Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Drugbeleid Nr. 71 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 21 september 1999 Hierbij zend ik u mede namens de ministers van Justitie, van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en voor Grote Steden- en Integratiebeleid de Voortgangsrapportage Drugbeleid De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Borst-Eilers KST40622 ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 1999 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 71 1

2 Inhoudsopgave 1 Hoofdlijnen van het drugbeleide Opzet en verantwoording Rapportage drugbeleid Integriteit van beleid 5 2 Ontwikkelingen in gebruik en overige trends Gebruik van drugs Gebruik van alcohol 8 3 Preventie Landelijke Steunfunctie Preventie De Gezonde School en Genotmiddelen Preventie gericht op recreatief gebruik van drugs Drugs en Verkeer Trendwachters 10 4 Verslavingszorg Versterking van de kwaliteit en de effectiviteit van de verslavingszorg Behandelmethoden Verslavingszorg en allochtonen Sturing en financiering van de verslavingszorg 15 5 Overlastbeleid Uitgangspunten vervolgbeleid Activiteiten 18 6 Bestrijding van druggerelateerde criminaliteit Inbeslaggenomen drugs Bestrijding van productie, smokkel en handel in synthetische drugs Controle buitengrens 22 7 Internationale aspecten van het drugbeleid Voorlichting buitenland Multilaterale betrekkingen Bilaterale betrekkingen Nederlandse Antillen en Aruba 28 8 Monitoring, onderzoek en assessment van nieuwe drugs Monitoring Onderzoek Assessment van nieuwe drugs 30 Bijlagen Voortgangsrapportage Drugbeleid I. Standpunt «Verkenning drugbeleid in Nederland» 33 II. Overzicht lopende grensoverschrijdende projecten 34 III. Inbeslaggenomen verdovendemiddelen in Nederland IV. Verklarende lijst van gebruikte afkortingen 37 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 71 2

3 1. HOOFDLIJNEN VAN HET DRUGBELEID 1.1 Opzet en verantwoording In deze Voortgangsrapportage Drugbeleid geeft het kabinet een overzicht van de ontwikkelingen die zich op het terrein van het drugbeleid hebben voorgedaan sinds de vorige rapportage (1997) 1. Tevens bevat de rapportage een schets op hoofdlijnen van de thema s in het drugbeleid die in het komende jaar aandacht vragen. De indeling in onderwerpen stoeit op de sinds de nota «Continuïteit en Verandering» (1995) 2 geldende benadering. Daarin is gekozen voor een onderverdeling van het beleid in een aantal herkenbare onderdelen: preventie, zorg, overlastbeleid, bestrijding van drughandel en -productie, de internationale aspecten en onderzoek en monitoring. Tevens is gekozen voor een samenhangende uitvoering en aansturing van het beleid. Op verzoek van de Kamer komt ook de alcoholproblematiek aan bod. Conform eerdere toezeggingen bevat de rapportage informatie over grensoverschrijdende samenwerkingsprojecten, het onderzoek verstrekking hogere doses methadon, de effectiviteit van de verslavingszorg, het conceptprogramma voor vervolgonderzoek naar neurotoxiciteit van XTC en het standpunt op het STG-rapport Verkenning drugbeleid in Nederland. 1.2 Rapportage drugbeleid Het kabinet is van oordeel dat op de onderscheiden onderdelen van het drugbeleid goede vorderingen worden gemaakt. Het kabinet wil het lopende beleid de komende periode verder voortzetten en uitbouwen. Het beleid met betrekking tot drugpreventie is gericht op innovatie en deskundigheidsbevordering. Daarmee moet een antwoord gegeven worden op de groeiende populariteit van nieuwe soorten drugs. Er zijn tal van activiteiten in ontwikkeling. Verheugend is de constatering dat het project «Gezonde school en genotmiddelen» positieve effecten sorteert. Er wordt een veelzijdig preventieprogramma «Uitgaan en drugs» uitgewerkt. 1 Kamerstukken II, , , nr. 2, 3. 2 Kamerstukken II, , , nr. 57. Binnen de verslavingszorg is, mede als gevolg van de door de Kamer uitgesproken behoefte om meer te investeren in de effectiviteit van deze sector, een groot aantal activiteiten ondernomen. De door de minister van VWS geïnitieerde experimenten zoals de verstrekking van heroïne op medisch voorschrift, het afkicken onder narcose en de verstrekking van verhoogde doses methadon zijn in uitvoering genomen. De sector zelf werkt op basis van het programma «Resultaten Scoren» met coördinatie van GGZ Nederland aan een verslavingszorg die meer «evidence based» zal zijn. De KNMG heeft voorstellen ontwikkeld om de medische zorg aan verslaafden te verbeteren. De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) en de Raad voor de Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) hebben een gezamenlijk advies opgesteld over de regie van de verslavingszorg. Op basis van het advies van de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv) heeft de Kamer de voornemens ontvangen over de herverdeling van de specifieke uitkering verslavingsbeleid. Het overlastbeleid dat onder het vorige kabinet in gang gezet is, is inmiddels afgesloten en uitvoerig geëvalueerd. Dat beleid heeft op lokaal niveau de samenwerking tussen de verschillende betrokken partijen versterkt en de verslavingszorg gestimuleerd een meer gedifferentieerd zorgaanbod te ontwikkelen. Gebleken is dat met name laagdrempelige Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 71 3

4 opvangvoorzieningen kunnen bijdragen aan vermindering van de overlast. Voor een effectieve aanpak van het overlastgevend gedrag van onder andere verslaafden is een sluitende structuur van 24-uurs-opvang nodig. Zowel politie, Openbaar Ministerie als hulpverlening ontwikkelen al initiatieven. Het kabinet wil het komend jaar een gericht stimuleringsbeleid daartoe ontwikkelen en heeft mede daarom f 35 mln. vrijgemaakt voor de laagdrempelige opvang. Deels wordt dat ingezet via de specifieke uitkeringen verslavingsbeleid en maatschappelijke opvang en deels via de Regeling Sociale Integratie en Veiligheid G-25. Coffeeshopbeleid. De afgelopen jaren hebben de meeste gemeenten (88%) in samenwerking met politie en het OM een beleid in gang gezet om het aantal coffeeshops terug te dringen en het gedoogbeleid rond coffeeshops aan te scherpen. Door een wijziging van de Opiumwet (Damocles) kunnen gemeenten nu coffeeshops sluiten, indien deze zich niet houden aan het lokale beleid, ook indien er geen sprake is van overlast. De minister van Justitie zal in het voorjaar 2000 een notitie aan de Tweede Kamer aanbieden waarin de lokale voorstellen met de «achterdeur», zonodig ook afgestemd met internationale partners, beschreven zullen worden. In 2000 vindt vervolgonderzoek naar het totale aantal coffeeshops plaats. Aanpassing wetgeving. De wetgeving is aangepast waardoor onder meer de straffen op de verhandeling en productie van softdrugs zijn verhoogd en er een algemeen verbod op het binnentelen van cannabis van kracht is geworden. De bestrijding van de productie van (synthetische) drugs begint effecten te sorteren, gelet op de grote hoeveelheden in beslag genomen drugs, de betere informatiepositie en de verbeterde samenwerking op dit terrein. Om de controle aan de buitengrens te verbeteren zijn de nodige investeringen gepleegd (containerscanners in Rotterdam en Schiphol, instelling Hit-and-Run-container-teams). De samenwerking met omringende landen heeft de aanpak van het drugtoerisme effectiever gemaakt. Ook de structurele samenwerking tussen opsporings- en vervolgingsinstanties is verbeterd. Een belangrijke internationale ontwikkeling is dat in tal van landen geleidelijk aan het besef gegroeid is dat de drugproblematiek een genuanceerde en afgewogen benadering verdient. De kritische reacties op het Nederlandse drugbeleid zijn de laatste jaren aanmerkelijk gematigder van toon. Deze ontwikkeling is ook terug te vinden in de opstelling van internationale fora zoals de VN (CND), de EU en de Raad van Europa. Hierbij speelt overigens ook een rol dat de laatste jaren Nederland meer in voorlichting over het beleid heeft geïnvesteerd, en actief in voornoemde gremia participeert. 1 Kamerstukken II, , nr. 64. De inspanningen om monitoring en onderzoek te intensiveren beginnen hun vruchten af te werpen. De Nationale Drugmonitor is inmiddels van start gegaan. Het onderzoeksprogramma van ZON/NWO is al geruime tijd in uitvoering. Nederland beschikt over een hoogwaardig systeem van signalering en assessment van nieuwe drugs die op de markt verschijnen. Naar aanleiding van de eerste risicoschattingen van het Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs (CAM) is duidelijk geworden dat het bestaande wettelijk instrumentarium om stoffen onder controle te brengen, onvoldoende gedifferentieerd is. Een soortgelijke constatering is reeds eerder gemaakt in de nota Smart shops en nieuwe trends in het gebruik van psychoactieve stoffen. 1. Daarom zal de minister van VWS het initiatief nemen tot een wijziging van de Wet op de Geneesmiddelen- Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 71 4

5 voorziening (WOG). Tevens zal nader onderzoek plaatsvinden naar andere wettelijke mogelijkheden om regulerend op te treden. 1.3 Integraliteit van beleid Met name in de preventie, de verslavingszorg en de overlastbestrijding blijken de alcohol- en drugsproblematiek met elkaar te maken te hebben. Ook onderwerpen als medicijn- en gokverslaving en doping hebben raakvlakken met het drugbeleid. Hoe relevant deze constateringen ook zijn, voorkomen moet worden dat onder de noemer «drugbeleid» geleidelijk aan steeds meer onderwerpen in deze voortgangsrapportage betrokken worden. Derhalve is een afbakening nodig die helder en praktisch is. Uitgangspunt is dat in deze rapportage het drugbeleid het centrale onderwerp is. Indien het functioneel is, wordt het beleid rond het gebruik van andere stoffen of vormen van verslaving meegenomen. Zonodig wordt naar andere beleidskaders verwezen. In de volgende hoofdstukken worden de bovenvermelde onderdelen van het drugbeleid verder uitgewerkt. Bijzondere aandacht vraagt daarbij de bewaking van de onderlinge samenhang tussen deze onderdelen en de aansturing van het beleid. Het Nederlandse drugbeleid kenmerkt zich op alle niveaus door een grote mate van samenhang en samenwerking. Ministers dragen verantwoordelijkheid voor onderdelen van het drugbeleid die specifiek hun eigen departementen betreffen. De minister van VWS heeft daarnaast een coördinerende rol ten aanzien van het gehele drugbeleid. Niet alleen tussen departementen vindt samenwerking plaats, maar ook met en tussen andere actoren zoals gemeenten, het OM, politie en douane, verslavingszorg en onderzoekswereld. De samenwerking krijgt thans gestalte in een aantal geformaliseerde vormen, die zich richten op afstemming tussen departementen (de Ambtelijke Werkgroep Uitvoering Drugbeleid), monitoring (de aansturing van de NDM) en assessment van nieuwe drugs (CAM). Andere overlegvormen zijn gericht op preventievernieuwing, buitenlands voorlichtingsbeleid, het beleid op het terrein van synthetische drugs, smartdrugs, etc. Recent zijn voorstellen gedaan om nieuwe overlegvormen in het leven te roepen. Die betreffen het bestuurlijk platform dat de minister van VWS zou moeten adviseren over de voortgang van het ontwikkelingsprogramma zorgvernieuwing (Resultaten Scoren) en een Interdepartementale Commissie verslavingszorg en -beleid, op advies van de RVZ/RMO. Deze voorgestelde overlegvormen kenmerken zich door een integrale samenstelling. Bovendien vertonen genoemde thema s een duidelijke samenhang, en zijn er duidelijke relaties met het veiligheidsbeleid, het jeugdbeleid, het grotestedenbeleid en het minderhedenbeleid. Tegen deze achtergrond heeft het kabinet besloten om te streven naar doelmatigheid en het aantal overlegvormen zoveel mogelijk te beperken. Als eerste stap daartoe zullen de hierboven voorgestelde gremia in één overlegvorm gerealiseerd worden, voorlopig aan te duiden als de Interbestuurlijke Werkgroep Drugbeleid. Tot deze werkgroep had het kabinet al besloten teneinde gevolg te geven aan het voorstel van de voormalige Stuurgroep Vermindering Overlast en de Task Force Veiligheid en Verslavingszorg om een gestructureerd interbestuurlijk overleg rondom het thema drugoverlast te handhaven. Tevens zal bezien worden of personele en functionele verbindingen gelegd kunnen worden met de andere reeds bestaande overlegvormen. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 71 5

6 2. ONTWIKKELINGEN IN GEBRUIK EN OVERIGE TRENDS De veronderstelling uit de drugsnota dat de drugsproblematiek voortdurend van karakter verandert is een juiste gebleken. Sinds 1995 heeft zich een aantal nieuwe ontwikkelingen voorgedaan, zowel positieve als negatieve. Een positieve ontwikkeling die zich al geruime tijd voordoet is de stabilisering van het heroïnegebruik. De gemiddelde leeftijd van de heroïneverslaafde is nog steeds stijgende en de aanwas van jonge gebruikers is, in tegenstelling tot een aantal andere landen, minimaal. Zorgwekkend is het gebruik van alcohol onder jongeren. Het aantal zwaar drinkende jongeren en jongvolwassenen neemt toe en de leeftijd waarop jongeren beginnen te drinken daalt. In het komende jaarbericht van de NDM wordt uitgebreid aandacht besteed aan de ontwikkelingen in het gebruik van alcohol en drugs. 2.1 Gebruik van drugs Onlangs heeft het Centrum voor Drugsonderzoek (CEDRO) van de Universiteit van Amsterdam de resultaten gepresenteerd van het eerste Nationale Prevalentie Onderzoek (NPO I) naar het gebruik van legale en illegale drugs onder de algemene bevolking van 12 jaar en ouder. Dit onderzoek geeft voor de eerste maai zicht op de omvang van het gebruik in het hele land en op de verschillen tussen de grote steden en de minder verstedelijkte gebieden. De bron voor gegevens over het gebruik onder scholieren vormen de Peilstationsonderzoeken. De meest recente gegevens dateren uit 1996, maar in 1999 zal dit onderzoek wederom plaatsvinden. In 1997 is onderzoek 333 gedaan naar het middelengebruik onder scholieren in het voortgezet speciaal onderwijs en spijbelopvangprojecten. Naast deze landelijke gegevens zijn ook nog regionale en lokale onderzoeksresultaten voorhanden. De NDM integreert deze gegevens en presenteert in het Jaarbericht de belangrijkste ontwikkelingen. Onder de algemene bevolking is cocaïne de meest gebruikte harddrug. 2,1% van de Nederlanders van 12 jaar en ouder heeft wel eens cocaïne gebruikt. Het percentage Nederlanders dat de afgelopen maand cocaïne heeft gebruikt ligt overigens een stuk lager, namelijk op 0,2. Er blijken geografisch relatief grote verschillen te bestaan in Nederland. In Amsterdam worden de hoogste percentages gemeten en in de minder verstedelijkte gebieden de laagste. Deze verschillen bestaan bij alle illegale drugs. Onder jongeren is cocaïne niet de meest gebruikte harddrug, maar dit middel lijkt wel aan populariteit te winnen. In 1996 had 1,1% van de scholieren in het Voortgezet Onderwijs in de maand voor het onderzoek cocaïne gebruikt. In Amsterdam zijn er signalen dat onder jongeren en jongvolwassenen die veel uitgaan cocaïne in opkomst is. Dat blijkt ook uit andere onderzoeken, hoewel het meeste gebruik incidenteel en recreatief van aard is. Dat neemt niet weg dat het aantal inschrijvingen voor cocaïne bij de ambulante verslavingszorg de afgelopen jaren is toegenomen. De prevalentiecijfers voor het gebruik van cocaïne wijken in Nederland niet veel af van die in andere Europese landen. Het verschil met de Verenigde Staten is echter zeer groot. Het ooit-gebruik van cocaïne onder de algemene bevolking bedraagt in de VS 10,5% en is vijfmaal zo hoog als in Nederland. Het gebruik in de laatste maand is in de VS 0,7% tegenover 0,2% in Nederland. 1 1 De in deze paragraaf genoemde cijfers over het gebruik in de VS zijn afkomstig uit: National Household Survey 1997 SAMSHA, Office of applied studies Washington D.C. Het gebruik van synthetische drugs (met name XTC) is in de jaren negentig toegenomen, hoewel slechts een zeer klein gedeelte van de Nederlandse bevolking ervaring met deze middelen heeft (1,9% met amfetamine en 1,9% met XTC). Van de scholieren in het Voortgezet Onderwijs kan 2,2% als actueel gebruiker worden betiteld. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 71 6

7 Er zijn signalen uit Amsterdam dat XTC onder trendsetters aan populariteit inboet. Opmerkelijk is dat in 1998 het aantal aanmeldingen voor XTC-problemen bij de ambulante verslavingszorg met bijna 25% is gedaald ten opzichte van Daarentegen is het aantal aanmeldingen vanwege amfetaminegebruik toegenomen. In 1997 en 1998 werden respectievelijk 7009 en 6436 door gebruikers aangeleverde monsters op samenstelling en dosering getest werd gekenmerkt door een bijzonder instabiele markt. Was in januari 1997 nog 62% van de monsters «echte» XTC (MDMA), in oktober was dit percentage gedaald tot 20. Tegelijkertijd steeg het percentage monsters met amfetamine van 8 naar 43. Ook werden er in dit jaar relatief veel andere stoffen aangetroffen. In 1998 is de markt voor synthetische drugs relatief rustiger geworden en heeft zich een zeker herstel voorgedaan. Eind 1998 bevatte meer dan 80% van de monsters echte XTC en was het percentage amfetamine lager dan 10. De al enige tijd geleden gesignaleerde trend dat de aanwas van nieuwe, jonge heroïnegebruikers afneemt, zet door. Het landelijk aantal inschrijvingen bij de ambulante verslavingszorg van heroïnecliënten is met name in de groep jaar sterk afgenomen. Hetzelfde beeld zien we in Amsterdam, waar sinds enkele jaren zelfs het totaal aantal verslaafden afneemt. Het is verheugend te constateren dat heroïne duidelijk uit de mode is en dat het een negatieve beeldvorming heeft onder jongeren. De conditie van de steeds ouder wordende groep van chronische heroïneverslaafden is echter zorgelijk. Onder hen komt veel psychopathologie voor en hun hulpbehoefte begint kenmerken te tonen van geriatrische zorg. Prevalentiestudies geven geen goed inzicht in de omvang van het heroïnegebruik. Uit andere omvangschattingen kan echter geconcludeerd worden dat het totaal aantal heroïneverslaafden stabiel is en ongeveer bedraagt. Er zijn geen betrouwbare gegevens voorhanden over de omvang van het gebruik van smart products en eco-drugs, uitgezonderd de consumptie van paddestoelen, vermoedelijk het meest verkochte product in de smart shops. 1,6% van de Nederlanders van 12 jaar en ouder heeft wel eens een paddo gebruikt en 0,1% heeft dit de afgelopen maand nog gedaan. Onder scholieren liggen de percentages iets hoger; 4,2% heeft wel eens een paddo geprobeerd en 1,5% de afgelopen maand. Softdrugs. Een eerdere schatting, die voornamelijk op Amsterdamse cijfers was gebaseerd, van actuele cannabisgebruikers blijkt veel te hoog te zijn geweest. Uit het NPO I onderzoek blijkt dat 2,5% van de Nederlandse bevolking de maand vóór het onderzoek cannabis had gebruikt, wat neerkomt op ongeveer personen. 15,6% van de Nederlandse bevolking heeft ooit wel eens cannabis gebruikt. In de jaren negentig is onder scholieren het gebruik van cannabis sterk gestegen. In 1992 bedroeg het ooit-gebruik van cannabis onder scholieren van 12 jaar en ouder 14% en in %. In 1992 had 7% van de scholieren de laatste maand voor het onderzoek tenminste één keer cannabis gebruikt en in 1996 was dit gestegen tot 10,7%. Ook in de meeste West Europese landen en in de VS is het gebruik onder jongeren toegenomen. Het gebruik onder jongeren in de VS ligt veel hoger dan in Nederland. Ook Groot-Brittannië en Ierland tellen relatief meer cannabisgebruikende Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 71 7

8 scholieren. Cijfers van het cannabisgebruik onder de algemene bevolking laten een zelfde beeld zien. Nederland wijkt niet veel af van andere Europese landen. Een vergelijking met de VS springt daarentegen in het oog. 32,9% van de Amerikanen van 12 jaar en ouder heeft ervaring met cannabis en 5,1% heeft de afgelopen maand nog gebruikt. Deze cijfers liggen tweemaal zo hoog als in Nederland. Het NPO I is in methodisch opzicht identiek aan de prevalentiestudies die al sinds 1997 in Amsterdam worden gehouden. Dit maakt het niet alleen mogelijk om de trend in gebruik over langere tijd te volgen, maar ook biedt dit veel informatie over patronen en frequentie in opvolgende jaren. Gebleken is dat juist het patroon en de frequentie van cannabisgebruik in Amsterdam al jaren niet zijn veranderd. Voorts wordt duidelijk dat het gebruik van cannabis veelal beperkt blijft tot een bepaalde levensfase. De meeste jongeren die ervaring hebben met cannabis gebruiken dit op experimentele basis en stoppen veelal na enkele keren. Van degenen die hun gebruik continueren, is veruit het merendeel gestopt rond het 30e of 35e levensjaar. 2.2 Gebruik van alcohol Het is aannemelijk om te stellen dat de maatschappelijke- en gezondheidsschade als gevolg van alcoholmisbruik en alcoholisme velen malen groter is dan de schade als gevolg van drugsgebruik. De totale consumptie in liters pure alcohol is sinds 1990 nauwelijks veranderd. Er wordt jaarlijks bijna 8 liter pure alcohol gedronken per hoofd van de bevolking. Uitgaande van een internationaal classificatiesysteem wordt het aantal Nederlanders dat voldoet aan de criteria voor alcoholisme en alcoholmisbruik geschat op Volgens een andere methode wordt het aantal mensen dat gemiddeld 8 of meer glazen per dag drinkt geschat op Hoewel de totale alcoholconsumptie nauwelijks veranderd is, vertoont de verdeling binnen verschillende bevolkingsgroepen zorgelijke verschuivingen. Het betreft hier met name het drankgebruik onder jongeren. Het aantal zwaar drinkende jongeren en jongvolwassenen neemt toe en jongeren besteden steeds meer geld aan alcohol. De relatie tussen alcoholmisbruik, geweld en andere vormen van criminaliteit is buitengewoon complex. Desondanks zijn er duidelijke indicaties dat alcoholmisbruik bijdraagt aan zinloos geweld. In ongeveer 40% van de geweldsmisdrijven (zowel thuis als in het publieke domein) speelt alcohol bijvoorbeeld een rol. De maatschappelijke kosten van het alcoholmisbruik zijn becijferd op f 5 miljard per jaar. 1 Slechts een gering percentage van de mensen met problematisch of overmatig alcoholgebruik zoekt hulp bij de verslavingzorg. De afgelopen jaren nam het aantal hulpvragen bij alcoholgebruik zelfs af. In 1998 is het aantal hulpvragen echter weer gestegen met 8%. Bijna mensen met alcoholproblemen stonden in 1998 ingeschreven bij instellingen voor de ambulante verslavingszorg. 3. PREVENTIE 1 Bouwmeester, O./Ernste, D., The social costs of dependence and the cost-effectiveness of addiction treatment. Hoofddorp, KPMG, De toename van het gebruik van cannabis, synthetische drugs en andere producten, noopt tot een actiefpreventiebeleid. De risico s die aan het gebruik van deze drugs verbonden zijn worden vaak onderschat. Voorlichting aan jongeren is een van de weinige middelen om het gedrag enigszins te beïnvloeden. Voorts is secundaire preventie een belangrijk middel om schade aan de gezondheid te beperken. Toch bleek uit een literatuurinventarisatie van het Trimbos Instituut uit 1998 dat er in feite Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 71 8

9 niet genoeg bekend was over de effectiviteit van verslavingspreventie; ook is meerdere malen gesignaleerd dat de verslavingszorg te weinig investeerde in de verslavingspreventie en dat de samenwerking en onderlinge kennisuitwisseling te kort schoot. Gelet op deze bevindingen wordt in het beleid voorrang gegeven aan het verbeteren van de doelmatigheid van preventie, de deskundigheidsbevordering, en aan het stimuleren van innovatie en creativiteit. Daartoe is een aantal projecten gestart. Voorts is in het kader van het programma «Resultaten Scoren» van GGZ Nederland het ontwikkelen van preventie tot één van de drie prioritaire aandachtsgebieden benoemd. (zie hoofdstuk 4.1) 3.1 Landelijke Steunfunctie Preventie Drugpreventie vindt plaats door een netwerk van locale, regionale en landelijke instellingen. Het versterken van de samenwerking tussen deze instellingen maakt deel uit van de taak van de door het ministerie van VWS gesubsidieerde Landelijk Steunfunctie Preventie van Verslavingen en Middelengebruik (LSP). Daarnaast biedt de LSP ondersteuning bij informatievoorziening, deskundigheidsbevordering en innovatie. De LSP geniet een groeiend vertrouwen van zowel landelijke als regionale instellingen. Veel instellingen, ook buiten de verslavingszorg (GGD-en, GGZ-instellingen, media, gemeenten, politie) hebben inmiddels zelf de weg naar de LSP gevonden en maken gebruik van de helpdesk van de LSP. Er vindt periodiek uitwisseling plaats tussen preventiewerkers in een door de LSP opgezet platform. Ook is de LSP nauw betrokken bij de uitvoering van verschillende van de hieronder beschreven activiteiten. 3.2 De Gezonde School en Genotmiddelen Sinds het begin van de jaren negentig biedt het project «De Gezonde School en Genotmiddelen» van het Trimbos Instituut in samenwerking met regionale instellingen en GGD en praktische ondersteuning aan scholen in het basis- en voortgezet onderwijs die structureel aandacht willen besteden aan genotmiddelen en gokken. Uit de evaluatie van het project blijkt dat de combinatie van een informatieve en een persoonsgerichte benadering effect sorteert. 1 Leerlingen op scholen waar dit project wordt uitgevoerd gaan significant bewuster omgaan met tabak, alcohol en cannabis en hebben een betere kennis over deze middelen. Ook is bij verschillende leerlingengroepen een lagere frequentie van gebruik aangetoond en blijkt de intentie tot gebruik minder dan op scholen waar het project niet wordt uitgevoerd. Continuïteit en eenduidigheid in voorlichting en preventie blijken het meest effectief. De methode van dit project krijgt ook in het buitenland belangstelling. 3.3 Preventie gericht op recreatief gebruik van drugs 1 De gezonde school en genotmiddelen. Effecten van invoering van een schoolgezondheidsbeleid voor genotmiddelen in het voortgezet onderwijs, Rescon, 1997a. In opdracht van het ministerie van VWS voert het Trimbos Instituut het plan «Uitgaan en Drugs » uit, dat zich richt op het recreatieve gebruik van middelen door jongeren in het uitgaanscircuit. Het plan gaat uit van de ontwikkeling van een «community-aanpak» waarin regionale preventie-activiteiten worden gekoppeld aan activiteiten op landelijk niveau. Deze activiteiten zijn geordend in zogenoemde productgroepen, zoals coffeeshops, reguliere horeca en grootschalige evenementen. Binnen deze productgroepen is een verdeling gemaakt in «domeinen» van de leefwereld van jongeren: vrije tijd, school en thuis. Voor elk van deze domeinen worden producten of activiteiten ontwikkeld, zoals preventie in coffeeshops en jongerencentra door cursussen gericht op voorlichting en signalering van problematisch gebruik, verdere ontwikkeling van een Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 71 9

10 lessenserie over genotmiddelen, reglementeren, ouderparticipatie, het inzetten van vertrouwensleerlingen, een anti-dealproject, producten gericht op opvoedingsondersteuning. Eind 1999 komt specifiek voorlichtingsmateriaal beschikbaar over uitgaansdrugs voor de reguliere horeca en grootschalige party s. In het voorjaar van 2000 brengt de LSP samen met het Steun- en Informatiepunt Drugs en Veiligheid (SIDV) het advies uit over toepassing van «Stadhuis en House» in de reguliere horeca. Het advies zal concrete voorstellen bevatten voor een gedifferentieerd preventiebeleid, gericht op uitgaansdrugs in de reguliere horeca. 3.4 Drugs en Verkeer Een ander terrein waarop het kabinet een gericht preventiebeleid van belang vindt, is het verkeer. De uitkomsten van een beperkt onderzoek van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) geven daartoe alle aanleiding. 1 Uit dit onderzoek bleek dat van de onderzochten bij circa 8% druggebruik vastgesteld kon worden. Bij mannelijke bestuurders tussen 18 en 25 jaar was zelfs sprake van 17,5% (met name cannabis). De resultaten van de analyses die het Gerechtelijk Laboratorium (GL) jaarlijks verricht op circa 3000 bloedmonsters van automobilisten die worden verdacht van rijden onder invloed wijzen in dezelfde richting. In ongeveer 15% van de gevallen blijkt dat de verdachte drugs heeft gebruikt. Om een zo representatief mogelijk landelijk beeld te verkrijgen van het druggebruik in het verkeer hebben de ministers van VWS en van V&W opdracht gegeven tot een uitgebreider onderzoek. Hiervan komen de resultaten in het najaar van 1999 beschikbaar. Het GL zal de onderzochte bloed- en urinemonsters van de laatste jaren screenen op basis van de actuele Duitse en Belgische wetgeving en bezien welke strafrechtelijke consequenties dit zou hebben voor de Nederlandse situatie. Een ambtelijke werkgroep zal de betrokken ministers eind 1999 adviseren over eventueel noodzakelijke aanvullende regelgeving. In Europees verband wordt gezamenlijk gewerkt aan het vinden van oplossingen voor de algemene problematiek van het gebruik van rijgevaarlijke middelen. Een EU-werkgroep komt naar verwachting eind 1999 met concrete aanbevelingen, waaronder advies over adequate testmethoden bij verkeerscontroles en verdere mogelijkheden van laboratoriumonderzoek. Een andere werkgroep houdt zich bezig met mogelijkheden om door gedragskenmerken druggebruik in het verkeer vast te stellen (drug recognition). Een werkgroep van de Raad van Europa (Pompidougroep) «Road Traffic and Drugs» heeft een vergelijkende studie uitgebracht over de situatie rond drugs en verkeer in 12 Europese landen. 3.5 Trendwatchers 1 Oriënterende studie in het kader van het Jaarlijks Rij- en Drinkgewoontenonderzoek, Tenslotte zij hier vermeld dat drugspreventie alleen doelmatig kan zijn als deze inspeelt op relevante ontwikkelingen in de praktijk. «Trendwatchers» zoals de stichting Mainline, het Adviesbureau Drugs en het Landelijk Steunpunt Drugsgebruikers leveren een belangrijke bijdrage aan het beleid. De signalementen die door deze organisaties worden afgegeven zijn niet alleen van belang voor het ontwikkelen van preventie, maar ook voor de beleidsontwikkeling van de zorg en van de monitoring. Deze organisaties ontvangen subsidie van de minister van VWS. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

11 4. VERSLAVINGSZORG In de loop der tijd heeft zich een uitgebreid, gedifferentieerd en goed ontwikkeld landelijke netwerk van voorzieningen voor verslavingszorg ontwikkeld, mede onder invloed van het overlastbeleid (zie hoofdstuk 5). In het buitenland kijkt men daar terecht met waardering naar. Er is de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in activiteiten om te komen tot een effectievere zorg, een effectief bestuur van de verslavingszorg en een doelmatiger financiering. Op basis van het ontwikkelingsprogramma «Resultaten Scoren» werkt de sector aan een zorg die meer «evidence based» is. Het is verheugend dat ook de artsen (KNMG drugsproject) in samenspraak met andere betrokken instanties recent voorstellen ontwikkeld hebben om de continuïteit van de verslavingszorg te bevorderen. De minister van VWS heeft experimenten geïnitieerd om te bezien of nieuwe interventies meer resultaat geven: het op medisch voorschrift verstrekken van heroïne, afkicken onder narcose en verhoogde doses methadon. De RVZ en RMO hebben voorstellen gedaan om te komen tot een regionale regie op beleidsniveau en operationeel niveau. Op basis van het advies van de Rfv kunnen de middelen voor de ambulante verslavingszorg rechtvaardiger toegedeeld worden. 4.1 Versterking van de kwaliteit en de effectiviteit van de verslavingszorg Ontwikkelingen in de sector. Vorig jaar is de Tweede Kamer geïnformeerd over het ontwikkelingsplan «Resultaten scoren» op basis waarvan de sector wil werken aan meer kwaliteit en effectiviteit van de verslavingszorg. 1 Inmiddels wordt met de sector overlegd over de uitwerking van het plan. Er is reeds besloten tot de realisatie van een drietal «ontwikkelingscentra», d.w.z. samenwerkingsverbanden van instellingen van verslavingszorg. Deze centra richten zich op de programma s «kwaliteit van de zorg», respectievelijk «preventie» en «sociale verslavingszorg». Bij de verdere uitwerking van het ontwikkelingscentrum «kwaliteit» zijn van belang de onderstaande aanbevelingen van de KNMG. Bij de uitwerking van het programma «sociale verslavingszorg» zal de uitkomst van de evaluatie van het overlastbeleid betrokken moeten worden. Een deel van de voorstellen is inmiddels gehonoreerd; er is nog een aantal aanvullende vragen gesteld. Naar verwachting is op korte termijn het project volledig operationeel. KNMG-Rapport. De KNMG pleit in het document «Taken, Rollen en Verantwoordelijkheden van artsen bij drugs gerelateerde problemen» voor een versterking van de medische zorg aan verslaafden en heeft een reeks aanbevelingen geformuleerd aan allerlei instanties waaronder organisaties van beroepsbeoefenaren, zorginstellingen en aan overheden. Zo bepleit de KNMG bij de ministers van VWS en van Justitie de functie van zorgcoördinator voor drugsverslaafden die de continuïteit van de verslavingszorg bewaakt. Deze bewindslieden zullen met GGZ Nederland en de Vereniging Verslavingsgeneeskunde Nederland (VVGN) overleggen over de haalbaarheid van een project ter uitwerking van de voorstellen. 1 Brief van de minister van VWS dd. 19 juni 1998 (kenmerk GVM/VZ/ ). Medische zorg gevangenissen. De verstrekking van methadon aan verslaafden in penitentiaire inrichtingen kent een gevarieerde praktijk. Hieraan liggen twee aspecten ten grondslag. Enerzijds individuele verschillen tussen gedetineerden, hun verleden en hun perspectief (verblijfsduur), en anderzijds de verschillende opvattingen van artsen over het verstrekken van methadon. Om meer eenduidigheid op dit gebied te verkrijgen, lopen thans meerdere trajecten. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

12 In de eerste plaats de adviesaanvraag van de ministers van Justitie en van VWS aan de Gezondheidsraad over de medische begeleiding van verslaafde gedetineerden onder verschillende penitentiaire regimes. Naar verwachting brengt de raad medio 2000 het advies uit. In de tweede plaats zullen de aanbevelingen van het KNMG-drugproject (zie boven) ter zake van justitie nader door dit ministerie worden uitgewerkt. Tenslotte zullen in dit verband ook de uitkomsten van het onderzoek naar kwaliteitsaspecten van de gezondheidszorg in penitentiaire inrichtingen «Zorg achter tralies» (IGZ en RIVM, augustus 1999) worden betrokken. Het advies van de GR uit 1998 over onderzoek naar druggebruik had ook betrekking op de controle op druggebruik in penitentiaire inrichtingen. Het advies van de raad heeft er toe geleid dat in de nieuwe Regeling UrinecontroIe penitentiaire inrichtingen onder andere voorwaarden zijn opgenomen welke voldoende garantie bieden tot een zorgvuldige analyse en interpretatie van de resultaten. Indicatiestelling en trajectbenaderingen. In 1997 heeft het indicatieoverleg GGZ (IOG ) aan de minister van VWS een modelprocedure voor een meer onafhankelijke, objectieve en integrale indicatiestelling aangeboden. Eind 1998 heeft de bestuurscommissie verslavingszorg van GGZ Nederland besloten om aan te haken bij de modelprocedure van het IOG. Dit zal tot effect hebben dat de ggz en verslavingszorg over en weer de methoden voor hun indicatiestelling aan de voordeur op elkaar zullen afstemmen. Dit zal leiden tot meer aandacht enerzijds voor alcohol- en druggebruik en verslaving in de ggz en anderzijds voor psychopathologie in de verslavingszorg. In het beleidsplan van GGZ Nederland is vastgelegd dat in 2000 in alle regio s de afstemming tussen de ggz en verslavingszorg in convenanten moet zijn vastgelegd, met bijzondere aandacht voor een gezamenlijke aanpak van meervoudige problematiek. GGZ Nederland bereidt een model- of raamconvenant voor. Wachtlijstregistratie. Bij brief van 7 juni 1999 heeft GGZ Nederland bij VWS een notitie ingediend aangaande een minimum-gegevensset voor de ggz, met betrekking tot de registratie van wachttijden en wachtlijsten. Dit is een belangrijke ontwikkeling die het landelijke en regionale inzicht in de relatie tussen vraag en aanbod zal bevorderen. De minimale gegevensset inzake wachtlijsten zal worden opgenomen in de gegevensset De ggz-instellingen, inclusief de verslavingsklinieken, dragen zelf zorg voor aanpassing van hun huidige ziekenhuisinformatiesysteem. Ook de gegevens van de CAD s, opgenomen in het LADIS via het systeem Addictis, zullen aangepast gaan worden aan de ggz-gegevensset Er zullen zo landelijke, vergelijkbare gegevens beschikbaar komen over de wachtlijsten in de ggz en de verslavingszorg. Informatiebeleid. Krachtens de begin dit jaar van kracht geworden Registratieregeling Verslavingsbeleid zenden de ambulante verslavingszorginstellingen geanomiseerde gegevens over individuele personen in behandeling naar de Stichting Informatievoorziening Verslavingszorg waar deze gegevens worden bewerkt. Op die manier ontstaan snelle en handzame landelijke rapportages. Een vergelijkbare stroom gegevens is over de intramurale verslavingszorg nog niet beschikbaar. GGZ Nederland heeft laten weten zich in te willen spannen om de lidinstellingen te bewegen een gekoppelde registratie mogelijk te maken. Daarnaast beziet de minister van VWS hoe binnen de huidige wetgeving of indien noodzakelijk door nieuwe wetgeving, de integrale landelijke gegevensbestanden tot stand kunnen komen. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

13 Het project Landelijke Centrale Middelenregistratie beoogt de voorschrijvende artsen, zowel buiten als binnen de penitentiaire sfeer, in staat te stellen bij nieuwe patiënten voor vervangende middelen zoals methadon en mogelijk farmaceutische heroïne, na te gaan of deze niet al reeds in behandeling zijn. Bovendien wordt in een deelproject bezien of de toepassing van biometrische technologie ter verificatie van de identiteit van hulpverlener en patiënt doeltreffend en doelmatig is. De registratie zal kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de zorg (voorkomen overdosering, continuïteit van zorg), aan het tegengaan van de kans op illegale verhandeling van opiaten, aan toezicht en beveiliging. In het kader van het project wordt tevens bestudeerd welke financiële en bestuurlijke gevolgen invoering van de registratie zou kunnen hebben. 4.2 Behandelmethoden Heroïne-experiment. Begin 1999 kreeg de politieke instemming met het heroïne-experiment op landelijk niveau zijn beslag. De ervaringen in Amsterdam en Rotterdam wezen uit dat de twee eerste behandeleenheden geen noemenswaardige problemen op het terrein van veiligheid, beheersbaarheid en openbare orde hadden. Per 1 augustus 1999 zijn in Amsterdam 100 deelnemers in het onderzoek betrokken. In Rotterdam gaat het om 92 deelnemers. Volgens plan behoort het experiment in de loop van dit jaar te worden uitgebreid met behandeleenheden in Den Haag, Utrecht, Groningen en Heerlen. De Centrale Commissie Behandeling Heroïneverslaafden meldde vorige maand echter dat de start van de nieuwe units in de meeste gemeenten in het eerste kwartaal van 2000 zal plaats vinden. Heerlen ligt wel op schema. Door deze vertraging is het realistisch te verwachten dat de eindrapportage enkele maanden opschuift. In Amsterdam komt een tweede behandeleenheid. De besluitvorming in Rotterdam is nog gaande. Bezien zal worden in hoeverre een tweede groep deelnemers in die gemeente kan worden bediend in de bestaande voorziening. Afkicken onder narcose. Na enkele kleinschalige experimenten waarin aangetoond is dat afkicken onder narcose ook in Nederland succes kan hebben, heeft de minister van VWS een experiment mogelijk gemaakt waarin opiaatverslaafden met behulp van naltrexon onder narcose lichamelijk ontwennen. Naltrexon gaat de zucht naar opiaten tegen en zorgt dat er geen kick optreedt indien iemand toch gebruikt. In het experiment zullen 150 personen met behulp van naltrexon onder narcose afkicken. Nog eens 150 verslaafden kicken af met behulp van naltrexon, maar dan zonder narcose, in een lagere dosering, verspreid over een langere tijd (5 dagen). Deze twee snelle detoxificatiemethoden zullen niet alleen onderling, maar ook met de gebruikelijke methadonafbouw vergeleken worden. De doelstelling is om niet alleen inzicht te krijgen in de zinvolheid van het afkicken onder narcose, maar ook in de kosteneffectiviteit en kostenutiliteitsaspecten van de drie methodes. In september 1999 begint de instroom van proefpersonen. Methadonverstrekking. Met het oog op terugkerende vragen over de effectiviteit van het verstrekken van methadon heeft de minister van VWS het onderzoek «De situatie van methadonclienten na twee jaar» (Bureau Driessen) laten uitvoeren. Uit het recent gepubliceerde studierapport blijkt dat van een groep van 599 cliënten die in 1991 zijn geïnterviewd, 8,4% na twee tot tweeënhalf jaar geen drugs (behalve alcohol of cannabis) of methadon meer gebruiken (abstinent, clean) en niet in de gevangenis zitten. Meer begeleiding gaat gepaard met een grotere kans op abstinentie. Buiten de 1,5% die is overleden bestaat de rest van de groep dus uit 90% cliënten die nog steeds methadon gebruiken. 57% van hen is als Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

14 de situatie per persoon wordt beschouwd in problematiek gelijk gebleven; 26% is er op vooruit gegaan en ruim 17% op achteruit. Naast de resultaten voor het individu zijn de doelstellingen van de methadonverstrekking ook gericht op collectieve belangen zoals aids-preventie en beperking van overlast. Mede daarom pleit de onderzoeker niet voor een terugkeer naar de abstinentiedoelstelling als centraal thema voor de verslavingszorg. Deze zou zich wel meer kunnen richten op afkickpogingen en meer activiteiten kunnen ondernemen die gericht zijn op de preventie van terugval na een cleane periode. De financiering van de methadon vindt vanaf 1997 plaats op basis van een tijdelijke subsidieregeling van de Ziekenfondsraad. Deze regeling is recent verlengd tot 1 januari De minister van VWS wil namelijk de vormgeving van de structurele financiering betrekken bij het bredere vraagstuk van de bekostiging van medicijnen en laboratoriumonderzoek die verslavingszorgartsen voorschrijven in de ambulante verslavingszorg. Hierover heeft GGZ Nederland onlangs een voorstel uitgebracht. Het standpunt hierover wordt ingenomen wanneer het advies van de Gezondheidsraad over de medicamenteuze behandeling van verslaving is ontvangen. Dat advies wordt medio 2000 verwacht. Ook de voorstellen over de intensivering van de medische zorg en de ontwikkeling van de Landelijke Centrale Middelen Registratie worden hierbij betrokken. In Nederland worden van oudsher lage doses methadon (gemiddeld 40 mg/dag) verstrekt, ook in onderhoudsprogramma s. Met het verstrekken van hoge doses als onderhoudsmiddei (> 60 mg/dag) zijn in de Verenigde Staten gunstige resultaten behaald. Het bijgebruik neemt af, de psychische en sociale situatie van de verslaafde gaat vooruit en de criminaliteit vermindert. Dat was aanleiding voor de minister van VWS om een experiment te starten om na te gaan in welke mate in de Nederlandse situatie de verstrekking van hoge doses methadon kan bijdragen aan die verbeteringen. Uit de eerste tussenrapportage (december 1998) blijkt dat de hogedosesgroep zich sterker stabiliseert, minder vaak achteruitgaat en zelfs iets vaker vooruit. Als dat patroon zich handhaaft bij nadere analyse van grotere groepen, dan ligt de winst van hoge methadondoses vooral in het tegengaan van de achteruitgang. In het vervolg van het onderzoek zal moeten blijken of dit op den duur tot vooruitgang leidt. De eindrapportage van het experiment is gepland in Vaccinatieprogramma hepatitis B. Sinds oktober 1998 vindt onderzoek plaats naar de haalbaarheid en het bereik van een hepatitis B-vaccinatieprogramma gericht op verschillende risicogroepen zoals mensen die harddrugs gebruiken. Na twee jaar (oktober 2000) zullen de gegevens over opkomst en bereik worden geanalyseerd. Het eindverslag van de Landelijke Coördinatiestructuur Infectieziekten (LCI) volgt in Nu het programma inmiddels tien maanden loopt kan worden geconstateerd dat de bereidwilligheid van de groep verslaafden om aan de vaccinatie deel te nemen groot is. Rond de 200 gebruikers zijn tot nu toe gevaccineerd. 4.3 Verslavingszorg en allochtonen 1 Kamerstukken II, , , nr. 1. In de nota «Verslavingszorg en allochtonen» 1 zijn maatregelen aangekondigd om nieuwe impulsen te geven aan de vermindering van de verslavingsproblematiek onder allochtonen. Dit beleid wordt thans uitgevoerd. Sinds medio 1998 functioneert het Gestructureerd Overleg Multiculturele Verslavingszorg, waarin dit beleid wordt gecoördineerd. Voorts wordt een ondersteunende rol gespeeld door het Platform Multiculturele Verslavingszorg (PMV). Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

15 Het Arrazi-preventieproject. Het doel van dit specifieke op Marokkaanse doelgroep opgezette preventieproject is om bij te dragen aan het verminderen van de problemen rond verslaving en criminaliteit. De specifieke preventiemethodiek is gericht op het geven van voorlichting in de eigen taai. Dit heeft geresulteerd in een positieve uitwerking op het doorbreken van de zeer sterk aanwezige taboesfeer binnen de Marokkaanse gemeenschap rond deze items. Voorts heeft Arrazi inmiddels op zowel landelijk als op Amsterdams niveau samenwerkingsprojecten kunnen realiseren met Jellinek, Stichting IMCO, NPI en Tjandu. Met het oog op de overdracht van de methodiek wordt er overleg gevoerd met de landelijke organisaties Forum en Trimbos, alsmede met lokale en gemeentelijke instellingen. Het project heeft een groot draagvlak binnen de Marokkaanse gemeenschap. Tjandu. Deze landelijke Molukse stichting heeft haar activiteiten voor de eigen Molukse doelgroep verbreed tot andere allochtone groepen. Dit komt onder meer tot uiting in het project Allochtone Jongeren en Creatieve Werkvormen in de Verslavingspreventie. Op basis van de ervaringen wordt een handleiding creatieve werkvormen bij voorlichtingsactiviteiten ontwikkeld vanuit de zelfhulpbenadering. Eind 1999 zullen de aparte handleidingen voor Antillianen, Turken en Marokkanen klaar zijn, naast de reeds gemaakte handleiding voor Molukkers. De voorlopige uitkomsten van het onderzoek Molukse verslavingsproblematiek anno 1999, laten een substantiële daling zien van het aantal Molukse harddrugverslaafden. Onderzoek en monitoring. Om een beter inzicht te krijgen in de omvang en aard van de minderhedenproblematiek vindt er een cohortstudie plaats toegespitst op de vraag in welk deel van het hulpverleningstraject de dropout van allochtone verslaafden plaatsvindt. De studie wordt in maart 2000 opgeleverd. Het Institute for Migration and Ethnic Studies doet een vergelijkend onderzoek naar de invloed van gemeenschap en wijk (riskante relaties) op maatschappelijk deviant gedrag van allochtone jongeren, met bijzondere aandacht voor druggebruik en -verslaving. In het kader van het Programma Verslaving van ZON/NWO zijn tot en met 1998 zes op allochtonen gerichte projecten gehonoreerd. Vier projecten richten zich op de effectiviteit en kwaliteit van hulpverlening aan allochtonen. De twee andere onderzoeken moeten informatie opleveren waarom allochtone verslaafden relatief weinig gebruik maken van de verslavingszorg. Innovatie van de verslavingszorg. GGZ-Nederland bereidt een aanpak voor, waarbij ook de aanzetten voor een transcultureel beleid in andere ggz-sectoren betrokken worden. Voorts is in het kader van «Resultaten Scoren» als een van de subsidievoorwaarden gesteld dat de aandacht voor minderheden voorrang dient te krijgen. 4.4 Sturing en financiering van de verslavingszorg Verslavingszorg herijkt. Op 18 augustus heeft de minister van VWS de Kamer geïnformeerd over dit gezamenlijk advies van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) en de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO). Zij stellen dat er op verschillende niveaus sprake is van onvoldoende afstemming en regie, met name bij het realiseren van adequate hulp voor verslaafden. Zij concluderen dat het binnen de huidige functionele en territoriale bestuurlijke lijnen niet wenselijk is om één van de actoren (zorgkantoor, gemeente, provincie, rijksoverheid) de regie te laten voeren in de verslavingszorg. De kern van het voorgestelde besturingsmodel is dat de bestaande beleidsverantwoordelijkheden en Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

16 bekostigingsstromen grotendeels intact blijven, maar dat op de verschillende sturingsniveaus verbindingen gelegd worden. Voorgesteld wordt dat op landelijk niveau de minister van VWS zorg draagt voor de totstandkoming van een integraal, meerjarig perspectief voor de verslavingszorg, bij voorkeur in de vorm van een convenant tussen budgethouders en overige belanghebbenden. Een in te stellen Interdepartementale Commissie Verslavingszorg en -beleid dient het convenant voor te bereiden. Daarnaast achten RVZ/RMO op regionaal niveau twee verbindingen noodzakelijk. Onder regie van de provincie/ grote steden wordt een bestuurlijk platform verslavingszorg opgezet voor de beleidsregie. Het bestuurlijk platform dient een regiovisie te formuleren: een meerjarig beleidskader op basis van zowel de specifieke kenmerken van de regio als het landelijk convenant. De operationele regie zou dan komen te liggen bij een overleg van budgethouders: zorgkantoor, centrumgemeente(n) en justitie. De aanbevelingen van RVZ/RMO worden thans bestudeerd en met betrokken departementen en organisaties besproken. Met name wordt nagegaan of er voldoende draagvlak voor een experiment is waarin in een proefregio aanbevelingen van de RVZ/RMO over de regionale aansturing toegepast gaan worden. Een randvoorwaarde is dat de uitwerking hiervan overeenstemt met de voorstellen over de modernisering van de AWBZ. 1 De minister van VWS zal de Kamer voor 1 november a.s. haar standpunt doen toekomen. Het standpunt op het advies van de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv) over onder meer de verdeling van de gelden voor de specifieke uitkering verslavingsbeleid is aan u toegezonden. Mede dankzij de f 35 mln. die het kabinet voor laagdrempelige opvang beschikbaar heeft gesteld is het mogelijk het Rfv-advies voor de uitkeringen maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid uit te voeren. Van deze f 35 mln. wordt f 19,1 mln. gebruikt voor de uitvoering van het advies. De overige middelen worden gebruikt om de 24-uurs-opvang van overlastgevenden te versterken. Uitgangspunt daarbij is dat de in het kader van het overlastbeleid opgezette voorzieningen indien gemeenten dat willen gecontinueerd worden. 5 OVERLASTBELEID 1 Kamerstukken II, , nr , nr. 1. Het in de afgelopen jaren ontwikkelde beleid om de overlast van harddrugverslaafden te verminderen heeft de verslavingszorg gestimuleerd om een gedifferentieerd aanbod van zorgvoorzieningen (verslavingszorg en justitiële zorg) te ontwikkelen. Van laagdrempelige opvangvoorzieningen is vastgesteld dat zij onder bepaalde condities bijdragen aan een vermindering van de overlast in het publieke domein. Een belangrijke succesfactor is verder de samenwerking tussen politie en hulpverlening. De ervaringen van het overlastbeleid leren ook dat voor een effectief vervolgbeleid realistische doelen gesteld moeten worden. Gedragsverandering van overlastgevende harddrugverslaafden blijkt in veel gevallen te hoog gegrepen te zijn. Gebleken is verder dat overlast door meer groepen dan alleen harddrugverslaafden veroorzaakt wordt. De ervaringen van het drugoverlastbeleid kunnen gebruikt worden in de voorstellen om te komen tot een sluitende structuur van opvang van overlastgevenden, in het kader van het integraal veiligheidsbeleid. Het gemeentelijk instrumentarium om de overlast van verkooppunten van drugs aan te pakken is in de afgelopen kabinetsperiode vergroot. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

17 5.1 Uitgangspunten vervolgbeleid In 1993 constateerde het toenmalige kabinet dat de overlast die harddrugverslaafden veroorzaakten een apart drugoverlastbeleid noodzakelijk maakte. 1 Sindsdien is aanzienlijk geïnvesteerd in het opzetten van projecten en voorzieningen teneinde de overlast te doen verminderen. De samenhang in maatregelen en de samenwerking tussen gemeente, verslavingszorg en politie en justitie behoorden tot de kern van het overlastbeleid. Inmiddels is de projectperiode afgerond. Op 1 juli 1999 heeft de Tweede Kamer de evaluatierapporten ontvangen over het overlastbeleid. 2 De uitkomsten van deze evaluaties vormen de uitgangspunten van het vervolgbeleid. Differentiatie en continuïteit van voorzieningen. Er zijn in de afgelopen jaren velerlei projecten en voorzieningen opgezet. Sommige daarvan blijken goed te functioneren; van andere voorzieningen vallen de uitkomsten tegen of blijken ze tot andere resultaten te leiden dan indertijd verwacht werd. De Intramurale Motivatiecentra en deels de drangprojecten zijn daarvan voorbeelden. Het is duidelijk geworden dat het overlastbeleid per definitie een gedifferentieerd beleid moet zijn. Een andere belangrijke conclusie is dat het beleid pas werkelijk effectief is als er sprake is van samenhang tussen de voorzieningen. Cliënten mogen niet tussen de wal en het schip in vallen. Dit vraagt om vormen van continue begeleiding van betrokkenen, en derhalve ook om een samenhangende regie van de voorzieningen. De invalshoek «drugoverlast» is te beperkt. Bij de formulering van het overlastbeleid is indertijd nadrukkelijk gekozen om het accent te leggen op de overlast die harddruggebruikers veroorzaken. Het blijkt dat in veel gemeenten en wijken niet de harddrugverslaafden de grootste bron van overlast zijn. Ook het gedrag van andere groepen (uitgaanspubliek, daklozen) kan voor overlast zorgen. Uitgangspunt is derhalve dan in het vervolgbeleid het begrip «overlast» breed wordt opgevat. Samenhang van beleid en maatschappelijk draagvlak. Alle betrokken actoren moeten bij de uitvoering van het beleid betrokken worden. Zo is in een aantal gemeenten succes geboekt wanneer de omgeving van gebruikersruimten intensief gecontroleerd werd door politie. Is de politie niet nadrukkelijk aanwezig, dan bestaat de kans dat grote concentraties verslaafden dealers aantrekken. Ook de betrokkenheid van de bevolking is een vereiste voor een succesvol beleid, bijvoorbeeld bij de vestiging van een (opvang)voorziening. Voor het bewerkstelligen van een voldoende draagvlak voor het beleid is het nodig dat burgers meer betrokken worden bij de oplossing. Integrale bestuurlijke regie van het overlastbeleid. De afstemming tussen de Stuurgroep Vermindering Overlast en de Task Force Veiligheid en Verslavingszorg heeft in de praktijk tot een aantal onduidelijkheden geleid. Een van de bevindingen van de evaluatie was dan ook dat de aansturing van het overlastbeleid goed geregeld moet zijn. Dat betreft actoren als de betrokken departementen, de VNG, het OM, de koepels van de verslavingszorg en de reclassering, en met name de betrokken gemeenten. Een doelmatige aansturing van het beleid is daarom een belangrijk aandachtspunt. 1 Kamerstukken II, , , nr Over last en beleid; Regioplan, 1999, Buurt en Overlast,, Intraval, 1999; Tussen straat en kliniek, Regioplan Onderzoek, monitoring en kennisoverdracht. Het overlastbeleid is van start gegaan terwijl er feitelijk nog weinig bekend was over aard en omvang van de overlast en effectiviteit van voorzieningen. In de loop van de projectperiode zijn geleidelijk aan steeds meer gegevens verzameld en is meer kennis ontstaan omtrent de daartoe te hanteren registratie- Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

18 technieken. Tevens is het inzicht in maatregelen die effectief kunnen zijn in de vermindering van overlast toegenomen. Gemeenten hebben aangegeven groot belang te hechten aan de overdracht van de verworven kennis en inzichten. Het vervolgbeleid dient hiermee rekening te houden. 5.2 Activiteiten Bovenstaande uitgangspunten zijn inmiddels in tal van activiteiten in praktijk gebracht. Voortgang voorzieningen Gemeentelijke projecten: de middelen die bestemd waren voor gemeentelijke overlastprojecten (jaarlijks f 16,7 mln.) blijven ook na de afloop van de SVO-projectperiode ter beschikking van de gemeenten staan. Zij zijn betrokken bij de implementatie van het advies van de Rfv. Daarbij heeft sterk meegewogen dat uit de evaluaties bleek dat met name laagdrempelige voorzieningen effect sorteerden. De gemeenten behouden de mogelijkheid activiteiten voort te zetten, waaronder bijvoorbeeld de financiering van de projecten Begeleid wonen. Deze projecten zijn in alle 26 overlastgemeenten gerealiseerd en voorzien in een grote behoefte. AWBZ-gefinancierde experimentele voorzieningen. Er zijn 1 intramurale motivatiecentra gerealiseerd met in totaal 140 bedden. Deze voorziening heeft ten doel justitiabele drugsverslaafden in circa 3 maanden zodanig te motiveren dat zij doorstromen naar de reguliere verslavingsklinieken. De Forensische Verslavingskliniek (45 bedden) is inmiddels operationeel en bestaat uit een besloten en een open afdelingen en is tevens bedoeld voor justitiabeie drugsverslaafden met een zwaarder strafblad dan de hierboven genoemde cliënten. Op basis van evaluatie-onderzoek zal worden beoordeeld of deze voorzieningen aan de doelstellingen voldoen. Het College voor ziektekostenverzekeringen continueert eveneens de financiering van de Sociale pensions. De f 2 mln. die vanaf de start van het overlastbeleid is besteed aan het realiseren van sociale pensions blijft hiervoor beschikbaar. Deze pensions zijn niet alleen bestemd voor drugsverslaafden, maar herbergen een bredere doelgroep, waaronder bijvoorbeeld ook dak- en thuislozen en mensen met psychische stoornissen. Projecten. De minister van VWS heeft in enkele incidentele gevallen projectsubsidies verstrekt ten behoeve van nieuwe initiatieven. Een voorbeeld daarvan zijn de Zorgboerderijen, waar (ex)verslaafden wordt geleerd een dagstructuur aan te brengen om zodoende een normaal arbeidspatroon aan te leren. De (ex)verslaafden worden begeleid door de boeren zelf, die hen de basisvaardigheden van het vak leren. Drangprojecten Uit de evaluatie van de SVO projecten is gebleken dat drangprojecten onder de doelgroep criminele verslaafden veelal een beperkter bereik hebben gehad dan werd verwacht en voorts dat de uitval onder de deelnemers groter is dan werd voorzien. De overtuiging bestaat evenwel dat het concept van drangprojecten, om vanuit de strafrechtsketen criminele verslaafden proberen toe te leiden naar de zorg, goed is. Het ministerie van Justitie zal met betrokken partijen in ieder geval het OM en GGZ Nederland (koepelorganisatie van de verslavingsreclassering) bezien hoe de toepassing van deze projecten kan worden verbeterd. Aandachtspunten daarbij zijn in het bijzonder knelpunten in het toeleidingstraject en het programmatisch aanbod. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

19 Strafrechtelijke Opvang Verslaafden Het vorige kabinet had een wetsvoorstel ingediend om te komen tot een gedwongen opvangvoorziening voor sterk recidiverende criminele verslaafden: de Strafrechtelijke Opvang Verslaafden. De Tweede Kamer heeft op 17 juni 1999 een nader verslag uitgebracht. Het streven is in oktober 1999 de nota n.a.v. dit nader verslag aan de Kamer aan te bieden. Er zullen SOV-voorzieningen worden gerealiseerd voor de G 4, alsmede voor een cluster van steden uit de G 21. Op lokaal niveau wordt per SOV gewerkt aan de voorbereiding van de ingebruikname. Er vanuit gaande dat de wettelijke regeling op dat moment gereed is, is de planning dat de eerste SOV in het najaar 2000 in Rotterdam in gebruik wordt genomen. VerslavingsbegeIeidingsafdelingen (VBA) Op dit moment zijn er binnen de penitentiaire inrichtingen 465 VBA cellen in gebruik. Het bij de aanvang van het overlastbeleid geraamde aantal van 623 VBA cellen, blijkt niet in overeenstemming te zijn met de behoefte. Het aantal drugsverslaafden in penitentiaire inrichtingen is echter onverminderd hoog. GGZ Nederland gaat er van uit dat tenminste 50% van de gedetineerdenpopulatie drugverslaafd is. Eind 1998 is mede daarom een werkgroep ingesteld die in november 1999 een plan van aanpak zal opleveren dat de implementatie van de verslavingsbegeleidingstrajecten verder moet stimuleren. Pas als de effecten hiervan merkbaar worden, zal uitbreiding van het aantal VBA-plaatsen weer aan de orde zijn. Integraal Veiligheidsprogramma 1 Kamerstukken II, , , nr. 1. De overlast van allerlei groepen heeft een hardnekkig karakter. Niet voor niets hebben daarom inspanningen om de overlast in het publieke domein te verminderen belangrijke aandacht in de convenanten met de grote steden en in het Integraal Veiligheidsprogramma (IVP). 1 Mede op basis van de ervaringen met het overlastbeleid heeft het kabinet activiteiten aangekondigd die de totstandkoming van een 24 uurstructuur voor de opvang van overlastgevenden moeten bevorderen. Voor een sluitende structuur is het nodig dat de instellingen voor geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg het outreachend werken gaan versterken. Daarnaast dienen politie en hulpverlening op lokaal niveau afspraken te maken over de bereikbaarheid van de hulpverlening in acute overlastsituaties. Op basis van de gezamenlijke onderzoeken van de Inspectie Politie en de Inspectie Gezondheidszorg naar de rol van de politie bij opvang respectievelijk naar de 24-uursopvang in de hulpverlening zullen de ministers van BZK en VWS bezien hoe zij een en ander kunnen bevorderen. Eind 1999 ronden genoemde Inspecties de onderzoeken af. In dit kader past ook het voorgenomen experiment «maatschappelijke opbrengst van laagdrempelige opvang». Bij die maatschappelijke opbrengst wordt dan niet alleen gedacht aan vermindering van de overlast op straat, maar ook aan een verminderde druk op dure plaatsen binnen justitiële inrichtingen en op de inzet van politie. Gegeven de hierboven genoemde noodzaak om te komen tot een sluitende opvang voor overlastgevenden wil het kabinet aan de in hoofdstuk 1 genoemde interbestuurlijke werkgroep een advies vragen over de noodzakelijkheid van een aanvullend instrumentarium. Met name vanuit gemeentelijke hoek klinken geluiden dat het huidige instrumentarium tekortschiet om overlastgevend gedrag van mensen bij wie met name naast drugsgebruik psychische stoornissen een rol spelen, aan te kunnen pakken. Een vraagpunt is of een eventuele verruiming van de Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

20 BOPZ tot een verhoging van het aantal dwangopnames in de verslavingszorg kunnen leiden. Bestuurlijk en justitieel instrumentarium Coffeeshops. In de vorige Voortgangsrapportage Drugbeleid is gemeld dat de striktere handhaving en de verschillende bestuurlijke en juridische maatregelen tussen 1995 en 1997 hebben geleid tot een reductie van het aantal coffeeshops met 15% tot ongeveer Uit vervolgonderzoek in vijftien grote en middelgrote gemeenten bleek dat het aantal coffeeshops sindsdien stabiel blijft, en dat in enkele gemeenten een lichte stijging van het aantal overige verkooppunten optreedt. 2 Het kabinet ondersteunt gemeenten in hun beleid om in samenwerking met politie en het OM het aantal coffeeshops verder terug te dringen en het gedoogbeleid rond coffeeshops aan te scherpen, en verwacht dat met de dit voorjaar van kracht geworden wijziging van de Opiumwet (Wet «Damocles») een verdere daling van het aantal coffeeshops zal optreden. Deze regeling geeft de burgemeester de bevoegdheid een coffeeshop te sluiten als deze de in het lokaal coffeeshopbeleid vastgestelde regels overtreedt, ook als er geen sprake is van overlast. Het Steun- en Informatiepunt Drugs en Veiligheid (SIDV) heeft een handreiking vervaardigd voor gemeenten, waarin is aangegeven hoe gemeenten dit nieuwe artikel 13b van de Opiumwet kunnen hanteren. De komende jaren zal ervaring moeten worden opgedaan met dit instrumentarium. Het kabinet zal in 2000 een (vervolg)onderzoek laten verrichten naar het totale, landelijke, aantal coffeeshops. Naar effecten van het 5-grams criterium, de verdere daling van het aantal coffeeshops en verplaatsingseffecten, zal het Wetenschappelijk Onderzoeks en Documentatie Centrum van het Ministerie van Justitie onderzoek doen. De afgelopen maanden kwamen enkele gemeenten in de publiciteit vanwege plannen om een regeling voor de «achterdeur» van gedoogde coffeeshops te treffen. De minister van Justitie ziet weinig mogelijkheden voor lokale experimenten met de achterdeur, maar wil het overleg over dergelijke experimenten niet uit de weg gaan. Onder meer in verband met de internationale verplichtingen waaraan Nederland heeft te voldoen is er nauwelijks speelruimte. Inmiddels zijn gesprekken gevoerd met de betrokken burgemeesters, waarin de problematiek werd verkend. De minister heeft daarin zijn afwijzende houding toegelicht. In het voorjaar 2000 zal de minister van Justitie een notitie over dit onderwerp aan de Tweede Kamer aanbieden. Daarin krijgt, naast de initiatieven van gemeenten, ook de afstemming met internationale partners aandacht. Wet sluiting drugpanden. Het gemeentelijk instrumentarium om de overlast van verkooppunten van drugs aan te pakken is in de afgelopen kabinetsperiode vergroot. De Wet sluiting drugpanden («Victoria») geeft gemeenten de bevoegdheid om woonpanden die drugoverlast veroorzaken, te sluiten. Op 24 april 1997 hebben de (toenmalige) Kamerleden Van Heemst en Korthals een gewijzigd voorstel van wet («Victor») ingediend. Het kabinet wacht met belangstelling de nota n.a.v. het verslag af van de initiatiefnemers Van Heemst en Vos. 1 Cannabis in Nederland, inventarisatie van verkooppunten, Intraval, Softdrugs: beleid en illegaliteit; Ontwikkelingen in gemeentelijk softdrugsbeleid en soorten en aantallen verkooppunten, Intraval, Interbestuurlijk overleg (drug)overlastbeleid. De SVO en de Task Force Veiligheid en Verslavingszorg hebben in een gezamenlijk Memorandum de noodzaak bevestigd dat velerlei partijen betrokken dienen te zijn bij de vormgeving en uitvoering van beleid om overlast te verminderen. Het blijft daarom nodig dat er een gestructureerd interbestuurlijk overleg plaatsvindt voor de afstemming van het beleid. Deze aanbeveling wordt overgenomen. In hoofdstuk 1 is daar reeds nader op ingegaan. Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr

Monitor. alcohol en middelen

Monitor. alcohol en middelen Gemeente Utrecht, Volksgezondheid Monitor www.utrecht.nl/gggd alcohol en middelen www.utrecht.nl/volksgezondheid Thema 3 Gebruik van de verslavingszorg in Utrecht - 2012 1 Colofon Uitgave Gemeente Utrecht,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG vra2007vws-16 24 077 Drugbeleid VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld... 2007 In de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport bestond er bij enkele fracties behoefte een aantal

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 27 januari 2014 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 27 januari 2014 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 255 XP DEN HAAG T 070 340 79 F 070 340 78 34

Nadere informatie

s-gravenhage, 14 januari 2000 De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Borst-Eilers

s-gravenhage, 14 januari 2000 De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. Borst-Eilers Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal s-gravenhage, 14 januari 2000 Onderwerp: Beleidsvisie landelijk kennis/behandelcentrum eetstoornissen Hierbij doe ik u een mijn «beleidsvisie voor

Nadere informatie

Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor cannabisproblematiek in de verslavingszorg 1995-2009

Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor cannabisproblematiek in de verslavingszorg 1995-2009 Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor cannabisproblematiek in de verslavingszorg 1995-2009 Houten, april 2011 Stichting IVZ Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor cannabisproblematiek

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 077 Evaluatie van de Wet structurele maatregelen wanbetalers zorgverzekering Nr. 4 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Nadere informatie

Monitor. alcohol en middelen

Monitor. alcohol en middelen Geneeskundige en Gezondheidsdienst Monitor www.utrecht.nl/gggd alcohol en middelen www.utrecht.nl/gggd Thema 3 Gebruik van de verslavingszorg in Utrecht 1 Colofon Uitgave Gemeente Utrecht (GG&GD) Postbus

Nadere informatie

A Adviesaanvraag Toepassing van (genees-)middelen bij de behandeling van drugverslaving dd 6 april 1993

A Adviesaanvraag Toepassing van (genees-)middelen bij de behandeling van drugverslaving dd 6 april 1993 Bijlage A Adviesaanvraag Toepassing van (genees-)middelen bij de behandeling van drugverslaving dd 6 april 1993 De Voorzitter van de Gezondheidsraad ontving de volgende brief, gedateerd 6 april 1993, nr

Nadere informatie

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Volp (PvdA) over het stijgende aantal jonge comazuipers (2016Z05066).

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Volp (PvdA) over het stijgende aantal jonge comazuipers (2016Z05066). > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Inhoud. Alcoholpreventie Jeugd 2012-2015. Gemeente Dalfsen

Inhoud. Alcoholpreventie Jeugd 2012-2015. Gemeente Dalfsen Inhoud Alcoholpreventie Jeugd Gemeente Dalfsen 1 Alcoholpreventie Jeugd 1. Inleiding Het alcoholgebruik onder de jongeren is de laatste jaren een landelijk probleem waar steeds meer aandacht voor is, zowel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 24 077 Drugbeleid Nr. 113 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Actieplan Alcoholzorg. verslag activiteiten over het jaar 2003

Actieplan Alcoholzorg. verslag activiteiten over het jaar 2003 Actieplan Alcoholzorg verslag activiteiten over het jaar 2003 september 2004 Inhoudsopgave 1. INLEIDING...3 2. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN...4 3. RESULTATEN VAN HET TWEEDE JAAR ACTIEPLAN ALCOHOLZORG...5

Nadere informatie

Workshop 9 En morgen gezond weer op

Workshop 9 En morgen gezond weer op 23 april 2012 Symposium Ouderen & Alcohol Workshop 9 En morgen gezond weer op Complementair werken in de zorg voor ouderen Yildiz Gecer Tactus Henk Snijders Carintreggeland Voorstellen Wie zijn wij? Wie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1999 2000 26 604 Integraal Veiligheidsprogramma Nr. 8 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 24 077 Drugbeleid Nr. 86 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Kenmerk VGP /3083193. Den Haag

Kenmerk VGP /3083193. Den Haag Kenmerk VGP /3083193 Den Haag Besluit houdende wijziging van lijst I en lijst II, behorende bij de Opiumwet, in verband met plaatsing op lijst I van het middel 4-methylmethcathinon (mefedron) en het middel

Nadere informatie

Inhoud. Lijst met afkortingen 13. Voorwoord 15. Inleiding 17

Inhoud. Lijst met afkortingen 13. Voorwoord 15. Inleiding 17 Inhoud Lijst met afkortingen 13 Voorwoord 15 Inleiding 17 DEEL 1 TRENDS IN CIJFERS OVER ILLEGALE DRUGS IN VLAANDEREN/BELGIË 1997-2007 19 HOOFDSTUK 1! ILLEGALE DRUGS. SITUERING EN DEFINIËRING 21 1.1 Wat

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 29 661 Convenanten uitgaansgeweld Nr. 6 RAPPORT: TERUGBLIK 2006 Inhoud Samenvatting 5 1 Inleiding 6 1.1 Wat is een terugblik? 6 1.2 Aanbevelingen

Nadere informatie

- Gezamenlijke visie - Algemeen of specifiek - Doelstelling vastgelegd - Doel SMART geformuleerd

- Gezamenlijke visie - Algemeen of specifiek - Doelstelling vastgelegd - Doel SMART geformuleerd Toetsingskader Verantwoorde zorg voor delictplegers met ernstige psychische en/of psychiatrische klachten (Netwerkniveau / Managementniveau); concept, 23 maart 2010 Aspect 1: Doelconvergentie De mate waarin

Nadere informatie

Aan de raad van de gemeente Sliedrecht

Aan de raad van de gemeente Sliedrecht Raadsvoorstel Concept Aan de raad van de gemeente Sliedrecht Agendapunt: Sliedrecht, 15 april 2008 Onderwerp: Voorgestelde kaders voor het softdrugsbeleid. Samenvatting: In Sliedrecht is al vele jaren

Nadere informatie

Samenvatting. Per middel beschouwd zien we de volgende ontwikkelingen:

Samenvatting. Per middel beschouwd zien we de volgende ontwikkelingen: Samenvatting Middelengebruik: algemeen In Nederland is het percentage mensen dat ooit of in de afgelopen maand drugs heeft gebruikt tussen 1997 en 2001 toegenomen. De piek ligt bij jongeren tussen 20 en

Nadere informatie

Cannabis preventie IrisZorg

Cannabis preventie IrisZorg Cannabis preventie IrisZorg Inleiding Een effectieve preventie van drugsproblemen zoals cannabis vraagt een integrale aanpak. Dat betekent dat samen met uiteenlopende beleidsterreinen en partnerorganisaties

Nadere informatie

Bijeenkomst Moedige Moeders 28 november 2015

Bijeenkomst Moedige Moeders 28 november 2015 Bijeenkomst Moedige Moeders 28 november 2015 Doelstelling vandaag Wat is Preventie? Welke plannen heeft de overheid? Hoe wil de staatssecretaris ouders helpen? Welke rol spelen: Moedige Moeders? Huisartsen?

Nadere informatie

GHB hulpvraag in Nederland

GHB hulpvraag in Nederland GHB hulpvraag in Nederland Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor GHB problematiek in de verslavingszorg 2007-2012 Houten, mei 2013 Stichting IVZ GHB hulpvraag in Nederland Belangrijkste ontwikkelingen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 24 557 Kansspelen Nr. 130 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

Samenvatting. Adviesaanvraag

Samenvatting. Adviesaanvraag Samenvatting Adviesaanvraag De afgelopen jaren is uit rapportages van het voormalige Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken (NeCeDo) en de daarna opgerichte Dopingautoriteit gebleken dat in ons land

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 Aanhangsel van de Handelingen Vragen gesteld door de leden der Kamer, met de daarop door de regering gegeven antwoorden 111 Vragen van de leden

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 32 772 Beleidsdoorlichting Volksgezondheid, Welzijn en Sport Nr. 7 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Alcoholhulpvraag in Nederland

Alcoholhulpvraag in Nederland Alcoholhulpvraag in Nederland Belangrijkste ontwikkelingen van de hulpvraag voor alcoholproblematiek in de verslavingszorg 25-214 Houten, december 215 Stichting IVZ Alcoholhulpvraag in Nederland Belangrijkste

Nadere informatie

Verslag regionale werkconferenties kiezen voor gezond leven

Verslag regionale werkconferenties kiezen voor gezond leven Verslag regionale werkconferenties kiezen voor gezond leven Aanleiding voor de werkconferenties Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) brengt in het najaar van 2006 een tweede Preventienota

Nadere informatie

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut.

Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. Samenvatting Rapport 833 Derriks, M., & Kat, E. de. (2020). Jeugdmonitor Zeeland Amsterdam: Kohnstamm Instituut. De Jeugdmonitor Zeeland De Jeugdmonitor Zeeland is een plek waar allerlei informatie bij

Nadere informatie

gemeente Eindhoven Antwoord van burgemeester en wethouders

gemeente Eindhoven Antwoord van burgemeester en wethouders gemeente Eindhoven Inboeknummer 12bst01517 Beslisdatum B&W 28 augustus 2012 Dossiernummer 12.35.103 2.1.1 Raadsvragenvan het raadslid dhr. P. Leenders (CDA) inzake cocaïnegebruik in Eindhoven De CDA-fractie

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 26 maart 2013 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 26 maart 2013 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres: Postbus 20350, 2500 EJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070

Nadere informatie

> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 24 077 Drugbeleid Nr. 95 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Rapport Fatale Woningbranden 2011 en Rapport Fatale woningbranden 2003 en 2008 t/m 2011: een vergelijking 1

Rapport Fatale Woningbranden 2011 en Rapport Fatale woningbranden 2003 en 2008 t/m 2011: een vergelijking 1 29517 Veiligheidsregio s 30821 Nationale Veiligheid Nr. 62 Brief van de minister van Veiligheid en Justitie Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 5 juli 2012 Met deze brief

Nadere informatie

Nederlandse cannabisbeleid

Nederlandse cannabisbeleid Improving Mental Health by Sharing Knowledge Het Nederlandse cannabisbeleid & de volksgezondheid: oorsprong en ontwikkeling Margriet van Laar Hoofd programma Drug Monitoring CIROC Seminar Woensdag 7 maart,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 26 631 Modernisering AWBZ Nr. 36 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der

Nadere informatie

CONVENANT TOT UITVOERING VAN HET BELEID INZAKE OPENBARE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG

CONVENANT TOT UITVOERING VAN HET BELEID INZAKE OPENBARE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG CONVENANT TOT UITVOERING VAN HET BELEID INZAKE OPENBARE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG Den Haag, 19 oktober 1999 CONVENANT TOT UITVOERING VAN HET BELEID INZAKE OPENBARE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG Partijen,

Nadere informatie

Convenant Alcohol&Jongeren

Convenant Alcohol&Jongeren Convenant Alcohol&Jongeren Provincie Groningen 2012-2016 Gemeenten Openbaar Ministerie Regiopolitie Groningen GGD Groningen 1 Convenant Alcohol en Jongeren provincie Groningen Inleiding Dat de combinatie

Nadere informatie

Rapport. Datum: 30 december 2004 Rapportnummer: 2004/497

Rapport. Datum: 30 december 2004 Rapportnummer: 2004/497 Rapport Datum: 30 december 2004 Rapportnummer: 2004/497 2 Klacht Verzoeker klaagt over de wijze waarop het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft gereageerd op zijn brieven waarin hij klachten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 27 696 Schoolzwemmen Nr. 6 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

AARD, OMVANG EN MOBILITEIT VAN PROBLEMATISCHE HARDDRUGSGEBRUIKERS IN ROTTERDAM. Harddrugsgebruikers geregistreerd. S. Biesma. J. Snippe. B.

AARD, OMVANG EN MOBILITEIT VAN PROBLEMATISCHE HARDDRUGSGEBRUIKERS IN ROTTERDAM. Harddrugsgebruikers geregistreerd. S. Biesma. J. Snippe. B. AARD, OMVANG EN MOBILITEIT VAN PROBLEMATISCHE HARDDRUGSGEBRUIKERS IN ROTTERDAM Harddrugsgebruikers geregistreerd S. Biesma J. Snippe B. Bieleman SAMENVATTING In opdracht van de gemeente Rotterdam is de

Nadere informatie

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid (Arno) Rutte (VVD) 2016Z03888).

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid (Arno) Rutte (VVD) 2016Z03888). > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Inleiding. 2. Vraagstelling. Advies expertgroep middelen. geweld

Inleiding. 2. Vraagstelling. Advies expertgroep middelen. geweld Advies expertgroep middelen Bijeenkomst 12 december 2012, 12.30-16.00 uur Nederlands Forensisch Instituut, Den Haag en geweld Datum 5 februari 2013 Ons kenmerk 1. Inleiding In maart 2011 heeft de Minister

Nadere informatie

Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté

Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté Boeken en reportages www.accesinterdit.nl DRUGSCONSUMPTIE LIFE TIME drugsgebruik 15-64 jaar (Nationale Drugmonitor, 2012) 30 25 22,6 25,7 20

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2000 2001 26 816 Voortgangsrapportage Beleidskader Jeugdzorg 2000 2003 Nr. 32 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN DE STAATSSECRE- TARIS VAN VOLKSGEZONDHEID,

Nadere informatie

> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340 78

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2015 2016 33 436 Wijziging van de Leegstandwet in verband met de verruiming van de mogelijkheden voor tijdelijke verhuur bij leegstand van gebouwen en woningen

Nadere informatie

Bestuursovereenkomst Jeugd en alcohol Zeeland

Bestuursovereenkomst Jeugd en alcohol Zeeland Bestuursovereenkomst Jeugd en alcohol Zeeland Partijen: De minister van Veiligheid en Justitie (VenJ); De Vereniging van Zeeuwse Gemeenten, namens de 13 gemeenten in Zeeland, hierna te noemen de gemeenten;

Nadere informatie

PS2009WMC14 - Bijlage 2

PS2009WMC14 - Bijlage 2 PS2009WMC14 - Bijlage 2 BIJLAGE 2: SUBSIDIE TOEKENNINGEN STIMULERINGSREGELING MAATSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING 2009 Totaal aantal aanvragen: 31 Aantal toegekend: 13 TOEGEKENDE SUBSIDIES IN 2009 PER THEMA

Nadere informatie

Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté

Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté Wat weten we van de Nederlandse drugseconomie? Nicole Maalsté Boeken en reportages www.accesinterdit.nl DRUGSCONSUMPTIE LIFE TIME drugsgebruik 15-64 jaar (Nationale Drugmonitor, 2012) 30 25 22,6 25,7 20

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 21 oktober 2013 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 21 oktober 2013 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres: Postbus 20350, 2500 EJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl 157617-111785-VGP

Nadere informatie

Samenvatting. WODC tot stand is gekomen. Het rapport presenteert prognoses van de benodigde

Samenvatting. WODC tot stand is gekomen. Het rapport presenteert prognoses van de benodigde Samenvatting In 1996 heeft de minister van Justitie aan de Tweede Kamer toegezegd jaarlijks een actualisering van de prognoses van de sanctiecapaciteit te presenteren. Tot dan toe werden deze prognoses

Nadere informatie

Infobundel Alcohol-, tabak-, en drugspreventie

Infobundel Alcohol-, tabak-, en drugspreventie Presenteert Infobundel Alcohol-, tabak-, en drugspreventie (9 september 2014) http://www.skillville.be 1 Doelstelling van het pakket Alcohol-, tabak-, en drugspreventie... 4 1.1 Alcohol... 4 1.2 Tabak...

Nadere informatie

Aan de gemeenteraad Agendapunt : 6.10/240210 Documentnr.:RV10.0025

Aan de gemeenteraad Agendapunt : 6.10/240210 Documentnr.:RV10.0025 Aan de gemeenteraad Agendapunt : 6.10/240210 Documentnr.:RV10.0025 Roden, 17 februari 2010 Onderwerp Uitvoering Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) gemeente Noordenveld Onderdeel programmabegroting:

Nadere informatie

Bestuurlijk Overleg Alcoholmisbruik Hollands Midden

Bestuurlijk Overleg Alcoholmisbruik Hollands Midden Bijlage 1: Concept Bestuurlijk Overleg Alcoholmisbruik Hollands Midden De regionale aanpak van alcoholmatigingsbeleid: Beleidsvisie en opdracht Inhoudsopgave 1. Urgentie... 1 2. Een complexe opdracht voor

Nadere informatie

Kadernota In control of Alcohol&Drugs 2016-2020 Noord-Holland Noord

Kadernota In control of Alcohol&Drugs 2016-2020 Noord-Holland Noord Kadernota In control of Alcohol&Drugs 2016-2020 Noord-Holland Noord Projectgroep In control of Alcohol & Drugs 2 december 2015 1. Inleiding Voor u ligt het nieuwe programma In Control of Alcohol of Drugs

Nadere informatie

Sint Jansstraat 2C Goudsesingel 184 Telefoon 050-313 40 52 Telefoon 010-425 92 12 Fax 050-312 75 26 Fax 010-476 83 76

Sint Jansstraat 2C Goudsesingel 184 Telefoon 050-313 40 52 Telefoon 010-425 92 12 Fax 050-312 75 26 Fax 010-476 83 76 VOORSTUDIE SOFTDRUGSGEBRUIK JONGERENROTTERDAM COLOFON St. INTRAVAL Postadres: Postbus 1781 9701 BT Groningen E-mail info@intraval.nl www.intraval.nl Kantoor Groningen: Kantoor Rotterdam: Sint Jansstraat

Nadere informatie

Inhoud VII. 2 De kaders van verslavingspreventie... 5 2.1 Wettelijk kader... 6 2.2 Typen preventie... 6

Inhoud VII. 2 De kaders van verslavingspreventie... 5 2.1 Wettelijk kader... 6 2.2 Typen preventie... 6 VII Inhoud 1 Inleiding........................................................................... 1 1.1 Gezondheidsbevordering en preventie.............................................. 2 1.2 Verslavingspreventie................................................................

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 29 304 Certificatie en accreditatie in het kader van het overheidsbeleid Nr. 5 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van

Nadere informatie

Inleiding. Bron: Nationale Drugsmonitor Jaarbericht 2007. Uitgave van Trimbosinstituut

Inleiding. Bron: Nationale Drugsmonitor Jaarbericht 2007. Uitgave van Trimbosinstituut : Alcohol, roken en drugs Inleiding In onze maatschappij zijn het gebruik van alcohol en andere drugs heel gewoon geworden roken en het drinken van alcoholische dranken gebeurt op recepties, feestjes,

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 22 894 Preventiebeleid voor de volksgezondheid Nr. 130 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

De maatschappelijke relevantie van verslavingszorg is relevanter dan de individuele relevantie

De maatschappelijke relevantie van verslavingszorg is relevanter dan de individuele relevantie De maatschappelijke relevantie van verslavingszorg is relevanter dan de individuele relevantie Lezing op woensdag 24 april 2013 in Utrecht door prof. Guus Schrijvers, gezondheidseconoom Wat ziet u in deze

Nadere informatie

Preventie en voorlichting

Preventie en voorlichting Preventie Preventie en voorlichting Introductie De afdeling preventie geeft voorlichting en advies over genotmiddelen aan jongeren, ouders en professionals. Verslavingszorg verleent hulp aan volwassenen

Nadere informatie

Beleidsnotitie Dak- en Thuislozen CSA05.062. Aanleiding

Beleidsnotitie Dak- en Thuislozen CSA05.062. Aanleiding Onderwerp CSA05.062 Beleidsnotitie Dak- en Thuislozen Aanleiding In 2004 is al een begin gemaakt met de formulering van genoemd beleid rond dak- en thuislozen. Medio 2004 is in de Commissie Samenleving

Nadere informatie

KERNCIJFERS VERSLAVINGSZORG 2009

KERNCIJFERS VERSLAVINGSZORG 2009 KERNCIJFERS VERSLAVINGSZORG 2009 LANDELIJK ALCOHOL EN DRUGS INFORMATIE SYSTEEM A.W. Ouwehand W.G.T. Kuijpers D.J. Wisselink E.B. van Delden Houten, september 2010 Stichting Informatie Voorziening Zorg

Nadere informatie

CATEGORALE OPVANG VOOR SLACHTOFFERS MENSENHANDEL

CATEGORALE OPVANG VOOR SLACHTOFFERS MENSENHANDEL CATEGORALE OPVANG VOOR SLACHTOFFERS MENSENHANDEL categorale opvang voor slachtoffers mensenhandel De categorale opvang voor slachtoffers van mensenhandel (COSM) omvat 70 veilige opvangplekken en is in

Nadere informatie

Genotmiddelen. Genotmiddelen. Bron: http://gezondeleefstijl.slo.nl 1

Genotmiddelen. Genotmiddelen. Bron: http://gezondeleefstijl.slo.nl 1 zijn er altijd al geweest en zullen er ook altijd blijven. Veel jongeren experimenteren in de puberteit met roken, alcohol en drugs en een deel laat zich verleiden tot risicovol gedrag. Jongeren zijn extra

Nadere informatie

Het memo wordt afgesloten met een advies aan het Bestuurlijk Provinciaal handhavingsoverleg van 20 december 2012.

Het memo wordt afgesloten met een advies aan het Bestuurlijk Provinciaal handhavingsoverleg van 20 december 2012. B-PHO 20 december 12; agendapunt 5 MEMO Noties ter beoordeling van de voortzetting en positionering van de PHO werkgroepen Kwaliteit en Handhaving Bouwstoffen en Ketenbeheer in relatie tot de ontwikkeling

Nadere informatie

Drugsgebruik in Oldenzaal

Drugsgebruik in Oldenzaal Inventarisatie soft- en harddrugsgebruik in de gemeente Oldenzaal Drugsgebruik in Oldenzaal S. Biesma R. Nijkamp M. van Zwieten B. Bieleman COLOFON St. INTRAVAL Postadres : Postbus 1781 9701 BT Groningen

Nadere informatie

Kadernota In Control of Alcohol&Drugs 2016-2020 Noord-Holland Noord

Kadernota In Control of Alcohol&Drugs 2016-2020 Noord-Holland Noord Kadernota In Control of Alcohol&Drugs 2016-2020 Noord-Holland Noord Projectgroep In Control of Alcohol & Drugs 29 februari 2016 1. Inleiding Voor u ligt het nieuwe programma In Control of Alcohol & Drugs

Nadere informatie

Het geheel van koerswijzigingen zoals genoemd in de Reactienota is verwerkt in bijgevoegde nota: Regionaal Kompas Midden-IJssel 2009-2014.

Het geheel van koerswijzigingen zoals genoemd in de Reactienota is verwerkt in bijgevoegde nota: Regionaal Kompas Midden-IJssel 2009-2014. RAADSVOORSTEL Onderwerp : Regionaal Kompas Midden-IJssel 2009-2014 Raadsvergadering : 18 november 2009 Politieke markt d.d.: 11 november 2009 Agendapunt : Portef.houder : Wethouder De Jager Voorstelnummer

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties

Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Ministerie van Justitie j1 Directoraat-Generaal Preventie, Jeugd en Sancties Directie Sanctie- en Preventiebeleid Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Nationale Drug Monitor Jaarbericht 2007 - Samenvatting

Nationale Drug Monitor Jaarbericht 2007 - Samenvatting Nationale Drug Monitor Jaarbericht 2007 - Samenvatting De tabellen 1a en 1b geven een overzicht van de laatste cijfers over het middelengebruik en de drugscriminaliteit. Hieronder volgt een beschrijving

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 31 016 Ziekenhuiszorg Nr. 59 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 011 01 33 40 XVI Jaarverslag en slotwet Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 011 Nr. 7 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld 13 juni 01 De

Nadere informatie

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Wolbert (PvdA) over kinderen van allochtone afkomst die overgewicht hebben (2014Z07817).

Hierbij zend ik u de antwoorden op de vragen van het Kamerlid Wolbert (PvdA) over kinderen van allochtone afkomst die overgewicht hebben (2014Z07817). > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 2008 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 255 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)

Nadere informatie

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 8 december 2014 Betreft: nieuwe opzet Leefstijlmonitoring

De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 8 december 2014 Betreft: nieuwe opzet Leefstijlmonitoring > Retouradres: Postbus 20350, 2500 EJ Den Haag De voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 50 2515 XP Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)

Nadere informatie

Onderwerp: Toenemend gebruik van harddrugs in Zoetermeer (03-01-2014)

Onderwerp: Toenemend gebruik van harddrugs in Zoetermeer (03-01-2014) Politieke vragen Onderwerp: Toenemend gebruik van harddrugs in Zoetermeer (03-01-2014) Drugshulpverleners slaan alarm: het aantal drugsbehandelingen op de Eerste Hulpafdelingen van ziekenhuizen stijgt

Nadere informatie

Aanpak problematisch middelengebruik 2007

Aanpak problematisch middelengebruik 2007 Aanpak problematisch middelengebruik 2007 Landelijk is er een stijgende trend zichtbaar in het alcoholgebruik van de jeugd. De jeugd drinkt meer en op steeds jongere leeftijd. Dit is een zorgelijke ontwikkeling.

Nadere informatie

Rook-, Alcohol- en Drugsbeleid het Bouwens

Rook-, Alcohol- en Drugsbeleid het Bouwens Rook-, Alcohol- en Drugsbeleid het Bouwens Vastgesteld in de MR-vergadering van 8 juni 2015. 1 Inleiding Per 1 januari 2014 is wettelijk vastgelegd dat geen alcohol verkocht mag worden aan jongeren jonger

Nadere informatie

Ontwikkelingen in hulpvraag voor alcohol bij ouderen in Nederland (1994-2010)

Ontwikkelingen in hulpvraag voor alcohol bij ouderen in Nederland (1994-2010) bij ouderen in Nederland (1994-2010) Jeroen Wisselink Help! 'Gun ze toch hun borreltje!?' Congres Ouderen en Alcohol Maandag 23 april 2012, 9.30 uur - 17.00 uur Inhoud Inleiding Hulpvraag ouderen Vergrijzing

Nadere informatie

Advies expertgroep middelen en geweld. 1. Inleiding. 2. Vraagstelling

Advies expertgroep middelen en geweld. 1. Inleiding. 2. Vraagstelling Advies expertgroep middelen en geweld Bijeenkomst 12 december 2012, 12.30-16.00 uur Nederlands Forensisch Instituut, Den Haag 5 tabruari 2013 Onalcenmerk 1. Inleiding In maart 2011 heeft de Minister van

Nadere informatie

Voorbeeld Startnotitie Behorend bij Kernbeleid Veiligheid 3.0 d.d. september 2010

Voorbeeld Startnotitie Behorend bij Kernbeleid Veiligheid 3.0 d.d. september 2010 Voorbeeld Startnotitie Behorend bij Kernbeleid Veiligheid 3.0 d.d. september 2010 Ter toelichting: Deze startnotitie vormde het statschot voor integraal veiligheidsbeleid voor de periode 2011-2014 1 Startnotitie

Nadere informatie

Vergelijking van de belangrijkste psychoactieve middelen (Ontbrekende tabel in pdf-bestand van Een nieuw drugsbeleid.)

Vergelijking van de belangrijkste psychoactieve middelen (Ontbrekende tabel in pdf-bestand van Een nieuw drugsbeleid.) Vergelijking van de belangrijkste psychoactieve middelen (Ontbrekende tabel in pdf-bestand van Een nieuw drugsbeleid.).. Wettelijk kader Directe (m.n. Cannabis 1 Vermeld op lijst II van de Opiumwet Mildere

Nadere informatie

Systematische review naar effectieve interventies ter preventie van kindermishandeling.

Systematische review naar effectieve interventies ter preventie van kindermishandeling. Rapport Systematische review naar effectieve interventies ter preventie van kindermishandeling. Auteurs: F.J.M. van Leerdam 1 K. Kooijman 2 F. Öry 1 M. Landweer 3 1: TNO Preventie en Gezondheid Postbus

Nadere informatie

2016D07727 LIJST VAN VRAGEN

2016D07727 LIJST VAN VRAGEN 2016D07727 LIJST VAN VRAGEN De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister en de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over

Nadere informatie

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training

Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie. Welkom. iri Kruit Voorlichting en training Keuzevak Effectieve Verslavingspreventie Welkom Docent: Siri Kruit s.r.kruit@hr.nl 1 Huiswerkopdracht : Programma les 2 Theorie basis informatie Cannabis -presentatie Voorlichtingsmateriaal -nabespreken

Nadere informatie

Er blijft gezondheidswinst liggen doordat vaccins onvoldoende benut worden

Er blijft gezondheidswinst liggen doordat vaccins onvoldoende benut worden Samenvatting Er blijft gezondheidswinst liggen doordat vaccins onvoldoende benut worden Nieuwe biotechnologische methoden, met name DNA-technieken, hebben de vaccinontwikkeling verbeterd en versneld. Met

Nadere informatie

Commissienotitie Reg. nr : 0810110 Comm. : MZ Datum : 07-04-08

Commissienotitie Reg. nr : 0810110 Comm. : MZ Datum : 07-04-08 Comm. : MZ Onderwerp Alcoholpreventie jongeren in Noord Brabant Status oordeelvormend Voorstel 1. Deel te nemen aan het project alcoholpreventie Jongeren Veiligheidsregio Brabant-Noord 2. Vanaf 2009 voor

Nadere informatie

Alcohol en ouderen in de verslavingszorg in Nederland (1998-2007)

Alcohol en ouderen in de verslavingszorg in Nederland (1998-2007) in Nederland (1998-2007) Juni 2009 In het kort Het aantal 55-plussers met een alcoholhulpvraag is sinds 1998 met 130% gestegen (89% gecorrigeerd voor vergrijzing). Het aandeel alcoholcliënten van 55 jaar

Nadere informatie

Onderwerp: Verlengen nota Lokaal gezondheidsbeleid Wijk bij Duurstede 2008-2011

Onderwerp: Verlengen nota Lokaal gezondheidsbeleid Wijk bij Duurstede 2008-2011 Raadsvergadering, 31 januari 2012 Voorstel aan de Raad Onderwerp: Verlengen nota Lokaal gezondheidsbeleid Wijk bij Duurstede 2008-2011 Nr.: 483 Agendapunt: 11 Datum: 31 januari 2012 Onderdeel raadsprogramma:

Nadere informatie

Brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport 27565 Alcoholbeleid Nr. 133 Herdruk 1 Brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 6 mei 2015 Vanuit de Drank-

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Bijlage(n)

Nadere informatie

IrisZorg. verslavingszorg. en maatschappelijke opvang. dicht bij mensen, ver in zorg

IrisZorg. verslavingszorg. en maatschappelijke opvang. dicht bij mensen, ver in zorg IrisZorg verslavingszorg en maatschappelijke opvang dicht bij mensen, ver in zorg > IrisZorg: dicht bij mensen, ver in zorg Bij IrisZorg kan iedereen rekenen op de deskundigheid en betrokkenheid van onze

Nadere informatie

CONVENANT VEILIG UITGAAN BINNENSTAD UTRECHT PROCESEVALUATIE

CONVENANT VEILIG UITGAAN BINNENSTAD UTRECHT PROCESEVALUATIE CONVENANT VEILIG UITGAAN BINNENSTADUTRECHT PROCESEVALUATIE CONVENANT VEILIG UITGAAN BINNENSTAD UTRECHT PROCESEVALUATIE J. Snippe, M. Hoorn, B. Bieleman INTRAVAL Groningen-Rotterdam 4. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Nadere informatie