VOORKOM OVERLIJDEN IN DETENTIE

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "VOORKOM OVERLIJDEN IN DETENTIE"

Transcriptie

1 NEDERLANDS JURISTENBLAD VOORKOM OVERLIJDEN IN DETENTIE Vereenvoudiging formeel verkeer met de Belastingdienst Noodweer(exces) oprekken tot immateriële rechten? P JAARGANG 89 9 MEI

2 Ingezonden Mededeling Op deze plaats een overzicht van advocaten en Houblon Advoctuur advocaat doorstart en (voorkoming van) bestuurdersaansprakelijkheid die Vlaskamp Advocaten Mr. Aniek Gielen, advocaat en curator voor een second opinion. Rotterdam Legal Experience Dunsbergen Noteboom Advocaten Mr. Johan Noteboom, advocaat uitsluitend wakker maken vanwege vragen over de pauliana. Overdag ook beschikbaar voor overige vragen. Mr. Willem Berendsen, advocaat Willem en zijn ervaren team adviseren bedrijven in moeilijkheden, ontwerpen en regisseren herstructureringen. Als curator is Willem betrokken geweest bij vele faillissementen. Direct naar kantoor/specialist? Bezoek

3 Inhoud Vooraf Prof. mr. T. Barkhuysen Vreemdelingenadvocatuur: miljoenenbusiness of sterfhuis? Wetenschap Mr. E. Thoonen Mr. dr. W. Duijst Zorg ter voorkoming van overlijden in detentie Wetenschap Mr. drs. M.J.C. Pieterse Vereenvoudiging van formeel verkeer met de Belastingdienst O&M Mr. dr. N.J.M. Kwakman Noodweer(exces) oprekken tot immateriële rechten? Rubrieken Rechtspraak Boeken Tijdschriften Wetgeving Nieuws Universitair nieuws Personalia Agenda 1303 Er wordt een VAST BEDRAG per fase in de procedure VERGOED zodat het NIET LOONT extra kwaliteitsinspanningen te VERRICHTEN Pagina 1239 De AUTORITEITEN hebben de PLICHT om te REAGEREN op gezondheidsproblematiek van GEDETINEERDEN waar de overheid van WIST of had MOETEN WETEN Pagina NEDERLANDS JURISTENBLAD VOORKOM OVERLIJDEN IN DETENTIE Vereenvoudiging formeel verkeer met de Belastingdienst Noodweer(exces) oprekken tot immateriële rechten? P JAARGANG 89 9 MEI Het EHRM stelt dat art. 6 lid 1 EVRM de nationale rechters VERPLICHT om hun WEIGERING om een prejudiciële VRAAG naar het Hof van Justitie van de Europese Unie te VERWIJZEN te MOTIVEREN Pagina 1299 De BELASTINGDIENST zou zich bij een bezwaarschrift af moeten vragen WELK PROBLEEM aan het bezwaar ten grondslag ligt en op WELKE WIJZE dat probleem het beste kan worden BENADERD Pagina 1254 Als INBREUKEN op immateriële rechten EXPLICIET door de wetgever onder het BEREIK worden gebracht van ART. 41 SR, zijn creatieve constructies op dit vlak VERLEDEN TIJD Pagina 1256 Het doel is om DILEMMA S en INITIATIEVEN rond integriteit LEVEND te houden op de WERKVLOER Pagina 1300 Een belangrijk VOORDEEL van de DIGITALE procedure is de SNELHEID Pagina 1300 Omslag: olieverfschilderij Charles Cham / fotobewerking Mique Bos

4 NEDERLANDS JURISTENBLAD Opgericht in 1925 Eerste redacteur J.C. van Oven Erevoorzitter J.M. Polak Redacteuren Ybo Buruma, Coen Drion, Ton Hartlief, Corien (J.E.J.) Prins (vz.), Tom Barkhuysen, Taru Spronken, Peter J. Wattel Medewerkers Barend Barentsen, sociaal recht (socialezekerheidsrecht), Stefaan Van den Bogaert, Europees recht, Alex F.M. Brenninkmeijer, alternatieve geschillen - beslechting, Wibren van der Burg, rechtsfilosofie en rechtstheorie, G.J.M. Corstens, Europees strafrecht, Remy Chavannes, technologie en recht, Eric Daalder, bestuursrecht, Caroline Forder, personen-, familie- en jeugdrecht, Janneke H. Gerards, rechten van de mens, Ivo Giesen, burgerlijke rechtsvordering en rechts pleging, Aart Hendriks, gezondheidsrecht, Marc Hertogh, rechtssociologie, P.F. van der Heijden, internationaal arbeidsrecht, C.J.H. Jansen, rechtsgeschiedenis, Piet Hein van Kempen, straf(proces)recht, Harm-Jan de Kluiver, ondernemingsrecht, Willemien den Ouden, bestuursrecht, Stefan Sagel, arbeidsrecht, Nico J. Schrijver, volkenrecht en het recht der intern. organisaties, Ben Schueler, omgevingsrecht, Thomas Spijkerboer, migratierecht, T.F.E. Tjong Tjin Tai, verbintenissenrecht, F.M.J. Verstijlen, zakenrecht, Dirk J.G. Visser, auteursrecht en intellectuele eigendom, Inge C. van der Vlies, kunst en recht, Rein Wesseling, mededingingsrecht, Reinout Wibier, financieel recht, Willem J. Witteveen, staatsrecht Auteursaanwijzingen Zie Het al dan niet op verzoek van de redactie aanbieden van artikelen impliceert toestemming voor openbaarmaking en ver veelvoudiging t.b.v. de elektronische ontsluiting van het NJB. Logo Artikelen met dit logo zijn door externe peer reviewers beoordeeld. Citeerwijze NJB 2014/[publicatienr.], [afl.], [pag.] Redactiebureau Bezoekadres: Lange Voorhout 84, Den Haag, postadres: Postbus 30104, 2500 GC Den Haag, tel. (0172) , Internet en Secretaris, nieuws- en informatie-redacteur Else Lohman Adjunct-secretaris Berber Goris Secretariaat Nel Andrea-Lemmers Vormgeving Colorscan bv, Voorhout, Uitgever Simon van der Linde Uitgeverij Kluwer, Postbus 23, 7400 GA Deventer. Op alle uitgaven van Kluwer zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zie Abonnementenadministratie, productinformatie Kluwer Afdeling Klantcontacten, tel. (0570) Abonnementsprijs (per jaar) Tijdschrift: 310 (incl. btw.). NJB Online: Licentieprijs incl. eerste gebruiker 340 (excl. btw), extra gebruiker 100 (excl. btw). Combinatieabonnement: Licentieprijs incl. eerste gebruiker 340 (excl. btw). Prijs ieder volgende gebruiker 100 (excl. btw). Bij dit abonnement ontvangt u 1 tijdschrift gratis en krijgt u toegang tot NJB Online. Zie voor details: (bij abonneren). Studenten 50% korting. Losse nummers 7,50. Abonnementen kunnen op elk gewenst moment worden aangegaan voor de duur van minimaal één jaar vanaf de eerste levering, vooraf gefactureerd voor de volledige periode. Abonnementen kunnen schriftelijk tot drie maanden voor de aanvang van het nieuwe abonnementsjaar worden opgezegd; bij niet-tijdige opzegging wordt het abonnement automatisch met een jaar verlengd. Gebruik persoonsgegevens Kluwer BV legt de gegevens van abonnees vast voor de uitvoering van de (abonnements-)over eenkomst. De gegevens kunnen door Kluwer, of zorgvuldig geselecteerde derden, worden gebruikt om u te informeren over relevante producten en diensten. Indien u hier bezwaar tegen heeft, kunt u contact met ons opnemen. Media advies/advertentiedeelname Maarten Schuttél Capital Media Services Staringstraat 11, 6521 AE Nijmegen Tel , ISSN NJB verschijnt iedere vrijdag, in juli en augustus driewekelijks. Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur(s), redacteur(en) en uitgever(s) geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor gevolgen hiervan. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van art. 16h t/m 16m Auteurswet j. Besluit van 29 december 2008, Stb. 2008, 583, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofd dorp (Postbus 3051, 2130 KB).

5 Vooraf 920 Vreemdelingenadvocatuur: miljoenenbusiness of sterfhuis? 18 De vreemdelingenadvocatuur zou een miljoenenbusiness zijn. Honderden advocaten zouden er een te goed belegde boterham mee verdie- nen. Dit niet alleen vanwege de vele zaken, maar ook omdat kansloze procedures toch zouden worden gevoerd, processtukken bij elkaar zouden worden geknipt en geplakt en bij cliënten onrealistische verwachtingen worden gewekt. Dat betoogt althans Telegraaf-columnist Paul Jansen in twee columns die in april van dit jaar verschenen. Er zou volgens hem een einde moeten worden gemaakt aan deze asielindustrie die zich verrijkt over de ruggen van de belastingbetalers. Dat is harde kritiek die het verdient onder de loep te worden genomen. Een goed beginpunt daarvoor is het begin februari van dit jaar verschenen pilot-onderzoek dat Butter, Laemers & Terlouw van de Radboud Universiteit Nijmegen in opdracht van de Nederlandse Orde van Advocaten uitvoerden naar de kwaliteit van de rechtsbijstand door advocaten in vreemdelingenzaken. De onderzoekers concluderen dat een grote groep vreemdelingenadvocaten voldoende functioneert, een kleine groep uitstekend of goed en een overeenkomstig kleine groep onder de maat. De groep ondermaats presterende advocaten beschikt volgens het onderzoek niet over de vereiste actuele juridische kennis, maakt zich schuldig aan vormverzuimen (te laat indienen van stukken, niet op de hoogte zijn van het grievenstelsel in hoger beroep etc.), heeft gebrekkige analytische en zittingsvaardigheden, voorziet niet in een passende bejegening van bij de procedure betrokken partijen of communiceert slecht met de cliënt. Ook noemen de onderzoekers het probleem van het wekken van onrealistische verwachtingen en het starten van kans- of zinloze procedures. Oorzaken voor de kwaliteitsproblemen zouden volgens het Nijmeegse onderzoek om te beginnen kunnen liggen bij een gebrek aan intrinsieke motivatie en empathie en een te grote focus op het verdienen van geld. Ook de aard van het rechtsgebied, dat zich kenmerkt door grote complexiteit, zou een oorzaak kunnen zijn: specialisatie lijkt een vereiste. Ten slotte wordt als oorzaak genoemd de financiering van de rechtsbijstand in vreemdelingenzaken. Behalve een oproep tot nader onderzoek doen de onderzoekers een aantal aanbevelingen: naming and shaming van slecht presterende advocaten (waarvan veel namen bekend zijn), het meer faciliteren van het indienen van klachten door cliënten en andere bij de procedure betrokken partijen, in de opleiding meer aandacht besteden aan de nietjuridische aspecten van het optreden van advocaten, het bevorderen van specialisatie en het vanuit financieel oogpunt voldoende aantrekkelijk houden van het vakgebied. Zowel de specialisatievereniging van asieladvocaten (VAJN) als de NOvA heeft op de bevindingen van het onderzoek gereageerd. De VAJN benadrukt in een bericht van 7 februari van dit jaar dat het op zich positief is dat, ondanks de lage vergoedingen en de veeleisendheid van het werk, de overgrote meerderheid van de advocaten voldoende tot (zeer) goed functioneert. Verder deelt de vereniging de zorgen over de ondermaats presterende advocaten. Als oorzaak voor het niet verdwijnen van deze advocaten noemt de VAJN primair het gebrek aan daadwerkelijke concurrentie op prijs en kwaliteit in asielzaken. Alle advocaten krijgen in dit soort zaken in beginsel hetzelfde betaald door de Raad voor de Rechtsbijstand en voor de asielzoeker is de hulp in principe kosteloos. Verder kan er in de praktijk vrijwel niet gewisseld worden van advocaat gedurende de procedure. Dat laatste heeft te maken met de eigen financiële bijdrage die dan in de regel moet worden betaald en met de tijdsdruk die in veel procedures aan de orde is. Ook wijst de VAJN op de perverse prikkels die uitgaan van het financieringssysteem: er wordt een vast bedrag per fase in de procedure vergoed zodat het niet loont extra kwaliteitsinspanningen te verrichten ( afraffelen loont ) en ook levert een (door slecht werk) verloren zaak meestal een beroepsprocedure op die weer extra inkomsten genereert. De NOvA heeft aangekondigd harder te gaan optreden tegen slecht presterende advocaten en het toezicht op kwetsbare kantoren verder te intensiveren. Daarbij is meer structurele informatieuitwisseling met ketenpartners als de IND en de Raad voor de Rechtsbijstand volgens de Orde cruciaal. Aldus ontstaat een genuanceerder beeld dan voorgespiegeld door Jansen in zijn columns, zij het dat zijn kritiek wel degelijk opgaat voor een kleine groep advocaten. Maar hij laat ook een kant onderbelicht, namelijk dat vreemdelingen evenzeer worden benadeeld omdat hun belangen niet adequaat worden behartigd. Het is dus hoe dan ook goed dat er concrete aanbevelingen op tafel liggen om aan de kritiek tegemoet te komen. Of het aanpakken van de groep slecht presterende advocaten eveneens leidt tot substantieel minder kansloze procedures is echter maar de vraag. Een ander motief voor het instellen van een (hoger) beroep is, naast een eventueel winstoogmerk, namelijk het grote belang van de vreemdeling. Dit belang maakt dat deze laatste in veel gevallen terecht iedere kans (hoe klein ook) wil aangrijpen. De uitvoering van de zojuist bedoelde aanbevelingen moet desalniettemin op korte termijn en streng ter hand worden genomen. Daarbij verdient de financiering bijzondere aandacht. Zo moet er toch iets te doen zijn aan de nota bene door de eigen beroepsgroep geconstateerde perverse prikkels en moet het makkelijker worden van advocaat te wisselen. Meer in algemene zin geldt voor het stelsel van gefinancierde rechtsbijstand dat de inkomsten van advocaten die met name in deze branche werkzaam zijn op een toereikend niveau moeten blijven. Het hoeft geen miljoenenbusiness te zijn maar hetgeen nu dreigt zeker ook geen sterfhuis. Een verdere brain drain richting commerciële advocatuur is anders reëel met als gevolg dat de meest kwetsbare groepen in onze samenleving, waartoe vreemdelingen zeker behoren, verstoken blijven van adequate rechtshulp. Tom Barkhuysen Reageer op NJBlog.nl op het Vooraf NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

6 921 Wetenschap Zorg ter voorkoming van overlijden in detentie Eveline Thoonen en Wilma Duijst 1 De verantwoordelijkheid voor de (medische) zorg van gedetineerden ligt bij de overheid. Het EVRM verplicht de overheid te zorgen voor menswaardige detentieomstandigheden en om het recht op leven van gedetineerden te beschermen. Deze verplichtingen brengen eisen met zich mee op het gebied van de screening bij binnenkomst, de herkenning en onderkenning van de noodzaak tot inschakelen van medische zorg, medische handelingen en beslissingen op een politiebureau. Punten van aandacht zijn voorts de dossiervoering en informatieoverdracht tussen politiebureau en penitentiaire inrichting alsmede de toegang tot de zorg in de penitentiaire inrichting en het toegeleidingssysteem daar naar toe. Voorbeelden uit de praktijk tonen aan dat wet en werkelijkheid nogal eens uiteenlopen. Het ultieme doel van het verlenen van medische zorg is het zo lang mogelijk proberen af te wenden van de dood. De taak van de overheid is daarbij het treffen van maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid en daarmee zo lang mogelijk het intreden van de dood uit te stellen. 2 Uiteindelijk kan de overheid, zelfs in een utopische situatie van onbeperkte en optimale middelen, niet voorkomen dat mensen overlijden, aangezien de dood een onvermijdelijk gevolg is van leven. Alle partijen kunnen alleen maar hun best doen en moeten ooit hun nederlaag aanvaarden. Is een patiënt overleden dan ontstaat vrijwel altijd benoemd of onbenoemd de vraag of het juiste is gedaan en of er voldoende is gedaan. De vraag of de juiste en voldoende zorg is gegeven dringt zich extra op zodra een burger, wiens vrijheid is benomen door de overheid, overlijdt. Zeer recent leidde de dood van een Armeense asielzoeker in Schalkhaar tot Kamervragen. 3 Het politieke en maatschappelijke belang van een dergelijke discussie is groot omdat in detentie de verantwoordelijkheid voor de zorg bij de overheid ligt en de zorg in detentie noodzakelijkerwijs anders is geregeld dan in de vrije maatschappij. In dit artikel worden de verantwoordelijkheden van de overheid ter voorkoming van overlijden in detentie (penitentiaire inrichtingen en politiebureaus) en de problemen die daarbij in de praktijk rijzen bezien in het licht van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en de uitgangspunten die worden gehanteerd door het Europees Comité voor de Preventie van Foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing (CPT) en het Comité van Ministers van de Raad van Europa. Voor praktijkvoorbeelden wordt geput uit de dagelijkse ervaringen van de tweede auteur als forensisch arts. Europees kader De overheid heeft op basis van artikel 3 EVRM de verplichting om te zorgen voor menswaardige detentieomstandigheden. 4 Zij moet zorgen voor de gezondheid en het welbevinden van gedetineerden door onder meer de vereiste medische zorg te bieden. 5 Hoewel het EHRM erkent dat het niet zijn taak is om te oordelen over zaken die behoren tot het expertisegebied van medisch specialisten, toetst het Hof wel of de autoriteiten voldoende medische controles hebben uitgevoerd zodat de toestand van de gedetineerde effectief kon worden beoordeeld en een effectieve behandeling kon worden opgestart. 6 Behandeling moet zijn gericht op het genezen of het voorkomen van verergering van gezondheidsproblemen 7 en moet niet alleen zijn gericht op symptoombestrijding. 8 Het EHRM eist ook dat diagnoses tijdig en nauwkeurig worden gesteld en dat de zorg tijdig en nauwkeurig wordt geboden. 9 De autoriteiten moeten verder zorgen dat een voorgeschreven behandeling daadwerkelijk wordt geboden. 10 Het CPT stelt zich op het standpunt dat gedetineerden in gevangenissen dezelfde zorg moeten kunnen krijgen als de zorg die personen in de vrije samenleving kunnen ontvangen. 11 Hoewel het EHRM verschillende malen aan deze normering van het CPT heeft gerefereerd, 12 heeft het EHRM niet altijd vastgehouden aan deze standaard ten aanzien van medische zorg voor definitief afgestrafte gedetineerden, in tegenstelling tot gedetineerden in voorlopige hechtenis. 13 Het Hof heeft bijvoorbeeld geaccepteerd dat het medisch personeel in detentie niet dezelfde professionele ervaring heeft als specialisten die in de beste burgerziekenhuizen werken. 14 Ook heeft het Hof aangegeven dat het bereid is te accepteren dat de middelen van medische diensten in penitentiaire inrichtingen beperkt zijn ten opzichte van de middelen van ziekenhuizen bui NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 18

7 ten detentie. 15 Het EHRM beoordeelt de vereiste standaard van zorg per geval. Daarbij hanteert het Hof het uitgangspunt dat de zorg enerzijds compatibel moet zijn met de menselijke waardigheid en anderzijds bij het bieden van zorg de praktische eisen van de detentiesituatie in acht zouden moeten worden genomen. 16 Ook erkent het EHRM dat het niveau van zorg per land kan verschillen door ontwikkelingen in de medische wetenschap en door sociale en economische verschillen tussen landen. 17 Dit brengt het Hof ertoe van de verdragsluitende staten te verlangen dat zij gedetineerden de medische zorg bieden die hun middelen toestaan. 18 Uit artikel 2 EVRM volgt voor de Nederlandse autoriteiten de verplichting om het recht op leven van gedetineerden te beschermen. Deze verplichting is echter niet onbegrensd; het is niet de bedoeling dat deze verplichting leidt tot een disproportionele of onmogelijke last voor de autoriteiten. Het EHRM houdt onder meer rekening met de onvoorspelbaarheid van menselijk gedrag en de keuzes die moeten worden gemaakt met het oog op prioriteiten en middelen. 19 De jurisprudentie van het EHRM laat zien dat een positieve verplichting tot handelen pas ontstaat op het moment dat de autoriteiten wisten of hadden moeten weten dat een individu een reëel en direct risico liep. 20 Deze toets, wist of had moeten weten, gebruikt het EHRM ook ten opzichte van risico s/gevaren voor het leven van gedetineerden, zoals somatische problematiek, 21 suïcide 22 en geweldsincidenten tussen gedetineerden. 23 Somatische problematiek bij gedetineerden De autoriteiten hebben de plicht om te reageren op gezondheidsproblematiek van gedetineerden waar de overheid van wist of had moeten weten. Het gaat om gezondheidsproblemen waarvan de ernst of het bestaan de autoriteiten niet heeft kunnen of niet zou hebben moeten ontgaan. 24 De autoriteiten kunnen hiervan allereerst kennis nemen doordat de gedetineerde aangeeft voor detentie te zijn gediagnosticeerd met een aandoening. Daarnaast kan in detentie een diagnose zijn gesteld; 25 deze diagnose moet ook tijdig worden gesteld. 26 De autoriteiten kunnen ook door derden, zoals de raadsman 27 of een familielid 28 van de gedetineerde, op de hoogte worden gebracht van de gezondheidsproblematiek van de gedetineerde. Als de autoriteiten weten of hadden moeten weten van het risico voor de gezondheid van de Een positieve verplichting tot handelen ontstaat pas op het moment dat de autoriteiten wisten of hadden moeten weten dat een individu een reëel en direct risico liep betrokken gedetineerde moeten zij alle maatregelen nemen die noodzakelijk zijn om te verzekeren dat de gedetineerde adequate zorg krijgt. 29 Uit artikel 2 EVRM volgt de verplichting gedetineerden de medische zorg te bieden die nodig is om overlijden te voorkomen. 30 Suïcide onder gedetineerden Voor de beoordeling van de vraag of de autoriteiten wisten of hadden moeten weten van een suïciderisico acht het EHRM het onder meer van belang of de gedetineerde Auteurs 109 (Hummatov vs. Azerbeidzjan); EHRM 13. EHRM 22 december 2008, nr. 23. EHRM 14 maart 2002, nr /99, 1. Mr. E. Thoonen is promovenda Radboud 13 juli 2006, nr /04, 211 (Popov 46468/06, 139 (Aleksanyan vs. Rusland). 57 (Paul en Audrey Edwards vs. Verenigd Universiteit Nijmegen, Faculteit der Rechts- vs. Rusland). 14. EHRM 10 juli 2007, nr. 6293/04 (Miri- Koninkrijk). geleerdheid, vaksectie Straf(proces)recht. 8. EHRM 29 november 2007, nrs. 9852/03 lashvili vs. Rusland). 24. EHRM 24 februari 2009, nr /00, Mr. dr. W. Duijst is forensisch arts GGD en 13413/04, 114 (Hummatov vs. Azer- 15. EHRM 15 november 2007, nr. 58 (Gagiu vs. Roemenië). Zie ook EHRM IJsselland en rechter plaatsvervanger Recht- beidzjan); EHRM 23 juli 2013, nr. 4458/10, 30983/02, 76 (Grishin vs. Rusland). 16 november 2006, nr /99, 60 bank Gelderland (locatie Arnhem). 63 (Mikalauskas vs. Malta). 16. EHRM 22 december 2008, nr. (Huylu vs. Turkije). 9. EHRM 28 maart 2006, nr /01, 46468/06, 140 (Aleksanyan vs. Rusland). 25. EHRM 14 maart 2013, nr /08, Noten (Melnik vs. Oekraïne); EHRM EHRM 27 mei 2008, nr /05, (Salakhov en Islyamova vs. 2. Art. 22 Grondwet. maart 2014, nr /09, 62 (Gorbulya (N. vs. Verenigd Koninkrijk). Oekraïne). 3. Brief Staatssecretaris Teeven aan de vs. Rusland). 18. EHRM 22 december 2008, nr. 26. EHRM 3 februari 2011, nr. 8532/06, Tweede Kamer d.d. 22 april EHRM 23 juli 2013, nr. 4458/10, /06, 148 (Aleksanyan vs. Rusland) (Geppa vs. Rusland). 4. M. Hagens, Toezicht op menswaardige (Mikalauskas vs. Malta); EHRM 7 novem- 19. EHRM 17 oktober 2013, nr /04, 27. EHRM 27 januari 2011, nr /04, behandeling van gedetineerden in Europa, ber 2006, nr /05, 117 (Holomiov 81 (Keller vs. Rusland) (Iordanovi vs. Bulgarije). dissertation Graduate school of legal stu- vs. Moldavië). 20. EHRM 9 juni 1998, nr /94, EHRM 18 december 2008, nr. dies, Faculty of Law Leiden University European Committee for the Prevention (L.C.B. vs. Verenigd Koninkrijk); EHRM /04, 106 (Kats e.a. vs. Oekraïne). 5. EHRM 26 oktober 2000, nr /96, of Torture and Inhuman or Degrading oktober 1998, nr /94, EHRM 27 januari 2011, nr /04, 94 (Kudła vs. Polen); EHRM 6 maart 2014, Treatment or Punishment (CPT), CPT (Osman vs. Verenigd Koninkrijk). 54 (Iordanovi vs. Bulgarije); EHRM 18 nr /09, 61 (Gorbulya vs. Rusland). Standards, CPT/Inf/E (2002) 1 Rev. 2013, 21. EHRM 27 januari 2011, nr /04, december 2008, nr /04, EHRM 16 december 2010, nr /08, p (Iordanovi vs. Bulgarije). (Kats e.a. vs. Oekraïne). 108 (Kozhokar vs. Rusland). 12. EHRM 14 maart 2013, nr /08, 22. EHRM 3 april 2001, nr /95, 30. EHRM 16 november 2006, nr. 7. EHRM 6 maart 2014, nr /09, (Salakhov en Islyamova vs. Oekraïne); 90 en 93 (Keenan vs. Verenigd Koninkrijk); 52955/99, 58 (Huylu vs. Turkije); EHRM (Gorbulya vs. Rusland); EHRM 29 novem- EHRM 14 december 2006, nr. 4353/03, EHRM 3 mei 2011, nr /07 (Zemzami 21 december 2010, nr /08, 60 ber 2007, nrs. 9852/03 en 13413/04, 67 (Tarariyeva vs. Rusland). en Barraux vs. Frankrijk). (Jasinskis vs. Letland). NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

8 Wetenschap Politieambtenaren en gevangenbewaarders moeten niet trachten om verzoeken van gedetineerden om een consult van een arts te screenen zich op enigerlei wijze suïcidaal heeft geuit 31 en/of bekend was met psychische problematiek 32 (in het bijzonder schizofrenie 33 en psychoses 34 ). Het Hof kijkt ook naar het gedrag van de gedetineerde in de periode voorafgaand aan de suïcide, 35 zoals een eerdere suïcidepoging en ander automutilerend gedrag, het afleggen van onsamenhangende verklaringen en gewelddadig gedrag. 36 Ook signalen voor psychische nood acht het EHRM van belang. 37 Benadrukt wordt dat zorgvuldige monitoring nodig is om een plotselinge achteruitgang tijdig op te merken. 38 Op het moment dat de autoriteiten van het suïciderisico weten of moeten weten, moeten zij alle redelijkerwijs te verwachten maatregelen nemen om te trachten dit risico af te wenden. 39 Een gedetineerde met psychische problemen moet bijvoorbeeld adequate medische zorg worden geboden, in het bijzonder na een suïcidepoging en in reactie op hulpvragen van de gedetineerde. 40 Ook kan worden gedacht aan extra toezicht 41 en het wegnemen van bepaalde voorwerpen zoals een deken, 42 een riem 43 of extra alertheid op scherpe voorwerpen. 44 Gedetineerden met extra kwetsbaarheid; psychische problematiek Het EHRM heeft benadrukt dat rekening moet worden gehouden met de extra kwetsbare positie van gedetineerden met psychische problematiek. Ook moet men er rekening mee houden dat deze gedetineerden soms niet samenhangend of in zijn geheel niet in staat zijn te klagen over de hen geboden behandeling. 45 In het bijzonder wordt gewezen op de extra kwetsbaarheid van gedetineerden die lijden aan psychoses. 46 Het EHRM benadrukt dat gedetineerden met psychische problematiek vatbaarder zijn voor gevoelens van minderwaardigheid en machteloosheid. Dit vergt extra waakzaamheid van het Hof in de beoordeling of voldaan is aan de verplichtingen die voortvloeien uit het EVRM. 47 Voorts acht het EHRM het van belang dat gedetineerden met psychische problematiek worden ondergebracht op afdelingen waar zij de benodigde zorg kunnen krijgen. Het Hof verwijst naar verschillende Europese aanbevelingen waarin wordt aangegeven dat gedetineerden met ernstige geestelijke problematiek zouden moeten worden ondergebracht op zorgafdelingen. 48 Een zorgvuldige afweging of gedetineerden op een reguliere afdeling of op een zorgafdeling worden geplaatst is niet alleen in het belang van de betrokken gedetineerde zelf maar ook in het belang van medegedetineerden, zoals wordt geïllustreerd 1242 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 18

9 door de zaak Paul en Audrey Edwards vs. Verenigd Koninkrijk waarin twee gedetineerden die (vermoedelijk) leden aan psychische problematiek op één cel werden geplaatst. Een van deze twee gedetineerden overleed vervolgens ten gevolge van het geweldgebruik van de ander. In deze zaak waren verschillende omissies aan te wijzen in de overdracht van beschikbare informatie aan de gevangenisautoriteiten over het gedrag en de psychische problemen van de gedetineerde die tot het fatale geweld overging, zowel aan de zijde van de politie, het Openbaar Ministerie en de rechtbank. Daar kwam nog bovenop dat de gedetineerde die overgegaan was tot geweld een inadequate intake was afgenomen, waardoor zijn toestand onvoldoende in beeld was. 49 Bijzondere aandacht zou moeten uitgaan naar de problemen die zich kunnen voordoen bij gedwongen opnames in een psychiatrische instelling, namelijk als de betrokkene zich fysiek verzet tegen de opname en het vervoer naar de instelling. Het EHRM heeft hierover opgemerkt dat de omgang met deze personen speciale training vereist en dat het van belang is dat in dergelijke situaties medisch gekwalificeerd personeel aanwezig is. 50 Herkennen en onderkennen noodzaak inschakelen medische zorg Het CPT heeft ten aanzien van de rol van het bewakend personeel in de toegang tot zorg benadrukt dat politieambtenaren 51 en gevangenbewaarders 52 niet moeten trachten 31. EHRM 3 mei 2011, nr /07 (Zemzami en Barraux vs. Frankrijk). 32. EHRM 11 december 2012, nr /09, (Karpisiewicz vs. Polen). 33. EHRM 3 april 2001, nr /95, 94 (Keenan vs. Verenigd Koninkrijk). 34. EHRM 3 april 2001, nr /95, 95 (Keenan vs. Verenigd Koninkrijk); EHRM 13 maart 2012, nr. 2694/08, 61 (Reynolds vs. Verenigd Koninkrijk). 35. EHRM 3 april 2001, nr /95, 95 (Keenan vs. Verenigd Koninkrijk). In deze zaak had de gedetineerde een strop gemaakt. Zie voorts EHRM 18 oktober 2005, nr /99, 50 (Akdogdu vs. Turkije). 36. EHRM 16 oktober 2008, nr. 5608/05, (Renolde vs. Frankrijk). Zie met betrekking tot suïcidepogingen en ander automutilerend gedrag ook EHRM 9 oktober 2012, nr. 1413/07, 57 en 62 (Çoselav vs. Turkije). 37. EHRM 22 januari 2013, nr /08, 49 (Mitic vs. Servië). 38. EHRM 3 april 2001, nr /95, 96 (Keenan vs. Verenigd Koninkrijk); EHRM 19 juli 2012, nr /09, 83 (Ketreb vs. Frankrijk). 39. EHRM 3 april 2001, nr /95, 93 (Keenan vs. Verenigd Koninkrijk). Zie ook EHRM 17 oktober 2013, nr /04, 82 (Keller vs. Rusland). 40. EHRM 9 oktober 2012, nr. 1413/07, (Çoselav vs. Turkije). 41. EHRM 9 oktober 2012, nr. 1413/07, 68 (Çoselav vs. Turkije); EHRM 18 oktober 2005, nr /99, 50 (Akdogdu vs. Turkije). 42. EHRM 18 oktober 2005, nr /99, 50 (Akdogdu vs. Turkije). 43. EHRM 10 november 2009, nr /02 (Silickis en Silickiene vs. Litouwen). 44. EHRM 14 februari 2012, nr. 9296/06, 95 (Shumkova vs. Rusland). 45. EHRM 20 januari 2009, nr /06, 87 (Sławomir Musiał vs. Polen); EHRM 11 juli 2006, nr /03, 63 (Riviere vs. Frankrijk). 46. EHRM 11 juli 2006, nr /03, 63 (Riviere vs. Frankrijk). 47. EHRM 20 januari 2009, nr /06, 96 (Sławomir Musiał vs. Polen). 48. EHRM 20 januari 2009, nr /06, (Sławomir Musiał vs. Polen). 49. EHRM 14 maart 2002, nr /99, i.h.b EHRM 16 januari 2014, nr. 5269/08, (Shchiborshch en Kuzmina vs. Rusland). 51. CPT/Inf/E (2002) 1 Rev. 2013, p CPT/Inf/E (2002) 1 Rev. 2013, p. 39. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

10 Wetenschap Omissies in informatieoverdracht kunnen niet alleen bij de beslissing om gedetineerden al dan niet op een reguliere afdeling te plaatsen desastreuze gevolgen hebben, maar ook voor de behandeling van gedetineerden om verzoeken van gedetineerden om een consult van een arts te screenen. Dat het bewakend, veelal niet-medisch geschoold, personeel in de praktijk een belangrijke rol speelt in de initiële signalering van gezondheidsproblemen van een gedetineerde (en daarmee ook in de toegang tot zorg) kan worden geïllustreerd met de zaak Jasinskis vs. Letland. In deze zaak werd een man ingesloten vanwege dronkenschap. Te laat werd gesignaleerd dat er sprake was van hoofdletsel en ook na de signalering dat betrokkene niet (goed) wakker te krijgen was, werd het inroepen van medische hulp uitgesteld. De man kwam te overlijden. 53 Screening bij binnenkomst Het standaard afnemen van een medische intake bij nieuwe gedetineerden is een middel om de toegang tot zorg te borgen. Zowel het CPT als het Comité van Ministers van de Raad van Europa heeft benadrukt dat iedere gedetineerde bij binnenkomst in een gevangenis zo snel mogelijk een medische intake moet worden afgenomen. 54 Het EHRM heeft ten aanzien van de insluiting in gevangenissen benadrukt dat met het screenen van nieuwe gedetineerden moet worden beoogd te bepalen welke gedetineerden onder medisch toezicht moeten worden geplaatst. Het afnemen van een niet-adequate intake bij binnenkomst in de gevangenis was in Paul en Audrey Edwards vs. Verenigd Koninkrijk een van de aspecten die het Hof tot de conclusie bracht dat sprake was van een schending van artikel 2 EVRM. 55 Ten aanzien van het standaard afnemen van een medische intake bij insluiting op politiebureaus is men echter minder helder. Het CPT benadrukt dat iedere gedetineerde vanaf het allereerste begin van vrijheidsbeneming recht heeft op toegang tot een arts. 56 Het EHRM heeft dit uitgangspunt overgenomen. 57 Dit uitgangspunt impliceert echter dat het initiatief bij de gedetineerde ligt en lijkt niet te vereisen dat er in deze gevallen standaard een medische intake op initiatief van de autoriteiten wordt afgenomen. Dossiervoering en informatieoverdracht Terecht heeft het EHRM verschillende malen gewezen op het belang dat een volledig medisch dossier wordt bijgehouden over de gezondheidstoestand van gedetineerden en de geboden behandeling. 58 Omissies in informatieoverdracht kunnen niet alleen bij de beslissing om gedetineerden al dan niet op een reguliere afdeling te plaatsen desastreuze gevolgen hebben, maar ook voor de behandeling van gedetineerden. In de zaak Iordanovi vs. Bulgarije had de raadsman van de betrokken gedetineerde de arts van de inrichting en een rechercheur medegedeeld dat zijn cliënt leed aan diabetes. Deze informatie was echter niet in het medisch dossier genoteerd, noch was er verder iets mee gedaan. De volgende dag werd de gedetineerde dood aangetroffen in zijn cel. Het Hof concludeert dat sprake is van een schending van artikel 2 EVRM aangezien de gedetineerde geen adequate medische zorg was geboden door de autoriteiten, hetgeen resulteerde in zijn overlijden. 59 Pijnpunten Nederlandse praktijk Herkennen en onderkennen noodzaak inschakelen medische zorg Bij aanhouding van een persoon zal de politieambtenaar doorgaans niet eerst vragen of de betrokkene gezond is. Bij aanhouding op heterdaad is dit niet mogelijk en bij aanhouding buiten heterdaad heeft deze vraag geen prioriteit. Daarnaast kunnen personen die drank en/of drugs hebben gebruikt en, kort gezegd, een gevaar vormen voor zichzelf of hun omgeving op een politiebureau worden ondergebracht (artikel 25 lid 1 en lid 2 Ambtsinstructie voor de politie, Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren). De arts moet worden gewaarschuwd voor personen van wie bekend is dat zij geestelijk gestoord zijn of die geestelijk gestoord lijken (artikel 25 lid 3 Ambtsinstructie). Uit deze door de wetgever gekozen formulering moet de conclusie worden getrokken dat indien alleen drank en/of drugs in het spel zijn de arts niet gewaarschuwd hoeft te worden. De vraag is of de politieambtenaar dit kan beoordelen. Uit de hiervoor behandelende jurisprudentie kwam al naar voren dat het uitstellen van medische hulp fatale gevolgen kan hebben. Het idee dat iedereen een dronken persoon kan herkennen blijkt in de praktijk minder waar. Dit wordt onzes inziens duidelijk geïllustreerd door het volgende voorbeeld. Een man wordt zittend aangetroffen op een treinstation. De man wordt aangesproken door een agent en de man geeft daarop lallend antwoord. De man staat te zwaaien op zijn benen. De agenten nemen de man mee naar het politiebureau om hem ter ontnuchtering in te sluiten, waarop de man boos onverstaanbare taal uitslaat en wild met zijn armen zwaait. Een arts wordt op dat moment niet noodzakelijk geacht; de man is dronken. De volgende morgen wordt de arts gebeld omdat de man nog steeds dronken lijkt en, aldus de agenten, gestoord doet. Het criterium van artikel 25 lid 3 Ambtsinstructie wordt nu gehaald. Volgens de agent is een beoordeling van de psychische toestand van meneer gewenst. De arts die ter plaatse komt (een van de auteurs) vraagt om de man over te brengen naar de artsenkamer, zodat in een rustige omgeving een gesprek kan worden gevoerd. Bij het observeren van de man valt op dat hij een zeer bijzondere motoriek heeft. Het lallen van de man blijkt samen te hangen met de motorische problemen. Van dronkenschap is geen sprake (geweest). De reden om op zijn hurken te gaan zitten bij het station was dat hij het staan niet vol kon houden door zijn ziekte NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 18

11 Dit lijkt een incident, maar niets is minder waar. Regelmatig worden personen binnengebracht onder verdenking van een psychiatrische stoornis die een lichamelijke ziekte blijken te hebben en personen die als dronken worden beschouwd terwijl feitelijk sprake is van een hoofdtrauma. Daarnaast worden dementerende ouderen, suikerziektepatiënten en GHB-verslaafden binnengebracht die niet op een politiebureau horen, maar in de zorg. 60 Gesteld kan worden dat de politie in het kader van artikel 3 Politiewet 2012 een taak heeft in de hulpverlening, maar die taak kan alleen goed uitgevoerd worden als direct door een daartoe bekwaam persoon wordt ingeschat of, en zo ja welke zorg noodzakelijk is. Ook het overbrengen van personen in een extreme opwindingstoestand leidt in de praktijk tot moeilijke afwegingen. Enerzijds is begrijpelijk dat buitensporig opstandig en agressief gedrag aanleiding kan zijn voor ferm strafrechtelijk optreden. Anderzijds hoort extreem opstandig en agressief gedrag ook bij ernstige psychiatrische en drugs gerelateerde problemen. Een voorbeeld daarvan is het zogeheten excited delirium, een opwindingstoestand, uitgelokt door drugsgebruik, waarbij de betrokkene blijft schreeuwen en vechten, soms tot de (plotselinge) dood erop volgt. 61 Wanneer van een dergelijke opwindingstoestand sprake lijkt te zijn, is het inroepen van de zorg en het gebruik van medicatie van belang om calamiteiten te voorkomen. De hulp van de zorg kan echter alleen worden ingeroepen als de agent die op straat met dit beeld wordt geconfronteerd de ernst ervan inziet en vervolgens bereid is om de zorg prioriteit te geven boven handhaving van de openbare orde. Het is toe te juichen dat in het convenant tussen de politie en GGZ als uitgangspunt wordt genomen dat in crisissituaties de hulpverlening voorop staat en dat het de gezamenlijke verantwoordelijkheid is van de politie en GGZ om crisissituaties op te lossen. 62 Politie en hulpverlening moeten gezamenlijk optrekken om dit probleem het hoofd te bieden en om ervoor te zorgen dat de betrokkene per ambulance naar een ziekenhuis wordt afgevoerd; onderbrengen op een politiebureau is geen optie. 63 Hierbij moet worden aangetekend dat ambulancezorg (artikel 1 lid 1 sub d Tijdelijke wet ambulancezorg) bedoeld is om personen te vervoeren naar een zorginstelling en niet naar een politiebureau. 64 Screening bij binnenkomst, medisch handelen en beslissingen op een politiebureau Een politiebureau is geen zorginstelling en de arrestantenverzorgers zijn geen medisch hulpverleners. Maar op een politiebureau verblijven wel mensen met somatische en/of psychische problemen. Na binnenkomst op het politiebureau wordt aan de hand van een verkort vragenformulier de gezondheidstoestand van de kersverse gedetineerde in kaart gebracht. Het formulier bevat vragen over ziektes, medicatiegebruik, psychische toestand en verslaving. Indien uit het vragenformulier blijkt dat een van deze problemen aan de orde is dient een arts gewaarschuwd te worden. Zo kan het voorkomen dat een gedetineerde geplaatst wordt op een politiebureau en dat pas enige tijd later blijkt dat de gedetineerde ernstige gezondheidsproblemen heeft. In de praktijk worden personen met ernstige hartproblemen, de ziekte van Parkinson (waarbij de instelling op medicatie nauw luistert) of zeer oude personen met een halfzijdige verlamming op het politiebureau geplaatst. Dit roept de vraag of de benodigde zorg op het politiebureau kan worden geleverd. De vraag stellen schept de verantwoordelijkheid om een antwoord op de vraag te zoeken en dus laagdrempelig de arts te vragen om een beoordeling van de gezondheidstoestand. Door het standaard afnemen van een vragenlijst bij binnenkomst op het politiebureau en het laagdrempelig inschakelen van een arts lijken de eisen die het EHRM stelt aan verantwoorde zorg in detentie te worden gehaald. Dossiervoering en informatieoverdracht van politiebureau naar penitentiaire inrichting en vice versa Wordt een gedetineerde in bewaring genomen dan wordt hij van het politiebureau overgeplaatst naar de penitentiaire inrichting (PI). Wanneer er gedurende het verblijf op het politiebureau medische zorg is verleend dan kan op grond van artikel 7:457 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW) medische informatie worden verschaft aan de arts in de PI die rechtstreeks bij de behandeling van de patiënt betrokken is. 65 Een wettelijke belemmering om de informatie te verschaffen is er niet. Sterker nog, artikel 35 Ambtsinstructie bepaalt dat wanneer de ingeslotene wordt overgeplaatst de geneesmiddelen en de rapportage van de arts, bedoeld voor de arts die de behandeling overneemt, mee wordt gegeven door de politieambtenaar. Een praktische belemmering is er wel degelijk. De arts die de zorg op het politiebureau heeft verleend weet doorgaans niet dat en wanneer de gedetineerde wordt overgebracht naar de PI. De combinatie van artsen die in diensten werken en de rapid cycling van gedetineerden op een politiebureau is daarbij een gevaarlijke en soms fatale combinatie. Een gedetineerde wordt geplaatst door een selectiefunctiona- 53. EHRM 21 december 2010, nr /08 (Jasinskis vs. Letland). 58. EHRM 23 juli 2013, nr. 4458/10, 63 (Mikalauskas vs. Malta). 59. EHRM 27 januari 2011, nr /04, i.h.b D. van Toor en W. Duijst, De last van overlast, NJB 2008/1072, afl. 22, p C. Das e.a., Cocaïnegebruik en plotseling overlijden: het geagiteerd-deliriumsyndroom, Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2009/153(21), p GGD Amsterdam, Richtlijn Excited Delirium Syndroom, voor de veiligheid, Veiligheid van vreemdelingen, 2014, staat vermeld dat het medisch beroepsgeheim aan informatieoverdracht in de weg zou staan. Als het gaat om vreemdelingen zou steeds om schriftelijke toestemming worden gevraagd. Schriftelijke toestemming is echter niet noodzakelijk en leidt tot onnodige vertraging van de informatieoverdracht. 62. Convenant Politie GGZ CPT/Inf/E (2002) 1 Rev. 2013, p. 39. Recommendation Rec(2006)2 of the Committee of Ministers to member states on the European Prison Rules, EHRM 14 maart 2002, nr /99, 62 en CPT/Inf/E (2002) 1 Rev. 2013, p. 6 en EHRM 13 juli 2010, nr /99, 112 (Carabulea vs. Roemenië). 63. Opmerkelijk is dat in het convenant Politie-GGZ 2012 als geschikte locatie voor beoordeling onder meer het politiebureau, niet zijnde een cel, wordt genoemd. Wel wordt erkend dat een cel geen geschikte plek is voor verwarde personen. Convenant Politie GGZ Kamerstukken II 2010/11, 32854, 3, p In het rapport van de Onderzoeksraad NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

12 Wetenschap ris. Bij de plaatsing houdt de selectiefunctionaris rekening met de aanwijzingen van het Openbaar Ministerie (artikel 15 lid 4 Penitentiaire beginselenwet). De aanwijzingen van het OM zullen voornamelijk worden ingegeven door de ernst van het gepleegde delict. Hoe ernstiger het delict en hoe groter de maatschappelijke impact, hoe minder waarschijnlijk het wordt dat zorg een leidend motief wordt bij de plaatsing. Een zwak punt in het systeem is dat behoefte aan zorg voor de gedetineerde wel eerst onder de aandacht van het OM moet komen alvorens het OM hier op adequate manier kan reageren. Ook hierbij kan een voorbeeld uit de praktijk duidelijk maken waar dit om gaat. Verreweg de mooiste oplossing zou zijn dat de arts die de zorg op het politiebureau verleent en de arts van de PI in hetzelfde (digitale) dossier aantekeningen maken Een Tbs-gestelde man verblijft al enige tijd in het kader van resocialisatie in een woning aan de rand van de kliniek. De begeleiders gaan ervan uit dat het goed gaat met de man en dat hij zijn anti-psychotische medicatie inneemt. Schijnbaar zonder aanleiding pleegt hij een zeer ernstig gewelddelict. De man wordt gedetineerd op een politiebureau, alwaar hij vanwege zijn vreemde gedrag wordt gezien door de arts. De arts stelt vast dat de man psychotisch is en neemt contact op met de Tbs-kliniek. De arts schrijft een verslag voor het OM waarin wordt aangegeven dat de medisch gezien de voorkeur uitgaat naar terugplaatsing naar de Tbs-kliniek en indien dat niet mogelijk is een plaatsing in een penitentiair psychiatrisch centrum (PPC) geïndiceerd is. De volgende dag (vrijdagmiddag uur) blijkt de man te zijn geplaatst in een PI. Bij navraag bij de PI blijkt de medische dienst niets te weten van het psychiatrische toestandsbeeld waarin de man verkeert. Dit levert niet alleen voor de man in kwestie een gevaarlijke situatie op maar evenzeer voor de medegedetineerden, PIW-ers en hulpverleners. 66 De problemen bij overdracht van medische gegevens bij overplaatsing en de gevaren die daaruit voortkomen voor de gezondheid van de gedetineerde zijn in diverse rapporten beschreven. Zowel de Nationale Ombudsman als de auteurs van dit artikel hebben hierop eerder al gewezen. 67 Het Hof Amsterdam heeft voorts benadrukt dat een correcte informatieoverdracht de verantwoordelijkheid is van de zendende en van de ontvangende partij. Dit betekent dat de ontvangende partij actief navraag moet doen als informatie uitblijft. 68 In het rapport in de zaak Dolmatov constateert de Inspectie Veiligheid en Justitie (Inspectie VenJ): ( ) dat de binnen de keten beschikbare informatie voor de individuele ketenpartners slechts beperkt beschikbaar is en niet samenkomt tot een compleet beeld. 69 Het probleem is dus bekend maar lijkt te blijven liggen. Een manier om dit probleem op te lossen ligt in een proactieve houding van zowel de arrestantenverzorgers op het politiebureau als de medische dienst van een PI. Arrestantenverzorgers zou een verplichting kunnen worden opgelegd om de arts op de hoogte te brengen van het feit dat de betrokkene wordt overgeplaatst indien medische zorg (daaronder begrepen verstrekken van medicatie) tijdens het verblijf op het politiebureau nodig is geweest. De arts kan dan bepalen of een medische overdracht noodzakelijk is. Voor de medische dienst van een PI is een taak weggelegd om het politiebureau te bellen met de vraag of er medische bijzonderheden zijn. Voorwaarde hiervoor is wel dat de medische dienst van de PI geïnformeerd wordt over het politiebureau van herkomst. In het rapport van de Inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ) van 2009 wordt door de IGZ aanbevolen dat een gedetineerde bij het verlaten van de PI een kopie van de probleemlijst en een medicatielijst mee zou moeten krijgen om de continuïteit van zorg te garanderen. 70 Een dergelijke wijze van handelen bij het overplaatsen van een gedetineerde van een politiebureau naar een PI zou een enorme verbetering van de zorg aan gedetineerden opleveren. Ook bij de lichting (tijdelijke overplaatsing van PI naar politiebureau voor verhoor) zou het meegeven van een probleemlijst en medicatielijst of nog beter een dag-hoeveelheid medicatie resulteren in een enorme verbetering van de zorg aan gedetineerden. Een andere oplossing van het probleem is het hanteren van een overdrachtsformulier zoals het M118-formulier dat wordt gebruikt voor vreemdelingendetentie. Het hanteren van een dergelijk formulier heeft alleen zin als het formulier wordt gebruikt als groeidocument. 71 Verreweg de mooiste oplossing zou zijn dat de arts die de zorg op het politiebureau verleent en de arts van de PI in hetzelfde (digitale) dossier aantekeningen maken. Uiteraard betekent niet-optimale zorg meestal niet dat er levensgevaar voor de gedetineerde ontstaat. Meestal niet, maar soms wel. Met name kan levensgevaar ontstaan bij een ernstige somatische ziekte zoals suikerziekte 72 of hart- en vaatziekten. Daarnaast kan levensgevaar ontstaan bij gedetineerden die suïcidaal zijn. De beoordeling van suïcidaliteit is problematisch en in de praktijk blijft het een kwestie van een professionele inschatting. Maar deze inschatting kan alleen op professionele wijze gebeuren als de relevante informatie zoals het hebben van psychiatrische problemen, een eerdere poging (tijdens de huidige detentieperiode) en suïcidale uitingen worden meegewogen. 73 Ontbreekt deze essentiële informatie dan kan van een professionele inschatting geen sprake zijn. Het inschatten van suïcidaliteit is een taak van de arts, de psycholoog en/of de psychiater. 74 Toegang tot zorg in de penitentiaire inrichting Vrijheidsbeneming brengt op het gebied van medische zorg met zich mee dat de betrokkene afhankelijk is van de overheid voor het krijgen van medische hulp. Hulp wordt in penitentiaire inrichtingen doorgaans in twee stappen gerealiseerd. De eerste stap is de hulpvraag die de gedetineerde uit. Met deze hulpvraag moet de gedetineerde de PIW-er en soms ook de directeur van de inrichting zien te passeren, zoals bij hulpvragen buiten kantooruren, wanneer de medische dienst niet aanwezig is. Dat dit systeem 1246 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 18

13 een zeker risico in zich draagt wordt geïllustreerd door een casus van een overlijden in de PI Zwolle. In deze casus ging het om een man met ernstige buikproblemen, waarvoor na overleg met de directeur geen medische hulp was ingeschakeld. Voor dit overlijden is de directeur vervolgd vanwege dood door schuld en het opzettelijke achterlaten in hulpeloze toestand. Voor het achterlaten in hulpeloze toestand ontbrak de opzet. Er was volgens de rechtbank echter wel sprake van onvoorzichtigheid en nalatigheid van de directeur, doordat hij de gedetineerde onvoldoende toegang tot medische zorg had verschaft. De rechtbank kwam echter tot het oordeel dat die onvoorzichtigheid en nalatigheid niet zodanig groot zijn geweest dat gesproken moet worden van een aanmerkelijke onvoorzichtigheid dan wel nalatigheid als bedoeld in artikel 307 Wetboek van Strafrecht. 75 De tweede hobbel die moet worden genomen is het systeem van toegeleiding dat wordt gehanteerd in de inrichting. Toegeleiding betekent dat de gedetineerde eerst wordt gezien door een verpleegkundige en daarna, als de verpleegkundige dit noodzakelijk acht, door een arts. Ook hier ligt een zeker risico, zoals blijkt uit de zaak Dolmatov. De IGZ concludeerde in deze zaak dat de verpleegkundigen bij het inschatten van de suïcidaliteit teveel verantwoordelijkheden naar zich hebben toegetrokken. 76 In de Dolmatov zaak wordt duidelijk dat verpleegkundigen zich verantwoordelijk voelen voor het inschatten van het suïciderisico. Wanneer zij het probleem niet of onvoldoende onderkennen zal de betrokkene niet worden doorgeleid naar de (daartoe bekwame) hulpverlener en is een ernstig risico snel ontstaan. Plaatsing Justitieel Medisch Centrum Op grond van artikel 19 Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden kan een gedetineerde in het Justitieel Medisch Centrum (JMC) worden geplaatst vanwege het feit dat de gedetineerde medische behandeling behoeft waarvoor opname in een ziekenhuis geïndiceerd is, wanneer het vermoeden bestaat dat de gedetineerde voorwerpen in zijn lichaam heeft verborgen die een ernstig gevaar kunnen vormen voor de gezondheid van de gedetineerde of indien langdurig extra medische verzorging noodzakelijk is waardoor verblijf op een reguliere afdeling niet mogelijk is. De arts van de PI doet een schriftelijk voorstel aan het hoofd medische dienst van het JMC. Op grond van de beslissing van het hoofd medische dienst van het JMC kan de directeur overgaan tot overplaatsing (artikel 19 Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden). In dit woord kan zit voor een deel de zwakte van het systeem. Uiteindelijk beslist de directeur en is er geen verplichting tot overplaatsing voor de directeur. Na een incident waarbij een gedetineerde met een PIJ-maatregel overleed in het Penitentiair Ziekenhuis (PEN ziekenhuis) is de status van deze zorginstelling veranderd. Het PEN ziekenhuis werd omgedoopt tot Justitieel Medisch Centrum (JMC) en daarmee werden op last van de IGZ de opnamemogelijkheden van het JMC beperkt. Opnames in het JMC waren in het vervolg slechts mogelijk voor een beperkt aantal indicaties en de Dienst Justitiele Inrichtingen (DJI) diende een beleid te voeren dat leidt tot het uitsluitend verwijzen van medisch stabiele patiënten naar het centrum en alleen voor de indicaties zoals omschreven op de lijst. 77 Voor acute zorgindicaties moest een gedetineerde voortaan worden geplaatst in een burgerziekenhuis, aldus de staatssecretaris in dezelfde brief. Het voorgaande leidde echter niet tot een aanpassing van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden, hoewel wel de naam van het Penitentiair Ziekenhuis is gewijzigd in Justitieel Medisch Centrum. Op grond van deze regeling bleef het mogelijk om zowel bij een acuut medisch probleem als bij ernstig gevaar veroorzaakt door het slikken van voorwerpen geplaatst te worden in het JMC. Dat dit niet een zuiver theoretisch probleem is blijkt uit de interne audit van de PI Haaglanden (waartoe het JMC behoort), verzonden aan de IGZ waarin staat te lezen: In interviews kwam naar voren dat het JMC soms te maken heeft met een aanbod van patiënten waar het zorgaanbod van het JMC niet op toegesneden is. In dergelijke gevallen kan het voorkomen dat de patiënt door de arts op medische gronden wordt geweigerd maar via de lijn op penitentiaire gronden uiteindelijk toch wordt opgenomen. 78 Ervan uitgaande dat deze informatie juist is, kan niet anders dan worden geconcludeerd dat dit overheidsbeleid leidt tot gevaarlijke situaties en onverantwoorde risico s. Gesteld kan worden dat hierdoor de zorgplichten die uit artikel 3 en artikel 2 EVRM voortvloeien niet worden nageleefd. Inmiddels is de naam van het JMC veranderd in Justitieel Centrum voor Somatische Zorg (JCvSZ). Het geïntensiveerde toezicht dat de IGZ heeft uitgeoefend bij het JMC is in maart 2014 opgeheven nadat de IGZ tot de conclusie is gekomen dat de voorwaarden voor verantwoorde zorgverlening in het JMC inmiddels voldoende zijn geborgd. De IGZ geeft aan dat de directie van de PI Haaglanden en de hoofddirectie van de DJI artsen expliciet hebben gemandateerd om de in- en exclusiecriteria voor opname te bewaken. Voorts wordt benadrukt dat een brief van de hoofddirec- 66. Vergelijk EHRM 14 maart 2002, nr /99 (Paul en Audrey Edwards vs. Verenigd Koninkrijk). 67. Nationale Ombudsman, Overlijden in detentie, rapportnummer: 2012/037, p W. Duijst e.a., Suïcide in detentie & EVRM, Apeldoorn/Antwerpen: Maklu 2012, p. 98. In het rapport van de Onderzoeksraad voor de veiligheid, Veiligheid van vreemdelingen, 2014 is in de aanbevelingen opnieuw gewezen op het belang van informatie-uitwisseling. 68. Hof Amsterdam 16 februari 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:AZ Inspectie VenJ, Het Overlijden van Alexander Dolmatov, 28 maart 2013, p IGZ, Medische diensten in penitentiaire inrichtingen: achter tralies nu veiliger zorg, maar verbeteringen nog nodig, 2009, p Inspectie VenJ, Het Overlijden van Alexander Dolmatov, 28 maart 2013, p. 11 en Zoals geïllustreerd door EHRM 27 januari 2011, nr /04 (Iordanovi vs. Bulgarije). 73. W. Duijst e.a., Suïcide in detentie & EVRM, Apeldoorn/Antwerpen: Maklu 2012, p. 65 e.v. 74. Inspectie VenJ, Het overlijden van Alexander Dolmatov, 28 maart Rb. Zwolle 12 maart 2009, ECLI:NL:RBZLY:2009:BH Inspectie VenJ, Het overlijden van Alexander Dolmatov, 28 maart 2013, p Aanhangsel Handelingen II 2009/10, 444. Brief van de Staatssecretaris van Justitie aan de voorzitter van de Tweede Kamer dd. oktober Penitentiaire Inrichting Haaglanden, Audit Verantwoorde zorg Justitieel Medisch Centrum, 2013, p. 13. De interne audit is verzonden aan de IGZ. Dit rapport is openbaar geworden na een WOB-procedure door het radioprogramma Argos. NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 18 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

14 Wetenschap teur DJI en de beslisboom bij opname in het JMC laten zien dat de arts van het JMC te allen tijde bepaalt of het medisch verantwoord is een gedetineerde op te nemen. 79 Het is opmerkelijk dat hier wordt benadrukt dat deze beoordeling te allen tijde bij de arts ligt; onzes inziens is het uitgesloten dat de beoordeling of het medisch verantwoord is een gedetineerde op te nemen bij een ander dan een arts zou liggen. Zoals de interne audit van de PI Haaglanden illustreert is er voorts klaarblijkelijk een onderscheid tussen de beslissing of het medisch verantwoord is een gedetineerde te plaatsen en de feitelijke beslissing tot plaatsing (op penitentiaire gronden). Dit onderscheid is met name van belang nu moet worden geconcludeerd dat anno april 2014 de in de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden genoemde criteria voor opname in het JMC ongewijzigd zijn, hetgeen de vraag doet rijzen of er nu daadwerkelijk iets is veranderd. Afsluiting De Rechtbank Amsterdam heeft in het verleden op treffende wijze gewezen op de moeilijke positie waar de politie door diens hulpverlenende taak in terecht kan komen. Zij wees er op dat de politie sluitpost is van alle problemen die in de samenleving spelen. Als anderen hun handen ervan aftrekken, is er altijd nog de politie. 80 Politieambtenaren worden in de dagelijkse praktijk op straat geconfronteerd met personen die ogenschijnlijk dronken lijken en nauwelijks aanspreekbaar zijn tot personen die in extreme opwindingstoestand verkeren en om die reden overlast, gevaar voor zichzelf of de omgeving veroorzaken of een strafbaar feit plegen. Het zijn ook politieambtenaren die vaak als eerste ter plaatse zijn en vervolgens iets met deze personen moeten. Naar onze mening moet de taak van de politie bij het uitvoeren van zorgtaken buiten het politiebureau beperkt blijven tot het overbrengen van de betrokkene naar een plaats waar een adequate beoordeling kan plaatsvinden. De overweging of gedrag veroorzaakt wordt door een ziekte moet daarbij gemaakt worden. Die overweging kan uiteindelijk alleen door een arts gemaakt worden. Voornoemd uitgangspunt doet de vraag rijzen of de huidige Ambtsinstructie toereikend is. De Ambtsinstructie schrijft niet voor dat een arts wordt ingeschakeld voor personen die door drank en/of drugsgebruik overlast veroorzaken of een gevaar vormen en ter hulpverlening worden ondergebracht op het politiebureau. De Ambtsinstructie hanteert het uitgangspunt dat de politieambtenaar (die veelal niet-medisch geschoold is) in alle gevallen kan beoordelen of iemand alleen drank heeft gebruikt en kan uitsluiten dat de betrokkene geen andere problematiek heeft waar op dat moment zorg voor moet worden ingeschakeld, hetgeen onzes inziens discutabel is. Om te voldoen aan de eisen gesteld door het EHRM zou bij personen die dronken lijken daarom naar onze mening altijd de arts moeten worden ingeschakeld, opdat deze zelf beoordeelt of daadwerkelijk sprake is van drankgebruik en om uit te sluiten dat de betrokkene geen andere problemen heeft waarvoor zorg nodig is. Bij personen die ernstig in de war zijn past een extra voorzichtigheid in de benadering. Indien de politie wordt geconfronteerd met een persoon die ernstige psychische (en drugs gerelateerde) problemen lijkt te hebben is het inschakelen van medisch geëquipeerd personeel bij het benaderen van deze persoon van groot belang, hetgeen door het EHRM wordt benadrukt 81 en in het convenant tussen de politie en de GGZ wordt erkend. 82 Essentieel in dit verband is echter wel dat de medisch hulpverlener tijdig ter plaatse is. Bij overbrenging van een politiebureau naar een penitentiaire inrichting of vice versa is een adequate overdracht van medische gegevens (en een kleine hoeveelheid medicatie ter overbrugging) een voorwaarde om voldoende en juiste zorg te kunnen verlenen. Van beide partijen mag daarbij een proactieve houding worden verwacht. 83 Dit geldt ook voor informatie die van belang is om te bepalen in welke inrichting en op welke afdeling een gedetineerde moet worden geplaatst. Het is daarnaast belangrijk dat er bij de plaatsingsbeslissing aandacht is voor enerzijds de zorgbehoefte van de gedetineerde (in het bijzonder van gedetineerden met psychische problemen) en anderzijds de zorg die de betreffende inrichting met het oog op deze behoefte kan bieden. Daarbij geldt dat artsen geen justitiële beslissingen nemen, maar wel zorgbeslissingen. Als een arts aangeeft dat hij in zijn zorginstelling niet de zorg kan verlenen die een gedetineerde behoeft, dan kan en mag deze beslissing niet overruled worden door justitie. Tot slot verdient het opmerking dat het systeem van toegeleiding dat wordt gehanteerd in onder meer penitentiaire inrichtingen evident afwijkt van de werkwijze in de vrije samenleving. Toegeleiding raakt een essentiële randvoorwaarde om adequate zorg te kunnen bieden, namelijk de toegang tot zorg. Als u en ik als burger naar de huisarts bellen om een afspraak te maken krijgen wij (als het goed is) hooguit de vraag van de doktersassistente met welke reden wij de huisarts willen spreken. Daarnaast kunnen wij buiten kantooruren de Huisartsenpost en in spoedgevallen 112 benaderen. Een gedetineerde met een hulpvraag moet echter allereerst zijn verhaal bij de verpleegkundige doen, en moet buiten kantooruren soms zelfs de PIW-er (of op het politiebureau de arrestantenverzorger) en de directeur overreden om toegang tot zorg te krijgen. Enerzijds kan geconstateerd worden dat het toegeleidingssysteem op gespannen voet staat met het equivalentiebeginsel. Anderzijds moet men ook oog hebben voor de detentiesituatie en de beperkingen die dit met zich meebrengt. Het systeem van toegeleiding staat of valt met de kwaliteiten van de persoon die is belast met de toegeleidingsfunctie. Wanneer deze kwaliteit hoog en de toegeleiding laagdrempelig is, is dit systeem onzes inziens toelaatbaar. Personen die een rol hebben in dit toegeleidingssysteem moeten zich echter bewust zijn van de rol die zij daarin spelen en de kennis en kunde die zij bezitten en de beperkingen daarvan. Verpleegkundigen moeten zich niet door het systeem gedwongen voelen om verantwoordelijkheden op zich te nemen die niet bij hen horen te liggen. 79. IGZ, Rapport naar aanleiding van het toezicht op het Justitieel Medisch Centrum te Scheveningen, 2014, p. 7, 9, Rb. Amsterdam 21 januari 2009, ECLI:NL:RBAMS:2009:BH EHRM 16 januari 2014, nr. 5269/08, (Shchiborshch en Kuzmina vs. Rusland). 82. Convenant Politie-GGZ Vergelijk Hof Amsterdam 16 februari 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007:AZ NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 18

15 Wetenschap 922 Vereenvoudiging van formeel verkeer met de Belastingdienst Eenvoudig en informeler communiceren voor goedwillenden en geen enkel mededogen met kwaadwillenden Maarten Pieterse 1 In het Wetsvoorstel vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst zijn voorstellen opgenomen voor een ander heffingssysteem voor de inkomsten-, erf- en schenkbelasting. Zoals de titel doet vermoeden beoogt het voorstel de communicatie tussen Belastingdienst en belastingplichtige te vereenvoudigen. Voor deze vereenvoudiging zijn, getuige het wetsvoorstel, nogal veel nieuwe wetsartikelen nodig. Terwijl de makkelijkste manier om dat verkeer minder formeel te maken niet via het invoeren van allerlei nieuwe wetsbepalingen of rechtsfiguren kan worden bewerkstelligd, maar door je als Belastingdienst in het contact met belastingplichtigen simpelweg minder formeel op te stellen. 1. Inleiding Het kiezen van een dekkende titel voor een wetsvoorstel is niet zo makkelijk als dat voorstel diverse onderwerpen regelt die op het eerste oog weinig met elkaar te maken hebben. 2 Zoals in NJB 2013/1995 al aangegeven, rust het wetsvoorstel tot wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en enige andere wetten in verband met de invoering van herziening bij aanslagen en een regeling voor het elektronisch berichtenverkeer (Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst) 3 op twee pijlers. Ten eerste wordt een basis gelegd voor de elektronische communicatie tussen belastingplichtigen en de Belastingdienst. Het toekomstbeeld dat het kabinet voor ogen staat is dat in beginsel slechts nog via de elektronische weg zal worden gecommuniceerd. Op dit onderdeel zal ik niet nader ingaan. Daarnaast zijn voorstellen opgenomen voor een ander heffingssysteem voor de inkomsten-, erf- en schenkbelasting. Zoals het regeerakkoord van het kabinet Rutte II duidelijk geeft en neemt tussen de coalitiepartijen, zo geeft en neemt het onderhavige wetsvoorstel tussen de Belastingdienst en de belastingplichtige. Als voorbeeld valt te noemen de uitruil tussen het sneller opleggen van een (definitieve) aanslag die overigens helemaal niet meer zo definitief zal zijn en ruimere navorderingsmogelijkheden. 4 In de volgende paragraaf zal ik het huidige stelsel van aanslag, bezwaar en beroep bespreken, 5 gevolgd door een aanloop naar het wetsvoorstel in paragraaf drie en een uiteenzetting van de nagestreefde doelen in paragraaf vier. In paragraaf vijf komen vervolgens de voorgestelde maatregelen ter sprake. In paragraaf zes geef ik mijn commentaar bij diverse door het wetsvoorstel voorgestelde wijzigingen, waarbij ik geen volledigheid nastreef. Ik sluit af met een conclusie. 2. Het huidige stelsel van aanslag, bezwaar en beroep Veel belastingplichtigen ontvangen een voorlopige aanslag naar een positief of negatief bedrag; het laatste heet een voorlopige teruggaaf. Tegen een voorlopige aanslag staat geen bezwaar open. Een belastingplichtige kan alleen om herziening vragen. 6 Belastingplichtigen kunnen tot het opleggen van de (definitieve) aanslag om herziening verzoeken. Na afloop van een kalenderjaar wordt belasting- Auteur 1. Mr. drs. M.J.C. Pieterse is als rechter in opleiding werkzaam in de Rechtbank Gelderland. Noten 2. Zie ook M.J. Pelinck, Wetsvoorstel vereenvoudiging formeel verkeer: het kan eenvoudiger, TFB 2013/08, par Kamerstukken II 2012/13, Ten tijde van het schrijven van dit artikel is nr. 6 het laatst gewisselde stuk. 4. Zie ook V-N 2013/41.3, aantekening bij par Ik beperk me tot de inkomstenbelasting. 6. Art. 9.5 Wet inkomstenbelasting 2001 (hierna: Wet IB 2001). NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

16 Wetenschap Belastingaangifte ANP Photo / Ton Borsboom plichtigen gevraagd vóór 1 april aangifte te doen. Er kan slechts eenmaal aangifte worden gedaan. Aangiften die digitaal opvolgend binnenkomen vóór 1 april worden gezien als aanvullingen op de eerder verzonden aangifte. De Belastingdienst legt op grond van eigen beleid binnen drie maanden een (nadere) voorlopige aanslag op. Binnen uiterlijk drie jaar na afloop van het kalenderjaar dient de Belastingdienst een aanslag op te leggen. 7 Deze termijn wordt verlengd met eventueel voor het indienen van de aangifte verleend uitstel. De aanslag is een voor bezwaar vatbare beschikking. Bezwaar en beroep staan slechts open tegen een belastingaanslag of een andere als zodanig in de belastingwet benoemde voor bezwaar vatbare beschikking: 8 het zogeheten gesloten stelsel van fiscale rechtsmiddelen. Een bezwaarschrift moet binnen zes weken worden ingediend. De inspecteur doet in beginsel binnen zes weken gemotiveerd uitspraak op het bezwaarschrift. 9 Deze uitspraak opent de mogelijkheid om wederom binnen zes weken beroep in te stellen bij de rechtbank. Na het ongebruikt verstrijken van de bezwaar- of beroepstermijn staat de belastingschuld onherroepelijk vast. Op deze hoofdregel bestaan twee uitzonderingen. Ten eerste kan de inspecteur kort gezegd te weinig geheven belasting navorderen. Daarvoor is een navordering rechtvaardigend nieuw feit vereist, of kwade trouw ((voorwaardelijk) opzet op te lage heffing) bij de belastingplichtige. In beginsel geldt in binnenlandsituaties 10 een termijn voor navordering van vijf jaar na afloop van het belastingtijdvak en van twaalf jaar in buitenlandsituaties. 11 Ook deze termijn wordt verlengd met eventueel voor het indienen van de aangifte verleend uitstel. Ten tweede kan een belastingplichtige om ambtshalve vermindering verzoeken. Als de inspecteur het verzoek geheel of gedeeltelijk afwijst doet hij dit bij voor bezwaar vatbare beschikking. 12 De memorie van toelichting 13 bij het wetsvoorstel (hierna: MvT) vermeldt dat de Belastingdienst in 2012 een proef is begonnen om het aanslagproces te versnellen. Een groep van ongeveer belastingplichtigen die vóór 1 april 2012 aangifte had gedaan, ontving vóór 1 juli van dat jaar een (definitieve) aanslag. Het kabinet is voornemens om deze groep voor 2013 uit te breiden naar drie miljoen belastingplichtigen. Men zou overigens verwachten dat ten tijde van het indienen van het wetsvoorstel 30 augustus 2013 reeds duidelijk was hoe groot de Zoals het regeerakkoord van het kabinet Rutte II duidelijk geeft en neemt tussen de coalitiepartijen, zo geeft en neemt het onderhavige wetsvoorstel tussen de Belastingdienst en de belastingplichtige 1250 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 18

17 groep belastingplichtigen was die vóór 1 juli een aanslag heeft ontvangen. Aan meer dan elf miljoen belastingplichtigen is in 2011 een zogeheten nihil-aanslag opgelegd. 14 In geval van een nihil-aanslag resteert na verrekening van voorlopige aanslagen en voorheffingen zoals de loonbelasting geen te betalen bedrag. De MvT vermeldt dat in bezwaarschriften zijn ingediend. Volgens het kabinet is in circa 90 percent van deze gevallen geen sprake van een geschil. Het is jammer dat deze stelling niet nader wordt onderbouwd. 15 Gaat niet iedere bezwaarprocedure per definitie over een geschil? 16 De Belastingdienst beoordeelt steeds minder aangiften handmatig ( in 2011 ten opzichte van in 2010). De aangiften worden via een computer gecontroleerd en in nagenoeg alle gevallen wordt vervolgens automatisch een aanslag vastgesteld. Aangiften met risicoposten of verdachte kenmerken worden uitgeworpen om handmatig te worden beoordeeld. Het percentage handmatig beoordeelde aangiften bedraagt slechts 3,83 17 (2011) respectievelijk 5,10 18 (2010). Percentueel bedraagt het aantal aangiften dat is gecorrigeerd ten opzichte van het totale aantal aangiften 1,97 19 (2011) respectievelijk 1,69 20 (2010). Dit zou je relatief verwaarloosbaar kunnen noemen, maar in absolute cijfers geenszins. Een handmatige controle leidt in meer gevallen zowel absoluut ( ten opzichte van ) als relatief (51,52 ten opzichte van 33,18 percent) tot een correctie. Wellicht is de geautomatiseerde afdoening steeds beter gericht op zogeheten risicoposten en leidt uitwerping voor handmatige afdoening derhalve vaker tot een correctie. 3. De aanloop tot het wetsvoorstel Van dit wetsvoorstel kan niet worden gezegd dat het uit de lucht is komen vallen en van haastwerk kan dan ook geen sprake zijn. Reeds op 11 april 2008 kondigt de toenmalige Staatssecretaris van Financiën in een brief aan de Tweede Kamer aan dat modernisering van de AWR gewenst lijkt om te beantwoorden aan de eisen die het sterk veranderde karakter van de processen bij de Belastingdienst met zich mee brengen en de behoeften die in de samenleving bestaan om efficiënt en doelgericht met de Belastingdienst te communiceren over individuele fiscale belangen. 21 Volgens de Staatssecretaris vraagt dit om een AWR die een kader biedt voor gelegitimeerde actie als belastingplichtigen in gebreke blijven, maar ook één die geen onnodige formaliteiten voorschrijft. Gekeken zou worden naar de wijze waarop de uit de wet voortvloeiende materiële belastingschuld wordt geformaliseerd. Wellicht is de geautomatiseerde afdoening steeds beter gericht op zogeheten risicoposten en leidt uitwerping voor handmatige afdoening derhalve vaker tot een correctie In de bijlage bij de memorie van toelichting bij de Fiscale vereenvoudigingswet herhaalde de staatssecretaris de inhoud van de brief van 11 april Uit die bijlage volgt dat een consultatieronde met klankbordgroepen heeft plaatsgevonden. 23 Als knelpunten werden onder andere gesignaleerd dat de definitieve aanslag vaak gelijk is aan de voorlopige en dat een bezwaar meestal geen bezwaar is, maar slechts een verzoek om gegevens aan te passen, vergeten aftrekposten in aanmerking te nemen of misverstanden op te helderen. Verder werden de ideeën geopperd 1. dat zowel belastingplichtigen als de Belastingdienst gemakkelijk gegevens moeten kunnen aanpassen, uitbreiden of herzien en 2. dat in geval van een geschil bezwaar en beroep open moeten staan, 3. dat een meer gelijkwaardige positie tussen overheid en burger in de wet tot uitdrukking dient te komen, zoals door gelijke mogelijkheden van aanpassing en aanvulling van gegevens in een zogenoemde herzieningsperiode en 4. dat een persoonlijk domein op internet voor de belastingplichtige op termijn de bron moet zijn voor zijn actuele fiscale stand van zaken. In diezelfde Fiscale vereenvoudigingswet 2010 is afdeling 9.2 aan de Wet IB 2001 toegevoegd. Voorlopige aanslagen zijn niet langer vatbaar voor bezwaar, maar kunnen slechts worden herzien. Tegen de afwijzing van een verzoek om herziening staan bezwaar en beroep open. 24 Alvorens de inspecteur een verzoek om herziening afwijst neemt hij contact op met de belastingplichtige. 25 Het doel van deze wijziging is om in het voorlopige-aanslagenproces duidelijker onderscheid te maken tussen de fase waarin louter sprake is van het verzamelen, corrigeren en actualiseren van gegevens en opheffing van misverstanden en de fase waarin sprake is van een geschil. 26 Door de staatssecretaris is op 14 april 2011 de Fiscale agenda (Naar een eenvoudiger, meer solide en fraudebestendiger belastingstelsel) 27 aan de Tweede Kamer aange- 7. Art. 11 lid 3 Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR). 8. Zie art. 26 lid 1 letter a en b AWR. 9. Art. 7:10 lid 1 Awb. 10. Art. 16 lid 3 eerste volzin AWR. 11. Art. 16 lid 4 AWR. 12. Art. 9.6 lid 3 Wet IB 2001 en Kamerstukken II 2009/10, 32130, 3, p Kamerstukken II 2012/13, 33714, 3, p Zie ook C.B. Bavinck, Hoe rekent het Ministerie van Financiën?, WFR 2003/ Zie ook G.J.M.E. de Bont, Mooie doelstellingen; discutabele uitwerking, FED 2013/103, par /13, 33714, 3, p Kamerstukken II 2009/10, 32130, 3, p Art. 9.5 lid 2 Wet IB Kamerstukken II 2009/10, 32130, 3, p Kamerstukken II 2009/10, 32130, 3, p Kamerstukken II 2010/11, 32740, (handmatig beoordeeld) / (aangiften) (correcties op aangifte) / (aangiften) (correcties op aangifte) / (aangiften). 21. Kamerstukken II 2007/08, 30645, Kamerstukken II 2012/13, 33714, 3, p (handmatig beoordeeld) / (aangiften); Kamerstukken II 22. Kamerstukken II 2009/10, 32130, 3, p NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

18 Wetenschap boden. Daarin schrijft het kabinet te streven naar een eenvoudig heffingssysteem dat 1. begrijpelijker is, 2. administratieve lasten vermindert en 3. snel rechtszekerheid biedt, dat 4. aansluit bij de beleving van de burger, dat 5. past bij een eigentijdse wijze van communiceren en 6. geen formele beletselen kent. 28 Het kabinet geeft aan dat aan de rechtsbescherming niet zal worden getornd. Wijzigingen moeten eenvoudig kunnen worden doorgegeven, maar voor echte geschillen blijven bezwaar en beroep openstaan. 29 Verder wil het kabinet procedureel onderscheid maken tussen goedwillende en kwaadwillende burgers. 30 Bij de Wet Overige fiscale maatregelen 2012 is de herzieningsprocedure uitgebreid naar voorlopige aanslagen vennootschapsbelasting. 31 In de MvT bij dat wetsvoorstel toont het kabinet zich enthousiast over de herziening; zij wil de herzieningsprocedure niet alleen uitbreiden naar andere belastingen, maar ook naar definitieve aanslagen. 32 Op 6 september 2012 is het wetsvoorstel Vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst voor consultatie op internet geplaatst. 33 Het doel van het wetsvoorstel werd omschreven als het eenvoudiger en sneller vaststellen van de belastingschuld. Zowel op internet 34 als in de papieren vakliteratuur 35 is het wetsvoorstel uitgebreid becommentarieerd. Ten slotte is op 2 september jl. het onderhavige wetsvoorstel aan de Tweede Kamer gezonden. 4. De door het wetsvoorstel nagestreefde doelen Om de kansen die het elektronische berichtenverkeer biedt te kunnen benutten dient volgens het kabinet het formele belastingrecht op vijf punten te worden aangepast: 36 a) het voorkomen van (massale hoeveelheden) nihil-aanslagen; b) het scheppen van een ruimer en sterker vereenvoudigd kader voor het doorgeven van wijzigingen zowel na indiening van de aangifte als na oplegging van de aanslag; c) het sneller zekerheid verschaffen aan de goedwillende belastingplichtige; d) het stimuleren van werken in de actualiteit; en e) het verruimen van bevoegdheden om kwaadwillenden aan te pakken. In de MvT constateert het kabinet ten aanzien van het huidige stelsel van aanslag, bezwaar en beroep dat: 37 a) het vaststellen van de voorlopige aanslag efficiënt en soepel verloopt; b) het aantal aangiften dat juist is of in ieder geval niet tot nader onderzoek noopt hoog is. Voor het vaststellen van de juiste belastingschuld is de definitieve aanslag meestal een nihil-aanslag vaak overbodig; een Belastingplichtigen kunnen tot ten minste drie maanden na vaststelling van de aanslag om herziening ervan verzoeken nihil-aanslag leidt bovendien regelmatig tot verwarring bij belastingplichtigen; en c) circa 90 percent van de bezwaarschriften niet om een geschil gaat, maar om een wijziging waarover de belastingplichtige en de Belastingdienst het snel eens zijn. 5. Het nieuwe systeem op hoofdlijnen Het voorgestelde systeem houdt op hoofdlijnen het volgende in: 38 Aangifte, aanslag en opschorting 39 Na ontvangst van de aangifte legt de inspecteur (lees: het geautomatiseerde systeem) in beginsel binnen drie maanden een (definitieve) aanslag op. Daarmee rondt de Belastingdienst het betreffende belastingjaar definitief af. De maximale termijn voor het vaststellen van de aanslag wordt vijftien maanden na ontvangst van de aangifte. 40 Dat is in theorie, zie hierna onder 6, aanzienlijk korter dan de huidige drie jaar na afloop van het belastingjaar plus eventueel verleend uitstel voor het doen van aangifte. Aangezien zal worden aangesloten bij de ontvangst van de aangifte dient de inspecteur de ontvangst van de aangifte te bevestigen. 41 Aangiften over een jaar die vóór 1 april van het volgende kalenderjaar zijn ingekomen, worden geacht op 1 april te zijn ontvangen. 42 De aanslagtermijn kan onder bepaalde omstandigheden worden opgeschort. 43 Herziening 44 Als na het doen van aangifte blijkt dat de aangifte dient te worden aangevuld, wordt zo n aanvulling in het huidige systeem aangemerkt als hetzij een aanvulling op de reeds gedane aangifte, hetzij een bezwaar tegen de opgelegde aanslag. In het voorgestelde stelsel kan een belastingplichtige na het doen van aangifte en ook na het opleggen van de aanslag om herziening verzoeken. Herziening is gedefinieerd als het aanvullen van de aanslag of van een voorlopige aanslag. 45 De inspecteur kan alleen op verzoek van de belastingplichtige de aanslag herzien. 46 Indien de inspecteur het verzoek afwijst, doet hij dit bij voor bezwaar vatbare beschikking. 47 De inspecteur kan anders dan in het ter consultatie aangeboden voorstel niet op eigen initiatief de aanslag herzien. In dat geval zal hij een navorderingsaanslag op moeten leggen; zie hierna. De termijn voor herziening van een voorlopige aanslag vangt aan op de dag van de dagtekening van die voorlopige aanslag en eindigt op de dag van dagtekening van de aanslag waarmee de voorlopige aanslag wordt verrekend. 48 De termijn voor herziening van de aanslag vangt aan op de dag van ontvangst van de aangifte en eindigt achttien maanden na die dag. 49 Dat betekent dat belastingplichtigen tot ten minste drie maanden na vaststelling van de aanslag om herziening ervan kunnen verzoeken. De aanslag moet immers binnen vijftien maanden na ontvangst van de aangifte zijn vastgesteld. Geschil en rechtsbescherming Door de uitbreiding van de herzieningsprocedure naar de definitieve aanslag zal het evenmin als het thans mogelijk is bij een voorlopige aanslag niet meer mogelijk zijn om bezwaar te maken en vervolgens beroep in te stellen tegen een definitieve aanslag. 50 Met de aanslag samenhangende beschikkingen, dat wil zeggen beschikkingen waarvan de grondslag samenhangt met of gelijk is aan die van 1252 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 18

19 De inspecteur mag navorderen indien de belastingplichtige bij ontvangst van de aanslag had moeten beseffen dat die te laag is de (voorlopige of definitieve) aanslag, zoals beschikkingen belastingrente en boetebeschikkingen, worden geacht deel uit te maken van de belastingaanslag. 51 Navordering en ambtshalve vermindering 52 Zoals opgemerkt, kan de inspecteur niet op eigen initiatief herzien. Ziet hij reden voor een correctie, dan moet hij nog steeds een navorderingsaanslag opleggen. Voor navordering zal in beginsel een nieuw feit vereist blijven, maar daarnaast wordt navordering mogelijk in gevallen waarin de belastingplichtige wist of behoorde te weten 53 dat ten onrechte geen of te weinig belasting is geheven. 54 Anders gezegd, de inspecteur mag navorderen indien de belastingplichtige bij ontvangst van de aanslag had moeten beseffen dat die te laag is. Een dergelijke belastingplichtige wordt volgens het kabinet immers niet in enig door de Belastingdienst gewekt vertrouwen geschaad dat de aanslag juist zou zijn vastgesteld. De huidige vijfjaarstermijn waarbinnen een navorderingsaanslag mag worden opgelegd, wordt verkort en eindigt drie jaar na de ontvangst van de aangifte. 55 De verkorting van de termijn wordt als het ware uitgeruild tegen de introductie van het wist of behoorde te weten -criterium. In gevallen waarin een belastingplichtige te kwader trouw is minstens voorwaardelijk opzet op te lage heffing wordt de navorderingstermijn verlengd naar de verjaringstermijn voor het corresponderende fiscale misdrijf, 56 namelijk tot twaalf jaar na ontvangst van de aangifte. 57 Met belastingplichtigen die te kwader trouw zijn heeft het kabinet immers geen enkel mededogen. 58 Het huidige onderscheid in navorderingstermijnen tussen binnenlands en buitenlands opgekomen inkomensbestanddelen vervalt. Dat onderscheid was overigens toch al uitgehold als gevolg van rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU. 59 De door dat Hof geformuleerde voortvarendheidseis wordt ook van toepassing in geval van binnenlandse navordering wegens kwade trouw. 60 Een navorderingsaanslag kan niet worden herzien, 61 zij het dat de Belastingdienst, indien zich na een eerste navordering binnen de termijn nog een tweede of derde nieuw feit aandient, opnieuw kan navorderen. Daarnaast wordt een nieuwe navorderingsmogelijkheid gecreëerd in geval van een fout of storing in de systemen van gegevensverwerking van de Belastingdienst waardoor massaal aanslagen onjuist worden vastgesteld. 62 Wat onder massaal moet worden verstaan wordt overi- 28. Kamerstukken II 2010/11, 32740, 1, p en NTFR 2012/2141, met commen- 43. Art. 12 (nieuw) AWR; Kamerstukken II navordering, FED 2013/ taar Thomas. 2012/13, 33714, 3, p Zie eerder: Kamerstukken II 1988/89, 29. Kamerstukken II 2010/11, 32740, 1, p. 36. Kamerstukken II 2012/13, 33714, 3, p. 44. Zie uitgebreider: M.J. Hamer en J.A.R , 2, p. 3 en 3, p en Kamer en p. 13. van Eijsden, Vereenvoudiging formeel stukken II 1993/94, 21058, Kamerstukken II 2010/11, 32740, 1, p. 37. Kamerstukken II 2012/13, 33714, 3, p. verkeer Belastingdienst? (deel 2), WFR 54. Zie ook: F.G.W.M. van Brunschot, Wet- 47. Zie in kritische zin: V-N 2011/30.1 en /366, par. 2; D. Liem, Bezwaar in een gever, doe iets tegen het nieuwe feit!, in: S.F. van Immerseel en D. Liem, Aparte 38. Zie uitgebreider: J. Berns, Nieuwe tij- nieuw informeel jasje, TFB 2013/08; E.B. R.P.C. Cornelisse en P.J. Wattel, Dat is ver- navorderingstermijn voor kwaadwillende den, nieuwe heffingsvormen, NTFR-A Pechler, Kanttekeningen bij de voorgestel- der geen probleem (Zwemmer-bundel), burgers, WFR 2011/ /21; G.J.M.E. de Bont, t.a.p.; E.P. de herzienings- en navorderingsregeling, Amersfoort: Sdu Fiscale & Financiële Uitge- 31. Art. 27 Wet VPB Hageman, Herziening in ruil voor onbe- FED 2013/104 en E. Poelmann, Van her- vers 2006; P.G.H. Albert, Wetgever, doe 32. Kamerstukken II 2011/12, 33004, 3, p. grensde navorderingsmogelijkheden?, ziening en rechtsbescherming bij herzie- iets aan het nieuwe feit!, NTFR-B 2007/ en p. 46. TFB 2013/08; J. Kastelein en J.M. van der ning, FED 2013/105. en R.H. Happé, Navordering in de 21e 33. Vegt, Wetsvoorstel Vereenvoudiging for- 45. Art. 22 (nieuw) AWR. eeuw: een principiële uitdaging, 34. meel verkeer Belastingdienst: makkelijker 46. Art. 22a lid 1 (nieuw) AWR. WFR 2008/825. reacties/datum. kunnen we het wel maken?, Fiscaal Tijd- 47. Art. 22a lid 3 (nieuw) AWR. 55. Art. 16 lid 2 (nieuw) AWR. 35. J.A.R. van Eijsden, Vereenvoudiging schrift Vermogen 2014/3; M.J. Pelinck, 48. Art. 22b (nieuw) AWR. 56. Art. 70 lid 1 ten derde Wetboek van van het formele verkeer tussen belasting- t.a.p.; het commentaar van de NOB van Art. 22c lid 2 (nieuw) AWR. Strafrecht jo. Art. 69 AWR. plichtige en Belastingdienst. Quo vadis?, oktober 2013 op het wetsvoorstel, te raad- 50. Art. 26 lid 1 letter a (nieuw) AWR. 57. Art. 16 lid 3 en 4 (nieuw) AWR. WFR 2012/1475; S. Lewitz, Verslag Sym- plegen op B.M. van der Sar, 51. Art. 24a lid 2 (nieuw) AWR. 58. Kamerstukken II 2012/13, 33714, 3, p. posium Vereenvoudiging formeel verkeer Wet vereenvoudiging formeel verkeer 52. Zie uitgebreider: M.J. Hamer en J.A.R. 12 en reeds eerder Kamerstukken II Belastingdienst, TFB 2012/8; M.J. Pelinck Belastingdienst Eenvoudiger wordt het in van Eijsden, t.a.p. (deel 1), par. 3; A.J.C. 1989/90, 21423, 5, p. 5. Zie ook G.J.M.E. en E. Poelmann, Ontwerp-wetsvoorstel ieder geval niet, WPNR 2017/7006 en Perdaems, Wet vereenvoudiging formeel de Bont, t.a.p., par. 4. invoering herziening bij aanslagbelastingen: V-N 2013/41.1. verkeer Belastingdienst: uitbreiding navor- 59. HvJ EU 11 juni 2009, nr. C-155/08 en het kan eenvoudiger, TFB 2012/7; A.J.C. 39. Zie uitgebreider: M.J. Hamer en J.A.R. deringsmogelijkheden, MBB 2013/11; nr. C-157/08 (X en E.H.A. Passenheim-van Perdaems, Wetsvoorstel AWR: ingewikkel- van Eijsden, Vereenvoudiging formeel I.R.J. Thijssen en A.A. Kan, De nieuwe Schoot), Jur. p I Zie overigens der kunnen ze het niet maken?!, verkeer Belastingdienst? (deel 1), WFR regels voor navordering, NTFR-A 2013/22; ook Kamerstukken II 1989/90, 21423, 5, p. NTFR 2012/2620; E. Poelmann (red.), Ver- 2014/336, par. 2. T. Verstelle, Wetsvoorstel Vereenvoudi- 3. eenvoudiging formeel verkeer Belasting- 40. Art. 11 lid 3 eerste volzin (nieuw) AWR. ging formeel verkeer belastingdienst : meer 60. Art. 16 lid 5 (nieuw) AWR. dienst. Verslag van het symposium gehou- 41. Art. 8 lid 3 (nieuw) AWR. zekerheid voor VIA gebruikers, 61. Art. 22 (nieuw) AWR. den te Amsterdam op vrijdag 9 november 42. Art. 11 lid 3 tweede volzin (nieuw) NTFR-A 2014/8 en P. van der Wal, Navor- 62. Art. 17 (nieuw) AWR. 2012, Boom Fiscale uitgevers: Den Haag AWR. dering revisited: de nieuwe regels voor NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL

20 Wetenschap gens niet nader toegelicht. De termijn voor navordering op deze grond bedraagt zes maanden na de dagtekening van de aanslag. Automatisering en digitalisering brengen risico s met zich mee, met name het risico van verstoringen of fouten in de systemen van gegevensverwerking, waarvan belastingplichtigen niet ongerechtvaardigd behoren te profiteren, aldus het kabinet ter rechtvaardiging van deze navorderingsmogelijkheid. 63 Een verzoek om ambtshalve vermindering dat geen zogeheten novum bevat, kan door de inspecteur zonder nadere motivering worden afgewezen. 64 De inspecteur zal een verzoek toewijzen of bij voor bezwaar vatbare beschikking afwijzen. 65 In bezwaar en beroep kan daartegen slechts de vraag worden behandeld of het verzoek om ambtshalve vermindering terecht is geweigerd, en kan dus niet de gehele aanslag weer ter discussie komen. 66 Voor ambtshalve vermindering blijft voorlopig 67 een termijn van vijf jaar gelden. 6. Commentaar In het voorgaande heb ik mij beperkt tot de hoofdlijnen van het wetsvoorstel. Ook mijn commentaar beperkt zich daartoe. Op zichzelf kan men niet tegen de mogelijkheid zijn om (definitieve) aanslagen op soepele wijze te herzien. Dat geldt ook voor vereenvoudiging van het formele verkeer met de Belastingdienst, maar informeler contact met de belastingplichtige is mogelijk nog beter op zijn plaats. Het wetsvoorstel zou onder meer tot snellere vaststelling van de aanslag moeten leiden. Ook thans krijgt echter het overgrote deel van belastingplichtigen al snel een (nadere) voorlopige aanslag, gevolgd door een aanslag (meestal een nihil-aanslag) in het jaar van de aangifte. Het vermijden van grote aantallen nihil-aanslagen kan een nastrevenswaardig doel zijn, maar het is de vraag of dat per saldo administratieve lastenverlichting oplevert als daartegenover de introductie van de mogelijkheid tot herziening staat. 68 Opvallend is dat het voorkomen van grote aantallen nihil-aanslagen niet als doel wordt genoemd in het ter consultatie op internet geplaatste wetsvoorstel. Het in de MvT nogal kort afdoen van naar aanleiding van de consultatie geopperde alternatieven zoals dat van de Vereniging van Hogere ambtenaren bij het Ministerie van Financiën (hierna: VHMF), die ook voor de inkomstenbelasting een systeem van voldoening op aangifte voorstelt zoals dat al geldt voor de omzetbelasting 69 komt dan wat gemakkelijk over. Het is mijns inziens overigens opmerkelijk dat de VHMF openlijk beleidsinhoudelijke kritiek levert op het onderhavige wetsvoorstel. 70 De makkelijkste manier om het verkeer tussen de Belastingdienst en belastingplichtigen minder formeel te maken is mijns inziens niet door middel van het invoeren van allerlei nieuwe wetsbepalingen het valt op dat er veel nieuwe wetsartikelen nodig zijn om iets te vereenvoudigen 71 of rechtsfiguren, maar door je als Belastingdienst in het contact met belastingplichtigen simpelweg minder formeel op te stellen. Waarom zou je het informeler maken van een proces formeel willen regelen? Dat een bezwaar in de woorden van het kabinet meestal geen bezwaar is, maar slechts een verzoek om gegevens aan te passen, vergeten aftrekposten in aanmerking te nemen of misverstanden op te helderen, betekent niet dat de belastingplichtige het eens is met de opgelegde aanslag. Volgens mij is de bezwaarfase juist voor dit soort gevallen bedoeld. 72 De Belastingdienst zou zich bij een bezwaarschrift af moeten vragen welk probleem aan het bezwaar ten grondslag ligt en op welke wijze dat probleem het beste kan worden benaderd. 73 Het beleid bellen bij bezwaar dat de Belastingdienst reeds nu hanteert draagt mijns inziens daadwerkelijk bij aan minder formeel verkeer. 74 Een ander, eveneens minder ingrijpend, alternatief kan worden gebaseerd op uitbreiding van de proef van de Belastingdienst met versnelling van de aanslagoplegging. 75 Daarmee kan een van de knelpunten van het huidige stelsel dat de aanslag vaak precies hetzelfde is als de voorlopige simpel worden opgelost aangezien in plaats van een nadere voorlopige aanslag direct een definitieve aanslag wordt opgelegd. Waarom zou je het informeler maken van een proces formeel willen regelen? Het correct vaststellen van de uit de belastingwet voortvloeiende belastingschuld dient voorop te staan. Belastingplichtigen dienen bij te dragen wat zij op grond van de wet zijn verschuldigd: niet meer, maar ook niet minder. De figuren van ambtshalve vermindering en navordering zijn in dat opzicht elkaars spiegelbeeld. In dat kader is het niet gek dat ook voor ambtshalve vermindering wordt voorgesteld zowel een nieuw feit -vereiste in te voeren als een beperkte termijn te laten gelden. Toch is het vreemd dat een evident te hoge formele belastingschuld na verloop van tijd niet (langer) door ambtshalve vermindering kan worden gecorrigeerd. Ten aanzien van navordering heeft overigens hetzelfde te gelden. Materieel verschuldigde belasting die niet wordt geformaliseerd wordt afgewenteld op de overige belastingbetalers. Daar staat echter tegenover dat op grond van het rechtszekerheidsbeginsel een aanslag op een gegeven moment onherroepelijk moet worden. Een aantal meer juridisch-technische aandachts- en kritiekpunten stip ik kortheidshalve hieronder slechts aan: Door de introductie van herziening is het niet langer mogelijk bezwaar te maken tegen een (definitieve) aanslag. Het in het belastingrecht bestaande gesloten stelsel wordt daarmee niet opener, maar geslotener, 76 en gaat daarmee op dat punt nog meer afwijken van het algemene bestuursrecht met zijn open beschikking- en belanghebbende-begrippen; Herziening is wezensvreemd aan de bestaande rechtsbeschermingsfiguren in het (algemene) bestuursrecht. 77 Het belastingrecht beweegt zo dus ook meer in het algemeen van het (algemene) bestuursrecht af in plaats van er naartoe, zoals met de introductie van de Algemene wet bestuursrecht werd nagestreefd; Herziening maakt dat een belastingplichtige over een (nog) lange(re) adem dient te beschikken om een geschil aan de rechter te kunnen voorleggen. Voordat hij bezwaar kan maken en vervolgens behoudens de mogelijkheid van prorogatie beroep kan instellen, dient hij 1254 NEDERLANDS JURISTENBLAD AFL. 18

Gezondheidsstrafrecht

Gezondheidsstrafrecht Gezondheidsstrafrecht Mr. dr. W.L.J.M Duijst Deventer 2014 Omslagontwerp: H2R creatievecommunicatie ISBN 978-90-13-12600-6 E-book 978-90-13-12601-3 NUR 824-410 2014, W.L.J.M. Duijst Alle rechten voorbehouden.

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340 98 34 www.rijksoverheid.nl Kenmerk

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving ϕ1 Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Juridische en Operationele Aangelegenheden Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de

Nadere informatie

Gezondheidszorgvisie DJI DJI

Gezondheidszorgvisie DJI DJI Gezondheidszorgvisie DJI DJI 2 / G E Z O N D H E I D S Z O R G V I S I E D J I Inleiding In het rapport Van Dinter (1995) [1] en het rapport Zorg achter tralies (augustus 1999) [2], zijn indertijd diverse

Nadere informatie

In Nederland veroordeeld, in eigen land de straf of maatregel ondergaan Informatie voor buitenlandse gedetineerden in Nederland over de mogelijkheid

In Nederland veroordeeld, in eigen land de straf of maatregel ondergaan Informatie voor buitenlandse gedetineerden in Nederland over de mogelijkheid In Nederland veroordeeld, in eigen land de straf of maatregel ondergaan Informatie voor buitenlandse gedetineerden in Nederland over de mogelijkheid om de in Nederland opgelegde sanctie (verder) in eigen

Nadere informatie

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid De Lange (VVD) over Nederlandse patiëntgegevens in Belgische gevangenis (2016Z01580).

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid De Lange (VVD) over Nederlandse patiëntgegevens in Belgische gevangenis (2016Z01580). > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties

Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Ministerie van Justitie j1 Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Directie Sanctie- en Preventiebeleid Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

M. van den Wijngaart & B. Post (2007) Notitie Indicatie kosten justitiële tweedelijnszorg.

M. van den Wijngaart & B. Post (2007) Notitie Indicatie kosten justitiële tweedelijnszorg. 1. Inleiding Aanleiding notitie Het ITS heeft in opdracht van het ministerie van Justitie een onderzoek uitgevoerd naar de aansluiting tussen de vraag naar en het aanbod van justitiële tweedelijns gezondheidszorg.

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de directeur van het Detentiecentrum Rotterdam. Datum: 27 maart 2014. Rapportnummer: 2014/027

Rapport. Rapport over een klacht over de directeur van het Detentiecentrum Rotterdam. Datum: 27 maart 2014. Rapportnummer: 2014/027 Rapport Rapport over een klacht over de directeur van het Detentiecentrum Rotterdam. Datum: 27 maart 2014 Rapportnummer: 2014/027 2 Algemeen Vreemdelingen spreken doorgaans geen Nederlands, althans niet

Nadere informatie

Y.A.J.M. van Kuijck, waarnemend algemeen voorzitter

Y.A.J.M. van Kuijck, waarnemend algemeen voorzitter Aan de Minister van Justitie Postbus 20301 2500 EH Den Haag datum : 13 februari 2006 kenmerk : CR35/1035453/06/AvdH/TvV betreft : advies over het onderwijs in de p.i.-en Mijnheer de minister, Bij de toezichtbezoeken

Nadere informatie

de rol van de forensisch arts

de rol van de forensisch arts de rol van de forensisch arts 16-02-2012 Arts en Strafrecht Peter Paul Bender forensisch arts KNMG Forensisch Artsen Rotterdam Rijnmond bender@farr.nl programma: - de forensisch arts - arts en strafrecht

Nadere informatie

Rapport. Datum: 4 oktober 2011. Rapportnummer: 2011/293

Rapport. Datum: 4 oktober 2011. Rapportnummer: 2011/293 Rapport Rapport over een klacht over het regionale politiekorps Noord-Holland Noord. Bestuursorgaan: de beheerder van het regionale politiekorps Noord-Holland Noord (de burgemeester van Alkmaar). Datum:

Nadere informatie

betreft: [klager] datum: 2 april 2014 Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

betreft: [klager] datum: 2 april 2014 Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt: nummer: 13/3550/GA (tussenbeslissing) betreft: [klager] datum: 2 april 2014 De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een

Nadere informatie

betreft: [klager] datum: 8 augustus 2014 Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

betreft: [klager] datum: 8 augustus 2014 Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt: nummer: 14/1038/GA betreft: [klager] datum: 8 augustus 2014 De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens

Nederlands Instituut van Psychologen 070-8888500. inzagerecht testgegevens POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Nederlands Instituut van Psychologen

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag

Nadere informatie

Mr Henk van Asselt. Werkzaam op het advocatenkantoor te Roosendaal. Strafrechtadvocaat. Lid van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten

Mr Henk van Asselt. Werkzaam op het advocatenkantoor te Roosendaal. Strafrechtadvocaat. Lid van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten Mr Henk van Asselt Werkzaam op het advocatenkantoor te Roosendaal Strafrechtadvocaat Lid van de Nederlandse Vereniging van Strafrechtadvocaten Jeugdstrafrecht Leeftijdscategorieën Jeugdstrafrecht: - 12

Nadere informatie

Wie zijn onze patiënten?

Wie zijn onze patiënten? In deze folder vertellen wij u graag wat meer over Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. De Kijvelanden behandelt mensen met een psychiatrische stoornis. De rechter heeft hen tbs met bevel tot

Nadere informatie

Stichting Pandora GEDWONGEN OPNAME. Stichting Pandora, februari 2003 1/8

Stichting Pandora GEDWONGEN OPNAME. Stichting Pandora, februari 2003 1/8 Stichting Pandora, februari 2003 1/8 GEDWONGEN OPNAME Stichting Pandora Stichting Pandora, februari 2003 2/8 Gedwongen opname Niemand wil tegen z'n zin in een psychiatrisch ziekenhuis terechtkomen. Dat

Nadere informatie

betreft: [klager] datum: 8 augustus 2014 Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt:

betreft: [klager] datum: 8 augustus 2014 Op grond van haar onderzoek overweegt en beslist de beroepscommissie als volgt: nummer: 14/1062/GA betreft: [klager] datum: 8 augustus 2014 De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat

Nadere informatie

Beleid 'onvrijwillige zorg' Vrijheidsbeperking binnen Lang Verblijf. woonzorg en dagbesteding

Beleid 'onvrijwillige zorg' Vrijheidsbeperking binnen Lang Verblijf. woonzorg en dagbesteding Beleid 'onvrijwillige zorg' Vrijheidsbeperking binnen Lang Verblijf woonzorg en dagbesteding 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Wanneer wordt onvrijwillige zorg toegepast? 4 3. De wetgeving 5 3.1 Wet bijzondere

Nadere informatie

Datum 5 november 2012 Onderwerp Antwoorden kamervragen over strafrechtelijke ontruiming van krakers

Datum 5 november 2012 Onderwerp Antwoorden kamervragen over strafrechtelijke ontruiming van krakers 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

Datum Gemeentelijke opvang illegalen 1 juli 2014 Ons kenmerk 2014/0162/LK/LvdH/IS

Datum Gemeentelijke opvang illegalen 1 juli 2014 Ons kenmerk 2014/0162/LK/LvdH/IS Zijne Excellentie mr. F. Teeven Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EX DEN HAAG Onderwerp Datum Gemeentelijke opvang illegalen 1 juli 2014 Ons kenmerk 2014/0162/LK/LvdH/IS Zeer

Nadere informatie

Een niet vrijwillige opname in het verpleeghuis

Een niet vrijwillige opname in het verpleeghuis Een niet vrijwillige opname in het verpleeghuis Ouderen Een niet vrijwillige opname in het verpleeghuis Introductie Op dit moment is uw dementerend familielid in behandeling bij Mondriaan Ouderen van Mondriaan.

Nadere informatie

Strafrecht in de zorg / Preventie

Strafrecht in de zorg / Preventie Strafrecht in de zorg / Preventie 7 oktober 2013 Mr. Marcel Smit en mr. Tina Sandrk Onderwerpen Inleiding Inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ) Openbaar Ministerie (OM) Gegevensuitwisseling IGZ en OM

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

Circulairenummer Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag, 2007-05-IGZ IGZ-loket 088 120 5000 22 november 2007

Circulairenummer Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag, 2007-05-IGZ IGZ-loket 088 120 5000 22 november 2007 Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag Postadres Postbus 16119 2500 BC Den Haag Telefoon (070) 340 79 11 Telefax (070) 340 51 40 www.igz.nl Internet Circulairenummer Inlichtingen bij Doorkiesnummer

Nadere informatie

Aanpak kindermishandeling en huiselijk geweld

Aanpak kindermishandeling en huiselijk geweld Op de Aanpak kindermishandeling en huiselijk geweld in de huisartsenzorg De aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld is een complex thema. Omdat het gaat om een kwetsbare groep patiënten en ingewikkelde

Nadere informatie

Een stap verder in forensische en intensieve zorg

Een stap verder in forensische en intensieve zorg Een stap verder in forensische en intensieve zorg Palier bundelt intensieve en forensische zorg. Het is zorg die net een stapje verder gaat. Dat vraagt om een intensieve aanpak. Want onze doelgroep kampt

Nadere informatie

Ik heb een klacht, wat nu? Landelijk Meldpunt

Ik heb een klacht, wat nu? Landelijk Meldpunt Ik heb een klacht, wat nu? Landelijk Meldpunt Z0rg Het Landelijk Meldpunt Zorg helpt u verder! Soms loopt het contact met uw zorgverlener anders dan u had verwacht. Er ging bijvoorbeeld iets mis bij uw

Nadere informatie

betreft: [klager] datum: 8 september 2014

betreft: [klager] datum: 8 september 2014 nummer: 14/794/GA betreft: [klager] datum: 8 september 2014 De beroepscommissie als bedoeld in artikel 69, tweede lid, van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) heeft kennisgenomen van een bij het secretariaat

Nadere informatie

Na overleg met de gerechten, adviseert de Raad als volgt. 1

Na overleg met de gerechten, adviseert de Raad als volgt. 1 De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties Dr. R.H.A. Plasterk Postbus 20011 2500 EA Den Haag bezoekadres Kneuterdijk 1 2514 EM Den Haag correspondentieadres Postbus 90613 2509 LP Den Haag

Nadere informatie

Inschatting wilsbekwaamheid volgens KNMG richtlijn

Inschatting wilsbekwaamheid volgens KNMG richtlijn Naam patiënt:.. Geboortedatum patiënt:... Naam afnemer: Datum afname: Inschatting wilsbekwaamheid volgens KNMG richtlijn 1. Wilsbekwaamheid wordt altijd beoordeeld ter zake een bepaald onderzoek of bepaalde

Nadere informatie

Datum 21 mei 2013 Onderwerp Berichtgeving in het programma Nieuwsuur d.d. 18 mei 2013 inzake de behandeling van hongerstakers.

Datum 21 mei 2013 Onderwerp Berichtgeving in het programma Nieuwsuur d.d. 18 mei 2013 inzake de behandeling van hongerstakers. > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directoraat-Generaal Jeugd en Sanctietoepassing Turfmarkt 147 2511

Nadere informatie

Datum 13 oktober 2015 Onderwerp Antwoorden Kamervragen over het bericht 'Aantal vechtscheidingen groeit explosief'

Datum 13 oktober 2015 Onderwerp Antwoorden Kamervragen over het bericht 'Aantal vechtscheidingen groeit explosief' 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ Inleiding De toezichtketen in perspectief Toezicht door IGZ Onderzoek A. Huisman De toezichtketen in perspectief bij suïcides Persoonlijke adviezen Inleiding

Nadere informatie

Raad voor Strafrech tstoepassing

Raad voor Strafrech tstoepassing Parkstraat 83 Den Haag Raad voor Strafrech tstoepassing Correspondentie: en Jeugdbescherming ~ 2500 Gc Den Haag ~ Telefoon (070) 361 93 00 Fax algemeen (070) 361 9310 Fax rechtspraak (070) 361 9315 Aan

Nadere informatie

AANGETEKEND Rijnland Ziekenhuis 070-8888500. last onder dwangsom. Geachte A,

AANGETEKEND Rijnland Ziekenhuis 070-8888500. last onder dwangsom. Geachte A, POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN AANGETEKEND Rijnland Ziekenhuis

Nadere informatie

Ambtshalve onderzoek KRAV Aangepaste notitie

Ambtshalve onderzoek KRAV Aangepaste notitie Ambtshalve onderzoek KRAV Aangepaste notitie Door de directie in november 2014 goedgekeurde aanpassing van de in het directieoverleg van 17 oktober 2012 vastgestelde notitie Auteur: Hans Mulder Afdeling:

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de Dienst Terugkeer en Vertrek te Den Haag. Datum: 14 mei 2012. Rapportnummer: 2012/081

Rapport. Rapport over een klacht over de Dienst Terugkeer en Vertrek te Den Haag. Datum: 14 mei 2012. Rapportnummer: 2012/081 Rapport Rapport over een klacht over de Dienst Terugkeer en Vertrek te Den Haag. Datum: 14 mei 2012 Rapportnummer: 2012/081 2 Klacht Verzoekster, een advocaat, klaagt erover dat de Dienst Terugkeer en

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148

Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 Rapport Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 2 Klacht Op 1 februari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer Y. te Zwolle, ingediend door de Stichting Rechtsbijstand Asiel

Nadere informatie

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringsmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-394 d.d. 29 oktober 2014 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, mr. E.M. Dil-Stork en dr. B.C. de Vries, leden en mr. I.M.L. Venker, secretaris)

Nadere informatie

kennis. kunde. kwaliteit. Privacy reglement

kennis. kunde. kwaliteit. Privacy reglement kennis. kunde. kwaliteit. Privacy reglement Januari 2013 Reglement opvragen patiëntengegevens Kader Dit reglement is opgesteld binnen de kaders van de Wet op de Geneeskundige Behandelings Overeenkomst

Nadere informatie

Rechten en plichten. Uw rechten

Rechten en plichten. Uw rechten Rechten en plichten Als er met uw gezondheid iets aan de hand is, heeft u de hulp van een arts of een andere deskundige nodig. Zodra de behandelaar u gaat onderzoeken of behandelen, is er sprake van een

Nadere informatie

Ik heb geen pasklare antwoorden

Ik heb geen pasklare antwoorden Ik heb geen pasklare antwoorden door Johan de Koning Mensen met een licht verstandelijke beperking komen vaker in aanraking met justitie dan anderen. Hoe worden zij begeleid? Lector Hendrien Kaal wil dat

Nadere informatie

Kwetsbare minderheidsgroep

Kwetsbare minderheidsgroep IND-werkinstructie nr. 2013/14 (AUA) Openbaar/ Extern Aan Directeur klantdirectie Asiel c.c. DDMB Van Hoofddirecteur IND Datum 26 juni 2013 Geldig vanaf 26 juni 2013 Geldig tot Onderwerp Vindplaats Bijlage(n)

Nadere informatie

Geen leidraad voor inzage dossier Gemeente Amsterdam Stadsdeel West Meldpunt Zorg en Overlast

Geen leidraad voor inzage dossier Gemeente Amsterdam Stadsdeel West Meldpunt Zorg en Overlast Rapport Gemeentelijke Ombudsman Geen leidraad voor inzage dossier Gemeente Amsterdam Stadsdeel West Meldpunt Zorg en Overlast 10 juli 2013 RA131236 Samenvatting Een man heeft zijn huurwoning moeten verlaten

Nadere informatie

Onderwerp Vragen ex artikel 39 van het Reglement van Orde betreffende zorginstellingen.

Onderwerp Vragen ex artikel 39 van het Reglement van Orde betreffende zorginstellingen. www.prv-overijssel.nl Leden van Provinciale Staten Postadres Provincie Overijssel Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 425 25 25 Telefax 038 425 26 80 Uw kenmerk Uw brief Ons kenmerk Datum ZC/2004/52

Nadere informatie

De loop van de procedure Op 1 juni 2007 hebben IGZ en CBP een bezoek gebracht aan het OZG Lucas in het kader van het hiervoor genoemde onderzoek.

De loop van de procedure Op 1 juni 2007 hebben IGZ en CBP een bezoek gebracht aan het OZG Lucas in het kader van het hiervoor genoemde onderzoek. POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10= TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN AANGETEKEND Ommelander Ziekenhuis

Nadere informatie

Uw rechten en behandeling

Uw rechten en behandeling Uw rechten en behandeling als wij gedwongen moeten ingrijpen in noodsituaties Behandeling onder dwang Als u tijdens uw opname te maken krijgt met gedwongen behandeling, hebt u als patiënt van GGZ ingeest

Nadere informatie

Persoonlijke verzorging, verpleging en begeleiding in thuissituatie door zzp ers mogelijk vanaf 2012

Persoonlijke verzorging, verpleging en begeleiding in thuissituatie door zzp ers mogelijk vanaf 2012 Regelingen en voorzieningen CODE 1.4.3.34 Persoonlijke verzorging, verpleging en begeleiding in thuissituatie door zzp ers mogelijk vanaf 2012 bronnen Staatsblad 2011, 346 (Besluit van 27 juni 2011, houdende

Nadere informatie

In deze brochure zetten we de belangrijkste rechten en plichten op een rij:

In deze brochure zetten we de belangrijkste rechten en plichten op een rij: UW RECHTEN ALS CLIËNT BIJ GGZ WNB INLEIDING Als u na uw aanmelding besluit tot een behandeling bij GGZ WNB, maken we daarover afspraken met u. Die worden vastgelegd in het behandelplan. Daarin staat voor

Nadere informatie

Rapport. 2014/083 de Nationale ombudsman 1/11

Rapport. 2014/083 de Nationale ombudsman 1/11 Rapport Rapport over een onderzoek naar de wijze waarop een man met een kwetsbare gezondheid is opgevangen in een gevangenis Oordeel Op basis van het onderzoek vindt de Nationale ombudsman de klacht over

Nadere informatie

Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. Over TBS

Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden. Over TBS Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden Over TBS In deze folder vertellen wij u graag meer over Forensisch Psychiatrisch Centrum de Kijvelanden en in het bijzonder over tbs. De Kijvelanden behandelt

Nadere informatie

de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage

de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA 's-gravenhage Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Aanvullende informatie op toelichting maatregelen ggz van VWS inzake de eigen bijdrage

Aanvullende informatie op toelichting maatregelen ggz van VWS inzake de eigen bijdrage Aanvullende informatie op toelichting maatregelen ggz van VWS inzake de eigen bijdrage (versie 10 februari 2012) Vragen en antwoorden voorgelegd aan VWS, inclusief reactie VWS 1. Eigen bijdrage tweedelijns

Nadere informatie

AANTEKENEN. Het bestuur van Stichting Op me Eigen. Datum 30 augustus 2013 Onderwerp Bevel ex artikel 8, vierde lid Kwaliteitswet zorginstellingen

AANTEKENEN. Het bestuur van Stichting Op me Eigen. Datum 30 augustus 2013 Onderwerp Bevel ex artikel 8, vierde lid Kwaliteitswet zorginstellingen > Retouradres Postbus 2680 3500 GR Utrecht AANTEKENEN Het bestuur van Stichting Op me Eigen St. Jacobsstraat 16 3511 BS Utrecht Postbus 2680 3500 GR Utrecht T 030 233 87 87 F 030 232 19 12 www.igz.nl Datum

Nadere informatie

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag > Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag Ministerie van Defensie Plein 4 MPC 58 B Postbus 20701 2500 ES Den Haag www.defensie.nl

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010 Rapport Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014 Rapportnummer: 2014/010 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College van procureurs-generaal

Nadere informatie

vfas- (SCHEIDINGS)MEDIATIONOVEREENKOMST vfas-lid (advocaat-mediator)

vfas- (SCHEIDINGS)MEDIATIONOVEREENKOMST vfas-lid (advocaat-mediator) vfas- (SCHEIDINGS)MEDIATIONOVEREENKOMST vfas-lid (advocaat-mediator) De ondergetekenden: Mr. @, in deze optredend als advocaat-mediator, kantoorhoudende te @ aan de @. Mr. @ is lid van de vfas ( www.verenigingfas.nl).

Nadere informatie

Protocol Gezag en omgang na scheiding. Datum 30 januari 2013

Protocol Gezag en omgang na scheiding. Datum 30 januari 2013 Protocol Gezag en omgang na scheiding Datum 30 januari 2013 Status Definitief Inleiding - 5 1 Doel van het onderzoek - 6 2 Uitgangspunten - 7 3 Werkwijze van de Raad - 8 3.1 Eerste informatieronde - 8

Nadere informatie

1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op iedere offerte, de website en de overeenkomst tussen Snelontruiming.nl, en u de opdrachtgever.

1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op iedere offerte, de website en de overeenkomst tussen Snelontruiming.nl, en u de opdrachtgever. Algemene voorwaarden Snelontruiming.nl 1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op iedere offerte, de website en de overeenkomst tussen Snelontruiming.nl, en u de opdrachtgever. 2. Alle offertes en aanbiedingen

Nadere informatie

Als uw kind in aanraking komt met de politie

Als uw kind in aanraking komt met de politie Als uw kind in aanraking komt met de politie Inhoud 3 > Als uw kind in aanraking komt met de politie 4 > De Raad voor de Kinderbescherming 6 > Het traject in jeugdstrafzaken 7 > Officier van justitie en

Nadere informatie

Tuberculose bij arrestanten en gedetineerden: procedure voor arrestantenbewaarders en penitentiair medewerkers

Tuberculose bij arrestanten en gedetineerden: procedure voor arrestantenbewaarders en penitentiair medewerkers Tuberculose bij arrestanten en gedetineerden: procedure voor arrestantenbewaarders en penitentiair medewerkers Colofon Procedure CPT op basis van notitie LCI d.d. januari 1996; Geredigeerd in september

Nadere informatie

Datum 2 oktober 2015 Onderwerp Antwoorden Kamervragen over het bericht dat het nieuwe tapbeleid van Justitie een aanval is op onze grondrechten

Datum 2 oktober 2015 Onderwerp Antwoorden Kamervragen over het bericht dat het nieuwe tapbeleid van Justitie een aanval is op onze grondrechten 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Introductie Wet BOPZ Helga Saez, 24 september 2014

Introductie Wet BOPZ Helga Saez, 24 september 2014 Introductie Wet BOPZ Helga Saez, 24 september 2014 Wet BOPZ In werking getreden in 1994 Doel: rechtsbescherming van onvrijwillig opgenomen cliënten 1 Onderdelen Wet BOPZ (1) 1. Definities/begrippen 2.

Nadere informatie

verklaring omtrent rechtmatigheid

verklaring omtrent rechtmatigheid POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Raad Nederlandse Detailhandel DATUM 17 juni

Nadere informatie

Functiebeschrijving netwerk dementie regio Haaglanden

Functiebeschrijving netwerk dementie regio Haaglanden Functiebeschrijving netwerk dementie regio Haaglanden Inleiding De voor de cliënt en zijn omgeving zeer ingrijpende diagnose dementie roept veel vragen op over de ziekte en het verloop hiervan maar ook

Nadere informatie

ANONIEM BINDEND ADVIES

ANONIEM BINDEND ADVIES ANONIEM BINDEND ADVIES Partijen : A te B, tegen C te D en E te F Zaak : Geestelijke gezondheidszorg Zaaknummer : 2009.02144 Zittingsdatum : 23 juni 2010 1/6 Geschillencommissie Zorgverzekeringen (prof.

Nadere informatie

Beveiliging Forensisch Psychiatrische Afdelingen. Inspectiebericht Themaonderzoek

Beveiliging Forensisch Psychiatrische Afdelingen. Inspectiebericht Themaonderzoek Beveiliging Forensisch Psychiatrische Afdelingen Inspectiebericht Themaonderzoek Beveiliging Forensisch Psychiatrische Afdelingen Inspectiebericht Themaonderzoek September 2009 Inspectie voor de Sanctietoepassing

Nadere informatie

DE KINDEROMBUDSMAN PRESENTEERT EERSTE NEDERLANDSE KINDERRECHTENMONITOR: GROTE ZORGEN OVER HALF MILJOEN KINDEREN

DE KINDEROMBUDSMAN PRESENTEERT EERSTE NEDERLANDSE KINDERRECHTENMONITOR: GROTE ZORGEN OVER HALF MILJOEN KINDEREN DE KINDEROMBUDSMAN PRESENTEERT EERSTE NEDERLANDSE KINDERRECHTENMONITOR: GROTE ZORGEN OVER HALF MILJOEN KINDEREN De eerste Nederlandse Kinderrechtenmonitor laat zien hoe het gaat met kinderen die in Nederland

Nadere informatie

'Verwarde personen' en RACT

'Verwarde personen' en RACT 'Verwarde personen' en RACT Het verward mij, de discussie rond ogenschijnlijke toename aan verwarde personen binnen ons straatbeeld. Wie zijn deze verwarde personen, op welke manier zijn ze verward, zijn

Nadere informatie

Uitspraak 201405096/1/A2

Uitspraak 201405096/1/A2 Uitspraak 201405096/1/A2 Datum van uitspraak: Tegen: Proceduresoort: Rechtsgebied: 201405096/1/A2. Datum uitspraak: 21 januari 2015 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK woensdag 21 januari 2015 Uitspraak op het

Nadere informatie

Gemeenschappelijke EU-standaarden voor het garanderen van procedurele rechten in strafzaken

Gemeenschappelijke EU-standaarden voor het garanderen van procedurele rechten in strafzaken Gemeenschappelijke EU-standaarden voor het garanderen van procedurele rechten in strafzaken Paul Ponsaers 1 1. De EU is niet enkel een economische, politieke en sociale gemeenschap, maar evenzeer een waardengemeenschap.

Nadere informatie

Introductie Wet BOPZ. Jacqueline Koster juni 2013

Introductie Wet BOPZ. Jacqueline Koster juni 2013 Introductie Wet BOPZ Jacqueline Koster juni 2013 Wet BOPZ In werking getreden in 1994 Doel: rechtsbescherming van onvrijwillig opgenomen cliënten Vormen van gedwongen opname In Bewaring Stelling (IBS)

Nadere informatie

vfas- (SCHEIDINGS)BEMIDDELINGSOVEREENKOMST FAMILIEMEDIATOR

vfas- (SCHEIDINGS)BEMIDDELINGSOVEREENKOMST FAMILIEMEDIATOR vfas- (SCHEIDINGS)BEMIDDELINGSOVEREENKOMST FAMILIEMEDIATOR De ondergetekenden: De vfas-advocaat scheidingsbemiddelaar, hierna te noemen vfas-advocaat familiemediator mr. R.R.J.A. Olie-Hallmans, in deze

Nadere informatie

Datum 13 april 2015 Betreft Beantwoording Kamervragen van het lid Merkies (SP) over de kwaliteit hersteladvies bij beleggingsverzekeringen

Datum 13 april 2015 Betreft Beantwoording Kamervragen van het lid Merkies (SP) over de kwaliteit hersteladvies bij beleggingsverzekeringen > Retouradres Postbus 20201 2500 EE Den Haag Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA S-GRAVENHAGE Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

U wordt verdacht. Inhoud

U wordt verdacht. Inhoud Inhoud Deze brochure 3 Aanhouding en verhoor 3 Inverzekeringstelling 3 Uw advocaat 4 De reclassering 5 Verlenging van de inverzekeringstelling of niet 5 Beperkingen en rechten 5 Voorgeleiding bij de officier

Nadere informatie

Consultatief psychiatrisch verpleegkundige

Consultatief psychiatrisch verpleegkundige Consultatief psychiatrisch verpleegkundige In uw werk kunt u te maken krijgen met patiënten die naast somatische problemen ook gedrags-, psychische- en/of psychosociale problemen hebben. Dit is vaak niet

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 494 Wijziging van de Wet op de jeugdzorg in verband met het opnemen van een grondslag voor het nemen van beperkende maatregelen of controlemaatregelen

Nadere informatie

De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren

De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren De gevolgen van een strafrechtelijke afdoening voor de verblijfsrechtelijke positie van jongeren Dit document beoogt de strafrechtelijke consequenties voor de verblijfsrechtelijke positie van een vreemdeling

Nadere informatie

33000 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2012

33000 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2012 33000 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2012 Nr. 75 Brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Datum 2 maart 2010 Onderwerp Kamervragen van het lid Van Velzen (SP) over de uitvoering van penitentiaire programma's

Datum 2 maart 2010 Onderwerp Kamervragen van het lid Van Velzen (SP) over de uitvoering van penitentiaire programma's > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Directie Sanctie-

Nadere informatie

Onvrijwillige opname op een BOPZ-afdeling met vrijheidsbeperkende maatregelen Inbewaringstelling of rechtelijke machtiging

Onvrijwillige opname op een BOPZ-afdeling met vrijheidsbeperkende maatregelen Inbewaringstelling of rechtelijke machtiging Onvrijwillige opname op een BOPZ-afdeling met vrijheidsbeperkende maatregelen Inbewaringstelling of rechtelijke machtiging Inleiding Het standpunt van de cliënt ten opzichte van een opname Met deze folder

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 16 juini 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 16 juini 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

NRGD Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen

NRGD Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen NRGD Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen Het Nederlands Register Gerechtelijk Deskundigen (NRGD) vergroot het vertrouwen in de Nederlandse rechtspraak door het waarborgen van een constante hoge

Nadere informatie

Gedwongen opname (BOPZ)

Gedwongen opname (BOPZ) PSYCHIATRIE Gedwongen opname (BOPZ) In Bewaring Stelling en Rechterlijke Machtiging Deze folder geeft algemene informatie over een gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis of op een psychiatrische

Nadere informatie

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen

de bank ambtshalve onderzoek de bank Definitieve Bevindingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de bank DATUM 17 maart 2006 CONTACTPERSOON

Nadere informatie

Datum 18 september 2015 Betreft Kamervragen over het informeren van familie bij erfelijke aanleg voor kanker

Datum 18 september 2015 Betreft Kamervragen over het informeren van familie bij erfelijke aanleg voor kanker > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

ANONIEM Bindend advies

ANONIEM Bindend advies ANONIEM Bindend advies Partijen : A te B vs C te D Zaak : Hulpmiddelenzorg, wijziging prothesemaker Zaaknummer : ANO07.369 Zittingsdatum : 21 november 2007 1/6 BINDEND ADVIES Zaak: ANO07.369 (Hulpmiddelenzorg,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 32 402 Wet cliëntenrechten zorg Nr. 11 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Meldcode bij signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling

Meldcode bij signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling Meldcode bij signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling Het bevoegd gezag van Virenze 1 Overwegende dat de Virenze verantwoordelijk is voor een goede kwaliteit van de dienstverlening aan zijn

Nadere informatie

1. Verzoekster is op 26 augustus 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. De bewaring is na twee dagen opgeheven.

1. Verzoekster is op 26 augustus 2008 in vreemdelingenbewaring gesteld. De bewaring is na twee dagen opgeheven. Rapport 2 h2>klacht Verzoekster klaagt erover dat medewerkers van de Arrestantenzorg van het regionale politiekorps Kennemerland haar wens om haar hoofddoek op te houden tijdens haar verblijf in een politiecel

Nadere informatie