DE PARTICIPATIE- ECONOMIE

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "DE PARTICIPATIE- ECONOMIE"

Transcriptie

1 DE PARTICIPATIE- ECONOMIE Een nieuwe verhouding tussen markt en overheid Hoe de consumptie-economie te ketenen en de participatieeconomie te ontketenen? Een publicatie van de Participatie Partij Europa.

2 Inhoud 1 ACCUMULATIE EN VERDELING IN DE ECONOMIE... 2 Technologie en werkgelegenheid... 4 Kapitaal in de 21 ste eeuw...10 De eindige wereld...13 De rol van de overheid...18 Van consumptie naar participatie DE KETENING VAN DE CONSUMPTIE-ECONOMIE...22 Arbeidsrechten en basisloon...23 Belastingen voor burgers...25 Profielbelasting voor bedrijven...26 De formele en de informele economie...28 Containment van de financiele sector EEN NIEUWE ROL VOOR DE TECHNOLOGIE DE ONTKETENING VAN DE PARTICIPATIE-ECONOMIE...33 Onderwijs...33 Zorg...35 Cultuur...36 Huisvesting...37 Participatie en democratie...38 De verhouding Markt - Overheid VAN IDEE NAAR REALITEIT...39 Conclusie...41 Pagina 1

3 De participatie-economie E E N N I E U W E V E R H O U D I N G T U S S E N M A R K T E N O V E R H E I D Sinds 2008, toen in de VS de hypotheekcrisis uitbrak, verkeert Europa in crisis. Hoewel sommigen menen dat het ergste voorbij is, zien anderen nog geen structureel herstel: de groei blijft laag en de werkloosheid hoog. Het veelgebruikte recept voor groeiherstel, - bezuinigen op de overheidsuitgaven en het doorvoeren van hervormingen lijkt onvoldoende vruchten af te werpen. Sommige menen dat het recept zelfs averechts heeft gewerkt en de stabiliteit van Europa in gevaar heeft gebracht. Ook binnen de economenwereld is er geen eensluidendheid over de structurele oplossing. Keynesianen menen dat de overheid extra moet uitgeven om de economie op gang te houden. Neoliberalen menen dat hierdoor de staatsschuld te hoog zal oplopen wat de economie op langere termijn zal schaden. Beter nu hard doorpakken dan later op de blaren zitten. In mijn opvatting raakt dit economendebat niet de kern van de zaak. Economen, zoals Tim Jackson i en Robert Skidelsky ii maken in mijn ogen een juistere analyse en zetten vraagtekens bij de groei zelf. Jackson op basis van de grenzen van het milieu, Skidelsky vanuit een moreel standpunt. Hun hervormingsvoorstellen (korter werken, basisinkomen, uitgavenbelasting) zijn helaas nauwelijks uitgewerkt. In dit artikel wil ik een visie presenteren op de achterliggende oorzaken van de crisis waaruit zal worden afgeleid dat huidige verhouding markt overheid drastisch moet worden hervormd. We zullen een ander soort groei moeten aanboren. Het is de hoogste tijd de bakens te verzetten: de consumptie-economie is dood, leve de participatie-economie. 1 ACCUMULATIE EN VERDELING IN DE ECONOMIE In een samenleving ontplooien mensen economische acties die gevolgen hebben voor de verdeling van arbeid, kapitaal, welzijn en welvaart. De economie onderzoekt de samenhang van deze verschuivingen en probeert regels en wetten te formuleren die basis voor (politiek) beleid en bestuur kunnen zijn. Ik beschouw de economische activiteiten hier vanuit twee perspectieven, een divergerende economische kracht, die de verschillen in inkomen, vermogen en welvaart vergroot, en een convergerende economische kracht die de verschillen juist kleiner maakt. De belangrijkste bron van divergentie is technologie. Bij technologische innovatie wordt arbeid vervangen door kapitaal. Bedrijven vergroten hun winst door de productiviteit te vergroten. Als de productie gelijk blijft vernietigt technologische innovatie daarom arbeidsplaatsen. Bij gelijkblijvende Pagina 2

4 productie, prijzen en lonen zullen bedrijven door inzet van technologie meer winst kunnen maken en zullen kapitaalverschaffers hogere rendementen op hun vermogen ontvangen. Als winst en vermogen opnieuw in het bedrijf worden geïnvesteerd dan accumuleert inkomen en kapitaal bij een kleine groep rijken, terwijl diegene die door de productiviteitsstijging werkeloos raken geen of minder inkomen meer ontvangen. De verschillen groeien. En daarom is technologie een divergerende kracht pur sang. Marx voorspelde in de 19 de eeuw dat de ongebreidelde accumulatie van kapitaal, de uitbuiting en de verelendung van de arbeidersbevolking uiteindelijk en onvermijdelijk tot een wereldrevolutie zou leiden. Maar de staten waar het volk in de vorige eeuw daadwerkelijk de macht over de productiemiddelen grepen ontaardden in vreselijke dictaturen. Daarentegen wist het kapitalistische Westen een economische route te vinden die vandaag tot grote welvaart voor iedereen heeft geleid. Het Westen heeft succesvol convergerende elementen ontwikkeld die de divergerende kracht van technologie tegenwicht boden. De drie belangrijkste elementen van convergentie zijn marktconcurrentie, overheidsregels en de arbeidersbeweging. Bij concurrentie dalen de prijzen; onder druk van arbeidersbeweging stijgen de lonen van de arbeiders; en door regelgeving van de overheid worden economische uitwassen bestreden en wordt inkomen herverdeeld. Deze drie aspecten dwingen elk voor zich bedrijven een deel van de winst in te leveren en arbeiders nieuwe koopkracht te geven. Het algemene effect: herverdeling van inkomen. De toegenomen koopkracht zorgt voor nieuwe bedrijvigheid, nieuwe producten, nieuwe consumptie. En dus nieuwe mogelijkheden voor innovatie. De route die het Westen heeft gevolgd is een steeds groter wordende spiraal van stijgende productiviteit, stijgende koopkracht en een exploderende consumptie. Het Westers kapitalisme heeft de zelfdestructie van Marx ontlopen door de consumptie-economie uit te vinden. Maar de route hapert. De laatste dertig jaar is de divergentie groter dan de convergentie. De verschillen nemen toe. De ongelijkheid groeit. De economische groei in de VS en Europa neemt af. Productiviteitsstijgingen en werkgelegenheid lijken niet meer gelijk op te lopen. Goed beschouwd is het proces van dalende werkgelegenheid natuurlijk al eeuwen aan de gang. We verrichten momenteel aanzienlijk minder werk dan een eeuw geleden. De daling is mogelijk gemaakt door de stijging van welvaart en welzijn. Deze algemene daling van de werkgelegenheid, die aan het oog wordt onttrokken door de groeiende welvaart, is echter nu niet het probleem. Nieuw voor onze tijd is dat de consumptie-economie, waar we zo mee vertrouwd zijn, de grenzen van mens en milieu ontmoet, grenzen die tot voor kort onzichtbaar waren. Het milieu heeft twee eeuwen lang Pagina 3

5 de economie geen enkele beperking opgelegd. Maar milieuvervuiling, klimaatverandering, en overbevolking dwingen ons nu de economie anders te gaan bezien. In het verlengde daarvan, ook de grens van de mens als consument is bereikt. Voor de instandhouding van (volledige) werkgelegenheid is een permanente volumengroei van behoeften en dus consumptie onontbeerlijk. Maar de mens is geen oneindig vat van consumptieve behoeften is. Mens en de Aarde zijn eindig en begrensd en eisen vandaag aanpassingen van de economie. Het gevaar is groter dan het misschien lijkt. Dat komt omdat de welvaartspiraal van de consumptie-economie wordt gekenmerkt door een zogenaamde positieve feedback, d.w.z. innovatie leidt tot meer consumptie, dat weer leidt tot meer innovatie etc. etc. Kenmerkend voor positieve feedback is een exponentieel groeiproces waar we laatste decennia zo gewend aan zijn geraakt. Maar het betekent ook dat onze samenleving niet in evenwicht is en ook geen evenwicht zoekt. Ze explodeert, of. ze implodeert. Zodra de grenzen van de mens en de Aarde bereikt worden, kan een betrekkelijk kleine verstoring de groeispiraal compleet doen omklappen: een korte crisis veroorzaakt werkeloosheid, wat leidt tot koopkrachtverlies, waardoor de productie daalt, wat weer tot ontslagen leidt, en dus tot meer werkloosheid, en dus nog meer koopkrachtverlies, enz. enz. Economische crises, zoals de crisis van 2008, kunnen nog (met veel moeite) worden omgebogen, maar het is slecht een kwestie van tijd voor de volgende (nog zwaardere) crisis zich zal aandienen in het zicht van de natuurlijke grenzen van mens en Aarde. Het meest zichtbare gevolg van de economische ineenstorting is de stijgende werkeloosheid. Kapitalistische samenlevingen worden feitelijk al eeuwen achtervolgd door een monster, het monster van de werkeloosheid. Om het monster voor te blijven, moet we in de samenleving steeds harder rennen. Maar door harder te rennen (lees: hogere productiviteit) voeden we het monster, en komt het met nog grotere snelheid terug. Waardoor we nog harder moeten rennen en het monster nog meer voeren. Totdat we uiteindelijk definitief zullen worden ingehaald. Dat moment ligt dichter bij dat u denkt! In de rest van dit hoofdstuk zal ik in detail de werking van de consumptieeconomie analyseren vanuit de twee eerdergenoemde tegengestelde economische krachten. Technologie en werkgelegenheid Technologie is een economisch groot goed. De Europese Commissie zegt in de Lissabonstrategie opgesteld in 2000 het als volgt: Pagina 4

6 KENNIS EN INNOVATIE VOOR GROEI Kennis en innovatie zijn essentieel voor de productiviteitsgroei, die voor Europa een kritieke factor is, want in een context van mondiale concurrentie moet Europa het hoofd bieden aan concurrenten die over goedkope arbeidskrachten en over natuurlijke hulpbronnen beschikken. Investeringen in onderzoek en ontwikkeling verhogen en verbeteren. Wetenschappelijk onderzoek, Het Europese doel, namelijk 3% van het BBP, waarvan 1% uit de overheidssector en 2% uit de particuliere sector, is nog lang niet bereikt. In dit verband wordt de toegang tot durfkapitaal en financiering voor jonge innoverende ondernemingen vereenvoudigd door de hervorming van de staatssteun. Het zevende kaderprogramma voor onderzoek wil vooral investeringen van de particuliere sector in sleuteltechnologieën steunen. Bovendien stimuleert een gemeenschappelijke fiscale benadering voor onderzoek en ontwikkeling de ondernemingen tot meer investeringen in O&O-activiteiten. Innovatie en de toepassing van informatie- en communicatietechnologie (ICT) vergemakkelijken. Wil onderzoek de groei stimuleren, dan moeten de onderzoeksresultaten in innovatie worden omgezet. Meer samenwerking tussen universiteiten en ondernemingen bevordert de overdracht van ideeën in ruil voor een sterkere participatie van de ondernemingen in de financiering van de universiteiten. Dat levert beter en rendabeler onderzoek op. Het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie steunt acties ter bevordering van de toepassing van informatietechnologie, milieuvriendelijke technologie en duurzame energiebronnen. Innovatie ten dienste van duurzame ontwikkeling. Innovatie en technologische ontwikkeling zijn essentieel voor milieuvriendelijke economische groei en voor de duurzaamheid van de hulpbronnen (met name de energiebronnen). De ontwikkeling van milieutechnologieën kan ook nieuwe markten openen en zo het concurrentievermogen van de ondernemingen versterken. Bijdragen aan een sterke Europese industriële basis. Het technologisch potentieel van de Europese industrie wordt niet altijd volledig benut. Een Europese gemeenschappelijke aanpak van de problemen op het gebied van onderzoek, regelgeving en financiering kan synergieën doen ontstaan om grootscheepse projecten te kunnen uitvoeren en beter op de behoeften van de samenleving te kunnen inspelen. Voorts kan een financiële bijdrage van de overheid de duurzame ontwikkeling van concrete producten en diensten bevorderen en het Europese concurrentievermogen internationaal versterken. Het Galileo-project en mobiele telefonie zijn goede voorbeelden van partnerschappen. Met geen woord rept de EU over de schaduwkant van de technologie: de vernietiging van werkgelegenheid. Het economische paradigma is: zonder technologie, geen groei, en zonder groei geen nieuwe werkgelegenheid. Om te begrijpen hoe dit paradigma is ontstaan is het goed de economische en technologische vooruitgang in Europa van de afgelopen 5 eeuwen in vogelvlucht de revue te laten passeren. Pagina 5

7 In de Middeleeuwen waren de Europese samenlevingen agrarisch. De werkgelegenheid in Europa bestond hoofdzakelijk uit het bewerken van land. Land was eigendom van de adel, boeren waren pachters die de gewassen verbouwden waarmee zij in eigen levensonderhoud konden voorzien maar vooral ook de rijkdom van de adel vergrootten. Technologie veranderde deze agrarische samenlevingen. Door betere landbouwwerktuigen steeg de landbouwproductie. Het maakte een bevolkingsgroei mogelijk maar leverde nog weinig welvaartsgroei op omdat de opbrengst aanvankelijk vooral tot meer rijkdom voor de adel leidde. De adel beheerste de landbouwproductie compleet. Er was geen economische concurrentie. De toegenomen rijkdom van de adel ontketende echter wel een concurrentie om de macht tussen adellijke geslachten. Deze strijd is, hoe bloedig ook, in wezen een convergerende kracht: rijkdom werd herverdeeld (over adel en soldaten), waardoor de koopkracht aan de onderkant van de samenleving steeg en er nieuwe markten konden worden aangeboord. De nieuwe ruimte van behoeften, consumptie en productie werd gevuld met ambachtelijke werkgelegenheid. Nieuwe ambachtelijke technieken verhoogden de productiviteit. Uiteindelijk werd het verlies van de werkgelegenheid in de agrarische sector door betere landbouwtechnieken gecompenseerd door ambachtelijk werkgelegenheid. Omdat de ambachten zich concentreerden in steden ontstonden nieuwe machtscentra. In de daarop volgende fase van technologische ontwikkeling wordt ambachtelijk werk opgeschaald door industrialisatie. In fabrieken werden de productieprocessen efficiënter gemaakt en steeg de productiviteit sterk. De eerste kapitalisten waren (net als de adel) praktisch monopolist en verdienden veel geld. De verschillen tussen rijk en arm groeide sterk (divergentie). Maar naarmate de kennis van productieprocessen verspreid raakte, nam de concurrentie toe en daalden de prijzen wat extra koopkracht voor de arbeider betekende. Daarnaast zorgde de opkomst van de arbeidersbeweging, een nieuwe (convergentie)factor, dat de lonen van de werknemers stegen. Beide processen lieten aan het eind van de 19 de eeuw de koopkracht van de armen geleidelijk aan stijgen. Deze herverdeling van inkomsten (uit arbeid en kapitaal) veroorzaakte een explosie van nieuwe industriële producten die hun weg naar de koopkrachtige consument vonden. De werkgelegenheid in de agrarische sector en de ambachten was inmiddels sterk gedaald, maar werd ruim gecompenseerd door nieuw werk in de industriële sector. De technologie schrijdt voort. In de 20 ste eeuw stabiliseert de werkgelegenheid in de industrie. De markten in Europa beginnen verzadigd te raken. Producten worden nog wel verbeterd/vernieuwd/vervangen, maar deze vervangingsinvesteringen leiden per saldo niet tot meer werkgelegenheid. Steeds meer mensen maken de overstap naar de Pagina 6

8 (commerciële) dienstensector. Dit is een sector waar technologie nog weinig vat op heeft omdat het mensenwerk is. Het werk bestaat uit mens tot mens contacten waar geen machine tussen gezet kan worden. Geld wordt verdiend met gespecialiseerde adviezen (zoals het kopen van een woning, een makelaar of auto, een dealer, bij in de inrichting van huis, tuin, organisatie of boekhouding, bij afdekken van risico s, verzekeringen of het omgaan met spaargeld, de banken). De overheid is inmiddels ook een grote werkgever geworden (onderwijs en zorg) omdat groeiende welvaart en techniek meer onderwijs en vereist en de zorgbehoefte laat toenemen. Aan het begin van de 80er jaren verzorgt de dienstensector inmiddels meer dan 70 % van de werkgelegenheid. De werkgelegenheid in de industriële sector is geslonken naar 25% en in de agrarische sector naar 5 %. Vanaf 1980 doet de ICT zijn intrede. De computer blijkt de machine te zijn die in staat is de arbeid van de dienstensector door kapitaal te vervangen. Banken vervangen hun baliemedewerkers door software (het internetbankieren). De makelaar wordt een doe-het-zelf website. Persoonlijke adviezen worden websites die prijzen vergelijken. ICT is nauw verbonden met globalisering. Arbeid en kapitaal treden buiten de nationale grenzen en gaan globaal. Het gevolg is dat lokale concurrentieverhoudingen buiten spel gezet worden. Ondernemers benutten de verschillen in de wereld op het terrein van arbeid en kapitaal. Ondernemers maximaliseren hun winst door gebruik te maken van de goedkope arbeidskracht in ontwikkelingslanden en de producten vervolgens af te zetten in het rijke Westen. Hele bedrijfstakken verplaatsen zich daardoor over de wereld. Hoewel ontwikkelingslanden fors groeien, nemen de verschillen tussen rijk en arm niet af. Ze nemen juist toe. Convergentie ontbreekt. Een van redenen waarom de productiviteitsgroei van de ICT niet opgevolgd wordt door herverdeling zoals in eerdere technologische revoluties is dat de verschillen in de wereld eenvoudig te groot zijn om naar elkaar toe te bewegen. Een andere belangrijke andere reden is de snelheid van de ICT-innovatie. De ICT wereld wordt gekenmerkt door zeer hoog kapitaal-mobiliteit. ICT-bedrijven groeien razendsnel en zijn bijna-monopolist voordat een concurrent in beeld is. Kapitaal wordt verder ingezet om concurrenten al in een vroeg stadium op te kopen en te integreren in de eigen onderneming. Daarnaast heeft de globalisering er voor gezorgd dat interventie van nationale overheden en/of arbeidersbeweging onmogelijk is geworden. Het kapitaal heeft maximale speelruimte, beweegt vrij over de wereld en gebruikt het overvloedig arbeidsaanbod om de laagst mogelijk kosten te realiseren. Pagina 7

9 Een bekende, vrij onschuldig ogende wet, die de snelheid van de ICT innovatie karakteriseert is de Wet van Moore. Ze luidt elke twee jaar zal het aantal transistoren per computerchip verdubbelen tegen de helft van de kosten. Anders gezegd, computers worden sneller en krachtiger volgens een exponentiele kromme. Het is ontzagwekkend maar we worden misschien ook een beetje angstig als we deze wet vertalen naar economische termen. Dan luidt de wet: om de 2 jaar verdubbelen ICT-toepassingen de aandeelhouderswaarde en halveren ze de werkgelegenheid. ICT blaast daarmee de ongelijkheid in de wereld schrikbarend snel op. Silicon Valley, de broedplaats van kapitaal en digitale technologie is, in zijn huidige vorm, waarschijnlijker net zo n bedreiging voor de stabiliteit in de wereld als de terreurgroep Islamitische Staat. De bedreiging van de werkgelegenheid die van de ICT uitgaat is anders voor de goederenproductie dan voor de dienstverlening. ICT innovaties in de materiele goederenproductie verminderen het volume van de werkgelegenheid. Bij diensten tast het ook de kwaliteit van de werkgelegenheid aan. Een voorbeeld: van de 100% werknemers die 30 jaar geleden wereldwijd Lp s maakten, zijn er, na de innovatiegolven van cassette, de CD, de DVD, de USB, en Spotify nog maar enkele procenten over op basis van een gelijk gebleven productie-omvang. Dat we dit feit over het algemeen niet als zodanig herkennen komt omdat de afzetmarkt zelf natuurlijk wel enorm is gegroeid omdat de prijzen dalen. Het effect van ICT op diensten is enerzijds verlies van werk (de baliemedewerker van de bank), anderzijds een verlies van kwaliteit van werk. Dit laat zich illustreren aan de hand van toepassingen zoals Uberpop en AirB&B. Uberpop, de app waarmee burgers hun auto als taxi kunnen inzetten en ritjes kunnen verzorgen, maakt van gewone burgers ondernemers, veelal zzp-ers die in een felle concurrentiestrijd verzeild raken om de gunst van klanten door tegen zo lage mogelijke ritprijs, en zo goed mogelijke klant-beoordelingen. Uberpop-pers veroorzaken indirect een dramatische flexibilisering van werk waarbij werkgelegenheid in de reguliere taxi-branche wordt vernietigd en verruild voor de onzekere banen van een on-demand economie. AirB&B doet iets vergelijkbaars met de hotel-branche alhoewel het effect complexer is. Voor veel (rijke) burgers is AirB&B nog een leuke bijverdienste, maar voor burgers zonder werk is het serieuze business. Het is een nieuwe manier zijn om in je levensonderhoud te voorzien. Daarnaast zijn er natuurlijk nog huisjesmelkers die voortaan reguliere woningen alleen nog aan toeristen verhuren omdat het veel meer geld oplevert. Maar net als bij Uberpop is het globale effect kaalslag in gevestigde branches met vaste banen en goede arbeidsvoorwaarden die verruild wordt voort een geïndividualiseerd slavenbestaan onder de dictaat van flexibiliteit en marktconcurrentie en internet. Onderwijl stijgt de aandeelhouderswaarde van het ICT-kapitaal en daalt het inkomen uit arbeid. Geheel Pagina 8

10 volgens de economische versie van de van Moore verhoogt iedere nieuwe app de inkomensongelijkheid, de aandeelhouderswaarde stijgt en het inkomen uit werk daalt. Het effect van ICT op de werkgelegenheid wordt grotendeels nog verdoezeld door de groei van de markt. Maar er zijn nieuwe technieken zijn in aantocht die nog veel harder zullen toeslaan: Artificiële Intelligentie (AI), robotisering, gen- nano- en gigatechnologie zal tot een afname van werkgelegenheid leiden. Zodra we intelligente computers hebben zal de werkgelegenheid in de ICT sector zelf weer verdampen als sneeuw in de zon. Met AI kan iedereen in de toekomst zijn eigen app maken. Programmeurs zijn niet meer nodig. Minister Asscher wees in november 2014 op het gevaar van robotisering voor met name de laaggeschoolde werkgelegenheid. Menig groei-adept schamperde dat Asscher de verkeerde signalen afgaf 1. Maar zijn zorgen lijken me heel valide. Gentechnologie maakt ons gezonder en de voedselproductie groter, waardoor we langer zullen leven. Het arbeidsaanbod zal structureel groeien. Slechts een fractie daarvan zal wordt gecompenseerd door nieuwe werkgelegenheid voortvloeiend uit de technologie. Per saldo (even afgezien van extra werk in zorg en onderwijs, waarover dadelijk meer) levert het dus geen werkgelegenheid op. Daar komt bij dat de markt, gedreven door winstmaximalisatie, te lichtzinnig met de risico s van gentech omgaat. De risico s van nano- (manipulatie op moleculair niveau) en giga-technologie (manipulatie van het klimaat, oceaanstromingen, voorkomen van aardbevingen etc. etc.) zijn nog veel groter. Zonder een regulerende wereldstaat zijn deze technologieën ronduit gevaarlijk. Ze kunnend de complete wereld transformeren en werk leveren ze niet op. We vinden niets van dit alles in de visie van de Europese Commissie. Zij staren zich letterlijk blind op technologie. Ze menen, met veel economen, dat technologie de oplossing is voor alles. Het toverwoord van dit moment is groene investeringen : dit technologische mes snijdt aan twee kanten: nieuwe werkgelegenheid en minder milieudruk. Maar zoals Tim Jackson in zijn boek goed aantoont, het huidige beleid zijn druppels op een gloeiende plaat. Het milieu-effect is tot nu toe gering. De CO2 uitstoot stijgt nog steeds. En de werkgelegenheid? Ongetwijfeld, zal de duurzame circulaire economie honderdduizenden nieuwe banen opleveren, maar een veelvoud daarvan zal verdwijnen door de ontmanteling van de niet-duurzame (vuile) economie. Het werkgelegenheidssaldo van groene investeringen is negatief. Dat neemt niet weg dat nog 1 Pagina 9

11 veel meer groene investeringen noodzakelijk zijn om een leefbare wereld te behouden, maar ze veranderen ons consumptiegedrag niet, en scheppen per saldo geen werkgelegenheid. De conclusie van deze korte schets is dat het monster van de werkloosheid ons aan het inhalen is en dit keer we er niet meer aan kunnen ontvluchten. Ik voorspel dat zonder structurele aanpassingen de economische groei in de toekomst steeds minder werkgelegenheid zal opleveren, uiteindelijk jobless wordt, en vervolgens alleen nog maar werkeloosheid zal scheppen in plaats van werkgelegenheid. Het zal in de huidige kapitalistische setting tot steeds scherpere tegenstellingen tussen rijk en arm leiden. De divergerende kracht zal winnen tenzij overheden vol gaan inzetten op herverdeling van inkomen en werk, maar daarover later meer. Tot slot, stel dat overheden bereid en in staat zijn een herverdeling van vermogen en inkomen, mondiaal, continentaal en nationaal te realiseren, zal dit dan ook weer, net als bij voorgaande economische convergenties, tot nieuwe werkgelegenheid leiden? En zo ja, wat is die nieuwe werkgelegenheid dan? De ICT vernietigt werkgelegenheid in de dienstensector. Waar zijn de behoeften, producten en consumenten die nodig zijn om de het werkgelegenheidsverlies van de ICT te compenseren? De commerciële markten lijken, althans in Europa geen ruimte meer te bieden. Waar wel een stijgende behoefte (en dus werkgelegenheid) aan is, is onderwijs, zorg, cultuur en participatie (in de meeste brede zin). Deze trend is al eeuwen ongewijzigd. We consumeren steeds meer onderwijs, zorg, cultuur en participatie. Maar banengroei in deze sectoren is uiterst lastig omdat deze sectoren grotendeels door de overheid worden gefinancierd. Meer banen in deze sectoren zouden de kosten van de overheid doen exploderen. Het lijkt er op dat het kapitalisme ons een doodlopende straat in leidt: een straat waar betaalde arbeid steeds schaarser en steeds onbetaalbaarder wordt. Kapitaal in de 21 ste eeuw Het onderzoek van Piketty iii dat hij in zijn boek Kapitaal in de 21 ste eeuw beschrijft, toont onweerlegbaar aan dat de ongelijkheid in de wereld de laatste drie decennia sterk is toegenomen. De divergerende krachten in de economie zijn sterker geworden dan de convergerende krachten. Piketty vat twee eeuwen kapitalisme samen in een even simpele als heldere formule: R > g. Het rendement op kapitaal (R) is groter dan het groei (g). Uit zijn onderzoek blijkt dat Pagina 10

12 het rendement op kapitaal de laatste eeuwen rond de 4 % ligt, terwijl de groei gemiddeld over een lange periode niet boven de 1 % uitkomt. Anders gezegd, kapitaalbezitters verdienen meer dan mensen die hun inkomen uit arbeid moeten verkrijgen. Het verleden verslindt de toekomst. Aldus Piketty. Vermogen vergaart in het verleden groeit sneller dan inkomen uit arbeid. Dit leidt tot een steeds groter verschil tussen rijk en arm. Het feitenmateriaal van Piketty is indrukwekkend. Het is alleen jammer dat hij zich niet waagt aan de theoretische vraag waarom kapitaal meer oplevert dan arbeid. Is hier sprake van een natuurwet? Heeft het te maken met de structuur van de samenleving? Of de economische inrichting? Welke onzichtbare handen zijn hier aan het werk? Laat ik een poging doen om een antwoord op die vragen te geven: Als R > g betekent dit blijkbaar dat de prijs van kapitaal goedkoper is dan de prijs van arbeid. De prijs van het kapitaal wordt bepaald op de financiële markten. Maar hoe wordt die prijs bepaald? Zijn wel alle kosten mee gerekend in de prijsbepaling? De milieu- en sociale problemen van de laatste decennia beginnen ons langzaam duidelijk te maken dat die prijs wellicht helemaal niet goed wordt berekend. Eeuwen hebben we gedacht dat grondstoffen er zijn voor de vinder (gratis en voor niets), en dat die naar believen vrij te benutten zijn. Maar als je de nu bekende kosten van milieuvervuiling, klimaatverandering en verspilling zou doorberekenen in de prijs van de grondstof dan zou die prijs fors hoger uitvallen, met als gevolg dat het rendement op kapitaal (R) fors daalt. Hierboven stelde ik dat het werkgelegenheidssaldo van technologie negatief is. De overheid moet dus grote inspanningen verrichten de werkgelegenheid op peil te houden. Zouden we deze sociale kosten doorberekenen in de prijs van het kapitaal zou opnieuw de prijs hoger worden en het rendement dalen. De onthutsende waarheid is dat in de rekensom van de kapitalistische economie een groot deel wordt vergeten. De waarheid is dat kapitaal eeuwen kunstmatig goedkoop wordt gehouden en arbeid juist kunstmatig duurder wordt gemaakt. Piketty meent dat in een perfecte samenleving geldt: R = g. Het woord perfect is opvallend en veelzeggend. In zijn ogen is de huidige economische staat normaal en is de samenleving waarbij R = g een uitzonderlijk ideële toestand. Ik bestrijd dit. In mijn ogen is wat hij perfectie noemt, niets anders dan een de normale evenwichtstoestand van een samenleving. In een normale samenleving bestaan er geen verschillen tussen de prijs van kapitaal en arbeid. Beiden zijn gelijkwaardig en kunnen dus om het even worden ingezet. Ze houden elkaar in evenwicht. Onze huidige kapitalistische consumptie-economie is juist de afwijking, ze is abnormaal en zeer instabiel omdat de prijs van kapitaal kunstmatig laag wordt gehouden en dat van arbeid hoog. Pagina 11

13 Piketty stelt terecht - voor een progressieve vermogensbelasting in te voeren om de verschillen tussen rijk en arm kleiner te maken, waarmee effectief R naar g zal bewegen. Hij beseft dat dit moeilijk is omdat overheden inzicht moeten krijgen in de vermogens en de vermogensbewegingen. Bovendien zou de belasting mondiaal moeten zijn, om te voorkomen dat mensen vermogens verplaatsen. Dat lijkt niet eenvoudig te realiseren, mede ook omdat een dergelijke belasting in onze samenleving in hoge mate negatief zal worden gewaardeerd als het beboeten van succesvol ondernemerschap, of misgunnen van loon naar werken. Maar deze redenering is niet juist. (Te) veel rijkdom wordt vergaard ten koste van de gemeenschap. Dat is, goed beschouwd, diefstal. Een vermogensbelasting heeft geen ander doel dan de juiste verhoudingen te herstellen en de kosten weer terug te leggen bij de veroorzaker ervan. Piketty laat verder zien dat het rendement op vermogen hoger is naarmate het vermogen zelf groter is. Omdat de superrijken meer rendement behalen dan de mindere rijken dient die vermogensbelasting dan ook progressief te zijn. Door de progressieve vermogensbelasting op kapitaal daalt het rendement en bewegen we naar de normale toestand waarin R = g. De econoom Piketty wijst overigens op het gevaar van het stilvallen van de economie doordat ondernemers stoppen met innoveren. Een angst die misplaatst is en zo zal ik laten zien, ook ongegrond is. Ik denk dat er weinig tijd te verliezen is. Er zijn dringend hervormingen gewenst. Het is nu tijd om te handelen, uiteraard met beleid, waakzaamheid en alle mogelijkheden voor tussentijdse correcties. We moeten niet onderschatten hoe zeer de ongelijkheid onze samenleving en onze economie inmiddels heeft veranderd en verziekt. De consumptie-economie is geleidelijke aan veranderd in een klasseneconomie. Economische groei leidt tegenwoordig vooral tot een koopkrachttoename van de rijken, niet van de armen. Rijken hebben andere behoeften dan armen. Voor rijken telt vooral status. We zien een duidelijke tweedeling in de economie waarin de ene helft draait om luxe, design, en statusartikelen en de andere helft om zo goedkoop mogelijk voedsel en andere basisvoorzieningen te kunnen kopen. Die tweedeling vindt op alle niveaus plaats: op nationale, continentale en mondiale schaal. De rijke bovenlagen van alle naties creëren een eigen globale status-economie waarbij woningen worden gekocht in alle delen van de wereld en een uitbundige kosmopolitische levensstijl hoort. In deze status-economie staat de prestatie in geen verhouding tot het inkomen en de prijs van een product in geen verhouding tot de kosten. Geen enkele prestatie kan een inkomensbonus van 20 miljoen rechtvaardigen, maar het zal je status in de wereld der Rijken aanzienlijk verhogen. De statuseconomie draait om mode, design, luxegoederen, het derde huis of de vierde auto. Het is de wereld van glitter Pagina 12

14 en glamour. Het is de sprookjeswereld waar armen, terwijl ze bezig zijn een minimaal loon bijeen te vergaren met meerdere flexibele baantjes, van mogen dromen, De groeiende ongelijkheid tussen rijk en arm heeft de laatste decennia ook geleid tot een ander fenomeen dat bellenblazen heet. De rijken hebben niet slechts veel geld, ze hebben te veel geld. Ze hebben geld over waar wat mee moet gebeuren. Geld zoekt steeds opnieuw naar nieuwe opportunity s voor rendement. Door de permanente technologische stroom van vernieuwingen zijn er volop kansen om geld te gelde te maken. Dat heet bellenblazen. Bellen blazen is een zeer destructieve bezigheid voor de samenleving. Niet zo zeer voor de rijken maar vooral voor de armen. Aangedreven door hebzucht en gretige banken die kredieten willen geven, tekenen burgers (rijk en iets minder rijk, maar ook arm!) massaal in op nieuwe veelbelovende trends. Van woekerpolis tot internet-zeepbel, van huizenmarkt tot social-media, de bellen volgen elkaar gestaag en steeds sneller op. En ze spatten allemaal een keer uit elkaar. Het zijn grote sociale schokken die de samenleving steeds instabieler maken. De armen met enkele duizenden euro s euro inleg zullen waarschijnlijk hun geld verliezen bij een klappende zeepbel, maar de superrijken met miljoenen euro inleg zorgen er wel voor dat ze aan klappende bubble nog wel een rendementje van een paar procent overhouden. Hoe rijker hoe bedrevener je de golven van de bellenblazer kan berijden. Het globale effect van bellenblazen is dan ook (hoe vreemd het ook klinkt) een toename van ongelijkheid. De eindige wereld Het kapitalisme heeft een boost gekregen met de globalisering van de economie. Voor velen staat de term globalisering gelijk aan een expansie van de economische ruimte naar een mondiale omvang die grote kansen, maar ook grote gevaren en risico s meebrengen voor welvaart en werkgelegenheid. Maar er is ook een keerzijde. Diezelfde t globalisering staat ook voor beperktheid en voor de grenzen die Aarde en mens aan het economisch proces opleggen. 50 jaar geleden was onze horizon een gesloten nationale, met een vergezicht naar een open globale. Er was een binnenland en een buitenland en dat buitenland lonkte als een onbeperkte afzetmarkt. Door export naar het buitenland kan de productie willekeurig worden opgeschroefd en de werkgelegenheid toenemen. Nu is er een wereldeconomie. Er is geen buitenland meer. Onze horizon is een gesloten globaal geworden. De winst van de één is nu heel herkenbaar het verlies van de ander. Er is geen open einde meer. Langzaam worden we door de globalisering nu gedwongen te kijken naar de interdependenties die de eindigheid de wereld ons oplegt. Pagina 13

15 Het economisch wereldbeeld dat ontstaat uit de analyse van de interdependenties is uiterst ingewikkeld en gedifferentieerd. Wat voor Europa of de VS geldt, geldt niet voor China of Afrika en omgekeerd. Door de globalisering maken continenten zoals Afrika en Azië een geweldige inhaalslag omdat ze door lage loonkosten een groot concurrentievoordeel hebben. Maar de grote groeicijfers van de laatste jaren leveren ook problemen op. De welvaart wordt slecht verdeeld. In Afrikaanse landen ontbreekt vaak een degelijke politiek-bestuurlijke infrastructuur. Met als gevolg dat in sommige Afrikaanse landen regeringsmacht gelijk is geworden aan zelfverrijking. Verkiezingen ontaarden in burgeroorlogen. Handel en ontwikkelingshulp verlopen via instituties verbonden met de (corrupte) overheid waardoor veel middelen vooral bij de rijke elite terecht komt. De verschillen tussen rijk en arm in deze landen lijken snel te stijgen waardoor de instabiliteit nog verder toeneemt. Het is bijna onmogelijk dit divergentieproces te doorbreken 2. Het tweede probleem is nog ingewikkelder. De groei van Afrika en Azië stuit onherroepelijk op de ecologische grenzen van de Aarde. Er leven 4,5 miljard mensen onder de armoedegrens. Ze vormen een geweldig groeipotentieel. Maar als zij allemaal een magnetron, koelkast, een inboedelverzekering, een computer en een auto of scooter zouden hebben zou de Aarde ecologisch ineenstorten. Het grote dilemma is, zelfs als we in staat zouden zijn een betere verdeling van de welvaart tot stand te brengen en extra koopkracht aan de armen te geven, kunnen we de geweldige consumptiegroei die er mee gepaard gaat dan wel aan? Aan de andere (rijke) kant van de globale Aarde (de VS en Europa) heeft de globalisering andere maar even problematische effecten. In het rijke Westen wordt, na decennia lang de werkeloosheid te hebben geëxporteerd, tegenwoordig de werkloosheid vanuit de BRICS landen geïmporteerd. Veel werkgelegenheid is verplaatst naar lage lonen landen. In Europa zit de pijn vooral in Zuid-Europese landen. De noordelijke landen ontkomen aan de pijn omdat ze zwaar op de export leunen. In 2012 werd in Nederland nog voor 17 miljard euro méér goederen geëxporteerd dan geïmporteerd. Anders gezegd, door dit handelsoverschot met het buitenland onttrekt Nederland jaarlijks meer dan een half miljoen modale banen (a ,-- bruto) aan het buitenland. Niet verwonderlijk dat binnen Europese Unie het handelsoverschot van Duitsland en Nederland steeds meer 2 In diverse onderzoeken wordt inmiddels gesteld, dat het voor een evenwichtige welvaartsgroei het waarschijnlijk het beste is om de armen in de arme landen een onvoorwaardelijk basisinkomen te geven. Pagina 14

16 ergernis van de Zuidelijke lidstaten oproept. In de strijd om werkgelegenheid is een handelsoverschot al snel asociaal. Export is soms niet alleen asociaal, ze is soms ook ecologische rampzalig. Nederland export met succes kippen naar Afrika 3. De hoge productiviteit van de intensieve veeteelt in Nederland verslaat de lage lonen van de lokale kippenboeren. Maar wie wint en verliest er eigenlijk? Waarschijnlijke wint een rijke bovenlaag in Afrika, die de kip uit Nederland een statuswaarde meegeeft en verliezen arme kippenboeren die geen lokale afzetmarkt meer hebben. Waarschijnlijk verliezen de kippen in Nederland omdat de productiviteit ten koste gaat van dierenwelzijn. Maar uiteindelijk verliezen we allemaal door de extra opwarming van de Aarde, omdat de CO2 uitstoot nodig om een kip in Afrika te leveren een veelvoud is van de lokale Afrikaanse kippenboer. Als ze nog niet bestaan, dan zou je per direct hoge tariefmuren moeten oprichten om dit onmogelijk te maken. Maar het multinationale kapitaal wil juist de andere kant op. Multinationals menen dat de economische voordelen van globalisering verder kunnen worden uitgebouwd. Nationale overheden hanteren nog teveel beperkende regels die de wereldeconomie schaden. Zij verwachten veel van het wegnemen van handelsbeperkingen, overheidssubsidies en tariefmuren. In 2015 moet een handelsverdrag TTIP tussen VS en de EU worden getekend die op veel terreinen handelsbeperkingen moet wegnemen. Het verzet in Europa is groot. En dat is niet onlogisch. Handelsbeperkingen hebben een reden: bescherming van eigen werkgelegenheid. Door alles onder een regiem te brengen zullen bij gelijkblijvende productie - de meest productieve ondernemers winnen en zal er per saldo werkgelegenheid verloren gaan (in beide continenten). De voorstanders van handelsverdragen gaan er van uit dat de productie wel zal stijgen, en er dus meer werkgelegenheid ontstaat. Maar dat zal alleen plaatsvinden als effectief de toegenomen winst van het bedrijfsleven wordt herverdeeld. Omdat geen enkele (nationale) overheid in dit soort handelsverdragen tot nu toe voorwaarden voor herverdeling opneemt, is de kans uiterst gering in de huidige mondiale context dat er veel werkgelegenheid wordt geschapen. Dat multinationals willen doorgraan op de ingeslagen weg is niet verwonderlijk, want 30 jaar globalisering in combinatie met ICT en de liberalisering van de financiële markten heeft het kapitaal geen windeieren gelegd. Door de globalisering zijn ondernemers in staat geweest hun investering in technologie effectief te beschermen door te voorkomen 3 De Volkskrant Pagina 15

17 dat concurrenten de markt betreden, door overheden tegen elkaar uit te spelen, en door bonden buiten spel te zetten. In dit kader zijn veelgebruikte strategieën het aanvragen van patenten (op steeds meer producten), het opwerpen van juridische belemmeringen, het opkopen van concurrenten, het maken van prijsafspraken, het bedingen van subsidies bij vestiging in een land, het omzeilen van belasting betalen via brievenbusmaatschappijen en het onder druk zetten van bonden om akkoord te gaan met minder lonen en slechtere arbeidsvoorwaarden omwille van het behoud van werkgelegenheid. Ze maken daarbij nuttig gebruik dat is ondernemers eigen - van de zeer ongelijke verdeling in welvaart en rijkdom in de wereld. Door bijvoorbeeld in China te produceren voor de markt in Europa kunnen grote winsten worden behaald. De concurrentie binnen China houdt de lonen daar laag. De welvaartsstandaard in Europa houdt de lonen en de koopkracht hoog (genoeg) om de producten van China te kunnen kopen. De winst zal dus fors kunnen stijgen. Velen menen dat de markt uiteindelijk de ongelijkheden zal wegpoetsten en arm en rijk (mensen, landen, regio s, werelddelen) naar elkaar toebrengt. Maar dat hier niet het geval. De convergentiekracht van concurrentie (die dit zou moeten bewerkstelligen) werkt anders op globale schaal waar de verschillen tussen arbeid, kapitaal, grondstoffen en welvaart te groot zijn. Het verschil tussen China en Europa dat door ondernemers wordt benut leidt niet meer gelijkheid tussen Europa en China, maar tot groeiende tegenstellingen binnen China en binnen Europa. Omdat zowel Europa als het Chinese staatskapitalisme faalt in de herverdeling van welvaart dreigen in de toekomst grote sociale onrusten ontstaan als de groei daar gaat dalen. De Europese crisis heeft de samenleving verhard en zijn zondebokken snel gevonden. In de Europese multiculturele samenlevingen uit zich deze onrust in de opkomst van het conservatief nationalisme in heel Europa. De EU is eigenlijk globalisering in het klein. Toen de EU in 2001 WEL een interne markt schiep, maar geen Europese politieke eenheid die zorg moest dragen voor financiële solidariteit en egalisatie van de verschillen voltrok zich eenzelfde proces, met Griekenland als schrikbarende uitkomst. De verschillen tussen Zuid en Noord waren eigenlijk te groot bij eenwording. Door die verschillen investeerden noordelijke banken fors in Zuid-Europa omdat dit tot veel meer winst opbracht. Het effect was niet dat Zuid- Europa en Noord-Europa naar elkaar toe groeiden maar dat de verschillen binnen de landen groeiden. Toen Griekenland failliet bleek, koos Europa voor de slechtste oplossing. In plaats van alsnog solidariteit te betrachten en kwijt te schelden (waardoor het wordt wat het had moeten zijn: een lening wordt een overdracht van middelen), werd Griekenland gedwongen te bezuinigen. In plaats van dat de Europese trojka zich concentreert om het aanpakken van de super-vermogens (maar het kapitaal werd geen Pagina 16

18 (Europese) strohalm in de weg gelegd bij het verplaatsen ervan naar het buitenland) moeten de armen (zonder vermogen) verder inleveren. Dat is dus dweilen met de kraan wagenwijd open. De mondiale markt is een arena geworden waar de reële economie gebruikt wordt voor het vergaren van meer geld. In deze arena geldt het adagium the winner takes it all. De winnaars van de vrije markt zijn de grote bedrijven die hun kapitaal kunnen inzetten in technologische innovatie en daarmee hun (productiviteits)voorsprong nog verder kunnen vergroten. De winnaars zijn de rijken die hun rijkdom benutten om nog rijker te worden. Dat zijn de helden van onze consumptie-economie. De verliezers zijn de kleine bedrijven van de menselijke maat. Het zijn de armen, de kanslozen en de (arbeids)gehandicapten. De winnaar van de globalisering is het kapitaal, de verliezer de arbeid. De inhaalslag van Afrika en Azië heeft tot een hogere aandeelhouderswaarde van de handige multinationals geleid en tot meer armoe. Het divergentieproces gaat onverminderd door. Het is de paradox van mondiale marktconcurrentie. We hebben gelijkheid nodig om meer gelijkheid te produceren. Wat we nodig hebben is een mondiale overheid. De interdependenties zijn groot en ingewikkeld. Het echte zwaard van Damocles is de opwarming van de Aarde. Klimaatveranderingen zijn zulke ingrijpende veranderingen, vergelijkbaar met aardbevingen, dat de complete samenlevingen ontwricht kunnen raken, en de hele wereld daarin meesleuren. Want alles hangt samen met alles. Om klimaatveranderingen te voorkomen zal ons consumptiegedrag moeten veranderen. De beste oplossing is om de kosten van het milieu vanaf nu door te berekenen in de prijs van het product of het productieproces. Het gevolg is dat technologische innovatie alleen nog rendabel is als het duurzaam is. Als we het waterverbruik en de kosten van CO2 uitstoot doorberekenen in de prijs van een biefstukje dan zal die verdubbelen. Dat is even slikken voor verwende consumenten. Het is ook even slikken voor ontwikkelingslanden. Als ieder mens op Aarde een eigen auto zou hebben zou de Aarde dood zijn. Ontwikkelingslanden menen echter dat hen welvaart wordt ontzegt. Slimme groene technologie gericht op de onderkant van de samenleving kan veel frustratie wegnemen. Maar dat is niet genoeg. Omdat de welvaart van het Westen model staat voor velen ontwikkelingslanden zou het Westen het voorbeeld moeten geven door de over(vloedige) consumptie ten gunste een beter klimaatbeleid te beperken. Laten we stoppen met te veel te eten, te veel kopen en dus te veel afval te produceren, en meer te bewegen en te participeren en het geld wat we overhouden weggeven aan samenlevingsopbouw in Afrika en Azië. Dit kost uiteraard werkgelegenheid zodat opnieuw het adagium luidt: zorg voor herverdeling van werk en inkomen. Pagina 17

19 De rol van de overheid Technologie en globalisering vergroten de inkomensverschillen, vernietigen het leefmilieu en de werkgelegenheid en verspillen de beperkte voorraad grondstoffen. De mondiale concurrentieverhoudingen zijn niet in staat een herverdeling van inkomen af te dwingen, de mondiale arbeidersbeweging ontbreekt, dan is er maar een oplossing: de overheid. Wat kan de overheid? Is de overheid in staat de geconstateerde gebreken van de markt te corrigeren? De Nederlandse overheid doet wel wat, - via allerlei regelgevingen, energieheffingen, emissierechten, CO2-opslag, arbeidsquota, inkomensnivellering, afvalstoffenheffingen etc. etc. tracht de overheid de negatieve kanten van de vrije markt te ondervangen, - maar helaas is het effect van deze maatregelen volstrekt onvoldoende en de werking soms zelf averechts. Waarom is de overheid niet in staat te doen wat ze moet doen? Een belangrijke factor is de visie van het (nog steeds dominante) neoliberalisme op de rol van de overheid. In die visie is de rol van de overheid beperkt. De overheid is dienstbaar aan de markt, moet uitwassen bestrijden, en de werking van de markt verbeteren met organisaties zoals een mededingingsautoriteit (NMA). Voor veel neo-liberalen is de zijn de verzorgingsstaten ontaardt in troetelstaten die vooral luie mensen ondersteunt. Zij zetten rigoureus het mes in de sociale voorzieningen. In Europa zijn de verzorgingsstaten overal op hun retour. Maar het beleid van deze minimale overheid zit vol contradicties. Het milieubeleid mag de economische groei niet aantasten, wat een contradictio in terminus is. Overheden proberen via mededingingsauthoriteiten voldoende concurrentie te garanderen, maar subsidiëren gelijktijdig technologische innovaties dat het tegenovergestelde (een divergerentie) bewerkstelligt. In de strijd om de gunst van de (multinationale) bedrijvigheid verlagen overheden belastingen welke nodig zijn om een herverdeling van inkomen stimuleren. Sociale voorzieningen worden afgebroken, zonder dat aan de andere kant voldoende garanties worden ingebouwd dat mensen inkomen uit arbeid kunnen realiseren. Maar ook al is de overheid nog zo minimaal, als er een nieuwe economische crisis uitbreekt, is, in de neoliberale visie, niet de markt maar de overheid de boosdoener. De overheid wordt verweten te groot te zijn (geworden), te veel geld uit te geven en de markt te veel beperkende regels op te leggen. Bezuinigingen moeten de overheid kleiner maken, en hervormingen de werking van de markt verbeteren. Dit is het Europese beleid van de laatste 7 jaar, waar steeds meer mensen vraagtekens bij zetten. Pagina 18

20 Dat de omvang van de overheid overigens al eeuwen groeit, is niet vreemd, omdat het werk in (semi)publieke sectoren zoals onderwijs, zorg en welzijn mensenwerk is waarin arbeid maar moeilijk vervangen kan worden door kapitaal. Het zijn vanuit het marktperspectief improductieve sectoren waar weinig winst in is te behalen. Het is dus logisch dat dit overheidstaken zijn geworden. Daar komt bij dat de kosten van deze sectoren nog extra worden vergroot omdat de lonen in markt- en overheidssectoren niet te veel uit de pas mogen lopen. De overheid zal dus de lonen moeten verhogen, zonder dat daar extra productiviteit tegenover staat. Kortom, het marktmechanisme zelf is de oorzaak voor de uitdijende overheid. De neoliberale trend van de laatste decennia is privatisering en meer marktwerking in de (semi)publieke sectoren. De conclusie die we vandaag mogen trekken is dat dit beleid volledig averecht heeft gewerkt. De kosten van de overheid zijn gestegen in plaats van gedaald. Dat zou niet mogen verbazen, als je bedenkt dat kapitaal wordt ingezet om niet-door-kapitaal-te-vervangen arbeid te vervangen. Het wringt aan alle kanten. Het gevolg is dat het kapitaal alternatieve wegen zoekt om winst te maken: door de kwaliteit van arbeid te verlagen, via lagere lonen en flexibele banen; door efficientiewinst te boeken via schaalvergroting, door met extra managementlagen het werk beheersbaarder te maken; door het mensenwerk te rationaliseren (maximaal 10 minuten voor het wassen van een klant, 1 uur voor het nakijken van een scriptie, etc. etc.) en de werkdruk te verhogen. Het uiteindelijke effect van privatisering en marktwerking bij de overheid is mensonterend: steeds grotere fabrieken waarin de kwaliteit van het werk daalt en het menselijk contact tussen de mensen verdwijnt. Van consumptie naar participatie Als je alle rijkdom en welvaart bij elkaar optelt en deelt naar het aantal mensen op Aarde krijg de gemiddelde rijkdom per wereldburger. Door de globalisering is dat gemiddelde in de laatste drie decennia ontegenzeglijk gestegen. In Afrika en Azie zijn koopkrachtige middenklasses ontstaan. Maar er is ook een rijke elite(klasse) ontstaan en een nieuwe onderklasse van armen. De prijs van rijkdom is meer divergentie. De verhouding tussen het midden en de uitersten bepalen de toekomst van de samenleving. Als de tegenstellingen tussen rijk en arm verder verscherpen, zal het midden uiteen worden gescheurd en uiteindelijk verdwijnen. Als we niet snel nieuwe convergerende krachten in stelling brengen zal er een moment komen dat de ongelijkheid een niveau bereikt dat er geen weg terug meer is. Aangezien in de huidige ongelijke wereld concurrentie en arbeidersbeweging de kapitaalaccumulatie niet kunnen stoppen is de overheid het laatste Pagina 19

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2006-II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord zijn: kosten van politie-inzet

Nadere informatie

Goede tijden, slechte tijden. Soms zit het mee, soms zit het tegen

Goede tijden, slechte tijden. Soms zit het mee, soms zit het tegen Slides en video s op www.jooplengkeek.nl Goede tijden, slechte tijden Soms zit het mee, soms zit het tegen 1 De toegevoegde waarde De toegevoegde waarde is de verkoopprijs van een product min de ingekochte

Nadere informatie

3.2 De omvang van de werkgelegenheid

3.2 De omvang van de werkgelegenheid 3.2 De omvang van de werkgelegenheid Particuliere bedrijven en overheidsbedrijven nemen mensen in dienst. Collectieve sector = Semicollectieve sector = De overheden op landelijk, provinciaal en lokaal

Nadere informatie

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering.

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering. Top 100 vragen. De antwoorden! 1 Als de lonen stijgen, stijgen de productiekosten. De producent rekent de hogere productiekosten door in de eindprijs. Daardoor daalt de vraag naar producten. De productie

Nadere informatie

WAAR WIJ VOOR STAAN. Socialisten & Democraten in het Europees Parlement. Fractie van de Progressieve Alliantie van

WAAR WIJ VOOR STAAN. Socialisten & Democraten in het Europees Parlement. Fractie van de Progressieve Alliantie van WAAR WIJ VOOR STAAN. Fractie van de Progressieve Alliantie van Socialisten & Democraten in het Europees Parlement Strijden voor sociale rechtvaardigheid, het stimuleren van werkgelegenheid en groei, hervorming

Nadere informatie

Eindexamen maatschappijleer vwo 2003-II

Eindexamen maatschappijleer vwo 2003-II Opgave 1 Armoede en werk 1 Het proefschrift bespreekt de effecten van het door twee achtereenvolgende kabinetten-kok gevoerde werkgelegenheidsbeleid. / De titel van het proefschrift heeft betrekking op

Nadere informatie

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU?

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Als gevolg van de wereldwijde economische en financiële crisis heeft de EU met een laag investeringsniveau te kampen. Alleen met gezamenlijke gecoördineerde

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Eindexamen economie 1 havo 2000-I Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van

Nadere informatie

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl)

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl) Economie 1 (nieuwe stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 17 mei 13.30 16.30 uur 20 01 Voor dit examen zijn maximaal 65 punten te behalen; het examen bestaat uit

Nadere informatie

Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein

Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein De Verenigde Staten gaan meestal voorop bij het herstel van de wereldeconomie. Maar terwijl een gerenommeerd onderzoeksburo recent verklaarde dat de Amerikaanse

Nadere informatie

1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet.

1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet. AANVULLENDE SPECIFIEKE TIPS ECONOMIE VWO 2007 1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet. : Leg uit dat loonmatiging in een open economie kan leiden tot

Nadere informatie

Arm en Rijk. Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten

Arm en Rijk. Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten Arm en Rijk Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten 2.1 Rijk en arm in de Verenigde Staten De rijke Verenigde Staten Je kunt op verschillende manieren aantonen dat de VS een rijk land is. Het BNP

Nadere informatie

INLEIDING TOT DE MARXISTISCHE ECONOMIE

INLEIDING TOT DE MARXISTISCHE ECONOMIE INLEIDING TOT DE MARXISTISCHE ECONOMIE 2. Bewegingswetten van het kapitalisme Nick Deschacht Wat is het kapitalisme? Het korte antwoord was: Het kapitalisme is een productiewijze gekenmerkt door veralgemeende

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) De economie van India is snel gegroeid sinds aan het begin van de jaren 90 verregaande hervormingen werden doorgevoerd in o.a. het handels- en industriebeleid. Groei van

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2001-I

Eindexamen economie 1 vwo 2001-I Opgave 1 Hoge druk op de arbeidsmarkt Gedurende een aantal jaren groeide de economie in Nederland snel waardoor de druk op de arbeidsmarkt steeds groter werd. Het toenemende personeelstekort deed de vrees

Nadere informatie

Wederom onrust op de beurs: hoe nu verder?

Wederom onrust op de beurs: hoe nu verder? Wederom onrust op de beurs: hoe nu verder? Net als we vorig jaar meerdere keren hebben gezien, zijn de beurzen wederom bijzonder nerveus en vooral negatief. Op het moment van schrijven noteert de AEX 393

Nadere informatie

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M)

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M) 1) Geef de omschrijving van trendmatige groei. 2) Wat houdt conjunctuurgolf in? 3) Noem 5 conjunctuurindicatoren. 4) Leg uit waarom bij hoogconjunctuur de bedrijfswinsten zullen stijgen. 5) Leg uit waarom

Nadere informatie

De Drievoudige Bottom Line, een noodzakelijke economische innovatie

De Drievoudige Bottom Line, een noodzakelijke economische innovatie De Drievoudige Bottom Line, een noodzakelijke economische innovatie Feike Sijbesma, CEO Royal DSM In de loop der tijd is het effect van bedrijven op de maatschappij enorm veranderd. Vijftig tot honderd

Nadere informatie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie Productiviteit, concurrentiekracht en economische ontwikkeling Concurrentiekracht wordt vaak beschouwd als een indicatie voor succes of mislukking van economisch beleid. Letterlijk verwijst het begrip

Nadere informatie

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl

The Netherlands of 2040. www.nl2040.nl The Netherlands of 2040 www.nl2040.nl 1 Tijden veranderen 2 Tijden veranderen 3 Nieuwe CPB scenario studie Vraag Waarmee verdienen we ons brood in 2040? Aanpak Scenario s, geven inzicht in onzekerheid

Nadere informatie

H1: Economie gaat over..

H1: Economie gaat over.. H1: Economie gaat over.. 1: Belangen Geld is voor de economie een smeermiddel, door het gebruik van geld kunnen we handelen, sparen en goederen prijzen. Belangengroep Belang = Ze komen op voor belangen

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur Economische wetenschappen 1 en recht Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur 19 99 Dit examen bestaat uit 34 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven

Nadere informatie

Eindexamen vwo maatschappijwetenschappen 2013-I

Eindexamen vwo maatschappijwetenschappen 2013-I Opgave De eurocrisis Bij deze opgave horen de teksten 9 en. Inleiding De situatie rond de gemeenschappelijke munt, de euro, is tien jaar na de introductie verre van stabiel (mei 2012). In tekst 9 beschrijft

Nadere informatie

Wat is realiteit? (interactie: vraagstelling wie er niet gelooft en wie wel)

Wat is realiteit? (interactie: vraagstelling wie er niet gelooft en wie wel) Wat is realiteit? De realiteit is de wereld waarin we verblijven met alles wat er is. Deze realiteit is perfect. Iedere mogelijkheid die we als mens hebben wordt door de realiteit bepaald. Is het er, dan

Nadere informatie

De Wet Werk en Zekerheid in economisch grillige tijden

De Wet Werk en Zekerheid in economisch grillige tijden WHITEPAPER SEPTEMBER 2014 De Wet Werk en Zekerheid in economisch grillige tijden Goed nieuws: de economische crisis lijkt voorbij te zijn. Het Centraal Planbureau 1 meldde in maart van dit jaar dat de

Nadere informatie

INDUSTRIE EN SAMENLEVING HET VIZIER OP 2025. De bijdrage van de industrie aan de kwaliteit van leven in 2025

INDUSTRIE EN SAMENLEVING HET VIZIER OP 2025. De bijdrage van de industrie aan de kwaliteit van leven in 2025 INDUSTRIE EN SAMENLEVING HET VIZIER OP 2025 De bijdrage van de industrie aan de kwaliteit van leven in 2025 Startnotitie: Naar een Visie voor de Nederlandse industrie 28 maart 2010 Naar de Visie 2025 -

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2005-II

Eindexamen economie 1 vwo 2005-II Opgave 1 Quartaire sector onder vuur In de periode 1998-2001 steeg de arbeidsproductiviteit in de Nederlandse economie. Die productiviteitsstijging was niet in iedere sector even groot, zoals blijkt uit

Nadere informatie

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010

Allochtonen op de arbeidsmarkt 2009-2010 FORUM Maart Monitor Allochtonen op de arbeidsmarkt 9-8e monitor: effecten van de economische crisis In steeg de totale werkloosheid in Nederland met % naar 26 duizend personen. Het werkloosheidspercentage

Nadere informatie

Langzaam maar zeker zijn ook de gevolgen van de economische krimp voor de arbeidsmarkt zichtbaar

Langzaam maar zeker zijn ook de gevolgen van de economische krimp voor de arbeidsmarkt zichtbaar In de vorige nieuwsbrief in september is geprobeerd een antwoord te geven op de vraag: wat is de invloed van de economische situatie op de arbeidsmarkt? Het antwoord op deze vraag was niet geheel eenduidig.

Nadere informatie

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD De macro-vraaglijn of geaggregeerde vraaglijn geeft het verband weer tussen het algemeen prijspeil en de gevraagde hoeveelheid binnenlands product. De macro-vraaglijn

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur economie tevens oud programma economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Samenvatting Economie Hoofdstuk 8 Over de grens?

Samenvatting Economie Hoofdstuk 8 Over de grens? Samenvatting Economie Hoofdstuk 8 Over de grens? 8.1 Waarom handel met het buitenland? Importeren = het kopen van goederen en diensten uit het buitenland. Waarom? -Goedkoper of van betere kwaliteit -Bepaalde

Nadere informatie

De Politieke Ledenraad van de PvdA op 14 november 2015 bijeen te Amersfoort,

De Politieke Ledenraad van de PvdA op 14 november 2015 bijeen te Amersfoort, Korten op EU subsidies Solidariteit éen van de belangrijkste principes is in de sociaaldemocratie, In Europa grote verdeeldheid heerst aangaande het opvangen en herverdelen van vluchtelingen; Enkele landen

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juist antwoord

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

Eindexamen vwo economie pilot 2013-I

Eindexamen vwo economie pilot 2013-I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 maximale winst als MO

Nadere informatie

Boek 4 Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen

Boek 4 Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen Boek 4 Hoofdstuk 7: De overheid en ons inkomen Valt het mee of tegen? a Als Yara een appartement koopt moet ze een hypotheek afsluiten. Hiervoor betaalt ze iedere maand een bepaald bedrag. Dit zijn haar

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Perscommuniqué Brussel, 15 september 2000 Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de

Nadere informatie

Eindexamen vwo economie 2014-I

Eindexamen vwo economie 2014-I Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat verantwoord autogebruik wordt beloond met premiekorting / onverantwoord gebruik wordt gestraft met premieverhoging, zodat voorzichtig rijgedrag

Nadere informatie

Lesbrief Ongelijkheid. Inkomensbegrippen. Hoe meten we ongelijkheid? Ongelijkheid in inkomen en vermogen

Lesbrief Ongelijkheid. Inkomensbegrippen. Hoe meten we ongelijkheid? Ongelijkheid in inkomen en vermogen Ongelijkheid in inkomen en vermogen Lesbrief Ongelijkheid Inkomen = stroom Vermogen = voorraad (bezit schuld) Keuzelesbrief LWEO Inkomensbegrippen Primair inkomen Bruto inkomen Besteedbaar inkomen Gestandaardiseerd

Nadere informatie

Examen HAVO en VHBO. Economie 1,2 oude en nieuwe stijl

Examen HAVO en VHBO. Economie 1,2 oude en nieuwe stijl Economie 1,2 oude en nieuwe stijl Examen HAVO en VHBO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Vooropleiding Hoger Beroeps Onderwijs HAVO Tijdvak 2 VHBO Tijdvak 3 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur 20 00 Dit

Nadere informatie

NIEUWE NIVELLERINGS- POLITIEK

NIEUWE NIVELLERINGS- POLITIEK NIEUWE NIVELLERINGS- POLITIEK Jesse Klaver november 2014 NIEUWE NIVELLERINGSPOLITIEK De kloof tussen arm en rijk in Nederland neemt toe. GroenLinks pleit daarom bij het bezoek van Thomas Piketty aan Nederland

Nadere informatie

1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

Internationale handel H7 1. Internationale handel. Waarom importeren: 25-2-2013. Waar komt het vandaan?

Internationale handel H7 1. Internationale handel. Waarom importeren: 25-2-2013. Waar komt het vandaan? Internationale handel H7 1 Waar komt het vandaan? Economie voor het vmbo (tot 8,35 m.) Internationale handel Importeren = invoeren (betalen) Exporteren = uitvoeren (verdienen) Waarom importeren: Meer keuze

Nadere informatie

Docentenvel opdracht 19 (campagne voor een duurzame wereld en een samenwerkend Europa)

Docentenvel opdracht 19 (campagne voor een duurzame wereld en een samenwerkend Europa) Docentenvel opdracht 19 (campagne voor een duurzame wereld en een samenwerkend Europa) Lees ter voorbereiding onderstaande teksten. Het milieu De Europese Unie werkt aan de bescherming en verbetering van

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

20.1 Wat is economische groei?!

20.1 Wat is economische groei?! 20.1 Wat is economische groei? Om te beoordelen of er geproduceerd is, moet het BBP worden gecorrigeerd voor de inflatie. BBP is de totale product door binnenlandse sectoren. We vinden dan de toename van

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2004-II

Eindexamen economie 1 vwo 2004-II Opgave 1 Stoppen met roken!? In een land betalen rokers bij de aanschaf van tabaksproducten een flink bedrag aan indirecte belasting (tabaksbelasting)*. Dat vinden veel mensen terecht omdat de overheid

Nadere informatie

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk Hoofdstuk 1. Inkomen verdienen 1.22 1.23 1.24 1.25 1.26 1.27 1.28 1.29 1.30 1.31 1.32 1.33 1.34 D A C C A D B A D D B C D 1.35 a. 1.000.000 425.000 350.000 40.000 10.000 30.000 = 145.000. b. 1.000.000

Nadere informatie

Veel gestelde vragen kwartaalcijfers pensioenfondsen

Veel gestelde vragen kwartaalcijfers pensioenfondsen Veel gestelde vragen kwartaalcijfers pensioenfondsen 1. De kwartaalcijfers van de pensioenfondsen zijn negatief. Hoe komt dat? Het algemene beeld is dat het derde kwartaal, en dan in het bijzonder de maand

Nadere informatie

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013 Internationale varkensvleesmarkt 212-213 In december 212 vond de jaarlijkse conferentie van de GIRA Meat Club plaats. GIRA is een marktonderzoeksbureau, dat aan het einde van elk jaar een inschatting maakt

Nadere informatie

Eindexamen economie pilot vwo 2011 - II

Eindexamen economie pilot vwo 2011 - II Beoordelingsmodel Vraag Antwoord Scores Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore

Nadere informatie

Beleggen in de toekomst. de kansen van beleggen in klimaat en milieu

Beleggen in de toekomst. de kansen van beleggen in klimaat en milieu Beleggen in de toekomst de kansen van beleggen in klimaat en milieu Angst voor de gevolgen? Stijging van de zeespiegel Hollandse Delta, 6 miljoen Randstedelingen op de vlucht. Bedreiging van het Eco-systeem

Nadere informatie

Twaalf grafieken over de ernst van de crisis

Twaalf grafieken over de ernst van de crisis Twaalf grafieken over de ernst van de crisis 1 Frank Knopers 26-04-2012 1x aanbevolen Voeg toe aan leesplank We hebben een aantal grafieken verzameld die duidelijk maken hoe ernstig de huidige crisis is.

Nadere informatie

OPENINGSTOESPAAK VAN DE MINISTER VAN HANDEL EN INDUSTRIE Z.E. DHR. DRS C. P

OPENINGSTOESPAAK VAN DE MINISTER VAN HANDEL EN INDUSTRIE Z.E. DHR. DRS C. P OPENINGSTOESPAAK VAN DE MINISTER VAN HANDEL EN INDUSTRIE Z.E. DHR. DRS C. P. MARICA BIJ DE OPENING VAN HET CONGRES DUURZAME ONTWIKKELING OP DONDERDAG 29 MEI 2008 Collega ministers, overige hoogwaardigheidsbekleders,

Nadere informatie

Koopkrachtpariteit en Gini-coëfficiënt in China: hoe je tegelijkertijd arm én rijk kunt zijn.

Koopkrachtpariteit en Gini-coëfficiënt in China: hoe je tegelijkertijd arm én rijk kunt zijn. Koopkrachtpariteit en Gini-coëfficiënt in China: hoe je tegelijkertijd arm én rijk kunt zijn. 1. De Wereldbank berichtte onlangs dat de Chinese economie binnen afzienbare tijd de grootste economie van

Nadere informatie

1. Met andere ogen. Wetenschap en levensbeschouwing. De wereld achter de feiten

1. Met andere ogen. Wetenschap en levensbeschouwing. De wereld achter de feiten 1. Met andere ogen Wetenschap en levensbeschouwing De wereld achter de feiten Dit boek gaat over economie. Dat is de wetenschap die mensen bestudeert in hun streven naar welvaart. Het lijkt wel of economie

Nadere informatie

Samenvatting. Kort overzicht. Kartels

Samenvatting. Kort overzicht. Kartels Samenvatting Kort overzicht Dit proefschrift gaat over de economische theorie van kartels. Er is sprake van een kartel wanneer een aantal bedrijven, expliciet of stilzwijgend, afspreekt om de prijs te

Nadere informatie

Research NL. Economic outlook 3e kwartaal 2010 Nederland

Research NL. Economic outlook 3e kwartaal 2010 Nederland Research NL Economic outlook 3e kwartaal 2010 Nederland Herstel economie zet aarzelend door Economische situatie Huishoudens zijn nog steeds terughoudend met hun consumptie en bedrijven zijn terughoudend

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Opgave 1 1 maximumscore 2 Uit de uitleg moet blijken dat het tarief per keer legen de inwoners stimuleert om de containers minder vaak aan te bieden om daarmee lasten te besparen 1 het tarief per kilo

Nadere informatie

Michiel Verbeek, januari 2013

Michiel Verbeek, januari 2013 Michiel Verbeek, januari 2013 1 2 Eens of oneens? De bankiers zijn schuldig aan de kredietcrisis. De huidige economische crisis is het gevolg van de kredietcrisis van 2008. Als een beurshandelaar voor

Nadere informatie

KWARTAALMONITOR OKTOBER 2015. Omzetontwikkeling van freelancers en flexwerkers in Nederland

KWARTAALMONITOR OKTOBER 2015. Omzetontwikkeling van freelancers en flexwerkers in Nederland KWARTAALMONITOR OKTOBER 2015 Omzetontwikkeling van freelancers en flexwerkers in Nederland Inhoud 3 ONDERNEMERS, LAAT ZIEN DAT FLEXWERKERS WAARDEVOL ZIJN 4 OMZET FREELANCERS EN FLEXWERKERS DAALT DOOR TOENEMENDE

Nadere informatie

Tot slot. Aanbevelingen. Inleiding. Naar een lerende economie Investeren in het verdienvermogen van Nederland synopsis van WRR - rapport 90

Tot slot. Aanbevelingen. Inleiding. Naar een lerende economie Investeren in het verdienvermogen van Nederland synopsis van WRR - rapport 90 Hoe ziet dat er on de praktijk uit? (per sector / organisatie / afdeling / functie) Natuurlijke hulpbronnen en mensen zullen schaars zijn en de beschikbaarheid van kapitaal is niet te voorspellen. Met

Nadere informatie

Congresvoorstel 4e Landelijk Congres 12 december 2015

Congresvoorstel 4e Landelijk Congres 12 december 2015 Congresvoorstel 4e Landelijk Congres 12 december 2015 Het Landelijk Bestuur vraagt het congres om in te stemmen met de onderstaande programmapunten. Het Landelijk Bestuur legt de volgende ontwerpteksten

Nadere informatie

Inflatie protectie: risico management of slim beleggen?

Inflatie protectie: risico management of slim beleggen? Inflatie protectie: risico management of slim beleggen? 1. Precies een jaar geleden schreven we over het inflatiefenomeen dat altijd zijn kop opsteekt na periodes van recessie. Onze conclusie was dat nieuwe

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II Opgave 1 Uit een krant: Uitzendbranche blijft groeien Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de uitzendbranche in het eerste kwartaal van 1998 flink is gegroeid. In vergelijking

Nadere informatie

Ontbijtbijeenkomst De Maatschappij. Hartelijk welkom

Ontbijtbijeenkomst De Maatschappij. Hartelijk welkom Ontbijtbijeenkomst De Maatschappij Hartelijk welkom Even voorstellen Rabobank Breda Samen sterker Duurzaam nieuw hoofdkantoor Rabobank Breda 1509142 Duurzaam nieuw hoofdkantoor: film MKB-visie Alexander

Nadere informatie

10-puntenplan voor het herstel van de Nederlandse economie

10-puntenplan voor het herstel van de Nederlandse economie 10-puntenplan voor het herstel van de Nederlandse economie Nederland zit in een grote economische crisis. Het consumentenvertrouwen is dramatisch laag. Nederlanders zijn onzeker over hun baan, hun huis,

Nadere informatie

Rabobank Cijfers & Trends

Rabobank Cijfers & Trends Kappers In de kappersbranche kunnen de volgende bedrijfstypen worden onderscheiden: zelfstandigen zonder personeel, zzp ers (ondernemers die minder dan 32 uur per week in het kappersbedrijf werkzaam zijn)

Nadere informatie

VVMA Congres 18 mei 2010

VVMA Congres 18 mei 2010 VVMA Congres 18 mei 2010 Jan Klaver, VNO-NCW Verwachtingen over Nederlandse economie, 2010-2015 1 Lijn van mijn verhaal 1. Impact economische crisis op Nederlandse economie en bedrijfsleven 2. Het herstel

Nadere informatie

LES 1: De wereld in verandering

LES 1: De wereld in verandering LES 1: De wereld in verandering 1 Les 1: De wereld in verandering Vakken Zedenleer/godsdienst, economie, geschiedenis, aardrijkskunde, PAV Eindtermen Sociale vaardigheden, burgerzin, ICT, vakoverschrijdend,

Nadere informatie

De economische wereldcrisis

De economische wereldcrisis De economische wereldcrisis (9.2) Onderzoeksvraag: Wat waren de oorzaken van de economische wereldcrisis van 1929 en waarom duurde die crisis zo lang? Kenmerkend aspect: De crisis van het wereldkapitalisme.

Nadere informatie

EBU College Snapshots van de economie in regio Utrecht. Monique Roso, 12 maart 2014!

EBU College Snapshots van de economie in regio Utrecht. Monique Roso, 12 maart 2014! EBU College Snapshots van de economie in regio Utrecht Monique Roso, 12 maart 2014! Inhoud presentatie 1. economische trends en ontwikkelingen!! 2. economische monitor provincie Utrecht! - economische

Nadere informatie

200% Economie voor het vmbo Kerndoelen per leerjaar

200% Economie voor het vmbo Kerndoelen per leerjaar 00% Economie voor het vmbo Kerndoelen per leerjaar In onderstaande tabel zie je welke examen eindterm wanneer behandeld wordt in 00% Economie voor het vmbo. De getallen zoals 1.1 of. staan voor de paragrafen

Nadere informatie

Ruilen over de tijd (havo)

Ruilen over de tijd (havo) 1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

Vraag Antwoord Scores

Vraag Antwoord Scores Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 monopolie 2 maximumscore 3 bij

Nadere informatie

Eindexamen economie havo II

Eindexamen economie havo II Opgave 1 Buitenland en overheid in de kringloop In de economische wetenschap wordt gebruikgemaakt van modellen. Een kringloopschema is een model waarmee een vereenvoudigd beeld van de economie van een

Nadere informatie

Het Nederlandse groeirecept raakt uitgewerkt

Het Nederlandse groeirecept raakt uitgewerkt 157 Het Nederlandse groeirecept raakt uitgewerkt M. A. Allers* Samenvatting De afgelopen 25 jaar is de Nederlandse economie vooral gegroeid doordat meer mensen zijn gaan werken. Deze extensieve economische

Nadere informatie

Discussienota Naar een socialere bijstand GroenLinks Den Haag November 2015

Discussienota Naar een socialere bijstand GroenLinks Den Haag November 2015 Discussienota Naar een socialere bijstand GroenLinks Den Haag November 2015 Inleiding Er is veel in beweging rond de bijstand. Sommige gemeenten experimenteren met een andere uitvoeringspraktijk, met minder

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-I

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Voorbeelden van een juist antwoord

Nadere informatie

Eindexamen economie vmbo gl/tl 2006 - II

Eindexamen economie vmbo gl/tl 2006 - II BEOORDELINGSMODEL Aan het juiste antwoord op een meerkeuzevraag wordt één punt toegekend. HET GROTE ONDERNEMERSSPEL 1 B 2 A 3 maximumscore 2 Voorbeeld van een juiste berekening: Loonkosten in twee jaar:

Nadere informatie

De groei voorbij. Jaap van Duijn september 2007

De groei voorbij. Jaap van Duijn september 2007 De groei voorbij Jaap van Duijn september 2007 1 Een welvaartsexplosie Na WO II is de welvaart meer gestegen dan in de 300 jaar daarvoor Oorzaken: inhaalslag, technologische verandering en bevolkingsgroei

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2001-II

Eindexamen economie 1 vwo 2001-II Opgave 1 CAO-overleg: loon of werk? Bij de CAO-onderhandelingen voor een komend jaar in de industrie wordt uitgegaan van de volgende prognose: inflatie 2,3% stijging arbeidsproductiviteit in de industrie

Nadere informatie

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur :

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur : Oktober 2015 Macro & Markten 1. Rente en conjunctuur : VS Zoals al aangegeven in ons vorig bulletin heeft de Amerikaanse centrale bank FED de beleidsrente niet verhoogd. Maar goed ook, want naderhand werden

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-II

Eindexamen economie 1-2 vwo 2006-II 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juiste berekening

Nadere informatie

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl)

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl) Economie 1 (nieuwe stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 19 juni 13.3 16.3 uur 2 2 Voor dit examen zijn maximaal 63 punten te behalen; het examen bestaat uit 32

Nadere informatie

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Standaard Eurobarometer 80 DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Opiniepeiling besteld en gecoördineerd door de Europese Commissie, Directoraat-generaal Communicatie.

Nadere informatie

Eindexamen havo economie 2012 - II

Eindexamen havo economie 2012 - II Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 Een antwoord waaruit blijkt dat consumenten

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2007-I

Eindexamen economie 1 vwo 2007-I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 1 Een antwoord waaruit

Nadere informatie

Introductie netwerk en analytisch kader groene groei Prof. dr. Marjan Hofkes en Prof. dr. Harmen Verbruggen

Introductie netwerk en analytisch kader groene groei Prof. dr. Marjan Hofkes en Prof. dr. Harmen Verbruggen Introductie netwerk en analytisch kader groene groei Prof. dr. Marjan Hofkes en Prof. dr. Harmen Verbruggen Vrije Universiteit Seminar Netwerk Groene Groei 8 september 2015, Den Haag Netwerk Groene Groei

Nadere informatie

Economie. Boekje Conjunctuur Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud:

Economie. Boekje Conjunctuur Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets. Inhoud: Boekje Conjunctuur Samenvattingen + overige voorbereiding voor de toets Economie Inhoud: Wat? blz. h1 & h2 samengevat 2 h3 samengevat 3 h4 samengevat 4 wat moet weten 5 Begrippen 6 & 7 Links 7 Test je

Nadere informatie

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2.

I. Vraag en aanbod. Grafisch denken over micro-economische onderwerpen 1 / 6. fig. 1a. fig. 1c. fig. 1b P 4 P 1 P 2 P 3. Q a Q 1 Q 2. 1 / 6 I. Vraag en aanbod 1 2 fig. 1a 1 2 fig. 1b 4 4 e fig. 1c f _hoog _evenwicht _laag Q 1 Q 2 Qv Figuur 1 laat een collectieve vraaglijn zien. Een punt op de lijn geeft een bepaalde combinatie van de

Nadere informatie

Verdieping: Eerste reactie partijen

Verdieping: Eerste reactie partijen Verdieping: Eerste reactie partijen Korte omschrijving werkvorm: Uit de berekeningen van het CPB blijkt dat het begrotingstekort van Nederland in 2013 en 2014 niet onder de door de EU gestelde 3%-norm

Nadere informatie