Alternatieve Voedselnetwerken Bezien vanuit het embeddedness concept

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Alternatieve Voedselnetwerken Bezien vanuit het embeddedness concept"

Transcriptie

1 Alternatieve Voedselnetwerken Bezien vanuit het embeddedness concept Universiteit van Amsterdam Masterscriptie Sociale Geografie en Planologie Linda van IJzendoorn

2 Alternatieve Voedselnetwerken Bezien vanuit het embeddedness concept Masterscriptie Sociale Geografie en Planologie Linda van IJzendoorn Studentnummer: Telefoonnummer: Begeleider: prof. dr. Robert C. Kloosterman Medebeoordelaar: dr. Bart W.H. Sleutjes Universiteit van Amsterdam Amsterdam, maart

3 Inhoudsopgave Voorwoord 6 1. Inleiding Relevantie van het onderzoek Opbouw van de scriptie Agrarische productie in westerse landen (1870-nu) Alternatieve voedselnetwerken in Nederland Biologische productie Wat is biologische productie? Hoeveelheid biologische productie Afnemers van biologische producten Biologische alternatieve voedselnetwerken Soorten alternatieve voedselnetwerken Aankopen via biologische alternatieve voedselnetwerken Afzet via verschillende alternatieve voedselnetwerk-vormen Verbindingen binnen alternatieve netwerken Theoretische verdieping: het embeddedness concept Waarom embeddedness? Oorsprong en ontwikkeling van het embeddedness concept Sociale embeddedness Sociale embeddedness van alternatieve voedselnetwerken Kritiek op sociale embeddedness Ruimtelijke embeddedness Ruimtelijke embeddedness van alternatieve voedselnetwerken Kritiek op ruimtelijke embeddedness Ecologische embeddedness Ecologische embeddedness van alternatieve voedselnetwerken Kritieken op het embeddedness concept Transactiekostentheorie Transactiekostentheorie en embeddedness Transactiekostentheorie en alternatieve voedselnetwerken Conclusie theoretisch kader Onderzoeksvragen Methodologische verantwoording Onderzoeksmethoden Dataverzameling Enquêtes Interviews Analyse Enquêtes Interviews 49 3

4 6.2 Kwaliteit van het onderzoek Betrouwbaarheid Validiteit Beperkingen Beschrijving van biologische alternatieve voedselnetwerken Actoren binnen alternatieve voedselnetwerken Producenten Afnemers Middenveld Producten binnen alternatieve voedselnetwerken Transactiekosten Ex ante transactiekosten Ex post transactiekosten Conclusie deelvraag één Mate van embeddedness Embeddedness op basis van motieven Motieven: sociale embeddedness Motieven: ecologische embeddedness Motieven: ruimtelijke embeddedness Embeddedness op basis van productonderscheidende factoren Sociale embeddedness op basis van verbindingen Verbindingen: mee praten Producenten Afnemers Verbindingen: meedenken Producenten Afnemers Verbindingen: meewerken Producenten Afnemers Verbindingen: meedragen Producenten Afnemers Conclusie deelvraag twee Gevolgen van embeddedness Embeddedness en economische motieven Embeddedness en productprijzen Embeddedness en transactiekosten Embeddedness en ondernemersinkomen Embeddedness en bedrijfsresultaten Conclusie deelvraag drie Conclusie 97 Literatuurlijst 101 4

5 Bijlagen Bijlage 1: Enquête producenten 2 Bijlage 2: Enquête afnemende ondernemingen 10 Bijlage 3: Enquête consumenten 15 Bijlage 4: Respondenten interviews 20 Bijlage 5: Interviewvragen 21 Bijlage 6: Producenten AVNen 26 Bijlage 7: Bedrijfstakken producenten 27 Bijlage 8: Soorten afnemende ondernemingen 27 Bijlage 9: Consumenten AVNen 28 Bijlage 10: Producten AVNen 28 Bijlage 11: Zichtbaarheid herkomst producten 29 Bijlage 12: Stabiliteit aanbod/vraag 29 Bijlage 13: Prijsniveau AVNen 30 Bijlage 14: Invloed op prijsniveau 30 Bijlage 15: Transactiekosten producenten 31 Bijlage 16: Transactiekosten afnemende ondernemingen 32 Bijlage 17: Transactiekosten consumenten 32 Bijlage 18: Motieven aangaan AVNen 33 Bijlage 19: Onderscheidende productkenmerken 34 Bijlage 20: Verbindingen producenten 35 Bijlage 21: Verbindingen afnemende ondernemingen 36 Bijlage 22: Verbindingen consumenten 37 Bijlage 23: Ondernemersinkomen producenten 38 5

6 Voorwoord In deze scriptie laat ik zien op welke manieren biologische agrarische producenten hun producten direct verkopen aan consumenten of eindverkopers en welke verbindingen ontstaan binnen deze alternatieve voedselnetwerken. Zelf heb ik aan beide kanten van de marktkraam gestaan: als trotse verkoopster en als bewuste consument. Aan de hand van enquêtes en interviews heb ik geprobeerd de verbindingen tussen producenten en afnemers te ontrafelen, motieven in kaart te brengen en inzicht te krijgen in de effecten van die verbindingen op transacties binnen biologische alternatieve voedselnetwerken. Samen met betrokkenen en experts heb ik concreet gedroomd over de potentie van deze netwerken om de Nederlandse voedselvoorziening te beïnvloeden. Voorafgaande aan het verzamelen van de data raakte ik steeds meer overtuigd op de goede weg te zitten. Spontane telefoontjes en s van mensen, die mijn oproep voor het onderzoek hadden gezien, stimuleerden mij enorm. Ook de diverse voedselschandalen die recentelijk in het nieuws waren, deden mij realiseren hoe belangrijk het onderwerp van mijn onderzoek is. Zonder alle boeren en afnemers die de enquêtes voor mij hebben ingevuld, was deze scriptie niet van de grond gekomen. Ik ben deze mensen dan ook erg dankbaar! De openhartige gesprekken met betrokkenen en experts waren voor mij stimulerend. Ik werd geïnspireerd en gemotiveerd, daarvoor ook aan hen veel dank. Voorafgaande aan de periode van data verzamelen was er een tijd van brainstormen en concretiseren. Hierin heb ik veel steun gekregen van mijn begeleider, prof. dr. Robert Kloosterman. Ik ben hem dankbaar voor de inhoudelijke begeleiding en zijn grote betrokkenheid en enthousiasme bij het hele proces. Dit geldt ook voor dr. Sjoerd de Vos, die mij hielp met het overzicht van de enorme hoeveelheid data. Tot slot veel dank richting mijn familie en vrienden. Zij hebben mij geholpen als kritische gesprekspartners, lieve meedenkers en geestverruimende ontspanners. Dankzij deze hulp en mijn eigen (boerendochters)motivatie, kan ik met trots deze scriptie aan u presenteren. Veel leesplezier gewenst! Linda van IJzendoorn 6

7 1. Inleiding De biologische-maar-eigenlijk-gangbare eieren, paardenrundvlees, boeren die niet alleen op zoek zijn naar een vrouw, maar ook naar een nieuwe relatie met voedseletend Nederland enerzijds, en de roep om een economie gebaseerd op ecologische functionaliteit in plaats van op productiviteit anderzijds (Lui, 2013), zijn stimulansen voor het ontstaan van nieuwe ideeën en initiatieven rond voedselproductie en - consumptie. Eén van de manieren waarop dit vorm krijgt, is de directe verkoop van agrarische producten aan consumenten of eindverkopers. In deze scriptie vindt een ketenanalyse plaats van afzetvormen van biologische producten waarbij de reguliere groothandel niet ingeschakeld wordt. Door onderzoek naar typen verbindingen, motivaties en transactiekosten, wordt inzicht verkregen in een proces wat Veen et al. (2010, p.5) vermaatschappelijking noemen: Het samenspel tussen agrarische bedrijven en het alledaagse sociale en maatschappelijke leven (samenleving), waardoor de afstand tussen agrarische activiteiten, belangen en interesses en die van de rest van de samenleving kleiner wordt. Biologische productie en directe afzet van agrarische producten vallen onder het begrip alternatieve voedselnetwerken (AVNen), omdat hierin een alternatief wordt geboden voor de vergaande anonimisering, homogenisering en productivistische focus van de reguliere voedselproductie in Nederland. Binnen AVNen spelen lokale ecologische, sociale en ruimtelijke waarden een rol bij de vermarkting van de producten. Dit wordt ook wel de embeddedness van deze markttransacties genoemd. Embeddedness verwijst naar de sociale, ecologische en ruimtelijke inbedding van economische transacties. 1.1 Relevantie van het onderzoek De maatschappelijke relevantie van dit onderzoek ligt in het feit dat het aansluit bij de recente discussies rond voedselveiligheid, gebrek aan transparantie in voedselproductieketens en de milieu- en mensonvriendelijke activiteiten van grote levensmiddelenconcerns (bijv. De Volkskrant, 2013; Oxfam, 2013). Deze kritische geluiden klinken al geruime tijd, evenals de bezorgdheid over de toenemende 7

8 machtsconcentraties binnen het voedselsysteem (Bowler, 2002; RIDL&V, 2011). Daarnaast is er groeiende belangstelling voor gezond kwaliteitsvoedsel en worden voedselkeuzes steeds meer gezien als onderdeel van iemands identiteit (Challies, 2008; Connell et al., 2008; Halloway et al., 2007; Morris en Kirwan, 2010; Renting et al., 2003; Winter, 2003a). Dit onderzoek sluit ook aan bij de toegenomen aandacht voor en populariteit van regionale voedselvoorzieningen. Het gaat hierbij om de vervagende scheidslijn tussen agrarische producenten en consumenten, veranderende relaties tussen stad en platteland en regionale voedselzekerheid (bijv. Boerzoektbuur, z.j.; Dekking et al., 2007; Veen et al., 2010; Van der Voort et al., 2011). Een groeiende groep consumenten wil duurzaam geproduceerd voedsel dat afkomstig is uit de regio (Distrifood, 2013; Food for Food, 2012). Daarnaast zijn er producenten die zich binnen reguliere afzetvormen vaak niet gewaardeerd voelen: We worden per kilo betaald, niet per kwaliteit (The Food Agency, 2012, p.6). Producenten staan onder druk om almaar verdere schaalvergroting door te voeren om zodoende de kosten te verlagen. Door meer inzicht te krijgen in het functioneren van AVNen, kunnen nieuwe initiatieven gestimuleerd worden. Hierdoor kunnen andere functies van landbouw, naast het produceren van voedsel, meer zichtbaar en gewaardeerd worden (Venema et al., 2009). Allicht dat dit kan helpen een andere trend rond agrarische productie te stoppen. Eind 2012 stopten er namelijk elke dag zeven boeren in Nederland (De Volkskrant, 2012; Ecorys et al., 2009). Wat betreft de wetenschappelijke relevantie, is vooral de focus op het embeddedness concept vernieuwend, evenals de kwantitatieve aanpak en de aandacht voor biologische productie. Behalve in het Sus-Chain onderzoek naar duurzame voedselketens in Europa, is er nog weinig gebruik gemaakt van het embeddedness concept bij de analyse van AVNen. Dit, terwijl het belang van sociale, ecologische en regionale waarden rond AVNen groot geacht wordt (Roep en Wiskerke, 2006). Er is veel groeipotentie voor AVNen in het algemeen (zowel gangbaar als biologisch). Als voorwaarden voor deze groei worden vaak een toename in efficiëntie en een verlaging 8

9 van kostprijzen, doormiddel van opschaling, genoemd (Ecorys et al., 2009). Het spanningsveld tussen opschaling en sociale, ecologische en ruimtelijke inbedding van transacties binnen AVNen is nog weinig belicht. Er is de laatste jaren een breed scala aan onderzoeken gedaan naar korte afzetketens, streekproducten en andere vormen van regionale voedselvoorzieningen (bijv. Brouwer et al., 2011; Hendriks et al., 2004; Engelen, 2009; Renting et al., 2003; Van der Voort et al., 2011; Winter, 2003a). De data van deze studies zijn vaak gebaseerd op casestudies van voorbeeldbedrijven of initiatieven die uitgelicht worden. Kwantitatieve data ontbreken hierbij vaak (Renting et al., 2003). De meeste van deze studies gaan daarnaast niet specifiek over biologische productie. De studie van AVNen vraagt om een geografische benadering. De focus op plaatsen en de invloed van plaats op het al dan niet voorkomen van AVNen is typisch geografisch (Simon en Garybill, 2010). The First Law of Geography die Tobler in 1970 formuleerde: Everything is related to everything else, but near things are more related than distant things (Sui, 2004, p.269), wil ik uitbreiden door niet alleen te kijken of mensen en plaatsen verbonden zijn, maar ook te onderzoeken hoe die verbinding eruit ziet. De aandacht voor netwerken waarbinnen AVNen ontstaan, sluit aan bij de idee van Amin (2004) dat netwerken bepalend zijn voor relaties en betekenissen van plaatsen. Door het bestuderen van relaties en niet vanuit vooraf bepaalde schaalniveaus te werken, hoop ik de kracht van het menselijk handelen te belichten. Op die manier kan voorkomen worden dat de voedselproductie als een op zichzelf staand fenomeen wordt gezien, dat zich op een hoger schaalniveau gevormd heeft en waar geen invloed op uit te oefenen is (Amin, 2004). De benadering in deze scriptie biedt ook nieuwe inzichten, doordat er zowel naar de producenten als naar de afnemers binnen de AVNen gekeken wordt. Dit gebeurt in de vorm van een integrale, kwalitatieve ketenanalyse. Hierdoor kunnen de nieuwe sociaal-economische relaties, die nodig zijn om AVNen te vormen, geanalyseerd worden (Marsden et al., 2000). Dit sluit aan bij de integrale aanpak van gezonde voeding en duurzame landbouw waar de Wetenschappelijke Raad voor Integrale Duurzame Landbouw en Voeding voor pleit (RIDL&V, 2011). 9

10 1.2 Opbouw van de scriptie Na het overzicht van de agrarische productie in westerse landen tussen 1870 en nu, worden alternatieve voedselnetwerken in Nederland beschreven. Vervolgens vindt er een theoretische verdieping plaats rond het embeddedness concept. Daarna worden de onderzoeksvragen en -methoden beschreven en volgen de uitwerkingen van de deelvragen. Tot slot wordt de conclusie met de beantwoording van de hoofdvraag en de aanbevelingen gepresenteerd. 10

11 2. Agrarische productie in westerse landen (1870-nu) Weerstand tegen de intensieve agrarische productiemethoden in westerse landen (Europa, Noord-Amerika, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland) is één van de drijvende krachten achter de toegenomen aandacht voor alternatieve voedselnetwerken. Maar hoe zijn we bij deze huidige, intensieve productiemethoden gekomen? Aan de hand van een drietal min of meer opeenvolgende voedselregimes, zullen de ontwikkelingen van de westerse agrarische productie kort beschreven worden. Vanuit historisch perspectief onderscheidden de sociologen Harriet Friedmann en Philip McMichael in de jaren tachtig van de vorige eeuw drie mondiale voedselregimes voor westerse landen. Een voedselregime is een relatief afgebakende periode die gekenmerkt wordt door bepaalde methoden, verwachtingen en houdingen ten opzichte van de productie, verwerking, distributie en verkoop van voedsel. Naast de productiekenmerken zijn ook specifieke beleidskenmerken, consumptiekarakteristieken, technologische ontwikkelingen en bredere maatschappelijke trends te onderscheiden per voedselregime. De voedselregime-benadering gaat in tegen de lineaire modernisatietheorie van de agrarische productie en belicht tegenstrijdigheden in de voedselregimes, welke voor transformaties en transities hebben gezorgd. Daarnaast is er aandacht voor de invloed van mondiale politieke en economische verhoudingen op voedselproductie. De overgangen tussen de regimes worden gekenmerkt door een transitieperiode, welke gerelateerd is aan economische, sociale en/of politieke crises. De regime-indeling is een ideaaltypische indeling, zowel qua tijd, als qua ruimte. Hierin wordt geen aandacht besteed aan contextspecifieke ontwikkelingen die afwijken van de regimetrends. De regimes zijn bedoeld om veranderingen in de algehele, onderliggende logica te beschrijven, die veranderingen in voedselproductie en -consumptie teweegbrengen (Goodman, 2004; McMichael, 2009). Dit sluit aan bij de idee van een middenveld dat de relatie tussen producenten en consumenten van voedsel beïnvloedt (Coe et al., 2008). Het is van belang dat de regimes niet als duidelijk afgebakende periodes worden gezien en dat de complexiteit en contextafhankelijkheid van transitieprocessen in gedachte gehouden worden (Goodman, 2004; McMichael, 2009). Het eerste voedselregime omvat de periode van 1870 tot Het begin van deze periode kenmerkt zich door agrarische productie binnen familiebedrijven en 11

12 dorpsgemeenschappen, met een sterke afhankelijkheid van natuurlijke systemen. Een relatief groot deel van de bevolking was in deze periode betrokken bij voedselproductie (Reijnders, 1997). De Europese middenklasse werd daarnaast voorzien van voedsel door importen van tropische producten uit de koloniën. Onderscheidend van voorgaande periodes is de outsourcing van de productie van basisvoedsel vanuit Europa naar de vruchtbare gronden van de Verenigde Staten, Canada en Australië. Door toegenomen transportmogelijkheden konden grote hoeveelheden voedsel relatief goedkoop verplaatst worden. Door de grote mate van efficiëntie van graanexporterende bedrijven daalden de kosten en ook de verkoopprijzen. Aan het einde van het eerste voedselregime werden de negatieve effecten van de grootschalige productie duidelijk in de vorm van dust-bowls in de Verenigde Staten. Een combinatie van verarming van de bodem en extreme droogte zorgde voor enorme stofstormen. De economische crisis van de jaren 30 en de Tweede Wereldoorlog vormen de transitieperiode richting het tweede voedselregime (McMichael, 2009). Het tweede voedselregime loopt van 1950 tot Na de Tweede Wereldoorlog was er een sterke focus op productiviteitsverhoging, om zo genoeg voedsel voor iedereen te produceren (Westerman, 2006). Verhoging van de productie ging gepaard met verdere specialisatie en kapitaalsintensivering, welke een toename van mechanisatie en van het gebruik van chemicaliën met zich meebrachten. Natuurlijke systemen werden steeds meer beïnvloed, waardoor deze minder leidend voor de productie van voedsel werden. Aldus vormde zich een productiestructuur waarvan kapitaalsintensiteit, schaalvoordelen en monoculturen de sleutelwoorden waren (Geurts, 2011; McMichael, 2009; Murray, 2007; Watts et al., 2005; Westerman, 2006). In de periode van het tweede voedselregime nam ook de reikwijdte toe van de transnationale netwerken van de agribusinesses. Deze agribusinesses omvatten zowel grote bedrijven aan het begin van de waardeketen bedrijven die agrarische ondernemers van inputs zoals machines, zaaizaad en bestrijdingsmiddelen voorzien als bedrijven die meer aan het einde van de keten gesitueerd zijn, zoals voedselverwerkers en supermarkten (Bowler, 2002; Geurts, 2011; Murray, 2007; Winter, 2003a). De zoektocht naar goedkope productiefactoren, het jaarrond aanbieden van seizoensproducten en een meer liberale economie, hebben geresulteerd in toegenomen verplaatsing van voedsel, 12

13 waardoor de afstand tussen producenten en eindgebruikers van voedsel zowel ruimtelijk als sociaal steeds groter is geworden (Spaargaren et al., 2012). Wat betreft het derde voedselregime bestaat onduidelijkheid. Voedselregimes worden in principe gekenmerkt door stabiele en tamelijk heldere kenmerken van productie- en consumptiepatronen. De huidige agrarische productie lijkt juist gekenmerkt door een tweedeling tussen verdere industrialisering en toename van machtsconcentraties en een onderstroom van personalisering en inkorting van productieketens. Na het tweede voedselregime vond er meer specialisatie en schaalvergroting plaats binnen de agrarische productie en namen onderlinge afhankelijkheden (interdependence) binnen de ketens toe. Productieketens zijn steeds complexer, minder transparant en daarmee ook kwetsbaarder geworden. Tezamen met toegenomen consumentenaandacht voor voedselveiligheid, zorgde dit ervoor dat productiestandaarden en kwaliteitseisen meer geïmplementeerd worden door voedselverwerkende bedrijven en supermarkten (Burch en Lawrence, 2009; Marsden et al., 2001). Hierdoor is naast de toegenomen macht van de agribusinesses aan het begin van keten, ook de macht van de agribusinesses aan het einde van de keten verder toegenomen. Er wordt steeds meer aan de hand van contracten geproduceerd en het accent ligt op de technische kant van de agrarische productie. Dit productivisme zorgt voor een focus op kwantiteit in plaats van kwaliteit. Als tegenbeweging op de industrialisatie, standaardisering en homogenisering van de agrarische sector, ontwikkelt zich een drang tot het personaliseren en inkorten van productieketens. Deze trend is bij producenten en consumenten te zien, zowel in de voedselproductie als in andere sectoren, en zorgt voor het ontstaan van nichemarkten (bijv. Bowler, 2002; Geurts, 2011; Reijnders, 1997). In hoeverre de tegenbeweging of onderstroom die alternatieve voedselnetwerken (AVNen) vormt voor een nieuw voedselregime kan gaan zorgen, is de vraag. Om hier inzicht in te krijgen is het van belang het huidige landschap van AVNen nader te beschrijven. Vanuit de hiaten met betrekking tot de beschikbare informatie hierover zal de centrale vraag voor dit onderzoek geformuleerd worden in hoofdstuk vijf, alsmede de nodige theoretische concepten in hoofdstuk vier. 13

14 3. Alternatieve voedselnetwerken in Nederland In deze scriptie staan twee soorten van alternatieve voedselnetwerken (AVNen) centraal, namelijk die van de biologische/biodynamische productie en die van de korte afzetketens. Deze twee vallen niet noodzakelijkerwijs samen. In dit hoofdstuk zullen kort de karakteristieken en de stand van beide AVNen in Nederland besproken worden. 3.1 Biologische productie Wat is biologische productie? Biologische landbouw omvat gecontroleerde productie en gecertificeerde producten. In Nederland hebben deze producten het EKO-keurmerk en sinds 2011 ook het Europese groene blaadje (zie middelste afbeelding in figuur 1). In 1985 is het EKO-keurmerk ontstaan, sinds 1992 bestaat de Europese wettelijke EKO-certificering voor plantaardige productie, vanaf 2000 ook voor dierlijke sectoren. De BD-vereniging werd al in 1937 opgericht, hier is het Demeter-keurmerk uit voortgekomen. Dit is een keurmerk voor biodynamische productie, waarvoor extra eisen gelden rond onder meer het sluiten van mest- en voerkringlopen en dierenwelzijn (Demeter, z.j.; Teenstra, 2004). Figuur 1: Certificering biologisch en biodynamisch Bron: Bionext, z.j. 14

15 De biologische landbouw is gebaseerd op vier beginselen: gezondheid, ecologie, billijkheid en zorg. Het beginsel gezondheid gaat over de staat van de bodem, planten, dieren, mensen en de planeet als geheel. Belangrijk hierbij is dat deze onderdelen als een samenhangend geheel worden gezien met onderlinge afhankelijkheid. In de biologische landbouw worden kunstmatige meststoffen, pesticiden, diermedicijnen en voedseladditieven vermeden. Het beginsel ecologie geeft weer dat biologische productie onderdeel is van ecologische processen en kringlopen. De productie moet aangepast zijn aan de lokale omstandigheden, ecologie, cultuur en schaal. Hierdoor kunnen opbouwende systemen ontstaan die de bodemvruchtbaarheid vergroten, waardoor voldoende voedsel geproduceerd kan worden. Het beginsel van billijkheid gaat om rechtvaardigheid, respect en gelijkwaardigheid, zowel tussen mensen onderling als met andere levende wezens. Niet alleen in de productieketen, maar ook wereldwijd wordt een eerlijke manier van voedselzekerheid nagestreefd, waarbij dieren voldoende ruimte hebben, hulpbronnen bewaard blijven voor toekomstige generaties, handelssystemen transparant zijn en de sociale- en milieukosten van productie in rekening worden gebracht. Met het beginsel van zorg wordt bedoeld dat de biologische landbouw de gezondheid en het welzijn van huidige en toekomstige generaties en leefmilieus wil beschermen. Hierbij staan voorzorg en verantwoordelijkheid centraal, waarbij wetenschappelijke kennis gecombineerd wordt met traditionele kennis en praktische ervaringen (IFOAM, z.j.). In de biologische landbouw wordt het geheel aan planten, dieren, mensen en omgeving als een samenhangend systeem gezien. Het behoud en verbeteren van bodemvruchtbaarheid door goede vruchtwisseling, organische mest en groenbemesters is hierbij cruciaal. Landbouw wordt niet alleen als de productie van voedsel beschouwd, maar als de omgang met levende organismen die een eigen waarde hebben. Daarnaast is het behouden van traditionele kennis en technieken belangrijk. De biologische landbouw sluit aan bij de tweedeling die na het tweede voedselregime ontstaan is. Deze landbouwvorm wil namelijk producten met een meerwaarde genereren die een alternatief bieden voor homogene, milieubelastende bulkproducties. In eerste instantie werden biologische producten vooral via natuurvoedingswinkels aangeboden, langzamerhand worden ook in andere winkels en supermarkten biologische producten 15

16 verkocht en abonneren mensen zich op de biologische groentetassen van Odin (Teenstra, 2004) Hoeveelheid biologische productie In 2011 waren er biologisch gecertificeerde landbouwbedrijven in Nederland, dat is ongeveer 2,4% van het totale aantal landbouwbedrijven in Nederland. Het aantal biologische landbouwbedrijven neemt de laatste jaren met gemiddeld 3,4% per jaar toe, dit is in tegenstelling met de afname van het aantal gangbare landbouwbedrijven. Er is een sterke toename in het aantal bedrijven dat omschakelt van gangbaar naar biologisch; tussen 2010 en 2011 groeide deze groep met 75%. In 2011 was het totale landgebruik door biologische bedrijven 3% van het totaal aan landbouwgrond in Nederland. Dit is een groei van 2,3% ten opzichte van In de gangbare landbouw vond in deze periode juist een krimp van het totale landbouwareaal plaats. In Europa lag het gemiddelde areaal aan biologische productie in 2010 op 9%. In Nederland ligt dit percentage dus relatief laag (EL&I, 2012) Afnemers van biologische producten Nederlandse consumenten besteedden in 2011 gemiddeld bijna 2% van hun totale voedselbestedingen aan biologische producten. Vooral de biologische aardappelen, groenten en fruit (AGF) en zuivel (excl. kaas en boter) werden naar verhouding veel gekocht. Biologische producten worden vooral in de supermarkten gekocht en op de tweede plaats in natuurvoedingswinkels. In de buitenhuishoudelijke markt (alle openbare voedselvoorzieningen) is de verkoop van biologische producten het sterkst toegenomen tussen 2010 en 2011, namelijk met 30,2%. In vergelijking met andere Europese landen lag in 2011 in Nederland het aandeel van biologische producten in de totale voedselbestedingen in de middenmoot. In Oostenrijk en Denemarken was dit aandeel het grootst. De bestedingen aan biologische producten namen tussen 2010 en 2011 wel het meeste toe in Nederland, vergeleken met andere Europese landen (EL&I, 2012). 16

17 Was de consumptie van biologische producten in de jaren zeventig nog een protest tegen industriële landbouwpraktijken, nu is deze veel meer ontideologiseerd en meer een vorm van voeding en lifestyle, in plaats van een landbouwmethode. Met het aanbieden van biologische producten in supermarkten, wordt de ideologisch gedreven burger vergezeld door de bewuste consument. Deze bewuste consumenten worden ook wel de kosmopolieten, postmaterialisten of cultural creatives genoemd. Aankoopredenen hangen af van de referentiekaders van consumenten. Bij degenen die minder dan 40 euro per maand aan biologische producten uitgeven ( lichte gebruikers ), zijn vooral persoonlijke motieven als smaak, gezondheid en dierwelzijn van belang. Voor degenen die meer aan biologische producten besteden ( zware gebruikers ), zijn argumenten rond natuur, milieu en landschapbehoud vaak belangrijkere aankoopredenen (Brouwer et al., 2011; Teensma, 2004). De toename van biologische producten in supermarkten komt onder meer doordat A-merken steeds meer biologische varianten aan hun productlijn toevoegen. In de horeca is het gebruik van biologische producten relatief laat op gang gekomen, maar vooral in toprestaurants worden steeds meer biologische producten gebruikt. Deels om het onderscheidende karakter, deels om de hoge kwaliteit. In de catering heeft de Nederlandse overheid een stimulerende rol gespeeld door het aandeel biologische producten in de eigen restaurants te vergroten. Op evenementen en festivals neemt het gebruik van biologische producten ook toe. Sinds 2011 is er het EKO-keurmerk Horeca voor hotels, restaurants en cateraars die met biologische ingrediënten werken (Brouwer et al., 2011). 3.2 Biologische alternatieve voedselnetwerken In deze paragraaf wordt achtereenvolgens aandacht besteed aan de verschillende soorten van en ontwikkelingen in biologische AVNen, AVNen als totaal (incl. gangbare landbouw) en verbindingen die ontstaan binnen AVNen. 17

18 3.2.1 Soorten alternatieve voedselnetwerken Met alternatieve voedselnetwerken worden afzetvormen bedoeld waarbij agrarische producten direct door de producent worden afgezet aan consumenten, winkels, instellingen of horeca (Ecorys et al., 2009; Venema et al., 2012). AVNen komen in verschillende vormen voor. Zo bieden producenten hun producten aan via een boerderijwinkel of via onbemande kramen aan de weg. Hierbij wordt het eigen assortiment al dan niet aangevuld met producten van andere producenten of van de groothandel. Producenten kunnen ook een webwinkel inrichten, waarbij de producten worden afgehaald of naar de afnemers worden gebracht. Een andere vorm van een AVN is een zelf-pluk systeem. Hierbij oogsten consumenten zelf fruit, groenten of bloemen; dit wordt vaak gecombineerd met een adoptieprogramma waarbij een vast bedrag wordt betaald voor bijvoorbeeld een appelboom, waarvan men zelf de appels mag oogsten. Daarnaast worden producten ook verkocht via (biologische) boerenmarkten (Brouwer et al., 2011; Engelen, 2009; Hendriks et al., 2004). De tot nu toe beschreven verkoopkanalen zijn vrijblijvend van aard omdat afnemers zich niet voor langere tijd verbinden (met uitzondering van de adoptieprogramma s). Dit is wel het geval met abonnementenverkoop, waarbij afnemers zich voor een bepaalde tijd aan een pakket producten verbinden. Meestal is er een vaste prijs, voor een wekelijks variërend pakket, dat op het bedrijf van de producent of op een afhaalpunt kan worden opgehaald. Een sterkere verbinding tussen producenten en afnemers ontstaat binnen de Pergola landbouw. Bij deze Nederlandse variant van de Community Supported Agirculture zijn de afnemers lid van een vereniging en wordt er voorafgaande aan het teeltseizoen gezamenlijk een oogstprijs bepaald en betaald. Hiervoor mogen de afnemers wekelijks producten ophalen bij de producent. Doordat er vooraf en onafhankelijk van de afname betaald wordt, vindt er risicospreiding plaats rond misoogsten. Daarnaast wordt op deze manier in feite een renteloze lening verstrekt door de afnemers aan de producent (Brouwer et al., 2011; Engelen, 2009; Hendriks et al., 2004). Bij de AVNen vormen zich producent-consumentverbanden waarbij producten geassocieerd worden met de herkomst en daardoor voor de deelnemers een andere waarde hebben dan anonieme biologische producten. De associatie met de herkomst van 18

19 een product kan te maken hebben met de producent, met de eigen regio of met een streek. Rond het productiebedrijf gaat het dan om direct contact met de producent, vertrouwen en transparantie. Wat betreft de regio biedt kennis van de afkomst van de producten een meerwaarde. Op het niveau van de streek zijn identiteit en traditie vaak belangrijk, net als de kwaliteit van de natuur en een karakteristiek landschap. Onafhankelijk van de schaal worden de volgende productkenmerken vaak gebruikt in de vermarkting van biologische producten via een AVN: vers, smaakvol en gezond. Rond de afzet worden vaak het gemak en het brede assortiment onderstreept. Naar mate het afzetgebied van een product groter wordt, wordt er meer belang gehecht aan het EKOkeurmerk en de streek- en productkwaliteit. Bij verkoop op kleinere schaal zijn het directe contact, het imago van een bedrijf en het gemak van groter belang (Hendriks et al., 2004) Aankopen via biologische alternatieve voedselnetwerken De verkoop van biologische producten via AVNen nam tussen 2006 en 2007, in vergelijking met andere afzetkanalen, het sterkst toe, namelijk met 19,7%. Deze toename was vooral het gevolg van toegenomen verkoop in contractcatering (stijging 34%) en verkoop via webwinkels en abonnementen (stijging 44%). De omzetstijging op boerenmarkten en boerderijwinkels was in deze periode 4% (Biologica, 2007). In 2008 en 2009 is deze trend doorgezet. De contractcatering steeg in die periode met 21,7%. Deze cijfers zijn exclusief verkoop via de party-catering en horeca, en gaan daardoor vooral over verkoop aan instellingen (Brouwer, 2010). In de periode was de grootste omzetgroei in de buitenhuishoudelijke markt, namelijk 21,5%. Wat betreft de verkoop via speciaalzaken (natuurvoedingswinkels, slagerijen en bakkers), was een tweedeling te zien tussen bio-supermarkten en meer klassieke natuurvoedingszaken. De grotere winkels kenden de grootste omzetstijgingen (EL&I, 2012) Afzet via verschillende alternatieve voedselnetwerk-vormen Wat betreft de biologische AVNen is weinig specifieke informatie beschikbaar met betrekking tot de verschillende soorten afzetvormen. Het percentage van de afzet van biologische bedrijven dat via AVNen wordt afgezet, ligt rond de 23%. Dat is een stuk 19

20 hoger dan in de gangbare landbouw, waar dat ongeveer 2,5% is (De Jong et al., 2010). Om een beeld te krijgen van de afzetontwikkelingen van AVNen, zullen deze in totaliteit (incl. gangbare landbouw) beschreven worden. Het aantal bedrijven dat gebruik maakt van AVNen is tussen 2007 en 2011 gegroeid van naar (toename van 16%), daarmee zette bijna 4,7% van de agrarische bedrijven hun producten af via een AVN. De omzet binnen de AVNen steeg tussen 2007 en 2011 van 89 naar 147 miljoen euro (toename van 65%). Bij de boerderijwinkels was de toename 40%, bij de andere afzetvormen was er een sterkere toename van de omzet, namelijk 158%. De gemiddelde bedrijfsomzet uit directe afzetketens steeg tussen 2007 en 2011 van naar (Venema et al., 2012). In onderstaande tabel is te zien hoe het landschap van de diverse AVNen er in 2011 uitzag. Tabel 1: Schatting van het aantal bedrijven en de omzet van alle afzetkanalen 2011 Afzetkanaal Subcategorie Aantal bedrijven Jaaromzet per bedrijf (in ) Totaal (in mln. ) Langs de weg Op de markt Boerderijwinkel Klein Middel Groot Levering aan huis, incl webwinkels Levering aan streek/boerderijwinkel, (zorg)instellingen kantines en horeca * Totaal * in dit afzetkanaal zitten dubbeltellingen en daardoor is het totaal aantal bedrijven over de verschillende afzetkanalen hoger dan de bedrijven uit de landbouwtelling. Bron: Venema et al. (2012) 20

Gebiedscoöperatie Oregional. Gerard Titulaer Stichting Streekgala

Gebiedscoöperatie Oregional. Gerard Titulaer Stichting Streekgala Gerard Titulaer Stichting Streekgala Achtergrond/aanleiding: - Ontwikkelingen in de landbouw, maatschappij, vraag vanuit de markt, ontwikkelingen in de keten - Project Grenzeloos Vermarkten - Gangbare

Nadere informatie

Gebiedscoöperatie Oregional

Gebiedscoöperatie Oregional Afzet regionale producten en diensten Onderwerpen (30 juni 2011) Aanleiding en achtergrond Gebiedscoöperatie Oregional Stappenplan Omgevingsanalyse Omgevingsanalyse: 7 belangrijke opgaven Landbouw en voedsel

Nadere informatie

Het verbinden van boer en burger leidt tot bewustere keuzes van consumenten José Aalders 101857

Het verbinden van boer en burger leidt tot bewustere keuzes van consumenten José Aalders 101857 Verbinden van boer en burger als strategie voor een duurzaam voedselsysteem Het verbinden van boer en burger leidt tot bewustere keuzes van consumenten Ve José Aalders 101857 Verbinden van boer en burger

Nadere informatie

BioDuurzaam - EKO. Bavo van den Idsert - Bionext

BioDuurzaam - EKO. Bavo van den Idsert - Bionext BioDuurzaam - EKO Bavo van den Idsert - Bionext Inhoud - Introductie Bionext - BioDuurzaam en EKO 2012-2020 Bionext De hele keten van boer tot consument: 1.000 bio-boeren & telers (Biohuis) 100 bio-handel

Nadere informatie

Samenvatting. Indicatoren voor ecologische effecten hangen sterk met elkaar samen

Samenvatting. Indicatoren voor ecologische effecten hangen sterk met elkaar samen Samenvatting Er bestaan al jaren de zogeheten Richtlijnen voor goede voeding, die beschrijven wat een gezonde voeding inhoudt. Maar in hoeverre is een gezonde voeding ook duurzaam? Daarover gaat dit advies.

Nadere informatie

Consumentenbehoeften naar biologische maaltijdboxen

Consumentenbehoeften naar biologische maaltijdboxen - Consumentenbehoeften naar biologische maaltijdboxen Yvonne van Oostwaard, Eva Steur 2014225 16 juni 2014 Bedrijf: HeerlijkEerlijkBox Opdrachtgever: Dina Medanhodzic Hogeschool van Amsterdam Bacheloropleiding

Nadere informatie

Meerwaarde(n) Voorwaarde(n) De visie van ZLTO op de ontwikkeling van de groene sector tot 2020

Meerwaarde(n) Voorwaarde(n) De visie van ZLTO op de ontwikkeling van de groene sector tot 2020 Meerwaarde(n) Voorwaarde(n) De visie van ZLTO op de ontwikkeling van de groene sector tot 2020 Onze ambitie ZLTO wil toonaangevend zijn in het creëren én realiseren van het perspectief van ondernemers

Nadere informatie

Toekomst van uw biologische boerderijwinkel.

Toekomst van uw biologische boerderijwinkel. Toekomst van uw biologische boerderijwinkel. Naam: William Ton (1604410) Docent: Rob van den Idsert Specialisatie: Concept Periode: 2015-D Datum: 27-05-2015 Toekomst van uw biologische boerderijwinkel.

Nadere informatie

Hoog tijd voor een écht duurzame landbouw

Hoog tijd voor een écht duurzame landbouw nnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn... Hoog tijd voor een écht duurzame landbouw een visie over de hervormingen in de landbouw Oktober 2013 nnnnnnnnnnnnnnnnnnnnnn... Inleiding Landbouwbeleid heeft grote invloed op

Nadere informatie

Trends in directe verkoop Biologisch 2012

Trends in directe verkoop Biologisch 2012 Trends in directe verkoop Biologisch 2012 Inleiding De Monitor Duurzaam Voedsel van het ministerie van Economische Zaken over 2012 geeft inzicht in de consumentenbestedingen aan biologische voeding in

Nadere informatie

Diervriendelijke keuzes door consumenten

Diervriendelijke keuzes door consumenten Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Diervriendelijke keuzes door consumenten Monitor Duurzame Dierlijke Producten 2009 Deze brochure is een uitgave van: Rijksoverheid Postbus 00000 2500

Nadere informatie

Workshop 2 Duurzame landbouw en infrastructuur 5 juni 2015

Workshop 2 Duurzame landbouw en infrastructuur 5 juni 2015 Workshop 2 Duurzame landbouw en infrastructuur 5 juni 2015 Organisatie : Stichting Duurzame Ontwikkeling Nederland Suriname Inleider : Trusty Green, Loes Trustfull, directeur Trusty Green Begeleider :

Nadere informatie

Aangrijpingspunten voor beleid inzake streekproducten

Aangrijpingspunten voor beleid inzake streekproducten RAPPORTAGE QUICK SCAN Aangrijpingspunten voor beleid inzake streekproducten in de provincie Overijssel maart 2010 RAPPORTAGE QUICK SCAN Aangrijpingspunten voor beleid inzake streekproducten in de provincie

Nadere informatie

Tot slot. Aanbevelingen. Inleiding. Naar een lerende economie Investeren in het verdienvermogen van Nederland synopsis van WRR - rapport 90

Tot slot. Aanbevelingen. Inleiding. Naar een lerende economie Investeren in het verdienvermogen van Nederland synopsis van WRR - rapport 90 Hoe ziet dat er on de praktijk uit? (per sector / organisatie / afdeling / functie) Natuurlijke hulpbronnen en mensen zullen schaars zijn en de beschikbaarheid van kapitaal is niet te voorspellen. Met

Nadere informatie

Samen Ondernemen met de Natuur

Samen Ondernemen met de Natuur Samen Ondernemen met de Natuur Henk Gerbers Kleinschalig maakt gelukzalig, of is bulk beter? Naar een Voedselbeleid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) Verhaal over Ondernemen

Nadere informatie

Voedselteams en voedselstrategie

Voedselteams en voedselstrategie Voedselteams en voedselstrategie Voedselteams in cijfers Voedselteams is een vzw 3 VTE tewerkstelling 200.000 jaarbudget 120 lokale groepen 85 producenten doel Kleinschalige duurzame landbouw Lokale economie

Nadere informatie

De biobestedingen groeien tegen de algemene voedingstrend in

De biobestedingen groeien tegen de algemene voedingstrend in De biobestedingen groeien tegen de algemene voedingstrend in De biobestedingen groeiden in 2014 verder door terwijl de totale voedingsbestedingen voor het eerst sinds jaren daalden. Ruim negen op de tien

Nadere informatie

Maatschappelijke waardering van Nederlandse Landbouw en Visserij

Maatschappelijke waardering van Nederlandse Landbouw en Visserij Nederlandse Landbouw en Visserij Inhoud 1 Inleiding 03 2 Samenvatting en conclusies landbouw en visserij 3 Maatschappelijke waardering landbouw 09 4 Associaties agrarische sector 13 5 Waardering en bekendheid

Nadere informatie

Biologische landbouw en voeding barst van de ambities

Biologische landbouw en voeding barst van de ambities Bionext Meerjarenambities Biologische landbouw en voeding 2012-2017 Biologische landbouw en voeding barst van de ambities De biologische landbouw- en voedingsketen heeft iets te bieden. Iets wat aansluit

Nadere informatie

Bijlage 8 De enquêtes

Bijlage 8 De enquêtes Vragenlijst A Bijlage 8 De enquêtes De enquête voor verse groenten Graag wil ik u een paar vragen stellen over uw aankoopgedrag van verse producten. Ik ben een studente economie aan de Universiteit van

Nadere informatie

Trends en ontwikkelingen in de voedselketen

Trends en ontwikkelingen in de voedselketen Trends en ontwikkelingen in de voedselketen Eisen van consumenten, kansen voor ondernemers Dik Goorhuis Economielezing 2 juni 2015: Voedsel voor de economie, kansen voor ondernemers CV Dik Goorhuis 25

Nadere informatie

Het voedselsysteem terug in de stad

Het voedselsysteem terug in de stad Het voedselsysteem terug in de stad Jan Willem van der Schans Jan-willem.vanderschans@wur.nl Creative City Lab, Foodcentre 26 maart 2012 Voedsel en de stad Introductie Geschiedenis landbouw en de stad

Nadere informatie

Biodieselproductie uit palmolie en jatropha in Peru en impact voor duurzaamheid.

Biodieselproductie uit palmolie en jatropha in Peru en impact voor duurzaamheid. Biodieselproductie uit palmolie en jatropha in Peru en impact voor duurzaamheid. Een Levens Cyclus Duurzaamheids Analyse Auteur: Baukje Bruinsma November 2009 Samenvatting. Door het verbranden van fossiele

Nadere informatie

Food Lab 26-30 maart. Food Center Amsterdam. Het verduurzamen van de lokale voedselketen en de rol van het Food Center Amsterdam

Food Lab 26-30 maart. Food Center Amsterdam. Het verduurzamen van de lokale voedselketen en de rol van het Food Center Amsterdam Food Lab 26-30 maart Food Center Amsterdam Het verduurzamen van de lokale voedselketen en de rol van het Food Center Amsterdam Ellen Mensink Creative City Lab 30 maart 2012 Programma van dag 5 13.00 Welkom

Nadere informatie

Een nieuw ketenmodel voor langoustines

Een nieuw ketenmodel voor langoustines Een nieuw ketenmodel voor langoustines Ab Post (GPM Seafoods) en Wim Zaalmink (LEI Wageningen UR) Urk, 6 oktober 2012 Inhoud Economische betekenis langoustine visserij Consumptie van langoustines Keten

Nadere informatie

Meer met minder. Waterschaarste en grotere vraag naar voedsel. Laan van Staalduinen, Algemeen directeur LEI. 6 juni 2012

Meer met minder. Waterschaarste en grotere vraag naar voedsel. Laan van Staalduinen, Algemeen directeur LEI. 6 juni 2012 Meer met minder Waterschaarste en grotere vraag naar voedsel Laan van Staalduinen, Algemeen directeur LEI 6 juni 2012 Inhoud presentatie Mondiale trends die van invloed zijn op toekomstige watervraag Nationale

Nadere informatie

Duurzaamheid in de melkveehouderij Perspec7ef van de consument en retail

Duurzaamheid in de melkveehouderij Perspec7ef van de consument en retail Duurzaamheid in de melkveehouderij Perspec7ef van de consument en retail 21 november 2013 Marc Jansen Centraal Bureau Levensmiddelenhandel CBL Het CBL is de belangenbehar7ger en spreekbuis van de 4300

Nadere informatie

gespecialiseerde bedrijven overige bedrijven aantal varkens per bedrijf

gespecialiseerde bedrijven overige bedrijven aantal varkens per bedrijf De markt voor de varkenshouderij in Nederland Structuur In Nederland worden op ongeveer 1. bedrijven varkens gehouden. Het aantal bedrijven met varkens is de afgelopen jaren duidelijk afgenomen (figuur

Nadere informatie

Meer biologische en duurzame landbouw in Noord-Holland

Meer biologische en duurzame landbouw in Noord-Holland Meer biologische en duurzame landbouw in Noord-Holland PvdA Noord-Holland Werkplan voor 2019 PvdA Noord-Holland Werkplan biologische landbouwgrond 2019 Manifest voor meer biologische en duurzame landbouw

Nadere informatie

Inleiding Het spel Algemeen doel van het spel

Inleiding Het spel Algemeen doel van het spel Brochure Inleiding Boerenbusiness van grond tot mond, is ontwikkeld door jonge vrijwilligers van verschillende kinderboerderijen in Vlaanderen. Ze verdiepten zich in het thema Voedsel, ontwikkelden er

Nadere informatie

WAARDENETWERKEN EN METAMARKETS

WAARDENETWERKEN EN METAMARKETS In de vorige hoofdstukken is een uitwerking gegeven van de drijvende krachten in de ontwikkeling van de ketens in de multifunctionele landbouw. De als belangrijke drijvende krachten benoemde samenwerkingsverbanden

Nadere informatie

Toespraak van staatssecretaris Dijksma bij het Groentecongres

Toespraak van staatssecretaris Dijksma bij het Groentecongres Toespraak van staatssecretaris Dijksma bij het Groentecongres Toespraak 26-03-2015 Toespraak van de staatssecretaris Dijksma (EZ) bij het Groentecongres op 26 maart 2015 in het World Trade Centrum in Rotterdam.

Nadere informatie

ik deel daar wordt iedereen beter van eten

ik deel daar wordt iedereen beter van eten daar wordt iedereen beter van eten 1 Achtergrond 2 Onderzoek en Reflectie 3 Acties 4 Activiteiten in het Schooljaar ikdeel.be Een project van Met de steun van De Vlaamse overheid kan niet verantwoordelijk

Nadere informatie

1. Even voorstellen 2. Van Producent naar consument, of 3. Hoe denkt Retail de komende jaren in te vullen? 4. De vragen die regelmatig leven:

1. Even voorstellen 2. Van Producent naar consument, of 3. Hoe denkt Retail de komende jaren in te vullen? 4. De vragen die regelmatig leven: 26-02-2011 ZLTO AGENDA 1. Even voorstellen 2. Van Producent naar consument, of 3. Hoe denkt Retail de komende jaren in te vullen? 4. De vragen die regelmatig leven: Is er voor de supermarkt een belang

Nadere informatie

Samenvatting. - verlies van biodiversiteit, door ontbossing, vervuiling en monocultures;

Samenvatting. - verlies van biodiversiteit, door ontbossing, vervuiling en monocultures; 1. Inleiding 1.1 Dierlijke voedselproducten en milieu Dierlijke voedselproducten zoals, vlees, melk en eieren, zijn voor de meeste mensen een vast onderdeel van het menu. Deze producten leveren belangrijke

Nadere informatie

2014-2015 diverse locaties in het ommeland van de Peel en stedelijk gebied waaronder Helmond, Eindhoven en Veghel

2014-2015 diverse locaties in het ommeland van de Peel en stedelijk gebied waaronder Helmond, Eindhoven en Veghel FoodLabPeel Programma Stad op het land, land in de stad 2014-2015 diverse locaties in het ommeland van de Peel en stedelijk gebied waaronder Helmond, Eindhoven en Veghel FoodLabPeel is een meer jaren durend

Nadere informatie

Resultaten landbouwenquête. September 2013

Resultaten landbouwenquête. September 2013 Resultaten landbouwenquête September 2013 1 Landbouwenquête 2013 Inleiding In juni 2013 hebben de noordelijke Natuur en Milieufederaties en LTO Noord in samenwerking met het Dagblad van het Noorden en

Nadere informatie

Sectorupdate. Export bloemen en planten. 25 juni 2012. Economisch Bureau, Sector & Commodity Research

Sectorupdate. Export bloemen en planten. 25 juni 2012. Economisch Bureau, Sector & Commodity Research Sectorupdate Export bloemen en planten Economisch Bureau, Sector & Commodity Research 25 juni 2012 Exportgroei ondanks crisis in de eurozone Rusland vierde exportbestemming door sterke toename van de export

Nadere informatie

Workshop Logistiek en Voedselveiligheid

Workshop Logistiek en Voedselveiligheid Workshop Logistiek en Voedselveiligheid Wat is regionaal, een logistieke visie 06 november 2013, Joost Snels Aanleiding: Kleinschalige Logistiek Hofwebwinkel, Landwinkel, de Grote Verleiding, Mijn Boer,

Nadere informatie

Voorstelling Regionale stadslandbouwstructuur ZWVL -Project Sociale Innovatie-

Voorstelling Regionale stadslandbouwstructuur ZWVL -Project Sociale Innovatie- Voorstelling Regionale stadslandbouwstructuur ZWVL -Project Sociale Innovatie- (de boerderij van) De toekomst? 1. Analyse Uitdagingen voor steden en regio s Klimaatveranderging Verstedelijking Duurdere

Nadere informatie

PERSINFORMATIE Oktober 2014

PERSINFORMATIE Oktober 2014 PERSINFORMATIE Oktober 2014 De wereldwijde levensmiddelenbranche goes bio Wereldwijd groeiende omzet in de branche van biologische levensmiddelen Een positieve internationale balans in de eerste helft

Nadere informatie

Meerderheid kent het EKO-keurmerk Onderzoek naar de waarde van het EKO-keurmerk onder Nederlandse boodschappers

Meerderheid kent het EKO-keurmerk Onderzoek naar de waarde van het EKO-keurmerk onder Nederlandse boodschappers Meerderheid kent het EKO-keurmerk Onderzoek naar de waarde van het EKO-keurmerk onder Nederlandse boodschappers Tim de Broekert MSc, Research Consultant Imre van Rooijen MSc, Research Consultant december

Nadere informatie

STADSLANDBOUW VANUIT STEDENBOUWKUNDIG PERSPECTIEF debatavond 06.11.13

STADSLANDBOUW VANUIT STEDENBOUWKUNDIG PERSPECTIEF debatavond 06.11.13 STADSLANDBOUW VANUIT STEDENBOUWKUNDIG PERSPECTIEF debatavond 06.11.13 BELANG VAN LANDBOUW IN VERSTEDELIJKTE RUIMTE BEDREIGINGEN KANSEN VORMEN STADSLANDBOUW AANBEVELINGEN VOORBEELD EETBAAR ROTTERDAM VOORBEELD

Nadere informatie

Nederlandse Samenvatting

Nederlandse Samenvatting Nederlandse Samenvatting De Protestantse Kerk in Nederland (PKN) onderhoudt middels de organisaties Kerk in Actie (KiA) en ICCO Alliantie contacten met partners in Brazilië. Deze studie verkent de onderhandelingen

Nadere informatie

Biologische landbouw: op weg naar een duurzame landbouw-en voedingsbenadering Bionext 2014. Michiel.korthals@wur.nl

Biologische landbouw: op weg naar een duurzame landbouw-en voedingsbenadering Bionext 2014. Michiel.korthals@wur.nl Biologische landbouw: op weg naar een duurzame landbouw-en voedingsbenadering Bionext 2014 Michiel.korthals@wur.nl Inhoud 1. Ethische criteria voor landbouw en voeding 2. Gangbare landbouw 3. Biologische

Nadere informatie

Starters zien door de wolken toch de zon

Starters zien door de wolken toch de zon M201206 Starters zien door de wolken toch de zon drs. A. Bruins Zoetermeer, mei 2012 Starters zien door de wolken toch de zon Enkele jaren nadat zij met een bedrijf zijn begonnen, en met enkele jaren financieel-economische

Nadere informatie

Velt vzw Vereniging voor Ecologische Leef- en Teeltwijze

Velt vzw Vereniging voor Ecologische Leef- en Teeltwijze Velt vzw Vereniging voor Ecologische Leef- en Teeltwijze Ecologische voeding en landbouw, moestuin, siertuin, milieubelei d,. Thierry Maréchal Milieu, Voeding en Gezondheid Biologische / Ecologische landbouw

Nadere informatie

3.2 De omvang van de werkgelegenheid

3.2 De omvang van de werkgelegenheid 3.2 De omvang van de werkgelegenheid Particuliere bedrijven en overheidsbedrijven nemen mensen in dienst. Collectieve sector = Semicollectieve sector = De overheden op landelijk, provinciaal en lokaal

Nadere informatie

Biologisch i in 2030

Biologisch i in 2030 i Paulien Veerman Secretaris VBP/ Projectleider Biokap Even voorstellen: Bionext organisatie 1 Bionext = ketenorganisatie voor de biologische landbouw en voeding 3 De peilers onder Bionext Even voor rstellen

Nadere informatie

DE KRACHT VAN HET BETER LEVEN KEURMERK 1-METING

DE KRACHT VAN HET BETER LEVEN KEURMERK 1-METING DE KRACHT VAN HET BETER LEVEN KEURMERK 1-METING Marcel Temminghoff en Niek Damen Presentatie door Monique van Holland Mei 2015, project 18016 1 Resultaten 1.1 Relevantie keurmerk en diervriendelijker 1.2

Nadere informatie

Frans Verhees 1 en Stef Beerens 2

Frans Verhees 1 en Stef Beerens 2 Frans Verhees 1 en Stef Beerens 2 1 Universitair docent, Marktkunde en Consumentengedrag Wageningen University 2 Green Communicatie Met dank aan: Market Probe, het marktonderzoekbureau met strategische

Nadere informatie

Leiden is een typische studentenstad en heeft dus veel kamerbewoners.

Leiden is een typische studentenstad en heeft dus veel kamerbewoners. EC 01. EEN KAMER HUREN IN LEIDEN. Leiden is een typische studentenstad en heeft dus veel kamerbewoners. Vermoedelijk blijft het aanbod van kamers achter bij de vraag, waardoor er gemakkelijk prijsopdrijving

Nadere informatie

Verdienen met ZLTO. De stad als kans!

Verdienen met ZLTO. De stad als kans! Verdienen met ZLTO De stad als kans! Verdienen met ZLTO De stad als kans! Twitter: @MariskavKoulil #purehubs #stadslandbouw De stad als kans! Programma workshop Inleiding Korte kennismaking Introductie

Nadere informatie

Chocomelk. van eerlijke handel, biologische landbouw en lokale boeren! www.oww.be. Handel, uit respect.

Chocomelk. van eerlijke handel, biologische landbouw en lokale boeren! www.oww.be. Handel, uit respect. Chocomelk van eerlijke handel, biologische landbouw en lokale boeren! > Handel, uit respect. We slaan de brug tussen boeren uit Noord & Zuid! www.oww.be > Kiezen Kiezen voor nóg meer duurzaamheid Oxfam

Nadere informatie

Hoofdstuk 1 Globalisering Paragraaf 15 t/m 19

Hoofdstuk 1 Globalisering Paragraaf 15 t/m 19 Hoofdstuk 1 Globalisering Paragraaf 15 t/m 19 inhoud Patronen van de landbouw in de EU (par. 15) Veranderingsprocessen in de EU-landbouw (par. 16) Oostenrijk - Nederland: overeenkomsten en verschillen

Nadere informatie

Keurmerk: Duurzame school

Keurmerk: Duurzame school Keurmerk: Duurzame school Doorlopende leerlijn voor duurzame ontwikkeling van basisonderwijs (PO) t/m voortgezet onderwijs (VO) PO-1 Kennis en inzicht (weten) Vaardigheden (kunnen) Houding (willen) Begrippen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 30 252 Toekomstvisie agrarische sector Nr. 20 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Rapport enquête en workshop (Bio Vak Zwolle 2012) Locale rassen; het juiste ras locatie teler concept Bertus Buizer & Kitty de Jager, december 2012

Rapport enquête en workshop (Bio Vak Zwolle 2012) Locale rassen; het juiste ras locatie teler concept Bertus Buizer & Kitty de Jager, december 2012 Rapport enquête en workshop (Bio Vak Zwolle 2012) Locale rassen; het juiste ras locatie teler concept Bertus Buizer & Kitty de Jager, december 2012 Inleiding: De veredeling van gewassen heeft onder andere

Nadere informatie

NOVEMBER 18, 2015 RELATIE BOEREN-STEDEN ONDERZOEK VAN LTO NOORD SHARONA DE KLERK STAGIAIR

NOVEMBER 18, 2015 RELATIE BOEREN-STEDEN ONDERZOEK VAN LTO NOORD SHARONA DE KLERK STAGIAIR NOVEMBER 18, 2015 RELATIE BOEREN-STEDEN ONDERZOEK VAN LTO NOORD SHARONA DE KLERK STAGIAIR Samenvatting Dit is een onderzoek vanuit LTO Noord naar de relatie tussen boeren en steden, dus in welke opzichten

Nadere informatie

Marktontwikkelingen varkenssector

Marktontwikkelingen varkenssector Marktontwikkelingen varkenssector 1. Inleiding In de deze nota wordt ingegaan op de marktontwikkelingen in de varkenssector in Nederland en de Europese Unie. Waar mogelijk wordt vooruitgeblikt op de te

Nadere informatie

Innovatieagenda Melkveehouderij

Innovatieagenda Melkveehouderij Innovatieagenda Melkveehouderij stappen naar een nieuwe melkweg samen met ketenpartijen in de melkveehouderij INLEIDING NL 20 Waarom een innovatieagenda? Innovatie is een belangrijke voorwaarde voor de

Nadere informatie

Een bestemming voor elke partij

Een bestemming voor elke partij Een bestemming voor elke partij Initiatief tegen voedselverspilling en vóór creatieve afzetmogelijkheden van restpartijen en reststromen. 5 februari 2014, Urk Waar een wil is, is een weg Voedsel wordt

Nadere informatie

Stadsatelier Stadslandbouw Trefdag Innovatie in de stad

Stadsatelier Stadslandbouw Trefdag Innovatie in de stad Stadsatelier Stadslandbouw Trefdag Innovatie in de stad TRANSITIE LANDBOUW-VOEDING POTENTIEEL VAN STADSLANDBOUW Dirk Van Gijseghem 2 ANALYSE Voldoende, divers, gezond, veilig voedsel maar ook voedingsgerelateerde

Nadere informatie

Wereldvoedselvoorziening en mondiale voedselzekerheid als uitdaging

Wereldvoedselvoorziening en mondiale voedselzekerheid als uitdaging Wereldvoedselvoorziening en mondiale voedselzekerheid als uitdaging Prof. Dr Ir Rudy Rabbinge Universiteitshoogleraar Duurzame Ontwikkeling & Voedselzekerheid, Wageningen UR Debatreeks De toekomst van

Nadere informatie

Introductie. Figuur 1 De actie van Coca Cola

Introductie. Figuur 1 De actie van Coca Cola Inhoud Introductie... 2 Maatschappelijk verantwoord ondernemen... 3 Duurzaamheid... 4 Maatschappelijk betrokken ondernemen... 5 Het verschil tussen MVO en MBO... 6 Bronnelijst... 7 MBO... 7 MVO... 7 Introductie

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA s-gravenhage Directoraat-generaal Agro en Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC

Nadere informatie

Bedrijfsopvolging op De Lepelaar

Bedrijfsopvolging op De Lepelaar Bedrijfsopvolging op De Lepelaar Een momentopname in het proces naar een nieuwe toekomst 2007 Maatschap De Lepelaar: v.l.n.r. Inge Schrijver - de Roos, Jan Schrijver, Joris Kollewijn Bedrijfsopvolging

Nadere informatie

Stadslandbouw komt in het buitenland en Nederland in verschillende varianten voor. Essentiële kenmerken en randvoorwaarden van stadslandbouw zijn:

Stadslandbouw komt in het buitenland en Nederland in verschillende varianten voor. Essentiële kenmerken en randvoorwaarden van stadslandbouw zijn: 1 Aan: de Raad van de Gemeente Dordrecht dtv de raadsgriffier Postbus 8 3300AA Dordrecht c.c.: College van Burgemeester en Wethouders Dordrecht, 1 november 2011 Betreft: Stadslandbouw in Dordrecht Geachte

Nadere informatie

Productmarktplan Snijhortensia 2015-2016 Meer waarde toevoegen? floraholland.com

Productmarktplan Snijhortensia 2015-2016 Meer waarde toevoegen? floraholland.com Productmarktplan Snijhortensia 2015-2016 Meer waarde toevoegen? floraholland.com Inhoudsopgave Samenwerken aan initiatieven 3 Wat kan FloraHolland voor u betekenen 5 Van producttafel naar productmarktplan

Nadere informatie

NEDERLANDSE SAMENVATTING

NEDERLANDSE SAMENVATTING NEDERLANDSE SAMENVATTING DE HEDENDAAGSE FUNCTIE VAN KLEINE EN MIDDELGROTE DORPEN IN DE RURALE ECONOMIE De wereld verandert snel, al jaren. Door het internet veranderen afstanden; vanuit de eigen stoel

Nadere informatie

CSA s in Nederland. Elisabeth Hense & Jolanda van Benthem. De Oosterwaarde 2015. 1. Community Supported Agriculture

CSA s in Nederland. Elisabeth Hense & Jolanda van Benthem. De Oosterwaarde 2015. 1. Community Supported Agriculture CSA s in Nederland Elisabeth Hense & Jolanda van Benthem De Oosterwaarde 2015 1. Community Supported Agriculture Community Supported Agriculture (CSA) is een verdienmodel dat boeren en tuinders de mogelijkheid

Nadere informatie

BEHIND THE BOTTLE. De bijdrage van Coca-Cola aan de Nederlandse economie

BEHIND THE BOTTLE. De bijdrage van Coca-Cola aan de Nederlandse economie BEHIND THE BOTTLE De bijdrage van Coca-Cola aan de Nederlandse economie Bij Coca-Cola werken 800 werknemers Coca-Cola ondersteunt,3 miljard BBP in Nederland 22% van alle banen bij frisdranken-, water-,

Nadere informatie

Inleiding. 1 Het marktaandeel van biologisch vlees was in 2008 2,2%, een toename van 0,3% sinds 2007. Bron: Biomonitor

Inleiding. 1 Het marktaandeel van biologisch vlees was in 2008 2,2%, een toename van 0,3% sinds 2007. Bron: Biomonitor Supermarktmonitor Vlees en Vleesvervangers Juli 2009 1 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Opzet van de Supermarktmonitor... 4 1. Prijs van vleesvervangers en biologisch vlees... 4 2. Aanbod van vleesvervangers

Nadere informatie

Plan van aanpak Het plan van aanpak voor dit project bestaat uit drie fasen:

Plan van aanpak Het plan van aanpak voor dit project bestaat uit drie fasen: Samenvatting tussenrapport Toekomstvisie FNV KIEM Testen van de geformuleerde visies op de vakbond van de toekomst aan de huidige behoeften van leden en potentiële leden. Aanleiding Project FNV KIEM in

Nadere informatie

3,0-2,0,0 2,0 2,5. Mening over uw sector zal verbeteren. Meer interesse in werkwijze van uw sector Meer kennis over productie van voeding

3,0-2,0,0 2,0 2,5. Mening over uw sector zal verbeteren. Meer interesse in werkwijze van uw sector Meer kennis over productie van voeding Akkerbouw - -,0 Dierenwel behoud en ontwikkeling -,0 Mening over uw zal werkwijze van uw productie van voeding producten uit NL willen kopen producten uit eigen streek kelijker om geschikt personeel aan

Nadere informatie

Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010

Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010 Boodschap uit Gent voor Biodiversiteit na 2010 Belgisch voorzitterschap van de Europese Unie: Conferentie over Biodiversiteit in een veranderende wereld 8-9 september 2010 Internationaal Conventiecentrum

Nadere informatie

Bavovan den Idsert VBP

Bavovan den Idsert VBP EKO: de toekomst van biologisch? Bavovan den Idsert VBP De AH methodepuur&eerlijk Unilever sustainableliving plan Ik kies bewust Beter leven, ook goed Achtergrond Toenemende vraag vanuit maatschappij,

Nadere informatie

Kleinschalige voedselinitiatieven in Nederland. Almanak

Kleinschalige voedselinitiatieven in Nederland. Almanak Kleinschalige voedselinitiatieven in Nederland Almanak Almanak kleinschalige initiatieven Van en voor iedereen die zich sterk maakt voor duurzaam voedsel Dit is een dummy met een paar pagina s van de

Nadere informatie

Werksessie VBG. 15 juni 2011. ZLTO gebouw Den Bosch. Dr. Henk C. van Latesteijn

Werksessie VBG. 15 juni 2011. ZLTO gebouw Den Bosch. Dr. Henk C. van Latesteijn Werksessie VBG 15 juni 2011 ZLTO gebouw Den Bosch Dr. Henk C. van Latesteijn De Brandende Vraag Welke rol kunnen gemeenten spelen bij het vormgeven van een nieuwe relatie tussen stad en platteland? 1 Inspiratie

Nadere informatie

Maatschappelijke issues in de veehouderij. 20 november 2013 Anne-Corine Vlaardingerbroek

Maatschappelijke issues in de veehouderij. 20 november 2013 Anne-Corine Vlaardingerbroek Maatschappelijke issues in de veehouderij 20 november 2013 Anne-Corine Vlaardingerbroek Inhoudsopgave Jumbo Maatschappelijke thema s veehouderij Jumbo en duurzaamheid Waarom GlobalGAP? 2 30 november 2013

Nadere informatie

Dutch Summary. Dutch Summary

Dutch Summary. Dutch Summary Dutch Summary Dutch Summary In dit proefschrift worden de effecten van financiële liberalisatie op economische groei, inkomensongelijkheid en financiële instabiliteit onderzocht. Specifiek worden hierbij

Nadere informatie

Oekraïne (foto s zijn terug te vinden op www.liba.be)

Oekraïne (foto s zijn terug te vinden op www.liba.be) Landbouw in Oekraïne 12/05/2011 Oekraïne (foto s zijn terug te vinden op www.liba.be) Oekraïne is groter dan elk land van de EU. De goede ligging van het land, gecombineerd met de vruchtbare bodems, geeft

Nadere informatie

Wat doen we met het eten?

Wat doen we met het eten? Wat doen we met het eten? Hoe bewust gaan stadjers om met voedsel en voedselproductie in 2011 Onderzoek en Statistiek Groningen heeft als kernactiviteiten instrumentontwikkeling voor en uitvoering van

Nadere informatie

Naar een lokaal klimaatbeleid 2.0

Naar een lokaal klimaatbeleid 2.0 Naar een lokaal klimaatbeleid 2.0 Notitie voor noodzaak Donald van den Akker September 2011 Deze notitie is geschreven als onderdeel van een opdracht van AgentschapNL, i.h.k.v. het Innovatieprogramma Klimaatneutrale

Nadere informatie

Duurzaamheidk. Consument zoekt manieren om minder voedsel te verspillen Duurzaamheidkompas meting #13 December 2014

Duurzaamheidk. Consument zoekt manieren om minder voedsel te verspillen Duurzaamheidkompas meting #13 December 2014 Duurzaamheidk mpas Consument zoekt manieren om minder voedsel te verspillen Duurzaamheidkompas meting #13 December 2014 Het Duurzaamheidkompas Antwoord op duurzaamheidvragen In deze tijd van een milieu-,

Nadere informatie

Bionext Trendrapport Biologisch 2014-2015

Bionext Trendrapport Biologisch 2014-2015 Bionext Trendrapport Biologisch 2014-2015 Versnelling omzetgroei vanaf najaar 2014 November 2015 Bionext maakt zich sterk voor méér duurzame biologische voeding en landbouw. Samen met boeren, handelaren,

Nadere informatie

Lokaal voedsel in de Duurzaamheidsvisie Bodegraven Reeuwijk

Lokaal voedsel in de Duurzaamheidsvisie Bodegraven Reeuwijk Lokaal voedsel in de Duurzaamheidsvisie Bodegraven Reeuwijk Inleiding In deze notitie wordt eerst een korte analyse gegeven van ontwikkelingen op voedselgebied. Vervolgens wordt aangegeven op welke beleidsterreinen

Nadere informatie

Levende Boerderij, Lerende Kinderen

Levende Boerderij, Lerende Kinderen Levende Boerderij, Lerende Kinderen Beschrijving en effecten van verschillende vormen van educatie op de boerderij Inleiding Boerderijeducatie is in opkomst. Het is één van de manieren om jeugd een beter

Nadere informatie

Gezondheid van ons voedsel is biologisch gezonder?

Gezondheid van ons voedsel is biologisch gezonder? Gezondheid van ons voedsel is biologisch gezonder? Dr. Ir. Lucy van de Vijver Louis Bolk Instituut, Driebergen 25 januari 2012 Gezondheid van ons voedsel Louis Bolk Instituut: - Driebergen - Ghana + Oeganda

Nadere informatie

Nieuwsbrief P8. Inhoud. De komende 50 jaar. Nummer 9, oktober - november 2013. Ondernemend Paprika

Nieuwsbrief P8. Inhoud. De komende 50 jaar. Nummer 9, oktober - november 2013. Ondernemend Paprika Inhoud Inleiding Thijs Jasperse: De komende 50 jaar 1 Donderdag 12 december 2013: Bijeenkomst 50 jaar paprika in Nederland 2 P8 aanwezig tijdens Fruit Attraction in Madrid 3 Nationaal Voedingsdebat voor

Nadere informatie

Streekkantine. Achterhoek. een kantine is meer dan alleen eten.

Streekkantine. Achterhoek. een kantine is meer dan alleen eten. STREEKKANTINE ACHTERHOEK Met het concept Streekkantine streven we ernaar om minimaal 20% procent van het assortiment in kantines te vervangen voor streekproducten. Hiermee geef je als gemeente een goed

Nadere informatie

Interactie consument en producent Op weg naar gezonde groei, duurzame oogst. Ronald Hiel 11 juni 2015

Interactie consument en producent Op weg naar gezonde groei, duurzame oogst. Ronald Hiel 11 juni 2015 Interactie consument en producent Op weg naar gezonde groei, duurzame oogst Ronald Hiel 11 juni 2015 Wat u te wachten staat: Even voorstellen Waar staan we nu: resultaten en uitdagingen Hoe ziet het speelveld

Nadere informatie

Land in Zicht? De zoektocht naar grond & diverse initiatieven in Vlaanderen. Voedsel Anders Workshop: Toegang tot land, grond voor nieuwe boeren

Land in Zicht? De zoektocht naar grond & diverse initiatieven in Vlaanderen. Voedsel Anders Workshop: Toegang tot land, grond voor nieuwe boeren Land in Zicht? Benny Van de Velde benny@wervel.be De zoektocht naar grond & diverse initiatieven in Vlaanderen Voedsel Anders Workshop: Toegang tot land, grond voor nieuwe boeren 21 februari 2014 Schaars

Nadere informatie

Meer betalen voor duurzaam? Alleen als de consument weet waarom Duurzaamheidkompas #7 thema: Ken de prijs. December 2011

Meer betalen voor duurzaam? Alleen als de consument weet waarom Duurzaamheidkompas #7 thema: Ken de prijs. December 2011 Meer betalen voor duurzaam? Alleen als de consument weet waarom Duurzaamheidkompas #7 thema: Ken de prijs December 2011 Inleiding Duurzaamheidkompas Antwoord op duurzaamheidvragen In deze tijd van milieu-,

Nadere informatie

Woord vooraf. Colofon. Opdrachtgever: Taskforce Multifunctionele Landbouw. Uitgave, april 2012

Woord vooraf. Colofon. Opdrachtgever: Taskforce Multifunctionele Landbouw. Uitgave, april 2012 Colofon Opdrachtgever: Taskforce Multifunctionele Landbouw Betrokken onderzoekers: Het onderzoek is uitgevoerd door een team van medewerkers van LEI en PPO, onderdelen van Wageningen UR. Dit zijn Vivian

Nadere informatie

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving

Onderzoeksopzet. Marktonderzoek Klantbeleving Onderzoeksopzet Marktonderzoek Klantbeleving Utrecht, september 2009 1. Inleiding De beleving van de klant ten opzichte van dienstverlening wordt een steeds belangrijker onderwerp in het ontwikkelen van

Nadere informatie

Diensten informatieblad: Optimalisatie. Beoordelen van leveranciers KAM & Coöperatie Baronije UA

Diensten informatieblad: Optimalisatie. Beoordelen van leveranciers KAM & Coöperatie Baronije UA Coöperatie Baronije UA KAM & Optimalisatie Coöperatie Baronije UA Edisonbaan 16a - 3439 MN NIEUWEGEIN Postbus 1383-3430 BJ NIEUWEGEIN T: 030-214 80 34 (algemeen) F: 030-214 80 36 E: contact@baronije.nl

Nadere informatie

Frans Verhees. Universitair docent, Marktkunde en Consumentengedrag Wageningen University

Frans Verhees. Universitair docent, Marktkunde en Consumentengedrag Wageningen University Frans Verhees Universitair docent, Marktkunde en Consumentengedrag Wageningen University Agenda Opzet van het onderzoek Steekproef Vragenlijst Analyses Resultaten Conclusies Opzet onderzoek Ketens (respondenten)

Nadere informatie

Grenzen aan intensivering van de Nederlandse veehouderij

Grenzen aan intensivering van de Nederlandse veehouderij Grenzen aan intensivering van de Nederlandse veehouderij Wageningen, 7 februari 2013 Wouter van der Weijden Stichting Centrum voor Landbouw en Milieu www.clm.nl Dijkhuizen-these 1. Hoge productie per ha

Nadere informatie

Schaalvergroting en samenwerking nemen toe, circa driekwart van de sportdetaillisten werkt samen;

Schaalvergroting en samenwerking nemen toe, circa driekwart van de sportdetaillisten werkt samen; Sportspeciaalzaken De sportspeciaalzaken zijn onder te verdelen in: Algemene sportzaken Modische sportzaken Gespecialiseerde sportzaken Megastores Outdoorzaken Trends Toenemende belangstelling voor gezondheid,

Nadere informatie