WETENSCHAPPELIJK TIJDSCHRIFT ALBERT SCHWEITZER ZIEKENHUIS

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "WETENSCHAPPELIJK TIJDSCHRIFT ALBERT SCHWEITZER ZIEKENHUIS"

Transcriptie

1 WETENSCHAPPELIJK TIJDSCHRIFT ALBERT SCHWEITZER ZIEKENHUIS JAARGANG 6 NUMMER 2 NOVEMBER 2014 NIET-INVASIEVE THUIS- BEADEMING BIJ COPD 02 EEN ZWARTE NAVEL WETENSCHAPSDAG 2014 WEER EEN SUCCES

2 inhoud Wetenschap in het ASz 8 Agnes Jonkheer 13 Statisticus Sten Willemsen 24 Evert van Velsen 28 Stipendia 36 Joke Bosch 39 Maartje Sier 53 Meinderd Crop 54 Publicaties ASz Verpleegkundig Onderzoek 18 Netty de Graaf en Christaan Theunisse Onderzoeker aan het woord 11 Hanah Rier Column 27 Elles Zock Topklinisch ziekenhuis 34 Ronald Hemerik 48 Wetenschapsdag Diagnose in beeld 44 Jasper Smalberg Boekbespreking 26 Monica van de Ridder 4

3 02 COLOFON WASz is het wetenschappelijk tijdschrift van de Wetenschapscommissie van het Albert Schweitzer ziekenhuis, onderdeel van het Leerhuis. Het blad verschijnt twee keer per jaar. Hoofdredactie Sanne Slegers, AIOS Klinische Fysica Inge Geelen, ANIOS Interne Geneeskunde Marc Kock, Radioloog Fotografie Frederike Slieker Geeske Dijkman Redactionele begeleiding Math de Vaan, Delfgauw Creatie en realisatie Landes Uitgevers, Drachten Redactieadres Albert Schweitzer ziekenhuis afdeling Spoedeisende Hulp Postbus 444, 3300 AK Dordrecht, De redactie behoudt zich het recht voor om brieven en aangeboden artikelen in te korten of niet te plaatsen. GEACHTE LEZER Met trots presenteren wij u het tweede nummer van de zesde jaargang van het Wetenschappelijk tijdschrift van het Albert Schweitzer ziekenhuis, voor het tweede jaar op rij koploper in de AD-top 100! Trots zijn we zeker op alle auteurs en wetenschappers in het ASz, die ook ditmaal vol enthousiasme hun bijdrage aan deze editie hebben geleverd. Veel van deze collega s hebben met dezelfde bevlogenheid de ontwikkelingen in hun onderzoek ook ten gehore gebracht in een mooie voordracht of posterpresentatie op de Wetenschapsdag van het ASz afgelopen juni. Een verslag van deze innoverende middag kunt u teruglezen in dit nummer. Speciale aandacht gaat hierbij uit naar de winnaar van de beste publicatie van 2013, Meindert Crop. In een kort interview vertelt hij hoe zijn artikel tot stand is gekomen. Een goede voorbereiding is het halve werk én het is kwaliteitsbevorderend. Dat vindt wetenschapscoördinator Joke Bosch over onderzoek doen. Ze bespreekt in dit nummer twaalf essentiële stappen bij het verrichten van goed wetenschappelijk mensgebonden onderzoek. Leerzaam voor startende onderzoekers, maar ook ervaren onderzoekers kunnen hier mogelijk hun voordeel mee doen. Verder geeft Sten Willemsen ons handvaten voor het bepalen van een steekproefgrootte bij wetenschappelijk onderzoek. En de fondsenwerver van het ASz - Ronald Hemerik - laat zien op welke manieren hij onderzoekers kan begeleiden bij het binnenhalen van financiering. Nieuw in dit nummer van WASz is, dat we alle onderzoekers die dit jaar een stipendium hebben ontvangen, aan u voorstellen. Ze lichten allemaal kort toe waar ze de financiële ondersteuning aan gaan besteden. Bekend is onze rubriek Onderzoeker aan het woord, waarin we u laten kennismaken met de mens achter onze onderzoekers. Wat drijft ze en hoe typeren ze zichzelf? Dit keer voelen we Hanah Rier stevig aan de tand. Maar we zijn er nog niet, deze editie biedt u nog meer ASz-onderzoek. Zo heeft Agnes Jonkheer in ons ziekenhuis de bereidwilligheid onderzocht om iemand belangeloos te helpen. Verder wordt verslag gedaan van het op dit moment testen van een nieuw zorgpad rond ileostoma s en wordt ook het effect bestudeerd van niet invasieve thuisbeademing bij COPD-patiënten op kwaliteit van leven en aantal ziekenhuisopnames. Deze wetenschappelijke onderwerpen en nog tal van andere, vindt u op de volgende pagina s. Maar als eerste stellen we u hierna voor aan Jurgen Riedl. Hij is de nieuwe voorzitter van de wetenschapscommissie en heeft in juni dit jaar het stokje overgenomen van Marc Kock. Al met al ligt er een gevarieerd nummer voor u. Namens de wetenschapscommissie wensen wij u veel leesplezier! De hoofdredactie Sanne Slegers, Inge Geelen, Marc Kock Bezoek ook de WASz-pagina op intranet voor eerdere edities en aanvullende informatie Albert Schweitzer Ziekenhuis. Overname van artikelen uitsluitend na overleg met de redactie. 5

4 TOPKLINISCH ZIEKENHUIS Onderzoek doen, meer dan een moetje! Als kersverse voorzitter van de wetenschapscommissie is het uiteraard mijn genoegen een voorwoord aan een ieder te mogen richten. Bij onderzoek doen komen een aantal woorden in mij op: gedrevenheid, passie, kennis, geld, tijd, samenwerking, teleurstelling, succes en publicaties. Eigenlijk allemaal zaken, die de revue passeerden tijdens mijn eigen promotie (toch alweer een paar jaren geleden ). Gedrevenheid en passie zijn essentiële ingrediënten voor het doen van onderzoek. Onderzoek doen omdat het moet, is volgens mij gedoemd te mislukken. Het dient te gebeuren uit eigen visie, drijfveer en initiatief. Kennis. Uiteraard kan de wetenschapscommissie, het ziekenhuis en het Leerhuis je faciliteren bij een heleboel zaken. Zo biedt het Leerhuis allerlei cursussen aan, zoals een GCP-training, een cursus wetenschappelijk schrijven in het Engels en vele andere cursussen. Daarnaast hebben we in het ASz een vast inloopspreekuur bij een statisticus. Op Intranet staat alle relevante informatie die je nodig hebt als je onderzoek doet of wil gaan doen. Voor vragen over het opzetten en doen van wetenschappelijk onderzoek kun je altijd terecht bij onze wetenschapscoördinator Dr. Joke Bosch. Een mailtje naar kan je ook verder helpen. Geld en tijd. Voor het doen van onderzoek heb je vaak tijd en geld nodig. Vooral in deze tijden van bezuinigingen is geld vaak een uitdaging. Dat hoeft niet altijd slecht te zijn. De gelimiteerde geldvoorziening dwingt ons om keuzes te maken. En dan is onderzoek waar de patiënt aantoonbaar direct of indirect baat bij heeft een verantwoorde keuze. Het ziekenhuis heeft stipendia beschikbaar voor het doen van onderzoek. Bezoek het intranet van het ziekenhuis voor meer informatie hierover en lees er verderop in dit blad over. Wees trouwens snel met een aanvraag, want de deadline voor de aankomende ronde is al in januari 2015! Denk Jurgen Riedl Jurgen Riedl is voorzitter van de Wetenschapscommissie. ook aan de fondsenwerver (Ronald Hemerik), die je met raad en daad terzijde staat bij het verwerven van nieuwe geldstromen. Samenwerking. Onderzoek doe je zelden alleen. Zo kun je inspiratie opdoen of mogelijke (multidisciplinaire) samenwerking zoeken tijdens één van de vele wetenschapslunches die worden georganiseerd. Daarnaast is er natuurlijk de jaarlijkse Wetenschapsdag, waar je mensen kennis kunt laten nemen van jouw onderzoekspassie. Wees ook voorbereid op teleurstellingen, want onderzoek doen is niet altijd makkelijk. Een grote tip is wel, om het onderzoek altijd te publiceren (negatieve resultaten zijn ook data!), want het ultieme succes is toch wel die PubMEDpublicatie! 7

5 WETENSCHAP IN HET ASz Not all who wander are lost A research on the effects of rewards on prosocial behaviour Agnes Jonkheer deed psychologisch onderzoek naar sociaal hulpvaardig gedrag van medewerkers. In het bijzonder keek ze naar de invloed van ongelijke beloning op pro-sociaal gedrag. Agnes heeft haar data verzameld met behulp van een veldonderzoek onder medewerkers van het Albert Schweitzer ziekenhuis. In dit artikel zet ze haar onderzoek uiteen. Op afgelopen Wetenschapsdag won Agnes met haar onderzoek de prijs voor beste presentatie. Mijn onderzoek bouwt verder op een reeks lopende psychologische onderzoeken uitgevoerd door Tilburg University, Cornell University en Dartmouth College. In deze onderzoeken is het effect van ongelijke beloning op prosociaal gedrag onderzocht in een laboratorium. Tijdens de laboratoriumonderzoeken ontvingen deelnemers, afhankelijk van de conditie, een beloning voor hun prestaties op diverse computertaken. In alle condities werd overwegend eenzelfde beloning gegeven aan de deelnemers, de manipulatie echter zat in de beleving van de beloning. Een deel van de deelnemers ontving een beloning en kreeg te horen dat andere deelnemers meer, dan wel minder, kregen voor eenzelfde prestatie. Na afloop van de computertaken en het uitgeven van de beloning werden de deelnemers heimelijk getest op prosociaal gedrag. In de diverse laboratoriumonderzoeken werden deelnemers onder andere getest op hun bereidheid tot het helpen van de experimentleider met het oprapen van pennen en hun bereidheid tot doneren aan een goed doel en het verrichten van vrijwilligerswerk. Eerder onderzoek Uit de psychologische experimenten van Austin en Walster (1975) is gebleken, dat mensen streven naar een gevoel van gelijkheid, zij beschreven dat als equity-with-the-worldtheorie. Deze theorie stelt dat gevoelens van ongelijkheid en onrechtvaardigheid effect hebben op het actieve handelen van mensen en dat getracht wordt om deze gevoelens van ongelijkheid te elimineren. Deze handelingen Agnes Jonkheer Agnes Jonkheer is coördinator Facilitaire ondersteuning in het Albert Schweitzer ziekenhuis. hebben verstrekkende gevolgen op onze sociale relaties en persoonlijke situaties. Onze bezorgdheid om ongelijkheid in de wereld speelt een grote rol in ons leven en zou afstammen van onze evolutionaire erfenis. Brosnan en de Waal (2003) toonden zelfs aan dat primaten (kapucijnapen) vergelijkingen maken tussen hun eigen beloningen en die van hun soortgenoten voor gelijke handelingen. Brosman en de Waal stellen dat het vergelijken van inspanning en beloning van dusdanig evolutionair belang is, dat mensen een aversie jegens ongelijkheid hebben ontwikkeld. Hypothese en experiment In de laboratoriumonderzoeken en in het mijn onderzoek was de equity-with-the-world-theorie de onderliggende basis voor het formuleren van de hypothese. De verwachting is dat mensen die ten onrechte meer profiteren van een situatie zich pro-socialer zullen opstellen om gevoelens van ongelijkheid uit te balanceren. Voor dit onderzoek heb ik daarom de volgende hypothese geformuleerd: 8

6 WETENSCHAP IN HET ASz H1: People will act more prosocially when they feel like they are over-rewarded, than when they feel like they have been fairly-rewarded in a situation. In mijn experiment heb ik het effect onderzocht van beloning op de bereidheid tot het helpen van een verdwaalde bezoeker van ons ziekenhuis. In totaal hebben 149 medewerkers van drie locaties van het ziekenhuis meegedaan aan het onderzoek. Onderzoeksmethode De 149 medewerkers van ons ziekenhuis zijn op drie locaties geworven als participanten gedurende het onderzoek. Medewerkers kregen te horen dat de kennis over Albert Schweitzer getest werd en hen werd gevraagd een enquête in te vullen met vragen over Albert Schweitzer. Nadat de deelnemers de enquête hadden ingeleverd kregen ze - afhankelijk van de conditie waarin ze zaten - een beloning voor het meedoen aan het onderzoek. Deze conditie is als volgt onderverdeeld. De neutrale conditie: deelnemers in deze conditie kregen te horen dat ze een notitieboekje als bedankje kregen voor hun deelname aan het onderzoek. De meer-dan-anderen conditie: de deelnemers in deze conditie kregen te horen dat ze een notitieboekje en een pen kregen als bedankje voor hun deelname aan het onderzoek. Er is sterk benadrukt dat de deelnemers in deze groep erg veel geluk hadden omdat andere deelnemers geen pen hadden gekregen. De minder-dan-anderen conditie: de deelnemers in deze conditie kregen te horen dat de anderen een pen en een notitieboekje kregen als dank voor hun inzet, maar dat de pennen op waren en dat ze jammer genoeg pech hadden en alleen een notitieboekje kregen. De enquête diende het daadwerkelijke onderzoek te verhullen: het sociaal hulpvaardig gedrag dat de deelnemers vertoonden nadat mensen een beloning hadden gekregen. Om specifieker te zijn, de bereidheid tot het helpen van een verdwaalde bezoeker van het ziekenhuis werd onderzocht, nadat een deelnemer een beloning had gekregen die groter, dan wel kleiner was dan die van de andere deelnemers. Nadat de deelnemers de enquête hadden ingeleverd en de beloning hadden ontvangen, werd het pro-sociale gedrag van de deelnemers getest in de slachtoffer-situatie. Nadat de deelnemers hun beloning hadden gekregen werden zij geconfronteerd met een verdwaalde vrouwelijke bezoeker. De deelnemers werden geconfronteerd met een Figuur 1. Score op pro-sociaal gedrag per conditie Figuur 2. Score op pro-sociaal gedrag per beroepsgroep vrouw in het ziekenhuis, die deed alsof ze aan de telefoon zat en daarbij hardop zei: Ik kan de afdeling niet vinden, het is ook zo n groot ziekenhuis en ik ben verdwaald. De vrouw zorgde ervoor dat ze altijd binnen hoor- en kijkafstand van de deelnemers was. Om kort samen te vatten: in dit onderzoek zijn deelnemers in het geheim getest op hun bereidheid tot het helpen van een verdwaalde bezoeker, nadat de deelnemers hebben geprofiteerd van een ongelijke beloning. Er werd verwacht dat deelnemers zich socialer zouden gedragen door gevoelens van ongelijkheid. De resultaten Voor de uiteindelijke resultaten zijn de gegevens van 141 deelnemers (96 vrouwen, 39 mannen en 6 onbekend) geanalyseerd. De belangrijkste variabele in de analyse was de score op pro-sociaal gedrag. Deelnemers scoorde op prosociaal gedrag, indien zij één of meerdere van de volgende gedragingen vertoonden: het aanbieden van hulp aan de verdwaalde bezoeker, de weg wijzen aan de verdwaalde 9

7 WETENSCHAP IN HET ASz bezoeker of de bezoeker escorteren naar de gezochte afdeling. In totaal hebben 38 deelnemers (26,95% van het totaal) van de uiteindelijke analyse gescoord op pro-sociaal gedrag (zie figuur 1). In de neutrale conditie (n = 46) hebben 12 deelnemers gescoord op pro-sociaal gedrag (26,08%). In de minder-dananderen conditie (n = 45) hebben 9 deelnemers gescoord op pro-sociaal gedrag (20%). In de meer-dan-anderen conditie (n = 50) hebben in totaal 17 deelnemers gescoord op pro-sociaal gedrag (34%). Om het effect van conditie op de score op pro-sociaal gedrag te testen is een crosstabs- en een regressieanalyse in SPSS uitgevoerd. Een z-test is uitgevoerd om de kolomproporties te vergelijken. De kolomproporties weken niet significant van elkaar af (sig..05), in de verdere analyses is daarom uitgegaan van gelijkwaardige groepen (homogeneity assumption). Echter, de gevonden verschillen tussen de condities waren niet significant (p. =.37, F(1,138) =.808, eta-squared =.006). Op basis van de crosstabsanalyse en de regressieanalyse is geconcludeerd, dat het effect van conditie op de score op pro-sociaal gedrag niet significant is. De resultaten van de scores op pro-sociaal gedrag per beroep zijn te vinden in figuur 2. In totaal zijn er zes beroepscategorieën geanalyseerd: verplegend personeel (n = 31), administratief personeel (n = 19), ondersteunend personeel (n = 48), medisch personeel (n = 9), overige (n = 18) en vrijwilligers (n= 11). De gevonden verschillen per beroepscategorie zijn eveneens niet significant (p. =.144, F (1,134) = 2.158), eta-squared =.016). Discussie Geconcludeerd kan worden, dat er met dit experiment geen significante resultaten zijn gevonden tussen de verschillende condities. Dit wil echter niet zeggen dat statistisch niet-significante resultaten oninteressant zijn. De resultaten van de laboratoriumonderzoeken zijn dat wel en ook de theorie geeft aanleiding om de hypothese verder te onderzoeken. Bedacht moet worden, dat veldonderzoek beperkingen geeft aan de validatie van de resultaten en dat het onzekere en niet te controleren factoren met zich meebrengt, die de resultaten kunnen beïnvloeden. Mogelijk heeft een lage power en hebben random errors bijgedragen aan het Figuur 3. De door de deelnemers in te vullen enquête niet-significante resultaat van dit experiment. Nader onderzoek zou de effecten van deze invloeden kunnen uitsluiten. Referenties Austin, W., & Walster, E. (1975). Equitywith the world: the trans-relational effects of equity and inequity. Sociometry, 38, Brosnan, S. F., & de Waal, F. B. (2003). Monkeys reject unequal pay. Nature,

8 ONDERZOEKER AAN HET WOORD Patiënten delen veel persoonlijke dingen met me Er wordt in het ASz veel onderzoek gedaan door gedreven wetenschappers. Maar wie zijn die collega s, wat drijft ze en hoe typeren ze zichzelf? Om die antwoorden te krijgen, leggen we voor elk nummer van WASz één van hen een aantal vragen voor. Dit keer is het de beurt aan Hánah Rier. Wie ben je? Ik ben Hánah Rier en werk sinds februari 2013 in het Albert Schweitzer ziekenhuis als ANIOS interne geneeskunde. Daarvóór heb ik vanaf oktober 2012 ook mijn oudste coschap interne geneeskunde in het ASz gedaan. Vanaf 1 januari 2014 ben ik aangesteld als fulltime onderzoeker. De planning is om dit twee jaar te doen. Met welk onderzoek ben je bezig? Op het moment ben ik bezig met een prospectieve trial: Improvement Onco Geriatric Care Albert Schweitzer hospital (IOCAS). Hiervoor wordt samengewerkt met de afdeling Geriatrie, Radiologie, het Klinisch chemisch lab en de vakgroepen Haematologie en Oncologie. Daarnaast ben ik ook bezig om van deze studie een multicenter trial te maken. Daarvoor is er op het moment al een goede samenwerking met het VuMC te Amsterdam en het Erasmus MC te Rotterdam. Hánah Rier Hánah Rier is 27 jaar. Ze is ANIOS interne geneeskunde in het Albert Schweitzer ziekenhuis. De onderzoeksgroep: - Marieke Meinardi (Geriatrie) - Marc Kock (Radiologie) - Eric Vermeer (Klinisch chemisch lab) - Mark-David Levin (Interne Geneeskunde) Waar gaat het onderzoek over? Het is een studie naar het effect van chemotherapie op de kwaliteit van leven en het lichamelijk functioneren bij ouderen (> 65 jaar). In de ouderenpopulatie kunnen er verschillen optreden in lichamelijke reserve, die niet corresponderen met de werkelijke leeftijd. Hierdoor kan het zijn dat deze mensen de chemotherapie minder goed doorstaan, bijvoorbeeld door het optreden van veel toxiciteit en een verminderend dagelijks functioneren. Wij onderzoeken wat de voorspellende waarde van geriatrisch onderzoek voorafgaand aan chemotherapie is voor het optreden van chemotoxiciteit en overall survival. Het geriatrische onderzoek in deze studie bestaat uit klinische, radiologische en biologische parameters. Uit de literatuur weten we dat een verminderde spiermassa, sarcopenie genaamd, mogelijk geassocieerd is met een slechte overleving en het optreden van chemotoxiciteit. De spiermassa van een patiënt kan gemeten worden op een CT-scan. Momenteel zijn hierover nog weinig prospectieve trials. Naast het verzamelen van klinische gegevens, zoals cognitief functioneren, voedingsstatus en mobiliteit, wordt de spiermassa van elke patiënt in kaart gebracht in samenwerking met de afdeling Radiologie. De gegevens worden gerelateerd aan de overleving en het beloop van chemotherapeutische behandeling. Ik ben trouwens ook nog betrokken bij twee retrospectieve studies, waarbij we het effect van verminderde spiermassa op de overleving wordt onderzocht. Waarom ben je ooit aan onderzoek begonnen? Voordat ik geneeskunde ging studeren heb ik een jaar biomedische wetenschappen gestudeerd en dat vond ik erg leuk. Hierdoor heb ik altijd affiniteit gehad met wetenschappelijk onderzoek. Ik heb altijd al aan een grote trial willen meewerken (of deze opzetten). Ik had niet verwacht dat dit zo vroeg op mijn pad zou komen, omdat ik nog maar zo kort werk als ANIOS Interne Geneeskunde. Maar Mark-David Levin vroeg mij voor dit onderzoek en omdat dit onderwerp me heel erg aanspreekt, besloot ik mijn taken als ANIOS te staken om fulltime onderzoek te doen. De uitkomsten van dit onderzoek zie ik als zeer relevant voor de patiëntenzorg, zowel nu als in de toekomst. Ik hoop Oncoloog te worden en dan zou dit een erg mooi aandachtsgebied binnen de oncologie zijn. Het is dus ook iets waar ik misschien wel mijn hele carrière actief in kan zijn. 11

9 ONDERZOEKER AAN HET WOORD Beschrijf eens hoe je dag als onderzoeker eruit ziet. Dagelijks regel ik eerst de nodige zaken om eventuele patiënten te includeren die die dag de poli interne geneeskunde bezoeken. Daarna heb ik verschillende dingen te doen. Ongeveer een kwart van mijn tijd besteed ik aan patiëntcontact in studieverband, resulterend in gemiddeld twee middagen in de week. Inmiddels heb ik ongeveer zestig patiënten op deze manier geïncludeerd. Ik besteed één dagdeel per week aan de radiologische data, dat wil zeggen, het analyseren van de spiermassa op CT-scans. De rest van de tijd ben ik bezig met de retrospectieve studies. Vind je onderzoek doen leuk? Het meest enthousiast word ik van de onderzoekspoli, vanwege het contact met patiënten. Als het onderwerp me goed ligt vind ik retrospectief onderzoek en data-analyse leuk. Je bent dan echt nieuwsgierig naar de uitkomsten. Momenteel is dat zeker het geval. Heb je publicaties op je naam staan? Nog niet, die zijn nog in de maak. Ik ben bezig met een case-report, dat is bijna klaar. En met het huidige onderzoek gaan we bijna beginnen met de eerste analyses. Wie is jouw inspiratiebron? Ik heb geen specifieke inspiratiebron, althans niet in persoon. Mijn inspiratie komt uit het klinische werk. Als ik terugdenk aan de tijd dat ik als ANIOS interne geneeskunde visite liep op B3 of familiegesprekken voerde, dan weet ik weer waarom ik mee wilde werken aan dit onderzoek. En tijdens de gesprekken met patiënten op de onderzoekspoli weet ik waarom ik ermee door moet gaan. Wat zijn de eigenschappen van een goede onderzoeker? Nieuwsgierig zijn en kritisch. Doorzettingsvermogen hebben. En gepassioneerd en secuur zijn. Wat is de gouden tip voor het starten van onderzoek? Voordat je ergens aan begint moet je goed hebben nagedacht over de vraagstellingen en moet je op de hoogte zijn van de beschikbare literatuur. Daarnaast moet er ook gekeken worden of het onderzoek haalbaar is. Als de capaciteit om alle gegevens te verzamelen en te verwerken er niet is, dan gaat het niet lukken. Aan je daadwerkelijke onderzoek gaat dus al een studie vooraf! Beschrijf jezelf in vijf woorden. Eerlijk, recht door zee, pragmatisch, nauwkeurig en vrolijk. Welk onderzoek zou jij willen overdoen? Geen, ik zou wel graag een onderzoek dat recent verschenen is zelf ook willen uitvoeren. Dit onderzoek beschrijft een grote RCT naar de invloed van neo-adjuvante behandeling met herceptin op de overleving van patiënten met borstkanker. Als ik moet kiezen.. Prospectief of retrospectief? Allebei, eerst de prospectieve trial opzetten en als die loopt retrospectief onderzoek doen. En dan liefst naar dezelfde vraagstellingen. De industrie als sponsor of een stipendium? Lastig. Hier heb ik weinig ervaring mee. Maar als ik moet kiezen, zou ik toch voor een stipendium gaan, zo blijft het onderzoek belangeloos. Grote onderzoeksgroep of soloactie? Een onderzoeksgroep, zodat je kunt overleggen. Ik grap wel eens: je moet een onderzoeker niet in zijn eentje achter een computer verstoppen. Daarnaast is het ook goed om laagdrempelig een frisse kijk op elkaars onderzoek te hebben. Academisch of perifeer? Als arts heb ik geen werkervaring in de academie, dus dat kan ik nog niet beoordelen. Maar een perifeer ziekenhuis bevalt erg goed! Jij bent de baas van het METC, welk onderzoek moet dan echt uitgevoerd worden? De studie die bij de vorige vraag is beschreven. En uiteraard onderzoeken die op mijn huidige studie lijken. Wat is je meest frustrerende moment geweest tijdens je onderzoek? Ik ben nog pas zes maanden bezig, maar tot nu toe heb ik gemerkt dat het me frustreert als er een aantal patiënten achter elkaar uit de trial vallen. Dat is heel normaal, maar wel jammer. En wat was het allerleukste moment? Het zijn eigenlijk twee dingen en ze keren ook telkens terug. Ten eerste als ik een goede band opbouw met de patiënten op de onderzoekspoli. Ik heb veel tijd voor ze en ze delen veel persoonlijke dingen met me. Ten tweede de brainstormsessies met Mark-David Levin, waarin we helemaal enthousiast worden over onze plannen. Als ik iets specifieks moet kiezen, dan is dat een patiënt op de poli met wie ik een bijzonder gesprek heb gevoerd. Helaas kan ik niet op de details ingaan, maar het kwam erop neer dat de patiënt aan mij uitlegde waarom het onderzoek voor hem veel betekende. En dat is nou precies het doel. Wat heeft onderzoek in jouw leven voor je gedaan? Je leert nieuwe kanten van jezelf kennen tijdens het doen van onderzoek. Verder nog niet zoveel op dit moment, maar uiteindelijk hoop ik dat het me een veelzijdiger arts maakt. 12

10 WETENSCHAP IN HET ASz Bepaling van de steekproefgrootte Statistiek speelt een belangrijke rol bij medisch wetenschappelijk onderzoek. Sterker nog, het is onmisbaar. Sinds een paar jaar is er iedere dinsdag een statisticus van het Erasmus MC beschikbaar voor onderzoekers van het ASz. In dit artikel legt één van hen - Sten Willemsen - uit hoe je de juiste steekproefgrootte voor een onderzoek bepaalt. Inleiding Hoe sterk de conclusies zijn die je uit je onderzoek mag trekken, hangt sterk af van het aantal patiënten dat aan het onderzoek heeft deelgenomen. Wanneer de steekproef te klein is zal er onvoldoende bewijs worden verkregen om conclusies te trekken. Wanneer hij echter onnodig groot is worden geld, tijd en andere middelen verspild. Een verkeerde steekproefomvang heeft ook ethische bezwaren, zo kunnen er bijvoorbeeld onnodig veel patiënten worden blootgesteld aan een inferieure behandeling. Bij het opzetten van een klinische studie is het daarom van belang om van tevoren goed na te denken over de omvang van de te gebruiken steekproef. Als een protocol moet worden goedgekeurd door bijvoorbeeld de Medisch Ethische Toetsingscommissie, zal dit ook een van de aspecten zijn waarop gelet zal worden. De manier waarop de steekproefomvang bepaald wordt, hangt af van het doel van de studie. Er kan hierin onderscheid worden gemaakt tussen studies waarin geprobeerd wordt om een bepaald effect zo goed mogelijk te schatten en studies waarin je met behulp van statistiek een bepaalde (nul)hypothese wilt toetsen. Ik begin met de eerste soort studie, omdat hierbij de bepaling van de steekproefomvang het eenvoudigst is. Steekproefomvang bepalen aan de hand van de precisie In medisch onderzoek wordt meestal niet de hele populatie waarin men geïnteresseerd is onderzocht, maar beperkt het onderzoek zich tot een willekeurige steekproef hieruit. Omdat de steekproef, door allerlei toevalligheden, verschilt van de hele populatie is er onzekerheid en zal de schatting waarschijnlijk verschillen van datgene dat je wilt schatten. Naarmate de steekproef groter wordt zullen je schatters echter steeds nauwkeuriger zijn (dit is de wet van de grote aantallen). De vraag is nu, hoe groot de steekproef moet zijn die je nodig hebt, voor een voldoende grote Sten Willemsen Sten Willemsen is statisticus bij het Erasmus MC. Op dinsdagen is hij ook in het Albert Schweitzer ziekenhuis beschikbaar voor deskundig advies over statistiek bij medisch onderzoek. nauwkeurigheid. Voor de meeste schatters is deze onzekerheid door middel van een formule weer te geven. Als je dus kunt aangeven hoe groot dit verschil met een bepaalde zekerheid mag zijn, is ook te berekenen hoe groot de steekproef moet zijn. Stel dat we de gemiddelde reductie in een pijnscore willen onderzoeken van patiënten die een bepaalde behandeling hebben ondergaan. We gaan er van uit, dat de gemiddelde reductie op een bepaalde schaal μ punten bedraagt. De behandeling werkt echter niet voor alle patiënten even goed. Voor sommige patiënten zal de reductie meer dan μ punten bedragen en voor andere minder. De spreiding in de score is uit te drukken in de standaarddeviatie σ. Wanneer we van een n-aantal patiënten de reductie bepalen en hiervan het steekproefgemiddelde uitrekenen, zal dat waarschijnlijk niet precies gelijk zijn aan μ maar hier iets van afwijken. Deze afwijking zal echter met 95% zekerheid niet groter zijn dan ongeveer: =2. Wanneer we dus weten hoe groot de variatie is in de behandeluitkomst kunnen we uitrekenen hoe groot de steekproef moet zijn, zodat we redelijk zeker kunnen zijn dat de schattingen die we in het onderzoek verkrijgen, niet al te veel van de werkelijke waarden zullen afwijken. 13

11 WETENSCHAP IN HET ASz Steekproefomvang bepalen aan de hand van de power Een andere manier van het bepalen van de steekproefomvang is, om deze zo te kiezen dat de power voor een toets groot genoeg is. Om goed duidelijk te kunnen maken wat hiermee bedoeld wordt, zal ik eerst kort ingaan op enkele concepten van het statistisch toetsen. Het begrip power wordt geïllustreerd in Tabel 1. Als we een hypothese (H0) willen toetsen, kan deze waar of niet waar zijn. Tegelijkertijd kan de hypothese verworpen worden of niet. Dit geeft dus vier mogelijke uitkomsten. Bij het toetsen kunnen twee soorten fouten worden gemaakt. Wanneer de nulhypothese verworpen wordt wanneer deze waar is, noemt men dit een type I fout. Wanneer de nulhypothese niet verworpen wordt wanneer deze niet waar is, heet dit een type II fout. De kans op een type I fout wordt ook wel de omvang van de toets genoemd. Deze wordt meestal aangeduid met α. De kans op een type II fout duidt men dan aan met β. De power (of in het Nederlands, het onderscheidend vermogen) is de kans om de nulhypothese te verwerpen wanneer deze niet waar is, dit is dus 1 β. De power is de kans dat de studie positief is. Bij de opzet van een onderzoek probeert men de power zo groot mogelijk te maken, terwijl men de kans op een type I fout niet te groot laat worden. Omdat een type I fout ernstiger wordt gevonden dan een type II fout, wordt in de praktijk vaak gewerkt met α van 5% en β van 10% of 20%. Tabel 1. Soorten fouten bij statistisch toetsen H 0 waar H 0 niet-waar Verwerp H 0 Valspositief H 0 terecht (type I fout) verworpen Kans α Verwerp H 0 niet H 0 terecht niet Vals negatief verworpen (type II fout) Kans β Figuur 1 hiernaast, illustreert het bovenstaande op een andere manier. We nemen weer het bovenstaande voorbeeld over de pijnscore. Stel dat we willen toetsen of de reductie van de pijnscore nul is. We kunnen deze hypothese verwerpen bij α=5%, wanneer er in de steekproef gemiddeld een reductie groter dan: =1.96 of een stijging van de pijn groter dan:. Figuur 1. Verdeling van de toetsingsgrootheid onder de nul- en alternatieve hypothese Stel nu dat we vinden, dat een reductie van 4 klinisch relevant is en dat we deze met zeker 80% zekerheid willen kunnen aantonen. Met andere woorden 80% van de kansmassa van de verdeling onder Ha, moet boven de (bovenste) kritische grens van de verdeling onder de nulhypothese liggen. Het blijkt dat we de minimale n waarvoor dit het geval is, kunnen vinden met de volgende formule: Formule 1: 2 2 Kansverdeling onder H0 Waarbij σ de standaarddeviatie van de uitkomst, δ de verwachte afwijking van de pijnscore van de waarde waarmee we hem willen vergelijken en =( een factor, die afhangt van de kans op een type I (α) en type II (β) fout die we aanvaardbaar achten. In Tabel 2 staan waarden van deze factor voor verschillende αs en βs. Wanneer de power bijvoorbeeld 80% moet zijn en het significantieniveau 5%, zal deze factor 7.8 bedragen. Uit de bovenstaande formule wordt duidelijk dat de steekproefomvang wordt bepaald door het aan te tonen verschil en de spreiding. Wanneer je een twee keer zo groot effect wilt aantonen, is daar een vier maal zo grote steekproef voor nodig. Bij de opzet van een onderzoek is het dus zaak om van tevoren na te denken over welk effect nog klinisch relevant is. Voor de spreiding kan je je baseren op eerdere studies die zijn gedaan of klinische expertise. Als je echt geen idee hebt, zou het raadzaam kunnen zijn om een pilotstudie uit te voeren. Kansverdeling onder Ha 14

12 WETENSCHAP IN HET ASz Tabel 2. Waarden van de factor =( + in de formule voor de steekproefomvang β (1- power) α 20 % 10 % 10 % 6,2 8,6 5 % 7,8 10,5 1 % 11,7 14,9 een statisticus te raadplegen. In het ASz is elke dinsdag iemand aanwezig die je met de berekening van de steekproefomvang of andere statistische problemen kan helpen. Om een afspraak te maken kun je mailen met Uitval Bij het bepalen van de benodigde steekproefgrootte is het raadzaam om ook rekening te houden met uitval (drop-out) van patiënten tijdens de studie. Het drop-out-percentage kan enorm verschillen tussen verschillende soorten studies en hangt af van zaken als de doorlooptijd van de patiënten belasting. Een uitval van twintig procent is niet ongewoon. Het is eenvoudig om een gevonden steekproefomvang n te corrigeren voor de uitval. Wanneer de uitval een fractie u bedraagt, berekenen we de aangepaste steekproefgrootte als: = 1. Tot slot In dit artikel heb ik kort besproken waarom het belangrijk is om de steekproefomvang van een onderzoek vooraf vast te stellen. Omdat er heel veel verschillende soorten onderzoek met verschillende soorten uitkomsten zijn, is het hier niet mogelijk dit allemaal in detail te behandelen. De hier besproken principes zijn echter algemeen geldig. Voor veel standaard onderzoeksopzetten bestaan formules voor de steekproefgrootte (die veelal lijken op de hierboven gegeven formule voor de steekproefomvang). Wanneer je de juiste formule gevonden hebt, kun je bijvoorbeeld met Excel eenvoudig de berekeningen uitvoeren. Er bestaan ook verschillende computerprogramma s en websites die je kunnen helpen met de bepaling van de steekproefomvang. Een gratis programma dat aan te raden is is GPower (http://www.gpower.hhu.de/). In veel situaties maken deze programma's geen gebruik van benaderende formules, maar kunnen ze exacte berekeningen uitvoeren. Wanneer de opzet van het onderzoek ingewikkelder wordt, zijn er niet altijd standaardformules voorhanden. Een simulatiestudie is dan een andere mogelijkheid om de steekproefomvang te bepalen. Het is in dit geval zeker raadzaam om 15

13 VERPLEEGKUNDIG ONDERZOEK Eerste resultaten van een pilot-onderzoek binnen een netwerk van multidisciplinaire en transmurale samenwerking, behandeling en begeleiding Niet Invasieve Beademing Thuis (NIBT) bij patiënten met zeer ernstig COPD Binnen ons ziekenhuis bestaat sinds 2012 een samenwerking tussen de vakgroepen Intensive Care en Longgeneeskunde, rondom het inzetten van Niet Invasieve Beademing Thuis (NIBT) bij patiënten met zeer ernstig COPD. Patiënten met een forse ziektelast of frequente ziekenhuisopnames, of patiënten die bekend zijn in het longtransplantatietraject, komen in aanmerking voor deze aanvullende behandeling. In de samenwerking tussen beide vakgroepen wordt onderzocht of NIBT mét uitgebreide begeleiding vanuit Longgeneeskunde, Intensive Care en thuiszorg, leidt tot verbetering van kwaliteit van leven en minder COPDgerelateerde ziekenhuisopnames. In dit artikel beschrijven Netty de Graaf, Christiaan Theunisse, Huibert Ponssen en David Cheung de eerste resultaten en conclusies sinds de start van het onderzoek. Netty de Graaf en Christiaan Theunisse De onderzoeksgroep Netty de Graaf (verpleegkundig specialist Longgeneeskunde) Christiaan Theunisse (ventilation practitioner Intensive Care) Huibert Ponssen (intensivist) David Cheung (longarts) Allen werkzaam in het Albert Schweitzer ziekenhuis. Methode Patiënten die geselecteerd worden voor NIBT zijn altijd onder behandeling van één van de longartsen in het ASz. De indicatie voor NIBT wordt gesteld door de longarts, de verpleegkundig specialist of beiden. Daarna begint een fase van voorbereiding. Hierin wordt een klinische slaapregistratie (PSG) afgenomen om de indicatie verzekeringstechnisch rond te krijgen. Bij een Apneu Hypopneu Index (AHI) >5 wordt een bipap aangevraagd. De patiënt wordt geïnformeerd met een folder en een telefonisch of poliklinisch consult. De patiënt wordt vervolgens overgedragen aan de intensivist, de ventilation practitioner of beiden. Zij roepen de patiënt op voor een 24-uurs opname op de High Care (HC). Doel van deze opname is om de patiënt in alle rust te laten wennen aan het beademingsapparaat. Ook wordt dan de meest comfortabele drukinstelling gezocht. Tijdens het starten van NIBT worden de volgende vragenlijsten afgenomen: Clinical COPD Questionnaire (CCQ), Hospital Anxiety and Depression Scale (HADS) en de Medical Research Council (MRC) dyspnoe schaal. Tevens worden bloedgassen (capillair) bepaald. Als de patiënt na deze opname met ontslag gaat, wordt deze na één of twee dagen gebeld door de verpleegkundig specialist Longgeneeskunde of de ventilation practitioner. Ook wordt een longverpleegkundige van thuiszorginstelling Internos of Rivas ingeschakeld. Deze verpleegkundigen zijn opgeleid tot het begeleiden van NIBT-patiënten. Ze begeleiden de patiënt in de thuissituatie. Bij problemen of vragen zijn er directe lijnen tussen de eerste en tweede lijn en tussen de Intensive Care en Longgeneeskunde. Als patiënten het idee hebben dat hun drukinstelling niet optimaal is, kan dat thuis bijgesteld worden of komen ze met het apparaat naar de polikliniek. De drukinstellingen worden voor het comfort van de patiënten langzaam opgehoogd. Begin-instellingen zijn meestal 8/4 cm H 2 O, daarmee gaan de patiënten naar huis. Voordeel is dat pa- 18

14 VERPLEEGKUNDIG ONDERZOEK tiënt dan kan wennen aan het apparaat en het masker. Na een aantal weken tot maanden worden de drukken zo nodig opgehoogd aan de hand van ervaringen en CO2- waarden uit de capillaire bloedgassen tot maximaal 14/7 cm H 2 O. Na zes weken, drie maanden en daarna jaarlijks wordt er geëvalueerd. Dit gebeurt met het afnemen van de volgende vragenlijsten: Clinical COPD Questionnaire (CCQ), Hospital Anxiety and Depression Scale (HADS), de Medical Research Council (MRC) dyspnoe schaal en een zelf ontworpen evaluatieformulier NIBT. Tevens worden bloedgassen (capillair) bepaald. In de evaluatie is het comfort en de kwaliteit van leven van de patiënt de belangrijkste parameter. Als deze paramater positief beïnvloed is door NIBT, dan zal overgegaan worden tot een definitieve behandeling. Is er geen verbetering dan zal de behandeling gestopt worden. Resultaten In totaal zijn sinds de start van het onderzoek 59 patiënten aangemeld voor NIBT. Van deze groep zijn 17 patiënten niet gestart. De redenen waren de volgende: 10 van hen hadden een te lage Apneu Hypopneu Index (AHI), waardoor het starten verzekeringstechnisch niet mogelijk was, 4 van hen overleden vlak vóór de start en 3 patiënten zijn niet gestart, omdat ze angstig waren voor het apparaat. Uiteindelijk zijn 42 patiënten daadwerkelijk met NIBT begonnen. Bij 100% van deze groep was de diagnose COPD gold 3 of 4. De gemiddelde leeftijd in de groep is 64 jaar, met een spreiding van jaar. Eén patiënt heeft binnen het jaar een longtransplantatie ondergaan. Vier patiënten zijn overleden, waarvan drie binnen één jaar. In totaal hebben 19 patiënten tijdens deze evaluatie > 1 jaar NIBT, één patiënt hiervan is na dit jaar overleden. Met deze evaluatie includeren we deze 19 patiënten. Scorelijsten kwaliteit van leven De gemiddelde MRC dyspnoe score (grafiek 1) bij de 0- meting was 4,3 (met een spreiding van 3-5 en een mediaan van 5). Na één jaar is de gemiddelde MRC dyspnoe score gedaald naar 3,7 (met een spreiding van 2-5 en een mediaan van 4). Grafiek 2. CCQ score De gemiddelde score van de CCQ (grafiek 2) was bij de 0-meting 3,4. Na één jaar was deze gedaald naar 3,0. De gemiddelde HADS score (grafiek 3) op het domein angst, was met de 0-meting 8,2 (met een spreiding van 2-13 en met een mediaan van 9). De score op het domein depressieve klachten was 9,0 (met een spreiding van 2-16 en een mediaan van 8). De gemiddelde HADS score op het domein angst was na één jaar gedaald naar 6,9 (met een spreiding van 0-19 en een mediaan van 6). Op het domein depressieve klachten was deze score eveneens gedaald naar 6,8 (met een spreiding van 1-21 en een mediaan van 5,5). Grafiek 3. HADS score Opnames Het totaal aantal opnames één jaar vóór NIBT was 39 (grafiek 4). Eén jaar na de start van NIBT lag het aantal opnames op 16, dit is een afname van 59% (N=19). Het totaal aantal opnamedagen (grafiek 5) één jaar voor aanvang van NIBT is 388 dagen. Eén jaar na NIBT is dit 170 dagen, een afname van 44%. Grafiek 4. Totaal aantal opnames vóór en na de start van NIBT Grafiek 1. MRC dyspnoe score 19

15 VERPLEEGKUNDIG ONDERZOEK Grafiek 5. Totaal aantal opnamedagen vóór en na de start van NIBT Ervaringen NIBT Bij het onderdeel algemene ervaringen zien we dat 53% van de patiënten de kwaliteit van de nachtrust (grafiek 6) duidelijk beter vindt en dat 37% van de patiënten dit enigszins beter vindt. Er zijn geen patiënten die de kwaliteit van de nachtrust verslechterd vinden. Verder voelt 68% zich beter uitgerust, ervaart 47% minder opstartproblemen, 32% minder exacerbaties, 32% een betere ademhaling en is 32% van de patiënten meer in staat iets te ondernemen. Over het algemeen (grafiek 7) beoordeelt 89% van de patiënten NIBT als positief tot zeer positief. Grafiek 7. Algemene ervaringen NIBT één jaar na de start van NIBT Bij deze groep zien we in de scorelijsten de MRC-dyspnoe score iets verbeteren, de CCQ score eveneens en datzelfde geldt voor de angst- en depressiescore. De ervaringen rondom NIBT met intensieve begeleiding, zijn bij vrijwel alle patiënten positief. De nachtrust is beter door het slapen met de beademing, patiënten voelen zich beter uitgerust, en voelen zich meer in staat om overdag iets te ondernemen. En als laatste zien we dat het aantal opnames (en opnamedagen) met exacerbaties COPD, het jaar na het starten van NIBT met intensieve begeleiding, sterk is afgenomen ten opzichte van een jaar vóór het instellen op thuisbeademing. Deze evaluatie nodigt uit om voor deze groep COPD-patiënten door te gaan met het instellen van NIBT met intensieve begeleiding. We zien dat het netwerk van multidisciplinaire samenwerking tussen Longgeneeskunde, Intensive Care en thuiszorg (figuur 1) leidt een toename van de kwaliteit van leven en een positieve ervaring met NIBT bij deze patiëntengroep. Grafiek 6. Kwaliteit nachtrust één jaar na de start van NIBT Bloedgassen In deze evaluatie is geen verbetering vastgesteld van de bloedgassen. De bloedgassen zijn niet verder geanalyseerd, omdat het doel van dit onderzoek vooral gericht is op de kwaliteit van leven. Conclusie Van de 59 aangemelde patiënten zijn uiteindelijk 42 patiënten daadwerkelijk gestart. Een groot gedeelte (10 van de 17) kon helaas om verzekeringstechnische redenen niet starten. De 19 patiënten die zijn geïncludeerd in deze evaluatie hebben al minimaal een jaar NIBT. Dit is de eerste evaluatie voor deze groep NIBT-patienten. Inmiddels zijn er gesprekken met het LUMC om op dit gebied gezamenlijk wetenschappelijk onderzoek te doen. Referenties Veldnorm Chronische beademing. Versie 1.0. Vereniging Samenwerkingsverband Chronische Ademhalingsondersteuning Richtlijn non-invasieve beademing tijdens acute respiratoire insufficiëntie bij COPD. CBO juli Struik FM, et al. Nocturnal non-invasive ventilation in COPD patients with prolonged hypercapnia after ventilatory support for acute respiratory failure: a randomised, controlled, parallel-group study. Thorax 2014; 69:

16 VERPLEEGKUNDIG ONDERZOEK Figuur 1. Netwerkbehandeling en -begeleiding NIBT-patiënt 21

17 WETENSCHAP IN HET ASz Een klinische praktijkstudie GLP-1-analogen en insuline bij patiënten met diabetes mellitus type 2 Sinds 2009 zijn glucagon-like peptide 1 (GLP-1) analogen in Nederland goedgekeurd voor de behandeling van patiënten met diabetes mellitus type 2 en een BMI 35 kg/m2. Bekend is ook dat GLP-1 analogen leiden tot een verbeterde glycaemische controle en gewichtsverlies bij patiënten die al insuline gebruiken. Deze combinatie wordt in Nederland echter niet vergoed. In de klinische praktijk bleek echter een aantal van deze patiënten hier wel voordeel van te hebben. Bij Interne Geneeskunde/Diabetes Centrum van het ASz is men daarom in 2010 gestart met het bijhouden van de gegevens van patiënten die startten met een GLP-1- analoog. Analyse van deze gegevens zou aan het licht kunnen brengen of het starten van een GLP-1-analoog bij patiënten die al insuline gebruikten, kon leiden tot het geheel stoppen van het gebruik van insuline, dan wel tot een reductie van de benodigde hoeveelheid insuline. Evert van Velsen van de afdeling Interne Geneeskunde doet in dit artikel verslag van dit relevante onderzoek. Introductie De prevalentie van overgewicht en obesitas neemt wereldwijd toe. Parallel hieraan neemt ook de prevalentie van diabetes mellitus type 2 toe.[1] Momenteel heeft ongeveer 47% van de Nederlandse volwassenen overgewicht en is 12% obees.[1] Ongeveer 23% van de patiënten met morbide obesitas heeft diabetes mellitus type 2.[2] Behandeling van diabetes is essentieel in het voorkomen van sterfte en lange termijn complicaties zoals retinopathie, nefropathie en neuropathie. Conventionele medicamenteuze behandeling van diabetes mellitus type 2 leidt alleen gedeeltelijk tot een adequate glycaemische controle en reductie van het cardiovasculaire risico.[3] Behandeling met de gevestigde orale glucoseverlagende medicatie en insulinetherapie, kan leiden tot gewichtstoename, wat de metabole controle verder belemmerd. Evert van Velsen Evert van Velsen is AIOS Interne Geneeskunde in het Albert Schweitzer ziekenhuis. De onderzoeksgroep Evert van Velsen (AIOS Interne Geneeskunde) Ruud van Leendert (internist) dr. Rosalie Kiewiet-Kemper (internist-endocrinoloog) Jos Lamers (diabetesverpleegkundige) Valerie Blok (diabetesverpleegkundige) Recent is nieuwe glucoseverlagende medicatie aan het repertoire toegevoegd, de glucagon-like peptide 1 (GLP-1) analogen. Voorbeelden zijn exenatide (Byetta, Bydureon ) en liraglutide (Victoza ). GLP-1-analogen zijn peptidehormonen, die normaal gesproken worden afgegeven door het maagdarmkanaal als reactie op voedselinname. De GLP-1 secretie neemt proportioneel toe met de hoeveelheid nutriënten die in de darm aankomen. GLP-1 reguleert allerlei processen rondom de opname van glucose na de maaltijd: het stimuleert de insulineafgifte door β-cellen in het pancreas, het onderdrukt de glucagonafgifte door β-cellen, het vertraagt de maaglediging en het wekt een verzadigingsgevoel op.[4] Klinische studies hebben laten zien dat GLP-1-analogen effectief zijn in het verbeteren van de glucoseregulatie bij patiënten met een voorafgaande suboptimale controle met één of meer orale glucose-verlagende medicijnen.[5] Tevens blijkt uit een aantal studies dat GLP-1-analogen leiden tot verbeterde glycaemische controle en gewichtsverlies bij patiënten die al insuline gebruiken.[6-10] Recent is de combinatie van GLP1-analogen en langwerkende insuline goedgekeurd door zowel de Amerikaanse FDA als de Europese EMA op basis van de eerder 24

18 WETENSCHAP IN HET ASz genoemde studies. Sinds 2009 zijn GLP1-analogen goedgekeurd in Nederland voor de behandeling van patiënten met diabetes mellitus type 2, een BMI 35 kg/m2 en een inadequate glycaemische controle terwijl ze een maximaal verdraagbare dosering orale glucoseverlagende medicatie gebruiken. De combinatie van insuline en een GLP-1-analoog wordt niet vergoed in Nederland. Bij meerdere patiënten in de klinische praktijk zagen we echter dat het starten van een GLP-1-analoog bij patiënten die al insuline gebruikten, leidt tot betere glycaemische controle, gewichtsreductie en een verlaging of het staken van de totale dagelijkse insulinedosis. Daarom is het mogelijk dat de huidige Nederlandse richtlijn leidt tot het niet beschikbaar zijn van een effectieve therapie. In een klinische setting hebben we daarom het effect van het toevoegen van een GLP-1-analoog onderzocht bij patiënten met insuline afhankelijke diabetes mellitus type 2 met betrekking tot de glycaemische controle, het gewicht en de totale insuline dosis. Onderzoeksmethoden Vanaf april 2010 hebben we alle patiënten die startten met een GLP-1-analoog (exenatide of liraglutide) via de Interne Geneeskunde/Diabetes Centrum geïncludeerd. Alle patiënten hadden diabetes mellitus type 2, waren tenminste 18 jaar, hadden een suboptimale glycaemische controle ondanks maximaal verdraagbare dosering orale glucoseverlagende medicatie, gebruikten insuline, en hadden een BMI 35 kg/m2. Op het moment van starten met het GLP-1-analoog, werd de insulinedosering aangepast, dat wil zeggen de dosering langwerkende insuline werd gehalveerd terwijl de dosering kortwerkende insuline helemaal werd gestaakt. Bij het starten, na drie, na zes en na twaalf maanden, werden zowel het HbA1c als het gewicht geregistreerd. Ditzelfde werd gedaan voor het medicatie gebruik, maar dan werd het meetpunt na drie maanden overgeslagen. Er werd gebruikt gemaakt van longitudinale analyse om het effect van de behandeling op HbA1c, gewicht en insuline dosering te bestuderen. Resultaten Gedurende de periode april 2010 tot mei 2012 hebben we 125 patiënten kunnen includeren met een gemiddelde leeftijd van 59,3 jaar waarbij 49% vrouw was. De overige karakteristieken van de studiepopulatie kunnen worden gevonden in Tabel 1. Zowel het HbA1c als het gewicht daalde significant na zowel drie, zes als twaalf maanden ten opzichte van het startpunt (p 0.001), waarbij de daling in de eerste drie maanden het grootst was. Zowel na zes als na twaalf maanden was er een significante afname voor wat betreft de totale dagelijkse insulinedosis vergeleken met het startpunt (-75.0EH en -75.4EH respectievelijk; p<0.001). Daarnaast konden 36 patiënten (29%) na zes en 42 patiënten (34%) na twaalf maanden helemaal stoppen met insuline. Gedurende de studie stopten 19 patiënten (15%) met de GLP-1- analoog vanwege inadequate glycaemische controle, terwijl 5 patiënten (4%) stopten vanwege te heftige bijwerkingen. Figuur 1. De grafiek toont het beloop van het aantal eenheden insuline over de tijd. Tabel 1. Karakteristieken van de studiepopulatie. Totaal (n=125) Leeftijd (jaren) 59.3 ± 10.0 Gewicht (kg) ± 19.1 BMI (kg/m2) 41.5 ± 5.1 HbA1c (%) 8.4 ± 1.2 HbA1c (mmol/mol) 68.3 ± 12.6 Insulinedosis (EH) 114 ± 68 Duur van diabetes (jaren) 12.6 ± 7.5 Conclusie We hebben met onze studie laten zien dat ook patiënten met insuline-afhankelijke diabetes mellitus type 2 baat hebben van een GLP-1-analoog, want ondanks een significante reductie of het staken van de insuline, daalden het HbA1c en het gewicht significant. Ons onderzoek zou daarom een reden kunnen zijn om de huidige vergoedingsrichtlijn aan te passen en GLP-1-analogen ook beschikbaar te maken voor patiënten met diabetes mellitus type 2 die al insuline gebruiken. Referenties [1] Schokker DF, Visscher TL, Nooyens AC, van Baak MA, Seidell JC. Prevalence of overweight and obesity in the Netherlands. Obesity reviews : an official journal of the International Association for the Study of Obesity. 2007; 8: [2] Hofso D, Jenssen T, Hager H, Roislien J, Hjelmesaeth J. Fasting plasma glucose in the screening for type 2 diabetes in morbidly obese subjects. Obesity surgery. 2010; 20: [3] Liebl A, Mata M, Eschwege E. Evaluation of risk factors for development of complications in Type II diabetes in Europe. Diabetologia. 2002; 45: S23-28 [4] Arulmozhi DK, Portha B. GLP-1 based therapy for type 2 diabetes. European journal of pharmaceutical sciences : official journal of the European Federation for Pharmaceutical Sciences. 2006; 28:

19 WETENSCHAP IN HET ASz [5] Shyangdan DS, Royle P, Clar C, Sharma P, Waugh N, Snaith A. Glucagon-like peptide analogues for type 2 diabetes mellitus. The Cochrane database of systematic reviews. 2011: CD [6] Lane W, Weinrib S, Rappaport J. The effect of liraglutide added to U-500 insulin in patients with type 2 diabetes and high insulin requirements. Diabetes technology & therapeutics. 2011; 13: [7] Lind M, Jendle J, Torffvit O, Lager I. Glucagon-like peptide 1 (GLP-1) analogue combined with insulin reduces HbA1c and weight with low risk of hypoglycemia and high treatment satisfaction. Primary care diabetes. 2012; 6: [8] Nayak UA, Govindan J, Baskar V, Kalupahana D, Singh BM. Exenatide therapy in insulin-treated type 2 diabetes and obesity. QJM : monthly journal of the Association of Physicians. 2010; 103: [9] Thong KY, Jose B, Sukumar N, et al. Safety, efficacy and tolerability of exenatide in combination with insulin in the Association of British Clinical Diabetologists nationwide exenatide audit*. Diabetes, obesity & metabolism. 2011; 13: [10] Yoon NM, Cavaghan MK, Brunelle RL, Roach P. Exenatide added to insulin therapy: a retrospective review of clinical practice over two years in an academic endocrinology outpatient setting. Clinical therapeutics. 2009; 31: In 250 woorden In het vorige nummer van WASz zijn we een nieuwe rubriek gestart: een boekbespreking. Monica van de Ridder was bereid om vanuit haar deskundigheid de rubriek voor haar rekening te nemen. In dit nummer van WASz bespreekt ze opnieuw haar boekselectie. Azer, S. A. (Ed.) (2013). Making Sense of Clinical Teaching: A Hands-on Guide to Success. 238 pagina s. CRC Press. Voor wie is dit boek bedoeld? Voor supervisors (specialisten, arts-assistenten, oudste coassistenten) en werkbegeleiders (verpleegkundigen) die opleiden op de werkvloer. Maar ook voor degenen die zelf opgeleid worden. In het voorwoord van dit boek wordt de doelgroep omschreven als. teachers who want to reach their potential and achieve excellence in their profession. Monica van de Ridder Monica van de Ridder is onderwijskundige van het Leerhuis van het Albert Schweitzer ziekenhuis. Waar gaat het over? In dertien hoofdstukken leveren veertig auteurs - allen clinici - korte praktische bijdragen over bijvoorbeeld: Hoe motiveer je studenten? Hoe kun je samenwerking bevorderen? Hoe moedig je het kritisch nadenken aan? Hoe verbeter je je eigen onderwijsvaardigheden? Het boek richt zich dus niet alleen op het ontwikkelen van studenten, maar ook op het ontwikkelen van eigen onderwijsvaardigheden van clinici: Hoe maak ik als docent leiderschap in onderwijs zichtbaar? Hoe kan ik mijn eigen onderwijsvaardigheden verbeteren? Elk deelhoofdstuk start met een onderwijs-gerelateerde case study, gevolgd door sleutelvragen die aan de hand van de betreffende casus worden beantwoord. De auteurs gaan in op bevindingen uit de literatuur die over het onderwerp bekend zijn. Stapsgewijs schetsen ze een actieplan waarin ze beschrijven hoe je kunt handelen in een bepaalde onderwijssituatie. Take-home-messages en referenties sluiten een deelhoofdstuk af. Waarom aangeschaft? Het boek geeft op een leesbare manier, korte en praktische handvatten over hoe goed op te leiden op de werkvloer. Het sluit aan bij de beoogde opleidingscultuur van een STZ-ziekenhuis. Door de beknoptheid leest het boekje prettig en de hoofdstukjes zetten aan tot nadenken hoe je onderwijsprocessen kunt verbeteren. 26

20 Walsh, K. (Ed.) (2013). Oxford Textbook of Medical Education. 784 pagina s. Oxford University Press Voor wie is dit boek bedoeld? Voor medewerkers die zich willen verdiepen in medisch-onderwijskundige ontwikkelingen en de achtergronden hiervan beter willen begrijpen. Het boek is bruikbaar voor arts-assistenten, opleiders, en verpleegkundigen die een onderwijs-gerelateerde presentatie geven. Waar gaat het over? De 61 hoofdstukken zijn over 11 thema s verdeeld: het curriculum in de basisopleiding, de identiteitsvorming van lerenden tijdens de opleiding, het geven/ontvangen van onderwijs, supervisie, verschillende stadia binnen het medisch onderwijs, selectie van studenten, toetsing, kwaliteitszorg, onderzoek van onderwijs, internationalisering en medisch onderwijs, en de toekomst van medisch onderwijs. Veel aandacht gaat naar toetsing (14 hoofdstukken): hoe zet je standaarden, hoe kies je toetsinstrumenten, hoe toets je professionaliteit? Over het geven/ontvangen van onderwijs gaan negen hoofdstukken: Hoe leren mensen in de klinische setting, welke studievaardigheden hebben lerenden nodig? Daarnaast worden diverse werkvormen besproken. Vijf hoofdstukken gaan over de CanMEDS-compentie Scholarship. Diverse auteurs gaan in op kwalitatief en kwantitatief onderzoek in medisch onderwijs, publiceren, en op theoretische perspectieven die in onderzoek gebruikt worden. Het thema supervisie (zes hoofdstukken) behandelt wat onder onderwijssupervisie wordt verstaan, hoe je patiënten kunt betrekken bij het onderwijs, en de rol die de arts-assistent in supervisie van coassistenten kan spelen. Waarom aangeschaft? Dit basishandboek biedt een overzicht van het medisch onderwijskundig veld, en het is een waardevolle aanvulling op de huidige collectie. Als het ASz zich als onderwijsinstelling wil profileren is het belangrijk dat medewerkers ook kennis hebben van déze literatuur. Dit leidt tot betekenisvol onderwijzen in de dagelijkse praktijk, betere patiëntenzorg en de ontwikkeling van het ASz naar een lerende organisatie. Promotieleven Ik kan mij niet heugen dat ik voor een tentamen gezakt ben. Nou, het moest er in 2014 blijkbaar van komen. In feite was het één van de minst moeilijke tentamens (BROK-cursus) van dit promotietraject. En daar zak ik tweemaal voor! De eerste keer had ik 1% score te weinig en de tweede keer 2%. Niet te vergeten dat het een open boek-tentamen betrof. Aan het einde van beide tentamens moest je invullen hoe lang je gestudeerd had voor dit tentamen: 1 uur, 2 uur, 4 uur of 1 dag. Mijn antwoord stond er niet tussen: ik had er namelijk 4 dagen aan gezeten..! Kortom, ik ging toch een beetje aan mijzelf twijfelen. Hoe kon mij dit gebeuren, is mijn IQ wel toereikend? Ik kende alle wetten, richtlijnen en gedragsregels rond onderzoek uit mijn hoofd. Bij navraag hoe dit kon gebeuren, kreeg ik van de UvA het antwoord dat ik waarschijnlijk te veel geleerd had. Lekker makkelijk antwoord en wat schiet ik daar mee op. Maar toch, ik COLUMN Elles Zock Elles Zock is physician assistant op de afdeling Neurologie van het Albert Schweitzer ziekenhuis en doet promotieonderzoek. In deze column deelt ze het wel en wee van het promoveren met ons. moest het de derde keer wel halen. Hoe dan ook was mijn strategie niet succesvol. En daar ging langzaamaan het kwartje vallen. Ik ben goed in heel veel theorie leren, maar heb er een handje van om de laatste vertaalslag, of de nog openstaande onduidelijkheden te laten zitten. Dan heb ik dus dagen zitten studeren, maar heb ik er eigenlijk niet eens rustig over nagedacht. Daar kwam ik nu dus blijkbaar niet meer mee weg. Gelukkig heb ik het tentamen de derde keer ruimschoots gehaald! Sinds de laatste column is er veel werk verzet. Ik heb twee artikelen geschreven. Het artikel van de studie die we gepresenteerd hebben op het European Stroke Congres (Factors influencing help-seeking behavior after stroke onset), is op dit moment in submission. Een tweede artikel (First reaction after stroke) wordt op dit moment afgerond. Het is een zijlijn-studie van een grote gerandomiseerde multicenterstudie van het AMC [PASS-studie]. In eerste instantie lagen deze data op de plank en vond ik ze niet zo bijzonder, totdat mijn twee copromotoren van hun stoel vielen toen ik dit zei. Daar zat drie jaar werk in! Ik heb dat dus maar snel opgepakt. De eerste resultaten zijn erg mooi en ondersteunen onze hypothese: 45% van de beroerte-patiënten onderneemt het eerste uur geen actie en 30% van de patiënten die de situatie wel herkenden als een beroerte, wachtten het eerste uur af. Kennis over de alarmsymptomen zal mensen niet per definitie eerder 112 doen laten bellen. De vraag is dan ook hoe zinvol een nieuwe beroerte-campagne is, die zich alleen richt op het verbeteren van kennis over een beroerte. Verder onderzoek naar andere factoren die deze vertraging veroorzaken, zal volgend jaar worden gestart. Met dit onderzoeksvoorstel hebben we gelukkig weer een stipendium gekregen. Het komend half jaar begin ik met het schrijven van de systematic review en maak ik een start met de kosten-effectiviteitsanalyse van de gerandomiseerde multicenter studie van het AMC. Tot de volgende column! Elles Zock 27

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting 119 120 Samenvatting 121 Inleiding Vermoeidheid is een veel voorkomende klacht bij de ziekte sarcoïdose en is geassocieerd met een verminderde kwaliteit van leven. In de literatuur

Nadere informatie

Disclosure belangen spreker

Disclosure belangen spreker Effectiveness of case management in the reduction of COPD re-admissions: results of a pilot study Annelies E. van Eeden, Ingrid van de Poll, Gertrud van Vulpen, Tim Roldaan, Wies Wagenaar, Melinde Boland,

Nadere informatie

Bij gebrek aan bewijs

Bij gebrek aan bewijs Bij gebrek aan bewijs kennis is macht! internet in de spreekkamer P.A. Flach Bedrijfsarts Arbo- en milieudienst RuG 09-10-2006 1 3 onderdelen 1. Wat is EBM 2. Zoeken in PubMed 3. Beoordelen van de resultaten

Nadere informatie

Welke behandeling voor obese type 2 patiënten? Gewoon insuline?

Welke behandeling voor obese type 2 patiënten? Gewoon insuline? Welke behandeling voor obese type 2 patiënten? Gewoon insuline? Joost Hoekstra, internist, AMC Potentiële belangenverstrengeling Klinische Diabetologie AMC ontvangt sponsoring van cq doet projecten met

Nadere informatie

Zelf opzetten en uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek

Zelf opzetten en uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek Zelf opzetten en uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek Zelf opzetten en uitvoeren van wetenschappelijk onderzoek Onder de redactie van Mark D. Levin, internist hematoloog Ton J. Cleophas, hoogleraar

Nadere informatie

10 jaar Reload

10 jaar Reload Terugblik op Netty de Graaf, verpleegkundig specialist longgeneeskunde Albert Schweitzer ziekenhuis Hoe het begon in 2003 2003: landelijke oproep voor deelname aan het Doorbraakproject Ketenzorg COPD onder

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting. Chapter 11

Nederlandse samenvatting. Chapter 11 Nederlandse samenvatting Chapter 11 Chapter 11 Samenvatting Dit proefschrift beschrijft de resultaten van een groot vragenlijstonderzoek over de epidemiologie van chronisch frequente hoofdpijn in de Nederlandse

Nadere informatie

Aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG. Datum 13 maart 2015 GVS rapport 15/04 dulaglutide (Trulicity )

Aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG. Datum 13 maart 2015 GVS rapport 15/04 dulaglutide (Trulicity ) > Retouradres Postbus 320, 1110 AH Diemen Aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ DEN HAAG 0530.2015030019 Zorginstituut Nederland Pakket Eekholt 4 1112 XH Diemen Postbus

Nadere informatie

Klinisch onderzoek bij kinderen en jongeren met kanker. wat is het en hoe werkt het?

Klinisch onderzoek bij kinderen en jongeren met kanker. wat is het en hoe werkt het? Klinisch onderzoek bij kinderen en jongeren met kanker wat is het en hoe werkt het? De behandeling van kinderen en jongeren met kanker vindt meestal plaats in combinatie met een klinisch onderzoek. We

Nadere informatie

Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 131. chapter 10 samenvatting

Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 131. chapter 10 samenvatting Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 131 chapter 10 samenvatting Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 132 Marrit-10-H10 24-06-2008 11:05 Pagina 133 Zaadbalkanker wordt voornamelijk bij jonge mannen vastgesteld

Nadere informatie

Aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ s GRAVENHAGE

Aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ s GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 320, 1110 AH Diemen Aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EJ s GRAVENHAGE 2731.2013089824 Zorginstituut Nederland Pakket Eekholt 4 1112 XH Diemen

Nadere informatie

Van Klacht Naar Kracht deelnemersresultaten april 2010-2011

Van Klacht Naar Kracht deelnemersresultaten april 2010-2011 Feitenkaart Van Klacht Naar Kracht deelnemersresultaten april 010-011 In september 007 is de uitvoering van het Rotterdamse leefstijlprogramma Van Klacht naar Kracht gestart. Het doel van het programma

Nadere informatie

Samenvatting, conclusies en toekomstvisie

Samenvatting, conclusies en toekomstvisie Samenvatting, conclusies en toekomstvisie Overbelasting van Spoedeisende Hulpafdelingen wordt een steeds groter probleem in Nederland. Lange wachttijden zijn het gevolg, met een toegenomen werkdruk voor

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Zowel beleidsmakers en zorgverleners als het algemene publiek zijn zich meer en meer bewust van de essentiële rol van kwaliteitsmeting en - verbetering in het verlenen van

Nadere informatie

COPD Pas ú raait om die rg d o Z 1

COPD Pas ú raait om die rg d o Z 1 COPD Pas Zorg die draait om ú 1 Ik heb COPD In het geval dat ik onwel word: bel 112 bel voor mijn huisarts (0031) In het geval ik nog bij bewustzijn ben maar erg kortademig: Laat u mij mijn puff inhaleren

Nadere informatie

Jaarverslag 2013. Inhoudsopgave. 1. Oprichting van de stichting. 2. Bestuur. 3. Kernactiviteit en doelstellingen. 4.

Jaarverslag 2013. Inhoudsopgave. 1. Oprichting van de stichting. 2. Bestuur. 3. Kernactiviteit en doelstellingen. 4. Jaarverslag 2013 Inhoudsopgave 1. Oprichting van de stichting 2. Bestuur 3. Kernactiviteit en doelstellingen 4. Activiteiten 2013 5. Financieel jaaroverzicht 2013 6. Doelstellingen 2014 7. Begroting 2014

Nadere informatie

SAMENVATTING. Samenvatting

SAMENVATTING. Samenvatting SAMENVATTING. 167 Met de komst van verpleegkundigen gespecialiseerd in palliatieve zorg, die naast de huisarts en verpleegkundigen van de thuiszorg, thuiswonende patiënten bezoeken om te zorgen dat patiënten

Nadere informatie

SAMENVATTING. MVW_proefschrift_170x240_17042013.indd 172

SAMENVATTING. MVW_proefschrift_170x240_17042013.indd 172 SAMENVATTING MVW_proefschrift_170x240_17042013.indd 172 ALIFE@WORK DE EFFECTEN VAN EEN LEEFSTIJLPROGRAMMA MET BEGELEIDING OP AFSTAND VOOR GEWICHTSCONTROLE BIJ WERKNEMERS ACHTERGROND Overgewicht, waarvan

Nadere informatie

Bent u gevraagd voor medisch wetenschappelijk onderzoek?

Bent u gevraagd voor medisch wetenschappelijk onderzoek? Bent u gevraagd voor medisch wetenschappelijk onderzoek? Inhoud Pagina Inleiding... 2 Medisch wetenschappelijk onderzoek... 3 Waarom zou u meedoen... 4 Onderzoeksfasen... 5 Medisch Ethische Commissie...

Nadere informatie

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen.

rapporteerden. Er werden geen verschillen gevonden in schoolprestaties, spijbelgedrag en middelengebruik tussen de verschillende groepen. Samenvatting Samenvatting Depressie en angst zijn de meest voorkomende psychische stoornissen in de adolescentie met een enorme impact op het individu. Veel adolescenten rapporteren depressieve en angst

Nadere informatie

EEN ANALYSE METHODE DE PRAKTIJK

EEN ANALYSE METHODE DE PRAKTIJK EEN ANALYSE METHODE DE PRAKTIJK Ida Wijsman Ida Wijsman, Diabetesverpleegkundige en coördinator zorg Gelre Ziekenhuizen, locatie Zutphen Een analyse methode Het komende anderhalf uur. Het motto! Een analyse

Nadere informatie

hoofdstuk 1 hoofdstuk 2 hoofdstuk 3

hoofdstuk 1 hoofdstuk 2 hoofdstuk 3 SAMENVATTING Dit proefschrift is gewijd aan Bouwen aan Gezondheid : een onderzoek naar de effectiviteit van een leefstijlinterventie voor werknemers in de bouwnijverheid met een verhoogd risico op hart

Nadere informatie

Engelse Verpleegster Gebruikt HeartMath met Multiple Sclerose patiënten

Engelse Verpleegster Gebruikt HeartMath met Multiple Sclerose patiënten Engelse Verpleegster Gebruikt HeartMath met Multiple Sclerose patiënten Een verpleegkundige in Engeland die is gespecialiseerd in patiënten met multiple sclerose / MS voerde een informele studie uit waarbij

Nadere informatie

Examen Data Analyse II - Deel 2

Examen Data Analyse II - Deel 2 Examen Data Analyse II - Deel 2 Tweede Bachelor Biomedische Wetenschappen 10 januari 2011 Naam....................................... 1. De systolische bloeddruk (in mmhg) van 21 mannen is weergegeven

Nadere informatie

Chapter 9. Dutch Summary

Chapter 9. Dutch Summary Chapter 9 Dutch Summary Samenvatting van het proefschrift GLP-1 en de neuroendocriene regulatie van voedsel inname in obesitas en type 2 diabetes: stof tot nadenken Chapter 9 Obesitas en type 2 diabetes

Nadere informatie

Workshop voor apothekers en huisartsen. (on)juiste behandeling met orale bloedsuikerverlagende middelen bij

Workshop voor apothekers en huisartsen. (on)juiste behandeling met orale bloedsuikerverlagende middelen bij Workshop voor apothekers en huisartsen (on)juiste behandeling met orale bloedsuikerverlagende middelen bij Diabetes Mellitus type 2 Voorbeeld Programma Maken van de ingangstoets Bespreking leerdoelen l

Nadere informatie

Kritische reflectie over alternatieve geneeswijzen voor rugpijn

Kritische reflectie over alternatieve geneeswijzen voor rugpijn Kritische reflectie over alternatieve geneeswijzen voor rugpijn N. Fraeyman Maart 2012 1 Scope van de presentatie 1. Afbakening van het onderwerp 2. Alternatieve therapieën en rugpijn 3. Bestuderen van

Nadere informatie

212

212 212 Type 2 diabetes is een chronische aandoening, gekarakteriseerd door verhoogde glucosewaarden (hyperglycemie), die wereldwijd steeds vaker voorkomt (stijgende prevalentie) en geassocieerd is met vele

Nadere informatie

Instellen van thuisbeademing

Instellen van thuisbeademing Instellen van thuisbeademing Inleiding Binnenkort wordt u op afdeling C1, de longafdeling in het Albert Schweitzer ziekenhuis opgenomen voor het instellen van uw thuisbeademingsapparaat. Voorbereiding

Nadere informatie

verpleegafdeling Longgeneeskunde

verpleegafdeling Longgeneeskunde patiënteninformatie verpleegafdeling Longgeneeskunde aanvullende informatie voor COPD-patiënten Opname via de Spoedeisende Hulp Vanwege uw klachten heeft u zich gemeld bij de afdeling Spoedeisende Hulp.

Nadere informatie

Samenvatting voor niet-ingewijden

Samenvatting voor niet-ingewijden voor niet-ingewijden Type 2 diabetes Diabetes is een ernstige chronische ziekte, die wordt gekenmerkt door te hoge glucosespiegels (de suikers ) in het bloed. Er zijn verschillende typen diabetes, waarvan

Nadere informatie

Hardell: mobiel bellen en hersentumoren aan de belzijde

Hardell: mobiel bellen en hersentumoren aan de belzijde Hardell: mobiel bellen en hersentumoren aan de belzijde Kennisbericht over een publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift: Hardell L, Carlberg M, Söderqvist F, Hansson Mild K, Meta-analysis of long-term

Nadere informatie

Diabetes Mellitus type 2 en tabletgebruik. Diabetesteam IJsselland Ziekenhuis

Diabetes Mellitus type 2 en tabletgebruik. Diabetesteam IJsselland Ziekenhuis Diabetes Mellitus type 2 en tabletgebruik Diabetesteam IJsselland Ziekenhuis Wat is diabetes type 2? Diabetes type 2 komt veel bij ouderen voor. Vroeger werd deze vorm daarom ook wel ouderdomssuiker genoemd.

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting

Samenvatting. Samenvatting 100 Samenvatting Cognitieve achteruitgang en depressie komen vaakvooropoudere leeftijd.zijbeïnvloeden de kwaliteit van leven van ouderen in negatieve zin.de komende jaren zalhet aantalouderen in onze maatschappijsneltoenemen.het

Nadere informatie

Standard Operating Procedure

Standard Operating Procedure Standard Operating Procedure SOP: V9 Initiatievisite Auteur Naam: Functie instelling/afdeling Judie van den Elshout Staffunctionaris Wetenschapsbureau Wetenschapsbureau / Cluster Leerhuis Handtekening:...

Nadere informatie

Behandeling van diabetes type 2

Behandeling van diabetes type 2 Behandeling van diabetes type 2 Diabetes type 2 is de meest voorkomende vorm van diabetes: ongeveer negentig procent van de mensen heeft diabetes type 2. Hierbij is vaak sprake van een combinatie van factoren.

Nadere informatie

Voedingsadvies bij Diabetes Mellitus. Bij gebruik van GLP-1-analoog

Voedingsadvies bij Diabetes Mellitus. Bij gebruik van GLP-1-analoog Voedingsadvies bij Diabetes Mellitus Bij gebruik van GLP-1-analoog Aangezien u lijdt aan Diabetes mellitus, type 2 (oftewel ouderdomsdiabetes) én overgewicht hebt, heeft de arts u een behandeling met zogenaamd

Nadere informatie

Chapter 9. Nederlandse samenvatting (Dutch summary)

Chapter 9. Nederlandse samenvatting (Dutch summary) Chapter 9 Nederlandse samenvatting (Dutch summary) Samenvatting Samenvatting Depressie en angst klachten bij Nederlandse patiënten met een chronische nierziekte Het onderwerp van dit proefschrift is depressieve

Nadere informatie

COPD: uw opname van dag tot dag

COPD: uw opname van dag tot dag Longgeneeskunde COPD: uw opname van dag tot dag www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud De opnamedag (dag 0)... 4 Wat gebeurt elke ochtend... 5 Dag 1... 6 Dag 2... 7 Dag 3... 7 Dag 4... 7 Dag 5... 8 Dag 6...

Nadere informatie

Het Huisartsenteam. Gaat verder dan genezen

Het Huisartsenteam. Gaat verder dan genezen Het Huisartsenteam Gaat verder dan genezen Ik heb COPD In het geval ik onwel word: Bel 112 voor een ambulance Bel mijn huisarts: Het Huisartsenteam Gaat verder dan genezen (0031) In het geval ik nog bij

Nadere informatie

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten

De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en. proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten De relatie tussen depressie- en angstsymptomen, diabetesdistress, diabetesregulatie en proactieve copingvaardigheden bij type 2 diabetespatiënten The relationship between depression symptoms, anxiety symptoms,

Nadere informatie

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis

Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Samenvatting Het voorkomen van geneesmiddel gerelateerde problemen bij oudere patiënten met polyfarmacie ontslagen uit het ziekenhuis Hoofdstuk 1 bevat de algemene inleiding van dit proefschrift. Dit hoofdstuk

Nadere informatie

Betere controle van uw diabetes type 2

Betere controle van uw diabetes type 2 MiniMed voor TYPE Betere controle van uw diabetes type 2 met de MiniMed insulinepomp, nu klinisch bewezen 1 DIABETES Is het voor u een uitdaging om uw glucose met dagelijkse injecties onder controle te

Nadere informatie

De behandeling van COPD

De behandeling van COPD PATIËNTEN INFORMATIE De behandeling van COPD op de afdeling Longgeneeskunde van het Maasstad Ziekenhuis 2 PATIËNTENINFORMATIE Inleiding Met deze folder wil het Maasstad Ziekenhuis u informeren over de

Nadere informatie

Cover Page. Author: Smelt, Antonette Title: Treatment of migraine : from clinical trial to general practice Issue Date: 2014-05-14

Cover Page. Author: Smelt, Antonette Title: Treatment of migraine : from clinical trial to general practice Issue Date: 2014-05-14 Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/25761 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Smelt, Antonette Title: Treatment of migraine : from clinical trial to general

Nadere informatie

Chapter 10 Samenvatting

Chapter 10 Samenvatting Chapter 10 Samenvatting Chapter 10 De laatste jaren is de mortaliteit bij patiënten met psychotische aandoeningen gestegen terwijl deze in de algemene populatie per leeftijdscategorie is gedaald. Een belangrijke

Nadere informatie

Meten is weten. ook. bij collum care

Meten is weten. ook. bij collum care Meten is weten ook bij collum care Presentatie door Leny Blonk nurse practitioner orthopedie Alysis zorggroep 1 Meten een dagelijkse bezigheid Leveren van maatwerk 2 Meten een dagelijkse bezigheid Om ons

Nadere informatie

De oudere patiënt met comorbiditeit

De oudere patiënt met comorbiditeit De oudere patiënt met comorbiditeit Dr. Arend Mosterd cardioloog Meander Medisch Centrum, Amersfoort Dr. Irène Oudejans klinisch geriater Elkerliek ziekenhuis, Helmond Hartfalen Prevalentie 85 plussers

Nadere informatie

Overbehandeling Nieuwe behandeling Bloeddrukbehandeling. Sterfte en HbA1c. ACCORD-studie. HbA1c en gezondheidstoestand

Overbehandeling Nieuwe behandeling Bloeddrukbehandeling. Sterfte en HbA1c. ACCORD-studie. HbA1c en gezondheidstoestand Overbehandeling Nieuwe behandeling Bloeddrukbehandeling Is de NHG-Standaard nog up-to-date? MONITORING VAN ONDERBEHANDELING! Simon Verhoeven en Daniel Tavenier MAAR HOE ZIT HET MET OVERBEHANDELING? Sterfte

Nadere informatie

SAMENVATTING SAMENVATTING

SAMENVATTING SAMENVATTING HbA 1c ontstaat door de versuikering van hemoglobine, het belangrijkste bestanddeel van rode bloedcellen. In het bloed bindt een glucosemolecuul (niet-enzymatisch) met een aminozuur van de β-keten van

Nadere informatie

Oefentherapie bij patiënten met knieartrose en comorbiditeit. Mariëtte de Rooij

Oefentherapie bij patiënten met knieartrose en comorbiditeit. Mariëtte de Rooij Oefentherapie bij patiënten met knieartrose en comorbiditeit Mariëtte de Rooij Inhoud Artrose en comorbiditeit Aangepaste oefentherapie bij comorbiditeit Resultaten pilot studie Voorbeeld Conclusie Randomized

Nadere informatie

Interne geneeskunde. Welke voorbereidingen u moet treffen, hangt af van de diabetesbehandeling die u krijgt. Deze folder is ingedeeld in vier versies:

Interne geneeskunde. Welke voorbereidingen u moet treffen, hangt af van de diabetesbehandeling die u krijgt. Deze folder is ingedeeld in vier versies: Interne geneeskunde Diabetes en röntgenonderzoek van de darm Inleiding Binnenkort heeft u een röntgenonderzoek van de dunne of dikke darm. Voor dit onderzoek is het nodig dat u nuchter bent, dus dat u

Nadere informatie

Proeftuinplan: Meten is weten!

Proeftuinplan: Meten is weten! Proeftuinplan: Meten is weten! Toetsen: hoog, laag, vooraf, achteraf? Werkt het nu wel? Middels een wetenschappelijk onderzoek willen we onderzoeken wat de effecten zijn van het verhogen cq. verlagen van

Nadere informatie

Minutenschema zorgprogramma COPD (excl. Astma) 2015-2016

Minutenschema zorgprogramma COPD (excl. Astma) 2015-2016 Minutenschema zorgprogramma COPD (excl. Astma) 2015-2016 Inleiding Het minutenschema voor ketenzorg COPD is gebaseerd op het zorgprofiel voor ketenzorg COPD van de Stichting Ketenkwaliteit COPD uit juni

Nadere informatie

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers

Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers ummery amenvatting Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers 207 Algemene introductie Werkgerelateerde arm-, schouder- en nekklachten zijn al eeuwen

Nadere informatie

Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9. Samenvatting

Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9. Samenvatting Chapter 9 Samenvatting CHAPTER 9 Samenvatting 155 Chapter 9 Samenvatting SAMENVATTING Richtlijnen en protocollen worden ontwikkeld om de variatie van professioneel handelen te reduceren, om kwaliteit van

Nadere informatie

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving Onderzoeksopzet Marktonderzoek Klantbeleving Utrecht, september 2009 1. Inleiding De beleving van de klant ten opzichte van dienstverlening wordt een steeds belangrijker onderwerp in het ontwikkelen van

Nadere informatie

De NVD heet je van harte welkom bij deze sessie!

De NVD heet je van harte welkom bij deze sessie! De NVD heet je van harte welkom bij deze sessie! Angela Fleming en Yvonne Verhulst, Ter Gooi Diëtistendagen 2016 4 De meerwaarde van de diëtist bij de behandeling van de klinische COPD patiënt. Angela

Nadere informatie

Algemene informatie kinderkanker

Algemene informatie kinderkanker Algemene informatie kinderkanker De behandeling van kinderen met kanker is in Nederland gecentraliseerd in 5 kinderkanker (kinderoncologische) centra en 2 beenmergtransplantatie centra. De 5 kinderkanker

Nadere informatie

Kwetsbaarheid bij ouderen: een uitdaging Risicofactoren, meetinstrumenten en samenhangende zorg

Kwetsbaarheid bij ouderen: een uitdaging Risicofactoren, meetinstrumenten en samenhangende zorg Kwetsbaarheid bij ouderen: een uitdaging Risicofactoren, meetinstrumenten en samenhangende zorg In vergrijzende samenlevingen is de zorg voor het toenemende aantal kwetsbare ouderen een grote uitdaging

Nadere informatie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie

Samenvatting Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Beloop van beperkingen in activiteiten bij oudere patiënten met artrose van heup of knie Zoals beschreven in hoofdstuk 1, is artrose een chronische ziekte die vaak voorkomt bij ouderen en in het bijzonder

Nadere informatie

Indeling presentatie

Indeling presentatie Gho-Go COPD ketenzorg avond 10 september 2013 Norbert IJkelenstam Kaderhuisarts astma/copd 1 Indeling presentatie Aandachtspunten vanuit spiegelinformatie 2013 Het begrip ziektelast en de COPD ziektelastmeter

Nadere informatie

- 172 - Prevention of cognitive decline

- 172 - Prevention of cognitive decline Samenvatting - 172 - Prevention of cognitive decline Het percentage ouderen binnen de totale bevolking stijgt, en ook de gemiddelde levensverwachting is toegenomen. Vanwege deze zogenaamde dubbele vergrijzing

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting Sinds enkele decennia is de acute zorg voor brandwondenpatiënten verbeterd, hetgeen heeft geresulteerd in een reductie van de mortaliteit na verbranding, met name van patiënten

Nadere informatie

Onderzoek naar het functioneren van arts-assistenten in ziekenhuizen

Onderzoek naar het functioneren van arts-assistenten in ziekenhuizen Onderzoek naar het functioneren van arts-assistenten in ziekenhuizen BIJLAGE 1 Vragenlijst Vragen die betrekking hebben op de borging van de kwaliteit van de zorg. A. Algemeen Ik werk momenteel als arts

Nadere informatie

Nurse versus physician-led care for the management of asthma

Nurse versus physician-led care for the management of asthma TRAM onderzoek Nurse versus physician-led care for the management of asthma Maarten C Kuethe1, Anja A P H Vaessen-Verberne1, Roy G Elbers2, Wim MC Van Aalderen3 1. Paediatrics, AMPHIA Hospital, Breda,

Nadere informatie

Zorgpad chronische diabeteszorg

Zorgpad chronische diabeteszorg Zorgpad chronische diabeteszorg Zorgpad chronische diabeteszorg U wordt op de polikliniek van het Kennemer Gasthuis begeleid vanwege diabetes mellitus (suikerziekte). Uw internist heeft aangegeven dat

Nadere informatie

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest.

Dit proefschrift presenteert de resultaten van het ALASCA onderzoek wat staat voor Activity and Life After Survival of a Cardiac Arrest. Samenvatting 152 Samenvatting Ieder jaar krijgen in Nederland 16.000 mensen een hartstilstand. Hoofdstuk 1 beschrijft de achtergrond van dit proefschrift. De kans om een hartstilstand te overleven is met

Nadere informatie

Samenvatting R1 R2 R3 R4 R5 R6 R7 R8 R9

Samenvatting R1 R2 R3 R4 R5 R6 R7 R8 R9 SAMENVATTING 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 134 Type 2 diabetes is een veel voorkomende ziekte die een grote impact heeft op zowel degene waarbij

Nadere informatie

HypoBewust: een educatief groepsprogramma met internet voor diabetespatiënten met hypoproblematiek. Een studie naar de kosteneffectiviteit.

HypoBewust: een educatief groepsprogramma met internet voor diabetespatiënten met hypoproblematiek. Een studie naar de kosteneffectiviteit. HypoBewust: een educatief groepsprogramma met internet voor diabetespatiënten met hypoproblematiek. Een studie naar de kosteneffectiviteit. HypoAware: a combined group and online educational program for

Nadere informatie

De kans op arbeidsongeschiktheid bij zelfstandig ondernemers met overgewicht

De kans op arbeidsongeschiktheid bij zelfstandig ondernemers met overgewicht Mag het een onsje meer zijn? De kans op arbeidsongeschiktheid bij zelfstandig ondernemers met overgewicht Viona Lapré- Utama, Marjan Erkamp, Marga van Liere, Cees Geluk Samenvatting Overgewicht komt steeds

Nadere informatie

het psychisch functioneren van de ouder, de tevredenheid van de ouders met de (huwelijks)relatie en de gezinscommunicatie. Een beter functioneren van

het psychisch functioneren van de ouder, de tevredenheid van de ouders met de (huwelijks)relatie en de gezinscommunicatie. Een beter functioneren van 9 Samenvatting 173 174 9 Samenvatting Kanker is een veel voorkomende ziekte. In 2003 werd in Nederland bij meer dan 72.000 mensen kanker vastgesteld. Geschat wordt dat het hier in 9.000 gevallen om mensen

Nadere informatie

Screening en behandeling van psychische problemen via internet. Viola Spek Universiteit van Tilburg

Screening en behandeling van psychische problemen via internet. Viola Spek Universiteit van Tilburg Screening en behandeling van psychische problemen via internet Viola Spek Universiteit van Tilburg Screening en behandeling van psychische problemen via internet Online screening Online behandeling - Effectiviteit

Nadere informatie

Examen Statistiek I Januari 2010 Feedback

Examen Statistiek I Januari 2010 Feedback Examen Statistiek I Januari 2010 Feedback Correcte alternatieven worden door een sterretje aangeduid. 1 Een steekproef van 400 personen bestaat uit 270 mannen en 130 vrouwen. Twee derden van de mannen

Nadere informatie

Muziektherapie in de oncologie

Muziektherapie in de oncologie Muziektherapie in de oncologie Wetenschap en praktijk combineren Tom Abrahams 26 mei 2015 Wat is muziektherapie? Een vorm van vaktherapie Ervaringsgericht Interventies binnen muzikale context Waar wordt

Nadere informatie

Het belang van ziektepercepties voor zelfmanagement COPD als voorbeeld

Het belang van ziektepercepties voor zelfmanagement COPD als voorbeeld Dit factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (Het belang van ziektepercepties voor zelfmanagement COPD als voorbeeld, M. Heijmans, NIVEL, augustus 2013) worden gebruikt.

Nadere informatie

Longgeneeskunde. Pneumonie. www.catharinaziekenhuis.nl

Longgeneeskunde. Pneumonie. www.catharinaziekenhuis.nl Longgeneeskunde Pneumonie www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud De opnamedag... 4 Opname via de Spoedeisende Hulp... 4 Opname via de polikliniek... 4 Op de verpleegafdeling... 4 Wat gebeurt elke ochtend...

Nadere informatie

toetsende statistiek deze week: wat hebben we al geleerd? Frank Busing, Universiteit Leiden

toetsende statistiek deze week: wat hebben we al geleerd? Frank Busing, Universiteit Leiden toetsende statistiek week 1: kansen en random variabelen week 2: de steekproevenverdeling week 3: schatten en toetsen: de z-toets week 4: het toetsen van gemiddelden: de t-toets Moore, McCabe, and Craig.

Nadere informatie

DEZE PAGINA NIET vóór 8.30u OMSLAAN!

DEZE PAGINA NIET vóór 8.30u OMSLAAN! STTISTIEK 1 VERSIE MT15303 1308 1 WGENINGEN UNIVERSITEIT LEERSTOELGROEP MT Tentamen Statistiek 1 (MT-15303) 5 augustus 2013, 8.30-10.30 uur EZE PGIN NIET vóór 8.30u OMSLN! STRT MET INVULLEN VN NM, REGISTRTIENUMMER,

Nadere informatie

WAT IS HYPOGLYKEMIE? 1.1 Inleiding 11 INLEIDING

WAT IS HYPOGLYKEMIE? 1.1 Inleiding 11 INLEIDING HYPOGLEKEMIE_BINNENWERK_48 x 20 (A5) 4-4 3--2 0:2 Pagina WAT IS HYPOGLYKEMIE?. Inleiding Philip Cryer, een vooraanstaand Amerikaans diabetoloog, heeft aangetoond en beschreven dat hypoglykemie de belangrijkste

Nadere informatie

What are we waiting for: doorlooptijden op de SEH

What are we waiting for: doorlooptijden op de SEH What are we waiting for: doorlooptijden op de SEH I.L. Vegting, N. Alam, K. Ghanes, O. Jouini, F. Mulder, M. Vreeburg, T. Biesheuvel J. van Bokhorst, P. Go, M.H.H. Kramer, G.M. Koole 2, P.W.B. Nanayakkara

Nadere informatie

Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten

Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten In dit proefschrift werd de relatie tussen depressie en het risico voor hart- en vaatziekten onderzocht in een groep

Nadere informatie

Onderzoek naar mobiel telefoongebruik

Onderzoek naar mobiel telefoongebruik Onderzoek naar mobiel telefoongebruik en hersenactiviteit Kennisbericht over een publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift: Arns-M, van Luijtelaar-G, Sumich-A, Hamilton-R, Gordon-E. Electroencephalographic,

Nadere informatie

The Symphony triple A study

The Symphony triple A study Patiënten informatie en toestemmingsverklaring The Symphony triple A study USING SYMPHONY AS AN ADJUNCT TO HISTOPATHOLOGIC PARAMETERS WHEN THE DOCTOR IS AMBIVALENT ABOUT THE ADMINISTRATION AND TYPE OF

Nadere informatie

Samenvatting*en*conclusies* *

Samenvatting*en*conclusies* * Samenvatting*en*conclusies* * Kwaliteitscontrole-in-vaatchirurgie.-Samenvattinginhetnederlands. Inditproefschriftstaankwaliteitvanzorgenkwaliteitscontrolebinnende vaatchirurgie zowel vanuit het perspectief

Nadere informatie

Diabetespatiënt voorbereiden onderzoek of behandeling

Diabetespatiënt voorbereiden onderzoek of behandeling Diabetespatiënt voorbereiden onderzoek of behandeling In deze folder geven wij u als diabetespatiënt uitleg over de manier waarop u zich moet voorbereiden op een onderzoek of behandeling. De informatie

Nadere informatie

The Symphony triple A study

The Symphony triple A study Patiënten informatie en toestemmingsverklaring The Symphony triple A study USING SYMPHONY AS AN ADJUNCT TO HISTOPATHOLOGIC PARAMETERS WHEN THE DOCTOR IS AMBIVALENT ABOUT THE ADMINISTRATION AND TYPE OF

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Bij de ontwikkeling van metabole ziekten zoals overgewicht, type 2 diabetes en Anorexia Nervosa spelen omgevingsfactoren zoals dieet en fysieke activiteit een belangrijke rol. Er zijn echter grote individuele

Nadere informatie

FYSIOTHERAPIE. Revalidatieprogramma. voor COPD-patiënten ADVIES

FYSIOTHERAPIE. Revalidatieprogramma. voor COPD-patiënten ADVIES FYSIOTHERAPIE Revalidatieprogramma voor COPD-patiënten ADVIES Revalidatieprogramma voor COPD-patiënten Bij patiënten met een longaandoening is vaak meer aan de hand dan alleen een longziekte. De aandoening

Nadere informatie

Rob Heerdink Universitair Hoofddocent Klinische Farmacoepidemiologie Universiteit Utrecht

Rob Heerdink Universitair Hoofddocent Klinische Farmacoepidemiologie Universiteit Utrecht Hoe vertaal ik resultaten uit de medische literatuur en richtlijnen naar de dagelijkse praktijk? Interpretatie van resultaten van geneesmiddelenonderzoek Rob Heerdink Universitair Hoofddocent Klinische

Nadere informatie

17/04/2013. 1. Epidemiologische studies. Children should not be treated as miniature men and women Abraham Jacobi

17/04/2013. 1. Epidemiologische studies. Children should not be treated as miniature men and women Abraham Jacobi Aanpak en interpretatie van een epidemiologische studie Aanpak en interpretatie van een epidemiologische studie Katia Verhamme, MD, PhD Epidemioloog OLV Ziekenhuis-Aalst Erasmus MC Rotterdam 20 april 2013

Nadere informatie

PATIËNTINFORMATIE STUDIE NAAR HET EFFECT VAN INTRA ARTERIËLE

PATIËNTINFORMATIE STUDIE NAAR HET EFFECT VAN INTRA ARTERIËLE PATIËNTINFORMATIE STUDIE NAAR HET EFFECT VAN INTRA ARTERIËLE BEHANDELING OP DE GEZONDHEIDSTOESTAND BIJ EEN HERSENINFARCT Geachte heer / mevrouw, Wij vragen u vriendelijk om mee te doen aan een medisch

Nadere informatie

Samenvatting Go4it - de effectiviteit van een poliklinische multidisciplinaire groepsbehandeling voor obese adolescenten

Samenvatting Go4it - de effectiviteit van een poliklinische multidisciplinaire groepsbehandeling voor obese adolescenten Go4it - de effectiviteit van een poliklinische multidisciplinaire groepsbehandeling voor obese adolescenten Overgewicht en obesitas onder Nederlandse kinderen en adolescenten zijn een toenemend volksgezondheidsprobleem.

Nadere informatie

Java Project on Periodontal Disease. Periodontal Condition in Relation to Vitamin C, Systemic Conditions and Tooth Loss Amaliya

Java Project on Periodontal Disease. Periodontal Condition in Relation to Vitamin C, Systemic Conditions and Tooth Loss Amaliya Java Project on Periodontal Disease. Periodontal Condition in Relation to Vitamin C, Systemic Conditions and Tooth Loss Amaliya Samenvatting en conclusie In vele studies is een verband aangetoond tussen

Nadere informatie

De verpleegkundige als melder van bijwerkingen?

De verpleegkundige als melder van bijwerkingen? De verpleegkundige als melder van bijwerkingen? Verslag van de resultaten van een enquête maart 2016 De verpleegkundige als melder van bijwerkingen? Samenvatting 3 1 Inleiding 4 2 Enquête 5 3 Resultaten

Nadere informatie

Samenvatting. (Summary in Dutch)

Samenvatting. (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Dit proefschrift gaat over depressie en de behandeling daarvan. Bestudeerd is of een behandeling bestaande uit de combinatie van medicatie en psychotherapie meer effectief

Nadere informatie

Samenvatting Samenvatting

Samenvatting Samenvatting Samenvatting Samenvatting Binnen het domein van hart- en vaatziekten is een bypassoperatie de meest uitgevoerde chirurgische ingreep. Omdat bij een hartoperatie het borstbeen wordt doorgesneden en er meestal

Nadere informatie

Verklarende Statistiek: Toetsen. Zat ik nou in dat kritische gebied of niet?

Verklarende Statistiek: Toetsen. Zat ik nou in dat kritische gebied of niet? Verklarende Statistiek: Toetsen Zat ik nou in dat kritische gebied of niet? Toetsen, Overzicht Nulhypothese - Alternatieve hypothese (voorbeeld: toets voor p = p o in binomiale steekproef) Betrouwbaarheid

Nadere informatie

GEZONDHEID SUBSTANTIEEL VERBETERD

GEZONDHEID SUBSTANTIEEL VERBETERD RESULTATEN ANALYSE 2014 GEZONDHEID SUBSTANTIEEL VERBETERD De Rughuis Methode heeft aangetoond dat de gezondheidstoestand en kwaliteit van leven bij patiënten met chronische rugklachten enorm kan toenemen.

Nadere informatie

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten

Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van. zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten Denken is Doen? De cognitieve representatie van ziekte als determinant van zelfmanagementgedrag bij Nederlandse, Turkse en Marokkaanse patiënten met diabetes mellitus type 2 in de huisartsenpraktijk Thinking

Nadere informatie