Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Illegale verhuur van woningen Nr. 5 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 22 januari 2001 De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer 1 heeft een aantal vragen voorgelegd aan de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over de brief d.d. 12 oktober 2000 over illegale verhuur van woningen (26 460, nr. 4). De staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 22 januari Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt. De voorzitter van commissie, Reitsma De griffier van de commissie, Jonker 1 Samenstelling: Leden: Reitsma (CDA), voorzitter, Witteveen- Hevinga (PvdA), Van Middelkoop (GPV), Feenstra (PvdA), Verbugt (VVD), Poppe (SP), Duivesteijn (PvdA), Crone (PvdA), Augusteijn-Esser (D66), Klein Molekamp (VVD), Hofstra (VVD), ondervoorzitter, Eisses-Timmerman (CDA), Th. A. M. Meijer (CDA), Luchtenveld (VVD), Van Wijmen (CDA), Van der Steenhoven (GroenLinks), Van der Staaij (SGP), Ravestein (D66), Oplaat (VVD), Kortram (PvdA), Van der Knaap (CDA), Van Gent (GroenLinks), Udo (VVD), Waalkens (PvdA), Schoenmakers (PvdA). Plv. leden: Leers (CDA), Dijksma (PvdA), Stellingwerf (RPF), Valk (PvdA), Essers (VVD), De Wit (SP), Van Heemst (PvdA), De Boer (PvdA), Scheltema-de Nie (D66), Van Beek (VVD), Geluk (VVD), Visser-van Doorn (CDA), Schreijer-Pierik (CDA), Blok (VVD), Biesheuvel (CDA), M. B. Vos (GroenLinks), Van t Riet (D66), Giskes (D66), Niederer (VVD), Vacature (PvdA), Van den Akker (CDA), Halsema (Groen- Links), Snijder-Hazelhoff (VVD), Hindriks (PvdA), Spoelman (PvdA). KST50811 ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 2001 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 1

2 1 Hoe beoordeelt de regering de huisvestingsvergunning als instrument van de gemeenten om invloed uit te oefenen op het woongedrag van huurders? De huisvestingsvergunning is een publiekrechtelijk instrument dat kan worden ingezet wanneer (dreigende) schaarste aan passende, goedkope en betaalbare woonruimte voor de doelgroepen van het volkshuisvestingsbeleid dit noodzakelijk maakt. Dat wil zeggen dat, gelet de locatie en de kenmerken van dergelijke woningen, zowel toelatingseisen voor de woningmarkt (criteria ten aanzien van maatschappelijke of economische binding met de betreffende gemeente of woningmarktregio) als toewijzingseisen aan de woning (criteria ten aanzien van passendheid en urgentie) aan woningzoekenden kunnen worden gesteld alvorens zij voor een huisvestingsvergunning voor dergelijke woonruimte in aanmerking komen. Aanvullend moet voorts sprake zijn van een naar verwachting duurzame bewoning van de betreffende woning alvorens de vergunning wordt verleend. Dergelijke eisen en criteria moeten zijn opgenomen in een huisvestingsverordening. Op deze wijze kan een gemeente voor aanvang van de bewoning een huurder toetsen op zijn kenmerken en intenties. Indien een huurder zich niet gedraagt zoals een goed huurder betaamt dan kan dit zo nodig via privaatrechtelijke weg worden aangepakt. Dat wil zeggen dat, afhankelijk van de inhoud van de huurovereenkomst, de huurovereenkomst kan worden beëindigd. 2 Kan de regering aangeven in welke stad of in welk gebied onrechtmatige bewoning het meeste voorkomt? Uit het onderzoek blijkt dat onrechtmatige bewoning door relatief meer gemeenten in de Randstad dan daarbuiten als verschijnsel wordt gesignaleerd. Dit houdt tevens in dat onrechtmatige bewoning meer in gespannen woningmarkten wordt waargenomen dan daarbuiten. Driekwart van de onderzoeksgemeenten in de Randstad constateren gevallen van onrechtmatige bewoning ongeacht de mate van spanning op de woningmarkt. Buiten de Randstad wordt door een kwart van de gemeenten onrechtmatige bewoning geconstateerd. Zoals ik in mijn brief van 12 oktober jl. (kamerstukken II, 2000/2001, , nr. 4) heb aangegeven zijn over de kwantitatieve omvang van het verschijnsel geen harde gegevens beschikbaar, noch naar mijn verwachting, te krijgen. De vraag in welke stad of regio onrechtmatige bewoning het meeste voorkomt kan ik dan ook niet beantwoorden. 3 Denkt de regering na over oplossingen voor de woningnood onder (eerstejaars) studenten die in veel gevallen genoodzaakt zijn een woning illegaal te betrekken? Allereerst merk ik op dat waar in deze en volgende vragen wordt gesproken over illegale verhuur en illegale en semi-illegale huur, ik bij de beantwoording zal spreken over onrechtmatige bewoning. In antwoord op vragen van het lid Kortram heb ik aangegeven dat ik de ontwikkelingen en problematiek met betrekking tot de vraag en het aanbod van huisvesting van studenten nader zal analyseren (Aanhangsel Handelingen Tweede kamer nr. 1814, vergaderjaar ). Deze analyse vindt momenteel plaats. Ik heb aangegeven dat ik afhankelijk van Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 2

3 de resultaten in overleg met de betrokken partijen zal bezien of er maatregelen noodzakelijk zijn. Overigens ben ik van mening dat tijdelijke tekorten in het aanbod van studentenhuisvesting geen reden mogen zijn om een woning onrechtmatig te huren of te verhuren. Door onrechtmatige bewoning komen de huurders die de woning rechtmatig zouden kunnen betrekken immers niet aan bod zodat onwenselijke verdringingsverschijnselen ontstaan. 4 Wat heeft het Cebeon-onderzoek gekost? Zijn deze kosten volledig gedragen door het ministerie van VROM? Hoe wordt in deze de verhouding, tussen kosten enerzijds, en opbrengsten in termen van toegevoegde (informatie)waarde anderzijds, beoordeeld? Met de uitvoering van het Cebeon-onderzoek was een bedrag van f , (incl. BTW) gemoeid. Deze kosten zijn gedragen door het ministerie van VROM. Het rapport van Cebeon geeft volgens alle betrokken partijen een duidelijk en gedegen antwoord op de geformuleerde onderzoeksvragen en levert daarmee met name ten aanzien van ontwikkelingen en patronen op het gebied van onrechtmatige bewoning naar mijn mening een belangrijke bijdrage aan een verdieping van de kennis over dit onderwerp. Daarnaast laat het onderzoek zien hoe gemeenten en verhuurders de bestrijding van onrechtmatige bewoning en de informatieuitwisseling daarover daadwerkelijk vormgeven en invullen. In de informatievoorziening richting gemeenten zal ik dat ook aangeven. Er kan in dit geval dan ook zeker worden gesproken van «value for money». 5 Waarom wordt in het Cebeon-onderzoek en in de brief van de regering nauwelijks ingegaan op de oorzaken van onrechtmatige bewoning, terwijl de Kamer hier op 10 november 1999 uitdrukkelijk om heeft verzocht? Kan alsnog meer duidelijkheid worden geschapen over de veronderstelde relaties tussen spanningen op de woningmarkt en het verschijnsel van illegale verhuur? Op basis van het onderzoek concludeer ik dat er niet één oorzaak-gevolg relatie is aan te geven maar dat er sprake is van een complex van factoren. Zo blijkt uit het onderzoek dat onrechtmatige bewoning relatief vaak in gemeenten in gespannen woningmarkten en de Randstad wordt gesignaleerd, maar echter ook in meer ontspannen woningmarkten voor komt. Dit duidt er op dat schaarste niet de enige factor is die van invloed is op het ontstaan van onrechtmatige bewoning. Ook van de onrechtmatige bewoners zijn er nauwelijks aanwijsbare patronen. Met uitzondering van 65 plussers worden alle leeftijdsgroepen en typen huishoudens aangetroffen. Motieven van het onrechtmatige verhuren variëren van het helpen van bekenden, het in stand houden van voorzieningen (bijvoorbeeld subsidies) tot geldelijk gewin (met winst doorverhuren). Op basis van bovenstaande bevindingen uit het onderzoek concludeer ik dan ook dat de oorzaken van onrechtmatige bewoning en de veronderstelde relaties tussen spanning op de woningmarkt en illegale verhuur (onrechtmatige bewoning) wel degelijk in het onderzoek aan de orde zijn gekomen.. 6 Waarom is gekozen dit onderzoek aan Cebeon uit te besteden? Heeft een openbare aanbesteding plaatsgevonden? Zijn de kennis en vaardigheden voor een dergelijk onderzoek niet aanwezig binnen het ministerie van VROM? Ten behoeve van het onderzoek is conform de geldende VROMprocedures op basis van een door het ministerie opgesteld project- Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 3

4 document bij een viertal onderzoeksbureau offerte opgevraagd. Door de breed samengestelde begeleidingscommissie is unaniem gekozen voor de onderzoeksofferte van Cebeon. Gelet op de gevoeligheid van dit onderwerp werd het wenselijk geacht iedere schijn van directe betrokkenheid van mijn ministerie te vermijden en is er de voorkeur aan gegeven het onderzoek door een extern bureau uit te laten voeren. Daarnaast hebben ook nog overwegingen van capacitaire aard hierbij een rol gespeeld. 7 Kan de onderzoeksopdracht aan Cebeon aan de Kamer worden toegezonden? Ja, zie bijlage. 1 8 In hoeverre is het nadelig voor het totaalbeeld dat er geen sprake is van een representatief onderzoek? Zoals ik in het algemeen overleg van 10 november 2000 (kamerstukken II, 1999/2000, , nr. 3) heb aangegeven is niet ingezet op een kwantitatief onderzoek omdat het niet de verwachting was dat een dergelijke analyse een scherper zicht op de cijfers zou opleveren. Ik heb daarom aangegeven dat zou worden onderzocht welke patronen en ontwikkelingen zich bij onrechtmatige bewoning voordoen. Daarbij zijn onder andere de rol van de gemeenten en de belemmeringen in de praktijk meegenomen. Doelstelling van het onderzoek was niet het verkrijgen van een representatief beeld maar een zo breed mogelijk inzicht in en oorzaken van het verschijnsel onrechtmatige bewoning. Zoals ik ook in mijn antwoord op vraag 5 heb aangegeven is dat met het onderzoek ook bereikt. 9 Is het niet vreemd dat het voorliggende onderzoeksrapport meer een herhaling van zetten is van reeds bekende informatie uit onder meer het rapport van de commissie-zwart en de eerdere brieven van de staatssecretaris (26 460). Namelijk slechts een inventarisatie van gebruikte en optionele bestrijdingsmaatregelen, in plaats van het daadwerkelijk zichtbaar maken van patronen en ontwikkelingen binnen de illegale en semilegale huur en verhuur? 1 Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie. Zoals ik mijn antwoord op vraag 5 heb aangegeven is in het onderzoek wel degelijk aandacht besteed aan de patronen en ontwikkelingen die zich bij onrechtmatige bewoning voordoen. Er is echter niet één oorzaakgevolg relatie aan te geven maar sprake is van een complex van factoren. In eerdere onderzoeksrapporten, zoals het rapport van de commissie Zwart, kwamen met name de formele mogelijkheden van de gemeente aan de orde om onrechtmatige bewoning aan te pakken. In eerdere brieven over dit onderwerp was de veronderstelling dat onrechtmatige bewoning toch in hoofdzaak voorkwam in de vier grote gemeenten en ook dikwijls samengaat met andere vormen van onrechtmatige gedrag (kamerstukken II, , , nr. 1 en 2). De conclusie van het recente onderzoek is dat onrechtmatige bewoning niet alleen voorkomt (en bestreden wordt) in de vier grote gemeenten maar dat het verschijnsel zich ook voor doet in minder gespannen woningmarktgebieden en middelgrote en kleinere gemeenten. Ook kan worden geconstateerd dat samengaan van onrechtmatige bewoning en andere vormen van onrechtmatig handelen relatief beperkt is. Voor zover gemeenten gegevens hebben kunnen leveren werd geconstateerd dat dit bij 10 a 20 % van de gevallen van onrechtmatige bewoning het geval was. Zoals aangegeven in antwoord op vraag 4 biedt het onderzoek volgens Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 4

5 alle betrokken partijen nieuwe inzichten. Het onderzoek laat immers zien hoe gemeenten en verhuurders de bestrijding van onrechtmatige bewoning en de informatie-uitwisseling daarover daadwerkelijk vormgeven en invullen. 10 Waarom wordt, met het oog op de handhaving, niet aan gemeenten aangeraden om sowieso een huisvestingsverordening in te stellen? Zoals onder meer in vraag 1 is aangegeven, is een huisvestingsverordening alleen dan aan de orde wanneer, naar het oordeel van de gemeente, sprake is van (dreigende) schaarste aan woonruimte voor de doelgroepen van beleid zonder nadere regels niet is gewaarborgd. Indien geen sprake is van (dreigende) schaarste aan woonruimte voor de doelgroep, is een huisvestingsverordening, cq. het benoemen van huivestingvergunningsplichtige woningen niet aan de orde. In dat geval dient onverkort het recht van vrije vestiging te gelden. Het is de gemeente die aan de hand van deze criteria zal moeten beoordelen en afwegen of een huisvestingsverordening wenselijk cq. noodzakelijk is. Het rijk heeft daarin geen taak en verantwoordelijkheid. Het uitsluitend, op grond van onderhavige problematiek, instellen van een huisvestingsverordening is (dus) niet opportuun. 11 Waarom is het Ministerie van Justitie niet bij het voorliggende onderzoek betrokken? In het onderzoek komt met name de bestuurlijke en organisatorische kant van onrechtmatige bewoning bij gemeenten aan de orde. Wanneer sprake is van strafrechtelijke handhaving zal Justitie betrokken worden. Nu dit nog niet aan de orde is, is Justitie terughoudend betrokken. Zoals ik in paragraaf 6 onder e van mijn brief van 12 oktober 2000 (kamerstukken II, 2000/2001, , nr. 4) heb aangegeven is Justitie overigens wel betrokken geweest bij de bespreking van de bevindingen van het onderzoek en de vervolgstappen. 12 Is het mogelijk de resultaten van het onderzoek, (d.w.z. driekwart van de onderzochte gemeenten heeft te maken met het verschijnsel van onrechtmatige bewoning) te extrapoleren voor alle gemeenten in ons land? Aangezien het onderzoek niet representatief is, is extrapolatie niet mogelijk. Zo hadden er van de 49 onderzochte gemeenten 35 een huisvestingsverordening, wat een overschatting van de landelijke situatie is. Verder zijn de grotere gemeenten oververtegenwoordigd. Ik neem echter wel aan, gezien de gebleken patronen, dat een aanzienlijk aantal gemeenten op de één of andere manier met het verschijnsel te maken kan hebben. 13 Waarom zijn er geen kwantitatieve gegevens beschikbaar over de omvang van het verschijnsel onrechtmatige bewoning? Dit hangt samen met de aard van het verschijnsel. Een onrechtmatige bewoner staat per definitie niet op de gebruikelijke wijze geregistreerd in een gemeente. Op basis van het aantal geconstateerde gevallen zou de gemeente hoogstens een inschatting kunnen maken van het totaal aantal gevallen van onrechtmatige bewoning. Uit eerder onderzoek is echter geconstateerd dat inzicht in de kenmerken van de betreffende huishoudens en delen van de voorraad hooguit partieel aanwezig is en niet systematisch in kaart is gebracht. Zoals ik ook in het algemeen overleg van 10 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 5

6 november 1999 heb aangegeven (kamerstukken II, 2000/2001, , nr. 3), ging het mij bij het uitgevoerde onderzoek primair om het zichtbaar maken van patronen en ontwikkelingen. 14 Wat is de verklaring voor het feit dat bepaalde gemeenten wel het aantal gevallen van onrechtmatige bewoning kunnen aangeven en andere niet? Voor de beantwoording van deze vraag verwijs ik ook naar mijn antwoord op de vorige vraag. Daarnaast merk ik op dat uit het recente onderzoek blijkt dat alleen gemeenten die specifieke projecten voor opsporing en bestrijding van onrechtmatige bewoning hebben opgezet een indicatie van de omvang kunnen geven. Het inzicht heeft dan echter alleen betrekking op de onderzochte delen van de woningvoorraad. De resultaten van een dergelijk complexmatig onderzoek geven een beeld van de in de loop van een aantal jaren gecumuleerde omvang van het verschijnsel en kunnen niet zonder meer worden vertaald naar de hele gemeente. 15 Aangezien het moeilijk schijnt te zijn om kwantitatieve gegevens over het verschijnsel boven water te halen en periodieke vergelijkingen derhalve moeilijk uitvoerbaar zijn, hoe weet men dan of bepaalde instrumenten om illegale verhuur te bestrijden effectiviteit sorteren? Ieder geval van onrechtmatige bewoning dat met een bepaald instrument boven tafel komt toont aan dat dit instrument een bepaald effect sorteert. In zijn algemeenheid is het voor een gemeente moeilijk meetbaar of bepaalde maatregelen leiden tot een afname van het aantal gevallen van onrechtmatige bewoning. Ten eerste komt dit door de aard van het verschijnsel waarbij het aantal gevallen dat niet wordt opgespoord uiteraard niet geregistreerd kan worden. Ten tweede zijn ook de veranderingen in de maatschappelijke context van invloed op het verschijnsel onrechtmatige bewoning en de bestrijding daarvan. In mijn brief van 12 oktober 2000 (kamerstukken II, 2000/2001, , nr. 3) heb ik een aantal van deze veranderingen benoemd, zoals de overgang naar het aanbodmodel. Uit het onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat de invoering van het aanbodmodel leidt tot grotere alertheid bij bewoners en daarmee tot meer signalen van mogelijke onrechtmatige bewoning. Verder wordt door gemeente vooral gewezen op de preventieve werking van maatregelen tegen bestrijding van onrechtmatige bewoning. Dit komt tot uitdrukking in een afname van het aantal signalen over onrechtmatige bewoning, spontane huuropzeggingen en meer aanvragen voor huisvestingsvergunningen. 16 Hoe kan een gemeente een verhuurder aanspreken die onrechtmatig verhuurt? Allereerst merk ik op dat de gemeente de verhuurder alleen aan kan spreken wanneer de verhuurder de woningen in strijd met de huisvestingsverordening verhuurt (de publiekrechtelijke vorm van onrechtmatige bewoning). Voor wonen in strijd met het huurcontract ligt de verantwoordelijkheid bij de verhuurder. Zoals ik in mijn brief van 12 oktober jl. (kamerstukken II, 2000/2001, , nr. 4) heb aangegeven volstaat het veelal om met de verhuurder afspraken te maken over de gezamenlijke aanpak van onrechtmatige bewoning. Wanneer dit echter onvoldoende resultaat oplevert kunnen Burgemeester en Wethouders een ontruimingsbevel uitvaardigen. De bevoegdheid daartoe berust op de Gemeentewet (artikel 125). Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 6

7 In geval het de gemeente bekend is of wordt dat de eigenaar van de woonruimte niet van plan is om een huurovereenkomst te sluiten met een woningzoekende die volgens de gemeente daarvoor in aanmerking komt, kan de gemeente voorts tot woonruimtevordering overgaan, conform artikel 40, 1e lid van de Huisvestingswet. Naast deze bestuursrechtelijke maatregelen kan de gemeente ook overgaan tot strafrechtelijke maatregelen (zowel richting eigenaar/verhuurder als huurder) conform artikel 84 van de Huisvestingswet. 17 Welke concrete maatregelen stelt de regering voor om de betrokkenheid van de verhuurder te vergroten bij de aanpak van onrechtmatige bewoning? Ik vind het wenselijk dat gemeenten afspraken maken met verhuurders over de bestrijding en aanpak van onrechtmatige bewoning. Ik zal dit ook monitoren. De organisaties van verhuurders Vastgoedbelang en IVBN hebben ook aangegeven hun leden te zullen wijzen op het belang van samenwerking met de gemeente op dit terrein. De samenwerking tussen gemeenten en de verhuurders zal met name vorm moeten krijgen in de vorm van een regelmatige uitwisseling van gegevens. In tabel 4.4 op pagina 42 van het onderzoeksrapport zijn enkele vormen aangegeven waarop de uitwisseling van gegevens nu plaats vindt. Ik zal de hoofdpunten van het onderzoeksrapport in overleg met de VNG onder de aandacht van gemeenten brengen. Daarbij zal ik specifiek ingaan op de wijze waarop gemeenten de samenwerking met verhuurders vorm kunnen geven. 18 In hoeverre hebben studenten in de universiteitssteden te maken met onrechtmatige bewoning? In het onderzoek zijn wel enkele universiteitssteden betrokken maar er is geen specifieke selectie gemaakt van deze steden. Het is dan ook niet mogelijk om naast het algemeen beeld wat in het onderzoek gepresenteerd wordt specifieke uitspraken te doen over de situatie onder studenten in universiteitssteden. 19 Heeft dit onderzoek de noodzaak aangetoond, dat er meer voorzieningen getroffen moeten worden voor studenten, voor zover het om onderdak vinden gaat? Nee, zoals ik in mijn antwoord op de vorige vraag heb aangegeven worden in het onderzoek geen uitspraken gedaan over de specifieke situatie van studenten of over het ontbreken van voorzieningen daarvoor. In dit verband wijs ik ook op mijn het antwoord op vraag 3 waar ik heb aangegeven dat er momenteel een nadere analyse van de situatie van studenten plaats vindt. 20 Aanpak en handhaving richten zich in de voornemens vrijwel uitsluitend op de onrechtmatige huurder, in plaats van op de onrechtmatige verhuurder. Waarom worden geen voorstellen gedaan om partijen die illegaal verhuren (en hiervoor woekerprijzen vragen) langs publiekrechtelijke en strafrechtelijke weg aan te pakken? Degene die onrechtmatig verhuurt zonder een op grond van de gemeentelijke huisvestingsverordening vereiste vergunning kan worden gestraft met een hechtenis van ten hoogste vier maanden of een geldboete van Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 7

8 tienduizend gulden. De conclusie is dan ook dat de mogelijkheid om onrechtmatige bewoning langs strafrechtelijke weg aan te pakken reeds aanwezig is. In mijn antwoord op vraag 16 heb ik aangegeven hoe de gemeente langs publiekrechtelijke weg op kan treden. Zoals ik eerder heb aangegeven zal ik de hoofdpunten van het onderzoeksrapport onder de aandacht van gemeenten brengen. Ik zal daarbij ook ingaan op de mogelijkheden die de gemeenten heeft om de «onrechtmatige» verhuurder aan te pakken. 21 Wordt bij de ontwikkeling van de gedragscode voldoende duidelijk wat daadwerkelijk van de gemeente wordt verwacht als het gaat om het voeren van beleid, het handhaven van beleid en het bestrijden van gesignaleerde gevallen van onrechtmatige bewoning? Uit het onderzoek is gebleken dat een gezamenlijk aanpak van het verschijnsel onrechtmatige bewoning het meeste effect sorteert. Daarom heb ik in mijn brief aangegeven dat het wenselijk is dat gemeenten en verhuurders een op de lokale situatie afgestemde «gedragscode» ontwikkelen over de wijze waarop onrechtmatige bewoning bestreden kan worden. Een uniform landelijk model garandeert geen passend maatwerk. Een belangrijk element bij de afspraken met verhuurders zal gevormd worden door de wijze waarop gegevens uitgewisseld kunnen worden en de wijze waarop omgegaan zal worden met signalen over onrechtmatige bewoning. De resultaten van het onderzoek die ik aan de gemeenten kenbaar zal maken kunnen daarbij eveneens van dienst zijn. Ik ben van mening dat de gemeenten daarmee op het lokale niveau kunnen beoordelen op welke wijze de afspraken met verhuurders vorm gegeven kunnen worden. 22 Is uit het onderzoek gebleken dat gemeenten zelf vinden dat zij voldoende instrumentarium hebben om op te treden tegen onrechtmatige bewoning? Uit het onderzoek en bespreking met de VNG en G4 is gebleken dat gemeenten het instrumentarium om op te treden tegen onrechtmatige bewoning voldoende vinden. Overleg en aanzegging worden een effectieve en doeltreffende manier gevonden terwijl het inzetten van het juridisch instrumentarium meer inzet van middelen vergt waarbij de bewijsvoering overigens wel complex blijkt te zijn. Zoals ik ook in paragraaf 4 onder a van mijn eerdergenoemde brief van 12 oktober jl. heb aangegeven valt op dat een aantal gemeenten een bepaald gebruik van de GBA niet mogelijk achten terwijl anderen dezelfde mogelijkheden wel toepassen. Ik heb daarbij aangegeven dat de wetgeving wel randvoorwaarden stelt maar geen principiële belemmeringen opwerpt voor het gebruik van het GBA. Ik zal dat ook in mijn informatievoorziening richting gemeenten kenbaar maken. Of gemeenten van het beschikbare instrumentarium gebruik maken is echter hun eigen verantwoordelijkheid. 23 In hoeverre wordt er aanvullende actie ondernomen als door koppeling van gegevens meer bekend wordt over eventuele andere fraude (bijvoorbeeld ontvangen IHS en bijstand)? Zal dat ook in Amsterdam gebeuren waar de verantwoordelijke wethouder niets van sancties wil weten? Handhaving is een activiteit die op lokaal niveau wordt uitgevoerd. Eventuele vervolgacties onder andere ten aanzien van geconstateerde fraude zullen dan ook in eerste instantie op lokaal niveau moeten worden vorm- Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 8

9 gegeven. Wanneer uit signalen blijkt dat er sprake is van een onrechtmatige situatie zal huursubsidie en bijstand worden teruggevorderd. Voor wat betreft eventueel misbruik van de huursubsidie zal door middel van het project EOS direct kunnen worden geprofiteerd van een verhoging van de betrouwbaarheid van de GBA als gevolg van een vergrote aandacht voor onrechtmatige bewoning. Overigens wordt, naar mij op navraag is gebleken, in Amsterdam bij geconstateerde fraude altijd sanctionerend opgetreden; de zogenaamde «zoeklichtprojecten» zijn speciaal hiertoe opgezet. 24 De gemeente krijgt een zekere vrijheid als het gaat om de invulling met de samenwerking met verhuurders. Wat is de consequentie als door onvoldoende samenwerking onvoldoende resultaten worden behaald? Wordt de gemeente dan dwingender aangesproken op samenwerking en medewerking aan het uitwisselen van gegevens? Als uit signalen mocht blijken dat bijvoorbeeld wat betreft het beschikbaar stellen van gegevens op lokaal niveau de handhavingsactiviteiten stagneren als gevolg van onvoldoende samenwerking tussen de verhuurders en de gemeente, kan het Rijk (i.c. de Inspectie Volkshuisvesting) hierin een bemiddelende rol spelen. 25 Hoe denkt de regering de Tweede Kamer regelmatig te informeren over de stand van zaken met betrekking tot onrechtmatige bewoning? In mijn antwoord op vragen uit uw Kamer (kamerstukken II, , , nr. 2, vraag 9) heb ik aangegeven dat de inspanningen van het kabinet zich richten op de volgende sporen: vergroting van inzicht in de problematiek; wegnemen van in de praktijk gebleken knelpunten; waar mogelijk inzet van aanvullende mogelijkheden; kennisoverdracht aan gemeenten en andere partijen. Met het recent uitgevoerde onderzoek is het inzicht in de problematiek vergroot en is gebleken dat er zich in de praktijk weinig knelpunten in de regelgeving voordoen. Wel bestaat bij gemeenten de behoefte aan verduidelijking van de randvoorwaarden en mogelijkheden van gegevensuitwisseling. Ik zal daar aandacht aan besteden in het kader van kennisoverdracht aan gemeenten en andere partijen. Verder heb ik in mijn eerdergenoemde brief van 12 oktober jl. in paragraaf 5 een aantal aanvullende mogelijkheden (en ontwikkelingen) geschetst. Aan het laatste spoor, de kennisoverdracht aan gemeenten en anderen partijen zal ik nog invulling geven door de hoofdlijnen van het onderzoeksrapport in overleg en samenwerking met de VNG uit te dragen. De regering zal de stand van zaken met betrekking tot onrechtmatige bewoning verder in het jaarverslag over het beleid van het Ministerie van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer presenteren. 26 Onderkent de regering dat het handhavingsprobleem vaak een personeelsprobleem is? Zo ja, op welke wijze wordt daar rekening mee gehouden in de benadering van gemeenten waar onvoldoende aan de handhaving invulling wordt gegeven? Capaciteitsgebrek wordt door de betrokken gemeenten in het onderzoek niet of nauwelijks genoemd als belemmerende factor voor een handhavingsbeleid. Bij de prioriteitstelling binnen de gemeente vormt de capaciteit volgens de gemeenten dan ook niet de doorslaggevende factor. Daar- Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 9

10 entegen is uit het onderzoek wel naar voren gekomen dat meerdere gemeenten medewerkers hebben vrijgesteld voor handhavingstaken. Wanneer mij overigens blijkt dat gemeenten vanwege personeelsproblemen niet over gaan tot handhaving zal ik ze daar op aanspreken. Hoewel ik mij realiseer dat de handhaving de nodige capaciteit vergt, is een verschil in benadering van gemeenten vanwege personeelsproblemen niet aan de orde. 27 Zal de regering een rol spelen in de totstandkoming van een standaardgedragscode? Zo ja, op welke manier? Zal de Kamer hiervan op de hoogte worden gesteld? Zo nee, waarom niet? Zoals ik ook in mijn antwoord bij vraag 21 heb aangegeven kunnen gemeenten en verhuurders op lokaal niveau het beste beoordelen op welke wijze de aanpak van onrechtmatige bewoning bestreden kan worden. De regering zal dan ook geen rol spelen in de totstandkoming van een standaard gedragscode op lokaal niveau. Ook de VNG en organisaties van verhuurders achten de ontwikkeling van een standaard gedragscode op dit moment niet nodig. Wel zal ik met de VNG door voorlichting aan de gemeenten een bijdrage kunnen leveren aan de totstandkoming afspraken tussen gemeenten en verhuurders. 28 Acht de regering het wenselijk, dat gemeenten in de praktijk meer de strafrechtelijke vervolging vorm geven? Welke redenen zijn er, behalve de zware bewijslast, dat er in de praktijk nauwelijks toe wordt overgegaan? Zoals ik in mijn antwoord op vraag 22 heb aangegeven blijken overleg en aanzegging een effectieve en doeltreffende manier om onrechtmatige bewoning te bestrijden. Dat is ook de reden waarom er niet toe wordt overgegaan. Uit het onderzoek zijn geen andere redenen gebleken. Strafrechtelijke vervolging kan als sluitstuk van de handhaving noodzakelijk zijn wanneer andere lichtere vormen van handhaving falen. Ik zal dat nogmaals onder de aandacht van gemeenten brengen. Zoals ik ook in mijn brief van 12 oktober jl. heb aangegeven zal het Openbaar Ministerie overigens medewerking verlenen wanneer gemeenten de strafrechtelijke vervolging daadwerkelijk vorm willen geven. 29 Gesteld wordt dat een gemeente niet afzijdig kan blijven als het gaat om onrechtmatige bewoning. Wanneer is het punt bereikt dat een gemeente concreet kan worden aangesproken op a. het vormgeven en voeren van beleid? b. de handhaving van dit beleid? c. het ondernemen van activiteiten bij gesignaleerde gevallen van onrechtmatige bewoning? In algemene zin kan worden gesteld dat gemeenten tezamen met de verhuurders een toezichtstaak hebben bij de handhaving van onrechtmatige bewoning. Daar de wet- en regelgeving ten aanzien van de in deze vraag genoemde punten geen criteria stellen, zal in de praktijk van geval tot geval moeten worden bekeken hoe groot de problematiek op lokaal niveau is en welke handhavingsactiviteiten redelijkerwijs van de gemeenten kunnen worden verwacht. De Inspectie Volkshuisvesting zal het gemeentelijk beleid terzake dan ook monitoren en zoals ook in eerdergenoemde brief van 12 oktober jl. is aangegeven zo nodig tekortschietende gemeenten hier op aanspreken. In geval van evidente signalen uit of over gemeente over het ontbreken van vormgeving, handhaving of uitvoering van beleid ten aanzien van onrechtmatige bewoning zal ik de Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 10

11 gemeente daarop aanspreken, zo nodig in het kader van het toezicht op grond van artikel 75 van de Huisvestingswet. Daarbij teken ik overigens wel aan dat ik hierbij spreek over onrechtmatige bewoning in de zin van het wonen zonder huisvestingsvergunning (publiekrechtelijk). Waar het de privaatrechtelijke vorm van onrechtmatige bewoning betreft wonen in strijd met het huurcontract zijn verhuurders eerst verantwoordelijk. Gemeente kunnen verhuurders daarbij overigens wel ondersteunen. 30 Hoe kan een gemeente worden geprikkeld om daadwerkelijk prioriteit te geven aan bestrijding van onrechtmatige bewoning? Zoals ik in mijn brief van 12 oktober jl. heb aangegeven zal in samenwerking met de VNG een speciaal traject van kennisoverdracht worden opgezet. Via voorlichting en ook in ambtelijke en bestuurlijke contacten zal aan gemeenten duidelijk worden gemaakt wat onrechtmatige bewoning inhoudt, waar het voor kan komen, wat de consequenties ervan kunnen zijn voor bijvoorbeeld het functioneren van de (lokale) woningmarkt en hoe hiertegen kan worden opgetreden. Door middel van overtuiging en overreding kunnen gemeenten vervolgens zo nodig worden gestimuleerd hun beleid terzake aan te scherpen. 31 Hoe en wanneer wordt de Kamer op de hoogte gesteld van de resultaten van het overleg tussen de betrokken overheden, organisaties en verhuurders? Zoals ik in antwoord op vraag 25 heb aangegeven zal in het jaarverslag van het ministerie ingegaan worden op de bestrijding van onrechtmatige bewoning. Indien daar aanleiding toe is zal daar ook melding gemaakt worden van de resultaten van het overleg tussen betrokken overheden, organisaties en verhuurders. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 5 11

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 567 Wijziging van de Wet hygiëne en veiligheid zwemgelegenheden (uitbreiding tot therapiebaden) Nr. 4 VERSLAG Vastgesteld 7 juli 1999 De vaste

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 26 573 Van beleidsbegroting tot beleidsverantwoording Nr. 51 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 17 oktober 2000 De vaste commissie voor

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt

Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt Den Haag, 15 maart 2000 Aan de leden en de plv. leden van de vaste commissie voor Justitie OVERZICHT van stemmingen in de Tweede Kamer betreffende

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 25 333 Wijziging van de Huisvestingswet, de Woningwet en enige andere wetten in verband met de integratie van de woonwagen- en woonschepenregelgeving

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 25 405 Milieu en Economie Nr. 27 1 Samenstelling: Leden: Blaauw (VVD), Biesheuvel (CDA), voorzitter, Witteveen-Hevinga (PvdA), Leers (CDA), Voûte-Droste

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 400 XI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 957 Wijziging kiesstelsel 26 976 Positie van de Eerste Kamer Nr. 3 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 6 maart 2000 De vaste commissie

Nadere informatie

Rapport. Datum: 25 november 2010 Rapportnummer: 2010/335

Rapport. Datum: 25 november 2010 Rapportnummer: 2010/335 Rapport Datum: 25 november 2010 Rapportnummer: 2010/335 2 Klacht Beoordeling Conclusie Onderzoek Bevindingen Klacht Verzoeker klaagt erover dat de gemeente Nunspeet vanaf 1999 onvoldoende actie onderneemt

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 484 Toepassing huishoudwater Nr. 2 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 15 juni 1999 De vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 27 111 Vreemdelingrechtelijke rechtspositie van vrouwen in het vreemdelingenbeleid Nr. 13 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 23 december

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 400 XI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 000 XI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt

Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt Den Haag, 29 november 2000 Aan de leden en de plv. leden van de Vaste Commissie voor Justitie OVERZICHT van stemmingen in de Tweede Kamer betreffende

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 400 XII Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het jaar 2001

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 24 514 Wijziging van de wet balansverkorting geldelijke steun volkshuisvesting (aanvullende bijdrage) Nr. 9 NADER VERSLAG Vastgesteld 24 september

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 29 304 Certificatie en accreditatie in het kader van het overheidsbeleid Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

In deze bijlage zijn een aantal terugkerende en veelgestelde vragen in willekeurige volgorde opgenomen.

In deze bijlage zijn een aantal terugkerende en veelgestelde vragen in willekeurige volgorde opgenomen. Bijlage 2 Veelgestelde vragen In deze bijlage zijn een aantal terugkerende en veelgestelde vragen in willekeurige volgorde opgenomen. a. Vallen tijdelijke huurcontracten onder de werking van de Huisvestingswet

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 21 501-08 Milieuraad Nr. 111 1 Samenstelling: Leden: Weisglas (VVD), Scheltema-de Nie (D66), Van Middelkoop (RPF/GPV), Voûte- Droste (VVD), Verhagen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 800 XI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 400 F Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Diergezondheidsfonds voor het jaar 2001 Nr. 3 LIJST VAN VRAGEN

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Ministerie van Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag

Nadere informatie

Beleidsnotitie gebruik gemeentelijke grondstrookjes.

Beleidsnotitie gebruik gemeentelijke grondstrookjes. Beleidsnotitie gebruik gemeentelijke grondstrookjes. Inleiding. In de loop der jaren is een groot aantal grondstrookjes die eigendom zijn van de gemeente Weert bij overeenkomst in gebruik gegeven aan particulieren.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 800 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt

Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt Eerste Kamer der Staten-Generaal Centraal Informatiepunt Den Haag, 7 juni 2001 Aan de leden en de plv. leden van de Vaste Commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport OVERZICHT van stemmingen in de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 25 309 Voorstel van wet van de leden Duivesteijn, Biesheuvel, Hofstra en Van t Riet houdende nieuwe regels over het toekennen van bijdragen aan

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 000 IXB Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2002 Nr. 17 1 Samenstelling:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 451 Wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten in verband met de vorming

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 32 529 Wijziging van de Wet op de jeugdzorg en Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet Landelijk Bureau Inning

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 973 Wijziging van de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990 (verhoging maximaal bedrag tuchtrechtelijke boete en wijziging samenstellingseisen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 595 Wijziging van artikel 247 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en enkele andere wetten als gevolg

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 32 176 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 000 XI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 000 XI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Nadere informatie

Wijziging van de Huisvestingswet (mogelijkheid van bestuurlijke boete voor enkele overtredingen)

Wijziging van de Huisvestingswet (mogelijkheid van bestuurlijke boete voor enkele overtredingen) 31 556 Wijziging van de Huisvestingswet (mogelijkheid van bestuurlijke boete voor enkele overtredingen) NOTA NAAR AANLEIDING VAN HET VERSLAG 1. Algemeen Met belangstelling heb ik kennis genomen van het

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 31 460 Project SPEER Nr. 36 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 5 november 2013 De vaste commissie voor Defensie heeft een aantal vragen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 28 447 Regeling met betrekking tot tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang en waarborging van de kwaliteit van kinderopvang (Wet kinderopvang)

Nadere informatie

Datum 16 december 2011 Betreft Beantwoording van het verzoek om brief n.a.v. het dodelijke ongeval in zwembad Tilburg

Datum 16 december 2011 Betreft Beantwoording van het verzoek om brief n.a.v. het dodelijke ongeval in zwembad Tilburg > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Schedeldoekshaven 200 Postbus 20011 2500 EA Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2004 2005 29 449 Nederlandse corporate governance code (Tabaksblat code) A Herdruk VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 24 november 2004 In de

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 000 XI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Nadere informatie

Antwoord. van Gedeputeerde Staten op vragen van A. van Hunnik (GroenLinks) (d.d. 15 maart 2016) Nummer 3156

Antwoord. van Gedeputeerde Staten op vragen van A. van Hunnik (GroenLinks) (d.d. 15 maart 2016) Nummer 3156 van Gedeputeerde Staten op vragen van A. van Hunnik (GroenLinks) (d.d. 15 maart 2016) Nummer 3156 Onderwerp Sloop sociale huurwoningen Rotterdam Aan de leden van Provinciale Staten Toelichting vragensteller

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 490 Wijziging van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (planschadevergoedingsovereenkomsten) Nr. 6 VERSLAG Vastgesteld 25 mei 2004 De vaste commissie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 000 VII Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII)

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 411 Emancipatiebeleid 2001 Nr. 2 1 Samenstelling: Leden: Terpstra (VVD), voorzitter, Biesheuvel (CDA), Schimmel (D66), Kalsbeek (PvdA), Bijleveld-Schouten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 740 Wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Wet tarieven in burgerlijke zaken en enkele andere wetten ter verhoging van de opbrengst

Nadere informatie

Huisvesting van woningzoekenden in opvanghuizen

Huisvesting van woningzoekenden in opvanghuizen > Retouradres Postbus 30941 2500 GX Den Haag de colleges van burgemeester en wethouders Huisvesting van woningzoekenden in opvanghuizen Directie, Rijnstraat 8 Postbus 30941 2500 GX Den Haag www.vrom.nl

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 607 Wijziging van de Telecommunicatiewet in verband met de invoering van de mogelijkheid door middel van een financieel instrument het optimaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 27 472 Aanpassing van wetten in verband met de vervanging van de gulden door de euro (Aanpassingswet euro) Nr. 5 VERSLAG Vastgesteld 8 februari

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 064 Invoering van titel 4 van Boek 7 (Huur) van het nieuwe Burgerlijk Wetboek en van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte (Invoeringswet

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 1929 Vragen van het lid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 33 436 Wijziging van de Leegstandwet in verband met de verruiming van de mogelijkheden voor tijdelijke verhuur bij leegstand van gebouwen en woningen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 207 Wijziging van artikel 417, vierde lid, en van artikel 427 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het tegengaan van het berekenen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 29 984 Spoor: vervoer- en beheerplan Nr. 79 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 6 april 2006 De commissie voor Verkeer en Waterstaat 1 heeft

Nadere informatie

Beleidsnotitie Bestuurlijke boete Huisvestingswet Rotterdam 2013. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam,

Beleidsnotitie Bestuurlijke boete Huisvestingswet Rotterdam 2013. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, Beleidsnotitie Bestuurlijke boete Huisvestingswet Rotterdam 2013 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam, Gelezen het voorstel van de wethouder Wonen, Ruimtelijke Ordening,

Nadere informatie

gemeente Eindhoven InitiatiefvoorstelHoorzitting woningsplitsing en kamerbewoning

gemeente Eindhoven InitiatiefvoorstelHoorzitting woningsplitsing en kamerbewoning gemeente Eindhoven Griffie gemeenteraad Raadsnummer 11R4247 Inboeknummer Dossiernummer InitiatiefvoorstelHoorzitting woningsplitsing en kamerbewoning Inleiding De vele negatieve signalen die uit de stad

Nadere informatie

Concept-zienswijze uitgangspunten nieuwe Huisvestingsverordening Documentnummer INT-14-16127 Notitie voor de IJmondraadscommissie van 17 februari 2015

Concept-zienswijze uitgangspunten nieuwe Huisvestingsverordening Documentnummer INT-14-16127 Notitie voor de IJmondraadscommissie van 17 februari 2015 Concept-zienswijze uitgangspunten nieuwe Huisvestingsverordening Documentnummer INT-14-16127 Notitie voor de IJmondraadscommissie van 17 februari 2015 Onderwerp: Vragen en inrichting nieuwe Huisvestingsverordening

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1989-1990 21 300 V Vaststelling van de begroting van de uitgaven en van de ontvangsten van hoofdstuk V (Ministerie van Buitenlandse Zaken) voor het jaar

Nadere informatie

Afdeling: Beleid & Projecten Leiderdorp, 3-11-2009. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 november 2009;

Afdeling: Beleid & Projecten Leiderdorp, 3-11-2009. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 november 2009; Pagina 1 van 5 Versie 2 Afdeling: Beleid & Projecten Leiderdorp, 3-11-2009 Onderwerp: vaststellen Handhavingsverordening WWB en WIJ 2010 De raad der gemeente Leiderdorp: gelezen het voorstel van burgemeester

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2015 2016 34 207 Wijziging van artikel 417, vierde lid, en van artikel 427 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het tegengaan van het berekenen

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2015 2016 34 373 Wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten in verband met het stellen van nadere huurmaatregelen tot verdere

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag Uw kenmerk 2016Z22662

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 28 286 Dierenwelzijn Nr. 251 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 595 Wijziging van artikel 247 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en enkele andere wetten als gevolg

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 21 062 Grotestedenbeleid Nr. 117 BRIEF VAN DE MINISTERS VOOR BESTUURLIJKE VERNIEUWING EN KONINKRIJKRELATIES EN VOOR VREEMDELINGENZAKEN EN INTEGRATIE

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 26 419 Toerisme en recreatie Nr. 5 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 2 oktober 2000 De vaste commissie voor Economische Zaken 1 en de

Nadere informatie

Datum 11 september 2014 Betreft antwoorden vragen over brief inzake maatregelen ter versterking van de handhaving van de studiefinanciering

Datum 11 september 2014 Betreft antwoorden vragen over brief inzake maatregelen ter versterking van de handhaving van de studiefinanciering >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA..DEN HAAG Hoger Onderwijs en Studiefinanciering IPC 2250 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 24 170 Gehandicaptenbeleid Nr. 44 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN OVERLEG Vastgesteld 5 juli 1999 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Nadere informatie

Woonruimtebemiddeling: samen leven met minder regels

Woonruimtebemiddeling: samen leven met minder regels POSITION PAPER Woonruimtebemiddeling: samen leven met minder regels VNG-INZET VOOR DE NIEUWE HUISVESTINGSWET Inleiding In delen van het land is nog steeds sprake van knelpunten op de woningmarkt, met gevolgen

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2009 2010 29 383 Meerjarenprogramma herijking van de VROM-regelgeving H VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 7 januari 2010 De vaste commissie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 936 Wijziging van de Wet werk en bijstand in verband met aanpassing van het recht op bijstand bij verblijf buiten Nederland Nr. 4 ADVIES RAAD

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 131 Reïntegratie arbeidsongeschikten Nr. 4 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 20 februari 2002 De commissie voor de Rijksuitgaven 1

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 24 515 Preventie en bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting Nr. 190 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID Aan

Nadere informatie

Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies

Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012-2013 17 050 Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies Nr. VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Rechtshandhaving

Directoraat-Generaal Rechtshandhaving Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtshandhaving Directie Handhaving Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Gemeente Den Haag t.a.v. de heer W.J. Deetman Postbus 12600 2500 DJ Den Haag

Nadere informatie

Schriftelijke vragen. Inleiding door vragensteller.

Schriftelijke vragen. Inleiding door vragensteller. Gemeenteraad Schriftelijke vragen Jaar 2015 Datum akkoord college van b&w van 3 maart 2015 Publicatiedatum 4 maart 2015 Onderwerp Beantwoording schriftelijke vragen van het raadslid de heer Z.D. Ernsting

Nadere informatie

Datum 06 maart 2012 Betreft Kamervragen van het lid Karabulut (SP) over de WOZ-beschikking voor huurders

Datum 06 maart 2012 Betreft Kamervragen van het lid Karabulut (SP) over de WOZ-beschikking voor huurders > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 200 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag

Nadere informatie

Handhavingsverordening 2015 GR Ferm Werk

Handhavingsverordening 2015 GR Ferm Werk Handhavingsverordening 2015 GR Ferm Werk Het algemeen bestuur van Ferm Werk - gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 11 december 2014; - gelet op: - artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet,

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Directoraat-generaal Veiligheid Programma Bestuurlijke Aanpak Schedeldoekshaven

Nadere informatie

Datum 23 mei 2016 Onderwerp Antwoorden Kamervragen over het bericht dat de Haagse politie een rapport over discriminatie zou hebben gemanipuleerd

Datum 23 mei 2016 Onderwerp Antwoorden Kamervragen over het bericht dat de Haagse politie een rapport over discriminatie zou hebben gemanipuleerd 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Beleidsregel Victoriabeleid Valkenburg aan de Geul 2016

Beleidsregel Victoriabeleid Valkenburg aan de Geul 2016 Beleidsregel Victoriabeleid Valkenburg aan de Geul 2016 Beleidsregels van de burgemeester van Valkenburg aan de Geul voor de uitvoering van artikel 174a van de Gemeentewet, dat de burgemeester de bevoegdheid

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 31 127 Wijziging van de Wet werk en bijstand in verband met aanpassing van de groep met recht op bijstand bij langer verblijf buiten Nederland

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 239 Stimulering duurzame energieproductie Nr. 62 BRIEF VAN HET PRESIDIUM Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag,

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 031 Wijziging van de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met het regelen van de mogelijkheid een deel van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2016 2017 24 036 Marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit 26 419 Toerisme en recreatie Nr. 416 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 22 026 Nederlands deel van een hogesnelheidsspoorverbinding Amsterdam-Brussel-Parijs en Utrecht-Arnhem-Duitse grens Nr. 158 VERSLAG VAN EEN ALGEMEEN

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20011 2500 EA Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Ministerie van Turfmarkt 147 Den Haag Postbus 20011 2500 EA Den Haag

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 721 Wijziging van de artikelen 215 en 244 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (zelfwerkzaamheid aan de buitenzijde van gehuurde woonruimte

Nadere informatie

BIJLAGE 2. Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen

BIJLAGE 2. Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen BIJLAGE 2. Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Handhaving volgens de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Het college van burgemeester en wethouders

Nadere informatie

Brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 27565 Alcoholbeleid Nr. 133 Herdruk 1 Brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 6 mei 2015 Vanuit de Drank-

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 200 XVIII Vaststelling van de begrotingsstaten van de begroting Wonen, Wijken en Integratie (XVIII) voor het jaar 2008 Nr. 71 BRIEF VAN DE MINISTER

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2016 2017 31 409 Zee- en binnenvaart Nr. 126 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld op 31 oktober 2016 De vaste commissie voor Infrastructuur en

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1984-1985 Rijksbegroting voor het jaar 1985 18600 Hoofdstuk XI Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Nr. 7 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 436 Wijziging van de Leegstandwet in verband met de verruiming van de mogelijkheden voor tijdelijke verhuur bij leegstand van woningen Nr. 3

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 28 000 XI Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Nadere informatie

De werkafspraken hebben vooralsnog alleen betrekking op geneesmiddelenreclame in de zin van hoofdstuk 9 van de Geneesmiddelenwet.

De werkafspraken hebben vooralsnog alleen betrekking op geneesmiddelenreclame in de zin van hoofdstuk 9 van de Geneesmiddelenwet. Werkafspraken tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg (inspectie), de stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) en de Keuringsraad Openbare Aanprijzing Geneesmiddelen (KOAG) over de wijze van samenwerking

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 27 926 Huurbeleid voor de lange termijn Nr. 12 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTE- LIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Aan de Voorzitter

Nadere informatie

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012

No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 ... No.W03.12.0197/II 's-gravenhage, 16 juli 2012 Bij Kabinetsmissive van 18 juni 2012, no.12.001344, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Veiligheid en Justitie, bij de Afdeling advisering

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 29 624 Evaluatie Huisvestingswet Nr. 1 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTE- LIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Huisvestingsverordening Papendrecht 2005

Huisvestingsverordening Papendrecht 2005 Huisvestingsverordening Papendrecht 2005 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Papendrecht Officiële naam regeling Huisvestingsverordening Papendrecht 2005 Citeertitel

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 18 augustus 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG. Datum 18 augustus 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 25 VX Den Haag T 070 340 79 F 070 340 78 34

Nadere informatie