Strategie voor de aanpak van soa s en hiv onder MSM in Nederland

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Strategie voor de aanpak van soa s en hiv onder MSM in Nederland"

Transcriptie

1 Soa Aids Nederland Soa Aids Nederland Onder Controle Strategie voor de aanpak van soa s en hiv onder MSM in Nederland

2 Inhoud Woord van dank 4 Samenvatting 5 1. Introductie Aanleiding Achtergrond: aard en omvang MSM met hiv in Nederland Soa s bij MSM in Nederland Gezondheidsbeleid in Nederland Relevante ontwikkelingen Totstandkoming van deze meerjarenstrategie Vervolgstappen Leeswijzer en gebruikte terminologie Leeswijzer Terminologie Waar staan we voor? Opdracht Werkveld Uitgangspunten Organisatiestrategie Leren van onderzoek en praktijk Waar gaan we voor? Ambitie Visie op de aanpak Cascade van zorg Combinatiepreventie De drie pijlers Pijler 1. Meer en makkelijker testen Pijler 2. Eerder behandelen Pijler 3. Stay Safe Prioriteiten Acute infecties Jongeren, etnische minderheden en andere groepen met verhoogd risico Focus op vindplaatsen, beroepsgroepen en settings Landelijke samenwerking Betrokkenheid van de doelgroep Onderzoek en monitoring Landelijke surveillance en monitoring Landelijke LHBT-survey over determinanten en gedrag Evaluatieonderzoek Aansprekende initiatieven in het buitenland Samenwerking, onderzoek en interne organisatie Samenwerking externe werkveld Onderzoek en monitoring Eigen organisatie Referenties 39 2

3 3

4 Woord van dank Bij de totstandkoming van deze meerjarenstrategie zijn de volgende personen geraadpleegd: Bouko Bakker (Rutgers WPF) Jan van Bergen (Universiteit van Amsterdam) Janhuib Blans (Homo Zorgtafel) Kees Brinkman (Onze Lieve Vrouwe Gasthuis Amsterdam) Laurens Buijs (Universiteit van Amsterdam) Silke David (RIVM) Udi Davidovich (GGD Amsterdam) Koen van Dijk (COC Nederland) Harm Hospers (Universiteit Maastricht) Gerjo Kok (Universiteit Maastricht) Ard van Sighem (Stichting HIV Monitoring) Mark Sergeant (Sensoa Antwerpen) Fred Verdult (Volle Maan) Robert Witlox (Hiv Vereniging Nederland) Met elk van deze experts hebben we verkennende gesprekken gevoerd. Zij hebben meegepraat in klankbordbijeenkomsten of op andere wijze input geleverd bij deze strategie. Ik dank iedereen hartelijk voor hun waardevolle adviezen. Daarnaast organiseerden we twee focusgroepbijeenkomsten met MSM, om mee te denken over de nieuwe koers. Ik ben de mannen die er hun tijd aan gaven hier zeer erkentelijk voor. Het leverde belangrijke feedback op. Ton Coenen directeur Soa Aids Nederland november

5 Samenvatting Kern Soa Aids Nederland heeft een strategie ontwikkeld voor de periode om het aantal hiv- en soa-infecties onder MSM (mannen die seks hebben met mannen) omlaag te brengen. Deze meerjarenstrategie is gestoeld op het inzicht dat het promoten van condoomgebruik alleen niet afdoende is om een daling van het aantal nieuwe infecties te realiseren. Sinds 2009 worden jaarlijks zo n 700 hiv-diagnoses vastgesteld bij MSM. Dit aantal neemt niet toe, maar het neemt ook niet af. Alleen al bij de soa-poli s worden bij MSM jaarlijks zo n andere soa s vastgesteld. Er valt volgens Soa Aids Nederland winst te behalen als meer Nederlandse MSM zich tijdig laten testen op hiv en andere soa s en als MSM zich eerder laten behandelen. Naast testen en behandelen blijven veilig vrijen en vaccinatie tegen hepatitis B belangrijke onderdelen van een succesvolle aanpak. Deze strategie rust daarom op drie pijlers : meer en makkelijker testen, eerder behandelen en Stay Safe. Soa Aids Nederland denkt dat met deze gecombineerde aanpak het aantal nieuwe soa- en hiv-infecties onder MSM de komende jaren drastisch kan dalen. Aanleiding Ondanks alle inspanningen van de afgelopen jaren neemt in Nederland het aantal nieuwe soa- en hiv-diagnosen bij MSM niet substantieel af. Toch zouden we met de kwaliteit van zorg en de mogelijkheden voor preventie anno 2013 nieuwe infecties onder MSM drastisch omlaag moeten kunnen brengen. Maar er zijn meer redenen om de strategie te herzien: er zijn nieuwe wetenschappelijke inzichten op het gebied van hiv-preventie en nieuwe kansen op het terrein van online media dienen zich aan. Deze meerjarenstrategie past in een economisch en politiek klimaat dat tot keuzen dwingt. Hieronder volgt een korte uitleg. MSM als doelgroep bij Soa Aids Nederland Soa Aids Nederland is een landelijk thema-instituut dat zich richt op de bestrijding van hiv en andere soa s. Het levert hiermee een belangrijke bijdrage aan de seksuele gezondheid van Nederlanders. Soa Aids Nederland richt zich op professionals, op de overheid en op doelgroepen zelf. Uitgangspunt is het seksuele gezondheidsbeleid van de Nederlandse overheid. Na het faillissement van Schorer zijn in 2012 MSM als doelgroep bij Soa Aids Nederland ondergebracht. Aantal soa- en hiv-diagnosen neemt niet substantieel af MSM vormen nog steeds de grootste risicogroep voor hiv en soa s in Nederland. Cijfers van Stichting HIV Monitoring laten zien dat bijna tweederde van de nieuwe hiv-diagnosen gesteld wordt bij MSM (tussen 700 en 750 diagnosen per jaar). In de soa-poliklinieken wordt bij 20 procent van de consulten van MSM minstens één soa gevonden, tegenover procent bij vrouwen en heteroseksuele mannen. De laatste jaren zijn de aantallen gevonden soa s en hiv-infecties redelijk stabiel en neemt het aantal testconsulten toe. In de laatste Schorer Monitor rapporteert 70 procent van de MSM consequent condoomgebruik bij losse sekspartners. De cijfers gaan de goede kant op, maar veel infecties worden nog steeds niet gevonden. Pas wanneer deze infecties opgespoord en behandeld worden, dan is een verdere daling van het aantal nieuwe hiv- en soa-infecties mogelijk. Ontwikkelingen in het wetenschappelijk onderzoek naar preventie van hiv Recente ontwikkelingen in de behandel- en preventiemogelijkheden van hiv nopen tot een aanscherping van de strategie voor de hiv-bestrijding. Hiv-remmers worden steeds beter (makkelijker in te nemen, minder bijwerkingen) en het bewijs voor de effectiviteit van hiv- 5

6 remmers als preventiemiddel neemt toe. Preventie en behandeling zijn dichter bij elkaar komen te liggen. Online media: nieuwe kansen Online media worden nu al succesvol ingezet om MSM te informeren over soa s, hiv en veilige seks. De ontwikkelingen in de nieuwe media gaan echter snel, investeren in innovatie en samenwerking met aanbieders bieden nieuwe kansen. Economisch en politiek klimaat Het huidige economische klimaat noodzaakt tot het maken van slimme keuzen. Op lokaal niveau (gemeenten, GGD en) krijgen vooral algemene voorlichting en educatie aandacht, met een sterk accent op jongeren en seksuele gezondheid. Specifieke doelgroepen, waaronder de groep MSM en specifieke subgroepen binnen die groep, raken op de achtergrond. Het overheidsbeleid benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van de burger. De keuze voor veilige seks is een keuze in de persoonlijke leefsfeer. Voor MSM kan deze keuze makkelijker gemaakt worden door betrouwbare en toegankelijke informatie en voorzieningen aan te bieden. Deze informatie en voorzieningen moeten goed aansluiten bij de behoeften van MSM. Hoe is de strategie ontwikkeld? Deze meerjarenstrategie is tot stand gekomen op basis van deskresearch van epidemiologische gegevens en data uit determinantenonderzoek, een verkenning naar succesvolle en/of aansprekende interventies uit binnen- en buitenland, individuele gesprekken en klankbordgroep-bijeenkomsten met experts in het veld en ten slotte focusgroep-discussies met MSM. Deze gezamenlijke aanpak creëert betrokkenheid en transparantie over de keuzen die we maken. Zo bereiken we draagvlak en bouwen we aan partnerschap en samenwerkingsverbanden. Reflectie, discussie en het betrekken van de doelgroep blijven ook bij de uitwerking van deze meerjarenstrategie centraal staan. Waar staan we voor? De ambitie is om binnen de context van de infectieziektebestrijding en gezondheidsbevordering tot een strategisch kader te komen voor de aanpak van soa s en hiv onder MSM in Nederland. De overheid (VWS), het RIVM-CIb en de gemeenten hebben ieder hun taken rondom seksuele gezondheid en preventie van soa s en hiv. GGD en spelen een belangrijke rol als uitvoerder van de gemeentelijke taken. Eerste- en tweedelijns zorginstellingen zijn verantwoordelijk voor de curatieve soa- en hiv-bestrijding. Kernwaarden Soa Aids Nederland staat voor een homovriendelijke benadering die de verschillende (sub)doelgroepen aanspreekt. Onze taak ligt binnen het publieke domein en is primair gericht op de collectieve gezondheid. Het individu maakt persoonlijke keuzen. Wij ondersteunen MSM door hen te voorzien van betrouwbare informatie op basis waarvan zij gemakkelijker gezonde keuzen maken. Onderzoek en praktijk Wetenschappelijk onderzoek vormt de basis voor de aanpak van soa s en hiv. Wetenschappelijke inzichten vertalen we naar beleid en zetten we om in praktische toepassingen. Daarnaast blijven we leren van Nederlandse en buitenlandse praktijkervaringen. We zullen stimuleren dat deze geëvalueerd worden. 6

7 Waar gaan we voor? Ambitie Onze ambitie voor 2018 is een stelselmatige en significante daling van de soa- en hivincidentie onder MSM in Nederland. Een van de eerste stappen bij de implementatie van deze meerjarenstrategie is het vaststellen wat onder stelselmatige en significante daling moet worden verstaan. Visie op aanpak Met hiv-remmers neemt de hoeveelheid virus in het bloed af totdat deze niet meer meetbaar is (ondetecteerbaar). Een onmeetbare hoeveelheid virus is niet alleen goed voor de gezondheid van het individu, het heeft als bijkomend voordeel dat de persoon in kwestie nauwelijks nog hiv kan overdragen. Dat biedt mogelijkheden voor collectieve preventie: hoe meer mensen in een hiv-geïnfecteerde populatie succesvol worden behandeld, hoe kleiner de kans dat hiv overgedragen wordt, en hoe lager op den duur de incidentie in die populatie zal zijn. We kiezen voor twee samenhangende benaderingen om soa s en hiv onder MSM in Nederland terug te dringen. De eerste gebruikt de cascade van zorg om aanknopingspunten voor een effectieve aanpak vast te stellen. De tweede gaat uit van combinatiepreventie. 1. Cascade van zorg Een cascade van zorg biedt inzicht in het aantal hiv-geïnfecteerden, het aantal gediagnosticeerde Voor het bepalen van onze mensen visie op gekoppeld de aanpak, starten aan zorg, we bij een het belangrijk aantal model mensen van de blijvend in zorg, het aantal SHM, de mensen zogenaamde dat Cascade hiv-remmers van Zorg. Dit gebruikt model biedt en aangrijpingspunten het aantal mensen voor het met een onmeetbare bepalen van de aanpak. Deze cascade is te zien in figuur 1. hoeveelheid virus in het bloed. Stichting HIV Monitoring heeft deze cascade op verzoek van Soa [ Aids Nederland voor Nederlandse MSM voor Figuur 1 Cascade van zorg van MSM met hiv in Nederland, Stichting Hiv Monitoring, 2013 ] ingevuld. (Zie figuur.) 81% 71% 96% 85% 96% Volgens schattingen leven er in Nederland MSM met hiv. Van hen is 71% bekend met Bovenstaande zijn hiv status is figuur gekoppeld laat aan zien zorg. dat Dat de wil meeste zeggen dat winst iemand te tenminste behalen één is keer door een MSM met hiv te vinden hiv-behandelcentrum heeft bezocht. Hoeveel mensen exact op de hoogte zijn van hun hivstatus weten we niet doordat mensen bijvoorbeeld een thuistest doen en vervolgens (nog) die nog niet weten dat ze het virus hebben en niet gekoppeld zijn aan zorg. Ons doel is te bevorderen dat zoveel mogelijk MSM hun hiv-status leren kennen en dat hiv-positieven aan niet gekoppeld aan zorg zijn. Van alle MSM met hiv is 68% blijvend in zorg en 58% in behandeling met cart (hivremmers). Van de MSM met hiv heeft uiteindelijk 55% een ondetecteerbare viral load. 1 Wanneer Een actualisering we kijken welk van percentage de cascade van van de MSM zorg een voor volgende MSM stap vindt in voor de cascade het eerst van zorg plaats in januari 2014 en is bereikt, zien we dat vooral winst te halen is door het vinden van mensen met hiv bij wie de te vinden op diagnose nog niet vastgesteld is of wel de diagnose hebben maar (nog) niet aan zorg gekoppeld zijn. Van de MSM die een diagnose hebben gekregen en gekoppeld zijn aan zorg, is 96% blijvend in zorg (onder klinische observatie). Van de MSM met hiv die in zorg zijn, wordt 85% behandeld met hivremmers en uiteindelijk heeft 96% van hen een ondetecteerbare viral load (SHM, 2013). 7

8 zorg gekoppeld worden. Dat zou al enorme winst betekenen. De praktijk wijst namelijk uit dat veruit de meeste mensen die zich eenmaal bij een hiv-behandelingscentrum melden, daarna in zorg blijven (96 procent). Bij de MSM die behandeld worden lukt het in 96 procent van de gevallen om een onmeetbare hoeveelheid virus in het bloed te krijgen. Winst valt er dus ook te behalen als meer MSM die in zorg zijn eerder beginnen met hiv-remmers. Ambitie cascade van zorg op basis van huidige cijfers Ons strategische doel is om ervoor te zorgen dat 75 procent van alle hiv-positieve MSM in Nederland een onmeetbare hoeveelheid virus in het bloed heeft. Op dit moment is dat nog maar 55 procent. Hiertoe moet het percentage MSM dat: - zijn positieve status kent en gekoppeld is aan zorg stijgen van 71 procent naar 90 procent - in zorg is en met hiv-remmers is gestart stijgen van 85 procent naar 90 procent Om deze strategie te laten slagen blijft het bevorderen van veilige seks cruciaal. De meerjarenstrategie rust op drie pijlers: Pijler 1: Meer en makkelijker testen Doel: Vroeg opsporen van (acute) hiv-infecties en andere soa s Pijler 2: Doel: Eerder behandelen Het zo vroeg mogelijk na diagnose behandelen van hiv-infecties en andere soa s Pijler 3: Doel: Stay Safe Het bevorderen van veilige seks en hepatitis B-vaccinatie 2. Combinatiepreventie Het combineren van verschillende interventies heeft een versterkend effect op het terugdringen van soa s en hiv op populatieniveau. Bij deze gecombineerde aanpak worden in dit document biomedische interventies, gedrag beïnvloedende interventies, interventies op 8

9 het niveau van wet- en regelgeving en beleid, interventies op het niveau van voorzieningen en fysieke omgeving en sociaal-culturele interventies afzonderlijk benoemd. De drie pijlers Pijler 1. Meer en makkelijker testen Meer en makkelijker testen leidt tot het vroeg opsporen van (acute) hiv-infecties en andere soa s onder MSM. De meeste hiv-infecties worden veroorzaakt door mannen met hiv die niet op de hoogte zijn van hun hiv-status. Mannen die gediagnosticeerd worden met hiv of een soa, kunnen op basis van deze kennis een keuze maken over de eigen gezondheid en bescherming van hun sekspartners. Het is dus cruciaal om de eigen hiv- of soa-status te kennen. We willen testen op hiv en soa s voor MSM zo makkelijk en toegankelijk mogelijk maken. De sleutelindicatoren inclusief streefwaarden zijn: - 85 procent van alle seksueel actieve MSM kent zijn actuele hiv-status - 90 procent van MSM met hiv is op de hoogte van zijn hiv-infectie - 60 procent van de nieuwe hiv-diagnosen betreft recente infecties, dat wil zeggen dat de tijd tussen de hiv-positieve test en de laatste hiv-negatieve test niet meer dan 1,5 jaar is Pijler 2. Eerder behandelen Het doel van eerder behandelen is dat mensen zo snel mogelijk een onmeetbare hoeveelheid virus in het bloed hebben. Dit levert voor het individu gezondheidswinst op en verlaagt tevens op collectief niveau de hoeveelheid hiv (community viral load), waardoor minder transmissie kan plaatsvinden. Precies om deze twee redenen adviseert de Nederlandse Vereniging van Hiv-Behandelaren (NVHB) om meteen met hiv-remmers te starten, ongeacht de afweer gemeten in CD4-aantallen. Voorwaarde is dat de patiënt goed geïnformeerd is over de behandeling en het belang van vroeg behandelen. Ook dient de patiënt goed de noodzaak van therapietrouw te begrijpen. Ook voor andere soa s is het relevant om zo snel mogelijk na diagnose met behandeling te beginnen. Het minimaliseert de ziektelast voor het individu en verkleint de transmissie van soa s (en hiv) op collectief niveau. We willen dat MSM bij wie hiv en soa s gevonden worden zich zo snel mogelijk laten behandelen. De sleutelindicatoren inclusief streefwaarden zijn: - 96 procent van alle gediagnosticeerde MSM met hiv meldt zich tijdig bij de zorg en blijft in zorg - 90 procent van MSM met hiv in zorg wordt behandeld - 96 procent van alle MSM die behandeld worden heeft een onmeetbare hoeveelheid virus in het bloed - 75 procent van alle MSM met hiv komt in zorg met een CD4>350 cellen/mm3 Pijler 3. Stay Safe gaat ook over veilige seks en voorzorgmaatregelen zoals de hepatitis B-vaccinatie. We streven ernaar dat alle MSM risicoreductiestrategieën toepassen om transmissie van hiv en andere soa s zoveel mogelijk tegen te gaan. Hierbij gaat het in de eerste plaats over condoomgebruik: de goedkoopste en meest effectieve manier om hiv en andere soa s te voorkomen. Daarnaast gaat het over PEP (en in de toekomst wellicht ook PrEP), het voorkomen en behandelen van hepatitis C, de eerder genoemde hepatitis B-vaccinatie en 9

10 risicoreductiemaatregelen als serosorteren, viral load-sorteren en negotiated safety. Essentieel voor het toepassen van risicoreductiestrategieën is dat MSM met elkaar in gesprek gaan over elkaars hiv- en soa-status. Alleen zo kunnen MSM goed met elkaar afstemmen hoe ze de seks zo veilig mogelijk kunnen houden. We willen dat MSM de seks zo veilig mogelijk houden door condoomgebruik of door toepassing van een valide risicoreductiestrategie uit het seksueel gedragsadvies. De sleutelindicatoren inclusief streefwaarden zijn: - 80 procent van de MSM volgt het seksueel gedragsadvies voor MSM op met betrekking tot condoomgebruik of andere risicoreductiestrategieën - 80 procent van de MSM is tegen hepatitis B gevaccineerd Tot slot Binnen de drie pijlers gaat specifieke aandacht uit naar: - het aanbod: betrouwbaar en toegankelijk basisaanbod van informatie, consultatie en training voor alle groepen MSM en professionals. Speciale aandacht voor informatie over acute infecties. - subdoelgroepen van MSM: met name jongeren en etnische minderheden - directe benadering doelgroep: proactief on- en offline benaderen van de groepen, daar waar ze zich ophouden - samenwerking: gerichte samenwerking en allianties met MSM zelf, uitvoerende professionals, experts, beleidsmakers en wetenschappers (onderzoeksprogrammering) Onderzoek, monitoring en evaluatie Onderzoek en monitoring zijn essentieel om te weten of we ons werk goed doen. Hierbij gaat het om landelijk surveillance en monitoring van aantallen soa s en hiv, gedrag en determinanten daarvan. Daarnaast is het belangrijk om interventies te evalueren, zowel op proces als op effect. Aansprekende initiatieven We laten ons zeker ook inspireren door aansprekende voorbeelden uit het buitenland. We volgen de internationale ontwikkelingen op de voet en werken waar mogelijk samen met professionals in andere landen. Implementatie Deze meerjarenstrategie omvat een samenhangend pakket aan maatregelen, waarmee we de gestelde sleutelindicatoren behalen. Dit kunnen we niet alleen; we willen samen met onze huidige en nieuwe samenwerkingspartners komen tot implementatie en uitvoering van dit beleid. Samenwerking met de doelgroep is hierbij cruciaal. 10

11 1. Introductie 1.1 Aanleiding Ondanks alle inspanningen van de afgelopen jaren neemt het aantal nieuwe soa- en hivdiagnosen onder MSM (mannen die seks hebben met mannen) in Nederland niet substantieel af. Toch zouden we met de kwaliteit van zorg en de mogelijkheden voor preventie anno 2013 het aantal soa s en hiv-infecties onder MSM drastisch omlaag moeten kunnen brengen. Het aantal nieuwe soa- en hiv-diagnosen is de afgelopen jaren stabiel gebleven. Het aantal testconsulten is gestegen en ongeveer 7 op de 10 MSM met wisselende partners rapporteren consequent condoomgebruik. (Schorer monitor, 2011). Dat is hoopvol, maar het is niet genoeg. Er moet meer gebeuren. MSM vormen de grootste risicogroep voor hiv in Nederland. Ook soa s komen onevenredig veel voor bij MSM. Sinds 2012 is de soa- en hiv-preventie gericht op MSM bij Soa Aids Nederland ondergebracht. We benutten dit moment om scherpe keuzen te maken in de aanpak voor de komende vijf jaar. We willen een substantiële afname van soa s en hiv-infecties onder MSM bewerkstelligen. Deze afname bereiken we door (acute) soa- en hiv-infecties eerder op te sporen, soa s en hiv tijdig te behandelen en veilige seks als norm vast te houden. Dit plan beschrijft voor de komende vijf jaar de strategische kaders van het werk van Soa Aids Nederland op het gebied van de preventie van soa s en hiv onder MSM in Nederland. In de werkplannen van Soa Aids Nederland zullen de jaarlijkse activiteiten en de kosten nader worden uitgewerkt. 1.2 Achtergrond: aard en omvang MSM met hiv in Nederland Jaarlijks worden er in Nederland ongeveer nieuwe hiv-diagnosen gesteld. De meeste van de nieuw gediagnosticeerde infecties worden gevonden bij MSM; tussen de 700 en 750 gevallen per jaar. Eind 2012 hadden naar schatting MSM hiv (bron: Stichting HIV Monitoring). Daaronder vallen ook de mannen die niet op de hoogte zijn van hun hivinfectie (naar schatting 29 procent van het totaal). Hoofdstuk 3 geeft aan de hand van de cascade van zorg een nadere uitwerking van het aantal MSM met hiv die - na diagnose - in zorg komen, zich laten behandelen en een onmeetbare hoeveelheid virus in het bloed hebben Soa s bij MSM in Nederland Huisartsen hebben geen soa-gegevens over MSM omdat zij de seksuele oriëntatie niet systematisch vastleggen. Wij baseren ons hier daarom op de cijfers van de soa-centra van de GGD en. Deze centra vonden in 2012 onder MSM andere soa s dan hiv (bron: RIVM). Het aantal consulten van MSM bij de soa-centra van de GGD laat in de periode een stijgende trend zien. Het vindpercentage voor de vijf meest gediagnosticeerde soa s (chlamydia, gonorroe, syfilis, hiv en acute hepatitis B) laat tot 2010 een licht dalende trend zien, maar is sinds 2011 weer aan het stijgen. Het vindpercentage bij MSM ligt beduidend hoger dan onder heteroseksuele mannen en vrouwen. Ten opzichte van 2011 verdubbelde het aantal LGV-infecties naar 184 infecties in 2012, waarvan driekwart bij MSM met hiv. Het vindpercentage van soa s is überhaupt het hoogst bij MSM met hiv. Sinds 2007 worden jaarlijks ook meer soa s gevonden bij jonge MSM (<25 jaar).verder zijn de vindpercentages 11

12 bij allochtone MSM hoger dan bij autochtone MSM. Dit speelt vooral bij MSM afkomstig uit Oost-Europa, Latijns-Amerika, de Nederlandse Antillen en Aruba en Sub-Saharisch-Afrika. Samengevat: de belangrijkste soa-risicogroepen zijn: MSM met hiv, jonge MSM en MSM met een niet-westerse etnische achtergrond. Hepatitis B (HBV) en hepatitis C (HCV) zijn virale leverinfecties die vaker voorkomen bij MSM en bij hen vooral door seks worden overgedragen. Het aantal hepatitis B-diagnosen onder MSM is de laatste jaren licht gedaald. Tot op heden zien we in Nederland seksueel overgedragen hepatitis C vrijwel uitsluitend bij hiv-geïnfecteerde MSM. Het aantal hepatitis C-diagnosen bij mensen met hiv is sinds 2000 gestegen van één diagnose in 2000 naar 52 in In 2012 was er een afname tot 36 diagnoses. Net als bij hiv zijn er MSM die niet weten dat ze met hepatitis C geïnfecteerd zijn. Hoe groot deze groep is, is niet bekend. Optimale behandeling van HBV en HCV is van groot belang om de progressie naar ernstige leverziekten te beperken. Voor HBV bestaat een vaccinatieprogramma, waarin MSM zich met drie vaccinaties gratis kunnen beschermen tegen HBV. Een van de meest voorkomende virale soa s bij MSM is het Humaan Papilloma Virus (HPV). Als iemand hiv heeft, dan leidt dit mogelijk tot een verhoging van HPV in het anogenitale gebied. Een aantal varianten van HPV is carcinogeen en veroorzaakt (voornamelijk bij MSM met hiv) anuskanker. Er is een vaccin beschikbaar ter preventie van een aantal veelvoorkomende varianten van HPV, inclusief de varianten die kanker veroorzaken. Dit vaccin wordt in Nederland gegeven aan meisjes voordat ze seksueel actief worden. Inzetten van HPV-vaccins bij jongens voordat ze seksueel actief worden zou ook bij hen de kans op kanker kunnen verlagen. 1.3 Gezondheidsbeleid in Nederland Nederland heeft een open houding ten aanzien van seksualiteit. De overheid stelt zich met haar nationale gezondheidsbeleid ten doel bij te dragen aan de seksuele en relationele vorming van haar burgers. Volwassenen zijn echter zelf verantwoordelijk voor het maken van gezonde leefstijlkeuzen (Beleidsbrief Seksuele Gezondheid, 2009; Gezondheid Dichtbij, 2011). De overheid draagt eraan bij dat burgers dit kunnen doen. De middelen die daarbij ingezet worden zijn betrouwbare en toegankelijke informatie en herkenbare voorzieningen op het gebied van preventie en basiszorg. Voor jongeren geldt nog wel dat de overheid actief werkt aan het bevorderen van een gezonde leefstijl. Het tijdig signaleren en aanpakken van collectieve gezondheidsrisico s en ziektelast is een verantwoordelijkheid binnen het publieke domein. Dit houdt in dat dat mensen met risicogedrag toegang hebben tot laagdrempelige voorzieningen opdat zij zich kunnen laten behandelen. Het Nederlandse soa- en hiv-beleid maakt onderdeel uit van het bredere beleid gericht op de bevordering van seksuele gezondheid. Het uiteindelijke doel van het soa-en hiv-beleid is het verminderen van de infectielast van soa s en hiv en daarmee het bevorderen van de seksuele gezondheid (Nationaal Plan Soa en hiv, 2011). Voor het behalen van doelen met betrekking tot soa- en hiv-preventie, worden er verbindingen gelegd met relevante beleidsterreinen, zoals seksuele gezondheid (het vergroten van weerbaarheid en het tegengaan van grensoverschrijdingen), psychosociale zorg (voorkomen van psychosociale klachten, depressie en middelenmisbruik) en seksuele diversiteit (bevorderen van sociale acceptatie). De uitgangspunten en maatregelen in het Nederlandse gezondheidsbeleid en meer specifiek in het soa- en hiv-beleid, zijn onverkort van toepassing op deze meerjarenstrategie voor de aanpak van soa s en hiv onder MSM in Nederland. 12

13 1.4 Relevante ontwikkelingen Anno 2013 zijn er mogelijkheden die nog niet optimaal worden benut. Als we beter van deze kansen gebruik maken dan kan dit leiden tot een significante en stelselmatige daling van de incidentie van soa s en hiv onder MSM in Nederland. Zo zijn er kansen op het gebied van biomedische behandelingen. De behandelingsmogelijkheden zijn goed en worden steeds beter. Er is inmiddels inzicht verkregen in het preventieve effect van hiv-remmers. Succesvolle behandeling voorkomt ook overdracht van hiv. Preventie en zorg komen steeds dichter bij elkaar te liggen en raken meer en meer verweven. Online media kunnen ingezet worden om specifieke doelgroepen te bereiken en informatie te delen. Met online informatie, adviestools en services op het gebied van testen (bijv. Man tot Man Testlab) en vaccineren kunnen MSM beter worden ondersteund in het maken van gezonde keuzen. De uitdaging is om slimme keuzen te maken. De middelen zijn beperkt en de doelgroep zelf speelt een bepalende rol in het realiseren van de ambities. We moeten op zoek naar effectieve manieren om MSM te laten kiezen voor gezond gedrag. We moeten aansluiten bij de behoeften en de leefwereld van MSM. Dat betekent onder andere het aanbieden van een betrouwbaar basisaanbod van informatie en het vinden van groepen MSM op de plekken waar ze zijn, on- en offline. In het huidige economische klimaat brokkelt de inzet op specifieke groepen af. De overheid verlaat het doelgroepenbeleid dat jarenlang door haar gevolgd is. Dit betekent dat etnische en culturele verschillen niet meer meewegen. Er blijft wel aandacht voor sociaaleconomische achterstand en verschillen in gezondheid tussen bevolkingsgroepen. Dit is terug te lezen in het nationale soa- en hiv-plan. Als we kijken naar de uitvoering van de gezondheidsbevordering, dan zien we echter een verschraling van de soa- en hiv-preventie gericht op specifieke groepen. Ook op gemeentelijk niveau worden bezuinigingen doorgevoerd. Dit dwingt GGD en tot het maken van scherpere keuzen. We zien dat GGD en steeds meer inzetten op algemene voorlichting en educatie (onder andere via scholenprogramma s) met het accent op seksuele gezondheid van jongeren. 1.5 Totstandkoming van deze meerjarenstrategie Deze meerjarenstrategie is tot stand gekomen op basis van deskresearch waarbij gezocht is naar epidemiologische gegevens en data uit determinantenonderzoek. Daarnaast zijn succesvolle en/of aansprekende interventies uit binnen- en buitenland verkend. Er zijn individuele gesprekken en klankbordgroepbijeenkomsten met experts in het veld gehouden. Tot slot zijn er focusgroepdiscussies met MSM gehouden. We hebben er bewust voor gekozen om de ideeën over de aanpak te vormen op basis van de input van experts en de doelgroep. We willen weten wat er leeft in de praktijk. We willen gegevens uit onderzoek interpreteren en deze kennis vertalen naar de praktijk. Maar bovenal willen we helder en transparant zijn over de keuzen die we maken. Keuzen waar ook onze samenwerkingspartners en de MSM op wie wij ons richten zich aan kunnen committeren. Het bouwen aan partnerschap en allianties, het organiseren van reflectie en tegenspraak en het betrekken van de doelgroep(en) staan centraal in ons werk. 1.6 Vervolgstappen Deze meerjarenstrategie is niet statisch. De doelen, maatregelen en concrete uitkomsten zijn in evenwicht met elkaar opgezet en dienen steeds in samenhang uitgewerkt en bijgesteld te 13

14 worden. Allereerst wordt dit beleidsdocument omgezet in handzame documenten en presentaties waarmee mogelijke partners worden geïnformeerd en geconsulteerd. Deze meerjarenstrategie zal verder worden verrijkt met input uit de praktijk, succesvolle en aansprekende initiatieven uit binnen- en buitenland en vernieuwende inzichten uit onderzoek. Er vindt een uitwerking plaats in plannen met concrete activiteiten per jaar en een heldere verdeling van taken en rollen. Nadere keuzen worden gemaakt op basis van beschikbaar budget en andere randvoorwaarden. Voor de implementatie van deze meerjarenstrategie werken we samen met veel verschillende partners. Om succesvol te kunnen zijn zetten we in op dialoog, eensgezindheid (over de gezamenlijke doelen) en daadkracht. We zoeken naar allianties die ons helpen bij het monitoren van de effecten van onze gezamenlijke inzet. We staan open voor inzichten uit praktijk, beleid en wetenschap en we sturen aan op een samenhangende onderzoeksprogrammering om de inzichten binnen onze inspanningen te vergroten. 1.7 Leeswijzer en gebruikte terminologie Leeswijzer In hoofdstuk 2 gaan we in op de vraag Waar staan we voor? Het hoofdstuk schetst de voorliggende opdracht, de kernwaarden en uitgangspunten, en ten slotte de context waarbinnen we werken. In hoofdstuk 3 gaan we in op de vraag Waar gaan we voor? Dit hoofdstuk beschrijft de ambitie en de visie op de aanpak. In hoofdstuk 4 gaan we in op de doelen en concrete maatregelen in de aanpak van soa s en hiv onder MSM in Nederland voor de komende drie jaar. In hoofdstuk 5 benoemen we de belangrijkste zaken waar we aandacht aan moeten besteden om succesvol te zijn. In hoofdstuk 6 geven we aanbevelingen voor de implementatie van deze meerjarenstrategie Terminologie De vraag hoeveel homoseksuele mannen en andere mannen die seks hebben met mannen (MSM) er zijn in Nederland, is niet eenvoudig te beantwoorden. Er zijn verschillende manieren om seksuele oriëntatie te benaderen. Je kunt kijken naar seksuele identiteit, seksueel gedrag en seksuele aantrekkingskracht. Deze indelingen kunnen al dan niet met elkaar overlappen (Bakker & Vanwesenbeeck, 2006). Omdat onbeschermde anale seks een groot risico met zich meebrengt voor de overdracht van hiv, en omdat bij seks tussen mannen vaker soa s worden overgedragen, is voor de soa- en hiv-bestrijding het seksuele gedrag een leidend criterium (op de Coul, 2010). Geconstateerd kan worden dat in Nederland onder de categorie mannen die seks hebben met mannen de ziektelast van soa s en hiv hoog is (Trienekens et al., 2012). Omdat seksueel gedrag het leidende criterium is, gebruiken we in dit document de beleidsmatige term mannen die seks hebben met mannen (MSM). We bedoelen daarmee alle mannen die seks hebben met mannen. Hieronder vallen mannen die zich identificeren als homo- of biseksueel, en mannen die zichzelf niet zo benoemen maar wel seks hebben met mannen. We sluiten aan bij de definitie van het Global Forum on MSM and HIV (MSMGF) die deze term als volgt definieert: Mannen die seks hebben met mannen en de bijbehorende afkorting MSM refereert aan alle mannen die zich bezighouden met homoseksueel gedrag, inclusief de grote diversiteit aan settingen en contexten waarbinnen man-tot-man seks plaats kan vinden, dwars door de verschillende motivaties voor seks, seksuele identiteiten, genderidentiteiten en gemeenschappen waartoe men zich rekent, heen (MSMGF, 2011). 14

15 We realiseren ons dat het belangrijk is rekening te houden met de diversiteit van deze groep. De behoeften van subgroepen als MSM met hiv, MSM die drugs gebruiken, jonge MSM, oudere MSM, MSM met een niet-westerse etnische achtergrond en MSM die sekswerker zijn, kunnen behoorlijk verschillen. Waar we in deze meerjarenstrategie spreken van alle MSM of MSM in zijn algemeenheid, is het zaak om in de uitwerkingen eventueel te differentiëren naar subgroepen. Uit het onderzoek Seksuele Gezondheid in Nederland in 2011 is bekend dat 9 procent van de mannen (in de leeftijd van jaar) ooit seks heeft gehad met andere mannen en dat 5 procent van de mannen dat de voorgaande 6 maanden had (de Graaf, 2012). In eerder onderzoek uit 2009 lagen deze percentages op respectievelijk 11 procent en 6 procent (Bakker et al., 2009). 15

16 2. Waar staan we voor? 2.1 Opdracht In maart 2012 werd het faillissement van Schorer uitgesproken. Deze organisatie was tot dat moment verantwoordelijk voor het landelijke programma voor de preventie van hiv en soa s bij MSM. Op verzoek van het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieu, het Centrum voor Infectieziektebestrijding (RIVM-CIb) hebben de thema-instituten Rutgers WPF en Soa Aids Nederland een plan opgesteld voor het continueren van de activiteiten. Rutgers WPF doet sindsdien onderzoek naar en monitoring van seksuele en psychosociale gezondheid van LHBT (lesbo s, homo s, bi s en transgenders). Soa Aids Nederland richt zich op de soa- en hiv-preventie en -bestrijding voor MSM, met daarbinnen specifieke aandacht voor jongeren en etnische minderheden. Rutgers WPF en Soa Aids Nederland hebben een gezamenlijk programma om de seksuele gezondheid (inclusief weerbaarheid) te bevorderen van jongeren tot en met 25 jaar. Belangrijke doelgroepen binnen dit programma zijn LHBTjongeren. Inmiddels heeft Soa Aids Nederland het programma MSM ingericht. Het MSM-team richt zich op soa- en hiv-preventie voor MSM. De totstandkoming van deze meerjarenstrategie met daarin de koers voor de komende vijf jaar is een van de eerste projecten van dit team. 2.2 Werkveld Soa Aids Nederland werkt binnen de context van infectieziektebestrijding en gezondheidsbevordering. Het nationale gezondheidsbeleid en het specifieke soa- en hivbeleid beschrijven de beleidskaders en uitgangspunten (Beleidsbrief Seksuele Gezondheid 2009, Gezond Dichtbij 2011; Nationaal Plan Soa en hiv 2011). Het Ministerie van VWS is verantwoordelijk voor het nationale beleid en de randvoorwaarden. Het RIVM/CIb voert de regie op de uitvoering. De gemeenten hebben de taak preventie te voeren op het gebied van soa s en hiv. Dit is bepaald in de Wet publieke gezondheid. Gemeenten delegeren deze verantwoordelijkheid over het algemeen aan de GGD en. De eerste- en tweedelijns zorginstellingen zijn verantwoordelijk voor de curatieve soa- en hiv-bestrijding. Soa Aids Nederland geeft als landelijke thema-instituut uitvoering aan gezondheidsbevordering op het brede terrein van seksuele gezondheid en specifiek op het terrein van de preventie van soa s en hiv. Dit doet Soa Aids Nederland onder meer door: betrouwbare en toegankelijke informatie over soa s, hiv en seksuele gezondheid beschikbaar te stellen kwaliteitsinstrumenten en een opleidingsaanbod voor professionals te ontwikkelen interventies voor specifieke doelgroepen (risicogroepen) te ontwikkelen onderzoek te stimuleren en bij te dragen aan onderzoeken Soa Aids Nederland heeft programma s gericht op specifieke doel- en risicogroepen: jongeren, prostituees, etnische minderheden, maar ook voor beleidsmakers en uitvoerende professionals. Met het nieuwe programma MSM zijn vanaf 2012 alle key populations vertegenwoordigd in het werk van Soa Aids Nederland. Soa Aids Nederland vormt samen met het Aids Fonds en STOP AIDS NOW één organisatie. 16

17 2.3 Uitgangspunten Organisatiestrategie De organisatie waartoe Soa Aids Nederland behoort (Aids Fonds STOP AIDS NOW! - Soa Aids Nederland) heeft in 2013 een nieuwe strategie ontwikkeld voor de gehele organisatie. Deze is in het Engels opgesteld. Hieronder kort achtereenvolgens de visie, de missie en de waarden van die strategie. Our vision is the end of AIDS and a world where all people affected by HIV and STIs access prevention, treatment, care and support Our mission in the Netherlands and internationally is to: Fund, kick-start and develop innovative approaches and programmes Support civil society, especially the most affected populations and their human rights Implement national programmes in the Netherlands on HIV/STIs and sexual health Advocate for governments and multilateral institutions to end AIDS and achieve universal access Mobilise communities, the general public and the private sector to help us realize our vision Our values are: Greater involvement (of people with HIV and other affected communities) Human rights Engagement and partnerships Activism Being entrepreneurial Transparency Impact De volledige versie van deze organisatiestrategie is te vinden op onze websites. In het kader van deze meerjarenstrategie betekent het concreet dat we oog hebben voor de noodzaak tot differentiatie in het benaderen van de doelgroep. Dat moet tot uitdrukking komen in de uitwerking van specifieke interventies. De basis is een homovriendelijke benadering die aansluit en aanspreekt bij de verschillende subdoelgroepen. We hebben een taak in het publieke domein, een taak die primair gericht is op de collectieve gezondheid. Persoonlijke keuzen en overwegingen worden uiteindelijk gemaakt door het individu zelf, al dan niet in samenspraak met een (gespecialiseerde) professional. Wij zorgen ervoor dat de informatie om weloverwogen keuzen te maken betrouwbaar en toegankelijk is, dat MSM de weg goed kunnen vinden naar de zorg en dat barrières die een gezonde en veilige seksuele leefstijlkeuze in de weg staan, weggenomen worden Leren van onderzoek en praktijk Wetenschappelijk onderzoek is een belangrijke basis voor de aanpak van soa s en hiv bij MSM in Nederland. De inzichten uit onderzoek vertalen we naar de praktijk. Omgekeerd is de praktijk ook een belangrijke basis, omdat daar waardevolle ervaringen worden opgedaan met betrekking tot het ontwikkelen, implementeren en evalueren van interventies. We gaan dus actief op zoek naar praktijkervaringen. We kijken naar aansprekende voorbeelden. Hierbij maken we ook gebruik van kennis en ervaringen binnen onze eigen organisatie. Zo financiert het Aids Fonds diverse projecten die bijdragen aan de soa- en hiv-preventie onder MSM in Nederland. Lopende of recent afgeronde projecten zijn: verspreiding van condooms 17

18 in homohoreca (Condomerie, ), preventie gericht op MSM die net een hivdiagnose hebben gekregen (GGD Amsterdam, ), partnerwaarschuwing gericht op MSM (GGD Rotterdam, ), bewustwording en perceptiediscussie op Facebook (Schorer ), en MantotMan 2.0: door middel van sociale media informatie geven over viral load en het faciliteren van discussies onder MSM over dit onderwerp (GGD Rotterdam, ). Verder financiert het Aids Fonds wetenschappelijk onderzoek, waaronder onderzoek naar de gevolgen van hepatitis C bij hiv positieve MSM (GGD Amsterdam, ), onderzoek naar gerichte test- en behandelstrategieën voor preventie van hiv-infecties (Erasmus Medisch Centrum, ) en onderzoek naar HPV bij hiv-positieve en hiv-negatieve MSM (GGD Amsterdam ). Leren van onderzoek en praktijk betekent ook: over eigen landgrenzen heen kijken. De Nederlandse situatie staat niet op zichzelf. Ook in andere landen worden interventies ontwikkeld en maatregelen ingevoerd om de hiv-epidemie te keren en de ziektelast van soa s onder MSM terug te dringen. In het buitenland kijken we naar aansprekende voorbeelden in onder meer British Columbia (Canada), San Francisco (VS), Frankrijk, Groot-Brittannië en New South Wales (Australië) waar al meer ervaring is opgedaan met het strategisch toepassen van treatment as prevention. 18

19 3. Waar gaan we voor? 3.1 Ambitie We willen de incidentie van hiv en andere soa s onder MSM in Nederland terugdringen. De vraag met welke boodschap de doelgroep het best gemobiliseerd en geëngageerd kan worden, moet nog worden beantwoord. Dit vergt nadere uitwerking en wordt onderdeel van een communicatiestrategie richting de doelgroep. Onze ambitie voor : een stelselmatige en significante daling van de soa- en hiv-incidentie onder MSM in Nederland De begrippen stelselmatig en significant zijn met zorg gekozen maar vragen om uitwerking om ze uiteindelijk te kunnen uitdrukken in cijfers. Dit zal een van de eerste stappen zijn in de implementatie van de strategie. We ambiëren een dalende trend, waarbij de soa- en hiv-incidentie in 2018 een stuk lager is dan nu. Daarvoor is nodig dat het percentage MSM: dat condooms gebruikt ten minste gelijk blijft dat zich laat testen, stijgt dat bekend is met zijn actuele soa- en hiv-status stijgt waarbij de hiv-infectie al in de acute fase wordt vastgesteld, stijgt met hiv die een onmeetbare hoeveelheid virus in het bloed hebben, stijgt Naast hiv komen andere soa s in verhouding meer voor onder MSM. Soa s vergroten het risico op een hiv-infectie en/of de overdracht daarvan. Er komen steeds nieuwe, veelal jonge, mannen bij die seks hebben met mannen en voor wie het van belang is om betrouwbare informatie te krijgen over het voorkomen van soa s en hiv en de behandelmogelijkheden daarvan. 3.2 Visie op de aanpak We kiezen voor twee samenhangende benaderingen in de aanpak van soa s en hiv onder MSM in Nederland. De eerste gaat uit van de cascade van zorg. De tweede gaat uit van combinatiepreventie Cascade van zorg Voor het bepalen van onze ambities, baseren we ons op een belangrijk model van de Stichting HIV Monitoring (SHM), de Cascade van Zorg. Dit model, dat jaarlijks geactualiseerd zal worden 2, biedt aangrijpingspunten. De cascade voor 2012 is te zien in figuur 1. 2 Een actualisering van de cascade van zorg voor MSM vindt voor het eerst plaats in januari 2014 en is te vinden op 19

20 Voor het bepalen van onze visie op de aanpak, starten we bij een belangrijk model van de SHM, de zogenaamde Cascade van Zorg. Dit model biedt aangrijpingspunten voor het bepalen van de aanpak. Deze cascade is te zien in figuur 1. [ Figuur Figuur 1 Cascade 1 cascade van zorg van van zorg MSM MSM met hiv in in Nederland Nederland, Stichting ] Hiv Monitoring, 2013 ] 81% 71% 96% 85% 96% Volgens schattingen leven er in Nederland MSM met hiv. Van hen is 71% bekend met Ieder zijn hiv jaar status maakt en is gekoppeld Stichting aan HIV zorg. Monitoring Dat wil zeggen een dat iemand schatting tenminste van één het keer aantal een mensen met hiv in hiv-behandelcentrum heeft bezocht. Hoeveel mensen exact op de hoogte zijn van hun hivstatus weten we niet doordat mensen bijvoorbeeld een thuistest doen en vervolgens (nog) Nederland, waaronder MSM. Per juni 2012 leven geschat dat er in Nederland MSM met hiv. Van hen is 71 procent bekend met zijn hiv-status en gekoppeld aan zorg. Dat wil niet gekoppeld aan zorg zijn. Van alle MSM met hiv is 68% blijvend in zorg en 58% in zeggen behandeling dat met iemand cart (hivremmers). minstens één Van de keer MSM een met hiv-behandelcentrum heeft uiteindelijk 55% een heeft bezocht. 3 Van alle MSM ondetecteerbare met hiv viral is 68 load. procent blijvend in zorg en 58 procent in behandeling met cart (hivremmers). Van alle MSM met hiv in Nederland heeft uiteindelijk maar 55 procent een Wanneer we kijken welk percentage van de MSM een volgende stap in de cascade van zorg bereikt, zien we dat vooral winst te halen is door het vinden van mensen met hiv bij wie de ondetecteerbare diagnose nog niet vastgesteld viral load is of (SHM wel de diagnose 2013). hebben maar (nog) niet aan zorg Wanneer gekoppeld zijn. we Van kijken de MSM welk die percentage een diagnose hebben van de gekregen MSM en een gekoppeld volgende zijn aan stap zorg, in de cascade van zorg is 96% blijvend in zorg (onder klinische observatie). Van de MSM met hiv die in zorg zijn, bereikt, zien we dat vooral winst te halen is door het vinden van mannen met hiv bij wie de wordt 85% behandeld met hivremmers en uiteindelijk heeft 96% van hen een diagnose ondetecteerbare nog viral niet load gesteld (SHM, 2013). is. Of bij MSM die wel de diagnose weten, maar (nog) niet aan zorg gekoppeld zijn. De cascade van zorg laat zien dat het essentieel is om op doelgroep niveau MSM te blijven Van de MSM die een diagnose hebben gekregen en gekoppeld zijn aan zorg, is 96 procent oproepen zich regelmatig te laten testen op hiv. Zo kan het percentage mannen met hiv dat blijvend zijn status in weet zorg en in (onder zorg komt klinische verder worden observatie). vergroot. Want Van van de de MSM 29% met MSM met hiv hiv die die blijvend in zorg zijn, wordt niet gekoppeld 85 procent is aan zorg behandeld is een groot met gedeelte hiv-remmers. onbekend met Van zijn positieve deze groep hiv status. heeft Van 96 procent een de MSM met hiv die eenmaal in zorg zijn, heeft 81% een ondetecteerbare viral load. Dit onmeetbare hoeveelheid virus in het bloed (SHM, 2013). 13 De cascade van zorg laat zien dat het essentieel is om MSM te blijven oproepen zich regelmatig te laten testen op hiv. Zo kan het percentage mannen met hiv dat zijn status weet en in zorg komt verder worden vergroot. Van de 29 procent MSM met hiv die niet gekoppeld is aan zorg is een groot gedeelte onbekend met zijn positieve hiv-status. Van de MSM met hiv die eenmaal in zorg zijn, heeft 81 procent een onmeetbare hoeveelheid virus in het bloed. Ook hier is winst te behalen door het aandeel mannen dat met hiv-remmers wordt behandeld verder te vergroten. 3 Er zullen ook MSM zijn die wel hun hiv-status kennen, maar niet gekoppeld zijn aan zorg, bijvoorbeeld omdat ze een thuistest hebben gedaan of zich in het buitenland hebben laten testen. Hoeveel dat er zijn weten we niet. 20

21 Ons doel is dat 75 procent van alle hiv-positieve MSM in Nederland een onmeetbare hoeveelheid virus in het bloed heeft. Om dit te bereiken zetten we in op: Toename van het percentage MSM dat zijn positieve hiv-status weet en gekoppeld is aan zorg van 71 procent naar 90 procent Toename van het percentage MSM dat in zorg is en met hiv-remmers gestart is van 85 procent naar 90 procent Deze ambitie is weergegeven in figuur 2 [ Figuur 2 Ambitie cascade van zorg op basis van huidige cijfers ] In de literatuur wordt deze denkwijze en aanpak ook wel testen & behandelen (Test & Treat) genoemd. Deze wint de laatste jaren terrein (Birrell et al, 2013; Montaner, 2013; Wilson, 2012; HRSA, 2012). Er worden echter ook kanttekeningen geplaatst bij de implementatie en het uiteindelijke succes ervan. Zo bestaat er bezorgdheid over een mogelijke opleving van onveilig seksueel gedrag als gevolg van de positieve effecten van medicatie op onderdrukking van het virus (Birrell et al, 2013; Wilson, 2012; HRSA, 2012) waardoor een negatief effect kan ontstaan op de overdracht van hiv. De meerwaarde van testen en behandelen voor de preventie van hiv en soa s is daarom gelegen in een samenhangende aanpak waarvan ook de promotie van veilig seksueel gedrag onderdeel uitmaakt. Hieruit volgen de drie pijlers voor de strategie van soa- en hiv-preventie onder MSM in Nederland, te weten: meer en makkelijker testen, eerder behandelen en Stay Safe. In hoofdstuk 4 werken we de te nemen maatregelen van deze drie pijlers verder uit. Samenvattend betekent dit dat we willen bereiken dat: MSM zich regelmatig, in ieder geval iedere 6 maanden, laten testen op soa s en hiv Hoog-risicogroepen MSM krijgen het advies zich iedere drie maanden te laten testen; wie tot hoog-risicogroepen behoort wordt nog gespecificeerd MSM met wisselende contacten die risico hebben gelopen op een hiv-infectie zich zo snel mogelijk laten testen en niet wachten tot de volgende reguliere testafspraak MSM gediagnosticeerd met hiv blijvend in de zorg komen, zich zo vroeg mogelijk laten behandelen en zo snel een onmeetbare hoeveelheid virus in het bloed bereiken 21

Strategie voor de aanpak van soa s en hiv onder MSM in Nederland

Strategie voor de aanpak van soa s en hiv onder MSM in Nederland Soa Aids Nederland Soa Aids Nederland Onder Controle Strategie voor de aanpak van soa s en hiv onder MSM in Nederland 2013 2018 Inhoud Woord van dank 4 Samenvatting 5 1. Introductie 11 1.1 Aanleiding 11

Nadere informatie

BELANGRIJKSTE BEVINDINGEN

BELANGRIJKSTE BEVINDINGEN APRIL 213 INHOUD Het doel van de thermometer is een eerste berichtgeving over de stand van zaken in 212 over seksuele gezondheid in Nederland. De thermometer bevat nieuwe gegevens van de soa-centra, aangiftecijfers,

Nadere informatie

Monitoringrapport 2012

Monitoringrapport 2012 Monitoringrapport 2012 Humaan 12 immuundeficiëntievirus 217 (HIV) infectie in 6Nederland Nederlandse samenvatting Monitoring van HIV in Nederland Elk jaar rond 1 december, Wereld AIDS dag, publiceert de

Nadere informatie

Jaarcijfers 2012. Regionaal Centrum voor Seksuele Gezondheid zuidelijk Zuid-Holland. GGD Hollands Midden GGD Rotterdam-Rijnmond GGD Zuid-Holland-Zuid

Jaarcijfers 2012. Regionaal Centrum voor Seksuele Gezondheid zuidelijk Zuid-Holland. GGD Hollands Midden GGD Rotterdam-Rijnmond GGD Zuid-Holland-Zuid Regionaal Centrum voor Seksuele Gezondheid zuidelijk Zuid-Holland GGD Hollands Midden GGD Rotterdam-Rijnmond GGD Zuid-Holland-Zuid Juni 2013 Samenstelling: Hannelore Götz, arts Maatschappij en Gezondheid

Nadere informatie

Verslag Expertmeeting over hiv en soa bij LHBT & MSM Expertmeeting over onderzoek naar risico s op en bescherming tegen hiv en soa bij LHBT en MSM

Verslag Expertmeeting over hiv en soa bij LHBT & MSM Expertmeeting over onderzoek naar risico s op en bescherming tegen hiv en soa bij LHBT en MSM Verslag Expertmeeting over hiv en soa bij LHBT & MSM Expertmeeting over onderzoek naar risico s op en bescherming tegen hiv en soa bij LHBT en MSM Datum: 11 december 2014 Aanwezig: Ard van Sighem (Stichting

Nadere informatie

APRIL 2014. Pagina 1 van 9

APRIL 2014. Pagina 1 van 9 APRIL 214 Inhoud Het doel van de thermometer is een eerste berichtgeving over de stand van zaken in 213 over seksuele gezondheid in Nederland. De thermometer bevat nieuwe gegevens van de centra seksuele

Nadere informatie

Jaarcijfers 2013. Regionaal Centrum voor Seksuele Gezondheid zuidelijk Zuid-Holland

Jaarcijfers 2013. Regionaal Centrum voor Seksuele Gezondheid zuidelijk Zuid-Holland Regionaal Centrum voor Seksuele Gezondheid zuidelijk Zuid-Holland GGD Hollands Midden GGD Rotterdam-Rijnmond Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ April 2014 Samenstelling: Hannelore Götz, arts Maatschappij en

Nadere informatie

Een jaar Regionaal soa-centrum Den Haag

Een jaar Regionaal soa-centrum Den Haag epidemiologisch bulletin, 9, jaargang, nummer 1 Een jaar Regionaal soa-centrum Den Haag A.P. van Leeuwen, M.P.H. Berns Eind is het Regionaal soa-centrum Den Haag 1 geopend op het terrein van het Medisch

Nadere informatie

Jaarcijfers 2013 Regionaal Centrum voor Seksuele Gezondheid zuidelijk Zuid-Holland

Jaarcijfers 2013 Regionaal Centrum voor Seksuele Gezondheid zuidelijk Zuid-Holland Regionaal Centrum voor Seksuele Gezondheid zuidelijk Zuid-Holland GGD Hollands Midden GGD Rotterdam-Rijnmond Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ 1 Samenstelling: Hannelore Götz, arts Maatschappij en Gezondheid,

Nadere informatie

SoaSense. Thermometer 2010 GGD en Oost-Nederland

SoaSense. Thermometer 2010 GGD en Oost-Nederland SoaSense Thermometer 1 GGD en Oost-Nederland Risicogroepen steeds beter bereikt Met genoegen bieden wij u de tweede SoaSense Thermometer van Oost- Nederland (Gelderland en Overijssel) aan. Dit jaar met

Nadere informatie

6 SOA en HIV in de regio Gelre-IJssel

6 SOA en HIV in de regio Gelre-IJssel 6 SOA en HIV in de regio Gelre-IJssel Seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA) zijn infectieziekten die door intiem seksueel contact kunnen worden overgedragen. Omdat iemand een SOA kan hebben, zonder

Nadere informatie

HOOFDSTUK 7 TESTEN OP HIV EN SOA BIJ MSM

HOOFDSTUK 7 TESTEN OP HIV EN SOA BIJ MSM 7.1 Inleiding HOOFDSTUK 7 TESTEN OP HIV EN SOA BIJ MSM Maaike Goenee, Charles Picavet en Bouko Bakker Het beleid ten aanzien van het testen op hiv is het afgelopen decennium sterk veranderd. Eind jaren

Nadere informatie

Seksuele Gezondheid. Thermometer 2014 Cijfers over soa s en seksualiteitsvragen van de GGD en Oost-Nederland

Seksuele Gezondheid. Thermometer 2014 Cijfers over soa s en seksualiteitsvragen van de GGD en Oost-Nederland 1 Seksuele Gezondheid Thermometer Cijfers over soa s en seksualiteitsvragen van de GGD en Oost-Nederland 2 Nog volop werk aan de winkel! Dit is alweer de zesde Thermometer Seksuele Gezondheid voor Oost-Nederland

Nadere informatie

Allereerst wil ik graag de organisatoren bedanken voor de gelegenheid om wederom in vogelvlucht een globaal overzicht met u te kunnen delen van

Allereerst wil ik graag de organisatoren bedanken voor de gelegenheid om wederom in vogelvlucht een globaal overzicht met u te kunnen delen van 1 2 Allereerst wil ik graag de organisatoren bedanken voor de gelegenheid om wederom in vogelvlucht een globaal overzicht met u te kunnen delen van onderzoek zoals dit tijdens het recente NCHIV congres

Nadere informatie

Naar een meer doelmatig soa-testbeleid

Naar een meer doelmatig soa-testbeleid Naar een meer doelmatig soa-testbeleid Subtitle Inhoud 1. GGD soa-poliklinieken 2. Stijging uitgaven soa-testen 3. Effect nieuwe maatregel 4. Bevorderen doelmatigheid 5. Tot slot 3 Soa-zorg in Nederland

Nadere informatie

Jaarcijfers 2014. Regionaal Centrum voor Seksuele Gezondheid zuidelijk Zuid-Holland

Jaarcijfers 2014. Regionaal Centrum voor Seksuele Gezondheid zuidelijk Zuid-Holland Regionaal Centrum voor Seksuele Gezondheid zuidelijk Zuid-Holland GGD Hollands Midden GGD Rotterdam-Rijnmond Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ April 2015 Samenstelling: Hannelore Götz, arts Maatschappij en

Nadere informatie

nr. 126 van JORIS POSCHET datum: 17 november 2014 aan JO VANDEURZEN Preventiebeleid hiv en soa s - Stand van zaken

nr. 126 van JORIS POSCHET datum: 17 november 2014 aan JO VANDEURZEN Preventiebeleid hiv en soa s - Stand van zaken SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 126 van JORIS POSCHET datum: 17 november 2014 aan JO VANDEURZEN VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Preventiebeleid hiv en soa s - Stand van zaken Het Wetenschappelijk

Nadere informatie

Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2014

Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2014 Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2014 2 Kerncijfers leefstijlmonitor seksuele gezondheid 2014 Figuur 1 Aantal deelnemers naar geslacht en leeftijd 75 t/m 85 jaar 1 Over welke cijfers hebben

Nadere informatie

Deelrapportage met resultaten uit de gezondheidsenquête volwassenen/ouderen 2010

Deelrapportage met resultaten uit de gezondheidsenquête volwassenen/ouderen 2010 Seksualiteit Deelrapportage met resultaten uit de gezondheidsenquête volwassenen/ouderen 2010 In de gezondheidsenquête is een aantal vragen opgenomen over seksuele gezondheid 1. Friezen van 19 tot en met

Nadere informatie

Regionaal soa-centrum Den Haag

Regionaal soa-centrum Den Haag Regionaal soa-centrum Den Haag Epidemiologisch jaarverslag 212 D. Spitaels, arts infectieziektebestrijding GGD Den Haag J.M. Brand, soa-arts GGD Den Haag M. Keetman, epidemiologisch onderzoeker GGD Den

Nadere informatie

Hepatitis B Inleiding Hepatitis A Preventie hepatitis B Preventie hepatitis A

Hepatitis B Inleiding Hepatitis A Preventie hepatitis B Preventie hepatitis A Naast deze infokaart over hepatitis zijn er ook infokaarten beschikbaar over: infectieziekten algemeen, tuberculose, seksueel overdraagbare aandoeningen, jeugd en onveilig vrijen en jeugd en vaccinatie.

Nadere informatie

: Onno de Zwart, Rik van Lunsen, Bart Rijnders, Ton Coenen, Peter Leusink, Ina van Beek,

: Onno de Zwart, Rik van Lunsen, Bart Rijnders, Ton Coenen, Peter Leusink, Ina van Beek, 20121340/CB/VER Verslag van de vergadering van Platform soa en seksuele gezondheid Datum : 15 november 2012 Aanwezig Afwezig : Martin van Oostrom (vz), Paulien van Haastrecht, Ciel Wijsen, Bouko Bakker,

Nadere informatie

Voorbeeldadvies Cijfers

Voorbeeldadvies Cijfers Voorbeeldadvies GGD Twente heeft de taak de gezondheid van de Twentse jeugd, volwassenen en ouderen in kaart te brengen. In dit kader worden diverse gezondheidsmonitoren afgenomen om inzicht te verkrijgen

Nadere informatie

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Wolbert (PvdA) over kinderen van allochtone afkomst die overgewicht hebben (2014Z07817).

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Wolbert (PvdA) over kinderen van allochtone afkomst die overgewicht hebben (2014Z07817). > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 255 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)

Nadere informatie

Juni 2015 SAMENVATTING SCREENINGSSCHEMA UIT LEIDRAAD VOOR MEDISCHE CONSULTATIES BIJ SEKSWERKERS. Pasop vzw

Juni 2015 SAMENVATTING SCREENINGSSCHEMA UIT LEIDRAAD VOOR MEDISCHE CONSULTATIES BIJ SEKSWERKERS. Pasop vzw SAMENVATTING SCREENINGSSCHEMA UIT LEIDRAAD VOOR MEDISCHE CONSULTATIES BIJ SEKSWERKERS Pasop vzw 1 KERNBOODSCHAP Sekswerkers: zeer gevarieerde groep qua leeftijd, nationaliteit, werksector, taal, sociale

Nadere informatie

Controlling the HIV epidemic in the Netherlands. Ard van Sighem Stichting HIV Monitoring WEON, Nijmegen, 11 juni 2010

Controlling the HIV epidemic in the Netherlands. Ard van Sighem Stichting HIV Monitoring WEON, Nijmegen, 11 juni 2010 Controlling the HIV epidemic in the Netherlands Ard van Sighem Stichting HIV Monitoring WEON, Nijmegen, 11 juni 21 Inleiding Verschillende Westerse landen hebben te maken met een stijging in risicovol

Nadere informatie

Testen op soa: hoe, wat, waar?

Testen op soa: hoe, wat, waar? Testen op soa: hoe, wat, waar? Tom Platteau Seksuoloog ITG/Helpcenter tplatteau@itg.be Overzicht van de presentatie Soa en hiv in België Preventie en plaats van testen Uitdagingen voor soa-bestrijding

Nadere informatie

23-4-2012. Conclusie: Zorg voor Seksuele Gezondheid. Opzet: Seksuele gezondheid in Ned. Seksuele gezondheid. Schuivende paradigma's

23-4-2012. Conclusie: Zorg voor Seksuele Gezondheid. Opzet: Seksuele gezondheid in Ned. Seksuele gezondheid. Schuivende paradigma's Conclusie: Zorg voor Seksuele Gezondheid Schuivende paradigma's NHG VOORJAARSCONGRES 19 APRIL 211 Jan van Bergen, huisarts Hoogleraar soa hiv in de 1 e lijn AMC Soa Aids Nederland De huisarts speelt een

Nadere informatie

Werkinstructie benaderen intermediairs Sense

Werkinstructie benaderen intermediairs Sense Werkinstructie benaderen intermediairs Sense BIJLAGE 7 Voorbeeld van de opzet van de presentatie in PowerPoint BIJLAGE 7 VOORBEELD VAN DE OPZET VAN DE PRESENTATIE IN POWERPOINT] 1 WERKINSTRUCTIE BENADEREN

Nadere informatie

Aanvullende seksualiteitshulpverlening: de cijfers over 2013

Aanvullende seksualiteitshulpverlening: de cijfers over 2013 Aanvullende seksualiteitshulpverlening: de cijfers over 2013 1. Inleiding De aanvullende seksualiteitshulpverlening (ASH) is laagdrempelige zorg waar jongeren tot 25 jaar gratis en indien gewenst anoniem

Nadere informatie

1. Doelen en aanpak van een Amsterdams actieplan voor optimale hepatitis B en C preventie en zorg

1. Doelen en aanpak van een Amsterdams actieplan voor optimale hepatitis B en C preventie en zorg Amsterdams hepatitis B en C actieplan 22 april 2016 Inhoudsopgave 1 Doelen en aanpak van een Amsterdams actieplan voor optimale hepatitis B en C 1 preventie en zorg 2 Planning bijeenkomsten en lijst van

Nadere informatie

Soa in Noord-Holland Noord. Risicogroepen en trends 2003-2009

Soa in Noord-Holland Noord. Risicogroepen en trends 2003-2009 Soa in Noord-Holland Noord Risicogroepen en trends 2003-2009 Colofon Auteur: Anne Dekker Begeleiding: Bettina de Leeuw den Bouter (epidemioloog GGD) Sector GBO Ingrid Steenhuis (Vrije Universiteit Amsterdam)

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Prioriteiten. Vernieuwingsprojecten 2011-2012. Aids Fonds Keizersgracht 390 1016 GB Amsterdam

Prioriteiten. Vernieuwingsprojecten 2011-2012. Aids Fonds Keizersgracht 390 1016 GB Amsterdam Prioriteiten Vernieuwingsprojecten 2011-2012 Page 1 van 27 Documentnummer 20110337/RBE/RAP Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Hiv in Nederland 2. Analyse thema s vernieuwingsprojecten 2011-2012 Conclusies 3.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 19 218 Het verworven immuun deficiëntie-syndroom (AIDS) Nr. 64 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Seksuele Gezondheid. Thermometer 2011 GGD en Oost-Nederland

Seksuele Gezondheid. Thermometer 2011 GGD en Oost-Nederland Seksuele Gezondheid Thermometer 211 GGD en Oost-Nederland Seksuele gezondheid nóg beter in beeld Voor u ligt de derde Thermometer met cijfers over de seksuele gezondheid in Oost-Nederland. De naam SoaSense

Nadere informatie

Oproep tot het indienen van voorstellen

Oproep tot het indienen van voorstellen Oproep tot het indienen van voorstellen Subsidieronde vernieuwingsprojecten in Nederland 2015 Contactpersoon Ronald Berends Pagina 1 van 9 Documentnummer 20140907/RBE/RAP Inhoudsopgave 1. INLEIDING 3 2.

Nadere informatie

GEZONDHEIDSENQUETE 2013

GEZONDHEIDSENQUETE 2013 GEZONDHEIDSENQUETE 2013 RAPPORT 5: PREVENTIE Stefaan Demarest, Rana Charafeddine (ed.) Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Operationele Directie Volksgezondheid en surveillance J. Wytsmanstraat

Nadere informatie

HBV-vaccinatieprogramma voor risicogroepen

HBV-vaccinatieprogramma voor risicogroepen HBV-vaccinatieprogramma voor risicogroepen Hans van den Kerkhof Paul van Beek Anouk Urbanus Landelijke Coördinatie Infectieziekte (LCI) Centrum Infectieziektebestrijding RIVM 1 Disclosure belangen Hans

Nadere informatie

Nationaal soa/hiv-plan 2012-2016 Bestendigen en versterken

Nationaal soa/hiv-plan 2012-2016 Bestendigen en versterken Nationaal soa/hiv-plan 2012-2016 Bestendigen en versterken RIVM rapport 215111001/2011 Nationaal soa/hiv plan 2012-2016 Bestendigen en versterken RIVM Rapport 215111001/2011 Colofon RIVM 2011 Delen uit

Nadere informatie

SAMENVATTING PARTNER-PROTOCOL

SAMENVATTING PARTNER-PROTOCOL SAMENVATTING PARTNER-PROTOCOL Een onderzoek naar serodiscordante stellen om het risico van overdracht van HIV in te schatten en factoren met betrekking tot condoomgebruik te bestuderen. Partners van mensen

Nadere informatie

2010D02442. Lijst van vragen totaal

2010D02442. Lijst van vragen totaal 2010D02442 Lijst van vragen totaal 1 In hoeverre heeft de staatssecretaris jongerenorganisaties betrokken bij de totstandkoming en uitvoering van haar beleid? 2 Welke verband ligt er tussen de brief over

Nadere informatie

Soa Aids Nederland. The Way Forward. Koersdocument Etnische Minderheden Periode 2015-2018

Soa Aids Nederland. The Way Forward. Koersdocument Etnische Minderheden Periode 2015-2018 Soa Aids Nederland + The Way Forward Koersdocument Etnische Minderheden Periode 2015-2018 The Way Forward Koersdocument Etnische Minderheden Periode 2015-2018 Inhoud 1. Woord vooraf 5 2. Inleiding 6 2.1

Nadere informatie

Verslag regionale werkconferenties kiezen voor gezond leven

Verslag regionale werkconferenties kiezen voor gezond leven Verslag regionale werkconferenties kiezen voor gezond leven Aanleiding voor de werkconferenties Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) brengt in het najaar van 2006 een tweede Preventienota

Nadere informatie

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar

Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Alcoholgebruik Psychosociale gezondheid Genotmiddelen Voeding, bewegen en gewicht Seksueel gedrag Samenvatting en aanbevelingen Monitor jongeren 12 tot 24 jaar Jongerenmonitor In 2011 is in de regio IJsselland

Nadere informatie

Samenvatting (Dutch summary)

Samenvatting (Dutch summary) Samenvatting (Dutch summary) Deze studie onderzocht seksueel risicogedrag van homoseksuele mannen in vaste relaties, voornamelijk onder mannen die deelnemen aan de Amsterdamse Cohort Studies onder Homoseksuele

Nadere informatie

MSM (mannen die seks hebben met mannen) & HIV infectie Debat

MSM (mannen die seks hebben met mannen) & HIV infectie Debat MSM (mannen die seks hebben met mannen) & HIV infectie Debat Organisatie Instituut voor Tropische Geneeskunde, ITG MSM (mannen die seks hebben met mannen) & hiv-infectie Moderatie Filip Moerman, infectioloog,

Nadere informatie

ambitieakkoord stichting jongeren op gezond gewicht

ambitieakkoord stichting jongeren op gezond gewicht akkoord stichting jongeren op gezond gewicht De stichting Jongeren Op Gezond Gewicht en haar partners verbinden zich met dit akkoord gezamenlijk, elk vanuit de eigen verantwoordelijkheid, in de periode

Nadere informatie

Zorgketen c.q. Netwerkaanpak actieve leefstijl. Anneke Hiemstra en Marloes Aalbers, NISB

Zorgketen c.q. Netwerkaanpak actieve leefstijl. Anneke Hiemstra en Marloes Aalbers, NISB Zorgketen c.q. Netwerkaanpak actieve leefstijl Anneke Hiemstra en Marloes Aalbers, NISB Ketenaanpak / netwerkaanpak actieve leefstijl De oplossing om meer mensen met een hoog gezondheidsrisico in beweging

Nadere informatie

Opsporing verzocht! Actief testbeleid op hiv en andere soa

Opsporing verzocht! Actief testbeleid op hiv en andere soa Opsporing verzocht! Actief testbeleid op hiv en andere soa Woord vooraf In 2002 hebben Schorer, Soa Aids Nederland, Hiv Vereniging Nederland, de GGD van Amsterdam en de WVAC zich verenigd in de stuurgroep

Nadere informatie

JOGG HELLEVOETSLUIS 2014 2016

JOGG HELLEVOETSLUIS 2014 2016 JOGG HELLEVOETSLUIS 2014 2016 Afdeling Samenlevingszaken, november 2013 Inhoud 1. Inleiding... 3 2. Achtergrond... 4 2.1. Gezondheidsbevordering... 4 2.2. Integrale aanpak... 4 3. Probleemstelling... 5

Nadere informatie

Monitoringrapport. Humaan immuundeficiëntievirus (HIV) infectie in Nederland. Nederlandse samenvatting

Monitoringrapport. Humaan immuundeficiëntievirus (HIV) infectie in Nederland. Nederlandse samenvatting 2 1 Monitoringrapport 4 02014 Humaan immuundeficiëntievirus (HIV) infectie in Nederland Nederlandse samenvatting HIV in Nederland: een overzicht In Nederland geregistreerde HIV-patiënten per medio 2014:

Nadere informatie

Samenvatting Jong; dus gezond!?

Samenvatting Jong; dus gezond!? Samenvatting Jong; dus gezond!? Deel III Gezondheidsprofiel regio Nieuwe Waterweg Noord, 2005-2008 Samenvatting rapport Jong; dus gezond!? Gezondheidssituatie van de Jeugd (2004-2006) Regio Nieuwe Waterweg

Nadere informatie

Hepatitis B-vaccinatiebeleid voor drugsgebruikers. Nationale Hepatitis Dag 1 oktober 2015 Anouk de Gee

Hepatitis B-vaccinatiebeleid voor drugsgebruikers. Nationale Hepatitis Dag 1 oktober 2015 Anouk de Gee Hepatitis B-vaccinatiebeleid voor drugsgebruikers Nationale Hepatitis Dag 1 oktober 2015 Anouk de Gee Disclosure belangen spreker Voor deze bijeenkomst mogelijk relevante relaties met bedrijven: Projectfinanciering

Nadere informatie

jongens meisjes 18 jaar of ouder

jongens meisjes 18 jaar of ouder 2. Seksuele risico s en beschermingsgedrag In dit hoofdstuk wordt een aspect van het thema seksualiteit uitgewerkt, namelijk seksuele risico s en beschermingsgedrag. De informatie is onder andere gebaseerd

Nadere informatie

Soa- poli Kennemerland

Soa- poli Kennemerland Soa- poli Kennemerland PATIENTENinformatie SOA POLI KENNEMERLAND De SOA-poli Kennemerland is een laagdrempelige voorziening die bedoeld is als aanvulling op de reguliere huisartsenzorg. De SOA-poli is

Nadere informatie

Hoe krijg je hepatitis B?

Hoe krijg je hepatitis B? Hepatitis B Hepatitis B is een infectie van de lever, veroorzaakt door het hepatitis B-virus. In Nederland wordt dit virus vooral overgedragen door seksueel contact. Het dringt via de slijmvliezen van

Nadere informatie

Voor het eerst is er een vaccin dat baarmoederhalskanker kan voorkomen

Voor het eerst is er een vaccin dat baarmoederhalskanker kan voorkomen Samenvatting Voor het eerst is er een vaccin dat baarmoederhalskanker kan voorkomen In Nederland bestaat al decennia een succesvol programma voor bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Daarmee

Nadere informatie

Soa en hiv in België Is het actueel?

Soa en hiv in België Is het actueel? Soa en hiv in België Is het actueel? Sandra.vandeneynde@sensoa.be Let s talk about hiv & soa 9 mei 2014 - Thomas More Mechelen Presentatie in vogelvlucht + Hiv en soa: waarover hebben we het? + Epidemiologie

Nadere informatie

MAINLINE en P&G292 * NATIONAAL CONGRES SOA-HIV-SEKS * AMSTERDAM * 1 DECEMBER 2014

MAINLINE en P&G292 * NATIONAAL CONGRES SOA-HIV-SEKS * AMSTERDAM * 1 DECEMBER 2014 MAINLINE en P&G292 * NATIONAAL CONGRES SOA-HIV-SEKS * AMSTERDAM * 1 DECEMBER 2014 Druggebruik MSM en sekswerkers (Leon) Mannelijke en transgender sekswerkers Amsterdam (Sjaak) Interview ervaringsdeskundige

Nadere informatie

HOOFDSTUK 5 BESCHERMINGSGEDRAG VAN MANNEN DIE SEKS HEBBEN MET MANNEN

HOOFDSTUK 5 BESCHERMINGSGEDRAG VAN MANNEN DIE SEKS HEBBEN MET MANNEN HOOFDSTUK 5 BESCHERMINGSGEDRAG VAN MANNEN DIE SEKS HEBBEN MET MANNEN 5.1 Inleiding Maaike Goenee en Charles Picavet Mannen die seks hebben met mannen (MSM) vormen in Nederland de grootste risicogroep voor

Nadere informatie

Doorbraakprojecten voor verbetering van hepatitiszorg in Nederland

Doorbraakprojecten voor verbetering van hepatitiszorg in Nederland Improving Mental Health by Sharing Knowledge Doorbraakprojecten voor verbetering van hepatitiszorg in Nederland Esther Croes, MD PhD arts-epidemioloog Knelpunten (ochtend) Ondanks sterfte en ziektelast

Nadere informatie

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1 Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1.1 De Zorgbalans beschrijft de prestaties van de gezondheidszorg In de Zorgbalans geven we een overzicht van de prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg

Nadere informatie

Monitor CGL-producten 2014

Monitor CGL-producten 2014 Monitor CGL-producten Jaarlijks monitort RIVM Centrum Gezond Leven (CGL) hoe professionals CGLproducten gebruiken. Op basis van deze kwantitatieve monitorresultaten schatten we in welke producten, hoe

Nadere informatie

Academische werkplaats publieke Gezondheid (CEPHIR) en Infectieziektebestrijding

Academische werkplaats publieke Gezondheid (CEPHIR) en Infectieziektebestrijding Academische werkplaats publieke Gezondheid (CEPHIR) en Infectieziektebestrijding Een verkenning van de public health impact van 6 proefschriften 2006-2009 Chlamydia trachomatis Screening for Chlamydia

Nadere informatie

2e Themasessie Gezondheid. September 2014

2e Themasessie Gezondheid. September 2014 2e Themasessie Gezondheid September 2014 Welkom bij 2 e themasessie Aanleiding Doelstelling Wie aanwezig? Locatie en coproductie Interactie Aan tafels en Digital Voting System In de browser intikken: www.klm.presenterswall.com

Nadere informatie

Factsheet Kwetsbare ouderen: Extramuralisering. Trekker: gemeente Arnhem

Factsheet Kwetsbare ouderen: Extramuralisering. Trekker: gemeente Arnhem Factsheet Kwetsbare ouderen: Extramuralisering Trekker: gemeente Arnhem Arnhem zet zich samen met Menzis en gemeenten in om kwetsbare ouderen langer thuis te laten wonen Wie? Zorgverzekeraar Menzis, de

Nadere informatie

Seksuele Gezondheid. Thermometer 2013 GGD en Oost-Nederland

Seksuele Gezondheid. Thermometer 2013 GGD en Oost-Nederland 1 Seksuele Gezondheid Thermometer GGD en Oost-Nederland 2 Seksuele gezondheid nóg beter in beeld Zoals gebruikelijk presenteren wij in deze Thermometer de jaarlijkse cijfers over de seksuele gezondheid

Nadere informatie

Dataverzameling en datakwaliteit. Karakteristieken van de geregistreerde populatie

Dataverzameling en datakwaliteit. Karakteristieken van de geregistreerde populatie Dataverzameling en datakwaliteit De controle op de verzameling en de kwaliteit van de gegevens is cruciaal voor de waarde van observationele gegevens die door de Stichting HIV Monitoring (SHM) verzameld

Nadere informatie

HCV in verslavingszorg en penitentiaire inrichtingen

HCV in verslavingszorg en penitentiaire inrichtingen Improving Mental Health by Sharing Knowledge HCV in verslavingszorg en penitentiaire inrichtingen Esther Croes, MD PhD arts-epidemioloog Wie heeft HCV in NL? MSM 5% hemofilie pt 2% laag risico groepen

Nadere informatie

HOUTEN JOGG GEMEENTE. 2014 t/m 2017 X* K JOGG. Houten. w \ Jongeren Op Gezond Gewicht

HOUTEN JOGG GEMEENTE. 2014 t/m 2017 X* K JOGG. Houten. w \ Jongeren Op Gezond Gewicht HOUTEN JOGG GEMEENTE 2014 t/m 2017 X* K JOGG w \ Jongeren Op Gezond Gewicht Houten Juli 2014 Inhoud 1. inleiding 2. Context 3. Probleemstelling 4. Doelstelling 5. Oplossingen 5.1. Wat is JOGG? 5.2. Hoe

Nadere informatie

Gezond meedoen in Stein. Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014

Gezond meedoen in Stein. Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014 Gezond meedoen in Stein Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 214 Dit is de samenvatting van het lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 214 Een nieuwe kijk op gezondheid

Nadere informatie

Kinkhoest is gevaarlijk voor zuigelingen en jonge kinderen

Kinkhoest is gevaarlijk voor zuigelingen en jonge kinderen Samenvatting Kinkhoest is gevaarlijk voor zuigelingen en jonge kinderen Kinkhoest is een gevaarlijke ziekte voor zuigelingen en jonge kinderen. Hoe jonger het kind is, des te vaker zich restverschijnselen

Nadere informatie

Gezonde School. Conferentie MBO Vitaal voor leren en werken 7 april Anneke Meijer

Gezonde School. Conferentie MBO Vitaal voor leren en werken 7 april Anneke Meijer Gezonde School Conferentie MBO Vitaal voor leren en werken 7 april Anneke Meijer Programma Workshop Wat is Gezonde School? Gezonde School Fryslân Handleiding Centrum Gezond Leven Gezonde School in het

Nadere informatie

Lokaal gezondheidsbeleid 2016-2020. Workshop 18 februari 2016

Lokaal gezondheidsbeleid 2016-2020. Workshop 18 februari 2016 Lokaal gezondheidsbeleid 2016-2020 Workshop 18 februari 2016 Programma 9.30 uur Welkom Toelichting VTV 2014 en Kamerbrief VWS landelijk gezondheidsbeleid Concept Positieve Gezondheid Wat is integraal gezondheidsbeleid?

Nadere informatie

> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340 78

Nadere informatie

SAMENVATTING. Samenvatting

SAMENVATTING. Samenvatting SAMENVATTING. 167 Met de komst van verpleegkundigen gespecialiseerd in palliatieve zorg, die naast de huisarts en verpleegkundigen van de thuiszorg, thuiswonende patiënten bezoeken om te zorgen dat patiënten

Nadere informatie

De jeugdgezondheidszorg als bondgenoot bij preventie en begeleiding van jongeren en seks

De jeugdgezondheidszorg als bondgenoot bij preventie en begeleiding van jongeren en seks De jeugdgezondheidszorg als bondgenoot bij preventie en begeleiding van jongeren en seks Vanessa Peters, GGD Gelderland Midden Marinka de Feijter, GGD N-O Gelderland Ineke van der Vlugt, Rutgers WPF 1

Nadere informatie

HET PARTNER-ONDERZOEK

HET PARTNER-ONDERZOEK Deelnemersinformatie en geïnformeerde voor de HIV-positieve partner HET PARTNER-ONDERZOEK Het PARTNER-onderzoek is een onderzoek naar stellen, waarbij: (i) de ene partner HIV-positief is en de ander HIV-negatief;

Nadere informatie

1. Vragen over de hepatitis B aandachtscampagne

1. Vragen over de hepatitis B aandachtscampagne VRAAG EN ANTWOORD Hepatitis B aandachtscampagne: Zeg Nee!...Tegen hepatitis B 1. Vragen over de hepatitis B aandachtscampagne Q. Wat is het doel van de campagne? A. We willen Chinezen woonachtig in Rotterdam

Nadere informatie

Deelnemersinformatie en geïnformeerde toestemming voor de HIV-negatieve partner HET PARTNER-ONDERZOEK

Deelnemersinformatie en geïnformeerde toestemming voor de HIV-negatieve partner HET PARTNER-ONDERZOEK Deelnemersinformatie en geïnformeerde voor de HIV-negatieve partner HET PARTNER-ONDERZOEK Het PARTNER-onderzoek is een onderzoek naar stellen, waarbij: (i) de ene partner HIV-positief is en de ander HIV-negatief;

Nadere informatie

VIGeZ, 2014. De evaluatiematrix: Een planningsmodel voor de evaluatie van projecten binnen de gezondheidsbevordering, geïntegreerd met RE-AIM.

VIGeZ, 2014. De evaluatiematrix: Een planningsmodel voor de evaluatie van projecten binnen de gezondheidsbevordering, geïntegreerd met RE-AIM. VIGeZ, 2014 De evaluatiematrix: Een planningsmodel voor de evaluatie van projecten binnen de gezondheidsbevordering, geïntegreerd met RE-AIM. PROJECT- DOELSTELLINGEN? Welke projectdoelstellingen staan

Nadere informatie

Introductie Methoden Bevindingen

Introductie Methoden Bevindingen 2 Introductie De introductie van e-health in de gezondheidszorg neemt een vlucht, maar de baten worden onvoldoende benut. In de politieke en maatschappelijke discussie over de houdbaarheid van de gezondheidszorg

Nadere informatie

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom Den Haag Ons kenmerk 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Onderwerp Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon Bijlage(n) geen Geachte heer Van

Nadere informatie

Samenvatting. De ziekte en het bevolkingsonderzoek

Samenvatting. De ziekte en het bevolkingsonderzoek Samenvatting Nederland heeft een goed bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker ( het uitstrijkje ). Er zijn echter kansen om de preventie van baarmoederhalskanker verder te verbeteren. Zo is er een

Nadere informatie

Een nationaal hepatitis plan voor Nederland

Een nationaal hepatitis plan voor Nederland Een nationaal hepatitis plan voor Nederland 1 PROF. DR. JAN HENDRIK RICHARDUS AFDELING MAATSCHAPPELIJKE GEZONDHEIDSZORG ERASMUS MC, ROTTERDAM Disclosure belangen spreker 2 (potentiële) belangenverstrengeling:

Nadere informatie

Er blijft gezondheidswinst liggen doordat vaccins onvoldoende benut worden

Er blijft gezondheidswinst liggen doordat vaccins onvoldoende benut worden Samenvatting Er blijft gezondheidswinst liggen doordat vaccins onvoldoende benut worden Nieuwe biotechnologische methoden, met name DNA-technieken, hebben de vaccinontwikkeling verbeterd en versneld. Met

Nadere informatie

Werkblad beschrijving interventie. MAN tot MAN

Werkblad beschrijving interventie. MAN tot MAN Werkblad beschrijving interventie MAN tot MAN Gebruik de handleiding bij dit werkblad www.nji.nl/jeugdinterventies of www.loketgezondleven.nl/kwaliteit-van-interventies/beoordeling (vanaf 1 juni 2009 beschikbaar)

Nadere informatie

Seksueel Overdraagbare Aandoeningen (SOA) Rubriekhouder: Mw. dr. I. van den Broek, (RIVM)(2008-2014)

Seksueel Overdraagbare Aandoeningen (SOA) Rubriekhouder: Mw. dr. I. van den Broek, (RIVM)(2008-2014) Seksueel Overdraagbare Aandoeningen (SOA) Rubriekhouder: Mw. dr. I. van den Broek, (RIVM)(2008-2014) Inleiding Seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA) zijn naast luchtweg-, maagdarm- en urineweginfecties

Nadere informatie

Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw

Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw Beschrijving resultaten onderzoek biseksualiteit AmsterdamPinkPanel Oktober 2014 Joris Blaauw Dit document beschrijft kort de bevindingen uit het onderzoek over biseksualiteit van het AmsterdamPinkPanel.

Nadere informatie

Transitie en transformatie van de zorg voor jeugd

Transitie en transformatie van de zorg voor jeugd Transitie en transformatie van de zorg voor jeugd Een geslaagde transformatie & transitie? Vanaf januari 2015 worden gemeenten verantwoordelijk voor het preventieve en curatieve jeugdbeleid. Hieronder

Nadere informatie

Gezond meedoen in Sittard-Geleen. Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014

Gezond meedoen in Sittard-Geleen. Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014 Gezond meedoen in Sittard-Geleen Samenvatting Lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 214 Dit is de samenvatting van het lokaal rapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 214 Een nieuwe kijk

Nadere informatie

Wakker worden! Aandacht nodig voor toename HIV in Den Haag

Wakker worden! Aandacht nodig voor toename HIV in Den Haag 2 epidemiologisch bulletin, 4, jaargang 39, nummer 1 Wakker worden! Aandacht nodig voor toename HIV in Den Haag A.P. van Leeuwen Medio 3 verschenen in de landelijke pers berichten over de explosieve toename

Nadere informatie

Deze informatie is bestemd voor mensen die mee willen doen aan het AMPrEP project.

Deze informatie is bestemd voor mensen die mee willen doen aan het AMPrEP project. Deze informatie is bestemd voor mensen die mee willen doen aan het AMPrEP project. U kunt deze informatie ook vinden op de website van de soa poli van de GGD Amsterdam. Wat is het AMPrEP project? AMPrEP

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 22 juni 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 22 juni 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Geachte leden van de commissie,

Geachte leden van de commissie, Bezoekadres Stadhuis, Amstel 1 1011 PN AMSTERDAM Postbus 202 1000 AE AMSTERDAM Telefoon 020 552 2608 Fax 020 552 2255 Teksttelefoon 020 620 9279 www.amsterdam.nl Eric van der Burg wethouder Retouradres:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 22 894 Preventiebeleid voor de volksgezondheid Nr. 130 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie