PARKET AMSTERDAM REQUISITOIR VAN HET OPENBAAR MINISTERIE

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "PARKET AMSTERDAM REQUISITOIR VAN HET OPENBAAR MINISTERIE"

Transcriptie

1 PARKET AMSTERDAM REQUISITOIR VAN HET OPENBAAR MINISTERIE parketnummer 13/ in de strafzaak tegen: JAN DIRK TAKE PAARLBERG, geboren te Amsterdam op 17 februari 1957, zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland, gehouden ter terechtzitting van de rechtbank te Amsterdam, zitting houdend te Haarlem, op 10 en 11 mei President, Edelachtbaar College, 1. INLEIDING 1.1 Start onderzoek Stelt u zich het volgende voor. Een zakenman komt bij de notaris om een akte te laten opmaken. Het is een donderdag, rond het middaguur. Het was aanvankelijk de bedoeling dat hij aandelen van zijn bedrijf aan een oudzakenpartner zou verpanden. De verpanding zou dienen tot zekerheid dat hij binnenkort een grote schuld van ruim 10,6 miljoen euro zal voldoen. Zijn wederpartij neemt echter genoegen met iets minder: een volmacht om tot verpanding over te gaan, zodra de wederpartij dat wil. Als stok achter de deur, maar iets minder vergaand als een verpanding ineens. De man weet wel dat er in de onderliggende akte dingen staan die echt niet kloppen, maar à la. Hij wordt sinds een aantal maanden afgeperst, er is al veel geld betaald, hij moet nog veel meer. Niet rechtstreeks aan zijn afperser maar aan een derde. Hoe precies, dat doet niet zo heel erg ter zake; als de boekhouder het maar netjes kwijt kan, zodat de belastingdienst het nooit zal opmerken. Bovendien is de man een beetje moedeloos aan het worden. Tijdens de bijeenkomst bij de notaris krijgt hij te horen dat de boete van 0,5% die hij bij niet tijdige betaling moet betalen, waar hij wel van had gelezen, per dag geldt. Hij realiseert zich onmiddellijk de ernst: de datum van ingang ligt al tien dagen achter hem, dit gaat hem onverwacht ruim euro per dag kosten! Dit is hem te gortig. Door het zetten van een handtekening zal hij in één klap al ruim een half miljoen euro kwijt zijn! 1

2 De zakenman sputtert tegen maar de vertegenwoordiger van zijn tegenpartij houdt voet bij stuk, hoewel hij de boosheid wel begrijpt. Deze gaat ervan uit dat het zo is afgesproken. Maar de zakenman wist tot dan op dit punt van niets. Kwaad loopt hij na een half uur weg, zonder handtekening te hebben gezet. 1 Even later stapt hij zonder dat het door anderen wordt opgemerkt in de auto van drie politiemensen van de CIE. Het is de derde keer in korte tijd. Hij vertelt ze over hoe ook zijn vroegere zakenpartner John wordt afgeperst. En hij vertelt ze wat hem zelf zojuist is overkomen in het kader van zijn voortdurende afpersing, weliswaar omfloerst maar de boodschap is duidelijk: voor de afpersing worden hele nette mensen gebruikt; hij noemt ze niet bij naam maar wel wil hij zeggen dat er nog een paar zakenmensen op soortgelijke wijze zijn of worden afgeperst, Rolf, Erik en Willem. Met gevoel voor understatement merkt de zakenman op: Af en toe zakt de moed me in de schoenen. 2 Na het gesprek van een half uur stapt hij weer uit de auto. Hij wordt gebeld door de vertegenwoordiger van zijn tegenpartij, die hem vraagt terug te komen naar de notaris. Een oplossing lijkt voorhanden. Oké dan. Terug bij de notaris krijgt hij uitgelegd dat de termijn waarop de boete zal ingaan in overleg is opgeschoven naar drie weken later. Beiden filosoferen, terwijl de notaris de correcties aanbrengt, over de vraag waarom de wederpartij dit allemaal zo wil. Zou hij zelf misschien ook onder druk staan om hieraan mee te werken? 3 De zakenman voelt dat er geen ontkomen aan is en tekent uiteindelijk. Na een half uurtje staat hij weer buiten. Hij gaat niet naar kantoor of naar huis maar loopt onmiddellijk naar het eind van de straat waar een ander notariskantoor is gevestigd. Daar kent hij nog iemand. Hij vraagt aan de balie naar een notaris. Hij krijgt toevallig een oude bekende te spreken. Kennelijk is de drempel laag want hij vertelt onmiddellijk en geëmotioneerd wat er zojuist is gebeurd. Hij wil dat de notaris het opschrijft. Voor als hem iets overkomt. Ook voor de notaris is dit niet alledaags; uit gewetensnood doet hij het. De zakenman laat hem met de hand opschrijven hoe hij wordt afgeperst: criminelen dwingen hem om te betalen via zijn nette wederpartij van vandaag. Hij legt precies uit hoe het in zijn werk gaat, via vorderingen met neptitels. Hij laat de notaris afsluiten met een belofte en een vraag. Ten eerste belooft hij dat hij zich desondanks zal inspannen om de bedragen te betalen, onder dreiging van liquidatie van hem zelf. Ten tweede verzoekt hij de notaris om deze verklaring, mocht hij toch worden geliquideerd, aan de politie te overhandigen. 1 Dossier Enclave: samengesteld uit de verklaringen van getuige TH (4 e aanvulling blz e.v.), verdachte AVT (blz e.v.), en de tekst van de verklaring bij VLDJ (blz e.v.) 2 Dossier Enclave, blz Dossier Enclave, blz

3 De notaris leest de hele verklaring nog eens voor. Aldus opgemaakt en getekend. De stukken die de zakenman zojuist bij de andere notaris heeft getekend laat hij in kopie achter. De notaris doet alles in een envelop, plakt die dicht en schrijft er op: Bijgaande verklaring te openen in geval van overlijden van de heer mr. Willem A.A.P.M. Endstra als gevolg van zijn liquidatie. Per vergissing noteert de notaris een verkeerd jaartal, maar de verklaring zelf bevat de juiste: 10 april Het stuk ligt ruim een jaar in de kluis. Niemand zou er ooit van hebben vernomen, niemand zou ooit het bizarre verhaal van die gebeurtenissen op één dag hebben gehoord als de laatste zin van de handgeschreven brief niet was bewaarheid. Op 17 mei 2004 werd Willem Endstra, vastgoedhandelaar te Amsterdam, vóór zijn kantoor aan de Apollolaan daadwerkelijk geliquideerd. Doodgeschoten. Onder leiding van het Amsterdamse parket startte de Dienst Centrale Recherche van de regiopolitie Amsterdam/Amstelland direct een strafrechtelijk onderzoek ter opheldering van deze liquidatie: het onderzoek Enclave was een feit. Bij de Regionale Criminele Inlichtingen Eenheid (RCIE) was al eerder informatie bekend dat Endstra in de periode daarvoor in een moeilijke positie had verkeerd. Op 8 augustus 2002 was daar een anonieme brief binnengekomen. Daarin stond dat Willem Holleeder en anderen de onroerend goed wereld aan het afpersen waren en dat Holleeder Endstra in zijn macht zou hebben. Endstra moest doen wat Holleeder hem zei omdat zijn familie anders een probleem zou hebben. 5 Ook had Endstra van maart 2003 tot en met januari 2004 gesprekken gevoerd met rechercheurs van die CIE. Eén van die gesprekken was net op 10 april 2003 geweest. Na de liquidatie kwam er bij de CIE van de Nationale Recherche eveneens informatie binnen waarin Holleeder werd genoemd. Vanuit al deze bronnen was het vermoeden ontstaan dat niet alleen Endstra maar ook andere vastgoedhandelaren werden of waren afgeperst. Om deze reden werd daags na de liquidatie van Endstra besloten om naast het onderzoek Enclave een onderzoek in te stellen naar de verdenking van georganiseerde afpersingen. Onder leiding van het Landelijk Parket werd het onderzoek Kolbak gestart. Dit onderzoek beoogde vast te stellen of daadwerkelijk sprake was van afpersingen, en in het bevestigende geval daaraan een einde te maken met vervolging van daarvoor in aanmerking komende verdachten. Uiteraard zou dit onderzoek mogelijk ook iets kunnen opleveren voor het moordonderzoek. Onderdeel van het Amsterdamse onderzoek Enclave was een onderzoek naar de vraag of in de zakelijke en financiële belangen van Endstra een motief voor de moord zou kunnen worden gevonden. Dit financiële onderzoek werd verricht door het Bureau Financiële en Economische Recherche (BFER) van de Amsterdamse politie, en kreeg de naam Enclave Financieel. Het 4 Dossier Enclave, blz e.v. en 4 e aanvulling blz e.v. 5 Dossier Kolbak, blz. D

4 onderscheid met het moordonderzoek werd relevant toen al heel snel bleek van verdachte betalingen van Endstra aan (vennootschappen van) de zakenman Jan Dirk Paarlberg. Waarom waren zij verdacht? Ten eerste, op 18 mei 2004, de dag na de moord op Endstra, overhandigde de Amsterdamse oud-notaris mr. VLDJ aan de politie een door hem met de hand geschreven verklaring van Endstra, met diverse bijlagen. 6 Deze verklaring had Endstra op 10 april 2003 door de notaris met de hand laten opschrijven, met de inmiddels profetisch gebleken opdracht om deze aan de politie te overhandigen, mocht hij op enig moment worden vermoord. In deze handgeschreven verklaring staat onder meer vermeld dat Endstra die dag, 10 april 2003, op verzoek van de heer AVT onder dwang een onherroepelijke notariële volmacht had moeten tekenen tot verpanding van zijn aandelen in een recreatiepark (Port Greve) aan een Panamese vennootschap (Bergheim Investments S.A.). Volgens Endstra betrof deze verpanding twee fictieve schulden, van ruim 6,8 miljoen euro en ruim 3,8 miljoen euro. Endstra had laten optekenen: De heer AVT verklaarde nadat de heer W de kamer had verlaten, dat de heer D.J. Parelberg onder dwang aan deze verpanding en afpersing meewerkte. Ten tweede, diezelfde dag, 18 mei 2004, liet mr. AB, advocaat van RE en haar partner John Mieremet, de politie weten dat hij al geruime tijd een brief van Endstra bezat, die hij wilde overdragen. In deze brief van 2 december 2003 meldde Endstra een betalingsachterstand aan de cliënt van mr. AB. Voor deze achterstand voerde Endstra aan dat hij, gegeven de negatieve publiciteit rond zijn persoon, moeite had financiering te krijgen en dat hij onder dreiging met de dood oneigenlijke betalingen moest doen aan iemand anders: Willem Holleeder. 7 Ten derde, op 18 mei 2004 werd JVDH, destijds financieel directeur van Endstra, als getuige gehoord. Hij verklaarde onder meer dat Endstra hem in de zomer van 2003 had verteld dat hij werd afgeperst door Holleeder, dat het geld boekhoudkundig netjes voor de fiscus niet merkbaar moest worden overgemaakt naar (vennootschappen van) Paarlberg. Eén van de gebruikte constructies was een vordering van Paarlberg op HSIJ, de holding Seaport Marina IJmuiden. Volgens JVDH zou AVT, de fiscalist van Paarlberg, dit hebben gecoördineerd. Hij had AVT er ook naar gevraagd. Die had hem gezegd dat de betalingen werden overgeheveld naar Antilliaanse vennootschappen en privérekeningen, en dat de structuur na de betalingen zou worden ontmanteld en geliquideerd. 8 Een codicil en een brief van Endstra, en een verklaring van zijn financiële man: de aandacht van de financiële recherche was gevestigd. En terecht. Als uit drie verschillende bronnen naar voren komt dat Endstra oneigenlijke 6 Dossier Kolbak, blz. H-0269/0271. Bij de ondertekening is abusievelijk 2004 in plaats van 2003 genoteerd. 7 Dossier Enclave, blz / Dossier Enclave, blz e.v. 4

5 betalingen zou hebben verricht aan Paarlberg, rechtvaardigt dat een nader onderzoek. Gaandeweg werd het doel van het onderzoek Enclave Financieel het vinden van een antwoord op de vraag of zou kunnen worden vastgesteld dat deze betalingen waren gedaan onder invloed van afpersing en of zij aan de kant van Paarlberg als ontvanger zouden kunnen worden gekwalificeerd als witwassen. Naar aanleiding van de genoemde notariële verklaring van Endstra is Paarlberg op 24 mei 2004 als getuige gehoord. Hij zou immers onder dwang aan afpersing hebben meegewerkt. Hij ontkende dit pertinent. Op 26 mei 2004 werd JVDH nader gehoord. Hem was iets opgevallen: nadat één van de vermeende schulden (aan Ballados Investments), genoemd in de notariële verklaring, voor zover hij wist was afbetaald, bleef Endstra opdrachten krijgen om geld aan Ballados of gerelateerde bedrijven te betalen. Op verzoek van Endstra heeft JVDH vervolgens in overleg met AVT ter afdekking een verhaal in elkaar gezet. 9 Op grond van de genoemde feiten en omstandigheden werd AVT in verband met zijn vermoedelijke rol in de betalingen van Endstra als verdachte aangemerkt van deelneming aan afpersing en is hij op 9 juni 2004 aangehouden. Na acht verhoren werd hij op 14 juni 2004 in vrijheid gesteld. AVT verklaarde dat Paarlberg hem in december 2002 had gevraagd te adviseren en te assisteren bij de afwikkeling van vorderingen uit hoofde van zijn ontvlechting van Endstra (in ongeveer 1999). Hij had op verzoek van Paarlberg een Panamese vennootschap opgericht, om geen link met Endstra zichtbaar te maken. Paarlberg had AVT verteld dat het reële betalingen betrof, maar daaraan was AVT later wel wat gaan twijfelen. Endstra had hem in het 3 e kwartaal van 2003 gezegd dat hij onder druk stond om te betalen. Endstra had geen naam genoemd. AVT had daarop aan Paarlberg gevraagd of die ermee bekend was dat er sprake zou zijn van afpersing. Paarlberg had geantwoord dat hij zelf nooit zou afpersen, en dat, als hij betrokken zou zijn bij financiële transacties in het kader van afpersing, hij dat alleen gedwongen zou doen, aldus AVT. 10 Een antwoord dat op zijn minst cryptisch is te noemen. De verklaringen van AVT leidden naar FTC Trust. Dit bedrijf voerde de administratie van de betrokken vennootschappen van Paarlberg. Op 9 juni 2004 vond een doorzoeking ter inbeslagneming van administratie plaats. Op 10 juni 2004 is Paarlberg nog eens als getuige gehoord, waarbij hem een gedeelte uit de notariële verklaring van Endstra en de verklaringen van AVT zijn voorgehouden. Hij bleef erbij nooit onder dwang te hebben gestaan, noch betrokken te zijn bij afpersing. 9 Dossier Enclave, blz Dossier Enclave, blz

6 Op basis van het genoemde werd Paarlberg als verdachte aangemerkt van deelneming aan afpersing en is hij op 14 juni 2004 aangehouden. Op 17 juni 2004 vond met zijn toestemming een doorzoeking ter inbeslagneming plaats in zijn kantoor te Maarssen, in aanwezigheid van zijn toenmalige raadsman. Na zes verhoren is Paarlberg op 18 juni 2004 in vrijheid gesteld. Na de aanhoudingen van AVT en Paarlberg werd het financiële onderzoek voortgezet. Er werden nog vorderingen tot uitlevering van stukken gedaan, doorzoekingen ter inbeslagneming verricht en getuigen gehoord. Alle resultaten zijn onderzocht, waarbij in het bijzonder aandacht is gegeven aan het al dan niet zakelijke karakter van de betalingen van Endstra aan Paarlberg. Dit nadere onderzoek leidde tot meer gegevens over deze tien betalingen. Om nog diepergaand te kunnen onderzoeken of Paarlberg op één of andere aantoonbare manier geld ter beschikking had gesteld aan of hield voor Holleeder of aan Holleeder gerelateerde derden, hebben op 3 mei 2005 nog enkele doorzoekingen plaatsgevonden. De resultaten van het nadere opsporingsonderzoek zijn voorgehouden aan AVT en Paarlberg. Daartoe zijn zij op 31 januari, 1 en 2 februari 2006 nader gehoord. AVT heeft inhoudelijk en nader verklaard, Paarlberg heeft zich beroepen op zijn zwijgrecht. Eind januari 2006 werden in het aangrenzende onderzoek Kolbak verdachten aangehouden, onder wie Willem Holleeder. Gegeven de tijdsdruk om in die zaken een einddossier af te ronden, werd door het onderzoeksteam Enclave Financieel ook gewerkt aan een einddossier in deze zaak. Dit is in november 2006 bij de rechtbank, de rechter-commissaris en de verdediging bezorgd. Vandaag en morgen maakt het OM de balans op, vrijwel precies zes jaar na de kille moord die sindsdien onafgebroken de aandacht van politie, OM en bestuur heeft gevestigd op de verwevenheid tussen de Amsterdamse onderen bovenwereld. Het onderzoek Enclave Financieel heeft uiteindelijk tevens geleid tot de verdenking dat Paarlberg zich ook aan andere strafbare feiten had schuldig gemaakt: nog een geval van witwassen uit 1998, valsheid in geschrift en oplichting. En doordat de belastingdienst door haar bijstand in het onderzoek kennis had van de resultaten van het onderzoek, kon uit haar daarna zelfstandig uitgevoerde boekenonderzoek blijken dat Paarlberg zich ook vermoedelijk aan een fiscaal delict en aan deelneming aan valsheid in een notariële akte had schuldig gemaakt. 6

7 1.2 De tenlastelegging Op basis van het vooronderzoek is een tenlastelegging geformuleerd. Deze behelst de volgende verdenkingen: 1. Het (mede) plegen van witwassen (gewoonte-, opzet- of schuldwitwassen) van tien door Endstra betaalde geldbedragen tot een totaal van ruim 17 miljoen euro, in de periode van december 2002 tot en met januari Dit feit is de kern van het onderzoek Enclave Financieel. 2. Het (mede) plegen van valsheid in geschrift ten aanzien van een Escrow overeenkomst, in de periode van april 2000 tot en met december Deze valse overeenkomst moest dienen om een geldlening bij SNS bank los te krijgen. 3. In samenhang met feit 2 wordt ten laste gelegd het (mede) plegen van oplichting van SNS Bank voor 1,5 miljoen euro in of omstreeks december Het (mede) plegen van opzet- of schuldwitwassen van aandelen in de exploitatiemaatschappij t Gooier Hoofd, in de periode van december 2001 tot en met februari Deze vennootschap is in 1998 verworven met geld dat destijds van misdrijf afkomstig moet zijn geweest. 5. Opdracht geven tot dan wel feitelijke leiding geven aan het doen van onjuiste belastingaangiften, alsmede valse of vervalste stukken ter beschikking stellen aan de belastingdienst, opdat te weinig belasting wordt geheven, gepleegd in de periode van januari 1999 tot en met december Opdracht geven tot dan wel feitelijke leiding geven aan het doen van valse opgave in een authentieke akte, gepleegd op 2 oktober Opbouw requisitoir Omdat de kern van de verdenking jegens Paarlberg wordt gevormd door de verdenking van witwassen, acht het OM van belang om hier eerst wat dieper op in te gaan. Besproken wordt eerst het algemeen juridisch kader van witwassen, waarbij aandacht wordt besteed aan de wetsgeschiedenis en de jurisprudentie. Vervolgens worden de feiten in enigszins chronologische volgorde besproken. Eerst de oudste zaak, Newport, feit 4 op de tenlastelegging, het witwassen van de aandelen t Gooier Hoofd, begonnen in

8 Vervolgens zal worden stilgestaan bij hetgeen onder 5 ten laste is gelegd, de fiscale feiten, uit de periode vanaf Hierna volgt de valse notariële akte uit 2001, zoals ten laste gelegd onder feit 6. Hierna komt de valse Escrow aan de orde en de daarmee samenhangende oplichting van de SNS-bank, de feiten 2 en 3 op de tenlastelegging, daterend uit Met de bespreking hiervan zullen wij vandaag eindigen. Morgen gaan wij dan verder met de bespreking van feit 1, de zaak betreffende de 17 miljoen euro van Endstra, uit de periode van eind 2002 tot begin Ten aanzien van alle feiten op de tenlastelegging zal het OM concluderen tot bewezenverklaring. Wij eindigen zoals gebruikelijk met het bespreken van de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder ze zijn begaan en de persoon van de verdachte zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Tot slot formuleert het OM zijn eis. Allereerst echter het algemeen juridisch kader van witwassen. 8

9 2. ALGEMEEN JURIDISCH KADER 2.1 Inleiding Het OM heeft meer dan eens benadrukt dat de tenlastelegging in het onderzoek Enclave Financieel witwassen betreft in de betekenis die de Hoge Raad daaraan in de loop van de jaren heeft toegekend. Weliswaar heeft in het begin van het onderzoek de verdenking bestaan dat Paarlberg zich schuldig zou hebben gemaakt aan deelneming aan afpersing - daarvoor bestond toen ook redelijke grond - maar dat verwijt is ruim twee jaar geleden geschrapt. Gaandeweg het onderzoek is het beeld steeds duidelijker geworden: Holleeder heeft Endstra afgeperst tot het doen van betalingen. Paarlberg heeft deze betalingen (al dan niet vrijwillig) in ontvangst genomen en voorhanden gehad. Door de (voormalige) verdediging is meermalen het verwijt geuit dat de tenlastelegging op het punt van het witwassen onduidelijk zou zijn, innerlijk tegenstrijdig of zelfs nietig. Het OM acht het nuttig de betekenis en achtergrond van artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht nog eens kort uiteen te zetten. 2.2 Memorie van Toelichting Bij wet van 6 december 2001 (Staatsblad ) is deze bepaling in het Wetboek van Strafrecht opgenomen. De wet trad op 14 december 2001 in werking en stelt kort gezegd witwassen strafbaar. De bedoeling van de wetgever was een zelfstandig witwasdelict in het Wetboek van Strafrecht op te nemen, dat nauwer zou aansluiten bij de internationale omschrijvingen. Hierbij is expliciet aansluiting gezocht bij de witwasrichtlijnen van het Europees Parlement. In de Memorie van Toelichting (MvT) wordt hierop nader ingegaan. 11 Over het bewijs van witwassen zegt de MvT het volgende: De kern van het witwassen zoals omschreven in onderdeel a van artikel 420bis, eerste lid, is het verbergen of verhullen van de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats enz. van bepaalde voorwerpen. Het effect van deze handelingen is dat de opbrengsten van misdrijven aan het zicht worden onttrokken. Juist dit verhullende element maakt het bewijs van witwassen nogal eens moeilijk; of het voorwerp van de (vermoede) witwashandelingen inderdaad (direct of indirect) afkomstig is uit misdrijf is niet eenvoudig vast te stellen. ( ) Het handelen van de witwasser zal er steeds op gericht zijn de criminele opbrengsten voor justitie te verbergen. 11 Handelingen Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3. 9

10 2.3 Typologieën Bij het presenteren van het bewijsmateriaal aan de rechter is het van belang aldus de MvT dat de rechter goed wordt voorgelicht over de achtergronden van de door de verdachte toegepaste constructies en de werking van bepaalde delen van de financieel-economische sector. Het OM en de rechter kunnen voor het bewijs van witwassen gebruik maken van zogenaamde typologieën van witwassen. Dit zijn min of meer objectieve kenmerken die, naar de ervaring heeft geleerd, duiden op het witwassen van opbrengsten van misdrijven. Deze typologieën zijn onder meer (internationaal) ontwikkeld door de Financial Action Task Force (FATF) 12. Voorbeelden van witwastypologieën zijn: - veelvuldig wisselen, waarbij er geen legale economische verklaring is voor de gewisselde valutasoorten en de frequentie van de wisselingen; - grote contante geldbedragen omwisselen, vervoeren of storten; - veelvuldig gebruik maken van buitenlandse bankrekeningen; - veelvuldig overboeken en doorboeken van geldbedragen (het zgn. rondpompen); De deskundige professor M. Pheijffer heeft zich ter terechtzitting uitgelaten over deze typologieën. Hij verklaarde als voorbeeld een andere typologie van witwassen in het dossier te zijn tegengekomen: het zoeken naar en gebruik maken van onjuiste, valse titels voor betalingen. Kenmerkend is dat de handelingen vaak los van het beoogde witwassen geen redelijk bedrijfseconomisch of fiscaal doel kunnen dienen. Wanneer zich in een concrete zaak dit soort kenmerken voordoen, aldus nog steeds de MvT, kan daaraan een vermoeden van witwassen worden ontleend. Vervolgens zal dit vermoeden in concreto moeten worden bevestigd door andere, bijkomende omstandigheden. De in het concrete geval gelegen feiten en omstandigheden zullen de overtuiging van de rechter moeten dragen dat een transactie die naar buiten toe kenmerken van een witwasconstructie vertoont, dat ook daadwerkelijk is. 13 De wetgever heeft dit kader beoogd; het dient bij de beoordeling van de ten laste gelegde feiten te worden meegewogen. Het OM komt hierop uiteraard terug bij de bespreking van de feiten 1 en 4. Eerst staan we echter nog kort stil bij de bestanddelen van het witwasartikel 420bis Sr. 12 Zie bijvoorbeeld: FATF XI, Report on Money Laundering Typologies d.d. 3 februari 2000, aangeboden aan de Tweede Kamer bij brief van 24 februari 2000 (Fin ). 13 Handelingen Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3, par

11 2.4 De delictsbestanddelen: Voorwerp Het moet gaan om een voorwerp. Dit moet volgens de MvT ruim worden uitgelegd: alle zaken en alle vermogensrechten vallen er onder, ook indirecte opbrengsten. Juist bij de vervanging van de oorspronkelijke uit misdrijf verkregen voorwerpen door andere zal nogal eens sprake zijn van een vermogensrecht. Denk aan chartaal geld dat is omgezet in een boot, in een vordering uit lening, in een huis, en vervolgens weer in een saldo bij een bank. Dit blijft een voorwerp dat middellijk of onmiddellijk afkomstig is uit enig misdrijf Afkomstig uit enig misdrijf Een belangrijk bestanddeel is dat het moet gaan om een voorwerp afkomstig uit enig misdrijf. Voldoende is aldus de MvT dat kan worden bewezen dat het voorwerp afkomstig is uit enig misdrijf. De rechter hoeft niet te identificeren welk misdrijf precies aan het voorwerp ten grondslag ligt. Het is ook niet relevant voor de strafwaardigheid van witwassen. Deze gedachtegang is vast onderdeel van de jurisprudentie van de Hoge Raad. En het is deze gedachtegang die voor de vorige raadsman van Paarlberg moeilijk te verteren viel. Telkens heeft hij getracht het OM en uw rechtbank een uitspraak te ontlokken over welk misdrijf concreet in de tenlastelegging werd bedoeld. Dit heeft zelfs geleid tot een bezwaar tegen de dagvaarding en tot een verweer tot niet-ontvankelijkheid. Het OM is op grond van vaste rechtspraak van de Hoge Raad nog steeds van oordeel dat ook in de tenlastelegging niet behoeft te worden omschreven uit welk misdrijf of welke misdrijven precies het door de verdachte verkregen geld afkomstig is. Volstaan kan worden met de enkele vermelding dat het geldbedrag afkomstig is uit enig misdrijf. Als uit de bewijsmiddelen maar blijkt dat sprake is van enig misdrijf. Als het misdrijf zelf niet hoeft te worden genoemd, hoeft uiteraard evenmin te worden ten laste gelegd, noch bewezen, door wie, wanneer en waar dat misdrijf is gepleegd, aldus de Hoge Raad 14. Duidelijk zal zijn dat het OM ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde ervan uitgaat dat dit geld afkomstig is van de afpersing van Willem Endstra door Willem Holleeder. Maar dat maakt het principe van het voorgaande niet anders. De afpersing van Willem Endstra door Willem Holleeder hoeft door uw rechtbank niet opnieuw te worden bewezen. Met andere woorden: het Kolbakproces hoeft niet te worden herhaald. In zoverre komt aan het arrest van het gerechtshof in de zaak Holleeder ook minder gewicht toe dan door de verdediging in september 2009 en in januari 2010 is gesteld. Voldoende zal zijn als uw rechtbank op basis van de bewijsmiddelen uit het dossier zelfstandig tot het oordeel kunt komen dat er sprake is van enig misdrijf. 14 HR 28 september 2004, LJN: AP2124, NbSr 2004,

12 2.4.3 Bewijsminimum van de Hoge Raad Zoals in de MvT is verwoord zal het soms niet mogelijk zijn om een concreet misdrijf aan te wijzen. Dit heeft alles te maken met de aard van het delict: het gaat de dader immers om iets heimelijks: het verbergen of verhullen van de herkomst. Expliciet wordt in de MvT voorts tot uitdrukking gebracht dat een effectieve strafbaarstelling van witwassen niet beperkt kan zijn tot de onmiddellijke opbrengsten uit misdrijven, maar ook toepasbaar moet zijn op de latere stadia van het witwassen, die leiden tot middellijke opbrengsten. Als tussen het gronddelict en het witwassen schakels zitten kan dit het achterhalen van de herkomst moeilijker maken. Dit staat echter de strafwaardigheid van witwassen niet in de weg. Onder omstandigheden accepteert de Hoge Raad dan ook de concluderende vaststelling door de rechter dat op basis van de feiten en omstandigheden in het dossier het niet anders kan zijn dan dat het voorwerp van enig misdrijf afkomstig is. 15 In de rechtspraak in feitelijke instantie zijn inmiddels vele vonnissen en arresten gewezen die hieraan nadere invulling hebben gegeven. Hierbij kan worden gedacht aan het voorhanden hebben van zeer grote contante geldbedragen (van bepaalde coupures), het afleggen van wisselende verklaringen over de herkomst ervan, het over- en doorboeken van gelden zonder redelijke economische verklaring, het omzetten van chartaal naar giraal geld en het gebruik maken van buitenlandse (code)rekeningen. Het zijn elementen die we in dit dossier terugzien. Een voorbeeld is het bedrag van 8,5 miljoen gulden dat Paarlberg in 1998 heeft verworven en waarvan hij een substantieel deel langs een ingewikkelde route heeft gebruikt voor de aankoop van de aandelen van t Gooier Hoofd. Niet meer valt concreet te achterhalen wat de herkomst van het geld is. Niettemin zijn daarbij zoveel feiten en omstandigheden aan te wijzen wij komen daar uiteraard nog uitgebreid op terug dat conform de vorengeschetste lijn in de jurisprudentie naar het oordeel van het OM het niet anders kan zijn, dan dat het geldbedrag dat voor de aankoop is gebruikt geheel of ten dele, middellijk of onmiddellijk van enig misdrijf afkomstig is Geheel of gedeeltelijk Het werd al even genoemd: voor een succesvolle vervolging is niet vereist dat het voorwerp geheel uit misdrijf afkomstig is. Als het voorwerp gedeeltelijk uit de opbrengst van enig misdrijf is gefinancierd en gedeeltelijk uit ander, legaal geld, is volgens de MvT het voorwerp geheel of gedeeltelijk uit misdrijf afkomstig is. En wordt het aldus in zijn geheel witgewassen. Wij komen hierop terug bij de zaak Newport. 15 Zie bijvoorbeeld HR 27 september 2005, LJN: AT

13 2.4.5 Verbergen/Verhullen Ten aanzien van het voorwerp dat wordt witgewassen kent de tekst van artikel 420 bis Sr verschillende handelingen, die als witwasgedragingen zijn aan te merken: de dader kan de aard of herkomst van die voorwerpen verbergen of verhullen (lid 1 sub a), hij kan die voorwerpen ook eenvoudigweg voorhanden hebben (lid 1 sub b). Ingevolge de MvT bij artikel 420bis, lid 1 sub a gaat het bij het verbergen of verhullen van de werkelijke aard of herkomst van bijvoorbeeld uit misdrijf verkregen gelden, om handelingen die tot doel hebben en geschikt zijn om de werkelijke aard of herkomst van de gelden te verbergen of te verhullen. Dit handelen impliceert dus doelgerichtheid en geschiktheid. Soms zal bij een enkele handeling nog niet van een dergelijke doelgerichtheid kunnen worden gesproken. Maar vaak zal het ook gaan om meerdere handelingen die in onderling verband en in samenhang bezien witwassen opleveren. Dit betekent dat voor het bewijs van verhullen of verbergen in de regel naar meerdere transacties in een witwastraject moet worden gekeken. Uit alle stappen samen moet dan duidelijk worden dat er zonder redelijke economische grond met geld is geschoven op een manier die geschikt is het criminele spoor aan waarneming te onttrekken. In dat geval brengt juist die ondoorzichtigheid van de opeenvolgende transacties mee dat de werkelijke aard en herkomst van de gelden buiten beeld blijft. Dit is niet alleen een uitgangspunt van artikel 420bis lid 1 sub a dat in deze zaak niet ten laste is gelegd. Het is een algemeen uitgangspunt bij witwassen: gedragingen van de verdachte moeten in hun context en in onderling verband en in samenhang worden beschouwd. Het is van belang dit bij de beoordeling van de ten laste gelegde feiten voor ogen te houden. Paarlberg heeft getracht in de onderhavige zaken per transactie of overboeking een plausibele, economisch verklaarbare reden voor een geldtransactie te geven, of de verantwoordelijkheid ervoor op een ander af te schuiven. Er ontstaat echter een heel ander beeld als zijn gedragingen in onderling verband en in samenhang worden beschouwd. De geldstromen die zijn onderzocht en die ter discussie staan blijken, in beide witwasdossiers, nauwgezet georkestreerd en samenhang te vertonen. Dit vergt overzicht over alle relevante transacties tussen de betrokken vennootschappen c.q. bankrekeningen in binnen- en buitenland. Verhullen is niet alleen een element van het zelfstandige misdrijf van lid 1 onder a van artikel 420bis. Verhullen als feitelijke gedraging kan ook bijdragen tot de vaststelling van het opzet van de verdachte, aan wie het misdrijf van lid 1 onder b wordt ten laste gelegd. Dit zal bij de bespreking van beide witwasverdenkingen terug komen Voorhanden hebben Bij artikel 420bis, lid 1 sub b Sr gaat het om het verwerven, voorhanden hebben, overdragen, omzetten of gebruik maken van een voorwerp dat 13

14 afkomstig is van enig misdrijf. Voor deze zaak concentreren wij ons op het voorhanden hebben, dat geheel op zichzelf als witwassen kan worden aangemerkt, aldus de Hoge Raad. 16 De overige termen uit dit lid hebben dezelfde betekenis als in de bepalingen betreffende heling, ze zijn voor deze zaak verder niet van belang. De gedragingen ter verhulling in de zaak Hotel Newport hebben plaatsgevonden in In die tijd was witwassen nog niet zelfstandig strafbaar gesteld. Daarom heeft het OM ervoor gekozen om het voorhanden hebben van de aandelen na de inwerkingtreding van art. 420bis Sr op 14 december 2001 ten laste te leggen. Voorhanden hebben is immers een voortdurend delict; het strekt zich tot het heden uit Opzet: weten Het opzet op witwassen zit in het bestanddeel weten. De dader moet het voorwerp voorhanden hebben terwijl hij weet dat het voorwerp middellijk of onmiddellijk afkomstig is uit enig misdrijf. Hieronder valt ook voorwaardelijk opzet: schuldig is ook hij die willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardt dat hij een voorwerp voorhanden heeft of de herkomst ervan verhult, dat uit misdrijf afkomstig is. Niet vereist is dat de dader wetenschap heeft gehad omtrent de specifieke aard van het misdrijf waardoor het goed is verkregen. 17 Het opzet van Paarlberg op de criminele herkomst van het geld kan onder meer worden afgeleid uit zijn actieve persoonlijke betrokkenheid bij de verhullende handelingen. Hoewel deze handelingen niet zelfstandig zijn ten laste gelegd zijn zij wel van belang voor de beoordeling van het ten laste gelegde. Het duidt immers op zijn minst op voorwaardelijk opzet als Paarlberg actief meewerkt aan het creëren van geldstromen, die niet alleen niet transparant zijn, maar waarbij zelfs een valse voorstelling van zaken wordt gegeven. Dit wordt later uitvoerig uiteengezet, waarbij alvast wordt opgemerkt dat daarbij wordt gekeken naar het geheel van gedragingen, niet slechts naar losse transacties. Het geheel aan transacties is zorgvuldig gearrangeerd. Juist de ondoorzichtigheid van de opeenvolgende transacties brengt mee dat de werkelijke aard en herkomst van de gelden buiten beeld blijft. Zoals gezegd, vastgesteld zal kunnen worden dat alleen Paarlberg in staat was de samenhang tussen alle transacties te zien, waaruit zijn wetenschap en daarmee zijn opzet blijkt. Zijn trouwe fiscalist AVT was maar fragmentarisch op de hoogte. 16 HR 2 oktober 2007, LJN : BA Tekst & Commentaar Strafrecht, 7 e druk, aantekening 12 bij artikel 420bis, (blz.1557). 14

15 3. DE ZAAK NEWPORT 3.1 Inleiding Het dossier betreffende het onder 4 ten laste gelegde witwassen van aandelen t Gooier Hoofd BV bestaat in essentie uit drie processen-verbaal met bijlagen. Het eerste proces-verbaal toont aan dat Paarlberg via Armario NV eigenaar is van Merwede Beheer BV (later genaamd Merwede Group BV). Het tweede proces-verbaal laat zien dat de aankoop van de vennootschap waarin hotel Newport zit, is gefinancierd met onder meer een groot deel van een cash gestort bedrag van 8,5 miljoen gulden van dubieuze herkomst en een groot bedrag van 3 miljoen gulden van Endstra s Zwitserse vennootschap Royal Credit Trust. Het derde proces-verbaal ten slotte gaat nader in op die contante storting van 8,5 miljoen gulden. Bewezen moet worden dat Paarlberg in de periode van 14 december 2001 (de datum waarop de witwaswetgeving in werking trad) tot en met 16 februari 2006 al dan niet met een ander aandelen in de vennootschap t Gooier Hoofd voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die aandelen geheel of gedeeltelijk, middellijk of onmiddellijk, afkomstig waren uit enig misdrijf. De redenering is eenvoudig: de 8,5 miljoen gulden cash en de 3 miljoen gulden van Endstra kunnen naar de opvatting van het OM elk niet anders dan geheel of ten dele uit enig misdrijf afkomstig zijn, en hebben zich in korte tijd door middel van rondpompen zonder redelijk bedrijfseconomisch doel vermengd met andere geldstromen, van waaruit in augustus 1998 het hotel is gekocht. Omdat de geldstroom van 8,5 miljoen gulden de stromen waarin hij is opgegaan door zijn substantiële karakter heeft besmet, geldt dat ook voor het saldo van de rekening waarmee het hotel is gekocht. En omdat voorts witwassen een voortdurend delict is, kan ook het na inwerkingtreding van de witwasbepalingen voorhanden hebben van een voorwerp dat voordien uit enig misdrijf is verkregen, witwassen opleveren. Op de vraag of Paarlberg de aandelen voorhanden heeft gehad wordt slechts kort ingegaan; hij heeft dat ter terechtzitting van 19 april jl., toen deze zaak werd behandeld, op zichzelf erkend. Meer aandacht moet worden besteed aan de vraag of de aandelen geheel of ten dele, middellijk of onmiddellijk uit enig misdrijf afkomstig waren en of Paarlberg dit wist of redelijkerwijs moest vermoeden. 3.2 Voorhanden hebben Bij doorzoekingen in het onderzoek Enclave Financieel zijn veel stukken boven water gekomen, onder meer betreffende de Antilliaanse vennootschap Armario NV. Deze vennootschap is opgericht op 20 augustus Paarlberg 15

16 is de benificial shareholder. Armario NV heeft op 7 januari 1997 in Amsterdam de vennootschap Merwede Beheer BV opgericht als 100% dochter. Op 6 november 2000 is de naam gewijzigd in Merwede Group BV. 18 Onderdeel van (toen nog) Merwede Beheer BV is Merwede Horeca BV. Beide vennootschappen zijn gevestigd te Maarssen aan de Bolensteinseweg 3, het adres waar Paarlberg kantoor houdt. Op 13 augustus 1998 verwierf Merwede Horeca BV de aandelen in de vennootschap Exploitatiemaatschappij t Gooier Hoofd BV. Deze vennootschap had tot juli 2001 de vennootschap New Port BV als 100% dochter. New Port BV exploiteert sinds september 1997 het hotel annex restaurant Newport in Huizen. De waarde van dit complex is medio 1998 gewaardeerd op bijna 45 miljoen gulden. New Port BV is op 20 juli 2001 overgegaan in handen van de vennootschap Oyster Group BV, gevestigd te Maarssen aan de Bolensteinseweg 3. De exploitatie verdween dus uit t Gooier Hoofd, het gebouw bleef er wel in ondergebracht. 19 De conclusie is dat Paarlberg via Armario NV, Merwede Beheer BV en Merwede Horeca BV in augustus 1998 de eigendom heeft verkregen van de aandelen t Gooier Hoofd BV, waarin ondergebracht het hotelcomplex Newport in Huizen. Paarlberg heeft deze lijn ter terechtzitting bevestigd; hij heeft zelf de onderhandelingen voor de overname van het hotel gevoerd, de aandelen zijn nog steeds in handen van Merwede Horeca BV. Daarmee is wettig en overtuigend bewezen dat Paarlberg de aandelen in de periode van de tenlastelegging, samen met zijn vennootschap Merwede Group BV, voorhanden heeft gehad. 3.3 De financiering: algemeen De belangrijkste vraag is of deze aandelen zijn gekocht met geld dat geheel of ten dele, middellijk of onmiddellijk, uit enig misdrijf afkomstig is, en of Paarlberg dat wist of moest vermoeden. De vennootschap t Gooier Hoofd is op 13 augustus 1998 aangekocht met het volledige saldo van ruim 9,3 miljoen gulden op de bankrekening van Mediamax Group BV (#571). Het is van belang de herkomst van dit saldo na te gaan. Een uit enig misdrijf afkomstig substantieel bedrag op een bankrekening kan na vermenging het gehele saldo besmetten, aldus het gerechtshof te Amsterdam in zijn arrest in de zaak tegen MCD: Een andersluidende opvatting zou meebrengen dat bijvoorbeeld het bezit of gebruik van omvangrijke criminele vermogens straffeloos moet blijven indien aannemelijk is dat daaraan een legaal verkregen geldbedrag - hoe gering van omvang ook - is toegevoegd. Dat kan niet 18 Dossier Enclave, blz e.v. met aldaar genoemde bijlagen. 19 Dossier Enclave, blz e.v. met aldaar genoemde bijlagen. 16

17 de bedoeling van de wetgever zijn geweest bij de strafbaarstelling van witwassen. Anderzijds brengt een redelijke uitleg van de artikelen 420bis, 420ter en 420quater Sr mee dat niet élke vermenging, met name ook die waarbij het gaat om legaal verkregen vermogen waaraan verhoudingsgewijs slechts een zeer gering bedrag van criminele herkomst is toegevoegd, moet leiden tot de conclusie dat het gehele vermogen besmet is geraakt. 20 Aldus het hof. De rechtbank Haarlem oordeelde later in de zaak tegen OTS in gelijke zin: Vermenging van een vermogen met gelden afkomstig uit misdrijven kan ertoe leiden dat het gehele vermogen hierdoor besmet raakt. In deze gaat het om een bedrag van ongeveer 20 miljoen gulden aan criminele gelden, dat wil zeggen een bedrag van zo n substantiële omvang dat daarmee het gehele vermogen van Endstra/Convoy moet worden geacht besmet te zijn geraakt. Het op 24 december 2002 ontvangen geldbedrag van Endstra/Convoy ter zake van de verkoop van aandelen Koper-Hofman (in welke vennootschap gedurende 14 maanden grote investeringen zijn gedaan die eveneens bekostigd zijn door Endstra/Convoy) dient dan ook te worden aangemerkt als zijnde afkomstig uit enig misdrijf. Of op voormelde datum de met de criminele gelden rechtstreeks betaalde onroerende goederen al dan niet deel uit maakten van het vermogen van Convoy doet daarbij, anders dan de raadsvrouw meent, niet ter zake. 21 In de zaak betreffende vermenging van crimineel geld in het totale vermogen van Endstra s onderneming Convoy ging het volgens de rechtbank om ongeveer 20 miljoen gulden. In haar vonnis inzake OTS zette de rechtbank dit bedrag niet af tegen het totale vermogen van Convoy maar noemde het bedrag van 20 miljoen op zichzelf al substantieel. In het arrest inzake MCD kwam het Hof tot de vaststelling dat tenminste 3 miljoen op vele tientallen miljoenen guldens van criminele herkomst moest zijn; het hof kwalificeerde deze 3 miljoen gulden als van een zo substantiële omvang dat het hele vermogen van Convoy moest worden geacht door die inbreng besmet te zijn geraakt. In de onderhavige zaak zien we een geldstroom die begint bij een contante storting van 8,5 miljoen gulden, waarvan een gedeelte groot 5,95 miljoen gulden door samenvoeging met enkele andere grote bedragen eindigt in een saldo van 37 miljoen gulden waarmee een tekort bij Mediamax Group wordt aangezuiverd. Niet gesteld noch gebleken is dat zich op de bankrekeningen waarop de mutaties achtereenvolgens hebben plaatsgevonden, tussentijds grote onttrekkingen hebben voorgedaan die moeten leiden tot de conclusie dat er geen sprake is van één doorlopende geldstroom. Het bedrag van 5,95 20 LJN: BJ1687, Gerechtshof Amsterdam, , (MCD). 21 LJN: BJ4727, Rechtbank Haarlem, , 15/ en 15/ (OTS). 17

18 miljoen gulden kan in dit verband daarom zonder meer substantieel worden genoemd Betaling koopsom door Mediamax Group Ter terechtzitting is gebleken dat de precieze koopprijs van de aandelen t Gooier Hoofd niet uit de stukken blijkt. De notariële akte van overdracht verwijst naar een bijgevoegde koopovereenkomst, maar die is bij de doorzoekingen niet aangetroffen. Op een bankafschrift van Mediamax Group BV (de ABN-rekening eindigend op #571) en in de boekhouding van Mediamax Buitenreclame BV is wel te zien dat op 13 augustus 1998 twee bedragen tot totaal gulden zijn gestort op de derdengeldrekening van notariskantoor Loeff; de vermelding luidt Newport. In de boekhouding van Merwede Group BV is de betaling van omgerekend precies hetzelfde bedrag van ruim 10 miljoen gulden in euro s geboekt onder de vermelding aankoop Gooier Hoofd. 22 Paarlberg heeft ter terechtzitting verklaard dat het genoemde bedrag van ruim 10 miljoen gulden de optelsom is van de prijs voor de aandelen en de prijs voor de overname van het aandeelhoudersbelang. Daarnaast heeft hij een hypothecaire lening van 15 miljoen overgenomen. 23 Vastgesteld kan dus worden dat de koopprijs gulden bedroeg Herkomst saldo van Mediamax Group BV Waar kwam dit geld van Mediamax Group BV vandaan? De genoemde bankrekening van Mediamax Group BV #571 had kort vóór 13 augustus 1998 een debetstand van ruim 26 miljoen gulden. Op 4 augustus werd dit tekort aangezuiverd met twee gelijktijdige overboekingen: één van 26 miljoen gulden vanaf de bankrekening van het dochterbedrijf Mediamax Buitenreclame BV (dat is de ABN-rekening eindigend op #569), en één van 11 miljoen gulden van onbekende herkomst. Door deze injectie van 37 miljoen gulden ontstond een creditstand van ruim 9,3 miljoen gulden. Hiermee zijn de aandelen t Gooier Hoofd van ruim 10 miljoen gulden betaald, waarna het saldo dus weer negatief was. Het gehele saldo van rekening #571 is dus aangewend voor deze betaling Herkomst 26 miljoen van Mediamax Buitenreclame BV Waar kwam het geld van Mediamax Buitenreclame BV vandaan? Dat is precies na te gaan. In de voorafgaande 5 weken werd de rekening #569 gevoed vanuit 4 verschillende bronnen: 22 Dossier Enclave, blz met aldaar genoemde bijlagen. 23 van J.F. aan mr. M. van der Werf d.d. 15 april 2010, overgelegd ter terechtzitting van 19 april

19 1 e. 3 bedragen tot een totaal van 5,95 miljoen gulden, afkomstig van de rekening van Bayline in Luxemburg; 2 e. 2,9 miljoen, afkomstig van een Liechtensteinse rekening van Endstra; 3 e. en tot slot nog twee bedragen van 5,5 miljoen en 11,55 miljoen gulden. 24 De aandacht richt zich in het dossier op de eerste twee genoemde bedragen van 5,95 en 2,9 miljoen gulden a Herkomst 5,95 miljoen gulden Het eerstgenoemde bedrag van 5,95 miljoen gulden bestaat uit drie bedragen, elk afkomstig van de Nederlandse bankrekening van de Antilliaanse vennootschap Kauri Holdings NV: 1 e. 1 miljoen gulden is overgemaakt per 30 juni 1998 onder vermelding van loon in c/a ; 2 e. ¾ miljoen gulden is overgemaakt per 14 juli 1998 onder vermelding van loan inc/a ; 3 e. 4,2 miljoen gulden is overgemaakt per 21 juli 1998 onder vermelding van loan inc/a. 25 Precies dezelfde bedragen waren vrijwel tegelijkertijd of enkele dagen daarvoor op diezelfde rekening van Kauri gestort vanaf de Luxemburgse bankrekening van de BVI-vennootschap Bayline International Ltd van Paarlberg: 1 e. 1 miljoen gulden is overgemaakt per 30 juni 1998 onder vermelding van trft kauri ; 2 e. ¾ miljoen gulden is overgemaakt per 10 juli 1998 onder vermelding van trft kauri hold ; 3 e. 4,2 miljoen gulden is overgemaakt per 16 juli 1998 onder vermelding van trft kauri holdings. 26 Ter terechtzitting heeft Paarlberg verklaard dat hij opdracht tot deze over- en doorboekingen heeft gegeven, naar vaste gewoonte gebeurde dit zonder omschrijving. De aanduidingen loan en trft worden volgens Paarlberg bij gebreke van een omschrijving door de bank meegegeven en zijn normaal in het internationale betalingsverkeer. Gevraagd naar de reden voor de driedeling heeft Paarlberg verklaard dat hij vermoedt dat de bedragen op verschillende momenten nodig waren binnen Mediamax en dat hij wekelijks overleg over de behoefte aan liquiditeit heeft gehad. In dit verband heeft hij gewezen op het overzicht van zijn rekening-courant verhouding met Mediamax Buitenreclame BV. 27 Of die stelling juist is bespreken we later. De logische vervolgvraag is: waar komen deze drie bedragen van totaal 5,95 miljoen gulden vandaan? Op 29 mei 1998 werd in Luxemburg op de rekening 24 Dossier Enclave, blz en Dossier Enclave, blz en Dossier Enclave, blz Dossier Enclave, blz

20 van Bayline een bedrag van 8,5 miljoen gulden contant gestort, in 8449 coupures van 1000, 164 coupures van 250 en 100 coupures van 100 gulden. 28 Een opmerkelijke stapel geld, bijna geheel bestaand uit briefjes van 1000 gulden. Het is meermalen de revue gepasseerd bij de behandeling van dit feit, maar het is goed er even bij stil te staan dat 8,5 miljoen gulden in contanten werkelijk heel veel geld is. Het is zelfs zo dat de bank een tijdelijke verhoging van de verzekering noodzakelijk vond. Uit het rekeningafschrift waarop deze storting is vermeld blijkt dat het saldo daarvoor nihil was, en dat er tot de overboekingen van de drie genoemde deelbedragen geen geld bij is gekomen; de enige bewegingen op de rekening zijn zeer korte termijndeposito s. 29 Deze vaststelling is van belang: de 5,95 miljoen die naar Mediamax Buitenreclame is overgemaakt is volledig afkomstig uit de contante storting van 8,5 miljoen gulden b Herkomst 2,9 miljoen gulden Ook de herkomst van het tweede genoemde bedrag van 2,9 miljoen gulden dat bij Mediamax Buitenreclame BV is ontvangen is onderzocht. Op 28 juli 1998 maakte Royal Credit Trust van Willem Endstra 3 miljoen gulden over naar de Nederlandse bankrekening van de Antilliaanse vennootschap Ballados Investments NV van Paarlberg. Een omschrijving ontbreekt. De enige vermelding erbij is vaag: by one of our clients. Van dit bedrag is één dag later 2,9 miljoen gulden doorgeboekt naar Kauri Holdings onder de standaardvermelding loan. Dit volledige bedrag werd diezelfde dag doorgestort naar Mediamax Buitenreclame BV (rekening #569) onder vermelding van loan in c/a. Uit de verklaring van Paarlberg ter terechtzitting blijkt dat hij deze over- en doorboeking via zijn trust heeft opgedragen. 30 Paarlberg heeft ter terechtzitting verklaard dat dit bedrag door Endstra is betaald in verband met diens afkoop van het belang van Paarlberg in de vennootschap Threeglen. Paarlberg heeft verklaard dat er geen stuk is waaruit dit kan blijken. Het dossier bevat aanwijzingen voor de stelling dat Threeglen helemaal niet toen is afgekocht. Uit het door de rechtbank op de nadere zitting van 27 april 2010 voorgehouden faxbericht van MS aan AVT d.d. 28 september 1998 is duidelijk af te leiden dat Paarlberg op dat moment nog een belang heeft in Threeglen. En in de vermogensopstelling van Paarlberg per 29 februari 2000 nota bene 1½ jaar na de vermeende afkoop door Endstra komt de deelneming van Paarlberg nog steeds voor, gewaardeerd op een constant bedrag van 3 miljoen gulden. Dat dit geen automatisme of vergissing kan zijn geweest blijkt uit het feit dat Deloitte & Touche in de toelichting expliciet woorden wijdt aan de waardering van het gebouw van Irish Telecom, dat in Threeglen zit. 31 Ook voor deze vermogensopstelling geldt: based on information provided by mr. Paarlberg. 28 Dossier Enclave, blz met aldaar genoemde bijlagen. 29 Dossier Enclave, blz Dossier Enclave, blz met aldaar genoemde bijlagen. 31 Dossier Enclave, blz

Dispuut in de praktijk: leidt belastingfraude altijd tot (een vervolging voor) witwassen?

Dispuut in de praktijk: leidt belastingfraude altijd tot (een vervolging voor) witwassen? Dispuut in de praktijk: leidt belastingfraude altijd tot (een vervolging voor) witwassen? De Hoge Raad oordeelde op 7 oktober jl. dat gelden die door belastingontduiking zijn verkregen, kunnen worden aangemerkt

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2013:898. 1 Geding in cassatie. 2. Beoordeling van het eerste middel. Uitspraak. 8 oktober 2013. Strafkamer. nr.

ECLI:NL:HR:2013:898. 1 Geding in cassatie. 2. Beoordeling van het eerste middel. Uitspraak. 8 oktober 2013. Strafkamer. nr. ECLI:NL:HR:2013:898 Uitspraak 8 oktober 2013 Strafkamer nr. 11/04842 Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 30 september 2011,

Nadere informatie

NBSTRAF 2015/115 Witwassen. Ook gepubliceerd in: ECLI:NL:HR:2015:888, JIN 2015/90, NJB 2015/763, RvdW 2015/650

NBSTRAF 2015/115 Witwassen. Ook gepubliceerd in: ECLI:NL:HR:2015:888, JIN 2015/90, NJB 2015/763, RvdW 2015/650 pagina 1 van 5 NBSTRAF 2015/115 Witwassen Ook gepubliceerd in: ECLI:NL:HR:2015:888, JIN 2015/90, NJB 2015/763, RvdW 2015/650 Aflevering 2015 afl. 7 Rubriek Rechtspraak College Hoge Raad Datum 07 april

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2013:4039

ECLI:NL:RBGEL:2013:4039 ECLI:NL:RBGEL:2013:4039 Uitspraak RECHTBANK GELDERLAND Team strafrecht Zittingsplaats Zutphen Meervoudige kamer Parketnummer: [jw.sys.1.verdachte_1_parketnummer]05/860948-13 Uitspraak d.d. 22 oktober 2013

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2015:1805

ECLI:NL:RBNHO:2015:1805 ECLI:NL:RBNHO:2015:1805 Uitspraak Vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND, LOCATIE HAARLEM Strafrecht Datum uitspraak : 10 maart 2015 Parketnummer: 15/840083-08 (ontneming) Vonnis ex artikel 36e van het Wetboek

Nadere informatie

LJN: BN2676, Rechtbank Utrecht, 16-711618-09 [P] Print uitspraak

LJN: BN2676, Rechtbank Utrecht, 16-711618-09 [P] Print uitspraak LJN: BN2676, Rechtbank Utrecht, 16-711618-09 [P] Print uitspraak Datum uitspraak: 02-07-2010 Datum publicatie: 28-07-2010 Rechtsgebied: Straf Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

Zoekresultaat - inzien document. ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: Uitspraak. Rechtbank Oost-Brabant

Zoekresultaat - inzien document. ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: Uitspraak. Rechtbank Oost-Brabant Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ec Instantie Datum uitspraak 07-10-2015 Datum publicatie 07-10-2015 Rechtbank Oost-Brabant

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010 Rapport Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014 Rapportnummer: 2014/010 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College van procureurs-generaal

Nadere informatie

Opinie: Stage bij de Hoge Raad. Mw. mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren. Vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst

Opinie: Stage bij de Hoge Raad. Mw. mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren. Vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst 2012/7 12e jaargang nummer 7 oktober 2012 2 5 13 20 28 33 Opinie: Stage bij de Hoge Raad Mw. mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren Vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst Mr. M.J. Pelinck en dr. E. Poelmann

Nadere informatie

LJN: BM4440, Hoge Raad, 09/01423

LJN: BM4440, Hoge Raad, 09/01423 LJN: BM4440, Hoge Raad, 09/01423 Datum uitspraak: 26-10-2010 Datum publicatie: 26-10-2010 Rechtsgebied: Straf Soort procedure: Cassatie Inhoudsindicatie: Reikwijdte van witwassen, art. 420bis Sr en schuldwitwassen,

Nadere informatie

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht. Hof Amsterdam 19 januari 2011, nr. 23-001234-09 VERKORT ARREST VAN HET GERECHTSHOF AMSTERDAM gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem van 16 december 2008 in de

Nadere informatie

Het hoger beroep De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Het hoger beroep De officier van justitie heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld. ECLI:NL:GHARL:2015:7181 Instantie: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Datum uitspraak: 25-09-2015 Datum publicatie: 25-09-2015 Zaaknummer: 21-004143-14 Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken: Hoger

Nadere informatie

VOLSTORTING VAN AANDELEN BIJ OPRICH- TING BESLOTEN VENNOOTSCHAP NAAR NE- DERLANDS RECHT

VOLSTORTING VAN AANDELEN BIJ OPRICH- TING BESLOTEN VENNOOTSCHAP NAAR NE- DERLANDS RECHT VOLSTORTING VAN AANDELEN BIJ OPRICH- TING BESLOTEN VENNOOTSCHAP NAAR NE- DERLANDS RECHT PAS OP VOOR AANSPRAKELIJKHEID! Bij faillissement van een kapitaalvennootschap naar Nederlands recht, onderzoekt de

Nadere informatie

De civiele kamer van de Commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven

De civiele kamer van de Commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven Uitspraak De civiele kamer van de Commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven Zaaknummer: ****** Datum uitspraak: 7 augustus 2015 De civiele kamer van de Commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven

Nadere informatie

Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid: 2014-05-11

Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid: 2014-05-11 ECLI:NL:GHSHE:2015:3566 Instantie: Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak: 16-09-2015 Datum publicatie: 17-09-2015 Zaaknummer: 20-002514-14 Rechtsgebieden: Materieel strafrecht Strafprocesrecht Bijzondere

Nadere informatie

Opname in koopakte van afkoop leasecontract c.v.. Koopovereenkomst ontbonden en nieuwe overeenkomst gesloten met andere regeling over c.v..

Opname in koopakte van afkoop leasecontract c.v.. Koopovereenkomst ontbonden en nieuwe overeenkomst gesloten met andere regeling over c.v.. Opname in koopakte van afkoop leasecontract c.v.. Koopovereenkomst ontbonden en nieuwe overeenkomst gesloten met andere regeling over c.v.. Klagers kopen een woning via makelaar-verkoper (beklaagde). In

Nadere informatie

ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-377 d.d. 13 oktober 2014 (mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter, mr. J.W.M. Lenting en mr. A.M.T. Wigger, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Nadere informatie

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR Inleiding In artikel 16 AWR is bepaald dat een feit dat de inspecteur bekend was of redelijke wijs bekend had kunnen zijn geen grond voor

Nadere informatie

de coöperatie Coöperatieve Rabobank Merwestroom U.A., gevestigd te Hardinxveld- Giessendam, hierna te noemen Aangeslotene.

de coöperatie Coöperatieve Rabobank Merwestroom U.A., gevestigd te Hardinxveld- Giessendam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-40 d.d. 22 januari 2014 (mr. R.J. Paris, voorzitter en mevrouw mr. F. Faes, secretaris) Samenvatting Consument heeft ten tijde van haar

Nadere informatie

Openbaar faillissementsverslag

Openbaar faillissementsverslag Openbaar faillissementsverslag Nummer: 3 Datum: 1 augustus 2011 Gegevens: Datum uitspraak: 9 november 2010 Curator: Mr. J.W. Achterberg R-C: Mr. K.D. van Ringen Activiteiten onderneming: Het verlenen van

Nadere informatie

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 oktober 2015.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 oktober 2015. ECLI:NL:RBROT:2015:7773 Instantie: Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak: 29-10-2015 Datum publicatie: 02-11-2015 Zaaknummer: 11/870399-12.ov Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg

Nadere informatie

LJN: BN2716, Rechtbank Utrecht, 16-600121-10 [P] Print uitspraak

LJN: BN2716, Rechtbank Utrecht, 16-600121-10 [P] Print uitspraak LJN: BN2716, Rechtbank Utrecht, 16-600121-10 [P] Print uitspraak Datum uitspraak: 02-07-2010 Datum publicatie: 28-07-2010 Rechtsgebied: Straf Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

LJN: BN2703, Rechtbank Utrecht, 16-711769-09 [P] Print uitspraak

LJN: BN2703, Rechtbank Utrecht, 16-711769-09 [P] Print uitspraak LJN: BN2703, Rechtbank Utrecht, 16-711769-09 [P] Print uitspraak Datum uitspraak: 02-07-2010 Datum publicatie: 28-07-2010 Rechtsgebied: Straf Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

FAILLISSEMENTSVERSLAG ex artikel 73a Fw verslagnummer 3

FAILLISSEMENTSVERSLAG ex artikel 73a Fw verslagnummer 3 FAILLISSEMENTSVERSLAG ex artikel 73a Fw verslagnummer 3 De inhoud van de aan de rechtbank toegezonden papieren versie van dit verslag is identiek aan de digitale versie van het verslag. Indien dit verslag

Nadere informatie

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-228 d.d. 16 juli 2013 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, en mr. F. Faes, secretaris) Samenvatting Consument stelt dat zij een zeker

Nadere informatie

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de. vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Schiphol Meervoudige strafkamer Parketnummer: Uitspraakdatum: 8 april 2013 Tegenspraak Strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar

Nadere informatie

Introductie tot de FIU-Nederland

Introductie tot de FIU-Nederland Introductie tot de FIU-Nederland H.M. Verbeek-Kusters EMPM Hoofd FIU - Nederland l 05-06-2012 Inhoud presentatie Witwassen Organisatie FIU-Nederland Van ongebruikelijk naar verdacht Wat is een ongebruikelijke

Nadere informatie

ECLI:NL:GHARL:2015:2577

ECLI:NL:GHARL:2015:2577 ECLI:NL:GHARL:2015:2577 Uitspraak Arrest GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN Strafrecht Parketnummer: 21-008157-13 Datum uitspraak: 9 april 2015 Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken gewezen

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 291 d.d. 24 oktober 2011 (mr. R.J. Paris, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en mr. H.J. Schepen, leden en mr. E.P.A. Bogers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Rapport. Datum: 15 juni 2004 Rapportnummer: 2004/222

Rapport. Datum: 15 juni 2004 Rapportnummer: 2004/222 Rapport Datum: 15 juni 2004 Rapportnummer: 2004/222 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de officier van justitie te Maastricht geen uitvoering heeft gegeven aan de door het gerechtshof te 's-hertogenbosch

Nadere informatie

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx

http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx LJN: BK6789, Gerechtshof 's-gravenhage, 22-000700-08 Datum uitspraak: Datum publicatie: Rechtsgebied: 16-12-2009 16-12-2009 Straf Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Computercriminaliteit.

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE STRAFRECHT. Uitspraken 10 februari 2015 Paul Verloop

JURISPRUDENTIE STRAFRECHT. Uitspraken 10 februari 2015 Paul Verloop JURISPRUDENTIE STRAFRECHT Uitspraken 10 februari 2015 Paul Verloop HR uitspraken 10 februari 2015 Beslissingen voorlopige hechtenis (Cassatie in het belang der wet) HR:2015:247 HR:2015:255 HR:2015:256

Nadere informatie

ECLI:NL:RBZUT:2011:BT8884

ECLI:NL:RBZUT:2011:BT8884 ECLI:NL:RBZUT:2011:BT8884 Instantie Rechtbank Zutphen Datum uitspraak 21-10-2011 Datum publicatie 21-10-2011 Zaaknummer 06/940112-11 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg - meervoudig

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1995 1996 24 834 Wijziging van enige bepalingen in het Wetboek van Strafvordering inzake het rechtsgeding voor de politierechter en de mededeling van vonnissen

Nadere informatie

de coöperatie Coöperatieve Rabobank [plaats] Friesland Oost U.A., gevestigd te [plaats], hierna te noemen Aangeslotene.

de coöperatie Coöperatieve Rabobank [plaats] Friesland Oost U.A., gevestigd te [plaats], hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-400 d.d. 5 november 2014 (mr. H.J. Schepen, voorzitter, mr. A.P. Luitingh en mr. drs. S.F. van Merwijk leden en mr. E.C. Aarts, secretaris)

Nadere informatie

Accountant moet op zijn tellen passen bij begeleiding inkeer van zijn cliënt

Accountant moet op zijn tellen passen bij begeleiding inkeer van zijn cliënt Accountant moet op zijn tellen passen bij begeleiding inkeer van zijn cliënt Het bankgeheim staat onder druk. Diverse staten, waaronder Zwitserland en Liechtenstein, verklaarden zich recent bereid om internationale

Nadere informatie

INBRENG IN de naamloze vennootschap: N.V. UNIVÉ HET ZUIDEN SCHADEVERZEKERINGEN, gevestigd te Wouw (gemeente Roosendaal)

INBRENG IN de naamloze vennootschap: N.V. UNIVÉ HET ZUIDEN SCHADEVERZEKERINGEN, gevestigd te Wouw (gemeente Roosendaal) Blad 1 INBRENG IN de naamloze vennootschap: N.V. UNIVÉ HET ZUIDEN SCHADEVERZEKERINGEN, gevestigd te Wouw (gemeente Roosendaal) Heden, ***, verscheen voor mij, mr. **, notaris te **: **, te dezen handelend

Nadere informatie

LJN: BM6944, Gerechtshof Leeuwarden, 24-000403-09 Print uitspraak

LJN: BM6944, Gerechtshof Leeuwarden, 24-000403-09 Print uitspraak Het LJN nummer is belangrijk om terug te zoeken voor derden. +++++ LJN: BM6944, Gerechtshof Leeuwarden, 24-000403-09 Print uitspraak Datum uitspraak: 04-06-2010 Datum publicatie: 07-06-2010 Rechtsgebied:

Nadere informatie

Faillissementsverslag ex art. 73a Fw Nummer: 4 Datum: 18 december 2014. : Rotterdam (na verwijzing: Gelderland)

Faillissementsverslag ex art. 73a Fw Nummer: 4 Datum: 18 december 2014. : Rotterdam (na verwijzing: Gelderland) Faillissementsverslag ex art. 73a Fw Nummer: 4 Datum: 18 december 2014 inzake Faillissement BI&C Consultancy B.V. Rechtbank : Rotterdam (na verwijzing: Gelderland) Faillissementsnummer : C/05/14/209 F

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.5489 (144.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager, tegen: hierna te noemen de tussenpersoon. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

de coöperatie Coöperatieve Rabobank Groesbeek Millingen aan de Rijn U.A., gevestigd te Groesbeek, hierna te noemen Aangeslotene.

de coöperatie Coöperatieve Rabobank Groesbeek Millingen aan de Rijn U.A., gevestigd te Groesbeek, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-32 d.d. 17 januari 2014 (mr. H.J. Schepen, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en mr. J.S.W. Holtrop, leden, terwijl mr. M. van Pelt als secretaris)

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-145 d.d. 2 mei 2012 (mr. E.M. Dil-Stork, voorzitter, mr. P.M. Arnoldus-Smit en mr. J.W.H. Offerhaus, leden, en mr. E.P.A. Bogers, secretaris)

Nadere informatie

KOOPOVEREENKOMST INZAKE OVERNAME VAN ACTIVITEITEN VAN

KOOPOVEREENKOMST INZAKE OVERNAME VAN ACTIVITEITEN VAN KOOPOVEREENKOMST INZAKE OVERNAME VAN ACTIVITEITEN VAN BV KOOPOVEREENKOMST OP HOOFDLIJNEN Ondergetekenden: 1. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid..bv. te. ( KvK nummer ) vertegenwoordigd

Nadere informatie

Verhullen van de herkomst bij witwassen

Verhullen van de herkomst bij witwassen Verhullen van de herkomst bij witwassen Een stand van zaken en handvatten voor de praktijk mr. W.H. Hulst & mr. S. Visser* 1. Inleiding Als witwassen is in het Wetboek van Strafrecht in art. 420bis lid

Nadere informatie

Stichting Yourney te Amsterdam. Rapport inzake de jaarrekening 2012/2013

Stichting Yourney te Amsterdam. Rapport inzake de jaarrekening 2012/2013 Stichting Yourney te Amsterdam Rapport inzake de jaarrekening 2012/2013 Inhoudsopgave RAPPORT Blz. Algemeen 3 Fiscale positie 4 JAARREKENING Grondslagen voor de financiële verslaggeving 5 Balans per 31

Nadere informatie

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 1 Datum: 7 maart 2011

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 1 Datum: 7 maart 2011 FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 1 Datum: 7 maart 2011 Gegevens onderneming : Ton Donkelaar Containerservice BV, gevestigd te (3903 LG) Veenendaal aan de Kernreactorstraat 48, KvK Utrecht dossnr. 09139709

Nadere informatie

op de klacht van:mevrouw A. C., wonende te Huizen, hierna te noemen: klager

op de klacht van:mevrouw A. C., wonende te Huizen, hierna te noemen: klager Beweerdelijk te lage waardering. Beweerdelijk verstrekte vertrouwelijke mededeling aan derden. Klaagster en haar echtgenoot zijn in een echtscheiding verwikkeld. In dat kader vindt een kort geding plaats

Nadere informatie

Uitspraak. RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummer: 16/992025-09 [P]

Uitspraak. RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht parketnummer: 16/992025-09 [P] LJN: BR0256, Rechtbank Utrecht, 16/992025-09 [P] Print uitspraak Datum uitspraak: 05-07-2011 Datum publicatie: 05-07-2011 Rechtsgebied: Straf Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

NEGENDE OPENBARE FAILLISSEMENTSVERSLAG EX ARTIKEL 73A FW INZAKE HET FAILLISSEMENT VAN BORDEAUX ADVISORY B.V.

NEGENDE OPENBARE FAILLISSEMENTSVERSLAG EX ARTIKEL 73A FW INZAKE HET FAILLISSEMENT VAN BORDEAUX ADVISORY B.V. NEGENDE OPENBARE FAILLISSEMENTSVERSLAG EX ARTIKEL 73A FW INZAKE HET FAILLISSEMENT VAN BORDEAUX ADVISORY B.V. Gegevens onderneming: de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Bordeaux Advisory

Nadere informatie

12-50 RvT Arnhem. Taxatie. Taxatie zonder bezichtiging.

12-50 RvT Arnhem. Taxatie. Taxatie zonder bezichtiging. 12-50 RvT Arnhem Taxatie. Taxatie zonder bezichtiging. Beklaagde, een makelaarskantoor, had opdracht om in verband met een financiering, met spoed een taxatie uit te brengen. Makelaar H, werkzaam bij beklaagde,

Nadere informatie

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 16 november 1998

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 16 november 1998 BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 16 november 1998 Vonnisnummer : 1996-022 Datum : 16 november 1998 Rechters : mrs. A.W.M. Bijloos, J.K. Moltmaker en J.W. Ilsink. Middel : Inkomstenbelasting Artikel : Belastingjaar

Nadere informatie

Te hoge huurprijs vastgesteld? Summiere onderbouwing taxatierapport. Gebrek aan communicatie.

Te hoge huurprijs vastgesteld? Summiere onderbouwing taxatierapport. Gebrek aan communicatie. Te hoge huurprijs vastgesteld? Summiere onderbouwing taxatierapport. Gebrek aan communicatie. De huurster van een horecagelegenheid heeft een geschil met de verhuurder over de huursom. In dat kader wordt

Nadere informatie

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 4 Datum: 28 augustus 2015

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 4 Datum: 28 augustus 2015 FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 4 Datum: 28 augustus 2015 Gegevens onderneming: De besloten vennootschap All-in Badkamers B.V., gevestigd te (7418 CJ) Deventer aan de Staverenstraat 11. Faillissementsnummer

Nadere informatie

Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen.

Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Een makelaar is door de rechtbank als deskundige benoemd om te komen tot de verkoop

Nadere informatie

Raad van Toezicht te Arnhem van de Nederlandse Vereniging van Makelaars in Onroerende Goederen en Vastgoeddeskundigen NVM EINDBESLISSING.

Raad van Toezicht te Arnhem van de Nederlandse Vereniging van Makelaars in Onroerende Goederen en Vastgoeddeskundigen NVM EINDBESLISSING. Eindbeslissing. Eigen belang. Failissement. Paulianeus handelen. Klagers zijn d.m.v. hun administratiekantoor opgetreden als boekhouders voor ondermeer makelaarskantoor A (beklaagde 1). Na het faillissement

Nadere informatie

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BMW Group Financial Services B.V., gevestigd te [plaats], hierna te noemen Aangeslotene.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BMW Group Financial Services B.V., gevestigd te [plaats], hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-310 d.d. 20 augustus 2014 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, drs. A. Adriaansen en mr. J.W.H. Offerhaus, leden en mr. F. Faes, secretaris)

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden. Uitspraak 10 oktober 2014 Nr. 13/04777 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 29 augustus 2013, nr. 12/00472,

Nadere informatie

DE RAAD VAN TOEZICHT GRONINGEN VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM

DE RAAD VAN TOEZICHT GRONINGEN VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM 10-07 DE RAAD VAN TOEZICHT GRONINGEN VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM Beweerdelijk onduidelijke koopakte opgesteld. Afspraken beweerdelijk niet correct vastgelegd.

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSHE:2012:BV8479

ECLI:NL:RBSHE:2012:BV8479 ECLI:NL:RBSHE:2012:BV8479 Instantie Rechtbank 's-hertogenbosch Datum uitspraak 14-03-2012 Datum publicatie 14-03-2012 Zaaknummer 01/889082-09 Rechtsgebieden Strafrecht Bijzondere kenmerken Eerste aanleg

Nadere informatie

Uitspraak Commissie van Beroep 2010-08

Uitspraak Commissie van Beroep 2010-08 Uitspraak Commissie van Beroep 2010-08 Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 33 d.d. 22 februari 2010 (mevrouw mr. E.M. Dil-Stork, voorzitter, drs. A. Adriaansen en mr. J.Th. de

Nadere informatie

INBRENG IN de besloten vennootschap: UNIVÉ HET ZUIDEN BEMIDDELING B.V. gevestigd te Wouw (gemeente Roosendaal)

INBRENG IN de besloten vennootschap: UNIVÉ HET ZUIDEN BEMIDDELING B.V. gevestigd te Wouw (gemeente Roosendaal) Blad 1 INBRENG IN de besloten vennootschap: UNIVÉ HET ZUIDEN BEMIDDELING B.V. gevestigd te Wouw (gemeente Roosendaal) Heden, ***, verscheen voor mij, mr. **, notaris te **: **, te dezen handelend als schriftelijk

Nadere informatie

de besloten vennootschap Mortgage Venture B.V., gevestigd te Lelystad, hierna te noemen Aangeslotene.

de besloten vennootschap Mortgage Venture B.V., gevestigd te Lelystad, hierna te noemen Aangeslotene. Niet-bindende uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-151d.d. 1 april 2014 (prof.mr. E.H. Hondius, voorzitter, drs. A. Adriaansen en mr. W.H.G.A. Filott mpf, leden en mevrouw

Nadere informatie

Rapport. Onduidelijke informatie over kinderbijdrage. Een onderzoek naar het optreden van het LBIO. Oordeel

Rapport. Onduidelijke informatie over kinderbijdrage. Een onderzoek naar het optreden van het LBIO. Oordeel Rapport Onduidelijke informatie over kinderbijdrage Een onderzoek naar het optreden van het LBIO Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de klacht over Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen

Nadere informatie

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam

Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam Kamer voor Gerechtsdeurwaarders te Amsterdam Beschikking van 7 september 2004 zoals bedoeld in artikel 43 van de Gerechtsdeurwaarderswet inzake de klacht met zaaknummer 28.2003 van: [ ], wonende te [ ],

Nadere informatie

Verslagperiode : 10 februari 2015 t/m 13 mei 2015 Bestede uren in verslagperiode 3

Verslagperiode : 10 februari 2015 t/m 13 mei 2015 Bestede uren in verslagperiode 3 OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 3 Datum: 13 mei 2015 Gegevens onderneming Faillissementsnummer : HAARZUILENSE PROJECTONTWIKKELINGSMAATSCHAPPIJ B.V. Datum uitspraak : 7 oktober 2014 Curator R-C :

Nadere informatie

Belangenbehartiging opdrachtgever. Financiële gegoedheid wederpartij, onderzoek naar.

Belangenbehartiging opdrachtgever. Financiële gegoedheid wederpartij, onderzoek naar. 12-72 RvT Eindhoven/Maastricht Datum: 22 november 2012 DE RAAD VAN TOEZICHT EINDHOVEN/MAASTRICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOED DESKUNDIGEN N.V.M. --------------------------------------------------------------------------------------------------

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 202 d.d. 24 augustus 2011 (mr. R.J. Paris, voorzitter, en mr. W.F.C. Baars en mr. H.J. Schepen, leden) Samenvatting Adviseren over financiële

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.1733 (052.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

2 e OPENBARE FAILLISSEMENTSVERSLAG EX ARTIKEL 73A FW IN HET FAILLISSEMENT VAN JBK KANTOORINRICHTERS BV EN FIGEE INNOVATIE THEATER BV

2 e OPENBARE FAILLISSEMENTSVERSLAG EX ARTIKEL 73A FW IN HET FAILLISSEMENT VAN JBK KANTOORINRICHTERS BV EN FIGEE INNOVATIE THEATER BV 2 e OPENBARE FAILLISSEMENTSVERSLAG EX ARTIKEL 73A FW IN HET FAILLISSEMENT VAN JBK KANTOORINRICHTERS BV EN FIGEE INNOVATIE THEATER BV DE DATO 23 JANUARI 2013 Gegevens curandus/ onderneming Statutaire naam

Nadere informatie

Evaluatie Wet controle op rechtspersonen. Verslag van een schriftelijk overleg Vastgesteld

Evaluatie Wet controle op rechtspersonen. Verslag van een schriftelijk overleg Vastgesteld 33750-VI Nr. Evaluatie Wet controle op rechtspersonen Verslag van een schriftelijk overleg Vastgesteld De vaste commissie voor Veiligheid en Justitie heeft een aantal vragen ter beantwoording voorgelegd

Nadere informatie

LJN: BI0472, Rechtbank Groningen, 18/670051-09 (P) Print uitspraak

LJN: BI0472, Rechtbank Groningen, 18/670051-09 (P) Print uitspraak LJN: BI0472, Rechtbank Groningen, 18/670051-09 (P) Print uitspraak Datum uitspraak: 08-04-2009 Datum publicatie: 08-04-2009 Rechtsgebied: Straf Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 11 Datum: 10 september 2013

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 11 Datum: 10 september 2013 FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 11 Datum: 10 september 2013 Gegevens failliet : de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Walraven Groep B.V., tevens handelend onder de namen Walraven, Walraven

Nadere informatie

LJN: BM9250, Rechtbank Amsterdam, 13/520050-05 (PROMIS) Print uitspraak

LJN: BM9250, Rechtbank Amsterdam, 13/520050-05 (PROMIS) Print uitspraak LJN: BM9250, Rechtbank Amsterdam, 13/520050-05 (PROMIS) Print uitspraak Datum uitspraak: 23-04-2010 Datum publicatie: 24-06-2010 Rechtsgebied: Straf Soort procedure: Eerste aanleg - meervoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 15 september 1997

BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 15 september 1997 BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP VAN 15 september 1997 Vonnisnummer : 1996-023 (volgens Jurdoc CD-rom 1977-023) Datum : 15 september 1997 Rechters : mrs. H. Warnink, J. Moltmaker en Th. Groeneveld Middel :

Nadere informatie

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 1 Datum: 23 maart 2012

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 1 Datum: 23 maart 2012 Identiek aan het digitaal ingediende verslag FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 1 Datum: 23 maart 2012 Gegevens onderneming: : de naamloze vennootschap Avalon Holdings N.V. kantoorhoudende aan de Delftweg 96

Nadere informatie

TWEEDE FAILLISSEMENTSVERSLAG IN HET FAILLISSEMENT VAN CNL MANAGEMENT BV. d.d. 29 april 2013. : de besloten vennootschap CNL Management BV

TWEEDE FAILLISSEMENTSVERSLAG IN HET FAILLISSEMENT VAN CNL MANAGEMENT BV. d.d. 29 april 2013. : de besloten vennootschap CNL Management BV TWEEDE FAILLISSEMENTSVERSLAG IN HET FAILLISSEMENT VAN CNL MANAGEMENT BV d.d. 29 april 2013 Gegevens onderneming Faillissementsnummer : de besloten vennootschap CNL Management BV : 12/608 F Datum uitspraak

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-233 d.d. 17 juli 2013 (mr. H.J. Schepen, voorzitter, mr. A.P. Luitingh, en mr. J.Th. de Wit, leden, en mevrouw mr. M. Nijland, secretaris)

Nadere informatie

OPENBAAR VERSLAG EX ARTIKEL 73A DER FAILLISSEMENTSWET

OPENBAAR VERSLAG EX ARTIKEL 73A DER FAILLISSEMENTSWET Advocaten Notarissen OPENBAAR VERSLAG EX ARTIKEL 73A DER FAILLISSEMENTSWET Faillissement: De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: Houten Vloeren B.V. Faillissementsnummer: 02.252 F Uitgesproken:

Nadere informatie

De Raad van Toezicht Zwolle geeft de volgende uitspraak in de zaak van: aangesloten makelaar bij de vereniging, kantoorhoudende te D

De Raad van Toezicht Zwolle geeft de volgende uitspraak in de zaak van: aangesloten makelaar bij de vereniging, kantoorhoudende te D Grondverschil. Deel van het verkochte perceel eigendom van de gemeente. Klacht ongegrond, toch kostenveroordeling. Klagers kopen met inschakeling van een eigen makelaar een woning die bij beklaagde in

Nadere informatie

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 1 Datum: 27 januari 2010

FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 1 Datum: 27 januari 2010 FAILLISSEMENTSVERSLAG Nummer: 1 Datum: 27 januari 2010 Gegevens onderneming : De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: Nieumeijer Kantoorsystemen B.V., statutair gevestigd te Didam (gemeente

Nadere informatie

Raad van Toezicht te Arnhem van de Nederlandse Vereniging van Makelaars in Onroerende Goederen en Vastgoeddeskundigen NVM BESLISSING.

Raad van Toezicht te Arnhem van de Nederlandse Vereniging van Makelaars in Onroerende Goederen en Vastgoeddeskundigen NVM BESLISSING. Eigen belang. Failissement. Een administratiekantoor (klaagster) verwijt beklaagden dat zij samen met makelaar X een (oneigenlijk )plan hebben gesmeed en ten uitvoer gebracht om een heimelijke/goedkope

Nadere informatie

ALGEMENE BEPALINGEN. Artikel 1

ALGEMENE BEPALINGEN. Artikel 1 WET van 5 september 2002, houdende vaststelling van regelingen inzake de identificatieplicht van dienstverleners (Wet Identificatieplicht Dienstverleners) (S.B. 2002 no. 66). ALGEMENE BEPALINGEN Artikel

Nadere informatie

Nadere bestudering van de juridische merites en jurisprudentie leert, dat aan dit vraagstuk nogal wat haken en ogen zitten.

Nadere bestudering van de juridische merites en jurisprudentie leert, dat aan dit vraagstuk nogal wat haken en ogen zitten. FINANCIERING VAN GROOT ONDERHOUD In de praktijk komt het regelmatig voor, dat een ouder appartementengebouw dringend aan renovatie en/of groot onderhoud toe is. In die gevallen doet de Vergadering van

Nadere informatie

1. Procedure. 2. Feiten

1. Procedure. 2. Feiten Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 109 d.d. 4 november 2009 (mr. R.J. Paris, voorzitter, mr J.W.H. Offerhaus en mr J.Th. de Wit) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Meetinstructie niet nageleefd. Gering verschil opgegeven en werkelijke woonoppervlak.

Meetinstructie niet nageleefd. Gering verschil opgegeven en werkelijke woonoppervlak. Meetinstructie niet nageleefd. Gering verschil opgegeven en werkelijke woonoppervlak. Koper beklaagt zich erover dat het door hem gekochte appartement niet 105 m² groot is maar 100 m². De verkopende makelaar

Nadere informatie

IN HET FAILLISSEMENT VAN W.G. VAN DUIN BEHEER BV EN INGENIO BV DE DATO

IN HET FAILLISSEMENT VAN W.G. VAN DUIN BEHEER BV EN INGENIO BV DE DATO 4 e OPENBARE FAILLISSEMENTSVERSLAG EX ARTIKEL 73A FW IN HET FAILLISSEMENT VAN W.G. VAN DUIN BEHEER BV EN INGENIO BV DE DATO 19 DECEMBER 2014 1 Gegevens curandus/ onderneming Statutaire naam Adres : W.G.

Nadere informatie

Onjuist omschreven factuur ingediend. Samenwerking met andere adviseurs. Wat is courtage?

Onjuist omschreven factuur ingediend. Samenwerking met andere adviseurs. Wat is courtage? Onjuist omschreven factuur ingediend. Samenwerking met andere adviseurs. Wat is courtage? Een notaris en een bank klagen erover dat een makelaarskantoor bij eerstgenoemde een factuur heeft ingediend voor

Nadere informatie

1. Procedure. 2. Feiten

1. Procedure. 2. Feiten Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 153 d.d. 23 augustus 2010 (mr. V. van den Brink, voorzitter, en de heren G.J.P. Okkema en prof. drs. A.D. Bac RA) 1. Procedure De Commissie

Nadere informatie

Ontvankelijkheid. Risicodragende projectontwikkeling. Eigen belang.

Ontvankelijkheid. Risicodragende projectontwikkeling. Eigen belang. Ontvankelijkheid. Risicodragende projectontwikkeling. Eigen belang. Beklaagde trad op als verkopend makelaar van een bouwproject. Klager heeft een koopaannemingsovereenkomst gesloten m.b.t. een 50% aandeel

Nadere informatie

TWEEDE FAILLISSEMENTSVERSLAG IN HET FAILLISSEMENT VAN REISBUREAU VAN DUIN BV d.d. 30 december 2011

TWEEDE FAILLISSEMENTSVERSLAG IN HET FAILLISSEMENT VAN REISBUREAU VAN DUIN BV d.d. 30 december 2011 Dit verslag ziet uitsluitend op hetgeen zich in de afgelopen verslagperiode heeft voorgaan. Daar waar de nummering ontbreekt, zijn de hoofdstukken reeds afgesloten en wordt voor informatie verwezen naar

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 73 d.d. 15 april 2010 (mr. R.J. Paris, voorzitter, mr. J.Th. de Wit en mevrouw mr. P.M. Arnoldus-Smit) Samenvatting De zoon van consument heeft

Nadere informatie

IN HET FAILLISSEMENT VAN LUITEN BEHEER B.V. DE DATO

IN HET FAILLISSEMENT VAN LUITEN BEHEER B.V. DE DATO 7 e OPENBARE FAILLISSEMENTSVERSLAG EX ARTIKEL 73A FW IN HET FAILLISSEMENT VAN LUITEN BEHEER B.V. DE DATO 26 SEPTEMBER 2013 Gegevens onderneming Statutaire naam Adres Vestigingsplaats : Luiten Beheer B.V.

Nadere informatie

OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG TeleCom Trainers B.V. Nummer: 2 Datum: 3 april 2015

OPENBAAR FAILLISSEMENTSVERSLAG TeleCom Trainers B.V. Nummer: 2 Datum: 3 april 2015 Gegevens onderneming : de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TELECOM TRAINERS B.V. statutair gevestigd te Den Haag, feitelijk gevestigd Wisselweg 33 (1314 CB) Almere, ingeschreven bij

Nadere informatie

FAILLISSEMENTSVERSLAG NR. 1 EX. ART. 73a Fw, tevens boedelbeschrijving d.d. 8 april 2014

FAILLISSEMENTSVERSLAG NR. 1 EX. ART. 73a Fw, tevens boedelbeschrijving d.d. 8 april 2014 FAILLISSEMENTSVERSLAG NR. 1 EX. ART. 73a Fw, tevens boedelbeschrijving d.d. 8 april 2014 Gegevens onderneming Insolventienummers Datum uitspraak Curator Rechter-commissaris : ACQUI RECRUITMENT B.V., statutair

Nadere informatie

Een onderzoek naar het uitbetalen van een schadevergoeding door het Openbaar Ministerie te Den Haag.

Een onderzoek naar het uitbetalen van een schadevergoeding door het Openbaar Ministerie te Den Haag. Rapport Een onderzoek naar het uitbetalen van een schadevergoeding door het Openbaar Ministerie te Den Haag. Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de klacht over het Arrondissementsparket Den Haag,

Nadere informatie

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 183 d.d. 25 oktober 2010 (mevrouw mr. E.M. Dil-Stork, voorzitter, mevrouw mr. A.M.T. Wigger en de heer mr. J.Th. de Wit) Procedure De Commissie

Nadere informatie

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek ECLI:NL:GHDHA:2015:80 Uitspraak Rolnummer: 22-002584-14 Parketnummers: 10-750263-13, 22-003524-12 (TUL) en 22-004272-11 (TUL) Datum uitspraak: 27 januari 2015 TEGENSPRAAK Gerechtshof Den Haag meervoudige

Nadere informatie