BURGERSCHAP BIJ 14-JARIGEN. VLAANDEREN IN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "BURGERSCHAP BIJ 14-JARIGEN. VLAANDEREN IN"

Transcriptie

1 ƒ Vakgroep Sociologie Onderzoeksgroep TOR Vrije Universiteit Brussel Pleinlaan 2, 1050 Brussel Departement Sociologie Onderzoeksgroep SeP School & Politiek Universiteit Antwerpen Sint-Jacobsstraat 2, 2000 Antwerpen BURGERSCHAP BIJ 14-JARIGEN. VLAANDEREN IN INTERNATIONAAL PERSPECTIEF. VLAAMS EINDRAPPORT VAN DE INTERNATIONAL CIVIC AND CITIZENSHIP EDUCATION STUDY Saskia De Groof, Eva Franck, Mark Elchardus & Dimokritos Kavadias Vlaams eindrapport van ICCS International Civic and citizenship Education study voor het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming 1

2 INHOUDSOPGAVE ALGEMENE INLEIDING Waarom burgerschapsopvoeding op school? Wat is ICCS? Opzet van het eindrapport HOOFDSTUK 1: DIMENSIES BINNEN HET BURGERSCHAPSCONCEPT Burgerschap Burgerschapscompetenties Burgerschapscompetenties binnen ICCS Dimensies binnen burgerschap en burgerschapscompetenties Kennis als onderdeel of determinant van burgerschap? Burgerschap als uitkomst of als praktijk? Samenvattend HOOFDSTUK 2: STRUCTUUR BINNEN DE BURGERSCHAPSSCHALEN Inleiding Exploratieve analyses Analyses op de volledige databank Analyses per werelddeel Confirmatorische analyses Vergelijking 2 e - en 4 e -jaars Selectie van schalen HOOFDSTUK 3: INTERNATIONALE VERGELIJKING VAN BURGERZIN Inleiding Kennis Vaardigheden en bereidheid om actief deel te nemen aan het politieke systeem Democratische waarden Conclusie

3 HOOFDSTUK 4: VERGELIJKING VAN BURGERZIN OVER DE TIJD Inleiding Evolutie van etnocentrisme Gebruikte etnocentrismeschaal Toets op temporele invariantie Evolutie etnocentrisme Evolutie van stemintentie en partijvoorkeur Evolutie stemintentie Evolutie partijvoorkeur Conclusie HOOFDSTUK 5: GROEIEN LEERLINGEN IN HUN SCHOOLLOOPBAAN NAAR EEN BURGERSCHAPSIDEAAL TOE? Inleiding Zijn er algemene verschillen tussen het 2 de en het 4 de jaar vast te stellen? Vaardigheden en bereidheid om actief aan het politieke leven deel te nemen Democratische waarden Gedifferentieerde groei naar democratisch burgerschap? Invloed van de onderwijsvormen De gedifferentieerde groei tot democratisch burgerschap tussen de onderwijsvormen onder de loep Opbouw van de modellen Wat kan de school bijdragen in de socialisatie van leerlingen naar democratisch burgerschap? Hoe moeten we de verschillen tussen de onderwijsvormen in de ontwikkeling tot democratisch burgerschap begrijpen? Conventioneel politiek burgerschap Politiek zelfbeeld Traditionele genderrollen Etnocentrisme Conclusie HOOFDSTUK 6: VERKLARINGEN VAN DE POSITIE VAN VLAANDEREN ROL VAN DE STEEKPROEF EN DE SCHOOL Inleiding De positie van Vlaanderen in internationaal oogpunt Toelichting bij de opzet van hoofdstuk 6 en Verklaringen op het niveau van de steekproef Gebruikte indicatoren

4 2.2 Resultaten Verklaringen op schoolniveau Gebruikte indicatoren Schoolbeleid Structureel niveau Resultaten Verklaringen op schoolniveau: leerkrachtenvariabelen Gebruikte indicatoren Resultaten Conclusie HOOFDSTUK 7: VERKLARINGEN VAN DE POSITIE VAN VLAANDEREN ROL VAN DE NATIONALE CULTUUR EN HET ONDERWIJSSYSTEEM Inleiding Nationale context en cultuur Gebruikte indicatoren Resultaten Kennis Belang conventioneel burgerschap en politiek zelfbeeld Democratische houdingen Houding tegenover genderrechten Houding tegenover migranten Samenvattend Onderwijssysteem en -beleid Gebruikte indicatoren Resultaten Kennis Belang conventioneel burgerschap en politiek zelfbeeld Democratische houdingen Houding tegenover genderrechten Houding tegenover migranten Samenvattend Conclusie ALGMENEEN BESLUIT ICCS? Overkoepelend burgerschapsconcept? Internationale vergelijking Vergelijking over de tijd

5 5 Vergelijking tussen 2 de en 4 de leerjaar Verklaringen voor de Vlaamse positie in internationaal oogpunt Verklaringen op het niveau van de steekproef en scholen Verklaringen op landenniveau Burgerschapsgerelateerde kennis Belang conventioneel burgerschap en politiek zelfbeeld Houding tegenover genderrechten Houding tegenover immigranten Aandachtspunten voor het beleid Maatschappelijke processen Leerlingenparticipatie Lerarenopleiding Overgang basis- naar lager secundair onderwijs Vrije martkwerking onderwijs Vakoverschrijdende eindtermen BIJLAGEN Bijlage bij hoofdstuk Bijlage bij hoofdstuk Bijlage bij hoofdstuk Bijlage bij hoofdstuk Vergelijking van de individuele items van de burgerschapsschalen Schalen rond leerlingenparticipatie Verdeling van de verschillende variabelen volgens onderwijsvorm Bijlage bij hoofdstuk Volledige modellen (tot en met schoolvariabelen) Modellen met leerkrachtenvariabelen op beperkter databestand Bijlage bij hoofdstuk Tabellen met effectparameters landenvariabelen Resultaten principale componentenanalyses BIBLIOGRAFIE

6 INLEIDING 1 Waarom burgerschapsopvoeding op school? De afgelopen jaren is de bezorgdheid over het verlies aan maatschappelijke cohesie toegenomen (Sandel, 1996). Individuele burgers zouden zich niet meer betrokken voelen bij het functioneren van de samenleving. Westerse samenlevingen worden geconfronteerd met politiek cynisme, wantrouwen in de instellingen en onverdraagzaamheid. Er wordt gevreesd voor de maatschappelijke betrokkenheid en interesse van jongeren. Daarom wordt gepleit voor het herbenadrukken van de waarde van de gemeenschap, met daaraan gekoppeld een grotere waardering voor begrippen als burgerzin en maatschappelijk engagement. Hiervoor wordt gekeken naar het onderwijs en worden hoge verwachtingen gesteld in burgerschapseducatie (Bîrzéa et al., 2004; Osler, & Starkey, 2006; Torney-Purta et al., 1999). Dit leidde in veel landen in de loop van de laatste twee decennia tot de introductie of versteviging van burgerschapseducatie in de onderwijscurricula. Zo werden in Vlaanderen in 1997 de vakoverschrijdende eindtermen geïntroduceerd, waarvan Opvoeden tot burgerzin een belangrijk onderdeel vormt (zie ook Siongers, 2000; Elchardus et al., 2008). Sinds de jaren 90 van de vorige eeuw werd ook met hernieuwde interesse onderzoek verricht naar burgerschap bij jongeren en burgerschapseducatie op school (bv. Niemi & Junn, 1998; Torney-Purta et al., 2001). Bovendien hebben de laatste halve eeuw in een aantal samenlevingen, en dan vooral in Noord- en West-Europa, een aantal ontwikkelingen plaatsgevonden die we als detraditionalisering kunnen omschrijven. Deze samenlevingen kenden een sterke groei van welvaart en het consumptiepeil. Hoewel schaarste zeker niet verdwenen is, speelt het een minder belangrijke rol dan een halve eeuw geleden, zeker in die landen met een stevige verzorgingsstaat. Religie werd in dezelfde periode in veel van deze landen minder belangrijk, althans onder de autochtone bevolking. Gehoorzaamheid, bevel en traditionele moraal verloren in het algemeen aan belang. Dat betekent dat een hele reeks middelen die vroeger aanwezig waren voor gedragssturing nu afgezwakt of verdwenen zijn. Elke samenleving probeert het gedrag van haar leden zoveel mogelijk te sturen en probeert sommige gedragingen zo frequent of juist zo zeldzaam mogelijk te maken. Naarmate traditionele vormen van gedragssturing aan belang inboetten, is er een nieuwe vorm van sociale controle in de plaats gekomen die steunt op de centraliteit van het individu. Persoonlijke 6

7 verantwoordelijkheden en zelfsturing van het individu worden steeds belangrijker. De nieuwe vorm van sociale controle is dan ook gericht op het beïnvloeden van waarden, houdingen, vaardigheden, kennis, smaken en emoties die het denken, voelen en doen van individuen kunnen richten (Elchardus, 2009). De idee van zelfsturing wordt ingevuld via de notie van competentie, of de kennis, vaardigheden en houdingen om ten volle te kunnen deelnemen aan het maatschappelijke leven. Burgers dienen competent gemaakt te worden om mee te draaien en te participeren in onze complexe samenleving. Socialiserende en beïnvloedende instellingen zoals het onderwijs spelen hierin een cruciale rol. Ook daarom kreeg de school de voorbije decennia een belangrijke opdracht bij op het gebied van burgerschaps- en persoonsvorming (Elchardus et al., 2008). 2 Wat is ICCS? ICCS staat voor International Civic and Citizenship Education Study en is een internationale studie naar burgerschapseducatie. De doelpopulatie betreft leerlingen die zijn ingeschreven in het jaar equivalent met acht jaar scholing (grade 8), waarbij men begint te tellen vanaf het eerste jaar van ISCED1 of het eerste jaar van de lagere school. Als extra vereiste geldt dat de leeftijd van de leerlingen van dat jaar gemiddeld minstens 13,5 jaar bedraagt (indien dit niet het geval is, dient grade 9 bevraagd te worden). In Vlaanderen werden leerlingen van het tweede leerjaar van het secundair onderwijs ondervraagd. Het ICCS-project wordt georganiseerd door de International Association for the Evaluation of Educational Achievement (IEA), een onafhankelijke internationale organisatie die gekend is voor toonaangevend beleidsrelevant onderzoek over onderwijs. De internationale coördinatie ligt in handen van de Australian Council for Educational Research (ACER), de National Foundation for Educational Research (NFER) in Engeland, en het Laboratorio di Pedagogia Sperimentale (LPS) van de Roma Tre University in Italië. Het International Study Center van ICCS is gevestigd bij ACER. Dit is de derde studie van IEA over burgerschapseducatie. De eerste werd gevoerd in 1971 in een beperkt aantal landen bij 10- en 14-jarigen en pre-universiteitsstudenten (Torney et al., 1975); de tweede in 1999 in 28 landen of regio s bij 14-jarigen (Torney-Purta et al., 2001) evenals in 2000 in 16 landen of regio s bij jarigen (Amadeo et al., 2002). Aan deze derde studie, afgenomen in , doen 38 landen of regio s mee. Het is de eerste keer dat Vlaanderen deelneemt. Hoewel we in dit rapport over Vlaanderen zullen spreken, 7

8 bedoelen we hiermee eigenlijk de Vlaamse Gemeenschap. Nederlandstalige scholen uit Brussel participeerden immers ook aan deze studie. De meerderheid van de deelnemende landen en regio s bevindt zich in Europa (zowel Westals Oost-Europa), namelijk 25 deelnemers. Verder zijn er 6 Midden- en Zuid-Amerikaanse landen, 5 Aziatische landen en regio s, en tenslotte ook Nieuw-Zeeland en de Russische Federatie. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van alle deelnemende landen en regio s. TABEL 1: DE DEELNEMENDE LANDEN OF REGIO S VAN ICCS 2009 Europese landen Landen buiten Europa Bulgarije Malta Chili Cyprus Nederland a c Chinees Taipei (Taiwan) Denemarken b Noorwegen b Colombia Engeland b Oostenrijk b Dominicaanse Republiek Estland Polen Guatemala Finland Slovenië Hongkong a b Griekenland c Slowakije Indonesië Ierland Spanje Mexico Italië Tsjechië Nieuw-Zeeland b Letland Vlaanderen b Paraguay Liechtenstein Zweden Republiek Korea Litouwen Zwitserland b Russische Federatie Luxemburg b a Thailand Voldeed niet aan de participatiegraad voor leerlingen, daarom worden de resultaten in het internationale eindrapport in een apart deel van de tabel gepresenteerd. b Voldeed niet aan de participatiegraad voor leerkrachten, daarom worden de resultaten in het internationale eindrapport in een apart deel van de tabel gepresenteerd. c Voldeed niet aan de steekproefprocedure voor leerkrachten en/of de participatiegraad van leerkrachten was zo laag dat wegingen niet konden aangemaakt worden, daarom worden de resultaten niet in het internationale eindrapport gepresenteerd. ICCS wil onderzoeken of en op welke manier jongeren voorbereid zijn en worden op hun rol als burger in de samenleving. Hiertoe vulden leerlingen uit de geselecteerde scholen uit alle deelnemende landen of regio s dezelfde test en vragenlijst in. Daarna vulden de leerlingen uit de meeste Europese landen ook een Europese module in. In tabel 2 wordt een overzicht gegeven van deze instrumenten. 8

9 TABEL 2: DE INTERNATIONALE INSTRUMENTEN VOOR LEERLINGEN Instrument Inhoud Duur Internationale cognitieve test Kennis en vaardigheden m.b.t. burgerzin en (internationaal) burgerschap Internationale vragenlijst Achtergrondgegevens, maatschappelijke houdingen, binnen- en buitenschoolse participatie Europese module Kennis, houdingen en participatie, specifiek gericht op Europees burgerschap Exact 45 +/- 40 +/- 30 Een steekproef van leerkrachten die lesgeven aan het tweede leerjaar van het secundair onderwijs en een directielid per school vulden eveneens een vragenlijst in over de onderwijspraktijken in de school, de participatie op school, (de doelen en praktijken van) burgerschapseducatie op school, schoolgegevens, enzovoort. Het invullen van deze online vragenlijst nam ongeveer een half uur in beslag. In het totaal namen aan ICCS meer dan leerlingen, ruim leerkrachten en zo n schoolhoofden uit meer dan scholen deel. De dataverzameling verliep tussen oktober en december 2008 (in de landen van het zuidelijke halfrond) en tussen februari en mei 2009 (in de landen van het noordelijke halfrond). In Vlaanderen omvat de steekproef leerlingen uit het tweede leerjaar secundair onderwijs, leerkrachten en 151 schoolhoofden uit 151 scholen. 1 De ICCS-studie werd in Vlaanderen op twee manieren uitgebreid. Ten eerste werd de leerlingen van het tweede jaar secundair onderwijs ook nog een korte Vlaamse module voorgelegd, zodanig dat we enkele vergelijkingen kunnen maken met eerdere Vlaamse onderzoeken. Ten tweede werden, in de scholen waar dat mogelijk was, ook leerlingen van het vierde leerjaar secundair onderwijs betrokken. Deze leerlingen dienden enerzijds een korte cognitieve burgerschapstest en een visuele tekentoets in te vullen, anderzijds een uitgebreide vragenlijst waarin zowel gepeild werd naar achtergrondgegevens als naar hun maatschappelijke houdingen en binnen- en buitenschoolse participatie. In het totaal namen leerlingen uit het vierde leerjaar secundair onderwijs uit 115 van de 151 scholen deel. Op die manier kunnen we een vergelijking maken met eerdere Vlaamse studies evenals met de leerlingen van het tweede jaar secundair onderwijs die aan ICCS participeerden. We willen immers onder meer nagaan of er een evolutie is in de burgerzin van jongeren over de 1 Voor meer informatie omtrent instrumenten, steekproeftrekking, respons, verwijzen we naar het internationale en Vlaamse technische rapport. 9

10 jaren heen en of een groei naar burgerzin op te merken valt naarmate leerlingen ouder worden. Voor de uitvoering van ICCS in Vlaanderen werkten de Vakgroep Sociologie van de Vrije Universiteit Brussel en het Departement Sociologie van de Universiteit Antwerpen samen. Het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming stelde de nodige middelen ter beschikking om de studie tot een goed einde te brengen. Een bijzonder woord van dank gaat naar onze respondenten, de schoolhoofden die hun toestemming gaven om deze uitgebreide bevraging op hun school te laten doorgaan en tevens zelf een vragenlijst invulden, de geselecteerde leerkrachten die bereid waren om aan de enquêtering deel te nemen en de vele leerlingen die de moeite namen om zich doorheen de verschillende vragenlijsten te worstelen. 3 Opzet van het eindrapport In dit rapport worden de bevindingen uit de internationale data gekoppeld aan deze van het Vlaamse luik. Het rapport bestaat uit zes grote hoofdstukken. In hoofdstuk 1 wordt nagegaan wat in de literatuur precies onder burgerschap wordt verstaan en hoe dit in het ICCS-onderzoek werd toegepast. We overlopen verschillende filosofische tradities omtrent burgerschap, beschrijven de dimensies en/of componenten die burgerschap volgens verschillende auteurs zouden moeten omvatten en lichten de specifieke accenten van dit onderzoek toe. In hoofdstuk 2 gaan we na of er sprake is van een overkoepelend burgerschapsconcept bij 14-jarige jongeren, en zo ja, uit welke dimensies dit concept dan bestaat. Op basis van deze analyses selecteren we de indicatoren voor het verdere vergelijkende onderzoek en de verdere analyses in dit rapport. We bestuderen de burgerzin van Vlaamse jongeren op drie manieren. ICCS biedt voor het eerst de mogelijkheid Vlaamse jongeren op burgerschapsaspecten te spiegelen aan jongeren uit andere landen en regio s. In hoofdstuk 3 vergelijken we Vlaanderen daarom met de andere deelnemende landen op vijf burgerschapsindicatoren: burgerschapsgerelateerde kennis, het belang dat wordt gehecht aan conventioneel burgerschap, het politiek zelfbeeld, de houding tegenover genderrechten en de houding tegenover immigranten. Die vergelijking leert dat Vlaanderen het in het beste geval gemiddeld, maar dikwijls slecht tot zeer slecht doet, ook als we Vlaamse leerlingen enkel vergelijken met leerlingen uit andere Europese landen. In hoofdstuk 4 onderzoeken we of de houding van Vlaamse jongeren ten aanzien van migranten over de laatste 10 jaar is geëvolueerd. Op een gelijkaardige manier gaan we na of de stemintentie en partijvoorkeur bij Vlaamse jongeren over de tijd is veranderd. In hoofdstuk 5 vragen we ons af of er een groei is naar burgerzin tussen het 2 e en 4 e jaar secundair onderwijs. 10

11 In hoofdstukken 6 en 7 proberen we na te gaan of de Vlaamse positie op de vijf geselecteerde indicatoren kan verklaard worden. We toetsen drie soorten verklaringen: verklaringen op het niveau van de steekproef (hoofdstuk 6), op het niveau van de scholen (hoofdstuk 6), en op het niveau van nationale culturen en onderwijssystemen (hoofdstuk 7). In de conclusie vatten we de voorgaande hoofdstukken samen en proberen we aan de hand van de bevindingen beleidsaanbevelingen en nieuwe analysepistes te formuleren. 11

12 HOOFDSTUK 1: DIMENSIES BINNEN HET BURGERSCHAPSCONCEPT 1 Burgerschap Citizenship is a complex and multi-dimensional reality which needs to be set in its political and historical context. One cannot speak of citizenship in isolation, since the idea only has any meaning in relation to the real needs of society or a political system. (Consultation Meeting for the Education for Democratic Citizenship Programme of the Council of Europe, 1996). Het is niet gemakkelijk een definitie van burgerschap te geven. De betekenis die men aan burgerschap geeft, is sterk afhankelijk van sociale, politieke en culturele contexten en weerspiegelt historische tradities (Lister et al., 2003). Schugurensky (2005) stelt dat burgerschap een dynamisch, contextueel, omstreden en multidimensionaal concept is. Dynamisch omdat de betekenis en kenmerken van burgerschap veranderd zijn doorheen de geschiedenis. Contextueel omdat burgerschap, op eender welk moment in de tijd, verschillende interpretaties en toepassingen heeft in verschillende samenlevingen. Omstreden omdat er, op eenzelfde moment en plaats, onenigheden bestaan over wat burgerschap is en wat het zou dienen te zijn. Multidimensionaal omdat het verschillende dimensies omvat (zie ook verder). Misschien is het daarom interessant eerst even stil te staan bij de notie van burgerschap, en de discussies hieromtrent tussen de eerder liberaal getinte en de normatief ingestelde stromingen, of de contractuele en gemeenschapsvisie op burgerschap (voor een overzicht zie Carton & Pauwels, 2005; Carton et al., 2009; Conover & Searing, 1994; De Groof & Siongers, 2001; Dekker & de Hart, 2005; Jones & Gaventa, 2002; Siongers, 2000; alsook het recente en zeer verhelderende Sandel, 2009). Eigenlijk gaat het om verschillende opvattingen over mens, samenleving en burger. In de liberale traditie wordt de focus gelegd op de vrijheden en rechten van het individu. De centrale gedachte hierbij is dat alle individuen drager zijn van onvervreemdbare rechten die niet kunnen worden herroepen door sociale instellingen of door de staat. Van de individuen wordt ook verondersteld dat zij allemaal voldoende en in gelijke mate vrij zijn om die rechten te laten gelden. De staat wordt minimalistisch opgevat, waarbij het volstaat dat iedereen handelt volgens de eigen rechten en met respect voor de rechten van anderen (Van Gunsteren, 1994). Er worden geen kenmerken van het goede leven gepostuleerd. Men 12

13 beschrijft enkel de procedures, regels en het institutioneel kader die individuen moeten toelaten hun eigen visie van het goede leven na te streven. Deze visie veronderstelt dat burgers hun eigenbelang trachten te maximaliseren. De burger moet op het politieke toneel kunnen opkomen voor een particulier belang, maar hoeft niet te participeren vanuit de idee van een gemeenschappelijk belang. Publieke participatie is een recht, geen plicht. Er zijn trouwens weinig plichten voor burgers, behalve het respecteren van de wet en het betalen van belastingen. Tegenover deze liberale traditie kunnen een aantal meer sociaal getinte en normatieve burgerschapsnoties geplaatst worden. De normatieve burgerschapsnotie ontkent niet dat mensen uit eigenbelang handelen. Zij stelt wel dat die belangenbehartiging steeds gekaderd is in algemene opvattingen over rechtvaardigheid, juistheid, goedheid, solidariteit,. (Elchardus, 1993). Van individuele voorkeuren, persoonlijke belangen en waarden wordt verder aangenomen dat zij niet spontaan ontstaan, maar gevormd worden. Zij kunnen een gevolg zijn van de opvoeding, van het cultureel erfgoed van een volk, van levensbeschouwingen of ideologieën,. Mensen zijn met andere woorden nooit geïsoleerde individuen maar verbonden door families, vriendenkringen, buurten, sociale klassen, geloofsgemeenschappen, volkeren, (Sandel, 2009). Op dit normatief burgerschap bestaan er varianten, zoals bijvoorbeeld de gemeenschaps- of de communautaire visie (zie o.a. Etzioni, 1993), die sterk de nadruk legt op het belang van de sociale en culturele gemeenschap, waaruit burgers hun identiteit en gemeenschappelijke waarden halen en waarin ze solidariteitsbanden hebben met elkaar. Communitaristen zijn fel gekant tegen de liberale idealen zoals individualisme, negatieve vrijheid van individuen tegenover sociale beperkingen en belemmeringen van de staat, formele gelijkheid tussen individuen in de ogen van staat en samenleving, en competitieve rechten. In tegenstelling tot de liberaalindividualistische visie wordt de klemtoon hier niet gelegd op de rechten van het individu maar op het belang van een normatief element, het 'common good'. Van de burger wordt verwacht dat hij zich ten dienste stelt van deze gemeenschap; alleen op deze manier kan hij zelfs voldoening krijgen. Daarnaast is er de notie van republikeins burgerschap, dat eveneens als opponent van de liberale traditie wordt gerekend. Deze republikeinse visie kan worden beschouwd als een specifieke variant van de normatieve visie (zie Van Gunsteren, 1994). Het accent wordt hier gelegd op één bepaalde gemeenschap, met name de publieke of politieke gemeenschap. Individuen worden gekenmerkt als lid van een politieke samenleving en dit in relatie tot een aantal hoofdprincipes: het gevoel te behoren tot een politieke gemeenschap, loyaliteit tegenover het vaderland, deugden als moed en opoffering, en de predominantie van burgerlijke plichten over individuele belangen. Een variant hierop is het neorepublikeins burgerschap waar Van Gunsteren (1992) voor pleit. De publieke gemeenschap neemt nog steeds een centrale plaats in, maar er wordt wel erkend dat een burger tegelijkertijd lid is van verschillende gemeenschappen. Burgerlijke deugden hebben betrekking op het 13

14 competent en actief deelnemen aan de publieke gemeenschap en op waarden als tolerantie, redelijkheid en het kunnen omgaan met strijdige loyaliteiten. Actief burgerschap staat centraal. De overheid heeft de plicht de voorwaarden te scheppen waaronder burgers dit actief burgerschap kunnen ontwikkelen, bijvoorbeeld via burgerschapsopvoeding op school (Carton & Pauwels, 2005). De liberale benadering legt dus eerder de klemtoon op de rechten en persoonlijke verantwoordelijkheden van individuen binnen de samenleving en op het vrijwaren van deze rechten. De normatieve benadering, daarentegen, accentueert meer de plichten en verantwoordelijkheden die burgers dragen ten aanzien van de samenleving en die nodig worden geacht om persoonlijke vrijheid voor iedereen mogelijk te maken. Hoewel de individuele bekwaamheid om vrijheden en rechten te vrijwaren het uitgangspunt van de liberale traditie is, wordt het belang van die vrijheid zeker niet ontkend door de voorstanders van een normatief burgerschap. Deze beschouwen die vrijheid eerder als een na te streven doel, waarvoor onder meer burgerdeugd en burgerplicht nodig zijn. En hoewel gevoelens van verbondenheid, plichtsbesef en verantwoordelijkheidsgevoel sterker zullen beklemtoond worden door degenen die een normatief burgerschap promoten, zal het belang van deze elementen doorgaans ook niet ontkend worden door de meer liberale strekkingen (met de mogelijke uitzondering van de libertaire tendensen). In de praktijk lijken de meeste van de burgerschapsdefinities dan ook geconstrueerd te zijn op de combinatie van deze politiekfilosofische strekkingen. Men ontkent niet het belang van rechten en vrijheden van burgers, maar men voegt er aan toe dat lidmaatschap van een samenleving tevens een normatief element dient in te houden en gepaard gaat met gevoelens van verbondenheid, plichten en verantwoordelijkheden ten aanzien van die samenleving (zie bv. Heater, 1990). Ook in visieteksten en andere bijdragen over burgerschapseducatie lijkt men deze combinatie te hanteren. De werkgroep Education for democratic citizenship van de Raad van Europa, bijvoorbeeld, stelde de volgende definitie op voor burgerschapseducatie: The set of practices and activities aimed at making young people and adults better equipped to participate actively in democratic life by assuming and exercising their rights and responsibilities (Birzea, 1996) 2 Burgerschapscompetenties Het aldus begrepen burgerschap wordt met het oog op leerprocessen en binnen de context van onderwijs en vorming doorgaans vertaald in burgerschapscompetenties ( civic competences ). Deze vormen één van de acht kerncompetenties die volgens de Europese Unie noodzakelijk zijn voor economisch succes, sociale cohesie en inclusie in Europa (Hoskins 14

15 et al., 2008). Onder burgerschapscompetenties wordt echter heel veel verstaan, waardoor sommige auteurs geprobeerd hebben een zekere structuur te vinden in de veelheid aan competenties die noodzakelijk worden geacht. Laten we beginnen met het onderscheid dat Marshall (1950), die een belangrijke bijdrage heeft geleverd tot de moderne theorievorming rond burgerschap, aanbracht tussen drie cumulatieve en (sinds de achttiende eeuw) historisch gegroeide dimensies van burgerschap (zie Elchardus, 2007). De juridische dimensie ging vooraf aan de andere domeinen van burgerschap en omvat de rechten noodzakelijk voor individuele vrijheid (de afschaffing van privileges van adel en clerus, het recht op toegang tot alle beroepen, het recht op vrije meningsuiting en vereniging, ). De politieke dimensie omvat de politieke rechten van burgers ten aanzien van het politieke systeem (het recht om deel te nemen aan de politieke machtsuitoefening, als kiezer of als verkiesbare). De sociale dimensie verwijst naar relaties tussen individuen in een samenleving, sociale rechten van individuen, en de vereiste loyaliteit en solidariteit. Marshall beschouwde het sociaal burgerschap en de sociale rechtstaat als eindstation. Deze dimensies volstaan vandaag de dag echter niet meer. De sociale en culturele transformaties in onze samenleving zorgden ervoor dat nieuwe types van burgerschap werden geformuleerd (zie Siongers, 2000; Van Steenbergen, 1994). Zo spreekt Parsons (1971) ook nog van een culturele dimensie van burgerschap om de zeer snelle en steile onderwijsexpansie in de twintigste eeuw te verklaren, wat culturele rechten met zich meebrengt. Ruud Veldhuis, die in het kader van de Raad van Europa verschillende publicaties heeft geschreven over het multidimensionale karakter van burgerschap, maakt een onderscheid tussen vier grote domeinen van burgerschap: 1. De politieke en legale dimensie: heeft betrekking op rechten en plichten met betrekking tot het politieke en rechtssysteem. Het veronderstelt kennis van de wet en het politiek systeem, democratische attituden, evenals de bekwaamheid om te participeren en verantwoordelijkheid op te nemen in het publieke leven. 2. De sociale dimensie: omhelst de relaties tussen individuen en veronderstelt kennis van de basis waarop deze relaties gestoeld zijn en welke functies ze hebben in de samenleving. Sociale competenties en waarden als loyaliteit en solidariteit zijn hier van groot belang. 3. De economische dimensie: heeft betrekking op de productie- en consumptiewereld. Het veronderstelt economische competenties, of kennis van hoe de economische wereld werkt, inclusief de arbeidsmarkt. Het houdt tevens het recht op werk en burgerschap op de arbeidsvloer in. 4. De culturele dimensie: verwijst naar de collectieve vertogen en gedeelde waarden die in een samenleving leven. Het veronderstelt historische competenties, erkenning van een gemeenschappelijk erfgoed, de ontwikkeling van een eigen identiteit en het functioneren in een multiculturele samenleving. Het is ook verbonden met lees-, schrijf- en taalvaardigheden. 15

16 Actief burgerschap bekomt men dan, volgens Veldhuis, via een complex samenspel van competenties (of kennis, attituden en vaardigheden) in de domeinen van het culturele, economische, politieke en sociale leven (zie Abs & Veldhuis, 2006). Het is duidelijk dat burgerschap in dit opzicht een zeer ruim begrip is, dat eigenlijk betrekking heeft op volwaardig lidmaatschap van de samenleving volgens sociaaldemocratische gelijkheidsbeginsels (zie ook figuur 1). Sommigen zeggen zelfs dat burgerschap zo een containerbegrip dreigt te worden, waarin alles dat ook maar op enige wijze te maken heeft met deelname aan de samenleving geplaatst kan worden (zie Siongers, 2000). FIGUUR 1: COMPONENTEN VAN BURGERSCHAP EN BURGERZIN MET BETREKKING TOT ICCS-PROJECT RUIME INTERPRETATIE GERICHTE INTERPRETATIE BURGERSCHAP/STATUS 1. Volwaardig lidmaatschap van de samenleving 3. Democratisch politiek burgerschap, politieke burgerschapsstatus BURGERZIN/COMPETENTIE 2. Persoonlijke competenties om dit lidmaatschap in de samenleving te kunnen opnemen 4. Persoonlijke competenties om dit democratisch politiek burgerschap te kunnen uitoefenen ICCS Enige beperking dringt zich op, zeker binnen de context van dit rapport en het onderzoek waarover het rapporteert. We moeten teruggaan naar de essentie en ons afvragen wat we verwachten van mensen om op een volwaardige manier te kunnen participeren in de politiek georganiseerde samenleving. Het gaat dan in eerste instantie inderdaad om het politieke aspect: mensen een politieke burgerschapsstatus geven, zodat zij op een volwaardige manier kunnen deelnemen aan het politieke leven in de ruime zin van het woord (dus niet alleen partijpolitiek). Hebben zij de smaak, de vereiste houdingen en competenties om effectief deel te nemen aan het nemen van collectieve beslissingen binnen hun samenleving? In die zin sluiten we ons aan bij de definitie die Heater (1990: 336) hanteerde over wat een burger is: A citizen is a person furnished with knowledge of public affairs, instilled with attitudes of civic virtue and equipped with skills to participate in the political arena. Heater (1990) stelt een driedimensionaal schema van burgerschap voor, waarin volgende dimensies aan bod komen: 1. Elementen van burgerschap: waarin we aspecten van burgerschap als status ontwaren, met legale, politieke en sociale rechten en plichten, en burgerschap als 16

17 houding en gedrag, waaronder identiteit en (burgerlijke) deugd (loyaliteit en verantwoordelijkheid) vallen Opvoeding: onder deze noemer vallen competenties als kennis, attituden en vaardigheden, noodzakelijk om bovenstaande elementen van burgerschap te kunnen uitoefenen (een grote rol is volgens Heater weggelegd voor het onderwijs om individuen voor te bereiden op hun rol als burger). 3. Geografisch niveau: waarin hij een onderscheid maakt tussen het wereld-, continentaal/regionaal, nationaal, en provinciaal/lokaal niveau, omdat de relatie tussen competenties en burgerschapselementen op verschillende niveaus kan plaatsvinden. In zijn indeling ontwaren we het onderscheid tussen de noties burgerschap en burgerzin (zie ook figuur 1). Het onderscheid tussen beide termen is niet altijd even duidelijk (Siongers, 2000). Het Nederlandse taalgebied beschikt over deze twee termen, maar in andere talen, zoals het Engels en het Frans, is er slechts één term voor beide begrippen beschikbaar. Citizenship en citoyenneté verwijzen zowel naar burgerschap als naar burgerzin. Wat is dan precies het onderscheid? Burgerschap heeft betrekking op de kansen en mogelijkheden waarover een individu beschikt om actief deel te nemen aan het maatschappelijk leven en zich te integreren in de maatschappij. Burgerschap is een status die men verwerft, waaraan verwachtingen en verplichtingen worden gekoppeld. Het gaat hier voornamelijk om de rechten en plichten waarover men beschikt en waaraan lidmaatschap van een democratische gemeenschap en de participatie in deze gemeenschap wordt verbonden. Burgerschap zegt echter nauwelijks iets over hoe burgers zich daarbij moeten gedragen, over hun houdingen of wat er van hen verwacht wordt. In wezen worden respect voor de wet verwacht en een aantal condities voor volwaardig lidmaatschap van een maatschappij gespecificeerd. Tot die condities behoren onder meer gelijkheid van kansen, gelijkheid van toegang en deelname aan de publieke samenleving, politieke participatie, democratie, de mogelijkheid tot intellectuele ontwikkeling en ontplooiing van het individu,. Niet alle 'burgers' gaan in deze integratie echter even goed slagen en dit omwille van bepaalde kenmerken die men al dan niet bezit. Onder deze kenmerken verstaan we de kennis, attitudes en vaardigheden die men dient te bezitten wil men op een volwaardige manier participeren in de samenleving en aan de democratische politieke besluitvorming. Deze karakteristieken bepalen iemands burgerzin. Sommigen bestempelen het als een meer actieve vorm van burgerschap, of active citizenship. Dit leidde tot een aantal opvattingen 2 Zie ook Schugurensky (2005) die vier dimensies ontwaart in het burgerschapconcept: burgerschap als status (lidmaatschap van de natie), als identiteit (gevoelens van toebehoren tot de natie), als burgerlijke deugden (civic virtues) (disposities, waarden, attituden, gedragingen die van een goede burger verwacht worden) en als beïnvloeding (agency) (gerelateerd aan engagement en politieke doeltreffendheid). 17

18 over de vereiste competenties voor burgerzin en bepalingen van wat een burger (een goede burger) dient te betekenen (Heater, 1990; Osler, 1997a). Het onderscheid tussen burgerschap en burgerzin kunnen we ook terugvinden in het schema dat Osler hanteert voor burgerschap(seducatie). In haar schema maakt zij het onderscheid tussen een structureel/politiek element en een affectief of cultureel/persoonlijk element in burgerschap (zie figuur 2). Deze tweedeling komt in zekere zin overeen met het onderscheid tussen burgerschap en burgerzin. De structurele en politieke aspecten corresponderen met de notie van burgerschap, terwijl we in de cultureel/persoonlijke elementen de notie van burgerzin herkennen. In onderstaand schema wordt tevens de opdeling weergegeven die zij maakt tussen de minimale en maximale vereisten van citizenship, maar deze zijn hier van minder belang. FIGUUR 2: COMPONENTEN VAN BURGERSCHAP VOLGENS OSLER & STARKEY (2004) STRUCTUREEL/POLITIEK CULTUREEL/PERSOONLIJK Minimaal Rechten Identiteiten Begrip van en ervaring met mensenrechten democratie diversiteit inclusie civil society, bv. NGO s het behoren tot een bepaalde gemeenschap en de specifieke eigenheid van de gemeenschap t.o.v. andere gemeenschappen kennen het behoren tot meerdere gemeenschappen Maximaal Inclusie Competentie zekerheid: fysiek, sociaal, psychologisch, financieel actieve participatie verbintenis tot democratisch burgerschap politieke geletterdheid kosmopolitisch wereldbeeld vaardigheden om veranderingen teweeg te brengen, bv. taal, verdediging, mobilisatie Dit ICCS-rapport handelt over de burgerzin van jongeren in de engere, gerichte politieke zin (cel 4 uit figuur 1), of de persoonlijke competenties van jongeren om democratisch politiek burgerschap op te nemen. Heel vaak worden hieronder drie brede categorieën van (onderling afhankelijke) competenties verstaan. Zo ontwaart Audigier (2000) binnen burgerschapscompetenties bijvoorbeeld cognitieve, affectieve en actiegebonden competenties (zie ook Print et al., 2002 voor een toepassing in Denemarken). Hieronder verstaat hij: 18

19 1. Cognitieve competenties: houdt kennis in van (a) de wet, de democratie en het politiek systeem, (b) de hedendaagse wereld, (c) de procedures noodzakelijk om te participeren in het maatschappelijke leven, waaronder vaardigheden om te debatteren en reflecteren, en (d), de principes en waarden van mensenrechten en democratisch burgerschap. 2. Affectieve competenties: omvatten ethische competenties en individuele waardekeuzen. Deze hebben betrekking op waarden gecentreerd rond vrijheid, gelijkheid en solidariteit die men zich moet eigen maken. 3. Actiegebonden of sociale competenties: hebben betrekking op (a) de bekwaamheid om met anderen samen te leven en samen te werken, en om verantwoordelijkheid op te nemen, (b) de bekwaamheid conflicten op te lossen volgens de principes van de democratische wet, en (c) het vermogen aan het publieke debat te participeren. 3 Burgerschapscompetenties binnen ICCS In de International Civic and Citizenship Education Study Assessment Framework (Schulz et al., 2008), waarop dit eindrapport steunt, wordt een onderscheid gemaakt tussen vier inhoudelijke burgerschapsdomeinen: 1. Samenleving en systeem: handelt grotendeels over kennis en begrip van de rol van burgers in de samenleving (met rechten, plichten, verantwoordelijkheden, ), staatsinstellingen (parlement, regering, leger, rechterlijke macht ), en maatschappelijke instellingen (media, scholen, religieuze instellingen, ). 2. Principes: behelst het aanhangen, beschermen en promoten van basisprincipes als gelijkheid, rechtvaardigheid, vrijheid, sociale cohesie, respect, mensenrechten, Participatie: omvat de acties die burgers kunnen ondernemen in hun gemeenschap. Ze onderscheiden hierbij decisionmaking waarvan de belangrijkste stemmen is, influencing (deelnemen aan publiek debat, aan demonstraties van publieke steun of protest, ) en community participation, wat vrijwilligerswerk, deelname aan het verenigingsleven en zichzelf geïnformeerd houden omvat 4. Identiteiten: slaat op het zelfbeeld dat men heeft aangaande burgerschap en het gevoel van verbondenheid met verschillende gemeenschappen waarvan men deel uitmaakt en rollen die men er bekleedt. Hoewel deze domeinen min of meer overeenkomen met kennis/begrip, waarden, participatie/gedrag en identiteit, willen ze dit onderscheid niet strikt hanteren en gaan ze 19

20 ervan uit dat de vier domeinen zowel affectief-gedragsmatige als cognitieve componenten kunnen omvatten. Onder het eerste verstaan ze waarden, attituden, gedragsintenties en feitelijke gedragingen, onder het tweede kennis en redeneer-/analyseervermogen. Rond bovenstaande (theoretische) onderscheiden werden de instrumenten, gebruikt in het internationaal vergelijkend onderzoek, opgezet. Misschien is het nuttig ze even op te lijsten Affectief-gedragsmatige component a. Waarden: i. Geloof in democratische waarden: schaal met 5 items, bv. Iedereen zou altijd het recht moeten hebben om openlijk zijn of haar mening te geven of Mensen moeten de kans krijgen om te protesteren als zij denken dat een wet onrechtvaardig is. ii. Geloof in burgerschapswaarden: 2 schalen (Hoe belangrijk zijn de volgende zaken om een goede volwassen burger te zijn?) 1. Belang van conventioneel burgerschap: schaal met 6 items, bv. Stemmen bij alle nationale (federale) verkiezingen, Respect tonen voor vertegenwoordigers van de overheid, of Politieke discussies voeren. 2. Belang van sociaal burgerschap (gerelateerd aan sociale bewegingen): schaal met 4 items, bv. Deelnemen aan activiteiten om mensen in de lokale gemeenschap te helpen of Deelnemen aan activiteiten om het milieu te beschermen. b. Attituden: i. Zelfevaluatie inzake burgerzin: 1. Interesse in politieke en sociale kwesties: schaal met 5 items, bv. (In welke mate ben je geïnteresseerd in volgende onderwerpen?) Politieke kwesties over je lokale gemeenschap of buurt, Sociale kwesties over je land of Internationale politiek. 2. Politiek zelfbeeld: schaal met 6 items, bv. Ik weet meer over politiek dan de meeste mensen van mijn leeftijd, Ik ben in staat om de meeste politieke thema s gemakkelijk te 3 We verwijzen naar het internationale technische rapport (beschikbaar eind november 2010) voor de technische beschrijving van de schalen. In de brochure Vlaanderen in ICCS 2009 (De Groof et al., 2010) worden al deze schalen in Vlaams-comparatief perspectief besproken. In het Vlaamse technische rapport worden de Vlaamse frequenties weergegeven op alle items van deze en andere schalen (beschikbaar vanaf eind december 2010 op ). 20

21 begrijpen of Ik zal als volwassene deel kunnen nemen aan de politiek. 3. Zelfevaluatie van burgerschapsdoeltreffendheid : schaal met 7 itmes, bv. (Hoe goed zou je volgende activiteiten doen) Een spreekbeurt houden in je klas over een sociale of politieke kwestie, Kandidaat zijn bij een schoolverkiezing of Een brief schrijven naar een krant om je mening te geven over een actuele kwestie. ii. Attituden tegenover rechten en verantwoordelijkheden 1. Attituden tegenover genderrechten: schaal met 6 items, bv. Mannen en vrouwen zouden gelijke kansen moeten hebben om deel te nemen aan de regering, Vrouwen zouden zich niet met politiek mogen bezighouden of Mannen en vrouwen zouden evenveel betaald moeten worden wanneer zij dezelfde job doen. 2. Attituden tegenover de rechten van etnische groepen: schaal met 5 items, bv. In België zouden alle etnische groepen gelijke kansen moeten hebben om een goede opleiding te volgen of Mensen van alle etnische groepen zouden dezelfde rechten en plichten moeten hebben. 3. Attituden tegenover de rechten van immigranten: schaal met 5 items, bv. Immigranten die al een aantal jaar in een land wonen, zouden de mogelijkheid moeten hebben om te stemmen bij verkiezingen of Immigranten zouden de mogelijkheid moeten hebben om hun eigen gewoonten en leefstijl verder te zetten. iii. Attituden tegenover instituties 1. Vertrouwen in instellingen: schaal met 6 items, bv. (In welke mate vertrouw je?) De federale (nationale) regering van België, Het gemeente- of stadsbestuur van je gemeente of stad of De politie. 2. Zinvolheid van leerlingenparticipatie: schaal met 5 items, bv. Scholen kunnen beter worden als leerlingen mee mogen praten over hoe de school bestuurd wordt of Als leerlingen samen handelen in plaats van alleen kunnen zij meer invloed uitoefenen op wat er op scholen gebeurt. 3. Attituden tegenover het eigen land: schaal met 7 items, bv. De Belgische vlag is belangrijk voor mij, In België zouden we trots moeten zijn op wat we hebben bereikt of Het politiek systeem in België werkt goed. 21

22 4. Attituden tegenover religie 4 : schaal met 5 items, bv. Religie helpt mij te beslissen wat goed is en wat verkeerd of Godsdienstige leefregels zijn belangrijker dan wetten en regels van de overheid. c. Gedragsintenties: i. Bereidheid om deel te nemen aan vormen van burgerschapsgerelateerde protest: 2 schalen (Zou je in de toekomst aan één van de volgende vormen van protest deelnemen?) 1. Toekomstig legaal protest: schaal met 6 items, bv. Een brief schrijven naar een krant, Deelnemen aan een vreedzame (of geweldloze) optocht of bijeenkomst of Ervoor kiezen om bepaalde producten niet te kopen. 2. Toekomstig illegaal protest: schaal met 3 items, bv. Slogans met een spuitbus op muren schrijven of Het verkeer blokkeren. ii. Verwachte politieke participatie als volwassene: 2 schalen (Wat verwacht je zelf te gaan doen als je eenmaal volwassen bent?) 1. Electorale participatie: schaal met 3 items, bv. Stemmen bij de federale (nationale) verkiezingen of Informatie opzoeken over de kandidaten voordat je gaat stemmen bij een verkiezing. 2. Politieke participatie: schaal met 4 items, bv. Lid worden van een politieke partij of Je kandidaat stellen voor gemeenteraadsverkiezingen. iii. Verwachte participatie in burgerschapsgerelateerde activiteiten als jongere: schaal met 4 items, bv. (Wat verwacht je zelf te zullen doen in de komende jaren?), Met anderen praten over jouw mening over politieke en sociale kwesties of Bijdragen aan een online discussieforum over sociale en politieke kwesties. d. Gedragingen: i. Politieke discussie: schaal met 4 items, bv. (Hoe vaak neem je buiten de schooltijd deel aan elk van de volgende activiteiten?), Met je ouder(s) praten over politieke of sociale onderwerpen of Met vrienden praten over wat er in andere landen gebeurt. 4 Dit was een zogenaamde nationale optie: deelnemende landen of regio s konden kiezen of ze de vragen over religie opnamen in de vragenlijst of niet. In de praktijk beslisten 29 van de 38 landen of regio s om de vragen omtrent religie volledig op te nemen en 3 landen om ze gedeeltelijk op te nemen. 22

23 ii. Burgerschapsgerelateerde activiteiten in de gemeenschap: schaal met 7 items, bv. (In welke mate ben je ooit betrokken geweest bij activiteiten van één van de volgende organisaties, clubs of groeperingen?) Een jongerenorganisatie van een politieke partij of vakbond, Een vrijwilligersgroep die iets doet om de buurt te helpen of Een milieuorganisatie. iii. Burgerschapsgerelateerde activiteiten op school: schaal met 6 items, bv. (In welke mate heb je ooit op school aan één van de volgende activiteiten deelgenomen?) Actief deelnemen aan een debat of discussie, Stemmen voor klasafgevaardigden of de leerlingenraad of Je kandidaat stellen als klasafgevaardigde of als lid van de leerlingenraad. 2. Cognitieve component: Eén schaal: er blijkt geen empirisch onderscheid te kunnen worden gemaakt tussen Kennis en Redeneer- en analyseervermogen. Het ICCS-project heeft niet de intentie om te toetsen of deze componenten en domeinen ook empirisch in de instrumenten te onderscheiden zijn en dus deel uitmaken van een overkoepelend burgerschapsconcept. Een dergelijke poging werd in het internationaal eindrapport van de CIVED-studie evenmin ondernomen. Dit is wel de bedoeling in dit Vlaamse eindrapport. In hoofdstuk 2 gaan we na of we kunnen spreken van een overkoepelend burgerschapsconcept bij jongeren. Indien dit het geval is, proberen we te achterhalen welke dimensies daarin dan kunnen worden teruggevonden. Eerst staan we echter stil bij voorgaand binnen- en buitenlands onderzoek waarin gelijkaardige pogingen werden ondernomen om een structuur te vinden binnen de burgerschapscompetenties van jongeren dan wel volwassenen. 4 Dimensies binnen burgerschap en burgerschapscompetenties Hoewel men onder burgerschapscompetenties doorgaans kennis, waarden/attituden en vaardigheden/participatie (en soms ook identiteit) verstaat (Fratczak-Rudnicka & Torney- Purta, 2003; Hoskins et al., 2008; Ten Dam & Volman, 2007), werd nagenoeg nooit onderzocht of het onderscheid tussen deze componenten ook empirisch bevestigd wordt. Door de Europese Commissie worden pogingen ondernomen om composite indicators samen te stellen, die de verschillende componenten of dimensies van burgerschap vatten en waarop de prestaties van landen kunnen worden vergeleken (zie Abs & Veldhuis, 2006; 23

24 Hoskins & Mascherini, 2009). De voordelen voor het beleid zijn duidelijk: dergelijke indicatoren kunnen complexe en multidimensionale zaken bevattelijker maken. Het is gemakkelijker een trend te onderkennen in één overkoepelende indicator dan in een veelvoud van indicatoren. Een overkoepelende indicator vergemakkelijkt ook het rangschikken van landen en het evalueren van de vooruitgang van landen. De nadelen zijn echter aanzienlijk. Alles staat en valt met de kwaliteit van de indicatoren (zowel op conceptueel als statistisch vlak). Als deze slecht geconstrueerd zijn, kan dit leiden tot foute interpretaties en beleidsbeslissingen. Ook als die overkoepelde indicatoren statistisch gesproken validiteit bezitten, kunnen ze nog leiden tot simplistische of verkeerd begrepen conclusies omdat ze weinig rekening houden met mogelijke nationale verschillen en tradities. Zo stelden Hoskins en Mascherini (2009) de Active Citizenship Composite Indicator (ACCI) samen, onder meer op basis van gegevens van de European Social Survey (ESS) uit De ACCI bestaat uit vier dimensies: 1. Protest en sociale verandering: aan protestacties deelnemen, zoals petitie tekenen, producten boycotten, politicus contacteren, en lidmaatschap van, vrijwilligerswerk in, en financiële donatie aan mensenrechten- en milieuorganisaties, evenals vakbonden. 2. Gemeenschapsleven: lidmaatschap van, vrijwilligerswerk in, en financiële donatie aan religieuze, beroeps-, culturele, sport-, sociale en ouder/leerkrachtenverenigingen, evenals niet-georganiseerde hulp verlenen. 3. Vertegenwoordigende democratie: lidmaatschap van, vrijwilligerswerk in, en financiële donatie aan politieke partijen, opkomst bij verkiezingen (nationale en Europese), en participatie van vrouwen aan het politieke leven (percentage vrouwen in nationale parlementen). 4. Democratische waarden: met items met betrekking tot goed burgerschap (altijd gaan stemmen, wetten respecteren, een onafhankelijke mening ontwikkelen, actief zijn, ) en met betrekking tot immigranten (zouden dezelfde rechten moeten hebben, maken een land beter, verrijken het culturele leven, ). Hoe men tot deze dimensies komt, is echter verre van duidelijk. Ze lijken te worden onderscheiden op basis van een literatuurstudie en de visie van experts. Er worden verder exploratieve factoranalyses verricht op de indicatoren binnen elke dimensie (de resultaten worden evenwel niet weergegeven). Er wordt echter niet nagegaan of die vier dimensies onderling wel voldoende samenhangen om te worden beschouwd als indicatoren van eenzelfde verschijnsel: burgerschap. Toch wordt de ACCI samengesteld als de gewogen 5 som 5 Voor zover we de publicatie goed begrijpen, werd de weging op basis van het oordeel van experts over het belang van de verschillende indicatoren toegekend. 24

25 van de verschillende gestandaardiseerde indicatoren per dimensie. Uit de resultaten blijken de Scandinavische landen, Zweden, Noorwegen en Denemarken, het best te scoren, gevolgd door de Benelux-landen en Oostenrijk. Slechtst scorende landen zijn Griekenland, Polen en Hongarije. Sommige landen scoren consistent hoog op de vier dimensies (bv. Zweden), terwijl andere landen een slechte score op één dimensie compenseren met een hogere score op een andere dimensie (bv. België dat zeer slecht scoort op de dimensie democratische waarden, maar zeer goed op de dimensie vertegenwoordigende democratie ). Het mag duidelijk zijn dat er grote vraagtekens kunnen worden geplaatst bij deze maat en de ranking van de landen erop, voornamelijk omdat de auteurs niet toetsen of een overkoepelend actief burgerschapsconcept effectief empirisch bevestigd wordt en ze niet nagaan of dit concept in verschillenden landen dezelfde betekenis heeft (zie ook verder bij hun analyse van de CIVED-gegevens). In eenzelfde poging om overkoepelende of samengestelde indicatoren te vinden, voeren Abs & Veldhuis (2006) een factoranalyse uit op de participatie aan het middenveld op data van de World Values Study (WVS). Ze stellen ten eerste vast dat hun vier analytische vormen van participatie (politieke, culturele, sociale en economische zie eerder in punt 2) niet in de data terug te vinden zijn als verschillende dimensies, en dat de gevonden dimensies bovendien verschillend zijn in afzonderlijke landen. Ze besluiten dan ook dat het noch correct is het participatiegedrag op te delen in deze vier categorieën, noch het te willen veralgemenen naar of toe te passen op het geheel van in dit geval Europese landen. Janmaat (2006) wil nagaan of het voorkomen van een civic culture 6 in landen empirisch waarneembaar is. Hiertoe voert hij twee soorten principale componentenanalyses uit op data van de WVS en EVS, één op individuele gepoolde data (N=60.000) en één op geaggregeerde gepoolde data (N=46). Hij gebruikt evenwel geen schalen maar individuele uitspraken in zijn analyses, die onderdelen zouden moeten vormen van een civic culture (politieke discussie, ouderen helpen, tolerantie t.a.v. homoseksuelen, aantal verenigingen waarvan lid, ). Hij vindt niet één dimensie terug (die de civic culture zou overkoepelen), maar drie (op de geaggregeerde data) en vier dimensies (op de individuele data) die inhoudelijk volgens hem niet te duiden zijn. Hij besluit dan ook dat civic culture niet verschijnt als een coherente set van attituden zoals sommige auteurs beweren. Bovendien is de correlatie tussen burgerschapsattituden in Oost-Europese landen minder sterk dan in West-Europa. De theoretische notie van civic culture bestaat uit een arbitraire verzameling van attituden die bovendien verschillend is volgens regio, aldus Janmaat. 6 Almond en Verba (1963: 13) definiëren de politieke cultuur van een land als The particular distribution of patterns of evaluative, affective and cognitive orientations towards political objects among the members of the nation. 25

26 Het is moeilijk om op basis van dit artikel van Janmaat effectief na te gaan of er al dan niet verschillende, inhoudelijk te duiden dimensies te vinden zijn in een burgerschapsconcept. In zijn principale componentenanalyse neemt hij bijvoorbeeld ook een variabele als opleiding op, wat de resultaten uiteraard vertekent. De keuze van het aantal dimensies is ook voor discussie vatbaar. Op de individuele data lijkt de keuze voor drie dimensies even goed verdedigbaar als vijf dimensies. Een blik op de analyse op de geaggregeerde data laat tenslotte zien dat de gevonden dimensies inhoudelijk toch wel enige betekenis hebben, met één dimensie die de waarden/attituden overkoepelt (vertrouwen in anderen, etnische tolerantie, seksuele tolerantie, ), één dimensie die naar participatief gedrag verwijst (actief lidmaatschap van verenigingen, ouderen helpen, ), en één dimensie waarop opleiding samen met het voeren van politieke discussies sterk laden. Empirisch onderzoek naar dimensies binnen het burgerschapsconcept van jongeren is nog schaarser dan onderzoek bij volwassenen. Hoskins et al. (2008) probeerden op basis van de CIVED-data dimensies binnen de politieke kennis, vaardigheden, waarden, houdingen, gedragingen, van 14-jarige jongeren te ontwaren. In hun analytisch model verwachten ze een onderscheid tussen affectieve en cognitieve burgerschapscompetenties. Hieronder verstaan ze: 1. Affectieve burgerschapscompetenties: a. Waarden: respect voor mensenrechten, tolerantie, respect voor de wet, geen vooroordelen, geloof in het belang van de democratie, b. Attituden: politiek zelfbeeld, vertrouwen, loyaliteit tegenover democratische principes en instellingen, open staan voor compromis, zich verantwoordelijk voelen voor eigen beslissingen, c. Verwacht gedrag: actief zijn op politiek vlak en in de gemeenschap. 2. Cognitieve burgerschapscompetenties: a. Kennis b. Vaardigheden: redeneren, kritisch denken, conflictbeheersing, samenwerkingsvermogen, etc.. Via exploratieve factoranalyse op de schalen van de gepoolde internationale databank gaan ze na of ze dit model ook empirisch in de data bevestigd zien 7. Ze vinden echter een vierdimensionale oplossing, die ze als volgt omschrijven: 1. Begrip van democratische instellingen: de schalen kennis en vaardigheden, maar ook houdingen tegenover democratie. 7 Ze nemen evenwel niet alle beschikbare schalen op in hun analyse, maar enkel diegenen die in hun ogen naar burgerschapscompetenties verwijzen. 26

27 2. Sociale rechtvaardigheid: waarden en attituden over het belang van het verlenen van gelijke kansen en van het zich verantwoordelijk voelen voor de eigen acties tegenover andere burgers (met houdingen tegenover gelijke rechten voor vrouwen en minderheden, evenals vertrouwen in zinvolheid van participatie op school). 3. Participatorische attituden: verwachte conventionele politieke participatie, verwachte participatie op school, verwachte gemeenschapsparticipatie, verwachte electorale participatie, evenals het politiek zelfbeeld. 4. Burgerschapswaarden: beoordeling van de kenmerken van een goed burger, onderverdeeld in twee schalen: belang van conventioneel burgerschap en van georganiseerd sociaal burgerschap. De scores op de gestandaardiseerde schalen van de verschillende dimensies worden dan opgeteld om een algemene score op burgerschapscompetenties te bekomen waarop landen kunnen worden geordend. Die aanpak roept heel wat vragen op. Ten eerste is de vierdimensionale oplossing zowel statistisch als inhoudelijk weinigzeggend. De eigenwaarde van de laatste dimensie is zeer laag en men had evengoed voor een driedimensionale oplossing kunnen kiezen. De analyses per land wijzen bovendien uit dat de ladingen in sommige landen niet bijzonder hoog en/of verschillend zijn in vergelijking met de analyse verricht op de totale internationale databank. Verder worden kennis en vaardigheden als aparte schalen in de analyse opgenomen, terwijl het internationale rapport had uitgewezen dat deze eigenlijk te sterk samenhangen om ze als afzonderlijke componenten te beschouwen. Daarnaast werden ook nieuwe schalen aangemaakt met slechts één of twee items, omdat de auteurs deze als noodzakelijke componenten van burgerschapscompetenties achtte (aspecten waarover burgers volgens de auteurs dienen te beschikken willen ze echt competent zijn op het vlak van burgerzin en burgerschap), terwijl die door het internationaal consortium van de CIVED-studie niet als schaal werden beschouwd. Andere schalen werden dan weer niet opgenomen omdat ze niet naar burgerschapscompetenties zouden verwijzen (zie voetnoot 7), terwijl het ons niet meteen duidelijk is waarom ze daar dan niet naar verwijzen. Tenslotte is het sommeren van de scores op de dimensies arbitrair omdat niet werd aangetoond dat het inderdaad gaat om dimensies van eenzelfde concept. Het ordenen van de landen aan de hand van deze gesommeerde scores is daarom eveneens arbitrair (een analyse op crossnationale vergelijkbaarheid werd niet gedaan, waardoor vergelijking eigenlijk niet eens mogelijk is), en daarenboven inhoudelijk ook niet verhelderend (de enige constante is dat Cyprus en Griekenland zeer goed scoren op alle dimensies 8 ). 8 Merk op dat Griekenland een land was dat zeer slecht scoorde op de ACCI. 27

28 Finkel en Ernst (2005) tenslotte gaan op basis van een principale componentenanalyse op burgerschapsschalen na of er een structuur te vinden is in de democratische oriëntatie van Zuid-Afrikaanse jongeren die al dan niet burgerschapslessen volgen. De gevonden factorstructuren tussen beide groepen verschilt. Bij de groep leerlingen die formele burgerschapseducatie hebben genoten, kan een dimensie "democratische houdingen" goed worden onderscheiden van een dimensie "politieke competentie". Deze bestaan uit: 1. Democratische houdingen: politieke tolerantie (tegenover vrije meningsuiting van mensen die doctrines van raciale superioriteit steunen), vertrouwen in instellingen, burgerschapsplicht (mate waarin stemmen in lokale verkiezingen, belastingen betalen, en deelnemen aan politieke beslissingen als belangrijke verantwoordelijkheden worden beschouwd in een democratie) en goedkeuring van legale politieke gedragingen (stemmen, gemeenschapsactie, vredevol protest, contacteren van functionarissen). 2. Politieke competentie: kennis (herkenning van belangrijke politieke leiders en begrip van de structuur van de Zuid-Afrikaanse regering) en burgerschapsvaardigheden (ideeën communiceren, in publiek spreken, met anderen samenwerken, ). Bij de groep zonder burgerschapsopvoeding op school, blijkt kennis positief en politieke tolerantie negatief te laden op de tweede dimensie, terwijl vaardigheden (zwak) op de andere dimensie laden. Burgerschapseducatie vergemakkelijkt volgens de auteurs de integratie van verschillende democratische oriëntaties in een meer algemeen democratisch waardesysteem. Analyses op de totale steekproef worden niet gedaan. Kort samengevat blijkt het zoeken én vinden van dimensies binnen burgerschapscomponenten geen sinecure te zijn. Hoewel we de voordelen inzien van het onderscheiden van dimensies binnen een overkoepelend burgerschapsconcept, lijken de analyses die tot nog toe verricht werden niet te wijzen op het bestaan van een dergelijk valide en betrouwbaar concept dat bovendien geldig is in verschillende landen. Mogelijkerwijze zouden dimensies binnen een burgerschapsconcept wel te ontwaren kunnen zijn binnen bepaalde landen, maar de specifieke historische, politieke en culturele context van landen maakt het wellicht zeer moeilijk om deze over verschillende landen heen toe te passen (en bijgevolg landen hierop te vergelijken). 28

29 5 Kennis als onderdeel of determinant van burgerschap? Uit voorgaand literatuuroverzicht blijkt duidelijk dat kennis als een belangrijk onderdeel en dimensie van burgerschap wordt beschouwd. Die literatuur betreft voornamelijk de vraag welke elementen of competenties (kennis, vaardigheden en attituden) mensen nodig hebben om hun rol als burger te kunnen opnemen. Uit de literatuur blijkt dat kennis ook dikwijls wordt beschouwd als een noodzakelijke voorwaarde voor het kunnen ontwikkelen van de andere burgerschapscomponenten, met name waarden/houdingen en vaardigheden/participatief gedrag. Niemi en Junn (1998) stellen bijvoorbeeld dat diegenen die democratische normen en concepten niet begrijpen en er het belang niet van inzien, er ook geen geloof aan zullen hechten. Als men geen kennis heeft over het politiek systeem, zal men er minder gemakkelijk vertrouwen in hebben en zal men minder gemakkelijk achter democratische principes staan. Delli Caprini en Keeter (1996) hekelen in hun boek What Americans know about politics and why it matters de gebrekkige politieke kennis van Amerikanen, die ondanks de democratisering van het onderwijs amper zou gestegen zijn de laatste eeuw. Zij rapporteren verder een samenhang tussen politieke kennis enerzijds, politieke tolerantie en participatie anderzijds. Ze stellen hierin bewijskracht te vinden voor de social learning - hypothese die stelt dat tolerantie vooral wordt beïnvloed door informatie over democratische normen. Galston (2001) stelt eveneens dat alles staat of valt met kennis. Zonder kennis, geen vertrouwen, geen participatie, geen tolerante open opstelling, geen democratische waarden, alleen maar angst, apathie, aliënatie e.d. Kennis zou de consistentie in meningen over verschillende thematieken en over de tijd heen verhogen, zou het mogelijk maken nieuwe politieke gebeurtenissen te begrijpen en te integreren in bestaande raamwerken, en zou mensen ertoe aanzetten te handelen uit een algemeen belang. In the end, we do not have a compelling reason to doubt that civic knowledge affects civic competence, character, and conduct, zo besluit hij op basis van een literatuuroverzicht (Galston, 2001: 226). Ook Dudley en Gitelson (2002) vatten het onderzoek terzake samen en stellen dat of we nu kijken naar het microperspectief, wat het beste is voor individuen, of naar het macro perspectief, wat het beste is voor het politiek systeem, politieke kennis centraal blijkt te staan in heel veel werken. Politieke kennis is volgens hen dan ook een noodzakelijke voorwaarde voor politiek engagement. Henry Milner (2007: 1), een Canadees politicoloog die al jaren werkt rond het ontwikkelen van indicatoren van politieke kennis in comparatief perspectief en de relatie hiervan met politieke participatie, stelt zelfs dat politieke kennis a 29

30 democratic value is, een vitaal aspect van democratisch burgerschap dat politieke houdingen en gedragingen op significante wijze beïnvloedt. Hoewel deze auteurs overtuigd zijn van het belang van politieke kennis, valt het op hoe rudimentair en/of beperkt de analyses zijn om dit te staven. Van bovenstaande auteurs hebben enkel Delli Caprini en Keeter (1996) en Milner (2007) zelf onderzocht wat de relatie is tussen kennis, houdingen en/of gedrag (hoewel de kwaliteit van Milner s steekproeven twijfelachtig is omwille van de zeer lage respons van de telefonische enquêtes). Niemi en Junn (1998) gaan wel na wat de invloed is van de school en burgerschapseducatie op kennis en de houding tegenover de regering, maar onderzoeken niet in welke mate kennis die houding ook beïnvloedt. Galston (2001) en Dudley en Gitelson (2002) baseren zich enkel op ander onderzoek om hun visie kracht bij te zetten. Hoe dan ook, lijkt kennis wel een niet te verwaarlozen determinant van houdingen en gedrag te zijn. Verschillende onderzoeken, waaronder deze gebaseerd op de CIVED-studie, hebben uitgewezen dat de relatie tussen kennis enerzijds, houdingen en gedrag bij jongeren anderzijds, blijft stand houden na controle voor de invloed van achtergrond- en schoolvariabelen. Kennis blijkt bijvoorbeeld een sterke invloed te hebben op de stemintentie van jongeren (de bereidheid om later te gaan stemmen) (Torney-Purta et al., 2001), maar ook op een houding als tolerantie ten aanzien van migranten blijkt kennis een significante invloed te behouden (De Groof et al., 2008; Elchardus et al., 2009). Tussen kennis en vertrouwen in instellingen lijkt er dan weer geen verband te bestaan (Franck et al., 2008) 9. In de loop van het verdere rapport zullen we beide pistes bewandelen. Enerzijds gaan we in hoofdstuk 2 na of kennis een onderdeel vormt van een overkoepelend burgerschapsconcept. Anderzijds gaan we in hoofdstukken 6 en 7 na welke factoren kennis beïnvloeden en vooral hoe de positie van Vlaanderen hierop kan worden verklaard. De mate waarin kennis de waarden en participatie beïnvloedt, komt niet aan bod in dit rapport. 9 Bij al die bevindingen stelt zich wel de vraag of dat effect van politieke en/of burgerschapskennis overeind blijft als gecontroleerd wordt voor kennis of cognitieve competenties in het algemeen. 30

31 6 Burgerschap als uitkomst of als praktijk? In de voorgaande delen hebben we, op basis van de bestaande literatuur, gereflecteerd op de dimensies binnen burgerschap en de noodzakelijke competenties (kennis, waarden/attituden, en vaardigheden/gedragingen) die jongeren zouden moeten bezitten om als burger aan de samenleving te kunnen deelnemen. Lawy en Biesta (2006) noemen een dergelijke versie op burgerschap, burgerschap als uitkomst. Burgerschap wordt in deze visie beschouwd als een status die jongeren kunnen bereiken na een bepaald ontwikkelingsen opvoedkundig traject te hebben doorlopen, waarbij de samenleving bepaalt wat jongeren aan kennis, vaardigheden en houdingen moeten verwerven om later hun rol als burger te kunnen opnemen. Hier tegenover plaatsen zij burgerschap als praktijk. Jongeren ontwikkelen zich niet alleen naar hun status als burger, onder meer via het onderwijs dat hun transitie naar goede burgers voorbereidt, maar zijn nu ook al burgers en leren wat dit betekent door hun participatie aan sociale en culturele praktijken die hun alledaagse leven uitmaken (zie ten Dam et al., 2007). Eén van de plaatsen waar jongeren heel veel tijd doorbrengen is de school. Tussen hun twaalfde en achttiende levensjaar brengen jongeren tijdens een gemiddelde week een kwart van de tijd dat ze wakker zijn op school door. Als ook rekening wordt gehouden met huiswerk maken en buitenschoolse opleidingsactiviteiten, loopt dat op tot bijna een derde van de tijd dat ze wakker zijn (36 uur) (zie Elchardus et al., 2008). De ervaringen die jongeren op school opdoen, bepalen mee de manier waarop ze hun burgerschap zullen opvatten, ervaren en vormgeven. Dit brengt ons bij de belangrijke rol van leerlingenparticipatie. Bij het bevorderen van leerlingenparticipatie vindt men in de literatuur twee grote uitgangspunten terug (zie De Groof et al., 2001; De Groof, 2003). Een normatieve en een eerder instrumentele benadering. In de normatieve visie worden participatie en inspraak beschouwd als elementaire rechten van leerlingen. In november 1989 aanvaardde de Verenigde Naties de Conventie van de Rechten van het Kind 10, voor velen de eerste conventie die echt wezenlijk aandacht schenkt aan het promoten en beschermen van kinderrechten wereldwijd. De conventie behelst burgerlijke, economische, sociale en culturele rechten, gegroepeerd in drie brede categorieën die men de drie Ps heeft genoemd (Verhellen, 1991): het recht op: 10 Geratificeerd door België in

32 1. Provision : rechten die toegang verlenen tot bepaalde goederen en diensten (onderwijs, gezondheidszorg, enz.), 2. Protection : het recht om tegen bepaalde activiteiten te worden beschermd (mishandeling, uitbuiting, enz.), en 3. Participation : het recht om zelf bepaalde handelingen te stellen en het recht op inspraak. Een aantal artikels uit deze conventie verwijzen dan ook vrij rechtstreeks naar de participatie van het kind 11, en specifieke kenmerken van die participatie, met name de vrijheid van meningsuiting, het hoorrecht, de vrijheid van vereniging en vergadering, het recht op vorming en onderwijs (o.a. in meningsvorming en uiting). In het kader van de Conventie van de Rechten van het Kind menen de auteurs, die deze normatieve visie verdedigen, dan ook dat jongeren het recht hebben om gehoord te worden, ook in de school. De conventie op zich is volgens hen voldoende om leerlingenparticipatie afdwingbaar te maken (o.a. Ochaíta & Espinosa, 1997). De instrumentele visie kadert leerlingenparticipatie in functie van de gevolgen die ze heeft voor de betrokkenen. Hierin wordt een onderscheid gemaakt tussen de gevolgen voor nu en deze voor later. Zo stellen sommige auteurs ten eerste dat de mate van participatie en inspraak op school zich deels in een hoger welbevinden en een betere schoolbeleving bij leerlingen zou kunnen vertalen (o.a. Ochaíta & Espinosa, 1997; Osler & Starkey, 1998). Ten tweede, wordt participatie beschouwd in functie van de gevolgen die het heeft voor de democratische vorming van de leerlingen. Hier is de blik dus op de toekomst gericht. In die zin is participatie op school noodzakelijk omdat jongeren moeten voorbereid zijn op het latere leven in de samenleving, waar democratische waarden en betrokkenheid van de burger worden verwacht. Leerlingen zullen zich volgens deze opvatting de waarden van het democratisch burgerschap het best eigen maken in een democratische setting waar participatie wordt aangemoedigd, waar meningen openlijk kunnen worden geuit en bediscussieerd, waar er vrijheid van meningsuiting is voor leerlingen en leerkrachten (o.a. Mc Andrew et al., 1997). Of leerlingenparticipatie nu wordt beschouwd als een manier om zich het burgerschap in de toekomst eigen te maken, of eerder als een recht om burgerschap in het heden uit te oefenen, het blijkt een centrale rol toebedeeld te krijgen in de huidige onderwijssystemen en -beleidsvoering. Daarom zal leerlingenparticipatie in dit rapport ook aan bod komen. Zo gaan we bij de verklarende analyses in hoofdstuk 5 en 6 bijvoorbeeld na in welke mate leerlingenparticipatie de verschillen in burgerzin tussen Vlaamse leerlingen uit het 2 e en 4 e 11 Artikel 1: In deze Conventie betekent een kind elke mens onder de achttien jaar, tenzij krachtens de wet die toepasselijk is op het kind, de meerderjarigheid vroeger wordt bereikt. 32

33 jaar secundair onderwijs kan verklaren en kan bijdragen tot het verklaren van de verschillen tussen de jongeren uit Vlaanderen en die uit de andere landen. In de brochure Vlaanderen in ICCS 2009 wordt de mate van leerlingenparticipatie in Vlaanderen uitgebreid beschreven in vergelijking met de andere deelnemende landen. Als het gaat om effectieve participatie op school aan burgerschapsgerelateerde activiteiten (zoals stemmen voor klasafgevaardigden of de leerlingenraad, of actief deelnemen aan een debat of discussie) hinkt Vlaanderen achterop. Enkel Nederland en Luxemburg doen het nog minder goed. Ook wat betreft de openheid van het klasklimaat, waarin het vormen van een eigen mening, het openlijk kunnen uiten van deze mening, het omgaan met verschillende meningen en het voeren van debat hieromtrent centraal staan, scoort Vlaanderen onder de norm van onze West-Europese buren (met op top Denemarken, Italië en Engeland). Zwitserland, Luxemburg, Spanje, Oostenrijk en Malta nemen hier evenwel een nog slechtere positie in. Op de andere schalen rond leerlingenparticipatie scoren Vlaamse leerlingen op of iets boven het Europese gemiddelde. Vlaamse leerlingen percipiëren een even goede relatie tussen leerlingen en leerkrachten dan elders in Europa, ervaren ongeveer evenveel inspraak op school en achten leerlingenparticipatie even zinvol als andere (West-)Europese leerlingen (De Groof, et al., 2010). 7 Samenvattend Het ICCS-project wil onderzoeken in welke mate jongeren in verschillende landen voorbereid zijn en worden op hun rol als burger in de samenleving. Meer bepaald worden de persoonlijke competenties van jongeren om democratisch politiek burgerschap op te nemen (in de ruime zin, dus niet alleen partijpolitiek) onder de loep genomen. Onder dergelijke burgerschapscompetenties wordt doorgaans burgerschapskennis, participatieve vaardigheden en democratische houdingen verstaan. Dit onderscheid wordt voornamelijk op basis van theoretische criteria gemaakt. Er werd nagenoeg nooit onderzocht of het onderscheid tussen deze componenten ook empirisch wordt bevestigd. De auteurs die wel een poging ondernamen om dit te doen, vonden geen overtuigende bewijskracht voor een driedimensionale opvatting van burgerschap noch voor een overkoepelend burgerschapsconcept dat geldig is in verschillende landen. In het volgende hoofdstuk gaan we na of we aan de hand van de ICCS-indicatoren wel zo een overkoepelend burgerschapsconcept bij 14-jarigen kunnen ontwaren. 33

34 HOOFDSTUK 2: STRUCTUUR BINNEN DE BURGERSCHAPSSCHALEN 1 Inleiding In hoofdstuk 1 hebben we het burgerschapsconcept toegelicht aan de hand van de theoretische discussies omtrent de betekenis van burgerschap en de componenten die het zou (moeten) inhouden. Doorgaans onderscheidt men drie grote dimensies binnen burgerschap: kennis, democratische waarden/attituden en burgerschapsvaardigheden/ participatie (zie hoofdstuk 1). Soms wordt hier nog een dimensie aan toegevoegd die identiteitsgevoelens overkoepelt. Deze onderscheiden worden echter voornamelijk op theoretisch vlak gemaakt. Empirisch werd, zo bleek uit het vorige hoofdstuk, zelden onderzocht of dergelijke dimensies effectief te onderscheiden zijn. De enkele onderzoeken die wel probeerden te toetsen of het burgerschapsconcept uiteen valt in verschillende componenten, lijken niet te wijzen op het bestaan van inhoudelijk te duiden en valide dimensies die geldig zijn in verschillende landen. In dit hoofdstuk proberen we te achterhalen of er sprake is van een overkoepelend burgerschapsconcept bij jongeren, en zo ja, uit welke dimensies dit concept dan bestaat. Deze analyse moet ons toelaten de indicatoren voor het verdere vergelijkende onderzoek te selecteren. Eerst verrichten we exploratieve principale componentenanalyses op de meeste indicatoren die in het ICCS-onderzoek werden opgenomen. Een opsomming van deze indicatoren is te vinden in hoofdstuk 1, punt 1.3. Enkele schalen werden echter niet opgenomen in de analyses. De schalen die betrekking hebben op de participatie op school gebruiken we in hoofdstuk 6 ter verklaring van burgerschap en worden daarom hier niet besproken. De attituden tegenover religie werden ook niet opgenomen, gezien dit niet in alle landen werd bevraagd en dit ook een zeer specifieke betekenis kan hebben binnen het burgerschapsconcept van verschillende landen enerzijds, verschillende groepen binnen landen anderzijds. Tenslotte werd ook geopteerd de bereidheid om deel te nemen aan illegale vormen van protest niet in beschouwing te nemen, omdat dit door velen niet als een nastrevenswaardige vorm van burgerschap wordt beschouwd en van bij de eerste, exploratieve analyses ook bleek dat deze schaal niet goed bij de andere schalen past. Op basis van de resultaten van de exploratieve principale componentenanalyses voeren we meer gerichte confirmatorische factoranalyses uit om na te gaan in welke mate de gevonden structuur geldig is in verschillende landen (of met andere woorden crossnationaal invariant is). Dit doen we aan de hand van een multigroepanalyse. We willen immers nagaan of de 34

35 mogelijk gevonden structuur vergelijkbaar is over verschillende landen. ICCS werd in 38 landen uitgevoerd, over verschillende werelddelen, en het is daarom niet onwaarschijnlijk dat bepaalde concepten een andere betekenis hebben of niet vertaald werden op een manier die eenzelfde betekenis genereert. De literatuur rond de gelijkwaardigheid of equivalentie van instrumenten spitst zich vaak toe op vergelijkingen tussen culturen. Zo kan de equivalentie van schalen in crosscultureel onderzoek geschonden worden door onder meer vertaalproblemen. Indien bepaalde uitspraken of schalen niet overal op dezelfde manier worden vertaald, kunnen vergelijkingen tussen landen eigenlijk niet worden gemaakt. Om een dergelijke bias zo veel mogelijk uit te sluiten, werd tijdens de voorbereiding van de instrumenten door IEA een strikte procedure uitgeschreven die alle deelnemende landen of regio s dienden te volgen. Deze houdt in dat onafhankelijke vertalers, door de International Association for the Evaluation of Educational Achievement (IEA) aangesteld, voor elk land/regio nagaan of de vertaalde instrumenten correct vertaald werden van de oorspronkelijke Engelse versie. Indien afwijkingen werden vastgesteld, werden de desbetreffende nationale centra aangemaand de vertaling aan te passen (of grondige redenen aan te brengen die een dergelijke afwijking rechtvaardigen, die dan weer aan de vertaler moesten worden voorgelegd). Tijdens de schaalconstructies door de Australian Council for Educational Research (ACER) werd vervolgens dan nog eens getoetst in welke mate de geconstrueerde schalen geldig zijn in de verschillende deelnemende landen of regio s 12. Hoewel de aangemaakte schalen in de internationale databank (als min of meer) equivalent of vergelijkbaar kunnen worden beschouwd 13, is het natuurlijk altijd mogelijk dat de verschillende schalen toch een andere betekenis hebben in verschillende landen en daarom niet in alle landen op dezelfde manier zijn in te passen in een mogelijk overkoepelend burgerschapsconcept van jongeren. Vooraleer landen vergeleken kunnen worden op een dergelijk burgerschapsconcept, en zeker vooraleer landen op basis van zo een vergelijking kunnen worden gerangschikt, dient dan ook nagegaan te worden of het gehanteerde concept equivalent is over alle landen en regio s heen. Dit is wat we in dit hoofdstuk proberen te doen. 12 In het internationale technische rapport zal uitgebreid worden ingegaan op de kwaliteitscontrole van het veldwerk en de toetsen op validiteit en crossnationale equivalentie van de aangemaakte schalen. 13 Compleet invariante meetmodellen zijn in de literatuur eerder uitzondering dan regel (zeker als het gaat om een dergelijk groot aantal groepen, in dit geval landen/regio s). Correcter is hier van gedeeltelijk invariante schalen te spreken. We verwijzen naar het internationale technische rapport voor meer informatie over de schaalconstructies (zie ook Schulz, 2008 en Schulz & Fraillon, 2009 voor analyses op de data van het vooronderzoek). 35

36 2 Exploratieve analyses 2.1 ANALYSES OP DE VOLLEDIGE DATABANK Een exploratieve principale componentenanalyse op de volledige databank levert vier componenten op met een eigenwaarde hoger dan 1 (resultaten hier niet weergegeven). Dezelfde analyse werd verricht met drie en twee componenten, omdat de eigenwaarden van de laatste twee dimensies zeer laag zijn (5,125, 2,458, 1,357 en 1,057) en verschillende schalen op meerdere dimensies laden. Deze analyses zijn te vinden in tabellen 3 en 4. Als we naar de driedimensionale oplossing kijken (tabel 3), kan de eerste dimensie omschreven worden als de bereidheid tot actief burgerschap en het geloof dat men dit ook effectief zal doen. De tweede component combineert de meeste democratische waarden (zowel rond het belang van democratie en burgerschap als de houdingen tegenover de rechten van vrouwen, immigranten en etnische groepen) met de mate van kennis. De laatste dimensie bundelt de mate van kennis evenals enkele indicatoren van het eerder conventionele burgerschap, zoals het vertrouwen in instellingen, een positieve houding tegenover het eigen land, het belang van conventioneel burgerschap en de bereidheid in de toekomst deel te nemen aan eerder conventionele vormen van politieke participatie (zoals gaan stemmen of lid worden van een politieke partij). Deze dimensie zou men als burgerlijke loyaliteit kunnen omschrijven. De indicatoren van het conventionele burgerschap laden echter positief op deze dimensie, terwijl de mate van kennis een negatieve lading laat optekenen. TABEL 3: PRINCIPALE COMPONENTENANALYSE OP DE VOLLEDIGE DATABANK (DRIE DIMENSIES) Politiek zelfbeeld 0,772 0,134 0,186 Verwachte burgerschapsgerelateerde participatie als jongere 0,771 0,070 0,352 Interesse in politieke en sociale kwesties 0,735 0,127 0,305 Zelfevaluatie van burgerschapsdoeltreffendheid 0,696 0,221 0,253 Verwachte politieke participatie 0,644-0,072 0,456 Bereidheid om deel te nemen aan toekomstig legaal protest 0,641 0,241 0,235 Politieke discussie 0,603 0,102-0,016 Verwachte electorale participatie 0,591 0,392 0,264 Burgerschapsgerelateerde activiteiten in de gemeenschap 0,448-0,116 0,312 Attituden tegenover de rechten van etnische groepen 0,211 0,743 0,251 Attituden tegenover genderrechten -0,013 0,695-0,235 Attituden tegenover de rechten van immigranten 0,144 0,668 0,238 Geloof in democratische waarden 0,153 0,661-0,003 Kennis 0,045 0,588-0,484 Belang van sociaal burgerschap 0,372 0,467 0,425 Attituden tegenover het eigen land 0,292 0,085 0,739 Vertrouwen in instellingen 0,309 0,072 0,657 Belang conventioneel burgerschap 0,518 0,237 0,614 Eigenwaarde 5,125 2,458 1,357 R² 28,47 13,66 7,54 36

37 Omdat de eigenwaarde van de derde dimensie klein is en de driedimensionale oplossing verschillende resultaten gaf in verschillende werelddelen 14, werd ook een principale componentenanalyse met twee dimensies verricht. Deze tweedimensionale structuur blijkt overtuigender te zijn dan de driedimensionale structuur, zowel op basis van inhoudelijke als statistische criteria (zie tabel 4). TABEL 4: PRINCIPALE COMPONENTENANALYSE OP DE VOLLEDIGE DATABANK (TWEE DIMENSIES) 1 2 Verwachte burgerschapsgerelateerde participatie als jongere 0,759 0,047 Interesse in politieke en sociale kwesties 0,714 0,108 Politiek zelfbeeld 0,703 0,131 Verwachte politieke participatie 0,686-0,110 Zelfevaluatie van burgerschapsdoeltreffendheid 0,667 0,207 Belang conventioneel burgerschap 0,648 0,173 Bereidheid om deel te nemen aan toekomstig legaal protest 0,616 0,227 Verwachte electorale participatie 0,590 0,372 Attituden tegenover het eigen land 0,502 0,001 Politieke discussie 0,492 0,119 Vertrouwen in instellingen 0,486-0,001 Burgerschapsgerelateerde activiteiten in de gemeenschap 0,473-0,141 Belang van sociaal burgerschap 0,469 0,421 Attituden tegenover genderrechten -0,070 0,718 Attituden tegenover de rechten van etnische groepen 0,285 0,711 Geloof in democratische waarden 0,146 0,660 Kennis -0,114 0,643 Attituden tegenover de rechten van immigranten 0,224 0,636 Eigenwaarde 5,125 2,458 R² 28,47 13,66 De meer conventionele vormen van burgerschap laden in de tweedimensionale oplossing op de eerste dimensie om samen met de andere indicatoren een dimensie rond actief 14 In West-Europa blijkt kennis bv. enkel te laden op de waardedimensie (en dus niet negatief op de derde dimensie rond (conventioneel) burgerschap). Ook in Oost-Europa valt kennis enkel op de waardedimensie. In Latijns-Amerika blijkt de derde dimensie dan weer uitgebreider te zijn (met verwachte vormen van (conventionele) politieke participatie). Bovendien laadt kennis wel op deze dimensie (net als op de waardedimensie). In Latijns-Amerika is er dus enerzijds een component waarop een hoge kennis positief samenhangt met de democratische waarden, terwijl er anderzijds een dimensie is waarop een hoge kennis samenhangt met een negatieve houding tegenover het eigen land, een kritische houding tegenover de instellingen, en een visie op burgerschap waarbij conventionele participatie minder belangrijk wordt geacht. Een gelijkaardig patroon vinden we ook terug in Azië, maar hier blijken nog meer schalen op de derde dimensie te laden (zoals het zelfbeeld en de burgerschapsgerelateerde participatie aan het verenigingsleven). Maar ook hier laden een hoge kennis positief en de andere indicatoren negatief op de derde dimensie. 37

38 burgerschap te vormen, of de bereidheid en de vaardigheden hebben om aan het politiek systeem deel te nemen. De tweede component groepeert nog steeds de democratische waarden en de kennis. Wat kan hieruit worden geconcludeerd? De verschillende indicatoren laten zich in feite niet op een duidelijke manier in drie dimensies klasseren, die de kennis, waarden/houdingen, en vaardigheden/participatie weergeven. Zoals ook al bleek uit de literatuurstudie dient die, overigens elegante driedeling, te worden beschouwd als een theoretische visie zonder veel empirische validiteit. Er blijkt wel een sterke dimensie te zijn rond vaardigheden/participatie, die heel veel indicatoren van de eigen en verwachte participatie evenals de eigen doeltreffendheid groepeert. Ook de dimensie waarden/houdingen wordt teruggevonden. Kennis blijkt echter geen dimensie op zich te vormen. In de driedimensionale oplossing laadt kennis zowel op de waardedimensie als op de dimensie rond conventioneel burgerschap (en in de tweedimensionale oplossing laadt kennis enkel op de waardedimensie). De derde teruggevonden dimensie handelt daarentegen eerder over burgerlijke loyaliteit, die zich uit in een positieve houding tegenover het land, vertrouwen in de instellingen, het hechten van belang aan conventioneel burgerschap (bv. gaan stemmen, respect tonen voor overheidsvertegenwoordigers etc.),. Het verbaast daarom niet dat deze laatste dimensie eerder met de eerste samenvalt bij de tweedimensionale oplossing. Op basis van de talrijke indicatoren die in ICCS werden opgenomen, kunnen we dus niet besluiten dat het burgerschapsconcept van jongeren uiteenvalt in een cognitieve, een affectieve en een gedragsmatige component. Wel dient gezegd te worden dat ICCS heel veel indicatoren heeft opgenomen die peilen naar (verwacht) gedrag en ook redelijk veel waarden, maar dat er slechts één schaal is die naar de cognitieve dimensie verwijst. De kennisschaal bestaat natuurlijk wel uit een 80-tal vragen 15, maar uit al deze vragen kon maar één schaal worden gemaakt (het was bv. niet mogelijk om kennis van redeneer- of analyseervermogen te onderscheiden). Het feit dat er maar één schaal is die gerelateerd is aan cognitieve aspecten maakt het wellicht moeilijker om er binnen een principale componentenanalyse een aparte dimensie uit te halen. Hoe dan ook, kunnen we in dit onderzoek met de indicatoren die voorhanden zijn dus niet zeggen dat het burgerschapsconcept van jongeren uit drie duidelijke dimensies bestaat die naar de cognitieve, affectieve en gedragsmatige competenties verwijzen. Wel vinden we twee inhoudelijk duidelijke en theoretisch belangwekkende dimensies: één dimensie die de democratische waarden bundelt en een andere dimensie die de bereidheid tot en vaardigheden om te participeren overkoepelt. 15 Deze werden via een geroteerd design in zeven verschillende cognitieve testen aan de leerlingen voorgelegd (voor meer informatie verwijzen we naar het internationale eindrapport). 38

39 2.2 ANALYSES PER WERELDDEEL Om na te gaan of deze twee dimensies invariant zijn over de ruimte werden dezelfde soorten principale componentenanalyses verricht voor verschillende werelddelen. Hierbij werden West-Europa, Oost-Europa, Latijns-Amerika, Azië en Nieuw-Zeeland van elkaar onderscheiden. Omdat de eigenwaarden van de derde en vierde dimensies binnen elk werelddeel zeer laag zijn, lijkt het zinvol ons te beperken tot de tweedimensionale oplossingen 16. In tabellen 95 tot 99 in bijlage 1 zijn deze analyses volgens werelddeel weergegeven. Hoewel een zekere gelijkaardige structuur te vinden is, laden bepaalde schalen in sommige werelddelen duidelijk sterker of juist minder sterk op de twee dimensies. Een positieve houding tegenover het eigen land laadt bijvoorbeeld op de eerste dimensie, maar in Azië zien we een sterke lading terwijl die in West-Europa veel zwakker is. Het is dan ook duidelijk dat de gevonden structuur niet invariant is over de werelddelen. Dat blijkt ook uit de verschillende correlaties tussen de twee dimensies (tabel 5): geen of een zwakke correlatie in Azië en Latijns-Amerika, een sterkere correlatie in West-Europa en Nieuw- Zeeland. TABEL 5: CORRELATIES TUSSEN DE TWEE DIMENSIES Factoranalyse met alle schalen Factoranalyse met schalen met een lading van > 0, West-Europa 0,243 0,214 Oost-Europa 0,163 0,162 Latijns-Amerika 0,099 0,070 Azië 0,021-0,003 Nieuw-Zeeland 0,258 0, Uit de principale componentenanalyse blijkt bovendien op zicht al duidelijk dat de driedimensionale oplossingen niet invariant zijn volgens werelddeel (tabellen hier niet weergegeven). Zie ook voetnoot In verdere analyses werken we enkel verder met schalen die een sterke lading hoger dan 0,600 hebben op één van de twee dimensies (zie verder in punt 3). 39

40 3 Confirmatorische analyses Omdat uit de exploratieve analyses en de correlaties tussen de dimensies duidelijk blijkt dat de tweedimensionale oplossing niet invariant is over de werelddelen, hebben we beslist de confirmatorische analyses enkel uit te voeren op de Europese landen en regio s. Een dergelijke Europese analyse is ook het interessantste voor het beleid, gezien de Europese onderwijssystemen het meest op het onze gelijken, wat een vergelijking relevanter maakt. We hebben bovendien enkel die schalen opgenomen die een sterke lading hebben op één van de twee dimensies uit tabel 4 (boven de 0,600) 18. De kennisschaal hebben we daarentegen weggelaten uit de analyses, enerzijds omdat deze schaal moeilijker te duiden viel op de waardedimensie, anderzijds omdat kennis in de literatuur vaak ook als een determinant van democratische waarden en participatieve vaardigheden wordt beschouwd (zie ook hoofdstuk 1). Kennis wordt in onze verdere analyses als afzonderlijke variabele meegenomen. Dit betekent dat we vijf indicatoren van de eerste dimensie rond bereidheid/vaardigheden om deel te nemen aan het politiek systeem en vier democratische waarden opnemen in de analyses. We zetten ze hier nog even op een rijtje: 1. Bereidheid/vaardigheden om deel te nemen aan het politiek systeem: verwachte burgerschapsgerelateerde participatie als jongere, interesse in politieke en sociale kwesties, politiek zelfbeeld, verwachte politieke participatie, en zelfevaluatie van burgerschapsdoeltreffendheid. 2. Democratische waarden: attituden tegenover genderrechten, attituden tegenover de rechten van etnische groepen, geloof in democratische waarden en attituden tegenover immigranten. 18 Dit betekent dat bepaalde schalen wegvallen uit de analyses, zoals bv. het vertrouwen in instellingen of de houding tegenover het eigen land. Dit is uit crossnationaal oogpunt misschien ook niet verwonderlijk, gezien het hier voornamelijk om houdingen tegenover nationale instellingen gaat, wat vergelijkbaarheid bemoeilijkt tussen (etnisch) verdeelde landen/regio s en eerder unitaire landen. Bovendien werden twee schalen die in tabel 4 een lading boven de 0,600 hebben, maar minder goed laden in West- en Oost-Europa (zie tabellen 95 en 96 in bijlage 1) ook weggelaten, met name het belang van conventioneel burgerschap (lagere lading in West-Europa) en de bereidheid om deel te nemen aan toekomstig legaal protest (lagere lading in Oost-Europa). 40

41 FIGUUR 3: TWEEDIMENSIONAAL BURGERSCHAPSCONCEPT OP DE EUROPESE DATABANK Een dergelijk tweedimensionaal model (figuur 3) blijkt bij de Europese data te passen (zie tabel 6) 19, enkel na het toelaten van een hele reeks errorcovarianties (11 in het totaal). In principe wenst men dergelijke errorcovarianties beperkt te houden, omdat dit betekent dat deze schalen nog variantie gemeenschappelijk hebben die niet kan worden toegeschreven aan de achterliggende latente factor(en) (Welkenhuysen-Gybels, 1998). 19 Vuistregels suggereren dat een model passend is wanneer de root mean square error of approximation (RMSEA) lager is dan 0,05 (met p-waarde hoger dan 0,50) en de normed fit index (NFI) dicht bij 1 ligt. Sommige auteurs zeggen dat een model pas goed fit indien de Chi²-waarde niet groter is dan drie keer het aantal vrijheidsgraden (zie Billiet et al., 2002). Het model uit tabel 6 beantwoordt wel niet aan dit laatste criterium. 41

42 TABEL 6: FIT VAN TWEEDIMENSIONAAL BURGERSCHAPSCONCEPT OP DE EUROPESE DATABANK (N= ) Twee factoren (met errorcovarianties) Chi² df NFI RMSEA (90% B.I.) 67, ,993 0,030 (0,023-0,038) P-waarde (RMSEA <0,05) 1,00 Dit model uit tabel 6 werd dan in tweede instantie aan een multigroepanalyse onderworpen om na te gaan of dit overkoepelend burgerschapsconcept equivalent is in verschillende subgroepen, in dit geval Europese landen of regio s. 21 De multigroepanalyses bleken geen sinecure. Er werden dan ook vele verschillende soorten analyses verricht. Ten eerste werd nagegaan of het burgerschapsconcept fit indien we alle parameters (factorladingen, varianties van de errortermen, errorcovarianties, ) in de verschillende Europese landen aan elkaar gelijk stellen (tabel 7). Een dergelijk model blijkt wel een redelijke fit te hebben 22, maar modelvergelijking leert ons dat het volledig invariant model significant verschilt van het volledig vrij model (dat wordt verondersteld correct te zijn). Uit modelvergelijking blijkt eigenlijk enkel de configuratie equivalentie stand te houden (in elk land vindt men twee dimensies terug waarop dezelfde schalen laden, maar andere parameters kunnen niet aan elkaar worden gelijkgesteld). 20 Omdat dergelijke analysetechnieken zeer gevoelig zijn voor steekproefgrootte, werd een toevallige steekproef van ongeveer 5% genomen. 21 Er zijn verschillende vormen van equivalentieniveaus (voor een overzicht zie Spruyt & Vahoutte, 2009). Configuratie equivalentie houdt in dat het meetinstrument in de verschillende groepen dezelfde latente configuratie(s) meet. Dit betekent in ons geval dat dezelfde schalen op dezelfde dimensies laden, maar dat de factorladingen of intercepten over de verschillende groepen niet noodzakelijk aan elkaar gelijkgesteld kunnen worden. Indien dit wel mogelijk is, spreekt men van metric measurement invariance (factorladingen kunnen aan elkaar gelijkgesteld worden) en scalar invariance (ook intercepten kunnen aan elkaar gelijkgesteld worden). Indien ook de errorvarianties aan elkaar gelijkgesteld kunnen worden, heeft men error variantie equivalentie bereikt. Dan heeft het overkoepelend concept in verschillende subgroepen dezelfde betrouwbaarheid. Indien we de gemiddelde scores tussen landen of regio s op de latente factoren en het overkoepelende concept willen vergelijken, is in principe ten minste scalaire invariantie vereist. 22 Zie voetnoot 19 voor de interpretatie van de fitmaten. 42

43 TABEL 7: TOETS OP DE EQUIVALENTIE VAN HET TWEEDIMENSIONAAL BURGERSCHAPSCONCEPT OP DE EUROPESE Chi² df NFI RMSEA (90% B.I.) P-waarde (RMSEA <0,05) 1. Twee factoren, volledig ,912 0,016 1,00 invariant model (0,015-0,016) Modelvergelijking Verschil chi² Verschil df P Vrij invariant model ,000 Vervolgens hebben we gelijkaardige analyses verricht, maar enkel binnen de landen van West-Europa. Het is immers niet gemakkelijk equivalentie te bereiken naarmate men met meer subgroepen te maken heeft. De ladingen van enkele schalen in bepaalde Oost- Europese landen verschilden bovendien soms sterk van de andere landen. Op die manier kunnen we 8 van de 25 landen/regio s weglaten en de multigroepanalyse verrichten op 17 landen of regio s (wat evenwel nog een groot aantal is). Gezien de bereidheid om deel te nemen aan vormen van legaal protest wel goed laadde op de eerste dimensie in West- Europa (zie tabel 95 in bijlage 1) hebben we deze schaal terug in de analyse opgenomen. Verder hebben we de schalen geloof in democratische waarden en politieke interesse dan weer weggelaten, omdat ze beiden een lage lading hadden op hun respectievelijke latente factor Omdat dergelijke analysetechnieken zeer gevoelig zijn voor steekproefgrootte, werd een toevallige steekproef van 500 cases per land genomen. 24 Op die manier hebben we ook een structuur met schalen die grotendeels ook aan de Vlaamse leerlingen van het vierde jaar werden voorgelegd, zodat we kunnen nagaan in welke mate dit overeenkomt (zie verder in punt 4 van dit hoofdstuk). 43

44 FIGUUR 4: TWEEDIMENSIONAAL BURGERSCHAPSCONCEPT OP DE WEST-EUROPESE DATABANK Dit model (zie figuur 4) past zeer goed bij de West-Europese data (zie fitmaten in tabel 8) TABEL 8: FIT VAN HET TWEEDIMENSIONAAL BURGERSCHAPSCONCEPT OP DE WEST-EUROPESE DATABANK (N= ) Twee factoren (met errorcovarianties) Chi² df NFI RMSEA (90% B.I.) 14,69 6 0,997 0,024 (0,008-0,039) P-waarde (RMSEA <0,05) 1,00 De tweedimensionale structuur blijkt echter weer niet equivalent in alle West-Europese landen te zijn. Het model waarbij enkel de factorladingen in alle landen worden gelijkgesteld, fit nog wel redelijk goed (hoewel modelvergelijking leert dat dit model toch significant verschilt van het volledig vrij model), maar vanaf er meer parameters aan elkaar worden gelijkgesteld, is er zeker geen sprake van equivalentie. 25 Omdat dergelijke analysetechnieken zeer gevoelig zijn voor steekproefgrootte, werd een toevallige steekproef van ongeveer 5% genomen. 44

International Civic and Citizenship Education Study (ICCS)

International Civic and Citizenship Education Study (ICCS) International Civic and Citizenship Education Study (ICCS) Vlaanderen in ICCS 2009 International Civic and Citizenship Education Study (ICCS) Vlaanderen in ICCS 2009 1 Saskia De Groof 1 Mark Elchardus

Nadere informatie

International Civic and Citizenship Education Study (ICCS)

International Civic and Citizenship Education Study (ICCS) International Civic and Citizenship Education Study (ICCS) Saskia De Groofen Eva Franck Promotoren: Mark Elchardus en Dimokritos Kavadias Vakgroep Sociologie Onderzoeksgroep TOR - VUB Departement Sociologie

Nadere informatie

International Civic and Citizenship Education Study (ICCS)

International Civic and Citizenship Education Study (ICCS) International Civic and Citizenship Education Study (ICCS) Vlaanderen in ICCS 2009 International Civic and Citizenship Education Study (ICCS) Vlaanderen in ICCS 2009 Saskia De Groof Mark Elchardus Eva

Nadere informatie

ICCS International Civic & Citizenship Education Study

ICCS International Civic & Citizenship Education Study ICCS International Civic & Citizenship Education Study Vlaanderen onderzoekt samen met 38 andere landen wereldwijd de burgerzin bij zijn veertienjarigen. We peilen naar hun kennis, attitudes en vaardigheden

Nadere informatie

Pascal Smet reageert op gebrek aan kennis in onderwijs - Belg...

Pascal Smet reageert op gebrek aan kennis in onderwijs - Belg... Pascal Smet reageert op gebrek aan kennis in onderwijs (http://www.knack.be/auteurs/simon-demeulemeester/author- Simon Demeulemeester demeulemeester/author-4000174167085.htm) woensdag 23 januari 2013 om

Nadere informatie

'' ( % %$ # ) "& & * %+ +, "& #$ $ " # % " & ' - " &"'& *.& +$ ( ) ( * ( + # (# * -. ( )&' "& +/ # /0 1 # $ 1 " -+ 2 $ 3 3 4 ( 2 ) 3 (( 2 3 (#

'' ( % %$ # ) & & * %+ +, & #$ $  # %  & ' -  &'& *.& +$ ( ) ( * ( + # (# * -. ( )&' & +/ # /0 1 # $ 1  -+ 2 $ 3 3 4 ( 2 ) 3 (( 2 3 (# ! #$%$ & '' ( % %$ # ) & & * %+! # +, & #$ $ # % & ' - &'& *.& +$ ( ) ( * ( + ((, # (# * -. ( )&' & +/ # /0 1 # $ 1 0, && -+ 2 $ 3 3 4 ( 2 ) 3 (( 2 3 (# 1 2' -0 ' (2 ' $ (' -/ ( '' & 0 5+66/78 ) 8 + 0,

Nadere informatie

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE

SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel SOCIALE EN BURGERSCHAPSCOMPETENTIE Algemene vorming op het einde van de derde graad secundair onderwijs Voor de sociale

Nadere informatie

Politiek? Nee! Sociaal engagement?

Politiek? Nee! Sociaal engagement? zijn Vlaamse jongeren goede burgers? Stijn Beeckman Politiek? Nee! Sociaal engagement? Nauwelijks vier op de tien veertienjarigen begrijpen politieke thema s. Slechts een op de vijf denkt later als volwassene

Nadere informatie

Europese vergelijking systemen van volwasseneneducatie en aanpak laaggeletterdheid

Europese vergelijking systemen van volwasseneneducatie en aanpak laaggeletterdheid Europese vergelijking systemen van volwasseneneducatie en aanpak laaggeletterdheid Dr. Maurice de Greef Prof. dr. Mien Segers 06-2016 Maastricht University, Educational Research & Development (ERD) School

Nadere informatie

Verbeteren van de slechte schoolresultaten voor wiskunde en wetenschap blijft uitdaging voor Europa

Verbeteren van de slechte schoolresultaten voor wiskunde en wetenschap blijft uitdaging voor Europa EUROPESE COMMISSIE - PERSBERICHT Verbeteren van de slechte schoolresultaten voor wiskunde en wetenschap blijft uitdaging voor Europa Brussel, 16 november 2011 Beleidsmakers moeten scholen beter ondersteunen

Nadere informatie

PROCESDOEL 3 HUMANISEREN VAN HET SAMENLEVEN MET ANDEREN

PROCESDOEL 3 HUMANISEREN VAN HET SAMENLEVEN MET ANDEREN PROCESDOEL 3 HUMANISEREN VAN HET SAMENLEVEN MET ANDEREN 3.1 Exploreren, verkennen en integreren van de mogelijkheden van de mens 3.2 Exploreren, verkennen en integreren van de grenzen van de mens 3.3 Ontdekken

Nadere informatie

Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief

Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief Organisation for Economic Coöperation and Development (2002), Education at a Glance. OECD Indicators 2002, OECD Publications, Paris, 382 p. Onderwijs speelt een

Nadere informatie

Actief burgerschap en sociale integratie op de Schakel 1 november 2015

Actief burgerschap en sociale integratie op de Schakel 1 november 2015 Actief burgerschap en sociale integratie op de Schakel 1 november 2015 Dit document is bedoeld als verantwoording voor wat wij op dit moment doen aan actief burgerschap en sociale integratie en welke ambities

Nadere informatie

PISA-resultaten Financiële geletterdheid

PISA-resultaten Financiële geletterdheid Inspiratiedag Financiële Vorming Want geldzaken van jongeren zijn ook jouw zaak PISA-resultaten Financiële geletterdheid Inge De Meyer Vlaams National Project Manager PISA 2012 Vakgroep Onderwijskunde

Nadere informatie

Actief burgerschap en sociale integratie op de Schakel Mei 2014.

Actief burgerschap en sociale integratie op de Schakel Mei 2014. Actief burgerschap en sociale integratie op de Schakel Mei 2014. Dit document is bedoeld als verantwoording voor wat wij op dit moment doen aan actief burgerschap en sociale integratie en welke ambities

Nadere informatie

DE RAAD VAN EUROPA HOEDER VAN DE MENSENRECHTEN SAMENVATTING

DE RAAD VAN EUROPA HOEDER VAN DE MENSENRECHTEN SAMENVATTING DE RAAD VAN EUROPA HOEDER VAN DE MENSENRECHTEN SAMENVATTING Non-member state of the Council of Europe (Belarus) LIDSTATEN HOOFDZETEL EN OVERIGE VESTIGINGEN BEGROTING Albanië, Andorra, Armenië, Azerbeidzjan,

Nadere informatie

TTALIS. Maatschappelijke waardering door de ogen van de. leraar en de samenhang met leraar- en schoolkenmerken

TTALIS. Maatschappelijke waardering door de ogen van de. leraar en de samenhang met leraar- en schoolkenmerken Maatschappelijke waardering door de ogen van de TTALIS leraar en de samenhang met leraar- en schoolkenmerken Bevindingen uit de Teaching And Learning International Survey (TALIS) 2013 IN FOCUS Faculteit

Nadere informatie

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey ICOON Paper #1 Ferry Koster December 2015 Inleiding Dit rapport geeft inzicht in de relatie

Nadere informatie

Kortcyclische arbeid, Op de teller!

Kortcyclische arbeid, Op de teller! Kortcyclische arbeid, Op de teller! 1 Doel Doel van dit instrument is inzicht bieden in de prevalentie (mate van voorkomen) en de effecten van kortcylische arbeid. Dit laat toe een duidelijke definiëring

Nadere informatie

Q1 In welke hoedanigheid neemt u deel aan deze enquête:

Q1 In welke hoedanigheid neemt u deel aan deze enquête: Q1 In welke hoedanigheid neemt u deel aan deze enquête: Answered: 280 Skipped: 0 Leerkracht Schoolhoofd Leerling Ouder Vertegenwoor... Leerkracht Schoolhoofd Leerling Ouder Vertegenwoordiger van een andere

Nadere informatie

Voorwoord 9. Inleiding 11

Voorwoord 9. Inleiding 11 inhoud Voorwoord 9 Inleiding 11 deel 1 theorie en geschiedenis 15 1. Een omstreden begrip 1.1 Inleiding 17 1.2 Het probleem van de definitie 18 1.3 Kenmerken van de representatieve democratie 20 1.4 Dilemma

Nadere informatie

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Standaard Eurobarometer 80 DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Opiniepeiling besteld en gecoördineerd door de Europese Commissie, Directoraat-generaal Communicatie.

Nadere informatie

Arbeidsmarkt allochtonen

Arbeidsmarkt allochtonen Streekpact 2013-2018 Cijferanalyse Publicatiedatum: 30 september 2013 Contactpersoon: Kim Nevelsteen Arbeidsmarkt allochtonen Samenvatting 1.176 werkzoekende allochtone Kempenaren (2012) vaak man meestal

Nadere informatie

Loopbaan & Burgerschap VERANTWOORDINGSDOCUMENT

Loopbaan & Burgerschap VERANTWOORDINGSDOCUMENT Loopbaan & Burgerschap VERANTWOORDINGSDOCUMENT Methode Schokland 3.0 van Deviant. De methode is ontwikkeld conform het vernieuwde brondocument 'Loopbaan en burgerschap in het mbo'. 2013-2014 team Horeca

Nadere informatie

ASO - studierichtingen in VIA-TIENEN

ASO - studierichtingen in VIA-TIENEN ASO - studierichtingen in VIA-TIENEN De onderwijsvorm ASO is een breed algemeen vormende doorstroomrichting waarin de leerlingen zich voorbereiden op een academische of professionele bacheloropleiding.

Nadere informatie

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk

67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk ALGEMENE DIRECTIE STATISTIEK EN ECONOMISCHE INFORMATIE PERSBERICHT 28 oktober 67,3% van de 20-64-jarigen aan het werk Tegen 2020 moet 75% van de Europeanen van 20 tot en met 64 jaar aan het werk zijn.

Nadere informatie

http://keyconet.eun.org

http://keyconet.eun.org Europees Beleidsnetwerk met betrekking tot Sleutelcompetenties in het onderwijs http://keyconet.eun.org it her Health & Consumers Santé & Consommateurs Over het KeyCoNet project KeyCoNet (2012-14) is een

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Het aantal eerste en tweede generatie immigranten in Nederland is hoger dan ooit tevoren. Momenteel wonen er 3,2 miljoen immigranten in Nederland, dat is 19.7% van de totale

Nadere informatie

Burgerschapsvorming op CCZ

Burgerschapsvorming op CCZ Burgerschapsvorming op CCZ Visie Een groot deel van alle leerlingen in het voortgezet onderwijs zit op het VMBO. Jonge mensen met verschillende achtergronden, capaciteiten, culturen en leerstijlen. Zij

Nadere informatie

PIRLS-2011. Het leesniveau in Nederland. Ludo Verhoeven. In samenwerking met Andrea Netten en Mienke Droop

PIRLS-2011. Het leesniveau in Nederland. Ludo Verhoeven. In samenwerking met Andrea Netten en Mienke Droop PIRLS-2011 Het leesniveau in Nederland Ludo Verhoeven In samenwerking met Andrea Netten en Mienke Droop Presentatie PIRLS-feiten Internationale ranglijst Leesdoelen, begripsprocessen en referentiepunten

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen. Statistiek buitenlandse handel. Kwartaalbericht 2014-II

Instituut voor de nationale rekeningen. Statistiek buitenlandse handel. Kwartaalbericht 2014-II nstituut voor de nationale rekeningen Statistiek buitenlandse handel Kwartaalbericht 2014- nstituut voor de nationale rekeningen Nationale Bank van België, Brussel Alle rechten voorbehouden. De volledige

Nadere informatie

Wie beslist wat? Duur: 30 45 minuten. Wat doet u?

Wie beslist wat? Duur: 30 45 minuten. Wat doet u? Wie beslist wat? Korte omschrijving werkvorm: De werkvorm Wie-Beslist-Wat is een variant op het spel Ren je rot. De leerlingen worden ingedeeld in teams. Elk team strijdt om de meeste punten. Er zijn kennisvragen

Nadere informatie

Hoofdstuk 8 Kenmerken van de thuisomgeving

Hoofdstuk 8 Kenmerken van de thuisomgeving Hoofdstuk 8 Kenmerken van de thuisomgeving De relatie tussen leesvaardigheid en de ervaringen die een kind thuis opdoet is in eerder wetenschappelijk onderzoek aangetoond: ouders hebben een grote invloed

Nadere informatie

11562/08 CS/lg DG H 1 A

11562/08 CS/lg DG H 1 A RAAD VA DE EUROPESE U IE Brussel, 22 juli 2008 (OR. en) 11562/08 Interinstitutioneel dossier: 2008/0074 (C S) VISA 239 COMIX 554 WETGEVI GSBESLUITE E A DERE I STRUME TE Betreft: VERORDENING VAN DE RAAD

Nadere informatie

MODULE III BESLISSINGEN NEMEN IN EUROPA? BEST LASTIG!!!

MODULE III BESLISSINGEN NEMEN IN EUROPA? BEST LASTIG!!! MODULE III BESLISSINGEN NEMEN IN EUROPA? BEST LASTIG!!! De Europese Unie bestaat uit 27 lidstaten. Deze lidstaten hebben allemaal op dezelfde gebieden een aantal taken en macht overgedragen aan de Europese

Nadere informatie

Wie bestuurt de Europese Unie?

Wie bestuurt de Europese Unie? Wie bestuurt de Europese Unie? De Europese Unie (EU) is een organisatie waarin 28 landen in Europa samenwerken. Eén ervan is Nederland. Een aantal landen werkt al meer dan vijftig jaar samen. Andere landen

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in april 2015

De arbeidsmarkt in april 2015 De arbeidsmarkt in april 2015 Datum: 12 mei 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche april 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen

Nadere informatie

Juist in het openbaar onderwijs

Juist in het openbaar onderwijs Juist in het openbaar onderwijs Over de aandacht voor levensbeschouwing op de openbare school Legitimatie MARLEEN LAMMERS Wie denkt dat het openbaar onderwijs geen aandacht mag besteden aan levensbeschouwing,

Nadere informatie

IMMIGRATIE IN DE EU 85% 51% 49% Immigratie van niet-eu-burgers. Emigratie van niet-eu-burgers

IMMIGRATIE IN DE EU 85% 51% 49% Immigratie van niet-eu-burgers. Emigratie van niet-eu-burgers IMMIGRATIE IN DE EU Bron: Eurostat, 2014, tenzij anders aangegeven De gegevens verwijzen naar niet-eu-burgers van wie de vorige gewone verblijfplaats in een land buiten de EU lag en die al minstens twaalf

Nadere informatie

~ :-.~? 'J~ ~ Vlaamse Regering. DE VLAAMSE MINISTER VAN WEL2;IJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZI1ir

~ :-.~? 'J~ ~ Vlaamse Regering. DE VLAAMSE MINISTER VAN WEL2;IJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZI1ir I 'J~ ~ ~ :-.~? Vlaamse Regering DE VLAAMSE MINISTER VAN WEL2;IJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZI1ir Omzendbrief betreffende de toepassing van de Vlaamse zorgverzekering voor Belgisch sociaal verzekerden met:

Nadere informatie

Fort van de Democratie

Fort van de Democratie Fort van de Democratie Stichting Vredeseducatie / peace education projects Het Fort van de Democratie WERKT! Samenvatting van een onderzoek door de Universiteit van Amsterdam naar de effecten van de interactieve

Nadere informatie

2013-2017. Actief burgerschap en sociale integratie

2013-2017. Actief burgerschap en sociale integratie 201-2017 Actief burgerschap en sociale integratie Inhoudsopgave: Kwaliteitszorg actief burgerschap en sociale integratie Visie en planmatigheid Visie Doelen Invulling Verantwoording Resultaten Risico s

Nadere informatie

HET NIEUWS. 4 Klasse voor leraren

HET NIEUWS. 4 Klasse voor leraren HET NIEUWS Vanaf 1 juli wordt België gedurende zes maanden voorzitter van de Europese Unie (EU) *** Door de invoering van de Eur 4 Klasse voor leraren BEELD VAN DE MAAND [LITOUWEN] Kotelet Kraziai, een

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST EN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST AF/EEE/BG/RO/DC/nl 1 BETREFFENDE DE TIJDIGE BEKRACHTIGING VAN DE OVEREENKOMST BETREFFENDE

Nadere informatie

België in de Europese informatiemaatschappij. Een benchmark van het bezit en het gebruik van ICT in België t.o.v. 24 Europese landen in 2006

België in de Europese informatiemaatschappij. Een benchmark van het bezit en het gebruik van ICT in België t.o.v. 24 Europese landen in 2006 België in de Europese informatiemaatschappij Een benchmark van het bezit en het gebruik van ICT in België t.o.v. 24 Europese landen in 2006 Bezit en gebruik van ICT en Internet 1 Luxemburg 2 Litouwen 3

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in november 2015

De arbeidsmarkt in november 2015 De arbeidsmarkt in november 2015 Datum: 7 december 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche november 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we

Nadere informatie

Gezondheid: uw Europese ziekteverzekeringskaart altijd mee op vakantie?

Gezondheid: uw Europese ziekteverzekeringskaart altijd mee op vakantie? MEMO/11/406 Brussel, 16 juni 2011 Gezondheid: uw Europese ziekteverzekeringskaart altijd mee op vakantie? Vakantie verwacht het onverwachte. Gaat u binnenkort op reis in de EU of naar IJsland, Liechtenstein,

Nadere informatie

Jongeren en Gezondheid 2014 : Studie

Jongeren en Gezondheid 2014 : Studie Jongeren en Gezondheid 2014 : Studie Algemeen De studie Jongeren en Gezondheid maakt deel uit van de internationale studie Health Behaviour in School-Aged Children (HBSC), uitgevoerd onder toezicht van

Nadere informatie

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Sociale Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997

Resultaten voor Vlaamse Gemeenschap Sociale Gezondheid Gezondheidsenquête, België, 1997 5.8.1. Inleiding De WHO heeft in haar omschrijving het begrip gezondheid uitgebreid met de dimensie sociale gezondheid en deze op één lijn gesteld met de lichamelijke en psychische gezondheid. Zowel de

Nadere informatie

Ontstaan van de EU Opdrachtenblad Schooltv-beeldbank

Ontstaan van de EU Opdrachtenblad Schooltv-beeldbank Ontstaan van de EU Opdrachtenblad Schooltv-beeldbank GROEP / KLAS.. Naam: Ga www.schooltv.ntr.nl Zoek op trefwoord: EU Bekijk de clip Het ontstaan van de EU en maak de volgende vragen. Gebruik de pauzeknop

Nadere informatie

BURGERSCHAP IN HET MBO. Docenten in burger. november 2013

BURGERSCHAP IN HET MBO. Docenten in burger. november 2013 BURGERSCHAP IN HET MBO Docenten in burger Auteurs Ellen Verheijen, Expertisecentrum Beroepsonderwijs november 2013 Als mbo-docent leid je studenten op voor een beroep. Maar niet alleen dat. Je taak is

Nadere informatie

De buitenlandse handel van België - 2009 -

De buitenlandse handel van België - 2009 - De buitenlandse handel van België - 2009 - De buitenlandse handel van België in 2009 (Bron: NBB communautair concept*) Analyse van de cijfers van 2009 Zoals lang gevreesd, werden in 2009 de gevolgen van

Nadere informatie

Europees Sociaal Onderzoek. Interviewerbriefing

Europees Sociaal Onderzoek. Interviewerbriefing Europees Sociaal Onderzoek Interviewerbriefing Wat is het ESS? Groot Europees onderzoek - 1e ronde in 2002, 2e in 2004, 3e in 2006 - Deelname van 24 landen: België, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland,

Nadere informatie

Participation in leisure activities of children and adolescents with physical disabilities Maureen Bult

Participation in leisure activities of children and adolescents with physical disabilities Maureen Bult Participation in leisure activities of children and adolescents with physical disabilities Maureen Bult Participatie in vrijetijdsactiviteiten van kinderen en adolescenten met een lichamelijke beperking

Nadere informatie

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak

Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1 Over de Zorgbalans: achtergrond en aanpak 1.1 De Zorgbalans beschrijft de prestaties van de gezondheidszorg In de Zorgbalans geven we een overzicht van de prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg

Nadere informatie

LAND WERELDDEEL VIDEOREPORTAGES VLAANDEREN VAKANTIELAND

LAND WERELDDEEL VIDEOREPORTAGES VLAANDEREN VAKANTIELAND LAND WERELDDEEL VIDEOREPORTAGES VLAANDEREN VAKANTIELAND Algerije http://www.een.be/programmas/vlaanderen-vakantieland/nic-de-oases-van-de-sahara http://www.een.be/programmas/vlaanderen-vakantieland/nic-tussen-de-kamelen-algerije

Nadere informatie

DECREET. houdende de erkenning en de subsidiëring van organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur

DECREET. houdende de erkenning en de subsidiëring van organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur VLAAMS PARLEMENT DECREET houdende de erkenning en de subsidiëring van organisaties voor volkscultuur en de oprichting van het Vlaams Centrum voor Volkscultuur HOOFDSTUK I Algemene bepalingen Artikel 1

Nadere informatie

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting

Een brede kijk op onderwijskwaliteit Samenvatting Een brede kijk op onderwijskwaliteit E e n o n d e r z o e k n a a r p e r c e p t i e s o p o n d e r w i j s k w a l i t e i t b i n n e n S t i c h t i n g U N 1 E K Samenvatting Hester Hill-Veen, Erasmus

Nadere informatie

Jonge reporters in het Federaal Parlement

Jonge reporters in het Federaal Parlement 1 Inleiding Met de DVD Jonge reporters en de bijbehorende website zijn het Federaal Parlement en de Koning Boudewijnstichting de uitdaging aangegaan om jongeren van de derde graad secundair onderwijs (bso,

Nadere informatie

Hoe groot, is groot genoeg?

Hoe groot, is groot genoeg? Hoe groot, is groot genoeg? Bas Denters (Bestuurskunde, Universiteit Twente) Kennisnetwerk Lokaal 13 Den Haag 17 april 2015 Schaalvergroting door de tijd Grotere gemeenten Minder gemeenten Schaal gemeenten

Nadere informatie

Dienst Voogdij. Hoe zal deze dienst je helpen?

Dienst Voogdij. Hoe zal deze dienst je helpen? Dienst Voogdij Hoe zal deze dienst je helpen? Aankomst in België Je bent nog geen 18 en in België aangekomen zonder je vader of moeder. Je zoekt hulp of opvang, of je werd door de politie onderschept.

Nadere informatie

Hoofdstuk 4 Leerling- en schoolkenmerken in relatie tot onderwijsopbrengsten

Hoofdstuk 4 Leerling- en schoolkenmerken in relatie tot onderwijsopbrengsten Hoofdstuk 4 Leerling- en schoolkenmerken in relatie tot onderwijsopbrengsten In het vorige hoofdstuk zijn de toetsprestaties van de Nederlandse leerlingen beschreven voor het lees-, reken- en natuuronderwijs.

Nadere informatie

Gaan stemmen of niet gaan stemmen? (Uit: Kompas)

Gaan stemmen of niet gaan stemmen? (Uit: Kompas) Gaan stemmen of niet gaan stemmen? (Uit: Kompas) Bij deze activiteit wordt een enquête gehouden bij mensen in de omgeving in verband met: het gaan stemmen bij verkiezingen, de deelname van burgers aan

Nadere informatie

In de afgelopen decennia heeft ongehuwd samenwonen overal in Europa. toegenomen populariteit van het ongehuwd samenwonen is onderdeel van

In de afgelopen decennia heeft ongehuwd samenwonen overal in Europa. toegenomen populariteit van het ongehuwd samenwonen is onderdeel van Nederlandse samenvatting (summary in Dutch) De verschillende betekenissen van ongehuwd samenwonen in Europa: Een studie naar verschillen tussen samenwoners in hun opvattingen, plannen en gedrag. In de

Nadere informatie

obs Jaarfke Torum 15 9679 CL Scheemda Postbus 60 9679 ZH Scheemda 0597 592524 jaarfke@planet.nl

obs Jaarfke Torum 15 9679 CL Scheemda Postbus 60 9679 ZH Scheemda 0597 592524 jaarfke@planet.nl obs Jaarfke Torum 15 9679 CL Scheemda Postbus 60 9679 ZH Scheemda 0597 592524 jaarfke@planet.nl 1 Actief burgerschap en sociale integratie: Door de toenemende individualisering in onze samenleving is goed

Nadere informatie

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.8 - Mei 2008-179-

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.8 - Mei 2008-179- Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.8 - Mei 2008-179- VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN FRANK VANDENBROUCKE VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN WERK, ONDERWIJS

Nadere informatie

Faculteit der Rechtsgeleerdheid

Faculteit der Rechtsgeleerdheid Faculteit der Rechtsgeleerdheid First results of a study into social policies for divorced families in the United States Mandatory parenting plans, mediation and parental divorce education Het ouderschapsplan

Nadere informatie

Instructie: Quiz EU - Test je kennis!

Instructie: Quiz EU - Test je kennis! Instructie: Quiz EU - Test je kennis! Korte omschrijving werkvorm De leerlingen worden ingedeeld in teams. Elk team strijdt om de meeste punten. Er zijn kennisvragen en blufvragen. Bij kennisvragen kiest

Nadere informatie

Voorstel van resolutie. betreffende het verplicht aanbieden van cursussen eerste hulp bij ongevallen (EHBO) in het lager en secundair onderwijs

Voorstel van resolutie. betreffende het verplicht aanbieden van cursussen eerste hulp bij ongevallen (EHBO) in het lager en secundair onderwijs stuk ingediend op 1224 (2010-2011) Nr. 1 6 juli 2011 (2010-2011) Voorstel van resolutie van de heer Jean-Jacques De Gucht, de dames Ann Brusseel, Marleen Vanderpoorten en Elisabeth Meuleman, de heren Boudewijn

Nadere informatie

MinervaEC. MInisterial NEtwoRk for Valorising Activities in digitisation, econtentplus. Periode: 1 /10/ 2006 31/09/2008. http://www.minervaeurope.

MinervaEC. MInisterial NEtwoRk for Valorising Activities in digitisation, econtentplus. Periode: 1 /10/ 2006 31/09/2008. http://www.minervaeurope. MinervaEC MInisterial NEtwoRk for Valorising Activities in digitisation, econtentplus Periode: 1 /10/ 2006 31/09/2008 http://www.minervaeurope.org/ Hans van der Linden 11 december 2007 Coördinerend netwerk

Nadere informatie

ITINERA INSTITUTE PERSBERICHT

ITINERA INSTITUTE PERSBERICHT ITINERA INSTITUTE PERSBERICHT België WK VOETBAL is een immigratienatie 2018, 2012/11 15 05 2012 MENSEN WELVAART BESCHERMING België is een immigratienatie: 25% van de bevolking is van oorsprong migrant.

Nadere informatie

Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 2010 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks

Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 2010 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks ANNEX Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 21 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks 1. Deelname voor- en vroegschoolse educatie (VVE) De Nederlandse waarde voor

Nadere informatie

Wat kan men meer bepaald voor aanhangwagens afleiden uit die definitie?

Wat kan men meer bepaald voor aanhangwagens afleiden uit die definitie? DE PROBLEMATIEK VAN DE AANHANGWAGENS De eerste Europese richtlijn betreffende verplichte verzekering van de burgerlijke aansprakelijkheid voor motorrijtuigen 1 bepaalt dat alle Lidstaten de nodige maatregelen

Nadere informatie

Visiedocument. Actief Burgerschap. Januari 2010

Visiedocument. Actief Burgerschap. Januari 2010 Visiedocument Actief Burgerschap Januari 2010 Gereformeerde scholen voor speciaal basisonderwijs Het Baken en De Drieluik Inleiding Actief Burgerschap U staat op het punt ons visiestuk actief burgerschap

Nadere informatie

Nieuwsbrief. Interactieve werkvormen in de klaspraktijk. Onderzoeksresultaten en tips voor de praktijk

Nieuwsbrief. Interactieve werkvormen in de klaspraktijk. Onderzoeksresultaten en tips voor de praktijk Interactieve werkvormen in de klaspraktijk Onderzoeksresultaten en tips voor de praktijk Lia Blaton, medewerker Onderzoek naar onderwijspraktijk In het kader van de opdracht van het Steunpunt Gelijke Onderwijskansen

Nadere informatie

Gezondheidsvaardigheden van schoolverlaters

Gezondheidsvaardigheden van schoolverlaters Gezondheidsvaardigheden van schoolverlaters Lea Maes, PhD Universiteit Gent Faculteit Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen Vakgroep Maatschappelijke Gezondheidkunde Health literacy health literacy represents

Nadere informatie

Persvoorstelling Resultaten Europees Vreemdetalenonderzoek. 21 juni 2012

Persvoorstelling Resultaten Europees Vreemdetalenonderzoek. 21 juni 2012 Persvoorstelling Resultaten Europees Vreemdetalenonderzoek 21 juni 2012 1 Onderzoeksteam Hoofdpromotor: Rianne Janssen Co-promotoren: Piet Desmet, Sarah Gielen, Liesbet Heyvaert, Peter Lauwers, Ilse Magnus

Nadere informatie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie

Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie Ondernemerschap in Vlaanderen: een vergelijkende, internationale studie De Global Entrepreneurship Monitor (GEM) is een jaarlijks onderzoek dat een beeld geeft van de ondernemingsgraad van een land. GEM

Nadere informatie

PIAAC. Programme for the International Assessment of Adult Competencies. Anton Derks

PIAAC. Programme for the International Assessment of Adult Competencies. Anton Derks PIAAC Programme for the International Assessment of Adult Competencies Anton Derks Strategische Beleidsondersteuning Departement Onderwijs en Vorming Conferentie Met Recht Geletterd Leuven 29 november

Nadere informatie

1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs

1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs 1 Basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs Het Vlaams parlement legde de basiscompetenties die nagestreefd en gerealiseerd moeten worden tijdens de opleiding vast. Basiscompetenties zijn een

Nadere informatie

Nederlandse samenvatting

Nederlandse samenvatting Cannabisgebruik en stoornissen in het gebruik van cannabis in de adolescentie en jongvolwassenheid. Cannabis is wereldwijd een veel gebruikte drug. Het gebruik van cannabis is echter niet zonder consequenties:

Nadere informatie

5. Protocol tot vaststelling van het statuut van de. Europese Investeringsbank

5. Protocol tot vaststelling van het statuut van de. Europese Investeringsbank De Slotakte vermeldt de verbindende protocollen en de niet-verbindende verklaringen Slotakte De CONFERENTIE VAN DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN VAN DE LIDSTATEN, bijeen te Brussel op 30 september

Nadere informatie

ENQUÊTE: toetsing op maat

ENQUÊTE: toetsing op maat ENQUÊTE: toetsing op maat Bezoekers van de website van de PO-Raad konden hun mening geven over toetsing op maat. Tussen 22 januari en 6 februari 2013 hebben 201 mensen de enquête volledig ingevuld. De

Nadere informatie

Keurmerk: Duurzame school

Keurmerk: Duurzame school Keurmerk: Duurzame school Doorlopende leerlijn voor duurzame ontwikkeling van basisonderwijs (PO) t/m voortgezet onderwijs (VO) PO-1 Kennis en inzicht (weten) Vaardigheden (kunnen) Houding (willen) Begrippen

Nadere informatie

Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD)

Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD) Het hoofdstuk effectiever werken aan diversiteit geschreven door lector Dr. Sjiera de Vries is onderdeel van De Staat van de Ambtelijke Dienst (STAD) 2013. De gehele publicatie is na te lezen op de website

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in december 2014

De arbeidsmarkt in december 2014 De arbeidsmarkt in december 2014 Datum: 14 januari 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Werk en Economie Betreft: Arbeidsmarktfiche december 2014 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat

Nadere informatie

-Onze school behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijsnet. Het schoolbestuur is de gemeente Olen.

-Onze school behoort tot het officieel gesubsidieerd onderwijsnet. Het schoolbestuur is de gemeente Olen. Pedagogisch project 1. situering onderwijsinstelling 2. levensbeschouwelijke uitgangspunten 3. visie op ontwikkeling en opvoeding 4. het schoolconcept 1. Situering onderwijsinstelling 1.1 Een gemeenteschool:

Nadere informatie

Studiedag "Wat kan ik (van) je leren? Samenwerkend leren in onderwijs Lerende netwerken

Studiedag Wat kan ik (van) je leren? Samenwerkend leren in onderwijs Lerende netwerken Studiedag "Wat kan ik (van) je leren? Samenwerkend leren in onderwijs Lerende netwerken Marieke van Nieuwenhuyze Karine De Gendt 9 juni 2015 Introductiesessie lerende netwerken Waarom heb je voor deze

Nadere informatie

Datum 09 september 2014 Betreft Aanbieding OESO-rapport Education at a Glance 2014 Onze referentie 659029

Datum 09 september 2014 Betreft Aanbieding OESO-rapport Education at a Glance 2014 Onze referentie 659029 >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag.. Kennis IPC 5200 Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375 2500 BJ Den Haag

Nadere informatie

RAPPORTAGE ONDERZOEK PARTIJPOLITIEKE BENOEMINGEN

RAPPORTAGE ONDERZOEK PARTIJPOLITIEKE BENOEMINGEN RAPPORTAGE ONDERZOEK PARTIJPOLITIEKE BENOEMINGEN Meer Democratie Mei 2015 Rapportage onderzoek Partijpolitieke benoemingen Meer Democratie 1 Persbericht NEDERLANDERS: PUBLIEKE FUNCTIES OPEN VOOR IEDEREEN

Nadere informatie

Opgave 1 Heeft het vrijwilligerswerk toekomst?

Opgave 1 Heeft het vrijwilligerswerk toekomst? Opgave 1 Heeft het vrijwilligerswerk toekomst? Bij deze opgave horen tekst 1 en 2 en de tabellen 1 tot en met 3 uit het bronnenboekje. Inleiding In Nederland zijn ruim 4 miljoen mensen actief in het vrijwilligerswerk.

Nadere informatie

Handelsmerken 0 - DEELNAME

Handelsmerken 0 - DEELNAME Handelsmerken 29/10/2008-31/12/2008 391 antwoorden 0 - DEELNAME Land DE - Duitsland 72 (18.4%) PL - Polen 48 (12.3%) NL - Nederland 31 (7.9%) UK - Verenigd Koninkrijk 23 (5.9%) DA - Denemarken 22 (5.6%)

Nadere informatie

Burgerschap: Aanbod per hoofddoel

Burgerschap: Aanbod per hoofddoel Burgerschap: Aanbod per hoofddoel HOOFDDOEL 1 We voeden onze leerlingen op tot fatsoenlijke evenwichtige mensen die respectvol (vanuit duidelijke waarden en normen omgaan met de medemens.) Trefwoord De

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 000 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2012 Nr. 229 BRIEF

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST 443 der Beilagen XXIII. GP - Staatsvertrag - 91 niederländische Erklärungen (Normativer Teil) 1 von 13 EN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in augustus 2015

De arbeidsmarkt in augustus 2015 De arbeidsmarkt in augustus 2015 Datum: 8 september 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen en Stadsmarketing Business en innovatie Betreft: Arbeidsmarktfiche augustus 2015 In deze arbeidsmarktfiche zien we

Nadere informatie

2013-2017. Huiswerkbeleid

2013-2017. Huiswerkbeleid 01-017 Huiswerkbeleid Inhoudsopgave Beschrijving doelgroep Visie op onderwijs Basisvisie Leerinhouden/Activiteiten De voor- en nadelen van het geven van huiswerk Voordelen Nadelen Richtlijnen voor het

Nadere informatie

Betreft: Participeren en studeren in het buitenland. Knelpunten voor studenten met een functiebeperking

Betreft: Participeren en studeren in het buitenland. Knelpunten voor studenten met een functiebeperking Steunpunt Inclusief hoger Onderwijs Sint-Jorisstraat 71 8000 Brugge Betreft: Participeren en studeren in het buitenland. Knelpunten voor studenten met een functiebeperking Het Steunpunt Inclusief Hoger

Nadere informatie

Daar zouden we het vaker over moeten hebben. Inleiding Simultaan

Daar zouden we het vaker over moeten hebben. Inleiding Simultaan Daar zouden we het vaker over moeten hebben. Onderzoek naar interculturele competenties van onderwijsmedewerkers (Judith de Beer. Erasmus Universiteit Rotterdam. april 2006) Inleiding De titel daar zouden

Nadere informatie

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving Onderzoeksopzet Marktonderzoek Klantbeleving Utrecht, september 2009 1. Inleiding De beleving van de klant ten opzichte van dienstverlening wordt een steeds belangrijker onderwerp in het ontwikkelen van

Nadere informatie