BURGERLIJK RECHT AAK Algemeen. Contractenrecht. Instituut voor Privaatrecht, Afdeling Civiel recht, Universiteit Leiden. Mr. K.J.O.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "BURGERLIJK RECHT AAK20106431. Algemeen. Contractenrecht. Instituut voor Privaatrecht, Afdeling Civiel recht, Universiteit Leiden. Mr. K.J.O."

Transcriptie

1 privaatrecht Katern BURGERLIJK RECHT AAK Instituut voor Privaatrecht, Afdeling Civiel recht, Universiteit Leiden Algemeen Mr. K.J.O. Jansen F. Bruinsma e.a., De Hoge Raad van onderen, Deventer: Kluwer 2010; A.G. Castermans e.a., Het zwijgen van de Hoge Raad, BWKJ 25, Deventer: Kluwer 2009; C.E. Drion, De onstuitbare opmars van de derde in ons recht, NJB 2010, p. 777; E.F.D. Engelhard e.a. (red.), Handhaving van en door het privaatrecht, Den Haag: BJu 2009; A. Hammerstein, De Hoge Raad ondersteboven, NJB 2010, p ; P. Memelink, De invloed van de Corporate Governance Code op het vermogensrecht, MvV 2010, p ; R.-J. Tjittes & E. van Wechem, Kroniek van het vermogensrecht, NJB 2010, p Contractenrecht Mr. E.J.M. Cornelissen Wetgeving Wetsvoorstel stilzwijgende verlenging en opzegtermijn bij lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten, Voorlopig verslag, Kamerstukken I 2009/10, 30520, nr. B. HR 19 februari 2010, NJ 2010, 115, RvdW 2010, 331, LJN: BK7671 (ING/Bera). Onbevoegde vertegenwoordiging; toerekenbare schijn van volmachtverlening?; maatstaf. Is een rechtshandeling in naam van een ander verricht, dan kan tegen de wederpartij, indien zij op grond van een verklaring of gedraging van die ander heeft aangenomen en onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht aannemen dat een toereikende volmacht was verleend, op de onjuistheid van deze veronderstelling geen beroep worden gedaan, zo luidt artikel 3:61 lid 2 BW. Deze bepaling stelt uitdrukkelijk de eis dat degene in wiens naam is gehandeld, zelf moet hebben bijgedragen aan de schijn van het bestaan van een toereikende volmacht. In de rechtspraak en de literatuur wordt er echter getornd aan dit zogeheten toedoen-vereiste en lijkt er een tendens te bestaan richting een ruimere vertrouwensleer. Ook indien het niet om een daadwerkelijk toedoen van de pseudo-volmachtgever gaat, maar wel om feiten en omstandigheden die voor zijn risico dienen te komen, zou een beroep op artikel 3:61 lid 2 moeten kunnen slagen (o.a. HR 27 november 1992, NJ 1993, 287 (Felix/Aruba); Hijma e.a., Rechtshandeling en Overeenkomst, Deventer: Kluwer 2007, nr. 104 (Van Schendel)). Het arrest dat hier besproken wordt, past in bovengenoemde tendens; de Hoge Raad lijkt in duidelijke bewoordingen de reikwijdte van 3:61 lid 2 te verruimen. Het ging in deze zaak om het volgende. Bera Holding (hierna: Bera), gevestigd te Suriname, is in 1998 opgericht door betrokkene A en betrokkene B (hierna A en B). A is enig aandeelhouder en is als enige bevoegd Bera te vertegenwoordigen. In april 2003 opent A ten name van Bera een bankrekening bij ING; B is daarbij aanwezig. Bij die gelegenheid tekent A een zogeheten handtekeningenkaart, die aan hem de bevoegdheid geeft betalingsopdrachten te verrichten. Tevens wordt afgesproken dat de rekeningafschriften zullen worden gestuurd naar het Nederlandse adres van gelijknamige vennootschappen (Bera B.V., Bera Commercials B.V., Bera Distributies B.V.) die vallen onder de zeggenschap van B. In de periode die volgt, oktober 2003 tot en met maart 2004, heeft ING in opdracht van B enkele bedragen van de rekening van Bera afgeboekt ten gunste van de zojuist genoemde vennootschappen van B. Bera (lees: A) heeft op een zeker moment ING laten weten deze overboeking te betwisten. Bera vordert een verklaring voor recht dat ING in strijd met de tussen partijen bestaande overeenkomst heeft gehandeld door bedragen over te maken in totaal euro zonder dat zij daartoe de opdracht had gekregen van een vertegenwoordigingsbevoegde. Het verweer van ING komt erop neer dat zij had mogen vertrouwen op de schijn van volmachtverlening door Bera aan B. ING voert daartoe een lijst met feiten en omstandigheden aan (zie r.o. 4.4 van het arrest van het Hof Amsterdam, LJN: BC9814), waaronder de rol die B had bij de opening van de bankrekening en meer in het bijzonder zijn aanwezigheid bij het ondertekenen van de handtekeningkaart door A, het feit dat Bera haar afschriften naar vennootschappen van B heeft laten versturen en het niet binnen een redelijke termijn protesteren door Bera tegen de litigieuze afschrijvingen. Volgens zowel rechtbank als hof mag uit een en ander niet de gevolgtrekking worden gemaakt dat ING gerechtvaardigd mocht vertrouwen op een volmachtverlening aan B. Het hof is in zijn r.o. 4.6 duidelijk: In de relatie tussen ING en Bera dient ING ervoor te zorgen dat zij ten laste van de rekening van Bera geen opdrachten van onbevoegden uitvoert en dat zij zich, alvorens een betaalopdracht uit te voeren, vergewist van de bevoegdheid van degene die de opdracht heeft verstrekt. Om die reden heeft [oprichter 1] ook de door ING verstrekte handtekeningkaart van zijn handtekening voorzien. ING heeft haar contractuele verplichting om de bevoegdheid van degene die de betaalopdracht verstrekte verzaakt. Onder die omstandigheden kan ING slechts onder zeer bijzondere omstandigheden een beroep doen op de schijn van volmachtverlening aan een derde, omdat behoudens zulke omstandigheden ING niet op de schijn van volmachtverlening mocht afgaan.

2 6432 Katern 115 privaatrecht Het hof spreekt van zeer bijzondere omstandigheden waaronder ING zich kan beroepen op een schijn van volmachtverlening. Daarmee lijkt het hof volgens de Hoge Raad uit te gaan van een verkeerde rechtsopvatting. Uitgangspunt dient namelijk te zijn (r.o. 3.4): dat voor toerekening van schijn van volmachtverlening aan de vertegenwoordigde ook plaats kan zijn ingeval ING gerechtvaardigd heeft vertrouwd op volmachtverlening aan [betrokkene 2] op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van Bera Holding komen en waaruit naar verkeersopvattingen zodanige schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid. Mocht het hof wel van een juiste rechtsopvatting zijn uitgegaan dan heeft het de verwerping van het verweer van ING ontoereikend gemotiveerd (r.o. 3.4). In aansluiting hierop overweegt de Hoge Raad dat het Hof heeft verzuimd in te gaan op het verweer van ING dat Bera niet binnen een redelijke termijn heeft geprotesteerd tegen de afschrijvingen. ING behoefde niet te controleren of Bera daadwerkelijk kennis nam van de afschriften op het door haar (Bera) opgegeven adres van B. Een late kennisneming komt voor risico van Bera (r.o. 3.5). De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof. A-G Langemeijer is daarentegen van mening dat het Hof geen verkeerde maatstaf heeft aangelegd, aangezien het Hof het vereiste van zeer bijzondere omstandigheden plaatst in relatie tot het bestaan van een handtekeningenkaart met daarop enkel de handtekening van A en in relatie tot de zorgplicht van een professionele bancaire instelling als ING (concl. A-G nr. 2.10). Hij concludeert tot verwerping van het beroep. Met deze uitspraak lijkt de Hoge Raad definitief het toedoenvereiste te verlaten en expliciet een risico-element ten laste van de pseudo-volmachtgever toe te voegen aan de werking van artikel 3:61 lid 2. W.H. van Boom, De beslissing van de Hoge Raad in de effectenleasezaken, TvC 2009, p ; E.M. Bruggeman, De koop-/aannemingsovereenkomst in breed perspectief, Den Haag: Instituut voor Bouwrecht 2010; A.G. Castermans, Contracteren met consumenten, Contracteren 2009, p ; C. Cauffman, Efficiënt handhaven van consumentenrechten, NTBR 2010, p ; O.O. Cherednychenko, De bijzondere zorgplicht van de bank in het spanningsveld tussen het publiek- en privaatrecht, NTBR 2010, p ; C.C. van Dam, Luchtvaartmaatschappijen zijn niet gek op passagiersrechten, NJB 2010, p ; M.C.P. van Dongen & A. de Feijter, Ontsnappingssprongen met paard of pony inzake het wettelijke bewijsvermoeden ex art. 7:18 lid 2 BW, NTBR 2010, p ; E.H. Hondius, Wet cliëntenrechten zorg zet eenheid van het privaatrecht op het spel, TvC 2009, p ; G.T. de Jong, Fatale termijn en verkeerd presteren, WPNR 6826 (2010), p ; A.L.M. Keirse, Fraternalisme en trouw aan het gegeven woord, Contracteren 2009, p ; A.L.M. Keirse e.a., Rapportage Wet koop onroerende zaken; de evaluatie, Den Haag: BJu 2009; M.B.M. Loos, De koopregeling in het voorstel voor een richtlijn consumentenrechten, Deventer: Kluwer 2009; M.B.M. Loos, Algemene voorwaarden onder de voorgestelde richtlijn consumentenrechten, VrA , p ; J.M. Smits, Contractenrecht als meergelaagde rechtsorde: uitdagingen voor de komende tien jaar, Contracteren 2009, p ; E.-J. Zippro, Conversie onverenigbaar met de absolute nietigheid van ongeoorloofde kartelafspraken, MvV 2010, p Onrechtmatige daad en overige verbintenissen uit de wet Mw. mr. M.W. Knigge Wetgeving Wetsvoorstel affectieschade verworpen, EK , p (www.eerstekamer.nl); Wetsvoorstel verruiming van aansprakelijkheid voor minderjarigen van 14 tot 18 jaar, Advies Raad van State, Kamerstukken II 2009/10, 30519, nr HR 8 januari 2010, NJ 2010, 187 m.nt. M.R. Mok, RvdW 2010, 125, LJN: BJ9352 (ARN/Houthuijzen c.s.). Oneerlijke concurrentie; selectief distributiestelsel; profiteren van wanprestatie. Deze zaak draait om een selectief distributiestelsel van Fiat. In het kader van dit stelsel is Alfa Romeo Nederland (ARN) aangesteld als importeur van auto s met het merk Alfa Romeo voor Nederland. ARN levert deze auto s slechts aan bij het distributiestelsel aangesloten Alfa Romeodealers, die aan bepaalde vereisten moeten voldoen met betrekking tot bijvoorbeeld de inrichting van hun bedrijf en de opleiding van het personeel. Om te garanderen dat de aangesloten dealers de investeringen die nodig zijn om aan deze voorwaarden te voldoen terug kunnen verdienen, wordt het aantal erkende dealers door Fiat beperkt. Het is deze erkende dealers contractueel niet toegestaan nieuwe auto s te verkopen aan niet-erkende wederkopers. Als gevolg van dit stelsel is het in principe uitgesloten dat andere dan erkende dealers nieuwe auto s met het merk Alfa Romeo verkopen. Multicar biedt echter wél dergelijke nieuwe auto s ten verkoop aan, hoewel zij geen erkende Alfa Romeo-dealer (meer) is. Dit betekent dat een van de erkende dealers in strijd moet handelen met zijn

3 privaatrecht Katern contractuele verplichtingen. Volgens ARN profiteert Multicar bewust van de wanprestatie van de desbetreffende erkende dealer, hetgeen onrechtmatig zou zijn. Op deze grond vordert ARN in deze procedure dat Multicar wordt bevolen geen nieuwe auto s meer te betrekken van erkende dealers en de handel in deze auto s te staken. Nu is het handelen met iemand terwijl men weet dat deze door dit handelen een door hem met een derde gesloten overeenkomst schendt, op zichzelf jegens die derde niet onrechtmatig. Het hangt af van de omstandigheden van het geval of dergelijk bewust profiteren van andermans wanprestatie onrechtmatig jegens die derde is (zie r.o ). Het hof had dergelijke bijkomende omstandig heden echter niet aanwezig geacht. Het feit dat Multicar andere dealers in het distributiestelsel concurrentie kan aandoen, is volgens het hof niet onrechtmatig. Daarbij achtte het hof niet van belang of de erkende dealers, die zich dienen te houden aan de verkoopstandaarden die binnen het distributiestelsel gelden, in een ongunstiger positie verkeren dan Multicar. Indien al sprake is van een dergelijke ongunstiger positie, dan is deze positie volgens het hof een gevolg van een eigen keuze van ARN en Fiat (zie r.o ). Anders dan het hof acht de Hoge Raad de aanwezigheid van een dergelijke ongunstige positie wel van belang. Met betrekking tot de vraag wanneer ten opzichte van aan het distributiestelsel gebonden verkopers onrechtmatig gehandeld wordt, overweegt hij: Indien een niet aan het distributiestelsel gebonden handelaar (a) producten verhandelt die hij heeft verkregen door bewust gebruik te maken van de omstandigheid dat een gebonden handelaar, die wel behoort tot het selectieve distributiestelsel, jegens de distributeur een door deze hem opgelegde contractuele verplichting met betrekking tot het verder verhandelen van die producten of tot de daarbij te bedingen voorwaarden schendt, (b) door het verhandelen van die aldus verkregen producten in concurrentie treedt met gebonden handelaren op wie een gelijke contractuele verplichting rust, en (c) daarbij ter bevordering van het eigen bedrijf profiteert van de omstandigheid dat deze gebonden handelaren jegens hem in een ongunstige positie verkeren doordat zij zich aan de bedoelde contractuele verplichting houden, kan dit jegens die gebonden handelaren onrechtmatig zijn. Bovendien kan volgens de Hoge Raad ook sprake zijn van onrechtmatig handelen ten opzichte van de distributeur. Dit is het geval indien het distributiestelsel door de concurrentie wordt ondermijnd, bijvoorbeeld doordat andere aan het stelsel gebonden handelaren zich eveneens aan hun verplichtingen gaan onttrekken of hun gebondenheid aan het stelsel beëindigen, dan wel derden om die reden niet tot het stelsel willen toetreden (r.o ). Anders dan het hof acht de Hoge Raad het feit dat ARN en Fiat zelf de keuze hebben gemaakt voor het distributiestelsel en de daarin geldende verkoopstandaarden met betrekking tot de dealers niet van belang. Ten aanzien van de dealers valt volgens de Hoge Raad in het algemeen niet in te zien op grond waarvan de keuze die de distributeur maakt, voor hun rekening zou moeten worden gebracht in die zin dat het profiteren van de ongunstige positie van de dealers niet onrechtmatig jegens hen zou zijn. Wel kan onder omstandigheden die keuze een rol spelen bij de beantwoording van de vraag of de concurrentie onrechtmatig is jegens de distributeur (r.o. 3.6). B.A.X. van Asten, Voordeelstoerekening bij ontbinding van een duurovereenkomst, MvV 2009, p ; W.Th. Braams & E.H.P. Brans, Aansprakelijkheid voor schade door opslag van CO 2 in het perspectief van de Richtlijn Carbon Capture Storage (CCS), Gst (2009), p ; B.J. van Emmerik, D. Sjouke & J. Zents, Kan ook de scheidsrechter een rode kaart krijgen? Aansprakelijkheid van financiële toezichthouders aan de hand van het faillissement van DSB Bank, NJB 2010, p ; L.F.H. Enneking, Aansprakelijkheid via foreign direct liability claims, NJB 2010, p ; J.R. van Faassen, De persoonlijke aansprakelijkheid van de faillissementscurator, Tilburg: Celsus 2010; T. Hartlief, Vox/TSN: schade, voordeel en schadebeperkingsplicht, WPNR 6829 (2010), p ; G.A. den Hartogh, Prenatale en postmortale schade. Temporele grenzen van rechtssubjectie, NJB 2010, p ; A. van Hoey Smith & W.C.T. Weterings, Leidingschades en de toepasselijkheid van de tenzij-clausule van art. 6:174 BW bij doorlopende schade, WPNR 6830 (2010), p ; E. de Kezel e.a., Financieel toezicht en aansprakelijkheid in internationaal verband, Amstelveen: delex 2009; J.D.W.E. Mulder, Hoe schadevergoeding kan leiden tot gevoelens van erkenning en gerechtigheid, NJB 2010, p ; E.M. van Orsouw & A.E. Krispijn, De aansprakelijkheid van de werkgever voor personeelsactiviteiten en een verkenning van de grenzen van de aansprakelijkheid van de werkgever op grond van art. 7:611, MvV 2009, p ; A.C.W. Pijls & W.H. van Boom, Handhaving prospectusaansprakelijkheid niet illusoir: vermoeden van causaal verband bij prospectusaansprakelijkheid, WPNR 6834 (2010), p ; N. Vloemans, Events are in the saddle the terrible ifs accumulate. Over onzekere risico s en voorzorg in het aansprakelijkheidsrecht, AV&S 2010, p. 3-15; W. Weterings & E. Mulder, Werkgeversaansprakelijkheid ex art. 7:611 BW. Twee typen zorgplicht en dekking onder de AVB-verzekering, NTBR 2009, p Goederenrecht Mr. P.W. den Hollander HR 5 februari 2010, RvdW 2010, 253, LJN: BK6588 ( Rodewijk c.s./bouwman c.s.). Erfdienstbaarheid (recht van overpad); verkrijgende verjaring; bezit; goede trouw; overgangsrecht. In deze procedure staat centraal de vraag of Bouwman c.s. eigenaar van Noordeinde 92 te Roelofarendsveen

4 6434 Katern 115 privaatrecht door verjaring een erfdienstbaarheid van voetpad (zakelijk recht van overpad) heeft verkregen ten laste van het perceel Noordeinde 86, dat aan Rodewijk c.s. (hierna: Bouwman en Rodewijk) toebehoort (art. 3:99 BW). In het bijzonder zijn aan de orde de vragen welke datum als peildatum heeft te gelden voor de daartoe vereiste goede trouw van Bouwman en of het gegeven dat de erfdienstbaarheid nimmer is ingeschreven in de registers aan het beroep op goede trouw in de weg staat. Voor verkrijgende verjaring is vereist een onafgebroken bezit van tien jaren door een bezitter te goeder trouw (artikel 3:99 BW). Of sprake is van bezit moet naar verkeersopvatting worden beoordeeld (art. 3:108 BW), waarbij het aankomt op feiten en omstandigheden waaruit een wilsuiting tot het uitoefenen van een bevoegdheid als gerechtigde tot een erfdienstbaarheid kan worden afgeleid (H.J. Snijders en E.B. Rank-Berenschot, Goederenrecht, Deventer: Kluwer 2007, nr. 648). Het bezit van de litigieuze erfdienstbaarheid door Bouwman blijft onbetwist. Wel ter discussie staat het vereiste van goede trouw. Naar het oordeel van het hof mocht Bouwman zich ten tijde van de levering van Noordeinde 92 in 1983 redelijkerwijs bevoegd achten het pad krachtens erfdienstbaarheid te gebruiken en dat gebruik te continueren. Uit de stukken blijkt genoegzaam de kennelijke wens van Bouwman en De Jong de toenmalige eigenares van Noordeinde 86 in 1983 de litigieuze erfdienstbaarheid te vestigen. Zij legden dit voornemen vast in de koopakte van 11 augustus 1983, waarbij werd overeengekomen dat Bouwman Noordeinde 92 van De Jong zou kopen. In de akte van levering van 14 oktober 1983 werd verwezen naar een op dezelfde dag verleden separate akte van vestiging van diverse erfdienstbaarheden op de betrokken percelen. Door nalatigheid van de notaris echter werd in deze vestigingsakte de litigieuze erfdienstbaarheid niet vastgelegd. Derhalve werd de litigieuze erfdienstbaarheid anders dan door Bouwman verondersteld ook nimmer ingeschreven in de registers. Gesteld noch gebleken is echter, aldus het hof, dat Bouwman kan worden verweten dat hij dit verzuim niet heeft opgemerkt, waarbij het onder meer in aanmerking neemt dat evenmin gesteld of gebleken is dat Bouwman over enige juridische scholing beschikte (r.o. 3.2). In 1992 wordt Rodewijk eigenaar van Noordeinde 86. Tussen Bouwman en hem rijst het geschil. In cassatie klaagt Rodewijk dat het hof de goede trouw van Bouwman heeft vastgesteld met als peildatum 14 oktober 1983 in plaats van 1 januari Tot aan invoering van het nieuw BW op 1 januari 1992 namelijk was verkrijging van een erfdienstbaarheid van overpad door verjaring niet mogelijk, nu artikel 593 (oud) BW niet voortdurende en onzichtbare erfdienstbaarheden onvatbaar voor bezit verklaarde. Op peildatum 1 januari 1992 zou de goede trouw van Bouwman afstuiten op het als onderdeel van het nieuw BW ingevoerde artikel 3:23 BW, zo betoogt Rodewijk. Dit artikel bepaalt dat een beroep op goede trouw van een verkrijger van een registergoed niet wordt aanvaard, wanneer dit beroep insluit een beroep op onbekendheid met feiten die door raadpleging van de registers zouden zijn gekend. Ook volgens de Hoge Raad echter moet als peildatum voor de goede trouw van Bouwman gelden 14 oktober Artikel 95 van de Overgangswet nieuw BW bepaalt dat bezit wordt verkregen op het tijdstip van inwerkingtreding van de wet, indien de vereisten die de bepalingen van titel 5 van boek 3 daarvoor stellen, reeds vóór dat tijdstip waren vervuld, doch het toen geldende recht aan de vervulling niet die gevolgen verbond. Uit de toelichting citeert de Hoge Raad dat zonder deze bijzondere regel onzeker zou blijven of en wanneer die goederen [goederen welke artikel 593 (oud) BW onvatbaar voor bezit verklaarde; PWdH] volgens de nieuwe wet in het bezit komen van degene die reeds vóór de inwerkingtreding begonnen is daarover de feitelijke macht uit te oefenen. Hieruit vloeit voort, aldus de Hoge Raad, dat de beoordeling van de overige eisen die naast bezit moeten worden gesteld voor rechtverkrijgende verjaring, meer in het bijzonder de eis van goede trouw, dient plaats te vinden naar het moment waarop daadwerkelijk een zodanige machtspositie ontstond van degene die zich op verjaring beroept met betrekking tot het desbetreffende goed, dat deze met ingang van 1 januari 1992 als bezitter daarvan heeft te gelden. De vraag of Bouwman bezitter te goeder trouw is, moet daarom beantwoord worden aan de hand van hetgeen hij op 14 oktober 1983 wist of behoorde te weten omtrent de (uitgebleven) inschrijving van de akte van vestiging van de tussen hem en De Jong overeengekomen erfdienstbaarheid (r.o. 3.4). Nu het hof op grond van de hierboven genoemde omstandigheden volgens de Hoge Raad terecht onbestreden heeft geoordeeld dat Bouwman op 14 oktober 1983 te goeder trouw was, wordt hij op grond van artikel 3:118 lid 2 BW geacht dit ook na 1 januari 1992 te blijven, waarbij de Hoge Raad in het midden laat of het betoog van Rodewijk ten aanzien van artikel 3:23 BW moet worden gevolgd (r.o. 3.5). Hierop volgt een overweging ten overvloede. De Hoge Raad herhaalt nog eens dat in deze zaak het uitblijven van de inschrijving het gevolg is van nalatigheid van de notaris en dat in cassatie onbestreden het hof heeft geoordeeld dat gesteld noch gebleken is dat Bouwman kan worden verweten dat hij het verzuim niet heeft opgemerkt. In een zodanig geval staat aan een beroep op goede trouw van degene die, zoals verweerder, meent het beoogde recht daadwerkelijk te hebben verkregen, niet in de weg dat hij bij latere raadpleging van de registers het verzuim in de vestigingsakte zou hebben opgemerkt (r.o. 3.6). Zo wordt de ook in de literatuur opgeworpen vraag of het achterwege blijven van inschrijving van de akte in de openbare registers aan bezit te goeder trouw van een erfdienstbaarheid in de weg staat (deels) beantwoord (L.P.W. van Vliet, Verjaring en erfdienstbaarheid, NTBR 2004/5, p. 206). G.J.L. Bergervoet, De goederenrechtelijke overeenkomst: Juridische chimaera of Kern van de levering?, Groninger opmerkingen en mededelingen 2009, p ;

5 privaatrecht Katern J.W.A. Biemans, Derdenbeslag en stille cessie, WPNR 6835 (2010), p ; R.W. Clumpkens e.a., Zekerhedenrecht in ontwikkeling, Den Haag: KNB 2009; E. Cramer, Dieren zijn geen zaken, maar ook geen mensen, NJB 2010, p ; J.J. Dammingh, Beslag na een Vormerkung, WPNR 6825 (2009), p. 8-12; P.C. van Es, De eenzijdige cessie-akte bij stille cessie, WPNR 6832 (2010), p ; W.H. van Hemel, Beschikking door een deelgenoot over zijn aandeel in een goed dat tot een bijzondere gemeenschap behoort, Groninger opmerkingen en mededelingen 2010, p. 1-12; D.J. van der Kwaak, Beschikkingsonbevoegdheid en relatieve nietigheid als mogelijke rechtsgevolgen van beslag, TCR 2009, p ; B. Wessels, Moeten schuldeisers altijd gelijk behandeld worden?, NJB 2010, p Huwelijksvermogensrecht J.F.M. Giele, Het notariële wederzijdse zorgcontract als element van het partnerbegrip, EB Tijdschrift voor scheidingsrecht 2010, p. 1-3; A. Heida, Kinderalimentatie, de nieuwe wettelijke regeling en enkele recente beslissingen, EB Tijdschrift voor scheidingsrecht 2009, p ; C.A. Kraan, Hoge Raad hakt drie knopen door bij Amsterdams verrekenbeding, FtV 2009, 49, p ; B.F.L. Lhoëst, Wetsvoorstel Boek 10 BW: Huwelijksbetrekkingen en Huwelijksvermogensregime (art. 10:35 t/m 10:53 BW), WPNR 6836, p ; M. Martens & I. van der Kamp, De voorrangsregel van art. 1:400 van het Burgerlijk Wetboek, WPNR 6822 (2009), p ; J.B. Vegter, Over het eenheidsbeginsel in het huwelijksvermogensrecht en over flexibilisering van de uitsluitingsclausule, WPNR 6826 (2010), p ; C. Verschuur-Buijsen, De ontslagvergoeding bij echtscheiding: over verknochtheid en alimentatie, EB Tijdschrift voor scheidingsrecht 2010, p. 6-8; L.C.A. Verstappen, Na Wetsvoorstel nog een Vierde tranche?, WPNR 6825 (2010), p. 3-8; D. Visser, De uitzondering op de regel; een veroordeling in de werkelijke proceskosten in familiezaken, EB Tijdschrift voor scheidingsrecht 2010, p Erfrecht Mr. A.F. Mollema Wetgeving Wet tot wijziging van de Successiewet 1956, Stb. 2009, p HR 19 februari 2010, RvdW 2010, 324, LJN: BK6150. Gevolgen van een succesvolle gerechtelijke vaststelling van het vaderschap; derden in de zin van 1:207 lid 5 BW. Dit arrest van de Hoge Raad vormt het (voorlopige) sluitstuk van een jarenlange juridische strijd van een buiten huwelijk geboren zoon van een notaris. Deze strijd begon met een eerste procedure die heeft geleid tot het bekende Notarisarrest (HR 17 januari 1997, NJ 1997, 483). Hierin oordeelde de Hoge Raad dat er geen ruimte was om de notariszoon (Haas) als erfgenaam van de in 1992 overleden notaris aan te merken, ook niet indien er tussen notaris en Haas family life als bedoeld in artikel 8 EVRM kon worden aangenomen en/of op het op grond van artikel 14 EVRM bestaande non-discriminatiebeginsel. De notaris had zijn (biologische) zoon immers niet erkend en er bestond dus geen familierechtelijke betrekking tussen de twee. De notaris had geen testament opgesteld, waardoor zijn neef in dit geval enig erfgenaam was. De Hoge Raad zag geen rechtsvormende taak voor zichzelf op dit terrein, en anticipeerde ook niet op het nieuwe afstammingsrecht van 1 april 1998, waarbij de gerechtelijke vaststelling van het vaderschap (GVV) werd ingevoerd, maar waarvan op dat moment nog niet met zekerheid kon worden gezegd dat het in de toen voorliggende vorm tot stand zou komen. Door middel van GVV kan ook tegen de zin en ook na de dood van de biologische vader zijn vaderschap juridisch worden vastgesteld. Over deze zaak is verder geprocedeerd bij het Europese Hof van de Rechten van de Mens, hetgeen geleid heeft tot het arrest van 13 januari 2004 (NJ 2005, 113). Hierin oordeelde het hof dat er geen sprake was van family life in de zin van artikel 8 EVRM. Ook artikel 14 EVRM is dan niet van toepassing, nu dat slechts in verbinding met een ander EVRM-artikel kan worden aangevoerd. Voorts overweegt het hof dat nu inmiddels het bovengenoemde nieuwe afstammingsrecht is ingevoerd een verzoek tot GVV openstaat. De invoering van dit nieuwe afstammingsrecht was de aanleiding voor een nieuwe procedure, die uitmondde in het arrest van het Hof Amsterdam van 8 juli 2004 (LJN: AQ0621) en waarbij door middel van DNA-onderzoek van de likranden van door de notaris aan de moeder van Haas gestuurde enveloppen met brieven het vaderschap van de notaris kon worden vastgesteld. Het argument van de erfgenamen dat deze vaststelling in strijd was met hun familie- en gezinsleven ex artikel 8 EVRM werd hierbij verworpen.

6 6436 Katern 115 privaatrecht verbruikt, inclusief vermogensopbrengsten zou moeten worden afgegeven, blijft in stand. L.J.M. Brent & G. Vree, De toekomst van het familiefonds in de nieuwe Successiewet, FtV 2010, 14, p ; R.E. Brinkman, Vruchtgebruik, in het bijzonder van geldvorderingen en ten aanzien van schulden, WPNR 6837 (2010), p ; F.M.H. Hoens, De verbroken relatie en begunstiging krachtens levensverzekering van de ex-partner, Tijdschrift Erfrecht 2009, p ; J.G. Knot, Europees internationaal erfrecht op komst: het voorstel voor een Europese Erfrechtverordening nader belicht, NIPR 2010, p. 3-13; W.D. Kolkman, Verwerpelijke zaken, FtV 2009, 51, p. 3-4; T.J. Mellema-Kranenburg, De erfenis van Stieg Larsson: een projectie naar het Nederlandse erfrecht, Tijdschrift Erfrecht 2009, p ; F.W.J.M. Schols, Uitleg van een testamentaire clausule door de staatssecretaris, Tijdschrift Erfrecht 2009, p ; F.W.J.M. Schols, Testamentaire vertegenwoordiging, mede in het licht van Canadese ontwikkelingen, WPNR 6836 (2010), p ; I.J.F.A. van Vijfeijken, De verdeling van een nalatenschap en art. 10, vijfde lid Successiewet, WPNR 6835 (2010), p ; I.J.F.A. van Vijfeijken & N.C.G. Gubbels, Over kinderen, partners, tarieven en vrijstellingen, WPNR 6831 (2010), p

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen

PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen PDF hosted at the Radboud Repository of the Radboud University Nijmegen The following full text is a publisher's version. For additional information about this publication click this link. http://hdl.handle.net/2066/85785

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-67 d.d. 2 maart 2012 (prof.mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr.drs. D.J. Olthoff, secretaris)

Nadere informatie

Civiele Procespraktijk

Civiele Procespraktijk Civiele Procespraktijk Nr. 11 maart 2010 De volgende onderwerpen worden behandeld: Schorsing na faillissement en terugverwijzing naar een lagere rechter Alternatieve causaliteit Lastgeving Tussentijds

Nadere informatie

Een pleidooi voor aanpassing van het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 1

Een pleidooi voor aanpassing van het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 1 Een pleidooi voor aanpassing van het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 1 Prof. mr. A.J.M. Nuytinck, hoogleraar privaatrecht, in het bijzonder personen-, familie- en erfrecht, aan de Erasmus Universiteit

Nadere informatie

Erfrechtjournaal. 16 januari 2015

Erfrechtjournaal. 16 januari 2015 Erfrechtjournaal 16 januari 2015 Items Gewijzigde familieverhoudingen Defiscalisatie in het erfrecht Machtiging kantonrechter voor het doen van schenking? Gewijzigde familieverhoudingen Eindejaarspeiling

Nadere informatie

Webinar Personen, familie- en erfrecht, 8 september 2015. Prof. Mr. Tea Mellema-Kranenburg

Webinar Personen, familie- en erfrecht, 8 september 2015. Prof. Mr. Tea Mellema-Kranenburg Webinar Personen, familie- en erfrecht, 8 september 2015. Prof. Mr. Tea Mellema-Kranenburg Te behandelen uitspraken: ECLI:NL:GHSHE:2014:4672 (facultatief verrekenbeding) ECLI:NL:HR:2015:1297 (gemeenschap)

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer Der Staten-Generaal Postus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer Der Staten-Generaal Postus EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Juridischee Zaken Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer Der Staten-Generaal Postus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301

Nadere informatie

ECLI:NL:HR:2013:983. Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie

ECLI:NL:HR:2013:983. Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie ECLI:NL:HR:2013:983 Instantie Hoge Raad Datum uitspraak 18-10-2013 Datum publicatie 18-10-2013 Zaaknummer 12/03380 Formele relaties Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:52, Gevolgd In cassatie op : ECLI:NL:GHSGR:2012:BW8529,

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2004 334 Wet van 6 juli 2004, houdende regeling van het conflictenrecht met betrekking tot het geregistreerd partnerschap (Wet conflictenrecht geregistreerd

Nadere informatie

ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-377 d.d. 13 oktober 2014 (mr. J.S.W. Holtrop, voorzitter, mr. J.W.M. Lenting en mr. A.M.T. Wigger, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Nadere informatie

JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel )

JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel ) JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel ) [De minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], Frankrijk, wonende

Nadere informatie

I. ALGEMENE BEPALINGEN... 1 II. DIENSTEN INZAKE TOT STAND KOMEN VAN OVEREENKOMSTEN... 2 III. OVERIGE VOORWAARDEN... 5

I. ALGEMENE BEPALINGEN... 1 II. DIENSTEN INZAKE TOT STAND KOMEN VAN OVEREENKOMSTEN... 2 III. OVERIGE VOORWAARDEN... 5 Algemene voorwaarden Schoeman consultants B.V. Per juli 2013 De algemene voorwaarden Schoeman consultants B.V. zijn van toepassing op alle rechtsverhoudingen tussen opdrachtnemer en opdrachtgever, behoudens

Nadere informatie

COLLECTIE CONTRACTENRECHT (ADVOCATUUR)

COLLECTIE CONTRACTENRECHT (ADVOCATUUR) Hieronder ziet u welke uitgaven er in deze Expert Collectie zijn opgenomen*. Deze uitgaven zijn toegankelijk via onze gebruiksvriendelijke informatieportal Navigator. Bij aanschaf van een Expert Collectie

Nadere informatie

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336

LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 LJN: BJ4855,Sector kanton Rechtbank Haarlem, zaak/rolnr.: 415843 / CV EXPL 09-1336 Datum uitspraak: 23-07-2009 Datum publicatie: 10-08-2009 Rechtsgebied: Civiel overig Soort procedure: Eerste aanleg enkelvoudig

Nadere informatie

De formaliteiten voor overdracht verschillen naar gelang het over te dragen goed.

De formaliteiten voor overdracht verschillen naar gelang het over te dragen goed. Korte handleiding bijeenkomst 5. Overdracht van goederen. 3:83 en volgende BW Definitie overdracht: rechtsovergang van het ene rechtssubject naar het andere op basis van een een levering. Overdracht is

Nadere informatie

Huwelijksvermogensrecht journaal. September 2015

Huwelijksvermogensrecht journaal. September 2015 Huwelijksvermogensrecht journaal September 2015 Items Vinger aan de pols: Voorstel van wet 33 987, Literatuur en wetgevingsproces Ongehuwde samenlevers en vermogensregime Ongehuwden en alimentatie Pensioen

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure 1 Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 162, d.d. 6 juli 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, prof. mr. drs. M.L. Hendrikse en mr. B.F. Keulen) Samenvatting Betalingsbeschermingsverzekering.

Nadere informatie

College Vertegenwoordiging en. tegenstrijdig belang

College Vertegenwoordiging en. tegenstrijdig belang College Vertegenwoordiging en tegenstrijdig belang Mr. K. Frielink Universiteit van de Nederlandse Antillen Dinsdag 9 februari 2010 van 19.00-20.30 uur Vertegenwoordiging en tegenstrijdig belang 1. Bestuur

Nadere informatie

Rapport. Onduidelijke informatie over kinderbijdrage. Een onderzoek naar het optreden van het LBIO. Oordeel

Rapport. Onduidelijke informatie over kinderbijdrage. Een onderzoek naar het optreden van het LBIO. Oordeel Rapport Onduidelijke informatie over kinderbijdrage Een onderzoek naar het optreden van het LBIO Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de klacht over Het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen

Nadere informatie

» Samenvatting. » Uitspraak. Procedure. JPF 2010/63 Rechtbank 's-gravenhage 3 november 2008, 305989 FA RK 08-1672; LJN BG8815. ( Mr.

» Samenvatting. » Uitspraak. Procedure. JPF 2010/63 Rechtbank 's-gravenhage 3 november 2008, 305989 FA RK 08-1672; LJN BG8815. ( Mr. JPF 2010/63 Rechtbank 's-gravenhage 3 november 2008, 305989 FA RK 08-1672; LJN BG8815. ( Mr. Verbeek ) [De moeder] te [plaats] (Marokko), hierna te noemen: de moeder, advocaat: mr. M. Kaouass. Als belanghebbenden

Nadere informatie

Gelijkwaardig ouderschap en co-ouderschap; belang van kind doorslaggevend

Gelijkwaardig ouderschap en co-ouderschap; belang van kind doorslaggevend Regelingen en voorzieningen CODE 7.2.3.38 Gelijkwaardig ouderschap en co-ouderschap; belang van kind doorslaggevend jurisprudentie bronnen EB, Tijdschrift voor scheidingsrecht, afl. 10 - oktober 2010 Gerechtshof

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden.

De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend. De moeder van belanghebbende (hierna: erflaatster) is op [ ] 2010 overleden. Uitspraak 10 oktober 2014 Nr. 13/04777 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van [X] te [Z] (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 29 augustus 2013, nr. 12/00472,

Nadere informatie

de naamloze vennootschap F. van Lanschot bankiers N.V., gevestigd te Den Bosch, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap F. van Lanschot bankiers N.V., gevestigd te Den Bosch, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-149 d.d. 21 mei 2013 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mevrouw mr. E.M. Dil-Stork en mr. J.Th. de Wit, leden en mevrouw mr. M. Nijland,

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG en Juridische Zaken Sector privaatrecht Schedeldoekshaven 100 2511

Nadere informatie

1.1. Lijst van gebruikte begrippen en afkortingen. Successiewet Successiewet 1956. Burgerlijk Wetboek

1.1. Lijst van gebruikte begrippen en afkortingen. Successiewet Successiewet 1956. Burgerlijk Wetboek Schenk- en erfbelasting. Overdrachtsbelasting. Verwerping van een nalatenschap. Ongelukkige redactie testament. Vergeten testament. Informele wil Belastingdienst/ Directie Vaktechniek Belastingen. Besluit

Nadere informatie

WEBINAR Hoge Raad Rechtspraak Personen-, familie- en erfrecht. 11 februari 2015 Prof. Mr. T.J. Mellema-Kranenburg

WEBINAR Hoge Raad Rechtspraak Personen-, familie- en erfrecht. 11 februari 2015 Prof. Mr. T.J. Mellema-Kranenburg WEBINAR Hoge Raad Rechtspraak Personen-, familie- en erfrecht 11 februari 2015 Prof. Mr. T.J. Mellema-Kranenburg Onderwerpen 3 uitspraken: 1. samenwoners en natuurlijke verbintenis, HR 10 oktober 2014,

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie

Coöperatieve Rabobank Dommelstreek U.A., gevestigd te Geldrop, hierna te noemen Aangeslotene.

Coöperatieve Rabobank Dommelstreek U.A., gevestigd te Geldrop, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-364 d.d. 3 oktober 2014 (mr. R.J. Paris, voorzitter, mr. M.C.M. van Dijk en mr. E.L.A. van Emden, leden en mr. L.T.A. van Eck, secretaris)

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-160 d.d. 22 mei 2012 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, prof. mr. M.L.Hendrikse en mr. E.M. Dil-Stork, leden, en mr. E.E. Ribbers, secretaris)

Nadere informatie

Corporate Alert: de 403-verklaring

Corporate Alert: de 403-verklaring Corporate Alert: de 403-verklaring Kort na elkaar heeft de Hoge Raad twee uitspraken gedaan over vragen waartoe de 403- verklaring aanleiding geeft. De meest in het oog springende beslissing (HR 20 maart

Nadere informatie

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TAF B.V., gevestigd te Eindhoven, hierna te noemen Aangeslotene.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TAF B.V., gevestigd te Eindhoven, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-344 d.d. 26 november 2013 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. B.F. Keulen, leden en mr. M. van Pelt, secretaris)

Nadere informatie

BURGERLIJK RECHT AAK20096323. Algemeen. Contractenrecht. Instituut voor Privaatrecht, Afdeling Civiel recht, Universiteit Leiden. Mr. E.-J.

BURGERLIJK RECHT AAK20096323. Algemeen. Contractenrecht. Instituut voor Privaatrecht, Afdeling Civiel recht, Universiteit Leiden. Mr. E.-J. privaatrecht Katern 113 6323 BURGERLIJK RECHT AAK20096323 Instituut voor Privaatrecht, Afdeling Civiel recht, Universiteit Leiden Algemeen A.G. Castermans, De burger in het burgerlijk recht, Den Haag:

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 41 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof. mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Natura-uitvaartverzekering.

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2011-346 d.d. 2 december 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr.drs. D.J. Olthoff, secretaris)

Nadere informatie

casus Wessel Rotterdam

casus Wessel Rotterdam Casus VNG-cursus Grondzaken en verjaring oktober 2008 Wessel is eigenaar van een huis met tuin in Rotterdam. Aan de achterkant van de tuin grenst een groenstrook van ongeveer 2 meter breed die eigendom

Nadere informatie

Gew. bij S.B. 1983 no. 104.

Gew. bij S.B. 1983 no. 104. WET van 24 november 1975, tot regeling van het Surinamerschap en het Ingezetenschap (S.B.1975 no.4), gelijk zij luidt na de daarin aangebrachte wijzigingen bij S.B. 1983 no. 104, S.B. 1984 no. 55, S.B.

Nadere informatie

Compendium van het personenen familierecht

Compendium van het personenen familierecht Mevr. prof. mr. S.F.M. Wortmann Mevr. mr. J. van Duijvendijk-Brand Compendium van het personenen familierecht Elfde druk Kluwer a Wolters Kluwer business Deventer - 2012 INHOUDSOPGAVE Voorwoord / V Hoofdstuk

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 202 d.d. 24 augustus 2011 (mr. R.J. Paris, voorzitter, en mr. W.F.C. Baars en mr. H.J. Schepen, leden) Samenvatting Adviseren over financiële

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Uit de stukken is, voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.0156 (004.05) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Afdeling Samenleving Richtlijn 730 Ingangsdatum: 01-10-2012

Afdeling Samenleving Richtlijn 730 Ingangsdatum: 01-10-2012 Afdeling Samenleving Richtlijn 730 Ingangsdatum: 01-10-2012 VERHAAL VAN BIJSTAND Algemeen Op grond van artikel 61 van de Wet werk en bijstand (WWB) kunnen door het College de kosten van bijstand worden

Nadere informatie

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene.

Aegon Schadeverzekering N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-382 d.d. 20 oktober 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, prof. mr. M.L. Hendrikse en drs. L.B. Lauwaars RA, leden en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp

Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Mr. P.H.A.M. Peters Hoff van Hollantlaan 5 Postbus 230 5240 AE Rosmalen Nijmegen, 9 maart 2010 Betreft: aanvullend advies inzake erfdienstbaarheid Maliskamp Geachte heer Peters, Bij brief van 12 november

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

de naamloze vennootschap ING Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap ING Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-384 d.d. 23 oktober 2014 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. J.W.M. Lenting en mr. E.M. Dil-Stork, leden en mr. E.C. Aarts, secretaris)

Nadere informatie

HR 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:847 (mrs. E.J. Numann, C.E. Drion, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak; A-G mr. L.A.D. Keus)

HR 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:847 (mrs. E.J. Numann, C.E. Drion, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak; A-G mr. L.A.D. Keus) Vervangende toestemming tot verhuizing naar Finland Prof. mr. A.J.M. Nuytinck HR 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:847 (mrs. E.J. Numann, C.E. Drion, G. Snijders, G. de Groot en M.V. Polak; A-G mr. L.A.D.

Nadere informatie

BEMIDDELING DOOR DE MAKELAAR BIJ DE KOOP EN VERKOOP VAN ONROERENDE ZAKEN

BEMIDDELING DOOR DE MAKELAAR BIJ DE KOOP EN VERKOOP VAN ONROERENDE ZAKEN BEMIDDELING DOOR DE MAKELAAR BIJ DE KOOP EN VERKOOP VAN ONROERENDE ZAKEN EEN WETENSCHAPPELIJKE PROEVE OP HET GEBIED VAN DE RECHTSGELEERDHEID PROEFSCHRIFT TER VERKRIJGING VAN DE GRAAD VAN DOCTOR AAN DE

Nadere informatie

WEGING MEDEDELINGS- EN ONDERZOEKSPLICHT BIJ DWALING EN NON-CONFORMITEIT

WEGING MEDEDELINGS- EN ONDERZOEKSPLICHT BIJ DWALING EN NON-CONFORMITEIT WEGING MEDEDELINGS- EN ONDERZOEKSPLICHT BIJ DWALING EN NON-CONFORMITEIT Bij zowel een vordering op grond van non-conformiteit als op grond van dwaling speelt vaak de weging tussen enerzijds de mededelingsplicht

Nadere informatie

Inhoud. 1.5 Materieel en formeel recht 16 1.6 Samenvatting 17

Inhoud. 1.5 Materieel en formeel recht 16 1.6 Samenvatting 17 Inhoud 1 Basisbegrippen in het burgerlijk recht 13 1.1 Inleiding 13 1.2 De plaats van het burgerlijk recht 13 1.3 Bronnen van het burgerlijk recht 15 1.4 Burgerlijk Wetboek en Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Nadere informatie

Aansprakelijkheid voor Gemeenschapsschulden na ontbinding en verjaring

Aansprakelijkheid voor Gemeenschapsschulden na ontbinding en verjaring Rotterdam Institute of Private Law Accepted Paper Series Aansprakelijkheid voor Gemeenschapsschulden na ontbinding en verjaring A.J.M. Nuytinck Published in WPNR 2010, 6851, p. 582-584 Prof. mr. A.J.M.

Nadere informatie

Wanneer iemand door verjaring eigenaar wordt van een stuk grond, spreken we van verkrijgende verjaring.

Wanneer iemand door verjaring eigenaar wordt van een stuk grond, spreken we van verkrijgende verjaring. Bijlage 3 JURIDISCHE ASPECTEN VAN VERJARING Wanneer iemand door verjaring eigenaar wordt van een stuk grond, spreken we van verkrijgende verjaring. Het Burgerlijk Wetboek kent twee vormen van verkrijgende

Nadere informatie

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR

KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR KWADE TROUW VAN DE BELASTINGADVISEUR IN DE ZIN VAN ARTIKEL 16 AWR Inleiding In artikel 16 AWR is bepaald dat een feit dat de inspecteur bekend was of redelijke wijs bekend had kunnen zijn geen grond voor

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 102 d.d. 2 november 2009 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en drs. A.I.M. Kool) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Gehoord de gerechten adviseert de Raad u als volgt. 1

Gehoord de gerechten adviseert de Raad u als volgt. 1 De Minister van Justitie Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Afdeling Ontwikkeling bezoekadres Kneuterdijk 1 2514 EM Den Haag Correspondentieadres Postbus 90613 2509 LP Den Haag datum 2 maart 2010 doorkiesnummer

Nadere informatie

ASR Schadeverzekering N.V, gevestigd te Utrecht, hierna te noemen: Aangeslotene.

ASR Schadeverzekering N.V, gevestigd te Utrecht, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-80 d.d. 19 maart 2013 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. J.S.W. Holtrop en mr. A.W.H. Vink, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Jurisprudentie Ondernemingsrecht

Jurisprudentie Ondernemingsrecht Jurisprudentie Ondernemingsrecht 3 februari 2015 Mr. P.J. Peters 1 HR 23 mei 2014, JOR 2014, 229 Kok/Maas q.q. Bestuurdersaansprakelijkheid/selectieve betaling Casus P. Kok ( Kok ) 100% bestuurder Kok

Nadere informatie

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K

Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD. Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Landelijk Register van Gerechtelijke Deskundigen, LRGD Raad voor de Tuchtrechtspraak U I T S P R A A K Inzake de klacht van [Klaagster BV], gevestigd te [gemeente] aan de [adres], hierna te noemen klaagster,

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 12 d.d. 20 januari 2011 mevrouw mr. E.M. Dil-Stork, voorzitter, mevrouw mr. A.M. Wigger en de heer mr. J.Th de Wit Samenvatting Bij dalende

Nadere informatie

Algemene bepalingen voor geldleningen NEF0408

Algemene bepalingen voor geldleningen NEF0408 NEF0408 Algemene bepalingen voor geldleningen Inhoudsopgave Begripsbepalingen.... 2 Algemeen.... 2 Het bedrag van de lening.... 2 De looptijd van de lening.... 2 Rentepercentage en rente... 3 De aflossing;

Nadere informatie

Overeenkomst van (ver)koop van aandelen. [naam vennootschap]

Overeenkomst van (ver)koop van aandelen. [naam vennootschap] Overeenkomst van (ver)koop van aandelen in [naam vennootschap] Tussen: 1. [Statutaire naam], statutair gevestigd en kantoorhoudende te [plaatsnaam] aan de [adres], hier rechtsgeldig vertegenwoordigd door

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procesverloop

Samenvatting. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-296 30 oktober 2012 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. P.A. Offers, leden, en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Het conceptwetsvoorstel lesbisch ouderschap onder de loep

Het conceptwetsvoorstel lesbisch ouderschap onder de loep Het conceptwetsvoorstel lesbisch ouderschap onder de loep Machteld Vonk Inleiding Eindelijk is het zover: de regering is gekomen met een conceptwetsvoorstel om het ouderschap van lesbische paren te regelen.

Nadere informatie

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-213 d.d. 27 mei 2014 (mr. R.J. Paris en mevrouw mr. L.T.A. van Eck, secretaris)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-213 d.d. 27 mei 2014 (mr. R.J. Paris en mevrouw mr. L.T.A. van Eck, secretaris) Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-213 d.d. 27 mei 2014 (mr. R.J. Paris en mevrouw mr. L.T.A. van Eck, secretaris) Samenvatting Op de rekeningen van Consument en haar echtgenoot

Nadere informatie

Civiele Procespraktijk

Civiele Procespraktijk Civiele Procespraktijk Nr. 13 - september 2010 De volgende onderwerpen worden behandeld: Vordering tot winstafdracht Aansprakelijkheid voor niet-ondergeschikten, en schadebeperkingsplicht Verjaring Klachtplicht

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 13. Noordhoff Uitgevers bv

Inhoud. Inleiding 13. Noordhoff Uitgevers bv Inhoud Inleiding 13 1 Enige grondbeginselen 15 1.1 Rechtsregels 16 1.1.1 Publiekrecht en privaatrecht 16 1.1.2 Dwingend en aanvullend (regelend) recht 17 1.1.3 Materieel en formeel recht 18 1.1.4 Objectief

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 13 JANUARI 2015 P.14.0564.N/l Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.0564.N inverdenkinggestelde, eiseres, met als raadsman mr. toor te kiest,. _ advocaat bij de balie te Gent, met kan - waar de eiseres

Nadere informatie

Gezagsdragers hebben (anders dan pleegouders) de plicht te voorzien in het levensonderhoud van het kind waarover zij het gezag uitoefenen.

Gezagsdragers hebben (anders dan pleegouders) de plicht te voorzien in het levensonderhoud van het kind waarover zij het gezag uitoefenen. GEZAG EN VOOGDIJ WAT IS GEZAG? De wet geeft als omschrijving van gezag: de plicht en het recht om een minderjarig kind (dat is een kind jonger dan 18 jaar) te verzorgen en op te voeden. Wat betekent dit

Nadere informatie

INBRENG IN de besloten vennootschap: UNIVÉ HET ZUIDEN BEMIDDELING B.V. gevestigd te Wouw (gemeente Roosendaal)

INBRENG IN de besloten vennootschap: UNIVÉ HET ZUIDEN BEMIDDELING B.V. gevestigd te Wouw (gemeente Roosendaal) Blad 1 INBRENG IN de besloten vennootschap: UNIVÉ HET ZUIDEN BEMIDDELING B.V. gevestigd te Wouw (gemeente Roosendaal) Heden, ***, verscheen voor mij, mr. **, notaris te **: **, te dezen handelend als schriftelijk

Nadere informatie

Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM

Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM Verplichte deelneming directeur in pensioenfonds PGGM Mr. Z. Kasim 1 HR 13 juli 2007, nr. C05/331, LJN BA231 Verplichte deelneming pensioenfonds, criteria arbeidsovereenkomst BW artikel 7: 610, artikel

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene.

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-16 d.d. 9 januari 2014 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. C.E. du Perron, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 293 d.d. 25 oktober 2011 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter en mevrouw mr. M.B.S. Brinkman, secretaris) Samenvatting Execution only. Computerstoring.

Nadere informatie

VOORJAARSWIJZIGINGEN FAMILIERECHT mr. L.H.M. Zonnenberg

VOORJAARSWIJZIGINGEN FAMILIERECHT mr. L.H.M. Zonnenberg VOORJAARSWIJZIGINGEN FAMILIERECHT mr. L.H.M. Zonnenberg Op 12 februari 2009 verscheen het Koninklijk Besluit van 6 februari 2009. Dat KB regelt de inwerkingtreding van onder meer de Wet van 9 oktober 2008

Nadere informatie

Jubileumcongres Beursbengel

Jubileumcongres Beursbengel Workshop - Contracteren met de klant: omgaan met aansprakelijkheidsrisico's, exoneraties en verzekeringsdekking Jubileumcongres Beursbengel Erik van Orsouw erik.van.orsouw@kvdl.nl http://www.kvdl.nl/beursbengel/

Nadere informatie

de naamloze vennootschap Robeco Direct N.V., gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap Robeco Direct N.V., gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-183 d.d. 10 juni 2013 (mr. H.J. Schepen, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en mr. J.S.W. Holtrop, leden en mevrouw mr. M. Nijland, secretaris)

Nadere informatie

Samenvatting. 1. Procedure

Samenvatting. 1. Procedure Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-22 d.d. 24 januari 2012 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. F.E. Uijleman, secretaris)

Nadere informatie

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop

Samenvatting. Consument, ARAG SE, gevestigd te Leusden, hierna te noemen: Aangeslotene. 1. Procesverloop Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-373 d.d. 9 oktober 2014 (mr. P.A. Offers, prof. mr. E.H. Hondius en drs. W. Dullemond, leden en mr. E.E. Ribbers, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 52 d.d. 14 juli 2009 (mr R.J. Verschoof, voorzitter, mr drs M.L. Hendrikse en mr M.M. Mendel) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Presentatie ZijActief

Presentatie ZijActief Presentatie ZijActief Op: 18 januari 2012 Door: mr A.J.W. (Arjan) Kuiper, notaris te Montfoort Even voorstellen? Mr A.J.W. (Arjan) Kuiper, notaris Opvolger van notaris mr H.J.Th.G. Tomlow Even voorstellen?

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Sector privaatrecht Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus

Nadere informatie

Het besturen van een vereniging en stichting

Het besturen van een vereniging en stichting Het besturen van een vereniging en stichting Roland van Mourik notaris Cursus Goed Bestuur Nijmegen 6 oktober 2009 Roland van Mourik 37 jaar 1990-1991 propaedeuse rechten te Leiden 1991-1996 notarieel

Nadere informatie

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid

Kluwer Online Research Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Bedrijfsjuridische berichten Verruiming van de zorgplicht en werkgeversaansprakelijkheid Auteur: Mr. T.L.C.W. Noordoven[1] Hoge Raad 23 maart 2012, JAR 2012/110 1.Inleiding Maakt het vanuit het oogpunt

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Opzegging duurovereenkomst. Mr. dr. H. Wammes

Opzegging duurovereenkomst. Mr. dr. H. Wammes Opzegging duurovereenkomst Mr. dr. H. Wammes * HR 1 juli 2014, NJ 2015,2 (noot T.T.T.) Eneco beëindigt sponsorovereenkomst met organisator en gaat de Benelux Tour zelf organiseren. * HR 10 oktober 2014,

Nadere informatie

heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van de heer drs. A. te X. en het hoger beroep van de heer B. te Y..

heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van de heer drs. A. te X. en het hoger beroep van de heer B. te Y.. No. CvB 2013/10 HET COLLEGE VAN BEROEP van het Nederlands Instituut van Psychologen heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van de heer drs. A. te X. en het hoger beroep

Nadere informatie

Levering van aandelen Artikel 7 1. Voor de levering van een aandeel, waaronder begrepen de verkrijging van een aandeel door de vennootschap, en de

Levering van aandelen Artikel 7 1. Voor de levering van een aandeel, waaronder begrepen de verkrijging van een aandeel door de vennootschap, en de STATUTEN Naam en zetel Artikel 1 1. De vennootschap draagt de naam: [ ]. 2. De vennootschap heeft haar zetel in de gemeente [ ]. Doel Artikel 2 De vennootschap heeft ten doel: a. [ ]; b. het oprichten

Nadere informatie

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 5 maart 2012.

De Commissie heeft partijen opgeroepen voor een mondelinge behandeling op 5 maart 2012. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-122 d.d. 17 april 2012 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Reisverzekering, toepasselijkheid verzekeringsvoorwaarden,

Nadere informatie

Wat is gezag? De ouder Gezag en erfrecht Wie heeft het gezag? de NOTARIS en. Gezag. en voogdij

Wat is gezag? De ouder Gezag en erfrecht Wie heeft het gezag? de NOTARIS en. Gezag. en voogdij Wat is gezag? De ouder Gezag en erfrecht Wie heeft het gezag? de NOTARIS en Gezag en voogdij Inhoud Wat is gezag? 2 De ouder 3 Gezag en erfrecht 3 Wie heeft het gezag? 4 Huwelijk 4 Man en vrouw 4 Vrouw

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden van De Jong Assurantiën cv en/of De Jong & Bouterse bv, behorend bij de Overeenkomst tot het verrichten van diensten

Algemene Voorwaarden van De Jong Assurantiën cv en/of De Jong & Bouterse bv, behorend bij de Overeenkomst tot het verrichten van diensten Algemene Voorwaarden van De Jong Assurantiën cv en/of De Jong & Bouterse bv, behorend bij de Overeenkomst tot het verrichten van diensten Artikel 1 Algemeen 1.1 In de Algemene Voorwaarden wordt verstaan

Nadere informatie

de naamloze vennootschap Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap Nationale-Nederlanden Schadeverzekering Maatschappij N.V., gevestigd te Den Haag, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-278 d.d. 18 juli 2014 (mr. C.E. du Perron, voorzitter en mr. M.M.C. Oyen, secretaris) Samenvatting Volgens de Commissie is het gedrag van

Nadere informatie

Minderjarigheid in het recht

Minderjarigheid in het recht Minderjarigheid in het recht Minderjarigen zijn personen onder de 18 jaar, tenzij voor hun 18e levensjaar huwelijk, geregistreerd partnerschap (GP) of meerderjarigverklaring van moeder van 16/17 jr Twee

Nadere informatie

Landsverordening regeling gebruik in deeltijd van onroerende zaken enaanpassing appartementsrecht

Landsverordening regeling gebruik in deeltijd van onroerende zaken enaanpassing appartementsrecht Zoek regelingen op overheid.nl Nederlandse Antillen Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl! LANDSVERORDENING van de 27ste april 2005 tot wijziging van de Boeken 5 en

Nadere informatie

1 Het geding in feitelijke instanties

1 Het geding in feitelijke instanties Uitspraak 14 februari 2014 nr. 13/00475 Arrest gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te s-gravenhage van 18 december 2012, nr. 12/00169,

Nadere informatie

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-180 d.d. 25 juni 2015 (mr. R.J. Paris, voorzitter en mr. E.C. Aarts, secretaris)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-180 d.d. 25 juni 2015 (mr. R.J. Paris, voorzitter en mr. E.C. Aarts, secretaris) Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2015-180 d.d. 25 juni 2015 (mr. R.J. Paris, voorzitter en mr. E.C. Aarts, secretaris) Samenvatting Misbruik van de betaalpas tijdens langdurige

Nadere informatie

Daarmee was de schriftelijke behandeling van de klacht gereed.

Daarmee was de schriftelijke behandeling van de klacht gereed. Taxatie. Boedeltaxatie. Peildatum. Klager en zijn partner hebben in 2006 een woning gekocht. Nadat klager en zijn partner in augustus 2008 uit elkaar waren gegaan heeft hij beklaagde in verband met de

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 1 d.d. 11 januari 2010 (mr. R.J. Verschoof, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en drs. A.I.M. Kool) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010 Rapport Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014 Rapportnummer: 2014/010 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College van procureurs-generaal

Nadere informatie

COMPENSATIECOMMISSIE

COMPENSATIECOMMISSIE COMPENSATIECOMMISSIE Zaaknummer Compensatiecommissie 2012CC001 Zaaknummer Klachtencommissie 2011T307 datum uitspraak 01/03/2013 De Compensatiecommissie voor seksueel misbruik in de R.-K. Kerk van de Stichting

Nadere informatie

Wet verevening pensioenrechten bij scheiding

Wet verevening pensioenrechten bij scheiding Wet verevening pensioenrechten bij scheiding Wet van 28 april 1994, tot vaststelling van regels met betrekking tot de verevening van pensioenrechten bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed (Wet

Nadere informatie

Erfrechtjournaal. November 2015

Erfrechtjournaal. November 2015 Erfrechtjournaal November 2015 Items Erfdeel bij versterf of legitieme? Verbeurd? Erfrecht en sociale zekerheid Vereffeningsproblematiek op een A4 (Kolkman) Verrefeningskosten: advieskosten? Stiefkinderen

Nadere informatie

3.Offerte: de door LABEL ME gedane offerte voor het leveren van Diensten.

3.Offerte: de door LABEL ME gedane offerte voor het leveren van Diensten. Algemene Voorwaarden LABEL ME Artikel 1: Definities In deze algemene voorwaarden worden de hiernavolgende termen in de navolgende betekenis gebruikt, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven. 1.LABEL

Nadere informatie