Project Kennisoverdracht rouwzorg

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Project Kennisoverdracht rouwzorg"

Transcriptie

1 Project Kennisoverdracht rouwzorg Landelijke Stichting Rouwbegeleiding (LSR) i.s.m. Associatie High Care Hospices Een NPTN project uitgevoerd door Anna Dubbeldam Landelijke Stichting Rouwbegeleiding Juni 2009, Utrecht

2 Inhoudsopgave Inleiding 2 Hoofdstuk 1: Onderzoeksopzet 1.1 Vraagstelling Deelvragen Werkwijze en methodiek Tijdsschema Rolverdeling 5 Hoofdstuk 2: Gewenst kennis- en vaardigheidsniveau 2.1 Landelijke Richtlijn Rouw Beroepskwalificatieprofielen MBO Verzorgende-IG en MBO Verpleegkundige 7 Hoofdstuk 3: Bestaande kennis- en vaardigheidsniveau 3.1 Onderzoekspopulatie Normale rouw Gecompliceerde rouw Doorverwijzen Gesprek voeren met cliënten/nabestaanden over hun rouw Inzicht in de eigen gevoelens en verlieservaringen en de invloed op het contact met cliënten/nabestaanden Niet-probleemoplossende houding Ondersteuning Mogelijkheid om cursussen te volgen Protocol Voorzieningen die gemiste worden in het aanbod voor cliënten/nabestaanden Aandacht vanuit de instelling voor de confrontatie met verlies en rouw die medewerkers meemaken 14 Hoofdstuk 4: Overdracht van kennis/deskundigheid 15 Hoofdstuk 5: Aanbevelingen 17 Bijlage - Vragenlijst 21 - Resultaten van de enquête 24 1

3 Inleiding Verlies en rouw zijn belangrijke thema s in het werk van zorgverleners in de palliatieve zorg (WHO 2002). Om de zorgvrager en diens naasten zo goed mogelijk bij te kunnen staan, is er in de palliatieve zorg veel gewerkt aan kennis en vaardigheden op het gebied van verlies en rouw, met name in de gespecialiseerde voorzieningen. In het beroepsprofiel voor verpleegkundigen in de palliatieve zorg is gekeken naar welke specifieke kennis, deskundigheid en attitude nodig zijn bij verpleegkundigen in de palliatieve zorg. Ook is er in de vorm van een landelijke richtlijn rouw uitgebreid aandacht voor verlies en rouw in de palliatieve zorg. Er is dus door de jaren heen heel wat ervaring opgedaan op dit gebied. Uitgangspunt van dit onderzoek is dat deze kennis niet alleen belangrijk is voor zorgverleners in de gespecialiseerde voorzieningen, maar ook op andere plaatsen waar zorgverleners te maken krijgen met verlies en rouw, namelijk in verpleeg- en verzorgingshuizen. Verpleegkundigen en verzorgenden krijgen in hun werk te maken met de zorg voor mensen die stervende zijn. En daarmee met nabestaanden van de overledene, met hun eigen rouw om het verlies van de cliënt, maar ook met de verlieservaringen van de zorgvrager wanneer een medebewoner of familielid sterft. Het onderzoek is dan ook gericht op de deskundigheid van het verplegend en verzorgend personeel van verpleeg- en verzorgingshuizen, op het gebied van rouwzorg. In dit onderzoek hebben wij antwoord proberen te geven op de vragen of op dit gebied genoeg kennis en vaardigheden aanwezig zijn, op welke manier deze aanwezig zijn en hoe dit overgedragen kan worden. Dit project is een initiatief van het Netwerk Palliatieve zorg voor Terminale patiënten Nederland en is gefinancierd met subsidie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport vanuit het Plan van Aanpak Palliatieve Zorg (2008). 2

4 Hoofdstuk 1: onderzoeksopzet Als achtergrond van het onderzoek geldt het nieuwe zorgmodel. Centraal in dit zorgmodel is de meer gelijktijdige dan wel geleidelijk in elkaar overlopende organisatie van de curatieve en palliatieve zorg. Rouwzorg is een onderdeel van de palliatieve zorg. Het nieuwe zorgmodel maakt inzichtelijk dat ook in de niet-palliatieve instellingen palliatieve zorg wordt verleend. Daarmee is ook in deze instellingen kennis op het gebied van rouwzorg een vereiste. 1.1 Vraagstelling In hoeverre sluit het bestaande kennis- en vaardigheidsniveau op het gebied van rouwzorg van het verplegend en verzorgend personeel van verpleeg- en verzorgingshuizen aan op het gewenste kennis- en vaardigheidsniveau? 1.2 Deelvragen - Aan welk gewenst kennis- en vaardigheidsniveau dient de rouwzorg binnen verpleeg- en verzorgingshuizen te voldoen? - Wat is het bestaande kennis en vaardigheidsniveau op het gebied van rouwzorg van het verplegend en verzorgend personeel van verpleeg- en verzorgingshuizen? - Hoe kan de kennis/ deskundigheid van gespecialiseerde instellingen overgedragen worden? De antwoorden op deze vragen hebben o.a. als resultaat aanbevelingen voor de ontwikkeling voor een lesmodule rouwzorg. Deze aanbevelingen dienen aan te sluiten bij de competenties zoals die zijn vastgesteld door de V&VN palliatieve Verpleging. 3

5 1.3 Werkwijze en methodiek De kennis op het gebied van verlies en rouw vanuit de palliatieve zorg is niet één op één te vertalen. De omstandigheden, verhoudingen en voorwaarden liggen binnen algemene verpleeg- en verzorgingshuizen anders dan in instellingen gericht op palliatieve zorg. Om de vertaalslag te kunnen maken moeten we eerst weten wat het gewenste kennis- en vaardigheidsniveau is voor de rouwzorg binnen verpleeg- en verzorgingshuizen. Dit zal deels gebeuren door de bestudering van verschillende documenten (beroepsprofielen, richtlijnen, artikelen) en deels door gedachtewisseling met en tussen inhoudsdeskundigen. Om te kunnen beoordelen wat het bestaande kennis en vaardigheidsniveau op het gebied van rouwzorg van het verplegend en verzorgend personeel van verpleeg- en verzorgingshuizen reeds is, wordt er een enquête uitgezet onder MBO-verpleegkundigen en verzorgenden van verpleeg- en verzorgingshuizen. De laatste stap is de analyse van de data waaruit blijkt of het gewenste en bestaande kennis- en vaardigheidsniveau op elkaar aansluiten en waar eventueel lacunes zijn. N.a.v. de uitkomsten van dit onderzoek zullen aanbevelingen voor de ontwikkeling van een lesmodule rouwzorg voor verpleegkundigen en verzorgenden gedaan worden. In de onderzoeksaanvraag stond ook de thuiszorg als doelgroep vermeld. Aangezien de thuiszorg buiten de muren van een instelling plaatsvindt, komen daar andere vragen bij kijken dan bij het werken in verpleeg- en verzorgingshuizen. Wij hebben daarom besloten deze doelgroep buiten beschouwing te laten omdat het onderzoek te breed zou worden. 1.4 Tijdsschema De oorspronkelijke planning voor dit project van 3,5 maanden liep van september tot december Door verschillende omstandigheden kon pas eind oktober van start gegaan worden met dit project. Om de deadline te kunnen halen werd besloten om een vragenlijst samen te stellen voor de doelgroep leidinggevenden. Overleg met partijen als Actiz, NPV en VPTZ leverde echter dusdanige belangrijke inzichten op en een kwalitatieve verbetering van de vragenlijst, dat wij de vragenlijst hebben moeten bijstellen en gekozen hebben voor een andere doelgroep, namelijk MBOverpleegkundigen/verzorgenden. Door deze omstandigheden liep het onderzoek niet meer parallel met de planning. De enquête ging uiteindelijk halverwege januari 2009 online. De sluitingsdatum van deze onlineenquête was begin februari

6 1.5 Rolverdeling Het project is een initiatief van het NPTN en wordt uitgevoerd door de Landelijke Stichting Rouwbegeleiding (LSR), waarbij afstemming plaats vindt met de Associatie van high care hospices, Actiz, Vrijwilligers Palliatief Terminale Zorg (VPTZ) en de Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV). 5

7 Hoofdstuk 2: Gewenst kennis- en vaardigheidsniveau 2.1 Landelijke Richtlijn Rouw Om de 1e deelvraag te beantwoorden is als uitgangspunt gekozen voor de richtlijn Rouw uit de uitgave Palliatieve Zorg, richtlijnen voor de praktijk van de Vereniging van Integrale Kankercentra (VIKC). Deze richtlijnen zijn gericht op de palliatieve zorg die wordt verleend aan iedere patiënt die zich bevindt in de palliatieve fase van ziekte. De Landelijke Richtlijn Rouw geeft aandacht voor rouw 1 een vaste plaats binnen de palliatieve zorg. Daarbij is er zowel aandacht voor de rouwreacties van nabestaanden als van de betrokken hulpverleners. De richtlijn formuleert de volgende Algemene maatregelen : - Besteed reeds voor het overlijden aandacht aan het rouwproces en risicofactoren voor gecompliceerde rouw 2. - Voer een gesprek met nabestaanden na overlijden om: o met name te luisteren en eventuele vragen te beantwoorden; o adequate rouwverwerking te herkennen en benoemen; o symptomen van gecompliceerde rouw te onderkennen; - Mobiliseer zonodig het sociale netwerk, lotgenotencontact of een andere vorm van rouwbegeleiding. - Adviseer bij gecompliceerde rouw psychotherapie. - Geef in overweging gesprekken met een geestelijk verzorger of pastor. - Zorg voor de zorgenden (arts, verpleegkundige, vrijwilliger). En de volgende Bijzonderheden : - Rouwen begint vaak al als de diagnose is gesteld, dus voordat het verlies heeft plaatsgevonden (anticiperende rouw). Tijdens het ziekteproces is herkenning daarvan en communicatie van belang. - Mannen en vrouwen verwerken verdriet op een verschillende manier. - Kinderen en jeugdigen rouwen vaak minder lang maar kunnen wel langduriger gevolgen ervaren, dit vraagt een specifiek op kinderen gerichte benadering. 1 Rouw is het geheel van lichamelijke, emotionele, cognitieve en gedragsmatige reacties, die optreden na het verlies van een persoon met wie een betekenisvolle relatie bestond. Uit: VIKC. Palliatieve Zorg, richtlijnen voor de praktijk Bij gecompliceerde rouw is er sprake van ernstige problemen met de aanpassing aan de situatie na het overlijden. De eerder beschreven lichamelijke, emotionele, cognitieve of gedragsreacties worden dan als zeer ernstig of langdurig gekwalificeerd en beperken de nabestaande in ernstige mate in zijn sociaal of beroepsmatig functioneren. Uit: idem 6

8 - Naasten die tevreden zijn over de kwaliteit van leven van de patiënt en de geboden zorg hebben na het overlijden minder problemen met de rouwverwerking. - Palliatieve zorgverlening is ook aandacht geven aan rouw en verliesverwerking. Uit deze Algemene maatregelen en bijzonderheden kunnen de volgende componenten van het gewenste kennis- en vaardigheidsniveau van werkers in de palliatieve zorg worden afgeleid: Kennis van: - Het rouwproces (wat is rouw, wat zijn rouwverschijnselen). - Gecompliceerde rouw (wat is gecompliceerde rouw (symptomen), wat zijn risicofactoren). - Kinderen en rouw. - Sociale kaart, mogelijkheden voor doorverwijzing. Vaardigheden: - Een gesprek kunnen voeren met nabestaanden na overlijden ( actief luisteren, gesprekstechnieken etc.) - Herkennen van normale rouw en rouwverschijnselen. - Ter sprake kunnen brengen van verlies en rouw. - Weten wanneer men door moet verwijzen en naar wie. - Luisterend aanwezig zijn zonder overdracht ( eigen gevoelens projecteren op de cliënt) - Vragen om ondersteuning bij eigen rouw 2.2 Beroepskwalificatieprofielen MBO Verzorgende-IG en MBO Verpleegkundige Om tot een goede vaststelling van het gewenste kennis- en vaardigheidsniveau van werkers in de palliatieve zorg op het gebied van rouw te komen, is ook gekeken naar de beroepskwalificatieprofielen MBO Verzorgende-IG en Verpleegkundige. Deze beschrijven de kerntaken en bijbehorende competenties die voor deze beroepsbeoefenaars gelden. Wat opvalt, is dat binnen beide beroepskwalificatieprofielen de aandacht voor palliatieve zorg of juist specifiek rouwzorg binnen 2 verschillende kerntaken een plaats krijgt. Het gaat hierbij om het begeleiden van de zorgvrager bij emotionele en gedragsproblemen en het bieden van palliatiefterminale zorg en ondersteuning. Vakkennis en vaardigheden die hieruit naar voren komen zijn o.a. kennis en toepassing van begeleidingsmethoden, gesprekstechnieken, sociale vaardigheden, en kennis van eigen gedrag en houding in onverwachte/nieuwe situaties 7

9 De basis voor het gewenste kennis- en vaardigheidsniveau op het gebied van rouwzorg lijkt daarmee stevig neergezet in deze opleidingen. Op grond van de beschreven competenties, vakkennis en vaardigheden zijn de vragen voor de vragenlijst toegespitst naar een formulering waarbij met name gevraagd wordt of mensen zich goed toegerust voelen met betrekking tot de te verlenen rouwzorg. 8

10 Hoofdstuk 3: Bestaande kennis- en vaardigheidsniveauhet bestaande kennis en vaardigheidsniveau is onderzocht met behulp van een enquête die uitgezet is onder MBO-verpleegkundigen en verzorgenden van verpleeg- en verzorgingshuizen. De vragen van de vragenlijst bestaat uit drie aandachtsgebieden ( zie bijlage): - De eerste reeks vragen gaat over kennis en vaardigheden op het gebied van rouw van de verzorgende/verpleegkundige. - De tweede reeks vragen gaat over de ondersteuning die de instelling biedt op het gebied van rouw. - Bij de derde reeks vragen staat de eigen ervaring/beleving van de verzorgende/ verpleegkundige centraal. Er is veel respons gekomen op dit onderzoek. 370 verzorgenden en verpleegkundigen waren op de hoogte van de enquête, waarvan er 110 ( 30%) hem daadwerkelijk hebben ingevuld. De grote respons maakt duidelijk dat dit onderwerp leeft onder verpleegkundigen en verzorgenden. Dit resultaten uit dit onderzoek kunnen een goed uitgangspunt vormen voor een vervolgonderzoek. Gebrek aan geld/tijd en inbedding in de organisatiestructuur, zijn geluiden die de LSR opvangt als het gaat om de ruimte die mensen ervaren om in de praktijk aandacht te besteden aan rouw(zorg). Bij het opstellen van de vragenlijst is daarom ook aandacht besteed aan de omstandigheden waarbinnen verzorgenden en verpleegkundigen hun kennis en vaardigheden op het gebied van rouwzorg kunnen ontwikkelen dan wel inzetten. Het gaat dan bijvoorbeeld om budget voor scholing, tijd voor het voeren van nagesprekken en de ontwikkeling van een sociale kaart om adequaat te kunnen doorverwijzen. In de onderzoeksopzet wordt gesproken over het inzichtelijk maken van best practices. In het onderzoek wordt deze opzet vertaald in het inzichtelijk maken van situaties in de praktijk waarbij aantoonbaar kennis over rouw wordt overgedragen en is geïncorporeerd in beleid/ visie en werkwijze van de instelling. De vragen zijn daarom gericht op de aantoonbare situatie in de praktijk. 3.1 Onderzoekspopulatie Er is sprake van een redelijk evenwichtige verdeling tussen de soorten instellingen waar de respondenten werken en hun functie binnen de instelling. Hoewel er meer verzorgenden onder de respondenten zitten, hebben de meeste mensen die aangaven een andere functie te hebben, een functie met een achtergrond vanuit de (mbo)verpleegkunde. 9

11 Een grote diversiteit onder de respondenten is te zien wanneer het gaat om de locatie van de instelling, de gevolgde opleiding en het jaar van afstuderen. De spreiding van de respondenten over het land, opleidingsinstituten en afstudeerjaren is groot. 3.2 Normale rouw Als het gaat om vakkennis van normale rouw is bijna iedereen van mening dat deze kennis voldoende aanwezig is en 40% vindt zelfs dat deze ruim voldoende aanwezig is. Dit zien wij als zeer positief aangezien normale rouw iets is wat verpleegkundigen en verzorgenden veelvuldig tegenkomen. Wat opvalt, is dat naast de opleiding en het volgen van een cursus of training, een groot deel van de respondenten door middel van eigen initiatieven deze kennis heeft vergaard, namelijk door de eigen ervaring en zelfstudie. Iets meer dan 50% van de respondenten geeft aan deze vakkennis in de opleiding op te hebben gedaan. Dat betekent dat er ook veel respondenten zijn waarbij deze kennis niet in hun opleiding zit of niet voldoende. 3.3 Gecompliceerde rouw Het overgrote deel van de respondenten geeft aan voldoende of ruim voldoende kennis te hebben van het onderscheid tussen normale rouw en gecompliceerde rouw. Daarnaast geeft ook 21.6 % van de respondenten aan deze kennis onvoldoende te bezitten. Kennis van dit onderscheid is van belang om te weten wanneer rouwreacties kunnen duiden op gecompliceerde rouw en doorverwijzing noodzakelijk kan zijn. Bijna een kwart van de respondenten weet hier te weinig van. De manier waarop de respondenten deze kennis hebben verkregen is, net als bij normale rouw, deels d.m.v. opleiding en cursussen en deels door zelfstudie en ervaring. Ook hier zien we dat er veel respondenten zijn die de kennis niet verkregen in hun opleiding. De kennis over het onderscheid tussen normale rouw en gecompliceerde rouw is namelijk door minder dan een derde opgedaan in de studie. Door het bekijken van de individuele antwoorden over het verkrijgen van kennis d.m.v. de opleiding is te zien dat 29,55% van de respondenten kennis van normale rouw én het verschil met gecompliceerde rouw in de opleiding heeft verkregen, 42,04% heeft beide niet in de studie verkregen, 27,27% heeft wel kennis van normale rouw opgedaan in de opleiding maar geen kennis van het verschil met gecompliceerde rouw en 1,14% heeft alleen kennis over het verschil tussen normale rouw en gecompliceerde rouw opgedaan in de studie. 10

12 Als we kijken naar het jaar van afstuderen en de kennis verkregen in de opleiding dan is te zien dat er een daling is in het percentage respondenten per afstudeercluster ( 10 jaar) dat in een bepaald afstudeercluster (10 jaar) helemaal geen kennis hebben ongedaan of geen kennis over gecompliceerde rouw hebben verkregen in de studie. Hoewel een daling te zien is, is het nog wel zo dat 25% van de respondenten die in de periode van zijn afgestudeerd, aangeven helemaal geen kennis over rouw te hebben vergaard in de studie. 31,25% heeft geen kennis opgedaan over het verschil tussen normale rouw en gecompliceerde rouw. 3.4 Doorverwijzen Op de vraag of respondenten weten wanneer zij door moeten verwijzen geeft12,5% van de respondenten aan hier onvoldoende weet van te hebben. Dit is opvallend aangezien iets meer dan 20 % respondenten aangaf niet voldoende te weten over het onderscheid tussen normale rouw en gecompliceerde rouw. Hoewel deze twee nauw met elkaar verbonden zijn geeft toch 36,84% aan voldoende hiervan te weten en 5,26% zelfs ruimvoldoende. Er zijn dus ook mensen die van mening zijn door te kunnen verwijzen terwijl ze onvoldoende weten van gecompliceerde rouw. Uit de antwoorden van de individuele respondenten blijkt dat veel respondenten zichzelf voldoende en ruimvoldoende kennis vinden hebben over doorverwijzen, maar ook aangegeven helemaal niet door te verwijzen. Als we kijken naar de rouwreacties waarbij ze doorverwijzen dan zien we dat respondenten ook al vaak bij normale rouw -reacties doorverwijzen en doorverwijzen omdat ze met de situatie/cliënt zelf geen raad weten. Wanneer wordt doorverwezen is dat meestal naar de verpleeghuisarts en geestelijk verzorger. Doorverwijzen lijkt voor de meeste respondenten een moeilijk onderwerp in de praktijk. Uit de antwoorden van de respondenten blijkt dat er meer kennis nodig is op het vlak van gecompliceerde rouw en het doorverwijzen van cliënten naar andere hulpverleners. Naast de vragen of de respondenten weten wanneer zij door moeten verwijzen, zijn er ook vragen gesteld over de aanwezigheid van een overzicht van de mogelijkheden die er zijn om mensen door te verwijzen in een instelling. Meer dan 70% geeft aan dat een dergelijk overzicht niet aanwezig is. Hoe de medewerkers dan weten naar wie ze moeten doorverwijzen, komt niet in dit onderzoek naar voren. Op de vraag of in het overzicht ook instanties/hulpverleners buiten de eigen instelling zijn opgenomen, geeft het grootste deel van de respondenten aan dat deze in het overzicht zijn opgenomen. Bij eenderde is dit echter niet zo. 11

13 Dat bijna 75% van de respondenten waar geen overzicht aanwezig is, aangeeft behoefte te hebben aan een dergelijk overzicht, lijkt ons een zeer duidelijk signaal dat verpleegkundigen en verzorgenden het belangrijk vinden om goed door te kunnen verwijzen. 3.5 Gesprek voeren met cliënten/nabestaanden over hun rouw Meer dan 90% van de respondenten geeft aan voldoende en ruim voldoende toegerust te zijn om een gesprek met nabestaanden te kunnen voeren over rouw. Hoewel bijna iedereen tevreden lijkt te zijn hierover, zijn er nog redelijk veel respondenten die op dit gebied nog (meer) willen leren. Meer dan de helft van alle respondenten heeft behoefte aan het (verder) ontwikkelen van vaardigheden/gesprekstechnieken. Kennis over rouw wordt daarna als meeste genoemd. Slechts 16% van de respondenten geeft aan niet te weten wat zij nog zouden willen ontwikkelen. 3.6 Inzicht in de eigen gevoelens en verlieservaringen en de invloed op het contact met cliënten/nabestaanden. Het feit dat, op 1 respondent na, alle respondenten aangeven dit inzicht te hebben, betekent dat zij zich bewust zijn van het feit dat omgaan met verlies en rouw iets met hen doet en daarmee ook invloed heeft op het contact met de cliënten/nabestaanden. Dit hoeft dus geen valkuil te worden. 3.7 Niet-probleemoplossende houding Op een enkeling na geven alle respondenten aan deze houding te hebben, wat aangeeft dat de respondenten van mening zijn dat zij om kunnen gaan met de onoplosbaarheid van rouw en dit los kunnen laten. 3.8 Ondersteuning Als het gaat om de ondersteuning die respondenten ontvangen van hun leidinggevende dan is een groot deel van de respondenten van mening deze ondersteuning voldoende en ruim voldoende te ontvangen. Toch zien we hier ook dat bijna 20% de ondersteuning onvoldoende vindt. Van collega s ervaren de respondenten, meer dan bij de leidinggevende, ondersteuning bij het omgaan met verlies en rouw op het werk. Toch is er 10% die deze ondersteuning niet voldoende ervaart. De reden dat respondenten de ondersteuning van een leidinggevende of collega wel of niet voldoende ervaren komen in dit onderzoek niet naar voren. Ondersteuning vanuit de instelling ervaren de respondenten het meest in het gesprek met de leidinggevende, het nagesprek met nabestaanden en in ruimte om naar de uitvaart te gaan. De helft 12

14 van de instellingen houdt herdenkingsbijeenkomsten. Intervisie noemt slechts iets meer dan 20% van de respondenten. Het is heel positief dat de bovengenoemde vormen van ondersteuning aanwezig zijn in de instelling, jammer genoeg is dit in het geval van een gesprek met de leidinggevende in minder dan 35% van de gevallen een standaard procedure. Bij intervisiebijeenkomsten en nagesprekken is het in iets meer dan 60% een standaard procedure. Het belang van standaard procedures is dat er systematische ondersteuning is en de daarmee de professionaliteit van de werkers gewaarborgd kan worden. Het aantal keer dat intervisiebijeenkomsten worden gehouden varieert van 1 tot 12 keer per jaar. Het is duidelijk dat intervisie van eens in de paar weken niet erg gebruikelijk is. Het aantal herdenkingsbijeenkomsten zit over het algemeen tussen de 1 en 4 maal per jaar. 3.9 Mogelijkheid om cursussen te volgen Tweederde van de respondenten geeft aan dat er in hun instelling de mogelijkheid is om cursussen op het gebied van verlies en rouw te volgen. Een derde van de instellingen biedt deze mogelijkheid dus niet aan hun medewerkers. Het is dus afhankelijk van de instelling of mensen zich verder kunnen scholen of niet. Na de bestudering van individuele antwoorden komt naar voren dat bijna de helft van de respondenten waarbij de mogelijkheid er niet is, ook hebben aangegeven onvoldoende kennis te hebben van het onderscheid tussen normale en gecompliceerde rouw. Dat betekent dat 17% van de respondenten die hebben meegedaan aan dit onderzoek niet voldoende weten van gecompliceerde rouw en geen mogelijkheid hebben om cursussen hierover te volgen vanuit de instelling Protocol Een protocol waarin aandacht is voor rouw en rouwbegeleiding is in de helft van de instellingen van de respondenten aanwezig. De aanwezige protocol(len) gaan in bijna alle gevallen over hoe te handelen bij overlijden cliënt. Iets meer dan 20% van de instellingen heeft een protocol voor het opvangen/begeleiden van medewerkers na een overlijden.in de instellingen waar een protocol aanwezig is, wordt hij overal volledig nageleefd of gedeeltelijk Voorzieningen die gemist worden in het aanbod voor cliënten/nabestaanden Iets meer dan een derde van de respondenten mist iets in het aanbod voor cliënten/nabestaanden. Wat opvalt, is dat tijd hierbij een belangrijk onderwerp is. Een groot deel van de respondenten gaf aan meer tijd te willen om (meer) aandacht te kunnen geven aan en (meer) gesprekken te kunnen 13

15 voeren met cliënten. Daarnaast werd het ontbreken van een speciale ruimte voor de cliënt en nabestaanden als een gemis ervaren zoals een familiekamer, opbaarruimte etc. Dat mensen graag meer tijd willen kunnen besteden aan dit onderwerp is natuurlijk van groot belang aangezien kennis en vaardigheden niet volledig (benut) kunnen worden wanneer er geen tijd voor is. Opvallend was ook dat veel respondenten bij deze vraag ook al aangaven wat zij zelf missen in hun werk. Bij de vragen die daarop volgden werd daar specifiek naar gevraagd. Het geeft wel aan dat mensen hier graag iets over kwijt willen. De antwoorden komen dan ook bijna allemaal terug bij de vraag over zorg/voorzieningen die respondenten missen in hun huidige werksituatie Aandacht vanuit de instelling voor de confrontatie met verlies en rouw die medewerkers meemaken Dat bijna tweederde van de respondenten de aandacht voldoende en ruim voldoende acht is een goed teken. Dit laat zien dat er oog is voor de impact die verlies en rouw op medewerkers hebben. Toch is er ook nog meer dan een derde die van mening is dat er onvoldoende aandacht is. Voorzieningen die de respondenten als ondersteunend ervaren, zijn vooral het contact met de collega s en de leidinggevende, de ruimte om dingen te bespreken tijdens het teamoverleg, de aanwezigheid van andere disciplines en de mogelijkheden rondom het afscheid nemen van de overledene. De thema s die hieruit naar voren komen zijn met je gevoelens en ervaringen bij iemand terecht kunnen en afscheid kunnen nemen. Bijna tweederde van de respondenten geeft aan iets te missen in hun huidige werksituatie. Ondersteuning, tijd en scholing worden het meest genoemd. 14

16 Hoofdstuk 4: Overdracht van kennis/deskundigheid In dit onderzoek is te zien dat er (grote) verschillen zitten tussen de respondenten waar het gaat om kennis en kunde op het gebied van rouwzorg. Het niveau is afhankelijk van factoren als opleiding, bijscholing, ervaring en eigen interesse. Om de kennis van verpleegkundigen en verzorgenden op peil te brengen en te houden hebben wij een lesmodule rouwzorg ontwikkeld voor de bijscholing voor verpleegkundigen en verzorgenden in verpleeg- en verzorgingshuizen. Deze eendaagse lesmodule heeft als doel de kennis en vaardigheden van verpleegkundigen en verzorgenden in verpleeg- en verzorgingshuizen te vergroten en hen bewust te maken van hun leervragen. Dit laatste is van belang omdat één dag te weinig is om alles mee te geven en iedereen op hetzelfde niveau te brengen. Op deze dag is het belangrijk, om naast het vergroten van kennis en vaardigheden, de deelnemers bewust te maken van waar zij wel en niet bekwaam in zijn. Hiermee bedoelen wij dat verpleegkundigen en verzorgenden leren wat zij zelf kunnen en wanneer zij advies moeten vragen of doorverwijzen. De lesmodule is opgedeeld in 2 dagdelen. Het eerste dagdeel staat in het teken van de eigen verlieservaring, theorie en de praktijk. Aan het einde van dit eerste dagdeel inventariseert de trainer de leervragen van de deelnemers. Aan de hand van deze leervragen worden de thema s voor dagdeel 2 bepaald. De betreffende trainer(s) kunnen zodoende inspelen op de specifieke behoeften van de groep. Opbouw van de lesmodule rouwzorg Dagdeel 1: - Eigen verlieservaring deelnemers (60 min) - Theorievorming verlies en rouw (30 min) - Praktijkbespreking (60 min) - Inventariseren en ordenen van leervragen voor parallelle workshops voor dagdeel 2 (30 min) Het eerste uur van de dag wordt ingegaan op de eigen verlieservaring. De eigen ervaring is een bron voor de hulpverlener in positieve ( motivatie om te helpen) en negatieve zin (projecties). Na het delen van de eigen verlieservaring wordt er gereflecteerd vanuit de theorie. Daaruit blijkt dat ieder rouwproces uniek is. De rouwende is daarom het beste geholpen met empatisch luisteren van de verpleegkundigen en verzorgenden. 15

17 Vooraf krijgen de deelnemers een boekje over rouw dat ze moeten lezen. Op deze manier kan in een half uur de theorie kort besproken worden. Er zal ook aandacht besteed worden aan de bespreking van voorbeelden uit de praktijk van verpleegkundigen en verzorgenden. Deelnemers kunnen leren van elkaars voorbeelden en horen dat zij niet de enige zijn die zoiets meemaakt. Deze drie onderwerpen geven een basis voor het middagprogramma. Vragen die spelen bij de deelnemers worden door de trainer geïnventariseerd en is input voor de rest van de workshop. Bij twee trainers kunnen parallel 2 sessies gehouden worden. Bij sessies van 100 min kan iedere deelnemer zich op 2 sessies inschrijven. Dagdeel 2: - Sessie 1 & 2 ( 100 min) - Sessie 3 & 4 ( 100 min) - Evaluatie en afsluiting van de dag ( 30 min) Sessie 1 en 2 worden parallel aan elkaar gehouden. Hetzelfde geldt voor 3 en 4. In deze sessies kunnen thema s behandeld worden op het gebied van zingeving, gecompliceerde rouw, empatisch luisteren, ea. Het verdient de voorkeur om de sessies te laten begeleiden door praktijkmensen uit de gespecialiseerde instellingen voor palliatieve terminale zorg. Het is aan te raden deze mensen een training der trainers te laten volgen. Het is ook mogelijk om gebruik te maken van een tandem, praktijkmensen en een professionele begeleider op het gebied van rouw. Het lijkt praktisch om de lesmodule aan te bieden vanuit de landelijk dekkende Regionale netwerken palliatieve zorg. 16

18 Hoofdstuk 5: Aanbevelingen De resultaten en conclusies van het onderzoek leiden tot de volgende aanbevelingen: 1. Vergroten van de kennis en vaardigheden van verzorgenden en verpleegkundigen in verpleeg- en verzorgingshuizen op het gebied van rouw; 2. Verbeteren van de ondersteuning op het gebied van rouw; 3. Tegemoet komen aan behoeften van de verzorgende en verpleegkundige om aan te sluiten bij hun eigen ervaring/beleving. 4. Gebruik de kennis/ deskundigheid en ervaring van gespecialiseerde instellingen in o.a. een lesmodule rouwzorg. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt, dat een groot deel van de respondenten de vakkennis over normale rouw en het onderscheid met gecompliceerde rouw niet in de opleiding heeft opgedaan. Hoewel er de afgelopen jaren in opleidingen meer aandacht wordt besteed aan rouw en verlies, zijn er nog steeds opleidingen die niet aansluiten bij de kwalificatieprofielen Mbo-verpleegkundige en MBO-verzorgende. Aanbeveling : Neem het verwerven van de gewenste competenties op het gebied van rouw en verlies op in alle basisopleidingen voor verzorgenden en verpleegkundigen. (Her)ijk de modules die opgenomen zijn in de opleidingen op het gebied van rouw en verlies op basis van de beschreven competenties in de beroepsprofielen. Binnen het Netwerk Palliatieve Zorg en de Associatie van High care hospices is veel ervaring met betrekking tot scholing, het verhogen van kennis en vaardigheden en toetsing. Zij hebben talloze projecten opgezet op dit gebied. Meer informatie hierover is o.a. te vinden op Aanbeveling: stel geld beschikbaar om de lesmodule uit te werken en stel deze lesmodule beschikbaar voor verpleegkundigen en verzorgenden in verpleeg- en verzorgingshuizen. Scholing in de vorm van cursussen en trainingen is niet alleen belangrijk om nieuwe kennis en vaardigheden op te doen, maar ook om reeds aanwezige kennis en vaardigheden te actualiseren. Het is dan ook belangrijk dat er binnen een instelling de gelegenheid is om cursussen en trainingen te volgen. Dat tweederde van de deelnemers aangeeft dat er in hun instelling de mogelijkheid is om cursussen op het gebied van verlies en rouw te volgen, is natuurlijk een goed teken. Dit betekent dat er veel instellingen zijn die scholing van hun medewerkers belangrijk vinden. Maar bij een derde van 17

19 de respondenten is deze mogelijkheid niet aanwezig. Wanneer er geen mogelijkheid is tot extra scholing, komt het aan op de eigen interesse, tijd en portemonnee van de medewerker. Veel van de mensen die hebben aangeven onvoldoende kennis te hebben van het onderscheid tussen normale rouw en gecompliceerde rouw werken in een instelling waar geen mogelijkheid is tot scholing. Als het gaat om de onderwerpen waarop mensen meer scholing wensen dan komen kennis en vaardigheden op het gebied van gecompliceerde rouw, gespreksvaardigheden en doorverwijzen het sterkste naar voren in dit onderzoek. Kennis van het onderscheid tussen normale rouw en gecompliceerde rouw is van belang om te weten wanneer rouwreacties duiden op gecompliceerde rouw en doorverwijzing noodzakelijk is. Aanbeveling: Biedt vanuit de instelling ruimte voor (bij)scholing van verzorgenden en verpleegkundigen op het gebied van rouw. Denk hierbij met name aan kennis op het gebied van gecompliceerde rouw en doorverwijzen en vaardigheden als gesprekstechnieken. Door de jaren heen heeft de LSR verschillende cursussen georganiseerd op het gebied van (gespreks)- vaardigheden en kennis op het gebied van rouw. Deze cursussen zijn zowel extern (bij de LSR) als intern (als incompany training) beschikbaar voor verzorgenden en verpleegkundigen. Ook Regionale Netwerken Palliatieve Zorg, bieden cursussen aan of kunnen deze organiseren. Naast weten wanneer je iemand moet doorverwijzen is het ook van belang dat je weet naar wie je kunt doorverwijzen. Veelal blijkt er geen overzicht met doorverwijsmogelijkheden te zijn binnen instellingen. Wij bevelen aan om zo n doorverwijslijst op te stellen voor elke instelling en deze upto-date te houden. Aanbeveling: Instellingen moeten een overzicht hebben met de mogelijkheden tot doorverwijzen. Hierin moeten zowel interne als externe deskundigen worden opgenomen. Op de website van de LSR (www.verliesverwerken.nl) is informatie te vinden van landelijke organisaties en plaatselijke initiatieven. Deze kunnen een start vormen voor een overzicht. Veel respondenten noemen de ondersteuning door collega s zeer waardevol. Er zijn dan ook respondenten die aangegeven dit te missen in hun werk. Steun van collega s is veelal niet structureel en afhankelijk van het netwerk dat een verpleegkundige of verzorgende heeft binnen de instelling. 18

20 Een vorm van collegiale ondersteuning is intervisie. Slecht 20% van de deelnemers ontvangt deze ondersteuning in de instelling waar zij werken. In 60% van de instellingen is intervisie een standaard procedure. Uit de aantallen wordt duidelijk dat intervisie met een frequentie van eens in de paar weken niet erg gebruikelijk is. Dit is jammer aangezien intervisie een grote bron van steun kan zijn. Door met anderen te praten, kun je beter met je verdriet omgaan. Daarnaast kan men in de intervisie leren van de professionaliteit van collega s. Ondersteuning door collega s in de vorm van intercollegiaal overleg, intervisie of een andere vorm, moet standaard aangeboden worden in een instelling zodat elke verpleegkundige en verzorgende deze ondersteuning structureel kan ontvangen. Aanbeveling: Biedt standaard collegiale ondersteuning aan door bijvoorbeeld gebruik te maken van een overleg- of intervisiestructuur. Een protocol waarin aandacht is voor rouw en rouwbegeleiding is in de helft van de instellingen van de deelnemers aanwezig. Dit is naar onze mening te weinig. Een protocol is een hulpmiddel om adequaat te kunnen handelen en te voorkomen dat rouw niet wordt onderkend. Na het overlijden van een dierbare moeten dikwijls beslissingen worden genomen die verstrekkende gevolgen kunnen hebben. Ervaring leert dat eventueel gemaakte fouten nog jaren kunnen nasudderen. Natuurlijk vraagt het hebben van een protocol om naleving. Een groot deel van de deelnemers geeft aan dat het aanwezige protocol ook inderdaad gebruikt wordt. Aanbeveling: Ontwikkel een standaardprotocol met aandacht voor rouw en verlies die in instellingen kan worden gebruikt. Besteed daarbij aandacht aan rouw op het werk (medewerkers die een dierbare verliezen) en het omgaan met de nabestaanden. Gebruik het ontwikkelde protocol voor ( her)ijking van het reeds aanwezige protocol. Aandacht voor de medewerkers die in aanraking komen met verlies en rouw is zeer belangrijk. Verlies en rouw gaat je niet in de koude kleren zitten. Medewerkers moeten ergens terecht kunnen met hun gevoelens en ervaringen. Die aandacht kan georganiseerd worden door scholing, begeleiding door leidinggevende, mogelijkheden tot bijwonen van de uitvaart, intervisie of gesprekken met collega s. Aanbeveling: Neem verlies en rouwervaringen van medewerkers als vast onderdeel mee in functioneringsgesprekken. Heb vanuit het management oog voor de voorzieningen die verzorgenden en verpleegkundigen nodig hebben als ondersteuning. 19

Palliatieve Terminale zorg training voor beroepsbeoefenaren binnen de psychiatrie

Palliatieve Terminale zorg training voor beroepsbeoefenaren binnen de psychiatrie Deelnemer 1 Colofoon Deze training is vanuit een subsidie van het innovatiefonds voor zorgverzekeraars door de projectgroep palliatieve terminale zorg ontwikkeld binnen Geestelijke Gezondheidszorg Eindhoven

Nadere informatie

Sociale contacten, vrijetijdsbesteding en praktische ondersteuning

Sociale contacten, vrijetijdsbesteding en praktische ondersteuning Sociale contacten, vrijetijdsbesteding en praktische ondersteuning Resultaten van de tweede schriftelijke vragenronde onder de deelnemers aan het GGZ-panel regio Delft Westland Oostland juli 2006 - L.M.

Nadere informatie

EEN VERLIES VERWERKEN KAN NIEMAND ALLEEN, OOK NIET OP HET WERK!

EEN VERLIES VERWERKEN KAN NIEMAND ALLEEN, OOK NIET OP HET WERK! EEN VERLIES VERWERKEN KAN NIEMAND ALLEEN, OOK NIET OP HET WERK! Wat doet u als werknemer als u na het overlijden van een geliefd persoon niet in staat bent om te werken? Als u innerlijk volledig in beslag

Nadere informatie

Netwerk palliatieve terminale zorg in Oostelijk Zuid-Limburg

Netwerk palliatieve terminale zorg in Oostelijk Zuid-Limburg Netwerk palliatieve terminale zorg in Oostelijk Zuid-Limburg Visie op Palliatieve Terminale Zorg in Oostelijke Zuid-Limburg en de rol van het netwerk PTZ Inleiding Mensen die terminaal zijn terminale patiënten

Nadere informatie

Verantwoorde zorg in de palliatieve fase

Verantwoorde zorg in de palliatieve fase Verantwoorde zorg in de palliatieve fase Driekwart van de Nederlanders brengt de laatste fase van zijn leven door in een verpleeg- of verzorgingshuis, of met ondersteuning van thuiszorg. Verantwoorde zorg

Nadere informatie

Wat als ik niet meer beter word...

Wat als ik niet meer beter word... Wat als ik niet meer beter word... 1 Deze folder is bedoeld voor mensen die ongeneeslijk ziek zijn en voor hen die betrokken zijn bij een ziek familielid of een andere zieke naaste waarvan het levenseinde

Nadere informatie

INFORMATIEFOLDER. BASISSCHOLING PALLIATIEVE ZORG Regio Walcheren. Voorbeeld Informatiefolder, versie 2010 IKNL locatie Rotterdam

INFORMATIEFOLDER. BASISSCHOLING PALLIATIEVE ZORG Regio Walcheren. Voorbeeld Informatiefolder, versie 2010 IKNL locatie Rotterdam INFORMATIEFOLDER BASISSCHOLING PALLIATIEVE ZORG Regio Walcheren Inleiding Het netwerk palliatieve zorg Zeeland is opgericht in 2009, met als doel de toegankelijkheid en de kwaliteit van palliatieve zorgverlening

Nadere informatie

DESKUNDIG AAN HET WERK OUDEREN. Trainingen op het gebied van psychische problemen of psychiatrische stoornissen

DESKUNDIG AAN HET WERK OUDEREN. Trainingen op het gebied van psychische problemen of psychiatrische stoornissen DESKUNDIG AAN HET WERK OUDEREN Trainingen op het gebied van psychische problemen of psychiatrische stoornissen 2 3 INHOUDSOPAVE PAGINA Kennis over psychische problemen bij ouderen nodig?! 4 Praktische

Nadere informatie

Resultaten enquête vakbekwaamheid

Resultaten enquête vakbekwaamheid Resultaten enquête vakbekwaamheid In hoeverre bent u het eens met onderstaande stellingen? De nieuwe vakbekwaamheideisen hebben geen gevolgen voor mijn werkzaamheden. 1. Helemaal oneens 307 36,08% 2. Oneens

Nadere informatie

Tijd voor de dood. Stilstaan bij en tijd nemen voor de dood Oprecht en stap voor stap afscheid nemen. Beleidsnotitie Palliatieve Zorg

Tijd voor de dood. Stilstaan bij en tijd nemen voor de dood Oprecht en stap voor stap afscheid nemen. Beleidsnotitie Palliatieve Zorg Beleidsnotitie Palliatieve Zorg Tijd voor de dood Stilstaan bij en tijd nemen voor de dood Oprecht en stap voor stap afscheid nemen Beleidsnotitie Tijd voor de dood Auteur(s) A.Trienekens Datum September

Nadere informatie

UITKOMSTEN ENQUÊTE POH-GGZ VOOR JEUGD

UITKOMSTEN ENQUÊTE POH-GGZ VOOR JEUGD UITKOMSTEN ENQUÊTE POH-GGZ VOOR JEUGD 1 Inleiding Vanaf 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor een groot deel van de zorg voor jeugd tot 18 jaar. Tegelijk bieden huisartsenpraktijken ook zorg aan

Nadere informatie

Dit artikel is met toestemming van de redactie overgenomen uit TvZ Tijdschrift voor verpleegkundigen 2012, nr. 2

Dit artikel is met toestemming van de redactie overgenomen uit TvZ Tijdschrift voor verpleegkundigen 2012, nr. 2 Dit artikel is met toestemming van de redactie overgenomen uit TvZ Tijdschrift voor verpleegkundigen 2012, nr. 2 Nog steeds veel behoefte aan extra scholing levenseindezorg In 2002 is het landelijke Panel

Nadere informatie

Vrijwilligersondersteuning in het verzorgings- en verpleeghuis in de laatste levensfase 1

Vrijwilligersondersteuning in het verzorgings- en verpleeghuis in de laatste levensfase 1 Vrijwilligersondersteuning in het verzorgings- en verpleeghuis in de laatste levensfase 1 Beschrijving werkwijze 1 Gebaseerd op de eindevaluatie Vrijwilligersondersteuning in het verzorgings- en verpleeghuis

Nadere informatie

Vooruitziende zorg, een cultuur in ons huis. Inleiding. Inleiding 21/11/2014. De grote impact van het kleine gebaar

Vooruitziende zorg, een cultuur in ons huis. Inleiding. Inleiding 21/11/2014. De grote impact van het kleine gebaar Vooruitziende zorg, een cultuur in ons huis De grote impact van het kleine gebaar Liselotte Van Ooteghem Mia Vervaeck Studiedag Kronkels - 27 november 2014 Wie we zijn en waarom we hier staan Inleiding

Nadere informatie

Evaluatieverslag mindfulnesstraining

Evaluatieverslag mindfulnesstraining marijke markus spaarnestraat 37 2314 tm leiden Evaluatieverslag mindfulnesstraining 06 29288479 marijke.markus@freeler.nl www.inzichtinzicht.nl kvk 28109401 btw NL 079.44.295.B01 postbank 4898261 14 oktober

Nadere informatie

Rapport Cliëntervaringsonderzoek. Thuiszorg Dichtbij Groningen. Ervaringen met de Palliatieve Zorg Verslagjaar 2014

Rapport Cliëntervaringsonderzoek. Thuiszorg Dichtbij Groningen. Ervaringen met de Palliatieve Zorg Verslagjaar 2014 Rapport Cliëntervaringsonderzoek Thuiszorg Dichtbij Groningen Ervaringen met de Palliatieve Zorg Verslagjaar 2014 Uitgevoerd door Bureau De Bok, Franeker 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 2 2. Kenmerken

Nadere informatie

PATIËNTEN INFORMATIE. Rouwverwerking

PATIËNTEN INFORMATIE. Rouwverwerking PATIËNTEN INFORMATIE Rouwverwerking 2 PATIËNTENINFORMATIE Een dierbare is overleden. Dit is een aangrijpende gebeurtenis. In de eerste plaats gaat onze deelneming uit naar u en de overige nabestaanden.

Nadere informatie

A.J.E. de Veer, R. Verkaik & A.L. Francke. Stagiairs soms slecht voorbereid op praktijk. Zorgverleners over de aansluiting

A.J.E. de Veer, R. Verkaik & A.L. Francke. Stagiairs soms slecht voorbereid op praktijk. Zorgverleners over de aansluiting Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (A.J.E. de Veer, R. Verkaik & A.L. Francke. Stagiairs soms slecht voorbereid op praktijk. Zorgverleners over de aansluiting

Nadere informatie

Rapportage Enquête Mantelzorgondersteuning 2012

Rapportage Enquête Mantelzorgondersteuning 2012 Rapportage Enquête Mantelzorgondersteuning 2012 November 2012 Inhoudsopgave Samenvatting... 3 Inleiding... 4 Onderzoeksopzet... 4 Doel... 4 Aanpak... 4 Blok I: Algemene gegevens... 5 Figuur 1: Leeftijd...

Nadere informatie

Psychosociale hulp voor patiënten met kanker

Psychosociale hulp voor patiënten met kanker Psychosociale hulp voor patiënten met kanker Beter voor elkaar Psychosociale hulp voor patiënten met kanker Inhoud Inleiding 2 Oncologieverpleegkundigen 3 Stomaverpleegkundigen 4 Geestelijke verzorging

Nadere informatie

Activiteitenplan 2014

Activiteitenplan 2014 Activiteitenplan 2014 Voorwoord Voor u ligt het activiteitenplan van de stichting Hospice en vrijwillige terminale thuiszorg Midden- Holland. Het plan is een afgeleide van het beleidsplan en de activiteiten

Nadere informatie

Beleid mantelzorg. Versie 031109 Herzieningsdatum 031112

Beleid mantelzorg. Versie 031109 Herzieningsdatum 031112 Beleid mantelzorg Herzieningsdatum 031112 Mantelzorgbeleid Cederhof Mantelzorg kan worden gedefinieerd als de extra zorg en begeleiding die mensen, vrijwillig, langdurig en onbetaald, verlenen aan personen

Nadere informatie

In gesprek over digitale zorg

In gesprek over digitale zorg In gesprek over digitale zorg Ervaringen en meningen van cliënten en zorgprofessionals met digitale zorg. 2 oktober 2015 Programma Welkom Brengen en halen Wat weten we al? Wat vind jij? Nagesprek 2 cliënten

Nadere informatie

Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen

Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen Inhoud 1. Inleiding 2 De Wmo-werkplaats 2 Schets van de context 2 Ontwikkelde producten 3 2. Doel onderzoek

Nadere informatie

Psychologie Inovum. Informatie en productenboek voor cliënten, hun naasten en medewerkers

Psychologie Inovum. Informatie en productenboek voor cliënten, hun naasten en medewerkers Psychologie Inovum Informatie en productenboek voor cliënten, hun naasten en medewerkers Waarom psychologie Deze folder is om bewoners, hun naasten en medewerkers goed te informeren over de mogelijkheden

Nadere informatie

Beste zorgverlener, Ik hoop u en/of uw collega s dan ook in 2012 te mogen begroeten. Met vriendelijke groet, Desiree Helmond, trainen met zorg

Beste zorgverlener, Ik hoop u en/of uw collega s dan ook in 2012 te mogen begroeten. Met vriendelijke groet, Desiree Helmond, trainen met zorg Beste zorgverlener, Hierbij ontvangt u het nieuwe scholingsprogramma 2012 van Trainen met zorg. Bij Trainen met zorg geen scholingen over voorbehouden of risicovolle handelingen. Wel scholingen om het

Nadere informatie

Nabestaanden in de knel; wat kunnen cliëntenraden doen?

Nabestaanden in de knel; wat kunnen cliëntenraden doen? Nabestaanden in de knel; wat kunnen cliëntenraden doen? 9 april 2015 Dr. Rienk Prins Lector Capabel Hogeschool Utrecht Inhoud Afbakening en doel Een verkennend onderzoek naar re-integratie naar werk van

Nadere informatie

Uw aanbod aamelden voor de website Bijscholing Wmo

Uw aanbod aamelden voor de website Bijscholing Wmo Uw aanbod aamelden voor de website Vraag 1 - Vul hier uw gegevens in: Naam organisatie (aanbieder): Voornaam: Tussenvoegsel: Achternaam: Adres: Postcode: Plaats: Telefoon organisatie: E-mail contactpersoon:

Nadere informatie

Cursussen en Themabesprekingen

Cursussen en Themabesprekingen Cursussen en Themabesprekingen voor NPV-Thuishulpafdelingen en voor Kerkelijke Thuishulpprojecten Cursussen en Themabesprekingen Cursussen en Themabesprekingen NPV-Thuishulp De NPV-Thuishulp richt zich

Nadere informatie

Werkt Gedragswerk? Evaluatie project Gedragswerk Juni 2009

Werkt Gedragswerk? Evaluatie project Gedragswerk Juni 2009 Werkt Gedragswerk? Evaluatie project Gedragswerk Juni 29 Evaluatieonderzoek Gedragswerk, juni 29 1 Inleiding Met het Ministerie van OCW is afgesproken dat in het schooljaar 28 29 een evaluatie zou worden

Nadere informatie

Factsheet persbericht. Toekomst van studenten onzeker

Factsheet persbericht. Toekomst van studenten onzeker Factsheet persbericht Toekomst van studenten onzeker Inleiding Studententijd De overheid komt met steeds meer nieuwe wetten en voorstellen om te bezuinigen en de student te motiveren zijn/haar studie in

Nadere informatie

Visie : Palliatieve zorgen

Visie : Palliatieve zorgen Indien op een gegeven ogenblik een curatieve therapie geen hulp meer brengt en de mens zich geconfronteerd ziet met het onvermijdelijke, wordt hij bevangen door angst en pijn. Het is moeilijk om dragen,

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 30 november 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 30 november 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Gecompliceerde rouw na verlies van een dierbare. basis-ggz

Gecompliceerde rouw na verlies van een dierbare. basis-ggz Gecompliceerde rouw na verlies van een dierbare Denk biedt hulp aan mensen tussen de 18 en 75 jaar met lichte en matig-ernstige psychische klachten. Behandeling bij Denk past binnen de generalistische.

Nadere informatie

Management Summary 5e Landelijke Monitoring Fysieke Belasting Kraamzorg onderzoek in opdracht van A+O VVT

Management Summary 5e Landelijke Monitoring Fysieke Belasting Kraamzorg onderzoek in opdracht van A+O VVT Management Summary 5 e Landelijke Monitoring Fysieke Belasting Kraamzorg 1 onderzoek in opdracht van A+O VVT Stichting Arbeidsmarkt- en Opleidingsbeleid Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (A+O VVT)

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding... 3. Algemene gegevens... 4. Gevoel van veiligheid... 5. De mate waarin agressie voorkomt... 7. Omgaan met agressie...

Inhoud. Inleiding... 3. Algemene gegevens... 4. Gevoel van veiligheid... 5. De mate waarin agressie voorkomt... 7. Omgaan met agressie... Inhoud Inleiding... 3 Algemene gegevens... 4 Gevoel van veiligheid... 5 De mate waarin agressie voorkomt... 7 Omgaan met agressie... 8 Ontwikkeling van agressie... 11 Kwalitatieve analyse... 11 Conclusies...

Nadere informatie

Onderzoek naar het gebruik van het Elektronisch Patiënten/Cliënten Dossier (EPD/ECD) in instellingen voor zorg en welzijn

Onderzoek naar het gebruik van het Elektronisch Patiënten/Cliënten Dossier (EPD/ECD) in instellingen voor zorg en welzijn Onderzoek naar het gebruik van het Elektronisch Patiënten/Cliënten Dossier (EPD/ECD) in instellingen voor zorg en welzijn Inhoud Inleiding... 2 methode... 2 respondenten... 2 resultaten... 2 AANTAL COMPUTERS

Nadere informatie

Rouw en nazorg na overlijden

Rouw en nazorg na overlijden Netwerk Palliatieve Zorg Zuidoost Brabant Rouw en nazorg na overlijden Regio Zuidoost Brabant Een verkenning naar de behoeften aan - en de mogelijkheden van- zorg voor naasten na het overlijden van een

Nadere informatie

Dokter, ik heb kanker..

Dokter, ik heb kanker.. Dokter, ik heb kanker.. huisartsen-duodagen noordwest utrecht november 2006 Anette Pet Klinisch psycholoog-psychotherapeut Hoofd Patiëntenzorg Welmet Hudig Theoloog Therapeut Het Helen Dowling Instituut

Nadere informatie

Samenvatting Benchmark O&O beleid gemeenten. Tweede meting werkgevers en werknemers

Samenvatting Benchmark O&O beleid gemeenten. Tweede meting werkgevers en werknemers Samenvatting Benchmark O&O beleid gemeenten Tweede meting werkgevers en werknemers 2 Inleiding In deze brochure vindt u de belangrijkste resultaten van de benchmark Opleiden en Ontwikkelen. De benchmark

Nadere informatie

rouw, verliesverwerking en spiritualiteit Oncologiedagen 2014

rouw, verliesverwerking en spiritualiteit Oncologiedagen 2014 rouw, verliesverwerking en spiritualiteit Oncologiedagen 2014 Jacqueline van Meurs: geestelijk verzorger/consulent spirituele zorg Gerda Bronkhorst: oncologieverpleegkundige/verpleegkundig consulent palliatieve

Nadere informatie

A.J.E. de Veer, R. Verkaik & A.L. Francke. Hoge verwachtingen over pas gediplomeerden. Utrecht: NIVEL, 2010

A.J.E. de Veer, R. Verkaik & A.L. Francke. Hoge verwachtingen over pas gediplomeerden. Utrecht: NIVEL, 2010 Deze factsheet is een uitgave van het NIVEL. De gegevens mogen met bronvermelding (A.J.E. de Veer, R. Verkaik & A.L. Francke. Hoge verwachtingen over pas gediplomeerden. Utrecht: NIVEL, 2010) worden gebruikt.

Nadere informatie

Intern. Extern. En indien nodig met: Rolbeschrijving Zorgconsulent Palliatieve Zorg

Intern. Extern. En indien nodig met: Rolbeschrijving Zorgconsulent Palliatieve Zorg Rolbeschrijving Zorgconsulent Palliatieve Zorg 1. Doel van de functie Het verbeteren en borgen van de kwaliteit van het palliatieve zorgproces door advies, ondersteuning en coaching van individuele collega

Nadere informatie

Nieuwsflits. Evaluatieonderzoek naar de Regeling palliatieve terminale zorg

Nieuwsflits. Evaluatieonderzoek naar de Regeling palliatieve terminale zorg Nieuwsflits Inhoud Evaluatieonderzoek naar de Regeling palliatieve terminale zorg 1. Adviesrapport bureau HHM is openbaar gemaakt Pagina 1 2. Conclusies en advies HHM voor toekomst Pagina 1 3. Kamerbrief

Nadere informatie

Zin in Vrijwilligerswerk. Vrijwilligers ondersteunen bij het omgaan met levensvragen

Zin in Vrijwilligerswerk. Vrijwilligers ondersteunen bij het omgaan met levensvragen Zin in Vrijwilligerswerk Vrijwilligers ondersteunen bij het omgaan met levensvragen Meneer Boskoop is vrijwilliger. Elke week komt hij bij een oudere heer die blind geworden is. Deze man praat telkens

Nadere informatie

pggm.nl Mantelzorg en dementie in de beleving van PGGM&CO-leden

pggm.nl Mantelzorg en dementie in de beleving van PGGM&CO-leden pggm.nl Mantelzorg en dementie in de beleving van PGGM&CO-leden Enquête Mantelzorg en dementie 2014 Vooraf In juli 2014 vroegen wij onze leden naar hun ervaringen met mantelzorg in het algemeen, en mantelzorg

Nadere informatie

Resultaten vrijwilligerstevredenheidsonderzoek SZMK 2013

Resultaten vrijwilligerstevredenheidsonderzoek SZMK 2013 Resultaten vrijwilligerstevredenheidsonderzoek SZMK 21 Oktober 21 1 Inhoudsopgave H1 Inleiding H2 Aantal vrijwilligers per sector/locatie en respons H Resultaten vrijwilligerstevredenheidsonderzoek 21

Nadere informatie

De effectiviteit van rouwbegeleiding. J.W.A.M. Neijenhuis MSW 01/06/2012

De effectiviteit van rouwbegeleiding. J.W.A.M. Neijenhuis MSW 01/06/2012 De effectiviteit van rouwbegeleiding J.W.A.M. Neijenhuis MSW 01/06/2012 Even voorstellen rouwbegeleiding 01/06/2012 2/28 Visie mensbeeld 365 rouwbegeleiding 01/06/2012 rouwbegeleiding 01/06/2012 Een korte

Nadere informatie

Menslievende Professionalisering. Onderzoek naar de training Menslievende Professionalisering. Petri Embregts, Maaike Hermsen & Lisanne van Alphen

Menslievende Professionalisering. Onderzoek naar de training Menslievende Professionalisering. Petri Embregts, Maaike Hermsen & Lisanne van Alphen Menslievende Professionalisering Onderzoek naar de training Menslievende Professionalisering juni 2015 Petri Embregts, Maaike Hermsen & Lisanne van Alphen Achtergrond Zorgverleners werkzaam in het primaire

Nadere informatie

Vormingsaanbod geestelijke gezondheid

Vormingsaanbod geestelijke gezondheid Pantone 430C Pantone 7426C Vormingsaanbod geestelijke gezondheid Eenheid voor Zelfmoordonderzoek Locoregionale Uitvoering Vlaams Actieplan Suïcidepreventie Oost-Vlaanderen Hoe blijf jij fit in je hoofd?

Nadere informatie

Beleidsplan. Er zijn. Zorg in de laatste levensfase. VPTZ Kaag en Braassem Beleidsplan 2013 2016

Beleidsplan. Er zijn. Zorg in de laatste levensfase. VPTZ Kaag en Braassem Beleidsplan 2013 2016 Beleidsplan 2013 2016 Er zijn. Zorg in de laatste levensfase Pagina 1 Inleiding Al meer dan 20 jaar wordt door vrijwilligers in onze gemeenschap aanvullende zorg geboden aan mensen in hun laatste levensfase.

Nadere informatie

Eva Trajectbegeleiding

Eva Trajectbegeleiding RAPPORT CLIËNTAUDIT 2012 / 2013 BLIK op WERK KEURMERK 1 Inhoudsopgave 2 Bevindingen 2.1 Algemeen 2.2 Voortraject inzicht in aanpak 2.3 Uitvoering 2.4 Begeleiding 2.5 Afronding 2.6 Communicatie en bereikbaarheid

Nadere informatie

PATIËNTEN INFORMATIE. Nabestaandenzorg

PATIËNTEN INFORMATIE. Nabestaandenzorg PATIËNTEN INFORMATIE Nabestaandenzorg 2 PATIËNTENINFORMATIE Er is een dierbare van u in ons ziekenhuis overleden. Wij wensen u veel sterkte bij het verwerken van dit verlies. Voor u als nabestaande volgt

Nadere informatie

ALS GENEZING NIET MEER MOGELIJK IS Zorggids voor de laatste levensfase

ALS GENEZING NIET MEER MOGELIJK IS Zorggids voor de laatste levensfase ALS GENEZING NIET MEER MOGELIJK IS Zorggids voor de laatste levensfase In deze zorggids vindt u informatie over het zorgaanbod voor de laatste levensfase in de regio Noord Limburg Wanneer de arts u vertelt

Nadere informatie

Wegwijzer Rouwbegeleiding en nazorg Heuvelland. Adressen, telefoonnummers en websites

Wegwijzer Rouwbegeleiding en nazorg Heuvelland. Adressen, telefoonnummers en websites Wegwijzer Rouwbegeleiding en nazorg Heuvelland Adressen, telefoonnummers en websites Werkgroep Rouwverwerking en nazorg Netwerk Palliatieve Zorg Heuvelland september 2014 Inhoud 1 Informatie, advies en

Nadere informatie

Ervaringen en trainingsbehoefte professionals jeugdzorg

Ervaringen en trainingsbehoefte professionals jeugdzorg Ervaringen en trainingsbehoefte professionals jeugdzorg transformatie jeugdzorg FoodValley INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding... 2 1.1. Aanleiding... 2 1.2. Doel- en probleemstelling... 2 1.3. Methode... 2 1.4.

Nadere informatie

Psychologische aspecten bij donatie dr. Carine Poppe, MSc, PhD Psycholoog Cognitief-gedragstherapeut Transplantatiecentrum UZG

Psychologische aspecten bij donatie dr. Carine Poppe, MSc, PhD Psycholoog Cognitief-gedragstherapeut Transplantatiecentrum UZG Psychologische aspecten bij donatie dr. Carine Poppe, MSc, PhD Psycholoog Cognitief-gedragstherapeut Transplantatiecentrum UZG 1 Emotioneel beladen thema s Overlijden van dierbare Donatie van iets van

Nadere informatie

3. Rouw en verliesverwerking

3. Rouw en verliesverwerking 3. Rouw en verliesverwerking 29 Voor de trainer De belangrijkste begrippen van dit gedeelte zijn: Grote verschillen tussen verschillende getroffenen Breuk in de levenslijn Rouw/Verliesverwerking/chronische

Nadere informatie

Signalering in de palliatieve fase

Signalering in de palliatieve fase 17 maart 2015 Signalering in de palliatieve fase Denk- en werkmethode voor verzorgenden Karin Willemse Gespecialiseerd wijkverpleegkundige Oncologie & Palliatieve zorg Consulent palliatieve zorg NHN en

Nadere informatie

Klanttevredenheidsonderzoek DBC Diabetes Mellitus Eerste lijn

Klanttevredenheidsonderzoek DBC Diabetes Mellitus Eerste lijn Inleiding: Sinds 1 januari 2008 wordt in Noord-Limburg de diabeteszorg in de eerste lijn door Cohesie Cure and Care georganiseerd. De diabeteszorg wordt als DBC Diabetes Mellitus Eerste Lijn op gestructureerde

Nadere informatie

TRAININGSAANBOD STEM. Bewustwordingsbijeenkomst Verdiepingsbijeenkomsten Inspiratiecyclus

TRAININGSAANBOD STEM. Bewustwordingsbijeenkomst Verdiepingsbijeenkomsten Inspiratiecyclus TRAININGSAANBOD STEM Bewustwordingsbijeenkomst Verdiepingsbijeenkomsten Inspiratiecyclus STEM Leren praten over de dood Stichting STEM organiseert trainingen rond het thema praten over de dood voor iedereen

Nadere informatie

40 verzorgingshuisappartementen 20 verpleeghuisplaatsen (waarbij psychogeriatrie en somatiek) dagbehandeling dagverzorging kortdurende opname

40 verzorgingshuisappartementen 20 verpleeghuisplaatsen (waarbij psychogeriatrie en somatiek) dagbehandeling dagverzorging kortdurende opname Naam instelling: Zorgcentrum De Stilen Adres: Longway 2 8881 CN West-Terschelling tel. nr. 0562-446400 website: www.znb.nl Signatuur neutraal Behandelmogelijkheden Zorgcentrum de Stilen biedt een combinatie

Nadere informatie

Intensieve Zorgafdeling de Hazelaar

Intensieve Zorgafdeling de Hazelaar Intensieve Zorgafdeling de Hazelaar 2 Doelstelling Het doel van het project is om patiënten die vallen binnen de doelgroep zo spoedig mogelijk weer naar de - of een thuissituatie te laten terugkeren of

Nadere informatie

POST-HBO OPLEIDING. Forensische psychiatrie. mensenkennis

POST-HBO OPLEIDING. Forensische psychiatrie. mensenkennis POST-HBO OPLEIDING Forensische psychiatrie mensenkennis Post-hbo opleiding forensische psychiatrie Initiatief De post-hbo opleiding is een initiatief van de: Dr. Henri van der Hoeven Stichting (Forum Educatief),

Nadere informatie

Rapport Kindermishandeling en Huiselijk Geweld. Peiling bij Fysiotherapeuten, Oefentherapeuten en Ergotherapeuten

Rapport Kindermishandeling en Huiselijk Geweld. Peiling bij Fysiotherapeuten, Oefentherapeuten en Ergotherapeuten Rapport Kindermishandeling en Huiselijk Geweld Peiling bij Fysiotherapeuten, Oefentherapeuten en Ergotherapeuten Stichting STUK Door Nicole de Haan en Lieke Popelier 2013 Algemene informatie Uit recent

Nadere informatie

Een niet vrijwillige opname in het verpleeghuis

Een niet vrijwillige opname in het verpleeghuis Een niet vrijwillige opname in het verpleeghuis Ouderen Een niet vrijwillige opname in het verpleeghuis Introductie Op dit moment is uw dementerend familielid in behandeling bij Mondriaan Ouderen van Mondriaan.

Nadere informatie

Onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van Ethische commissies. Door CNV Publieke Zaak en Reliëf

Onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van Ethische commissies. Door CNV Publieke Zaak en Reliëf Onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte van Ethische commissies Door CNV Publieke Zaak en Reliëf Inleiding...2 Doelgroep...2 Methode...2 Respondenten...2 Resultaten...3 doelstelling van de ethische commissie...4

Nadere informatie

Wegwijzer Hospice Sint- Annaland, oktober 2013

Wegwijzer Hospice Sint- Annaland, oktober 2013 Wegwijzer Hospice Sint-Annaland, oktober 2013 Inhoud Wat is palliatieve zorg?... 3 Waarom een Hospice in de Schutse?... 4 Voor wie is het Hospice bestemd?... 5 Wat biedt het Hospice?... 5 Betrokkenheid

Nadere informatie

Psychosociale begeleiding in het Oncologie Centrum

Psychosociale begeleiding in het Oncologie Centrum Psychosociale begeleiding in het Centrum Inleiding Als u te horen krijgt dat u kanker heeft of een hematologische ziekte, kan er veel veranderen in uw leven en dat van uw naasten. Niet alleen lichamelijk,

Nadere informatie

Samenvatting leerstof Geriatrie opleiding

Samenvatting leerstof Geriatrie opleiding Samenvatting leerstof Geriatrie opleiding Klinisch redeneren doen we in feite al heel lang. VUmc Amstel Academie heeft hiervoor een systematiek ontwikkeld, klinisch redeneren in 6 stappen, om gedetailleerd

Nadere informatie

Onderzoek Passend Onderwijs

Onderzoek Passend Onderwijs Rapportage Onderzoek passend onderwijs In samenwerking met: Algemeen Dagblad Contactpersoon: Ellen van Gaalen Utrecht, augustus 2015 DUO Onderwijsonderzoek drs. Liesbeth van der Woud drs. Tanya Beliaeva

Nadere informatie

Zorgpad Stervensfase

Zorgpad Stervensfase Zorgpad Stervensfase de laatste stand van zaken Lia van Zuylen, internist-oncoloog Kenniscentrum Palliatieve Zorg Erasmus MC, Rotterdam Inhoud Belang markering stervensfase Zorgpad Stervensfase Nieuwe

Nadere informatie

Financiële problemen op de werkvloer

Financiële problemen op de werkvloer Financiële problemen op de werkvloer Gemeente Zoetermeer Nibud, 2012 Auteurs Daisy van der Burg Tamara Madern Inhoud 1 INLEIDING... 2 2 ONTWIKKELING FINANCIËLE PROBLEMEN... 3 3 OORZAKEN, SIGNALEN EN GEVOLGEN...

Nadere informatie

Als eerste is gevraagd in hoeverre de Cito Eindtoets Basisonderwijs een reëel beeld oplevert van

Als eerste is gevraagd in hoeverre de Cito Eindtoets Basisonderwijs een reëel beeld oplevert van Onderzoek Cito Eindtoets Basisonderwijs Methode en deelname Van 16 tot en met 24 januari 2013 heeft een online survey over de Cito Eindtoets Basisonderwijs opengestaan voor het Basisonderwijs. De vragen

Nadere informatie

Ervaring in palliatieve zorg

Ervaring in palliatieve zorg De psychologische invalshoek in de palliatieve zorg Wie doet wat? Dr. Judith Prins klinisch psycholoog Medische Psychologie Congres NPTN 2 november 2006 1 Ervaring in palliatieve zorg 1986-1990 1992-1996

Nadere informatie

ICT IN HET BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS SCHOOLJAAR 2007/2008 TECHNISCH RAPPORT

ICT IN HET BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS SCHOOLJAAR 2007/2008 TECHNISCH RAPPORT ICT IN HET BASIS- EN VOORTGEZET ONDERWIJS SCHOOLJAAR 2007/2008 TECHNISCH RAPPORT Utrecht, maart 2008 INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding en probleemstelling 5 2 Resultaten basisonderwijs 7 2.1 Representativiteit

Nadere informatie

Werkgroep Spirituele Zorg binnen de Palliatieve Zorg Regio Zuid-Gelderland

Werkgroep Spirituele Zorg binnen de Palliatieve Zorg Regio Zuid-Gelderland September 2011 Werkgroep Spirituele Zorg binnen de Palliatieve Zorg Regio Zuid-Gelderland Beleidsplan : Samenwerken aan Spirituele Zorg binnen de Palliatieve Zorg I. Achtergrond De palliatieve zorg ontwikkelt

Nadere informatie

Body of Knowledge. Kwalificatiedossier Verpleegkundige mbo. Werkversie 0.1. 1/12 Verpleegkundige mbo v0.1

Body of Knowledge. Kwalificatiedossier Verpleegkundige mbo. Werkversie 0.1. 1/12 Verpleegkundige mbo v0.1 Body of Knowledge Kwalificatiedossier Verpleegkundige mbo Werkversie 0.1 1/12 Verpleegkundige mbo v0.1 Inhoud 1 Verpleegkundige MBO basis... 3 1.1 Menselijk functioneren... 3 1.2 Methodisch handelen...

Nadere informatie

SAMENWERKEN IN DE PALLIATIEVE ZORG IN DE EERSTELIJN

SAMENWERKEN IN DE PALLIATIEVE ZORG IN DE EERSTELIJN SAMENWERKEN IN DE PALLIATIEVE ZORG IN DE EERSTELIJN een onderzoek naar de ontwikkeling en implementatie van het Zorgprogramma Palliatieve Eerstelijnszorg in de deelgemeente Rotterdam Kralingen - Crooswijk

Nadere informatie

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT. Beroepstaak C Helpen bij (sociale) activiteiten. Niveau Gevorderd

OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT. Beroepstaak C Helpen bij (sociale) activiteiten. Niveau Gevorderd OPLEIDING HELPENDE ZORG EN WELZIJN TOETS BEROEPSOPDRACHT Uitvoeren van activiteiten met zorgvragers (Verpleeg- en verzorgingshuiszorg & thuiszorg) Beroepstaak C Helpen bij (sociale) activiteiten Niveau

Nadere informatie

Klanttevredenheidsonderzoek Zorgprogramma DM - Eerste lijn (2013)

Klanttevredenheidsonderzoek Zorgprogramma DM - Eerste lijn (2013) Klanttevredenheidsonderzoek Zorgprogramma DM - Eerste lijn (2013) Inhoudsopgave Verslag Samenvatting resultaten Bijlage - Vragenlijst Cohesie Cure and Care Hagerhofweg 2 5912 PN VENLO +31 (77) 3203736

Nadere informatie

Zorgpad Stervensfase. Lia van Zuylen, internist-oncoloog. Kenniscentrum Palliatieve Zorg Erasmus MC, Rotterdam

Zorgpad Stervensfase. Lia van Zuylen, internist-oncoloog. Kenniscentrum Palliatieve Zorg Erasmus MC, Rotterdam Zorgpad Stervensfase Lia van Zuylen, internist-oncoloog Kenniscentrum Palliatieve Zorg Erasmus MC, Rotterdam Inhoud Herkenning stervensfase Inhoud van Zorgpad Stervensfase Onderzoeksresultaten Zorgpad

Nadere informatie

Netwerk Ouderenzorg Regio Noord

Netwerk Ouderenzorg Regio Noord Netwerk Ouderenzorg Regio Noord Vragenlijst Behoefte als kompas, de oudere aan het roer Deze vragenlijst bestaat vragen naar uw algemene situatie, lichamelijke en geestelijke gezondheid, omgang met gezondheid

Nadere informatie

Trainingsaanbod. Studiecentrum Bureau Jeugdzorg Utrecht Voor beroepskrachten die met ouders en kinderen werken

Trainingsaanbod. Studiecentrum Bureau Jeugdzorg Utrecht Voor beroepskrachten die met ouders en kinderen werken Trainingsaanbod Studiecentrum Bureau Jeugdzorg Utrecht Voor beroepskrachten die met ouders en kinderen werken 1 Trainingsaanbod Als beroepskracht hoort en ziet u veel en bent u vaak de eerste die mogelijke

Nadere informatie

FP11A. Forensische psychiatrie POST-HBO OPLEIDING. mensenkennis

FP11A. Forensische psychiatrie POST-HBO OPLEIDING. mensenkennis FP11A POST-HBO OPLEIDING Forensische psychiatrie mensenkennis Post-hbo opleiding forensische psychiatrie Initiatief De post-hbo opleiding is een initiatief van de: Dr. Henri van der Hoeven Stichting (Forum

Nadere informatie

Inhoudsopgave Beginpagina...1 Vragenlijst...2 Afsluitende pagina...7

Inhoudsopgave Beginpagina...1 Vragenlijst...2 Afsluitende pagina...7 20151020 NETQ verwarde personen/ggz Inhoudsopgave Beginpagina...1 Vragenlijst...2 Afsluitende pagina...7 i Beginpagina Beste heer, mevrouw, Aedes krijgt van leden regelmatig signalen over overlast en andere

Nadere informatie

Producten COiL. Het COiL biedt momenteel de volgende producten aan:

Producten COiL. Het COiL biedt momenteel de volgende producten aan: Producten COiL Het COiL biedt momenteel de volgende producten aan: Voor zorgprofessionals en vrijwilligers 1. Trainingen Omgaan met levensvragen 2. Begeleide intervisie, moreel beraad 3. Train- de- trainers

Nadere informatie

Klanttevredenheidsonderzoek 2015

Klanttevredenheidsonderzoek 2015 Klanttevredenheidsonderzoek 2015 Uitgevoerd door de Wetenschapswinkel van de Universiteit Twente Laura van Neck December 2015 1 Colofon Onderzoek uitgevoerd door: Wetenschapswinkel Universiteit Twente

Nadere informatie

Psychosociale problemen bij kanker

Psychosociale problemen bij kanker Psychosociale problemen bij kanker mogelijkheden voor begeleiding in het azm Psychosociale problemen bij kanker Inleiding 3 Reacties 3 Begeleiding 3 Wanneer hulp inschakelen 4 Vroegtijdige herkenning 4

Nadere informatie

Informatieboekje Berkenrode, palliatieve zorg GGz Centraal, Zon & Schild. volwassenen pallatieve terminale zorg

Informatieboekje Berkenrode, palliatieve zorg GGz Centraal, Zon & Schild. volwassenen pallatieve terminale zorg Informatieboekje Berkenrode, palliatieve zorg GGz Centraal, Zon & Schild volwassenen pallatieve terminale zorg Inhoudsopgave Inleiding 2 Palliatieve unit locatie Zon & Schild 2 Visie en uitgangspunten

Nadere informatie

Wat is palliatieve zorg? Waar denk je aan bij palliatieve zorg?

Wat is palliatieve zorg? Waar denk je aan bij palliatieve zorg? Wat is palliatieve zorg? Waar denk je aan bij palliatieve zorg? 2 Definitie Palliatieve zorg (WHO 2002) Palliatieve zorg is een benadering die de kwaliteit van leven verbetert van patiënten en hun naasten,

Nadere informatie

Suïcidepreventiebeleid binnen een organisatie 10/10/2014

Suïcidepreventiebeleid binnen een organisatie 10/10/2014 Wat is een suïcidepreventiebeleid? Suïcidepreventiebeleid binnen een organisatie 10/10/2014 Een stappenplan waarin uitgeschreven staat hoe er binnen een organisatie met suïcidaliteit wordt omgegaan en

Nadere informatie

De kennis van apothekersassistenten over het EPD en het LSP

De kennis van apothekersassistenten over het EPD en het LSP Onderzoeksartikel 5 juni 2014 De kennis van apothekersassistenten over het EPD en het LSP M.R.L. Nass; onderzoekstudent Farmakunde Abstract Doelstelling: Het doel van dit onderzoek was het verkrijgen van

Nadere informatie

Functiebeschrijving netwerk dementie regio Haaglanden

Functiebeschrijving netwerk dementie regio Haaglanden Functiebeschrijving netwerk dementie regio Haaglanden Inleiding De voor de cliënt en zijn omgeving zeer ingrijpende diagnose dementie roept veel vragen op over de ziekte en het verloop hiervan maar ook

Nadere informatie

Factsheet persbericht. Student stelt eisen aan stage bij

Factsheet persbericht. Student stelt eisen aan stage bij Factsheet persbericht Student stelt eisen aan stage bij Inleiding Stageperiode Een stageperiode is voor veel studenten de meest leerzame periode van hun schoolcarrière. Maar tegen welke problemen lopen

Nadere informatie

Klanttevredenheidsonderzoek vrijwilligersorganisaties Actieradius najaar 2011

Klanttevredenheidsonderzoek vrijwilligersorganisaties Actieradius najaar 2011 Klanttevredenheidsonderzoek vrijwilligersorganisaties Actieradius najaar 2011 In het najaar van 2011 heeft Actieradius- vrijwillige inzet Land van Cuijk een klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd onder

Nadere informatie