HD/03/3136/eve, HHM

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "HD/03/3136/eve, HHM 2003 1"

Transcriptie

1 Bijlage 1 Amsterdam 1. Inleiding In Amsterdam werd deelgenomen aan Verslavingszorg Herijkt met een lopend project genaamd Support. Aanleiding voor dit project was de constatering dat er sprake was van een grote groep extreem problematische personen in de binnenstad van Amsterdam. Het ging om mensen die in het publieke domein chronische overlast veroorzaakten of een bedreiging vormden voor zichzelf of voor anderen (Uitvoeringsplan Support, 27 september 1999). Daarnaast werd regelmatig het Centraal Station leeg geveegd, terwijl de verslaafden nergens naar toe konden. De wethouder heeft vervolgens de partijen er toe aangezet om met elkaar samen te werken om zorg te leveren aan deze groep personen. In het kader van Support zijn er drie niveaus waarop de partijen elkaar tegen komen: het Platform Support, een overleg waarin alle partijen zijn vertegenwoordigd op directieniveau. Doelstelling van het Platform Support is: monitoring van de uitvoering van de gemeentelijke beleidsdoelen; verbeteren van de samenwerking en afstemming; het creëren van een Platform waar concrete afspraken kunnen worden gemaakt; daar waar nodig adviezen geven over het te voeren beleid in de stad. het klein overleg Support, met daarin afgevaardigden van de instellingen die mentoren leveren (GG&GD, Regenboog, Mentrum en Jellinek); de instellingen voor maatschappelijke opvang; de politie (onder voorzitterschap van de Dienst Binnenstad Amsterdam). Doelstelling van het klein overleg Support is om met de kerninstellingen problemen die zijn voortgekomen uit het werkoverleg tussen instellingen nader te bespreken en om naar structurele oplossingen hiervoor te zoeken. De bevindingen van dit overleg worden besproken in het Platform Support. het werkoverleg op cliëntniveau met uitvoerenden. Naast deze drie niveaus is er nog een Dagelijks Bestuur waarin de Jellinek, de Regenboog en de GG&GD zijn vertegenwoordigd. Dit Dagelijks Bestuur functioneert als een soort agendacommissie en kent geen eigen vergadercyclus. Doelstelling van Support is om aan de groep op vijf domeinen zorg te leveren, te weten huisvesting, medische zorg, gebruiksruimte, inkomen en dagbesteding. Om dit te bereiken krijgt elke deelnemer een cliëntmentor toegewezen. Deze zet zich in om voor de betreffende deelnemer tot een goede invulling te komen van de genoemde vijf domeinen. Het aantal cliënten in zorg op de vijf domeinen wordt door de GG&GD elk kwartaal gemeten. De basis van het project was een lijst met 400 overlast veroorzakende personen, opgesteld door de politie in het kader van het Warmoesstraatproject (een project opgezet op initiatief van de politie met een min of meer soortgelijke doelstelling als Support) 1. 1 J.J.G. Bombeeck, Th.A. Sluys, G.H.A. van Brussel, E. Sanderse & D. Bossenbriek, Nulmeting Support, Een netwerk ten behoeve van mensen met een gecompliceerde zorgproblematiek in de binnenstad, 8 oktober 1999 HD/03/3136/eve, HHM

2 Bijlage 1 Amsterdam De volgende figuren geven de ontwikkelingen per domein in de tijd weer 1. aantal cliënten ste de 1ste Gebruikersruimte 2de 1ste kwartaalmeting 2de de de 2002 met problemen zonder problemen situatie onbekend ste de ste 2001 Dagbesteding 2de ste 2002 kwartaalmeting 2de de de 2002 met problemen zonder problemen sit uat ie onbekend 250 Medische zorg met problemen zonder problemen situatie onbekend 250 Huisvesting met problemen zonder problemen situatie onbekend aantal cliënten aantal cliënten ste de ste de ste de de de ste de ste de ste de de de 2002 kwartaalmeting kwartaalmeting Inkomen met problemen zonder problemen Toewijzen mentor en contact Ment or t oegewezen aantal cliënten situatie onbekend Ment or t erugmelding en face to face 0 1ste de ste de ste de de de kwartaalmeting kwartaalmeting 1 GG&GD Amsterdam, Support, Een Amsterdam netwerk ten behoeve van mensen met gecompliceerde zorgproblematiek, kwartaalmetingen, Amsterdam HD/03/3136/eve, HHM

3 Bijlage 1 Amsterdam Uit deze gegevens komen ontwikkelingen naar voren met betrekking tot het aantal personen dat zorg op een bepaald domein ontvangt of problemen ondervindt met betrekking tot het verkrijgen van zorg op een bepaald domein. Het aantal recidieven, mensen die voor een bepaald domein zorg ontvangen en terugvallen in het volgende kwartaal is klein. Het grootste aantal recidieven doet zich voor bij de dagbesteding, oplopend tot 13% van de groep in zorg in het tweede kwartaal van De betrokken organisaties worden regelmatig geïnformeerd over de kwantitatieve vorderingen op de domeinen. Op het domein dagbesteding worden met betrekking tot de invulling voor de doelgroep problemen ondervonden. Er zijn logistieke problemen: hoe krijg je een verslaafde naar zijn / haar werk, problemen omtrent het vinden van passende dagbesteding en men merkt dat de vraag naar dagbesteding niet komt vanuit de cliënten, maar vanuit de openbare orde. Ter verbetering van het domein financiën wordt een apart loket voor de daklozen, het CED (centrale eenheid daklozen) voor bijstandszaken en de Fibu (financieel beheer) voor budgettering en schuldhulpverlening opgezet. Volgens de Sociale Dienst zijn deze loketten per 1 januari 2003 van start gegaan, vanuit andere richtingen komen geluiden dat het loket nog niet draait, mogelijk pas in juli Daarnaast is er een nieuw gemeentelijk beleid dat mensen zo kort mogelijk een uitkering moeten ontvangen. De cliëntmentor organiseert voor de cliënten de vijf domeinen. Dit is een zich nog ontwikkelende functie. De kinderziektes zijn er momenteel uit, wel wordt aangegeven dat de verschillende instellingen de functie cliëntmentor anders invullen. Hiertoe wordt momenteel een onderzoek uitgevoerd naar de ontwikkeling van een methodiek van het cliëntmentoraat. Het outreachend werk dat de cliëntmentoren doen, verliep goed, maar lijkt nu terug te lopen. Hierdoor verloopt het contact met de cliënten minder goed evenals het contact met de politie. De politie en de hulpverlenende instellingen zijn elkaar in de loop van de jaren enkele malen tegengekomen. In de zomer van 2000 waren er door de politie van Amsterdam acties gehouden om verslaafden uit het centrum te verwijderen. De hulpverlenende instellingen hadden op de actie veel kritiek. In de zomer van 2001 heeft dit geleid tot het vastleggen van Richtlijnen en Afspraken tussen de hulpverlening en de politie van Amsterdam die gelden binnen Support. In 2003 heeft in overleg met diverse partijen een veegactie plaatsgevonden van het Centraal Station. Ten einde de gestelde doelen te bereiken is een belangrijk aspect dat alle relevante informatie aangaande een deelnemende cliënt aan het project integraal beschikbaar is voor de diverse deelnemende instellingen. Hiervoor wordt een cliëntvolgsysteem (CVS) ontwikkeld. Het CVS wordt gezien als een kritische succesfactor binnen Support. De stand van zaken ten aanzien van het CVS is dat het huidige ontwerp is ontwikkeld binnen de GG&GD en momenteel binnen de GG&GD wordt getest. Hiertoe wordt het niet alleen benut ten behoeve van de doelgroep van Support, maar tevens ten behoeve van overige doelgroepen. Men werkt momenteel aan standaardisatie van de op te nemen gegevens. De volgende fase zal de externe standaardisatie (met de overige partijen) zijn. Men werkt er naar toe om met ingang van volgend jaar het gebruik door derden van het CVS mogelijk te maken. Dit zal in eerste instantie om één organisatie gaan en ten behoeve van het project in Zuid-Oost. Uiteindelijk is het de bedoeling dat alle betrokken partijen bij Support op zijn/haar gebied geautoriseerd kunnen inloggen. Het jaar 2004 is gepland om hiermee ervaring op te doen. Naar verwachting zal het nog ongeveer 2 jaar duren voordat het CVS in zijn gewenste vorm zal functioneren. HD/03/3136/eve, HHM

4 Bijlage 1 Amsterdam Daarnaast zijn in de jaren onder andere de volgende onderwerpen behandeld in het Platform Support: opstellen specifiek op Support toegespitst privacyreglement; justitiële verslavingszorg; uitvoeren inventarisatie knelpunten Support; uitstroom Support; voorstellen voor cliëntsatisfactieonderzoek; voorstellen voor het oprichten van een cliëntenraad; omschrijven missie en visie Support; werkgroepen met betrekking tot de vijf domeinen. Support wordt momenteel uitgebreid naar Zuidoost. In Zuidoost is er veel sloop geweest van oude panden, waarin veel verslaafden woonden. Hierdoor kwam een grote groep zonder onderdak te zitten en deze groep leverde veel overlast. Er is toen besloten tot het opzetten van een vorm van Support. De uitgangspunten bij dit project zijn volgens Support, en er wordt gebruik gemaakt van de positieve kenmerken, maar het wordt niet uitgevoerd onder de vlag Support. Een aantal verschillen met Support zijn: de regie ligt alleen bij de GG&GD; het gaat om een andere doelgroep; er is sprake van meer dwang en drang; er komen meer vormen van begeleid wonen; er wordt meer gedaan aan dagbesteding en werkgerelateerde projecten; er komt een vrije verstrekking van middelen; er wordt een soort bejaardenhuis voor verslaafden ouder dan 65 jaar opgezet; Zuidoost is overzichtelijker en omvat meer structuur. Zuidoost bevindt zich momenteel in de fase van het in kaart brengen van de faciliteiten. HD/03/3136/eve, HHM

5 Bijlage 1 Amsterdam 2. Criteria Verslavingszorg Herijkt Amsterdam In de brief van het ministerie van VWS, juni 2000 aan de Tweede kamer zijn een aantal criteria genoemd waaraan de drie experimentregio s gezamenlijk moeten voldoen. Dit betekent dat per regio niet aan alle criteria moet worden voldaan. Onderstaand wordt per criterium uitgewerkt in hoeverre Amsterdam eraan voldoet. 1. Vorming van een bestuurlijk platform van de relevante partijen (zorgkantoor AWBZ, centrumgemeente, justitie en andere belanghebbende partijen) Het bestuurlijk platform komt vier keer per jaar bijeen. Hier hebben zich in de tijd geen wijzigingen voorgedaan. Er wordt in 2003 aangegeven dat deze vergaderfrequentie omlaag kan. De deelnemende organisaties zijn: aanbieders van de verslavingszorg; aanbieders van de maatschappelijke opvang; aanbieders van de GGZ; GG&GD; gemeente; politie; OM; belangenbehartigingsorganisaties verslaafden. Betreffende de deelnemende partijen aan het bestuurlijk platform hebben zich de volgende wijzigingen voorgedaan ten opzichte van 2000: Er is een nieuwe voorzitter gekomen omdat de vorige voorzitter een functie elders heeft aanvaard; Het sectorhoofd Welzijn van Stadsdeel Amsterdam Centrum neemt deel aan het Platform Support; AMOC neemt niet meer deel aan Support, alleen nog op papier. Daarnaast zijn er de nodige mutaties in de personen die een bepaalde organisatie vertegenwoordigen. Het zorgkantoor neemt, evenals in 2000 en 2001, geen deel aan het Platform Support, ondanks het feit dat meerdere van de betrokken organisaties uit de AWBZ worden gefinancierd. Er zijn een aantal partijen die zichzelf in een aparte positie vinden zitten in De Sociale Dienst omschrijft zichzelf als buitenstaander; Stichting Mainline heeft geen inspanningsverplichting en staat volgens zichzelf een beetje aan de zijkant; Streetcornerwork omschrijft zijn functie met name als adviserend en niet zo zeer uitvoerend; de reclassering heeft een specifieke kijk op Support. Binnen het Platform Support worden niet alle organisaties op directieniveau vertegenwoordigd. Hierdoor, zo wordt aangegeven, heeft het Platform Support minder slagkracht. In het Platform Support zouden alleen personen moeten zitten die ter plekke beslissingen kunnen nemen. Daarnaast neemt een aantal leden deel aan zowel het Platform Support als Klein Overleg Support, wat verwarring schept en leidt tot een ongelijkheid in informatie. De taak van het Platform Support is het spelen van een analyserende, informerende, afstemmende, adviserende en toetsende rol bij de uitvoering van het beleid ten aanzien van een groep extreem problematische personen in Amsterdam. HD/03/3136/eve, HHM

6 Bijlage 1 Amsterdam In 2003 is de functie van het Platform Support als aandachtspunt meegenomen en besproken in het bestuurlijk platform. Hieruit komen de volgende punten met betrekking tot het functioneren van het Platform Support naar voren: de functie wordt gezien als het signaleren van zaken en zo dat deze kunnen worden opgepakt door de relevante organisaties; er moeten meer inhoudelijke discussies plaatsvinden; de informatie en uitwisselingsfunctie is belangrijk; de wens bestaat tot meer concrete acties. 2. Formulering van een meerjarig regionaal beleidskader, door het bestuurlijk platform Het oorspronkelijke projectplan geldt nog steeds als uitgangspunt voor het project. Hierin staan de doelstellingen en afspraken van het project benoemd en het fungeert als een soort regionaal beleidskader, maar in de vorm van een concreet samenwerkingsproject. De deelnemende partijen hebben verplicht zich in te zetten om de doelen van Support te behalen en duidelijk is dat zij allen deze zelfde doelen nastreven. De meningen zijn in 2003 verdeeld indien het gaat over de haalbaarheid van de in het projectplan geformuleerde doelstelling met betrekking tot het realiseren van de vijf domeinen voor de doelgroep. Het originele projectplan heeft geen wijzigingen ondergaan in de loop der jaren. Wel zijn door ontwikkelingen in de tijd onderwerpen besproken die verder gaan dan het originele projectplan, als de uitstroom van Support, het mogelijk meer individualiseren van de doelstelling en het verbreden van de doelgroep. 3. Vorming van een operationeel overleg van budgethouders (zorgkantoor AWBZ, centrumgemeente, justitie) Momenteel niet het geval. Er hebben zich op dit onderwerp geen opmerkelijke veranderingen voorgedaan ten opzichte van Vorming van een rekenkundig financieel kader (opname 3 geldstromen, contractering o.b.v. afspraken in het operationeel overleg, gebaseerd op meerjarig beleidskader) Momenteel niet het geval. Het project is gestart met gesloten beurzen en dit is zo gebleven en de verwachting is dat dat ook zo blijft. 5. Stand van zaken met betrekking tot de samenwerking op operationeel niveau De operationele aanpak zoals omschreven in het projectplan is vanaf 1 januari 2000 in gang gezet. Over veel concrete onderwerpen werd er in 2001 gecommuniceerd en werd geprobeerd samenwerking tot stand te brengen. Er werden in die tijd weinig beperkingen opgelegd in welke onderwerpen werden behandeld. Dit had als gevolg dat veel werd besproken maar het lang niet altijd lukte synergie / samenwerking tot stand te brengen. Het Platform Support kreeg daardoor mogelijk soms een te vrijblijvend karakter. Binnen het Platform Support is in 2003 een groot aantal punten onderwerp van gesprek. Deze onderwerpen betreffen zowel samenwerkingsvormen als onderwerpen die binnen Support minder goed lopen. HD/03/3136/eve, HHM

7 Bijlage 1 Amsterdam Een voorbeeld van een samenwerkingsvorm op operationeel niveau in 2003 is de proef van de GG&GD waarbij wordt getracht personen die binnen de doelgroep van Support vallen en in detentie zitten niet te laten gaan zonder dat er contact is met een mentor. Daarnaast zijn er afspraken met de Sociale Dienst met betrekking tot het doorbetalen van de vaste lasten wanneer een Support cliënt is opgepakt. De Sociale Dienst is eveneens betrokken met betrekking tot het domein dagbesteding, op het gebied van de sociale activering. Op het niveau van samenwerking tussen mentoren en politie zijn er positieve geluiden, waarbij wordt aangegeven dat dit komt door het veldwerk dat wordt verricht. Dit outreachend werken liep aanvankelijk goed, maar lijkt nu terug te lopen. Het beeld bestaat dat men de neiging krijgt om weer van achter het bureau te gaan werken, en dit kan deze samenwerking weer bemoeilijken. 6. Formulering en meetbaarheid van de te bereiken doelen Er zijn voor het project concrete doelen gesteld, namelijk het leveren van zorg aan de doelgroep. De resultaten zijn meetbaar en worden in de praktijk ook doorlopend gemeten. Over elk kwartaal wordt er door de GG&GD een rapportage uitgebracht over de inhoudelijke voortgang van het project en de mate waarin het project de beoogde doelen bereikt, zie inleiding. Het merendeel van de gegevens gaat over de deelnemers: kenmerken (leeftijd, nationaliteit, et cetera) plus de situatie aangaande huisvesting, medische zorg, gebruiksruimte, inkomen en dagbesteding. Het was aanvankelijk de bedoeling dat er in de toekomst verfijnder zou worden gemeten, bijvoorbeeld het aantal contacten dat een cliëntmentor heeft met zijn/haar cliënt in een bepaalde periode. Dit is anno 2003 nog niet gerealiseerd. Er wordt door de leden van het Platform Support in 2003 naar voren gebracht dat het nodig is om in de toekomst meer kwalitatieve gegevens te verzamelen omtrent de cliënten en meer te letten op de resultaten en de uitstroom. Daarnaast zijn voorstellen gedaan om de doelen meer te individualiseren naar de cliënt, aangezien niet voor elke cliënt de vijf domeinen in een zelfde mate zijn te bereiken. 7. Wat is de inbreng van de regio, in financiële zin Er is binnen de regio geen specifieke financiering van het project. De activiteiten vinden plaats met gesloten beurzen. Het ministerie van VWS heeft een bijdrage geleverd aan de financiering van het cliëntvolgsysteem en aan de financiering van opleidingen voor de cliëntmentoren. 8. Hoe verhoudt het plan zich ten opzichte van bestaande wet- en regelgeving Er zijn anno 2003 geen principiële tegenstrijdigheden met de wet- en regelgeving, evenals dat niet het geval was in 2000 en Er wordt wel aangegeven dat de politiek steeds sturender wordt en invloed heeft op de keuzes die moeten worden gemaakt en de vooruitgang van Support. Eén van de doelen van het project is dat de gedefinieerde doelgroep beschikt over een inkomen. Daar is veelal de Sociale Dienst bij betrokken. HD/03/3136/eve, HHM

8 Bijlage 1 Amsterdam Deze stelt bepaalde voorwaarden waaraan de doelgroep niet altijd voldoet. De Sociale Dienst is de uitvoerder van de wet en om deze reden kan hij niet zo flexibel zijn als hij binnen het Support project zou willen. Een voorbeeld uit 2003 is dat de overheidsprestatie moet worden gekoppeld aan de juiste GBA, dit leidt tot problemen zeker voor de minder grijpbare groep die een inschrijfverplichting krijgt. Er wordt geprobeerd hier zo flexibel mogelijk mee om te gaan. Op andere gebieden werkt de wetgeving eveneens als een belemmering. De cliëntmentoren kunnen niet actief bezig zijn voor hun cliënt indien deze in de gevangenis terecht komt. Op dit gebied zijn enige activiteiten van start gegaan, waaronder een proef van de GG&GD waarbij er: een goede communicatie wordt bewerkstelligd tussen hulpverleners binnen en buiten de gevangenis; wordt aangekondigd wanneer een persoon wordt vrijgelaten, zodat er direct een contact met een mentor zal plaatsvinden. Uiteindelijk mag niemand de gevangenis verlaten zonder dat de 5 domeinen beschikbaar zijn. Daarnaast wordt er getracht de Amsterdamse gedetineerden zoveel mogelijk in en rond Amsterdam geplaatst te krijgen. Justitie moet hieraan meewerken. Ook wordt met de Sociale Dienst afgesproken dat de vaste lasten worden doorbetaald wanneer iemand is opgepakt. Op het gebied van het voorkomen van detentie wordt nagedacht over een afspraak hoe inkomensbeheer en boetes kunnen worden opgelost, oftewel dat de boetes worden betaald via inkomensbeheer. Indien dit niet goed is geregeld moet de cliënt de gevangenis in, en moeten er weer afspraken worden gemaakt met de hulpverleners daar, of de cliënt komt in de problemen. Dit is zeer arbeidsintensief. 9. Wordt vanuit de regio-indeling van de uitkering verslavingsbeleid gewerkt Ja, gelijk aan 2000 en Alle in Amsterdam Centrum opererende partijen betreffende verslavingszorg zijn betrokken. Het werkgebied van diverse partijen stemt overeen met de regio-indeling. Momenteel is er naast Support een project in Amsterdam Zuidoost. Hierin nemen partijen deel die ook in Support aanwezig zijn, maar hun rollen binnen beide projecten kunnen variëren. De vraag die in 2003 wel bestaat is, hoe stedelijk Support moet zijn. Het project wordt gezien als een stedelijke voorziening. In hoeverre dit betekent dat alle personen die tot de doelgroep behoren uit verschillende stedelijke delen moeten deelnemen aan Support is niet duidelijk. Helder moet worden hoe stedelijk dit moet worden ingevuld. Moet de cliënt naar de binnenstad komen of moet de mentor naar het stadsdeel waar de verslaafde zich bevindt? Deze onbeantwoorde vragen leiden tot problemen met betrekking tot de communicatie met de politie. 10. Is er al sprake van een concreet projectplan en zo ja, is deze al in uitvoering Ja, hetgeen is verwoord in het Uitvoeringsplan Support, zie inleiding. Dit projectplan is in uitvoering, en wordt eveneens steeds verder ontwikkeld. HD/03/3136/eve, HHM

9 Bijlage 1 Amsterdam De wethouder Zorg had zich in 2001 op een harde doelstelling vastgelegd, namelijk dat voor de gedefinieerde doelgroep op 1 januari 2001 was bereikt dat allen (die dat wilden) een dak boven hun hoofd zouden hebben (domein huisvesting). Dit is in 2003 nog niet bereikt. HD/03/3136/eve, HHM

10 Bijlage 1 Amsterdam 3. Resultaten interviews interorganisationele samenwerking in het kader van Verslavingszorg Herijkt in de regio Amsterdam Onderstaand worden de resultaten van de interviews met betrekking tot de interorganisationele samenwerking, per hoofdvraag weergegeven. Deze hoofdvragen hebben betrekking op factoren die invloed hebben op het al dan niet daadwerkelijk realiseren van interorganisationele samenwerking. Vanuit de factoren kan een conclusie worden getrokken over de mate van levensvatbaarheid van een interorganisationeel samenwerkingsverband. Tevens wordt inzicht geboden in de knelpunten binnen het project, waardoor handvatten ontstaan voor bijsturing.per hoofdvraag wordt ingegaan op de resultaten van de nulmeting uit 2001 en de resultaten van de eindevaluatie uit Hierdoor kan gekeken worden in hoeverre samenwerkingsaspecten in de loop van de tijd zijn veranderd. In het kader van de metingen is gesproken met vertegenwoordigers van de volgende partijen: Hulpverlening verslavingszorg: Jellinek Jellinek verslavingsreclassering Jellinek Circuit Complexe Zorg Stichting de Regenboog GG&GD GGZ (Mentrum Crisisdienst) AMOC Stichting Streetcornerwork Aanbieders van Maatschappelijke Opvang: HVO/Querido Leger des Heils Volksbond Openbare orde 1 : Politie Amsterdam-Amstelland Arrondissement Parket Amsterdam Gemeente: Sectorhoofd Welzijn, Stadsdeel Amsterdam Centrum Meldpunt extreme overlast, Stadsdeel Amsterdam Centrum Sociale Dienst Amsterdam Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling Amsterdam Belangenbehartigingsorganisaties druggebruikers: Stichting Mainline Belangenvereniging druggebruikers MDHG. De meerderheid van de geïnterviewden neemt deel aan het Platform Support. Een deel van hen neemt alleen deel aan het Klein Overleg Support. 1 Hier genoemde partijen hebben een ruimer werkgebied dan openbare orde. De indeling is gemaakt met het oog op de doelgroep van Support.. HD/03/3136/eve, HHM

11 Bijlage 1 Amsterdam 1. Strategische noodzaak als basis van het interorganisationele samenwerkingsverband Het strategisch belang van het samenwerkingsproces is met name van invloed op het moment dat de betrokken organisaties voor de keuze staan al dan niet te participeren in de samenwerking en op welke wijze dit dan vorm krijgt. Hoe groter het strategisch belang, hoe groter de kans dat de samenwerking tot stand komt en goed zal verlopen. In latere fases van een samenwerkingsproces is het strategische belang van invloed op de mate waarin de betrokken organisaties zich inzetten voor de samenwerking. Bevindingen 2001 Deelname aan Support vond mede plaats onder druk van de verantwoordelijke wethouder. Desondanks werd door vrijwel alle partijen die in 2001 waren geïnterviewd onderkend dat de doelgroep van Support een dermate grote en complexe doelgroep was, dat de noodzaak bestond om samen te werken. Wanneer er niet zou worden samengewerkt, zou deze groep buiten de boot vallen. Goede zorg aan deze doelgroep zou tevens kunnen leiden tot vermindering van overlast en draaideurcriminaliteit. Gevraagd naar de eigen belangen om mee te doen aan dit project waren de organisaties minder unaniem: Voor een deel van de instellingen voor maatschappelijke opvang en verslavingszorg betekende Support dat er specifieke aandacht was voor een zeer moeilijke doelgroep en dat je hier samen met andere organisaties voor zou kunnen staan. Voor sommige organisaties behoorden de cliënten van Support al tot hun eigen doelgroep. Voor anderen gold dat deelname aan Support er toe kon leiden dat zij door Support zwaardere cliënten zouden krijgen en dat zou remmend kunnen gaan werken op hun inzet voor het project, omdat zij daarvoor geen extra financiering zouden krijgen. Voor een aantal instellingen gold dat het project voor hen een meer vrijblijvend karakter had. Deelname aan het project zou bij hen niet hoeven te leiden tot een andere werkwijze dan wel het stellen van andere prioriteiten binnen de instelling. De organisaties voor openbare orde en de gemeente waren gebaat bij vermindering van overlast in de binnenstad. Voor de politie betekende het project tevens dat er minder druk op hen zou liggen onder meer door betere verwijsmogelijkheden. De belangenorganisaties namens cliënten zaten vanuit hun kritische rol als luis in de pels van de hulpverlening. Ten dele gaven zij zelf aan dat zij feitelijk niet het geluid van cliënten konden vertolken, maar dat cliënten dit zelf zouden moeten doen. Via het project probeerden ze onder meer aandacht te vragen voor hun visie dat hulpverlening niet zou mogen worden ingeschakeld ten bate van overlastbestrijding en streefden zij er naar om het leven van de gebruiker te optimaliseren. Bevindingen 2003 In 2003 wordt de strategische noodzaak, met betrekking tot samenwerking, wederom door alle geïnterviewden onderschreven. Samenwerking wordt als noodzakelijk omschreven om de doelstellingen van het project te behalen. Daarnaast is samenwerking van groot belang in verband met het uitwisselen van informatie, het delen van inzichten en het begrijpen van elkaars posities. Op deze manier kan de zorgketen vorm krijgen. Als positief effect van de samenwerking binnen Support wordt genoemd dat ook in de wijken buiten het centrum de samenwerking met de verschillende partijen wordt vergemakkelijkt door de reeds bestaande samenwerking binnen Support. Inmiddels is ook in Zuidoost een (enigszins) vergelijkbaar project opgestart. Door een klein aantal personen wordt aangegeven dat de strategische noodzaak anno 2003 groter is geworden. HD/03/3136/eve, HHM

12 Bijlage 1 Amsterdam Dit zou onder meer worden veroorzaakt doordat men het gevoel heeft dat de problemen ingewikkelder zijn geworden, dat de geldkraan steeds verder dicht gaat en dat de druk ten aanzien van veiligheid en leefbaarheid groter is. Een en ander neemt niet weg dat ook in 2003 voor een aantal instellingen geldt dat het project voor hen een meer vrijblijvend karakter heeft. 2. Duidelijke afspraken over domein en de intensiteit van de samenwerking (vooronderzoek / haalbaarheidsonderzoek) Wanneer het voor alle betrokkenen helder is hoe groot de strekking is van de samenwerking, zal het proces soepeler verlopen. Het is daarom gewenst in een vroeg stadium van het proces duidelijkheid te scheppen omtrent de periode waarvoor formele afspraken worden gemaakt, welke onderwerpen in de samenwerking zullen worden betrokken en in welke mate de instellingen autonomie inleveren ten behoeve van de samenwerking. Bevindingen 2001 De doelstelling van het Support project is helder en concreet: een grote groep ernstig problematische personen moet zorg ontvangen op de 5 geformuleerde domeinen door onder meer een lange trajectbegeleiding van mentoren. Deze doelstelling was in 2001 bij alle partijen bekend. Minder helder was in 2001 hoe deze doelstelling precies moest worden gerealiseerd. Als kritiekpunten werden genoemd: De communicatiestructuur: de agenda en vergaderstukken kwamen veelal erg laat en de kwartaalrapportages gaven niet alle gewenste informatie. De invulling van de agenda van het Platform Support: het ging niet altijd over de doelstelling. De mate waarin het Platform Support richting gaf aan de niveaus daaronder, in het bijzonder de werkgroepen. Er was afgesproken om het project Support met gesloten beurzen te laten plaatsvinden. Instellingen hadden zich wel verplicht om menskracht beschikbaar te stellen (secretariaat van het project, zorgcoördinatie, cliëntmentoren et cetera). In deze zin was er op voorhand duidelijkheid geschapen dat vooralsnog niemand (financiële) autonomie hoefde in te leveren, hetgeen de samenwerking gunstig kon beïnvloeden. In het algemeen leefde wel het gevoel dat de instellingen voor verslavingszorg zich zouden moeten bewijzen in dit project. Of er op andere wijze autonomie zou moeten worden ingeleverd was vooralsnog niet bekend. Er was in het kader van Support voorafgaand aan de start van het project geen haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd. Door enkele organisaties werd er op gewezen dat het uitvoeren van zo'n onderzoek wellicht in een eerder stadium knelpunten had kunnen blootleggen (bijvoorbeeld de capaciteit voor wat betreft mentoren en opvangmogelijkheden). Er waren wel verschillende vooronderzoeken uitgevoerd, zoals de analyses in het rapport AEF (die onder meer over de omvang van de doelgroep handelden). Vooralsnog hoefde het achterwege laten van een haalbaarheidsonderzoek geen directe bedreiging te vormen voor de samenwerking. Het was van belang dat de aanwezige knelpunten voortdurend zouden worden geïnventariseerd en, indien mogelijk, aangepakt. Bevindingen 2003 Gevraagd naar de situatie in 2003 geven de respondenten aan de doelstellingen van Support nog steeds helder en concreet te vinden. HD/03/3136/eve, HHM

13 Bijlage 1 Amsterdam Met betrekking tot de wijze waarop de doelstelling moet worden gerealiseerd, speelt de kritiek uit 2001 in mindere mate. Slechts door een enkeling wordt nog genoemd dat bijvoorbeeld stukken voor de vergadering niet op tijd komen om een goede voorbereiding te treffen. De afspraak om een en ander met gesloten beurzen te laten plaatsvinden geldt nog steeds. In concreto betekent dit dat partijen nog steeds geen financiële autonomie hebben hoeven inleveren. Voor de bereidheid tot samenwerking kan dit gunstig zijn, maar dit draagt tevens het risico van vrijblijvendheid in zich. Dit wordt ook door een enkeling onderkend: er is geen sanctiemogelijkheid op het moment dat mensen zich niet houden aan de afspraken. De afspraken rondom het beschikbaar stellen van menskracht zijn in de tijd nader uitgewerkt. In de praktijk bestaat echter het beeld dat de instellingen een verschillende invulling geven aan het mentoraat, vooral ten aanzien van de mate waarin outreachend wordt gewerkt. Momenteel loopt er een onderzoek naar de cliëntmentoren, om inzicht te krijgen in de werkwijze van de cliëntmentoren in de verslavingszorg (doel is te zorgen voor betere afstemming domeinen waarop druggebruikers zorg nodig hebben) en of er sprake is van standaardisatie. Indien dit niet het geval is, zal de vraag actueel worden of instellingen bereid zijn om tot standaardisatie te komen. 3. Reële doelstellingen en een procesmatige aanpak Indien de doelstellingen door alle betrokkenen worden onderschreven en realiseerbaar worden geacht, zal er meer motiverende werking van deze doelstellingen uitgaan. Hierbij is een procesmatige aanpak bij het verwezenlijken van de doelstellingen gewenst. Door een procesmatige aanpak krijgen betrokkenen de kans aan de plannen te wennen. Problemen kunnen in gedeelten worden opgelost en het proces blijft overzichtelijk. Bevindingen 2001 Bij de meerderheid van alle deelnemende organisaties was er draagvlak voor de doelstelling hoewel men de lat hoog vond liggen. De aanpak om hiervoor cliëntmentoren in te zetten had eveneens draagvlak; enkele organisaties waren hier zelfs zeer positief over. Dit wilde niet zeggen dat men de doelstelling volledig realiseerbaar achtte. De cliëntmentoren werden gezien als kritische succesfactor, terwijl deze op dat moment in kwantitatieve en kwalitatieve zin onvoldoende voorhanden waren. Niet alle mentoren hadden ervaring met het leggen van contacten met deze doelgroep en het ontwikkelen van een methodiek hiervoor werd als lastig ervaren. Ook het aanbod van voorzieningen was van invloed op het welslagen van het project. In 2001 was dagbesteding een zwakke schakel en waren er onvoldoende mogelijkheden voor opvang. Het succes van het domein dagbesteding was het meest zichtbaar in termen van overlast. Door één van de geïnterviewden werd overigens opgemerkt dat er voldoende voorzieningen waren voor dagbesteding, maar dat de knelpunten vooral nog lagen in de onderlinge afstemming. Naast draagvlak voor de doelstellingen waren er destijds ook kritische geluiden te beluisteren: Pragmatischer was geweest om te onderzoeken hoe vaak nee wordt verkocht door dak- en thuislozeninstellingen en waarom. Een deel van de doelgroep is zodanig gesocialiseerd dat ze niet meer van de straat is af te halen; er zou gekeken moeten worden hoe het probleem in elkaar steekt en daar cliënten bij betrekken; dan zou er meer haalbaar zijn. De aanvankelijke doelgroep wordt niet benaderd omdat mensen moeten tekenen voor deelname; een kenmerk van deze groep is juist dat ze dit niet doet. HD/03/3136/eve, HHM

14 Bijlage 1 Amsterdam Er moest voor worden gewaakt dat er door de Supportcliënten groepen worden verdrongen, zoals bijvoorbeeld schizofrene cliënten. Zal de gemeente wel kunnen voldoen aan de eis om iedereen een inkomen te verschaffen? Bevindingen 2003 Anno 2003 bestaat bij de meerderheid nog steeds draagvlak voor de doelstelling, maar wederom wordt aangegeven dat de lat hoog ligt. Het zal niet mogelijk zijn om voor de gehele doelgroep op de 5 domeinen zorg te leveren. Dit wordt enerzijds niet als probleem ervaren voor het project. Het behalen van de doelstelling wordt ook wel omschreven als een ambitie of als een beweging ( je moet ergens beginnen ). De kracht van de beweging is transparantie en controleerbaarheid. In dit verband worden bijvoorbeeld de afspraken genoemd die gemaakt zijn rondom cliënten in detentie (voorwerk voor zorg op domeinen gebeurt reeds in detentie): men signaleert een probleem en probeert dit werkende weg aan te pakken. Anderzijds zijn er knelpunten die wel als problematisch worden ervaren. In het bijzonder worden genoemd de mogelijkheden om cliënten van zorg te voorzien op het domein dagbesteding. Dit is door veel respondenten aangegeven. Er zijn weliswaar activiteiten ontwikkeld om het domein dagbesteding te versterken (De Balie, De Omslag, sociale activering), maar dit blijkt vooralsnog niet voldoende. Als redenen waarom het domein dagbesteding achterloopt, worden onder meer genoemd: Er is geen beloning voor verrichte werkzaamheden geregeld. Er heeft in het begin geen inventarisatie plaatsgevonden van het beschikbare aanbod en de te verwachten vraag. Er zijn logistieke problemen aan de orde (het vervoer van een druggebruiker naar de activiteit / het werk). Het organiseren van de dagbesteding op de kenmerken van de cliënt is zeer lastig en kan worden gezien als maatwerk tot in de puntjes. Het beeld bestaat dat er te weinig aan veldwerk wordt gedaan: er wordt aangegeven dat het zonder regelmatig contact niet lukt om cliënten te activeren. Het beeld bestaat dat de vraag naar dagbesteding niet zozeer bij cliënten zelf leeft (het beeld bestaat dat deze vraag voornamelijk wordt gesteld vanuit de openbare orde-problematiek). Naast het domein dagbesteding worden er andere kanttekeningen geplaatst: Aangegeven wordt dat er op mentorniveau sprake is van 8 domeinen, waarbij naast de bekende 5 domeinen aandacht wordt geschonken aan het justitiële, psychosociale en psychiatrische aspect. Op Platform niveau wordt er echter nog gesproken over 5 domeinen, waardoor er op de overige drie domeinen een gebrek is aan aansturing. Met betrekking tot het justitiële domein wordt wel aangegeven dat dit weliswaar van belang is, maar dat dit geen onderwerp van bespreking kan zijn binnen Support, omdat het gaat om wettelijke bepalingen volgens welke het OM te werk gaat. Een enkeling geeft aan dat een aantal cliënten ondanks dat ze hebben getekend voor Support niet zijn gekoppeld aan een mentor. Daarnaast is er een groep die eveneens heeft getekend maar niet vaker dan éénmaal contact heeft gehad met een mentor. De ontwikkelingen rondom het Cliënt Volg Systeem worden kritisch afgewacht. Men vraagt zich af in hoeverre een en ander zal aansluiten op bestaande registratiesystemen en in hoeverre de discipline zal worden opgebracht om dit systeem actueel te houden. HD/03/3136/eve, HHM

15 Bijlage 1 Amsterdam In de periode tot 2003 speelden er tevens problemen op het domein inkomen; inmiddels is hier een aantal initiatieven voor aangedragen, zoals de CED en Fibu; door een deel van de respondenten wordt echter aangegeven dat dit nog niet naar wens functioneert. De volgende aanbevelingen om de doelstelling van Support realiseerbaar te maken zijn uit de interviews naar voren gekomen: De doelstelling zou meer moeten worden geïndividualiseerd; in dit verband wordt bijvoorbeeld genoemd dat niet voor iedere cliënt alle domeinen gerealiseerd hoeven te worden; verder wordt genoemd dat verschillende aanpakken (zoals Support) zouden moeten worden afgezet tegen verschillende cliëntenprofielen ten behoeve van protocollering. Er zou een beter PR beleid moeten komen, om de cliënten uit de doelgroep bekend te maken met Support. Er wordt te weinig aandacht besteed aan de uitstroom op de 5 domeinen en er is te weinig bekend over de resultaten. Er zou meer aandacht moeten komen voor de harde kern van druggebruikers die niet of nauwelijks gebruik maakt van de zorg. Er zou moeten worden onderzocht waarom mensen uitvallen. 4. De juiste sleutelfiguren en de aanwezigheid van een sturende en controlerende partij Aangezien het samenwerkingsverband bestaat uit op zich zelf autonome organisaties en er altijd een zekere mate van belangentegenstelling zal bestaan tussen deze organisaties, is de aanwezigheid van een krachtige, sturende partij noodzakelijk voor de voortgang van het proces. In een polaire situatie is een onafhankelijke partij essentieel. Bevindingen 2001 Bij Support was het een bewuste keuze om het samenwerkingsproces en het realiseren van de doelstelling om de doelgroep zorg te bieden op de 5 domeinen aan de partijen over te laten. De wethouder wilde de partijen kunnen afrekenen op deze concrete doelstelling. Vanuit die invalshoek was er tevens voor gekozen om de voorzitter van het Platform Support, i.c. de directeur van de Jellinek, uit de hoek van de instellingen te laten komen. Voor sommige andere instellingen was dit lastig, omdat het in hun ogen leidde tot een dominante positie van de Jellinek. Mochten er zich boven de instellingen uitstijgende gemeentelijke problemen voordoen, dan kon dat bij de wethouder worden gemeld die dat dan in zou brengen in het BOPP, het Bestuurlijk Overleg Problematische Personen (wethouder Zorg, burgemeester, korpschef van politie en officier van Justitie). Het idee hierbij was dat de betrokken instellingen zelf hun maatschappelijke verantwoordelijkheid moesten nemen en dat men hierdoor problemen wist op te lossen. In de praktijk in 2001 lag de sturende rol volgens de meeste geïnterviewden bij: de Jellinek; door sommigen werd aangegeven dat zij niet de affiniteit en ervaring met de doelgroep hebben, die voor zo'n project wellicht wenselijk zou zijn. In het bijzonder werd daarbij gewezen op de noodzaak om outreachend te werken voor deze doelgroep; GG&GD; dit werd door de meeste organisaties als een logische keuze gezien, mede gezien de ervaringen van de GG&GD met methadonverstrekking. de politie; zij had een belangrijke rol voor wat betreft de instroom van cliënten. Zelf gaven ze aan er de voorkeur voor te hebben dit zo veel mogelijk bij de hulpverlening neer te leggen. HD/03/3136/eve, HHM

16 Bijlage 1 Amsterdam Door een enkele organisatie werd opgemerkt dat het wenselijk was geweest om de sturing in handen te geven van een onafhankelijke partij, die geen instellingsbelangen vertegenwoordigde. Bevindingen 2003 In 2003 worden door bijna alle geïnterviewden de Jellinek, GG&GD en de overige instellingen die mentoren leveren (de Regenboog en Mentrum) als sleutelorganisaties aangewezen. Daarnaast worden door een vijfde van de geïnterviewden de politie en de maatschappelijke opvang als sleutelorganisaties gezien. Door enkele partijen wordt aangegeven dat hier een mogelijke spanning bestaat tussen de Jellinek en de GG&GD, met name ten aanzien van de vraag wie nu dé drugsorganisatie in Amsterdam is. Dit wordt overigens niet door de betrokken organisaties zelf genoemd. De voorzitter van het Platform Support is nog steeds de directeur van de Jellinek. Vanaf januari 2003 is er een nieuwe directeur aangetreden. Uit de interviews blijkt deze nieuwe directeur draagvlak te hebben bij de partijen en men geeft aan positieve resultaten van haar te verwachten. Vanuit enkele organisaties in de MO wordt aangegeven dat men van mening is dat er te weinig gebruik wordt gemaakt van de kennis die er in de MO is. Ten aanzien van instellingen voor GGZ wordt door enkelen opgemerkt dat men meer commitment zou moeten tonen. 5. Top-down benadering / bottom-up benadering Om efficiënt te kunnen werken en om voldoende draagvlak te kunnen creëren, is het gewenst dat de grote lijnen op managementniveau worden uitgezet en dat deze worden uitgewerkt op uitvoerend niveau. Anderzijds moet op het managementniveau rekening worden gehouden met de wensen en ideeën die er op het uitvoerend niveau aanwezig zijn. Bevindingen 2001 Het idee voor het project Support is ontstaan aan de tafel van de wethouder Zorg van de gemeente Amsterdam. Het Supportproject was hiermee duidelijk top-down neergezet. Door één van de geïnterviewden werd in 2001 aangegeven dat het Platform Support meer richtinggevend zou moeten zijn, zodat men op werkgroepenniveau concreet aan de slag zou kunnen. Doordat binnen het Platform Support sterk werd uitgegaan van een consensusmodel, waarin bepaalde organisaties domineerden, ontbrak veelal een eenduidig kader. Bottom-up zou eveneens het een en ander moeten groeien. Er was een structuur ontworpen, waarin van beneden af knelpunten konden worden gemeld door werkgroepen aan het Klein Overleg Support. Deze werkgroepen konden zo nodig bijeen worden geroepen (het waren geen permanente werkgroepen). HD/03/3136/eve, HHM

17 Bijlage 1 Amsterdam Deze structuur zou zich nog verder moeten ontwikkelen. Voor wat betreft de informatievoorziening naar medewerkers gold voor vrijwel alle organisaties dat de relevante personen waren geïnformeerd over het Supportproject. Bevindingen 2003 In 2003 wordt er nog voornamelijk top-down gewerkt, waarbij initiatieven, zo wordt door ruim eenderde van de geïnterviewden aangegeven, grotendeels vanuit de GG&GD komen of worden opgepakt en doorgevoerd. In de nabije toekomst, zo wordt door een enkeling aangegeven, is het mogelijk dat er meer initiatieven worden aangedragen door andere partijen door de personele verandering van de voorzitter. De aanvankelijke bedoeling dat boven de instellingen uitstijgende problemen worden teruggemeld in het Platform Support of in het BOPP, zodat zaken bestuurlijk kunnen worden opgelost, is niet goed gerealiseerd. Het bottom-up proces verloopt in die zin minder goed. Voor zover er vanuit de werkgroepen en de mentoren initiatieven bottom-up komen, wordt door een klein deel van de geïnterviewden aangegeven dat er niet altijd ruimte is om deze initiatieven uit te werken. Een voorbeeld is de prijs die Support heeft gewonnen (de Golden Helix Award), waaraan een geldbedrag was gekoppeld. Dit bedrag van gulden zou worden besteed aan het voorzien in reservelegitimatie, zodat leden van de doelgroep zonder legitimatie in ieder geval bij de instellingen naar binnen konden. Dit initiatief was aangedragen vanuit de werkgroepen en het prijsgeld zou hieraan worden besteed, maar de werkgroep heeft de middelen nooit in handen gekregen. Desgevraagd wordt vanuit de projectleiding hier tegen ingebracht dat de geldprijs nog steeds ter beschikking staat van de uitvoerders, maar dat tot op heden hiervoor geen goede bestemming is gevonden. 6. Onderhandelingssfeer Ook de onderhandelingssfeer is met name van belang in de eerste fase van het samenwerkingsproces, als er nog veel beslissingen open liggen en de definitieve vorm van samenwerking nog niet is bepaald. De kans dat onderhandelingen goed verlopen en er een optimale uitkomst ontstaat, neemt toe naarmate er sprake is van openheid, vertrouwen, een zeker machtsevenwicht en er wordt gezocht naar win-win situaties. Bevindingen 2001 De onderhandelingssfeer in het Platform Support werd in 2001 zeer verschillend beoordeeld: Ongeveer een derde van alle geïnterviewden was positief. Het principiële commitment was er. Men vond de sfeer open en was van mening dat het vertrouwen groeide, hoewel ook werd opgemerkt dat het stadium waarin het moeilijk zou kunnen worden nog niet was bereikt; Ongeveer een derde vond dat de sfeer nog wat afwachtend was. Men was nog niet oplossingsgericht bezig. Deze kritiek werd voor een groot deel ingegeven door het feit dat men de omvang van het Platform Support wel erg groot vond en men elkaar slechts weinig trof. Hierdoor was er geen ruimte voor discussie en kon er dus feitelijk niet worden onderhandeld; Een groep van organisaties vond de sfeer niet goed. Men zou teveel bezig zijn met het verdedigen van instellingsbelangen en men signaleerde wantrouwen tussen bepaalde organisaties. HD/03/3136/eve, HHM

18 Bijlage 1 Amsterdam Degenen die de sfeer in het Klein Overleg Support konden beoordelen, uitten vergelijkbare geluiden als ten aanzien van het Platform Support. Kritiekpunt was dat er in eerste instantie veel was geprobeerd gehoor te vinden voor de eigen problemen van organisaties. Later verliep een en ander constructiever. Voor zover bekend speelden er op het uitvoerende niveau vooral problemen tussen mentoren en politie. Zij hadden soms, uit de aard van hun taken, tegengestelde doelstellingen en daarnaast verkeerde verwachtingen van elkaar. Opgemerkt werd daarenboven dat de gekozen structuur met drie niveaus in de praktijk onvoldoende als zodanig werkte: detailzaken en algemene lijnen werden door elkaar besproken, mede door de omvang van het Platform Support; sommige organisaties hadden op elk niveau dezelfde vertegenwoordigers zitten. Bevindingen 2003 In 2003 worden er door de geïnterviewden wederom een aantal kritische kanttekeningen geplaatst bij de onderhandelingssfeer in het Platform Support: Veel partijen zijn vaak niet aanwezig; inmiddels lijkt dit overigens wel te verbeteren. Binnen het Platform Support zijn mensen betrokken van verschillend niveau. Hierdoor heeft het Platform niet veel slagkracht. In het Platform zouden alleen mensen moeten zitten die ter plekke beslissingen kunnen nemen (dus feitelijk op directieniveau). Er nemen te veel partijen deel aan het Platform Support. Het Platform Support en het Klein Overleg Support werken langs elkaar heen; Binnen het Platform Support heerst het gevoel dat men niet verder komt (stagnatie); er moet worden gezocht naar de oorzaak; Het is niet altijd duidelijk wie nu waarvoor verantwoordelijk is; bijvoorbeeld ten aanzien van punten als het gebrek aan mentoren en de verschillende werkwijze die de mentoren hanteren. Binnen Support spreekt men elkaar hierop aan maar het is niet duidelijk wie er nu daadwerkelijk iets mee gaat doen. Sommige deelnemers zitten zowel in het Klein Overleg Support als in het Platform Support, wat niet altijd als plezierig wordt ervaren. Het leidt tot een grote informatievoorsprong van de betreffende deelnemers. Dit was in 2001 reeds opgemerkt, maar hier hebben zich geen veranderingen voorgedaan. Met betrekking tot het Klein Overleg Support klinken er verder voornamelijk positieve geluiden. Het gevoel bestaat dat er reeds diverse positieve uitkomsten zijn geboekt (relatie politie-cliëntmentor, 24-uurszorg en dergelijke). Men is momenteel bezig te evalueren hoe het Klein Overleg Support verder gaat. Hierbij wordt onder meer gekeken naar de rol van de verschillende personen, de inbreng die ze hebben en wat eventueel de rol zou kunnen zijn van het overleg in de toekomst (mogelijke verbreding werkwijze andere groepen). Zoals aangegeven neemt de meerderheid van de geïnterviewden deel aan het Platform Support. Een deel van hen neemt alleen deel aan het Klein Overleg Support. Er is niet gesproken met deelnemers op het uitvoerende niveau. Voor zover bekend op basis van de interviews speelt er in 2003 op het uitvoerende niveau de beeldvorming ten aanzien van de mate van outreachend werken (zie eerder). HD/03/3136/eve, HHM

19 Bijlage 1 Amsterdam 7. Aandacht voor eventuele belangentegenstellingen tussen de participerende organisaties en verwerven van steun en medewerking van verschillende betrokken partijen Voor het verwerven van medewerking en steun van de betrokkenen is het van belang dat de verschillen in perceptie worden weggenomen. Tevens dient er te worden gestreefd naar duidelijkheid en openheid over de verschillende belangen die er kunnen zijn. Bevindingen 2001 Bij Support dreigde de spanning tussen de hulpverlening en de zorg voor individuele cliënten aan de ene kant en de overlastbestrijding aan de andere kant één van de grootste belangentegenstellingen te worden. Vanuit sommige hulpverleningsinstanties bestond er wantrouwen naar de vertegenwoordigers van de openbare orde, die zich voornamelijk concentreerde op de politie. Dit wantrouwen werd soms ingegeven doordat men het ten principale niet juist vond om met zorg openbare ordeproblematiek te willen oplossen of dat men niet verwachtte met zorg openbare ordeproblematiek te kunnen oplossen, maar vaker nog door de beeldvorming die hulpverleners hadden van de politie. Omgekeerd leefde er bij de politie eveneens een zekere beeldvorming. De politie gaf aan het project te steunen. Er werd door de doelgroep veelvuldig een beroep op hen gedaan en men had in het verleden een actieve rol gespeeld (project Warmoesstraat) bij het in kaart brengen van de problematiek. Men wilde echter van de verantwoordelijkheid voor de doelgroep af omdat hulpverlening niet de eigenlijke taak was van de politie. Hiervoor wilde men cliënten eenvoudiger kunnen overdragen naar de hulpverlening. Men begreep de kritische geluiden van de hulpverleners, maar men had rekening te houden met de gevoelens in de buurt. Vanuit een van de gemeentelijke diensten werd echter aangegeven dat de betrokkenheid van de politie bij de doelgroep werd onderschat. Voor een deel was deze spanning dus niet oplosbaar, maar voor een deel werd deze veroorzaakt door beeldvorming. Voor het project was van belang dat duidelijkheid werd verschaft over elkaars mogelijkheden, onmogelijkheden en primaire aandachtsgebieden om helderheid te verkrijgen over de juistheid van bepaalde beeldvorming. Dit gold eveneens voor de overige belangentegenstellingen die waren genoemd: De taken van de maatschappelijke opvang versus de financiering hiervan alsmede de wetgeving op dit gebied: men wilde taken bij de maatschappelijke opvang neerleggen, omdat men constateerde dat de cliënten van de maatschappelijke opvang zorg nodig hadden. De maatschappelijke opvang signaleerde dit ook maar vroeg zich af of zij die zorg moesten bieden, omdat ze woonfuncties boden en geen zorginstelling waren. Bovendien vielen zij niet onder de wet- en regelgeving van de zorginstellingen en kregen zij minder financiële middelen dan die zorginstellingen. De discussie over hoe ver je als maatschappelijke opvang hierin moest gaan speelde zowel binnen als buiten de maatschappelijke opvang. Met de Support doelgroep werd een lastiger cliëntengroep in huis gehaald, en dit kon voor sommige organisaties leiden tot verdringing van de reguliere groep. De verschillende instellingsbelangen konden tegengesteld zijn, omdat men elkaars concurrent was en de instellingsbelangen konden tegenover die van de subsidieverstrekker komen te staan. Het commitment dat men voelde ten aanzien van Support verschilde. De vraag of men voldoende outreachend zou kunnen werken: de werkwijze die men was gewend versus de benodigde werkwijze ten aanzien van deze doelgroep. Het belang voor directies om zich te bewijzen in Support versus het belang van hulpverleners op het uitvoerende niveau om geen verdringing van overige cliënten plaats te laten vinden. HD/03/3136/eve, HHM

20 Bijlage 1 Amsterdam Bevindingen 2003 In 2003 lijkt het thema belangtegenstellingen duidelijk anders te worden ervaren. De tegenstelling tussen zorg en overlast uit 2001 is er nog steeds, zo wordt door ruim eenderde van de geïnterviewden aangegeven, maar dit wordt in veel mindere mate als belemmerend ervaren. Tevens wordt aangegeven dat het geen belangentegenstelling is die specifiek voor Support geldt. Door een kwart van de geïnterviewden wordt aangegeven dat er zelfs geen wezenlijke belangentegenstellingen meer bestaan dan wel dat deze worden besproken in het overleg. Er is een gezamenlijke wil om verder te komen. De belangentegenstellingen die door de overige geïnterviewden zijn aangegeven, zijn: Instellingen onderling: de instellingen opereren vanuit hun kerntaken en kunnen verschillende belangen hebben. Om faciliteiten te creëren moet iedereen een beroep doen op dezelfde gemeenschapsgelden: als de ene partij geld krijgt, krijgt de andere partij minder. Cliëntenbelangenorganisaties versus reguliere hulpverlening. Dit wordt inmiddels door de deelnemende partijen geaccepteerd. Kaders wetgeving benodigde flexibiliteit voor deze doelgroep (mentoren willen bijvoorbeeld graag dat de Sociale Dienst zich flexibeler opstelt, terwijl de Sociale Dienst zich moet houden aan de wet; het OM dat gehouden is om cliënten, na het aanbieden van een dwang- of drangtraject, te vervolgen, et cetera.). De verdringing van de reguliere doelgroep door Supportklanten wordt wederom genoemd. Het beeld bestaat dat cliënten een keuze moeten maken tussen bijvoorbeeld de SOV en Support; dit verhoudt zich volgens een enkeling niet tot de vrijwilligheid waarvan sprake zou moeten zijn bij Support; het beleid van de gemeente in deze is om het volledige scala (van vrijwilligheid tot bemoeizorg tot drang tot dwang) af te dekken. 8. Aandacht voor de verschillen in organisatiecultuur en technologieverschillen Verschillen in organisatiecultuur, procedures en werkwijzen kunnen zware conflicten veroorzaken die het samenwerkingsproces frustreren. Door aan deze zaken aandacht te besteden kan dit worden voorkomen. Bevindingen 2001 Door de geïnterviewden werden in 2001 diverse cultuurverschillen benoemd. De belangrijkste daarvan waren: Het verschil tussen vertegenwoordigers van zorg en de (pragmatische, op het oplossen van actuele problemen gerichte aanpak van) vertegenwoordigers van de openbare orde. Visieverschillen over de aanpak van verslaving (sociale verslavingszorg versus behandelgerichte verslavingszorg en outreachende versus naar binnen gerichte aanpak). Visieverschillen ten aanzien van verslaving op zich zelf en de mate waarin verslaving als probleem wordt gezien. Door een aantal organisaties werd benadrukt dat de grootste cultuurverschillen zich voordeden op het directieniveau: op uitvoeringsniveau heb je allemaal met dezelfde dak- en thuislozen te maken. Overige cultuurverschillen waren voor een deel inherent aan de primaire taakgebieden van de betrokkenen. Mits voldoende bekend en naar elkaar uitgesproken, hoefden deze niet negatief te zijn voor het samenwerkingsproject. HD/03/3136/eve, HHM

Verslavingszorg herijkt geijkt

Verslavingszorg herijkt geijkt Verslavingszorg herijkt geijkt Evaluatie van de elementen uit het advies Verslavingszorg Herijkt (RVZ/RMO 1999) door middel van de evaluatie van drie projecten in de verslavingszorg Enschede, 30 oktober

Nadere informatie

Landelijke toegang maatschappelijke opvang

Landelijke toegang maatschappelijke opvang HANDREIKING Landelijke toegang maatschappelijke opvang VERSIE DECEMBER 2014 1 Aanleiding en doel van de tweede handreiking Vanaf 2010 zijn de financiële middelen die de centrumgemeenten ontvangen van het

Nadere informatie

Beïnvloeding Samen sta je sterker

Beïnvloeding Samen sta je sterker Beïnvloeding Samen sta je sterker Aan de slag Om uw doel te bereiken, moet u gericht aan de slag gaan. Het volgende stappenplan kan u hierbij helpen. 1. Analyseer het probleem en bepaal uw doel Als u een

Nadere informatie

Aanpak: OGGz. Beschrijving

Aanpak: OGGz. Beschrijving Aanpak: OGGz De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld door: OGGz Z.O. Drenthe GGD

Nadere informatie

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten

Effecten van cliëntondersteuning. Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten Effecten van cliëntondersteuning Samenvatting van een haalbaarheidsonderzoek naar de meetbaarheid van door de cliënt ervaren effecten MEE Nederland, 4 februari 2014 1. Inleiding In deze samenvatting beschrijven

Nadere informatie

Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202

Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202 Functieprofiel: Manager Functiecode: 0202 Doel Zorgdragen voor de vorming van beleid voor de eigen functionele discipline, alsmede zorgdragen voor de organisatorische en personele aansturing van een of

Nadere informatie

- Gezamenlijke visie - Algemeen of specifiek - Doelstelling vastgelegd - Doel SMART geformuleerd

- Gezamenlijke visie - Algemeen of specifiek - Doelstelling vastgelegd - Doel SMART geformuleerd Toetsingskader Verantwoorde zorg voor delictplegers met ernstige psychische en/of psychiatrische klachten (Netwerkniveau / Managementniveau); concept, 23 maart 2010 Aspect 1: Doelconvergentie De mate waarin

Nadere informatie

Aanpak: Bemoeizorg. Beschrijving

Aanpak: Bemoeizorg. Beschrijving Aanpak: Bemoeizorg De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld door: GGD West-Brabant

Nadere informatie

Aan de gemeenteraad Agendapunt : 6.10/240210 Documentnr.:RV10.0025

Aan de gemeenteraad Agendapunt : 6.10/240210 Documentnr.:RV10.0025 Aan de gemeenteraad Agendapunt : 6.10/240210 Documentnr.:RV10.0025 Roden, 17 februari 2010 Onderwerp Uitvoering Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) gemeente Noordenveld Onderdeel programmabegroting:

Nadere informatie

Evaluatie bijdrageregeling Regionale samenwerking -samenvatting-

Evaluatie bijdrageregeling Regionale samenwerking -samenvatting- WODC Evaluatie bijdrageregeling Regionale samenwerking -samenvatting- Hoofddorp, 8 mei 2003 Projectnummer: 3863 KPMG Bureau voor Economische Argumentatie Postbus 559 2130 AN Hoofddorp Tel. 023-5547700

Nadere informatie

Samenvatting. Achtergrond, doel en onderzoeksvragen

Samenvatting. Achtergrond, doel en onderzoeksvragen Samenvatting Achtergrond, doel en onderzoeksvragen Voor de tweede keer heeft het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) de situatie van (ex-)gedetineerden op de gebieden identiteitsbewijs,

Nadere informatie

Model convenant Zorg- en adviesteam in het onderwijs

Model convenant Zorg- en adviesteam in het onderwijs Model convenant Zorg- en adviesteam in het onderwijs CONVENANT Zorg- en adviesteam School/Scholen/SWV xxx Deelnemende organisaties: Deelnemer 1 Deelnemer 2 Deelnemer 3 Deelnemer 4 Deelnemer 5 Deelnemer

Nadere informatie

Aanpak: Bijzondere Zorg Team. Beschrijving

Aanpak: Bijzondere Zorg Team. Beschrijving Aanpak: Bijzondere Zorg Team Namens de gemeente Deventer hebben drie netwerkpartners de vragenlijst gezamenlijk ingevuld. Dit zijn Dimence GGZ, Tactus verslavingszorg, en Iriszorg maatschappelijke opvang.

Nadere informatie

Participatiewiel: een andere manier van kijken

Participatiewiel: een andere manier van kijken Participatiewiel: een andere manier van kijken Ideeën voor gebruik door activeerders en hun cliënten Participatiewiel: samenhang in beeld WWB Schuldhulpverlening Wajong / WIA / WW / WIJ AWBZ en zorgverzekeringswet

Nadere informatie

Rapportage. Effectmeting naar onderzoek Weten waarom uit 2008. Alphen-Chaam. Rekenkamercommissie Alphen-Chaam / Baarle-Nassau.

Rapportage. Effectmeting naar onderzoek Weten waarom uit 2008. Alphen-Chaam. Rekenkamercommissie Alphen-Chaam / Baarle-Nassau. 1 Rekenkamercommissie Alphen-Chaam / Baarle-Nassau Rapportage Effectmeting naar onderzoek Weten waarom uit 2008 Alphen-Chaam 7 juli 2011 W E T E N W A A R O M A L P H E N - C H A A M 2 1 Inleiding De Rekenkamercommissie

Nadere informatie

Nieuwsflits. Evaluatieonderzoek naar de Regeling palliatieve terminale zorg

Nieuwsflits. Evaluatieonderzoek naar de Regeling palliatieve terminale zorg Nieuwsflits Inhoud Evaluatieonderzoek naar de Regeling palliatieve terminale zorg 1. Adviesrapport bureau HHM is openbaar gemaakt Pagina 1 2. Conclusies en advies HHM voor toekomst Pagina 1 3. Kamerbrief

Nadere informatie

Projectplan Monitor bevordering arbeidsparticipatie (2009-2012)

Projectplan Monitor bevordering arbeidsparticipatie (2009-2012) -1- Projectplan Monitor bevordering arbeidsparticipatie (2009-2012) 1 Aanleiding voor het project Arbeidsparticipatie is een belangrijk onderwerp voor mensen met een chronische ziekte of functiebeperking

Nadere informatie

Handreiking inzet van e-learning in de SW

Handreiking inzet van e-learning in de SW Leidraad Regionale aanpak Samenwerking met VG, GGZ en MO Handreiking inzet van e-learning in de SW 2 Strategische bouwstenen Strategische bouwstenen Strategische bouwstenen Praktijkvoorbeelden Wachtlijst

Nadere informatie

Aanpak: Signalerings- en vangnetfunctie. Beschrijving

Aanpak: Signalerings- en vangnetfunctie. Beschrijving Aanpak: Signalerings- en vangnetfunctie De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld

Nadere informatie

Format Projectplan. Zo kan het ook! 20 juni 2013 1

Format Projectplan. Zo kan het ook! 20 juni 2013 1 Format Projectplan Onbeperkt Sportief biedt u een format voor het maken van een projectplan. Met zeven hoofdvragen krijgt u helder op papier wat uw project inhoudt. Het projectplan heeft als doel het stimuleren

Nadere informatie

B&W. Advies. Noodopvang en woningen bijzondere doelgroepen. Zoetermeer steeds ondernemend. \u,/.,;/ 9P..\9\.\ Zocx C?.3-.l.l.--2:c.

B&W. Advies. Noodopvang en woningen bijzondere doelgroepen. Zoetermeer steeds ondernemend. \u,/.,;/ 9P..\9\.\ Zocx C?.3-.l.l.--2:c. Zoefermeer VERGADERING B&W ó.d. IJ NOV 2009 B&W DM^nr. 2009/20150 Advies 090641 Datum: 03-11-2009 Versie: 1 Conform advies bésldtëh Noodopvang en woningen bijzondere doelgroepen Verantwoordelijk Portefeuille

Nadere informatie

Bij deze bieden wij u de resultaten aan van het onderzoek naar de eerste effecten van de decentralisaties in de gemeente Barneveld.

Bij deze bieden wij u de resultaten aan van het onderzoek naar de eerste effecten van de decentralisaties in de gemeente Barneveld. rriercoj Gemeenteraad Barneveld Postbus 63 3770 AB BARNEVELD Barneveld, 27 augustus 2015 f Ons kenmerk: Ö^OOJcfc Behandelend ambtenaar: I.M.T. Spoor Doorkiesnummer: 0342-495 830 Uw brief van: Bijlage(n):

Nadere informatie

Plan van aanpak ter verbetering van het voorschottenbeheer

Plan van aanpak ter verbetering van het voorschottenbeheer Bijlage Voortgangsrapportage verbetering voorschottenbeheer: Plan van aanpak, vastgesteld door de Minister van Buitenlandse Zaken op 8 mei 2007 Plan van aanpak ter verbetering van het voorschottenbeheer

Nadere informatie

Projectplan. Versterken van het Keurmerk Veilig Ondernemen Amsterdam-Amstelland. Projectplan Versterken KVO Amsterdam-Amstelland

Projectplan. Versterken van het Keurmerk Veilig Ondernemen Amsterdam-Amstelland. Projectplan Versterken KVO Amsterdam-Amstelland Projectplan Versterken van het Keurmerk Veilig Ondernemen Amsterdam-Amstelland Projectleiders: Opdrachtgever: Frederik Budding en Hester Baks Regionaal Platform Criminaliteitsbeheersing Amsterdam-Amstelland

Nadere informatie

Onderwerp: Onderzoek naar de overschrijding van de raming Brandweerkazerne Cothen-Langbroek

Onderwerp: Onderzoek naar de overschrijding van de raming Brandweerkazerne Cothen-Langbroek Raadsvergadering, 22 april 2008 Voorstel aan de Raad Nr: 228 Agendapunt: 6 Datum: 9 april 2008 Onderwerp: Onderzoek naar de overschrijding van de raming Brandweerkazerne Cothen-Langbroek Onderdeel raadsprogramma:

Nadere informatie

Leidraad Regionale aanpak Samenwerking met VG, GGZ en MO. In het kader van uitvoering Wsw en Werken naar Vermogen

Leidraad Regionale aanpak Samenwerking met VG, GGZ en MO. In het kader van uitvoering Wsw en Werken naar Vermogen Leidraad Regionale aanpak Samenwerking met VG, GGZ en MO In het kader van uitvoering Wsw en Werken naar Vermogen 1 Drs. december Th.H.C. de 2011 Haas CMC 1. 2. Kader 3. Opzet Voor welk regio werkgebied

Nadere informatie

Knelpunten Hieronder worden de 10 belangrijkste knelpunten bij de vormgeving van de regierol op het gebied van integrale veiligheid samengevat.

Knelpunten Hieronder worden de 10 belangrijkste knelpunten bij de vormgeving van de regierol op het gebied van integrale veiligheid samengevat. Gemeentelijke regie bij integrale veiligheid Veel gemeenten hebben moeite met het vervullen van de regierol op het gebied van integrale veiligheid. AEF heeft onderzoek gedaan naar knelpunten bij de invulling

Nadere informatie

3) Verslag van de vergadering van 29 september 2014, zie bijlage 1 (16:05 uur)

3) Verslag van de vergadering van 29 september 2014, zie bijlage 1 (16:05 uur) Agenda voor de vergadering van het Platform Zelfredzaam Datum: Locatie: 12 januari 2015 van 16:00 uur tot uiterlijk 19:00 uur (voor een eenvoudige maaltijd wordt gezorgd) Kulturhus Lienden Koningin Beatrixplein

Nadere informatie

Een cliënt tevredenheids onderzoek

Een cliënt tevredenheids onderzoek Een cliënt tevredenheids onderzoek even de herinnering Eind 1999 werd op verzoek van wethouder Ter Horst een convenant gesloten tussen een groot aantal partijen die betrokken waren bij de zorg aan Amsterdammers

Nadere informatie

*ZEA2654F7F9* Raadsvergadering d.d. 17 december 2015

*ZEA2654F7F9* Raadsvergadering d.d. 17 december 2015 *ZEA2654F7F9* Raadsvergadering d.d. 17 december 2015 Agendanr. 9. Aan de Raad No.ZA.15-36174/DV.15-563, afdeling Samenleving. Sellingen, 10 december 2015 Onderwerp: Gemeenschappelijke regeling Beschermd

Nadere informatie

portefeuillehouder ak e i e \* Secretaris akkoord

portefeuillehouder ak e i e \* Secretaris akkoord Gemeente Zandvoort B&W-ADVIES Verordening Nadere regels Beleidsnota Overig Na besluit (B&W/Raad): Uitgaande brief verzenden Stukken retour Publicatie Afdeling / werkeenheid: MD/BA Auteur : P. Haker Datum

Nadere informatie

handleiding Veiligheidsplanner voorwoord inleiding De stappen van de Lokale stap 01 profiel stap 02 wat is het probleem? stap 03 wat doen wij al?

handleiding Veiligheidsplanner voorwoord inleiding De stappen van de Lokale stap 01 profiel stap 02 wat is het probleem? stap 03 wat doen wij al? handleiding lokale veiligheidsplanner 1 veiligheid door samenwerking handleiding handleiding lokale veiligheidsplanner 2 Welkom bij de internettoepassing Lokale. Het Centrum voor Criminaliteitspreventie

Nadere informatie

Aanpak: Reset Thuisbegeleiding. Beschrijving

Aanpak: Reset Thuisbegeleiding. Beschrijving Aanpak: Reset Thuisbegeleiding De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld door: Careyn

Nadere informatie

Buurtenquête hostel Leidsche Maan

Buurtenquête hostel Leidsche Maan Buurtenquête hostel Leidsche Maan tussenmeting 2013 Onderzoek uitgevoerd in opdracht van: Gemeente Utrecht (GG&GD) DIMENSUS beleidsonderzoek April 2013 Projectnummer 527 Inhoud Samenvatting 3 Inleiding

Nadere informatie

Projectvoorstel Borging Programma Lokale Versterking GGz Project B: Regionale borgingsactiviteiten

Projectvoorstel Borging Programma Lokale Versterking GGz Project B: Regionale borgingsactiviteiten Projectvoorstel Borging Programma Lokale Versterking GGz Project B: Regionale borgingsactiviteiten 20 april 2009 Landelijk Platform GGz Postbus 13223 3507 LE Utrecht 1 Inleiding Op 1 januari 2007 trad

Nadere informatie

Coordinatie van de nazorg aan exgedetineerden

Coordinatie van de nazorg aan exgedetineerden Coordinatie van de nazorg aan exgedetineerden Gemeente Purmerend 7 oktober 2010 Bea van Meerten Inhoud van deze presentatie Organisatie van de nazorg Informatie over gerealiseerde zaken op de 5 leefgebieden:

Nadere informatie

Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming

Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming Prestatiebeloning werkt nauwelijks, maar prestatieafstemming werkt wel André de Waal Prestatiebeloning wordt steeds populairder bij organisaties. Echter, deze soort van beloning werkt in veel gevallen

Nadere informatie

Jaarplan 2016. Leidschendam-Voorburg

Jaarplan 2016. Leidschendam-Voorburg Leidschendam-Voorburg Jaarplan 2016 Stichting Leergeld Leidschendam-Voorburg, Postbus 566, 2270 AD Voorburg. Tel: 070-7803376. E-mail: info@leergeldleidschendam-voorburg.nl Doelstelling Stichting Leergeld

Nadere informatie

Samenvatting projectplan Versterking bevolkingszorg

Samenvatting projectplan Versterking bevolkingszorg Aanleiding en projectdoelstellingen Aanleiding In 2011 werd door de (toenmalige) portefeuillehouder Bevolkingszorg in het DB Veiligheidsberaad geconstateerd dat de nog te vrijblijvend door de gemeenten

Nadere informatie

Besluitvorming aan de Raad Formele advisering van de Raad. Conform advies Aanhouden Anders, nl. Collegevoorstel Advies: Openbaar

Besluitvorming aan de Raad Formele advisering van de Raad. Conform advies Aanhouden Anders, nl. Collegevoorstel Advies: Openbaar Collegevoorstel Advies: Openbaar Onderwerp Ontwikkeling OGGZ-loket als meldpunt voor onrust en overlast Programma / Programmanummer Maatschappelijke zorg en dienstverlening / 7320 Portefeuillehouder G.

Nadere informatie

Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak

Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak Leeftijdbewust personeelsbeleid Ingrediënten voor een plan van aanpak Inhoud Inleiding 3 Stap 1 De noodzaak vaststellen 4 Stap 2 De business case 5 Stap 3 Probleemverdieping 6 Stap 4 Actieplan 8 Stap 5

Nadere informatie

Van VO naar VO Van VO naar VSO (cluster 3 en cluster 4) Van VO naar MBO Van PO naar VSO Van SO naar VO Van SO naar VSO

Van VO naar VO Van VO naar VSO (cluster 3 en cluster 4) Van VO naar MBO Van PO naar VSO Van SO naar VO Van SO naar VSO Centraal Meldpunt: het monitoren van leerlingstromen Aanleiding In de regio Midden Limburg was sprake van een groot aantal thuiszitters. Uit overleggen bleek dat er geen duidelijkheid was over het aantal

Nadere informatie

HANDREIKING. Landelijke toegankelijkheid in de maatschappelijke opvang

HANDREIKING. Landelijke toegankelijkheid in de maatschappelijke opvang HANDREIKING Landelijke toegankelijkheid in de maatschappelijke opvang Handreiking Landelijke toegankelijkheid in de maatschappelijke opvang Inhoudsopgave 1. Inleiding 4 Aanleiding en doel van de handreiking

Nadere informatie

Toolkit Cliëntenparticipatie Zorg en Welzijn

Toolkit Cliëntenparticipatie Zorg en Welzijn Toolkit Cliëntenparticipatie Zorg en Welzijn De toolkit Cliëntenparticipatie Zorg en Welzijn bevat vier praktische instrumenten om samen met cliënten te werken aan verbetering of vernieuwing van diensten

Nadere informatie

VISIE OP DE ORGANISATIE

VISIE OP DE ORGANISATIE VISIE OP DE ORGANISATIE WE ZIJN ER ALS ORGANISATIE VOOR PUBLIEK, ONDERNEMERS, BESTUUR EN COLLEGA S 00 INHOUDSOPGAVE 0. Inhoudsopgave 2 1. Missie visie kernwaarden 3 2. Toelichting 4 3. De kernwaarden 5

Nadere informatie

Stadsdeel Zuidoost. illllllll. li', ü. Gemeente Amsterdam. COMMISSIE: MO DATUM : 3 oktober 2013 AGENDAPUNT NR.: TKN

Stadsdeel Zuidoost. illllllll. li', ü. Gemeente Amsterdam. COMMISSIE: MO DATUM : 3 oktober 2013 AGENDAPUNT NR.: TKN Gemeente Amsterdam Stadsdeel Zuidoost li', ü COMMISSIE: MO DATUM : 3 oktober 2013 AGENDAPUNT NR.: TKN ONDERWERP: Voortgangsrapportage (2e) Plan van aanpak Subsidies DOEL VAN DE BEHANDELING: Informeren

Nadere informatie

Ambitie: de doelgroep maatschappelijke zorg woont passend en zo zelfstandig mogelijk, heeft passende ondersteuning en participeert naar vermogen.

Ambitie: de doelgroep maatschappelijke zorg woont passend en zo zelfstandig mogelijk, heeft passende ondersteuning en participeert naar vermogen. Ambitie: de doelgroep maatschappelijke zorg woont passend en zo zelfstandig mogelijk, heeft passende ondersteuning en participeert naar vermogen. Om deze ambitie te realiseren, zetten we in op maatregelen

Nadere informatie

Beleidsnotitie over maatschappelijke indicaties ten behoeve van zelfstandig wonen (2014)

Beleidsnotitie over maatschappelijke indicaties ten behoeve van zelfstandig wonen (2014) Beleidsnotitie over maatschappelijke indicaties ten behoeve van zelfstandig wonen (2014) Gemeente Houten Vastgesteld door College van B&W op 1 april 2014 Inleiding In Houten zijn een aantal instellingen

Nadere informatie

Het advies van de ASD.

Het advies van de ASD. Het advies van de ASD. Ongevraagd advies De ASD heeft in de afgelopen maanden met meerdere partijen gesproken over de opvang van daklozen. Dit naar aanleiding van een wijziging in de opvang van daklozen.

Nadere informatie

Bedrijfsmaatschappelijk werker

Bedrijfsmaatschappelijk werker Bedrijfsmaatschappelijk werker Doel Verlenen van hulp aan werknemers met (dreigende) (psycho)sociale moeilijkheden, alsmede adviseren van leidinggevenden over (psycho)sociale vraagstukken, binnen het sociaal

Nadere informatie

Traject Tilburg. Aanvragers: Gemeente Tilburg. Adviseur: Monique Postma, Alleato, CMO-net

Traject Tilburg. Aanvragers: Gemeente Tilburg. Adviseur: Monique Postma, Alleato, CMO-net Traject Tilburg Aanvragers: Gemeente Tilburg Adviseur: Monique Postma, Alleato, CMO-net Opgave: Beantwoorde ondersteuningsvraag In Tilburg is het traject Welzijn Nieuwe Stijl onderdeel van een groter programma

Nadere informatie

AARD, OMVANG EN MOBILITEIT VAN PROBLEMATISCHE HARDDRUGSGEBRUIKERS IN ROTTERDAM. Harddrugsgebruikers geregistreerd. S. Biesma. J. Snippe. B.

AARD, OMVANG EN MOBILITEIT VAN PROBLEMATISCHE HARDDRUGSGEBRUIKERS IN ROTTERDAM. Harddrugsgebruikers geregistreerd. S. Biesma. J. Snippe. B. AARD, OMVANG EN MOBILITEIT VAN PROBLEMATISCHE HARDDRUGSGEBRUIKERS IN ROTTERDAM Harddrugsgebruikers geregistreerd S. Biesma J. Snippe B. Bieleman SAMENVATTING In opdracht van de gemeente Rotterdam is de

Nadere informatie

PROFIEL COLLEGE VAN BESTUUR

PROFIEL COLLEGE VAN BESTUUR Vastgesteld in de bestuursvergadering van 24 mei 2007 PROFIEL COLLEGE VAN BESTUUR Binnen de voor de stichting geldende statuten en reglementen, is het College van Bestuur het bevoegd gezag van de stichting,

Nadere informatie

Advies. Advies over en ondersteuning bij het (initieel) inrichten/optimaliseren van de structuur van de(it Service Management)organisatie

Advies. Advies over en ondersteuning bij het (initieel) inrichten/optimaliseren van de structuur van de(it Service Management)organisatie DIENST Advies over en ondersteuning bij het (initieel) inrichten/optimaliseren van de structuur van de(it Service Management)organisatie Advies over en ondersteuning bij het initieel inrichten/optimaliseren

Nadere informatie

Stichting Jong Actief Trajecten

Stichting Jong Actief Trajecten Participatieladder Jong Actief Trede 6: Betaald werk Re-integratie Trede 5: Betaald werk met ondersteuning Re-integratie Trede 4: Onbetaald werk Sociale Activering / Dagbesteding Trede 3: Deelname georganiseerde

Nadere informatie

Plan van aanpak Centrum Jeugd en Gezin BMWE-gemeenten Februari 2010

Plan van aanpak Centrum Jeugd en Gezin BMWE-gemeenten Februari 2010 Plan van aanpak Centrum Jeugd en Gezin BMWE-gemeenten Februari 2010 1. Aanleiding De BMWE-gemeenten willen zoveel mogelijk gezamenlijk het Centrum Jeugd en Gezin realiseren. Dit plan van aanpak is hierop

Nadere informatie

Besluitenlijst d.d. d.d. (paraaf adjunct-secretaris) Bijlagen Voorstel buurtgericht werken schuldhulpverlening

Besluitenlijst d.d. d.d. (paraaf adjunct-secretaris) Bijlagen Voorstel buurtgericht werken schuldhulpverlening Nota voor burgemeester en wethouders Onderwerp Eenheid/Cluster/Team ST_PU_KZ Plan buurtgericht werken schuldhulpverlening 1- Notagegevens Notanummer 2009.216772 Datum 26-8-2009 Programma: 09. Werk en inkomen

Nadere informatie

Medewerker bureau buitenland

Medewerker bureau buitenland Medewerker bureau buitenland Doel Ontwikkelen en beheren van mobiliteit- en beurzenprogramma s en samenwerkingsverbanden met andere onderwijsinstellingen op het gebied van uitwisseling en/of ontwikkelingssamenwerking,

Nadere informatie

Rekenkamercommissie Oostzaan

Rekenkamercommissie Oostzaan Rekenkamercommissie Oostzaan Jaarverslag 2010 Missie Rekenkamercommissie De rekenkamer heeft de ambitie om door middel van haar onderzoeken een positieve bijdrage te leveren aan de kwaliteit van het bestuur

Nadere informatie

Perceelbeschrijving Beschermd wonen

Perceelbeschrijving Beschermd wonen Perceelbeschrijving Beschermd wonen Inhoud 1. Beschermd wonen... 3 1.1 Gevraagd product... 3 1.2 Eisen aan aanbieder... 4 1.3 Basisprotocol... 5 Pagina 2 van 5 1. Beschermd wonen 1.1 Gevraagd product De

Nadere informatie

Plan van aanpak uitvoering samenwerkingsagenda passend onderwijs regio 30.06

Plan van aanpak uitvoering samenwerkingsagenda passend onderwijs regio 30.06 Plan van aanpak uitvoering samenwerkingsagenda passend onderwijs regio 30.06 Inleiding 2 februari 2015 is de eerste bijeenkomst van de stuurgroep passend onderwijs regio 30.06 geweest. Doel van deze bijeenkomst

Nadere informatie

CarePower Cliënttevredenheidsonderzoek CarePower 2013/14

CarePower Cliënttevredenheidsonderzoek CarePower 2013/14 CarePower Cliënttevredenheidsonderzoek CarePower 2013/14 Datum : 01-02-2014 Auteur : Jaap Noorlander, Joris van Nimwegen Versie : 2 1 Inhoudsopgave Inleiding... Pagina 3 Vraagstelling... Pagina 3 Methode

Nadere informatie

11 Stiens, 21 oktober 2014

11 Stiens, 21 oktober 2014 11 Stiens, 21 oktober 2014 Raadsvergadering: 13 november 2014 Voorstelnummer: 2014/ 74 Portefeuillehouder: Cees Vos Behandelend ambtenaar: Jitske Bosch E-mail: j.bosch@leeuwarderadeel.nl Telefoonnr. :

Nadere informatie

Aanpak: Interventieteam Gezinnen. Beschrijving

Aanpak: Interventieteam Gezinnen. Beschrijving Aanpak: Interventieteam Gezinnen De gemeente heeft de vragenlijst betreffende deze aanpak ingevuld en relevante documentatie toegestuurd. Een beperktere vragenlijst over deze aanpak is ingevuld door: Fier

Nadere informatie

Kortom: Een schaatsvereniging is er dóór leden en vóór leden. De vereniging is intern gericht, waarbij de leden bepalen wat er gebeurt.

Kortom: Een schaatsvereniging is er dóór leden en vóór leden. De vereniging is intern gericht, waarbij de leden bepalen wat er gebeurt. Vrijwilligersbeleid binnen de schaatsvereniging Van beleid tot uitvoering in de praktijk Schaatsverenigingen en de vrijwilligersproblematiek De doorsnee schaatsvereniging in Nederland is een vrijwilligersorganisatie:

Nadere informatie

Ontwikkelen in 2014 MensGoed 01/01/2014

Ontwikkelen in 2014 MensGoed 01/01/2014 Ontwikkelen in 2014 MensGoed 01/01/2014 Inhoudsopgave 1. INLEIDING 2. PLANNING EN BEMENSING 2.1 Terugblik 2.2 Organisatiestructuur 2012 / 2013 3. UITVOERING 3.1 Cliëntengroep 3.2 Sterke & zwakke kanten

Nadere informatie

Instructie cliëntprofielen

Instructie cliëntprofielen Bijlage 4 Instructie cliëntprofielen Dit document beschrijft: 1. Inleiding cliëntprofielen 2. Proces ontwikkeling cliëntprofielen 3. Definitie cliëntprofielen 4. De cliëntprofielen op hoofdlijnen 5. De

Nadere informatie

Beleidsplan 2014-2018

Beleidsplan 2014-2018 Beleidsplan 2014-2018 (versie 20 oktober 2014) INLEIDING Wooninitiatief Plu-S is een stichting waarvan het bestuur wordt gevormd door ouders of de wettelijke vertegenwoordigers van mensen met een beperking.

Nadere informatie

2009 / 2010 JAAROVERZICHT AMSTERDAM. Veldwerk Amsterdam. Oudezijds Voorburgwal 99 Postbus 14559 1001 LB Amsterdam

2009 / 2010 JAAROVERZICHT AMSTERDAM. Veldwerk Amsterdam. Oudezijds Voorburgwal 99 Postbus 14559 1001 LB Amsterdam AMSTERDAM JAAROVERZICHT AMSTERDAM 2009 / 2010 Veldwerk Amsterdam Oudezijds Voorburgwal 99 Postbus 14559 1001 LB Amsterdam T (020) 260 00 13 E info@veldwerkamsterdam.nl W www.veldwerkamsterdam.nl KETENAANPAK

Nadere informatie

Organiseren van samenwerking in het jeugddomein

Organiseren van samenwerking in het jeugddomein Organiseren van samenwerking in het jeugddomein De overkoepelende resultaten van vier afstudeeronderzoeken Publiek Management In opdracht van Integraal Toezicht Jeugdzaken (ITJ) hebben vier studenten Bestuurs-

Nadere informatie

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport De heer drs. M.J. van Rijn Postbus 20350 2509 EJ DEN HAAG. Geachte heer Van Rijn,

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport De heer drs. M.J. van Rijn Postbus 20350 2509 EJ DEN HAAG. Geachte heer Van Rijn, De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport De heer drs. M.J. van Rijn Postbus 20350 2509 EJ DEN HAAG Datum 8 augustus 2013 Onderwerp Wetsvoorstel versterking eigen kracht Uw kenmerk Ons

Nadere informatie

CONVENANT TOT UITVOERING VAN HET BELEID INZAKE OPENBARE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG

CONVENANT TOT UITVOERING VAN HET BELEID INZAKE OPENBARE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG CONVENANT TOT UITVOERING VAN HET BELEID INZAKE OPENBARE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG Den Haag, 19 oktober 1999 CONVENANT TOT UITVOERING VAN HET BELEID INZAKE OPENBARE GEESTELIJKE GEZONDHEIDSZORG Partijen,

Nadere informatie

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak

Inhuur in de Kempen. Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden. Onderzoeksaanpak Inhuur in de Kempen Eersel, Oirschot en Reusel-De Mierden Onderzoeksaanpak Rekenkamercommissie Kempengemeenten 21 april 2014 1. Achtergrond en aanleiding In gemeentelijke organisaties met een omvang als

Nadere informatie

Profielschets Raad van Commissarissen R.K. Woningbouwvereniging Zeist

Profielschets Raad van Commissarissen R.K. Woningbouwvereniging Zeist Profielschets Raad van Commissarissen R.K. Woningbouwvereniging Zeist 1. Inleiding De RvC van de R.K. Woningbouwvereniging Zeist heeft drie taken: - toezicht houden op het bestuur en op de gang van zaken

Nadere informatie

Transitie Beschermd Wonen. Amsterdam/Rotterdam

Transitie Beschermd Wonen. Amsterdam/Rotterdam Transitie Beschermd Wonen Amsterdam/Rotterdam 13 april 2014 Keuzes ten aanzien van Strategie Prioriteiten De stip op de horizon Innovaties Strategie Niet zo, Strategie maar zo Strategie Nadruk op continuïteit

Nadere informatie

STICHTING BASISVOORZIENING PEUTERSPEELZAALWERK ERMELO

STICHTING BASISVOORZIENING PEUTERSPEELZAALWERK ERMELO STICHTING BASISVOORZIENING PEUTERSPEELZAALWERK ERMELO INTERNE WERKWIJZE SBPE MELDCODE HUISELIJK GEWELD EN KINDERMISHANDELING juli 2014 Inhoud MELDCODE HUISELIJK GEWELD EN KINDERMISHANDELING... 3 1. ALGEMEEN...

Nadere informatie

Profielschets. Directeur-bestuurder Woningbouwstichting Cothen

Profielschets. Directeur-bestuurder Woningbouwstichting Cothen Profielschets Directeur-bestuurder Woningbouwstichting Cothen ERLY the consulting company Opdrachtgever: Woningbouwstichting Cothen Datum: april 2015 Adviseur: drs. Lilian Vos Inleiding Woningbouwstichting

Nadere informatie

Aan het college van Burgemeester en Wethouders van Haarlem c.c. leden van de commissie Samenleving

Aan het college van Burgemeester en Wethouders van Haarlem c.c. leden van de commissie Samenleving Aan het college van Burgemeester en Wethouders van Haarlem c.c. leden van de commissie Samenleving Datum Ons kenmerk Contactpersoon Doorkiesnummer E-mail Kopie aan Onderwerp 19 mei 2016 2016/09 S.K. Augustin

Nadere informatie

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen?

2. Wat zijn per sector/doelgroep de algemene inzichten ten aanzien van de inhoud van de continuïteitsplannen? Samenvatting Aanleiding en onderzoeksvragen ICT en elektriciteit spelen een steeds grotere rol bij het dagelijks functioneren van de maatschappij. Het Ministerie van Veiligheid en Justitie (hierna: Ministerie

Nadere informatie

Opstapcertificatie fase I en II > VV&T Onderdeel Kraamzorg

Opstapcertificatie fase I en II > VV&T Onderdeel Kraamzorg Opstapcertificatie fase I en II > VV&T Onderdeel Kraamzorg Versie 2012 Inleiding 201 Nederlands Normalisatie Instituut. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel

Nadere informatie

Monitoring. Meetbare effecten van beleid. Hoofdlijnen. Bestuurlijk contracteren

Monitoring. Meetbare effecten van beleid. Hoofdlijnen. Bestuurlijk contracteren Monitoring De concretisering van beleid wordt in beeld gebracht en zo veel mogelijk gemeten om tijdig bij te kunnen sturen. Wanneer beleid ingezet wordt dient de outcome (effecten en resultaten) gemeten

Nadere informatie

Nr. 2007-088 Houten, 4 december 2007. Onderwerp: Kaderstellende nota met visie en uitgangspunten voor de brede school ontwikkeling in Houten

Nr. 2007-088 Houten, 4 december 2007. Onderwerp: Kaderstellende nota met visie en uitgangspunten voor de brede school ontwikkeling in Houten Nr. 2007-088 Houten, 4 december 2007 Aan de gemeenteraad Onderwerp: Kaderstellende nota met visie en uitgangspunten voor de brede school ontwikkeling in Houten Beslispunten: 1. In te stemmen met de kaderstellende

Nadere informatie

Rapportage doelstellingen 2009 Kadernota Wmo.

Rapportage doelstellingen 2009 Kadernota Wmo. Rapportage doelstellingen 2009 Kadernota Wmo. Overzicht volgens beleidsdoelen uit kadernota Wmo 2008-2012 Mee(r)doen in Dalfsen* 2009 Thema Wmo-loket Informatie geven over wonen, welzijn en zorg Wmo-loket

Nadere informatie

Communicatie onderzoek Team haarverzorging

Communicatie onderzoek Team haarverzorging Communicatie onderzoek Team haarverzorging Introductiebrief behorende bij de enquête over de interne communicatie Beste collega s, Gedurende het schooljaar doen wij ons uiterste best om de taken te vervullen

Nadere informatie

Zienn gaat verder. Jaarplan 2014

Zienn gaat verder. Jaarplan 2014 Zienn gaat verder Jaarplan 2014 Een verhaal heeft altijd meer kanten. Zeker de verhalen van de mensen voor wie Zienn er is. Wij kijken naar ál die kanten. Kijken verder. Vragen verder. Gaan verder. Zo

Nadere informatie

BELEIDSNOTITIE PARTICIPATIERAAD GEMEENTE VENRAY

BELEIDSNOTITIE PARTICIPATIERAAD GEMEENTE VENRAY BELEIDSNOTITIE PARTICIPATIERAAD GEMEENTE VENRAY INLEIDING Met ingang van 1 januari 2015 krijgen gemeenten een groot aantal taken overgeheveld, de zogeheten decentralisaties AWBZ-Wmo, de Jeugdwet en de

Nadere informatie

Thema: Één meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling

Thema: Één meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Thema: Één meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling De deelnemers in deze groep kwamen uit zeer verschillende werksoorten en vanuit beide invalshoeken: huiselijk geweld en aanpak kindermishandeling.

Nadere informatie

Adviesraad Sociaal Domein ADVIESRAAD GILZE EN RIJEN

Adviesraad Sociaal Domein ADVIESRAAD GILZE EN RIJEN Adviesraad Sociaal Domein ADVIESRAAD GILZE EN RIJEN Inleiding De Adviesraad Sociaal Domein is in de huidige opzet gestart sinds eind 2013. De wijze waarop voorheen de WMO raad was ingericht voldeed voor

Nadere informatie

De Week gaat van start met de Breingeindag op maandag 26 maart 2012 in t Veerhuis te Nieuwegein.

De Week gaat van start met de Breingeindag op maandag 26 maart 2012 in t Veerhuis te Nieuwegein. Op zoek naar waardevolle contacten De werkgroep Week van de Psychiatrie organiseert van 26 tot en met 31 maart 2012 de 38e Week van de Psychiatrie. Het thema van de Week van de Psychiatrie 2012 is Contact

Nadere informatie

Onderzoeksvoorstel wijkzorgteam gemeente Oldambt. WMO-werkplaats door Ronald Schurer

Onderzoeksvoorstel wijkzorgteam gemeente Oldambt. WMO-werkplaats door Ronald Schurer Onderzoeksvoorstel wijkzorgteam gemeente Oldambt WMO-werkplaats door Ronald Schurer Inleiding WMO-werkplaats Noord De WMO-werkplaats Noord wil samen met gemeenten en betrokken instellingen een aantal innovatieve

Nadere informatie

Jongeren van 17 tot 25 jaar met meervoudige problemen, die geen stabiele woon- of verblijfplaats hebben, of in de opvang verblijven

Jongeren van 17 tot 25 jaar met meervoudige problemen, die geen stabiele woon- of verblijfplaats hebben, of in de opvang verblijven RAADSVOORSTEL Onderwerp : Met het oog op morgen; sluitende aanpak voor zwerfjongeren in Deventer en omgeving Raadsvergadering : 9 september 2009 Politieke markt d.d. : 26 augustus 2009 Agendapunt : 11

Nadere informatie

Concept Beleidsregels Jeugdhulp (versie 09-12-2015)

Concept Beleidsregels Jeugdhulp (versie 09-12-2015) Wmo-raad gemeente Oss - Postbus 5-5340 BA Oss - telefoon 06-44524496 - email: wmoraad@oss.nl Datum 12 januari 2015 Kenmerk WMOR15002/JOL/LS Aan het college van B en W van de Gemeente Oss Betreft Advies

Nadere informatie

7. Samenwerking t.b.v. infrastructuur exameninstrumenten

7. Samenwerking t.b.v. infrastructuur exameninstrumenten 7. Samenwerking t.b.v. infrastructuur exameninstrumenten Opdrachtgever OCW Projectaannemer SBB Projectleider Nog te bevestigen Contactpersoon Lisette van Loon Start en einde deelproject Fase 1: juni 2012

Nadere informatie

Ontwikkelplan ten behoeve van de vier Nederlandse denksportbonden onder de vlag van de Federatie Nederlandse Denksportbonden

Ontwikkelplan ten behoeve van de vier Nederlandse denksportbonden onder de vlag van de Federatie Nederlandse Denksportbonden Ontwikkelplan ten behoeve van de vier Nederlandse denksportbonden onder de vlag van de Federatie Nederlandse Denksportbonden M.M.V. De Nederlandse Bridge Bond De Koninklijke Nederlandse Dam Bond De Nederlandse

Nadere informatie

Invoering van de meldcode in de jeugdzorg

Invoering van de meldcode in de jeugdzorg Invoering van de meldcode in de jeugdzorg Inspectie Jeugdzorg Utrecht, april 2013 Samenvatting Eind december 2012 heeft de Inspectie Jeugdzorg via een digitale vragenlijst een inventariserend onderzoek

Nadere informatie

Evaluatie bestuursmodel, eindrapportage.

Evaluatie bestuursmodel, eindrapportage. 1 Inleiding Evaluatie bestuursmodel, eindrapportage. De ALV van de afdeling ZuidWest heeft in de vergadering van 30 mei 2012 unaniem besloten tot het aanstellen van een tweetal betaalde afdelingsmanagers.

Nadere informatie

Samenvatting. Adviesvragen

Samenvatting. Adviesvragen Samenvatting Adviesvragen Een deel van de mensen die kampen met ernstige en langdurige psychiatrische problemen heeft geen contact met de hulpverlening. Bij hen is geregeld sprake van acute nood. Desondanks

Nadere informatie

Functieprofiel: Adviseur Functiecode: 0303

Functieprofiel: Adviseur Functiecode: 0303 Functieprofiel: Adviseur Functiecode: 0303 Doel (Mede)zorgdragen voor de vormgeving en door het geven van adviezen bijdragen aan de uitvoering van het beleid binnen de Hogeschool Utrecht kaders en de ter

Nadere informatie

postbusŵgemëeñfeňoořdëľnveldľnl- uèťheenïe NOORDENVELD

postbusŵgemëeñfeňoořdëľnveldľnl- uèťheenïe NOORDENVELD G E M E E N T E R15.00047 III N O O R D E N V E L D B E Z O E K A D R E S t Raadhuisstraat 1 9301 AA Roden P O S T A D R E S Ť Postbus 109 9300 AC Roden î W E B S I T E / E - M A I L t www.gemeentenoordenveld.nl

Nadere informatie