Vóórkomen en voorkomen van nodeloze uitrukken door BHV-oefeningen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Vóórkomen en voorkomen van nodeloze uitrukken door BHV-oefeningen"

Transcriptie

1 Vóórkmen en vrkmen van ndelze uitrukken dr BHV-efeningen Vóórkmen en vrkmen van ndelze uitrukken dr BHV-efeningen Eindprduct afstudeernderzek Versie: 1, 23 augustus 2011 Naam: Wuter van Rssum Klas: IV4A Studentnummer: Afstudeerbegeleider: Michiel Hefslt Praktijkbegeleider: Karin Grenewegen Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid Pstbus HA Arnhem T F NEDERLANDS INSTITUUT FYSIEKE VEILIGHEID

2 Vrwrd Vr u ligt het eindrapprt van mijn afstudeernderzek vr de pleiding Integrale Veiligheidskunde aan de Hgeschl Utrecht. In de peride februari 2011 tt en met augustus 2011 heb ik een nderzek uitgeverd naar meldingen aan en uitrukken van hulpdiensten die wrden verrzaakt dr BHV-efeningen. Ik heb dit nderzek uitgeverd namens het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid die vr dit prbleem benaderd is dr de Gemeenschappelijke Meldkamer van veiligheidsregi Twente. Mijn dank gaat uit naar alle respndenten die hun medewerking hebben verleend aan dit nderzek. Zij hebben waardevlle infrmatie verstrekt vr het schrijven van dit rapprt. Daarnaast dank ik Michiel Hefslt, afstudeerbegeleider vanuit de Hgeschl Utrecht, en Karin Grenewegen, begeleider vanuit het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid. Znder hun begeleiding en advies zu dit rapprt niet tt stand zijn gekmen. Arnhem, augustus 2011 Wuter van Rssum 2

3 Samenvatting Aanleiding Het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV) werd in juni 2010 benaderd dr de Gemeenschappelijke Meldkamer (GMK) Twente met de mededeling dat hun centralisten veelvuldig gecnfrnteerd wrden met meldingen, welke later naangekndigde BHVefeningen blijken te zijn. De melder weet niet dat het een BHV-efening betreft, wat leidt tt een zeer realistische melding waardr hulpdiensten uitrukken. De meldkamer heeft geen directe plssing vr dit prbleem en wil alleen echte meldingen ntvangen en het was bij hen niet bekend he grt het prbleem landelijk is. Dit nderzek is daaruit vrt gekmen. Onderzekspzet Dit nderzek richt zich daarm p de mate waarin het prbleem zich binnen de meldkamers in Nederland vrdet, specifieke kenmerken van dergelijke BHVefeningen welke leiden tt een melding, de wijze waarp vrkmen kan wrden dat een BHV-efening leidt tt een melding en factren binnen de meldkamer welke een rl spelen in de beslissing van de centralist m te bepalen f het kmt tt alarmering en uitrukken van hulpdiensten. De delstelling van dit nderzek is inzicht bieden in de wijze waarp kan wrden vrkmen dat een BHV-efening leidt tt uitrukken van hulpdiensten. Dit is inzichtelijk gewrden dr het uitveren van kwantitatief en deels kwalitatief nderzek in de vrm van literatuurstudie en het afnemen van enquêtes nder meldkamercentralisten en BHV-pleiders en instructeurs. De enquêtes zijn ntwikkeld aan de hand van specifieke kenmerken van efeningen welke terug te vinden zijn in de literatuur f uit riënterende gesprekken met betrkkenen naar vren kwamen. Resultaten Frequentie Uit dit nderzek blijkt dat het merendeel (80%) van de centralisten wel eens heeft meegemaakt dat een BHV-efening leidde tt een melding aan de meldkamer. Daarentegen gaf ngeveer driekwart van de instructeurs juist aan dat zij dit ng nit hebben meegemaakt. Deze gegevens kmen dus niet met elkaar vereen. Ongeveer driekwart van de geënquêteerde centralisten gaf aan dat deze meldingen in maximaal een kwart van de gevallen leidden tt een uitruk van hulpdiensten. De meeste instructeurs gaven aan dat dit nit heeft geleid tt uitrukken. Specifieke kenmerken BHV-efeningen welke leiden tt een melding aan de meldkamer wrden vaak gekenmerkt dr interne alarmering (82%), inzet van ltusslachtffers (69%) en gebruik van rk (62%). In mindere mate wrden deze gekenmerkt dr gebruik van lichteffecten (55%), geluidseffecten (37%), geureffecten en echt vuur (beiden 10%). Het merendeel (80%) van de geënquêteerde instructeurs (N=29) gaf aan dat er geen gebruik werd gemaakt van andere dan hierbven genemde technische hulpmiddelen m een realistisch incident na te btsen. Uit dit nderzek blijkt tevens dat het vaak aangekndigde eenvudige efeningen en naangekndigde cmplexe efeningen betreffen die leiden tt meldingen aan de meldkamer. Vaak is het hele gebuw betrkken bij dergelijke efeningen, wrdt vral geefend p alarmeren en ntruimen van medewerkers, bestrijden en beperken van brand en p cmmunicatie, gaat het in bijna de helft van de situaties m efeningen waarbij brand wrdt geensceneerd, wrdt de efening meestal niet vraf aangekndigd aan de betrkkenen en hebben zij, uitgeznderd van bedrijfshulpverleners, vaak niet dr dat het een efening betreft. Daarnaast gaf ngeveer de helft van de centralisten aan dat de efening vraf was aangekndigd aan de meldkamer terwijl 78% van de 3

4 instructeurs aangaf dat dit het geval was. Verder is er een lichte piek te vinden tussen uur en uur en tussen uur en uur waarp dergelijke efeningen plaatsvinden en melding binnenkmen bij de meldkamer. In de meeste situaties staan deze efeningen nder leiding van een externe BHV-pleider en zijn deze duidelijk herkenbaar aanwezig. Vrkmen van meldingen Dr geënquêteerde centralisten en instructeurs werden de vlgende maatregelen genemd m meldingen te vrkmen: Duidelijke afspraken met deelnemers van de efening ver het melden van een incident aan de meldkamer; De efening kan vraf wrden aangekndigd aan deelnemers zdat zij weten dat het gaat m een efening; BHV-efeningen dienen niet te realistisch te zijn; Vrkmen dat de efening vanaf de penbare weg zichtbaar is vr passanten en mwnenden; Het plaatsen van infrmatiebrden m passanten te wijzen p de efening indien deze vanaf de penbare weg zichtbaar is; Het plaatsen van een pvallend vertuig van één van de hulpdiensten zdat zichtbaar is dat zij al aanwezig zijn en er niet meer gebeld heft te wrden; In de teststand zetten van de brandmeldinstallatie vr de efening; Tijdelijk uitschakelen handbrandmelders; Instrueren van betrkkenen ver het gebruik van handbrandmelders; Factren in beslissing van de centralist Het feit f de efening vraf is aangekndigd aan de meldkamer f niet heeft invled p de beslissing van de centralist. Wanneer de efening niet vraf was aangekndigd aan de meldkamer resulteerde dit in een aanzienlijk hger percentage alarmeringen van hulpdiensten dr de centralist dan wanneer de efening wel vraf was aangekndigd aan de meldkamer (86% versus 56%). Ok verificatie van de melding speelt een rl in de beslissing van de centralist m hulpdiensten te alarmeren f niet. In tweederde van de situaties waarin geverifieerd werd, werd hierdr duidelijk dat het ging m een efening. In ngeveer de helft van de meldingen werd geverifieerd. Echter gebeurde dit in 37% van dit aantal pas na alarmering van hulpdiensten dr de centralist en heeft dit dus geen rl gespeeld in zijn beslissing. Er is geen aanwijzing vr het bestaan van een verband tussen verificatie en het feit f de efening vraf is aangekndigd aan de meldkamer aangezien nder nrmale mstandigheden er bij autmatische brandalarmen en meldingen dr het indrukken van handbrandmelders in ngeveer dezelfde frequentie geverifieerd wrdt als in situaties waarbij vraf aan de melding is aangekndigd dat er een efening gehuden wrdt. Echter is niet bekend f dit vr alarmering f na alarmering van hulpdiensten plaatsvindt. Vr telefnische meldingen verschilt dit percentage meer (40% nder nrmale mstandigheden versus 63% bij een vraf aangekndigde efening). Beantwrding hfdvraag: Vrkmen van uitrukken In eerste instantie kan wrden vrkmen dat BHV-efeningen leiden tt een uitruk dr meldingen aan de meldkamer te vrkmen. Deze meldingen kunnen wrden vrkmen dr het nemen van eerder genemde maatregelen. Echter kan het vrkmen dat een efening desndanks leidt tt een melding. Daarm kunnen de vlgende maatregelen wrden genmen m te zrgen dat deze melding niet zal leiden tt het alarmeren en uitrukken van hulpdiensten: 4

5 De efening dient vraf altijd te wrden aangekndigd aan de meldkamer. Uit dit nderzek is gebleken dat, wanneer de efening vraf wrdt aangekndigd, dit minder leidt tt het alarmeren en uitrukken van hulpdiensten. Wanneer de centralist een melding ntvangt en bekend is dat er een efening wrdt gehuden dient vr alarmering geverifieerd te wrden f de melding werd verrzaakt dr de efening f dat er daadwerkelijk sprake is van een incident. Uit dit nderzek blijkt namelijk dat in tweederde van de situaties dr verificatie van de melding duidelijk werd dat het ging m een BHV-efening. Aanbevelingen In de Wegwijzer efenen van het Nederlands Instituut vr Bedrijfshulpverlening (NIBHV) wrdt aangegeven dat de meldkamer in het geval van table-tp efeningen en beperkte efeningen waarbij bedrijfshulpverleners en het persneel vraf in kennis zijn gesteld ver het tijdstip van de efening niet geïnfrmeerd heft te wrden, tenzij deze vanaf de penbare weg zichtbaar is. In dit nderzek is echter gebleken dat het vaak aangekndigde eenvudige efeningen betreffen welke leiden tt een melding aan de meldkamer (41%). Ok is gebleken dat table-tp efeningen in een enkele situatie leiden tt meldingen aan de meldkamer. Daarm dient de efening, in welke vrm dan k, ten alle tijden vraf te wrden aangekndigd aan de meldkamer. Dit dient gewijzigd te wrden in de Wegwijzer efenen van het NIBHV. In de prtcllen vr meldkamercentralisten dient te wrden pgenmen dat men dient te verifiëren indien bekend is dat er p dat mment bij het betreffende bedrijf een BHV-efening gaande is. Vlgens de verschillende visies van efenen die terug te vinden zijn in de literatuur (zie bijlage 2) geniet het de vrkeur m de cmplexiteit van efenen langzaam p te buwen. In de meest cmplexe vrm kan naangekndigd geefend wrden. Er is p wetenschappelijke basis echter weinig te vinden ver de effecten van naangekndigd efenen p deelnemers. Wanneer de efening vraf wrdt aangekndigd aan bedrijfshulpverleners en persneel zal dit, z blijkt uit dit nderzek, minder snel leiden tt een melding aan de meldkamer. Om te kunnen bepalen f naangekndigd efenen ndzakelijk is m ptimaal vrbereid te zijn p mgelijke incidenten die zich kunnen vrden dient aanvullend nderzek te wrden uitgeverd naar de effecten van aangekndigd en naangekndigd efenen p de leerprestaties van deelnemers. 5

6 Inhud VOORWOORD... 2 SAMENVATTING... 3 INHOUD PROBLEEMSCHETS AANLEIDING INLEIDING Lze alarmeringen Bedrijfshulpverleningsefeningen DOELSTELLING VRAAGSTELLING AFBAKENING LEESWIJZER OPERATIONALISATIE CONCEPTUEEL MODEL DEFINIËREN EN OPERATIONALISEREN METHODES VAN ONDERZOEK OPZET KWANTITATIEF ONDERZOEK KWALITATIEF ONDERZOEK RESULTATEN ALGEMEEN HET VÓÓRKOMEN VAN MELDINGEN EN UITRUKKEN DOOR BHV-OEFENINGEN PATROON IN KENMERKEN VAN OEFENINGEN Scenarikenmerken Organisatrische kenmerken VOORKOMEN VAN MELDINGEN BEPALENDE FACTOREN IN BESLISSING VAN CENTRALIST Aankndiging aan meldkamer Verificatie CONCLUSIE AANBEVELINGEN LITERATUURLIJST BIJLAGEN

7 Vóórkmen en vrkmen van ndelze uitrukken dr BHV-efeningen 1 Prbleemschets 1.1 Aanleiding Tijdens mijn derde studiejaar Integrale Veiligheidskunde heb ik stage gelpen bij het Nederlands Instituut Fysieke Veiligheid (NIFV). Aan het eind van dit stagetraject werd het NIFV benaderd dr de Gemeenschappelijke Meldkamer (GMK) Twente met de mededeling dat hun centralisten veelvuldig gecnfrnteerd wrden met meldingen, welke later naangekndigde BHV-efeningen blijken te zijn. Er wrdt dan dr mstanders, medewerkers f sms zelfs de bedrijfshulpverleners gebeld met de melding dat er een incident is. De melder weet niet dat het een BHV-efening betreft, wat leidt tt een zeer realistische melding waardr hulpdiensten uitrukken. De meldkamer heeft geen directe plssing vr dit prbleem en wil alleen echte meldingen ntvangen. Zdende is dit afstudeernderzek daar uit vrt gekmen Inleiding Lze alarmeringen Wanneer er sprake is van een ngeval, ramp f andere calamiteit wrden hulpdiensten gealarmeerd en kmen zij in actie. Onder hulpdiensten wrden ambulancediensten brandweer en plitie verstaan (Nieuwenhuize & Blemers, 2008). De meldingen die ambulancediensten ntvangen zijn nder te verdelen in spedeisende inzetten in geval van acute bedreiging van de vitale functies van de patiënt, inzetten naar aanleiding van een zrgvraag waaruit blijkt dat geen sprake is van direct levensgevaar, maar waarbij de ambulance wel z snel mgelijk ter plaatse dient te zijn en niet-spedeisende inzetten die vraf gepland zijn. (Rijksinstituut vr Vlksgezndheid en Milieu, 2011) Bij de eerste twee genemde inzetten van ambulances kan sprake zijn van lze alarmeringen. Het rapprt Ambulances in Zicht uit 2009 mschrijft een lze rit als vlgt: Een lze rit is een rit die wrdt uitgeverd met de intentie tt hulpverlening en/f verver, waarbij na aankmst p de (vernderstelde) lcatie van de patient blijkt dat geen ndzaak vr hulpverlening en/f verver (meer 2 ) aanwezig is. (Ambulancezrg Nederland, 2010). De verzeken m assistentie (meldingen) die de brandweer in Nederland ntvangt zijn nder te verdelen in brandmeldingen en hulpverleningsmeldingen. Zwel bij brandmeldingen als bij hulpverleningsmeldingen kan sprake zijn van ls alarm 3. Ls alarm is een al dan niet pzettelijke melding waarbij geen sprake is van brand f de ndzaak tt het verlenen van hulp. (Centraal Bureau vr de Statistiek, 2009) Bij de plitie wrdt gesprken ver ndhulpincidenten. Ndhulp is de brandweer- f uitruk-functie van de plitie. Ndhulpincidenten zijn meldingen die naar aard en/f mvang van de meldingen vragen m acute aanwezigheid van de plitie. Ok vr de plitie kan sprake zijn van lze alarmeringen in de ndhulp (Plitie Limburg-Nrd, 2010). 1 Bvenstaande infrmatie is afkmstig uit de van meldkamer Twente waarin het NIFV werd benaderd vr dit prbleem. 2 Een lze rit wil niet per definitie betekenen dat er sprake is van een lze melding. Het kan namelijk vrkmen dat de kmst van een ambulance in eerste instantie wel ndzakelijk is maar bij aankmst geen ndzaak vr hulpverlening en/f verver meer aanwezig is. 3 Binnen de brandweer wrdt ls alarm k wel aangeduid als ngewenste melding NEDERLANDS INSTITUUT FYSIEKE VEILIGHEID 7

8 Cijfers lze alarmeringen In de meest recente cijfers van Ambulancezrg Nederland (2010) is terug te vinden dat ambulancediensten in maal ingezet zijn. Van alle inzetten in 2009 betrffen inzetten een lze rit. Dit betreft een percentage van vijf prcent van alle inzetten. Het aantal lze ritten is sinds 2007 ngeveer gelijk gebleven vr ambulancediensten in Nederland. (Ambulancezrg Nederland, 2010). In de meest recente brandweerstatistiek van het Centraal Bureau vr de Statistiek (2009) is terug te vinden dat de brandweer in Nederland in 2008 bijna meldingen heeft ntvangen binnengekmen meldingen betrf echter ls alarm (44%). In 2007 lag dit percentage ng p 41%. Vanaf 1990 is een stijgende lijn waarneembaar en is het aantal lze alarmeringen die de brandweer ntvangt meer dan verdubbeld zals te zien is in tabel 1. De meeste lze alarmen betrffen brandmeldingen. Ruim 58 prcent van de brandmeldingen (N= ) in 2008 bestnd uit ls alarm. Dit betekent dus dat de brandweer meer lze brandalarmen ntvangt dan meldingen van echte branden. Vr hulpverleningsmeldingen ligt het percentage lze alarmen veel lager; namelijk tien prcent. De Nederlandse Vereniging vr Brandweerzrg en Rampenbestrijding (NVBR) is daardr in 2010 gestart met het prject NUT wat staat vr Ndelze Uitrukken Terugdringen. Tabel 1 Ls alarm bij branden en hulpverleningen (Centraal Bureau vr de Statistiek, 2009) Het blijkt dus dat het percentage lze meldingen dat de brandweer ntvangt beduidend hger ligt dan het percentage van dergelijke meldingen die ambulancediensten ntvangen. De cijfers ver lze alarmeringen van de plitie zijn in de literatuur niet terug te vinden dus kan ver deze hulpdienst geen uitspraak wrden gedaan. Omdat de brandweer prcentueel gezien het meest wrdt gecnfrnteerd met deze lze meldingen zal er dieper p deze meldingen wrden ingegaan. Bijna 87% van de lze brandmeldingen (N=63220) die de brandweer ntving in 2008 werd verrzaakt dr autmatische brandmeldinstallaties (BMI). De gezndheidszrg was in 2008 de sectr die verantwrdelijk was vr 9300 lze brandmeldingen via een autmatische brandmeldinstallatie. Hierbij gaat het vral m verpleeghuizen valse brandmeldingen werden verrzaakt dr wngebuwen, en dan met name dr verzrgingshuizen. Ok bijeenkmstgebuwen hadden een belangrijk aandeel in het aantal lze alarmen. Hiernder vallen nder andere 8

9 winkelcentra, winkels en warenhuizen en theaters, restaurants en andere hrecagelegenheden. In 2008 ging het bij deze gebuwen m 5300 lze alarmen. In tabel 2 is per categrie f sectr aangegeven wat het aandeel was in het ttaal van valse meldingen via een autmatische brandmeldinstallatie. (Centraal Bureau vr de Statistiek, 2009) Tabel 2 Ls alarm via brandmeldinstallaties naar bject en rzaak, 2008 (Centraal Bureau vr de Statistiek, 2009) Ttaal w.v. ten gevlge van Werkzaamheden x 1000 % String apparatuur Andere rzaak Ttaal 55, Gezndheidszrg w.. - verpleeghuis - zwakzinnigeninrichting - ziekenhuis - psychiatrisch ziekenhuis 9,3 1,9 0,7 0,7 0, Wngebuwen w.. verzrgingshuis gezinsvervangend tehuis pvangtehuis 8,7 1,1 0,6 0, Bijeenkmstgebuw (ntmeting, verzamel) 5, Lgiesgebuw w.. htel, mtel 3,7 1, Kantrgebuw 3, Overig 25,

10 Orzaken lze alarmen Uit tabel 2 blijkt dat 18% van alle lze alarmen die binnenkmen via brandmeldinstallaties (N=55001) wrdt verrzaakt dr werkzaamheden en vijftien prcent dr een string in de apparatuur. De verige 67 prcent wrdt p een andere manier verrzaakt (Centraal Bureau vr de Statistiek, 2009) Bedrijfshulpverleningsefeningen Één van die andere rzaken ligt mgelijk in het feit dat rganisaties uit de sectren in tabel 2 bedrijfshulpverleningsefeningen huden. In de Arbwetgeving is nder andere in artikel 3 van de Arbeidsmstandighedenwet bepaald dat een rganisatie zich vr met bereiden p ndsituaties. Een manier m hierp vr te bereiden is het huden van efeningen. Het is niet wettelijk vastgelegd dat een rganisatie per jaar een minimum aantal efeningen met huden. Uit navraag bij de Arbeidsinspectie blijkt dat het bepalen van het aantal efenmmenten afhankelijk is van de uitkmsten van de Risic-Inventarisatie & -Evaluatie (RI&E). Dit was vrheen vastgelegd in de Arbbeleidsregels. Deze zijn per 2007 vervangen dr de Arbcatalgus die per branche aangeeft he vaak er geefend dient te wrden. Daarnaast blijkt uit navraag bij de Arbeidsinspectie dat bedrijven meten kijken naar de eisen die het pleidingsinstituut die de certificaten heeft uitgegeven stelt mtrent het aantal efenmmenten. Iedere bedrijfshulpverlener dient vr één f meerdere hulpverleningstaken die gelden binnen het bedrijf waar hij f zij werkt te zijn pgeleid en dient de beschikking te hebben ver mtrische vaardigheden, prcesvaardigheden en cnceptherkenning (NIBHV, 2011b). Bedrijfshulpverleners wrden pgeleid vlgens het mdel van Pearsn en Gallagher, (1983, zals geciteerd in Zanders & Van der Minne, 2008). Dit mdel beschrijft twee fases. De eerste fase betreft het verwerven van cmpetenties en de tweede fase betreft het nderhuden van de verwrven cmpetenties. Het betreffende mdel is weergegeven in figuur 1. Figuur 1 Mdel Pearsn & Gallagher (1983, zals geciteerd in Zanders & Van der Minne, 2008) 4 4 Figuur is afkmstig uit Gids Bedrijfshulpverlening van Zanders en van der Minne,

11 Dit mdel geeft weer dat het belangrijk is m in stap 1 en 2 cmpetenties te verwerven. De derde stap betreft het nderhuden van de verwrven cmpetenties. Het nderhuden van deze verwrven cmpetenties wrdt bereikt dr het huden van efeningen. De waarde van efenen in de vrbereiding p rampen en incidenten wrdt in vrijwel alle discussies ver rampenbestrijding nderstreept (Drabek, 1990; Michaels, 1996; zals geciteerd in Petersn & Perry, 1999). In vrijwel alle landen waar zware industrie vrkmt wrdt geefend in de vrbereiding p rampen en zware ngevallen. Dat het huden van efeningen vele vrdelen met zich meebrengt in de vrbereiding p rampen is dr veel nderzeken aangetnd (Rsenthal et al., 2001; Lagadec, 1997; Michaels, 1996; zals geciteerd in Petersn & Perry, 1999). Echter zijn er weinig empirische studies uitgeverd die de effecten van efenen vr de deelnemers aantnen. In 2004 is dr Perry nderzek gedaan naar de effecten van efenen p de perceptie en de vrbereiding van plitieagenten, brandweermensen en burgervrijwilligers. Bedrijfshulpverleners meten gezien wrden als burgervrijwilligers. Uit dit nderzek is gebleken dat alle genemde grepen persnen beter vrbereid zijn p een daadwerkelijk incident dr deel te nemen aan efeningen. In de literatuur zijn drie visies met betrekking tt efenen terug te vinden. De uitwerking van deze visies is bijgevegd in bijlage 1. De eerste visie betreft die van Daines, welke nderscheid maakt tussen table tp-efeningen, functinele efeningen en full-scale efeningen. De tweede visie is die van het Nederlands Instituut BedrijfsHulpVerlening waarbij nderscheid wrdt gemaakt tussen efeningen waarbij dag en tijd bekend is bij het persneel, efeningen waarbij dag f week bekend is bij het persneel, efeningen die naangekndigd zijn aan persneel en efening die naangekndigd en nverwacht zijn vr het persneel. Tt slt wrdt in de visie van de Gids Bedrijfshulpverlening van Zanders en Van der Minne nderscheid gemaakt in efeningen p papier, eenvudige aangekndigde efeningen, cmplexe aangekndigde efeningen en naangekndigde efeningen. Deze drie visies verlappen elkaar p bepaalde delen maar verschillen daarentegen k van elkaar. Vlgens de drie manieren van efenen is het belangrijk m de cmplexiteit van efenen p te buwen en de realiteit z veel mgelijk na te btsen. De twee laatstgenemde visies van efenen hanteren hierbij het huden van aangekndigde en niet aangekndigde efeningen. Om z realistisch mgelijk te efenen maken bedrijven bijvrbeeld gebruik van rk tijdens deze efeningen. Dit verrzaakt autmatisch brandalarm en de meldkamer ntvangt hierdr dus een valse melding via de brandmeldinstallatie. Om de efening z realistisch mgelijk te maken wrden BHV-efeningen vaak niet aangekndigd aan bedrijfshulpverleners, persneel en externen als bezekers en mstanders. Dr de hge mate van realisme van de efening kmt het vr dat persneel, externen f zelfs de bedrijfshulpverleners bellen naar de meldkamer met de melding dat er een incident gaande is. Drdat zij niet weten dat het m een BHV-efening gaat leidt dit tt een zeer realistische melding. Daarnaast kan het vrkmen dat bedrijfshulpverleners, persneel f externen zals bezekers een handbrandmelder indrukken mdat zij niet weten dat het gaat m een BHV-efening en dus vernderstellen dat zij te maken hebben met een daadwerkelijk incident. Dit resulteert in een rechtstreekse melding aan de meldkamer waarp een uitruk van hulpdiensten vlgt. 5 De belangen van de bedrijfshulpverlening, m ged geefend te zijn en vral z realistisch mgelijk, en dus aangekndigd te efenen, kmen hierbij in cnflict met de belangen van de meldkamer die z min mgelijk valse meldingen wil ntvangen. 5 In bijlage 2 zijn vrbeelden pgenmen van dergelijke situaties 11

12 Hulpdiensten rukken uit en nemen p weg naar de melding risic s m z snel mgelijk ter plaatse te zijn, waar dan uiteindelijk blijkt dat hun kmst verbdig is. Dit brengt de ndige geluidsverlast met zich mee drdat hulpdiensten geluidssignalen veren. Daarnaast zijn hulpdiensten p dat mment niet beschikbaar vr echte spedeisende incidenten en verrzaken ngewenste uitrukken enrme maatschappelijke ksten die plpen tt tientallen miljenen eur s. (Centraal Bureau vr de Statistiek, 2009) De meldkamer heeft geen directe plssing vr dit prbleem en wil alleen echte meldingen ntvangen. Het is bij hen niet bekend he grt het prbleem landelijk is. Uit een eerste verkenning p internet zijn z n negen vrbeelden gevnden van meldingen aan de meldkamer welke later BHV-efeningen bleken te zijn. Deze negen vrbeelden vnden allen binnen de afgelpen anderhalf jaar plaats en zijn tegevegd in bijlage 2. De meldkamer van de regi Twente ervaart dit prbleem als een grt knelpunt en weet niet he ze dergelijke situaties kunnen vrkmen. Daarm is dit nderzek hieruit vrt gekmen. 12

13 1.3 Delstelling Uit de prbleemschets is naar vren gekmen dat er een gebrek aan inzicht heerst m te kunnen vrkmen dat het huden van BHV-efeningen leidt tt het uitrukken van hulpdiensten. De delstelling van dit nderzek is daarm: Het bieden van inzicht in de wijze waarp vrkmen kan wrden dat hulpdiensten uitrukken naar aanleiding van BHV-efeningen. 1.4 Vraagstelling Aan de hand van de delstelling is de vlgende hfdvraag gefrmuleerd: Op welke wijze kan wrden vrkmen dat hulpdiensten uitrukken naar aanleiding van BHV-efeningen? Aan de hand van deze nderzeksvraag zijn de vlgende deelvragen gefrmuleerd welke samen antwrd geven p de bvenstaande hfdvraag: 1. In welke mate kmen meldingen vr bij de meldkamers als gevlg van BHVefeningen in Nederland en in welke mate leiden deze tt uitrukken van hulpdiensten? 2. Is er een mgelijk patrn te vinden in kenmerken van efeningen die leiden tt een melding aan de meldkamer? 3. Op welke wijze kan wrden vrkmen dat een BHV-efening tt een melding aan de meldkamer leidt? 4. Welke factren spelen een rl bij de beslissing van een meldkamercentralist m te bepalen f het kmt tt een uitruk? 1.5 Afbakening Dit nderzek richt zich p meldingen aan en uitrukken van hulpdiensten (brandweer, plitie en ambulancediensten) die wrden verrzaakt dr BHV-efeningen. Er is nderzek gedaan naar de mate waarin het prbleem zich vrdet binnen de 25 meldkamers in Nederland 6, specifieke kenmerken van BHV-efeningen, de wijze waarp vrkmen kan wrden dat een efening resulteert in een melding en factren die binnen de meldkamer een rl spelen m al dan niet tt het besluit te kmen m hulpdiensten te laten uitrukken. Dit nderzek richt zich niet p meldingen die leiden tt uitrukken dr hulpdiensten die wrden verrzaakt dr andere rzaken dan BHV-efeningen. 1.6 Leeswijzer In hfdstuk 2 wrdt het cnceptueel mdel weergegeven. Daarnaast wrden begrippen gedefinieerd en geperatinaliseerd. In hfdstuk 3 wrdt tegelicht welke nderzeksstrategieën en welke nderzeksmethden zijn tegepast m de deelvragen te beantwrden welke samen antwrd geven p de hfdvraag. In hfdstuk 4 zijn de resultaten van dit nderzek weergegeven en tegelicht. Hfdstuk 5 vrmt de cnclusie en in hfdstuk 6 vlgen aanbevelingen. Tt slt is in dit rapprt een literatuurlijst en bijlagen pgenmen. 6 De meldkamer van het Krps Landelijke Plitie Diensten (KLPD) is in dit nderzek buiten beschuwing gelaten. 13

14 2 Operatinalisatie In dit hfdstuk wrden de begrippen uit de delstelling en de nderzeksvragen gespecificeerd, wat ndig is m deze begrippen nderzekbaar te maken. Dit is het steeds cncreter maken van de vraagstelling en het heel precies mschrijven van de wijze waarp de begrippen wrden gemeten ('t Hart, Beije, & Hx, 2006). In dit hfdstuk wrdt de prblematiek rndm uitrukken van hulpdiensten die verrzaakt wrden dr BHV-efeningen schematisch weergegeven aan de hand van een cnceptueel mdel. Daarnaast zullen begrippen die in het cnceptueel mdel centraal staan en begrippen die direct in verband staan met dit mdel wrden gedefinieerd en zullen deze genemde begrippen meetbaar wrden gemaakt. 2.1 Cnceptueel mdel De te nderzeken factren die invled uitefenen p dit prces zijn in het cnceptueel mdel met de kleur blauw aangegeven. Deze factren wrden in dit nderzek nderzcht. De in het grijs aangegeven aspecten behren te aan het prcesmdel. Scenarikenmerken en rganisatrische kenmerken bepalen he de BHV-efening eruit ziet, is pgebuwd f gerganiseerd. Deze kenmerken hebben vermedelijk invled p de mate waarin een efening als een realistisch incident wrdt geïnterpreteerd. De (kenmerken van) BHV-efeningen wrden waargenmen dr een brandmeldinstallatie (BMI) f dr een persn. Dit kunnen bedrijfshulpverleners, persneel f externen als bezekers, mwnenden f passanten zijn. De efening wrdt als een realistisch incident geïnterpreteerd dr de brandmeldinstallatie f dr één van de genemde persnen. Dit resulteert in een melding aan de meldkamer van de hulpdiensten. Deze wrdt vervlgens geïnterpreteerd dr de meldkamercentralist. Factren die hierin mgelijk een rl spelen zijn verificatie van de melding en het feit f de BHV-efening vraf is aangekndigd aan de meldkamer. De centralist berdeelt en behandelt de melding vlgens reginaal en landelijk geldende prcedures. Vervlgens leidt dit al dan niet tt een uitruk van hulpdiensten. Het cnceptueel mdel met wrden gezien in twee fasen. De eerste fase beschrijft de kenmerken van efeningen die leiden tt een interpretatie van een daadwerkelijk incident en de meldkamer een melding ntvangt. De kenmerken van efeningen die hierte leiden zijn, zals is beschreven, te verdelen in scenarikenmerken en rganisatrische kenmerken van een BHV-efening. De tweede fase beschrijft de factren die invled uitefenen p de interpretatie van de meldkamercentralist als zijnde een daadwerkelijk incident wat uiteindelijk leidt tt een beslissing van de centralist met betrekking tt uitrukken van hulpdiensten. In de vlgende paragraaf wrden de factren die een rl spelen p het prces van uitrukken van hulpdiensten dr BHV-efeningen gedefinieerd en meetbaar gemaakt. De grijs gekleurde blkjes vrmen het prcesmdel waarin is weergegeven he een BHV-efening tt een uitruk van hulpdiensten leidt en zullen uitsluitend in beschrijvende vrm wrden tegepast. De blauw gekleurde blkjes geven mgelijke invledsvariabelen weer welke in dit nderzek explrerend nderzcht wrden. 14

15 Vóórkmen en vrkmen van ndelze uitrukken dr BHV-efeningen Figuur 2 Cnceptueel mdel Fase 1 Fase 2 NEDERLANDS INSTITUUT FYSIEKE VEILIGHEID 15

16 2.2 Definiëren en peratinaliseren In nderstaande paragraaf zijn de centrale begrippen in dit nderzek uiteen gezet. De begrippen die in deze paragraaf wrden tegelicht kmen vrt uit de hfd- en deelvragen en het cnceptueel mdel. Begrippen zijn gedefinieerd en geperatinaliseerd aan de hand van het cnceptueel mdel. De begrippen uit de hfd- en deelvragen zijn geïntegreerd in de definiëring en peratinalisering van de begrippen die vrtkmen uit het cnceptueel mdel. BHV-efening Definitie In het nderzek is gebruik gemaakt van de mschrijving die de Gids Bedrijfshulpverlening (Zanders & Van der Minne, 2008) vr een BHV-efening hanteert: Het nabtsen van een incident dat mgelijk kan plaatsvinden m p deze wijze bedrijfshulpverleningsprcedures binnen de ndrganisatie van een bedrijf te testen en bedrijfshulpverleningsvaardigheden te tetsen en deze vaardigheden te integreren in de prcedures. Een BHV-efening wrdt gekenmerkt dr scenarikenmerken en rganisatrische kenmerken welke hiernder zijn gedefinieerd en geperatinaliseerd. Scenarikenmerken Definitie In het nderzek is gebruik gemaakt van de mschrijving van een scenari die het Nederlands Instituut BedrijfsHulpVerlening (2011a) hanteert: Een scenari is een beschrijving van een incident dat in het bedrijf zu kunnen plaatsvinden en het ptreden dat daarbij hrt. Hieruit vlgt de vlgende definitie vr scenarikenmerken: Kenmerken die bijdragen aan nabtsing van incidenten die mgelijk kunnen plaatsvinden binnen het bedrijf. Operatinalisatie Onder scenarikenmerken, zals is gedefinieerd, wrdt verstaan: het gebruik van rk, echt vuur, lichteffecten, geluidseffecten, geureffecten, ltusslachtffers en verige, ng nbekende, technische hulpmiddelen die kunnen wrden ingezet m een bepaald incident na te btsen. Er is vr deze kenmerken gekzen mdat in de therie is gebleken dat deze kenmerken geasscieerd wrden met een bepaald incident (bijvrbeeld brand) en er, mede dr bestudering van deze literatuur, een sterk vermeden bestaat dat deze kenmerken van invled zijn p nabtsing van de realiteit tijdens BHV-efeningen. 16

17 Gebruik van rk Het gebruikmaken van rk tijdens BHV-efeningen draagt vermedelijk bij aan de mate waarin een incident dat mgelijk kan plaats vinden binnen een bedrijf kan wrden nagebtst. Wanneer iemand rk waarneemt wrdt dit beschuwd als een sterke aanwijzing vr brand en de ndzaak tt ntvluchting (Prulx, 2003, zals geciteerd in Kbes, 2008). De aanwezigheid en dichtheid van rk kunnen vlgens nderzekers Wd en Bryan direct wrden gerelateerd aan de gevaarsperceptie (Tng & Canter, 1985, zals geciteerd in Kbes, 2008). Hieruit blijkt dus dat de aanwezigheid en dichtheid van rk een rl spelen in de interpretatie van de persn die dit waarneemt. Daarm is respndenten in dit nderzek gevraagd f er gebruik werd gemaakt van rk en wat de dichtheid hiervan was. Dr te meten f, en z ja, p welke wijze gebruik is gemaakt van rk tijdens de efening kan wrden bepaald in welke mate efeningen gekenmerkt wrden dr rk. Er werden daarbij nder andere vragen gesteld ver het type rk / machine dat gebruikt werd, wat de dichtheid was van de rk, welke heveelheid rk werd gebruikt en in welke en in heveel ruimten er rk werd gebruikt. Gebruik van echt vuur Gebruikmaking van echt vuur tijdens BHV-efeningen draagt vermedelijk bij aan de mate waarin een incident dat mgelijk kan plaats vinden binnen een bedrijf kan wrden nagebtst. Gebruikmaken van echt vuur wekt de indruk dat er daadwerkelijk sprake is van brand. Wanneer mensen vlammen waarnemen zien zij dit als een sterke aanwijzing vr brand en de ndzaak van ntvluchting (Prulx, 2003, zals geciteerd in Kbes, 2008). Dr gebruikmaking van vlammen tijdens een efening zal dit geasscieerd wrden met brand en zal dit vermedelijk leiden tt interpretatie van een realistisch incident. Dr te meten f, en z ja, p welke wijze gebruik is gemaakt van echt vuur tijdens de efening kan wrden bepaald in welke mate dergelijke efeningen gekenmerkt wrden dr gebruikmaking van echt vuur. Gemeten is p welke wijze er gebruik is gemaakt van echt vuur. Hierbij werden nder andere vragen gesteld ver het gebruikte materiaal waarmee vuur geënsceneerd is, f vuur binnen f buiten het pand geënsceneerd is en de heveelheid vuur en de grtte van de vlammen die gecreëerd zijn (Firesales, 2011). Gebruik van lichteffecten Gebruikmaking van lichteffecten tijdens BHV-efeningen draagt bij aan de mate waarin een incident kan wrden nagebtst. Het Nederlands Instituut BedrijfsHulpVerlening (2010) adviseert in de Wegwijzer efenen gebruik te maken van lichteffecten m z realistisch mgelijk te efenen. Gebruikmaken van lichteffecten wekt de indruk dat er een daadwerkelijk incident gaande is. Z kan vuur wrden geënsceneerd. Er zijn verschillende manieren m vuur te simuleren dr gebruik te maken van lichteffecten. Z kan er gebruik wrden gemaakt van Silkflames. Dit zijn deken die dr een ventilatr mhg geblazen wrden, en daarna ingekleurd wrden met licht. Verder kunnen vlammen geprjecteerd wrden, kan vuurgled nagebtst wrden dr het inkleuren van rk dr middel van het gebruik van diverse lampen en kunnen krtsluiting f vlambgen wrden geënsceneerd dr het gebruik van vnken 17

18 en flitsen dr een strbscp. Een vlambg ntstaat wanneer tussen twee elektrden een elektrische lading wrdt geleid. Dr te meten f, en z ja, p welke wijze gebruik is gemaakt van lichteffecten tijdens de efening kn wrden bepaald in welke mate dergelijke efeningen gekenmerkt wrden dr gebruikmaking van lichteffecten. Indien er gebruik is gemaakt van lichteffecten is dr interviewvragen gemeten p welke wijze er gebruik is gemaakt van lichteffecten waarbij rekening gehuden werd met bvengenemde manieren. Gevraagd is welke manier van het gebruik van lichteffecten ingezet is tijdens de efening, welk scenari hiermee gecreëerd werd, f de lichteffecten binnen f buiten het pand werden gecreëerd en welke middelen hierbij gebruikt zijn (Firesales, 2011). Geluidseffecten Gebruikmaking van geluidseffecten tijdens BHV-efeningen draagt bij aan de mate waarin een incident kan wrden nagebtst. Dr gebruik te maken van geluidseffecten kan een bepaald incident wrden geënsceneerd. Vrbeelden hiervan zijn het gebruikmaken van knetterkasten, speakers, vuurwerk. Het hren van een vreemd geluid zijn signalen en aanwijzingen die drgaans leiden tt een verkenning van de situatie en kan leiden tt interpretatie van een daadwerkelijk incident (Tng & Canter, 1985, zals geciteerd in Kbes, 2008) Daarm is aan de respndenten in dit nderzek gevraagd f, en z ja, van welke geluidssignalen gebruik is gemaakt tijdens de BHV-efening. Uit diverse experimenten blijkt dat ntruimingssignaal niet als een duidelijke aanwijzing vr brand wrdt beschuwd en leidt dan k niet tt vldende zekerheid ver de situatie (Prulx, 2003, zals geciteerd in Kbes, 2008). 7 Alarmering met een gesprken bericht via een cmmunicatiesysteem wrdt dr aanwezigen in een gebuw het meest serieus genmen (Prulx & Richardsn, 2002; SFPE, 2002; zals geciteerd in Kbes, 2008). Vraf pgenmen teksten die bij een alarmering autmatisch afgespeeld wrden blijken niet effectief en zelfs gevaarlijk te zijn mdat van te vren de exacte situatie niet bepaald kan wrden en mensen hierdr verkeerde aanwijzingen kunnen krijgen. (Prulx & Richardsn, 2002, zals geciteerd in Kbes, 2008). Tijdens naangekndigde ntruimingsefeningen in een ndergrnds statin bleek dat mensen binnen 1 minuut starten met ntvluchting na alarmering dr een gesprken bericht. Bij een alarmering znder aanvullende infrmatie zals een ntruimingssignaal waren veel aanwezigen na een kwartier ng niet gestart met de ntvluchting (SFPE, 2002, zals geciteerd in Kbes, 2008). Enkel het afgaan van een ntruimingssignaal zal waarschijnlijk dus niet leiden tt interpretatie van een realistisch incident en een melding aan de meldkamer. In dit nderzek is gekeken naar de manier waarp aanwezigen tijdens de efening gealarmeerd zijn mdat dus is gebleken dat mensen situaties met een gesprken bericht sneller als een daadwerkelijk incident berdelen dan wanneer er sprake is van enkel een ntruimingssignaal znder verder infrmatie. Ok de tijdsduur van het afgaan van een ntruimingssignaal speelt een rl bij de interpretatie van de situatie. Uit een studie naar 7 Het hren van ntruimingssignaal kan wel bijdragen aan de interpretatie van een incident. 18

19 ntvluchting bij brand is gebleken dat wanneer het ntruimingssignaal na activering weer wrdt uitgezet de vluchtende persnen zullen stppen mdat zij er van uit gaan dat het gevaar ver is (Prulx, 2000, zals geciteerd in Kbes, 2008). Met betrekking tt dit nderzek zullen persnen er daarm waarschijnlijk van uitgaan dat er geen sprake is van een daadwerkelijk incident. Daarm is aan de respndenten in dit nderzek gevraagd he lang het ntruimingssignaal te hren was, indien deze was geactiveerd. Gevraagd werd f en z ja, p welke wijze gebruik is gemaakt van geluidseffecten tijdens de efening en kn wrden bepaald in welke mate dergelijke efeningen gekenmerkt wrden dr gebruikmaking van geluidseffecten. Z werd gevraagd met welk middel geluid is nagebtst, p welke wijze dit plaatsvnd, welk geluid geënsceneerd werd, met welke frequentie dit geluid werd afgespeeld (indien men dit weet), he lang het geluid werd afgespeeld en waarneembaar was. Geur Het gebruikmaken van geureffecten tijdens BHV-efeningen draagt bij aan de mate waarin een incident dat mgelijk plaats kan vinden binnen een bedrijf kan wrden nagebtst. Geur prikkelt de zintuigen en zdende verhgt dit de realismegraad van de efening. Er bestaan verschillende mgelijkheden m geur in te zetten tijdens een BHV-efening. Dit kan dr geurkrrels f dr gebruik te maken van een geurgel. Net als het zien van vlammen is de geur van rk een sterke aanwijzing vr brand en de ndzaak van ntvluchting (Prulx, 2003, zals geciteerd in Kbes, 2008). Gebruikmaking van geur is dus van invled p de interpretatie van het incident van degene die dit waarneemt. Dr te meten f, en z ja, p welke wijze gebruik is gemaakt van geureffecten tijdens de efening kn wrden bepaald in welke mate dergelijke efeningen gekenmerkt wrden dr gebruikmaking van geureffecten. Hierbij werden vragen gesteld ver de wijze waarp gebruik werd gemaakt van geureffecten, welke geur geënsceneerd werd, f de geur binnen f buiten verspreid werd, in welke ruimte de geur werd verspreid, f de geur verspreid werd in cmbinatie met andere hulpmiddelen. (Firesales, 2011) Ltusslachtffers / acteurs Gebruikmaking van ltusslachtffers en acteurs tijdens BHVefeningen draagt bij aan de mate waarin een incident dat mgelijk kan plaats vinden binnen een bedrijf kan wrden nagebtst. Ltus staat vr Landelijke Opleiding Tt Uitbeelding van Slachtffers. Ltusslachtffers zijn gediplmeerde EHBO-ers welke een pleiding hebben gevlgd m ngevallen te ensceneren, vele verwndingen te kunnen schminken en bewustelsheid, shck, hartklachten en vele andere letsels te kunnen uitbeelden. (Het Oranje Kruis, 2011) Reactiegedrag van mensen ntwikkelt zich als een reeks van besluitvrmingsprcessen gedurende een bepaalde peride. Veelal speelt hierbij de interactie met andere persnen in de mgeving een bepalende rl. Mensen wachten bijvrbeeld vaak p anderen vrdat zij zelf actie ndernemen (Crnwell, 2003, zals geciteerd in Kbes, 2008). Naast het hren van vreemd geluid en het 19

20 Organisatrische kenmerken waarnemen van vuur en rk is ngebruikelijk gedrag van andere mensen in de mgeving een aanwijzing en signaal die in het geval van brand leiden tt een verkenning van de situatie en de interpretatie van een daadwerkelijk incident (Tng & Canter, 1985, zals geciteerd in Kbes, 2008). De aanwezigheid van en interactie met ltusslachtffers en acteurs tijdens de efening kunnen dus een bepalende rl spelen in besluitvrmingsprcessen van persnen die betrkken zijn bij de efening, wat kan leiden tt een melding aan de meldkamer en het uitrukken van hulpdiensten. Dr te meten f, en z ja, p welke wijze gebruik is gemaakt van ltusslachtffers f acteurs tijdens de efening kn wrden bepaald in welke mate dergelijke efeningen gekenmerkt wrden dr de inzet van ltusslachtffers. Gevraagd is nder andere welk letsel f verwndingen werd geënsceneerd dr de ltusslachtffers, p welke wijze dit werd geënsceneerd, heveel ltusslachtffers f acteurs er deelnamen aan de efening, wat de rl was van de ltusslachtffers en de acteurs, f er cntact is geweest tussen ltusslachtffers f acteurs en deelnemers aan de efening, en p welke wijze dit cntact plaatsvnd. Overige scenarikenmerken Om er vr te zrgen dat het nderzek uitputtend is, is er k een categrie verige kenmerken aan tegevegd (Baarda & De Gede, 2006). Indien er sprake is van andere technische hulpmiddelen f kenmerken die bijdragen aan de mate van realisme van een BHV-efening zullen deze in deze categrie wrden geplaatst. Deze verige kenmerken zullen nader wrden nderzcht, indien daar aanleiding vr bestaat. Definitie In het nderzek is gebruik gemaakt van de mschrijving die het bek Mdellen vr veiligheidsprfessinals (Zwaard & Kning, 2008) vr rganisatie hanteert: Organisatie gaat ver de manier waarp alles, frmeel f infrmeel, is gerganiseerd. Het gaat hierbij ver plannen, afspraken, cmmunicatie en (veiligheids)regels. Verschillende facetten van rganisatie hebben grte invled p het ntstaan van risic s en de mgelijkheden vr risicbeheersing. In dit nderzek heeft rganisatie betrekking p rganisatrische kenmerken van BHV-efeningen die leiden tt een uitruk van hulpdiensten als gevlg van een melding aan de meldkamer. Operatinalisatie Onder rganisatrische kenmerken welke in het nderzek werden meegenmen wrdt verstaan: het type efening, aankndiging efening aan bedrijfshulpverleners, persneel en bezekers, zichtbaarheid / kennis van efening p het mment zelf vr bedrijfshulpverleners, persneel en externen, aankndiging aan de meldkamer, tijdstip van de efening, de aanwezigheid en rl van waarnemers f BHV-pleiders en verige rganisatrische kenmerken van BHV-efeningen die ng niet bekend zijn. Er is vr deze rganisatrische kenmerken gekzen na bestudering van literatuur en mdat hieruit redelijkerwijs kan wrden aangenmen 20

21 dat deze kenmerken een rl spelen in de te nderzeken prblematiek. Type efening In de inleiding van dit nderzek zijn drie verschillende visies van efenen benemd (zie bijlage 2). Er is gekzen m in dit nderzek gebruik te maken van de visie van efenen die de Gids Bedrijfshulpverlening van Zanders en Van der Minne (2008) hanteert. Er is vr deze visie gekzen mdat bepaalde fases van efenen in de visie van het NIBHV elkaar verlappen en hierin geen duidelijk nderscheid wrdt gemaakt tussen fase 3 en fase 4. De visie van Daines hudt geen rekening met het nderscheid tussen het vraf aankndigen van efeningen en het niet vraf aankndigen van efeningen aan persneel en bedrijfshulpverleners. De Gids Bedrijfshulpverlening maakt daarentegen wel een duidelijk nderscheid tussen verschillende fasen van efenen en hanteert hierbij tevens de werkwijze van het huden van vraf aangekndigde efeningen en het huden van niet vraf aangekndigde efeningen. Daarm is gekzen in dit nderzek gebruik te maken van deze visie van het huden van BHVefeningen. De vier types van efeningen vlgens de visie van de Gids Bedrijfshulpverlening 8 zijn hiernder ngmaals weergegeven: Oefening p papier (table-tp efening) Aangekndigde efening (simpel) Aangekndigde efening (cmplex) Onaangekndigde efening Dr te meten van welk type efening sprake was is inzicht ntstaan in de mate waarin een bepaald type efening leidt tt uitrukken van hulpdiensten. In de interviewvragenlijst werden de bvengenemde typen van efenen nderscheiden. Hierbij werd nder andere gevraagd welk srt incident werd nagebtst, welke taken f prcedures werden beefend, heveel persnen deelnamen aan de efening etc. Aankndiging aan betrkkenen Bij naangekndigde efeningen wrden deelnemers niet vraf ingelicht. Wanneer een BHV-efening vraf niet is aangekndigd aan bedrijfshulpverleners, persneel en / f bezekers, zullen zij de BHV-efening eerder interpreteren als een daadwerkelijk incident. Dit heeft vermedelijk dus invled p het feit f een BHV-efening al dan niet leidt tt een melding aan de meldkamer. Zals eerder is beschreven geniet het de vrkeur m de cmplexiteit van efenen langzaam p te buwen. Pas wanneer er meerdere efenmmenten zijn geweest en bedrijfshulpverleners én persneel vldende p de hgte zijn van taken die uitgeverd meten wrden kunnen efeningen naangekndigd gehuden wrden. Er is p wetenschappelijke basis echter weinig te vinden ver de effecten van naangekndigd efenen p deelnemers. Uit nderzek van het Thmas Jeffersn University Hspital in Philadelphia kwam naar vren dat tekrtkmingen binnen de rganisatie sneller aan het licht kmen in het geval van een 8 Zie bijlage 2 21

22 naangekndigde efening dan in het geval dat een efening vraf wrdt aangekndigd. Uit het betreffende nderzek kwam naar vren dat er bij een naangekndigde efening meer sprake is van desriëntatie. Dr het huden van naangekndigde efeningen wrdt duidelijk f er behefte is aan extra persneel en p welk gebied geïnvesteerd met wrden in de ndrganisatie (SRelle, 2005). Er werd aan de respndenten gevraagd f de efening vraf was aangekndigd, wat er is aangekndigd en he lang dit van te vren is gebeurd. Hierdr werd duidelijk welke invled het niet vraf aankndigen van BHV-efeningen heeft p het leiden tt een melding aan de meldkamer. Kennis van efening p mment zelf Hierbij werd gemeten f bedrijfshulpverleners, persneel en externen waarnder bezekers van het pand, mwnenden en passanten p het mment dat de efening plaatsvnd p de hgte waren van het feit dat het m een efening ging. Dr dit te meten werd duidelijk in welke mate BHV-efeningen leiden tt meldingen wanneer bedrijfshulpverleners, persneel en externen als bezekers, mwnenden en passanten bekend waren met het feit dat er sprake was van een BHV-efening. Het gaat hierbij m het feit f bvengenemde grepen bewust waren van het feit dat het ging m een efening. Z kan een efening vraf wel zijn aangekndigd maar is men zich hiervan tijdens de efening dr verschillende rzaken niet bewust, kan de efening vraf zijn aangekndigd en is men k p de hgte van het feit dat het gaat m een efening, kan de efening vraf niet aangekndigd zijn maar is men zich wel bewust van het feit dat het gaat m een efening f kan de efening vraf niet zijn aangekndigd en is men tijdens de efening ng steeds niet p de hgte van het feit dat het gaat m een efening. Aankndiging aan meldkamer Het vraf inlichten van de meldkamer ver de efening heeft vermedelijk invled p het feit f een BHV-efening al dan niet leidt tt het uitrukken van hulpdiensten. Wanneer de meldkamer p de hgte is van de efening kan een uitruk vrkmen wrden. Om hier antwrd p te krijgen werden vragen gesteld ver het feit f de meldkamer van brandweer, plitie en ambulancediensten vraf is ingelicht ver de efening, p welke wijze dit is gebeurd en wanneer dit is gebeurd. Vlgens het Nederlands Instituut BedrijfsHulpVerlening is het in het geval van efeningen p papier (table-tp efeningen) niet ndzakelijk m externe hulpdiensten hiervan in kennis te stellen. Bij praktijkefeningen waarbij kleinschalige efeningen wrden gehuden en het persneel en bedrijfshulpverleners vraf zijn ingelicht ver de efening is het ver het algemeen niet ndig m deze efeningen vraf te melden bij externe hulpdiensten tenzij de efening buiten het bedrijf dr derden kan wrden pgemerkt. (Nederlands Instituut vr de Bedrijfshulpverlening, 2010) Dr hier vragen ver te stellen ntstnd inzicht in het feit f de uitruk is verrzaakt drdat de meldkamer niet p de hgte was 22

23 Waarneming dr BMI van de efening f dat het prbleem in dit geval binnen de meldkamer lag aangezien de melding wel vraf was aangekndigd dr het bedrijf waar de efening plaatsvnd. Tijdstip efening Het aantal brandmeldingen dat de brandweer ntving via brandmeldinstallaties lag vlgens de meest recente brandweerstatistiek van het Centraal Bureau vr de Statistiek (2009) het hgst tussen vijf en zes uur in de avnd. Een ander, net wat lager uitkmend, piekmment p de dag ligt rnd het middaguur. Met betrekking tt hulpverleningsmeldingen was er geen sprake van een piek maar viel wel p dat er s nachts beduidend minder meldingen binnenkwamen dan verdag. Gemeten is f de piek van BHV-efeningen die leiden tt een uitruk van hulpdiensten, en dus vallen nder lze meldingen k tussen bvengenemde tijden liggen f dat dit niet het geval is. Aanwezigheid waarnemers / BHV-pleider Gekeken is f er waarnemers f een BHV-pleider bij de efening betrkken waren en wat hun rl was in (het vrkmen van) meldingen aan de meldkamer. Z werd gevraagd f zij zichtbaar aanwezig waren en dus p te merken waren vr persneel, BHV en externen als bezekers, mwnenden en passanten, f er sprake was van een prtcl en f er was nagedacht ver het risic van meldingen aan de hulpdiensten en wat zij hebben gedaan m dit te vrkmen. Dit werd gemeten m te kunnen bepalen in welke mate efeningen waar BHV-pleiders f waarnemers bij betrkken zijn leiden tt het uitrukken van hulpdiensten en wat hun rl was en wat de rganisatie van de efening heeft gedaan m een melding aan de meldkamer te vrkmen. Beslten is m dit aspect k mee te nemen in dit nderzek mdat uit een persnlijk gesprek met een cördinatr van de meldkamer Twente bleek dat in verschillende prbleemsituaties die zij hadden meegemaakt er sprake was van aanwezigheid van een BHV-pleider tijdens de efening. Overige kenmerken Om er vr te zrgen dat het nderzek uitputtend is, is er k een categrie verige kenmerken aan tegevegd (Baarda & De Gede, 2006). Indien er sprake was van andere rganisatrische kenmerken die bijdragen aan de mate van realisme van een BHVefening werden deze in deze categrie geplaatst. Deze verige kenmerken zuden nader wrden nderzcht, indien daar aanleiding vr bestnd. Definitie In het nderzek werd gebruik gemaakt van de definitie die de reginale brandweer Zuid Limburg in het rapprt Handhavingsbeleid nechte en ngewenste autmatische brandmeldingen gebruikt vr brandmeldinstallatie (BMI): Een samenstel van aan elkaar aangepaste apparatuur, leidingen en tebehren van leidingen, welke ndig zijn vr het ntdekken van brand, het melden van brand en het geven van stuursignalen ten beheve van andere installaties. (Bureau Flrian B.V., 2006) 23

24 Operatinalisatie Een brandmeldinstallatie in een gebuw heeft vlgens NEN 2535 tt del een begin van brand in een dusdanig stadium te kunnen ntdekken, lkaliseren en alarmeren, dat het bestrijden ervan tijdig kan plaats vinden en maatregelen kunnen wrden getrffen m mens, dier, inventaris, gebuw en milieu veilig te stellen waardr ngevallen en / f schade kan wrden beperkt f vrkmen. Het alarm afkmstig van de brandmeldinstallatie heeft tt del extern de brandweer en intern een speciale grep van persnen zals bedrijfshulpverleners te waarschuwen. Waarneming dr persn Een brandmeldinstallatie staat in cntact met autmatische brandmelders. Een autmatische brandmelder bevat tenminste één f meer sensren die permanent f peridiek tenminste één fysisch f chemisch verschijnsel detecteren dat duidt p brand en tenminste één vereenkmstig signaal drgeeft. Autmatische melders kunnen bestaan uit thermische melders welke gevelig zijn vr temperatuurverhging. Wanneer er tijdens een BHV-efening bijvrbeeld gebruik wrdt gemaakt van echt vuur waardr temperatuurverhging plaatsvindt, kan dit wrden waargenmen dr thermische melders. Een ander vrbeeld van een autmatische melder is een rkmelder. Dergelijke melders zijn gevelig vr in de lucht zwevende verbrandings- en/f pyrlytische prducten (aersls). Wanneer er tijdens BHV-efeningen rk wrdt ingezet m een incident z ged mgelijk na te kunnen btsen kan dit wrden waargenmen dr dergelijke melders. Tt slt behren k vlammenmelders tt autmatische brandmelders. Een vlammenmelder is een melder die gevelig is vr straling die wrdt afgegeven dr vlammen. Wanneer men tijdens een BHV-efening gebruik maakt van vlammen m een bepaald incident z realistisch mgelijk na te btsen kan dit resulteren in waarneming dr dergelijke melders. (Nederlands Nrmalisatie Instituut, 1996) Het gebruik van de scenarikenmerken rk en vuur tijdens BHVefeningen kan dus wrden waargenmen dr de zjuist benemde melders welke in cntact staan met de brandmeldinstallatie waaraan deze meldingen wrden drgemeld. Definitie In dit nderzek werd de vlgende definitie gehanteerd vr waarneming: Het bewustwrden en verwerken van een prikkel die is ntvangen dr een van de zintuigen. Operatinalisatie Kenmerken van BHV-efeningen welke eerder zijn geperatinaliseerd, zijn, naast brandmeldinstallaties, k waar te nemen dr bedrijfshulpverleners, persneel en bezekers van de rganisatie waar de efening wrdt gehuden. Daarnaast kan de mgelijkheid bestaan dat de efening buiten het bedrijf is waar te nemen dr mwnenden f passanten. Kenmerken van BHVefeningen zijn waar te nemen dr gebruikmaking van één f meer zintuigen. 24

25 Interpretatie realistisch incident Gemeten werd f de efening wel f niet is waargenmen dr een persn. Om dit te meten werden vragen gesteld ver het feit f scenarikenmerken zijn waargenmen. Definitie In dit nderzek werd de vlgende definitie gehanteerd vr interpretatie realistisch incident: Een persnlijk beredeneerd rdeel dat men een realistisch incident heeft waargenmen. Operatinalisering Het persnlijk beredeneerd rdeel dat men een realistisch incident heeft waargenmen wrdt vermedelijk beïnvledt dr de scenarikenmerken en rganisatrische kenmerken van de BHVefening. Deze kenmerken zijn eerder geperatinaliseerd. Dit persnlijk beredeneerde rdeel kan ntstaan nder bedrijfshulpverleners, persneel en externen als bezekers, mwnenden en passanten. Bij de bewustwrding van gevaar, en dus de interpretatie als zijnde een realistisch incident, spelen signalen en aanwijzingen een belangrijke rl. Hierbij kan gedacht wrden aan brandsignalen, aanwijzingen in het gebuwntwerp/gebuwinrichting, aanwijzingen van aanwezigen die elkaar waarschuwen en signalen via het uitvallen van gebuwsystemen zals het uitvallen van verlichting en dergelijke (O Cnnr, 2005, zals geciteerd in Kbes, 2008). Dergelijke signalen wrden gecreëerd tijdens realistische BHVefeningen en zijn eerder uitgewerkt nder scenarikenmerken. Daarnaast spelen rganisatrische kenmerken van de BHV-efening een rl in de interpretatie. Deze kenmerken zijn k eerder uitgewerkt nder rganisatrische kenmerken. Melding aan de meldkamer Er werd in dit nderzek niet gemeten f de BHV-efening is geïnterpreteerd als een daadwerkelijk incident mdat enkel BHVefeningen in dit nderzek zijn betrkken welke als een daadwerkelijk incident geïnterpreteerd zijn. Definitie In dit nderzek werd vr melding aan de meldkamer de vlgende definitie gebruikt: Verzek tt assistentie die de meldkamer van de hulpdiensten ntvangt. Operatinalisatie Een hulpdienst is een instantie met een hulpverlenende taak bij ngevallen, rampen en andere calamiteiten (Nieuwenhuize & Blemers, 2008). In dit nderzek wrden brandweer, plitie en ambulancediensten bedeld als gesprken wrdt ver hulpdiensten. De brandweer hudt zich bezig met het vrkmen, beperken en bestrijden van brand, het vrkmen en beperken van ngevallen bij brand en het vrkmen van gevaar vr mens en dier bij ngevallen die niet dr brand zijn ntstaan (Rijksverheid, 2011c). De plitie zrgt vr handhaving van de penbare rde, tezicht in de publieke ruimte, pspring van strafbare feiten en het bieden van hulp in ndsituaties (Rijksverheid, 2011b) 25

26 Ambulancediensten hebben tt taak hulp te verlenen aan een patiënt binnen het kader van zijn aandening f letsel en waar ndig adequaat te ververen met inachtneming van datgene wat p grnd van algemeen beschikbare medische en verpleegkundige kennis vereist is, dan wel de patiënt te verwijzen naar een andere zrgverlener (Ambulancezrg Nederland, 2010). De meldkamer heeft als taak het ntvangen, vastleggen en berdelen van dringende hulpvragen die bestemd zijn vr bvengenemde hulpdiensten. Daarnaast is de gemeenschappelijke meldkamer verantwrdelijk vr het bieden van adequate hulp in ndsituaties en het begeleiden en cördineren van de genemde hulpdiensten (Rijksverheid, 2011c). Meldingen aan de meldkamer kunnen p verschillende manieren binnenkmen. Deze manieren zijn hiernder uitgewerkt: Handbrandmelder Een handbrandmelder is bedeld m handmatig een brand te melden aan de brandmeldinstallatie (BMI). In het geval dat het glaasje van de handbrandmelder handmatig wrdt ingedrukt wrdt dit drgemeld aan de BMI die rechtstreeks drmeldt aan de meldkamer van de hulpdiensten. De centralist ziet direct dat deze melding is verrzaakt dr het indrukken van een handbrandmelder. Handbrandmelders wrden in de regel geplaatst in gangen en vluchtwegen. Veelal hangen deze melders naast brandslanghaspels (Ajax Chubb Varel, 2010). Drdat bedrijfshulpverleners, persneel f bezekers tijdens een efening een handbrandmelder indrukken mdat zij denken dat er sprake is van een realistisch incident kmen deze meldingen binnen bij de meldkamer. Het indrukken van een handbrandmelder is een bewuste handeling van bedrijfshulpverleners, persneel f bezekers van het bedrijf mdat zij de efening waarnemen en interpreteren als zijnde een realistisch incident. Dit zal niet f zelden gebeuren dr mwnenden f passanten mdat de handbrandmelders zich in het pand bevinden en mwnenden f passanten de efening van buitenaf waarnemen en interpreteren. Telefnisch In bepaalde gevallen wrdt 112 gebeld wanneer bedrijfshulpverleners, persneel en / f externen de efening interpreteren als een realistisch incident. Deze 112-meldingen kmen binnen bij de gemeenschappelijke meldkamer van brandweer, plitie en ambulancediensten waarna de centralist die de melding aanneemt (Rijksverheid, 2011a) Een telefnische melding is een bewuste handeling van bedrijfshulpverleners, persneel f externen als bezekers, mwnenden f passanten die de efening waarnemen en deze interpreteren als zijnde een realistisch incident. Brandmeldinstallatie Een andere manier waarp een melding bij de gemeenschappelijke meldkamer binnenkmt is dr autmatische drmelding dr een brandmeldinstallatie (BMI). In dit geval wrdt de melding niet bewust gemeld dr persneel, bedrijfshulpverleners f externen maar gebeurt dit autmatisch. Dit kan het geval zijn wanneer men gebruik maakt van rk f vuur tijdens de efening waardr 26

27 Interpretatie dr meldkamer rkmelders, thermische melders f vlammenmelders afgaan. Dit wrdt vervlgens gedetecteerd dr de brandmeldinstallatie. In bepaalde gevallen meldt de brandmeldinstallatie rechtstreeks dr naar de gemeenschappelijke meldkamer van de hulpdiensten. Een melding aan de meldkamer verrzaakt dr de BMI is geen bewuste melding van een persn. Dr middel van het afnemen van enquêtes nder crdinatren en centralisten van meldkamers van hulpdiensten werd duidelijk p welke van de bvenstaande drie manieren de meldingen die verrzaakt wrden dr BHV-efeningen bij de meldkamer binnenkmen. Hierdr werd inzichtelijk he vaak deze drie manieren van lze meldingen f alarmeringen vrkmen. Definitie In dit nderzek wrdt de vlgende definitie gehanteerd vr interpretatie dr meldkamer: Een rdeel dat men te maken heeft met een realistisch incident. Operatinalisatie De meldkamercentralist neemt de melding aan. Indien van tepassing zrgt de centralist vr gunstige gespreksmstandigheden (paniekreductie) en legt hij de melding vast in het geïntegreerd meldkamersysteem. Vervlgens wrdt de melding dr hem f haar berdeeld vlgens de landelijke en reginaal gemaakte afspraken p classificatie en pririteit. Afhankelijk van de situatie instrueert, adviseert en/f verwijst de centralist de melder dr. Bij grtschalige incidenten zrgt de meldkamercentralist dat hij beschikt ver zveel mgelijk relevante infrmatie en deelt hij deze met cllegae van verige hulpdiensten (Rijksverheid, 2009). De interpretatie van de melding en de beslissing van de centralist m hulpdiensten te laten uitrukken wrdt vermedelijk beïnvled dr het feit f een melding al dan niet geverifieerd wrdt en f de BHV-efening vraf aangekndigd is aan de meldkamer en het dus bij de centralist bekend kan zijn dat het gaat m een efening. Mgelijk liggen hier ng verige rzaken aan ten grndslag. Geënquêteerde centralisten is gevraagd welke verige factren een rl spelen. Aangekndigd Definitie Operatinalisatie In dit nderzek heeft dit begrip betrekking p het feit f de meldkamer vraf p de hgte is gebracht ver het feit dat er een efening plaatsvnd. Of een BHV-efening van te vren is aangekndigd bij de meldkamer f niet is vermedelijk van invled p het feit f deze leidt tt een uitruk van hulpdiensten. Wanneer een BHV-efening vraf niet is aangekndigd aan de meldkamer leidt dit hgstwaarschijnlijk tt een uitruk van hulpdiensten. De centralist krijgt namelijk te maken met een melding die meilijk te nderscheiden is van een melding van een daadwerkelijk incident. Geanalyseerd werd welke invled het al dan niet aankndigen van BHV-efeningen aan de meldkamer heeft p de interpretatie en de 27

28 uiteindelijke beslissing van de meldkamercentralist m hulpdiensten te laten uitrukken. Er is aan meldkamercentralisten gevraagd f de melding vraf was aangekndigd bij de meldkamer dr de rganisatie van de BHV-efening, f de centralist die de melding kreeg p de hgte was van de efening, he lang van te vren de efening eventueel is aangekndigd dr de rganisatie van de BHV-efening, p welke wijze dit is gebeurd, he dit binnen de meldkamer kenbaar is gemaakt aan de centralisten die gecnfrnteerd wrden met meldingen verrzaakt dr BHVefeningen. Het Nederlands Instituut BedrijfsHulpVerlening zegt het vlgende ver het vraf inlichten van de meldkamer van de hulpdiensten: In het geval van efeningen p papier (table-tp efeningen) is het niet ndzakelijk m externe hulpdiensten hiervan in kennis te stellen. Bij praktijkefeningen ligt dit anders. In situaties waarbij kleinschalige efeningen wrden gehuden en het persneel en bedrijfshulpverleners zijn vraf ingelicht ver de efening is het ver het algemeen niet ndig m deze efeningen vraf te melden bij externe hulpdiensten. Het NIBHV geeft daarbij aan dat efeningen wel vraf gemeld dienen te wrden wanneer de efening buiten het bedrijf dr derden kan wrden pgemerkt. (Nederlands Instituut vr Bedrijfshulpverlening, 2010) Verificatie Definitie Operatinalisering Verificatie wrdt in dit nderzek bedeld als de cntrle p echtheid van de melding dr de meldkamer van de hulpdiensten. Wanneer een melding dr de meldkamercentralist wrdt geverifieerd wanneer deze bij de meldkamer binnenkmt in het geval van een BHV-efening verkleint dit vermedelijk de kans dat deze melding resulteert in een uitruk van hulpdiensten. De centralist gaat in dit geval na f er sprake is van een daadwerkelijk incident. Uit de meest recente brandweerstatistiek van het Centraal Bureau vr de Statistiek (2009) blijkt dat de prvincie Overijssel 47 prcent van alle lze meldingen die de brandweer in 2008 ntving vr haar rekening nam. Dit lag in het feit dat gemeenten in Overijssel sinds 2005 beleid verde dat vrschreef dat bij een melding direct de brandweer werd gealarmeerd znder te verifieren f het ls alarm betrf. Znder verificatie vinden er dus meer uitrukken plaats dr ls alarm. Verificatie vindt plaats dr cntact p te nemen met het bedrijf waarvan de melding afkmstig is. Onderzcht werd welke invled verificatie van de melding heeft p de interpretatie van de meldkamercentralist en p zijn beslissing m hulpdiensten te laten uitrukken. Dit werd gemeten dr na te gaan f er verificatie heeft plaatsgevnden, wanneer dit heeft plaatsgevnden (tijdens de melding, na de melding, vr de uitruk f na de uitruk), p welke wijze verificatie heeft plaatsgevnden en f verificatie samenhangt met een al dan niet aangekndigde efening bij de meldkamer. Daarnaast is gevraagd he de melding binnenkwam bij de meldkamer (telefnisch, handbrandmelding, autmatisch brandalarm) en is gevraagd f de wijze van melden van invled is geweest p al dan niet verifieren van de melding. Ok is gevraagd f de melding vraf was aangekndigd bij de meldkamer. Hierdr 28

29 werd duidelijk f verificatie een relatie heeft met het al dan niet vraf aankndigen van de melding aan de meldkamer. Daarnaast werd gekeken f de wijze waarp de melding is binnengekmen bij de meldkamer (telefnisch, handbrandmelder, autmatisch brandalarm) van invled is p verificatie van de melding. Uitrukken Definitie Operatinalisatie Het actie nemen van hulpdiensten naar aanleiding van een incident. 9 Onder uitrukken werd in dit nderzek verstaan dat hulpdiensten actie nemen p het incident nadat zij gealarmeerd zijn dr de meldkamer. 9 Plitie en ambulancediensten spreken, anders dan de brandweer, niet van uitrukken maar gebruiken hiervr andere termen welke dezelfde betekenis hebben. Vr de cnsistentie van dit nderzek is gekzen gebruik te maken van één term. 29

30 3 Methdes van nderzek 3.1 Opzet Dit nderzek richt zich p meldingen en uitrukken van hulpdiensten als gevlg van BHVefeningen. Het del van dit nderzek is inzicht te krijgen in de aard en mvang van meldingen die wrden verrzaakt dr BHV-efeningen en resulteren in uitrukken van hulpdiensten. Daarnaast heeft dit nderzek tt del inzicht te krijgen in de wijze waarp vrkmen kan wrden dat BHV-efeningen leiden tt meldingen aan de meldkamer en inzicht te krijgen in de wijze waarp meldkamercentralisten kmen tt een beslissing m hulpdiensten al dan niet te laten uitrukken. Aan de hand van deze gegevens knden mgelijke plssingen en aanbevelingen wrden gefrmuleerd m te vrkmen dat BHV-efeningen leiden tt uitrukken van hulpdiensten. Om dit te bereiken is deels een kwantitatief en deels kwalitatief nderzek uitgeverd en kent dit nderzek zwel een beschrijvend als explrerend karakter. Bij beschrijvend nderzek wrdt een nauwkeurige psmming gegeven znder nadere aanduiding van verbanden tussen kenmerken f verklaringen daarvr. Daarnaast gaat het bij beschrijvend nderzek m het beschrijven van het vrkmen van één f meer kenmerken binnen een bepaalde grep. In dit nderzek is beschreven in welke mate de prblematiek vrkmt binnen de meldkamers in Nederland. Naast beschrijvend nderzek is sprake van explratief nderzek. Explratief wil zeggen dat het nderzek minimaal één samenhang- en/f verschil- nderzekvraag bevat. In dit nderzek werd gekeken f bepaalde kenmerken van BHV-efeningen met elkaar samenhangen welke uiteindelijk leiden tt het uitrukken van hulpdiensten. Dit betreft een samenhangende nderzeksvraag en maakt dit nderzek daarmee explratief (Baarda & De Gede, 2006). In dit hfdstuk is de nderzeksmethde beschreven welke uiteindelijk heeft geleid tt het beantwrden van de hfd- en deelvragen. Methdes die niet tereikend waren m het gewenste resultaat te bereiken zijn krt besprken. 3.2 Kwantitatief nderzek Literatuurstudie Om na te gaan f er eerder een vergelijkbaar nderzek is gedaan naar ngewenste uitrukken verrzaakt dr BHV-efeningen heeft een literatuurnderzek plaatsgevnden. Dit is gedaan m deelvraag 1 te kunnen beantwrden. In dit literatuurnderzek is gezcht naar relevante literatuur, achterliggende infrmatie en vrbeelden van meldingen die verrzaakt wrden dr bedrijfshulpverleningsefeningen. Dr het uitveren van een dergelijk literatuurnderzek knden begrippen gedefinieerd wrden. Het bestuderen van relevante literatuur en gegevens begde daarnaast meer duidelijkheid te verschaffen ver de mvang van het prbleem en specifieke kenmerken van BHV-efeningen. Statistische gegevens ver het aantal meldingen dat wrdt verrzaakt dr BHVefeningen en leidt tt uitrukken van hulpdiensten zijn echter niet beschikbaar. Wel zijn enkele vrbeelden van dergelijke meldingen gevnden welke zijn bijgevegd in bijlage 2. Dit nderzek was dus niet enkel uit te veren p basis van statistische gegevens. 30

31 Enquêtes Zals zjuist beschreven kn dit nderzek niet enkel wrden uitgeverd dr literatuurnderzek. In dit nderzek is daarm gebruik gemaakt van het afnemen van enquêtes nder centralisten van meldkamers in Nederland en nder rganisatren van BHV-efeningen. Dit nderzek heeft daarmee een kwantitatief karakter. Een enquête wrdt k wel survey genemd en hierbij gaat het m grtschalig beschrijvend nderzek. Afnemen van enquêtes is een gede manier m beschrijvend en explratief nderzek uit te veren. Het vrdeel van het afnemen van enquêtes is het bereik. Op deze manier knden veel respndenten wrden bereikt in krte tijd, de vragen kunnen znder begeleiding van een nderzeker wrden beantwrd en de respndenten kunnen anniem blijven. Het nadeel van deze manier van dataverzameling is de kans p nnrespns ('t Hart, Beije, & Hx, 2006). De enquêtes zijn schriftelijk afgenmen. Gekzen is m digitale enquêtes uit te zetten. Het vrdeel hiervan is dat de antwrden p een snelle manier kunnen wrden ingeverd p de cmputer en daarnaast eenvudig te analyseren zijn. Verder werd p deze manier vrkmen dat vragen fut werden ingevuld f vergeslagen werden mdat dit geautmatiseerd verliep. In de enquête kmen ten beheve van de validiteit geen sturende vragen vr. De enquête is pgesteld met enquêtesftwareprgramma Survey Mnkey. Nadeel van deze manier van enqueteren is dat niet cntrleerbaar is wie de enquête heeft ingevuld. Z kan het vrkmen dat de enquête niet dr de respndent werd ingevuld maar dr iemand anders. Gezien dit nderzek is het niet aannemelijk dat dit heeft plaatsgevnden ('t Hart, Beije, & Hx, 2006). Ppulatie Het Nederlands Instituut BedrijfsHulpVerlening (NIBHV) werd benaderd vr dit nderzek en dr hen zijn BHV-pleiders en trainers benaderd welke BHV-efeningen rganiseren bij bedrijven. Het NIBHV heeft de enquête uitgezet nder BHV-pleiders welke bij hen zijn aangeslten. Daarnaast werden diverse BHV-pleiders telefnisch benaderd met de vraag deel te nemen aan het nderzek dr het invullen van de enquête. Vervlgens werd hen een gestuurd met daarin aanvullende infrmatie met betrekking tt het nderzek en de link naar de enquête. In ttaal werden vijftig bedrijven welke BHV-efeningen en trainingen geven benaderd. Naast BHV-pleiders werden tevens enquêtes afgenmen nder meldkamercentralisten. Deze enquêtes werden uitgezet via de hfden van alle meldkamers in Nederland. Zij hebben de enquêtes vervlgens verspreid nder de centralisten die nder hun leiding vallen. De ppulatie bestnd dus uit alle meldkamercentralisten van hulpdiensten in Nederland. Er is geen gebruik gemaakt van een steekpref. Dit mdat de gehele ppulatie niet dusdanig grt is dat een steekpref ndzakelijk was. Zwel centralisten van de brandweer, plitie en ambulancediensten zijn geenqueteerd in dit nderzek. Zwel de enquête vr BHV-pleiders als de enquête vr meldkamercentralisten heeft ruim drie weken nline gestaan. Een week vrdat de deadline vr het invullen van de enquête verstreek is een herinneringsmail gestuurd aan de meldkamers en BHVrganisaties waarvan hun medewerkers de enquête ng niet hadden ingevuld. Vanuit veiligheidsregi Gelderland-Zuid en de meldkamer van plitie Brabant-Nrd liet men weten niet te willen meewerken aan het nderzek. Van de verige meldkamers is geen bericht ntvangen waardr er vanuit werd gegaan dat men de enquête zu uitzetten nder de centralisten. In zwel de enquête vr centralisten als vr BHV-pleiders werd gevraagd m de enquête in te vullen aan de hand van de meest recente efening welke had geleid tt het uitrukken van hulpdiensten. Indien de respndenten enkel situaties hadden meegemaakt waarin de efening slechts had geleid tt een melding aan de meldkamer werd gevraagd m vr de meest recente efening de enquête in te vullen. Wanneer centralisten f 31

32 pleiders meerdere situaties hadden meegemaakt waarin een BHV-efening leidde tt een melding aan de meldkamer werd hen aan het eind van de enquête gevraagd f zij bereid waren hiervr ng een enquête in te vullen. Zij knden vervlgens drklikken en werden autmatisch drverwezen naar de aanvullende enquête. In deze aanvullende enquête werden enkel specifieke vragen gesteld ver de betreffende efening en werden algemene vragen welke vr alle situaties gelden achterwege gelaten gezien het feit dat deze in de eerste enquête al zijn ingevuld dr de respndent. De enquête vr zwel centralisten als instructeurs is bijgevegd in bijlage 3. Analyse en verwerking van gegevens Nadat de sluitingstermijn van de enquête was verstreken werd gestart met analyse van de gegevens uit de enquêtes. Er zijn kruistabellen pgesteld waarin verschillende gegevens met elkaar kunnen wrden vergeleken. Ok knden reacties van respndenten gefilterd wrden. Z was het mgelijk m enkel de reacties te analyseren van respndenten die een bepaald antwrd gaven p één f meerdere vragen. Met behulp van het sftwareprgramma Excel knden grafieken en tabellen met data wrden samengesteld welke gebruikt zijn in dit rapprt. 3.3 Kwalitatief nderzek Er bestaan binnen kwalitatief nderzek verschillende nderzeksmethden. Binnen deze strategie van nderzek wrden veldnderzek, casestudy en survey-nderzek nderscheiden. Vr veldnderzek geldt dat de nderzeker deelneemt aan het dagelijks leven van de nderzchten en prberen zij de gewne gang van zaken z weinig mgelijk te verstren. Een veelgebruikte methde bij deze vrm van nderzek is bservatie. Veldnderzek is niet geschikt vr dit nderzek mdat van te vren niet bekend is wanneer de prblematiek zich vrdet en dit met het g p de tijd die is gesteld vr het nderzek niet haalbaar is ('t Hart, Beije, & Hx, 2006). Een andere vrm van kwalitatief nderzek is casestudy. In dit geval bestudeert de nderzeker een verschijnsel (case) in de natuurlijke cntext ('t Hart, Beije, & Hx, 2006). Vr deze vrm van nderzek kan gekzen wrden wanneer je een persn, grep f lcatie nderzekt nder nrmale mstandigheden (Baarda, De Gede, & Teunissen, 2005). In dit nderzek is dat echter niet mgelijk drdat, net als bij veldnderzek, je als nderzeker niet weet wanneer een BHV-efening plaats vind en dit gaat leiden tt uitrukken van hulpdiensten. Bvendien levert het nderzeken van één f enkele cases geen antwrd p de nderzeksvragen p. De derde vrm is kwalitatief survey-nderzek (Baarda, De Gede, & Teunissen, 2005). In de praktijk bestaat dit nderzek vaak uit een beschrijving van de variatie van bepaald gedrag f een bepaalde visie van de nderzchte persnen. Een veelgebruikte manier van kwalitatief survey-nderzek is het afnemen van interviews. Gezien de tijd die interviewen in beslag neemt is gekzen m hier geen gebruik van te maken maar zijn enquêtes afgenmen. Op deze manier kn een grtere grep mensen wrden bereikt tijdens dit nderzek. Zjuist zijn de verschillende manieren van dataverzameling beschreven en is tegelicht van welke methdes in dit nderzek gebruik gemaakt wrdt. Aan de hand van de deelvragen is in tabel 3 weergegeven he deze beantwrd zullen wrden. 32

33 Tabel 2: Beantwrding deelvragen Deelvraag 1. In welke mate kmen meldingen bij de meldkamers vr die leiden tt uitrukken van hulpdiensten, als gevlg van BHV-efeningen in Nederland? 2. Is er een mgelijk patrn te vinden in kenmerken van efeningen die leiden tt een melding aan de meldkamer? 3. Op welke wijze kan wrden vrkmen dat een BHV-efening tt een melding aan de meldkamer leidt? Methde van dataverzameling Literatuurstudie Afnemen van enquêtes nder meldkamercentralisten en rganistren van BHV-efeningen. Afnemen van enquêtes nder rganisatren van BHV-efeningen. Afnemen van enquêtes nder meldkamercentralisten en rganisatren van BHV-efeningen. 4. Welke factren spelen een rl bij de beslissing van een meldkamercentralist m te bepalen f het kmt tt een uitruk? Afnemen van enquêtes nder meldkamercentralisten. Zwakte van het nderzek Dit nderzek richt zich p BHV-efeningen welke hebben geleid tt uitrukken van hulpdiensten. Hiervr wrden enquêtes afgenmen nder meldkamercentralisten. Het risic tijdens dit nderzek is dat centralisten dergelijke situaties wel hebben meegemaakt maar dat lang geleden kan zijn. Hierdr bestaat het risic dat zij niet meer exact weten he dit destijds verlpen is. Daarnaast kan drukte binnen de meldkamer een prbleem vrmen vr dit nderzek. Z krijgen centralisten dagelijks met tientallen meldingen te maken waardr zij bepaalde situaties niet meer ged kunnen herinneren f bepaalde situaties dr elkaar halen. Verder is het aannemelijk dat centralisten vaak niet p de hgte zijn van specifieke kenmerken van BHV-efeningen die leiden tt een uitruk van hulpdiensten. Om dit te ndervangen is gekzen m k BHV-pleiders / rganisatren van BHV-efeningen te bevragen. Zij weten hier wel het ndige van en hierdr kunnen de deelvragen tch beantwrd wrden. Verder bestaat de kans dat rganisatren van BHV-efeningen sciaal-wenselijke antwrden zullen geven wanneer hen gevraagd wrdt f zij wel eens betrkken zijn geweest bij BHV-efeningen die hebben geleid tt uitrukken van hulpdiensten. Zij zullen uit mgelijk gezichtsverlies misschien niet eerlijk antwrden waardr een vertekend beeld kan ntstaan in dit nderzek. Om dit te beperken is gekzen m nder hen digitale enquêtes af te nemen die anniem kunnen wrden ingevuld. Daarnaast hanteren de verschillende meldkamers in Nederland een verschillende werkwijze. Z verifieert de ene meldkamer bijvrbeeld wel nadat zij een melding hebben ntvangen en de ander niet. Hierdr bestaat de kans dat aanbevelingen die in dit nderzek wrden gedaan niet pgaan vr iedere meldkamer. 33

34 4 Resultaten In dit hfdstuk wrden de nderzeksresultaten beschreven die uit de enquêtes naar vren zijn gekmen. De resultaten uit de enquêtes welke afgenmen zijn nder BHVpleiders en meldkamercentralisten zullen afznderlijk van elkaar wrden beschreven. 4.1 Algemeen In ttaal is de enquête 83 keer ingevuld dr centralisten. Niet alle 83 enquêtes zijn vlledig ingevuld. Gekzen is m de enquêtes welke deels zijn ingevuld en relevante infrmatie pleverden vr het nderzek tch mee te nemen in de data-analyse. Het kan daarm vrkmen dat het aantal respndenten per vraag varieert. Een aantal veiligheidsregi s heeft, k na het versturen van een herinneringsbericht, de enquête niet ingevuld. Regi s welke de enquête hebben ingevuld zijn Friesland (4), IJsselland (3), Twente (3), Nrd- en Ost-Gelderland (9), Gelderland-Midden (7), Utrecht (4), Nrd-Hlland-Nrd (8), Zaanstreek-Waterland (1), Haaglanden (4), Hllands Midden (5), Zeeland (2), Brabant-Zuidst (21), Limburg-Zuid (11) en Flevland (1). Van deze enquêtes zijn er 34 ingevuld dr een meldkamercentralist van de plitie, 30 keer is de enquête ingevuld dr een centralist van de brandweer en negentien keer dr een centralist van de ambulancediensten. De enquête vr BHV-pleiders f instructeurs is ingevuld dr 79 respndenten welke werkzaam zijn binnen de benaderde bedrijven. 4.2 Het vóórkmen van meldingen en uitrukken dr BHV-efeningen Meldingen Van de 65 centralisten gaf het merendeel (80%) aan dat zij wel eens meemaken dat zij wrden gecnfrnteerd met meldingen die verrzaakt wrden dr BHV-efeningen. De verige 20% gaf aan dit nit mee te maken. Onder de geënquêteerde centralisten gaf 35% aan dat zij hier zelden mee gecnfrnteerd wrden, 40% dat zij hier enkele keren per jaar mee te maken hebben en 5% gaf aan hier enkele keren per maand mee van den te hebben. Geen van de centralisten gaf aan dat zij hier enkele keren per week f zelfs enkele keren per dag mee te maken krijgen. Dit is weergegeven in figuur 3. Figuur 3: Frequentie meldingen dr BHV-efeningen vlgens centralisten Drie centralisten plaatsten een relevante pmerking bij deze vraag. Zij gaven aan dat zij k wel eens te maken krijgen met meldingen dr efeningen van de brandweer welke niet zijn gecmmuniceerd naar de meldkamer. Een andere centralist vermeldde hierbij dat het aantal meldingen dat wrdt verrzaakt dr BHV-efeningen de laatste jaren is afgenmen. Ok werd pgemerkt dat het per peride verschilt in welke mate de meldkamer hiermee gecnfrnteerd wrdt. 34

35 Onder instructeurs is een ander beeld waarneembaar. In tegenstelling tt de centralisten gaf het merendeel van de 79 instructeurs namelijk aan hier ng nit te hebben meegemaakt dat een BHV-efening leidde tt een melding (71%). Van de instructeurs gaf 18% aan dat zij hier één keer mee gecnfrnteerd zijn en 8% dat zij hier twee tt vijf keer mee te maken kregen. 2% gaf aan dat zij dit zes tt negen keer hebben meegemaakt en 1% gaf aan dat dit bij hem f haar meer dan tien keer heeft plaatsgevnden. Dit is weergegeven in figuur 4. Figuur 4: Frequentie meldingen dr BHV-efeningen vlgens instructeurs Uitrukken De meeste centralisten (73 prcent) gaven aan dat in maximaal 25 prcent van deze meldingen dit resulteert in het uitrukken van hulpdiensten. Een relatief klein percentage (12%) gaf aan dat dit in meer dan 25 prcent van deze meldingen leidde tt uitrukken en vr 15% van de centralisten was het percentage meldingen dat leidde tt een uitruk ttaal nbekend. Dit is weergegeven in figuur 5. Figuur 5: Percentage BHV-meldingen dat leidt tt een uitruk vlgens centralisten Instructeurs gaven aan dat wanneer een melding binnenkwam die verrzaakt werd dr een BHV-efening dit in de meeste situaties niet leidde tt het uitrukken van hulpdiensten (73%). Wanneer dit dus al vrkmt leidt dit in de meeste situaties niet tt een uitruk. 17% van de instructeurs gaf aan dat dit één keer is vrgevallen. Een klein percentage van de instructeurs gaf aan dat dit twee keer f vaker heeft geleid tt uitrukken van hulpdiensten. Dit is weergegeven in figuur 6. 35

Rapport. Bekend maakt bemind Onderzoek naar de bekendheid van en waardering voor het Expertisecentrum Veilige Publieke Taak

Rapport. Bekend maakt bemind Onderzoek naar de bekendheid van en waardering voor het Expertisecentrum Veilige Publieke Taak Rapprt Bekend maakt bemind Onderzek naar de bekendheid van en waardering vr het Expertisecentrum Veilige Publieke Taak Over het CAOP Het CAOP is hét kennis- en dienstencentrum p het gebied van arbeidszaken

Nadere informatie

Meldcode bij een vermoeden van kindermishandeling voor scheidingsbegeleiders [versie 28-04-2009]

Meldcode bij een vermoeden van kindermishandeling voor scheidingsbegeleiders [versie 28-04-2009] 1 Algemeen Meldcde bij een vermeden van kindermishandeling vr scheidingsbegeleiders [versie 28-04-2009] 1.1 Iedere ScS Scheidingsspecialist, ScS Zandkasteelcach, ScS OKEE-cach, hierna te nemen scheidingsbegeleider,

Nadere informatie

Bedrijfshulpverlening BHV Limeshal

Bedrijfshulpverlening BHV Limeshal Bedrijfshulpverlening BHV Limeshal Calamiteitenplan Belangrijke telefnnummers Plitie 112 0900-8844 Brandweer 112 0900-8844 Ambulance 112 0900-8844 Sprtspectrum 0172-474985, 06-51458741 & 06-43726826 (TD)

Nadere informatie

Kwaliteitsaspecten van onderwijs. Wat vinden pedicures belangrijk aan kwaliteit van opleiders

Kwaliteitsaspecten van onderwijs. Wat vinden pedicures belangrijk aan kwaliteit van opleiders Kwaliteitsaspecten van nderwijs Wat vinden pedicures belangrijk aan kwaliteit van pleiders Clfn Titel Kwaliteitsaspecten van nderwijs. Wat vinden pedicures belangrijk aan kwaliteit van pleiders. Auteur

Nadere informatie

Model-veiligheidsplan

Model-veiligheidsplan Mdel-veiligheidsplan Inleiding Vr evenementen waarbij meer dan 500 bezekers p hetzelfde mment aanwezig zijn en die plaatsvinden in de penlucht f een tent is een veiligheidsplan verplicht. Bij de verige

Nadere informatie

LOGBOEK van: klas: 1

LOGBOEK van: klas: 1 LOGBOEK van: klas: 1 Inhudspgave Inleiding en inhud van het lgbek Wat is de maatschappelijke stage? Delen van de maatschappelijke stage Waar de je maatschappelijke stage? Kaders waarbinnen de maatschappelijke

Nadere informatie

Het Nieuwe Werken: hieperdepiep hoera? De rol van de OR bij de invoering van Het Nieuwe Werken

Het Nieuwe Werken: hieperdepiep hoera? De rol van de OR bij de invoering van Het Nieuwe Werken Het Nieuwe Werken: hieperdepiep hera? De rl van de OR bij de invering van Het Nieuwe Werken De kans is grt dat er in uw rganisatie al wrdt gesprken ver de invering van Het Nieuwe Werken. En z niet, dan

Nadere informatie

B&W-Aanbiedingsformulier

B&W-Aanbiedingsformulier B&W-nr. 07.0760, d.d. 10 juli 2007 B&W-Aanbiedingsfrmulier Onderwerp Cnvenant Operatinele Grenzen Brandweerzrg Gemeente Leiden Gemeente Oegstgeest BESLUITEN Behudens advies van de cmmissie 1. in te stemmen

Nadere informatie

Verandertrajecten voor individuele medewerkers

Verandertrajecten voor individuele medewerkers Het Sandelhut Meditatietechnieken, Caching en Training Verandertrajecten vr individuele medewerkers Lcatie: Het Beekse Bshuis Girlesedijk ngenummerd Hilvarenbeek Pst: Gildelaan 41 5081 PJ Hilvarenbeek

Nadere informatie

Onderzoeksrapport Bedrijvenkring Oldebroek

Onderzoeksrapport Bedrijvenkring Oldebroek Onderzeksrapprt Bedrijvenkring Oldebrek AIDA Cmmunicatie 6 juni 2014 Inhudspgave Samenvatting 4 1. Inleiding 5 2. Prbleemanalyse 6 2.1 Aanleiding van het prbleem 6 2.2 Het krachtenveld 6 2.3 Wat mest nderzcht

Nadere informatie

Bestemd voor Alle medewerkers, cliënten, kinderen, andere personen die zich op locaties van Stichting D.W.R.P. bevinden.

Bestemd voor Alle medewerkers, cliënten, kinderen, andere personen die zich op locaties van Stichting D.W.R.P. bevinden. MIC-melding Del van de prcedure Het dr een cmmissie analyseren en berdelen van futen en (bijna) ngelukken in de rganisatie m hiervan te leren, z ndig actie te ndernemen en z herhaling f erger te vrkmen

Nadere informatie

Zijn in de aanvraag bijlagen genoemd en zijn die bijgevoegd? Zo ja, welke? Nummer desgewenst de bijlagen.

Zijn in de aanvraag bijlagen genoemd en zijn die bijgevoegd? Zo ja, welke? Nummer desgewenst de bijlagen. Checklist berdeling adviesaanvraag 1. De adviesaanvraag Heeft de r een adviesaanvraag gehad? Let p: een rapprt is in principe geen adviesaanvraag. Met een adviesaanvraag wrdt bedeld: het dr de ndernemer

Nadere informatie

Rollenspel Jezus redt

Rollenspel Jezus redt Rllenspel Jezus redt Krte mschrijving prgrammanderdeel De leerlingen spelen samen een bestuursrechtzaak bij de Raad van State na. De Raad van State is de hgste bestuursrechter van Nederland. In deze rechtszaak

Nadere informatie

EVALUATIE TER STATE. Marion Matthijssen, Marn van Rhee. Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juli 2005. In opdracht van Raad van State

EVALUATIE TER STATE. Marion Matthijssen, Marn van Rhee. Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juli 2005. In opdracht van Raad van State EVALUATIE TER STATE Marin Matthijssen, Marn van Rhee Centrum vr Onderzek en Statistiek (COS) juli 2005 In pdracht van Raad van State Centrum vr Onderzek en Statistiek (COS) Auteur: Marin Matthijssen en

Nadere informatie

Maak van 2015 jouw persoonlijk professionaliseringsjaar

Maak van 2015 jouw persoonlijk professionaliseringsjaar Maak van 2015 juw persnlijk prfessinaliseringsjaar en wrd Nlc erkend Register Lpbaanprfessinal (RL) Nlc erkend Register Lpbaanprfessinal (RL) Deze status wrdt bereikt na certificering dr het nafhankelijke

Nadere informatie

Wat te doen bij een incident?

Wat te doen bij een incident? Wat te den bij een incident?. Waarschuw de BHV~er Bel de receptie (testel..) 2. Vlg de Instructles van de BHV'er p Als de BHV'er niet reageert ~L~ bij brand druk een handbrandrneider in Iet p eigen veiligheid

Nadere informatie

Stel uw inkomen zeker, sluit een arbeidsongeschiktheidsverzekering af

Stel uw inkomen zeker, sluit een arbeidsongeschiktheidsverzekering af Stel uw inkmen zeker, sluit een arbeidsngeschiktheids af Eindelijk geniet u van een heerlijke skivakantie. En natuurlijk verkmt het u niet, want u bent een ervaren skiër. Maar laat dat ngeluk nu net in

Nadere informatie

Resultaten openbare marktconsultatie. Verkoop klooster Groot Bijstervelt Gemeente Oirschot. BIZOB-2011-SK-OIR-010 CONCEPT 19 april 2012

Resultaten openbare marktconsultatie. Verkoop klooster Groot Bijstervelt Gemeente Oirschot. BIZOB-2011-SK-OIR-010 CONCEPT 19 april 2012 Resultaten penbare marktcnsultatie Verkp klster Grt Bijstervelt Gemeente Oirscht BIZOB-2011-SK-OIR-010 CONCEPT 19 april 2012 1. Inleiding 1.1 Aanleiding De gemeente Oirscht is sinds nvember 2009 eigenaar

Nadere informatie

Tussenrapportage: plan van aanpak raadsenquête grondexploitatie Duivenvoordecorridor.

Tussenrapportage: plan van aanpak raadsenquête grondexploitatie Duivenvoordecorridor. Tussenrapprtage: plan van aanpak raadsenquête grndexplitatie Duivenvrdecrridr. Enquêtecmmissie grndexplitatie Duivenvrdecrridr 16 februari 2015 Inhudspgave: 1. Inleiding 2. Organisatie 3. Verfijning nderzeksvraag

Nadere informatie

Wat zijn de specifieke omstandigheden van deze locatie waar, bij inpassing van de voorziening, rekening mee gehouden moet worden?

Wat zijn de specifieke omstandigheden van deze locatie waar, bij inpassing van de voorziening, rekening mee gehouden moet worden? Omgevingsscan Achtergrnd prject De gemeente Drdrecht heeft het plan pgevat de prblematiek rndm (merendeels verslaafde) dak- en thuislze mensen in haar stad aan te pakken. In dit kader heeft de gemeente

Nadere informatie

Transmuraal Programma Management

Transmuraal Programma Management Transmuraal Prgramma Management Een prpsitie van Vitha versie 1 Inhudspgave 1 Inleiding... 3 2 Transmurale behandelpraktijken... 3 2.1 Transmurale zrg nader gedefinieerd... 3 2.2 Transmurale zrg in de

Nadere informatie

Algemene Leveringsvoorwaarden

Algemene Leveringsvoorwaarden Algemene Leveringsvrwaarden 1. Tepasselijkheid 1.1 Deze algemene vrwaarden zijn van tepassing p alle ffertes en alle vereenkmsten, en de uitvering daarvan, welke dr WaterWerk Training, Caching & Cnsultancy

Nadere informatie

Confidentieel. 16 januari 2013 2013/11989. Sectorbrief Themaonderzoek Uitbesteding Vermogensbeheer. Geacht bestuur,

Confidentieel. 16 januari 2013 2013/11989. Sectorbrief Themaonderzoek Uitbesteding Vermogensbeheer. Geacht bestuur, Tezicht pensienfndsen en beleggingsndernemingen Middelgrte en kleine pensienfndsen Pstbus 98 1000 AB Amsterdam Cnfidentieel Datum Bijlage(n) 1 Onderwerp Sectrbrief Themanderzek Uitbesteding Vermgensbeheer

Nadere informatie

Asbestbeleidsplan. Beleid en beheer asbest

Asbestbeleidsplan. Beleid en beheer asbest Asbestbeleidsplan Beleid en beheer asbest Dcumenttitel. Asbestbeleidsplan Status. Cncept Definitief Versie. 1.1 Datum. 22-03-2014 Organisatie. Wningcrpratie Rentree Opstellers. Wningcrpratie Rentree i.s.m.

Nadere informatie

Cycloon-beleidsplan 2011 2013. Noord Nederland. Drenthe, Friesland, Groningen

Cycloon-beleidsplan 2011 2013. Noord Nederland. Drenthe, Friesland, Groningen Cycln-beleidsplan 2011 2013 Nrd Nederland Drenthe, Friesland, Grningen Auteur: Stuurgrep Cycln Datum: 1 juni 2011 Versie: 0-5 Clfn Titel: Cycln-beleidsplan 2011-2013 Auteur: Stuurgrep Cycln Nrd Nederland

Nadere informatie

Beschermd Wonen met een pgb onder verantwoordelijkheid van gemeenten

Beschermd Wonen met een pgb onder verantwoordelijkheid van gemeenten Beschermd Wnen met een pgb nder verantwrdelijkheid van gemeenten Een factsheet vr cliënten, cliëntvertegenwrdigers en familievertegenwrdigers 1 februari 2016 Sinds 1 januari 2015 valt Beschermd Wnen (vrheen

Nadere informatie

Rapportage inspectiebezoek aan Woon- en zorgcentrum Boschoord te Lunteren op 18 juli 2013. Zwolle, juli 2013

Rapportage inspectiebezoek aan Woon- en zorgcentrum Boschoord te Lunteren op 18 juli 2013. Zwolle, juli 2013 Rapprtage inspectiebezek aan Wn- en zrgcentrum Bschrd te Lunteren p 18 juli 2013 Zwlle, juli 2013 Inhud 1 Inleiding 3 2 Resultaten verbetermaatregelen 4 3 Bevindingen en Cnclusie 7 Pagina 2 van 7 1 Inleiding

Nadere informatie

Toelichting bij het gebruik van het Model Legionella Risicoanalyse en Beheersplan Luchtbevochtingsinstallatie

Toelichting bij het gebruik van het Model Legionella Risicoanalyse en Beheersplan Luchtbevochtingsinstallatie Telichting bij het gebruik van het Mdel Leginella Risicanalyse en Beheersplan Luchtbevchtingsinstallatie 1 Del van het mdel Het Mdel is te beschuwen als een nderlegger f mdel bij het pstellen van de risicanalyse

Nadere informatie

Voorbehouden en risicovolle handelingen binnen het primair onderwijs. Protocol Medisch Handelen

Voorbehouden en risicovolle handelingen binnen het primair onderwijs. Protocol Medisch Handelen Vrbehuden en risicvlle handelingen binnen het primair nderwijs Prtcl Medisch Handelen J.C. v.d. Wal September 2013 INHOUD Inleiding... 3 1 De leerling wrdt ziek p schl... 4 2 Het verstrekken van medicatie

Nadere informatie

Klachtenbeleid Stichting KOM Kinderopvang

Klachtenbeleid Stichting KOM Kinderopvang Klachtenbeleid Stichting KOM Kinderpvang KOM Kinderpvang verzrgt kinderpvang vr kinderen in de leeftijdsgrep 0 tt en met 12 jaar. Alle medewerkers van de stichting zetten zich vlledig in m kwalitatief

Nadere informatie

Saxionstudent.nl CE 1

Saxionstudent.nl CE 1 Thema: Marktanalyse (semester 1) Prject: Desk en Fieldresearch 56357 Vrwrd Vr u ligt het plan van aanpak vr het prject Desk en Fieldresearch, vr het thema marktanalyse van semester 1. Het is de bedeling

Nadere informatie

D i e n s t v e r l e n i n g s d o c u m e n t

D i e n s t v e r l e n i n g s d o c u m e n t D i e n s t v e r l e n i n g s d c u m e n t Ons kantr hudt zich bezig met financiële dienstverlening en heeft zich gespecialiseerd in schade- en levensverzekeringen en is daarbij actief p de zakelijkeen

Nadere informatie

Management review. CO2-reductiesysteem. Rapportage juli 2015 (referentiejaar = 2010) I. Bangma O. Van der Ende

Management review. CO2-reductiesysteem. Rapportage juli 2015 (referentiejaar = 2010) I. Bangma O. Van der Ende Management review CO2-reductiesysteem Rapprtage juli 2015 (referentiejaar = 2010) Opgesteld dr: Akkrd: I. Bangma O. Van der Ende 1. Inleiding Op 28 juli is een management review gehuden waarin de energieprestaties

Nadere informatie

IWI. De Gemeenteraad Postbus 11563

IWI. De Gemeenteraad Postbus 11563 Inspectie Werk en Inkmen Tezicht Gemeentelijk Dmein De Gemeenteraad Pstbus 11563 2502 AN Den Haag Prinses Beatrixlaan 82 2595 AL Den Haag Telefn (070) 304 44 44 Fax (070) 304 44 45 www.lwiweb.nl Cntactpersn

Nadere informatie

6. Opleidingskader voor de procesopleiding Informatiemanagement

6. Opleidingskader voor de procesopleiding Informatiemanagement 6. Opleidingskader vr de prcespleiding Infrmatiemanagement In het prject GROOTER wrden nder andere een aantal pleidingskaders ntwikkeld vr prcessen nder Bevlkingszrg. Hiernder wrdt het pleidingskader vr

Nadere informatie

Gedragswerk, wat werkt? Een evaluatie van het project Gedragswerk

Gedragswerk, wat werkt? Een evaluatie van het project Gedragswerk Gedragswerk, wat werkt? Een evaluatie van het prject Gedragswerk Gedragswerk, wat werkt? Een evaluatie van het prject Gedragswerk Obern Gedragswerk, wat werkt? 3 Inhudspgave Samenvatting... 4 1 Inleiding...

Nadere informatie

BIZ Plan Westermaat Bedrijventerrein Westermaat te Hengelo

BIZ Plan Westermaat Bedrijventerrein Westermaat te Hengelo BIZ Plan Westermaat Bedrijventerrein Westermaat te Hengel Hengel, 4 juni 2010 INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding 2. De Experimentwet Bedrijven Investerings Zne 3. Activiteiten van het BIZ 4. Waarm een BIZ 5. De

Nadere informatie

Informatiebrief over deelname aan het onderzoek Food2Learn

Informatiebrief over deelname aan het onderzoek Food2Learn Infrmatiebrief ver deelname aan het nderzek Fd2Learn Beste leerlingen, uders en/f wettelijk vertegenwrdigers, Dat het eten van vis (rijk aan mega- 3 vetzuren) ged is vr het functineren van de hersenen

Nadere informatie

Huiswerk Informatie voor alle ouders

Huiswerk Informatie voor alle ouders Nummer 6 mei 2010 Huiswerk Infrmatie vr alle uders Huiswerk en efening Ged leren lezen en rekenen is belangrijk, want je hebt deze vaardigheden in het dagelijks leven veral ndig. Kinderen ged leren lezen

Nadere informatie

OPLEIDING tot Verzorgende-IG. Ondersteuningsmagazijn Praktijk Beroepstaak E Startbekaam

OPLEIDING tot Verzorgende-IG. Ondersteuningsmagazijn Praktijk Beroepstaak E Startbekaam OPLEIDING tt Verzrgende-IG Ondersteuningsmagazijn Berepstaak E Startbekaam Albeda cllege Branche gezndheidszrg Kwalificatieniveau 4 Chrt: 2010-2011 Fase: Startbekaam Naam student:. P.E1-3.start.gesprek

Nadere informatie

Zorgplan. Naam. Adres. Uitgerekende datum. Administratienummer. Naam en adres verloskundige praktijk

Zorgplan. Naam. Adres. Uitgerekende datum. Administratienummer. Naam en adres verloskundige praktijk Zrgplan Naam Adres Uitgerekende datum Administratienummer Naam en adres verlskundige praktijk datum tijd Met wie Afsprakenlijst Gefeliciteerd met uw zwangerschap! Tijdens uw zwangerschap zal u nder cntrle

Nadere informatie

Loes Jungerius 523536

Loes Jungerius 523536 Les Jungerius 523536 Opleiding: Cmmunicatie Schljaar: 2015/2016 Semester: 2 Stagedcent: Jacques Kster Bedrijf: Clipit Stagecach bedrijf: Anne de Waal Inhudspgave Inleiding... 2 1. Oriëntatie... 2 1.1 De

Nadere informatie

Handreiking functionerings- en beoordelingsgesprekken griffiers

Handreiking functionerings- en beoordelingsgesprekken griffiers Handreiking functinerings- en berdelingsgesprekken griffiers September 2014 Functineringsgesprek Als de griffier is aangesteld, is het verstandig m met elkaar te blijven reflecteren p het functineren.

Nadere informatie

Kenneth Smit Consulting -1-

Kenneth Smit Consulting -1- Versneld en cntinu verbeteren van de perfrmance en de resultaten van uw medewerkers en rganisatie. Perfrmance en rendementsverbetering van uw rganisatie is de fcus waarp de activiteiten van Kenneth Smit

Nadere informatie

Toelichting Checklist Optimale informatie beleggingsverzekering

Toelichting Checklist Optimale informatie beleggingsverzekering Telichting Checklist Optimale infrmatie beleggingsverzekering Algemeen Infrmatie ver beleggingsverzekeringen Beleggingsverzekeringen zijn cmplexe prducten. Om de klant beter inzicht te geven in de werking

Nadere informatie

Eindejaarsrapportage. Onafhankelijke Raadsman afhandeling schadeclaims door aardbevingen als gevolg van gaswinning in Groningen

Eindejaarsrapportage. Onafhankelijke Raadsman afhandeling schadeclaims door aardbevingen als gevolg van gaswinning in Groningen Eindejaarsrapprtage Onafhankelijke Raadsman afhandeling schadeclaims dr aardbevingen als gevlg van gaswinning in Grningen Datum: december 2013 Inleiding Vr de afhandeling van individuele klachten ver lpende

Nadere informatie

Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) Winterswijk 2013-2018

Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) Winterswijk 2013-2018 Vr- en Vregschlse Educatie (VVE) Winterswijk 2013-2018 1. Inleiding Vr- en Vregschlse Educatie, als nderdeel van het bredere beleidsterrein nderwijsachterstandbeleid, wrdt sinds 2002 in Winterswijk vrmgegeven.

Nadere informatie

Agressiemanagement. Management Consulting and Research Kapeldreef 60, 3001 Heverlee Tel. 016/29 83 11 Fax 016/29 83 19 Website http://www.mcr-bvba.

Agressiemanagement. Management Consulting and Research Kapeldreef 60, 3001 Heverlee Tel. 016/29 83 11 Fax 016/29 83 19 Website http://www.mcr-bvba. Agressiemanagement Bedrijven, rganisaties en schlen krijgen steeds vaker met agressie te maken. Wanneer je met mensen werkt, bestaat er immers de kans p cnflicten. Z n cnflict kan escaleren in bedreigingen,

Nadere informatie

ARBOBELEIDSPLAN. voor de stichting PCBO BAARN SOEST

ARBOBELEIDSPLAN. voor de stichting PCBO BAARN SOEST ARBOBELEIDSPLAN vr de stichting PCBO BAARN SOEST Inhudspgave 1. Uitgangspunten Arbbeleid in essentie Preventieve zrg Arbdienst 2. Organisatie Arbcmmissie Arbcördinatr Bedrijfshulpverlening 3. Risic-inventarisatie

Nadere informatie

Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Directoraat-Genemal Rijkswaterstaat. Adviesdienst Verkeer en Vervoer

Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Directoraat-Genemal Rijkswaterstaat. Adviesdienst Verkeer en Vervoer Ministerie van Verkeer en Waterstaat Directraat-Genemal Rijkswaterstaat Adviesdienst Verkeer en Verver He is MELDWERK ntstaan? «. ">. "'T» In 1987 hebben de beheerders van rijkswegen afgesprken wegwerkzaamheden

Nadere informatie

Protocol bij het overlijden van een gezinslid van een leerling

Protocol bij het overlijden van een gezinslid van een leerling Prtcl bij het verlijden van een gezinslid van een leerling Algemeen: Er wrden geen mededelingen aan de pers gedaan. Het lcatie aanspreekpunt f de directeur meldt alleen dat nze 1 ste zrg de nabestaanden

Nadere informatie

Voorbeeldvragen Methodiek NEN 2767

Voorbeeldvragen Methodiek NEN 2767 Nb. Per vraag kunnen er meerdere gede antwrden zijn 1. Welke van de nderstaande bewering is juist? NEN 2767 is een: methdiek vr de bepaling van achterstallig nderhud bjectieve methdiek vr de bepaling van

Nadere informatie

.1-4- gemeente Eindhouen

.1-4- gemeente Eindhouen .1-4- gemeente Eindhuen Inleiding 3 3 Vr u ligt het Jaarverslag Leerplicht en Straks.nu 2008-2009. Qua vrm en pmaakeen ander jaarverslag dan u gewend bent. De vrij uitgebreide weergave van allerlei zaken

Nadere informatie

UPGRADEN NAAR EEN NIEUWE VERSIE VAN DYNAMICS CRM

UPGRADEN NAAR EEN NIEUWE VERSIE VAN DYNAMICS CRM UPGRADEN NAAR EEN NIEUWE VERSIE VAN DYNAMICS CRM DE AANPAK VAN CRM RESULTANTS Ongeveer eens per twee jaar brengt Micrsft een nieuwe versie uit van Micrsft Dynamics CRM. In deze zgenaamde majr releases

Nadere informatie

Projectplan van de Stichting BIZ Beverkoog periode 2016 2020 V111115

Projectplan van de Stichting BIZ Beverkoog periode 2016 2020 V111115 Prjectplan van de Stichting BIZ Beverkg peride 2016 2020 V111115 Delstelling en ambitie Een ged nderhuden en veilig bedrijventerrein waar iedereen graag werkt f zaken det is vr alle partijen p de Beverkg

Nadere informatie

NOTITIE REGIONAAL REPRESSIEF DEKKINGSPLAN FASE 2 BESTUURLIJKE UITGANGSPUNTEN. 1. Inleiding

NOTITIE REGIONAAL REPRESSIEF DEKKINGSPLAN FASE 2 BESTUURLIJKE UITGANGSPUNTEN. 1. Inleiding NOTITIE REGIONAAL REPRESSIEF DEKKINGSPLAN FASE 2 BESTUURLIJKE UITGANGSPUNTEN 1. Inleiding De pdracht van het AB VrZW bij de vaststelling van het dekkingsplan fase 1 p 18 ktber 2013 luidde: nderzek de mgelijkheden

Nadere informatie

Gefaseerde implementatie projectbeheersing methodiek Hogeschool van Utrecht

Gefaseerde implementatie projectbeheersing methodiek Hogeschool van Utrecht Prject Shared Services Gefaseerde implementatie prjectbeheersing methdiek Hgeschl van Utrecht Vervlg van Deelprjectplan Prjectadministraties (januari 2004) Het beheersen van prjectadministraties dr de

Nadere informatie

Startnotitie Integraal veiligheidsbeleid (IVB) 2016-2020. Gemeente Tynaarlo

Startnotitie Integraal veiligheidsbeleid (IVB) 2016-2020. Gemeente Tynaarlo Startntitie Integraal veiligheidsbeleid (IVB) 2016-2020 Gemeente Tynaarl Team Leefmgeving - Veiligheid April 2015 INHOUDSOPGAVE Inhudspgave... 1 1. waarm... 2 2. wat... 3 2. wie... 4 3. he... 6 4. wanneer...

Nadere informatie

Een natuurlijk proces

Een natuurlijk proces Ik vel het weer. Het is er weer. Sms even, dan de hele tijd. Ik wil je niet kwetsen. Ik wil het niet weer zeggen, maar het is er weer. (Gijs Hrvers) Overprikkeling Veel mensen met autisme hebben gede intellectuele

Nadere informatie

Communicatie voor beleid Interactie (raadplegen, dialoog, participatie) en procescommunicatie; betrokkenheid, betere besluiten en beleid

Communicatie voor beleid Interactie (raadplegen, dialoog, participatie) en procescommunicatie; betrokkenheid, betere besluiten en beleid Samenvatting BEELDEN OVER COMMUNICATIE TEYLINGEN Bevindingen gesprekken ver Cmmunicatie, raad- en cllegeleden, rganisatie en samenleving In deze ntitie zijn de resultaten van zwel de gesprekken van 9 ktber

Nadere informatie

Schade protocol Zuiderpark Stadswalzone

Schade protocol Zuiderpark Stadswalzone Schade prtcl Zuiderpark Stadswalzne Gemeente s-hertgenbsch december 2012 Schadeprtcl Zuiderpark - Stadswalzne In dit dcument staat he de gemeente s-hertgenbsch mgaat met schadeclaims. Het is er p gericht

Nadere informatie

*** Enquête *** afstudeerscriptie over de huidige elektronische verbindingen*

*** Enquête *** afstudeerscriptie over de huidige elektronische verbindingen* *** Enquête *** Inleidend Als student van de Universiteit Twente de ik in het kader van mijn masterstudie Public Safety een (klik hier vr definitie) afstudeerscriptie ver de huidige elektrnische verbindingen*

Nadere informatie

Start duurzame inzetbaarheid

Start duurzame inzetbaarheid Start duurzame inzetbaarheid Een praktijkcasus Dr: Rlf Weijers, Pauline Miedema Hewel duurzame inzetbaarheid een veelbesprken thema is, blijft het lastig m het cncreet te maken en er handen aan veten aan

Nadere informatie

Kiezen of delen Quick scan van investeringen van gemeente Eindhoven

Kiezen of delen Quick scan van investeringen van gemeente Eindhoven Kiezen f delen Quick scan van investeringen van gemeente Eindhven Dr Paul J.G. Tang & Rbert-Jaap Vrn Eindhven, 11 december 2012 Dit rapprt is bestemd vr de rganisatie van de pdrachtgever. Verspreiding

Nadere informatie

Toelichting bij gebruik Model Legionella Risicoanalyse en Beheersplan koeltoreninstallaties

Toelichting bij gebruik Model Legionella Risicoanalyse en Beheersplan koeltoreninstallaties Telichting bij gebruik Mdel Leginella Risicanalyse en Beheersplan keltreninstallaties 1 Del Het Mdel Leginella Risicanalyse en Beheersplan is te beschuwen als een nderlegger f mdel bij het pstellen van

Nadere informatie

Vrijwilligersbeleid voetbalvereniging N.B.S.V.V.

Vrijwilligersbeleid voetbalvereniging N.B.S.V.V. Vrijwilligersbeleid vetbalvereniging N.B.S.V.V. Waarm deze richtlijn? Geen enkele amateur-sprtvereniging kan tegenwrdig ng bestaan znder de inzet en bijdrage van (veel) vrijwilligers. Ok binnen nze vereniging

Nadere informatie

MedewerkerMonitor Benchmark in de Zorg

MedewerkerMonitor Benchmark in de Zorg MedewerkerMnitr Benchmark in de Zrg Telichting pzet vragenlijst en invulinstructies U heeft een inlgcde ntvangen per brief f per e-mail. Mcht u geen inlgcde ntvangen hebben, dan kunt u terecht bij de benchmarkcördinatr

Nadere informatie

Eenzaamheid. 1. Ter inleiding 2. 2. Wat is eenzaamheid? 2

Eenzaamheid. 1. Ter inleiding 2. 2. Wat is eenzaamheid? 2 Eenzaamheid Idske de Haan- de Jng> 1. Ter inleiding 2 2. Wat is eenzaamheid? 2 3. He ntstaat eenzaamheid 3 a. Externe factren 3 b. Persnlijkheidskenmerken f karakter 4 c. Gedragspatrnen

Nadere informatie

SIG Groene ICT & Duurzaamheid jaarverslag 2014 / jaarplan 2015

SIG Groene ICT & Duurzaamheid jaarverslag 2014 / jaarplan 2015 SIG Grene ICT & Duurzaamheid jaarverslag 2014 / jaarplan 2015 Inleiding Hiernder treft u het jaarverslag 2014 en het jaarplan 2015 van de Special Interest Grup Grene ICT & Duurzaamheid aan. Het jaarverslag

Nadere informatie

Functiefamilie: Directie

Functiefamilie: Directie Bijlage 3 bij Regeling ntwikkelen, functineren en berdelen (Cmpetenties per functieprfiel) Functiefamilie: Directie Cmpetentie: Netwerken De mate waarin de persn relaties en/f samenwerkingsverbanden binnen

Nadere informatie

Training Faciliteren door middel van de moderatiemethode

Training Faciliteren door middel van de moderatiemethode samen beslist beter besluiten Training Faciliteren dr middel van de mderatiemethde Training Techniek Resultaat Tepasbaar. Dynamisch. Interactief. Visueel. Zelfdcumenterend. Overzichtelijk. Betrkkenheid.

Nadere informatie

Marktonderzoek naar de beboefte aan gebeugentrainingscursusseo

Marktonderzoek naar de beboefte aan gebeugentrainingscursusseo Marktnderzek naar de bebefte aan gebeugentrainingscursusse In pdracht van: Bedrijfskundewinkel Eindhven Opdracht nummer: 91.39.253 Uitgeverd dr: W J. Stuursma Eindhven, Februari 1993 Vnvrd Vr u ligt het

Nadere informatie

Begeleidende tekst bij de presentatie Ieder kind heeft recht op Gedifferentieerd RekenOnderwijs.

Begeleidende tekst bij de presentatie Ieder kind heeft recht op Gedifferentieerd RekenOnderwijs. Begeleidende tekst bij de presentatie Ieder kind heeft recht p Gedifferentieerd RekenOnderwijs. Dia 1 Opmerking vr de presentatr: in het geval u tijd te krt kmt, kunt u de blauwe tekst als ptineel beschuwen

Nadere informatie

De leerling thuis en niet naar school!?!?

De leerling thuis en niet naar school!?!? De leerling thuis en niet naar schl!?!? Oriënterend nderzek naar prblematiek en begeleidingsmgelijkheden van leerlingen, die niet f deels naar schl gaan. Kansen en mgelijkheden. IDT-SSONML Venl Renée van

Nadere informatie

Bijlage 4. Toetsingskader ontwerp levensloopbestendig Zeist-Oost

Bijlage 4. Toetsingskader ontwerp levensloopbestendig Zeist-Oost Bijlage 4 Tetsingskader ntwerp levenslpbestendig Zeist-Ost 1. Opzet Het tetsingskader Levenslpbestendig Zeist-Ost bestaat uit een aantel nderdelen. Een algemeen deel gaat ver de levenslpbestendige wijk:

Nadere informatie

VOEL OOK DE MAGIE VAN KINDEROPVANG EN NATUUR!

VOEL OOK DE MAGIE VAN KINDEROPVANG EN NATUUR! Ontwikkeling van kinderen, stagnatie van de ntwikkeling en drverwijzen Wij prberen er vr te zrgen dat kinderen zich bij nze pvang plezierig velen en zich kunnen ntwikkelen. Om te kunnen berdelen f dit

Nadere informatie

Samenvatting. Evaluatierapport Buurt in Actie December 2006 2

Samenvatting. Evaluatierapport Buurt in Actie December 2006 2 Evaluatierapprt Samenvatting Dit rapprt bevat de resultaten van de evaluatie van Buurt in Actie (BIA). Deze evaluatie is uitgeverd m inzicht te krijgen in het functineren van het prject en aanbevelingen

Nadere informatie

Huurdersvereniging In De Goede Woning ACTIVITEITENPLAN

Huurdersvereniging In De Goede Woning ACTIVITEITENPLAN ACTIVITEITENPLAN 2014 Activiteitenplan 2014 : INLEIDING In 1997 werd de in Zetermeer pgericht met als del het behartigen van de belangen van huurders van de cmplexen van R.K. Wningbuwstichting De Gede

Nadere informatie

Ter vergelijking met de MJA3-doelstelling worden de indices voor productieproces, keten en duurzame energie gesommeerd.

Ter vergelijking met de MJA3-doelstelling worden de indices voor productieproces, keten en duurzame energie gesommeerd. MJA3 cnvenant Methdiek energieefficiency Alle inspanningen van bedrijven gericht p energiebesparing in het prductieprces en in de keten en met het g p de inzet van duurzame energie, wrden gehnreerd: zij

Nadere informatie

IMPLEMENTATIE WET VERPLICHTE MELDCODE HUISELIJK GEWELD EN KINDERMISHANDELING GEMEENTEN NOORDOOST-BRABANT

IMPLEMENTATIE WET VERPLICHTE MELDCODE HUISELIJK GEWELD EN KINDERMISHANDELING GEMEENTEN NOORDOOST-BRABANT BIJLAGE 1 IMPLEMENTATIE WET VERPLICHTE MELDCODE HUISELIJK GEWELD EN KINDERMISHANDELING GEMEENTEN NOORDOOST-BRABANT 1. Inleiding Op 1 juli 2013 is de Wet verplichte meldcde huiselijk geweld en kindermishandeling

Nadere informatie

Algemene Voorwaarden. Artikel 1 Definities

Algemene Voorwaarden. Artikel 1 Definities Algemene Vrwaarden Dit zijn de Algemene Vrwaarden van Fiets Clinics Nederland, gevestigd: Waalbandijk 20, 6541AJ Nijmegen. Op alle prducten van Fiets Clinics Nederland zijn deze Algemene Vrwaarden van

Nadere informatie

De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling (WGBO)

De overeenkomst inzake geneeskundige behandeling (WGBO) De vereenkmst inzake geneeskundige behandeling (WGBO) Artikel 446 1.De vereenkmst inzake geneeskundige behandeling in deze afdeling verder aangeduid als de behandelingsvereenkmst is de vereenkmst waarbij

Nadere informatie

Beleidsregels Hulp bij humanitaire rampen.

Beleidsregels Hulp bij humanitaire rampen. Beleidsregels Hulp bij humanitaire rampen. Inhudspgave 1. Inleiding 3 2. De eerste dagen na een ramp: riëntatie en besluitvrming 4 3. Een hulpkanaal kiezen 5 3.1 Hulpkanaal A: Ndhulp via de SHO 6 3.2 Hulpkanaal

Nadere informatie

BEGELEIDING LEERLINGEN MET DYSCALCULIE

BEGELEIDING LEERLINGEN MET DYSCALCULIE BEGELEIDING LEERLINGEN MET DYSCALCULIE Begeleiding van leerlingen met ernstige rekenprblemen en/f dyscalculie Delen en uitgangspunten Binnen het Veluws Cllege Crtenbsch hanteren wij het Prtcl Ernstige

Nadere informatie

Een eerste blik Overzicht van ervaringen met job carving en functiecreatie in de VVT-sector DISWORKS

Een eerste blik Overzicht van ervaringen met job carving en functiecreatie in de VVT-sector DISWORKS Een eerste blik Overzicht van ervaringen met jb carving en functiecreatie in de VVT-sectr Nvember 2012 Aanvrager: Opdrachtgevers: Uitverders: Bestuur A+O VVT Bestuur A+O VVT en Bestuur SBCM CAOP Diswrks

Nadere informatie

Vragenlijst: Ouderenagressie, een verschijnsel in Thuiszorg Bilzen?

Vragenlijst: Ouderenagressie, een verschijnsel in Thuiszorg Bilzen? Bijlage 1: de vragenlijst Vragenlijst: Ouderenagressie, een verschijnsel in Thuiszrg Bilzen? Ik de een nderzek naar uderenagressie ten aanzien van de hulpverlening vr mijn eindwerk. Dit nderzek de ik mede

Nadere informatie

Factsheet 5xBeter TUSSEN DE OREN. Introductiefilm Nieuwkomers

Factsheet 5xBeter TUSSEN DE OREN. Introductiefilm Nieuwkomers Factsheet 5xBeter TUSSEN DE OREN Intrductiefilm Nieuwkmers 1 5x Beter 5xBeter is een gezamenlijk initiatief van Kninklijke Metaalunie, FME CWM, FNV Bndgenten, CNV Vakmensen en De Unie. 5xBeter zet zich

Nadere informatie

Pieter Swager/ Jos Fransen lectoraat elearning

Pieter Swager/ Jos Fransen lectoraat elearning 1 Pieter Swager/ Js Fransen lectraat elearning Scenari: 1 e deel afstudeerfase (1 e semester): schrijven nderzeksplan (vrbeeldscenari/ blauwdruk van een leerpraktijk) Vraf Onderwijskundig kader waarbinnen

Nadere informatie

Verdiepend onderzoek Wmoinkoopproces

Verdiepend onderzoek Wmoinkoopproces Verdiepend nderzek Wminkpprces Kwalitatief nderzek nder 24 gemeenten Petra Ebben de Jng & Myriam Martens 1 september 2014 Disclaimer en leeswijzer Het ministerie van VWS heeft Q-Cnsult pdracht gegeven

Nadere informatie

Tips Digiduif. 1. U logt in op digiduif met uw e-mail adres en wachtwoord.

Tips Digiduif. 1. U logt in op digiduif met uw e-mail adres en wachtwoord. Tips Digiduif 1. U lgt in p digiduif met uw e-mail adres en wachtwrd. 2. U kiest de knp instellingen. Op de vlgende pagina s kunt u allerlei zaken invullen en aanpassen die bij uw accunt hren. Tevens zit

Nadere informatie

Bestaat er een economische en/of organisatorische eenheid met andere bedrijven? Zo ja, graag nadere informatie waaronder een organogram.

Bestaat er een economische en/of organisatorische eenheid met andere bedrijven? Zo ja, graag nadere informatie waaronder een organogram. Aanvraagfrmulier Berepsaansprakelijkheidsverzekering algemeen 1. Verzekeringnemer Naam bedrijf:.... Crrespndentieadres:... Pstcde en plaats:... Cntactpersn:... man vruw E-mail cntactpersn:.. Rechtsvrm:.

Nadere informatie

Bijlage IVa Sjabloon voor de verdeling van werkzaamheden voor onderwijzend personeel in de kunsteducatie

Bijlage IVa Sjabloon voor de verdeling van werkzaamheden voor onderwijzend personeel in de kunsteducatie Bijlage IVa Sjabln vr de verdeling van werkzaamheden vr nderwijzend persneel in de kunsteducatie Sjabln vr de verdeling van werkzaamheden vr nderwijzend persneel in de kunsteducatie LOGA-partijen vinden

Nadere informatie

ACT in LOB. De informatietrechter. Werkbladen. Toolkit. Check je info-level! Level 1. Level 2. Level 3. Level 4

ACT in LOB. De informatietrechter. Werkbladen. Toolkit. Check je info-level! Level 1. Level 2. Level 3. Level 4 ACT in LOB Werkbladen Tlkit De infrmatietrechter Deze tl helpt je m de grte heveelheid infrmatie ver studiekeuze vr jezelf behapbaar te maken. Je kunt p verschillende niveaus met de infrmatie ver studies

Nadere informatie

Regeling Financiële Ondersteuning Overige Bijzondere Omstandigheden Profileringsfonds

Regeling Financiële Ondersteuning Overige Bijzondere Omstandigheden Profileringsfonds AANVRAAGFORMULIER 1 studiefinancieringsvrm vr chrten vóór 1-9-2015 én studiefinancieringsvrm(en) vr chrten na 1-9-2015 Regeling Financiële Ondersteuning Overige Bijzndere Omstandigheden Prfileringsfnds

Nadere informatie

De zienswijze op deze ontwerp-begroting dient uiterlijk zes weken na versturen bij het dagelijks bestuur van BghU in het bezit te zijn.

De zienswijze op deze ontwerp-begroting dient uiterlijk zes weken na versturen bij het dagelijks bestuur van BghU in het bezit te zijn. Onderwerp: Ingekmen stuk Ontwerpbegrting 2014 BghU - zienswijzeprcedure COLLEGE VAN DIJKGRAAF EN HOOGHEEMRADEN COMMISSIE ALGEMEEN BESTUUR Agendapunt 3D Nummer: 639863 In D&H: 21-05-2014 Steller: M. Oppenhuizen

Nadere informatie

Teamtrainingen en teamdagen

Teamtrainingen en teamdagen Het Sandelhut Meditatietechnieken, Caching en Training Teamtrainingen en teamdagen Lcatie: Het Beekse Bshuis Girlesedijk ngenummerd Hilvarenbeek Pst: Gildelaan 41 5081 PJ Hilvarenbeek Cntact: 06 155 77

Nadere informatie

Jaarverslag. Format jaarverslag 2013. Ridderkerk, 13 januari 2014 VGS Adivio

Jaarverslag. Format jaarverslag 2013. Ridderkerk, 13 januari 2014 VGS Adivio Jaarverslag Frmat jaarverslag 2013 Ridderkerk, 13 januari 2014 VGS Adivi Inhudspgave VERSLAG VAN DE TOEZICHTHOUDER... 3 OVERVIEW & ALGEMEEN... 4 IDENTITEIT... 5 ONDERWIJS... 6 PERSONEEL... 7 HUISVESTING

Nadere informatie

De burgemeester, het college en de raad van de gemeente Muiden;

De burgemeester, het college en de raad van de gemeente Muiden; Vrbeeld handvest De burgemeester, het cllege en de raad van de gemeente Muiden; Gelet p artikel 169, tweede en derde lid, en artikel 180, tweede en derde lid, Gemeentewet; Hebben de vlgende uitgangspunten

Nadere informatie

Middelen Financiële middelen o De organisatie heeft een actueel beleid met betrekking tot het verkrijgen van de benodigde financiële middelen.

Middelen Financiële middelen o De organisatie heeft een actueel beleid met betrekking tot het verkrijgen van de benodigde financiële middelen. Categrie C Per aspect van het framewrk zijn nrmen pgesteld. Vetgedrukt zijn de verplichte nrmen. Organisaties die nder categrie C vallen, zullen verder zijn met het implementeren van kwaliteitssystemen

Nadere informatie