Achtergronddocument zwangerschapsgerelateerde infectieziekten in medische instellingen, waaronder verpleeg- en verzorgingshuizen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Achtergronddocument zwangerschapsgerelateerde infectieziekten in medische instellingen, waaronder verpleeg- en verzorgingshuizen"

Transcriptie

1 Achtergronddocument zwangerschapsgerelateerde infectieziekten in medische instellingen, waaronder verpleeg- en verzorgingshuizen Januari

2 Inhoudsopgave: Inleiding... 5 Infectieziekten in medische instellingen... 6 Algemene uitgangspunten... 7 Bronaanpak... 7 Voorlichting... 7 Preventie algemeen... 8 Zwangeren...8 Legionella... 9 Groep... 9 Transmissie Zwangerschap & Legionella Incidentie Diagnostiek & Legionella Serologie Kwetsbare groepen & legionella Branches & Legionella Arbeidsgeschiktheid Voor eigen werk: Risico voor collega s: Risico voor derden: Norovirus Groep Transmissie Zwangerschap & norovirus Incidentie Diagnostiek & norovirus Therapie & vaccinatie Kwetsbare groepen & norovirus Risicobranches & norovirus Arbeidsgeschiktheid Voor eigen werk: Risico richting collega's: Risico naar derden: Influenza Groep Transmissie Zwangerschap & influenza Incidentie Preventieve maatregelen Therapie & Vaccinatie Kwetsbare groepen

3 Branches & influenza Arbeidsgeschiktheid Hepatitis A Groep Transmissie Zwangerschap & Hepatitis A Incidentie Diagnostiek & Hepatitis A Indirect Direct Therapie & Vaccinatie Kwetsbare groepen & Hepatitis A Branches & Hepatitis A Arbeidsgeschiktheid: Eigen werk: Risico voor collega s en derden MRSA Groep Transmissie Risicofactoren die dragerschap kunnen (blijven) bevorderen Zwangeren Incidentie Diagnostiek & MRSA Therapie & Vaccinatie Kwetsbare groepen & MRSA Branches & MRSA Arbeidsgeschiktheid Voor eigen werk en risico voor collega s en derden Screening van patiënten en gezondheidswerkers Risico inschatting medewerker Kweekschema nieuwe medewerkers behorend tot categorie 3 WIP Medewerkers met eventuele onderhoudende factoren Kweekschema medewerker Behandelschema medewerkers Therapieresistente medewerkers Scabiës (Schurft) Groep Transmissie Zwangerschap Diagnostiek Therapie & Vaccinaties Vaccinatie: niet mogelijk Kwetsbare groepen Arbeidsgeschiktheid Voor eigen werk

4 Risico s voor collega s Risico s voor derden Bijlage: tabel veel voorkomende infectieziekten in medische instellingen

5 Inleiding Dit is een achtergronddocument dat u meer informatie verschaft over infectieziekten die u kunt tegenkomen in een verpleeg- en verzorgingshuis. Het gaat hierbij om een beschrijving van veelvoorkomende agentia. Uitgebreider beschrijvingen kunt u via de website inzien. Dit achtergronddocument mag vrijelijk worden vermenigvuldigd en verspreid mits onderstaande auteurs en de SBOH worden vermeld. Auteurs: Dr. J.J. Maas, consultant infectieziekten & arbeid en H. P.J. Stinis, bedrijfsarts, Kennissysteem Infectieziekten en Arbeid, Nederlands Centrum voor Beroepsziekten, Amsterdam. In dit achtergronddocument zal per infectieziekte een aantal kenmerken systematisch worden beschreven: Tot welke groep de ziekte behoort; Wat de klinische verschijnselen kunnen zijn als u bent geïnfecteerd; Wat de transmissie ervan is; Wat de gevolgen van een besmetting kunnen zijn voor u zelf en uw ongeboren kind; De incidentie; Welke preventieve maatregelen er mogelijk zijn; Diagnostiek; Therapie & vaccinatie; Eventuele kwetsbare groepen; Branches waarin het organisme een rol speelt; En ten slotte het desbetreffende organisme in relatie tot arbeidsgeschiktheid. De hierna beschreven informatie is voornamelijk overgenomen van het Kennissysteem Infectieziekten en Arbeid (www.kiza.nl), het Landelijk Centrum Infectieziektebestrijding (www.infectieziekten.info) en de AMC richtlijn ziekenhuismedewerkers en infecties (met toestemming van de arbodienst van het AMC). Verder worden de collega s J. O. Daal (Klinisch geriater Westfries gasthuis) en P. Wesselink (verpleeghuisarts verpleeghuis Slotervaart) bedankt voor hun commentaar. 5

6 Infectieziekten in medische instellingen Infectieziektebestrijding is in veel Nederlandse medische instellingen een belangrijk onderwerp. In het kader van o.a. certificering worden deze instellingen geacht voldoende maatregelen te hebben genomen en in het bezit te zijn van alle noodzakelijke protocollen en draaiboeken. Verder kan ook de Inspectie Volksgezondheid medische instellingen hierop aanspreken. In tegenstelling tot verpleeg- en verzorgingshuizen hebben ziekenhuizen vaak, naast de microbioloog, ook nog ziekenhuishygiënisten in dienst. Bij de relatief kleine huisartsenpraktijken is meestal ook wel een infectieziektenbeleid, maar veel minder uitgebreid dan in een medische instelling waar cliënten en patiënten voor een langere tijd kunnen verblijven en behandeld kunnen worden. Enkele verschillen tussen een intramurale instelling en een huisartsenpraktijk: Huisartsenpraktijk Medische instelling Duur verblijf patiënten Kortdurend Langdurig Aard medische ingrepen Beperkt arsenaal Invasieve ingrepen (chirurgische, maar ook chemotherapie of gebruik immuunsuppressiva en katheters) Categorieën patiënten Diverse soorten patiënten Overwegend ernstig ziekte patiënten Protocollen Relatief beperkt Vaak complete draaiboeken Gezondheidswerker als vector Relatief beperkt. Dit door een diversiteit aan handelingen en patiënten Aanzienlijk. Dit door meer homogeniteit ernstig zieke patiënten, die langer verpleegd worden en intensieve contact (verpleging) Afhankelijkheid Korte lijnen Veel meer ketenafhankelijkheid 6

7 Protocollen in medische instellingen zijn vooral gericht op patiëntenveiligheid en minder op de veiligheid van de medewerkers. Omdat de gehele infectieziektepreventieketen echter zo sterk is als de zwakste schakel, kan de patiëntenveiligheid nooit los gezien worden van de veiligheid van de medewerkers. De verschillen tussen infectieuze belasting van aios werkzaam in de huisartsenpraktijk en die werkzaam in een verpleeg- of verzorgingshuis worden vooral bepaald door de typische institutionele infectieziekten, zoals: legionella, norovirus, influenza, hepatitis A, MRSA en schurft. Daarnaast is er een verhoogde prevalentie van nosocomiale infectieziekten, zoals clostridium. In algemene zin gaat het vooral om infecties van de luchtwegen, maagdarmkanaal en de huid. De aios werkzaam in een verpleeg- of verzorgingshuis wordt geadviseerd altijd kennis te nemen van de diverse infectieziekteprotocollen van hun desbetreffende instelling. Vaak zijn er namelijk accentverschillen tussen de diverse lokale en regionale institutionele draaiboeken, zeker als het gaat om infectieziekten zoals MRSA en influenza outbreaks. Algemene uitgangspunten Strikte naleving van hygiënemaatregelen is de belangrijkste vorm van preventie. De WIP richtlijnen (www.wip.nl) zijn hierin leidend. Zo moeten personen met klachten van een gastro-enteritis werkzaam in de patiëntenzorg in ziekenhuizen en instellingen voor bejaarden altijd tijdelijk andere werkzaamheden verrichten, gezien de grote kans op gezondheidswerker-cliënten overdracht van bijvoorbeeld calicivirussen. Tot de belangrijkste onderdelen van het beleid behoren: Bronaanpak Zo mogelijk aan bronopsporing doen; Eventueel GGD en regionale afdeling inschakelen voor ondersteuning; Voedsel en Waren Autoriteit inschakelen als voedselbronnen een rol kunnen spelen; Contactonderzoek voor zover mogelijk, maar is vaak moeizaam wegens de grote besmettelijkheid en de daarmee gepaard gaande snelle verspreiding; Open spreekuur bedrijfsarts. Indien er sprake is van zwangerschap, wordt geadviseerd (preventief) de bedrijfsarts te bezoeken. Voorlichting Samen met de uitleg van transmissiemechanismen en achtergronden (braaksel, feces, langdurige overleving buiten lichaam) moet de nadruk op goed handen wassen worden gelegd. Vermijd tevens, voor zover mogelijk, direct fysiek mens-mens contacten. Bij gebruik van adembescherming moet een adequate instructie gegeven worden omdat verkeerd gebruik, bijvoorbeeld bij het afdoen, averechts werkt. Tenslotte blijkt in de praktijk dat men toezicht op het (juiste) gebruik moet houden. Niet goed aansluitende mondkapjes zijn de oorzaak van falen, maar ook hergebruik van voor eenmalig gebruik bedoelde mondkapjes. 7

8 Preventie algemeen Uitgangspunt bij de arbobenadering is het BAH-principe: de arbeidshygiënische strategie aangepast aan de eigenschappen van biologische agentia. Bij een geïsoleerd geval, indien de persoon niet werkzaam is in de voedselbereiding of patiëntenzorg, zijn geen bijzondere maatregelen nodig. Bij een clusteruitbraak moeten de hygiënemaatregelen aangescherpt worden en moet men de bron proberen te achterhalen. Voor de bestrijding van een cluster in een instelling, zie draaiboek gastro-enteritiden (www.rivm.nl/cib). Spoor actief de extra kwetsbare cliënten/medewerkers op; Doe nog meer aan algemeen hygiënisch werken: was de handen speciaal na toiletgang en luierverwisseling; Reinig alle mogelijke besmette oppervlakken uitgebreid; Verwijder besmette kleding; Verwijder braaksel en ontlasting, houdt toiletten goed schoon; Niet zelf mee-eten tijdens het eten van de patiënten; Vermijd zoveel mogelijk mens-mens-contacten, zeker als men tot een van de kwetsbare groepen behoort. Norovirussen zijn bijvoorbeeld bijzonder resistent tegen uitdroging en gewone klimaatomstandigheden. Mechanische verwijdering, dus veel wassen/poetsen, is waarschijnlijk het meest effectief. Alcohol is NIET effectief tegen alle virussen. Bijvoorbeeld niet tegen het norovirus. Zie de WIP-richtlijn voor preventieve maatregelen bij een gastro-enterale uitbraak. Naast de in dit document beschreven infectieziekten, moet de aios ook alert zijn op infectieziekten zoals o.a.: HIV, hepatitis B en C, (prikaccidenten) TBC etc. Hiervoor wordt verwezen naar het SBOH achtergronddocument infectieziekten; Ten aanzien van instellingsgebonden uitbraken wordt verwezen naar de NVVA richtlijn; Voor protocollen en richtlijnen t.a.v. hygiënische maatregelen, wordt verwezen naar de website van de werkgroep infectiepreventie. Zwangeren Zwangeren lopen extra risico wanneer ze in aanraking komen met o.a.: Varicella Zoster, CMV, mazelen en parvo 19. Hiervoor wordt verwezen naar de SBOH zwangerschapskaart. Ook gastro-intestinale infectie kunnen in het laatste trimester erg belastend zijn voor de zwangere. 8

9 Legionella Groep Legionellapneumonie wordt meestal veroorzaakt door legionella pneumophila, maar ook andere legionellasoorten kunnen de veroorzaker zijn. Legionella pneumophila is een zwak kleurende gramnegatieve bacterie. Klinische verschijnselen Incubatieperiode De incubatieperiode van legionellapneumonie bedraagt twee tot maximaal twintig dagen (meestal vijf tot zes dagen). Voor Pontiac fever, een soort slow variant van een legionella infectie, is de incubatieperiode 5 tot 66 uur (gemiddeld 24 tot 48 uur). Symptomen Een groot deel van de infecties verloopt waarschijnlijk asymptomatisch. Het klinisch spectrum van een legionella-infectie bij de mens loopt van milde tot snel verslechterende ernstige longontstekingen. Legionellapneumonie (veteranenziekte) Een legionellapneumonie is op grond van symptomen, thoraxfoto of laboratoriumuitslagen (elektrolyten, leverfunctiestoornissen e.d) niet te onderscheiden van longontsteking door andere verwekkers. De diagnose kan alleen bevestigd of uitgesloten worden door middel van specifieke tests. De prognose is afhankelijk van gastheerfactoren en van de snelheid waarmee een adequate antibiotische therapie van start gaat. De kans op een dodelijke afloopt bedraagt bij de 'community-acquired' legionellapneumonie 15 procent bij gehospitaliseerde patiënten. Bij de nosocomiale infecties kan die kans oplopen tot 50 procent. Attack rates bij explosies van veteranenziekte zijn meestal laag: 0,1 tot 5 procent, hoewel binnen risicogroepen (in ziekenhuizen met immuno-incompetenten) epidemieën met attack rates van 30 procent zijn beschreven. Pontiac fever Hier is sprake van verminderde eetlust, koorts, malaise, spierpijn, hoofdpijn en een niet-productieve hoest, kortom een griepachtig beeld. Er is geen sprake van longontsteking. Gezien de weinig specifieke klachten is de kans groot dat de diagnose in niet-epidemische situaties over het hoofd wordt gezien. Het hangt van de alertheid van de arts af of de diagnose gesteld wordt. Er is een verband van Pontiac fever met specifieke legionellasoorten (inclusief L. pneumophila serogroep 1) beschreven. De attack rate bij Pontiac fever is in het algemeen erg hoog: 95 tot 100 procent. Als alle personen van een blootgestelde groep ziek worden moet men aan deze ziekte denken. 9

10 Transmissie Legionellabacteriën zijn staafvormige, beweeglijke bacteriën die alleen groeien in aanwezigheid van zuurstof en voldoende voedingsstoffen. Ze komen zowel in een natuurlijke als in een kunstmatige omgeving voor. De kunstmatige omgeving fungeert vaak als versterker of verspreider van bacteriën. Legionella kan worden aangetroffen in meren en overig zoet oppervlaktewater. Daarnaast kan men legionella isoleren uit grondmonsters van oevers en in warmwaterbronnen die gebruikt worden bij hydrotherapie. L. longbeachae is onlangs ook in ons land uit monsters potaarde geïsoleerd en als zodanig als potentiële bron van humane infecties aanwezig. Hierbij gaat het juist om potaarde in de droge vorm! Vermeerdering treedt bij alle soorten voornamelijk op in slijmlaagjes ('biofilms'), op oppervlakken die in contact met water staan, in sediment en in aanwezigheid van algen. Legionellabacteriën stellen hoge eisen aan hun voeding. Naast organische verbindingen, die dienen als bron voor energie en koolstof, zijn ijzerverbindingen en een tiental verschillende aminozuren nodig. Het temperatuurtraject voor groei ligt tussen 20 en 50 C, met een optimum rond de 37 C. Tussen 0 en 20 C overleeft de legionellabacterie, maar ze vermenigvuldigt zich niet. Onder 0 C en boven 50 C sterven de bacteriën af. Om die reden moet een koudwatersysteem een temperatuur van maximaal 20 C hebben, en een warmwatersysteem een temperatuur boven 50 C. Temperatuur Onder 0 C Tussen 0 en 20 C Tussen 20 en 50 C Rond 37 C Boven 50 C Groei, stilstand of afsterven Afsterven Stilstand Groei Optimale groei Afsterven Diverse watersystemen zijn als bron van legionellose beschreven, zoals koeltorens, luchtbevochtigers; en warmwatersystemen in ziekenhuizen. Contaminatie met legionella van waterleidingen in tandheelkundige units is eveneens voorgekomen. In leidingwater zoals aan de hoofdkraan wordt geleverd liggen de aantallen kve (kolonievormende eenheden) vrijwel altijd beneden de detectiegrens (minder dan 50 kve/liter). Toch wordt leidingwater gezien als een belangrijke besmettingsbron voor binneninstallaties. In leidingwatersystemen kunnen hoge aantallen aanwezig zijn (tot meer dan 105 kve / liter) als gevolg van vermeerdering die optreedt bij de hierboven genoemde temperaturen. Dit gebeurt vooral in dode aftakkingen waar het water langdurig stil kan staan. Iedere dode aftakking langer dan 10 cm moet als potentieel gevaarlijk worden beschouwd. De meest aannemelijke transmissieroute is aerogene transmissie via met legionella gecontamineerde aerosolen. Hiervoor bestaan ook de meeste epidemiologische aanwijzingen. Overige transmissieroutes zijn echter niet uitgesloten. Aspiratie van met legionella gecontamineerd drinkwater is genoemd als mogelijke oorzaak van nosocomiale legionellapneumonie bij patiënten met slikproblemen, zoals na chirurgie in het halsgebied. Gewoon drinken van besmet water wordt niet als oorzaak beschouwd. Nog niet opgehelderd is de infectieuze dosis van legionella die nodig is om ziekteverschijnselen bij de mens te produceren. De zogenaamde 'infective dose paradox' duidt op een discrepantie: aan de ene kant suggereren dierexperimenten een hoge infectieuze dosis, aan de andere kant blijkt uit onderzoek 10

11 dat zelfs personen die zich op enige afstand bevonden van een verdacht watersysteem door een lage concentratie legionella geïnfecteerd werden. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat de infectieuze dosis van legionella in de mens lager wordt wanneer amoeben worden ingeademd waarin zich intracellulaire legionella bevindt. Een grenswaarde, afgeleid van een geaccepteerd infectierisico, kan dus (nog) niet worden gegeven. Hoogstens kan men zeggen dat het infectierisico groter wordt wanneer men bij herhaaldelijke metingen op een groot aantal (meer dan 30 procent) tappunten steeds weer legionellabacteriën vindt. Er zijn geen aanwijzingen dat legionella van persoon tot persoon overdraagbaar is. L. pneumophila kan, toegevoegd aan gedestilleerd water, enkele maanden overleven en in kraanwater bij kamertemperatuur meer dan een jaar. In aerosolen sterft L. pneumophila snel wanneer de luchtvochtigheid in de omgeving laag is. Zwangerschap & Legionella Legionella pneumophila pneumonie kan gedurende de zwangerschap ernstige gevolgen hebben voor de moeder en kan leiden tot foetale nood. Incidentie In 1984 trof het RIVM L. pneumophila in het badwater aan bij 4 procent van de onderzochte zwembaden en bij 20 procent van de onderzochte whirlpools. J.L. Kool stelt in zijn proefschrift Preventing Legionnaires' disease dat legionella behoort tot de drie of vier meest frequente verwekkers van pneumonie in geïndustrialiseerde landen, en dat in Nederland jaarlijks 800 tot personen een legionellapneumonie oplopen. Er zijn in Nederland gevallen beschreven die zijn gerelateerd aan een besmet warmwaterleidingcircuit in een ziekenhuis, een douchesysteem in een subtropisch zwembad, een sauna, twee hotels en een warmwatersysteem in een flat. Begin 1999 deed zich in Bovenkarspel een uitzonderlijke situatie voor toen 188 gevallen van legionellapneumonie optraden onder bezoekers van een bloemententoonstelling. In 2007 was er een uitbraak gerelateerd aan koeltorens. Preventieve maatregelen Er is een voorlichtingsblad (AI-32) over de zeer ingewikkelde regelgeving inzake legionella, omdat er waterleidingbedrijven, gebouweigenaars, verhuurders, beheerders, werkgevers et cetera bij betrokken zijn. Het informatieblad gaat uitgebreid in op de beheersing van de risico's met betrekking tot legionella. Tevens geeft het een beschrijving van aandachtspunten voor het uitvoeren van een RI&E bij koelwatersystemen en luchtbevochtigingsinstallaties en bij andere, niet-leidingwatersystemen. Diagnostiek & Legionella Het materiaal voor kweken kan bestaan uit sputum, bronchiaal secreet, longweefsel of andere normaal steriele vloeistoffen. Als de patiënt geen sputum opgeeft, is een broncho-alveolaire lavage of tracheaspoeling te overwegen voordat men met antimicrobiële therapie begint. Legionella groeit niet op de gebruikelijke voedingsbodems en moet daarom altijd expliciet aangevraagd worden. Legionella is aan te tonen in aangetast weefsel of sputum via directe immunofluorescentie (sensitiviteit 30%). Het is mogelijk om via een polymerase kettingreactie (pcr) legionella aan te tonen. 11

12 Therapie & vaccinatie De prognose wordt erg beïnvloed door de snelheid waarmee er gestart wordt met behandeling. Antibiotica s van eerste keus zijn: ciprofloxacline, levofloxacine en moxifloxacine. Vaccinatie: niet mogelijk Urine Er zijn verschillende tests beschikbaar voor het aantonen van L. pneumophila serogroep 1-antigeen in de urine van patiënten met veteranenziekte, zoals ELISA. De sensitiviteit van de tests bedraagt rond de 80% (hoe ernstiger de ziekte, des te sensitiever de test), de specificiteit is bijna 100%. Met deze tests, die in Nederland tot de routinediagnostiek behoren, is het mogelijk om in een vroeg stadium van de ziekte de diagnose te stellen en om snel adequate therapie te starten. Serologie Een minstens viervoudige titerstijging tussen een acute-fase-serum en een serum van drie tot zes weken later is ook bewijzend voor een recente legionella-infectie. Een kwart van alle patiënten seroconverteert al in de eerste ziekteweek. Na tien weken heeft bij 80% van de patiënten een seroconversie plaatsgevonden. Bij infecties door legionella species treedt een uitgesproken IgMrespons op; IgM-titers zijn diagnostisch voor een recente infectie. Kwetsbare groepen & legionella Tot de groepen met verhoogd risico behoren zwangeren, rokers, alcoholisten en patiënten met een verworven of aangeboren immuun stoornis. Zie verder de risicogroepen zoals gedefinieerd door de gezondheidsraad in het herziend advies ten aanzien van seizoensgriep vaccinatie (www.gr.nl). Branches & Legionella Niet aan de orde. Is meer gebonden aan gebouwen en klimaatinstallaties dan aan beroepen. Zo werd een agent besmet omdat hij in de buurt van een koeltoren verbleef Arbeidsgeschiktheid Voor eigen werk: Door medische klachten kan er sprake zijn van beperkingen. Er komen steeds meer aanwijzingen voor chronische klachten als moeheid en algehele malaise die de arbeidsgeschiktheid sterk kunnen belemmeren, Risico voor collega s: Geen mens op mens besmetting. Dus niet aan de orde. Risico voor derden: Geen mens op mens besmetting. Dus niet aan de orde. 12

13 Norovirus Groep Calicivirussen zijn kleine RNA-virussen (27-32 nm). Calicivirussen zijn de verwekkers van het merendeel van de niet-bacteriële gastro-enteritiden (zowel wat betreft epidemieën als sporadische gevallen). Binnen de groep van norovirussen (NV) wordt een grote verscheidenheid aan virus genotypes gevonden. Tot nu toe zijn bijvoorbeeld 20 genotypes NV beschreven. Klinische verschijnselen Vaak plotseling begin van misselijkheid, braken (wordt wel projectielbraken genoemd, vanwege de soms optredende heftigheid), hoofdpijn, buikpijn, diarree, maagkrampen, (spierpijn) malaise en milde koorts zijn de meest voorkomende klinische symptomen. Er is geen bloed- of slijmbijmenging in de feces. De infectie duurt gemiddeld twee dagen bij personen met een goede gezondheid, maar soms aanzienlijk langer bij ouderen. Uit het Sensoronderzoek van 2001 blijkt dat de mediane duur van de NV-infectie eigenlijk langer is, namelijk vijf dagen over alle patiënten bekeken. Maar de duur neemt af met de leeftijd, te weten: van zes dagen met vooral diarree voor nuljarigen, tot vier à vijf dagen voor jonge kinderen en twee dagen met vooral braken voor (jong) volwassenen. Sterfte in associatie met calicivirusinfectie is beschreven, maar de causaliteit is formeel niet bewezen. Het is in principe geen ernstige ziekte hoewel men zich wel soms ernstig ziek kan voelen. Juist de milde en de symptoomloze gevallen kunnen een grote bijdrage aan de verspreiding leveren! Bij outbreaks leidt het plotselinge begin, de snelle verspreiding (onder cliënten en personeel!) en het meer op de voorgrond treden van braken dan van diarree (bij kinderen, bij ouderen komt juist diarree steeds meer op de voorgrond te staan), meestal snel tot de juiste diagnose. NORO VERDACHT! Braken (projectielbraken) in > 50% de gevallen Ziekteduur uur Incubatieperiode uur Personeel en cliënten/patiënten ziek Transmissie De calicivirussen zijn zeer besmettelijk. Een belangrijke handicap in het onderzoek is dat de virussen niet in vitro (in het laboratorium) te kweken zijn. Daardoor is het bijvoorbeeld niet mogelijk om infectiviteit (mate van besmettelijkheid) van virusbevattende preparaten te bepalen, behalve door experimenten met vrijwilligers. In de literatuur wordt gesproken van een zeer kleine infectieuze dosis ( virusdeeltjes). Gemiddeld wordt circa 45% van de personen die zijn blootgesteld aan calicivirussen daadwerkelijk ziek. Soms ligt de attack-rate echter beduidend hoger, tot zelfs 100%. Virusuitscheiding vindt plaats via de feces, vaak al vóórdat de klinische verschijnselen ontstaan, en kan langere tijd aanhouden. Ook bij braken is er kans op transmissie. Het braken is vaak heftig en acuut (projectielbraken). Daarbij worden vaak virus-bevattende aerosolen gevormd die de omgeving (straal: meerdere meters) kunnen contamineren. Geïnfecteerde personen ontwikkelen weliswaar immuniteit, maar deze is kortdurend en 13

14 voornamelijk typespecifiek. Praktisch gezien kan een persoon dus achtereenvolgens, door verschillende typen norovirus, geïnfecteerd worden. Calicivirussen zijn zeer goed in staat om buiten de gastheer te overleven. Bovendien zijn ze resistent tegen veel standaard gebruikte desinfectiemiddelen, waaronder alcohol in de gebruikelijke dosering. Veelvuldig en grondig handenwassen met ruim water en zeep is belangrijk voor het verwijderen van virus van handen. Virusoverdracht kan ook plaatsvinden via met feces besmette deurknoppen, speelgoed e.d. Omgevingsbesmetting kan worden bestreden door gebruik van chloorhoudende desinfectantia na grondige reiniging, waarbij minimaal 1000 ppm chloor moet worden gebruikt. (Vanwege de corrosieve werking van dit middel wordt dit in veel werkomgevingen niet praktisch en daardoor onwerkbaar geacht). De volgende transmissiewegen zijn bekend: Aerogeen: braaksel: door het soms explosieve braken vindt wijde verspreiding en omgevingsbesmetting plaats. Norovirus kan in de omgeving wekenlang infectieus blijven, bijvoorbeeld op deur- en lichtknoppen; Fecaal: meestal via voorwerpen: speeltjes> vinger>mond; Contact: van mens op mens; Voeding en drinkwater: door zieken besmet of door rioolwater besmet; Oppervlaktewater: fecaal besmet; Zoönotische transmissie: van enkele Caliciviridae is aangetoond dat ze naast de mens ook andere dieren kunnen besmetten. Het is echter nog onbewezen of deze specifieke calicivirussen overdraagbaar zijn van dier op mens. NB. Een valkuil bij surveillance kan zijn dat elke norovirus epidemie er uit ziet als person-to-person outbreak als de eerste ziektegevallen (mogelijk door besmet voedsel veroorzaakt), gemist worden. Dit komt door de hoge besmettelijkheid. Als er een paar mensen via voedsel geïnfecteerd raken, en dat wordt niet opgemerkt, kan verdere verspreiding zeer wel alleen via person-to-person lopen. Waarom zijn er zoveel NORO virus infecties? (Estes 2006) Lage infectieuze dosis Resistent tegen desinfecteermiddelen Kunnen gemakkelijk in onze leefomgeving overleven Groot menselijk reservoir Langdurige virusuitscheiding (tot weken nadat klachten voorbij zijn) Strain-specifieke immuniteit duurt kort (weken tot maanden) Vele transmissieroutes Grote strain diversiteit Grote genetische plasticiteit Zwangerschap & norovirus Heftig braken en overgeven. Dit kan hinderlijk zijn voor (hoog)zwangeren 14

15 Incidentie Regelmatig is er sprake van Norovirus uitbraken in medische instellingen. Transmissie van virus vindt plaats van mens op mens (60%) of via een besmette omgeving, voedsel of water. De besmetting is meestal fecaal-oraal, maar aërogene transmissie via braaksel speelt ook een belangrijke rol. Ook via water kunnen calicivirussen gemakkelijk worden overgedragen, zowel direct (bijvoorbeeld via recreatie) of indirect (wassen van voedsel). Vooral voor Norovirus verspreiding zijn een besmette omgeving, voedsel (circa 10-20%) en water van belang. Virusuitscheiding begint op het moment van de eerste symptomen, maar kan nog weken doorgaan, ook als de symptomen al lang voorbij zijn. Infecties door het calicivirus worden het hele jaar door gezien, met een piek in de wintermaanden ('winter vomiting disease', wintergriep). Daarbij vinden meer dan de helft van de uitbraken plaats in verpleeg- en verzorgingstehuizen. Preventiemaatregelen Algemene hygiënemaatregelen. Diagnostiek & norovirus De diagnose kan worden gesteld door het aantonen van het virus met behulp van elektronenmicroscopie en met behulp van moleculair-biologische methoden (rt-pcr, reverstranscriptase-pcr). Deze zijn echter niet overal voor routinematige diagnostiek beschikbaar. Therapie & vaccinatie De symptomatische behandeling is gericht op het voorkomen/bestrijden van uitdrogingsverschijnselen (vochttoediening). Vaccinatie: niet mogelijk. Kwetsbare groepen & norovirus De extra gevoeligheid om de ziekte op te lopen lijkt te bestaan uit een aangeboren verhoogde gevoeligheid voor het krijgen van een infectie met dit agens. Ontstaan verhoogde gevoeligheid voor ernstige effecten winterdiarree: Mogelijk zijn er mensen met een aangeboren gevoeligheid die de ziekte eerder en vaker krijgen (met bijzondere virus-receptoren) Speciaal voor dehydratatie zijn gevoeliger (en de daar mee gepaard gaande kalium/natrium elektrolyt disbalans): o Zeer jonge kinderen o Ouderen o Mensen met immuunstoornissen Risicobranches & norovirus Overal waar men frequent met elkaar in contact kan komen, zoals bij verzorgings- en verpleeghuizen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, restaurants en dergelijke. Uit onderzoek blijkt dat het contact hebben met iemand die aan NV lijdt de hoofdoorzaak is. Uitbraken waarbij een patiënt de indexcase vormde leverde meer zieken op dan dat met een personeelslid als indexcase. De kans om een infectie van een medepatiënt op te lopen was bijna 5 x zo groot als de kans de ziekte van een personeelslid te krijgen. 15

16 Arbeidsgeschiktheid Voor eigen werk: Tijdens acute fase: symptomen lopen van mild naar heftig. Dit bepaalt de arbeidsgeschiktheid qua belastbaarheid en functioneren. Risico richting collega's: Zonder strikte hygiëne is men zeer besmettelijk voor collega's, en derden maar bij voldoende toepassing van alle maatregelen en een adequate toilethygiëne, is er geen principiële reden voor arbeidsongeschiktheid. Wering van werk: nee. Risico naar derden: Personen die betrokken zijn bij de voedselbereiding of patiëntenzorg in instellingen wordt geadviseerd gedurende de ziekteperiode en tot uur na klinisch herstel andere werkzaamheden verrichten. De hand- en toilethygiëne dienen te worden benadrukt bij hervatting van de werkzaamheden. Wering van werk: ja alleen voor voedselbereiding en directe patiëntenzorg. 16

17 Influenza Groep De influenza-a- en B-virussen behoren tot de RNA-virusfamilie der Orthomyxoviridae. Het virus-rna is aanwezig in de vorm van acht fragmenten die coderen voor elf eiwitten. Het viruscapside wordt omsloten door een lipidemembraan met daarop de 'spike' proteïnen hemagglutinine (H) en neuraminidase (N). De capside-eiwitten bepalen het type (A of B). Het influenzavirus kent 3 types, influenza A, B en C. De Influenza A en B virussen zijn verantwoordelijk voor de jaarlijks terugkerende epidemieën.van het influenza A virus zijn 16 haemagglutinine subtypes en 9 neuraminidase subtypes geïdentificeerd. Onderstaande heeft overigens alleen betrekking op de reguliere seizoensinfluenza, en niet op de pandemische influenza. Klinische verschijnselen De klinische diagnose IAZ (influenza-achtig ziektebeeld) wordt gesteld aan de hand van de volgende criteria: 1) plotseling begin; 2) algemene verschijnselen van: koorts, malaise, hoofdpijn of spierpijn; 3) respiratoire verschijnselen: hoesten, keelpijn, kortademigheid of loopneus. Klinisch spreekt men van een influenza-achtig ziektebeeld (IAZ). Alleen door middel van microbiologische diagnostiek kan men vaststellen of het daadwerkelijk om een infectie met een influenzavirus gaat. Transmissie Gemiddeld zal één influenzapatiënt twee anderen infecteren. Dat is minder dan bij veel andere infectieziekten het geval is. Zo infecteert een mazelenpatiënt gemiddeld 15 anderen. Echter, doordat het influenzavirus een korte generatietijd heeft, kunnen opeenvolgende infecties zeer snel na elkaar plaatsvinden, en kan een influenza-epidemie in korte tijd veel mensen treffen. Een influenza-infectie verloopt bij de mens voornamelijk via de respiratoire route maar kan ook via contacten plaatsvinden. De porte d entrée wordt gevormd door de luchtwegen. Het virus hecht zich aan speciale receptoren van de cellen van het respiratoire epitheel van neus, pharynx, larynx, trachea en bronchiën, penetreert deze cellen, en vermenigvuldigt zich hierin. In het algemeen, dus bij gezonde mensen, is het virus ongeveer vijf dagen na het begin van de ziekte weer uit het lichaam geëlimineerd. Zwangerschap & influenza Hoewel het evidence nog niet sterk is, zijn er in de literatuur diverse aanwijzingen over schadelijk effecten op de zwangerschap als gevolg van een doorgemaakte influenza. Globaal kan er hierbij een onderscheid worden gemaakt tussen indirecte schadelijke effecten van een exacerbatie van een preexistente aandoening die verergert zoals door een klinische diabetes. Hierbij kan gedacht worden aan 17

18 zwangere patiënten met klachten zoals diabetes, astma, COPD en hart en vaatziekten. Zo zijn er wel aanwijzingen voor een verhoogd risico op ziekenhuisopnames gedurende de zwangerschap. Incidentie In Nederland wordt het influenzaseizoen gedefinieerd door de weken dat het aantal consulten wegens IAZ bij de huisarts boven een bepaalde drempelwaarde ligt. Deze drempelwaarde wordt vastgesteld op basis van historische data, en is momenteel 3 IAZ-consulten per ingeschreven patiënten per week. De incidentie van IAZ-consulten is in Nederland elk jaar het hoogst voor kinderen van 0 tot 4 jaar. In het influenzaseizoen 2005/2006 werd bij 32% van de bemonsterde patiënten met IAZ een influenzavirus aangetroffen; tijdens de piek van de epidemie was dit het geval bij 46% (Dijkstra et al.). Preventieve maatregelen Het beginpunt van alle overwegingen inzake hygiëne is kennis over de wijze van verspreiding en overdracht van het influenzavirus. Een virale luchtweginfectie zoals influenza kan zich van mens tot mens verspreiden op twee manieren: aërogeen en via fysiek contact. 1. Aërogene druppeloverdracht Dit is een directe overdracht via druppels en aërosolen afkomstig uit de luchtwegen van een geïnfecteerde persoon. Via hoesten en niezen brengt deze virushoudende druppels en aërosolen in de omgevende lucht; deze worden door een potentieel slachtoffer ingeademd. De afmetingen van de druppels lijken hierbij een rol te spelen. - Verspreiding via grote droplets (>10 µm): deze verspreiden zich maar over een korte afstand (maximaal 3 meter). Hiervan werd tot voor kort aangenomen dat dit de meest voorkomende verspreidingsweg zou zijn. - Verspreiding via fijne droplets en aërosolen (<5µm) komt veel minder vaak voor. Vooral in ongeventileerde omstandigheden of bij een gesloten ventilatiesysteem zou deze vorm van overdracht een rol kunnen spelen. Deze vorm van verspreiding doet zich ook voor bij medische handelingen die kunstmatige aërosolen veroorzaken, zoals intubatie. Dit is een van de redenen waarom artsen en verpleegkundigen in ziekenhuizen extra beschermende maatregelen nemen en speciale maskers dragen. De benodigde infectieuze dosis voor mensen blootgesteld aan droplets en aërosolen zou vele (een factor 10 tot 100) malen lager zijn dan bij andere vormen van overdracht. Daarbij speelt ook een rol dat het influenzavirus in aërosolen tot 24 uur infectieus blijft bij kamertemperatuur en lage relatieve luchtvochtigheid. 18

19 2. Overdracht door direct of indirect fysiek contact Men moet hierbij denken aan: direct contact tussen slijmvliezen van de neus, mond en keel besmet met virus en de huid van de handen, bijvoorbeeld neus-hand of hand-hand contact na niezen of snuiten; indirect contact via besmette voorwerpen, zakdoeken en handdoeken. Transmissie van influenza via besmette handen, andere oppervlakten of andere (levenloze) materialen is niet uitgebreid onderzocht. De kans dat overdracht op deze manier plaatsvindt lijkt veel kleiner dan die bij aërogene overdracht. Desondanks beschouwt men handen wassen en gebruik van wegwerphanddoekjes als een belangrijke vorm van preventie. Diagnostiek & Influenza Influenza manifesteert zich als een acute luchtweginfectie, met zowel systemische klachten (koorts, malaise, hoofdpijn, spierpijn) als locale respiratoire klachten (hoesten, keelpijn, kortademigheid, loopneus). De oorzaak is een infectie met een influenzavirus. De genoemde klachten zijn niet specifiek voor infectie met influenzavirus, en kunnen ook optreden bij een infectie met andere pathogenen. In de meeste gevallen is influenza een ongecompliceerd verlopende, zelf genezende infectie, die bij gezonde volwassenen regelmatig asymptomatisch verloopt. Bij mensen met een verminderde immuniteit en bij mensen met een onderliggend lijden is er een verhoogd risico op ziekte, al dan niet met complicaties. Deze complicaties kunnen een direct gevolg van de influenza zijn, bijvoorbeeld een virale longontsteking of een bacteriële superinfectie, of indirect ermee samenhangen, zoals bij exacerbaties van een onderliggend lijden. De complicaties bepalen de sterfte bij influenza. Therapie & Vaccinatie In de meeste gevallen is influenza een ongecompliceerd verlopende, zelf genezende infectie, die bij gezonde volwassenen regelmatig asymptomatisch verloopt. Er is een vaccin beschikbaar. De gezondheidsraad adviseert dat gezondheidswerkers zich jaarlijks laten vaccineren. Dit niet zozeer vanuit het oogpunt van voorkoming van griep bij de gevaccineerde, maar meer vanuit het perspectief van bescherming naar derden. Hoewel in de media wordt ontraden om in de eerste drie maanden van de zwangerschap zich te laten vaccineren tegen de seizoeninfluenza, zijn er echter op theoretische gronden daar geen bezwaren tegen. De reden hiervoor is dat er in Nederland (in tegenstelling tot de USA, waar er gebruik wordt gemaakt van een levend verzwakt virus) gevaccineerd wordt met (dode) virale antigeen preparaten. Vaccinatie van gezonde zwangeren wordt niet standaard geadviseerd. Indien er een medische indicatie is (klassieke risicogroepen Gezondheidsraad, zoals COPD en hart patiënten) wordt vaccinatie gedurende de zwangerschap als veilig beschouwd (farmaceutisch kompas). Een besluit om tot vaccinatie over te gaan tijdens de zwagerschap is dan ook altijd een risico afweging tussen enerzijds de mogelijke bijwerkingen van de vaccinatie zelf en anderzijds de mogelijke schadelijke effecten van het doormaken van een influenza infectie tijdens een zwangerschap. 19

20 Antivirale middelen kunnen worden ingezet voor de preventie en voor de behandeling van Influenza. In het verleden werden amantadine en rimantadine gebruikt. Sedert de invoering van de neuraminidaseremmers wordt het gebruik van amantadine en rimantadine ontraden in verband met de bijwerkingen en resistentie-ontwikkeling. Er zijn momenteel twee neuraminidaseremmers geregistreerd in Nederland, namelijk oseltamivir (Tamiflu ) en zanamivir (Relenza ). Oseltamivir en zanamivir zijn in Nederland geregistreerd voor twee indicaties: 1) de behandeling van influenza bij volwassenen en kinderen vanaf 1 jaar; 2) de preventie van influenza na blootstelling aan een klinisch vastgesteld geval van influenza bij volwassenen en adolescenten in de leeftijd van 13 jaar en ouder. Zanamivir is in Nederland geregistreerd voor behandeling en profylaxe van influenza (37). Het voorschrijven van antivirale middelen kan nooit in de plaats komen van vaccinatie. Vaccinatie staat centraal bij de preventie van influenza. Kwetsbare groepen Internationaal bestaat er consensus dat personen die behoren tot een hoogrisicogroep wat betreft morbiditeit en mortaliteit ten gevolge van een influenza-infectie, jaarlijks preventief een vaccinatie tegen influenza krijgen aangeboden. Personen met een verhoogde kans op complicaties worden in de literatuur veelal gedefinieerd op basis van leeftijd en / of comorbiditeit. Bij comorbiditeit moet men vooral denken aan hart- en vaatziekten, chronische longziekten en metabole aandoeningen zoals diabetes mellitus. Herziend advies Gezondheidsraad 2007 De hoogrisicogroepen die in Nederland in aanmerking komen voor vaccinatie zijn door de overheid recentelijk opnieuw vastgesteld op basis van een advies van de Gezondheidsraad. In maart 2007 heeft de Gezondheidsraad vier nieuwe doelgroepen toegevoegd: 1) Gezonde personen in de leeftijd van 60 tot 65 jaar 2) Gezondheidszorgpersoneel in instellingen 3) Overig gezondheidszorgpersoneel 4) Gezinsleden van personen met een zeer hoog risico Branches & influenza Voornamelijk medische instellingen zoals: verpleeg- en verzorgingshuizen, ziekenhuizen, tehuizen voor geestelijk gehandicapten etc.. 20

Legionella. Annemarie Essink Longziekten 05-03-2014

Legionella. Annemarie Essink Longziekten 05-03-2014 Legionella Annemarie Essink Longziekten 05-03-2014 Indeling Historie Epidemiologie en pathogenese Klinische presentatie en beloop Microbiologische diagnose Behandeling Maatregelen naar aanleiding van een

Nadere informatie

Hepatitis B Inleiding Hepatitis A Preventie hepatitis B Preventie hepatitis A

Hepatitis B Inleiding Hepatitis A Preventie hepatitis B Preventie hepatitis A Naast deze infokaart over hepatitis zijn er ook infokaarten beschikbaar over: infectieziekten algemeen, tuberculose, seksueel overdraagbare aandoeningen, jeugd en onveilig vrijen en jeugd en vaccinatie.

Nadere informatie

Legionella pneumophila (veteranenziekte)

Legionella pneumophila (veteranenziekte) Legionella pneumophila (veteranenziekte) Inleiding De legionella-uitbraak in 1999 op de bloemententoonstelling in Bovenkarspel was voor de overheid aanleiding om maatregelen te nemen om een nieuwe uitbraak

Nadere informatie

Nationaal Hepatitis Centrum Kenniscentrum voor Hepatitis. Hepatitis A

Nationaal Hepatitis Centrum Kenniscentrum voor Hepatitis. Hepatitis A Nationaal Hepatitis Centrum Kenniscentrum voor Hepatitis Hepatitis A Hepatitis Hepatitis is een ontsteking van de lever. Als de ontsteking ontstaat door een virus, spreekt men van virale hepatitis. Virale

Nadere informatie

Gastro-enteritis. Ziektebeeld. Incubatieperiode

Gastro-enteritis. Ziektebeeld. Incubatieperiode DRAAIBOEK INFECTIEZIEKTEN CLB GASTRO-ENTERITIS 73 Gastro-enteritis Voor meer achtergrondinformatie over een individuele kiem, zie ook volgende fiches: Calicivirusinfecties Campylobacteriose Escherichia

Nadere informatie

BCOU PROTOCOL NIEUWE INFLUENZA A H1N1, DE ZOGENAAMDE MEXICAANSE GRIEP, VERSIE 26 AUGUSTUS 2009 / IVK

BCOU PROTOCOL NIEUWE INFLUENZA A H1N1, DE ZOGENAAMDE MEXICAANSE GRIEP, VERSIE 26 AUGUSTUS 2009 / IVK BCOU PROTOCOL NIEUWE INFLUENZA A H1N1, DE ZOGENAAMDE MEXICAANSE GRIEP, VERSIE 26 AUGUSTUS 2009 / IVK MEDE OP BASIS VAN NOTITIE NUOVO Teksten voor website PCOU en Willibrord Het H1N1-influenzavirus (de

Nadere informatie

GRIEPVACCINATIE VOOR ZORGVERLENERS Hoe kan griep voorkomen worden?

GRIEPVACCINATIE VOOR ZORGVERLENERS Hoe kan griep voorkomen worden? GRIEPVACCINATIE VOOR ZORGVERLENERS Hoe kan griep voorkomen worden? WAT IS SEIZOENSGRIEP? WAT IS SEIZOENSGRIEP? > Een acute luchtweginfectie: Plots begin met koorts en rillingen Hoofdpijn Spierpijn Keelpijn

Nadere informatie

GEZONDHEIDSINFORMATIE

GEZONDHEIDSINFORMATIE GEZONDHEIDSINFORMATIE voor risicovolle beroepsgroepen vaccinatie DTP en Hepatitis A/B www.vggm.nl GEZONDHEIDSINFORMATIE VOOR RISICOVOLLE BEROEPSGROEPEN Als medewerker kunt u via uw werk risico lopen op

Nadere informatie

WAT ZIJN DE VERSCHIJNSELEN VAN HEPATITIS B?

WAT ZIJN DE VERSCHIJNSELEN VAN HEPATITIS B? WAT IS HEPATITIS Hepatitis is een ontsteking van de lever. Er zijn verschillende soorten leverontsteking. Ooit wereldwijd waargenomen zijn hepatitis A t/m H, waarvan hepatitis A, B en C de meest bekenden

Nadere informatie

Hoesten, niezen en neus snuiten in papieren zakdoekje. Zakdoekje direct weggooien. Handen wassen met water en zeep. ZO HOUDEN WE GRIP OP GRIEP

Hoesten, niezen en neus snuiten in papieren zakdoekje. Zakdoekje direct weggooien. Handen wassen met water en zeep. ZO HOUDEN WE GRIP OP GRIEP Hoesten, niezen en neus snuiten in papieren zakdoekje. Zakdoekje direct weggooien. Handen wassen met water en zeep. ZO HOUDEN WE GRIP OP GRIEP Lees deze brochure aandachtig. In deze brochure staat praktische

Nadere informatie

GRIEPVACCINATIE 2012. Waardoor komt het? Wat zijn de verschijnselen? Adviezen

GRIEPVACCINATIE 2012. Waardoor komt het? Wat zijn de verschijnselen? Adviezen GRIEPVACCINATIE 2012 De griepprik zal dit jaar op woensdag 14 november worden gegeven, tussen 15 en 18 uur. Mensen die ervoor in aanmerking komen krijgen ongeveer 2 weken van tevoren een uitnodiging toegestuurd.

Nadere informatie

Samenvatting. Etiologie. samenvatting

Samenvatting. Etiologie. samenvatting Samenvatting Hoofdstuk 1 is een algemene inleiding op dit proefschrift. Luchtweginfecties zijn veel voorkomende aandoeningen, die door een groot aantal verschillende virussen en bacteriën veroorzaakt kunnen

Nadere informatie

Nieuwe Influenza A (H1N1)

Nieuwe Influenza A (H1N1) Nieuwe Influenza A (H1N1) Overzicht 11 december 29, week 5 Samenvatting In de afgelopen week is het aantal ziekenhuisopnamen wegens een laboratoriumbevestigde infectie met Nieuwe Influenza A (H1N1) afgenomen

Nadere informatie

Brabant-Zuidoost. Zicht op Q-koorts. Ronald ter Schegget. arts infectieziektebestrijding. GGD Brabant-Zuidoost

Brabant-Zuidoost. Zicht op Q-koorts. Ronald ter Schegget. arts infectieziektebestrijding. GGD Brabant-Zuidoost Zicht op Q-koorts Ronald ter Schegget arts infectieziektebestrijding GGD Brabant-Zuidoost 1 Kernboodschap Q-koorts kunt u oplopen door het inademen van de bacterie. Wees alert op de verschijnselen van

Nadere informatie

Rubella Synoniemen: rodehond, German measles, Röteln

Rubella Synoniemen: rodehond, German measles, Röteln Rubella Synoniemen: rodehond, German measles, Röteln B06 Bijlage I Rubella en zwangerschap, richtlijnen voor de praktijk Beleid naar aanleiding van een (mogelijk) contact (zie toelichting 1) Inventariseer

Nadere informatie

Legionella pneumophila. S.G.S Vreden, MD, PhD

Legionella pneumophila. S.G.S Vreden, MD, PhD Legionella pneumophila S.G.S Vreden, MD, PhD Legionella pneumophila, established in 1976 Legionella is een aerobe, gram negatieve bacterie Familie Legionellaceae heeft 50 species, met ruim 70 serogroups.

Nadere informatie

Nieuwe Influenza A (H1N1)

Nieuwe Influenza A (H1N1) Nieuwe Influenza A (H1N1) Overzicht 23 oktober 29, week 43 Samenvatting In de afgelopen week is het aantal ziekenhuisopnamen wegens een laboratoriumbevestigde infectie met Nieuwe Influenza A (H1N1) verdubbeld

Nadere informatie

@rboinfect alertsysteem

@rboinfect alertsysteem Samenvatting: Nieuwe website van VWS Arboprofessionals werkzaam de gemeente Arboprofessionals o.a. werkzaam in het onderwijs Griep Check Nederlands Huisartsen genootschap Niet zorg: wanneer mag ik weer

Nadere informatie

PRAKTISCH Hondsdolheid (rabiës)

PRAKTISCH Hondsdolheid (rabiës) PRAKTISCH Hondsdolheid (rabiës) l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n over houden van huisdieren Rabiës oftewel hondsdolheid is één van de bekendste zoönosen

Nadere informatie

Nieuwe Influenza A (H1N1)

Nieuwe Influenza A (H1N1) Nieuwe Influenza A (H1N1) Overzicht 6 november 29, week 45 Samenvatting In de afgelopen week is het aantal ziekenhuisopnamen wegens een laboratoriumbevestigde infectie met Nieuwe Influenza A (H1N1) wederom

Nadere informatie

Kinkhoest. Kinkhoest of pertussis is een acute bacteriële infectie van de luchtwegen.

Kinkhoest. Kinkhoest of pertussis is een acute bacteriële infectie van de luchtwegen. Kinkhoest Ziektebeeld Kinkhoest of pertussis is een acute bacteriële infectie van de luchtwegen. Het ziektebeeld kan variëren van een milde hoest tot ernstige ziekte. Klassiek wordt kinkhoest gekenmerkt

Nadere informatie

Zika virus en zwangerschap

Zika virus en zwangerschap Zika virus en zwangerschap 04/2016 Dit document bevat mogelijk vertrouwelijke informatie van JIJWIJ. Het kopiëren en/of verspreiden van dit document zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van JIJWIJ

Nadere informatie

Poliomyelitis. Ziektebeeld

Poliomyelitis. Ziektebeeld 173 Poliomyelitis Ziektebeeld Poliomyelitis is een zeer ernstige, virale infectieziekte. Het merendeel van de infecties met het poliovirus verloopt asymptomatisch (90-95%). Het overige deel (5-10%) leidt

Nadere informatie

Zwangerschap en vaccinatie tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) ZO HOUDEN WE GRIP OP GRIEP

Zwangerschap en vaccinatie tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) ZO HOUDEN WE GRIP OP GRIEP Zwangerschap en vaccinatie tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) ZO HOUDEN WE GRIP OP GRIEP Zwangerschap en vaccinatie tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) Nieuwe Influenza A, ook wel Mexicaanse griep genoemd, geeft

Nadere informatie

Samenvatting. Griepvaccinatie: wie wel en wie niet?

Samenvatting. Griepvaccinatie: wie wel en wie niet? Samenvatting Griepvaccinatie: wie wel en wie niet? Griep (influenza) wordt veroorzaakt door het influenzavirus. Omdat het virus steeds verandert, bouwen mensen geen weerstand op die hen een leven lang

Nadere informatie

Clostridium difficile

Clostridium difficile Clostridium difficile 2 Inleiding U heeft van uw arts gehoord dat bij u de ziekenhuisbacterie Clostridium difficile aanwezig is. Deze folder geeft informatie over deze bacterie. Ook leest u in deze folder

Nadere informatie

Ebolavirus. Virologie, epidemiologie en infectiepreventie. Janette Rahamat-Langendoen Arts-microbioloog/viroloog

Ebolavirus. Virologie, epidemiologie en infectiepreventie. Janette Rahamat-Langendoen Arts-microbioloog/viroloog Ebolavirus Virologie, epidemiologie en infectiepreventie Janette Rahamat-Langendoen Arts-microbioloog/viroloog Ebolavirus Virologie Wat is Ebolavirus Symptomatologie Diagnostiek Behandeling? Epidemiologie

Nadere informatie

Hoe krijg je hepatitis B?

Hoe krijg je hepatitis B? Hepatitis B Hepatitis B is een infectie van de lever, veroorzaakt door het hepatitis B-virus. In Nederland wordt dit virus vooral overgedragen door seksueel contact. Het dringt via de slijmvliezen van

Nadere informatie

Infectiepreventie. Noro-virus. www.catharinaziekenhuis.nl

Infectiepreventie. Noro-virus. www.catharinaziekenhuis.nl Infectiepreventie Noro-virus www.catharinaziekenhuis.nl Patiëntenvoorlichting: patienten.voorlichting@catharinaziekenhuis.nl INF004 / Noro-virus / 27-03-2014 2 Noro-virus U bent opgenomen in het Catharina

Nadere informatie

ja, tot diarree over is (nee bij toxine) uren tot enkele weken 1 tot 4 dagen van 1 dag vóór tot 6 dagen na het begin van de ziekteverschijnselen

ja, tot diarree over is (nee bij toxine) uren tot enkele weken 1 tot 4 dagen van 1 dag vóór tot 6 dagen na het begin van de ziekteverschijnselen INFECTIEZIEKTESCHEMA VOOR OUDERS Algemeen: een kind dat zich ziek voelt (koorts, hangerig, geen eetlust) behoort thuis te blijven Ziekte Ziekteverschijnselen Incubatietijd Besmettelijk? Wering school Risicogroepen

Nadere informatie

RSV Risicogroep Oorzaak Symptomen van RSV

RSV Risicogroep Oorzaak Symptomen van RSV RS virus Uw kind is opgenomen op de kinderafdeling van het VUmc in verband met een infectie van RSV. Opname in het ziekenhuis vindt plaats bij ernstige benauwdheid en als zich voedingsproblemen voordoen.

Nadere informatie

Samenvatting. Veteranenziekte

Samenvatting. Veteranenziekte Samenvatting Na de epidemie van legionellapneumonie die in 1999 uitbrak onder bezoekers van de West-Friese Flora in Bovenkarspel, heeft de minister van VWS advies gevraagd aan de Gezondheidsraad. De minister

Nadere informatie

Niet altijd treden ziekteverschijnselen op. Als er ziekteverschijnselen optreden, gebeurt dat meestal 3-4 dagen na de besmetting.

Niet altijd treden ziekteverschijnselen op. Als er ziekteverschijnselen optreden, gebeurt dat meestal 3-4 dagen na de besmetting. E. coli infecties (EHEC = Enterohemorragische Escherichia coli ) 1 Wat is het De E-coli bacterie is meestal een onschuldige darmbewoner bij de mens. Er zijn echter ook E.coli bacteriën waarvan je ziek

Nadere informatie

Vragen en antwoorden over ebola

Vragen en antwoorden over ebola Vragen en antwoorden over ebola 2 oktober 2014 Wat is ebola? Het ebolavirus veroorzaakt een zeldzame maar zeer ernstige infectieziekte die in Afrika voorkomt. De ziekteverschijnselen zijn: hoge koorts,

Nadere informatie

Protocol Ebola. Doel Preventie van besmetting met het Ebola virus.

Protocol Ebola. Doel Preventie van besmetting met het Ebola virus. Doel Preventie van besmetting met het virus. Toepassingsgebied Iedere telefonische melding koorts, algehele malaise al dan niet in combinatie met bloedingen, in combinatie met verblijf West-Afrika korter

Nadere informatie

Allereerst wensen wij iedereen natuurlijk een beestachtig en gelukkig 2014 toe!

Allereerst wensen wij iedereen natuurlijk een beestachtig en gelukkig 2014 toe! Nieuwsbrief Januari 2014 Allereerst wensen wij iedereen natuurlijk een beestachtig en gelukkig 2014 toe! Wij staan in het nieuwe jaar weer voor u en uw huisdieren klaar! Ik wilde het over het nut en het

Nadere informatie

Isolatiemaatregelen. Infectiepreventie

Isolatiemaatregelen. Infectiepreventie Isolatiemaatregelen Infectiepreventie Inleiding Ieder mens draagt miljarden bacteriën met zich mee. Bacteriën worden ook wel micro-organismen genoemd omdat zij niet met het blote oog te zien zijn maar

Nadere informatie

Deze informatie is bestemd voor patiënten met een mogelijke of aangetoonde MRSA besmetting.

Deze informatie is bestemd voor patiënten met een mogelijke of aangetoonde MRSA besmetting. Deze informatie is bestemd voor patiënten met een mogelijke of aangetoonde MRSA besmetting. Wat is MRSA? Staphylococcus aureus, is een bacterie die bij 20-60% van gezonde personen voorkomt op de huid.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 22 894 Preventiebeleid voor de volksgezondheid Nr. 130 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

De perfecte isolatiekamer: een kraakpand voor micro-organismen

De perfecte isolatiekamer: een kraakpand voor micro-organismen Inhoud De perfecte isolatiekamer: een kraakpand voor micro-organismen Lia de Graaf-Miltenburg Deskundige infectiepreventie VCCN Den Bosch mei 2015 - Isolatie vormen - Microbiologie en virologie - Bacteriën

Nadere informatie

Verkoudheid en griep

Verkoudheid en griep 400038 Verkoudheid en griep_400038 Verkoudheid en griep 17-08-11 15:19 Pagina Verkoudheid en griep WAT IS VERKOUDHEID EN WAT IS GRIEP WAT KUNT U ZELF DOEN WAT KAN UW APOTHEKER VOOR U DOEN WANNEER KUNT

Nadere informatie

Inentingen bij huisdieren deel 2: honden

Inentingen bij huisdieren deel 2: honden Inentingen bij huisdieren deel 2: honden Door Marije Blok Het is verstandig uw huisdier(en) te laten inenten tegen verschillende dierziekten. Maar waartegen worden ze nu eigenlijk ingeënt? En waarom is

Nadere informatie

Bijzonder Resistente Micro-Organismen. Isolatiemaatregelen infectiepreventie bij BRMO

Bijzonder Resistente Micro-Organismen. Isolatiemaatregelen infectiepreventie bij BRMO Bijzonder Resistente Micro-Organismen Isolatiemaatregelen infectiepreventie bij BRMO In deze folder vindt u meer informatie over Bijzonder Resistente Micro Organismen (BRMO) en Extended Spectrum Beta-Lactamase

Nadere informatie

PATIËNTEN INFORMATIE. Verpleging in isolatie

PATIËNTEN INFORMATIE. Verpleging in isolatie PATIËNTEN INFORMATIE Verpleging in isolatie 2 PATIËNTENINFORMATIE Algemeen U bent opgenomen, of uw naaste is opgenomen, in het Maasstad Ziekenhuis en wordt in isolatie verpleegd. U bent door uw behandelend

Nadere informatie

Community-acquired pneumonie. Kliniek, verwekkersen antibioticabeleid. Michiel Bos(huisarts) en Sunita Paltansing/Elise Kraan. (artsen-microbioloog)

Community-acquired pneumonie. Kliniek, verwekkersen antibioticabeleid. Michiel Bos(huisarts) en Sunita Paltansing/Elise Kraan. (artsen-microbioloog) Community-acquired pneumonie Kliniek, verwekkersen antibioticabeleid Michiel Bos(huisarts) en Sunita Paltansing/Elise Kraan (artsen-microbioloog) DUO dagen 2014 Casus: 53-jarige vrouw Anamnese: Meer daneenweek

Nadere informatie

Inleiding. Informatie over het rotavirus. Besmetting met het virus

Inleiding. Informatie over het rotavirus. Besmetting met het virus 1 Inhoud Inleiding... 3 Informatie over het rotavirus... 3 Besmetting met het virus... 3 Verloop van het virus... 4 Behandeling van het rotavirus... 5 Tot slot... 5 Persoonlijke notities / vragen... 5

Nadere informatie

Ziekte Ziekteverschijnselen Incubatietijd Besmettelijk? Wering school * Risicogroepen. Ja, 5 dagen voor tot negen dagen na het begin van de zwelling.

Ziekte Ziekteverschijnselen Incubatietijd Besmettelijk? Wering school * Risicogroepen. Ja, 5 dagen voor tot negen dagen na het begin van de zwelling. Hieronder vindt u een lijst met veel voorkomende kinderziektes op school. Als school hanteren wij de richtlijnen van de GGD. Op de site van de GGD vindt u nog meer informatie over deze kinderziektes en

Nadere informatie

1. Vragen over de hepatitis B aandachtscampagne

1. Vragen over de hepatitis B aandachtscampagne VRAAG EN ANTWOORD Hepatitis B aandachtscampagne: Zeg Nee!...Tegen hepatitis B 1. Vragen over de hepatitis B aandachtscampagne Q. Wat is het doel van de campagne? A. We willen Chinezen woonachtig in Rotterdam

Nadere informatie

Infectieziekten onder controle

Infectieziekten onder controle Infectieziekten onder controle Veilig en Gezond Werken Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening Ziek? Liever niet! Een woonbegeleider maatschappelijke opvang verbindt de hand van een dakloze die een

Nadere informatie

Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag PG/ZP-2.781.583 9 juli 2007

Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag PG/ZP-2.781.583 9 juli 2007 De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag 9 juli 2007 Onderwerp Bijlage(n) Uw brief Standpunt op advies Gezondheidsraad

Nadere informatie

Vaccinatie hepatitis B Geneeskundestudenten

Vaccinatie hepatitis B Geneeskundestudenten Vaccinatie hepatitis B Geneeskundestudenten Vaccinatie hepatitis B De Nederlandse Arbo-wetgeving eist dat ziekenhuizen en andere instellingen verantwoorde zorg aan hun patiënten bieden. Patiënten mogen

Nadere informatie

Ziekteverwekkende micro-organismen dringen via lichaamsopeningen het lichaam binnen:

Ziekteverwekkende micro-organismen dringen via lichaamsopeningen het lichaam binnen: IMMUNITEIT 1 Immuniteit Het lichaam van mens en dier wordt constant belaagd door organismen die het lichaam ziek kunnen maken. Veel van deze ziekteverwekkers zijn erg klein, zoals virussen en bacteriën.

Nadere informatie

Wat zijn infectieziekten

Wat zijn infectieziekten Wat zijn infectieziekten Infectieziekten zijn ziekten die veroorzaakt worden door micro-organismen. Dit zijn hele kleine, levende deeltjes zoals virussen en bacteriën. Ze worden meestal van de ene mens

Nadere informatie

Hepatitis B vaccinatie

Hepatitis B vaccinatie Hepatitis B vaccinatie De lever speelt een centrale rol bij de stofwisseling van eiwitten, vetten en suikers en de zuivering van het bloed. Soms raakt de lever ontstoken. In zo n geval is er sprake van

Nadere informatie

Melding bij de GGD Roodvonk moet bij de GGD gemeld worden als er in dezelfde groep twee of meer gevallen zijn in twee weken.

Melding bij de GGD Roodvonk moet bij de GGD gemeld worden als er in dezelfde groep twee of meer gevallen zijn in twee weken. ROODVONK (SCARLATINA) Roodvonk is een infectieziekte die veroorzaakt wordt door een bacterie. De ziekte duurt tien tot veertien dagen en is goed te behandelen met antibiotica. De bacterie die roodvonk

Nadere informatie

Kinkhoest: niet alleen een kinderziekte!

Kinkhoest: niet alleen een kinderziekte! Kinkhoest: niet alleen een kinderziekte! Informatiefolder over kinkhoest (preventie) Kinkhoest niet alleen een kinderziekte Kinkhoest is een infectie van de luchtwegen die wordt veroorzaakt door de bacterie

Nadere informatie

Griep en griepvaccinatie 1/5

Griep en griepvaccinatie 1/5 Griep en griepvaccinatie 1/5 E-info Griep en griepvaccinatie 1 Wat is griep? Griep wordt veroorzaakt door het influenzavirus en wordt daarom ook wel influenza genoemd. Het influenzavirus veroorzaakt een

Nadere informatie

Geschreven door Diernet Team woensdag, 12 januari 2011 00:00 - Laatst aangepast woensdag, 12 januari 2011 23:21

Geschreven door Diernet Team woensdag, 12 januari 2011 00:00 - Laatst aangepast woensdag, 12 januari 2011 23:21 Omschrijving Oorzaken Verschijnselen Diagnose Therapie Prognose Omschrijving Een infectie met parvovirus is een acute (plotselinge en hevige) generaliseerde (systemische) ziekte bij honden. De aandoening

Nadere informatie

Q-koorts, een complexe diagnostiek! (the JBZ experience!)

Q-koorts, een complexe diagnostiek! (the JBZ experience!) Q-koorts, een complexe diagnostiek! (the JBZ experience!) De microbiologen zagen zieke mensen. In hun ogen waren dat er veel meer dan normaal en zij spraken van een epidemie. ( ) We hebben de epidemie

Nadere informatie

Kinderziekten en de risico s in de zwangerschap. Afdeling Verloskunde/Gynaecologie

Kinderziekten en de risico s in de zwangerschap. Afdeling Verloskunde/Gynaecologie Kinderziekten en de risico s in de zwangerschap Afdeling Verloskunde/Gynaecologie Waterpokken Na een besmetting duurt het 2 tot 3 weken tot de eerste ziekteverschijnselen zich aandienen. Waterpokken zijn

Nadere informatie

Niet technische samenvatting. 1 Algemene gegevens. 2 Categorie van het project

Niet technische samenvatting. 1 Algemene gegevens. 2 Categorie van het project Niettechnische samenvatting 1 Algemene gegevens 1.1 Titel van het project Respiratoir Syncytieel Virus (RSV) in kalveren 1.2 Looptijd van het project 1.3 Trefwoorden (maximaal 5) Oktober 2015 oktober 2020

Nadere informatie

Wat is een RS-infectie

Wat is een RS-infectie Het RS-virus Wat is een RS-infectie Het RS (Respiratoir Syncytieel)-virus is de meest voorkomende verwekker van luchtweginfecties bij zuigelingen en peuters. Dit virus kan het hele jaar door infecties

Nadere informatie

Schematische voorstelling van de normale afbraak en verwerking van hemoglobine en de vorming van de diverse kleurstoffen (bilirubine, urobiline en

Schematische voorstelling van de normale afbraak en verwerking van hemoglobine en de vorming van de diverse kleurstoffen (bilirubine, urobiline en Icterus Icterus Icterus is een situatie waarin het gehalte aan galkleurstof in het bloed en de weefsels te hoog is. Dit leidt in lichte gevallen tot een gele verkleuring van alleen het oogwit, in ernstigere

Nadere informatie

Informatieblad MERS. Middle East Respiratory Syndromeconoravirus

Informatieblad MERS. Middle East Respiratory Syndromeconoravirus Informatieblad MERS Middle East Respiratory Syndromeconoravirus MERS - Middle East Respiratory Syndrome-coronavirus Het Middle East Respiratory Syndrome-coronavirus (MERS-CoV) is een vrij nieuw type coronavirus

Nadere informatie

Richtlijn Q koorts. versie 14-12-2009 Jeroen Bosch Ziekenhuis. Richtlijn Q koorts

Richtlijn Q koorts. versie 14-12-2009 Jeroen Bosch Ziekenhuis. Richtlijn Q koorts Richtlijn Q koorts versie 14-12-2009 Jeroen Bosch Ziekenhuis Richtlijn Q koorts Verdenking acute Q koorts: Frequente presentatie: Asymptomatisch Griepachtig beeld: Koorts, hoofdpijn, myalgieen, arthritis.

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Wat is RSV? 3. Hoe kunt u RSV herkennen? 3. Hoe gevaarlijk is RSV? 4. Is RSV besmettelijk? 5. Is een RSV-infectie te voorkomen?

Inhoudsopgave. Wat is RSV? 3. Hoe kunt u RSV herkennen? 3. Hoe gevaarlijk is RSV? 4. Is RSV besmettelijk? 5. Is een RSV-infectie te voorkomen? RSV-infectie Inhoudsopgave Wat is RSV? 3 Hoe kunt u RSV herkennen? 3 Hoe gevaarlijk is RSV? 4 Is RSV besmettelijk? 5 Is een RSV-infectie te voorkomen? 6 RSV: wat moet u onthouden? 7 Medische behandeling

Nadere informatie

Kennelhoest - Infectieuze tracheobronchitis (infectieuze ontsteking van luchtpijp en bronchiën) bij honden

Kennelhoest - Infectieuze tracheobronchitis (infectieuze ontsteking van luchtpijp en bronchiën) bij honden Omschrijving Oorzaken Verschijnselen Diagnose Therapie Prognose Omschrijving Een Infectieuze tracheobronchitis is de medische term die een groep van besmettelijke, respiratoire (luchtweg) aandoeningen

Nadere informatie

Hepatitis B vaccinatie

Hepatitis B vaccinatie Hepatitis B vaccinatie De lever speelt een centrale rol bij de stofwisseling van eiwitten, vetten en suikers en de zuivering van het bloed. Soms raakt de lever ontstoken. In zo n geval is er sprake van

Nadere informatie

2.1. Hoe kan tbc worden voorkomen? Het is belangrijk dat mensen met besmettelijke tbc zo snel mogelijk worden opgespoord en behandeld.

2.1. Hoe kan tbc worden voorkomen? Het is belangrijk dat mensen met besmettelijke tbc zo snel mogelijk worden opgespoord en behandeld. Tuberculose Inleiding U ontvangt deze folder omdat u mogelijk tuberculose (ook wel tbc genoemd) heeft. In deze folder kunt u meer lezen over tbc zoals wat het is, hoe het wordt vastgesteld en welke behandeling

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 27 925 Terroristische aanslagen in de Verenigde Staten Nr. 14 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Zicht op Q-koorts. Kernboodschap

Zicht op Q-koorts. Kernboodschap Zicht op Q-koorts Deze informatie is tot stand gekomen in samenwerking met het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu), diverse organisaties en beroepsgroepen. 1 Kernboodschap Q-koorts kunt

Nadere informatie

Informatie voor zorgpersoneel. Vaccinatie tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) Bescherming tegen de Mexicaanse Griep ZO HOUDEN WE GRIP OP GRIEP

Informatie voor zorgpersoneel. Vaccinatie tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) Bescherming tegen de Mexicaanse Griep ZO HOUDEN WE GRIP OP GRIEP Informatie voor zorgpersoneel Vaccinatie tegen Nieuwe Influenza A (H1N1) Bescherming tegen de Mexicaanse Griep 1 ZO HOUDEN WE GRIP OP GRIEP U ontvangt deze folder omdat u in aanmerking komt voor een vaccinatie

Nadere informatie

De Q koorts epidemie in Nederland

De Q koorts epidemie in Nederland De Q koorts epidemie in Nederland Coxiella burnetii Wim van der Hoek, artsepidemioloog, Centrum Infectieziektebestrijding 1 Huisarts Herpen Toename Q koorts? Microbioloog Huisarts Sint Oedenrode Mei Juni

Nadere informatie

Gezondheidsinformatiefiche voor bedrijven: bof

Gezondheidsinformatiefiche voor bedrijven: bof Gezondheidsinformatiefiche voor bedrijven: bof Bepaalde infectieziekten komen frequenter voor op kinderleeftijd dan bij volwassenen. Ze worden daarom verkeerdelijk kinderziekten genoemd. De meeste van

Nadere informatie

Griep en griepvaccinatie. Infodocument

Griep en griepvaccinatie. Infodocument Griep en griepvaccinatie Infodocument Griep en griepvaccinatie 1 Wat is griep? Griep wordt veroorzaakt door het influenzavirus en wordt daarom ook wel influenza genoemd. Het influenzavirus veroorzaakt

Nadere informatie

Inleiding Symptomen Werking van de neus

Inleiding Symptomen Werking van de neus VERKOUDHEID 202 Inleiding U komt op de polikliniek Keel-, Neus- en Oorheelkunde, omdat u last heeft van verkoudheid. Verkoudheid is een ontsteking van het slijmvlies in uw neus, bijholten en uw keel. Verkoudheid

Nadere informatie

Het voorkomen van verspreiding van micro-organismen. donderdag 12 november 2015

Het voorkomen van verspreiding van micro-organismen. donderdag 12 november 2015 Het voorkomen van verspreiding van micro-organismen Leervragen Hoe vindt besmetting plaats en wat zijn de risico s? Hoe kan een besmettingscyclus doorbroken worden? Persoonlijke hygiëne Handhygiëne Persoonlijke

Nadere informatie

SAMENVATTING VOOR NIET-INGEWIJDEN Kattenkrabziekte. Diagnostische en klinische aspecten van Bartonella henselae infectie

SAMENVATTING VOOR NIET-INGEWIJDEN Kattenkrabziekte. Diagnostische en klinische aspecten van Bartonella henselae infectie 166 Samenvatting SAMENVATTING VOOR NIET-INGEWIJDEN Kattenkrabziekte. Diagnostische en klinische aspecten van Bartonella henselae infectie Deel I Introductie In de introductie van dit proefschrift (Hoofdstuk

Nadere informatie

Voor meldingen kunt u het formulier downloaden, invullen en opsturen naar de inspectie in uw regio.

Voor meldingen kunt u het formulier downloaden, invullen en opsturen naar de inspectie in uw regio. Legionella is een bacterie die de veteranenziekte kan veroorzaken. De ziekteverschijnselen kunnen variëren van een fikse verkoudheid tot een flinke griep met longontsteking. Infectie vindt plaats door

Nadere informatie

Wat te doen na een Prik of Snij-ongeval

Wat te doen na een Prik of Snij-ongeval Wat te doen na een Prik of Snij-ongeval Wat te doen na een Prik of Snij-ongeval in de St. Anna Zorggroep Voorlichtingsbrochure betreffende bloedoverdraagbare aandoeningen op en door het werk. Algemeen

Nadere informatie

Wat hebben wij nodig??

Wat hebben wij nodig?? Wat hebben wij nodig?? A. Kennis over infectieziekten in relatie tot het werk in de breedste zin: Kiza mindmap B. Samenwerking met alle betrokkenen in het veld Gezamenlijke onderwerpen 1 A. Kennissysteem

Nadere informatie

RESPIRATOIR SYNCYTIEEL VIRUS BIJ KINDEREN

RESPIRATOIR SYNCYTIEEL VIRUS BIJ KINDEREN RESPIRATOIR SYNCYTIEEL VIRUS BIJ KINDEREN 17241 Wat is het RS virus? Respiratoir Syncytieel Virus, kortweg RS virus genoemd, is een virus dat infecties veroorzaakt aan de luchtwegen (neus, oren, keel,

Nadere informatie

Het RS-virus bij uw baby/kind

Het RS-virus bij uw baby/kind Het RS-virus bij uw baby/kind 2 Bij uw kind is het RS-virus vastgesteld. In deze folder leest u wat het RS-virus is en wat de gevolgen ervan zijn. Daarnaast vindt u informatie over de medische en verpleegkundige

Nadere informatie

Bronchiolitis bij kinderen

Bronchiolitis bij kinderen Kindergeneeskunde Bronchiolitis bij kinderen i Patiënteninformatie Slingeland Ziekenhuis Algemeen Uw kind is opgenomen in het ziekenhuis omdat het een ontsteking van de kleine luchtwegen heeft. Lang niet

Nadere informatie

Ziekenhuizen. Persoonlijke hygiëne patiënt en bezoeker

Ziekenhuizen. Persoonlijke hygiëne patiënt en bezoeker Ziekenhuizen Persoonlijke hygiëne patiënt en bezoeker Werkgroep Infectiepreventie Vastgesteld: juli 2012 Revisiedatum: juli 2017 Dit document mag vrijelijk worden vermenigvuldigd en verspreid mits steeds

Nadere informatie

Dragerschap en behandeling van MRSA

Dragerschap en behandeling van MRSA Er is bij u besmetting met de bacterie MRSA (Methicilline resistente Staphylococcus aureus) ontdekt. S. aureus is een bacterie die tot de normale huidbewoners van de mens behoort. Daarnaast staat hij bekend

Nadere informatie

PRAKTISCH Toxoplasmose

PRAKTISCH Toxoplasmose PRAKTISCH Toxoplasmose l a n d e l i j k i n f o r m a t i e c e n t r u m g e z e l s c h a p s d i e r e n over houden van huisdieren Toxoplasmose is een belangrijke zoönose. Dat betekent dat deze ziekte

Nadere informatie

Hepatitis B. www.hepatitisinfo.nl

Hepatitis B. www.hepatitisinfo.nl Hepatitis B www.hepatitisinfo.nl Hepatitis B Epidemiologie Transmissie Virologie HBV kliniek / symptomen Diagnostiek Behandeling Preventie Prevalentie chronische hepatitis B in volwassenen Bron: http://wwwnc.cdc.gov/travel/yellowbook/2016/infectious-diseases-related-to-travel/hepatitis-b#4621

Nadere informatie

Hieronder vindt u een kort overzicht van de nieuwe producten en/of de promoties die we momenteel aanbieden in de apotheek.

Hieronder vindt u een kort overzicht van de nieuwe producten en/of de promoties die we momenteel aanbieden in de apotheek. Beste klant, Hieronder vindt u een kort overzicht van de nieuwe producten en/of de promoties die we momenteel aanbieden in de apotheek. Voor vragen kan u ons gerust contacteren op het telefoonnummer 052/30.94.14

Nadere informatie

Kwartaaloverzicht meldingsplichtige infectieziekten in het kader van de Wet Publieke Gezondheid

Kwartaaloverzicht meldingsplichtige infectieziekten in het kader van de Wet Publieke Gezondheid Kwartaaloverzicht meldingsplichtige infectieziekten in het kader van de Wet Publieke Gezondheid Hierbij ontvangt u het overzicht van de gemelde infectieziekten die bij de afdeling I&H van de GGD Haaglanden

Nadere informatie

Vragen en antwoorden m.b.t. de VRE-bacterie

Vragen en antwoorden m.b.t. de VRE-bacterie Infectiepreventie Vragen en antwoorden Vragen en antwoorden m.b.t. de VRE-bacterie Juli 2015 Algemene vragen en antwoorden 1. Wat is een VRE-bacterie? VRE staat voor Vancomycine Resistente Enterokok. De

Nadere informatie

Patiënteninformatie (CPE)

Patiënteninformatie (CPE) Patiënteninformatie Carbapenemaseproducerende enterobacteriën (CPE) Inhoud Inhoud... 2 Inleiding... 3 Informatie over CPE... 3 Wat zijn enterobacteriën?... 3 Wat zijn Carbapenemase-Producerende Enterobacteriën

Nadere informatie

De epidemiologie van Legionellose

De epidemiologie van Legionellose De epidemiologie van Legionellose Het nut van Osiris voor surveillance en onderzoek Petra Brandsema Centrum Epidemiologie en Surveillance, CIB, RIVM. De epidemiologie van Legionellose 12 mei 2014 2 Aantal

Nadere informatie

Influenza vaccinatie van ziekenhuismedewerkers

Influenza vaccinatie van ziekenhuismedewerkers Influenza vaccinatie van ziekenhuismedewerkers Achtergrond Het RIVM en Vernet Verzuimnetwerk B.V. hebben een onderzoek uitgevoerd onder ziekenhuismedewerkers naar de relatie tussen de influenza vaccinatiegraad

Nadere informatie

Valkuilen bij diagnostiek hepatitis ABC

Valkuilen bij diagnostiek hepatitis ABC Valkuilen bij diagnostiek hepatitis ABC Streeklab GGD Amsterdam, 30 okt 2009 Hans L. Zaaijer, arts-microbioloog AMC - Klinische Virologie / Sanquin - Bloedoverdraagbare Infecties leverontsteking chemisch/toxisch

Nadere informatie

Ik laat me vaccineren tegen seizoensgriep! U toch ook?

Ik laat me vaccineren tegen seizoensgriep! U toch ook? vzw AZ Alma campus sijsele Gentse Steenweg 132 B-8340 Sijsele-Damme tel. 050 72 81 11 campus eeklo (Maatschappelijke Zetel) Moeie 18 B-9900 Eeklo tel. 09 376 04 11 www.azalma.be PERSBERICHT AZ Alma promoot

Nadere informatie

Virussen zonder grenzen

Virussen zonder grenzen Virussen zonder grenzen Prof. Eric Snijder Afdeling Medische Microbiologie Leids Universitair Medisch Centrum 1 Inferno, een kolfje naar mijn hand 2 1 2012... MERS Nature, October 4, 2012 3 Ebola 4 2 Ebola...

Nadere informatie