GEEN STREEPJES OP DE MUUR

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "GEEN STREEPJES OP DE MUUR"

Transcriptie

1 Leonie van der Grinten GEEN STREEPJES OP DE MUUR Een onderzoek naar de wenselijkheid van de initiatieven van de RSJ en het Forum Levenslang met betrekking tot de bezwaren omtrent de levenslange gevangenisstraf

2 1

3 Geen streepjes op de muur Een onderzoek naar de wenselijkheid van de initiatieven van de RSJ en het Forum Levenslang met betrekking tot de bezwaren omtrent de levenslange gevangenisstraf Afstudeerscriptie Naam: Leonie Hermanna van der Grinten Master I: Rechtsgeleerdheid, accent strafrecht, Tilburg University Master II: Forensica, Criminologie & Rechtspleging, Maastricht University Studentnummers: S en I Begeleiders: mr. S.R.B. Walther en prof. mr. J. Boksem Datum: mei

4 3

5 I know not whether Laws be right or whether Laws be wrong All that we know who live in goal is that the wall is strong And that each day is like a year, a year whose days are long Oscar Wilde ( ) 4

6 5

7 TEN GELEIDE Geen streepjes op de muur. Ik kan geen enkele andere vaststelling bedenken die de uitzichtloosheid van de Nederlandse levenslange gevangenisstraf zo treffend verwoordt. Een levenslange gevangenisstraf in Nederland duurt in tegenstelling tot wat veel niet-juristen denken immers ook daadwerkelijk een leven lang. Dit gegeven laat mensen niet onberoerd, zo heb ik ondervonden. Zowel in mijn privéomgeving als op nationaal niveau is de huidige tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf een populair en actueel onderwerp van discussie. Het doel van deze scriptie is hier een bijdrage aan te leveren. Mijn passie voor het strafrecht is ontstaan op jonge leeftijd. Waar mijn vriendinnetjes zuster of moeder wilden worden, riep ik al op de basisschool dat ik later werkzaam wilde zijn als advocate. Ik heb de masters Rechtsgeleerdheid, accent strafrecht, en Forensica, Criminologie & Rechtspleging dan ook met veel plezier gevolgd. Mede door het schrijven van deze dubbele masterscriptie en de opgedane ervaring tijdens mijn studentstage bij Spong Advocaten kan ik met grote zekerheid zeggen dat ik de juiste studiekeuze(s) heb gemaakt. In de toekomst hoop ik me dan ook verder in te kunnen zetten voor de belangen van (levenslang) gestraften. Ik wil ieder die zijn of haar medewerking heeft verleend aan het voltooien van deze masterscriptie hartelijk danken. Het feit dat ik mijn standpunten flink heb moeten verdedigen op familie- en verjaardagsfeesten heeft er voor gezorgd dat ik steeds met een kritische pen ben blijven schrijven. In het bijzonder wil ik mijn begeleiders Sylvia Walther en Jan Boksem bedanken, die mij steeds weer voorzagen in nuttige feedback, positief kritisch waren, en actief meedachten. Ook richt ik mijn dankwoord graag aan mijn ouders, die altijd het volste vertrouwen in mij hebben getoond en mij door hun onvoorwaardelijke steun de mogelijkheid hebben gegeven een fantastische studententijd te beleven. Papa bedank ik daarnaast voor het keer op keer doorbikkelen van mijn stukken. Dank gaat voorts uit naar Alissa, die altijd voor mij klaar stond met een bemoedigend woord en mij meer dan eens op weg heeft geholpen. Last but not least wil ik Yuri bedanken voor zijn liefde en steun, en meer specifiek voor al die keren dat hij zich heeft moeten terugtrekken zodat ik thuis in alle rust kon doortypen. Leonie van der Grinten Eindhoven, mei

8 7

9 INHOUDSOPGAVE LIJST VAN GEBRUIKTE AFKORTINGEN INLEIDING Aanleiding Probleemstelling en afbakening Opbouw LEVENSLANG IN NEDERLAND Inleiding Het wettelijk kader en enige cijfers De historiek Totstandkoming Strafdoeleinden Mogelijkheden tot verkorting van de straf De gratieprocedure Vóór Na De civiele rechtsgang De rechtspraak Conclusie LEVENSLANG GETOETST Inleiding De Europees mensenrechtelijke zienswijze Artikel 3 EVRM Artikel 5 EVRM Eerste lid Vierde lid Betekenis voor Nederland Het resocialisatiebeginsel Toepasbaarheid op levenslange gevangenisstraf Voorwaardelijke invrijheidsstelling Psychische consequenties voor de veroordeelde

10 3.4.1 Literatuuruiteenzetting Het huidige en toekomstige beleid Kritiek & aanbevelingen Overige kanttekeningen Conclusie PERIODIEKE RECHTERLIJKE TOETSING Inleiding Het advies van de RSJ Achtergrond Inhoud Aanvullend advies Het wetsvoorstel van het Forum Levenslang Achtergrond Inhoud De wenselijkheid van een periodieke toetsing Voordelen Nadelen Afweging Invoering, aanscherping, of alternatief? Duits model Engels model Conclusie CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN BRONVERMELDING Literatuurlijst Regelgeving en parlementaire documentatie Jurisprudentie

11 10

12 LIJST VAN GEBRUIKTE AFKORTINGEN AA Ars Aequi ACtHR Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens ACRM Amerikaanse Conventie voor de Rechten van de Mens A-G advocaat-generaal art. artikel BVerfGE Bundesverfassungsgericht DBM Detentie en Behandeling op Maat DD Delikt en Delinkwent d.d. de dato diss. academisch proefschrift DJI Dienst Justitiële Inrichtingen e.a. en anderen e.e.a. een en ander EHRM Europees Hof voor de Rechten van de Mens EU Europese Unie e.v. en verder EVRM Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden Forum (Levenslang) Forum Humane Tenuitvoerlegging van de Levenslange Gevangenisstraf GG Grundgesetz GVG Gerichtsverfassungsgezetz GW Grondwet HR Hoge Raad der Nederlanden Id. idem IVBPR Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten jo. juncto LJN landelijk jurisprudentienummer MGW Modernisering van het Gevangeniswezen 11

13 m.nt. met noot van MvA Memorie van Antwoord MvT Memorie van Toelichting NbSr Nieuwsbrief Strafrecht NJ Nederlandse Jurisprudentie NJB Nederlands Juristenblad NJCM Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten nr. nummer OM Openbaar Ministerie p. pagina PBW Penitentiaire Beginselenwet Rb. rechtbank R-C rechter-commissaris red. redactie RSJ Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming Sr Wetboek van Strafrecht Stb. Staatsblad Stcrt. Staatscourant Sv Wetboek van Strafvordering t.a.v. ten aanzien van tbs terbeschikkingstelling StGB Strafgesetzbuch Wots Wet overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen 12

14 13

15 1. INLEIDING 1.1 AANLEIDING Op 24 september 1952 overlijdt Arnolda Opdam-Van Eyl, de vrouw van de Berkelse huisarts John Opdam. Waar de weduwnaar concludeerde dat het een hersentumor was die zijn vrouw het leven had gekost, dacht zijn collega, die het post-mortem uitvoerde, daar anders over. Uit het door hem geïnitieerde tweede autopsie-onderzoek bleek dat er cyaankali in haar lichaam zat. John Opdam werd al snel gezien als prime suspect van deze vergiftiging. Hij had op 22 september een gram cyaankali besteld, hij had haar het kopje thee aangereikt waar het gif in zat, en bovendien had hij een motief om zijn vrouw te doden. John Opdam, alias de Berkselse arts, dokter O., of de Gifmenger van Berkel, onderhield namelijk al langere tijd een geheime relatie met zijn dienstmeid en wilde met haar trouwen. Ondanks dat hij gedurende het gehele proces de beschuldiging bleef ontkennen, is hij om bovenstaande redenen uiteindelijk toch veroordeeld door het Gerechtshof Den Haag. 1 Deze legde de voormalig huisarts bovendien niet de minste sanctie op: een levenslange gevangenisstraf. In de gevangenis van Leeuwarden mocht John Opdam bij wijze van dienstverlening aan medegedetineerden zijn huisartsenpraktijk voortzetten. Zijn bescheiden apotheekje leidde tot een tweede vergiftiging met cyaankali, dit maal op zijn medegedetineerde Adri Lodder die overigens eveneens vastzat wegens moord op zijn vrouw. Het feit dat er in Lodders cel een brief werd gevonden waarin hij de moord op John Opdams vrouw bekende, mocht niet baten. De Berkselse arts werd opnieuw veroordeeld tot levenslang 2, en is daarmee de enige Nederlander ooit die voor twee verschillende moorden in totaal twee maal tot een levenslange gevangenisstraf is veroordeeld. 3 Ook in deze zaak heeft John Opdam geen schuld bekend. In die tijd werd het resocialisatiebeginsel beschouwd als een noodzakelijke voorwaarde voor een beschaafde tenuitvoerlegging van de straf. Levenslanggestraften zo ook dokter O. werden gevolgd door ambtenaren van de Directie Gevangeniswezen en de hoofdafdeling Staats- en Strafrecht, met als doel om te beoordelen of de gevangene op enig moment voor 1 Hof s-gravenhage 1 december 1954 (niet gepubliceerd), HR 3 mei 1955, NJ 1955, 684, m.nt. BVAR. 2 Hof Leeuwarden 5 juni 1962 (niet gepubliceerd), HR 18 juni 1963, NJ 1962, Zie bijvoorbeeld Van der Horst 2006, p

16 kwijtschelding van zijn straf in aanmerking kwam. 4 Na intensieve therapie van 16 jaar toen John Opdam de moord op zijn vrouw eindelijk had bekend en hij zich bereid had getoond de therapie voort te zetten werd er groen licht gegeven door de behandelaars en kon het resocialisatietraject worden ingeslagen. In 1975 kreeg John Opdam voorwaardelijke gratie met een proeftijd van acht jaar, waarbij een van de voorwaarden het naleven betrof van het verbod om de artsenijkunst uit te voeren. Voor zover bekend zijn de acht jaren proeftijd zonder incidenten voorbijgegaan, waaruit aldus geconcludeerd kan worden dat zijn resocialisatie naar behoren is verlopen. In 1983 is hij een natuurlijke dood gestorven. 5 Het destijds gehanteerde gratiebeleid staat in schril contrast met het gratiebeleid anno Nadat in 1986 gratie was verleend aan de vroegere seriemoordenaar van Utrecht, Hans van Zon, is er tot op heden geen enkel gratieverzoek meer gehonoreerd. 6 Het hedendaagse strafklimaat kenmerkt zich door een dergelijke verharding. Zo worden de strafmaxima hoger 7, ligt het wetsvoorstel voor minimumstraffen bij de Tweede Kamer 8, en mogen de ernstigste straffen niet meer verjaren 9. De straffen worden kortom strenger. De toepassing en tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf fungeert daarbij als hét voorbeeld. Niet alleen is er namelijk een spectaculaire stijging waar te nemen in het aantal keren dat de straf onherroepelijk is opgelegd (respectievelijk 3, 7 en 23 keer in , , en ) 10, ook het gratie-instrument lijkt sinds 1986 aldus niet meer te zijn dan enkel een theoretische mogelijkheid. Mijns inziens is daarom ten eerste de vraag gerechtvaardigd of deze ontwikkeling vanuit juridisch perspectief wel toelaatbaar is. En daarnaast: wat zijn de gevolgen ervan voor zowel de gedetineerde als de rechtsstaat? Het onderhavig onderzoek richt zich op de mogelijke bezwaren die ontstaan bij de huidige tenuitvoerlegging van de Nederlandse levenslange gevangenisstraf. Indien blijkt dat elk perspectief op invrijheidsstelling wordt ontnomen, zou er namelijk ten eerste sprake kunnen zijn van een inhumane of vernederende behandeling of bestraffing als bedoeld in artikel 3 en 4 Van Hattum 2012, p Van Hattum 2012, p Anker 2011, p Wet van 22 december 2005 (herijking wettelijke strafmaxima), Stb. 2006, 11 (Kamerstukken 28484). 8 Wetsvoorstel minimumstraffen naar Tweede Kamer, Nieuwsbericht Rijksoverheid.nl , zoek op wetsvoorstel minimumstraffen. Zie voor het wetsvoorstel Kamerstukken II 2010/11, , nr Artikel 70 lid 2 Sr: 'In afwijking van het eerste lid verjaart het recht tot strafvordering niet voor misdrijven waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld'. Wet van 16 november 2005, Stb. 2005, 595 (Kamerstukken ). 10 Factsheet 2011, p. 21 en Anker & Anker Strafrechtadvocaten

17 van schending van het recht op vrijheid en veiligheid als bedoeld in artikel 5 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM). Volgens het Europees Hof moet er een reëel perspectief bestaan om ooit weer vrij te komen na oplegging van een levenslange gevangenisstraf, zo blijkt uit de arresten in de zaken Léger/Frankrijk 11, Kafkaris/Cyprus 12, en Wynne/Verenigd Koninkrijk 13. Voorgaande overwegingen geven dan ook aanleiding de Nederlandse gevangenisstraf en het Europees mensenrechtelijke kader nader te beschouwen. Daarnaast zou een bezwaar kunnen liggen in het antwoord op de vraag of er voldaan wordt aan de resocialisatiegedachte zoals neergelegd in artikel 2, tweede lid, van de Penitentiaire Beginselenwet (hierna: PBW), nu de kans op voorwaardelijke of vervroegde invrijheidsstelling momenteel vrijwel nihil lijkt. 14 Dit beginsel gaat ervan uit dat gedurende de detentie gewerkt moet worden aan de terugkeer van de veroordeelde in de samenleving. Volgens Hol en Ten Voorde tast levenslange executie de resocialisatie in haar wezen aan, aangezien de veroordeelde ook daadwerkelijk zijn vrijheid moet kunnen ondergaan om resocialisatie te bewerkstelligen. 15 Ten slotte kunnen er ernstige psychische consequenties ontstaan voor een tot levenslang veroordeelde. Naast het feit dat dit gegeven mijns inziens als een vanzelfsprekendheid mag worden betiteld blijkt ook bijvoorbeeld uit onderzoek van Rijksen dat na een straf van ongeveer vijf jaar de geest van de betrokkene gedeformeerd zal zijn 16. Wanneer de deur potdicht zit en niet zoals bijvoorbeeld bij de tbs-longstay 17 op een kier staat, kan dit aldus een aanslag vormen op de lichamelijke en geestelijke gezondheidstoestand van de veroordeelde. 18 Bajesmaf het afgestompt zijn door de gevangenisstraf 19 is de term die in dit geval bij levens- en langgestraften van toepassing moet worden geacht. 11 EHRM 11 april 2006, nr /02 (Léger/Frankrijk). 12 EHRM 12 februari 2008, nr /04 (Kafkaris/Cyprus). 13 EHRM 18 juli 1994, nr /89 (Wynne/Verenigd Koninkrijk). 14 Hierboven bleek al dat het gratie-instrument sinds 1986 niet meer is toegepast. Daarnaast lijkt ook de andere optie voor vervroegde invrijheidsstelling de civiele rechtsgang slechts een theoretische mogelijkheid. Een en ander zal aan de orde komen in paragraaf 4 van hoofdstuk Hol & Ten Voorde 2001, p Rijksen 1967, p Volgens Anker zijn er vijf mogelijke routes om vanuit de longstay terug te keren in een behandelkliniek dan wel de samenleving. Zie Anker 2011, p Van Hattum 2009, p zoek op bajesmaf. 16

18 Naast initiatieven van individuele auteurs 20, komen ook verschillende instanties met adviezen en aanbevelingen om bovengenoemde bezwaren op te lossen. Zo pleit de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (hierna: RSJ) in zijn ongevraagde advies 21 van 1 december 2006 voor een rechterlijke toetsing na 15 jaren. De Raad acht de huidige Nederlandse situatie omtrent de levenslange gevangenisstraf ongewenst en wijst erop dat deze praktijk op gespannen voet staat met zowel internationale verdragen als de Europese strafrechtpraktijk. Het advies bestaat uit twee concrete aanbevelingen, namelijk aanpassing van de wet- en regelgeving met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf door invoering van een periodieke toetsing na 15 jaar, en het zinvoller invullen van de concrete detentieomstandigheden voor levenslanggestraften. 22 De RSJ acht een aanpassing van de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf in Nederland noodzakelijk en actueel. 23 Daarnaast wordt vanuit het oogpunt van een humane strafrechtstoepassing invoering van een reëel perspectief op mogelijke verandering van de detentiesituatie voor de veroordeelde essentieel geacht. 24 Een vergelijkbaar initiatief komt van het Forum Humane Tenuitvoerlegging van de Levenslange Gevangenisstraf (hierna: Forum Levenslang). Dit Forum bracht op 1 september 2011 het plan Voorwaardelijke invrijheidsstelling voor levenslanggestraften naar buiten in de vorm van een wetsvoorstel. 25 Het Forum Levenslang pleit voor een humane tenuitvoerlegging van de levenslange straf door rechterlijke beoordeling van de mogelijkheid van voorwaardelijke invrijheidsstelling na minimaal twintig jaar. Hiermee zou er een einde komen aan de uitzonderingspositie die Nederland binnen Europa inneemt, 26 en is er sprake van een progressieve tenuitvoerlegging waarbij er op een gegeven moment naar wordt gestreefd de veroordeelde meer verantwoordelijkheden en vrijheden te verlenen In de afgelopen vijftien jaar verschenen o.a. voorstellen van (in chronologische volgorde): Groenhuijsen 1999, p ; Leijten 2000, p. 1241; Hol & Ten Voorde 2001, p ; Ten Voorde 2002, p. 1294; Blekxtoon 2003, p ; Ten Voorde 2003, p ; Anker 2004, p ; Boone 2004, p ; Kelk 2004, p ; Van Hattum 2005, p ; Van de Sande 2007, p ; Van Hattum 2010, p ; Anker 2011, p ; Casier & De Hert 2012, p RSJ RSJ 2006, p RSJ 2006, p Id. 25 Wetsvoorstel Van Hattum 2012, p In het wetgevingsoverleg van 21 maart 2010 beaamde de bewindsvrouwe deze uitzonderingspositie: In Nederland nemen we wel een uitzonderingspositie in door er niet voor te kiezen om een levenslanggestrafte in aanmerking te laten komen voor voorwaardelijke invrijheidsstelling. ( ) Doordat wij ook niet op vaste momenten toetsen ( ) zitten we in een uitzonderingspositie. (Kamerstukken II 2009/10, 24587, nr. 377, p. 32). 27 Van Hattum 2012, p

19 1.2 PROBLEEMSTELLING EN AFBAKENING Het huidige Nederlandse beleid omtrent de tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf is een onderwerp dat in het afgelopen decennium steeds meer in zowel de juridische schijnwerpers 28 als de politieke schijnwerpers 29 is komen te staan. Critici vragen zich publiekelijk af waarom er sprake is van een dergelijke (zie hierboven) explosieve toename in het aantal keren dat de straf is opgelegd, en wat dit betekent voor de veroordeelde dan wel de maatschappij. Vragen die mijns inziens een reactie verdienen en waar ik in dit kader aldus een antwoord op wil geven zijn onder meer: Welke bezwaren kleven aan de huidige tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf? Wat moet er gebeuren om die bezwaren weg te nemen? Welke initiatieven zijn daartoe geopperd? Doen deze initiatieven dat in voldoende mate? En zo niet, wat zou dan een alternatieve oplossing kunnen zijn? Gezien de hiervoor gestelde vragen kan de probleemstelling van dit onderzoek als volgt geformuleerd worden: Lossen de geopperde initiatieven van de RSJ en het Forum Levenslang de bezwaren omtrent de huidige Nederlandse tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf in voldoende mate op? Gelet op de beperkte omvang van de masterthesis zal het onderwerp als volgt worden afgebakend. Ten eerste richt het onderzoek zich enkel op de geopperde initiatieven van de RSJ en het Forum Levenslang, en zal het initiatieven van individuele auteurs buiten beschouwing laten. Ten tweede zal enkel Europese wet- en regelgeving worden behandeld met betrekking tot het onderzoek naar mogelijke strijdigheid met Nederland. Verdere internationale, buiten-europese, wet- en regelgeving zal enkel zijdelings aan de orde komen. Ten derde en ten slotte zal de strafrechtelijke maatregel tbs-longstay die in principe ook een leven lang kan duren niet aan bod komen, omdat de aard van deze maatregel wezenlijk verschilt van die van de levenslange gevangenisstraf. Waar een celstraf in eerste instantie is gericht op vergelding, is tbs primair gericht op het beveiligen van de samenleving en het resocialiseren van de gedetineerde. 30 Het voortduren van deze maatregel kan voorts 28 Zie de literatuurlijst opgesomd in noot Factsheet 2011, p. 33 e.v. 30 Anker 2011, p

20 opgeheven worden door het ministerie van Justitie of de RSJ, terwijl ons Wetboek van Strafrecht deze mogelijkheid ten aanzien van de levenslange gevangenisstraf niet kent. 31 Het onderzoek zal uitgevoerd worden aan de hand van een studie en analyse van literatuur, parlementaire documentatie, Nederlandse en Europese regelgeving en nationale en internationale rechtspraak. 1.3 OPBOUW In hoofdstuk 2 zal ik de levenslange gevangenisstraf in het Nederlandse strafstelsel behandelen. Hierbij zal de vraag centraal staan: Hoe is de Nederlandse levenslange gevangenisstraf tot stand gekomen en hoe wordt deze anno 2013 ten uitvoer gelegd?. In dit hoofdstuk zal ik ten eerste aandacht besteden aan het wettelijk kader van de levenslange gevangenisstraf en zal ik enige cijfers weergeven. Daarna zal in het kader van de historiek de totstandkoming van de levenslange gevangenisstraf aan de orde komen, en zal ik de strafdoeleinden bespreken. Voorts zal ik de twee mogelijkheden behandelen om de levenslange straf te verkorten: gratie en de civiele rechtsgang. Vervolgens zal ik aandacht besteden aan de rechtspraak van de feitenrechter en de Hoge Raad en hun visie omtrent de huidige tenuitvoerlegging uiteenzetten. Het hoofdstuk zal ik afsluiten met een conclusie. In hoofdstuk 3 tracht ik een antwoord te vinden op de vraag: Welke bezwaren kleven aan de huidige Nederlandse tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf en wat moet er gebeuren om die bezwaren weg te nemen?. Daartoe zal ik ten eerste de waarborgen uit het EVRM bespreken voor de levenslanggestrafte en bekijken in hoeverre de Nederlandse tenuitvoerlegging daar strijdig mee is. Hierbij zullen vooral artikel 3 (verbod op foltering of onmenselijke of vernederende behandeling), artikel 5, eerste lid, sub a (verbod van willekeurige vrijheidsberoving), en artikel 5, vierde lid, (beoordeling van de rechtmatigheid van de detentie) van het EVRM een centrale rol innemen. Daarbij zal ik tevens relevante rechtspraak van het Europees Hof bespreken. Ten tweede zal ik gaan onderzoeken of er met de huidige tenuitvoerlegging van de levenslange sanctie recht wordt gedaan aan het resocialisatiebeginsel van artikel 2, tweede lid, van de PBW en zo niet, welke verandering(en) in het Nederlands strafbestel doorgevoerd moeten worden om de mogelijke strijdigheid met het resocialisatiebeginsel weg te nemen. Ten derde zal bekeken worden wat de psychische 31 Anker 2011, p

21 consequenties zijn voor een tot levenslang veroordeelde en zal gezocht worden naar een mogelijke oplossing voor of voorkoming van deze problematiek. Ten vierde en ten slotte zullen enkele overige kanttekeningen worden behandeld, waarna het hoofdstuk afgesloten zal worden met een antwoord op de onderzoeksvraag. Hoofdstuk 4 zal in het teken staan van de reeds geopperde initiatieven van de RSJ en het Forum Levenslang. De vraag die hierbij centraal zal staan is: Waarom en op welke wijze beogen de RSJ en het Forum Levenslang tot een aanpassing van de huidige regeling van levenslang te komen en wegen de voordelen van die wijze op tegen de nadelen daarvan?. In dit hoofdstuk zal ik bespreken wat de achtergrond is van het advies van de RSJ en het wetsvoorstel van het Forum Levenslang en wat de initiatieven concreet inhouden. Daarnaast zal ik onderzoeken welke voor- en nadelen genoemd kunnen worden van invoering van een rechterlijke periodieke toetsing en zal ik middels een analyse daarvan een oordeel geven over de wenselijkheid van invoering van een periodieke rechterlijke toetsing. Afhankelijk van de uitkomst van dat onderzoek zal ik vaststellen of de geopperde initiatieven ingevoerd zullen moeten worden, of deze daarbij wellicht aangescherpt moeten worden, of dat er juist een alternatief voor zal moeten worden gezocht. Ten slotte zal ik een antwoord geven op de onderzoeksvraag. In hoofdstuk 5 zal ik een antwoord trachten te formuleren op de probleemstelling van dit onderzoek en zal ik aldus afsluiten met enkele conclusies. Ik zal hierbij tevens enkele aanbevelingen doen ten aanzien van de al dan niet te implementeren initiatieven van de RSJ en het Forum Levenslang. 20

22 21

23 2. LEVENSLANG IN NEDERLAND 2.1 INLEIDING [De levenslange straf is] eene pijniging, die den mensch kan verlagen tot het peil van het redelooze dier, omdat alle hoop in de toekomst wordt ontnomen. ( ) dat is pijniging zoo niet van het ligchaam, dan toch, veel erger, van de ziel. 32 Aldus de bedenkingen van Tweede Kamerlid De Brauw bij afschaffing van de doodstraf en invoering van de levenslange (toen nog) tuchthuisstraf in Hoewel de beschreven uitzichtloosheid bij de levenslange straf ook in het huidige tijdperk een maatschappelijk onderwerp van debat is, wordt deze zwaarste vrijheidsberovende straf nu vaker geëist en opgelegd dan ooit tevoren. 34 Wellicht kan een verklaring worden gevonden in de idee dat het zicht van de veroordeelde op de vrijheid wordt behouden door middel van het gratie-instrument en de civiele procedure. De toepassingspraktijk zal moeten uitwijzen of dit inderdaad het geval is. Om meer duidelijkheid te verkrijgen omtrent het systeem van de levenslange gevangenisstraf in Nederland, zal ik in dit hoofdstuk een antwoord trachten te vinden op de vraag: Hoe is de Nederlandse levenslange gevangenisstraf tot stand gekomen en hoe wordt deze anno 2013 ten uitvoer gelegd? Daartoe zal ik in de tweede paragraaf ten eerste het wettelijk kader bespreken en enige cijfers met betrekking tot de levenslange gevangenisstraf weergeven. In de derde paragraaf zal inzicht gegeven worden in de historiek van de levenslange gevangenisstraf, waarbij achtereenvolgend de totstandkoming en de strafdoeleinden aan de orde komen. Voorts zullen in de vierde paragraaf de mogelijkheden tot verkorting van de straf (respectievelijk de gratieprocedure en de civiele rechtsgang) worden besproken. In de vijfde paragraaf zal ik aandacht besteden aan de huidige rechtspraak, waarna ik in de zesde paragraaf het hoofdstuk afsluit met een conclusie. 2.2 HET WETTELIJK KADER EN ENIGE CIJFERS Uit het eerste lid van artikel 10 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) blijkt dat de gevangenisstraf tijdelijk is of levenslang. De maximale tijdelijk op te leggen gevangenisstraf 32 Handelingen II 1869/70, p Bron: Bleichrodt 2006a, p Van Laanen 2003, p Anker & Anker Strafrechtadvocaten

24 bedraagt 30 jaar (artikel 10 lid 3 juncto lid 4 Sr). 35 In tegenstelling tot wat veel niet-juristen denken, is de levenslange gevangenisstraf dus geen tijdelijke gevangenisstraf. ( ) levenslang. Dat is gewoon voor de rest van het leven., aldus voormalig minister van Justitie Donner. 36 Wanneer een misdrijf zowel bedreigd is met een levenslange als met een tijdelijke gevangenisstraf, is de keuze aan de rechter. De levenslange gevangenisstraf kan slechts opgelegd worden voor circa dertig zeer ernstige delicten uit het Wetboek van Strafrecht. Het betreft hier onder meer moord (art. 289 Sr), gekwalificeerde doodslag (doodslag gepleegd onder verzwarende omstandigheden, art. 288 Sr), misdrijven tegen de veiligheid van de staat (art. 92 e.v. Sr) en tegen de Koninklijke waardigheid (art. 108 e.v. Sr), een aantal misdrijven tegen de algemene veiligheid van personen, zoals het doen verongelukken van een (lucht)vaartuig (art. 168 Sr) en een aantal misdrijven met een terroristisch oogmerk, zoals gijzeling met een terroristisch oogmerk (art. 282b Sr). Tevens kan de levenslange gevangenisstraf worden opgelegd voor een aantal misdrijven genoemd in de Wet internationale misdrijven van 2003 en het Besluit Buitengewoon Strafrecht van Per 1 januari bedraagt het totaal aantal onherroepelijk levenslanggestraften in Nederland 36 personen, waarvan 36 mannen en geen vrouwen, waarvan 4 overleden en waarvan 1 ontsnapt en onvindbaar. 39 Dat betekent dat het aantal levenslanggestraften in Nederlandse penitentiaire inrichtingen op dit moment 31 is. Dat er sprake is van een spectaculaire stijging kwam in hoofdstuk 1 al ter sprake. Zo blijkt uit gegevens van het Forum Levenslang dat het aantal onherroepelijke veroordelingen tot levenslange gevangenisstraf respectievelijk 3, 7 en 23 keer is in de jaren , , en Ook in de 35 Dit is niet altijd zo geweest. Tot een aantal jaren geleden was de maximale tijdelijke gevangenisstraf 20 jaar. Sedert 1 februari 2006 is het gat tussen een tijdelijke en een levenlange gevangenisstraf echter verkleind en werd het maximum van een tijdelijke gevangenisstraf verhoogd naar 30 jaar. Wet van 22 december 2005 (herijking wettelijke strafmaxima), Stb. 2006, 11 (Kamerstukken 28484). 36 Kamerstukken II 2003/04, , nr. 34, p Factsheet 2011, p Op het moment van schrijven heeft de rechtbank Amsterdam nogmaals drie keer levenslang opgelegd, namelijk op 29 januari 2013 in de beruchte Amsterdamse liquidatiezaak Passage. Markant is dat de rechter in deze drie zaken slechts de keuze had tussen een tijdelijke gevangenisstraf van 20 jaren en levenslang (vgl. voetnoot 4), zo blijkt uit een wisseling tussen de heer mr. W. Anker en onderstaande. In dat geval kun je concluderen dat de rechter al vrij snel op levenslang uitkomt indien de zaken zeer ernstig zijn en er bovendien sprake is van een geschokte rechtsorde. De escape van 30 jaren geldt alleen voor feiten gepleegd na 1 februari 2006, zoals bijvoorbeeld in de zaak van Fred R. het geval is. Met betrekking tot deze scriptie is besloten de Passagezaak verder buiten beschouwing te laten omdat de hierin opgelegde straffen nog niet definitief zijn. Zie verder: 39 Anker & Anker Strafrechtadvocaten 2005, p

25 decennia daarvoor (de oudste cijfers stammen uit ) is de levenslange gevangenisstraf niet vaker opgelegd dan 7 keer. Tussen 1970 en 1980 is de straf zelfs helemaal niet opgelegd. De jongste veroordeelde was bij oplegging 23 jaar, de oudste veroordeelde 61 jaar. De gemiddelde leeftijd bij oplegging is circa 38 jaar DE HISTORIEK TOTSTANDKOMING In het jaar 1811 werd de levenslange vrijheidsstraf voor het eerst geïntroduceerd in het Nederlandse strafstelsel. De invoering daarvan kan gezien worden als direct uitvloeisel van het feit dat het Koninkrijk Holland werd ingelijfd bij het Franse Keizerrijk in De Franse Code Pénal die vanaf dat moment van overeenkomstige toepassing werd verklaard kende namelijk zowel de levenslange vrijheidsstraf in de vorm van eeuwige ballingschap als die van eeuwige dwangarbeid. 43 Twee jaar later, toen de Fransen waren overwonnen, werden deze vormen van de levenslange vrijheidsstraf weer afgeschaft. 44 In de considerans van het Vorstelijk Besluit van 1813 valt te lezen dat de Strafbepalingen, in het tot nog toe in vigueur zijnde Wetboek van het Strafregt voorkomende, voor dit Land ongeschikt, en alzoo geheel ondoelmatig zijn. In plaats daarvan traden naast de nooit afgeschafte doodstraf de lijfstraf en de opsluiting voor maximaal twintig jaar in werking. 45 Enkele decennia later werd opnieuw gepoogd de levenslange vrijheidsstraf op te nemen in een wettekst. Het betreft hier het nooit in werking getreden ontwerpboek van 1847 dat voorzag in een zogenaamde levenslange tuchthuisstraf. 46 De regering sprak destijds van de poena morti proxima, wat betekende dat de levenslange tuchthuisstraf naast de doodstraf zou komen te bestaan. 47 Later dat jaar bij gelegenheid van het ontwerpen van een nieuw Wetboek van Strafrecht werd bij nader inzien toch besloten van dit voorstel af te zien Ellenbroek Factsheet 2011, p Van Laanen 200, p Art. 7 sub 2 en art. 7 sub 3 jo. art. 17 Code Pénal (Wetboek van het Strafregt) van Zie voor de tekst: Bilderdijk 1811, p Art. 7 van het Besluit van 11 december 1813 (houdende bepalingen ten aanzien van de Lijfstraffelijke Regtsoefening in de Vereenigde Nederlanden), Stb. 1813, Ten Voorde 2003, p Art. I.II.1.1 sub 2 jo. art. 13 Ontwerp Zie voor de tekst: Kamerstukken II 1846/47, XII, nr. 40, p Kamerstukken II 1846/47, XII, nr. 33, p Van Laanen 2003, p

Voorlopige hechtenis maar dan anders Verkenning van alternatieven in het kader van schorsing en tenuitvoerlegging

Voorlopige hechtenis maar dan anders Verkenning van alternatieven in het kader van schorsing en tenuitvoerlegging Voorlopige hechtenis maar dan anders Verkenning van alternatieven in het kader van schorsing en tenuitvoerlegging Advies 4 juli 2011 Voorlopige hechtenis maar dan anders Verkenning van alternatieven in

Nadere informatie

Versoepelde adoptie altijd nog een optie?

Versoepelde adoptie altijd nog een optie? Een onderzoek naar het behoud van de versoepelde adoptieprocedure voor lesbische paren naast de mogelijkheid van ouderschap van rechtswege en erkenning Auteur: C.J.M. van Beem Studentnummer: 0501549 Scriptiebegeleidster:

Nadere informatie

OR: HOW I LEARNED TO STOP WORRYING AND LOVE DNA

OR: HOW I LEARNED TO STOP WORRYING AND LOVE DNA DE WET DNA-ONDERZOEK BIJ VEROORDEELDEN OR: HOW I LEARNED TO STOP WORRYING AND LOVE DNA Mr. S.L.J. Janssen Inleiding Al sinds de indiening van het wetsvoorstel in november 2002, houdt de Tweede Kamer zich

Nadere informatie

Reactie op het rapport Toenemend appel,

Reactie op het rapport Toenemend appel, Reactie op het rapport Toenemend appel, een verkennend onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam naar de toename van het aantal beroepszaken ex artikel 69 van de Penitentiaire beginselenwet Reactie

Nadere informatie

Wet openbaarheid van bestuur: Gaat het om de informatie of om de dwangsom?

Wet openbaarheid van bestuur: Gaat het om de informatie of om de dwangsom? Wet openbaarheid van bestuur: Gaat het om de informatie of om de dwangsom? Onderzoek naar de mogelijkheden om bij een WOB-verzoek misbruik van de Wet dwangsom te voorkomen in relatie tot artikel 3, derde

Nadere informatie

TOEGANG TOT HET RECHT: EEN ACTUEEL PORTRET

TOEGANG TOT HET RECHT: EEN ACTUEEL PORTRET 2014 mr. Hilke Grootelaar, mr. Laurens Venderbos, Simone Vromen LL.B. onder leiding van mr. dr. Herman van Harten TOEGANG TOT HET RECHT: EEN ACTUEEL PORTRET Een verkennend onderzoek naar relevante Nederlandse

Nadere informatie

Vreemdelingendetentie in Nederland: mensenrechten als maatstaf

Vreemdelingendetentie in Nederland: mensenrechten als maatstaf Vreemdelingendetentie in Nederland: mensenrechten als maatstaf Amnesty International september 2013 Inhoudsopgave Inleiding: vreemdelingendetentie en de menselijke maat 3 1. Vreemdelingendetentie door

Nadere informatie

De toegang tot de rechter en een eerlijk proces in de Grondwet?

De toegang tot de rechter en een eerlijk proces in de Grondwet? De toegang tot de rechter en een eerlijk proces in de Grondwet? Behoeft de Nederlandse Grondwet aanvulling met een recht op toegang tot de rechter en een eerlijk proces? De toegang tot de rechter en een

Nadere informatie

Naar een tweefasenproces?

Naar een tweefasenproces? Naar een tweefasenproces? Over voor- en nadelen van een strafproces in twee fasen, in relatie tot de posities van slachtoffer en verdachte prof. mr. dr. B.F. Keulen mr. dr. drs. A.A. van Dijk mr. dr. E.

Nadere informatie

Pas nu weet ik: vrijheid is het hoogste goed

Pas nu weet ik: vrijheid is het hoogste goed Pas nu weet ik: vrijheid is het hoogste goed Gesloten Verlengde Asielprocedure 2010-2012 Inhoud Voorwoord 1 Samenvatting 2 1. Inleiding 3 2. Methodiek 3 3. De Gesloten Verlengde Asielprocedure 4 3.1 Toegangsweigering

Nadere informatie

De bijzondere curator, een lot uit de loterij?

De bijzondere curator, een lot uit de loterij? De bijzondere curator, een lot uit de loterij? Adviesrapport over waarborging van de stem en de belangen van kinderen in de praktijk Onderzoeksteam Mevrouw mr. drs. N. van der Bijl Mevrouw drs. M.E. Van

Nadere informatie

HET RECHT OP NIET WETEN

HET RECHT OP NIET WETEN HET RECHT OP NIET WETEN I I I I I I I I HET RECHT OP NIET WETEN meer dan een quidproquo Tiffi RIGHT NOT TO KNOW more than a quidproquo PROEFSCHRIFT ter verkrijging van de graad van doctor aan de Erasmus

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 892 Regels inzake de bescherming van persoonsgegevens (Wet bescherming persoonsgegevens) Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING 1 INHOUDSOPGAVE Algemeen

Nadere informatie

OVER SPREEKRECHT PLUS EN EEN TWEE FASEN PROCES

OVER SPREEKRECHT PLUS EN EEN TWEE FASEN PROCES OVER SPREEKRECHT PLUS EN EEN TWEE FASEN PROCES DILEMMA S BIJ EEN VERANTWOORDE HERVORMING VAN HET STRAFPROCESRECHT Marc Groenhuijsen 1 & Rianne Letschert 2 1. INLEIDING Niemand heeft een meer uitgesproken

Nadere informatie

HET MOTIEF ALS MOTIVERING?

HET MOTIEF ALS MOTIVERING? HET MOTIEF ALS MOTIVERING? Een onderzoek naar de rol van de motieftheorie in de jurisprudentie van de Hoge Raad en de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State bij de beoordeling van de bovengrens

Nadere informatie

Beleidsdoorlichting. Toegang tot het recht

Beleidsdoorlichting. Toegang tot het recht Beleidsdoorlichting Toegang tot het recht Ministerie van Justitie Directie Rechtsbestel Juni 2008 Inhoudsopgave Algemeen begrippenkader... 1 1. Wat was het probleem dat aanleiding is (geweest) voor beleid?...

Nadere informatie

Het lex certa-beginsel in het handhavend bestuursrecht

Het lex certa-beginsel in het handhavend bestuursrecht Het lex certa-beginsel in het handhavend bestuursrecht Jaap Baar februari 2013 Sint Aagtenstraat 20D 2312CB Leiden 06 45 47 16 14 Baar.jaap@gmail.com Master Rechtsgeleerdheid: Staats- en Bestuursrecht

Nadere informatie

Mr. M.A.R. Schuckink Kool, M.F. van Hulst, C.J.M. van den Brûle, J.M.G. Hulsman, advokaten bij de Hoge Raad der Nederlanden

Mr. M.A.R. Schuckink Kool, M.F. van Hulst, C.J.M. van den Brûle, J.M.G. Hulsman, advokaten bij de Hoge Raad der Nederlanden Mr. M.A.R. Schuckink Kool, M.F. van Hulst, C.J.M. van den Brûle, J.M.G. Hulsman, advokaten bij de Hoge Raad der Nederlanden HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Rolnr. 10/ 05147 De dato: 21-7-2011 BORGERSBRIEF Inzake:

Nadere informatie

"Ik kan het (niet) zelf"

Ik kan het (niet) zelf "Ik kan het (niet) zelf" Een verkenning van de problematiek van de continuering van (gedwongen) hulp aan kwetsbare jongeren die de leeftijd van 18 bereiken Datum: 21 mei 2015 Advies: KOM010/2015 Voorwoord

Nadere informatie

Conversie en opvolgend werkgeverschap

Conversie en opvolgend werkgeverschap De omzetting van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd krachtens artikel 7:668a Burgerlijk Wetboek Conversie en opvolgend werkgeverschap Afstudeerscriptie

Nadere informatie

Civielrechtelijke aansprakelijkheid van de CWI: trend of randverschijnsel?

Civielrechtelijke aansprakelijkheid van de CWI: trend of randverschijnsel? Civielrechtelijke aansprakelijkheid van de CWI: trend of randverschijnsel? P.S. van Minnen* en W.A. Zondag 1 Inleiding Het ontslagrecht voor de rechtspraktijk de kern van het arbeidsrecht weet het wetenschappelijk

Nadere informatie

Vreemdelingenbewaring of een lichter middel? advies over de besluitvorming bij inbewaringstelling van vreemdelingen

Vreemdelingenbewaring of een lichter middel? advies over de besluitvorming bij inbewaringstelling van vreemdelingen Vreemdelingenbewaring of een lichter middel? advies over de besluitvorming bij inbewaringstelling van vreemdelingen A D V I E S Vreemdelingenbewaring of een lichter middel? advies over de besluitvorming

Nadere informatie

Straffen: de uitvoerende macht als de nieuwe rechterlijke macht?!

Straffen: de uitvoerende macht als de nieuwe rechterlijke macht?! Straffen: de uitvoerende macht als de nieuwe rechterlijke macht?! 1. Inleiding Mr. Marjolein den Uijl * In de afgelopen decennia is de rol van de strafrechter bij sanctieoplegging in hoog tempo teruggedrongen.

Nadere informatie

Naar een nieuw vooronderzoek in strafzaken

Naar een nieuw vooronderzoek in strafzaken Naar een nieuw vooronderzoek in strafzaken Mr. P.A.M. Verrest 1 Inleiding De afgelopen acht jaren heeft de wetgever gewerkt aan een herziening van het Wetboek van Strafvordering. Met een aantal wetsvoorstellen

Nadere informatie

Richtlijn omgaan met het verzoek om hulp bij zelfdoding door patiënten met een psychiatrische stoornis

Richtlijn omgaan met het verzoek om hulp bij zelfdoding door patiënten met een psychiatrische stoornis Richtlijn omgaan met het verzoek om hulp bij zelfdoding door patiënten met een psychiatrische stoornis Richtlijn omgaan met het verzoek om hulp bij zelfdoding door patiënten met een psychiatrische stoornis

Nadere informatie

Wachten op je toekomst. Adviesrapport over de positie van en toelatingscriteria voor vreemdelingenkinderen

Wachten op je toekomst. Adviesrapport over de positie van en toelatingscriteria voor vreemdelingenkinderen Wachten op je toekomst Adviesrapport over de positie van en toelatingscriteria voor vreemdelingenkinderen Datum: 08 maart 2012 Advies: KOM2A/2012 2 "Ik wil best wachten op mijn toekomst, maar niet mijn

Nadere informatie

Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding.

Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Dit rapport is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen worden gebruikt met bronvermelding. Ervaringen van mensen met klachten over de Gezondheidszorg S. Kruikemeier R. Coppen J.J.D.J.M. Rademakers

Nadere informatie

Eigen gegevens, eigen regie?

Eigen gegevens, eigen regie? ? advies over de juridische en organisatorische consequenties van 'eigenaarschap' van persoonsgegevens die binnen de overheid worden verwerkt adviseurs: drs. E.B.M Schoenmakers CMC mr. W.E.H. Sloots mr.dr.

Nadere informatie

HULP BIJ ZELFDODING DOOR INTIMI

HULP BIJ ZELFDODING DOOR INTIMI NEDERLANDS JURISTENBLAD HULP BIJ ZELFDODING DOOR INTIMI De zaak Martijn: Openbare orde, rechtspersonen en mensenrechten De positie van de OvJ in de rechtszaal Advocaten staan P. 1596-1663 JAARGANG 89 20

Nadere informatie

artikel RECHT OP TOELATING TOT CAO- ONDERHANDELINGEN: MEER DAN REPRESENTATIVITEIT? 74 SMA februari 2008 - nr. 2

artikel RECHT OP TOELATING TOT CAO- ONDERHANDELINGEN: MEER DAN REPRESENTATIVITEIT? 74 SMA februari 2008 - nr. 2 RECHT OP TOELATING TOT CAO- ONDERHANDELINGEN: MEER DAN REPRESENTATIVITEIT? A U T E U R Mr. P.Th. Mantel Met is al twintig jaar geleden dat in dit tijdschrift de bijdrage van Brink verscheen over de vraag

Nadere informatie