Monitoring gebouwkwaliteit in de geestelijke gezondheidszorg

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Monitoring gebouwkwaliteit in de geestelijke gezondheidszorg"

Transcriptie

1 College bouw ziekenhuisvoorzieningen Postbus GB Utrecht T (030) F (030) E I Monitoring gebouwkwaliteit in de geestelijke gezondheidszorg Uitgebracht aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Vastgesteld door het College bouw ziekenhuisvoorzieningen op 5 juli 2004 rapportnummer 571 ISBN

2

3 College bouw ziekenhuisvoorzieningen Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus EJ DEN HAAG Postbus GB Utrecht T (030) F (030) E I Datum 1 september 2004 Kenmerk Ps Uw brief van Afdeling Economie Uw kenmerk Betreft Gebouwkwaliteit in de Geestelijke gezondheidszorg Bijgaand treft u aan het rapport Gebouwkwaliteit in de geestelijke gezondheidszorg. Dit rapport is de weergave van de onderzoeksbevindingen naar de kwaliteit van de verblijfsvoorzieningen in de geestelijke gezondheidszorg in Nederland. Het College bouw ziekenhuisvoorzieningen heeft in overleg met GGZ Nederland onderzoek gedaan naar de functionele kwaliteit van gebouwen waar in totaal cliënten verblijven. Voor het onderzoek zijn alle verblijfsgebouwen, met uitzondering van de woningen van algemene psychiatrische instellingen op kleine locaties, ter plaatse geïnspecteerd. Uit de psychiatrische afdelingen van algemene en academische ziekenhuizen is een steekproef van 10 gebouwen getrokken. Methode Van de verblijfsgebouwen is zowel de functionele kwaliteit als de bouwtechnische kwaliteit onderzocht. Het accent ligt vooral op de functionele kwaliteit. Als gevolg van maatschappelijke ontwikkelingen zijn de opvattingen over de zorgverlening en daarmee de bouwkundige invulling in de loop der tijd veranderd. Hierdoor verloopt de functionele veroudering van verblijfsgebouwen sneller dan de bouwtechnische veroudering. De belevingsaspecten van een gebouw zijn buiten beschouwing gebleven, omdat deze (nog) niet objectiveerbaar zijn. De functionele kwaliteit van gebouwen is bepaald door ten eerste objectief meetbare items zoals de oppervlakte van zit-/slaapkamers, de omvang van de groepen, de aanwezigheid van sanitair en dergelijke vast te stellen. De mate waarin deze voldoen aan de (basis)kwaliteitseisen voor bestaande bouw en de (basis)kwaliteitseisen voor nieuwbouw die zijn vastgelegd in het referentiekader voor bestaande bouw en de bouwmaatstaven voor de nieuwbouw van AWBZ-voorzieningen is bepalend voor de gebouwscore. De (basis)kwaliteitseisen voor bestaande bouw vormen de ondergrens voor de functionele kwaliteit.

4 Resultaten Zoals bekend, is er de afgelopen jaren al veel bereikt waar het gaat om verbetering en modernisering van de huisvesting binnen de sector en deconcentratie van instellingen. Dit neemt niet weg dat uit het onderzoek naar voren komt dat er nog het nodige moet gebeuren. Zo voldoet 30% van de verblijfsgebouwen in de intramurale gezondheidszorg niet aan de minimale functionele kwaliteitseisen die hedentendage aan een gebouw worden gesteld. Circa cliënten hebben te maken met huisvesting die op een aantal punten niet aan de basiskwaliteitseisen voldoet. Het gaat bijvoorbeeld om cliënten die op te kleine kamers verblijven. Ook verblijven zo n mensen nog met twee of meer medecliënten op een kamer, wat de zorgverlening in het algemeen niet ten goede komt. Daarnaast heeft één op de drie cliënten te maken met sanitair dat in onvoldoende mate aanwezig is en verblijft eveneens één op de drie cliënten op een afdeling met meer dan 14 medecliënten. Uit het onderzoek blijkt eveneens dat de separeervoorzieningen niet aan alle (nieuwbouw)eisen voldoen. Gemiddeld voldoen de separeervoorzieningen aan zo n 70% van de eisen. Vervolg Het rapport beperkt zich met opzet tot de fact finding en spreekt zich niet uit over de beleidsmatige consequenties. Dit neemt niet weg dat de resultaten van dit onderzoek vragen om een vervolg. Het Bouwcollege stelt voor twee punten te agenderen voor nadere uitwerking. Het eerste betreft de instellingen die slecht scoren. Wij stellen u voor om instellingen met veel gebouwen (en cliënten) in de categorieën rood (= ruim onvoldoende) en oranje (= beperkt onvoldoende), samen met GGZ Nederland nader te analyseren. Dat kan leiden tot overleg met de betrokken instellingen of tot een bezoek ter plaatse, bijvoorbeeld met behulp van onze aanjagers. Ook de separeervoorzieningen zullen, waar nodig, in de analyse worden betrokken. Deze benadering moet leiden tot een op de instelling toegespitst plan van aanpak. Het is onze ambitie om bij het volgende onderzoek in de GGZ, naar wij aannemen over vijf jaar, duidelijk aantoonbare verbeteringen te hebben bereikt, en zo mogelijk alle rode en oranje scores te hebben weggewerkt. Ten tweede is het van groot belang dat de kostengevolgen van de resultaten van dit onderzoek nader in kaart worden gebracht. Aan het eind van dit jaar zal het Bouwcollege een bouwbehoefte-rapport uitbrengen voor de geestelijke gezondheidszorg. Met de onderzoeksresultaten kan een meer nauwkeurige raming worden gemaakt van de financiële middelen die nodig zijn om de huisvesting binnen de sector op een kwalitatief verantwoord niveau te brengen. Hoogachtend, de algemeen secretaris, de voorzitter, mr. T. Vroon drs. R.L.J.M. Scheerder

5 Inhoudsopgave SAMENVATTING 1 1. Inleiding Algemeen Afbakening en doelstellingen onderzoek Beleidsmatige context 6 2. Beschrijving van het onderzoek Onderzoeksfasen Kwaliteitsbewaking 8 3. Beoordelingssystematiek Systematiek beoordeling functionele kwaliteit Systematiek beoordeling bouwtechnische kwaliteit Kenmerken van de sector Instellingen en cliënten in het onderzoek Typering cliënten Typering van locaties en gebouwen Functionele kwaliteit van verblijfsgebouwen Gemiddelde gebouwscore Zit-/slaapkamer Groepsgrootte Sanitair Gemeenschappelijke ruimten Toegankelijkheid Veiligheid Separeer- en afzonderingskamers Separeervoorzieningen Afzonderingskamers Geschiktheid voor minder validen Bouwtechnische kwaliteit van verblijfsgebouwen 46

6 BIJLAGEN 48 Bijlage I: Samenstelling begeleidingscommissie 49 Bijlage II: Onderzoeksfasen 50 Bijlage III: Deelnemende instellingen pilotonderzoek 53 Bijlage IV: Gehanteerde grenswaarden in de beoordelingssystematiek 54 Bijlage V: Koppeling doelgroepen en cliëntencategorieën 64 Bijlage VI: Resultaten steekproef PAAZ/PUK en 65 Bijlage VII: Overzicht scores van instellingen 76 Bijlage VIII: Overzicht van gebruikte afkortingen 79 VI

7 SAMENVATTING Het College bouw ziekenhuisvoorzieningen doet jaarlijks onderzoek naar de huisvestingssituatie in een sector van de intramurale gezondheidszorg. Deze activiteit komt voort uit de missie en de wettelijk taak van het Bouwcollege. In 2003 heeft het Bouwcollege het onderzoek naar de gebouwkwaliteit ( monitoring ) in de gehandicaptenzorg afgerond 1. Tevens is in 2003 het monitoringonderzoek in de GGZ gestart met een voorstudie (een quick scan ) naar de functionele kwaliteit in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) 2. Dit onderzoek was beperkt van opzet. In het voorliggende onderzoek wordt dieper op de huisvestingssituatie ingegaan en zijn gebouwen ter plaatse geïnspecteerd. Met de resultaten van de inventarisatie krijgen zowel de instellingen als het Bouwcollege een objectief beeld van de kwaliteit van de gebouwen. Doordat elke sector eens in de 4 jaar tegen het licht wordt gehouden, zijn zowel op macro- als op instellingsniveau ontwikkelingen in de tijd te volgen. Mede op verzoek van GGZ-Nederland worden de gegevens van de instellingen openbaar gemaakt. In bijlage VII van dit rapport zijn de scores van de instellingen weergegeven. Methode In het voorliggende onderzoek heeft Bouwcollege in overleg met GGZ-Nederland onderzoek gedaan naar de functionele kwaliteit van gebouwen in de intramurale geestelijke gezondheidszorg. Hier verblijven in totaal cliënten. Voor het onderzoek zijn alle verblijfsgebouwen, met uitzondering van de woningen van algemene psychiatrische instellingen op kleine locaties, ter plaatse geïnspecteerd. Uit de psychiatrische afdelingen van algemene en academische ziekenhuizen is een steekproef van 10 gebouwen getrokken. Gebouwen waarvan de instellingen hebben aangegeven dat ze binnen twee jaar buiten gebruik worden gesteld, interim-huisvesting en gebouwen die gerenoveerd worden, zijn buiten beschouwing gebleven. Van de verblijfsgebouwen is zowel de functionele kwaliteit (woonkwaliteit) als de bouwtechnische kwaliteit onderzocht, echter het accent ligt vooral op de functionele kwaliteit. De reden hiervan is dat door maatschappelijke ontwikkelingen de opvattingen over de zorgverlening en daarmee de bouwkundige invulling in de loop der tijd zijn veranderd. Hierdoor verloopt de functionele veroudering van verblijfsgebouwen sneller dan de bouwtechnische. De belevingsaspecten van een gebouw zijn buiten beschouwing gebleven, omdat deze (nog) niet objectiveerbaar zijn. De functionele kwaliteit van gebouwen is bepaald door objectief meetbare items, zoals de oppervlakte van zit- /slaapkamers, omvang van de groepen, aanwezigheid van sanitair, vast te stellen cq. te meten. De mate waarin deze voldoen aan de (basis)kwaliteitseisen voor bestaande bouw en nieuwbouw zijn bepalend voor de gebouwscore. Deze (basis)kwaliteitseisen zijn vastgelegd in het referentiekader voor bestaande bouw en de bouwmaatstaven voor de nieuwbouw van AWBZ-voorzieningen die door het Bouwcollege zijn vastgesteld en door de Minister zijn goedgekeurd. De (basis)kwaliteitseisen voor bestaande bouw vormen de ondergrens voor de functionele kwaliteit. De verschillende items zijn gegroepeerd in vijf thema s die gewogen meetellen in een totaalscore. Het gaat [1] College bouw ziekenhuisvoorzieningen. Monitoring gebouwkwaliteit in de gehandicaptenzorg, rapportnr. 555, Utrecht, september 2003 [2] College bouw ziekenhuisvoorzieningen. Huisvestingssituatie in de GGZ; voorstudie monitoringonderzoek, rapportnr. 554, Utrecht, juli

8 om de zit-/slaapkamer, sanitair, omvang van de afdeling/groep, gemeenschappelijke ruimten en de toegankelijkheid van een gebouw. De verschillende thema s worden gewogen opgeteld tot een totaalscore. De zit- /slaapkamer telt met 45% het zwaarst mee, zodat de totaalscore hier het meeste verband mee houdt. Het gewicht van elk van de overige thema s is 15%, behalve voor toegankelijkheid die voor 10% de totaalscore bepaalt. Resultaten totaal Uit het onderzoek onder de GGZ-instellingen (excl. psychiatrische afdelingen van algemene ziekenhuizen (PAAZ) en psychiatrische afdelingen van universitaire klinieken (PUK), blijkt dat cliënten (55%) in gebouwen verblijven die tenminste aan de basiskwaliteitseisen voldoen. De huisvesting van cliënten (45%) voldoet niet aan alle basiskwaliteitseisen. Hiervan zijn cliënten (18%) ondergebracht in gebouwen die op vele aspecten niet voldoen. Uitgedrukt in gebouwen blijkt 70% van de gebouwen tenminste aan de eisen te voldoen. Voor dertig procent gaat dit niet op. 8% van de gebouwen komt op vele punten onder de eisen uit. Het verschil in verdeling tussen cliënten en gebouwen wordt veroorzaakt door het feit dat in de minder goed scorende gebouwen relatief veel cliënten zijn gehuisvest. De cliënten in de kinder- en jeugdpsychiatrie zijn het best gehuisvest, terwijl in de verslavingszorg (incl. afdelingen voor verslavingszorg) de huisvestingssituatie beneden het gemiddelde voor Nederland ligt. De cliënten die langer dan een jaar in een instelling verblijven, zijn gemiddeld beter gehuisvest dan de cliënten met een verblijfsduur van minder dan een jaar. Dat betekent niet dat de cliënten die langdurige zorg ontvangen altijd goed zijn gehuisvest. De kwaliteit van grote gebouwen (meer dan 50 cliënten) voor langdurig verblijf op de grote locaties, blijft bijvoorbeeld achter bij de gemiddelde kwaliteit. Zestig procent van deze gebouwen (circa cliënten) voldoet niet aan de basiskwaliteitseisen, tegenover de eerder genoemde 30% voor het gehele gebouwenbestand. Resultaten per thema In tabel I zijn de themascores weergegeven. Deze zijn uitgedrukt in het aantal cliënten dat in gebouwen verblijft. Zit-/slaapkamer De helft van de cliënten is gehuisvest in zit-/slaapkamers die niet (helemaal) voldoen aan de basiskwaliteitseisen. Uit de meetgegevens blijkt bijvoorbeeld dat 74% van de cliënten (14.000) over een eenpersoonskamer beschikt, wat positief bijdraagt aan de thema- Tabel I Themascores (in % cliënten) voldoet niet aan de basiskwaliteitseisen voldoet wel aan de basiskwaliteitseisen ( groen ) op vele aspecten ( rood ) op enkele aspecten ( oranje ) zit-/slaapkamer 30% 23% 47% groepsgrootte 31% 0% 69% sanitair 28% 7% 65% gemeenschappelijke ruimte 3% 52% 45% toegankelijkheid 23% 7% 70% totaal 18% 27% 55% Bron: Cbz 2

9 score. Veertig procent van deze kamers is echter te klein. Ook is 20% van de eenpersoonskamers te smal, wat de functionaliteit beperkt. Negentien procent van de cliënten deelt de kamer met één medecliënt. Deze kamers zijn vaak (80%) te klein. Zeven procent van de cliënten is met minstens twee medecliënten ondergebracht op een kamer. Deze kamers voldoen per definitie niet aan de basiskwaliteitseisen. Sanitair Vijfendertig procent van de cliënten moet het doen met sanitair (toilet, douche, badkamer) dat niet adequaat is. De score wordt vooral bepaald door het gebrek aan voldoende sanitair. Een derde deel van de cliënten beschikt over te weinig toiletten of badkamers. De oppervlakte van de badkamers is goed: zo n 80% voldoet aan de basiskwaliteitseisen. Groepsgrootte Eenendertig procent van de cliënten is ondergebracht in te grote groepen. Zij verblijven in groepen van meer dan 14 personen. Dat werd in het verleden toegestaan. Ruim 40% van de cliënten is ondergebracht in groepen van maximaal 10 cliënten, wat overeenkomt met de huidige eis. Gemeenschappelijke ruimte Gemeenschappelijke ruimten scoren het slechtst. Ruim vijftig procent van de cliënten heeft te maken met gemeenschappelijke ruimte die op één of meer punten niet voldoet. Uit de analyse blijkt dat de afwezigheid van een rookruimte en een multifunctionele ruimte vooral deze score bepalen.de totale oppervlakte aan gemeenschappelijke ruimten voldoet praktisch altijd aan de eisen voor bestaande bouw. Toegankelijkheid Een kwart van de cliënten heeft te maken met te smalle gangen, te smalle deuren en te hoge drempels. Vooral de deurbreedte en de gangbreedte beïnvloeden de score in negatieve zin. De toegankelijkheid is in vergelijking met de andere thema s overigens beter in gebouwen met veel verblijfscliënten dan in gebouwen (woningen) met weinig cliënten. Overige resultaten Bouwtechnische staat De bouwtechnische staat van de gebouwen is gemiddeld goed. Slechts 3% van de geïnspecteerde verblijfsgebouwen vertoont één of meer gebreken zoals aan kozijnen, daken of dragende gevel. Veiligheid Naast de genoemde punten zijn veiligheidsvoorzieningen onderzocht. Het gaat bijvoorbeeld om de lay out van de unit, vernielingsbestendigheid van de materialen en de technische voorzieningen. Het al of niet aanwezig zijn van bepaalde veiligheidsvoorzieningen is echter slechts één factor bij de veiligheidsbeleving van cliënten en personeel. Er wordt alleen inzicht geboden in de bouwkundige situatie en geen uitspraak gedaan of bepaalde veiligheidsvoorzieningen nodig zijn of dat het al of niet veilig is op een afdeling. Separeervoorzieningen De bouwkundige kwaliteit van de separeervoorzieningen is eveneens beschouwd. Hierbij zijn de kenmerken van de voorzieningen vergeleken met de in 2003 vastgestelde eisen die bij nieuwbouw aan de voorzieningen worden gesteld. Deze eisen hebben betrekking op ligging, lay-out, technische aspecten en op het afwerkingsniveau en gelden voor verschillende niveaus: separeervoorziening, separeerunit en de separeerkamer. Uit de analyses blijkt dat separeervoorzieningen aan circa 70% van alle eisen voldoen. Het feit dat wordt getoetst aan nieuwbouweisen speelt hierbij een rol. Resultaten steekproef PAAZ/PUK en De cliënten in de onderzochte PAAZ/PUK en zijn minder goed gehuisvest dan in de GGZ-instellingen. Dit blijkt uit de scores op zit-/slaapkamer, groepsgrootte en het sanitair. Slechts 32% van de cliënten beschikt over een eenpersoonskamer. De meeste cliënten zijn dus ondergebracht op tweepersoonskamers (46%) en meerpersoonskamers (22%). De groepsgrootte is met gemiddeld 19 cliënten relatief groot en er is minder sanitair aanwezig. Op de thema s gemeenschappelijke ruimten en op toegankelijkheid scoren de PAAZ/PUK en beter dan de gebouwen in de GGZ-instellingen. 3

10 1 Inleiding 1.1 Algemeen Het welbevinden van de cliënten woonachtig in intramurale instellingen, wordt voor een deel bepaald door de kwaliteit van de gebouwen. Het College bouw ziekenhuisvoorzieningen (Bouwcollege) doet jaarlijks onderzoek naar de huisvestingssituatie in een sector van de intramurale gezondheidszorg. Vooralsnog richten deze onderzoeken zich op de functionele kwaliteit en blijft, hoewel niet onbelangrijk, de belevingswaarde (healing environment) buiten beschouwing. worden berekend die samenhangen met de geconstateerde kwaliteit. Dit gebeurt in het zogenaamde bouwbehoefte-onderzoek, dat na afronding van het voorliggende onderzoek ter hand wordt genomen. Zo is in april 2004 het bouwbehoefte-onderzoek voor de gehandicaptenzorg uitgebracht. Daarnaast kunnen de instellingen de resultaten van het onderzoek gebruiken bij het actualiseren van het langetermijn huisvestingsplan (LTHP). In 2003 heeft het Bouwcollege het onderzoek naar de gebouwkwaliteit (monitoring) in de gehandicaptenzorg afgerond 1. Tevens is in 2003 het monitoringonderzoek in de GGZ gestart met een voorstudie (een zogenaamde quick scan ) naar de woonkwaliteit in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) 2. Dit onderzoek was beperkt van opzet. In het voorliggende onderzoek wordt dieper op de huisvestingssituatie ingegaan en zijn gebouwen ter plaatse geïnspecteerd. Het onderzoek volgt uit de missie van het Bouwcollege. Het Bouwcollege weet zich op grond van zijn missie medeverantwoordelijk voor de kwaliteit van de gebouwen in de zorg. Het periodiek inventariseren van de kwaliteit van het gebouwenbestand in de intramurale gezondheidszorg is zelfs een wettelijke taak 3 van het Bouwcollege. Met de resultaten van de inventarisatie krijgen zowel de instellingen als het Bouwcollege een objectief beeld van de kwaliteit van de gebouwen en komt al snel naar voren waar de kwaliteit goed is en waar die achterblijft. Tevens kunnen met deze gegevens de financiële gevolgen Het Bouwcollege heeft het voornemen om elk jaar een sector te monitoren. Dit betekent dat elke sector eens in de 4 jaar tegen het licht wordt gehouden, zodat zowel op macro- als op instellingsniveau ontwikkelingen in de tijd zijn te volgen. Mede op verzoek van GGZ Nederland zullen de gegevens van de instellingen openbaar worden gemaakt. In een bijlage van dit rapport zijn de scores van de instellingen weergegeven. De uitkomsten zijn overigens niet vergelijkbaar met de overzichten uit het inventarisatie-onderzoek met peildatum 1996 (het zogenaamde PIT-onderzoek), omdat zowel de maatstaven als de methodiek in de tussentijd zijn gewijzigd. Bij de totstandkoming van het onderzoek is samengewerkt met GGZ Nederland, de brancheorganisatie van de instellingen in de geestelijke gezondheidszorg. Daarnaast is het onderzoek ondersteund door een begeleidingscommissie 4. Het Bouwcollege dankt hierbij de leden voor de bijdrage aan het onderzoek. [1] College bouw ziekenhuisvoorzieningen. Monitoring gebouwkwaliteit in de gehandicaptenzorg, rapportnr. 555, Utrecht, september 2003 [2] College bouw ziekenhuisvoorzieningen. Huisvestingssituatie in de GGZ; voorstudie monitoringonderzoek, rapportnr. 554, Utrecht, juli 2003 [3] Artikel 2l van de Wet Ziekenhuisvoorzieningen [4] In bijlage I is de samenstelling van de begeleidingscommissie weergegeven. 4

11 1.2 Afbakening en doelstellingen onderzoek Afbakening Het onderzoek beperkt zich tot de verblijfsgebouwen van instellingen die onder de Wet ziekenhuisvoorzieningen (WZV) vallen. Semimurale instellingen (RIBW en) en de extramurale instellingen (RIAGG s) vallen niet onder de Wet ziekenhuisvoorzieningen en blijven dus buiten de scope van het onderzoek. De volgende intramurale verblijfsgebouwen zijn onderzocht: verblijfsgebouwen op locaties met ten minste 24 cliënten; verblijfsgebouwen op locaties met minder dan 24 cliënten voor zover sprake is van bijzondere functies zoals verslavingszorg, kinder- en jeugdpsychiatrie en RGC s; een steekproef onder 10 psychiatrische afdelingen van algemene ziekenhuizen (PAAZ) en psychiatrische universitaire klinieken (PUK) (zie bijlage). De sociowoningen op locaties tot 24 cliënten van algemene psychiatrische ziekenhuizen (APZ en) zijn niet geïnspecteerd. Dat geldt ook voor logeerhuizen in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Daarnaast zijn de gebouwen die binnen twee jaar worden gesloopt of buiten gebruik worden gesteld ook niet opgenomen. Dat geldt eveneens voor interim-huisvesting en voor gebouwen die ten tijde van de inspecties werden gerenoveerd. De instellingen hebben deze informatie verstrekt. In het onderzoek is de kwaliteit bepaald voor de aanwezige cliëntencategorieën en is getoetst aan de basiskwaliteitseisen voor bestaande bouw en aan de bouwmaatstaven voor nieuwbouw van AWBZ-voorzieningen. Doelstellingen De doelstellingen van monitoring zijn: 1. het geven van een objectief beeld van de kwaliteit en kwantiteit van de infrastructuur in de intramurale gezondheidszorg. Bij kwaliteit wordt onderscheid gemaakt tussen bouwtechnische kwaliteit (hoe staat het gebouw er bouwtechnisch gezien voor?) en de functionele kwaliteit (in welke mate is het gebouw geschikt voor de functie die er is ondergebracht?). Het accent van dit onderzoek ligt op de functionele kwaliteit, omdat in de praktijk blijkt dat functionele aspecten meestal de aanleiding zijn voor verbetering of vervanging van huisvesting. Subjectieve elementen die van invloed zijn op de beleving van een gebouw, zijn bewust buiten beschouwing gebleven. Niet omdat ze onbelangrijk zijn, maar omdat er geen harde criteria voorhanden zijn. Informatie over de kwantiteit vloeit voort uit het beeld van de kwaliteit. De kwaliteit van de gebouwen hangt bijvoorbeeld samen met het aantal cliënten waarvoor het gebouw functioneert. Er ontstaat inzicht in het feitelijke aantal plaatsen verblijf etc. Daarnaast wordt bijvoorbeeld duidelijk hoeveel locaties van welke omvang waar aanwezig zijn. Ook de bruto vloeroppervlakten bieden inzicht in de kwantiteit. Instellingen kunnen de resultaten van het onderzoek gebruiken bij het actualiseren van de langetermijn huisvestingsplannen (LTHP). 3. het leveren van informatie voor het bouwbehoefteonderzoek. In het bouwbehoefte-onderzoek wordt berekend hoeveel geld nodig is om het aanbod van voorzieningen te laten aansluiten op de verwachte vraag, zowel in termen van volume als van de kwaliteit van voorzieningen. Daarbij wordt gekeken naar de bouwkundige en functionele kwaliteit en de locationele aspecten van de gebouwen. Bij de locatie gaat het om de vraag of een gebouw op de juiste plaats staat. 4. het leveren van informatie om op macroniveau antwoord te kunnen geven op beleidsvraagstukken. Voorbeelden van beleidsvraagstukken zijn: hoe staat het met de ambulantisering (omzetting van klinische capaciteit in ambulante zorgvormen) en de deconcentratie van instellingen? En hoeveel cliënten beschikken over eenpersoonskamers of hoe groot zijn de groepen? 5

12 1.3 Beleidsmatige context De beleidsmatige uitgangspunten voor de organisatie en vormgeving van de geestelijke gezondheidszorg zijn erop gericht om de zorg meer vraaggestuurd te maken: zorg die zo nauw mogelijk aansluit bij de wensen van cliënten en die de cliënten zoveel mogelijk keuzevrijheid laat. Het oogmerk daarbij is herstel van geestelijke gezondheid en zo dat niet haalbaar blijkt het draaglijk maken van de problematiek. Hierbij moet zoveel mogelijk rekening worden gehouden met de vele verschillen in aard en intensiteit van de problematiek: de zorg moet zo weinig mogelijk als belastend worden ervaren en zo licht zijn als verantwoord is (stepped care). De feitelijke ontwikkelingen in de geestelijke gezondheidszorg hebben de laatste jaren een duidelijke ommezwaai in de hiervoor aangeduide richting laten zien. De opnameduur in klinieken is fors teruggedrongen en een aanzienlijk deel van de klinische capaciteit van instellingen is omgezet in ambulante zorgvormen, zoals psychiatrische thuiszorg, casemanagement, deeltijdbehandeling en poliklinische zorg. Vermaatschappelijking van de zorg, waarbij zelfstandigheid van de cliënt en zijn maatschappelijke integratie de na te streven doelen zijn, is hoog in het vaandel komen te staan. Om dit proces te laten slagen is van essentieel belang dat de cliënt is ingebed in een maatschappelijk steunsyteem (een netwerk van activiteiten met betrekking tot verblijf, werken, zorg en welzijn), zodat een zo normaal mogelijke wijze van functioneren in de maatschappij binnen bereik komt. Er is een transitieproces gaande, waarbij grootschalige, excentrisch gelegen instellingen met een institutionele uitstraling worden omgevormd tot instellingen met een evenwichtig over het verzorgingsgebied gespreid netwerk van kleinschalige in genormaliseerde bouw ondergebrachte accommodaties. Voor kortdurende zorg (cure) wordt aangesloten bij algemene ziekenhuizen, door vorming van regionale GGZ-centra (RGC S). Op de hoofdlocaties blijven vaak de voorzieningen voor intensieve langdurige zorg en specialistische functies voor bijzondere doelgroepen gehandhaafd. Binnen de verblijfsvoorzieningen is sprake van een verkleining van de omvang van de groepen. Verblijf en behandeling worden ruimtelijk gescheiden. In de behoefte aan dagbesteding wordt voorzien door een landelijk verspreid netwerk van dagactiviteitencentra. Door de modernisering van de AWBZ is de WZV niet meer van toepassing op de functies voor niet-verblijfscliënten (transmurale zorg, polikliniek, deeltijdbehandeling, dagbesteding). De beleidsregels ex artikel 3 van de WZV zijn gelijktijdig aangepast en dragen nu een meer globaal karakter. Er zijn nieuwe geharmoniseerde AWBZ bouwmaatstaven ontwikkeld, die betrekking hebben op de gehele caresector. Is bij de bouw een tendens tot kleinschaligheid aan de orde, de GGZ-organisaties vertonen daarentegen een tendens naar grootschaligheid. Door fusies onderling en door incorporatie van RIAGG s, Consultatiebureaus voor alcohol en drugs (CAD s) en Regionale instellingen voor beschermd wonen (RIBW en) ontstaan steeds grotere GGZ-conglomeraten, met een zeer gedifferentieerd functiepakket en een omvangrijk verzorgingsgebied. Voor meer informatie over de sector GGZ wordt verwezen naar de volgende Cbz publicaties: Bouwmaatstaven AWBZ-voorzieningen (rapportnr ); Bouwmaatstaven separeer- en afzonderingsvoorzieningen (rapportnr ); Gehandicaptenvoorzieningen en geestelijke gezondheidszorg in andere Europese landen; Langdurig verblijf in een beschermende/beveiligde setting. Deze rapporten zijn ook te raadplegen op de website van het Bouwcollege (www.bouwcollege.nl). 6

13 2 Beschrijving van het onderzoek In dit hoofdstuk zijn de verschillende fasen van het onderzoek beknopt beschreven ( 2.1) en wordt ingegaan op de kwaliteitsbewaking ( 2.2). Het onderzoek is in vijf fasen opgeknipt, die deels volgtijdelijk en deels simultaan zijn verlopen. In het navolgende zijn de onderzoeksfasen beknopt beschreven. Voor een meer gedetailleerde uitwerking wordt verwezen naar bijlage II. 2.1 Onderzoeksfasen III. Het ontwikkelen van de beoordelingsmethode van gebouwen (november 2003 mei 2004) Doel van deze fase was het ontwikkelen van een methode om de functionele en de bouwtechnische kwaliteit van de gebouwen te bepalen (zie hoofdstuk 3) en automatisch te laten doorrekenen. Het systeem is vervolgens getest aan de hand van een aantal bij het Bouwcollege bekende gebouwen. IV. Gebouwinspecties (februari 2004 mei 2004) I. Het verkrijgen van basisinformatie (september 2003 januari 2004) In totaal zijn 730 gebouwen geïnspecteerd. Door herhalingseffecten in de bouw staan deze gebouwen gelijk aan gebouwen. De verdeling is als volgt: Het belangrijkste doel van deze fase was het verkrijgen van de informatie die benodigd was om gebouwinspecties uit te kunnen voeren. Het gaat daarbij om de exacte adressen van locaties, de functie van gebouwen, het aantal cliënten per locatie en het bouwjaar. Hiertoe is het bestaande bestand uit 1996 door het Bouwcollege geactualiseerd aan de hand van de langetermijn huisvestingsplannen van de instellingen. Vervolgens zijn deze gegevens ter toetsing via internet voorgelegd aan de instellingen. II. Voorbereiding inspectiefase (oktober 2003 januari 2004) Het doel van deze fase was tweeledig: het formuleren van de vragenlijst en het verkrijgen van betrouwbare gegevens. Deze fase heeft geresulteerd in een automatisch opnameformulier, een inspectiehandleiding, een inspectieprotocol en een kwaliteitsplan ( 2.2). Tijdens deze fase heeft een pilotonderzoek onder 6 instellingen plaatsgevonden (bijlage III). inspectie van 720 gebouwen van GGZ-instellingen op locaties met ten minste 24 cliënten en op locaties met minder dan 24 cliënten voor zover sprake is van een bijzondere functie, zoals verslavingszorg, kinder- en jeugdpsychiatrie en RGC s. Vanwege herhalingsbouw staan de 720 gebouwen gelijk aan 998 gebouwen; steekproef van 10 PAAZ/PUK en uit een populatie van 34 PAAZ/PUK en, die niet binnen twee jaar buiten gebruik worden gesteld. Bij de steekproeftrekking is rekening gehouden met het aantal cliënten en bouwjaar; Gebouwen die binnen twee jaar worden gesloopt of buiten gebruik worden gesteld zijn niet geïnspecteerd. Dat geldt ook voor interim-huisvesting en voor gebouwen die ten tijde van de inspecties werden gerenoveerd. In totaal gaat het om bijna 70 gebouwen met circa verblijfscliënten. V. Rapportagefase (mei 2004 juli 2004) Het onderzoek is afgesloten met de voorliggende (macro)rapportage, waarin de landelijke resultaten 7

14 worden gepresenteerd. De instellingen waar gebouwinspecties hebben plaatsgevonden hebben eind juli/begin augustus een individuele rapportage op instellings-, gebouw- en locatieniveau ontvangen. Met deze rapportages krijgen de instellingen inzicht in de functionele kwaliteit van het gebouwenbestand en kunnen zij zich spiegelen aan het landelijk beeld. De inspecties en een deel van de daarbij behorende voorbereidingen, alsmede de automatisering van de functionele beoordeling en de ontwikkeling van de bouwtechnische beoordeling, zijn uitgevoerd door Damen Bouwcentrum. 2.2 Kwaliteitsbewaking De onderzoeksresultaten staan of vallen met adequate gebouwinspecties. De kwaliteitsbewaking is als volgt ingevuld: a. Inspectieprotocol en inspectiehandleiding Het inspectieprotocol bevat een lijst van chronologische instructies en procedures die de inspecteur bij iedere inspectie doorloopt. Tevens worden richtlijnen gegeven voor de wijze van handelen tijdens een inspectie. In de handleiding zijn per vraag antwoordcategorieën weergegeven en wordt de vraag toegelicht. Het gaat zowel om definities als meetinstructies. Het inspectieprotocol en de handleiding zijn noodzakelijk om te komen tot een productieve en eenduidige gegevensverzameling. Daarnaast is de handleiding ook cruciaal voor de analysefase van het onderzoek, wanneer het gaat om de juiste interpretatie van de verzamelde onderzoeksgegevens. onderzoek is betrokken. De senior-inspecteur was ook beschikbaar voor het beantwoorden van adhocvragen tijdens inspecties. Daarnaast is na 4 van de 12 inspectieweken een terugkomdag georganiseerd om voorkomende fouten te communiceren en om ervaringen uit te wisselen. c. Controle-opnames Van alle inspecteurs is een aantal inspecties gecontroleerd aan de hand van een controleprotocol. Hierin is ondermeer beschreven dat de inspecteurs 80% van de metingen binnen de, vooraf gedefinieerde, toegestane grenzen moeten hebben uitgevoerd. Ook wordt in het protocol uitvoerig ingegaan op de acties die worden ingezet op het moment dat blijkt dat een inspecteur onvoldoende kwaliteit heeft geleverd. Uit de controle-inspecties is gebleken dat de inspecteurs hun werk in het algemeen goed te hebben gedaan. d. Consistentiechecks Bij de data entry en op bestandsniveau zijn consistentiechecks en uitschieteranalyses uitgevoerd. Daarnaast is een aantal checks ook in de opnamesoftware opgenomen. e. Verificatie meetgegevens door instellingen De instellingen hebben na de inspecties rapporten met de meetgegevens ontvangen, waarop zij konden reageren. In maart zijn de instellingen aangeschreven om het belang van een adequate verificatie te onderstrepen. Eind mei zijn de instellingen nogmaals aangespoord om te reageren. Tweederde deel van de instellingen heeft uiteindelijk gereageerd. b. Opleiding en begeleiding van inspecteurs Elke inspecteur heeft een tweedaagse opleiding gevolgd. De mate van geschiktheid is vervolgens getoetst aan de hand van een theoretische- en een praktijktoets. Daarnaast is vooral teruggegrepen naar inspecteurs die in 2003 hebben meegewerkt aan het onderzoek in de gehandicaptenzorg en ervaring hebben met de onderzoeksmethode. Vervolgens is elke inspecteur 2 dagdelen begeleid door een senior-inspecteur, die bij de opzet van het 8

15 3 Beoordelingssystematiek 3.1 Systematiek beoordeling functionele kwaliteit In deze paragraaf is de systematiek beschreven waarmee de gebouw- en themascores zijn berekend. Opbouw gebouwscore Per verblijfsgebouw worden verschillende verblijfsunits/groepen onderscheiden. Voor elke verblijfsunit worden per gebouwkenmerk (bijv. de oppervlakte van de zit-/slaapkamer) de meetgegevens genoteerd en vergeleken met de eisen voor dat gebouwkenmerk. De vergelijking van het meetgegeven met de eis voor dat gebouwkenmerk resulteert in een score per kenmerk. De scores per kenmerk worden gesommeerd tot een score per verblijfsunit. Er zijn drie niveaus van eisen geformuleerd: basiskwaliteitseisen voor bestaande bouw, basiskwaliteitseisen voor nieuwbouw en nieuwbouw-plus eisen. Deze laatste eisen gelden voor een beperkt aantal vragen. De eisen zijn gebaseerd op de Bouwmaatstaven voor AWBZ-voorzieningen uit Voor punten die niet expliciet zijn opgenomen in de basiskwaliteitseisen, is gebruik gemaakt van bronnen waarnaar wordt verwezen in de Bouwmaatstaven, zoals het Handboek Toegankelijkheid en het Bouwbesluit. Voor de invulling van de gehanteerde eisen wordt verwezen naar bijlage IV. Per gebouwkenmerk wordt gekeken of wordt voldaan aan de eisen voor bestaande bouw, nieuwbouw en nieuwbouw-plus. Indien sprake is van meerdere items per gebouwkenmerk (bijvoorbeeld het aantal zit- /slaapkamers) voldoet x% aan de eisen voor bestaande bouw, y% aan de eisen voor nieuwbouw en z% aan de eisen voor nieuwbouw-plus. Vervolgens worden de scores op de gebouwkenmerken gewogen opgeteld tot een themascore. Hieruit blijkt voor welk percentage een verblijfsunit voldoet aan de eisen voor bestaande bouw, voor nieuwbouw en voor nieuwbouw-plus. Deze exercitie wordt voor elk thema uitgevoerd, waarbij de thema s vervolgens worden gewogen tot een score voor de verblijfsunit (zie Gebouwscores en thema s). Als een verblijfsunit aan alle basiskwaliteitseisen voor bestaande bouw voldoet, wordt een 6 gescoord (tabel 3.1). Voldoet een verblijfsunit vervolgens aan de nieuwbouweisen 5, dan worden maximaal 3 punten extra gescoord. Wordt ook nog aan nieuwbouw-plus eisen voldaan, dan komt er nog eens één punt bij. De ideale verblijfsunit scoort een 10. Deze verblijfsunit voldoet aan alle eisen en scoort op een aantal punten zelfs hoger dan bij nieuwbouw is vereist. Bij een score van minder dan 100% voor bestaande bouw, nieuwbouw of nieuwbouw-plus worden evenredig minder punten toegekend. Dus een score van 80% voor bestaande bouw en 20% voor nieuwbouw leidt tot een 5,4 (80% * 6 plus 20% * 3). Het is mogelijk dat een verblijfsunit op bepaalde punten niet aan een basiskwaliteitseis voor bestaande bouw en op andere punten zowel aan de eisen voor bestaande bouw als voor nieuwbouw voldoet (bijvoorbeeld omdat twee van de acht kamers te klein zijn). Het systeem is zodanig opgebouwd dat compensatie optreedt. De unit kan per saldo positief scoren. [5] Als de basiskwaliteitseisen voor bestaande en voor nieuwbouw gelijk zijn, wordt tweemaal gescoord: namelijk voor bestaande bouw en voor nieuwbouw. 9

16 Tabel 3.1 Opbouw gebouwscore type eis omschrijving punten basiskwaliteitseisen voor bestaande bouw eisen waaraan een gebouw minimaal moet voldoen 6 (minimumkwaliteit) basiskwaliteitseisen voor nieuwbouw eisen waaraan een nieuw te bouwen gebouw minimaal moet voldoen 3 nieuwbouw-plus eisen waarop een gebouw extra kan scoren 1 maximale score 10 Bij één verblijfsunit per gebouw is de score van een verblijfsunit gelijk aan de gebouwscore. Bij meerdere verblijfsunits worden deze met het aantal cliënten per verblijfsunit gewogen tot één gebouwscore. Interpretatie gebouwscore De gebouwscore geeft een indicatie van de functionele kwaliteit van een gebouw. In de tabellen en grafieken over gebouwscores wordt onderstaande driedeling gehanteerd: Gebouwscore 0 tot 5: het gebouw voldoet op meerdere punten niet aan de basiskwaliteitseisen voor bestaande bouw. Gebouwscore 5 tot 6: het gebouw voldoet op een beperkt aantal punten niet aan de basiskwaliteitseisen voor bestaande bouw. Gebouwscore 6 en hoger: voldoet gemiddeld aan de basiskwaliteitseisen voor bestaande bouw. Het betekent niet dat een gebouw altijd op alle punten aan deze eisen voldoet. Gebouwscore en cliëntencategorieën In elke verblijfsunit zijn in principe cliënten gehuisvest waar dezelfde eisen voor gelden. De bouwkundigfunctionele eisen die aan een verblijfsunit/gebouw worden gesteld, zijn afhankelijk van de kenmerken van de cliënten, die hiertoe conform de AWBZ-maatstaven in drie cliëntencategorieën zijn verdeeld. Deze cliëntencategorieën of verblijfscategorieën zijn voor het onderzoek afgeleid van de doelgroepen, zoals die werden gehanteerd voor de inwerkingtreding van de gemoderniseerde AWBZ-maatstaven in april Afhankelijk van circuit, doelgroep, opnameduur en aanwezigheid van personeel gedurende 24-uur, is een indeling gemaakt in welke cliëntencategorie/verblijfscategorie de cliënten in principe zouden zijn gehuisvest (bijlage V). Wanneer een unit via het schema op de bouwkundige invulling zwaar uitkomt, zijn in het rapport dus de eisen voor zwaar gebruikt. In de praktijk is deze indeling evenwel minder hard. Instellingen kunnen bijvoorbeeld kiezen om cliënten die in principe volgens zwaar zouden worden gehuisvest, toch in een lichte omgeving te plaatsen. De volgende cliëntencategorieën/verblijfscategorieën worden onderscheiden: A. Licht: mensen die vooral een beroep doen op verblijf met begeleiding, verzorging en/of verpleging. Het accent ligt op verblijf. De cliënten kunnen 24 uur per dag een beroep doen op zorg ( hulp op afroep ); B. Zwaar: mensen die vooral een beroep doen op verblijf met intensieve verpleging, behandeling en/of activerende begeleiding. Zorg is 24 uur per dag aanwezig en beschikbaar; C. Beveiligd: mensen die door een combinatie van aandoeningen en (ernstige) gedragsproblematiek tijdelijk of langer opgevangen moeten worden in een beschermde of beveiligde setting. In de GGZ gaat het alleen om mensen met een (zeer ernstige) psychiatrische aandoening in combinatie met ernstige gedragsstoornissen en agressief gedrag die worden opgevangen in een kliniek voor intensieve 10

17 Tabel 3.2 Thema s met gebouwkenmerken thema gebouwkenmerken zit-/slaapkamer sanitair groepsgrootte gemeenschappelijke ruimten toegankelijkheid van het gebouw aantal cliënten per zit-/slaapkamer, (nuttige) oppervlakte zit-/slaapkamer, breedte-maat van de zit-/slaapkamer aantal toiletten per groep/unit, aantal douche-/badruimten per groep/unit, (nuttige) oppervlakte douche/badruimten aantal cliënten per unit/groep aanwezigheid van woonkamer, keuken, rookruimte, multifunctionele ruimte, (nuttige) oppervlakte van het totaal van deze ruimten breedte van gangen en deuren, hoogte drempels, opstelruimte achter de deur, (evt.) afmetingen lift(en) behandeling (SGA/KIB), in een forensisch psychiatrische afdeling (FPA) of in een forensische psychiatrische kliniek (FPK) dan wel in een forensische verslavingskliniek (FVK). Daarnaast is een aparte categorie geformuleerd voor verpleegbehoeftigen, omdat de verblijfsunit voor deze categorie bedtoegankelijk moet zijn. Gebouwscore en thema s Tabel 3.3a Weging binnen het thema zit-/slaapkamer % oppervlakte zit-/slaapkamer 35% breedte zit-/slaapkamer 25% aantal cliënten per kamer 40% totaal 100% De score van een gebouw/verblijfsunit is opgebouwd uit de scores per thema. De thema s vormen een groep van bij elkaar passende kenmerken, die afzonderlijk aan de eerder genoemde basiskwaliteitseisen worden getoetst. De kenmerken zijn gekozen aan de hand van de in de basiskwaliteitseisen genoemde kenmerken voor bestaande- en nieuwbouw. In tabel 3.2 zijn de verschillende thema s inclusief de kenmerken genoemd. De thema s zijn opgebouwd uit een wisselend aantal kenmerken. Niet ieder kenmerk is even belangrijk voor de functionele kwaliteit van een gebouw. Ook binnen een thema is een weging van de kenmerken toegepast (tabel 3.3a 3.3d). Het thema groepsgrootte bestaat uit één item, dat dus voor 100% de score bepaalt. Tabel 3.3b Weging binnen het thema gemeenschappelijke ruimte % oppervlakte per cliënt 25% aanwezigheid woonkamer 20% aanwezigheid keuken 20% aanwezigheid rookruimte 20% aanwezigheid multifunctionele ruimte 15% totaal 100% De gebouwen en units zijn ook getoetst op het thema veiligheid en het voldoen aan de eis dat het gebouw geschikt moet zijn voor een minder valide cliënt 6. [6] Een unit voldoet aan de MIVA-eis als één rolstoelgebruiker er gebruik van kan maken. 11

18 Fig. 3.1 Weging thema s 10% 15% 45% Zit-/ slaapkamer Groepsgrootte Sanitair Gemeenschappelijk Toegankelijkheid 15% 15% Tabel 3.3c Weging binnen het thema sanitair % oppervlakte eisen 40% aantal toiletten 30% aantal badkamers 30% totaal 100% Tabel 3.3d Weging binnen het thema toegankelijkheid % lift (indien aanwezig) 20% breedte verkeersruimte 35% deurbreedte alle deuren 20% vrije oppervlakte achter deuren 20% hoogte van drempels 5% totaal 100% Deze items zijn echter niet in de gebouwscore opgenomen. Veiligheid is niet opgenomen is de gebouwscore, omdat hiervoor geen objectieve criteria bestaan. De MIVA-eis geldt alleen bij nieuwbouw en is om deze reden eveneens niet in de gebouwscore verwerkt. Separeervoorzieningen en afzonderingskamers zijn ook apart beschouwd en niet verdisconteerd in de gebouwscore. Uit het bovenstaande overzicht wordt duidelijk dat alleen objectief meetbare kenmerken van een gebouw zijn opgenomen, waarvoor basiskwaliteitseisen zijn geformuleerd. Voor de belevingswaarde van het gebouw, zoals aankleding en kleurgebruik bestaan geen basiskwaliteitseisen. Dit betekent uiteraard niet dat deze factoren niet belangrijk zijn voor de leefbaarheid van een gebouw. Voor deze aspecten is echter nog geen objectieve toets ontwikkeld die kan worden opgenomen in de huidige onderzoeksmethodiek. Het Bouwcollege heeft overigens wel een meer subjectieve methodiek ontwikkeld om nieuwbouwplannen ( Qind ) te toetsen op deze aspecten. De thema s zijn gewogen om een totaalscore te kunnen berekenen. Uit figuur 3.1 blijkt dat aan de zit-/ slaapkamer het meeste belang (45%) wordt gehecht, omdat het de privé-leefruimte van de cliënt betreft. Het sanitair heeft een aandeel van 15%. Hier spelen de beschikbaarheid van voorzieningen en de oppervlakte een rol. De grootte van de groep is even- 12

19 eens op 15% gesteld, evenals gemeenschappelijke ruimten. Toegankelijkheid is op 10% gezet. De wegingsfactoren zijn in de praktijk getoetst door de bouwkundigen van het Bouwcollege. Zij hebben gecheckt of de gebouw- en themascores corresponderen met de eigen indrukken van de verschillende gebouwen. 3.2 Systematiek beoordeling bouwtechnische kwaliteit Uitgangspunt voor de beoordeling van de bouwtechnische kwaliteit is de methodiek van de conditiemeting, die door Damen Bouwcentrum is ontwikkeld en die in opeenvolgende KWR-onderzoeken is toegepast (KWR = Kwalitatieve Woning Registratie). De methodiek is thans vastgelegd in een concept NEN-norm. Ten behoeve van het voorliggende onderzoek is een vereenvoudigde versie opgesteld. Per gebouw is de bouwtechnische kwaliteit van 7 bouwdelen bepaald: fundering, gesloten gevel, dragende wanden, vloeren, daken, kozijnen/gevelopeningen, balkons/galerijen. De volgende condities voor onderhoud (CVO) worden onderscheiden: CVO 1 : nieuwbouwkwaliteit; CVO 2 : goede staat van onderhoud; CVO 3 : geringe bouwtechnische gebreken; CVO 4 : duidelijke bouwtechnische gebreken; CVO 5 : ernstige bouwtechnische gebreken; CVO 6 : zeer ernstige bouwtechnische gebreken. De verschillende condities zijn geaggregeerd tot één conditie voor het gebouw. Vervolgens wordt het prestatieverlies berekend (tabel 3.4). Tabel 3.4 Beschrijving prestatieverlies prestatieverlies beschrijving kleiner dan 33% gelijk aan 33% groter dan 33% het gebouw heeft geen bouwtechnische gebreken. Alle aanwezige bouwdelen zijn in goede staat van onderhoud en het gebouw heeft in ieder geval één bouwdeel met nieuwbouwkwaliteit. het gebouw heeft geen bouwtechnische gebreken. Alle aanwezige bouwdelen zijn in goede staat van onderhoud. Er is echter geen sprake van nieuwbouwkwaliteit. het gebouw heeft één of meer bouwtechnische gebreken. 13

20 4 Kenmerken van de sector 4.1 Instellingen en cliënten in het onderzoek In tabel 4.1 is het aantal toegelaten plaatsen voor verblijf weergegeven. De totale capaciteit bedraagt ruim plaatsen. Hiervan worden er bijna ingevuld door GGZ-instellingen en ruim door ziekenhuizen (PAAZ/PUK). In de tabellen 4.2a en 4.2b zijn het aantal gebouwen en het aantal verblijfscliënten in het onderzoek weergegeven. Uit tabel 4.2a blijkt dat volgens de opgave van de instellingen en de inspecties ter plaatse gebouwen met ruim plaatsen aanwezig zijn in de GGZ-instellingen (excl. PAAZ/PUK). Hiervan zijn in totaal 998 (of 78%) gebouwen met (of 87%) verblijfscliënten onderzocht. Deze aantallen zullen in de vervolghoofdstukken terugkomen. in de verslavingszorg. Dit wordt tevens veroorzaakt door het relatief grote aantal gebouwen dat niet is geïnspecteerd. De reden hiervoor is dat deze gebouwen binnen twee jaar buiten gebruik worden gesteld of momenteel worden gerenoveerd. Daarnaast zijn dubbele diagnoseplaatsen bij de volwassenenpsychiatrie opgenomen. Uit tabel 4.2b blijkt dat de PAAZ/PUK-capaciteit volgens het onderzoek lager is dan de toelating. Dit wordt veroorzaakt door de RGC s. Deze zijn via de GGZ-instellingen onderzocht en opgenomen in tabel 4.2a. Uit de PAAZ/PUK en is een steekproef van 10 instellingen getrokken, waar in bijlage VI over wordt gerapporteerd. Het verschil tussen de toegelaten capaciteit (tabel 4.1) en de in het onderzoek aangetroffen capaciteit wordt verklaard door substitutie van capaciteit in ambulante zorgvormen en doordat er sprake is van een momentopname van zowel de toelatings- als inspectiegegevens. Het verschil is relatief het grootst Tabel 4.1 Toegelaten capaciteit voor verblijf van intramurale instellingen aantal % % (excl. PAAZ/PUK) volwassenen- en ouderenpsychiatrie (incl. forensische psychiatrie) % 88% kinder- en jeugdpsychiatrie % 5% verslavingszorg (incl. afdelingen voor verslavingszorg) % 7% PAAZ/PUK % nvt totaal % totaal excl. PAAZ/PUK % Bron: Cbz (bewerking gegevens Cvz) 14

Regeling referentiekader basiskwaliteitseisen bestaande voorzieningen voor verslavingszorg

Regeling referentiekader basiskwaliteitseisen bestaande voorzieningen voor verslavingszorg Catergorie Geestelijke gezondheidszorg: verslavingszorg Regeling referentiekader basiskwaliteitseisen bestaande voorzieningen voor verslavingszorg Regeling College bouw ziekenhuisvoorzieningen tot wijziging

Nadere informatie

Monitoring gebouwkwaliteit in de Verpleging en Verzorging 2005

Monitoring gebouwkwaliteit in de Verpleging en Verzorging 2005 orzieningen Postbus 3056 3502 GB Utrecht T (030) 298 31 00 F (030) 298 32 99 E cbz@bouwcollege.nl I http://www.bouwcollege.nl Monitoring gebouwkwaliteit in de Verpleging en Verzorging 2005 Uitgebracht

Nadere informatie

College bouw ziekenhuisvoorzieningen

College bouw ziekenhuisvoorzieningen College bouw ziekenhuisvoorzieningen Postbus 3056 3502 GB Utrecht T (030) 298 31 00 F (030) 298 32 99 De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Postbus 20350 2500 EA DEN HAAG Datum 17 januari 2005

Nadere informatie

t.a.v. Verzamelen basisinformatie gebouwenbestand Geachte heer, mevrouw,

t.a.v. Verzamelen basisinformatie gebouwenbestand Geachte heer, mevrouw, t.a.v. Datum 18 maart 2008 Kenmerk Brus/Ps Uw brief van Afdeling V&M Uw kenmerk Betreft Verzamelen basisinformatie gebouwenbestand Geachte heer, mevrouw, Op 23 januari jl. bent u geïnformeerd over het

Nadere informatie

Gesloten huisvesting in de Geestelijke Gezondheidszorg

Gesloten huisvesting in de Geestelijke Gezondheidszorg Gesloten huisvesting in de Geestelijke Gezondheidszorg Rapport TNO-034-UTC-2010-00230 Remco Sterk, Heimwee, 2008, oliepastel TNO-rapport Centrum Zorg en Bouw TNO-034-UTC-2010-00230 Gesloten huisvesting

Nadere informatie

BELEIDSREGEL BR/FZ-0003

BELEIDSREGEL BR/FZ-0003 BELEIDSREGEL ZZP-TARIFERING EN TARIEVEN EXTRAMURALE PARAMETERS IN DE FORENSISCHE ZORG Ingevolge artikel 57 eerste lid onderdeel b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) juncto artikel 6 van

Nadere informatie

Toelichting aanvraag nieuwe toelating

Toelichting aanvraag nieuwe toelating Deze toelichting hoort bij het formulier waarmee een aanvraag voor een nieuwe instelling in het kader van de Wet toelating zorginstellingen (WTZi) wordt ingediend. Nieuwe zorgaanbieders De Inspectie voor

Nadere informatie

College bouw zorginstellingen

College bouw zorginstellingen College bouw zorginstellingen Het College bouw zorginstellingen, kortweg het Bouwcollege genoemd, houdt zich bezig met de huisvesting van de intramurale gezondheidszorg. Daarbij gaat het om ziekenhuizen,

Nadere informatie

DEELNORMEN SPECIFIEKE VOORZIENINGEN (Bouwmaatstaven astmacentrum, audiologisch centrum, epilepsiecentrum, klinisch-genetisch centrum)

DEELNORMEN SPECIFIEKE VOORZIENINGEN (Bouwmaatstaven astmacentrum, audiologisch centrum, epilepsiecentrum, klinisch-genetisch centrum) DEELNORMEN SPECIFIEKE VOORZIENINGEN (Bouwmaatstaven astmacentrum, audiologisch centrum, epilepsiecentrum, klinisch-genetisch centrum) DEELNORMEN SPECIFIEKE VOORZIENINGEN Bouwmaatstaven inzake: - epilepsiecentrum

Nadere informatie

f. Deze beleidsregel kan worden aangehaald als 'Beleidsregel instandhoudingsinvesteringen'.

f. Deze beleidsregel kan worden aangehaald als 'Beleidsregel instandhoudingsinvesteringen'. BELEIDSREGEL I-618 / II-608 / III-771 Bijlage 1 bij circulaire GA/yb/III/03/GGZ/05c Instandhoudingsinvesteringen 1. ALGEMEEN a. Deze beleidsregel is van toepassing op organen voor gezondheidszorg als vermeld

Nadere informatie

College bouw ziekenhuisvoorzieningen

College bouw ziekenhuisvoorzieningen College bouw ziekenhuisvoorzieningen Postbus 3056 3502 GB Utrecht T (030) 298 31 00 F (030) 298 32 99 E cbz@bouwcollege.nl I www.bouwcollege.nl VERBETERING PRIVACY IN VERPLEEGHUIZEN Signaleringsrapport

Nadere informatie

College bouw ziekenhuisvoorzieningen

College bouw ziekenhuisvoorzieningen College bouw ziekenhuisvoorzieningen Postbus 3056 3502 GB Utrecht T (030) 298 31 00 F (030) 298 32 99 E cbz@bouwcollege.nl I www.bouwcollege.nl EVALUATIE VKP-REGELING VERZORGINGSHUIZEN Uitgebracht aan

Nadere informatie

Verpleging en verzorging (V&V)

Verpleging en verzorging (V&V) Bijlage 1 : Aanscherping ZZP-omschrijvingen en algoritmen Op verzoek van VWS zijn de zorgzwaartepakketten (ZZP s) voor de AWBZ inhoudelijk aangescherpt en de algoritmen in het ZZP-registratieprogramma

Nadere informatie

REGELING CA/NR-100.045

REGELING CA/NR-100.045 Bijlage 1 bij ACON/khes/Care/AWBZ/06/23c REGELING Aanlevering en verspreiding scoregegevens zorgzwaartepakketten (ZZP's) ten behoeve van de Nederlandse Zorgautoriteit Gelet op artikel 68, eerste lid, Wet

Nadere informatie

Nieuwe kleinschalige woonvoorzieningen in de Gehandicaptenzorg

Nieuwe kleinschalige woonvoorzieningen in de Gehandicaptenzorg TNO-rapport Centrum Zorg en Bouw TNO-034-UT-2009-00567 Nieuwe kleinschalige woonvoorzieningen in de Gehandicaptenzorg Rapport opgesteld door: Auteurs: Aantal pagina's: 72 Datum: Mei, 2009 Centrum Zorg

Nadere informatie

Indicatieve doorrekening extramuralisering zzp 1 t/m 4

Indicatieve doorrekening extramuralisering zzp 1 t/m 4 Indicatieve doorrekening extramuralisering zzp 1 t/m 4 ZorgpleinNoord maart 2013 Betreft: Indicatieve doorrekening extramuralisering zzp 1 t/m zzp 4 Regio: ZorgpleinNoord Groningen en Drenthe Door: RegioPlus

Nadere informatie

Notitie. Werkcommissie GGZ Commissie Bouw. Kostenconsequenties van vormkeuzes Projectenboek RGC s. 1. Inleiding

Notitie. Werkcommissie GGZ Commissie Bouw. Kostenconsequenties van vormkeuzes Projectenboek RGC s. 1. Inleiding Notitie Vergadering Werkcommissie GGZ Commissie Bouw Datum 13 mei 2002 / 15 mei 2002 Betreft Kostenconsequenties van vormkeuzes Agendapunt Nota nr. 1. Inleiding Ten behoeve van verbetering van de dienstverlening

Nadere informatie

College bouw ziekenhuisvoorzieningen

College bouw ziekenhuisvoorzieningen College bouw ziekenhuisvoorzieningen Postbus 3056 3502 GB Utrecht T (030) 298 31 00 F (030) 298 32 99 E cbz@bouwcollege.nl I www.bouwcollege.nl SIGNALERINGSRAPPORT inzake WONEN EN ZORG OP MAAT Uitgebracht

Nadere informatie

Particuliere en reguliere verpleeghuizen Een vergelijking om van te leren

Particuliere en reguliere verpleeghuizen Een vergelijking om van te leren Particuliere en reguliere verpleeghuizen Een vergelijking om van te leren Utrecht, 26 maart 2015 Wine te Meerman Eveline Castelijns Simon Heesbeen Floor Vreeswijk 1 Inhoud 1. Aanleiding voor het onderzoek

Nadere informatie

De bij de beleidsregel behorende definities zijn opgenomen in de separate Beleidsregel definities geestelijke gezondheidszorg.

De bij de beleidsregel behorende definities zijn opgenomen in de separate Beleidsregel definities geestelijke gezondheidszorg. BELEIDSREGEL III-539 Bijlage 1 bij circulaire BY/yb/III/GGZ/00/04c Loon- en materiële kosten 1. ALGEMEEN a. Deze beleidsregel is van toepassing op organen voor gezondheidszorg als vermeld in artikel 1,

Nadere informatie

Proeftuinplan: Meten is weten!

Proeftuinplan: Meten is weten! Proeftuinplan: Meten is weten! Toetsen: hoog, laag, vooraf, achteraf? Werkt het nu wel? Middels een wetenschappelijk onderzoek willen we onderzoeken wat de effecten zijn van het verhogen cq. verlagen van

Nadere informatie

Monitoring gebouwkwaliteit Kinder- en Jeugdzorg

Monitoring gebouwkwaliteit Kinder- en Jeugdzorg College bouw zorginstellingen Postbus 3056 3502 GB Utrecht T (030) 298 31 00 F (030) 298 32 99 E cbz@bouwcollege.nl I http://www.bouwcollege.nl Monitoring gebouwkwaliteit Kinder- en Jeugdzorg Macrorapportage

Nadere informatie

Accommodatiebeleid Maatschappelijke Voorzieningen

Accommodatiebeleid Maatschappelijke Voorzieningen Maatschappelijke Voorzieningen Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling Hilversum 1 Inhoudsopgave Samenvatting 3 1 Inleiding 8 2 Huisvestingsstrategie en eigendomsstrategie 10 3 Cultuur 15 4 Sociale voorzieningen

Nadere informatie

Toelichting aanvraag wijziging bestaande toelating

Toelichting aanvraag wijziging bestaande toelating Postadres: Postbus 16114 2500 BC DEN HAAG T 070 340 51 78 F 070 340 71 23 www.wtzi.nl infowtzi@minvws.nl Deze toelichting hoort bij het formulier waarmee een aanvraag voor een wijziging van een bestaande

Nadere informatie

Nota. 1. Inleiding. Rudi Bakker Sector SQS 11 Februari 2014

Nota. 1. Inleiding. Rudi Bakker Sector SQS 11 Februari 2014 Nota Financiële kengetallen Careinstellingen en zorgzwaarte 2012 Rudi Bakker Sector SQS 11 Februari 2014 1. Inleiding Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft het CBS verzocht om,

Nadere informatie

Check Je Kamer Rapportage 2014

Check Je Kamer Rapportage 2014 Check Je Kamer Rapportage 2014 Kwantitatieve analyse van de studentenwoningmarkt April 2015 Dit is een uitgave van de Landelijke Studenten Vakbond (LSVb). Voor vragen of extra informatie kan gemaild worden

Nadere informatie

c. De Beleidsregel loon- en materiële kosten geestelijke gezondheidszorg met nummer CA-76 eindigt op 31 december 2006.

c. De Beleidsregel loon- en materiële kosten geestelijke gezondheidszorg met nummer CA-76 eindigt op 31 december 2006. BELEIDSREGEL Loon- en materiële geestelijke gezondheidszorg 1. Algemeen a. Deze beleidsregel is van toepassing op zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de AWBZ en wordt geleverd door ziekenhuizen

Nadere informatie

Geopend of gestart in 2006

Geopend of gestart in 2006 Geopend of gestart in 2006 Uit de vele honderden plannen en ontwerpen die het Bouwcollege jaarlijks passeren, selecteert het Bouwcollege geregeld plannen die in aanmerking komen voor het predicaat good

Nadere informatie

Regeling gezamenlijke aanlevering ZZP-opgave

Regeling gezamenlijke aanlevering ZZP-opgave REGELING Gezamenlijke aanlevering ZZP-opgave Regeling gezamenlijke aanlevering ZZP-opgave Gelet op de artikelen 61, 62 en 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) heeft de Nederlandse Zorgautoriteit

Nadere informatie

Dementie, samenvatting publicatie Gezondheidsraad

Dementie, samenvatting publicatie Gezondheidsraad Dementie, samenvatting publicatie Gezondheidsraad Samenvattende notitie over Dementie (april 2002) ter voorbereiding op signaleringsrapport Op tijd bouwen voor ouderen, College bouw ziekenhuisvoorzieningen

Nadere informatie

AWBZ-voorzieningen. Prestatie-eisen voor nieuwbouw. Vastgesteld door het College bouw zorginstellingen op 18 december 2006.

AWBZ-voorzieningen. Prestatie-eisen voor nieuwbouw. Vastgesteld door het College bouw zorginstellingen op 18 december 2006. College bouw zorginstellingen Postbus 3056 3502 GB Utrecht T (030) 298 31 00 F (030) 298 32 99 E cbz@bouwcollege.nl I http://www.bouwcollege.nl AWBZ-voorzieningen Prestatie-eisen voor nieuwbouw Vastgesteld

Nadere informatie

Resultaat tevredenheidsonderzoek externe relaties Odion

Resultaat tevredenheidsonderzoek externe relaties Odion Resultaat tevredenheidsonderzoek externe relaties Odion Resultaat externe tevredenheidsmeting Pagina 1 Rinske Rill en Dea Bobeldijk. 21 mei 1 Inhoud Samenvatting... 1. Inleiding... 4 2. Aantallen respondenten...

Nadere informatie

Loon- en materiële kosten intramurale geestelijke gezondheidszorg ZVW

Loon- en materiële kosten intramurale geestelijke gezondheidszorg ZVW Bijlage 1 bij Care/GGZZVW/07/31c BELEIDSREGEL Loon- en materiële intramurale geestelijke gezondheidszorg ZVW 1. Algemeen a. Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of

Nadere informatie

Woonvoorzieningen voor de meest kwetsbare doelgroepen in de gehandicaptenzorg

Woonvoorzieningen voor de meest kwetsbare doelgroepen in de gehandicaptenzorg Woonvoorzieningen voor de meest kwetsbare doelgroepen in de gehandicaptenzorg Rapport TNO-034-UT-2009-00834 Bron: TNO. Woonvoorzieningen van J.P. van de Bent, De Bruggen, SDW TNO-rapport Centrum Zorg en

Nadere informatie

CQi Kortdurende ambulante geestelijke gezondheidszorg of verslavingszorg (Verkort)

CQi Kortdurende ambulante geestelijke gezondheidszorg of verslavingszorg (Verkort) CQi Kortdurende ambulante geestelijke gezondheidszorg of verslavingszorg (Verkort) Uitkomsten voor Centrum Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg Buitenpost Resultaten CQi Kortdurende ambulante geestelijke

Nadere informatie

4.1 Forensische zorg Zorg als bedoeld in artikel 2 van het Interimbesluit forensische zorg. 1

4.1 Forensische zorg Zorg als bedoeld in artikel 2 van het Interimbesluit forensische zorg. 1 REGELING Verplichte informatieverstrekking zorgaanbieders van forensische zorg Ingevolge artikel 62 en 68 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) de navolgende

Nadere informatie

Beveiliging Forensisch Psychiatrische Afdelingen. Inspectiebericht Themaonderzoek

Beveiliging Forensisch Psychiatrische Afdelingen. Inspectiebericht Themaonderzoek Beveiliging Forensisch Psychiatrische Afdelingen Inspectiebericht Themaonderzoek Beveiliging Forensisch Psychiatrische Afdelingen Inspectiebericht Themaonderzoek September 2009 Inspectie voor de Sanctietoepassing

Nadere informatie

Werkbelevingsonderzoek 2013

Werkbelevingsonderzoek 2013 Werkbelevingsonderzoek 2013 voorbeeldrapport Den Haag, 17 september 2014 Ipso Facto beleidsonderzoek Raamweg 21, Postbus 82042, 2508EA Den Haag. Telefoon 070-3260456. Reg.K.v.K. Den Haag: 546.221.31. BTW-nummer:

Nadere informatie

Gemiddelde kosten per plaats ten behoeve van mutaties van het budgetmaximum. Bedragen op prijspeil 2001.

Gemiddelde kosten per plaats ten behoeve van mutaties van het budgetmaximum. Bedragen op prijspeil 2001. Bijlage 6 bij circulaire TY/yb/III/GGZ/01/15c Gemiddelde kosten per plaats ten behoeve van mutaties van het budgetmaximum. Bedragen op prijspeil 2001. Bij een wijziging van de toegelaten capaciteit kan

Nadere informatie

Algemeen Per voorziening onderwijshuisvesting zijn de criteria voor het vaststellen van de noodzaak van de aangevraagde voorziening beschreven.

Algemeen Per voorziening onderwijshuisvesting zijn de criteria voor het vaststellen van de noodzaak van de aangevraagde voorziening beschreven. 1 TOELICHTING BIJLAGE 1 In bijlage I zijn opgenomen de criteria die van belang zijn voor het vaststellen van de noodzaak van de aangevraagde voorziening. De bijlage is onderverdeeld in deel A Lesgebouwen

Nadere informatie

Doelgroepen in de AWBZ 1

Doelgroepen in de AWBZ 1 Doelgroepen in de AWBZ 1 Vermaatschappelijking van de zorg is een belangrijk zwaartepunt in het beleid voor de care. Mensen met beperkingen, ook zeer ernstige beperkingen, moeten zo lang en zo zelfstandig

Nadere informatie

KENGETALLEN EXPLOITATIEKOSTEN

KENGETALLEN EXPLOITATIEKOSTEN uitvoeringstoets 486 KENGETALLEN EXPLOITATIEKOSTEN 2000 KENGETALLEN 2000 Uitgebracht aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Vastgesteld door het College bouw ziekenhuisvoorzieningen op 2

Nadere informatie

Bijlage Informatiedocument. Beschermd Wonen Brabant Noordoost-oost

Bijlage Informatiedocument. Beschermd Wonen Brabant Noordoost-oost Bijlage Informatiedocument Brabant Noordoost-oost 1 Inleiding: Vanaf 1 januari 2015 zal de huidige langdurige intramurale Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) niet langer meer onderdeel zijn van de AWBZ.

Nadere informatie

Aantal cliënten per stelsel nu en. Straks 18.400. Figuur 1 - Aantal cliënten (18-) naar huidig en toekomstig stelsel

Aantal cliënten per stelsel nu en. Straks 18.400. Figuur 1 - Aantal cliënten (18-) naar huidig en toekomstig stelsel Gehandicaptenzorg van AWBZ naar Jeugdwet Vanaf 2015 worden gemeenten verantwoordelijk voor de volledige jeugdzorg. Vanuit verschillende domeinen wordt dan de zorg voor kinderen en jongeren onder de 18

Nadere informatie

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. (Tekst geldend op: 17-12-2009) Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 18 september 2009, nr. DLZ/SFI-2941423, houdende vaststelling van beleidsregels voor de toepassing van

Nadere informatie

Uitwerking berekening Risicomodel sector SO 2014

Uitwerking berekening Risicomodel sector SO 2014 Uitwerking berekening Risicomodel sector SO 2014 INHOUD 1. Inleiding... 1 2. Data... 1 3. Uitgangspunten bij het risicomodel... 1 3.1 Bepaling van groepen binnen het so en vso... 1 3.2 Scores op de indicatoren...

Nadere informatie

Winkelier. Winkelier creditcard; definitieve bevindingen

Winkelier. Winkelier creditcard; definitieve bevindingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Prins Clauslaan 20 TEL 070-381 13 00 FAX 070-381 13 01 E-MAIL info@cbpweb.nl INTERNET www.cbpweb.nl AAN Winkelier DATUM 19 januari 2006 CONTACTPERSOON

Nadere informatie

RAADSINFORMATIEBRIEF Oudewater 16R.00313

RAADSINFORMATIEBRIEF Oudewater 16R.00313 RAADSINFORMATIEBRIEF Oudewater 16R.313 Van college van burgemeester en wethouders Datum 6 juni 216 Portefeuillehouder(s) : Wethouder A.M. de Regt Portefeuille(s) : Volksgezondheid Contactpersoon : A. de

Nadere informatie

> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

c. De onderstaande bedragen zijn gebaseerd op het loonkostenniveau ultimo 2006.

c. De onderstaande bedragen zijn gebaseerd op het loonkostenniveau ultimo 2006. BELEIDSREGEL Loonkosten 1. Algemeen a. Deze beleidsregel is van toepassing op de zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en wordt geleverd door zorgaanbieders

Nadere informatie

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten Effecten van cliëntondersteuning Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten MEE Nederland, 4 februari 2014 1. Inleiding In deze samenvatting beschrijven

Nadere informatie

Ervaringen thuiszorgcliënten V&V Huize het Oosten Gemeten met de CQI index

Ervaringen thuiszorgcliënten V&V Huize het Oosten Gemeten met de CQI index Ervaringen thuiszorgcliënten V&V Huize het Oosten Gemeten met de CQI index April 2014 Samenstelling: drs. Jeroen J. Haamers, Versie: april 2014 Inhoudsopgave 1. Inleiding 1 CQI-onderzoek; achtergrond en

Nadere informatie

Hierbij is de leeftijd van de cliënt die het contact ontvangt bepalend, ongeacht in welke soort instelling het face-to-face-contact plaatsvindt.

Hierbij is de leeftijd van de cliënt die het contact ontvangt bepalend, ongeacht in welke soort instelling het face-to-face-contact plaatsvindt. Tarieflijst Instellingen 2002 29 F. PSYCHIATRIE ALGEMENE BEPALINGEN BIJ F. PSYCHIATRIE CLIËNT Iemand die is ingeschreven bij RIAGG of polikliniek en minimaal één face-to-face-contact in het kader van de

Nadere informatie

Ruim 20.000 verpleeghuisbewoners hebben nog te weinig privacy. geboekt met een flink aantal bouwplannen,

Ruim 20.000 verpleeghuisbewoners hebben nog te weinig privacy. geboekt met een flink aantal bouwplannen, NIEUWSBRIEF JANUARI 2003 Nummer 6 Kort Bestek oktober 2003 Ruim 20.000 verpleeghuisbewoners hebben nog te weinig privacy Bijna 21.000 bewoners van verpleeghuizen verblijven nog altijd in kamers waarin

Nadere informatie

Bouwkundig-functionele maatstaven ten behoeve van nieuwbouwplannen voor (centrale) PERSONEELSVOORZIENINGEN in een algemeen ziekenhuis

Bouwkundig-functionele maatstaven ten behoeve van nieuwbouwplannen voor (centrale) PERSONEELSVOORZIENINGEN in een algemeen ziekenhuis Cbz/nr bouwmaatstaaf 0.71 Bouwkundig-functionele maatstaven ten behoeve van nieuwbouwplannen voor (centrale) PERSONEELSVOORZIENINGEN in een algemeen ziekenhuis BOUWKUNDIG-FUNCTIONELE MAATSTAVEN ten behoeve

Nadere informatie

Onderscheid door Kwaliteit

Onderscheid door Kwaliteit Onderscheid door Kwaliteit 2010 Algemeen Binnen de intensieve overeenkomst fysiotherapie 2010 verwachten wij van u 1, en de fysiotherapeuten vallend onder uw overeenkomst, een succesvol afgeronde toets

Nadere informatie

Rapport voor het Capaciteitsorgaan

Rapport voor het Capaciteitsorgaan Organisatie van de medische zorg in voor verstandelijk gehandicapten en de caseload van AVG s: en Rapport voor het Capaciteitsorgaan 1 Inleiding In en heeft Kiwa Carity onderzoek uitgevoerd naar de organisatie

Nadere informatie

BELEIDSREGEL CI-995/CA-180

BELEIDSREGEL CI-995/CA-180 Bijlage 2 bij circulaire Care/AWBZ//07/24c BELEIDSREGEL Instandhoudingsinvesteringen 1. Algemeen Kenmerk a. Deze beleidsregel is van toepassing op zorg of dienst als omschreven bij of krachtens de Zvw

Nadere informatie

Deel II. De PM-posten

Deel II. De PM-posten Deel II De PM-posten Stap 1: reikwijdte PM-posten In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de PM-posten die leiden tot additionele ruimtebehoefte bovenop het gebruikelijke functiepakket van

Nadere informatie

Bevordering naleving Ventilatie en EPC regels. Verslag uitgevoerde activiteiten 2010. Datum 13 december 2010 Status Definitief

Bevordering naleving Ventilatie en EPC regels. Verslag uitgevoerde activiteiten 2010. Datum 13 december 2010 Status Definitief Bevordering naleving Ventilatie en EPC regels Verslag uitgevoerde activiteiten 2010 Datum 13 december 2010 Status Definitief Colofon Publicatienummer VROM-Inspectie Directie Uitvoering Programma Bouwen

Nadere informatie

Zeeuwse Verhuisatlas deel III

Zeeuwse Verhuisatlas deel III Zeeuwse Verhuisatlas deel III Verhuizen meer mensen naar de stad of naar het platteland? Zeeuws-Vlaanderen Middelburg, augustus 2012 Sociale Staat van Zeeland Colofon SCOOP 2012 Samenstelling Ankie Smit

Nadere informatie

Jaarplan 2011 ketenproject. Samenwerking VG en GGZ in Groningen en Friesland

Jaarplan 2011 ketenproject. Samenwerking VG en GGZ in Groningen en Friesland Jaarplan 2011 ketenproject Samenwerking VG en GGZ in Groningen en Friesland A. Doelgroep en thema van de ketensamenwerking De Swaai, centrum voor verstandelijke beperking en psychiatrie, een samenwerkingsverband

Nadere informatie

17-6-2015. Programma. Voorbereiding. We willen de brandveiligheid binnen ons bezit verbeteren. Welke gebouwen bezitten we eigenlijk? Waar starten we?

17-6-2015. Programma. Voorbereiding. We willen de brandveiligheid binnen ons bezit verbeteren. Welke gebouwen bezitten we eigenlijk? Waar starten we? Programma Plan van aanpak brandveiligheid woningen en woongebouwen Maikel Boonman Adviseur brandveiligheid Bereikbaar: PVM Eindhoven BV Beukenlaan 129 5616 VD Eindhoven 040 291 40 20 06 340 83 623 m.boonman@p-v-m.nl

Nadere informatie

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk SBES/djon/GGZ 088 770 8770 vragencure@nza.nl 0146749/0204428

Behandeld door Telefoonnummer E-mailadres Kenmerk SBES/djon/GGZ 088 770 8770 vragencure@nza.nl 0146749/0204428 Aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport T.a.v. mevrouw drs. E.I. Schippers Postbus 20350 2500 EJ 'S-GRAVENHAGE Newtonlaan 1-41 3584 BX Utrecht Postbus 3017 3502 GA Utrecht T 030 296 81 11

Nadere informatie

College bouw ziekenhuisvoorzieningen

College bouw ziekenhuisvoorzieningen College bouw ziekenhuisvoorzieningen Postbus 3056 3502 GB Utrecht T (030) 298 31 00 F (030) 298 32 99 BOUWMAATSTAF inzake BEREKENINGSMETHODE INBRENGVERPLICHTING WET ZIEKENHUISVOORZIENINGEN Gelet op artikel

Nadere informatie

ZO Brabant (Kempen) WMO-subregio: Rapportage Zorg op de kaart per WMO-subregio Inclusief scenario s. Datum 3 november 2014

ZO Brabant (Kempen) WMO-subregio: Rapportage Zorg op de kaart per WMO-subregio Inclusief scenario s. Datum 3 november 2014 WMO-subregio: ZO Brabant (Kempen) Rapportage Zorg op de kaart per WMO-subregio Inclusief scenario s 1/9 De effecten van langer thuis wonen in de V&V 1. De komende jaren (2014-2020) krijgen instellingen

Nadere informatie

Gooi- en Vechtstreek. WMO-subregio: Rapportage Zorg op de kaart per WMO-subregio Inclusief scenario s. Datum 3 november 2014

Gooi- en Vechtstreek. WMO-subregio: Rapportage Zorg op de kaart per WMO-subregio Inclusief scenario s. Datum 3 november 2014 WMO-subregio: Gooi- en Vechtstreek Rapportage Zorg op de kaart per WMO-subregio Inclusief scenario s 1/9 De effecten van langer thuis wonen in de V&V 1. De komende jaren (2014-2020) krijgen instellingen

Nadere informatie

Verblijfsconcepten. Verblijfsconcepten

Verblijfsconcepten. Verblijfsconcepten Ook bij cliënten die afhankelijk zijn van zeer intensieve zorg in een beschermende of beveiligde omgeving (gesloten setting) is een tendens merkbaar naar meer kleinschalige verblijfsvormen, geïntegreerd

Nadere informatie

Wijziging ABR deel 3, hoofdstuk 2 Woongebouwen ifv Hospitawonen

Wijziging ABR deel 3, hoofdstuk 2 Woongebouwen ifv Hospitawonen Hospitawonen Aanleiding en doel van de wijziging De huidige tekst van het bouwreglement laat niet toe dat een eigenaar van een te beschermen eengezinswoning een kamer verhuurt, zelfs indien men als eigenaar

Nadere informatie

Handreiking Gebruik zorgvraagzwaarte-indicator GGZ Voor GGZ-instellingen en zorgverzekeraars

Handreiking Gebruik zorgvraagzwaarte-indicator GGZ Voor GGZ-instellingen en zorgverzekeraars Handreiking Gebruik zorgvraagzwaarte-indicator GGZ Voor GGZ-instellingen en zorgverzekeraars September 2015 Utrecht 1 Handreiking zorgvraagzwaarte-indicator GGZ; Voor GGZinstellingen en zorgverzekeraars

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 111 Vragen van de leden

Nadere informatie

CQi Kortdurende ambulante geestelijke gezondheidszorg of verslavingszorg

CQi Kortdurende ambulante geestelijke gezondheidszorg of verslavingszorg CQi Kortdurende ambulante geestelijke gezondheidszorg of verslavingszorg Uitkomsten voor Raphaëlstichting LPGGz Terugkoppeling resultaten Resultaten CQi Kortdurende ambulante geestelijke gezondheidszorg

Nadere informatie

BELEIDSREGEL BR/CU-5036. Intramurale GGZ Zvw: loon- en materiële kosten

BELEIDSREGEL BR/CU-5036. Intramurale GGZ Zvw: loon- en materiële kosten BELEIDSREGEL BR/CU-5036 Intramurale GGZ Zvw: loon- en materiële Ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit

Nadere informatie

Samenwerkingsprotocol CBP-IGZ

Samenwerkingsprotocol CBP-IGZ Samenwerkingsprotocol CBP-IGZ Afspraken tussen het College bescherming persoonsgegevens en de Inspectie voor de gezondheidszorg over de wijze van samenwerking bij het toezicht op de naleving van de bepalingen

Nadere informatie

Raadsinformatiebrief Nr. :

Raadsinformatiebrief Nr. : Raadsinformatiebrief Nr. : Onderwerp: De huisvesting van potentiële hostel bewoners. Reg.nr. : 124339 B&W verg. : : 1) Status In het licht van de actieve informatieplicht informeren wij U over de stand

Nadere informatie

NOTITIE TOEPASSING PARKEERNORMEN. 1. Inleiding

NOTITIE TOEPASSING PARKEERNORMEN. 1. Inleiding NOTITIE TOEPASSING PARKEERNORMEN Gemeente Zeewolde, maart 2009 2 NOTITIE TOEPASSING PARKEERNORMEN 1. Inleiding Iedere bouwaanvraag moet op grond van de huidige bouwverordening, artikel 2.5.30, voorzien

Nadere informatie

Raadsvoorstel 15 december 2011 AB11.01086 RV2011-122

Raadsvoorstel 15 december 2011 AB11.01086 RV2011-122 Raadsvergadering d.d. Casenummer Raadsvoorstelnummer Raadsvoorstel 15 december 2011 AB11.01086 RV2011-122 Gemeente Bussum Vaststellen tarieven onroerende-zaakbelastingen 2012 Brinklaan 35 Postbus 6000

Nadere informatie

Analyse Beschermd wonen regio Holland Rijnland 23 oktober 2014

Analyse Beschermd wonen regio Holland Rijnland 23 oktober 2014 Analyse Beschermd wonen regio Holland Rijnland 23 oktober 2014 1 Toelichting bij de analyse De centrumgemeente Leiden heeft op verschillende momenten in 2014 gegevens ontvangen over Beschermd wonen van

Nadere informatie

Hermes-model in beeld

Hermes-model in beeld Hermes-model in beeld INLEIDING Informatie over woningen, zoals de herbouwwaarde en andere bouwkundige kenmerken, wordt door verzekeraars, volmachten en intermediairs veelvuldig gebruikt. Toepassingen

Nadere informatie

Intramurale curatieve GGZ: loon- en materiële kosten

Intramurale curatieve GGZ: loon- en materiële kosten BELEIDSREGEL Intramurale curatieve GGZ: loon- en materiële Ingevolge artikel 57, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), stelt de Nederlandse Zorgautoriteit

Nadere informatie

Forensische-zorgwijzer

Forensische-zorgwijzer Forensische-zorgwijzer Klinische zorg Verblijfszorg Ambulante zorg Stapelzorg Vrijheidsbenemende of vrijheidsbeperkende maatregelen. Geen vrijheidsbeperkende maatregelen. Verblijf, begeleiding en bescherming.

Nadere informatie

AWBZ en tandheelkundige hulp

AWBZ en tandheelkundige hulp CVZ 75/14 ONTWERP Rapport AWBZ en tandheelkundige hulp Op.. april 2003 uitgebracht aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Publicatienummer Uitgave College voor zorgverzekeringen Postbus

Nadere informatie

Beoordelingsprotocol objectkenmerken

Beoordelingsprotocol objectkenmerken WAARDERINGSKAMER NOTITIE Betreft: Beoordelingsprotocol objectkenmerken Datum: 7 februari 2014 Bijlage(n): - BEOORDELINGSPROTOCOL OBJECTKENMERKEN Inleiding De juiste registratie van alle gegevens over een

Nadere informatie

Een stap verder in forensische en intensieve zorg

Een stap verder in forensische en intensieve zorg Een stap verder in forensische en intensieve zorg Palier bundelt intensieve en forensische zorg. Het is zorg die net een stapje verder gaat. Dat vraagt om een intensieve aanpak. Want onze doelgroep kampt

Nadere informatie

Inspectierapport Kinderdagverblijf t Kleine Huis. d.d. 13 juli 2010. GGD Hart voor Brabant Toezichthouder: B. van Dommelen

Inspectierapport Kinderdagverblijf t Kleine Huis. d.d. 13 juli 2010. GGD Hart voor Brabant Toezichthouder: B. van Dommelen 333 Inspectierapport Kinderdagverblijf t Kleine Huis d.d. 13 juli 2010 GGD Hart voor Brabant Toezichthouder: B. van Dommelen Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 3 Inleiding... 5 Algemene gegevens kindercentrum...

Nadere informatie

De gegevens die worden gebruikt door de benchmark worden door de gemeente zelf aangeleverd. De burgerpeiling levert een deel van deze gegevens aan.

De gegevens die worden gebruikt door de benchmark worden door de gemeente zelf aangeleverd. De burgerpeiling levert een deel van deze gegevens aan. Burgerpeiling 2013 Eind 2013 is onder 2000 inwoners van de gemeente Noordoostpolder een enquete verspreid ten behoeve van de benchmark waarstaatjegemeente.nl. De enquete vormt een onderdeel van de benchmark.

Nadere informatie

Rapport Monitor decentralisaties Federatie Opvang

Rapport Monitor decentralisaties Federatie Opvang Rapport Monitor decentralisaties Federatie Opvang Amersfoort, maart 2015 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 Respons en achtergrondkenmerken 3 Inkoop 4 Administratieve lasten en kwaliteitseisen 5 Gevolgen

Nadere informatie

Afhankelijkheden. Werkagenda Menzis, gemeenten en regio s. September 2015. Regio Arnhem Regio Arnhem. Regio Groningen Regio Groningen

Afhankelijkheden. Werkagenda Menzis, gemeenten en regio s. September 2015. Regio Arnhem Regio Arnhem. Regio Groningen Regio Groningen Afhankelijkheden Werkagenda Menzis, gemeenten en regio s September 2015 Regio Arnhem Regio Arnhem Regio Groningen Regio Groningen Thema afhankelijkheden Binnen het thema afhankelijkheden brengen we voor

Nadere informatie

Analyserapport Kennismonitor

Analyserapport Kennismonitor Analyserapport Kennismonitor Organisatie Instelling A Afdeling Afdeling Zuid Kennismonitor Dementie intramuraal Deelnemers met account 31 Deelnemers gestart 30 Deelnemers klaar 26 Datum van resultaten

Nadere informatie

EPA-vignettenstudie. Overzicht EPA-cliënten per gemeente, ingedeeld naar zorggebruik. Toelichting op het onderzoek

EPA-vignettenstudie. Overzicht EPA-cliënten per gemeente, ingedeeld naar zorggebruik. Toelichting op het onderzoek EPA-vignettenstudie Overzicht EPA-cliënten per gemeente, ingedeeld naar zorggebruik Toelichting op het onderzoek Datum: 7 mei 2014 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2 Welke resultaten zijn

Nadere informatie

Tussentijds verslag experiment screen to screen

Tussentijds verslag experiment screen to screen Tussentijds verslag experiment screen to screen Rapportage Januari, 2006 J.T. Bos A.L. Francke Postadres Postbus 8258, 3503 RG Utrecht Bezoekadres Oudlaan 4, 3515 GA Utrecht www.actiz.nl 1 T (030) 273

Nadere informatie

Inspectierapport Kinderdagverblijf Het Telraam Voorburg

Inspectierapport Kinderdagverblijf Het Telraam Voorburg rapport kdv Het Telraam NO 2009 Inspectierapport Kinderdagverblijf Het Telraam Voorburg Naderonderzoek Toezichthouder : Mw. I. Berends Datum naderonderzoek : 04-12-2009 GGD Zuid-Holland West Kinderdagverblijf:

Nadere informatie

Kengetallen op maat. Stimulansz

Kengetallen op maat. Stimulansz Kengetallen op maat Stimulansz 1 INLEIDING Voor u ligt de rapportage Kengetallen op maat. Kengetallen op maat is een product van Stimulansz, gemaakt voor de abonnees van Stimulansz. In de rapportage wordt

Nadere informatie

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN

HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN HANDLEIDING VOOR HET OPSTELLEN VAN MEETBARE DOELSTELLINGEN drs. A.L. Roode Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) juni 2006 Centrum voor Onderzoek en Statistiek (COS) Auteur: drs. A.L. Roode Project:

Nadere informatie

algemeen gebou, bouwkundige ontwerpen en uitwerkingen t: 06 26 102 791, e: info@mgarchit.nl, w: www.mgarchit.nl, a: vasteland 29, 3011 bj, rotterdam

algemeen gebou, bouwkundige ontwerpen en uitwerkingen t: 06 26 102 791, e: info@mgarchit.nl, w: www.mgarchit.nl, a: vasteland 29, 3011 bj, rotterdam algemeen Dank u voor interesse in gebou. Gebou is een jong buro dat esthetische bouwkundige ontwerpen en uitwerkingen maakt. Wij richten ons vooral op het segment kleinschalige nieuwbouw en renovatie van

Nadere informatie

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2

Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een systematische review Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 2 Toelichting bij de criteria voor het beoordelen van de kwaliteit van een

Nadere informatie