlog! Van Indië tot Indonesië 1945-1950, Bronbeek.

Speech tijdens opening tentoonstelling Oorlog! Van Indië tot Indonesië 1945-1950, Bronbeek. Speech tijdens opening tentoonstelling Oorlog! Van Indië tot Indonesië 1945-1950, Bronbeek. 19 februari 2015 Goedemiddag, Ik ben heel blij met deze tentoonstelling. Als dochter van een oorlogsvrijwilliger

Nadere informatie

Differentiatiemateriaal Hoofdstuk 3

Differentiatiemateriaal Hoofdstuk 3 Differentiatiemateriaal Hoofdstuk 3 Differentiatiemateriaal havo/vwo TaalpuntNL, HV 3 eerste editie, hoofdstuk 3 Zinsontleding: bedrijvende en lijdende vorm Opdracht 1 Noteer of de onderstaande zinnen

Nadere informatie

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30

Les 5 Werkwoorden 22 Les 6 De persoonsvorm van het werkwoord 24 Les 7 De, het, een 26 Les 8 Het meervoud (op -en, -s of - s) 28 Herhalingstoets 2 30 Inhoud Deel 1 Grammaticale vormen Les 1 Letter, woord, zin, getal, cijfer 12 Les 2 Zinnen 14 Les 3 Persoonlijke voornaamwoorden (1) 16 Les 4 Hij / het / je / we / ze 18 Herhalingstoets 1 20 Les 5 Werkwoorden

Nadere informatie

Vogelvlucht. Uithoornse Spelen! Nieuwsbrief interconfessionele basisschool de Vuurvogel Uithoorn Nummer 18, 27 mei 2016. Agenda

Vogelvlucht. Uithoornse Spelen! Nieuwsbrief interconfessionele basisschool de Vuurvogel Uithoorn Nummer 18, 27 mei 2016. Agenda Vogelvlucht Nieuwsbrief interconfessionele basisschool de Vuurvogel Uithoorn Nummer 18, 27 mei 2016 Uithoornse Spelen! Agenda Uithoornse Spelen groepen 7 en 8 woensdag 1 juni 2016 Avondvierdaagse ma. 6

Nadere informatie

ANTWOORDEN TAALCOMPLEET A2 THEMA 8 OPLEIDINGEN

ANTWOORDEN TAALCOMPLEET A2 THEMA 8 OPLEIDINGEN ANTWOORDEN TAALCOMPLEET A2 THEMA 8 OPLEIDINGEN Opdracht 1 het diploma de docent het lokaal de kunst Opdracht 11 Inschrijfformulier MBO Graag voor 1 april volledig en duidelijk ingevuld opsturen. Gegevens

Nadere informatie

Grammatica - Bijwoord HV12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie.

Grammatica - Bijwoord HV12. CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie. Auteurs VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 19 August 2016 CC Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/52684 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken

Nadere informatie

ANTWOORDEN TAALCOMPLEET A2 THEMA 6 WERK ZOEKEN

ANTWOORDEN TAALCOMPLEET A2 THEMA 6 WERK ZOEKEN ANTWOORDEN TAALCOMPLEET A2 THEMA 6 WERK ZOEKEN Opdracht 1 werk zoeken het sollicitatiegesprek de vacature het cv Opdracht 8 Hoi Lisa! Bedankt voor je sms. Ik heb de vacature bekeken. De baan lijkt me erg

Nadere informatie

vraag 1 Geef aan of het onderstreepte werkwoord hulpwerkwoord, koppelwerkwoord of zelfstandig werkwoord is.

vraag 1 Geef aan of het onderstreepte werkwoord hulpwerkwoord, koppelwerkwoord of zelfstandig werkwoord is. Toets grammatica hoofdstuk 1, 2+3 vraag 1 Geef aan of het onderstreepte werkwoord hulpwerkwoord, koppelwerkwoord of zelfstandig werkwoord is. Zou Zidane de beste voetballer van de wereld zijn? Bij iedere

Nadere informatie

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin.

REGELS. Onderstreep de pluralisvorm in de zin. 61 61 REGELS 1 Onderstreep de pluralisvorm in de zin. 1 Ik woon met mijn gezin in een rijtjeshuis met vier slaapkamers. 2 De vijf appartementen in deze flat zijn heel klein. 3 Hij heeft een groot huis

Nadere informatie

WEEK MAANDAG WOENSDAG DINSDAG DONDERDAG VRIJDAG ZONDAG ZATERDAG. Vul het juiste voorzetsel in. Nico fietst elke dag (aan, naar, op) de cursus.

WEEK MAANDAG WOENSDAG DINSDAG DONDERDAG VRIJDAG ZONDAG ZATERDAG. Vul het juiste voorzetsel in. Nico fietst elke dag (aan, naar, op) de cursus. Vul het juiste voorzetsel in. Nico fietst elke dag (aan, naar, op) de cursus. 1 Voeg een woord aan de zin toe zodat hij correct wordt. Micky werkt graag in tuin. Verbeter de fout in de zin. Floortje leeft

Nadere informatie

Antwoorden Thema 2 Feesten

Antwoorden Thema 2 Feesten Antwoorden Thema 2 Feesten Lezen Oefening 2 1 c Simone. 2 b Zaterdagavond. Luisteren Oefening 3 1 b Een boek. 2 b Een kopje koffie en taart. 3 b Op Simone. 4 c Haar zus woont bij haar vader. 5 b 7 jaar

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 3 Vervoer

Spreekopdrachten thema 3 Vervoer Spreekopdrachten thema 3 Vervoer Opdracht 1 bij 3.1 Jullie zijn op straat. Cursist A: je wilt met de taxi reizen. Cursist B: je bent taxichauffeur. Klaar? Dan begint cursist B het gesprek. Cursist A 1.

Nadere informatie

A) Onderstreep telkens de bijwoord in onderstaand zinnen (soms staat er geen).

A) Onderstreep telkens de bijwoord in onderstaand zinnen (soms staat er geen). A) Onderstreep telkens de bijwoord in onderstaand zinnen (soms staat er geen). 1. Je tekent mooi, zeg. 2. Wat een mooi schilderij! 3. Ik heb iets moois voor jou. 4. Mijn vader is een harde werker. 5. Het

Nadere informatie

Deel D Spreken - Thema 11 Milieu

Deel D Spreken - Thema 11 Milieu Deel D Spreken - Thema 11 Milieu Stel een vraag. Je buren gaan op vakantie. Jij gaat voor hun poezen zorgen. Je weet niet wat de poezen moeten eten en hoe vaak ze moeten eten. Wat vraag je aan je buren?

Nadere informatie

Grammatica - Woordsoorten herhaling vmbo-kgt34

Grammatica - Woordsoorten herhaling vmbo-kgt34 Auteur VO-content Laatst gewijzigd Licentie Webadres 06 December 2016 CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie http://maken.wikiwijs.nl/74568 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs Maken van Kennisnet.

Nadere informatie

Voordat ik je uitleg wat voornaamwoorden zijn, wil ik je vragen of je bij het lezen van de onderstaande zinnen een plaatje voor je ziet.

Voordat ik je uitleg wat voornaamwoorden zijn, wil ik je vragen of je bij het lezen van de onderstaande zinnen een plaatje voor je ziet. Voornaamwoorden Door Henk Wolf. Groningen, 2014. In dit artikeltje leer je wat voornaamwoorden zijn, welke soorten voornaamwoorden er bestaan en welke kenmerken elk van die soorten heeft. Wat zijn voornaamwoorden?

Nadere informatie

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school.

O, antwoordde ik. Verder zei ik niets. Ik ging vlug de keuken weer uit en zonder eten naar school. Voorwoord Susan schrijft elke dag in haar dagboek. Dat dagboek is geen echt boek. En ook geen schrift. Susans dagboek zit in haar tablet, een tablet van school. In een map die Moeilijke Vragen heet. Susan

Nadere informatie

Je bent een echte doorzetter, bravo! Je hebt goed naar mij geluisterd, fantastisch! Daar heb je goed over nagedacht, echt slim van je!

Je bent een echte doorzetter, bravo! Je hebt goed naar mij geluisterd, fantastisch! Daar heb je goed over nagedacht, echt slim van je! Wat heb jij netjes opgeruimd, tjonge wat knap! Je bent een echte doorzetter, bravo! Je hebt goed op jouw beurt gewacht, je bent een kanjer! Wat ben jij goed aan het spelen, ik ben trots op je! Je hebt

Nadere informatie

Spreekopdrachten thema 6 Werk zoeken

Spreekopdrachten thema 6 Werk zoeken Spreekopdrachten thema 6 Werk zoeken Opdracht 1 bij 6.1 * Beantwoord de vragen. 1. Waar zoek je vacatures? In de krant, op internet of ergens anders? 2. Ga je naar het UWV WERKbedrijf? 3. Ga je naar een

Nadere informatie

Antwoorden thema 4 Communicatie. Oefening 2. 1. gespreksstof. 2. loopbaan. 3. Degene die. 4. raadpleegt. 5. conservatief. 6.

Antwoorden thema 4 Communicatie. Oefening 2. 1. gespreksstof. 2. loopbaan. 3. Degene die. 4. raadpleegt. 5. conservatief. 6. Antwoorden thema 4 Communicatie Oefening 2 1. gespreksstof 2. loopbaan 3. Degene die 4. raadpleegt 5. conservatief 6. aandacht schenken 7. bruikbaarheid 8. een kanttekening / kanttekeningen 9. media 10.

Nadere informatie

BEGINNERSCURSUS DAG 6

BEGINNERSCURSUS DAG 6 1 BEGINNERSCURSUS DAG 6 A. FORCING Tekst: Het telefoongesprek B. GRAMMATICA Vorming van de V.T.T. gebruik Onregelmatige werkwoorden C. CONVERSATIE Telefoneren 2 REEKS I: HET DAGELIJKSE LEVEN Tekst Het

Nadere informatie

Thema In en om het huis.

Thema In en om het huis. http://www.edusom.nl Thema In en om het huis. Les 22. Een huis zoeken Wat leert u in deze les? Praten over uw huis Informatie over het vinden van een nieuwe woning Praten over wat afgelopen is Veel succes!

Nadere informatie