Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit Nr. 78 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN VAN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage, 4 februari 1998 Hierbij doen wij u een notitie toekomen over de voortgang van het MDW-project Markt en Overheid. De notitie bevat de besluiten van het kabinet naar aanleiding van de eerste lijnsdoorlichting die is uitgevoerd door de werkgroep Markt en Overheid. Voorts wordt ingegaan op de voortgang van andere onderdelen van het project. De Minister van Economische Zaken, G. J. Wijers De Minister van Justitie, W. Sorgdrager KST27371 ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 1998 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 78 1

2 VOORTGANGSNOTITIE MARKT EN OVERHEID 1. Inleiding In 1996 heeft het kabinet de werkgroep «Markt en Overheid» ingesteld met als taak spelregels te ontwikkelen voor het marktoptreden van (semi)overheidsinstellingen in concurrentie met derden. Op 20 februari 1997 heeft de werkgroep haar eindrapport aan het kabinet aangeboden. In zijn reactie geeft het kabinet aan het wenselijk te vinden, dat via een aantal implementatielijnen de spelregels nader uitgewerkt worden in hun concrete toepassing (zie Tweede Kamer, vergaderjaar , nr , nr. 45). De werkgroep zet haar werkzaamheden gedurende dit implementatietraject voort. Op 25 juni en 27 november 1997 hebben de Vaste Kamercommissies voor Economische Zaken en Justitie de voortgang van het project Markt en Overheid besproken. Tijdens dit overleg is door verschillende fracties aangedrongen op een spoedige implementatie van de aanbevelingen en gevraagd om regelmatige informatie over de voortgang van dit project. In de eerste lijn zijn ambtelijke diensten van EZ, Financiën, Defensie en VROM doorgelicht op toepassing van deze spelregels. Eveneens in het kader van de eerste lijn is een aantal overheidsbedrijven op het terrein van Financiën (Bank Nederlandse Gemeenten NV (BNG) en Waterschapsbank NV (NWB)) en EZ (energiedistributie-bedrijven) doorgelicht 1. In deze brief wordt u nader geïnformeerd over de uitkomsten van de eerste lijn. In de bijlage treft u de aanbevelingen van de werkgroep «Markt en Overheid» aan, die zij heeft opgesteld op basis van doorlichtingen in de eerste lijn. Gelet op de samenhang met projecten in de tweede lijn wordt over de NWB en de BNG gerapporteerd in het kader van de tweede lijns doorlichting. Eveneens treft u nadere informatie over de voortgang van de tweede en derde lijn en andere aspecten van dit project. 2. Eerste lijns toetsing: kabinetsstandpunt In zijn algemeenheid constateert het kabinet dat het ontwikkelde normenstelsel een adequaat beoordelingskader biedt voor het marktoptreden van de geanalyseerde instellingen. Het kabinet neemt met instemming kennis van de toetsing en zal de betreffende aanbevelingen uitvoeren. Daartoe zal het kabinet stappen zetten om de implementatietrajecten in kaart te brengen, waarbij het implementatietraject mede gelet op de financiële en organisatorische consequenties in de tijd zal worden uitgezet. De Tweede Kamer zal eind februari een implementatieplan ontvangen. Omdat de betrokken organisaties blijkbaar terughoudend zijn met het in concurrentie treden met derden, zijn de aanbevelingen relatief beperkt. Wel wordt in een aantal voorkomende gevallen nodig geacht om een activiteit te beëindigen, omdat deze geen onderdeel uitmaakt van de publieke taak (of in het verlengde daarvan ligt) en omdat private alternatieven aanwezig zijn. 1 In de eerste lijn zijn deze instanties groepsgewijs geanalyseerd: projectgroep 1: EVD en Senter, 2: CPB, CBS en BIE, 3: Belastingdienst en Dienst der Domeinen, 4: Defensievliegvelden en IDL, 5: RGD, 6: NWB en BNG, 7: EDB. Een belangrijk uitgangspunt is de verankering van de publieke taak. Er wordt in dit verband een zekere rechtsontwikkeling geconstateerd. In de jurisprudentie is het beginsel aanvaard dat een wettelijke grondslag nodig is als de overheid de vrijheid van burgers beperkt. Maar ook bij minder ingrijpende interventies, zoals bij de toekenning van subsidies, is de tendens daarvoor een wettelijke grondslag te eisen. Anderzijds vindt de Hoge Raad ook dat de overheid in beginsel vrijheid van bedrijf en beroep Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 78 2

3 heeft. Bij de analyse die de werkgroep heeft gepleegd naar marktactiviteiten in concurrentie met derden is gebleken dat sommig optreden van de overheid niet onderhevig is aan een expliciete belangenafweging door wet- en regelgever, terwijl de betreffende activiteit niet altijd valt te beargumenteren vanuit de wel vastgelegde publieke taak. Gezien de effecten van deze activiteiten voor andere aanbieders, had een dergelijke belangenafweging en vastlegging in de wet wel voor de hand gelegen. In dit verband acht de werkgroep «Markt en Overheid» het gewenst om in beginsel steeds waar de publieke taak activiteiten van de overheid op de markt impliceert, daarvoor een wettelijke grondslag te eisen. Het kabinet acht dit een juist uitgangspunt. Ook in de Europese jurisprudentie inzake art. 90 EG-verdrag wordt de omschrijving van een overheidstaak gekoppeld aan het bestaan van een bevoegdheid die aan wet- en regelgeving is ontleend. Inhoudelijke argumenten, zoals de aanwezigheid van een algemeen belang, zijn door het Europese Hof van Justitie in een aantal uitspraken alleen in het kader van een marginale toetsing gebruikt. Daarom is het kabinet van mening dat voor deze activiteiten een wettelijke grondslag nodig is. Dit betekent overigens niet dat een belangrijke beperking wordt opgelegd aan de uitvoering van de publieke taak. Onder wettelijke basis dient ook te worden verstaan algemene maatregelen van bestuur en ministeriële regelingen. Bovendien kan worden volstaan met een beschrijving op hoofdlijnen. Naar aanleiding van de doorlichtingen constateert het kabinet dat dit heldere uitgangspunt een publieke taak is expliciet in wet en regelgeving verankerd thans niet in alle gevallen opgaat. In sommige gevallen (bv. CPB en Senter) kunnen hiervoor historische beweegredenen worden aangewezen, waarom de wet op dit punt niet meer actueel is. Te wijzen valt op onderzoeks- en adviesopdrachten die deze organisaties voor de Europese Unie hebben uitgevoerd. In het algemeen worden dergelijke opdrachten als een onderdeel van de overheidstaak gezien. Het kabinet neemt de aanbeveling van de werkgroep over om voor deze organisaties de onderzoeks- en adviestaken voor de Europese Commissie en haar organen expliciet te verankeren in de wettelijke taakomschrijving van de betrokken organisaties. Overigens kunnen er naar het oordeel van het kabinet ook beweegredenen bestaan werkzaamheden voor andere overheden alsmede voor lichamen die zeer nauw gelieerd zijn aan de rechtspersoon Staat onderdeel te laten uitmaken van de publieke taak. In de onderhavige doorlichting geldt dit voor de Rgd. In die voorkomende gevallen, waarbij marktactiviteiten worden ontwikkeld binnen de publieke taak, dienen nadere gedragsregels (zoals regels voor integrale kostentoerekening) gesteld te worden. Sommige instanties kennen overigens op dit moment reeds gedragsregels voor marktactiviteiten. In de bijlage wordt daar voor de betreffende instanties op ingegaan. Op basis van bovengenoemde bevindingen alsmede op basis van andere ervaringen worden op dit moment aanwijzingen voor de Rijksdienst opgesteld. Het ligt voor de hand dat de concept-aanwijzingen, omdat iedere praktijksituatie op zijn eigen merites moet worden beoordeeld, een globaal karakter zullen krijgen. Deze concept-aanwijzingen zijn (naar verwachting) in februari/maart 1998 gereed. De TK zal hierover worden geïnformeerd. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 78 3

4 3. Voortgang overige aspecten 3.1. Fiscaliteit Thans bestaat voor overheidsbedrijven het regime van «niet vpb-plichtig, tenzij». Het kabinet onderschrijft het door de werkgroep voorgestelde uitgangspunt van «vpb-plichtig, tenzij» voor activiteiten van overheidsbedrijven in open markten in concurrentie met derden, maar wil zich, zoals reeds vermeld in het kabinetsstandpunt bij het rapport (Tweede Kamer, 1996/1997, , nr. 45), alvorens hierover tot een eindoordeel te komen eerst een beeld verschaffen over wat de gevolgen zijn van deze omdraaiing. Het onderzoek naar de administratieve en financiële gevolgen voor een aantal concrete instanties, op het moment dat dit uitgangspunt in de praktijk worden gebracht, is inmiddels (praktisch) afgerond, maar heeft meer tijd gevraagd dan oorspronkelijk kon worden voorzien. Op korte termijn zal de TK hierover door middel van een brief geïnformeerd worden Tweede lijn: Stapsgewijze analyse buiten de rijksoverheid Bij de analyse in de tweede lijn ligt het accent op OEM s, die vallen buiten de rechtspersoon Staat. Op dit moment wordt een zestal clusters van OEM s (brandweer, keuringswezen (i.c. NMi), watersector, de publieke omroepen, bedrijfstakpensioenfondsen, gebruik van publieke gegevensbestanden) geanalyseerd op toepassing van de spelregels van de werkgroep «Markt en Overheid». Bij de uitvoering van de motie Jaarsma (Eerste Kamer, 1996/1997, /24 877/25 047, nr. 151g) wordt de toetsing van de uitvoeringsinstellingen sociale zekerheid aan de normen van het M&O-kader op een door Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Economische Zaken nader praktisch in te vullen wijze meegenomen. Deze analyses zijn in november gestart en de rapportages zullen in februari/ maart a.s. worden afgerond. M.b.t. de afzonderlijke doorlichtingen kan het volgende gemeld worden: Brandweer: anders dan in de voortgangsbrief van 17 oktober jl. is gemeld (zie Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 69) heeft het kabinet besloten, dat de commerciële (neven)activiteiten van de (gemeentelijke) brandweerkorpsen in samenspraak met de VNG worden geanalyseerd in de derde lijn; Publieke gegevensbestanden: er is besloten om ook de gegevensverstrekking van de Meetkundige dienst in de analyse mee te nemen. Bij het opstellen van criteria voor het gebruik van publieke gegevensbestanden zullen ook de ervaringen uit de KNMI-ontvlechting worden betrokken Derde lijn: Overleg met mede-overheden Op 10 december jl. heeft bestuurlijk overleg plaatsgevonden tussen het IPO, de VNG en een kabinetsdelegatie over de implementatie Markt en Overheid. In dit overleg zijn wederzijdse standpunten uitgewisseld en is gesproken over hoe in het licht van de aanbevelingen van de werkgroep «Markt en Overheid» dient te worden omgegaan met mogelijk ongelijke concurrentieverhoudingen op het terrein van mede-overheden. Naar aanleiding van dit overleg heeft het kabinet in samenspraak met VNG en IPO besloten op de volgende vier terreinen analyses te starten: Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 78 4

5 Analyse 1: afvalsector In deze analyse staan de marktactiviteiten van gemeentelijke en provinciale bedrijven in de afvalverwerking- en verwijdering centraal. Te denken valt aan de inzameling van bedrijfsafval door gemeentelijke reinigingsdiensten en de milieuparken van provinciale sturingsorganisaties. Ook de ontwikkeling van nevenactiviteiten door afvalverbrandingsinstallaties (AVI s) alsmede de combinatie van beleidsmatige en uitvoerende activiteiten zullen in de analyse worden betrokken. Tevens zal in deze analyse ingegaan worden op de marktstructuur. Analyse 2: Brandweerkorpsen Als vervolg op de analyse van de landelijke en regionale brandweeropleidingsinstituten in de tweede lijn, worden in de derde lijn de activiteiten van de gemeentelijke brandweerkorpsen, waarmee zij in concurrentie treden met particuliere aanbieders, geanalyseerd. Hierbij zal ook aandacht worden besteed aan de problematiek van de functievermenging. Analyse 3: Recreatieschappen Met betrekking tot de recreatieschappen gelden twee belangrijke aandachtspunten. Sommige recreatieschappen, opgericht met het doel de natuur te beschermen, nemen activiteiten op het terrein van recreatie en ontspanning ter hand en kunnen daarmee in concurrentie treden met derden. Het tweede aandachtspunt is de combinatie van beleidsmatige en uitvoerende taken van de mede-overheden op dit terrein. Analyse 4: Provinciale archiefinspecties Provinciale archiefinspecties zijn belast met de inspectie van archieven van lokale overheden. Geanalyseerd zal worden in hoeverre de inspecties zich ook bezighouden met de bewerking van gegevens en het plegen van herstelwerkzaamheden aan archieven. Met deze activiteiten treden zij in concurrentie met derden. Ook hier is de combinatie van beleidsmatige en uitvoerende taken een aandachtspunt. Om deze analyses uit te voeren zullen projectteams worden samengesteld, waarin naast vertegenwoordigers van EZ en BiZa ook de betrokken vakdepartementen en (voor zover van toepassing) vertegenwoordigers van VNG en IPO zitting zullen hebben. De analyses zullen in nauwe samenwerking met VNG en IPO worden opgezet. De projectteams zullen in april hun bevindingen rapporteren aan de werkgroep «Markt en Overheid». Deze bevindingen zijn vervolgens onderwerp van een nieuw bestuurlijk overleg, dat in april/mei a.s. zal plaatsvinden. Na dit bestuurlijk overleg zal de TK hierover worden geïnformeerd. Door de Unie van Waterschappen is inmiddels een inventarisatie afgerond van marktactiviteiten van de waterschappen. In februari zullen nadere afspraken worden gemaakt over een toetsing van deze marktactiviteiten aan het normenkader van de werkgroep «Markt en Overheid» Algemene wetgeving voor zelfstandige bestuursorganen Thans wordt eveneens bezien of de implementatie van «Markt en Overheid» voor zelfstandige bestuursorganen via de algemene wetgeving voor zelfstandige bestuursorganen kan geschieden. Bij de uitwerking hiervan wordt zowel aangesloten bij de beleidsdoelstelling betreffende een adequate publieke verantwoording en controle van bestuurstaken, Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 78 5

6 alsmede het streven naar gelijke concurrentieverhoudingen bij marktoptreden van (semi)overheidsinstellingen. Daarmee wordt uitvoering gegeven aan het kabinetsvoornemen uit de brief aan de Tweede Kamer van 11 juli 1997 (Tweede Kamer, 1996/1997, , nr. 6) over de wetgevingsaspecten van regels voor zelfstandige bestuursorganen Europeesrechtelijke aspecten De Europeesrechtelijke aspecten vergen bij de implementatie bijzondere aandacht. Belangrijk is evenwel de constatering dat in de grote meerderheid van de inventarisatie van OEM s dit aspect überhaupt geen rol speelt, omdat de problematiek puur nationaal is en dat ten aanzien van Nederlandse OEM s zich geen Europeesrechtelijke vragen voordoen. Inmiddels is een eerste onderzoek naar de toepassing van de M&O-regels op buitenlandse ondernemingen afgerond. Hieruit blijkt dat verder onderzoek naar communautaire regelgeving in specifieke (nuts)sectoren en hun consequenties voor ongelijke concurrentie-condities alsmede overleg met de diensten van de Europese commissie noodzakelijk is. In het kader van de tweede en derde lijns doorlichting naar de water- en afvalsector zal aan genoemd aspect aandacht worden besteed. Van belang hierbij is ook de aankondiging, dat de Europese commissie voornemens is om de richtlijn 80/723/EEG inzake doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen lidstaten en openbare bedrijven voor te stellen, die een aanzienlijke aanscherping vormt t.o.v. de huidige praktijk alsmede initiatieven in andere lidstaten (o.a. in Scandinavische landen) Overige aandachtspunten In toenemende mate wordt het normenkader van de werkgroep «Markt en Overheid» betrokken bij op handen zijnde verzelfstandigingen c.q. evaluaties binnen de Rijksdienst. Bij een aantal verzelfstandigingen, waaronder het Instituut Organisatie Informatie- en Communicatie Technologie Politie (ITO) en het Centrum tot Bevordering van Import uit ontwikkelingslanden (CBI), is aangegeven, dat toekomstige taken en activiteiten zullen worden verricht met inachtneming van het normenkader en in overeenstemming met de concept-aanwijzingen voor de Rijksdienst. Ook bij de evaluatie van het agentschap KNMI is het normenkader betrokken en naar het oordeel van de Minister van V&W goed bruikbaar gebleken. Op 11 december jl. is de Tweede Kamer over deze evaluatie geïnformeerd (zie TK, vergaderjaar , , nr. 5). Hierin kondigt de Minister van V&W aan de commerciële nevenactiviteiten van het KNMI op het terrein van informatieverstrekking aan derden te gaan afsplitsen (privatiseren). Hierbij gaat het om een verdere operationalisering van het normenkader voor de taken van het KNMI op het terrein van informatieversterking aan de hand van de volgende criteria: de informatie dient verworven te zijn in het kader van de publieke taak; het mag niet gaan om bewerkingen die ook zelfstandig door marktpartijen kunnen worden uitgevoerd. Tevens zal een onderzoekscode worden ontwikkeld aan de hand waarvan onderzoeksactiviteiten voor derden getoetst zullen gaan worden. Ook m.b.t. de marktactiviteiten van de N.V. Databank, een facilitaire instelling van de Kamers van Koophandel tussen EZ en VKK, bestonden klachten. Aan de hand van een M&O-doorlichting naar activiteiten van de N.V. Databank is afgesproken dat de bevindingen van de doorlichting in hun geheel zullen worden geïmplementeerd. Dit betekent dat de N.V. Databank de commerciële exploitatie van informatieproducten zal beëindigen. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 78 6

7 BIJLAGE In deze bijlage een uiteenzetting van uitkomsten van de toetsing door de werkgroep «Markt en Overheid». Allereerst wordt voor betrokken organisaties de publieke taak en de activiteiten in concurrentie met derden in beeld gebracht (zie A). Uitgangspunt is het begrippenkader van de werkgroep. Deze activiteiten worden vervolgens (onder B) getoetst aan het normenkader. De uitkomsten van deze toetsing worden door het kabinet onderschreven. 1. EVD De wettelijke vastgestelde publieke taak van de EVD is tweeledig: het verstrekken van onafhankelijke en objectieve bron- en basisinformatie over buitenlandse markten; promotionele activiteiten ter ondersteuning van de presentatie van Nederlandse bedrijven op buitenlandse markten. De dienstverlening van de EVD is universeel. Hierbij geldt als uitgangspunt een belangeloze en vrije verstrekking van informatie; evt. gevraagde vergoedingen dienen alleen ter dekking van kosten. De EVD geeft tevens een aantal publicaties uit met informatie over ontwikkelingen en kansen op potentiële nieuwe markten. B: Aanbeveling De werkzaamheden van de EVD zijn onderdeel van, dan wel onlosmakelijk verbonden met, de publieke taak. Er treedt geen concurrentieverstoring op met commerciële aanbieders. 2. Senter De wettelijk publieke taak van Senter is het uitvoeren van EZ-subsidiebesluiten met als oogmerk het bevorderen en versterken van de concurrentiekracht van Nederland. In een aantal gevallen concurreren de activiteiten van Senter met die van derden (private en publieke organisaties). Het betreft hier: (1) onderzoek in opdracht van de Europese Commissie; (2) uitvoerende service-activiteiten, bv. de Helpdesk Energiebesparingsfonds voor EnergieNed; (3) projectbeoordelingen voor derden, zoals (a) de Stichting Technologierating, (b) de provincies, en (c) het Landbouwschap. Activiteit 1. De uitvoering van Europese regelingen en van onderzoeksopdrachten voor de Europese Commissie maken onderdeel uit van de publieke taak. De wettelijke taakomschrijving dient in overeenstemming te worden gebracht met dit dienstenpakket. Voor zover onderzoeksopdrachten voor de Europese Commissie worden verkregen in open tendering dienen gedragsregels te worden toegepast ter voorkoming van concurrentieverstoring. Activiteiten 2/3. Waar het gaat om projectbeoordeling voor derden zijn (private) alternatieven voorhanden. Deze activiteiten dienen te worden beëindigd. De service-activiteiten voor de Helpdesk Energiebesparingsfonds worden reeds afgebouwd. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 78 7

8 3. CPB 1. De wettelijke publieke taak van het CPB is als volgt bepaald: het CPB heeft tot taak het Centraal Economisch Plan voor te bereiden en vast te stellen, alsmede adviezen uit te brengen over vragen, welke zich ten aanzien van de verwezenlijking van het plan kunnen voordoen. Daarnaast voert het CPB taken uit, die niet in wet- en regelgeving zijn vastgelegd, maar wel tot de publieke taak gerekend kunnen worden. Het gaat hier activiteiten, die in overeenstemming zijn met het protocol voor de planbureaufunctie (planning in overleg, griffienr ): o.a. het analyseren van beleidsvoorstellen die vanuit de politiek en vanuit maatschappelijk organisaties worden voorgelegd, het beantwoorden van vragen uit ambtelijke commissies en de SER, en het opstellen van de MEV. 2. Overige activiteiten van het CPB hebben betrekking op zgn. aanvullende projecten. Dit zijn door het CPB uitgevoerde werkzaamheden die geheel of gedeeltelijk door tweeden (ministeries of andere rijksdiensten) en door derden (universiteiten, internationale organisaties als EU en OESO) worden gefinancierd. 1. De wettelijke taak van het CPB dient in overeenstemming te worden gebracht met de activiteiten, die men tot zijn publieke taak kan rekenen (zie onder 1.). 2. Werkzaamheden voor Ministeries vallen onder werken voor tweeden en zijn derhalve geen marktactiviteiten. De marktactiviteiten van het CPB voor instellingen van de EU en de OESO kunnen als noodzakelijk verlengstuk worden gezien van de publieke taak. Overige projecten dienen te worden beëindigd, aangezien hiervoor (private) alternatieven voor handen zijn. 4. CBS Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is een dienst van het Ministerie van Economische Zaken. In de nieuwe wet op het Centraal Bureau en de Centrale Commissie voor de Statistiek (1996) is de publieke taak van het CBS als volgt omschreven: «het verrichten van statistisch onderzoek ten behoeve van praktijk, beleid en wetenschap en het openbaar maken van de op grond van zodanig onderzoek samengestelde statistieken.» Wettelijk is geregeld dat de Centrale Commissie voor de Statistiek (CCS) jaarlijks het werkprogramma van het CBS vaststelt. In de wet is voorts vastgelegd dat het CBS in incidentele gevallen werkzaamheden voor derden kan verrichten. Het CBS verricht werkzaamheden voor derden, die in concurrentie met marktpartijen kunnen plaatsvinden. Deze kunnen in vier categorieën worden onderverdeeld: 1. Statistisch werk: Hierbij gaat het om het beschikbaar stellen van gegevens in de vorm van statistieken (publicaties). Een belangrijke afnemer hiervan is de EU (Eurostat). Daarnaast verstrekt het CBS individuele gegevens (beveiligde micro-bestanden) aan enkele in de Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 78 8

9 wet omschreven onderzoeksinstellingen, universiteiten en internationale organisaties. 2. CBS als participant: Verstrekken van bewerkte gegevens, waarbij het CBS slechts als participant optreedt. Het betreft hier levering van gegevens aan (particuliere) opdrachtgevers (bijv. Wolters Kluwer), die zorgen voor de publicatie. 3. Consultancy/opleiding: Hierbij gaat het om het verzorgen van consultancy-activiteiten veelal in opdracht EU (ontwerpen EU standaarden) en statistisch-inhoudelijke trainingen aan bedrijven/ instellingen. (cursussen databeveiliging aan afnemers van microbestanden) en opleidingen (bv. SPSS/elementaire statistiek), 4. Ontwikkeling van software/methoden (100% extern): De exploitatie van specifieke deskundigheid op terrein van software-ontwikkeling (zoals een steekproefmethode en het dataverwerkingspakket Blaise) en het leveren van onderzoeksinstrumenten. Bij het verrichten van deze werkzaamheden houdt het CBS zich aan de door een adviescommissie «Werk voor Derden» opgestelde beleidsnota en bijbehorende checklist, aan de hand waarvan werkzaamheden voor derden worden beoordeeld op verschillende criteria ter voorkoming van concurrentieverstoring. werkgroep Activiteit 1 4. De uitvoering van Europese regelingen alsmede de onderzoeksopdrachten voor Eurostat/EU maken, voor zover dat nog niet in de CBS-wet is vastgelegd, onderdeel uit van de publieke taak. Voor zover deze opdrachten worden verkregen in open tendering dienen gedragsregels ter voorkoming van concurrentieverstoring te gelden. Activiteit 1/2. Voor een beoordeling dient onderscheid gemaakt te worden tussen beschermde (toegankelijke) en onvoldoende beschermde (niet-toegankelijke) gegevens. Uitgangspunt dient te zijn, dat beschermde gegevens die vanuit de publieke taak worden verkregen, op nondiscriminatoire wijze door het publiek kunnen worden gebruikt. Dit uitgangspunt wordt door het CBS in de praktijk gebracht. Wel zullen de gehanteerde gedragsregels met betrekking tot het gebruik van publieke gegevens door derden nog nader worden bezien na afronding van de tweedelijns analyse «publieke gegevensbestanden». Onvoldoende beschermde gegevens worden in beginsel niet verstrekt aan derden, behoudens het beschikbaar stellen voor wetenschappelijke doeleinden. Een belangrijke toetsende rol is weggelegd voor CCS, die daarvoor criteria heeft opgesteld. M.b.t. activiteiten 3 en 4, voor zover zij niet in opdracht van internationale organisaties als EU plaatsvinden (publieke taak), het volgende: Activiteit 3: Waar het gaat om consultancy/opleidingen voor instellingen buiten de Rijksoverheid, bedrijven en particulieren geldt dat deze activiteiten, behoudens het verzorgen van trainingen voor afnemers van micro-bestanden (publieke taak), niet verbonden zijn met de publieke taak. Het CBS treedt hiermee in concurrentie met particuliere instellingen of adviesbureaus. Deze activiteiten dienen te worden beëindigd. Activiteit 4: In het verlengde van zijn publieke taak houdt het CBS zich bezig met de ontwikkeling van software (steekproefmethoden etc.) en andere onderzoeksinstrumenten. Het voorstel is om te laten toetsen in hoeverre de ontwikkeling van software noodzakelijk is voor de publieke Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 78 9

10 taak en niet tot concurrentieverstoring leidt. Tevens moet bezien worden of operationele methoden kunnen worden ontwikkeld om de exploitatie van software-programmatuur door marktpartijen mogelijk te maken. 5. BIE (Bureau voor Industrieel Eigendom) De wettelijk vastgestelde publieke taak van het Bureau Industrieel Eigendom (Rijksoctrooiwet 1910 en 1995) heeft betrekking op het beoordelen en verlenen van octrooien. (Potentiële) marktactiviteiten c.q. activiteiten voor derden zijn: (1) Een «verspreidingstaak»; aldus een brief van de Staatssecretaris van EZ aan de TK (Nota Emplooi met Octrooi). Het BIE ondersteunt bij onderzoek in de octrooiliteratuur en maakt bedrijven wegwijs bij het vinden van octrooi-informatie voor het verrichten van onderzoek. (2) Een «internationale bestuurstaak». Het BIE treedt op als verdragspartij bij het afsluiten van internationale verdragen op het gebied van octrooien, merken, tekeningen en modellen. (3) BIE participeert in de Stichting Technologie Rating: uitvoeren van nieuwheidsonderzoeken. 1. De verspreidingstaak is vooralsnog niet in wet- en regelgeving vastgelegd. De besluitvorming over de verspreidingstaak van het BIE zal pas plaatsvinden na de tweede lijn van het implementatietraject, wanneer er conclusies kunnen worden getrokken uit de analyse naar het gebruik van publieke gegevensbestanden. 2. De internationale bestuurstaak is geen marktactiviteit: het betreft hier een bevoegdheid tot het sluiten van internationale verdragen. 3. Waar het gaat om activiteiten voor de Stichting Technologie Rating geldt dat deze werkzaamheden moeten worden beëindigd. Voor deze activiteiten zijn private alternatieven voor handen en kan geen beroep worden gedaan op de uitzonderingsgronden van het M&O-kader. 6. De Belastingdienst De Belastingdienst is een onderdeel van het Ministerie van Financiën. De formele grondslag voor het bestaan van de Belastingdienst is artikel 1 van de Organisatieregeling Belastingdienst. Krachtens diverse fiscale en niet-fiscale wetten heeft de dienst de volgende taken opgedragen gekregen: 1. heffing, inning en controle van de door de Rijksoverheid geheven belastingen. 2. controle en toezicht zowel fiscaal als niet-fiscaal op de in-, uit- en doorvoer van goederen en de opsporing van douane-fraude. 3. heffing en inning van premies volksverzekeringen. 4. overige werkzaamheden zoals heffing en inning ten behoeve van andere organisaties; heffingen die niet zijn aan te merken als door de Rijksoverheid geheven belastingen. De volgende drie activiteiten van de Belastingdienst, die worden verricht voor derden, verdienen nadere aandacht: Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

11 1 het ondersteunen van belastingplichtigen bij het gebruik van digitale hulpmiddelen middels het verstrekken van de belastingdiskette e.d.; 2 het ondersteunen van belastingplichtigen bij het gebruik van digitale hulpmiddelen middels het aanbieden van software-pakketten aan marktpartijen in de sfeer van financieel-administratieve en fiscale dienstverlening; 3 het ondersteunen van niet-commerciële organisaties bij het gebruik van digitale hulpmiddelen middels het in bruikleen geven van computers en modems. Activiteiten 1 en 2: Het betreft hier geen marktactiviteiten, omdat er bij de diskette respectievelijk de software sprake is van de eigentijdse (digitale) vorm van het papieren aangifte-formulier. 3. Bij activiteit 3 wordt in (potentiële) concurrentie getreden met commerciële rechtshulpverleners. Gelet op de doelstelling van deze publieke dienstverlening kan deze activiteit echter worden voortgezet. Wel zal een richtlijn worden gemaakt, waarin de criteria voor het al dan niet starten van dergelijke activiteiten worden opgenomen. 7. Dienst der Domeinen De Dienst der Domeinen is een onderdeel van het Ministerie van Financiën. Op grond van artikel 27 lid 2 Comptabiliteitswet is de Minister van Financiën belast met het privaatrechtelijk beheer van zaken die aan de Staat toebehoren. Namens de Minister wordt het privaatrechtelijk beheer uitgeoefend door de Dienst der Domeinen. Dit betekent dat Dienst der Domeinen de Staat vertegenwoordigt als eigenaar. De formele grondslag voor de taak van de Dienst der Domeinen is vastgelegd in artikel 19 lid 3 en artikel 27 lid 2 Comptabiliteitswet, het Besluit Overtollige Rijksgoederen en het Besluit Inbeslaggenomen Voorwerpen. De volgende vijf activiteiten van de Dienst der Domeinen worden verricht voor derden: 1. ingebruikgeving van onroerende zaken inclusief de herziening van de tegenprestatie ten behoeve van het nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium, een energiedistributiebedrijf, de SEP en een tweetal gemeenten; 2. de advisering over verkoop en taxatie van onroerende zaken, erfpacht, ozb-aanslagen ten behoeve van universiteiten; 3. de verkoop van onroerende zaken ten behoeve van universiteiten; 4. de ingebruikgeving van onroerende zaken (huur) ten behoeve van universiteiten; 5. bewaring en verkoop van roerende zaken ten behoeve van curatoren. B. Aanbevelingen Activiteit 1 4: Het ontplooien van deze marktactiviteiten behoort niet tot de publieke taak van de Dienst der Domeinen en leidt tot concurrentieverstoring met particuliere ondernemingen. Indien niet wordt overgegaan tot opname van deze activiteiten als onderdeel van de publieke taak, waarbij overigens wel gedragsregels dienen te gelden, dient de Dienst der Domeinen deze activiteiten te beëindigen. Bij activiteit 5 doet zich de gecompliceerde situatie voor dat het Ministerie van Financiën zich thans aan het beraden is over haar toekomstige Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

12 vormgeving van de afdeling Roerende Zaken van de Directie Domeinen (zie brief aan de Vaste Commissie voor Financiën, 21 augustus 1997, kenmerk DOM 97/696 M). Hierbij wordt ook de mogelijkheid overwogen om zich nadrukkelijk op de markt te begeven om uiteindelijk deze taak onder concurrentie te plaatsen. In dat geval kan ook in de ontwikkelingsfase daarna toe worden volstaan met gedragsregels ter voorkoming van concurrentieverstoring. Wel dient hier een principe-besluit aan ten grondslag te liggen. Onduidelijk is wanneer een dergelijke beslissing zal vallen. Op korte termijn zal hierover meer duidelijkheid worden geschept, waarbij in de tussenliggende periode kan worden volstaan met gedragsregels voor marktactiviteiten. 8. Defensievliegvelden De Koninklijke Luchtmacht is een onderdeel van de Nederlandse krijgsmacht en voert tevens taken uit in het kader van bondgenootschappelijke verdediging en internationale crisisbeheersing. Deze taken vloeien voort uit de Grondwet, internationale verdragen, overige wettelijke bepalingen en nationale (ministeriële) afspraken. De onderzochte activiteiten van de Koninklijke Luchtmacht bestaan uit het permanent dan wel incidenteel ter beschikking stellen van het banenstelsel van militaire vliegbases ten behoeve van de civiele luchtvaartsector. De restcapaciteit van militaire vliegbases wordt hierbij in exploitatie gegeven aan civiele organisaties. Daarnaast stelt zij voorzieningen als luchtverkeersbeveiliging, stalling van vliegtuigen en brandweer beschikbaar aan derden. Ook vinden er activiteiten plaats die niet specifiek samenhangen met de luchtvaartsector: verpachting van terreinen, gunnen van jacht-rechten en beschikbaar stellen van faciliteiten aan diverse organisaties. De marktactiviteiten van defensievliegvelden, die bestaan uit het op permanente basis ter beschikking stellen van capaciteit aan de civiele luchtvaart, vallen onder de uitzonderingsgrond «technische minimumcapaciteit». Dit geldt alleen voor zover zij betrekking hebben op een ondeelbare minimumcapaciteit. Hiervoor dienen gedragsregels ter voorkoming van concurrentieverstoring uitgewerkt te worden. Aanpassing van de restcapaciteit op verzoek van civiele medegebruikers is niet in overeenstemming met het normenkader en derhalve niet toegestaan. Wel kunnen er bijzondere overwegingen aanwezig zijn, die een overruling vereisen van het conceptueel kader, maar dit vergt een expliciet politiek besluit van het kabinet. Waar het gaat om activiteiten, die niet specifiek samenhangen met de luchtvaartsector, geldt dat voor zover zij geen betrekking hebben op een ondeelbare minimumcapaciteit, zij niet vallen onder de uitzonderingsgrond «technische minimumcapaciteit». Wel kunnen sommige activiteiten betreffende militaire bijstand, militaire steunverlening en maatschappelijke dienstverlening in het kader van een bredere doelstelling van de krijgsmacht wenselijk zijn en derhalve onder de publieke taak vallen. Defensie ontwikkelt voor activiteiten thans (interne) regelgeving. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

13 9. Instituut Defensie Leergangen De taken van het Ministerie van Defensie vloeien voort uit internationale verdragen, de Grondwet, overige wettelijke bepalingen en nationale (ministeriële) afspraken. De taken van het Defensie Interservice Commando (waarvan het IDL onderdeel uitmaakt) vloeien voort uit het «algemeen organisatiebesluit defensie» die zijn vastgelegd in het subtaakbesluit DICO. Het Instituut Defensie Leergangen (IDL) verhuurt naast zijn taken op het terrein van opleidingen, cursussen en trainingen voor militair personeel, facilitaire voorzieningen (leslokalen en congresruimte) aan niet-overheidsinstellingen ten behoeve van themadagen, lezingen en congressen. Deze activiteiten behoren niet tot de publieke taak van het IDL. De marktactiviteiten van het IDL vallen alleen onder de uitzonderingsgrond «technische minimumcapaciteit» voor zover zij betrekking hebben op een ondeelbare minimumcapaciteit. De personele inzet dient hierbij begrensd te worden tot de voor de publieke taakverrichting noodzakelijke ondersteuning. Defensie zal de bovenstaande beleidslijn bij de uitvoering betrekken. Voor deze activiteiten zullen door Defensie gedragsregels uitgewerkt worden. 10. Rijksgebouwendienst De Rgd is een rijksdienst en kent de volgende taakomschrijving, die is vastgelegd in een Koninklijk Besluit van 14 juli 1989: 1. zorgen voor doelmatige huisvesting van de hoge colleges van staat, ministeries en diensten; 2. idem, voor andere lichamen met een overheidstaak voor zover die voorziening aan de Rgd is opgedragen; 3. advies uitbrengen m.b.t. rijkshuisvestingsbeleid en, op verzoek, aan lichamen waarmee enig overheidsbelang is gemoeid; 4. onderhouden, vernieuwen en aanvullen van de het rijk in eigendom toebehorende roerende zaken; 5. verantwoord beheer van monumenten in rijkseigendom. De Rgd verricht daarnaast een tweetal werkzaamheden voor marktpartijen; i. verhuur van restcapaciteit, waaronder 50 procent frictie-leegstand en 50 procent «onverkoopbare» gebouwen. ii. verhuur van onvervreemdbare monumenten waarvoor geen passende rijksdienst is. Overigens kent de Rgd voor deze marktactiviteiten een set van gedragsregels. Voor een verantwoord beheer van monumenten (activiteit 5) worden vaak monumenten verhuurd aan derden. Het gaat hier om een marktactiviteit, die echter onlosmakelijk verbonden is aan de publieke taak. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

14 Ook bij activiteit 2 en 3 is sprake van werken voor «derden»: het betreft hier instellingen, die niet behoren tot de rijksoverheid, maar die wel activiteiten uitvoeren waarmee enig overheidsbelang is gemoeid. Bij activiteit 2 (leveren van huisvesting) heeft de betreffende minister de keuze tussen de Rgd en de markt om instellingen (meestal zbo s) te huisvesten. De instellingen zelf hebben die keuze niet. Wat betreft activiteit 3 (advies) hebben de instellingen met een publiek belang zelf de keuze tussen de Rgd en de markt. Het strekt tot de aanbeveling opnieuw te bepalen voor welke categorieën organisaties de huisvestings- en/of adviesplicht van kracht is tot en dit in de publieke taak van de Rgd te verankeren 1. De verhuur van een overcapaciteit aan huisvesting (i.) kan alleen een tijdelijk karakter hebben. De verhuur van frictie-leegstand is aldus toegestaan en valt onder uitzonderingsgrond «technische minimumcapaciteit». Onder overcapaciteit in deze zin worden ook gebouwen/ gebouw-delen gerekend, die tijdelijk «onverkoopbaar» zijn. Dit oordeel moet betrekking hebben op objectieve gronden waarbij ook de overweging van het doelmatig omgaan met overheidsmiddelen wordt meegenomen. Natuurlijk mag commerciële exploitatie (verhuur) geen aanleiding zijn om overcapaciteit aan te houden. Een permanente deel-verhuur kan in voorkomende gevallen onder de publieke taak vallen, als bijvoorbeeld organisaties door gemeentelijke verordeningen worden verplicht capaciteit voor het bedrijfsleven beschikbaar te stellen. Een andere mogelijkheid is de eis van gemeenten e.d. voor een bepaald bouwvolume. Voor nieuwe gevallen wordt onderzocht of deelaankoop mogelijk is. 11. Energiedistributiebedrijven A: Activiteiten en publieke taak Volgens de Electriciteitswet 1989 is de taak van de energiedistributiebedrijven (edb) ondermeer het op betrouwbare wijze zorg dragen voor de distributie van elektriciteit. De publieke taak inzake het beheer van leidingnetten zal bij de liberalisering van de energiesector voor ieder afzonderlijke edb bij een (onafhankelijke) netwerkbeheerder worden ondergebracht. Naast de levering van energie ontwikkelen de energiedistributiebedrijven echter ook een scala aan marktactiviteiten, de meeste in concurrentie met derden: 1 Anders dan bij de Dienst der Domeinen heeft de Rgd volgens haar wettelijke taakomschrijving reeds de mogelijkheid om voor derden te werken. (1) energieproductie (bv. elektriciteit en warmte uit wkk, windenergie); in concurrentie met andere edb s en toetreders. (2) afvalverwerking (inzamelen bedrijfsafval, scheiding en recycling van afvalstoffen); in concurrentie met o.a. particuliere en gemeentelijke reinigingsdiensten. (3) telecommunicatie (aanbieden telefoondiensten, exploiteren kabelnetwerken); in concurrentie met KPN, Libertel, commerciële en publieke zendgemachtigden. (4) installatiewerk (installeren en repareren gas- en elektrische installaties); in concurrentie met technische installatie-/adviesbureaus. (5) verkoop en verhuur van installaties. (6) openbare werken (verzorgen straatverlichting en verkeerslichten); in concurrentie met gemeentediensten. (7) inning rekeningen derden (bv. via energierekening) in concurrentie met incassodiensten. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

15 Een complicerende factor is de toekomstige organisatie van de relatie tussen de overblijvende publieke taak (d.i. het netwerkbeheer) en de andere energie-activiteiten (levering, productie, etc.). In het wetsvoorstel Electriciteitswet wordt de netwerkbeheerder in een aparte rechtspersoon afgescheiden, maar kan wel onderdeel uitmaken van één structuurvennootschap. 1. Omdat de energiemarkt stapsgewijs wordt geliberaliseerd, betekent dit volgens het normenkader M&O dat voor de marktactiviteiten gedragsregels moeten gelden. Voor de toepassing van deze regels kan worden aangesloten bij de gedragsregels die reeds op grond van de Wet Energiedistributie voor de edb s gelden. Deze zijn voldoende om concurrentieverstoringen te voorkomen. Op de marktactiviteiten van edb s die op grond van artikel 12, lid 1b WED binnen rechtspersoon van het distributiebedrijf worden ontplooid, moeten de gedragsregels eveneens van toepassing worden verklaard. Wel dient met enige regelmaat geëvalueerd te worden of de ontwikkeling van nieuwe nevenactiviteiten door het distributiebedrijf nadere gedragsregels noodzakelijk maakt. 2. In de nieuwe E-wet wordt de netwerkfunctie van ieder afzonderlijke edb ondergebracht in een aparte rechtspersoon met waarborgen voor onafhankelijkheid (om. aparte RvC), maar kan wel deel uitmaken van de structuurvennootschap. Deze «dode hand»- constructie neemt een aantal maar (mogelijk) niet alle ongelijke concurrentieverhoudingen weg. Toepassing van het M&O-kader zou in principe betekenen dat voor de structuurvennootschap de structuurregel van toepassing dient te zijn, omdat niet voldaan is aan de vereiste van een maximumdeelname percentage van 30% in het aandelenkapitaal van een OEM. Wel is deze constructie als tussenoplossing naar een volledige scheiding mogelijk. Een alternatief voor de structuurregel is het onder concurrentie stellen van de netwerkfunctie. In overweging wordt gegeven door middel van een onderzoek de geschetste oplossingrichtingen nog eens nader in beeld te brengen. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

Plan van aanpak onderzoek naar de gevolgen van de Wet Markt en Overheid op de economische activiteiten van de gemeente Venray

Plan van aanpak onderzoek naar de gevolgen van de Wet Markt en Overheid op de economische activiteiten van de gemeente Venray Plan van aanpak onderzoek naar de gevolgen van de Wet Markt en Overheid op de economische activiteiten van de gemeente Venray Henk Mijnster, Adviseur AO/IC gemeente Venray versie 2 Pagina 2 van 8 Inhoud

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 26 816 Voortgangsrapportage Beleidskader Jeugdzorg 2000 2003 Nr. 32 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN DE STAATSSECRE- TARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 621 Regels met betrekking tot de productie, het transport en de levering van elektriciteit (Elektriciteitswet...) Nr. 8 NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 077 Evaluatie van de Wet structurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering Nr. 4 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2003 2004 24 095 Frequentiebeleid Nr. 153 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage,

Nadere informatie

Rekenkamercommissie Wijdemeren

Rekenkamercommissie Wijdemeren Rekenkamercommissie Wijdemeren Protocol voor het uitvoeren van onderzoek 1. Opstellen onderzoeksopdracht De in het werkprogramma beschreven onderzoeksonderwerpen worden verder uitgewerkt in de vorm van

Nadere informatie

Inleiding ADVIES. Nederlandse Mededingingsautoriteit

Inleiding ADVIES. Nederlandse Mededingingsautoriteit Nederlandse Mededingingsautoriteit ADVIES Advies van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, als bedoeld in artikel 20e, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998. Zaaknummer: 104152/15

Nadere informatie

Onderwerp: Uitvoeringsregeling informatieverstrekking 2014. De directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus ;

Onderwerp: Uitvoeringsregeling informatieverstrekking 2014. De directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus ; Besluit 2013/D007 Onderwerp: Uitvoeringsregeling informatieverstrekking 2014. De directeur van de gemeenschappelijke regeling Cocensus ; gericht op de uitvoering van de werkzaamheden welke op grond van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 558 Regels voor subsidiëring van landelijke onderwijsondersteunende activiteiten (Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 29 304 Certificatie en accreditatie in het kader van het overheidsbeleid Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 33 872 Wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (verbetering vergunningverlening, toezicht en handhaving) Nr. 2 VOORSTEL VAN WET

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie Nr. 4 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag > Retouradres Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag Directie Constitutionele Zaken en Wetgeving Afdeling Wetgeving Staatsinrichting en Bestuur Turfmarkt

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 29 507 Regels voor de financiële dienstverlening (Wet financiële dienstverlening) Nr. 32 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 330 Wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964 en van enige andere wetten (Wet aanvullend overgangsrecht fiscale behandeling pensioen) Nr.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 32 529 Wijziging van de Wet op de jeugdzorg en Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet Landelijk Bureau Inning

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1996 378 Wet van 3 juli 1996, houdende algemene regels over de advisering in zaken van algemeen verbindende voorschriften of te voeren beleid van

Nadere informatie

Een OVER-gemeentelijke samenwerking tussen Oostzaan en Wormerland

Een OVER-gemeentelijke samenwerking tussen Oostzaan en Wormerland OVER OOSTZAAN Een OVER-gemeentelijke samenwerking tussen Oostzaan en Wormerland WORMERLAND. GESCAND OP 13 SEP. 2013 Gemeente Oostzaan Datum : Aan: Raadsleden gemeente Oostzaan Uw BSN : - Uw brief van :

Nadere informatie

Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Renkum

Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Renkum Procedureverordening voor advisering tegemoetkoming in planschade gemeente Renkum De raad van de gemeente Renkum; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 december 2012; Gelet op artikel

Nadere informatie

Startnotitie. Procedure vervreemding aandelen Essent. 1 Context

Startnotitie. Procedure vervreemding aandelen Essent. 1 Context Startnotitie 1 Context Op 1 juli 2008 is het groepsverbod uit de Wet Onafhankelijk Netbeheer (WON) in werking getreden. Als gevolg daarvan dient het beheer en eigendom van energienetwerken en de productie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 26 732 Algehele herziening van de Vreemdelingenwet (Vreemdelingenwet 2000) Nr. 98 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 980 Uitvoering van het op 19 oktober 1996 te s-gravenhage tot stand gekomen verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 463 Regels omtrent het transport en de levering van gas (Gaswet) Nr. 95 DERDE NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen 4 april 2000 Het voorstel van wet

Nadere informatie

Toestemming tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord

Toestemming tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord Datum: 25-6-13 Onderwerp Toestemming tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord Status Besluitvormend Voorstel Het college toestemming te verlenen tot het wijzigen

Nadere informatie

Subsidiëring Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland ten behoeve van de Drentse Participatie Maatschappij

Subsidiëring Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland ten behoeve van de Drentse Participatie Maatschappij 2004-98 Subsidiëring Investerings- en Ontwikkelingsmaatschappij voor Noord-Nederland ten behoeve van de Drentse Participatie Maatschappij Voorgestelde behandeling: - Statencommissie Bestuur, Financiën

Nadere informatie

Besluit tot wijziging van de Nadere voorschriften controleen overige standaarden Vastgesteld 18 december 2008

Besluit tot wijziging van de Nadere voorschriften controleen overige standaarden Vastgesteld 18 december 2008 Besluit tot wijziging van de Nadere voorschriften controleen overige standaarden Vastgesteld 18 december 2008 1 Besluit tot wijziging van de Nadere voorschriften controle- en overige standaarden Vastgesteld

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 239 Stimulering duurzame energieproductie Nr. 62 BRIEF VAN HET PRESIDIUM Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag,

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage AV/A&M/2001/60552

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage AV/A&M/2001/60552 Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1A 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

rechtmatigheid POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20

rechtmatigheid POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Koninklijk Horeca Nederland DATUM 5 februari

Nadere informatie

Amsterdam, 3 juli 2015. Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II. Geachte heer, mevrouw,

Amsterdam, 3 juli 2015. Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II. Geachte heer, mevrouw, Amsterdam, 3 juli 2015 Betreft: Reactie VV&A aan MinFin inzake MiFiD II Geachte heer, mevrouw, Namens de Vereniging van Vermogensbeheerders & Adviseurs (hierna: VV&A ) willen wij graag van de gelegenheid

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 26 september 2006 (OR. en) 12758/06 Interinstitutioneel dossier: 2005/0204 (CNS) ASIM 63 OC 655 WETGEVINGSBESLUITEN EN ANDERE INSTRUMENTEN Betreft: BESCHIKKING VAN DE

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 1985-1986 18813 Wijzigingen van bepalingen in de Algemene Bijstandswet die betrekking hebben op het verhaal van kosten van bijstand Nr. 16 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 33 722 Voorstel van wet van het lid Van der Steur tot het stellen van regels omtrent de registratie en de bevordering van de kwaliteit van mediators

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 22 112 Ontwerprichtlijnen Europese Commissie Nr. 188 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 600 XV Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 22 112 Ontwerp-Richtlijnen Europese Commissie Nr. 48 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2010 2011 32 291 Het geven aan gemeenten van de verantwoordelijkheid voor schuldhulpverlening (Wet gemeentelijke schuldhulpverlening) A GEWIJZIGD VOORSTEL

Nadere informatie

Verordening 217 Concept aangeboden aan de Provinciale Staten

Verordening 217 Concept aangeboden aan de Provinciale Staten Verordening 217 Concept aangeboden aan de Provinciale Staten Controleverordening Randstedelijke Rekenkamer De Randstedelijke Rekenkamer besluit: overwegende dat: op grond van de wet van 2 juli 2003, Stb.

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1995 466 Besluit van 7 september 1995, houdende wijziging van het Besluit goederenvervoer over de weg en het Besluit personenvervoer in verband met

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie Nr. 1484 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE

Nadere informatie

PROCEDUREVERORDENING VOOR ADVISERING TEGEMOETKOMING IN PLANSCHADE GEMEENTE HARDENBERG

PROCEDUREVERORDENING VOOR ADVISERING TEGEMOETKOMING IN PLANSCHADE GEMEENTE HARDENBERG PROCEDUREVERORDENING VOOR ADVISERING TEGEMOETKOMING IN PLANSCHADE GEMEENTE HARDENBERG Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. aanvrager: degene die een aanvraag om tegemoetkoming

Nadere informatie

Wijziging van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek in verband met de herpositionering van zelfstandige bestuursorganen

Wijziging van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek in verband met de herpositionering van zelfstandige bestuursorganen Wijziging van de Wet op het Centraal bureau voor de statistiek in verband met de herpositionering van zelfstandige bestuursorganen MEMORIE VAN ANTWOORD Inleiding Met belangstelling heb ik kennis genomen

Nadere informatie

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit

Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit Protocol tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Nederlandse Zorgautoriteit inzake samenwerking en coördinatie op het gebied van beleid, regelgeving, toezicht & informatieverstrekking en andere

Nadere informatie

Code Interbestuurlijke Verhoudingen

Code Interbestuurlijke Verhoudingen CODE > Code Interbestuurlijke Verhoudingen Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen dragen samen de verantwoordelijkheid voor een goed bestuur van Nederland. De medeoverheden erkennen dat zij daarin

Nadere informatie

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, Handelend in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;

De Minister voor Wonen en Rijksdienst, Handelend in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad; Regeling van de Minister voor Wonen en Rijksdienst van 2015, nr. , tot instelling van het tijdelijk Bureau ICT-toetsing (Instellingsbesluit tijdelijk Bureau ICT-toetsing) Handelend

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 436 Wijziging van de Wet op de rechtsbijstand houdende herijking van de verlening van rechtsbijstand door de raden voor rechtsbijstand en de

Nadere informatie

De Registratiekamer voldoet hierbij gaarne aan uw verzoek.

De Registratiekamer voldoet hierbij gaarne aan uw verzoek. R e g i s t r a t i e k a m e r Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid..'s-Gravenhage, 19 januari 1999.. Onderwerp AMvB informatieplicht banken Bij brief van 8 oktober 1998 heeft u de Registratiekamer

Nadere informatie

Afdeling: Concernzaken Concernbeleid Leiderdorp, 28 augustus 2014 Onderwerp: Wet markt en overheid -

Afdeling: Concernzaken Concernbeleid Leiderdorp, 28 augustus 2014 Onderwerp: Wet markt en overheid - Pagina 1 van 5 Nr. 1 Afdeling: Concernzaken Concernbeleid Leiderdorp, 28 augustus 2014 Onderwerp: Wet markt en overheid - Beslispunten vaststellen economische activiteiten van algemeen belang Aan de raad.

Nadere informatie

De werkafspraken hebben vooralsnog alleen betrekking op geneesmiddelenreclame in de zin van hoofdstuk 9 van de Geneesmiddelenwet.

De werkafspraken hebben vooralsnog alleen betrekking op geneesmiddelenreclame in de zin van hoofdstuk 9 van de Geneesmiddelenwet. Werkafspraken tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg (inspectie), de stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) en de Keuringsraad Openbare Aanprijzing Geneesmiddelen (KOAG) over de wijze van samenwerking

Nadere informatie

Controleprotocol subsidies gemeente Alkmaar voor verantwoording subsidies > 250.000

Controleprotocol subsidies gemeente Alkmaar voor verantwoording subsidies > 250.000 Controleprotocol subsidies gemeente Alkmaar voor verantwoording subsidies > 250.000 1 Algemeen Op grond van de Kaderverordening Subsidieverstrekking van de gemeente Alkmaar kunnen subsidies worden verstrekt.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 25 110 Nederlands Voorzitterschap van de Europese Unie van 1 januari tot 1 juli Nr. 7 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 501 Wijziging van de Postwet 2009 ter invoering van ex ante toezicht op een postvervoerbedrijf met aanmerkelijke marktmacht Nr. 2 VOORSTEL VAN

Nadere informatie

CONVENANT MET BETREKKING TOT DE SCHEIDING VAN RISICO S VERBONDEN AAN DE UITVOERING VAN DE ACTIVITEITEN VAN DE BLOEDVOORZIENINGSORGANISATIE

CONVENANT MET BETREKKING TOT DE SCHEIDING VAN RISICO S VERBONDEN AAN DE UITVOERING VAN DE ACTIVITEITEN VAN DE BLOEDVOORZIENINGSORGANISATIE CONVENANT MET BETREKKING TOT DE SCHEIDING VAN RISICO S VERBONDEN AAN DE UITVOERING VAN DE ACTIVITEITEN VAN DE BLOEDVOORZIENINGSORGANISATIE Partijen, - de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1974-1975 13 412 Protocol van de regeringsconferentie Nederland, Suriname en de Nederlandse Antillen, van 20 en 21 mei te Paramaribo, en de conclusies van het

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 17910 De grote-stedenproblematiek Nr. 21 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 23 900 X Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 1995 Nr. 86 BRIEF VAN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 232 Wijziging van de Wet luchtvaart en de Luchtvaartwet ter implementatie van verordening (EG) nr. 2111/2005 inzake de vaststelling van een

Nadere informatie

de minister van Economische Zaken, de heer mr L.J. Brinkhorst Postbus 20101 2500 EC Den Haag Ministeriële regeling afsluitingen

de minister van Economische Zaken, de heer mr L.J. Brinkhorst Postbus 20101 2500 EC Den Haag Ministeriële regeling afsluitingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN de minister van Economische Zaken,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 28 333 WAO-stelsel Nr. 76 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELE- GENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2005 664 Besluit van 12 december 2005, houdende regels met betrekking tot de instelling van een nationaal inventarisatiesysteem voor broeikasgassen

Nadere informatie

Kwijtschelding voor ondernemers Dienst Belastingen

Kwijtschelding voor ondernemers Dienst Belastingen Rapport Gemeentelijke Ombudsman Kwijtschelding voor ondernemers Dienst Belastingen 8 mei 2006 RA0611562 Samenvatting Met enige regelmaat wenden ondernemers met financiële problemen zich tot de ombudsman.

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol

Samenwerkingsprotocol Samenwerkingsprotocol Consumentenautoriteit Stichting Reclame Code 1 Samenwerkingsprotocol tussen de Consumentenautoriteit en de Stichting Reclame Code Partijen: 1. De Staatssecretaris van Economische

Nadere informatie

TOELICHTING SAMENWERKINGSPROTOCOL NZA - CONSUMENTENAUTORITEIT

TOELICHTING SAMENWERKINGSPROTOCOL NZA - CONSUMENTENAUTORITEIT TOELICHTING SAMENWERKINGSPROTOCOL NZA - CONSUMENTENAUTORITEIT Inleiding Op 29 december 2006 is de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc) in werking getreden. De Whc implementeert verordening 2006/2004

Nadere informatie

BIBOB beleidslijn horeca- en seksinrichtingen. Gemeente Voorst

BIBOB beleidslijn horeca- en seksinrichtingen. Gemeente Voorst BIBOB beleidslijn horeca- en seksinrichtingen Gemeente Voorst 1 Doel van de Wet BIBOB De wet BIBOB, de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen Openbaar Bestuur, is op 1 juni 2003 in werking getreden

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2006 95 Wet van 9 februari 2006, houdende regels inzake de openbaarmaking van beloningen bij rechtspersonen of organisaties die deel uit maken van

Nadere informatie

szw0001021 De analyse van Deloitte & Touche Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 4 december 2001

szw0001021 De analyse van Deloitte & Touche Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 4 december 2001 szw0001021 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 4 december 2001 De SER heeft in zijn advies van 19 mei 2000 Onvolledige AOW-opbouw aandacht gevraagd voor het inkomensprobleem

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2002 415 Besluit van 13 juli 2002, houdende de aanpassing van een aantal algemene maatregelen van bestuur aan de Comptabiliteitswet 2001 Wij Beatrix,

Nadere informatie

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen

Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn betreffende bescherming rechten op aanvullend pensioen Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 30 070 Wijziging van de wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 in verband met de invoering van een nieuw stelsel voor bewaking en

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 34 010 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet medezeggenschap op scholen en de Wet voortgezet onderwijs

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2007 2008 30 934 Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 in verband met de implementatie van richtlijn 2005/89/EG inzake maatregelen om de zekerheid van

Nadere informatie

BELEIDSBRIEF. Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel. Beleidsprioriteiten 2008-2009. Onderdeel Wapenhandel ADVIES

BELEIDSBRIEF. Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel. Beleidsprioriteiten 2008-2009. Onderdeel Wapenhandel ADVIES Stuk 1900 (2008-2009) Nr. 3 Zitting 2008-2009 26 november 2008 BELEIDSBRIEF Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel Beleidsprioriteiten 2008-2009 Onderdeel Wapenhandel ADVIES

Nadere informatie

HOEBERT HULSHOF & ROEST

HOEBERT HULSHOF & ROEST Inleiding Artikel 1 Deze standaard voor aan assurance verwante opdrachten heeft ten doel grondslagen en werkzaamheden vast te stellen en aanwijzingen te geven omtrent de vaktechnische verantwoordelijkheid

Nadere informatie

Uit- en aanbesteden in de Wet Werk en Bijstand

Uit- en aanbesteden in de Wet Werk en Bijstand 1 Uit- en aanbesteden in de Wet Werk en Bijstand Inleiding Over het onderdeel uit- en aanbesteden van de Wet werk en bijstand (WWB) is de nodige informatie verschenen. Mede gezien de wijzigingen die sindsdien

Nadere informatie

Titel voorstel: Voorstel voor een verordening van de Raad inzake de vertaalregelingen voor het EU-octrooi

Titel voorstel: Voorstel voor een verordening van de Raad inzake de vertaalregelingen voor het EU-octrooi Fiche 9: Verordening EU octrooi vertaalregelingen 1. Algemene gegevens Titel voorstel: Voorstel voor een verordening van de Raad inzake de vertaalregelingen voor het EU-octrooi Datum Commissiedocument:

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2005 2006 29 874 (R 1777) Goedkeuring en uitvoering van de op 17 december 1991 te München tot stand gekomen Akte tot herziening van artikel 63 van het Verdrag

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2013 2014 33 623 Wijziging van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag in verband met het van toepassing verklaren van die wet op nader bepaalde overeenkomsten

Nadere informatie

Zaaknummer: 2014/54782 Referentie: 2014/55085. Raadsvergadering d.d. 1 juli 2014 agendapunt 15. Aan: De Gemeenteraad. Vries, 16 juni 2014

Zaaknummer: 2014/54782 Referentie: 2014/55085. Raadsvergadering d.d. 1 juli 2014 agendapunt 15. Aan: De Gemeenteraad. Vries, 16 juni 2014 Raadsvergadering d.d. 1 juli 2014 agendapunt 15 Zaaknummer: 2014/54782 Referentie: 2014/55085 Aan: De Gemeenteraad Vries, 16 juni 2014 Portefeuillehouder: mevr. N. Hofstra Behandelend ambtenaar: mevr.

Nadere informatie

2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG 2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG De vaste commissie voor Financiën heeft op 2 juni 2016 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over zijn brief

Nadere informatie

Ons kenmerk C100/05.0016522. Aantal bijlagen 1

Ons kenmerk C100/05.0016522. Aantal bijlagen 1 Directie Bestuur & Organisatie Directie Algemeen Aan de Commissie AB Korte Nieuwstraat 6 65 PP Nijmegen Telefoon (024) 329 9 Telefax (024) 329 22 92 E-mail gemeente@nijmegen.nl Postadres Postbus 905 6500

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 600 VIII Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor het jaar 2003 Nr. 127 BRIEF

Nadere informatie

No.W06.12.0456/III 's-gravenhage, 7 december 2012

No.W06.12.0456/III 's-gravenhage, 7 december 2012 ... No.W06.12.0456/III 's-gravenhage, 7 december 2012 Bij Kabinetsmissive van 8 november 2012, no.12.002573, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Financiën, mede namens de Minister van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 24 071 Wateroverlast in Nederland Nr. 21 HERDRUK 2 BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2008 2009 31 991 Wijziging van oek 5 van het urgerlijk Wetboek en de Woningwet in verband met het plegen van onderhoud door verenigingen van eigenaars Nr.

Nadere informatie

Notitie 2012/76367 Vaststellen Programma van eisen ten behoeve van de aanbesteding van de accountantsdienst

Notitie 2012/76367 Vaststellen Programma van eisen ten behoeve van de aanbesteding van de accountantsdienst Portefeuillehouder Steller Auditcommissie Raadssessie/vergadering Wettelijke bevoegdheid Notitie 2012/76367 Vaststellen Programma van eisen ten behoeve van de aanbesteding van de accountantsdienst Auditcommissie

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2004 334 Wet van 6 juli 2004, houdende regeling van het conflictenrecht met betrekking tot het geregistreerd partnerschap (Wet conflictenrecht geregistreerd

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 576 Wijziging van de Advocatenwet, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten ter versterking van de cassatierechtspraak (versterking

Nadere informatie

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van de Wet toezicht accountantsorganisaties, het Burgerlijk Wetboek en enige andere wetten op het terrein van accountantsorganisaties en het accountantsberoep (Wet aanvullende maatregelen accountantsorganisaties)

Nadere informatie

1. Punt 43: Samenwerking in het kader van een gezamenlijk team waarbij functionarissen van Europol betrokken zijn

1. Punt 43: Samenwerking in het kader van een gezamenlijk team waarbij functionarissen van Europol betrokken zijn RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 5 april 2000 (17.04) (OR. en) 7316/00 LIMITE EUROPOL 4 NOTA van: Europol aan: de Groep Europol nr. vorig doc.: 5845/00 EUROPOL 1 + ADD 1 + ADD 2 + ADD 3 Betreft: Artikel

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 1998 309 Besluit van 14 mei 1998 tot wijziging van het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1989 Wij Beatrix, bij

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1a 2513 AA s-gravenhage Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon

Nadere informatie

PS2009BEM10-1. Datum : 15 april 2009 Nummer PS :PS2009BEM10 Afdeling : SGU Commissie : BEM Registratienummer : 2009INT241212 Portefeuillehouder : ---

PS2009BEM10-1. Datum : 15 april 2009 Nummer PS :PS2009BEM10 Afdeling : SGU Commissie : BEM Registratienummer : 2009INT241212 Portefeuillehouder : --- PS2009BEM10-1 statenvoorstel Datum : 15 april 2009 Nummer PS :PS2009BEM10 Afdeling : SGU Commissie : BEM Registratienummer : 2009INT241212 Portefeuillehouder : --- Titel : Deregulering Verordening Natuur

Nadere informatie

Controleprotocol Subsidies Gemeente Zeist 2009

Controleprotocol Subsidies Gemeente Zeist 2009 Copro 9220 Controleprotocol Subsidies Gemeente Zeist 2009 Dit protocol treedt in werking op: 16 december 2009 Dit protocol is niet van toepassing op subsidies verleend voor het jaar 2009 of eerder Dit

Nadere informatie

Toelichting. I. Algemeen. 1. Inleiding

Toelichting. I. Algemeen. 1. Inleiding Toelichting I. Algemeen 1. Inleiding Aanleiding voor deze regeling is de wet van 21 juni 2001 houdende wijziging van de Wet milieubeheer (structuur beheer afvalstoffen) (Stb. 346) die op 8 mei 2002 in

Nadere informatie

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN

AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN AFKONDIGINGSBLAD VAN SINT MAARTEN Jaargang 2010 GT No. 6 Landsverordening inrichting en organisatie landsoverheid 1 1 Structuur van de ambtelijke organisatie Artikel 1 1. Ingesteld worden de volgende ministeries:

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 0 0 33 5 Regels voor de opslag duurzame energie (Wet opslag duurzame energie) Nr. 4 ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT Hieronder zijn opgenomen het advies

Nadere informatie