Kennisbasis. docent aardrijkskunde bachelor. Kennisbasis aardrijkskunde 3

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Kennisbasis. docent aardrijkskunde bachelor. Kennisbasis aardrijkskunde 3"

Transcriptie

1

2 Kennisbasis docent aardrijkskunde bachelor Kennisbasis aardrijkskunde 3

3 Voorwoord De kwaliteit van ons bachelor onderwijs moet goed zijn, dit is niet alleen belangrijk voor onze studenten en het afnemende werkveld maar ook voor de Nederlandse kenniseconomie in het algemeen. Goede docenten zijn hierbij cruciaal en van de lerarenopleidingen wordt dus ook veel verwacht. Het niveau van de lerarenopleiding moet omhoog en het leerklimaat uitdagender. Om deze ambitie te kunnen realiseren moet je bij de basis beginnen, het gewenste eindniveau moet worden vastgesteld. De lerarenopleidingen voor het primair en voortgezet onderwijs hebben deze boodschap goed begrepen en zijn vorig jaar gestart met het ambitieuze project Werken aan Kwaliteit. Hierin werken zij aan de kwaliteit van de lerarenopleidingen door de vakinhoudelijke en vakdidactische kwaliteit van de lerarenopleidingen in kaart te brengen. Deze set van kennisbases garandeert de basiskwaliteit van de lerarenopleidingen. Het afgelopen jaar is door alle lerarenopleidingen met veel enthousiasme hard gewerkt aan het beschrijven van de eerste set van kennisbases. Inhoudelijke experts, deskundigen op hun vakgebied, hebben de kennisbases die door de opleidingen aan hen zijn voorgelegd bestudeerd en daar waar zij dat nodig achtten nadere aanwijzingen gegeven. Het resultaat van deze arbeid ligt nu voor u. Dit is nog maar het begin van een traject waarin de kwaliteit van de opleidingen verder versterkt wordt door de implementatie van de kennisbases in de curricula van de opleidingen. Ook worden er kennistoetsen ingevoerd waarmee wordt gemeten of studenten de kennisbasis beheersen. Zoals gezegd is Werken aan Kwaliteit een groot en ambitieus project dat een bijzondere inspanning vergt van de sector. Velen uit de sector zijn op enigerlei wijze betrokken bij de uitvoering van het project. Door het harde werk en de grote betrokkenheid van al deze mensen zijn de eerste beschrijvingen van de kennisbases een groot succes te noemen en dit sterkt mij in het vertrouwen dat de lerarenopleidingen de overige kennisbases met dezelfde voortvarendheid en in nauwe samenwerking met externe deskundigen zullen beschrijven. Ik dank allen die hieraan hebben bijgedragen. Doekle Terpstra Voorzitter HBO-raad 4 Kennisbasis aardrijkskunde

4 Inhoud 1. Toelichting en verantwoording 6 2. Preambule Kennisbasis aardrijkskunde 13 Vakinhouden aardrijkskunde 1. Natuurlijke systemen op en rond de aarde Milieugeografie Landschappen Ruimtelijke effecten van sociaal-economische systemen Ruimtelijke effecten van politieke en culturele systemen Geografische concepten Het geografisch instrumentarium 25 Vakdidactieken aardrijkskunde 1. Nut en noodzaak van de geografie en het aardrijkskunde-onderwijs Geografisch denken Het schoolvak aardrijkskunde Aardrijkskunde leren 28 Kennisbasis aardrijkskunde 5

5 1. Toelichting en verantwoording Inleiding Voor u ligt de kennisbasis van het mens en maatschappijvak aardrijkskunde. In deze kennisbasis is de theoretische en methodische kennis van het schoolvak vastgelegd. De vakkennisbasis is ter legitimering voorgelegd aan een panel van externe deskundigen. Het panel bestond uit twee vertegenwoordigers van de vakverenigingen(en) van vakdocenten, twee gezaghebbende mensen uit het vakwetenschapsgebied en drie recent afgestudeerde docenten die nu werken in het vmbo, mbo en/of onderbouw havo/vwo. Het panel heeft de vakkennisbasis uitvoerig bestudeerd, besproken en van commentaar en advies voorzien. Op basis daarvan is de kennisbasis door de redacties bijgesteld. De functies van de kennisbases Aan het kennisniveau van iedereen in onze samenleving worden steeds hogere eisen gesteld. Dat geldt dus ook voor alle vormen van onderwijs waarmee mensen dat kennisniveau kunnen halen en behouden. Daarvoor is een versterking van de beroepsgroep docenten op alle niveaus, door innovatie en professionalisering van de onderwijsorganisaties, noodzakelijk. Dat vraagt om een onderlinge afstemming tussen alle betrokkenen en een planmatige aanpak met een duidelijke koers. Een gezamenlijk opgestelde en aanvaarde kennisbasis is daarbij het kompas. De beroepskennis van leraren heeft wortels in twee wetenschappelijke domeinen. In de eerste plaats het domein van het vak en in de tweede plaats de kennis, die beschikbaar is over leren en onderwijzen. Die twee pijlers vormen samen het fundament onder de beroepskennis. Het vermogen om zijn kennis op een doelmatige manier in de praktijk over te dragen, maakt iemand tot een goede leraar. De opbouw van beroepskennis begint tijdens de opleiding. De aldaar verworven kennis is een weldoordachte selectie uit het wetenschappelijke fundament, gerelateerd aan de actuele onderwijspraktijk. Deze selectie is de kennisbasis van de lerarenopleidingen. Die basis is vastgelegd in het curriculum van de opleidingen en in de bekwaamheidseisen. Deze eisen beschrijven het minimumniveau van kennis waarover de leraar moet beschikken om bekwaam verklaard te worden. Tijdens zijn loopbaan moet de leraar zijn kennis en vaardigheden, zowel op het gebied van zijn vak als van het ambt van leraar, via bij- en nascholing op peil houden. De beschrijving van de kennisbasis vormt de eerste schakel tussen theorie en praktijk. Samen met de nog te ontwikkelen elementen krijgt de startkwalificatie van de leraar vorm door: 1. een kennisbasis: de beschrijving van de kennis die de leraar aan het einde van zijn opleiding minimaal moet hebben om professioneel bekwaam en zelfstandig aan het werk te kunnen in het onderwijs; 2. een kennisbank: het dynamische systeem waarmee de lerarenopleidingen relevante kennis voor leraren toegankelijk maken; 3. kennistoetsen: het dynamische instrumentarium waarmee leraren in opleiding kunnen nagaan of zij de kennisbasis voldoende beheersen. 6 Kennisbasis aardrijkskunde

6 Competentiegericht opleiden Bij competentiegericht opleiden staat bekwaamheid centraal. Het gaat om professioneel en adequaat leren handelen. Binnen de lerarenopleidingen is het leren op de werkplek in toenemende mate sturend voor de inrichting van het curriculum. Studenten doen in de praktijk veel (contextspecifieke) kennis op. Er moet dus nadrukkelijk aandacht besteed worden aan de inbedding van de praktische kennis in het repertoire aan theoretische en methodische kennis en andersom. De dubbele rol van de docent als kennisoverdrager en als pedagoog wordt door de Stichting Beroepskwaliteit Leraren en ander onderwijspersoneel (SBL) gedefinieerd als het kunnen hanteren van de praktische opgaven van het beroep in de verschillende situaties waarin het beroep wordt uitgeoefend, met kennis van zaken en methodisch geïnstrumenteerd. De kernopgaven zijn samengevat in vier beroepsrollen. Samen met de kenmerkende situaties in vier typen beroepssituaties ontstaat een matrix. Daarin onderscheidt SBL zeven onderwijscompetenties. interpersoonlijk 1 met leerlingen met collega s met omgeving met mezelf pedagoog 2 (vak)didacticus 3 organisatorisch Figuur 1: de zeven SBL-onderwijscompetenties 1. Interpersoonlijk: een goede leraar gaat op een goede, professionele manier met leerlingen om. 2. Pedagogisch: een goede leraar biedt de leerlingen in een veilige werkomgeving houvast en structuur om zich sociaal-emotioneel en moreel te kunnen ontwikkelen. 3. Vakinhoudelijk en didactisch: een goede leraar helpt de leerlingen zich de inhoudelijke en culturele bagage eigen te maken die iedereen nodig heeft in de hedendaagse samenleving. 4. Organisatorisch: een goede leraar zorgt voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgerichte sfeer in zijn groep of klas. 5. Collegiaal: een goede leraar levert een professionele bijdrage aan een goed pedagogisch en didactisch klimaat op school, aan een goede onderlinge samenwerking en aan een goede schoolorganisatie. 6. Samenwerking met de omgeving: een goede leraar communiceert op een professionele manier met ouders en andere betrokkenen bij de vorming en opleiding van zijn leerlingen. 7. Reflectie en ontwikkeling: een goede leraar denkt op een professionele manier na over zijn bekwaamheid en beroepsopvattingen. Hij ontwikkelt zijn professionaliteit en houdt deze bij. Kennisbasis aardrijkskunde 7

7 1 Al deze rollen voert de leraar op een professionele wijze uit, met kennis van zaken en praktisch en methodisch verantwoord. De kennisbasis levert daarvoor de noodzakelijke bouwstenen. Elke leraar moet de wetenschapsbeoefening kennen die bijdraagt aan de ontwikkeling van zijn beroepskennis. De relevante uitkomsten daarvan moet hij voor zijn professionele ontwikkeling voortdurend betrekken op zijn eigen werk. Er zijn inmiddels mooie voorbeelden van gevestigde wetenschappelijke programma s. Daarin werken wetenschappers en leraren samen en gaat de theorieontwikkeling hand in hand met het ontwerpen en verbeteren van de onderwijsaanpak. Kennis genereren en rubriceren Op basis van het onderscheid tussen theoretische, methodische en praktische kennis enerzijds en het kennisperspectief van de leerling, leren en onderwijzen en leerinhouden anderzijds, ontstaat als matrix het negen-veldenmodel: Kennis van de leerling Kennis van leren en onderwijzen Kennis van leerinhouden Theoretische kennis Generiek Generiek Vakspecifiek Methodische Kennis Generiek Generiek Vakspecifiek Praktische Kennis Generiek Generiek Vakspecifiek Vakspecifiek Vakspecifiek Vakspecifiek Figuur 2: Het negen velden-model om relevante kennis te genereren en te rubriceren In deze beschrijving van de kennisbasis gaat het om de vakspecifieke componenten. In de tweede fase volgt een beschrijving van de generieke component. Naast de SBL-competenties bestaan er ook de Dublin descriptoren. Deze zijn leidend als eindtermen voor de bacheloren masterstudies aan Europese hogescholen en universiteiten. De descriptoren stellen dat de tweedegraads opgeleide leraar (op bachelorniveau): aantoonbaar kennis en inzicht heeft van een vakgebied; in de toepassing daarvan een professionele benadering van zijn werk toont en de problemen van zijn vakgebied beredeneerd oplost; in staat is om gegevens te verzamelen en te interpreteren en een oordeel te vormen, met afweging van relevante sociaal-maatschappelijke, wetenschappelijke en ethische aspecten; informatie, ideeën en oplossingen kan overdragen op anderen (zowel specialisten als niet-specialisten); de leervaardigheden bezit om op een hoog niveau van autonomie door te leren. zichzelf verantwoordt. Het ligt voor de hand dat er overlap is tussen deze descriptoren en de SBL-competenties. Belangrijk is dat de leraar in opleiding uiteindelijk op deze verschillende gebieden zijn meesterproeven aflegt, die gemodelleerd zijn naar de realiteit. De lerarenopleidingen zelf 8 Kennisbasis aardrijkskunde

8 ontwerpen deze meesterproeven. Op grond van de bekwaamheidseisen maken zij duidelijk welke kwaliteit het handelen van de leraar en zijn gebruik van kennis daarin moeten hebben. Maar die verantwoording houdt niet op na het afstuderen. Ook de school, waar de docent zijn beroep uitoefent, heeft een verplichting aan de samenleving om zich te verantwoorden voor de onderwijsinhoud en de professionaliteit van het personeel. Permanente kwaliteitszorg is essentieel voor de maatschappelijke opdracht van iedere school. De kennisbasis levert de daarvoor noodzakelijke criteria (ijkpunten) aan. Hiermee is accreditatie en onderlinge benchmarking van scholen mogelijk gemaakt. Dit alles zal de transparantie aanzienlijk kunnen vergroten en ertoe bijdragen dat de kwaliteit van de leraar op het gewenste niveau blijft. De leraar kan aangesproken worden op de volgende minimale competenties: de leraar heeft op een praktisch niveau voldoende kennis van de onderwijsinhouden, van de onderwijsmethoden (pedagogisch en didactisch), -organisatie en -materialen en van de leerling en diens leefwereld; de leraar kan onderwijs- en begeleidingsprogramma s beoordelen, aanpassen en ontwerpen. Hij heeft voldoende kennis van pedagogische en didactische methoden om onderwijs- en begeleidingsprogramma s te kunnen beoordelen op kwaliteit en geschiktheid voor zijn leerlingen. Hij kan onderdelen daarvan aanpassen en bijdragen aan het ontwerpen van nieuwe programmaonderdelen; de leraar ontwikkelt zich zelfstandig verder. Hij heeft overzicht van de belangrijkste wetenschappelijke kennisgebieden waarop hij voor zijn beroepsuitoefening kan terugvallen en vindt daarin zelfstandig zijn weg. Leeswijzer De Kennisbasis docent aardrijkskunde bachelor wordt vooraf gegaan door een preambule. Deze is te beschouwen als een inleiding en toelichting op de kennisbasis. In de preambule wordt nader ingegaan op de positie van het schoolvak, de plaats van vaardigheden bij het vak aardrijkskunde, verbanden met andere schoolvakken etcetera. De preambule geeft daarmee waardevolle informatie die niet direct in het format van de kennisbasis past. De term mens en maatschappijvakken geeft aan dat er sprake is van een bepaalde categorie vakken en suggereert een zekere homogeniteit. Bij nadere beschouwing blijken de vakken binnen dit cluster zeer divers. Vakken als aardrijkskunde, geschiedenis en maatschappijleer vertonen duidelijk overeenkomsten en zijn goed te herleiden tot de achterliggende academische disciplines. Ook de vakdidactiek van deze vakken is nauw verwant. Zij verschillen echter in grote mate van twee andere vakken in dit cluster, die zeer breed zijn en vooral hun basis vinden in het beroepenveld, namelijk omgangskunde en gezondheidzorg & welzijn. Godsdienst & levensbeschouwing is eveneens een breed vak, dat qua methodiek verwant is aan gezondheidszorg & welzijn en omgangskunde. Het vak economie heeft binnen het cluster M&M weer een heel eigen karakter, met een andere achtergrond en diverse toepas- singen in het onderwijs. Bovendien is dit vak opgesplitst in de afzonderlijke vakken algemene economie en bedrijfseconomie. Vanwege de verwantschap tussen beiden zijn zij weliswaar als afzonderlijke kennisbasis beschreven, maar onder één hoofdstuk in deze publicatie opgenomen. Kennisbasis aardrijkskunde 9

9 1 Wat de mens- en maatschappijvakken bindt en tot een herkenbaar cluster maakt is dat zij alle de mens, zijn omgeving en de samenleving centraal stellen. Wel is het van belang dat aandacht bestaat voor de variëteit tussen deze vakken. Deze aandacht is verankerd in de manier waarop de kennisbases zijn opgesteld door professionals uit het vak, verbonden aan de lerarenopleidingen die dit project gezamenlijk uitvoeren. 10 Kennisbasis aardrijkskunde

10 2. Preambule Conceptuele basis van de geografie Geografie onderscheidt zich van andere vakgebieden door: de ruimtelijke manier van kijken, geoperationaliseerd door de vragen: wat bevindt zich waar en waarom juist daar? de synthese van de sociale en fysische geografie, bijvoorbeeld in cultuurlandschappen; het wisselen van schaalniveau, bijvoorbeeld het verschillende belang van de HSL voor Nederland en voor Europa; de representatie van ruimtelijke processen en informatie, bijvoorbeeld in atlassen of informatiesystemen. Praktische aspecten van de kennisbasis De kennisbasis bevat een indeling van de geografie in thema s en categorieën (kernconcepten). Deze verschillen niet in belang, want de gehele kennisbasis is relevant voor het onderwijs. De categorieën worden omschreven en uitgewerkt in eisen (kennis en inzicht) waaraan de startbekwame docent moet voldoen. De kennisbasis beschrijft het niveau van kennis en inzicht dat de student moet beheersen aan het einde van zijn opleiding. Het niveau wordt vastgesteld met de kennistoets aardrijkskunde, die in de tweede fase van het project Werken aan Kwaliteit wordt ontwikkeld. Naast de communale kennisbasis bepalen instituten in hun eigen curriculum welke kennis tot de kennis van de aankomende docent aardrijkskunde zal behoren. Hieruit vloeit voort dat de startbekwame docent de kennisbasis kan omzetten in praktische toepassingen, zoals het werken met data die bewerkt worden in geografische informatiesystemen. De docent, het vak in de maatschappelijke context De tweedegraads docent aardrijkskunde draagt bij aan de vorming van jonge mensen tot zelfstandige en kritische burgers door ze kennis, inzicht en vaardigheden te laten verwerven waarmee zij een mening kunnen vormen over de dynamische, regionale verscheidenheid in de wereld, Europa, Nederland en hun eigen omgeving. Het gaat bij aardrijkskunde onder andere over de relatie tussen mens en natuur. Deze relatie, die op de verschillende plekken op aarde anders uitkristalliseert en in de tijd steeds verandert, moet de docent kunnen uitleggen. Het vak en de kennisbasis in relatie tot de competenties Om in een beroepscontext de doelstellingen van het aardrijkskundeonderwijs te realiseren dient de startbekwame docent te beschikken over vakinhoudelijke en vakdidactische kennis en vaardigheden. Het geheel aan vakinhoudelijke en vakdidactische kennis op theoretisch, methodisch en praktisch niveau is in deze kennisbasis vastgesteld voor de bacheloropleiding docent aardrijkskunde. De kennisbasis vormt daarmee het fundament voor competentie 3 van de SBL - bekwaamheidseisen: vakinhoudelijk en vakdidactisch competent. Naast vakinhoudelijke en vakdidactische kennis van het schoolvak beschikt een leraar aardrijkskunde ook over kennis over leren en kennis over de leerling. 11 Kennisbasis aardrijkskunde

11 De relatie met het leergebied Mens en Maatschappij In het vmbo-leergebied Mens en Maatschappij komen thema s aan de orde die in wisselende omvang en diepgang bestreken worden door de vakken aardrijkskunde, geschiedenis, maatschappijleer en economie. De docent aardrijkskunde die in dit leergebied werkzaam is brengt de volledige kennisbasis van zijn vak mee. Dit geldt ook voor de docenten van de andere vakken in dit leergebied. De kennis die deze docenten van het vak aardrijkskunde dienen te hebben omvat de eerste drie kolommen van de kennisbasis aardrijkskunde: de thema s, de categorieën en de omschrijvingen daarvan. De noodzakelijke uitwerking van de categorieën wordt bepaald door de nadere omschrijving van de kerndoelen van de onderbouw. Op de site staat een gedetailleerde uitwerking met voorbeelden, die de student zich eigen kan maken. De afzonderlijke lerarenopleidingen maken ruimte vrij om hun studenten de kennis van andere vakken voor dit leergebied te laten verwerven. Leeswijzer kennisbasis aardrijkskunde In het onderdeel vakinhouden aardrijkskunde gaat het om de body of knowledge : de kernconcepten van de geografie waar de docent aardrijkskunde over dient te beschikken. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de thema s en de categorieën. Kennisbasis aardrijkskunde 12

12 3. Kennisbasis aardrijkskunde 1 Natuurlijke systemen op en rond de aarde Geogenese en geomorfologie Ecologische systemen Weer- en klimaat systemen 15 2 Milieugeografie Mens-milieu relaties Draagkracht van het fysische milieu Klimaatonderzoek Milieubeleid en duurzaamheid 17 3 Landschappen Natuur- en cultuurlandschappen Nederlandse cultuurlandschappen De strijd van Nederland tegen het water 18 4 Ruimtelijke effecten van sociaal-economische systemen Demografie en bevolkingsgeografie Economische geografie Geografie van stad en platteland 20 5 Ruimtelijke effecten van politieke en culturele systemen Politieke geografie Culturele geografie Ontwikkelingsgeografie 23 6 Geografische concepten Het geografische denken De regio in de geografie Thema s en regio s 24 7 Het geografisch instrumentarium Globes, kaarten en atlassen Digitale informatie-verwerking Topografie Kennisbasis aardrijkskunde

13 Vakinhouden aardrijkskunde Thema Categorie Omschrijving Nr De startbekwame docent aardrijkskunde heeft kennis van en inzicht in: 1 Natuurlijke systemen op en rond de aarde 1.1 Geogenese en geomorfologie 1.2 Ecologische systemen Geologische en geomorfologische verschijnselen en processen modelleren de aarde in diverse tijdsperioden en op verschillende schaalniveaus; endogene krachten zoals vulkanisme, tektoniek en gebergtevorming werken van binnenuit; exogene krachten zoals verwering, erosie, massabeweging en sedimentatie worden in gang gezet door glaciale, fluviatiele, eolische, mariene en chemische processen; de uit verschillende gesteentesoorten opgebouwde aardkorst is hier het resultaat van. Met de theorie van de platentektoniek is het verspreidingspatroon van de bovengenoemde processen en verschijnselen te verklaren. Het ecologische systeem van de aarde bestaat uit een aantal onderling verbonden geofactoren. De ondergrond, het klimaat en de mens zijn hiervan de belangrijkste. Middels kringlopen van water, voedsel en lucht staan deze met elkaar in verbinding. Vooral water speelt hierbij een belangrijke rol. Hoewel veel ecologische systemen op bepaalde tijdschalen evenwichtssituaties vertonen, geldt dit niet voor alle ecosystemen. Natuurlandschappen veranderen voortdurend onder invloed van klimatologische schommelingen. 1. wetenschappelijke theorieën, concepten en begrippen over de natuurlijke systemen op en rond de aarde, met name endogene en exogene krachten. 2. de natuurlijke systemen op verschillende schaalniveaus: van lokaal en regionaal (bijvoorbeeld het Nederlandse landschap) tot continentaal en mondiaal (bijvoorbeeld het zonnestelsel, invloed van zon en maan op eb en vloed). 3. geologische en geomorfologische verschijnselen en processen op verschillende schaalniveaus, als verklaring voor en onderdeel van de natuurlijke systemen op en rond de aarde (variërend van een wadgeul tot een riviersysteem, zoals de Amazone). 4. het ontstaan van de aarde in de huidige vorm vanuit de gedachte dat het heden de sleutel is tot het verleden. 1. wetenschappelijke theorieën, concepten en begrippen betreffende de ecologische systemen op en rond de aarde. 2. de hoofdrol van water in het natuurlijke systeem. 3. de afbraak en opbouw van materialen onder invloed van water. 4. de beïnvloeding door water van weer en klimaat. 5. de afhankelijkheid van de mens van zoet water en oppervlaktewater (transport). 6. de samenhang tussen en de processen in onder andere moedergesteente (chemisch, ontstaanswijze), vegetatie en de atmosfeer (meteorologische verschijnselen) en de invloed van die factoren op het ontstaan van de bodem in een gebied, landschaps- en/of klimaatzone. 7. de wijze waarop bodems vegetatie conditioneren. 8. de wijze waarop vegetatie invloed heeft op bodems, het weer, verwering en ersosie, en het voorkomen van diersoorten. 9. het vervangen van de natuurlijke vegetatie door weiden, bossen en cultuurgewassen onder invloed van de mens. 10. de schaal waarop deze veranderingen plaatsvinden. Voorbeelden Wat is het verschil tussen de alpiene gebergtevorming en de gebergtevorming in Scandinavië? Wat is de geologische overeenkomst tussen Texel, Wieringen en Urk? Is de omvang van de afvoer van sediment via de Mississippi afhankelijk van ontbossing in de Appalachen? Zijn de essen in het Nederlandse zandgebied van nature vruchtbaar? Kennisbasis aardrijkskunde 14

14 3 Thema Categorie Omschrijving Nr De startbekwame docent aardrijkskunde heeft kennis van en inzicht in: 1 Natuurlijke systemen op en rond de aarde 1.3 Weer- en klimaatsystemen Weer- en klimaatpatronen: de factoren temperatuur, neerslag, wolken en wind vormen samen het weer. Deze factoren variëren, afhankelijk van breedteligging, reliëf en de aanwezigheid van grote land- of wateroppervlakten. Ook het klimaat, het gemiddelde weer over een periode van enkele decennia, verschilt per gebied onder invloed van voornoemde omstandigheden. De mens als landbouwer of als toerist maakt op vele manieren gebruik van de verschillende weerssituaties en klimaten. Het klimaatsysteem verschilt per geologisch tijdperk. Het verklaren van oorzaken van klimaatvariaties (met positieve en negatieve terugkoppelingen), de voorspelbaarheid van het klimaat op verschillende tijdschalen, de kennis van natuurlijke schommelingen en van antropogene invloeden in het regionale klimaat en in klimaatextremen vereisen een grote hoeveelheid waarnemingsgegevens (monitoring). 1. wetenschappelijke theorieën, concepten en begrippen betreffende de weer- en klimaatsystemen op en rond de aarde. 2. de factoren temperatuur, neerslag, wolken en wind die samen het weer vormen. 3. het feit dat de variatie in en de samenhang tussen deze factoren variëren per plek afhankelijk van breedteligging, reliëf en de aanwezigheid van grote land- of wateroppervlakten. 4. het klimaatsysteem van de aarde op verschillende schaalniveaus waarbij het klimaat in een gebied een gemiddelde is van alle weerssituaties. 5. de wijze waarop de mens (bijvoorbeeld als agrariër of als toerist) gebruik maakt van de verschillende weerssituaties en klimaten. Voorbeelden Waarom spelen Milankovitchvariabelen geen rol in de huidige klimaatdiscussie? Is aflandige wind gunstig voor de recreant aan de Nederlandse kust? 15 Kennisbasis aardrijkskunde

15 Thema Categorie Omschrijving Nr De startbekwame docent aardrijkskunde heeft kennis van en inzicht in: 2 Milieugeografie 2.1 Mens-milieu relaties Er is wisselwerking tussen de mens en zijn fysieke omgeving op de diverse schaalniveaus, vanaf de verschijning van de mens; het natuurlijke milieu als productiefactor in de agrarische sector en de mijnbouw; verstedelijking en de natuurlijke omgeving; leisure-facilities en hun invloed op de natuur; klimaatveranderingen en typen natuurrampen. 1. wetenschappelijke theorieën, concepten en begrippen betreffende de relatie tussen de mens en zijn natuurlijke omgeving. 2. de invloed van de mens als geofactor binnen de natuurlijke systemen op en rond de aarde. 3. de wisselwerking tussen de mens en zijn fysieke omgeving op de diverse schaalniveaus. Voorbeelden Wat is de belangrijkste conditie voor de rijstverbouw op de sawah s in Zuidoost-Azië? Waarom vond er in 1900 nog graanverbouw in Zwitserland plaats op 1800 meter, terwijl daar nu alleen maar almen voorkomen? 2.2 Draagkracht van het fysische milieu Als de draagkracht wordt overschreden treedt landdegradatie op: verwoestijning, versterkte bodemerosie, verdroging en verzilting; aantasting van (natuurlijke) landschappen door stadsuitbreiding en ontginning ten behoeve van landbouw en delfstoffen; vormen van geluidsoverlast, lucht- en bodemverontreiniging, met name in en rond grote steden; de oorzaken en gevolgen van milieuproblemen als verzuring, vermesting en verdroging in Nederland. 1. vormen van landdegradatie, met name verwoestijning, versterkte bodemerosie, verdroging en verzilting (bijvoorbeeld het ontstaan van badlands). 2. aantasting van (natuurlijke) landschappen door stadsuitbreiding en ontginning ten behoeve van landbouw en delfstoffenwinning. 3. vormen van geluidsoverlast, lucht- en bodemverontreiniging, vooral in en rond grote steden. 4. de oorzaken en gevolgen van milieuproblemen zoals verzuring, vermesting en verdroging in Nederland. Beargumenteer waarom de Waddenzee geen natuurlandschap is. Waarom is de Middeleeuwse aanleg van sloten in West-Nederland de grondslag voor de huidige agrarische functie? Kennisbasis aardrijkskunde 16

16 3 Thema Categorie Omschrijving Nr De startbekwame docent aardrijkskunde heeft kennis van en inzicht in: 2 Milieugeografie 2.3 Klimaatonderzoek 2.4 Milieubeleid en duurzaamheid Hoe werkt het klimaatsysteem? De oorzaken van klimaatvariaties en in de voorspelbaarheid van het klimaat; het waarnemen, begrijpen en voorspellen van veranderingen in het klimaatsysteem; het verwerven van noodzakelijke waarnemingsgegevens (monitoring); kennis van natuurlijke schommelingen en van antropogene invloeden in het regionale klimaat en in klimaatextremen. Milieubeleid: het opruimen en tegengaan van vervuiling door overmatig gebruik van natuurlijke hulpbronnen te voorkomen; speerpunt is het voorkomen van een sterke aantasting van natuur en landschap; duurzaamheid betreft alle vormen van het zoeken naar een balans tussen de natuurlijke situatie en menselijk gebruik van die situatie; fysische, geopolitieke en economische schaarste; vernieuwbare en niet-vernieuwbare hulpbronnen. 1. de meest actuele inzichten over onderzoek naar klimaten in verleden, heden en toekomst. 1. het door de gemeentelijke, provinciale en nationale overheid in Nederland gevoerde milieubeleid. 2. de hoofdlijnen van het gevoerde klimaatbeleid op verschillende schaalniveaus (van nationaal tot mondiaal). 3. het concept duurzame ontwikkeling en de wijze waarop dit concept wordt toegepast in de samenleving (bijvoorbeeld in de landbouw, de energiesector en huishoudens). Voorbeelden Welke beperking kent het gebruik van fossiele watervoorraden voor het toerisme in Noord-Afrika? Is het verschijnsel warmte-eiland een verklaring voor de terrassen in de binnensteden? Is het Kyotoverdrag gericht op beperking van de uitputting van energievoorraden? Wordt de olievoorraad in Schoonebeek weer aangeboord vanwege de geopolitieke schaarste? 17 Kennisbasis aardrijkskunde

17 Thema Categorie Omschrijving Nr De startbekwame docent aardrijkskunde heeft kennis van en inzicht in: 3 Landschappen 3.1 Natuur- en cultuurlandschappen Natuurlandschappen: de natuurlijke verhouding tussen reliëf, vegetatie en fauna op diverse schaalniveaus. Cultuurlandschappen: het landschap na ingrijpen van de mens als nomade tot aan de stedelijke samenleving; iedere cultuur creëert haar eigen landschap. 1. wetenschappelijke theorieën, concepten en begrippen betreffende landschappen. 2. de manier waarop de bevolking van een gebied door haar (agrarische) bestaanswijze een natuurgebied heeft veranderd in een gebruiksgebied, daarbij lettend op het reliëf, de bodem en de hydrografie. Voorbeelden Welke beperking kent het gebruik van fossiele watervoorraden voor het toerisme in Noord-Afrika? Waarom is dijkaanleg langs grote rivieren soms een oorzaak van overstromingen? 3.2 Nederlandse cultuurlandschappen Nederlandse culuurlandschappen: het zandlandschap, het rivierkleilandschap, het zeekleilandschap, het veenlandschap, het lösslandschap en het duinlandschap; elk landschap kent ingrepen in de bodemstructuur, hydrografie en vegetatie door de landbouw; sloten, dijken, verkaveling, egalisering, afgraving, droogmaking en inpoldering zijn de basiselementen voor de de ontwikkeling tot agrarisch cultuurlandschap; daarbovenop komen wegen, gebouwen en, in de industriële tijd, kanalen, fabrieken en spoorwegen. 1. de manier waarop de Nederlandse bevolking door haar (agrarische) bestaanswijze natuurgebieden heeft veranderd in een gebruiksgebied, daarbij lettend op het reliëf, de bodem en de hydrografie. 2. de ligging en de vorm van nederzettingen in een cultuurgebied en de factoren die daarop van invloed zijn, zoals transportroutes en de meest efficiënte ligging ten opzichte van grondwater of landerijen. 3. de veranderende manier van kijken naar cultureel erfgoed en aardkundige waarden (een voorbeeld hiervan is het recent aanduiden van specifieke industriële nederzettingen, infrastructurele werken en verdedigingswerken als waardevolle onderdelen van het cultuurlandschap). 4. de omvorming van cultuurlandschap tot natuurlandschap (natuurbouw). Is overbeweiding een factor bij verwoestijning? Verklaar waarom verdroging ook in West-Nederland een beperkende rol kan spelen bij de landbouw. 3.3 De strijd van Nederland tegen het water De hydrografische situatie van Nederland wordt bepaald door de zee, de grote rivieren, kwel, neerslag, grondsoort en reliëf; waterbeheersing in de polders door waterschappen; water van de zee en grote rivieren wordt buitengehouden door dijken. Het waterbeheer in Nederland heeft zich telkens aangepast aan veranderende omstandigheden: laat-middeleeuwse dammen in veenrivieren, kanalisatie van rivieren sinds de 17de eeuw; de kustlijnverkorting met de Afsluitdijk en de Deltawerken; het dynamisch kustbeheer, ruimte voor de rivieren en ontpolderen aan het begin van de 21ste eeuw. de strijd van Nederland tegen het water, bijvoorbeeld door het opwerpen van terpen en dijkaanleg. landaanwinning, bijvoorbeeld door droogmaken. opvang van piekafvoer in retentiegebieden. Wat is de overeenkomst tussen de Afsluitdijk en de Haringvlietdam? Was de aanleg van de Noordoostpolder een ingreep in de hydografie van Overijssel? Kennisbasis aardrijkskunde 18

18 3 Thema Categorie Omschrijving Nr De startbekwame docent aardrijkskunde heeft kennis van en inzicht in: 4 Ruimtelijke effecten van sociaal-economische systemen 4.1 Demografie en bevolkingsgeografie 4.2 Economische geografie Bevolkingsontwikkeling wordt bepaald door natuurlijke groei en migratie; aard en omvang worden bepaald door culturele, politieke, economische en fysische omstandigheden; het demografische transitiemodel beschrijft het verloop van geboorte en sterfte in relatie tot economische ontwikkeling; repressie en hoop op werk bepalen migratiestromen. Economische activiteiten zijn ongelijk verspreid: van kleinschalige productie van voedsel en producten voor eigen gebruik tot grootschalige landbouw, mijnbouw, industriële productie en dienstverlening; grondprijs, arbeidsmarkt, transport en afzetmarkt zijn locatiefactoren; netwerken zoals infrastructuur, vliegverbindingen en datanetwerken beïnvloeden de ruimtelijke inrichting van steden, regio s en landen; de mondialisering beïnvloedt het ruimtelijke gedrag van overheden en andere beslissers; steden zijn de knooppunten in het economische systeem en bepalen de economische ontwikkeling van een veel groter gebied. 1. wetenschappelijke theorieën, concepten en begrippen betreffende demografie en bevolkingsgeografie. het natuurlijke en sociale bevolkingsverloop op aarde in verschillende gebieden en op verschillende schaalniveaus, gerelateerd aan culturele, politieke, economische en fysische omstandigheden. verschillende typen interne en externe migratie die zich gedurende de laatste eeuwen hebben voorgedaan (bijvoorbeeld de migratie vanuit Europa naar Amerika en Australië in de 17de, 18de en 19de eeuw, de vluchtelingenproblematiek in de 21ste eeuw en de trek naar de stad). 1. wetenschappelijke theorieën, concepten en begrippen betreffende economische geografie. 2. de ruimtelijke structuur, organisatie en ontwikkeling van de economische activiteiten in een gebied. 3. de manier waarop economische activiteiten de aarde beïnvloeden op verschillende schaalniveaus: van de productie van voedsel en producten voor eigen gebruik tot grootschalige landbouw, industriële productie en dienstverlening. 4. de locatiefactoren die bepalend zijn voor het ruimtelijk gedrag van ondernemingen (locatietheorieën) en de gevolgen hiervan voor de ruimtelijke inrichting. 5. de toenemende invloed van allerlei netwerken op ruimtelijke inrichting van steden, regio s en landen (bijvoorbeeld infrastructuur, vliegverbindingen en datanetwerken). 6. de invloed van mondialisering op het ruimtelijk gedrag van overheden en andere beslissers (bijvoorbeeld van multinationals). 7. steden als knooppunten in het economische systeem en de invloed op de economische ontwikkeling van een veel groter gebied daar omheen. Voorbeelden Is er een relatie tussen de vertraagde natuurlijke groei van China en de toenemende verstedelijking? Waardoor vergrijst de bevolking van Limburg sneller dan de bevolking in overig Nederland? Blijft de theorie van cumulatieve causatie van Myrdal van kracht in een mondialiserende wereld? Is de achteruitgang van de kleinere winkelcentra in Nederland verklaarbaar met de centrale plaatsentheorie van Christaller? 19 Kennisbasis aardrijkskunde

19 Thema Categorie Omschrijving Nr De startbekwame docent aardrijkskunde heeft kennis van en inzicht in: 4 Ruimtelijke effecten van sociaal-economische systemen 4.3 Geografie van stad en platteland Uit een agrarische nederzetting ontwikkelt zich een uitwisselingspunt: de stad; site en situation van de stad; de ontwikkeling en geleding van pre-industriële steden wordt bepaald door arbeidsdeling en verschil in status van de bewoners; de industriële revolutie veroorzaakt een hoog urbanisatietempo, snelle stijging urbanisatiegraad en een andere sociaal-economische geleding; tweede helft van de 20ste eeuw, opkomst tertiaire sector, ontstaan bedrijventerreinen aan de randen, ontstaan van nieuwe stedelijke kernen bij uitvalswegen; de (binnen)stad als belangrijk centrum voor toerisme en recreatie; het rurale gebied (platteland) ondergaat functionele wijzigingen: bron van voedselproductie, ruimte voor toenemende recreatie en toerisme en voor natuurontwikkeling; sturing door de overheid: ruimtelijke ordening. Op wereldschaal gaat het urbanisatieproces door en tendeert het naar patronen van toenemende concentratie in zowel ontwikkelings- als ontwikkelde landen, ondanks krimp in de perifere delen. 1. wetenschappelijke theorieën, concepten en begrippen betreffende de geografie van stad en platteland. 2. het ontstaan van verschillende samenlevingsvormen in verschillende gebieden, onder andere afhankelijk van het niveau van technische ontwikkeling (variërend van nomadische landbouw tot aan een complex stedelijk systeem). 3. de stad als centrum van macht en innovatief vermogen binnen een (bestuurlijke) regio en vaak ook daarbuiten. 4. de fasen in de ontwikkeling van de stad: a. ontwikkeling van agrarische nederzettingen tot stad; b. ontwikkeling en geleding van pre-industriële steden (arbeidsdeling en status van de bewoners leidt tot interne geleding); c. ontwikkeling en geleding van de stad tijdens de industriële revolutie (groei van de stad en verandering van de interne geleding); d. ontwikkeling en geleding van de stad vanaf de tweede helft van de 20ste eeuw (opkomst tertiaire sector, ontstaan bedrijfsterreinen aan de randen, ontstaan van nieuwe stedelijke kernen bij uitvalswegen). 5. de functie van de (binnen)stad als een belangrijk centrum voor toerisme en recreatie. 6. de functie van het platteland (het rurale gebied): a. als bron van voedselproductie; b. voor de toenemende recreatie en het toenemende toerisme; c. in natuurontwikkeling. 7. de ruimtelijke ordening als beleidsinstrument voor het gebruik en de inrichting van stad en platteland in Nederland en andere westerse landen. 8. de concentratie in steden van meer dan 10 miljoen inwoners, megasteden, in ontwikkelingslanden. Voorbeelden Waarom blijft de urbanisatiegraad van ontwikkelingslanden laag in verhouding tot het urbanisatietempo? Waardoor wordt de druk op het platteland rond de grote steden steeds groter? 9. het verschijnsel krimp in rurale gebieden en steden in westerse landen. Kennisbasis aardrijkskunde 20

20 3 Thema Categorie Omschrijving Nr De startbekwame docent aardrijkskunde heeft kennis van en inzicht in: 5 Ruimtelijke effecten van politieke en culturele systemen 5.1 Politieke geografie Mensen oefenen macht uit in kleine en grote gebieden; zij construeren machtssystemen al of niet in de vorm van wetten en handhavers van wetten: een politiek systeem; het politieke systeem geeft vorm geeft aan de economische en sociale ontwikkeling van een land of een gebied; het machtsgebied kent grenzen; zij zijn vastgesteld op grond van afspraken en worden weergegeven op kaarten; grenzen worden soms vastgesteld op grond van fysieke elementen; ligging, oppervlakte, natuurlijke hulpbronnen, bevolkingsaantal en opleidingsgraad van de bevolking bepalen de invloed van een land op andere landen; dit is de basis van geopolitiek; aanwending van deze invloed kan leiden tot een territoriaal conflict. Onderlinge samenwerking tussen landen kan leiden tot nieuwe vormen van machtsuitoefening, economische en ruimtelijke ontwikkelingen; de Europese Unie is hiervan een duidelijk voorbeeld. 1. wetenschappelijke theorieën, concepten en begrippen betreffende politieke geografie. 2. de wijze waarop mensen macht uitoefenen in kleine en grote gebieden, waarbij zij machtssystemen construeren, al of niet op basis van wetten en wetshandhavers. 3. verschillen in machtssystemen; hoe leiden deze tot verschillen in politiek-ruimtelijke inrichting. 4. de wijze waarop fysische, economische, culturele en sociale kwaliteiten van landen hun invloedssfeer ten opzichte van omliggende gebieden bepalen. 5. de invloed van globalisering op politieke systemen. 6. grenzen als afbakening van een machtsgebied, waarbij grenzen denkbeeldige of fysieke lijnen zijn die zijn vastgesteld op grond van afspraken en kunnen worden weergegeven op kaarten en/of waarneembaar zijn in het landschap (bijvoorbeeld een rivier of bergrug, of aangelegde elementen zoals verdedigingslinies). 7. de wijze waarop het politieke systeem van machthebber(s) vorm geeft aan de economische en sociale ontwikkeling van het land en de deelgebieden daarbinnen. 8. de wijze waarop ligging, oppervlakte, natuurlijke hulpbronnen, bevolkingsaantal en opleidingsgraad de mogelijke invloed van een land op andere landen bepalen (de basis van geopolitiek). Voorbeelden Aan welke drie voorwaarden moet worden voldaan om een gebied als staat te erkennen? Is Zwitserland een voorbeeld van een land met natuurlijke grenzen? 9. het feit dat door de aanwending van deze invloed een machtsstrijd en soms een territoriaal conflict kan ontstaan, met mogelijke veranderingen in het voortbestaan van landen. 10. het feit dat binnen een land conflicten kunnen ontstaan die leiden tot veranderingen in de bestuurlijke structuur. 21 Kennisbasis aardrijkskunde

Aardrijkskunde inhouden (PO-havo/vwo)

Aardrijkskunde inhouden (PO-havo/vwo) Aardrijkskunde inhouden (PO-havo/vwo) Sectoren kerndoelen primair onderwijs kerndoelen onderbouw havo bovenbouw exameneenheden vwo bovenbouw exameneenheden Kernen 1. Burgerschap 36: hoofdzak de Nederlandse

Nadere informatie

COMPETENTIE 1: INTERPERSOONLIJK COMPETENT

COMPETENTIE 1: INTERPERSOONLIJK COMPETENT DE SBL competenties COMPETENTIE 1: INTERPERSOONLIJK COMPETENT De leraar primair onderwijs moet ervoor zorgen dat er in zijn groep een prettig leef- en werkklimaat heerst. Dat is de verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht

Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht Naam: School: Daltoncursus voor leerkrachten Competenties en bekwaamheden van een Daltonleerkracht Inleiding: De verantwoordelijkheden van de leerkracht zijn samen te vatten door vier beroepsrollen te

Nadere informatie

van, voor en door de leraar Discussienota Uitgangspunten Herijking Bekwaamheidseisen

van, voor en door de leraar Discussienota Uitgangspunten Herijking Bekwaamheidseisen van, voor en door de leraar Discussienota Uitgangspunten Herijking Bekwaamheidseisen Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 / De kern en inhoud als uitgangspunt... 4 1.1 de kern... 4 1.2 de inhoud... 5 Hoofdstuk 2

Nadere informatie

aardrijkskunde het leren hanteren van de geografische benadering.

aardrijkskunde het leren hanteren van de geografische benadering. aardrijkskunde Belang van het vak Aan alle informatie over de opbouw van de kennisbasis en de eisen die aan de studenten worden gesteld gaat de vraag vooraf: wat dient onder aardrijkskunde verstaan te

Nadere informatie

Wiskunde en informatica: innovatie en consolidatie Over vragen in het wiskunde- en informaticaonderwijs

Wiskunde en informatica: innovatie en consolidatie Over vragen in het wiskunde- en informaticaonderwijs Tijdschrift voor Didactiek der β-wetenschappen 22 (2005) nr. 1 & 2 53 Oratie, uitgesproken op 11 maart 2005, bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar Professionalisering in het bijzonder in het onderwijs

Nadere informatie

Keurmerk: Duurzame school

Keurmerk: Duurzame school Keurmerk: Duurzame school Doorlopende leerlijn voor duurzame ontwikkeling van basisonderwijs (PO) t/m voortgezet onderwijs (VO) PO-1 Kennis en inzicht (weten) Vaardigheden (kunnen) Houding (willen) Begrippen

Nadere informatie

1 Interpersoonlijk competent

1 Interpersoonlijk competent 1 Interpersoonlijk competent De leraar primair onderwijs moet ervoor zorgen dat er in zijn groep een prettig leefen werkklimaat heerst. Dat is de verantwoordelijkheid van de leraar primair onderwijs en

Nadere informatie

Leerdoelen en kerndoelen

Leerdoelen en kerndoelen Leerdoelen en kerndoelen De leerdoelen in de leerlijn vallen in het leerdomein Oriëntatie op jezelf en de wereld. Naast de gebruikelijke natuur en milieukerndoelen (kerndoelen 39, 40 en 41) zijn ook de

Nadere informatie

Aansluiting op het actuele curriculum (2014)

Aansluiting op het actuele curriculum (2014) Aansluiting op het actuele curriculum (2014) De verschillende modules van GLOBE lenen zich uitstekend om de leerlingen de verschillende eindtermen en kerndoelen aan te leren zoals die zijn opgesteld door

Nadere informatie

Het vernieuwde examenprogramma. havo/vwo. Introductie

Het vernieuwde examenprogramma. havo/vwo. Introductie Het vernieuwde examenprogramma Introductie havo/vwo Domein D: Brazilië en Zuid-Amerika Andere veranderingen Vragen / discussie Inspraak en nascholing Waarom? CvTE biedt mogelijkheid het programma waar

Nadere informatie

Bekwaamheidseisen leraren

Bekwaamheidseisen leraren Concept eindversie 20 mei 2004 Bekwaamheidseisen leraren Stichting Beroepskwaliteit Leraren en ander onderwijspersoneel Inleiding Wat goed onderwijs is, wordt bepaald door de samenleving. Die stelt zich

Nadere informatie

x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x

x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x Jaarplan GESCHIEDENIS Algemene doelstellingen Eerder gericht op kennis en inzicht 6 A1 A2 A3 A4 A5 Kunnen hanteren van een vakspecifiek begrippenkader en concepten, nodig om zich van het verleden een wetenschappelijk

Nadere informatie

Competenties in relatie tot het Protocol Vermoedens van huiselijk geweld, mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbuik

Competenties in relatie tot het Protocol Vermoedens van huiselijk geweld, mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbuik Competenties in relatie tot het Protocol Vermoedens van huiselijk geweld, mishandeling, verwaarlozing en seksueel misbuik Competenties Het werken met een protocol, zoals het protocol Vermoedens van huiselijk

Nadere informatie

Aarde: De aarde als natuurlijk systeem; samenhangen en diversiteit

Aarde: De aarde als natuurlijk systeem; samenhangen en diversiteit Aarde: De aarde als natuurlijk systeem; Aardrijkskunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Overzicht domeinen CE Aardrijkskunde A1: Geografische benadering B1: Samenhang en verscheidenheid in de wereld C1: De aarde

Nadere informatie

Aardrijkskunde in de Tweede Fase 2011

Aardrijkskunde in de Tweede Fase 2011 Aardrijkskunde in de Tweede Fase 2011 Aardrijkskunde is in drie kenmerkende profieldelen een keuzevak. - in het profiel Cultuur en Maatschappij moet er een keuze gemaakt worden uit Aardrijkskunde en Economie

Nadere informatie

Bijlage V. Bij het advies van de Commissie NLQF EQF. Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en Dublin descriptoren.

Bijlage V. Bij het advies van de Commissie NLQF EQF. Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en Dublin descriptoren. Bijlage V Bij het advies van de Commissie NLQF EQF Tabel vergelijking NLQF-niveaus 5 t/m 8 en. Tabel ter vergelijking NLQF niveaus 5 t/m 8 en Dublindescriptoren NLQF Niveau 5 Context Een onbekende, wisselende

Nadere informatie

AARDRIJKSKUNDE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

AARDRIJKSKUNDE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 AARDRIJKSKUNDE HAVO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname

Nadere informatie

De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen.

De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen. Competentie 1: Creërend vermogen De student kan vanuit een eigen idee en artistieke visie een concept ontwikkelen voor een ontwerp en dat concept tot realisatie brengen. Concepten voor een ontwerp te ontwikkelen

Nadere informatie

H2: Europa, verenigd of versnipperd?

H2: Europa, verenigd of versnipperd? H2: Europa, verenigd of versnipperd? Klas 2 Geo Vragen 5 1. Europa is te herkennen aan een aantal natuurkenmerken. Noem er drie. 6 2. Het aantal inwoners verandert door natuurlijk bevolkingsgroei (geboorte

Nadere informatie

Ontwikkelingen in afstudeerrichtingen lerarenopleidingen HAN ILS. 13 april 2016

Ontwikkelingen in afstudeerrichtingen lerarenopleidingen HAN ILS. 13 april 2016 Ontwikkelingen in afstudeerrichtingen lerarenopleidingen HAN ILS 13 april 2016 Het komende uurtje... 14.15-14.35 uur Implementatie afstudeerrichtingen HAN ILS 14.35 14.45 uur Uitwisseling 14.45-15.05 uur

Nadere informatie

Programma van toetsing

Programma van toetsing Programma van toetsing Inleiding In samenwerking met onderwijskundige experts hebben we ons programma van toetsing ontworpen. Het programma van toetsing is gevarieerd en bevat naast kennistoetsen en beoordelingen

Nadere informatie

Eigen omgeving en actualiteit Van bacterie soep naar plastic soep. Cultuur Water Globalisering & Arm en rijk

Eigen omgeving en actualiteit Van bacterie soep naar plastic soep. Cultuur Water Globalisering & Arm en rijk INHOUD Q-SERIES AARDRIJKSKUNDE ONDERBOUW (HV) JAAR 1 BLOK 1 BLOK 2 BLOK 3 BLOK 4 BLOK 5 BLOK 6 Systeem aarde duurzaamheid Cultuur Water Globalisering & Arm rijk Natuurramp doge Eig actualiteit Van bacterie

Nadere informatie

competentieprofiel groepsleerkracht/ docent algemeen vormend onderwijs Het Driespan

competentieprofiel groepsleerkracht/ docent algemeen vormend onderwijs Het Driespan Samenwerken Omgevingsgericht/samenwerken Reflectie en zelfontwikkeling competentieprofiel groepsleerkracht/ docent algemeen vormend onderwijs Het Driespan Competentieprofiel stichting Het Driespan, (V)SO

Nadere informatie

Examenprogramma scheikunde vwo

Examenprogramma scheikunde vwo Examenprogramma scheikunde vwo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Stoffen

Nadere informatie

Meerwaarde voor onderwijs. De Pijlers en de Plus van FLOT

Meerwaarde voor onderwijs. De Pijlers en de Plus van FLOT Meerwaarde voor onderwijs De Pijlers en de Plus van FLOT De vijf Pijlers: Cruciale factoren voor goed leraarschap Wat maakt een leraar tot een goede leraar? Het antwoord op deze vraag is niet objectief

Nadere informatie

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 donderdag 27 mei 9.00-11.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 donderdag 27 mei 9.00-11.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 1 donderdag 27 mei 9.00-11.30 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 60 punten te behalen. Voor elk

Nadere informatie

Samenvatting. samenvatting

Samenvatting. samenvatting Samenvatting samenvatting 8 Op deze foto is een landsgrens duidelijk waarneembaar. Waar zou dit zijn? Zichtbaar is de bewoning aan de ene kant van de grens, met huizen die eruit zien alsof ze niet goed

Nadere informatie

richtlijnen de resultaten presenteren 3.5 De kandidaat kan aan de hand van gegeven richtlijnen sterke en zwakke punten van het

richtlijnen de resultaten presenteren 3.5 De kandidaat kan aan de hand van gegeven richtlijnen sterke en zwakke punten van het Aardrijkskunde, vmbo, Geografische F. Oorschot vaardigheden vmbo bovenbouw kern subkern Inhoud / Eindterm bb Eindterm kb Eindterm gt Eindterm Geografisch vaardigheden Geografisch onderzoek Stappenplan

Nadere informatie

AARDRIJKSKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

AARDRIJKSKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 AARDRIJKSKUNDE VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor de afname van

Nadere informatie

Werken met afbeeldingen in het examenprogramma aardrijkskunde havo/vwo

Werken met afbeeldingen in het examenprogramma aardrijkskunde havo/vwo Werken met afbeeldingen in het examenprogramma aardrijkskunde havo/vwo OPDRACHTEN EXAMENPROGRAMMA FUNCTIE AFBEELDING 1. De afbeelding als motivator Havo: Wereld, Aarde, Ontwikkelingsland, Leefomgeving

Nadere informatie

Het Middellandse-Zeegebied in beeld en kaart. www.joop.vdschee.nl/mid.zee Joop van der Schee Onderwijscentrum 2008 Vrije Universiteit Amsterdam 1

Het Middellandse-Zeegebied in beeld en kaart. www.joop.vdschee.nl/mid.zee Joop van der Schee Onderwijscentrum 2008 Vrije Universiteit Amsterdam 1 Het Middellandse-Zeegebied in beeld en kaart www.joop.vdschee.nl/mid.zee Joop van der Schee Onderwijscentrum 2008 Vrije Universiteit Amsterdam 1 Opbouw workshop Het Middellandse-Zeegebied 1. Wat weten

Nadere informatie

Excellente leerkracht basisonderwijs OPTIMUS primair onderwijs 1

Excellente leerkracht basisonderwijs OPTIMUS primair onderwijs 1 Functieomschrijving Excellente Leerkracht basisonderwijs in de groep Salarisschaal : LB Werkterrein : Onderwijsproces Leerkrachten Activiteiten : Verzorgen van het primaire proces Dit profiel vormt de

Nadere informatie

Kennisbasis. docent aardrijkskunde master

Kennisbasis. docent aardrijkskunde master Kennisbasis docent aardrijkskunde master 3 Kennisbasis hbo-masteropleidingen aardrijkskunde Voorwoord Wat ligt er aan de basis van echte kennis? Ervaring, inzicht, maar vooral ook: samenwerking. Kennis

Nadere informatie

INDONESIË. Natuurlijke en landschappelijke kenmerken

INDONESIË. Natuurlijke en landschappelijke kenmerken INDONESIË Natuurlijke en landschappelijke kenmerken Structuur [1/2] De kandidaat kan gebiedskenmerken van een ontwikkelingsland beschrijven en analyseren. Het betreft: a. sociaal-geografische en fysisch-geografische

Nadere informatie

Eerste graad A-stroom

Eerste graad A-stroom EINDTERMEN en ONTWIKKELINGSDOELEN Vijverbiotoopstudie Eerste graad A-stroom Vakgebonden eindtermen aardrijkskunde Het natuurlijk milieu Reliëf 16* De leerlingen leren respect opbrengen voor de waarde van

Nadere informatie

beheerst de volgende vaardigheden, kan deze onderwijzen en vaardigheden

beheerst de volgende vaardigheden, kan deze onderwijzen en vaardigheden Checklist vakdidactisch Kennisbasis Biologie Voor het begin van de 3 e jaars stage vullen de studenten deze checklist in. De studenten formuleren leerdoelen die aansluiten op de uitkomst van deze list.

Nadere informatie

Academie voor Verpleegkunde Bachelor Nursing 2020

Academie voor Verpleegkunde Bachelor Nursing 2020 Academie voor Verpleegkunde Bachelor Nursing 2020 Aanleiding nieuw Beroepsprofiel Zorg met ingang van 2020 Grote fragmentatie van de zorg, beroepen en opleidingen (Kaljouw, 2015). meer dan 2400 verschillende

Nadere informatie

Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo (gemeenschappelijk deel)

Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo (gemeenschappelijk deel) Examenprogramma maatschappijleer havo/vwo (gemeenschappelijk deel) Havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden

Nadere informatie

Programma van toetsing

Programma van toetsing Programma van toetsing Programma van toetsing Versie 1.1 Con Amore B.V. Inleiding In samenwerking met onderwijskundige experts hebben we een nieuw programma van toetsing ontworpen. We zijn afgestapt van

Nadere informatie

Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s

Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s Supplement h. Functie docent Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub h Besluit personeel veiligheidsregio s 1.1 Algemene

Nadere informatie

Excellente Leerkracht SBO, SO/VSO. Stichting Meerkring LC 11 Onderwijsproces -> Leraren 44343 43334 43 43 Marieke Kalisvaart

Excellente Leerkracht SBO, SO/VSO. Stichting Meerkring LC 11 Onderwijsproces -> Leraren 44343 43334 43 43 Marieke Kalisvaart Functie-informatie Functienaam Organisatie Letterschaal CAO Salarisschaal Werkterrein Kenmerkscores SPO-gecertificeerde Stichting Meerkring LC 11 Onderwijsproces -> Leraren 44343 43334 43 43 Marieke Kalisvaart

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag.. Middelbaar Beroeps Onderwijs Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500

Nadere informatie

De ontwikkeling van de Mondriaan methode VISIE OP PROFESSIONALISEREN

De ontwikkeling van de Mondriaan methode VISIE OP PROFESSIONALISEREN M.11i.0419 De ontwikkeling van de Mondriaan methode VISIE OP PROFESSIONALISEREN versie 02 M.11i.0419 Naam notitie/procedure/afspraak Visie op professionaliseren Eigenaar/portefeuillehouder Theo Bekker

Nadere informatie

Eindkwalificaties van de bacheloropleiding Geschiedenis

Eindkwalificaties van de bacheloropleiding Geschiedenis Eindkwalificaties van de bacheloropleiding Geschiedenis Afgestudeerden van de opleiding hebben de onderstaande eindkwalificaties bereikt: I. Kennis Basiskennis en inzicht: 1. kennis van en inzicht in het

Nadere informatie

Het voorstel bekwaamheidseisen

Het voorstel bekwaamheidseisen Het voorstel bekwaamheidseisen. Geredigeerd naar drie sets (primair onderwijs, voortgezet onderwijs/beroeps- en volwasseneneducatie, voortgezet hoger onderwijs) Versie: 2012 Status: Aangeboden aan de Minister

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Inleiding 13

Inhoudsopgave. Inleiding 13 Inhoudsopgave Inleiding 13 1 School en ouders 21 1.1 Twee opvoedingsmilieus 21 1.2 Pedagogische opdracht van de school 22 1.3 Rollen van ouders 23 1.4 Ouderbetrokkenheid en ouderparticipatie 24 1.5 Actieve

Nadere informatie

De kustpolders: Hoe behoud een essentiële stap is richting duurzame ontwikkeling

De kustpolders: Hoe behoud een essentiële stap is richting duurzame ontwikkeling De kustpolders: Hoe behoud een essentiële stap is richting duurzame ontwikkeling Prof. dr. Patrick Meire Universiteit Antwerpen Ecosystem management research group De polders, tussen de kust en zandig/zandlemig

Nadere informatie

Vakinhoudelijke en vakdidactische kennisbasis Hbo-masteropleiding leraar vho

Vakinhoudelijke en vakdidactische kennisbasis Hbo-masteropleiding leraar vho Vakinhoudelijke en vakdidactische kennisbasis Hbo-masteropleiding leraar vho Aardrijkskunde, Geschiedenis, Maatschappijleer, Algemene economie, Bedrijfseconomie, Godsdienst & Levensbeschouwing Kennisbasis

Nadere informatie

Kennisbasis curriculumlijn Vak en Vakdidactiek tweedegraads lerarenopleiding Mens en Technologie

Kennisbasis curriculumlijn Vak en Vakdidactiek tweedegraads lerarenopleiding Mens en Technologie Kennisbasis curriculumlijn Vak en Vakdidactiek tweedegraads lerarenopleiding Mens en Technologie Inleiding De kennisbasis tweedegraads lerarenopleiding Mens en Technologie is ontwikkeld op grond van de

Nadere informatie

SWPBS en HGW in curriculum lerarenopleiding

SWPBS en HGW in curriculum lerarenopleiding SWPBS en HGW in curriculum lerarenopleiding Inleiding Het LEOZ (Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg) is een samenwerkingsproject van: Fontys Hogescholen, Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg,

Nadere informatie

BESCHERM HET BOS! DOCENTENHANDLEIDING

BESCHERM HET BOS! DOCENTENHANDLEIDING BESCHERM HET BOS! DOCENTENHANDLEIDING Leuk dat je aan de slag gaat met het lesmateriaal van Greenpeace! Dit lespakket gaat over (illegale) ontbossing in de Amazone. Het materiaal bestaat uit een korte

Nadere informatie

Competentieprofiel. Instituut voor Interactieve Media. Competentieprofiel studenten Instituut voor Interactieve Media vastgesteld juni 2006

Competentieprofiel. Instituut voor Interactieve Media. Competentieprofiel studenten Instituut voor Interactieve Media vastgesteld juni 2006 Competentieprofiel Instituut voor Interactieve Media Competentieprofiel studenten Instituut voor Interactieve Media vastgesteld juni 2006 Aangepast in maart 2009 Inleiding De opleiding Interactieve Media

Nadere informatie

HERIJKING HET NIEUWE VOORSTEL BEKWAAMHEIDSEISEN

HERIJKING HET NIEUWE VOORSTEL BEKWAAMHEIDSEISEN HERIJKING HET NIEUWE VOORSTEL BEKWAAMHEIDSEISEN Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 / HET VOORSTEL HERIJKING BEKWAAMHEIDSEISEN VAN LERAREN... 3 1.1 Inleiding..... 3 1.2 De bekwaamheidseisen vakinhoudelijke bekwaamheid...

Nadere informatie

Ontdek het verborgen verleden van Schokland

Ontdek het verborgen verleden van Schokland Ontdek het verborgen verleden van Schokland Methodelink bij het lespakket Archeoroute Schokland De culturen en landschappen op Schokland vormen een veelzijdig onderwerp voor uw les in de groepen 6, 7 en

Nadere informatie

Lijst met de zeven SBL-competenties, de bijbehorende bekwaamheidseisen en gedragsindicatoren voor docenten

Lijst met de zeven SBL-competenties, de bijbehorende bekwaamheidseisen en gedragsindicatoren voor docenten Lijst met de zeven SBL-competenties, de bijbehorende bekwaamheidseisen en gedragsindicatoren voor docenten 1. Interpersoonlijk competent Een interpersoonlijk competente leraar/lerares schept een vriendelijke

Nadere informatie

Mens en maatschappij vaardigheden (PO-vmbo)

Mens en maatschappij vaardigheden (PO-vmbo) Mens en maatschappij vaardigheden (PO-vmbo) Sectoren kerndoelen primair onderwijs kerndoelen onderbouw vmbo bovenbouw exameneenheden Vakkernen 1. Informatievaardigheden 50: De leerlingen leren omgaan met

Nadere informatie

Voorstel bekwaamheidseisen

Voorstel bekwaamheidseisen Voorstel bekwaamheidseisen Juni 2014 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 / Leraar, een rijk beroep...3 1.1 inleiding...3 1.2 de kern van het beroep...3 1.3 de verantwoordelijkheid van de leraar...3 1.4 de leraar

Nadere informatie

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom Den Haag Ons kenmerk 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Onderwerp Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon Bijlage(n) geen Geachte heer Van

Nadere informatie

Mens en maatschappij (aardrijkskunde, economie, geschiedenis, godsdienst)

Mens en maatschappij (aardrijkskunde, economie, geschiedenis, godsdienst) Mens en maatschappij (aardrijkskunde, economie, geschiedenis, godsdienst) Kerndoelen 36. De leerling leert betekenisvolle vragen te stellen over maatschappelijke kwesties en verschijnselen, daarover een

Nadere informatie

HET COMPETENTIEPROFIEL VAN DE SPD. ILS Nijmegen

HET COMPETENTIEPROFIEL VAN DE SPD. ILS Nijmegen HET COMPETENTIEPROFIEL VAN DE SPD ILS Nijmegen Mei 2009 Voorwoord: Dit voorstel voor een competentieprofiel van de spd is ontworpen op verzoek van de directies van ILS- HAN en ILS-RU door de productgroep

Nadere informatie

Op weg naar de (academische) opleidingsschool

Op weg naar de (academische) opleidingsschool Discussienota Nationalgeographic.nl Adviescommissie ADEF OidS Mei 2014 1 Inhoudsopgave Inleiding 1. Uitgangspunten Samen Opleiden 2. Ambities van (academische) opleidingsscholen 3. Concept Samen Opleiden

Nadere informatie

GB53 GB54 Titel GB54 ten opzichte van GB53. 4 2 Algemene inhoud 5 3 Algemene inhoud 6 4 Algemene inhoud 7 5 8 6 Algemene inhoud 9 7 10 8 10 9 10 11

GB53 GB54 Titel GB54 ten opzichte van GB53. 4 2 Algemene inhoud 5 3 Algemene inhoud 6 4 Algemene inhoud 7 5 8 6 Algemene inhoud 9 7 10 8 10 9 10 11 GB53 GB54 Titel GB54 ten opzichte van GB53. 4 2 Algemene inhoud 5 3 Algemene inhoud 6 4 Algemene inhoud 7 5 8 6 Algemene inhoud 9 7 10 8 10 9 10 11 Algemene inhoud Introductie Kaarten foto s en Satelliet

Nadere informatie

Examenprogramma geschiedenis en staatsinrichting vmbo

Examenprogramma geschiedenis en staatsinrichting vmbo Examenprogramma geschiedenis en staatsinrichting vmbo Informatiewijzer Preambule 1 Leeswijzer 2 geschiedenis en staatsinrichting 3 1. Preambule De zes algemene onderwijsdoelen die voor alle vakken en sectoren

Nadere informatie

GEBIEDEN. 5 havo 3 Indonesië 1-7

GEBIEDEN. 5 havo 3 Indonesië 1-7 GEBIEDEN 5 havo 3 Indonesië 1-7 Intro: waarom een hoofdstuk over Indonesië? Regionale toepassing van de algemene hoofdstukken Indonesië is, evenals de rest van Zuidoost-Azië, erg in beweging Gebiedskenmerken

Nadere informatie

Examen VWO. aardrijkskunde. tijdvak 2 dinsdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 53e druk.

Examen VWO. aardrijkskunde. tijdvak 2 dinsdag 17 juni 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 53e druk. Examen VWO 2014 tijdvak 2 dinsdag 17 juni 13.30-16.30 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 53e druk. Dit examen bestaat uit 33 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

OPSTELLEN EINDKWALIFICATIES OPLEIDING

OPSTELLEN EINDKWALIFICATIES OPLEIDING OPSTELLEN EINDKWALIFICATIES OPLEIDING MARIANNE KOK/HERBERT WOLDBERG/HVA Toelichting bij opt opstelellen van eindkwalificaties van een opleiding bij de HvA 1 Het opleidingsprofiel: De beroepspraktijk draagt

Nadere informatie

ALGEMENE NATUURWETENSCHAPPEN VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0

ALGEMENE NATUURWETENSCHAPPEN VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 ALGEMENE NATUURWETENSCHAPPEN VWO VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2016 V15.7.0 De vakinformatie in dit document is vastgesteld door het College voor Toetsen en Examens (CvTE). Het CvTE is verantwoordelijk voor

Nadere informatie

Eindexamen vmbo gl/tl aardrijkskunde 2011 - I

Eindexamen vmbo gl/tl aardrijkskunde 2011 - I Beoordelingsmodel Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt 1 punt toegekend. De Nederlanders en hun vakantiebestemmingen 1 maximumscore 1 De Veluwe / het Veluwemeer 2 maximumscore 2 1 = juist

Nadere informatie

10-8 7-6 5. De student is in staat om op navolgbare wijze van vijf onderwijskundige (her)ontwerpmodellen de essentie te benoemen;

10-8 7-6 5. De student is in staat om op navolgbare wijze van vijf onderwijskundige (her)ontwerpmodellen de essentie te benoemen; Henk MassinkRubrics Ontwerpen 2012-2013 Master Leren en Innoveren Hogeschool Rotterdam Beoordeeld door Hanneke Koopmans en Freddy Veltman-van Vugt. Cijfer: 5.8 Uit je uitwerking blijkt dat je je zeker

Nadere informatie

Beoordelingsrapport. Keimaat is een product van b&t begeleiding en training B.V.

Beoordelingsrapport. Keimaat is een product van b&t begeleiding en training B.V. Beoordelingsrapport Keimaat is een product van b&t begeleiding en training B.V. Beoordelingsrapport van: mevr. K. Rozegeur Dit beoordelingsrapport is gemaakt op: 8 juli 2010 Beoordelingsperiode: augustus

Nadere informatie

Presentatie VTOI 8 april 2016. Paul Schnabel

Presentatie VTOI 8 april 2016. Paul Schnabel Presentatie VTOI 8 april 2016 Paul Schnabel Visie Ingrediënten voor het eindadvies Resultaten dialoog Wetenschappelijke inzichten Internationale vergelijkingen Huidige wet- en regelgeving en onderwijspraktijk

Nadere informatie

Juist Klimaatverandering en kustlandschappen

Juist Klimaatverandering en kustlandschappen Juist Klimaatverandering en kustlandschappen ONDERZOEKSOPDRACHT KCNR SEPTEMBER 2014 klimaatverandering en kustlandschappen De aardkundige geschiedenis leert dat klimaat verandering altijd gepaard gaat

Nadere informatie

Een gesprek met Ad Verbrugge. 96 TvC maart nr. 1 2013

Een gesprek met Ad Verbrugge. 96 TvC maart nr. 1 2013 96 TvC maart nr. 1 2013 Een gesprek met Ad Verbrugge ONDERWIJS Is een leraar een coach? MAATSCHAPPIJ De klassieke manier van lesgeven heeft vijftig jaar geleden afgedaan. De leraar als begeleider of coach

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde havo 2010 - I

Eindexamen aardrijkskunde havo 2010 - I Beoordelingsmodel Wereld Opgave 1 Een demografische vergelijking tussen Nederland en Japan 1 maximumscore 3 Deze fase wordt gekenmerkt door een laag geboorte- en een laag sterftecijfer / een klein geboorte-

Nadere informatie

Visie op duurzaam Veranderen

Visie op duurzaam Veranderen Visie op duurzaam Veranderen Ruysdael Ruysdael is een gerenommeerd bureau dat zich sinds haar oprichting in 1994 heeft gespecialiseerd in het managen van veranderingen. Onze dienstverlening kent talloze

Nadere informatie

Cartografische competenties

Cartografische competenties Cartografische competenties Omgaan met competentiegericht onderwijs, leerlijnontwikkeling en gedifferentieerd leren via kaartwerk Mercatorsymposium, 28 april 2012 Dirk Coolsaet = bekwaamheid tot efficiënt

Nadere informatie

Examen VWO. aardrijkskunde. tijdvak 1 donderdag 26 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk.

Examen VWO. aardrijkskunde. tijdvak 1 donderdag 26 mei 13.30-16.30 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk. Examen VWO 2016 tijdvak 1 donderdag 26 mei 13.30-16.30 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk. Dit examen bestaat uit 32 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl The Netherlands of 2040 www.nl2040.nl 1 Tijden veranderen 2 Tijden veranderen 3 Nieuwe CPB scenario studie Vraag Waarmee verdienen we ons brood in 2040? Aanpak Scenario s, geven inzicht in onzekerheid

Nadere informatie

Examenprogramma aardrijkskunde vmbo vanaf schooljaar 2014-2015

Examenprogramma aardrijkskunde vmbo vanaf schooljaar 2014-2015 Eamenprogramma aardrijkskunde vmbo vanaf schooljaar 2014-2015 Eamenprogramma aardrijkskunde vmbo Informatiewijzer 1. Preambule 2. Leeswijzer 3. Aardrijkskunde vmbo 1. Preambule De zes algemene onderwijsdoelen

Nadere informatie

Wanneer is onderzoek goed: de kwaliteitscriteria

Wanneer is onderzoek goed: de kwaliteitscriteria Management, finance en recht Wanneer is onderzoek goed: de kwaliteitscriteria De verwarring voorbij Naar hernieuwd zelfvertrouwen Congres Praktijkgericht onderzoek in het HBO Amersfoort, 11 december 2012

Nadere informatie

3 havo 4 water, 2 t/m 4

3 havo 4 water, 2 t/m 4 3 havo 4 water, 2 t/m 4 Mozambique: soms te veel India: vaak te weinig De blauwe planeet: alles stroomt Welke kringloop heeft de meeste betekenis voor de mens en waarom? De lange kringloop (B) omdat deze

Nadere informatie

AANSLUITING BIJ VAKKEN & VAKOVERSCHRIJDENDE EINDTERMEN (VOETen)

AANSLUITING BIJ VAKKEN & VAKOVERSCHRIJDENDE EINDTERMEN (VOETen) AANSLUITING BIJ VAKKEN & VAKOVERSCHRIJDENDE EINDTERMEN (VOETen) (VAN KRACHT VANAF SEPTEMBER 00) VOOR DE DERDE GRAAD AANSLUITING BIJ DE VAKKEN De ethische matri aardrijkskunde biologie ecologie economie

Nadere informatie

ALEXANDER GIELE Competentiemonitor Ingevuld door : C.M.T. Ruppert Ingevuld op : 19 december 2013

ALEXANDER GIELE Competentiemonitor Ingevuld door : C.M.T. Ruppert Ingevuld op : 19 december 2013 ALEANDER GIELE Competentiemonitor Ingevuld door : C.M.T. Ruppert Ingevuld op : 19 december 2013 Deze monitor is ingevuld op basis van een eerste gesprek, een lesobservatie en een nagesprek (soms in andere

Nadere informatie

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 2 woensdag 20 juni 9.00-11.30 uur. Bij dit examen horen bijlagen.

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 2 woensdag 20 juni 9.00-11.30 uur. Bij dit examen horen bijlagen. Examen HAVO 2007 tijdvak 2 woensdag 20 juni 9.00-11.30 uur aardrijkskunde Bij dit examen horen bijlagen. Dit examen bestaat uit 30 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 60 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

Examenprogramma scheikunde havo

Examenprogramma scheikunde havo Examenprogramma scheikunde havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden Domein B Kennis

Nadere informatie

ASO - studierichtingen in VIA-TIENEN

ASO - studierichtingen in VIA-TIENEN ASO - studierichtingen in VIA-TIENEN De onderwijsvorm ASO is een breed algemeen vormende doorstroomrichting waarin de leerlingen zich voorbereiden op een academische of professionele bacheloropleiding.

Nadere informatie

STRUCTUURVISIE DEN HAAG ZUIDWEST

STRUCTUURVISIE DEN HAAG ZUIDWEST concept DECEMBER 2003 GEMEENTE DIENST STEDELIJKE ONTWIKKELING CONCEPT versie december 2003 1 Gemeente Den Haag, Dienst Stedelijke Ontwikkeling Met medewerking van: Dienst Stadsbeheer Ingenieursbureau Den

Nadere informatie

Formuleren van de onderwijsdoelen van de bacheloropleidingen aan de UA

Formuleren van de onderwijsdoelen van de bacheloropleidingen aan de UA Formuleren van de onderwijsdoelen van de bacheloropleidingen aan de UA Inleiding Tijdens de eerste studiedag van de BAMA-werkgroep op 10 oktober l.l. werd aan de BAMAcoördinatoren de opdracht gegeven om

Nadere informatie

Leraar basisonderwijs LB

Leraar basisonderwijs LB Leraar basisonderwijs LB Functiewaardering: 43343 43333 43 33 Salarisschaal: LB Werkterrein: Onderwijsproces -> Leraren Activiteiten: Beleids- en bedrijfsvoeringsondersteunende werkzaamheden, overdragen

Nadere informatie

FUNCTIEBESCHRIJVING. Werkzaamheden

FUNCTIEBESCHRIJVING. Werkzaamheden Leraar basisonderwijs LA Functiewaardering: 33333 33333 33 33 Salarisschaal: LA Werkterrein: Onderwijsproces > Leraren Activiteiten: Beleids en bedrijfsvoeringsondersteunende werkzaamheden, overdragen

Nadere informatie

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Algemene vorming op het einde van de derde graad secundair onderwijs Voor de sociale

Nadere informatie

Examenprogramma natuurkunde havo

Examenprogramma natuurkunde havo Bijlage 1 Examenprogramma natuurkunde havo Het eindexamen Het eindexamen bestaat uit het centraal examen en het schoolexamen. Het examenprogramma bestaat uit de volgende domeinen: Domein A Vaardigheden

Nadere informatie

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 vrijdag 13 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk.

Examen HAVO. aardrijkskunde. tijdvak 1 vrijdag 13 mei 9.00-12.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk. Examen HAVO 2016 tijdvak 1 vrijdag 13 mei 9.00-12.00 uur aardrijkskunde Bij dit examen hoort een bijlage. Gebruik De Grote Bosatlas, 54e druk. Dit examen bestaat uit 32 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

AANSLUITING BIJ VAKKEN & VAKOVERSCHRIJDENDE EINDTERMEN (VOETen)

AANSLUITING BIJ VAKKEN & VAKOVERSCHRIJDENDE EINDTERMEN (VOETen) AANSLUITING BIJ VAKKEN & VAKOVERSCHRIJDENDE EINDTERMEN (VOETen) (VAN KRACHT VANAF SEPTEMBER 200) VOOR DE EERSTE GRAAD 2 2 AANSLUITING BIJ DE VAKKEN aardrijkskunde biologie sociaal-economische initiatie

Nadere informatie

Geschiedenis en VOET

Geschiedenis en VOET Geschiedenis en VOET Per 1 september 2010 traden de nieuwe vakoverschrijdende eindtermen (VOET) in werking en vanaf 1 september 2011 zal de doorlichting de VOET meenemen in de focus van de scholen. De

Nadere informatie

Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Instandhouding

Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Instandhouding Biologie inhouden (PO-havo/vwo): Instandhouding kerndoelen primair onderwijs kerndoelen onderbouw havo bovenbouw exameneenheden vwo bovenbouw exameneenheden 34: De leerlingen leren zorg te dragen voor

Nadere informatie

Lerarenopleiding Aardrijkskunde Curriculumoverzicht leerjaar 1 t/m 4

Lerarenopleiding Aardrijkskunde Curriculumoverzicht leerjaar 1 t/m 4 Lerarenopleiding Aardrijkskunde Curriculumoverzicht leerjaar 1 t/m 4 (CROHO-nr. 35201) Variant dagopleiding Schematisch beeld van het opleidingsmodel: Curriculum Bachelor 2010 (BA2010) Kenmerken: 1. Programma

Nadere informatie