De doelstelling van dit rapport is om een goed beeld te geven van de huidige situatie in de tuinbouw sector in Vlaanderen.

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "De doelstelling van dit rapport is om een goed beeld te geven van de huidige situatie in de tuinbouw sector in Vlaanderen."

Transcriptie

1

2

3 Beste lezer, Dit rapport kadert in het project Uitzicht door inzicht, dat mogelijk werd gemaakt door het Agentschap Ondernemen en Vlaanderen in Actie Pact Met dit project willen de 4 projectpartners, Boerenbond, SBB, Innovatiesteunpunt en Boeren op een Kruispunt, de land- en tuinbouwers in Vlaanderen sensibiliseren over de financiële opvolging van hun bedrijf. Daarnaast hopen de partners dat de Vlaamse land- en tuinbouwer zich bewust wordt van continuïteitsbedreigende elementen in zijn of haar sector en het belang van een goed beheerd bedrijf. De doelstelling van dit rapport is om een goed beeld te geven van de huidige situatie in de tuinbouw sector in Vlaanderen. Er wordt in de eerste plaats gekeken naar het economische belang van de tuinbouw voor de Belgische economie. Vervolgens wordt een synthese gemaakt van zowel de technische als de financiële resultaten op bedrijfsniveau. De gegevens komen van de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie van het Landbouwmonitoringsnetwerk van het Agentschap Landbouw en Visserij. Deze worden aangevuld met eigen cijfers uit de SBB boekhoudingen en Bedrijfseconomische boekhoudingen van Boerenbond. Alle gegevens in dit rapport werden anoniem verwerkt. De cijfers geven een beeld van de financiële gezondheid van de Vlaamse tuinbouwbedrijven en duiden welke financiële en technische verschillen er bestaan tussen bedrijven. Door de cijfers van de individuele boekhoudingen en hun evolutie in de tijd te analyseren, is er gezocht naar parameters onder de vorm van ratio s. Door middel van deze ratio s willen we in de toekomst kunnen detecteren of bedrijven in moeilijkheden dreigen te komen, om ze tijdig en zo adequaat mogelijk te kunnen helpen. Deze ratio s zullen permanent in de verschillende boekhoudingen ingebouwd worden. In de bijlage van dit rapport vindt u ook nog achtergrondinformatie bij de analyse, zoals de principes van de bedrijfseconomische en de vennootschapsboekhouding. Naast dit specifieke sectorrapport werden er binnen het project nog drie andere sectorrapporten gemaakt, namelijk voor de sierteelt, de varkenshouderij en de melkveehouderij. Wij wensen u alvast veel leesplezier! En hopen dat het u mag inspireren om zelf aan de slag te gaan met het analyseren van de financiële gegevens van uw bedrijf. Jacky Swennen SBB Joris Van Olmen Boerenbond September 2014

4 Inhoudstabel 1 Inzicht in de sectoren: Tuinbouw Beschrijving en evolutie van de sector Macro-economische belang van de sector De bedrijfseconomische resultaten van de tuinbouw Ervaringen over bedrijven in moeilijkheden door B.O.E.K. in de tuinbouwsector Analyses en bespreking van de resultaten Inleiding Bespreking van de resultaten in de tuinbouw Bedrijfeconomische boekhoudingen Vennootschapsboekhouding (bijlagen 4.2) Algemeen besluit Bronnen Bijlagen Principes van de bedrijfseconomische boekhouding Principes van de vennootschapsboekhouding... 30

5 Overzicht tabellen Tabel 1 Bruto Binnenlands Product landbouw (ADSEI, 2013)... 7 Tabel 2 Probleemindicatoren Tabel 3 Kernprobleem bij aanmelding Tabel 4 Spreiding per provincie Tabel 5 Aandeel van banken in aanmeldingen bij vzw Boeren op een Kruispunt Tabel 6 Soorten adviezen bij tuinbouwbedrijven Tabel 7 Evolutie eigen middelen en totaal vermogen op grove gronten bedrijven (TIBER, 2013) Tabel 8 Evolutie saldo op grove groenten bedrijven (TIBER,2013) Tabel 9 Evolutie jaarlast en cashflow op Vlaamse grove groneten bedrijven (TIBER, 2013) Overzicht figuren Figuur 1 Aantal landbouwbedrijven en de gemiddelde oppervlakte per bedrijf (LARA,2012)... 1 Figuur 2 Specialisatie van de landbouwbedrijven in Vlaanderen, 2012 (totaal bedrijven)... 2 Figuur 3 Verdeling van de oppervlakte cultuurgrond in Vlaanderen, 2012 (totaal Ha)... 2 Figuur 4 Aantal bedrijven met tuinbouwgewassen en de gemiddelde oppervlakte tuinbouwgewassen per bedrijf (* trendbreuk, verklaring voetnoot p.4, LARA,2012)... 3 Figuur 5 Landbouwtyperingskaart (LARA, 2012)... 4 Figuur 6 Figuur 7 Figuur 8 Figuur 9 Intensiteitskaarten van de tuinbouwsector, euro standaard output per ha (LARA, 2012)... 5 Intensiteitskaarten van de tuinbouwsector, euro standaard output per ha (LARA, 2012)... 6 Evolutie van de eindproductiewaarde, mio euro (Departement Landbouw en Visserij) - * voorlopige cijfers... 8 Verdeling van de eindproductiewaarde over de verschillende sectoren, mio euro (Departement Landbouw en Visserij, zakboekje 2013)... 8 Figuur 10 Kostenstructuur van gespecialiseerde groente- en aardbeibedrijven in 2010 (Departement Landbouw en Visserij, LARA 2012) Figuur 11 Spreiding van het netto bedrijfsresultaat van gespecialiseerde groente- en aardbeibedrijven in 2010 (Departement Landbouw en Visserij, LARA 2012) Figuur 12 Evolutie solvabiliteit Vlaamse groentebedrijven in de TIBER boekhouding Figuur 13 Evolutie saldo in euro van Vlaamse groentebedrijven in de TIBER/CBR boekhouding en Figuur 14 Evolutie rentabiliteit Vlaamse groentebedrijven in de TIBER boekhouding Figuur 15 Evolutie jaarlast/cashflow op Vlaamse grove groenten bedrijven Figuur 16 Evolutie gezinsinkomen Vlaamse grove groenten bedrijven... 23

6 1 Inzicht in de sectoren: Tuinbouw 1.1 Beschrijving en evolutie van de sector door Jacky Swennen (SBB studiedienst) Vlaanderen telt volgens het landbouwrapport LARA in landbouwbedrijven, waarvan 73% met beroepsmatig karakter(standaard output 1 of SO van minstens euro). Het aantal landbouwbedrijven is ten opzichte van 2001 met een derde teruggelopen of een daling van gemiddeld 4,0% per jaar(figuur 1). Voor 2012 is het aantal bedrijven verder gedaald tot bedrijven waarvan je in de figuur 2 de verdeling volgens de verschillende specialisaties ziet. Vooral de kleinere bedrijven stoppen, wat zorgt voor een voortdurende schaalvergroting. Ten opzichte van 2001 is de gemiddelde oppervlakte cultuurgrond per bedrijf gestegen met 46% tot 23,6 ha. In figuur 3 zie je dat het overgrote deel van de Ha cultuurgrond wordt ingenomen door grasland, maïs en granen. Figuur 1 Aantal landbouwbedrijven en de gemiddelde oppervlakte per bedrijf (LARA,2012) 1 De standaard output is de geldwaarde van de bruto landbouwproductie per eenheid tegen prijzen af boerderij en exclusief BTW. "trendbreuk:bij de opmaak van het Landbouwrapport beruste om redenen van administratieve vereenvoudiging de enquête van 2011 niet meer op de landbouwers die hebben deelgenomen aan de landbouwtelling van 2010 maar op de landbouwers die een verzamelaanvraag hebben ingediend bij het Vlaams Gewest. Dat heeft gevolgen voor het aantal landbouwbedrijven in het register van ADSEI. In bepaalde gevallen wordt een productie-eenheid, die tevoren als een bedrijf werd beschouwd, nu opgenomen in een aangifte op een hoger beheersniveau. De oppervlakten en de veestapel die bij die oude eenheid hoorden, verdwijnen niet uit de resultaten maar worden opgeteld bij andere aangiften. Het voornaamste gevolg daarvan is een vermindering van het aantal landbouweenheden (of bedrijven) in het register. In 2011 is er dus een chronologische breuk in het register van landbouwbedrijven." 1

7 Figuur 2 Specialisatie van de landbouwbedrijven in Vlaanderen, 2012 (totaal bedrijven) Figuur 3 Verdeling van de oppervlakte cultuurgrond in Vlaanderen, 2012 (totaal Ha) Specifiek voor de tuinbouw blijven maar een goede 6000 bedrijven over met tuinbouwgewassen Qua ingenomen oppervlakte is de verdeling in 2012 als volgt : groenten ha (4,25% van het totale landbouwareaal); fruit ha (2,7%) en sierteeltgewassen 6133 ha of slechts 1 % van het Vlaamse landbouwareaal. Deze oppervlakte wijzigt de laatste jaren zeer weinig. 2

8 Figuur 4 Aantal bedrijven met tuinbouwgewassen en de gemiddelde oppervlakte tuinbouwgewassen per bedrijf (* trendbreuk, verklaring voetnoot p.4, LARA,2012) Regionale spreiding van de tuinbouw De tuinbouw is een heterogene sector bestaande uit heel wat subsectoren. Deze heterogeniteit maakt een uniforme analyse quasi onmogelijk. De hoofdsectoren zijn sierteelt, de fruitteelt en de groentesector (glas, volle grond) maar een uniforme indeling is niet evident. Nogal wat tuinbouw situeert zich op gemengde bedrijven zeker de akkerbouwmatige groenten die bestemd zijn voor de industrie (conserven of diepvriesgroenten). Op de figuren 6 en 7 (LARA,2012) tekenen zich de voornaamste productiegebieden zich af met name de openluchtgroenten die vnl in het hart van West Vlaanderen gesitueerd zijn in de nabijheid van de diepvriesgroenten industrie. De glasgroenten situeren zich rond de veilingen mn in het Mechelse, de streek rond Roeselare en de streek van Hoogstraten. Het fruit is vooral een Zuid Limburgse aangelegenheid met uitlopers naar het Hageland, Maar ook in het waasland (peren) en rond Hoogstraten (aardbeien) zit nogal wat fruit. Sierteelt (inclusief boomkwekerij) is wat verspreid over het land maar uiteraard de strook Gent-Aalst is toch wel het voornaamste productiegebied. Dagelijks verdwijnen ongeveer 3 land- of tuinbouwbedrijven. Het aantal is meer dan gehalveerd op 20 jaar tijd. Deze steile afname neemt weliswaar af maar blijft manifest aanwezig. Het aantal gespecialiseerde bedrijven met groenten in open lucht is relatief sneller afgenomen. Bij een licht dalende oppervlakte landbouwgrond blijft de oppervlakte tuinbouw (groenten ha, fruit ha en sierteelt ha) vrijwel constant. Logisch gevolg is dat de overblijvende bedrijven steeds omvangrijker worden. 3

9 Figuur 5 Landbouwtyperingskaart (LARA, 2012) GROENTEN - Openlucht 4

10 - Onder glas Figuur 6 Intensiteitskaarten van de tuinbouwsector, euro standaard output per ha (LARA, 2012) FRUIT 5

11 SIERTEELT Figuur 7 Intensiteitskaarten van de tuinbouwsector, euro standaard output per ha (LARA, 2012) Bron: departement landbouw en visserij 6

12 1.2 Macro-economische belang van de sector door Jacky Swennen (SBB studiedienst) Het aandeel van de landbouwproductie in de Belgische economie, dat al erg laag was, is de laatste jaren nog verder afgenomen en is nu onder 1 % gezakt. In 2012 produceerde de sector 0,75 % van het BBP. In 1980 was dat nog 1,13 %. Wanneer men er echter de voedingsnijverheid aan toevoegt, wordt de plaats van de agro-voedingssector heel wat belangrijker (ADSEI, 2013). Bruto binnenlands product (2002, ) BBP tegen marktprijzen Landbouw, jacht, bosbouw en visserij % 0,77 % 0,64 % 0,66 % 0,68 % 0,69 % 0,73 % 0,75 % Tabel 1 Bruto Binnenlands Product landbouw (ADSEI, 2013) De eindproductiewaarde van de Vlaamse land- en tuinbouwsector in 2013 wordt geraamd op miljoen euro of een stijging ten opzichte van 2012 met 1,7 %. De productiewaarde in de tuinbouw evolueert de laatste 10 jaar nauwelijks en zit rond mio euro (figuur 8). Binnen de tuinbouwsector neemt de groentesector met 42 % (670 mio euro)het grootste deel hieruit gevolgd door de sierteelt met 34% (531 mio euro) en de fruitsector neemt ongeveer 24% (347 mio euro) voor zijn rekening (figuur 9). 7

13 Figuur 8 Evolutie van de eindproductiewaarde, mio euro (Departement Landbouw en Visserij) - * voorlopige cijfers Figuur 9 Verdeling van de eindproductiewaarde over de verschillende sectoren, mio euro (Departement Landbouw en Visserij, zakboekje 2013) 8

14 1.3 De bedrijfseconomische resultaten van de tuinbouw door Jacky Swennen (SBB studiedienst) Twee belangrijke parameters bij de beoordeling van de bedrijfseconomische resultaten zijn de opbouw van de verschillende kosten en het uiteindelijke netto bedrijfsresultaat. De opbouw van de verschillende componenten van de totale kosten op een bedrijf geven een inzicht in de oorzaak van mogelijke financiële problemen op het bedrijf (Figuur 10). Daardoor kunnen zij tevens een aanzet geven tot mogelijke remediëring. 9

15 Figuur 10 Kostenstructuur van gespecialiseerde groente- en aardbeibedrijven in 2010 (Departement Landbouw en Visserij, LARA 2012) De belangrijkste kost op gespecialiseeerde groenten - en aarbeienbedrijven is de loonkost. Deze bestaat enerzijds uit de berekende lonen en de betaalde lonen. De berekende lonen is het loon dat in onze bedrijfseconomische boekhoudingen wordt toegekend aan de bedrijfsleider en zijn gezinsleden die op het bedrijf werken. Betaalde lonen, zijn lonen betaald aan vast en seizoenspersoneel. Bij de openlucht bedrijven bedraagt de loonkost 42% van de totale kost waarvan 12 % betaalde lonen. Bij de intensievere glastuinbouwbedrijven bedraagt de loonkost 30% van de totale kosten. Hiervan is wel 14 % betaalde lonen. Bij glastuinbouw is de tweede belangrijkste kost de energiekost. Deze bedraagt 21 % van de totale kost tegenover 5% bij de open luchtteelt. Derde belangrijkste kost is deze voor grond- en gebouwenkapitaal, respectievelijk 11 % bij de volle grond en opmerkelijk 13 % bij glasteelten. Toenemende grondprijzen, zeker in de groentestreken spelen hier zeker hun rol. De variabele productiekosten (zaai- en plantgoed, meststoffen, bestrijdingsmiddelen) bedragen voor beide groepen ongeveer 12 % Naast de kostenstructuur is het netto bedrijfsresultaat een thermometer van de gezondheidstoestand van een bedrijf of een sector (Figuur 11). De spreiding toont aan hoe groot het verschil tussen individuele bedrijven is binnen een zelfde sector. In 2010 haalde 74 % van de bedrijven in open lucht een resultaat tussen 15 euro/are en - 45 euro/are. Van de bedrijven haalde 5% een resultaat van euro/ha Dit zijn het type bedrijven die vroegtijdig zouden moeten kunnen opgespoord worden. Onder glas haalde 44 % een netto bedrijfsresultaat tussen 150 euro/are en -150 euro/ha. Meer dan 5 %van de bedrijven maakte een netto bedrijfsverlies van meer dan 1500 euro/ha. 10

16 Figuur 11 Spreiding van het netto bedrijfsresultaat van gespecialiseerde groente- en aardbeibedrijven in 2010 (Departement Landbouw en Visserij, LARA 2012) 11

17 1.4 Ervaringen over bedrijven in moeilijkheden door B.O.E.K. in de tuinbouwsector door Riccy Focke (B.O.E.K.) Vzw Boeren op een Kruispunt bezocht sinds hun ontstaan 239 bedrijven met tuinbouwactiviteiten. Deze bedrijven waren verdeeld over de verschillend subsectoren. (glas, vollegrond, gemengde bedrijven). De beschrijving die we hier geven, komt uit de notities die we maakten op de bedrijven, en komen niet altijd overeen met het algemeen sectorbeeld. Indicatoren waaruit erfbetreders konden afleiden dat dit tuinbouwgezin problemen had. Iedere dag zijn er mensen, die het bedrijf bezoeken: leveranciers, afnemers, boekhouders, voorlichters, overheidsdiensten, familie en vrienden. Al deze mensen noemen we erfbetreders. De adviseurs van vzw Boeren op een kruispunt stelden zich bij iedere aanmelding welke signalen zijn zichtbaar en konden opgevangen worden door deze erfbetreders om vroeger advies te vragen bij de gangbare dienstverlening. Deze indicatorenlijst is overgenomen uit een studie van Ilvo (ir. N. Taragola). Op die manier kunnen we op termijn de verzamelde gegevens van Ilvo vergelijken met de waarnemingen van vzw Boeren op een Kruispunt. N Aandeel Terugloop in liquiditeitspositie % Interen op de eigen vermogenspositie % Privé problemen (gezinsproblemen, conflicten, geestelijke gezondheidszorg) % Betalingsachterstand bij de bank % Inkomen onder de armoedegrens % Geen ruimte voor pensioenvoorziening % Laag investeringsniveau % Geen toekomstperspectieven % Lage moderniteit van de bedrijfsopstanden % Onvoldoende competenties ondernemerschap % Afzetproblemen % Erfbetreders signaleren problemen % leeftijd ondernemer zonder opvolger % Beroep doen op hulpinstanties % Geen uitbreidingsmogelijkheden % Afzonderen/sociaal isolement % Beperkingen door de gebiedsstructuur/locatie bedrijf % Onvoldoende actuele scholing % Beëindigen abonnementen en/of lidgelden % Matig dier- of teeltgezondheid % Verwaarlozing bedrijf % Verzekeringen opzeggen door financiële redenen 204 8% Tabel 2 Probleemindicatoren 12

18 Kernprobleem bij aanmelding. Na het kennismakingsgesprek noteren we wat het grootste probleem is dat wordt aangegeven door de adviesvrager. In een aantal gevallen verandert dit probleem in de loop van de begeleiding. Type probleem Percentage Financiële problemen 63% Relatieproblemen 5% Psychologische problemen 6% Juridische problemen 2% Gemengde problemen (bedrijf persoonlijk) 25% Tabel 3 Kernprobleem bij aanmelding Het valt op dat hier hoofdzakelijk financiële problemen worden naarvoor gebracht: Dit is logisch. Wie voldoende middelen heeft kan gericht en gespecialiseerd advies inkopen om de andere problemen aan te pakken. De tweede categorie zijn de gemengde problemen: door de interactie van bedrijfsproblemen en persoonlijke problemen, zoekt men een hulpverlener die open staat voor alle domeinen en onderwerpen. De aanmeldingen zijn verspreid over heel Vlaanderen. (N=239) Provincie percentage Antwerpen 24% Vlaams-Brabant 7% Limburg 5% Oost-Vlaanderen 22% West-Vlaanderen 43% Tabel 4 Spreiding per provincie Herkomst van bedrijf. Het overgrote deel van de bedrijven zijn overgenomen van de ouders (73% van de ouders van de man, 9% van de ouders van de vrouw). Opvallend is dat 18% van de aangemelde tuinbouwbedrijven nieuw zijn opgericht: dit is een hoger aandeel dan bij de andere onderzochte sectoren. Fiscaal en bedrijfseconomisch Slechts 31% van de bedrijven (N= 239) geeft aan een betrouwbare bedrijfseconomische boekhouding te hebben. Wat ons enorm verwonderde, is dat veel van deze bedrijven nog in een landbouwregeling zitten voor BTW-aangifte (62% op N = 162) en een forfaitaire aangifte voor inkomstenbelasting (50% op N= 169). 13

19 We adviseren hen dan ook om hun financiële problemen bespreekbaar te maken bij hun boekhouder: Mogelijk kan een goede analyse hen tonen dat het soms interessanter is om over te stappen naar de algemene BTW-regeling en de algemene aangifte voor inkomstenbelastingen. We maakten verschillende rekentools op onze website, waarmee je kan uitrekenen hoeveel BTW je uit je bedrijf kan halen bij de overstap van de landbouwregeling naar de algemene regeling. Bij iedere bankier zien we een gelijkaardig aandeel problemen. Als we analyseren bij welke bank de tuinbouwbedrijven in nood zitten, dan komt dit overeen met het marktaandeel van de banken. (referentie aandeel VLIFdossiers/ bank). Bank percentage KBC % Crelan % Fortis % Tabel 5 Aandeel van banken in aanmeldingen bij vzw Boeren op een Kruispunt Voor de andere banken zien we dat het aandeel bedrijven in nood veel hoger is dan hun marktaandeel. Het blijft dus noodzakelijk dat banken investeren in adviseurs, die de markt kennen. Bij 47% van de bedrijven noteerden we een financiering voor bedrijfskapitaal in de vorm van kaskrediet, seizoenkrediet of vast voorschot. Binnen deze groep lag het gemiddeld op Euro. (mediaan ) Ons registraties laten niet toe om hier een opsplitsing te maken per soort krediet. We onthouden wel dat er veel bedrijven zijn, die hun bedrijfskapitaal zelf niet meer kunnen financieren. Veel van deze ondernemers vragen ons Hoeveel jaar moet het goed gaan in de sector, voor we dit ingelopen hebben? Bij 49% van de bedrijven noteerden we leveranciersschulden ad euro (mediaan ). De datums van opname zijn verdeeld over heel het jaar. Niet altijd gespecialiseerde bedrijven. Op heel wat bedrijven zien we meerdere activiteiten: dit is wellicht te verklaren voor de vollegronds teelten. Op 18% van de begeleiden bedrijven was er nog een melkquotum. Dit quotum lag gemiddeld op l. 50% van de begeleide bedrijven heeft dus een hoger melkquotum en kan mogelijk meer rendement halen door voluit te kiezen voor hun melkvee. Vooral nu veel melkveebedrijven in grond nood geraken voor ruwvoederproductie en mestafzet, kunnen we hier verwachten dat een aantal bedrijven de tuinbouwsector gaan verlaten. 14

20 Op 12% van de begeleide bedrijven zijn er nog zoogkoeien. Het vermogen in dit levend kapitaal wordt door heel wat bedrijven aangesproken om hun leveranciersschulden en kort lopende bankfinanciering voor bedrijfskapitaal in te lossen. Op 15% van de begeleide bedrijven zijn er vleesvarkens. We vermoeden dat het merendeel van deze bedrijven hun teeltrisico in de varkenssector hebben ingedekt door integratie. Slechts 8% van de begeleide tuinbouwbedrijven hebben zeugen. Door de verstrengde dierwelzijnsregels in de zeugenhouderij hebben veel bedrijven de keuze gemaakt om de zeugenhouderij te stoppen. Soorten adviezen waar tuinbouwbedrijven in moeilijkheden, nood aan hadden tijdens de begeleiding. Type advies N Ja Balans opmaken % Resultatenrekening analyseren % Zelfvertrouwen herstellen % Doorverwijs juridisch advies % Bijkomende opleiding % Kasplanning opmaken % Advies psychologische bijstand % Arbeidsorganisatie verbeteren % Advies herfinanciering lange termijn % Faillissement uitleg geven % Relatiebemiddeling % Pensioen uitleg en doorverwijs % Tabel 6 Soorten adviezen bij tuinbouwbedrijven Het is belangrijk: dat tuinders dit erkennen voor zichzelf en hun collega s. dat ze herkennen welke concrete risico s dat dit zijn dat ze bereid zijn om deze risico s in te dekken door verzekeringen of dienstverlening en mekaar informeren over de gevonden oplossingen van nieuwe problemen. 15

21 2 Analyses en bespreking van de resultaten 2.1 Inleiding door Jacky Swennen (SBB studiedienst) Ondanks het feit dat de land- en tuinbouw erg kapitaalsintensief is, is er relatief weinig betrouwbaar statistisch materiaal over de inkomensvorming en de financiële situatie in de verschillende sectoren. Dit is grotendeels te verklaren door de fiscale regimes die er zijn. Voornamelijk in de traditionele sectoren (landbouw, grondgebonden tuinbouw) worden de inkomens op basis van forfaitaire grondslagen 'de barema's' aangegeven. Deze worden jaarlijks onderhandeld op basis van de reële marktomstandigheden maar zijn niettemin een 'onderhandeld gemiddelde' van de sector. Dit heeft als gevolg dat een individueel bedrijf op basis van deze forfaitaire fiscale aangifte quasi geen bedrijfseconomische informatie heeft. Indien men die bedrijfseconomische informatie toch wil hebben dan voert men een aanvullende bedrijfseconomische boekhouding. Deze laatste boekhouding is verplicht te voeren voor bedrijven die VLIF steun genieten (en fiscaal aangeven volgens het barema). Er is een sterke traditie en grote expertise aanwezig gebaseerd op deze bedrijfseconomische boekhouding in de rundveehouderij, de varkenshouderij, de akkerbouwteelten etc. Echter wegens de versnippering van de boekhoudbureaus en de kleine aantallen in bepaalde sectoren is er te weinig statistisch materiaal voor veel tuinbouwteelten. In het kader van dit project hebben we voor de sectoren melkvee, varkenshouderij en akkerbouwmatige groenten ons kunnen baseren op de bedrijfseconomische boekhouding van Boerenbond 'TIBER' en CBR. De principes van deze bedrijfseconomische boekhouding zijn uitgelegd in bijlage A. De bedrijven die fiscaal geen aangifte doen volgens het barema voeren ofwel een fiscale boekhouding in de personenbelasting of een vennootschapsboekhouding. Deze keuze wordt beïnvloed door talrijke parameters maar is soms ook noodgedwongen. In een aantal (tuinbouw)sectoren bestaat geen barema en daar is de keuze voor een vennootschapsboekhouding veel sneller gemaakt. De principes van een vennootschapsboekhouding zijn uitgelegd in bijlage B. Het zou fout zijn om de resultaten van beide soorten boekhouding op bedrijfsniveau of op sectorniveau te vergelijken niet in het minst omdat ze van heel andere principes vertrekken en een andere finaliteit hebben. De bedrijfseconomische boekhouding is sterk analytisch gekruid met veel technisch-economische parameters en interne verrekeningen tussen de sectoren en teelten om de opbrengsten en kosten per eenheid (per liter melk, per kg vlees, per ha,...) te kennen. De vennootschapsboekhouding vertrekt van een fiscale logica en moet binnen de wettelijke contexten uiteraard een balans en een resultatenberekening maken van het bedrijf in zijn geheel en met een finaliteit om het fiscaal inkomen zo optimaal mogelijk te spreiden. Zo zal een investering in een vennootschapsboekhouding over het algemeen sneller afgeschreven worden dan in een bedrijfseconomische boekhouding. 16

22 Een ander pertinent verschil is dat onbetaalde facturen (zowel van geleverde producten als van onkosten) tot uiting komen in een balans van een vennootschapsboekhouding maar zelden in een bedrijfseconomische boekhouding. Concreet zal een veebedrijf achterstallige voerfacturen of een serrebedrijf met onbetaalde energiefacturen onmiddellijk opvallen in de balans van de vennootschapsboekhouding maar niet in de balans van een bedrijfseconomische boekhouding. In deze studie zijn voor het eerst sectorvergelijkingen gemaakt op basis van vennootschapsboekhoudingen. We hebben een aantal klanten van SBB geselecteerd met een vennootschapsstructuur en waarvan de resultaten bij de NBB gepubliceerd en dus publiekelijk zijn. Voor de jaren hebben we de balansen en resultaatrekeningen geanalyseerd van 598 tuinbouwbedrijven; 212 sierteeltbedrijven en 507 varkensbedrijven. Veel van deze bedrijven komen binnen de dataset meerdere keren terug voor de verschillende jaren Bij de analyses van de subsectoren zijn een aantal bedrijven die niet duidelijk tot de sector behoorden weggelaten. Ter verduidelijking moet nog aangestipt dat een bedrijf in een bepaald jaar is ingedeeld op basis van de datum van einde boekjaar. Voor een groot deel van de bedrijven is het einde boekjaar op 31/12/XX dus die indeling in het jaar XX is logisch maar (een beperkt aantal) bedrijven waarvan het boekjaar bvb loopt van 1/4/2011 tot 31/3/2012 wordt ingedeeld in het jaar Bespreking van de resultaten in de tuinbouw Bedrijfeconomische boekhoudingen door Jacky Swennen (SBB studiedienst) en Ellen Vos (Innovatiesteunpunt) Er wordt een analyse gevoerd op de cijfers die gekend zijn binnen de TIBER-boekhoudingen. Voor de tuinbouw zijn enkel voor de grove groenten voldoende aantallen (49) betrouwbare cijfers voorhanden om een analyse te maken. De ratio's die hier aangekaart zullen worden zijn: solvabiliteit (% eigen middelen/totaal vermogen) - in welke mate is het bedrijf financieel onafhankelijk? - wat is de verhouding tussen eigen middelen en vreemde middelen? - hoe kleiner het % eigen middelen, hoe lager de graad van financiële onafhankelijkheid rentabiliteit (saldo/totaal vermogen) - hoeveel saldo bereikt het bedrijf voor elke 100 euro geïnvesteerd aan activa? - hoeveel levert wat ik investeer in mijn bedrijf me op? jaarlast/cash flow gezinsinkomen 17

23 Solvabiliteit De solvabiliteit van een bedrijf wordt berekend als een percentage door de eigen middelen uit te zetten ten opzichte van het totaal vermogen. Onder eigen middelen wordt het verschil verstaan tussen het totaal vermogen en de uitstaande schuld. Zowel de eigen middelen als het totale vermogen zijn steeds stijgende over de jaren heen. In tabel 7 wordt weergegeven wat de evolutie is van de gemiddelde hoeveelheid eigen middelen en het gemiddeld totale vermogen is op de grove groenten bedrijven in de TIBER boekhouding tussen 2007 en

24 Eigen middelen Totaal vermogen Tabel 7 Evolutie eigen middelen en totaal vermogen op grove gronten bedrijven (TIBER, 2013) Figuur 12 Evolutie solvabiliteit Vlaamse groentebedrijven in de TIBER boekhouding Over de jaren heen is te zien dat de solvabiliteit op de Vlaamse grove groentenbedrijven vrij constant (figuur 12). De gemiddelde solvabiliteit tussen 2007 en 2011 bedraagt ruim 67 %. Bij de beoordeling van KMO's en industriële wordt dikwijls de norm van 30 % gehanteerd. Dit betekent dat 30 % van het totaal vermogen bestaat uit eigen vermogen. Op grondgebonden grove groenten bedrijven die al enige tijd bezig zijn is dit vaak geen probleem door de aanwezigheid van landbouwgronden (die in het verleden werden aangekocht). Deze zijn de laatste jaren sterk in waarde gestegen waardoor de solvabiliteit gestegen is. Voor pas gestarte bedrijven zal een solvabiliteit van 30 % eerder moeilijk te behalen zijn omdat zij in het begin van hun carrière zitten met een nog hoge leningslast. Opvallend is ook dat een kwart van de bedrijven (percentiel 75%) 2 uit deze beperkte dataset geen schulden heeft (solvabiliteit 100%). Rentabiliteit De rentabiliteit van een bedrijf wordt berekend door het saldo uit te zetten ten opzichte van het totaal vermogen. Het vertelt meer over de mate waarin iets winstgevend is. Het saldo wordt 2 In de statistiek is een percentiel van een dataset één van de in principe 99 punten die de geordende dataset in 100 delen van gelijke grootte verdelen. Het k-de percentiel is dan een getal dat de k% kleinere data van de (100 k)% grotere scheidt. Het 95e percentiel is bijvoorbeeld een getal zodanig dat 95% van de data kleiner is of eraan gelijk en 5% groter of eraan gelijk. Veelal zal een percentiel een van de data zelf zijn, maar in sommige gevallen is het percentiel het gemiddelde van twee opeenvolgende data. 19

25 berekend door de bruto opbrengst (incl. bedrijfstoeslag) te verminderen met de variabele kosten Gemiddeld saldo Mediaan Percentiel 90% Tabel 8 Evolutie saldo op grove groenten bedrijven (TIBER,2013) De wijzigende conjunctuur over de jaren heen in de grove groenten is duidelijk te zien in de evolutie van het saldo (tabel 8). Het gemiddelde saldo is continu gestegen. Indien we echter de detail bekijken op niveau van dezelfde statistiek op basis van percentielen zien we dat er bijna geen stijging is van het saldo (mediaan) maar wel voor de beste 10 procent van de bedrijven (percentiel 90%). De aantallen waarop gewerkt worden zijn in principe te klein maar men zou hier uit kunnen afleiden dat de verschillen tussen de bedrijven groter worden en dat de stijging van het saldo van deze groep bedrijven enkel te verklaren is door een beperkt aantal topbedrijven.. Figuur 13 Evolutie saldo in euro van Vlaamse groentebedrijven in de TIBER/CBR boekhouding en De ratio rentabiliteit hebben we gedefinieerd als de verhouding saldo tov het totaal vermogen. Uit de figuur 14 zien we het stijgend verloop van het saldo niet onmiddellijk terug. Dit komt omdat in de loop der jaren het totaal vermogen (als noemer in de ratio) ook gestegen is. De ratio saldo/totaal vermogen neemt eerder af zowel het gemiddelde als de mediaan. 20

26 Figuur 14 Evolutie rentabiliteit Vlaamse groentebedrijven in de TIBER boekhouding Jaarlast/cashflow In onderstaande tabel is de evolutie van de gemiddelde jaarlast en cash flow weergegeven. De gemiddelde jaarlast (aflossingen, intresten - rentesubsidie) stijgt zeer fors maar de cash flow blijft nagenoeg constant. De cashflow van een bedrijf zijn de financiële middelen die gegenereerd worden door het bedrijf Gemiddelde jaarlast Gemiddelde cashflow Tabel 9 Evolutie jaarlast en cashflow op Vlaamse grove groneten bedrijven (TIBER, 2013) Door de jaarlast uit te drukken ten opzichte van de cashflow krijgen we een idee hoeveel van de liquide middelen worden aangewend om de jaarlast te betalen. Uit tabel 9 blijkt dat de jaarlast steevast toeneemt. Dit hoeft niet noodzakelijk negatief geïnterpreteerd te worden, integendeel. Het geeft aan dat er in de sector nog geïnvesteerd wordt en dan is het logisch dat de jaarlast stijgt. Eerder opvallend is het feit dat de zeer kleine stijging van de cash flow. Deze stijging staat niet in verhouding tot de stijging van de jaarlast. Door deze evolutie wordt de ratio jaarlast/cash flow groter (figuur 15) waardoor het percentage van de cashflow dat gebruikt moeten worden voor de aflossing van de kredieten groter wordt. Op deze manier blijft er steeds minder over om van te leven of andere investeringen door te voeren. 21

27 Figuur 15 Evolutie jaarlast/cashflow op Vlaamse grove groenten bedrijven Uit figuur 15 blijkt dat er gemiddeld 10-20% van de cashflow op Vlaamse grove groenten bedrijven wordt aangewend om de jaarlast te betalen. In vergelijking met andere sectoren is dit niet veel. Interessant om op te merken is ook dat meer dan 10% van de bedrijven geen schuldenlast hebben of opgeven. Gezinsinkomen Het gezinsinkomen wordt bepaald door de cashflow en de opname van de leningen op te tellen. Hier wordt dan de jaarlast en de duurzame investeringen van afgetrokken. Hetgeen dat dan overblijft is het gezinsinkomen. In de bedrijfseconomische boekhouding weerspiegelt dit bedrag de 'lopende rekening' van het bedrijf. In principe kan dit bedrag besteed worden voor belastingen, sociale bijdragen en gezinsuitgaven. De overschot kan men als investeringsreserve beschouwen. Men moet wel opletten om het gezinsinkomen te vergelijken met andere bedrijven. Het gezinsinkomen kan op een bedrijf van jaar tot jaar erg verschillen. Bijvoorbeeld in een jaar dat men een investering doet met eigen middelen (spaargeld) bvb van euro zorgt ervoor dat het gezinsinkomen plots euro lager is dan verwacht werd. In figuur 16 is te zien dat er een groot verschil is op gebied van het gezinsinkomen tussen de best scorende bedrijven (percentiel 0,9) en de bedrijven met de slechtste resultaten (percentiel 0,1). Deze laatste groep slaagt er tussen 2007 en 2011 niet in om meer dan gezinsinkomen per jaar te genereren uit hun bedrijf. Het is zelfs zo dat deze bedrijven in 2009 en een negatief gezinsinkomen behalen wat wilt zeggen dat er spaargelden (of andere vormen van liquide middelen) aangesproken moeten worden om van te leven. De best scorende bedrijven halen daarentegen vlot De mediaan maar ook het gemiddelde daalt echter fors in de loop der jaren. 22

28 Figuur 16 Evolutie gezinsinkomen Vlaamse grove groenten bedrijven Vennootschapsboekhouding (bijlagen 4.2) door Jacky Swennen (SBB studiedienst) In bijlage B is er een omstandige uitleg over de de principes en interpretatie van vennootschapsboekhoudingen en de keuze van de gebruikte ratio's. Voor niet-boekhouders is waarschijnlijk nodig om die bijlage eerst door te nemen als men de resultaten wil begrijpen. In vergelijking met de andere sectoren is het gemiddeld balanstotaal van de tuinbouwsectoren (ruim 1,6 mio euro) substantieel groter dan de sierteelt of de varkenssector (Tabel B1). Dit komt vnl door de subsector vruchtgroenten glas waar het balanstotaal de 2,5 mio euro overstijgt. Langs de activazijde wordt bijna driekwart van deze waarde gevormd door de waarde van de serres en de binneninrichting. Verhoudingsgewijs staan bij de activa van de champignon bedrijven veel vorderingen <1 jaar en bij de bedrijven met bladgewassen zijn er procentueel behoorlijk wat geldbeleggingen en liquide middelen beschikbaar. Indien we de evolutie bekijken van de activa op de tuinbouwbedrijven da stellen we een behoorlijke toename vast van 2008 tot 2010 maar na 2010 is het balanstotaal niet meer substantieel gewijzigd. Indien we de passiva bekijken in Tabel B2 van de tuinbouwbedrijven stellen we vast dat het percentage eigen vermogen slechts 17 % is wat toch nog hoger is dan in de vennootschapen in de varkenshouderij (11%) maar substantieel lager dan het eigen vermogen in de sierteelt (48%). Het is vooral de glasbedrijven met vruchtgroenten (Tabel B3) die het percentage eigen vermogen (15%) drukken binnen de sector. Anderzijds hebben die bedrijven een veel groter balanstotaal wat maakt dat als je het eigen vermogen uitdrukt in absolute getallen we toch spreken over een eigen vermogen van euro als gemiddelde van de jaren Vanuit de onderliggende cijfers weten we dat op deze gemiddelden geen geweldig grote variatie is met ook nogal wat bedrijven met een negatief eigen vermogen. Deze bedrijven zijn in principe virtueel failliet. 23

29 Indien we de jaren bekijken waar het totaalbalans quasi constant is zien we voor de tuinbouwbedrijven toch dat de schulden op meer dan één jaar dalen en de schulden op ten hoogste 1 jaar stijgen. Men kan dus concluderen dat er relatief weinig is geïnvesteerd en bijkomend (langlopend) krediet is opgenomen maar er is wel meer kortlopend krediet opgenomen wat toch enigszins duidt op een structurele financiële achteruitgang. Voor de bedrijven met bladgewassen en vollegrondsgroenten zien we zelfs dat de schuld op minder dan 1 jaar groter is dan de schuld op meer dan 1 jaar. Bij de resultatenrekening (Tabel B5) zien we dat vooral de bedrijven met vruchtgroenten onder glas behoorlijke resultaten halen met een netto bedrijfsresultaat van ruim euro en een cash flow van ruim euro, de andere subsectoren muv de boomtelers scoren matig tot laag. Als we de voornaamste inkomensparameters (Tabel B6) bekijken zien we wel een stijging van de brutomarge met een top in 2010 maar deze stijgende evolutie zet zich niet door op niveau van het netto bedrijfsresultaat of in de winst van het boekjaar. Zoals in alle land- en tuinbouwsectoren zijn er onvoorstelbaar grote verschillen tussen de bedrijven. Omdat de vele uitschieters een te grote invloed hebben op het gemiddelde hebben voor de ratioanalyses gebruik gemaakt van medianen ipv gemiddelden. 24

30 2.3 Algemeen besluit door Jacky Swennen (SBB studiedienst) De tuinbouwsector kenmerkt zich door een zeer grote diversiteit met erg grote verschillen tussen de bedrijven zowel wat hun omvang betreft, teelt, teelttechniek, warme teelten, buitenteelten, enz... Dit maakt het moeilijk om eensluidende conclusies te trekken Toch hebben we geprobeerd om een aantal tendenzen te zoeken en waar mogelijk te duiden. Aan de hand van 598 uitslagen van vennootschapsboekhoudingen gevoerd bij SBB werden gegevens verzameld verwerkt en gegroepeerd om uiteindelijk te komen tot een viertal ratio's. Aan de hand van deze ratio's kan dan getracht worden om mogelijke (toekomstige) financiele problemen op te sporen en te duiden. In bijlage B7 zijn een aantal kerncijfers voor de tuinbouw samengevat evenals de berekening van een aantal ratio's waarvan telkens de mediaan is opgenomen. Dus van elk individueel bedrijf kennen we de kerncijfers en is er een berekening gebeurd van de ratio's van dat bedrijf. Van al deze ratio's hebben we voor die (sub)sector de mediaan genomen. De ratio rentabiliteit (% BBR/TV) bedraagt slechts 12 % en is met 16% iets hoger bij de vollegrondsgroenten en met 10,5 % het laagste bij champignonbedrijven. Dit zijn erg lage cijfers en bevestigt dat er in de tuinbouw veel kapitaalbehoefte is die uiteindelijk maar een beperkt opbrengstrendement heeft. De ratio jaarlast in verhouding tot de cash flow geeft een indicatie hoeveel middelen een bedrijf kan genereren om aan zijn bancaire verplichtingen (aflossingen+intresten)te voldoen. Aangezien in de berekening van de cash flow de intresten al zijn afgetekend tellen we ze er weer bij om een beter inzicht te krijgen in bovenstaande verhouding. Tussen de subsectoren zien we toch wel verschillen. De glasbedrijven met vruchtgroenten moeten tot 70% van hun gegenereerde middelen naar de bank brengen maar de minder kapitaalsintensieve vollegrondsgroenten bedrijven slechts 38%. De liquiditeit (in enge zin) is hier uitgedrukt in een percentage om ze grafisch beter met de andere ratio's te kunnen vergelijken. De norm is voor de meeste sectoren 0,67 (dus 67% in onze tabel) en wordt behalve voor de bloemisterij vlot gehaald. De solvabiliteit voor de tuinbouw is daarentegen met 16 % erg zwak vooral in de zeer kapitaalsintensieve glastuinbouw (13%). Algemeen kan gesteld worden dat de tuinbouw voor de vier ratio's BBR/TV, liquiditeit in de enge zin, jaarlast/(cf+i) en solvabiliteit matig tot scoort. Enkel op liquiditeit in enge zin haalt men een normaal niveau. De tuinbouwsector is zeer kapitaalsintensief en men haalt niet de verwachte rendementen op dit ingezet kapitaal. Indien we dit in combinatie brengen met de zeer grote spreiding van de behaalde resultaten en ratio's op de verschillende bedrijven dan kan het niet anders dan dat vele bedrijven in een zeer risicovolle financiële situatie zitten. Het bewustzijn over deze financiële parameters en ratio's is echter niet groot. 25

31 3 Bronnen TIBER, bedrijfseconomische boekhoudingen BB Eigen resultaten SBB, vennootschapsboekhoudingen LARA, Landbouwrapport 2012, Departement Landbouw en Visserij Zakboekje, Landbouw tuinbouw 2013 Vlaanderen, Departement Landbouw en Visserij LAND- EN TUINBOUWBEDRIJVEN IN MOEILIJKHEDEN : MOGELIJKE OORZAKEN EN SIGNALEN, Nicole Taragola, ILVO, Eenheid Landbouw en Maatschappij Intern document, juni

32 4 Bijlagen 4.1 Principes van de bedrijfseconomische boekhouding Land- en tuinbouw is al langer een speelbal geworden op de wereldmarkt. Dit heeft uiteraard volatiele prijsvorming en speculatie tot gevolg, zowel aan kosten- als aan opbrengstenzijde. Deze schommelingen hebben een rechtstreekse impact op het inkomen van de individuele land- en tuinbouwbedrijven. Voor de betrokken bedrijfsleiders blijft het dus continu rekenen en optimaliseren om voldoende marges over te houden, wat noodzakelijk is om als ondernemers de ingezette productiefactoren arbeid en kapitaal te vergoeden. Een degelijke bedrijfseconomische boekhouding is hierbij een zeer nuttig en quasi onmisbaar instrument. Kenmerken van een bedrijfseconomische boekhouding De meest gekende vormen van boekhoudingen zijn de fiscale inkomensboekhouding en de BTW-boekhouding. Deze boekhoudingen geven veelal een onvoldoende concreet beeld van de werkelijke bedrijfsresultaten. Om meer inzicht te krijgen in het rendement van land- en tuinbouwbedrijven, maken de land- en tuinbouwers gebruik van een bedrijfseconomische boekhouding. Deze boekhouding gaat veel dieper in op de economische aspecten van het bedrijf. Het bedrijf wordt ook opgesplitst om het rendement van de verschillende activiteiten(diersoorten, teelten, neventakken, ) afzonderlijk in te schatten. Daarnaast bevat de bedrijfseconomische boekhouding een aantal belangrijke technisch-economische kengetallen om een nog betere beoordeling van iedere bedrijfstak mogelijk te maken. Door de analyse van een bedrijfseconomische boekhouding en de vergelijking met de resultaten bedrijven uit dezelfde sector, krijgt de bedrijfsleider een beter inzicht in de structuur van het bedrijf. Hoe wordt het inkomen van het bedrijf opgebouwd en wat zijn hierin de sterke en zwakke punten. Kosten en opbrengsten kunnen vergeleken en geëvalueerd worden per diersoort en per teelt. Dit levert belangrijke informatie voor het nemen van beslissingen over bedrijfsinvesteringen in de toekomst. Op basis van de rendementen per tak op het bedrijf, wordt een optimale bijsturing van het bedrijf mogelijk. Tevens is dit een betrouwbare bron van technische en economische bedrijfsgegevens waarop de betrokken bedrijfsadviseurs zich kunnen beroepen in de opmaak van hun advies. Het bijhouden van een bedrijfseconomische boekhouding De hoeksteen van een betrouwbare bedrijfseconomische boekhouding is het correct bijhouden en invullen van de nodige bedrijfsgegevens. Als de registratie van deze gegevens niet correct verloopt, zal de bedrijfsuitslag niet betrouwbaar zijn en dus ook niet kunnen gebruikt worden in de optimalisatie van de bedrijfsvoering. In principe behandelt de bedrijfsuitslag telkens de resultaten van het bedrijf over een periode van één (boek)jaar. Het bijhouden van een bedrijfseconomische boekhouding verloopt dus volgens een jaarlijkse cyclus. Welke gegevens? Vooreerst dient de bedrijfsleider te beslissen in welke takken het bedrijf dient opgesplitst te worden. Voor elke bedrijfstak worden de bedrijfsgegevens en resultaten apart geregistreerd. Hoe verder het bedrijf wordt opgesplitst, des te gedetailleerder de registratie dient te gebeuren. 27

33 In een bedrijfseconomische boekhouding worden enkel de bedrijfsgegevens geregistreerd, dus geen gegevens met betrekking tot privé of andere activiteiten. Voor het voeren van een bedrijfseconomische boekhouding moeten volgende basisbedrijfsgegevens geregistreerd worden : Begininventaris : Deze wordt bij het opstarten van een nieuwe boekhouding eenmalig opgemaakt en omvat een volledige inventarisatie van alle aanwezige kapitaalsgoederen (gebouwen, grond, machines, materiaal, veestapel, voedervoorraden, aangeplante boomgaarden, ) met de daarbij horende van belang zijnde parameters (vb. het gewicht van de dieren, de verwachte levensduur van de machines, ). Eindinventaris : Deze wordt jaarlijks opgemaakt bij het afsluiten van het boekjaar en is tevens de begininventaris voor het volgende boekjaar. Deze inventaris omvat vooral een correcte inschatting van aanwezige veestapel en voorraden (krachtvoederstocks, medicatie, meststoffen, brandstoffen, granen en voedergewassen in stock, ). Investeringen : Nieuwe investeringen dienen eenmalig op moment van aankoop geregistreerd te worden. Voor grote investeringen wordt ook de te verwachten levensduur (afschrijving) geregistreerd. Aan- en Verkopen : Naast de grote investeringen dienen ook alle andere dagdagelijkse aan- en verkopen die gebeuren op het bedrijf geregistreerd te worden. Meestal is het aan te raden om deze gegevens op een gestructureerde manier permanent bij te houden en direct te registreren. Dit is de beste manier om fouten te voorkomen of om ze sneller terug te vinden. Op basis van bovenstaande basisgegevens kan het boekhoudkantoor een globale bedrijfsuitslag berekenen voor gans het bedrijf. Voor de meeste land- en tuinbouwbedrijven is dit echter onvoldoende en is er nood aan bijkomende bedrijfsgegevens: Interne bewegingen : Wanneer men resultaten per sector of per deelsector wenst moeten de interne bewegingen binnen het bedrijf geregistreerd worden. Enkele voorbeelden maken dit duidelijk : Indien men op een melkveebedrijf een aparte rendementsberekening wil voor melk- en fokvee, dan worden pasgeboren kalveren intern verkocht van melkvee naar fokvee en omgekeerd worden de gedekte vaarzen die de reforme koeien gaan vervangen terug intern verkocht van fokvee naar melkvee. Indien men op een gesloten varkensbedrijf aparte rendementsberekeningen wil voor zeugen en vleesvarkens, dan worden gespeende biggen intern verkocht van de zeugen naar de vleesvarkens, en omgekeerd worden eventueel zelfgefokte zeugen terug intern verkocht van de vleesvarkens naar de zeugen. Wenst men correcte voederkosten te kennen bij melkvee, dan dienen eigen geteelde voedergewassen intern verkocht te worden aan dat melkvee. Gedetailleerde toewijzing van kosten en opbrengsten : Voor een correcte weergave van het resultaat per bedrijfstak moeten ook alle kosten en baten correct toegekend worden aan deze bedrijfstak. Het is uiteraard niet gewenst dat de kosten voor de ene sector bij de andere sector terecht komen. Voor sommige kosten die effectief gemaakt worden voor meerdere sectoren tegelijkertijd worden verdeelsleutels gebruikt. Bij de kosten maakt men onderscheid tussen : Vaste kosten : het gedeelte van de kosten dat vast verbonden is aan het realiseren van een bepaalde productiecapaciteit. 28

34 Variabele kosten : het gedeelte van de kosten dat niet vast verbonden is aan een bepaalde productiecapaciteit, maar eerder verbonden is met de realisatie van de productie zelf. Technische gegevens : Als de bedrijfsleider zijn resultaat wil aanvullen met een aantal technische parameters, vraagt dit extra input (vb. het vet- en eiwitgehalte van de melk, de worpindex bij zeugen, het suikergehalte van suikerbieten, ). De bedrijfsuitslag Als de bedrijfsgegevens correct worden geregistreerd geeft de bedrijfsuitslag een getrouw beeld van de rendabiliteit van de verschillende bedrijfstakken. Het rendement van het bedrijf kan geëvalueerd worden op basis van verschillende bedrijfseconomische parameters: Rendabiliteit : Opbrengsten : Saldo : Arbeidsinkomen : Familiaal Netto bedrijfsresultaat : Balans : het verschil tussen opbrengsten en kosten, ofwel de winst van het bedrijf. Alle gegenereerde inkomsten al of niet in geld omgezet. het verschil tussen opbrengsten en variabele kosten Opbrengsten totale kosten oftewel de winst of verlies die het bedrijf maakt zonder uitbetaling van zijn vaste arbeidskrachten (geen seizoenarbeiders). Arbeidsinkomen : Is de winst of verlies die het bedrijf maakt na uitbetaling van al zijn niet-familiale arbeidskrachten.(arbeidsinkomen lonen vaste arbeidskrachten) Is de winst of verlies die het bedrijf maakt na uitbetaling van al zijn arbeidskrachten. (Familiaal arbeidsinkomen fictieve lonen familiale arbeidskrachten). overzichtelijke weergave van het kapitaal in de onderneming en de wijze van financiering van dit kapitaal Een belangrijke meerwaarde van de bedrijfseconomische boekhouding is de bespreking van de bedrijfsuitslag met een gespecialiseerde adviseur. De bedrijfsleider kan dan samen met de voorlichter zijn resultaten overlopen en bespreken. Op basis hiervan kan de bedrijfsleider beslissing tot bijsturing om de resultaten te optimaliseren. 29

35 4.2 Principes van de vennootschapsboekhouding Het doel van dit deel is om inzicht te geven in de opbouw en structuur van een bedrijfseconomische boekhouding en van een vennootschapsboekhouding. Er wordt ook wat meer uitleg gegeven over de verschillende ratio's die in het rapport zijn gebruikt, met name hoe ze berekend worden en hoe ze te interpreteren. A. Principes Vennootschapsboekhouding Een jaarrekening bestaat uit een aantal onderdelen: de balans, de jaarrekening en toelichtingen bij de voorgaande twee. We zullen het hier enkel hebben over de eerste twee. 1. Balans Een balans geeft een overzicht van alle bezittingen en alle financieringsbronnen van deze bezittingen van een bedrijf. De bezittingen noemt men het Actief, de financieringsbronnen het Passief. In onderstaande figuur is een balans weergegeven. ACTIEF PASSIEF Vaste activa I.Oprichtingskosten II.Immateriële vaste activa III.Materiële vaste activa IV.Financiële vaste activa Eigen Vermogen I.Kapitaal II.Uitgiftepremies III.Herwaarderingsmeerwaarden IV.Reserves V.Overgedragen resultaat Vlottende activa V.Vorderingen op meer dan 1j. VI.Voorraden VII.Vorderingen ten hoogste 1j. VIII. Geldbeleggingen IX.Liquide middelen X.Overlopende rekeningen Totaal der activa VI.Kapitaalsubsidies Voorzieningen VII.Voorzieningen Vreemd vermogen VIII.Schulden op meer dan 1 jaar IX.Schulden op ten hoogste 1 jaar X.Overlopende rekeningen Totaal der passiva Zoals je kan zien heeft zowel het actief als passief zijn eigen, vaste, indeling. 30

36 Actief Het actief of de activa of de bezittingen van een onderneming zijn onderverdeeld in twee categorieën, enerzijds de vast activa, anderzijds de vlottende activa. Voor beide categorieën bestaan diverse definities. De vaste activa zijn bezittingen of goederen die de onderneming nodig heeft in het productieproces en die niet snel te gelde kunnen gemaakt worden. Het zijn duurzame investeringen waarvan de kost over een langere periode wordt uitgesmeerd onder de vorm van afschrijvingen (serre, loods, grond, trekker, stal, vergunning,...) De vlottende activa zijn goederen die wel op korte termijn te gelde kunnen worden gemaakt. Het kan gaan om (bijna) afgewerkte producten die verkoopsklaar zijn (vleesvarkens, biggen) maar ook om voorraden van grondstoffen noodzakelijk voor het productieproces (zaaigoed, veevoeder,...). Het kan ook gaan om schulden die andere personen of bedrijven hebben bij uw onderneming of om cash geld dat in het bedrijf aanwezig is om bijvoorbeeld leveranciers mee te betalen. Uit beide onderdelen zullen een aantal posten extra toegelicht worden omdat deze belangrijker zijn en omdat uit deze cijfers en hun evolutie ook interessante conclusies te trekken zijn. Materiële Vaste Activa De materiële vaste activa zijn de middelen die een onderneming inzet voor de realisatie van haar activiteit. Volgende zaken kunnen daar allemaal onder vallen: - Gronden & gebouwen - Machines & uitrusting - Bureaumateriaal & rollend materiaal Voorraden Vrij eenvoudig, deze post geeft weer, in geld uitgedrukt hoeveel goederen er nog op het bedrijf in voorraad aanwezig zijn. Dit kan gaan van 'afgewerkte producten' zoals slachtrijpe varkens of aardappelen die op het bedrijf gestockeerd zijn tot pas gespeende biggen of zeugen die niet onmiddellijk te gelde kunnen gemaakt worden. De waarde van de voorraad kan jaarlijks behoorlijk schommelen. Vorderingen op ten hoogste één jaar We willen toch even wat dieper ingaan op deze post. Deze wordt meestal nog verder onderverdeeld in handelsvorderingen en overige vorderingen. De handels vorderingen zijn tegoeden die men heeft van zijn afnemers: biggen zijn bijvoorbeeld al geleverd maar moet nog betaald worden. De belangrijkste reden waarom we de vorderingen op ten hoogste één jaar extra vermelden heeft voornamelijk te maken met de overige vorderingen. Onder deze post kunnen namelijk ook vorderingen staan die de vennootschap heeft bij zijn of haar zaakvoerder(s). Wanneer de onderneming in faling zou gaan, zullen deze tegoeden door de curator/schuldeisers worden opgevraagd bij, zoals in dit voorbeeld, de zaakvoerder. Dit kan een faillissement aanzienlijk verzwaren. Met deze rekening dient dus voorzichtig en oordeelkundig omgegaan te worden. 31

37 Liquide Middelen De liquide middelen zijn de middelen die in het bedrijf direct beschikbaar zijn om aan te wenden. Het gaat meestal over de zichtrekening van de vennootschap. Passief Net als de activa worden de passiva in een aantal categorieën onderverdeeld. De belangrijkste twee zijn het eigen vermogen en het vreemd vermogen. Een derde categorie zijn de voorzieningen. Onder deze post wordt kapitaal geplaatst dat op langere termijn in het bedrijf blijft om toekomstige (grotere) kosten op te vangen, bijvoorbeeld de vervanging van het dak van een stal. Eigen Vermogen Het eigen vermogen van een bedrijf zijn de eigen financiële middelen van de onderneming of ondernemer die gebruikt zijn voor de financiering van zijn bezittingen. Dit deel van het vermogen kan bestaan uit opgespaarde winsten van voorgaande jaren, uit het kapitaal gebruikt voor de oprichting of dat achteraf is ingebracht, uit reserves die aangehouden worden voor moeilijkere periodes of investeringen en uit nog een aantal andere zaken die in de landbouw minder courant zijn. Belangrijker dan het getal of bedrag op zich van het eigen vermogen, is de evolutie ervan. Deze evolutie kan ook bestudeerd worden door de balans verticaal te analyseren. Hiermee gaan we kijken welke percentage het eigen vermogen en iedere post er van uitmaakt van het balanstotaal. Een interessante hierin is o.a. de evolutie van de wettelijk verplichte reserve. Vreemd Vermogen Het vreemd vermogen zijn de schulden die de onderneming heeft bij andere bedrijven (banken, leveranciers,...) of personen. Het vreemd vermogen wordt opgesplitst in twee delen: het vreemd vermogen of schulden op lange termijn en het vreemd vermogen of schulden op korte termijn. Vreemd vermogen op Lange Termijn Het vreemd vermogen op lange termijn zijn schulden die het bedrijf heeft op langere termijn. Deze moeten niet binnen het jaar terugbetaald worden maar later. Meestal gaat het over het saldo van leningen die nog meer dan één jaar lopen. Vreemd vermogen op Korte Termijn Het vreemd vermogen op korte termijn zijn de schulden die het bedrijf binnen het jaar moet kunnen terugbetalen. Dit kan gaan om een aflossing van een krediet maar even goed over een factuur die nog moet betaald worden. Onder het vreemd vermogen op korte termijn staat er een rekening Overige Schulden. Deze is vergelijkbaar met de Overige Vorderingen aan de actiefzijde. Een andere courante naam voor deze post is de Rekening Courant. Het gaat hier echter om schulden die de vennootschap heeft bij derden, nogal vaak de zaakvoerder. Dit bedrag kan in principe ten allen tijde opgevraagd worden. Daardoor wordt het niet meegeteld met het eigen vermogen van de onderneming. 32

38 Uiteindelijk dient de waarde van het actief en van het passief, het balanstotaal, even groot te zijn. Dit wordt meestal vrij eenvoudig bereikt door in een berekening het eigen vermogen aan te passen. Overlopende rekeningen Kort ook nog iets over de overlopende rekeningen. Die zijn zowel terug te vinden aan de actiefzijde als aan de passiefzijde. Strikt gezien dienen deze rekeningen om er voor te zorgen dat alle kosten en alle opbrengsten in het juiste boekjaar terechtkomen. 2. Resultatenrekening Bij een jaarrekening hoort een resultatenrekening van het voorbije jaar. Zo'n jaarrekening ziet er in vereenvoudigde vorm als volgt uit: + Omzet 70 - Handelsgoederen, grond- en hulpstoffen, diensten en diverse goederen 60/61 Brutomarge 9900= 70-60/61 - Bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen 62 - Andere bedrijfskosten 640/8 - Als herstructureringskosten geactiveerde bedrijfskosten 649 BBR (VLIF norm) = Afschrijvingen en waardeverminderingen op oprichtingskosten, op immateriële en - materiële vaste activa 630 Waardeverminderingen op voorraden, op bestellingen in uitvoering en op - handelsvorderingen: toevoegingen (terugnemingen) 631/4 - Voorzieningen voor risico's en kosten: toevoegingen (bestedingen en terugnemingen) 635/7 Bedrijfsresultaat of Bedrijfswinst (Bedrijfsverlies) 9901= Financiële opbrengsten (oa rentesubsidie) 75 - Financiële kosten (= intresten) 65 Winst (Verlies) uit de gewone bedrijfsuitoefening vóór belasting 9902= Uitzonderlijke opbrengsten 76 - Uitzonderlijke kosten 66 Winst (Verlies) van het boekjaar vóór belasting 9903= Onttrekking aan de uitgestelde belastingen Overboeking naar de uitgestelde belastingen Belastingen op het resultaat 67/77 Winst (Verlies) van het boekjaar Onttrekking aan de belastingvrije reserves Overboeking naar de belastingvrije reserves 689 Te bestemmen winst (verlies) van het boekjaar 9905 = /4+635/7- Cash flow

39 3. Ratio's Voor de analyse van de vennootschapsboekhouding zijn er meerdere ratio's berekend maar er zijn vier ratio's weerhouden: liquiditeit in enge zin, solvabiliteit, rentabiliteit en de verhouding tussen de jaarlast en de cash flow (gecorrigeerd met de afgetrokken intrest).. Iedere ratio zal hieronder uitvoerig beschreven worden. Liquiditeit in enge zin Het is belangrijk de liquiditeit van een onderneming te kennen. Indien deze ondermaats is, wijst dit meestal op problemen die zich kunnen stellen op eerder kortere termijn. De liquiditeit geeft namelijk weer in welke mate het bedrijf in staat is om middelen te mobiliseren om haar kortlopende betalingsverplichtingen na te leven. Bij kortlopende betalingsverplichtingen denken we dan in de eerste plaats vooral aan openstaande facturen van leveranciers. Als er op het bedrijf voldoende middelen binnenkomen van 'afgewerkte producten', bijvoorbeeld vleesvarkens of maïs, die het verkoopt om te voldoen aan de leveranciersverplichtingen, dan is het bedrijf liquide. De liquiditeit kan op een aantal niveaus bekeken worden. De meest courante is de liquiditeit in ruime zin waarbij, samengevat, de activa in omloop, zoals voorraden, bestellingen, liquide middelen,..., worden afgewogen tegenover de schulden op korte termijn of de schulden die binnen het jaar vervallen. Omdat in de land- en tuinbouw een groot deel van de voorraden (waaronder de waarde van de veestapel) geen afgewerkte verkoopbare producten zijn maar eerder productiemiddelen kan men deze voorraad ook niet gebruiken om korte termijn verplichtingen na te komen. Dus liquiditeit in ruime zin is geen goed criterium in de land- of tuinbouwsector. In dit rapport is er echter voor gekozen om de liquiditeit in enge zin te analyseren. Om deze ratio te berekenen worden de meeste liquide zaken uit de onderneming afgezet tegenover de schulden op korte termijn. De meeste liquide goederen die in een onderneming aanwezig zijn, zijn de liquide middelen van het bedrijf (cash geld, geld op een bankrekening) en tegoeden die de onderneming heeft van haar afnemers van reeds verkochte producten. De liquiditeit in enge zin geeft een beeld in welke mate een onderneming snel kan voldoen aan verplichtingen op korte termijn. Hier moet direct een belangrijke nuance bijgeplaatst worden. Namelijk, het aantal dagen waarop afnemers betalen en het aantal dagen leverancierskrediet dat de onderneming heeft, hebben al een grote invloed op deze berekening. In de varkenshouderij zien we bijvoorbeeld dat varkens of biggen meestal binnen de maand betaald worden, nogal vaak op twee weken. Aan de andere kant zien we dat voor voederfacturen, de grootste kost van een varkenshouderij, er een grote variatie is in betalingstermijn: van minder dan een week tot meerdere maanden. Solvabiliteit (% eigenvermogen/totaal vermogen) De solvabiliteit of zijn ratio's zijn door de band eenvoudige berekeningen die daarom courant gebruikt worden. Desalniettemin is het belang ervan groot. De solvabiliteit geeft namelijk weer of de onderneming, gesteld dat die op dat ogenblik zou opgedoekt worden, alle verstrekkers van vreemd vermogen (banken, leveranciers) kan terugbetalen. Dit kan vrij eenvoudig getoetst worden door de verhouding te nemen tussen het eigen vermogen en het balanstotaal of het vreemd vermogen. In dit rapport wordt de solvabiliteit berekend door het eigen vermogen te delen door het totale vermogen of het balanstotaal van de onderneming. 34

40 Eenvoudig gesteld is deze verhouding op zijn minst 30 %. Dan is het eigen vermogen voldoende groot om alle schuldeisers terug te betalen. Echter, bij een (fictieve) stopzetting van het bedrijf zijn er meestal verschillende roerende en onroerende goederen (voorraden, vee, materiaal, stallen, gronden,...) aanwezig die ten gelde kunnen gemaakt worden om schuldeisers terug te betalen. Deze ratio kan dus lager zijn dan 30% zonder dat dit problemen geeft. Vooral wanneer er pas geïnvesteerd is, is deze ratio meestal een stuk lager dan 30%. Het is voor een bedrijf dan ook belangrijk te kijken naar de evolutie van zijn of haar solvabiliteit over de jaren. Rentabiliteit (% BBR/Totaal vermogen) Met de rentabiliteit wordt berekend hoe winstgevend een onderneming is. Meestal is het de bedoeling met deze ratio's de winstgevendheid te toetsen ten opzichte van bijvoorbeeld het eigen geïnvesteerde vermogen of ten opzichte van het totaal geïnvesteerde vermogen om zo te bepalen wat het behaalde rendement is. De rentabiliteit wordt in dit rapport geëvalueerd op basis van de verhouding tussen het bruto bedrijfsresultaat en het totale vermogen. Het bruto bedrijfsresultaat wordt hier berekend door van de omzet de variabele kosten en de loonkosten af te trekken. Voor deze ratio is gekozen omdat deze min of meer analoog kan berekend worden in de bedrijfseconomische boekhouding. Immers het bruto bedrijfsresultaat (BBR) is vergelijkbaar met het begrip saldo uit de bedrijfseconomische boekhouding in is gekend in de sector omdat de minimale bedrijfsgrootte noodzakelijk voor het VLIF berekend wordt adhv het BBR. Zeer eenvoudig, hoe hoger dit percentage is, hoe winstgevender of rendabeler de onderneming in principe is. Een hoog rendement zegt niet noodzakelijk iets over de toekomstige winstgevendheid. In deze berekening wordt namelijk geen rekening gehouden met de afschrijvingen. Een bedrijf met nog beperkte afschrijvingen zal door de band meestal een hogere netto bedrijfsresultaat hebben. Zolang er op een goede manier kan geproduceerd worden, is dit geen probleem. Wanneer investeringen zich echter opdringen omdat de productie achteruit gaat, zal het rendement nogal vaak fors achteruit gaan. Echter, zoals gezegd, in de berekening van het rendement zoals deze hier is uitgevoerd wordt geen rekening gehouden met afschrijvingen. Als deze ratio hoog is, wil dit zeggen dat het bedrijf een hogere omzet draait ten opzicht van zijn totale bedrijfsmiddelen in vergelijking met andere bedrijven in dezelfde sector en met dus vergelijkbare structuur. Jaarlast / Cash Flow+i De bedoeling van deze ratio is om na te gaan of een onderneming gedurende een jaar voldoende middelen genereert om zijn betalingsverplichtingen ten aanzien van de bank te voldoen. Voor deze ratio is gekozen omdat deze min of meer analoog kan berekend worden in de bedrijfseconomische boekhouding. De jaarlast wordt berekend als zijnde de betaalde intrest en de kapitaalaflossing die voorzien wordt voor volgend jaar. Hoe lager deze ratio is, hoe beter een bedrijf er voor staat want dat zou willen zeggen dat er voldoende middelen in het bedrijf om gaan om aan de bancaire verplichtingen te voldoen. Bij bedrijven met nieuwe investeringen en dito schulden zal deze ratio hoger liggen. Wederom is ook hier de evolutie in de tijd van deze ratio minstens even belangrijk. Naarmate een investering vordert dalen de aflossingen maar zouden de inkomsten ook moeten gestegen zijn of minstens gelijke tred gehouden hebben. De inverse berekening van deze ratio geeft de terugverdientijd weer. 35

41 Bijlage B 1: Vergelijking tussen de activa van de verschillende subsectoren Gemiddelden sectoren Aantal Activa Tuinbouw Sierteelt Varkens Vaste activa 20/ , , ,63 Oprichtingskosten ,42 243,31 478,13 Immateriële vaste activa , , ,00 Materiële vaste activa 22/ , , ,29 Terreinen en gebouwen , , ,26 Installaties, machines en uitrusting , , ,14 Meubilair en rollend materieel , , ,71 Leasing en soortgelijke rechten , , ,15 Overige materiële vaste activa , ,73 795,80 Activa in aanbouw en vooruitbetalingen , , ,22 Financiële vaste activa , , ,21 Vlottende activa 29/ , , ,32 Vorderingen >1 jaar , , ,79 Voorraden en bestellingen in uitvoering , , ,85 Vorderingen <1 jaar 40/ , , ,74 Handelsvorderingen , , ,85 Overige vorderingen , , ,89 Geldbeleggingen 50/ , , ,66 Liquide middelen 54/ , , ,01 Overlopende rekeningen 490/ , , ,27 Totaal van de activa 20/ , , ,96 36

42 Gemiddelden tuinbouwsectoren vruchtgroenten vollegrond Aantal alle tuinbouw glas groenten champignons bladgewassen Activa Vaste activa Vlottende activa Totaal van de activa Oprichtingskosten Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Vorderingen >1 jaar , , , , ,09 540, ,43 0,00 0,00 34, , ,03 240,19 203,51 0, , , , , ,17 Terreinen en gebouwen , , , , ,24 Installaties, machines en uitrusting , , , , ,26 Meubilair en rollend materieel , , , , ,67 Leasing en soortgelijke rechten 5.302,10 797,69 0, ,91 0,00 Overige materiële vaste activa 522,42 201,12 0,00 0,00 0,00 Activa in aanbouw en vooruitbetalingen , ,57 0, ,91 0,00 Voorraden en bestellingen in uitvoering Vorderingen <1 jaar Geldbeleggingen Liquide middelen Overlopende rekeningen , ,31 859, , , , , , , , ,80 189,12 0, , , , , , , , , , , , ,06 Handelsvorderingen , , , , ,78 Overige vorderingen , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , , ,65 37

43 Bijlage B 2: Vergelijking van de passiva van de verschillende subsectoren Gemiddelden sectoren Aantal Passiva Tuinbouw Sierteelt Varkens Eigen vermogen 10/ , , ,59 Kapitaal , , ,85 Uitgiftepremies ,57 0,00 0,00 Herwaarderingsmeerwaarden , , ,52 Reserves , , ,28 Overgedragen winst (verlies) Kapitaalsubsidies Voorzieningen en uitgestelde belastingen , , , , , , , ,50 894,00 Schulden 17/ , , ,36 Schulden op meer dan één jaar , , ,63 Financiële schulden 170/ , , ,52 Schulden op ten hoogste één jaar 42/ , , ,29 Schulden >1 jaar die <1 jaar vervallen 42 (aflossing volgend ,92 jaar) , ,51 Financiële schulden , , ,71 Handelsschulden , , ,13 Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen , ,02 320,64 Schulden mbt belastingen, bezoldigingen 45 en sociale lasten , , ,56 Overige schulden 47/ , , ,75 Overlopende rekeningen 492/ , , ,44 Totaal van de passiva 10/ , , ,96 38

44 Gemiddelden tuinbouw vruchtgroenten vollegrond Aantal alle tuinbouw glas groenten champignons bladgewassen Passiva Eigen vermogen , , , , ,78 Kapitaal , , , , ,98 Herwaarderingsmeerwaarden 4.954, ,80 0, ,73 0,00 Reserves , , , , ,08 Overgedragen winst (verlies) Kapitaalsubsidies Voorzieningen en uitgestelde belastingen , , , , , , ,41 33, ,52 435, , ,50 113, , ,42 Schulden , , , , ,44 Schulden op meer dan één jaar , , , , ,33 Financiële schulden Schulden op ten hoogste één jaar , , , , ,16 Schulden >1 jaar die <1 jaar vervallen (aflossing ,73 volgend ,41 jaar) , , ,66 Financiële schulden , , , , ,70 Handelsschulden , , , , ,55 Ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen 166,68 208,40 208,06 0,00 276,93 Schulden mbt belastingen, bezoldigingen ,17 en sociale lasten , , , ,90 Overige schulden , , , , ,41 Overlopende rekeningen , , , , ,96 Totaal van de passiva , , , , ,65 % Eigen vermogen 17% 15% 30% 26% 30% 39

45 Bijlage B 3: Procentuele verhouding van de activa van de verschillende subsectoren 40

46 41

Beste lezer, Wij wensen u alvast veel leesplezier en hopen dat het u mag inspireren om zelf ook de financiële gegevens van uw bedrijf te analyseren.

Beste lezer, Wij wensen u alvast veel leesplezier en hopen dat het u mag inspireren om zelf ook de financiële gegevens van uw bedrijf te analyseren. Beste lezer, Dit rapport kadert in het project Uitzicht door inzicht, dat mogelijk werd gemaakt door het Agentschap Ondernemen en Vlaanderen in Actie Pact 2020. Met dit project willen de vier projectpartners

Nadere informatie

De doelstelling van dit rapport is om een goed beeld te geven van de huidige situatie in de varkenshouderij in Vlaanderen.

De doelstelling van dit rapport is om een goed beeld te geven van de huidige situatie in de varkenshouderij in Vlaanderen. Beste lezer, Dit rapport kadert in het project Uitzicht door inzicht, dat mogelijk werd gemaakt door het Agentschap Ondernemen en Vlaanderen in Actie Pact 2020. Met dit project willen de 4 projectpartners,

Nadere informatie

13/02/2012 WCOvoorbereiding Identificatie

13/02/2012 WCOvoorbereiding Identificatie Identificatiegegevens Onderneming bv Boek Kredietstraat 1 9999 Schuldegem 0800,99,138 info@ltb.be Website www.ltb.be Ondernemersnummer 0123,456,789 Zaakvoerder Nationaal nr gsm Boekhouder Erkenningsnr

Nadere informatie

Bijzondere jeugdbijstand

Bijzondere jeugdbijstand Bijzondere jeugdbijstand Financiële analyse 2009-2011 21 januari 2013 adres Koning Albert II-laan 35 bus 31 1030 Brussel telefoon 02 553 34 34 fax 02 553 34 35 mail contact@zorginspectie.be web www.zorginspectie.be

Nadere informatie

BALANS LEZEN MEER INZICHT IN UW JAARREKENING

BALANS LEZEN MEER INZICHT IN UW JAARREKENING BALANS LEZEN MEER INZICHT IN UW JAARREKENING Inleiding In feite is het jaarlijks opmaken van de rekening, de jaarrekening, een onnatuurlijk fenomeen: de levensduur van een onderneming is over het algemeen

Nadere informatie

Technische en economische resultaten van de varkenshouderij op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk Boekjaren 2008-2010

Technische en economische resultaten van de varkenshouderij op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk Boekjaren 2008-2010 Technische en economische resultaten van de varkenshouderij op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk Boekjaren 2008-2010 2012 Departement Landbouw en Visserij afdeling Monitoring en Studie Joeri Deuninck

Nadere informatie

FINANCIËLE RAPPORTAGE FUNDEREND ONDERWIJS. Utrecht, november 2014

FINANCIËLE RAPPORTAGE FUNDEREND ONDERWIJS. Utrecht, november 2014 FINANCIËLE RAPPORTAGE FUNDEREND ONDERWIJS 2014 Utrecht, november 2014 INHOUD Inleiding 5 1 Basisonderwijs en speciaal basisonderwijs 7 2 Expertisecentra 10 3 Voortgezet onderwijs 12 4 Samenwerkingsverbanden

Nadere informatie

HARTELIJK WELKOM. 18 mei 2011 - Startersdag Unizo. BAERT Alfred

HARTELIJK WELKOM. 18 mei 2011 - Startersdag Unizo. BAERT Alfred HARTELIJK WELKOM 18 mei 2011 - Startersdag Unizo BAERT Alfred Het ondernemingsplan is een plan dat wordt opgesteld om vooraf het succes van de onderneming in te schatten. (max.20 blz.) Er zijn veel modellen

Nadere informatie

Bedrijfseconomische analyse

Bedrijfseconomische analyse 0,78125 Bedrijfseconomische analyse Melkveehouder Straatnaam 1234 AB Plaats Bedrijfseconomische analyse 2013 Uitgebracht aan: Melkveehouder Straatnaam 1234 AB Plaats klantnummer: 1234 Alle bedragen in

Nadere informatie

Hoe kijkt KBC naar de financiering van een project?

Hoe kijkt KBC naar de financiering van een project? Hoe kijkt KBC naar de financiering van een project? Innovatiesteunpunt voor land- en tuinbouw Innovatiedag Kemzeke, 15 juni 2010 Linda De Smet Adviseur Land- en Tuinbouw KBC Land- en Tuinbouwcenter ltc@kbc.be

Nadere informatie

Voor het bedrijf. Climasoft nv. Vertegenwoordigd door Dirk Maartens. Financiële planningen. van januari 2010 tot december 2012

Voor het bedrijf. Climasoft nv. Vertegenwoordigd door Dirk Maartens. Financiële planningen. van januari 2010 tot december 2012 Financieel plan Voor het bedrijf Vertegenwoordigd door Dirk Maartens Financiële planningen van januari 2010 tot december 2012 Studie gerealiseerd op 10 januari 2010 door De Heer Deckers op basis van de

Nadere informatie

DOSSIER N BUDGET/FEDCOM/2015/02 - Annexe 2.4. Balanscentrale. Ondernemingsdossier

DOSSIER N BUDGET/FEDCOM/2015/02 - Annexe 2.4. Balanscentrale. Ondernemingsdossier DOSSIER N BUDGET/FEDCOM/2015/02 - Annexe 2.4 Balanscentrale Ondernemingsdossier Beknopte handleiding Oktober 2008 Inleiding De Balanscentrale van de Nationale Bank van België (NBB) staat in voor de verspreiding

Nadere informatie

onderneming : Algemene informatie Naam onderneming Ondernemingsvorm (maak een keuze uit de lijst) Minimum geplaatst kapitaal 18.

onderneming : Algemene informatie Naam onderneming Ondernemingsvorm (maak een keuze uit de lijst) Minimum geplaatst kapitaal 18. bij oprichting Algemene informatie Naam onderneming Ondernemingsvorm (maak een keuze uit de lijst) Minimum geplaatst kapitaal Kapitaal volgens oprichtingsstatuten Minimum inbreng in speciën jaar 1 18.550,00

Nadere informatie

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid?

Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? vbo-analyse Hoeveel dragen onze bedrijven bij aan de schatkist en de sociale zekerheid? September 2014 I Raf Van Bulck 39,2% II Aandeel van de netto toegevoegde waarde gegenereerd door bedrijven dat naar

Nadere informatie

Onderstaand treft u de balans aan per 31 december 2014. Na de balans volgt een korte toelichting op de belangrijkste wijzigingen in de balans.

Onderstaand treft u de balans aan per 31 december 2014. Na de balans volgt een korte toelichting op de belangrijkste wijzigingen in de balans. FINANCIEEL BELEID Financiële positie op balansdatum Onderstaand treft u de balans aan per 31 december 2014. Na de balans volgt een korte toelichting op de belangrijkste wijzigingen in de balans. Activa

Nadere informatie

Dossier regionale luchthavens. 0. Aanleiding:

Dossier regionale luchthavens. 0. Aanleiding: Dossier regionale luchthavens 0. Aanleiding: In 2004 presenteerde het Vlaams Forum Luchtvaart een rapport en aanbevelingen aan de Vlaamse regering over de luchtvaart in Vlaanderen [2]. Belangrijk onderdeel

Nadere informatie

www.jooplengkeek.nl Hoofdstuk 42 belangrijk

www.jooplengkeek.nl Hoofdstuk 42 belangrijk www.jooplengkeek.nl belangrijk 1 Liquiditeitskengetallen Current ratio Quick ratio Working capital (werkkapitaal) Cashflow Kengetallen Kengetallen zijn verhoudingsgetallen, ze geven de verhouding aan tussen

Nadere informatie

Wat zegt uw financiële balans?

Wat zegt uw financiële balans? Wat zegt uw financiële balans? Samen met een door uw accountant opgestelde toelichting vormen de winst- en verliesrekening en de balans gezamenlijk de jaarrekening van uw onderneming. De balans is een

Nadere informatie

Groesman International B.V.

Groesman International B.V. Kredietrapport Rapport datum 15-05-2014 Bedrijf Adres groesman international amsterdam - Samenvatting Bedrijfsnaam Vestigingsadres Breitnerlaan 7 Kredietadvies EUR 1.000.000 Score 7,4 Betalingsscore 7,8

Nadere informatie

gespecialiseerde bedrijven overige bedrijven aantal varkens per bedrijf

gespecialiseerde bedrijven overige bedrijven aantal varkens per bedrijf De markt voor de varkenshouderij in Nederland Structuur In Nederland worden op ongeveer 1. bedrijven varkens gehouden. Het aantal bedrijven met varkens is de afgelopen jaren duidelijk afgenomen (figuur

Nadere informatie

Module 4 Inzicht in cijfers

Module 4 Inzicht in cijfers Geleerd in vorige presentaties Module 4 Inzicht in cijfers Les 3. Begrijp de balans en stuur op kengetallen 1. Winst- en verliesrekening 2. Balans 3. Kasstroomoverzicht 4. Winst en belasting Les 3 Maak

Nadere informatie

FINANCIEEL ECONOMISCH VERSLAG

FINANCIEEL ECONOMISCH VERSLAG OVERZICHT JAARVERSLAG 2014 FINANCIEEL ECONOMISCH VERSLAG Voor de overzichtelijkheid zijn in het jaarverslag 2014 uitsluitend de kerncijfers en de balans en de winst- en verliesrekening opgenomen. De gegevens

Nadere informatie

Sterke stijging Ebitda en netto resultaat Verhoging dividend

Sterke stijging Ebitda en netto resultaat Verhoging dividend Jaarresultaten 2013 Opgesteld door gedelegeerd bestuurders Dirk De Cuyper en Peter De Cuyper. Wetteren, België 17 maart 2014. Sterke stijging Ebitda en netto resultaat Verhoging dividend Kerncijfers 2013

Nadere informatie

FINANCIËLE SITUATIE EN EVOLUTIE VAN DE ONDERNEMING

FINANCIËLE SITUATIE EN EVOLUTIE VAN DE ONDERNEMING BEDRIJFSWETENSCHAPPEN Hoofdstuk 6: FINANCIËLE SITUATIE EN EVOLUTIE VAN DE ONDERNEMING Indeling: 1. Beschrijving van de ondernemingssituatie 2. Balansanalyse 3. Omloopsnelheid en -tijd Financiële analyse

Nadere informatie

Technische efficiëntie is belangrijker dan lage kosten, zowel voor grote als kleine bedrijven.

Technische efficiëntie is belangrijker dan lage kosten, zowel voor grote als kleine bedrijven. Technisch efficiënt boven lage kosten 31/12/2015 Inleiding Ilvo deed op basis van anonieme Liba-boekhouddata een onderzoek naar technische en economische efficiëntie op melkveebedrijven. - Het hoofdbesluit

Nadere informatie

Luca Pacioli. Portret van Luca Paciolis door Jacopo de Barbari, 1495. Luca Bartolomeo de Pacioli was een Italiaans wiskundige.

Luca Pacioli. Portret van Luca Paciolis door Jacopo de Barbari, 1495. Luca Bartolomeo de Pacioli was een Italiaans wiskundige. 33. Dubbele boekhouding. 33.1 Een beetje geschiedenis. De dubbele boekhouding werd uitgevonden door kooplieden uit Venetië en voor het eerst neergeschreven in 1494 door een Italiaanse monnik Luca Pacioli.

Nadere informatie

STERK MET MELK BESLISSINGEN NEMEN OP BASIS VAN BEDRIJFSECONOMISCHE KENGETALLEN.

STERK MET MELK BESLISSINGEN NEMEN OP BASIS VAN BEDRIJFSECONOMISCHE KENGETALLEN. STERK MET MELK BESLISSINGEN NEMEN OP BASIS VAN BEDRIJFSECONOMISCHE KENGETALLEN. Dirk Audenaert Consulent Rundvee Boerenbond INHOUD 1. DUURZAAMHEID : EEN VEELKLEURIG BEGRIP 2. KEN UW KOSTPRIJS 3. BEGRIPPEN

Nadere informatie

De cijfers zijn exclusief BTW en subsidie zoals toeslagrechten. De specialisatie van de melkveehouderij

De cijfers zijn exclusief BTW en subsidie zoals toeslagrechten. De specialisatie van de melkveehouderij Melkveehouderij VAC consult Een zoektocht naar een evenwichtige balans tussen groei en ontwikkeling Met het oog op de afschaffing van het melkquotum op 31 maart 2015, verandert de ondernemingsomgeving

Nadere informatie

DE VLAAMSE LANDBOUWCONJUNCTUURINDEX

DE VLAAMSE LANDBOUWCONJUNCTUURINDEX FOCUS 2015 DE VLAAMSE LANDBOUWCONJUNCTUURINDEX RESULTATEN ENQUÊTE VOORJAAR 2015 INHOUD 1. Vlaamse conjunctuurindex 2. Landbouw 3. Tuinbouw 4. Investeringen 5. Belemmeringen 6. Meer informatie 1. VLAAMSE

Nadere informatie

Module 4 Inzicht in cijfers

Module 4 Inzicht in cijfers Geleerd in vorige presentaties Module 4 Inzicht in cijfers 1. Balans in detail 2. Kengetallen Les 4. Vergelijk je resultaten op 4 manieren + maak goede investeringsbeslissingen Les 4 Vergelijk je resultaten

Nadere informatie

VOORBEELD JAARREKENING B.V. TE HOOFDDORP. Rapport inzake jaarstukken 2010

VOORBEELD JAARREKENING B.V. TE HOOFDDORP. Rapport inzake jaarstukken 2010 VOORBEELD JAARREKENING B.V. TE HOOFDDORP Rapport inzake jaarstukken 2010 INHOUDSOPGAVE Pagina RAPPORT 1 Opdracht 3 2 Samenstellingsrapport 3 3 Resultaat 4 4 Financiële positie 6 JAARREKENING 1 Balans per

Nadere informatie

Hfst 5: Liquiditeit. 5.1 Analyse van de liquiditeit binnen de onderneming

Hfst 5: Liquiditeit. 5.1 Analyse van de liquiditeit binnen de onderneming Hfst 5: Liquiditeit Dagelijkse activiteiten staan centraal: - heeft de onderneming genoeg werkkapitaal om haar activiteiten te financieren? - Hoeveel werkmiddelen heeft ze nodig? 5.1 Analyse van de liquiditeit

Nadere informatie

123WatEenSite C. van de PC Teststraat 1 3351 ZZ Alblasserdam

123WatEenSite C. van de PC Teststraat 1 3351 ZZ Alblasserdam C. van de PC Teststraat 1 3351 ZZ Alblasserdam INHOUDSOPGAVE Pagina Accountantsrapportage 3 Voorwoord 4 Resultaten 5 Financiële positie 7 Ondertekening van de accountantsrapportage 9 Jaarstukken 2008 Jaarrekening

Nadere informatie

PERSBERICHT - AANKONDIGING JAARRESULTATEN 2014. Gereglementeerde informatie. Embargo tot 17 maart 2015, 17h40. The innovative packaging company

PERSBERICHT - AANKONDIGING JAARRESULTATEN 2014. Gereglementeerde informatie. Embargo tot 17 maart 2015, 17h40. The innovative packaging company PERSBERICHT - AANKONDIGING JAARRESULTATEN 2014 Gereglementeerde informatie Embargo tot 17 maart 2015, 17h40 The innovative packaging company Stijging van de operationele resultaten en de netto winst Verhoging

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1 BASISBEGINSELEN VAN HET DUBBEL BOEKHOUDEN

HOOFDSTUK 1 BASISBEGINSELEN VAN HET DUBBEL BOEKHOUDEN WOORD VOORAF... OVER DE AUTEURS... v vii HOOFDSTUK 1 BASISBEGINSELEN VAN HET DUBBEL BOEKHOUDEN 1 INLEIDING... 2 2 DE BALANS... 3 2.1 Ondernemingsmiddelen of activa... 4 2.2 Ondernemingsbronnen of passiva...

Nadere informatie

Structurele ondernemingsstatistieken

Structurele ondernemingsstatistieken 1 Structurele ondernemingsstatistieken - Analyse Structurele ondernemingsstatistieken Een beeld van de structuur van de Belgische economie in 2012 en de mogelijkheden van deze databron De jaarlijkse structurele

Nadere informatie

VERSLAG. van het Rekenhof. over de controle van de rekeningen 2004-2005 van Gimvindus nv

VERSLAG. van het Rekenhof. over de controle van de rekeningen 2004-2005 van Gimvindus nv Stuk 37-K (2007-2008) Nr. 1 Zitting 2007-2008 8 augustus 2008 VERSLAG van het Rekenhof over de controle van de rekeningen 2004-2005 van Gimvindus nv 4596 REK Stuk 37-K (2007-2008) Nr. 1 2 3 Stuk 37-K (2007-2008)

Nadere informatie

Technische en economische resultaten van de varkenshouderij op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk boekjaren 2006-2008

Technische en economische resultaten van de varkenshouderij op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk boekjaren 2006-2008 Technische en economische resultaten van de varkenshouderij op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk boekjaren 2006-2008 Departement Landbouw en Visserij afdeling Monitoring en Studie Joeri Deuninck,

Nadere informatie

2009-03-24 DISTRIGAZ SA/NV 0476.201.605. Juridische status : Actief. Juridische vorm : SA/NV RUE DE L'INDUSTRIE 10 1000 - BRUXELLES

2009-03-24 DISTRIGAZ SA/NV 0476.201.605. Juridische status : Actief. Juridische vorm : SA/NV RUE DE L'INDUSTRIE 10 1000 - BRUXELLES DISTRIGAZ SA/NV 0476.201.605 Juridische status : Actief Juridische vorm : SA/NV RUE DE L'INDUSTRIE 10 1000 - BRUXELLES NACE code : 35220 - Distributie van gasvormige brandstoffen via leidingen Het bedrijf

Nadere informatie

West-Vlaamse bedrijven: fit, gezond en crisisbestendig?

West-Vlaamse bedrijven: fit, gezond en crisisbestendig? Bekaert West-Vlaamse bedrijven: fit, gezond en crisisbestendig? Lieselot Denorme sociaaleconomisch beleid, WES Ondanks de recente economische crisis zijn de West-Vlaamse bedrijven er globaal in geslaagd

Nadere informatie

Stichting Platform Centrummanagement Zeist Steynlaan 45 3701 EB Zeist JAARREKENING 2009

Stichting Platform Centrummanagement Zeist Steynlaan 45 3701 EB Zeist JAARREKENING 2009 371 EB Zeist JAARREKENING 29 Inhoudsopgave Pag. VERSLAG 1 Samenstellingsverklaring 2 Resultaat 3 Financiële positie JAARREKENING 1 Balans per 31 december 2 Staat van Baten en Lasten 3 Kasstroomoverzicht

Nadere informatie

JAARVERSLAG 2014 2011 EV HAARLEM. Haarlem, 7 april 2015 - 1 - STICHTING DE WERELD KINDERTHEATER Gasthuisvest 47

JAARVERSLAG 2014 2011 EV HAARLEM. Haarlem, 7 april 2015 - 1 - STICHTING DE WERELD KINDERTHEATER Gasthuisvest 47 JAARVERSLAG 2014 STICHTING DE WERELD KINDERTHEATER Gasthuisvest 47 2011 EV HAARLEM Haarlem, 7 april 2015-1 - INHOUDSOPGAVE Pagina RAPPORT 1 Opdracht 3 2 Resultaat 4 3 Financiële positie 5 4 Kengetallen

Nadere informatie

TA3290 Life-Cycle Modeling and Economic Evaluation 2009-2010

TA3290 Life-Cycle Modeling and Economic Evaluation 2009-2010 TA3290 Life-Cycle Modeling and Economic Evaluation 2009-2010 CiTG, minor Mining and Resource Engineering Economie college 1: Grip op Geldstromen Dr.ir. Gerard P.J. Dijkema Energy & Industry Group December

Nadere informatie

INNOVATIE IN DE VLAAMSE LAND- EN TUINBOUW

INNOVATIE IN DE VLAAMSE LAND- EN TUINBOUW FOCUS 2014 INNOVATIE IN DE VLAAMSE LAND- EN TUINBOUW RESULTATEN 2014 VAN HET LANDBOUWMONITORINGSNETWERK Vlaamse overheid Departement Landbouw en Visserij 1. Blik op innovatie 2. Innovatie bij Vlaamse land-

Nadere informatie

THEMA 10. Resultaatbeoordeling: inleiding tot balans, resultatenrekening en liquiditeitsplan. 0. Introductie: doet de omgeving er iets toe?

THEMA 10. Resultaatbeoordeling: inleiding tot balans, resultatenrekening en liquiditeitsplan. 0. Introductie: doet de omgeving er iets toe? THEMA 10 Resultaatbeoordeling: inleiding tot balans, resultatenrekening en liquiditeitsplan 0. Introductie: doet de omgeving er iets toe? Heeft de strategie van een onderneming een impact op de overlevingskans

Nadere informatie

Groesman International B.V.

Groesman International B.V. Kredietrapport Rapport datum 22-04-2015 Bedrijf Adres AMSTERDAM - Samenvatting Bedrijfsnaam Vestigingsadres Breitnerlaan 7 Kredietadvies EUR 1.000.000 Score 7,6 Betalingsscore 7,8 Rating Risico Bedrijfsstatus

Nadere informatie

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019

Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 2014/6 Regionale economische vooruitzichten 2014-2019 Dirk Hoorelbeke D/2014/3241/218 Samenvatting Dit artikel geeft een bondig overzicht van enkele resultaten uit de nieuwe Regionale economische vooruitzichten

Nadere informatie

Problematiek varkenshouderij

Problematiek varkenshouderij Problematiek varkenshouderij Vaststellingen Vertrouwensindex Landbouw 2011 van Landbouwkrediet Jozef De Laporte Kenniscenter Landbouw Landbouwkrediet Enquête Landbouwkrediet Berekening vertrouwensindex

Nadere informatie

1. Leg uit dat het sparen door gezinnen een voorbeeld is van ruilen in de tijd. 2. Leg uit waarom investeren door bedrijven als ruilen over de tijd beschouwd kan worden. 3. Wat is intertemporele substitutie?

Nadere informatie

BEDRIJFSWETENSCHAPPEN. 2. De investeringsbeslissing en de verantwoording ervan

BEDRIJFSWETENSCHAPPEN. 2. De investeringsbeslissing en de verantwoording ervan BEDRIJFSWETENSCHAPPEN Hoofdstuk 2: INVESTERINGSANALYSE 1. Toepasbare beoordelingsmethodes 1.1. Pay-back 1.2. Return on investment 1.3. Internal rate of return 1.4. Net present value 2. De investeringsbeslissing

Nadere informatie

Inmaxxa BV te Naarden Halfjaarbericht 2010 28 juli 2010

Inmaxxa BV te Naarden Halfjaarbericht 2010 28 juli 2010 Inmaxxa BV te Naarden Halfjaarbericht 2010 28 juli 2010 Inmaxxa BV Halfjaarbericht 2010 1 Inhoudsopgave Algemeen 3 Jaarverslag van de directie 4 Halfjaarbericht over de periode 1 januari 2010 tot en met

Nadere informatie

grote ondernemingen nemingen in eerste kwartaal aal 2009

grote ondernemingen nemingen in eerste kwartaal aal 2009 08 Wisselende 0s signalen bij grote ondernemingen nemingen in eerste kwartaal aal 2009 Frank Bonger en Hen Pustjens Publicatiedatum CBS-website: 17 juli 2009 Den Haag/Heerlen Verklaring van tekens. = gegevens

Nadere informatie

TOELATINGSTOETS M&O. Datum 14-1-2016

TOELATINGSTOETS M&O. Datum 14-1-2016 TOELATINGSTOETS M&O VUL IN: Datum 14-1-2016 Naam en voorletters. Adres. Postcode. Woonplaats. Geboortedatum / / Plaats Land. Telefoonnummer. E-mail. Gekozen opleiding. OPMERKINGEN: Tijdsduur: 90 minuten

Nadere informatie

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen Verantwoordelijke uitgever: Erik Van Tricht, Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat, Bergstraat, 30-34 - 1000 Brussel Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen VASTGOEDACTIVITEIT

Nadere informatie

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2013

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2013 Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM Rapport inzake de jaarrekening 2013 Inhoudsopgave Pagina Opdracht 1 Algemeen 1 Resultaten 1 Financiële positie 2 Kengetallen

Nadere informatie

Akkoord of niet akkoord?

Akkoord of niet akkoord? Akkoord of niet akkoord? Je krijgt op het scherm 1 stellingen na elkaar te lezen. Reageer intuïtief : akkoord of niet akkoord. Je hebt 1 seconden de tijd (Usain Bolt legt in die tijd meer dan 1 m af).

Nadere informatie

Financieel economisch verslag

Financieel economisch verslag OVERZICHT JAARVERSLAG 2013 Financieel economisch verslag Voor de overzichtelijkheid zijn in het jaarverslag 2013 uitsluitend de kerncijfers en de balans en de winst- en verliesrekening opgenomen. De gegevens

Nadere informatie

MKBTR TOPFIT SESSIE HET VERHAAL VAN DE JAARCIJFERS 17 MAART 2016

MKBTR TOPFIT SESSIE HET VERHAAL VAN DE JAARCIJFERS 17 MAART 2016 MKBTR TOPFIT SESSIE HET VERHAAL VAN DE JAARCIJFERS 17 MAART 2016 Wat gaan we doen? Wat zijn je verwachtingen? Stukje theorie Oefencasus Afronding Handel en boekhouding Zo lang er handel wordt gedreven

Nadere informatie

... om de toekomst beter te beheren

... om de toekomst beter te beheren ... om de toekomst beter te beheren HannaH is een veelzijdig en krachtig financieel planningsen opvolgingsprogramma, onmisbaar bij het nemen van financiële beslissingen. HannaH laat u toe : Gedetailleerde

Nadere informatie

Aurington. Administratie en Advies

Aurington. Administratie en Advies Aurington Administratie en Advies Let op de houdbaarheidsdatum! Mei 5 Pincode 6 7 8 Boetes Dit jaar Deze maand De balans Tandorine B.V. Debet Activa Bezittingen Wat heb ik? Credit Passiva Vermogen Hoe

Nadere informatie

Jaarrekening: Overige gegevens: Jaarrekening 2010 van Permar Energiek BV I N H O U D S O P G A V E : -Balans per 31 december 2010 3

Jaarrekening: Overige gegevens: Jaarrekening 2010 van Permar Energiek BV I N H O U D S O P G A V E : -Balans per 31 december 2010 3 I N H O U D S O P G A V E : PAGINA Jaarrekening: -Balans per 31 december 2010 3 -Resultatenrekening 2010 5 -Kasstroomoverzicht per 31 december 2010 6 -Toelichting op de Balans per 31 december 2010 7-13

Nadere informatie

Financieel verslag 2011/2012. Mixed Hockeyclub Voorbeeld Sportpark Hoefslag 12 2342 KM Vlissingen

Financieel verslag 2011/2012. Mixed Hockeyclub Voorbeeld Sportpark Hoefslag 12 2342 KM Vlissingen Financieel verslag 2011/2012 Mixed Hockeyclub Voorbeeld Sportpark Hoefslag 12 2342 KM Voorblad 0 Inhoud Bestuursverslag 2 Algemeen 3 Resultaatvergelijk 4 Financiele positie 5 Jaarrekening 7 Balans 8 Staat

Nadere informatie

Overnemen apotheek Nu of in 2010? Marc Feys, GroepNBA www.groepnba.com

Overnemen apotheek Nu of in 2010? Marc Feys, GroepNBA www.groepnba.com Overnemen apotheek Nu of in 2010? Marc Feys, GroepNBA www.groepnba.com Wie koopt, wie verkoopt? 1830 1972 1982 1992 2003 2013 www.groepnba.com 2 Verkopers Pensioengerechtigde (55-65j) Burnout (45-55j)

Nadere informatie

Syllabus. Leerdoelen voor de European Business Competence* Licence, EBC*L Niveau A

Syllabus. Leerdoelen voor de European Business Competence* Licence, EBC*L Niveau A Syllabus en voor de European Business Competence* Licence, EBC*L Niveau A Modules: Bedrijfsdoelstellingen & kengetallen Financiële administratie Kosten & prijzen Bedrijfsvorm & wetgeving EBC*L International,

Nadere informatie

Hoofdstuk 6: Beoordelen

Hoofdstuk 6: Beoordelen Hoofdstuk 6: Beoordelen M&O VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Overzicht H6: Beoordelen Management & Organisatie Centraal Examen (CE) 1. Rechtsvormen 2. Prijsberekening 3. Resultaten 4. Balans 5. Liquiditeitsbegroting

Nadere informatie

Expertisecentra kraamzorg

Expertisecentra kraamzorg Expertisecentra kraamzorg Financiële inspecties 2013 26 februari 2014 adres Koning Albert II-laan 35 bus 31 1030 Brussel telefoon 02 553 34 34 fax 02 553 34 35 mail contact@zorginspectie.be web www.zorginspectie.be

Nadere informatie

Deel 2: Financiële jaarrekening

Deel 2: Financiële jaarrekening Deel 2: Financiële jaarrekening Nr. 0407.201.941 VOL-VZW 2.1 BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA Oprichtingskosten..... Immateriële vaste activa. Materiële vaste activa... Terreinen en gebouwen...

Nadere informatie

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2014

Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM. Rapport inzake de jaarrekening 2014 Global Opportunities (GO) Capital Asset Management BV gevestigd te AMSTERDAM Rapport inzake de jaarrekening 2014 Inhoudsopgave Pagina Opdracht 1 Algemeen 1 Resultaten 1 Financiële positie 2 Kengetallen

Nadere informatie

BALANS NA WINSTVERDELING

BALANS NA WINSTVERDELING BE 04.777.660 VOL2.1 BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA Oprichtingskosten Immateriële Materiële Terreinen en gebouwen Installaties, machines en uitrusting Meubilair en rollend materieel Leasing

Nadere informatie

A COMPANY NV - 999999999-9:07 maandag, 14 oktober 2013

A COMPANY NV - 999999999-9:07 maandag, 14 oktober 2013 44 A COMPANY NV - 999999999-9:07 maandag, 14 oktober 2013 Kredietlimiet Aankooplimiet Status Rechtzaken 0 0 actief nee Ondernemingsnummer 999999999 Bedrijfsnaam A COMPANY NV Adres A STREET 1 1001 A CITY

Nadere informatie

G roen Verhuur B.V. Jaar 2012 Mutatie 2011 Mutatie 2010. Vaste activa 2.874.847 27,38 2.256.919 113,97 1.054.792

G roen Verhuur B.V. Jaar 2012 Mutatie 2011 Mutatie 2010. Vaste activa 2.874.847 27,38 2.256.919 113,97 1.054.792 Kredietrapport Plus Rapport datum 15-08-2013 Bedrijf Adres Am sterdam - Samenvatting Bedrijfsnaam G roen Verhuur B.V. Vestigingsadres Kredietadvies EUR 1.000.000 Rating 7,3 Betalingsscore 7 Risico Bedrijfsstatus

Nadere informatie

Universitair Ziekenhuis Gent Jaarrekening 2014

Universitair Ziekenhuis Gent Jaarrekening 2014 Universitair Ziekenhuis Gent Jaarrekening 2014 Bijlage bij het koninklijk besluit betreffende de jaarrekeningen van de ziekenhuizen Codering Afdeling 1. 2014 2013 BALANS VOOR VERWERKING ACTIVA VASTE ACTIVA

Nadere informatie

30-11-2015 PROGRAMMA VOERWINST VERGELIJKING ZEUGEN ONTWIKKELINGEN EN TRENDS. 2015 is prognose bedragen exclusief btw

30-11-2015 PROGRAMMA VOERWINST VERGELIJKING ZEUGEN ONTWIKKELINGEN EN TRENDS. 2015 is prognose bedragen exclusief btw PROGRAMMA DE ROL VAN DE ADVISEUR Woensdag 2 december 2015 Ontwikkelingen en trends Uitbreiden zin of onzin? Toekomst bedrijven Risicomanagement / prijsfluctuaties De succesvolle melkveehouders De rol van

Nadere informatie

Examen accountancy januari 2013

Examen accountancy januari 2013 Examen accountancy januari 2013 meerkeuze vragen 1. Welke van volgende verrichtingen heeft invloed op de waarde van de vlottende activa: A) Een voorraadwijziging van de handelsgoederen als het systeem

Nadere informatie

notarisbarometer 2012 : meer vastgoedtransacties in België Vastgoedactiviteit in België www.notaris.be 106,4 106,8 101,6 99,2 100 99,2 99,8

notarisbarometer 2012 : meer vastgoedtransacties in België Vastgoedactiviteit in België www.notaris.be 106,4 106,8 101,6 99,2 100 99,2 99,8 notarisbarometer Vastgoed, vennootschappen, familie www.notaris.be A B C D E n 15 Oktober - december Trimester 4 - Vastgoedactiviteit in België Prijsevolutie Registratierechten Vennootschappen De familie

Nadere informatie

De financie le toestand van de Vlaamse OCMW s: analyse van de meerjarenplannen 2014-2019

De financie le toestand van de Vlaamse OCMW s: analyse van de meerjarenplannen 2014-2019 De financie le toestand van de Vlaamse OCMW s: analyse van de meerjarenplannen 2014-2019 1. Inleiding Sinds het boekjaar 2014 werken alle Vlaamse OCMW s, net als de andere lokale besturen (gemeenten, provincies,

Nadere informatie

FINANCIËLE ANALYSE EN RATIO S

FINANCIËLE ANALYSE EN RATIO S FINANCIËLE ANALYSE EN RATIO S 1 CONTACT PARMENTIER GUY MGI BVBA Valkenlaan 31 2900 Schoten Tel: 03/685.40.07 Mail: guy@parmrev.be Guy Parmentier Bedrijfsrevisor Executive professor University of Antwerp

Nadere informatie

BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA... 20/28 19.233.968,34 19.711.879,71 VLOTTENDE ACTIVA... 29/58 6.723.285,38 4.508.

BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA... 20/28 19.233.968,34 19.711.879,71 VLOTTENDE ACTIVA... 29/58 6.723.285,38 4.508. VOL 2.1 BALANS NA WINSTVERDELING ACTIVA VASTE ACTIVA... 20/28 19.233.968,34 19.711.879,71 Oprichtingskosten... 5.1 20...... Immateriële vaste activa... 5.2 21 2.089,48 3.556,27 Materiële vaste activa...

Nadere informatie

AgroFinancieel Melkvee

AgroFinancieel Melkvee AgroFinancieel Melkvee Mts. Veehouder Koestraat 8 9999 AA Darp Bedrijfsgegevens Klantnummer: Telefoon: Adviseur: BTW boekhouding Periode: 123456 0570 664111 Dhr A.D. Viseur Alle financiële cijfers zijn

Nadere informatie

De bestuursleden van Stichting Goed Bezig Midscheeps 3 9733 A Groningen. Financieel verslag 2012. Dossiernummer: 800070.0

De bestuursleden van Stichting Goed Bezig Midscheeps 3 9733 A Groningen. Financieel verslag 2012. Dossiernummer: 800070.0 De bestuursleden van Stichting Goed Bezig Midscheeps 3 9733 A Groningen Financieel verslag 2012 Dossiernummer: 800070.0 Kenmerk: H. Veen Datum: 26 april 2013 Inhoudsopgave 1. Rapport 3 1.1 Opdracht 4 1.2

Nadere informatie

BALANS EN RESULTATENREKENING (VOLLEDIG SCHEMA)

BALANS EN RESULTATENREKENING (VOLLEDIG SCHEMA) Bijlage 3. BALANS EN RESULTATENREKENING (VOLLEDIG SCHEMA) Nr. VOL 2.1 Balans na winstverdeling ACTIVA VASTE ACTIVA 20/28...... Oprichtingskosten... 5.1 20...... Immateriële vaste activa... 5.2 21......

Nadere informatie

Arbeidsmarktbarometer 2011 Basisonderwijs en Secundair onderwijs

Arbeidsmarktbarometer 2011 Basisonderwijs en Secundair onderwijs Arbeidsmarktbarometer 2011 Basisonderwijs en Secundair onderwijs Vlaams ministerie van Onderwijs & Vorming Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel http://www.ond.vlaanderen.be/wegwijs/agodi

Nadere informatie

Handleiding voor het opmaken van een kasplanning in land- en tuinbouw

Handleiding voor het opmaken van een kasplanning in land- en tuinbouw . Handleiding voor het opmaken van een kasplanning in land- en tuinbouw Een olifant eet je hapje per hapje. vzw Boeren op een Kruispunt Hulporganisatie voor land- en tuinbouwbedrijven in moeilijkheden.

Nadere informatie

AARDAPPELEN FOCUS. van het Landbouwmonitoringsnetwerk 2015 1 INLEIDING INHOUD. 1. Inleiding 2. Aardappelteelt in Vlaanderen 3. Resultatenrekeningen

AARDAPPELEN FOCUS. van het Landbouwmonitoringsnetwerk 2015 1 INLEIDING INHOUD. 1. Inleiding 2. Aardappelteelt in Vlaanderen 3. Resultatenrekeningen FOCUS AARDAPPELEN Rentabiliteits- en kostprijsanalyse op basis van het Landbouwmonitoringsnetwerk 2015 INHOUD 1. Inleiding 2. Aardappelteelt in Vlaanderen 3. Resultatenrekeningen 3.1 Vroege aardappelen

Nadere informatie

Inhoud. Lijst van tabellen... Lijst van figuren... Inleiding... HOOFDSTUK 1 FINANCIËLE ANALYSE: INLEIDING... 1

Inhoud. Lijst van tabellen... Lijst van figuren... Inleiding... HOOFDSTUK 1 FINANCIËLE ANALYSE: INLEIDING... 1 Lijst van tabellen... Lijst van figuren... Inleiding... xv xix xxi HOOFDSTUK 1 FINANCIËLE ANALYSE: INLEIDING... 1 1.1. Onderneming, toegevoegde waarde en belanghebbenden... 2 1.2. Rol van de financiële

Nadere informatie

Waarden van fosfaatrechten - achtergrondnotitie Natuur & Milieu 1 februari 2016

Waarden van fosfaatrechten - achtergrondnotitie Natuur & Milieu 1 februari 2016 Waarden van fosfaatrechten - achtergrondnotitie Natuur & Milieu 1 februari 2016 1 Aanleiding en samenvatting In 2015 heeft toenmalig staatssecretaris Dijksma van EZ fosfaatrechten voor de melkveehouderij

Nadere informatie

Januari 2013. Krediet en overmatige schuldenlast: wat leren wij uit de cijfers 2012 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren?

Januari 2013. Krediet en overmatige schuldenlast: wat leren wij uit de cijfers 2012 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren? Januari 2013 Krediet en overmatige schuldenlast: wat leren wij uit de cijfers 2012 van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren? Analyse uitgevoerd voor het Observatorium Krediet en Schuldenlast Duvivier

Nadere informatie

Artikel 406.21 Criteria toegepast door het Licentiedepartement voor het opstellen van haar verslag gericht aan de Licentiecommissie

Artikel 406.21 Criteria toegepast door het Licentiedepartement voor het opstellen van haar verslag gericht aan de Licentiecommissie Artikel 406.21 Criteria toegepast door het Licentiedepartement voor het opstellen van haar verslag gericht aan de Licentiecommissie Artikel 406.21 Publicatie Licentiedepartement DATUM 14/10/2015 AUTEUR

Nadere informatie

Financiële analyse vzw

Financiële analyse vzw Financiële analyse vzw Dossier De Vereniging vzw Deze studie werd opgemaakt door S-PAS bvba - www.espas.be Daarbij is gebruik gemaakt van de boekhoudkundige gegevens van De Vereniging vzw INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

De huidige OCMW-beleidsinstrumenten. II.1. De financiële registratie in functie van de jaarrekening

De huidige OCMW-beleidsinstrumenten. II.1. De financiële registratie in functie van de jaarrekening Lokaal Financieel Management Praktijkgids INHOUDSOPGAVE I. Wegwijzer Woord vooraf 1 II. II.1. De financiële registratie in functie van de jaarrekening Inleiding 1 II.1.1. Het actief 1. De balans vaste

Nadere informatie

Voorbeeld Kapsalon Mevrouw J.A. Speld Markplein 45 3361 EA SLIEDRECHT

Voorbeeld Kapsalon Mevrouw J.A. Speld Markplein 45 3361 EA SLIEDRECHT Kapsalon Mevrouw J.A. Speld Markplein 45 3361 EA SLIEDRECHT INHOUDSOPGAVE Pagina Accountantsrapportage 3 Resultaten 4 Financiële positie 5 Jaarstukken 2008 Jaarrekening 7 Balans per 31 december 2008 8

Nadere informatie

Hoe cashflow te interpreteren. Volgens de lesgever <> begin liquiditeit einde liquiditeit hoewel alle reporting modellen wel zo

Hoe cashflow te interpreteren. Volgens de lesgever <> begin liquiditeit einde liquiditeit hoewel alle reporting modellen wel zo Hoe cashflow te interpreteren. Volgens de lesgever begin liquiditeit einde liquiditeit hoewel alle reporting modellen wel zo zijn opgemaakt (ook onder IFRS) IAS 7 maakt gebruik van cashstroom tabellen,

Nadere informatie

Documentatie. Varkenshouderij Actueel 2011

Documentatie. Varkenshouderij Actueel 2011 Documentatie De Vlaamse overheid - Dep. Landbouw en Visserij - Afdeling Duurzame Landbouwontwikkeling en het Praktijkcentrum Varkens organiseren de studienamiddagen: Varkenshouderij Actueel 2011 dinsdag

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1986-1987 19064 Bedrijfsovername in de land- en tuinbouw Nr. 6 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW EN VISSERIJ Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Rentabiliteitsratio s

Rentabiliteitsratio s 18 Rentabiliteitsratio s Nu we de begrippen balans, resultatenrekening en kasstromentabel onder de knie hebben, kunnen we overgaan tot het meer interessante werk, nl. het onderzoek naar de performantie

Nadere informatie

Jaarbericht. Weller Vastgoed Ontwikkeling Secundus BV

Jaarbericht. Weller Vastgoed Ontwikkeling Secundus BV Jaarbericht Weller Vastgoed Ontwikkeling Secundus BV 2014 Inhoudsopgave 1. Algemeen 2 2. Jaarrekening 3 2.1 Balans per 31-12-2014 (voor winstbestemming) 3 2.2 Winst en verliesrekening over 2014 4 2.3 Kasstroomoverzicht

Nadere informatie