HERSTELRECHT IN STRAFZAKEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "HERSTELRECHT IN STRAFZAKEN"

Transcriptie

1 NEDERLANDS JURISTENBLAD HERSTELRECHT IN STRAFZAKEN Drones en privacy Europese rechtspleging Van LJN naar ECLI Meer over verboden verenigingen P JAARGANG 88 5 JULI

2 CONFERENTIE 10 JAAR Speerpunten in het huurrecht bedrijfsruimte Naar aanleiding van het 10 jarig bestaan van het Tijdschrift voor Huurrecht Bedrijfsruimte organiseren redactie en uitgever op 12 november 2013 een conferentie met als thema: Speerpunten in het huurrecht bedrijfsruimte Aan de orde komen onder andere: Gebrekenregeling Oplevering Renovatie door verhuurder Wijzigingen door huurder Exploitatieverplichting Inclusief twee van de volgende workshops naar keuze: Workshop 1 Gebrekenregeling en oplevering mr. E.H.H. Schelhaas (Banning Advocaten) en mw. mr. J.M. Winter-Bossink (Houthoff Buruma) Workshop 2 Renovatie door verhuurder en wijzigingen door huurder mw. mr. I.C.K. Mol (VMBS Advocaten) en mw. mr. K.M. Verdurmen (Fort Advocaten) Workshop 3 Exploitatieverplichting, onderverhuur en indeplaatsstelling mr. T.H.G Steenmetser (Lexence Advocaten en Notarissen) en mr. J.C. Toorman (Gerechtshof Amsterdam) Workshop 4 Huurprijswijziging mr. J.P.H. Jacobs (Bosselaar en Strengers) en mw. mr. S. van der Kamp (Boekel De Nerée) Workshop 5 Huurbeëindiging en vergoedingen mw. mr. N. Eeken (Houthoff Buruma) en mw. mr. A. de Fouw (Bricks Advocaten) Onderverhuur Indeplaatsstelling Huurprijswijziging Huurbeëindiging Vergoedingen Postbus AH Deventer Telefoon november uur Kasteel De Wittenburg, Wassenaar Dagvoorzitter: mw. mr. M.T.H. de Gaay Fortman Gastspreker: de heer J.H.A.S. Biesheuvel, voorzitter MKB Nederland Doelgroep Advocaten, bedrijfsjuristen, professionele verhuurders en huurders, overheden, makelaars, vastgoedadviseurs en rechterlijke macht. Opleidingspunten Advocaten kunnen nu zelf opleidingspunten toekennen aan het volgen van deze conferentie. In voorgaande jaren werd de conferentie door de Nederlandse Orde van Advocaten gehonoreerd met 3 opleidingspunten. Prijs De prijs voor deelname aan deze conferentie bedraagt 595,- per persoon. Abonnees op het Tijdschrift voor Huurrecht Bedrijfsruimte ontvangen een korting van 100,- en betalen 495,- per persoon. De prijs is inclusief een exemplaar van het Handboek Huurrecht Bedrijfsruimte. Aanmelden Voor aanmelden en meer informatie kunt u zich wenden tot de heer F. Meijer. Tel: In deze advertentie genoemde prijzen zijn exclusief btw. Schrijf u in en ontvang het nieuwe handboek Huurrecht Bedrijfsruimte gratis!

3 Inhoud Vooraf Prof. mr. T. Hartlief Crisis? What crisis? Wetenschap Mr. dr. J.A.A.C. Claessen Drs. G.J.P. Zeles LLM Bemiddeling in strafzaken in Maastricht De eerste onderzoeksresultaten Focus Mr. dr. B.W. Schermer Mr. M. van der Heide Privacyrechtelijke aspecten van drones De CRISIS heeft het CONTRACTENRECHT in ieder geval BEREIKT. Zoeken op rechtspraak.nl op 6:258 (onvoorziene omstandigheden) en CRISIS levert de nodige TREFFERS op NEDERLANDS JURISTENBLAD HERSTELRECHT IN STRAFZAKEN Drones en privacy Europese rechtspleging Van LJN naar ECLI Meer over verboden verenigingen P JAARGANG 88 5 JULI Essay Mr. dr. M.F.J.M. de Werd Europese rechtspleging Pagina 1765 O&M Mr. M. van Opijnen Van LJN naar ECLI Vijf prangende vragen Het gevoel van procedurele RECHTVAARDIGHEID is bij DEELNEMERS aan bemiddeling GROTER dan bij DRONES kunnen meer WAARNEMEN dan politieagenten of vaste camera s en het gevaar dat niet-stelselmatige Reacties Prof. mr. J.G. Brouwer Van verboden verenigingen en de openbare orde Mr. dr. G. Molier Naschrift PARTICIPANTEN in een STANDAARD strafrechtelijke AFDOENING Pagina 1772 OBSERVATIE overgaat in stelselmatige observatie is ZONDER duidelijke KADERS en waarborgen GROOT Pagina 1777 Rubrieken Rechtspraak Boeken Tijdschriften Wetgeving Nieuws Universitair nieuws Personalia Agenda 1839 De WERKELIJKHEID is dat wij voor onze EUROPEES- en internationaalrechtelijke KENNIS steeds vaker VERTROUWEN op de FACTOR TOEVAL Pagina 1783 Denken we in ONZE NAÏVITEIT misschien dat MISBRUIK van het vage begrip OPENBARE ORDE alleen in MINDER ontwikkelde rechtsstelsels voorkomt, de anti-monarchistische studente JOANNE weet INMIDDELS In de zomermaanden JULI en AUGUSTUS verschijnt het NJB DRIEWEKELIJKS. AFL. 28 verschijnt op 26 JULI (24 juli online), AFL. 29 komt uit op 16 AUGUSTUS (14 augustus online) en AFL. 30 verschijnt dan op 6 SEPTEMBER waarna de wekelijkse frequentie weer wordt hervat Een ECLI evenwel bevat reeds ZOVEEL INFORMATIE dat daarmee in de meeste CITATIES kan worden VOLSTAAN Pagina 1785 BETER Pagina 1786 ADVOCATEN zullen bij wijze van EXPERIMENT in LETSELSCHADEZAKEN met hun cliënten resultaatsafhankelijke BELONING mogen AFSPREKEN Pagina 1833 Omslag: De verloren zoon Nancy Bauer / Shutterstock.com

4 NEDERLANDS JURISTENBLAD Opgericht in 1925 Eerste redacteur J.C. van Oven Erevoorzitter J.M. Polak Redacteuren Tom Barkhuysen (vz.), Ybo Buruma, Coen Drion, Ton Hartlief, Corien (J.E.J.) Prins, Taru Spronken, Peter J. Wattel Medewerkers Chr.A. Alberdingk Thijm, technologie en recht, Barend Barentsen, sociaal recht (socialezekerheidsrecht), Alex F.M. Brenninkmeijer, alternatieve geschillen - beslechting, Wibren van der Burg, rechtsfilosofie en rechtstheorie, G.J.M. Corstens, Europees strafrecht, Eric Daalder, bestuursrecht, Caroline Forder, personen-, familie- en jeugdrecht, Janneke H. Gerards, rechten van de mens, Ivo Giesen, burgerlijke rechtsvordering en rechtspleging, Aart Hendriks, gezondheidsrecht, Marc Hertogh, rechts sociologie, Martijn W. Hesselink, rechtsvergelijking en Europees privaatrecht, P.F. van der Heijden, internationaal arbeidsrecht, C.J.H. Jansen, rechtsgeschiedenis, Harm-Jan de Kluiver, ondernemingsrecht, Willemien den Ouden, bestuursrecht, Theo de Roos, straf(proces)recht, Stefan Sagel, arbeidsrecht, Nico J. Schrijver, volkenrecht en het recht der intern. organisaties, Ben Schueler, omgevingsrecht, Thomas Spijkerboer, migratierecht, Elies Steyger, Europees recht, T.F.E. Tjong Tjin Tai, verbintenissenrecht, F.M.J. Verstijlen, zakenrecht, Dirk J.G. Visser, intellectuele eigendom, Inge C. van der Vlies, kunst en recht, Rein Wesseling, mededingingsrecht, Reinout Wibier, financieel recht, Willem J. Witteveen, staatsrecht Auteursaanwijzingen Zie Het al dan niet op verzoek van de redactie aanbieden van artikelen impliceert toestemming voor openbaarmaking en ver veelvoudiging t.b.v. de elektronische ontsluiting van het NJB. Logo Artikelen met dit logo zijn door externe peer reviewers beoordeeld. Citeerwijze NJB 2013/[publicatienr.], [afl.], [pag.] Redactiebureau Bezoekadres: Lange Voorhout 84, Den Haag, postadres: Postbus 30104, 2500 GC Den Haag, tel. (0172) , Internet en Secretaris, nieuws- en informatie-redacteur Else Lohman Adjunct-secretaris Berber Goris Secretariaat Nel Andrea-Lemmers Vormgeving Colorscan bv, Voorhout, Uitgever Simon van der Linde Uitgeverij Kluwer, Postbus 23, 7400 GA Deventer. Op alle uitgaven van Kluwer zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zie Abonnementenadministratie, productinformatie Kluwer Afdeling Klantcontacten, tel. (0570) Abonnementsprijs (per jaar) Tijdschrift: 300 (incl. btw.). NJB Online: Licentieprijs incl. eerste gebruiker 320 (excl. btw), extra gebruiker 80 (excl. btw). Combinatieabonnement: Licentieprijs incl. eerste gebruiker 320 (excl. btw). Prijs ieder volgende gebruiker 80 (excl. btw). Bij dit abonnement ontvangt u 1 tijdschrift gratis en krijgt u toegang tot NJB Online. Zie voor details: (bij abonneren). Studenten 50% korting. Losse nummers 30. Abonnementen kunnen op elk gewenst moment worden aangegaan voor de duur van minimaal één jaar vanaf de eerste levering, vooraf gefactureerd voor de volledige periode. Abonnementen kunnen schriftelijk tot drie maanden voor de aanvang van het nieuwe abonnementsjaar worden opgezegd; bij niet-tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd. Gebruik persoonsgegevens Kluwer BV legt de gegevens van abonnees vast voor de uitvoering van de (abonnements-)over eenkomst. De gegevens kunnen door Kluwer, of zorgvuldig geselecteerde derden, worden gebruikt om u te informeren over relevante producten en diensten. Indien u hier bezwaar tegen heeft, kunt u contact met ons opnemen. Media advies/advertentiedeelname Maarten Schuttél Capital Media Services Staringstraat 11, 6521 AE Nijmegen Tel , ISSN NJB verschijnt iedere vrijdag, in juli en augustus driewekelijks. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s) geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor gevolgen hiervan. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van art. 16h t/m 16m Auteurswet j. Besluit van 29 december 2008, Stb. 2008, 583, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofd dorp (Postbus 3051, 2130 KB). Prijs: 35,- (inclusief btw) Pagina s: 292 ISBN: Handleiding opstellen en beoordelen van commerciële contracten Contracten in de praktijk INCLUSIEF handige voorbeeldclausules en vele tips & tricks! Een onmisbare praktische handleiding voor iedereen, met of zonder juridische achtergrond, die te maken heeft met het opstellen en beoordelen van commerciële contracten. Het boek geeft een overzicht van de meest voorkomende contractsbepalingen en legt de werking ervan uit aan de hand van praktische voorbeelden. Steeds vanuit zowel het perspectief van de leverancier als vanuit het perspectief van de afnemer. De auteur, Marcel Ruygvoorn, wijst op toegankelijke wijze op herkenbare problemen en risico s en biedt handvatten n om daar op een praktische wijze mee om te gaan. Met o.a. antwoord op vragen als: Welke contractsbepalingen moet ik tenminste in mijn contract opnemen? Hoe kan ik mijn aansprakelijkheid beperken? Wanneer kan ik de algemene voorwaarden van mijn contractpartner vernietigen? Wanneer mag mijn contractpartner de onderhandelingen niet meer afbreken? Bij uitstek interessant voor: Algemeen en financieel directeuren Inkoop- en salesmanagers Bedrijfsjuristen Ga voor meer informatie en om te bestellen naar

5 Vooraf 1603 Crisis? What crisis? 27 De overgrote meerderheid van de redactie van het NJB is oud genoeg om te weten dat dit de titel is van een album van de Britse band Supertramp, uitgebracht in Dat deze titel mij is bijgebleven, heeft veel met de platenhoes te maken. Afgebeeld is een man in zwembroek en zonnebril in een strandstoel onder een parasol met naast zich een tafeltje met een cocktail. Dit alles in kleur, maar dan geprojecteerd tegen de zwartwitte achtergrond van een smerige en troosteloze woonwijk en vooral (zeer) zware industrie. Een man in ontkenning, die niet lijkt te weten wat er speelt althans doet alsof er niets aan de hand is. Crisis? Welke crisis? Dat wij in crisis verkeren, valt niet te ontkennen. Niet weten wat er speelt? Onmogelijk. Doen alsof er niets aan de hand is? Op zijn minst onverstandig. De kredietcrisis en de eurocrisis hebben ons financiële systeem in gevaar gebracht. De regering heeft banken en verzekeraars moeten redden om rust te krijgen en vertrouwen te herstellen. Draconische bezuinigingen zijn doorgevoerd, maar blijken ontoereikend. De lange termijn-effecten zijn onduidelijk. De huizenmarkt is tot stilstand gekomen en de prijzen blijven dalen, zodat steeds meer huiseigenaren onder water komen te staan, pensioenen worden naar beneden bijgesteld terwijl de premies tegelijkertijd omhoog gaan, de economie krimpt nog steeds en de werkloosheid groeit schrikbarend. Ons poldermodel staat onder druk. Wij beginnen ons te realiseren dat we in uitzonderlijke tijden leven en dat wat kort geleden nog tot zekerheid van ons bestaan werd gerekend wellicht niet meer terugkomt. Kan het recht wél op oude voet verder? De crisis heeft het contractenrecht in ieder geval bereikt. Zoeken op op 6:258 (onvoorziene omstandigheden) en crisis levert de nodige treffers op. Centraal staat dan de vraag of een contractspartij gehouden is tot nakoming of dat zij, stellende dat de crisis een onvoorziene omstandigheid is, aanspraak kan maken op aanpassing of ontbinding van het contract ex art. 6:258 BW. Wie vroeger een voorbeeld zocht van een succesvol beroep op art. 6:258 kwam op de rommelzolder van het recht enkel een uitspraak van de Roermondse rechtbankpresident tegen. 1 Centraal staat de verhouding tussen plaatselijke papierhandelaren en de gemeente Roermond in 1993: de gemeente laat het ophalen van oud papier over aan verenigingen die daarvoor 7,5 ct/kg subsidie krijgen. De verenigingen brengen het papier bij handelaren die hen voor ter beschikking gestelde middelen en personeel 3 ct/kg in rekening brengen. De handelaren ontvangen zelf 3 ct/kg van de fabriek. De handelaren krijgen aldus 6 ct/kg, terwijl de verenigingen 4,5 ct/kg overhouden. Omdat zowel gemeente als verenigingen daar belang bij hebben, heeft de gemeente met de handelaren afgesproken dat deze niet meer dan 3 ct in rekening zullen brengen aan de verenigingen. Wanneer begin 1993 de papierprijs keldert en de handelaren opeens 2 ct/kg moeten gaan betalen aan de fabriek, zien zij zich genoodzaakt de verenigingen 7 ct in rekening te brengen, zodat deze maar 0,5 ct per kilogram zouden overhouden. Om het systeem overeind te houden moet de gemeente de subsidie drastisch verhogen. Zij spreekt de handelaren daarom aan tot nakoming van de gemaakte afspraak. De handelaren stellen dat hun toekomst in het geding is en beroepen zich op art. 6:258. De redenering van de rechtbankpresident is voorbeeldig. Een zekere prijsdaling hoort thuis in de risicosfeer van de handelaren. Redelijkheid en billijkheid verlangen dan ook in de eerste plaats trouw aan het gegeven woord en laten afwijking daarvan slechts bij uitzondering toe. Daarvan is hier inderdaad sprake nu het om een prijswijziging van 170% in enkele maanden tijd gaat. In zo n situatie heeft de gemeente geen recht op nakoming. Het is de taal van het klassieke contractenrecht. Pacta sunt servanda, trouw aan het gegeven woord. En slechts bij uitzondering rechterlijk ingrijpen. Wie de rechtspraak naar aanleiding van de actuele crises bekijkt, ziet die benadering nog altijd terug. De meeste uitspraken betreffen onroerend goed-transacties en projectontwikkeling: partijen krijgen financiering niet rond, zijn niet in staat tot afnemen of tot uitvoering van het project. Als ik goed zie, wordt in deze gevallen een beroep op art. 6:258 steeds afgewezen. Rode draad: schommelingen, mindere tijden horen er bij. Ook hevige verslechtering van de economie is geen uitzonderlijke situatie, de (krediet)crisis is niet exceptioneel, geen onvoorziene omstandigheid. De les is hard: beter dan achteraf zijn nood klagen bij de rechter, had men bij voorbaat zijn contractuele positie versterkt (financieringsvoorbehoud, ontbindende voorwaarde, heronderhandelingsclausule). In andere gevallen is (onverkorte) nakoming van bonus- of afvloeiingsregelingen aan de orde: daar lijkt art. 6:258 in crisistijd iets meer ruimte te krijgen. Deze lijn lijkt mij meer recht te doen aan de actuele situatie dan hameren op het aambeeld van afspraak is afspraak. Dan geven we immers steeds het voordeel van de twijfel aan degene die in een tijd waarin geen van beide partijen werkelijk rekening hield met het crisisscenario van vandaag het slimste heeft gecontracteerd. Ik zeg niet dat aanpassing van afspraken ongeacht aard der overeenkomst of hoedanigheid van partijen aan de orde moet zijn, maar verdeling van crisislasten over partijen langs die weg verdient serieuze aandacht. Het is niet moeilijk te voorspellen dat de rechtspraak de komende jaren niet alleen met vastgoedproblemen te maken krijgt, maar ook met geschillen over huur, ontslagvergoedingen en afvloeiingsregelingen en over kredietovereenkomsten. Het contractenrecht kan dan niet doen alsof er niets aan de hand is. Rechters die de ontstane crisis dan niet uitzonderlijk noemen, doen alsof het business as usual is en het gegeven woord heilig verklaren, zouden in de spiegel van de hoes van het vierde studioalbum van Supertramp moeten kijken. Crisis? What crisis? Ton Hartlief 1. Pres.Rb.Roermond 1 juli 1993, KG 1993, 317. Reageer op NJBlog.nl op het Vooraf. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

6 16o4 Wetenschap Bemiddeling in strafzaken in Maastricht De eerste onderzoeksresultaten Jacques Claessen en Gwenny Zeles 1 Terwijl herstelrecht theoretisch steeds meer vorm krijgt en onder zowel wetenschappers, praktijkmensen als leken steeds meer bekendheid geniet, blijft Nederland wat betreft herstelgerichte praktijken in het strafrecht achterlopen in vergelijking met het buitenland; alleen in Maastricht is momenteel sprake van een gevestigde strafrechtelijke bemiddelingspraktijk. De vraag is hoe dit komt. Uit bestaand (internationaal) onderzoek kan immers de conclusie worden getrokken dat genoemde praktijken tot even goede of zelfs betere resultaten leiden dan wanneer wordt gekozen voor een regulier strafrechtelijk traject. Ook op basis van de in dit artikel besproken cijfers over de bemiddelingspraktijk in Maastricht lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat deze solide functioneert. 1. Inleiding In Nederland kennen we bemiddeling (mediation) al geruime tijd in het burgerlijke en administratieve recht als middel om mensen met professionele hulp zoveel mogelijk zelfstandig hun conflicten op te laten lossen. Sinds enige tijd treffen we bemiddeling ook aan in het strafrecht, zij het stapje voor stapje. Nederland loopt op dit punt duidelijk achter bij landen als België, Duitsland, Frankrijk en Oostenrijk. 2 Art. 10 van het EU-kaderbesluit inzake de status van het slachtoffer in de strafprocedure van 15 maart 2001 heeft in EU-lidstaten een belangrijke rol gespeeld om tot invoering van strafrechtelijke bemiddeling over te gaan; inmiddels is dit kaderbesluit in 2012 vervangen door de EU-richtlijn tot vaststelling van minimumnormen voor slachtoffers, waarin eveneens aandacht wordt besteed aan bemiddeling in strafzaken. Opvallend is dat Europa mediation als een recht van het slachtoffer bestempelt. Dat is niet erg zolang wordt onderkend dat bemiddeling niet enkel voor slachtoffers is bedoeld maar ook voor daders en gemeenschap. In Nederland heeft genoemd EU-kaderbesluit uiteindelijk geleid tot de Wet ter versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces die op 1 januari 2011 in werking is getreden. Deze wet had een afzonderlijke titel in het Wetboek van Strafvordering Het slachtoffer tot gevolg met daarin opgenomen verscheidene slachtofferrechten. Sommige hiervan bestonden reeds en werden nu bij elkaar gebracht en gecodificeerd, andere waren nieuw. Nieuw was art. 51h Sv dat bepaalde dat bij Algemene Maatregel van Bestuur nadere regels konden worden gesteld betreffende bemiddeling. Vooralsnog bleef deze wetsbepaling een dode letter. Per 1 januari 2012 is zij gewijzigd en uitgebreid en lijkt zij ruimschoots de weg vrij te maken voor bemiddeling in strafzaken. 3 Inmiddels is het Amsterdamse pilotproject Mediation naast rechtspraak uit 2010/11 afgerond en geëvalueerd en zullen binnenkort bij vijf rechtbanken eveneens pilotprojecten met bemiddeling in strafzaken worden gestart. 4 Onder bemiddeling wordt verstaan het proces ( ) dat wordt georganiseerd en begeleid door een daarvoor gekwalificeerde bemiddelaar de mediator nadat door een slachtoffer aangifte is gedaan bij de politie en voordat de strafrechter jegens de dader (verdachte) tot onherroepelijke vonniswijzing komt. 5 Genoemd EU-kaderbesluit definieert mediation in strafzaken als volgt: het zoeken naar een via onderhandelingen tot stand gebrachte schikking vóór of tijdens de strafprocedure, tussen het slachtoffer en degene die het strafbare feit heeft gepleegd, door bemiddeling van een bevoegde persoon. 6 Uit deze definitie volgt dat bemiddeling meer is dan enkel een therapeutisch slachtoffer-dadergesprek. Bedoeld wordt dat slachtoffer en dader het recht hebben om na misdaad gezamenlijk tot een schikking te komen waarmee de zaak volledig is afgedaan ofwel waarmee de rechter rekening houdt in zijn vonnis. Bemiddeling kan op verschillende manieren met strafrecht samenhangen: 7 zij kan deel uitmaken van de strafrechtelijke procedure of plaatsvinden als alternatief daarvoor. In het eerste geval kan de zaak tijdens het opsporingsonderzoek of het onderzoek ter terechtzitting worden verwezen naar de bemiddelaar, waarna het Openbaar Ministerie respectievelijk de zittingsrechter rekening houdt met het positieve resultaat van bemiddeling bij zijn vervolgings- onderscheidenlijk sanctioneringsbeslissing. 8 In het tweede geval leidt een geslaagde bemiddeling ertoe dat strafrechtelijk ingrijpen geheel achterwege blijft (diversion/rechtsomlegging) NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 27

7 Opmerking verdient dat bemiddeling geen neutrale techniek is. Zij is een (oer)vorm van herstelrecht (restorative justice). Zehr definieert herstelrecht als a process to involve, to the extent possible, those who have a stake in a specific offense to collectively identify and address harms, needs and obligations in order to heal and put things as right as possible. 10 In de kern gaat het om een vorm van rechtdoen door het herstellen van de schade in de ruimste zin van het woord die door een misdaad is ontstaan. In plaats van de dader intentioneel leed toe te brengen, zoals primair in het strafrecht gebeurt, ligt de focus binnen herstelrecht op wedergoedmaking door de dader jegens slachtoffer en gemeenschap. Herstel brengt wel leed met zich voor de dader maar het betreft anders dan bij straf geen intentionele leedtoevoeging. 11 Nu kan worden gesteld dat reeds sprake is van straf zodra een sanctie wordt afgedwongen. 12 Bij herstelrecht ligt de focus evenwel op het zoveel mogelijk vrijwillig aanvaarden van herstelsancties, door daders in het kader van mediation, circles of conferences te stimuleren hun verantwoordelijkheid te nemen voor hun misdaad. Er wordt niet alleen aandacht besteed aan de door de misdaad ontstane harms bij slachtoffers en de obligations van daders ter herstel van deze schade maar ook aan de needs van slachtoffers én daders. Besteed je geen aandacht aan de behoeften van daders, dan is de kans groot dat zij nieuwe slachtoffers zullen maken. Naast deze pragmatische idee gaat achter herstelrecht een mens- en wereldbeeld schuil waarin verbondenheid centraal staat, wat gepaard gaat met de normatieve idee van niet-schaden, maar helpen. 13 Besteed je geen aandacht aan de behoeften van daders, dan is de kans groot dat zij nieuwe slachtoffers zullen maken 2. Bemiddeling in strafzaken i n Maastricht Bij het parket Maastricht wordt sinds 1999 bemiddeld in strafzaken. 14 Sinds kort wordt bemiddeling ook aangeboden in het kader van het ZSM-project. 15 Evenals in Amsterdam gaat het in Maastricht om bemiddeling in een zo vroeg mogelijk stadium in de strafprocedure. Het zijn doorgaans parketsecretarissen die de door hen geschikt geachte zaken verwijzen naar de bemiddelaar. Deze gaat vervolgens na of slachtoffer en dader 16 bereid zijn met elkaar rond de tafel te zitten; vrijwilligheid is een belangrijke voorwaarde voor deelname aan bemiddeling. Selectiecriteria die in Maastricht in het kader van bemiddeling worden gebezigd, zijn naast het bestaan van (im)materiële schade: de dader bekent schuld; hij wil verantwoordelijkheid nemen door een bijdrage te leveren aan schadeherstel; hij staat in een bepaalde relatie tot het slachtoffer (bijvoorbeeld als partner, buur of collega). Genoemde criteria zijn echter niet in steen gebeiteld. Zo worden ook deels ontkennende daders die openstaan voor een gesprek, toegelaten tot bemiddeling. En met daders die het slachtoffer vóór de misdaad niet kenden, wordt eveneens bemiddeld. Feit is evenwel dat zaken waarin dader en slachtoffer elkaar wel kennen, in Maastricht een belangrijke plaats innemen, nu conflictoplossing hier vaak van groot belang is. Immers, men moet weer met elkaar verder, tenzij men uit elkaar gaat, verhuist of een andere baan neemt. Er wordt bij de selectie niet enkel naar de dader gekeken. Zo vormen ernstige trauma s, een eenzijdige focus op wraak of disproportionele wensen aan de kant van het slachtoffer eveneens contra-indicaties; secundaire victimisatie dient te worden voorkomen. Of bemiddeling een reële optie is, is grotendeels een casuïstische aangelegenheid die een empathische beoordelaar vergt. Wordt een zaak door parketsecretaris en bemiddelaar geschikt geacht en zijn slachtoffer en dader bereid om deel te nemen, dan vindt een gezamenlijk gesprek plaats; in de regel gaat het om één gesprek dat een aantal uren duurt. Doorgaans nemen advocaten en familieleden hieraan geen deel. In Maastricht geldt dat, wanneer een bemiddelingsgesprek resulteert in een overeenkomst, strafrechtelijke vervolging achterwege blijft; er is dan sprake van een voorwaardelijk sepot waarbij naleving van de overeenkomst de voorwaarde is. Bij niet-nakoming binnen een bepaalde termijn of bij recidive binnen twee jaar wordt alsnog gedagvaard; deze voorwaarden worden expliciet in de overeenkomst opgenomen. Strafbare feiten waarvoor een transactie/strafbeschikking mogelijk is en zaken die normaliter Auteurs 1. Mr. dr. Jacques Claessen en drs. Gwenny Zeles LLM zijn als strafjurist respectievelijk rechtspsychologe verbonden aan de Universiteit Maastricht. De auteurs danken Jorg Leever en Nancy Ramackers voor het verzamelen van de data. 3. Ook zonder art. 51h Sv staat niets in de wet aan strafrechtelijke bemiddeling in de weg. 4. Dierx & Van Hoek 2012, p Dierx & Van Hoek 2012, p Dierx & Van Hoek 2012, p Bemiddeling kan ook geheel losstaan van strafrecht. 8. Negatieve bemiddelingsuitkomsten mogen geen invloed hebben op de uitkomst van de strafzaak. Het Openbaar Ministerie kan ook rekening houden met het positieve bemiddelingsresultaat in het kader van een strafbeschikking. 9. Dierx & Van Hoek 2012, p H. Zehr, The Little Book of Restorative Justice, Intercourse, Good Books perspectief, Nijmegen: Wolf Legal Publishers Daarvoor reeds in het kader van de projecten Dading en Justitie in de Buurt. J. Claessen, Bemiddeling in strafzaken: toekomst voor zowel daders als slachtoffers, Nieuwsbrief Strafrecht, 2012 p L. Walgrave, Herstelrecht en de wet, in: B. van Stokkom, (red.), Straf en herstel. Ethische reflecties over sanctiedoeleinden, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2004, p J. Claessen, (2012), Pleidooi voor een ruimer strafbegrip of een strafrecht zonder straffixatie, Tijdschrift voor Herstelrecht, 4, p ; J. Blad, (2012), Het sanctieconcept van het herstelrecht, Sancties, 2012/4, p J. Claessen, Misdaad en straf. Een herbezinning op het strafrecht vanuit mystiek 15. Zie over het ZSM-project: om.nl/onderwerpen/zsm/. 16. Hoewel in deze fase van het strafproces officieel sprake is van verdachten, wordt in deze bijdrage gesproken van daders, omdat het veelal gaat om bekennende verdachten en voorts wordt gesproken over slachtofferdaderbemiddeling. Noten 2. J. Dierx en A. van Hoek (red.), Mediation in strafzaken. De praktische toepassing van restorative justice en herstelrecht, Den Haag: Sdu 2012, p ; P.J.P Tak, Slachtoffer-dader mediation in het strafrecht, Deventer: Kluwer 2013, p NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

8 Wetenschap door de politierechter worden afgehandeld, komen in principe in aanmerking; het betreft derhalve lichtere zaken. Het komt in Maastricht overigens steeds vaker voor dat niet de parketsecretaris een zaak naar de bemiddelaar doorverwijst maar de zittingsrechter c.q. politierechter. Eigenlijk is de zaak dan al een station te ver maar ook in deze procesfase is er ruimte voor bemiddeling: de rechter schorst het onderzoek ter terechtzitting en stelt de zaak in handen van de bemiddelaar. Na verloop van tijd komt de zaak terug op zitting en wanneer de bemiddeling succesvol is verlopen, houdt de rechter hiermee rekening in zijn vonnis. Hij kan besluiten de dader slechts een voorwaardelijke straf op te leggen of een schuldigverklaring zonder strafoplegging uit te spreken. Ook komt het voor dat de rechter het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaart. De vraag is of dat strikt juridisch gezien de juiste einduitspraak is; nu het Maastrichtse model gericht is op voorkoming van vervolging misschien wel. Het uiteindelijke doel van de bemiddeling is het sluiten van een gezamenlijk gedragen overeenkomst ter herstel van de door de misdaad aangerichte schade Het uiteindelijke doel van de bemiddeling is het sluiten van een gezamenlijk gedragen overeenkomst ter herstel van de door de misdaad aangerichte schade. Soms worden de vorderingen tegen elkaar weggestreept, wanneer dader- en slachtofferrol inwisselbaar zijn. Maar dit is vanzelfsprekend lang niet altijd het geval. Partijen kunnen met elkaar overeenkomen dat de dader werkelijk herstel pleegt (denk aan het verwijderen van graffiti of het repareren van een tuinhek), dat hij vanuit zijn beroep/hobby symbolisch iets goedmaakt jegens het slachtoffer (een mooi voorbeeld is de automobilist die een lid van een wielervereniging aanreed en bij wijze van herstel een fotoreportage voor de website van die vereniging maakte) of dat hij de schade financieel vergoedt. Ook komt het voor dat het slachtoffer geen prijs stelt op schadevergoeding. Partijen kunnen dan overeenkomen dat de dader een bepaald geldbedrag doneert aan Slachtofferhulp Nederland of aan een andere stichting. Ook kunnen partijen aanvullende afspraken maken, bijvoorbeeld dat de dader een training agressiebeheersing of sociale vaardigheden gaat doen of dat hij zich laat behandelen voor zijn drugs- en/of alcoholverslaving. Indien dit het geval is, wordt de officier van justitie als partij bij de overeenkomst betrokken. Een en ander geeft al aan dat het bij bemiddeling niet enkel om schadevergoeding draait maar ook om recidivevoorkoming. Deze kan bijvoorbeeld worden gerealiseerd doordat de dader wordt geconfronteerd met het verhaal, de negatieve emoties en het leed van het slachtoffer. Daardoor ziet hij in dat hij verkeerd heeft gehandeld en dat het in de toekomst anders moet, eventueel met behulp van trainingen/therapie. Het gesprek kan tot gevoelens van schuld en schaamte leiden, evenals tot uitingen van spijt en berouw. Voor het slachtoffer kan bemiddeling derhalve tot meer leiden dan enkel schadevergoeding. Hij kan tevens zijn verhaal kwijt, hij kan de dader vragen stellen, hem van aangezicht tot aangezicht duidelijk maken wat diens misdaad met hem heeft gedaan. Naarmate het gesprek vordert, kunnen zijn angst en woede verminderen; soms maken ze plaats voor een stukje begrip en soms zelfs voor vergeving en elkaar het beste toewensen. Slachtoffers kunnen gaan inzien dat hun daders geen monsters zijn maar evenals zijzelf mensen met tekortkomingen. Bemiddeling kan ook leiden tot de bereidheid samen een nieuwe start te maken, tot herstel van relaties, tot verzoening. Kortom: bij bemiddeling draait het vaak om meer dan enkel schadevergoeding, het gaat om conflictoplossing, grotendeels door middel van emotiearbeid. Dat bemiddeling veel potentie heeft en veel ruimte biedt aan conflictpartijen, betekent overigens niet dat slachtoffers en daders hiervan gebruik móéten maken; vrijwilligheid en authenticiteit staan voorop. Afspraken over schadevergoeding en een zekere neutralisatie van het conflict kunnen voor partijen zeer wel voldoende zijn om het verleden af te sluiten. 3. De eerste onderzoeksresultaten In het kader van ons inventariserende onderzoek naar bemiddeling in strafzaken in Maastricht is gekeken naar de periode Gekozen is voor deze tijdsafbakening, nu het Openbaar Ministerie in Maastricht eerst halverwege 1999 is begonnen met het documenteren van 1768 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 27

9 de bemiddelingen; voor elke bemiddeling bestaat sindsdien een apart dossier. Halverwege 2011 is de bemiddelingspraktijk gestopt en begin 2012 is zij opnieuw opgestart. De jaren 1999, 2011 en 2012 zijn derhalve onvolledig en geven geen goed beeld voor wat betreft het gemiddeld aantal bemiddelingen per jaar. Om die reden zijn genoemde jaren in ons onderzoek buiten beschouwing gelaten. Op alle dossiers uit de periode zijn ten behoeve van de data-analyse twee selectiecriteria toegepast. Ten eerste moest de uitkomst van de bemiddeling bekend zijn (is er een door partijen ondertekende overeenkomst?). Het viel voorts op dat, zodra de geboortedatum van de verdachte onbekend was, ook andere informatie over de verdachte en het slachtoffer ontbrak. Om die reden vormt een bekende geboortedatum van de verdachte het tweede selectiecriterium. Van een achttal zaken zaten twee bemiddelingen onder hetzelfde dossiernummer. In die gevallen bleek de eerste bemiddeling niet geslaagd. De tweede bemiddeling, i.e. een tweede gesprek over hetzelfde misdrijf, bleek wel geslaagd. Die acht zaken zijn behandeld als één geslaagde bemiddeling. Wat betreft de periode is na telling van de dossiers gebleken dat 1474 bemiddelingen hebben plaatsgevonden; het betreft gemiddeld 134 bemiddelingen per jaar. In 2000 heeft het kleinste aantal bemiddelingen plaatsgevonden (79), in 2006 het grootste aantal (196). In figuur 1 is het aantal bemiddelingen uiteengezet in een staafdiagram. Ter zake van de verhouding tussen het aantal bemiddelingen en het totaal aantal door het Openbaar Ministerie afgehandelde strafzaken kan het volgende worden opgemerkt. In 2012 zijn door het Maastrichtse parket de strafzaken van 2381 daders afgedaan met een voorwaardelijk sepot, transactie of strafbeschikking. Zo bezien gaat het bij een gemiddelde van 134 bemiddelingen per jaar om ruim 5,5% van alle strafzaken. Wanneer de onvoorwaardelijke sepots (1320) erbij worden opgeteld, gaat het om ruim 3,5%. Hierbij dient echter wel te worden aangetekend dat een gering aantal zaken niet door het Openbaar Ministerie maar door de Maastrichtse zittingsrechter naar de bemiddelaar wordt verwezen. Aantal jaar van overeenkomst Figuur 1. Aantal bemiddelingen per jaar Opgemerkt dient te worden dat het aantal bemiddelingen niet gelijk staat aan het aantal strafzaken. Zo zijn er zaken waarbij meerdere daders betrokken zijn. Ten aanzien van iedere dader met wie is bemiddeld, is een apart dossier aangelegd. In de meeste zaken is evenwel sprake van één dader. In totaal is met 1474 daders bemiddeld, waarvan iets meer dan 80% een man is. Deze 1474 daders zijn verdeeld over 1274 zaken. Het gaat in de periode derhalve om ruim 115 strafzaken per jaar waarin is bemiddeld. Wat de slachtoffers betreft dient onderscheid te worden gemaakt tussen natuurlijke personen en rechtspersonen. Bij de meeste bemiddelingen is sprake van één natuurlijke persoon als slachtoffer. In totaal gaat het om 1506 natuurlijke personen verdeeld over 1322 bemiddelingen. Hiervan zijn 42% man en 52,5% vrouw; van 5,5% van de slachtoffers blijkt het geslacht niet uit de dossiers. Bij 64 bemiddelingen is sprake van één of meer rechtspersonen als slachtoffer. 17 Vervolgens is onderzocht hoeveel bemiddelingen succesvol zijn geweest, i.e. tot een door partijen ondertekende overeenkomst hebben geleid. Uit figuur 2 volgt dat 1024 van de 1474 bemiddelingen succesvol zijn geweest (69,5%). Let wel: tot de categorie niet-succesvolle bemiddelingen behoren ook de daders en slachtoffers die medewerking aan bemiddeling hebben geweigerd voorafgaand aan het bemiddelingsgesprek. Het zou interessant zijn te onderzoeken hoeveel gesprekken al dan niet succesvol zijn verlopen m.a.w. hoeveel bemiddelingen na de voorronde zijn uitgemond in een ondertekende overeenkomst. Dit percentage ligt hoogstwaarschijnlijk een stuk hoger dan genoemde 69,5%, aangezien dader en slachtoffer in deze gevallen reeds hebben aangegeven positief te staan tegenover bemiddeling. Wat hier ook van zij, in dit onderzoek wordt op basis van de eerste data enkel gekeken naar het slagingspercentage van begin (i.e. het telefoontje van de bemiddelaar naar dader en slachtoffer om te informeren of zij belangstelling hebben voor bemiddeling) tot eind (i.e. de door dader en slachtoffer ondertekende bemiddelingsovereenkomst). Het laagste slagingspercentage is 57,6% in 2010, het hoogste 81% in Het aantal geslaagde bemiddelingen ligt ieder jaar hoger dan het aantal niet-geslaagde bemiddelingen. Hieruit blijkt dat er een breed draagvlak is voor bemiddeling; het grootste deel van zowel slachtoffers als daders stemt in met afhandeling van hun zaak met behulp van een bemiddelingsgesprek. Jaar van overeenkomst Succe svol Niet succe svol Totaal Percentage geslaagd , , , , , , , , , , ,6 Totaal ,5 Figuur 2. Succesvolle en niet-succesvolle bemiddelingen Eveneens is bezien welke delicten voor bemiddeling in aanmerking kwamen en hoe vaak dit gebeurde. Aangezien het zeer veel verschillende delicten betrof, is gekozen voor een clustering van een aantal gelijksoortige delicten 17. Bij 31 bemiddelingen is geen sprake van een slachtoffer en bij 57 bemiddelingen zijn slachtoffergegevens onbekend. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

10 Wetenschap onder één noemer. Zo vallen onder de categorie mishandeling niet alleen eenvoudige mishandeling maar ook: eenvoudige mishandeling met voorbedachte raad/van een ambtenaar in functie/in vereniging/van een echtgenoot/ met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg en (poging tot) zware mishandeling. En zo vallen onder de categorie diefstal niet alleen (poging tot) diefstal maar ook: diefstal in vereniging/middels braak, verbreking of inklimming óf een valse sleutel/tijdens de nacht. Uit figuur 3 kan worden afgeleid dat hoofdzakelijk is bemiddeld in mishandelingszaken: 816 keer oftewel in 55,4% van alle bemiddelingen. Daarna volgen op afstand bedreiging en vernieling (elk < 15%). Tot slot dienen nog diefstal, openlijke geweldpleging, belediging/smaad en belaging te worden genoemd (elk < 5%). Type zaak Aantal zaken Percentage mishandeling poging tot doodslag openlijke geweldpleging baldadigheid bedreiging vernieling diefstal verduistering oplichting belaging belediging en smaad valsheid in geschrifte huisvredebreuk brandstichting valse aangifte doorrijden na ongeval dierenmishandeling verkrachting aanranding schennis van de eerbaarheid overig ,4 0,6 3,3 0,5 12,3 11,9 4,1 0,9 0,1 2,6 2,9 0,3 1,0 0,7 0,2 0,3 0,6 0,1 0,7 0,2 1,4 Totaal ,0 Figuur 3. Aantal bemiddelingen per delictscategorie Berekend is vervolgens per delictscategorie hoeveel bemiddelingen succesvol respectievelijk niet-succesvol zijn geweest (zie figuur 4). In geval van mishandeling blijken 584 bemiddelingen te zijn geslaagd; dit is in 71,6% van alle gevallen. Bij zowel bedreiging als vernieling gaat het om een slagingspercentage van ruim boven de 60%. Bij diefstal, openlijke geweldpleging en belaging ligt dit percentage hoger, namelijk tussen de 70 en 80%. Bij belediging/smaad daarentegen slaagt ongeveer de helft van alle bemiddelingen. Opvallend is het slagingspercentage van 100% in zaken betreffende baldadigheid en brandstichting ook al betreft het hier slechts een klein aantal bemiddelingen. Wat betreft de niet-succesvolle bemiddelingen is bezien wat de reden hiervoor is geweest. Uit de aanwezige gegevens komt het volgende beeld naar voren. In 40,2% van de gevallen is het de dader die zijn medewerking aan bemiddeling weigerde. In 35,6% van de gevallen wilde het slachtoffer niet meewerken. In 7,8% voelden zowel dader als slachtoffer niets voor bemiddeling. In 10,9% is sprake van een andere reden, waaronder het overlijden van verdachte, valse aangifte of het ontbreken van schade. In Succesvol Niet-succesvol Type zaak Aantal % Aantal % mishandeling , ,4 poging tot doodslag 4 44,4 5 55,6 openlijke geweldpleging 37 75, ,5 baldadigheid bedreiging , ,5 vernieling , ,4 diefstal 48 78, ,3 verduistering 8 61,5 5 38,5 oplichting belaging 28 73, ,3 belediging en smaad 21 48, ,2 valsheid in geschrifte huisvredebreuk 10 66,7 5 33,3 brandstichting valse aangifte doorrijden na ongeval dierenmishandeling 6 66,7 3 33,3 verkrachting aanranding schennis van de eerbaarheid 2 66,7 1 33,3 Overig Totaal , ,5 Figuur 4. Succesvolle en niet succesvolle bemiddelingen per delictscategorie 5,6% van de gevallen is de reden onbekend. Uit de dossiers blijkt dat wat betreft het afdoeningstraject van de zaken waarin niet-succesvol is bemiddeld, onderscheid kan worden gemaakt tussen zaken die door het Openbaar Ministerie zijn afgedaan en zaken die bij de rechter zijn terechtgekomen. In de zaken die bij het Openbaar Ministerie zijn gebleven, kwam het tot een transactie, een technisch sepot of een beleidssepot. De meerderheid van de zaken waarin bemiddeling niet-succesvol was, kwam bij de rechter terecht. In deze zaken werd de verdachte in het merendeel van de gevallen veroordeeld; in de overige gevallen was sprake van nietontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, (gedeeltelijke) vrijspraak of ontslag van alle rechtsvervolging. Deze gegevens met name de sepots en vrijspraken verdienen nader onderzoek. Hierbij kan dan tevens aandacht worden besteed aan de verhouding tussen strafrechtelijke bemiddeling en de onschuldpresumptie. Voorts is gekeken naar de leeftijd van de daders ten tijde van het plegen van het delict. Aangezien bemiddeling doorgaans snel volgt na het plegen van het delict, mag ervan worden uitgegaan dat onderstaande leeftijden overeenkomen met de leeftijd van de daders op het moment van bemiddeling. De jongste dader was 12 jaar, de oudste 79 jaar; de gemiddelde leeftijd bedraagt ruim 36 jaar (zie figuur 5). Wanneer de leeftijd van alle daders in een grafiek wordt geplaatst (zie figuur 6), dan valt op dat de meeste daders rond de 20 en 40 jaar waren. Met daders van rond de 30 jaar is aanzienlijk minder bemiddeld; de curve kent een opmerkelijke kuil tussen 20 en 40 jaar. Vraag is: waar NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 27

11 om wordt met daders rond de 30 jaar relatief weinig bemiddeld? Plegen ze minder voor bemiddeling in aanmerking komende delicten dan 20- en 40-jarigen? Ook deze gegevens dienen nader te worden onderzocht. Aantal Leeftijd ten tijde van het delict Aantal Minimum Maximum Gemiddelde leeftijd ten tijde van het delict Standaard deviatie Succesvol ,41 14,11 Niet-succesvol ,74 14,51 Totaal ,12 14,27 Figuur 5. Leeftijd van de dader ten tijde van het delict Figuur 6. Leeftijd van de dader ten tijde van het delict in grafiek Wat opvalt is dat de gemiddelde leeftijd bij succesvolle bemiddelingen lager ligt dan bij niet-succesvolle bemiddelingen. Dit verschil is significant (t = 2.896, p =.004). Blijkbaar leidt bemiddeling bij jeugdigen eerder tot succes dan bij ouderen. Dit resultaat verdient eveneens nader onderzoek, nu in deze vergelijking met andere factoren, waaronder het type delict waarbij is bemiddeld en de recidive voorafgaand aan dit delict, geen rekening is gehouden. Gezien de grote hoeveelheid bemiddelingen mag niettemin waarde worden gehecht aan bovenstaand onderzoeksresultaat. Tot slot is in 221 gevallen de recidive van de daders bekeken voorafgaand aan het strafbare feit waarvoor bemiddeling werd aangeboden; het betreft derhalve de recidive naar het verleden. In 103 zaken was sprake van een first offender, in 74 zaken had de dader reeds één tot vier keer een strafbaar feit begaan en in 44 zaken had hij inmiddels meer dan vier keer een strafbaar feit begaan. Kortom: in 46,6% van de zaken was geen sprake van voorafgaande recidive op het moment dat bemiddeling werd aangeboden. Bij 70,9% van de first offenders was sprake van een succesvolle bemiddeling. Bij de recidivisten die één tot vier strafbare feiten hadden gepleegd vóór het delict dat het Openbaar Ministerie via bemiddeling trachtte af te doen, slaagde de bemiddeling in 66,2% van de gevallen en bij de recidivisten die vier keer of vaker een strafbaar feit hadden begaan, verliep 50% van de bemiddelingen positief. Hoe vaker de dader in het verleden met justitie te maken heeft gehad, des te kleiner is de kans op een succesvolle bemiddeling, zo lijkt het. Dit is geen opzienbarende uitkomst en het zou dan ook interessanter zijn de recidive na bemiddeling naar de toekomst toe te onderzoeken en deze gematcht te vergelijken met de recidive na een reguliere strafrechtelijke afdoening. De bemiddelingspraktijk in Maastricht kan hiertoe de benodigde data leveren. 80 Op basis van de eerste onderzoeksresultaten lijkt geconcludeerd te mogen worden dat genoemde praktijk hoewel zij wellicht op verscheidene punten kan worden verbeterd en geoptimaliseerd solide functioneert: bijna 70% van alle bemiddelingen kent een positief resultaat. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de meeste zaken reeds in de voorronde afvallen, hetzij bij de parketsecretaris, hetzij bij de bemiddelaar die contact opneemt met de conflictpartijen. Van de zaken die uiteindelijk in de bemiddelingskamer terechtkomen, slaagt hoogstwaarschijnlijk een hoger percentage. Dit verdient evenwel nader onderzoek, evenals het antwoord op de vraag hoeveel overeenkomsten uiteindelijk al dan niet worden nageleefd. Vooral misdrijven die tegen de fysieke integriteit van de persoon zijn gericht, i.e. mishandelingsvarianten, worden in Maastricht geschikt geacht voor bemiddeling en met een slagingspercentage van 71,6% is dit niet zonder reden. De behoefte aan bemiddeling blijkt bij dergelijke delicten groot. 18 Ook bij openlijke geweldpleging, belaging en diefstal blijkt bemiddeling goed te werken. Het slagingspercentage ligt bij deze delicten tussen de 70 en 80%. Bij bedreiging en vernieling ligt dit percentage lager maar nog altijd ruimschoots boven de 60%. Terecht wordt door parketsecretarissen gekeken naar de context van het geval; zo zijn de acht gevallen waarin het Openbaar Ministerie zware mishandeling ten laste had kunnen leggen, alle succesvol geëindigd met bemiddeling. Hetzelfde geldt voor de tien brandstichtingen en de tien aanrandingen waarvan 100% onderscheidenlijk 70% met bemiddeling is afgedaan. De kans op succesvolle bemiddeling is het grootst bij first offenders en jeugdigen Voorts blijken in Maastricht niet alleen first offenders en jeugdigen voor bemiddeling in aanmerking te komen. Terecht lijkt ons, aangezien ook volwassenen en ook mensen die vaker met justitie te maken hebben gehad, in staat moeten worden geacht tot wedergoedmaking en gedragsverbetering. Wel lijkt uit dit onderzoek te mogen worden afgeleid dat de kans op succesvolle bemiddeling het grootst is bij first offenders en jeugdigen. Er blijft echter veel over om te onderzoeken. We hopen met deze bijdrage dan ook instanties te prikkelen om grootschaliger en diepgaander onderzoek naar deze praktijk financieel mogelijk te maken. 4. Uitleiding Terwijl herstelrecht theoretisch gezien steeds meer vorm krijgt en onder wetenschappers, praktijkmensen en leken steeds bekender wordt, blijft Nederland wat betreft herstelgerichte praktijken in het strafrecht achterlopen in vergelijking met het buitenland; enkel in Maastricht is 18. Dierx & Van Hoek 2012, p NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

12 Wetenschap momenteel sprake van een gevestigde strafrechtelijke bemiddelingspraktijk. De vraag is hoe dit komt. Immers, uit bestaand (internationaal) onderzoek mag de conclusie worden getrokken dat genoemde praktijken tot even goede of zelfs betere resultaten leiden dan wanneer wordt gekozen voor een regulier strafrechtelijk traject. Zo blijken de meeste daders en slachtoffers die aan bemiddeling hebben deelgenomen, hierover tevreden. Bemiddeling kan voor zowel slachtoffers als daders een meerwaarde hebben als het gaat om positieve psychologische effecten; ze gaan als het ware samen door het conflict heen, wat in het strafrecht niet het geval is. Ook het gevoel van procedurele rechtvaardigheid is bij deelnemers aan bemiddeling groter dan bij participanten in een standaard strafrechtelijke afdoening. 19 Terwijl slachtoffers en daders in het strafrecht primair toeschouwer/object in eigen zaak zijn, zijn zij bij bemiddeling de bepalende actoren. Met herstelrecht wordt derhalve voorzien in de behoefte van een aantal daders en slachtoffers om actief deel te nemen aan de oplossing van hún conflict. Voorts lijkt bemiddeling op het punt van effectiviteit c.q. recidivevoorkoming beter, in ieder geval niet slechter, te scoren dan de standaardstrafaanpak. 20 Het lijkt erop dat confrontatie met het slachtoffer en actieve verantwoordelijkheid een sterke(re) resocialiserende werking hebben. Daarnaast lijkt herstel van positieve verbondenheid met slachtoffer en gemeenschap belangrijk ter voorkoming van toekomstige criminaliteit. 21 Tenslotte leidt bemiddeling tot kostenbesparingen. 22 Vanzelfsprekend dient te worden onderkend dat niet alle strafbare feiten en niet alle daders en slachtoffers voor bemiddeling in aanmerking komen al zijn harde criteria nauwelijks te geven en is veel afhankelijk van het concrete geval. En natuurlijk wordt herstelrecht soms te rooskleurig voorgesteld, bijvoorbeeld wanneer vergeten wordt dat slachtoffers en daders die voor bemiddeling kiezen, bij aanvang reeds een voorkeur hebben hiervoor en dat de kans op tevredenheid en succes dientengevolge groter is; om appel-peervergelijkingen te voorkomen zijn gematchte vergelijkingen nodig. Hoe dan ook, het feit dat er slachtoffers en daders zijn die voor bemiddeling kiezen wanneer zij de keuze hebben, is voldoende reden om hiervoor ruimte te bieden, mede opdat een reguliere strafrechtelijke afdoening opnieuw ultimum remedium wordt. Nu kan worden gesteld dat gemiddeld 134 bemiddelingen per jaar weinig is en dat mediation in strafzaken om die reden slechts een randverschijnsel is oftewel klein bier zoals onze oud-collega Gerard de Jonge het nog niet zo lang geleden noemde. 23 Toch vinden wij ca. 5,5% van alle door het Openbaar Ministerie afgehandelde zaken niet weinig. Bovendien geldt dat ook in Maastricht lang niet alle advocaten, OM- en ZM ers (voldoende) bekend zijn met bemiddeling in strafzaken laat staan alle slachtoffers en daders. Voorts wordt onderzoek of bemiddeling in een bepaald geval een reële optie is, (nog) niet als plicht gezien. Wellicht dat meer bekenden vertrouwdheid met herstelrecht tot meer beminde toepassing van bemiddeling in strafzaken zal leiden. Andere Europese en ook Angelsaksische landen laten in ieder geval zien dat bloeiende bemiddelingspraktijken in het strafrecht wel degelijk tot de mogelijkheid behoren. Spierballentaal lijkt het vooralsnog te winnen van common sense De filosofie achter herstelrecht sluit overigens goed aan bij maatschappelijke ontwikkelingen als democratisering, responsabilisering en horizontalisering: burgers willen meer zeggenschap en actieve participatie, eveneens in aangelegenheden die voorheen louter verticaal (overheidburger) van aard waren. 24 Tevens sluit zij aan bij de toegenomen aandacht voor de positie van het slachtoffer in het strafrecht. Er zijn evenwel ook tendensen die herstelrecht de wind uit de zeilen nemen. Hierbij dient te worden gedacht aan de afgenomen tolerantie, de roep om strengere straffen en de verwording van het strafrecht tot primum remedium in de strijd tegen de misdaad. Ook de illusie dat herstelrecht iets softs zou zijn, staat aan een serieuze ontwikkeling van herstelgerichte praktijken in het strafrecht in de weg. Spierballentaal lijkt het vooralsnog te winnen van common sense. Echter wanneer de politiek daadwerkelijk wordt gedreven door slachtofferbelangen en efficiency-overwegingen in termen van recidivevoorkoming en kostenbesparing, dan kan deze niet blind blijven voor de relatief positieve resultaten van bemiddeling in strafzaken. Laten we hopen dat de vijf beloofde mediation-pilots er snel komen en dat daarna dan eindelijk een landelijke bemiddelingspraktijk in strafzaken à la Maastricht van de grond komt. Want zoals ooit werd gezegd: Wat in Limburg werkt, zal in de rest van Nederland ook best werken. 25 Het is gewoon een kwestie van willen, durven en doen! Tot slot: recentelijk is een initiatiefwetsvoorstel i ngediend ter implementatie van bemiddeling in civiele en administratieve zaken. 26 Waarom niet ook in strafzaken mits vrijwilligheid van partijen als voorwaarde behouden blijft? Met Napoleon kwam ons publieke strafrecht tot volle wasdom. Met Napoleon kwam evenwel ook de vredesrechter als conciliateur om waar mogelijk lichtere civiele én strafrechtelijke conflicten op bemiddelingsachtige wijze op te lossen. Laten we de idee van de vredesrechter opnieuw leven inblazen ook, ja juist in ons guur geworden strafrecht. 19. Dierx & Van Hoek 2012, p voor Herstelrecht, , p Zie voor een kritische reactie: G. van den Heuvel, Wat is er mis met restorative justice?, in: J. Claessen en D. de Vocht, Humaan strafwerk. Liber amicorum Gerard de Jonge, Nijmegen: WLP 2012, p Dierx & Van Hoek 2012, p B.A.M. van Stokkom,, Wat in Limburg werkt, zal in de rest van Nederland ook best werken, Tijdschrift voor Herstelrecht, , p ning-wetsvoorstel-mediation-creeert-win- win-situatie; 20. Dierx & Van Hoek 2012, p Claessen Dierx & Van Hoek 2012, p G. de Jonge, Dading, dát was het concept, twintig jaar geleden, Tijdschrift 1772 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 27

13 Focus 1605 Privacyrechtelijke aspecten van drones Bart Schermer en Marjolein van der Heide 1 Drones kunnen een efficiënt hulpmiddel zijn bij het handhaven van de openbare orde en veiligheid maar het gebruik ervan is niet zonder risico s voor de privacy van burgers. De specifieke technische aard en de inzet van drones roepen nieuwe vragen op over de verantwoorde inzet van surveillance in de publieke ruimte. Het huidige juridische kader lijkt genoeg aanknopingspunten te bieden voor het reguleren van het gebruik van drones maar dit kader dient wel nader geconcretiseerd te worden in de context van deze drones. In ieder geval is de huidige inzet van drones oncontroleerbaar waardoor het risico bestaat dat bij de inzet onvoldoende rekening wordt gehouden met de rechten van burgers. 1. Inleiding De ontwikkeling van Unmanned Aerial Vehicles (UAVs), onbemande vliegtuigjes die in de volksmond ook wel drones worden genoemd, heeft de afgelopen jaren letterlijk een enorme vlucht genomen. 2 Drones worden momenteel primair gebruikt door de krijgsmacht maar worden ook steeds vaker ingezet door de politie. Binnen de politie wordt momenteel zelfs gewerkt aan de oprichting van een Unmanned Aerial Service. 3 Hoewel de inzet van drones waardevol kan zijn voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid, staat het gebruik ervan mogelijk op gespannen voet met de grondrechten van burgers. 4 Naar aanleiding van antwoorden op kamervragen heeft D66 inmiddels aangegeven specifieke wetgeving voor drones te willen. 5 In deze bijdrage bespreken wij de privacyrechtelijke aspecten van drones. Wij stellen ons de volgende vraag: Biedt het huidige privacyrechtelijke kader voldoende bescherming aan burgers wanneer drones worden ingezet ten behoeve van de handhaving van de openbare orde en veiligheid? Om deze vraag te beantwoorden bespreken wij allereerst de verschillende inzetmogelijkheden van drones. Vervolgens analyseren wij de privacyrechtelijke aspecten van drones in het algemeen en binnen specifieke toepassingsgebieden. Wij sluiten af met enkele conclusies. 2. Drones in Nederland Wereldwijd worden drones voornamelijk toegepast in een militaire context. 6 In Nederland beschikt Defensie over drones van het type Raven mini-uav en Scan Eagle. 7 Het Raven systeem wordt ook ingezet ten behoeve van de politie. De Raven bestaat uit drie onbemande vliegtuigjes en een grondstation. De vliegtuigjes zijn binnen enkele minuten opgezet en kunnen worden uitgerust met camera s, waarmee ze locaties en personen vanuit de lucht kunnen waarnemen. Tijdens de vlucht stuurt het vliegtuigje beelden door naar het grondstation, waar ze kunnen worden opgeslagen en bewerkt. Via een tweede grondstation kan op een andere locatie worden meegekeken. 8 Ravens kunnen autonoom vliegen maar ook op afstand worden bestuurd Inzet van drones in het kader van de openbare orde en veiligheid De functie die drones in het kader van de handhaving van de openbare orde en veiligheid binnen Nederland vervullen, is het vanuit de lucht met behulp van camera s observeren van de publieke ruimte. 10 Het gaat daarbij om Auteurs Institute for Policy Research (2012), Unmanned Aerial Vehicles An assessment of their impact on San Diego s defence company, 2012, p Zie: 6. R.M. Thompson II, (2009), Drones in Domestic Surveillance Operations: Fourth Amendment Implications and Legislative Responses, CRS Report for Congress, 2012, p Zie: onbemande_vliegtuigen. 8. Zie: onbemande_vliegtuigen/raven_mini-uav. 9. AeroVironment Raven RQ-11B Factsheet (via: AV_RAVEN-DOM_V10109.pdf). 10. Zie hierover Kamerbrief Defensie 26 maart 2013, Kamerstukken II 2012/13, , nr Mr. dr. B.W. Schermer is universitair docent ICT recht aan de Universiteit Leiden en partner bij juridisch adviesbureau Considerati (http://www.considerati.com). Mr. M. van der Heide is adviseur bij Considerati. 3. Antwoorden op kamervragen van de leden Schouw en Berndsen-Jansen (ingezonden 12 maart 2013) (http://bit. ly/12js9nm). 4. Zie onder andere de kamervragen van de D66-leden Schouw en Berndsen-Jansen van 12 maart Noten 2. Er wordt voorspeld dat er wereldwijd voor 12 miljard dollar vraag naar drones zal zijn in Zie: National University System NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

14 Focus observatie met behulp van gewone camera s die filmen in het zichtbare lichtspectrum en/of in infrarood. Hoewel drones in theorie ook met andere sensoren zoals audiosensoren of chemische sensoren (sniffers) kunnen worden uitgerust, beperkt de toepassing in Nederland in het kader van de openbare orde en veiligheid zich (vooralsnog) tot cameratoezicht. 11 Wij bespreken in deze bijdrage daarom ook alleen de privacyrechtelijke aspecten van vliegend cameratoezicht met behulp van drones. Vanuit praktisch en juridisch perspectief maken wij hierbij onderscheid tussen vier typen inzet: 1) De ad hoc inzet van drones naar aanleiding van een concreet incident. 2) De inzet van drones bij grootschalige evenementen. 3) De inzet van drones in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. 4) De routinematige inzet van drones in de publieke ruimte. Bij ad hoc inzet gaat het om het gebruik van drones bij rampen en (onvoorziene) ordeverstoringen zoals rellen of uit de hand gelopen demonstraties en protesten. Bij grootschalige evenementen zoals voetbalwedstrijden, festivals of Koningsdag, worden drones gebruikt om een beter overzicht te krijgen van mensenmassa s. In tegenstelling tot ad hoc inzet is de inzet bij grootschalige evenementen vooraf bepaald en afgebakend naar tijd en plaats. Drones kunnen ook worden ingezet in het kader van een strafrechtelijk onderzoek. Hierbij gaat het om de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en kan onder andere worden gedacht aan het (stelselmatig) observeren van een verdachte. Van routinematige inzet is sprake als drones fysieke patrouilles en klassiek cameratoezicht op straat ondersteunen of vervangen. De inzet van drones kan preventief werken en vergroot mogelijk de kans dat iemand op heterdaad wordt betrapt bij een overtreding of misdrijf Drones en privacy De bovenstaande toepassingen roepen vragen op met betrekking tot de grondrechten van burgers. Het gaat dan bovenal om het recht op privacy. 3.1 Het recht op privacy Het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer is vastgelegd in art. 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM). 13 Een beperking van dit recht ten behoeve van het handhaven van de openbare orde en veiligheid is slechts toegestaan voor zover dit noodzakelijk is in een democratische samenleving. 14 Voorts moet de inbreuk bij wet zijn voorzien en moet deze wet voldoen aan kwaliteitsvereisten: de wetgeving moet voor burgers toegankelijk zijn (accessibility) en de wet moet voldoende duidelijk zijn omschreven zodat de inbreuk voorzienbaar is voor burgers (foreseeability). 15 Bij de eis van voorzienbaarheid speelt het feit dat de technologieën waarmee inbreuk kan worden gemaakt op de persoonlijke levenssfeer steeds geavanceerder en indringender worden, een nadrukkelijke rol. Omdat de technologie continu ontwikkelt en verandert is het des te belangrijker dat er een nauwkeurige omschrijving en afbakening zijn van de toepassing van een bevoegdheid. 16 In Nederland is het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer vastgelegd in art. 10 Grondwet. Voor wat betreft privacyschendingen in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde heeft de Hoge Raad in het Zwolsman-arrest bepaald dat meer dan geringe inbreuken op de persoonlijke levenssfeer een specifieke wettelijke grondslag behoeven. 17 Het algemene art. 3 Politiewet kan daarmee niet als basis dienen voor de toepassing van opsporingsmethoden die een meer dan geringe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maken. De vraag is dan ook in hoeverre cameratoezicht met behulp van drones een (meer dan geringe) inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer. Bij de beantwoording van deze vraag spelen de volgende elementen een voorname rol: 1. de kenbaarheid van het toezicht, 2. de redelijke privacyverwachting van de geobserveerde, 3. het gebruik van de beelden en 4. de stelselmatigheid van het toezicht. 18 De beoordeling of er sprake is van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer moet per geval worden beoordeeld, maar op basis van deze elementen kunnen we ook in meer algemene zin vaststellen in hoeverre het huidige privacyrechtelijke kader toereikend is voor de toepassing van drones. Hiervoor moeten wij allereerst de verschillen tussen drones en de traditionele vormen van observatie in kaart brengen. 3.2 Verschillen tussen drones en traditionele observatie Drones verschillen op een aantal punten van traditionele vormen van toezicht zoals fysiek patrouilleren en cameratoezicht. Een belangrijk, zo niet het belangrijkste, verschil is dat drones een veel groter gebied effectief kunnen observeren. Patrouillerende agenten kunnen maar een beperkt gebied bestrijken en de camera s die nu worden gebruikt voor observatie van de publieke ruimte hebben slechts een beperkt blikveld. De Ravens van Defensie daarentegen nemen overdag en s nachts locaties en personen waar vanaf zo n 300 meter hoogte, waardoor tijdens één vlucht een gebied van meerdere vierkante kilometers kan worden geobserveerd. Daarnaast ontwikkelt de drone- en cameratechnologie zich razendsnel. Binnen het Amerikaanse leger wordt momenteel geëxperimenteerd met cameratechnologie met de veelzeggende naam Gorgon Met behulp van een gondel met daarin negen camera s kan een hele stad volcontinu worden geobserveerd Stare. Met behulp van een gondel met daarin negen camera s kan een gebied van 70 vierkante kilometer (een hele stad) volcontinu worden geobserveerd van zo n vijf kilometer hoogte. 19 Een tweede verschil is dat drones moeilijk herkenbaar zijn. Drones zijn ten eerste veel minder goed zichtbaar en hoorbaar dan bemande vliegtuigen. 20 Politieheli NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 27

15 Octocopter drone met camera Robert Mandel/Shutterstock.com kopters bijvoorbeeld vallen op doordat zij laag vliegen en veel lawaai maken; de Raven met zijn spanwijdte van slechts anderhalve meter en kleine motor is een stuk moeilijker op te merken. 21 Drones zoals de Amerikaanse Reaper, uitgerust met de Gorgon Stare, vliegen op zo n vijf kilometer hoogte en zijn waarschijnlijk überhaupt niet meer te zien met het blote oog. Ten tweede zijn drones, als ze al zichtbaar zijn, niet direct te identificeren als politievoertuig. Bij een politiehelikopter is duidelijk aan de kleuren en tekens te zien dat het gaat om een politiehelikopter maar bij een drone is dat nagenoeg onmogelijk. Ten derde wordt de kenbaarheid van het toezicht door drones nog verder verkleind door het feit dat het toezicht minder direct te koppelen valt aan een concrete situatie. Zo is het duidelijk dat cameratoezicht bij een winkel vooral bedoeld is om winkeldiefstal tegen te gaan. Maar wanneer een drone boven een gebied van enkele vierkante kilometers actief is, is het voor de in het gebied aanwezige personen niet altijd duidelijk waarom de drone boven hun hoofd cirkelt. Het kan gaan om politiesurveillance, inzet voor een evenement, maar ook om dijkbewaking. Een derde verschil tenslotte is de toepassingsschaal. Het is waarschijnlijk dat drones in de toekomst, als de kosten verder dalen, veel grootschaliger worden ingezet dan het huidige vliegende toezicht. Het kost immers veel minder om een groep (autonome) drones in de lucht te laten patrouilleren dan een bemande politiehelikopter. 3.3 Privacyinbreuken bij de toepassing van drones De hierboven gesignaleerde verschillen met traditionele vormen van observatie leiden tot de volgende conclusies met betrekking tot de criteria voor het bepalen of er sprake is van een (meer dan geringe) inbreuk op de persoonlijke levenssfeer Kenbaarheid Omdat drones nauwelijks zichtbaar, hoorbaar en herkenbaar zijn als politievoertuig is voor de geobserveerden onduidelijk of er sprake is van observatie en zo ja, door wie en voor welke doeleinden. Daarmee is de kenbaarheid van het toezicht met behulp van drones dus onvoldoende en is er eerder sprake van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. De wetenschap dat je bekeken wordt (of kan worden) leidt in het ergste geval tot zelfcensuur en heeft daarmee een verkillend effect op de privacy, zelfontplooiing en vrij- 11. Kamerbrief Defensie 26 maart 2013, Kamerstukken II 2012/13, , nr EHRM 26 april 1979, A 30, r.o. 49 (Sunday Times). 16. Zie onder andere: EHRM 24 april 1990, A 176 A (Kruslin vs. Frankrijk), EHRM 24 april 1990, A 176 B (Hüvig vs Frankrijk), EHRM, nr /95 (Amman vs. Zwitserland) en EHRM 21 juni 2011, nr /09 (Shimovolos vs. Rusland) 18. S. Nouwt, B. de Vries en D. van der Burgt, Camera Surveillance in the Netherlands, in: Reasonable Expectations of Privacy (red. S. Nouwt, B. de Vries en C. Prins), Cambridge: Cambridge University Press 2005, p Zie: gorgon_stare.pdf. 20. C. Oudes en W. Zwijnenburg, Onbemand maakt onbemind? Een verkenning van het debat over drones en robots in oorlogsvoering, IKV Pax Christi, 2011, p Ook op dit vlak gaat de technologische ontwikkeling razendsnel. Zo is het wetenschappers nu al gelukt om drones ter grootte van een insect autonoom te laten vliegen. Zie: edu/. 12. M. Den Breejen, We kunnen en willen helpen opsporen, in: Blauw Opsporing, 2012/23, p Het recht op privacy is ook vastgelegd in art. 7 van het Handvest van Grondrechten van de Europese Unie. 14. EHRM 7 december 1976, nr. 5493/72 (Handyside vs. Verenigd Koninkrijk). 17. Hoge Raad 19 december 1995, NJ NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

16 Focus heid van meningsuiting. 22 Dit risico is nu al aanwezig bij surveillance en observatie maar kan door drones een nieuwe dimensie krijgen, vanwege de schaal van de toepassing en de gebrekkige kenbaarheid. 23 Het verkillende effect van toezicht is met name relevant daar waar het gaat om de inzet van drones bij (politieke) manifestaties en demonstraties. Het verkillende effect van toezicht is met name relevant waar het gaat om de inzet van drones bij manifestaties en demonstraties Het probleem van kenbaarheid is (deels) te ondervangen door duidelijk te maken waar en wanneer drones worden ingezet, ten behoeve van welke doeleinden en door wie Redelijke privacyverwachting Of iemand aanspraak kan maken op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer is mede-afhankelijk van de vraag of de vermeende schending plaatsvindt in een situatie waarin de burger normaliter redelijkerwijs mag verwachten dat hij of zij onbevangen zichzelf kan zijn. 24 Hiervan is in de publieke ruimte niet snel sprake. Zo kunnen wij bezwaarlijk stellen dat iemand in een drukke winkelstraat een redelijke privacyverwachting heeft. Maar observatie met behulp van drones levert mogelijk situaties op waarin burgers in de publieke ruimte wél redelijkerwijs mogen verwachten onbevangen zichzelf te kunnen zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een persoon die helemaal alleen in een natuurgebied aan het wandelen is of aan toezicht in een gebied waarin normaliter geen cameratoezicht is. Of mensen aanspraak kunnen maken op een redelijke privacyverwachting is mede afhankelijk van de vraag of het toezicht afdoende kenbaar is gemaakt. 25 Een bijkomend vraagstuk met betrekking tot de redelijke privacyverwachting van burgers is dat een drone naast de publieke ruimte ook niet-publieke ruimten zoals tuinen, werkplaatsen en erven kan observeren. Het is zelfs denkbaar dat laagvliegende drones huiskamers observeren. Personen hebben de redelijke verwachting dat ze op deze plekken niet geobserveerd worden. 26 Bij vaste camera s kunnen gedeelten waar deuren en ramen van woningen en bedrijven in beeld komen worden geblindeerd. 27 Vanwege hun mobiliteit is dit bij drones lastiger te realiseren Gebruik van de beelden Het opslaan van camerabeelden vormt een grotere privacyinbreuk dan het enkel observeren met behulp van een camera. Of er sprake is van een meer dan geringe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer is afhankelijk van de aard van het geobserveerde gedrag alsmede het subsequent gebruik van de beelden. 28 Wanneer bijvoorbeeld een toevallige passant op straat tussen andere mensen wordt gefilmd is er geen sprake van een significante inbreuk, maar wanneer een persoon individueel in beeld wordt gebracht en deze beelden worden openbaar gemaakt, is er mogelijkerwijs wel sprake van een inbreuk. Wanneer camerabeelden als persoonsgegevens worden gekwalificeerd (bijvoorbeeld omdat personen herkenbaar in beeld worden gebracht), dan is de Wet politiegegevens (Wpg) van toepassing. Art. 3 Wpg stelt dat het opslaan en verder verwerken van politiegegevens binnen de politieorganisatie noodzakelijk en rechtmatig moeten zijn en dat de gegevens alleen voor die doelen mogen worden verwerkt waarvoor zij oorspronkelijk zijn verzameld. Bij de opslag van beelden die met behulp van drones zijn gemaakt dient daarom telkens een bewuste afweging te worden gemaakt of de beelden al dan niet opgeslagen en verder verwerkt mogen worden. In deze afweging dient het feit dat potentieel meer kan worden geobserveerd met een drone dan met klassiek cameratoezicht nadrukkelijk te worden meegewogen. Gegevens die worden verwerkt ter uitvoering van de dagelijkse politietaak moeten op grond van art. 8 lid 1 Wpg na één jaar worden verwijderd. Gegevens die worden verwerkt in het kader van opsporingsonderzoeken moeten nadat zij niet meer van belang zijn voor het betreffende onderzoek worden verwijderd op grond van art. 9 lid 4 Wpg en art. 10 lid 4 Wpg. Om de privacyrisico s die gepaard gaan met de opslag van gegevens terug te dringen is het raadzaam bij de toepassing van drones heldere criteria te formuleren waaronder een drone beelden mag opnemen, bijvoorbeeld alleen bij de waarneming van het plegen van ernstige strafbare feiten. Uitgangspunt moet in ieder geval zijn dat de beelden niet opgeslagen worden tenzij hier zwaarwegende redenen voor zijn Stelselmatigheid Niet-stelselmatige observatie, zoals normale surveillance of vast cameratoezicht, maakt doorgaans geen grote inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de geobserveerde. Dit verandert wanneer iemand intensief of frequent wordt gevolgd. Er is sprake van stelselmatige observatie wanneer een min of meer volledig beeld wordt verkregen van bepaalde aspecten van iemands leven. Relevante elementen hierbij zijn de duur, plaats, intensiteit, frequentie en het al dan niet toepassen van technische hulpmiddelen. Ieder voor zich, maar met name in combinatie, zijn deze elementen bepalend voor de vraag of een min of meer volledig beeld van bepaalde aspecten van iemands leven wordt verkregen. 29 Omdat drones voor langere tijd een groot gebied kunnen observeren en de mogelijkheid hebben om binnen dit gebied een individu te volgen, zal er sneller sprake zijn van stelselmatige observatie. Of er sprake is van stelselmatige observatie moet per geval worden bekeken maar met het oog op de schaalvergroting van het toezicht door drones, is stelselmatigheid ook in algemene zin een risico waarmee wij rekening dienen te houden. Bij grootschalige, routinematige inzet van drones ontstaat de situatie dat personen zich in het geheel niet meer onbespied kunnen voelen. Dergelijk superpanoptisch toezicht kan verstrekkende gevolgen hebben voor de privacy en de machtsverhouding tussen burger en overheid NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 27

17 Dergelijk superpanoptisch toezicht kan verstrekkende gevolgen hebben voor de privacy en de machtsverhouding tussen burger en overheid 4. Privacyrechtelijke aspecten drones naar toepassingsgebied Op basis van het voorgaande kunnen wij concluderen dat de toepassing van drones in veel gevallen een meer dan geringe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer vormt die een wettelijke basis behoeft. Wij bekijken in deze paragraaf in hoeverre deze wettelijke basis bestaat voor de vier geïdentificeerde toepassingsgebieden. 4.1 Ad hoc inzet Indien er sprake is van een ramp of een grootschalige ordeverstoring, dan kan de inzet van drones een belangrijke bijdrage leveren aan het vergroten van het zicht op een chaotische situatie. Het gebruik van drones in deze context kan worden gebaseerd op art. 3 Politiewet. 31 Wil de toepassing van drones op basis van art. 3 Politiewet gelegitimeerd zijn dan moet het in lijn zijn met de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit in het licht van de politietaak. Voor wat betreft de proportionaliteitstoets merken wij op dat de aard van het incident een belangrijke rol speelt. Bij een grote ramp of een ordeverstoring zal eerder aan het proportionaliteitsvereiste worden voldaan. Hierbij is ook relevant dat de inzet van drones naar tijd en plaats beperkt blijft tot het betreffende incident en dus waarschijnlijk minder privacyrisico s met zich meebrengt. Met betrekking tot de subsidiariteitstoets merken wij op dat aan deze toets sneller wordt voldaan in een ad hoc scenario, omdat de onvoorspelbaarheid van een ramp of ordeverstoring vaak met zich mee brengt dat vast cameratoezicht ontoereikend gepositioneerd is en dus geen alternatief is voor de inzet van drones. 32 Hoewel de ad hoc inzet van drones mogelijk lijkt binnen het bestaande juridische kader is het wel zaak om voldoende waarborgen voor het gebruik in te bouwen. Zo is het van belang dat er heldere criteria worden gedefinieerd wanneer en onder welke omstandigheden drones mogen worden ingezet, moet er verantwoording over het gebruik worden afgelegd en moeten betrokkenen (in ieder geval achteraf) geïnformeerd worden. 4.2 Inzet bij grootschalige evenementen Het tweede toepassingsgebied betreft de inzet bij grootschalige evenementen. De politie zet bij evenementen momenteel verschillende typen camera s in, waaronder tijdelijk geplaatste camerazuilen, mobiele videoteams, helmcamera s en camera s op politievoertuigen (zoals helikopters). 33 Het cameratoezicht bij evenementen is gebaseerd op art. 3 Politiewet. Er moet altijd een concrete aanleiding bestaan om camera s in te zetten. 34 Voorts wordt inzet van cameratoezicht bij evenementen begrensd door de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. 35 Ook de inzet van drones bij grootschalige evenementen lijkt gebaseerd te kunnen worden op art. 3 Politiewet, mits wordt voldaan aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Bij deze toets speelt allereerst het risicoprofiel van het evenement een rol: een evenement met een laag risico rechtvaardigt niet de inzet van drones. Daarnaast dient ook de aard van het evenement in ogenschouw te worden genomen: met het oog op de verkillende effecten die drones kunnen hebben, is terughoudendheid geboden bij politieke manifestaties, demonstraties, stakingen enz. Verder moet rekening worden gehouden met de kenbaarheid, stelselmatigheid en afbakening van het gebruik. Drones kunnen meer waarnemen dan politieagenten of vaste camera s en het gevaar dat niet-stelselmatige observatie overgaat in stelselmatige observatie of vergaande controle is zonder duidelijke kaders en waarborgen groot. 4.3 Opsporing Drones worden ook ingezet door de politie ten behoeve van de opsporing. In 2012 zijn 11 aanvragen voor het gebruik van drones voor opsporingsdoeleinden door Defensie gehonoreerd. 36 Hoewel er weinig details bekend zijn over de rol die drones hebben gespeeld in concrete opsporingsonderzoeken, worden zij in ieder geval gebruikt om objecten (bijvoorbeeld hennepkwekerijen) op te sporen. 37 Daarnaast kunnen drones ook worden gebruikt om verdachten te observeren. Afhankelijk van de omstandig- 22. B.J. Goold, Privacy rights and public spaces: CCTV and the problem of the unobservable observer, in: Criminal Justice Ethics 2002, 21 (1), p vindt verandert ook de redelijke privacyverwachting die mensen hebben. Hierdoor kan de persoonlijke levenssfeer als gevolg van veranderende verwachtingen steeds verder afkalven. 26. A.H.C.M. Smeets, Camera s in het publieke domein. Privacynormen voor het cameratoezicht op de openbare orde, CBP, 2004, p A.H.C.M. Smeets, Camera s in het publieke domein. Privacynormen voor het cameratoezicht op de openbare orde, CBP, 2004, p Zie hiervoor onder andere: EHRM 28 januari 2003, nr /98 (Peck vs. Verenigd Koninkrijk). 34. Centrum Criminaliteitspreventie Veiligheid, Handreiking cameratoezicht, 2009, p Kamerstukken II 2012/13, , nr Antwoorden op kamervragen van de leden Schouw en Berndsen-Jansen (ingezonden 12 maart 2013) (http://bit. ly/12js9nm). 37. Antwoorden op kamervragen van de leden Schouw en Berndsen-Jansen (ingezonden 12 maart 2013) (http://bit. ly/12js9nm). 29. Kamerstukken II 1996/97, , nr. 3, p M. Poster, The Mode of Information, Cambridge: Polity Press C.P.M Cleiren en J.F. Nijboer, Tekst en Commentaar Wetboek van Strafvordering, Deventer: Kluwer 2007, p Zie in dit kader ook: Wijziging van de Gemeentewet in verband met de verruiming van de bevoegdheid van de burgemeester tot de inzet van cameratoezicht, Kamerstukken II 2012/13, , nr Zie bijvoorbeeld: M.T. Van Dijk et al., Gelukkig hebben we de foto s nog! Hoe gaat de politie om met het fotograferen en het opslaan van (persoons)gegevens van voetbalsupporters?, Nationale Ombudsman, 2011/ Zie: Hoge Raad 20 april 2004, 02632/2 (LJN AL8449). 25. Hierin schuilt overigens een belangrijke zwakte van dit criterium vanuit privacyperspectief: naar mate meer toezicht plaats- 33. Kamerstukken II 2012/13, , nr. 3, p. 4. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

18 Focus heden kan er dan sprake zijn van stelselmatige observatie. In dergelijke gevallen moet er een bevel tot stelselmatige observatie afgegeven worden ex art. 126g Sv dan wel ex art. 126o Sv. Voor wat betreft de stelselmatige observatie met behulp van drones is het van belang om goed het onderwerp, de omvang en de duur van de observatie af te bakenen. Het risico bestaat anders dat een te grote inbreuk op de persoonlijke levenssfeer wordt gemaakt (mogelijk ook van niet verdachten). Hierbij speelt de vraag in hoeverre drones besloten plaatsen filmen ook een rol. 38 Nadere regels omtrent de toepassing van drones in het kader van stelselmatige observatie kunnen worden opgenomen in de Aanwijzing opsporingsbevoegdheden. Verder is het van belang dat de regels uit de Wpg goed in acht worden genomen wanneer beelden worden vastgelegd. 4.4 Routinematige inzet Bij de routinematige inzet kunnen we een onderscheid maken tussen de inzet van camera s met als doel het voorkomen van overlast en de handhaving van de openbare orde en de inzet ter ondersteuning van de politietaak, meer specifiek de surveillance Routinematige inzet: preventie Op gemeentelijk niveau ligt de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de openbare orde bij de burgemeester. 39 Om de openbare orde te handhaven zetten veel gemeenten cameratoezicht in. Op grond van art. 151c Gemw kan de burgemeester, met toestemming van de gemeenteraad, besluiten tot cameratoezicht in de publieke ruimte. De burgemeester kan zich daarbij voor het toezicht op een openbare plaats bedienen van camera s die voor een bepaalde duur worden geplaatst. 40 De bevoegdheid tot de inzet van cameratoezicht is beperkt tot camera s die nagelvast zijn bevestigd. Momenteel ligt een wetsvoorstel in de Tweede Kamer dat tot doel heeft de eis dat het cameratoezicht vast moet zijn, op te heffen. Dit betekent dat de burgemeester ook flexibel, mobiel cameratoezicht mag inzetten. 41 De operationele regie van het cameratoezicht ligt in handen van de politie. 42 Beelden van personen die worden vastgelegd vallen onder de Wpg. 43 Het plaatsen van camera s door de burgemeester is bedoeld als preventief middel en mag niet als primair doel de opsporing van strafbare feiten hebben. Dat laatste is het domein van de politie en de Officier van Justitie. 44 Wanneer wij kijken naar de huidige reikwijdte van art. 151c Gemw, dan zien wij dat dit geen ruimte biedt voor de inzet van drones (vliegend cameratoezicht). De Met de op handen zijnde wijziging van de Gemeentewet, die flexibel cameratoezicht mogelijk moet maken, zou de burgemeester in theorie ook drones kunnen inzetten gemeente mag alleen vaste camera s inzetten ter ondersteuning van de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Met de op handen zijnde wijziging van de Gemeentewet, die flexibel cameratoezicht mogelijk moet maken, zou de burgemeester in theorie ook drones kunnen inzetten. De wetgever hint in de Memorie van Toelichting al wel dat vliegend cameratoezicht in de meeste gevallen waarschijnlijk niet voldoet aan de proportionaliteits- en subsidiariteitseis: In dit kader kan nog worden opgemerkt dat de inzet van een bepaalde vorm van cameratoezicht, zoals een vliegende camera, niet proportioneel kan worden geacht als het doel dat daarmee wordt beoogd ook op een voor de burger minder ingrijpende wijze kan worden bereikt, bijvoorbeeld door de inzet van een statisch opgestelde camera. 45 Wij zien ook niet snel dat routinematig vliegend toezicht met als doel het tegengaan van overlast en de voorkoming van strafbare feiten, gegeven de meer dan geringe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van burgers, aan de proportionaliteits- en subsidiariteitseis voldoet Routinematige inzet: surveillance Op grond van art. 3 Politiewet mag de politie op straat surveilleren. Dit biedt ook aanknopingspunten om met behulp van drones te surveilleren. Art. 3 Politiewet zou dus mogelijk een grond bieden voor de inzet van drones voor surveillance taken. Maar ook hier is de vraag weer of het voldoet aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Voor wat betreft de proportionaliteit zijn wij van mening dat het belang van de handhaving van de openbare orde en veiligheid momenteel niet opweegt tegen de potentiële risico s voor de burger. De schaal waarop observatie plaatsvindt is dusdanig dat dit een onevenredige inbreuk vormt op de privacy en persoonlijke autonomie van de burger. Verder dient rekening te worden gehouden met het feit dat met behulp van drones niet alleen publieke ruimten kunnen worden geobserveerd maar ook besloten plaatsen. Vanuit het oogpunt van subsidiariteit is de routinematige inzet van drones ook problematisch omdat minder ingrijpende middelen vooralsnog lijken te volstaan. In die gebieden waar de kans op misdrijven groter is (zogenaamde hot spots), lijkt bijvoorbeeld vast en beperkt flexibel cameratoezicht toereikend. Gegeven de privacyrisico s lijken er daarom onvoldoende argumenten te zijn om stelselmatig met drones te patrouilleren in de publieke ruimte. Wanneer sprake is van een specifiek veiligheidsprobleem in een bepaald gebied, zijn er wellicht goede argumenten om drones in te zetten. Zo heeft de politie het afgelopen jaar drones ingezet in de strijd tegen woninginbraken in Almere. 46 Problematisch aan deze casus is evenwel dat onduidelijk is wat de overwegingen zijn geweest met betrekking tot de inzet, wanneer de drones zijn ingezet en welke waarborgen voor de burger bij het gebruik zijn gehanteerd. 47 Sowieso passen deze en vergelijkbare casus waarschijnlijk beter in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, waardoor de meer uitgebreide strafvorderlijke waarborgen van toepassing zijn NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 27

19 De schaal waarop observatie plaatsvindt is dusdanig dat dit een onevenredige inbreuk vormt op de privacy en persoonlijke autonomie van de burger 5. Conclusies Hoewel drones een efficiënt hulpmiddel kunnen zijn bij het handhaven van de openbare orde en veiligheid, is het gebruik ervan niet zonder risico s voor de privacy van burgers. De specifieke technische aard en de inzet van drones roepen nieuwe vragen op over de verantwoorde inzet van surveillance in de publieke ruimte. Het huidige juridische kader lijkt genoeg aanknopingspunten te bieden voor het reguleren van drones maar dit kader dient wel nader geconcretiseerd te worden in de context van drones. In ieder geval is de huidige inzet van drones oncontroleerbaar waardoor het risico ontstaat dat bij de inzet van drones onvoldoende rekening wordt gehouden met de rechten van burgers. Om drones op zorgvuldige wijze in te zetten moet allereerst een helder toetsingskader worden opgesteld waarmee kan worden bepaald of de inzet van drones in een specifieke context gerechtvaardigd is. Per keer moet op basis van dit kader worden beoordeeld wat passend en proportioneel is in de gegeven situatie. Bij het beoordelen van de proportionaliteit moet nadrukkelijk aandacht worden besteed aan het feit dat de toepassing van drones aanzienlijk verschilt van de huidige vormen van observatie en significante privacyrisico s met zich meebrengt. Wanneer de inzet van drones passend wordt bevonden, moet het gebruik ervan met waarborgen worden omkleed. Hierbij kan worden gedacht aan beperkingen met betrekking tot de duur van de inzet, de technische hulpmiddelen waarmee de drones worden uitgerust en de gebieden die ze observeren. De inzet van drones moet bovenal kenbaar zijn voor de burger. Om de kenbaarheid te verbeteren moet de burger worden geïnformeerd over de aanwezigheid van drones, de doeleinden waarvoor zij worden gebruikt, de duur van de inzet en de instantie die verantwoordelijk is voor de inzet. Daarnaast dienen de omstandigheden waaronder beelden mogen worden vastgelegd nader te worden geconcretiseerd en moet aan alle eisen van de Wpg worden voldaan. Tenslotte willen wij hier nog opmerken dat de ontwikkeling van drones niet stilstaat. Door ontwikkelingen op het gebied van kunstmatige intelligentie worden drones steeds autonomer. 48 Dit kan gunstig zijn voor de politie met het oog op effectiviteit en kostenbesparing, maar roept ook vragen op over wie verantwoordelijk is voor de beslissingen die een drone zelfstandig neemt. 49 Naast autonomer worden drones ook steeds kleiner en kunnen zij steeds meer sensoren aanwenden. 50 Surveillance kan daardoor heel andere vormen gaan aannemen dan we tot nu toe gewend zijn. Blijvende waakzaamheid voor wat betreft de toepassing van drones is dus geboden. 38. Zie in dit kader: hoofdstuk 2 Aanwijzing Opsporingsbevoegdheden. 39. Art. 172 Gemw. 40. Openbare plaats is gedefinieerd in art. 1 Wet Openbare Manifestaties als: plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek. 41. Kamerstukken II 2012/13, , nr Art. 151c lid 3 Gemw. 43. Art. 151c lid 7 Gemw. 44. R. Bennekom en W. Jong, Zakboek Openbare orde en veiligheid,2010, p Een WOB verzoek voor het evaluatierapport leverde een document op waarvan alleen de kaft en inhoudsopgave zichtbaar waren. Zie: https://rejo.zenger.nl/inzicht/ politie-houdt-onderbouwing-succesverhaalachter/. 48. C. Oudes en W. Zwijnenburg, Onbemand maakt onbemind? Een verkenning van het debat over drones en robots in oorlogsvoering, IKV Pax Christi, 2011, p C. Oudes en W. Zwijnenburg, Onbemand maakt onbemind? Een verkenning van het debat over drones en robots in oorlogsvoering, IKV Pax Christi, 2011, p J. Gertler, U.S. Unmanned Aerial Systems, CRS Report for Congress, Kamerstukken II 2012/13, , nr. 3, p Zie: Nieuws/98802/almere-spionagevliegtuigjeingezet-tegen-inbraken. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

20 1606 Essay Europese rechtspleging Marc de Werd 1 Hoe moet de rechterlijke organisatie (rechters, officieren van justitie en gerechtelijke ondersteuning) zich inhoudelijk en organisatorisch voorbereiden op haar Europese toekomst? Die vraag dringt zich op nu de rechtspraktijk steeds vaker aanloopt tegen de weerbarstige materie van het internationale en Europese recht. Daarbij komt dat de stroom jurisprudentie uit Luxemburg (Hof van Justitie van de Europese Unie) en Straatsburg (Europees Hof voor de rechten van de mens) niet meer valt bij te benen. Het zicht op de materie wordt bovendien ontnomen doordat Europa zich weinig aantrekt van de hokjes waarin we het recht hebben opgedeeld. Het klassieke straf-, bestuurs- en civielrecht lopen steeds vaker door elkaar. En juist op een rechtsterrein waar de EU zich tot voor kort principieel buiten hield (het strafrecht) doen zich momenteel de lastigste EU-problemen voor. Het is kortom tijd om na te denken over Europese rechtspleging. Salduz revisited De (toevallige) aanleiding voor bovenstaande vragen vormt het persbericht van de Raad van de EU van 4 juni Dat meldt dat het Comité van Permanente Vertegenwoordigers (Coreper) van de 27 lidstaten in Brussel heeft ingestemd met de compromistekst van het Europees Parlement van 28 mei jl over de Richtlijn miminumrechten voor verdachten. Dit wordt in Brussel gezien als een historische stap waardoor invoering van de Richtlijn na 10 jaar in zicht komt. De richtlijn heeft onder andere betrekking op de zogenaamde Salduz-problematiek (naar het EHRM-arrest Salduz vs. Turkije van 27 november 2008). Daar is sindsdien in het Nederlandse strafrecht veel over te doen. Wat betekent access to a lawyer in de Straatsburgse jurisprudentie? Heeft een verdachte nu wel of niet het recht op de fysieke aanwezigheid van zijn raadspersoon vanaf het eerste politieverhoor. Of waarborgt art. 6 EVRM alleen maar een recht op (telefonische) bijstand ( assistance )? De Nederlandse Hoge Raad leest in art. 6 EVRM vooralsnog een consultatierecht voor verdachten die zijn aangehouden. Eerder werd in de lagere rechtspraak veel tijd en aandacht aan het probleem besteed. Door middel van themazittingen kristalliseerde het onderwerp uit. Een Nederlands wetsvoorstel dat lang niet zo ver gaat als de Richtlijn is in de maak. Intussen spellen advocaten de Straatsburgse jurisprudentie op zoek naar een onsje méér. Die strijd wordt nu beslecht. Niet door het Hof in Straatsburg en ook niet dat in Luxemburg maar door Brussel. Waarom Brussel? Omdat het doel van de nieuwe richtlijn is, door het waarborgen van gemeenschappelijke minimumrechten voor verdachten, bij te dragen aan de versterking van het wederzijds vertrouwen tussen de EUlidstaten. Dat komt ten goede aan een intensievere en effectievere samenwerking in de strafrechtpleging tussen de 27 lidstaten, wat op haar beurt weer het vrije verkeer van burgers van de Europese Unie bevordert. Formeel moet de richtlijn in de komende maanden nog worden goedgekeurd door het Europees Parlement en de Raad van de EU. En vervolgens dient de richtlijn nog in de wetgeving van de lidstaten te worden geïmplementeerd. Maar dan zijn we alweer snel 2-3 jaar verder. Of toch niet? Interessant is dat de EU-regelgever in de richtlijn een toepassing geeft aan de voorhanden grondrechtencatalogi. Hij overweegt over het EU-Handvest, het EVRM én het IVBPR: Whereas: Article 47 of the Charter of Fundamental Rights of the European Union, Article 6 of the European Convention for the Protection of Human Rights and Fundamental Freedoms and Article 14 of the International Covenant on Civil and Political Rights enshrine the right to a fair trial. Article 48 of the Charter guarantees respect for the rights of the defence. Er zijn geen bijzondere gaven nodig om te voorspellen dat deze overweging in de concept-richtlijn de koevoet wordt waarmee advocaten de Salduz-jurisprudentie van de Hoge Raad gaan open wrikken. Het wachten is op het verweer in een Nederlandse strafzaak dat access to a lawyer in de Straatsburgse Salduz-jurisprudentie (ook nu reeds) betekent dat een verdachte recht heeft op de fysie- Intussen spellen advocaten de Straatsburgse jurisprudentie op zoek naar een onsje méér 1780 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 27

Bemiddeling in strafzaken in Maastricht

Bemiddeling in strafzaken in Maastricht 16o4 Wetenschap Bemiddeling in strafzaken in Maastricht De eerste onderzoeksresultaten Jacques Claessen en Gwenny Zeles 1 Terwijl herstelrecht theoretisch steeds meer vorm krijgt en onder zowel wetenschappers,

Nadere informatie

Gespreksleider: Paulien Defoer, Paulien Defoer Mediation

Gespreksleider: Paulien Defoer, Paulien Defoer Mediation 1.7 Mediation in strafrecht, ervaringen in de pilots: aan tafel! Jent Bijlsma Trickster Toaufik Elfalah Politie Utrecht Klaartje Freeke Freeke & Monster Judith Uitermark Rechtbank Noord-Holland Gespreksleider:

Nadere informatie

Aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie De heer mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 EH Den Haag

Aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie De heer mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 EH Den Haag Parkstraat 83 Den Haag Raad voor Strafrech tstoepassing Correspondentie: Postbus 30137 en Jeugdbescherming 2500 CC Den Haag ~ Telefoon (070) 361 93 00 Fax algemeen (070) 361 9310 Fax rechtspraak (070)

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

De blauwe plekken moeten liefst nog niet zijn verkleurd

De blauwe plekken moeten liefst nog niet zijn verkleurd PRAKTIJKBERICHTEN De blauwe plekken moeten liefst nog niet zijn verkleurd Strafrechtelijke bemiddeling in Maastricht Janny Dierx In Maastricht vinden op het parket jaarlijks ongeveer 300 bemiddelingsgesprekken

Nadere informatie

HERSTELBEMIDDELING (slachtoffer- dader bemiddeling)

HERSTELBEMIDDELING (slachtoffer- dader bemiddeling) HERSTELBEMIDDELING (slachtoffer- dader bemiddeling) DIENST Gent - Oudenaarde EEDVERBONDKAAI 285 9000 GENT DIENST Dendermonde OLV KERKPLEIN 30 9200 Dendermonde OOST-VLAANDEREN Voor wie? Slachtoffer/ daders

Nadere informatie

Herstelbemiddeling voor jeugdigen in Nederland

Herstelbemiddeling voor jeugdigen in Nederland Herstelbemiddeling voor jeugdigen in Nederland Majone Steketee Sandra ter Woerds Marit Moll Hans Boutellier Een evaluatieonderzoek naar zes pilotprojecten Assen 2006 2006 WODC, Ministerie van Justitie.

Nadere informatie

Herstelgerichte politie

Herstelgerichte politie Herstelgerichte politie Peter van Os, programmamanager Ontwikkeling gebiedsgebonden politie Ontwikkelingen politieregio s Kerntakendiscussie Wijkagent doet te veel aan dienstverlening Doelloos vriendschappelijke

Nadere informatie

Gezondheidsstrafrecht

Gezondheidsstrafrecht Gezondheidsstrafrecht Mr. dr. W.L.J.M Duijst Deventer 2014 Omslagontwerp: H2R creatievecommunicatie ISBN 978-90-13-12600-6 E-book 978-90-13-12601-3 NUR 824-410 2014, W.L.J.M. Duijst Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Slachtoffer-daderbemiddeling: wie is partij in een strafrechtelijke context? Ivo Aertsen Leuvens Instituut voor Criminologie

Slachtoffer-daderbemiddeling: wie is partij in een strafrechtelijke context? Ivo Aertsen Leuvens Instituut voor Criminologie Slachtoffer-daderbemiddeling: wie is partij in een strafrechtelijke context? Ivo Aertsen Leuvens Instituut voor Criminologie Vragen Is bemiddeling tussen slachtoffer en dader wel mogelijk? Wenselijk? Wie

Nadere informatie

5 Vervolging. M. Brouwers en A.Th.J. Eggen

5 Vervolging. M. Brouwers en A.Th.J. Eggen 5 Vervolging M. Brouwers en A.Th.J. Eggen In 2012 werden 218.000 misdrijfzaken bij het Openbaar Ministerie (OM) ingeschreven. Dit is een daling van 18% ten opzichte van 2005. In 2010 was het aantal ingeschreven

Nadere informatie

DE RECHTERS ZIJN GESCHEIDEN

DE RECHTERS ZIJN GESCHEIDEN DE RECHTERS ZIJN GESCHEIDEN www.rechtvoorjou.nl Hoofdstuk 3.0 Wat is een democratische rechtsstaat? Maak de volgende oefeningen met behulp van de informatie op de website. Naam Leerling: Klas:. 3.0 a.

Nadere informatie

openbare orde en veiligheid

openbare orde en veiligheid 125 openbare orde en veiligheid 12 126 Openbare orde en veiligheid Aantal alternatieve straffen voor jeugdigen neemt af In 2003 zijn 68 jeugdigen op alternatieve wijze gestraft. De trend in alternatieve

Nadere informatie

U moet terechtstaan. Inhoud

U moet terechtstaan. Inhoud U moet terechtstaan Inhoud Deze brochure 3 Dagvaarding 3 Bezwaarschrift 3 Rechtsbijstand 4 Slachtoffer 4 Inzage in uw dossier 4 Getuigen en deskundigen 5 Uitstel 5 Aanwezigheid op de terechtzitting 6 Verstek

Nadere informatie

Oriëntatiepunten straftoemeting jeugd Amsterdam

Oriëntatiepunten straftoemeting jeugd Amsterdam Opmerkingen vooraf: RECHTBANK AMSTERDAM TEAM FAMILIE & JEUGD Juli 2013 Oriëntatiepunten straftoemeting jeugd Amsterdam - Deze tabel geeft uitgangspunten voor de kinderrechters (in Amsterdam) voor strafmodaliteit

Nadere informatie

Hoofdstuk 3.0 Wat is een democratische rechtsstaat?

Hoofdstuk 3.0 Wat is een democratische rechtsstaat? Scheiding der machten De rechters zijn gescheiden www.rechtvoorjou.nl Hoofdstuk 3.0 Wat is een democratische rechtsstaat? Maak de volgende oefeningen met behulp van de informatie op de website*. Naam Leerling:...Klas:...

Nadere informatie

SAMENVATTING Achtergrond Onderzoeksopzet

SAMENVATTING Achtergrond Onderzoeksopzet SAMENVATTING Achtergrond De laatste jaren is er een toenemende aandacht van de overheid voor de aanpak van kindermishandeling en partnergeweld. Het kabinet heeft in 2007 het actieplan Kinderen Veilig Thuis

Nadere informatie

ProDemos Huis voor democratie en rechtsstaat

ProDemos Huis voor democratie en rechtsstaat Wat is rechtspraak? Nederland is een rechtsstaat. Een belangrijk onderdeel van een rechtsstaat is onafhankelijke rechtspraak. Iedereen heeft wel eens ruzie met een ander. Stel je hebt een conflict met

Nadere informatie

Samenvatting. 1 Letterlijk: Ontzegging van de Bevoegdheid Motorrijtuigen te besturen.

Samenvatting. 1 Letterlijk: Ontzegging van de Bevoegdheid Motorrijtuigen te besturen. Op 24 juni 1998 is de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) gewijzigd. Deze wijziging komt voort uit de wens van de Tweede Kamer om te komen tot een strengere aanpak van gevaarlijk rijgedrag in het verkeer.

Nadere informatie

De Minister van Justitie

De Minister van Justitie = POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN De Minister van Justitie DATUM

Nadere informatie

Recht en bijstand bij juridische procedures

Recht en bijstand bij juridische procedures Recht en bijstand bij juridische procedures In deze folder leest u meer 0900-0101 (lokaal tarief) over de juridische bijstand door Slachtofferhulp Nederland en de rechten van slachtoffers. Een wirwar van

Nadere informatie

613093 omslag terechtstaan 16-08-2006 10:07 Pagina 2. U moet terechtstaan

613093 omslag terechtstaan 16-08-2006 10:07 Pagina 2. U moet terechtstaan 613093 omslag terechtstaan 16-08-2006 10:07 Pagina 2 U moet terechtstaan 613093 binnenwerk terechtstaan 16-08-2006 10:08 Pagina 2 613093 binnenwerk terechtstaan 16-08-2006 10:08 Pagina 1 Inhoud Deze brochure

Nadere informatie

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbams:2013:bz6442&keyword=bz6442 1

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ecli:nl:rbams:2013:bz6442&keyword=bz6442 1 Modeldagvaarding: Bemiddelingsovereenkomst met makelaar/bemiddelaar voor een zelfstandige woning waarbij de makelaar/bemiddelaar zowel voor de particuliere huurder als de verhuurder heeft bemiddeld. Een

Nadere informatie

2. Tussenpersoon De Verzekeringsrealist Tussenpersoon nummer 6585 Antwoordnummer 555 1250 VB Laren NH info@d-v-r.nl 06-46422381

2. Tussenpersoon De Verzekeringsrealist Tussenpersoon nummer 6585 Antwoordnummer 555 1250 VB Laren NH info@d-v-r.nl 06-46422381 1. Aanvraag OOM Verzekeringen is aanbieder van verzekeringsproducten. Advies voor wat het beste bij uw persoonlijke situatie past, kunt u krijgen van De Verzekeringsrealist. 2. Tussenpersoon De Verzekeringsrealist

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 093 Initiatiefnota van het lid Recourt: «De toepassing van herstelbemiddeling binnen het strafrecht» Nr. 2 INITIATIEFNOTA Inleiding De laatste

Nadere informatie

Meer info inzake aansprakelijkheid VZW en haar bestuurders

Meer info inzake aansprakelijkheid VZW en haar bestuurders Meer info inzake aansprakelijkheid VZW en haar bestuurders DE BURGERLIJKE AANSPRAKELIJKHEID De persoon die schade aan iemand anders veroorzaakt, is verplicht die te herstellen. Hierbij wordt een onderscheid

Nadere informatie

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt'

Datum 29 januari 2010 Onderwerp WODC-onderzoek 'Strafrechtelijke ontzetting uit beroep of ambt' > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.justitie.nl Onderwerp WODC-onderzoek

Nadere informatie

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE HASSELT VAN 15 DECEMBER 2015

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE HASSELT VAN 15 DECEMBER 2015 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE HASSELT VAN 15 DECEMBER 2015 INZAKE HET OPENBAAR MINISTERIE BURGERLIJKE PARTIJEN Vlaamse Vervoersmaatschappij ( ) openbare instelling onder de vorm van een NV, met ondernemingsnummer

Nadere informatie

Zoekresultaat - inzien document. ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: Uitspraak. Rechtbank Oost-Brabant

Zoekresultaat - inzien document. ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: Uitspraak. Rechtbank Oost-Brabant Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RBOBR:2015:5776 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ec Instantie Datum uitspraak 07-10-2015 Datum publicatie 07-10-2015 Rechtbank Oost-Brabant

Nadere informatie

Aanvraagformulier. Bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering

Aanvraagformulier. Bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering Aanvraagformulier Bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering BV/NV 1. Verzekeringnemer Naam bedrijf:.... Correspondentieadres:... Postcode en plaats:... Contactpersoon:... man vrouw E-mail contactpersoon:..

Nadere informatie

Wijziging van de regeling van de bevrijdende verjaring in het Burgerlijk Wetboek in geval van schade veroorzaakt door strafbare feiten

Wijziging van de regeling van de bevrijdende verjaring in het Burgerlijk Wetboek in geval van schade veroorzaakt door strafbare feiten Wijziging van de regeling van de bevrijdende verjaring in het Burgerlijk Wetboek in geval van schade veroorzaakt door strafbare feiten VOORSTEL VAN WET Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden,

Nadere informatie

Bijlage 2 Standaardclassificatie misdrijven

Bijlage 2 Standaardclassificatie misdrijven Bijlage 2 Standaardclassificatie misdrijven Tot begin jaren negentig van de vorige eeuw gebruikte het CBS verschillende classificaties van misdrijven bij het publiceren van uitkomsten voor de Politiestatistiek

Nadere informatie

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de bank DATUM 17 maart 2006 CONTACTPERSOON

Nadere informatie

De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren

De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren Dit document beoogt de strafrechtelijke consequenties voor de verblijfsrechtelijke positie van een vreemdeling

Nadere informatie

Europees Arrestatiebevel

Europees Arrestatiebevel Europees Arrestatiebevel Managementgegevens over de periode: Het jaar 009 Inhoudsopgave Gevraagde wettelijke gegevens op basis van artikel 70 van de Overleveringswet pagina. Het aantal ontvangen EAB's

Nadere informatie

Plan van aanpak. Protocol. pilot camera s op. GGD/ Ambulances. in de Regio Haaglanden

Plan van aanpak. Protocol. pilot camera s op. GGD/ Ambulances. in de Regio Haaglanden Plan van aanpak en Protocol pilot camera s op GGD/ Ambulances in de Regio Haaglanden 1 Inhoudsopgave pag 1. Aanleiding 3 2. Doel en reikwijdte 3 3. Organisatie 4 4. Aanpak en planning 4 5. Financiering

Nadere informatie

Is verzekeringnemer opgericht met als belangrijkste doel het organiseren van een eenmalig evenement?

Is verzekeringnemer opgericht met als belangrijkste doel het organiseren van een eenmalig evenement? Aanvraagformulier Bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering Stichtingen 1. Verzekeringnemer Naam bedrijf:.... Correspondentieadres:... Postcode en plaats:... Contactpersoon:... man vrouw E-mail contactpersoon:..

Nadere informatie

De uitvoering van het jeugdstrafrecht

De uitvoering van het jeugdstrafrecht Stelselwijziging Jeugd Factsheet De uitvoering van het jeugdstrafrecht Na inwerkingtreding van de Jeugdwet De uitvoering van het jeugdstrafrecht 1 De uitvoering van het jeugdstrafrecht 2 Inleiding Deze

Nadere informatie

De toepassing van herstelbemiddeling binnen het strafrecht

De toepassing van herstelbemiddeling binnen het strafrecht De toepassing van herstelbemiddeling binnen het strafrecht Initiatiefnota van het lid Recourt 25 november 2014 Inleiding De laatste decennia is geprobeerd om de positie van het slachtoffer in het strafproces

Nadere informatie

Het Mediation Bureau. van het Centrum Internationale Kinderontvoering (Centrum IKO)

Het Mediation Bureau. van het Centrum Internationale Kinderontvoering (Centrum IKO) Het Mediation Bureau van het Centrum Internationale Kinderontvoering (Centrum IKO) 1 Crossborder mediation Bij internationale kinderontvoering duren de procedures vaak lang. Daarom start op 1 november

Nadere informatie

De opdrachtnemer: mediator en/of coach van Schaeffer Mediation & Coaching (hierna te noemen SMC).

De opdrachtnemer: mediator en/of coach van Schaeffer Mediation & Coaching (hierna te noemen SMC). Algemene voorwaarden Artikel 1. Definities In deze algemene voorwaarden wordt verstaan onder: De opdrachtnemer: mediator en/of coach van Schaeffer Mediation & Coaching (hierna te noemen SMC). De opdrachtgever:

Nadere informatie

Berechting. A.Th.J. Eggen

Berechting. A.Th.J. Eggen 6 Berechting A.Th.J. Eggen Jaarlijks behandelt de rechter in eerste aanleg circa 130.000 strafzaken tegen verdachten van misdrijven. Ruim 80% van de zaken wordt afgedaan door de politierechter. Het aandeel

Nadere informatie

1.3 Tussenpersoon heeft het beroep bestreden bij een op 13 juli 2012 bij de Beroepscommissie binnengekomen verweerschrift.

1.3 Tussenpersoon heeft het beroep bestreden bij een op 13 juli 2012 bij de Beroepscommissie binnengekomen verweerschrift. Uitspraak Commissie van Beroep 2012-17 d.d. 11 september 2012 (prof. mr. F.R. Salomons, voorzitter, mr. A. Bus, mr. J.B. Fleers, mr. F.H.J. Mijnssen en mr. J.B.M.M. Wuisman, leden, en mr. M.J. Drijftholt,

Nadere informatie

NEDERLANDsE ORDE VAN ADVOCATEN. Strafprocesrecht

NEDERLANDsE ORDE VAN ADVOCATEN. Strafprocesrecht 4. NEDERLANDsE ORDE VAN ADVOCATEN. Strafprocesrecht Samsom H.D. Tjeenk Willink Alphen aan den Rijn 1992 Derde druk Prof. mr M. Wladimiroff Mr S.E. Marseille Dr mr J.M. Sjöcrona Mr P.R. Wery Strafprocesrecht

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken;

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN. De Bedrijfsmakelaar.nl

ALGEMENE VOORWAARDEN. De Bedrijfsmakelaar.nl ALGEMENE VOORWAARDEN De Bedrijfsmakelaar.nl Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op de toegang en het gebruik van de website van De Bedrijfsmakelaar.nl. Deel I. Algemeen Artikel 1 Definities en

Nadere informatie

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen.

afspraken die in het Najaarsoverleg 2008 zijn gemaakt. Volstaan wordt dan ook met hiernaar te verwijzen. Reactie op de brief van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) inzake het wetsvoorstel tot wijziging van Boek 7, titel 10, van het Burgerlijk Wetboek in verband met het limiteren van de hoogte van de

Nadere informatie

1. Deze voorwaarden gelden voor iedere aanbieding en iedere overeenkomst tussen WD- MEDIA en een opdrachtgever.

1. Deze voorwaarden gelden voor iedere aanbieding en iedere overeenkomst tussen WD- MEDIA en een opdrachtgever. ALGEMENE LEVERINGSVOORWAARDEN - versie - 01 Oktober 2012 Artikel 1 - Definities 1. In deze algemene voorwaarden wordt verstaan onder: - Uitvoerend bedrijf: WD-MEDIA, hierna te noemen: WD-MEDIA, en gebruiker.

Nadere informatie

ADVIES. de heer A en mevrouw B te K, ouders van C, leerling op school D te K, klagers

ADVIES. de heer A en mevrouw B te K, ouders van C, leerling op school D te K, klagers 105679 - Klacht over handelen in strijd met belangen leerling, onzorgvuldige klachtbehandeling, niet nakomen afspraken en onzorgvuldig voeren gesprek; PO SAMENVATTING Ouders klagen erover dat de directeur

Nadere informatie

Convenant met BSA Schaderegelingsbureau B.V. inzake het standaardiseren van processen van werkgeversregres

Convenant met BSA Schaderegelingsbureau B.V. inzake het standaardiseren van processen van werkgeversregres Convenant met BSA Schaderegelingsbureau B.V. inzake het standaardiseren van processen van werkgeversregres Convenant tussen BSA en Verbond van Verzekeraars Overwegingen: BSA pleegt voor werkgevers (waaronder

Nadere informatie

Voegen in het strafproces

Voegen in het strafproces Voegen in het strafproces Voegen in het strafproces april 2011 U bent slachtoffer geworden van een misdrijf of overtreding en u heeft daarbij schade geleden. Eén van de mogelijkheden om uw schade vergoed

Nadere informatie

BEGRIPPENLIJST BIERCONTRACTEN

BEGRIPPENLIJST BIERCONTRACTEN BEGRIPPENLIJST BIERCONTRACTEN Dit document bevat een lijst van begrippen zoals u die kunt tegenkomen in de verschillende contracten en uitingen van de brouwerijen richting horecaondernemers. Omwille van

Nadere informatie

Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over het Ministerie van Veiligheid. en Justitie. Publicatiedatum: 23 september 2014

Rapport. Rapport naar aanleiding van een klacht over het Ministerie van Veiligheid. en Justitie. Publicatiedatum: 23 september 2014 Rapport Rapport naar aanleiding van een klacht over het Ministerie van Veiligheid en Justitie. Publicatiedatum: 23 september 2014 Rapportnummer: 2014 /122 20 14/122 d e Natio nale o mb ud sman 1/5 Feiten

Nadere informatie

Opdrachten & docentenhandleiding www.rechtvoorjou.nl

Opdrachten & docentenhandleiding www.rechtvoorjou.nl Opdrachten & docentenhandleiding www.rechtvoorjou.nl Opdrachten & docentenhandleiding www.rechtvoorjou.nl pagina 2 van 14 Inhoudsopgave 1 Opdracht 1: Kennisvragen bij www.rechtvoorjou.nl 3 Werkblad 1:

Nadere informatie

Embargo tot 18 okt. 2012, 12.30 uur

Embargo tot 18 okt. 2012, 12.30 uur Embargo tot 18 okt. 2012, 12.30 uur Toespraak van de Nationaal rapporteur mensenhandel en seksueel geweld tegen kinderen mr. Corinne Dettmeijer-Vermeulen Ter gelegenheid van de aanbieding van het rapport

Nadere informatie

Aanwijzing. Slachtofferzorg. Parket Curaçao

Aanwijzing. Slachtofferzorg. Parket Curaçao Aanwijzing Slachtofferzorg Parket Curaçao Samenvatting Deze aanwijzing stelt regels betreffende de bejegening van slachtoffers van misdrijven, zoals zeden, geweld- en verkeersmisdrijven. Daarbij worden

Nadere informatie

Beoordeling. h2>klacht

Beoordeling. h2>klacht Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat een ambtenaar van het regionale politiekorps Limburg-Noord op 14 juli 2008 heeft geweigerd de aangifte van diefstal van haar kat op te nemen. Beoordeling

Nadere informatie

NRGD Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen

NRGD Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen NRGD Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen Het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD) vergroot het vertrouwen in de Nederlandse rechtspraak door het waarborgen van een constante hoge

Nadere informatie

ARRESTANTENVERZORGING. Juridische aspecten De politie Het strafproces Verzorging Ethiek

ARRESTANTENVERZORGING. Juridische aspecten De politie Het strafproces Verzorging Ethiek ARRESTANTENVERZORGING Juridische aspecten De politie Het strafproces Verzorging Ethiek januari 2013 Doel van het strafproces / strafvordering = het nemen van strafvorderlijke beslissingen Bestaat uit =

Nadere informatie

Aldus opgesteld te Eindhoven op 6 aug 2015.

Aldus opgesteld te Eindhoven op 6 aug 2015. Algemene voorwaarden Artikel 1: Definities a. Opdrachtgever: elke natuurlijke- of rechtspersoon die aan Michaela Communicatie een opdracht verstrekt of een overeenkomst met Michaela Communicatie aangaat.

Nadere informatie

Aantal misdrijven blijft dalen

Aantal misdrijven blijft dalen Aantal misdrijven blijft dalen Vorig jaar zijn er minder strafbare feiten gepleegd. Daarmee zet de daling, die al zeven jaar te zien is, door. Het aantal geregistreerde aangiftes van een misdrijf (processen

Nadere informatie

advies. Strekking wetsvoorstellen

advies. Strekking wetsvoorstellen Datum 20 maart 2014 De Minister van Veiligheid en Justitie Mr. I.W. Opstelten en De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Mr. F. Teeven Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Uw kenmerk 447810 en 447811

Nadere informatie

5 Samenvatting en conclusies

5 Samenvatting en conclusies 5 Samenvatting en conclusies In 2008 werden in Nederland bijna 5,2 miljoen mensen het slachtoffer van criminaliteit (cbs 2008). De meeste van deze slachtoffers kregen te maken met diefstal of vernieling,

Nadere informatie

Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht

Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht Grondtrekken van het Nederlandse strafrecht Mr. J. Kronenberg Mr. B. de Wilde Vijfde druk Kluwer a Kluwer business Deventer - 2012 Inhoudsopgave Voorwoord 13 Aanbevolen literatuur 15 Afkortingenlijst 17

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-262 d.d. 17 september 2012 (prof. mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr. drs. D.J. Olthoff,

Nadere informatie

meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam &

meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & De 10 meest gestelde vragen over De Proeftijd De Gier Stam & Colofon De Gier Stam & Advocaten Lucasbolwerk 6 Postbus 815 3500 AV UTRECHT t: (030)

Nadere informatie

Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging

Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging TBS voor Dummies Juridische basiskennis over de maatregel TBS, oplegging en verlenging Auteur: Miriam van der Mark, advocaat-generaal en lid van de Kerngroep Forum TBS Algemeen De terbeschikkingstelling

Nadere informatie

De concrete voorstellen in dit pamflet dragen in de optiek van de VVD bij aan het verwezenlijken van deze doelstellingen.

De concrete voorstellen in dit pamflet dragen in de optiek van de VVD bij aan het verwezenlijken van deze doelstellingen. Slachtoffer zijn van een misdrijf is ingrijpend. Het draagt bij aan de verwerking van dit leed als slachtoffers het gevoel hebben dat zij de aandacht krijgen die zij verdienen. Dat zij zo goed mogelijk

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 juni 2012. Rapportnummer: 2012/102

Rapport. Datum: 13 juni 2012. Rapportnummer: 2012/102 Rapport Rapport in het onderzoek naar klachten en signalen over het Meldpunt Internetoplichting, ondergebracht bij het regionale politiekorps Kennemerland. Datum: 13 juni 2012 Rapportnummer: 2012/102 2

Nadere informatie

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2013 in de zaak tegen: thans gedetineerd in de. vonnis RECHTBANK NOORD-HOLLAND Afdeling Publiekrecht, Sectie Straf Locatie Schiphol Meervoudige strafkamer Parketnummer: Uitspraakdatum: 8 april 2013 Tegenspraak Strafvonnis Dit vonnis is gewezen naar

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR GEWELD IN DE PSYCHIATRIE

ONDERZOEK NAAR GEWELD IN DE PSYCHIATRIE ONDERZOEK NAAR GEWELD IN DE PSYCHIATRIE FACTSHEET 1: OMVANG, AARD & GEVOLGEN VAN GEWELDSINCIDENTEN De Vrije Universiteit Amsterdam doet onderzoek naar geweld in de psychiatrie. Aan hulpverleners werkzaam

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010 Rapport Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014 Rapportnummer: 2014/010 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College van procureurs-generaal

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden van Haasdijk Wine Group B.V.

Algemene Voorwaarden van Haasdijk Wine Group B.V. Algemene Voorwaarden van Haasdijk Wine Group B.V. Haasdijk Wine Group B.V. is gevestigd te Amersfoort. Haasdijk Wine Group B.V. hanteert als handelsnamen Haasdijk Wine Group en/of Champagnist en/of De

Nadere informatie

JURISPRUDENTIE STRAFRECHT. Uitspraken 10 februari 2015 Paul Verloop

JURISPRUDENTIE STRAFRECHT. Uitspraken 10 februari 2015 Paul Verloop JURISPRUDENTIE STRAFRECHT Uitspraken 10 februari 2015 Paul Verloop HR uitspraken 10 februari 2015 Beslissingen voorlopige hechtenis (Cassatie in het belang der wet) HR:2015:247 HR:2015:255 HR:2015:256

Nadere informatie

2. Een bemiddelingsvergoeding wordt nooit aan Verhuurder berekend indien er sprake is van een opdracht van huurderszijde.

2. Een bemiddelingsvergoeding wordt nooit aan Verhuurder berekend indien er sprake is van een opdracht van huurderszijde. ALGEMENE VOORWAARDEN VOOR VERHUURDERS VAN WOONRUIMTE FJ VERHUURMAKELAARS I. Algemene bepalingen 1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op alle aanbiedingen en op alle bemiddelingsovereenkomsten welke

Nadere informatie

Congres Modernisering Wetboek van Strafvordering

Congres Modernisering Wetboek van Strafvordering Congres Modernisering Wetboek van Strafvordering Tien minuten voor een inhoudelijk verhaal over de voorgenomen modernisering strafvordering is niet veel, maar in een tijd waarin commentaren op beleid en

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 42 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof.mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Autoverzekering. Verzwijging

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN STICHTING RECHTSWINKEL BIJLMERMEER

ALGEMENE VOORWAARDEN STICHTING RECHTSWINKEL BIJLMERMEER ALGEMENE VOORWAARDEN STICHTING RECHTSWINKEL BIJLMERMEER 1. Algemeen 1.1. Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op eenieder die een beroep doet op de dienstverlening van de Stichting Rechtswinkel

Nadere informatie

Verkeersongeluk. Misdrijf. Calamiteit. Praktisch. Slachtofferhulp Nederland Veelzijdig deskundig

Verkeersongeluk. Misdrijf. Calamiteit. Praktisch. Slachtofferhulp Nederland Veelzijdig deskundig Misdrijf Verkeersongeluk Calamiteit Juridisch Emotioneel Praktisch Veelzijdig deskundig biedt juridische, praktische en emotionele hulp aan slachtoffers van een misdrijf, calamiteit of verkeersongeluk.

Nadere informatie

Betreft: conceptwetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht in hoger beroep en cassatie

Betreft: conceptwetsvoorstel vereenvoudiging en digitalisering procesrecht in hoger beroep en cassatie (7) ' 000 111111111111111111111111111111 (.0 1-.^1 21:a. Aan de Minister van Veiligheid en Justitie De heer mr. I.W. Opstelten Postbus 20301 2500 EH DEN HAAG Cr) LA) Den Haag, 27 juni 2014 Dossiernummer:

Nadere informatie

De slachtoffers"-richtlijn

De slachtoffers-richtlijn CENTRE FOR EUROPEAN CONSTITUTIONAL LAW THEMISTOKLES AND DIMITRIS TSATSOS FOUNDATION De slachtoffers"-richtlijn De bescherming van slachtoffers voorafgaand, tijdens en na strafproces staat bovenaan de agenda

Nadere informatie

Protocol Gezag en omgang na scheiding. Datum 30 januari 2013

Protocol Gezag en omgang na scheiding. Datum 30 januari 2013 Protocol Gezag en omgang na scheiding Datum 30 januari 2013 Status Definitief Inleiding - 5 1 Doel van het onderzoek - 6 2 Uitgangspunten - 7 3 Werkwijze van de Raad - 8 3.1 Eerste informatieronde - 8

Nadere informatie

1.1 Deze voorwaarden gelden voor iedere aanbieding en overeenkomst voor zover van deze voorwaarden niet door partijen uitdrukkelijk is afgeweken.

1.1 Deze voorwaarden gelden voor iedere aanbieding en overeenkomst voor zover van deze voorwaarden niet door partijen uitdrukkelijk is afgeweken. ALGEMENE VOORWAARDEN DIENSTVERLENING Visser & Verweij communicatie s Gravenhof 12 7201 DN Zutphen Bezoekadres: Waterstraat 5 7201 HM Zutphen 1. Toepasselijkheid van deze voorwaarden 1.1 Deze voorwaarden

Nadere informatie

`Voorheen kon ook zonder machtiging de raadsman de verdediging voeren voor zijn afwezige cliënt, sedert het Bouterse-arrest niet meer.

`Voorheen kon ook zonder machtiging de raadsman de verdediging voeren voor zijn afwezige cliënt, sedert het Bouterse-arrest niet meer. 3.8 Meningen van bevraagden ten aanzien van de verstekregeling 3.8.1 Verruiming mogelijkheden verdachte? Uit de verkregen reacties wordt duidelijk dat er uiteenlopende antwoorden zijn gegeven op de vraag

Nadere informatie

DE Raad van Toezicht Eindhoven/Maastricht geeft de volgende uitspraak in de zaak van:

DE Raad van Toezicht Eindhoven/Maastricht geeft de volgende uitspraak in de zaak van: Belangenbehartiging opdrachtgever. Contractsbepalingen. De verhuurster van een bedrijfspand (klaagster) verwijt haar makelaar dat hij de borgstelling in de huurovereenkomst onvoldoende geregeld heeft.

Nadere informatie

Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid: 2014-05-11

Strafprocesrecht Bijzondere kenmerken: Hoger beroep Wetsverwijzingen: Wetboek van Strafrecht 197a, geldigheid: 2014-05-11 ECLI:NL:GHSHE:2015:3566 Instantie: Gerechtshof 's-hertogenbosch Datum uitspraak: 16-09-2015 Datum publicatie: 17-09-2015 Zaaknummer: 20-002514-14 Rechtsgebieden: Materieel strafrecht Strafprocesrecht Bijzondere

Nadere informatie

Algemene voorwaarden Wolf Huisvestingsgroep. In deze algemene voorwaarden worden de onderstaande begrippen als volgt gedefinieerd:

Algemene voorwaarden Wolf Huisvestingsgroep. In deze algemene voorwaarden worden de onderstaande begrippen als volgt gedefinieerd: Algemene voorwaarden Wolf Huisvestingsgroep ARTIKEL 1 Definities In deze algemene voorwaarden worden de onderstaande begrippen als volgt gedefinieerd: a. Opdrachtgever: een natuurlijk persoon of rechtspersoon,

Nadere informatie

ALGEMENE LEVERINGSVOORWAARDEN

ALGEMENE LEVERINGSVOORWAARDEN ALGEMENE LEVERINGSVOORWAARDEN VAN: - Aalders ICT Services gevestigd en kantoorhoudende te 7948 BT Nijeveen aan de Dorpsstraat 86 hierna te noemen: AIS Artikel 1. Definities 1. In deze algemene voorwaarden

Nadere informatie

Verkoper kan zolang RGM Goederenmakelaar het object in de verkoop heeft niet kosteloos zijn eigendom opeisen.

Verkoper kan zolang RGM Goederenmakelaar het object in de verkoop heeft niet kosteloos zijn eigendom opeisen. BEMIDDELINGSVOORWAARDEN Bereik: deze voorwaarden gelden voor elke betrekking, uit welken hoofde dan ook, die ziet op bemiddeling tussen RGM Goederenmakelaar (hierna mede te noemen: RGM ) en een verkoper

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

DE RIJDENDE RECHTER. Bindend Advies. gegeven door mr. F.M.Visser, verder te noemen de rijdende rechter.

DE RIJDENDE RECHTER. Bindend Advies. gegeven door mr. F.M.Visser, verder te noemen de rijdende rechter. Zaaknummer: S21-40 Datum uitspraak: 24 september 2015 Plaats uitspraak: Zeist DE RIJDENDE RECHTER Bindend Advies in het geschil tussen: H.G. Warmer en S.H.M. Warmer-Bleij te Neede, verder te noemen: Warmer,

Nadere informatie

Wat kunt u doen als u zelf slachtoffer bent geworden van geweld

Wat kunt u doen als u zelf slachtoffer bent geworden van geweld Wat kunt u doen als u zelf slachtoffer bent geworden van geweld Dit document behandeld de volgende onderwerpen: 1. Ziekenhuis / huisarts 2. Aangifte doen Aangifte bij de Politie Anoniem aangifte doen 3.

Nadere informatie

Convenant verhaalsrecht BSA en Verbond 2015 Convenant verhaalsrecht BSA en Verbond

Convenant verhaalsrecht BSA en Verbond 2015 Convenant verhaalsrecht BSA en Verbond Convenant verhaalsrecht BSA en Verbond 2015 Vertrouwelijk 1 Alleen voor intern gebruik Overwegingen: BSA pleegt voor werkgevers (waaronder de overheid) onder meer loonregres ex. artikel 2 Verhaalswet ongevallen

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 204 d.d. 30 augustus 2011 (mr P.A. Offers, voorzitter, prof. mr M.L. Hendrikse en mr B.F. Keulen, leden, en mr S.N.W. Karreman, secretaris)

Nadere informatie

De aansprakelijkheidsverzekering

De aansprakelijkheidsverzekering De aansprakelijkheidsverzekering Dit boek is het achtste deel van een boekenreeks van Uitgeverij Paris: de ACIS-serie. ACIS staat voor het UvA Amsterdam Centre for Insurance Studies. Dit multidisciplinaire

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN. Brochure 260344

ALGEMENE VOORWAARDEN. Brochure 260344 ALGEMENE VOORWAARDEN Brochure 260344 ALGEMENE VOORWAARDEN van BRAMMER NEDERLAND B.V., gevestigd te Haarlem Artikel 1 1.1 Deze algemene voorwaarden maken deel uit van elke door Brammer Nederland B.V. te

Nadere informatie

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster

Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster Honderbezitter aansprakelijk voor schade aangericht door hond aan hondenuitlaatster LJN: BW9368, Rechtbank Amsterdam, 6 juni 2012 2. De feiten 2.1. [A] en [B] wonen tegenover elkaar in [plaats]. [C] woont

Nadere informatie