PRIVÉ-GEDRAG EN PUBLIEKE FUNCTIES

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "PRIVÉ-GEDRAG EN PUBLIEKE FUNCTIES"

Transcriptie

1 VAN DE REDACTIE De affaire Oudkerk is al lang geen affaire meer. Maar het probleem dat met de affaire opdook, is van alle (moderne) tijden: hoe ligt nu precies de verhouding tussen het oordeel dat men kan hebben over iemands gedrag in de privé-sfeer én ons oordeel over diens politieke functioneren? Ethicus Bert Musschenga schetst enkele dimensies van het probleem en komt met een antwoord. Hij werd hoogleraar toen hij nog niet gepromoveerd, en nog maar 26 jaar oud was! De benoeming bleek een gouden greep: J.F. Koksma ( ) van 1930 tot 1964 hoogleraar aan de VU was een eminent wiskundige. Hendrik Blauwendraat, historicus van de wiskunde, typeert de wetenschapper Koksma, over wie op 21 april van dit jaar een symposium aan de VU gehouden zal worden. Waarom is scepsis gepast als we met Neuro Linguïstisch Programmeren te maken krijgen? Judith de Putter, filosoof en medewerker van het Blaise Pascal Instituut vindt een antwoord. Voorafgaande aan de inaugurele oratie van A. van Harskamp op 18 september 2003 vond aan de VU een symposium plaats: Civil society: Wens of werkelijkheid? Bewerkte bijdragen aan dit symposium zijn in dit nummer opgenomen. Paul Dekker, hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg en medewerker van het Sociaal Cultureel Planbureau, gaat in op het begrip civil society en op de oratie van A. van Harskamp over civil society en religie. Machiel Karskens, hoogleraar sociaal-politieke wijsbegeerte te Nijmegen, gaat in op de vraag of civil society wel een realiteit is in Nederland. Hoe moet religie in de krant behandeld worden? Over die vraag hield Anton van Harskamp een lezing voor redacteuren van de Volkskrant. Een bewerking van de tekst van de lezing is hier opgenomen. In dit nummer treft u aankondigingen van vier boeiende activiteiten. Allereerst is er een studiedag over de betekenis van het avondmaal of eucharistie. Vervolgens treft u een aankondiging van een drietal discussie- en lunchbijeenkomsten over de manieren waarop mensen in onze tijd met dieren omgaan. Op 24 maart a.s. zal Bert Musschenga, directeur van het Blaise Pascal Instituut, zijn inaugurele rede uitspreken. Voorafgaande aan de rede wordt een symposium georganiseerd over het thema Integriteit. Over eenheid en heelheid van de persoon, naar aanleiding van het gelijknamige boek van Musschenga dat recent is verschenen. 1

2 PRIVÉ-GEDRAG EN PUBLIEKE FUNCTIES De affaire Oudkerk Bert Musschenga Roddelbladen floreren dankzij het feit dat mensen graag alles willen weten over personen die boven het maaiveld uitsteken: vanwege hun rijkdom, macht of uitzonderlijke talenten. Bijna iedereen in Nederland weet dat Katja Schuurman een paar maal veroordeeld is wegens rijden onder invloed. Toch heeft nooit iemand geroepen dat ze om die reden als zangeres, actrice of presentatrice van de buis geweerd zou moeten worden. Ze is er in de ogen van veel mensen alleen maar menselijker door geworden. Toch zijn er situaties waarin we ons oordeel dat iemand voor een bepaalde rol deugt, wèl laten bepalen door wat we weten over zijn optreden in andere rollen en situaties. Mabel Wisse Smit kon vanwege haar amoureuze verleden haar contacten met de crimineel Klaas Bruinsma geen lid meer van het koninklijk huis worden. In landen als Groot-Brittannië en de Verenigde Staten komt het voor dat de carrière van politici stuk loopt vanwege het bekend worden van bepaalde seksuele gedragingen: een buitenechtelijke affaire, deelname aan seksorgieën, bordeelbezoek, sadomasochisme etc. Dat is begrijpelijk wanneer het om politici gaat die daarvóór huwelijkse trouw en family values predikten. Zij verliezen hun geloofwaardigheid omdat ze zelf niet handelen naar de waarden en principes die ze zeggen hoog te willen houden (Dobel 1999, p. 189). Maar waarom zou een politicus moeten of willen aftreden die de seksuele moraal nooit tot een politiek item gemaakt heeft? In hoeverre is diens seksuele gedrag relevant voor de beoordeling van zijn geschiktheid en integriteit als politicus? In hoeverre is het gedrag van een (toekomstig) politicus buiten de publieke sfeer relevant voor de beoordeling van zijn geschiktheid en integriteit als politicus? Die vraag is opnieuw actueel geworden door de affaire Oudkerk. Om het geheugen op te frissen in het kort eerst de feiten. Heleen van Royen, columniste van het Parool, had onthuld dat Rob Oudkerk, PvdA-wethouder in Amsterdam, regelmatig naar de hoeren ging en ook cocaïne snoof. Hij zou haar dat zelf gezegd hebben in een Haags café. Oudkerk die haar dat duidelijk had verteld om de stoere bink uit te hangen, was zo naïef geweest te denken dat Van Royen het niet aan de grote klok zou hangen. Het tegendeel gebeurde. Zoals zo vaak, lokte ook in dit geval het ene nieuwtje het andere uit. Iemand lekte dat Oudkerk door de Amsterdamse politie ook bij de afwerkplek aan de Theemsweg was gesignaleerd, de plek waar heroïnehoertjes en illegale prostituees waaronder vrouwen die gedwongen in de prostitutie zitten, hun diensten aanbieden. De politie had burgemeester Cohen daarvan op de hoogte gesteld. Deze had Oudkerk vervolgens een waarschuwing gegeven. Oudkerk geeft na het bekend worden van deze feiten toe dat hij regelmatig naar de hoeren gaat maar ontkent dat hij cocaïne gebruikt. Hij geeft ook toe dat hij aan de Theemsweg het afvalputje van Nederland gesignaleerd is maar laat in het midden of hij daar ook van de diensten van een prostituee gebruik gemaakt heeft. Vervolgens zegt de PvdAfractie in de Amsterdamse gemeenteraad het vertrouwen in Oudkerk op, waarna hij als wethouder aftreedt. Volgens de fractie hadden de media de affaire een buitenproportionele aan- 2

3 dacht gegeven en kon zij vanwege de ontstane commotie uiteindelijk niet anders dan haar vertrouwen in haar wethouder opzeggen. Was het aftreden van Oudkerk terecht? HOT NEWS In Nederland is prostitutie legaal. Volgens sommigen ik noem ze de moralisten mag van politici echter meer verwacht worden dan dat ze zich aan de wet houden, ze moeten in alle opzichten een voorbeeld zijn voor burgers, dus niet alleen in hun gedrag in het publieke domein, maar ook in dat in de privé-sfeer. Op z n minst moeten ze ervoor zorgen geen aanstoot te geven. Openlijk naar de hoeren gaan is fout en dom, discreet gebruikmaken van een escortservice zou, als dat uit zou komen, vergeeflijk zijn. Naar de mening van de moralisten hebben burgers er recht op informatie te krijgen over het privé-gedrag van politici. Waarom? Omdat die informatie iets zegt over het karakter van een politicus en politici tegenwoordig meer op hun karakter dan op hun boodschap beoordeeld worden. Zowel door de toenemende complexiteit van de maatschappelijke vraagstukken als door de pluraliteit aan opvattingen over goed en kwaad, wordt het steeds moeilijker om te bepalen wat een goed programma en wat een goed standpunt is. Daarnaast, doordat de vraagstukken zo ingewikkeld zijn en sociale processen zo moeilijk te sturen zijn, slaagt geen enkele partij er in zijn programma te realiseren. Iedere politicus kan zich achter de weerbarstigheid van de werkelijkheid verschuilen. Of die dat doet, hangt af van de persoon die hij is. Door die ontwikkeling wordt het voor kiezers steeds belangrijker om te weten wie de persoon van een politicus is. Kun je de man of vrouw vertrouwen? Programma s kunnen leugens zijn, maar iemands karakter liegt niet. Tegen de achtergrond van die opvatting zou het dus terecht zijn dat de media berichten over gedragingen als die van Oudkerk in de publiciteit brengen. De bekendste en internationaal meest besproken affaire waarin de integriteit van een politicus ter discussie werd gesteld naar aanleiding van zijn seksuele gedragingen is ongetwijfeld die van president Bill Clinton met de Witte Huisstagiaire Monica Lewinski. Clinton had in 1997 een affaire met Lewinski. De Amerikaanse politieke geschiedenis kent tal van presidenten die buitenechtelijke affaires en zelfs buitenechtelijke kinderen hadden. Het was algemeen bekend dat John F. Kennedy affaires had met tal van beroemde filmsterren. Kennedy is nooit door de pers op heterdaad betrapt. Waarschijnlijk was de pers er in zijn tijd nog niet zo op gebrand om dergelijke affaires in de openbaarheid te brengen. In Clintons tijd waren de affaires van de president hot news geworden. Een mogelijke verklaring is dat het culturele klimaat in die tijd puriteinser geworden was. Mogelijk was er ook een verharding opgetreden in de middelen waarmee politieke tegenstanders elkaar bestreden. Maar ook toentertijd vond de meerderheid van de Amerikaanse bevolking dat Clintons seksuele gedrag een privé-zaak was. Het ging tenslotte om seks tussen twee volwassenen, door beiden gewild. Er ontstond pas een echt politiek schandaal nadat Clinton tegenover de federale grand jury ontkende dat er sprake was van een sexual relation. Toen duidelijk werd dat er naar gangbare begrippen wèl sprake was geweest van een seksuele relatie, werd Clinton van meineed beschuldigd. Volgens zijn critici en politieke tegenstanders was dat een voor een president ontoelaatbaar gedrag. 3

4 RELEVANTE INFORMATIE De affaire Clinton-Lewinski is aanleiding geweest voor een (hernieuwde) discussie over de vraag wat burgers die belang hebben bij een goed functioneren van ambtsdragers zoals een president (en anderen die in het politieke en bestuurlijke leven een belangrijke positie innemen) over hun doen en laten, ook buiten hun ambt, mogen en moeten weten om daarover een goed oordeel te kunnen vellen. Het is een terechte vraag. Tenslotte gaat het om mensen die gezag over burgers uitoefenen, die in hun ambt beslissingen kunnen nemen die impact hebben op de condities waaronder burgers moeten leven. Maar hoeveel informatie mogen burgers hebben en waarover? Wie een nieuwe auto of een nieuwe computer aanschaft, doet er goed aan zo veel mogelijk informatie in te winnen over verschillende merken. Beter te veel informatie dan te weinig; de schifting tussen relevante en irrelevante informatie kan altijd nog gemaakt worden. Dat adagium gaat niet op als het over mensen gaat. Want mensen hebben in samenlevingen als de onze recht op privacy, ze hebben het recht om zelf te bepalen welke personen ze toelaten tot hun persoonlijke levenssfeer en informatie toevertrouwen over hun persoonlijke leven. In gewone sollicitatieprocedures mag een werkgever sollicitanten alleen vragen stellen over zaken die in directe zin relevant zijn voor een goede vervulling van een functie zoals opleiding, werkervaring en bepaalde vaardigheden en karaktereigenschappen (Dobel 1999, p. 178vv.). Niet over hun seksuele geaardheid, politieke voorkeuren, het wel of niet kinderen willen, de hoogte van de bankrekening, het wel of niet hebben van aandelen etc. Wat wel of niet relevant is, lijkt dus af te hangen van de aanwezigheid van een causale relatie tussen de eigenschappen van, en feiten omtrent een persoon en de functie-eisen. Maar in de praktijk reikt het recht op privacy verder dan het afschermen van sollicitanten tegen vragen over causaal irrelevante zaken. Een vrouwelijke sollicitant mag men niet vragen of ze van plan is kinderen te krijgen, hoewel dat zeker indirect wel van invloed kan zijn voor de vervulling van de functie. Een oordeel over de relevantie van informatie is dus de resultante van een afweging tussen het belang van de informatie, het gewicht van de functie enerzijds en de waarde van privacy anderzijds. Als het om zaken gaat die zowel in causale zin irrelevant zijn voor de uitoefening van een functie als ook beschermd worden door het recht op privacy, dan is er geen discussie mogelijk. Het is bewezen dat iemands huwelijksmoraal weinig zegt over zijn geschiktheid voor een politiek ambt. De geschiedenis heeft laten zien dat losbandige personen prima politici kunnen zijn, terwijl keurige burgers als politicus corrupt kunnen zijn. Problematisch wordt het als het om zaken gaat die mogelijk causaal relevant zijn en tegelijk onder het recht op privacy vallen. Als een docent een gokverslaving heeft dan is dat voor hem en zijn gezin een probleem. De directeur van zijn school hoeft daarover niet geïnformeerd te worden omdat het zijn functioneren als docent niet hoeft te beïnvloeden. Maar stel dat de gokverslaafde boekhouder is. Dan bestaat er het risico dat hij zijn financiële problemen gaat oplossen door een greep in de kas te doen. Het voorbeeld van de boekhouder kan ook goed illustreren dat bepaalde feiten over iemands privé-gedrag misschien wel niet in directe, maar wel in indirecte zin causaal relevant zijn voor functie in beroep of ambt. Stel dat insiders weten dat de man goudeerlijk is en nooit een greep in de 4

5 kas zou doen. Maar als zijn gokprobleem in wijde kring bekend zou worden, zou zijn geloofwaardigheid als boekhouder aangetast kunnen worden. CENTRALE MORELE PRINCIPES Tot nu toe vatte ik de vraag of iemand als x (bijvoorbeeld als politicus) kan deugen wanneer hij als p (bijvoorbeeld als echtgenoot of vader) niet deugt op als een vraag naar causale relaties. Maar dekt die benadering het hele probleemveld? Is het mogelijk dat we vinden dat iemand die als p niet deugt ook als x niet kan deugen zonder dat aannemelijk is dat de eigenschappen die causaal verantwoordelijk zijn voor zijn gedrag als p ook zijn functioneren als x zullen beïnvloeden? Dennis Thompson noemt in zijn boek Political Ethics and Public Office (1987) het geval van het hoofd van de afdeling rechtshandhaving van de Amerikaanse Securities and Exchange Commission die in 1985 aftrad binnen een week nadat de Wall Street Journal had gemeld dat hij herhaaldelijk zijn vrouw had geslagen. Dat was ook de reden geweest waarom zijn vrouw van hem wilde scheiden. Het feit was door de echtscheidingsprocedure al langer bekend maar publicatie ervan in de krant maakte het pas echt wereldkundig. Hoewel de man een uitstekende staat van dienst had, meende het Witte Huis dat hij niet langer in zijn functie te handhaven was. De managing editor van de Wall Street Journal was van mening dat de krant in dit geval goede redenen had om van de gebruikelijk gedragslijn af te wijken die het privé-leven van de bekleders van publieke ambten moest beschermen. De persoon in kwestie was tenslotte een van de belangrijkste personen betrokken bij de rechtshandhaving in het land. Zou de man zich schuldig hebben gemaakt aan handel met voorkennis, dan betrof het een gedraging die rechtstreeks met de aard van zijn functie te maken had. Dat is met het slaan van zijn vrouw niet het geval. Daarnaast zijn mannen die hun vrouw slaan niet noodzakelijk in andere situaties ook gewelddadig. Heeft de Amerikaanse regering onjuist gehandeld toen ze het hoofd van de Securities and Exchange Commission dwong om af te treden? De reden die de regering hanteerde was echter niet empirisch-psychologisch van aard, maar moreel-normatief. Volgens Thompson is de belangrijkste reden die het aftreden van de man rechtvaardigt, dat hij een ernstige morele misstap heeft begaan. Zijn gedrag getuigde van gebrek aan respect voor belangrijke morele principes die (ook) aan het rechtssysteem ten grondslag liggen, het rechtssysteem waarvan ook de wetten deel uitmaken op de handhaving waarvan de betrokkene in zijn functie diende toe te zien (1987, p.139 e.v.). De toevoeging in de bijzin is mijns inziens overbodig. Het achterliggende idee is dat in het bijzonder van personen die belangrijke politieke functies en publieke ambten bekleden, verwacht mag worden dat ze in woord en daad respect tonen voor de centrale morele principes waarop het rechts- en politieke systeem is gebaseerd. Een politicus of iemand uit het openbaar bestuur moet een voorbeeldig burger zijn. Dat geldt niet of niet op dezelfde manier voor een topmanager van Unilever, de Rabobank of de Nederlandse Spoorwegen. Een voorbeeldig burger hoeft echter niet een in alle opzichten voorbeeldig mens te zijn. Clinton mocht in de ogen van veel Amerikanen dan wel geen voorbeeldig echtgenoot zijn, hij overtrad met zijn affaires geen fundamentele politiek-ethische principes. 5

6 DOM Oudkerks hoerenloperij als zodanig zegt niets over zijn geschiktheid als wethouder, evenmin als Clintons affaires iets zeiden over zijn geschiktheid als president. Gegeven het feit dat prostitutie in Nederland legaal is, kan van Oudkerk ook niet gezegd worden dat hij fundamentele politiek-ethische principes heeft overtreden. Hij moet wèl een voorbeeldig burger zijn, dus: zorgen dat het achterlichtje van zijn fiets het doet en niet sjoemelen met de belastingaangifte zelfs als de meerderheid van de bevolking het wel doet. Als mens hoeft hij geen heilige te zijn. Op dat punt ben ik het met de moralisten niet eens. Niet omdat het karakter van een politicus onbelangrijk is, maar omdat zijn seksueel gedrag weinig over zijn karakter zegt dat relevant is voor zijn functioneren als politicus. Voor veel mensen was niet Oudkerks hoerenloperij als zodanig het probleem, bij hen was het feit dat Oudkerk aan de Theemsweg was geweest de druppel die de emmer deed overlopen. Als hij het bij het bezoeken van legale raamprostituees gelaten had, dan zou er in hun ogen weinig aan de hand zijn geweest. Ik vind dat deze mensen een punt hebben. Wie op straat tegen een zacht prijsje een mooie fiets koopt, kan op zijn vingers natellen dat het geen koosjere handel is. Wie aan de Theemsweg zijn gerief zoekt, kan op zijn vingers natellen dat hij direct of indirect in aanraking komt met criminelen. Maar nog afgezien van het bezoek aan de Theemsweg heeft Oudkerk dom gehandeld. Ook al is het bezoeken van prostituees als zodanig niet problematisch omdat het niets zegt over de geschiktheid van de politicus voor zijn ambt, het is wel problematisch vanwege de mogelijke indirecte effecten. Bij indirecte effecten kan men denken aan wat er gebeurt als het bekend wordt. In een liberale maar puriteinse samenleving is immoreel seksueel gedrag niet strafbaar. Een sollicitant die het vermoeden heeft dat hij vanwege zijn promiscuïteit voor een functie is afgewezen, kan een aanklacht tegen de werkgever indienen. Maar als het om een politicus gaat, dan kan de publieke opinie zich zo sterk tegen hem keren dat zijn functioneren onmogelijk wordt. Andere politici wier medewerking hij nodig heeft, kunnen hem dwars gaan zitten omdat ze de kiezersgunst niet willen verliezen. Dat geldt ook voor zijn eigen partij. Hij kan daardoor vleugellam raken. Oudkerk had moeten weten dat prostitutie dan wel legaal is, maar niet algemeen aanvaard en onomstreden. Literatuur Dobel, J.P. (1999), Public integrity, Baltimore/ London: The John Hopkins University Press. Thompson, D.F. (1987), Political ethics and public office, Cambridge, Mass./London: Harvard University Press. Dit artikel is gebaseerd op hoofdstuk 4 van: Bert Musschenga, Integriteit. Eenheid en heelheid van de persoon, dat binnenkort verschijnt bij Uitgeverij Lemma in Utrecht. 6

7 WISKUNDE, WAARDEN EN WIJSBEGEERTE Hendrik Blauwendraat Op verschillende plaatsen op de campus van de VU komt het bijzondere karakter van de universiteit op een tastbare manier naar voren. Zo verheugde het mij dat ik naast de deur naar de aula een borstbeeld van de illustere stichter, dr. Abraham Kuyper, vond. De bovenkant van het hoofdgebouw wordt gesierd door een helaas te weinig gebruikte kerkzaal én een carillon. Toen ik een keer paranimf was en de zaal waar de promovendi het judicium vernemen van binnen mocht zien, zag ik daar allerlei portretten van de mannenbroeders die in het verleden hun beste vermogens gegeven hebben voor onderzoek en onderwijs aan de universitas libera reformata. De inhoud van dat laatste adjectivum is nu toch wat vervaagd, zou ik durven zeggen. Tegenwoordig, als reactie op secularisatie van universiteit en samenleving, heeft de VU een meer oecumenisch dan gereformeerd karakter om zich niet te isoleren. In het verleden was dat wel anders. De oprichting van de VU had niet alleen plaats in het proces van verzuiling en emancipatie van de gereformeerden, maar ook om wetenschap en onderwijs te stoelen op de gereformeerde beginselen. Over wat gereformeerde beginselen precies inhouden is sinds 20 oktober 1880, de dag waarop Kuyper de roemruchte rede Souvereiniteit in eigen kring hield, veel gedelibereerd. Consensus kon echter zelden bereikt worden. En dan zwijg ik nog maar over de betekenis van die beginselen voor wetenschappelijk onderwijs en onderzoek. De moeite zat niet alleen bij de mannenbroeders, maar natuurlijk ook bij de mensen buiten. Buiten de VU zag men het verschil niet tussen gereformeerde en niet-gereformeerde wiskunde, botanie of andere vakken. Binnen de eigen kring was men er grosso modo wel van overtuigd dat een christelijke beoefening van alle wetenschappen mogelijk was. Kuyper maakte zich er al sterk voor, en Bavinck probeerde concrete richtlijnen aan te geven. In het kader van uitbreidingsplannen aan het begin van de twintigste eeuw werd de letterkundige Woltjer gevraagd te refereren over De natuurkundige faculteit aan de Vrije Universiteit. Ook hij probeerde aan te geven hoe het beginsel van invloed zou kunnen zijn op de natuurwetenschap. Op het moment dat hij daarover refereerde, in 1911, zou het nog 19 jaar duren voordat echt aan een christelijke wis- of natuurkunde zou worden gewerkt. In dat jaar werd immers de Wis- en Natuurkundige Faculteit opgericht. De eerste hoogleraren waren: J. Coops voor de scheikunde en G.J. Sizoo voor natuurkunde. Verder werden twee wiskundigen aangesteld: één ordinarius, Jurjen Ferdinand Koksma ( ), en een buitengewoon hoogleraar verzekeringswiskunde, M. van Haaften. 7

8 KOKSMA EN DE VU Op het moment van zijn aantreden was Koksma 26 jaar oud, een jongeman dus. Zijn benoeming was dan ook niet zonder wantrouwen geschied, moet gezegd. Met name zijn collega s voor natuur- en scheikunde zagen het niet zitten dat Koksma benoemd werd. Zij hadden liever een geoloog of een bioloog, omdat Koksma eenvoudigweg te jong was en toen zijn naam voor het eerst genoemd werd nog niet eens gepromoveerd. Koksma werd dan ook benoemd op crediet en aanraden van zijn promotor, J.G. van der Corput. Deze was hoogleraar in Groningen en zou Koksma de doctorsgraad cum laude verlenen. Koksma schreef zijn proefschrift naast een leraarsbaan, en wel in een gebied van de wiskunde dat toen erg in was: de analytische getaltheorie. De problemen waar hij zich onder meer mee bezighield, hadden te maken met benaderingen van getallen. Iedereen heeft wel eens gehoord van het getal pi, de verhouding tussen de diameter en de omtrek van een cirkel. Je kunt de waarde van opschrijven als decimaal getal: pi = 3,14159 Zo n decimale ontwikkeling is niet eenvoudig te bepalen. Voor een breuk, bijvoorbeeld 1/3, is het nog makkelijk: 1/3 = 0,33333 Het getal pi hoort bij een soort getallen waarvoor de decimale ontwikkeling minder makkelijk is vast te stellen. Zo n decimale ontwikkeling noemen we ook wel een benadering. Koksma onderzocht technieken om zulke benaderingen te vinden en de deugdelijkheid ervan te meten. Vanaf zijn aantreden op 10 oktober 1930 tot zijn overlijden in 1964 heeft Koksma in de analytische getaltheorie onderzoek gedaan. Zijn werk trok echter al snel aandacht van anderen, ook buiten Nederland. Kort na zijn aantreden ging hij voor studieverlof naar Göttingen, op dat moment het Mekka voor de internationale wiskundebeoefening. Daar deed hij contacten op die hem (vermoedelijk) aan een grote opdracht hebben geholpen, namelijk het schrijven van een samenvattend werk over de stand van zaken in zijn vakgebied. Dit werk, de Diophantische Approximationen, verscheen in 1936 bij de toonaangevende uitgeverij Springer. Hoewel het vanaf zijn verschijnen eigenlijk al verouderde, heeft het boek twee herdrukken beleefd, en Koksma s naam als briljante wiskundige was gevestigd. Maar naast dat wetenschappelijke werk moest hij tot 1938 al het onderwijs in de wiskunde aan de VU verzorgen. In dat jaar, waarin hij ook rector was, werd hij versterkt met twee lectores: G.H.A. Grosheide, zoon van de oudtestamenticus F.W. Grosheide, en J. Haantjes. Alle verplichtingen gingen echter niet ten koste van de kwaliteit van zijn onderwijs. Koksma was een erg enthousiast docent. Hij had de gewoonte het college voor te bereiden, maar de aantekeningen hiervoor stopte hij voor het college in een tas die hij niet meenam de zaal in. Hij deed het dus allemaal uit zijn hoofd. Onder zijn gehoor bevonden zich niet alleen studenten Wiskunde, maar ook natuur- en scheikundigen. Koksma had de gave om ook hun de stof zo uit te leggen, dat men zich erover verbaasde dat je zulke moeilijke dingen zo eenvoudig kon vertellen. En werd het dan toch niet helemaal gesnapt, dan zei hij: U kijkt een beetje filosofisch. Zit u nog in de diligence? 8

9 CHRISTELIJKE WISKUNDE Tot zover had het verhaal van Koksma aan een gewone universiteit kunnen spelen. Maar op de VU ging het toch ook voor een groot deel anders. De oprichting van de Wis- en Natuurkundige Faculteit vond plaats in een tijd dat in de gereformeerde wereld de gemoederen rond geloof en (natuur-)wetenschap hoog opliepen; men denke maar aan de kwestie-geelkerken. De natuurwetenschappen werden gezien als burcht des ongeloofs, een voedingsbodem voor materialisme. Het kan dan ook niet verbazen dat de exacte heeren bij de oprichting van hun faculteit werden aangespoord om ook op hun vakgebied te streven naar een christelijke beoefening en een trouw medestrijden voor het beginsel. Koksma had hierbij al een grond om op te bouwen: het proefschrift van zijn collega voor de wijsbegeerte Dirk Hendrik Theodoor Vollenhoven ( ). Vollenhoven, aan de VU begonnen als theologiestudent, had een promotieonderzoek gedaan in het kader van een prijsvraag over de invloed van de filosofie op de nieuwste vertegenwoordigers in de wis- en natuurkunde. Hij had zich beperkt tot de wiskunde, maar was wel tot krasse uitspraken gekomen. In zijn proefschrift, De wijsbegeerte der wiskunde: van theistisch standpunt (1918) verdedigde Vollenhoven de stelling dat het mogelijk was een specifieke richting aan te wijzen voor een christelijke filosofie van de wiskunde. Via een grondig historisch overzicht van wijsgeren van de wiskunde van Genesis tot zijn tijd kwam hij tot het idee dat een christen in de wiskunde voor het intuïtionisme moest kiezen. Het intuïtionisme is een opvatting waarbij de wiskunde wordt gezien als mentale constructie op basis van intuïtief duidelijke grondbegrippen. Deze visie werd voorgestaan door hoogleraar L.E.J. Brouwer aan de andere universiteit in Amsterdam. Brouwer is waarschijnlijk de grootste wiskundige die ons land ooit heeft voortgebracht en was een erg indrukwekkende persoonlijkheid. Het is zeer aannemelijk dat Vollenhoven van hem college heeft gehad (in zijn nalatenschap zijn collegedictaten wiskunde bewaard gebleven). Brouwer was zelf ook gepromoveerd op de filosofie van de wiskunde en wilde, ondanks verzet van de gevestigde wiskundige orde, de wiskunde op intuïtionistische leest schoeien. Verzet van de wiskundige orde kwam op het moment dat bleek dat grote delen van de klassieke wiskunde Brouwers kritiek niet konden doorstaan. Er werd dus veel aan gedaan om zijn invloed in de dammen. Deze Brouwer zal Vollenhoven op het spoor van het intuïtionisme hebben gezet. Maar deze schroomde niet om zich ook sterk tegen Brouwer af te zetten op zoek naar het echte, christelijke intuïtionisme. De verschillen zaten meer in de metafysica; de constructie van de wiskunde nam Vollenhoven gewoon over. Dat betekende dat hij vond dat wiskunde begint met tellen: 1, 2, 3,. Hoe dat werkt, is intuïtief duidelijk. Daarna kun je over die getallen nadenken en er constructies mee uitvoeren. Met een uitgebreid wiskundig apparaat is het mogelijk op basis van de rij getallen de ruimte te maken dus kun je ook meetkunde doen. Het typerende aan Vollenhovens (en Brouwers) visie is dat ze alleen dat als wiskunde toelaten, wat ook echt met de hand gemaakt ofwel geconstrueerd wordt. Dat is redelijk problematisch omdat in veel wiskundige bewijzen over dingen gesproken wordt waarvan je alleen weet (of gelooft) dat ze er zijn, maar niet hoe je ze zou moeten vinden of maken. Dergelijke 9

10 bewijzen konden dus niet door de beugel. Een ander ding dat je niet kunt construeren, is het oneindige. En dat terwijl in de wiskunde toch met oneindige lijnen en verzamelingen gemanipuleerd wordt alsof ze in je broekzak passen. Ontoelaatbaar, vond Vollenhoven: het oneindige is het domein van God en daar moet de mens vanaf blijven. Ook dit standpunt heeft verstrekkende consequenties voor wat je als wiskunde overhoudt. KOKSMA ALS CHRISTELIJKE WISKUNDIGE Zoals gezegd: het intuïtionisme was een nogal dissidente richting in de filosofie van de wiskunde. Volgens mij heeft dat er voor een deel mee te maken dat wiskundigen niet bereid zijn grote delen van hun vak op te geven voor een wijsgerig standpunt. Maar er zijn ook andere, plausibele visies op wiskunde, zoals de idee dat het een formele taal of logica is, of dat het gaat over objecten in een ideale, eeuwige wereld. Als principieel wiskundige aan een principiële universiteit werd van Koksma toch wel verwacht dat hij zou proberen iets met het gedachtegoed van Vollenhoven te doen. Dat deed Koksma dan ook maar ook hij zal moeite gehad hebben met de offers in de wiskunde die dat vroeg. De stellingen waarbij het over dingen gaat die wel bestaan maar niet te maken zijn (en dus intuïtionistisch niet verantwoord waren), kwamen in zijn vakgebied veel voor. Hij koos eieren voor zijn geld en deed het maar met de informatie van zo n omstreden stelling liever dan zo n stelling te verwerpen. Wat dat betreft vond Koksma aansluiting bij een wiskundige (Hermann Weyl) die ook intuïtionist was, maar wat gematigder standpunten dan Vollenhoven had. Koksma volgde Vollenhoven meer in zijn standpunten over het oneindige. Hij vond inderdaad dat eindeloos manipuleren met zo n moeilijk begrip de wiskundige in problemen kon brengen en dat de wiskundige zijn kennis niet moest overschatten. De wiskundige was volgens Koksma bezig met onderzoek naar de meest basale eigenschappen van de werkelijkheid: het getalsmatige en het ruimtelijke, die men zal herkennen als de eerste twee aspecten in de Wijsbegeerte der Wetsidee. Vakinhoudelijk heeft Koksma de ideeën van Vollenhoven dus niet volstrekt doorgevoerd. Hij gebruikte soms zonder blikken of blozen omstreden axioma s. Als mens was echter wel aan hem te merken dat hij principieel in het leven stond. Koksma was een bescheiden en dienstbare man die pro Deo in allerlei verenigingen en besturen zat. Hij zei daarover eens: Er zijn twee soorten verenigingen. De ene soort is die waar de voorzitter al het werk doet en de andere is de soort waar de secretaris al het werk doet. Van de eerste ben ik altijd voorzitter en van de andere secretaris. In dat verband kan ook zijn rol bij de oprichting van het Mathematisch Centrum (thans Centrum voor Wiskunde en Informatica) genoemd worden. Dit instituut werd kort na de Tweede Wereldoorlog opgericht vanuit de visie dat wetenschap in de maatschappij een actievere en meer toegepaste rol moest spelen. De wetenschapper moest uit de ivoren toren komen. Het is verleidelijk om nu te stellen dat Koksma ook enthousiaste ideeën had over dienstbaarheid van de wiskunde aan de samenleving, maar in mijn onderzoek is dat niet echt gebleken. De toepassingen waren wel nuttig, maar niet de bestemming van de wiskunde. Zijn eigen dienstbaarheid bleek ook tijdens de Tweede Wereldoorlog, toen hij sommige studenten en een vriend, de joodse wiskun- 10

11 dige David van Dantzig, op essentiële wijze heeft geholpen om uit handen van de Duitsers te blijven. Er werd ook, terwijl de Duitsers in het laboratorium waren ingekwartierd, in het dagelijks gebed voor de eerste colleges gebeden voor het verzet. BESLUIT Koksma was iemand die zichzelf minder belangrijk vond dan de ander of het algemeen belang; een levenshouding die ik duid als voortkomend uit zijn geloof. Een levenshouding die op zich belangrijker is dan zijn uitmuntende wiskundige verdienste of zijn invulling van het gereformeerde wetenschapsideaal. In het W&N-gebouw zijn er helaas weinig plekken waar de oude tijden nog in herinnering geroepen worden. Er is daar gelukkig wel een plekje dat aan Koksma herinnert: in een vergaderzaal hangen drie portretten in koper van Koksma en zijn collega s Coops en Sizoo. Voor een wetenschapper van zijn allure en van zo n betekenis voor de wiskunde aan de VU niet meer dan normaal. Maar ook in het algemeen, want van mensen zoals Koksma was, kan de VU er niet teveel hebben. Op 21 april aanstaande zal een symposium georganiseerd worden ter gelegenheid van de honderdste geboortedag van J.F. Koksma. Dan zal tevens het eerste exemplaar van een boek van de hand van Hendrik Blauwendraat gepresenteerd worden: Worsteling naar waarheid. De opkomst van wiskunde en informatica aan de Vrije Universiteit (Zoetermeer: Meinema, 2004). Voor informatie over het symposium kan men zich wenden tot mevrouw Maryke Titawano: 11

12 BAAT HET NIET DAN SCHAADT HET NIET Judith de Putter Een van mijn vrienden werkt in de gehandicaptenzorg en gaat regelmatig een dag op cursus, we zaten een keer vlak na zo n cursusdag met elkaar te praten. Ze vertelde me dat als ze met cliënten werkt, ze beter met ze kan communiceren als ze wat ze doet en zegt afstemt op het dominante representatiesysteem van die cliënt. In welk representatiesysteem iemand zit kun je afleiden uit de woorden die iemand gebruikt. Ik zeg bijvoorbeeld vaak ik zie je punt - dus ik heb me gespecialiseerd in het visuele representatiesysteem. Representatiesysteem? De volgende uitleg maakt het misschien helderder: Voor degenen die niet weten wat representatiesystemen zijn, wil ik dit even kort uitleggen. Enige tijd geleden hebben we gemerkt dat mensen zich specialiseren in het soort informatie dat ze verwerken en waar ze aandacht aan besteden. Als je ervaring verdeelt in informatie in de verschillende zintuiglijke kanalen, dan heb je een visueel deel ervaring, een auditief deel, en een kinestetisch deel. Je hebt ook reuk- en smaakdelen, maar die twee kanalen nemen in het algemeen geen grote portie van je ervaring in beslag, tenzij je aan het koken of eten bent. In ons normale bewustzijn zijn sommigen van ons zich primair bewust van visuele, sommigen primair van auditieve, en sommigen van kinestetische ervaring. We noemen dit representatiesystemen, omdat het de systemen zijn die we gebruiken om onze ervaringen weer te geven. Wanneer we over onze ervaring praten, zijn de gebruikte woorden een aanwijzing voor welke zintuiglijk kanaal bewust gebruikt wordt. (58) Het bovenstaande citaat komt uit In Trance-formatie, een boek van Richard Bandler en John Grindler, de grondleggers van het model Neuro Linguïstisch Programmeren (NLP) en ik vind het zo vaag klinken dat volgens mij de enige juiste benadering tegenover NLP de sceptische is. NLP is een theorie over de houdingen die mensen aannemen als je met ze communiceert en hoe je de communicatie kunt verbeteren door iets met die (non-verbale) houdingen van jezelf en anderen te doen. Niet zomaar een theorietje: denk aan de tsjakka van Ratelband! En wie vanuit zijn werk veel cursussen moet volgen die het persoonlijk functioneren ten goede moeten komen, is er vast ook wel eens tegenaan gelopen. NLP is populair! Waarom moet je dan sceptisch zijn? Neuro Linguïstisch Programmeren klinkt wetenschappelijk, maar dat is het niet. Voor zover mij bekend zijn er vanwege NLP geen doden gevallen (wel studenten met ernstige brandwonden) en dat zal ook wel niet gebeuren. Met NLP mag dan misschien niet meer mis zijn dan dat vanwege de vaagheid de praktische werking niet echt toetsbaar is, maar dit betekent wel dat overheidsinstanties, bedrijven en individuen geld stoppen in iets waarvan de effectiviteit moeilijk is te onderzoeken. We gaan niet voor niks naar cursussen waarin we aan ons zelf werken : we nemen zakelijk en persoonlijk functioneren serieus en 12

13 daarom moet je natuurlijk niet alles geloven. Maar het lijkt juist eerder andersom te werken: je neemt je persoonlijk functioneren zo serieus dat je alles aangrijpt om het te verbeteren. Bovendien benadrukt NLP hoe belangrijk je subjectieve ervaringen zijn en daarmee kan het volgen van zo n cursus je heel goed zelfrespect (terug)geven. Als je vastloopt, niet lekker in je vel zit, dan biedt een cursus NLP misschien wel meer perspectief dan via je arts naar de Riagg gaan. Want als je voor NLP kiest, maak je je een model eigen dat je zelf gaat toepassen en als je de cursus afrondt, ben je dan ook master practititioner een NLP cursus biedt dus niet alleen een oplossing voor je probleem, de cursus maakt je meteen tot professional. Hoe anders dan naar de psycholoog gaan, waar de psycholoog altijd de professional van jouw subjectieve ervaringen blijft en jij dat nooit wordt. Je zou dus kunnen zeggen dat NLP succesvol is doordat het je autonomie in stand houdt en je weer de professional in jouw leven wordt. De zoektocht naar wetenschappelijke waarheid zet de man met de pet buiten spel, de persoonlijke waarheid doet er niet toe. Bij NLP en andere alternatieve therapieën, modellen en medicijnen zie je juist het tegenovergestelde gebeuren: persoonlijke testimonials zijn de argumenten die je ervan moeten overtuigen dat het werkt, niet dubbel blind onderzoek. In zekere zin laat de nadruk op de subjectieve waarheid en het belang van persoonlijke ervaringen, mensen in hun waarde. Laatst beweerde een kennis dat hij het geen probleem vond dat zijn oma geloofde in paranormaal contact met zijn overleden opa ook al was die kennis er zelf van overtuigd dat dat onmogelijk is. Want zijn oma werd nu eenmaal minder ongelukkig van die overtuiging. Waarschijnlijk baseert hij zich ook op zijn respect voor zijn oma: hij laat haar ten slotte zelf beslissen wat ze gelooft en waar ze troost uit put. Oefen ik respect uit voor iemands autonomie op het moment dat ik denk dat het prima is als die persoon troost put uit onzin? Het probleem is dat juist mensen die beperkt zijn in hun keuzemogelijkheden, mensen die hun autonomie over hun leven niet kunnen uitoefenen, vatbaar zijn voor therapieën en medicijnen waarvan de werking niet is aangetoond. Als het je maar niet lukt om goed te presteren op je werk, altijd die anderen promotie krijgen, of als een geliefde is overleden, of je bent ziek het zijn allemaal situaties waarin niet jij de loop van je leven bepaalt. Juist dan moeten we streven naar oplossingen die meer bieden dan de subjectieve ervaring van wat lijkt te werken. Als de voorstanders van NLP geen verdere onderbouwing van hun model zoeken, als ze alleen maar geïnteresseerd zijn in de praktische werking, dan laten ze hun klanten juist niet in hun waarde. In het boek waaruit ik al eerder citeerde, verbinden Bandler en Grinder NLP met hypnose, dat ze als niets meer zien dan een vaardigheid die je in het dagelijks leven kunt toepassen om te bereiken wat je wilt. Hypnose is in hun ogen net zoiets eenvoudigs als taal onthouden, leren en begrijpen iedereen kan het dus leren en toepassen en niemand hoeft zich druk te maken waarom het werkt: [we] willen jullie graag een model leren om met hypnose te werken. Het model is niet de waarheid. Het is niet een antwoord. Het is niet werkelijk. Als je denkt dat je weet wat er werkelijk gebeurt en met me wilt discussiëren over wat er werkelijk gebeurt, kan ik niet verder met je praten, omdat ik dat niet weet. Er zijn verschillende zaken die ik wel weet; ik begrijp hoe hypnose uitgevoerd wordt. Waaròm het werkt, weet ik niet. (15) 13

14 Het zal je verteld worden aan het begin van een workshop waar je baas ook nog veel geld voor heeft betaald. Laat jij je verleiden of trek je de autoriteit van de goeroe in twijfel? Baat het niet dan schaadt het niet? Literatuur R. Bandler en J. Grinder, In Trance-formatie, Nederlandse vertaling uit 1989, Servire Uitgevers BV, Katwijk aan Zee. W. Levelt, Hoedt u voor Neuro-Linguïstisch Programmeren!, in Skepter, 9 (3), september donderdag 4..., / & 8., -? 15.. : :00 / 14 00,.. 14

15 DE CIVIL SOCIETY ALS TERREIN EN TAAK Paul Dekker Het begrip civil society is nu alweer zo n vijftien jaar in omloop in ons land. Aanvankelijk was het met verwijzing naar het gebruik van het begrip door de democratiseringsbewegingen in de jaren tachtig in Oost-Europa en elders vooral een links-liberale variant van het aloude maatschappelijke middenveld, maar dan met meer aandacht voor de relaties tussen individuele burgers en groepen burgers dan voor de intermediaire rollen tussen individuen en overheid, en met meer aandacht voor discussie en machtsvorming van onderop dan voor de afweging van gevestigde belangen. Tegenwoordig is het gebruik van het begrip divers. Verenigingen en nonprofitinstellingen tooien zich ermee om aan te geven hoe belangrijk ze zijn. Ze organiseren het eigen initiatief van de burgers en zorgen voor sociale cohesie en politieke betrokkenheid en hopen als zodanig subsidiabel te zijn. Moderne politici hebben het echter eerder over de civil society als het gebied aan gene zijde van de muur waarover zij ouderwetse overheidstaken kieperen. Of die daar worden opgepakt door vrijwillige verbanden van burgers of door zelfredzame individuen en commerciële initiatieven maakt niet uit. Bij de global civil society gaat het specifiek om NGO s en actiegroepen die opkomen voor vermeende slachtoffers van de globalisering en die vaak worden beschouwd als tegenpartij van het internationale bedrijfsleven en van internationale verbanden van regeringen. In deze en andere betekenissen is de civil society zowel een aanduiding van organisaties en verbanden als van iets moois en nastrevenswaardigs. Op die dubbele verwijzing naar empirie en ideaal ga ik in dit artikel verder in. Allereerst schets ik in enkele lijnen de historische samenhang om vervolgens uitgebreider in te gaan op een terreinafbakening en op de pretenties rond de civil society, de beperkte empirische evidentie daarvoor en de complicaties van een vervagende civil society die daarbij een rol spelen. Tot slot herformuleer ik de pretenties naar aspiraties en bepleit ik de handhaving van de civil society als terreinaanduiding en ideaal. ACHTERGROND Het moderne idee van de civil society zoals dat vanaf de tweede helft van de zeventiende eeuw is ontwikkeld en geactualiseerd tot in onze dagen, is aanvankelijk de signalering en doelstelling van een beperking van de invloedssfeer van absolutistische vorsten, ten gunste van de verbanden van de opkomende burgerlijke maatschappij. In die verbanden liggen mogelijkheden besloten van maatschappelijk zelfbestuur en ze kunnen fungeren als buffer en als intermediair tussen het leven van de burgers en de politieke macht. Aanvankelijk is er in het leven van die burgers geen onderscheid te maken tussen hun sociale en economische activiteiten en relaties, maar met de ontwikkeling van de kapitalistische markt- 15

16 economie wordt de economie een zelfstandige sfeer van door eigenbelang aangejaagde activiteit, waarin geen plaats is voor morele overwegingen en solidariteit. Tegenover die ingekrompen burgerlijke maatschappij wordt de civil society geplaatst als sfeer waarin burgers vrijwillige en onbaatzuchtige relaties kunnen aangaan en zich bekommeren om gemeenschappelijke belangen. Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw komt er nog een polariteit bij: het beschaafde samenleven wordt bedreigd door gebrek aan gemeenschapszin. De in hun privé-sfeer welvarende burgers schort het aan wederkerige betrokkenheid op een voldoende schaal en aan fatsoen en terughoudendheid bij het nastreven van persoonlijk geluk. Het idee van de civil society wordt uitgebreid met republikeinse zorgen over desinteresse in de publieke zaak en communitaristische zorgen over de bedreigde sociale cohesie. Politieke participatie en verenigingsleven moeten worden versterkt om consumentisme en individualisme in te dammen. Na de absolutistische vorst / autoritaire bureaucraat en de homo economicus wordt nu de geprivatiseerde burger gezien als een uitdaging en bedreiging voor de civil society. Tot zover a very brief history of civil society. Men zou het resultaat zo kunnen samenvatten: er is enerzijds een breed concept van de civil society als een beschaafde samenleving, onder andere gekenmerkt door een scheiding van machten en levenssferen en door beschaafde omgangsvormen en collectieve betrokkenheid van burgers. En anderzijds een smal begrip van de civil society als het deel van de maatschappij waarin burgers buiten de privé-sfeer vrijwillige verbanden met elkaar aangaan en zich om gemeenschappelijke aangelegenheden bekommeren. En de hypothese luidt dat het bestaan van een civil society in de smalle zin een belangrijke bijdrage levert aan, wellicht een voorwaarde is voor het bestaan van een civil society in de brede zin. AFBAKENING Tegen deze achtergrond kan de civil society in de smalle zin worden omschreven als de maatschappelijke sfeer waarin vrijwillige associaties dominant zijn. Daarbij moet vrijwillige associatie niet meteen worden verstaan als anglicistische verwetenschappelijking van vereniging (voluntary association). Het is ook een verwijzing naar associatie als een vorm van maatschappelijke afstemming die onderscheiden kan worden van afstemming op de markt door vraag en aanbod en met behulp van geld, afstemming door de overheid of staat met behulp van gezaghebbende oordelen en wettelijke dwang, dan wel afstemming in een gemeenschap op basis van identificatie en vanzelfsprekende consensus. Associatieve relaties verschillen van de laatste door de vrijwilligheid van toetreding en van commitment en door het belang dat wordt gehecht aan argumenten en discussie (met consensus als mogelijk resultaat). Associatieve relaties kunnen worden geformaliseerd in verenigingen, maar ook in stichtingen of andere constructies, of bestaan in lossere verbanden. Omgekeerd kunnen verenigingen in de juridische zin van het woord ook voorkomen buiten de civil society. De civil society als maatschappelijke sfeer waarin vrijwillige associaties dominant zijn, is een samenhangend geheel van dergelijke organisaties inclusief onderlinge relaties. Een vereniging van effectenhandelaren, maatschap van specialisten of stichting voor onderzoek behoort daar niet toe, zal althans niet tot de kern worden gerekend. 16

17 Bij deze afgrenzing van de sfeer van de civil society van andere maatschappelijke sferen blijven er overgangsgebieden bestaan. Gezinnen en vriendschapsrelaties vormen de privé-sfeer, maar over de club die het jaarlijkse straatfeest organiseert kan men van mening verschillen. Zo ook over dienstverlenende groepen die wel moeten functioneren als ondernemingen of van instellingen die door financiering en regulering aan de staat vastzitten of omgekeerd organisaties die formeel tot de staatssfeer behoren (rijksuniversiteiten) of deel zijn van commerciële bedrijven (kranten), maar waar intern en in relatie tot de achterban of omgeving associatieve relaties een grote rol spelen. Aanvullende eisen voor organisaties kunnen pluriformiteit en openbaarheid zijn. De eis van pluriformiteit sluit monopolies uit (zoals een eenheidsvakbeweging, een staatskerk, soms feitelijk de katholieke kerk). Een eis van openbaarheid kan worden vertaald in criteria van gerichtheid op het/een algemeen belang of op de publieke opinie. De civil society wordt dan vooral gezien als een (buitenstatelijke) politieke ruimte, waarin voor recreatieve verbanden eigenlijk geen plaats is. Ik denk dat deze eisen van pluriformiteit en openbaarheid te streng zijn en uitnodigen tot scherpslijperij bij de toepassing van criteria (is de ANWB niet in feite in monopolie? en als we hem toch als autolobbyclub accepteren, moeten we de Wegenwacht er dan niet afsnijden?), waar empirisch onderzoek naar verschillen in pluriformiteit en openbaarheid en de effecten daarvan geboden is. De civil society moet sowieso niet worden opgevat als een categorie organisaties met bepaalde kenmerken maar als een sfeer van de maatschappij waarin bepaalde organisaties dominant zijn maar ook andere functioneren. Zowel over de beschavingskwaliteiten van de grote civil society als de organisatiekenmerken van de kleine civil society lopen de meningen uiteen. Afhankelijk van de geschiedenis van het eigen land en de interesses vanuit de eigen discipline, zal men de beschaving meer ophangen aan het democratisch gehalte van de politiek of de solidariteit in de maatschappij; meer of minder belang hechten aan een scherpe onderscheiding van de civil society in relatie tot de staat, de economie of juist de privésfeer en zal men geneigd zijn om aanvullende eisen qua politieke en collectieve oriëntatie te stellen aan wat tot de civil society in beperkte zin wordt gerekend. PRETENTIES EN PRESTATIES De hypothese dat de civil society in smalle zin een belangrijke bijdrage levert aan het beschaafd samenleven van de civil society in brede zin, kan op verschillende wijzen worden uitgewerkt. Leidraad kunnen de huidige zorgen zijn over gebrek aan politieke betrokkenheid en aan gemeenschapszin. In het verlengde daarvan heb ik elders de vorming van de publieke opinie en van sociaal kapitaal uitgewerkt als belangrijkste (neven-)effecten van activiteiten van en binnen de verbanden van de civil society. Bij publieke opinievorming gaat het om reflectie, discussie en meningsbeïnvloeding gericht op de vorming van publieke voorkeuren en normen en op machtsvorming, deels gericht op de politiek en de overheid met de bedoeling beleid te bepalen, deels uitmondend in sociale controle. Bij de vorming van sociaal kapitaal gaat het om het ontstaan van wederzijds vertrouwen, normen en netwerken die vrijwillige samenwerking ook buiten de sfeer van de civil society helpen versterken en barrières voor collectieve actie helpen te overwinnen. Simpel gezegd, gaat het respectievelijk om 17

18 meer democratie en meer gemeenschap. De publieke opinievorming en de vorming van sociaal kapitaal kunnen hand in hand gaan, maar dat hoeft niet. Het lijkt zelfs waarschijnlijk dat verbanden die politiek effectief zijn voor het aan de orde stellen van collectieve problemen en behartigen van belangen, slechts een geringe bijdrage leveren aan netwerkvorming en het ontwikkelen van vertrouwen binnen de achterban. Omgekeerd zullen organisaties die veel waarde hechten aan de onderlinge verhoudingen en de participatie van de leden, niet de meest slagvaardige zijn in de publieke ruimte. Het is zinvol om de vorming van sociaal kapitaal en van de publieke opinie van elkaar te onderscheiden. Tot zover de pretenties. Maakt nu de civil society in smalle zin ze waar? In empirisch onderzoek wordt deze vraag op twee niveaus gesteld: 1) Doen landen, regio s etc. met veel civil society (veel verenigingsleven, vrijwilligerswerk e.d.) het beter dan landen met weinig civil society? en 2) Geven individuen met veel betrokkenheid bij de civil society (leden, participanten) meer blijk van politieke betrokkenheid en sociaal vertrouwen en andere kenmerken van sociaal kapitaal dan individuen met weinig betrokkenheid bij de civil society? De antwoorden op deze vragen zijn divers, maar dat de effecten van de civil society tegenvallen, vormt wel een redelijke korte samenvatting. In landen met veel civil society is volgens diverse indicatoren wel wat meer politieke democratie en sociaal kapitaal dan in landen met weinig civil society, maar landen verschillen niet alleen op deze kenmerken en bovendien zou de causaliteit wel eens omgekeerd kunnen zijn (de civil society als resultaat van politiek en cultuur). De scepsis kan worden geschraagd door diverse historische verwijzingen naar slechte resultaten van levendige civil societies, onder andere de republiek van Weimar. Op individueel niveau zijn er over de hele linie ook positieve statistische verbanden te melden, maar opnieuw zijn de statistische verbanden veelal zwak en de causaliteitsaannames twijfelachtig. COMPLICATIES Er zijn legio redenen waarom empirisch geen sterke effecten van de verbanden van de civil society zijn aan te wijzen. Enkele daarvan zijn gelegen in de omstandigheid dat die verbanden niet meer de vrijwillige associaties zijn en de participatiemogelijkheden bieden die ze ooit boden of theoretisch verondersteld worden te bieden. Verenigingsleven en belangenorganisaties ontwikkelen zich van face to face - naar mailing list -organisaties, waarin leden elkaar niet meer ontmoeten en ze geen sociaal kapitaal meer kunnen vormen en waarin publieke opinievorming zich beperkt tot bijdragen in de media. Vrijwilligerswerk ontwikkelt zich van actief lidmaatschap in verenigingen naar onbetaalde arbeid die wordt georganiseerd door functionarissen. Particuliere initiatieven die ooit dreven op vrijwilligers, ontwikkelen zich tot dienstverlenende nonprofitinstellingen waarin burgers primair consumenten zijn en slechts een enkeling als vrijwilliger, maar vaak toch min of meer beroepshalve, zitting neemt in een bestuur of raad van toezicht. Dit soort trends van schaalvergroting, bureaucratisering, professionalisering, kortom verzakelijking, moeten overigens niet te snel worden opgevat als aanwijzingen voor een teloorgang van de civil society. Ze gaan ook gepaard met een massalere aanhang en meer openheid, en naast 18

19 oude organisaties zijn er ook telkens weer nieuwe initiatieven. Daarnaast zou het ontbreken van sterke effecten van deelname op individueel niveau wel eens een gevolg kunnen zijn van de omstandigheid dat de vorming van sociaal kapitaal en publieke opinie(s) steeds meer in andere settings plaatsvindt, zoals de informele sfeer, via de media, de relaties van het betaalde werk en de sfeer van collectieve voorzieningen. Het vrijwillig associëren verspreidt zich over de hele maatschappij; de civil society lost in zekere zin op in andere sferen. Doordat vrijwillige associaties in de maatschappij algemener worden, wordt het draagvlak van de civil society in de brede zin van het woord groter, maar de specifieke bijdrage van de civil society in smalle zin kleiner. Als voorbeeld kunnen bijzondere en openbare scholen dienen: die zijn op elkaar gaan lijken, maar niet alleen omdat de bijzondere scholen zijn verbureaucratiseerd en verstatelijkt, ook omdat de openbare scholen door toename van de betrokkenheid van ouders en van zelfbestuur trekken van organisaties van de civil society hebben overgenomen. De bijdrage van het vrijwillig associëren aan de beschaving van de maatschappij laat zich niet uitsluitend beoordelen aan de hand van effecten van het verenigingsleven of het maatschappelijk middenveld. Ook andere verschijnselen moeten in de beschouwing betrokken worden, zoals het zelfbestuur, de professionele vrijheid en de zeggenschap van klanten in publieke instellingen, het functioneren van de media (sterk onderbelicht in onderzoek van de civil society en niet alleen van evident belang voor de publieke opinievorming), de ontwikkeling van medezeggenschap en maatschappelijk verantwoord ondernemen in het bedrijfsleven. Maar ook de informele verbanden van collega s en beroepsgenoten buiten het werk, losse groepjes op de grens van verenigingsleven in privé-sfeer, de virtual communities van het internet etc. etc. TAAKSTELLING De verspreiding van het vrijwillig associëren in andere maatschappelijke sferen is een belangwekkende ontwikkeling voor de civil society in de brede zin, maar geen reden om aangaande de civil society in smalle zin te volstaan met de luchtige signalering van een oplossing. Ten eerste behouden zelfstandige verenigingen en verenigingsleven een grote waarde. Verenigingen als stabiele vrijwillige associaties buiten de sfeer van werk en publieke dienstverlening zijn ook in onze maatschappij nog steeds een belangrijke voorwaarde voor collectieve reflectie en machtsvorming. De media en het optreden van nationale belangengroepen bieden daarvoor een onvoldoende alternatief. Helemaal los van onze opinie over protesten tegen het huidige beleid van uitzetting van afgewezen asielzoekers, dat dergelijk protest georganiseerd kan worden is van groot democratisch belang. Protest organiseren lijkt vooral daar te lukken waar een infrastructuur is van verenigingsleven (met name van kerkelijk leven?). In een eerder onderzoek naar niet-stemmers viel het me op hoe bevredigend het voor mensen, met name lageropgeleiden, kan zijn om in focusgroepen te praten met onbekende medeburgers met wie men zowel zorgen over de maatschappij als onzekerheid over de eigen kennis van politiek en ingewikkelde staatszaken blijkt te delen. Al pratend kan zich hier politieke betrok- 19

20 kenheid ontwikkelen die heel wat groter en civieler zal zijn dan de betrokkenheid die zich in huiselijke kring soms ontwikkelt bij het bekijken van politici op tv. De omgang met relatief onbekenden is ook vaak een positieve ervaring bij de deelname aan verenigingsactiviteiten en vrijwilligerswerk. Verenigingsleven kan worden gezien als wat economen een merit good noemen: geheel vrijgelaten consumeren de mensen er minder van dan goed voor ze is en ze achteraf positief zouden waarderen. Ten tweede zou men zich niet bij voorbaat neer moet leggen bij een geringe bijdrage van vrijwillige associaties aan de vorming van sociaal kapitaal en publieke opinie(s). Als we die veronderstelde effecten belangrijk vinden kunnen ze ook als doelstellingen worden geformuleerd. De vraag is dan niet wat doorgaans tot de civil society gerekende organisaties thans gemiddeld opleveren, maar hoe ze meer kunnen bijdragen aan gemeenschapsvorming, wederzijdse zorg, de integratie van nieuwe bevolkingsgroepen, de stimulering van discussies over maatschappelijke problemen of het toerusten van leden voor de bemoeienis met de politiek. TOT BESLUIT Van de hypothese dat de civil society als maatschappelijke sfeer van vrijwillige associaties bijdraagt aan een beschaafde samenleving gingen we in dit artikel naar de hypothese dat de bestaande civil society een grote bijdrage levert aan de vorming van publieke opinie en sociaal kapitaal, verwierpen die hypothese en gingen over tot de wenselijkheid van versterking van vrijwillige associaties die dat wel doen. Over de relatie tussen empirische civil society en idealen van de civil society in bredere zin is ongetwijfeld meer te berichten dan hier gebeurde aan de hand van kwantitatief sociaal-wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van participatie in organisaties op zaken als sociaal vertrouwen en politieke betrokkenheid. Ik zou er echter wel voor willen pleiten om in de traditie van eeuwen denken over de civil society de spanningsverhouding tussen de civil society als maatschappelijke sfeer en de civil society als ideaal van een hele maatschappij te laten bestaan. Er is voldoende reden om het ideaal van de civil society in brede zin juist dichterbij te willen brengen door veranderingen in de civil society in smalle zin en daarop ook meer onderzoek te richten. Een conceptualisering waarbij verbanden en activiteiten tot de civil society worden gerekend, afhankelijk van de vraag of ze leveren wat van de civil society mag worden verwacht op basis van filosofische inzichten of levensbeschouwelijke en politieke voorkeuren, lijkt me niet productief. Daarom ben ik het ook niet eens met de door Van Harskamp in zijn oratie-essay (p.28) verdedigde keuze voor een uitsluitend normatieve invulling van de civil society als samenleven op basis van zorgend, solidair en onbaatzuchtig handelen. Als omschrijving van de civil society in brede zin kan men hiervoor kiezen (zelf zou ik nog iets hebben opgenomen over betrokkenheid bij de politiek en de grote wereld), maar de empirische civil society als maatschappelijke sfeer wordt hier te gemakkelijk afgeschreven. Overigens keert die aan het einde van Van Harskamps essay toch weer verrassend terug als hij concludeert dat de staat, de markt en kleinschalige gemeenschappen geen goede voedingsbodem voor het ontstaan van civil society zijn. Zo blijft over, dat civil society vermoedelijk het gemakkelijkst kan ontstaan in het domein waar de vrijwillige associaties do- 20

Voorwoord 9. Inleiding 11

Voorwoord 9. Inleiding 11 inhoud Voorwoord 9 Inleiding 11 deel 1 theorie en geschiedenis 15 1. Een omstreden begrip 1.1 Inleiding 17 1.2 Het probleem van de definitie 18 1.3 Kenmerken van de representatieve democratie 20 1.4 Dilemma

Nadere informatie

Wat is op deze vragen jullie antwoord? (antwoord)

Wat is op deze vragen jullie antwoord? (antwoord) Inleiding De kerkenraad heeft u tot twee keer toe bekend gemaakt dat een aantal broers benoemd is tot ouderling en diaken van onze gemeente. Het zijn (namen). Daarmee is ook ruimte gegeven om eventueel

Nadere informatie

Wat is realiteit? (interactie: vraagstelling wie er niet gelooft en wie wel)

Wat is realiteit? (interactie: vraagstelling wie er niet gelooft en wie wel) Wat is realiteit? De realiteit is de wereld waarin we verblijven met alles wat er is. Deze realiteit is perfect. Iedere mogelijkheid die we als mens hebben wordt door de realiteit bepaald. Is het er, dan

Nadere informatie

Plaatsingslijst van het archief G.J. Sizoo

Plaatsingslijst van het archief G.J. Sizoo 525 Plaatsingslijst van het archief G.J. Sizoo (1920-1994) Samengesteld door drs. A.C. Flipse en mw. drs.i. Kiel Hartog Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme (1800-heden) Vrije

Nadere informatie

Bij Mattheus 5 : 13-16 - Zout en licht Laat ons het zout der aarde zijn, het licht der wereld, klaar en rein,

Bij Mattheus 5 : 13-16 - Zout en licht Laat ons het zout der aarde zijn, het licht der wereld, klaar en rein, 9 februari 2014 Bij Mattheus 5 : 13-16 - Zout en licht Laat ons het zout der aarde zijn, het licht der wereld, klaar en rein, Misschien heeft u bij het zingen van dit lied ook altijd wel een wat dubbel

Nadere informatie

Reality Reeks Verwerkingsopdrachten. Mooi meisje Verliefd op een loverboy

Reality Reeks Verwerkingsopdrachten. Mooi meisje Verliefd op een loverboy Reality Reeks Verwerkingsopdrachten Mooi meisje Verliefd op een loverboy Lees blz. 3. Woont Laura in de stad of op het platteland? Hoe weet je dat? Lees blz. 5 en 7. Woont Laura s oma al lang op de boerderij?

Nadere informatie

wat is passend? naar aanleiding van Paulus brief aan de Kolossenzen wil ik dat uitwerken voor 4 categorieën vier kringen

wat is passend? naar aanleiding van Paulus brief aan de Kolossenzen wil ik dat uitwerken voor 4 categorieën vier kringen vandaag wil ik dit gebod toepassen op het geloofsgesprek onderwerp van de gemeenteavond komende week onze overtuiging is dat zulke gesprekken hard nodig zijn voor de opbouw van onze gemeente tegelijk is

Nadere informatie

Bewijzen voor een atheïst dat Allah (God) bestaat

Bewijzen voor een atheïst dat Allah (God) bestaat Bewijzen voor een atheïst dat Allah (God) bestaat [لونلدية - dutch [nederlands - dr. Zakir Naik revisie: Yassien Abo Abdillah bron: www.uwkeuze.net, geprikt door broeder Hamid 2014-1435 إثبات وجود االله

Nadere informatie

Oplossingsgerichte vragen (Het Spel van Oplossingen IKB & TS)

Oplossingsgerichte vragen (Het Spel van Oplossingen IKB & TS) Oplossingsgerichte vragen (Het Spel van Oplossingen IKB & TS) Stel dat dat (te grote wonder) gebeurt, ik betwijfel of dat zal gebeuren, maar stel je voor dat, wat zou je dan doen dat je nu niet doet? (p36)

Nadere informatie

Ik noem een paar sleutels die in veel sloten passen [dia 1 titel]:

Ik noem een paar sleutels die in veel sloten passen [dia 1 titel]: Preek over HC zondag 31 GEMEENTE VAN JEZUS CHRISTUS, GASTEN EN LUISTERAARS, Iedereen weet wel dat je sleutels hebt in verschillende soorten. Aan het soort sleutel kan je vaak al zien voor welk doel je

Nadere informatie

Van mij. Een gezicht is geen muur. Jan Bransen, Universiteit Utrecht

Van mij. Een gezicht is geen muur. Jan Bransen, Universiteit Utrecht [Gepubliceerd in Erik Heijerman & Paul Wouters (red.) Praktische Filosofie. Utrecht: TELEAC/NOT, 1997, pp. 117-119.] Van mij Een gezicht is geen muur Jan Bransen, Universiteit Utrecht Wij hechten veel

Nadere informatie

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding

STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING. Inleiding STIJLEN VAN BEÏNVLOEDING Inleiding De door leidinggevenden gehanteerde stijlen van beïnvloeding kunnen grofweg in twee categorieën worden ingedeeld, te weten profileren en respecteren. Er zijn twee profilerende

Nadere informatie

zondagmorgen 14 november 2010 Welkomkerk ds. W.H. Hendriks-Vogelaar

zondagmorgen 14 november 2010 Welkomkerk ds. W.H. Hendriks-Vogelaar Gemeente van de Heer Jezus Christus, Jongeren, ouderen, kinderen van God, Zoals ik voor de lezing al gezegd heb; het gaat vanmorgen niet over trouwen of getrouwd zijn, dat is alleen een voorbeeld verhaal.

Nadere informatie

Ideeën presenteren aan sceptische mensen. Inleiding. Enkele begrippen vooraf

Ideeën presenteren aan sceptische mensen. Inleiding. Enkele begrippen vooraf Ideeën presenteren aan sceptische mensen Inleiding Iedereen heeft wel eens meegemaakt dat het moeilijk kan zijn om gehoor te vinden voor informatie of een voorstel. Sommige mensen lijken er uisluitend

Nadere informatie

T A S K. Wim Dubbink. Winst & Verlies. over zelfverbetering en morele excuses TASK. 13 mei 2015

T A S K. Wim Dubbink. Winst & Verlies. over zelfverbetering en morele excuses TASK. 13 mei 2015 T A S K Wim Dubbink 13 mei 2015 Winst & Verlies over zelfverbetering en morele excuses Waarom is een wethouder corrupt? Waarom schendt een Tweede Kamerlid de integriteitsregels? Waarom speculeert een directeur

Nadere informatie

WERKBLADEN Seksuele intimidatie

WERKBLADEN Seksuele intimidatie WERKBLADEN Seksuele intimidatie 1 Waarom dit boekje? 1.1 Zet een rondje om het goede antwoord. Seksuele intimidatie komt vaak voor. Ja Nee Seksuele intimidatie komt weinig voor. Ja Nee Mannen worden vaker

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE INTEGRITEITSCODE SPVOZN

INHOUDSOPGAVE INTEGRITEITSCODE SPVOZN Integriteitscode Stichting Primair en Voortgezet Onderwijs Zuid-Nederland Vastgesteld op 17 februari 2014 1 INHOUDSOPGAVE INTEGRITEITSCODE SPVOZN 1 Inleiding... 3 2 Wie vallen er onder de code?... 3 3

Nadere informatie

PvdA Amsterdam, 7 mei 2012

PvdA Amsterdam, 7 mei 2012 PvdA Amsterdam, 7 mei 2012 Ten geleide Voor de Partij van de Arbeid geldt wet en regel én onze eigen moraal van soberheid en dienstbaarheid. In ons dagelijks politiek handelen laten wij ons daar door leiden.

Nadere informatie

Geloven is vertrouwen. Ik geloof het wel. de waarheid omtrent iets of iemand aannemen. Over het

Geloven is vertrouwen. Ik geloof het wel. de waarheid omtrent iets of iemand aannemen. Over het Geloven Geloven is vertrouwen GGeloven is ten diepste je vertrouwen hechten aan iets of iemand, de waarheid omtrent iets of iemand aannemen. Over het geloven in God zegt de Bijbel: Het geloof is de vaste

Nadere informatie

project: Trends en actualiteit in de Jeugdzorg

project: Trends en actualiteit in de Jeugdzorg project: Trends en actualiteit in de Jeugdzorg Colofon Uitgeverij Edu Actief b.v. Meppel Postbus 1056 7940 KB Meppel Tel.: 0522-235235 Fax: 0522-235222 E-mail: info@edu-actief.nl Internet: www.edu-actief.nl

Nadere informatie

ELSEVIER HULP BIJ STUDIEKEUZE

ELSEVIER HULP BIJ STUDIEKEUZE ELSEVIER HULP BIJ STUDIEKEUZE Naam:... Klas:... Stap : Wat Kan ik? Voor welke vakken haal(de) je de hoogste cijfers op school? Aardrijkskunde Algemene natuurwetenschappen Bewegen, sport en maatschappij

Nadere informatie

Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 4

Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 4 Toelichting bij de Korte Verhandeling van Spinoza Nummer 4 Deel 1, Hoofdstuk 3 Dat de Natuur de oorzaak is. Rikus Koops 15 juni 2012 Versie 1.0 In de vorige toelichting heb ik de organisatie van de Natuur

Nadere informatie

Preek over de opdracht: Laat de Geest u vervullen (Efeziërs 5:18b) Van drs Ton de Ruiter. Lees vooraf eerst: Efeziërs 5:1,2 en 5:15-33 en 6:1-10

Preek over de opdracht: Laat de Geest u vervullen (Efeziërs 5:18b) Van drs Ton de Ruiter. Lees vooraf eerst: Efeziërs 5:1,2 en 5:15-33 en 6:1-10 Preek over de opdracht: Laat de Geest u vervullen (Efeziërs 5:18b) Van drs Ton de Ruiter. Lees vooraf eerst: Efeziërs 5:1,2 en 5:15-33 en 6:1-10 Bedrinkt u niet (5:18a) is duidelijk een opdracht waar we

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2010 - II

Eindexamen filosofie vwo 2010 - II Opgave 2 Religie in een wetenschappelijk universum 6 maximumscore 4 twee redenen om gevoel niet te volgen met betrekking tot ethiek voor Kant: a) rationaliteit van de categorische imperatief en b) afzien

Nadere informatie

Relaties. HDYO heeft meer informatie beschikbaar over de Ziekte van Huntington voor jongeren, ouders en professionals op onze website: www.hdyo.

Relaties. HDYO heeft meer informatie beschikbaar over de Ziekte van Huntington voor jongeren, ouders en professionals op onze website: www.hdyo. Relaties HDYO heeft meer informatie beschikbaar over de Ziekte van Huntington voor jongeren, ouders en professionals op onze website: www.hdyo.org Relaties kunnen een belangrijke rol spelen bij het omgaan

Nadere informatie

1. Met andere ogen. Wetenschap en levensbeschouwing. De wereld achter de feiten

1. Met andere ogen. Wetenschap en levensbeschouwing. De wereld achter de feiten 1. Met andere ogen Wetenschap en levensbeschouwing De wereld achter de feiten Dit boek gaat over economie. Dat is de wetenschap die mensen bestudeert in hun streven naar welvaart. Het lijkt wel of economie

Nadere informatie

Opgave 1 Heeft het vrijwilligerswerk toekomst?

Opgave 1 Heeft het vrijwilligerswerk toekomst? Opgave 1 Heeft het vrijwilligerswerk toekomst? Bij deze opgave horen tekst 1 en 2 en de tabellen 1 tot en met 3 uit het bronnenboekje. Inleiding In Nederland zijn ruim 4 miljoen mensen actief in het vrijwilligerswerk.

Nadere informatie

Zelfonderzoek voor de Groep met behulp van de tradities

Zelfonderzoek voor de Groep met behulp van de tradities Zelfonderzoek voor de Groep met behulp van de tradities De Twaalf Tradities zijn voor de groep wat de stappen zijn voor het individu. De tradities helpen om het programma van herstel levend en succesvol

Nadere informatie

Wie wil geen vervuld leven? 7 Een comfortabel leven 11 Een gezond leven 17 Een leven in geluk en liefde 23 Liefde beoefenen 29 Oefen je binnenwereld

Wie wil geen vervuld leven? 7 Een comfortabel leven 11 Een gezond leven 17 Een leven in geluk en liefde 23 Liefde beoefenen 29 Oefen je binnenwereld Wie wil geen vervuld leven? 7 Een comfortabel leven 11 Een gezond leven 17 Een leven in geluk en liefde 23 Liefde beoefenen 29 Oefen je binnenwereld meer liefde 39 Oefen je met de buitenwereld meer evenwicht

Nadere informatie

Is het God die ons veroordeeld of doen wij dat zelf?

Is het God die ons veroordeeld of doen wij dat zelf? Is het God die ons veroordeeld of doen wij dat zelf? 1. Hoe ontstaat de manier waarop je naar jezelf kijkt? 2. Wie is God? 3. Wat is DE Waarheid over onszelf? 4. Wie worden er door God wel veroordeeld?

Nadere informatie

Cynisme over de politiek

Cynisme over de politiek Cynisme over de politiek Een profiel van ontevreden burgers Dr. Pieter van Wijnen Waar mensen samenleven, zijn verschillende wensen en belangen. Een democratische samenleving heeft als doel dat politici

Nadere informatie

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen

logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon geen logoocw De heer prof. dr. F. P. van Oostrom Den Haag Ons kenmerk 26 mei 2005 ASEA/DIR/2005/23876 Onderwerp Taakopdracht voor de commissie Ontwikkeling Nederlandse Canon Bijlage(n) geen Geachte heer Van

Nadere informatie

Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl)

Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl) Nederlands (nieuwe stijl) en Nederlands, leesvaardigheid (oude stijl) Examen VWO Vragenboekje Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 19 mei 9.00 12.00 uur 20 03 Voor dit examen zijn

Nadere informatie

KONING ARTHUR visie en organisatieprincipes

KONING ARTHUR visie en organisatieprincipes KONING ARTHUR visie en organisatieprincipes Ed Knies Koning Arthur; visie en organisatieprincipes Welkom Dit boek is een moreel boek voor professionals. Met moreel bedoelen we dat er binnen organisaties

Nadere informatie

ELSEVIER HULP BIJ STUDIEKEUZE

ELSEVIER HULP BIJ STUDIEKEUZE ELSEVIER HULP BIJ STUDIEKEUZE Naam:... Klas:... Stap : Wat Kan ik? Voor welke vakken haal(de) je de hoogste cijfers op school? Aardrijkskunde Algemene natuurwetenschappen Bewegen, sport en maatschappij

Nadere informatie

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I

Eindexamen filosofie vwo 2011 - I Opgave 2 Religieus recht 7 maximumscore 2 een beargumenteerd standpunt over de vraag of religieuze wetgeving en rechtspraak voor bepaalde bevolkingsgroepen tot cultuurrelativisme leidt 1 een uitleg van

Nadere informatie

ONOPGEEFBAAR VERBONDEN

ONOPGEEFBAAR VERBONDEN Simon Schoon ONOPGEEFBAAR VERBONDEN Op weg naar vernieuwing in de verhouding tussen de kerk en het volk Israël Aan de pioniers uit de begintijd en aan de huidige bewoners van Nes Ammim in Israël inhoud

Nadere informatie

Hartstocht voor je financiën

Hartstocht voor je financiën INHOUDSOPGAVE 1. Hartstocht voor je financiën................................ 5 2. Geld!...................................................... 7 3. De wet van de geleidelijke groei............................

Nadere informatie

ELSEVIERS HULP BIJ STUDIEKEUZE

ELSEVIERS HULP BIJ STUDIEKEUZE ELSEVIERS HULP BIJ STUDIEKEUZE Naam:... Klas:... STAP : WAT KAN IK? Voor welke vakken haal(de) je de hoogste cijfers op school? Aardrijkskunde Algemene natuurwetenschappen Bewegen, sport en maatschappij

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) onderhoudt middels de organisaties Kerk in Actie (KiA) en ICCO Alliantie contacten met partners in Brazilië. Deze studie verkent de onderhandelingen

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

[IN 3 STAPPEN JE EX TERUG.]

[IN 3 STAPPEN JE EX TERUG.] 2011 Life Coach Désirée Snelling Berg Desirée [IN 3 STAPPEN JE EX TERUG.] Leer de technieken om met behulp van je onderbewuste en het universum je ex weer terug te krijgen. Inleiding Het is geen geheim

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76

INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76 INHOUDSOPGAVE 5 DEEL I KENNIS... 6 DEEL II WETENSCHAP... 76 Vergeten... 7 Filosofie... 9 Een goed begin... 11 Hoofdbreker... 13 Zintuigen... 15 De hersenen... 17 Zien... 19 Geloof... 21 Empirie... 23 Ervaring...

Nadere informatie

Het huis van de angst en het huis van de liefde Preek van Jos Douma over Romeinen 8:15

Het huis van de angst en het huis van de liefde Preek van Jos Douma over Romeinen 8:15 Het huis van de angst en het huis van de liefde Preek van Jos Douma over Romeinen 8:15 U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen

Nadere informatie

11 De ontdekking van de mens en de wereld - internet oefentoets

11 De ontdekking van de mens en de wereld - internet oefentoets 11 De ontdekking van de mens en de wereld - internet oefentoets Opdracht 1 Wat is de Sokratische methode? Opdracht 2 Waarom werd Sokrates gedwongen de gifbeker te drinken? Opdracht 3 Waarom zijn onze zintuigen

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer vwo 2008-I

Eindexamen maatschappijleer vwo 2008-I Opgave 1 Tbs ter discussie 1 maximumscore 2 beveiliging van de samenleving Voorbeeld van juiste toelichting bij beveiliging van de samenleving: In de tekst staat dat er steeds minder mensen uitstromen

Nadere informatie

Deel het leven Johannes 4:1-30 & 39-42 7 december 2014 Thema 4: Gebroken relaties

Deel het leven Johannes 4:1-30 & 39-42 7 december 2014 Thema 4: Gebroken relaties Preek Gemeente van Christus, Het staat er een beetje verdwaald in dit hoofdstuk De opmerking dat ook Jezus doopte en leerlingen maakte. Het is een soort zwerfkei, je leest er ook snel overheen. Want daarna

Nadere informatie

De schaduwzijde van de spotlights

De schaduwzijde van de spotlights De schaduwzijde van de spotlights Deze lesbundel hoort bij de training Omgaan met agressie in het politieke ambt, van het Periklesinstituut. Eerste druk, mei 2015 Aan de totstandkoming van deze uitgave

Nadere informatie

De diep verstandelijk gehandicapte medemens

De diep verstandelijk gehandicapte medemens De diep verstandelijk gehandicapte medemens Eerste druk, mei 2012 2012 Wilte van Houten isbn: 978-90-484-2352-1 nur: 895 Uitgever: Free Musketeers, Zoetermeer www.freemusketeers.nl Hoewel aan de totstandkoming

Nadere informatie

NIEUWE ONTDEKKINGEN IN DE NEUROLOGIE BEWIJZEN WAT PSYCHOLOGEN ALLANG WETEN

NIEUWE ONTDEKKINGEN IN DE NEUROLOGIE BEWIJZEN WAT PSYCHOLOGEN ALLANG WETEN NIEUWE ONTDEKKINGEN IN DE NEUROLOGIE BEWIJZEN WAT PSYCHOLOGEN ALLANG WETEN FRISSE IDEEËN VOOR ADVIES- EN VERKOOPGESPREKKEN VAN ICT SPECIALISTEN We are not thinking-machines, we are feeling-machines that

Nadere informatie

Rapport nr. 633, december2013. Drs. Joris Kregting

Rapport nr. 633, december2013. Drs. Joris Kregting Rapport nr. 6, december201 Drs. Joris Kregting 2.1 Inleiding en bronnen 2.2 Katholieken 8 2. Normen en waarden en de kerk 9 2. Het gebruik van voorbehoedsmiddelen 10 2.5 Huwelijk en samenwonen van homoseksuelen

Nadere informatie

Info. Aanraken, knuffelen en meer... Informatie voor cliënten. Expertisecentrum voor epilepsie en slaapgeneeskunde

Info. Aanraken, knuffelen en meer... Informatie voor cliënten. Expertisecentrum voor epilepsie en slaapgeneeskunde Info Aanraken, knuffelen en meer... Informatie voor cliënten Expertisecentrum voor epilepsie en slaapgeneeskunde Inhoud INHOUD 1. Waar gaat het over 3 2. Aanraken 4 3. Hoe noem jij dat? 5 4. Baas over

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Voorwoord 5. Inleiding 11

Inhoudsopgave. Voorwoord 5. Inleiding 11 Inhoudsopgave Voorwoord 5 Inleiding 11 1 Eerste verkenning 15 1.1 Waarom is kennis van religie belangrijk voor journalisten? 16 1.2 Wat is religie eigenlijk? 18 1.2.1 Substantieel en functioneel 18 1.2.2

Nadere informatie

Naar een beleidsplan voor de PG Lemmer

Naar een beleidsplan voor de PG Lemmer Naar een beleidsplan voor de PG Lemmer Inleiding In de komende maanden willen we als kerkenraad een beleidsplan opstellen voor de komende vijf jaar. Iedereen die op dit moment op de één of andere manier

Nadere informatie

Zo verleid je de vrouw van je dromen! UITGELEKT Pagina 1

Zo verleid je de vrouw van je dromen! UITGELEKT Pagina 1 Zo verleid je de vrouw van je dromen! UITGELEKT Pagina 1 Hoofdstuk 5: Hoe Je De Kans Op Success Verruïneerd De Vijf Dodelijke Misvattingen Eén van de manieren om je kansen op succes gegarandeerd te verruïneren

Nadere informatie

God bestaat en Hij is belangrijk We hebben God nodig in ons leven Jezus: Zijn leven Jezus: Zijn dood Jezus: Zijn opstanding De Heilige Geest

God bestaat en Hij is belangrijk We hebben God nodig in ons leven Jezus: Zijn leven Jezus: Zijn dood Jezus: Zijn opstanding De Heilige Geest Basiscursus Christelijk geloof Module 1 Les 1: Les 2: Les 3: Les 4: Les 5: Les 6: Les 7: Les 8: God bestaat en Hij is belangrijk We hebben God nodig in ons leven Jezus: Zijn leven Jezus: Zijn dood Jezus:

Nadere informatie

Schets 3 Een onmogelijke opdracht

Schets 3 Een onmogelijke opdracht Schets 3 Een onmogelijke opdracht A. Doel 1. Betekenis benoemen. Ook dit wonder is een teken dat heenwijst naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. De Heere Jezus laat zien dat Hij gekomen is om te behouden.

Nadere informatie

rome van je De Sleutels Dit is een uitgave van:

rome van je De Sleutels Dit is een uitgave van: Dit is een uitgave van: ITIP school voor leven en werk Marspoortstraat 16 7201 JC Zutphen Telefoon: 0575-510 850 E-mail: opleiding@itip.nl Website: www.itip.nl De Sleutels rome van je Ik hou van de mystieke

Nadere informatie

1Communicatie als. containerbegrip

1Communicatie als. containerbegrip 1Communicatie als containerbegrip Als medisch specialist is communiceren onlosmakelijk verbonden met het uitoefenen van uw professie. Niet alleen hebt u contact met uw patiënten, maar ook met diverse professionals

Nadere informatie

Over een relatie met een (ex-)zorgvrager. Aanvulling bij Omgaan met aspecten van seksualiteit tijdens de beroepsuitoefening

Over een relatie met een (ex-)zorgvrager. Aanvulling bij Omgaan met aspecten van seksualiteit tijdens de beroepsuitoefening Over een relatie met een (ex-)zorgvrager Aanvulling bij Omgaan met aspecten van seksualiteit tijdens de beroepsuitoefening 1 Inleiding In 2011 heeft de V&VN Commissie Ethiek de notitie Omgaan met aspecten

Nadere informatie

Breuken met letters WISNET-HBO. update juli 2013

Breuken met letters WISNET-HBO. update juli 2013 Breuken met letters WISNET-HBO update juli 2013 De bedoeling van deze les is het repeteren met pen en papier van het werken met breuken. Steeds wordt bij gebruik van letters verondersteld dat de noemers

Nadere informatie

de Beste Studiekeuze Aanpak

de Beste Studiekeuze Aanpak de Beste Studiekeuze Aanpak Welk pad kies jij? Zelkennis is vaag pagina 3,4 Waar sta jij nu? Ontdek jouw volgende stap pagina 5,6 Hoe kom ik erachter wat ik wil? 3 bronnen voor zelfkennis pagina 7 Concreet

Nadere informatie

Casus Seksuele handelingen als zorgvraag: directe aanpassing beroepscode?

Casus Seksuele handelingen als zorgvraag: directe aanpassing beroepscode? Casus Seksuele handelingen als zorgvraag: directe aanpassing beroepscode? 1. Inleiding In de media was de afgelopen weken uitgebreid aandacht voor de casus van de studente verpleegkunde die geacht werd

Nadere informatie

WAAROM KATHOLIEK ONDERWIJS? Frans Holtkamp

WAAROM KATHOLIEK ONDERWIJS? Frans Holtkamp WAAROM KATHOLIEK ONDERWIJS? Frans Holtkamp Waarom katholiek onderwijs, door: Frans Holtkamp (versie: 13-11-2009) 1 WAAROM KATHOLIEK ONDERWIJS? Deze bijlage bestaat uit twee delen: een leestekst en een

Nadere informatie

Dubbele identiteit. Anja Bekink! Samenwerking: het CJG van ons allen of ieder voor zich? Door:

Dubbele identiteit. Anja Bekink! Samenwerking: het CJG van ons allen of ieder voor zich? Door: Dubbele identiteit Samenwerking: het CJG van ons allen of ieder voor zich? Door: Programma Welke dubbele identiteit? Wil niet of kan niet? De casus & de cirkel The Matrix & de Verrassingen De professional

Nadere informatie

OR & VERGADEREN VARIATIE EN VERRASSING HOUDEN DE. Richard Broer trainer/adviseur VERGADERAARS ALERT!

OR & VERGADEREN VARIATIE EN VERRASSING HOUDEN DE. Richard Broer trainer/adviseur VERGADERAARS ALERT! 1 OR & VERGADEREN VARIATIE EN VERRASSING HOUDEN DE VERGADERAARS ALERT! Richard Broer trainer/adviseur IS VERGADEREN HET JUISTE INSTRUMENT? 2 Ja! Iedereen tegelijk op de hoogte Korte tijd nodig Synergetische

Nadere informatie

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Algemene vorming op het einde van de derde graad secundair onderwijs Voor de sociale

Nadere informatie

COLUMN VERBINDEND EN ONDERWIJSKUNDIG LEIDERSCHAP NATIONAAL ONDERWIJSDEBAT 9 OKTOBER 2008 HARRIE AARDEMA, CONCEPT 071008

COLUMN VERBINDEND EN ONDERWIJSKUNDIG LEIDERSCHAP NATIONAAL ONDERWIJSDEBAT 9 OKTOBER 2008 HARRIE AARDEMA, CONCEPT 071008 Ik zie mijn inleiding vooral als een opwarmer voor de discussie. Ik ga daarom proberen zo veel mogelijk vragen op te roepen, waar we dan straks onder leiding van Wilma Borgman met elkaar over kunnen gaan

Nadere informatie

HANDLEIDING OPZETTEN BELEID TER VOORKOMING EN BESTRIJDING VAN ONGEWENST GEDRAG

HANDLEIDING OPZETTEN BELEID TER VOORKOMING EN BESTRIJDING VAN ONGEWENST GEDRAG HANDLEIDING OPZETTEN BELEID TER VOORKOMING EN BESTRIJDING VAN ONGEWENST GEDRAG INHOUD 0. ALGEMEEN 3 Wat is de bedoeling van het beleid voor ongewenst gedrag? 3 Voor wie? 3 Hoe pak je het aan? 3 1. MAATREGELEN

Nadere informatie

Ik kan winnen, maar ik ben ook klaar om te verliezen

Ik kan winnen, maar ik ben ook klaar om te verliezen Ik kan winnen, maar ik ben ook klaar om te verliezen Over het formuleren van doelstellingen vanuit NLP (Neuro Lingustisch Programmeren) ging mijn artikel in de vorige Eekhoorn. NLP houdt zich vooral bezig

Nadere informatie

1 Korintiërs 12 : 27. dia 1

1 Korintiërs 12 : 27. dia 1 1 Korintiërs 12 : 27 kerk in deze (21 e ) eeuw een lastige combinatie? want juist in deze tijd hoor je veel mensen zeggen: ik geloof wel in God maar niet in de kerk kerk zijn lijkt niet meer van deze tijd

Nadere informatie

HC zd. 42 nr. 31. dia 1

HC zd. 42 nr. 31. dia 1 HC zd. 42 nr. 31 weinig mensen zullen zeggen dat ze leven voor het geld geld maakt niet gelukkig toch zeggen we er graag achteraan: wel handig als je het hebt want waar leef ik voor? een christen mag zeggen:

Nadere informatie

Liefde. De sociale leer van de Kerk

Liefde. De sociale leer van de Kerk Liefde De sociale leer van de Kerk De sociale leer van de Kerk Over de liefde Het evangelie roept ons op om ons in te zetten voor onze naasten. Maar hoe weet je nu wat er gedaan moet worden, zeker in een

Nadere informatie

Maatschappijleer in kernvragen en -concepten

Maatschappijleer in kernvragen en -concepten Maatschappijleer in kernvragen en -concepten Deel I Kennis van de benaderingswijzen, het formele object Politiek-juridische concepten Kernvraag 1: Welke basisconcepten kent de politiek-juridische benaderingswijze?

Nadere informatie

Tot een geloofsgesprek komen. I Ontmoeten

Tot een geloofsgesprek komen. I Ontmoeten Tot een geloofsgesprek komen I Ontmoeten Het geloofsgesprek vindt plaats in een ontmoeting. Allerlei soorten ontmoetingen. Soms kort en eenmalig, soms met mensen met wie je meer omgaat. Bij de ontmoeting

Nadere informatie

HC zd. 22 nr. 32. dia 1

HC zd. 22 nr. 32. dia 1 HC zd. 22 nr. 32 een spannend onderwerp als dit niet waar is, valt alles duigen of zoals Paulus het zegt in 1 Kor. 15 : 19 als wij alleen voor dit leven op Christus hopen zijn wij de beklagenswaardigste

Nadere informatie

Commentaar. Wetenschappelijke rechtsfilosofie?

Commentaar. Wetenschappelijke rechtsfilosofie? Commentaar Wetenschappelijke rechtsfilosofie? Jaap Hage* 1. Hoe het met andere lezers van dit tijdschrift staat weet ik niet, maar zelf heb ik het gevoel dat er aan veel bijdragen in R&R en aan rechtsfilosofische

Nadere informatie

U schrijft ook dat wij Belgen bang zijn voor elkaar. Hoezo?

U schrijft ook dat wij Belgen bang zijn voor elkaar. Hoezo? Wablieft praat met Paul Verhaeghe De maatschappij maakt mensen ziek Materieel hebben we het nog nooit zo goed gehad. De meesten van ons hebben een inkomen, een dak boven ons hoofd Toch voelen veel mensen

Nadere informatie

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over,

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over, 3F Wat is vriendschap? 1 Iedereen heeft vrienden, iedereen vindt het hebben van vrienden van groot belang. Maar als we proberen uit te leggen wat vriendschap precies is staan we al snel met de mond vol

Nadere informatie

Een boog van solidariteit: vrijwilligerswerk

Een boog van solidariteit: vrijwilligerswerk Een boog van solidariteit: vrijwilligerswerk Inleiding De tekst die voor jou ligt, verduidelijkt onze visie bij het organiseren van vrijwilligerswerk in het buitenland. We sturen je niet zo maar naar het

Nadere informatie

Huwelijk en samenwonen, echtscheiding en hertrouwen, gemengde relaties

Huwelijk en samenwonen, echtscheiding en hertrouwen, gemengde relaties Huwelijk en samenwonen, echtscheiding en hertrouwen, gemengde relaties Een beleidsplan van de kerkenraad van de Vrije Evangelische Gemeente te Oldebroek Inleiding Het huwelijk staat in onze tijd onder

Nadere informatie

Inhoudsopgave. Voorwoord 7 Inleiding 11

Inhoudsopgave. Voorwoord 7 Inleiding 11 Inhoudsopgave Voorwoord 7 Inleiding 11 1 Gevoel en verstand in de liefde 15 2 De partnerkeuze 21 3 Mythes over de liefde 29 4 De liefde ontraadseld 35 5 Verbetering begint bij jezelf 43 6 De vaardigheden

Nadere informatie

SEKSUEEL GRENSOVERSCHRIJDEND GEDRAG in en om de school. Oka Storms Ben Serkei

SEKSUEEL GRENSOVERSCHRIJDEND GEDRAG in en om de school. Oka Storms Ben Serkei SEKSUEEL GRENSOVERSCHRIJDEND GEDRAG in en om de school Oka Storms Ben Serkei Wat gaan we doen? * Achtergronden seksualiteit * Invloed beeldcultuur en gevolgen * Oefening Wat is grensoverschrijdend? * Seksueel

Nadere informatie

Spiegeltje, spiegeltje in het land, wat is er in mijn wereldje aan de hand? Een persoonlijk verhaal over leven met diabetes

Spiegeltje, spiegeltje in het land, wat is er in mijn wereldje aan de hand? Een persoonlijk verhaal over leven met diabetes Spiegeltje, spiegeltje in het land, wat is er in mijn wereldje aan de hand? Een persoonlijk verhaal over leven met diabetes Eerste druk, februari 2012 2012 P. Edgar isbn: 978-90-484-2303-3 nur: 402 Uitgever:

Nadere informatie

Theorieboek. Knuffel. Mensen zijn afhankelijk van elkaar, want de mens is een sociaal dier dat het liefst in

Theorieboek. Knuffel. Mensen zijn afhankelijk van elkaar, want de mens is een sociaal dier dat het liefst in 4c Relatie 1 Wat is een relatie? Wanneer je deze vraag aan een aantal verschillende mensen stelt dan zullen zij allen een antwoord geven. Want wat een relatie precies is, is voor ieder persoon verschillend.

Nadere informatie

Kennis, hoe te benaderen en hoe te funderen..? Violette van Zandbeek Social research Datum: 15 april 2011

Kennis, hoe te benaderen en hoe te funderen..? Violette van Zandbeek Social research Datum: 15 april 2011 Kennis, hoe te benaderen en hoe te funderen..? Naam: Violette van Zandbeek Vak: Social research Datum: 15 april 2011 1 Kennis, hoe te benaderen en hoe te funderen..? Als onderdeel van het vak social research

Nadere informatie

Sportfilosofie. Jan Tamboer en Johan Steenbergen. bw Sportfilosofie 2010.indd 3 17-08-2010 10:43:58

Sportfilosofie. Jan Tamboer en Johan Steenbergen. bw Sportfilosofie 2010.indd 3 17-08-2010 10:43:58 Sportfilosofie Jan Tamboer en Johan Steenbergen DAMON bw Sportfilosofie 2010.indd 3 17-08-2010 10:43:58 Woord vooraf De ontstaansgeschiedenis van dit boek voert feitelijk terug tot het voorjaar van 1990.

Nadere informatie

Doorbreek je belemmerende overtuigingen!

Doorbreek je belemmerende overtuigingen! Doorbreek je belemmerende overtuigingen! Herken je het dat je soms dingen toch op dezelfde manier blijft doen, terwijl je het eigenlijk anders wilde? Dat het je niet lukt om de verandering te maken? Als

Nadere informatie

KIJKWIJZER FDN MUSEUM

KIJKWIJZER FDN MUSEUM KIJKWIJZER FDN MUSEUM Welkom in Heerenveen Museum. Hier ontdek je het verhaal van Heerenveen. Je gaat straks kijken naar het Ferdinand Domela Nieuwenhuis Museum. Domela had een duidelijke mening over drank

Nadere informatie

Geloof in alle redelijkheid

Geloof in alle redelijkheid Catholic Voices Geloof in alle redelijkheid beschaafd antwoorden op brandende vragen Austen Ivereigh Kathleen Griffin s-hertogenbosch Oorspronkelijke uitgave: Catholic Voices: Putting the case for the

Nadere informatie

Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling

Tijdschrift Kindermishandeling April 2013 Onderwijsspecial deel 2. 8 tips voor een goed gesprek met je leerling 8 tips voor een goed gesprek met je leerling Edith Geurts voor Tijdschrift Kindermishandeling Het kan zijn dat je als leerkracht vermoedt dat een kind thuis in de knel zit. Bijvoorbeeld doordat je signalen

Nadere informatie

Hoe voorkomen we eergerelateerd geweld?

Hoe voorkomen we eergerelateerd geweld? Hoe voorkomen we eergerelateerd geweld? ARTIKEL - 30 OKTOBER 2015 Het Platform Eer en Vrijheid organiseerde op 8 oktober een landelijke bijeenkomst over eergerelateerd geweld. Hilde Bakker (Kennisplatform

Nadere informatie

Handreiking bij 40 DAGEN GEBED voor groep 4-8 van de basisschool

Handreiking bij 40 DAGEN GEBED voor groep 4-8 van de basisschool Handreiking bij 40 DAGEN GEBED voor groep 4-8 van de basisschool NAAM September 2009 In september en oktober 2009 was de Levend evangelie Gemeente bezig met het onderwerp 40 DAGEN GEBED. Om gemeente breed

Nadere informatie

geloof en wetenschap Prof.dr. Cees Dekker Kavli Institute of NanoScience Delft http://www.mb.tn.tudelft.nl

geloof en wetenschap Prof.dr. Cees Dekker Kavli Institute of NanoScience Delft http://www.mb.tn.tudelft.nl geloof en wetenschap Prof.dr. Cees Dekker Kavli Institute of NanoScience Delft http://www.mb.tn.tudelft.nl Utrecht, 16-6-2006 1. Is het waar, dat recente vondsten in de wetenschap Godsgeloof verzwakken?

Nadere informatie

Januari 2013. Pestprotocol Basisschool de Schrank

Januari 2013. Pestprotocol Basisschool de Schrank Januari 2013 Pestprotocol Basisschool de Schrank Inhoudsopgave 1. Waarom heeft de Schrank een pestprotocol 3 2. Pesten op school 3 3. Signalen van pesten 4 4. Oorzaken van pesten 4 5. Rollen bij pesten

Nadere informatie

WAAROM DIT BOEKJE? VERBODEN

WAAROM DIT BOEKJE? VERBODEN WAAROM DIT BOEKJE? Dit boekje gaat over seksuele intimidatie op het werk. Je hebt te maken met seksuele intimidatie als een collega je steeds aanraakt. Of steeds grapjes maakt over seks. Terwijl je dat

Nadere informatie

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29%

Grafiek 26.1a Het vóórkomen van verschillende vormen van discriminatie in Leiden volgens Leidenaren, in procenten 50% 18% 19% 17% 29% 26 DISCRIMINATIE In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vóórkomen en melden van discriminatie in Leiden en de bekendheid van en het contact met het Bureau Discriminatiezaken. Daarnaast komt aan de orde

Nadere informatie

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.6 Emancipatie en democratisering. Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd?

Tijd van burgers en stoommachines 1800 1900. 8.6 Emancipatie en democratisering. Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd? Onderzoeksvraag: Hoe werd de politiek gedemocratiseerd? Kenmerkende aspecten: * Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politiek proces. * De opkomst van

Nadere informatie

B a s S m e e t s w w w. b s m e e t s. c o m p a g e 1

B a s S m e e t s w w w. b s m e e t s. c o m p a g e 1 B a s S m e e t s w w w. b s m e e t s. c o m p a g e 1 JE ONBEWUSTE PROGRAMMEREN VOOR EEN GEWELDIGE TOEKOMST De meeste mensen weten heel goed wat ze niet willen in hun leven, maar hebben vrijwel geen

Nadere informatie