Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Rapportage Integratiebeleid Etnische Minderheden 2003 Nr. 2 RAPPORTAGE Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Algemene ontwikkelingen Inleiding Demografische ontwikkelingen Stand van zaken integratieproces Toerusting via het onderwijs Toerusting voor en via de arbeidsmarkt Toegankelijkheid Toenadering Falend burgerschap: minderheden in de criminaliteit Opbouw van deze rapportage 19 Hoofdstuk 2 Inburgering Inburgering algemeen Inburgering nieuwkomers Inburgering oudkomers Taskforce Inburgering/Frontoffice Inburgering 23 Hoofdstuk 3 Jeugd en onderwijs Inleiding Kwantitatieve ontwikkelingen primair onderwijs Intercultureel onderwijs Brede scholen Bijzondere aspecten Deelnamecijfers VO Onderwijs aan 16-jarigen en ouder Hoger onderwijs Preventiebeleid allochtone jongeren 37 Hoofdstuk 4 Arbeidsparticipatie en bestrijding werkloosheid Ontwikkelingen en doelstellingen Arbeidsmarktbeleid etnische minderheden Instroom in gezichtsbepalende functies 49 Hoofdstuk 5 Het voorkomen en bestrijden van discriminatie en racisme Inleiding Lokale partners Arbeid Juridische en justitiële aspecten Internationale aspecten bestrijding racisme en discriminatie Overige internationale aspecten 61 Hoofdstuk 6 Communicatie en participatie Inleiding KIEM Cultuur en media Participatie Informatievoorziening en onderzoek 69 Hoofdstuk 7 Overige onderwerpen Gezondheidszorg Aanpak Irakcrisis Segregatie Huisvesting vergunninghouders Godsdienst en levensovertuiging Antillianen Marokkaanse jongeren Remigratiebeleid 76 Toelichting bij het Interdepartementaal Overzicht Integratiebeleid Etnische Minderheden 77 KST69688 Sdu Uitgevers s-gravenhage 2003 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 1

2

3 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE ONTWIKKELINGEN 1.1 Inleiding In het afgelopen parlementaire jaar hebben zich op het terrein van de integratie van de etnische minderheden bijzondere ontwikkelingen voorgedaan. Onder invloed van de gebeurtenissen in Afghanistan en Irak alsmede de strijd tegen het islamistisch terrorisme is de positie van deze minderheden in ons land in versterkte mate onderwerp geworden van publieke discussie. Het al eerder rond de verkiezingsstrijd opgelaaide debat over de integratie van de minderheden kreeg er zo een extra dimensie bij. De discussie richt zich in het bijzonder op de verhoudingen tussen autochtonen en etnische groepen, de ruimte die er is voor beleving van culturele eigenheid door etnische minderheden, de positie van de vrouw in de islam, het leefklimaat in de concentratiewijken van minderheden, het godsdienstonderwijs op zwarte scholen, uitspraken van imams in moskeeën. Meer in het algemeen wordt het draagvlak voor de multiculturele samenleving ter discussie gesteld. In samenhang hiermee zijn ook de resultaten en vorderingen van het gevoerde integratiebeleid indringend aan de orde gesteld. Verharding in de meningsvorming In de publieke meningsvorming over de positie van de etnische minderheden in de Nederlandse samenleving kan een verzakelijking en ook wel een verharding worden vastgesteld die zich in het bijzonder richt op de traditionele moslimgemeenschap. Traditionele moslims wordt verweten dat zij zich onvoldoende aanpassen aan de Nederlandse samenleving. De overmatige betrokkenheid van Marokkaanse jongeren bij criminaliteit en de adhesie voor vormen van islamistisch terrorisme onder kleine groepen Marokkaanse jongeren worden veelvuldig aangegrepen als aanleiding om de moslimgemeenschap in zijn geheel in diskrediet te brengen. Het publieke debat toont ook indicaties van toenemende weerstand en afnemende tolerantie ten opzichte van met de islam verbonden gewoonten en gebruiken. Meer in het bijzonder is er ergernis over de positie van en de opvatting over vrouwen en homoseksuelen binnen de islam. Ook de oververtegenwoordiging van jongeren uit andere etnische groepen in de criminaliteit met name Antillianen en Somaliërs zijn een bron van onrust en ongenoegen onder de bevolking. Reacties vanuit de minderheden De negatieve beeldvorming over delen van de minderhedenbevolking heeft geleid tot reacties vanuit de aangesproken groepen zelf. Leden van de tweede generatie van de etnische minderheden vinden in toenemende mate aansluiting bij de samenleving. Zij verzetten zich ertegen dat zij bij voortduring worden aangesproken op onaangepast en extremistisch gedrag van een deel van hun leeftijds- en groepsgenoten. Bij sommigen mondt dit verzet uit in politieke, sociaal-culturele en religieuze polarisatie. De manifeste verschijningsvormen van deze polarisatie zijn onder meer: de oprichting van de Arabisch Europese Liga NL (AEL NL), de recrutering van islamitische jongeren voor de heilige oorlog, (de Jihad, zie het rapport van de AIVD) en het ostentatief uitdragen van islamitische rechtzinnigheid in de vorm van het dragen van gezichtsbedekkende sluiers. Deze ontwikkelingen tonen aan dat de verhoudingen tussen de verschillende etnische groepen in ons land meer en meer onder spanning komen te staan. Dit geldt overigens niet alleen voor de relaties tussen autochtonen en etnische minderheden. Ook tussen en binnen de etnische Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 3

4 minderheidsgroepen is er discussie gaande over de wijze waarop men in de Nederlandse samenleving staat. De oorlog in Irak vormde een nieuwe test voor de verhoudingen tussen minderheden en autochtonen. Naar het zich nu laat aanzien zijn de gevolgen ervan in dit opzicht, mede door het onverwacht snelle verloop van de oorlog, minder ingrijpend geweest. Risico s voor het integratiebeleid De verharding in de meningsvorming tussen etnische minderheden en de autochtone bevolking brengt risico s met zich voor het integratiebeleid. Het bevorderen van toenadering tussen minderheden en autochtonen vormt een belangrijke pijler van het integratiebeleid van het kabinet. Wanneer de verschillende etnische groepen te zeer tegenover elkaar komen te staan raakt de nagestreefde toenadering uit het zicht. Tegelijkertijd moet worden onderkend dat het verdoezelen van werkelijk bestaande tegenstellingen de gewenste toenadering evenmin een dienst bewijst. Het verscherpte debat over de islam, over de leefwijzen en gewoonten van de verschillende etnische groepen en over de bijdrage van hun onderscheiden culturen aan de Nederlandse samenleving is te beschouwen als een verschijnsel dat noodzakelijk is verbonden aan het bereiken van een nieuwe balans tussen de verschillende groepen die thans deel uitmaken van de multi-etnische samenleving. Positieve reacties op initiatieven tot dialoog van het kabinet In dit licht is het verheugend dat de betrokken etnische groepen positief hebben gereageerd op het initiatief van het kabinet tot een dialoog rond de crisis in Irak en de daaropvolgende oorlog tegen het regime van Saddam Hoessein. Op verschillende niveaus zijn activiteiten ontwikkeld om door uitwisseling van gevoelens en standpunten over deze kwestie vooroordelen en misverstanden tegen te gaan en wederzijds begrip te vergroten. De minister-president en de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie alsook de minister van BZK hebben gesprekken gevoerd met een delegatie van de Irakese gemeenschap en van de Turkse en Marokkaanse gemeenschap. Daarbij is de nadruk komen te liggen op datgene wat ons in het licht van de gebeurtenissen in Irak bindt teneinde te overbruggen wat ons gescheiden houdt. Het kabinet heeft niet nagelaten te beklemtonen dat het conflict in Irak in zijn optiek geen clash of civilisations is en al helemaal niet moet worden opgevat als een oorlog tegen de islam. In samenhang met de gesprekken die het vorig kabinet heeft gevoerd zijn verschillende overleggen met minderheden organisaties en maatschappelijke organisaties gestart. Burgemeesters en geestelijke leiders, waaronder imams hebben opgeroepen tot wederzijds begrip en dialoog. Op scholen, in moskeeën, debatcentra en buurthuizen is aandacht gegeven aan de gevolgen van de oorlog, en is gesproken over de effecten ervan op de verhoudingen in ons land. Verbeterde toerusting als basis Terwijl het publieke debat over de integratie van de minderheden nu wordt beheerst door sociaal-culturele kwesties gaat de sociaaleconomische integratie van de minderheden gestaag door. Van meet af aan heeft in het integratiebeleid het versterken van de sociaaleconomische toerusting van de minderheden een prominente plaats gehad. Het is naast het bevorderen van toenadering tussen minderheden en autochtonen en het vergroten van de toegankelijkheid van onze instellingen voor de etnische minderheden een van de drie pijlers van het integratiebeleid. De effecten van jarenlang volgehouden beleidsimpulsen op de terreinen Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 4

5 van het onderwijs en de arbeidsmarkt werpen hun vruchten af. De werkloosheid onder de etnische minderheden is in de afgelopen jaren verminderd. De schoolprestaties van leerlingen uit de minderheden vertonen een opgaande lijn. De prestatie-achterstand ten opzichte van autochtone leerlingen is afgenomen. Voor de verdere ontwikkeling van de integratie van de minderheden kan dit van doorslaggevend belang zijn. Goed toegeruste jongeren hebben meer kansen op de arbeidsmarkt en zijn beter bestand tegen de verlokkingen van marginale groepen. Nog geen gelopen race Bij de beschouwing van deze positieve ontwikkelingen moet overigens worden bedacht dat de verbetering van de arbeidsmarktpositie van de minderheden is gerealiseerd bij een jarenlange expansie van de vraag naar arbeid. De recente conjunctuuromslag heeft daar een einde aan gemaakt. Bij een oplopende werkloosheid is het zaak extra alert te zijn op de arbeidskansen van de minderheden en het beleid van toerusting en toegankelijkheid versterkt voort te zetten. Verwacht kan worden dat de conjunctuuromslag de minderheden op de arbeidsmarkt harder treft dan de autochtone werkenden en werkzoekenden. Voor wat het onderwijs betreft is er onmiskenbaar vooruitgang geboekt, maar de scholen slagen er nog onvoldoende in om de beheersing van het Nederlands bij leerlingen uit minderheden op een acceptabel niveau te brengen en om het voortijdig verlaten van het onderwijs (in voldoende mate) tegen te gaan. De effectiviteit van de inburgering is voor verbetering vatbaar. De integratie van de minderheden is nog geen gelopen race. Er zijn nog andere factoren dan de al genoemde die hieraan bijdragen. In de eerste plaats is er de voortgaande instroom van nieuwe migranten uit niet-westerse landen. Een niet onaanzienlijk deel daarvan is het gevolg van huwelijken van in Nederland geboren kinderen van allochtonen met een partner uit het herkomstland van de ouders. Dit heeft tot gevolg dat de integratie in deze nieuw gevormde huishoudens ten dele weer opnieuw begint. In de tweede plaats, in het voorgaande is er al een keer op gewezen, zijn er vooral onder de jongeren kleine, maar luidruchtige groepen uit de minderheden die zich beginnen af te keren van de hoofdstroom van de Nederlandse samenleving. In de derde plaats is er de onvrede onder autochtone bewoners van concentratiewijken over het gedrag van sommigen van hun allochtone buren die in de afgelopen twee jaar «een stem heeft gekregen». Tenslotte is er een oververtegenwoordiging van minderheden in de criminaliteit en zijn er incidenten tussen jongeren van verschillende afkomst soms met een dodelijke afloop, zoals in Venlo en Tilburg. Al deze factoren dragen ertoe bij dat vooruitgang die er bij de integratie van de minderheden is geboekt, zeker in de media, veelvuldig wordt overschaduwd door de ook reële negatieve ontwikkelingen. Nieuwkomers blijven de aandacht vragen Positieve ontwikkelingen bij groepen uit de minderheden worden nogal eens gemaskeerd door voortgaande migratie. Nieuwkomers en zij-instromers in het onderwijs beginnen veelal met een grote achterstand. Zij worden vaak opgeteld bij oudkomers, degenen die al langer wonen in ons land. Voor nieuwkomers is het erg moeilijk snel aansluiting te vinden. Begin jaren negentig is hiervoor het inburgeringsbeleid in gang gezet. De uitvoering van de Wet Inburgering Nieuwkomers heeft in de afgelopen jaren een extra impuls gekregen door de activiteiten van de Taskforce Inburgering. Inburgering richt zich niet alleen op recente nieuwkomers, maar ook op personen uit de minderheden die zich in ons land hebben Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 5

6 gevestigd voordat er sprake was van een inburgeringsbeleid. De Taskforce heeft ook ten aanzien van de inburgering van deze zogenoemde oudkomers initiatieven genomen. De Taskforce heeft inmiddels zijn werkzaamheden beëindigd. Het komt er nu op aan de aanpak die door de Taskforce tot ontwikkeling is gebracht in te bedden in het reguliere inburgeringsbeleid van de gemeenten. Daartoe is een Frontoffice Inburgering ingesteld. Meer in het algemeen is het nu zaak om de vele initiatieven en de inmiddels verworven kennis over de aanpak van de integratie van de minderheden een wijdere verspreiding te geven. Om dit te bevorderen is onlangs het Kenniscentrum Integratie Etnische Minderheden (KIEM) in het leven geroepen. Dit centrum is vooral bedoeld om lokaal integratiebeleid te ondersteunen en om lokale ervaringen te verspreiden, zodat gemeenten, professioneel betrokkenen en burgers van elkaars kennis gebruik kunnen maken (www.integratie.net/ Ruimtelijke segregatie vraagt om een lokale aanpak Hierboven is een aantal factoren opgesomd die de integratie van de minderheden in de weg kunnen staan. Daarbij zijn ook de verhoudingen tussen minderheden en autochtonen in de concentratiewijken genoemd. De concentratiewijken van minderheden in de grote steden hebben een slechte naam. Een deel van deze wijken kampt met een ongunstig leefklimaat en de concentratie belemmert contacten tussen minderheden en autochtonen. De ruimtelijke concentratie van de minderheden vermindert de prikkel voor personen uit de minderheden om zich te oriënteren op de Nederlandse samenleving en om zich het Nederlands eigen te maken. Voor veel autochtonen komen deze wijken niet in aanmerking als vestigingsplaats. Ruimtelijke concentratie kan de ontwikkelingskansen van kinderen uit de minderheden belemmeren. Concentratiewijken kunnen ook een uitvalsbasis vormen voor allochtone randgroepjongeren. De ongelijkmatige ruimtelijke spreiding van de minderheden als zodanig is op korte termijn niet ongedaan te maken. Het beleid richt zich dan ook in de eerste plaats op het tegengaan van negatieve effecten op de integratie van de etnische minderheden. Dit vraagt om een lokale, buurtgerichte benadering in het integratiebeleid: «Integratie in wijken en buurten». Integratie in wijken en buurten richt zich op het verbeteren van de leefkwaliteit in de concentratiewijken door het versterken van de verschillende functies die wijken voor hun bewoners kunnen hebben: sociaal, economisch, pedagogisch/educatief, recreatief en als basis voor zorg en veiligheid. Waar de mogelijkheden zich daartoe voordoen is het zaak de concentratiewijken ook weer aantrekkelijk te maken voor autochtone huishoudens (met kinderen). Het wegtrekken van deze huishoudens uit de concentratiewijken is een van de kernfactoren in het gebrek aan sociale samenhang in deze wijken. Versterking van lokaal integratiebeleid Niet alleen het leefklimaat in de concentratiewijken vraagt om een lokale aanpak. Voor vrijwel alle aspecten van het integratiebeleid geldt dat de uitvoering ervan op lokaal niveau moet worden georganiseerd. Inburgering en het onderwijsachterstandenbeleid behoren al tot het takenpakket van de gemeenten. Voor de arbeidsmarktpositie van de minderheden is het reïntegratiebeleid belangrijk. Gemeenten hebben ook hierin het voortouw. Vanuit het landelijk integratiebeleid wordt het initiatief genomen om te komen tot een versterking van de samenhang in het integratiebeleid van Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 6

7 gemeenten. Het beleidsinitiatief «Integratie in wijken en buurten» vormt hiervan een element. Meer in het algemeen gaat het erom de thema s die in het integratiebeleid van de rijksoverheid worden geagendeerd ook bij de gemeenten op de beleidsagenda te krijgen, een beleidsagenda voor lokaal integratiebeleid dus. Bij het realiseren van een beleidsagenda voor lokaal integratiebeleid is het zaak afstemming te bereiken met het Grote Steden Beleid (GSB). In het GSB geldt integratie als een van de indicatoren voor de kwaliteit en vitaliteit van de grootstedelijke leefomgeving. In de grote steden is de positie van minderheden nog onvoldoende verbeterd. Er is wel een zekere verbetering van het leefklimaat in de concentratiewijken gerealiseerd, maar in de benodigde verbetering van de integratie van de minderheden via het onderwijs en de arbeidsmarkt is onvoldoende resultaat behaald 1. Het GSB blijft een belangrijk instrument om integratiedoelstellingen in grote steden te bereiken. Bij de voorbereiding op de derde convenantsperiode GSB wordt bezien hoe hieraan invulling kan worden gegeven. Deze rapportage geeft een terugblik op de beleidsactiviteiten en -initiatieven op het gebied van de integratie van de etnische minderheden van het afgelopen parlementaire jaar. Inmiddels is er een nieuw kabinet aangetreden. In de bijgevoegde aanbiedingsbrief aan de Tweede Kamer wordt een reflectie gegeven over de stand van zaken in het integratieproces en worden de beleidsvoornemens ten aanzien van het integratiebeleid gepresenteerd. De brief zet tevens uiteen hoe de voornemens ten aanzien van integratie uit het Hoofdlijnenakkoord worden uitgewerkt. 1.2 Demografische ontwikkelingen Dalende immigratie Vanaf 2001 is er sprake van een dalende immigratie zowel onder niet-westerse allochtonen als onder westerse allochtonen, zoals uit onderstaande tabel blijkt. Er is echter een stijging van de immigratie uit Turkije en Afrika. Het aandeel van de niet-westerse allochtonen in de totale immigratie in 2002 is 51% ( van personen). Tabel 1.1: Immigratie naar Nederland op basis van herkomst Jaar Turkije Marokko Suriname Antillen en Aruba Weyers Y.M.R. et al, De kleur van beleid; de invloed van het grotestedenbeleid op de sociaal-economische positie en de leefomgeving van etnische minderheden, ISEO, Rotterdam 2003 : Uit onderzoek blijkt dat 75% van de Turkse en Marokkaanse mannen/vrouwen hun levenspartner laat overkomen uit het land van herkomst. Hooghiemstra, E., Trouwen over de grens, SCP, Den Haag 2003 Verder komen er volgmigranten van erkende asielzoekers naar Nederland, het CBS gaat uit van personen, te weten één op elke twee asielmigranten. Voorts stelt het CBS vast dat een significant aantal Nederlandse mannen met vrouwen uit Latijns-Amerika huwt, hetgeen de prognose volgmigratie van nieuwkomers uit dit werelddeel verklaart. Afrika (excl.marokko) Niet-westerse Allochtonen Westerse Allochtonen Totaal Bron: CBS Het beleid gebaseerd op de nieuwe Vreemdelingenwet heeft geleid tot een scherpe daling van het aantal asielverzoeken. In 1999 bedroeg dit aantal nog In 2001 is dit aantal gedaald tot en in 2002 verder gedaald tot Naar verwachting zal dit aantal verder dalen. Tussen 40 en 50% van de asielverzoeken leidt uiteindelijk tot een verblijfsstatus. Het CBS gaat uit van een instroom op grond van volgmigratie van per jaar voor Turkije en een zelfde aantal voor Marokko, voor een belangrijk deel in het kader van gezinsvorming 2. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 7

8 Ondanks de maatregelen die getroffen zijn om de instroom te beperken, is het aandeel van de niet-westerse allochtonen, in casu etnische minderheden, toegenomen. Toename etnische minderheden in 2003 Per 1 januari 2003 werden op een totale bevolking van personen autochtonen en personen van niet-autochtone afkomst (18,8% van de totale bevolking) geteld. Hiervan bedraagt het aantal van westerse afkomst personen (8,8%) en van niet-westerse afkomst personen (10% van de totale bevolking). Vergeleken met cijfers per januari 2002 toen er personen van niet-autochtone afkomst werden geteld is dit aantal in één jaar toegenomen met personen tot personen. De groei vindt vooral plaats bij personen van niet-westerse afkomst: een toename met ten opzichte van en toename van autochtonen. Niet alleen in relatieve zin, maar ook in absolute aantallen groeit het aandeel niet-westerse allochtone sneller dan autochtonen. Er is ook sprake van een toename van het aandeel van de tweede generatie. De eerste generatie omvat (52%) personen en de tweede generatie personen (48%) per 1 januari Bijna de helft van de allochtonen (48%) is dus in Nederland geboren. Tabel 1.2 : Etnische minderden uit vroegere migratielanden per 1 januari 2003 Grootste groepen Aantal Zuid Europeanen Aantal Turken voormalig Joegoslaven Surinamers Italianen Marokkanen Spanjaarden Antillianen/Arubanen Kaapverdianen Portugezen Grieken Totaal Bron: CBS De vier grootste etnische minderheidsgroepen omvatten per 1 januari 2003 tezamen meer dan 1 miljoen personen. Tot deze groep behoren personen van Turkse, Surinaamse, Marokkaanse en van Antilliaanse/ Arubaanse afkomst. De Turken zijn duidelijk de grootste etnische minderheidsgroep. Vergeleken met 1 januari 2002 is de Marokkaanse groep met een toename van ruim personen het snelst gegroeid, gevolgd door de Turkse groep, die met personen toenam. Opvallend is dat de verhoudingsgewijs kleinere Antilliaanse groep met een toename van personen veel sneller groeit dan de Surinaamse groep, die toenam met personen tussen 1 januari 2002 en 1 januari Voorts wonen er per 1 januari 2003 in ons land Zuid-Europeanen. De procentuele verdeling van etnische minderheden uit de vroegere migratielanden (in totaal personen) is als volgt: Turkije 26,7%, Suriname 25,1%, Marokko 23,1%, Antillen/Aruba 10,1%, voormalig Joegoslavië 6,0% en overigen 9,1% (Zuid-Europeanen). Nieuwe etnische groepen In toenemende mate zijn evenwel de nieuwe etnische groepen getalsmatig van belang. Volgens de CBS-telling per 1 januari 2003 kunnen er negen nieuwe etnische groepen worden onderscheiden met ieder meer dan personen. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 8

9 Tabel 1.3 : Nieuwe etnische groepen met meer dan personen per 1 januari 2003 Grootste groepen Aantal Overig Aantal Irakezen Ghanezen Afghanen Pakistani s Iraniërs Egyptenaren Somaliërs Vietnamezen Chinezen Bron: CBS Het gaat om personen van Irakese, Somalische, Afghaanse, Iraanse, Ghanese, Pakistaanse, Egyptische, Vietnamese en Chinese herkomst. Anno 2003 tellen deze negen nieuwe etnische groepen samen ongeveer personen. Vergeleken met 2002 is er sprake van een snelle groei van enkele groepen. Zo nam de Iraanse groep van per 1 januari 2002 toe tot personen per 1 januari De Afghaanse groep groeide in dezelfde periode van personen tot personen. Opvallend is dat de verandering van het regime in Afghanistan nauwelijks verandering heeft gebracht in de toename van het aantal Afghanen in Nederland. Daarentegen zien wij bij de Irakezen een afvlakking van de groei vergeleken met voorgaande jaren. De Iraakse groep die per 1 januari 2002 van personen omvatte, is per 1 januari 2003 gegroeid met slechts 637 personen tot In de voorgaande jaren nam deze groep toe met minstens personen per jaar. Opmerkelijk is dat de Somalische groep in één jaar is gedaald met personen van personen per 1 januari 2002 naar personen per 1 januari De Iraanse groep is per 1 januari 2003 groter geworden dan de Somalische groep. De daling van het aantal Somaliërs in ons land heeft te maken met de migratie naar en vestiging in Engeland. De Somaliërs die vetrekken naar Engeland geven aan dat zij meer mogelijkheden hebben in Engeland dan in Nederland om aan het werk te raken en om hun eigen identiteit te behouden. De Iraanse groep integreert beter dan de Somalische groep in Nederland 1. De Chinese groep is in één jaar gegroeid met ruim personen. Tenslotte blijken twee Afrikaanse groepen in het jaar 2002 als gevolg van asielmigratie snel te zijn gegroeid. De groep uit Angola is van personen per 1 januari 2002 toegenomen tot personen per 1 januari 2003 en de groep uit Sierra Leone van tot personen in dezelfde periode 2. 1 Van den Reek E. et al., Verhuisgedrag van Nederlandse Somaliërs naar England, Universiteit van Tilburg CBS, Statline De Chinese groep is als volgt samengesteld: personen uit China personen uit Hongkong en personen uit Taiwan. Tot de etnische minderheden worden gerekend niet-westerse allochtonen, Zuid-Europeanen, en zigeuners. Tezamen omvat hun aantal personen in 2003: een aandeel van 11,5 % in de totale bevolking. 3 CBS, Jeugd, landelijke jeugdmonitor CBS 2003: 110. Meer jongeren onder minderheden De leeftijdsopbouw van de minderheden vertoont een bijzonder patroon. Het aandeel van de minderheden in de jongerenpopulatie is beduidend hoger dan hun aandeel in de totale bevolking. Van de 4,9 miljoen jongeren heeft 22% een allochtone afkomst. Van alle jongeren moet 15% worden gerekend tot de niet-westerse allochtonen, terwijl het aandeel van de niet-westerse allochtonen in de totale bevolking 10% is Stand van zaken integratieproces De stand van zaken inzake het integratieproces zal aan de hand van de drie pijlers van het integratiebeleid (toerusting, toegankelijkheid en toenadering) in beeld gebracht worden. De bevindingen zijn met name gebaseerd op resultaten van de SPVA 2002, een grootschalige survey uitgevoerd in 2002 onder Turken, Marokkanen, Surinamers en Antillianen. De resultaten hiervan worden vergeleken met eerdere soortgelijke Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 9

10 surveys. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) heeft deze resultaten verwerkt in de Rapportage Minderheden Een samenvatting is opgenomen als bijlage van deze Rapportage Integratiebeleid Etnische Minderheden Toerusting via het onderwijs Ondanks verbetering achterstand ten opzichte van autochtone leerlingen Ruim 7% van de basisscholen heeft meer dan 50% allochtone leerlingen, deze staan bekend als de zogeheten zwarte scholen. Uit onderzoek blijkt dat de prestaties op zogeheten zwarte scholen weliswaar lager zijn dan op andere basisscholen, maar dit is voor een groot deels terug te voeren op het feit dat kinderen op deze scholen minder gunstige kenmerken hebben. Scholen met hoge concentraties etnische minderheden hebben echter in de loop van de tijd meer grip gekregen op leerlingen uit de minderheden. De leerwinst van zwarte scholen is dan ook niet geringer dan op witte scholen. Surinaamse leerlingen zijn steeds beter gaan presteren, maar ook Turkse kinderen hebben een behoorlijke inhaalslag gemaakt. Turkse en Marokkaanse leerlingen zijn in de meeste gevallen de Antilliaanse leerlingen voorbij gestreefd in prestaties. Dit houdt echter verband met het gegeven dat de laatste jaren vooral Antilliaanse kinderen als zij-instromers het Nederlandse onderwijs binnentreden. Wel is er een blijvend grote achterstand in taalprestaties bij Turkse, Marokkaanse en Antilliaanse leerlingen. In groep 8 is er een taalachterstand van nog minimaal twee leerjaren ten opzichte van autochtone niet-achterstandsleerlingen. Er is dus sprake van verbetering, maar nog steeds grote achterstand ten opzichte van autochtone leerlingen. Opmerkelijk is dat Oost-Europese (afkomstig uit ex-joegoslavië en voormalig Sovjet-Unie) asielzoekerskinderen het beter doen dan kinderen van Aziatische en Afrikaanse asielzoekers. Aziatische (Afghaanse, Iraakse en Iraanse) en Oost-Europese kinderen hebben gemiddeld rekenprestaties die vergelijkbaar of zelfs hoger zijn dan Surinaamse kinderen, terwijl Afrikaanse kinderen lager scoren dan Turkse kinderen. Achterstand in voortgezet onderwijs verminderd De achterstand waarmee leerlingen uit de minderheden van de basisschool komen is in de loop van de jaren negentig verminderd. Hun CITO scores zijn verbeterd en zij krijgen steeds vaker een HAVO-VWO schooladvies. Turkse en Marokkaanse leerlingen stromen steeds vaker door naar vooral het HAVO. Toch is er een behoorlijke achterstand met de autochtone vergelijkingsgroep. De verdeling van Surinaamse en overige allochtone leerlingen in HAVO en VWO wijkt nauwelijks af van autochtonen. Bij Surinaamse meisjes is de achterstand op autochtonen verdwenen. De hoge schooluitval is echter een belangrijk knelpunt in de schoolloopbaan. Instroom in hoger onderwijs verbeterd; stagnatie bij Antillianen Allochtone gediplomeerden blijken geen extra drempels te ondervinden bij de overstap naar een vervolgopleiding en kiezen vaker de hoogst mogelijke vervolgopleiding. De instroom van Antillianen in het hoger onderwijs stagneert. In het HBO zijn de Antillianen ingehaald door de Turken en Marokkanen; zij zijn vanaf 2001 de groep met verhoudingsgewijs de laagste instroom. Dit heeft echter met de samenstelling van deze bevolkingsgroep te maken. De meeste Antillianen die na 1980 migreren naar Nederland komen uit de Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 10

11 lagere volksklasse en beheersen het Nederlands slecht. Voorts bestaat een deel uit tot Nederlanders genaturaliseerde inwoners van de omringende Caribische eilanden die zich eerst in Curaçao hadden gevestigd 1. Opleidingsniveau minderheden gestegen Volgens het SCP is het opleidingsniveau onder minderheden de afgelopen vijftien jaar duidelijk gestegen. De stijging van het opleidingsniveau onder de allochtone groepen is bovendien veel sneller gegaan dan onder de autochtone bevolking. Zo is het aandeel gediplomeerden sedert 1991 op minimaal mbo niveau met 11% toegenomen onder de autochtone bevolking, terwijl onder Turken een stijging van 17% en onder Marokkanen van 22% is waar te nemen. Ondanks de verbetering is er echter nog steeds sprake van achterstand. Een opleiding op HBO-niveau of hoger heeft slechts 6 7% van de Turken en Marokkanen tegenover 26% van de autochtonen. Dit niveau hebben 14% van de Surinamers en 19% van Antillianen bereikt. Bij Turken en Marokkanen zijn met name in de oudere leeftijdsgroepen de mannen hoger opgeleid, terwijl Surinaamse en Antilliaanse vrouwen in de jongste leeftijdklassen het beter doen dan mannen. Ook bij Turken en Marokkanen in de jongste leeftijdsgroep doen de vrouwen het steeds beter dan de mannen. Bij de Marokkaanse jonge vrouwen is een tweedeling ontstaan: een deel dat relatief hoog is opgeleid en een deel dat juist zeer laag is opgeleid. Opvallend is dat een aanzienlijk deel van Turkse en Marokkaanse vrouwen geen enkel diploma heeft. Turkse en Marokkaanse huwelijksmigranten hebben taalproblemen Turkse en Marokkaanse huwelijksmigranten hebben veel moeite met het spreken en lezen van de Nederlandse taal en gebruiken deze taal ook relatief weinig. Surinamers en Antilianen beheersen over het algemeen de Nederlandse taal goed. Een bijzondere groep onder Antillianen vormt de groep die na 1980 is gemigreerd naar Nederland. Antillianen uit deze veelal laag opgeleide groep hebben meer moeite met het Nederlands dan degenen die voor 1980 zijn gemigreerd naar Nederland Toerusting voor en via de arbeidsmarkt 1 Hulst van, H. Geen snelle recepten, gezichtspunten en bouwstenen voor een andere aanpak van Antilliaanse jongeren, Aksant, Amsterdam Arbeidsparticipatie laat stijgende tendens zien maar ook verschillen tussen groepen Het is nog niet zo dat de opstekende economische tegenwind ertoe heeft geleid dat minderheden zich massaal van de arbeidsmarkt hebben afgewend. Ook in 2002 laat de bruto-arbeidsparticipatie van minderheden nog steeds een stijgende tendens zien. Een enorme sprong voorwaarts is gemaakt door de Surinamers. Er is bij hen sprake van een bijna even hoge arbeidsparticipatie als onder autochtonen; ruim tweederde van de jarigen behoort tot de actieve beroepsbevolking. Opmerkelijk is dat de arbeidsparticipatie van de huwelijksmigranten onder deze groep naar verhouding hoog is, gelet op alle sombere geluiden over hun perspectieven. Eenzelfde beeld doet zich voor bij Antilliaanse huwelijksmigranten. De Antilliaanse groep als geheel heeft echter slechts een kleine sprong voorwaarts gemaakt; er is een lichte toename van de arbeidsparticipatie is te zien. De arbeidsparticipatie van Antillianen blijft hiermee iets achter bij die van Surinamers. Aan deze geringe toename ligt een veranderde samenstelling van de Antilliaanse populatie door de migratie van overwegend laag opgeleide Antillianen en jongeren ten grondslag. Wordt gekeken naar de Turken en de Marokkanen dan kan geconstateerd worden dat slechts de helft in de leeftijd van jaar actief is op de arbeidsmarkt. Een verklaring hiervoor is onder meer gelegen in het hoge aandeel Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 11

12 lager opgeleiden onder hen, de geringe arbeidsparticipatie van vrouwen en een groot aandeel schoolgaande jongeren die zich nog niet op de arbeidsmarkt hebben gemeld. Ook de arbeidsparticipatie van de nieuwe etnische groepen is niet hoog te noemen; 53% is actief op de arbeidsmarkt. Lichte stijging werkloosheid minderheden De werkloosheid onder minderheden is na een jarenlange daling weer aan het oplopen. De stijging is nog niet groot, maar het neemt niet weg dat aan de dalende trend een eind is gekomen. Bij Surinamers en Antillianen is de werkloosheid tussen 2001 en 2002 met 2 procentpunten toegenomen tot respectievelijk 8% en 10%. Bij de Turken is slechts een toename van 1 procentpunt te zien tot 9%. De werkloosheid onder de Marokkanen is met 10% stabiel gebleven. De werkloosheid onder de nieuwe etnische groepen is gestegen met 3 procentpunten tot 14%. Vergeleken met de werkloosheid onder autochtonen (3%) is de werkloosheid onder minderheden ruim drie keer zo hoog. Hoge jeugdwerkloosheid onder minderheden Het SCP en het Kabinet vinden de hoge werkloosheid in 2002 onder allochtone jongeren alarmerend. In het plan van aanpak jeugdwerkloosheid (Tweede Kamer , , nr. 64) wordt expliciet aandacht besteed aan het terugdringen van de werkloosheid onder allochtone jongeren. Bijna een derde van de Surinaamse en Antilliaanse jongeren (respectievelijk 31% en 28%) en een vijfde van de Turkse en Marokkaanse jongeren (19%) is werkloos. In vergelijking met autochtone jongeren (werkloosheid van 7%) is de werkloosheid onder allochtone jongeren twee tot drie keer zo hoog. Positie werkenden verbeterd In 2002 heeft de helft van de niet-westerse allochtonen in de leeftijd van jaar een betaalde baan tegenover 68% van de autochtonen. De netto-arbeidsparticipatie onder minderheden is onder meer als gevolg van de hoogconjunctuur de laatste jaren fors toegenomen. Op het vlak van twee belangrijke baankenmerken beroepsniveau en tijdelijke dienstverbanden is sprake van gunstige ontwikkelingen. Steeds meer minderheden hebben zich weten te onttrekken aan de onderkant van de beroepenstructuur. Ook is het aandeel minderheden met een tijdelijke baan afgenomen Toegankelijkheid Toegankelijkheid gaat over het functioneren van de instellingen en voorzieningen. Het houdt in dat instellingen belemmeringen tot deelname voor personen uit de minderheden wegnemen of dat er geen drempels gelden. Maar toegankelijkheid is meer. Het betekent dat instellingen en voorzieningen in hun inrichting en hun aanbod naar «klanten» rekening houden met specifieke kenmerken van minderheden. De meest centrale instellingen en voorzieningen voor de integratie van de minderheden zijn het onderwijs en de arbeidsmarkt en instellingen op het gebied van zorg en welzijn. Effecten onderwijsbeleid niet eenduidig Over de effecten van het onderwijsbeleid ten aanzien van de minderheden kan volgens het SCP niet veel worden gezegd, omdat er niet veel evaluatiestudies bestaan. Voor de zogeheten doelgroepkinderen in de voorschoolse periode zijn er specifieke programma s als Piramide en Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 12

13 Kaleidoscoop, ontwikkeld om hun aanvangsachterstand te verminderen. Terwijl het Piramide programma wel positieve effecten heeft, blijkt het effect van Kaleidoscoop minder groot te zijn. De voorschoolse programma s zijn volgens het SCP niet aantoonbaar succesvol. Er is nog nauwelijks onderzoek gedaan naar de effecten van de brede schoolbenadering. Wat betreft het onderwijs kan de volgende conclusie worden getrokken. Hoewel allochtone leerlingen het in het onderwijs steeds beter doen is hun achterstand nog steeds aanzienlijk vergeleken met autochtone leerlingen. Los van de vraag of zo n evenredigheidsdoelstelling wel realistisch is, leert de ervaring dat slagen van achterstandsgroepen in het onderwijs in het algemeen veel jaren vergt. Volgens het SCP hebben beleidsinterventies niet alleen geleid tot meer aandacht voor onderwijsachterstanden, maar er is ook meer inzicht ontstaan in de oorzaken en mogelijke remedies. Voorts mogen de betere onderwijsprestaties bij een gelijkblijvende beginachterstand (deels) worden toegeschreven aan de basisscholen; zij slagen er steeds beter in hun onderwijs aan te passen aan hun doelgroep. Een deel van de basisscholen presteert volgens de onderwijsinspectie onder de maat. Het lerarentekort vormt voor deze scholen een extra handicap 1. Tenslotte ontwikkelt zich tegenover het nu grotendeels samenvallen van lage sociale klasse en huidskleur vooral in de grote steden een witte vlucht (van autochtone leerlingen) en in het vervolg daarop ook een grijze vlucht (van kansrijke allochtone leerlingen) naar verondersteld-kansrijkere scholen 2. Wat betreft het aandeel van allochtonen in het besturen van onderwijsorganisaties in Nederland blijkt dat de toegankelijkheid te wensen overlaat. Het aandeel allochtone bestuurders is per 2003 slechts 2%, terwijl het aandeel allochtone leerlingen landelijk ruim 10% is en in de grote steden gemiddeld meer dan 30%. De allochtone bestuursleden zijn vooral te vinden in het openbaar onderwijs en in besturen van Hindoe- en Islamitische schoolbesturen 3. 1 Inspectie van het onderwijs, Jaarverslag P. Jungbluth, De ongelijke basisschool, ITS 2003 p Research voor Beleid, De samenstelling van schoolbesturen in het primair- en voortgezet onderwijs, SBO, Leiden Resultaten arbeidsmarktbeleid Het SCP doet enkele uitspraken over de effectiviteit van het gevoerde arbeidsmarktbeleid voor etnische minderheden en formuleert tevens aandachtspunten voor de inrichting van het beleid in de komende jaren mede gelet op de veranderde conjunctuur en die invloed hiervan op de arbeidsmarktpositie van etnische minderheden. Het SCP oordeelt positief over het MKB-minderhedenconvenant, in het kader waarvan in jaar tijd ruim vacatures zijn gemeld door het midden- en kleinbedrijf en ruim werkzoekenden aan het werk zijn geholpen, van wie bijna etnische minderheden. Het CWI heeft werk gemaakt van een actieve benadering en bemiddeling en het midden- en kleinbedrijf heeft de deuren opengesteld voor minderheden. Wel spreekt het SCP de vrees uit dat, ondanks de inbedding van de ontwikkelde aanpak bij het CWI, de aandacht voor het integratiebeleid bij deze organisatie naar de achtergrond geraakt en de doelstelling van evenredige bemiddeling niet wordt behaald. Door de reorganisatie die gepaard gaat met de in 2002 ingevoerde nieuwe Structuur Uitvoering Werk en Inkomen zou het CWI volgens het SCP in mindere mate toekomen aan arbeidstoeleiding (van minderheden). Naast inzet van CWI vraagt het SCP tevens om Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 13

14 een actieve inzet van het UWV, gemeenten en de reïntegratiebedrijven als belangrijke actoren in de nieuwe uitvoeringsstructuur van de sociale zekerheid. Door de oplopende werkloosheid onder minderheden, met name onder allochtone jongeren en de nieuwe etnische groepen, acht het SCP intensivering van het algemeen beleid niet afdoende om te voorkomen dat deze groepen langdurig buiten spel komen te staan. Evaluatiestudies van onder meer het MKB-minderhedenconvenant en de Stimuleringsprojecten Allochtone Groepen wijzen uit dat zelfs in tijden van hoogconjunctuur een specifieke aanpak nodig is om minderheden te bereiken en toe te leiden naar de arbeidsmarkt. Naast specifieke aandacht voor minderheden in het algemeen beleid blijft specifiek op minderheden gericht beleid volgens het SCP noodzakelijk. Deze aandacht dient dan zowel uit te gaan naar versterking van het allochtone aanbod door te investeren in kwalificaties, het tegengaan van voortijdige schooluitval en de beheersing van de Nederlandse taal als naar de vraagzijde van de arbeidsmarkt. Met name aan de vraagzijde van de arbeidsmarkt ziet het SCP een lacune in gevoerd beleid ontstaan door de beëindiging van het MKB-minderhedenconvenant en het KOM-project alsmede het aflopen van het Raamconvenant Grote Ondernemingen en de Wet SAMEN. Interculturalisatie moeizaam proces Een andere relevante graadmeter voor de toegankelijkheid van de samenleving en zijn instellingen is de (politieke en bestuurlijke) participatie van minderheden. Er zijn vele activiteiten en projecten in het land om de toegankelijkheid in de zorg en welzijnssector te bevorderen. In de geestelijke gezondheidszorg is een actieplan interculturalisatie, gedefinieerd als klantgerichte zorg in een diverse samenleving, van start gegaan. Ook buiten de (gezondheids)zorg sector is men bezig met interculturalisatie. Zo zijn verschillende bedrijven, waaronder de Rabobank Nederland bezig de toegankelijkheid van de organisatie te verhogen. Toch blijkt de interculturalisatie van instellingen een moeizaam proces te zijn. Bestuurlijke participatie verbeterd De vertegenwoordiging van allochtonen in de Tweede Kamer is na de verkiezingen van 2003 bijna evenredig aan het aandeel allochtonen in de samenleving: 14 van de 150 Tweede Kamerleden (bijna 10%) zijn van allochtone afkomst. Bij gemeenten begint het aandeel allochtone ambtenaren toe te nemen. Zo is het aandeel allochtone ambtenaren in de gemeente Rotterdam van 16% in 1997 toegenomen tot 23% in De doelstelling was 22% aandeel allochtone ambtenaren in Hoewel er ook een toename is van allochtonen in de hogere functies, heeft een groot deel van de allochtonen via gesubsidieerd werk een baan bij de gemeente Rotterdam weten te bemachtigen. Het blijkt dat autochtonen echter vaker dan allochtonen doorstromen naar een reguliere baan 1. Ondanks de vooruitgang en actieplannen voor interculturalisatie blijkt dat de toegankelijkheid bij lange na niet optimaal is in onze diverse samenleving Toenadering 1 COS, Minderhedenmonitor 2002, Rotterdam 2003: Bij integratie zijn niet alleen minderheden betrokken, ook de autochtone bevolking heeft ermee te maken. Dit geldt in bijzondere mate voor de toenadering. Contacten tussen minderheden en autochtonen en het Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 14

15 huldigen van moderne opvattingen verhogen de toenadering tussen verschillende groepen in ons land. Contacten tussen minderheden en autochtonen en moderne opvattingen fungeren bovendien als vormen van sociaal en cultureel kapitaal voor de integratie in de samenleving. Zij laten een positieve samenhang met het behaalde opleidingsniveau en arbeidspositie zien, zo blijkt uit analyse van het SCP. Turken en Marokkanen hebben minder sociale contacten met autochtonen Wat betreft sociale contacten (is een indicator voor sociale nabijheid of sociale integratie) blijkt dat Marokkanen gevolgd door Turken minder sociale contacten met autochtonen onderhouden en dit ook minder wenselijk vinden dan Surinamers en Antillianen. Vooral Antillianen en Surinaamse mannen gaan vaak met autochtonen om. Wie hoger opgeleid is gaat vaker om met autochtone Nederlanders en heeft daar in mindere mate bezwaren tegen. Op een schaal van sociale nabijheid van 1 (=lage sociale nabijheid) tot 5 (=is hoge sociale nabijheid) scoren Antillianen 3.9 en Surinamers 3,8, terwijl Turken met 2,8 en Marokkanen 2,7 aanzienlijk lager scoren. De tweede generatie minderheden gaat vaker met autochtonen om. De eerste generatie primaire migranten en huwelijksmigranten hebben weinig contacten met autochtonen. Zo komen zij minder in contact met Nederlandse waarden en normen. Daardoor kunnen zij bij de opvoeding van hun kinderen relevante Nederlandse waarden en normen nauwelijks overdragen. Wat betreft gemengde huwelijken is het beeld als volgt: van de huwelijken die zijn gesloten in de periode van door Antillianen blijkt dat gemiddeld voor 61% het een autochtone partner betreft; bij de Surinamers is het percentage 43%, bij Turken 11% en bij Marokkanen 13% 1. Hoewel de Antilliaanse groep sterk op Nederlandse contacten gericht is, is de groep Antillianen die na 1981 naar Nederland is gemigreerd dat in veel mindere mate. Tweede generatie Turken en Marokkanen blijven sterk op eigen groep gericht De tweedeling tussen Surinamers en Antilianen enerzijds en Turken en Marokkanen anderzijds wat betreft sociale nabijheid c.q. afstand tot autochtonen is ook zichtbaar wat betreft opvattingen. Marokkanen hebben de minst moderne opvattingen gevolgd door de Turken, zij het dat de vrouwen progressievere opvattingen hebben over emancipatie. Opvallend is dat ook onder de tweede generatie Turken en Marokkanen traditionele opvattingen veelvuldig voorkomen. Bij de tweede generatie Marokkanen is sprake van een hoge mate van religiositeit. De tweede generatie hangt in dezelfde mate traditionele religieuze waarden aan als de eerste generatie. Vrijwel iedere tweede generatie Marokkaan beschouwt zichzelf als moslim. Dat is ook bij Turken zo, zij het dat zij liberaler zijn in hun religieuze opvattingen. Van de tweede generatie Surinamers en Antillianen rekent ruim de helft respectievelijk minder dan de helft zich tot een bepaalde godsdienst. Een opmerkelijk gegeven is dat liefst 97% van de Turken en 94% van de Marokkanen zich identificeert met de eigen groep. Bij Surinamers is dit 80% en bij Antillianen 76%. 1 CBS, Allochtone huwelijken, in: Bevolkingstrends, 2de kwartaal 2003:35, Voorburg In het algemeen blijkt dat minderheden die hoger zijn opgeleid een geringere culturele afstand kennen dan lager opgeleiden. Ook is er een positieve samenhang tussen het hebben van een baan en het aanhangen van moderne opvattingen. Volgens het SCP pakt het aanhangen van moderne opvattingen, het vinden van werk en het hebben van werk Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 15

16 positief uit op het hebben van moderne waarden. Uit een multivariate analyse van de gegevens uit de SPVA 2002 blijkt dat personen met een gunstige sociaal-economische positie, afgemeten aan een hoog opleidings- en beroepsniveau, ook in sterkere mate sociaal-cultureel geïntegreerd zijn. Structurele integratie en sociaal-culturele integratie gaan samen met onderwijs als stuwende kracht. Culturele afstand blijft door toename minderheden en concentratie Het idee dat met de opeenvolging van generaties de sociale en culturele afstand van minderheden afneemt geldt echter tot op zekere hoogte. Door de jaren heen is het contact van hoofden van allochtone huishoudens in de zin dat zij autochtonen op bezoek krijgen weliswaar toegenomen. Maar het contact van Turken met autochtonen blijkt te stagneren, terwijl bij Marokkanen slechts een lichte toename is van de contacten. Zo zegt in 2002 bijna tweevijfde van de Turken en Marokkanen nooit autochtonen op bezoek te krijgen tegenover een vijfde van Surinamers en Antillianen. Bij Turken en Marokkanen is een lichte stijging vanaf 1994 van hoofden van huishoudens die meer contacten hebben met de eigen groep in de vrije tijd dan met autochtonen. Ook bij de tweede generatie van met name Turken is sprake van een stijging: van 40% in 1994 naar 57% in Bij de Marokkanen is een stijging in dezelfde periode van 31% naar 41%. In 1994 rekende 66% van de tweede generatie Marokkanen zich tot de eigen groep. In 2002 is dit percentage gestegen tot 94%. Bij de Marokkaanse tweede generatie is de identificatie met de eigen groep sterk gestegen. De tendens van meer contacten in de eigen groep en minder met autochtonen is ook bij Surinamers waar te nemen. Gerichtheid op de eigen groep reeds voor 11 september 2001 Met wisseling van generatie schrijdt de sociaal culturele integratie voort, aldus het SCP, maar tegelijkertijd ook de identificatie met de eigen groep. Contacten in de vrije tijd bij met name bij Turken en Marokkanen is sterk of zelfs versterkt. Het is volgens het SCP niet zo dat een trendbreuk zich voordoet tussen 1998 en 2002 maar reeds voor 1998 en niet zozeer na 11 september Het SCP stelt dat gebeurtenissen van 11 september 2001 geen verklaring bieden voor een sterker geworden gerichtheid op de eigen groep. De stijging was reeds voor 2001 zichtbaar. Ook is geen sprake geweest van verslechtering van de sociaal economische positie in deze periode. Volgens het SCP biedt de gestaag toegenomen aantallen minderheden in met name grote steden, waardoor de ontmoetingskans met leden van de eigen groep is toegenomen een plausibele verklaring. Ook de concentratie van minderheden in bepaalde wijken speelt een rol. Weinig verandering in opvattingen bij minderheden Er is weinig verandering in opvattingen waar te nemen bij minderheden. En voor zover er verandering is, is er een neiging naar modernere opvattingen. Er zijn ook geen grote verschuivingen over opvattingen met betrekking tot de rol van religie te waar te nemen, zij het dat Turken iets progressiever zijn gaan denken. Al met al ontstaat volgens het SCP een nogal hybride beeld, waarbij met name Turken en Marokkanen gekarakteriseerd kunnen worden als tamelijk op zichzelf staande gemeenschappen waarvan de leden weinig informele contacten met autochtonen onderhouden en de eigen groepsidentiteit hoog in het vaandel hebben staan. Er is sprake van verscheidenheid in opvattingen in deze groepen vooral tussen generaties en naar opleidingsniveau. Deze verscheidenheid in opvattingen typeert de dynamiek die zich binnen de Turkse en Marokkaanse groep voordoet; niet zozeer wat Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 16

17 contacten betreft naderen zij de Nederlandse samenleving, maar vooral in opvattingen, aldus het SCP. Surinamers en Antillianen staan steeds meer met beide benen in de Nederlandse samenleving, op de groep Antillianen na, die na 1981 zijn gemigreerd. Bij de Turkse en Marokkaanse groep zijn steeds meer personen die het Nederlands goed beheersen en in de thuissituatie deze taal ook gebruiken. Beeldvorming autochtonen over minderheden minder positief Uit de SCP rapportage blijkt dat de overgrote meerderheid van de autochtonen voorstander is van gelijke rechten en het goed vindt dat mensen van verschillende culturen in Nederland wonen. Anderzijds vindt tweederde dat er teveel allochtonen in ons land wonen. Bijna niemand vindt dat Nederland gastvrijer moet worden voor asielzoekers. Voorts vindt de helft de aanwezigheid van allochtonen een bron van misdaad en onveiligheid. Ruim de helft vindt dat allochtonen misbruik maken van de sociale voorzieningen. Slechts een kwart vindt dat de islam een waardevolle bijdrage kan aan de cultuur van ons land leveren. Ook uit de Justitie Issue Monitor 2003 komt dit beeld naar voren. Uit deze monitor blijkt dat tweevijfde van de ondervraagden vindt dat de opvattingen van moslims niet passen in onze samenleving. Bijna tweederde vindt dat allochtonen slecht integreren in Nederland. Het respecteren en hanteren van de Nederlandse normen en waarden en het spreken van de Nederlandse taal worden als belangrijkste aspecten van integratie beschouwd. Driekwart van de ondervraagden vindt dat Nederlanders te negatief denken over allochtonen. Een ruime meerderheid vindt dat de integratie van allochtonen alleen kan slagen wanneer allochtonen meer contact zoeken met autochtonen. Overigens vindt ook een ruime meerderheid dat autochtonen actiever moeten meewerken aan de integratie van allochtonen. Uit de belevingsmonitor 2003, uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van Algemene Zaken, blijkt dat er bij de burgers onvrede is over het beleid ten aanzien van de deelname door allochtonen aan vrijwilligerswerk (82% wil dat het kabinet hier meer aandacht aan besteedt), de achterstandswijken (81% ontevreden) en de emancipatie van moslimvrouwen (79% ontevreden). De aspecten waar burgers het meeste waarde aan hechten zijn het aanspreken van kinderen op hun gedrag, het leren van Nederlandse normen en waarden aan jongeren en nieuwkomers en het reguleren van seks en geweld op televisie. Overigens geven burgers aan dat niet alleen de overheid, maar ook zij zelf een verantwoordelijkheid hebben in de overdracht van normen en waarden. Daling tolerantie Opmerkelijk is ook de daling van de tolerantie wat betreft wonen. In 1991 zei nog 58% van de ondervraagden het geen bezwaar te vinden om te wonen naast iemand van een ander «ras». In 2002 is volgens het SCP dit percentage gedaald tot 39%. Autochtonen hebben grote weerstand tegen verdere immigratie, terwijl Turken en Marokkanen minder weerstand tegen immigratie vertonen. Toch vindt tweederde van de Turken evenals de autochtonen dat er teveel allochtonen in Nederland wonen. Dit geldt voor de helft van de Marokkanen en slechts een derde van de Surinamers en de Antillianen. Vermeldenswaard is dat minderheden de uitspraak dat Nederland openstaat voor buitenlandse culturen sterk steunen. Over het algemeen voelen Surinamers zich meer geaccepteerd en Turken wat minder. Wat betreft discriminatie vinden Antillianen (25%) en Marokkanen (20%) vaker dat er sprake is van discriminatie dan Surinamers (14%) en Turken (13%). Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 17

18 Weinigen zeggen echter persoonlijk ervaring met discriminatie te hebben. Het SCP erkent dat wellicht ook sociaal wenselijke antwoorden worden gegeven, maar in het algemeen is het beeld dat minderheden hebben toch redelijk positief over Nederland. De meerderheid van de minderheden voelt zich op zijn gemak en zegt goed te kunnen aarden in Nederland. Minderheden zijn over het algemeen, volgens het SCP, tevreden in Nederland. 1.4 Falend burgerschap: minderheden in de criminaliteit Falend burgerschap komt onder meer tot uitdrukking in de oververtegenwoordiging van etnische minderheden in de criminaliteit. Minderheden oververtegenwoordigd onder gedetineerden In 2000 waren er in de leeftijdscategorie jaar per autochtone inwoners 64 gedetineerd. Onder Antillianen/Arubanen waren er in dezelfde leeftijdsklasse gedetineerden per inwoners. Ook Marokkanen scoren hier hoog met 960 gedetineerden op inwoners. Bij Antillianen/Arubanen valt daarnaast op dat relatief veel vrouwen gedetineerd zijn 1. In 1999 maakten Surinamers 9%, Marokkanen 8%, Antillianen/Arubanen 7%, Turken 5%, Algerijnen 3%, (ex-)joegoslaven 2% en autochtonen 47% (overig 19%) van de gedetineerdenpopulatie uit, terwijl het aandeel van Turken en Surinamers elk circa 2% van de Nederlandse bevolking bedraagt. Het aandeel van Marokkanen bedraagt bijna 2% en van Antillianen/Arubanen minder dan 1% 2. Onder de jongeren is het aandeel van allochtonen in de gedetineerdenbevolking nog hoger. Antilliaanse jongeren van de eerste generatie zijn in vergelijking met autochtone jongeren met een factor 15 oververtegenwoordigd. Zij worden wat betreft oververtegenwoordiging gevolgd door Marokkaanse, Surinaamse en Turkse jongeren gedetineerden 3. Minderheden oververtegenwoordigd in verdachtenpopulatie Binnen de verdachtenpopulatie zijn vooral Marokkanen, Antillianen/ Arubanen, Somaliërs en (ex-)joegoslaven sterk oververtegenwoordigd. Het percentage verdachten binnen deze groepen ligt in 2000 op respectievelijk 4,6%, 7,9%, 6,1% en 4,2%, vergeleken met 0,9% als het om autochtonen gaat. Ook Ethiopiërs (4,1%), Ghanezen (3,4%), en Irakezen (3,7%) zijn oververtegenwoordigd 4. In 1999 waren deze percentages voor Marokkanen 4,7%, Antillianen/ Arubanen 7,9%, Surinamers 4,0%, (ex-)joegoslaven 4,9, Oostbloklanden, Overig Afrika 4,9%, West Europa 1,3% en Nederland (inclusief de tweede generatie), 0,9% 5. 1 In de Integratiemonitor 2002 waaraan deze gegevens zijn ontleend is een apart hoofdstuk gewijd aan criminaliteit. Zie ook: H.W. Willemse & E.H.F.Backbier, Etnische botsingen met de strafwet, in: Justitiële verkenningen, nr. 5, WODC, Den Haag. 2 Nota Criminaliteit en rechtshandhaving 2000: CBS, Jeugdmonitor, cijfers en feiten 2003: Integratiemonitor 2002, ISEO, Rotterdam Recherche Themaboek, landelijke criminaliteitskaart 1999: 93. Minderheden oververtegenwoordigd onder jeugdige verdachten De oververtegenwoordiging van etnische minderheden blijkt ook uit cijfers over jeugdige verdachten tussen de 12 en 24 jaar. In 2000 betrof het 10,6% van de Antilliaanse/Arubaanse jeugdigen, 8,3% van de Marokkaanse en 6% van de Surinaamse jeugdigen. Het cijfer voor autochtone jeugdigen is 1,8%. Hetzelfde ongunstige beeld komt naar voren uit zelfrapportage-gegevens van jongeren tussen de 12 en 17 jaar. Allochtone jongens rapporteren vaker geweldsdelicten dan autochtone jongens. Zo zegt 48% van de Marokkaanse jongens, 41% van de Turkse en 40% van de Antilliaanse/ Arubaanse jongens dat zij een dergelijk delict hebben gepleegd. Bij de autochtone jongens ligt dat percentage op 24%. Uit een recenter rapport Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 18

19 blijkt dat ook jongeren uit bepaalde nieuwe etnische groepen, zoals voormalig Joegoslavië, Somalië en enkele Afrikaanse landen hoog scoren als verdachten 1. Het percentage harde-kernjongeren is het hoogst bij verdachten afkomstig uit Marokko (20%), gevolgd door verdachten van Surinaamse (13%), Antilliaanse (12%) en Turkse herkomst (10%) 2. Het kan moeilijk anders dan dat criminaliteit onder etnische minderheden een negatieve invloed heeft op hun integratie. Ten eerste hebben personen met een delinquent verleden minder kans om in de reguliere maatschappij hogerop te komen. Onder jongeren kan het een normaal verloop van de schoolloopbaan frustreren. Ten tweede bestaat het risico dat criminele activiteiten van personen uit etnische groepen, een aanzuigende of rekruterende werking hebben op andere leden van die groepering. Ten derde kan criminaliteit een belangrijke en negatieve invloed hebben op de beeldvorming over etnische minderheden en op die manier de toenadering tussen autochtonen en minderheden belemmeren. Overlast van probleemjongeren als het grootste probleem ervaren Uit de belevingsmonitor 2003 blijkt ten aanzien van het onderwerp integratie dat de overlast van probleemjongeren als het grootste probleem wordt ervaren: 85% van de ondervraagden wil dat het kabinet hier meer aan doet. Het ministerie van Justitie zet in op het terugdringen van die oververtegenwoordiging. Voor wat betreft de repressieve kant gebeurt dit door middel van individuele trajectbegeleiding. Het integratiebeleid richt zich op de preventie van criminaliteit onder jongeren uit de minderheden. In het kader van het Preventiebeleid worden 38 gemeenten ruim gefaciliteerd bij het voeren van preventief beleid ten aanzien van de jeugd uit etnische groepen. Hoofddoel van dit beleid is om te voorkomen dat deze jeugd marginaliseert en in de criminaliteit belandt. 1.5 Opbouw van deze rapportage Deze rapportage is de negentiende jaarlijkse rapportage over de voortgang van het integratiebeleid. In hoofdstuk 2 wordt het actuele thema inburgering behandeld. In hoofdstuk 3 komen de vorderingen met betrekking tot de positie van de jeugd en het onderwijs aan de orde. Hoofdstuk 4 gaat in op de arbeidsparticipatie, de bestrijding van de werkloosheid en het werkgelegenheidsbeleid dat ten aanzien van etnische minderheden wordt gevoerd. De activiteiten ten aanzien van het voorkomen en bestrijden van discriminatie en racisme worden in hoofdstuk 5 besproken. Hoofdstuk 6 gaat over het thema communicatie en participatie. Daarbij komen cultuur en media, het overleg met de etnische minderheden, de oprichting van het Kenniscentrum Integratiebeleid en etnische minderheden (KIEM) en de informatievoorziening aan de orde. In hoofdstuk 7 worden de vorderingen beschreven met betrekking tot enkele specifieke activiteiten: de integratie van Antilliaanse en Marokkaanse jongeren, kwesties rond religie en levensbeschouwing en activiteiten rondom de Irakcrisis. Tenslotte wordt in hoofdstuk 8 de horizontale overzichtsconstructie gepresenteerd, ontleend aan de begroting Vanuit een budgettaire invalshoek wordt een specifieke toelichting gegeven op de maatregelen en de beoogde effecten. 1 M. Kromhout, Schimmige verdachten, WODC 2003: 27, Nota Criminaliteit en rechtshandhaving 2000:148. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 19

20 HOOFDSTUK 2 INBURGERING 2.1 Inburgering algemeen In het afgelopen jaar is, voortbouwend op de evaluatie van de Wet Inburgering nieuwkomers (maart 2002), het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Inburgering, het Strategisch Akkoord van het kabinet Balkenende I (juli 2002) en het Hoofdlijnenakkoord van het kabinet Balkenende II (mei 2003), een aantal beleidsontwikkelingen in gang gezet. In deze beleidsontwikkelingen ligt de nadruk op betere prestaties in het inburgeringsproces door middel van sturing op deze prestaties en meer nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeraar door het invoeren van juridische en financiële prikkels. Inmiddels is een onderzoek uitgevoerd naar de vraag of er een kredietfaciliteit moet worden opgezet voor nieuwkomers die de kosten van het inburgeringsprogramma moeten gaan betalen, en hoe deze kan worden vormgegeven en georganiseerd. Daarnaast wordt gewerkt aan het ontwikkelen van een nieuw toetsinstrumentarium, dat een betrouwbare en geobjectiveerde toets moet opleveren voor de inburgering, alsmede de daarvoor benodigde infrastructuur. Op korte termijn zal een commissie worden benoemd, die zich zal buigen over dit nieuwe toetsinstrumentarium. Aan het vastleggen van deze maatregelen in wet- en regelgeving wordt gewerkt. Duale trajecten De belangrijkste meerwaarde van de zogeheten duale trajecten is gelegen in het feit dat niet alleen het NT2-niveau wordt verbeterd, maar dat de inburgeraar tegelijkertijd een beroepsopleiding volgt en een (deel)kwalificatie kan behalen. Door de stages die onderdeel uitmaken van het traject, raakt de deelnemer gewend aan werkcultuur, vaktaal en het omgaan met chefs en collega s. Deelnemers zelf beschouwen dit als één van de belangrijkste voordelen van een duaal traject. Docenten geven aan dat cursisten gemotiveerder zijn dan cursisten in het reguliere beroepsonderwijs. Zeker voor wat betreft uitvalpercentages steken duale trajecten gunstig af bij de beroepsopleidingen. De rapportage over de monitor duale trajecten heeft betrekking op 557 deelnemers die hebben deelgenomen aan pilots duale trajecten. De deelnemers waren over het algemeen jong, laag opgeleid en zaten op een NT2-niveau van 2 of lager. Het ging zowel om oudkomers als om nieuwkomers. Op basis van de beschikbare gegevens kan worden vastgesteld dat deelnemers vooruitgang boeken op hun NT2-niveau. Duale trajecten scoren echter niet beduidend beter op de ontwikkeling van taalvaardigheid dan reguliere taaltrajecten. In samenwerking met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, stelt het ministerie van Justitie een handboek duale trajecten samen, waardoor bedrijven gemakkelijker het initiatief kunnen nemen om een duaal traject te starten. 2.2 Inburgering nieuwkomers Cijfermatige gegevens over het jaar 2002 zijn op dit moment nog niet bekend. Wel valt een dalende tendens in de aantallen te verwachten, mede door de verminderde instroom in Nederland. De motie Sterk, daterend uit december 2002, verzocht de regering met concrete voorstellen te komen om nieuwkomers die zich in het kader van gezinsvorming of gezinshereniging in Nederland willen vestigen reeds in Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 2 20

Facts en figures Integratie etnische minderheden 2005

Facts en figures Integratie etnische minderheden 2005 Facts en figures Integratie etnische minderheden 2005 1. Demografische gegevens over etnische minderheden Per 1 januari 2005 telde de Nederlandse bevolking 3,1 miljoen (3.122.717) allochtonen. De omvang

Nadere informatie

Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland

Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland Factsheet Maatschappelijke positie van Voormalig Antilliaanse / Arubaanse Migranten in Nederland Onderwijs Het aandeel in de bevolking van 15 tot 64 jaar dat het onderwijs reeds heeft verlaten en hun onderwijscarrière

Nadere informatie

De integratie van Antillianen in Nederland. Presentatie 9 juni: De Caribische demografie van het Koninkrijk der Nederlanden

De integratie van Antillianen in Nederland. Presentatie 9 juni: De Caribische demografie van het Koninkrijk der Nederlanden De integratie van Antillianen in Nederland Presentatie 9 juni: De Caribische demografie van het Koninkrijk der Nederlanden De integratie van Antillianen in Nederland Willem Huijnk - Wetenschappelijk onderzoeker

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

Factsheet Demografische ontwikkelingen

Factsheet Demografische ontwikkelingen Factsheet Demografische ontwikkelingen 1. Inleiding In deze factsheet van ACB Kenniscentrum aandacht voor de demografische ontwikkelingen in Nederland en in het bijzonder in de provincie Noord-Holland.

Nadere informatie

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009

FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 2009 FORUM Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt: effecten van de economische crisis 2 e kwartaal 29 Groei van werkloosheid onder zet door! In het 2 e kwartaal van 29 groeide de werkloosheid onder (niet-westers)

Nadere informatie

8. Werken en werkloos zijn

8. Werken en werkloos zijn 8. Werken en werkloos zijn In 22 is de arbeidsdeelname van allochtonen niet meer verder gestegen. Onder autochtonen is het aantal personen met werk nog wel licht toegenomen. De arbeidsdeelname onder Surinamers,

Nadere informatie

Samenvatting. Wat is de kern van de Integratiekaart?

Samenvatting. Wat is de kern van de Integratiekaart? Samenvatting Wat is de kern van de Integratiekaart? In 2004 is een begin gemaakt met de ontwikkeling van een Integratiekaart. De Integratiekaart is een project van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie

Nadere informatie

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald 7. Vaker werkloos In is de arbeidsdeelname van niet-westerse allochtonen gedaald. De arbeidsdeelname onder rs is relatief hoog, zes van de tien hebben een baan. Daarentegen werkten in slechts vier van

Nadere informatie

5. Onderwijs en schoolkleur

5. Onderwijs en schoolkleur 5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone

Nadere informatie

FORUM Factsheet Jeugdwerkloosheid,

FORUM Factsheet Jeugdwerkloosheid, FORUM Factsheet Jeugdwerkloosheid, @ FORUM, Instituut voor Multiculturele Ontwikkeling, september 29 Samenvatting De werkloosheid onder de 1 tot 2 jarige Nederlanders is in het 2 e kwartaal van 29 met

Nadere informatie

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n)

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n) Raadsinformatiebrief (openbaar) gemeente Maassluis Aan de leden van de gemeenteraad in Maassluis Postbus 55 3140 AB Maassluis T 010-593 1931 E gemeente@maassluis.nl I www.maassluis.nl ons kenmerk 2010-4748

Nadere informatie

Allochtonenprognose 2002 2050: bijna twee miljoen niet-westerse allochtonen in 2010

Allochtonenprognose 2002 2050: bijna twee miljoen niet-westerse allochtonen in 2010 Allochtonenprognose 22 25: bijna twee miljoen niet-westerse allochtonen in 21 Maarten Alders Volgens de nieuwe allochtonenprognose van het CBS neemt het aantal niet-westerse allochtonen toe van 1,6 miljoen

Nadere informatie

Opleidingsniveau stijgt

Opleidingsniveau stijgt Opleidingsniveau stijgt Grote doorstroom naar hogere niveaus Meer leerlingen vanuit vmbo naar havo Grote groep mbo ers naar het hbo 10 Jongens groeien gedurende hun onderwijsloopbaan Jongens na een diploma

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer 2 vmbo gl/tl 2005 - II

Eindexamen maatschappijleer 2 vmbo gl/tl 2005 - II Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. DE MULTICULTURELE SAMENLEVING tekst 1 Het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) werd opgeheven op 26 juli 1950. In maart en

Nadere informatie

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen: blijvende groei Amsterdamse bevolking

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen: blijvende groei Amsterdamse bevolking Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet nummer 7 november 2005 Demografische ontwikkelingen: blijvende groei Amsterdamse bevolking Het inwonertal van Amsterdam is in 2004 met ruim 4.000 personen tot 742.951

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 000 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2012 Nr. 229 BRIEF

Nadere informatie

Jongeren op de arbeidsmarkt

Jongeren op de arbeidsmarkt Jongeren op de arbeidsmarkt Tanja Traag In 23 was 11 procent van alle jongeren werkloos. Jongeren die geen onderwijs meer volgen, hebben een andere positie op de arbeidsmarkt dan jongeren die wel een opleiding

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Fact sheet Overige niet-westerse allochtonen in Amsterdam Groei overige niet-westerse allochtonen, 1992-2005 (procenten)

Fact sheet Overige niet-westerse allochtonen in Amsterdam Groei overige niet-westerse allochtonen, 1992-2005 (procenten) Fact sheet nummer 2 februari 2006 Overige niet-westerse allochtonen in Amsterdam Tussen 1992 en 2005 is de groep overige niet-westerse allochtonen in Amsterdam met maar liefst 86% toegenomen. Tot deze

Nadere informatie

4. Kans op echtscheiding

4. Kans op echtscheiding 4. Kans op echtscheiding Niet-westerse allochtonen hebben een grotere kans op echtscheiding dan autochtonen. Tussen de verschillende groepen niet-westerse allochtonen bestaan in dit opzicht echter grote

Nadere informatie

Feitenkaart Participatie en Burgerschap

Feitenkaart Participatie en Burgerschap Feitenkaart Participatie en Burgerschap 2009 Feitenkaart Participatie en Burgerschap 2009 Drs. A.L. Roode Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juli 2010 In opdracht van Jeugd, Onderwijs en Samenleving,

Nadere informatie

Uit huis gaan van jongeren

Uit huis gaan van jongeren Arie de Graaf en Suzanne Loozen Jaarlijks verlaten bijna een kwart miljoen jongeren het ouderlijk huis. Een klein deel van hen is al vóór de achttiende verjaardag uit huis gegaan. De meeste jongeren gaan

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - II

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - II Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. MIGRATIE EN DE MULTICULTURELE SAMENLEVING kaarten 1 en 2 Spreiding allochtonen in Den Haag kaart 1 kaart 2 uit Indonesië totaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 729 Evaluatie Wet inkomensvoorziening oudere werklozen Nr. 1 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter

Nadere informatie

De Tilburgse Integratiemonitor 2011. Analyse van beschikbare gegevens

De Tilburgse Integratiemonitor 2011. Analyse van beschikbare gegevens De Tilburgse Integratiemonitor 2011 Analyse van beschikbare gegevens Gemeente Tilburg Team Onderzoek & Informatie September 2011 De Tilburgse Integratiemonitor 2011 Team Onderzoek & Informatie 2 Samenvatting

Nadere informatie

10. Veel ouderen in de bijstand

10. Veel ouderen in de bijstand 10. Veel ouderen in de bijstand Niet-westerse allochtonen ontvangen 2,5 keer zo vaak een uitkering als autochtonen. Ze hebben het vaakst een bijstandsuitkering. Verder was eind 2002 bijna de helft van

Nadere informatie

Allochtone Nederlandse ouderen: de onverwachte oude dag in Nederland

Allochtone Nederlandse ouderen: de onverwachte oude dag in Nederland Allochtone Nederlandse ouderen: de onverwachte oude dag in Nederland Cor Hoffer cultureel antropoloog / socioloog c.hoffer@parnassiabavogroep.nl 1 Onderwerpen: gezondheidszorg en cultuur demografische

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam. nummer 5 maart 2013 Fact sheet nummer 5 maart 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam Er zijn ruim 133.000 jongeren van 15 tot en met 26 jaar in Amsterdam (januari 2012). Met de meeste jongeren gaat het goed in het onderwijs

Nadere informatie

Embargo t/m woensdag 16 december 2015, 11.00 uur. Publicatie Policy Brief Geen tijd verliezen. Van opvang naar integratie van asielmigranten

Embargo t/m woensdag 16 december 2015, 11.00 uur. Publicatie Policy Brief Geen tijd verliezen. Van opvang naar integratie van asielmigranten Persbericht Sociaal Cultureel Planbureau (SCP), Wetechappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), Wetechappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) Embargo t/m woedag 16 december 2015, 11.00 uur

Nadere informatie

Fact sheet. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. Eigen woningbezit 1e en 2e generatie allochtonen. Aandeel stijgt, maar afstand blijft

Fact sheet. Dienst Wonen, Zorg en Samenleven. Eigen woningbezit 1e en 2e generatie allochtonen. Aandeel stijgt, maar afstand blijft Dienst Wonen, Zorg en Samenleven Fact sheet nummer 1 januari 211 Eigen woningbezit 1e en Aandeel stijgt, maar afstand blijft Het eigen woningbezit in Amsterdam is de laatste jaren sterk toegenomen. De

Nadere informatie

Afhankelijk van een uitkering in Nederland

Afhankelijk van een uitkering in Nederland Afhankelijk van een uitkering in Nederland Harry Bierings en Wim Bos In waren 1,6 miljoen huishoudens voor hun inkomen afhankelijk van een uitkering. Dit is ruim een vijfde van alle huishoudens in Nederland.

Nadere informatie

Scholen in de Randstad sterk gekleurd

Scholen in de Randstad sterk gekleurd Scholen in de Randstad sterk gekleurd Marijke Hartgers Autochtone en niet-westers allochtone leerlingen zijn niet gelijk over de Nederlandse schoolvestigingen verdeeld. Dat komt vooral doordat niet-westerse

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden, Integratie en Vreemdelingenzaken

Directoraat-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden, Integratie en Vreemdelingenzaken α inisterie van Justitie Directoraat-Generaal Wetgeving, Internationale Aangelegenheden, Integratie en Vreemdelingenzaken Directie Integratie en Inburgering Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer 2 vmbo gl/tl 2006 - I

Eindexamen maatschappijleer 2 vmbo gl/tl 2006 - I Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. DE MULTICULTURELE SAMENLEVING 1p 1 Het aantal asielaanvragen is sinds 2000 gedaald. Waardoor is het aantal asielzoekers in Nederland

Nadere informatie

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen

Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Thuis voelen in Nederland: stedelijke verschillen bij allochtonen Jeroen Nieuweboer Allochtonen in, en voelen zich minder thuis in Nederland dan allochtonen elders in Nederland. Marokkanen, Antillianen

Nadere informatie

Arbeidsaanbod naar sociaaldemografische kenmerken

Arbeidsaanbod naar sociaaldemografische kenmerken CPB Memorandum Sector : Arbeidsmarkt en Welvaartsstaat Afdeling/Project : Arbeid Samensteller(s) : Rob Euwals, Daniël van Vuuren, Adri den Ouden, Janneke Rijn Nummer : 171 Datum : 12 december 26 Arbeidsaanbod

Nadere informatie

Sociaal-economische schets van Leiden Zuidwest 2011

Sociaal-economische schets van Leiden Zuidwest 2011 Sociaal-economische schets van Zuidwest 2011 Zuidwest is onderdeel van het en bestaat uit de buurten Haagwegnoord en -zuid, Boshuizen, Fortuinwijk-noord en -zuid en de Gasthuiswijk. Zuidwest heeft een

Nadere informatie

Demografische gegevens ouderen

Demografische gegevens ouderen In dit hoofdstuk worden de demografische gegevens van de doelgroep ouderen beschreven. We spreken hier van ouderen indien personen 55 jaar of ouder zijn. Dit omdat gezondheidsproblemen met name vanaf die

Nadere informatie

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen in 2005: emigratie stopt groei Amsterdamse bevolking

Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet Demografische ontwikkelingen in 2005: emigratie stopt groei Amsterdamse bevolking Dienst Ruimtelijke Ordening Fact sheet nummer 7 november 2006 Demografische ontwikkelingen in 2005: emigratie stopt groei Amsterdamse bevolking Na een aantal jaren van groei is door een toenemend vertrek

Nadere informatie

Als het economisch tegenzit, worden zij hard getroffen. Ze zitten vaker dan gemiddeld in de bijstand.

Als het economisch tegenzit, worden zij hard getroffen. Ze zitten vaker dan gemiddeld in de bijstand. 1 Dank voor dit rapport. Mooi dat het Sociaal en Cultureel Planbureau dit jaar dieper ingaat op één onderwerp dat de aandacht verdient: de arbeidsmarktpositie van migrantengroepen. Als het economisch tegenzit,

Nadere informatie

Drentse Onderwijsmonitor

Drentse Onderwijsmonitor Drentse Onderwijsmonitor Feitenbladen Gemeente Midden- Kerncijfers uit de periode 2009-2014 Drentse Onderwijsmonitor 2014 Primair onderwijs Onlangs verscheen de 9 de editie van de Drentse Onderwijsmonitor.

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE . > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat

Nadere informatie

szw0001052 Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid s-gravenhage, 23 november 2000 Aanleiding

szw0001052 Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid s-gravenhage, 23 november 2000 Aanleiding szw0001052 Aan de Voorzitter van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid s-gravenhage, 23 november 2000 Aanleiding Naar aanleiding van vragen over de hoge arbeidsongeschiktheidspercentages

Nadere informatie

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders

Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Veranderingen in arbeidsparticipatie van gescheiden moeders Suzanne Peek Gescheiden moeders stoppen twee keer zo vaak met werken dan niet gescheiden moeders. Ook beginnen ze vaker met werken. Wanneer er

Nadere informatie

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt

CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt CBS: Meer werkende vrouwen op de arbeidsmarkt Tussen maart en mei is het aantal mensen met een baan met gemiddeld 6 duizend per maand gestegen. De stijging is volledig aan vrouwen toe te schrijven. Het

Nadere informatie

Voortijdig schoolverlaters: een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt

Voortijdig schoolverlaters: een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt : een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt Harry Bierings en Robert de Vries Direct nadat zij school hadden verlaten, maar ook nog vier jaar daarna, hebben voortijdig naar verhouding vaak geen baan. Als

Nadere informatie

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt

Alleenstaande moeders op de arbeidsmarkt s op de arbeidsmarkt Moniek Coumans De arbeidsdeelname van alleenstaande moeders is lager dan die van moeders met een partner. Dit verschil hangt voor een belangrijk deel samen met een oververtegenwoordiging

Nadere informatie

Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD)

Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD) Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD) 2013. De gehele publicatie is na te lezen op de website

Nadere informatie

Uitgevoerd in opdracht van de afdeling Beleid, dienst Sociale Zaken en Werk, gemeente Groningen

Uitgevoerd in opdracht van de afdeling Beleid, dienst Sociale Zaken en Werk, gemeente Groningen Meer of Minder Heden Verschillen tussen, en trends in, de verhouding allochtone en autochtone klanten van de dienst SOZAWE Alfons Klein Rouweler Ard Jan Leeferink Louis Polstra Uitgevoerd in opdracht van

Nadere informatie

CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970

CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970 CBS-berichten: Veranderingen in de arbeidsparticipatie in Nederland sinds 1970 Lian Kösters, Paul den Boer en Bob Lodder* Inleiding In dit artikel wordt de arbeidsparticipatie in Nederland tussen 1970

Nadere informatie

Administratieve correcties in de bevolkingsstatistieken

Administratieve correcties in de bevolkingsstatistieken Maarten Alders en Han Nicolaas Het saldo van administratieve afvoeringen en opnemingen is doorgaans negatief. Dit saldo wordt vaak geïnterpreteerd als vertrek naar het buitenland. Het aandeel in het totale

Nadere informatie

Allochtonen in Nijmegen Gezondheid en zorggebruik

Allochtonen in Nijmegen Gezondheid en zorggebruik Allochtonen in Nijmegen Gezondheid en zorggebruik ITS, Radboud Universiteit Nijmegen Roelof Schellingerhout 024 3653500 r.schellingerhout@its.ru.nl 5 februari 2013 Allochtonen in Nijmegen Gezondheid en

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer 2 vmbo gl/tl 2005 - II

Eindexamen maatschappijleer 2 vmbo gl/tl 2005 - II BEOORDELINGSMODEL Vraag Antwoord Scores Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. DE MULTICULTURELE SAMENLEVING 1 C 2 maximumscore 2 Surinamers en Antillianen/Arubanen 1 gegeven

Nadere informatie

Arbeidsgehandicapten in Nederland

Arbeidsgehandicapten in Nederland en in Nederland Ingrid Beckers In 22 waren er in Nederland ruim anderhalf miljoen arbeidsgehandicapten. Dit komt overeen met 14,7 procent van de 15 64-jarigen. Het aandeel arbeidsgehandicapten is daarmee

Nadere informatie

Arbeidsmarkttransities van recente niet-westerse immigranten in Nederland

Arbeidsmarkttransities van recente niet-westerse immigranten in Nederland Arbeidsmarkttransities van recente niet-westerse immigranten in Nederland Jennissen, R.P.W. & Oudhof, J. (Reds.). 2007. Ontwikkelingen in de maatschappelijke participatie van allochtonen: Een theoretische

Nadere informatie

Meerjarenprogramma Europees Integratie Fonds. Lidstaat: Nederland

Meerjarenprogramma Europees Integratie Fonds. Lidstaat: Nederland Meerjarenprogramma Europees Integratie Fonds Lidstaat: Nederland Verantwoordelijke Autoriteit: Benaming: Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu Adres: Postbus 20951, 2500 EH Den

Nadere informatie

Bijlage bij hoofdstuk 4 Opleiding en taal

Bijlage bij hoofdstuk 4 Opleiding en taal Jaarrapport integratie 7 Jaco Dagevos en Mérove Gijsberts Sociaal en Cultureel Planbureau, november 7 Bijlage bij hoofdstuk 4 Opleiding en taal Monique Turkenburg en Mérove Gijsberts B4.1 Een vergelijking

Nadere informatie

Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking

Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking Wisselingen tussen werkloosheid en nietberoepsbevolking Ronald van Bekkum (UWV), Harry Bierings en Robert de Vries In arbeidsmarktbeleid en in statistieken van het CBS wordt een duidelijk onderscheid gemaakt

Nadere informatie

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen.

N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. ADHD Wachtkamerspecial Onderbehandeling van ADHD bij allochtonen: kinderen en volwassenen N. Buitelaar, psychiater en V. Yildirim, psycholoog. Beiden werkzaam bij Altrecht Centrum ADHD Volwassenen. Inleiding

Nadere informatie

Arbeidsgehandicapten in Nederland

Arbeidsgehandicapten in Nederland Arbeidsgehandicapten in Nederland Ingrid Beckers In 2003 waren er in Nederland ruim 1,7 miljoen arbeidsgehandicapten; 15,8 procent van de 15 64-jarige bevolking. Het aandeel arbeidsgehandicapten is daarmee

Nadere informatie

Vrouwen op de arbeidsmarkt

Vrouwen op de arbeidsmarkt op de arbeidsmarkt Johan van der Valk Annemarie Boelens De arbeidsdeelname van vrouwen lag in 23 op 55 procent. De arbeidsdeelname van vrouwen stijgt al jaren. Deze toename komt de laatste jaren bijna

Nadere informatie

Inwoners van Leiden Opleiding en inkomen

Inwoners van Leiden Opleiding en inkomen Inwoners van Leiden Het aantal inwoners blijft vrijwel stabiel. Relatief jonge en hoogopgeleide bevolking. Tweeverdieners met kleine kinderen en een gemiddeld inkomen verlaten de stad. Meer Leidenaren

Nadere informatie

CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen

CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen CBS: Lichte toename werkenden, minder werklozen Het aantal mensen met werk is in de periode februari-april met gemiddeld 2 duizend per maand toegenomen. Vooral jongeren en 45-plussers gingen aan de slag.

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Fact sheet nummer 9 juli 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Er zijn in Amsterdam bijna 135.000 jongeren in de leeftijd van 15 tot 27 jaar (januari 2013). Veel jongeren volgen een opleiding of

Nadere informatie

Kwartaalrapportage Arbeidsmarkt Breda 2009

Kwartaalrapportage Arbeidsmarkt Breda 2009 Kwartaalrapportage Arbeidsmarkt Breda 2009 Economische krimp in 2009 Aantal vacatures sterk gedaald Werkloosheid in Breda stijgt me 14% Bredase bijstand daalt minimaal Bijstand onder jongeren sterk gestegen

Nadere informatie

Clash der culturen. Het ontstaan van een multiculturele samenleving Carlo van Praag

Clash der culturen. Het ontstaan van een multiculturele samenleving Carlo van Praag b i o - w e t e n s c h a p p e n e n m a a t s c h a p p i j Clash der culturen Het ontstaan van een multiculturele samenleving Carlo van Praag Er is bijna geen ander Europees land waar de bevolkingstoename

Nadere informatie

Integratiemonitor Gelderland

Integratiemonitor Gelderland 90 Niet-westerse allochtonen in beeld 1234567890 7 Nummer 4 2011 4567 1 i n h o u d s o p g av e inleiding 2 Aanleiding 2 Werkwijze 2 1. d e m o g r a f i e 4 Bevolkingsomvang en -spreiding 4 Migratie

Nadere informatie

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007

LelyStadsGeluiden. De mening van de jongeren gepeild. School en werk 2007 LelyStadsGeluiden De mening van de jongeren gepeild School en werk 007 In 007 hebben.37 jongeren meegewerkt aan de jongerenenquête. Het onderzoek had als doel om in kaart te brengen wat jongeren doen,

Nadere informatie

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders

Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne. Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtone Nederlanders Samenvatting 3-meting effectonderzoek integratiecampagne Onderzoek onder allochtonen 1) Integratiecampagne

Nadere informatie

Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op.

Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. Open vragen Geef niet meer antwoorden (redenen, voorbeelden e.d.) dan er worden gevraagd. Als er bijvoorbeeld twee redenen worden

Nadere informatie

Economische monitor. Voorne PutteN 5 GEMEENTEN. 4 e editie. Opzet en inhoud

Economische monitor. Voorne PutteN 5 GEMEENTEN. 4 e editie. Opzet en inhoud 4 e editie Economische monitor Voorne PutteN Opzet en inhoud In 2010 verscheen de eerste editie van de Economische Monitor Voorne-Putten, een gezamenlijk initiatief van de vijf gemeenten Bernisse, Brielle,

Nadere informatie

Rotterdamse Risicogroepen 2014 Een monitor van de maatschappelijke positie van Rotterdamse risicogroepen

Rotterdamse Risicogroepen 2014 Een monitor van de maatschappelijke positie van Rotterdamse risicogroepen Rotterdamse Risicogroepen 2014 Een monitor van de maatschappelijke positie van Rotterdamse risicogroepen J. de Boom A. Weltevrede P. van Wensveen Y. Seidler M. van San P. Hermus Rotterdamse Risicogroepen

Nadere informatie

Zie De Graaf e.a. 2005 voor een uitgebreide onderzoeksverantwoording van het onderzoek Seks onder je 25ste.

Zie De Graaf e.a. 2005 voor een uitgebreide onderzoeksverantwoording van het onderzoek Seks onder je 25ste. 6 Het is vies als twee jongens met elkaar vrijen Seksuele gezondheid van jonge allochtonen David Engelhard, Hanneke de Graaf, Jos Poelman, Bram Tuk Onderzoeksverantwoording De gemeten aspecten van de seksuele

Nadere informatie

Artikelen. Een terugblik op het ouderlijk gezin. Arie de Graaf

Artikelen. Een terugblik op het ouderlijk gezin. Arie de Graaf Artikelen Een terugblik op het ouderlijk gezin Arie de Graaf Driekwart van de kinderen die in de jaren zeventig zijn geboren, is opgegroeid bij twee ouders. Een op de zeven heeft een scheiding van de ouders

Nadere informatie

Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun partners

Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun partners Inkomsten uit arbeid van vrouwen en hun s Karin Hagoort en Maaike Hersevoort In 24 verdienden samenwonende of gehuwde vrouwen van 25 tot 55 jaar ongeveer de helft van wat hun s verdienden. Naarmate het

Nadere informatie

Zekerheden over een onzeker land

Zekerheden over een onzeker land Zekerheden over een onzeker land Parijs, 27 januari 2012 Paul Schnabel Universiteit Utrecht Demografische feiten 2012-2020 Bevolking 17 miljoen (plus 0,5 miljoen) Jonger dan 20 jaar 3,7 miljoen (min 0,2

Nadere informatie

Samenvatting. De belangrijkste bevindingen per migratietype

Samenvatting. De belangrijkste bevindingen per migratietype Samenvatting In deze studie is voor de belangrijkste migratietypen (arbeid, gezin, studie en asiel) een overzicht gemaakt van de omvang, de verdeling over de herkomstlanden en de demografische samenstelling

Nadere informatie

Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1

Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1 Analyse van de instroom van allochtone studenten op de pabo 1 Inleiding Hoeveel en welke studenten (autochtoon/allochtoon) schrijven zich in voor de pabo (lerarenopleiding basisonderwijs) en blijven na

Nadere informatie

Drentse Onderwijsmonitor

Drentse Onderwijsmonitor Drentse Onderwijsmonitor Feitenbladen Gemeente Kerncijfers uit de periode 2009-2014 Drentse Onderwijsmonitor 2014 Primair onderwijs Onlangs verscheen de 9 de editie van de Drentse Onderwijsmonitor. Dit

Nadere informatie

Brabant en zijn multi-etnische samenleving - VI

Brabant en zijn multi-etnische samenleving - VI Brabant en zijn multi-etnische samenleving - VI Actualisering van cijfermatige gegevens mevrouw ir. J. Smets PON Instituut voor advies, onderzoek en ontwikkeling in Noord-Brabant februari 2008 Het PON

Nadere informatie

SOCIAAL PERSPECTIEF. sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020

SOCIAAL PERSPECTIEF. sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020 SOCIAAL PERSPECTIEF sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020 SOCIAAL PERSPECTIEF sociale structuurvisie Zaanstad 2009-2020 De sociale ambitie: Zaanstad manifesteert zich binnen de metropoolregio Amsterdam

Nadere informatie

Meer of minder uren werken

Meer of minder uren werken Meer of minder uren werken Jannes de Vries Een op de zes mensen die minstens twaalf uur per week werken (de werkzame beroeps bevolking) wil meer of juist minder uur werken. Van hen heeft minder dan de

Nadere informatie

De analyse van stadsdeel Noord is opgebouwd uit een drietal componenten:

De analyse van stadsdeel Noord is opgebouwd uit een drietal componenten: Analyse stadsdeel Noord, 2002 1. Opzet van de analyse De analyse van stadsdeel Noord is opgebouwd uit een drietal componenten: een tabel ( Onderliggende indicatoren van de bewonersscore, stadsdeel Noord,

Nadere informatie

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen

Mannen geven veel vaker leiding dan vrouwen nen geven veel vaker leiding dan vrouwen Astrid Visschers en Saskia te Riele In 27 gaf 14 procent van de werkzame beroepsbevolking leiding aan of meer personen. Dit aandeel is de afgelopen jaren vrijwel

Nadere informatie

Maatschappelijke participatie

Maatschappelijke participatie 9 Maatschappelijke participatie Maatschappelijke participatie kan verschillende vormen hebben, bijvoorbeeld de mate waarin mensen met elkaar omgaan en elkaar hulp verlenen binnen familie, vriendengroepen

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Drentse Onderwijsmonitor

Drentse Onderwijsmonitor Drentse Onderwijsmonitor Feitenbladen Gemeente Kerncijfers uit de periode 2008-2013 Drentse Onderwijsmonitor 2013 Primair onderwijs Onlangs verscheen de 8ste editie van de Drentse Onderwijsmonitor. Dit

Nadere informatie

Allochtonen aan het werk

Allochtonen aan het werk José Gouweleeuw en Carel Harmsen Opleidingsniveau is ook voor de belangrijkste verklarende variabele voor het al dan niet hebben van werk, en voor het soort beroep dat zij uitoefenen. Deze conclusie kan

Nadere informatie

LOKAAL JEUGDRAPPORT - Houten

LOKAAL JEUGDRAPPORT - Houten LOKAAL JEUGDRAPPORT - Houten Jongeren en gezin Ontwikkeling van het aantal jongeren (2000-2011, index: 2000=100) Bron:CBS bevolkingsstatistiek, bewerking ABF Research In Houten is het aantal jongeren in

Nadere informatie

Onderzoeksflits. Atlas voor gemeenten 2015 Erfgoed positie van Utrecht uitgelicht. IB Onderzoek, 29 mei 2015. Utrecht.nl/onderzoek

Onderzoeksflits. Atlas voor gemeenten 2015 Erfgoed positie van Utrecht uitgelicht. IB Onderzoek, 29 mei 2015. Utrecht.nl/onderzoek Onderzoeksflits Atlas voor gemeenten 015 Erfgoed positie van Utrecht uitgelicht IB Onderzoek, 9 mei 015 Utrecht.nl/onderzoek Colofon uitgave Afdeling Onderzoek Gemeente Utrecht 030 86 1350 onderzoek@utrecht.nl

Nadere informatie

Deelname aan post-initieel onderwijs, 1995 2005

Deelname aan post-initieel onderwijs, 1995 2005 Deelname aan post-initieel onderwijs, 1995 2005 Max van Herpen De deelname aan opleidingen na het betreden van de arbeidsmarkt ligt in Nederland op een redelijk niveau. Hoger opgeleiden, jongeren, niet-westerse

Nadere informatie

Jaarrapport integratie 2012

Jaarrapport integratie 2012 Jaarrapport integratie 2012 Verklaring van tekens. gegevens ontbreken * voorlopig cijfer x geheim nihil (indien voorkomend tussen twee getallen) tot en met 0 (0,0) het getal is kleiner dan de helft van

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde havo 2002-i

Eindexamen aardrijkskunde havo 2002-i LET OP: Je kunt dit examen maken met de 51e druk of met de 52e druk van de atlas. Schrijf op de eerste regel van je antwoordblad welke druk je gebruikt, de 51e of de 52e. Bij elke vraag is aangegeven welke

Nadere informatie

Tabak, cannabis en harddrugs

Tabak, cannabis en harddrugs JONGERENPEILING 0 ZUID-HOLLAND NOORD De jongerenpeiling heeft als doel om periodiek op systematische wijze ontwikkelingen in gezondheid en gewoonten van jongeren in kaart te brengen. Dit is het eerste

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - I

Eindexamen aardrijkskunde vmbo gl/tl 2006 - I Meerkeuzevragen Schrijf alleen de hoofdletter van het goede antwoord op. MIGRATIE EN DE MULTICULTURELE SAMENLEVING tekst 1 De gemeenschap van mijn overgrootvader vormt een van oudste minderheidsgroepen

Nadere informatie

Nieuwe dadergroep vraagt aandacht

Nieuwe dadergroep vraagt aandacht Er is een nieuwe groep van jonge, zeer actieve veelplegers die steeds vaker met de politie in aanraking komt / foto: Pallieter de Boer. Nieuwe dadergroep vraagt aandacht Jongere veelplegers roeren zich

Nadere informatie

Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS

Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS Kiezers en potentiële kiezers van 50PLUS Versie 2013-2014 Tekstrapport Peil.nl/Maurice de Hond 1 Doelstelling en opzet van het onderzoek Het Wetenschappelijk Instituut van 50PLUS heeft ons in december

Nadere informatie

Rapportage minderheden 2003

Rapportage minderheden 2003 Rapportage minderheden 2003 Rapportage minderheden 2003 Onderwijs, arbeid en sociaal-culturele integratie Redactie: Jaco Dagevos Mérove Gijsberts Carlo van Praag Sociaal en Cultureel Planbureau Den Haag,

Nadere informatie

Brabant en zijn kleurrijke samenleving

Brabant en zijn kleurrijke samenleving Brabant en zijn kleurrijke samenleving Editie Vll mevrouw ir. J. Smets mevrouw drs. E. Stultjens het PON, kennis in uitvoering Tilburg, oktober 2010 Colofon Het PON heeft dit onderzoek verricht in opdracht

Nadere informatie